1ste Licht Regiment

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 1ste Licht Regiment | 1er Régiment Léger | 1RL
Type Licht Infanterieregiment van de Rijkswacht
Ontdubbeld van Mobiel Legioen
Onderdeel van VIde Legerkorps
Bevelhebber Luitenant-Kolonel Oscar Dethise
Standplaats Belgisch-Franse Grens, Lodelinsart (Charleroi)
Samenstelling I Groep (Majoor Sauvage) 1ste Eskadron Motorwielrijders (Kapt Mathieu)
2de Eskadron Motorwielrijders (Cdt Dury)
3de Eskadron Steunwapens (Cdt Poncé)
Peloton Pantserwagens (Adjt A. Dewaele)
II Groep (Majoor Godfroid) 4de Eskadron Motorwielrijders (Cdt Nicolay)
5de Eskadron Motorwielrijders (Kapt Georges Pierrard)
6ste Eskadron Steunwapens (Cdt Camille Fagnant)
Peloton Pantserwagens (Adjt Abs)
Peloton Genie (Luitenant R. Farcy)
Peloton Transmissie (Onderluitenant Labeau)

Tijdens de mobilisatie

Staf/1LR
Het 1ste Licht Regiment van de Rijkswacht (1LR) werd op 1 september 1939 gemobiliseerd bij de afkondiging van Fase C van het mobilisatieplan. Het regiment putte voor zijn mankracht uit militairen van de territoriale brigades en het mobiel legioen van de Rijkswacht.

De beide lichte regimenten kregen een unieke structuur waarbij elk van de beide groepen over een Eskadron Steunwapens beschikte.  Dit eskadron had twee pelotons van vier Hotchkiss mitrailleurs vervoerd op motoren met zijspan, en een peloton van vier C47 anti-tankkanonnen getrokken door GMC vrachtwagens.  Ook had iedere groep een eigen Peloton Pantserwagens.  Deze pelotons bestonden bij de mobilisatie uit telkens drie verouderde Berliet VUDB pantserwagens.  Deze hadden elk twee FM30 lichte machinegeweren die door kleine openingen in de flanken van het voertuig konden gevuurd worden.  In maart 1940 werden twee van deze pantserwagens afgevoerd, en vervangen door T13 tankjagers.  Elk peloton had dan een T13 en twee VUDB voertuigen.

Elk licht regiment beschikte eveneens over een geïntegreerd Peloton Genie en een Peloton Transmissie.

Het 1LR bevindt zich op 9 mei aan de Belgisch-Franse grens in het gebied rond Charleroi. Het commando en de IIde Groep (II/1LR) bevinden zich in de stad. De Iste Groep (I/1LR) neemt een stelling in ten zuidwesten van Charleroi langsheen de Samber.

Staf/1LR
Om 02u00 worden de Rijkswachters in de kazerne van Charleroi uit hun slaap gewekt door luid klaroengeschal. Er is een algemeen alarm binnengelopen en het regiment moet direct zijn gevechtsstellingen innemen. De posities van het Licht Regiment bevinden zich in en om de stad en omvatten belangrijke gebouwen en verkeersknooppunten. Het duurt dan ook niet lang eer iedereen op post is en omstreeks 04u00 is het regiment klaar voor de actie.

De ochtend verloopt rustig. De eskadronscommandanten inspecteren de verschillende posities, terwijl via de Belgische en Luxemburgse radio de eerste berichten over de Duitse inval binnenlopen. Even later kunnen de gendarmen talrijke vliegtuigen met zwarte balkenkruisen op de vleugels waarnemen hoog boven de stad. De onrust neemt toe.

Tegen de middag beginnen de eerste meldingen van vijandelijke parachutelandingen binnen te lopen op de staf van het regiment. Verschillende pelotons worden uitgestuurd om de vijand te onderscheppen. Zo vertrekt ook een eenheid naar de streek tussen Hannuit en Grand-Hallet waar een grote landing zou hebben plaatsgevonden. Nog maar net aangekomen te Eghezée worden de eerste parachutes langs de kant van de weg ontdekt. Het blijkt om een valstrik te gaan – onder de valschermen bengelen stropoppen.

De eskadrons van het 1LR zwermen uit over het ganse gebied ten noordoosten van Charleroi, nog steeds op zoek naar parachutisten. Ook de streek ten oosten van Gembloers wordt verkend om alle mogelijke landingen tijdig te kunnen onderscheppen. De parachutitis neemt ongekende hoogten aan en de rijkswachters en burgerbevolking lijken wel overal vijandelijke fallschirmjaeger te ontwaren. De ganse dag door blijven de gendarmen zoeken zonder iets te vinden.

De verschillende eenheden brengen de nacht door in geïmproviseerde kantonnementen op hun verscheidene posities.

De Rijkswachters van de Lichte Regimenten droegen niet het klassieke rijkswachtuniform, maar kregen een kaki tenue.

Vanaf 07u00 worden de verschillende eskadrons verwittigd dat het regiment zich onmiddellijk naar Brussel dient te begeven om aan de verdediging van de hoofdstad deel te nemen. Het 1LR zal te Diegem nieuwe kantonnementen opzoeken.

Nog maar net aangekomen in de buurt van Brussel komt alweer een melding van een nieuwe luchtlanding aan. Ditmaal zouden de Duitsers neerdalen in de velden rondom Diegem en zich in een nabijgelegen bos te hergroeperen. Een peloton versterkt met een antitankkanon C47 wordt uitgestuurd. Het ganse bos wordt zorgvuldig uitgekamd en er wordt weerom niets gevonden. Als de mannen terugkeren naar hun eenheid ontmoeten ze bovendien een andere groep Rijkswachters die nog dezelfde ochtend reeds net dezelfde taak heeft ondernomen een ook al niets gevonden had… Ook elders in de buurt onderneemt het 1LR voortdurend patrouilles.

De verschillende eenheden keren terug van hun opdrachten en brengen de nacht door in Diegem. Na het vallen van de duisternis wordt in alle haast een ploeg samengesteld om het station van Diegem te zuiveren van parachutisten na een melding van de stationschef. De man had enkele schaduwen waargenomen.

Duitse vliegtuigen blijven de hoofdstad overvliegen en de parachutekoorts wil maar niet dalen. Het 1LR verplaatst zich naar de zuidrand van de stad en verspreid zich over Sint-Gillis, Elsene en Etterbeek. De commandopost van het regiment wordt opgesteld in een woning nabij de kerk van Stokkel.

Buiten enkele plaatselijke patrouilles en bewakingsopdrachten komt het regiment die dag niet in actie. Een groot deel van de voertuigen wordt gecamoufleerd opgesteld in Ter Kamerenbos.

Officieren van het 1LR. Tweede van links is Lt-Kolonel Oscar Dethise, korpscommandant.

De manschappen van het 1LR worden uit hun bed gelicht door luide ontploffingen doorheen de ganse buurt. De Luftwaffe bombardeert nu ook doelen in Brussel en blijft de ganse ochtend actief over de stad.

Kort na de middag wordt een detachement van het 1LR naar het Josaphat park gestuurd om er -inderdaad- te gaan zoeken naar Duitse parachutisten. Ganse secties doorkruisen het park waarbij ook niet nagelaten wordt om gewapenderhand het eendenhok nabij de vijvers binnen te vallen. Er wordt weeral niks gevonden…

Aan het eind van de dag keert iedereen weer terug naar hun kantonnementen.

Net na middernacht wordt een peloton samen met een T13 tankjager naar het park van Sint-Lambrechts-Woluwe gestuurd. Het peloton houdt halt wanneer in de duisternis enkele geweerschoten weerklinken en besluit het ochtendgloren af te wachten alvorens het park in te trekken. In het park worden Britse troepen aangetroffen die zich aan het ingraven zijn in voorbereiding van de aankomst van de Duitsers en die nacht al even nerveus waren als de Rijkswachters en schoten op alles wat bewoog of verdacht leek.

Het regiment krijgt die dag ook de opdracht om de bewaking van de Sovjetambassade over te nemen en stuurt hier twee pelotons naartoe die tot 16 mei ter plekke zullen blijven.

Ook die avond is het weer prijs – de staf van de 2de Militaire Circonscriptie te Antwerpen meent te weten dat er op de Groenplaats vijandelijke para’s geland zijn die de 25ste en 27ste batterij van het 1ste Luchtafweerregiment bedreigen. Het 4de eskadron van de IIde groep wordt om 19u00 in allerijl de baan opgestuurd, maar zal ook te Antwerpen geen para’s ontdekken.

Het regiment blijkt bewakingsopdrachten uitvoeren en onderneemt nog steeds speuracties naar vermeende parachutisten.

Het geallieerde oppercommando besluit tijdens de voormiddag van 16 mei om de lijn Antwerpen-Waver-Namen op te geven. Voor het Belgische leger betekent dit dat de K.W. Stelling tijdens de nacht van 16 op 17 mei zal verlaten worden. De troepen van deze stelling zullen zich in een eerste nachtelijke etappe ten westen van het Kanaal van Willebroek moeten begeven en zullen tot en met de nacht van 17 op 18 mei gedekt worden door een verdedigingslinie langsheen het kanaal die onder bevel van het IIIde Legerkorps zal staan.

De opstelling langsheen het kanaal wordt door het hoofdkwartier van het IIIde Legerkorps als volgt bepaald:

  • De 1ste Infanteriedivisie blijft toegewezen aan sector noord, van de de monding van de Rupel in het noorden tot en met Willebroek (inclusief) in het zuiden.
    • Het 4de Linieregiment bezet ondersector noord van de monding van de Rupel tot Ruisbroek.
    • Het 24ste Linieregiment krijgt ondersector centrum tussen Ruisbroek en Klein-Willebroek toegewezen.
    • Het 3de Linieregiment zal ondersector zuid van de brug van Klein-Willebroek tot Willebroek verdedigen.
    • De commandopost van de divisie is te Puurs.
  • Het beide regimenten van de grenswielrijders verdedigen sector zuid, van Tisselt in het noorden tot Vilvoorde in het zuiden.  Sector zuid zal geleid worden door Kolonel SBH Paul Jacques, bevelhebber van het 1ste Regiment Grenswielrijders, die zijn commandopost onderbrengt in het gemeentehuis van Londerzeel.
    • Luitenant-kolonel De Clerck van het VIIde Bataljon Speciale Vestingseenheden wordt verantwoordelijk voor ondersector noord die loopt van Tisselt (inclusief) tot Humbeek-Sas (inclusief).  Hij heeft zijn commandopost op het kasteel van Ramsdonk.  Deze ondersector zal verdedigd worden door zijn eigen bataljon, aangevuld met drie compagnies van het 1ste Regiment Grenswielrijders.
    • Luitenant-kolonel Tilot wordt bevelhebber van ondersector zuid tussen Verbrande Brug  (inclusief) en Vilvoorde (inclusief), met commandopost te Grimbergen.  Voor deze ondersector zal het 2de Regiment Grenswielrijders drie compagnies aanwijzen.
      • Kapitein-commandant Demal van het Iste Bataljon van het 2de Regiment Grenswielrijders wordt verantwoordelijk voor de verdediging van Verbrande Brug en de kanaaloever tot Borcht.
      • Majoor L’Hoir van het IIIde Bataljon zal het bevel overnemen over het bruggenhoofd te Vilvoorde.
  • De rest van het 1ste en 2de Regiment Grenswielrijders zal gereorganiseerd worden tot een reeks detachementen die het achtergebied van sector zuid zullen beveiligen tegen luchtlandingen.
  • Het 4de Regiment Karabiniers-Wielrijders zal de reservemacht van het IIIde Legerkorps vormen en is onderweg van Binche naar de operatiezone van het legerkorps.  De aankomst van dit regiment wordt verwacht in de ochtend van 17 mei.
  • Het 1ste Licht Regiment, de IIde Groep van het 2de Licht Regiment en het Eskadron Pantserwagens van het Cavaleriekorps worden om 14u30 eveneens toegewezen aan het IIIde Legerkorps.  Luitenant-generaal de Krahe duidt het 1ste Licht Regiment en een gedeelte van het Eskadron Pantserwagens aan om de bezetting van sector zuid te versterken, en voegt de IIde Groep van het 2de Licht Regiment toe aan zijn reservemacht.
  • Vanaf Buda (exclusief) ten zuiden van Vilvoorde start de Britse legerzone.

Het regiment wordt uit de hoofdstad weggetrokken om nieuwe kantonnementen op te zoeken nabij Meise en Wolvertem.  De gevechtspelotons vertrekken zo snel mogelijk na ontvangst van de nieuwe marsorders, gevolgd door de rest van het wagenpark.  De colonnes bereiken hun bestemming tussen 15u00 en 17u00.

II/1LR
De IIde Groep wordt na hun verplaatsing naar de zone van het IIIde Legerkorps ingekwartierd te Wolvertem.  De commandopost van Majoor Godfroid wordt opgesteld in Kasteel Ter Hasselt.  Het 5de Eskadron wordt terzelfder tijd uitgestuurd naar Londerzeel om in het achtergebied van het IIIde Legerkorps een zoekactie te starten naar valschermspringers en verdachte individuen.

5de Eskadron
Het eskadron wordt om 12u55 op pre-advies geplaatst voor de verplaatsing naar het Kanaal van Willebroek.  Het peloton van Onderluitenant Claes behoudt een gevechtgroep voor de bewaking van de ambassade van de Sovjetunie aan de De Frélaan te Ukkel.  De rest van het eskadron verzamelt onder leiding van Adjudant Squifflet.  Kapitein Pierrard ontvang zijn marsroute om 14u00.  Het eskadron moet Ukkel verlaten om via Schaarbeek en de Van Praetbrug naar Wolvertem te rijden.  Hier zullen het commando en de vrachtwagens ondergebracht worden, terwijl de beide fuselierspelotons zullen doorrijden naar Londerzeel om van daaruit langsheen de baan van Wolvertem naar Dendermonde patrouilles te rijden.  Ook de omgeving van Londerzeel moet nagekeken worden op eventuele parachutisten, met in het bijzonder het park van Kasteel Drietoren.  Deze pelotons vertrekken om 14u40, gevolgd door de rest van de eenheid om 14u50.

2de Eskadron
Het eskadron behoudt zijn commandopost te Meise en stuurt zijn pelotons uit naar de snelweg Brussel-Antwerpen tussen Meise en Wolvertem.  Hierbij wordt het peloton van Onderluitenant Renaat Den Blauwen opgesteld rondom het kruispunt van de snelweg en de Vilvoordsesteenweg.  Tot ongeveer 15u00 trekken hier duizenden Belgische militairen voorbij.  Tegen 18u00 worden de pelotons teruggeroepen naar Meise.  Nog maar net aangekomen, blijkt te Wolvertem een ware paniek uit te breken in de rangen van het 1ste Licht Regiment.  De Rijkswachters zijn ervan overtuigd dat de vijand via de Vilvoordsesteenweg in aantocht in, en talrijke militairen vluchten weg in de richting van Merchtem en Aalst.   Met uitzondering van het 2Esk te Meise gaan de meeste militairen van de Iste Groep ervan door.

Kapitein-commandant Dury slaagt er in om zo’n driekwart van zijn manschappen bij zich te houden en stelt zich omstreeks 19u45 in verbinding met de staf van de 5de Infanteriedivisie te Merchtem.  Het eskadron moet tijdens de nacht de Merchtemsesteenweg tussen Merchtem en Wolvertem bewaken om de verdere aftocht van de 5Div te helpem dekken.

Het commando zal bijzonder ontevreden zijn met de paniekzaaierij van de gendarmen. Generaal Verstraete, bevelhebber van het VIde Legerkorps, noteert in zijn velddagboek: “Le 1RL s’est pulvérisé sur une simple panique.”.

Peloton Pantserwagens, Iste Groep
De beide gevechtsgroepen van het peloton worden afgelost bij de bruggen van Kapelle-op-den-Bos en Humbeek-Sas door respectievelijk de 5Cie en de 2Cie van het 1CyF.  De voertuigen worden te Meuzegem in stand-by geplaatst, maar worden niet ingezet.  Aan het eind van de dag vertrekt het peloton op bevel van Majoor Sauvage naar Aalst.

Staf, IIde Groep
Majoor Godfroid beveelt de opstelling van zijn eskadrons vanop zijn commandopost in Kasteel Ter Hasselt te Wolvertem.   Omstreeks 09u30 besluit hij om zijn echelons onder leiding van Adjudant Nicolay over te brengen naar Merchtem.  De commandogroep vertrekt om 10u25 uit Wolvertem om zich aan de westrand van het Kasteel van Borcht te installeren.

5de Eskadron
Om 03u30 krijgt het regiment de opdracht om twee detachement uit te sturen naar de bruggen te Verbrande Brug en Vilvoorde om hier de 5Cie en 6Cie van het 2de Regiment Grenswielrijders te gaan versterken.  Majoor Godfroid duidt het 5de Eskadron aan voor deze opdracht.  Het eskadron splitst zich in drie.  Twee detachementen worden naar het kanaal gestuurd, terwijl het wagenpark onder leiding van 1ste Wachtmeester-Chef Destine naar het centrum van Grimbergen vertrekt.  Van hieruit wordt het wagenpark op het gehucht Lint ondergebracht.

Detachement Kapitein Pierrard, 5de Eskadron
Het peloton van Adjudant Squifflet wordt uitgestuurd naar Verbrande Brug, samen met het peloton mitrailleurs van Luitenant Mercatoris en twee C47 anti-tankkanonnen.  Dit detachement wordt bevolen door de eskadronscommandant, en neemt het ERTP zender-ontvanger toestel van het eskadron mee.  De troepen vertrekken om 04u45 en bereiken het kanaal kort na 06u00.  Kapitein Pierrard heeft een bevel tot terugtocht bij voor Kapitein-Commandant Magnien van de 9Cie van het 4de Regiment Jagers te Paard die nog steeds in steun is van de 6Cie van het 2de Regiment Grenswielrijders.  Magnien en zijn manschappen moeten zich onmiddellijk begeven naar de snelweg Brussel-Antwerpen te Wolvertem voor inscheping aan boord van de autobussen die het 4J naar het Bruggenhoofd Gent zullen overbrengen.  Indien de autobussen reeds vertrokken zouden zijn, moet de 9Cie van 4J te voet naar Baardegem trekken.

Vervolgens zet Pierrard drie schildwachten uit bij het westelijke landhoofd om de identiteit van de voorbijtrekkende burgers en militairen te controleren.  Op de oostelijke oever wordt een ploeg geplaatst met een FM30 licht machinegeweer onder leiding van 1ste Wachtmeester Wanzin.  Kort na aankomst van het detachement Pierrard arriveert eveneens de 6Cie van het 2CyF.  Compagniecommandant Luitenant Parent ontplooit twee van zijn drie pelotons nabij de brug, en plaatst het derde peloton in steun.

De brug wordt door de Britse genie vernield om 12u50, maar valt slechts gedeeltelijk in het water. De Britse sergeant meldt dat twee springladingen niet ontploft zijn, en laat onmiddellijk nieuwe detonatoren plaatsen.  Bij een tweede poging 20 minuten later wordt het werk voltooid.

Omstreeks 18u45 vertrekken Luitenant Mercatoris, zijn ordonnans Rijkswachter Cnudde en bestuurder Wachtmeester Gillet met een zijspan.  Het drietal moet op verzoek van Majoor Godfroid de route Verbrande Brug – Beigem – Sint-Brixius-Rode – Wolvertem afbakenen met het oog op de terugtocht tijdens de komende nacht.

De eerste Duitsers dagen op rond 18u55 en al snel breekt een vuurgevecht uit. De vijandelijke verkenners beschikken over drie pantserwagens die prompt beschoten worden door de beide C47 anti-tankkanonnen van 1ste Wachtmeester Verbeyst.  De voertuigen maken onmiddellijk rechtsomkeer.  De vijandelijke infanterie installeert vervolgens een mitrailleur op de terreinen van de Cokeries du Brabant en neemt vanaf hier de Rijkswachters en Grenswielrijders onder vuur.  Kapitein Pierrard komt ter plekke poolshoogte nemen, maar kan de positie van de aanvaller niet ontdekken.

Vervolgens meldt Luitenant Paulus, pelotonscommandant bij de 6Cie van het 2CyF, dat zijn meest noordelijke gevechtsgroep van op de westelijke oever van het kanaal beschoten wordt door Duitse infanteristen die al zwemmend de waterweg zouden overgestoken hebben.  Kapitein Pierrard laat de linkerflank versterken met een Maxim mitrailleur, twee FM30 lichte machinegeweren en een gevechtsgroep van de 6Cie van het 2CyF van het tweede echelon.  Tevens laat hij het stafpeloton van zijn eskadron aanrukken om langsheen de Lintkasteelstraat post te vatten.  Tussen 19u30 en 20u00 wordt het weer rustig op de noordflank.  Het is niet helemaal duidelijk of de vijand zich nog op de westelijke oever van het kanaal bevindt, maar er wordt in alle geval niet langer geschoten.

Tot grote verbazing van Kapitein Pierrard komt Wachtmeester Gillet hierop aangelopen naar de commandopost van het eskadron.  De doodsbange Gillet verhaalt hoe zijn motorfiets beschoten werd en Luitenant Mercatoris en Rijkswachter Cnudde van het zijspan geslingerd werden.  Pierrard stuurt een ploeg uit om deze beide militairen te gaan zoeken, terwijl hij Gillet laat overbrengen naar Majoor Godfroid om hier verslag uit te brengen.

Wanneer om 20u30 Wachtmeester Vivier uitgestuurd wordt naar Lint om lichtkogels op te halen bij de vrachtwagens van 1ste Wachtmeester-Chef Destine, wordt ontdekt dat dit detachement hier zonder bevel vertrokken is.  Pierrard meldt dit onmiddellijk per ERTP aan zijn groepscommandant, maar ook Majoor Godfroid weet niet wat er gaande is.

Gedurende de nacht wordt nog regelmatig over-en-weer geschoten tegenover de Cokeries du Brabant.

Detachement Onderluitenant Claes, 5de Eskadron
Het peloton van Onderluitenant Claes vertrekt naar de brug van Vilvoorde, aangevuld met het peloton mitrailleurs van Onderluitenant Parfait, twee C47 anti-tankkanonnen en de T13 tankjager van de IIde Groep.  Dit voertuig wordt bevolen door Wachtmeester Lenoir.  Het detachement krijgt geen verbindingsmiddelen en moet beroep doen op estafettes.  De troepen verlaten Wolvertem om 05u00.

Te Vilvoorde sluiten het detachement Claes aan bij de 5Cie van het 2CyF.  Ook hier bevindt zich een vernielingsdetachement van de Britse genie.  Daarnaast heeft het Britse leger een anti-tankkanon en enkele lichte machinegeweren in stelling nabij de brug.  Deze troepen behoren tot Z Company van het 2nd Battalion The Royal Fuseliers, een onderdeel van de 12th Infantry Brigade van de 4th Infantry Division.  De beide C47 kanonnen worden ten noorden van het westelijke landhoofd van de brug geplaatst.  In hun nabijheid worden twee gevechtsgroepen, twee FM30 ploegen en een zware Maxim mitrailleur geplaatst.  De overige troepen worden in de diepte opgesteld.  De T13 pantserwagen vat post langsheen de Vilvoordsesteenweg.

Bij de brug bevindt zich Generaal-majoor Chardome, commandant infanterie van de 5Div, om de aftocht van zijn divisie in goede banen te leiden.  Rondom 10u00 trekken de laatste Belgische eenheden over het Kanaal van Willebroek. De laatste colonne wordt afgesloten door drie T13 pantserwagens. Achter hen zal de vijand volgen. De Britten blazen de brug op om 10u12.  Wanneer kort hierop twee burgers opdagen op de oostelijke oever van het kanaal, worden deze prompt neergeschoten door de Britse troepen.

Rondom 11u00 dagen enkele Duitse verkenners op nabij de brug die makkelijk verjaagd worden.  Het incident leidt echter tot een vijandelijke artilleriebeschieting die aanhoudt tot het middaguur.  Vervolgens wordt het even rustig.

Omstreeks 14u00 opent de Duitse artillerie opnieuw het vuur, ditmaal duidelijk met middelen dan voor de middag.  Onder de Belgische en Britse troepen vallen een aantal gewonden.  De aanvaller heeft ook post gevat in de huizen op de oostelijke oever, zodat de bevriende stellingen eveneens onder geweervuur vallen.  De T13 van Wachtmeester Lenoir rijdt naar voren om een vijandelijk anti-tankkanon aan te pakken.  De Britse infanterie riposteert eveneens met enkele mortieren, en zorgt er ook voor dat hun artillerie van 30th Field Regiment, Royal Artillery tussenbeide komt.   De gevechten zullen de ganse middag aanhouden.

Omstreeks 19u30 wordt de T13 pantserwagen teruggeroepen naar de westrand van Borcht om de nabije verdediging van de commandopost van Majoor Godfroid te verzekeren.

Na het vallen van de avond worden de Britse infanteristen weggeroepen uit Vilvoorde.  Het 2nd Battalion The Royal Fuseliers heeft de opdracht gekregen om naar Aalst terug te trekken.  Enkele Rijkswachters nemen het Britse steunpunt over.  Omstreeks 22u30 sturen de Royal Fuseliers nog een detachement van vijf Universal Carriers van hun stafcompagnie naar de posities aan het kanaal.  De vijf voertuigen nemen de vijandelijke oever onder vuur, en vertrekken een goed uur later.  Onderluitenant Claes verneemt vervolgens van Kapitein-commandant De Rache van de 5Cie van het 2CyF dat hij op post zal moeten blijven tot ongeveer 03u00.

Staf 1LR
De staf van het 1ste Licht Regiment bereikt Diksmuide.  Van hieruit maakt de staf tussen 17u00 en 19u30 contact per radio met de zender-ontvanger van de IIde Groep.

IIde Groep
Majoor Godfroid, de staf van de IIde Groep en het Peloton Pantserwagens starten de aftocht omstreeks 02u00.  Na een moeizame rit bereikt het detachement het dorp Gavere rond het middaguur.  De drie eskadrons zijn alle achterwege.  De beide detachementen van het 5Esk lopen als eerste binnen tegen 14u30.

Majoor Godfroid heeft geen contact meer met de regimentsstaf, en beschikt niet langer over de ERTP zender-ontvanger van de groepsstaf.  Hij besluit omstreeks 17u00 om het toestel van het 5Esk een 15-tal Km westwaarts te zenden om van daaruit een oproep de ether in te sturen.  De ploeg slaagt er in om de staf van het regiment te Diksmuide te bereiken, en is opnieuw in Gavere rond 19u30.

Tussen 19u30 en 20u00 verplaatst de IIde Groep zich naar Nazareth waar de nacht zal doorgebracht worden.  De groep zal op 19 mei om 03u30 verder terugtrekken naar Bovenkerke.

Detachement Kapitein Pierrard, 5de Eskadron

Kort na middernacht arriveert Kapitein-commandant Demal, bevelhebber van het Iste Bataljon van het 2de Regiment Grenswielrijders, te Verbrande Brug.  Pierrard meldt dat de positie nog steeds intact is, waarop Demal per zijspan vertrekt naar de commandopost van Luitenant-kolonel Tilot om nieuwe orders.  Hij keert terug om 01u00 met een bevel om onmiddellijk de kanaaloever te verlaten.  Het 1ste Licht Regiment moet zich naar Gavere verplaatsen.  Dit bevel moet doorgegeven worden aan Majoor l’Hoir van het kwartier Vilvoorde, die op zijn beurt Luitenant-kolonel Dethise op de hoogte dient te stellen.  Demal bepaalt tevens dat de Grenswielrijders vanaf 02u00 zullen vertrekken, en de gemotoriseerde Rijkswachters de achterhoede zullen vormen.

Het detachement Pierrard bevindt zich nog steeds aan het kanaal wanneer om 02u25 Wachtmeester Gillet terugkeert van een zending naar Majoor Godfroid.  Gillet meldt dat de commandopost van de IIde Groep reeds vertrokken was.  Tegen 02u45 meldt ook de transmissieploeg van het ERTP toestel dat het radionet van het bataljon gesloten is.  Kapitein Pierrard besluit hierop om de aftocht te starten.

Om 03u30 worden de C47 kanonnen van Wachtmeester Severin en Wachtmeester Verbeyst in alle stilte uit stelling gehaald.  Vervolgens vertrekken de fuseliers, en om 03u45 worden ook de mitrailleurs van het kanaal weggedragen.  Dit alles gebeurt in volledige stilte en duisternis.  De 1ste Wachtmeester Ansiaux blijft als laatste ter plekke met een FM30 ploeg.  Die worden met drie pistoolschoten verwittigd wanneer alle andere militairen opgestegen zijn.  Tegen 04u00 is het kanaal geheel verlaten.

Kapitein Pierrard laat om 04u50 halt houden te Grimbergen om zijn troepen na te kijken.  Adjudant Squifflet meldt dat de motorfiets met Wachtmeester Marchal en 1ste Wachtmeester Bayer ontbreekt.  Twee motorwielrijders worden teruggestuurd naar Verbrande Brug, maar de vermiste militairen worden niet teruggevonden.

Het detachement houdt halt te Aalst om 09u15.  Na een pauze van drie kwartier wordt doorgereden naar Oordegem.  Van hier uit wordt Gavere bereikt waar de rest van de IIde Groep teruggevonden wordt (zonder het 4de Eskadron).

De II/1LR verplaatst zich zonder incidenten naar Bovekerke tussen Torhout en Diksmuide, waar ook de andere eenheden van het regiment aankomen en het 1LR zich reorganiseert.

Het 1LR verblijft nog steeds in zijn  kantonnementen te Bovekerke en wordt door het Groot Hoofdkwartier in reserve gehouden.

Het regiment wordt naar het oosten verplaatst en zoekt nieuwe kantonnementen op ten noorden van Tielt.

Terwijl het leger de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde zal gaan verlaten om een nieuwe verdediging uit te bouwen langs de oevers van de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie, blijven de Rijkswachters te Tielt.

Kort na de middag wordt het duidelijk dat het 1LR zal worden ingezet aan de Leie. De beide groepen van het 1LR gaan nabij Kortkijk in reserve ter ondersteuning van het 3Li, 4Li en 24Li van de 1ste infanteriedivisie. Deze divisie maakt deel uit van de nieuwe defensieve stellingen aan de oevers van de Leie waar men hoopt het Duitse tij te kunnen keren.

Het 1LR zal samen met het eskadron wielrijders van de 1ste divisie de reserve vormen en tussenbeide moeten komen bij een Duitse oversteek in de divisiesector.

De II/1LR wordt naar de grote baan Kortrijk-Brugge gestuurd om zich achter de kasseiweg van Lendelede naar Hulste te gaan opstellen aan beide zijden van de grote baan naar Brugge. De groep moet zich klaar houden voor een mogelijke interventie in het Kortrijkse. De I/1LR vervolledigt deze nieuwe stellingen. Om 14u00 staan de eskadrons op post en worden bijna onmiddellijk onderworpen aan een bombardement van de Duitse artillerie. Enkele moto’s en voertuigen worden vernield maar er vallen verder geen slachtoffers. De Rijkswachters bouwen versterkte posities uit in en om de huizen langsheen de weg en wachten verdere bevelen af.

T13 van de Rijkswacht op marktplein te Hooglede.

Na een kort maar hevig bombardement steken de Duitse infanteristen tegenover het 3Li de Leie over. De Belgen worden al snel teruggedreven en de flank van het 4Li en 24Li worden bedreigd. Omstreeks 16u00 is de bres in de Belgische linies zo’n 4 Km breed en 3 Km diep.  Het Iste Legerkorps vreest voor een algehele doorbraak.

Het I/1LR en II/1LR worden omstreeks 17u00 samen met het Wielrijderseskadron van de 1ste divisie naar voren gestuurd om de Belgische linies te versterken. De troepen moeten zich op de lijn Moorsele-Gullegem opstellen een verdere vijandelijke opmars naar het westen te blokkeren. Met ondersteuning van elementen van het 1A krijgen de Rijkswachters het bevel om een tegenactie te ondernemen naar de spoorlijn Kortrijk-Menen. Het Wielrijdseskadron zal naar het zuidoosten trachten te vorderen om een verbinding tot stand te brengen met de troepen van het 4Li.

De Rijkswachters bereiken slechts met veel moeite het front en krijgen even later te horen dat de tegenaanval niet doorgaat. Verwarrende bevelen volgen mekaar op en tenslotte buigt het 1LR af naar Gullegem waar de gendarmen een defensieve stelling innemen tussen Gullegem en het gehucht Poeselhoek. Het 1LR moet hier stand houden terwijl voor ’s anderendaags een tegenaanval door de 10de infanteriedivisie wordt gepland.

Omstreeks 18u00 slaagt het 1LR en het Wielrijders­eskadron van de 1ste Infanteriedivisie erin om de Duitse opmars tijdelijk te stuiten. Het 3Li intussen zo goed als uitgeschakeld. Op de noordflank van het 4Li werd Wevelgem ingenomen maar blijft een verdere doorbraak voorlopig uit. Het 24Li blijft rond Kortrijk heftige tegenstand bieden.

Het 4Li krijgt de opdracht om een opmars richting Menen te verijdelen. Te Kapelhoek kan het Iste Bataljon van het 4Li een aansluiting tot stand brengen met het Wielrijderseskadron der 1ste Infanteriedivisie dat de Belgische linies van de Kapelhoek (1ste peloton) over de Kloefhoek (2de peloton) en tot aan de wijk Schoonwater (3de peloton) verlengt. Hier neemt het 1LR de verdediging over tot Gullegem.

De opstelling van het 3de peloton van het Wielrijderseskadron van de 1ste divisie te Schoonwater loopt echter bijna faliekant af wanneer de manschappen er op Duitse infanteristen stuiten. De Rijkswachters van het 1LR moeten er tussenbeide komen met twee T13 en een C47 om de lansiers toe te laten hun stellingen in te nemen.

Omstreeks 19u30 krijgen de manschappen te horen dat de tegenaanval met de 10de Infanteriedivisie ook niet zal plaatsvinden. Het 4Li wordt bovendien weggedrukt naar de westrand van Wevelgem zodat ook het eskadron wielrijders en het 1LR zich naar het westen moeten uitdunnen om de linies intact te houden.

Een peloton van het 5de eskadron blijft achter te Heule en wordt daar tijdens de vroeg ochtend gevangen genomen. Rondom 09u00 bereikt de vijand de posities van het 1LR en worden de Rijkswachters aangevallen. Ook de Duitse artillerie verlegt zijn vuur naar de huizen van Poeselhoek. De vijand dringt echter niet aan en omstreeks 10u00 neemt de intensiteit van de gevechten rondom Gullegem enigszins af.

Het 1LR maakt van de pauze gebruikt om het contact met de vijand te verbreken en trekt anderhalf uur later weg uit Kortrijk om zich te Dadizele te gaan hergroeperen. De vijand volgt op zo’n 200 meter maar de Rijkswachters slagen er toch in om met behulp van een kleine achterhoede de opmars lang genoeg tegen te houden om aan het krijgsgeweld te ontsnappen.

Via Dadizele gaat het vervolgens naar Boezinge nabij Ieper waar het regiment de nacht doorbrengt.

Het 1LR neemt niet langer deel aan de gevechten aan de Leie en wordt opnieuw in reserve geplaatst aan de zuidflank van de Belgische legerzone. De eenheden keren terug naar Bovekerke.

Het regiment brengt de dag door de Bovekerke terwijl de vijand steeds dichterbij komt en de Belgische legerzone alsmaar verkleint.

Rond 19u30 ontvangt het 1LR een nieuwe opdracht: de eskadrons worden naar het zuiden gestuurd om zich te Vijfwegen klaar te houden voor een inzet in de zone van het Iste Legerkorps.  Er wordt gepland om de Rijkswachters ten zuidwesten van Westrozebeke te ontplooien om tussen de posities van het 31Li en het 4L de bres in de linies rond Passendale te dichten.

Het regiment bereikt Vijfwegen tegen 21u45 en wachten hier verdere orders af.  Het 1LR zou een front van maar liefst 4Km breed moeten innemen, dwars op de baan Westrozebeke-Passendale.

De Rijkswachters ontvangen het bevel tot capitulatie en zijn enerzijds opgelucht maar anderzijds ook erg te neer geslagen. Het regiment moet alle achterblijvers verzamelen de Bovekerke en daar verder bevelen van de bezetter afwachten.

Uiteindelijk zullen de meeste Rijkswachters relatief snel weer vrijkomen. De Duitse bezetter heeft immers de politiemacht hard nodig voor het handhaven van de openbare orde tijdens de lange bezettingsjaren.

Na de capitulatie

Slachtoffers

Bibliografie en Bronnen

  1. Maison du Souvenir, 2009. La campagne des 18 jours vue par le commandant de Gendarmerie L. Claes., [online] beschikbaar op: <http://www.maisondusouvenir.be/journal_commandant_claes.php> [geraadpleegd op 1 februari 2012].