58ste Linieregiment

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 58ste Linieregiment | 58ème Régiment de Ligne | 58Li
Type Versterkings- en Opleidingsregiment  
Ontdubbeld van 8ste Linieregiment  
Onderdeel van 2de Versterkings- en Opleidingscentrum  
Bevelhebber Kolonel A. Servais  
Standplaats Antwerpen  
Samenstelling I Bataljon Instructie
(Kapitein-Commandant L. Steyaert)
1ste Compagnie Fuseliers (Lt Keupens)
2de Compagnie Fuseliers (Lt F. Verbruggen)
3de Compagnie Fuseliers (Lt R. De Craeker)
4de Compagnie Mitrailleurs (Lt P. Lekens)
  II Bataljon Versterking
(Kapitein-Commandant J. Bolly)
5de Compagnie Fuseliers (Cdt Robert Roberts-Jones)
6de Compagnie Fuseliers (Cdt Maurice Goethals)
7de Compagnie Fuseliers (Cdt P. Grognard)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Cdt P. Wylock)
9de Compagnie Klein Geschut (Cdt R. Bellanger)
  Compagnie Depot en Diensten
(Kapitein-Commandant E. Guilmot)
 

Tijdens de mobilisatie

Staf/58Li
In vredestijd stonden de verschillende regimenten van het actieve leger zelf in voor de opleiding van hun nieuwe dienstplichtigen (oftewel miliciens). Omdat na de afkondiging van Fase A van het mobilisatieplan op 26 augustus 1939 de gemobiliseerde regimenten van het actief leger hun vredesvoet kazerne onmiddellijk moeten verlaten om hun gevechtsstellingen in te nemen, kunnen zij deze opleidingstaak niet langer op zich nemen. Dit is de reden waarom de dienstplichtigen van de klas ’40, tevens de laatst opgeroepen lichting, worden samengebracht in Versterkings- en Opleidingsregimenten. De eerste miliciens van de klas ’40 worden vanaf februari 1940 onder de wapens geroepen en vervoegen in maart de Bataljons Instructie van hun respectievelijke Versterkings- en Opleidingsregimenten. Op dat ogenblik wordt ook het 58ste Linieregiment (58Li) opgericht in de pas gebouwde Luchtbalkazerne [1] aan de Noorderlaan te Antwerpen als één van de drie Versterkings- en Opleidingsregimenten van het 2de Versterkings- en Opleidingscentrum (2VOC). Het regiment moet instaan voor de opvang en opleiding van niet-getrainde rekruten en van mobilisatie vrijgestelde reservisten van het 8ste Linieregiment (8Li) en zijn ontdubbelingsregimenten; het 16de Linieregiment (16Li) en het 38ste Linieregiment (38Li) [2]. Net zoals de andere infanterieregimenten van het 2VOC beschikt het 58Li aan de vooravond van de oorlog over een Staf, een Iste Bataljon Instructie met de rekruten van de klas ’40 en een Compagnie Depot en Diensten.

I/58Li
Het Iste Bataljon Instructie (I/58Li) wordt geactiveerd bij oprichting van het regiment en ontvangt vanaf maart 1940 de nieuwe rekruten van de klas ’40. Deze rekruten zullen bij het 58Li hun basisopleiding ontvangen om na het beëindigen van hun opleiding doorgestuurd te worden naar het 8Li, het 16Li en het 38Li als versterkingen. Het I/58Li staat onder het bevel van Kapitein-Commandant Steyaert en telt aan de vooravond van de oorlog ongeveer 1.000 rekruten. Het materieel van het bataljon is echter niet volledig; er is bijna geen munitie en het ontbreekt aan bagagewagens, veldkeukens en ambulances.

II/58Li
Het IIde Bataljon Versterking (II/58Li), dat moet instaan voor de opvang van oudere reservisten en vrijgestelden, bestaat tijdens de mobilisatie enkel uit kader en zal pas aangevuld worden met manschappen na de afkondiging van de algemene mobilisatie bij de start van de vijandelijkheden. Het II/58Li staat voor dezelfde materieelproblemen als het I/58Li en wordt verder geplaagd door een bijzonder slechte omkadering. Geen enkele van de officieren heeft een recente wederoproeping achter de rug en hun militaire kennis laat veel te wensen over.
In afwachting van de algemene mobilisatie wordt het II/58Li op non-actief geplaatst. 

Luchtbal kazerne Antwerpen.

De Luchtbalkazerne te Antwerpen.

Staf/58Li
De Staf/58Li ontvangt rond 01u00 het algemeen alarm van het 2VOC en het bevel  om vanaf eerste klaarte vooraf verkende alarmkantonnementen in te nemen aan de rand van de Antwerpse agglomeratie. Men vreest immers dat de reguliere kazernes van ons leger gebombardeerd zullen worden door de Duitse luchtmacht en bijgevolg moeten de Versterkings- en Opleidingsregimenten van het 2VOC zich door een onmiddellijke verhuis in veiligheid stellen. Om 06u00 wordt naar aanleiding van de Duitse inval de algemene mobilisatie afgekondigd waardoor de oudere reservisten en vrijgestelden worden opgeroepen het IIde Bataljon Versterking te vervoegen. Het gaat hier om militairen die omwille van een vrijstelling in de loop van de tweede helft van 1939 terug naar huis gestuurd werden, of nog niet onder de wapens waren geroepen. Eveneens wordt om 06u00, zoals voorzien in het mobilisatieplan, het bevel gegeven om uit te wijken naar oorlogskantonnementen die zich in diverse kleinere dorpen en steden van Oost-Vlaanderen bevinden. Het mobilisatieplan voorzag dat elke eenheid van het 2VOC bij een vijandelijke inval zou uitwijken naar een oorlogskantonnement, ver verwijderd van de vijandelijkheden, om daar de opleiding in relatieve rust voort te zetten. Het voorziene oorlogskantonnement voor het 58Li is Lovendegem, waar ook de staf van het 2VOC zijn intrek zal nemen.

Station van Ekeren waar het I/58Li de nacht van 10 op 11 mei doorbracht.

Station van Ekeren waar het I/58Li de nacht van 10 op 11 mei doorbracht.

I/58Li
De rekruten van de klas ’40, die twee maanden eerder bij het I/58Li begonnen aan hun opleiding, zijn nog niet volledig opgeleid wanneer de oorlog uitbreekt. Nog voor het I/58Li de verplaatsing naar zijn alarmkantonnement kan uitvoeren wordt de kazerne aan de Luchtbal, zoals gevreesd, bij het aanbreken van de dag overvlogen en gemitrailleerd door de Luftwaffe. Enkele luchtafweermitrailleurs worden op de binnenkoer opgesteld en de mitrailleurschutters van het I/58Li slagen erin een toestel te beschadigen dat later te Ekeren zal neerstorten. De rekruten van het 58Li hebben hun vuurdoop ondergaan. Door de aanval op de Luchtbalkazerne en de daardoor veroorzaakte vertraging bij de ontruiming van de kazerne wordt beslist om het 58Li niet naar zijn alarmkantonnement te laten vertrekken maar rechtstreeks naar zijn oorlogskantonnement te sturen. Het I/58Li verlaat de Luchtbal en de manschappen marcheren in twee colonnes naar het station van Ekeren van waaruit ze naar Lovendegem getransporteerd zullen worden. De eerste colonne omvat de bataljonsstaf en de eerste drie compagnies en de tweede colonne groepeert de 4de Compagnie Mitrailleurs en de bagagetrein (oftewel veldtreinen – de logistieke diensten van het bataljon). Het bataljon brengt de nacht van 10 op 11 mei door te Ekeren nabij het station.

II/58Li
De militairen die op 10 mei worden opgenomen in de rangen van II/58Li zijn de vrijgestelde beroepen (landbouwers, mijnwerkers,  overheidspersoneel,…) en de oudste reservisten van voorheen nog niet gemobiliseerde militieklassen. Deze militairen, die hun legerdienst al lang achter de rug hebben, zijn niet onmiddellijk inzetbaar en moeten eerst nog een heropfrissing krijgen van hun militaire basiskennis. Er wordt een duizendtal militairen verwacht, maar op 10 mei komen er slechts zo’n 350 manschappen toe in de eenheid. Het II/58Li, dat bevolen wordt door Kapitein-Commandant Bolly, moet wachten tot de oudere reservisten zich komen aanmelden en blijft achter in de kazerne op de Luchtbal tot 13 mei.

Oorlogskantonnement van het 58Li te Lovendegem ten noordwesten van Gent (projectie op recente kaart).

I/58Li
Wanneer het eerste detachement van het I/58Li te Ekeren wil inschepen aan boord van hun trein, overvliegt de vijand het station van Ekeren en beschiet de klaarstaande trein. De enkele Colt mitrailleurs van het I/58Li worden op platte wagens opgesteld in luchtafweermodus om de trein zo goed mogelijk te beschermen. Het I/58Li vertrekt richting Gent via de stations Antwerpen-Noord, Dendermonde en Schellebelle. Het bataljon stijgt uit te Gent-Zeehaven en marcheert naar Lovendegem waar het voor de nacht ingekwartierd wordt. Omstreeks 22u00 neemt het Groot Hoofdkwartier (GHK) de beslissing dat vijf instructiebataljons vanuit verschillende oorlogskantonnementen in het Gentse, naar Brussel overgeplaatst moeten worden voor een contra-parachutisten opdracht. Opgeschrikt door de Duitse luchtlandingen nabij het Nederlandse regeringscentrum Den Haag [3] en de gebeurtenissen bij de 7de Infanteriedivisie (7Div) aan het Albertkanaal slaat de paniek voor luchtlandingsoperaties overal in het land toe. Een haastige verdediging van de hoofdstad tegen mogelijke Duitse luchtlandingsoperaties wordt opgezet onder leiding de 1ste Militaire Circonscriptie (1MilCir) van Luitenant-generaal ridder Van Strydonck de Burkel. In eerste instantie worden de verschillende Groepen van het 31ste Regiment Artillerie (31A), een Versterkings-en opleidingsregiment van de artillerie rond de vliegvelden van de hoofdstad ontplooid. Het 31A houdt zich klaar om, ingeval van een luchtlandingsoperatie op één van de vliegvelden, de gelande troepen met artillerievuur te neutraliseren. Vervolgens worden de Bataljons Instructie van 1VOC en 2VOC aangeduid voor deze opdracht. De Bataljons Instructie van het van het 52ste Linieregiment (I/52Li), het 53ste Linieregiment (I/53Li), het 54ste Linieregiment (I/54Li) en het 56ste Linieregiment (I/56Li) worden evenals het Iste Bataljon Instructie van het 58ste Linieregiment  tijdens de nacht vanuit Gent per spoor naar Brussel gebracht. Het Bataljon Instructie van het 55ste Linieregiment (I/55Li) zal vanuit Antwerpen de hoofdstad vervoegen.

Staf/58Li
De staf treft in de vroege ochtend de noodzakelijke voorbereidingen om het I/58Li zo snel mogelijk naar Brussel te sturen. Zelf blijft de regimentsstaf achter in Lovendegem.

I/58Li
Het I/58Li gaat gedurende het tweede gedeelte van de nacht van 11 op 12 mei opnieuw richting station en stijgt in met bestemming Schaarbeek om er zich onder het bevel van de 1MilCir van Generaal Van Strydonck te stellen. De verschillende opgevorderde bataljons moeten steunpunten inrichten langs de invalswegen naar de Brusselse agglomeratie teneinde de toegang tot Brussel te ontzeggen aan vijandelijke parachutisten in het geval van een Duitse luchtlandingsoperatie in de buurt van de hoofdstad. De Brusselse agglomeratie wordt in zes sectoren verdeeld die bezet worden door de zes aangeduide Bataljons Instructie. I/58Li krijgt een sector ten noordoosten van Brussel toegewezen en zoekt er kantonnementen op in woningen en scholen waar de nacht van 12 op 13 mei wordt doorgebracht. De 1Cie installeert zich in de gebouwen van de fabriek “Photobel“, een afdeling van de “Union Chimique Belge – UCB” in de Cicerolaan te Evere.

II/58Li
De gemobiliseerde reservisten van II/58Li worden voorzien van uitrusting en klaargemaakt om de verplaatsing uit te voeren naar Lovendegem.

Opstelling Bataljons Instructie van 1VOC en 2VOC rond de hoofdstad op 12 mei (projectie op Duitse stafkaart van 1941)

Opstelling Bataljons Instructie van 1VOC en 2VOC rond de hoofdstad op 12 mei (projectie op Duitse stafkaart van 1941)

Staf/58Li
Het GHK beslist dat de rekruten van de klas ’40 die nog moeten worden opgeleid naar Frankrijk zullen doorgestuurd worden om daar hun opleiding te vervolledigen. Door de snelle opmars van de Duitsers was het voor het GHK snel duidelijk dat de verdere opleiding enkel in Frankrijk, ver achter de linies, kon gebeuren. Alle eenheden van de VOC’s die niet ingezet werden voor de beveiliging van Brussel ontvangen dan ook om 14u00 het schriftelijk bevel van de Generale Staf van de Versterkings- en Opleidingstroepen (oftewel Etat-major des Troupes de Renforts et d’Instruction – EM/TRI) om zich klaar te maken voor de verplaatsing naar Frankrijk. Dit naar analogie van wat er tijdens de Eerste Wereldoorlog gebeurde. De verschillende eenheden gaan op zoek naar de nodige transportmiddelen. Het bevel om de Versterkings- en Opleidingsregimenten naar Frankrijk te evacueren kwam echter geen dag te vroeg want de 13de mei om 16u00 steken de Duitsers de Maas over te Sedan en beginnen hun opmars naar de Atlantische kust met als opzet zoveel mogelijk geallieerde troepen te omsingelen.

I/58Li
Het I/58Li bereidt zijn opdracht voor; verkenningen worden uitgevoerd en orders worden gegeven.  Het bataljon richt steunpunten in te Laken, Evere en Sint-Stevens-Woluwe.

II/58Li
Het II/58Li, dat was achtergebleven in de kazerne op de Luchtbal om de opgeroepen reservisten op te vangen, trekt op zijn beurt naar het station van Ekeren en stapt er ’s avonds op een trein naar Gent om de staf in Lovendegem te vervoegen.

I/58Li
Het I/58Li bevindt zich nog steeds in de Brusselse rand en voert er patrouilles uit op zoek naar Duitse valschermspringers. Er wordt evenwel niets gevonden. Intussen beslist het GHK om Brussel niet te verdedigen. De hoofdstad zal worden opgegeven en als open stad aan de vijand overgelaten in de hoop dat deze laatste de stad ongeschonden zal laten. Tegelijkertijd starten de 1MilCir en het Ministerie van Landsverdediging met het ontruimen van hun hoofdkwartier in Brussel. I/58Li blijft voorlopig nog ter plekke, ze worden belast met allerlei bewakingsopdrachten en met het uitvoeren van anti-parachutistenpatrouilles. Intussen worden de Brusselse vliegvelden door de Belgische genie ondermijnd waardoor een vijandelijke luchtlandingsoperatie op de vliegvelden onwaarschijnlijk wordt.

II/58Li
Het II/58Li komt tijdens de ochtend aan in het goederenstation van Gent-Zeehaven en marcheert naar de oorlogskantonnementen van het 58Li in Lovendegem om er de opleiding van de reservisten verder te zetten. Het bataljon verblijft hier tot 16 mei.

Staf/58Li
Luitenant-generaal baron Wahis, commandant van het 2VOC, vertrekt naar Brussel met zijn Stafchef om te inspecteren hoe de instructiebataljons van het 2VOC ingezet worden bij de verdediging van de hoofdstad. Tijdens zijn inspectieronde komt het bericht binnen dat de instructiebataljons zich naar Frankrijk moeten begeven. LtGen Wahis besluit zijn verblijf in de hoofdstad te verlengen om de uittocht van de instructiebataljons te coördineren. Hij belast Kolonel Servais, regimentscommandant van het 58Li, met de opdracht de rest van het 2VOC richting Frankrijk te evacueren uit Gent.

I/58Li
De eenheden van het I/58Li blijven patrouilleren te Brussel en sturen ettelijke rapporten naar het plaatscommando van de stad. Rond 17u00 ’s avonds ontvangt Cdt Steyaert het bevel Brussel te verlaten. Wanneer het donker wordt, worden de manschappen verzameld en marcheert de ganse colonne naar Mollem nabij Asse.

II/58Li
Het IIde Bataljon Versterking zet de training van de opgeroepen reservisten verder in Lovendegem.

Staf/58Li
De verplaatsing naar Frankrijk was echter totaal niet voorbereid. Er was geen voorafgaandelijke regeling met de Franse militaire noch burgerlijke overheid, er waren geen voorafgaandelijke verkenningen van kantonnementen, er was slechts proviand voor twee dagen en er bestond geen logistieke organisatie voor herbevoorrading in Frankrijk. Daarenboven moesten de commandanten van de respectievelijke VOC’s zelf vervoer per spoor regelen door de treinen te gebruiken die het 7 Franse Leger van generaal Giraud naar Zeeland hadden gebracht [4]. Het valt op dat daar waar de meeste andere regimenten van het 2VOC reeds elementen hadden doorgestuurd naar Frankrijk het 58Li zich op 16 mei nog voltallig in België bevond.

I/58Li
Te Mollem bevindt het I/58Li zich bij dageraad in zijn nieuwe kantonnementen. Cdt Steyaert stelt zich opnieuw in verbinding met de staf van Generaal Van Strydonck om nieuwe orders te krijgen. In de namiddag moet iedereen zich klaarmaken voor een korte mars naar het station van Asse. Te Asse wordt het bataljon geïnspecteerd door LtGen baron Wahis waarbij Cdt Steyaert felicitaties ontvangt voor de “propere indruk die zijn manschappen maken op de generaal“. Daarna gaat het bataljon aan boord van een klaarstaande goederentrein.

II/58Li
Te Lovendegem wordt de opleiding en training stopgezet. Het II/58Li vertrekt naar het Rabot in Gent waar het bataljon ’s anderendaags per goederentrein zal vertrekken naar Frankrijk.

Staf/58Li
Het 2VOC vat op 17 mei vanuit het station Gent-Rabot de evacuatie naar Frankrijk aan. Twee treinen met eenheden van het 2VOC verlaten die dag het station van Gent-Rabot. Een eerste trein onder leiding van Cdt Bolly vervoert het II/58Li, de Cie Depot&Dst/58Li en de Cie Depot&Dst/56Li . De tweede trein onder bevel van Kol Servais (vanaf nu commandant a.i. van het 2VOC) neemt aan boord de Staf/2VOC, de Staf/58Li, de Cie Instructie C47mm/2VOC (190 man), de Schoolcompagnie/2VOC (200 man), de Cie Instructie 76mm Mortieren/2VOC (200 man) en zo’n 250 onbewapende Hulprijkswachters die de plaatselijke overheid naar Frankrijk wil evacueren.

Stations in en rond Duinkerke waar een 15-tal Belgische treinen vastliepen.

I/58Li
De trein met aan boord het I/58Li vertrekt niet uit Asse en het I/58Li brengt de nacht van 16 op 17 mei door in de overvolle goederenwagons. ’s Ochtends wordt het vertreksignaal dan toch gegeven en gaat het I/58Li richting Duinkerke via Gent, Brugge, Adinkerke en Bray-Dunes. Te Duinkerke komt alle verkeer vast te zitten. Kolonel Bruyère, bevelhebber van het 1ste Versterkings- en Opleidingscentrum (1VOC) neemt het bevel op van alle Belgische eenheden die in Duinkerke gestrand zijn. Het betreft het I/51Li, het I/52Li en het I/53Li van het 1VOC en het I/55Li, I/56Li en I/58Li van het 2VOC samen met enkele instructie-eenheden van de Jagers te Voet en de Artillerie. De aanwezige Belgen trachten zich zo goed mogelijk te installeren rondom het station wanneer de Luftwaffe opduikt. De Belgische treinen worden getroffen en een munitiewagon van het 58Li gaat de lucht in, gelukkig zonder slachtoffers te maken. De Belgen brengen de nacht door in geïmproviseerde kantonnementen terwijl Kol Bruyère met zijn staf naar een oplossing zoekt om zo snel mogelijk uit Duinkerke weg te raken.

II/58Li en Cie Depot&Dst/58Li
Het II/58Li verlaat die dag de stad Gent zoals voorzien. Om 04u00 vertrekt hun trein met aan boord de 350 infanteristen van II/58Li samen met de Compagnie Depot en Diensten van het 58Li en de Compagnie Depot en Diensten van 56Li . Twee mitrailleurs worden op platte wagens in stelling gebracht. De rantsoenen worden verdeeld onder de manschappen a rato van twee dagrantsoenen per man. De meesten eten ondanks uitdrukkelijke orders alles meteen op. De trein onder bevel van Cdt Bolly wordt echter weer tot staan gebracht en verlaat Gent pas omstreeks 12u00 om net voor half zes in De Pinte aan te komen. Het moraal zakt dieper weg wanneer de trein daar weer komt stil te staan en iedereen in de wagons moet overnachten. Kostbare tijd gaat verloren.

Staf/58Li
De reis naar de Franse grens verloopt moeizaam. De trein van de Staf/58Li volgt de trein van het II/58Li tot aan de grens.

I/58Li in Frankrijk
De eenheden onder bevel van Kol Bruyère zitten nog steeds vast in Duinkerke en het wordt duidelijk dat spoorwegen en bruggen richting zuiden vernietigd zijn. De Belgische militairen moeten hun treinen beschermen tegen plunderaars die op het aanwezige voedsel uit zijn.

II/58Li en Cie Depot&Dst/58Li in Frankrijk
Het II/58Li bataljon zit nog steeds op de trein en trekt met veel horten en storen via Deinze, Waregem en Kortrijk naar Moeskroen.

I/58Li in Frankrijk
Kol Bruyère en zijn detachement hebben nog steeds geen uitweg gevonden. Enkele officieren van de staf worden de duinen ingestuurd en verkennen ook Petite Synthe om op zoek te gaan naar veiliger kantonnementen. De buurt rond het station wordt immers nog steeds onveilig gemaakt door de Luftwaffe. Tijdens de avond verlaat iedereen de stad om naar de dokken in de haven te trekken. Alle wijken van Duinkerke, de duinen en de haven beginnen nu vol te stromen met ingesloten Britse en Franse militairen.

II/58Li en Cie Depot&Dst/58Li in Frankrijk
De trein van het II/58Li verlaat nog tijdens de nacht van 18 op 19 mei de stad Moeskroen om even later in Tourcoing in Frankrijk aan te komen. Er heerst complete wanorde en het Franse spoorwegpersoneel lijkt te willen vluchten. Franse militairen lopen er doelloos rond. Bolly zet zijn tocht zo snel mogelijk verder en laat de trein weer vertrekken naar Roubaix.

Staf/58Li in Frankrijk
Vanaf de grens gaat het via Wavrin, Haubourding en Rijsel naar Béthune. Vanaf Béthune volgt de trein van de Staf/58Li een ander rijpad dan het treinstel van II/58Li dat werd opgehouden in Béthune. De trein komt via Saint-Pol-sur-Ternoise rond de middag (vermoedelijk rond 14u15) toe te Frévent. Aangekomen in het treinstation van Frévent wordt Kolonel Servais door de stationschef op de hoogte gebracht dat de weg naar Abbeville geblokkeerd is. In het station bevindt zich reeds een trein met Belgische vluchtelingen en de trein met de bagage en materieel van het 62e Linieregiment (62Li). De materieeltrein van het 62Li, met aan boord de Luitenanten Leclerq en Dive en een 40 tal manschappen, was ontkoppeld van zijn locomotief.

Duitse opmars tussen 16 en 20 mei. In de nacht van 20 op 21 mei wordt de Franse kust bereikt.

Duitse opmars tussen 16 en 20 mei. In de nacht van 20 op 21 mei wordt de Franse kust bereikt.

Lt Leclerq weet te melden dat om 14u00 nog een trein, met aan boord het 54e Linieregiment (54Li), het station van Frévent passeerde richting Fortel-en-Artois en Auxi-le-Château. Rond 16u30 wordt Kol Servais op de hoogte gebracht dat Duitse pantservoertuigen zijn opgemerkt in Auxi-le-Château ten zuidwesten van Frévent. Kol Servais duidt de Schoolcompagnie van het 2VOC aan om een aantal verkenningspatrouilles uit te sturen naar het zuidwesten en het zuidoosten.

Om 17u00 komen twee onderofficieren van II/54Li melden dat hun trein in het station van Fortel overvallen werd door Duitse pantserwagens en dat de regimentsstaf en het II/54Li werden gevangen genomen. Intussen komen enkele van de verkenningspatrouilles terug die in contact waren met de vijand en die enkele gewonden in hun rangen tellen. Kol Servais besluit onmiddellijk actie te nemen en laat de sectie mitrailleurs en de twee C47 van de Cie Instructie C47/2VOC stelling nemen langs de voornaamste invalswegen naar het station van Frévent. De manschappen van de SchoolCie en de Cie Instr C47mm die beschikken over een individueel wapen worden opgetrommeld om een defensieve stelling rond het station in te nemen. Het steunpunt zal worden bevolen door Kapitein-commandant Baecke, bevelhebber van de SchoolCie. De manschappen beschikken slechts over beperkte hoeveelheden munitie; 30 patronen per geweer, banden van 200 patronen voor de mitrailleurs en een tiental granaten per C47mm.

Rond 18u00 verschijnen de eerste Duitse tanks rond het station en een vuurgevecht barst los. Na een 15 tal minuten is de munitie op en het gevecht wordt gestaakt. Twee pantserwagens en een zware mitrailleur zijn buiten gevecht gesteld. Ook aan Belgische kant zijn slachtoffers te betreuren. Onder hen de Hulprijkswachter Van Den Berghe, de Korporaals De Belee, Lambrechts en Toelen en de Soldaten Grare, Lambrechts, Stoffelen en Wouters. Na het staakt het vuren dringen de Duitsers niet verder aan waardoor kleine groepen militairen erin slagen om tussen 20u00 en 23u00 uit het station van Frévent te ontsnappen en te pogen op eigen initiatief de Somme te bereiken. Wanneer de Kol Servais en een zestigtal manschappen als laatste willen wegkomen uit het station wordt hen de pas afgesneden door enkele Duitse infanteristen die het gebouw hebben omsingeld. De groep van Kol Servais geeft zich over.

De Duitsers bereiken in de nacht van 20 op 21 mei Noyelle-sur-Mer aan de monding van de Somme. Hierdoor raken heel wat eenheden van de Versterkings- en Opleidingstroepen, waaronder I/58Li, II/58Li en de Cie Depot&Dst/58Li, ingesloten door de Duitsers. Door vertragingen onderweg naar het zuiden van Frankrijk wordt hun terugtochtweg afgesneden. De treinen die de troepen naar het zuiden brachten zitten vast in verschillende Noord-Franse stations.

I/58Li in Frankrijk
Te Duinkerke worden enkele ploegen van het I/58Li de stad ingestuurd om naar voedsel en water te zoeken. Talrijke huizen staan in brand en er zijn ettelijke slachtoffers onder de burgerbevolking. Tijdens een luchtaanval moet de 3de Compagnie enkele gewonden betreuren. Tijdens de avond komen de bevelhebbers van de Belgische bataljons samen en besluiten de eenheden te verplaatsen van de haven naar de duinen omdat de luchtaanvallen steeds talrijker worden.

II/58Li en Cie Depot&Dst/58Li in Frankrijk
Nog steeds onderweg per trein bereikt het II/58Li in de namiddag het station van Bethune na eerst Rijsel, Haubourdin en Wavrin te zijn gepasseerd. In Bethune is de toestand al niet veel beter dan in Tourcoing. Een Franse onderofficier laat vier wagons met voedsel en voeder aanhaken samen met een platte wagen geladen met vaten wijn. De mannen van het II/58Li kunnen zich niet meer beheersen en overrompelen de wagons. Er wordt gevochten om de wijn en iedereen tracht zoveel mogelijk brood weg te stoppen. Bolly kan maar met grote moeite de situatie weer onder controle krijgen. Dit zorgt voor het nodige oponthoud waardoor het rijpad van de trein veranderd en de trein die avond nog naar Hazebrouck in het noorden vertrekt. De Belgen zijn op zoek naar een route naar het zuiden van Frankrijk, maar kunnen door de Duitse opmars naar de Noordzeekust geen kant meer uit.

I/58Li in Frankrijk
Na een kalme nacht stuurt Kolonel Bruyère er nog maar eens een reeks patrouilles op uit om een uitweg uit Duinkerke te zoeken. Tijdens de ochtend vragen de Franse militaire autoriteiten de assistentie van twee Belgische bataljons om Duinkerke te helpen verdedigen. Kolonel Bruyère laat de bataljonscommandanten elk een lotje trekken en zo worden het I/55Li en het I/58Li aangeduid voor deze opdracht. Het I/55Li en het I/58Li stellen zich onder het bevel van het Franse plaatscommando van Duinkerke waar zich ook de Belgische Kolonel SBH Blancgarin [5] bevindt. Het I/58Li trekt naar het noorden van de stad om er zich in verbinding te stellen met de Franse troepen. Er zijn geen paardenkarren meer en al het materiaal, mitrailleurs en munitie incluis, moet meegedragen worden. Twee Franse gidsen begeleiden het bataljon naar zijn nieuwe stellingen.

II/58Li en Cie Depot&Dst/58Li in Frankrijk
De trein van het II/58Li is op weg van Hazebrouck naar Renescure net ten oosten van Saint-Omer en komt even voorbij dit station tot stilstand. Het spoor is geblokkeerd nadat een locomotief van een andere trein werd gebombardeerd en er staat ondertussen al een ganse file op de sporen. Bolly moet wachten tot de late namiddag wanneer het spoor weer vrijgemaakt wordt. De mannen van het II/58Li maken nog maar eens een bange dag op de trein mee. Wanneer Duitse vliegtuigen nog maar eens opduiken worden de Belgen aangevallen en sneuvelt Soldaat Petrus Van Haezevelde. Er vallen bij het tweede bataljon ook drie gewonden maar er is geen medische verzorging beschikbaar. Eén van de gewonden, Soldaat Van Nuffelen overlijdt acht dagen later in het ziekenhuis van Saint-Omer aan zijn verwondingen. Het moraal van het bataljon zakt ver onder nul wanneer duidelijk wordt dat er nog maar eens een nacht in de wagons moet worden geslapen.

I/58Li in Frankrijk
Tijdens de nacht van 21 op 22 mei trekt het I/58Li door een zwaar gehavend Duinkerke. De mannen zijn erg onder de indruk van het oorlogsgeweld en worden erg nerveus. Bij aankomst aan een kanaal ten noorden van de stad graaft het bataljon zich in, waarna een derde van de manschappen in de eerste vuurlinie wordt geplaatst. Regelmatig wordt alarm gegeven en moet iedereen zijn schutterskuilen induiken. Het I/58Li maakt verbinding met het I/55Li. Beide bataljons komen onder het bevel van Kolonel SBH Blancgarin te staan, bijgestaan door de Franse Kolonel Le Ministre.

II/58Li in Frankrijk
Nog steeds nabij Renescure wordt de trein met het II/58Li opnieuw van uit de lucht aangevallen. De manschappen vluchten uit de trein en er breekt een ware paniek uit. Niemand heeft nog zin om in de trein op de volgende aanval te wachten, Cdt Bolly verliest de controle op zijn bataljon. In kleine groepjes verlaat iedereen de streek. Enkelen willen naar Calais, anderen naar Abbeville. De 5de en 8ste compagnie slagen er aanvankelijk in nog min of meer samen weg te trekken maar deze formaties vallen tenslotte ook uit elkaar. Cdt Bolly geeft nog aan zijn manschappen de richtlijn mee om het gevecht met de vijand te vermijden, tenzij men zeker is van de gunstige afloop. De bataljonscommandant vertrekt daarna ook met een groep manschappen. De meesten van het II/58Li worden in de komende dagen zonder slag of stoot gevangen genomen door de Duitsers.

I/58Li in Frankrijk
’s Ochtends duikt bij het I/58Li een kleine eenheid vijandelijke verkenners op die onmiddellijk onder vuur wordt genomen. Tot een echt gevecht komt het niet. De ganse dag door wordt regelmatig alarm gegeven en stijgt de spanning bij de Belgen.

I/58Li in Frankrijk
Het I/55Li en I/58Li zitten nu al twee dagen zonder bevoorrading. De compagniecommandanten beslissen om enkele manschappen in de nabijgelegen huizen te laten zoeken naar voedsel en kookgerei.

I/58Li in Frankrijk
De Belgen te Duinkerke worden bij dageraad zwaar gebombardeerd en even later krijgen het I/55Li en I/58Li het bevel Frankrijk te verlaten en opnieuw Vlaanderen in te trekken. Bij het I/58Li vertrekken de 1ste en 2de Compagnie te voet naar Adinkerke en Bulskamp. De andere compagnies blijven achter om op hun Franse aflossing te wachten. Die komt er niet aan, maar uiteindelijk beslist de Franse Kolonel Le Ministre de Belgen toch te laten vertrekken. De zware mitrailleurs en bagage worden op enkele vrachtwagens geladen die achtergelaten zijn door Belgische vluchtelingen. De 3de en 4de Compagnie vertrekken te voet terwijl Luitenant Bastin het commando van de vrachtwagens op zich neemt.

II/58Li in Frankrijk
Het restant van het II/58Li onder Kapitein-commandant Bolly komt na een lange dwaaltocht aan te Hondschote en trekt vervolgens weer de grens over naar Houtem.

I/58Li
Cdt Steyaert gaat naar Veurne waar de commandopost van het 1ste VOC gelegerd is en stelt zich in verbinding met het II/58Li. De rest van het bataljon werkt aan zijn kantonnementen te Bulskamp.

II/58Li
Te Houtem is het II/58Li dolgelukkig wanneer de Belgische bevoorrading aankomt. De officieren laten de manschappen ook de nabijgelegen huizen uitkammen op zoek naar voedsel en laten iedereen zoveel mogelijk uitrusten.

I/58Li
Het kantonnement van het I/58Li te Bulskamp wordt overrompeld door terugtrekkende Franse en Britse militairen. Daar bovenop bombardeert de Luftwaffe het terrein en vernietigd de bagage van het bataljon. Cdt Steyaert krijgt vervolgens te horen dat zijn mannen naar de Leie moeten om er het I/56Li te vervoegen, maar dit bevel wordt afgeblazen wanneer het I/55Li in hun plaats vertrekt naar het front.

II/58Li
Ook nabij Houtem krijgt het II/58Li te maken met terugtrekkende Britten. De Tommies vernielen hun voertuigen en materiaal en trekken te voet verder naar Duinkerke. Cdt Bolly laat twee mitrailleurs opstellen tegen vliegtuigen maar het blijft die dag rustig aan de hemel boven Houtem. De manschappen kunnen de bombardementen aan de kust waarnemen en zijn sterk onder de indruk van de rake klappen die de Luftwaffe uitdeelt aan de Fransen en Britten.

I/58Li
De Luftwaffe bombardeert opnieuw Bulskamp en hierbij komen de Soldaten Karel De Wilde en Jerôme Franquet om het leven. Tijdens de ochtend verneemt men het nieuws van de capitulatie bij het I/58Li en II/58Li.

Het I/58Li en II/58Li worden samen afgemarcheerd naar Eggewaartskapelle.

31 mei 1940

Het 58Li overnacht in de kazerne van de Rijkswacht te Oudenaarde.

5 juni 1940

Het 58Li komt aan te Aalst.

Te Aalst wordt het 58Li ontbonden en mag iedereen naar huis. Op dit ogenblik blijven nog zo’n 350 militairen over. De rest is in de dagen na de capitulatie spontaan naar huis getrokken.

Na de capitulatie

Slachtoffers

EenheidNaamVoornaamFotoGraadStandKlas° op° te+ op+ teNota
1/IDE WILDEKarel, O.SdtMil11.01.1921Mariakerke28.05.1940Bulskamp
1/IFRANQUETJerôme, H.SdtMil4023.10.1920Houtave28.05.1940Bulskamp
OnbekedHOEXAlphons, PieterSdtMil4012.02.1921Antwerpen22.01.1941Isenbüttel (D)Krijgsgevangene
Omgekomen in treinramp
OnbekendMONDELAERSAlbert, LouisKplMil4025.02.1918Leopoldsburg06.08.1940Hohenstein (D)Krijgsgevangene
3/IMUYSFrançoisSdtMil4010.09.192031.05.1940Dordrecht (NL)Krijgsgevangene op Rhenus 127 op 30.05.
Overleden in hospitaal.
1/IPEETERSDominic, J.SdtMil4027.08.1920Essen30.05.1940Oudekapelle
3/IVAN DER EYKENJoseph, J.M.SdtMil4010.10.1920Schoten30.05.1940Kortemark
6/IIVANNUFFELENJuliaanSdtMil3028.09.1910Niel30.05.1940Saint-Omer (F)
3/IVERSCHUERENJosephSdtMil4024.11.1920Merksem07.06.1940Brugge
OnbekendVANDENBROUCKERogerSgtMil3114.04.1911Sint-Amandsberg22.08.1940Winsen-Luhe (D)Krijgsgevangene

Bibliografie en Bronnen

  1. Achtergrondinformatie bij de Kazerne Luchtbal [On Line beschikbaar]: https://belgiummilitary.wordpress.com/vastgoed-geklasseerd-per-gemeente/antwerpen/antwerpen-kazerne-s-b-housmans-luchtbal/ en https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/213829 [Laatst geraadpleegd 10 oktober 2021].
  2. De nummering van de Versterkings- en Opleidingsregimenten komt overeen met het nummer van het actieve regiment waarvoor de rekruten en aanvullingen bestemd zijn, plus 50. Zo is bijvoorbeeld meteen duidelijk dat het 58Li het Versterkings- en Opleidingsregiment is van het 8Li. Het 58Li werd niet gemobiliseerd in de Kazerne Majoor Blairon te Turnhout die het vredesvoet garnizoen was van het 8Li. Turnhout lag immers op de Vooruitgeschoven Stelling, een verdedigingslijn die slechts enkele uren verdedigd zou worden ingeval van een Duitse aanval. De Kazerne Luchtbal, de nieuwe kazerne van het 6de Linieregiment, lag binnen de Versterkte Positie Antwerpen.
  3. Achtergrondinformatie bij de slag om Den Haag [On Line beschikbaar]: https://nl.wikipedia.org/wiki/Slag_om_Den_Haag [Laatst geraadpleegd 01 oktober 2021].
  4. Ten noorden van de Belgisch-Nederlandse grens was er geen aansluiting met het Nederlands verdedigingsdispositief. De Nederlanders hadden zich opgesteld ten noorden van de Rijn waardoor er een gapende opening ontstond tussen de Belgische en Nederlandse verdedigingslinies. Dit werd reeds in november opgemerkt door de Franse Generaal Gamelin die een plan liet uitwerken om het 7(FRA)Leger in te zetten tussen de stellingen van de Belgen en de Nederlanders. In zijn order N° 5 van 20 maart 1940 bevestigt Generaal Giraud, bevelhebber van het 7(FRA)Leger, dat zijn eenheid in staat moet zijn om “tout en conservant ses anciennes missions, qui passent à l’arrière plan, a reçu une mission nouvelle d’une importance capitale qui consiste à assurer la liaison entre les armées belge et hollandaise dans la région Nord-Est d’Anvers“. Generaal Giraud beschikt hiervoor over twee legerkorpsen en een “Division Légère Mécanique“, alles tesamen het equivalent van 8 divisies. “L’Armée Giraud en Hollande (1939-1940)”, door Lerecouvreux, Nouveaux Editions Latines, Paris, 1956. [Partieel On Line beschikbaar][Laatst geraadpleegd 22 juli 2019]. Zowel de manschappen als de voertuigen van de Franse eenheden werden per spoor gebracht tot Oost-Vlaanderen. Van hieruit zetten ze hun opmars naar Breda langs de weg verder. De lege treinen van de Société Nationale des Chemins de Fer Français (SNCF) bleven achter in de stations van Oost-Vlaanderen en moesten hoe dan ook terugkeren naar Frankrijk. Van die treinen maakten de eenheden van de Versterkings- en Opleidingstroepen gebruik om zich naar Zuid-Frankrijk te verplaatsen.
  5. Kolonel SBH Blancgarin, voormalig Stafchef van de 1ste Militaire Circonsriptie maar toegevoegd aan de staf van Luitenant-generaal Janssens, commandant van de Rekruteringsreserve, reist af naar Duinkerke om alle jongeren van de rekruteringsreserve die vastzitten in het noorden van Frankrijk terug naar België te sturen. Hij komt aan in Duinkerke op het moment dat in de stad de “état de défense” wordt afgekondigd. Kol SBH Blancgarin wordt ter plaatse aangesteld tot “Commandant de Place Belge et du Centre de Regroupement” en neemt zijn intrek in de Jean Bart kazerne met een beperkte staf van vier luitenanten.
  6. Hoofdstuk 2VOC in het Synthesedossier TRI bij de Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
  7. L’armée belge de France en 1940, door Jean Jamart Col BEM Hre, uitgeverij Schmitz, Bastogne, 1994