Maritieme Basis

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming Maritieme Basis
Base Maritime
Type Territoriaal commando
Ontdubbeld van n.v.t.
Bevelhebber Luitenant-generaal Etienne Glorie
Stafchef Kolonel SBH P. De Pauw
Bevelhebber Kustartillerie Luitenant-kolonel R. Joly
Standplaats Belgische Kust
Zone Het Zwin – Nieuwpoort
Commandopost op de Provinciestaf West-Vlaanderen (Baudetstraat 30 te Brugge)
Organieke Eenheden Hoofdkwartier
  Marinekorps
  Iste Groep 5de Regiment Legerartillerie
Tijdelijke Eenheden 3de Regiment Grenadiers
  37ste Linieregiment
  7de Batterij II/5LA
  Wielrijdersgroep 16ID

Tijdens de mobilisatie

Luitenant-generaal Glorie decoreert verdienstelijke militairen van de Maritieme Basis tijdens de mobilisatie.

Staf/MarBasis
De Maritieme Basis (MarBasis) werd bevolen door Luitenant-generaal Glorie die tevens Provinciecommandant van West-Vlaanderen was. Aan de vooravond van de oorlog heeft de Maritieme Basis het commando over het Marinekorps, I/5LA, 7/II/5LA, 37Li en 3Gr. Als hoofdopdracht moet de MarBasis instaan voor de beveiliging van de havens van Zeebrugge, Oostende en Nieuwpoort evenals de bewaking van de territoriale wateren.

I/5LA/MarBasis
Het 5e Regiment Legerartillerie (5LA) groepeert de ‘speciale’ zware artillerie van ons leger. De Iste Groep (I/5LA), onder bevel van Majoor Chomé, wordt vanaf de aankondiging van de mobilisatie al in versterking gestuurd naar de MarBasis. I/5LA omvat drie batterijen zware kustartillerie. Daarnaast heeft de groep nog een vierde batterij met dertien FRC 47mm kanonnen die ingebouwd zijn in APX2B tanktorens bestemd voor Renault ACG1 pantserwagens. Door het politieke getouwtrek rond de aankoop van nieuwe tanks eind jaren ’30, had ons leger vijftien tanktorens, waarvoor de voertuigen nooit geleverd werden, op overschot. Dertien van deze torens werden dan maar op betonnen sokkels geplaatst en langsheen de kust opgesteld.

37Li/MarBasis
Op 4 april wordt het 37ste Linieregiment (37Li) in de Versterkte Positie Antwerpen (VPA) afgelost door het 33Li. Iedereen vertrekt per trein naar de kust voor een rustperiode. Aanvankelijk verblijven de bataljons aan de Westkust te Oostduinkerke en Lombardsijde om ook hier weer statische posities aan te leggen. Gedurende vier weken wordt flink gegraven in en om de duinen. Het regiment komt eveneens onder bevel van de Maritieme Basis te staan. De commandopost van het 37Li staat opgesteld in de Kazerne Generaal Mahieu van het 3Li, in de wijk het Hazengras te Oostende. In de kazerne zijn ook het Iste en IIde Bataljon gekantonneerd. Het IIIde Bataljon heeft zijn standplaats te Nieuwpoort.

De 4Cie van het Iste Bataljon van 3Gr op de dijk te Heist.

3Gr/MarBasis
Op 11 april 1940 wordt beslist om het gros van de troepen van het 3e Regiment Grenadiers, die zich in de Kempen bevond, naar de Belgische kust te sturen. De Staf/3Gr, I/3Gr en III/3Gr vertrekken aansluitend naar West-Vlaanderen terwijl het IIde Bataljon (II/3Gr) en het Peloton Verkenners (Pl Vkr/3Gr) aangehecht blijven bij de 18de Infanteriedivisie (18Div) in de Kempen. Eens aangekomen in de kuststreek komt het regiment onder bevel te staan van de Maritieme Basis. De commandopost van het 3Gr wordt te Lissewege opgesteld.

7/II/5LA/MarBasis
De spoorwegkanonnen van de IIde Groep (II/5LA) zijn allen afkomstig uit de Eerste Wereldoorlog en de meeste werden door ons leger verworven als oorlogsbuit. De 7e Batterij van II/5LA wordt in versterking gegeven van de MarBasis en heeft zijn treinen verzameld op de spoorlijn tussen Zeebrugge en Lissewege. De batterij staat onder bevel van Luitenant Gustin en omvat twee secties. Elke sectie bestaat uit een treinformatie van een vijftal gewone wagons plus een wagon met een C280 L40 ALVF Krupp kanon op een spoorwegaffuit.

Marinekorps/MarBasis
Op 15 september 1939 beslist de Minister van Landsverdediging om het Marinekorps gedeeltelijk te mobiliseren, in eerste instantie om aan mijnenbestrijding te doen. Majoor Decarpenterie zal een stafgroep leiden van twee officieren en zes andere militairen om de voorbereidingen te treffen voor het oprichten van drie smaldelen. Op 3 november 1939 worden alle dienstplichtigen van de lichting 38 en 39, die een beroep op zee uitoefenden voor hun legerdienst, onmiddellijk overgeplaatst naar het Marinekorps. De staf van het Marinekorps zal zich in de kazerne Generaal Mahieu te Oostende installeren. Tijdens de mobilisatie wordt het Marinekorps geleidelijk aan uitgebreid met bijkomende manschappen en vaartuigen. Het voorziene effectief van 30 officieren, 98 onderofficieren en 513 matrozen wordt echter nooit bereikt. Op 9 mei zijn er bijvoorbeeld slechts 14 officieren in dienst, waaronder ook de aalmoezenier.

Stellingname van een 280mm L40 “Bruno” kanon tijdens de mobilisatie.

Staf/MarBasis
Het alarmplan van de Maritieme Basis voorziet in de verhuis van de staf van Brugge naar het kasteel Serruys te Gistel, maar deze overbrenging gaat vooralsnog niet door.  Luitenant-generaal Glorie cumuleert de functies van Commandant Maritieme Basis en Provinciecommandant West-Vlaanderen, en blijft op aangeven van het Groot Hoofdkwartier vooralsnog op de Provinciestaf te Brugge.

Nog voor de overhandiging van de officiële oorlogsverklaring is de Duitse luchtmacht al actief in de kuststreek. Bij dageraad dropt de luftwaffe magnetische mijnen in de aanvoerroutes van de Belgische havens en bombardeert het vliegveld van Knokke.  Majoor Chomé van de I/5LA brengt rond 04u00 telefonisch verslag uit van deze aanval en meldt naast heel wat stoffelijke schade ook de eerste doden en gewonden.

Om 06u30 verneemt de staf dat Franse en Britse troepen de Belgische grens zullen oversteken om zich naar hun ontplooiingszones te begeven. Aan de Belgische troepen in het grensgebied wordt gevraagd alle wegen vrij te maken en de geallieerde troepen doorheen de Belgische stellingen te gidsen. In de namiddag worden de eerste troepen van het Franse 7de Leger gesignaleerd in Oostende.

Omstreeks 08u00 krijgt Luitenant-generaal Glorie een bevel om zijn commandopost naar Gent over te brengen en hier de staf van de 16de Infanteriedivisie af te lossen.  Deze divisie zou overgebracht worden naar het Bruggenhoofd Mechelen van de K.W. Stelling.  De verplaatsing gaat echter niet door, zodat de Maritieme Basis te Brugge zal blijven.  Bij zijn terugkeer uit Gent noteert Glorie in zijn velddagboek dat hij te Leisele de eerste Franse troepen voorbij ziet rijden.

Rond 16u00 meldt de Maritieme Basis de aankomst van de voorhoede van Franse 68ème Division d’Infanterie tussen Oostende en Knokke-Zoute.  Het betreft hier de verkenners van deze divisie van de 59ème Groupe de Reconnaissance de Division d’Infanterie.  Colonel Maillot, aanvoerder van deze formatie, zal zijn commandopost installeren in Hotel Leeuw van Vlaanderen te Blankenberge.

Twee uur later komt de Franse Korvettenkapitein Henri Gonet aan op de provinciestaf te Brugge als verbindingsofficier bij Luitenant-generaal Glorie.  De Fransen bevestigen dat de 68ème Division d’Infanterie zal overgaan tot stellingname op de posities van zowel het 37ste Linieregiment als het 3de Regiment Grenadiers.  Er worden eveneens twee kustbatterijen met 155mm geschut beloofd, als ook een 90mm luchtafweerbatterij.  Dit geschut zal echter nooit aankomen.  Tevens wordt meegedeeld dat tijdens de nacht van 10 op 11 mei een landing zal uitgevoerd worden te Vlissingen om het eiland Walcheren te bezetten.  Gonet verzoekt tevens dat alle vuurtorens en lichtschepen langs de Belgische kust vanaf nu uitgedoofd worden.  Alleen de met een licht uitgeruste boeien mogen nog aan blijven.

Tevens arriveert een officier van de Franse gezondsheidsdienst die vraagt om aan de kust een veldhospitaal met een opnamecapaciteit van 700 bedden te mogen inrichten.  Glorie laat de nodige gebouwen opeisen.

Vanaf 17u00 starten de Fransen met het bezetten van de haven van Zeebrugge en het militaire vliegveld te Zoute.  De intenties van het Franse leger worden duidelijk: de 68ème Division d’Infanterie staat onder het directe gezag van Vice-Admiraal Jean-Charles Abrial, de Amiral Nord.  De overige aankomende formaties behoren tot het XVIde Legerkorps van het 7de Leger.

Schets aan de hand van Luitenant-generaal Glorie met de opstelling van de troepen van de Maritieme Basis op 10 mei 1940.

Schets aan de hand van Luitenant-generaal Glorie met de opstelling van de troepen van de Maritieme Basis op 10 mei 1940.

I/5LA/MarBasis
Omstreeks 02u00 wordt de commandopost van I/5LA op de hoogte gebracht van het algemeen alarm. Majoor Chomé beslist om zijn commandopost onmiddellijk over te brengen naar zijn alarmstelling nabij het Albertstrand te Duinbergen. Zijn batterijen staan op dat ogenblik als volgt opgesteld:

  • de sectie met de vier C170 L40 kanonnen van de 1ste Batterij is ontplooid te Bredene
  • de sectie met de vier C120L M1898 De Bange kanonnen van de 1ste Batterij is opgesteld nabij het Fort Napoleon te Oostende
  • de kanonnen van de 2de Batterij staan in gebetonneerde stellingen nabij het tramdepot van Knokke
  • de 3de Batterij is verdeeld in twee secties: één sectie staat op de havenpier van Zeebrugge; de tweede sectie net achter de havenpier op het vasteland
  • de C47 koepels van de 4de Batterij staan verspreid opgesteld tussen Nieuwpoort en Knokke; deze batterij heeft zijn commandopost in villa d’Oultremont te Zeebrugge

37Li/MarBasis
Op 10 mei 1940 wordt het 37Li tijdens de tweede helft van de nacht in staat van alarm gebracht. Het regiment neemt op dat ogenblik zijn stellingen in te Oostende (I/37Li en II/37Li) en te Nieuwpoort (III/37Li).

3Gr/MarBasis
Op 10 mei is het Iste Bataljon (I/3Gr) samen met het IIIde Bataljon (III/3Gr) verantwoordelijk voor de bewaking van het oostelijke deel van de Belgische kustlijn. Het I/3Gr wordt ontplooid tussen Zeebrugge en Blankenberge (exclusief). De bataljonsstaf van I/3Gr zoekt een onderkomen te Zeebrugge. Drie compagnies blijven in dit dorp en de haven. De vierde compagnie wordt naar Knokke-Heist gestuurd. Het III/3 Gr is verantwoordelijk voor de beveiliging van de kuststrook tussen Blankenberge (inclusief) en Wenduine. Vanaf Bredene beveiligt het 37Li de rest van de kust. De bataljonsstaf van III/3Gr is ingekwartierd te Wenduine. Twee compagnies verblijven in dit dorp. Een derde compagnie wordt te Blankenberge gestationeerd en de laatste compagnie blijft in algemene reserve te Lissewege nabij de commandopost van het regiment.

7/II/5LA/MarBasis
Omdat de 9Bij van II/5LA slechts over één kanon beschikt moet de 2de Sectie van de 7de Batterij haar 280mm kanon verplaatsen van Lissewege naar Drieslinter om er de 9de Batterij te gaan versterken. De 1ste Sectie van de 7de Batterij wordt naar Kontich gestuurd. Alle geplande verplaatsingen zullen gedurende de nacht van 10 op 11 mei uitgevoerd worden.

Marinekorps/MarBasis
Bij het aanbreken van de dag dropt de Duitse luchtmacht magnetische mijnen in de aanvoerroutes naar de havens van Nieuwpoort, Oostende en Zeebrugge. De mijnen worden met parachutes te water gelaten. De toegang naar de havens moet worden vrijgemaakt door het Marinekorps. De Staf verlaat de kazerne Generaal Mahieu en verhuist naar de Marineschool van Oostende uit voorzorg tegen mogelijke Duitse luchtaanvallen op de reguliere kwartieren. Ondanks de afkondiging van het algemeen alarm naar aanleiding van de Duitse aanval op België mag het Marinekorps nog niet tot de actie overgaan.

Duitse militairen poseren bij één van de torens bestemd voor de Belgische Renault ACG1 tanks gemonteerd op een betonnen sokkel langs de kustlijn.

Staf/MarBasis
Luitenant-generaal Glorie pleegt overleg met de Franse Brigadegeneraal Maurice Beaufrère, bevelhebber van de 68ème Division d’Infanterie.  Beaufrère bevestigt de opstelling van zijn troepen:

  • Het divisiehoofdkwartier heeft zich in het stadhuis van Oostende ontplooid
  • Het verkenningsbataljon, de 59ème Groupe de Reconnaissance de Division d’Infantrie bezet de zone tussen Retranchement in Nederland en Knokke-Zoute.
  • het 224ème Régiment d’Infanterie ontplooit zich van Zeebrugge tot Blankenberge
  • het 225ème Régiment d’Infanterie bezet Oostende en Stene
  • het 341ème Régiment d’Infanterie tenslotte wordt opgesteld tussen Oostduinkerke en Koksijde

Glorie ergert zich er aan dat de Fransen niet tot samenwerken geneigd zijn en zonder veel overleg hun troepen op en rond de Belgische posities opstellen.  De generaal neemt contact op met het Groot Hoofdkwartier om na te kijken hoe hij hierop dient te reageren.  De legerleiding neemt geen beslissing.  Glorie besluit dan maar om zijn troepenmacht te Zeebrugge en Oostende uit te dunnen om plaats te maken voor de Fransen.

Steeds meer Franse soldaten komen toe in Oostende. Ze worden prompt doorgestuurd naar het Fort Napoleon waar een groot kantonnement wordt ingericht. Op het dak van het fort wordt door de Fransen luchtafweer geïnstalleerd.

De Maritieme Basis gaat over tot de volledige mobilisatie van het 2de smaldeel van het Marinekorps.  Er wordt besloten om de haven van Zeebrugge over te dragen aan de Franse marine, en de haven van Oostende te gebruiken voor het Marinekorps.

Na de middag wordt vernomen dat de Fransen gestart zijn met de inname van Walcheren en Zuid-Beveland.  De 68ème Division d’Infanterie zal een deel van zijn troepen naar Walcheren sturen, terwijl de 60ème Division d’Infanterie verantwoordelijk wordt voor de inname van het tweede Zeeuwse eiland.

Glorie vaardigt een besluit uit om vanaf nu alle burgerverkeer te verbieden tussen zonsondergang en zonsopgang om de militaire verplaatsingen niet te hinderen.

Marinekorps/MarBasis
De beperkte bezetting van het Marinekorps werkt in zijn verschillende garnizoenen aan de voorbereiding van de mobilisatie en de aankomst van het gros van de manschappen. Nog steeds heeft de Staf van het Marinekorps geen orders gekregen om over te gaan tot de opeising van vissersboten om de vloot uit te breiden. Er wordt gewacht op gedetailleerde richtlijnen om in actie te schieten.

Staf/MarBasis
De transmissietroepen van de Franse 68ème Division d’Infanterie gaan over tot de bezetting van de telefooncentrale van Oostende.  Zonder enig overleg met de Maritieme Basis wordt vanaf nu voorrang verleend aan het Franse telefoonverkeer.  De divisie wil immers een eigen telefoonnet tot stand brengen dat van Duinkerke over Breskens tot Vlissingen moet leiden.

Steeds meer troepen van de 68ème Division d’Infanterie trekken langsheen de kust richting Nederland.  Het gaat nu vooral om de tragere paardencolonnes.

Luitenant-generaal Glorie besluit om de nodige versperringen te laten aanbrengen op de snelweg van Oostende naar Brugge om te beletten dat deze als geïmproviseerde landingsbaan kan gebruikt worden.  Het is niet duidelijk hoe lang de werken zullen duren.

De Franse Korvettenkapitein Henri Gonet installeert zich met zijn marinestaf in de zeevaartschool van Oostende.  Gonet belooft dat een batterij met 75mm luchtafweergeschut zal toegevoegd worden aan de stad, maar ook deze keer gaat het om een loze belofte.

Tijdens de avond krijgt de Wielrijdersgroep van de 16de Infanteriedivisie het bevel om de Maritieme Basis te verlaten en naar Eeklo terug te keren om van hier uit ingezet te worden voor nieuwe anti-parachutistenopdrachten en tevens voor de bewaking van de bruggen van Balgerhoeke en Veldekens.  De verplaatsing zal op 13 mei uitgevoerd worden.

Een patrouille van het 37Li poseert voor de foto in de duinen.

Marinekorps/MarBasis
De nodige richtlijnen voor het opeisen van extra schepen worden gegeven en het Marinekorps kan eindelijk in actie komen. De Belgische havens komen onder bevel van het Marinekorps. Majoor Decarpenterie krijgt de haven van Oostende onder zich. Luitenant Graré wordt havencommandant te Zeebrugge. Luitenant Duchêne neemt het bevel over de installaties te Brugge. Het personeel komt verder toe en het korps wordt naar best vermogen uitgerust. De geplande opeising van vissersboten en andere schepen wordt doorgevoerd. Tijdens de komende dagen zal de vloot van het Marinekorps aangroeien tot een twintigtal vaartuigen.

Staf/MarBasis
De staf volgt de opmars van de Franse 60ste en 68ste infanteriedivisies naar Walcheren en Zuid-Beveland.  De staf van de laatste divisie bevindt zich nog steeds te Oostende, maar heeft het stadhuis verlaten.  Glorie is helemaal niet op de hoogte van de precieze verplaatsingen die de Fransen uitvoeren en moet dan ook regelmatig het eigen dispositief aanpassen om de kustlijn voldoende te blijven dekken.

Luitenant-generaal Glorie schrijft naar de havenkapiteins van Oostende en Zeebrugge om hen te laten weten dat ten gevolge van het afkondigen van de noodtoestand de beide havens onder volledig militair gezag geplaatst worden.  Elke haven krijgt een militaire havencommandant die vanaf nu toestemming moet geven voor elke afvaart.

Oostende wordt om 21u30 voor het eerst sinds het begin van de vijandelijkheden in België aangevallen vanuit de lucht. De luchtaanvallen beperken zich tot het visserskwartier (Opex) en de Franse troepenconcentraties in het Fort Napoleon. Er vallen ook enkele bommen nabij de kazerne Generaal Mahieu, zonder echter veel schade aan te richten. Tijdens de aanval wordt een “Stuka” van de Duitse Luftwaffe geraakt en stort in zee.

Manschappen en onderofficieren van het 1ste Smaldeel van het Marinekorps in januari 1940 aan de kade te Oostende.

Staf/MarBasis
Tijdens de ochtend komt dan toch een van de 155mm batterijen aan van de Franse kustartillerie.  Het geschut gaat in stelling tussen Duinbergen en Knokke-Heist om de aanloop naar de haven van Zeebrugge te dekken.

Te Nieuwpoort wordt een compagnie van de Wachters der Verkeerswegen en Inrichtingen toegewezen aan het IIIde Bataljon van het 37ste Linieregiment.  De compagnie zal het vliegveld van Lombardsijde bewaken.

In het noorden wordt het Nederlandse leger volledig ingedrukt en kan ook het 7de Franse leger de Duitse aanval niet keren. De Fransen zullen nog een verwoede poging doen om het schiereiland Zuid-Beveland te verdedigen maar het gros van hun troepen heeft de terugtocht over de Schelde reeds ingezet.

Steeds meer gevluchte burgers komen aan te Oostende. Ook arriveren steeds meer formaties van de territoriale troepen en de gezondheidsdienst die uit het binnenland geëvacueerd werden. Tenslotte bereiken ook talrijke kleine groepjes gevluchte militairen de stad. Het wordt dan ook bijzonder druk in de stad.

37Li/MarBasis
Het regiment onderneemt een poging om de te Oostende aanwezige militairen die van hun eenheid afgezonderd zijn een nuttige taak te geven. Waar mogelijk worden ze toegevoegd aan de wachtdetachementen van het Iste Bataljon.

Kazerne Generaal Mahieu te Oostende.

Staf/MarBasis
Op 15 mei wordt de capitulatie van Nederland gemeld. Na de capitulatie van onze noorderburen kunnen de Duitsers ongehinderd oprukken uit de provincie Noord-Brabant richting Antwerpen en Zuid-Beveland. Enkel de Fransen bieden nog enige weerstand tussen de grens en de Versterkte Positie Antwerpen (VPA), die verdedigd wordt door het Vde Legerkorps. De Staf/MarBasis vreest dat de vijand vanuit Zeeland de Schelde zal oversteken om onze oostkust aan te vallen.

Te Knokke heerst een ware spionnenpsychose. Nabij Duinbergen wordt een parachute gevonden. De eigenaar van een hotel in de buurt voegt er aan toe dat hij enkele verdachte gasten over de vloer kreeg die er van door gingen wanneer hij het verhaal van de vondst met hen deelde.

De naar België gevluchte Nederlandse militairen worden ondergebracht in de kazerne Generaal Mahieu te Oostende. Twee detachementen Rijkswachters worden ter beschikking gesteld om het probleem van de talrijke uit Zeeland gevluchte Nederlandse militairen onder controle te krijgen. De beide detachementen van ongeveer 50 rijkswachters worden gevormd uit naar Roeselare geëvacueerde Rijkswachters van diverse territoriale brigades. Eén detachement wordt de stad Brugge ingestuurd en één detachement naar de Oostkust, met als opdracht elke Nederlandse militair door te sturen naar de kazerne Generaal Mahieu. De kazerne te Oostende wordt in gereedheid gebracht voor de opvang van de naar schatting 4.000 ronddolende Nederlanders. Eens aangekomen te Oostende krijgt elke soldaat een half rantsoen brood en vlees in blik, met de waarschuwing dat indien de Nederlanders zich niet aan de bevelen van de Belgen zouden onderwerpen, elke verdere uitdeling zal herleid worden tot een kwart rantsoen.

De diensten van ministeries die zich na hun evacuatie uit Brussel te Oostende geïnstalleerd hebben, vertrekken naar Frankrijk.  Ook de maalboten van de lijn Oostende-Dover verlaten ons land, samen met het Loodswezen en de civiele havendiensten.

Staf/MarBasis
Ten gevolge van de Nederlandse overgave gaat de Franse 68ème Division d’Infanterie over tot een defensieve opstelling op zuidelijke oever van de Zeeschelde te bezetten. De commandopost van de divisie wordt te Wenduine geïnstalleerd om dat van hieruit het makkelijkst op het Belgische civiele telefoonnet kan aangesloten worden.  Ook de verdediging van Oostende tegen een aanval van op zee wordt versterkt. Langsheen de dijk en zeehaven worden bijkomende steunpunten aangelegd ter aanvulling van de enkele kanonnen van de kustartillerie in de stad.

Posities van de Franse 68ste Infanteriedivisie op 16 mei 1940.

Posities van de Franse 68ste Infanteriedivisie op 16 mei 1940.

Rond 08u00 verneem de staf dat de Prins Bernhard, echtgenoot van Kroonprinces Juliana, zou opgedoken zijn te Aardenburg.  Dit bericht blijkt correct te zijn: de Nederlandse prins zou tot 18 mei in Zeeland blijven.

De troepen van de Franse 68ème Division d’Infanterie zijn nu als volgt opgesteld:

  • Het 341ème Régiment d’Infanterie bezet de oever van de Schelde tussen Breskens en Hoofdplaat, maar behoudt een van zijn bataljons te Zeebrugge.
  • De nog twee overgebleven bataljons van het 225ème Régiment d’Infanterie worden ontplooid tussen Knokke en Cadzand
  • Het 224ème Régiment d’Infanterie is herleid tot een 150-tal militairen en wordt ingekwartierd te Knokke
  • Het verkenningsbataljon, de 59ème Groupe de Reconnaissance de Division d’Infantrie vormt de mobiele reserve van de divisie.
  • Het divisiehoofdkwartier bevindt zich in Wenduine.
  • De divisie heeft zich tevens een eenheid Nederlandse wielrijders toegeëigend die ook in reserve gehouden wordt.

In de loop van de late namiddag wordt het circulatieverbod voor het civiele verkeer uitgebreid van 19h00 tot 08u00.  De Maritieme Basis laat onmiddellijk de nodige aanplakbiljetten drukken en vraagt aan de Rijkswacht en de Wachters der Verkeerswegen en Inrichtingen om streng op te treden. 

I/5LA/MarBasis
I/5LA krijgt de opdracht om eventueel tussen beide te komen ten voordele van de Fransen die de zuidelijke Scheldeoever verdedigen. Er wordt een detachement voorwaartse waarnemers samengesteld en de waakrichting van de kanonnen te Knokke en Zeebrugge wordt aangepast naar het noordoosten. Majoor Chomé besluit omwille van het dreigende gevaar zijn commandopost van Duinbergen naar villa d’Oultremont in Zeebrugge over te brengen. Van hieruit wordt de beschieting van Vlissingen voorbereid, maar deze vuuropdracht zal niet doorgaan omwille van het te hoog geachte risico op burgerslachtoffers.

Staf/MarBasis
Het laatste bataljon van het Franse 341ème Régiment d’Infanterie verlaat Zeebrugge en wordt afgelost door troepen van het Iste Bataljon van het 3de Regiment Grenadiers.  De 68ème Division d’Infanterie verhuist zijn commandopost naar Oostburg.  Hun staf wordt door Luitenant-generaal Glorie als bijzonder nerveus omschreven.  De Franse Brigadegeneraal Maurice Beaufrère zou overal spionnen en saboteurs zien en meent zelfs dat het Belgische leger verantwoordelijk is voor de onderbreking van het telefoonverkeer met Frankrijk via Brugge.

De toestroom van gevluchte militairen van het Nederlandse leger blijft aanhouden.  De Belgische intendance tracht de vluchtelingen van voedsel te voorzien.

De Duitse Luftwaffe wordt steeds agressiever boven de rede van Oostende. Het scheepvaartverkeer wordt ernstig gestoord door de talrijke vijandelijke vliegtuigen. Er is nog steeds geen luchtafweer van betekenis te Oostende, maar het commando van de Maritieme Basis tracht toch de nodige wapens te voorzien voor een minimale defensie van het luchtruim boven de stad.

Staf/MarBasis
De Franse Brigadegeneraal Maurice Beaufrère beveelt om het vliegveld van Knokke onbruikbaar te maken om hergebruik door de Duitsers te verhinderen.  De Belgische troepen voeren de taak uit.

De Maritieme Basis maakt een nieuwe samenvatting op van het Franse dispositief:

De troepen van de Franse 68ème Division d’Infanterie zijn nu als volgt opgesteld:

  • De staf van het XVIème Corps d’Armée bevindt zich te Gistel
  • De staf van de 68ème Division d’Infanterie is nog steeds te Oostburg
    • Het  341ème Régiment d’Infanterie bezet nog steeds de oever van de Schelde tussen Breskens en Hoofdplaat met twee bataljons.
    • Het derde bataljon van dit regiment bevindt zich ten oosten van Zeebrugge
    • De 59ème Groupe de Reconnaissance de Division d’Infantrie bezet Terneuzen.
    • Het 225ème Régiment d’Infanterie heeft een bataljon doorgestuurd naar Oostende
    • Het sterk uitgedunde 224ème Régiment d’Infanterie is nog steeds te Knokke

Luitenant-generaal Glorie bekommert zich nog steeds over de duizenden ronddolende militairen van het Nederlandse leger.  Te Oudenburg wordt een verzamelpunt ingericht en van hier uit worden de opgevangen militairen doorgestuurd naar de Mahieu kazerne van Oostende.

Het XIVde Bataljon van de 2de Groepering Hulptroepen van het Leger onder bevel van Kapitein-commandant Leynen bevindt zich eveneens te Oostende.  Dit bataljon is samengesteld uit militairen uit de Oostkantons.  De legerleiding maakt zich zorgen over het mogelijke gedrag van deze militairen en vraagt aan de Maritieme Basis om het bataljon door te sturen naar Bergues in Noord-Frankrijk.

De pakketboot ss Newhaven.

De pakketboot ss Newhaven.

Omstreeks 09u30 komt een flottielje van die passagiersschepen aan te Oostende.  De pakketboten Rouen, Cote d’Azur en Newhaven zijn belast met de evacuatie van Britse burgers.  De schepen verlaten de haven omstreeks 15u00 en worden kort na de afvaart aangevallen door Duitse vliegtuigen.

Tijdens de vroege avond dient Luitenant-generaal baron Raoul de Hennin du Boussu-Walcourt, bevelhebber van de 15de Infanteriedivisie, zich aan op de staf van de Maritieme Basis.  Het Groot Hoofdkwartier heeft de divisie opgedragen om zich onder het bevel te stellen van Luitenant-generaal Glorie ter verdediging van onze kust.  De formatie is na de gevechten aan de zuidrand van de Versterkte Positie Antwerpen niet langer inzetbaar aan het front.  De troepen zijn per spoor onderweg naar de kust en worden verwacht tijdens de nacht van 18 op 19 mei.  Glorie bepaalt dat het 31ste Linieregiment zal doorgestuurd worden naar Dudzele, het 42ste Linieregiment naar Meetkerke en het 43ste Linieregiment naar Bredene.  De divisiestaf wordt opgesteld in Kasteel Ter Waere te Gistel.

Ook de staf van de Maritieme Basis zal nu Brugge verlaten en zal overgebracht worden naar Kasteel Montjoie te Gistel.

Om 23u00 tenslotte verneemt de Maritieme Basis dat de volledige 68ème Division d’Infanterie naar Zeeland gestuurd wordt en zijn laatste posities in ons land zal verlaten.

Staf/MarBasis
De troepen van de 15de Infanteriedivisie komen aan te Brugge, worden hier gereorganiseerd en daarna doorgestuurd naar hun eindbestemming.  De voertuigen worden in de volgende twee tot drie dagen verwacht.  Het 23ste Artillerieregiment van deze divisie wordt verdeeld over Stene (Iste Groep) en Lissewege (IIde Groep).

Kasteel Montjoie te Gistel, hoofdkwartier van de Maritieme Basis vanaf 19 mei 1940.

Kasteel Montjoie te Gistel, hoofdkwartier van de Maritieme Basis vanaf 19 mei 1940.

Het eerste echelon van de staf van de Maritieme Basis opent de nieuwe commandopost in Kasteel Montjoie aan de Zevekoteheirweg te Gistel.  Het tweede echelon van de staf zal tot de late ochtend te Brugge blijven en vervoegt dan eveneens het dorpje Gistel.  Het burgerpersoneel van de Regie der Telegraaf en Telefoon leggen de nodige telefoonlijnen aan om de nieuwe commandopost te verbinden met de lagere echelons.

De Martieme Basis krijgt tevens het bevel over het XXIVste, XXVste en XXXste Bataljon van de Wachters der Verkeerswegen en Inrichtingen om de bewaking van onze kust te organiseren tussen Nieuwpoort-Bad en de Franse grens.  Glorie gebruikt deze troepen eveneens voor de bewaking van de bruggen over het Kanaal Nieuwpoort-Duinkerke tussen Veurne en de Franse grens, met front naar het zuidoosten.

Glorie krijgt tevens enkele luchtafweermiddelen in rechtstreekse steun en ontvangt de volgende eenheden:

  • de 36ste batterij van het 2DTCA, met 4 x C75 DTCA M28 LR kanonnen
  • een sectie van de 1ste batterij C40 van het 2DTCA
  • de 6de batterij C40 van het 2DTCA

Tijdens de nacht van 19 op 20 mei bevestigd de Britse Admiraliteit dat de Britse marine de havens van Oostende en Zeebrugge wil blokkeren door schepen in de vaargeul te laten zinken teneinde het gebruik van de installaties te ontzeggen aan de Duitsers. De Belgen worden verzocht beide havens te verlaten om te vermijden dat de schepen definitief vast komen te zitten in de achterhaven. Hierop verlaten alle schepen van het Marinekorps beide havens en gaan voor anker op de rede. Later in de nacht wordt de operatie uitgesteld met 24 uur. De nog resterende vissersschepen van Zeebrugge, Blankenberge en Heist nemen het zekere voor het onzekere en vertrekken richting Frankrijk, temeer omdat de Fransen ermee dreigen om alles wat achterblijft te laten zinken. Dit had zich reeds voorgedaan te Breskens bij de Franse terugtocht uit Zeeland.

Staf/MarBasis
De staf van de Maritieme Basis maakt zich grote zorgen om de chaos op de West-Vlaamse wegen en ergert zich aan het klaarblijkelijke gebrek aan planning bij het Groot Hoofdkwartier en het Franse XVIde Legerkorps.  Franse en Belgische troepen stuiten vaak op elkaar en worden bovendien nog gehinderd door de massage aftocht van op de vlucht gedreven burgers naar Noord-Frankrijk.

De Franse marine neemt de bewaking van de redes van de Vlaamse kusthavens over van ons Marinekorps. De commandant van de Maritieme Basis geeft het Marinekorps de opdracht om de evacuatie van de vloot naar Frankrijk voor te bereiden; niet in het minst omdat tijdens de nacht van 20 op 21 mei de Duitsers het stadje Noyelle-sur-Mer aan de monding van de Somme zullen bereiken en de Belgische havens dan de facto omsingeld zullen zijn.

Aan het eind van de dag verneemt Etienne Glorie dat het 37ste Linieregiment hem ontnomen wordt voor inzet aan het front.  Tevens krijgt hij het bevel om de 15de Infanteriedivisie tijdens de nacht van 21 op 22 mei over te brengen naar de Ijzer, met front naar het oosten.  De Maritieme Basis leidt hieruit af dat onze legerleiding een herhaling van het scenario van de Duitse inval van 1914 plant.

Tenslotte wordt eveneens bevestigd dat de Franse 68ème Division d’Infanterie uit Zeeuws-Vlaanderen en ons land zal teruggetrokken worden en het Belgische Cavaleriekorps de bewaking van het nog niet bezette deel van Zeeuws-Vlaanderen zal overnemen.

De Maritieme Basis bevestigt zijn slagorde aan het eind van de dag als volgt:

  • Ondersector Knokke
    • I/31A
  • Ondersector Zeebrugge
    • 3Gr (minus IIde Bataljon)
    • II/31A
    • II/23A
  • Ondersector Bredene
    • 42Li
  • Ondersector Oostende & Nieuwpoort
    • 43Li
    • I/23A
  • Ondersector Oostduinkerke
    • XXIV GVCE
    • XXV GVCE
  • De reservemacht wordt geleverd door het 31Li dat het Leopoldkanaal tussen Zeebrugge en Damme bewaakt

37Li/MarBasis
Om 22u30 krijgt het 37Li te horen dat het onder het bevel van de 13de Infanteriedivisie zal geplaatst worden. Tegen middernacht moet iedereen in het station van Oostende klaar zijn om in te schepen op een reeks treinstellen die het 37Li naar het Kanaal Gent-Terneuzen zullen brengen om de sector Zelzate-Terdonkte te versterken. De treinstellen kunnen echter niet tijdig samengesteld worden en de ongeveer 2.500 manschappen van het 37Li kunnen niets anders doen dan te overnachten in het station.

Staf/MarBasis
De staf laat weten dat het interneringskamp voor krijgsgevangenen van Lombardsijde zal geëvacueerd worden naar Rouen.

Niet alle elementen van de Franse 68ème Division d’Infanterie hebben ons land verlaten.  Zo blijkt tussen Zeebrugge en Oostende het Iste bataljon van het 341ème Régiment d’Infanterie nog steeds op post te zijn.  Ook te De Haan, Snaaskerke en Ramskapelle worden diverse eenheden gesignaleerd die geen aanstalten te lijken maken om terug te trekken.

De Britten besluiten de vernieling van de havens van Oostende en Zeebrugge met nog een dag uit te stellen.

De Luitenant-generaals Glorie en de Henin begeven zich naar Duinkerke voor overleg met de Franse Vice-Admiraal Abrial.  Glorie en de Henin vragen onder meer dat de Franse marine ook voor onze kust zou patrouilleren, maar krijgen het antwoord dat dit maar met het Marinekorps moet opgelost worden.  Wel ontvangen de generaals enige verduidelijking over de opstelling van de troepen van het XVIde Legerkorps.

De stad Oostende wordt nogmaals gebombardeerd door de Luftwaffe.  Hierbij raakt ook de telefooncentrale zwaar beschadigd, wat het werk voor de Maritieme Basis bijzonder lastig maakt.

37Li/MarBasis
Net voor de ochtend van 21 mei kan het regiment vertrekken vanuit Oostende en is het regiment niet langer onder bevel van de Maritieme Basis.

3Gr/MarBasis
Het 3Gr is nog steeds aan de oostkust en ontvangt versterking van een detachement van het 42ste Linieregiment (42Li). De 9de Compagnie Fuseliers (9/III/42Li) wordt samen met een detachement van de 12de Compagnie Mitrailleurs (12/III/42Li) onder bevel gesteld van 3Gr om er de haven van Zeebrugge te helpen beveiligen. Dit detachement neemt een naar Zeeland gerichte positie in met op de linkerflank enkele Franse troepen die de havenpier bezetten en op de rechterflank een compagnie van het III/3Gr.

Staf/MarBasis
Op 22 mei wordt voor de derde keer op rij de blokkade van Oostende en Zeebrugge uitgesteld door de Britse marine.

De Maritieme Basis verneemt dat het Franse XVIde Legerkorps onder Belgisch bevel geplaatst is.  De commandopost van de 68ème Division d’Infanterie bevindt zich te Meetkerke.  De staf van de 60ème Division d’Infanterie staat opgesteld te Sint-Kruis.  Het het Iste bataljon van het 341ème Régiment d’Infanterie verlaat zijn stellingen langs onze kust.

Luitenant-generaal Glorie verzendt een schriftelijk bevel aan het Marinekorps om zo snel mogelijk het land te verlaten en naar Frankrijk te trekken.

Het 16de Bataljon Genie krijgt de opdracht om alle bruggen in de havens van Oostende en Zeebrugge te ondermijnen.  Tevens wordt gepland om bij een verdere terugtrekking van het leger de 2de batterij van het 5LA te  Knokke te vernielen met explosieven.  Deze batterij krijgt alvast het bevel om zijn overtollige munitie af te voeren naar Adinkerke.  De eenheden van het XXIVste en XXVste Bataljon GVCE die de bruggen op het kanaal Nieuwpoort-Veurne bewaken, krijgen de richtlijn om deze bewaking te versterken en om bij nacht de bruggen open te zetten zodat het militaire verkeer in de kuststrook niet verstoord wordt.  De II/23A doorgestuurd naar de Ijzer met Mannekensvere als eerste bestemming.  Tenslotte wordt het 3Gr doorgestuurd naar Nieuwpoort.

Aan de Ijzer lijken er nog meer aanwijzingen te zijn dat de legerleiding een herhaling van de terugtocht van 1914 plant wanneer gevraagd wordt om met de onderwaterzetting van de polders rond Mannekensvere te starten.  Deze overstroming wordt ten dele uitgevoerd en ’s anderendaags alweer stopgezet wanneer eindelijk duidelijk wordt dat het veldleger aan de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie zal strijd leveren.

Aan het eind van de dag besluit Glorie om zijn hoofdkwartier te verplaatsen.  Het eerste echelon vertrekt naar het domein L’Espinette te Nieuwpoort-Bad.  Het tweede echelon zal te Gistel blijven tot de ochtend van 23 mei.

Marinekorps/MarBasis
Het Marinekorps ontvangt het bevel van Luitenant-generaal Glorie om het land te verlaten.

Alle varende eenheden moeten via de Noordzee terugtrekken.  Als eerste aanloophaven in Frankrijk wordt Dieppe aangegeven, deze bestemming wordt later gewijzigd naar Le Havre met de bedoeling om in deze haven een Belgische marinebasis op te richten. Om 18u00 dienen alle manschappen van het 1ste en het 3de Smaldeel te verzamelen in Oostende en om 21u00 wordt op de respectievelijke schepen een appel gehouden waarna aansluitend het zeegat zal worden gekozen. Het vertrek wordt nog uitgesteld omdat Oostende vanaf 21u00 opnieuw hevig gebombardeerd wordt. De schepen kunnen uiteindelijk rond 23u00 vertrekken richting Frankrijk. In Zeebrugge verlaat het 2de Smaldeel de haven om 23u00 en zet in konvooi koers naar Oostende om vervolgens naar Frankrijk door te varen.

Alle elementen die niet ingescheept kunnen worden, moeten over de baan terugplooien op Nieupoort waar verdere instructies zullen volgen.

3Gr/MarBasis
I/3Gr en III/3Gr krijgen rond 1800 het bevel om hun posities aan de oostkust te verlaten en zich te voet naar Nieuwpoort te begeven. De Belgische legerleiding vreest immers een Duitse opmars van uit Noord-Frankrijk en zal aan de IJzer een naar het westen gerichte defensieve linie organiseren.

Staf/MarBasis
Het tweede echelon van het hoofdkwartier verlaat Gistel en vervoegt de rest van de staf op domein L’Espinette te Nieuwpoort-Bad.  Het 3Gr komt in de loop van de ochtend aan te Nieuwpoort en wordt aanvankelijk opgesteld tussen Nieuwpoort en Nieuwpoort-Bad.  Het 16de Bataljon Genie ondermijnt de bruggen op het Kanaal Brugge-Oostende.

Het Groot Hoofdkwartier laat weten aan de staf van de Maritieme Basis dat de kustzone nu tegen een aanval uit het westen dient verdedigd te worden.  De 15de Infanteriedivisie moet nu de oostelijke oever van de Ijzer bezetten en alzo van front wisselen om een mogelijke Duitse doorbraak van uit Noord-Frankrijk te blokkeren.  Het 3Gr zal niet te Nieuwpoort blijven, maar moet opnieuw verspreid worden langsheen de kustlijn.

Dit betekent eveneens dat het hoofdkwartier van de Maritieme Basis een nieuwe standplaats zal krijgen.  Tijdens de loop van de avond verhuist de staf naar Slijpe.  Luitenant-generaal Glorie verneemt kort nadien via een Franse verbindingsofficier dat de stad Boulogne gevallen is.

Marinekorps/MarBasis
De verschillende schepen van het Marinekorps worden onderweg door de Britse Admiraliteit verplicht het kanaal over te steken waarna de kleine vloot voor anker gaat op de rede van de Downs in de monding van de Theems. Het Marinekorps gaat nu zijn eigen weg en staat niet meer onder het bevel van de MarBasis.

3Gr/MarBasis
I/3Gr en III/3Gr bereiken Nieuwpoort omstreeks 08u30. De troepen rusten uit tijdens de voormiddag en worden vervolgens ontplooid tussen Nieuwpoort-Bad en Nieuwpoort-Stad. De commandopost van het regiment installeert zich te Nieuwpoort-Bad. Het Iste Bataljon bewaakt de zone tussen de badplaats en de stad. Het IIIde Bataljon bezet het sluizencomplex en de stad. Er worden eveneens vier pelotons aangeduid voor het bemannen van steunpunten te Pelikaanbrug, tussen het Kanaal van Veurne en Ramskapelle, te Sint-Joris en aan de westrand van Nieuwpoort-Bad. Tijdens de avond krijgt het regiment het bevel om van front te wisselen en zich nu richting oosten op te stellen. Dit is allicht te wijten aan het feit dat een doorbraak van de Duitsers uit Noord-Frankrijk richting België minder waarschijnlijk is. Het wordt stilaan duidelijk dat alles in het werk gesteld moet worden om de haven van Duinkerke te beveiligen teneinde de Brittish Expeditionary Force (BEF) toe te laten naar Engeland terug te keren.

Staf/MarBasis
De verdediging van de kustlijn ziet er als volgt uit:

  • Tussen Nieuwpoort en de Franse grens en ook langsheen het Kanaal Nieuwpoort-Duinkerke ten westen van Veurne bevinden zich het XXIVste en XXVste Bataljon van de GVCE.
  • Het sluizencomplex van Nieuwpoort wordt bewaakt door het XXXste Bataljon van de GVCE.
  • De 15de Infanteriedivisie bewaakt de oostelijke oever van de Ijzer met front richting Frankrijk.
  • Het 3Gr bewaakt de kust tussen Nieuwpoort en De Haan, met commandopost te Oostende.
  • De Franse 59ème Groupe de Reconnaissance de Division d’Infantrie vormt een mobiele reserve en is stand-by te Oostende
  • Vanaf Zeebrugge tot de Scheldemonding nemen de restanten van de Franse 68ème Division d’Infanterie de verdediging over.

Om 14u00 vertrekt het eerste echelon van het hoofdkwartier naar een nieuwe standplaats in villa “Bon Pic” aan de Henegouwenstraat 2 te Mariakerke.

De kust wordt opnieuw zwaar gebombardeerd.  In het Hotel de la Plage en Hotel de l’Océan te Oostende worden zware branden gemeld.  Het tweede echelon zal volgen tijdens de nacht van 24 op 25 mei.

3Gr/MarBasis
Het 3Gr(-) wordt aan de monding van de IJzer en in Nieuwpoort afgelost door het 42Li van de 15Div. De stellingen van het Iste Bataljon worden overgenomen door II/42Li en III/42Li en de beveiliging van het sluizencomplex wordt door het IIIde Bataljon overgedragen aan het XXX/GVCE.

Het 3Gr dient nu de ganse kustlijn tussen Nieuwpoort en De Haan te bezetten. Voor de derde keer op rij wordt van opstelling gewisseld.

Staf/MarBasis

Tijdens de nacht van 24 op 25 mei blijkt de verbindingsofficier van de Royal Navy in de haven van Zeebrugge plots verdwenen.   Het detachement is zonder iets te laten weten vertrokken.  Enkele uren later blijkt dat de Britten een poging willen ondernemen om de havengeul te blokkeren.  Deze actie mislukt echter door de gebrekkige communicatie met de Belgen en de Fransen die de twee aankomende schepen onder kruisvuur nemen.  De vaartuigen worden aan het uiteinde van de havengeul achtergelaten door hun bemanningen die door Britse snelboten opgepikt worden.

Tegen de middag begeeft Luitenant-kolonel Joly zich naar de 3de batterij van het 5LA om het precieze verloop van dit incident na te gaan.  Joly ontmoet er de Franse Korvettenkapitein Gonet, de stafchef van de 60ème Division d’Infanterie en nog een tweede marineofficier uit Duinkerke die er in hevige discussie zijn met de uit Brugge aangekomen Admiraal Roger Keyes, persoonlijk gezant van het Britse leger bij onze koning.  Het gesprek eindigt met een belofte om voortaan beter te overleggen.

De meldingen van zware luchtaanvallen op de kustlijn volgen mekaar op in snel tempo.  Te Knokke, Heist, Stene, Wenduine en Oostende worden talrijke slachtoffers en heel wat materiële schade gemeld.  Het Hotel des Thermes te Oostende wordt zwaar geraakt.

Te Oostende blijken een officier, een Eerste Meester en een twintigtal matrozen van het Marinekorps achtergebleven te zijn.  Het detachement wordt opgevangen door de Maritieme Basis.

Het Franse leger wil overgaan tot de sabotage van de sluis in de haven van Zeebrugge met explosieven.  Na overleg wordt gekozen voor een alternatieve aanpak om het leegstromen van het achterliggende kanaal te vermijden.  De Maritieme Basis stelt voor om de sluisdeuren te barricaderen.  Deze werkzaamheden worden tijdens de nacht van 25 op 26 mei uitgevoerd door de Belgische troepen die tegen de beide sluisdeuren onder meer enkele pontons, een sleepboot en een zware drijvende havenkraan tot zinken brengen.

Staf/MarBasis
Het XXXste Bataljon van de GVCE dat het sluizencomplex van Nieuwpoort had moeten bewaken, bleek niet bewapend te zijn.  De troepen worden dan maar overgebracht naar Oostende om de Intendance te helpen met het versjouwen van de talrijke voorraden die zich in de haven bevinden.  Het XIde Bataljon GVCE wordt ter compensatie toegevoegd aan de Maritieme Basis.

Het I/3Gr wordt van de kust weggehaald en per vrachtwagen naar Wingene getransporteerd.  Het bataljon wordt toegevoegd aan de restanten van de 16de Infanteriedivisie die de verdediging van Tielt dient te organiseren.

Ook de 15de Infanteriedivisie verdwijnt uit de slagorde van de Maritieme Basis.  Om 12u30 laat het Groot Hoofdkwartier weten dat deze divisie overgaat naar het commando van het Iste Legerkorps.

Alleen de Staf /3Gr, het III/3Gr en een aantal eenheden van de Wachters der Verkeerswegen en Inrichtingen (GVCE) blijven nog ter beschikking van de Maritieme Basis.  De 9de Compagnie van het III/3Gr bevindt zich aan het Lokanaal en staat niet langer in verbinding met zijn regiment.  Glorie stelt twee formaties samen:

  • Een eerste groepering zal bestaan uit de Staf/3Gr, het III/3Gr, het XIde Bataljon van de GVCE en één compagnie van het XXIVste Bataljon GVCE, onder bevel van commandant 3Gr.
    • De Staf/3Gr en het XIde Bataljon GVCE moeten de kust bewaken vanaf de haven van Zeebrugge (inclusief) tot Oostende (exclusief).
    • Het III/3Gr dient de zone te dekken tussen Oostende (inclusief) en Lombardsijde (inclusief).  Ook moet dit bataljon het vliegveld van Stene bewaken.
    • De commandopost van het regiment blijft opgesteld in het Hotel du Nord aan de Elisabethlaan 323 te Oostende.
  • Een tweede groepering omvat de rest van het XXIVste Bataljon en het XXVste Bataljon van de GVCE.
    • Deze groepering zal de kust blijven bezetten tussen Nieuwpoort (inclusief) en De Panne.
    • Daarnaast moet ook de bewaking verzekerd worden van de bruggen op het Kanaal Nieuwpoort-Duinkerk te Ghyvelde, Adinkerke, Wulpen en Veurne.
    • Deze groepering heeft zijn commandopost in aan de Zeelaan 87 te Koksijde.
  • De commandopost van de Maritieme Basis blijft opgesteld in villa “Bon Pic” aan de Henegouwenstraat 2 langs de zeedijk te Mariakerke.

Tijdens de nacht van 26 op 27 mei onderneemt de Royal Navy een tweede poging om de haven van Zeebrugge te blokkeren.  Er worden twee vrachtschepen tot zinken gebracht in de havengeul.  Deze actie is wel succesvol en de toegang tot de haven is nu zowel van op zee als via het binnenland onmogelijk.

Staf/MarBasis
Oostende blijft het doelwit voor talrijke luchtaanvallen.  De circulatie in de stad wordt bijzonder moelijk door het puin en door de schade aan bruggen en wegen.  Het grote Hotel Conscience staat in lichterlaaie.

Luitenant-generaal Glorie gaat samen met Kapitein Colpin op zoek naar een veiliger locatie voor zijn hoofdkwartier.  Het tweetal verkent opnieuw Gistel en Nieuwpoort maar besluit dat deze beide locaties net zoveel te leiden hebben onder het geweld van de Luftwaffe en keren tevergeefs terug naar Oostende.

Vanaf 18u00 worden de troepen van de 68ème Division d’Infanterie met Belgische vrachtwagens weggehaald uit onze legerzone en naar de perimeter van Duinkerke overgebracht.  De Belgische legerleiding wil hiermee vermijden dat deze divisie samen met ons leger de wapens moet neerleggen.  Het Groot Hoofdkwartier heeft de intentie om de divisie af te lossen door gewapende elementen van de Hulptroepen, maar hier zal niets meer van in huis komen.

De Luftwaffe blijft de kustlijn bestoken tijdens de ganse nacht van 27 op 28 mei.  De Maritieme Basis ontvangt in extremis nog een belofte van het Groot Hoofdkwartier om bijkomende luchtafweermiddelen naar Oostende te verplaatsen, maar die zullen niet aankomen voor het einde van de veldtocht.

Staf/MarBasis
De eerste geruchten over de overgave bereikt de staf rondom 06u30.  Het hoofdkwartier heeft echter geen telefoonverbinding meer met het Groot Hoofdkwartier zodat Kapitein Colpin naar Brugge gestuurd wordt.  De officier komt enkele uren later terug met een schriftelijke bevestiging dat het leger om 04u00 de wapens heeft neergelegd.  Intussen is ook de Franse militaire missie uit Oostende vertrokken.

Het hoofdkwartier maakt zich in eerste instantie ongerust over de beschietingen uitgevoerd door de schepen van de Royal Navy om de perimeter van Duinkerke te beschermen.  Daarnaast is Glorie ook bekommerd om het lot van de GVCE bataljons die zich tussen Nieuwpoort en de Franse grens bevinden en onderworpen blijven aan het oorlogsgeweld.

De eerste Duitse verkenners bereiken Oostende in de loop van de voormiddag.  Op het hoofdkwartier van de Maritieme Basis worden alle documenten vernield, met uitzondering van de velddagboeken en de registers van de telefoongesprekken.

Aan het eind van de dag verlaat de staf van de Maritieme Basis op bevel van de bezetter zijn standplaats te Mariakerke om naar het Provinciecommando te Brugge terug te keren.

Staf/MarBasis
Luitenant-generaal Glorie en zijn staf verblijven op het Provinciecommando te Brugge.  De troepen van het veldleger die bij de Maritieme Basis aangehecht waren, worden in onderhoud geplaatst bij de grote eenheden die verantwoordelijk zullen zijn voor hun hergroepering en begeleiding naar de demobilisatie of gevangenname.

Na de capitulatie

Staf/MarBasis
De staf heeft meermaals overleg met gezanten van de Duitse Kriegsmarine die inlichtingen willen over mijnenvelden en bijhorende doorgangen op zee.  Er wordt samen enkele keren over-en-weer gereden naar de kust om onder meer de locaties van de kustbatterijen in kaart te brengen.  Op 6 juni starten de Duitsers met de gevangenname van de beroepsofficieren.  De meeste reserveofficieren zijn dan al gedemobiliseerd.

Slachtoffers

Geen gesneuvelden bekend.

Bibliografie en Bronnen