Territoriale Commando’s

Type
Ontdubbeld van
Onderdeel van Territoriale Troepen en Etablissementen
Bevelhebber
Standplaats Diverse
Samenstelling 1ste Militaire Circonscriptie (Brabant, Henegouwen) (Luitenant-generaal ridder Victor van Strydonck de Burkel)
Provinciecommando Brabant
(Generaal-majoor Louis Lemercier)
Provinciestaf
Controledienst der Brand- en Smeerstoffen
Dienst Militaire Graven
Provinciecommando Henegouwen
(Luitenant-generaal baron Marie Donnay de Casteau)
Provinciestaf
Controledienst der Brand- en Smeerstoffen
Dienst Militaire Graven
2de Militaire Circonscriptie (Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen) (Luitenant-generaal Gaston Pouleur)
Provinciecommando West-Vlaanderen
(Generaal-majoor Etienne Glorie)
Provinciestaf
Controledienst der Brand- en Smeerstoffen
Dienst Militaire Graven
Provinciecommando Oost-Vlaanderen
(Generaal-majoor Auguste Dubois)
Provinciestaf
Controledienst der Brand- en Smeerstoffen
Dienst Militaire Graven
Provinciecommando Antwerpen
(Generaal-majoor Florent Van Rolleghem)
Provinciestaf
Controledienst der Brand- en Smeerstoffen
Dienst Militaire Graven
3de Militaire Circonscriptie (Limburg, Luik) (Luitenant-generaal Joseph de Krahe)
Provinciecommando Limburg
(Generaal-majoor Maurice Lancksweert)
Provinciestaf
Controledienst der Brand- en Smeerstoffen
Dienst Militaire Graven
Provinciecommando Luik
(Generaal-majoor Arthur Deschacht)
Provinciestaf (Maj Brenez)
Controledienst der Brand- en Smeerstoffen
Dienst Militaire Graven (Cdt E. Orban)
4de Militaire Circonscriptie (Namen, Luxemburg) (Luitenant-generaal Georges Deffontaine)
Provinciecommando Namen
(Generaal-majoor ridder Henri de Donnea)
Provinciestaf
Controledienst der Brand- en Smeerstoffen
Dienst Militaire Graven
Provinciecommando Luxemburg
(Kolonel baron de Trannoy)
Provinciestaf
Dienst Militaire Graven
Kamp van Lombardsijde
Kamp van Helchteren (Lt L. Laasman)
Wervingsburelen
Controledienst
Provinciaal Auditoraat Brabant-Henegouwen (Militair Auditeur M. Gosset)
Provinciaal Auditoraat Antwerpen-Limburg (Militair Auditeur B. De Bie)
Provinciaal Auditoraat Luik, Namen-Luxemburg (Militair Auditeur C. Van Wambeke)
Provinciaal Auditoraat West- en Oost-Vlaanderen (Militair Auditeur Joseph van den Hove d’ Ertsenryck)
Compagnie Administratie Interneringsdepots

Tijdens de mobilisatie

Luitenant-generaal ridder Victor van Strydonck de Burkel.

Staf/Territoriale Commando’s
Het Belgische grondgebied is ook van uit militair standpunt verdeeld in administratieve zones, die van klein naar groot aangeduid worden met de termen “plaats”, “provincie” en “militaire circonscriptie”. Het takenpakket van de commando’s op deze verschillende niveaus is vastgelegd in het Reglement op de Garnizoensdienst en omvat onder meer de verbinding met de burgerlijke autoriteiten en de coördinatie van alle militaire activiteiten en oefeningen in hun gebied.

In oorlogstijd worden de provinciecommando’s en circonscripties verantwoordelijk voor alle militaire verplaatsingen in het achtergebied, voor de territoriale troepen en voor de lokale verdediging tegen mogelijke luchtlandingen en acties van de vijfde colonne. Zo zijn tijdens de eerste oorlogsdagen de staven in het westen van het land actief betrokken bij het regelen van de vlotte doortocht van de Franse en Britse legers naar de hoofdweerstandsstelling.

Elke provinciestaf beschikt tevens over een Controledienst der Brand- en Smeerstoffen. Deze teams zijn verantwoordelijk voor het in kaart brengen van alle civiele benzinestations en opslagplaatsen voor diverse types brand- en smeerstoffen om een eventuele opeising van deze voorraden te vergemakkelijken. De controlediensten zijn bij een daadwerkelijke vijandelijke inval eveneens mede verantwoordelijk voor het vernielen van achter te laten voorraden bij een terugtocht van het leger. De controlediensten dienen hierbij de in hun territoria aanwezige eenheden te adviseren over de locaties van deze voorraden en de meest gepaste technieken om deze onbruikbaar te maken. De controledienst van de provincie Namen zal op 10 mei 1940 een richtlijn verspreiden dat benzine het best kan vernield worden door het toevoegen van 25Kg vloeibare teer en 2,5Kg suiker per 50 kubieke meter brandstof.

De staven worden gesloten naarmate de vijandelijke opmars vordert en het grondgebied ontruimd wordt. Het personeel zal in hoofdzaak in West-Vlaanderen samengebracht worden. Een deel van het personeel belandt in Frankrijk. De bevelhebber van de 1ste Militaire Circonscriptie, Luitenant-generaal ridder Victor van Strydonck de Burkel, is één van de officieren die nog tijdens de veldtocht in het Verenigd Koninkrijk zal aankomen. Deze veteraan van de eerste wereldoorlog werd geridderd voor zijn bijdrage in de slag van Burkel.

De wervingsburelen zijn dan weer verantwoordelijk voor de selectie, keuring en aanwerving van nieuwe miliciens en beroepsmilitairen. Doordat tijdens de veldtocht de administratie niet onmiddellijk werd aangepast bleven vele van de nieuw gerekruteerde militairen administratief nog tot de wervingsburelen behoren. Hierdoor werden heel wat gesneuvelden niet vermeld op de lijst van de eenheid waar ze sneuvelden maar kwamen deze slachtoffers op de lijst van de territoriale commando’s te staan.Daarnaast stonden de burelen ook in voor het administratieve beheer van oudere reservisten zonder affectatie. Dit personeel ontving vanaf 10 mei in de mate van het mogelijke wel een affectatie bij een eenheid.

De provinciale auditoraten vormen de ruggengraat van het militaire gerechtsapparaat.

Het wervingsbureel van de krijgsmacht te Verviers in de jaren ’30.

1ste Militaire Circonscriptie
Staf/1MilCir
De staf van Luitenant-generaal van Strydonck zal vanaf de ochtend van 10 mei opereren van uit de kazerne aan de Kernstraat nabij het koninklijk paleis van Brussel waar zich ook het Provinciecommando van Brabant bevond. Om 05u50, nog voor de afkondiging van de algemene mobilisatie, ontvangt het 31ste Regiment Artillerie (31A), een Versterkings- en opleidingsregiment van de artillerie gekazerneerd in Brussel, het bevel van het Groot Hoofdkwartier (GHK) om zijn alarmkantonnementen te Brussel niet te verlaten en de geplande verhuis naar zijn oorlogskantonnement in Oost-Vlaanderen niet uit te voeren. Het GHK heeft na de luchtlandingen aan het Albertkanaal de beslissing genomen om de vliegvelden rond de hoofdstad van de nodige bewaking te voorzien. De opdracht van de artillerie zal er in bestaan om de vliegvelden van Evere en Zaventem onder schot te houden in geval van een massale luchtlandingsoperatie op deze vliegvelden. Voor de uitvoering van deze opdracht wordt 31A opgesplitst in twee tactische Groeperingen respectievelijk bevolen door de Kapitein-commandanten Rascart en Doyen. Tegen de avond staan negen van de tien instructiebatterijen van 31A klaar om indien nodig het vuur te openen op de Brusselse vliegvelden. De instructiebatterijen zijn bemand door rekruten van de klas 40 met weinig ervaring. Na hun opstelling komen de batterijen van 31A onder bevel te staan van de 1ste Militaire Circonscriptie. Het 4de Regiment Jagers te Voet levert twee bataljons (III/4J en IV/4J) voor de bewaking van het vliegveld van Evere, het koninklijk paleis en de installaties van het Nationaal Instituut voor de Radio-omroep (NIR) aan het Flageyplein te Elsene. Het Bataljon T13 van de 2de Cavaleriedivisie (Bn T13 2CD) wordt eveneens aangeduid voor deze opdracht en bevindt zich op meerdere afwachtingsstellingen te Schaarbeek. De tanks en de T13 houden zich klaar om tussenbeide te komen bij een eventuele luchtlanding op Brussel.

Provinciecommando Brabant/1MilCir
Het Provinciecommando Brabant is verantwoordelijk voor de opvang van ‘administratief geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties’. Het betreft hier niet verdachte en militair gevaarlijke Belgen en buitenlanders maar gaat wel om  een 10.500-tal andere buitenlanders, hoofdzakelijk Duitsers, die zich in Brussel gevestigd hebben.  Pas op de ministerraad van 8 mei ’s ochtends besliste de regering om alle onderdanen van “mogendheden waarmee België de oorlog zou moeten aangaan” te internerenOp die vergadering werd eveneens beslist dat de maatregel maar zou ingaan wanneer België ten oorlog trok [6]. Er werd immers gevreesd dat, naar analogie met wat voorheen in Polen en Noorwegen gebeurde, zij belangrijke informatie zouden kunnen doorspelen aan de vijandelijke strijdkrachten. Bij het uitbreken van de vijandelijkheden worden overal in de stad door de Rijkswacht affiches aangeplakt die de betrokkenen aanmanen zich te melden bij het gemeentehuis van hun woonplaats [7]. De meeste onderdanen van vijandelijke mogendheden bieden zich vrijwillig op het gemeentehuis aan, waarna ze naar verzamelplaatsen werden geleid, waarschijnlijk door de politie. De mensen die in Ukkel, Elsene  en in een groot aantal andere Brusselse gemeenten zijn verzameld worden ondergebracht in de Géruzetkazerne aan de Generaal Jacqueslaan 298, in de Rolin-kazerne aan de Waverse Steenweg 904 en in het Klein Kasteeltje te Anderlecht. De bewaking van de gevangenen wordt toevertrouwd aan de 4Cie van het XXIste Bataljon Wachters van Verkeerswegen en Inrichtingen. Generaal Lemercier, Provinciecommandant van de Provincie Brabant, tevens bevelhebber van de stad Brussel en in die hoedanigheid verantwoordelijk voor de hele operatie, bracht meerdere bezoeken aan de kazernes.

Provinciecommando Henegouwen/1MilCir
Hoewel er in de Provincie Henegouwen nagenoeg geen ‘buitenlanders van vijandige naties’ aanwezig waren kreeg het Provinciecommando toch een rol toebedeeld in de bewaking van de geïnterneerde buitenlanders. Het was de bedoeling dat de onderdanen van vijandelijke mogendheden die elders in het land gevangen werden gezet in de drie grootste Henegouwse steden worden verzameld. In Charleroi moeten de geïnterneerden van de provincies Limburg, Luik, Luxemburg, Namen en van de Henegouwse arrondissementen Charleroi en Thuin worden bijeengebracht. Ze worden opgesloten in de Kazerne Korporaal Tresignieskazerne (avenue Général Michel 1). In Bergen moeten de geïnterneerden van Brabant en van de Henegouwse arrondissementen Bergen en Zinnik worden verzameld in de Kazerne Majoor Sabbe (rue des Sœurs Noires 4).  In Doornik worden alle geïnterneerden komende van Antwerpen, Oost- en West-Vlaanderen naar de Kazerne Generaal Baron Ruquoy (ook gekend als Citadel van Doornik) gestuurd. In principe was de provinciecommandant verantwoordelijk voor de organisatie en bewaking van al die centra. Voor de bewaking van de gevangenen in Doornik kon hij beschikken over het IIIde Bataljon van het 3de Regiment Hulptroepen. Wie de bewakingsopdracht uitvoerde in Charleroi en Bergen moet nog worden opgezocht.

2de Militaire Circonscriptie
Staf/2MilCir
Vanaf de vroege ochtend is het personeel op de staf van de circonscriptie aangekomen in de gebouwen aan de Meistraat waar zich ook het Provinciecommando van Antwerpen bevindt. De stafchef, Majoor SBH Branders, wordt rond 07u00 opgehaald aan het Centrury Hotel door zijn chauffeur Soldaat De Groot en treft kort na aankomst Luitenant-generaal Pouleur aan. Deze uit pensioen teruggekeerde generaal is met zijn 67 jaar één van de oudste gemobiliseerde Luitenant-generaals. Hij geeft een kort overzicht van de Duitse aanval en brengt vooral de talrijke luchtaanvallen ter sprake, temeer daar ook Antwerpen tijdens de ochtend reeds verschillende bombardementen door Duitse vliegtuigen te verwerken kreeg. Pouleur en Branders beklagen zich er over dat de staf van de circonscriptie in de huidige gebouwen dient te blijven en niet kan uitwijken naar zijn oorlogskantonnement in de Kazerne 10-11 (ook nog Sint-Laureinskazerne genoemd) van de oude Brialmontvesting. De oude kazerne werd slechts enkele weken voordien aangeduid als oorlogsstandplaats en is nog bijlange niet klaar. Bovendien zijn de telefoonlijnen nog niet in orde.

Inmiddels is wel een detachement van het Territoriaal Transportkorps Antwerpen komen opdagen om een aanvang te maken met het inladen van de vele kisten met de administratie van de staf. Naast Luitenant-generaal Pouleur en zijn stafchef Majoor SBH Branders bestaat de staf uit de 1ste Kapitein Cox, secretaris, de Kapitein-commandanten Frayes de Veurbeke en Brant en Kapitein SBH Marin die afgedeeld is door het IIde Legerkorps. Daarnaast beschikt Pouleur nog over een delegatie van drie officieren van de 2de Directie van de Genie en de Versterkingen en de Directie de Militaire Gebouwen.

Van uit het Groot Hoofdkwartier (GHK) wordt een bevel uitgestuurd naar het 55ste Linieregiment (55Li), om zijn Iste Bataljon Instructie (I/55Li) tijdelijk onder het bevel van de 2de Militaire Circonscriptie te plaatsen om deel te nemen aan de territoriale verdediging van Antwerpen. Het 55Li is een Versterkings-en opleidingsregiment van de infanterie behorende tot het 2de Versterkings- en Opleidingscentrum (2VOC), dat in Antwerpen is gekazerneerd. Terwijl de rest van het 55Li zich klaarmaakt voor de verplaatsing naar zijn oorlogskantonnement te Waarschoot, wordt I/55Li ontplooid in een zone tussen het Albertkanaal, Wommelgem, Mortsel en de Schelde. De hoofdopdracht zal bestaan in het tussenbeide komen bij een eventuele luchtlanding. I/55Li zet zich te voet op weg naar zijn nieuwe opdracht. De commandopost van het bataljon wordt ondergebracht in Kazerne 10-11.

Rond het middaguur volgt een nieuwe aanval op de stad door een formatie van een zestigtal vijandelijke vliegtuigen die in groepjes van drie de beide uiteinden van de autotunnel onder de Schelde met bommen van licht kaliber bestoken. De schade aan de tunnel is miniem en de meeste bommen vallen in de rivier of op het Sint-Annastrand. Het effect op de morele toestand van de stadsbewoners is echter veel aanzienlijker. Ook in de Meistraat veroorzaakt dit een ware chaos. Talrijke burgers van allerlei pluimage dienen zich aan bij de beide staven en het verkeer in de straat zit muurvast.

Uiteindelijk verhuist de staf van de 2de Militaire Circonscriptie en de staf van het Provinciecommando Antwerpen naar de Kazerne 10-11. De communicatie met de overige militaire en burgerlijke autoriteiten loopt heel stroef aangezien niemand lijkt te weten dat de beide staven naar Kazerne 10-11 overgebracht zijn. Zelfs het Groot Hoofdkwartier is niet op de hoogte. Generaal Pouleur besluit om van de nood een deugd te maken en ziet wijselijk in dat, door de gebrekkige communicatie na de verhuis, het komen-en-gaan op zijn staf sterk verminderd is en dat de staf tot rust is gekomen.

Provinciecommando Antwerpen/2MilCir
Net zoals het Provinciecommando Brabant is het Provinciecommando Antwerpen verantwoordelijk voor de opvang van ‘administratief geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties’. Hier betreft het een 6.700-tal Duitsers die zich in Antwerpen bevinden en die zich bij het uitbreken van de oorlog moesten melden bij de verschillende Antwerpse politiebureaus. In veel gevallen betrof  het Duitse joden, gevlucht voor het nazi-regime. In de Prekerskazerne, de Adjudant Macheleinkazerne (Kazerne 9 – 10) en de Kazerne Generaal Drubbel (oftewel Sint-Joriskazerne) wordt een verzamelcentrum voor de geïnterneerde buitenlanders ingericht. De omkadering en bewaking van de gevangenen werd (allicht – TBC) toevertrouwd detachementen van het XVIIde Bataljon Wachters van Verkeerswegen en Inrichtingen. 

Provinciecommando West-Vlaanderen/2MilCir
Luitenant-generaal Glorie Provinciecommandant van West-Vlaanderen is tevens commandant van de Maritieme Basis. Aan de vooravond van de oorlog heeft de Maritieme Basis het commando over het Marinekorps, I/5LA, 7/II/5LA, 37Li en 3Gr. Als hoofdopdracht moet de Maritieme Basis instaan voor de beveiliging van de havens van Zeebrugge, Oostende en Nieuwpoort evenals de bewaking van de territoriale wateren.

3de Militaire Circonscriptie
Staf/3MilCir
Luitenant-generaal de Krahe, commandant van de 3de Militaire Circonscriptie, is in cumul ook commandant van het IIIde Legerkorps (IIILK) en van de Versterkte Positie Luik (Position Fortifiée de Liège oftewel PFL). Hij bevindt zich met zijn staf in de citadel van Luik.

Provinciecommando Luik/3MilCir

  • De Provinciestaf van Luik werkt tijdens de eerste oorlogsdag in hoofdzaak aan de mobilisatie van de Dienst Militaire Graven en de Wachters van Verkeerswegen en Inrichtingen te Luik. Omstreeks 16u00 verlaat de staf zijn burelen aan de Rue des Tanneurs om zich naar de linkeroever van de Maas te begeven en de gebouwen van de gemeenteschool aan de Place Théodore Radoux in te nemen.
  • De Dienst Militaire Graven wordt geleid door Kapitein-commandant Orban en bestaat verder nog uit Lt Devienne, Lt Schultz en een veertigtal manschappen gemobiliseerd uit oudere militieklassen. De manschappen komen aan in burgerkledij en beschikken niet meer over een uniform.

Provinciecommando Limburg/3MilCir
Onder druk van de gebeurtenissen aan het Albertkanaal verlaat het provinciecommando van Limburg, onder bevel van Generaal-majoor Lancksweert, Hasselt tijdens de nacht van 10 op 11 mei. Het provinciecommando begeeft zich naar West-Vlaanderen waar een gedeelte van de staf wordt doorgestuurd naar het Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve (oftewel Centre de Receuil de la Réserve de Recrutement – CRRR) en een ander gedeelte, waaronder generaal Lancksweert wordt doorgestuurd naar het zuiden van Frankrijk. Generaal-Majoor Lancksweert meldt zich op 28 mei aan op het HK/TRI te Montpellier

Wervingsbureel Verviers/3MilCir
Het Wervingsbureel van Verviers wordt geleid door LtKol Res Warland. Vanaf 10 mei ‘s morgens wordt gestart met de evacuatie van jongeren behorende tot de Rekruteringsreserve uit de gemeentes ten oosten van de Maas. Voor de districten die afhangen van het Wervingsbureau van Verviers (namelijk deze langs de Belgisch-Duitse grens) start de evacuatie van de Rekruteringsreserve automatisch vanaf het overschrijden van de grens door het Duitse leger. Alle geëvacueerde jongeren worden doorgestuurd naar het CRRR van Binche. De jongeren moeten het CRRR met eigen middelen zien te bereiken hetgeen voor het merendeel ook gelukt is.

4de Militaire Circonscriptie
Staf/4MilCir
Luitenant-generaal Deffontaine, commandant van het VIIde Legerkorps (VIILK) is net zoals de commandant van het IIILK eveneens verantwoordelijk voor de bevelvoering van een legerkorps, een militaire circonscriptie en de Versterkte Positie Namen (Position Fortifiée de Namur oftewel PFN).

Provinciecommando Luxemburg/4MilCir
De staf verlaat nog tijdens de nacht van 9 op 10 mei zijn standplaats te Aarlen op bevel van Luitenant-generaal Keyaerts en verplaatst zich in eerste instantie naar Marche-en-Famenne. Rond 16u00 komt de provinciestaf aan in de gebouwen van de 4de Militaire Circonscriptie te Namen.

Kamp van Helchteren
Om 00u20 wordt het Kamp van Helchteren op de hoogte gebracht van het alarm. In het kamp logeren er op dat ogenblik verschillende detachementen van het Vestingsregiment van Luik (RFL) die er een schietperiode aan het uitvoeren zijn. Luitenant-kolonel Scohy van het RFL geeft de verschillende detachementscommandanten opdracht om de terugkeer naar de forten voor te bereiden. Om 01u30 wordt het bevel gegeven om materieel en manschappen op de voertuigen te laden en een uur later verlaten de kamperende troepen het kamp. Het kamp van Helchteren wordt zoals voorzien in de oorlogsplanning onmiddellijk na de ontruiming gesloten. Het kamp ligt immers ten noorden van het Albertkanaal en dat gebied zal slechts verdedigd worden totdat de dekkingsstelling aan het kanaal bemand is door het gros van het veldleger. Luitenant Laasman en zijn detachement vertrekt samen met de Kampcompagnie Helchteren van het Transportkorps naar Schaarbeek en zullen in het Josaphatpark kantonneren.

1ste Militaire Circonscriptie
Staf/1MilCir
Opgeschrikt door de gebeurtenissen bij de 7Div aan het Albertkanaal slaat de paniek voor luchtlandingsoperaties overal in het land toe. Een haastige verdediging van de hoofdstad tegen mogelijke Duitse luchtlandingsoperaties wordt opgezet onder leiding van Luitenant-generaal ridder Van Strydonck de Burkel, commandant van de 1ste Militaire Circonscriptie. Negen batterijen van 31A zijn reeds ontplooid en houden de vliegvelden van Evere en Zaventem (Melsbroek) onder schot. De twee bataljons van het 4J blijven te Brussel tot ze omstreeks 21u00 afgelost worden door II/3J.

Omstreeks 22u00 neemt het GHK de beslissing dat bijkomend zes Bataljons Instructie vanuit oorlogskantonnementen in het Gentse zich naar Brussel moeten verplaatsen voor deze contra-parachutisten opdracht. De Bataljons Instructie van 1VOC en 2VOCworden aangeduid voor deze opdracht. I/52Li, I/53Li, I/54Li, I/56Li en I/58Li worden tijdens de nacht vanuit Gent per spoor naar Brussel gebracht, I/55Li zal zijn beveiligingsopdracht in Antwerpen beëindigen en de hoofdstad vervoegen.

Uniformjas Generaal-majoor Deschacht

Uniformjas van Generaal-majoor Deschacht met de kogelgaten van het incident op 11 mei (collectie Mathieu Verbrugghe).

2de Militaire Circonscriptie
Staf/2MilCir
De ganse nacht lang lopen voortdurend valse meldingen binnen van luchtlandingen op de stad. De stafofficieren krijgen geen moment rust. Het I/55Li zet zijn opdracht verder tot het om 22u00 het bevel zal krijgen om Brussel onmiddellijk te vervoegen in het kader van de contra-parachutisten opdracht van de 1ste Militaire Circonsriptie.

De RTT slaagt er in om toch enkele telefoonlijnen aan te leggen naar de Kazerne 10-11 en kan de beide staven een aantal oude abonneenummers van het burgernet toekennen waardoor het communicatieprobleem tijdelijk opgelost is. Ondertussen is ook de staf van de Franse 25ième Division Méchanique aangekomen in de kazerne. Deze divisie is een onderdeel van het Franse 7de Leger dat de verbinding tussen de Belgische en Nederlandse strijdmachten moet tot stand brengen. De gevechtseenheden van de divisie bevinden zich rondom Breda en zouden naar verluid naar Tilburg doorstoten. De Franse divisiestaf krijgt telefoonnummer 261.13 toebedeeld en zal van uit de kazerne blijven opereren tot de aftocht van het Franse leger uit Nederland.

Een bijzonder ontredderde burgemeester van Breda komt aan op de staf en vraagt om een vrijgeleide naar de Nederlandse ambassade te Brussel. De man vertelt hoe de stad aan zijn lot is overgelaten en dat de ongeveer 50,000 inwoners voor het oorlogsgeweld op de vlucht geslagen zijn richting Belgische grens. De man wordt voorzien van het nodige papierwerk de baan opgestuurd naar onze hoofdstad.

In de loop van de avond komt een estafette van het Groot Hoofdkwartier per motorfiets toe om de eerste schriftelijke orders en het dagelijkse inlichtingsbulletin te overhandigen aan Luitenant-generaal Pouleur. Samen met de generaal lezen de nieuwsgierige stafofficieren hoe het Albertkanaal opgegeven wordt en het veldleger zich terugtrekt naar de K.W Stelling, onder dekking van het aan de Demer en de Gete opgestelde Cavaleriekorps.

3de Militaire Circonscriptie
Staf/3MilCir
Na het bevel om Luik te ontruimen wordt de Staf van het 3MilCir ontbonden, de resterende bevoegdheden worden overgegeven aan het Provinciecommando Luik. LtGen de Krahe, ontheven van zijn cumulfuncties, neemt nu het commando van het IIILK volledig op zich.

Provinciecommando Luik/3MilCir

  • Het gros van de provinciestaf, onder bevel van Kapitein-commandant Sauwens, wordt vooropgestuurd naar Waremme. Generaal-Majoor Deschacht en zijn twee adjuncten, de Majoor Brenez en Kapitein-commandant Bertrand, vertrekken pas rond 17u00 naar Waremme om nieuwe orders te krijgen. Het voertuig van de provinciecommandant komt omstreeks 17u15 vast te zitten in het drukke verkeer op de baan Luik – Brussel ter hoogte van Crisnée. De drie officieren en hun chauffeur stappen uit net op het ogenblik dat een gemotoriseerde colonne Duitsers voorbij passeert vanuit de richting Oreye. Het viertal wordt onder vuur genomen waarbij de officieren gewond raken. Ter hoogte van het voertuig maken de Duitsers rechtsomkeer en vertrekken opnieuw richting Tongeren. De chauffeur die niet verwond werd en die zijn voertuig terug aan de gang kreeg slaagt erin de generaal en de commandant af te voeren naar het militair hospitaal van Brussel. Majoor Brenez wordt door een burger naar het hospitaal van Namen afgevoerd. Cdt Sauwens die vergeefs op de provinciecommandant wacht te Waremme verlaat de stad omstreeks 20u00 om zich met de rest van de staf naar Brussel te begeven waar ze de 12de omstreeks 04u00 toekomen.
  • In de loop van de dag maken de manschappen van de Dienst Militaire Graven zich klaar om zich naar Thisne nabij Hannuit te verplaatsen. Ze komen rond 19u30 toe op hun nieuwe locatie. Cdt Orban wordt niet verwittigd van de verplaatsing van de provinciestaf naar Brussel en wanneer hij om 21u00 vaststelt dat de rest van het Provinciecommando vertrokken is besluit hij om met zijn manschappen naar Bergen te vertrekken om er zich aan te melden bij het Provinciecommando van Henegouwen.

1ste Militaire Circonscriptie
Staf/1MilCir
Luitenant-generaal ridder van Strydonck de Burkel beschikt nu over het Bn T13 2CD, de bataljons III/4J en IV/4J, de Groepering Rascart en Doyen van 31A en over de zes instructiebataljons van 1VOC en 2VOC voor de verdediging van Brussel tegen eventuele luchtlandingsoperaties van de Duitsers. Terwijl de artilleriegroeperingen de verschillende vliegvelden onder schot houden richten de infanteriebataljons steunpunten in op de toegangswegen naar Brussel. De hoofdstad wordt opgedeeld in zes sectoren die als volgt bezet worden:

  • Sector I werd bezet door I/58Li die steunpunten inricht in Laken, Evere en Sint-Stevens-Woluwe,
  • Sector II werd bezet door I/54Li die steunpunten inricht in Oudergem, Sint-Lambrechts en Sint-Pieters Woluwe,
  • Sector III werd bezet door I/55Li die steunpunten inricht in Watermaal-Bosvoorde en Elsene,
  • Sector IV werd bezet door I/56Li die steunpunten inricht in Ukkel en Vorst,
  • Sector V werd bezet door I/53Li die steunpunten inricht in Dilbeek en Anderlecht,
  • Sector VI werd bezet door I/52Li die steunpunten inricht in Groot-Bijgaarden, Zellik en Jette.

Provinciecommando Brabant/1MilCir
Generaal Lemercier bekomt op 12 mei orders van de Generale Staf om de geïnterneerde buitenlanders, die vastzaten in de drie Brusselse kazernes, naar Frankrijk te evacueren. Hij maakt de orders over aan de betrokken kwartiercommandanten en aan de eenheden van de GVCE die instonden voor de bewaking. Bij het samenstellen van de transporten naar Frankrijk worden echter zowel in Brussel verblijvende illegale buitenlanders, verdachte en militair gevaarlijke Belgen (en buitenlanders) die zich in de gevangenis van Sint-Gillis bevonden en de geïnterneerde buitenlanders van vijandelijke mogendheden samen op één transport gezet. Hierdoor vervaagde het onderscheid dat diende gemaakt te worden tussen de verschillende groepen geïnterneerden. Enerzijds bestond de groep uit mensen die om één of andere reden gevlucht waren voor het nazi-regime en anderzijds individuen die openlijk sympathiseerden met hetzelfde regime. Eens de Franse grens over werd iedereen op het transport over de zelfde kam geschoren en aanzien als staatsgevaarlijk en spion voor het nazi-regime. De behandeling die hen te wachten stond in Frankrijk was navenant.

2de Militaire Circonscriptie
Staf/2MilCir
Na een tweede nacht vol onrust en slecht nieuws zitten de stafofficieren duidelijk in de put. Niemand blijkt te weten wat er nu te gebeuren staat. Wanneer genieofficier Luitenant Hierneux van de 2de Directie van de Genie en de Versterkingen aankomt en vertelt hoe een grote colonne van de Franse 25ième Division Méchanique te Brasschaat zwaar is aangevallen door de Luftwaffe, luisteren de officieren met de moed der wanhoop toe. De kazerne is daarenboven nog niet bevoorraad zodat er niets anders opzit dan de mess van de Sint-Joriskazerne (ook: Kazerne Generaal Drubbel) te gaan plunderen.

Provinciecommando Antwerpen/2MilCir
Ook in Antwerpen moeten de geïnterneerde buitenlanders naar Frankrijk worden geëvacueerd. Onder begeleiding van enkele pelotons van het XVIIde Bataljon/GVCE worden de gevangenen naar het Centraal-station gebracht. Hier wachten twee treinen van de SNCF die het 7de Franse Leger naar Nederland hadden gebracht. De eerste trein vertrekt om 15u00, de tweede een half uur later. Slecht een beperkt detachement van XVII/GVCE wordt meegestuurd want vanaf het station van Antwerpen-Zuid, waar het II/56Li op de trein stapt, is dit bataljon verantwoordelijk voor de bewaking en de omkadering van de gevangen tot de bestemming in Zuid-Frankrijk bereikt wordt.

De geïnterneerden zijn pas de stad uit en er duikt al een nieuw probleem op. De provinciestaf moet zich bekommeren om de talrijke gevluchte Nederlandse militairen die Antwerpen binnenstromen. De staf laat de eenheden van de Versterkte Positie Antwerpen weten dat op twee locaties te Antwerpen een verzamelcentrum voor deze gevluchte militairen wordt ingericht: in de Luchtbalkazerne en in de kazerne Generaal Drubbel. De aldaar ingekwartierde detachementen van het XVIIde Bataljon van de Wachters van Verkeerswegen en Inrichtingen zullen voor de omkadering zorgen.

Provinciecommando West-Vlaanderen/2MilCir
Op bevel van Generaal-majoor Glorie, Provinciecommandant van West-Vlaanderen, worden vier nieuwe verzamelcentra ingericht om de rekruten voor de CRAB tijdelijk te hergroeperen in West-Vlaanderen:

  • I Opvancentrum van de Rekruteringsreserve – Ieper, Luitenant-kolonel Pinte
  • II Opvancentrum van de Rekruteringsreserve – Kortrijk-Menen, Kolonel Burck
  • III Opvancentrum van de Rekruteringsreserve – Poperinge, Kolonel Vanhaubergh
  • IV Opvancentrum van de Rekruteringsreserve – Roeselare, Luitenant-kolonel André Van Derton

De plaatscommandanten van Ieper, Kortrijk, Poperinge en Roeselare zijn verantwoordelijk voor de inrichting van de opvangcentra.

3de Militaire Circonscriptie
Provinciecommando Luik/3MilCir

  • De Provinciestaf bevindt zich in Brussel.
  • Onderweg naar Bergen wordt de Dienst Militaire Graven gebombardeerd ter hoogte van de spoorovergang te Gembloers. Er vallen gelukkig enkel lichte verwondingen te signaleren. In de namiddag komt de groep toe in Bergen maar hier weet men niet wat met de Dienst Militaire Graven van Luik aan te vangen. Het detachement van Cdt Orban wordt ondergebracht in de kazerne Trézegnies van het 1ste Regiment Jagers te Voet (1J) waar de manschappen nieuwe uniformen krijgen. Tegen het vallen van de avond op 13 mei wordt de kazerne Trézegnies zwaar gebombardeerd waarna er brand uitbreekt. Niemand van de groep van Cdt Orban raakt gewond maar hij beslist toch om diezelfde avond nog naar Brugge te verhuizen. Om 23u00 wordt de terugtocht naar Brugge aangevat.

4de Militaire Circonscriptie
Provinciecommando Luxemburg/ 4MilCir
De provinciestaf van Luxemburg verplaatst zich op bevel van de 4de Militaire Circonscriptie naar Bergen.

Provinciecommando Namen/4MilCir
Het provinciecommando van Namen, onder leiding van Generaal-majoor ridder de Donnea verplaatst zich naar Le Roux-les-Fosses. Hiermee zijn ze ontsnapt aan de bombardementen op de stad toen de Fransen in Namen toekomen.

2de Militaire Circonscriptie
Staf/2MilCir
De Franse Capitaine de Frégatte de Maupéou, marineattaché bij het Groot Hoofdkwartier, heeft een verzoek ingediend bij de Belgen om alle havensleepboten uit de Antwerpse dokken te laten evacueren. De staf van Luitenant-generaal Pouleur organiseert de aftocht van de ongeveer 35 slepers uit de haven via de Schelde naar onze kust. De 2de Militaire Circonscriptie heeft ook dringend nood aan een eigen ordemacht nu het 55ste Linieregiment de stad verlaten heeft om de aftocht van de Versterkings- en Opleidingscentra te vervoegen. Uit de hoofdstad worden een 50-tal Rijkswachters gezonden, aangevuld met een aantal uit Limburg gevluchte Rijkswachters van de Rijkswachtbrigade van Genk.

4de Militaire Circonscriptie
Provinciecommando Luxemburg/4MilCir
De staf verlaat Bergen en trekt op bevel van het Ministerie van Landsverdediging naar Doornik.

1ste Militaire Circonscriptie
Staf/1MilCir
Te Brussel start de Staf van de 1ste Militaire Circonscriptie en het Ministerie van Landsverdediging met het ontruimen van hun hoofdkwartier. De hoofdstad zal worden opgegeven en aan de vijand overgelaten.

2de Militaire Circonscriptie
Staf/2MilCir
Nu het duidelijk geworden is dat de vijand binnen een aantal dagen voor de Versterkte Positie Antwerpen mag verwacht worden, blijft er voor 2de Militaire Circonscriptie binnen de stad en provincie Antwerpen nog maar weinig weggelegd. Luitenant-generaal Pouleur mag dan nog wel het tactisch commando hebben van alle forten van de binnen- en buitengordel die buiten het operatiegebied van het IVde en Vde Legerkorps vallen, maar ook deze taak heeft geen zin meer. De enige twee bolwerken die binnen deze categorie vallen zijn de forten van Breendonk en Bornem en die worden reeds sinds de eerste oorlogsdag door het Groot Hoofdkwartier gebruikt. Pouleur vraagt dan ook om nieuwe instructies, in de hoop de toestemming te krijgen om Antwerpen te verlaten. Majoor SBH Branders en Kapitein-commandant Brant starten inmiddels met het klaarmaken van het transport voor de aftocht.

3de Militaire Circonscriptie
Provinciecommando Luik/3MilCir

  • De Provinciestaf bevindt zich nog steeds te Brussel.
  • Gedurende de voormiddag komt het detachement van Cdt Orban toe te Brugge waar ze zich aanmelden op het Provinciecommando. Het detachement wordt onmiddellijk toegevoegd aan de Rekruteringscentra van het Belgisch Leger. Het detachement vervoegt dezelfde dag nog Roeselare waar ze door LtKol Pinte worden opgepikt en naar het Iste Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve te Ieper worden gebracht. Tegen het begin van de avond installeren zij zich in Ieper.

4de Militaire Circonscriptie
Provinciecommando Luxemburg/4MilCir
Het Ministerie van Landsverdediging beveelt de provinciestaf om de hoofdstad te vervoegen. Het detachement komt de zelfde dag nog aan te Brussel.

Provinciecommando Namen/4MilCir
Op bevel van het 4MilCir vertrekt het provinciecommando s’avonds nog naar de kust. Via Châtelet, Gosselies, Bergen en Doornik komen ze op 17 mei toe in Koksijde.

Kamp van Helchteren
Luitenant Laasman en zijn manschappen verlaten Schaarbeek en zetten koers naar Oudenaarde. Vervolgens bereiken de manschappen Brugge.

2de Militaire Circonscriptie
Staf/2MilCir
Omstreeks 15u00 krijgt de staf de toestemming om Antwerpen te verlaten. Het gros van de vrachtwagens vertrekt onmiddellijk richting Gent onder leiding van Majoor SBH Branders. Luitenant-generaal Pouleur blijft nog enige tijd ter plekke, samen met twee officieren en zijn secretaris. Twee auto’s, een bestelwagen en twee motorfietsen worden achtergelaten voor dit detachement.

Majoor Branders laat zijn colonne vertrekken rondom 16u00 en trekt via de autotunnel onder de Schelde richting Beveren-Waas en Sint-Niklaas. De militairen rijden Gent binnen en zoeken het provinciecommando van Generaal-majoor Dubois op. De staf uit Antwerpen begeeft zich vervolgens naar het Instituut Sint-Camillus te Sint-Denijs-Westrem dat in gereedheid werd gebracht om als commandopost van de 7de Infanteriedivisie te dienen, maar niet in gebruik zou zijn. Bij aankomst ontdekt Branders echter dat het Groot Hoofdkwartier hier zal geïnstalleerd worden en de 2de Militaire Circonscriptie hier niet langer welkom is. Er wordt dan maar teruggereden naar Gent en de staf overnacht op het provinciecommando.

3de Militaire Circonscriptie
Provinciecommando Luik/3MilCir

  • Het Provinciecommando van Luik wordt ter beschikking gesteld van het Provinciecommando van West-Vlaanderen en reist af naar Sint-Andries Brugge
  • De militairen van de Dienst Militaire Graven worden samen met manschappen van andere uit het zuiden van het land teruggetrokken territoriale eenheden ingezet voor de begeleiding van 12.000 jongeren van de rekruteringsreserve die te voet richting Rouen worden gestuurd. Het volledige marsdetachement dat uit vijf marsgroepen bestaat wordt bevolen door LtKol Gilson. De manschappen van Cdt Orban worden over de vijf groepen verdeeld en zullen zich de komende dagen via twee marsroutes naar Normandië begeven.

4de Militaire Circonsriptie
Provinciecommando Luxemburg/4MilCir
In Brussel kan men niets aanvangen met de provinciestaf en bovendien worden ook een hele reeks diensten geëvacueerd uit de hoofdstad. De staf wordt teruggestuurd naar Doornik.

1ste Militaire Circonscriptie
Staf/1MilCir
De staf verlaat de hoofdstad rondom 14u00 en verplaatst zich naar Oudenaarde. Het archief van de staf wordt verbrand en de telefooncentrale wordt vernield. Luitenant-generaal van Strydonck komt aan te Oudenaarde rondom 18u00.

2de Militaire Circonscriptie
Staf/2MilCir
De zoektocht naar een nieuw onderkomen leidt Majoor Branders naar het Kasteel Claeys-Bouüaert te Mariakerke. Tijdens de late middag komt hier ook het commando van de Wegenregelingsgroepering toe. Majoor Branders heeft geen telefonisch contact meer met Luitenant-generaal Pouleur te Antwerpen en vreest dat zijn chef gedood of gevangen genomen is.

3de Militaire Circonscriptie
Provinciecommando Luik/3MilCir
Majoor Brenez, nog niet volledig hersteld van zijn verwondingen, wordt ontslagen uit het hospitaal van Namen en vervoegt Sint-Andries Brugge waar de rest van het provinciecommando zich bevindt.

4de Militaire Circonscriptie
Provinciecommando Luxemburg/4MilCir
De provinciestaf vervoegt het Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve te Ieper.

1ste Militaire Circonscriptie
De staf kantonneert te Oudenaarde.

2de Militaire Circonscriptie
Een motorrijder uit Antwerpen komt aan te Mariakerke en kan melden dat generaal Pouleur onderweg is en dat hij die zelfde avond zal aankomen. Pouleur duikt op rondom 18u00, gevolgd door Kolonel van de Reserve Slagmolen van het 1ste Regiment Speciale Vestingseenheden uit Antwerpen. De door de chaotische evacuatie van zijn regiment zwaar aangeslagen Slagmolen verhaalt hoe het merendeel van zijn compagnies zonder enige transportmiddelen een groot deel van hun mitrailleurs hebben moeten achterlaten in de forten om de stad en hoe zijn troepen vervolgens overgeheveld werden naar de infanteriedivisies.

3de Militaire Circonscriptie
Provinciecommando Luik/3MilCir
Majoor Brenez en een aantal officieren van het provinciecommando worden doorgestuurd naar het Verzamelcentrum voor Geïsoleerde Militairen van het Leger (CRIA) te Zarren. De majoor neemt het bevel van het CRIA van Zarren over.

1ste Militaire Circonscriptie
De staf verlaat Oudenaarde en komt omstreeks 11u00 aan te Aartrijke nabij Brugge.

2de Militaire Circonscriptie
Staf/2MilCir
Het Kasteel Claeys-Bouüaert te Mariakerke wordt ontruimd en generaal Pouleur en zijn staf vertrekken naar Brugge. Met heel wat zoekwerk wordt een nieuwe standplaats voor de staf gevonden in een grote villa aan de steenweg van Brugge naar Oostende te Snellegem. De staf kan een verbinding tot stand brengen met het Groot Hoofdkwartier via een enkele telefoonlijn en de burgercentrale van Jabbeke.

Provinciecommando Oost-Vlaanderen/2MilCir
Op 18 mei wordt het provinciecommando van Oost-Vlaanderen opgeheven. Nu het gros van het grondgebied van de provincie in de frontlinie zal komen te liggen, heeft het geen zin meer om nog territoriale bevoegdheden uit te oefenen. Het deel van de provincie dat nog door de Belgen gecontroleerd wordt, gaat over naar het Provinciecommando West-Vlaanderen van Generaal-majoor Glorie.

3de Militaire Circonscriptie
Provinciecommando Luik/3MilCir
Het Verzamelcentrum voor Geïsoleerde Militairen van het Leger (CRIA) te Zarren wordt gesloten en samengevoegd met het IIIde Opvangcentrum van de rekruteringsreserve te Poperinge.

4de Militaire Circonsriptie
Provinciecommando Luxemburg/4MilCir
De staf krijgt het bevel om de aftocht naar Frankrijk te vervoegen. Het detachement wordt in eerste instantie naar Toulouse gezonden en zal hier bij de Recruteringscentra van het Belgisch Leger gevoegd worden.

Provinciecommando Namen/4MilCir
Generaal de Donnea krijgt het bevel van het Ministerie van Landsverdediging om zich naar Narbonne te begeven. Tijdens de nacht van 19 op 20 mei steekt hij de Somme over en bereikt Narbonne via Rouen. Uiteindelijk meldt hij zich aan op het HK/TRI te Montpellier op 28 mei.

1ste Militaire Circonscriptie
Staf/1MilCir
Luitenant-generaal van Strydonck verlaat zijn staf en begeeft zich naar het Provinciecommando van West-Vlaanderen in de hoop om zich alzo in verbinding te stellen met het Groot Hoofdkwartier of het Ministerie van Landsverdediging voor verdere instructies. Het ministerie stuurt van Strydonck met twee officieren naar de Franse stad Lille om aldaar met behulp van de Rijkswacht zo veel mogelijk over de grens gevluchte Belgische militaire trachten te verzamelen en samen te brengen in detachementen die doorgestuurd kunnen worden naar de Versterkings- en Opleidingscentra in Zuid-Frankrijk. De generaal verlaat Aartrijke om 14u00 in gezelschap van Kapitein-commandant Maka en Kapitein Orhenot. Het drietal komt aan te Lille omstreeks 17u00 en kan na heel wat zoekwerk in contact treden met de Franse militaire plaatscommandant. Luitenant-generaal van Strydonck krijgt te horen dat hij in Lille niks kan komen doen en er geen Belgische militairen meer in de stad verblijven. De drie officieren besluiten in de stad te overnachten.

2de Militaire Circonscriptie
Staf/2MilCir
Majoor SBH Branders gaat langs op het Groot-Hoofdkwartier te Sint-Andries om de orders en inlichtingenbulletins van de afgelopen dagen op te halen.

Provinciecommando West-Vlaanderen
Generaal-majoor Glorie wordt ontheven van zijn commando en vervangen door Luitenant-kolonel SBH Requette. Requette is echter bijzonder ontevreden met deze opdracht zonder uitzicht op deelname aan de gevechten en richt zich tot zijn promotiegenoot en persoonlijke vriend Luitenant-generaal Michiels om een onmiddellijke overplaatsing aan te vragen. Michiels gaat op het verzoek in en duidt Luitenant-kolonel Requette aan als stafchef van het Vde Legerkorps. Het provinciecommando komt hierdoor in handen van Kapitein-commandant Colpin, adjunct van Generaal-majoor Glorie.

3de Militaire Circonscriptie
Provinciecommando Luik/3MilCir

  • Cdt Orban komt toe in de Tallandierkazerne te Rouen [5], de eindbestemming van de colonne te voet met de jongeren van de Rekruteringsreserve. Van hier uit worden de jongeren per trein naar het zuiden van Frankrijk gestuurd. Cdt Orban stelt zich ter beschikking van de staf van Luitenant-generaal Vinçotte die vanuit Rouen de verdere transit van Belgische militairen naar het zuiden regelt. De volgende dag wordt hij samen met Lt Devienne en Lt Schultz naar Evreux gestuurd om van daar uit de aankomst van naar Frankrijk gevluchte militairen richting Conche-en-Ouche te dirigeren. In de streek van Conches en L’Aigle kantonneert de 7de Infanteriedivisie (7Div) om terug op krachten te komen. De 7Div heeft ook de opdracht om alle geïsoleerde militairen die samentroepen tussen Conches en L’Aigle, alles tezamen zo’n 15.500 manschappen, te bevoorraden. Op 21 mei ziet Cdt Orban in Conche de Majoor Brenez terug die op doortocht is naar het zuiden. Cdt Orban blijft in Conche tot 28 mei waarna hij op zijn beurt naar het zuiden van Frankrijk (vermoedelijk Limoux – TBC) gestuurd wordt.

1ste Militaire Circonscriptie
Staf/1MilCir
Luitenant-generaal van Strydonck begeeft zich omstreeks 08u00 naar de citadel van Lille waar hij verneemt dat de stad ontruimd wordt door het Franse leger. De Belgische officieren besluiten dan maar om terug te keren naar het Ministerie van Landsverdediging aan onze kust. De kleine colonne met de beide voertuigen van de Belgen raakt echter vast te zitten in de verkeerschaos tussen Calais en Duinkerke en van Strydonck besluit om niet langer trachten terug te keren naar België maar rechtsomkeer te maken in de hoop de Somme te kunnen oversteken en nadien naar Zuid-Frankrijk verder te trekken. Op de weg van Hesdin naar Abbeville worden de auto’s gemitrailleerd door Duitse vliegtuigen. De auto’s worden achtergelaten en de drie officieren zetten de tocht te voet verder en marcheren richting Montreuil-sur-Mer.

2de Militaire Circonscriptie
Staf/2MilCir
De staf van Luitenant-generaal Pouleur laat twee detachementen Rijkswachters samenstellen om het probleem van de talrijke uit Zeeland gevluchte Nederlandse militairen onder controle te krijgen. De beide detachementen van ongeveer 50 rijkswachters worden samengesteld van de te Roeselare verzamelde Rijkswachters van diverse territoriale brigades te lande. Een detachement wordt de stad Brugge ingestuurd en een detachement naar de Oostkust, met als opdracht elke Nederlandse militair door te sturen naar de kazerne Generaal Mahieu van het 3de Linieregiment te Oostende. De kazerne te Oostende wordt in gereedheid gebracht voor de opvang van de naar schatting 4.000 ronddolende Nederlanders. Eens aangekomen te Oostende krijgt elke soldaat een half rantsoen brood en vlees in blik, met de waarschuwing dat indien de Nederlanders zich niet aan de bevelen van de Belgen zouden onderwerpen, elke verdere uitdeling zal herleid worden tot een kwart rantsoen.

Provinciecommando West-Vlaanderen/ 2MilCir
Nu het provinciecommando van Oost-Vlaanderen opgedoekt is en Generaal-majoor Dubois zonder opdracht is komen te vallen, wordt hij aangesteld als de nieuwe provinciecommandant van West-Vlaanderen. Ter bevestiging van bevel 9643 van 19 mei 1940, uitgevaardigd door het Groot Hoofdkwartier, laat het provinciecommando een reeks bijkomende Verzamelcentra voor Geïsoleerde Militairen van het Leger inrichten in de volgende locaties:

  • Landegem: 1ste Infanteriedivisie, 16de Infanteriedivisie, 18de Infanteriedivisie
  • Astene: 2de Infanteriedivisie, 4de Infanteriedivisie, 5de Infanteriedivisie
  • Bellem: 3de Infanteriedivisie
  • Kaprijke: 6de Infanteriedivisie, 17de Infanteriedivisie
  • Pervijse: 7de Infanteriedivisie
  • Olsene: 8ste Infanteriedivisie, 9de Infanteriedivisie, 10de Infanteriedivisie, 1ste Divisie Ardeense Jagers, 2de Divisie Ardeense Jagers
  • Waarschoot: 11de Infanteriedivisie, 13de Infanteriedivisie
  • Zomergem: 12de Infanteriedivisie
  • Diksmuide: 14de Infanteriedivisie
  • Oostende: 15de Infanteriedivisie
  • Stekene: 1ste Cavaleriedivisie, 2de Cavaleriedivisie
  • Ieper: Hulptroepen

1ste Militaire Circonscriptie
Staf/1MilCir
Maka, Orhenor en van Strydonck komen tegen de ochtend aan in Montreuil-sur-Mer en besluiten verder te stappen naar Boulogne in de hoop aldaar een boot te kunnen vinden die hen naar het zuiden van Frankrijk kan brengen. Het drietal wil Brest, Le Havre of Bordeaux bereiken. Ter plekke aangekomen, blijkt geen enkel schip nog die kant uit te varen. De militaire havencommandant wil hen eveneens geen toestemming verlenen om aan boord te gaan van een vaartuig richting Engeland. De officieren overnachten in de haven van Boulogne waar ze een groep van 25 rijkswachters uit Bree en Overpelt oppikken.

2de Militaire Circonscriptie
Staf/2MilCir
Van op de staf te Snellegem wordt ook het probleem van de Duitse krijgsgevangenen te Lombardsijde en in het militair hospitaal te Oostende bestudeerd. Deze krijgsgevangenen zullen uiteindelijk overgedragen worden aan de achterhoede van het Franse 7de Leger zodat tegen het eind van de veldtocht nog maar weinig Duitsers in handen van de Belgische militaire overheid zullen zijn. Generaal Pouleur speelt een rol in het organiseren van de uittocht van de Recruteringsreserve naar Frankrijk. Zoveel mogelijk jongeren werden reeds direct van uit geïmproviseerde opvangcentra te Roeselare, Ieper en Poperinge de Franse grens over gestuurd, maar een belangrijk deel wordt ook te Oostende samengebracht in de hoop om een evacuatie via de zee te realiseren. Van dit plan komt niets in huis, slechts een beperkt aantal jongeren zal in Engeland toekomen.

Provinciecommando West-Vlaanderen/2MilCir
Het probleem van de waterbevoorrading in de provincie West-Vlaanderen wordt steeds groter. De nieuwe veldbakkerij van het leger te Gistel die op een productiecapaciteit van 360,000 broden per dag mikt, zit met veel te weinig water. Er zijn tonnen noch vrachtwagens voorhanden om de installaties te bevoorraden en het probleem van de voedselbevoorrading in het onbezette deel van het land tekent zich aan.

1ste Militaire Circonscriptie in Engeland
Staf/1MilCir
Om 16u30 kan van Strydonck na heel wat overleg dan toch plaatsen bemachtigen op een schip dat hen naar de overkant van het kanaal zal brengen. Die zelfde avond komen de officieren vergezeld van de 25 rijkswachters aan te Dover.

Provinciecommando Brabant in Frankrijk/1MilCir
De provinciecommandant van de provincie Brabant, Generaal-majoor Lemercier duikt op in Tours samen met zijn staf. Vermoedelijk op vraag van de Franse generaal Vray, commandant van de 9ème Région Militaire française wordt hij aangesteld als Belgisch Plaatscommandant van de stad Tours waar op dat ogenblik heel wat Belgische troepen toekomen.

2de Militaire Circonscriptie
Staf/2MilCir
Nu het nieuws van de vijandelijk inname van Abbeville en de omsingeling van de geallieerde legers in het noorden bevestigd is, roept generaal Pouleur zijn staf samen voor een rondvraag over wat er nu dient te gebeuren. Majoor Branders promoot de idee om per schip trachten te ontkomen naar Frankrijk. Na enige discussie besluit men toch te vertrekken en zo belandt de 28 man tellende staf op de pier van Zeebrugge waar tijdens de avond gestart wordt met de inscheping aan boord van een het vissersvaartuig H75 bemand door het Marinekorps. Het gros van de administratie van de staf wordt eerst nog het water in geworpen en rond 23u00 steekt het schip van wal samen met enkele andere vaartuigen van het 2de Smaldeel van het Marinekorps. De afvaart vindt plaats bij laagtij en in de duisternis loopt de H.75 vast op een zandbank in de havengeul van Zeebrugge. De H.75 dient eerst te worden losgetrokken alvorens de tocht kan worden verder gezet. De riviersleepboot Baron de Maere wordt hiervoor aangeduid maar tot overmaat van ramp blokkeert hierbij de schroef van de Baron de Maere door een onhandig manoeuvre met de sleepkabel. De H.75 raakt los en de flottieljecommandant, Luitenant Seron beslist de reis verder te zetten richting Oostende.

 

Provinciecommando West-Vlaanderen/2MilCir
Generaal-majoor Glorie geeft, in zijn hoedanigheid van commandant van de Maritieme Basis, het bevel aan het Marinekorps om België te verlaten en naar Le Havre te vertrekken om er een Belgische marinebasis op te richten. Hij is dan ook goed geplaatst om de Staf/2MilCir in te lichten over het vertrek van de Belgische marineschepen. De Staf van het Provinciecommando West-Vlaanderen verplaatst zich naar Nieuwpoort.

4de Militaire Circonscriptie in Frankrijk
Provinciecommando Luxemburg/4MilCir
Het provinciecommando bereikt Nîmes en wordt omgevormd tot de staf van het XVde Recruteringscentrum van het Belgisch Leger (XV CRAB). De staf zal tot 23 augustus 1940 in Frankrijk verblijven en komt op 25 augustus 1940 aan te Brussel. Alle militairen worden dan gedemobiliseerd.

1ste Militaire Circonscriptie
Staf/1MilCir in Engeland
Luitenant-generaal van Strijdonck bereikt Londen en biedt zich rond 11u00 aan op de Belgische ambassade, Hij vraagt er om terug te mogen keren naar het Belgische leger in Zuid-Frankrijk.

2de Militaire Circonscriptie
Staf/2MilCir in Engeland
Het Belgische flottielje wordt kort na het middaguur opgeschrikt door een geweldige explosie. Het op sleeptouw genomen vrachtschip  s/s Sigurds Faulbaums wordt getorpedeerd door de Duitse onderzeeboot U-9 en zinkt. Na het incident laat Lt Seron koers zetten naar de overkant van het kanaal.  Aan het eind van de dag gaat het flottielje voor anker in de Downs, voor de kust van het graafschap Kent, waar ze de rest van het Marinekorps vervoegen. De vaartuigen worden bevoorraad door de Britten en gaan voor anker. Niemand mag aan wal gaan. Aan boord van de H75 overnachten heel wat militairen, waaronder ook Majoor Branders, op het dek.

1ste Militaire Circonscriptie
Staf/1MilCir in Engeland
De drie officieren verblijven nog steeds in Londen.

2de Militaire Circonscriptie
Staf/2MilCir in Engeland
Kort na de middag worden de ankers gelicht en zet de vloot zich in beweging richting Dover. De motor van de H75 heeft het begeven en het vissersvaartuig wordt op sleeptouw genomen door de Z8. Te Dover worden de schepen onderschept door een destroyer van de Royal Navy die de Belgen terugstuurt naar Margate. Zo belanden de Belgen opnieuw in de Downs en gaan er voor anker. De Staf/2MilCir moet noodgedwongen een tweede overnachting op zee maken.

1ste Militaire Circonscriptie in Engeland
Staf/1MilCir
Luitenant-generaal Henri Denis, minister van landsverdediging, is aangekomen in de Britse hoofdstad en vraagt Luitenant-generaal Van Strydonck om het bevel op te nemen over het nieuwe verzamelcentrum voor Belgische militairen in het Verenigd Koninkrijk.

2de Militaire Circonscriptie in Frankrijk
Staf/2MilCir
Na heel wat discussie met de Britten, krijgt de vloot van het Marinekorps de toestemming om door te varen naar Dartmouth. Het gerucht loopt dat van daar uit de Ierse Zee zal opgevaren worden. Luitenant-generaal Pouleur krijgt er genoeg van en dringt aan om de rest van het leger in Frankrijk te vervoegen. De vloot splitst op en terwijl de meeste vaartuigen de reis naar het Dartmouth aanvatten, stappen Pouleur, zijn officieren en de rest van de staf over op de A6 van Luitenant Massart die hen naar de haven van Ouistreham nabij Caen zal brengen.

1ste Militaire Circonscriptie in Engeland
Staf/1MilCir
Generaal van Strydonck vertrekt aan het hoofd van een eerste contingent Belgische militairen naar het nieuwe verzamelcentrum te Haverfordwest in Wales.

De A6, één van patrouilleboten van het Marinekorps die de Staf/2MilCir naar Frankrijk bracht.

2de Militaire Circonscriptie in Frankrijk
Staf/2MilCir
Tijdens de ochtend loopt de A6 de Normandische kust aan. Het schip gaat voor anker in de monding van de Orne te Ouistreham en wacht verdere bevelen af van Luitenant-generaal Pouleur. Rond 10u00 worden de 1ste Kapitein Cox en Kapitein-commandant Frayes de Veubeke van de Staf/ 2MilCir met een sloep aan land gebracht om in Ouisterham telefonisch contact op te nemen met de Franse of Belgische militaire overheden. Een kwartiermeester en zes matrozen roeien beide gezanten naar de kade. Enkele uren later keren beide officieren terug met een opdracht van de Franse marine in Cherbourg om door te varen tot in de haven van Caen waar ze omstreeks 14u00 toekomen. Luitenant-generaal Pouleur gaat aan land en zoekt de Franse plaatscommandant op. Hij kan de Fransen slechts met moeite overtuigen dat hij opdracht heeft om het Belgisch Ministerie van Landsverdediging in Le Havre te vervoegen. De Fransen wijzen erop dat de Belgische regering zich nu in Poitiers bevindt en dat ze geen voertuig ter beschikking kunnen stellen om de Belgische generaal naar Poitiers te brengen. Iedereen overnacht dan nog maar eens aan boord van de A6.

1ste Militaire Circonscriptie in Engeland
Staf/1MilCir
Het Nederlandse leger blijkt zich reeds geïnstalleerd te hebben te Haverfordwest. De Belgen krijgen dan maar het kuststadje Tenby in Wales aangewezen als nieuwe verblijfplaats.

2de Militaire Circonscriptie in Frankrijk
Staf/2MilCir
Luitenant-generaal Pouleur en Kapitein-commandant Frayes vertrekken samen op zoek naar het ministerie te Poitiers. In Caen wordt hen een auto ter beschikking gesteld door de Vliegschool die op het nabijgelegen vliegveld van Capriquet aangekomen blijkt te zijn. De overige manschappen van de staf blijven te Caen en gaan dan maar een kantonnement opzoeken in de stad.

1ste Militaire Circonscriptie in Engeland
Staf/1MilCir
Luitenant-generaal van Strydonck opent het nieuwe verzamelcentrum voor Belgische militairen te Tenby. Op 1 juni zal een eerste contingent van ongeveer 400 militairen naar Frankrijk vertrekken. De idee is om van uit Tenby het Belgische leger in Zuid-Frankrijk opnieuw aan te vullen. Op 20 juni worden die plannen bij de Franse overgave gewijzigd en worden de Belgische Strijdkrachten in Groot-Brittannië opgericht. Generaal van Strydonck wordt op 1 augustus 1940 aangesteld als inspecteur-generaal van onze nieuwe strijdmacht. In mei 1944 wordt hij bevelhebber van de Belgische militaire missie bij het geallieerde opperbevel. De 69 jaar oude oude generaal komt op 3 september 1944 aan te Brussel en zal op 31 januari 1945 met definitief pensioen gestuurd worden. Hij verkrijgt in 1956 de adellijke titel van Baron. Victor van Strydonck overlijdt op 4 augustus 1961.

2de Militaire Circonscriptie in Frankrijk
Staf/2MilCir
Op 30 mei 1940 kan de staf eindelijk twee vrachtwagens en drie personenwagens bekomen om Caen te verlaten en het Belgische leger in Zuid-Frankrijk te vervoegen. Majoor Branders leidt het 28 man sterke detachement via Le Mans en Tours naar Ormes waar contact gemaakt wordt met de Technische Dienst van de Transmissietroepen. Uiteindelijk belanden de beide eenheden samen in La Bourboule in de Auvergne. De staf verblijft in Frankrijk tot de repatriëring van de Belgische troepen eind augustus.

Na de capitulatie

Slachtoffers

Bibliografie en Bronnen

  1. L’armée belge de France en 1940, door Jean Jamart Col BEM Hre, uitgeverij Schmitz, Bastogne, 1994, p.77, p 78, p 167
  2. Opperofficieren in het Belgisch leger: Een sociaal profiel van Belgische generaals aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, 1939-1940 [On line beschikbaar]: http://lib.ugent.be/fulltxt/RUG01/001/457/669/RUG01-001457669_2011_0001_AC.pdf , masterthesis Martin Boënne, Universiteit Gent [Laast geraadpleegd 4 september 2017]
  3. Volledige naamlijst van het personeel van de Staf/2MilCir die door de A6 van ons Marinekorps in Caen werd afgezet is [On Line Beschikbaar]: http://www.marinebelge.be/a6%20brigadier.html [Laatst geraadpleegd 11 september 2017].
  4. Verslag van 13 april 1945, neergeschreven door Kapitein-commandant E. H. J. Orban. Dit handgeschreven verslag bevindt zich momenteel in het dossier van 33A in het Centrum Historische Documentatie (CHD) te Evere. Cdt Orban vervoegde op 10 mei het Provinciecommando van Luik waar hij door Majoor Brenez werd aangeduid om de leiding te nemen van de Dienst Militaire Graven. Hij kreeg het bevel over drie officieren en een 40 tal manschappen.
  5. De Tallendierkazerne was een voormalige katoenspinnerij, in 1938 opgekocht door het Franse leger om er l’Etablissement Régional de Matériel (ERM) van de Service de matériel de l’Armée de Terre” in onder te brengen. De Tallandierkazerne bestaat nog maar werd gerenoveerd en geïntegreerd in een wooncomplex in de Avenue Jean Jaurès Nr 76 in Petit-Quevilly nabij Rouen. [On line beschikbaar]:https://www.google.be/maps/@49.4273702,1.0653597,3a,75y,344.33h,83.88t/data=!3m6!1e1!3m4!1suX3grspRJpHXGHzLMhTvgg!2e0!7i13312!8i6656[Laatst geraadpleegd 21 oktober 2017].
  6. Achtergrondinformatie betreffende “administratief geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties” kan gevonden worden in document van het SOMA “Gewillig België”. [On Line beschikbaar]: http://www.senate.be/event/20070213-jews/doc/eindverslag.pdf  [Laatst geraadpleegd op 18 april 2018].
  7. Tekst op de affiches verspreid door het ministerie van Justitie en aangeplakt door de Rijkswacht luidde als volgt: “Vreemdelingen van het mannelijke geslacht, geboren tussen 1 januari 1881 en 31 december 1923, met inbegrip van deze datums, die staatsburger van een vijandelijke staat zijn, dienen zich in het gemeentehuis van hun woonplaats of de plaats waar zij zich bevinden, aan te bieden, en dit binnen twee uur vanaf de aankondiging van dit besluit in de betreffende gemeenten. Zij dienen proviand voor 48 uur en dekens mee te brengen. De vreemdelingen die zich bij het gemeentehuis aanbieden, mogen niet zonder toestemming vertrekken. (…) Iedereen wordt verzocht om burgers van vijandelijke mogendheden die onder de maatregelen van dit besluit vallen, onmiddellijk bij de politie, de rijkswacht of de militaire overheid te signaleren” .