Wielrijderseskadron der 1ID

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming Wielrijderseskadron der 1ste Infanteriedivisie | Wi Esk 1ID
Escadron Cycliste de la 1ère Division d’Infanterie | Esc Cy 1DI
Type Verkenningseenheid van de infanterie
Ontdubbeld van 2de Regiment Lansiers
Onderdeel van Groepering Ninitte
Bevelhebber Kapitein G. Jones
Standplaats Vooruitgeschoven Stelling
Anti-tankcentrum As
Samenstelling 1ste Peloton (Onderluitenant H. Bauchau)
2de Peloton (Onderluitenant J. Degroux)
3de Peloton (Onderluitenant E. Libion)
4de Peloton (Onderluitenant A. D’herde)

Tijdens de mobilisatie

LansiersStaf/Esk Cy 1Div
Op 1 september 1939, bij afkondiging van Fase C van het mobilisatieplan, wordt het Eskadron Wielrijders van de 1ste Infanteriedivisie (Esk Cy 1Div) gemobiliseerd te Meetkerke nabij Brugge met oudere reservisten (klas 35) van het 2de Regiment Lansiers (2L). Het Esk Cy 1Div is het organiek eskadron verkenners van de 1ste Infanteriedivisie (1Div), een actieve infanteriedivisie behorende tot het CavaleriekorpsDe eenheid wordt bevolen door Kapitein Jones,  overgekomen van het 1ste Regiment Lansiers (1L). Lang blijft het wielrijderseskadron niet onder het bevel van de 1Div. De wielrijders worden eerst naar Poperinge gestuurd voor de bewaking van de Frans-Belgische grens om vervolgens na een periode in Wommelgem overgeplaatst te worden naar de 2de Cavaleriedivisie (2CD) die zich in Limburg bevindt.  Wanneer een peloton pantserwagens van het 1ste Regiment Jagers te Paard (1JP) aangeduid wordt om het hoofdkwartier van het Cavaleriekorps in Sint-Truiden te verdedigen wordt het Esk Cy 1Div door de 2CD ter compensatie in versterking van het 1JP gegeven [1]. De opdracht van 1JP bestaat enerzijds in het bezetten van een aantal alarmposten op de Belgisch-Nederlandse grens langsheen de Maas en anderzijds in de tijdelijk verdediging van de Vooruitgeschoven Stelling achter de Zuid-Willemsvaart tussen Neeroeteren en Eisden.

De nieuwe standplaats van het Esk Cy 1Div wordt Zevenhuizen nabij As waar de commandopost van het 1JP staat opgesteld. De gemeente As wordt ingericht als anti-tankcentrum, verdedigd door het Eskadron Pantserwagens van het 1JP ondersteund door het Esk Cy 1Div. Beide eenheden moeten zich ook klaarhouden als mobiele reserve van het 1JP.

Staf/Esk Cy 1Div
Het eskadron wordt om 01u00 in staat van alarm gebracht waarna de vier pelotons worden uitgestuurd om diverse steunpunten in het anti-tankcentrum van As te bezetten. Wanneer het voor 1JP duidelijk wordt dat de vijandelijke hoofkrachtinspanning bij de brug van Eisden ligt wordt het 2de Peloton van OLt Degroux even voor 09u00 naar Eisden gestuurd om er de Iste Groep van 1JP (I/1JP) te versterken. Het peloton neemt rond 14u00 stelling ten noorden van Eisden. De rest van de eenheid wordt intussen gevraagd om in de bossen ten zuidoosten van As te patrouilleren. Om 13u00 wordt ook het 1ste Peloton van OLt Bauchau uitgestuurd naar het I/1JP om de vijandelijke druk nabij de brug van Eisden het hoofd te bieden. Alleen het 3de en 4de Peloton blijven nog onder bevel van het eskadron te As. Het eskadron wordt om 21u00 teruggestuurd naar het Albertkanaal en komt om 23u00 aan te Kortessem in de divisiesector van de 1Div.

2/Esk Cy 1Div
Uit de eerste contacten met de vijand kon de commandant van 1JP afleiden dat de hoofdkrachtinspanning van de Duitse aanval zich tegenover het steunpunt van het 1ste Eskadron van I/1JP te Eisden bevindt. Hij beslist om 08u50 om het peloton wielrijders van OLt Degroux en het peloton pantserwagens van Adjt KAO baron de Biber van 1JP als versterking naar Eisden te sturen. Tegen 09u45 heeft I/1JP contact met vijand over de ganse lengte van zijn dispositief. Bij de vernielde brug van Eisden wordt hevig gevochten. De brug wordt beschermd door een weerstandsnest van één C47mm en een zware mitrailleur die de oostelijke toegangswegen naar de brug onder schot houden en de kanaalbunkers 45, 46 en 47 op de westelijke kanaaloever. OLt Degroux verzamelt zijn peloton in de boerderij Vierveld nabij kanaalbunker 44 en moet van daar uit zijn peloton wielrijders ten noorden van bunker 45 opstellen.  Hij ondervindt grote moeilijkheden om de kanaaloever te bereiken omdat de vijand zich reeds in enkele huizen op de oostelijke kanaaloever heeft geïnstalleerd en de tegenoverliggende kanaaloever onder schot houdt. Het peloton wielrijders geruggensteund door de pantserwagens van Adjt de Biber ruimen de vijandelijke weerstandsnesten op waarna het peloton om 14u00 stelling kan nemen en de rust tijdelijk terugkeert in dit frontgedeelte. In de loop van de namiddag slaan enkele obussen in nabij bunker 45 echter zonder noemenswaardige schade te veroorzaken.  Omstreeks 19u00 ontploffen enkele artilleriegranaten midden in de stelling van het 2de Peloton. OLt Degroux, WM Serruys, Brigadier Lesnino en Sdt Provost raken hierbij zwaar gewond. De gewonden worden naar de boerderij Vierveld gebracht waar de fietsen van het peloton zich bevonden. OLt Degroux blijft het peloton bevelen vanuit de boerderij Vierveld. Het 2de Peloton blijft op zijn stelling tot 21u00 en keert met de Jagers te Paard terug over het Albertkanaal. Op bevel van de pelotonscommandant worden de gewonden bij hem in de boerderij achtergelaten. Het commando van het peloton wordt overgenomen door WM Themissen. Alleen OLt Degroux zal de bominslag overleven en door de Duitsers naar een Nederlands ziekenhuis overgebracht worden, de drie andere militairen overlijden aan hun verwondingen [4]. 

1/Esk Cy 1Div
Om 13u00 vraagt Majoor Gijsels, commandant van I/1JP, opnieuw versterking aan het regiment om het 1ste Eskadron dat onder zware vijandelijke druk staat te ontlasten. De regimentscommandant van 1JP stuurt  het 1ste Pl van OLt Bachau en het peloton van OLt Rolin van EskPzW/1JP naar de Iste Groep. Ze worden samen met het Pl Delrue van het 2Esk/1JP in reserve gehouden ten zuidwesten van Eisden om offensief te reageren indien de vijand erin zou slagen de vaart over te steken. Bij het vallen van de avond keert het 1/Esk Cy 1Div terug naar As waarop het ganse eskadron om 21u00 vertrekt om zich achter het Albertkanaal in veiligheid te stellen. 

Staf/Esk Cy 1Div
Het 2de Peloton wordt door WM Themissen veilig en wel over het Albertkanaal geloodst en bereikt Kortessem om 03u00 waarna het eskadron weer compleet is. De uitgeputte manschappen wordt tijdens de ochtend van 11 mei de kans geboden wat te rusten terwijl de staf op de hoogte wordt gebracht van de toestand. In de sector van de 7de Infanteriedivisie (7Div) steken Duitse pantsertroepen het Albertkanaal over gebruik makend van de door parachutisten intact veroverde bruggen van Vroenhoven en Veldwezelt.  ‘s Morgens zijn de linies van de 7Div nagenoeg over de ganse lijn doorbroken en de vijand begeeft zich op weg naar Tongeren om de stad in te nemen. Dit stelt een probleem voor het Cavaleriekorps dat nog altijd achter het Albertkanaal staat opgesteld en dat in de flank bedreigt wordt. De beveiliging van de flank dringt zich op en er wordt gedacht om deze opdracht toe te vertrouwen aan de Groepering Ninitte en andere eenheden die zonet teruggekeerd zijn van de Vooruitgeschoven Stelling. Het Esk Cy 1Div wordt terug aangehecht aan de 1Div waar het eskadron organiek toe behoort.

Om 08u30 wordt Kapitein Jones ontboden op de commandopost van Generaal-majoor De Droog, Commandant Infanterie van de 1Div. Deze generaal kreeg de leiding over de formaties die de flank van de 1Div zullen beveiligen. De 1Div  staat opgesteld op de rechterflank van het Cavaleriekorps op de limiet met het I/LK, en zou als eerste in moeilijkheden komen in geval van een Duitse opmars naar het westen. Om deze flank te beschermen zal een dwarsstelling worden ingenomen haaks op het Albertkanaal. Deze defensieve lijn, die de naam Bretel van Kortessem, meekrijgt loopt grosso modo van Kerniel tot Gors en vervolgens langs de Mombeek van Guigoven via Wintershoven en Vliermaalroot tot Krijt en Diepenbeek. De defensieve waarde van de Mombeek wordt op de meeste plaatsen nog versterkt door overstromingen en door een netwerk van prikkeldraad. 

De cavaleristen van de Groepering Ninitte zullen de zuidelijke ondersector van de Bretel van Kortessem bezetten met het 1JP in eerste echelon van Kerniel over Gors-Opleeuw en Guigoven tot Wintershoven. De kruispunten van Kortessem en van Wellen zullen in tweede echelon verdedigd worden door 2G en de GpCy 14Div. De noordelijke ondersector zal verdedigd worden door het Iste Bataljon van het 4de Linieregiment (I/4Li), de Compagnie C47 op T13 van de 1Div (Cie C47/T13 1Div) en het EskCy 1Div. 

Tegen de late voormiddag vertrekken de manschappen naar de dwarsstelling en gaan in stelling bij Vliermaalroot met op links het I/4Li en op rechts het 1JP. De ganse dag trekken de restanten van de in het oosten gelegen 4de Infanteriedivisie door deze dwarsstelling. Tijdens de late namiddag wordt contact gemaakt met de vijand en breken vuurgevechten uit. ‘s Avonds wordt het bevel  gegeven om de Bretel van Kortessem tijdens de nacht van 11 op 12 mei op een geordende manier te evacueren. Het gros van de troepen zal om middernacht de dwarsstelling verlaten en zich naar een nieuwe defensieve stelling achter de Demer en de Gete (die de benaming Demer/Gete-Stelling meekrijgt) verplaatsen.

Staf/Esk Cy 1Div
Het Cavaleriekorps krijgt in de loop van de ochtend het bevel over de Demer/Gete-stelling, de dwarsstelling van Tienen over Diest tot Tessenderlo (aan de Winterbeek) en de sector aan het Albertkanaal ten noorden van Kwaadmechelen. Alle beschikbare cavalerie-eenheden zullen zo snel mogelijk naar deze linie gebracht worden om er de Duitse opmars af te remmen tijdens de terugtocht van het veldleger naar de K.W. Stelling.

De dwarsstelling van Kortessem wordt bemand tot ongeveer 01u30. Via Diepenbeek trekt het eskadron terug naar Kortenaken en zorgt daarbij voor de achterhoedebeveiliging van het I/4Li. Na een korte rustpauze te Halen worden de manschappen naar Waanrode doorgestuurd. Het eskadron zal hier verblijven van 09u00 tot 20u30. Vervolgens ondernemen de wielrijders een korte tocht naar Loksbergen om er zich onder het bevel van de 2de Cavaleriedivisie te plaatsen.  Samen met het 7de Eskadron van het 2L zal de eenheid ingezet  worden voor de bewaking van het deel van de Demer/Gete-Stelling dat zich tussen Diest en Halen bevindt.  De stad Diest zal verdedigd worden door het 1ste Regiment Jagers te Paard.  Vanaf Halen zal het 2de Regiment Karabiniers-Wielrijders de verdediging overnemen.

De manschappen van Kapitein Jones komen rond middernacht aan op hun nieuwe posities langsheen de Demer en de Velpe te Webbekom, Zele en Velpen.  Deze dorpen worden ingericht tot anti-tankcentra met behulp van de T13 en T15 voertuigen van het 2L.

Het eskadron bevindt zich te Webbekom, Zele en Velpen. Terwijl er elders langsheen de Demer/Gete-Stelling gevechten uitbreken, blijft het langsheen dit stuk van de Demer en de Velpe relatief rustig.

Op bevel van het 1JP worden de Lansiers van Kapitein Jones rond 22u30 van de frontlinie teruggetrokken. Via Aarschot, Keerbergen en Mechelen wordt naar Tisselt gereden aan het Kanaal van Willebroek.

De wielrijders komen tijdens de ochtend aan te Tisselt waar de gemotoriseerde eenheden van het 1JP hen opwachten. Na de chaos van de eerste oorlogsdagen wordt het ganse Cavaleriekorps gereorganiseerd en in reserve geplaatst. Ook het eskadron Jones krijgt een rustperiode.

Na overnacht te hebben te Tisselt wordt Kapitein Jones op de staf van de 1ste Infanteriedivisie (1Div) ontboden. Hij verneemt er de overplaatsing van het eskadron naar het IIIde Legerkorps en krijgt de opdracht om de omgeving van het hoofdkwartier van 1Div dat te Puurs werd ontplooid te bewaken tegen mogelijke luchtlandingen. Om 18u30 vertrekken de wielrijders uit Tisselt op weg naar hun nieuwe opdracht.

Te Puurs wordt de manschappen van het eskadron opgesteld rond het hoofdkwartier van de 1Div en rond de militaire telefooncentrale van de divisie in het station. Een sectie mitrailleurs van het 4de Peloton wordt als bescheiden luchtafweerbatterij gebruikt.

Terwijl de fuseliers de nabije verdediging van het hoofdkwartier van de 1ste divisie verzekeren, zorgt het peloton mitrailleurs voor de luchtafweer.

De K.W. Stelling is nu verlaten door ons leger en het Kanaal van Willebroek vormt de nieuwe tijdelijke frontlinie. Ten zuiden van de 1ste Infanteriedivisie komt het al snel tot een hevig treffen. De vijand kan er de Belgen in de loop van de avond wegdrukken van de kanaaloever zodat het rechterflank van de 1ste divisie bloot komt te liggen. De 1ste divisie moet echter op post blijven tot de ontruiming van de Versterkte Positie Antwerpen voltooid is op 18 mei. Om de rechter flank af te dekken, wordt een bataljon van het 4Li verplaatst naar een dwarsstelling. Het eskadron wielrijders stelt zich op in tweede echelon achter dit bataljon. De marsroute naar de brug van Temse wordt op op die manier beveiligd.

Rond 07u00 slaagt de vijand er in om na de oversteek van het Kanaal van Willebroek te infiltreren tussen de posities van het 3Li en het 4Li. Beide regimenten zullen zich terugplooien. Om dit manoeuvre mogelijk te maken blokkeert het eskadron wielrijders te Pullaar het kruispunt van de autobaan Brussel-Antwerpen en de baan naar Willebroek. De wielrijders worden hierbij ondersteund door een C47 antitankkanon.

Wanneer om 14u00 het gros van de infanterie veilig weggetrokken is, verlaat het eskadron samen met de laatste detachementen van het 3Li zijn stellingen om de divisie achterna te trekken. Hierbij wordt een vluchtroute naar het noorden gekozen. Via Wintham, Hingene en Bornem zetten de wielrijders koers naar de brug te Temse. Tijdens de aftocht wordt het voorop marcherende 4Li afgedekt.

Om 17u30 krijgt Jones de toestemming om de Schelde over te steken. Anderhalf uur later blaast de genie onder dekking van het II/4Li de Scheldebruggen op. De infanterie van de divisie zal per trein verplaatst worden naar Gent.

De wielrijders nemen de baan naar Tielrode, Waasmunster en Zele en zetten vervolgens koers naar de Arteveldestad om enkele uren later aan te komen in Mariakerke. Het eskadron wordt in het nabijgelegen Drongen weer bij de divisie gevoegd.

Om 14u00 krijgen de manschappen de opdracht om de textielfabriek Alsberghe & Van Oost in te nemen om er de ontplooiing van het divisiehoofdkwartier voor te bereiden. De rest van de divisie wordt te Gent opgesteld.

Terwijl de 1ste divisie te Gent aan haar nieuwe stellingen werkt, blijft het eskadron wielrijders bij het divisiehoofdkwartier aan de Drongensesteenweg.

De 1ste divisie houdt nog steeds de stad Gent. De posities blijven ongewijzigd te Drongen. De Duitsers komen die dag aan op de rand van het Bruggenhoofd Gent.

Die dag besluit het geallieerde opperbevel op de Conferentie van Ieper dat de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde moet worden opgegeven door de Belgen. Ten zuiden van Oudenaarde is de Duitse leger immers doorgebroken in de Britse sector en daarom moet het ganse front achteruit. De Belgen zullen zich terugtrekken tot achter het Leopoldkanaal, het Afleidingskanaal van de Leie en de Leie zelf. Aanvankelijk zullen de Britten te Kortrijk te verdediging naar het zuiden overnemen, maar dan wordt aan de Belgen gevraagd ook de zone tussen Kortrijk en Menen voor hun rekening te nemen. Ons Groot Hoofdkwartier gaat op zoek naar troepen voor deze nieuwe sector en wijst de 1ste infanteriedivisie aan.

Om 09u30 ontvangt het eskadron het bericht om zich klaar te maken voor de komende verplaatsing. Even voor twaalf vertrekken de troepen naar het Leiefront. De marsroute loopt over Deinze, Tielt, Ingelmunster en Izegem. Rond 16u30 fietsen de manschappen Sint-Eloois-Winkel binnen.

Er wordt beslist om het eskadron te ontplooien aan de bruggen over de rivier tussen Kortrijk en Menen in afwachting van de aankomst van de Belgische troepen. De Belgen moeten er de bruggen beveiligen tot onze infanterie de sector kan overnemen. De wielrijders ontvangen hun orders te Gullegem en rijden vervolgens naar de hun toegewezen steunpunten aan de rivier.

Kapitein Jones installeert zich te Wevelgem. Het 1ste en het 3de peloton krijgen de bruggen te Kortrijk toegewezen. Het 2de peloton gaat naar Bissegem. Het peloton mitrailleurs ten slotte bewaakt de bruggen te Wevelgem zelf.

Het reservebataljon van het 4Li lost om 22u45 het eskadron wielrijders af en neemt de bewaking over van de bruggen te Kortrijk, Bissegem en Wevelgem.

Het divisiehoofdkwartier is eerder op de dag ontplooid te Sint-Eloois-Winkel.

Kapitein Jones brengt rondom 02u00 zijn pelotons opnieuw samen te Gullegem. Daarna krijgen ze opnieuw de bewaking van het divisiehoofdkwartier toevertrouwd. De ontplooiing van de Belgische troepen langsheen de Leie is nu volbracht. Wanneer de Duitsers de rivier naderen, breken de eerste artillerieduels uit.

Na een kort maar hevig bombardement steken de Duitse infanteristen tegenover het 3Li de Leie over. De Belgen worden al snel teruggedreven, en de flank van het 4Li en 24Li worden bedreigd. De 1ste divisie krijgt het nauw wanneer ten zuiden van de stad Kortrijk de Duitsers enkele vierkante kilometers terrein stevig in handen hebben.

Het eskadron wielrijders wordt rondom 17u00 samen met het 1LR in de bres geworpen. De troepen moeten zich op de lijn Moorsele-Gullegem opstellen om een verdere vijandelijke opmars ten zuiden van de stad Kortrijk te blokkeren. Even wordt aan een tegenaanval door deze tijdelijke groepering gedacht, maar de Rijkswachters en de wielrijders moeten zich vervolgens toch ingraven terwijl het oppercommando voor ’s anderendaags een grotere tegenactie met de 10de infanteriedivisie voorbereid.

Het 4Li krijgt de opdracht om te Wevelgem de Duitsers te opmars richting Menen trachten te ontzeggen. Te Kapelhoek sluit het 4Li aan bij het eskadron wielrijders van de 1ste divisie dat de Belgische linies over Kloekhoek (2de peloton) en Kapelhoek (1ste peloton) tot (3de peloton) Schoonwater verlengt. Hier neemt het 1LR de verdediging over tot Gullegem.

De opstelling van het 3de peloton te Schoonwater loopt echter bijna faliekant af wanneer de manschappen er op Duitse infanteristen stuiten. De Rijkswachters van het 1LR moeten er tussenbeide komen met twee T13 en een C47 om de lansiers toe te laten hun stellingen in te nemen. Ook het 2de peloton kan slechts na schermutselingen Kloekhoek bereiken.

Omstreeks 19u30 krijgen de manschappen te horen dat de tegenaanval met de 10de divisie ook niet zal plaatsvinden. Het 4Li wordt bovendien weggedrukt naar de westrand van Wevelgem zodat ook het eskadron wielrijders en het 1LR zich naar het westen moeten uitdunnen om de linies intact te houden.

Tijdens de nacht kan het 4Li melden dat het nu vanaf de westrand van Wevelgem opnieuw opgesteld staat langsheen de Leie en dat de verbinding met de ten westen gelegen Britse 22nd Division intact is. Het Bataljon Motorwielrijders Ardeense Jagers is zich komen opstellen achter het regiment om er een ontvangststelling bij een mogelijke aftocht van de Leieoever in te richten.

De wielrijders worden nu ingezet om de verbinding met de Britten te vrijwaren. De Duitsers vallen nu in westelijke richting aan en even voor 10u00 wordt Wevelgem definitief ontruimd. Het 4Li gaat er samen met het eskadron wielrijders van door. De troepen van Kapitein Jones moeten zich zo’n 10 Km verderop hergroeperen te Vijfwegen en komen rondom 13u00 aan in een boerderij te Dadizele.

De ganse 1ste divisie bevindt zich nu in de buurt van Dadizele en Ledegem en moet toekijken hoe de Duitsers van de tussen de Belgen en Britten geforceerde opening gebruik maken om naar Geluwe door te stoten. Het Groot Hoofdkwartier stuurt in allerijl de 2de cavaleriedivisie naar deze sector om er de nieuwe bres trachten te dichten.

Het eskadron wielrijders wordt overgeplaatst naar de op komst zijnde 2de cavaleriedivisie en moet zich naar Moorslede verplaatsen. Kapitein Jones komt hier rond 19u00 en stelt zich onder het bevel van het 2L. De manschappen worden aangehecht bij het II/2Cy dat het tweede echelon van het 2L zal bemannen.

De formatie rond de 2de cavaleriedivisie zal een nieuwe verdedigingslinie van Dadizele over Geluwe tot Wervik trachten op te werpen. Het II/2Cy en het eskadron wielrijders bezetten Dadizele.

Tijdens de vroege ochtend stoten de Duitsers door naar Geluwe en zetten er het 3L onder bijzonder zware druk. Het eskadron wielrijders wordt omstreeks 06u00 de baan opgestuurd om zich naar het gehucht Molenhoek ten noordwesten van het dorp te begeven en het 3L te gaan ondersteunen.

Kapitein Jones komt even na 08u15 in de buurt aan en slaagt er aanvankelijk niet in om contact te maken met het 3L. In de buurt bevinden zich detachementen van het 1L die zich terugtrekken uit Geluwe. De commandopost van het 3L blijkt nu in Terhand te staan een heeft de aftocht bevolen naar de spoorlijn Ieper-Roeselare.

Het eskadron verplaatst zich naar Passendale en trekt vervolgens door Westrozebeke. Onderweg stuurt Generaal-Majoor de Droog, infanteriecommandant van de 1ste divisie, de verkenners door naar Oostnieuwkerke om er opnieuw de divisie te vervoegen. De wielrijders worden echter onmiddellijk doorgestuurd naar Vijfhoek, deelgemeente van Roeselare, om in reserve van het Iste legerkorps te worden geplaatst.

Enkele uren later keert de eenheid alsnog terug naar de 2de cavaleriedivisie. Om 17u30 vertrekken Jones en zijn mannen naar Langemark. De rit duurt een goed uur. Langemark is op dat ogenblik bezet door een samenraapsel van territoriale eenheden.

Tijdens de nacht van 26 op 27 mei werd op de spoorlijn Ieper-Roeselare een geïmproviseerde anti-tankhindernis aangelegd met honderden buffer-aan-buffer geplaatste goederenwagons.

Deze poging om de vijand op de spoorlijn Ieper-Roeselare tegen te houden, zal zijn doel missen: er dagen immers geen Duitse tanks op, maar wel infanteristen die makkelijk tussen de wagons door komen. Daarenboven staan de gewassen in de meeste velden nagenoeg op volle lengte, zodat de vijand op de meeste plaatsen ongezien kan naderen. En op de koop toe heeft de gemeente Passendale kort voordien de sloten laten uitdiepen zodat de Duitsers nu ook dit handig weten te gebruiken om te naderen.

Ter hoogte van Frezenberg heeft het 3L post gevat langsheen de spoorlijn, maar tijdens de ochtend van 27 mei kan de vijand hier al snel een opening maken in de Belgische posities.  De 15de Infanteriedivisie zal hierop tussen Zonnebeke en Langemark een dwarsstelling organiseren op een mogelijke Duitse doorbraak van uit het zuiden te blokkeren.  Kolonel d’Orjo van het 2L  wordt verantwoordelijk voor deze dwarsstelling en krijgt hiervoor de volgende troepen  toegewezen:

  • De Wielerijdersgroep van de 17de Infanteriedivisie
  • Het Wielrijderseskadron van de 1ste Infanteriedivisie
  • Het Bataljon Motorwielrijders Ardeense Jagers
  • Het Eskadron Luchtafweermitrailleurs van de 2de Cavaleriedivisie
  • Het 7de Eskadron van 2L
  • De mitrailleurs en C47 anti-tankkanonnen van 2L

Kolonel d’Orjo besluit twee kwartieren in te richten: kwartier noord op de rechterflank met de wielrijders van de 1ste en 17de infanteriedivisies in de diepte gedekt door het Eskadron Luchtafweermitrailleurs en kwartier zuid op de linkerflank met het Bataljon Motorwielrijders Ardeense Jagers gedekt door de mitrailleurs van 2L.  De scheidingslijn tussen deze beide kwartieren komt te Sint-Juliaan te liggen.  Hij plaatst zijn eigen commandopost te Poelkapelle.

De manschappen nemen positie in aan de rechterflank van deze nieuwe verdedigingslinie, ten zuidoosten van Langemark langsheen de Steenbeek.  Het eskadron komt even ten westen van Sint-Juliaan te liggen en sluit op rechts aan met de wielrijders van de 1ste Infanteriedivisie en op links met het Bataljon Motorwielrijders Ardeense Jagers.

De manschappen blijven de ganse voormiddag op post en worden omstreeks 14u10 aangevuld met een peloton mitrailleurs van het 2L.

Het bericht loopt binnen dat het Bn Moto zal worden afgelost door de Wielrijdersgroep van de 17de divisie. De mannen van Kapitein Jones zullen ter plekke blijven. Om 15u30 wordt gemeld dat elementen van het 3L zich zullen terugtrekken van uit de richting Zonnebeke. Jones moet deze militairen opvangen en toevoegen aan zijn steunpunten.

Het eskadron bevindt zich nog steeds tussen Langemark en Sint-Juliaan wanneer de veldtocht ten einde loopt en het Belgische leger de strijd opgeeft.

Na de capitulatie

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen

  1. Feitelijk werd het Esk Cy 1Div overgeplaatst naar de Groepering Ninitte en vervolgens in versterking gegeven van het 1ste Regiment Jagers te Paard. De Groepering Ninitte, een ad hoc samengestelde formatie bestaande uit elementen van het Cavaleriekorps (CK), werd ontplooid  op de Vooruitgeschoven Stelling achter de Zuid-Willemsvaart en het Kanaal Bocholt-Herentals tussen Maasmechelen en De Maat nabij Mol. De formatie moest een dekkingsopdracht uitvoeren ten noorden van de stellingen die het Cavaleriekorps heeft ingenomen aan het Albertkanaal. De Groepering Ninitte werd genoemd naar zijn bevelhebber Generaal-majoor Ninitte, commandant van de cavalerie van de 2de Cavalerie Divisie. Andere eenheden van de Groepering Ninitte voor de dekkingsopdracht in de kempen: 2G, GpCy 14Div, 1JP, 1Cy, Det Kaulille en Det Maaseik van het Bn CyF Lim, I/19A en III/19A.
  2. Historiek van het 1ste Regiment Jagers te Paard opgesteld door de verbroedering 1JP [On Line beschikbaar]: https://drive.google.com/file/d/1y1ZUV1qLeO44CUfqLDS8CpAIE_Hva6iH/view [Laatst geraadpleegd 02 november 2018].
  3. Stassin, G., jaartal onbekend, Cavalerie Motorisée, Brussel: Tank Museum.
  4. Volgens de overlijdensregisters van de gemeente Lanklaar werden nabij de boerderij Vierveld de lijken van 4 Belgische soldaten gevonden na afloop van de gevechten. Het betreft de lichamen van de drie onfortuinlijke wielrijders van het Esk Cy 1Div en het lichaam van Sdt Lenaerts van het 1JP.