![]()
| Reglementaire benaming | Directie van het Vervoer bij het Leger | Dir VL Direction des Transports à l’Armée | DTA |
||
| Type | Logistieke Steuneenheid | ||
| Ontdubbeld van | n.v.t. | ||
| Onderdeel van | Directie van de Diensten van het Achtergebied | ||
| Bevelhebber | Kolonel SBH Adhémar Michiels | ||
| Stafchef | Majoor SBH Pierre Calle | ||
| Standplaats | Brussel | ||
| Samenstelling | Staf (Majoor SBH Pierre Calle) | ||
| Directie | 1ste Afdeling: Transport over de Spoorwegen en Buurtspoorwegen (Luitenant-kolonel Gaston Cornette) | 1ste Bureel (Kapt SBH André Gailly) 2de Bureel (Lt Marcel Damsin) 3de Bureel (Cdt Robert Fauconnier) |
|
| 2de Afdeling: Transport over de Baan (Kolonel SBH Emile Thijs) | |||
| 3de Afdeling: Transport over de Binnenwateren (Kapitein-commandant Paul Glaudot) | |||
| Autopeloton voor het Materieel (PAMat) (Luitenant M. Anthierens) | |||
| Militair Personeel voor de Buitendiensten | |||
| Technisch Personeel | |||
|
Regiment Spoorwegtroepen Militaire Dienst van het Vervoer over de Binnenwateren Wegenregelingsgroepering Legerautogroepering Dienst voor Onderhoud der Straat- en Waterwegen |
|||
![]()
Staf/DTA
In volle vredestijd was het transport van het Belgisch Leger georganiseerd op territoriale basis onder directe controle van het Ministerie van Landsverdediging. De legerkorpsen, divisies en overige grote eenheden van het veldleger werden bediend door deze territoriale structuur maar hadden geen functionele bevoegdheid over de territoriale logistieke eenheden. Binnen de Generale Staf van het Leger (EMGA) was de 4de Afdeling de schakel tussen de territoriale logistieke diensten enerzijds en de grote eenheden anderzijds. Het in vredestijd bestaande transportsysteem zal vanaf de start van de mobilisatie een transitie ondergaan tot een systeem waarbij het veldleger verantwoordelijkheid moet nemen voor zijn eigen transportbehoeften. Hiervoor wordt de 4de Afdeling van de Generale Staf van het Leger omgevormd tot de Directie van de Diensten van het Achtergebied (DSA). Dit gebeurde samen met de oprichting van de Directie van het Vervoer bij het Leger (DTA), de Directie voor Aan- en Afvoer bij het Leger (DREA) en de Territoriale Dienst van de Legerzone (STZA). Deze transitie is voltooid op 10 januari 1940 wanneer de omvorming van de EMGA tot Groot Hoofdkwartier (GHK) volledig doorgevoerd is.
De Directie van het Vervoer bij het Leger (DTA) is verantwoordelijk voor de planning en de uitvoering van de strategische transporten via de spoorwegen, buurtspoorwegen, wegen, kanalen en waterwegen. De directie bevindt zich vanaf zijn oprichting bij het GHK aan de Kortenberglaan te Brussel en rapporteert rechtstreeks aan de Directie van de Diensten van het Achtergebied (DSA). De DTA vormt zo, via de DSA, de tussenschakel tussen het GHK en de transporteenheden in algemene steun van het leger; de Legerautogroepering, de Militaire Dienst der Spoorwegen, het Regiment Spoorwegtroepen, de Wegenregelingsgroepering, de Militaire Dienst van het Vervoer over de Binnenwateren en de Dienst voor Onderhoud der Straat- en Waterwegen.

Stadsbussen opgevorderd door de Legerautogroepering.
LAuGpg/DTA
De Legerautogroepering (LAuGpg) is een grote transporteenheid die het veldleger ondersteunt bij verplaatsingen van grote troepenaantallen en voorraden over de weg. De Staf van de groepering werd op 30 november 1939 gemobiliseerd te Etterbeek en ondergebracht in de kazerne Géruzet aan het oefenplein van Etterbeek. De groepering omvat acht transportcompagnies die verdeeld zijn over twee bataljons. Elke compagnie is in staat om zes bataljons infanteristen met hun uitrusting te vervoeren. Talrijke voertuigen worden bij de mobilisatie van september 1939 in de burgerij gezocht. Het gros van de bussen wordt in beslag genomen bij de vervoersmaatschappijen van Brussel en Antwerpen en de Compagnie Ardennoise. De autobussen worden niet onmiddellijk meegenomen maar aan de plaatselijke busmaatschappijen wordt gevraagd om binnen enkele uren na de afkondiging van het algemeen alarm de nodige autobussen ter beschikking te stellen van het leger. Als tegenprestatie mogen de opgeroepen buschauffeurs voorlopig aan de slag blijven bij de vervoersmaatschappijen.
MDS/DTA
De Militaire Dienst der Spoorwegen (MDS), die tot taak heeft treinen van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS) ter beschikking te stellen voor het transport van manschappen en materieel per spoor, heeft zijn hoofdkwartier op de zetel van de NMBS aan de Leuvenseweg 21 te Brussel. Om het militaire spoorverkeer in goede banen te leiden, beschikt de dienst over zeven regionale regelingscommissies die verantwoordelijk zijn voor het plannen der treintransporten.
MDVB/DTA
De Militaire Dienst van het Vervoer over de Binnenwateren is een kleine eenheid die tot taak heeft transporten van materieel en voorraden met opgeëiste binnenschepen te organiseren binnen de zogenaamde ‘legerzone’ of het operatiegebied van het veldleger. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het Belgische leger immers in belangrijke mate bevoorraad via de waterlopen van Noord-Frankrijk en de Westhoek, zelfs tot op bijzonder korte afstand van de frontlinie. In het achtergebied van de legerzone zouden de transporten dan weer georganiseerd worden door de Navigatiecommissie van de Directie van het Vervoer van de Achterwaartse Zone van het Ministerie van Landsverdediging. De MDVB beschikt hiervoor op zijn slagorde onder meer over een 400-tal reservisten die als matroos, schipper of aanverwante op de binnenwateren actief zijn. Of die militairen ook allen gemobiliseerd werden, is niet duidelijk.
De eigenheid van de Achttiendaagse Veldtocht zal maken dat de activiteiten van zowel de Militaire Dienst van het Vervoer over de Binnenwateren en de Navigatiecommissie samenvallen en aangestuurd worden door de 3de Afdeling van de Directie van het Vervoer bij het Leger.
SpT/DTA
Het Regiment Spoorwegtroepen (SpT) wordt in september 1939 gemobiliseerd in de Kapitein-commandant Bauwin Kazerne te Hoogboom en de Kazerne 5-6 te Borgerhout. Een vierde bataljon werd in het voorjaar van 1940 aangehecht bij het Versterkings- en Opleidingscentrum van de Genie (VOC Gn).
WRG/DTA
De Wegenregelingsgroepering (WRG) staat in voor de planning en de begeleiding van belangrijke wegtransporten. Om deze taak uit te voeren beschikt de eenheid over een territoriale structuur waarbij een dertigtal kantonscommandanten aangeduid zijn om de transporten in hun gebied te organiseren.
Dst Ond St&W/DTA
De Dienst voor Onderhoud der Straat- en Waterwegen (Dst Ond St&W) is verantwoordelijk voor het uitvoeren van diverse werken aan deze infrastructuur ten behoeve van het leger en beschikt hiervoor over drie bataljons kantonniers. De Staf /Dst Ond St&W wordt op 14 januari 1940 gemobiliseerd door het 5de Legerdepot (5LD) in de Weylerkazerne te Sint-Niklaas en verhuist op 2 februari naar Hoboken waar de eenheid zich nog bevindt aan de vooravond van de oorlog. Diverse detachementen van de Dst Ond St&W bevinden zich op 9 mei langs de voornaamste verdedigingslinies van ons leger.
![]()

Het Hotel de l’Administration des chemins de fer de l’Etat aan de Leuvenseweg 17-21 te Brussel waar de DTA zijn intrek had genomen van 10 tot 13 mei 1940
Staf/DTA
Tijdens de ochtend van 10 mei verhuist de directie naar de hoofdzetel van de NMBS (of Hotel de l’Administration des chemins de fer de l’Etat) aan de Leuvenseweg 17-21 waar de Staf van de MDS zich reeds bevond. Van hier uit stelt Kolonel Michiels zich in directe verbinding met zijn hoger echelon de Directie van de Diensten van het Achtergebied dat zich in de Schans van Letterheide zal opstellen.
- 1ste Afdeling/DTA
Bij de afkondiging van Fase E van het mobilisatieplan wordt de Spoorwegnetcommissie geactiveerd die vanaf nu de essentiele transporten per spoor coordineert. Hiermee wordt de NMBS een uitvoerende dienst van de militaire macht. Directeur-generaal van de NMBS Narcisse Rulot en zijn belangrijkste directeuren worden gemobiliseerd als ’technisch commissaris’ en vallen hiermee vanaf nu onder het gezag van Kolonel SBH Michiels en zijn 1ste Afdeling.
Tijdens de namiddag komt de Missie voor de Transporten in België van het Franse leger toe op de Staf/DTA. Deze negenkoppige delegatie waaronder ook een Britse officier en een manager van de SNCF staat onder leiding van de Franse Commandant André Zeller en heeft als eerste taak verplaatsingen per spoor van het 7de, 1ste en 9de Franse Leger (van noord naar zuid) op het Belgische grondgebied te regelen. Commandant Zeller overhandigt een bijzonder uitgebreid draaiboek aan Luitenant-kolonel Cornette die zich samen met de directie van de NMBS aan het werk zet om de nodige rijpaden voor het Franse leger in de Belgische dienstregeling in te lassen. Het Franse oppercommando bevestigt dat de eerste treinen om 23u00 de Belgische grens zullen oversteken. Zeller en zijn staf zullen tot 13 mei te Brussel werken. Vanaf 11 mei zullen de Fransen militaire stationscommandanten opstellen in alle stations van bestemming. Zeller meldt dat het Franse leger vijf routes voorzien heeft op het Belgische spoornet:
– Route GD: Hazebrouck-Armentières-Menen-Kortrijk-Gent-Dendermonde-Londerzeel,
– Route AL: Tourcoing-Kortrijk-Oudenaarde-Aalst-Opwijk-Mechelen-Lier,
– Route GR: Lille-Ninove-Leuven,
– Route MO: Valenciennes-Bergen-’s Gravenbrakel-Leuven,
– Route CM: Mabeuge-LandenOp elk van deze routes vragen de Fransen om met een frequentie van 36 treinen per 24 uur te mogen rijden. De eerste twee routes zullen gebruikt worden door het Franse 7de Leger [1]. De overige drie routes worden voorbehouden voor het Franse 1ste Leger en de British Expeditionary Force (BEF). De Britten zullen in de praktijk echter slechts een tanktransport tot in Geraardsbergen uitvoeren en verplaatsen het gros van hun troepen over de baan. - 3de Afdeling/DTA
Na de afkondiging van het alarm wordt een van de hoofdtaken van de DTA het organiseren van de evacuatie van binnenvaartuigen en drijvend havenmateriaal uit de haven van Antwerpen. Deze operatie zal geleid worden door de Militaire Dienst van het Vervoer over de Binnenwateren.
PAMat/DTA
Het Autopeloton voor Materieel van de DTA blijft in de Kazerne Rolin te Etterbeek.
![]()
Staf/DTA
Naar aanleiding van de vijandelijke doorbraak bij de 7de Infanteriedivisie beslist het Groot Hoofdkwartier om het oostelijke deel van de Dekkingsstelling langs het Albertkanaal op te geven en de Versterkte Positie Luik te evacueren. Dit vereist een reusachtige verhuisoperatie van onder meer het IIIde Legerkorps, de Koninklijke Kanongieterij en de Staatwapenfabriek te Luik, het 4de Legerdepot van Sint-Truiden, het Munitedepot van Meerdaal, de munitietreinen van de fabrieken uit Luik die te Landen gerangeerd staan en de talrijke eenheden van de intendance uit Antwerpen. De Staf/DTA schakelt de LAuGpg en MDS in om zoveel mogelijk eenheden naar het westen van het land te transporteren.
- 1ste Afdeling/DTA
In de eerste helft van de nacht van 10 mei op 11 mei 1940 rijden de eerste troepentransporttreinen van het Franse leger ons land binnen. De Franse transportaanpak verschilt in zeer belangrijke mate van de Belgische. Bij ons leger kan een volledige infanteriedivisie verplaatst worden op 24 treinstellen met een tussenruimte van telkens 20 minuten, zodat de volledige doorlooptijd van een transport 8 uur bedraagt. De Belgische planners gaan er immers van uit dat het gemotoriseerde wagenpark via de weg reist. Bij het Franse leger is dit niet het geval en werken de spoorplanners op basis van een treinstel per uur. Dat maakt dat een Franse infanteriedivisie maar liefst 48 treinstellen nodig heeft, met een doorlooptijd die ook 48 uur bedraagt. Dat maakt dat de Franse planning voorziet dat de laatste gevechtselementen van het 7de, 1ste en 9de Leger op J5 zullen aankomen (15 mei 1940) en de laatste steunelementen op J13 (23 mei 1940).
Bovendien hebben de Franse planners ook fouten gemaakt door een gebrekkige kennis van het Belgische spoornet. Zo is voorzien om de troepen en voertuigen van het 7de Franse leger te laten uitstijgen in het Waasland, maar zijn er stations uitgekozen die veel te klein zijn en die een loskade blijken te hebben die alleen geschikt is voor vee. De Fransen zullen er daarom op staan dat al hun zware ladingen afgeleid worden naar stations op de spoorlijn 53 Dendermonde-Mechelen en spoorlijn 27 Mechelen-Antwerpen.
Bij ons leger worden de grote treintransporten voor de ontruiming van de depots van Bressoux, Meerdaal en Antwerpen verder gezet. De 2de Infanteriedivisie wordt teruggebracht van de Versterkte Positie Luik naar de K.W. Stelling. De Dagelijkse Bevoorradingstreinen van het Magazijnstation draaien op volle capaciteit. Op 11 mei en 12 mei worden telkens ongeveer 25.000 wagonladingen vervoerd.
![]()
Staf/DTA
Conform het mobilisatieplan van de DTA, laat Kolonel SBH Michiels een deel van de directie van de NMBS overbrengen naar Oostende. Het betreft hier directeur-generaal Narcisse Rulot, directeur van het spoor Charles Lemaire, directeur exploitatie Robert Nachtergaele, directeur materieel Alfred Verkoyen, hoofdingenieur Augustin Chantrell en communicatieverantwoordelijke Jean-Louis Bomans. In hun kielzog volgt een management team van een dertigtal kaderleden. Samen zullen zij trachten om het spoorbedrijf te leiden vanuit de badstad. Te Brussel blijft een tweede team aan de slag onder leiding van adjunct-directeur-generaal Oktaaf Gaeremynck.
- 1ste Afdeling/DTA
Vanaf de eerste oorlogsdag werkt de NMBS samen met de DTA om een gedeelte van het locomotieven- en wagonpark over te brengen naar Frankrijk in anticipatie van een mogelijke herhaling van het scenario van de Eerste Wereldoorlog waarbij de diensten van het achtergebied bij onze zuiderburen onderdak zullen vinden. De planning voorziet in de overbrenging van 3000 locomotieven en 60000 wagons, wat in de praktijk een onmogelijke opdracht zal blijken. Wanneer op 12 mei reeds zo’n 600Km spoor propvol verkeer naar Frankrijk zit, wordt het evacuatieplan stilgelegd.
![]()
Staf/DTA
Op 13 mei verlaat ook de Staf/DTA onze hoofdstad. Kolonel Michiels en zijn gevolg installeren zich aan de Zandstraat 2 te Brugge. De Staf/DTCA richt ook een vooruitgeschoven post op te Gent.
- 1ste Afdeling/DTA
Intussen heerst heel wat wanorde op het Belgische spoornet. Heel wat treinstellen van de “Société Nationale des Chemins de Fer français” (SNCF), die eenheden van het Franse leger naar België brachten, zijn na het uitladen van hun manschappen en materieel leeg blijven staan in Belgische stations en moeten teruggestuurd worden naar de zuidelijke landsgrens. Tegelijkertijd geeft het Groot Hoofdkwartier het bevel aan de Generale Staf van de Versterkings- en Opleidingstroepen (HK/TRI) om alle Versterkings-en opleidingscentra (VOC’s) onmiddellijk over te brengen naar Frankrijk. Deze verplaatsing naar Frankrijk was echter totaal niet voorbereid. Er was geen voorafgaandelijke regeling met de Franse militaire noch burgerlijke overheid, er waren geen voorafgaandelijke verkenningen van kantonnementen, er was slechts proviand voor twee dagen en er bestond geen logistieke organisatie voor herbevoorrading in Frankrijk. Daarenboven moesten de commandanten van de respectievelijke VOC’s zelf vervoer per spoor regelen door de treinen te gebruiken die het 7 Franse Leger van generaal Giraud naar Zeeland hadden gebracht. Deze beslissing samen met op gang komende evacuaties van Belgische burgers zal zorgen voor een bijzonder groot volume aan bijkomende verplaatsingen.
MDS/DTA
De Militaire Dienst der Spoorwegen herschikt een aantal van zijn eenheden. De Regelingscommissie Groep Namen, Regelingscommissie Groep Charleroi, en de Regelingscommissie Groep Bergen worden teruggetrokken naar Brugge. Deze simultane verplaatsingen zorgen voor grote storingen in het zuidelijke landsgedeelte bij de planning van zowel de Belgische als Franse treintransporten en worden vooral door onze geallieerde planners niet in dank afgenomen. In een poging om sneller orde op zaken te stellen, stuurt het Franse leger de regelingscommissaris van Lille naar Gent.
![]()
Staf/DTA
- 1ste Afdeling/DTA
Door de snelle Duitse opmars is de ontplooiing van het Franse 7de Leger stopgezet en hebben de Fransen besloten om deze troepenmacht terug te trekken naar de regio van Hirson in het departement van de Aisne. Ook hier rekenen de Fransen op het spoornetwerk om het gros van deze verplaatsing te realiseren. De grote uitdaging van deze operatie wordt dat bij zowel de aanvoer van lege treinstellen als ook de verplaatsingen naar Frankrijk telkens haaks zal gereden worden op het Belgische verkeer op de west-oost as. Daarenboven zijn in een aantal belangrijke spoorwegknooppunten, zoals bv het station van Soignies, ernstig beschadigd door vijandelijke luchtbombardementen. - 3de Afdeling/DTA
De staf krijgt de opdracht om het Kanaal van Willebroek, het Kanaal Brussel-Charleroi en de Rupel te ontruimen. Binnenvaartuigen tot 300T moeten via het Canal du Centre en de Samber naar Frankrijk gedirigeerd worden, terwijl grotere vaartuigen via de Rupel en de Schelde zeewaarts moeten.
![]()
Staf/DTA
- 1ste Afdeling/DTA
Het wordt steeds moeilijker om het niet-gemilitariseerde deel van het personeel van de NMBS aan het werk te houden, en de DTA blijkt ook niet op afdoende wijze gebruik te kunnen maken van de manschappen van het Speciaal Korps der Spoorwegen, Telefoon en Telegraaf. Dit vergroot alleen maar de moeilijkheden op het nationale spoornet. De Franse verkeersplanners zijn bijzonder geïrriteerd en weigeren op diverse locaties om samen te werken met de Belgische regelingscommissies en stationscommandanten. Op sommige locaties wordt gemeld dat Franse verkeersregelaars gewapenderhand afdwingen dat hun treinstellen voorrang krijgen. Te Parijs loopt het gerucht dat het personeel van de NMBS in staking zou gegaan zijn. De Franse eerste minister Édouard Daladier stemt in met een voorstel van de Franse legerleiding om het volledige Belgische spoornet te eisen voor het eigen leger. Het personeel van de spoorwegmaatschappij Compagnie du Nord-Belge dat grotendeels te Saint-Omer en Beauvais verzameld is, wordt opgevorderd en zeven bijkomende Franse regelingscommissies worden gemobiliseerd om het net van de NMBS over te nemen. Dit initiatief wordt niet in dank afgenomen door de Belgische legerleiding.Ook op 15 mei wordt door de Directie van de Diensten van het Achtergebied een aantal beslissingen genomen om de continuïteit van de spoortransporten te beschermen:- Alle ploegen van machinisten en stokers krijgen een tweede ploeg van het Regiment Spoorwegtroepen aan boord van hun locomotieven.
- Alle civiele verkeer wordt opgeschort, inclusief evacuaties van burgers en ambtenaren.
- Geen enkel lid van het Speciaal Korps voor Spoorwegen, Telegrafie en Telefonie mag nog geëvacueerd worden en al het gemilitariseerde spoorpersoneel dient op zijn gewone werkplek te blijven.
Deze maatregelen leiden tot een beperkte verbetering van de doorstroming van het treinverkeer.
- 3de Afdeling/DTA
De DTA moet de haven van Gent vrijmaken van alle lege vaartuigen. Deze opdracht zal tot op de letter uitgevoerd worden, want er zullen in de daarop volgende dagen ook vaartuigen vertrekken die goed gebruikt hadden kunnen worden bij de evacuatie van de voorraden van het leger die te Gent opgeslagen liggen.
![]()
Staf/DTA
Op 16 mei valt de beslissing om de geallieerde legers terug te trekken naar het westen. Voor het Belgische Leger betekent dit dat de K.W. Stelling tijdens de nacht van 16 op 17 mei zal verlaten worden. De Versterkte Positie Antwerpen zal dan opgegeven worden tijdens de nacht van 17 op 18 mei. Tegen 19 mei moet het Belgische leger ontplooid zijn op een nieuwe linie van Terneuzen over het Bruggenhoofd Gent tot Oudenaarde. De DSA komt hiermee voor het dilemma te staan dat de volledige logistieke keten binnen de operatiezone van het veldleger komt te liggen. De veiligheid van de eenheden die normaal binnen het achtergebied opereren, komt hierbij in het gedrang. Bovendien wordt de bevoorrading per spoor onmogelijk. Hiermee komt het normale bevoorradingssysteem geheel op losse schroeven te staan. De Legerautogroepering beschikt helemaal niet over voldoende middelen om op wegtransport over te schakelen. Aan de korpsen en divisies zal gevraagd worden om hun vrachtwagens zelf uit te sturen tot aan de depots voor levensmiddelen, brandstoffen en munitie. Dit zal de chaos op de wegen alleen maar vergroten.
- 1ste Afdeling/DTA
De aankondiging van de aftocht van de K.W. Stelling valt ook samen met het einde van wat nog overblijft van het reguliere personen- en goederenvervoer op het spoornet. Na 15 mei zullen alleen nog transporten in opdracht van het leger uitgevoerd worden. Daarbij blijft er ook nog contact met het kabinet van Antoine Delfosse, minister van Verkeerswezen, PTT en radio-omroep, over de vluchtelingentreinen voor burgers.
![]()
Staf/DTA
- 1ste Afdeling/DTA
De spanning tussen de Belgische en Franse transportplanners over het gebruik van het Belgische spoornet bereikt een nieuw hoogtepunt. Wanneer tijdens een overleg op de staf van de Directie van de Diensten van het Achtergebied de Franse verbindingsofficier Lieutenant-colonel Jacques Müntz bijzonder driest te keer gaat, laat Kolonel SBH Eyckmans weten dat hij het land zal uitgezet worden als er geen toontje lager gezongen wordt.
![]()
Staf/DTA
- 3de Afdeling/DTA
De doorvaart van binnenschepen op de Schelde te Doornik is ernstig belemmerd na de luchtaanvallen op de stad op 16 en 17 mei. De binnenvaartuigen die zich nog op dit deel van de Bovenschelde bevinden worden doorgestuurd naar het Kanaal Bossuit-Kortrijk, of krijgen de opdracht om op de linkeroever van de rivier aan te meren en zich daar onklaar te maken.Ook te Gent ontstaat een file van binnenschepen aan de spoorbrug van Steenbrugge. Deze brug moet continu gesloten blijven om het militaire treinverkeer absolute voorrang te verlenen wat maakt dat hier zo’n 300 schepen liggen te wachten met aan boord een grote hoeveelheid voorraden van het leger. Kapitein-commandant Van Acker laat toch een opening van de brug afdwingen om de vloot te laten passeren, tot groot ongenoegen van de directeur-generaal van de NMBS Narcisse Rulot die zijn beklag maakt bij de Directie van de Diensten van het Achtergebied.
![]()
Staf/DTA
De vooruitgeschoven post van de Staf/DTA te Gent wordt op 16 mei gesloten. Vanaf die datum werkt de ganse directie vanuit Brugge. De Belgen en Fransen zien de ernst van de situatie op het spoornet in en zullen tot 19 mei diverse pogingen ondernemen om een samengevoegde regelingscommissie voor Noord-Frankrijk en Vlaanderen op poten te zetten, maar deze ambitie zal niet gerealiseerd worden.
![]()
Staf/DTA
Te Menen is een precaire situatie ontstaan door het samenstromen van een enorm aantal Belgische burgers die het land willen uitvluchten, maar de Belgisch-Franse grens niet kunnen oversteken. De provianddienst van Luik had geen andere keuze dan het bevoorraden van deze mensenmassa vanuit zijn standplaats te Roeselare. De staf van de DSA beveelt op 20 mei om de buurtspoorwegen in te zetten voor het overbrengen van 200.000 vluchtelingen van Menen naar Oostende.
![]()
Staf/DTA
Om 09u00 raakt bekend dat een Duits radiobericht in klare taal werd onderschept dat de inname van de Atlantische kuststad Abbeville bevestigd. De Britse Lieutenant-colonel Davy van de British Military Mission to the Belgian GHQ (of de Needham Mission) bevestigt enkele uren later het bericht. Het project om de bevoorradingsbasis over te brengen naar Frans-Vlaanderen heeft geen enkele zin meer. Het installatiepersoneel wordt teruggeroepen. Later op de dag beslissen de geallieerde legers opnieuw naar het westen terug te trekken.
- 3de Afdeling/DTA
De DTA krijgt de opdracht om de binnenvaartuigen op het Kanaal Plassendale-Nieuwpoort over de Franse grens te brengen. Om te voldoen aan de maximale tonnenmaat van 180T voor Veurnevaart, moet of telkens het deel van de vracht gelost worden of moet het binnenschip terugvaren naar Oostende.
![]()
Staf/DTA
Rond 08u00 besluit Koning Leopold dat de nieuwe verdedigingslinie van het Belgische leger op het Afleidingskanaal van de Leie en de Leie zal komen te liggen. Voor de Directie van de Diensten van het Achtergebied betekent dit een verdere concentratie van de bevoorradingsketen in een nog kleiner deel van het land. Het grootste verlies wordt het munitiedepot van Eeklo. Het Groot Hoofdkwartier bepaalt dat het front ten zuiden van Gent tijdens de nacht van 22 op 23 mei zal teruggetrokken worden, terwijl de stad Gent en het Kanaal Gent-Terneuzen bezet zal blijven tot de nacht van 23 op 24 mei. Deze extra dag moet toelaten om het munitiedepot van Eeklo te ontruimen.
![]()
Staf/DTA
- 1ste Afdeling/DTA
Net na middernacht in de nacht van 22 op 23 mei verstuurt de staf van de DTA een nota naar de Militaire Dienst der Spoorwegen om de regelingscommissies te herschikken. Er worden nu vier commissies voorzien voor West-Vlaanderen:- Regelingscommissie Diksmuide: stations van Adinkerke, Veurne en Diksmuide
- Regelingscommissie Ieper: stations van Abele, Ieper, Menen en Westrozebeke
- Regelingscommissie Lichtervelde: stations van Lichtervelde, Torhout, Roeselare en Oostende-Stad
- Regelingscommissie Duinkerke: stations van Oostende-Kaai, Brugge, Brugge-Zeehaven, Gent-Zeehaven, Eeklo, Edelgem en de Dienst der Dagelijkse Bevoorradingstreinen
- 3de Afdeling/DTA
Nu er geen vrije doortocht in Frankrijk meer mogelijk is, krijgt de DTA de opdracht om in de achterhavens van Nieuwpoort en Oostende de nog aanwezige binnenschepen te laten zinken.
![]()
![]()
![]()
![]()
Staf/DTA
De wegen van Kolonel Michiels en Commandant Zeller scheiden definitief op 27 mei om 22u00 bij het vertrek van de Fransen naar Duinkerke.
![]()
Staf/DTA
Op de laatste oorlogsdag bevindt de directie van de NMBS zich te Gistel. De directieleden worden gedemobiliseerd, waarna directeur-generaal Narcsisse Rulot met nog een aantal medewerkers naar De Panne trekt in de hoop alzo het Kanaal te kunnen oversteken. Dit lukt niet, waarop iedereen uiteindelijk besluit om naar Brussel terug te keren.
![]()
![]()
![]()
![]()
Geen gesneuvelden gekend.
![]()
- Ten noorden van de Belgisch-Nederlandse grens was er geen aansluiting met het Nederlands verdedigingsdispositief. De Nederlanders hadden zich opgesteld ten noorden van de Rijn waardoor er een gapende opening bestond tussen de Belgische en Nederlandse verdedigingslinies. Dit werd reeds in november opgemerkt door de Franse Generaal Gamelin die een plan liet uitwerken om het 7(FRA)Leger in te zetten tussen de stellingen van de Belgen en de Nederlanders. In zijn order N° 5 van 20 maart 1940 bevestigt Generaal Giraud, commandant van het 7(FRA)Leger , dat zijn eenheid in staat moet zijn om “tout en conservant ses anciennes missions, qui passent à l’arrière plan, a reçu une mission nouvelle d’une importance capitale qui consiste à assurer la liaison entre les armées belge et hollandaise dans la région Nord-Est d’Anvers“. Generaal Giraud beschikt hiervoor over twee legerkorpsen en een “Division Légère Mécanique“, alles tesamen het equivalent van 8 divisies. “L’Armée Giraud en Hollande (1939-1940)”, door Lerecouvreux, Nouveaux Editions Latines, Paris, 1956. [Partieel On Line beschikbaar][Laatst geraadpleegd 22 juli 2016]
- Van Spaandonck, G. (1958) La logistique de l’armee belge pendant la campagne des 18 jours, Thesis voor het behalen van het stafbrevet aan de Krijgsschool, Koninklijke Militaire School, Brussel.
- Wouters, N. (2023) Bezet bedrijf: De oorlogsgeschiedenis van de NMBS, Tielt: Lannoo.
- Van Heesvelde, P. (2003) ‘De Belgische spoorwegen en de economische oorlogsvoorbereiding’ in De Keizer, M. (ed) Thuisfront : oorlog en economie in de twintigste eeuw : veertiende jaarboek van het Nederlands Instituut voor oorlogsdocumentatie, Zutphen: Walburg Pers, pp. 63-74.
- Van Heesvelde, P. (2012) ‘Un petit pays dans une grande guerre : la logistique militaire et les chemins de fer belges 1914-1945’ in Barjot, D. (ed) Deux guerres totales, 1914-1918, 1939-1945 : la mobilisation de la nation, Economica, pp. 391-419.
