![]()
| Reglementaire benaming | 21ste Regiment Artillerie | 21ème Régiment d’Artillerie | 21A | |
| Type | Regiment veldartillerie van de tweede reserve | |
| Ontdubbeld van | 2de Regiment Artillerie 4de Regiment Artillerie |
|
| Taalstelsel | Nederlandstalig | |
| Onderdeel van | 13de Infanteriedivisie | |
| Bevelhebber | Kolonel Gérard Terlin | |
| Adjudant-majoor | Kapitein Alphonse Meulenbergs | |
| Standplaats | Versterkte Positie Antwerpen Commandopost te Schoten |
|
| Samenstelling | I Groep (Majoor François Notté) | 1ste Batterij van 4 x C75GP kanonnen (Kapt Louis Gruyters) 2de Batterij van 4 x C75GP kanonnen (Lt Joseph Hennico) 3de Batterij van 4 x C75GP kanonnen (OLt E. Meckaert) |
| II Groep (Majoor Lucien Godeau) | 4de Batterij van 4 x C75GP kanonnen (Lt Javaux) 5de Batterij van 4 x C75GP kanonnen (Lt A. De Beul) 6de Batterij van 4 x C75GP kanonnen (Lt Jan Scheere) |
|
| Stafbatterij (Onderluitenant R. Serrure) | ||
![]()

Kasteel Amerloo waar de Staf/21A zich bevond tijdens de laatste maand van de mobilisatie.
Staf/21A
Het 21ste Regiment Artillerie (21A) is een artillerieregiment van tweede reserve dat wordt opgericht bij de reorganisatie van de artillerie op 16 januari 1940. Het nieuw opgerichte 21A wordt samengesteld uit de Vde Groep van het 2de Regiment Artillerie (2A) en de Vde Groep van het 4de Regiment Artillerie (4A). Met deze reorganisatie wil de legerleiding de infanteriedivisies van tweede reserve van een organiek artillerieregiment voorzien. Omdat het 4A in eerste instantie al een ontdubbelingsregiment was van 2A kan gesteld worden dat het nieuwe 21A nagenoeg volledig bestaat uit anciens van 2A hetgeen de cohesie van het regiment bevorderde. Het 21A wordt na zijn mobilisatie toegevoegd aan de 13de Infanteriedivisie (13Div), een divisie van tweede reserve. De Staf van 21A wordt gemobiliseerd te Schulen in het Kasteel de Moffarts, Kolonel Terlin wordt aangesteld als regimentscommandant. Na zijn oprichting in januari vertrekt het 21A naar Lummen waar de 13Div een sector achter het Albertkanaal heeft ingenomen. Kapitein Meulenbergs wordt op 8 februari 1940 overgeplaatst van 1A naar 21A om er de functie van Adjudant-majoor (oftewel officier operaties) op te nemen. Hij wordt op de staf bijgestaan door de Luitenanten Gontier (Vaandrig), Marsily (Officier Inlichtingen), Vrints (Officier Bevoorrading) en Kriek (Officier Transmissies).
Op 3 maart 1940 wordt de 13Div aan het Albertkanaal afgelost om te vertrekken naar Gent. Gedurende de rest van de maand maart staat het 21A opgesteld in het Bruggenhoofd Gent. De staf neemt zijn intrek in het Kasteel Puttenhove te Sint-Denijs-Westrem. Begin april wordt het regiment tezamen met de divisie overgeplaatst van het Bruggenhoofd Gent naar de Versterkte Positie Antwerpen (VPA). De Staf/21A verlaat op 4 april het Kasteel Puttenhove om zich op te stellen in de Azalealei (het velddagboek vermeldt Avenue des Azaléas) te Merksem. Het regiment lost het 24ste Regiment Artillerie (24A) af dat op zijn beurt samen met de 16Div naar Gent vertrekt. De staf verlaat de Azalealei op 20 april om zich vervolgens te installeren in het Kasteel Ten Wijngaard (ook gekend als Kasteel Amerloo) aan de Horstebaan 201 te Schoten [1]. In dit kasteel, dat zich vlakbij Kasteel Calesberg bevindt waar de Staf/13Div zijn intrek heeft genomen, is ook de Staf van het 26ste Regiment Artillerie (26A) en het 2de Regiment Legerartillerie (Staf/2LA) geïnstalleerd.

De noordoostelijke bolwerken van de tweede fortengordel om Antwerpen vormden de basis voor de frontlinie van de Versterkte Positie Antwerpen.
De 13Div bezet, nu onder bevel van het Vde Legerkorps (V/LK), de noordoostelijke sector van de Versterkte Positie Antwerpen tussen Kapellen en het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten (ook gekend als Kanaal van Turnhout of nog Verbindingskanaal Maas-Schelde) [2]. In tegenstelling tot Luik en Namen werden de oude forten van Antwerpen niet herbewapend maar ingericht als infanteriesteunpunten uitgerust met anti-tankgeschut en een dozijn zware en lichte mitrailleurs. De oude forten en schansen zijn verbonden door een tijdens het interbellum aangelegde anti-tankgracht. De drie infanterieregimenten van de 13Div staan opgesteld in lijn achter deze anti-tankgracht. Het 32ste Linieregiment (32Li) neemt de linker ondersector ten noorden van Kapellen voor zijn rekening. Het 33ste Linieregiment (33Li) ligt in het centrum van de divisie rond Brasschaat en het 34ste Linieregiment (34Li) bemant stellingen op de rechterflank tot aan het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten.

Opstelling van de 13Div langs de anti-tankgracht op 10 mei 1940 (projectie op recente kaart)
Naast de vuren van 21A kan de 13Div ook nog rekenen op de steun van het 26ste Regiment Artillerie, van de VIde Groep van het 4de Regiment Legerartillerie (VI/4LA) en van de 10de Batterij Mortieren van het 3de Regiment Legerartillerie (10/IV/3LA). Op 7 mei worden ook nog de Iste en de IIde Groep van het 12de Artillerieregiment (I/12A en II/12A) vanuit Namen naar de VPA gestuurd in versterking van het V/LK. Het V/LK stuurt II/12A door naar de 13Div die de groep in directe steun van het 33Li geeft [3]. Aan de vooravond van de oorlog is het 21A nog steeds aangehecht bij de 13Div en bevindt de commandopost regiment zich nog in het Kasteel Ten Wijngaard. De vuren van de verschillende groepen waarover het 21A kan beschikken zijn door Kolonel Terlin, CADI (of Commandant d’Artillerie de la Division d’Infanterie) van de 13Div, als volgt verdeeld [4]:
- I/21A in directe steun van 32Li
- II/12A in directe steun van 33Li
- II/21A in directe steun van 34Li
- I/26A en II/26A in algemene steun van de 13Div
- VI/4LA eveneens in algemene steun van de 13Div
- 10/IV/3LA detacheert telkens één sectie van vier MVD naar elk infanterieregiment.
Hierdoor beschikt de 13Div over een degelijke ondersteuning door de artillerie die de volledige breedte van divisiesector bestrijkt vanaf de voorpostenlijn.
I/21A
De Vde Groep van 2A wordt bij de reorganisatie van de artillerie op 16 januari 1940 integraal overgebracht naar het pas opgerichte 21A en hernummerd tot Iste Groep (I/21A). I/21A wordt bevolen door Majoor Notté en neemt onmiddellijk na zijn oprichting stelling te Paal. I/21A krijgt als opdracht directe vuursteun te leveren aan het 33Li. De groep voert op 18 en 19 februari instructievuren uit in het Kamp van Helchteren om na het beëindigen van de schietperiode terug te keren naar Paal. Op 2 maart 1940 verlaat I/21A Paal om zich naar Sint-Maartens-Latem te begeven. De groep zal er de rest van de maand maart verblijven. I/21A wordt op 4 april naar Kapellen gestuurd en ontplooit zijn kanonnen nabij Sint-Mariaburg op de grens tussen Kapellen en Brasschaat. De groep levert nu directe vuursteun aan het 32Li. Het ravitailleringsechelon van de groep staat opgesteld op de terreinen van het Hof De Bist (ook gekend als Hof van Guyot) aan de Veltwijcklaan te Ekeren. I/21A krijgt in het telefonie- en telegrafieverkeer de oproepnaam (oftewel callsign) ZTI.
II/21A
De Vde Groep van 4A, bevolen door Majoor Godeau, wordt op 1 september 1939 gemobiliseerd te Lint en daarna ontplooid in kantonnementszones te Sint-Lenaerts, Vlimmeren en Oostmalle. De groep wordt op 14 januari 1940 per spoor overgebracht naar Kermt nabij Hasselt om er, nog steeds onder bevel van Maj Godeau, de IIde Groep van 21A (II/21A) te vormen. II/21A neemt artilleriestellingen in te Kermt en wordt in vuursteun gegeven van 34Li. De IIde Groep wordt van 19 tot 21 februari naar het Kamp van Helchteren gestuurd om er in winterse omstandigheden een schietoefening uit te voeren. Na de schietoefening keert II/21A terug naar Kermt om er zijn oude stellingen terug te bezetten. II/21A verlaat Kermt op 1 maart 1940 om per spoor Drongen te vervoegen. Te Drongen wordt de instructie voltooid en wordt de groep op volle sterkte gebracht. De organisatietabel (OT) van de groep raakt tegen 1 april bijna volledig ingevuld; de Staf/II/21A samen met de Staf en Diensten Bij beschikken over 9 officieren en 173 manschappen, de 4Bij over drie officieren en 157 manschappen, de 5Bij over drie officieren en 159 man en de 6Bij over drie officieren en 153 man. Na een periode van relatieve rust en reorganisatie te Drongen wordt de groep samen met de rest van het regiment op 3 april per spoor overgebracht naar Ekeren. De batterijen worden opgesteld in het Peerdsbos ten zuiden van Brasschaat en te Schoten van waaruit directe vuursteun wordt geleverd aan 34Li, een opdracht die niet meer gewijzigd wordt tijdens de rest van de mobilisatie. Het ravitailleringsechelon bevindt zich op het Kasteel van Schoten. II/21A krijgt in het telefonie- en telegrafieverkeer de oproepnaam ZTU.

Vooruitgeschoven stellingen van 26A binnen het dispositief van de 13Div op 10 mei 1940 (projectie op recente kaart).
26A in versterking van 21A
Het 26ste Regiment Artillerie is het organiek artillerieregiment van de 18de Infanteriedivisie (18Div). Omdat de 18Div vanaf 24 februari 1940 op de Vooruitgeschoven stelling langs het Kanaal Dessel-Turnout-Schoten opgesteld staat en bij deze opstelling beter gediend is door snel verplaatsbaar geschut, wordt het met paardengespannen uitgeruste 26A op de slagorde van de 18Div vervangen door de volledig gemotoriseerde Iste Groep van het 17de Regiment Artillerie (I/17A). Het 26A wordt niet in reserve gehouden maar tijdelijk aangehecht bij de 13Div binnen de VPA. Het regiment krijgt de opdracht om algemene vuursteun aan de 13Div te leveren (en wordt in toenmalige de orders aangeduid als “Groupement d’Ensemble”). De beide groepen van 26A staan opgesteld op enkele kilometer van de anti-tankgracht terwijl de Staf van 26A zich bevindt bij de commandopost van 21A in Kasteel Amerloo. Luitenant-kolonel Laffineur, regimentscommandant van 26A, laat in het kader van zijn opdracht ‘algemene vuursteun’ voorwaartse stellingen innemen om ook het gevecht op de voorposten te kunnen ondersteunen. I/26A moet twee batterijen opstellen nabij de Schans van Drijhoek op de limiet van 33Li en 34Li, terwijl II/26A twee batterijen opstelt nabij Hoge Kaart op de limiet van 32Li en 33Li [5]. De Staf/26A krijgt in het telefonie- en telegrafieverkeer de oproepnaam ZTA.
II/12A in versterking van 21A
II/12A dat pas op 7 mei wordt toegewezen aan de 13Div, is ontplooid in het gehucht Lage Kaart nabij de dorpskern van Brasschaat en is in directe vuursteun gegeven van 33Li. II/12A krijgt in het telefonie- en telegrafieverkeer de oproepnaam ZXK.
VI/4LA in versterking van 21A
VI/4LA levert algemene vuursteun aan de 13Div. De houwitsers 6″ M17 Vickers van VI/4LA staan opgesteld rond Brasschaat. De 17Bij en de 18Bij staan op voorwaartse stellingen. De 16Bij staat opgesteld te Ekeren-Donk met als waakrichting de Bredabaan. Het ravitailleringsechelon van de groep staat opgesteld op de terreinen van het Hof De Bist, waar zich ook het ravitailleringsechelon van I/21A bevindt .
10/IV/3LA in versterking van 21A
De 10de Batterij, onder bevel van Kapitein-commandant Everarts, levert directe vuursteun aan de drie infanterieregimenten van de divisie. Het commando van de batterij werkt van op de staf van het 33Li te Brasschaat; de 1ste en de 2de Sectie van telkens vier mortieren hebben eveneens hun stellingen op het grondgebied van deze gemeente en zullen vuursteun leveren aan respectievelijk het 33Li en het 32Li , terwijl de 3de Sectie zich te Schoten bij het 34Li bevindt.
![]()
Staf/21A
Iets na middernacht wordt de Staf/21A op de hoogte gebracht van het algemeen alarm. Om 03u00 ontvangt de Staf/21A de melding van de Staf/13Div dat binnen de VPA alarmstadium II van kracht wordt. Voor de eenheden opgesteld in de VPA gelden specifieke alarmmaatregelen die gaan van alarmstadium I tot V, de hoogste graad van alarm. Alle troepen binnen de VPA dienen vanaf alarmstadium II hun mobilisatiekantonnementen te verlaten en moeten zich op, of in de onmiddellijke omgeving van, hun gevechtsposities klaar houden. Vrachtwagens voor artilleriemunitie moeten volledig geladen worden. De Staf/21A verplaatst zich naar het Kasteel Cogels in de Deuzeldlaan (huidig Cogelspark), de commandopost van waaruit de gevechten geleid zullen worden. Kolonel Terlin vervoegt als CADI de divisiestaf in het Kasteel Calesberg. De commandopost van het 26A wordt eveneens opgesteld in het Kasteel Cogels. De groepen van 21A bevinden zich op enige kilometers achter de anti-tankgracht, het eerste verdedigingsechelon rond Antwerpen. Om 07u00 ontvangt de staf het nieuws van de afkondiging van de algemene mobilisatie naar aanleiding van de Duitse inval. Kort hierna beveelt de 13Div om over te gaan naar alarmstadium III. Dit houdt onder meer in dat de wegen die de anti-tankgracht kruisen richting Nederland en Kempen nog wel open blijven, maar dat alle verkeer voortaan gecontroleerd wordt. Het schoots- en waarnemingsveld ten oosten van de anti-tankgracht wordt vrijgemaakt door onder meer het kappen van struiken en maaien van gewassen. Voor 21A betekent alarmstadium III dat de vooruitgeschoven batterijen op pré-advies één uur worden gebracht, de andere batterijen op pré-advies drie uur. Ook wordt de burgerbevolking geëvacueerd uit het doelgebied van de artillerie.
Om 09u00 komt het bericht binnen dat Nederlandse militairen niet als vijand beschouwd mogen worden en bijgevolg niet ontwapend moeten worden wanneer ze het Belgisch grondgebied betreden. Om te beletten dat het gaat om Duitse infiltranten moet hun identiteit grondig gecontroleerd worden en dienen ze initieel onder begeleiding afgevoerd te worden naar de opstelplaats van het HK van de 13Div. GenMaj Cheville, Commandant Artillerie van het V/LK, geeft rond 11u00 opdracht om een halve vuureenheid (of 1/2 FCU) munitie te laten bezorgende op de schootstellingen, gevolgd door nog eens een halve vuureenheid na 21u00 tijdens de nacht van 10 op 11 mei. Kolonel Terlin krijgt om 16u30 bezoek van GenMaj Cheville op het HK van de 13Div in Kasteel Calesberg. De generaal komt er zich van vergewissen dat de 1/2 FCU munitie geleverd is en dat de stukken op de voortuigeschoven batterijstellingen bemand zijn. Om 17u45 meldt de Staf/II/12A dat het zwervend stuk van de 5Bij gemitrailleerd werd door laagvliegende vijandelijke vliegtuigen zonder dat hierbij schade werd opgelopen.
I/21A
Maj Notté begeeft zich na het afkondigen van de algemene mobilisatie naar de CP van 32Li om van daaruit het gevecht te leiden.
II/21A
- Staf/II/21A
Na ontvangst van de afkondiging van het alarmstadium II om 03u00 begeven de manschappen zich naar een opstelplaats nabij de gevechtstelling. Deze verplaatsing is voltooid tegen 04u30. Om 06u25 zijn alle commandoposten volledig bemand. - 6/II/21A
Bij de 6de Batterij is batterijcommandant Luitenant Jan Scheere afwezig door een verblijf in het militair hospitaal. De Sectiecommandant Luitenant De Bruycker wordt aangesteld als plaatsvervangend batterijcommandant.
VI/4LA in versterking van 21A
Om 07u30 krijgt de groepscommandant van de VIde Groep opdracht van Generaal-majoor Cheville om zich te ontfermen over een batterij van vier C120L M1878 de Bange kanonnen (het betreft de Batterij de Bange 120mmL van het 1ste Regiment Speciale Vestingseenheden (1SVE) bevolen door Lt De Brouwer). Deze hopeloos verouderde vuurmonden zonder terugstootrem noch moderne richtmiddelen beschikken bovendien niet over eigen transportmiddelen. De VIde Groep moet zijn eigen voertuigen ter beschikking stellen om de kanonnen naar de Donksesteenweg te brengen. Eens de batterij de Bange kanonnen operationeel zal zijn, komt ze onder bevel van VI/4LA te staan en wordt ze eveneens in algemene vuursteun van de 13Div gegeven. Ondanks de verouderde technologie beschikken de kanonnen toch nog over een relatief lange dracht van 12.500m.
![]()
Staf/21A
De Luftwaffe is bijzonder actief in het voorgebied van de 13Div en viseert daarbij de eenheden van het Franse 7de Leger [6] die richting Nederland willen oprukken. De IIde Groep van 26A meldt om 10u50 dat zijn peloton luchtafweermitrailleurs een Heinkel 111 neergehaald heeft. Het toestel zou een harde landing gemaakt hebben op domein Voshol. Rond 14u00 valt in de verte het geluid van explosies te horen. De artilleristen weten dan nog niet dat er een zware luchtaanval op het Kamp van Brasschaat aan de gang is. Een formatie van 32 Stuka duikbommenwerpers bestookt het Polygoon in een reeks aanvalsgolven die tot ongeveer 17u00 aanhouden. Onder meer het Remontedepot van het Leger (DRA), de Artillerieschool, de Cavalerieschool (of Ruiterijschool) en het Fort van Brasschaat worden geraakt. GenMaj Cheville bezoekt kort na de middag de stellingen van 26A en houdt om 14u30 op Kasteel Calesberg overleg met Kol Terlin.
II/21A
Tijdens de nacht van 10 op 11 mei worden de stukken bevoorraad met munitie. De ganse dag door wordt melding gemaakt van de landing van parachutisten maar steeds gaat het om loos alarm. De vrees voor sabotageacties door vijandelijke parachutisten is manifest aanwezig in de geesten van menig bevelhebbers en manschappen. Om 15u00 zijn de manschappen van de IIde Groep getuige van het bombardement van Franse colonnes die de dorpskern van Brasschaat passeren.
![]()
Staf/21A
I/26A meldt om 10u30 dat talrijke Nederlandse militairen proberen via België de Nederlandse troepen in Zeeland te vervoegen. Ze lopen de VPA binnen via de Bredabaan en worden vervolgens doorgestuurd naar de Luchtbalkazerne [7]. Om 12u20 geeft GenMaj Cheville de toelating aan de Belgische artillerie om rond 14u00 een regelingsvuur [8] uit te voeren op het militair schietveld voor de stellingen van het I/32 en II/32. Terwijl de regelingsvuren worden voorbereid wordt om 13u00 alarmstadium IV afgekondigd door de Staf van het V/LK. Dit bericht wordt niet onmiddellijk doorgegeven aan 21A. Om 13u30 (TBC) starten de vooruitgeschoven batterijen van 26A en enkele batterijen van II/21A met het beschieten van doelen in het Klein en het Groot Schietveld van Brasschaat. De vuren worden gejusteerd door de voorwaartse waarnemers. Uit de correcties wordt de nodige technische informatie gehaald. De vuren worden om 14u20 gestaakt wanneer gemeld wordt dat er Franse troepen in het doelgebied aanwezig zijn. De Staf/13Div geeft pas om 19u20 de maatregelen door die de artillerie moest nemen bij afkondiging van alarmstadium IV, namelijk dat de vooruitgeschoven batterijen klaar tot vuren dienen te zijn (pré-advies nul) en dat de andere batterijen binnen het uur klaar moeten zijn om het vuur te openen (pré-advies één uur). De Staf/26A geeft het bericht door van één van zijn voorwaartse waarnemers (met callsign OEA4), die zich ten oosten van de anti-tankgracht bevindt, dat twee vijandelijke vliegtuigen brandend zijn neergestort nabij Hoogboom. De beide vliegtuigen werden neergehaald toen ze de troepen in lijn aan het mitrailleren waren (TBC).
I/21A
De batterijen worden in de loop van de dag op pré-avies één uur geplaatst. Om 21u15 meldt I/21A dat Franse artilleristen zich aanmelden op de Staf van de groep met de melding dat er in de ochtend van 13 mei twee groepen Franse artillerie zullen worden opgesteld in de ondersector van de 13Div vlakbij de posities van I/21A. De Franse officieren krijgen steun van de Staf/21A bij het uitvoeren van hun verkenningen.
II/21A
De batterijen van II/21A voeren kort na de middag enkele regelingsvuren uit tot om 14u20 het bevel gegeven wordt om de vuren te staken.
![]()
Staf/21A
De Staf/21A wordt om 00u22 door de Staf/26A op de hoogte gebracht dat de waarnemingspost OE4 vijand heeft waargenomen in het Klein Schietveld. De waarnemers hebben deze informatie ook doorgegeven aan het Fort van Brasschaat dat verdedigd wordt door de 5Cie van het 1ste Regiment Speciale Vestingseenheden (1SVE). De zenuwen zijn tot het uiterste gespannen en zowat overal worden er vijandelijke parachutisten opgemerkt. Ook de Staf/13Div verspreidt om 05u30 het bericht dat nabij Brasschaat een 30 tal parachutisten geland zijn. De uitgestuurde patrouilles vinden echter niets. Deze anti-parachutisten opdrachten zorgen voor veel nodeloos heen en weer gerij te wijten aan talrijke valse alarmen. In de VPA heerst tijdens de eerste oorlogsdagen een ware parachutistenkoorts (toen ook al naar verwezen als ‘parachutitis’ ) en het gonst van geruchten over mogelijke luchtlandingen, de meesten ongegrond. De legerkorpsstaf laat om 09u30 aan de 13Div weten dat alarmstadium V, de allerhoogste alarmfase, nu van kracht is. De Cointet-hekkens die de belangrijkste invalswegen naar Antwerpen moeten afsluiten, zullen wel nog open blijven. Ook de draadafspanningen rond de mijnenvelden mogen nog niet verwijderd worden. Tegen 11u00 wordt ook de Staf/21A hiervan op de hoogte gebracht. Alle batterijen dienen nu klaar tot vuren te zijn.
Om 11u12 laat de Staf/13Div weten dat de dossiers van de versterkingsstellingen moeten klaar gemaakt worden om ze over te geven aan de Fransen met het oog op de stellingname van Franse 75mm, 105mm of 155mm kanonnen die de Belgische verdediging komen ondersteunen bij het binnenlopen van de Franse troepen. Dit geschut zal echter nooit aankomen. Luitenant Lallieux van het Commando Artillerie van het V/LK laat om 11u50 weten dat alle waarnemingsposten ten oosten van de anti-tankgracht, met uitzondering van Gooreind en Rommersheide, ontruimd en vernield dienen te worden. Het bericht wordt doorgegeven aan de Staf/26A met de expliciete vermelding dat de waarnemingsposten OEA4 en ‘Grand Portique’ van 26A ontruimd moeten worden. Gedurende de rest van de dag blijft het aantal meldingen van parachutelandingen hoog. In één enkel geval gaat het om de piloot van een neergeschoten vliegtuig, in de andere gevallen betreft het loos alarm. Toch worden om 12u00 orders verspreid om de artilleriestellingen te beveiligen met prikkeldraadversperringen als voorzorgsmaatregel tegen vijandelijke parachutisten. Het HK van het V/LK laat om 15u30 weten dat Duitse eenheden de Belgisch-Nederlandse grens naderen en dat contact met de voorposten vanaf nu mogelijk is. De Staf/26A maakt om 16u45 het relaas over van een Franse kolonel van de artillerie die de werkmethode uitlegt waarop Duitse infiltranten de opstelplaatsen van artilleriebatterijen kenbaar te maken aan hun eigen artillerie of vliegtuigen. De locatie van Franse artilleriebatterijen werd gemarkeerd door het afvuren van rode en witte vuurpijlen. Deze informatie wordt overgemaakt aan de Staf/13Div en de staven van de verschillende artillerie-eenheden die opereren in de sector van de 13Div.
I/21A
De ganse dag door wordt de landing van parachutisten gemeld om en nabij de stellingen. Telkens worden patrouilles uitgestuurd echter zonder parachutisten aan te treffen. De Staf/21A stelt vast dat de Duitse luchtmacht de stellingen bombardeert die eerder tijdens de mobilisatie werden ingenomen en acht zich gelukkig met het feit dat kort voor het uitbreken van de vijandelijkheden nieuwe stellingen werden bezet. Het duurt echter niet lang vooraleer deze worden waargenomen en vanuit de lucht aangevallen. De Iste Groep meldt om 18u00 aan de Staf/21A dat de stelling van de 1ste Batterij werd aangevallen door vijandelijke vliegtuigen. Alhoewel het bombardement door de groepscommandant bestempeld wordt als “assez bien ajusté” wordt er geen noemenswaardige schade vastgesteld. Wel zijn er 13 bomkraters geslagen die elk zo’n 3m breed en 1m diep zijn.
II/21A
Om 17u20 meldt een voorwaartse waarnemer (met roepnaam OD7) van de groep dat er brand is uitgebroken in de wijk Lochtenberg net ten oosten van de anti-tankgracht. Om 18u05 volgt een nieuwe melding van een voorwaartse waarnemer van de groep. De voorwaartse waarnemer met roepnaam ICM rapporteert dat de kerktoren van Maria-ter-Heide in brand staat. De informatie wordt doorgegeven aan de Staf/21A en na controle blijkt dat de kerktoren van Maria-ter-Heide preventief door het 14de Bataljon Genie (14Gn) werd opgeblazen om de beletten dat de vijand de kerktoren als observatiepost zou kunnen gebruiken.
![]()
Staf/21A
Een onophoudelijke stroom alarmmeldingen komt binnen op de CP van het regiment. Soms zijn de inlichtingen vaag en zeer algemeen. Zo stuurt de Staf/13Div een nationaal inlichtingenbulletin van de Rijkswacht door betreffende Duitse spionnen die in uniformen van Belgische officieren in het achtergebied informatie inzamelen [9]. Het gezelschap zou zich verplaatsten in een voertuig met nummerplaat 259 440. De informatie wordt overgemaakt aan de artiellerie-eenheden onder bevel van 21A. Om 15u45 brengt de liaisonofficier van II/12A bij de Staf/21A Kolonel Terlin ervan op de hoogte dat Kalmthout in Duitse handen zou zijn. In de loop van de avond komen heel wat Franse troepen aan bij de VPA. Het wordt duidelijk dat de opmars van het Franse 7de Leger richting Nederland fout gelopen is en dat de Fransen zich moeten terugplooien. Het TptK van de 13Div laat om 20u30 weten dat de artillerie van de 13Div door het Peloton Automobile de Ravitaillement (PARa) zal bevoorraad worden tussen 01u00 en 02u30 in de vroege ochtend van 15 mei. Om 22u30 laat de Staf/26A weten dat vijand werd gesignaleerd te Gooreind en vraagt de toelating om Gooreind te bevuren. De vraag wordt doorgestuurd naar het Commando Artillerie van het V/LK die om 22u45 beklemtoont dat Gooreind niet bezet is door de vijand en dat de vuren geenszins mogen uitgevoerd worden.
I/21A
I/21A laat de regimentsstaf weten dat een Franse artillerie-eenheid uitgerust met C75TR stelling heeft genomen vlakbij de kerk van Hoogboom. De eenheid keerde terug uit Breda. Rond 23u00 signaleert I/21A dat er in het voorgebied van 32Li meerdere witte vuurpijlen in de richting van Kapellen worden afgeschoten door de vijand.
II/21A
- Staf/II/21A
Via de Staf/I/34Li komt een vuuraanvraag binnen van het Franse 121e Régiment d’Infanterie Motorisé [121(FRA)RIM] om het centrum van Loenhout met de artillerie onder vuur te nemen [10]. De vuuraanvraag wordt om 18u02 doorgegeven aan de Staf/21A. Omdat Loenhout buiten bereik ligt van de kanonnen van 21A wordt de vuuraanvraag verder doorgegeven aan de Staf/2LA die de vuren van de legerkorpsartillerie beveelt. Om 18u55 laat de Staf/2LA weten dat de vuren werden uitgevoerd door de C155L kanonnen van de IIde Groep van het 3de Regiment Legerartillerie (II/3LA). - 6/II/21A
Lt Scheere keert terug uit het militair hospitaal en herneemt het bevel over de 6de Batterij.
![]()
Staf/21A
Na de val van Nederland kunnen de Duitsers ongehinderd oprukken uit de provincie Noord-Brabant richting Antwerpen. De Duitsers vorderen naar Antwerpen in zuidwestelijke richting, ongeveer parallel met de Bredabaan [11] . De Franse troepen trekken zich terug naar het zuidoosten richting Brecht waardoor er zo een niemandsland ontstaat tussen de VPA en de Duitse posities rond Gooreind. De laatste wegvernielingen worden uitgevoerd. Omstreeks 12u13 doet het Commando Artillerie navraag naar de toestand munitie bij de verschillende groepen. Ze zijn bezig met de planning van de bevoorrading met artilleriemunitie temeer omdat de munitietrein die tijdens de nacht van 14 op 15 mei te Antwerpen had moeten toekomen niet gearriveerd is. Er dienen heel wat aanpassingen aan de planning gemaakt te worden om er voor te zorgen dat alle eenheden over voldoende munitie beschikken voor de komende dag. Om 13u50 is de nieuwe planning klaar en de Staf/21A verwittigt de andere artillerie-eenheden onder zijn bevel over de aankomsturen van het Peloton Automobile Munition Artillerie (oftewel PAMA) van de 13Div. Om 15u00 laat het TptK/13Div weten dat de munitiecamions van het PAMA vertrokken zijn op bevoorradingsronde.
Omstreeks 16u10 bereiken de eerste Duitse troepen de meest veraf gelegen Belgische mijnenvelden voor de VPA. Elementen van de Duitse voorhoede worden vanaf nu ook opgemerkt door de observatieposten van de verschillende artilleriegroepen. II/12A meldt om 18u10 dat elementen van 33Li beschoten worden door automatische wapens. Een voorwaartse waarnemer van 26A opgesteld in de watertoren van Maria-ter-Heide meldt om 18u15 de nadering van Duitse infanteristen langs de Bredabaan. Ook in de ondersector van 34Li lopen de eerste meldingen van visueel contact met de Duitse voorhoede binnen rond 19u30. De waarnemers op de Zwan vleeswarenfabriek te Schoten bevestigen om 19u55 dat de vijand zichtbaar is te Lochtenberg. De waarnemer OE9 van 26A rapporteert de aftocht van de Fransen richting Brecht. De Staf/26A meldt rond 22u50 dat de anti-tankgracht ter hoogte van de Bredabaan voor de eerste keer wordt aangevallen door de Duitse infanterie. Om 23u00 opent de Duitse artillerie het vuur op de Belgische stellingen. Kolonel Terlin geeft bevel aan 26A om met de batterijen opgesteld in tweede lijn het afsluitingsvuur B982 af te leveren. De vuuropdracht wordt uitgevoerd tussen 23u05 en 23u30.
I/21A
Om 01u35 verneemt de Staf van I/21A dat het Peloton verkenner van 32Li net is binnengelopen uit het voorgebied en dat er zich tussen de voorlimiet langs de anti-tankgracht en de vijand geen bevriende troepen meer bevinden. De batterijen worden gealarmeerd van de komst van de vijand, de groep is klaar om het gevecht aan te gaan. Rond 07u20 meldt een ploeg installatiepersoneel van het Franse 92e Régiment d’Infanterie Motorisé [92(FRA)RIM] zich aan op de CP van I/21A te Hoogboom [12]. Ze zijn op zoek naar levensmiddelen voor hun regiment. De vraag van de Fransen wordt overgemaakt aan de Staf/21A die de 13Div op de hoogte brengt van het probleem. Een goed uur later ontvangt de Staf/I/21A het bericht dat de Fransen zich dienen te begeven naar een militaire bakkerij van de 1ste Provianddiest Antwerpen gelegen nabij het Zuidstation. In de loop van de middag duikt een bataljon van het 92(FRA)RIM op nabij de stellingen van I/21A. Dit Franse bataljon moet de terugtocht van de rest van het regiment uit Nederland beveiligen en installeert een bataljonssteunpunt midden in de stelling van III/32Li. Uit gesprekken met de Franse officieren blijkt dat de Fransen zware verliezen hebben geleden tijdens de gevechten in Nederland. Colonel Damidaux, regimentscommandant van 92(FRA)RIM, neemt om 22u25 contact op met de Staf van I/21A en beklaagt er zich over dat er weinig gecoördineerd wordt, zo beschikt hij niet over de Belgische nader- en paswoorden om de Belgische linies te doortrekken. OLt Olluyn, officier adjunct van de groep, maakt de Franse grieven over aan de Staf/21A.
![]()
Staf/21A
II/12A geeft om 04u15 aan de Staf/21A door het geplande vuur C685 te zullen uitvoeren. De Staf/21A verwittigd II/12A dat dit vuur in een bestaand mijnenveld zal vallen. Om 06u00 doet de Staf/21A navraag naar de toestand munitie bij de verschillende artilleriegroepen in vuurversterking van de 13Div. I/26A laat om hierbij weten dat zijn twee vooruitgeschoven batterijen om 03u00 teruggeplooid zijn op de hoofdstelling van de groep omdat de volledige hoeveelheid munitie die op de batterijstelling werd afgezet, nagenoeg opgevuurd is. Hierop wordt de Staf/26A geïnterpelleerd hoe het komt dat de CADI hiervan niet van op de hoogte werd gebracht. De Staf/26A laat laconiek weten dat ze het vergeten te melden zijn. Tien minuten later laat ook II/26A bij het doorgeven van de munitietoestand weten dat de vooruitgeschoven batterijen in de vroege ochtend werden teruggeplooid op de hoofdstelling van de groep, nadat ze al hun munitie hadden verbruikt om de doelen B33 en B34 te bestoken. Ook deze terugtrekking gebeurde zonder dat de CADI ervan op de hoogte werd gebracht.
De divisiestaf verbiedt om 06u35 om nog vuuropdrachten uit te voeren in het gebied voor de stellingen van de infanterie. Waarnemers van I/32Li hebben namelijk om 06u10 een niet nader geïdentificeerd vliegtuig een noodlanding zien maken op het vliegveld van Brasschaat. De divisiestaf wil zekerheid omtrent de nationaliteit van het vliegtuig en legt het 32Li op om een patrouille naar het vliegveld van Brasschaat te sturen. Er mogen geen artillerievuren meer uitgevoerd worden in het voorgebied tot de patrouille veilig en wel terug is. Ondertussen vraagt Kolonel SBH Bergé, Stafchef van de 13Div, aan de Staf/21A om na te gaan of de voorwaartse waarnemers het vliegtuig ook hebben zien landen. De vraag wordt overgemaakt aan I/21A en 26A. Beide waarnenemingsposten van I/21A, OD1 en OD2, hebben niets gezien maar waarnemingspost OE4 van 26A kan het wrak van het vliegtuig waarnemen en heeft ook gezien dat een tweede vliegtuig bij het wrak geland is en terug opgestegen. De patrouille van I/32Li die om 07u10 werd uitgestuurt is rond 08u00 bij het vliegtuigwrak aangekomen en stelt vast dat het om een Duitse Fieseler “Storch” gaat. De divisiecommandant geeft de toelating om het wrak met artillerievuur te vernietigen. De 6Bij van II/26A wordt aangeduid om het doel te bestoken. Het vuur wordt geopend om 08u10 en pas een uur later, met het negentiende schot, wordt het wrak ten volle geraakt en vernietigd. Kort nadien, rond 08u20, stelt waarnemingspost OE4 van 26A vast dat enkele voertuigen zijn gestopt bij het gebouwtje van het Kamp van Brasschaat waar met gas kan geoefend worden (oftewel chambre à gaz). Het lijkt erop dat de Duitsers in het gebouw een observatiepost aan het installeren zijn. Generaal-majoor Duthoy geeft opdracht om het gebouw te laten beschieten door 26A. Het vuur wordt om 09u04 uitgevoerd door I/26A. In de namiddag vallen de posities van de 13Div opnieuw onder vijandelijk artillerievuur. De beschietingen lijken te komen uit de richting van het grensdorp Putte, maar het Duitse geschut kan niet gelokaliseerd worden.
Tegen de avond van 16 mei komt onverwachts het bevel van het geallieerd opperbevel (via de Franse generaal Bilotte) om naar het westen terug te trekken. Zonder dat men de K.W. Stelling en de VPA ten volle verdedigd heeft moeten deze stellingen worden prijsgegeven. In het zuiden wist het Duitse leger immers een doorbraak te forceren over de Maas in de streek van Sedan en in het noorden heeft Nederland zich overgegeven. Deze beslissing zal ook gevolgen hebben voor de verdedigers van de VPA. De Belgische legerleiding besluit om het veldleger terug te trekken op een nieuwe defensieve lijn langs de as Terneuzen-Gent-Oudenaarde. Voorlopig moeten de eenheden van de VPA nog ter plaatse blijven ter beveiliging van de flank van het zich terugtrekkende veldleger. De Versterkte Positie Antwerpen moet tenminste standhouden tot het aanbreken van de nacht van 17 op 18 mei.
I/21A
Op de stelling van de 1Bij wordt om 06u28 een vermeende spion aangehouden. De 65-jarige man zou een lichtsignaal hebben afgevuurd met een klein handvuurwapen (het velddagboek vermeldt “un porte-mine noir” voorzien van een laadkamer en een trekkermechanisme) om de stelling van de batterij te markeren. Er wordt een huiszoeking uitgevoerd bij de man thuis waar een zender-ontvanger en een grote som geld wordt aangetroffen. De Staf/13Div geeft opdracht om de vastgehouden man over te dragen aan de militair auditeur. De man werd eerder al twee keer op verdenking van spionage aangehouden en voor de auditeur gebracht maar werd telkens door gebrek aan bewijs weer vrijgelaten. Om 09u00 belt de Staf/21A om te melden dat Franse troepen de Soldaat Albert Van Doorninck van I/21A gearresteerd hebben en ter beschikking houden op Kasteel Terborg te Ekeren-Donk. Sdt Van Doorninck was op dat ogenblik achterwege bij het 21A, kende het nader en paswoord niet en zou teruggevonden zijn met vier zilveren messen op zak. Bij het vertrek van de Franse artilleriegroepen uit de ondersector van 32Li raakt het veldtelefoonnet van I/21A beschadigd. Hier en daar hebben de Franse troepen ook telefoonkabel meegenomen. Ondertussen duikt ook een ander probleem op. De meeste burgers in de omgeving zijn ook gevlucht en heel wat huizen en boerderijen staan nu leeg. Loslopende dieren bezorgen het 21A flink wat last, zodat beroep gedaan wordt op de Compagnie Intendance van de 13Div om de dieren te vangen.
![]()
Staf/21A
Het regiment bevindt zich nog steeds binnen de Versterkte Positie Antwerpen. De Versterkte Positie Antwerpen zal tijdens de nacht van 17 op 18 mei geëvacueerd worden als onderdeel van de terugtocht van het veldleger naar de as Terneuzen-Gent-Oudenaarde. Het 21A krijgt de opdracht om tegen 20u00 klaar te zijn voor de afmars. De terugtocht loopt aanvankelijk over Sint-Mariabrug, Ekeren en Merksem om over de Merksembrug het Albertkanaal oversteken. De marsroute gaat dan via de Schijnpoortbrug, Onderwijsstraat en Handelsstraat tot aan de Singel. Hier moet de Brederodestraat naar Hoboken gevolgd worden om tenslotte de militaire bootbrug over Schelde te gebruiken. In de loop van de namiddag worden de groepscommandant ontboden op de Staf/21A om er hun orders voor de terugtocht te ontvangen. Een batterij per groep moet achterblijven en zal vuursteun leveren tot 22u45. Voor de I/21A wordt dit de 1ste Batterij, voor de II/21A de 6de Batterij en voor het gezamenlijk steunelement van de 13Div, de II/12A, de 4de Batterij. Deze achterhoedebatterijen zullen kunnen beschikken over 60 artilleriegranaten per vuurmond.
I/21A
Vroeg in de ochtend brengt de Iste Groep één vuurmond naar voren om een storingsvuur in de diepte te kunnen uitvoeren in het voorgebied van het 32Li. Vervolgens merken de waarnemers van de groep verschillende Duitse detachementen op nabij de stallen van het Remontedepot van het Leger (DRA). De CADI geeft opdracht om de gebouwen van het DRA onder vuur te nemen. Vanaf dan tot aan het vertrek van de groep, worden verschillende vuuropdrachten uitgevoerd op de gebouwen van het Kamp van Brasschaat. Het is de bedoeling de voorbereiding van een georganiseerde aanval op de anti-tankstelling vanuit het Kamp van Brasschaat maximaal te verstoren. In de loop van de namiddag ontvangt Maj Notté op de CP van het regiment de orders om de batterijstellingen te verlaten tegen 20u00. Hierbij moet de 1ste Batterij echter wel ter plaatse blijven om de achterhoede van de 13Div tot 22u45 te blijven ondersteunen met artillerievuur. Tijdens het eerste deel van de aftocht valt de groep op enkele doorgangspunten onder vijandelijk artillerievuur. Hierbij wordt Wachtmeester Jacobs van zijn paard geslingerd en uit het oog verloren. Jacobs zal gelukkig weer kunnen bijbenen te Hoboken.
II/21A
- Staf/II/21A
Ook het 34Li, dat door de IIde Groep gesteund wordt, raakt slaags met de vijand in de laatste uren voor de aftocht uit de VPA. Vanaf 19u00 vuurt de Duitse artillerie aanhoudend op de Belgische linies ter voorbereiding van een methodische aanval die om 20u00 zal starten. Al snel volgens enkele vijandelijke infiltraties in het kwartier van het 34Li. Kapitein-commandant Peñaranda beveelt nog even na 20u00 twee nieuwe vuuropdrachten om de aanval mee af te stoppen. Net op dat ogenblik zijn de vrachtwagens van het PAMA van de 13Div gestart met het inladen van de ongeveer 800 artilleriegranaten in overtal. Majoor Godeau vraagt om deze volledige munitievoorraad ter beschikking te stellen van de 6de Batterij die deel zal uitmaken van de achterhoede. De rest van de groep verlaat de ondersector volgens het opgelegde schema. - 6/II/21A
De 6de Batterij zal tussen 20u30 en 22u45 een belangrijk deel van de toegekende munitie verschieten op de twee aangeduide doelen. Deze actie zal ertoe bijdragen dat de vijandelijke aanval op het 34Li niet tot een doorbraak zal leiden. De achterhoedebatterij verlaat de ondersector van de 13Div om 22u55.
![]()
Staf/21A
Het 21A houdt overdag halt te Puivelde nabij Sint-Niklaas. Tegen het middaguur komen ook de 1ste Batterij en de 6de Batterij aan. Om 22u00 vertrekt het regiment richting Wachtebeke.
![]()
Staf/21A
Het regiment trekt tijdens de nacht van 18 op 19 mei verder door het Waasland en bereikt Wachtebeke tegen 05u15. De troepen kunnen hier enkele uren uitrusten. De paardengespannen van de 5de Batterij worden echter gespot door een Duits vliegtuig en krijgen enkele bommen en mitrailleursalvo’s te verwerken. Drie paarden en een militair raken gewond.
Ondertussen heeft het Belgische verdedigingsplan voor het Kanaal Gent-Terneuzen zijn definitieve vorm aangenomen. In het noorden zal de 1ste Cavaleriedivisie de sector rond Terneuzen verdedigen. Het centrum zal worden bemand door het Vde Legerkorps met de 17de en 6de Infanteriedivisie. Het zuidelijke deel van het kanaal is voor rekening van het IIde Legerkorps met de 13de en 11de Infanteriedivisie.
Om 14u00 volgt dan ook het bevel om de aftocht verder te zetten en het Kanaal Gent-Terneuzen over te steken. Het regiment bereikt het gehucht Linde nabij Sleidinge en wordt hier ingekwartierd. Omstreeks 17u00 arriveert Kolonel SBH Bergé, stafchef van de 13Div, om de orders voor het 21A mee te delen. Er moeten schootsstellingen verkend worden te Ertvelde voor de Iste Groep die het 33Li zal ondersteunen en te Kluizen voor de IIde Groep die het rechtstreeks vuursteunelement voor het 32Li zal leveren. De Vde Groep van het 4LA zal het algemeen steunelement voor de divisie vormen en zal eveneens te Ertvelde in stelling gaan. De IIde Groep van het 12A zal de 13Div verlaten.
I/21A
Bij de rustperiode te Wachtebeke slagen de luchtafweermitrailleurs van de groep er in om een Duits toestel neer te halen. Na de oversteek van het Kanaal Gent-Terneuzen wordt de groep aangeduid als vuursteunelement van het 33Li en worden schootsstellingen verkend te Ertvelde.
II/21A
De batterijen van de IIde Groep gaan in stelling rond het gehucht Hoogstraat op zo’n halve kilometer ten oosten van Kluizen.
![]()
Staf/21A
De troepen van de 13Div starten met de ontplooiing in de sector Zelzate-Terdonk. Het 33Li heeft echter een te groot deel van zijn effectieven verloren om de toegewezen ondersector naar behoren te kunnen bezetten. Op het eerste echelon langs de kanaaloever hebben het I/33Li en II/33Li samen zo’n 500 manschappen ontplooid, wat ongeveer een derde is van de voorziene effectieven. Bovendien ontbreken de helft van de lichte mitrailleurs en een derde van de zware mitrailleurs. Op aangeven van de staf van het IIde Legerkorps, zal het 34Li ontbonden worden en gebruikt worden om het 33Li weer op een aanvaardbare sterkte te brengen
I/21A
De Iste Groep meldt om 23u55 aan de regimentsstaf dat de Duitse artillerie het gebied bevuurt tussen de gehuchten Tervennen en Singel.
![]()
Staf/21A
De beide groepen krijgen toestemming om hun eerste regelingsvuur uit te voeren tussen 10u30 en 11u00. Hiermee staat het geschut nu klaar tot vuren in de aangeduide waakrichting. Tot de late middag blijft alles rustig aan het kanaal. Belgische eenheden voeren patrouilles uit aan de oostelijke oever van het kanaal terwijl de regimenten in lijn zo snel mogelijk verder werken aan hun stellingen. Rond 18u00 lanceert de voorhoede van de 208(DEU)ID een aanval uit de opmars en tracht ter hoogte van Terdonk met rubberbootjes het kanaal over te steken. De aanval loopt op een sisser uit en de Duitsers druipen af. Ook bij Zelzate bereikt een aanvalspoging geen resultaat. De vijand beslist een pauze in te lassen van 48 uur om bijkomende eenheden naar het kanaal te kunnen sturen.Ondanks gebrek aan doorslaggevend succes bij de vijand, breekt er toch paniek uit in de rangen van de 13de infanteriedivisie. Bij de Duitse poging om in Terdonk het kanaal over te steken, gaan heel wat soldaten van het 33Li er van door, alhoewel er voor hun eigen loopgrachten niks gebeurt en er geen vijand te zien is. Uiteindelijk bereiken de eerste twee bataljons van het 37Li de kanaalzone rond de middag. De staf van de 13de Infanteriedivisie beveelt aan het 37Li om het wankelende 33Li af te lossen aan het kanaal na het vallen van de duisternis. Het 37Li zal dan ook pas pas tijdens de nacht van 21 op 22 mei op het eerste echelon arriveren. De restanten van het 33Li worden vervolgens op het tweede echelon van de divisiesector geplaatst.
I/21A
Na de eerste vuuropdracht omstreeks 10u30 wacht de groep af tot wanneer het 33Li om 14u00 een nieuw doel meldt in de vorm van enkele vrachtwagens die geniemateriaal lijken aan te voeren. Vanaf dat ogenblik volgen diverse vuuraanvragen voor het neutraliseren van specifieke doelen en het uitvoeren van artilleriebarrages die de opmars naar de vijandelijke kanaaloever moet bemoeilijken. De Duitse artillerie is eveneens in actie gekomen en om 17u45 met de groep aan de regimentsstaf dat de Kuhlmann fabriek en de westelijke helft van Zelzate onder zwaar vuur liggen. Het zicht van enkele observatieposten wordt belemmerd door de dichte rook- en stofwolken.
Het I/21A zal ondersector noord blijven ondersteunen en wordt na aankomst van het 37Li in de nacht van 21 op 22 mei het rechtstreeks vuursteunelement van dit regiment. Om 21u15 wordt aan de groepsstaf gevraagd om contact op te nemen met het I/14Li zodra dit bataljon te Ertvelde aankomt voor de mogelijke tegenaantal naar Rieme.
II/21A
Ook de tweede groep vuurt zijn eerste schoten af tussen 10u30 en 11u00 en zal vanaf dan regelmatig in actie treden. Om 19u12 krijgt het groepscommandant het bericht dat de II/21A indien nodig ook zal ingezet worden ter ondersteuning van ondersector noord. Bij een inslag van een vijandelijke obus op de stelling van de 5de Batterij raakt Soldaat Planckeel dodelijk gewond. Hij zal korte tijd later overlijden en wordt op 22 mei door zijn strijdmakkers begraven worden. Aan het eind van de dag rapporteert de groep een munitieverbruik van 2,300 granaten in de laatste 24u.
![]()
I/21A
In de nacht van 21 op 22 mei blijft de Iste Groep vuuropdrachten uitvoeren. In de late voormiddag wordt officier-waarnemer Onderluitenant Bekaert uitgestuurd naar de Kuhlmann fabriek met als opdracht om in een van de torens een nieuwe waarnemingspost met een groter bereik in te richten. Deze uitkijkpost zal om 18u55 melden dat verschillende loodsen en gebouwen op de fabrieksterreinen in brand geschoten zijn door de vijandelijke artillerie. De rook is erg hinderlijk voor de waarnemers. De groep blijft verschillende vuuropdrachten ontvangen voor doelen tegenover deze fabriek. Vanaf 21u30 wordt overgeschakeld op storingsvuur dat de ganse nacht moet aangehouden worden en waarbij de batterijen om de tien tot twintig minuten elk een van vier zones zullen onder vuur nemen. Deze vuren zullen rond 01u00 tijdelijk aangepast worden zodat een patrouille van het 37Li kan vertrekken naar de oostelijke oever. Tegen 03u45 wordt duidelijk dat de oversteekpoging van de patrouille mislukt is. Het normale regime aan storingsvuur wordt dan maar hervat.
II/22A
Om 16u50 rapporteert de groep dat de Duitsers oversteekmateriaal met vrachtwagens aangevoerd hebben nabij de brug van Terdonk. Ook de II/21A krijgt om 21u30 de opdracht om gedurende de nacht storingsvuur te blijven neerleggen op drie verschillende locaties op de vijandelijke oever. Om 02u30 wordt het storingsvuur onderbroken om een Duitse mitrailleurploeg in een huis aan de overkant te neutraliseren. Wanneer een half uur later enkele vrachtwagens gemeld worden aan de brug van Terdonk worden de kanonnen ook op dit doel gericht. De groep rapporteert een dagelijks munitieverbruik van ongeveer 3,000 schoten.
![]()
Staf/21A
Omstreeks 10u00 krijgt Kolonel Terlin een bevel van de staf van de 13Div om één enkele vuurmond tot bij de kanaaloever te brengen om de Duitse troepen die zich schuilhouden in de suikerfabriek van Zelzate met vlakbaanvuur te bevuren. De opdracht wordt toegekend aan de I/21A. Verder blijven de beide groepen de ganse dag door actief. Hierbij wordt opnieuw gerapporteerd dat de beide groepen elk ongeveer 3.000 granaten verschieten. Om 19u00 krijgt de regimentsstaf zijn orders voor de aftocht van het Kanaal Gent-Terneuzen. De beide groepen moeten een marsroute volgen van Kluizen naar Zwaantje, Daasdonk, Waarschoot, Daalmen, Rijvers, Vrekkem, Weststraat, Hoekstraat en Sint-Joris tot in Beernem. Bij de aftocht van de 13Div zal het I/14Li de vaste achterhoede vormen.

Suikerfabriek van Zelzate die op 23 mei in brand werd geschoten door het zwervend stuk van OLt Levy
I/21A
De Iste Groep krijgt om 10u07 de opdracht van de regimentsstaf om een zwervend stuk naar de voorste linies achter het kanaal te sturen. Het kanon dient de suikerfabriek van Zelzate aan de overkant van het kanaal met rechtstreeks vuur te bestoken. Maj Notté duidt Onderluitenant Levy van de 2de Batterij aan voor deze missie. Terwijl de luitenant een schootstelling gaat verkennen wordt een voortrein met een volledig gevulde munitiecaisson (40 schoten) op het ravitailleringsechelon klaargemaakt om het stuk naar voor te brengen. Het kanon met voortrein en munitie vertrekt naar de wijk Debbautshoek te Zelzate om er op 1.000 meter van het doel stelling te nemen, hierbij geholpen door soldaten van de infanterie. Alle meegebrachte artilleriegranaten worden op het doel afgevuurd. Hierbij ontstaat brand in de suikerfabriek. OLt Levy en zijn stuksbemanning kunnen behouden terugkeren. Omstreeks 12u40 worden de stellingen van de groep gebombardeerd door enkele Duitse vliegtuigen die de locatie van het geschut ook doorgeven aan de grondtroepen. Nog geen tien minuten later landen de eerste vijandelijke artilleriegranaten op de stellingen. In de loop van de namiddag zal de groep verschillende vuuropdrachten uitvoeren op de zone tegenover Rieme.
Om 19u00 wordt het bevel tot de aftocht van het Kanaal Gent-Terneuzen gegeven. De 3de Batterij van de I/21A moet als laatste achterblijven om de achterhoede van I/14A te steunen. De stukken van deze batterij zullen als laatste uit stelling gehaald worden tijdens de nacht van 23 op 24 mei.
II/21A
Ook de tweede groep blijft bijzonder actief en zal op 23 mei een grote hoeveelheid munitie verschieten. Aan het eind van de dag wordt de 6de Batterij aangeduid om de achterhoede te ondersteunen.
![]()
Staf/21A
Het regiment bereikt Beernem en kan hier uitrusten.
I/21A
Rond 01u30 krijgt de 3Bij, die nog steeds de achterhoede van I/14Li van vuursteun voorziet, de opdracht om zijn stellingen op te breken. Bij het aanhaken van het vierde stuk wordt de batterijstelling getroffen door een vijandelijke beschieting. De gewonde paarden gaan er met de voortrein in galop vandoor. Het kanon moet worden achtergelaten. Batterijcommandant Onderluitenant Merkaert laat de richtkijker en het sluitstuk van het kulas begraven en zorgt ervoor dat het kanon omgekanteld wordt. De resterende stukken van de batterij kunnen in de vroege ochtend Beernem bereiken.
II/21A
De IIde Groep bereikt Beernem tegen 14u00.
![]()
Staf/21A
Het 21A geeft een nieuwe getalsterkte door aan de divisiestaf. Bij de Iste Groep ontbreekt 1 vuurmond, 2 mitrailleurs, 3 onderofficieren, 12 manschappen en 20 paarden. De IIde Groep beschikt nog over alle bewapening, maar heeft 4 onderofficieren, 40 manschappen en 11 paarden achterwege.
![]()
Staf/21A
In de loop van de vooravond krijgt het regiment een bevel voor een nieuwe inzet aan het front.
I/21A
De regimentsstaf en de Iste Groep worden toegewezen aan de 12Div. Hierbij wordt Kolonel Terlin aangeduid als bevelhebber van het gezamenlijk steunelement van de 12Div dat ook zal bestaan uit de I/7A en IV/7A. De commandopost van Terlin zal aan de noordrand van Ursel geplaatst worden.
II/21A
De IIde Groep wordt aan het eind van de dag in steun gegeven van de 11Div. Tijdens de eerste helft van de nacht van 26 op 27 mei vertrekken de batterijen naar nieuwe posities tussen het dorp Vrekkem en de oever van het Kanaal Gent-Brugge. Daarbij wordt de 6de Batterij beschoten. Twee paarden gaan ervan door en een militair raakt lichtgewond.
![]()
Staf/21A, I/21A
Om 09u00 krijgen de staf en de Iste Groep het bevel van de 12Div om te starten met de terugtocht. De groep moet aanvankelijk gehergroepeerd worden aan het kruispunt De Hoorn tussen Knesselare en Oedelem. Vervolgens moet vanaf 12u00 teruggetrokken worden naar het kruispunt nabij Kasteel Drie Koningen ten westen van Beernem. Hier worden alle elementen van het gezamenlijk steunelement samengebracht. Hier wordt vastgesteld dat de verliezen aanzienlijk zijn. De I/7A heeft 4 kanonnen verloren, de IV/7A alle 12 kanonnen en I/21A 7 kanonnen.
Om 19u00 volgt nog een laatste bevel van het IIde Legerkorps om in stelling te gaan. Het gezamenlijk steunelement moet zo snel mogelijk ontplooid worden ten westen van de baan Ruddervoorde-Oostkamp. Het geschut moet tegen de ochtend van 28 mei klaar tot vuren zijn. De staf van het 21A zal geïnstalleerd worden op Kasteeldomein Nieuwburg van de familie Peers de Nieuwburgh.
II/21A
De IIde Groep bereikt zijn nieuwe posities tussen het dorp Vrekkem en het Kanaal Gent-Brugge omstreeks 05u00. De stukken gaan in stelling, Vanaf 09u00 vuurt de 6de Batterij een snel salvo van 145 schoten op de Krakeelbossen ten westen van Ronsele. Dit doel wordt vervolgens aan een trage kadans verder bevuurd tot omstreeks 11u00.
De groepsstaf noteert een totaal munitieverbruik van ongeveer 1,100 schoten voor 27 mei.
In de tweede helft van de nacht van 27 op 28 mei wordt de groep naar Waardamme bevolen.
![]()
Staf/21A, I/21A
Om 06u00 loopt het nieuws van de overgave binnen op de nieuwe stelling langs de baan Ruddervoorde-Oostkamp. Na de overgave wordt de administratie van het regiment verborgen in een woning aan de rand van Eeklo. De eigenaar van dit huis zal de documenten in de loop van 1940 zoals afgesproken verbranden. De groep bevestigt dat er nog 5 van de 12 oorspronkelijke kanonnen overgebleven zijn.
II/21A
Majoor Godeau sluit het velddagboek van de groep af te Waardamme met de vermelding dat hij nog over al zijn geschut en voertuigen beschikt en tijdens de veldtocht slechts een kwart van het veldtelefoonmateriaal heeft moeten achterlaten.
![]()
![]()
![]()
![]()
| Eenheid | Naam | Voornaam | Foto | Graad | Stand | Klas | ° op | ° te | + op | + te | Nota |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 5/II | PLANCKEEL | Georges, V. | Sdt | Mil | 33 | 06.09.1913 | Stuivekenskerke | 21.05.1940 | Kluizen | Gedood door artillerievuur |
![]()
- Achtergrondinformatie bij Kasteel ten Wiyngaert (ook Kasteel Amerloo) [On Line beschikbaar]: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/14319 [Laatst geraadpleegd 14 oktober 2025].
- Het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten is één van de zeven Kempische kanalen die de Maas met de Schelde verbinden. [On line beschikbaar]: https://binnenvaartinbeeld.com/nl/kanaal_dessel_turnhout_schoten/kanaal_dessel_turnhout_schoten [Laatst geraadpleegd 13 oktober 2025].
- Vreemd genoeg wordt de overgang van de twee groepen van 12A naar het Vde Legerkorps enkel vermeld in bronnen verwijzend naar de gebeurtenissen bij 12A en in de velddagboeken van 21A. Noch bij het Vde Legerkorps, de 17de Infanteriedivisie en 25A wordt iets vermeld over de aankomst van I/12A in de respectievelijke sector en ondersector. De reden waarom een gedeelte van 12A naar Antwerpen werd overgeplaatst moet nog aan het licht komen door verder onderzoek.
- Op het eerste zich wordt de 13Div gesteund door een caleidoscoop van artillerie-eenheden waardoor de coördinatie van het geheel een hele opgave lijkt. Maar feitelijk zijn I/26A, II/26A en II/12A allemaal ontdubbelingseenheden van 6A en heeft het personeel van deze eenheden zijn legerdienst uitgevoerd bij 6A. Het officieren- en onderofficierenkorps is dan ook gewoon om met elkaar samen te werken want ooit hebben ze tijdens talloze wederoproepingen in dezelfde eenheid gediend. Zo zijn ook I/21A en II/21 in feite ook ontdubbelingseenheden van 2A en hebben de kaders ooit hun legerdienst bij hetzelfde actief regiment uitgevoerd.
- De opdracht van 26A om algemene vuursteun aan de 13Div te leveren noodzaakte een aangepaste opstelling. Voor de opdracht “algemene vuursteun aan een infanteriedivisie” beschikt elk actief divisieartillerieregiment of divisieartillerieregiment van eerste reserve over een IVde Groep uitgerust met 105mm kanonnen. De grotere dracht van deze kanonnen liet toe dat de IVde Groep centraal in de divisiesector en iets verder van de voorste linies ontplooid kan worden. 26A beschikt slechts over 75mm kanonnen en moet bijgevolg voorwaartse stellingen innemen. De voorwaartse stelling van I/26A bevindt zich tussen het 1ste en het 2de echelon van de infanterieregimenten in lijn (dus redelijk dicht bij de voorste linies) terwijl de voorwaartse stelling van II/26A zich achter het 2de echelon van de infanterieregimenten bevindt. Deze getrapte opstelling laat 26A toe zijn opdracht van algemene vuursteun continu uit te voeren ook in diepte want naarmate de vijand dichterbij komt wordt eerst de voorwaartse stelling van I/26A ontruimd, daarna de voorwaartse stelling van II/26A zonder dat de artilleriesteun onderbroken wordt.
- Ten noorden van de Belgisch-Nederlandse grens was er geen aansluiting met het Nederlands verdedigingsdispositief. De Nederlanders hadden zich opgesteld ten noorden van de Rijn waardoor er een gapende opening bestond tussen de Belgische en Nederlandse verdedigingslinies. Dit werd reeds in november opgemerkt door de Franse Generaal Gamelin die een plan liet uitwerken om het 7(FRA)Leger in te zetten tussen de stellingen van de Belgen en de Nederlanders. In zijn order N° 5 van 20 maart 1940 bevestigt Generaal Giraud, commandant van het 7(FRA)Leger , dat zijn eenheid in staat moet zijn om “tout en conservant ses anciennes missions, qui passent à l’arrière plan, a reçu une mission nouvelle d’une importance capitale qui consiste à assurer la liaison entre les armées belge et hollandaise dans la région Nord-Est d’Anvers“. Generaal Giraud beschikt hiervoor over twee legerkorpsen en een “Division Légère Mécanique“, alles tesamen het equivalent van 8 divisies. “L’Armée Giraud en Hollande (1939-1940)”, door Lerecouvreux, Nouveaux Editions Latines, Paris, 1956. [Partieel On Line beschikbaar][Laatst geraadpleegd 22 juli 2019].
- Het betreft een detachement van zo’n 150 Nederlandse militairen met een 20-tal voertuigen. De Nederlanders behoren tot de 4de Compagnie van het Korps Motordienst en vormen de bevoorradingscolonne van de Peeldivisie. De troepen werden naar Zeeland gestuurd, maar kunnen door de hevige luchtaanvallen in Noord-Brabant de geplande reisweg van Breda naar Rosendaal niet meer volgen. Het detachement wil zich per se in veiligheid stellen en beslist via de VPA naar Zeeland te rijden. De Nederlanders worden door de 13Div opgevangen en vinden uiteindelijk onderdak in de Luchtbalkazerne. Ze zullen later per spoor via Gent naar Terneuzen gebracht worden.
- Een regelingsvuur is een technisch vuur waarbij een vast punt in het terrein met gekende coördinaten beschoten wordt. Door observatie van de afwijking van de invalspunten ten overstaan het gekende punt kan de invloed van de actuele weersomstandigheden (windrichting, windsnelheid, atmosferische druk en temperatuur) berekend worden. Met deze afwijking wordt dan rekening gehouden bij de vuuraanvragen of bij het opstellen van een vuurplan.
- Vermoedelijk gaat het hier om een op 13 mei door de rijkswacht verspreid nationaal alarm met de boodschap uit te kijken naar Duitse spionnen die uniformen zouden dragen van Belgische officieren en zich verplaatsen met een voertuig van het merk Renault met nummerplaat 259 440. Dit nationaal alarm werd naar alle grote eenheden verstuurd en is uiteindelijk ook via de Staf/13Div bij 21A terecht gekomen en in het velddagboek opgetekend.
- En 1940 le 121e régiment d’infanterie motorisé fait partie de la 25e Division d’infanterie motorisée, rattachée au 1er Corps d’Armée qui est intégré à la VIIe armée du général Giraud. Achtergrondinformatie [On Line beschikbaar]: https://fr.wikipedia.org/wiki/121e_r%C3%A9giment_d%27infanterie_(France) [Laatst geraadpleegd 27 oktober 2025].
- Achtergrondinformatie bij de Nederlandse capitulatie [On Line beschikbaar]: https://nl.wikipedia.org/wiki/Duitse_aanval_op_Nederland_in_1940 en https://rijsoord.nl/15-mei-1940-de-capitulatie-van-nederland-in-rijsoord/ [Laatst geraadpleegd 28 oktober 2025].
- Het 92(FRA)RIM wordt bevolen door de Franse Colonel Damidaux, en maakt samen met het 121ste Franse Régiment d’infanterie motorisé [121(FRA)RIM] deel uit van de voorhoede van de 25ste Franse Division d’infanterie motorisée [25(FRA)DIM]. Het 92(FRA)RIM trok op 10 mei België binnen na het starten van de Duitse invasie. Via Antwerpen begaf het regiment zich richting Breda om er de inplaatstelling van de rest van het 7de Franse Leger onder bevel van Generaal Giraud te beveiligen. Te Breda komt het tot een ontmoetingsslag met de voorhoede van de Duitsers die via Nederland richting Antwerpen oprukken. De gevechten zijn hevig en de Franse leiden substantiële verliezen niet in het minst door de acties van de Luftwaffe. Achtergrondinformatie bij het Franse 92(FRA)RIM [On Line beschikbaar]: https://fr.wikipedia.org/wiki/92e_r%C3%A9giment_d%27infanterie_(France) [Laatst geraadpleegd 27 oktober 2025].
- Velddagboek van de Staf/21A van 16 januari 1940 tot 17 mei 1940 12u30. Het velddagboek bevindt zich in het dossier 21A bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Veiligheid en Inlichting (ADIV), Ministerie van Defensie.
- Velddagboek van de Staf/21A van 17 mei 1940 12u30 tot 12 juni 1940. Beide velddagboeken, bijgehouden door Kol Terlin, geven een goed beeld van wat er zich op de CP van 21A afspeelde tussen 16 januari en 12 juni 1940. Het velddagboek bevindt zich in het dossier 21A bij de Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
- Velddagboek van II/21A van 1 september 1939 tot 28 mei 1940 bijgehouden door Maj Godeau, groepscommandant van II/21A. Het velddagboek bevindt zich in het dossier 21A bij de Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
- Handgeschreven verslag in het Frans, gericht aan de Comd 13Div, opgesteld op 25 mei 1940 door Kol Terlin betreffende de actie van OLt Levy op 23 mei 1940 te Zelzate. Het verslag bevindt zich in het dossier 21A bij de Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
- Handgeschreven verslag opgesteld in het Frans na de oorlog door Kolonel Terlin betreffende de volledige veldtocht van 21A. Het verslag bevindt zich in het dossier 21A bij de Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
- Handgeschreven verslag in het Frans opgesteld op 3 maart 1946 door Majoor Notté, groepscommandant van I/21A. Het verslag bevindt zich in het dossier 21A bij de Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
- Slagorde officieren 21A. De slagorde bevindt zich in een schrift met alle slagordes van de artillerieregimenten dat zich bevindt bij de Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie. De slagorde bevat ook een korte beschrijving van de verschillende opstelplaatsen van 21A tijdens de mobilisatie.
