Territoriale Commando’s

Situatie op 10 mei 1940

Type  
Ontdubbeld van n.v.t.
Onderdeel van Territoriale Troepen en Etablissementen
Bevelhebber n.v.t.
Standplaats Diverse
Samenstelling 1ste Militaire Circonscriptie (Brabant, Henegouwen) (LtGen ridder Victor van Strydonck de Burkel)
    Staf (Kol SBH A. Blancgarin)  
    Provinciecommando Brabant (GenMaj Louis Lemercier) Provinciestaf (LtKol A. Leclercq)
Controledienst der Brand- en Smeerstoffen (Lt Philippe De Roy)
Controledienst der Posterijen, Telegraaf en Telefoon (LtKol Maurice Genard)
Centrale Commissie van de Censuur op de Pers, Bioscoop en Theaters (LtKol ridder Albert de Selliers de Moranville)
Dienst Beheer van de Installaties te Velde – Kazernering Cavaleriekorps (Cdt Adrien Leclercq)
Dienst Militaire Graven (Cdt René Hayette)
    Provinciecommando Henegouwen (LtGen baron Marie Donnay de Casteau) Provinciestaf (Kol graaf André de Meeûs d’Argenteuil)
Controledienst der Brand- en Smeerstoffen (Lt J. Gaspar)
Controledienst der Posterijen, Telegraaf en Telefoon (Cdt Jean Neirinck)
Controledienst der Pers, Bioscoop en Theaters
Dienst Militaire Graven (Cdt Joseph de Quirini)
  2de Militaire Circonscriptie (Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen) (Luitenant-generaal Gaston Pouleur)
    Staf (Majoor SBH Maurice Branders)
    Provinciecommando West-Vlaanderen (GenMaj Etienne Glorie) Provinciestaf (Kol SBH Pierre De Pauw)
Controledienst der Brand- en Smeerstoffen (Lt G. Delespinette)
Controledienst der Posterijen, Telegraaf en Telefoon
Controledienst der Pers, Bioscoop en Theaters (Maj Robert Bertrand)
Dienst Militaire Graven (OLt E. Decraeke)
    Provinciecommando Oost-Vlaanderen (GenMaj Auguste Dubois) Provinciestaf (LtKol Louis Legat)
Controledienst der Brand- en Smeerstoffen (Lt V. Vereecke)
Controledienst der Posterijen, Telegraaf en Telefoon (Cdt Joseph Baudrez)
Controledienst der Pers, Bioscoop en Theaters
Dienst Beheer van de Installaties te Velde – Kazernering VIde Legerkorps (Cdt Albert Van Elder)
Dienst Militaire Graven (Lt A. Bottequin)
    Provinciecommando Antwerpen (GenMaj Florent Van Rolleghem) Provinciestaf (Kol Edmond Sieben)
Controledienst der Brand- en Smeerstoffen (Cdt Joseph Devalkeneer)
Controledienst der Posterijen, Telegraaf en Telefoon
Controledienst der Pers, Bioscoop en Theaters (Cdt J. Govaerts)
Dienst Beheer van de Installaties te Velde – Kazernering IVde Legerkorps (1Kapt Jean Lootens)
Dienst Beheer van de Installaties te Velde – Kazernering Vde Legerkorps (Cdt Edmond De Paepe)
Dienst Militaire Graven (OLt M. Kestens)
  3de Militaire Circonscriptie (Limburg, Luik) (LtGen Joseph de Krahe)
    Staf (Kol Henri Antoine)
    Provinciecommando Limburg (GenMaj Maurice Lancksweert) Provinciestaf (Maj Fernand Fain)
Controledienst der Brand- en Smeerstoffen (Lt W. Rausin)
Controledienst der Posterijen, Telegraaf en Telefoon
Controledienst der Pers, Bioscoop en Theaters (Lt Adolphe Knepper)
Dienst Beheer van de Installaties te Velde – Kazernering IIde Legerkorps (Cdt Maurice Van Kerckhoven)
Dienst Militaire Graven (Lt Julien Cuyckx)
    Provinciecommando Luik (GenMaj Arthur Deschacht) Provinciestaf (Maj Fernand Brenez)
Controledienst der Brand- en Smeerstoffen (Lt A.Raick)
Controledienst der Posterijen, Telegraaf en Telefoon (Lt J. Degol)
Controledienst der Pers, Bioscoop en Theaters
Dienst Beheer van de Installaties te Velde – Kazernering IIIde Legerkorps (Cdt Désiré Van Hufflen)
Dienst Militaire Graven (Cdt Emile Orban)
  4de Militaire Circonscriptie (Namen, Luxemburg) (Luitenant-generaal Georges Deffontaine)
    Staf (Kol Dominique Spilman)
    Provinciecommando Namen (GenMaj ridder Henri de Donnea) Provinciestaf (Kol SBH Omer Lamy)
Controledienst der Brand- en Smeerstoffen (Lt Res A. Floquet)
Controledienst der Posterijen, Telegraaf en Telefoon (Cdt Maurice Kervyn)
Controledienst der Pers, Bioscoop en Theaters (Cdt Jules Denoel)
Dienst Beheer van de Installaties te Velde – Kazernering VIIde Legerkorps (Cdt Renier Dautreloux)
Dienst Militaire Graven
    Provinciecommando Luxemburg (Kol baron Gaston de Trannoy) Provinciestaf (Maj R. Bertrand)
  Plaatscommando Brasschaat (Luitenant-kolonel André Van Derton)
  Plaatscommando Beverlo (Luitenant-kolonel Henri Pinte)
  Kampcommando Lombardsijde (Majoor Paul Tahon)
  Kampcommando Helchteren (Majoor Verhaegen)
  Wervingsburelen
    Wervingsbureel Aalst (Maj Leon Chatel)
    Wervingsbureel Antwerpen 1 (Maj Oscar Haine)
    Wervingsbureel Antwerpen 2 (Maj Georges Duquesne)
    Wervingsbureel Aarlen (Cdt Maurice De Jonghe)
    Wervingsbureel Bergen (Cdt Frans Paillard)
    Wervingsbureel Brugge (Maj Antoine Schrauben)
    Wervingsbureel Brussel 1 (Maj Léon Mercenier)
    Wervingsbureel Brussel 2 (Maj Louis Stellingwerff)
    Wervingsbureel Charleroi (Maj François Kelder)
    Wervingsbureel Dendermonde (Cdt Dominique Maes)
    Wervingsbureel Doornik (Cdt Joseph Brixy)
    Wervingsbureel Gent (Maj Henri Scribe)
    Wervingsbureel Hasselt (Cdt Corneille Maes)
    Wervingsbureel Kortrijk (Cdt Armand De Rycke)
    Wervingsbureel Leuven (Maj Henri Ghewy)
    Wervingsbureel Luik (Maj Ernest Cleinge)
    Wervingsbureel Mechelen (MaJ Gaston Van Imschoot)
    Wervingsbureel Namen (Maj Lucien Defawes)
    Wervingsbureel Oostende (Cdt Cerille Bekaert)
    Wervingsbureel Verviers (LtKol Arthur Warland)
    Wervingsbureel Waver (Kol Pierre Van Welssenaers)
  Krijgsauditoraten
    Provinciaal Krijgsauditoraat Brabant-Henegouwen (Krijgsauditeur Max Gosset)
    Provinciaal Krijgsauditoraat Antwerpen-Limburg (Krijgsauditeur B. De Bie)
    Provinciaal Krijgsauditoraat Luik, Namen-Luxemburg (Krijgsauditeur C. Van Wambeke)
    Provinciaal Krijgsauditoraat West- en Oost-Vlaanderen (Krijgsauditeur Joseph van den Hove d’ Ertsenryck)

Tijdens de mobilisatie

Territoriale Commando’s
Het Belgische grondgebied is ook van uit militair standpunt verdeeld in administratieve zones, die van klein naar groot aangeduid worden met de termen “garnizoen”, “plaats”, “provincie” en “militaire circonscriptie”. Het takenpakket van de commando’s op deze verschillende niveaus is vastgelegd in het Reglement op de Garnizoensdienst en omvat onder meer de contacten (of liaison) met de burgerlijke autoriteiten en de coördinatie van alle militaire activiteiten en oefeningen in hun gebied. Vanaf de mobilisatie worden de provinciecommando’s en circonscripties verantwoordelijk voor alle militaire verplaatsingen in het achtergebied, voor de territoriale troepen en voor de lokale verdediging tegen mogelijke luchtlandingen en acties van de vijfde colonne. Zo zijn tijdens de eerste oorlogsdagen de staven in het westen van het land actief betrokken bij het regelen van de vlotte doortocht van de Franse en Britse legers naar de K.W. Stelling (of hoofdweerstandsstelling).

Elke provinciestaf beschikt tevens over een Controledienst der Brand- en Smeerstoffen. Deze teams zijn verantwoordelijk voor het in kaart brengen van alle civiele opslagplaatsen (benzinestations, garages, depots van bedrijven,…) voor diverse types brand- en smeerstoffen binnen de provincie. Zij houden tevens de aanwezige voorraad aan brandstoffen bij. Door de hoge investeringskost die de opslag van dit soort producten vereist beschikt het leger slechts over een beperkte eigen voorraad aan brandstoffen. Het is de bedoeling om de grote brandstofreserves in de havens van Antwerpen en Gent op te eisen bij de afkondiging van Fase E van het mobilisatieplan wanneer de oorlog start. Omdat deze reserves niet onmiddellijk tot bij de ontplooide eenheden te velde kunnen worden gebracht, voorziet de planning dat het veldleger bij een vijandelijke inval gedurende de eerste vier tot vijf dagen van de oorlog zelfvoorzienend moet zijn door het opeisen van de nodige hoeveelheden brandstof in de operatiezones van de eenheden. De door de controledienst bijgehouden gegevens vergemakkelijken een eventuele opeising van deze voorraden. De controlediensten zijn bij een daadwerkelijke vijandelijke inval eveneens mede verantwoordelijk voor het vernielen van achter te laten voorraden bij een terugtocht van het leger. De controlediensten dienen hierbij de in hun territoria aanwezige eenheden te adviseren over de locaties van deze voorraden en de meest gepaste technieken om deze onbruikbaar te maken. De controledienst van de provincie Namen zal op 10 mei 1940 een richtlijn verspreiden dat benzine het best kan vernield worden door het toevoegen van 25Kg vloeibare teer en 2,5Kg suiker per 50 kubieke meter brandstof.

Tenslotte zijn de provinciecommandanten in cumul telkens de plaatscommandanten van de steden waar hun staven gelegerd zijn.

Kamp van Lombardsijde
Het Kamp van Lombardsijde beschikt over een zeewaarts gerichte schietstand. Hier kunnen de eenheden van het veldleger oefenen in het onderscheppen van luchtdoelen. Het betreft zowel de luchtdoelartillerie als de zware mitrailleurs van andere eenheden. Zo richt het 32ste Linieregiment (32Li) van 17 tot 23 maart 1940 een schietkamp in voor alle ploegen zware mitrailleurs van het regiment. De logementsbarakken van het kamp worden tijdens de mobilisatie ook gebruikt om eenheden van rust in onder te brengen. Onder andere het 2de Regiment Karabiniers (2C) kantonneert van 30 maart tot 10 april in het Kamp van Lombardsijde tijdens een tiendaagse rustperiode aan de kust. Aan de vooravond van de oorlog bevinden zich enkele ondereenheden van de 5de Infanteriedivisie (5Div) in het Kamp van Lombardsijde voor schietoefeningen tegen vliegtuigen. Het gaat om het commando van III/4J, het commando en de secties luchtafweermitrailleurs (of Mitrailleurs Contre Avions – MiCA) van de 12de Compagnie Mitrailleurs (12/III/4J), de secties MiCA van 13de Compagnie Mitrailleurs (13/IV/4J) en een gedeelte van de secties MiCA van de 4de en 8ste Compagnie Mitrailleurs (4/I/4J en 8/II/4J). Ook enkele mitrailleurploegen van 2J die onder bevel staan van Cdt Lefevre, nemen deel aan de oefening. Het detachement van de 5Div staat onder bevel van Maj Tillier, bataljonscommandant van III/4J.

Naast de zeewaartse schietstand beschikt het Kamp van Lombardsijde ook over een oorlogsvliegveld. Het golfterrein van Henri Crombez, een befaamd luchtvaartpionier, wordt midden 1939 onteigend voor de aanleg van een militair vliegveld. Tussen het Kamp van Lombardsijde en de IJzer wordt in 1939 door de 19Cie Arbeiders van het IVde Bataljon Hulptroepen van het Luchtwapen (19/IV/TA Aé) een graspiste aangelegd. Het vliegveld Lombardsijde is gekend als oorlogsvliegveld Nr 40 en wordt na de aanleg onderhouden door de 13Cie Arbeiders van III/TA Aé. 

Kamp van Helchteren
Het Kamp van Helchteren bestaat voornamelijk uit een artillerieschietveld met logementsblokken waar artillerie-eenheden hun schietoefeningen konden afwerken. Daar waar in het Kamp van Beverlo de divisies om beurten hun manoeuvre-eenheden konden laten oefenen was het Kamp van Beverlo niet geschikt voor het uitvoeren van artillerievuren. Telkens een divisie naar Beverlo werd gestuurd kwam de divisie-artillerie een schietperiode uitvoeren in Helchteren. Zo voert het 21ste Regiment Artillerie (21A) instructievuren uit in het Kamp van Helchteren van 18 tot 21 februari 1940. Een andere belangrijke klant van het schietterrein van Helchteren was de fortenartillerie. Omdat vanuit de forten geen schietoefeningen konden uitgevoerd worden en omdat ook de artilleriestukken uit de forten niet konden verplaatst worden kwamen de artilleristen van de forten oefenen op 75mm kanonnen die ter beschikking stonden in het Kamp van Helchteren.

Wervingsburelen
Elke provincie telt twee tot drie wervingsburelen. De wervingsburelen (of rekruteringsbureau’s) zijn verantwoordelijk voor de selectie, keuring en aanwerving van nieuwe miliciens en beroepsmilitairen.  De chef van elk wervingsbureel is in cumul ook plaatscommandant van de gemeente waar het bureel gelegen is. Op hun achttiende verjaardag worden de jonge mannen die behoren tot de rekruteringsreserve verzocht om zich aan te melden bij het meest nabije wervingsbureel voor medische keuring. Diegenen die werden goedgekeurd voor militaire dienst worden dan twee jaar later opgeroepen om hun dienstplicht te vervullen. 

Doordat tijdens de veldtocht de administratie niet onmiddellijk werd aangepast bleven vele van de nieuw gerekruteerde militairen administratief nog tot de wervingsburelen behoren. Hierdoor werden heel wat gesneuvelden niet vermeld op de lijst van de eenheid waar ze sneuvelden maar kwamen deze slachtoffers op de lijst van de territoriale commando’s te staan. Daarnaast stonden de burelen ook in voor het administratieve beheer van oudere reservisten zonder affectatie. Dit personeel ontving vanaf 10 mei in de mate van het mogelijke wel een affectatie bij een eenheid.

Provinciale Krijgsauditoraten
De Provinciale Krijgsauditoraten vormen de ruggengraat van het militaire gerechtsapparaat bij de territoriale troepen.

Maak gebruik van onderstaande menubalk om de veldtocht van de verschillende territoriale commando’s te raadplegen.

1ste Militaire Circonscriptie2de Militaire Circonscriptie3de Militaire Circonscriptie4de Militaire CirconscriptieKamp van LombardsijdeKamp van HelchterenWervingsburelenProvinciale Krijgsauditoraten

Luitenant-generaal ridder Victor van Strydonck de Burkel.

Staf/1MilCir
De staf van Luitenant-generaal van Strydonck zal vanaf de ochtend van 10 mei opereren van uit de kazerne aan de Kernstraat 15 nabij het koninklijk paleis van Brussel waar zich ook het Provinciecommando van Brabant bevond. De operaties in en rond Brussel worden gecoördineerd door Kolonel SBH Blancgarin, stafchef van de 1MilCir. Om 05u50, nog voor de afkondiging van de algemene mobilisatie, ontvangt het 31ste Regiment Artillerie (31A), een Versterkings- en opleidingsregiment van de artillerie gekazerneerd in Brussel, het bevel van het Groot Hoofdkwartier (GHK) om zijn alarmkantonnementen te Brussel niet te verlaten en de geplande verhuis naar zijn oorlogskantonnement in Oost-Vlaanderen niet uit te voeren. Het GHK heeft, naar aanleiding van de Duitse luchtlandingen nabij het Nederlandse regeringscentrum Den Haag [1], de beslissing genomen om de vliegvelden rond de hoofdstad van de nodige bewaking te voorzien. De opdracht van de artillerie zal er in bestaan om de vliegvelden van Evere en Zaventem te bestoken in geval van een massale luchtlandingsoperatie op deze vliegvelden. Voor de uitvoering van deze opdracht wordt 31A opgesplitst in twee tactische Groeperingen respectievelijk bevolen door de Kapitein-commandanten Rascart en Doyen. Tegen de avond staan negen van de tien instructiebatterijen van 31A klaar om indien nodig het vuur te openen op de Brusselse vliegvelden. De instructiebatterijen zijn bemand door rekruten van de klas 40 met weinig ervaring. Na hun opstelling komen de batterijen van 31A onder bevel te staan van de 1ste Militaire Circonscriptie. Het 4de Regiment Jagers te Voet levert twee bataljons (III/4J en IV/4J) voor de bewaking van het vliegveld van Evere, het koninklijk paleis en de installaties van het Nationaal Instituut voor de Radio-omroep (NIR) aan het Flageyplein te Elsene. Het Bataljon T13 van de 2de Cavaleriedivisie (Bn T13 2CD) wordt eveneens aangeduid voor deze opdracht en bevindt zich op meerdere afwachtingsstellingen te Schaarbeek. De tanks en de T13 houden zich klaar om tussenbeide te komen bij een eventuele luchtlanding op Brussel. In de loop van de dag komt ook het Peloton Pantserwagens van de Iste Groep van het 1ste Licht Regiment aan te Brussel. Het peloton installeert zich in de Rijkswachtkazerne van Elsene en wordt door het 1MilCir ingeschakeld voor de bewaking van de neutrale zone rondom het parlementsgebouw. In het Warandepark worden telkens één of twee VUDB voertuigen voor het politiekantoor nabij het Koninklijk Parktheater opgesteld. De pantserwagens van het peloton die niet deelnemen aan de beveiliging van de neutrale zone worden in stand-by gehouden voor interventies bij luchtlandingen.

Provinciecommando Brabant/1MilCir
Het Provinciecommando Brabant is verantwoordelijk voor de opvang van ‘administratief geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties’. Het betreft hier niet verdachte en militair gevaarlijke Belgen en buitenlanders maar gaat wel om een 10.500-tal andere buitenlanders, hoofdzakelijk Duitsers, die zich in Brussel gevestigd hebben. Pas op de ministerraad van 8 mei ’s ochtends besliste de regering om alle onderdanen van “mogendheden waarmee België de oorlog zou moeten aangaan” te internerenOp die vergadering werd eveneens beslist dat de maatregel maar zou ingaan wanneer België ten oorlog trok [2]. Er werd immers gevreesd dat, naar analogie met wat voorheen in Polen en Noorwegen gebeurde, zij belangrijke informatie zouden kunnen doorspelen aan de vijandelijke strijdkrachten. Bij het uitbreken van de vijandelijkheden worden overal in de stad door de Rijkswacht affiches aangeplakt die de betrokkenen aanmanen zich te melden bij het gemeentehuis van hun woonplaats [3]. De meeste onderdanen van vijandelijke mogendheden bieden zich vrijwillig op het gemeentehuis aan, waarna ze naar verzamelplaatsen werden geleid, waarschijnlijk door de politie. De mensen die in Ukkel, Elsene en in een groot aantal andere Brusselse gemeenten zijn verzameld worden ondergebracht in de Géruzetkazerne aan de Generaal Jacqueslaan 298, in de Rolin-kazerne aan de Waverse Steenweg 904 en in het Klein Kasteeltje te Anderlecht. De bewaking van de gevangenen wordt toevertrouwd aan de 4Cie van het XXIste Bataljon Wachters van Verkeerswegen en Inrichtingen. Generaal Lemercier, Provinciecommandant van de Provincie Brabant, tevens bevelhebber van de stad Brussel en in die hoedanigheid verantwoordelijk voor de hele operatie, bracht meerdere bezoeken aan de kazernes.

Provinciecommando Henegouwen/1MilCir
Hoewel er in de Provincie Henegouwen nagenoeg geen ‘administratief geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties’ aanwezig waren kreeg het Provinciecommando toch een rol toebedeeld in de bewaking van de geïnterneerde buitenlanders. Het was de bedoeling dat de onderdanen van vijandelijke mogendheden die elders in het land gevangen werden gezet in de drie grootste Henegouwse steden worden verzameld. In Charleroi moeten de geïnterneerden van de provincies Limburg, Luik, Luxemburg, Namen en van de Henegouwse arrondissementen Charleroi en Thuin worden bijeengebracht. Ze worden opgesloten in de Kazerne Korporaal Tresignieskazerne (avenue Général Michel 1). In Bergen moeten de geïnterneerden van Brabant en van de Henegouwse arrondissementen Bergen en Zinnik worden verzameld in de Kazerne Majoor Sabbe (rue des Sœurs Noires 4). In Doornik worden alle geïnterneerden komende van Antwerpen, Oost- en West-Vlaanderen naar de Kazerne Generaal Baron Ruquoy (ook gekend als Citadel van Doornik) gestuurd. In principe was de provinciecommandant verantwoordelijk voor de organisatie en bewaking van al die centra. Voor de bewaking van de gevangenen in Doornik kon hij beschikken over het IIIde Bataljon van het 3de Regiment Hulptroepen (III/3/1Gpg/HuT). Wie de bewakingsopdracht uitvoerde in Charleroi en Bergen moet nog worden opgezocht.

Staf/1MilCir
Opgeschrikt door de gebeurtenissen bij de 7de Infanteriedivisie (7Div) aan het Albertkanaal slaat de paniek voor luchtlandingsoperaties overal in het land toe. Een haastige verdediging van de hoofdstad tegen mogelijke Duitse luchtlandingsoperaties wordt opgezet onder leiding van Luitenant-generaal ridder Van Strydonck de Burkel, commandant van de 1ste Militaire Circonscriptie. Negen batterijen van 31A zijn reeds ontplooid en houden de vliegvelden van Evere en Zaventem (Melsbroek) onder schot. De twee bataljons van het 4J blijven te Brussel tot ze omstreeks 21u00 afgelost worden door het IIde Bataljon van het 3de Regiment Jagers te Voet (II/3J). Enkel de 9Cie van III/4J, belast met de bewaking van het koninklijk paleis, wordt niet afgelost door een compagnie van 3J en blijft achter te Brussel. Omstreeks 22u00 neemt het GHK de beslissing dat bijkomend zes Bataljons Instructie vanuit oorlogskantonnementen in het Gentse zich naar Brussel moeten verplaatsen voor deze contra-parachutisten opdracht. De Bataljons Instructie van 1VOC en 2VOCworden aangeduid voor deze opdracht. I/52LiI/53LiI/54LiI/56Li en I/58Li worden tijdens de nacht vanuit Gent per spoor naar Brussel gebracht, I/55Li zal zijn beveiligingsopdracht in Antwerpen beëindigen en de hoofdstad vervoegen.

Opstelling Bataljons Instructie van 1VOC en 2VOC rond de hoofdstad op 12 mei (projectie op Duitse stafkaart van 1941)

Opstelling Bataljons Instructie van 1VOC en 2VOC rond de hoofdstad op 12 mei (projectie op Duitse stafkaart van 1941)

Staf/1MilCir
Luitenant-generaal ridder van Strydonck de Burkel beschikt nu over het Bn T13 2CD, het II/3J, de 9Cie van III/4J, de Groepering Rascart en Doyen van 31A en over de zes instructiebataljons van 1VOC en 2VOC voor de verdediging van Brussel tegen eventuele luchtlandingsoperaties van de Duitsers. Terwijl de artilleriegroeperingen de verschillende vliegvelden onder schot houden richten de infanteriebataljons steunpunten in op de toegangswegen naar Brussel. De hoofdstad wordt opgedeeld in zes sectoren die als volgt bezet worden:

  • Sector I werd bezet door I/58Li die steunpunten inricht in Laken, Evere en Sint-Stevens-Woluwe,
  • Sector II werd bezet door I/54Li die steunpunten inricht in Oudergem, Sint-Lambrechts en Sint-Pieters Woluwe,
  • Sector III werd bezet door I/55Li die steunpunten inricht in Watermaal-Bosvoorde en Elsene,
  • Sector IV werd bezet door I/56Li die steunpunten inricht in Ukkel en Vorst,
  • Sector V werd bezet door I/53Li die steunpunten inricht in Dilbeek en Anderlecht,
  • Sector VI werd bezet door I/52Li die steunpunten inricht in Groot-Bijgaarden, Zellik en Jette.

Provinciecommando Brabant/1MilCir
Op 12 mei wordt op het Ministerie van Justitie beslist dat de geïnterneerde buitenlanders naar Frankrijk zullen worden overgebracht. Generaal Lemercier bekomt op 12 mei orders van de Generale Staf om de administratief geïnterneerde buitenlanders, die vastzaten in de drie Brusselse kazernes, naar Frankrijk te evacueren. Hij maakt de orders over aan de betrokken kwartiercommandanten en aan de eenheden van de GVCE die instonden voor de bewaking. Bij het samenstellen van de transporten naar Frankrijk worden echter zowel in Brussel verblijvende illegale buitenlanders, verdachte en militair gevaarlijke Belgen (en buitenlanders) die zich in de gevangenis van Sint-Gillis bevonden en de geïnterneerde buitenlanders van vijandelijke mogendheden samen op één transport gezet. Hierdoor vervaagde het onderscheid dat diende gemaakt te worden tussen de verschillende groepen geïnterneerden. Enerzijds bestond de groep uit mensen die om één of andere reden gevlucht waren voor het nazi-regime en anderzijds individuen die openlijk sympathiseerden met hetzelfde regime. Eens de Franse grens over werd iedereen op het transport over dezelfde kam geschoren en aanzien als staatsgevaarlijk en spion voor het nazi-regime. De behandeling die hen te wachten stond in Frankrijk was navenant.

Staf/1MilCir
De ongerustheid over een mogelijke luchtlanding in de hoofdstad is nog steeds niet geweken. Kapitein-commandant Sibille, Eskadronscommandant van de 10de Compagnie Fuseliers van het 7de Gemotoriseerde Regiment (7Mo), tevens achterwacht van het VOC/LT, krijgt om 10u00 opdracht om het oefenplein voor de kazerne de Witte de Haelen ongeschikt te maken voor een mogelijke luchtlanding. Dit gebeurt door palen in de grond te heien en graafmachines op het plein te parkeren.

Staf/1MilCir
Te Brussel start de Staf van de 1ste Militaire Circonscriptie en het Ministerie van Landsverdediging met het ontruimen van hun hoofdkwartier. De hoofdstad zal worden opgegeven en aan de vijand overgelaten.

Provinciecommando Brabant/1MilCir
Alle territoriale eenheden moeten zich klaar maken om de stad te verlaten en een verplaatsing naar de kust uit te voeren. Onder het bevel van GenMaj Lemercier zal in De Panne een nieuwe formatie gevormd worden bestaande uit alle territoriale bataljons die naar de kust overgeplaatst worden.

Staf/1MilCir
Nadat de Staf/1MilCir het bevel tot de evacuatie van zijn HK uit Brussel ontvangt wordt het archief van de staf verbrand en de telefooncentrale vernield. De Staf/1MilCir verlaat de hoofdstad rond 14u00 en verplaatst zich naar Oudenaarde waar Luitenant-generaal ridder van Strydonck rond 18u00 toekomt. De nacht van 16 op 17 mei wordt te Oudenaarde doorgebracht. De stafchef van de 1MilCir, Kolonel SBH Blancgarin verlaat de staf en wordt overgeplaatst naar de pas opgerichte de staf van Luitenant-generaal Janssens. LtGen Janssens werd door de minister van defensie werd aangeduid als opperbevelhebber van de Centres de Recueil de la Réserve de Recrutement (CRRR) die instonden voor de opvang van de jongeren die behoorden tot de rekruteringsreserve. Ook Kapitein-commandant baron Adolphe de Viron wordt overgeplaatst. Hij vervoegt het Versterkings- en Opleidingscentrum Lichte Troepen.

Provinciecommando Brabant/1MilCir
In De Panne verwacht GenMaj Lemercier de aankomst van het 4TerBon, het 5TerBon, het 8TerBon en het 9TerBon die vanuit uit Brussel naar de kust werden gestuurd en van het 7TerBon dat vanuit Namen naar de kust werd gestuurd.

Provinciecommando Henegouwen/1MilCir
Wanneer de Groep Namen van de Territoriale Wacht voor Luchtafweer op 16 mei Bergen passeert zijn ze getuige van de ontruiming van het provinciecommando.

Staf/1MilCir
De staf kantonneert nog steeds te Oudenaarde waar de nacht van 17 op 18 mei wordt doorgebracht.

Staf/1MilCir
De staf verlaat Oudenaarde en komt omstreeks 11u00 aan te Aartrijke nabij Brugge. Er worden kantonnementen opgezocht om de nacht van 18 op 19 mei door te brengen.

Provinciecommando Brabant/1MilCir
GenMaj Lemercier stuurt de in De Panne verzamelde Territoriale Bataljons door naar Frankrijk. Zelf vertrekt hij ook naar Frankrijk en vestigt zich initieel in de Tallandierkazerne te Rouen waar hij het Plaatscommando van Rouen inricht [4]. 

Staf/1MilCir
LtGen ridder van Strydonck verlaat Aartrijke en begeeft zich naar het Provinciecommando van West-Vlaanderen om zich in verbinding te stellen met het Groot Hoofdkwartier (GHK) of het Ministerie van Landsverdediging (MLV) in de hoop verdere instructies te krijgen. Om 11u00 ontvangt van Strydonck nieuwe orders van het MLV. Hij dient zich met twee officieren van zijn staf en twee stafvoertuigen naar de Franse stad Lille te begeven. Hier dient hij de Franse autoriteiten te overtuigen om de Belgen toe te laten zo veel mogelijk over de grens gevluchte Belgische militaire te verzamelen, samen te brengen in detachementen en ze vervolgens door te sturen naar de Versterkings- en Opleidingscentra (VOC’s) die in Zuid-Frankrijk worden opgericht. De generaal keert terug naar zijn staf en verlaat Aartrijke om 14u00 in gezelschap van Kapitein-commandant Maka en Kapitein Orhenot. Het drietal komt aan te Lille omstreeks 17u00 en kan na heel wat zoekwerk in contact treden met de Franse Commandant de Région Militaire van Lille. LtGen van Strydonck krijgt te horen dat hij in Lille niks kan komen doen en dat er geen Belgische militairen meer in de stad verblijven. Iedereen werd reeds per trein doorgestuurd naar het zuiden van Frankrijk. Er heerst grote chaos op de staf van de Région Militaire van Lille, iedereen is volop bezig met het inpakken van het HK om te vertrekken. De drie officieren besluiten in de stad te overnachten.

Wat nog rest van de staf wordt door de voormalige stafchef Kol SBH Blancgarin te Aartrijke opgehaald en met de voertuigen van de staf naar Brugge gebracht om er in steun gegeven te worden van de opvangcentra van de rekruteringsreserve. De officieren vertrekken vertrekken naar verschillende bestemmingen. Kapitein-commandant SBH Collette gaat over naar de staf van het Iste Legerkorps (I/LK), terwijl 1ste Kapitein-Secretaris Leon Warnier overgeplaatst wordt naar het Provinciecommando West-Vlaanderen. Kapitein-commandant Justin Deforchaux wordt dan weer op missie gestuurd naar Saint-Omer met als opdracht de hier nog aanwezige Belgische militairen terug naar het noord te sturen. 

Detachement van Strydonck/1MilCir in Frankrijk
Gedurende de ganse nacht wordt Lille gebombardeerd waarna de burgerbevolking de stad massaal ontvlucht. LtGen van Strydonck begeeft zich omstreeks 08u00 naar de citadel van Lille waar hij verneemt dat de stad ontruimd wordt door het Franse leger. De Belgische officieren besluiten dan maar om terug te keren naar het Ministerie van Landsverdediging aan onze kust. De kleine colonne met de beide voertuigen van de Belgen raakt echter vast te zitten in de verkeerschaos tussen Calais en Duinkerke en van Strydonck besluit om niet langer trachten terug te keren naar België maar rechtsomkeer te maken in de hoop de Somme te kunnen oversteken en nadien naar Zuid-Frankrijk verder te trekken. De stafvoertuigen sluiten aan bij een Franse bevoorradingscolonne richting zuiden. Op de weg van Hesdin naar Abbeville wordt de colonne gemitrailleerd door Duitse pantsertuigen. De colonne kan geen kant meer op en gebruik makend van de chaos besluiten de drie officieren om de auto’s achter te laten en de tocht te voet verder te zetten. Tijdens de nacht van 20 op 21 mei marcheren ze richting Montreuil-sur-Mer.

Cdt Verwaerde/1MilCir in Frankrijk
Kapitein-commandant Maurice Verwaerde wordt op missie gestuurd naar Noord-Frankrijk om verloren gelopen jongeren van de Rekruteringsreserve weer op het juiste pad te helpen. Hij zal 27 mei terugkeren naar ons land en zal de laatste twee oorlogsdagen doorbrengen op het plaatscommando te Veurne.

Detachement van Strydonck/1MilCir in Frankrijk
Maka, Orhenor en van Strydonck komen tegen 07u00 aan in Montreuil-sur-Mer en besluiten verder te stappen naar Boulogne in de hoop daar een boot te kunnen vinden die hen naar het zuiden van Frankrijk kan brengen. Het drietal wil Brest, Le Havre of Bordeaux bereiken. Ter plekke aangekomen, blijkt geen enkel schip nog die kant uit te varen. De militaire havencommandant wil hen eveneens geen toestemming verlenen om aan boord te gaan van een vaartuig richting Engeland. De officieren overnachten in de haven van Boulogne waar ze een groep van 25 rijkswachters uit Bree en Overpelt oppikken.

Detachement van Strydonck/1MilCir in Frankrijk
Om 16u30 kan van Strydonck na heel wat overleg dan toch plaatsen kunnen bemachtigen op een schip dat hen naar de overkant van het kanaal zal brengen. Die zelfde avond komen de officieren vergezeld van de 25 rijkswachters aan te Dover.

Provinciecommando Brabant/1MilCir in Frankrijk
De provinciecommandant van de provincie Brabant, Generaal-majoor Lemercier duikt op in Tours samen met zijn staf. Vermoedelijk op vraag van de Franse generaal Vray, commandant van de 9ème Région Militaire française wordt hij aangesteld als Belgisch Plaatscommandant van de stad Tours waar op dat ogenblik heel wat Belgische troepen toekomen.

Detachement van Strydonck/1MilCir in Engeland
Luitenant-generaal van Strijdonck bereikt Londen en biedt zich rond 11u00 aan op de Belgische ambassade. Hij vraagt er om terug te mogen keren naar het Belgische leger in Zuid-Frankrijk.

Detachement van Strydonck/1MilCir in Engeland
De drie officieren verblijven nog steeds in Londen.

Detachement van Strydonck/1MilCir in Engeland
Luitenant-generaal Henri Denis, minister van landsverdediging, is aangekomen in de Britse hoofdstad en vraagt Luitenant-generaal ridder van Strydonck om het bevel op te nemen over het nieuwe verzamelcentrum voor Belgische militairen in het Verenigd Koninkrijk.

Detachement van Strydonck/1MilCir in Engeland
LtGen van Strydonck vertrekt aan het hoofd van een eerste contingent Belgische militairen naar het nieuwe verzamelcentrum te Haverfordwest in Wales.

Detachement van Strydonck/1MilCir in Engeland
Het Nederlandse leger blijkt zich reeds geïnstalleerd te hebben te Haverfordwest. De Belgen krijgen dan maar het kuststadje Tenby in Wales aangewezen als nieuwe verblijfplaats [5].

Detachement van Strydonck/1MilCir in Engeland
Luitenant-generaal van Strydonck opent het nieuwe verzamelcentrum voor Belgische militairen te Tenby in Wales. Alle Belgische militairen die vanaf nu Engeland bereiken worden naar Tenby doorgestuurd. Onder hen het Versterkings- en Instructiesmaldeel van het Marinekorps dat op 28 mei aan land komt te Plymouth. De nog op te leiden Belgische matrozen van de klas ’40 worden vanuit Plymouth per trein naar Tenby gestuurd. De ongeveer zeventig manschappen van het Versterkings- en Instructiesmaldeel worden tegen hun zin als soldaat ingelijfd bij de landstrijdkrachten.

Detachement van Strydonck/1MilCir in Engeland
Op 1 juni wordt een eerste contingent van ongeveer 400 militairen die de strijd in Frankrijk willen verderzetten samengesteld. De idee is om vanuit Tenby het Belgische leger in Zuid-Frankrijk opnieuw aan te vullen. Het detachement verlaat in de morgen van 03 juni Tenby en stapt in Milford-Haven aan boord van het Nederlands schip de Hr.Ms. Batavier II die hen op 04 juni afzet in de haven van Brest in Bretagne. Van daar uit wordt het detachement doorgestuurd naar Malestroit in het Bretoense departement Morbihan waar de 7Div reorganiseert. De 60 manschappen van het Versterkings- en Instructiesmaldeel van het Marinekorps verkiezen in Engeland te blijven. Op 13 juni verlaat een detachement van een 50-tal manschappen van het Marinekorps het opvangcentrum van Tenby om in te schepen op de loodsboot P16 van het Bestuur van het Zeewezen. De P16 brengt ze over naar de Bretoense havenstad Lorient waar de rest van het Marinekorps zich bevindt.

Na de capitulatie

Belgische Strijdkrachten in Engeland
Na de Franse capitulatie van 22 juni 1940 worden de plannen om nog meer Belgische militairen naar Frankrijk te sturen gewijzigd en worden de Belgische Strijdkrachten in Groot-Brittannië opgericht. LtGen van Strydonck wordt op 1 augustus 1940 aangesteld als inspecteur-generaal van onze nieuwe strijdmacht.

In mei 1944 wordt hij bevelhebber van de Belgische militaire missie bij het geallieerde opperbevel. De 69 jaar oude oude generaal komt op 3 september 1944 aan te Brussel en zal op 31 januari 1945 met definitief pensioen gestuurd worden. Hij verkrijgt in 1956 de adellijke titel van Baron. Victor van Strydonck overlijdt op 4 augustus 1961.

Provinciecommando Brabant/1MilCir in Frankrijk
Generaal-majoor Lemercier zal in de zomer van 1940 aangesteld worden tot Hoge Commissaris voor de Belgische vluchtelingen en zal tot eind september 1940 ingezet worden om de terugkeer van de talrijke landgenoten die in Zuid-Frankrijk vertoefden te organiseren.

Bibliografie en Bronnen

  1. Achtergrond informatie bij de slag om Den Haag [On Line beschikbaar]: https://nl.wikipedia.org/wiki/Slag_om_Den_Haag [Laatst geraadpleegd 9 april 2025].
  2. Achtergrondinformatie betreffende “administratief geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties” kan gevonden worden in document van het SOMA “Gewillig België”. [On Line beschikbaar]: http://www.senate.be/event/20070213-jews/doc/eindverslag.pdf [Laatst geraadpleegd op 9 oktober 2021].
  3. Tekst op de affiches verspreid door het ministerie van Justitie en aangeplakt door de Rijkswacht luidde als volgt: “Vreemdelingen van het mannelijke geslacht, geboren tussen 1 januari 1881 en 31 december 1923, met inbegrip van deze datums, die staatsburger van een vijandelijke staat zijn, dienen zich in het gemeentehuis van hun woonplaats of de plaats waar zij zich bevinden, aan te bieden, en dit binnen twee uur vanaf de aankondiging van dit besluit in de betreffende gemeenten. Zij dienen proviand voor 48 uur en dekens mee te brengen. De vreemdelingen die zich bij het gemeentehuis aanbieden, mogen niet zonder toestemming vertrekken. (…) Iedereen wordt verzocht om burgers van vijandelijke mogendheden die onder de maatregelen van dit besluit vallen, onmiddellijk bij de politie, de rijkswacht of de militaire overheid te signaleren” .
  4. De Tallandierkazerne was een voormalige katoenspinnerij, in 1938 opgekocht door het Franse leger om er l’Etablissement Régional de Matériel (ERM) van de Service de matériel de l’Armée de Terre” in onder te brengen. De Tallandierkazerne bestaat nog maar werd gerenoveerd en geïntegreerd in een wooncomplex in de Avenue Jean Jaurès Nr 76 in Petit-Quevilly nabij Rouen. [On line beschikbaar]:https://www.google.be/maps/@49.4273702,1.0653597,3a,75y,344.33h,83.88t/data=!3m6!1e1!3m4!1suX3grspRJpHXGHzLMhTvgg!2e0!7i13312!8i6656[Laatst geraadpleegd 9 oktober 2021].
  5. Summier getypt verslag opgesteld door LtGen ridder van Strydonck de Burkel, bevelhebber van de 1MilCir, over het verloop van zijn persoonlijke veldtocht van mei 1940 tot 1944. Het verslag bevindt zich in het dossier Territoriale Commando’s bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie, Evere.
  6. Frank Decat, De Belgen in Engeland 40/45. De Belgische strijdkrachten in Engeland tijdens WO II, p 23 , Uitgeverij Lannoo, Tielt, 2007. [Gedeeltelijk On Line beschikbaar]: https://www.seniorennet.be/Dossier/Boek/Belgen_in_engeland_tweede_wereldoorlog_1940_1945/de_weg_naar_tenby-belgie_capituleert.php [Laatst geraadpleegd 9 oktober 2021].
  7. L’armée belge de France en 1940, door Jean Jamart Col BEM Hre, uitgeverij Schmitz, Bastogne, 1994, p.77, p 78, p 167.
  8. Opperofficieren in het Belgisch leger: Een sociaal profiel van Belgische generaals aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, 1939-1940 [On line beschikbaar]: http://lib.ugent.be/fulltxt/RUG01/001/457/669/RUG01-001457669_2011_0001_AC.pdf , masterthesis Martin Boënne, Universiteit Gent [Laast geraadpleegd 4 september 2017]

2de Militaire Circonscriptie

Staf/2MilCir
Vanaf de vroege ochtend is het personeel op de staf van de 2de Militaire circonscriptie (Staf/2MilCir) aangekomen in de gebouwen aan de Meistraat waar zich ook het Provinciecommando van Antwerpen bevindt. De stafchef, Majoor SBH Branders, wordt rond 07u00 opgehaald aan het Centrury Hotel door zijn chauffeur Soldaat De Groot en treft kort na aankomst Luitenant-generaal Pouleur aan op de staf. Deze uit pensioen teruggekeerde generaal is met zijn 67 jaar één van de oudste gemobiliseerde Luitenant-generaals. De majoor geeft een kort overzicht van de Duitse aanval en brengt vooral de talrijke luchtaanvallen ter sprake, temeer daar ook Antwerpen tijdens de ochtend reeds verschillende luchtbombardementen te verwerken kreeg. Pouleur en Branders beklagen er zich over dat de staf van de circonscriptie in de huidige gebouwen dient te blijven en niet kan uitwijken naar zijn oorlogskantonnement in de grotendeels verlaten (TBC) Kazerne 10-11 (ook nog Sint-Laureinskazerne genoemd) van de oude Brialmontvesting. De oude kazerne werd slechts enkele weken voordien aangeduid als oorlogsstandplaats en is nog bijlange niet klaar. Bovendien zijn de telefoonlijnen nog niet in orde. Inmiddels is wel een detachement van het Territoriaal Transportkorps Antwerpen (Ter TptK Antwerpen) komen opdagen om een aanvang te maken met het inladen van de vele kisten met de administratie van de staf. Naast Luitenant-generaal Pouleur en zijn stafchef Majoor SBH Branders bestaat de staf uit de 1ste Kapitein Edouard Cox, secretaris, de Kapitein-commandanten Frayes de Veubeke en Brant en Kapitein SBH Marin die afgedeeld is door het IIde Legerkorps (II/LK). Daarnaast beschikt Pouleur nog over een delegatie van drie officieren van de 2de Directie van de Genie en de Versterkingen (2DirGnV) en de Directie der Militaire Gebouwen. Cdt Brant wordt belast met het operationeel maken van de CP in de Kazerne 10-11.

Van uit het Groot Hoofdkwartier (GHK) wordt een bevel uitgestuurd naar het 55ste Linieregiment (55Li), om zijn Iste Bataljon Instructie (I/55Li) tijdelijk ter beschikking te stellen van de 2de Militaire Circonscriptie om deel te nemen aan de territoriale verdediging van Antwerpen. Het 55Li is een Versterkings-en opleidingsregiment van de infanterie behorende tot het 2de Versterkings- en Opleidingscentrum (2VOC), dat in Antwerpen is gekazerneerd. Terwijl de rest van het 55Li zich klaarmaakt voor de verplaatsing naar zijn oorlogskantonnement te Waarschoot, wordt I/55Li onder bevel van het Provinciecommando ontplooid in een zone tussen het Albertkanaal, Wommelgem, Mortsel en de Schelde. De hoofdopdracht zal bestaan in het tussenbeide komen bij een eventuele luchtlanding. I/55Li zet zich te voet op weg naar zijn nieuwe opdracht. De commandopost van het bataljon wordt ondergebracht in Kazerne 10-11 waar later ook de Staf/2MilCir en het Provinciecommando Antwerpen zullen intrekken.

Rond 13u00 volgt een nieuwe luchtaanval op de stad door een formatie van een zestigtal vijandelijke vliegtuigen die in groepjes van drie de beide uiteinden van de autotunnel onder de Schelde met bommen van licht kaliber bestoken. De schade aan de tunnel is miniem en de meeste bommen vallen in de rivier of op het Sint-Annastrand. Het effect op de morele toestand van de stadsbewoners is echter veel aanzienlijker. Ook in de smalle Meistraat veroorzaakt dit een ware chaos. Talrijke burgers van allerlei pluimage dienen zich aan bij de beide staven en het verkeer in de straat zit muurvast. Uiteindelijk verhuist de Staf/2MilCir en het Provinciecommando Antwerpen naar de Kazerne 10-11. De communicatie met de overige militaire en burgerlijke autoriteiten loopt heel stroef aangezien niemand lijkt te weten dat de beide staven naar Kazerne 10-11 overgebracht zijn. Zelfs het Groot Hoofdkwartier is niet op de hoogte. LtGen Pouleur besluit om van de nood een deugd te maken en ziet wijselijk in dat, door de gebrekkige communicatie na de verhuis, het komen-en-gaan op zijn staf sterk verminderd is en dat de staf tot rust is gekomen.

Provinciecommando Antwerpen/2MilCir
Het Provinciecommando Antwerpen staat op 10 mei onder bevel van Generaal-Majoor Van Rolleghem die wordt bijgestaan door Kolonel van de reserve Sieben die de functie van Stafchef vervult. Net zoals het Provinciecommando Brabant is het Provinciecommando Antwerpen vanaf de afkondiging van Fase E van het mobilisatieplan, naar aanleiding van de Duitse aanval op België, verantwoordelijk voor de opvang van ‘administratief geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties’. Hier betreft het een 6.700-tal Duitsers die zich in Antwerpen bevinden en die zich bij het uitbreken van de oorlog moesten melden bij de verschillende Antwerpse politiebureaus. In veel gevallen betrof het Duitse joden, gevlucht voor het nazi-regime. In de Prekerskazerne, de Onderluitenant Dupontkazerne (Kazerne 7 – 8) en de Kazerne Generaal Drubbel (of Sint-Joriskazerne) wordt een verzamelcentrum voor de geïnterneerde buitenlanders ingericht. De omkadering en bewaking van de gevangenen werd toevertrouwd aan detachementen van het IVde Bataljon Wachters van Verkeerswegen en Inrichtingen (IV/GVCE). Dit bataljon werd op 8 mei vanuit West-Vlaanderen naar de stad Antwerpen gestuurd om er de 2Cie van XVII/GVCE te versterken. Het Provinciecommando Antwerpen voert het bevel over het aan de 2MilCir toegekende I/55Li en over het IVde en Vde Bataljon van het 1ste Regiment Speciale Vestingseenheden (1SVE). Dit regiment levert de bemanningen van 27 forten behorende tot de tweede fortengordel van Antwerpen en die ingericht werden als infanteriesteunpunten. Het Iste, IIde en IIIde Bataljon van deze eenheid staan onder tactisch bevel van de respectievelijke legerkorpsen in wiens korpszone de bataljons ingezet worden.

Provinciecommando Oost-Vlaanderen/2MilCir
In de Provincie Oost-Vlaanderen vervult Generaal-majoor Dubois de functie van Provinciecommandant. Hij wordt bijgestaan door Luitenant-kolonel Legat, Stafchef van het Provinciecommando. Omstreeks 04u00 vraagt Luitenant Legros van het Versterkings- en Opleidingscentrum van het Vervoerkorps (VOC/VK) vanuit de Kazerne Maagdendale te Oudenaarde transportsteun aan om het vernielingsdetachement van de 2Cie van het Bataljon Pontonniers, naar Burcht te transporteren. Het VOC/VK noch de Rijkswacht van Oudenaarde beschikken over de nodige voertuigen om de opdracht uit te voeren. Het Provinciecommando geeft opdracht om over te gaan tot de opeising van de nodige vrachtwagens. De Staf van XI/GVCE rapporteert in de loop van de voormiddag een bombardement op het station van Zottegem. Ook Luitenant van de Rijkswacht F. Bocken, districtscommandant van Sint-Niklaas, meldt verschillende bombardementen te Sint-Niklaas, Sint-Gillis-Waas en Melsele waarbij doden en gewonden vielen. Om 11u15 wordt de aankomst in Dendermonde gemeld van de eerste gemotoriseerde Franse troepen door  Lt Labenne van het 4de Regiment Grenadiers (4Gr). Het 4Gr neemt maatregelen om op het grondgebied van Dendermonde, de volgweg voor de Franse colonnes richting Antwerpen te jalonneren. Om 14u00 komt Majoor Scribe, hoofd van het Wervingsbureel Gent vergezeld door de heer de Hemptine, bediende bij het provinciebestuur van Oost-Vlaanderen aan op het Provinciecommando. de Hemptine is in het bezit van een telegram dat om 09u00 werd verstuurd door Luitenant-generaal Termonia, bevelhebber van de Passieve Luchtbescherming, gericht aan de provinciegouverneur. De gouverneur wordt verzocht om de het 1ste Territoriaal Bataljon (1TerBon) te mobiliseren. De Provinciecommandant geeft Maj Scribe om 14u35 het bevel om het 1TerBon onder de wapens te laten roepen door het Wervingsbureel van Gent. Het Provinciecommando wordt om 15u20 op de hoogte gebracht dat een Franse colonne werd gebombardeerd in Eeklo en dat er opstoppingen zijn ontstaan op de marsroute van het 7de Franse Leger. De Franse Lieutenant-colonel Lestoquoi, bevelhebber van een groepering verkenners, vraagt om de de wegen vrij te maken van alle verkeer. LtKol Legat begeeft zich naar Eeklo om de situatie te bespreken met de locale politie. Om 17u35 meldt de commandant van de rijkswachtbrigade van Aalst dat de stad om 16u30 werd gebombardeerd door de Duitse luchtmacht. Er werden vijf bommen gelost in de buurt van het station maar de treinsporen werden niet beschadigd. Een burger komt om bij het bombardement, twee andere raken gewond. Om 19u25 komt een bericht binnen van Adjudant van de rijkswacht Rosen van het district Dendermonde met de melding dat de twee Scheldebruggen in Dendermonde om 19u10 gebombardeerd werden. De nieuwe Scheldebrug tussen de Veerstraat en de Steenweg van Grembergen werd volledig vernield, de oude Scheldebrug raakte beschadigd, enkel het gedeelte voor voertuigen is nog bruikbaar het gedeelte met de treinsporen is beschadigd. Deze inlichtingen worden onmiddellijk doorgegeven aan de Staf/2MilCir. Luitenant graaf de Liedekerke van de staf van het X/GVCE meldt om 20u10 een nieuw grootscheeps bombardement op Aalst. De aanval vond plaats om 18u30 en viseerde het station, de Zeebergbrug over de Dender langs de Brusselsesteenweg (N9) en de electriciteitscentrale van Aalst. De electriciteitscentrale werd stilgelegd omdat een bom de machinekamer van de centrale volledig vernielde. Om 21u10 meldt de rijkswacht van Zomergem dat een Duits vliegtuig om 17u00 een noodlanding maakte tussen Zomergem en Merendree. Bij het vliegtuigwrak worden twee zwaar gewonde en twee andere leden van de vliegtuigbemanning aangetroffen, onder wie een Duitse officier [1]. De Groep Gent van de Territoriale Rijkswacht krijgt de opdracht om de gevangenen op te halen te Zomergem en ze naar de rijkswachtkazerne in de Kroonlaan te Elsene te brengen. Het Ter TptK Gent zal de nodige voertuigen ter beschikking stellen. Om 23u15 rapporteert Luitenant Van Reninghe van de Staf XIII/GVCE dat een Duits vliegtuig te Adegem, halfweg Eeklo en Maldegem omstreeks 17u00 een noodlanding moest maken na te zijn neergehaald door Britse jachtvliegtuigen. Van de vier bemanningsleden is er één omgekomen bij de crash, twee anderen waaronder een Hauptmann werden gewond afgevoerd naar een Brugs ziekenhuis en één Oberleutnant werd ongedeerd Krijgsgevangen genomen [2].

Provinciecommando West-Vlaanderen/2MilCir
Generaal-majoor Glorie, Provinciecommandant van West-Vlaanderen, is tevens in cumul commandant van de Maritieme Basis (MarBasis). Aan de vooravond van de oorlog heeft de Maritieme Basis het commando over het Marinekorps, I/5LA, 7/II/5LA, 37Li en 3Gr. Als hoofdopdracht moet de Maritieme Basis instaan voor de beveiliging van de havens van Zeebrugge, Oostende en Nieuwpoort evenals de bewaking van de territoriale wateren. Rond middernacht ontvangt het Provinciecommando de afkondiging van het algemeen alarm. Het alarmplan voorziet in de verhuis van de provinciestaf van Brugge naar het kasteel Serruys te Gistel, maar deze overbrenging gaat vooralsnog niet door. GenMaj Glorie blijft op aangeven van het Groot Hoofdkwartier (GHK) vooralsnog op de Provinciestaf te Brugge.

Staf/2MilCir
De ganse nacht lang lopen voortdurend valse meldingen binnen van luchtlandingen op de stad. De stafofficieren krijgen geen moment rust. De Regie Telegraaf en Telefonie (of RTT, de nationale telecommaatschappij) slaagt erin om toch enkele telefoonlijnen aan te leggen naar de Kazerne 10-11 en kan de beide staven een aantal oude abonneenummers van het burgernet toekennen waardoor het communicatieprobleem tijdelijk opgelost is. Ondertussen is ook de staf van de Franse 25ième Division Méchanique [25(FRA)DIM] aangekomen in de kazerne. Deze divisie is een onderdeel van het 7de Franse Leger [7(FRA)Leger] dat de verbinding tussen de Belgische en Nederlandse verdedigingsdispositieven tot stand moet brengen [3]. De gevechtseenheden van de 25(FRA)DIM bevinden zich rondom Breda en zouden volgens plan naar Tilburg moeten oprukken. De Franse divisiestaf krijgt telefoonnummer 261.13 toebedeeld en zal van uit de kazerne blijven opereren tot de aftocht van het Franse leger uit Nederland. Een bijzonder ontredderde burgemeester van Breda komt aan op de staf en vraagt om een vrijgeleide naar de Nederlandse ambassade te Brussel. De man vertelt hoe de stad aan zijn lot is overgelaten en dat de ongeveer 50.000 inwoners voor het oorlogsgeweld op de vlucht geslagen zijn richting Belgische grens. De man wordt voorzien van het nodige papierwerk de baan opgestuurd naar onze hoofdstad. In de loop van de avond komt een estafette van het Groot Hoofdkwartier per motorfiets toe om de eerste schriftelijke orders en het dagelijkse inlichtingsbulletin te overhandigen aan Luitenant-generaal Pouleur. Samen met de generaal lezen de nieuwsgierige stafofficieren hoe het Albertkanaal opgegeven wordt en het veldleger zich terugtrekt naar de K.W Stelling, onder dekking van het aan de Demer en de Gete opgestelde Cavaleriekorps.

Provinciecommando Antwerpen/2MilCir
Het Iste Bataljon Instructie van 55Li blijft gedurende de dag  zijn opdracht te Antwerpen verder uitvoeren onder het bevel van het Provinciecommando Antwerpen. Omstreeks 22u00 komt het bevel binnen van het GHK dat I/55Li Brussel onmiddellijk moet vervoegen. Opgeschrikt door de Duitse luchtlandingen nabij het Nederlandse regeringscentrum Den Haag en bij de 7de Infanteriedivisie (7Div) aan het Albertkanaal slaat de paniek voor luchtlandingsoperaties overal in het land toe. Een haastige verdediging van de hoofdstad tegen mogelijke Duitse luchtlandingsoperaties wordt opgezet onder leiding van Luitenant-generaal ridder Van Strydonck de Burkel, bevelhebber van de 1ste Militaire Circonscriptie (1MilCir). Voor deze opdracht worden zes instructiebataljons opgetrommeld, waaronder I/55Li. Het instructiebataljon dat reeds een opdracht uitvoert in en rond Antwerpen moet eerst worden afgelost vooraleer ze naar de hoofdstad kunnen vertrekken. Uiteindelijk wordt het 4de Eskadron Motorwielrijders van het 1ste Licht Regiment (4/II/1LR) van de Rijkswacht vanuit Brussel naar Antwerpen gestuurd om het I/55Li af te lossen. Kort na middernacht wordt het I/55Li te Antwerpen afgelost door het 4/II/1LR. Voor deze opdracht wordt het eskadron nog aangevuld met een aantal uit Limburg geëvacueerde Rijkswachters van de Rijkswachtbrigade van Genk. Deze laatsten krijgen een kleine autobus ter beschikking en worden ingezet als mobiele reserve om te reageren op meldingen van gelande parachutisten in en rond Antwerpen.

Staf/2MilCir
Na een tweede nacht vol onrust en slecht nieuws zitten de stafofficieren duidelijk in de put. Niemand blijkt te weten wat er nu te gebeuren staat. Wanneer genieofficier Luitenant SBH Hiernaux van de 2DirGnV aankomt en vertelt hoe een grote colonne van de 25(FRA)DIM te Brasschaat zwaar is aangevallen door de Luftwaffe, luisteren de officieren met de moed der wanhoop toe. De kazerne is daarenboven nog niet bevoorraad zodat er niets anders opzit dan de mess van de Sint-Joriskazerne (of Kazerne Luitenant-generaal Drubbel) te gaan plunderen. Het probleem van naar België gevluchte Nederlandse militairen neemt steeds groter proporties aan. De Staf/2MilCir geeft om 10u00 de nodige orders aan de Provinciecommando’s van Antwerpen en Oost-Vlaanderen om de Nederlandse militairen te verzamelen in leegstaande kazernes. In Antwerpen betreft het de Luchtbal en de Sint-Joriskazerne, in Gent de Leopoldkazerne. Luitenant-generaal Pouleur wordt door de Minister van Landsverdediging belast met de inrichting van bijkomende opvangcentra voor de jongeren van de Rekruteringsreserve. Hij moet ook instaan voor de bevoorrading van de nieuw op te richten opvangcentra. De opdracht wordt verder gedelegeerd naar het Provinciecommando van West-Vlaanderen

Provinciecommando Antwerpen/2MilCir
Het Provinciecommando Antwerpen krijgt opdracht om de geïnterneerde buitenlanders naar Frankrijk evacueren. Onder begeleiding van enkele pelotons van het IV/GVCE worden de gevangenen naar het Centraal-station gebracht. Hier wachten twee treinen van de SNCF die het 7(FRA)Leger naar Nederland hadden gebracht. De eerste trein vertrekt om 15u00, de tweede een half uur later. Slecht een beperkt detachement van IV/GVCE wordt meegestuurd want vanaf het station van Antwerpen-Zuid, waar het IIde Bataljon Versterking van het 56ste Linieregiment (II/56Li) op de trein stapt, is dit bataljon verantwoordelijk voor de bewaking en de omkadering van de gevangen tot de bestemming in Zuid-Frankrijk bereikt wordt. De geïnterneerden zijn pas de stad uit en er duikt al een nieuw probleem op. De provinciestaf moet zich bekommeren om de talrijke gevluchte Nederlandse militairen die Antwerpen binnenstromen. De staf laat de eenheden van de Versterkte Positie Antwerpen weten dat op twee locaties te Antwerpen een verzamelcentrum voor deze gevluchte militairen wordt ingericht: in de Luchtbalkazerne en in de kazerne Generaal Drubbel. De aldaar ingekwartierde detachementen van het IV/GVCE zullen voor de omkadering zorgen. In de loop van de voormiddag komt een detachement van zo’n 150 Nederlandse militairen met een 20-tal voertuigen aan in de Luchtbalkazerne. De Nederlanders behoren tot de 4de Compagnie van het Korps Motordienst en vormen de bevoorradingscolonne van de Peeldivisie. De troepen werden naar Zeeland gestuurd, maar kunnen door de hevige luchtaanvallen in Noord-Brabant de geplande reisweg van Breda naar Rosendaal niet meer volgen. Het detachement dat zich per se in veiligheid wil stellen binnen de VPA wordt opgevangen  door de 13Div en doorgestuurd naar de Luchtbalkazerne.

Provinciecommando Oost-Vlaanderen/2MilCir
Kapitein-commandant Heyndericks, bataljonscommandant van VII/GVCE neemt contact op met het Provinciecommando omdat hij heeft op de radio gehoord heeft dat alle reclamepanelen van het merk Pacha Chicorei [4] verwijderd moeten worden en wil weten of zijn bataljon dit ook moet aanpakken. De provinciestaf bevestigt, en vraagt tevens om alle voertuigen van deze fabrikant tegen te houden en door te sturen naar de Opeisingscommissie 56 op de wijk Sterre.

Affiche met richtlijnen voor de bevolking met betrekking tot het rapporteren van de landing van vijandelijke parachutisten.

Affiche met richtlijnen voor de bevolking met betrekking tot het rapporteren van de landing van vijandelijke parachutisten.

Provinciecommando West-Vlaanderen/2MilCir
Op bevel van Generaal-majoor Glorie, Provinciecommandant van West-Vlaanderen, worden vier nieuwe verzamelcentra ingericht om de jongeren van de Rekruteringsreserve tijdelijk te hergroeperen in West-Vlaanderen:

  • Iste Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve – Ieper, Luitenant-kolonel Pinte
  • IIde Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve – Kortrijk-Menen, Kolonel Burck
  • IIIde Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve – Poperinge, Kolonel Vanhaubergh
  • IVde Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve – Roeselare, Luitenant-kolonel André van Derton

De plaatscommandanten van Ieper, Kortrijk, Poperinge en Roeselare zijn verantwoordelijk voor de inrichting van de opvangcentra.

Staf/2MilCir
De Franse Capitaine de Frégatte de Maupéou, marineattaché bij het Groot Hoofdkwartier, heeft een verzoek ingediend bij de Belgen om alle havensleepboten uit de Antwerpse dokken te laten evacueren. De staf van Luitenant-generaal Pouleur organiseert de aftocht van de ongeveer 35 slepers uit de haven via de Schelde naar onze kust. 

Provinciecommando Antwerpen/2MilCir
Het Provinciecommando Antwerpen wordt door het GHK op de hoogte gebracht dat bij een eventuele evacuatie van Antwerpen het IV/GVCE  en het XVII/GVCE respectievelijk naar Torhout en Brugge moeten uitwijken waar ze onder bevel van het Provinciecommando West-Vlaanderen geplaatst zullen worden [5]. Het Plaatscommando Brasschaat wordt opgegeven en de Plaatscommandant LtKol André van Derton moet zich samen met zijn staf zo snel als mogelijk naar Roeselare begeven om er het commando van het IVde Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve over te nemen. Vooral de anti-parachutisten opdracht zorgt voor veel nodeloos heen en weer gerij te wijten aan talrijke valse alarmen. In ons land heerst tijdens de eerste oorlogsweek een ware parachutistenkoorts (toen ook al naar verwezen als ‘parachutitis’ ) en het gonst van geruchten over mogelijke luchtlandingen. Zo wordt het rijkswachtdetachement uitgestuurd om een vermeende parachutist te arresteren. De man wordt binnengebracht in het wachtlokaal van de Kazerne 10-11, vastgebonden op een stoel en onder schot gehouden. Bij ondervraging blijkt het om de Consul Generaal van de Verenigde Staten te gaan. Na tussenkomst van de kanselarij van het consulaat wordt de consul vrijgelaten.

Staf/2MilCir
Nu het duidelijk geworden is dat de vijand binnen een aantal dagen voor de Versterkte Positie Antwerpen mag verwacht worden, blijft er voor 2de Militaire Circonscriptie binnen de stad en provincie Antwerpen nog maar weinig weggelegd. Luitenant-generaal Pouleur mag dan nog wel het tactisch commando hebben van alle forten van de binnen- en buitengordel die buiten het operatiegebied van het IVde en Vde Legerkorps vallen, maar ook deze taak heeft geen zin meer. De enige twee bolwerken die binnen deze categorie vallen zijn de forten van Breendonk en Bornem en die worden reeds sinds de eerste oorlogsdag door het Groot Hoofdkwartier gebruikt. Pouleur vraagt dan ook om nieuwe instructies, in de hoop de toestemming te krijgen om Antwerpen te verlaten. Majoor SBH Branders en Kapitein-commandant Brant starten inmiddels met het klaarmaken van het transport voor de aftocht.

Provinciecommando Antwerpen/2MilCir
Het Provinciecommando van Antwerpen krijgt opdracht om de Nederlandse militairen onder hun hoede, met hun wapens en munitie, door te sturen naar Terneuzen zodat ze daar de strijd met het Nederlandse leger kunnen voortzetten. De betrokken militairen worden in Antwerpen-Zuid met hun materieel opgeladen in treinwagons en via Gent naar Terneuzen gebracht. Het Provinciecommanco Antwerpen gaat ook over tot de mobilisatie van het 2de en het 3de Territoriaal Bataljon. Deze bataljons lichte infanterie komen onder bevel te staan van de Provinciestaf en worden ingezet in steun van de Passieve Luchtbescherming in de provinciehoofdstad. De compagnies van de territoriale bataljons zullen worden ingezet voor brandbestrijding, als brancardiers en als puinruimers in geval van vijandelijke bombardementen op de stad. De bataljons hebben geen eigen transportmiddelen en beschikken niet over zware wapens. De eenheden zijn samengesteld uit oudere reservisten en dienen normaliter over een dotatie aan brandblus- en reddingsmaterieel te beschikken. Het 2de Territoriaal Bataljon (2TerBon) mobiliseert ‘s avonds in het “Hotel Amerika” in de Duboisstraat 43 te Antwerpen, terwijl het 3de Territoriaal Bataljon (3TerBon) wordt gemobiliseerd in het politiekantoor aan de Pierenbergstraat op ‘t Kiel. Er is echter geen reddingsmaterieel voor handen. Tijdens de avond bezorgt de lokale politie enkele vrachtwagens en voertuigen van de brandweer, waarmee een detachement naar het genie-depot van Hemiksem wordt gestuurd in de hoop om daar toch aan de nodige uitrusting te komen. Het 4Esk van II/1LR wordt te Antwerpen om 19u00 door de Staf/Provinciecommando in allerijl naar de Groenplaats gestuurd omdat er vijandelijke para’s zouden geland zijn die de 25ste en 27ste Batterij van het 1ste Regiment Grondverdediging tegen Luchtdoelen bedreigen. Het 4/II/1LR zal er echter geen parachutisten aantreffen.

Staf/2MilCir
Omstreeks 15u00 krijgt de staf van het GHK de toestemming om Antwerpen gedeeltelijk te verlaten omdat de limiet tussen de “legerzone” gecontroleerd door de Territoriale Dienst van de Legerzone (STZA) en de “achterwaartse zone” gecontroleerd door 2MilCir steeds meer richting Antwerpen opschuift. Het gros van de vrachtwagens vertrekt onmiddellijk richting Gent onder leiding van Majoor SBH Branders. Luitenant-generaal Pouleur blijft nog enige tijd ter plekke, samen met twee officieren (Cdt Fraeys de Veubeke en Kapt SBH Woirin) en een beperkt secretariaat. Twee auto’s, een bestelwagen en twee motorfietsen worden achtergelaten voor dit detachement. Majoor Branders laat zijn colonne vertrekken rondom 16u00 en trekt via de autotunnel onder de Schelde richting Beveren-Waas en Sint-Niklaas. De militairen rijden Gent binnen en zoeken het provinciecommando van Generaal-majoor Dubois op. De staf uit Antwerpen begeeft zich vervolgens naar het Instituut Sint-Camillus te Sint-Denijs-Westrem dat in gereedheid werd gebracht om als commandopost van de 7de Infanteriedivisie te dienen, maar niet in gebruik zou zijn. Bij aankomst ontdekt Branders echter dat het Groot Hoofdkwartier hier zal geïnstalleerd worden en de 2de Militaire Circonscriptie hier niet langer welkom is. Er wordt dan maar teruggereden naar Gent en de staf overnacht op het provinciecommando.

Het Kasteel Claeys-Bouüaert te Mariakerke waar de Staf/2MilCir op 16 mei zijn intrek nam.

Het Kasteel Claeys-Bouüaert te Mariakerke waar de Staf/2MilCir op 16 mei zijn intrek nam.

Staf/2MilCir
De zoektocht naar een nieuw onderkomen leidt Majoor Branders naar het Kasteel Claeys-Bouüaert te Mariakerke. Tijdens de late middag komt hier ook het commando van de Wegenregelingsgroepering toe. Majoor Branders heeft geen telefonisch contact meer met Luitenant-generaal Pouleur te Antwerpen en vreest dat zijn chef gedood of gevangen genomen is.

Provinciecommando West-Vlaanderen/2MilCIr
Generaal-majoor Glorie wordt ontheven van zijn commando en vervangen door Luitenant-kolonel SBH Requette. Requette is echter bijzonder ontevreden met deze opdracht zonder uitzicht op deelname aan de gevechten en richt zich tot zijn promotiegenoot en persoonlijke vriend Luitenant-generaal Michiels om een onmiddellijke overplaatsing aan te vragen. Michiels gaat op het verzoek in en duidt Luitenant-kolonel Requette aan als stafchef van het Vde Legerkorps. Het provinciecommando komt hierdoor in handen van Kapitein-commandant Colpin, adjunct van Generaal-majoor Glorie.

Staf/2MilCir
Een motorrijder uit Antwerpen komt aan te Mariakerke en kan melden dat generaal Pouleur onderweg is en dat hij die zelfde avond zal aankomen. Pouleur duikt op rondom 18u00, gevolgd door Kolonel van de Reserve Slagmolen van het Regiment Speciale Vestingseenheden uit Antwerpen. De door de chaotische evacuatie van zijn regiment zwaar aangeslagen Slagmolen verhaalt hoe het merendeel van zijn compagnies zonder enige transportmiddelen een groot deel van hun mitrailleurs hebben moeten achterlaten in de forten om de stad en hoe zijn troepen vervolgens overgeheveld werden naar de infanteriedivisies.

Provinciecommando Antwerpen/2MilCir
Naar aanleiding van het bevel om de VPA te ontruimen wordt het Provinciecommando Antwerpen teruggetrokken achter de Schelde. De Stafchef Kolonel Res Siebens wordt samen met de rest van de provinciestaf richting Frankrijk gestuurd. Generaal-majoor Van Rolleghem krijgt als taak zich te bekommeren om de evacuatie van de resterende in Antwerpen vastgehouden Nederlandse militairen naar Oostende.

Staf/2MilCir
Het Kasteel Claeys-Bouüaert te Mariakerke wordt ontruimd en generaal Pouleur en zijn staf vertrekken naar Brugge. Met heel wat zoekwerk wordt een nieuwe standplaats voor de staf gevonden in een grote villa aan de steenweg van Brugge naar Oostende te Snellegem. De staf kan een verbinding tot stand brengen met het Groot Hoofdkwartier via een enkele telefoonlijn en de burgercentrale van Jabbeke.

Provinciecommando Oost-Vlaanderen/2MilCir
Op 18 mei wordt om 14u00 beslist om het veldleger terug te trekken achter de Leie. Hierop wordt om 16u00 het Provinciecommando Oost-Vlaanderen opgeheven. Nu het gros van het grondgebied van de provincie in de frontlinie zal komen te liggen, heeft het geen zin meer om nog territoriale bevoegdheden uit te oefenen. Het deel van de provincie dat nog door de Belgen gecontroleerd wordt, gaat over naar het Provinciecommando West-Vlaanderen. Generaal-majoor Dubois wordt naar het MLV te Oostende gestuurd in afwachting van een nieuwe opdracht. Het personeel van de Provinciestaf krijgt het bevel om hun respectievelijke Versterkings-en Opleidingscentra (VOC) in Frankrijk te vervoegen. Dit zal gebeuren onder bevel van LtKol Legat, Stafchef van het Provinciecommando Oost-Vlaanderen. De colonne voertuigen begeeft zich eerst naar Veurne en vervolgens naar Abbeville waar ze op 20 mei nog net voor de aankomst van de Duitse voorhoede de Somme kunnen oversteken.

Provinciecommando West-Vlaanderen/2MilCir
Generaal-majoor Dubois, voormalig provinciecommandant van Oost-Vlaanderen neemt om 16u00 het bevel van het Provinciecommando West-Vlaanderen over van Kapitein-commandant Colpin. Het Provinciecommando West-Vlaanderen zal als laatste overblijvend Provinciecommando zijn taak tot het einde van de veldtocht voortzetten.

Staf/2MilCir
Maj SBH Branders gaat langs op het Groot-Hoofdkwartier te Sint-Andries om de orders en inlichtingenbulletins van de afgelopen dagen op te halen.

Staf/2MilCir
De staf van LtGen Pouleur laat twee detachementen Rijkswachters samenstellen om het probleem van de talrijke uit Zeeland gevluchte Nederlandse militairen onder controle te krijgen. De beide detachementen van ongeveer 50 rijkswachters worden samengesteld van de te Roeselare verzamelde Rijkswachters van diverse territoriale brigades te lande. Een detachement wordt de stad Brugge ingestuurd en een detachement naar de Oostkust, met als opdracht elke Nederlandse militair door te sturen naar de kazerne Generaal Mahieu van het 3de Linieregiment te Oostende. De kazerne te Oostende wordt in gereedheid gebracht voor de opvang van de naar schatting 4.000 ronddolende Nederlanders. Eens aangekomen te Oostende krijgt elke soldaat een half rantsoen brood en vlees in blik, met de waarschuwing dat indien de Nederlanders zich niet aan de bevelen van de Belgen zouden onderwerpen, elke verdere uitdeling zal herleid worden tot een kwart rantsoen.

Provinciecommando West-Vlaanderen/ 2MilCir
Ter bevestiging van bevel 9643 van 19 mei 1940, uitgevaardigd door het Groot Hoofdkwartier, laat het provinciecommando een reeks bijkomende Verzamelcentra voor Geïsoleerde Militairen van het Leger inrichten in de volgende locaties:

  • Landegem: 1ste Infanteriedivisie, 16de Infanteriedivisie, 18de Infanteriedivisie
  • Astene: 2de Infanteriedivisie, 4de Infanteriedivisie, 5de Infanteriedivisie
  • Bellem: 3de Infanteriedivisie
  • Kaprijke: 6de Infanteriedivisie, 17de Infanteriedivisie
  • Pervijse: 7de Infanteriedivisie
  • Olsene: 8ste Infanteriedivisie, 9de Infanteriedivisie, 10de Infanteriedivisie, 1ste Divisie Ardense Jagers, 2de Divisie Ardense Jagers
  • Waarschoot: 11de Infanteriedivisie, 13de Infanteriedivisie
  • Zomergem: 12de Infanteriedivisie
  • Diksmuide: 14de Infanteriedivisie
  • Oostende: 15de Infanteriedivisie
  • Stekene: 1ste Cavaleriedivisie, 2de Cavaleriedivisie
  • Ieper: Hulptroepen

Staf/2MilCir
Van op de staf te Snellegem wordt ook het probleem van de Duitse krijgsgevangenen te Lombardsijde en in het militair hospitaal te Oostende bestudeerd. Deze krijgsgevangenen zullen uiteindelijk overgedragen worden aan de achterhoede van het Franse 7de Leger zodat tegen het eind van de veldtocht nog maar weinig Duitsers in handen van de Belgische militaire overheid zullen zijn. Generaal Pouleur speelt een rol in het organiseren van de uittocht van de Rekruteringsreserve naar Frankrijk. Zoveel mogelijk jongeren werden reeds direct van uit geïmproviseerde opvangcentra te Roeselare, Ieper en Poperinge de Franse grens over gestuurd, maar een belangrijk deel wordt ook te Oostende samengebracht in de hoop om een evacuatie via de zee te realiseren. Van dit plan komt niets in huis, slechts een beperkt aantal jongeren zal in Engeland toekomen. Om 12u00 krijgt LtGen Pouleur het bericht van Kolonel SBH Gilbert, kabinetschef van de Minister van Landsverdediging dat het 2MilCir wordt opgeheven en dat hij zijn bevoegdheden moet overdragen aan Luitenant-generaal Mozin, commandant van de Territoriale Dienst van de Legerzone (STZA). Na overgave van zijn bevoegdheden moet hij zich met zijn staf zo snel mogelijk naar Le Havre begeven om daar de regering te vervoegen.

Provinciecommando West-Vlaanderen/2MilCir
Nu de 2MilCir opgeheven is, wordt het territoriale commando van het achtergebied overgegeven aan Generaal-majoor Dubois. Het Provinciecommando West-Vlaanderen wordt omgedoopt tot Militaire Regio Vlaanderen en wordt bevoegd voor het niet-bezette landsgedeelte ten westen van het Afleidingskanaal van de Leie en de Leie. De staf van de nieuwe Militaire Regio Vlaanderen blijft verder werken aan de Ezelstraat 60 te Brugge.

Het probleem van de waterbevoorrading in de provincie West-Vlaanderen wordt steeds groter. De nieuwe veldbakkerij van het leger te Gistel die op een productiecapaciteit van 360,000 broden per dag mikt, zit met veel te weinig water. Er zijn tonnen noch vrachtwagens voorhanden om de installaties te bevoorraden en het probleem van de voedselbevoorrading in het onbezette deel van het land tekent zich aan.

Staf/2MilCir
Nu het nieuws van de vijandelijk inname van Abbeville en de omsingeling van de geallieerde legers in het noorden bevestigd is, roept generaal Pouleur zijn staf samen voor een rondvraag over wat er nu dient te gebeuren. Maj SBH Branders promoot de idee om per schip trachten te ontkomen naar Frankrijk. Na enige discussie besluit men toch te vertrekken en zo belandt de 28 man tellende staf op de pier van Zeebrugge waar tijdens de avond gestart wordt met de inscheping aan boord van een het vissersvaartuig Gods Genade (H.75) bemand door het Marinekorps. Het gros van de administratie van de staf wordt eerst nog het water in geworpen en rond 23u00 steekt het schip van wal samen met enkele andere vaartuigen van het 2de Smaldeel van het Marinekorps. De afvaart vindt plaats bij laagtij en in de duisternis loopt de H.75 vast op een zandbank in de havengeul van Zeebrugge. De H.75 dient eerst te worden losgetrokken alvorens de tocht kan worden verder gezet. De riviersleepboot Baron de Maere wordt hiervoor aangeduid maar tot overmaat van ramp blokkeert hierbij de schroef van de Baron de Maere door een onhandig manoeuvre met de sleepkabel. De H.75 raakt los en de flottieljecommandant, Luitenant Seron beslist de reis verder te zetten richting Oostende.

Staf/2MilCir in Engeland
Het Belgische flottielje wordt kort na het middaguur opgeschrikt door een geweldige explosie. Het op sleeptouw genomen vrachtschip s/s Sigurds Faulbaums wordt getorpedeerd door de Duitse onderzeeboot U-9 en zinkt. Na het incident laat Lt Seron koers zetten naar de overkant van het kanaal. Aan het eind van de dag gaat het flottielje voor anker in de Downs, voor de kust van het graafschap Kent, waar ze de rest van het Marinekorps vervoegen. De vaartuigen worden bevoorraad door de Britten en gaan voor anker. Niemand mag aan wal gaan. Aan boord van de H.75 overnachten heel wat militairen, waaronder ook Maj SBH Branders, op het dek.

Militaire Regio Vlaanderen
Generaal-majoor Van Rolleghem, ex-provinciecommandant van Antwerpen, lost Generaal-majoor Dubois af als provinciecommandant van de Militaire Regio Vlaanderen. Generaal-majoor Dubois wordt aangesteld als Commandant artillerie van het IV/LK.

Staf/2MilCir in Engeland
Kort na de middag worden de ankers gelicht en zet de vloot zich in beweging richting Dover. De motor van de H.75 heeft het begeven en het vissersvaartuig wordt op sleeptouw genomen door de Theo Nathalie (Z.8), een vissersboot bemand door het Marinekorps. Te Dover worden de schepen onderschept door een destroyer van de Royal Navy die de Belgen terugstuurt naar Margate. Zo belanden de Belgen opnieuw in de Downs en gaan er voor anker. De Staf/2MilCir moet noodgedwongen een tweede overnachting op zee maken.

Staf/2MilCir in Engeland
Na heel wat discussie met de Britten, krijgt de vloot van het Marinekorps de toestemming om door te varen naar Dartmouth. Het gerucht loopt dat van daar uit de Ierse Zee zal opgevaren worden. Luitenant-generaal Pouleur krijgt er genoeg van en dringt aan om de rest van het leger in Frankrijk te vervoegen. De vloot splitst op en terwijl de meeste vaartuigen de reis naar het Dartmouth aanvatten, stappen Pouleur, zijn officieren en de rest van de staf over op de A6 van Luitenant Massart die hen naar de haven van Ouistreham nabij Caen zal brengen [6].

De A6, een patrouilleboot van het Marinekorps, die de Staf/2MilCir naar Frankrijk bracht.

Staf/2MilCir in Frankrijk
Tijdens de ochtend loopt de A6 de Normandische kust aan. Het schip gaat voor anker in de monding van de Orne te Ouistreham en wacht verdere bevelen af van LtGen Pouleur. Rond 10u00 worden de 1ste Kapitein Cox en Kapitein-commandant Frayes de Veubeke van de Staf/ 2MilCir met een sloep aan land gebracht om in Ouisterham telefonisch contact op te nemen met de Franse of Belgische militaire overheden. Een kwartiermeester en zes matrozen roeien beide gezanten naar de kade. Enkele uren later keren beide officieren terug met een opdracht van de Franse Admiraliteit van Cherbourg om door te varen tot in de haven van Caen waar ze omstreeks 14u00 toekomen. Enkel LtGen Pouleur gaat aan land en wordt ontvangen door de Franse Colonel Breveté Loisillon (TBC kan ook Loizillon zijn), Commandant du Groupe de subdivisions Caen, een Frans territoriaal commando. Colonel BEM Loisillon laat verstaan dat het detachement zal worden doorgestuurd naar L’Aigle, een verzamelpunt voor Belgische militairen ten zuiden van Rouen. De generaal kan de Fransen slechts met moeite overtuigen dat hij opdracht heeft om het Belgisch Ministerie van Landsverdediging in Le Havre te vervoegen. De Fransen wijzen erop dat de Belgische regering zich nu in Poitiers bevindt en dat ze geen voertuig ter beschikking kunnen stellen om de Belgische generaal naar Poitiers te brengen en dat de genaraal maar per trein naar het zuiden hoeft af te reizen. De manschappen van de Staf/2MilCir mogen de A6 verlaten en worden gekazerneerd (geïnterneerd is een betere omschrijving) in de artilleriekazerne Clausel (TBC – kan ook de “caserne d’artillerie Claude Decaen” zijn). De generaal en de stafofficieren overnachten dan nog maar eens aan boord van de A6.

Staf/2MilCir in Frankrijk
Rond 06u00 vertrekken LtGen Pouleur en Cdt Frayes samen om op zoek te gaan naar het ministerie te Poitiers. In Caen wordt hen een auto ter beschikking gesteld door de Vliegschool (EPil) die zich sinds 16 mei op het nabijgelegen vliegveld van Caen-Carpiquet bevindt. De stafofficieren mogen een kantonnement opzoeken in de stad, een privilege waar alleen Cdt Brant gebruik van maakt, de rest verblijft bij de manschappen in kazerne Clausel. Nadat de A6 zijn passagiers heeft afgezet, verlaat het schip de haven van Caen om zich terug naar Ouistreham te begeven waar ze zich kunnen herbevoorraden. Maj SBH Branders gaat op verkenning in de stad Caen in afwachting van nieuwe orders.

Staf/2MilCir in Frankrijk
In de ochtend verneemt het detachement van 2MilCir te Caen het nieuws van de Belgische capitulatie. De houding van de Fransen jegens de Belgen wordt steeds vijandiger in die mate dat Maj SBH Branders, nu detachementscommandant, een onderhoud vraagt bij Colonel Loisillon om te horen of LtGen Pouleur geen bericht voor zijn detachement heeft achtergelaten. De Franse kolonel laat Maj Branders door een planton (een secretariaatsbediende) weten dat hij niet zal ontvangen worden, noch door hem noch door een van zijn officieren. Er rest hem niets anders dan terug te keren naar zijn logement. 

Staf/2MilCir in Frankrijk
Het detachement in Caen heeft nog steeds geen nieuwe orders ontvangen. Maj SBH Branders beslist dan maar om een nieuwe poging te wagen om in contact te treden met Colonel Loisillon. Dit keer wordt hij niet afgewimpeld, maar ook niet goed ontvangen. Hij krijgt te horen dat de Fransen voor zijn detachement een treintransport zullen organiseren naar een onbepaalde bestemming. Terwijl Maj SBH Branders bij de Plaatscommandant van Caen afspraken maakt om de bagage van de manschappen naar het station te laten brengen ontmoet hij er een Nederlandse Kapitein. De Nederlander is belast met de organisatie van het transport van gevluchte Nederlandse militairen van Caen naar Douvres, waar ze zullen ingescheept worden naar Engeland. Maj SBH Branders speelt met het idee om de het Nederlands detachement naar Douvres te vergezellen en treft de nodige regelingen. Op dat ogenblik komt Cdt Frayes de Veubeke terug uit Poitiers met nieuws van LtGen Pouleur. De generaal heeft een kantonnement gevonden te Les Ormes, enkele kilometers ten noorden van Châtellerault langs de baan van Tours naar Poitiers. Het detachement van 2MilCir zal er worden aangehecht aan de Technische Dienst van de Transmissietroepen (ST TTr) die een kantonnement hebben ingericht op het domein van het kasteel D’Argenson [7]. Tevens zal een transport worden ingericht om het detachement van 2MilCir de volgende ochtend op te halen en naar Les Ormes te brengen. 

Staf/2MilCir in Frankrijk
Om 05u00 ’s ochtends meldt een luitenant van de Gidsen zich aan te Caen in de kazere Causel met drie nieuwe GMC vrachtwagens om de manschappen en bagage van de Staf/2MilCir op te halen en naar Les Ormes te brengen. Via een omweg langs Normandië om Le Mans te vermijden bereikt het detachement Les Ormes tegen 14u30. De manschappen van de ST TTr hebben zich met hun familie geïnstalleerd in half afgewerkte houten barakken op het kasteeldomein. Er is geen plaats meer voor de nieuwkomers die dan maar ondergebracht worden in de historische schaapsstallen van het kasteel. LtGen Pouleur zelf heeft een logement gevonden in het kasteel. 

Staf/2MilCir In Frankrijk
De volgende ochtend begeeft Maj SBH Branders zich met Cdt Cox naar Poitiers om nieuwe orders in ontvangst te nemen. Wanneer ze om 08u00 in Poitiers toekomen ontmoeten ze LtKol SBH De Schrijver en Majoor Houtem van het kabinet van de minister. Zij verwijzen het tweetal door naar het gebouw van de Kamer van Koophandel waar het MLV zich bevindt. In de wandelgangen van het MLV ontmoet Maj SBH Branders de Generaal-majoor Victor Van Daele die op punt staat aangeduid te worden als de nieuwe divisiecommandant van de 7de Infanteriedivisie. Wanneer de delegatie van het 2MilCir uiteindelijk binnengelaten worden op het kabinet krijgen ze te horen dat ze nog verder dienen te wachten op nieuwe instructies.

Na de capitulatie

Staf/2MilCir in Frankrijk
Op 3 juni wordt Luitenant-generaal Pouleur aangesteld als Inspecteur-Generaal van het Leger. Hij vult deze functie in tot bij de terugkeer uit Frankrijk. Op 22 juni ondertekent Frankrijk te Compiègne een wapenstilstandsverdrag met de Duitsers. In het verdrag staat onder meer vermeld dat Frankrijk er zich toe verbind de aanwezige Belgische militairen ten zuiden van de demarcatielijn te ontwapenen en aan Duitsland uit te leveren. Duitsland wil kost wat kost voorkomen dat de ongeveer 180.000 Belgische militairen nog naar Engeland zouden worden overgebracht om daar de strijd voort te zetten. Ook dient alle Belgisch materieel aan de Duitsers te worden overgedragen. Hiervoor wordt de Algemene Dienst der Depots van Belgisch Materieel in Frankrijk opgericht. Majoor SBH Maurice Branders en Kapitein-commandant Raymond Brant gaan over naar deze dienst. Op 24 augustus neemt Cdt Brant te Layrac het depot van de Technische Dienst der Transmissietroepen over. Maj SBH Branders gaat over naar de Staf van deze algemene dienst die zich te Villeneuve-sur-Lot bevindt. Hij wordt adjudant-majoor van Generaal-majoor Feaux, directeur van de Algemene Dienst der Depots van Belgisch Materieel in Frankrijk.

Bibliografie en Bronnen

  1. Achtergrondinformatie bij de crash van de He-111P “B3 + BS” van het 8/III/Kampfgeschwader 54 te Durmen (Merendree) [On Line Beschikbaar]: https://aircrewremembered.com/KrackerDatabase/?q=Ludwig&qand=Heppe&exc1=&exc2=&search_only=&search_type=exact  [Laatst geraadpleegd 27 juli 2025]. Informatie: “10 May, 1940 after his engines were heavilly riddled by attacking Hurricanes and MS-406s of GC III/1. Uffz Karl Reinhardt made a force landing at Merendree, where the whole crew was taken prisoner. Remaining crew (POW): Lt Ludwig Heppe, Observer; Willi Reinhardt, Radio Operator and Uffz Gerhard Geppert, Mechanic“. Achtergrondinformatie bij Leutnant Heppe [On Line beschikbaar]: https://www.ww2.dk/lwoffz.html Luftwaffe Officer Career Summary, Section G – K [Laatst geraadpleegd 31 juli 2025].
  2. Achtergrondinformatie bij de crash van de He-111H “B3+AS” van 8/III/Kampfgeschwader 54 te Adegem nabij Eeklo [On Line beschikbaar]: https://aircrewremembered.com/KrackerDatabase/?q=stadelmayr&qand=&exc1=&exc2=&search_only=&search_type=exact  [Laatst geraadpleegd 6 augustus 2025]. Informatie: De IIIde Groep van Kampfgeschwader 54 kreeg in de namiddag van 10 mei de opdracht om spoorlijnen en stations te bombarderen in de driehoek Gent-Brussel-Antwerpen. Meerder vliegtuigen van III/KG54 werden door Britse jachtvliegtuigen onderschept en neergehaald. Zo verloor de 8ste Staffel zes van de twaalf Heinkel 111 vliegtuigen. Ook het vliegtuig van de Staffelkapitän (of squadron leader) Hauptmann Friedrich Stadelmayr werd neergehaald en moest een noodlanding maken tussen Eeklo en Maldegem. Hijzelf raakte gewond en werd samen met de boordtechnicus Feldwebel Wolf die ook verwond werd overgebracht naar een hospitaal in Brugge. Bij de crash kwam de radio-operateur Stabfeldwebel Huckelmann om het leven en werd Oberleutnant Kriegskotte krijgsgevangen genomen. Achtergrondinformatie bij Hauptmann Stadelmayr [On Line beschikbaar]: https://www.ww2.dk/lwoffz.html Luftwaffe Officer Career Summary, Section s – z [Laatst geraadpleegd 31 juli 2025].
  3. Ten noorden van de Belgisch-Nederlandse grens was er geen aansluiting met het Nederlands verdedigingsdispositief. De Nederlanders hadden zich opgesteld ten noorden van de Rijn waardoor er een gapende opening bestond tussen de Belgische en Nederlandse verdedigingslinies. Dit werd reeds in november opgemerkt door de Franse Generaal Gamelin die een plan liet uitwerken om het 7(FRA)Leger in te zetten tussen de stellingen van de Belgen en de Nederlanders. In zijn order N° 5 van 20 maart 1940 bevestigt Generaal Giraud, commandant van het 7(FRA)Leger , dat zijn eenheid in staat moet zijn om “tout en conservant ses anciennes missions, qui passent à l’arrière plan, a reçu une mission nouvelle d’une importance capitale qui consiste à assurer la liaison entre les armées belge et hollandaise dans la région Nord-Est d’Anvers“. Generaal Giraud beschikt hiervoor over twee legerkorpsen en een “Division Légère Mécanique“, alles tesamen het equivalent van 8 divisies. “L’Armée Giraud en Hollande (1939-1940)”, door Lerecouvreux, Nouveaux Editions Latines, Paris, 1956. [Partieel On Line beschikbaar][Laatst geraadpleegd 22 juli 2019].
  4. Achter het reclamebord in emaille van “Pacha Cichorei” schuilt de paranoia die werd aangewakkerd door de Belgische pers tijdens de inval van de Duitsers in 1940. De bevolking werd opgeroepen om de reclamepanelen te verwijderen omdat op de achterkant geheime informatie zou staan voor Duitse spionnen. Achtergrondinformatie [On Line beschikbaar]: https://websporen.wordpress.com/pacha/ [Laatst geraadpleegd 4 april 2025].
  5. Nota Nr 9459 van 13 mei 1940, opgesteld door het GHK/DSA met als onderwerp “Points de rassemblement des GVCE en cas de repli”. Deze nota geeft voor de zeventien bataljons GVCE die nog ontplooid zijn in de provincies Brabant, Namen en Antwerpen hun toekomstige bestemming in Oost- of West-Vlaanderen. In de nota wordt ook gezinspeeld op een mogelijke evacuatie van de GVCE bataljons naar Frankrijk “Les Commandants de Province activeront la remise en ordre des bataillons GVCE en vue de leur transfert probable imminent en France“. De nota bevindt zich in het dossier GVCE in het archief van het Koninklijk Legermuseum.
  6. Volledige naamlijst van het personeel van de Staf/2MilCir die door de A6 van ons Marinekorps in Caen werd afgezet is [On Line Beschikbaar]: https://marinebelge.be/ [Laatst geraadpleegd 9 oktober 2021].
  7. Achtergrondinformatie bij het Château d’Argenson te Maillé (nabij Les Ormes) waar het ST TTr een kantonnement innam [On Line beschikbaar]: https://fr.wikipedia.org/wiki/Ch%C3%A2teau_d%27Argenson [Laatst geraadpleegd 21 juli 2025].
  8. Uitvoerig getypt verslag opgesteld in het Frans op 2 februari 1946 door Maj SBH Branders, stafchef van de 2MilCir. Het verslag behelst de periode van 10 mei tot 1 juni en bevindt zich in het dossier Territoriale Commando’s bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV), Ministerie van Defensie.
  9. Uitvoeringsverslag van de gebeurtenissen die plaatsvonden op 10 mei in de Provincie Oost-Vlaanderen, opgesteld op 11 mei en gericht aan de Staf/2MilCir. Het verslag is ondertekend door GenMaj Dubois, Provinciecommandant van Oost-Vlaanderen. Hoewel het verslag werd opgemaakt op 11 mei 1940 worden heel wat plaatsnamen en namen van personen verkeerd geschreven. Zo wordt bijvoorbeeld de Franse LtCol Lestoquoi vermeld als Colonel français Lepiquoy en de Districtscommandant van Sint-Niklaas Lt Rw Bocken als Lieutenant Boken. Het verslag bevindt zich in het dossier Territoriale Commando’s bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV), Ministerie van Defensie.
  10. L’armée belge de France en 1940, door Jean Jamart Col BEM Hre, uitgeverij Schmitz, Bastogne, 1994, p.77, p 78, p 167.
  11. Opperofficieren in het Belgisch leger: Een sociaal profiel van Belgische generaals aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, 1939-1940 [On line beschikbaar]: http://lib.ugent.be/fulltxt/RUG01/001/457/669/RUG01-001457669_2011_0001_AC.pdf , masterthesis Martin Boënne, Universiteit Gent [Laast geraadpleegd 4 september 2023].

3de Militaire Circonscriptie

Staf/3MilCir
Luitenant-generaal de Krahe, commandant van de 3de Militaire Circonscriptie (3MilCir), is in cumul ook commandant van het IIIde Legerkorps (III/LK) en van de Versterkte Positie Luik (Position Fortifiée de Liège of PFL). Hij bevindt zich met het eerste echelon van zijn staf in de Citadel van Luik. Het Provinciaal Krijgsauditoraat van Luik verhuist naar het Château de Waroux tussen Alleur en Xhendermael.

Provinciecommando Luik/3MilCir

  • Provinciestaf
    Het Provinciecommando Luik wordt bevolen door Generaal-majoor Deschacht die tevens Plaatscommandant is van Luik. Deze op 1 april 1935 gepensioneerde oorlogsverteraan van WO I werd tijdens de mobilisatie teruggeroepen om de functie van Provinciecommandant van Luik op te nemen. Op de provinciestaf wordt hij bijgestaan door Majoor Brenez, Kapitein-commandant André Sauwens en Kapitein-commandant van de reserve Bertrand. De staf werkt tijdens de eerste oorlogsdag in hoofdzaak aan de mobilisatie van de Dienst Militaire Graven en van het XLIIste Bataljon Wachters van Verkeerswegen en Inrichtingen (XLII/GVCE) te Luik. Omstreeks 16u00 verneemt de staf dat de genie voorbereidingen treft om de Maasbruggen te vernielen waarop ze burelen aan de Rue des Tanneurs Nr 20 op de rechteroever verlaten, om op de linkeroever de gebouwen van de gemeentelijke meisjesschool Naniot aan de Boulevard Jean-Théodore Radoux in te nemen.
  • Dienst Militaire Graven
    Deze dienst wordt geleid door Kapitein-commandant Emile Orban en bestaat verder nog uit Lt Devienne, Lt Schultz en een veertigtal manschappen gemobiliseerd uit oudere militieklassen. De manschappen komen aan in burgerkledij en beschikken niet meer over een uniform.

Provinciecommando Limburg/3MilCir

  • Provinciestaf
    Het Provinciecommando Limburg staat onder leiding van Generaal-majoor Maurice Lancksweert die tevens Plaatscommandant is van Hasselt. De Provinciestaf werkt al sinds oktober 1939 vanuit de Witte Nonnenkazerne in de gelijknamige straat te Hasselt. Net zoals het Provinciecommando Brabant en het Provinciecommando Antwerpen is het Provinciecommando Limburg verantwoordelijk voor de opvang van ‘administratief geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties’ [1]. Hier betreft het voornamelijk Duitse mijnwerkers die zich in Genk bevinden en die zich bij het uitbreken van de oorlog moeten melden bij verschillende Limburgse politiebureaus in en rond Genk. Hiertoe worden de nodige richtlijnen gegeven aan Lt Vanoppen van de Territoriale Rijkswacht, commandant van het District Genk [2]. Onder druk van de gebeurtenissen aan het Albertkanaal verlaat het provinciecommando deze stad tijdens de nacht van 10 op 11 mei. GenMaj Lancksweert geeft om 23u30 telefonisch het Plaatscommando van Hasselt over aan Kolonel SBH Franckx, regimentscommandant van het 24ste Linieregiment (24Li). Het provinciecommando begeeft zich naar West-Vlaanderen waar een gedeelte van de staf wordt doorgestuurd naar het Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve (of Centre de Receuil de la Réserve de Recrutement – CRRR) van Eeklo en een ander gedeelte, waaronder generaal Lancksweert wordt doorgestuurd naar het zuiden van Frankrijk. Generaal-Majoor Lancksweert meldt zich op 28 mei aan op de Generale Staf van de Versterkings- en Opleidingstroepen (of Etat-Major des Troupes de Renfort et d’Instruction – EM/TRI) te Montpellier. 
  • Dienst Militaire Graven
    De Dienst Militaire Graven wordt gemobiliseerd na afkondiging van Fase E van het mobilisatieplan. De dienst wordt bevolen door Lt Cuyckx die wordt bijgestaan door Lt Verhoeven. 

Uniformjas Generaal-majoor Deschacht

Uniformjas van Generaal-majoor Deschacht met de kogelgaten van het incident op 11 mei (collectie Mathieu Verbrugghe).

Staf/3MilCir
In de late namiddag beveelt het Groot Hoofdkwartier dat Luik dient verlaten te worden. Er is dan geen telefoonverbinding meer tussen Breendonk en Luik, zodat de orders persoonlijk overgebracht worden door een stafofficier van het GHK, Kapitein-commandant SBH Buisseret. Het III/LK moet zijn overgebleven troepen ten zuiden van de rivier de Méhaigne hergroeperen. Na het bevel om Luik te ontruimen wordt de Staf van het 3MilCir ontbonden, de resterende bevoegdheden worden overgegeven aan het Provinciecommando Luik, het personeel wordt toegevoegd aan de Staf van het III/LK. LtGen de Krahe, ontheven van zijn cumulfuncties, neemt nu het commando van het III/LK volledig op zich.

Provinciecommando Luik/3MilCir

  • Provinciestaf
    Het Provinciecommando Luik krijgt om 13u00 van de 3MilCir het bevel om Luik te verlaten en te hergroeperen in Waremme. De colonne voertuigen met het gros van de provinciestaf wordt om 16u00, onder bevel van Cdt Sauwens, doorgestuurd naar Waremme om er kantonnementen op te zoeken. GenMaj Deschacht, Maj Brenez en Cdt Res Bertrand vertrekken pas rond 17u00 naar Waremme omdat ze nog opgehouden worden door een telefonische oproep vanuit een politiecommisariaat op de rechter Maasoever waar de burgemeester van een grote Luikse gemeente, de stadsingenieur van Luik Dhr Pellegrins en de commissaris enkele liaisonproblemen opgelost willen zien voor het Provinciecommando de stad verlaat. Het voertuig van de provinciecommandant komt omstreeks 17u15 vast te zitten in het drukke verkeer op de baan Luik – Brussel (N3) ter hoogte van Crisnée. De drie officieren en hun chauffeur, Soldaat Ivens, stappen uit net op het ogenblik dat een colonne Duitse pantservoertuigen voorbij passeert vanuit de richting van Oreye. Het viertal duikt de gracht in maar wordt onder vuur genomen waarbij de officieren gewond raken. Ter hoogte van het voertuig maken de Duitsers rechtsomkeer en vertrekken opnieuw richting Oreye. De chauffeur die niet gewond werd slaagt erin zijn voertuig terug aan de praat te krijgen. Hij brengt de generaal, die een kogel in het gezicht en in een arm kreeg, en de kapitein-commandant die verwond werd in de hals, naar het militair hospitaal van Brussel. Maj Brenez wordt door een burger naar het hospitaal van Namen afgevoerd. Ondertussen wacht Cdt Sauwens, die zich vanaf 17u00  in het gemeentehuis van Waremme bevindt, vergeefs op de provinciecommandant. Hij ontmoet er enkele officieren van het hoofdkwartier van de 7de Infanteriedivisie (7Div) die in volle terugtocht zijn. Hij wordt ervan op de hoogte gebracht dat de Duitsers oprukken naar Waremme waarop hij omstreeks 20u00 beslist om zich met de rest van de staf naar Hannuit te begeven, waar ze ongeveer een uur later toekomen. In Hannuit heerst er grote chaos. Terwijl de pantservoertuigen van het 7de Eskadron van het 2de Regiment Lansiers (2L) de toegangswegen naar Hannuit controleren passeert een onafgebroken stroom tergtrekkende militaire eenheden de stad. Wanneer even later Generaal-majoor Renard, Commandant Artillerie van het Iste Legerkorps (I/LK) Hannuit passeert krijgt Cdt Sauwens het advies om verder terug te trekken tot Brussel, een advies dat hij onmiddellijk opvolgt. In zijn haast vergeet hij de Dienst Militaire Graven op de hoogte te brengen van de nieuwe bestemming.
  • Dienst Militaire Graven
    In de loop van de dag maken de manschappen van de Dienst Militaire Graven zich klaar om samen met de rest van het Provinciecommando Luik naar Waremme te vertrekken. Daar krijgen ze het bevel om zich naar Thisne nabij Hannuit te verplaatsen waar ze rond 19u30 toekomen. Cdt Orban wordt niet verwittigd van de verplaatsing van de provinciestaf naar Brussel en stelt om 21u00 vast dat de rest van het Provinciecommando Hannuit verlaten heeft. Hierop neemt hij de beslissing om met zijn manschappen naar Bergen te vertrekken om er zich aan te melden bij het Provinciecommando van Henegouwen.

Provinciecommando Limburg/3MilCir

  • Dienst Militaire Graven
    Het personeel van de Dienst Militaire Graven wordt doorgestuurd naar het Centre de Recueil de la Réserve de Recrutement  (of CRRR) van Eeklo (TBC) waar jonge mannen met een leeftijd van 17 tot 35 jaar, die tot dan toe nog niet bij het leger hadden gediend, worden samengebracht.  In Eeklo worden specifiek de jongeren afkomstig van gemeenten gelegen ten noorden van het Albertkanaal opgevangen, onder hen heel wat Limburgers.  Met een capaciteit van 35.000 rekruten is Eeklo veruit het grootse opvangcentrum.

Provinciecommando Luik/3MilCir

  • Provinciestaf
    Omdat de wegen naar Brussel overvol zitten beslist Cdt Sauwens om via een omweg langs Waver naar de hoofdstad te rijden. De colonne komt omstreeks 04u00 toe in Brussel waar een rustkantonnement wordt opgezocht. Om 10u00 ontmoet Cdt Sauwens de Kolonel Louppe van het SPM en stelt hem op de hoogte van de toestand van zijn detachement. Hij krijgt de toelating om zich met de provinciestaf te installeren in een bijgebouw van het Egmondpaleis. Na te zijn geïnstalleerd gaat Cdt Sauwens op zoek naar GenMaj Deschacht en de twee officieren die met hem meereisden. Uiteindelijk komt hij terecht bij Generaal-majoor Geneesheer Defaille, hoofd van het Commando Gezondheidsdienst 3de/4de Circonscriptie. Die weet hem te zeggen dat GenMaj Deschacht en  Cdt Bertrand voor verzorging zijn opgenomen in kliniek van de “Fondation Antoine et Marie Depage” in de Stallaertstraat te Brussel. Van Majoor Brenez is er in Brussel geen spoor terug te vinden.
  • Dienst Militaire Graven
    Onderweg naar Bergen wordt de Dienst Militaire Graven gebombardeerd ter hoogte van de spoorovergang te Gembloers. Er vallen gelukkig enkel lichte verwondingen te signaleren. In de namiddag komt de groep toe in Bergen maar hier weet men niet wat met de Dienst Militaire Graven van Luik aan te vangen. Het detachement van Cdt Orban wordt ondergebracht in de kazerne Trézegnies van het 1ste Regiment Jagers te Voet (1J) waar de manschappen nieuwe uniformen krijgen. Tegen het vallen van de avond op 13 mei wordt de kazerne Trézegnies zwaar gebombardeerd waarna er brand uitbreekt. Niemand van de groep van Cdt Orban raakt gewond maar hij beslist toch om diezelfde avond nog naar Brugge te verhuizen. Om 23u00 wordt de terugtocht naar Brugge aangevat.

Provinciecommando Luik/3MilCir

  • Provinciestaf
    Cdt Sauwens stelt zich opnieuw in verbinding met Kol Louppe om nieuwe orders te ontvangen. Hij krijgt van Kol Louppe de opdracht om zich naar Doornik te begeven en er contact op te nemen met het wervingsbureel (of Bureau de Recrutement – BR). Hij brengt nog een laatste bezoek aan GenMaj Deschacht en Cdt Bertrand vooraleer om 17u00 naar Doornik te vertrekken. De provinciestaf komt om 22u00 aan te Doornik en meldt zich aan bij het Wervingsbureel van Doornik in de kazerne van het 11de Regiment Artillerie (11A). Ze worden door een luitenant van het wervingsbureel opgevangen die hen een rustkantonnement in de kazerne aanbiedt.

Provinciecommando Luik/3MilCir

  • Provinciestaf
    De Provinciestaf brengt de nacht van 13 op 14 mei door te Doornik. Wanneer ze ontwaken is er geen spoor meer te zien van het wervingsbureel, er werden ook geen orders achtergelaten. Cdt Sauwens begeeft zich naar de citadel waar hij  gedurende de ganse dag probeert om contact op te nemen met Kol Louppe maar slaagt daar niet in. Bij gebrek aan nieuwe orders blijft de provinciestaf ter plaatse en wordt de nacht van 14 op 15 mei te Doornik in de citadel doorgebracht.
  • Dienst Militaire Graven
    Gedurende de voormiddag komt het detachement van Cdt Orban toe te Brugge waar ze zich aanmelden op het Provinciecommando. Het detachement wordt onmiddellijk toegevoegd aan de Rekruteringscentra van het Belgisch Leger. Het detachement vervoegt dezelfde dag nog Roeselare waar ze door LtKol Pinte worden opgepikt en naar het Iste Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve te Ieper worden gebracht. Tegen het begin van de avond installeren zij zich in Ieper.

Staf/3MilCir
Kolonel Antoine van de Staf/3MilCir wordt overgeplaatst naar het pas opgerichte Hergroeperingscentrum voor Afgezonderden van het Leger (of in het Frans Centre de Regroupement des Isolées de l’Armée – CRIA). Dit nieuw commando geleid door Generaal-majoor Clement, voormalige Commandant Infanterie van de 16Div, is belast met het opvangen van militairen die afgezonderd raakten van hun eenheid en ronddolen in het achtergebied van het leger. Hij neemt deze opdracht over van het III/LK dat tot nu toe met de opvang van geïsoleerde militairen belast was. De voormalige Staf/3MilCir die binnen het HK van het III/LK de organisatie van de opvang van de geïsoleerde militairen voor zijn rekening nam gaat over naar de Staf/CRIA.

Provinciecommando Luik/3MilCir

  • Provinciestaf
    Het detachement krijgt in de loop van de ochtend nieuwe orders van Kol Louppe. Het Provinciecommando van Luik wordt ter beschikking gesteld van het Provinciecommando van West-Vlaanderen en reist af naar Sint-Andries Brugge. Ze dienen zich aan te bieden bij Generaal-majoor Glorie, provinciecommandant van West-Vlaanderen. Ze komen te Brugge aan tijdens de nacht van 15 op 16 mei. De Provinciestaf Luik wordt onder bevel gesteld van GenMaj Clement en aan de Staf van het Hergroeperingscentrum voor Afgezonderden van het Leger (Centre de Regroupement des Isolées de l’Armée of CRIA) toegevoegd. Deze staf bevindt zich te Sint-Andries. 
  • Controledienst der Brand- en Smeerstoffen
    Te Brugge wordt de Controledienst der Brand- en Smeerstoffen van Lt Haick, Lt Thasenster en Wachtmeester Stils, die tot dan deel uitmaakten van het detachement van het Provinciecommando, overgeheveld naar het Provinciecommando van West-Vlaanderen.
  • Dienst Militaire Graven
    De militairen van de Dienst Militaire Graven worden samen met manschappen van andere uit het zuiden van het land teruggetrokken territoriale eenheden ingezet voor de begeleiding van 12.000 jongeren van de Rekruteringsreserve die te voet richting Rouen worden gestuurd. Het volledige marsdetachement dat uit vijf marsgroepen bestaat wordt bevolen door LtKol Gilson. De manschappen van Cdt Orban worden over de vijf groepen verdeeld en zullen zich de komende dagen via twee marsroutes naar de Normandische hoofdstad Rouen begeven.

Provinciecommando Luik/3MilCir

  • Provinciestaf 
    Het detachement van Cdt Sauwens bevindt zich nog steeds te Sint-Andries nabij Brugge. De Luitenant Mestrez van de Dienst der Bewaking en Inlichtingen aan de Grenzen wordt vanuit het detachement overgeheveld naar de Staf/CRIA. Totaal onverwachts vervoegt Majoor Brenez, nog niet volledig hersteld van zijn verwondingen, Sint-Andries Brugge waar de rest van het provinciecommando zich bevindt. Hij neemt het bevel over van Cdt Sauwens. Het Provinciecommando Luik wordt door de Staf/CRIA naar Zarren gestuurd waar ze een hergroeperingscentrum voor geïsoleerden moeten oprichten. Diezelfde avond wordt nog vertrokken naar Zarren waar ze tijdens de nacht van 16 op 17 mei aankomen.

Provinciecommando Luik/3MilCir

  • Provinciestaf 
    Majoor Brenez installeert zich met het detachement van het Provinciecommando Luik te Zarren. Er wordt een hergroeperingscentrum ingericht te Zarren dat onder bevel komt te staan van Maj Brenez. De ganse dag komen geïsoleerden toe die gekantonneerd worden in verschillende woningen en boerderijen te Zarren.

Provinciecommando Luik/3MilCir

  • Provinciestaf 
    Op bevel van GenMaj Clément wordt  het hergroeperingscentrum te Zarren in de loop van de dag gesloten en samengevoegd met het IIIde Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve te Poperinge. Rond 20u00 komt het detachement van Maj Brenez aan te Poperinge waar de nacht van 18 op 19 mei wordt doorgebracht. Het detachement van Maj Brenez wordt versterkt met 1ste Kapitein Secretaris Lagalis en personeel van de Staf van het III/LK die onderweg waren met twee vrachtwagens geladen met archieven en persoonlijk bagage.

Provinciecommando Limburg/3MilCir

  • Dienst Militaire Graven
    Lt Verhoeven wordt samen met nog enkele andere reserveofficieren aangeduid om  een groep jongeren van de Rekruteringsreserve vanuit Veurne naar Rouen te escorteren. Hij raakt op 20 mei afgescheiden van de groep tijdens het luchtbombardement van Abbeville maar wordt als ancien van het 1ste Regiment Legerartillerie (1LA) te Abbeville opgepikt door de achterwacht van 6de Regiment Legerartillerie (6LA) die met enkele personenwagens onder leiding van Kapitein-commandant Vandenvelde onderweg waren naar het VOC/Aie te Limoux (TBC). Hij wordt te Limoux opgenomen in de getalsterkte van 6LA en heeft het Provinciecommando Limburg in Montpellier niet meer vervoegd.

Provinciecommando Luik/3MilCir

  • Provinciestaf 
    Om 18u30 ontvangt de Provinciestaf via Kapitein-commandant Lambillotte van de Staf/CRIA het bevel om zich naar Zuid-Frankrijk te begeven via Saint-Omer en Abbeville en daar nieuwe orders in ontvangst te nemen. Ondertussen wordt op bevel van Kolonel renard, Plaatscommandant van Poperinge, nog een tiental geïsoleerde militairen in de rangen opgenomen. De colonne vertrekt om 21u00 maar de overgang van de Frans-Belgische grens stelt problemen, alle grensposten zijn afgesloten behalve die van Watou, die dag en nacht kan gebruikt worden door militaire detachementen. Aangekomen te Saint-Omer vernemen ze van de Franse Plaatscommandant dat er zich geen Belgische Plaatscommandant meer bevindt in Saint-Omer en dat ze best direct doorrijden naar Abbeville. 
  • 'Caserne Tallandier', verzamelpunt voor alle jongeren van de Rekruteringsreserve op hun doortocht naar Zuid-Frankrijk

    ‘Caserne Tallandier’, verzamelpunt voor alle jongeren van de Rekruteringsreserve op hun doortocht naar Zuid-Frankrijk

    Dienst Militaire Graven in Frankrijk
    Cdt Orban komt toe in de Tallandierkazerne te Rouen [3], de eindbestemming van de colonne te voet met de jongeren van de Rekruteringsreserve. Van hier uit worden de jongeren per trein naar het zuiden van Frankrijk gestuurd. Cdt Orban stelt zich ter beschikking van de staf van Luitenant-generaal Vinçotte. Cdt Orban, Lt Devienne en Lt Schultz komen onder bevel te staan van Majoor Mercenier, Belgische Plaatscommandant van Rouen, die vanuit Rouen de verdere transit van Belgische militairen naar het zuiden regelt. De volgende dag worden ze naar Evreux gestuurd om van daar uit de aankomst van naar Frankrijk gevluchte militairen richting Conches-en-Ouche te dirigeren. In de streek van Conches en L’Aigle kantonneert de 7de Infanteriedivisie (7Div) om terug op krachten te komen. De 7Div heeft ook de opdracht om alle geïsoleerde militairen die samentroepen tussen Conches en L’Aigle, alles tezamen zo’n 15.500 manschappen, te bevoorraden. 

Provinciecommando Luik/3MilCir in Frankrijk

  • Provinciestaf
    Het detachement van Maj Brenez, aangedikt met talrijke geïsoleerde militairen, bereikt om 02u00 Arques waar halt wordt gehouden om te overnachten. Bij het ochtendgloren wordt de tocht voortgezet om tegen 17u00 aan te komen te Abbeville. Ze kunnen de stad niet binnenrijden omdat de stad sinds de vroege ochtenduren permanent gebombardeerd wordt. Maj Brenez voert een verkenning uit om de Belgische Plaatscommandant van Abbeville te contacteren maar krijgt van een Belgische majoor te horen dat het Belgische Plaatscommando de stad reeds ontruimd heeft. Er wordt hem aangeraden de stad te omtrekken en zich naar Rouen te begeven. Het detachement vertrekt om 21u00 richting zuiden en slaagt erin om de Somme te Saint-Valery over te steken en via Le Tréport door te rijden tot Dieppe waar halt wordt gehouden om te rusten.

Provinciecommando Luik/3MilCir in Frankrijk

  • Provinciestaf
    In de havenstad Dieppe wordt gerust tot 07u00 waarna ze door de Fransen worden doorgestuurd naar Rouen het verzamelpunt voor alle geïsoleerde militairen ten zuiden van de Seine. Het detachement wordt om 09u00 opgevangen in de Tallandierkazerne en van hieruit om 20u00 doorgestuurd naar Evreux via Louviers waar ze om 21u00 aankomen en de nacht van 21 op 22 mei doorbrengen. 

 

Saint-Martin-d'Ecublei

Saint-Martin-d’Ecublei

Provinciecommando Luik/3MilCir in Frankrijk

  • Provinciestaf
    Het detachement verlaat Louviers om 07u30 om een half uur later in Evreux aan te komen. Hier komt het tot een verrassend weerzien met Cdt Orban die zich te Evreux bevindt om de doortocht van Belgische troepen richting zuiden te coördineren. De colonne van Maj Brenez wordt door het Belgisch Plaatscommando van Conches doorgestuurd naar Saint-Martin-d’Ecublei waar om 15u00 kantonnementen worden opgezocht. Bij gebrek aan nieuwe orders wordt te Saint-Martin verbleven tot 26 mei.
  • Dienst Militaire Graven
    Op 22 mei ziet Cdt Orban in Evreux de Majoor Brenez terug die op doortocht is naar het zuiden. Cdt Orban blijft in Evreux tot 28 mei waarna hij op zijn beurt naar het zuiden van Frankrijk gestuurd wordt om er opgenomen te worden in de getalsterkte van het 33ste Regiment Artillerie (33A). Lt Devienne wordt op 3 juni 1940 opgenomen in de getalsterkte van het 6de Regiment Legerartillerie (6LA).

Provinciecommando Luik/3MilCir in Frankrijk

  • Provinciestaf
    Het detachement van Maj Brenez staat nu onder bevel van de Staf van 7de Infanteriedivisie (7Div) die instaat voor alle Belgische detachementen die erin geslaagd zijn de Somme over te steken. Ondertussen stromen meer en meer geïsoleerden te Conches toe. Het totaal aantal Belgen in de streek van Conches – L’Aigle dat door de 7Div logistiek ondersteund moet worden groeit tot 20.000. Het kantonnement in Saint-Martin-d’Ecublei hangt af van de Belgische Plaatscommandant van L’Aigle.

Provinciecommando Luik/3MilCir in Frankrijk

  • Provinciestaf
    De Duitsers rukken niet verder op naar het zuiden aangezien hun hoofdkrachtinspanning nu ten noorden van de Somme ligt waarbij ze zullen proberen te beletten dat de Britse troepen die ingezet zijn op het vaste land terugkeren naar Engeland. Het besef heerst wel dat ze nog niet buiten schot zijn en dat het maar een kwestie van tijd is vooraleer de Duitsers hun opmars naar het zuiden zullen verder zetten. Het detachement maakt gebruik van de rustpauze om te herbevoorraden hetgeen niet gemakkelijk verloopt. Door de geringe draagkracht van de streek werden de Belgische detachementen verspreidt over 59 kantonnementen die allen bevoorraad worden door de Franse intendance van Evreux. Een speciale organisatie wordt opgezet om de bevoorrading te verzekeren. Naast het dagelijks transport geleverd door de Transportkorps van de 7Div wordt een netwerk met dertien verdelingscentra opgezet om de verschillende kantonnementen te ravitailleren.

Provinciecommando Luik/3MilCir in Frankrijk

  • Provinciestaf
    Het detachement van Maj Brenez krijgt van de Plaatscommandant van L’Aigle het bevel om zich naar Montpellier in het zuiden te begeven. Ze dienen nog enkele geïsoleerden  in hun detachement op te nemen om zich vervolgens langs de baan naar Chartres, eerstvolgend haltepunt, te begeven. Uiteindelijk verlaat een colonne bestaande uit veertien vrachtwagens en vier personenwagens Saint-Martin-d’Ecublei richting Chartres waar de nacht van 26 op 27 mei wordt doorgebracht.

Provinciecommando Luik/3MilCir in Frankrijk

  • Provinciestaf
    De volgende dag wordt doorgereden tot Méhun-sur-Yèvre, tussen Vierzon en Bourges, waar kantonnementen worden opgezocht. De etappe verloopt zonder incidenten en de nacht van 27 op 28 mei wordt te Méhun-sur-Yèvre doorgebracht.

Provinciecommando Luik/3MilCir in Frankrijk

  • Provinciestaf 
    Dag van de Belgische capitulatie. Wanneer het detachement ontwaakt stellen ze vast dat enkele subversieve slogans gericht tegen de koning met krijt op twee voertuigen zijn aangebracht (volgens Cdt Sauwens ging het om twee voertuigen “occupés par des isolés étrangers”. Verder onderzoek moet uitwijzen wie dit dan wel kunnen zijn). Majoor Brenez brengt onmiddellijk de burgemeester van Méhun-sur-Yèvre en de lokale Gendarmerie op de hoogte van het incident. Zij begeven zich ter plaatse om de feiten te onderzoeken. Om verdere incidenten te vermijden worden de geïsoleerde militairen ontwapend. Door het commotie rond het incident en het daaropvolgend onderzoek blijft de colonne de ganse dag geblokkeerd te Méhun-sur-Yèvre waarna beslist wordt om pas de volgende dag verder te reizen.

Provinciecommando Luik/3MilCir in Frankrijk

  • Provinciestaf
    Mèhun-sur-Yèvre wordt verlaten en de colonne begeeft zich op weg via Bourges en Moulins om halt te houden in Lapalisse waar kantonnementen om te overnachten worden opgezocht. Te Lapalisse worden de wapens teruggegeven aan de geïsoleerde Belgische militairen, onder de voorwaarde dat ze aangehecht blijven bij de colonne van de provinciestaf. Tijdens het oponthoud in Lapalisse moet een detachement Ardense Jagers afgehaald worden in Vichy en in de getalsterkte opgenomen worden. De colonne Ardense Jagers beschikt over vier voertuigen, twee personenwagens en een motorfiets. Het detachement van Majoor Brenez zwelt aan tot 160 man, verdeeld over 26 vrachtwagens (TBC), zes personenwagens en een motorfiets. 

Provinciecommando Luik/3MilCir in Frankrijk

  • Provinciestaf
    Vanuit Lapalisse wordt doorgereden naar Châtillon-d’Azergues dat zich een goede 125 kilometer meer naar het zuidoosten bevindt. Te Châtillon-d’Azergues worden kantonnementen opgezocht om de nacht van 30 op 31 mei door te brengen.

31 mei 1940

Provinciecommando Luik/3MilCir in Frankrijk

  • Provinciestaf
    De laatste etappe wordt in één ruk afgelegd en brengt de colonne van Châtillon-d’Azergues via Montélimart, Pont-Saint-Esprit en Nîmes tot in Montpellier waar ze op 1 juni zullen aankomen.

Provinciecommando Luik/3MilCir in Frankrijk

  • Provinciestaf
    Majoor Brenez komt om 15u00 toe in Montpellier en meldt hij zich aan bij de Generale Staf der Versterkings- en Opleidingstroepen (EM/TRI) waar hij een onderhoud heeft met Luitenant-generaal Wibier. Zijn detachement wordt de komende dagen ontbonden en verdeeld over de verschillende Versterkings en Opleidingscentra (VOC’s) die zich in Zuid-Frankrijk bevonden. De voertuigen worden achtergelaten in een kazerne in Montpellier en het archief dat werd meegenomen uit Luik werd overgemaakt aan 1ste Kapitein Adm Gillet van het BCC Nr 3. Cdt Sauwens wordt overgeplaatst naar het 16de CRAB te Béziers.

Bibliografie en Bronnen

  1. Achtergrondinformatie betreffende “administratief geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties” kan gevonden worden in document van het SOMA “Gewillig België”. [On Line beschikbaar]: http://www.senate.be/event/20070213-jews/doc/eindverslag.pdf [Laatst geraadpleegd op 9 oktober 2021].
  2. Uitvoerig getypt verslag opgesteld op 3 juli 1945 in het nederlands door Lt Vanoppen districtcommandant van Genk. Het verslag bevindt zich in het dossier van de Grootprovoostdienst bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  3. De Tallandierkazerne was een voormalige katoenspinnerij, in 1938 opgekocht door het Franse leger om er l’Etablissement Régional de Matériel (ERM) van de Service de matériel de l’Armée de Terre” in onder te brengen. De Tallandierkazerne bestaat nog maar werd gerenoveerd en geïntegreerd in een wooncomplex in de Avenue Jean Jaurès Nr 76 in Petit-Quevilly nabij Rouen. [On line beschikbaar]: https://www.google.be/maps/@49.4273702,1.0653597,3a,75y,344.33h,83.88t/data=!3m6!1e1!3m4!1suX3grspRJpHXGHzLMhTvgg!2e0!7i13312!8i6656 [Laatst geraadpleegd 18 februari 2024].
  4. L’armée belge de France en 1940, door Jean Jamart Col BEM Hre, uitgeverij Schmitz, Bastogne, 1994, p.77, p 78, p 167.
  5. Opperofficieren in het Belgisch leger: Een sociaal profiel van Belgische generaals aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, 1939-1940 [On line beschikbaar]: http://lib.ugent.be/fulltxt/RUG01/001/457/669/RUG01-001457669_2011_0001_AC.pdf , masterthesis Martin Boënne, Universiteit Gent [Laatst geraadpleegd 18 februari 2024].
  6. Getypt verslag opgesteld op 20 februari 1945 door Majoor Brenez, officier adjunct van de Provinciecommandant. Het verslag beschrijft de veldtocht van het Provinciecommando Luik van 10 mei tot 26 mei en bevindt zich in het dossier van de Territoriale Commando’s bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  7. Uitvoerig getypt verslag opgesteld op 14 februari 1945 in het Frans door Kapitein-commandant Sauwens, officier-adjunct op de provinciestaf van het Provinciecommando van Luik. Hij voerde het bevel over de manschappen van het Provinciecommando nadat GenMaj Deschacht en Maj Brenez gewond raakten op 11 mei tot 16 mei wanneer Maj Brenez opnieuw opduikt te Sint-Andries. Het verslag bevindt zich in het dossier van de Territoriale Commando’s bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  8. Verslag van 13 april 1945, neergeschreven door Kapitein-commandant E. H. J. Orban. Dit handgeschreven verslag bevindt zich in het dossier van 33A bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie. Cdt Orban vervoegde op 10 mei het Provinciecommando van Luik waar hij door Majoor Brenez werd aangeduid om de leiding te nemen van de Dienst Militaire Graven. Hij kreeg het bevel over drie officieren en een 40 tal manschappen.
  9. Summier handgeschreven verslag opgesteld in het Nederlands door Lt Verhoeven van de Dienst Militaire Graven van het Provinciecommando Limburg. Hij doet vooral zijn persoonlijk relaas en behoorde tot die officieren van het Provinciecommando die werden overgeheveld naar het CRRR van Eeklo. 
  10. Achtergrondinformatie bij Generaal-majoor Arthur Deschacht [On Line beschikbaar]: https://www.regionalebeeldbank.be/beeldbank/1405550 [Laatst geraadpleegd 19 juli 2025].

4de Militaire Circonscriptie

Staf/4MilCir
Luitenant-generaal Deffontaine, commandant van het VIIde Legerkorps (VII/LK) is net zoals de commandant van het III/LK eveneens verantwoordelijk voor de bevelvoering van een legerkorps, een militaire circonscriptie en de Versterkte Positie Namen (Position Fortifiée de Namur of PFN).

Omwille van deze grote overlap van bevoegdheden, heeft de 4MilCir een bijzonder kleine bezetting die bestaat uit Kolonel Dominique Spilman, Kapitein-commandant Leon Wathelet, Kapitein-commandant Emile Lambert en 1ste Kapitein-Secretaris Charles Chandron. Op de eerste oorlogsdag wordt Kapitein-commandant Wathelet overgeheveld naar de staf van het VIId Legerkorps.

Provinciecommando Luxemburg/4MilCir
De staf verlaat nog tijdens de nacht van 9 op 10 mei zijn standplaats te Aarlen op bevel van Luitenant-generaal Keyaerts en verplaatst zich in eerste instantie naar Marche-en-Famenne. Rond 16u00 komt de provinciestaf aan in de gebouwen van de 4de Militaire Circonscriptie te Namen.

Provinciecommando Luxemburg/4MilCir
De provinciestaf bevindt zich te Namen en installeert zich in enkele lokalen van het Koninklijk Atheneum.

Provinciecommando Luxemburg/ 4MilCir
De provinciestaf van Luxemburg verplaatst zich op bevel van de 4de Militaire Circonscriptie naar Bergen.

Provinciecommando Namen/4MilCir
Het provinciecommando van Namen, onder leiding van Generaal-majoor ridder de Donnea verplaatst zich naar Le Roux-les-Fosses. Hiermee zijn ze ontsnapt aan de bombardementen op de stad wanneer de Fransen in Namen toekomen.

Provinciecommando Luxemburg/4MilCir
De staf verlaat Bergen en trekt op bevel van het Ministerie van Landsverdediging naar Doornik.

Provinciecommando Luxemburg/4MilCir
Het Ministerie van Landsverdediging beveelt de provinciestaf om de hoofdstad te vervoegen. Het detachement komt de zelfde dag nog aan te Brussel.

Provinciecommando Namen/4MilCir
Op bevel van het 4MilCir vertrekt het provinciecommando ’s avonds nog naar de kust. Op 14 mei wordt overnacht te Châtelet.

Provinciecommando Luxemburg/4MilCir
In Brussel kan men niets aanvangen met de provinciestaf en bovendien worden ook een hele reeks diensten geëvacueerd uit de hoofdstad. De staf wordt teruggestuurd naar Doornik. Hier verneemt de provinciecommandant om 17u00 dat zijn eenheid te Ieper onder het bevel zal geplaatst worden van het Provinciecommando West-Vlaanderen.

Provinciecommando Namen/4MilCir
Het provinciecommando maakt een omweg via Gosselies en belandt aan het eind van de dag te Fontaine-L’Evêque. Via Bergen en Doornik zal de staf op 17 mei aankomen te Koksijde.

Provinciecommando Luxemburg/4MilCir
De provinciestaf vervoegt het Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve te Ieper.

Provinciecommando Luxemburg/4MilCir in Frankrijk
De staf krijgt het bevel om de aftocht naar Frankrijk te vervoegen. Het detachement wordt in eerste instantie naar Toulouse gezonden en zal hier bij de Recruteringscentra van het Belgisch Leger (CRAB) gevoegd worden. Op 18 mei wordt de etappe Ieper-Rouen-Elbeuf afgelegd.

Provinciecommando Namen/4MilCir in Frankrijk
Generaal de Donnea krijgt het bevel van het Ministerie van Landsverdediging om zich met zijn staf naar Narbonne te begeven. Tijdens de nacht van 19 op 20 mei steekt hij de Somme over en bereikt Narbonne via Rouen. Uiteindelijk meldt hij zich aan bij de Generale Staf der Versterkings- en Opleidingstroepen (EM/TRI) te Montpellier op 28 mei. Met hem Lt Res Floquet van de Controledienst der Brand- en Smeerstoffen die op 30 mei overgeplaatst wordt naar het 12de Regiment Jagers te Voet (12J)

Provinciecommando Luxemburg/4MilCir in Frankrijk
De eenheid verlaat Elbeuf en reist verder naar Le Mans.

Staf/4MilCir
Kolonel Dominique Spilman wordt overgeplaatst naar de provinciestaf van West-Vlaanderen. Op 25 mei zal hij het plaatscommando van Brugge vervoegen.

Provinciecommando Luxemburg/4MilCir in Frankrijk
Het provinciecommando verplaatst zich van Le Mans naar Poitiers.

Provinciecommando Luxemburg/4MilCir in Frankrijk
De eenheid verlaat Poitiers en vervoegt Brives.

Provinciecommando Luxemburg/4MilCir in Frankrijk wordt Staf/XV CRAB
Het provinciecommando bereikt Toulouse en wordt vervolgens te Nîmes omgevormd tot de staf van het XVde Recruteringscentrum van het Belgisch Leger (XV CRAB). De staf zal tot 23 augustus 1940 in Frankrijk verblijven en komt op 25 augustus 1940 aan te Brussel. Alle militairen worden dan gedemobiliseerd.

Na de capitulatie

Bibliografie en Bronnen

  1. Beknopt getypt verslag van één pagina, opgesteld in het Frans op 7 juni 1945 door Kapitein-commandant Piton, die deeluitmaakte van de Provinciestaf Luxemburg (TBC). Het verslag bevindt zich in het dossier Territoriale Commando’s bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV), Ministerie van Defensie.

Kamp van Lombardsijde

Kampcommando Lombardsijde
Het kampcommando, dat instond voor de praktische organisatie van schietperiodes luchtafweer voor de verschillend ondereenheden van het veldleger, heeft geen rol van betekenis meer te spelen na het vertrek van de laatste kamperende troepen. Het kampcommando werd geleid door Majoor Tahon, die wordt bijgestaan door Kapitein-commandant Verfaille.

Kampcompagnie Lombardsijde
Deze compagnie staat in voor de transportnoden van het schietkamp van de luchtdoelartillerie en wordt opgericht binnen het Territoriaal Transportkorps Brugge en Maritieme Basis op 15 februari 1940. Op 6 maart 1940 wordt de compagnie een zelfstandige eenheid. De compagnie heeft een theoretische sterkte van 2 officieren (waarvan 1 arts), 7 onderofficieren en 51 manschappen die over 1 vrachtwagen, 1 ambulance en 5 fietsen beschikken. De Kampcompagnie Lombardsijde bevindt zich op 10 mei nog in het kamp.

Administratieve Cie der Interneringsdepots
Het Kamp van Lombardsijde staakt zijn activiteiten als trainingskamp en wordt op 10 mei administratief overgeheveld naar de Territoriale Dienst van de Legerzone (of Service Territoriale de la Zone de l’Armée – STZA). Het kamp wordt onder bevel geplaatst van de Administratieve Compagnie der Interneringsdepots die tijdens de mobilisatie instond voor de opvang en bewaking van geïnterneerde militairen van vreemde mogendheden (er was toen nog geen sprake van krijgsgevangenen omdat België tot 10 mei niet in oorlog was en bijgevolg ook geen krijgsgevangenen kon hebben, alleen geïnterneerde militairen). Het commando van deze compagnie heeft op 10 mei nog zijn standplaats in het preventorium “Home La Lasne” te Terlanen nabij Overijse. De compagnie staat onder het bevel van Majoor Res De Wilde die wordt bijgestaan door Luitenant Landy. Voor de bewaking van de gevangenen die al tijdens de mobilisatie werden geïnterneerd (voornamelijk Duitse, maar ook Franse en Britse piloten die op het Belgisch grondgebied een noodlanding moesten maken) wordt de compagnie bijgestaan door een detachement van de 4de Compagnie van het XXIVste Bataljon Wachters van Verkeerswegen en Inrichtingen (4/XXIV/GVCE) onder Kapitein-commandant Henri Serckx.

Majoor De Wilde verneemt het nieuws van de Duitse inval tijdens de vroege ochtend van 10 mei. Hij laat onmiddellijk de geïnterneerde Franse en Britse militairen overdragen aan respectievelijk hun ambassades te Brussel. Hij krijgt de bevestiging dat de geïnterneerde Duitsers vanaf dit ogenblik als krijgsgevangenen dienen beschouwd te worden. De majoor wordt om 09u40 het bevel om zich met zijn manschappen naar Lombardsijde te begeven en er een krijgsgevangenkamp voor Duitse militairen in te richten.

Detachement Tillier/4J
De troepen van 2J en 4J die in het Kamp van Lombardsijde verblijven worden door de Staf/4J om 02u45 op de hoogte gebracht van de afkondiging van het alarm. Zij maken zich onmiddellijk klaar om hun respectievelijke regimenten te vervoegen. De eenheden marcheren van het Kamp van Lombardsijde naar het station van Nieuwpoort waar ze rond 11u45 per spoor vertrekken richting Mechelen.

13Cie/III/HuT Lu
De 13Cie van het IIIde Bataljon Arbeiders van het Regiment Hulptroepen van het Luchtwapen (13/III/HuT Lu) is toegewezen aan het oorlogsvliegveld van Lombardsijde waar de compagnie instaat voor het klaarmaken en onderhouden van de piste en de gebouwen. Hun werk is dan ook grotendeels klaar bij het uitbreken van de oorlog. Tijdens de campagne wordt de 13Cie ingezet voor het operationeel houden van het vliegplein en het uitvoeren van herstellingen aan de pistes na bombardementen.

 

Administratieve Cie der Interneringsdepots/STZA
De Duitse krijgsgevangenen dienen overgebracht te worden naar Lombardsijde, maar het voormalig schietkamp in niet geschikt voor de opvang van gevangenen zonder aanvullende werken. De inrichting van het kamp zal nog duren tot 13 mei. In afwachting worden de Duitse gevangenen overgebracht naar de Weylerkazerne in het voormalig Theresianerklooster in de Ezelstraat te Brugge. Het detachement van de 4Cie van XXIV/GVCE bestaande uit vier officieren en 120 manschappen blijft in versterking van de Administratieve Compagnie en verhuist mee naar Brugge.

Administratieve Cie der Interneringsdepots/STZA
De tijdens de mobilisatie reeds geïnterneerden alsook nieuwe Duitse krijgsgevangenen worden naar Lombardsijde overgebracht. De groep krijgsgevangenen is aangegroeid tot een 120-tal militairen, voornamelijk officieren en onderofficieren van de Luftwaffe wiens vliegtuigen boven België werden neergehaald.

Wachtcompagnie/37Li
Een compagnie van het IIde Bataljon van het 37ste Linieregiment (II/37Li) wordt naar het Kamp van Lombardsijde gestuurd om er het vliegveld te bewaken.

Administratief geïnterneerden/West-Vlaanderen
In het station van Brugge bevindt zich een trein met 273 “administratief geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties” en “gearresteerde Belgische, Nederlandse, Oostenrijkse en Duitse burgers verdacht van spionage”, allen gevangen genomen in opdracht van het Bestuur van de Veiligheid van de Staat. Het was initieel de bedoeling deze mensen over te brengen naar Zuid-Frankrijk maar aangezien de Belgisch-Franse grens vanaf 18 mei gesloten werd voor alle Belgisch treinverkeer vormt deze groep gevangenen een probleem. De trein wordt op 18 mei van Brugge nog doorgestuurd naar Oostende, eindstation op de spoorlijn naar de kust, maar ook daar kunnen de gevangenen niet worden opgevangen. Er wordt naarstig gezocht naar een oplossing en uiteindelijk wordt beslist de gevangenen toe te vertrouwen aan de Administratieve Cie der Interneringsdepots in Lombardsijde waar zich reeds Duitse krijgsgevangenen bevinden. De gevangenen brengen de nacht van 18 op 19 mei door in de trein. Het peloton van Lt Malice van 2/XXVII/GVCE en het peloton van Lt Theys van 3/XXVII/GVCE krijgen de opdracht om trein met de gevangen te bewaken in het station van Oostende.

Administratieve Cie der Interneringsdepots/STZA
Luitenant Josephe Libert van de 2Cie van XLV/GVCE wordt met zijn peloton in versterking gestuurd naar het kamp van Lombardsijde om de bewaking van de gevangenen te versterken. Het Peloton Libert wordt in de getalsterkte van de Administratieve Compagnie opgenomen. 

Administratief geïnterneerden/West-Vlaanderen
Aan het eind van de namiddag vertrekt de trein met de 273 geïnterneerde buitenlanders en gearresteerde verdachten van spionage uit Oostende. De trein zal via Torhout naar Veurne rijden om uiteindelijk op 20 mei aan in Nieuwpoort te komen. De geïnterneerden en arrestanten brengen opnieuw de nacht nog in de trein door en zullen de volgende ochtend worden overgedragen aan de Administratieve Cie in het kamp van Lombardsijde. De twee pelotons van XXVII/GVCE blijven instaan voor de bewaking van de gevangenen.

Administratieve Cie der Interneringsdepots/STZA
Alle 120 Duitse krijgsgevangenen die zich op dat ogenblik in het kamp van Lombardsijde bevinden worden in Veurne overgeleverd aan de Franse Lieutenant Lequette van de provoostdienst van het 7de (FRA) Leger. Ze worden met autobussen van Lombardsijde naar Veurne gebracht van waaruit de Fransen ze per trein naar Rouen doorsturen. Nu er zich geen gevangenen meer in het kamp bevinden krijgt Lt Libert van 2/XLV/GVCE in de loop van de avond het bevel van zijn bataljonscommandant om zich onmiddellijk naar het station van Adinkerke te begeven om er de rest van het bataljon te vervoegen. XLV/GVCE heeft namelijk het bevel gekregen om zich onmiddellijk naar Rouen te verplaatsen waardoor de opdracht van het Peloton Libert bij de Administratieve Cie afloopt.

Administratieve Cie der Interneringsdepots/STZA
De Administratieve Cie blijft na het vertrek van de Duitse Krijgsgevangenen niet lang werkloos in Lombardsijde want op 20 mei worden 273 gevangenen in het kamp verwacht. ’s Ochtends verlaten deze gevangenen de trein in het station van Nieuwpoort. In het station wordt de identiteit van alle aanwezigen door de staatsveiligheid nog eens gecontroleerd waarna een colonne te voet gevormd wordt. Vanuit het station van Nieuwpoort vertrekt de colonne te voet naar het Kamp van Lombardsijde. De colonne wordt geëscorteerd door de twee pelotons van het XXVIIste Bataljon GVCE. Luitenant Malice en Luitenant Theys, worden met hun peloton aangehecht bij de Administratieve Compagnie. Onder de “administratief geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties” bevinden zich een groot aantal Duitse joden die het naziregime nog voor de start van de oorlog ontvlucht zijn maar ook illegale vreemdelingen die in de Brugse gevangenis waren opgesloten bij de start van de vijandelijkheden. De ironie wil dat naar de België gevluchte Duitse burgers, veelal van Joodse afkomst maar ook politieke tegenstanders van het naziregime (zoals communisten), samen worden opgesloten met Duitse krijgsgevangenen en van collaboratie verdachte burgers die het naziregime gunstig gezind waren.

Wachtcompagnie/37Li
Om 22u30 wordt de opdracht van de wachtcompagnie van II/37Li aan het vliegveld van Lombardsijde opgeschort. Het 37Li kreeg immers het bevel om zich onmiddellijk naar het station van Oostende te begeven teneinde de 13de Infanteriedivisie te vervoegen langs het Kanaal Gent-Terneuzen.

Administratieve Cie der Interneringsdepots/STZA
De Staf/STZA laat weten aan het Kamp van Lombardsijde dat het zal versterkt worden met 1 officier en 36 manschappen van de Rijkswacht. De getalsterkte van de compagnie is intussen sterk aangegroeid. Naast de organieke bezetting werd de compagnie versterkt met het Detachement Serckx (4/XXIV/GVCE), de pelotons Malice (2/XXVII/GVCE) en Theys (3/XXVII/GVCE) en een peloton Rijkswachters. 

Administratieve Cie der Interneringsdepots/STZA
De rijkswacht levert 191 nieuwe Duitse krijgsgevangen af in het KG kamp van Lombardsijde. Het betreft manschappen van de 9Cie van het 309 (DEU) IR die aan het Afleidingskanaal van de Leie door het 22ste Linieregiment (22Li) werden gevangen genomen.

V/1Lu
Om half tien ‘s avonds krijgt de Vde Groep van het 1ste Luchtvaartregiment (V/1Lu) die zich op het vliegveld van Zwevezele bevindt het bevel om naar het vliegveld van Lombardsijde uit te wijken. De Vde Groep beschikt nog over zes Renards over en een SV5.

V/1Lu
Tijdens de overbrenging naar Lombardsijde moet de SV5 door panne een gedwongen landing maken te Bredene. De bemanning laat het lestoestel achter en neemt de tram naar zijn nieuwe vliegveld. Het smaldeel neemt kantonnementen in te Westende. Op het open vliegveld van Lombardsijde is het bijzonder lastig om de toestellen te camoufleren. Die middag wordt één vlucht volbracht.

Administratieve Cie der Interneringsdepots/STZA
Een vijftiental krijgsgevangen officieren, voornamelijk piloten van de Luftwaffe, wordt afgezonderd en naar Oostende gebracht waar ze overgedragen worden aan een detachement van de 13th (RAF) Salvage Unit die instaat voor hun bewaking tot Engeland. Bij de gevangenen bevinden zich de Majoors Hönmanns en Reinberger [1]. De gevangenen worden (vermoedelijk) aan boord gebracht van het Brits cargoschip de s/s Marquis dat daags voordien te Oostende was aangekomen met bevoorrading voor de BEF. De Territoriale Dienst van de Legerzone kreeg de opdracht om ervoor te zorgen dat krijgsgevangen Duitse piloten (zowel officieren als onderofficieren) in eerste prioriteit met het terugkerend schip naar Engeland geëvacueerd zouden worden. Zij zullen de rest van de oorlog in gevangenschap doorbrengen.

V/1Lu
Vanaf het vliegveld van Lombardsijde vertrekt de Renard N26 tijdens de voormiddag op verkenningsmissie naar Eeklo om te bevestigen dat de Duitsers er het Afleidingskanaal overgestoken zijn. Na de middag wordt het vliegveld door de Luftwaffe gebombardeerd. Bijna dertig grote bomkraters maken de piste volledig onbruikbaar. Het smaldeel moet tot de nacht wachten alvorens de nodige herstellingen aan de startbaan worden uitgevoerd. Tijdens het bombardement wordt de Renard N17 onherstelbaar beschadigd. De groep beschikt nu nog slechts over vijf operationele Renards.

.

Administratieve Cie der Interneringsdepots/STZA
De Administratieve Cie blijft op post te Lombardsijde tot de Duitsers om 17u00 in Lombardsijde toekomen. Wanneer de Duitsers het Kamp van Lombardsijde bereiken worden ze opgewacht door Maj De Wilde en Cdt Serckx aan de ingang van het kamp. Hier ontmoeten ze Hauptmann Cinter (TBC) die hen mededeelt dat hij de gevangenen komt ophalen. Beide officieren worden ontwapend en als gijzelaars het kamp terug ingestuurd gevolgd door de Duitsers die hen met getrokken pistool voortduwen. Pas wanneer blijkt dat de gevangenen ongedeerd zijn worden de majoor en de kapitein-commandant vrijgelaten. De gevangenen worden overgedragen aan de manschappen van Hauptmann Cinter die zich zowel over de krijgsgevangenen als over de administratief geïnterneerden ontfermen. De gevangen genomen burgers worden onmiddellijk vrijgelaten. Hauptmann Cinter doet onmiddellijk na zijn aankomst te Lombardsijde navraag naar de Duitse Majoors Hönmanns en Reinberger. Hij had vermoedelijk de opdracht om ze gevangen te nemen en persoonlijk te escorteren naar een Duitse gevangenis waar ze verhoord zouden worden [2].

V/1Lu
Er wordt de ganse nacht gewerkt om het vliegveld terug operationeel te maken maar dan loopt het nieuws van de overgave binnen. De overgebleven Renards worden vernield op het vliegveld van Lombardsijde.

Na de capitulatie

Epiloog
Majoor De Wilde werd in april 1941 door de Gestapo opgepakt en moest voor een Duitse krijgsraad verantwoording afleggen voor het vermeend mishandelen van Duitse krijgsgevangenen in Lombardsijde. Cdt Serckx werd hierover door de Duitse bezetter ondervraagd maar weerlegde de feiten en werd bijgevolg niet als getuige opgeroepen [3]. Toch moeten er bepaalde zaken gebeurd zijn in het kamp die tot nadenken stemmen. Lt Libert van de 2Cie van XLV/GVCE die met zijn peloton voor een dag in versterking gestuurd werd naar het Kamp van Lombardsijde om de bewaking van de gevangenen te versterken schrijft in zijn verslag dat: “Les prisonniers de guerre sont traîtés dans ce camp de façon absolument inhumaine” [4].

Bibliografie en Bronnen

  1. De Duitse krijgsgevangenen werden toevertrouwd aan een veertien man sterk detachement van de 13th (UK) Salvage Unit. Volgens bepaalde bronnen werd dit detachement van de S/S Abukir overgeplaatst naar de S/S Marquis om er de bewaking van de gevangenen te verzekeren (andere bronnen vermelden dan weer dat de gevangenen inscheepten op de S/S Abukir – TBC). De rest van de 13th (UK) Salvage Unit (een dertiental militairen) bevond zich aan boord van de S/S Abukir (hier schuilt allicht de oorzaak van de tegenstellende rapporteringen). De S/S Abukir neemt op zijn terugweg naar Engeland een 200 tal passagiers aan boord. Naast de staf van de British Military Mission to the Belgian GHQ en piloten van de RAF ook enkele gewonde militairen van de Belgische luchtmacht (waaronder vermoedelijk Lt Keuleers en Sgt Degreef van het 1ste Luchtvaartregiment) en verschillende Britse burgers (waaronder enkele zusters van het Engels Klooster in Brugge) die vastzaten in België na de start van de vijandelijkheden. Op 28 mei werd de Abukir om 01u20 voor de Belgische kust getorpedeerd door een Duitse snelboot waarna het schip zonk op twee minuten tijd. Slechts 31 opvarenden konden worden gered. Verder opzoekingswerk dient te gebeuren om te achterhalen wie de opvarenden waren van de Abukir. Tot nu werden nog geen officiële documenten (velddagboeken Britse eenheden, passagierslijsten, lijsten met overgedragen krijgsgevangenen,…) gevonden met gegevens over geredde en vermiste Duitse krijgsgevangenen. Enkel door de lijst van na 19 mei in Lombardsijde krijgsgevangen gehouden personeel van de Luftwaffe te vergelijken met de lijst van overlevenden van de Luftwaffen na de oorlog kan hierover uitsluitsel geven.  De Majoors Hönmanns en Reinberger bevonden zich allicht niet op het schip, zij werden op 19 mei al overgedragen aan de Fransen en via Duinkerke naar Engeland geëvacueerd. In een poging een namenlijst van de betrokken krijgsgevangen piloten te bekomen werd het Bundesarchiv Abteilung Personenbezogene Auskünfte zum Ersten und Zweiten Weltkrieg, gelegen op het adres Am Borsigturm 130 te Berlijn, aangeschreven. Zij hebben ons volgend antwoord en archiefverwijzingen overgemaakt. “Lediglich Ihr Hinweis auf die beiden Offiziere Hoemanns und Reinberger führen womöglich zu weiteren Erkenntnissen hinsichtlich Ihrer Frage. Hoemanns (37.435) und Reinberger (37.443) wurden in den Unterlagen zur britischen Kriegsgefangenschaft nachgewiesen. Ich gehe nunmehr davon aus, daß die anderen gesuchten Personen in dem Gefangenennummernbereich 37.435 bis 37.443 +/- gehörten. Die Prüfung des dafür infrage kommenden Bestandes ZA 11/308 ergab zumindest eine Personengruppe die die genannten Kriterien erfüllen könnten.” De dossiers zijn enkel na afspraak te raadplegen in de leeszaal van het archief in Berlijn.
  2. Erich Hoenmanns en Helmuth Reinberger werden bij verstek berecht in Duitsland en ter dood veroordeeld. Het vervoeren van geheime documenten per vliegtuig zonder uitdrukkelijke toestemming was ten strengste verboden en een ernstig misdrijf. De vonnissen zouden nooit worden uitgevoerd. [On line beschikbaar]: Maasmechelen-incident – Wikipedia [Laatst geraadpleegd 9 september 2023].
  3. De vermiste Britten staan wel vermeld op een gedenkplaat voor de vermisten van de Abukir in het Dunkirk Memorial te Duinkerke (Frankrijk). Details over de het kelderen van de Abukir [On line beschikbaar]: https://nl.wikipedia.org/wiki/SS_Abukir_(stoomschip) ,WRECKSITE – ABUKIR CARGO SHIP 1920-1940 , Dunkirk Memorial – Wikipedia en British Army supplies for the Belgian Army in May 1940 | WW2Talk [Laatst geraadpleegd 9 september 2023].
  4. Getypt verslag opgesteld in het Frans door Cdt Serckx van de 4Cie van XXIV/GVCE waarin hij verteld dat hij in april 1941 bezoek kreeg van de GESTAPO die hem ondervroeg over de wijze van handelen van Maj De Wilde. Het verslag bevindt zich in het dossier Kamp van Lombardsijde bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV), Ministerie van Defensie.
  5. Gedetailleerd getypt verslag opgesteld in het Frans door Lt Josephe Libert, pelotonscommandant bij de 2Cie van XLV/GVCE. Het verslag bevindt zich in het dossier GVCE, Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  6. Achtergrondinformatie betreffende “administratief geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties” kan gevonden worden in document van het SOMA “Gewillig België” geschreven door Rudi Van Doorslaer (red.) Emmanuel Debruyne, Frank Seberechts en Nico Wouters . [On Line beschikbaar]: http://www.senate.be/event/20070213-jews/doc/eindverslag.pdf [Laatst geraadpleegd op 14 juni 2022].

Kamp van Helchteren

  • Kampcommando van Helchteren
    Om 00u20 wordt het Kampcommando van Helchteren, geleid door Majoor Verhaegen, op de hoogte gebracht van het alarm. In het kamp logeren op dat ogenblik verschillende detachementen van het Vestingsregiment van Luik (RFL) die er een schietperiode aan het uitvoeren zijn. Luitenant-kolonel Scohy van het RFL, die de schietoefening leidt, geeft de verschillende detachementscommandanten opdracht om de terugkeer naar de forten voor te bereiden. Om 01u30 wordt het bevel gegeven om materieel en manschappen op de voertuigen te laden en een uur later verlaten de kamperende troepen het kamp. Het kamp van Helchteren wordt zoals voorzien in het mobilisatieplan onmiddellijk na de ontruiming gesloten. Het kamp ligt immers ten noorden van het Albertkanaal en dat gebied zal slechts tijdelijk verdedigd worden totdat het gros van het veldleger stelling genomen heeft op de Dekkingsstelling langs het Albertkanaal. Het kampcommando, dat instond voor de praktische organisatie van schietperiodes voor de veldartillerie van de verschillend ondereenheden van het veldleger, heeft geen rol meer te spelen na het vertrek van de laatste kamperende troepen. 
  • Kampcompagnie van Helchteren
    De Kampcompagnie Helchteren (een territoriale transporteenheid van de Directie van het Vervoer van de Achterwaartse Zone) staat in voor de transportnoden van het schietkamp van Helchteren en wordt geleid door Luitenant Laasman. De compagnie beschikt over een theoretisch effectief van 3 officieren (waarvan 1 arts), 10 onderofficieren en 44 manschappen. Hiervoor heeft de eenheid 1 lichte vrachtwagen, 1 kipwagen, 1 trekker met aanhangwagen, 3 tricars, 1 ambulance en 5 fietsen. De Kampcompagnie van Helchteren bevindt zich bij het uitbreken van de oorlog nog in het kamp. Nadat het kamp werd gesloten vertrekt Lt Laesman en zijn compagnie samen met het Kampcommando van Maj Verahegen naar Schaarbeek waar ze in het Josaphatpark zullen kantonneren.  

Detachement Maj Verhaegen
Na enkele nachten in het Josephat park gelogeerd te hebben verlaten Maj Verhaegen  en zijn manschappen samen met de Kampcompagnie Helchteren van Luitenant Laasman Schaarbeek en zetten koers naar Oudenaarde om zich daar bij het Versterkings- en Opleidingscentrum van het Transportkorps (VCO/TptK) te voegen. Bij aankomst te in de Maagdendalekazerne te Oudenaarde staat de achterwacht van het VOC/TptK op het punt te vertrekken. De compagnie van Majoor Verhaegen wordt doorgestuurd naar Brugge maar mist het vertrek van het VOC/TptK naar Frankrijk. Het detachement zal uiteindelijk de tocht naar Zuid-Frankrijk maken aan boord van een treinstel van een VOC van de infanterie en zal pas bij aankomst kunnen overgaan naar het VOC/TptK.

Voor een gedetailleerd verslag over het verdere wedervaren van de manschappen van het Kamp van Helchteren: zie VOC/TptK.

Detachement Maj Verhaegen
Luitenant Hannay van de kampcompagnie blijft achter in ons land en gaat over naar de staf van de 1ste Cavaleriedivisie.

Na de capitulatie

Bibliografie en Bronnen

 

Wervingsburelen

Wervingsbureel Gent/2MilCir
Het Wervingsbureel Gent wordt bevolen door Majoor Scribe die wordt bijgestaand door Kapitein-commandant Res Van Reeth en Luitenant Res Cocriamont. De majoor ontvangt in de loop van de voormiddag op het wervingsbureel de heer de Hemptine, bediende bij het provinciebestuur van Oost-Vlaanderen. de Hemptine is in het bezit van een telegram dat om 09u00 werd verstuurd door Luitenant-generaal Termonia, bevelhebber van de Passieve Luchtbescherming, gericht aan de provinciegouverneur. De gouverneur wordt verzocht om de het 1ste Territoriaal Bataljon (1TerBon) te mobiliseren. Maj Scribe, vergezeld door de Hemptine, begeven zich na de middag naar het Provinciecommando voor verdere richtlijnen. De Provinciecommandant Generaal-majoor Dubois geeft Maj Scribe om 14u35 het bevel om het 1TerBon te laten mobiliseren door het Wervingsbureel van Gent [1].

Wervingsbureel Aalst/2MilCir
Het wervingsbureel van Aalst was gelegen op de de hoek van de Esplanadestraat en de Graanmarkt te Aalst. In het gebouw op de Graanmarkt nr 1 bevond zich tot 1934 de Nederlandstalige Cadettenschool van het leger [2]. Het Wervingsbureel Aalst wordt bevolen door Majoor Chatel die tevens de functie van Plaatscommandant van Aalst vervult. Om 18u40 stuurt Maj Chatel een overzicht van de twee bombardementen die de Luftwaffe op Aalst uitvoerde door naar het Provinciecommando Oost-Vlaanderen. Om 16u30 doken drie vliegtuigen op, die elk één bom losten en waarbij een woning vernield werd. Twee uur later was het menens, 21 vliegtuigen vielen een Britse colonne aan waarbij meerdere huizen, een burgerhospitaal en de electriciteitscentrale werden vernield. Bij het bombardement kwamen één Belgische soldaat en 26 Britse militairen om het leven. Het Bombardement koste ook het leven aan twintig Aalstenaars.

Het wervingsbureel van de krijgsmacht te Verviers in de jaren ’30.

Wervingsbureel Verviers/3MilCir
Het Wervingsbureel van Verviers wordt geleid door LtKol Res Arthur Warland. Vanaf 10 mei ’s morgens wordt gestart met de evacuatie van jongeren behorende tot de Rekruteringsreserve uit de gemeentes ten oosten van de Maas. Voor de districten die afhangen van het Wervingsbureau van Verviers (namelijk deze langs de Belgisch-Duitse grens) start de evacuatie van de Rekruteringsreserve automatisch vanaf het overschrijden van de grens door het Duitse leger. Alle geëvacueerde jongeren worden doorgestuurd naar het CRRR van Binche. De jongeren moeten het CRRR met eigen middelen zien te bereiken hetgeen voor het merendeel ook gelukt is.

Wervingsburelen Antwerpen en Mechelen/2MilCir
Het 1ste en het 2de Wervingsbureel van Antwerpen alsook het Wervingsbureel van Mechelen krijgen het bevel om zich naar Frankrijk te begeven. Het personeel van het 1ste Wervingsbureel wordt ingezet als omkadering voor het IVde Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve. Later zullen zij de jongeren van de Rekruteringsreserve begeleiden die naar het zuiden van Frankrijk geëvacueerd moeten worden.

Wervingsburelen Gent, Aalst en Dendermonde/2MilCir
De wervingsburelen van Gent, Aalst en Dendermonde krijgen bevel om zich op 14 mei naar het westen van het land te begeven. Het merendeel van het personeel van de Oost-Vlaamse wervingsburelen bereikt uiteindelijk Zuid-Frankrijk.

Wervingsbureel Gent/2MilCir
Majoor Scribe verlaat met het personeel van zijn wervingsbureel de stad Gent om zich naar Roeselare te begeven.

Wervingsburelen Brugge, Oostende en Kortrijk/2MilCir
De wervingsburelen van Brugge, Oostende en Kortrijk worden naar Frankrijk gestuurd en worden er aangehecht aan het 1ste Versterkings- en Opleidingscentrum (1VOC) en de verschillende eenheden van de Rekruteringsreserve.

Wervingsbureel Verviers/3MilCir in Frankrijk
Luitenant-kolonel Warland raakt gewond in een auto-ongeval en zal uiteindelijk in het militaire hospitaal van Le Mans belanden.

Wervingsbureel Gent/2MilCir
Het personeel van het Wervingsbureel Gent verlaat Roeselare om zich naar Poperinge te begeven.

Wervingsburelen/2MilCir
Het Wervingsbureel van Brugge, Oostende en Kortrijk krijgen bevel om zich naar Frankrijk te begeven.

Wervingsbureel Gent/2MilCir
Maj Scribe ontvangt te Poperinge het bevel om zich met zijn wervingsbureel naar Rouen te begeven.

Wervingsburelen in Frankrijk
Heel wat officieren van de Wervingsburelen worden in eerste instantie naar Rouen bevolen om van hieruit verder zuidwaarts te reizen. Een aantal van hen wordt ingezet bij het transport van de jongeren van de Rekruteringsreserve die in deze stad samengepakt zitten. Onder meer Luitenant Dieudonne van Antwerpen 2 en Luitenant Lambion van Brussel 1 zullen treincommandant zijn van treinstellen met jongeren van de Rekruteringsreserve.

Wervingsbureel Gent/2MilCir
Vanuit Rouen trekt het Wervingsbureel Gent verder naar Toulouse. Te Toulouse wordt het personeel van het wervingsbureel onder bevel geplaatst van het XVIIde Centre de Recrutement de l’Armée Belge (XVII CRAB). Het personeel wordt over de verschillende vestigingsplaatsen van XVII CRAB verdeeld. Maj Scribe keert op 25 augustus 1940 per spoor terug naar België. Majoor Van Rein is de treincommandant van de trein met aan boord personeel van de CRAB.

Na de capitulatie

Wervingsburelen in Frankrijk
Op 2 juni wordt te Montpellier een Wervingsbureel geopend, onder leiding van Kapitein-commandant De Jonghe van het Wervingsbureel Aarlen. Het merendeel van de officieren van de Wervingsburelen wordt ingezet bij de Rekruteringscentra van het Belgisch Leger (CRAB) als stafofficier, of bevelhebber van een kwartier, ondersector of sector van de XVde, XVIde of XVIIde CRAB.

Bibliografie en Bronnen

  1. Uitvoeringsverslag van de gebeurtenissen die plaatsvonden op 10 mei in de Provincie Oost-Vlaanderen, opgesteld op 11 mei en gericht aan de Staf/2MilCir. Het verslag is ondertekend door GenMaj Dubois, Provinciecommandant van Oost-Vlaanderen. Het verslag bevindt zich in het dossier Territoriale Commando’s bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV), Ministerie van Defensie.
  2. Fiche “Renseignements Autobiographiques” opgesteld op 20 juli 1946 door Majoor Scribe. De fiche geeft een summier verloop van de veldtocht van het Wervingsbureel Gent weer.
  3. Achtergrondinformatie bij het Wervingsbureel van Aalst [On Line beschikbaar] Krijgsgevangenis en kazerne | Inventaris Onroerend Erfgoed en 9 Graanmarkt – Google Maps [Laatst geraadpleegd 1 oktober 2023].

Tijdens de mobilisatie

Provinciale Krijgsauditoraten
In volle vredestijd beschikte het Belgisch Leger over vier Krijgsauditoriaten; een te Brussel, een te Antwerpen, een te Gent en een te Luik. Vanaf het begin van de mobilisatie op 26 augustus 1939 groeide het aantal militairen geleidelijk aan tot 600.000 manschappen. Hiermee steeg ook de behoefte aan meer Krijgsraden en Krijgsauditoriaten. Eind september werd voor elk van de vier actieve legerkorpsen een Krijgsraad te velde opgericht met bijhorend Krijgauditoriaat. op 26 december worden daar nog eens vier Krijgsraden aan toegevoegd voor de vier reserve legerkorpsen. Eind oktober staan er twaalf Krijgsraden en dito Krijgsauditoriaten te beschikking van het Belgische Leger. De vier permanente Provinciale Krijgsauditoraten vormen de ruggengraat van het militaire gerechtsapparaat bij de territoriale troepen. Op 8 maart 1940 wordt Walter Ganshof van der Meersch aangesteld als Auditeur-generaal bij het Krijgshof te Brussel.

Provinciaal Krijgsauditoriaat van Luik
Op 16 april 1940 maakt een Frans verkenningsvliegtuig van het type Bloch 174 een noodlanding te Respelt nabij Longlier ten noorden van Neufchâteau. Het vliegtuig was op terugweg van een verkenningsopdracht langs de Rijn tussen Remagen en Duisburg in Duitsland. Ter hoogte van Keulen wordt het vliegtuig aangevallen door Duitse jachtvliegtuigen waarbij een motor beschadigd raakt en uitvalt. De piloot beslist om op één motor langs de kortste weg, via het Belgische luchtruim, naar Frankrijk terug te keren. Vlakbij de Frans-Belgische grens is hij echter verplicht te landen omdat zijn beide motoren nu zijn uitgevallen. Om 09u00 maakt het vliegtuig een harde landing te Respelt. Bij de landing komt Adjudant-chef aviateur Bagrel, dienstdoende radio-operateur om het leven. Sous-lieutenant Maurice Bediez, waarnemer, en Capitaine François Laux, boordcommandant raken gewond en worden naar het ziekenhuis van Longlier overgebracht. SLt Bediez sterft nog diezelfde avond. Een substituut van het Krijgsauditoriaal van Luik wordt ter plaatse gestuurd om de Capitaine Laux te ondervragen. Hij wordt bijgestaan door Majoor Vlieger Verhaegen van de 2de Sectie van de Generale Staf der Militaire Luchtvaart (EM/Aé). Uit de studie van de boorddocumenten blijkt dat het vliegtuig op de heenweg ook al over België was gepasseerd hetgeen de piloot ten stelligste ontkent. De piloot verklaart dat hij dacht dat hij in Duitsland een noodlanding had gemaakt en bijgevolg niet op de hoogte was dat hij het luchtruim van het neutrale België had geschonden. De piloot werd gezien zijn verwondingen niet geïnterneerd maar verder verzorgd in het ziekenhuis van Longlier [1]. 

Krantenbericht uit Het Nieuwsblad van 11 mei 1940.

Krantenbericht uit Het Nieuwsblad van 11 mei 1940.

Provinciale Krijgsauditoraten
Tijdens de nacht van 9 op 10 mei 1940 staat Auditeur-generaal Walter Ganshof van der Meersch in nauw contact met het Groot Hoofdkwartier (GHK), de Eerste Minister Hubert Pierlot en de Minister van Justitie Paul-Émile Janson. Nog tussen het tijdstip van de Duitse aanval op onze oostgrens en de beslissing van de regering omstreeks 06u00 om de Belgische neutraliteit formeel op te heffen, laat Ganshof door de regering de staat van beleg afkondigen bij Koninklijk Besluit. Dit is het startschot om de aanhoudingsbevelen met betrekking tot verdachte personen door te geven aan de Provinciale Krijgsauditoraten. De bevelen verspreiden zich razendsnel per telefoon en telegraaf. Het Ministerie van Justitie brengt ook de parketten op de hoogte. Daarnaast laat het Ministerie van Justitie door de gemeentebesturen affiches aanplakken die aan alle onderdanen van vijandelijke staten beveelt om zich binnen de twee uur aan te bieden met dekens en met levensmiddelen voor twee dagen. Deze beslissingen hebben een hele reeks operationele consequenties voor het leger. Vooreerst zullen te Brussel, Antwerpen, Doornik, Bergen en Charleroi kazernes aangeduid worden als voorlopige interneringspunten voor de geïnterneerden van deze agglomeraties. Een taak die wordt opgelegd aan de verschillende provinciecommando’s.

Provinciaal Krijgsauditoriaat van Luik
Het Provinciaal Krijgsauditoraat van Luik verhuist naar het Château de Waroux tussen Alleur en Xhendermael.

Na de capitulatie

De 12 auditoriaten trekken zich samen met de rest van het leger terug naarmate de veldtocht vordert. Een groot aantal magistraten wordt naar het einde van de campagne toe geëvacueerd naar Frankrijk. De acht Krijgsraden te Velde worden bij Ministrieel besluit van 14 juli 1940 afgeschaft terwijl vier nieuwe krijgsraden en auditoriaten worden opgericht in Frankrijk. Eén bij het Ministerie van Defensie, één bij de 7de Infanteriedivisie te Questembert, één bij de Generale Staf der Versterkings- en Opleidingstroepen (of Etat-major des Troupes de renfort et d’instruction – EM/TRI) te Monpellier en één bij de Generale staf van de Rekruteringsreserve te Toulouse. Deze auditoriaten blijven actief tot 15 augustus 1940. Enkel het auditoriaat van de EM/TRI heeft effectief gezeteld hetgeen geleid heeft tot een 100-tal uitspraken van de krijgsraad, vooral gericht tegen militairen die zich verzetten tegen de voortzetting van de oorlog aan de zijde van de geällieerden en naar België willen terugkeren. Enkele van de magistraten worden bij het passeren van de Demarcatielijn eind augustus, aangehouden en gevangen gezet. De archieven van meerdere auditoriaten worden in beslag genomen.

Bibliografie en Bronnen

  1. De verklaring van Maj Vlieger Verhaegen werd opgetekend in het tijdschrift Icare, revue de l’aviation francaise N°53 uitgegeven in 1970. Het artikel draagt de titel “1939-40 / La drole de guerre- Pourquoi ils combattaient, la France n’avait pas le choix, aux premières loges avec les polonais, Le scepticisme du commandement Français; la doctrine de l’armée de l’air, attache”. De tekst van zijn verklaring in [On Line beschikbaar]: https://aviation-ancienne.forumactif.com/t640p175-jours-apres-jours-la-drole-de-guerre [Laatst geraadpleegd 7 augustus 2025].
  2. Achtergrondinformatie betreffende Walter Ganshof van der Meersch [On Line beschikbaar]: https://www.belgiumwwii.be/nl/belgie-in-oorlog/personen/ganshof-van-der-meersch-walter.html  [Laatst geraadpleegd 24 juli 2025].
  3. Naslagwerk van John Gilissen, Auditeur-generaal bij het Krijgshof te Brussel “La jurisdiction militaire belge de 1830 à nos jours”, Koninklijk Legermuseum, 1981. [Digitale PDF versie on line beschikbaar]:  https://www.google.com/url?sa=t&source=web&rct=j&opi=89978449&url=https://dipot.ulb.ac.be/dspace/bitstream/2013/234852/4/961f4495-11c9-4d62-9de8-7b383c09868c.txt&ved=2ahUKEwinzOHzyNWOAxU5hf0HHf-QJuYQFnoECF0QAQ&usg=AOvVaw2AlZigRtIuy_jmuX7NtKhY  [Laatst geraadpleegd 24 juli 2025].

Slachtoffers

EenheidNaamVoornaamFotoGraadStandKlas° op° te+ op+ teNota
Wervingsbureel AarlenARNOULDZépherin, E.J.SdtMil1722.09.1897Tronquoy19.05.1940Moeuvres
Wervingsbureel HasseltBLOCKENPieter, H.SdtMil2503.01.1905Diepenbeek11.05.1940Diepenbeek
Wervingsbureel OnbekendBOTTECharlesSdtMil2604.05.1906Ninove23.05.1940Kwatrecht
Wervingsbureel OnbekendBROCKAERTHubert, N.SdtMil30.07.1903Marchienne-au-Pont27.05.1940Tournai
Wervingsbureel GentBYTEBIERJules, C.L.SdtMil10.03.1902Meigem27.05.1940Meigem
Wervingsbureel DoornikCALLEWAERTJoachim, B.SdtMil1914.02.1897Brugge07.06.1940Ath
Wervingsbureel AarlenDABEConstant, J.SdtMil2427.06.1904Bras14.05.1940QuiévrainGedood tijdens bombardement van Quiévrain - CRAB
Wervingsbureel BrusselDESCHOENMAEKERJean, B.Brig2210.03.1902Schaarbeek03.06.1940Le Touquet (F)
Wervingsbureel DoornikDUTILLEULMarcel, F.SdtMil1931.03.1899Attre22.05.1940Aubigny (F)
Wervingsbureel OnbekendGUILLAUMEAntoine, J.SdtMil05.03.1903Chênée03.06.1940Grivegnée
Staf BrabantHEUTENGilbert, J.B.LtRes19.05.1899Koekelberg28.05.1940Brugge
Wervingsbureel OnbekendHEYMANAugustSdtMil1828.11.1898Welle19.05.1940Estaimpuis
Wervingsbureel BrusselHOEDEMAEKERSJeanSdtMil19(Onbekend)Vilvoorde12.06.1940Hadamar (D)Krijgsgevangene
Wervingsbureel NamenHOTTIASCamille, J.G.SdtMil1931.05.1896Leignon18.05.1940Hirson (F)
Wervingsbureel AarlenHUSSONJustin, E.Kpl25.06.1903Chassepierre14.05.1940Maubeuge (F)
Wervingsbureel BergenJACOBSJoannes, J.SdtMil2010.02.1900Wezemaal03.06.1940Brugge
Wervingsbureel NamenJAMARTDésiré, L.J.SdtMil1408.09.1893Sclayn14.05.1940QuiévrainGedood tijdens bombardement van Quiévrain - CRAB
Wervingsbureel AarlenJEANGOUTFortunat, F.J.SdtMil1909.06.1895Redu17.05.1940Cambrai (F)
Wervingsbureel BrusselLEMPEREUREmileSdtMil01.10.1903Farciennes29.05.1940De Panne
Wervingsbureel OnbekendLERUTHThomas, J.H.SdtMil10.07.1904Dison18.05.1940Thuin
Wervingsbureel NamenLOMBETMarcel, J.SdtMil1914.06.1895Sclayn14.05.1940QuiévrainGedood tijdens bombardement van Quiévrain - CRAB
Wervingsbureel VerviersMAENEJoannes, F.SdtMil2127.10.1901Bekegem30.05.1940Namur
Wervingsbureel OnbekendMASSONJoseph, E.A.Kpl10.01.1901Ferrières30.05.1940Auxerre (F)
Wervingsbureel OnbekendMATAGNEJules, H.G.SdtMil02.04.1897Andenne22.06.1940Andenne
Wervingsbureel OnbekendMATHIEULéopold, C.G.SdtMil16.12.1905Warisoulx12.05.1940Warisoulx
Wervingsbureel WaverMICHIELSAndréSdtMil1905.11.1898Sint-Genesius-Rode26.05.1940Berck (F)
Wervingsbureel OnbekendNIVARLETNoël, J.SdtMil2518.12.1904Flémalle-Hautejuni 40Beaucaire (F)
Wervingsbureel LuikPIETTEEugène, L.L.SdtMil2518.04.1905Liège12.05.1940Petit-Hallet
Wervingsbureel HasseltREMUEOscar, J.SdtMil2409.03.1903Vurste11.05.1940Stokrooie
Wervingsbureel AarlenRENARDLéon, G.SdtMil2511.05.1905Noiseux12.05.1940Forrières
Wervingsbureel LuikRENSLouis, J.Brig1910.01.1899Sint-Truiden24.05.1940Asper
Wervingsbureel HasseltREYNDERSPetrusSdtMil2127.09.1901Herderen11.05.1940BorgloonGestorven in veldlazaret I/CA
Wervingsbureel NamenSMALRaymond, P.J.SdtMil2024.01.1900Sclayn14.05.1940QuiévrainGedood tijdens bombardement van Quiévrain - CRAB
Wervingsbureel DendermondeSMEKENSJules, T.SdtMil15.01.1900Westrem20.05.1940Berck (F)
Wervingsbureel NamenSTAELENSCamilleSdtMil2128.08.1901Halluin (F)15.05.1940Vervins (F)
Wervingsbureel AarlenTALLIERJules, M.SdtMil2117.07.1901Ochamps14.05.1940QuiévrainGedood tijdens bombardement van Quiévrain - CRAB
Wervingsbureel VerviersTASSETPierre, J.SdtMil1915.12.1897Liège26.05.1940Lavaqueresse (F)
Wervingsbureel LuikTHELENNicolas, J.SdtMil2025.09.1900Montegnée18.05.1940Compiègne (F)
Wervingsbureel LuikTHYSJean, G.SdtMil2311.10.1903Visé22.05.1940Saint-Quentin (F)
Wervingsbureel AarlenTORLETJules, J.SdtMil1917.09.1896Froidchapelle17.05.1940Cambrai (F)
Wervingsbureel OnbekendVAN BUYNDERKarel, M.J.SdtMil2518.04.1905Tielrode22.05.1940Saint-Venant (F)
Wervingsbureel OnbekendVAN DER STRATEN-PONTHOZAntoine, E.M.WMMil2904.12.1909Brussel13.06.1940Boulogne (F)
Wervingsbureel AntwerpenVAN EYNDEFransSdtMil2208.05.1902Geel21.05.1940Malaunay (F)
Wervingsbureel AntwerpenVAN ROYJoseph, A.SdtMil2027.01.1900Zoersel24.05.1940Gravelines (F)
Wervingsbureel OnbekendVANLERBERGHE.Boudewijn, ESdtMil2223.07.1902Roeselare25.05.1940Roeselare
Auditoraat Antwerpen-LimburgVERHOEVENJoseph, A. H.Substituut08.11.1879Antwerpen22.06.1940Blasimon
Wervingsbureel LuikVLERICKAndré, E.Brig2418.10.1904De Pinte31.05.1940Koksijde
Wervingsbureel VerviersWETZELSHubert, J.G.SdtMil1918.08.1895Gemmenich19.06.1940Tilly (Indre, F)