7de Infanteriedivisie

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 7de Infanteriedivisie | 7ID
7ème Division d’Infanterie | 7DI
Type Infanteriedivisie van eerste reserve
Ontdubbeld van n.v.t.
Onderdeel van Iste Legerkorps
Bevelhebber Generaal-majoor Eugène L. J. Van Trooyen
Commandant Infanterie Generaal-majoor Hector Daumerie
Commandant Artillerie (CADI) Kolonel SBH Louis Rigano
Commandant Genie (CGn) Majoor Tilot
Stafchef Luitenant-kolonel SBH J. Borremans
Intendant 1ste Kapitein jonkheer M. van Loey de Looz
Commandant Transportkorps Majoor J. Jamin
Standplaats Dekkingsstelling – Albertkanaal
Sector Eigenbilzen-Lixhe
Hoofdkwartier te Genoelselderen
Samenstelling Hoofdkwartier
2de Regiment Grenadiers
2de Regiment Karabiniers
18de Linieregiment
20ste Regiment Artillerie
6de Bataljon Genie
7de Bataljon Transmissietroepen
Wielrijderseskadron 7ID
Compagnie Getrokken C47 7ID (Kapitein-commandant P. Vloeberghs)
Compagnie C47 op T13 7ID (Kapitein-commandant P. Lambrechts)
Geneeskundig Korps 7ID Staf (Med Maj E. Destrait)
Geneeskundige Versterkingcompagnie (Med Kapt H. Rogister)
Lichte Ambulance (Med Kapt J. Debusscher)
Ambulance Infanteriedivisie (Med 1Kapt P. Tonglet)
Sanitair Treinpeloton
Autopeloton der Sanitaire Vervoersformaties (Lt E. Vanderlinden)
Compagnie Intendance 7ID
Transportkorps 7ID Staf (Cdt baron A. de Viron)
Peloton voor Infanteriemunitie (Lt baron J. van der Bruggen)
1ste Autopeloton voor Infanteriemunitie (Lt J. Robin)
2de Autopeloton voor Infanteriemunitie (Lt G. Tilmans)
1ste Autopeloton voor Artilleriemunitie (Lt A. Bosmans)
2de Autopeloton voor Artilleriemunitie (Lt F. Braem)
Autopeloton voor Ravitaillering (Lt G. Lemaire)
Autopeloton voor Materieel (Cdt E. Maquestiaux)
Atelier voor Herstelling van het Wagenpark (Cdt M. VandeLinden)
Compagnie Luchtafweermitrailleurs 7ID (Kapitein-commandant L. Chalon)
Provoost

Tijdens de mobilisatie

Generaal-majoor Eugène Van Trooyen (vooroorlogse foto) commandant van de 7Div.

Staf/7Div
De 7de Infanteriedivisie (7Div), een divisie van Eerste reserve, wordt op 1 september 1939 onder de wapens geroepen te Brussel. Het Transportkorps vervoegt de divisie drie dagen later. De Compagnie C47 op T13 van de 7Div wordt pas op 8 januari 1940 opgericht en mobiliseert te Helchteren. Op 1 september 1939 wordt het Wielrijderseskadron van de 7Div onder de wapens geroepen te Ruisbroek maar de eenheid komt pas eind maart 1940 onder bevel van de 7Div.

De 7Div maakt een turbulente mobilisatie door. Vanaf 18 september 1939 wordt de divisie ontplooid op de K.W. Stelling ter hoogte van Leuven, de staf beveelt de regimenten vanuit Brussel. De stellingen worden voorbereid maar lang kan de 7Div niet van het werk genieten want in oktober 1939 komen ze onder bevel van het IIde Legerkorps (II/LK) en worden ze verplaatst naar het Albertkanaal ter hoogte van Tessenderlo – Kwaadmechelen. Tot overmaat van ramp moeten ze de verplaatsing te voet uitvoeren. Het hoofdkwartier (HK) installeert zich in Diest. Gedurende de strenge winter van 1939 wordt ook deze stelling ingericht. De eenheden moeten noodgedwongen hun eigen barakken bouwen zo niet zouden de paarden en het materieel de vrieskou niet overleven. Eind maart verneemt de divisie dat de stellingen zullen worden overgenomen door de 6de Infanteriedivisie (6Div) die van de kust komt waar de 6Div gedurende de maand maart een rustperiode werd gegund.

Op 30 maart 1940 verplaatst het hoofdkwartier van de 7Div zich naar Oostende om daar kantonnementen voor te bereiden. Als beloning voor het harde werk zou de divisie in reserve worden gehouden aan de kust hetgeen een goed vooruitzicht was voor de vele manschappen die uit Oost en West Vlaanderen kwamen. Het 2de Regiment Karabiniers verhuist als eerste naar de kust en wordt ondergebracht in de kazerne van Lombardsijde. Groot was echter de ontgoocheling toen na tien dagen de kust werd verlaten om te herontplooien in de streek van Brussel. Het 18Li is zelfs nooit in de kuststreek aangekomen maar rechtstreeks naar Brussel doorgestuurd. De 7Div zal nu ten zuiden van Brussel opgesteld worden als algemene reserve van het leger. Op 10 april 1940 installeert de 7Div zich op de lijn Halle-Ninove en de staf vindt onderdak in het Kasteel Richir te Vlezenbeek.

Het HK 7Div installeert zich op 30 april 1940 in het kasteel van Genoelselderen.

Op 30 april 1940, amper 10 dagen voor het uitbreken van de oorlog, wordt de divisie naar het Albertkanaal gestuurd om de stelling Eigenbilzen – Lixhe over te nemen van de 5de Infanteriedivisie (5Div). De 5Div neemt hun stellingen over te Halle – Ninove. De 7Div staat nu onder het bevel van het Iste Legerkorps (I/LK). Generaal-majoor Van Trooyen kiest het kasteel van Genoelselderen als nieuwe standplaats voor zijn hoofdkwartier. Na een eerste verkenning waren de regimentscommandanten niet onder de indruk van de stellingen die ze moesten overnemen. De 5Div had blijkbaar veel vertrouwen gehad in de sterkte van het Albertkanaal als grote hindernis en had nagelaten de stellingen goed uit te bouwen.

Net voor de opstelling aan het Albertkanaal wordt het organiek artillerieregiment van de 7Div, het 12de Regiment Artillerie (12A), naar Namen gestuurd om de rol van Korpsartillerie van het VII/LK over te nemen van het 20ste Regiment Artillerie (20A). 20A wordt de divisieartillerie van de 7Div en komt in de divisiesector toe op 29 april. Het regiment moet vuursteun leveren aan een divisie met wie het nog nooit heeft samengewerkt.

Aan de vooravond van de oorlog staat de 7Div samen met de 4de Infanteriedivisie (4Div) onder bevel van het I/LK. De 4Div staat ten westen van de 7Div opgesteld en bezet een divisiesector achter het Albertkanaal van Diepenbeek tot Eigenbilzen inclusief. De 7Div verlengt deze stelling vanaf Eigenbilzen tot Lixhe. Ten zuiden van de 7Div staat de Groepering Gits van het IIIde Legerkorps (III/LK) opgesteld.

De 7Div is niet van beproevingen gespaard geweest tijdens de mobilisatie. De divisie heeft zeker niet van de best mogelijke voorbereiding kunnen genieten om de gevechten aan te gaan. Wanneer men de opstelling van de 7Div bekijkt kan men enkel vaststellen dat door de uitgestrektheid van het front (ongeveer 16 Km) de divisiecommandant genoodzaakt is de drie infanterieregimenten in lijn op te stellen. Enkel op het niveau van de regimenten wordt een bataljon in tweede lijn geplaatst maar dan zeer dicht achter de bataljons in eerste linie. Dit betekent dat wanneer de initiële verdedigingslijn doorbroken wordt er op niveau divisie geen tegenactie gevoerd kan worden tenzij door steun te vragen aan het I/LK. Het Groot Hoofdkwartier (GHK) beschouwde de aanwezigheid van een sterke hindernis (het Albertkanaal) blijkbaar voldoende reden om geen extra eenheden aan de 7Div toe te voegen [11].

Cie C47/T13 7Div
De Compagnie C47 op T13 wordt pas op 8 januari 1940 opgericht en mobiliseert te Helchteren. De compagnie die onder bevel staat van Kapitein-commandant Lambrechts beschikt over twaalf C47mm anti-tankkanonnen gemonteerd op het T13 rupsvoertuig. Deze waren per vier verdeeld over de drie pelotons van de compagnie. Daar waar de T13 eerder kwetsbaar was beschikten C47mm kanonnen over een grote penetratiekracht die de pantsering van de meeste vijandelijke tanks kon doorboren. De C47 op T13 was ook uitermate geschikt voor het elimineren van mitrailleursposten.

Geneeskundig Korps 7Div
De regimenten van de divisie beschikken over een regimentshulppost die op een tweetal kilometer van de eerste linies wordt ontplooid. Deze regimentshulpposten staan in voor de directe medische steun en de evacuatie van zieken en gewonden naar de Medische Hulpplaats (oftewel triagestation) van het Geneeskundig Korps van de 7Div te Berg (dorp ten noorden van Tongeren). De voertuigen zijn verspreid over twee locaties bij kilometerpaal 3 en kilometerpaal 3,5 op de baan van Tongeren naar Maastricht. Er is eveneens een ambulancelaadpunt ingericht te Genoelselderen. Vanuit de Medische Hulpplaats van de 7Div worden de gewonden verder afgevoerd naar het Medisch-Chirurgische Centrum (MCC) van het I/LK dat zich in Borgloon bevindt.

Voertuig 3472 van de Compagnie C47 op T13 van de 7Div.

Staf/7Div
De 7Div bezet tijdens de nacht van 9 op 10 mei 1940 nog steeds het meest oostelijke uiteinde van het Albertkanaal tussen Eigenbilzen en Lixhe. In de divisiesector bevinden zich de strategische bruggen van Gellik, Briegden, Veldwezelt, Vroenhoven en Kanne die samen met detachementen van het Bataljon Grenswielrijders Limburg (Bn CyF Lim) bewaakt worden. Het 2de Karabiniers (2C) houdt het front vanaf het oosten van Eigenbilzen tot Veldwezelt, de bruggen van Gellik, Briegden en Veldwezelt inbegrepen, het 18de Linieregiment (18Li) houdt het front vanaf het zuiden van Veldwezelt tot Vroenhoven, brug inbegrepen en het 2de Regiment Grenadiers (2Gr) staat opgesteld ten zuiden van de brug van Vroenhoven tot Lixhe. In de ondersector van 2Gr bevinden zich de brug van Kanne en het fort Eben Emael. De 7Div kan beschikken over de vuren van 20A en vanaf 07u00 ook over de vuren van twee groepen van het 14de Regiment Artillerie (14A) korpsartillerie van het I/LK. Het Geneeskundig Korps van de 7Div laat zijn ondereenheden  rond het middaguur te Berg hergroeperen.

Voor een gedetailleerd overzicht van de gebeurtenissen op 10 mei, zie de verslagen van 2C, 18Li, 2Gr, 20A, 6Gn en 14A.

Wanneer de divisiestaf in de ochtend van 10 mei, na analyse van de binnenkomende situatierapporten, ziet dat het goed fout gaat bij de regimenten in lijn, wordt steun gevraagd aan het I/LK om eenheden van naburige divisies vrij te maken teneinde een mobiele reserve op te richten. Op bevel van de commandant van het I/LK worden eenheden ter beschikking gesteld en de staf van de 7Div begint aan plan uit te werken om een dubbele tegenaanval met twee compagnies van het 11de Linieregiment (1Cie en 4Cie van I/11Li), twee compagnies van het Bn CyF Lim (1Cie en 4Cie), het Peloton Verkenners van 11Li, het Wielrijderseskadron 7Div (Esk Cy 7Div) en de compagnie C47 op T13 van de 7Div (Cie C47/T13 7Div) uit te voeren. Deze actie gaat echter niet door omdat de versterkingen van het 11Li te laat op de afspraak verschijnen en ook de Limburgse Grenswielrijders door vijandelijke luchtbombardementen vertraagd worden. Zij komen pas rond 16u00 te Genoelselderen toe. De enige twee pionnen die de divisiecommandant nog had om de regimenten in lijn te ondersteunen zijn het Esk Cy 7Div en de Cie C47/T13 van de 7Div. Om toch iets te kunnen geven aan de bedreigde regimenten in lijn geeft Generaal Van Trooyen aan het 6de Bataljon Genie (6Gn) het bevel de brug van Briegden te vernielen en wordt elk regiment versterkt met één peloton van het Esk Cy 7Div en één peloton van de Cie C47/T13. Dit alles was echter een druppel op een hete plaat.

Voor het verloop van de acties uitgevoerd door de pelotons van het Esk Cy 7Div, zie de verslagen Esk Cy 7Div.

Ook voertuig 3470 ging verloren en werd langs de kant van de weg gefotografeerd door de invaller.

Cie C47/T13 7Div
Eén peloton van de Cie C47/T13 van de 7Div slaagt erin een moedige raid uit te voeren. Het Peloton van Luitenant Felix Ballieux krijgt de opdracht een tegenaanval uit te voeren in de richting van de brug van Veldwezelt. Aan de oostelijke uitgang van Mopertingen ter hoogte van kilometerpaal 96 wordt hij in open terrein opgewacht door een gids van 2C die het peloton naar de brug zal loodsen. Tijdens de contactname wordt het peloton echter opgemerkt door een Stuka en onder vuur genomen. Hierbij wordt één C47/T13 uitgeschakeld en komt Soldaat Joseph Vanderstede om het leven.

De drie overige voertuigen zetten hun opmars naar de brug voort en slagen erin vanuit Veldwezelt omstreeks 17u15 de Duitse perimeter rond het bruggenhoofd te bereiken. Lichte paniek breekt uit bij de Duitse verdedigers van het bruggenhoofd die nog niet over anti-tank wapens beschikken. Vergeefs wordt eerst door Oberleutnant Altmann (bevelhebber Gruppe Stahl) en vervolgens door Hauptmann Koch luchtsteun aangevraagd om de aanval te stoppen. Bij gebrek aan anti-tank middelen maken de Duitse parachutisten noodzakelijkerwijs gebruik van een buitgemaakt Belgisch C47mm en schakelen twee van de drie C47/T13 uit. Hierbij sneuvelen de Soldaten Baert, Arijs en Gilis. Lt Ballieux raakt zwaar gewond en wordt door de Duitsers overgebracht naar een hospitaal in Maastricht waar hij de volgende morgen overlijdt aan zijn verwondingen.

Een Duitse soldaat poseert bij voertuig 3475 van de Compagnie T13 7Div.

Staf/7ID
Na het annuleren van de door de 7Div geplande dubbele tegenaanval om de Duitse bruggenhoofden te neutraliseren en de bruggen terug in te nemen wordt nu door het I/LK het plan opgevat om een dwarsstelling (bretel) op te richten op de as Eigenbilzen – Mopertingen – Kleine Spouwen – Rijkhoven en die vervolgens langs de Demer te vervolledigen tot in Tongeren. De 4Div moet de stelling voorbereiden van Eigenbilzen tot aan Kleine Spouwen, de 7Div is verantwoordelijk vanaf Kleine Spouwen (inclusief) tot Tongeren.

Aan het Albertkanaal ontvangen het 7Li en het 11Li(-) een bevel om zich onmiddellijk te verplaatsen naar deze nieuwe dwarsstelling. De stelling wordt door de 7Div verlengd met het Bataljon Grenswielrijders Limburg die Kleine Spouwen voor hun rekening moeten nemen, het Wielrijderseskadron en de Compagnie C47/T13 van de 7Div, de Wielrijdersgroep van de 17Div, het 2/I/1L en het 2L moeten het zuidelijk gedeelte van de stelling bemannen. Omstreeks 03u50 ontvangen de betrokken eenheden hun orders.

Op dat ogenblik staan enkel het Esk Cy en de Cie C47/T13 van de 7Div, de 1ste en de 4de Cie van het Bon GrWi Lim en het 3de Peloton van 2/I/1L al onder bevel van de 7Div. De 2de en 3Cie van de Grenswielrijders bevinden zich nog te Tongeren bij het ILK, de Wielrijdersgroep van de 17Div is net te Sint-Truiden aangekomen en de twee andere pelotons van het 2/I/1L voeren nog opdrachten uit voor ILK in Overrepen ten noordwesten van Tongeren. Het is weinig waarschijnlijk dat dit samenraapsel van eenheden in staat zal zijn om in de vroege morgen van 11 mei nog stelling te nemen en deze in te richten. Het 2L komt pas om 04u00 toe te Widooie (ten westen van Tongeren) en zal de Wielrijdersgroep van de 17Div pas om 08u00 versterken achter de spoorweg Bilzen – Tongeren.

Aangezien Generaal Van Trooyen het contact met naburige Belgische divisies verloren heeft laat hij ‘s ochtends vroeg drie pelotonscommandanten van het Esk Cy 7Div op verkenning vertrekken naar Rosmeer, Vlijtingen, Riemst en Herderen om na te gaan of de beloofde troepen van de Limburgse Grenswielrijders en het 11Li al zijn aangekomen op de dwarstelling. De verkenners kunnen echter enkel melden dat Rosmeer, Vlijtingen en Riemst op het punt staan in de handen van de vijand te vallen. Ook Herderen een buurgemeente van Genoelselderen is al bedreigd. Even na 08u00 volgt tenslotte het bevel tot de aftocht van het HK in Genoelselderen dat in snel tempo wordt opgebroken en zich verplaatst naar Piringen (Tongeren). Het 4de peloton van het Esk Cy 7Div escorteert het divisiehoofdkwartier tot Piringen. De verdediging van de dwarsstelling wordt om 11u00 opgeheven.

Om 12u50 wordt ook Piringen verlaten nadat het ILK de algehele aftocht naar Leuven bevolen heeft. Terwijl de staf verder trekt richting Leuven, blijft het Esk Cy 7Div achter onder bevel van de Wielrijdersgroep 17Div die rond het dorpje Piringen diverse steunpunten opgezet heeft en daarbij ook gebruik maakt van gevluchte militairen van diverse eenheden. Het HK dat ondertussen ontplooid werd in het park van de abdij Keizersberg te Leuven is niet in staat de terugtocht van de 7Div te coördineren. De restanten van de 7Div verlaten het Albertkanaal in de grootste wanorde en brengen zich in veiligheid door te hergroeperen west van de K.W. Stelling. Slechts weinigen slagen er in te ontsnappen, tussen de talrijke krijgsgevangenen bevindt zich de stafchef vna de 7Div, Luitenant-kolonel SBH Borremans die te Piringen door de Duitse invallers verrast werd, maar ook de Kolonel Rigano, commandant 20A, Kolonel Long, commandant van 2C, Kolonel Herbiet, commandant van 2Gr en Majoor Tilot, commandant van 6Gn. Het gedeelte van het Geneeskundig Korps van de divisie dat stond opgesteld te Berg wordt eveneens overrompeld en krijgsgevangen gemaakt.

Het HK 7Div in de abdij Keizersberg te Leuven.

Staf/7Div
Vanuit zijn HK in Leuven geeft Generaal-majoor Van Trooyen het bevel om te hergroeperen in de buurt van de Heizel en Neder-over-Heembeek. Voorlopig heeft niemand een overzicht hoe groot de schade wel is. Het HK van de 7Div moet dringend orde op zaken stellen.

Wanneer Kol SBH Duez zich ‘s morgens aanmeldt in het HK van de 7Div op de Keizersberg wordt hij door de divisiecommandant aangeduid om de hergroepering van de eenheden van de divisie te organiseren. Hij verlaat om 11u00 Leuven en komt al om 13u30 op de Heizel toe om zijn nieuwe opdracht aan te vatten. Kol SBH Duez is de enige Regimentscommandant van de 7Div die aan krijgsgevangenschap wist te ontkomen.

In eerste prioriteit moeten de uiteengeslagen eenheden opnieuw samengesteld worden, vervolgens moeten de verlofgangers die op 10 mei naar huis gestuurd werden terug in de getalsterkte opgenomen worden, echter zonder wapen.

Zo komt op 12 mei Majoor Lorent, commandant van III/2C die sinds 04 mei op verlof vertrokken was, toe op de Heizel. De staf en de bepaalde elementen van de divisie verplaatsen zich naar de noordrand van Brussel echter zonder veel orde.Generaal-majoor Van Trooyen komt om 16u00 toe in de Heizel.

Gewonde krijgsgevangenen 7Div
Gewonde krijgsgevangenen worden door de Duitsers afgevoerd naar het ziekenhuis Calvariënberg in Maastricht waar ze verzorgd werden door gevangen genomen medisch personeel van de eenheden van de 7Div die na hun gevangenname op 10 en 11 mei verplaatst werden naar Maastricht om daar hun taak verder zetten. Vervolgens richten de Duitsers, uit noodzaak, vanaf 13 mei te Maastricht een Kriegsgefangenenlazarett in langs de Tongerse Baan in het Jezuïetenklooster. Volgens het Rode kruis van Maastricht zouden er over de 300 Belgische militairen daar verzorgd zijn. Heel wat gewonden halen het niet en sterven in het Kriegsgefangenenlazarett.

Staf/7Div
Het hoofdkwartier van de 7de divisie heeft zich inmiddels verplaatst naar de Heizel te Brussel en het Wielrijderseskadron van de 7Div alsook de Compagnie Luchtafweer worden ingezet voor de nabije verdediging van de staf. De staf is druk in de weer om de verschillende onderdelen van de divisie op een geordende wijze te hergroeperen en maakt plannen om de Div terug operationeel te maken. Verkenningen worden uitgevoerd om kantonnementen te vinden voor de verschillende eenheden van de Div.

Staf/7Div
Het HK van de divisie wijst volgende kantonnementen toe aan de eenheden:

  • Hoofdkwartier 7de Infanteriedivisie, provoostschap, Wielrijderseskadron, Compagnie Luchtafweer: Heizel
  • 2de Regiment Carabiniers: het gemeentehuis te Neder-over-Heembeek
  • 18de Linieregiment: zaal Familia aan de Leopold I straat te Laken
  • 2de Regiment Grenadiers: het Sint-Pieterscollege aan de Léon Théodorestraat te Jette
  • 20ste Artillerieregiment: Ternat (Gehucht Den Bos)
  • 6de Bataljon Genie en overige geniedetachementen: gemeenteschool Koningin Astridschool aan de Mutsaardlaan 71 te Heembeek
  • Transmissietroepen en de Compagnies C47: de gemeenteschool van Strombeek-Bever
  • Transportkorps en Intendance: Wemmel
  • Atelier voor Herstelling van het Wagenpark: Asse

De eenheden kunnen nu de verplaatsing naar Brussel uitvoeren hetgeen Kol SBH Duez toelaat een eerste overzicht te krijgen van de toestand van de Divisie. De drie infanterieregimenten beschikken elk over net voldoende manschappen om vier compagnies van een honderdtal man samen te stellen. Op het einde van de dag wordt duidelijk dat slechts 3.500 van de oorspronkelijk 16.679 man van de 7Div erin geslaagd zijn de hergroeperingszone te vervoegen.

Staf/7Div
Deze divisie kan niet meer paraat gesteld worden en zal verder westwaarts moeten trekken. Generaal-Majoor Van Trooyen, commandant van de 7de infanteriedivisie, verlaat de divisie voor een nieuw commando. Hij zal Luitenant-generaal De Grave vervangen als commandant van de 4Div. Zijn adjunct, Generaal-majoor Hector Daumerie, wordt overgeplaatst naar de 6Div. Het commando wordt overgegeven aan Kolonel SBH Duez die wordt aangesteld als bevelhebber ad interim van de 7Div. Hij beschikt nog slechts over twee hoger officieren in zijn Staf om de restanten van de 7Div te leiden. Cdt Landrieu wordt aangeduid als commandant ad interim van het 18Li. De divisie krijgt bevel Brussel te verlaten en nieuwe kantonnementen op te zoeken in de buurt van Aalst. De gemotoriseerde eenheden vertrekken ogenblikkelijk langs de weg en installeren zich in Serskamp tussen Aalst en Wetteren. De infanteristen van 18Li, 2C en 2Gr moeten de verplaatsing te voet aanvatten. Ze vertrekken om 20u00 en na een nachtmars bereiken ze de volgende dag Wanzele om 10u00.

Voor een gedetailleerder relaas der feiten, zie het verslag van het 2C, 18Li en 2Gr.

Transportkorps 7Div
Het 2de Autopeloton voor Artilleriemunitie (2PAMA) van Luitenant Braem is heelhuids kunnen ontkomen. Het peloton wordt op 16 mei overgeheveld naar de 9de Infanteriedivisie en zal het verdere verloop van de veldtocht met deze formatie meemaken.

Staf/7Div
Kolonel SBH Duez reist door naar Sint-Andries nabij Brugge waar hij van Generaal-majoor Clément, commandant van het “Centre de rassemblement des isolés de l’armée (CRIA)”, verneemt dat hij de 7Div naar West-Vlaanderen moet verplaatsen. Hij moet de Div onderbrengen in de buurt van Torhout-Lichtervelde en er enkele geïsoleerde detachementen onder bevel nemen. De infanteristen kunnen in Wanzele inschepen op een trein die hen naar het westen zal brengen. De gemotoriseerde eenheden vertrekken langs de baan.

Staf/7Div
De infanterieregimenten ontschepen om 04u00 in Torhout en worden gekantonneerd in Torhout en Lichtervelde. 20A wordt ondergebracht in Koekelare, het Geneeskundig Korps in Gits en het Transportkorps in Werken. De geïsoleerde detachementen worden als volgt over de eenheden van de 7Div verdeeld: het Det van 5ChA onder bevel van Lt Dehuit wordt aangehecht aan het 18Li, het Det van 3ChA onder bevel van Lt Salle aan het 2C, het Det van het 8 Jagers te Voet onder bevel van Lt Degossely aan het 2Gr, het Det van de Versterkte Positie Namen onder bevel van Cdt Malherbe aan 20A en het Det van het 7Gn onder bevel van Lt Léonard aan het 6Gn. Dezelfde dag verneemt Kol SBH Duez dat de 7Div zich de volgende dag tezamen met de versterkingen naar Poperinge moet begeven om daar per spoor naar Frankrijk geëvacueerd te worden. De verplaatsing wordt voorbereid.

Staf/7Div
Om 17u00 vertrekt de infanterie per spoor naar Poperinge, de rest volgt langs de weg. Het Transportkorps wordt geïnstalleerd in Leisele, Het Geneeskundig Korps samen met 20A, 6Gn en de twee Cie C47 in Proven, de rest brengt de nacht door in Poperinge. Opnieuw wordt een kantonnement ingericht, ze bekomen levensmiddelen voor vier dagen toegeleverd uit de depots van Poperinge.

Staf/7Div
Wanneer er geen treinen beschikbaar blijken te zijn verzamelt Kolonel Duez de commandanten van de ondereenheden en beveelt ze, bij gebrek aan orders van hogerhand maar met de toelating van Generaal-majoor Clément, onmiddellijk de grens met Frankrijk over te steken daar waar ze kunnen. Ze zullen de verplaatsing afzonderlijk moeten uitvoeren in de algemene richting Cassel, Le Wast (Wassen), Boulogne, Montreuil, enkel gesteund door controlepunten onderweg. De eerste twee controlepunten zijn Cassel en Boulogne. De gemotoriseerde eenheden die vanuit Proven vertrekken kunnen de grens in Houtkerque zonder problemen oversteken. De Infanterie-eenheden die in Poperinge gekantonneerd waren en die via de grenspost van Abele moesten passeren verliezen veel tijd aan de grens. Daarenboven moeten zij bij gebrek aan voertuigen de verplaatsing te voet uitvoeren. Zo verlaat het 2C Poperinge om 12u00 en komt in Cassel toe om 17u45.

Wanneer de Staf van de 7Div in de late voormiddag te Cassel toekomt is er niemand van de territoriale staf aanwezig, ze vinden alleen enkele aanplakbiljetten die de Belgische detachementen doorsturen naar Amiens en Abbeville. Dit werd bevestigd door de Franse gendarmerie. Kolonel SBH Duez en de Staf van de Divisie staan opgesteld op de markt van Cassel van 12u30 tot 17u00 om de voorbijtrekkende eenheden te volgen en ze direct door te sturen naar Amiens en Abbeville waar ze zullen moeten proberen de Somme over te steken. De tijd dringt aangezien de Duitsers op 13 mei een doorbraak geforceerd hebben in Sedan en in snel tempo oprukken naar de kust.

Staf/7Div in Frankrijk
De volledige colonne is Cassel gepasseerd en alle eenheden zijn op weg naar Amiens en Abbeville. Ze bereiken de Somme op het moment dat ook de voorste elementen van de Duitsers in de regio toekomen. In de grootste verwarring slaagt het merendeel van de eenheden erin de Somme over te steken maar volledige colonnes vallen uiteen in kleine detachementen waarvan sommige naar het noorden terugkeren, andere worden gevangen genomen of geraken niet in de hergroeperingszone van de 7Div in Conches (Eure) en trekken door naar het zuiden waar ze worden opgevangen door hun respectievelijk VOC. Gedurende de laatste twee dagen sneuvelen ook 29 militairen meestal gedurende luchtbombardementen, onder hen Sgt Serbruyns van de Cie C47/T13 die sneuvelt in Abbeville.

In de nacht van 20 op 21 mei bereiken de Duitsers Noyelle-sur-Mer aan de monding van de Somme. Hierdoor raken heel wat Belgische eenheden ingesloten door de Duitsers. Door vertragingen onderweg naar het zuiden van Frankrijk wordt uiteindelijk hun terugtocht afgesneden.

Hergroeperingszones Conches en L’Aigle van de 7Div ten zuiden van de Seine.

Staf/7Div in Frankrijk
De 7Div is door het oog van de naald gekropen en profiteert van de relatieve kalmte ten zuiden van de Seine om te hergroeperen in Conches en L’Aigle. De Duitsers rukken niet verder op naar het zuiden aangezien hun hoofdkrachtinspanning nu ten noorden van de Somme ligt waarbij ze zullen proberen te beletten dat de Britse troepen die ingezet zijn op het vaste land terugkeren naar Engeland. Kolonel Duez installeert zich met een beperkte Staf in het gemeentehuis van Conches, de rest van het HK van de divisie staat opgesteld in Le Coudrais. Wanneer op het einde van de dag duidelijk wordt dat een 4.500 tal manschappen Conches-en-Ouche bereikt heeft blijkt dit op een honderdtal na evenveel te zijn als het aantal waarmee de divisie in Lichtervelde vertrokken is.

In de zone Conches – L’Aigle worden alle geïsoleerden aangehecht aan de eenheden van de 7Div. De eenheden van de divisie worden als volgt gekantonneerd:

  • 2C in Les Baux de Breteuil
  • 2Gr in La Vieille-Lyre
  • 18Li in Guernanville en Ste Marguerite de l’Autel
  • 20A in Gaudreville-la-Rivière en St-Elier
  • Geneeskundig Korps in Burey
  • Transportkorps, Provoost en Intendance in Louversey, Tilleul Dame Agnès, Collandre en Quincarnon
  • 6Gn in Ferté-Fresnel
  • Esc Cy 7Div in Caugé
  • 4/32Gn in Le Fresne

Staf/7Div in Frankrijk
De divisie blijft in de streek van Conches – L’Aigle kantonneren om terug op krachten te komen. Kolonel SBH Duez krijgt opdracht om alle geïsoleerde militairen die samentroepen tussen Conches en L’Aigle, alles tezamen zo’n 15.500 manschappen, te bevoorraden. Hij beseft dat ze nog niet buiten schot zijn en dat het maar een kwestie van tijd is vooraleer de Duitsers hun opmars naar het zuiden zullen verder zetten. Hij vraagt om richtlijnen wat er moet gebeuren met de 7Div, de geïsoleerden die zijn aangehecht aan de 7Div in Lichtervelde en met alle andere geïsoleerden die zich in Frankrijk bij de 7Div gevoegd hebben.

Hôtel de Ville van Conches waar de Staf van de 7Div zijn intrek had genomen.

Staf/7Div in Frankrijk
Meer en meer geïsoleerden stromen toe te Conches, het aantal Belgen in de streek van Conches – L’Aigle groeit tot 20.000. Het Transportkorps van de 7Div staat in om de dagelijkse rantsoenen in Evreux af te halen. De Franse militaire overheid bewust van de geringe draagkracht van de streek verspreidt de toestromende manschappen over 59 kantonnementen. Een speciale organisatie wordt opgezet om de bevoorrading te verzekeren. Naast de Transportcompagnie van de 7Div wordt een netwerk met dertien verdelingscentra opgezet om de kantonnementen te ravitailleren.
Andere eenheden onder de hoede van de 7Div geplaatst:

  • I/52Li in La Bretonnière een gehucht van Glisolles
  • Xde Bataljon Wachters van Verkeerswegen en Inrichtingen (GVCE) versterkt met geïsoleerde elementen van andere bataljons GVCE in het bos van Anseray.
  • Vestingsartillerie van het VOC/Aie bestaande uit de reservegarnizoenen van RFL en RFN (samen ongeveer 1.500 manschappen) die gekantonneerd worden in Le Fidelaire te oosten van Conches
  • Detachement van het 10Gn Bataljon dat naar Le Fresne gestuurd wordt om er te worden aangehecht aan het detachement van 4/32Gn
  • IIde Groep 4de Regiment Artilleriepark (II/4AP)
  • IIde Bataljon van het 8ste Regiment Hulptroepen van het Leger (II/8 HuTL).

Staf/7Div in Frankrijk
Kolonel Duez vraagt dringend om een oplossing voor de evacuatie van de Belgen. Hij vraagt een hergroeperingszone voor de 7Div, een hergroeperingszone voor de geïsoleerden die in Lichtervelde aan de 7Div werden aangehecht en een plan om de andere geïsoleerden naar het zuiden van Frankrijk over te brengen. Met een dagorder worden de manschappen van de gedane voorstellen op de hoogte gebracht.

Staf/7Div in Frankrijk
De Franse legerstaf laat om 09u45 via zijn verbindingsofficier in L’Aigle, Commandant de Dampierre, weten dat de 7Div naar Malestroit in het Bretoense departement Morbihan zal gestuurd worden om er paraat gesteld te worden. Twee treinen worden voorzien in het station van L’Aigle om de divisie naar Bretagne te brengen. Een eerste trein vertrekt om 21u45, de tweede net na middernacht.

Staf/7Div in Frankrijk
De colonne wielvoertuigen verlaat L’Aigle om 07u00 en uitgerekend op de dag van de Belgische capitulatie komt de voorhoede van de 7Div aan in het Bretoense departement Morbihan. Amper 24 uur na het begin van de verplaatsing heeft de laatste eenheid Bretagne bereikt. In tegenstelling tot andere Franse steden waar zich Belgische eenheden bevonden, worden in Malestroit geen incidenten gemeld met de Franse bevolking. De Belgische regering in ballingschap in Frankrijk beslist dat de Belgische eenheden, die zich niet in de zone van ons veldleger in Vlaanderen bevonden op 28 mei buiten de capitulatie blijven. Ze zullen onder bevel van de Minister van Landsverdediging, Luitenant-generaal Denis, de strijd zullen voortzetten aan de zijde van de geallieerden. De 7Div is vanaf nu de enige grote eenheid van het veldleger die na de capitulatie overblijft.

Hergroeperingszone 7Div in Morbihan in Bretagne.

Staf/7Div in Frankrijk
Het HK van de 7Div installeert zich te Saint-Marcel op een drietal kilometer van de stad Malestroit. De verschillende eenheden worden in de volgende gemeentes ondergebracht:

  • Compagnies C47/7Div in St-Marcel
  • Esc Cy/7Div in Pleucadeuc
  • 18Li in La Chapelle-Caro
  • 2C in Sérent en St-Guyomard
  • 2Gr in Roc St-André
  • 20A in Ruffiac en vervolgens Rochefort-en-Terre
  • 6Gn in Monterrein
  • Cie Intendance/7Div in Malestroit
  • Geneeskundig Korps/7Div in Malestroit en het kasteel van Thierpont waar een infirmerie wordt geïnstalleerd
  • Cie Luchtafweer/7Div in Saint-Laurent

De streek beschikt niet over veel mogelijkheden tot huisvesting waardoor de eenheden over vele dorpen en gehuchten verspreid worden. Sommige eenheden zijn zelfs verplicht soldaten onder te brengen in tenten. De Franse Kapitein Carloër, plaatscommandant van Malestroit, doet zijn uiterste best om de installatie van de 7Div vlot te laten verlopen.

Staf 7Div in Frankrijk
Onder druk van de Fransen stemt de Belgische regering in ballingschap in om de 7Div terug operationeel te maken met de bedoeling deze grote eenheid zo snel mogelijk in te zetten aan de zijde van het Franse leger. De Belgische regering denkt er aan een nieuw veldleger van zes infanteriedivisies en een tankdivisie samen te stellen. Er wordt eveneens verteld dat een Franse divisie op de Maginotlinie zal afgelost worden door de 7de Infanteriedivisie. Kol SBH Duez wordt op de hoogte gebracht van de ambitie van de regering en brengt de ondereenheden hiervan op de hoogte. Hij beslist dat er geen personeel meer in steun wordt geleverd van de Franse boeren maar dat de training moet worden hervat. Hij schrijft hierover onder meer het volgende in de dagelijkse orders: “…Nos hommes sont des soldats, ils doivent être repris en main: constitution de l’équipement personnel, entretien de l’armement, gymnastique, évolution en rangs serrés (tactique), et bientôt tir d’exercices de combat. Les renforts en officiers, sous-officiers et soldats nous seront fournis par les autorités belges. L’autorité française fournira l’armement…”. Initieel wordt er aan gedacht de divisie op zijn originele sterkte terug te brengen. Hiervoor moet er in eerste instantie een nieuwe regimentscommandant worden aangeduid voor zowel 2C als 2Gr. Luitenant-generaal Wibier, commandant van de Versterkings- en Opleidingstroepen duidt op 30 mei de Kolonel SBH Van den Heede (regimentscommandant 61Li), en de Luitenant-kolonels Rustin (regimentscommandant 51Li) en Mary (regimentscommandant 62Li) aan om respectievelijk de functies van stafchef divisie en regimentscommandant van 2C en 2Gr uit te oefenen. Zij vertrekken nog dezelfde dag naar Bretagne. Daarnaast wordt ook nog gevraagd om 4 majoors, 137 lagere officieren en 4.500 onderofficieren en manschappen naar Bretagne te sturen. Deze manschappen moeten in eerste instantie worden gezocht onder de naar Frankrijk gevluchte van hun eenheid geïsoleerde militairen. In tweede instantie onder de ervaren, maar meestal ook oudere, reservisten van de versterkingsbataljons van de Versterkings- en Opleidingscentra (VOC’s) die tijdens de beginfase van de oorlog naar het zuiden van Frankrijk waren doorgestuurd. Het is de bedoeling dat de instructiebataljons van de VOC’s, met de rekruten van de lichting 40, hun opleiding kunnen verderzetten. De VOC’s waarvan de versterkingsbataljons ten noorden van de Somme zijn omsingeld en krijgsgevangen genomen, hebben geen andere keuze dan detachementen samen te stellen met jonge rekruten. De eerste treinen met versterkingen voor de 7Div verlaten op 2 juni al het departement van de Gard en zetten koers naar het station van Ploermel aan de Bretoense kust.

Cie MiAA/7Div in Frankrijk
Op 2 juni doet zich in Saint-Laurent een ongelukkig ongeval voor wanneer Korporaal Emiel Van Kerckhove van de Cie Luchtafweer verdrinkt in het kanaal Brest-Nantes tijdens het zwemmen.

Na de capitulatie

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen

  1. “Het bombardement op Herderen 10 en 11 mei 1940”, door Willy Brône, GOGRI Riemst, 2002
  2. Slagorde der officieren van mei 1940, Centrum voor Historische Documentatie, Defensiestaf
  3. “Van de uitwegen van Maastricht tot de voet van de Pyreneeën”, Kolonel b.d. Duez, 1975, tijdschrift verbroedering 18Li.
  4. Stassin, G., jaartal onbekend, “Cavalerie Motorisée”, Brussel: Tank Museum.
  5. Foto Eugène Van Trooyen, fotogalerij Korpscommandanten 14A, patrimonium 14A.
  6. Deutsche Luftlandungen am 10 Mai 1940 – Fort Eben Emael und die Brücken am Albert-Kanal, door Jens Oebser
  7. Graf Lt Bailleux op het Belgisch militair ereperk van de stedelijke begraafplaats Maastricht.
  8. L’armée belge de France en 1940, door Jean Jamart Col BEM Hre, 1994, uitgeverij Schmitz, Bastogne.
  9. Kapitein Geneesheer SBH W. Broekaert, 1963, “De Gezondheidsdienst tijdens de veldtocht der achttien dagen”, Acta Belgica de Arte Medicinale et Pharmaceuticae Militari, pp 468-535.
  10. België in de Tweede Wereldoorlog, Prof Dr Luc De Vos [on line] http://www.dbnl.org/tekst/vos_066belg01_01/vos_066belg01_01_0005.php 
  11. Een verklaring voor het aflossen van eenheden aan het Albertkanaal kan gevonden worden in het feit dat de Fransen in 1939 lieten weten dat ze niet zouden oprukken tot aan het Albertkanaal en de Maas maar dat ze de Belgische K.W. Stelling zouden verlengen vanaf Waver. Hierdoor werd het Albertkanaal niet langer beschouwd als de Weerstandstelling waar de vijand moest gestopt worden maar als een Dekkingstelling om de vijand te vertragen en te kanaliseren naar de K.W. Stelling. Dit kan de reden geweest zijn voor de vervanging van actieve divisies door divisies van Eerste reserve.