Territoriale Commando’s

Situatie op 10 mei 1940

Type  
Ontdubbeld van n.v.t.
Onderdeel van Territoriale Troepen en Etablissementen
Bevelhebber n.v.t.
Standplaats Diverse
Samenstelling 1ste Militaire Circonscriptie (Brabant, Henegouwen) (LtGen ridder Victor van Strydonck de Burkel)
    Staf (Kol SBH A. Blancgarin)  
    Provinciecommando Brabant (GenMaj Louis Lemercier) Provinciestaf (LtKol A. Leclercq)
Controledienst der Brand- en Smeerstoffen (Lt P. Deroy)
Controledienst der Posterijen, Telegraaf en Telefoon (LtKol Maurice Genard)
Centrale Commissie van de Censuur op de Pers, Bioscoop en Theaters (LtKol ridder Albert de Selliers de Moranville)
Dienst Beheer van de Installaties te Velde – Kazernering Cavaleriekorps (Cdt A. Leclercq)
Dienst Militaire Graven (Cdt René Hayette)
    Provinciecommando Henegouwen (LtGen baron Marie Donnay de Casteau) Provinciestaf (Kol graaf André de Meeûs d’Argenteuil)
Controledienst der Brand- en Smeerstoffen (Lt J. Gaspar)
Controledienst der Posterijen, Telegraaf en Telefoon (Cdt Jean Neirinck)
Controledienst der Pers, Bioscoop en Theaters
Dienst Militaire Graven (Cdt Joseph de Quirini)
  2de Militaire Circonscriptie (Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen) (Luitenant-generaal Gaston Pouleur)
    Staf (Majoor SBH Maurice Branders)
    Provinciecommando West-Vlaanderen (GenMaj Etienne Glorie) Provinciestaf (Kol SBH Pierre De Pauw)
Controledienst der Brand- en Smeerstoffen (Lt G. Delespinette)
Controledienst der Posterijen, Telegraaf en Telefoon
Controledienst der Pers, Bioscoop en Theaters (Maj Robert Bertrand)
Dienst Militaire Graven (OLt E. Decraeke)
    Provinciecommando Oost-Vlaanderen (GenMaj Auguste Dubois) Provinciestaf (LtKol Louis Legat)
Controledienst der Brand- en Smeerstoffen (Lt V. Vereecke)
Controledienst der Posterijen, Telegraaf en Telefoon (Cdt Joseph Baudrez)
Controledienst der Pers, Bioscoop en Theaters
Dienst Beheer van de Installaties te Velde – Kazernering VIde Legerkorps (Cdt Albert Van Elder)
Dienst Militaire Graven (Lt A, Bottequin)
    Provinciecommando Antwerpen (GenMaj Florent Van Rolleghem) Provinciestaf (Kol Edmond Sieben)
Controledienst der Brand- en Smeerstoffen (Cdt Joseph Devalkeneer)
Controledienst der Posterijen, Telegraaf en Telefoon
Controledienst der Pers, Bioscoop en Theaters (Cdt J. Govaerts)
Dienst Beheer van de Installaties te Velde – Kazernering IVde Legerkorps (1Kapt Jean Lootens)
Dienst Beheer van de Installaties te Velde – Kazernering Vde Legerkorps (Cdt Edmond De Paepe)
Dienst Militaire Graven (OLt M. Kestens)
  3de Militaire Circonscriptie (Limburg, Luik) (LtGen Joseph de Krahe)
    Staf (Kol Henri Antoine)
    Provinciecommando Limburg (GenMaj Maurice Lancksweert) Provinciestaf (Maj Fernand Fain)
Controledienst der Brand- en Smeerstoffen (Lt W. Rausin)
Controledienst der Posterijen, Telegraaf en Telefoon
Controledienst der Pers, Bioscoop en Theaters (Lt H. Knepper)
Dienst Beheer van de Installaties te Velde – Kazernering IIde Legerkorps (Cdt Maurice Van Kerckhoven)
Dienst Militaire Graven (Lt J. Cuyckx)
    Provinciecommando Luik (GenMaj Arthur Deschacht) Provinciestaf (Maj Fernand Brenez)
Controledienst der Brand- en Smeerstoffen (Lt A.Raick)
Controledienst der Posterijen, Telegraaf en Telefoon (Lt J. Degol)
Controledienst der Pers, Bioscoop en Theaters
Dienst Beheer van de Installaties te Velde – Kazernering IIIde Legerkorps (Cdt Désiré Van Hufflen)
Dienst Militaire Graven (Cdt Emile Orban)
  4de Militaire Circonscriptie (Namen, Luxemburg) (Luitenant-generaal Georges Deffontaine)
    Staf (Kol Dominique Spilman)
    Provinciecommando Namen (GenMaj ridder Henri de Donnea) Provinciestaf (Kol SBH Omer Lamy)
Controledienst der Brand- en Smeerstoffen (Lt Res A. Floquet)
Controledienst der Posterijen, Telegraaf en Telefoon (Cdt Maurice Kervyn)
Controledienst der Pers, Bioscoop en Theaters (Cdt Jules Denoel)
Dienst Beheer van de Installaties te Velde – Kazernering VIIde Legerkorps (Cdt Renier Dautreloux)
Dienst Militaire Graven
    Provinciecommando Luxemburg (Kol baron Gaston de Trannoy) Provinciestaf (Maj R. Bertrand)
  Plaatsommando Brasschaat (Luitenant-kolonel André Van Derton)
  Plaatscommando Beverlo (Luitenant-kolonel Henri Pinte)
  Kampcommando Lombardsijde (Majoor Paul Tahon)
  Kampcommando Helchteren (Majoor Verhaegen)
  Wervingsburelen
    Wervingsbureel Aalst (Maj Leon Chatel)
    Wervingsbureel Antwerpen 1 (Maj Oscar Haine)
    Wervingsbureel Antwerpen 2 (Maj Georges Duquesne)
    Wervingsbureel Aarlen (Cdt Maurice De Jonghe)
    Wervingsbureel Bergen (Cdt Frans Paillard)
    Wervingsbureel Brugge (Maj Antoine Schrauben)
    Wervingsbureel Brussel 1 (Maj Léon Mercenier)
    Wervingsbureel Brussel 2 (Maj Louis Stellingwerff)
    Wervingsbureel Charleroi (Maj François Kelder)
    Wervingsbureel Dendermonde (Cdt Dominique Maes)
    Wervingsbureel Doornik (Cdt J. Brixy)
    Wervingsbureel Gent (Maj Henri Scribe)
    Wervingsbureel Hasselt (Cdt Corneille Maes)
    Wervingsbureel Kortrijk (Cdt A. Derycke)
    Wervingsbureel Leuven (Maj Henri Ghewy)
    Wervingsbureel Luik (Maj Ernest Cleinge)
    Wervingsbureel Mechelen (MaJ Gaston Van Imschoot)
    Wervingsbureel Namen (Maj Lucien Defawes)
    Wervingsbureel Oostende (Cdt Cerille Bekaert)
    Wervingsbureel Verviers (LtKol Arthur Warland)
    Wervingsbureel Waver (Kol Pierre Van Welssenaers)
  Krijgsauditoraten
    Provinciaal Krijgsauditoraat Brabant-Henegouwen (Krijgsauditeur Max Gosset)
    Provinciaal Krijgsauditoraat Antwerpen-Limburg (Krijgsauditeur B. De Bie)
    Provinciaal Krijgsauditoraat Luik, Namen-Luxemburg (Krijgsauditeur C. Van Wambeke)
    Provinciaal Krijgsauditoraat West- en Oost-Vlaanderen (Krijgsauditeur Joseph van den Hove d’ Ertsenryck)

Tijdens de mobilisatie

Territoriale Commando’s
Het Belgische grondgebied is ook van uit militair standpunt verdeeld in administratieve zones, die van klein naar groot aangeduid worden met de termen “garnizoen”, “plaats”, “provincie” en “militaire circonscriptie”. Het takenpakket van de commando’s op deze verschillende niveaus is vastgelegd in het Reglement op de Garnizoensdienst en omvat onder meer de contacten (oftewel liaison) met de burgerlijke autoriteiten en de coördinatie van alle militaire activiteiten en oefeningen in hun gebied.

Vanaf de mobilisatie worden de provinciecommando’s en circonscripties verantwoordelijk voor alle militaire verplaatsingen in het achtergebied, voor de territoriale troepen en voor de lokale verdediging tegen mogelijke luchtlandingen en acties van de vijfde colonne. Zo zijn tijdens de eerste oorlogsdagen de staven in het westen van het land actief betrokken bij het regelen van de vlotte doortocht van de Franse en Britse legers naar de K.W. Stelling (oftewel hoofdweerstandsstelling).

Elke provinciestaf beschikt tevens over een Controledienst der Brand- en Smeerstoffen. Deze teams zijn verantwoordelijk voor het in kaart brengen van alle civiele benzinestations en opslagplaatsen voor diverse types brand- en smeerstoffen om een eventuele opeising van deze voorraden te vergemakkelijken. De controlediensten zijn bij een daadwerkelijke vijandelijke inval eveneens mede verantwoordelijk voor het vernielen van achter te laten voorraden bij een terugtocht van het leger. De controlediensten dienen hierbij de in hun territoria aanwezige eenheden te adviseren over de locaties van deze voorraden en de meest gepaste technieken om deze onbruikbaar te maken. De controledienst van de provincie Namen zal op 10 mei 1940 een richtlijn verspreiden dat benzine het best kan vernield worden door het toevoegen van 25Kg vloeibare teer en 2,5Kg suiker per 50 kubieke meter brandstof.

Tenslotte zijn de provinciecommandanten in cumul telkens de plaatscommandanten van de steden waar hun staven gelegerd zijn.

Kamp van Lombardsijde
Het Kamp van Lombardsijde beschikt over een zeewaarts gerichte schietstand. Hier kunnen de eenheden van het veldleger oefenen in het onderscheppen van luchtdoelen. Het betreft zowel de luchtdoelartillerie als de zware mitrailleurs van andere eenheden. Zo richt het 32ste Linieregiment (32Li) van 17 tot 23 maart 1940 een schietkamp in voor alle ploegen zware mitrailleurs van het regiment. De logementsbarakken van het kamp worden tijdens de mobilisatie ook gebruikt om eenheden van rust in onder te brengen. Onder andere het 2de Regiment Karabiniers (2C) kantonneert van 30 maart tot 10 april in het Kamp van Lombardsijde tijdens een tiendaagse rustperiode aan de kust. Aan de vooravond van de oorlog bevinden zich enkele ondereenheden van de 5de Infanteriedivisie (5Div) in het Kamp van Lombardsijde voor schietoefeningen tegen vliegtuigen. Het gaat om het commando van III/4J, het commando en de secties luchtafweermitrailleurs (oftewel Mitrailleurs Contre Avions – MiCA) van de 12de Compagnie Mitrailleurs (12/III/4J),  de secties MiCA van 13de Compagnie Mitrailleurs (13/IV/4J) en een gedeelte van de secties MiCA van de 4de en 8ste Compagnie Mitrailleurs (4/I/4J en 8/II/4J). Ook enkele mitrailleurploegen van 2J die onder bevel staan van Cdt Lefevre, nemen deel aan de oefening. Het detachement van de 5Div staat onder bevel van Maj Tillier, bataljonscommandant van III/4J.

Naast de zeewaartse schietstand beschikt het Kamp van Lombardsijde ook over een oorlogsvliegveld. Het golfterrein van Henri Crombez, een befaamd luchtvaartpionier, wordt midden 1939 onteigend voor de aanleg van een militair vliegveld. Tussen het Kamp van Lombardsijde en de IJzer wordt in 1939 door de 19Cie Arbeiders van het IVde Bataljon Hulptroepen van het Luchtwapen (19/IV/TA Aé) een graspiste aangelegd. Het vliegveld Lombardsijde is gekend als oorlogsvliegveld Nr 40 en wordt na de aanleg onderhouden door de 13Cie Arbeiders van III/TA Aé. 

Wervingsburelen
Elke provincie telt twee tot drie wervingsburelen.  De wervingsburelen (oftewel rekruteringsbureau’s) zijn verantwoordelijk voor de selectie, keuring en aanwerving van nieuwe miliciens en beroepsmilitairen.   De chef van elk wervingsbureel is in cumul ook plaatscommandant van de gemeente waar het bureel gelegen is. Op hun achttiende verjaardag worden de jonge mannen die behoren tot de rekruteringsreserve verzocht om zich aan te melden bij het meest nabije wervingsbureel voor medische keuring. Diegenen die werden goedgekeurd voor militaire dienst worden dan twee jaar later opgeroepen om hun dienstplicht te vervullen. 

Doordat tijdens de veldtocht de administratie niet onmiddellijk werd aangepast bleven vele van de nieuw gerekruteerde militairen administratief nog tot de wervingsburelen behoren. Hierdoor werden heel wat gesneuvelden niet vermeld op de lijst van de eenheid waar ze sneuvelden maar kwamen deze slachtoffers op de lijst van de territoriale commando’s te staan. Daarnaast stonden de burelen ook in voor het administratieve beheer van oudere reservisten zonder affectatie. Dit personeel ontving vanaf 10 mei in de mate van het mogelijke wel een affectatie bij een eenheid.

Provinciale Krijgsauditoraten
De Provinciale Krijgsauditoraten vormen de ruggengraat van het militaire gerechtsapparaat bij de territoriale troepen.

Maak gebruik van onderstaande menubalk om de veldtocht van de verschillende territoriale commando’s te raadplegen.

1ste Militaire Circonscriptie2de Militaire Circonscriptie3de Militaire Circonscriptie4de Militaire CirconscriptieKamp van LombardsijdeKamp van HelchterenWervingsburelenProvinciale Krijgsauditoraten

1ste Militaire Circonscriptie

Luitenant-generaal ridder Victor van Strydonck de Burkel.

Staf/1MilCir
De staf van Luitenant-generaal van Strydonck zal vanaf de ochtend van 10 mei opereren van uit de kazerne aan de Kernstraat 15 nabij het koninklijk paleis van Brussel waar zich ook het Provinciecommando van Brabant bevond. De operaties in en rond Brussel worden gecoördineerd door Kolonel SBH Blancgarin, stafchef van de 1MilCir. Om 05u50, nog voor de afkondiging van de algemene mobilisatie, ontvangt het 31ste Regiment Artillerie (31A), een Versterkings- en opleidingsregiment van de artillerie gekazerneerd in Brussel, het bevel van het Groot Hoofdkwartier (GHK) om zijn alarmkantonnementen te Brussel niet te verlaten en de geplande verhuis naar zijn oorlogskantonnement in Oost-Vlaanderen niet uit te voeren. Het GHK heeft, naar aanleiding van de Duitse luchtlandingen nabij het Nederlandse regeringscentrum Den Haag [1], de beslissing genomen om de vliegvelden rond de hoofdstad van de nodige bewaking te voorzien. De opdracht van de artillerie zal er in bestaan om de vliegvelden van Evere en Zaventem onder schot te houden in geval van een massale luchtlandingsoperatie op deze vliegvelden. Voor de uitvoering van deze opdracht wordt 31A opgesplitst in twee tactische Groeperingen respectievelijk bevolen door de Kapitein-commandanten Rascart en Doyen. Tegen de avond staan negen van de tien instructiebatterijen van 31A klaar om indien nodig het vuur te openen op de Brusselse vliegvelden. De instructiebatterijen zijn bemand door rekruten van de klas 40 met weinig ervaring. Na hun opstelling komen de batterijen van 31A onder bevel te staan van de 1ste Militaire Circonscriptie. Het 4de Regiment Jagers te Voet levert twee bataljons (III/4J en IV/4J) voor de bewaking van het vliegveld van Evere, het koninklijk paleis en de installaties van het Nationaal Instituut voor de Radio-omroep (NIR) aan het Flageyplein te Elsene. Het Bataljon T13 van de 2de Cavaleriedivisie (Bn T13 2CD) wordt eveneens aangeduid voor deze opdracht en bevindt zich op meerdere afwachtingsstellingen te Schaarbeek. De tanks en de T13 houden zich klaar om tussenbeide te komen bij een eventuele luchtlanding op Brussel.

Provinciecommando Brabant/1MilCir
Het Provinciecommando Brabant is verantwoordelijk voor de opvang van ‘administratief geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties’. Het betreft hier niet verdachte en militair gevaarlijke Belgen en buitenlanders maar gaat wel om  een 10.500-tal andere buitenlanders, hoofdzakelijk Duitsers, die zich in Brussel gevestigd hebben.  Pas op de ministerraad van 8 mei ’s ochtends besliste de regering om alle onderdanen van “mogendheden waarmee België de oorlog zou moeten aangaan” te internerenOp die vergadering werd eveneens beslist dat de maatregel maar zou ingaan wanneer België ten oorlog trok [2]. Er werd immers gevreesd dat, naar analogie met wat voorheen in Polen en Noorwegen gebeurde, zij belangrijke informatie zouden kunnen doorspelen aan de vijandelijke strijdkrachten. Bij het uitbreken van de vijandelijkheden worden overal in de stad door de Rijkswacht affiches aangeplakt die de betrokkenen aanmanen zich te melden bij het gemeentehuis van hun woonplaats [3]. De meeste onderdanen van vijandelijke mogendheden bieden zich vrijwillig op het gemeentehuis aan, waarna ze naar verzamelplaatsen werden geleid, waarschijnlijk door de politie. De mensen die in Ukkel, Elsene  en in een groot aantal andere Brusselse gemeenten zijn verzameld worden ondergebracht in de Géruzetkazerne aan de Generaal Jacqueslaan 298, in de Rolin-kazerne aan de Waverse Steenweg 904 en in het Klein Kasteeltje te Anderlecht. De bewaking van de gevangenen wordt toevertrouwd aan de 4Cie van het XXIste Bataljon Wachters van Verkeerswegen en Inrichtingen. Generaal Lemercier, Provinciecommandant van de Provincie Brabant, tevens bevelhebber van de stad Brussel en in die hoedanigheid verantwoordelijk voor de hele operatie, bracht meerdere bezoeken aan de kazernes.

Provinciecommando Henegouwen/1MilCir
Hoewel er in de Provincie Henegouwen nagenoeg geen ‘administratief geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties’ aanwezig waren kreeg het Provinciecommando toch een rol toebedeeld in de bewaking van de geïnterneerde buitenlanders. Het was de bedoeling dat de onderdanen van vijandelijke mogendheden die elders in het land gevangen werden gezet in de drie grootste Henegouwse steden worden verzameld. In Charleroi moeten de geïnterneerden van de provincies Limburg, Luik, Luxemburg, Namen en van de Henegouwse arrondissementen Charleroi en Thuin worden bijeengebracht. Ze worden opgesloten in de Kazerne Korporaal Tresignieskazerne (avenue Général Michel 1). In Bergen moeten de geïnterneerden van Brabant en van de Henegouwse arrondissementen Bergen en Zinnik worden verzameld in de Kazerne Majoor Sabbe (rue des Sœurs Noires 4).  In Doornik worden alle geïnterneerden komende van Antwerpen, Oost- en West-Vlaanderen naar de Kazerne Generaal Baron Ruquoy (ook gekend als Citadel van Doornik) gestuurd. In principe was de provinciecommandant verantwoordelijk voor de organisatie en bewaking van al die centra. Voor de bewaking van de gevangenen in Doornik kon hij beschikken over het IIIde Bataljon van het 3de Regiment Hulptroepen (III/3/1Gpg/HuT). Wie de bewakingsopdracht uitvoerde in Charleroi en Bergen moet nog worden opgezocht.

Staf/1MilCir
Opgeschrikt door de gebeurtenissen bij de 7de Infanteriedivisie (7Div) aan het Albertkanaal slaat de paniek voor luchtlandingsoperaties overal in het land toe. Een haastige verdediging van de hoofdstad tegen mogelijke Duitse luchtlandingsoperaties wordt opgezet onder leiding van Luitenant-generaal ridder Van Strydonck de Burkel, commandant van de 1ste Militaire Circonscriptie. Negen batterijen van 31A zijn reeds ontplooid en houden de vliegvelden van Evere en Zaventem (Melsbroek) onder schot. De twee bataljons van het 4J blijven te Brussel tot ze omstreeks 21u00 afgelost worden door het IIde Bataljon van het 3de Regiment Jagers te Voet (II/3J). Enkel de 9Cie van III/4J, belast met de bewaking van het koninklijk paleis, wordt niet afgelost door een compagnie van 3J en blijft achter te Brussel. Omstreeks 22u00 neemt het GHK de beslissing dat bijkomend zes Bataljons Instructie vanuit oorlogskantonnementen in het Gentse zich naar Brussel moeten verplaatsen voor deze contra-parachutisten opdracht. De Bataljons Instructie van 1VOC en 2VOCworden aangeduid voor deze opdracht. I/52LiI/53LiI/54LiI/56Li en I/58Li worden tijdens de nacht vanuit Gent per spoor naar Brussel gebracht, I/55Li zal zijn beveiligingsopdracht in Antwerpen beëindigen en de hoofdstad vervoegen.

Opstelling Bataljons Instructie van 1VOC en 2VOC rond de hoofdstad op 12 mei (projectie op Duitse stafkaart van 1941)

Opstelling Bataljons Instructie van 1VOC en 2VOC rond de hoofdstad op 12 mei (projectie op Duitse stafkaart van 1941)

Staf/1MilCir
Luitenant-generaal ridder van Strydonck de Burkel beschikt nu over het Bn T13 2CD, het II/3J, de 9Cie van III/4J, de Groepering Rascart en Doyen van 31A en over de zes instructiebataljons van 1VOC en 2VOC voor de verdediging van Brussel tegen eventuele luchtlandingsoperaties van de Duitsers. Terwijl de artilleriegroeperingen de verschillende vliegvelden onder schot houden richten de infanteriebataljons steunpunten in op de toegangswegen naar Brussel. De hoofdstad wordt opgedeeld in zes sectoren die als volgt bezet worden:

  • Sector I werd bezet door I/58Li die steunpunten inricht in Laken, Evere en Sint-Stevens-Woluwe,
  • Sector II werd bezet door I/54Li die steunpunten inricht in Oudergem, Sint-Lambrechts en Sint-Pieters Woluwe,
  • Sector III werd bezet door I/55Li die steunpunten inricht in Watermaal-Bosvoorde en Elsene,
  • Sector IV werd bezet door I/56Li die steunpunten inricht in Ukkel en Vorst,
  • Sector V werd bezet door I/53Li die steunpunten inricht in Dilbeek en Anderlecht,
  • Sector VI werd bezet door I/52Li die steunpunten inricht in Groot-Bijgaarden, Zellik en Jette.

Provinciecommando Brabant/1MilCir
Op 12 mei wordt op het Ministerie van Justitie beslist dat de geïnterneerde buitenlanders naar Frankrijk zullen worden overgebracht. Generaal Lemercier bekomt op 12 mei orders van de Generale Staf om de administratief geïnterneerde buitenlanders, die vastzaten in de drie Brusselse kazernes, naar Frankrijk te evacueren. Hij maakt de orders over aan de betrokken kwartiercommandanten en aan de eenheden van de GVCE die instonden voor de bewaking. Bij het samenstellen van de transporten naar Frankrijk worden echter zowel in Brussel verblijvende illegale buitenlanders, verdachte en militair gevaarlijke Belgen (en buitenlanders) die zich in de gevangenis van Sint-Gillis bevonden en de geïnterneerde buitenlanders van vijandelijke mogendheden samen op één transport gezet. Hierdoor vervaagde het onderscheid dat diende gemaakt te worden tussen de verschillende groepen geïnterneerden. Enerzijds bestond de groep uit mensen die om één of andere reden gevlucht waren voor het nazi-regime en anderzijds individuen die openlijk sympathiseerden met hetzelfde regime. Eens de Franse grens over werd iedereen op het transport over dezelfde kam geschoren en aanzien als staatsgevaarlijk en spion voor het nazi-regime. De behandeling die hen te wachten stond in Frankrijk was navenant.

Staf/1MilCir
De ongerustheid over een mogelijke luchtlanding in de hoofdstad is nog steeds niet geweken. Kapitein-commandant Sibille, Eskadronscommandant van de 10de Compagnie Fuseliers van het 7de Gemotoriseerde Regiment (7Mo), tevens achterwacht van het VOC/LT,  krijgt om 10u00 opdracht om het oefenplein voor de kazerne de Witte de Haelen ongeschikt te maken voor een mogelijke luchtlanding. Dit gebeurt door palen in de grond te heien en graafmachines op het plein te parkeren.

Staf/1MilCir
Te Brussel start de Staf van de 1ste Militaire Circonscriptie en het Ministerie van Landsverdediging met het ontruimen van hun hoofdkwartier. De hoofdstad zal worden opgegeven en aan de vijand overgelaten.

Provinciecommando Brabant/1MilCir
Alle territoriale eenheden moeten zich klaar maken om de stad te verlaten en een verplaatsing naar de kust uit te voeren. Onder het bevel van GenMaj Lemercier zal in De Panne een nieuwe formatie gevormd worden bestaande uit alle territoriale bataljons die naar de kust overgeplaatst worden.

Staf/1MilCir
De staf verlaat de hoofdstad rondom 14u00 en verplaatst zich naar Oudenaarde. Het archief van de staf wordt verbrand en de telefooncentrale wordt vernield. Luitenant-generaal van Strydonck komt aan te Oudenaarde rondom 18u00.

De stafchef van de 1MilCir, Kolonel SBH Blancgarin, wordt overgeplaatst naar de pas opgerichte de staf van Luitenant-generaal Janssens die door de minister van defensie werd aangeduid als opperbevelhebber van de Centres de Recueil de la Réserve de Recrutement (CRRR) die instonden voor de opvang van de jongeren die behoorden tot de rekruteringsreserve.

Ook Kapitein-commandant baron Adolphe de Viron wordt overgeplaatst.  Hij vervoegt het Versterkings- en Opleidingscentrum Lichte Troepen.

Provinciecommando Brabant/1MilCir
In De Panne verwacht GenMaj Lemercier de aankomst van het 4TerBon, het 5TerBon, het 8TerBon en het 9TerBon die vanuit uit Brussel naar de kust werden gestuurd en van het 7TerBon dat vanuit Namen naar de kust werd gestuurd.

Provinciecommando Henegouwen/1MilCir
Wanneer de Groep Namen van de Territoriale Wacht voor Luchtafweer op 16 mei Bergen passeert zijn ze getuige van de ontruiming van het provinciecommando.

Staf/1MilCir
De staf kantonneert te Oudenaarde.

Staf/1MilCir
De staf verlaat Oudenaarde en komt omstreeks 11u00 aan te Aartrijke nabij Brugge.

Provinciecommando Brabant/1MilCir
GenMaj Lemercier stuurt de in De Panne verzamelde Territoriale Bataljons door naar Frankrijk. Zelf vertrekt hij ook naar Frankrijk en vestigt zich initieel in de Tallandierkazerne te Rouen waar hij het Plaatscommando van Rouen inricht [4]. 

Staf/1MilCir
Luitenant-generaal van Strydonck verlaat zijn staf en begeeft zich naar het Provinciecommando van West-Vlaanderen in de hoop om zich alzo in verbinding te stellen met het Groot Hoofdkwartier of het Ministerie van Landsverdediging voor verdere instructies. Het ministerie stuurt van Strydonck met twee officieren naar de Franse stad Lille om aldaar met behulp van de Rijkswacht zo veel mogelijk over de grens gevluchte Belgische militaire trachten te verzamelen en samen te brengen in detachementen die doorgestuurd kunnen worden naar de Versterkings- en Opleidingscentra in Zuid-Frankrijk. De generaal verlaat Aartrijke om 14u00 in gezelschap van Kapitein-commandant Maka en Kapitein Orhenot. Het drietal komt aan te Lille omstreeks 17u00 en kan na heel wat zoekwerk in contact treden met de Franse militaire plaatscommandant. Luitenant-generaal van Strydonck krijgt te horen dat hij in Lille niks kan komen doen en er geen Belgische militairen meer in de stad verblijven. De drie officieren besluiten in de stad te overnachten.

Nog een aantal officieren vertrekken.  Kapitein-commandant SBH Collette gaat over naar de staf van het Iste Legerkorps, terwijl 1ste Kapitein-Secretaris Leon Warnier overgeplaatst wordt naar het Provinciecommando West-Vlaanderen.  Kapitein-commandant Justin Deforchaux wordt dan weer op missie gestuurd naar Saint-Omer met als opdracht de hier nog aanwezige Belgische militairen naar het noordoosten te sturen.

Staf/1MilCir in Frankrijk
Luitenant-generaal van Strydonck begeeft zich omstreeks 08u00 naar de citadel van Lille waar hij verneemt dat de stad ontruimd wordt door het Franse leger. De Belgische officieren besluiten dan maar om terug te keren naar het Ministerie van Landsverdediging aan onze kust. De kleine colonne met de beide voertuigen van de Belgen raakt echter vast te zitten in de verkeerschaos tussen Calais en Duinkerke en van Strydonck besluit om niet langer trachten terug te keren naar België maar rechtsomkeer te maken in de hoop de Somme te kunnen oversteken en nadien naar Zuid-Frankrijk verder te trekken. Op de weg van Hesdin naar Abbeville worden de auto’s gemitrailleerd door Duitse vliegtuigen. De auto’s worden achtergelaten en de drie officieren zetten de tocht te voet verder en marcheren richting Montreuil-sur-Mer.

Kapitein-commandant Maurice Verwaerde wordt op missie gestuurd naar Noord-Frankrijk om verloren gelopen jongeren van de Rekruteringsreserve weer op het juiste pad te helpen.  Hij zal 27 mei terugkeren naar ons land en zal de laatste twee oorlogsdagen doorbrengen op het plaatscommando te Veurne.

Staf/1MilCir in Frankrijk
Maka, Orhenor en van Strydonck komen tegen de ochtend aan in Montreuil-sur-Mer en besluiten verder te stappen naar Boulogne in de hoop aldaar een boot te kunnen vinden die hen naar het zuiden van Frankrijk kan brengen. Het drietal wil Brest, Le Havre of Bordeaux bereiken. Ter plekke aangekomen, blijkt geen enkel schip nog die kant uit te varen. De militaire havencommandant wil hen eveneens geen toestemming verlenen om aan boord te gaan van een vaartuig richting Engeland. De officieren overnachten in de haven van Boulogne waar ze een groep van 25 rijkswachters uit Bree en Overpelt oppikken.

Staf/1MilCir in Frankrijk
Om 16u30 kan van Strydonck na heel wat overleg dan toch plaatsen bemachtigen op een schip dat hen naar de overkant van het kanaal zal brengen. Die zelfde avond komen de officieren vergezeld van de 25 rijkswachters aan te Dover.

Provinciecommando Brabant/1MilCir in Frankrijk
De provinciecommandant van de provincie Brabant, Generaal-majoor Lemercier duikt op in Tours samen met zijn staf. Vermoedelijk op vraag van de Franse generaal Vray, commandant van de 9ème Région Militaire française wordt hij aangesteld als Belgisch Plaatscommandant van de stad Tours waar op dat ogenblik heel wat Belgische troepen toekomen.

Staf/1MilCir in Engeland
Luitenant-generaal van Strijdonck bereikt Londen en biedt zich rond 11u00 aan op de Belgische ambassade. Hij vraagt er om terug te mogen keren naar het Belgische leger in Zuid-Frankrijk.

Staf/1MilCir in Engeland
De drie officieren verblijven nog steeds in Londen.

Staf/1MilCir in Engeland
Luitenant-generaal Henri Denis, minister van landsverdediging, is aangekomen in de Britse hoofdstad en vraagt Luitenant-generaal Van Strydonck om het bevel op te nemen over het nieuwe verzamelcentrum voor Belgische militairen in het Verenigd Koninkrijk.

Staf/1MilCir in Engeland
Generaal van Strydonck vertrekt aan het hoofd van een eerste contingent Belgische militairen naar het nieuwe verzamelcentrum te Haverfordwest in Wales.

Staf/1MilCir in Engeland
Het Nederlandse leger blijkt zich reeds geïnstalleerd te hebben te Haverfordwest. De Belgen krijgen dan maar het kuststadje Tenby in Wales aangewezen als nieuwe verblijfplaats [5].

Staf/1MilCir in Engeland
Luitenant-generaal van Strydonck opent het nieuwe verzamelcentrum voor Belgische militairen te Tenby in Wales. Alle Belgische militairen die vanaf nu Engeland bereiken worden naar Tenby doorgestuurd. Onder hen het Versterkings- en Instructiesmaldeel van het Marinekorps dat op 28 mei aan land komt te Plymouth. De nog op te leiden Belgische matrozen van de klas ’40 worden vanuit Plymouth per trein naar Tenby gestuurd. De ongeveer zeventig manschappen van het Versterkings- en Instructiesmaldeel worden als soldaat ingelijfd bij onze landstrijdkrachten.

Staf/1MilCir in Engeland
Op 1 juni wordt een eerste contingent van ongeveer 400 militairen die de strijd in Frankrijk willen verderzetten samengesteld. De idee is om vanuit Tenby het Belgische leger in Zuid-Frankrijk opnieuw aan te vullen. Het detachement verlaat in de morgen van 03 juni Tenby en stapt in Milford-Haven aan boord van het Nederlands schip de Hr.Ms. Batavier II die hen op 04 juni afzet in de haven van Brest in Bretagne. Van daar uit wordt het detachement doorgestuurd naar Malestroit in het Bretoense departement Morbihan waar de 7Div reorganiseert. De 60 manschappen van het Versterkings- en Instructiesmaldeel van het Marinekorps verkiezen in Engeland te blijven. Op 13 juni verlaat een detachement van een 50-tal man van het Marinekorps het opvangcentrum van Tenby om in te schepen op de loodsboot P16 van het Bestuur van het Zeewezen teneinde overgebracht te worden naar de Bretoense havenstad Lorient.

Na de capitulatie

Staf/1MilCir in Engeland
Na de Franse capitulatie van 22 juni 1940 worden de plannen om nog Belgische militairen naar Frankrijk te sturen gewijzigd en worden de Belgische Strijdkrachten in Groot-Brittannië opgericht. Generaal van Strydonck wordt op 1 augustus 1940 aangesteld als inspecteur-generaal van onze nieuwe strijdmacht. In mei 1944 wordt hij bevelhebber van de Belgische militaire missie bij het geallieerde opperbevel. De 69 jaar oude oude generaal komt op 3 september 1944 aan te Brussel en zal op 31 januari 1945 met definitief pensioen gestuurd worden. Hij verkrijgt in 1956 de adellijke titel van Baron. Victor van Strydonck overlijdt op 4 augustus 1961.

Provinciecommando Brabant/1MilCir in Frankrijk
Generaal-majoor Lemercier zal in de zomer van 1940 aangesteld worden tot Hoge Commissaris voor de Belgische vluchtelingen en zal tot eind september 1940 ingezet worden bij de organisatie van terugkeer van de talrijke landgenoten die in Zuid-Frankrijk vertoefden.

Bibliografie en Bronnen

  1. Achtergrond informatie bij de slag om Den Haag [On Line beschikbaar]: https://nl.wikipedia.org/wiki/Slag_om_Den_Haag [Laatst geraadpleegd 9 oktober2021].
  2. Achtergrondinformatie betreffende “administratief geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties” kan gevonden worden in document van het SOMA “Gewillig België”. [On Line beschikbaar]: http://www.senate.be/event/20070213-jews/doc/eindverslag.pdf  [Laatst geraadpleegd op 9 oktober 2021].
  3. Tekst op de affiches verspreid door het ministerie van Justitie en aangeplakt door de Rijkswacht luidde als volgt: “Vreemdelingen van het mannelijke geslacht, geboren tussen 1 januari 1881 en 31 december 1923, met inbegrip van deze datums, die staatsburger van een vijandelijke staat zijn, dienen zich in het gemeentehuis van hun woonplaats of de plaats waar zij zich bevinden, aan te bieden, en dit binnen twee uur vanaf de aankondiging van dit besluit in de betreffende gemeenten. Zij dienen proviand voor 48 uur en dekens mee te brengen. De vreemdelingen die zich bij het gemeentehuis aanbieden, mogen niet zonder toestemming vertrekken. (…) Iedereen wordt verzocht om burgers van vijandelijke mogendheden die onder de maatregelen van dit besluit vallen, onmiddellijk bij de politie, de rijkswacht of de militaire overheid te signaleren” .
  4. De Tallandierkazerne was een voormalige katoenspinnerij, in 1938 opgekocht door het Franse leger om er l’Etablissement Régional de Matériel (ERM) van de Service de matériel de l’Armée de Terre” in onder te brengen. De Tallandierkazerne bestaat nog maar werd gerenoveerd en geïntegreerd in een wooncomplex in de Avenue Jean Jaurès Nr 76 in Petit-Quevilly nabij Rouen. [On line beschikbaar]:https://www.google.be/maps/@49.4273702,1.0653597,3a,75y,344.33h,83.88t/data=!3m6!1e1!3m4!1suX3grspRJpHXGHzLMhTvgg!2e0!7i13312!8i6656[Laatst geraadpleegd 9 oktober 2021].
  5. Frank Decat, De Belgen in Engeland 40/45. De Belgische strijdkrachten in Engeland tijdens WO II, p 23 , Uitgeverij Lannoo, Tielt, 2007. [Gedeeltelijk On Line beschikbaar]: https://www.seniorennet.be/Dossier/Boek/Belgen_in_engeland_tweede_wereldoorlog_1940_1945/de_weg_naar_tenby-belgie_capituleert.php [Laatst geraadpleegd 9 oktober 2021].
  6. L’armée belge de France en 1940, door Jean Jamart Col BEM Hre, uitgeverij Schmitz, Bastogne, 1994, p.77, p 78, p 167.
  7. Opperofficieren in het Belgisch leger: Een sociaal profiel van Belgische generaals aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, 1939-1940 [On line beschikbaar]: http://lib.ugent.be/fulltxt/RUG01/001/457/669/RUG01-001457669_2011_0001_AC.pdf , masterthesis Martin Boënne, Universiteit Gent [Laast geraadpleegd 4 september 2017]

2de Militaire Circonscriptie

Staf/2MilCir
Vanaf de vroege ochtend is het personeel op de staf van de 2de Militaire circonscriptie (Staf/2MilCir) aangekomen in de gebouwen aan de Meistraat waar zich ook het Provinciecommando van Antwerpen bevindt. De stafchef, Majoor SBH Branders, wordt rond 07u00 opgehaald aan het Centrury Hotel door zijn chauffeur Soldaat De Groot en treft kort na aankomst  Luitenant-generaal Pouleur aan op de staf. Deze uit pensioen teruggekeerde generaal is met zijn 67 jaar één van de oudste gemobiliseerde Luitenant-generaals. De majoor geeft een kort overzicht van de Duitse aanval en brengt vooral de talrijke luchtaanvallen ter sprake, temeer daar ook Antwerpen tijdens de ochtend reeds verschillende luchtbombardementen te verwerken kreeg. Pouleur en Branders beklagen er zich over dat de staf van de circonscriptie in de huidige gebouwen dient te blijven en niet kan uitwijken naar zijn oorlogskantonnement in de Kazerne 10-11 (ook nog Sint-Laureinskazerne genoemd) van de oude Brialmontvesting. De oude kazerne werd slechts enkele weken voordien aangeduid als oorlogsstandplaats en is nog bijlange niet klaar. Bovendien zijn de telefoonlijnen nog niet in orde.

Inmiddels is wel een detachement van het Territoriaal Transportkorps Antwerpen (Ter VK Antwerpen) komen opdagen om een aanvang te maken met het inladen van de vele kisten met de administratie van de staf. Naast Luitenant-generaal Pouleur en zijn stafchef Majoor SBH Branders bestaat de staf uit de 1ste Kapitein Edouard Cox, secretaris, de Kapitein-commandanten Frayes de Veubeke en Brant en Kapitein SBH Marin die afgedeeld is door het IIde Legerkorps (II/LK). Daarnaast beschikt Pouleur nog over een delegatie van drie officieren van de 2de Directie van de Genie en de Versterkingen (2DirGnV) en de Directie de Militaire Gebouwen.

Van uit het Groot Hoofdkwartier (GHK) wordt een bevel uitgestuurd naar het 55ste Linieregiment (55Li), om zijn Iste Bataljon Instructie (I/55Li) tijdelijk onder het bevel van de 2de Militaire Circonscriptie te plaatsen om deel te nemen aan de territoriale verdediging van Antwerpen. Het 55Li is een Versterkings-en opleidingsregiment van de infanterie behorende tot het 2de Versterkings- en Opleidingscentrum (2VOC), dat in Antwerpen is gekazerneerd. Terwijl de rest van het 55Li zich klaarmaakt voor de verplaatsing naar zijn oorlogskantonnement te Waarschoot, wordt I/55Li ontplooid in een zone tussen het Albertkanaal, Wommelgem, Mortsel en de Schelde. De hoofdopdracht zal bestaan in het tussenbeide komen bij een eventuele luchtlanding. I/55Li zet zich te voet op weg naar zijn nieuwe opdracht. De commandopost van het bataljon wordt ondergebracht in Kazerne 10-11 waar later ook het Provinciecommando Antwerpen zijn intrek zal nemen.

Rond het middaguur volgt een nieuwe luchtaanval op de stad door een formatie van een zestigtal vijandelijke vliegtuigen die in groepjes van drie de beide uiteinden van de autotunnel onder de Schelde met bommen van licht kaliber bestoken. De schade aan de tunnel is miniem en de meeste bommen vallen in de rivier of op het Sint-Annastrand. Het effect op de morele toestand van de stadsbewoners is echter veel aanzienlijker. Ook in de Meistraat veroorzaakt dit een ware chaos. Talrijke burgers van allerlei pluimage dienen zich aan bij de beide staven en het verkeer in de straat zit muurvast.

Uiteindelijk verhuist de Staf/2MilCir en de Staf/Provinciecommando Antwerpen naar de Kazerne 10-11. De communicatie met de overige militaire en burgerlijke autoriteiten loopt heel stroef aangezien niemand lijkt te weten dat de beide staven naar Kazerne 10-11 overgebracht zijn. Zelfs het Groot Hoofdkwartier is niet op de hoogte. LtGen Pouleur besluit om van de nood een deugd te maken en ziet wijselijk in dat, door de gebrekkige communicatie na de verhuis, het komen-en-gaan op zijn staf sterk verminderd is en dat de staf tot rust is gekomen.

Provinciecommando Antwerpen/2MilCir
Het Provinciecommando Antwerpen staat op 10 mei onder bevel van Generaal-Majoor Van Rolleghem. Net zoals het Provinciecommando Brabant is het Provinciecommando Antwerpen verantwoordelijk voor de opvang van ‘administratief geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties’. Hier betreft het een 6.700-tal Duitsers die zich in Antwerpen bevinden en die zich bij het uitbreken van de oorlog moesten melden bij de verschillende Antwerpse politiebureaus. In veel gevallen betrof  het Duitse joden, gevlucht voor het nazi-regime. In de Prekerskazerne, de Adjudant Macheleinkazerne (Kazerne 9 – 10) en de Kazerne Generaal Drubbel (oftewel Sint-Joriskazerne) wordt een verzamelcentrum voor de geïnterneerde buitenlanders ingericht. De omkadering en bewaking van de gevangenen werd (allicht – TBC) toevertrouwd aan detachementen van het XVIIde Bataljon Wachters van Verkeerswegen en Inrichtingen (XVII/GVCE).

Het Provinciecommando Antwerpen voert het bevel over I/55Li en over het IVde en Vde Bataljon van het 1ste Regiment Speciale Vestingseenheden (1SVE). Dit regiment levert de bemanningen van 27 forten behorende tot de tweede fortengordel van Antwerpen en die ingericht werden als infanteriesteunpunten. Het Iste, IIde en IIIde Bataljon van deze eenheid staan onder tactisch bevel van de respectievelijke legerkorpsen in wiens korpszone de bataljons ingezet worden.

Provinciecommando West-Vlaanderen/2MilCir
Generaal-majoor Glorie, Provinciecommandant van West-Vlaanderen, is tevens in cumul commandant van de Maritieme Basis (MarBasis). Aan de vooravond van de oorlog heeft de Maritieme Basis het commando over het Marinekorps, I/5LA, 7/II/5LA, 37Li en 3Gr. Als hoofdopdracht moet de Maritieme Basis instaan voor de beveiliging van de havens van Zeebrugge, Oostende en Nieuwpoort evenals de bewaking van de territoriale wateren. Rond middernacht ontvangt het Provinciecommando de afkondiging van het algemeen alarm. Het alarmplan voorziet in de verhuis van de provinciestaf van Brugge naar het kasteel Serruys te Gistel, maar deze overbrenging gaat vooralsnog niet door. GenMaj Glorie blijft op aangeven van het Groot Hoofdkwartier (GHK) vooralsnog op de Provinciestaf te Brugge.

Staf/2MilCir
De ganse nacht lang lopen voortdurend valse meldingen binnen van luchtlandingen op de stad. De stafofficieren krijgen geen moment rust. Het I/55Li zet zijn opdracht verder tot het om 22u00 het bevel zal krijgen om Brussel onmiddellijk te vervoegen in het kader van de contra-parachutisten opdracht van de 1ste Militaire Circonscriptie.

De Regie Telegraaf en Telefonie (oftewel RTT, de nationale telecommaatschappij) slaagt erin om toch enkele telefoonlijnen aan te leggen naar de Kazerne 10-11 en kan de beide staven een aantal oude abonneenummers van het burgernet toekennen waardoor het communicatieprobleem tijdelijk opgelost is. Ondertussen is ook de staf van de Franse 25ième Division Méchanique [25(FRA)DIM] aangekomen in de kazerne. Deze divisie is een onderdeel van het 7de Franse Leger [7(FRA)Leger] dat de verbinding tussen de Belgische en Nederlandse verdedigingsdispositieven tot stand moet brengen [1]. De gevechtseenheden van de 25(FRA)DIM bevinden zich rondom Breda en zouden volgens plan naar Tilburg moeten oprukken. De Franse divisiestaf krijgt telefoonnummer 261.13 toebedeeld en zal van uit de kazerne blijven opereren tot de aftocht van het Franse leger uit Nederland.

Een bijzonder ontredderde burgemeester van Breda komt aan op de staf en vraagt om een vrijgeleide naar de Nederlandse ambassade te Brussel. De man vertelt hoe de stad aan zijn lot is overgelaten en dat de ongeveer 50.000 inwoners voor het oorlogsgeweld op de vlucht geslagen zijn richting Belgische grens. De man wordt voorzien van het nodige papierwerk de baan opgestuurd naar onze hoofdstad.

In de loop van de avond komt een estafette van het Groot Hoofdkwartier per motorfiets toe om de eerste schriftelijke orders en het dagelijkse inlichtingsbulletin te overhandigen aan Luitenant-generaal Pouleur. Samen met de generaal lezen de nieuwsgierige stafofficieren hoe het Albertkanaal opgegeven wordt en het veldleger zich terugtrekt naar de K.W Stelling, onder dekking van het aan de Demer en de Gete opgestelde Cavaleriekorps.

Staf/2MilCir
Na een tweede nacht vol onrust en slecht nieuws zitten de stafofficieren duidelijk in de put. Niemand blijkt te weten wat er nu te gebeuren staat. Wanneer genieofficier Luitenant Hierneux van de 2de Directie van de Genie en de Versterkingen aankomt en vertelt hoe een grote colonne van de 25(FRA)DIM te Brasschaat zwaar is aangevallen door de Luftwaffe, luisteren de officieren met de moed der wanhoop toe. De kazerne is daarenboven nog niet bevoorraad zodat er niets anders opzit dan de mess van de Sint-Joriskazerne (oftewel Kazerne Generaal Drubbel) te gaan plunderen. Het probleem van naar België gevluchte Nederlandse militairen neemt steeds groter proporties aan. De Staf/2MilCir geeft om 10u00 de nodige orders aan de Provinciecommando’s van Antwerpen en Oost-Vlaanderen om de Nederlandse militairen te verzamelen in leegstaande kazernes. In Antwerpen betreft het de Luchtbal en de Sint-Joriskazerne, in Gent de Leopoldkazerne.

Luitenant-generaal Pouleur wordt door de Minister van Landsverdediging belast met de inrichting van bijkomende opvangcentra voor de jongeren van de Rekruteringsreserve. Hij moet ook instaan voor de bevoorrading van de nieuw op te richten opvangcentra. De opdracht wordt verder gedelegeerd naar het Provinciecommando van West-Vlaanderen

Provinciecommando Antwerpen/2MilCir
Het Provinciecommando Antwerpen krijgt opdracht om de geïnterneerde buitenlanders naar Frankrijk evacueren. Onder begeleiding van enkele pelotons van het XVII/GVCE worden de gevangenen naar het Centraal-station gebracht. Hier wachten twee treinen van de SNCF die het 7(FRA)Leger naar Nederland hadden gebracht. De eerste trein vertrekt om 15u00, de tweede een half uur later. Slecht een beperkt detachement van XVII/GVCE wordt meegestuurd want vanaf het station van Antwerpen-Zuid, waar het II/56Li op de trein stapt, is dit bataljon verantwoordelijk voor de bewaking en de omkadering van de gevangen tot de bestemming in Zuid-Frankrijk bereikt wordt.

De geïnterneerden zijn pas de stad uit en er duikt al een nieuw probleem op. De provinciestaf moet zich bekommeren om de talrijke gevluchte Nederlandse militairen die Antwerpen binnenstromen. De staf laat de eenheden van de Versterkte Positie Antwerpen weten dat op twee locaties te Antwerpen een verzamelcentrum voor deze gevluchte militairen wordt ingericht: in de Luchtbalkazerne en in de kazerne Generaal Drubbel. De aldaar ingekwartierde detachementen van het XVII/GVCE zullen voor de omkadering zorgen.

Affiche met richtlijnen voor de bevolking met betrekking tot het rapporteren van de landing van vijandelijke parachutisten.

Affiche met richtlijnen voor de bevolking met betrekking tot het rapporteren van de landing van vijandelijke parachutisten.

Provinciecommando West-Vlaanderen/2MilCir
Op bevel van Generaal-majoor Glorie, Provinciecommandant van West-Vlaanderen, worden vier nieuwe verzamelcentra ingericht om de jongeren van de Rekruteringsreserve tijdelijk te hergroeperen in West-Vlaanderen:

  • Iste Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve – Ieper, Luitenant-kolonel Pinte
  • IIde Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve – Kortrijk-Menen, Kolonel Burck
  • IIIde Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve – Poperinge, Kolonel Vanhaubergh
  • IVde Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve – Roeselare, Luitenant-kolonel André van Derton

De plaatscommandanten van Ieper, Kortrijk, Poperinge en Roeselare zijn verantwoordelijk voor de inrichting van de opvangcentra.

Staf/2MilCir
De Franse Capitaine de Frégatte de Maupéou, marineattaché bij het Groot Hoofdkwartier, heeft een verzoek ingediend bij de Belgen om alle havensleepboten uit de Antwerpse dokken te laten evacueren. De staf van Luitenant-generaal Pouleur organiseert de aftocht van de ongeveer 35 slepers uit de haven via de Schelde naar onze kust. De 2de Militaire Circonscriptie heeft ook dringend nood aan een eigen ordemacht nu het 55ste Linieregiment de stad verlaten heeft om de aftocht van de Versterkings- en Opleidingscentra te vervoegen. Uit de hoofdstad komen een 50-tal Rijkswachters van het 4de Eskadron van het 1ste Licht Regiment toe, aangevuld met een aantal uit Limburg gevluchte Rijkswachters van de Rijkswachtbrigade van Genk.

Provinciecommando Antwerpen/2MilCir
Het Plaatscommando Brasschaat wordt opgegeven en de Plaatscommandant LtKol André van Derton moet zich samen met zijn staf zo snel als mogelijk naar Roeselare begeven om er het commando van het IVde Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve over te nemen.

Staf/2MilCir
Nu het duidelijk geworden is dat de vijand binnen een aantal dagen voor de Versterkte Positie Antwerpen mag verwacht worden, blijft er voor 2de Militaire Circonscriptie binnen de stad en provincie Antwerpen nog maar weinig weggelegd. Luitenant-generaal Pouleur mag dan nog wel het tactisch commando hebben van alle forten van de binnen- en buitengordel die buiten het operatiegebied van het IVde en Vde Legerkorps vallen, maar ook deze taak heeft geen zin meer. De enige twee bolwerken die binnen deze categorie vallen zijn de forten van Breendonk en Bornem en die worden reeds sinds de eerste oorlogsdag door het Groot Hoofdkwartier gebruikt. Pouleur vraagt dan ook om nieuwe instructies, in de hoop de toestemming te krijgen om Antwerpen te verlaten. Majoor SBH Branders en Kapitein-commandant Brant starten inmiddels met het klaarmaken van het transport voor de aftocht. Het Provinciecommando van Antwerpen en van Oost-Vlaanderen krijgen opdracht om de Nederlandse militairen onder hun hoede, met hun wapens en munitie, door te sturen naar Terneuzen zodat ze daar de strijd met het Nederlandse leger kunnen voortzetten. De betrokken worden in Antwerpen-Zuid met hun materieel opgeladen in treinwagons en via Gent naar Terneuzen gebracht.

Staf/2MilCir
Omstreeks 15u00 krijgt de staf van het GHK de toestemming om Antwerpen gedeeltelijk te verlaten. Het gros van de vrachtwagens vertrekt onmiddellijk richting Gent onder leiding van Majoor SBH Branders. Luitenant-generaal Pouleur blijft nog enige tijd ter plekke, samen met twee officieren (Cdt Fraeys de Veubeke en Kapt SBH Woirin) en een beperkt secretariaat. Twee auto’s, een bestelwagen en twee motorfietsen worden achtergelaten voor dit detachement.

Majoor Branders laat zijn colonne vertrekken rondom 16u00 en trekt via de autotunnel onder de Schelde richting Beveren-Waas en Sint-Niklaas. De militairen rijden Gent binnen en zoeken het provinciecommando van Generaal-majoor Dubois op. De staf uit Antwerpen begeeft zich vervolgens naar het Instituut Sint-Camillus te Sint-Denijs-Westrem dat in gereedheid werd gebracht om als commandopost van de 7de Infanteriedivisie te dienen, maar niet in gebruik zou zijn. Bij aankomst ontdekt Branders echter dat het Groot Hoofdkwartier hier zal geïnstalleerd worden en de 2de Militaire Circonscriptie hier niet langer welkom is. Er wordt dan maar teruggereden naar Gent en de staf overnacht op het provinciecommando.

Het Kasteel Claeys-Bouüaert te Mariakerke waar de Staf/2MilCir op 16 mei zijn intrek nam.

Het Kasteel Claeys-Bouüaert te Mariakerke waar de Staf/2MilCir op 16 mei zijn intrek nam.

Staf/2MilCir
De zoektocht naar een nieuw onderkomen leidt Majoor Branders naar het Kasteel Claeys-Bouüaert te Mariakerke. Tijdens de late middag komt hier ook het commando van de Wegenregelingsgroepering toe. Majoor Branders heeft geen telefonisch contact meer met Luitenant-generaal Pouleur te Antwerpen en vreest dat zijn chef gedood of gevangen genomen is.

Provinciecommando West-Vlaanderen/2MilCIr
Generaal-majoor Glorie wordt ontheven van zijn commando en vervangen door Luitenant-kolonel SBH Requette. Requette is echter bijzonder ontevreden met deze opdracht zonder uitzicht op deelname aan de gevechten en richt zich tot zijn promotiegenoot en persoonlijke vriend Luitenant-generaal Michiels om een onmiddellijke overplaatsing aan te vragen. Michiels gaat op het verzoek in en duidt Luitenant-kolonel Requette aan als stafchef van het Vde Legerkorps. Het provinciecommando komt hierdoor in handen van Kapitein-commandant Colpin, adjunct van Generaal-majoor Glorie.

Staf/2MilCir
Een motorrijder uit Antwerpen komt aan te Mariakerke en kan melden dat generaal Pouleur onderweg is en dat hij die zelfde avond zal aankomen. Pouleur duikt op rondom 18u00, gevolgd door Kolonel van de Reserve Slagmolen van het Regiment Speciale Vestingseenheden uit Antwerpen. De door de chaotische evacuatie van zijn regiment zwaar aangeslagen Slagmolen verhaalt hoe het merendeel van zijn compagnies zonder enige transportmiddelen een groot deel van hun mitrailleurs hebben moeten achterlaten in de forten om de stad en hoe zijn troepen vervolgens overgeheveld werden naar de infanteriedivisies.

Provinciecommando Antwerpen/2MilCir
Naar aanleiding van het bevel om de VPA te ontruimen wordt het Provinciecommando Antwerpen teruggetrokken achter de Schelde. De Stafchef Kolonel Res Siebens wordt samen met de rest van de provinciestaf richting Frankrijk gestuurd. Generaal-majoor Van Rolleghem krijgt als taak zich te bekommeren om de evacuatie van de resterende in Antwerpen vastgehouden Nederlandse militairen naar Oostende.

Staf/2MilCir
Het Kasteel Claeys-Bouüaert te Mariakerke wordt ontruimd en generaal Pouleur en zijn staf vertrekken naar Brugge. Met heel wat zoekwerk wordt een nieuwe standplaats voor de staf gevonden in een grote villa aan de steenweg van Brugge naar Oostende te Snellegem. De staf kan een verbinding tot stand brengen met het Groot Hoofdkwartier via een enkele telefoonlijn en de burgercentrale van Jabbeke.

Provinciecommando Oost-Vlaanderen/2MilCir
Op 18 mei wordt om 14u00 beslist om het veldleger terug te trekken achter de Leie. Hierop wordt om 16u00 het Provinciecommando Oost-Vlaanderen opgeheven. Nu het gros van het grondgebied van de provincie in de frontlinie zal komen te liggen, heeft het geen zin meer om nog territoriale bevoegdheden uit te oefenen. Het deel van de provincie dat nog door de Belgen gecontroleerd wordt, gaat over naar het Provinciecommando West-Vlaanderen. Generaal-majoor Dubois wordt naar het MLV te Oostende gestuurd in afwachting van een nieuwe opdracht. Het personeel van de Provinciestaf krijgt het bevel om hun respectievelijke Versterkings-en Opleidingscentra (VOC) in Frankrijk te vervoegen. Dit zal gebeuren onder bevel van LtKol Legat, Stafchef van het Provinciecommando Oost-Vlaanderen. De colonne voertuigen begeeft zich eerst naar Veurne en vervolgens naar Abbeville waar ze op 20 mei nog net voor de aankomst van de Duitse voorhoede de Somme kunnen oversteken.

Provinciecommando West-Vlaanderen/2MilCir
Generaal-majoor Dubois, voormalig provinciecommandant van Oost-Vlaanderen neemt om 16u00 het bevel van het Provinciecommando West-Vlaanderen over van Kapitein-commandant Colpin. Het Provinciecommando West-Vlaanderen zal als laatste overblijvend  Provinciecommando zijn taak tot het einde van de veldtocht voortzetten.

Staf/2MilCir
Majoor SBH Branders gaat langs op het Groot-Hoofdkwartier te Sint-Andries om de orders en inlichtingenbulletins van de afgelopen dagen op te halen.

Staf/2MilCir
De staf van Luitenant-generaal Pouleur laat twee detachementen Rijkswachters samenstellen om het probleem van de talrijke uit Zeeland gevluchte Nederlandse militairen onder controle te krijgen. De beide detachementen van ongeveer 50 rijkswachters worden samengesteld van de te Roeselare verzamelde Rijkswachters van diverse territoriale brigades te lande. Een detachement wordt de stad Brugge ingestuurd en een detachement naar de Oostkust, met als opdracht elke Nederlandse militair door te sturen naar de kazerne Generaal Mahieu van het 3de Linieregiment te Oostende. De kazerne te Oostende wordt in gereedheid gebracht voor de opvang van de naar schatting 4.000 ronddolende Nederlanders. Eens aangekomen te Oostende krijgt elke soldaat een half rantsoen brood en vlees in blik, met de waarschuwing dat indien de Nederlanders zich niet aan de bevelen van de Belgen zouden onderwerpen, elke verdere uitdeling zal herleid worden tot een kwart rantsoen.

Provinciecommando West-Vlaanderen/ 2MilCir
Ter bevestiging van bevel 9643 van 19 mei 1940, uitgevaardigd door het Groot Hoofdkwartier, laat het provinciecommando een reeks bijkomende Verzamelcentra voor Geïsoleerde Militairen van het Leger inrichten in de volgende locaties:

  • Landegem: 1ste Infanteriedivisie, 16de Infanteriedivisie, 18de Infanteriedivisie
  • Astene: 2de Infanteriedivisie, 4de Infanteriedivisie, 5de Infanteriedivisie
  • Bellem: 3de Infanteriedivisie
  • Kaprijke: 6de Infanteriedivisie, 17de Infanteriedivisie
  • Pervijse: 7de Infanteriedivisie
  • Olsene: 8ste Infanteriedivisie, 9de Infanteriedivisie, 10de Infanteriedivisie, 1ste Divisie Ardeense Jagers, 2de Divisie Ardeense Jagers
  • Waarschoot: 11de Infanteriedivisie, 13de Infanteriedivisie
  • Zomergem: 12de Infanteriedivisie
  • Diksmuide: 14de Infanteriedivisie
  • Oostende: 15de Infanteriedivisie
  • Stekene: 1ste Cavaleriedivisie, 2de Cavaleriedivisie
  • Ieper: Hulptroepen

Staf/2MilCir
Van op de staf te Snellegem wordt ook het probleem van de Duitse krijgsgevangenen te Lombardsijde en in het militair hospitaal te Oostende bestudeerd. Deze krijgsgevangenen zullen uiteindelijk overgedragen worden aan de achterhoede van het Franse 7de Leger zodat tegen het eind van de veldtocht nog maar weinig Duitsers in handen van de Belgische militaire overheid zullen zijn. Generaal Pouleur speelt een rol in het organiseren van de uittocht van de Rekruteringsreserve naar Frankrijk. Zoveel mogelijk jongeren werden reeds direct van uit geïmproviseerde opvangcentra te Roeselare, Ieper en Poperinge de Franse grens over gestuurd, maar een belangrijk deel wordt ook te Oostende samengebracht in de hoop om een evacuatie via de zee te realiseren. Van dit plan komt niets in huis, slechts een beperkt aantal jongeren zal in Engeland toekomen.

Om 12u00 krijgt LtGen Pouleur het bericht van Kolonel SBH Gilbert, kabinetschef van de Minister van Landsverdediging dat het 2MilCir wordt opgeheven en dat hij zijn bevoegdheden moet overdragen aan Luitenant-generaal Mozin, commandant van de Territoriale Dienst van de Legerzone (STZA). Na overgave van zijn bevoegdheden moet hij zich met zijn staf zo snel mogelijk naar Le Havre begeven om daar de regering te vervoegen.

Provinciecommando West-Vlaanderen/2MilCir
Nu de 2MilCir opgeheven is, wordt het territoriale commando van het achtergebied overgegeven aan Generaal-majoor Dubois.  Het Provinciecommando West-Vlaanderen wordt omgedoopt tot Militaire Regio Vlaanderen en wordt bevoegd voor het niet-bezette landsgedeelte ten westen van het Afleidingskanaal van de Leie en de Leie.  De staf van de nieuwe Militaire Regio Vlaanderen blijft verder werken aan de Ezelstraat 60 te Brugge.

Het probleem van de waterbevoorrading in de provincie West-Vlaanderen wordt steeds groter. De nieuwe veldbakkerij van het leger te Gistel die op een productiecapaciteit van 360,000 broden per dag mikt, zit met veel te weinig water. Er zijn tonnen noch vrachtwagens voorhanden om de installaties te bevoorraden en het probleem van de voedselbevoorrading in het onbezette deel van het land tekent zich aan.

Staf/2MilCir
Nu het nieuws van de vijandelijk inname van Abbeville en de omsingeling van de geallieerde legers in het noorden bevestigd is, roept generaal Pouleur zijn staf samen voor een rondvraag over wat er nu dient te gebeuren. Majoor Branders promoot de idee om per schip trachten te ontkomen naar Frankrijk. Na enige discussie besluit men toch te vertrekken en zo belandt de 28 man tellende staf op de pier van Zeebrugge waar tijdens de avond gestart wordt met de inscheping aan boord van een het vissersvaartuig H75 bemand door het Marinekorps. Het gros van de administratie van de staf wordt eerst nog het water in geworpen en rond 23u00 steekt het schip van wal samen met enkele andere vaartuigen van het 2de Smaldeel van het Marinekorps. De afvaart vindt plaats bij laagtij en in de duisternis loopt de H.75 vast op een zandbank in de havengeul van Zeebrugge. De H.75 dient eerst te worden losgetrokken alvorens de tocht kan worden verder gezet. De riviersleepboot Baron de Maere wordt hiervoor aangeduid maar tot overmaat van ramp blokkeert hierbij de schroef van de Baron de Maere door een onhandig manoeuvre met de sleepkabel. De H.75 raakt los en de flottieljecommandant, Luitenant Seron beslist de reis verder te zetten richting Oostende.

Staf/2MilCir in Engeland
Het Belgische flottielje wordt kort na het middaguur opgeschrikt door een geweldige explosie. Het op sleeptouw genomen vrachtschip  s/s Sigurds Faulbaums wordt getorpedeerd door de Duitse onderzeeboot U-9 en zinkt. Na het incident laat Lt Seron koers zetten naar de overkant van het kanaal.  Aan het eind van de dag gaat het flottielje voor anker in de Downs, voor de kust van het graafschap Kent, waar ze de rest van het Marinekorps vervoegen. De vaartuigen worden bevoorraad door de Britten en gaan voor anker. Niemand mag aan wal gaan. Aan boord van de H75 overnachten heel wat militairen, waaronder ook Majoor Branders, op het dek.

Militaire Regio Vlaanderen
Generaal-majoor Van Rolleghem, ex-provinciecommandant van Antwerpen, lost Generaal-majoor Dubois af als provinciecommandant van de Militaire Regio Vlaanderen. Generaal-majoor Dubois wordt aangesteld als Commandant artillerie van het IV/LK.

Staf/2MilCir in Engeland
Kort na de middag worden de ankers gelicht en zet de vloot zich in beweging richting Dover. De motor van de H75 heeft het begeven en het vissersvaartuig wordt op sleeptouw genomen door de Z8. Te Dover worden de schepen onderschept door een destroyer van de Royal Navy die de Belgen terugstuurt naar Margate. Zo belanden de Belgen opnieuw in de Downs en gaan er voor anker. De Staf/2MilCir moet noodgedwongen een tweede overnachting op zee maken.

Staf/2MilCir in Engeland
Na heel wat discussie met de Britten, krijgt de vloot van het Marinekorps de toestemming om door te varen naar Dartmouth. Het gerucht loopt dat van daar uit de Ierse Zee zal opgevaren worden. Luitenant-generaal Pouleur krijgt er genoeg van en dringt aan om de rest van het leger in Frankrijk te vervoegen. De vloot splitst op en terwijl de meeste vaartuigen de reis naar het Dartmouth aanvatten, stappen Pouleur, zijn officieren en de rest van de staf over op de A6 van Luitenant Massart die hen naar de haven van Ouistreham nabij Caen zal brengen [2].

De A6, een patrouilleboot van het Marinekorps, die de Staf/2MilCir naar Frankrijk bracht.

Staf/2MilCir in Frankrijk
Tijdens de ochtend loopt de A6 de Normandische kust aan. Het schip gaat voor anker in de monding van de Orne te Ouistreham en wacht verdere bevelen af van Luitenant-generaal Pouleur. Rond 10u00 worden de 1ste Kapitein Cox en Kapitein-commandant Frayes de Veubeke van de Staf/ 2MilCir met een sloep aan land gebracht om in Ouisterham telefonisch contact op te nemen met de Franse of Belgische militaire overheden. Een kwartiermeester en zes matrozen roeien beide gezanten naar de kade. Enkele uren later keren beide officieren terug met een opdracht van de Franse marine in Cherbourg om door te varen tot in de haven van Caen waar ze omstreeks 14u00 toekomen. Luitenant-generaal Pouleur gaat aan land en zoekt de Franse plaatscommandant op. Hij kan de Fransen slechts met moeite overtuigen dat hij opdracht heeft om het Belgisch Ministerie van Landsverdediging in Le Havre te vervoegen. De Fransen wijzen erop dat de Belgische regering zich nu in Poitiers bevindt en dat ze geen voertuig ter beschikking kunnen stellen om de Belgische generaal naar Poitiers te brengen. Iedereen overnacht dan nog maar eens aan boord van de A6.

Staf/2MilCir in Frankrijk
LtGen Pouleur en Cdt Frayes vertrekken samen om op zoek te gaan naar het ministerie te Poitiers. In Caen wordt hen een auto ter beschikking gesteld door de Vliegschool (EPil) die zich sinds 16 mei op het nabijgelegen vliegveld van Caen-Carpiquet bevindt. De overige manschappen van de staf blijven te Caen en gaan dan maar een kantonnement opzoeken in de stad.

Na de capitulatie

Staf/2MilCir in Frankrijk
Op 3 juni wordt Luitenant-generaal Pouleur aangesteld als Inspecteur-Generaal van het Leger.  Hij vult deze functie in tot bij de terugkeer uit Frankrijk. Op 22 juni ondertekent Frankrijk te Compiègne een wapenstilstandsverdrag met de Duitsers.  In het verdrag staat onder meer vermeld dat Frankrijk er zich toe verbind de aanwezige Belgische militairen ten zuiden van de demarcatielijn te ontwapenen en aan Duitsland uit te leveren. Duitsland wil kost wat kost voorkomen dat de ongeveer 180.000 Belgische militairen nog naar Engeland zouden worden overgebracht om daar de strijd voort te zetten. Ook dient alle Belgisch materieel aan de Duitsers te worden overgedragen. Hiervoor wordt de Algemene Dienst der Depots van Belgisch Materieel in Frankrijk opgericht. Majoor SBH Maurice Branders en Kapitein-commandant Raymond Brant gaan over naar deze dienst. Op 24 augustus neemt Cdt Brant te Layrac het depot van de Technische Dienst der Transmissietroepen over. Maj SBH Branders gaat over naar de Staf van deze algemene dienst die zich te Villeneuve-sur-Lot bevindt. Hij wordt adjudant-majoor van Generaal-majoor Feaux, directeur van de Algemene Dienst der Depots van Belgisch Materieel in Frankrijk.

Bibliografie en Bronnen

  1. Ten noorden van de Belgisch-Nederlandse grens was er geen aansluiting met het Nederlands verdedigingsdispositief. De Nederlanders hadden zich opgesteld ten noorden van de Rijn waardoor er een gapende opening bestond tussen de Belgische en Nederlandse verdedigingslinies. Dit werd reeds in november opgemerkt door de Franse Generaal Gamelin die een plan liet uitwerken om het 7(FRA)Leger in te zetten tussen de stellingen van de Belgen en de Nederlanders. In zijn order N° 5 van 20 maart 1940 bevestigt Generaal Giraud, commandant van het 7(FRA)Leger , dat zijn eenheid in staat moet zijn om “tout en conservant ses anciennes missions, qui passent à l’arrière plan, a reçu une mission nouvelle d’une importance capitale qui consiste à assurer la liaison entre les armées belge et hollandaise dans la région Nord-Est d’Anvers“. Generaal Giraud beschikt hiervoor over twee legerkorpsen en een “Division Légère Mécanique“, alles tesamen het equivalent van 8 divisies. “L’Armée Giraud en Hollande (1939-1940)”, door Lerecouvreux, Nouveaux Editions Latines, Paris, 1956. [Partieel On Line beschikbaar][Laatst geraadpleegd 22 juli 2019].
  2. Volledige naamlijst van het personeel van de Staf/2MilCir die door de A6 van ons Marinekorps in Caen werd afgezet is [On Line Beschikbaar]: https://www.marinebelge.be/en/index.html [Laatst geraadpleegd 9 oktober 2021].
  3. L’armée belge de France en 1940, door Jean Jamart Col BEM Hre, uitgeverij Schmitz, Bastogne, 1994, p.77, p 78, p 167.
  4. Opperofficieren in het Belgisch leger: Een sociaal profiel van Belgische generaals aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, 1939-1940 [On line beschikbaar]: http://lib.ugent.be/fulltxt/RUG01/001/457/669/RUG01-001457669_2011_0001_AC.pdf , masterthesis Martin Boënne, Universiteit Gent [Laast geraadpleegd 4 september 2023].

3de Militaire Circonscriptie

Staf/3MilCir
Luitenant-generaal de Krahe, commandant van de 3de Militaire Circonscriptie, is in cumul ook commandant van het IIIde Legerkorps (III/LK) en van de Versterkte Positie Luik (Position Fortifiée de Liège oftewel PFL). Hij bevindt zich met het eerste echelon van zijn staf in de citadel van Luik.  Het Militair Auditoraat verhuist naar het Chateau de Waroux tussen Alleur en Xhendermael.

Provinciecommando Luik/3MilCir

  • Provinciestaf
    De staf werkt tijdens de eerste oorlogsdag in hoofdzaak aan de mobilisatie van de Dienst Militaire Graven en van het XLIIste Bataljon Wachters van Verkeerswegen en Inrichtingen (XLII/GVCE) te Luik. Omstreeks 16u00 verlaat de staf zijn burelen aan de Rue des Tanneurs 20 om zich naar de linkeroever van de Maas te begeven en de gebouwen van de gemeenteschool Naniot aan de Boulevard Jean-Théodore Radoux in te nemen.
  • Dienst Militaire Graven
    Deze dienst wordt geleid door Kapitein-commandant Emile Orban en bestaat verder nog uit Lt Devienne, Lt Schultz en een veertigtal manschappen gemobiliseerd uit oudere militieklassen. De manschappen komen aan in burgerkledij en beschikken niet meer over een uniform.

Provinciecommando Limburg/3MilCir
Het Provinciecommando Limburg staat onder leiding van Generaal-majoor Maurice Lancksweert en werkt al sinds oktober 1939 in de Witte Nonnenkazerne in de gelijknamige straat te Hasselt.  Onder druk van de gebeurtenissen aan het Albertkanaal verlaat het provinciecommando deze stad tijdens de nacht van 10 op 11 mei. Het provinciecommando begeeft zich naar West-Vlaanderen waar een gedeelte van de staf wordt doorgestuurd naar het Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve (oftewel Centre de Receuil de la Réserve de Recrutement – CRRR) van Eeklo en een ander gedeelte, waaronder generaal Lancksweert wordt doorgestuurd naar het zuiden van Frankrijk. Generaal-Majoor Lancksweert meldt zich op 28 mei aan op de Generale Staf van de Versterkings- en Opleidingstroepen (oftewel Etat-Major des Troupes de Renfort et d’Instruction – EM/TRI) te Montpellier. 

Uniformjas Generaal-majoor Deschacht

Uniformjas van Generaal-majoor Deschacht met de kogelgaten van het incident op 11 mei (collectie Mathieu Verbrugghe).

Staf/3MilCir
In de late namiddag beveelt het Groot Hoofdkwartier dat Luik dient verlaten te worden.  Er is dan geen telefoonverbinding meer tussen Breendonk en Luik, zodat de orders persoonlijk overgebracht worden door een stafofficier van het GHK, Kapitein-commandant SBH Buisseret.  Het III/LK moet zijn overgebleven troepen ten zuiden van de rivier de Méhaigne hergroeperen. Na het bevel om Luik te ontruimen wordt de Staf van het 3MilCir ontbonden, de resterende bevoegdheden worden overgegeven aan het Provinciecommando Luik. LtGen de Krahe, ontheven van zijn cumulfuncties, neemt nu het commando van het III/LK volledig op zich.

Provinciecommando Luik/3MilCir

  • Provinciestaf
    Het gros van de provinciestaf, onder bevel van Kapitein-commandant Sauwens, wordt doorgestuurd naar Waremme. Generaal-Majoor Deschacht en zijn twee adjuncten, de Majoor Brenez en Kapitein-commandant Bertrand, vertrekken pas rond 17u00 naar Waremme om nieuwe orders te krijgen. Het voertuig van de provinciecommandant komt omstreeks 17u15 vast te zitten in het drukke verkeer op de baan Luik – Brussel ter hoogte van Crisnée. De drie officieren en hun chauffeur stappen uit net op het ogenblik dat een gemotoriseerde colonne Duitsers voorbij passeert vanuit de richting Oreye. Het viertal wordt onder vuur genomen waarbij de officieren gewond raken. Ter hoogte van het voertuig maken de Duitsers rechtsomkeer en vertrekken opnieuw richting Tongeren. De chauffeur die niet verwond werd en die zijn voertuig terug aan de gang kreeg slaagt erin de generaal en de commandant af te voeren naar het militair hospitaal van Brussel. Majoor Brenez wordt door een burger naar het hospitaal van Namen afgevoerd. Cdt Sauwens die vergeefs op de provinciecommandant wacht te Waremme verlaat de stad omstreeks 20u00 om zich met de rest van de staf naar Brussel te begeven waar ze de 12de omstreeks 04u00 toekomen.
  • Dienst Militaire Graven
    In de loop van de dag maken de manschappen van de Dienst Militaire Graven zich klaar om zich naar Thisne nabij Hannuit te verplaatsen. Ze komen rond 19u30 toe op hun nieuwe locatie. Cdt Orban wordt niet verwittigd van de verplaatsing van de provinciestaf naar Brussel en wanneer hij om 21u00 vaststelt dat de rest van het Provinciecommando vertrokken is besluit hij om met zijn manschappen naar Bergen te vertrekken om er zich aan te melden bij het Provinciecommando van Henegouwen.

Provinciecommando Luik/3MilCir

  • Provinciestaf
    De Provinciestaf bevindt zich in Brussel.
  • Dienst Militaire Graven
    Onderweg naar Bergen wordt de Dienst Militaire Graven gebombardeerd ter hoogte van de spoorovergang te Gembloers. Er vallen gelukkig enkel lichte verwondingen te signaleren. In de namiddag komt de groep toe in Bergen maar hier weet men niet wat met de Dienst Militaire Graven van Luik aan te vangen. Het detachement van Cdt Orban wordt ondergebracht in de kazerne Trézegnies van het 1ste Regiment Jagers te Voet (1J) waar de manschappen nieuwe uniformen krijgen. Tegen het vallen van de avond op 13 mei wordt de kazerne Trézegnies zwaar gebombardeerd waarna er brand uitbreekt. Niemand van de groep van Cdt Orban raakt gewond maar hij beslist toch om diezelfde avond nog naar Brugge te verhuizen. Om 23u00 wordt de terugtocht naar Brugge aangevat.

Provinciecommando Luik/3MilCir

  • Provinciestaf
    De Provinciestaf bevindt zich nog steeds te Brussel.
  • Dienst Militaire Graven
    Gedurende de voormiddag komt het detachement van Cdt Orban toe te Brugge waar ze zich aanmelden op het Provinciecommando. Het detachement wordt onmiddellijk toegevoegd aan de Rekruteringscentra van het Belgisch Leger. Het detachement vervoegt dezelfde dag nog Roeselare waar ze door LtKol Pinte worden opgepikt en naar het Iste Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve te Ieper worden gebracht. Tegen het begin van de avond installeren zij zich in Ieper.

Staf/3MilCir
Kolonel Antoine van de Staf/3MilCir wordt overgeplaatst naar het Hergroeperingscentrum voor Afgezonderden van het Leger (oftewel in het Frans Centre de Regroupement des Isolées de l’Armée – CRIA), het nieuwe commando van Generaal-majoor Clement belast met het opvangen van ronddolende militairen.

Provinciecommando Luik/3MilCir

  • Provinciestaf
    Het Provinciecommando van Luik wordt ter beschikking gesteld van het Provinciecommando van West-Vlaanderen en reist af naar Sint-Andries Brugge. 
  • Dienst Militaire Graven
    De militairen van de Dienst Militaire Graven worden samen met manschappen van andere uit het zuiden van het land teruggetrokken territoriale eenheden ingezet voor de begeleiding van 12.000 jongeren van de rekruteringsreserve die te voet richting Rouen worden gestuurd. Het volledige marsdetachement dat uit vijf marsgroepen bestaat wordt bevolen door LtKol Gilson. De manschappen van Cdt Orban worden over de vijf groepen verdeeld en zullen zich de komende dagen via twee marsroutes naar de Normandische hoofdstad Rouen begeven.

Provinciecommando Luik/3MilCir
Majoor Brenez, nog niet volledig hersteld van zijn verwondingen, wordt ontslagen uit het hospitaal van Namen en vervoegt Sint-Andries Brugge waar de rest van het provinciecommando zich bevindt.

Provinciecommando Luik/3MilCir
Majoor Brenez en een aantal officieren van het provinciecommando worden doorgestuurd naar het Hergroeperingscentrum voor Afgezonderden van het Leger te Zarren. De majoor neemt het bevel van het CRIA van Zarren over.

Provinciecommando Luik/3MilCir
Het Hergroeperingscentrum voor Afgezonderden van het Leger (CRIA) te Zarren wordt gesloten en samengevoegd met het IIIde Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve te Poperinge.

Provinciecommando Luik/3MilCir

  • 'Caserne Tallandier', verzamelpunt voor alle jongeren van de Rekruteringsreserve op hun doortocht naar Zuid-Frankrijk

    ‘Caserne Tallandier’, verzamelpunt voor alle jongeren van de Rekruteringsreserve op hun doortocht naar Zuid-Frankrijk

    Dienst Militaire Graven
    Cdt Orban komt toe in de Tallandierkazerne te Rouen [1], de eindbestemming van de colonne te voet met de jongeren van de Rekruteringsreserve. Van hier uit worden de jongeren per trein naar het zuiden van Frankrijk gestuurd. Cdt Orban stelt zich ter beschikking van de staf van Luitenant-generaal Vinçotte. Cdt Orban, Lt Devienne en Lt Schultz komen onder bevel te staan van Majoor Mercenier, Belgische Plaatscommandant van Rouen, die vanuit Rouen de verdere transit van Belgische militairen naar het zuiden regelt. De volgende dag worden ze naar Evreux gestuurd om van daar uit de aankomst van naar Frankrijk gevluchte militairen richting Conches-en-Ouche te dirigeren. In de streek van Conches en L’Aigle kantonneert de 7de Infanteriedivisie (7Div) om terug op krachten te komen. De 7Div heeft ook de opdracht om alle geïsoleerde militairen die samentroepen tussen Conches en L’Aigle, alles tezamen zo’n 15.500 manschappen, te bevoorraden. Op 21 mei ziet Cdt Orban in Conches de Majoor Brenez terug die op doortocht is naar het zuiden. Cdt Orban blijft in Conches tot 28 mei waarna hij op zijn beurt naar het zuiden van Frankrijk gestuurd wordt om er opgenomen te worden in de getalsterkte van het 33ste Regiment Artillerie (33A). Lt Devienne wordt op 3 juni 1940 opgenomen in de getalsterkte van het 6de Regiment Legerartillerie (6LA).

Na de capitulatie

Bibliografie en Bronnen

  1. De Tallandierkazerne was een voormalige katoenspinnerij, in 1938 opgekocht door het Franse leger om er l’Etablissement Régional de Matériel (ERM) van de Service de matériel de l’Armée de Terre” in onder te brengen. De Tallandierkazerne bestaat nog maar werd gerenoveerd en geïntegreerd in een wooncomplex in de Avenue Jean Jaurès Nr 76 in Petit-Quevilly nabij Rouen. [On line beschikbaar]: https://www.google.be/maps/@49.4273702,1.0653597,3a,75y,344.33h,83.88t/data=!3m6!1e1!3m4!1suX3grspRJpHXGHzLMhTvgg!2e0!7i13312!8i6656   [Laatst geraadpleegd 18 februari 2024].
  2. L’armée belge de France en 1940, door Jean Jamart Col BEM Hre, uitgeverij Schmitz, Bastogne, 1994, p.77, p 78, p 167.
  3. Opperofficieren in het Belgisch leger: Een sociaal profiel van Belgische generaals aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, 1939-1940 [On line beschikbaar]: http://lib.ugent.be/fulltxt/RUG01/001/457/669/RUG01-001457669_2011_0001_AC.pdf , masterthesis Martin Boënne, Universiteit Gent [Laatst geraadpleegd 18 februari 2024].
  4. Verslag van 13 april 1945, neergeschreven door Kapitein-commandant E. H. J. Orban. Dit handgeschreven verslag bevindt zich in het dossier van 33A bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie. Cdt Orban vervoegde op 10 mei het Provinciecommando van Luik waar hij door Majoor Brenez werd aangeduid om de leiding te nemen van de Dienst Militaire Graven. Hij kreeg het bevel over drie officieren en een 40 tal manschappen.

4de Militaire Circonscriptie

Staf/4MilCir
Luitenant-generaal Deffontaine, commandant van het VIIde Legerkorps (VII/LK) is net zoals de commandant van het III/LK eveneens verantwoordelijk voor de bevelvoering van een legerkorps, een militaire circonscriptie en de Versterkte Positie Namen (Position Fortifiée de Namur oftewel PFN).

Omwille van deze grote overlap van bevoegdheden, heeft de 4MilCir een bijzonder kleine bezetting die bestaat uit Kolonel Dominique Spilman, Kapitein-commandant Leon Wathelet, Kapitein-commandant Emile Lambert en 1ste Kapitein-Secretaris Charles Chandron.  Op de eerste oorlogsdag wordt Kapitein-commandant Wathelet overgeheveld naar de staf van het VIId Legerkorps.

Provinciecommando Luxemburg/4MilCir
De staf verlaat nog tijdens de nacht van 9 op 10 mei zijn standplaats te Aarlen op bevel van Luitenant-generaal Keyaerts en verplaatst zich in eerste instantie naar Marche-en-Famenne. Rond 16u00 komt de provinciestaf aan in de gebouwen van de 4de Militaire Circonscriptie te Namen.

Provinciecommando Luxemburg/4MilCir
De provinciestaf bevindt zich te Namen en installeert zich in enkele lokalen van het Koninklijk Atheneum.

Provinciecommando Luxemburg/ 4MilCir
De provinciestaf van Luxemburg verplaatst zich op bevel van de 4de Militaire Circonscriptie naar Bergen.

Provinciecommando Namen/4MilCir
Het provinciecommando van Namen, onder leiding van Generaal-majoor ridder de Donnea verplaatst zich naar Le Roux-les-Fosses. Hiermee zijn ze ontsnapt aan de bombardementen op de stad wanneer de Fransen in Namen toekomen.

Provinciecommando Luxemburg/4MilCir
De staf verlaat Bergen en trekt op bevel van het Ministerie van Landsverdediging naar Doornik.

Provinciecommando Luxemburg/4MilCir
Het Ministerie van Landsverdediging beveelt de provinciestaf om de hoofdstad te vervoegen. Het detachement komt de zelfde dag nog aan te Brussel.

Provinciecommando Namen/4MilCir
Op bevel van het 4MilCir vertrekt het provinciecommando ‘s avonds nog naar de kust. Op 14 mei wordt overnacht te Châtelet.

Provinciecommando Luxemburg/4MilCir
In Brussel kan men niets aanvangen met de provinciestaf en bovendien worden ook een hele reeks diensten geëvacueerd uit de hoofdstad. De staf wordt teruggestuurd naar Doornik.  Hier verneemt de provinciecommandant om 17u00 dat zijn eenheid te Ieper onder het bevel zal geplaatst worden van het Provinciecommando West-Vlaanderen.

Provinciecommando Namen/4MilCir
Het provinciecommando maakt een omweg via Gosselies en belandt aan het eind van de dag te Fontaine-L’Evêque.  Via Bergen en Doornik zal de staf op 17 mei aankomen te Koksijde.

Provinciecommando Luxemburg/4MilCir
De provinciestaf vervoegt het Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve te Ieper.

Provinciecommando Luxemburg/4MilCir in Frankrijk
De staf krijgt het bevel om de aftocht naar Frankrijk te vervoegen. Het detachement wordt in eerste instantie naar Toulouse gezonden en zal hier bij de Recruteringscentra van het Belgisch Leger (CRAB) gevoegd worden.  Op 18 mei wordt de etappe Ieper-Rouen-Elbeuf afgelegd.

Provinciecommando Namen/4MilCir in Frankrijk
Generaal de Donnea krijgt het bevel van het Ministerie van Landsverdediging om zich met zijn staf naar Narbonne te begeven. Tijdens de nacht van 19 op 20 mei steekt hij de Somme over en bereikt Narbonne via Rouen. Uiteindelijk meldt hij zich aan bij de Generale Staf der Versterkings- en Opleidingstroepen (EM/TRI) te Montpellier op 28 mei. Met hem Lt Res Floquet van de Controledienst der Brand- en Smeerstoffen die op 30 mei overgeplaatst wordt naar het 12de Regiment Jagers te Voet (12J)

Provinciecommando Luxemburg/4MilCir in Frankrijk
De eenheid verlaat Elbeuf en reist verder naar Le Mans.

Staf/4MilCir
Kolonel Dominique Spilman wordt overgeplaatst naar de provinciestaf van West-Vlaanderen.  Op 25 mei zal hij het plaatscommando van Brugge vervoegen.

Provinciecommando Luxemburg/4MilCir in Frankrijk
Het provinciecommando verplaatst zich van Le Mans naar Poitiers.

Provinciecommando Luxemburg/4MilCir in Frankrijk
De eenheid verlaat Poitiers en vervoegt Brives.

Provinciecommando Luxemburg/4MilCir in Frankrijk
Het provinciecommando bereikt Toulouse en wordt vervolgens te Nîmes omgevormd tot de staf van het XVde Recruteringscentrum van het Belgisch Leger (XV CRAB). De staf zal tot 23 augustus 1940 in Frankrijk verblijven en komt op 25 augustus 1940 aan te Brussel. Alle militairen worden dan gedemobiliseerd.

Na de capitulatie

Bibliografie en Bronnen

Kamp van Lombardsijde

Kampcommando Lombardsijde
Het kampcommando, dat instond voor de praktische organisatie van schietperiodes luchtafweer voor de verschillend ondereenheden van het veldleger, heeft geen rol van betekenis meer te spelen na het vertrek van de laatste kamperende troepen. Het kampcommando werd geleid door Majoor Tahon.

Kampcompagnie Lombardsijde
Deze compagnie staat in voor de transportnoden van het schietkamp van de luchtdoelartillerie en wordt opgericht binnen het Territoriaal Transportkorps Brugge en Maritieme Basis op 15 februari 1940.  Op 6 maart 1940 wordt de compagnie een zelfstandige eenheid.  De compagnie heeft een theoretische sterkte van 2 officieren (waarvan 1 arts), 7 onderofficieren en 51 manschappen die over 1 vrachtwagen, 1 ambulance en 5 fietsen beschikken. De Kampcompagnie Lombardsijde bevindt zich op 10 mei nog in het kamp.

Administratieve Cie der Interneringsdepots
Het Kamp van Lombardsijde staakt zijn activiteiten als trainingskamp en wordt op 10 mei administratief overgeheveld naar de Territoriale Dienst van de Legerzone (oftewel Service Territoriale de la Zone de l’Armée – STZA). Het kamp wordt onder bevel geplaatst van de Administratieve Compagnie der Interneringsdepots die instaat voor de opvang en bewaking van geïnterneerden (er is nog geen sprake van krijgsgevangenen omdat België tot dan niet in oorlog was en bijgevolg ook geen krijgsgevangenen kon hebben, alleen geïnterneerde militairen van vreemde mogendheden). Het commando van deze compagnie heeft op dat ogenblik nog zijn standplaats in het preventorium “Home La Lasne” te Terlanen nabij Overijse. De compagnie staat onder het bevel van Majoor Res De Wilde die wordt bijgestaan door Luitenant Landy. Voor de bewaking van de gevangenen die al tijdens de mobilisatie werden geïnterneerd (voornamelijk Duitse, maar ook Franse en Britse piloten die op het Belgisch grondgebied een noodlanding moesten maken) wordt de compagnie bijgestaan door een detachement van de 4de Compagnie van het XXIVste Bataljon Wachters van Verkeerswegen en Inrichtingen (4/XXIV/GVCE) onder Kapitein-commandant Henri Serckx.

Majoor De Wilde verneemt het nieuws van de Duitse inval tijdens de vroege ochtend van 10 mei. Hij laat onmiddellijk de geïnterneerde Franse en Britse militairen overdragen aan respectievelijk hun ambassades te Brussel. Hij krijgt de bevestiging dat de geïnterneerde Duitsers vanaf dit ogenblik als krijgsgevangenen dienen beschouwd te worden. De majoor wordt om 09u40 het bevel om zich met zijn manschappen naar Lombardsijde te begeven en er een krijgsgevangenkamp voor Duitse militairen in te richten.

Detachement Tillier/4J
De troepen van 2J en 4J die in het Kamp van Lombardsijde verblijven worden door de Staf/4J om 02u45 op de hoogte gebracht van de afkondiging van het alarm. Zij maken zich onmiddellijk klaar om hun respectievelijke regimenten te vervoegen. De eenheden marcheren van het Kamp van Lombardsijde naar het station van Nieuwpoort waar ze rond 11u45 per spoor vertrekken richting Mechelen.

13Cie/III/HuT Lu
De 13Cie van het IIIde Bataljon Arbeiders van het Regiment Hulptroepen van het Luchtwapen (13/III/HuT Lu) is toegewezen aan het oorlogsvliegveld van Lombardsijde waar de compagnie instaat voor het klaarmaken en onderhouden van de piste en de gebouwen. Hun werk is dan ook grotendeels klaar bij het uitbreken van de oorlog. Tijdens de campagne wordt de 13Cie ingezet voor het operationeel houden van het vliegplein en het uitvoeren van herstellingen aan de pistes na bombardementen.

 

Administratieve Cie der Interneringsdepots/STZA
De Duitse krijgsgevangenen dienen overgebracht te worden naar Lombardsijde, maar het voormalig schietkamp in niet geschikt voor de opvang van gevangenen zonder aanvullende werken. De inrichting van het kamp zal nog duren tot 13 mei. In afwachting worden de Duitse gevangenen overgebracht naar de Weylerkazerne in het voormalig Theresianerklooster in de Ezelstraat te Brugge. Het detachement van de 4Cie van XXIV/GVCE bestaande uit vier officieren en 120 manschappen blijft in versterking van de Administratieve Compagnie en verhuist mee naar Brugge.

Administratieve Cie der Interneringsdepots/STZA
De tijdens de mobilisatie reeds geïnterneerden alsook nieuwe Duitse krijgsgevangenen worden naar Lombardsijde overgebracht. De groep krijgsgevangenen is aangegroeid tot een 120-tal militairen, voornamelijk officieren en onderofficieren van de Luftwaffe wiens vliegtuig boven België werd neergehaald.

Wachtcompagnie/37Li
Een compagnie van het IIde Bataljon van het 37ste Linieregiment (II/37Li) wordt naar het Kamp van Lombardsijde gestuurd om er het vliegveld te bewaken.

Administratief geïnterneerden/West-Vlaanderen
In het station van Brugge bevindt zich een trein met 273 “administratief geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties” en “gearresteerde Belgische, Nederlandse, Oostenrijkse en Duitse burgers verdacht van spionage”, allen gevangen genomen in opdracht van het Bestuur van de Veiligheid van de Staat. Het was initieel de bedoeling deze mensen over te brengen naar Zuid-Frankrijk maar aangezien de Belgisch-Franse grens vanaf 18 mei gesloten werd voor alle Belgisch treinverkeer vormt deze groep gevangenen een probleem. De trein wordt op 18 mei van Brugge nog doorgestuurd naar Oostende, eindstation op de spoorlijn naar de kust, maar ook daar kunnen de gevangenen niet worden opgevangen. Er wordt naarstig gezocht naar een oplossing en uiteindelijk wordt beslist de gevangenen toe te vertrouwen aan de Administratieve Cie der Interneringsdepots in Lombardsijde waar zich reeds Duitse krijgsgevangenen bevinden. De gevangenen brengen de nacht van 18 op 19 mei door in de trein. Het peloton van Lt Malice van 2/XXVII/GVCE en het peloton van Lt Theys van 3/XXVII/GVCE krijgen de opdracht om trein met de gevangen te bewaken in het station van Oostende.

Administratieve Cie der Interneringsdepots/STZA
Luitenant Josephe Libert van de 2Cie van XLV/GVCE wordt met zijn peloton in versterking gestuurd naar het kamp van Lombardsijde om de bewaking van de gevangenen te versterken. Het Peloton Libert wordt in de getalsterkte van de Administratieve Compagnie opgenomen. 

Administratief geïnterneerden/West-Vlaanderen
Aan het eind van de namiddag vertrekt de trein met de 273 geïnterneerde buitenlanders en gearresteerde verdachten van spionage uit Oostende. De trein zal via Torhout naar Veurne rijden om uiteindelijk op 20 mei aan in Nieuwpoort te komen.  De geïnterneerden en arrestanten brengen opnieuw de nacht nog in de trein door en zullen de volgende ochtend worden overgedragen aan de Administratieve Cie in het kamp van Lombardsijde. De twee pelotons van XXVII/GVCE blijven instaan voor de bewaking van de gevangenen.

Administratieve Cie der Interneringsdepots/STZA
Alle 120 Duitse krijgsgevangenen die zich op dat ogenblik in het kamp van Lombardsijde bevinden worden in Veurne overgeleverd aan de Franse Lieutenant Lequette van de provoostdienst van het 7de (FRA) Leger. Ze worden met autobussen van Lombardsijde naar Veurne gebracht van waaruit de Fransen ze per trein naar Rouen doorsturen. Nu er zich geen gevangenen meer in het kamp bevinden krijgt  Lt Libert van 2/XLV/GVCE in de loop van de avond het bevel van zijn bataljonscommandant om zich onmiddellijk naar het station van Adinkerke te begeven om er de rest van het bataljon te vervoegen. XLV/GVCE heeft namelijk het bevel gekregen om zich onmiddellijk naar Rouen te verplaatsen waardoor de opdracht van het Peloton Libert bij de Administratieve Cie afloopt.

Administratieve Cie der Interneringsdepots/STZA
De Administratieve Cie blijft na het vertrek van de Duitse Krijgsgevangenen niet lang werkloos in Lombardsijde want op 20 mei worden 273 gevangenen in het kamp verwacht. ‘s Ochtends verlaten deze gevangenen de trein in het station van Nieuwpoort. In het station wordt de identiteit van alle aanwezigen door de staatsveiligheid nog eens gecontroleerd waarna een colonne te voet gevormd wordt. Vanuit het station van Nieuwpoort vertrekt de colonne te voet naar het Kamp van Lombardsijde. De colonne wordt geëscorteerd door de twee pelotons van het XXVIIste Bataljon GVCE. Luitenant Malice en Luitenant Theys, worden met hun peloton aangehecht bij de Administratieve Compagnie. Onder de “administratief geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties” bevinden zich een groot aantal Duitse joden die het naziregime nog voor de start van de oorlog ontvlucht zijn maar ook illegale vreemdelingen die in de Brugse gevangenis waren opgesloten bij de start van de vijandelijkheden. De ironie wil dat naar de België gevluchte Duitse burgers, veelal van Joodse afkomst maar ook politieke tegenstanders van het naziregime (zoals communisten), samen worden opgesloten met Duitse krijgsgevangenen en van collaboratie verdachte burgers die het naziregime gunstig gezind waren.

Wachtcompagnie/37Li
Om 22u30 wordt de opdracht van de wachtcompagnie van II/37Li aan het vliegveld van Lombardsijde opgeschort. Het 37Li kreeg immers het bevel om zich onmiddellijk naar het station van Oostende te begeven teneinde de 13de Infanteriedivisie te vervoegen langs het Kanaal Gent-Terneuzen.

Administratieve Cie der Interneringsdepots/STZA
De Staf/STZA laat weten aan het Kamp van Lombardsijde dat het zal versterkt worden met 1 officier en 36 manschappen van de Rijkswacht. De getalsterkte van de compagnie is intussen sterk aangegroeid. Naast de organieke bezetting werd de compagnie versterkt met het Detachement Serckx (4/XXIV/GVCE), de pelotons Malice (2/XXVII/GVCE) en Theys (3/XXVII/GVCE) en een peloton Rijkswachters. 

Administratieve Cie der Interneringsdepots/STZA
De rijkswacht levert 191 nieuwe Duitse krijgsgevangen af in het KG kamp van Lombardsijde. Het betreft manschappen van de 9Cie van het 309 (DEU) IR die aan het Afleidingskanaal van de Leie door het 22ste Linieregiment (22Li) werden gevangen genomen.

V/1Lu
Om half tien ‘s avonds krijgt de Vde Groep van het 1ste Luchtvaartregiment (V/1Lu) die zich op het vliegveld van Zwevezele bevindt het bevel om naar het vliegveld van Lombardsijde uit te wijken. De Vde Groep beschikt nog over zes Renards over en een SV5.

V/1Lu
Tijdens de overbrenging naar Lombardsijde moet de SV5 door panne een gedwongen landing maken te Bredene. De bemanning laat het lestoestel achter en neemt de tram naar zijn nieuwe vliegveld. Het smaldeel neemt kantonnementen in te Westende. Op het open vliegveld van Lombardsijde is het bijzonder lastig om de toestellen te camoufleren. Die middag wordt één vlucht volbracht.

Administratieve Cie der Interneringsdepots/STZA
Een vijftiental krijgsgevangen officieren, voornamelijk piloten van de Luftwaffe, wordt afgezonderd en naar Oostende gebracht waar ze overgedragen worden aan een detachement van de 13th (RAF) Salvage Unit die instaat voor hun bewaking tot Engeland. Bij de gevangenen bevinden zich de Majoors Hönmanns en Reinberger [1]. De gevangenen worden (vermoedelijk) aan boord gebracht van het Brits cargoschip de s/s Marquis dat daags voordien te Oostende was aangekomen met bevoorrading voor de BEF. De Territoriale Dienst van de Legerzone kreeg de opdracht om ervoor te zorgen dat krijgsgevangen Duitse piloten (zowel officieren als onderofficieren) in eerste prioriteit met het terugkerend schip naar Engeland geëvacueerd zouden worden. Zij zullen de rest van de oorlog in gevangenschap doorbrengen.

V/1Lu
Vanaf het vliegveld van Lombardsijde vertrekt de Renard N26 tijdens de voormiddag op verkenningsmissie naar Eeklo om te bevestigen dat de Duitsers er het Afleidingskanaal overgestoken zijn. Na de middag wordt het vliegveld door de Luftwaffe gebombardeerd. Bijna dertig grote bomkraters maken de piste volledig onbruikbaar. Het smaldeel moet tot de nacht wachten alvorens de nodige herstellingen aan de startbaan worden uitgevoerd. Tijdens het bombardement wordt de Renard N17 onherstelbaar beschadigd. De groep beschikt nu nog slechts over vijf operationele Renards.

.

Administratieve Cie der Interneringsdepots/STZA
De Administratieve Cie blijft op post te Lombardsijde tot de Duitsers om 17u00 in Lombardsijde toekomen. Wanneer de Duitsers het Kamp van Lombardsijde bereiken worden ze opgewacht door Maj De Wilde en Cdt Serckx  aan de ingang van het kamp. Hier ontmoeten ze Hauptmann Cinter (TBC) die hen mededeelt dat hij de gevangenen komt ophalen. Beide officieren worden ontwapend en als gijzelaars het kamp terug ingestuurd gevolgd door de Duitsers die hen met getrokken pistool voortduwen. Pas wanneer blijkt dat de gevangenen ongedeerd zijn worden de majoor en de kapitein-commandant vrijgelaten. De gevangenen worden overgedragen aan de manschappen van Hauptmann Cinter die zich zowel over de krijgsgevangenen als over de administratief geïnterneerden ontfermen. De gevangen genomen burgers worden onmiddellijk vrijgelaten. Hauptmann Cinter doet onmiddellijk na zijn aankomst te Lombardsijde navraag naar de Duitse Majoors Hönmanns en Reinberger.  Hij had vermoedelijk de opdracht om ze gevangen te nemen en persoonlijk te escorteren naar een Duitse gevangenis waar ze verhoord zouden worden [2].

V/1Lu
Er wordt de ganse nacht gewerkt om het vliegveld terug operationeel te maken maar dan loopt het nieuws van de overgave binnen. De overgebleven Renards worden vernield op het vliegveld van Lombardsijde.

Na de capitulatie

Epiloog
Majoor De Wilde werd in april 1941 door de Gestapo opgepakt en moest voor een Duitse krijgsraad verantwoording afleggen voor het vermeend mishandelen van Duitse krijgsgevangenen in Lombardsijde.  Cdt Serckx werd hierover door de Duitse bezetter ondervraagd maar weerlegde de feiten en werd bijgevolg niet als getuige opgeroepen [3]. Toch moeten er bepaalde zaken gebeurd zijn in het kamp die tot nadenken stemmen. Lt Libert van de 2Cie van XLV/GVCE die met zijn peloton voor een dag in versterking gestuurd werd naar het Kamp van Lombardsijde om de bewaking van de gevangenen te versterken schrijft in zijn verslag dat: “Les prisonniers de guerre sont traîtés dans ce camp de façon absolument inhumaine” [4].

Bibliografie en Bronnen

  1. De Duitse krijgsgevangenen werden toevertrouwd aan een veertien man sterk detachement van de 13th (UK) Salvage Unit. Volgens bepaalde bronnen werd dit detachement van de S/S Abukir overgeplaatst naar de S/S Marquis om er de bewaking van de gevangenen te verzekeren (andere bronnen vermelden dan weer dat de gevangenen inscheepten op de S/S Abukir – TBC). De rest van de 13th (UK) Salvage Unit (een dertiental militairen) bevond zich aan boord van de S/S Abukir (hier schuilt allicht de oorzaak van de tegenstellende rapporteringen). De S/S Abukir neemt op zijn terugweg naar Engeland een 200 tal passagiers aan boord. Naast de staf van de British Military Mission to the Belgian GHQ en piloten van de RAF ook enkele gewonde militairen van de Belgische luchtmacht (waaronder vermoedelijk Lt Keuleers en Sgt Degreef van het 1ste Luchtvaartregiment) en verschillende Britse burgers (waaronder enkele zusters van het Engels Klooster in Brugge) die vastzaten in België na de start van de vijandelijkheden. Op 28 mei werd de Abukir om 01u20 voor de Belgische kust getorpedeerd door een Duitse snelboot waarna het schip zonk op twee minuten tijd. Slechts 31 opvarenden konden worden gered. Verder opzoekingswerk dient te gebeuren om te achterhalen wie de opvarenden waren van de Abukir. Tot nu werden nog geen officiële documenten (velddagboeken Britse eenheden, passagierslijsten, lijsten met overgedragen krijgsgevangenen,…) gevonden met gegevens over geredde en vermiste Duitse krijgsgevangenen. Een indicatie dat de KG zich niet op de Abukir bevonden is allicht het feit dat onder de Duitse krijgsgevangen piloten zich vermoedelijk de Majoors Hönmanns en Reinberger bevonden. Beide officieren werden al op 10 januari 1940 na een noodlanding in Maasmechelen geïnterneerd en vanaf 10 mei 1940 als krijgsgevangenen beschouwd, waarna ze vermoedelijk naar Lombardsijde gebracht werden. Van beiden is geweten dat ze naar Engeland werden overgebracht. Verder onderzoek moet het traject van beide Duitse officieren als gevangene in kaart brengen en zo uitsluitsel geven of de gevangen piloten zich al dan niet op de Abukir bevonden. In een poging een namenlijst van de betrokken krijgsgevangen piloten te bekomen werd het Bundesarchiv Abteilung Personenbezogene Auskünfte zum Ersten und Zweiten Weltkrieg, gelegen op het adres Am Borsigturm 130 te Berlijn, aangeschreven. Zij hebben ons volgend antwoord en archiefverwijzingen overgemaakt. “Lediglich Ihr Hinweis auf die beiden Offiziere Hoemanns und Reinberger führen womöglich zu weiteren Erkenntnissen hinsichtlich Ihrer Frage. Hoemanns (37.435) und Reinberger (37.443) wurden in den Unterlagen zur britischen Kriegsgefangenschaft nachgewiesen. Ich gehe nunmehr davon aus, daß die anderen gesuchten Personen in dem Gefangenennummernbereich 37.435 bis 37.443 +/- gehörten. Die Prüfung des dafür infrage kommenden Bestandes ZA 11/308 ergab zumindest eine Personengruppe die die genannten Kriterien erfüllen könnten.” De dossiers zijn enkel na afspraak te raadplegen in de leeszaal van het archief in Berlijn.
  2. Erich Hoenmanns en Helmuth Reinberger werden bij verstek berecht in Duitsland en ter dood veroordeeld. Het vervoeren van geheime documenten per vliegtuig zonder uitdrukkelijke toestemming was ten strengste verboden en een ernstig misdrijf. De vonnissen zouden nooit worden uitgevoerd. [On line beschikbaar]: Maasmechelen-incident – Wikipedia [Laatst geraadpleegd 9 september 2023].
  3. De vermiste Britten staan wel vermeld op een gedenkplaat voor de vermisten van de Abukir in het Dunkirk Memorial te Duinkerke (Frankrijk). Details over de het kelderen van de Abukir [On line beschikbaar]: https://nl.wikipedia.org/wiki/SS_Abukir_(stoomschip) ,WRECKSITE – ABUKIR CARGO SHIP 1920-1940 , Dunkirk Memorial – Wikipedia en British Army supplies for the Belgian Army in May 1940 | WW2Talk [Laatst geraadpleegd 9 september 2023].
  4. Getypt verslag opgesteld in het Frans door Cdt Serckx van de 4Cie van XXIV/GVCE waarin hij verteld dat hij in april 1941 bezoek kreeg van de GESTAPO die hem ondervroeg over de wijze van handelen van Maj De Wilde. Het verslag bevindt zich in het dossier Kamp van Lombardsijde bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV), Ministerie van Defensie.
  5. Gedetailleerd getypt verslag opgesteld in het Frans door Lt Josephe Libert, pelotonscommandant bij de 2Cie van XLV/GVCE. Het verslag bevindt zich in het dossier GVCE, Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  6. Achtergrondinformatie betreffende “administratief geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties” kan gevonden worden in document van het SOMA “Gewillig België” geschreven door Rudi Van Doorslaer (red.) Emmanuel Debruyne, Frank Seberechts en Nico Wouters . [On Line beschikbaar]: http://www.senate.be/event/20070213-jews/doc/eindverslag.pdf [Laatst geraadpleegd op 14 juni 2022].

Kamp van Helchteren

Om 00u20 wordt het Kamp van Helchteren op de hoogte gebracht van het alarm. In het kamp logeren er op dat ogenblik verschillende detachementen van het Vestingsregiment van Luik (RFL) die er een schietperiode aan het uitvoeren zijn. Luitenant-kolonel Scohy van het RFL geeft de verschillende detachementscommandanten opdracht om de terugkeer naar de forten voor te bereiden. Om 01u30 wordt het bevel gegeven om materieel en manschappen op de voertuigen te laden en een uur later verlaten de kamperende troepen het kamp. Het kamp van Helchteren wordt zoals voorzien in het mobilisatieplan onmiddellijk na de ontruiming gesloten. Het kamp ligt immers ten noorden van het Albertkanaal en dat gebied zal slechts tijdelijk verdedigd worden totdat het gros van het veldleger stelling genomen heeft op de Dekkingsstelling langs het Albertkanaal. Luitenant Laasman en zijn detachement vertrekken samen met de Kampcompagnie Helchteren (een territoriale transporteenheid van de Directie van het Vervoer van de Achterwaartse Zone) naar Schaarbeek en zullen in het Josaphatpark kantonneren. De Kampcompagnie Helchteren staat onder bevel van Majoor Verhaegen.

Na enkele nachten in het Josephat park gelogeerd te hebben verlaten Luitenant Laasman en zijn manschappen samen met de Kampcompagnie Helchteren van Maj Verhaegen Schaarbeek en zetten koers naar Oudenaarde om zich daar bij het Versterkings- en Opleidingscentrum van het Transportkorps (VCO/TptK) te voegen. Bij aankomst te in de Maagdendalekazerne te Oudenaarde staat de achterwacht van het VOC/TptK op het punt te vertrekken. De compagnie van Majoor Verhaegen wordt doorgestuurd naar Brugge maar mist het vertrek van het VOC/TptK naar Frankrijk. Het detachement zal uiteindelijk de tocht naar Zuid-Frankrijk maken aan boord van een treinstel van een VOC van de infanterie en zal pas bij aankomst kunnen overgaan naar het VOC/TptK.

Voor een gedetailleerd verslag over het verdere wedervaren van de manschappen van het Kamp van Helchteren: zie VOC/TptK.

Luitenant Hannay van de kampcompagnie blijft achter in ons land en gaat over naar de staf van de 1ste Cavaleriedivisie.

Na de capitulatie

Bibliografie en Bronnen

 

Wervingsburelen

Wervingsbureel Aalst/2MilCir
Het wervingsbureel van Aalst was gelegen op de de hoek van de Esplanadestraat en de Graanmarkt te Aalst. In het gebouw op de Graanmarkt nr 1 bevond zich tot 1934 de Nederlandstalige Cadettenschool van het leger [1]. Het Wervingsbureel Aalst werd bevolen door Majoor Chatel.

Het wervingsbureel van de krijgsmacht te Verviers in de jaren ’30.

Wervingsbureel Verviers/3MilCir
Het Wervingsbureel van Verviers wordt geleid door LtKol Res Arthur Warland. Vanaf 10 mei ‘s morgens wordt gestart met de evacuatie van jongeren behorende tot de Rekruteringsreserve uit de gemeentes ten oosten van de Maas. Voor de districten die afhangen van het Wervingsbureau van Verviers (namelijk deze langs de Belgisch-Duitse grens) start de evacuatie van de Rekruteringsreserve automatisch vanaf het overschrijden van de grens door het Duitse leger. Alle geëvacueerde jongeren worden doorgestuurd naar het CRRR van Binche. De jongeren moeten het CRRR met eigen middelen zien te bereiken hetgeen voor het merendeel ook gelukt is.

Wervingsburelen/2MilCir
Het 1ste en het 2de Wervingsbureel van Antwerpen alsook het Wervingsbureel van Mechelen krijgen het bevel om zich naar Frankrijk te begeven. Het personeel van het 1ste Wervingsbureel wordt ingezet als omkadering voor het IVde Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve. Later zullen zij de jongeren van de Rekruteringsreserve begeleiden die naar het zuiden van Frankrijk geëvacueerd moeten worden.

Ook de wervingsburelen van Gent, Aalst en Dendermonde krijgen bevel om zich naar Frankrijk te begeven. Het merendeel van het personeel van de Oost-Vlaamse wervingsburelen bereikt Zuid-Frankrijk.

Wervingsburelen/2MilCir
De wervingsburelen van Brugge, Oostende en Kortrijk worden naar Frankrijk gestuurd en worden er aangehecht aan het 1ste Versterkings- en Opleidingscentrum (1VOC) en de verschillende eenheden van de Rekruteringsreserve.

Wervingsbureel Verviers/3MilCir in Frankrijk
Luitenant-kolonel Warland raakt gewond in een auto-ongeval en zal uiteindelijk in het militaire hospitaal van Le Mans belanden.

Wervingsburelen/2MilCir
Het Wervingsbureel van Brugge, Oostende en Kortrijk krijgen bevel om zich naar Frankrijk te begeven.

Wervingsburelen in Frankrijk
Heel wat officieren van de Wervingsburelen worden in eerste instantie naar Rouen bevolen om van hieruit verder zuidwaarts te reizen.  Een aantal van hen wordt ingezet bij het transport van de jongeren van de Rekruteringsreserve die in deze stad samengepakt zitten.  Onder meer Luitenant Dieudonne van Antwerpen 2 en Luitenant Lambion van Brussel 1 zullen treincommandant zijn van treinstellen met geëvacueerde potentiële rekruten.

Na de capitulatie

Wervingsburelen in Frankrijk
Op 2 juni wordt te Montpellier een Wervingsbureel geopend, onder leiding van Kapitein-commandant De Jonghe van het Wervingsbureel Aarlen. Het merendeel van de officieren van de Wervingsburelen wordt ingezet bij de Rekruteringscentra van het Belgisch Leger (CRAB) als stafofficier, of bevelhebber van een kwartier, ondersector of sector van de XVde, XVIde of XVIIde CRAB.

Bibliografie en Bronnen

  1. Achtergrondinformatie bij het Wervingsbureel van Aalst [On Line beschikbaar] Krijgsgevangenis en kazerne | Inventaris Onroerend Erfgoed  en 9 Graanmarkt – Google Maps [Laatst geraadpleegd 1 oktober 2023]

Provinciale Krijgsauditoraten

Tijdens de nacht van 9 op 10 mei 1940 staat Auditeur-generaal Walter Ganshof van der Meers in nauw contact met het Groot Hoofdkwartier, de Eerste Minister Hubert Pierlot en de Minister van Justitie Paul-Émile Janson.  Nog tussen het tijdstip van de Duitse aanval op onze oostgrens en de beslissing van de regering omstreeks 06u00 om de Belgische neutraliteit formeel op te heffen, laat Ganshof door de regering de staat van beleg afkondigen bij Koninklijk Besluit.  Dit is het startschot om de aanhoudingsbevelen met betrekking tot verdachte personen door te geven aan de Provinciale Krijgsauditoraten. De bevelen verspreiden zich razendsnel per telefoon en telegraaf. Het Ministerie van Justitie brengt ook de parketten op de hoogte.  Daarnaast laat het Ministerie van Justitie door de gemeentebesturen affiches aanplakken die aan alle onderdanen van vijandelijke staten beveelt om zich binnen de twee uur aan te bieden met dekens en met levensmiddelen voor twee dagen. Deze beslissingen hebben een hele reeks operationele consequenties voor het leger.  Vooreerst zullen te Brussel, Antwerpen, Doornik, Bergen en Charleroi kazernes aangeduid worden als voorlopige interneringspunten voor de geïnterneerden van deze agglomeraties. Een taak die wordt opgelegd aan de verschillende provinciecommando’s.

Na de capitulatie

Bibliografie en Bronnen

Slachtoffers

EenheidNaamVoornaamFotoGraadStandKlas° op° te+ op+ teNota
Wervingsbureel AarlenARNOULDZépherin, E.J.SdtMil1722.09.1897Tronquoy19.05.1940Moeuvres
Wervingsbureel HasseltBLOCKENPieter, H.SdtMil2503.01.1905Diepenbeek11.05.1940Diepenbeek
Wervingsbureel OnbekendBOTTECharlesSdtMil2604.05.1906Ninove23.05.1940Kwatrecht
Wervingsbureel OnbekendBROCKAERTHubert, N.SdtMil30.07.1903Marchienne-au-Pont27.05.1940Tournai
Wervingsbureel GentBYTEBIERJules, C.L.SdtMil10.03.1902Meigem27.05.1940Meigem
Wervingsbureel DoornikCALLEWAERTJoachim, B.SdtMil1914.02.1897Brugge07.06.1940Ath
Wervingsbureel AarlenDABEConstant, J.SdtMil2427.06.1904Bras14.05.1940QuiévrainGedood tijdens bombardement van Quiévrain - CRAB
Wervingsbureel BrusselDESCHOENMAEKERJean, B.Brig2210.03.1902Schaarbeek03.06.1940Le Touquet (F)
Wervingsbureel DoornikDUTILLEULMarcel, F.SdtMil1931.03.1899Attre22.05.1940Aubigny (F)
Wervingsbureel OnbekendGUILLAUMEAntoine, J.SdtMil05.03.1903Chênée03.06.1940Grivegnée
Staf BrabantHEUTENGilbert, J.B.LtRes19.05.1899Koekelberg28.05.1940Brugge
Wervingsbureel OnbekendHEYMANAugustSdtMil1828.11.1898Welle19.05.1940Estaimpuis
Wervingsbureel BrusselHOEDEMAEKERSJeanSdtMil19(Onbekend)Vilvoorde12.06.1940Hadamar (D)Krijgsgevangene
Wervingsbureel NamenHOTTIASCamille, J.G.SdtMil1931.05.1896Leignon18.05.1940Hirson (F)
Wervingsbureel AarlenHUSSONJustin, E.Kpl25.06.1903Chassepierre14.05.1940Maubeuge (F)
Wervingsbureel BergenJACOBSJoannes, J.SdtMil2010.02.1900Wezemaal03.06.1940Brugge
Wervingsbureel NamenJAMARTDésiré, L.J.SdtMil1408.09.1893Sclayn14.05.1940QuiévrainGedood tijdens bombardement van Quiévrain - CRAB
Wervingsbureel AarlenJEANGOUTFortunat, F.J.SdtMil1909.06.1895Redu17.05.1940Cambrai (F)
Wervingsbureel BrusselLEMPEREUREmileSdtMil01.10.1903Farciennes29.05.1940De Panne
Wervingsbureel OnbekendLERUTHThomas, J.H.SdtMil10.07.1904Dison18.05.1940Thuin
Wervingsbureel NamenLOMBETMarcel, J.SdtMil1914.06.1895Sclayn14.05.1940QuiévrainGedood tijdens bombardement van Quiévrain - CRAB
Wervingsbureel VerviersMAENEJoannes, F.SdtMil2127.10.1901Bekegem30.05.1940Namur
Wervingsbureel OnbekendMASSONJoseph, E.A.Kpl10.01.1901Ferrières30.05.1940Auxerre (F)
Wervingsbureel OnbekendMATAGNEJules, H.G.SdtMil02.04.1897Andenne22.06.1940Andenne
Wervingsbureel OnbekendMATHIEULéopold, C.G.SdtMil16.12.1905Warisoulx12.05.1940Warisoulx
Wervingsbureel WaverMICHIELSAndréSdtMil1905.11.1898Sint-Genesius-Rode26.05.1940Berck (F)
Wervingsbureel OnbekendNIVARLETNoël, J.SdtMil2518.12.1904Flémalle-Hautejuni 40Beaucaire (F)
Wervingsbureel LuikPIETTEEugène, L.L.SdtMil2518.04.1905Liège12.05.1940Petit-Hallet
Wervingsbureel HasseltREMUEOscar, J.SdtMil2409.03.1903Vurste11.05.1940Stokrooie
Wervingsbureel AarlenRENARDLéon, G.SdtMil2511.05.1905Noiseux12.05.1940Forrières
Wervingsbureel LuikRENSLouis, J.Brig1910.01.1899Sint-Truiden24.05.1940Asper
Wervingsbureel HasseltREYNDERSPetrusSdtMil2127.09.1901Herderen11.05.1940BorgloonGestorven in veldlazaret I/CA
Wervingsbureel NamenSMALRaymond, P.J.SdtMil2024.01.1900Sclayn14.05.1940QuiévrainGedood tijdens bombardement van Quiévrain - CRAB
Wervingsbureel DendermondeSMEKENSJules, T.SdtMil15.01.1900Westrem20.05.1940Berck (F)
Wervingsbureel NamenSTAELENSCamilleSdtMil2128.08.1901Halluin (F)15.05.1940Vervins (F)
Wervingsbureel AarlenTALLIERJules, M.SdtMil2117.07.1901Ochamps14.05.1940QuiévrainGedood tijdens bombardement van Quiévrain - CRAB
Wervingsbureel VerviersTASSETPierre, J.SdtMil1915.12.1897Liège26.05.1940Lavaqueresse (F)
Wervingsbureel LuikTHELENNicolas, J.SdtMil2025.09.1900Montegnée18.05.1940Compiègne (F)
Wervingsbureel LuikTHYSJean, G.SdtMil2311.10.1903Visé22.05.1940Saint-Quentin (F)
Wervingsbureel AarlenTORLETJules, J.SdtMil1917.09.1896Froidchapelle17.05.1940Cambrai (F)
Wervingsbureel OnbekendVAN BUYNDERKarel, M.J.SdtMil2518.04.1905Tielrode22.05.1940Saint-Venant (F)
Wervingsbureel OnbekendVAN DER STRATEN-PONTHOZAntoine, E.M.WMMil2904.12.1909Brussel13.06.1940Boulogne (F)
Wervingsbureel AntwerpenVAN EYNDEFransSdtMil2208.05.1902Geel21.05.1940Malaunay (F)
Wervingsbureel AntwerpenVAN ROYJoseph, A.SdtMil2027.01.1900Zoersel24.05.1940Gravelines (F)
Wervingsbureel OnbekendVANLERBERGHE.Boudewijn, ESdtMil2223.07.1902Roeselare25.05.1940Roeselare
Auditoraat Antwerpen-LimburgVERHOEVENJoseph, A. H.Substituut08.11.1879Antwerpen22.06.1940Blasimon
Wervingsbureel LuikVLERICKAndré, E.Brig2418.10.1904De Pinte31.05.1940Koksijde
Wervingsbureel VerviersWETZELSHubert, J.G.SdtMil1918.08.1895Gemmenich19.06.1940Tilly (Indre, F)