Eskadron Pantserwagens Cavaleriekorps

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming Eskadron Pantserwagens van het Cavaleriekorps | Esk PanW CK
Escadron des Autos Blindés du Corps de Cavalerie | Esc AB CC
Type Pantsertroepen
Ontdubbeld van n.v.t.
Onderdeel van Bataljon T13 2de Cavaleriedivisie
Bevelhebber Kapitein R. Hullebroeck
Standplaats Kazerne Rolin Etterbeek
    Tank Nummerplaat Tankcommandant Schutter Chauffeur
Samenstelling 1ste Peloton
(Lt Henri Gailly)
807
817
829
832
2173 Lt Henri Gailly
Wm Plissart
Adjt KROLt Albert Pulings
Wm Edouard Frankinet
Sdt Jean-Baptise Van der Voorde
?
Sdt Lutin
Sdt Vingerhout
Sdt Sansen
?
Sdt Albert Coffez
Sdt Ameel
  2de Peloton
(OLt William Schreiber)
814
803
831
833
 
2191
OLt William Schreiber
Wm Michael Verboven
Wm Dumortier
Wm Dumoulin
Sdt Daniel Smessaert
Sdt Hippolyte Delens
Sdt De Sterckx
Sdt Raes
Sdt Devindt
Sdt Goossens
?
Sdt Van Leewijck
    823
806
2175 Reservevoertuig
Reservevoertuig
   
  Peloton Staf- en Diensten

Tijdens de mobilisatie

Staf/Esc AB CC
Als onderdeel van het moderniseringsproject van onze krijgsmacht, besluit de Belgische regering op 13 september 1935 tot de aankoop van een aantal tanks. De Belgische regering kiest ervoor om zelf een tank samen te stellen door een afzonderlijke aankoop te doen van het onderstel en de toren. Voor het onderstel wordt na een korte evaluatie gekozen voor het door Renault ontwikkelde chassis van de Franse AMC34 tank. Er worden plannen gemaakt voor de aankoop van 25 onderstellen. Deze voertuigen zouden voorzien worden van een APX2B toren met een 47mm kanon ontworpen door de Koninklijke Kanongieterij (oftewel Fonderie Royale des Canons – FRC) en een Hotchkiss 7,65mm mitrailleur. Er worden eveneens 25 torens APX2B gekocht bij de Franse wapenfabriek Batignolles-Châtillon gevestigd in Nantes [1].

Voertuig 803 met nummerplaat 2191 tijdens manoeuvres in najaar 39.

De tanks zouden verdeeld worden over twee eskadrons van acht voertuigen bestemd voor beide cavaleriedivisies (plus twee reservevoertuigen) en een formatie van zes voertuigen voor de Divisie Ardeense Jagers (plus één reservevoertuig). De bemanning zou bestaan uit een tankcommandant, een schutter en een chauffeur.

Na heel wat vertraging in de productie wordt in juni 1937, op aandringen van het Belgische Ministerie van Landsverdediging, een eerste tank met voertuignummer 803 geleverd aan ons leger. Het voertuig, dat veel zwaarder was dan verwacht, wordt uitvoerig getest tijdens een zomermanoeuvre in de Ardennen, maar de prestaties van het Renault voertuig vallen danig tegen. Ook het Franse leger ziet om dezelfde reden af van het gebruik van dit onderstel voor hun tanks. Het contract wordt dan ook al vrij snel geannuleerd. Renault ontvangt een schadevergoeding en de vrijgemaakte fondsen worden toegewezen aan de productie van de T13 pantserwagens [2].

Door de verslechterende internationale toestand wordt op 21 april 1938 een nieuwe overeenkomst met Renault ondertekend voor de levering van AMC35 onderstellen ook wel ACG-1 genoemd. Onder druk van de Belgische neutraliteitspolitiek wordt ditmaal slechts overgegaan tot de aankoop van tien voertuigen, inclusief het reeds geleverde voertuig 803. De productie wordt hervat in november 1938 en in de loop van 1939 komen de overige negen voertuigen toe:

  • voertuig 806, 814 en 817 op 30 maart 1939
  • voertuig 807, 823 en 829 in mei 1939
  • voertuig 831, 832 en 833 op 7 augustus 1939

Die zelfde maand wordt ook de 803 teruggestuurd naar Renault voor een revisie. Alle vijfentwintig APX2B torens worden geleverd en de vijftien overtollige tanktorens worden geïnstalleerd op betonnen bunkers, dertien langsheen de kust en twee te Sougné-Remouchamps. Er duikt echter een probleem op bij het gebruik van de toren; de munitietrommel van de Hotchkiss mitrailleur belemmert het zicht van enkele episcopen. Om aan dit euvel te verhelpen worden de voertuigen kort na levering op vraag van de FRC doorgestuurd naar de Gentse motorbouwer “Societé d’Electricité et de Mécanique Van De Kerckhove & Carels NV” (oftewel SEM) en geparkeerd op de fabrieksterreinen in de Gentse zeehaven. Van De Kerckhove & Carels zal een aantal laatste modificaties aan de torens aanbrengen. Het zou uiteindelijk nog tot februari 1940 duren voor de laatste voertuigen eindelijk gevechtsklaar raken.

Kazerne de Witte de Haelen waar het Esc AB CC verbleeft tijdens de mobilisatie (vooroorlogse foto).

Het eskadron wordt op 1 september 1939, bij afkondiging van Fase C van het mobilisatieplan, opgericht te Watermaal-Bosvoorde. Het eskadron bestaat naast de staf uit twee pelotons van vier pantserwagens en een Peloton Staf en Diensten (Pl StDst). De laatste twee voertuigen worden in reserve gehouden. De manschappen zijn afkomstig van het 2de Regiment Lansiers  (2L) en het 1ste Regiment Gidsen (1G). Elk regiment levert vier tankbemanningen plus een deel van het Pl StDst. Het merendeel van de cavaleristen behoort tot de klas ’35 en heeft zijn legerdienst nog te paard volbracht. Het eskadron beschikt in totaal over vier officieren waarvan één Kandidaat Reserve Onderluitenant (KROLt), acht onderofficieren en een zestigtal brigadiers en soldaten. De Gidsen van Luitenant Gailly bemannen de voertuigen 807, 817, 829 en 832. De Lansiers van Onderluitenant Schreiber leveren de bemanningen voor de voertuigen 803, 814, 831 en 833. Al snel verhuist het eskadron naar Gent om er in de SEM zijn voertuigen op te pikken. Door de laattijdige levering van de voertuigen moet het eskadron nog starten met de opleiding van de voertuigbemanningen. De grote uitdaging voor het kader bestond erin om uit de 60 manschappen tien tankchauffeurs en tien kanonniers te selecteren. De directeur van de zeehaven van Gent biedt het leger een groot braakliggend terrein aan dat prompt omgebouwd wordt tot scholingspiste voor het eskadron. Slechts twee beroepsmilitairen, Brigadier Smets en 1Sdt Van Leewijck hebben enige ervaring met het besturen van rupsvoertuigen. Zij worden aangesteld als instructeur om eerst het kader en dan de rest op te leiden als chauffeur. Die opleiding zelf verloopt niet van een leien dakje aangezien dagelijks slechts één of twee voertuigen ter beschikking kunnen gesteld worden voor de scholing. Eind oktober verhuist de eenheid naar het Kamp van Beverlo voor de schootsopleiding. Kapitein Hullebroeck schrijft ook een tactisch reglement voor de samenwerking van zijn tanks met de infanterie. Er worden tactische oefeningen uitgevoerd met onder meer het 1ste Regiment Jagers te Paard (1JP) en de 5de Infanteriedivisie (5Div). Op 24 december 1939 keert het eskadron terug naar Brussel om intrek te nemen in de kazerne Luitenant-generaal de Witte de Haelen (oftewel Cavaleriekazerne) te Etterbeek waar het eskadron tijdens de rest van de mobilisatie zal verblijven. Voor de herstelling van zijn voertuigen is het eskadron aangewezen op de werkplaatsen van de door 14A verlaten kazerne Rolin te Etterbeek. Aan het einde van de opleidingsperiode is elk bemanningslid in staat om de taak van de twee andere over te nemen. Chauffeurs kunnen het kanon en de mitrailleur bedienen, het kader en de kanonniers kunnen het voertuig besturen.

Op 26 april 1940 besluit de legerleiding om de 2de Cavaleriedivisie te versterken met een nog op te richten bataljon pantserwagens onder de naam Bataljon T13 van de 2de Cavaleriedivisie (Bn T13 2CD). Het Eskadron Pantserwagens van het Cavaleriekorps wordt onder bevel geplaatst van dit bataljon dat ook nog versterkt wordt met de Compagnie C47 op T13 van de 8ste Infanteriedivisie (Cie C47/T13 8Div) en de Compagnie C47 op T13 van de Versterkte Positie Namen (C47/T13 VPN), dat sinds januari 1940 in onze hoofdstad is.

Pl StDst/Esc AB CC
Het peloton Staf en Diensten beschikt over een aantal vrachtwagens voor het vervoer van de bagage van de manschappen, de munitie en brandstoffen. Naast de vrachtwagens is het peloton ook uitgerust met 10 moto’s en een moto met zijspan.

Foto van tank 823 genomen tijdens manoeuvres in najaar 1939 [3]

Staf/Esc AB CC
De staf van het Bn T13 2CD brengt het Esc AB CC om 01u00 op de hoogte van de afkondiging van het alarm. Zij krijgen ook het bevel om bij eerste klaarte hun vooraf verkend alarmkantonnement in te nemen in Schaarbeek. Men vreest immers dat de reguliere kazernes van ons leger gebombardeerd zullen worden door de Duitse luchtmacht en bijgevolg moet het eskadron zich door een onmiddellijke verhuis in veiligheid stellen. Om 04u35, bij het aanbreken van de dag, verlaat het het eskadron de kazerne de Witte de Haelen en vertrekt naar zijn alarmkantonnement in het depot van de Brasserie et Laiterie de Haacht aan de Waelhemstraat 77 te Schaarbeek [4].

Het Groot Hoofdkwartier (GHK) heeft naar aanleiding van de Duitse luchtlandingen nabij het Nederlandse regeringscentrum  in Den Haag [5], de beslissing genomen om de vliegvelden rond de hoofdstad van de nodige bewaking te voorzien. In eerste instantie wordt het 31ste Regiment Artillerie (31A) aangeduid om de vliegvelden van Evere en Zaventem onder schot te houden in geval van een massale luchtlandingsoperatie op één van de vliegvelden. Na hun opstelling komen de batterijen van 31A onder bevel te staan van de 1ste Militaire Circonscriptie (1MilCir), het territoriaal commando van de Provincie Brabant en Henegouwen onder leiding van Luitenant-Generaal Van Strydonck de Burkel. Ook het 4de Regiment Jagers te Voet (4J) levert twee bataljons (III/4J en IV/4J) voor de bewaking van het vliegveld van Evere, het koninklijk paleis en de installaties van het Nationaal Instituut voor de Radio-omroep (NIR) aan het Flageyplein te Elsene. Als laatste wordt het Bn T13 2CD aangeduid voor deze opdracht. Het Esc AB CC houdt zich klaar om tussenbeide te komen bij een eventuele luchtlanding op Brussel.

2/Esc AB CC (803, 814, 831 en 833)
Het 2de Peloton (2Pl) beschikt bij het uitbreken van de oorlog slechts over drie pantservoertuigen. Tank nummer 833 bevindt zich in het Arsenaal voor het Wagenpark te Berchem en wordt tijdens de ochtend teruggereden naar Brussel door chauffeur Soldaat Van Leewijck, schutter Soldaat Raes en tankcommandant Wachtmeester Dumoulin.

Pl StDst/Esc AB CC
Op 10 mei staan de beide reservevoertuigen, de 806 en de 823, reeds twee maanden met diverse defecten in het Herstellingsatelier van het Wagenpark van het Territoriaal Transportkorps Brussel dat zich in de Kazerne Rolin had geïnstalleerd. Beide voertuigen zijn deels gedemonteerd en er zijn geen herstellers van het Herstellingsatelier meer aanwezig om de voertuigen snel rijklaar te maken. Kapitein Hullebroeck beslist dan maar om de tanks volledig te laten ontmantelen door de herstellers van het Pl StDst. Bewapening en andere onderdelen worden zoveel mogelijk gerecupereerd. De beide Hotchkiss mitrailleurs worden op een luchtafweeraffuit geplaatst om de colonnes te beschermen bij verplaatsingen. De kettingen, het loopwerk en talrijke motoronderdelen verdwijnen in de materieelvrachtwagens voor mogelijke herstellingen te velde.

Staf/Esc AB CC
Het GHK wordt steeds nerveuzer over de vermeende parachutistendreiging. Een half dozijn Instructie Bataljons van zes verschillende infanterieregimenten van het 1ste en het 2de Versterkings- en Opleidingscentrum zullen in de rand van de hoofdstad ontplooid worden ter versterking van het 31A, 4J en Bn T13 2CD. Omstreeks 16u00 ontvangt de staf van de 10de Infanteriedivisie (Div) een verzoek om een infanteriebataljon naar het militaire vliegveld van Evere te sturen om er de bewaking van de installaties over te nemen van de bataljons van het 4J. Het IIde Bataljon van het 3de Regiment Jagers te Voet (II/3J) wordt aanduid voor deze opdracht en vertrekt om 18u45 uit Leuven. Bij aankomst wordt het II/3J onder het bevel geplaatst van de 1ste Militaire Circonscriptie. De twee pelotons van Kapitein Hullebroeck blijven te Brussel patrouilleren op zoek naar vermeende Fallschirmjaeger. Er wordt nergens iets verdachts gevonden.

Enkele manschappen van het eskadron tijdens de mobilisatie in de Kazerne Rolin te Etterbeek.

Staf/Esc AB CC
De 12de mei worden de verschillende Bataljons Instructie opgesteld rond Brussel waarbij steunpunten worden ingericht om de toegangen tot de Brusselse agglomeratie te ontzeggen aan parachutisten in de eventualiteit van een Duitse luchtlandingsoperatie in de buurt van onze hoofdstad. De Brusselse agglomeratie wordt in zes sectoren verdeeld die bezet worden door, vanaf Laken in het noorden en in wijzerzin, I/58Li, I/54Li, I/55Li, I/56Li, I/53Li en I/52Li. Nu zijn de gevoelige punten in de stad en een perimeter rond de stad beveiligd.

Het eskadron blijft aangehecht bij de 1ste Militaire Circonscriptie te Brussel en wordt meermaals ingezet voor anti-parachutistenacties. De tanks worden onder meer naar Zellik, Dilbeek, Bosvoorde en Vilvoorde gestuurd.

Staf/Esc AB CC
Geen verandering te Brussel. De tanks worden nog steeds niet ingezet en blijven nutteloze patrouilles uitvoeren. Evere, Zellik, Dilbeek en Bosvoorde zijn die dag aan de beurt. Het eskadron arresteert ook een Duitse “spion” in een wel bijzonder slechte vermomming als Brits soldaat met een rode overtrek over zijn kepie en witte handschoenen en mouwen. Het blijkt al snel om een Britse MP te gaan en de onwetende Belgen moeten met het schaamrood op de kaken hun excuses aanbieden.

Staf/Esc AB CC
Er wordt nog steeds gepatrouilleerd in het Brusselse. De tankbemanningen trachten enkele geïsoleerde Britse officieren te ondervragen die Nederlands noch Frans spreken. Te Brussel start de Staf van de 1ste Militaire Circonscriptie en het Ministerie van Landsverdediging met het ontruimen van hun hoofdkwartier. De hoofdstad zal worden opgegeven en als open stad aan de vijand overgelaten.

Staf/Esc AB CC
De opdracht in de hoofdstad wordt verdergezet tot het Bn T13 2CD om 15u20 meedeelt dat de verdedigingsopdracht van Brussel afgelopen is en dat de hoofdstad ontruimd zal worden. De pelotons hergroeperen zich in hun kantonnement en brengen de nacht van 15 op 16 mei door te Brussel.

Neushoornkop, voertuigkenteken van het Esk.

Staf/Esc AB CC
Op 16 mei komt onverwachts het bevel van het geallieerd opperbevel (Franse generaal Bilotte) om verder westwaarts te trekken. Zonder dat men de K.W. Stelling ten volle verdedigd heeft moet de stelling worden prijsgegeven. Het Duitse leger wist immers een doorbraak te forceren in de streek van Sedan en in het noorden heeft Nederland zich overgegeven. Het veldleger zal aan het eind van de dag de K.W. Stelling ontruimen en zich terugplooien op de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde. De aftocht zal in drie nachtelijke etappes afgelegd worden waarbij men aan het Kanaal van Willebroek en aan de Dender en de Schelde telkens een vertragingsmanoeuvre zal uitvoeren zodat de terugtocht kan plaatsvinden op een veilige manier. Aan het Kanaal van Willebroek zal de tijdelijke verdediging uitgevoerd worden door de 1ste Infanteriedivisie die de noordelijke sector, vanaf de samenloop van de Schelde en Rupel tot in Willebroek voor zijn rekening zal nemen terwijl het kanaal tussen Willebroek en Vilvoorde door de beide Regimenten Grenswielrijders (1CyF en 2CyF) en eenheden van de Lichte Regimenten van de Rijkswacht (1LR en 2LR) beveiligd zal worden. Er is echter geen divisiestaf die de actie van deze vier regimenten coördineert. Ten zuiden van Vilvoorde neemt het Britse leger over. Langs de Dender zal de 1DivChA instaan voor de beveiliging.

Het Esc AB CC wordt om 14u00 in steun gegeven van het 1ste Licht Regiment (1LR) van de Rijkswacht om de verdediging van het Kanaal van Willebroek te versterken. De pantserwagens verplaatsen zich van Brussel naar Humbeek en stellen zich om 17u00 onder het operationele bevel van het 1LR. De CP van het eskadron wordt te Humbeek opgesteld nabij de CP van 1LR. De voertuigen zullen verdeeld worden over de verschillende kanaalbruggen tussen Willebroek en Vilvoorde. Hun taak zal er in bestaan als mobiele anti-tankwapens te fungeren. Om 24u00 worden alle pantserwagens gegroepeerd in Humbeek.

Staf/Esc AB CC
Tijdens de nacht van 16 op 17 mei worden het 1LR en het eskadron onder het bevel geplaatst van het 1ste Regiment Grenswielrijders (1CyF) dat het bevel voert over beide regimenten grenswielrijders en beide rijkwachtregimenten. Kapt Hullebroeck krijgt om 03u00 het bevel om zich met zijn eskadron naar de commandopost van 1CyF te begeven die staat opgesteld te Londerzeel. Hij meldt zich aan bij Kolonel SBH Jacques, regimentscommandant van 1CyF, om zijn opdracht in ontvangst te nemen. Het eskadron moet twee pantserwagens  naar de bruggen Kapelle-op-den-Bos sturen en één pantserwagen naar de brug van Tisselt. De overige pantsers moeten te Londerzeel blijven als mobiele reserve. Kapt Hullebroeck verdeelt de opdracht over zijn twee pelotons. Het 1ste Peloton, versterkt met een pantserwagen van het 2de Peloton, krijgt de opdracht om de bruggen te bewaken terwijl het 2de Peloton onder bevel van de eskadronsstaf in reserve wordt gehouden. 

Nabij Het Sas slagen de invallers er al snel in het kanaal over te steken en het detachement van het 1LR en de grenswielrijders te verdrijven. De Belgen moeten erkennen dat het kanaal overschreden is en de vijand niet teruggedrongen kan worden. De Belgische eenheden aan het kanaal worden vanaf de vooravond teruggetrokken naar de Dender. Het eskadron maakt deel uit van de achterhoede en beschermt de aftocht van de Rijkswachters en Grenswielrijders richting Dendermonde.

Pantserwagen 829 van Adjt KROLt Pulings na de gevechten te Kapelle-op-den-Bos.

1/Esc AB CC (807, 817, 829, 832 en 833)
Het peloton van Luitenant Gailly wordt voor de bewaking van de bruggen over het Kanaal van Willebroek versterkt met de pantserwagen 833 van Wm Dumoulin van het 1Pl. De tanks van Adjudant KROLt Pulings (829) en Wm Dumoulin (833) worden naar de bruggen
van Kapelle-op-den-Bos gestuurd. Adjt KROLt Pulings neemt stelling nabij de wegbrug van Kapelle-op-den-Bos, Wm Dumoulin moet postvatten bij de spoorwegbrug over het kanaal. Wachtmeester Frankinet moet zich met pantserwagen 832 opstellen nabij de brug van Tisselt. Lt Gailly en Wachtmeester Plissaert stellen zich met hun pantserwagens 807 en 817 op in reserve langs de baan van Kapelle-op-den-Bos naar Londerzeel klaar om tussenbeide te komen aan het kanaal.

De laatste Belgische troepen passeren het kanaal omstreeks 10u00 waarna de genie de bruggen tot ontploffing brengt. Tegen de middag duiken de eerste vijandelijke verkenners van het 192 Duitse Infanterieregiment [192(DEU)IR] op nabij de spoor- en wegbrug van Kapelle-op-den-Bos. De ACG1’s van Adjudant KROLt Pulings (829) en Wm Dumoulin (833) gebruiken hun boordmitrailleurs om de vijandelijke wielrijders terug te dringen en ze te verplichten dekking te zoeken in de huizen aan de overkant van het kanaal. Al gauw komen Duitse versterkingen toe die beschikken over PaK36 anti-tankkanonnen op halftrack (37 mm PaK 35/36 auf Zugkraftwagen 1t). De twee pantserwagens nemen de halftracks onder vuur die prompt riposteren. De bemanning van pantserwagen 829 slaagt erin een vijandelijk PaK buiten gevecht te stellen, maar tijdens de gevechten wordt de tank van Adjt KROLt Pulings aan de voorzijde getroffen door een 37mm anti-tankgranaat. De voltreffer doodt de chauffeur, Soldaat Coffez, en verwondt de schutter Soldaat Lutin. Adjudant KROLt Pulings probeert het lichaam van Soldaat Coffez via de toren te evacueren uit het chauffeurscompartiment om na te gaan of het voertuig nog baanvaardig is, maar slaagt niet in zijn opzet. Wel kan hij de zwaar gewonde schutter uit te tank halen en in veiligheid brengen achter een huis waar enkele grenswielrijders zich om hem bekommeren. Hij klimt vervolgens opnieuw de toren in en vuurt met de boordmitrailleur op enkele Duitsers die met kleine bootjes en al zwemmen het kanaal proberen over te steken. De situatie van Pulings wordt echter onhoudbaar en hij vlucht samen met een sergeant van de grenswielrijders in een nabijgelegen woning om van hier uit met een FM30 machinegeweer de vijand opnieuw onder vuur te nemen. Pulings kan uiteindelijk ontkomen in een side-car van de grenswacht [6]. Ook de bemanning van de 833 laat zich niet onbetuigd. Wm Dumoulin heeft de toren van zijn pantserwagen naar achter gekeerd en laat de chauffeur constant heen en weer manoeuvreren van stelling naar stelling. Hij kan hierdoor het Duits anti-tankgeschut ontwijken en de PaK, die de tank van Adjt KROLt Pulings buiten gevecht stelde, te vernietigen. Dumoulin blijft ter plekke tot ongeveer 21u00 wanneer de toren van de 833 klem komt te zitten tijdens de actie en verplicht wordt de aftocht te vervoegen. De twee pantserwagens zijn er samen met de 5de Compagnie van 1CyF in geslaagd de vijand gedurende één dag op te houden aan de bruggen van Kapelle-op-den-Bos, hierbij aanzienlijke verliezen toe te brengen aan de vijand. Onder hen de Duitse Major Kessler, bataljonscommandant van II/192(DEU)IR.

2/Esc AB CC (803, 814 en 831)
Het peloton van OLt Schreiber stelt zich met zijn drie pantserwagens op in reserve langs de Noordoost rand van Londerzeel, klaar om tussen te komen.

Staf/Esc AB CC en 2/Esc AB CC (803, 814, 831)
Een deel van het eskadron komt net na dageraad aan te Dendermonde. Het detachement bestaat uit Kapitein Hullebroeck en zijn staf en de drie tanks van het peloton van Onderluitenant Schreiber. Hullebroeck wil ter plekke blijven, maar wordt door de vernietigingsdetachementen van de genie aangemaand om naar Gent door te rijden. De kleine colonne zet zich op weg en komt omstreeks 16u00 aan te Lotenhulle.

1/Esc AB CC (807, 817, 832 en 833)
Het 1ste Peloton trekt zich die dag eveneens terug naar het westen maar kent minder geluk. De tank van Luitenant Gailly verbreekt tijdens de nacht van 17 op 18 mei het contact met de vijand en tracht de voertuigen van de wachtmeesters Dumoulin, Dumortier en Frankinet te hergroeperen en mee te nemen. Dumoulin is met zijn 833 tijdens de nacht in een gracht gereden en kan opnieuw losgetrokken worden. De bemanning van Dumortier moet voertuig 831 met motorpanne achterlaten. Wm Frankinet is dan weer verloren gereden maar kan in extremis aanpikken bij de rest van het detachement. De drie tanks zetten koers naar Dendermonde waar nog net op tijd de rivier kan overgestoken worden vooraleer de genie de bruggen opblaast. Luitenant Gailly wil bij het hoofdkwartier van de 6de Infanteriedivisie te weten komen waar Kapitein Hullebroeck zich op dat ogenblik bevindt, maar niemand kan hem helpen. Gailly beslist dan maar verder rijden naar Destelbergen waar de commandopost van het Cavaleriekorps opgesteld staat in de hoop hier zijn eskadron terug te vinden. Hier krijgt hij om 18u00 het bevel om de 2de Cavaleriedivisie te vervoegen en te Tereken nabij Sint-Niklaas in stand-by te gaan.

De uitgebrande Tank nummer 807 van Lt Gailly te Zwijndrecht.

Staf/Esc AB CC
Het eskadron is door de chaotische aftocht naar de Dender nu in twee detachementen uit elkaar gevallen. Kapitein Hullebroeck moet het peloton Schreiber terug naar de Dender sturen waar het onder het bevel van de 1ste Divisie Ardeense Jagers (1DivChA) zal komen te staan.

1/Esc AB CC (807,832 en 833)
Het peloton van Luitenant Gailly komt die zelfde dag rondom 02u00 aan in Tereken. Zijn tanks blijven de ganse dag ter plekke. Omdat het eskadron niet over radio’s beschikt, stuurt de 2de Cavaleriedivisie drie motorrijders naar het peloton om als estafette te fungeren.

Op de linkeroever van de Schelde wordt die ochtend de 2de Cavaleriedivisie ingezet om de Duitse oversteek van de rivier te Antwerpen te blokkeren en de vijandelijk opmars doorheen het Waasland af te remmen. Vanaf 11u00 wordt het 4L naar voren gestuurd om de Scheldebocht rond Zwijndrecht te helpen zuiveren. Het regiment raakt al snel slaags met de Duitsers en dient zo snel mogelijk versterking te ontvangen. Het peloton van Luitenant Gailly wordt samen met de pantserwagens van het 2L en het 1L naar de brandhaard gestuurd.

Gailly rukt op van uit Tereken via Kettermuit richting Kruibeke. Onderweg valt de 833 van Wm Dumoulin zonder benzine. De beide overgebleven tanks doorkruisen de dorpskern te Kruibeke en vorderen via de Burchtstraat richting Zwijndrecht. De 807 van Luitenant Gailly rijdt voorop, gevolgd op ongeveer 100 meter door de 832 van Wm Frankinet. Rond 18u00 maken de beide pantsers contact met de vijand en kunnen ze samen met de andere troepen heel even de Duitsers uit het zadel lichten. De 807 van Luitenant Gailly wordt echter in brand geschoten door een PAK37 anti-tankkanon en moet worden achtergelaten wanneer de gewonde chauffeur Soldaat Sansen uit het voertuig wegvlucht. Lt Gailly raakt eveneens verbrand, kruipt uit de toren en kan via de huizen, velden en grachten de Belgische linies opnieuw bereiken. Het peloton is nu tijdelijk gereduceerd tot één enkel voertuig.

Die avond wordt de 2de Cavaleriedivisie teruggetrokken achter de Moervaart om vervolgens naar Watervliet aan het Kanaal Gent-Terneuzen te worden gezonden. De Belgen breken het contact met de vijand af te Zwijndrecht rond 21u00. De intussen bijgetankte 833 van Wm Dumoulin kan opnieuw aansluiting vinden bij de 832 van Wm Frankinet.

2/Esc AB CC (803, 814, 817)
OLt Schreiber wordt met drie tanks naar de Dender gestuurd waar steun moet geleverd worden aan de 1DivChA die de terugtocht van de K.W. Stelling naar het Bruggenhoofd Gent beveiligd. In de nacht van 19 op 20 mei rijdt een pantserwagen de gracht in en kantelt. Het voertuig is definitief verloren, het 2de Peloton is herleidt tot twee pantserwagens.

Initiële opstelling voor de verdediging van de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde.

Staf/Esc AB CC
De Duitse troepen rukken op door het Scheldeland en bereiken de oostrand van het Bruggenhoofd Gent. Het Bruggenhoofd Gent (in 1940 beter bekend onder zijn Franse naam TPG – Tête de Pont Gand) wordt gevormd door een bunkerlinie ten zuiden van Gent. De verdedigingslinie bestond uit 228 betonnen bunkers die in het algemeen een portaal hadden en één tot drie ruimten afgesloten door een gepantserde deur. Vier bunkers hadden nog een verdieping en 35 waren uitgerust met een stalen waarnemingskoepel. Het Bruggenhoofd Gent wordt verdedigd door vier divisies, de 16Div langs de Schelde en van oost naar west hebben de 2Div, de 4Div en de 5Div stelling genomen langs de bunkerlinie.

Tegen de avond wordt het Esc AB CC onder bevel geplaatst van het VIde Legerkorps (VI/LK) die het eskadron onmiddellijk ter beschikking stelt van de 2de Infanteriedivisie (2Div). De 2Div bevindt zich in het Bruggenhoofd Gent net ten zuiden van de Schelde en heeft als opdracht de belangrijke verbindingsweg Brussel – Gent af te grendelen. De divisie heeft hiervoor twee infanterieregimenten in lijn en één regiment in diepte opgesteld. Het 5de Linieregiment (5Li) neemt posities in tussen de Schelde te Kwatrecht en Gijzenzele. Vanaf Gijzenzele tot Betsberg neemt de 6Li over. Het 28Li wordt in reserve opgesteld achter het 5Li en 6Li. Tegen de middag zetten de Duitsers de aanval in tegen 5Li in een poging om langs de zuidelijke Scheldeoever naar Gent op te rukken. De Duitse aanval uit de opmars stuit op hevig verzet maar de compagnies in eerste lijn moeten uiteindelijk wijken en Kwatrecht prijsgeven aan de vijand. Op bevel van het VI/LK dient de 2Div een tegenaanval uit te voeren om het verloren gegane terrein terug te winnen en krijgt hiervoor de steun van het Iste Bataljon van het 11de Linieregiment (I/11Li) en het Esc AB CC.

2/Esc AB CC (803 en 814)
Het Peloton Schreiber, dat nog slechts over twee operationele pantserwagens beschikt, wordt aangeduid voor deze opdracht en komt voor de duur van de tegenaanval onder bevel van I/11Li te staan.

Staf/Esc AB CC
Tijdens de nacht van 20 op 21 mei worden de voorbereidingen getroffen om de tegenaanval te laten plaatsvinden. De aanval gaat van start bij eerste klaarte en kent aanvankelijk succes. Kwatrecht wordt heroverd maar kan door het I/11Li niet lang gehouden worden want de Duitse legerleiding heeft duidelijk zijn zinnen gezet op de snelle verovering van Gent voor propagandadoeleinden. Vanaf 09u00 wordt de aanval op I/11Li en III/5Li ingezet, dit keer met massale luchtsteun. Aanvankelijk kan de eerste aanvalsgolf nog worden afgeslagen maar wanneer rond 15u30 een tweede aanval wordt ingezet moeten I/11Li en III/5Li wijken en zich terugplooien op de tweede lijn.

1/Esc AB CC (832 en 833)
Luitenant Gailly beschikt nog over de 832 en 833 en staat nog steeds onder het bevel van de 2de Cavaleriedivisie.  Om 10u00 ontvangt hij een bevel om zich naar Zwevezele te begeven.  Het peloton verlaat hiermee het commando van de 2de Cavaleriedivisie en staat nu onder direct bevel van het Groot Hoofdkwartier.

2/Esc AB CC (803 en 814)
Het 2e Peloton van OLt Schreiber wordt onder bevel geplaatst van I/11Li om samen met dit infanteriebataljon de tegenaanval richting Kwatrecht in te zettenDe vertreklijn wordt vastgelegd langs de berm van de spoorweg ten zuiden van Kwatrecht. De aanvalsas ligt in het verlengde van de Steenbergstraat richting kerk van Kwatrecht, waarna I/11Li naar het oosten moet ombuigen. Het dorp moet eerst gezuiverd worden en vervolgens moet stelling genomen worden in de bunkers gelegen langs de oostrand van de bebouwde kom. Er zal worden aangevallen met twee compagnies in lijn, rechts van de aanvalsas de 2Cie, links de 1Cie. Wat overblijft van de 13Cie zal in tweede echelon oprukken om over te gaan tot de zuivering van het centrum van Kwatrecht eens het dorp bereikt wordt. De aanval wordt voorafgegaan door een vuurvoorbereiding die vanaf de vertreklijn geleidelijke aan opschuift naar Kwatrecht. Onmiddellijk na de artilleriebarrage die de aanval ondersteunt moeten de twee ACG-1 pantserwagens de marsroute openen. De infanterie zal de pantserwagens op 50 meter volgen.

Pantserwagen 803 van Wm Verboven wordt uitgeschakeld bij de gevechten te Kwatrecht.

Het 2de Regiment Artillerie (2A), divisieartillerie van de 2Div, vangt om 05u30 aan met een vuurvoorbereiding op de Duitse stellingen ter ondersteuning van de tegenaanval. De eerste pelotons van I/11Li bereiken de vertreklijn west van spoorwegbunker D19 [7] om 06u00 waar gewacht wordt op de aankomst van de pantserwagens. De twee ACG-1kunnen de aanval niet samen met I/11Li vanaf de vertreklijn inzetten omdat ze niet over de spoorwegtalud geraken. Zij moeten eerst nog een omweg maken via een doorgang onder het spoor om zich vervolgens aan de overkant van de spoorweg op te stellen. Exact om 06u15, het uur H, komen de twee ACG-1 van het peloton van OLt Schreiber toe aan de overkant van de spoorwegtalud ter hoogte van de vertreklijn. Ze zetten prompt de aanval in gevolgd door het I/11Li dat om 06u20 de vertreklijn overschrijdt.  Aanvankelijk boekt het I/11Li terreinwinst, de artilleriebarrage mist zijn doel niet en de Duitsers vluchten naar het centrum van Kwatrecht hetgeen het moreel van de manschappen opkrikt. De 2Cie bereikt rond 06u40 als eerste de rand van Kwatrecht en dringt het dorp binnen. Er ontstaan overal vuurgevechten waarna Kwatrecht  nagenoeg ingenomen wordt met uitzondering van enkele weerstandsnesten. De twee ACG-1, waarvan de voertuigcommandanten niet aanwezig waren op de briefing voorafgaand aan de aanval en de details van het aanvalsplan niet kennen, rijden ter hoogte van de kerk van Kwatrecht rechtdoor de Windmolenweg in om vervolgens langs de bunker A42 rechts af te buiten in de richting van het Bourgondisch Kruis (kruispunt Brusselsesteenweg en Oosterzelesteenweg). De voertuigen dringen diep in de Duitse linies door tot op ongeveer 100 meter van het kruispunt, waar ze  door vier Duitse anti-tankkanonnen uitgeschakeld worden. Pantserwagen 803 van Wachtmeester Verboven rijdt op kop en wordt geïmmobiliseerd door drie treffers van een PAK37 anti-tankgeschut. Wm Verboven en Soldaat Delens, de kanonnier, overleven de impact van het anti-tankgeschut niet [8]. Soldaat Goossens, de tankchauffeur, kan gewond uit het voertuig klimmen maar wordt kort daarop gevangen genomen [9]. Wanneer pantserwagen 814 van OLt Schreiber bunker A42 bereikt worden een aantal geparkeerde moto’s en zijspannen opgemerkt die achter de bunker geparkeerd stonden. OLt Schreiber geeft zijn chauffeur bevel met de pantserwagen over de geparkeerde moto’s te rijden. Tijdens dit manoeuvre wordt de toren van het voertuig door Duitse anti-tankkanonnen beschoten waarbij OLt Schreiber en zijn kanonnier, Soldaat  Smessaert, sneuvelen. Het voertuig is echter nog baanvaardig en de tankchauffeur, Soldaat Devindt, slaagt erin om rechtsomkeer te maken en de bevriende linies nabij Zwijnaarde te bereiken met aan boord de lichamen van de gesneuvelde torenbemanning [10]. Hij moet zijn voertuig achterlaten ter hoogte van het kasteel della Faille ter hoogte van de Scheldebrug te Zwijnaarde.

Esc AB CC (817, 832 en 833)
De drie overgebleven tanks worden achter de Leie teruggetrokken. Het eskadron zal naar Zwevezele gestuurd worden voor een korte rustpauze.

Staf/Esc AB CC (817, 832, 833)
Het eskadron rust uit te Zwevezele. Kapitein Hullebroeck wordt ontboden op het Groot Hoofdkwartier te Sint-Andries om persoonlijk verslag uit te brengen over de acties van zijn eenheid.

Aan de zuidflank van de Belgische legerzone zijn dringend bijkomende versterkingen nodig om te de linies te helpen beschermen tegen een mogelijke aanval van de Duitse troepen die de Franse kust bereikt hebben nabij Boulogne en Calais. Om 11u30 beveelt het GHK de creatie van de Groepering Leroy.  Deze battlegroup onder het bevel van Generaal-majoor Joseph Leroy, commandant infanterie (oftewel CIDI) van de 10Div, krijgt als missie om de lijn Ieper-Komen te bezetten en alzo een mogelijke Duitse aanval in de zuidflank van de Belgische legerzone te verijdelen.  De groepering staat onder het bevel van het IVde Legerkorps, en zal bestaan uit het Bataljon Grenswielrijders Limburg, de Wielrijdersgroep der 13Div, de Wielrijdersgroep der 16Div, de Compagnie T13 van de 10Div, en het Eskadron Pantserwagens van het Cavaleriekorps.  De groepering moet Ieper met Komen verbinden door stelling te nemen vanaf de vijver van Zillebeke langsheen de spoorlijn tot in Hollebeke.  Vanaf Hollebeke zal de positie de loop volgen van het oude Kanaal Ieper-Komen.  De commandopost mag ofwel te Beselare of te Geluveld geplaatst worden.

Om 12u00 worden de laatste drie tanks van het eskadron naar de kerk te Moorslede bevolen door de staf van het IV/LK.  Luitenant Delys, stafofficier bij het legerkorps, arriveert met het bevel om 12u15. Deze missie zal door de snelle ontwikkelingen aan de Leie echter nooit uitgevoerd worden. Tijdens de tocht verneemt Kapitein Hullebroeck dat hij echter bij de 10de Infanteriedivisie zal aangehecht worden en nieuwe orders zal krijgen bij aankomst in Sint-Eloois-Winkel.

Tijdens de nacht van 24 op 25 mei komen de tanks aan te Sint-Eloois-Winkel. De pantsers worden aangehecht bij het I/6J. De opdracht bij de Groepering Leroy is definitief afgelast. Het eskadron zal niet meer aan directe acties deel nemen en wordt in hoofdzaak ingezet voor het uitvoeren van patrouilles.

Vooroorlogse foto van tank 807 van Lt Gailly [6].

De tanks voeren patrouilles uit op de rechterflank en in het achtergebied van het 6J. Het eskadron krijgt nog steeds zijn bevelen van het I/6J. De commandant van dit bataljon is Majoor Charles Hullebroeck, broer van Kapitein Hullebroeck. Het voertuig van Wm Frankinet wordt per ongeluk beschoten door een Belgisch 75mm kanon waarvan de bemanning meent een Duitse panzer te hebben gezien. Het schot raakt gelukkig niet, maar ten gevolge van dit incident rijden de voertuigen vanaf dan met een Belgische vlag rond.

Het I/6J krijgt tijdens de nacht van 26 op 27 mei ook nog versterking van drie T13 pantserwagens van de Compagnie T13 van de Versterkte Positie Namen. De zes voertuigen worden op de rechterflank van de 10de Infanteriedivisie gebruikt om een mogelijke Duitse omsingeling tijdig te ontdekken en te onderscheppen bij de komende terugtocht van deze divisie.

Met telkens één T13 in versterking, wordt tank 832 uitgestuurd naar de zone tussen Moorslede en Tuimelaarshoek, tank 817 naar Koekuithoek en tank 833 naar Vierkavenhoek. De voertuigen moeten ondersteuning krijgen van enkele infanteriedetachementen die slechts na middernacht deze posities zullen bereiken.

Het eskadron pantserwagens fungeert nu samen met de drie T13 voertuigen als mobiele reserve van de 10de Infanteriedivisie.

Tijdens de nacht van 27 op 28 mei trekken de tanks terug met de rest van de 10de Infanteriedivisie van Roeselare naar Hooglede.

Op de laatste dag van de veldtocht zijn nog twee ACG-1’s operationeel. Vier voertuigen werden vernield door Duits anti-tankgeschut. Twee andere voertuigen werden door panne achtergelaten.

Op 28 mei krijgt het eskadron de opdracht om nieuwe kantonnementen te Lokkedijze in te nemen en verdere bevelen af te wachten.

Na de capitulatie

Slachtoffers

EenheidNaamVoornaamFotoGraadStandKlas° op° te+ op+ teNota
1 PlCOFFEZAlbert, G.N.SdtMil3606.02.1916Tielt17.05.1940Kapelle-op-den-BosChauffeur van Tank 829 frontaal getroffen door PAK37
2 PlDELENSHippolyteSdtMil3307.05.1913La Louvière21.05.1940KwatrechtSchutter van Tank 803
EMMERECHTSFelix, KarelSdtBV27.12.1919Vilvoorde26.05.1940Knokke
HOTTERSArmand, LéonardSdtMil3806.11.1918Montegnée26.05.1940Knokke
HUFKENSLeo, JosephSdtMil4027.02.1920Geel26.05.1940Knokke
ROOSPaul, Adolphe AndréWmBV28.04.1913Brussel19.05.1940BelseleOf +Zwijndrecht?
2 PlSCHREIBERWilliam, André Joseph EtienneOLtRes3416.07.1912Etterbeek21.05.1940GentPelotonscommandant 2Pl en tevens tankcommandant van Tank 814, gewond te Kwatrecht
2 PlSMESSAERTDaniël, R.SdtMil3708.02.1917Oostende21.05.1940GentSchutter van Tank 814, gewond te Kwatrecht.
1 PlVAN DER VOORDEJean-BaptisteSdtMil3319.06.1913Dilbeek19.05.1940GentSchutter van Tank 807, overleden Hulphospitaal 30 te Sint-Amandsberg. Dodelijk verwond te Zwijndrecht
2 PlVERBOVENMichael, Albert, Jozef.
Roepnaam Jef.
WmMil3617.02.1916Herentals21.05.1940KwatrechtTankcommandant van Tank 803

Bibliografie en Bronnen

  1. Achtergrondinformatie over de ACG-1 tank [On Line beschikbaar]: http://www.wardrawings.be/WW2/Files/1-Vehicles/Allies/5-Others/03-Belgium/1-TrackedVehicles/Files/ABCC.htm [Laatst geraadpleegd 4 februari 2024]
  2. Achtergrondinformatie over de perikelen bij de ontwikkeling en productie van de AMC34 tank [On Line beschikbaar]: https://en.wikipedia.org/wiki/AMC_35 [Laatst geraadpleegd 4 februari 2024]
  3. Foto’s van tank 803 en 823 zijn op dezelfde plaats genomen voor de aanvang van de oorlog aangezien voertuig 823 op 10 mei werd ontmanteld in de Kazerne Rolin. (Opmerking onder voorbehoud dat via de nummerplaat achterhaald kan worden dat het inderdaad om de 823 en niet om de 829 gaat). De foto’s werden vermoedelijk gemaakt tijdens manoeuvres of tijdens de scholing van de chauffeurs. 
  4. Alarmkantonnement van het Esc AB CC te Schaarbeek [On Line beschikbaar]: http://www.irismonument.be/nl.Schaarbeek.Waelhemstraat.77.html en 77 Waelhemstraat – Google Maps [Laatst geraadpleegd op 4 februari 2024].
  5. Achtergrond informatie bij de slag om Den Haag [On Line beschikbaar]: https://nl.wikipedia.org/wiki/Slag_om_Den_Haag [Laatst geraadpleegd 6 februari 2024].
  6. Foto van tank 807 genomen tijdens manoeuvres voor de aanvang van de oorlog. Het gaat duidelijk om het voertuig van de pelotonscommandant. Aangezien de voertuigen niet over radio’s beschikken moet de pelotonscommandant de manoeuvrerichting aangeven met zijn arm. Bij de cavalerie is het gebruikelijk dat de officieren geen stick maar een rijzweep hebben, vandaar de rijzweep op de foto. Het is ook een bevestiging dat het om een officier van de cavalerie gaat. Het is niet te achterhalen of de officier op de foto Luitenant Gailly is (TBC). Bemerk ook het hoefijzer ingesnoerd in de riem van het opgerold dekzeil naast de chauffeur. Dit detail is te zien op meerdere foto’s die genomen werden van de pantserwagens van het Esc AB CC tijdens de mobilisatie.
  7. Achtergrondinformatie bij spoorwegbunker D19 [On Line beschikbaar]: Wetteren, Steunliniebunker D19, D19 (bunkergordel.be) [Laatst geraadpleegd 6 februari 2024].
  8. Pantserwagen 803 blijft nog geruime tijd achter op het slagveld en werd uitvoerig gefotografeerd door de Duitsers voor propagandadoeleinden. Wm Verboven krijgt een oorlogsgraf naast zijn vernielde tank. Achtergrond en foto’s van pantserwagen 803 [On line beschikbaar]:  Verloop strijd aan de bunkergordel Bruggenhoofd Gent [Laatst geraadpleegd 6 februari 2024]. Deze uitgebreide site beschrijft de exacte ligging van de bunkers van de bunkergordel TPG en bevat ook een gedetailleerde beschrijving van de gevechten die zich in en rond de bunkers afspeelden. 
  9. Handgeschreven brief gericht aan de historische dienst van het leger, opgesteld in het Nederlands op 23 januari 1956, door Soldaat Goossens chauffeur van pantserwagen 308 van het Esc AB CC. In zijn brief doet Sdt Goossens het relaas van de tegenaanval te Kwatrecht. Het verslag bevindt zich in het dossier van het Esc AB CC bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  10. Mondeling verslag van Soldaat Devindt aan Kapitein Hullebroeck na de uitvoering van de tegenaanval te Kwatrecht. Het relaas van Sdt Devindt bevindt zich in het verslag van Kapt Hullebroeck. 
  11. Escadron d’ Autos Blindées du Corps de Cavalerie (AB/CC), campagne de 1940, rapports du Capitaine Hullebroeck, Commandant de l’escadron” getypt en verwerkt door Raymond Surlémont in november 1988. Het verslag bevindt zich in het dossier van het Esc AB CC bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  12. Mei 1940 – De 18-daagse veldtocht in woord en beeld, Peter Taghon, Lannoo, Gent, januari 2010, p 125, p. 142, p. 150 en p. 152.