Wachters van Verkeerswegen en Inrichtingen

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming Wachters van Verkeerswegen en Inrichtingen | Wh Verk Weg Inr
Gardes de Voies de Communication et d’Etablissements | GVCE
Type Territoriale wachttroepen
Ontdubbeld van n.v.t.
Onderdeel van Territoriale Dienst van de Legerzone
Bevelhebber n.v.t.
Standplaats Diverse
Samenstelling West-Vlaanderen Iste Bataljon (Cdt Kunnen) 1ste Cie (Brugge), 2de Cie (Zeebrugge), 3de Cie (Steenbrugge), 4de Cie (Izegem)
    IIde Bataljon (Maj Laevens) 1ste Cie (Kortrijk), 2de Cie (Zwevegem), 3de Cie (Wevelgem), 4de Cie (Ieper)
    IIIde Bataljon (Maj Pirotte) 1ste Cie (Oostende), 2de Cie (Nieuwpoort), 3de Cie (Veurne), 4de Cie (Pollinkhove)
    IVde Bataljon (Cdt Demeulemeester) 1ste Cie (Torhout), 2de Cie (Lichtervelde), 3de Cie (Roeselare), 4de Cie (Diksmuide)
  Oost-Vlaanderen VIIde Bataljon (Cdt Heyndrickx) 1ste en 2de Cie (Gent), 3de Cie (Melle), 4de Cie (Sint-Amandsberg)
    VIIIde Bataljon (Cdt Libbrecht) 1ste, 2de, 3de en 4de Cie (Gent)
    Xde Bataljon (Cdt Prosper Berns) 1ste Cie (Aalst), 2de Cie (Lede), 3de Cie (Denderleeuw), 4de Cie (Wetteren)
    XIde Bataljon (Major Maurice Jacobs) 1ste Cie (Zottegem), 2de Cie (Geraardsbergen), 3de Cie (Ronse), 4de Cie (Oudenaarde)
    XIIde Bataljon (Cdt Chevalier) 1ste, 2de, 3de en 4de Cie (Neutrale zone te Brussel)
    XIIIde Bataljon (Cdt Wille) 1ste Cie (Eeklo), 2de Cie (Aalter), 3de Cie (Waarschoot), 4de Cie (Zelzate)
  Antwerpen XVIIde Bataljon (Cdt Crispiels) 1ste, 2de, 3de en 4de Cie (Mechelen)
  Brabant XXIste Bataljon (Maj Anthone) 1ste Cie (Schaarbeek), 2de Cie (Ganshoren), 3de Cie (Vilvoorde), 4de Cie (Etterbeek)
    XXIIste Bataljon (Cdt Beekman) 1ste en 2de Cie (gefusioneerd, Leuven) en 3de en 4de Cie (gefusioneerd, Leuven)
    XXIIIste Bataljon (Maj Stappaerts) 1ste Cie (Tienen), 2de Cie (Diest), 3de Cie (Waver), 4de Cie (Grand-Rosière)
    XXIVste Bataljon (Cdt Tacq) 1ste Cie (Halle), 2de Cie (Tubize), 3de Cie (Nijvel), 4de Cie (Ottignies)
bewakingsdetachement in interneringskamp van Terlanen (Overijse)
    XXVste Bataljon (Cdt baron Emile
de Bernard de Fauconval de Deuken)
1ste, 2de, 3de en 4de Cie (Neutrale zone te Brussel)
  Henegouwen XXVIIste Bataljon (Cdt Henri Landrieu) 1ste Cie (Doornik), 2de Cie (Nechin), 3de Cie (Maubray), 4de Cie (Leuze)
    XXVIIIste Bataljon (Cdt Henetton) 1ste Cie (Boussu), 2de Cie (Blaton), 3de Cie (Tertre), 4de Cie (Bergen)
    XXXste Bataljon (Cdt Fernand Libert) 1ste Cie (Enghien), 2de Cie (Bracquegnies), 3de Cie (La Louviere), 4de Cie (‘s Gravenbrakel)
    XXXIste Bataljon (Cdt Jacques Driessen) 1ste Cie (Piéton), 2de Cie (Manage), 3de Cie (Luttre), 4de Cie (Gosselies)
    XXXIIste Bataljon (Cdt André Lebon) 1ste Cie (Marchienne-au-Pont), 2de Cie (Charleroi), 3de Cie (Châtelineau), 4de Cie (Beaumont)
  Luik XLIIste Bataljon (Cdt Henry) 1ste Cie (Landen), 2de Cie (Hoei), 3de en 4de Cie (Luik)
  Namen XLVste Bataljon (Maj Edgard Petit) 1ste Cie (Jambes), 2de Cie (Namen), 3de Cie (Namèche) en 4de Cie (Leuze-Longchamps)
    XLVIste Bataljon (Cdt Martin) 1ste Cie (Gembloers), 2de Cie (Jemeppe), 3de Cie (Bovesse), 4de Cie (Flawine)
    XLVIIste Bataljon (Cdt Jadoul) 1ste Cie (Philippeville), 2de Cie (Onhaye), 3de Cie (Saint-Gerard), 4de Cie (Mariembourg)

GVCE
Het concept van de bataljons Wachters van Verkeerswegen en Inrichtingen ontstaat in 1937 bij de reorganisatie van de slagorde van het leger in oorlogstijd. De Belgische strategie bestaat er in om bij een vijandelijke inval uit het oosten het veldleger terug te trekken tot op de K.W. Stelling en daar de hulp van de geallieerden af te wachten en de invaller het hoofd te bieden. Om de vitale verkeerswegen en infrastructuur in het gebied ten westen van deze linie te helpen beveiligen, zal gebruik gemaakt worden van de Wachters die als onderdeel van de territoriale troepen in hun eigen woongebied statische bewakingsopdrachten moeten uitvoeren om saboteurs en luchtlandingen te snel af te zijn.

Manschappen van het XLVII bataljon in januari 1940.

De manschappen voor deze wachtbataljons worden geput uit de oudste reservisten. De meeste manschappen zijn tussen de 35 en 45 jaar oud. De officieren werden reeds in september 1939 gemobiliseerd, maar onmiddellijk weer in verlof zonder wedde geplaatst. De meeste bataljons worden slechts midden januari 1940 onder de wapens geroepen na de afkondiging van Fase D van de mobilisatie. Sommige eenheden zien pas in april 1940 het daglicht. Het enige bataljon van de provincie Luik wordt op 10 mei samengebracht.

Een bataljon Wachters bestaat uit vier compagnies wachtfuseliers. Verspreid over de 25 bataljons worden een totaal van 58 zware compagnies en 42 lichte compagnies op de been gebracht. Het verschil zit in het aantal manschappen. De bataljons zijn ingedeeld per provincie en kregen hun opdrachten van de Territoriale Dienst van de Legerzone of van hun respectievelijke Provinciecommandant naar gelang hun standplaats dan wel in de legerzone of het achtergebied gelegen was.

De uitrusting van de bataljons is eerder beperkt en bestaat uit verouderde wapens en oorlogsbuit uit de vorige wereldoorlog. Bovendien is het bij de bataljons een komen en gaan omdat heel wat reservisten omwille van hun persoonlijke situatie recht hebben om huiswaarts te keren tot bij het afkondigen van de algemene mobilisatie die er pas komt wanneer de Duitsers effectief de aanval tegen België inzetten.

(De veldtocht van de verschillende GVCE bataljons werd hieronder uitgewerkt per provincie waartoe het bataljon bij het begin van de mobilisatie behoorde)

West VlaanderenOost VlaanderenAntwerpenBrabantHenegouwenLuikNamen

Tijdens de mobilisatie

I/GVCE
Het Iste Bataljon GVCE wordt gemobiliseerd op 13 januari te Brugge, Zeebrugge, Steenbrugge en Izegem.

II/GVCE
Het IIde Bataljon GVCE (II/GVCE) wordt gemobiliseerd op 14 januari 1940 te Kortrijk, Zwevegem, Wevelgem en Ieper.

III/GVCE
Het IIIde Bataljon GVCE (III/GVCE) wordt gemobiliseerd op 14 januari 1940 te Oostende, Nieuwpoort, Veurne en Pollinkhove.

IV/GVCE
Het IVde Bataljon GVCE (IV/GVCE) wordt gemobiliseerd op 14 januari 1940 te Torhout, Lichtervelde, Roeselare en Diksmuide.

I/GVCE
Het Iste Bataljon (I/GVCE) wordt in opdracht van het Provinciecommando West-Vlaanderen belast met de opdracht om de ‘administratief geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties’ te bewaken. De geïnterneerden worden in Brugge in de kazerne van het 4de Linieregiment gecentraliseerd. De pelotons van Luitenant Bauwens en Luitenant Debacker van de 2Cie worden hiervoor aangeduid.

IV/GVCE
Het IVde Bataljon wordt overgeplaatst naar Antwerpen om in de stad diverse bewakingsopdrachten over te nemen.

I/GVCE

  • 2/I
    Op 12 mei beslist de Minister van Justitie, Paul Janson, dat de administratief geïnterneerden  naar Frankrijk geëvacueerd moeten worden. Vanuit Brugge zullen meerdere treinen naar Frankrijk gestuurd worden om de geïnterneerden te evacueren die in de gevangenissen van de stad waren verzameld. De pelotons van Lt Bauwens en Lt Debacker die eerder al instonden voor de bewaking van de geïnterneerden krijgen nu opdracht om deze konvooien begeleiden. 

IV/GVCE
Het IVde Bataljon krijgt bericht dat het bij een eventuele evacuatie van Antwerpen naar Torhout moet uitwijken.

I/GVCE

  • 2/I
    Lt Bauwens wordt met zijn peloton door de Provinciecommandant van West-Vlaanderen ter beschikking gesteld van Luitenant van de reserve Mortier die het bevel voert over een interneringkamp gevestigd in de “Staatsweldadigheidsschool” te Ruiselede [1]. In het interneringskamp van Ruiselede bevinden zich een 450-tal  “administratief geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties” die op 11, 12 en 13 mei van de strafinstelling van Merksplas naar Ruiselede werden overgebracht. Onder de geïnterneerden een groot aantal Duitse joden die het nazi-regime nog voor de start van de oorlog ontvlucht zijn en die in België onderdak hadden gevonden [2]. Lt Mortier wordt door Herman Bekaert van de Veiligheidsdienst telefonisch op de hoogte gebracht van de beslissing van de Minister van Justitie en krijgt het bevel de geïnterneerden per spoor naar Frankrijk over te brengen [3]. De stad Tourcoing wordt als bestemming doorgegeven, hier zou de de bewaking van de geïnterneerden aan de Franse overheden overdragen worden. Lt Bauwens krijgt de opdracht met zijn peloton de geïnterneerden tijdens het transport te bewaken. Omdat er geen vrachtwagens ter beschikking zijn moet de verplaatsing van Ruiselede naar het station van Beernem, op zes kilometer van de Staatsweldadigheidsschool, te voet afgelegd worden. In het station van Beernem staat een trein klaar om de geïnterneerden naar Brugge te brengen. Het bewakingspersoneel van de Staatsweldadigheidsschool, de strafinstelling van Merksplas en het peloton van Lt Bauwens escorteren de colonne te voet. Om te beletten dat er mensen zouden ontsnappen wordt de geïnterneerden verteld dat het escorte het bevel heeft gekregen om iedereen neer te schieten die probeert te vluchten. Het hele contingent wordt op de 22 goederenwagons van de speciaal voor deze opdracht voorziene trein gezet. De directeur van de strafinstelling van Merksplas, Dhr Van Waerebeke, samen met 46 bedienden en bewakers van beide detentieinstellingen en hun 128 familieleden vergezellen het transport. Ook zij nemen plaats in een goederenwagon. Het konvooi zet zich om 09u10 uur in beweging en stopt wat later in Brugge om een contingent van 84 buitenlandse vrouwen uit het interneringscentrum van de vrouwengevangenis in Sint-Andries-Brugge aan boord te nemen. 

I/GVCE

  • 2/I
    Lt Bauwens vertrekt samen met Lt Mortier vanuit Brugge naar Frankrijk. De eerste drie treinen met administratief  geïnterneerden verlaten de stad tussen 16 en 17 mei met bestemming Frankrijk. De treinen die later vertrekken raken niet meer verder dan Lombardsijde. De trein van Lt Bauwens vordert bijzonder langzaam waardoor de Franse grens pas na valavond bereikt wordt. 

I/GVCE

  • 2/I
    De trein stopt ’s nachts niet in Tourcoing, maar in Roubaix. In Roubaix laat de prefect van het Département du Nord Lt Bauwens weten dat de Fransen de bewaking niet zullen overnemen en dat hij met zijn peloton zelf voor de bewaking moet blijven instaan. Vervolgens gaat de tocht verder naar Arras, waar de levensmiddelen voor de geïnterneerden zich zouden moeten bevinden. De trein stopt echter niet in Arras en de reis wordt voortgezet zonder de levensmiddelen op te laden. Lt Bauwens en Van Waerebeke proberen in de volgende stations aan rantsoenen te geraken maar de Fransen weigeren iets aan de geïnterneerden te geven. De houding van de Fransen tegenover de geïnterneerden was ronduit vijandig, ze worden beschouwd als spionnen en collaborateurs. Het Franse leger wou wel levensmiddelen afstaan, maar dan alleen voor de begeleiders. Het konvooi trekt verder zuidwaarts zonder dat de geïnterneerden iets hebben kunnen eten. De Belgische autoriteiten hadden bij vertrek niets voorzien en de Fransen weigeren om proviand af te staan. 

I/GVCE

  • 2/I
    Wanneer de trein om 18u00 toekomt in het station van Le Mans, bijna zestig uur na vertrek uit Ruiselede, wordt vlees en brood uitgedeeld aan de geïnterneerden. Enkele uren later stopte de trein in La Flèche, in het departement van de Sarthe. Iets voor middernacht laat de onderprefect van Sarthe de 84 vrouwen die in Brugge waren opgestapt uitstappen. Vermoedelijk worden ze naar het kamp van Gurs overgebracht.

I/GVCE

  • 2/I
    De trein verlaat La Flèche en rijdt in één stuk door tot Tours waar opnieuw halt wordt gehouden. Daarna gaat het verder richting Bergerac, waar de trein op maandag 20 mei bij het krieken van de dag stopt.

I/GVCE

  • 2/I
    De Franse Plaatscommandant van Bergerac verwachtte een konvooi van vijfhonderd Duitse krijgsgevangenen die hij wilde inzetten bij de aanleg van een vliegveld. Ondanks het feit dat het contingent niet voldeed aan die omschrijving laat hij de treinreizigers toch door gendarmes en koloniale soldaten naar het bouwterrein overbrengen. De Franse autoriteiten stellen twee barakkenkampen ter beschikking om de geïnterneerden in onder te brengen. In de kampen worden ze bewaakt door het gevangenispersoneel, de Belgische soldaten die het konvooi hadden begeleid, en een aantal Franse soldaten. Het peloton van Lt Bauwens zal tot 25 mei de bewakingsopdracht in Bergerac uitvoeren.

I/GVCE

  • 2/I
    Op de vijfde dag van hun verblijf in Bergerac wordt er eindelijk over het lot van de gevangenen beslist. De onderprefect van Bergerac laat weten dat de Franse ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken samen met het Belgische ministerie van Justitie hebben beslist dat de ene helft van de geïnterneerden naar Pau zal worden overgebracht en de andere helft naar Angoulême. De geïnterneerden worden in twee groepen van elk 218 mensen verdeeld. De konvooien vertrekken de volgende ochtend uit Bergerac. Nadat de gevangen op 7 juni overgedragen zijn aan de Franse autoriteiten worden de pelotons van Lt Bauwens en Lt Debacker, na een kort verblijf in Montpelier, aangehecht bij het 2de Versterkings- en Opleidingscentrum (2VOC) waar ze op 18 juni geïntegreerd worden in het 56ste Linieregiment (56Li). 

I/GVCE
De staf van I/GVCE bevindt zich op het ogenblik van de capitulatie nog steeds te Brugge. Cdt Kunnen verneemt er het nieuws van de capitulatie.

Na de capitulatie

I/GVCE
Na zich aan de Duitsers te hebben overgegeven marcheert het I/GVCE van Brugge naar Retranchement op de Belgisch-Nederlandse grens en vervolgens naar Sluis. Te Sluis wordt I/GVCE doorgestuurd naar het Zeelands dorp Eede waar het bataljon op 9 juni gedemobiliseerd wordt.

Bibliografie en Bronnen

  1. Achtergrond bij de Staatsweldadigheidsschool te Ruiselede, een instelling waar door Justitie geplaatste kinderen werden opgevangen. [On Line beschikbaar]:  https://libstore.ugent.be/fulltxt/RUG01/002/862/715/RUG01-002862715_2020_0001_AC.pdf [Laatst geraadpleegd 1 juni 2022].
  2. Achtergrondinformatie betreffende “administratief geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties” kan gevonden worden in document van het SOMA “Gewillig België” geschreven door Rudi Van Doorslaer (red.) Emmanuel Debruyne, Frank Seberechts en Nico Wouters . [On Line beschikbaar]: http://www.senate.be/event/20070213-jews/doc/eindverslag.pdf [Laatst geraadpleegd op 24 september 2021].
  3. Getypt verslag opgesteld in het Nederlands op 3 juni 1945 door Lt Res Mortier bevelhebber van het interneringskamp van Ruiselede en voor de oorlog directeur van de Staatsweldadigheidsschool (TBC) van Ruiselede. Het verslag bevindt zich bij Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie. Het één pagina tellend verslag legt wel de link tussen het peloton van Lt Bauwens en het konvooi van de geînterneerden van Ruiselede beschreven in het naslagwerk “Gewillig België”.
  4. Dossier GVCE, Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.

Tijdens de mobilisatie

VII/GVCE
Het VIIde Bataljon GVCE (VII/GVCE) wordt gemobiliseerd op 14 januari 1940 te Gent, Melle en Sint-Amandsberg.

VIII/GVCE
Het VIIIste Bataljon GVCE (VIII/GVCE) wordt gemobiliseerd te Gent op 14 januari.

X/GVCE
Het Xde Bataljon (X/GVCE) wordt gemobiliseerd te Aalst op 14 januari 40.

XI/GVCE
Het XIde Bataljon (XI/GVCE) wordt gemobiliseerd te Zottegem, Geraardsbergen, Ronse en Oudenaarde op 14 januari 40.

XII/GVCE
Het XIIde Bataljon GVCE (XII/GVCE) wordt een eerste keer gemobiliseerd wanneer het Belgische leger op 27 september 1938 op versterkte vredesvoet werd gebracht. Het bataljon werd toen al bevolen door Kapitein-commandant Chevalier. Deze eerste mobilisatie verliep chaotisch. De manschappen en het kader werden allen tegelijkertijd opgeroepen. De compagniecommandanten die wel in staat waren geëncadreerde compagnies te bevelen hadden geen idee hoe ze de compagnie moesten opstarten in geval van mobilisatie. Er was geen bewapening beschikbaar evenmin konden de compagnies rekenen op voertuigen. Enkele dagen later werd de mobilisatie afgeblazen [1]. Het bataljon werd uiteindelijk voor de tweede keer   gemobiliseerd op 17 april 1940 te Dendermonde, Lokeren, Sint-Niklaas en Schellebelle. Op 20 april 1940, drie dagen na zijn oprichting, krijgt het bataljon de opdracht om de neutrale zone in Brussel te beveiligen.

XIII/GVCE
Het XIIIde Bataljon GVCE (XIII/GVCE) wordt gemobiliseerd op 18 januari te Eeklo, Aalter, Waarschoot en Zelzate.

X/GVCE
Het Xde Bataljon (X/GVCE) voert verschillende opdrachten uit in de buurt van Aalst tot 18 mei.

XII/GVCE
Het XIIde Bataljon wordt overgeplaatst naar Brussel om in de hoofdstad diverse bewakingsopdrachten over te nemen.

XII/GVCE
Het XIIde Bataljon krijgt bericht dat het bij een eventuele evacuatie van de hoofdstad naar Merendree moet uitwijken.

X/GVCE
Om 07u00 geeft de Stafchef van de Provincie Oost-Vlaanderen het bataljon de opdracht om zich naar Deinze te begeven zonder langs Gent te passeren. Het bataljon komt er in de loop van de namiddag toe maar slaagt er niet meer in om het Commando van de Provincie Oost-Vlaanderen te contacteren gezien deze staf intussen was opgedoekt. Daar de opdracht luidde om zich naar het zuidwesten te begeven, beslist de bataljonscommandant, Kapitein-commandant Berns, om verder te trekken naar Ieper.

X/GVCE
Het bataljon vertrekt uit Deinze om 03u00 in de morgen en komt later die dag in Ieper aan. Onmiddellijk na de aankomst van het bataljon in Ieper krijgt het van de Ieperse Plaatscommandant de opdracht om zich naar Frankrijk te begeven. De beweging naar Frankrijk wordt ingezet en het bataljon kantonneert de nacht van 19 op 20 mei in Kassel.

X/GVCE in Frankrijk
Wanneer het bataljon om 08u00 in Kassel klaarstaat om verder zuidwaarts te trekken komt de Officier Betaalmeester terug uit Saint-Omer met proviand. Aangezien de soldaten sinds hun vertrek uit Aalst nog niet bevoorraad werden stelt Cdt Berns het vertrek uit om hen de kans te geven iets te eten. Het oponthoud duurt een halve dag en pas in de middag wordt de terugtocht richting Rouen verder gezet. De te volgen reisweg loopt van St-Omer via Hesdin naar Abbeville. Het bataljon vertrekt geordend uit Kassel maar door talrijke verkeersopstoppingen versplinterd de bataljonscolonne. In kleine groepjes wordt verder getrokken maar de snelheid langs de baan wordt herleidt tot 2 Km per uur. Vele eenheden verliezen contact met het bataljon en worden door de Franse autoriteiten omgeleid. De duisternis is reeds ingevallen maar Abbeville is nog niet bereikt. Slecht een kleine groep van een 70-tal militairen waaronder de bataljonscommandant slaagt erin de Somme nabij Saint-Valery sur Somme over te steken, de rest van het bataljon wordt gedwongen naar het noorden terug te keren. De 1ste Compagnie (1Cie) onder bevel van Cdt Berckmans komt niet ver en wordt nog de 20ste mei in de buurt van Abbeville krijgsgevangen genomen. De 2Cie slaagt erin naar Boulogne-sur-Mer terug te keren maar de colonne wordt op 22 mei gebombardeerd door de vijandelijke luchtmacht waarbij Sgt D’Haese en de Soldaten De Bruycker, Luwaert, Van Leuven Petrus, Van Leuven Casimir, Vlaminck, Van Haverbeke, Hendrickx en Franck om het leven komen. De 3de en de 4de Cie worden eveneens op de terugtochtweg naar het noorden onderschept.

Duitse opmars van 16 tot 21 mei waarop Abbeville aan de Somme bereikt wordt.

X/GVCE in Frankrijk
Het detachement van Cdt Berns bereikt Rouen omstreeks de middag en wordt doorgestuurd naar Bois-Anzeray ten zuidwesten van Conches-en-Ouche waar ze een bivak inrichten. Het X/GVCE komt nu onder bevel van de 7de Infanteriedivisie en vangt de geïsoleerde detachementen van het I, XII, XXVIII, XXXI, XXXII, XLII, XLV en XLVI Bataljon GVCE op. Het nieuw samengestelde X/GVCE, dat een 175-tal manschappen telt, zal in Bois-Anzeray verblijven tot 26 mei. Bij een niet nader gedocumenteerd incident te Quesnoy-en-Artois ten zuiden van Hesdin sneuvelen Soldaat Lievens en Soldaat Lerminiaux [2]. Beiden waren leeftijdsgenoten en afkomstig van Kerksken, een deelgemeente van Haaltert. Ze werden begraven in een weide naast de boerderij van Monsieur Campagne.

X/GVCE in Frankrijk
Het nieuw samengestelde X/GVCE wordt ingescheept in het station van Conches om te vertrekken naar Pont-Saint-Esprit waar ze op 31 mei toekomen. 

31 mei 1940

X/GVCE in Frankrijk
Het bataljon wordt aangehecht aan het Versterkings- en Opleidingscentrum van de Ardeense Jagers (VOC/ChA) en gekantonneerd te Aiguèze nabij Pont-Saint-Esprit.

4 juni 1940

X/GVCE in Frankrijk
Het Commando van de Versterkings- en Opleidingscentra (HK/TRI) onder bevel van Luitenant-Generaal Wibier is ingegaan op een Frans verzoek om maar liefst 31.000 militairen te leveren voor het uitvoeren van veldwerken ten voordele van de Franse divisies opgesteld in tweede echelon langs de Seine, in Parijs en langs de Marne. Aan het VOC/ChA worden initieel drie werkbataljons met elk vier compagnies van 250 militairen gevraagd. Generaal-majoor Lambert duidt het 7de Regiment Ardeense Jagers (7ChA) om twee bataljons te leveren, het X/GVCE wordt aangeduid om het derde werkbataljon te leveren.

5 juni 1940

X/GVCE in Frankrijk
Het werkbataljon dat op de been gebracht wordt door het X/GVCE  zal bevolen worden door Cdt Berns die wordt bijgestaan door Luitenant graaf de Liedekerke als Adjudant-majoor. Het X/GVCE moet twee compagnies van 250 man samenstellen en zal versterkt worden met een derde compagnie geleverd door het 4de Legerdepot (4LD) en een vierde compagnie geleverd door het Bataljon Versterking van het 10de Regiment Jagers te Voet (II/10J). Het 4LD dat zich te Saint-Alexandre nabij Pont-Saint-Esprit bevindt, levert ook nog een vijfde peloton om het werkbataljon te vervolledigen. De compagnie van II/10J zal uiteindelijk het werkbataljon van Cdt Berns niet vervoegen waardoor Cdt Berns slechts kan beschikken over 797 manschappen. Het werkbataljon wordt ook aangeduid als werkbataljon Nr 5.

6 juni 1940.

X/GVCE in Frankrijk
De uiteindelijke slagorde van het werkbataljon ziet er als volgt uit:

  • Staf: Cdt Berns (bataljonscommandant), Lt graaf de Liedekerke (adjudant-majoor), Lt Bataille (administrateur), Aalmoezenier Docquier en OLt Med Delforge.
  • 1Cie: Lt Marcelle (CieComd), Lt Goffin en Lt Sternotte (pelotonscommandanten)
  • 2Cie: Cdt Poppe (CieComd), Lt Denis, Lt Pirnay en Lt De Neve (pelotonscommandanten)
  • 3Cie: Cdt Dethioux (CieComd), Lt Becquet, Lt Bivort, Lt Pleitinckx en Lt Jacob (pelotonscommandanten).

7 juni 1940

X/GVCE in Frankrijk
Het werkbataljon van X/GVCE verlaat Pont-Saint-Esprit op 7 juni met drie compagnies richting Dugny-sur-Meuse in het departement Meuse. De manschappen stijgen uit in het station van Dugny-sur-Meuse, ten zuiden van Verdun, en verplaatsen zich tijdens de nacht van 8 op 9 juni te voet naar Rupt-en-Woëvre.

9 juni 1940

Traject afgelegd door het werkbataljon van X/GVCE van 9 juni tot 19 juni 1940 (projectie op recente kaart)

Traject afgelegd door het werkbataljon van X/GVCE van 9 juni tot 19 juni 1940 (projectie op recente kaart)

X/GVCE in Frankrijk
Op 9 juni komt het werkbataljon om 04u00 toe te Rupt-en-Woëvre waar een kantonnement wordt ingenomen in afwachting van het krijgen van een opdracht van de Fransen. Cdt Berns ontmoet in de loop van de dag de Franse Général de Corps d’Armée (oftewel Luitenant-generaal) Dubuisson, militair commandant van de vesting Verdun, en krijgt de belofte dat de Fransen het bataljon zullen bewapenen en voorzien van materieel. Hij krijgt stafkaarten ter beschikking en de opdracht om zich met zijn bataljon naar Montzéville, ten westen van Verdun, te begeven. Op 10 juni verlaat het werkbataljon om 21u30 Rupt-en-Woëvre  en zet zich op weg naar zijn operatiegebied te Montzéville. Lt Adm Bataille die niet over fondsen beschikt houdt zich in hoofdzaak bezig met de bevoorrading in levensmiddelen van het werkbataljon.

X/GVCE in Frankrijk
Het werkbataljon komt
rond 01u00 toe in Nixéville-Blercourt, net ten zuiden van Montzéville, waar ze een kantonnement installeren in een bos nabij het dorp. De ganse dag wordt doorgebracht te Nixéville om de opdracht van het bataljon voor te bereiden en de nodige verkenningen uit te voeren. Het werkbataljon moet de omliggende dorpen defensief inrichten door het graven van loopgrachten en het aanleggen van anti-tank hindernissen. In de loop van de dag ontvangt het bataljon gereedschap om werkzaamheden uit te voeren.

Het gedeelte van het X/GVCE dat niet werd meegestuurd met het werkbataljon wordt op 11 juni ingelijfd bij het 7de Regiment Ardeense Jagers (7ChA) van het VOC/ChA.

12 juni 1940

X/GVCE in Frankrijk
Er wordt naar Montzéville gemarcheerd en gestart met de werkzaamheden. Te Montzéville wordt het bataljon versterkt met de compagnie van Luitenant Gobbe van het 40ste Regiment Genie (40Gn). De compagnie van Lt Gobbe alsook Lt Vande Velde en OLt Regniez worden in de getalsterkte van het werkbataljon opgenomen. Door de snelle opmars van de Duitsers moeten de werkzaamheden op 13 juni al stilgelegd worden. Om 05u00 wordt het gereedschap terug overgemaakt aan de Fransen waarop het werkbataljon om 13u00 vertrekt uit Montzéville richting Rumont. Te Lempire-aux-Bois wordt halt gehouden om in een bos kantonnementen voor de nacht op te zoeken.

X/GVCE in Frankrijk
Het bataljon komt onder bevel te staan van de Franse Colonel Sapeau die het bevel geeft door te marcheren tot Le Petit Rumont waar in de bossen gekantonneerd wordt tijdens de nacht van 14 op 15 juni. Die bewuste nacht komt de Franse Colonel Sapeau om het leven door een persoonlijk ongeval met zijn dienstwapen nadat hij het nieuws heeft vernomen van de inname van Parijs door de Duitsers. Het bataljon verliest hiermee alle contact met het HK van LtGen Dubuisson. Op 15 juni wordt een ganse dag gerust in het kantonnement te Rumont.
Bij een niet nader gedocumenteerd incident raakt OLt Jacob van 4LD gewond. Hij wordt nog overgebracht naar Bar-le-Duc waar hij aan zijn verwondingen overlijdt. In de loop van de  dag passeert het werkbataljon van het Bataljon Instructie van het 12de Regiment Jagers te Voet (I/12J) Rumont.  De nacht van 15 op 16 juni wordt nog in Rumont doorgebracht waarna de volgende ochtend via Sampigny doorgemarcheerd wordt  naar Marbotte waar kantonnementen worden ingenomen voor de nacht.

17 juni 1940

Het Château de Boucq waar het werkbataljon van X/GVCE kantonneerde tijdens de nacht van

Het Château de Boucq waar het werkbataljon van X/GVCE kantonneerde tijdens de nacht van 17 op 18 juni

X/GVCE in Frankrijk
Er wordt gedurende de ganse dag gemarcheerd van Marbotte naar Boucq waar kantonnementen worden opgezocht in het park van het Château de Boucq. Vanuit Boucq stuurt Cdt Berns Luitenant Singelyn (TBC) als verbindingsofficier naar het HK van LtGen Dubuisson, maar de verbinding kan niet hersteld worden want de luitenant wordt op de terugweg van het HK naar Boucq krijgsgevangen genomen.
in de ochtend van 18 juni beslist Cdt Berns dan maar op eigen initiatief om verder naar het zuiden te marcheren via Toul en Crécey tot Xirocourt waar gekantonneerd wordt. Te Toul maakt het bataljon contact met de Duitse voorhoede zonder verliezen te lijden. De Duitse voorhoede bekommert zich niet om het werkbataljon en zet zijn verkenningsopdracht verder. Wanneer het bataljon Vézelise passeert wordt het dorp gebombardeerd. Hierbij komen naast Korporaal Dion en Soldaat Guibert van het peloton genie ook nog 17 Franse soldaten en 25 burgers om het leven. Na de nacht te Xirocourt te hebben doorgebracht wordt op 19 juni na een mars van 160 kilometer Chambres bereikt. Hier wordt het werkbataljon van X/GVCE om 20u00 omsingeld en in zijn geheel krijgsgevangen genomen. Cdt Berns weet aan gevangenschap te ontsnappen en zoekt een eigen weg terug naar het zuiden. Hij wordt uiteindelijk door de Duitsers gegrepen te Mancey op enkele kilometer van wat later de demarcatielijn met het niet bezette deel van Frankrijk zal zijn. Op 19 juni houdt X/GVCE op te bestaan. 

20 juni 1940

X/GVCE in Frankrijk
Het uitsturen van de werkbataljons was slecht voorbereid en de uitvoering van de opdracht liep volledig in het honderd. De terugkeer van de werkbataljons van het VOC/ChA naar Pont-Saint-Esprit verliep niet van een leien dakje. Het werkbataljon van X/GVCE is zelfs nooit teruggekeerd en in zijn geheel krijgsgevangen genomen. 

Bibliografie en Bronnen

  1. Verslag opgesteld door Cdt Chevalier naar aanleiding van de mislukte mobilisatie van september 1938 met enkele aanbevelingen over hoe het de volgende keer best aangepakt wordt. Het verslag werd geschreven in oktober 1938 en was gericht aan de commandant van het rekruteringsbureau van Dendermonde.
  2. Achtergrondinformatie over de Soldaten Lerminiaux, Lievens en Van Haverbeke is te vinden in het artikel “Gesneuvelde soldaten WOI en WOII van Haaltert“, door René De Troyer, uitgegeven door Heemkundige kring Haaltert, 2005 [On Line beschikbaar]: https://heemkringhaaltert.be/   [Laatst geraadpleegd 30 augustus 2021].
  3. Hoofdstuk VOC/ChA van het synthesedocument betreffende de eenheden van het EM/TRI. In dit document zit een beschrijving van de uitzending van het werkbataljon van het X/GVCE.  Het synthesedocument bevindt zich in het archief van de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  4. Handgeschreven verslag opgesteld in het Frans door Lt Pirnay, aangehecht aan de Cie Depot Hulptroepen. Het verslag van Lt Pirnay is zeer summier over de veldtocht zelf maar beschrijft gedetailleerd de terugtocht van het werkbataljon van X/GVCE onder bevel van Cdt Berns. Hij was er pelotonscommandant van het 2de Peloton van de 2Cie van Cdt Pope (TBC). Het verslag bevindt zich in het dossier van het 4LD bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie. 
  5. Getypt verslag opgesteld in het Frans op 29 juni 1945 door Lt Bataille administrateur van het 5de Legerdepot en toegevoegd aan het werkbataljon van het X/GVCE. Het verslag bevindt zich in het dossier van het 5LD bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie. 
  6. Achtergrondinformatie over de mobilisatie van de bataljons GVCE door Ere-Majoor Res Georges Rhodius in Bulletin Périodique de la Fraternelle des GVC. Georges Rhodius was Luitenant van de reserve bij het XIII/GVCE en werd op 30 mei krijgsgevangen genomen om op 10 juni terug vrijgelaten te worden te Brasschaat.
  7. Dossier GVCE, Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie
  8. L’armée belge de France en 1940, door Jean Jamart Col BEM Hre, 1994, uitgeverij Schmitz, Bastogne, p 117.

Tijdens de mobilisatie

XVII/GVCE
Het concept van de bataljons Wachters van Verkeerswegen en Inrichtingen (GVCE) was erop gericht om bij een vijandelijke inval uit het oosten de vitale verkeerswegen en infrastructuur ten westen van de K.W. Stelling te beveiligen zodat saboteurs en luchtlandingstroepen de inplaatstelling van geallieerde troepen op de K.W. Stelling niet zouden kunnen vertragen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er in de Provincie Antwerpen tijdens de mobilisatie slechts één bataljon GVCE opgericht wordt aangezien het grootste deel van de provincie ten oosten van de K.W. Stelling ligt. Uiteindelijk voorziet het mobilisatieplan in de oprichting van het XVIIde Bataljon GVCE (XVII/GVCE) dat als enige bataljon GVCE in de Provincie Antwerpen, gemobiliseerd wordt op 18 januari te Mechelen. 

XVII/GVCE
In de Prekerskazerne, de Adjudant Macheleinkazerne (kazerne 9 – 10) en de Kazerne Generaal Drubbel (oftewel Sint-Joriskazerne) te Antwerpen wordt een verzamelcentrum voor ‘administratief geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties’ ingericht. Het betreft hoofdzakelijk Duitsers die zich in Antwerpen bevinden en die zich bij het uitbreken van de oorlog moesten melden bij de verschillende politiebureaus te Antwerpen. In veel gevallen betrof  het Duitse joden gevlucht voor het nazi-regime. Allen werden ze in hechtenis genomen (administratief geïnterneerd) en samengebracht in de drie Antwerpse kazernes waar detachementen van het XVIIde Bataljon allicht voor de omkadering en bewaking zorgden (TBC) [1].

XVII/GVCE
Ook in Antwerpen moeten de geïnterneerde buitenlanders naar Frankrijk worden geëvacueerd. Onder begeleiding van enkele pelotons van het XVIIde Bataljon worden de gevangenen naar het Centraal-station gebracht. Hier wachten twee treinen van de SNCF die het 7de Franse Leger naar Nederland hadden gebracht. De eerste trein vertrekt om 15u00, de tweede een half uur later. Vanaf dit station is het IIde Bataljon van het 56ste Linieregiment (II/56Li), die op dezelfde trein stapt van de geïnterneerden, verantwoordelijk voor de bewaking en de omkadering van de gevangen tot de bestemming in Zuid-Frankrijk bereikt wordt. Een beperkt detachement van XVII/GVCE wordt meegestuurd vanaf het station Antwerpen-Zuid.

Ten noorden van Antwerpen wordt het Nederlandse leger samengedrukt door de vijand. Heel wat Nederlandse militairen vluchten dan ook België binnen. Op twee locaties te Antwerpen wordt een verzamelcentrum voor gevluchte Nederlandse militairen ingericht. In de Luchtbalkazerne en in de kazerne Generaal Drubbel (oftewel Sint-Joriskazerne) zorgen de aldaar ingekwartierde detachementen van het XVIIde Bataljon voor de omkadering.

Na de capitulatie

Bibliografie en Bronnen

  1. Achtergrondinformatie betreffende “administratief geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties” kan gevonden worden in document van het SOMA “Gewillig België” geschreven door Rudi Van Doorslaer (red.) Emmanuel Debruyne, Frank Seberechts en Nico Wouters . [On Line beschikbaar]: http://www.senate.be/event/20070213-jews/doc/eindverslag.pdf [Laatst geraadpleegd op 22 april 2018].
  2. Dossier GVCE, Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  3. L’armée belge de France en 1940, door Jean Jamart Col BEM Hre, 1994, uitgeverij Schmitz, Bastogne, p 117.

Tijdens de mobilisatie

XXI/GVCE
Het XXIste Bataljon GVCE (XXI/GVCE) wordt gemobiliseerd op 1 maart 1940 te Schaarbeek, Ganshoren, Vilvoorde en Etterbeek. Gedeeltelijke slagorde van het bataljon (gebaseerd op documenten uit het archief):

  • Staf: Majoor Anthone (bataljonscommandant), 
  • 1Cie: Cdt Ruelle (compagniecommandant – TBC), Lt Vindevogel (pelotonscommandant)
  • 2Cie: Lt Flameng (compagniecommandant) en de luitenanten Somers, Van Hollebeke en de Ville (pelotonscommandanten), Lt Adm Frère
  • 3Cie: TBC
  • 4Cie: Lt de Marchi, Lt Lavallée, Lt Philippe Colette en Lt Wackers (pelotonscommandanten)

XXII/GVCE
Het XXIIste Bataljon GVCE (XXII/GVCE) wordt gemobiliseerd op 14 januari 1940 te Leuven. Op 1 maart wordt de 1Cie met de 2Cie gefusioneerd, op 5 april wordt de 3Cie met de 4Cie gefusioneerd. Op 16 april voert het bataljon een korte kaderoefening uit met het 8ste Bataljon Genie (8Gn) te Heverlee.

XXIV/GVCE
Het XXIVste Bataljon GVCE (XXIV/GVCE) wordt eveneens een eerste keer gemobiliseerd in september 1938 bij het op oorlogsvoet brengen van het Belgische leger. Het bataljon wordt voor een tweede keer gemobiliseerd op 23 januari 1940 te Halle, Tubeke, Nijvel en Ottignies.

  • 4/XXIV
    Een detachement van de 4Cie van XXIV/GVCE, onder bevel van Kapitein-commandant Henri Serckx en bestaande uit vier officieren en 120 manschappen, wordt reeds tijdens de mobilisatie in versterking gegeven van de Administratieve Compagnie der Interneringskampen. Deze compagnie, onder bevel van Majoor De Wilde, stond in voor de bewaking van geïnterneerde militairen van buitenlandse nationaliteit die om welke reden dan ook (bijvoorbeeld piloten van Duitse, Franse en Britse vliegtuigen die in België een noodlanding moesten maken tijdens de schemeroorlog) onze landsgrens zijn overgestoken en werden opgepakt en geïnterneerd. Het detachement van de 4Cie stond in voor de bewaking van Britse en Franse officieren die werden geïnterneerd in het preventorium “Home La Lasne” gelegen in het gehucht Terlanen nabij Overijse.

XXV/GVCE
Dit bataljon werd voor een tweede en definitieve keer gemobiliseerd op 16 april 1940 te Brussel. Het bataljon zal vanaf zijn oprichting samen met XII/GVCE  instaan voor de bewaking van de neutrale zone in Brussel.

Inzetzone van de 2Cie van XXI/GVCE te Brussel.

Inzetzone van de 2Cie van XXI/GVCE te Brussel.

XXI/GVCE
De vier compagnies van het Brusselse XXIste Bataljon (XXI/GVCE), bevolen door Majoor Anthone, worden aangevuld met versterkingen die bij de afkondiging van de algemene mobilisatie nog worden opgeroepen. De compagnies gaan verder met het bewaken van de hun toegewezen vitale punten.

  • 1/XXI
    De 1ste Compagnie, onder bevel van Cdt Ruelle (TBC), heeft zijn CP opgesteld te Schaarbeek. Het peloton van Lt Vindevogel van de 1Cie beveiligt een aantal bruggen van de spoorlijn Brussel-Oostende. Onder meer te Wambeek de spoorbrug , het spoorviaduct van Sint-Anna-Pede [1], te Anderlecht de sluis op het Kanaal Brussel-Charleroi en de vlakbij gelegen spoorbrug over het Kanaal Brussel-Charleroi en het station Brussel-West.
  • 2/XXI
    De 2de Compagnie heeft wachtposten te Schaarbeek aan het station, de gasfabriek (oftewel usine à gaz) en elektriciteitscentrale aan de Square Julien de Trooz, de metalen spoorbrug over het Kanaal van Willebroek ter hoogte van de Square Jules de Trooz, het waterzuiveringsstation aan de Heizel en het waterpompstation te Mutsaard. Op 10 mei wordt de Usine à Gaz gebombardeerd. Er vallen vijf burgerslachtoffers, bij de 2Cie vallen geen verliezen te betreuren.
  • 4/XXI
    De 4de Compagnie die zich in Etterbeek bevindt krijgt een bijzondere opdracht. Zij moeten de “ buitenlanders van vijandige naties”, die zich moesten aanmelden op de gemeentehuizen van  Ukkel en Elsene en vervolgens door de politie geïnterneerd werden, verzamelen in de Géruzet Kazerne, de Rolin Kazerne en in het Klein Kasteeltje. Het 34 man sterke peloton van Luitenant Res de Marchi is verantwoordelijk voor de bewaking van de 1.500 geïnterneerden verzameld in de Rolin Kazerne terwijl het peloton van Luitenant Lavallée, eveneens 34 man sterk, verantwoordelijk is voor de 1.500 geïnterneerden verzameld in de Géruzet Kazerne. Het peloton van Luitenant Colette (en/of Lt Wackers – TBC) wordt belast met de bewaking van een aantal administratief geïnterneerde buitenlanders die zich te Brussel hadden aangemeld en in het Klein Kasteeltje werden verzameld [2]. Generaal Lemercier, Provinciecommandant van de Provincie Brabant, tevens bevelhebber van de stad Brussel en in die hoedanigheid verantwoordelijk voor de hele operatie, bracht meerdere bezoeken aan de betrokken kazernes.

Deze opdrachten worden uitgevoerd tot en met 16 mei.

XXII/GVCE
De Leuvense wachters bewaken een hele reeks locaties in en om de stad. De 1ste Compagnie heeft onder meer wachtposten aan het Leuvense justitiepaleis, de brug van de Tiensesteenweg, het station van Leuven en de staalfabriek van de Ateliers de la Dyle, de gasfabriek en de installaties van Shell aan de vaart. Het bataljon meldt ook wachtposten uitgezet te hebben in Sint-Joris-Weert, Terbank en Volmolen en het Waals-Brabantse Précot. Rond 18u30 wordt de Tiensesteenweg een eerste keer gebombardeerd. Er valt één gewonde bij het XXII/GVCE.

XXIII/GVCE

  • 2/XXIII
    De 2de Compagnie van het XXIIIste Bataljon heeft zijn standplaats te Diest en staat onder het bevel van Luitenant Kirkpatrick, een reserveofficier die als advocaat in Brussel werkt. Op 10 mei 1940 is Robert Kirkpatrick met vakantie in Zwitserland waar hij het nieuws van de Duitse inval verneemt. Hij spoedt zich onmiddellijk naar ons land in zijn persoonlijke auto. Intussen wordt te Diest het bevel over de compagnie waargenomen door Luitenant Rossaert. Rossaert begeeft zich tijdens de ochtend naar de Citadel van Diest om er zijn instructies in ontvangst te nemen en ontmoet vervolgens de manschappen van de compagnie in de Middenschool aan de Albert I Straat die als verzamelplaats voor de plaatselijke wachters is aangeduid. De manschappen ontvangen er hun ontbrekende uitrusting. Als belangrijk verkeersknooppunt wordt Diest intussen regelmatig gebombardeerd door de Luftwaffe.

XXIV/GVCE
De bataljonsstaf en de 3de Compagnie (3Cie) bevinden zich te Nijvel in de oude muziekacademie in de Rue du Wichet.

  • 3/XXIV
    De detachementen van de 3Cie stonden opgesteld te Nijvel en op verschillende verkeersknooppunten tussen Nijvel en Brussel. Zo bevonden zich telkens een zevental soldaten in het station Nivelles-Est, het station van Baulers, te Alzémont, Fonteny, Vieux-Genappe en op spoorwegbruggen in de Brusselse voorstad. De 3Cie wordt bevolen door Cdt Willaime, lesgever in de Normaalschool van Nijvel. Hij werd bijgestaan door 1Sgt Devière.
  • Weylerkazerne te Brugge waar de Duitse KG werden in ondergebracht in afwachting van hun overplaatsing naar Lombardsijde

    Weylerkazerne te Brugge waar de Duitse KG werden in ondergebracht in afwachting van hun overplaatsing naar Lombardsijde

    4/XXIV
    In het interneringskamp van Terlaenen worden bij het uitbreken van de oorlog de geïnterneerde Franse en Britse officieren overgemaakt aan hun respectievelijke ambassades. De Duitse geïnterneerden ondergebracht in het Fort van Hoei (soldaten en onderofficieren) en in de gebouwen van de staf van de Rijkswacht aan de Kroonlaan te Brussel (officieren), worden vanaf nu beschouwd als krijgsgevangenen. Ze moeten worden overgebracht naar Lombardsijde waar er een krijgsgevangenkamp voor Duitse militairen zal worden ingericht. De inrichting van dit kamp zal nog duren tot 13 mei. In afwachting worden de Duitse gevangenen overgebracht naar de Weylerkazerne in het voormalig Theresianerklooster in de Ezelstraat te Brugge. Het detachement van Cdt Serckx blijft in versterking van de Administratieve Compagnie en verhuist mee naar Brugge om de Duitse krijgsgevangenen te bewaken.

XXV/GVCE
De compagnies zijn op 10 mei nog steeds verantwoordelijk voor de beveiliging van de neutrale zone rond het parlement en het koninklijk paleis te Brussel.

 

XXII/GVCE
Zoals voorzien in de geallieerde plannen, ontplooit de Britse 3th Infantry Division zich te Leuven. Aan de brug van de Tiensesteenweg komt Britse luchtafweer te staan en zet de Britse genie zich aan het werk voor het ondermijnen van het kunstwerk. Bovendien is ook het 5de Regiment Jagers te Voet nog aanwezig. De GVCE loopt er nutteloos bij en besluit zijn wachtpost aan de brug te sluiten. Ook de wachtposten ten zuiden van de stad worden teruggeroepen na aankomst van de Britten. Het bataljon stuurt een detachement uit naar Veltem om de zendmast van het NIR te gaan bewaken. De 1ste Compagnie wordt tijdens de avond overgebracht naar nieuwe kantonnementen in de school aan de Koning Albertlaan. Omstreeks 22u00 worden ook de wachtposten aan de Ateliers de la Dyle, de gasfabriek en het depot van Shell ontruimd. Alle wachtposten van de 1ste en de 2de Compagnie brengen de nacht door in hun kantonnementen.

XXIII/GVCE

  • 2/XXIII
    Bij de 2Cie worden de opdrachten verdeeld. Het 1ste Peloton wordt vanaf 09u00 uitgestuurd om zijn wachtposten in te nemen. Het 2de peloton verlaat de Middenschool vanaf 13u00 om zich op te stellen op de voorziene punten doorheen de stad. Een uur later komt een wachter per fiets aan vanuit Tienen. Hij heeft de orders bij van Majoor Stappaerts voor de 2de Compagnie. Stappaerts is bijzonder vaag en vraagt aan Luitenant Rossaerts om de dienst zo goed mogelijk waar te nemen en om ‘op eigen initiatief te handelen’. Intussen is de aftocht van het veldleger van het Albertkanaal naar de K.W. Stelling in volle gang en krioelt het te Diest van militairen. De Belgische cavalerie zal aan de Demer en de Gete een tijdelijke stelling bemannen om de terugtocht naar de K.W. Stelling te dekken. Rossaerts begrijpt dat zijn manschappen te Diest geen nuttige taken kunnen verrichten en stuurt om 21u00 het 1ste Peloton naar Zichem. Het 2de Peloton kantonneert in de Middenschool. Luitenant Kirkpatrick is eerder op de dag ons land binnengereden en kan die avond Diest bereiken. Hij slaagt er evenwel niet in om zijn compagnie terug te vinden.

XXIV/GVCE
Nijvel ligt in het operatiegebied van het Franse IIIde Legerkorps dat langsheen de Dijle stelling ten zuiden van Waver zal postvatten. Het XXIV/GVCE krijgt dan ook te maken met grote groepen Franse soldaten die aangekomen zijn in ons land.

  • 3/XXIV
    Het station van Baulers nabij Nijvel wordt gebombardeerd door één enkel vliegtuig zonder grote schade aan te richten.

XXI/GVCE

  • 4/XXI

    Een wachtpost van de GVCE.

    Op 12 mei verlaten minstens drie treinkonvooien met “geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties” Brussel. Deze drie treinen vervoerden alleszins het leeuwendeel van de onderdanen van vijandelijke mogendheden die in Brussel waren geïnterneerd. Eén van die konvooien vertrok om 20u00 uit Etterbeek en nam de 1.530 onderdanen van vijandelijke mogendheden uit de Kazerne Rolin mee. De bewaking bleef in handen van Luitenant de Marchi en zijn manschappen. Tijdens een stop in Ath wordt de trein van de Marchi door Duitse vliegtuigen bestookt. Het bombardement kostte het leven aan zeven gevangenen, er vielen ook enkele gewonden te betreuren. Tijdens het bombardement weten een aantal gevangenen te ontsnappen maar worden achternagezeten door hun bewakers en terug ingerekend [3]. De trein zet zijn tocht verder naar Tourcoing waar de luitenant de bewaking aan de Franse overheden wou overdragen. In Tourcoing geeft de prefect van het Département du Nord Lt de Marchi echter opdracht om zelf voor het escorte te blijven zorgen. De officier belde met de leiding in Brussel en kreeg het bevel om de instructies van de prefect uit te voeren. De trein zet zijn tocht verder van Tourcoing via Orléans en Saumur naar het Camp du Faugas, in de buurt van Toulouse. Hier draagt Lt de Marchi de geïnterneerden op 17 mei over aan een officier van het Franse leger. In het Camp de Faugas wordt de nacht van 17 op 18 mei doorgebracht waarna het Peloton de Marchi terugkeert naar België. Ter hoogte van Parijs vernemen ze dat de terugtochtweg naar België is afgesneden en dat de Duitsers zich reeds te Abbeville bevinden. Het peloton wordt vanuit Parijs doorgestuurd naar Narbonne. De 1.300 tot 1.500 geïnterneerden van de Kazerne Géruzet vertrokken om 22u00, dus twee uur na die van de Kazerne Rolin. Zij zullen over het hele traject begeleid worden door Luitenant Lavallée en zijn manschappen. Hun trein ging naar Doornik, waar ze de volgende dag aankwamen. Maar in plaats van de geïnterneerden zoals gepland over te dragen aan de militairen van het IIIde Bataljon van het 3de Regiment Hulptroepen (III/3HuT), kreeg Lt Lavallée een nieuwe opdracht; hij moet de geïnterneerden zelf naar Midden-Frankrijk brengen, naar L’Isle Jourdain. Tijdens een stop in Le Mans kreeg zijn peloton versterking van een twaalftal Franse soldaten. De pelotons van Lt de Marchi, Lt Lavallée en Lt Wackers (TBC) komen uiteindelijk op 29 mei samen te Narbonne.  Luitenant Colette bijgestaan door Lt Dubois van het IIIde Bataljon van het 9de Regiment Hulptroepen van het Leger (III/9HuTL) is verantwoordelijk voor de begeleiding van het derde treintransport. Hij zal zich tijdens het transport laten opmerken door zijn bijzonder hardvochtig optreden jegens de gevangenen. Het detachement zal zeven dagen later, na heel wat omzwervingen,  een tussenstop maken in Orléans [4]. Het kamp  van Orléans was niet ingericht om deze mensen op te vangen en de omstandigheden in het kamp waren dan ook erbarmelijk. De weggevoerden verbleven er enkele dagen en vertrokken dan opnieuw naar het zuiden van Frankrijk waar de gevangen worden overgedragen aan het Franse leger in het Camp d’Argelès nabij Perpignan. Tijdens de reis worden de waardevolle spullen van de geïnterneerden ingezameld zonder hen een ontvangstbewijs te geven of een lijst op te stellen. Lt Dubois levert bij aankomst in Frankrijk de bezittingen van de weggevoerden af op de Generale Staf der Versterkings- en Opleidingstroepen (HK/VOC) te Montpellier waar ze in bewaring worden genomen in afwachting van verdere instructies betreffende de bestemming van de fondsen en goederen. De totale waarde van de in beslag genomen goederen werd geschat op 2 miljoen Belgische Frank. Het peloton van Lt Colette wordt na einde opdracht aangehecht bij het 3de Versterkingings- en Opleidingscentrum (3VOC) en gekantonneerd te Lasserre nabij Toulouse waar ze onder bevel van het 51ste Linieregiment (51Li) komen te staan.

XXII/GVCE
Het verdere verblijf te Leuven van het XXII/GVCE is niet langer nodig nu de stad bij de terugtocht van het veldleger naar de K.W. Stelling in de frontlinie zal komen te liggen. Het bataljon wordt teruggetrokken naar Erps-Kwerps en wordt hier stand-by gehouden. De wacht aan de zendinstallatie te Veltem wordt nog wel verder gezet.

XXIII/GVCE

  • 2/XXIII
    Bij de 2Cie wordt het 1ste Peloton omstreeks 03u00 doorgestuurd naar Scherpenheuvel. Ook het 2de Peloton heeft intussen ook Diest verlaten. Even na 05u00 stuurt Rossaerts een patrouille per fiets terug naar Diest, maar de manschappen kunnen de stad niet bereiken omdat de brug op de baan naar Schaffen reeds is vernield door de Belgische genie. De beide pelotons worden die ochtend naar Rillaar gezonden. Wanneer de manschappen hier rond 10u00 aankomen, staat de genie klaar om het kruispunt in het midden van het dorp op te blazen. Zonder verdere instructies laat Rossaerts verder marcheren naar Wezemaal via Houwaart en Vlasselaar. Luitenant Kirkpatrick is intussen nog steeds op zoek naar zijn manschappen.

XXIV/GVCE

  • 4/XXIV
    Het detachement van Cdt Serckx bevindt zich nog steeds te Brugge en is belast met de bewaking van Duitse krijgsgevangenen

XXII/GVCE
De 1ste Compagnie moet 150 manschappen naar de Sint-Annakazerne te Laken sturen om de wachtcompagnie van het koninklijk park af te lossen. De rest van de compagnie is op dat ogenblik nog van wacht te Veltem, maar zal Brussel verlaten na aflossing door de 2de Compagnie.

XXIII/GVCE

  • 2/XXIII
    Na een overnachting te Wezemaal, willen de manschappen van de 2de Compagnie zo snel mogelijk de veilige linies van de K.W. Stelling bereiken. Om 07u00 zijn de beide pelotons op weg naar Kessel-Lo. Een tweetal uur later stuit de compagnie op enkele stafofficieren van de 1ste Infanteriedivisie. Die geven Luitenant Rossaerts het bevel om via Rotselaar, Werchter en Haacht naar Keerbergen te trekken. De manschappen marcheren de ganse dag door.

XXIV/GVCE

  • 4/XXIV
    De voormalig geïnterneerden alsook nieuwe Duitse krijgsgevangenen worden naar Lombardsijde overgebracht. De groep krijgsgevangenen is aangegroeid tot een 120 tal militairen, voornamelijk officieren en onderofficieren van de Luftwaffe wiens vliegtuig boven België werd neergehaald. Nieuwe Duitse krijgsgevangenen worden in eerste instantie naar de Kroonlaan in Brussel gebracht en van daar uit doorgestuurd naar het Kamp van Lombardsijde.

XXII /GVCE
Tijdens de namiddag trekt ook de 2de Compagnie richting Brussel. Het ganse bataljon bevindt zich nu in de Sint-Annakazerne te Laken.

XXIII/GVCE

  • 2/XXIII
    Nog tijdens de nacht wordt de 2de Compagnie doorgestuurd vanuit Keerbergen naar Rijmenam waar op dat ogenblik het 6de Linieregiment heeft postgevat aan de K.W. Stelling. Het 6de Linieregiment (6Li) heeft liever geen overtollige manschappen in zijn ondersector en stuurt Rossaerts en de zijnen om 02u00 de baan op naar Zemst. Alle Belgische eenheden die niet nodig zijn voor de verdediging van de K.W. Stelling moeten zich immers achter het Kanaal van Willebroek in veiligheid stellen. Die middag kan Luitenant Kirkpatrick uiteindelijk zijn eenheid bijbenen. Luitenant Rossaert noteert in zijn velddagboek dat hij om 14u00 het bevel heeft overgedragen.

XXIV/GVCE
De stad Nijvel wordt, als belangrijk verkeersknooppunt, om 13u15 aangevallen door de Luftwaffe en ondergaat een zwaar bombardement. Vooral het stadscentrum wordt getroffen. Tijdens het bombardement komt de Soldaat Michaux om het leven. Meerdere militairen van het XXIV/GVCE raken tijdens het bombardement gewond, de Soldaten Pinchart en Polet overlijden later aan hun verwondingen. De Fransen willen de GVCE weg uit de stad. Kapitein-commandant Tacq moet zijn 3de en 4de Compagnie doorsturen naar Aalst. Beide compagnies worden te Aalst in onderhoud geplaatst bij het plaatselijke Xde Bataljon. Tacq verplaatst zijn bataljonsstaf naar Halle vindt een onderkomen in Chateau Blondeau.

 

De GVCE van Thuin in maart 1940.

XXII/GVCE
De wachters worden te Brussel opnieuw aan het werk gezet. Er worden ploegen uitgezet ter bewaking van het stadhuis, het paleis van de gouverneur van Brabant en het depot van Shell aan de Fernand Demetskaai.

XXIII/GVCE

  • 2/XXIII
    Kirkpatrick heeft nu opnieuw het roer in handen en laat zijn compagnie naar Brussel marcheren, waar Majoor Stappaerts zou teruggevonden kunnen worden. Via het plaatscommando kan inderdaad contact gemaakt worden met de bataljonscommandant. Stappaerts heeft echter bevelen voor zijn eenheid en kan Kirkpatrick alleen meedelen dat hij volgens de instructies van de provinciecommandant Generaal-Majoor Lemercier op eigen initiatief dient te handelen. De compagnie blijft de rest van de dag ter plaatse.

XXI/GVCE
De hoofdstad wordt ontruimd nu het veldleger de K.W. Stelling zal opgeven. De Britse troepen gaan over tot de vernieling van heel wat spoor- en wegbruggen in het Brusselse. Het XXIste bataljon verlaat aan het eind van de dag de hoofdstad. De volgende bestemming voor de XXI/GVCE is Deinze. Deze verplaatsing zal door de bataljonsstaf uitgevoerd worden tijdens de nacht van 16 op 17 mei.

  • 1/XXI
    De 1ste Compagnie trekt naar Ternat.
  • 2/XXI
    De 2de Compagnie vertrekt om 19u00 te voet uit Brussel en marcheert richting Hekelgem nabij Aalst. De verplaatsing zal de ganse nacht in beslag nemen.

XXII/GVCE
Alle wachtposten worden rond 10u00 teruggeroepen naar de Sint-Annakazerne. Om 14u30 volgt het vertreksein en zet het bataljon zich op weg naar Lebbeke. De dagmars naar Lebbeke is een bijzonder gevaarlijke bedoeling en de manschappen moeten meermaals de gracht induiken op zoek naar dekking tegen Duitse vliegtuigen. Het bataljon overnacht te Lebbeke.

XXIII/GVCE

  • 2/XXIII
    Tijdens de vroege nacht verneemt Kirkpatrick via de staf van het Cavaleriekorps dat hun Transportkorps zich terugtrekt naar het westen. De compagniecommandant besluit dan maar om deze terugtocht te vervoegen en laat even na middernacht de tocht naar Grimbergen aanvatten. Grimbergen blijkt echter propvol militairen te zitten en de 2de Compagnie kan er niet kantonneren en moet verder marcheren. Omstreeks 03u30 vinden de manschappen een onderkomen in de dorpscinema van Wolvertem. De uitgeputte manschappen vallen er onmiddellijk in slaap en blijven de ganse dag in het dorp. Die middag schrijft Kirkpatrick toch nog in zijn veldboekje dat hij de manschappen laat oefenen in het manipuleren van hun wapens en gasmaskers. Op de baan naar Merchtem wordt het intussen steeds drukker. Tijdens de komende nacht zal het veldleger de K.W. Stelling verlaten en alle eenheden die rond het Kanaal van Willebroek lagen, zijn reeds begonnen aan de terugtocht naar Gent.

XXIV/GVCE
De Luftwaffe voert verschillende raids uit op de stad Halle. Drie manschappen van de XXIV/GVCE verliezen alle kalmte en moeten in shock naar Brussel afgevoerd worden. Halle ligt in de Britse legerzone en wanneer de Britten laten weten dat om 17u00 de brug over de Zenne te zullen opblazen, verzamelt het bataljon op de linkeroever. Kapitein-commandant Tacq en de rest van het bataljon verplaatsen zich naar Aalst. De ongeveer 65 manschappen die over een fiets beschikken, vertrekken in een afzonderlijke groep.

XXV/GVCE
Het bataljon verlaat Brussel tijdens de nacht van 16 op 17 mei en verplaatst zich naar Asse.

XXI/GVCE
Het bataljon wordt gehergroepeerd in Deinze waar de rest van de dag en de daaropvolgende nacht gerust wordt.

  • 2/XXI
    De 2cie komt om 06u00 ‘s morgens toe te Hekelgem. Er wordt gelogeerd in gebouwen van de gemeenten. In de ochtend wordt een vrachtwagen uitgestuurd richting Brussel om achterblijvers op te halen. Te Hekelgem worden twee vrachtwagens opgeëist die de compagnie ‘s avonds nog transporteren naar Deinze waar ze voor middernacht nog toekomen. Te Deinze worden bij burgers kantonnementen voor de nacht van 17 op 18 mei opgezocht. Lt de Ville blijft als achterwacht te Hekelgem tot de Britten het dorp rond middernacht verlaten. Hij vervoegt Deinze als laatste van het bataljon rond 04u00 in de morgen van 18 mei.  

XXII/GVCE
Het Leuvense bataljon wordt doorgestuurd naar Lokeren. De manschappen verlaten Lebbeke vanaf 05u00 en komen tijdens de voormiddag aan te Lokeren. De compagnies worden ingekwartierd. Bij een luchtaanval op de kantonnementen van de 1ste Compagnie worden de gebouwen zwaar beschadigd. De manschappen zijn gelukkig op dat ogenblik op straat opgesteld om hun soldij te ontvangen en kunnen aan het korte bombardement ontsnappen.

XXIII/GVCE

  • 2/XXIII
    Nadat de 2de Compagnie de ganse nacht heeft toegekeken hoe de troepen van het Cavaleriekorps door Wolvertem getrokken zijn, besluit Kirkpatrick mee te reizen met enkele batterijen van het 9A en het 10A die naar Sint-Niklaas onder weg zijn. De 2de Compagnie verlaat Wolvertem rond 07u00. Luitenant Kirkpatrick heeft intussen vernomen dat reeds op 14 mei de stad Brugge aangeduid werd als algemene verzamelplaats voor de eenheden van de Wachters van Verkeerswegen en Inrichtingen en hij gaat dan ook op zoek naar de beste manier om deze stad te bereiken. Via Dendermonde en Grembergen bereikt de 2de Compagnie rond 14u00 de gemeente Hamme waar een onderkomen gevonden wordt in de danszaal.

XXIV/GVCE
Het bataljon verblijft tijdens de voormiddag rond Aalst en ontvangt vervolgens het bevel om Izegem te vervoegen.

XXI/GVCE
De wachters brengen de nacht van 17 op 18 mei door te Deinze. Het bataljon wordt omstreeks 08u00 met opgeëiste vrachtwagens doorgestuurd naar Kortrijk en bereikt deze stad rond het middaguur. Tijdens de avond worden de compagnies verplaatst naar Geluwe om de nacht van 18 op 19 mei bij burgers door te brengen.

XXII/GVCE
Om 15u30 krijgt het bataljon de opdracht om naar Hillare te verhuizen.

XXIII/GVCE
De 2de Compagnie wil aanvankelijk nog steeds naar Sint-Niklaas, maar verneemt via de staf van de 5de Infanteriedivisie dat de eenheden van deze formatie die zich in de buurt bevinden zich naar Gent terugtrekken. Luitenant Kirkpatrick besluit dezelfde route te volgen. De manschappen belanden uiteindelijk in Tielt en zoeken rond 19u00 een onderkomen in het plaatselijke college. In de stad is er een druk verkeer van Belgische en Franse eenheden op weg richting Diksmuide.

XXIV/GVCE
De provinciestaf van West-Vlaanderen stuurt het bataljon naar Bulskamp. Het eerste detachement van de eenheid komt aan in dit dorp rondom 16u30. De bagage werd echter in Izegem op een goederentrein geladen, die bij gebrek aan een locomotief nog niet vertrokken is. Bovendien ligt het station van Izegem op een door het Franse leger gebruikte evacuatieroute naar het zuiden en moet de GVCE dan ook wachten tot tientallen Franse treinen voorbij getrokken zijn. Rond 20u00 kan de trein dan toch vertrekken. Het treinstel houdt rond middernacht te Lichtervelde halt.

  • 4/XXIV
    Tegen 12u00 komt een peloton van 2/XLV/GVCE, bevolen door Lt Libert, toe in het kamp van Lombardsijde ter versterking van het detachement Serckx.

XXV/GVCE
Het bataljon bevindt zich te Lovendegem.

XXI/GVCE
Het bataljon wordt overgeplaatst naar Proven en Roesbrugge nabij Poperinge en wordt ingekwartierd bij burgers.

XXIII/GVCE
Het XXIIIste Bataljon GVCE (XXIII/GVCE) wordt gemobiliseerd op 10 mei 1940 te Tienen, Diest, Waver en Grand-Rosière. Om 07u00 zet de compagnie zich op weg naar Handzame. Vervolgens wordt verder gemarcheerd naar Nieuwkapelle waar de manschappen rond 13u00 de hun toegewezen kantonnementen in het klooster betrekken.

XXIV/GVCE
Generaal-majoor Glorie, commandant van de Maritieme Basis, bezoekt het bataljon. Het bataljon wordt toegewezen aan de verdediging van de kust en zal de zone tussen Nieuwpoort en Sint-Idesbald bewaken. Het 3de Regiment Grenadiers (3Gr) neemt de bewaking waar ten oosten van Nieuwpoort. Tussen Sint-Idesbald en de Franse grens wordt de bewakingstaak overgenomen door het XXVste Bataljon van de GVCE. Het bataljon blijft voorlopig nog te Bulskamp in afwachting van de ontplooiing aan de kust. De bagagetrein is nog steeds op weg en kan na een lange en moeizame rit uiteindelijk Veurne binnenrijden rond 15u00. De bagage wordt naar Bulskamp gebracht.

  • 4/XXIV
    Alle 120 Duitse krijgsgevangenen die zich op dat ogenblik in Lombardsijde bevinden worden in Veurne overgeleverd aan Lieutenant Lequette van de provoostdienst van het 7de (FRA) Leger. Ze worden met autobussen van Lombardsijde naar Veurne gebracht van waaruit de Fransen ze per trein naar Rouen doorsturen.

XXV/GVCE
Het bataljon zal in staan voor de bewaking van de kuststrook tussen Sint-Idesbald en de Franse grens. Ook dit bataljon blijft voorlopig in zijn kantonnementen te Brugge.

XXI/GVCE
Het bataljon krijgt Menen als volgende bestemming. Proven wordt in de loop van de ochtend verlaten. De 2Cie wordt gekantonneerd in het moederhuis van Menen.

XXIII/GVCE
Om 11u00 vertrekken de manschappen naar Poperinge waar op bevel van Generaal-majoor Clément de 2de Compagnie ontwapend zal worden. Kirkpatrick en zijn mannen bereiken rond 16u00 het grensdorpje Abele en installeren zich in een boerderij op enige afstand van de dorpskern. De manschappen worden ontwapend.

XXIV/GVCE
Het bataljon wacht nog steeds af te Bulskamp.

XXV/GVCE
De compagnies worden verplaatst naar De Panne om de bewakingsopdracht van de Westkust aan te vangen.

XXI/GVCE
Menen wordt al snel weer verlaten wanneer duidelijk wordt dat het veldleger naar de Leie zal teruggetrokken worden. Het bataljon keert aanvankelijk terug naar Poperinge en wordt bij aankomst doorgestuurd naar Abele. Er wordt opnieuw bij burgers overnacht.

XXIII/GVCE
Na de middag worden de wapens en munitie afgeleverd in het geïmproviseerde depot dat door Majoor Anthone is ingericht te Abele. Vervolgens wordt een nieuwe verblijfplaats in de meisjesschool van het dorp opgezocht.

XXIV/GVCE
De compagnies worden eindelijk ontplooid langsheen de kust en verlaten Bulskamp kort na de middag. Cdt Tacq installeert zich in de Villa Bénédicta te Koksijde-Dorp. Het detachement wielrijders wordt gebruikt voor de bewaking van de bataljonsstaf en het uitvoeren van snelle patrouilles.

XXI/GVCE
Het XXIste bataljon trekt te voet Frankrijk in richting Kassel, om aan de Duitse omsingeling in Vlaanderen te ontkomen. Majoor Anthone weet op dat ogenblik echter niet dat de Duitsers de Atlantische kust al bereikt hebben en dat de geallieerde legers definitief afgesneden zijn. Het bataljon kan Steenvoorde bereiken en overnacht net voorbij de Franse grens onder de blote hemel.

XXIII/GVCE
De 2de Compagnie blijft zonder opdracht in het dorp. Luitenant Kirkpatrick vraagt zijn mannen of er interesse bestaat om het veldleger te vervoegen, maar de respons is pover en niemand blijkt hier veel zin in te hebben.

XXI/GVCE
De GVCE wordt teruggeroepen naar ons land wanneer duidelijk geworden is dat een evacuatie naar Frankrijk niet langer realiseerbaar is. Het bataljon bereikt opnieuw Abele. De wapens en de voertuigen worden ingeleverd ten behoeve van het veldleger. Het onbewapende bataljon voert enkele werkzaamheden uit en legt rond Abele enkele anti-tankhindernissen aan.

XXIII/GVCE
Kirkpatrick stuurt een koerier per fiets naar het hoofdkwartier van Generaal-majoor Clément van het verzamelcentrum van Belgische militairen om trachten uit te vissen waar het XXIIIste bataljon zich bevindt. Rond 13u00 kan de koerier terugkeren met het bericht dat Majoor Stappaerts zich in Ieper zou bevinden. Kirkpatrick stuurt daarop zijn beide pelotonscommandanten richting Ieper om met Stappaerts in contact trachten te treden. Vier uur later staan de beide heren opnieuw in Abele: de majoor laat meedelen dat de 2de compagnie in het dorp moet blijven er opnieuw bewapend mag worden. De manschappen voorzien zich van 50 geweren met 1,840 patronen. Die avond volgt een telefoonbericht van Majoor Stappaerts. De 4de Compagnie die net te Abele is toegekomen moet een detachement van 40 manschappen samenstellen en doorsturen naar de 2de Compagnie. Luitenant Kirkpatrick moet vervolgens zijn manschappen naar Ieper begeleiden.

XXIV/GVCE
Om 15u00 wordt het bataljon in staat van alarm gebracht. Generaal-majoor Glorie laat weten dat de bruggen te Wulpen, Veurne en Adinkerke op het Kanaal Veurne-Duinkerke dringend bezet moeten worden door bewakingsdetachementen. Bij iedere brug wordt een peloton opgesteld. De spoorbrug te Veurne wordt in geopende stand gezet.

  • 4/XXIV
    De rijkswacht levert 191 nieuwe Duitse krijgsgevangen af in het KG kamp van Lombardsijde. Het betreft manschappen van de 9Cie van het 309 (DEU) IR die aan het Afleidingskanaal van de Leie door het 22ste Linieregiment (22Li) werden gevangen genomen.

XXI/GVCE
Abele wordt rond 13u15 aangevallen door de Duitse luchtmacht. Er worden een burger en zeven militairen gemeld onder de dodelijke slachtoffers.

XXIII/GVCE
Rond 08u30 zet de groep met Luitenant Kirkpatrick zich op weg naar Ieper. De toch zal tweeënhalf uur duren en om 11u00 bereikt het detachement de Industriële School te Ieper. Ieper wordt die middag zwaar gebombardeerd door de Luftwaffe. De wachters vernemen later dat er 57 dodelijke slachtoffers gevallen zijn in de stad. Bij de 1ste en de 4de Compagnie van het XXIIIste bataljon vallen meerdere slachtoffers te betreuren, allen afkomstig uit Tienen. De soldaten Copermans, Lejeune, Mertens en Stockmans komen om tijdens het bombardement, de soldaten Baerts, Cerulus, Debecker, Torry en Vollon worden nog overgebracht naar verschillende ziekenhuizen maar overlijden later ten gevolge van hun verwondingen. Bij de compagnie van Luitenant Kirkpatrick wordt sergeant Gény gewond. Het luchtalarm weerklinkt die dag nog meermaals. De 2de Compagnie verlaat Ieper weer en overnacht in de gemeenteschool van Zillebeke.

XXI/GVCE
Het bataljon verblijft zonder opdracht te Abele.

XXIII/GVCE
Net na middernacht worden Kirkpatrick en zijn manschappen uit hun bed gelicht en naar Koekelare gezonden. De mars wordt rond 01u00 aangevat en duurt zo’n drie uur. Wanneer het dag wordt, bereikt de compagnie de katholieke school in dit dorp. Er wordt de ganse dag gewacht. Aan het eind van de namiddag wordt het peloton met de manschappen van de 4de compagnie en het peloton cyclisten van het XXIIIste bataljon verdeeld onder de naburige hoeves. De overige manschappen blijven in het dorp. Ook de Luitenant Betaalmeester van het bataljon duikt op. Kirkpatrick ontvangt voor de eerste keer sinds de start van de oorlog bevoorrading voor zijn manschappen en krijgt ook een voorschot van 2,000 frank voor de troepenhuishouding.

XXI/GVCE

  • 2/XXI
    De 2de Compagnie ontvangt een waarschuwingsbevel dat het bataljon zal worden doorgestuurd naar Oostvleteren. De compagniecommandant, Luitenant de Ville, wordt aangeduid om een detachement van ongeveer 350 geïsoleerde militairen in twee marsetappes over te brengen naar Koksijde. De missie zal de komende twee dagen in beslag nemen en Lt de Ville zal slechts na de capitulatie aankomen.

XXIII/GVCE
Kirkpatrick blijft de ganse dag in te Koekelare. Er valt niets bijzonders te melden.

XXIV/GVCE
De Panne wordt een eerste keer aangevallen door de Duitse luchtmacht. Ook de Koninklijke Baan tussen De Panne en Koksijde wordt geviseerd als belangrijke verkeersas voor de geallieerde legers. Deze strook van de kustweg wordt op 27 mei voorbehouden voor eenrichtingsverkeer richting Franse grens. Te Koksijde komen inmiddels steeds meer gevluchte burgers en militairen aan.

  • Een peloton van de 2Cie wordt uitgestuurd om het geïmproviseerde legerdepot te Jabbeke te gaan bewaken.
  • De 3Cie concentreert zich op de bewaking van Koksijde-Dorp. Men vreest een Duitse opmars via de kust en de compagnie bouwt verscheidene defensieve stellingen doorheen het dorp. De manschappen worden voorts ingezet om de schade aan de gebombardeerde wegen in de omgeving te herstellen.

XXV/GVCE
Een elftal manschappen van het XXV/GVCE wordt in Oostduinkerke opgenomen in de getalsterkte van het 2de Legerdepot (2LD). Zij worden toegevoegd aan de Cie Hulptroepen van het 2LD. Ze worden ondergebracht in houten barakken langs het strand in de wijk Duinpark van Oostduinkerke.

XXI/GVCE
Het bataljon verplaatst zich van Watou naar Oostvleteren waar verbleven wordt tot de duisternis invalt. Tijdens de nacht van 27 op 28 mei marcheert het bataljon van Oostvleteren naar Oostduinkerke.

XXIII/GVCE
De Luitenant Betaalmeester van het bataljon komt opnieuw aan om de boekhouding van de compagnie op orde te zetten. Er komen die dag nog 13 verloren gewaande manschappen van het 4de Peloton van de 4de Compagnie aan, waaronder ook twee gewonden. De hemel ziet zwart van de Duitse vliegtuigen. Na de middag valt een verdwaalde vliegtuigbom in de velden bij het dorp. Een vrouw schiet er het leven bij in. Kirkpatrick besluit om zijn manschappen buiten de bebouwde kom te laten overnachten. Net voor het vertrek verneemt hij echter dat het peloton cyclisten en het peloton met de mannen van de 4de Compagnie buiten het dorp gemitrailleerd werden door vijandelijke jachtvliegtuigen. Het plan om Koekelare te verlaten wordt dan ook afgeblazen en de mannen overnachten in het dorp. Die avond komt ook nog een dokter van de DTCA langs. De wachters beschikken immers niet over eigen medisch personeel. Er worden enkele zieken verzorgd. Rond 20u00 volgt alweer een luchtaanval. Dit maal landen de bommen op het dorp. Bij de aanval komen zeven Belgische artilleristen om en vallen er ook twee gewonden.

XXIV/GVCE
Sint-Idesbald wordt door het Britse leger gebruikt als inschepingsplaats bij de evacuatie van hun leger naar het Verenigd Koninkrijk. Verschillende schepen komen Britse militairen oppikken van het strand.

  • 4/XXIV
    Een 15-tal gevangen officieren, voornamelijk piloten van de Luftwaffe, worden in het KG Kamp van Lombardsijde afgezonderd en naar Oostende gebracht waar ze aan boord worden gezet van een Brits cargoschip. Zij zullen de rest van de oorlog in gevangenschap doorbrengen.

Dinsdag 28 mei 1940

XXI/GVCE
Wanneer het bataljon toekomt te Oostduinkerke vernemen ze het nieuws van de Belgische capitulatie. De kustgemeente is nog in geallieerde handen waardoor het voor het XXI/GVCE onmogelijk is om zich over te geven aan de Duitsers. Noodgedwongen blijft de oorlog voor het XXI/GVCE voortduren tot de frontlijn voorbij is gepasseerd. ‘s Avond wordt Oostduinkerke hevig gebombardeerd door de Duitse artillerie. De manschappen moeten zich in kelders van burgerwoningen in veiligheid stellen. Na het bombardement wordt naar de duinen getrokken om er de nacht door te brengen.

XXIII/GVCE
De eerste geruchten van de overgave van ons leger worden rond 08u00 bevestigd. De manschappen blijven in hun kantonnementen te Koekelare en terwijl Kirkpatrick de boodschap van koning Leopold III voorleest, wacht iedereen gelaten de vijand af.

XXIV/GVCE
Cdt Tacq wordt om 10u45 opgebeld door de Staf/Maritieme Basis en verneemt het nieuws van de overgave.

  • 4/XXIV
    Wanneer de Duitsers toekomen aan het Kamp van Lombardsijde worden ze opgewacht door Maj De Wilde en Cdt Serckx. De gevangenen zullen worden overgedragen aan Hauptmann Cinter (TBC) en zijn manschappen. Beide officieren worden terug het kamp ingestuurd gevolgd door de Duitsers die hen met getrokken pistool voortduwen. Pas wanneer blijkt dat de KG correct zijn behandeld wordt Cdt Serckx vrijgelaten [5].

XXV/GVCE
Bij de capitulatie bevindt het 2LD met het detachement van XXV/GVCE, zich nog steeds in Oostduinkerke. Ook voor het detachement van XXV/GVCE dat is aangehecht aan het 2LD blijft de oorlog noodgedwongen voortduren tot de frontlijn voorbij is gepasseerd.

XXI/GVCE
Het bataljon komt in een kruisvuur terecht tussen Britten en Duitsers. De manschappen krijgen het bevel om zich in te graven in de duinen van Oostduinkerke. De 1Cie zal zich nog verplaatsen naar Koksijde, de rest van het bataljon zoekt dekking in de duinen. 

XXV/GVCE
Om 16u30 wordt Oostduinkerke beschoten door de Duitse artillerie, een groot aantal villa’s wordt met de grond gelijkgemaakt en er vallen doden en gewonden onder de burgerbevolking. De manschappen die kantonneren in de duinen langs het strand worden niet beschoten. De beschieting blijft gedurende de ganse nacht van 29 op 30 mei voortduren. Wanneer Lt Res Rousseau van de 10Cie van het 10de Regiment Hulptroepen van het Leger (10HuTL) met zijn peloton toekomt in Oostduinkerke worden de manschappen van het XXV/GVCE  opgenomen in het peloton van Lt Res Rousseau dat op zijn beurt onder bevel komt te staan van 2LD. . 

Peloton de Marchi van het Plaatscommando Narbonne defileert op 21 juli te Narbonne

Peloton de Marchi van de Administratieve Compagnie van de Plaats Narbonne defileert op 21 juli te Narbonne (foto tijdschrift verbroedering GVCE).

XXI/GVCE
Het bataljon brengt de ganse dag door in de duinen dekking zoekend voor het niet aflatend artillerievuur.

XXI/GVCE in Frankrijk
Op 30 mei worden drie pelotons van de 4Cie van het XXIste Bataljon, die op 12 mei naar Frankrijk vertrokken om een treintransport met administratief geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties te begeleiden, omgevormd tot Administratieve Compagnie van de Plaats van Narbonne. Zij stonden ter beschikking van de Belgische Plaatscommandant, de Kolonel SBH Lamy. De Administratieve Compagnie bestaat uit drie officieren en 120 manschappen die ook instaan voor de beveiliging van het plaatscommando.

XXV/GVCE
De manschappen van XXV/GVCE worden samen met het 2Pl van Lt Rousseau overgeplaatst naar houten barakken aan de andere kant van de duinen nabij hotel L’Ermitage.

31 mei 1940

XXI/GVCE
Het bataljon verplaatst zich naar de duinen nabij de zee. Nadat de geallieerde troepen Oostduinkerke verlaten hebben geeft het bataljon zich op 1 juni om 05u00 over aan de Duitsers. Het bataljon krijgt van de Duitsers het bevel  om zich in colonne naar Eeklo te begeven. Te Eeklo moet het bataljon zijn voertuigen afstaan. Op 3 juni krijgt het bataljon opdracht om zich in drie etappes te voet naar Brussel te begeven. Van Eeklo gaat het naar Mariekerke bij Gent, Oordegem en Brussegem. nabij Wemmel. Te Brussegem zetten de manschappen van de 2Cie zich in burgerkledij en marcheren naar Brussel waar ze gedemobiliseerd worden [6].

XXV/GVCE
Op 31 mei komt Oostduinkerke midden in de vuurlinie van de Frans-Britse perimeter rond Duinkerke te liggen. Het 2LD bevindt zich nu tussen de twee strijdende partijen. Bij een Brits-Duits artillerieduel langs de kuststrook worden de houten barakken van het 2LD getroffen. Hierbij sneuvelen vier soldaten van 2LD in het niemandsland tussen de stellingen van de geallieerden en de Duitsers. De manschappen verlaten op 1 juni hun kantonnement te Oostduinkerke wanneer de Duitsers de Britse perimeter doorbreken. Vervolgens wordt het 2LD inclusief het peloton van Lt Rousseau krijgsgevangen genomen te Oostduinkerke en onmiddellijk te voet via Nieuwpoort-Stad, waar de Duitsers een noodbrug hebben aangelegd, naar Mariakerke gestuurd waar gekantonneerd wordt. Op 2 juni wordt doorgemarcheerd via Oostende naar Sint-Kruis Brugge waar tijdens de nacht van 2 op 3 juni gekantonneerd wordt. Op 4 juni wordt naar Eeklo gemarcheerd waar ze bij aankomst worden opgesloten in de “Gefangenensammelstelle Eeklo”. In Eeklo wordt het 2LD onder bevel van de 13de Infanteriedivisie (13Div) geplaatst om op 11 juni gedemobiliseerd te worden door de bezetter. Het dienstplichtig personeel wordt naar huis gestuurd, de actieve officieren, onderofficieren en beroepssoldaten worden krijgsgevangen genomen. Op 7 juni wordt een lijst opgemaakt met de namen van de geïsoleerde militairen die in de rangen van 2LD werden opgenomen.

XXI/GVCE in Frankrijk
Het Belgisch Plaatscommando van Narbonne evenals de Administratieve Compagnie worden ontbonden. Het personeel wordt toegevoegd aan het 6de Versterkings- en Opleidingscentrum (6VOC) [7].

Na de capitulatie

XXI/GVCE
Voor sommige militairen die de treinen met geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties begeleidden krijgt het verhaal nog een staartje. De omstandigheden waarin de gevangenen van de zogenaamde ‘spooktreinen’ moesten leven tijdens hun tocht naar Frankrijk was bijzonder hard. De hermetisch afgesloten wagons waren overbevolkt en de hygiëne was beneden alle peil. De gevangenen zaten vaak heel lang zonder eten of drinken opgesloten. Psychisch was de tocht ook een zware dobber. De geïnterneerden wisten niet wat hen te wachten stond en de begeleidende soldaten vonden het soms nodig om hen te beledigen, te mishandelen en af te persen. De luitenants de Marchi en Lavallée zouden achteraf bevestigen dat ze het misplaatste gedrag van sommige manschappen niet hadden opgemerkt. Dit alles leidde tot een onderzoek van een Duits militair gerechtshof tijdens de bezetting. Naar aanleiding van dit onderzoek worden Belgische militairen betrokken bij de transporten van de geïnterneerden gearresteerd, berecht en als politieke gevangenen opgeleid en gevangen gezet in Duitse gevangenissen tot aan de bevrijding [8].

XXIV/GVCE
Ook Cdt Serckx van de 4Cie kreeg in april 1941 bezoek van de GESTAPO die hem ondervroeg over de wijze van handelen van Maj De Wilde in het KG Kamp van Lombardsijde. Majoor De Wilde werd in april 1941 door de GESTAPO opgepakt en moest voor een Duitse krijgsraad verantwoording afleggen voor het vermeend mishandelen van Duitse krijgsgevangenen in Lombardsijde. Cdt Serckx werd hierover door de Duitse bezetter ondervraagd maar weerlegde de feiten en werd bijgevolg niet als getuige opgeroepen. Toch moeten er bepaalde zaken gebeurd zijn in het kamp die tot nadenken stemmen. Lt Libert van de 2Cie van XLV/GVCE die met zijn peloton in versterking gestuurd werd naar het Kamp van Lombardsijde schrijft in zijn naoorlogs verslag dat: “Les prisonniers de guerre sont traîtés dans ce camp de façon absolument inhumaine” [9].

Bibliografie en Bronnen

  1. Achtergrondinformatie over het spoorviaduct de “Zeventien bruggen” van Sint-Anna-Pede [On line beschikbaar]: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/38989 [Laatst geraadpleegd op 22 september 2021].
  2. Lt Colette wordt vermeld in het boek “België in de Tweede Wereldoorlog, deel 5 De Collaboratie, p 24”. Maurice de Wilde, 1985 [On line beschikbaar]: http://www.dbnl.org/tekst/wild022belg02_01/wild022belg02_01_0002.php [Laatst geraadpleegd op 22 april 2018].
  3. Artikel met betrekking tot de activiteiten van de 4Cie van XXI/GVCE, gepubliceerd in januari 1956 in het tijdschrift van de verbroedering van de GVCE naar aanleiding van 15de verjaardag van de achttiendaagse veldtocht. Uit het artikel blijkt dat de manschappen van de 4Cie de gevangen zonder twijfel als pro-Duits en anti-Belgisch beschouwden en ze navenant behandelden. Een kopie van het artikel bevindt zich in het dossier GVCE, Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
  4. De ontbinding van de Administratieve Compagnie van de Plaats Narbonne werd bekend gemaakt met Nota EM/TRI Nr 8133/1323 van 10 augustus 1940. Deze nota bevindt zich in het dossier EM TRI bij de Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
  5. Getypt verslag opgesteld in het Frans door Cdt Serckx van de 4Cie van XXIV/GVCE waarin hij verteld dat hij in april 1941 bezoek kreeg van de GESTAPO die hem ondervroeg over de wijze van handelen van Maj De Wilde. Het verslag bevindt zich in het dossier Kamp van Lombardsijde bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV), Ministerie van Defensie.
  6. Achtergrondinformatie betreffende “administratief geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties” kan gevonden worden in document van het SOMA “Gewillig België” geschreven door Rudi Van Doorslaer (red.) Emmanuel Debruyne, Frank Seberechts en Nico Wouters . [On Line beschikbaar]: http://www.senate.be/event/20070213-jews/doc/eindverslag.pdf [Laatst geraadpleegd op 22 september 2021].
  7. Getypt entlassungsbefehl opgesteld in het Duits op 6 juni, ondertekend door een officier van de Kommandatuur van Brussel die de Lt Flameng, 4 officieren, 55 onderofficieren en 256 manschappen van de 2Cie van XXI/GVCE de toelating geeft zich naar hun woonplaats te begeven. Het document bevindt zich in het dossier GVCE, Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV), Ministerie van Defensie.
  8. Relaas van Soldaat Octave Sanspoux van 3/XXIV, tewerkgesteld in de keuken van de Cie. [On Line beschikbaar]: https://octavesanspoux.jimdo.com/les-g-v-c/ [Laatst geraadpleegd op 15 oktober 2019].
  9. Gedetailleerd getypt verslag opgesteld in het Frans door Lt Josephe Libert, pelotonscommandant bij de 2Cie van XLV/GVCE. Het verslag bevindt zich in het dossier GVCE, Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  10. Handgeschreven verslag opgesteld in het Frans door Lt Jean Vindevogel, pelotonscommandant bij de 1Cie van het XXI/GVCE. Het verslag bevindt zich in het dossier GVCE, Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
  11. Handgeschreven verslag opgesteld in het Frans op 9 november 1947 door Lt de Ville, pelotonscommandant bij de 2Cie van XXI/GVCE. Het verslag bevindt zich in het dossier GVCE, Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV), Ministerie van Defensie.
  12. Uitgebreid handgeschreven verslag opgesteld in het Frans door Lt Res Léon Rousseau, pelotonscommandant bij de 10Cie van III/10HuTL. Het verslag bevindt zich in het Dossier Hulptroepen, bij de Sectie Classified Archives van het ADIV, Ministerie van Defensie van Defensie te Evere.
  13. Handgeschreven verslag opgesteld in het Frans door Lt Christiaens, eerst pelotonscommandant bij de CIe HuT en vanaf 24 mei compagniecommandant van de Cie HuT. Het verslag bevindt zich in het dossier van het 2LD bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  14. L’armée belge de France en 1940, door Jean Jamart Col BEM Hre, 1994, uitgeverij Schmitz, Bastogne, p 117.

Tijdens de mobilisatie

XXVII/GVCE
Het XXVIIste Bataljon GVCE (XXVII/GVCE) wordt gemobiliseerd op 14 januari 1940 te Doornik, Nechin, Maubray en Leuze. Het bataljon komt onder bevel te staan van Kapitein-commandant Ladrieu. Hij wordt op de staf bataljon bijgestaan door de Luitenant Quivy. De slagorde van het bataljon is als volgt:

  • Staf: Cdt Ladrieu (bataljonscommandant), Lt Quivy (officier adjunct) en Kapt Adm Bontemps
  • 1Cie: Lt Agache (compagniecommandant) en Lt Dellys (pelotonscommandant)
  • 2Cie: Lt Juvenois (compagniecommandant) en de luitenanten Mercier, Malice, Vanherp en Delbroucq (pelotonscommandanten)
  • 3Cie: Lt Hernould (compagniecommandant) en de luitenanten Pellens, Ruselle, Lecomte en Theys (pelotonscommandanten)
  • 4Cie: Lt Letellier (compagniecommandant) en de luitenanten Luc en Dehon (pelotonscommandanten).

XXVIII/GVCE
Het XXVIIIste Bataljon GVCE (XXVIII/GVCE) wordt gemobiliseerd op 14 januari 1940 te Boussu, Blaton, Tertre en Bergen. Cdt Henneton neemt op 16 januari 1940 het bevel over het XXVIII/GVCE in handen. De slagorde van het bataljon is dan als volgt:

  • Staf: Cdt Henneton (bataljonscommandant), Lt Adm Laurent
  • 1Cie: Lt Piqueray (compagniecommandant), Lt Delatte, Lt Quinaut (pelotonscommandanten), 
  • 2Cie: Lt Hoyois (compagniecommandant), 
  • 3Cie: Cdt Mantannus (compagniecommandant), Lt Daminette, Lt Carpentier, Lt Flasse , Lt Renard (pelotonscommandanten).
  • 4Cie:

XXX/GVCE

  • Staf/XXX
    Het XXXste Bataljon GVCE (XXX/GVCE) wordt een eerst keer gemobiliseerd onder bevel van Kapitein-commandant van de reserve Fernand Libert in september 1939 en na acht dagen terug naar huis gestuurd. XXX/GVCE wordt opnieuw gemobiliseerd op 14 januari 1940 te La Louviere, Soignies, Bracquegnies en ‘s Gravenbrakel. Het bataljon wordt nog steeds bevolen door Cdt Libert. 
  • 1/XXX
    De 1Cie wordt een keerste keer gemobiliseerd in september 1939 in het gemeentehuis van Soignies. Lt Res Tahon werd toen opgeroepen als pelotonscommandant van het 1ste Peloton. Op 13 januari wordt de compagnie opnieuw gemobiliseerd te Soignes. Het 1Pl van Lt Tahon wordt gekantonneert te Jurbise en Masnuy-Saint-Jean. Na acht dagen neemt Lt Tahon het commando van de compagnie over en begeeft hij zich naar Soignies waar de CP van de compagnie zich bevindt. Lt Tahon wordt tijdens de mobilisatie bijgestaan door de Lt Baka, Lt Firket en Lt Nagels als pelotonscommandanten. Lt Lucien Nagels wordt terug naar huis gestuurd tot de afkondiging van de algemene mobilisatie. Tijdens de mobilisatie voert de 1Cie bewakingsopdrachten uit in de ganse zone tussen Soignies en Bergen. In maart wordt de zone rond Soignies doorgegeven aan een andere bataljon GVCE en de 1Cie wordt verplaatst naar Enghien. Verschillende bruggen langs de spoorweg van Brussel naar Doornik tussen Petit-Enghien en Isières worden nu bewaakt. De companie kantonneert in een verlaten pensionaat. Het peloton van Lt Firket was gekantonneerd in Lessines, het peloton van Lt Baka in Enghien.
  • 2/XXX
    De 2Cie wordt bevolen Cdt Flament en bevindt zich tijdens de mobilisatie te Bracquenies. 
  • 3/XXX
     De 3Cie bevindt zich bij de CP bataljon te La Louvière.
  • 4/XXX
    De 4Cie wordt bevolen door Cdt Bartholomé die wordt bijgestaan door Lt Joseph Debruyn,  en Lt Lucien Duquesne als pelotonscommandanten. De compagnie bevindt zich tijdens de mobilisatie te ‘s Gravenbrakel (oftewel Braine-le-Comte).
Gemeentehuis van Piéton waar de CP van XXXI/GVCE zich bevond bij zijn oprichting op 14 januari 1940

Gemeentehuis van Piéton waar de CP van XXXI/GVCE zich bevond bij zijn oprichting op 14 januari 1940

XXXI/GVCE

  • Staf/XXXI
    Het XXXIste Bataljon GVCE (XXXI/GVCE) wordt gemobiliseerd op 14 januari 1940 te Piéton, Manage, Luttre en Gosselies. Het bataljon wordt bevolen door Kapitein-commandant Jacques Driessen bijgestaan door Lt Michel als officier adjunct. Bij de mobilisatie bevindt de CP bataljon zich in het gemeentehuis van Piéton. Kort na de mobilisatie van het bataljon wordt de CP van Piéton overgeplaatst naar het nabijgelegen Fontaine l’Eveque ten westen van Charleroi.
  • 1/XXXI
    De 1Cie wordt bevolen door Lt Maréchal
  • 2/XXXI
    De 2Cie wordt bevolen door Lt Boudart hij wordt onder andere bijgestaan door Lt Van Den Bussche pelotonscommandant.
  • 3/XXXI
    De 3Cie staat onder bevel van Lt Hoyez hij wordt onder andere bijgestaan door Lt Lepecheur als pelotonscommandant. Het peloton van Lt Lepecheur wordt op 14 januari 1940 gemobiliseerd te Roux en zal daar verblijven tot 12 maart waarna het peloton zich verplaatst naar Lobbes. Aan de vooravond van de oorlog bevindt het peloton zich nog steeds te Lobbes.
  • 4/XXXI
    De 4Cie staat onder bevel van Lt Frickx

XXXII/GVCE

  • Staf/XXXII
    Het XXXIIste Bataljon GVCE (XXXII/GVCE) wordt een eerste keer gemobiliseerd op 26 augustus 1939 maar deze mobilisatie duurde slechts een achttal dagen tijdens dewelke opdrachten in en rond Charleroi werden uitgevoerd. Het bataljon wordt een tweede keer gemobiliseerd op 14 januari 1940 te Charleroi, Marchienne-au-Pont, Châtelineau en Lodelinsart. Kapitein-commandant Lebon voert het bevel over het bataljon aan de vooravond van de oorlog. 
  • 1/XXXII
    De compagnie wordt op 14 januari gemobiliseerd onder bevel van Kapt J. Préat. Wanneer die om medische redenen de dienst verlaat wordt hij als compagniecommandant vervangen door Lt Raymon Boudart die wordt bijgestaan door de luitenanten Adrien Lefevre, Mayer en Jacques als pelotonscommandant.
  • 2/XXXII
    De 2Cie wordt bevolen door Lt Lagage die wordt bijgestaan door de luitenanten Gustave Frère, Jadoule en Tainmont als pelotonscommandant.
  • 3/XXXII
    De 3Cie wordt bevolen door Lt Van Geersdaele die wordt bijgestaan door de luitenanten Smeyers, Houbart en Sacré als pelotonscommandanten.
  • 4/XXXII
    De compagnie mobiliseert voor de tweede keer onder bevel van Kapitein-commandant Misonne op 14 januari 1940 te Lodelinsart waar ze verblijft tot midden februari.  In februari wordt de 4Cie overgeplaatst naar Beaumont. Cdt Misonne beschikt over de luitenanten Genaux, Slagmulder en Henry als pelotonscommandant.

XXVII/GVCE

  • 3/XXVII
    De 3Cie bewaakt de spoorwegbruggen van Maubray, Antoing en Vaulx en heeft defensieve stellingen ingericht rond de bruggen. Er worden in de buurt ook patrouilles gelopen. De commandopost (CP) van de compagnie bevindt zich te Maubray. De commandoposten van de pelotons bevinden zich te Maubray, Antoing, Miers en Péruwelz. Onder de militairen van de 3Cie bevindt zich Brigadier milicien Leon Brabant [1]

XXVIII/GVCE

  • Staf/XXVIII
    De CP van XXVIII/GVCE bevindt zich te Boussu dat op 10 mei een hevig luchtbombardement ondergaat. Cdt Henneton laat aan Luitenant-generaal baron Marie Donnay de Casteau, Provinciecommandant van Henegouwen, weten dat hij naast de bewaking van de hem toegewezen bruggen ook de bewaking op zich neemt van de elektrische centrales van Paturages en Quaregnon, van de koolmijn ten westen van Bergen, van de Carbo Chimique (TBC) en de zuiveringsinstallatie van Saint-Ghislain [2]. 
  • 1/XXVIII
    De 1Cie heeft een kantonnement ingenomen te Blaton.
  • 2/XXVIII
    De 2Cie heeft zijn CP opgesteld te Jurbise.
  • 3/XXVIII
    De 3Cie heeft zijn CP geïnstalleerd bij het CP bataljon te Boussu
  • 4/XXVIII
    De 4Cie bevindt zich te Bergen.

XXX/GVCE

  • Staf/XXX
    De commandopost (CP) van het XXXste Bataljon (XXX/GVCE) staat op 10 mei nog steeds opgesteld te La Louvière.
  • 1/XXX
    Bij de start van de vijandelijkheden heeft de compagnie wachtposten te Petit-Enghien, Marcq, Silly, Ghislenghien, Isières, Lessines en Deux-Acren. De manschappen die vrijgesteld waren van mobilisatie keren terug naar de compagnie, onder hen ook de Lt Nagels.

XXXII/GVCE

  • 1/XXXII
    De commandopost (CP) van de 1Cie van Lt Boudart staat opgesteld in het Château de Cartier gelegen aan de Place Albert I in Marchienne-au-Pont. De compagnie neemt posities in langs de spoorlijn Charleroi-Marchienne-Monceau-Piéton, de spoorlijn Charleroi-Erquelines en de spoorlijn Charleroi – Walcourt.
  • 2/XXXII
    De 2Cie voert opdrachten uit in Charleroi.
  • 3/XXXII
    De 3Cie heeft zijn CP opgesteld te Châtelineau
  • 4/XXXII
    De staf van de 4Cie van Cdt Misonne bevindt zich nog steeds te Beaumont, het peloton van Lt Genaux bevindt zich te Chimay. Een aantal militairen, waaronder de Korporaal Henri Dumont, wordt nog gemobiliseerd en van een wapen en uitrusting voorzien in de “Cercle Catholique” van Beaumont waar de diensten van de compagnie zich bevinden.

XXXI/GVCE
Cdt Driesen doet zijn beklag bij het Provinciecommando van Henegouwen dat hij niet beschikt over voldoende vrachtwagens voor het transport van het materieel van zijn bataljon. Hij krijgt te horen dat hij zich mag wenden tot Cdt Burton, bevelhebber van de Compagnie Bergen van de Territoriale RIjkswacht, die moet overgaan tot de inbeslagname van burgervoertuigen. Cdt Driessen vraagt de rijkswacht om één camion en twee camionettes te confisqueren. De staf rapporteert het bombardement van het kuispunt de N90 (weg van Charleroi naar Binche) en de Rue de Leernes tussen Fontaine l’Eveque en Leernes. Bij het bombardement worden drie burgers gedood. Het Duits vliegtuig wierp zijn bommen als balast af boven Fontaine l’Eveque omdat het werd achterna gezeten door Franse jachtvliegtuigen [3].

XXX/GVCE

  • 1/XXX
    De stations van Ghislenghien en Enghien worden gebombardeerd echter zonder dat de compagnie hierbij verliezen lijdt.

XXVIII/GVCE
Cdt Henneton krijgt het bezoek van de directeur van het bedrijf “Constructions electrique de Belgique” die hem vraagt wat moet gebeuren met de 30 luchtafweerkanonnen die nog in zijn fabriek staan. Cdt Henneton contacteert Kolonel Cathijs van de Dienst Bewapening maar krijgt geen antwoord betreffende de achtergebleven bewapening. 

XXXI/GVCE

  • 3/XXXI
    Het peloton van Lt Lepecheur wordt verplaatst van Lobbes naar Gosselie.

XXX/GVCE

  • 1/XXX
    De 1Cie ontvangt een waarschuwingsorder met betrekking tot de mogelijke terugtocht naar het westen. Alle voorraden moeten worden meegenomen. De compagnie gaat over tot het in beslag nemen van vrachtwagens. De wachtposten gaan in verhoogde waakzaamheid maar er vallen geen incidenten te rapporteren, de manschappen blijven op post tot 16 mei.

XXXI/GVCE
Het bataljon krijgt van het Provinciecommando opdracht om vrachtwagens aan te slaan zodat alle materiaal, munitie en levensmiddelen, getransporteerd kunnen worden.

XXXII/GVCE

  • 4/XXXII
    De 4Cie heeft ondermeer een wachtdetachement bij de brug van Solre-Saint-Géry ten zuidoosten van Beaumont.

XXVIII/GVCE
De staf krijgt per telefoon een waarschuwingsbevel van het Provinciecommando van Henegouwen dat het bataljon zich in geval van een ontruiming van de provincie Henegouwen, naar Diksmuide moet begeven.

XXXI/GVCE
Cdt Driesse krijgt een verwittigingsbevel van het Provinciecommando van Henegouwen dat hij zich dient klaar te houden om met zijn bataljon naar Roeselare te vertrekken. Na ontvangst van het waarschuwingsorder onstaat lichte paniek in Fontaine l’Eveque omdat de meeste in het dorp aanwezige vrachtwagens vertrokken zijn met jongeren van de rekruteringsreserve. Cdt Driesse gaat over tot opeising van de nog resterende vrachtwagens en laat ze ook vullen met brandstof voor het geval hij ze nodig moest hebben. Dezelfde avond nog komt de bevestiging van het order dat het XXXI/GVCE zich de volgende dag naar Brugge dient te begeven om er zich onder bevel van de Provinciecommandant van West-Vlaanderen te stellen.

XXXII/GVCE
Cdt Lebon krijgt per telefoon een waarschuwingsbevel van het Provinciecommando van Henegouwen dat het bataljon zich in geval van een ontruiming van de provincie Henegouwen, naar Izegem moet begeven. Het order wordt doorgegeven aan de compagnies

  • 4/XXXII
    Het waarschuwingsorder wordt door Cdt Misonne doorgegeven aan de pelotons, er wordt aan toegevoegd dat indien de uitvoering van het ontruimingsbevel komt de compagnie zal verzamelen in Beaumont. Lt Genaux bevestigd de ontvangst van het waarschuwingsorder.

XXXI/GVCE
Cdt Driesse laat de verschillende compagnies samenkomen op een RV vijf kilometer ten oosten van Binche. Hier worden de marsorders uitgedeeld aan de compagnies. Brugge zal volgens planning bereikt worden in vier etappes via Sirault (Saint-Ghislain), Escanaffle (Celles) en Rumbeke (Koekelare). Te Binche wordt het bataljon opgesplits in drie marsdetachementen. Een detachement zal vervoerd worden met de vrachtwagens met materieel, een tweede detachement wordt voorzien van fietsen die werden achtergelaten door gevluchte burgers bij het station van Binche, een derde detachement zal de etappe te voet afleggen. De transportmiddelen worden iedere dag aan een ander detachement toegekend. Wanneer de colonne wielvoertuigen later op de dag Bergen passeert op zoek naar brandstof wordt de stad gebombardeerd. In de nacht van 15 op 16 mei wordt Sirault bereikt.

XXXII/GVCE
Cdt Lebon ontvangt om 06u00 van het Provinciecommanco het bevel om zijn bataljon terug te plooien op Izegem. Een eerste etappehalt wordt vastgelegd te Rouveroy waar alle compagnies zullen samenkomen. 

  • 4/XXXII
    Cdt Misonne geeft het bevel door aan zijn pelotonscommandanten waarna hij met de compagniestaf Beaumont verlaat. De compagnie legt een eerste etappe af tot aan Rouveroy een gehucht van Estienne. Hier wordt de nacht van 15 op 16 mei doorgebracht bij burgers. Lt Genoux moet eerst nog met zijn peloton de 24 kilometer van Chimay naar Beaumont marcheren vooraleer hij de terugtocht verder kan aanvatten. 

XXVIII/GVCE
Het bataljon krijgt het bevel om de provincie Henegouwen te verlaten en zich onverwijld naar Diksmuide te begeven. De nodige marsorders worden gegeven aan de compagnies en de bataljonsstaf vertrekt naar zijn nieuwe opstelplaats te Diksmuide om 13u30.

XXX/GVCE
In de vroege ochtend komt het bevel binnen dat het bataljon zich naar Nieuwpoort dient te verplaatsen met bewapening, bagage en materieel. Het bataljon wordt opgedeeld in een detachement wielrijders en een detachement vervoerd met de in beslag genomen vrachtwagens.

  • 1/XXX
    Om 11u00 vertrekt het detachement wielvoertuigen. De camions zijn vertraagd door het bombardement op Enghien. De camions worden ingezet om steeds een ander deel van de manschappen te voet op te pikken en vooruit te duwen. De Compagnie krijgt Escanaffles (Celles) op de Schelde als eerste etappeplaats opgelegd. Tegen middernacht bereikt de compagnie Escanaffles via Enghien, Ghislenghien, Lessines, Ogy, Wodecq en Ellezelle.

XXXI/GVCE
Het bataljon legt de etappe Sirault – Escanaffles af tijdens de nacht van 16 op 17 mei.

XXXII/GVCE
De volgende halte op de terugtocht naar Izegem is het dorpje Obourg nabij Bergen. Het bataljon zoekt een kantonnement op in een tegelfabriek.

  • 4/XXXII
    Wanneer het peloton van Lt Genaux de Samber bereikt blijken alle bruggen over de rivier reeds gesprongen te zijn. Er zit niets anders op dan stroomopwaarts richting Frankrijk een oversteekplaats te vinden. Het peloton zal niet meer terugkeren naar België maar afgeleid worden naar Zuid-Frankrijk. 

XXVII/GVCE
Doornik wordt gedurende 24 uur hevig gebombardeerd. Het XXVII/GVCE krijgt het bevel van het Provinciecommando Henegouwen om zich via Kortrijk en Brugge naar Oostende terug te trekken. Het bataljon begeeft zich op weg per fiets, auto en vrachtwagen. Het gros komt te Oostende toe tegen 17u00.  Het bataljon stelt zich ter beschikking van de Plaatscommandant van Oostende ter vervanging van het III/GVCE dat de stad reeds verlaten had. Alleen de manschappen per fiets van de 3Cie en de 4Cie zijn nog onderweg omdat Lt Letellier het traject in twee etappes wenste af te leggen. Dit detachement verlaat Maubray om 14u30 en rijdt door tot Elszele (oftewel Ellezelles) waar kantonnementen voor de nacht van 17 op 18 mei worden opgezocht.

XXVIII/GVCE
Vanuit Diksmuide neemt Cdt Henneton telefonisch contact op met de Staf van het Provinciecommando met de vraag welke zijn nieuwe orders zijn. Hij krijgt het antwoord te wachten op nieuwe bevelen. 

XXX/GVCE
Het bataljon verlaat Escanaffles, steekt de Schelde over en begeeft zich naar de volgende etappeplaats Poelkapelle via Avelgem, Heestert, Zwevegem, Kortrijk, Gullegem, Moorsele en Passendale.

XXXI/GVCE
Het bataljon verplaatst zich van Escanaffles naar Rumbeke. Te Rumbeke verneemt de staf dat niet Brugge de eindbestemming is maar dat moet worden doorgemarcheerd tot Eernegem bij Gistel. Tijdens de rest van de dag wordt uitgerust.

XXXII/GVCE
In de tegelfabriek komen een aantal vrachtwagens toe die de helft van het bataljon meenemen naar Doornik, de andere helft moet zich te voet naar de volgende etappehalte verplaatsen. Al gauw wordt door het detachement te voet gebruik gemaakt van alle voorbijrijdende voertuigen die zich richting Doornik verplaatsen. Ondertussen wordt Doornik hevig gebombardeerd waardoor in de verwarring die ontstaat na het bombardement heel wat militairen van het bataljon afgezonderd raken. De rest brengt de nacht door in een kantonnement te Doornik.

XXVII/GVCE

  • Staf/XXVII
    Het bataljon voert de volgende dagen volgende opdrachten uit: ontladen van schepen die voedsel aanbrengen uit Engeland, beveiliging van de haven van Oostende, bewaken en escorteren van gevangenen, brandpiket en politiedienst om plunderingen tegen te gaan. 
  • 2/XXVII
    Het Peloton Malice van de 2Cie wordt aangeduid om 273  “administratief geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties” [4] die in het station van Oostende zijn toegekomen te bewaken. De compagnie wordt voor deze opdracht versterkt met het Peloton Theys van de 3Cie. Onder de geïnterneerden een groot aantal Duitse joden die het nazi-regime nog voor de start van de oorlog ontvlucht zijn en die in België onderdak hadden gevonden maar ook illegale vreemdelingen die in de Brugse gevangenis waren opgesloten bij de start van de vijandelijkheden. Het was initieel de bedoeling deze mensen over te brengen naar Zuid-Frankrijk maar aangezien de Belgisch-Franse grens vanaf 18 mei gesloten werd voor alle treinverkeer werden ze overgebracht naar Oostende.
  • 3/XXVII en 4XXVII
    Het detachement wielrijders van de 3Cie en de  4Cie komt tegen 18u00 te Oostende toe onder leiding van Lt Luc, de compagniecommandant Lt Letellier heeft de colonne onderweg verlaten.  

XXX/GVCE
Na gerust te hebben te Poelkapelle trekt het bataljon verder via Langemark en Bikschote tot Ramskapelle bij Nieuwpoort waar opnieuw kantonnementen worden opgezocht. Hier wordt contact opgenomen met het Provinciecommando van West-Vlaanderen te Brugge om nieuwe orders te krijgen. 

XXXI/GVCE
Na een dag rust te Rumbeke wordt tijdens de nacht van 18 op 19 mei de verplaatsing van Rumbeke naar Eernegem afgelegd.

XXVII/GVCE

  • 2/XXVII
    Het is duidelijk dat de te Oostende gestrande “administratief geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties” zo snel mogelijk uit Oostende, dat hevig gebombardeerd wordt, geëvacueerd moeten worden. Het Peloton Malice van de 2Cie escorteert deze  groep mensen van Oostende naar Lombardsijde waar zich reeds een gevangenenkamp bevindt. Het transport gebeurt per spoor. In het station van Nieuwpoort verlaat de colonne de trein waarna de identiteit van alle aanwezigen door de staatsveiligheid gecontroleerd wordt. Vanuit Nieuwpoort vertrekt de colonne te voet naar het Kamp van Lombardsijde.

XXVIII/GVCE
De provinciestaf vertrekt vroeg in de ochtend naar Rouen en laat geen nieuwe orders achter voor het bataljon. Het XXVIII/GVCE zoekt dan maar kantonnementen op te Diksmuide en zal er verblijven tot 27 mei.

XXX/GVCE
Het bataljon komt onder bevel te staan van Luitenant-generaal Glorie, bevelhebber van de Martieme Basis. Het bataljon krijgt de opdracht om samen met het XXIV/GVCE en het XXV/GVCE de bewaking van onze kust te organiseren tussen Nieuwpoort-Bad en de Franse grens. Deze bataljons zijn eveneens verantwoordelijk voor de bewaking van de bruggen over het Kanaal Nieuwpoort-Duinkerke tussen Veurne en de Franse grens. XXX/GVCE krijgt de verantwoordelijkheid over de sector Nieuwpoort en zal gedurende de uitvoering van deze opdracht in Ramskapelle blijven kantonneren. Uit werkzaamheden langs de IJzer ter hoogte van Ramskapelle leidt de bataljonsstaf af dat de legerleiding de overstroming van de IJzervlakte, zoals dit eerder gebeurde tijdens de Eerst Wereldoorlog, aan het voorbereiden is. Generaal-majoor Deguent, bevelhebber van het 1ste Groepering Hulptroepen (1HuT), wordt verantwoordelijk voor de overstromingen in de regio van Nieuwpoort.

XXXI/GVCE
In de ochtend komt het bataljon toe te Eernegem waarna de bataljonsstaf contact opneemt met het Provinciecommando van West-Vlaanderen. Er worden opdrachten toegekend aan het bataljon die onmiddellijk worden uitgevoerd nadat de noodzakelijke verkenningen zijn gebeurd. Tot 26 mei wordt dagelijks hetzelfde dispositief bij belangrijke verkeersknooppunten in West-Vlaanderen ingenomen.

XXVII/GVCE

  • 2/XXVII
    De 2Cie brengt de gevangen onder in het Kamp van Lombardsijde. In het kamp bevinden zich al een aantal Duitse krijgsgevangenen, voornamelijk vliegtuigbemanningen, die tijdens de mobilisatie en tijdens de eerste dagen van de veldtocht werden opgepakt. De bewaking van de gevangenen in Lombardsijde wordt georganiseerd door de Administratieve Compagnie der Interneringskampen  die onder bevel staat van Majoor De Wilde. De pelotons van Lt Malice en Lt Theys wordt aangehecht aan deze eenheid. Er bevond zich in het kamp ook een detachement van de 4de Compagnie van het XXIV/GVCE dat eerder aan de Administratieve Compagnie der Interneringskampen in steun werd gegeven. De ironie wil dat naar België gevluchte Duitse burgers, veelal van Joodse afkomst maar ook politieke tegenstanders van het naziregime zoals communisten, samen worden opgesloten met Duitse krijgsgevangenen.

XXVIII/GVCE
De bataljonscommandant ontmoet de commandant van het XXX/GVCE (TBC) die hem op de hoogte brengt dat de GVCE bataljons van de provincie Henegouwen onder bevel komen te staan van de Provinciecommandant van Oost- en West-Vlaanderen.

De Grote Post te Oostende werd op 21 mei volledig van de kaart geveegd door een Duits bombardement

De Grote Post te Oostende werd op 21 mei volledig van de kaart geveegd door een Duits bombardement

XXVII/GVCE

  • 3/XXVII
    De 3Cie bevindt zich in zijn kantonnement wanneer Oostende om 17u00 wordt gebombardeerd. De compagnie wordt verzameld en naar het brandende postgebouw gestuurd om te helpen blussen. De bluswerken duren tot middernacht waarna de manschappen met zwartgeblakerde gezichten naar hun kantonnement terugkeren.

XXXII/GVCE

  • 4/XXXII
    Het peloton Genaux dat op 17 mei richting Frankrijk vertrok komt op 21 mei toe te Conches-en-Ouche ten zuiden van de Seine in Frankrijk. Het peloton wordt aangehecht aan het X/GVCE dat er zich al bevond. Het X/GVCE staat er onder bevel van de 7de Infanteriedivisie die alle eenheden, die erin slaagden de Somme over te steken voor de Duitsers Abbeville bereikten, groepeert. Het X/GVCE zal later naar Pont-Saint-Esprit in Zuid-Frankrijk geëvacueerd worden.

XXVIII/GVCE
Telefonisch bevel van Luitenant-generaal Julien Mozin, commandant van de Territoriale Dienst van de Legerzone (STZA) om alle wapens en munitie van het bataljon te verzamelen in het gemeentehuis van West-Rozebeke. Het bataljon moet er de wacht verzekeren tot de wapens door het STZA worden opgehaald. Een uur later wordt het bevel alweer geannuleerd. Lang duurt het niet want om 17u45 komt nu een bevel van een adjunct van Generaal-majoor Fromont van het Groot Hoofdkwartier (GHK) dat de wapens moeten verzameld worden op het stadhuis van Diksmuide.

XXVII/GVCE

  • 3/XXVII
    De 3Cie voert verschillende opdrachten uit in de stad. Een detachement bewaakt het uitgebrande postgebouw, een ander detachement wordt naar het militair hospitaal van Bredene gestuurd om er de wacht op te trekken en een derde detachement voert patrouilles uit in de stad om te beletten dat leegstaande huizen geplunderd worden. Na het invallen van de duisternis wordt een peloton van ongeveer dertig man naar het Kanaal Brugge-Oostende te Bredene gestuurd om er het ondermijnde sluizencomplex te bewaken tijdens de nacht van 23 op 24 mei.

XXVIII/GVCE
Om 10u15 komt een nieuw tegenbevel van het GHK, XXVIII/GVCE moet zijn wapens opnieuw afhalen en verdelen onder de manschappen. Het bataljon komt onder bevel te staan van het 3de Regiment Hulptroepen (3HuT) wiens commandopost zich te Stavele bevindt. ‘s Middags wordt alarm geslagen naar aanleiding van het nieuws dat gemotoriseerde vijandelijke elementen werden gesignaleerd in de Moeren. De 1Cie moet stellingen innemen te Kaaskerke en de 2Cie neemt stelling te Sint-Jacobs-Kapelle om de westelijke toegang tot Diksmuide te beveiligen. De compagnies blijven op stelling tot ze worden afgelost door een bataljon van het 38ste Linieregiment (38Li).

Gebombardeerde Grand Hotel de la Plage op de zeedijk.

Gebombardeerde Grand Hotel de la Plage op de zeedijk.

XXVII/GVCE
Drie aanpalende, prestigieuze hotels op de zeedijk te Oostende waren ingericht als militair hospitaal en werden op 18 mei door 1Kapt Med Beckers overgedragen aan het Rode Kruis. Het betreft het Grand Hotel de la Plage, (Hôpitale Militaire de Reserve Nr 47), het Hotel de l’Océan (HMR Nr 48) en het Grand Hotel Continentale (HMR Nr 49). Om 15u30 worden de hotels door de Luftwaffe gebombardeerd ondanks het rood kruis in witte cirkel dat op het dak van één van de hotels was geschilderd. Eén bom treft de operatiezaal waarbij een vrouwelijke arts (Angeline Poireau – TBC), een verpleegster (Marie Vanglabbeke – TBC) en een militair om het leven komen. De Luitenanten Geneesheer Bonet en Machuret die eveneens aan het werk waren in de operatiezaal raken ernstig gewond. Het XXVII/GVCE, dat sinds 18 mei een brandpiket verzekert in Oostende, helpt bij het evacueren van gewonden uit het getroffen Grand Hotel de la Plage. Door de niet aflatende bombardementen op Oostende en de noodzaak om over een groter brandpiket te beschikken, krijgt Cdt Ladrieu het bevel over een detachement van 1.500 Nederlandse militairen die na de Nederlandse capitulatie over de grens met België zijn gevlucht en die opgevangen werden in de Mahieukazerne te Oostende. Zij worden als extra brandpiket ingezet ter versterking van XXVII/GVCE.

Cdt Ladrieu krijgt er een nieuwe opdracht bij. Luitenant-generaal Van der Veeken, de voormalige bevelhebber van het Iste Legerkorps die op 16 mei uit zijn functie werd ontheven en zonder opdracht ter beschikking gesteld is van het Groot Hoofdkwartier, wordt door de Minister van Landsverdediging op 24 mei overgeheveld naar de door het leger geleidde Steun- en Ravitailleringscommissie voor de Burgerlijke Bevolking.  Hij moet te Oostende een groepering samenstellen die zal bestaan uit een staf, het XXVII/GVCE en het XXXII/GVCE, het detachement van de 1.500 gevluchte Nederlandse militairen, een aantal dokwerkers en 17 vrachtwagens.  Deze groepering zal naast het leveren van een brandpiket voor de stad Oostende ook worden ingezet om in de Oostendse haven een aantal schepen van de John Cockerill Line uit te laden die  voedingswaren uit Engeland naar België brachten bestemd voor de noodleidende burgerbevolking van het nog niet bezet gedeelte van het land. Cdt Ladrieu krijgt het bevel over deze groepering en komt onder rechtstreeks commando van Luitenant-generaal Van der Veeken te staan.

  • 3/XXVII
    Het peloton van de 3Cie dat naar Bredene werd gestuurd is kort na de middag terug in zijn kantonnement wanneer de melding binnenkomt dat het militair hospitaal van Oostende werd gebombardeerd. De manschappen snellen ter hulp om de brand te blussen en om slachtoffers uit het gebouw te halen. Ze slagen erin om een veertigtal gewonden te evacueren die in eerste instantie naar hun kantonnementen worden gebracht. Hier worden de zwaar gewonden getrieerd en doorgestuurd naar andere hospitalen. De licht gewonden worden naar de kelder van het kantonnement gebracht. De bombardementen op Oostende duren nog de ganse nacht door.

XXVIII/GVCE
In de voormiddag worden de 1Cie en de 2Cie op aangeven van de commandant van 38Li teruggetrokken ten oosten van de IJzer.  Er wordt gevreesd dat vijandelijke elementen de IJzer zullen bereiken en de vernieling van de bruggen over de IJzer te Diksmuide wordt voorbereid. De 1Cie neemt stelling te Klerken op een zestal kilometer ten zuidoosten van Diksmuide. Om 10u25 wordt het bataljon door het GHK gecontacteerd om na te gaan of het bataljon zich nog steeds in Diksmuide bevindt en of het bataljon al opnieuw bewapend is. Op beide vragen wordt positief geantwoord. Het bataljon wacht op orders om zich naar Stavele te begeven.

XXX/GVCE
Het XXXste Bataljon neemt de bewaking van het sluizencomplex van Nieuwpoort over van het III/3Gr.

XXXII/GVCE
Het XXXII/GVCE, onder bevel van Cdt Lebon, duikt op te Oostende en wordt door de Plaatscommandant van Oostende onder bevel geplaatst van een groepering geleid door de Staf van XXVII/GVCE dat zich sinds 18 mei in Oostende bevond. XXXII/GVCE wordt door Cdt Ladrieu belast met het ontladen van de schepen van de John Cockerill Line, die voedselpakketten uit Engeland naar België brengen teneinde burgers en militairen in het niet bezette deel van België van levensmiddelen te voorzien.

XXVII/GVCE

  • 3/XXVII
    Oostende wordt zonder oponthoud gebombardeerd. Om 16u00 krijgt de 3Cie opdracht om de stad te verlaten en nieuwe kantonnementen op te zoeken in Mariakerke. De manschappen worden ondergebracht in leegstaande villa’s in de duinen. Eindelijk kunnen de manschappen van een rustige nacht genieten.

XXVIII/GVCE
De bataljonsstaf bevindt zich nog steeds te Diksmuide, Cdt Henneton wordt aangesteld als Plaatscommandant van Diksmuide.

XXVIII/GVCE
Een detachement van 44 manschappen duikt om 19u00 op te Grisolle in de hergroeperingszone van de 7Div ten zuiden van de Seine tussen Conches en L’Aigle. Het detachement wordt in onderhoud geplaatst bij het Iste Bataljon van het 52ste Linieregiment (I/52Li) [6].

XXXI/GVCE
Het bataljon krijgt rond de middag een nieuwe opdracht, de compagnies moeten twee munitietreinen bewaken in het station van Eernegem. Het betreft goederentreinen met aan boord munitiestocks die uit het Munitiedepot van Eeklo geëvacueerd werden. Meerdere goederentreinen met munitie staan verspreid opgesteld langs de lijn Torhout-Oostende (voormalige lijn 62). Ondermeer te Wijnendale, Moere, Ichtegem, Eernegem en Gistel staan telkens treinen. Cdt Driessen roept zijn compagniecommandanten bijeen en laat onmiddellijk de stationbuurt ontruimen waar zich ook enkele kantonnementen van XXXI/GVCE bevonden. Tegen de avond zijn alle manschappen ingekwartierd in nieuwe kantonnementen verderweg van het station.

XXXII/GVCE
Het bataljon bevindt zich te Izegem wanneer er bij een niet nader beschreven incident drie militairen omkomen. Het betreft Sgt Leduc, Korporaal Cottiels en de Soldaat Devillers

XXVII/GVCE
Bij een luchtaanval op de haven van Oostende, waar een detachement van XXVII/GVCE schepen met voedselpakketten aan het lossen is, komt de Korporaal Verdiere om het leven door mitrailleurvuur [7]. Korporaal Dezy (TBC) wordt ernstig gewond en zal op 1 juni aan zijn verwondingen overlijden.

XXVIII/GVCE
Diksmuide ondergaat in de vroege ochtend een hevig luchtbombardement waarbij enkele gewonden vallen bij het XXVIII/GVCE, onder meer Lt Adm Laurent van de staf raakt gewond. Het bataljon krijgt om 10u00 van het STZA opdracht om zich te  verplaatsen naar Klemskerke (De Haan) en verlaat Diksmuide om 13u30.  

XXXI/GVCE
De Luftwaffe heeft de munitietreinen ontdekt en alle stations op de lijn Torhout-Oostende krijgen er van langs. In de vroege ochtend wordt ook het station van Eernegem hevig gebombardeerd. Het station en zijn onmiddellijke omgeving worden letterlijk van de kaart geveegd. De munitietreinen vatten vuur en de munitie begint te ontploffen. De gemeenteschool waar eerder nog een peloton van XXXI/GVCE was gekantonneerd ligt in puin. Lt Van Den Bussche van de 2Cie brengt samen met een van zijn manschappen tijdens de ganse duur van het bombardement onophoudelijk gewonde burgerslachtoffers van de stationsbuurt naar de hulppost van het Rode Kruis in het klooster van Eernegem. Als bij wonder vallen er geen slachtoffers bij de wachters van XXXI/GVCE.

XXXII/GVCE

  • 2/XXXII
    Het peloton van Lt Frére bevindt zich samen met een detachement van XXVII/GVCE in de haven van Oostende voor het lossen van voedselpakketten wanneer de haven wordt aangevallen. Lt Frère en de Soldaat Nailis komen bij de aanval om het leven.

XXVII/GVCE
Aangezien het bataljon niet op de hoogte gesteld werd van de capitulatie blijft het XXVII/GVCE zijn opdrachten uitvoeren tot 11u00. Wanneer de Duitsers om 13u00 in Oostende toekomen krijgt het bataljon het bevel om de kust onmiddellijk te ontruimen. Cdt Ladrieu besluit naar Doornik terug te keren.

  • 2/XXVII
    Het Peloton Malice van de 2Cie blijft op post te Lombardsijde tot het kamp om 17u00 wordt bereikt door de Duitsers. De Duitsers nemen de zowel de krijgsgevangenen als de administratief geïnterneerden over van de Administratieve Compagnie der Interneringskampen, de burgers worden vrijgelaten. Terwijl de rest van de 2Cie Oostende verlaat samen met het bataljon blijft het peloton Malice achter bij de Administratieve Compagnie der Interneringskampen .

XXVIII/GVCE
Het bataljon verneemt te Klemskerke om 05u00 ‘s morgens het nieuws van de capitulatie. Om 10u30 volgt het bevel dat de eenheden ter plaatse moeten blijven en zich in colonne opstellen langs de grote invalswegen. De colonnes moeten voorzien worden van witte panelen. De wapens en het materieel evenals de reserves mogen niet vernield worden. Cdt Henetton plaatst zich onder bevel van generaal Keyaart in wiens zone het bataljon zich bevindt. 

XXXI/GVCE
Het bataljon bevindt zich te Eernegem wanneer het nieuws van de capitulatie verspreidt wordt. Pas tegen de avond komen de Duitsers toe te Eernegem en Cdt Driesse krijgt het bevel om de volgende dag zijn kantonnementen in Eernegem te ontruimen. Hij heeft geen contact meer met het Provinciecommando en geeft dan maar het bevel aan zijn compagniecommandanten om opnieuw drie marsdetachementen te vormen zoals tijdens de opmars naar Eernegem. Het bataljon zal op eigen initiatief terugkeren naar Fontaine l’Eveque. 

XXXII/GVCE
Het bataljon bevindt zich te Bredene wanneer het nieuws van de capitulatie vernomen wordt. Cdt Lebon geeft het bevel aan de compagnies om op eigen kracht naar Charleroi terug te keren.

Woensdag 29 mei 1940

XXVII/GVCE
Het bataljon geraakt weg van de kust maar ter hoogte van Kortrijk wordt de colonne vrachtwagens tegengehouden. XXVII/GVCE wordt krijgsgevangen afgevoerd en de voertuigen worden in beslag genomen.

  • Lt Juvenois, Lt Mercier en de soldaten Coinne en Bocqué slagen erin te ontsnappen en vluchten te voet verder via Avelgem en Zwevegem waar ze opnieuw door de Duitsers worden opgepakt. Ze moeten instijgen in een colonne voertuigen die hen naar Vilvoorde zal brengen. Ter hoogte van Brussel wanneer de colonne vertraagd waagt het viertal een tweede ontsnappingspoging. Ze verstoppen zich vier dagen in Brussel waar ze hun uniformen wisselen voor burgerkledij. Na vier dagen keren ze terug naar Doornik om hun dagelijks leven terug op te pikken [8].

XXVIII/GVCE
Het bataljon marcheert af via Kaprijke en Kalkem richting Schoten.

XXXI/GVCE
Cdt Driesse gaat voorop met de gemotoriseerde colonne. Ter hoogte van Lotenhulle nabij Deinze wordt de colonne staande gehouden en worden de aanwezige militairen krijgsgevangen genomen. Noch het detachement wielrijders, noch het detachement militairen te voet bereiken Fontaine l’Eveque.

Na de capitulatie

XXVIII/GVCE
Het bataljon komt op 2 juni toe te Schoten van waaruit ze naar Maria-ter-Heide worden doorgestuurd om in het kamp van Brasschaat geïnterneerd te worden. Hier worden de officieren van de manschappen gescheiden. De manschappen worden op 9 juni naar huis gestuurd, de officieren op 11 juni.

Bibliografie en Bronnen

  1. Dagboek van Brigadier milicien Leon Brabant [gedeeltelijk On Line beschikbaar]: https://w.maubray.be/JournalDUnPrisonnierDeGuerre.htm  [Laatst geraadpleegd 14 juni  2022]
  2. Nota opgesteld door Cdt Henneton op 10 mei 1940 waarmee hij de provinciecommandant van Henegouwen op de hoogte brengt van de beveiliging van een aantal gevoelige punten in en rond Bergen. De nota bevindt zich in het dossier GVCE, Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV), Ministerie van Defensie. 
  3. Het bombardement wordt gemeld met nota nr 308 van 11 mei opgesteld door de staf van XXXI/GVCE. Het incident wordt bevestigd door een artikel van de Cercle d’Histoire et d’Archéologie de Fontaine-L’Evêque waarin het incident eveneens gedocumenteerd wordt en dat de drie burgerslachtoffers indentificeert als Delchambre Albert, Coffa Antonio et Janicki Michel [On Line beschikbaar]: https://chaf6140.wordpress.com/revues/faits-darmes/1940-1945-2/dommages-de-guerre/ [Laatst geraadpleegd 14 juni 2022]
  4. Achtergrondinformatie betreffende “administratief geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties” kan gevonden worden in document van het SOMA “Gewillig België” geschreven door Rudi Van Doorslaer (red.) Emmanuel Debruyne, Frank Seberechts en Nico Wouters . [On Line beschikbaar]: http://www.senate.be/event/20070213-jews/doc/eindverslag.pdf [Laatst geraadpleegd op 14 juni 2022].
  5. Hoofdstuk 1ste Versterkings- en Opleidingscentrum (1VOC) in het Synthesedossier TRI bij de Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
  6. Getypt verslag opgesteld in het Frans door Cdt Henri Landrieu, bataljonscommandant van XXVII/GVCE. Het verslag bevindt zich in het dossier GVCE, Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
  7. Summier getypt verslag betreffende de gebeurtenissen op 28 en 29 mei opgesteld in het Frans door Lt Mercier, pelotonscommandant bij de 2Cie van XXVII/GVCE. Het verslag bevindt zich in het dossier GVCE, Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV), Ministerie van Defensie.
  8. Zeer summier getypt verslag opgesteld in het Frans op 23 juni 1948 door Cdt Hernould , compagniecommandant van de 3Cie van XXVII/GVCE. Het verslag bevindt zich in het dossier GVCE, Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
  9. Summier handgeschreven verslag opgesteld in het Frans door Lt Theys, pelotonscommandant bij de 3Cie van XXVII/GVCE. Het verslag bevindt zich in het dossier GVCE, Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
  10. Handgeschreven verslag opgesteld in het Frans op 20 juli 1945 door Cdt Henneton, bataljonscommandant van XXVIII/GVCE. Het verslag bevindt zich in het dossier GVCE, Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
  11. Zeer summier getypt verslag opgesteld in het Frans door Lt Marcel Quinaut, commandant bij de 1Cie van het XXVIII/GVCE. Het verslag bevindt zich in het dossier GVCE, Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
  12. Summier getypt verslag opgesteld in het Frans op 29 januari 1948 door Cdt Jacques Driessen, bataljonscommandant van XXXI/GVCE. Het verslag bevindt zich in het dossier GVCE, Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie. Los van dit verslag, enkele nota’s daterende van 14 mei en een zeer summier verslag van Lt Lepecheur is er geen informatie met betrekking tot XXXI/GVCE beschikbaar bij ADIV. De gebeurtenissen bij XXXI/GVCE zullen moeten gereconstrueerd worden gebaseerd op gegevens komende van andere bronnen. 
  13. Zeer summier getypt verslag opgesteld in het Frans op 22 januari 1948 door Lt Lepecheur, pelotonscommandant bij 3/XXXI. Het verslag bevindt zich in het dossier GVCE, Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
  14. L’armée belge de France en 1940, door Jean Jamart Col BEM Hre, 1994, uitgeverij Schmitz, Bastogne, p 117.
  15. Summier handgeschreven veslag opgesteld in het Frans door Kapt J. Préat, compagniecommandant van de 1Cie van XXXII/GVCE tijdens de mobilisatie. Hij gaf het commando over aan Lt Boudart. Het verslag bevindt zich in het dossier GVCE, Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
  16. Summier getypt verslag opgesteld in het Frans door Korporaal Henri Dumont van de 4Cie van XXXII/GVCE. Het verslag bevindt zich in het dossier van XXXII/GVCE, Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
  17. L’armée belge de France en 1940, door Jean Jamart Col BEM Hre, 1994, uitgeverij Schmitz, Bastogne

Tijdens de mobilisatie

XLII/GVCE
Het concept van de bataljons Wachters van Verkeerswegen en Inrichtingen (GVCE) was erop gericht om bij een vijandelijke inval uit het oosten de vitale verkeerswegen en infrastructuur ten westen van de K.W. Stelling te beveiligen zodat saboteurs en luchtlandingstroepen de inplaatstelling van geallieerde troepen op de K.W. Stelling niet zouden kunnen vertragen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er in de Provincie Luik tijdens de mobilisatie geen bataljons GVCE opgericht worden aangezien de ganse provincie ten oosten van de K.W. Stelling ligt. Uiteindelijk voorziet het mobilisatieplan in de oprichting van één bataljon GVCE in de Provincie Luik bij de afkondiging van de Fase E van het mobilisatieplan die samenvalt met de start van de vijandelijkheden.

XLII/GVCE
Het XLIIste Bataljon GVCE (XLII/GVCE) wordt, als enige bataljon GVCE in de provincie Luik, gemobiliseerd op 10 mei in de provinciehoofdstad. Het bataljon wordt bevolen door Majoor Henry die wordt bijgestaan door Lt Henrion, zijn officier adjunct. Het bataljon bestaat uit vier compagnies. De commandopost van het bataljon bevindt zich bij het Provinciecommando van Luik. Omstreeks 16u00 verlaat de staf samen met het Provinciecommando de burelen aan de Rue des Tanneurs (vredesvoet localisatie van het Provinciecommando) om zich naar de linkeroever van de Maas te begeven en er de gebouwen van de gemeenteschool Naniot aan de Boulevard Jean-Théodore Radoux in te nemen.

  • 1/XLII
    De 1Cie wordt bevolen door Luitenant van de reserve Sonck en mobiliseert in Landen. Lt Sonck beschikt over twee pelotonscommandanten, Lt Martin en Lt Evrard.
  • 2/XLII
    De 2Cie wordt bevolen door Luitenant van de reserve Grégoire en mobiliseert te Hoei. Lt Grégoire beschikt over de Lt Desonay en Lt Herbiet als pelotonscommandanten.
  • 3/XLII
    De 3Cie wordt bevolen door Luitenant van de reserve Philippard en mobiliseert in Luik
  • 4/XLII
    De 4Cie wordt bevolen door Kapitein-commandant van de reserve Franck en mobiliseert  in de Rue du Vieux-Mayeur te Luik. De manschappen van de compagnie zijn oudere dienstplichtigen, de meesten afkomstig uit Amay en Engis. De compagnie is voltallig rond 19u00, op dat ogenblik wordt ook de korpsuitrusting aan de manschappen uitgedeeld. Er wordt onmiddellijk gestart met de opdracht om verschillende sites van bedrijven te bewaken gelegen op de beide oevers van de Maas. Deze opdracht wordt bemoeilijkt door de vernieling van de Maasbruggen in het centrum van de stad door de Belgische genie.

XLII/GVCE
Om 11u15 wordt de Pont du Commerce over de Maas tot ontploffing gebracht. Omstreeks 18u00 geeft het IIIde Legerkorps (III/LK) aan de eenheden in Luik een preadvies voor de evacuatie van de Versterkte Positie Luik.  Het ganse IIIde Legerkorps zal tijdens de nacht van 11 op 12 mei naar het zuidwesten terug te trekken om in eerste instantie de rechteroever van de rivier Méhaigne te bereiken. Om 15u30 krijgt Maj Henry opdracht van de Plaatscommandant om de stad Luik onmiddellijk te verlaten en zich met zijn eigen middelen naar Waremme te begeven, nieuw opstelplaats van het Provinciecommando. De 3Cie en de 4Cie worden om 16u00 op de hoogte gebracht dat ze zich onmiddellijk naar Waremme dienen te verplaatsen. De bataljonscommandant kan echter de 2Cie telefonisch niet bereiken en beslist dan maar om zelf naar Hoei te rijden om de orders persoonlijk over te brengen. Nadat hij de 2Cie gebriefd heeft vertrekt Maj Henry naar Landen om de 1Cie eveneens op de hoogte te brengen van de nieuwe orders. Ter hoogte van Hannuit slaagt hij erin de 1Cie telefonisch te bereiken. Nu dat alle compagnies verwittigd zijn installeert hij zijn CP in Hannuit.

  • 2/XLII
    De compagnie gaat over tot de uitvoering van zijn opdrachten. Het peloton van Lt Desonay wordt naar Amay gestuurd, het peloton van Lt Herbiet naar Seraing. De rest van de 2Cie vervult opdrachten in Hoei. Om 19u00 krijgt de compagnie persoonlijk van de bataljonscommandant de opdracht om terug te plooien op Waremme. Hier zal het bataljon verzamelen om zich later naar Brussel te verplaatsen. Om 20u00 zijn de pelotons verzameld in Hoei en vertrekt de 2Cie naar Waremme. Wanneer de compagnie Villers-le-Bouillet bereikt passeren ze op de baan van Hoei naar Waremme de achterhoede van het 6de Regiment Ardeense Jagers (6ChA). Lt Grégoire wordt aangeraden niet verder te gaan richting Waremme aangezien daar geen Belgische troepen meer aanwezig zijn. Hij beslist Brussel te vervoegen via Bierwart, Eghezée en Waver.
  • 4/XLII
    De pelotons voeren hun bewakingsopdracht bij de bedrijven uit. Het detachement dat het bedrijf Ougrée-Marihaye bewaakt in Ougrée wordt om 11u20 teruggeroepen naar de linkermaasoever. Om 16u00 krijgt de 4Cie het bevel om zich naar Waremme te begeven via Noville, een gehucht van Fexhe-le-Haut-Clocher. De compagnie wordt de volgende dag tegen de middag in Waremme verwacht. Om 19u00 is de compagnie verzameld en wordt vertrokken naar Noville dat al om 23u00 bereikt wordt. Gezien de grote chaos die er heerst in en om Fexhe-le-Haut-Clocher door vluchtende troepen en burgers beslist Cdt Franck om niet te overnachten in Noville maar om direct door te marcheren tot Waremme.

XLII/GVCE
Om 04u00 meldt de commandant van de 1Cie zich aan op het CP bataljon. Maj Henry probeert op dat ogenblik contact op te nemen met de 3Cie en de 4Cie die verondersteld zijn de nacht door te brengen in Noville. Hij kan ze niet bereiken maar nadat hij zich op de hoogte gesteld heeft van de vijandelijke toestand vermoed hij dat beide compagnies zullen worden ingehaald door de vijand indien ze hun mars naar Waremme voortzetten. Het beseft groeit dat ze zo snel mogelijk uit Hannuit moeten vertrekken en de staf samen met de 1Cie begeven zich naar Jodoigne waar ze om 09u15 toekomen net op het ogenblik dat het station van de buurtspoorwegen gebombardeerd wordt. Majoor Henry begeeft zich naar Waver waar hij vruchteloos probeert in contact te komen met het Provinciecommando van Brabant om nieuwe orders te ontvangen. Hij wacht dan maar de komst van de 1Cie af. Van zodra de 1Cie in Waver toekomt wordt ze door Maj Henry doorgestuurd naar Nijvel. De bataljonscommandant begeeft zich samen met zijn staf naar Nijvel om de komst van de 1Cie voor te bereiden. Nijvel is op dat opgenblik in de handen van de Fransen. Gezien Maj Henry over geen enkel order beschikt stelt hij zijn bataljon ter beschikking van het 3de Franse Legerkorps dat bevolen wordt door de Générale de Corps d’Armée (Luitenant-generaal) de Fornel de la Laurencie. Deze Franse generaal is ervan overtuigd dat hij volmacht heeft om alle Belgische troepen in zijn operatiegebied onder zijn bevel te plaatsen. De Fransen vragen Maj Henry om een onthaalcentrum op te zetten voor alle geïsoleerde Belgische militairen die in Nijvel toekomen. Hiervoor worden de gebouwen van het Jezuietencollege (collège épiscopal) van Nijvel ter beschikking gesteld. De verzamelde militairen worden door het personeel van de bataljonsstaf bevoorraad. 

  • 1/XLII
    De 1Cie komt om 04u00 toe te Hannuit en neemt contact op met de CP bataljon. De compagnie krijgt opdracht om in Hannuit te blijven. De 1Cie vertrekt met de bataljonsstaf via veldwegen naar Jodoigne. Van Jodoigne wordt de companie eerst doorgestuurd naar Waver, vervolgens naar Nijvel waar ze rond 16u30 toekomen.
  • 2/XLII
    Te Bierwart wordt de 2Cie tegengehouden door de Fransen die de toegang tot weg naar Eghezée ontzeggen. Lt Grégoire beslist dan maar om via Namen naar Brussel terug te keren. Om 13u00 bereikt de compagnie Dhuy waar onmiddellijk kantonnementen opgezocht worden. In Dhuy wordt gerust tot 23u00 waarna de volgende mars richting Velain-sur-Sambre wordt aangevat. De compagnie heeft geen enkel contact meer met het bataljonscommando en is op zichzelf aangewezen.
  • 4/XLII
    De 4Cie bereikt Waremme om 03u00 ‘s morgen en installeert zich in een school waar de manschappen gedurende de rest van de nacht rust wordt gegund. De school is al gedeeltelijk bezet door vluchtelingen, hoofdzakelijk vrouwen met kinderen. Om 06u00 wordt de school gemitrailleerd door de Luftwaffe. Kort daarna trekken Duitse tanks en zijspannen uitgerust met mitrailleurs voorbij. Cdt Franck beslist om het gevecht niet aan te gaan en zich gedeisd te houden, niet in het minst door de aanwezigheid van de vluchtelingen in de school. Eens de kopgroep van de vijandelijke troepen gepasseerd volgt de Feldgendarmerie om het ingenomen terrein te doorzoeken en achtergebleven Belgische militairen gevangen te nemen. Cdt Franck beseft dat krijgsgevangenschap bijna onafwendbaar is maar ziet nog een uitweg via een veldwegeltje dat achter de tuinen van de huizen in Waremme passeert. Hij geeft opdracht om in de huizen burgerkledij te zoeken en op individuele basis naar Brussel te exfiltreren. Hijzelf neemt een veertigtal man op sleeptouw en maakt gebruik van de talrijke holle wegen om de Haspengouw ongezien te verlaten. Bij deze ontsnappingspoging sneuvelt Soldaat Pierard te Bovenistier nabij Waremme en raakt Soldaat Barbier gewond om later te Tongeren aan zijn verwondingen te overlijden. De rest van de compagnie wordt gevangen genomen in de school. Na een lange dagmars berekt het detachement van Cdt Franck de Gete waar het Frans gemotoriseerd regiment “Dragons d’Angoulême” staan opgesteld. Hij kan binnenlopen binnen de eigen linies en bereikt Brussel om 21u00.

XLII/GVCE
In het onthaalcentrum worden de opgevangen militairen ingedeel per specialiteit en regiment. de 1Cie voert opdrachten uit volgens orders rechtstreeks gegeven door de staf van het III(FRA)LK. Maj Henry wordt door de Fransen aangesteld als Belgische Plaatscommandant van Nijvel. Hij draagt het commando van het onthaalcentrum over aan Lt Henrion, zijn adjunct. In de hoedanigheid van Plaatscommandant stuurt Maj Henry een verslag naar de Provinciecommandant van Brabant met een samenvatting van de oprdachten die zijn bataljon aan het uitvoeren is. In Nijvel bevindt zich ook nog het XXIVste Bataljon GVCE onder bevel van Cdt Tacq.

  • 1/XLII
    De compagnie loopt patrouilles om eventuele vijandelijke parachutisten in de onmiddellijke omgeving van het HK van het 3(FRA)LK  op te sporen en wordt ook ingezet om Franse treinwagons te ontladen.
  • 2/XLII
    De 2Cie bereikt Velain-sur-Sambre om 13u00 na een mars van 37 kilometer. Er worden kantonnementen opgezocht waar gerust wordt tot 23u00 waarna de compagnie terug opgetrommeld wordt om door te marcheren tot Charleroi. 
  • 4/XLII
    Te Brussel meldt Cdt Franck zich in de ochtend aan bij het Ministerie van Landsverdediging (MLV) waar hij door de bureauchef van het 1ste Bureau van het Secretariaat van de Permanente Mobilisatiecommissie wordt doorgestuurd naar het HK van het IIIde Legerkorps (III/LK) dat zich in het stadhuis van Vilvoorde bevindt. Het III/LK is belast met het uitwerken van een opvangregeling voor militairen die bij de aftocht naar de K.W. Stelling van hun eenheid afgezonderd zijn. De taak van deze opvangcentra bestaat er in om verdwaalde militairen op te vangen, en ze na het verstrekken van een maaltijd en verzorging onder begeleiding in groepjes terug te sturen naar hun grote eenheid. Elk opvangcentrum kan beschikken over een secretaris, een aantal estafetten per fiets of motorfiets, en een ordedetachement bestaande uit een keuronderofficier van de Rijkswacht, zes Rijkswachters per fiets en een minimum van veertien gewapende militairen. Cdt Franck blijft aangehecht bij het III/LK tot 19 mei.

Zwaar gebombardeerde stadscentrum van Nijvel

Zwaar gebombardeerde stadscentrum van Nijvel

XLII/GVCE
Majoor Henry vervult nog steeds de functie van Plaatscommandant van Nijvel. Hij krijgt bericht van het Provinciecommando van Brabant dat hij ter plaatse moet blijven in afwachting van nieuwe orders. Om 12u45 wordt Nijvel zwaar gebombardeerd, vooral het stadscentrum wordt zwaar getroffen. Er onstaan overal branden en er vallen veel gewonden onder de inwoners. Maj Henry organiseert de bestrijding van de branden en de evacuatie van de gewonden. In de loop van de avond ontvangt hij van het Provinciecommando Brabant het bevel om zijn bataljon naar Gent over te brengen. Maj Henry meldt zich af bij de Fransen en regelt de  verplaatsing van zijn bataljon naar Ninove, de volgende halteplaats op weg naar Gent.

  • 1/XLII
    De compagnie verlaat Nijvel om 23u00 en zet zich op weg naar Ninove.
  • 2/XLII
    De 2Cie marcheert de ganse nacht door en komt om 07u00 aan te Charleroi. Lt Grégoire meld zich aan bij het Plaatscommando van Charleroi waar hij het bevel krijgt om verder te trekken naa Bergen. De compagnie kan om 16u00 te Charleroi zijn reis per trein verderzetten. Twee uur later komt de compagnie toe in Bergen waar ze het bevel krijgen om zich naar Gent te verplaatsen teneinde zich bij hun bataljon te voegen. De nacht van 14 op 15 mei wordt te Bergen doorgebracht.

XLII/GVCE
De bataljonsstaf komt samen met de 1Cie toe te Ninove om 04u30.

  • 1/XLII
    Na een lange nachtmars komt de 1Cie toe te Ninove waar een bivak wordt ingericht. De militairen worden goed onthaald door de burgerbevolking. Overdag wordt gerust en worden de wapen de voertuigen en de uitrusting onderhouden. Er wordt gewacht op de volgende nacht om verder te marcheren tot Aalst.
  • 2/XLII
    De 2Cie verplaatst zich per spoor van Bergen naar Doornik waar de nacht van 15 op 16 mei wordt doorgebracht.

XLII/GVCE
Om 03u30 verlaat de bataljonscommandant Ninove om zich naar Gent te begeven. Hij bereikt Melle ten oosten van Gent om 04u30 en begeeft zich achtereenvolgens naar het Provinciecommando van Oost-Vlaanderen waar hij zich aanmeldt bij Generaal-majoor Dubois. Hij krijgt een kantonnement toegewezen in de gebouwen van de Vooruit in de Nieuwstraat te Gent-Sint-Pieters. Alle geïsoleerde elementen van het XLII/GVCE werden naar Gent doorgestuurd en opgevangen door het bataljon. De 2Cie komt nagenoeg intact toe maar van de 3Cie en de 4Cie komen enkel groepjes manschappen toe onder leiding van een onderofficier. Geen enkele officier van deze twee compagnies heeft het bataljon in Gent weten te bereiken. Het bataljon is gereduceerd tot twee compagnies. Volgende officieren bevinden zich op 16 mei in de Vooruit: Maj Henry, Lt Henrion, Lt Sonck, Lt Martin, Lt Evrard, Lt Grégoire, Lt Desonay en Lt Herbiet. Het bataljon krijgt opdracht om steunpunten in te nemen langs de spoorweggordel rond Gent, de viaduct op de baan Mariakerke – Brugge en de brug te Wondelgem en te Meulestede.

  • 1/XLII
    De compagnie verlaat Ninove in de vroege ochtend. Onderweg passeren ze vele Franse detachementen van het 7de Franse Leger die teruggekeerd zijn uit Zeeland en die een verslagen indruk nalaten. Na een mars van 35 kilometer komt de 1Cie om 08u50 aan bij de Vooruit in Gent.  Onmiddellijk worden de kantonnementen ingenomen om te recupereren van de mars.
  • 2/XLII
    De 2Cie verlaat Doornik in de ochtend en klampt alle voorbijrijdend transport richting Gent aan om in Gent te geraken waar ze om 11u00 toekomen in de Vooruit en de rest van het bataljon terugvinden. De geïsoleerde elementen van de 3Cie en de 4Cie worden in de getalsterkte van de 2Cie opgenomen.

XLII/GVCE
Gedurende de ganse dag worden de aan het bataljon toevertrouwde opdrachten uitgevoerd. De bataljonscommandant bezoekt de verschillende bewakingsposten. Om 22u35 wordt hij geconvoceerd op het Provinciecommando om een briefing te krijgen over de algemene toestand. Hij komt te weten dat het Groot Hoofdkwartier (GHK) bevel heeft gegeven om verder westwaarts terug te trekken. Zonder dat de K.W. Stelling ten volle verdedigd werd moet de stelling worden prijsgegeven. Het Duitse leger wist immers een doorbraak te forceren in de streek van Sedan en in het noorden heeft Nederland zich overgegeven. Het veldleger zal aan het eind van de dag de K.W. Stelling ontruimen en zich terugplooien op de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde. Gent komt hierdoor in de frontlinie te liggen.

XLII/GVCE
De CP bataljon wordt in de Vooruit opgebeld door het Provinciecommando van West-Vlaanderen met de boodschap dat het bataljon zich onmiddellijk naar Kortrijk dient te begeven om er onder bevel van het Provinciecommando van West-Vlaanderen te komen. Om 08u00 begeeft Maj Henry zich naar het Provinciecommando van Oost-Vlaanderen om hiervan een schriftelijk bevel te bekomen, hetgeen effectief gebeurde. Om 08u30 worden de companies op de hoogte gebracht. Om sneller in Kortrijk te geraken mogen de compagnies fietsen afhalen bij het Reserverwielvoertuigenpark in Gent. Met de verkregen fietsen worden de twee companies omgevormd tot compagnies wielrijders. De compagnies vertrekken en rijden via Sint-Denijs-Westrem, Deinze, Sint-Eloois-Vijve en Harelbeke naar Kortrijk. Om 12u30 is de verplaatsing afgerond waarop Maj Henry zich naar de Plaatscommandant begeeft om er telefonisch contact op te nemen met Generaal-majoor Glorie, Provinciecommandant van West-Vlaanderen. Om 13u42 kan hij de coordinaten doorgeven van de CP van zijn bataljon die nu staat opgesteld in café Corrida te Harelbeke. Het CP ontvangt om 19u10 het bevel om het bataljon te verplaatsen naar Hondschote in Frankrijk, net voorbij de Frans-Belgische grens. Dit bevel wordt om 19u30 bevestigd door een telefonisch bericht Generaal-majoor Clément onder wiens bevel het bataljon zal komen te staan. GenMaj Clément is belast met de organisatie van een reeks Verzamelcentra voor Geïsoleerde Militairen (oftewelCRIA) waar militairen die contact met hun eenheid verloren zijn worden opgevangen. Majoor Henry moet zich zo snel mogelijk aanmedelden op diens CP in het gemeentehuis van Poperinge.

  • 2/XLII
    De compagnie verlaat Gent en begeeft zich per fiets richting Kortrijk. Tegen de middag wordt Beveren-Leie bereikt. Te Beveren-Leie wordt een kantonnement ingericht voor de nacht. 

XLII/GVCE
Op het Plaatscommando van Kortrijk verneemt Maj Henry dat de Belgisch-Franse grens is gesloten, zelfs voor detachementen van het Belgische leger. Hij wil zich hierover vergewissen maar eerst geeft hij het bataljon orders om zich naar Vlamertinge nabij Ieper te verplaatsen, de volgende halte in de terugtocht naar het westen. Om 13u40 passeert het installatiepersoneel Kortrijk, kort daarna gevolgd door de rest van het bataljon fer fiets. Aangekomen bij een grenspost in de buurt van Kortrijk blijkt het inderdaad zo te zijn dat de Belgisch-Franse grens gesloten is voor alle verkeer inclusief colonnes van het Belgisch leger. Het zal onder die omstandigheden moeilijk zijn om tot in Hondschote te geraken. Na het bezoek aan de grens begeeft hij zich naar Vlamertinge waar hij zijn bataljon ziet toekomen rond 18u00. Te Vlamertinge wordt het bataljon ondergebracht in een hoeve te Ouderdom, een gehucht van Vlamertinge. Maj Henry heeft de officieren opdracht om vanaf nu samen met hun manschappen te kantonneren, dit om de rust in de rangen te bewaren. Er wordt een observatiepost uitgezet en een wacht geleverd aan het station van Vlamertinge.

  • 4/XLII
    Cdt Franck komt samen met het HK van het III/LK toe te Roeselare. Te Roeselare wordt het detachement van Cdt Franck onder bevel geplaatst van Luitenant-generaal Pouleur. De staf van LtGen Pouleur heeft de opdracht gekregen om het probleem van de talrijke uit Zeeland gevluchte Nederlandse militairen onder controle te krijgen en laat hiervoor twee detachementen Rijkswachters samenstellen (vermoedelijk aangevuld met het detachement van Cdt Franck – TBC). De beide detachementen van ongeveer 50 rijkswachters worden te Roeselare samengesteld uit verzamelde Rijkswachters van diverse territoriale brigades. Eén detachement wordt de stad Brugge ingestuurd en een detachement naar de Oostkust, met als opdracht elke Nederlandse militair door te sturen naar de kazerne Generaal Mahieu te Oostende. De kazerne te Oostende wordt in gereedheid gebracht voor de opvang van de naar schatting 4.000 ronddolende Nederlanders. Cdt Franck krijgt een gelijkaardige opdracht en moet een opvangcentrum organiseren in De Panne.

XLII/GVCE
Lt Sonck wordt uitgestuurd naar Veurne om bevoorrading op te halen. In tussentijd wordt de bewapening onderhouden. Het bataljon is goed voorzien van wapens en munitie. Elke soldaat is uitgerust met een persoonlijk wapen en beschikt over ruim voldoende munitie. Daar is voor gezorgd bij het vertrek uit Luik. Daarenboven werden onderweg in grachten en huizen achtergelaten mitrailleurs en machingegeweren met bijhorende munite opgeraapt. In de namiddag wordt de laatste etappe ingezet. Om 14u45 vertrekt het installatiepersoneel naar Hondschote, gevolgd door de 2Cie om 15u00 en de 1Cie om 15u30. Het bataljon moet in eerste instantie doorrijden tot Roesbrugge en daar wachten op verdere orders. De bataljonscommandant rijdt met zijn voertuig voorop via Poperinge naar de grensovergang van Oostkappel. Hij wordt aan de grens staande gehouden en kan de Franse officier postcommandant van de grenspost op geen enkele manier overtuigen om hem en zijn bataljon door te laten. Met deze wetenschap beslist hij om zijn bataljon af te leiden naar Leisele, een drietal kilometer verwijderd van Hondschote, om er een kantonnement op te zoeken in afwachting van nieuwe orders. Hij brengt Generaal-majoor Clément op de hoogte van het feit dat hij Frankrijk niet binnen mocht en begeeft zich vervolgens naar Roesbrugge om zijn manschappen richting Leisele uit te sturen. Om 16u00 wordt Roesbrugge verlaten, om 19u00 kan het bataljon een kantonnement innemen te Leisele waar de nacht van 20 op 21 mei wordt doorgebracht.

  • 4/XLII
    Cdt Franck vertrekt naar De Panne en neemt er contact op met Luitenant-kolonel van de Rijkswacht Leroy, Plaatscommandant van De Panne, om de practische regeling te treffen voor de organisatie van het opvangkamp. Hij legt beslag op verschillende hotels en villa’s in Sint-Idesbald om de Nederlanders in onder te brengen.

XLII/GVCE
Het kantonnement wordt georganiseerd. De CP wordt opgesteld in de garage Pilaert en van daaruit worden alle telefoonlijnen gelegd naar de ondereenheden. Om 08u15 kan de bataljonscommandant contact opnemen met de Generaal-majoor Clément. Hij krijgt het bevel om zijn bataljon verder te laten kantonneren in Leisele en opnieuw naar de grens te gaan om de grensovergang naar Hondschote te forceren. In geval van mislukking moet hij de generaal terugbellen. Maj Henry neemt om 10u00 contact op met de Franse grenspost echter met hetzelfde resultaat als de dag voordien. Om 10u30 wordt de Lt Block, officier adjunct van GenMaj Clément hiervan op de hoogte gebracht.

  • 4/XLII
    De eerste Nederlandse militairen worden overgebracht van Oostende naar Sint-Idesbald en van eten voorzien door het detachement van Cdt Franck, die hiervoor beroep kan doen op de Intendance van De Panne. Het detachement van Cdt Franck komt nu onder bevel te staan van Generaal-majoor Van Rollegem, voormalig provinciecommandant van Antwerpen en nu aangesteld als provinciecommandant van de Militaire Regio Vlaanderen. De generaal komt meermaals het kantonnement inspecteren.

XLII/GVCE
Om 09u45 komt een herbevestiging van het bevel om ter plaatse te blijven in afwachting van nieuwe orders. Het bataljon kan bevoorrading afhalen in De Panne. Het moreel van de mannen is hoog. De rest van de dag komen geen nieuwe orders binnen, er wordt gerust.

  • 4/XLII
    Cdt Franck blijft verantwoordelijk voor het opvangkamp voor Nederlandse militairen te Sint-Idesbald maar zijn detachement wordt teruggestuurd naar het bataljon. Om 09u20 melden zich 45 manschappen van de 4Cie aan in het kantonnement te Leisele. 

XLII/GVCE
Er wordt een situatieverslag opgemaakt van het bataljon. De eenheid beschikt op 23 mei nog over 8 officieren, 23 onderofficieren, 300 manschappen, 115 fietsen, 10 vrachtwagens en één personenwagen. Om 12u30 moet het bataljon vrachtwagens uitsturen om de rijkswachters op de grenspost met Hondschote op te halen en over te brengen naar Izenberge. Wanneer om 14u00 nog steeds geen orders verkregen zijn wordt Lt Henriot naar Poperinge gestuurd om een antwoord te provoceren. Blijkbaar met succes want om 15u00 komt het bataljon onder bevel te staan van Generaal-majoor Vermandele, commandant van de 2de Groepering Hulptroepen van het Leger (2Gpg HuTL) die zijn commandopost heeft opgesteld langs de Abeelseweg Nr 2 te Poperinge (Hulptroepen van het Leger oftewel Troupes Auxiliaire de L’Armée – TAA). GenMaj Vermandele plaatst op zijn beurt het bataljon onder bevel van Luitenant-kolonel Engels, commandant van het 9de Regiment Hulptroepen van het Leger (9HuTL). Die neemt onmiddellijk actie en convoceert om 15u40 Lt Henrion om marsorders voor het bataljon op te halen. Om 16u00 wordt het bevel gegeven het bataljon de volgende dag te verplaatsen van Leisele naar het gehucht Busseboom ten zuidoosten van Poperinge. Het bataljon moet er zich installeren in enkele boerderijen. Maj Henry geeft om 17u00 de orders voor de verplaatsing naar Busseboom.

Vernielingen in de Casselstraat te Poperinge na het bombardement van 24 mei

Vernielingen in de Casselstraat te Poperinge na het bombardement van 24 mei

XLII/GVCE
Het bataljon verlaat Leisele om 06u00 en rijdt via Beveren-aan-de-IJzer, Roesbrugge, Proven en Poperinge richting Reningelst via de Reningelstsesteenweg. Daar wordt de afslag genomen naar Busseboom. De colonne komt om 09u15 toe te Busseboom. De CP installeert zich in het gehucht waar onmiddellijk de nodige telefoonlijnen worden gelegd. De voertuigen worden verdekt opgesteld in boomgaarden. Om 10u12 wordt de CP van het 9HuTL in Poperinge op de hoogte gebracht van de aankomst van het bataljon in Busseboom. Maj Henry stuurt vier wielrijders naar de CP van 9HuTL aan kilometerpaal 3 van de baan Poperinge – Lo(-Reninge). Rond 14u00 wordt Poperinge zwaar gebombardeerd. Er vallen ongeveer 150 dodelijke slachtoffers en een 400-tal gewonden [1]. Vierentwintig militairen behorende tot de vele eenheden die zich in de stad bevinden sneuvelen bij het bombardement, een aantal overlijdt later aan zijn verwondingen. Eén van hen is Kolonel SBH Franckx, voormalig commandant van het 24ste Linieregiment (24Li). Majoor Henry begeeft zich na het bombardement naar de CP van 9HuTL maar ook die heeft zich verplaatst. Om 18u45 deelt Busseboom in de klappen. Een Britse artillleriebatterij die zich nabij de CP van XLII/GVCE heeft opgesteld wordt door de Duitse luchtmacht gebombardeerd. De ruiten vliegen uit de gebouwen van de CP van het bataljon en enkele bommen vallen op 75 meter afstand. Er vallen geen slachtoffers bij de wachters maar alle telefoonverbindingen zijn verbroken en de CP is niet meer bruikbaar. Maj Henry beslist zijn CP te verplaatsen naar een van de boerderijen waar de 2Cie zich heeft geïnstalleerd.

  • 1/XLII
    De 1Cie installeert zich te Busseboom in de boerderij van Jules Opsomer
  • 2/XLII
    De 2Cie installeert zich te Busseboom in de boerderij Coninck en de boerderij van Cyrille Merlevede.

XLII/GVCE
Om 11u00 wordt de bataljonscommandant verzocht aanwezig te zijn in de nieuwe opstelplaats van de CP van 9HuTL om er zijn orders op te halen. Intussen wordt het bataljon bevoorraad met levensmiddelen uit Nieuwpoort en De Panne, met benzine uit Roeselare. Er worden twee extra wielrijders naar de CP van 9HuTL gestuurd om de liaison te verbeteren. Om 15u30 heeft Maj Henry persoonlijk contact met LtKol Engels om er zijn orders te ontvangen. Er is na de Duitse doorbraak te Abbeville en de omsingeling van Franse en Britse troepen in het noorden van Frankrijk enige ongerustheid ontstaan over het feit dat Duitse verkenningseenheden zouden kunnen infiltreren via de Frans-Belgische grens en onrust stoken in het achtergebied van het Belgisch leger. Hiertoe werd een plan uitgewerkt om meerdere compagnies van de hulptroepen naar de Frans-Belgische grens te sturen om er chicanes en anti-tankversperringen op te richten teneinde de Belgische flank te beveiligen. Het XLII/GVCE zal deze grensposten nu moeten versterken. De 2Cie wordt in versterking gegeven van het Iste Bataljon van 9HuTL (I/9HuTL), de 1Cie in versterking van het IIde Bataljon van 9HuTL (II/9HuTL). Onmiddellijk na ontvangst van de orders gaat Maj Henry om 15u30 samen met zijn officieren op verkenning en neemt hierbij contact op met de bataljonscommandanten van I/9HuTL en II/9HuTL. Het I/9HuTL bevindt zich te Westouter, het II/9HuTL bevindt zich te Abele. Om 19u00 beginnen de compagniecommandanten aan de uitvoering van hun opdrachten. Ondertussen krijgt Maj Henry van LtKol Engels een nieuwe vertrouwelijke opdracht. Hij moet een compagnie aanduiden om twee bruggen te beveiligen tot de Britse en Franse troepen teruggetrokken zijn. Na de doortocht van de geallieerde troepen zullen de bruggen bij aankomst van de vijand tot ontploffing gebracht worden door onze genie. De twee pelotons moeten vervolgens de vijand ophouden om de Britten en Fransen de kans te geven terug te plooien op Duinkerke. De opdracht is dermate belangrijk dat de pelotonscommandanten permanent in het verdedigingsdispositief aanwezig moeten blijven.

  • 2/XLII
    De 2Cie wordt initieel naar de grens gestuurd om er enkele grensposten te bezetten. Tegen 19u00 vertrekken de pelotons naar hun de stellingen langs de grens. Ondertussen krijgt Lt Grégoire krijgt van zijn bataljonscommandant een nieuwe opdracht. De compagnie moet twee bruggen verdedigen (bruggen 5 en 6) en zich klaar houden om na het tot ontploffing brengen van de bruggen door de Belgische genie de terugtocht van de Britten en de Fransen te dekken. Het peloton van Lt Desonay moet de brug van Copernolle (TBC) verdedigen, het peloton van Lt Herbiet moet een militaire brug van de Britten in Poperinge bewaken. Lt Grégoire voert rond 20u00 samen met de bataljonscommandant een verkenning uit van de te verdedigen bruggen, ondertussen verzamelt de compagnie om zich naar de bruggen te verplaatsen. Tegen 21u00 zijn beide bruggen beveiligd. Het 3de Peloton blijft te Busseboom en staat in voor de bewaking van de CP van de compagnie en de CP van het bataljon.

XLII/GVCE
Beide compagnies voeren de opgelegde taken uit, enerzijds levert de 1Cie versterking voor het bewaken van de grens ter hoogte van Abele, terwijl de 2Cie twee belangrijke bruggen in het achtergebied beveiligt. Tegen 23u00 komt het bevel binnen dat de grensbewaking wordt opgeheven en dat het bataljon zich in de vroege ochten van 27 mei moet verplaatsen naar Lo-Reninge.

  • 2/XLII
    De ganse dag worden beide bruggen beveiligd, er vallen geen incidenten te rapporteren. Tegen 23u00 krijgt de compagnie het bevel dat het 3Pl samen met de Staf/2/XLII zich de volgende ochten moeten verplaatsen naar Lo-Reninge. De pelotons bij de bruggen moeten echter op hun stelling blijven. Ook het 9HuTL verplaatst zich naar Lo-Reninge.
  • 4/XLII
    In het opvangkamp van Sint-Idesbald zijn nu 45 Nederlandse officieren en 1.200 Nederlandse soldaten ingekwartierd. Het kamp wordt echter gebombardeerd door de Duitse luchtmacht wanneer die de op het strand van Sint-Idesbald inschepende Britse troepen bestoken. Bij het bombardement zeven Nederlandse militairen om het leven en raken er 15 gewond. De gewonden worden overgebracht naar een ziekenhuis in De Panne. Bij de gesneuvelden de Soldaat August Pijnenburg  en de Soldaat Corneel Blankers [2].

XLII/GVCE
Om 03u00 verlaat de Staf/XLII en een gedeelte van de 2Cie Busseboom om zich via Poperinge, Oostvleteren, Westvleteren en Gapaard Hoek naar Lo te begeven. De Staf/XLII komt toe in Lo om 04u30, de 2Cie(-) om 06u00. Alleen de twee pelotons die de bruggen bewaken blijven achter in Poperinge. Het bataljon staat nog steeds onder bevel van 9HuTL dat eveneens de verplaatsing naar Lo heeft gemaakt. Om 14u30 komt het bericht binnen dat de militaire brug van de Engelsen gebombardeerd werd en dat er slachtoffers gevallen zijn. 

  • 1/XLII
    De 1Cie die te Abele stond opgesteld komt om 10u30 toe in Lo en neemt een kantonnement in in de hoeve van Alphonse Van de Wael. 
  • 2/XLII
    De 2Cie komt om 06u00 toe in Lo en kantonneert samen met de Staf van het bataljon in de hoeve De Wael. Onder de middag wordt Poperinge een tweede keer hevig gebombardeerd. Bij het peloton van Lt Herbiet bij de Engelse militaire brug in Poperinge valt één dode en vier gewonden. Het dodelijk slachtoffer is een soldaat van de genie. Lt Grégoire begeeft zich onmiddellijk naar de brug om zich te vergewissen van de situatie. Bij de vier gewonden is er een soldaat van de genie en de soldaten Willequet, Nanfroid en Pirard van zijn compagnie. De gewonden worden naar het hospitaal van Poperinge gebracht, de geniesoldaat wordt te Poperinge begraven.

XLII/GVCE
LtKol Engels brengt Maj Henry op de hoogte van het nieuws van de Belgische capitulatie. Hierop verzamelt de bataljonscommandant om 08u00 het bataljon om de manschappen de boodschap van koning Leopold III voor te lezen. De eenheid krijgt opdracht om ter plaatse te blijven en de officieren wordt op het hart gedrukt om de manschappen onder controle te houden. Iedereen wacht gelaten de vijand af. 

  • 4/XLII
    Cdt Franck wordt door Cdt Tacq, bataljonscommandant van XXIV/GVCE maar ook Plaatscommandant van Koksijde, op de hoogte gebracht van de Belgische capitulatie. Omdat de Britten de Duitsers nog op afstand houden tussen Nieuwpoort en Veurne is de oorlog voor Cdt Franck nog niet voorbij. Wanneer de Duitsers uiteindelijk SInt-Idesbald bereiken wordt Cdt Franck gesommeerd om de Nederlanders te escorteren tot de grens met Zeeland. Nadien keert hij terug naar Brugge waar hij gedemobiliseerd wordt.

Woensdag 29 mei 1940

XLII/GVCE
De staf bevindt zich nog steeds te Lo-Reninge wanneer dit dorp tegen het vallen van de avond wordt ingenomen door de vijand. De Duitsers geven het bataljon opdracht om de wapens binnen te leveren op de CP van een Duitse eenheid die zich in Nieuwkapelle bevindt. Het bataljon krijgt om 21u45 opdracht om zich samen met 9HuTL naar Diksmuide te verplaatsen. Het bataljon vertrekt om 22U15. Wanneer de colonne de dorpen Nieuwkapelle en Oudekapelle om passeert worden ze onder vuur genomen door geallieerde artillerie (Brits of Frans, Nieuwkapelle ligt theoretisch binnen dracht van de Britse artillerie [3] die in Veurne staat opgesteld – TBC). Zes militairen van XLII/GVCE, één militair van 9HuTL en nog vier andere (vermoedelijk geïsoleerde militairen van andere eenheden in versterking van 9HuTL) komen hierbij om het leven [4]. Er vallen ook een twaalftal gewonden bij XLII/GVCE voornamelijk bij de 2Cie. De verwarring is totaal, het bataljon bekommert zich om de gewonden die verzorgd en op een vrachtwagen geladen worden. Na een korte reorganisatie wordt doorgemarcheerd naar Diksmuide, het afgesproken RV met 9HuTL.

  • 1/XLII
    Bij de doortocht van Oudekapelle valt de colonne van de 1Cie onder bevriend artillerie vuur. Bij het artilleriebombardement komen de soldaten Adolphe Lapierre en Jean Fraiture om het leven.
  • 2/XLII
    Lt Grégoire krijgt om 19u00 bevel om de wapens te verzamelen en af te voeren naar de CP van een Duitse eenheid die staat opgesteld in Nieuwkapelle nabij Diksmuide. Hij geeft het commando over de compagnie over aan Lt Desonay. Nadat hij de wapens aan de Duitsers heeft overgedragen wacht hij op het kerkplein van Nieuwkapelle op de doortocht van zijn compagnie die onderweg is van Lo-Reninge naar Diksmuide. Wanneer de kop van de colonne van de 2Cie het dorp Nieuwkapelle binnenrijdt valt de colonne onder geallieerd artillerievuur. Bij het bombardement komt Korporaal milicien Gabriel Titeux en de soldaten Julien Debart, Léon Launoy en Louis Pirard om het leven. Bij de 2Cie vallen ook een tiental gewonden, onder hen Soldaat Léon Bernard die later aan zijn verwondingen overlijdt.

Donderdag 30 mei 1940

XLII/GVCE
Na de tumultueuze nacht te Nieuwkapelle wordt de mars voortgezet naar Diksmuide waar het bataljon om 05u00 toekomt op het aangegeven RV met 9HuTL. Maj Henry gaat op zoek naar LtKol Engels maar die heeft het bevel reeds overgedragen aan Cdt Darimont zijn Adjudant-majoor. Maj Henry krijgt te horen dat de manschappen gedemobiliseerd zijn en dat zijn bataljon kan beschikken. Hij beslist dat het bataljon zal samenblijven en dat gepoogd zal worden om samen naar Luik terug te keren. Eerst stuurt hij Lt Henrion, die Duits spreekt, naar een Duits veldlazaret te Roeselare om er de gewonden te laten verzorgen. Het bataljon zal eerst gezamenlijk naar Roeselare marcheren en vanaf Roeselare zal de beweging per compagnie voortgezet worden. De verschillende detachementen worden onderweg naar Luik echter onderschept en gevangen genomen. Maj Henry en Lt Henrion vertrekken met het personenvoertuig van de bataljonscommandant met Segt Perilleux als chauffeur naar Nijvel. Te Nijvel worden ze door de Duitsers staande gehouden, gevangen genomen en onmiddellijk via Nederland naar Duitsland gestuurd.

  • 2/XLII
    Te Diksmuide krijgt Lt Grégoire het bevel om zich naar Roeselare te begeven. Het gedeelte van de compagnie dat over een fiets beschikt wordt voorop gestuurd onder bevel van Lt Herbiet met de opdracht in Roeselare te wachten tot de rest van de compagnie de verplaatsing te voet maakt. Lt Grégoire blijft bij het detachement te voet. Hij stuurt Lt Desonay mee met Lt Henrion die de gewonden per vrachtwagen naar Roeselare brengt. Eens met het detachement te voet in Roeselare aangekomen vindt Lt Grégoire enkel Lt Desonay terug, hij slaagt er niet meer in om in contact te komen met het bataljonscommando. Lt Herbiet met zijn detachement wielrijders werd door de Duitsers afgeleid naar Oudenaarde. Gezien de opdracht luidde naar Luik terug te keren laat de compagniecommandant de vrachtwagens van de compagnie leegmaken om er de manschappen mee te kunnen vervoeren. De twee camions met aan boord Lt Grégoire, Lt Desonay en de resterende manschappen verlaten Roeselare richting Sint-Eloois-Vijve. Om 12u00 komen de voertuigen aan te Beveren-Leie waar ze staande gehouden worden door de Duitsers. De rest van de compagnie wordt nu ook krijgsgevangen genomen. Ze worden naar Anzegem afgevoerd waar ze de nacht van 30 op 31 mei in een fabriek doorbrengen.

31 mei 1940

XLII/GVCE

  • 2/XLII
    De daaropvolgende dagen wordt de 2Cie van Anzegem naar Ronse (31mei), van Ronse naar Ninove (1 juni) en van Ninove naar Dendermonde (2juni) gebracht. Te Dendermonde worden de officieren gescheiden van de manschappen en naar het Kamp van Brasschaat in Maria-ter-Heide overgebracht. Op 10 juni bekomen Lt Gégoire en Lt Desonay hun “Entlassungsschein” en mogen ze naar huis terugkeren.

Na de capitulatie

XLII/GVCE
het bataljon telt aan het einde van de veldtocht dertien gesneuvelden.

Bibliografie en Bronnen

  1. Achtergrondinformatie bij het bombardement op Poperinge van 24 mei 1940. Na Ieper vielen in Poperinge het meeste aantal slachtoffers bij één enkel luchtbombardement opgetekend in België. [On Line beschikbaar]: https://rohardus.com/xiii-de-casselstraat/  [Laatst geraadpleegd 10 juni 2022].
  2. Achtergrondinformatie bij de Nederlandse Soldaten August Pijnenburg en Corneel Blankers [On Line beschikbaar]: https://oorlogsgravenstichting.nl/zoeken  en https://brabantsegesneuvelden.nl/verhalen/militairen-1940-1945  [Laatst geraadpleegd 10 juni 2022].
  3. Het is echter ook mogelijk dat, gezien de omvang van de schade en de spreiding van de vuren (zone tussen Nieuwkapelle en Oudkapelle), het artillerievuur afkomstig was van de Royal Navy. Scheepskanonnen hebben doorgaans een groter kaliber en een grotere dracht. Daarenboven werd ‘s nachts gevuurd zonder dat het doel werd waargenomen. Het valt niet uit te sluiten dat de vuren op doel werden gebracht door triangulatie van de radioposten gebruikt door de Duitse commandopost opgesteld in Nieuwkerke (TBC).
  4. Lijst gesneuvelde militairen in Nieuwkerke en Oudekerke op 29 mei volgens Belgian War Dead Register [On Line beschikbaar]: https://www.wardeadregister.be/nl?conflict=Tweede%20Wereldoorlog%20Belgisch%20Leger&surname=&firstname=&datedeath=&placedeath=Nieuwkapelle&cemetery=&birthloc=&placeresid=&repatriated=&peterschap=&page=0 en  https://www.wardeadregister.be/nl?conflict=Tweede%20Wereldoorlog%20Belgisch%20Leger&surname=&firstname=&datedeath=&placedeath=Oudekapelle&cemetery=&birthloc=&placeresid=&repatriated=&peterschap=&page=0 [Laatst geraadpleegd 10 juni 2022].  
  5. Uitgebreid handgeschreven verslag opgesteld in het Frans door Majoor Henry, batatljonscommandant van XLII/GVCE. Het verslag bevindt zich in het dossier GVCE, Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  6. Getypt verslag opgesteld in het Frans door Lt Grégoire, compagniecommandant van de 2Cie van XLII/GVCE. Het verslag bevindt zich in het dossier GVCE, Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  7. Getypt verslag opgesteld in het Frans door Cdt Franck, compagniecommandant van de 4Cie van XLII/GVCE. Het verslag bevindt zich in het dossier GVCE, Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie. Het valt uit het verslag niet uit te maken of Cdt Franck de ganse tijd bij zijn troepen is gebleven of dat zijn troepen op een bepaald ogenblik alleen werden doorgestuurd naar de rest van het bataljon. Er komt in elk geval een detachement van 40 man van de 4Cie bij het bataljon toe te Leisele op 22 mei, echter zonder Cdt Franck. Volledigheidshalve wordt het verslag van Cdt Franck overgenomen onder de paragraaf betreffende de 4Cie zonder bevestiging of het ook zijn manschappen betreft (TBC).

Tijdens de mobilisatie

XLVI/GVCE
Dit bataljon wordt op 14 januari 40 gemobiliseerd te Gembloux, Jemeppe, Bovesse en Flawine.

XLVII/GVCE
Het XLVIIste Bataljon (XLVII/GVCE) wordt op 14 januari 1940 opgericht te Philippeville, Onhaye, Saint-Gerard en Mariembourg.

Kazerne aan de Boulevard Cauchy waar het XLV/GVCE mobiliseerde op 10 mei

Kazerne aan de Boulevard Cauchy waar het XLV/GVCE mobiliseerde op 10 mei

XLV/GVCE
Het XLVste Bataljon (XLV/GVCE) wordt te Namen gemobiliseerd op 10 mei bij afkondiging van de algemene mobilisatie (Fase E van het mobilisatieplan) en staat onder bevel van Majoor Edgard Petit. Maj Petit wordt bijgestaan door Lt Max Defleur, zijn adjunct. De eerste officieren komen rond 14u30 toe op de commandopost van het bataljon in de Lansierskazerne aan de Boulevard Cauchy.  

  • 1/XLV
    De 1Cie wordt bevolen door Kapitein-commandant Decrop bijgestaan door Lt Verbois als pelotonscommandant. De 1Cie wordt gemobiliseerd in Jambes.
  • 2/XLV
    De 2Cie wordt bevolen door Lt Josephe Godefroid die wordt bijgestaan door drie pelotonscommandanten, de luitenanten Baudine, Deckens en Libert. De 2Cie wordt gemobiliseerd in het Institut Saint-Louis in de Rue Pépin te Namen. In de loop van de namiddag worden auto’s en fietsen opgeëist. De korpsuitrusting voor de manschappen wordt rond 19u00 geleverd en onmiddellijk uitgedeeld. Verkenningen van de te bewaken verkeersinfrastructuur worden uitgevoerd.
  • 3/XLV
    De 3Cie wordt bevolen door Lt Dumont bijgestaan door de pelotonscommandanten Lt Clément en Lt Petiaux. De 3Cie wordt gemobiliseerd in Namèche.
  • 4/XLV
    Lt Res Roger Yvergneaux wordt door het Rekruteringsbureau van Namen opgeroepen om de 4Cie van XLV te vervoegen in Leuze-Longchamps waar de compagnie gemobiliseerd wordt. Hij wordt er aangesteld als nieuwe compagniecommandant ter vervanging van Lt Ronvaux die zich in het militair hospitaal van Namen bevindt.

XLVI/GVCE
Dit bataljon wordt op 14 januari 40 gemobiliseerd te Gembloux. De vier compagnies voeren tot 12 mei bewakingsopdrachten uit in respectievelijk Gembloux (1Cie), Jemeppe (2Cie), Bovesse (3Cie) en Flawine (4Cie). Het bataljon wordt bevolen door Kapitein-commandant Martin.

XLVII/GVCE
Het XLVII/GVCE mobiliseert op 14 januari 40 te Phillippeville en staat onder bevel van Kapitein-commandant Jadoul. Op 10 mei voert het bataljon verschillende opdrachten uit langs de Maas maar krijgt diezelfde dag nog opdracht terug te plooien op Florennes en Binche. Het bataljon zal er verblijven tot 17 mei.

XLV/GVCE
Na zijn mobilisatie beëindigd te hebben bezet het bataljon stellingen in de driehoek Leuze-Longchamps (Eghezée), Naméche, Jambes.

  • 1/XLV
    De 1Cie verlaat Jambes en gaat zich installeren in het klooster van Coquelet te Namen. De stellingen van de 1Cie worden overgenomen door de 2Cie.
  • 2/XLV
    De 2Cie gaat verder met het uitdelen van de persoonlijke uitrusting aan de manschappen die druppelsgewijs binnenkomen. In de namiddag is de compagnie klaar om ingezet te worden, de verkende stellingen te Jambes en Saint Servais worden overgenomen van de 1Cie en bezet.
  • 4/XLV
    De mobilisatie van de 4Cie wordt voortgezet te Leuze-Longchamps. Tegen de avond worden de eerste stellingen bezet.

XLV/GVCE
Op 12 mei wordt de opdracht van het XLV/GVCE in Namen beëindigd en krijgt het bataljon van het Provinciecommando het bevel om tijdens de nacht van 12 op 13 mei terug te plooien op Sombreffe. De mars mag om veiligheidsredenen pas starten na het invallen van de duisternis.

  • 2/XLV
    De stad Namen wordt gedurende de dag hevig gebombardeerd naar aanleiding van de aankomst van de Fransen. Tegen de avond krijgt de compagnie opdracht om zich samen met het bataljon te voet naar Sombreffe te begeven. Onderweg naar Sombreffe passeert de compagnie het dorpje Temploux waar ze getuige zijn van de gevolgen van het luchtbombardement op de 1ste Divisie Ardeense Jagers (1DivChA). Langs de kant van de weg liggen nog de lichamen van in het bombardement omgekomen Ardeense Jagers. De terugtocht verloopt moeizaam, de wegen zitten overvol met Franse eenheden en grote groepen vluchtelingen. Sombreffe wordt bereikt om 03u00 de volgende ochtend.
  • 4/XLV
    De 4Cie ontvangt van de bataljonsstaf het bericht dat zij zal worden afgelost door een eenheid van het Franse leger en krijgt het bevel om terug te trekken naar Sombreffe. De Cie  vertrekt te voet naar Sombreffe na het invallen van de duisternis.

XLVI/GVCE
Het bataljon krijgt het bevel zijn bewakingsopdrachten te beëindigen en zich via Braine-l’Alleud en Bergen naar Ieper te begeven waar ze de 18 mei toekomen. De 1Cie van Luitenant Molle bereikt later Braine-l’Alleud en komt de 18 mei pas toe in Wervik.

XLV/GVCE
Sombreffe wordt bereikt in de vroege ochtend. Het bataljon zal van de dag gebruik maken om uit te rusten. Laat op de middag krijgt het bataljon in zijn CP te Sombreffe opdracht om Namen terug te vervoegen. De bataljonsstaf gaat op zoek naar voertuigen om de manschappen terug naar Namen te brengen maar slaagt er niet in een grote transportcapaciteit bijeen te krijgen. De op 12 mei achtergelaten stellingen moeten opnieuw bezet worden.  

  • 2/XLV
    Voor dageraad worden kantonnementen opgezocht in Sombreffe waar de volgende nacht wordt afgewacht om de terugtocht voort te zetten. De volgende avond komt echter het tegenbevel om terug te keren naar Namen. Het moreel dat ondanks de gebeurtenissen van de afgelopen dagen nog hoog was krijgt een flinke knauw. Uit veiligheidsoverwegingen wordt ‘s nachts gemarcheerd om uit het vizier van de Duitse luchtmacht te blijven. 
  • 4/XLV
    De compagnie wordt 30 kilometer teruggestuurd naar Leuze-Longchamp omdat de Fransen er nog niet zijn toegekomen.

Institut Saint-Louis in de Rue Pépin waar de CP bataljon op 13 mei wordt opgesteld.

Institut Saint-Louis in de Rue Pépin waar de CP bataljon op 14 mei wordt opgesteld.

XLV/GVCE
Majoor Petit laat aan de Provinciecommandant Generaal-majoor ridder de Donnea weten dat de nutteloze mars van Namen naar Sombreffe en terug heel wat inspanningen gekost heeft. De meeste mannen zijn rond de veertig en hebben na slechts twee dagen gemobiliseerd te zijn tot tweemaal 30 kilometer (de afstand Sombreffe – Namèche bedraagt ongeveer 32 kilometer) gemarcheerd.  Tot overmaat van ramp komen ze te weten dat de vijand de Maas heeft overgestoken te Yvoir waardoor het moreel nog verder zakt. De CP van het bataljon wordt opgesteld in het Institut Saint-Louis waar zich ook de CP van de 2Cie bevindt. In de namiddag wordt aan het bataljon opnieuw het bevel gegeven om zich naar Sombreffe te begeven, ditmaal op doortocht naar Veurne, de nieuwe eindbestemming voor het bataljon. Na het uitvoeren van de nieuwe verplaatsing installeert de commandopost zich in het holst van de nacht te Marbais een gehucht van Villers-la-Ville.

  • 2/XLV
    De 2Cie komt na een nieuwe mars van 25 kilometer tegen 06u30 aan te Namen, weliswaar slechts met minder dan de helft van het effectief. Door gebrek aan training en door het moeten inlopen van de nieuw gekregen legerbottines is het aantal achterblijvers groot. De vermoeidheid slaat toe in de compagnie. Toch worden de pelotons uitgezet op verschillende belangrijke verkeersknooppunten. In de loop van de dag komt het bevel binnen om terug naar Sombreffe te marcheren. Lt Libert wordt echter door Belgische schildwachten van een infanterieregiment verkeerdelijk voor parachutist aanzien en gearresteerd. Wanneer hij om 17u00 wordt vrijgelaten is zijn peloton samen met de 2Cie reeds vertrokken. Hij eist een fiets op en rijdt onmiddellijk naar Sombreffe waar hij zijn peloton en de rest van de 2Cie terugvindt, echter zonder officieren. Die blijken te zijn doorgereisd naar Veurne.
  • 4/XLV
    De compagnie marcheert de ganse nacht en neemt bij het aanbreken van de dag zijn posities terug in. Tijdens de middag wordt de compagnie teruggeroepen naar Sombreffe waar ze tegen de avond toekomen.

XLV/GVCE
De bataljonsstaf verplaatst zich van Marbais naar Ronquières een dertigtal kilometer meer naar het westen. Maj Petit krijgt geen uitleg over de tactische situatie, hij krijgt alleen te horen dat er haast gemaakt moet worden. Het bataljon start de verplaatsing in de loop van de ochtend. Ditmaal wordt met de voertuigen een navette ingelegd om telkens kleine groepen militairen naar Ronquières te vervoeren. De manschappen die over een fiets beschikken vormen een detachement wielrijders. De 4Cie wordt aangeduid als achterhoede. Net voor de bataljonscolonne Nijvel bereikt worden ze vanuit de lucht gebombardeerd. TIjdens het bombardement verliezen de 1Cie en de 3Cie voeling met de rest van het bataljon en zetten hun terugtocht na een korte reorganisatie alleen verder.

  • 2/XLV
    Lt Libert die nu de leiding neemt over de Cie krijgt opdracht om zoveel mogelijke fietsen aan te slaan en het bataljon te vervoegen in Ronquières. Tegen 12u00 wordt Sombreffe verlaten. Wanneer de Cie aankomt in Houtain-le-Val wordt de colonne gebombardeerd. Bij het bombardement komt de Soldaat Ciparisse van de 2Cie om het leven. Dankzij de in beslag genomen fietsen en een vrachtwagen komt de 2Cie tegen 17u00 aan te Ronquières waar ze de rest van het bataljon vervoegen.
  • 4/XLV
    Terwijl de drie andere compagnies samen met de bataljonsstaf naar Ronquières vertrekken blijft de 4Cie nog een tijdje achter in Sombreffe om de terugtocht te dekken. Wanneer de compagnie Sombreffe uiteindelijk verlaat trekken ze westwaarts via Sart-Dame- Aveline en Nijvel naar Ronquières.

XLV/GVCE
Het voltallige bataljon verplaatst zich van Ronquières naar het station van ‘s Gravenbrakel waar een trein deels gevuld met vluchterlingen op het bataljon staat te wachten. De manschappen te voet en een gedeelte van de manschappen per fiets kunnen instijgen op de trein. De gemotoriseerde voertuigen worden via de weg naar Veurne gestuurd. De rest van de wielrijders vormt een detachement onder bevel van Lt Yvergneaux die erin slaagt met zijn detachement tegen de avond Kortrijk te bereiken waar de nacht van 16 op 17 mei wordt doorgebracht. De rest reist per trein naar Doornik. Bij het binnenrijden van Doornik wordt de trein gebombardeerd zonder dat er echter schade geleden wordt. In Doornik wordt na een korte halte overgestapt op een andere trein die het bataljon via Kortrijk en Ieper naar Veurne zal brengen. De colonne voertuigen bereikt Veurne nog voor middernacht.

XLV/GVCE
De trein van het XLVde Bataljon komt om 04u00 ‘s morgens toe te Veurne. Er worden kantonnementen opgezocht in Veurne. Majoor Petit neemt telefonisch contact op met het Provinciecommando van West-Vlaanderen te Brugge. Tijdens het gesprek krijgt hij zijn nieuwe opdracht. Het bataljon moet detachementen sturen naar het sluizencomplex in Nieuwpoort, de telefooncentrale van De Panne, het station van Adinkerke en het Kamp van Lombardsijde om de bewaking van de daar opgesloten Duitse krijgsgevangenen te versterken. De ganse dag komen nog achtergebleven detachementen toe in Veurne die vervolgens naar hun respectievelijke compagnie worden doorgestuurd.

  • 2/XLV
    Te Veurne bevinden zich reeds Lt Godefroid, Lt Baudine en Beckens. De 2Cie is nu herenigd met zijn officieren. De 2Cie neemt te Veurne een kantonnement in. Om 14u00 krijgt Lt Libert opdracht om met zijn peloton de telefooncentrale van De Panne, waar een internationale telegrafielijn aan land komt, te gaan beveiligen. Het peloton verplaatst zich naar De Panne en begint met het treffen van de voorbereidingen voor de uitvoering van de nieuwe opdracht. Tegen de avond komt een tegenbevel binnen, het peloton moet zich naar het Kamp van Lombardsijde begeven waar ze de bewaking van de gevangenen moeten gaan versterken. 
  • 4/XLV
    De compagnie krijgt de opdracht om in Nieuwpoort het sluizencomplex van de Ganzevoet te bewaken. De compagnie verplaatst zich te voet naar Nieuwpoort. Lt Ronvaux van de 4Cie die via het militair hospitaal van Namen werd afgevoerd naar een militair reserve hospitaal in Adinkerke vervoegt opnieuw zijn compagnie. 

XLVII/GVCE
Op 17 mei krijgt het bataljon de opdracht om twee detachementen te vormen, één detachement wordt op de trein gezet in het station van Thieu in de buurt van Bergen om zich naar Poperinge te begeven. Een tweede detachement zal hetzelfde traject per fiets uitvoeren. Op 19 mei vervoegt het tweede detachement de rest van het bataljon in Poperinge.

XLV/GVCE
De compagnies voeren de opdrachten uit zoals opgedragen door het Provinciecommando van West-Vlaanderen. 

  • 2/XLV
    Het Peloton Libert komt tegen 12u00 toe in Lombardsijde en stelt zich onder bevel van Majoor De Wilde, compagniecommandant van de Administratieve Compagnie der Interneringskampen. Lt Libert is geschokt door de onmenselijke behandeling van de Duitse krijgsgevangen in het kamp. 
  • 4/XLV
    De pelotons worden ingezet voor de bewaking van het sluizencomplex van Nieuwpoort. 

XLVI/GVCE
In zijn kantonnement in Ieper krijgt Cdt Martin opdracht om zich met zijn bataljon naar Rouen te begeven. De bataljonscommandant geeft de opdracht door aan de 1Cie die zich nog in Wervik bevindt. De rest van de dag wordt de beweging naar Frankrijk voorbereid.

XLVII Bataljon in Frankrijk
Op 18 mei krijgt Cdt Jadoul opdracht om zich met eigen middelen naar Rouen te begeven hetgeen erop neer komt dat een gedeelte zich per fiets en een ander gedeelte zich te voet zal verplaatsen.

XLV/GVCE in Frankrijk
Majoor Petit krijgt in de late namiddag van het Provinciecommando het bevel  om de volgende ochtend met eigen middelen naar Rouen te vertrekken. Hij moet twee marsdetachementen samenstellen; één zal per fiets pogen Rouen te bereiken, het tweede detachement moet hetzelfde traject te voet afleggen. ‘s Avonds worden alle overblijvende militairen van XLV/GVCE aan het station van Adinkerke verzameld. De 1Cie ontbreekt op het appel en zal het vertrek naa Frankrijk missen. Maj Petit beslist om zich nog voor middernacht in Frankrijk te installeren. Het bataljon vertrekt naar Hoymille (oftewel Hooimille) net ten zuiden van Duinkerke waar een kantonnement wordt ingericht. In het kantonnement worden de twee detachementen samengesteld. Lt Yvergneaux krijgt het bevel over het detachement wielrijders, Lt Godefroid zal het commando nemen over het detachement te voet.

  • 2/XLV
    In de loop van de avond krijgt Lt Libert het bevel van zijn bataljonscommandant om zich onmiddellijk naar het station van Adinkerke te begeven om er de rest van het bataljon te vervoegen. Er wordt die nacht nog doorgemarcheerd van Adinkerke naar Hoymille.
  • 4/XLV
    Tegen de avond krijgt de compagnie einde opdracht en moeten zij zich naar het station van Adinkerke verplaatsen. Hier worden ze op de hoogte gebracht van de opdracht Rouen te bereiken met eigen middelen. Lt Yergneaux verplaatst zich met zijn compagnie van Adinkerke naar Hoymille en zoekt er kantonnementen op voor de nacht.

XLVI/GVCE in Frankrijk
Het bataljon zonder de 1Cie verlaat Ieper om 06u30, een gedeelte verplaatst zich per fiets, de rest voert de verplaatsing te voet uit. Tegen de avond wordt Kassel bereikt waar ze de nacht zullen doorbrengen.

XLVII Bataljon in Frankrijk
Het bataljon steekt op 19 mei de grens nabij Poperinge over en zal tegen de avond Saint-Omer bereiken en er overnachten.

XLV/GVCE in Frankrijk
In de vroege ochtend vatten beide detachementen hun tocht naar Rouen aan. Het detachement te voet onder bevel van Lt Godefroid begeeft zich op weg richting Saint-Omer. Majoor Petit zal bij het detachement te voet blijven. Het detachement wielrijders van Lt Yvergneaux verlaat Hoymille en zal proberen langs de Route Nationale 28 (nu de D928) zo ver mogelijk richting Rouen te komen. Na een rit van 68 kilometer bereiken ze in de avond Fruges op zo’n 18 kilometer ten noorden van Hesdin. Het detachement wielrijders brengt de nacht van 19 op 20 mei door in Fruges. Het detachement te voet zal na een mars van 40 kilometer rond de middag Pihem (12 Km ten noordwesten van Saint-Omer) bereiken. De ganse dag komen nog kleine detachementen van het bataljon toe in Pihem, de manschappen zijn uitgeput en hebben nagenoeg allen geblesseerde voeten. De 2Cie wordt gekantonneerd in Bientques.

XLVI/GVCE in Frankrijk
De volgende morgen zet het bataljon zijn tocht verder langs overvolle wegen. Het blijkt onmogelijk het bataljon samen te houden en de compagnies verliezen contact met het bataljonscommando. Cdt Martin rijdt voorop met zijn stafvoertuig en wacht de colonne op in Hesdin om de detachementen richting Rouen op te sturen. Tegen 17u00 passeert hij de Somme en houdt halt te Sainte-Genevièvre om er het bataljon te hergroeperen, slechts een gering aantal militairen bereikt de Somme voor het invallen van de nacht.

XLVII/GVCE in Frankrijk
Omstreeks 14u00 verlaat het bataljon Saint-Omer om zijn tocht verder te zetten richting Abbeville. Hesdin wordt diezelfde avond nog zonder problemen bereikt en Cdt Jadoul besluit tijdens de nacht verder te trekken naar Abbeville waar de colonne te voet de volgende ochtend toekomt. Ze botsen er op terugtrekkende Franse en Britse troepen die ze vertellen dat de bruggen over de Somme gesprongen zijn en dat ze terug naar het noorden moeten, richting Boulogne. Het bataljon raakt volledig versnipperd en de vermoeide detachementen worden één na één ingehaald door de Duitsers. Een kleine groep bereikt enkele dagen later nog Boulogne waar de soldaten Dricot, Gerin, Paquet en Tombeur op 23 mei omkomen tijdens luchtbombardementen.

Het detachement per fiets onder leiding van Luitenant Dupont van de 1Cie, die de voorhoede van het bataljon vormde, was verder doorgereden tot bij de Somme. Ter hoogte van de spoorwegovergang in Drugy tussen Sint-Riquier en Abbeville worden ze door een Franse officier gesommeerd stelling te nemen langs de spoorwegberm. Lt Dupont stelt zijn mannen op maar is geen partij voor de Duitse pantservoertuigen die voor zijn stelling opduiken. Na een kort vuurgevecht waarbij een soldaat sneuvelt, wordt het detachement overmeesterd. Cdt Jadoul die over een stafvoertuig beschikte is de enige die tijdig de Somme heeft kunnen overschrijden en het zuiden van Frankrijk kon bereiken. Zijn bataljon heeft het niet gehaald.

  

De Duitse voorhoede bereikt tijdens de nacht van 20 op 21 mei de Atlantische kust ter hoogte van Abbeville.

De Duitse voorhoede bereikt tijdens de nacht van 20 op 21 mei de Atlantische kust ter hoogte van Abbeville.

XLV/GVCE in Frankrijk
Majoor Petit stuurt een detachement installatiepersoneel (PI) onder leiding van Lt Libert met een vrachtwagen voorop met de opdracht overgangen over de Somme te verkennen en een kantonnement ten zuiden van de rivier in te richten. Deze verkenningsploeg valt echter onder Duits vuur nabij Hesdin en slaagt erin naar Pihem terug te keren waar ze Maj Petit op de hoogte brengt dat er geen doorkomen aan is. De Franse Plaatscommandant van Saint-Omer bevestigd dat Abbeville gevallen is en dat het bataljon terug naar het noorden moet. De Duitse voorhoede heeft immers tijdens de nacht van 20 op 21 mei de Atlantische kust ter hoogte van Abbeville bereikt. Hierdoor worden heel wat eenheden afgesneden op hun terugtocht naar het zuiden en moeten ze onherroepelijk op hun stappen terugkeren willen ze niet krijgsgevangen genomen worden. Hierop beslist Maj Petit om ‘s avonds nog naar Boulogne door te marcheren in de hoop te kunnen inschepen naar het zuiden van Frankrijk of naar Engeland. De ganse nacht wordt doorgemarcheerd en tegen de ochtend bereiken ze de buitenwijken van Boulogne. De weinige bevoorradingscamions worden gebruikt om achterblijvers op te pikken en ze naar Boulogne te vervoeren.

Intussen verlaat Lt Yvergneaux met zijn detachement s’ochtends Fruges en begeeft zich richting Hesdin. Hier krijgt hij te horen dat de volledige regio ten zuiden van Hesdin in handen van de vijand is. Hij besluit hierop om terug te keren en via Montreuil naar Boulogne-sur-Mer te fietsen. 

XLVI/GVCE in Frankrijk
Op 21 mei in de vroege morgen bereikt Lt Pinchart met een honderdtal wielrijders Saint-Genevièvre en dit is dan ook het grootste detachement dat erin geslaagd is de Somme over te steken. Niet meer dan 150 manschappen van XLVI/GVCE bereiken uiteindelijk via Rouen, Toulouse en Poitiers het zuiden van Frankrijk. De rest van de compagnies die versnipperd hun weg voortzetten worden gevangen genomen. Het XLVI Bataljon zal uiteindelijk zeven gesneuvelden tellen tijdens hun tocht naar het zuiden. De 1Cie van Luitenant Molle die gedeeltelijk per vrachtwagen en per fiets vanuit Wervik vertrok bereikt de Somme niet, een detachement onder bevel van Luitenant Lemaire bereikt Boulogne en leidt er verliezen, een ander detachement bereikt Calais. Lt Molle keert op zijn stappen terug en bereikt met 48 man De Panne.

XLV/GVCE in Frankrijk
Maj Petit die voorop gereden is meldt zich aan bij de Franse Plaatscommandant van Boulogne en krijgt er te horen dat hij onmogelijk kan inschepen naar Zuid-Frankrijk noch naar Engeland. Het bataljon krijgt van de Plaatscommandant van Boulogne het karmelietenklooster in de Rue du Denacre van Saint-Martin-Boulogne als kantonnementsplaats aangewezen. Hier vervoegt het detachement van Lt Yvergneaux het bataljon [1]. Het XLV/GVCE bestaat nu nog uit de bataljosstaf, de 2Cie en de 4Cie. De 1Cie en de 3Cie hebben de verplaatsing naar Boulogne (of zelfs naar Frankrijk – TBC) niet uitgevoerd.

XLV/GVCE in Frankrijk
Het bataljon verlaat het klooster in Saint-Martin-Boulogne en begeeft zich naar de haven.  Opnieuw probeert de bataljonscommandant plaats te krijgen aan boord van een van de schepen die naar Engeland vertrekken maar zonder succes. Hij neemt contact op met Kolonel Coucke, commandant van het 53ste Linieregiment (53Li), die het bevel voert over de verschillende gestrande Belgische detachementen in Boulogne. Maj Petit krijgt opdracht alle geïsoleerde militairen van de verschillende GVCE bataljons te groeperen in de Caserne Bruix in de haven maar deze kazerne wordt gebombardeerd voor ze er kunnen intrekken. Tijdens het bombardement vallen ook slachtoffers bij het XLV/GVCE. Het bataljon moet de haven dringend verlaten en uitwijken naar een nieuw kantonnement elders in de stad die intussen ook zwaar gebombardeerd wordt. Maj Petit beslist het centrum zo snel mogelijk te verlaten en een veilige schuilplaats te zoeken in de rand van de stad. Het bataljon zoekt schuilplaatsen in de kelders van de huizen in de Rue de la Paix, maar ook daar worden ze gebombardeerd. In dezelfde straat komen de officieren samen in het gebouw van de Direction des Contributions Directe om er te schuilen in de kelders van het gebouw. Gewonden worden overgebracht naar de iets verder in de straat gelegen “Clinique Dr Gaston Houzel“.

XLV/GVCE in Frankrijk
De officieren gaan zoals bevolen op zoek naar de verschillende geïsoleerde detachementen van GVCE bataljons die gestrand zijn in Boulogne en brengen ze samen in de Rue de la Paix tot wanneer om 13u00 het gebouw door de Duitsers overrompeld wordt en de ongeveer 400 samengetroepte GVCE militairen krijgsgevangen nemen. Onder de gevangenen Maj Edgard Petit, Cdt Raoul Petit, Lt Defleur, Lt Libert, Lt Godefroid, Lt Baudine, Lt Deckens, Lt Ronvaux en Lt Yvergneaux. Het XLV/GVCE houdt op te bestaan. Bij het XLV/GVCE sneuvelen te Boulogne de Brigadier BV Dasnois, de Brigadier Mil Donni, de Soldaat BV Hubert en de Soldaat Mil De Backer ten gevolge van de bombardementen. 

Na de capitulatie

XLV/GVCE
De 1Cie, die contact verloor met de rest van het bataljon, duikt na 28 mei op in het stuk België dat na de Belgische capitulatie nog verdedigd werd door de Fransen en de Britten. Hierdoor konden zij zich niet overgeven aan de Duitsers na de Belgische capitulatie. De compagnie moest wachten tot de frontlijn hun stelling passeerde. Ze werden door de Duitse Feldgendarmerie met hun voertuigen naar Roeselare gestuurd van waaruit ze proberen Namen te bereiken. Kort voor Roeselare worden ze KG genomen. De voertuigen worden in colonne onder Duitse begeleiding naar Brussel gestuurd. Het peloton van Lt Kumps slaagde erin de colonne te verlaten. Ter hoogte van Pepingen worden zijn manschappen gedemobiliseerd en naar huis gestuurd.

Bibliografie en Bronnen

  1. Achtergrondinfromatie bij het Karmelietenklooster van Saint-Martin-Boulogne [On Line beschikbaar]: https://www.carmelitesfrancenord.fr/carmel-de-saint-martin-boulogne/ [Laatst geraadpleegd 6 juni 2022]
  2. Gedetailleerd handgeschreven verslag opgesteld in het Frans op 26 mei 1946 door Maj Petit, bataljonscommandant van XLV/GVCE. Het verslag bevindt zich in het dossier GVCE, Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  3. Gedetailleerd getypt verslag opgesteld in het Frans door Lt Josephe Libert, pelotonscommandant bij de 2Cie van XLV/GVCE. Het verslag bevindt zich in het dossier GVCE, Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  4. Summier getypt verslag opgesteld in het Frans door Lt Yvergneaux, compagniecommandant van de 4Cie van XLV/GVCE. Lt Yvergneaux voegt bij zijn verslag wel een lijst met de namen van de officieren die op 24 mei te Boulogne KG genomen werden. Op het lijstje komen geen namen voor van officieren van de 1Cie en de 3Cie hetgeen laat vermoeden dat deze compagnies de verplaatsing vanuit Saint-Omer (en misschien zelfs vanuit Adinkerke) naar Boulogne niet hebben gemaakt. Het verslag bevindt zich in het dossier GVCE, Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  5. Summier handgeschreven verslag opgesteld in het Frans door Lt Josephe Godefroid, compagniecommandant van de 2Cie van XLV/GVCE. Het verslag bevindt zich in het dossier GVCE, Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  6. Summier handgeschreven verslag opgesteld in het Frans door Lt Res Kumps, pelotonscommandant van het 1Pl van de 1/XLV. Hij beschrijft hoe zijn compagnie na de Belgische capitulatie het front passeerde om te kunnen terugkeren naar Namen.
  7. L’armée belge de France en 1940, door Jean Jamart Col BEM Hre, 1994, uitgeverij Schmitz, Bastogne, p 117.

Slachtoffers

EenheidNaamVoornaamFotoGraadStandKlas° op° te+ op+ teNota
3/XIIAPERSJozef, T.SdtMil2525.11.1905Doel27.05.1940Gistel
1/XLVBAETEJoseph, C.SgtMil2422.12.1904Eksaarde31.05.1940Hesdin (F)
1/XXIIIBAETSFrançoisSdtMil2511.09.1905Vissenaken04.06.1940IeperGewond bij bombardement van 24/05
4/XLIIBARBIERJoseph, H.A.SdtMil2420.04.1904Flémalle-Haute14.05.1940Tongeren
OnbekendBASTINSimon, J.B.SdtMil2309.05.1903Montignies-sur-Sambre23.05.1940Verquin (F)
4/XLVBAYELéon, J.SdtMil1905.06.1898Forville24.05.1940Grand-Fort-Philippe (F)
1/VIIBELPAEMEAramis, A.SdtMil2203.04.1902Lesdins (F)13.05.1940Gent
VIBERGEREmile, J.J.SgtMil2622.04.1906Mettet21.05.1940Ecquemicourt (F)Gedood bij luchtaanval
2/XLIIBERNARDLéon, J.J.SdtMil2516.05.1905Latinne31.05.1940RoeselareGewond bij bevriend artillerievuur van 29 mei op Nieuwkapelle
3/XXIVBILLEMONTLucienSdtMil1919.08.1895Harmignies14.05.1940Nivelles
3/XXIIBINSTJacobSdtMil2508.01.1905Grimbergen10.05.1940Kapelle-op-den-Bos
XXIBOCHARTMathieuSdtMil1911.12.1900Brussel01.06.1940Koksijde
XLVBODARTAntoine, H.F.SdtMil1901.06.1899Leuze29.05.1940OudekapelleOmgekomen door geallieerd artillerievuur
OnbekendBOIDTSGeorges, Jean Marie GaspardSgtMil2406.01.1914Schaarbeek03.09.1940Greifswald (D)Krijgsgevangene
2/IBRAEMSPierre, P.SdtMil2427.06.1904Knokke09.06.1940Knokke
OnbekendBREUGELMANSVictorSdtMil3022.03.1910Wuustwezel20.05.1940Berneuil (F)
XLVIBROLETLéonSdtMil1913.12.1896Saint-Hubert24.05.1940Poperinge
OnbekendBROUNSJoseph, G.SdtMil2828.12.1908Lissewege21.05.1940Brugge
XXIIICERULESAlfonsSdtMil2429.08.1904Neerlinter25.05.1940IeperGewond bij bombardement van 24/05. Overleden in Zwarte Zustersziekenhuis Ieper.
OnbekendCHARLESFernand, L.C.SdtMil2222.01.1902Gilly03.06.1940Céroux-Mousty
2/XLVCIPARISSELéopoldSdtMil2026.03.1900Namur15.05.1940Houtain-le-Val
4/XCLAPDORPHenri, C.L.SdtMil1921.09.1899Zele10.05.1940DendermondeGedood bij luchtaanval op Scheldebrug
IICOLLIEOmer, J.SdtMil2517.01.1905Komen27.05.1940Watou
4/XXIIICOPERMANSJoseph, A.SdtMil2525.08.1905Diest24.05.1940IeperGedood bij luchtbombardement
1/IXCORBUSIERCharles, A.J.SdtMil2514.04.1905Clermont-sous-Huy29.05.1940Alveringem
4/XXXIICOTTIELSMarcel, L.KplMil2417.04.1904Gilly26.05.1940Izegem
XD'HAESEVictorSgtMil2128.07.1901Lede22.05.1940Boulogne (F)
2/XLVDASNOISGeorges, E.BrigBV20.04.1903Honnay29.05.1940Boulogne (F)
OnbekendDE BACKERFrans, A.SdtMil2129.11.1901Wanzele28.05.1940Boulogne (F)
IDE BRANTRené, A.1Sgt25.04.1904Sint-Niklaas24.05.1940Harelbeke
2/XDE BRUYCKERGustaaf, E.SdtMil2118.10.1901Lede28.05.1940Boulogne (F)Verwond 22/5.
2/XVIIDE CATFrans, E.SdtMil2213.05.1902Tremelo31.05.1940Westkapelle (NL)Verwond 13/5 te Zeebrugge.
OnbekendDE CAUWERHenri, ConstantSdtMil2429.02.1904Sint-Lambrechts-Woluwe22.01.1941Isenbüttel (D)Omgekomen in treinramp
XXXDE KEYSERCharles, F.M.SdtMil2519.01.1904Soignies04.06.1940Loos (F)
1/VIIDE PAEPEHenri, G.SdtMil2123.06.1901Deurle14.05.1940Gent
7/VIIDE PAUWMauritsKplMil2227.08.1902Gent13.05.1940GentOverleden Hulphospitaal 30 te Sint-Amandsberg
1/VIIDE RIJCKEEmiel, C.SdtMil2310.03.1903Gent13.05.1940Gent
1/XIDE ROECKIsidoor, R.SdtMil2216.07.1902Ninove01.06.1940Aalst
1/XDE SAEDELEERRemiSdtMil2201.11.1902Erpe24.05.1940Peuplingues (F)
1/XLDE WAELSeraphin, E.SdtMil2218.01.1902Aalst30.05.1940Saint-Pol (F)
2/XLIIDEBARTJulien, J.SdtMil2519.05.1904Vinalmont29.05.1940NieuwkapelleOmgekomen door geallieerd artillerievuur
1/XXIIIDEBECKERJules, A.SdtMil2017.01.1900Glabbeek-Zuurbemde24.05.1940IeperGewond bij bombardement van 24/05.Overleden in Zwarte Zustersziekenhuis Ieper.
XLVIDECOUXArthur, J.B.SdtMil2229.06.1902Arsimont23.05.1940Sangatte (F)
XXIIIDEFALQUEVictor, E.J.BrigMil2011.01.1900Jodoigne13.05.1940Limelette
2/XXIVDEGREVESamuelSdtMil1524.09.1895Châtelineau27.05.1940Boulogne (F)
1/XLVIDEHANEdmond, G.J.SdtMil2022.10.1900Jemeppe-sur-Sambre22.05.1940Boulogne (F)
XLVIDELANDEJoseph, U.SdtMil1930.04.1897Temploux24.05.1940Abele (Watou)
OnbekendDELCOURTEliséSdtMil2909.06.1909Nivelles04.07.1940Sint-AndriesOverleden in hospitaal Abdij Zevenkerken
4/XXXIVDELPOMDORAlfred, E.SdtMil2321.07.1903Saint-Ghislain25.05.1940Izegem
4/XIDESODTCyriel, A.SdtMil2517.03.1905Langemark27.05.1940Watou
XXXDEVENJosephSgtMil??14.09.1940La LouvièreOverleden aan verwondingen
2/XXXIIDEVILLERSVictor, J.SdtMil1911.10.1899Montignies-sur-Sambre20.05.1940Izegem
2/VIIDEVREESEArmand, F.J.SgtMil2410.08.1904Oostende13.05.1940Gent
2/VIIDEZYAntoine, J.G.BrigMil2527.04.1905Courcelles01.06.1940Oostende
XXIDOBBELAEREAlfred, L.J.SdtMil2504.06.1905Brussel08.06.1940Klemskerke
OnbekendDONNAYJulesSgtMil10.06.1921Dinant12.05.1940Saint-Servais
OnbekendDONNIJulienBrigMil2401.12.1904Landen24.05.1940Boulogne (F)Gedood in luchtaanval
XXIVDOUCHAMPSMauriceBrig21.04.1898Court-Saint-Etienne14.05.1940Nivelles
2/XLIIDRAUXJules, I.SdtMil2403.03.1904Bertrix16.05.1940Wasmuel
XLVIIDRICOTJoseph, G.SdtMil1914.07.1899Treignes23.05.1940Boulogne (F)
OnbekendDUBRULLEMaurice(Onbekend)(Onbekend)Braine-le-Comte23.08.1940Ebelsbach (D)Krijgsgevangene
OnbekendDUHRMathieu, J.P.SdtMil2420.11.1901Köln (D)28.05.1940Schuiferskapelle
4/XIDUMORTIERRaphaël, D.D.KplMil2302.06.1904Moregem19.06.1940BruggeVerwond 28.05 te Zeebrugge
1/XXVDUMOULINFrançois, J.SdtMil2229.10.1902Chapelle-à-Oie24.05.1940Gravelines (F)
1/XXIEVERAERTFrancisSdtMil2225.06.1902Meldert24.05.1940Watou
4/XFAMELAERJozef, L.SgtMil2210.12.1902Wetteren10.05.1940Dendermonde
1/XLIIFRAITUREJean, J.SdtMil2529.06.1905Hannut29.05.1940OudekapelleOmgekomen door geallieerd artillerievuur
XLIIFRAITUREErnest, E.G.SdtMil2401.06.1904Latinne23.05.1940Abele (Watou)
2/XFRANCKRemi, G.SdtMil2127.04.1901Scheldewindeke22.05.1940Boulogne (F)
XLFREDERICMarius, VictorSdtMil2418.02.1905Liège04.06.1941LiègeOverleden aan verwondingen
XXXIIFREREGustave, A.N.LtRes21.02.1901Charleroi27.05.1940Oostende
OnbekendGARDINALMaurice, A.J.SdtMil2522.03.1905Brugge27.05.1940Brugge
4/XXIIIGEGOEugène, D.G.SdtMil2206.01.1902Grand-Rosière-Hottomont01.06.1940De Panne
XLIIGENIEFlorent, L.SgtMil2404.03.1904Les Waleffes24.05.1940Abele (Watou)
3/XLVIIGERINMarcel, J.G.SdtMil2408.08.1904Sart-en-Fagne23.05.1940Boulogne (F)
XLVIIGIGOTPaul, Marie Joseph GhislainSdtMil0325.09.1903Dinant10.06.1940Dornitz (D)Krijgsgevangene
OnbekendGILLETJoseph, J.B.SdtMil2501.04.1905Libin24.05.1940Boeschepe (F)
1/XLIIIGINKELSJoseph, A.SdtMil2521.03.1905Sint-Margriete-Houtem17.05.1940Sint-Niklaas
2/XLVIGRANDHENRYJean, B.J.SdtMil2527.08.1905Châtelet12.05.1940Ernage
2/IGUILLIAMSMauriceSdtMil2227.12.1902Anderlecht22.05.1940Auroux (F)
2/IVHAUTFENNEJean, B.A.SdtMil2425.08.1904Sint-Joost-ten-Node24.05.1940Boulogne (F)
2/XHENDERICKXArthur, A.SdtMil2214.11.1902Wichelen24.05.1940Boulogne (F)
1/XLVIHENNUYErnest, J.SdtMil2405.05.1904Auvelais23.05.1940Boulogne (F)
OnbekendHOEBEKEEmiel, M.SdtMil2209.05.1902Gent26.05.1940Sint-MichielsVerdwenen
4/XLVHUBERTVictor, L.SdtBV1912.06.1899Charleroi23.05.1940Boulogne (F)Verwond 22.05
XLVIHUEGAERTSFréderic, J.KplBV1918.01.1899Kampenhout21.05.1940Camiers (F)
2/XXXHUREZHenri, V.KplMil1916.10.1897Strépy-Bracquegnies01.06.1940Westende
OnbekendJANSSENSFrans, A.SdtMil18.10.1902Heist-op-den-Berg31.05.1940Westkapelle
2/XLIILACROIXFernand, A.SdtMil2526.05.1905Villers-le-Bouillet01.06.1940Brugge
OnbekendLAMBOTEmileSdtMil1812.08.1898Florennes23.05.1940Outreau (F)
2/XLIILAPIERREAdolphe, J.B.SdtMil2307.06.1903Moha29.05.1940OudekapelleOmgekomen door geallieerd artillerievuur
2/XLIILAUNOYLéon, E.SdtMil2504.02.1905Huy30.05.1940NieuwkapelleGewond bij geallieerd artillerievuur van 29 mei
2/XXIVLAURENTJules, L.J.SdtMil2524.02.1905Rebecq-Rognon15.05.1940Clabecq
4/XXXIILEDUCGeorges, E.WMMil2317.02.1903Charleroi25.05.1940Izegem
OnbekendLEEMANSPetrusSdtMil3208.04.1912Oosterweel26.05.1940VeurneVerwond 24.05
1/XXVLEJEUNELambert, M.A.SdtMil2021.01.1899Seraing24.05.1940IeperGedood bij luchtbombardement
XLVLEONARDLouis, L.SdtMil2211.03.1902Namur21.05.1940Abbeville (F)
3/XLERMINIAUXJosephSdtMil2227.10.1902Kerksken21.05.1940Le Quesnoy-en-Artois (F)
3/XLIEVENSCesar, P.SdtMil2219.12.1902Kerksken25.05.1940Saint-Amand-les-Eaux (F)Verwond 21.05 te Le Quesnoy
XLVILORPHEVREAdrienSdtMil1928.08.1899Vedrin05.06.1940Beernem
XLUWAERTPetrus, F.SdtMil2525.11.1905Hofstade22.05.1940Boulogne (F)
4/XXIIIMARCHALJoseph, F.SdtMil19.03.1902Aische-en-16.05.1940Braine-le-Comte
XLVMARCHALHyacinthe, A.G.SdtMil2202.04.1902Sart-Bernard13.05.1940Namur
2/XXIIIMASSONJules, G.SdtMil2521.10.1905Grand-Rosière-Hottomont22.05.1940Boulogne (F)
1/XXIIIMERTENSCharles, J.KplMil2106.11.1901Tienen24.05.1940IeperGedood bij luchtbombardement
1/XLMESTREConstant, H.SdtMil2505.07.1905Montegnée12.05.1940Tongrinne
3/XXIVMICHAUXCharles, F.J.SdtMil2321.08.1903Nivelles14.05.1940NivellesGedood op de Grand-Place van Nijvel tijdens luchtbombardement
2/XXXIINAILISModeste, H.SdtMil2022.09.1900Verviers27.05.1940Oostende
OnbekendNOEJoseph, M.KplMil2602.07.1905Ruddervoorde26.05.1940Ruddervoorde
OnbekendNOKERMANLucien, MarcelSdtMil16(Onbekend)Paris (F)29.08.1940Wotenick (D)Krijgsgevangene
OnbekendNOTENBOOMJoseph, F.SgtMil2112.12.1900Oostende01.06.1940De Panne
4/XOOSTERLINCKMauritsSdtMil2402.07.1904Berlare10.05.1940Dendermonde
1/XLVIIPAQUETGaston, L.A.SdtMil2017.11.1900Finnevaux30.05.1940Boulogne (F)
I/VIIIPETERSVictor, J.SdtMil2405.09.1904Nazareth27.05.1940Torhout
XXIVPINCHARTHector, G.C.KplMil2423.10.1904Ottignies20.05.1940NivellesVerwond tijdens bombardement van 14 mei
1/XLIIPIRARDLouis, G.J.SdtMil2523.02.1905Meeffe29.05.1940OudekapelleOmgekomen door geallieerd artillerievuur
4/XLIIPIRARDChristian, J.H.SdtMil2420.01.1905Saint-Georges-sur-Meuse12.05.1940Bovenistier
4/XXIVPOLETJosephSdtMil1824.09.1898Court-Saint-Etienne18.05.1940NivellesVerwond tijdens bombardement van 14 mei
1/XLVIIPOTTEMBERGPierre, H.J.SdtMil1930.04.1899Erpent16.05.1940TournaiOverleden in luchtaanval
4/XLVIRAMLOTLucien, L.G.SdtMil1904.01.1899Ciney28.05.1940Hesdin (F)
4/XLVIRENIERAimable, L.G.SdtMil2415.04.1904Floreffe21.05.1940Camiers (F)
2/XLVIROMAINArmand, M.J.SdtMil1914.01.1898Hemptinne14.05.1940NamurVerwond 11.05
1/VISALMONOctave, E.L.SdtMil2111.05.1901Ressaix01.06.1940Brugge
1/XXISCHOUKENSGaston, P.SdtMil2111.06.1901Dilbeek11.06.1940RonseWederdienstnemer. Als krijgsgevangene overleden in hospitaal van Ronse.
OnbekendSCHUERMANSJozefSdtMil2207.11.1902Herentals21.05.1940Malaunay (F)
IIISEVENANTMauriceSdtMil2416.09.1904Jabbeke27.05.1940Leffinge
1/VIIISNOECKFrans, T.SdtMil2415.11.1904Nevele27.05.1940Torhout
XXIVSPRUYTLouisSdtMil(Onbekend)(Onbekend)12.08.1940BrusselOverleden aan verwondingen
4/IISTAMPERAbel, E.KplMil2326.09.1903Komen30.05.1940Poperinge
1/XXIIISTOCKMANSFrédericSdtMil2218.11.1902Zétrud-Lumay24.05.1940IeperGedood bij luchtbombardement
4/XXIISYMONSHendrikSdtMil2528.02.1905Kapelle-op-den-Bos10.05.1940Kapelle-op-den-Bos
2/XLIITITEUXGabriel, M.KplMil2508.03.1905Maillen29.05.1940NieuwkapelleOmgekomen door geallieerd artillerievuur
1/XLVIITOMBEURMaurice, J.B.SdtMil2127.02.1901Lustin28.05.1940Boulogne (F)
1/XXIIITORRYJosephSdtMil2117.11.1901Tienen17.06.1940IeperGewond bij luchtbombardement van 24/05
1/VIIVAN DER MEULENAndré, C.J.KplMil2409.01.1904Gent13.05.1940Gent
4/XXXIIVAN DRIESSCHEHenri, J.F.SdtBV1924.10.1895Wannegem-Lede(Onbekend)Clairfontaine (F)
OnbekendVAN EMELENTheofielSdtMil1920.04.1898Houwaarteind meiAalst
3/XVAN HAVERBEKEFrans, A.F.SdtMil2226.06.1902Erembodegem22.05.1940Boulogne (F)
XVAN LEUVENPetrus, J.SdtMil2103.10.1901Lede24.05.1940Boulogne (F)
2/XVAN LEUVENCasimirSdtMil2202.12.1902Vlierzele22.05.1940Boulogne (F)
4/XXVVANDEVELDEGeorges, G.J.SdtMil2218.02.1902Perwez16.05.1940Clabecq
3/XXVIIVERDIEREOdon, F.KplMil2602.03.1906Antoing27.05.1940Oostende
1/VIIVERNIERSLouis, A.SdtMil2424.02.1904Avron (F)13.05.1940GentOverleden Hulphospitaal 30 te Sint-Amandsberg
OnbekendVERSLUYSHerni, M.SdtMil2505.08.1905Aalter03.07.1940Sint-AndriesOverleden hospitaal Adbij Zevenkerken
1/XXXVERSTRAETEEdouardSdtMil2229.01.1902Ghlin01.06.1940WestendeVerwond 25.05
OnbekendVERSTRAETEAiméSdtMil2528.04.1905Snellegem22.01.1941Isenbüttel (D)Omgekomen in treinramp
3/IIIVIERSTRAETEGerard, J.SdtMil2327.03.1903Izegem16.06.1940Brugge
2/XVLAEMINCKVictorSdtMil2114.08.1901Serskamp22.05.1940Boulogne (F)
1/XXIIIVOLLONLudovic, J.SdtMil2002.03.1897Hakendover02.06.1940IeperGewond bij luchtbombardement van 24.05
4/XWIJNSAmandusSdtMil2307.09.1903Mere24.05.1940Peuplingues (F)