55ste Linieregiment

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 55ste Linieregiment | 55ème Régiment de Ligne | 55Li
Type Versterkings- en Opleidingsregiment  
Ontdubbeld van 5de Linieregiment  
Onderdeel van 2de Versterkings- en Opleidingscentrum  
Bevelhebber Luitenant-kolonel J. Grandjean  
Standplaats Antwerpen  
Samenstelling I Bataljon Instructie
(Kapitein-commandant R. Galasse)
1ste Compagnie Fuseliers (Lt E. Borremans)
2de Compagnie Fuseliers (Lt V. Slootmaekers)
3de Compagnie Fuseliers (Lt H. Verbeke)
4de Compagnie Mitrailleurs (Lt M. Geysemans)
  II Bataljon Versterking (Kapitein-commandant E. Plancke) 5de Compagnie Fuseliers (Lt H. Van Gompel)
6de Compagnie Fuseliers (Lt C. Mast)
7de Compagnie Fuseliers (Lt A. Pattyn)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Lt R. De Schrijver)
9de Compagnie Klein Geschut (Lt L. Pellens)
  Compagnie Depot en Algemene Diensten (Lt R. Van Goethem)  

Tijdens de mobilisatie

Staf/55Li
In vredestijd stonden de verschillende regimenten van het actieve leger zelf in voor de opleiding van hun nieuwe dienstplichtigen (oftewel miliciens). Omdat na de afkondiging van Fase A van het mobilisatieplan op 26 augustus 1939 de gemobiliseerde regimenten van het actief leger hun vredesvoet kazerne onmiddellijk moeten verlaten om hun gevechtsstellingen in te nemen, kunnen zij deze opleidingstaak niet langer op zich nemen. Dit is de reden waarom de dienstplichtigen van de klas ’40, tevens de laatst opgeroepen lichting, worden samengebracht in Versterkings- en Opleidingsregimenten. De eerste miliciens van de klas ’40 worden vanaf februari 1940 onder de wapens geroepen en vervoegen in maart de Bataljons Instructie van hun respectievelijke Versterkings- en Opleidingsregimenten. Op dat ogenblik wordt het 55ste Linieregiment (55Li) opgericht in de Generaal Drubbelkazerne (oftewel Sint-Joriskazerne ) te Antwerpen [1] als één van de drie Versterkings- en Opleidingsregimenten van het 2de Versterkings- en Opleidingscentrum (2VOC). Het regiment staat in voor de opvang en opleiding van niet-getrainde rekruten en van mobilisatie vrijgestelde reservisten van het 5de Linieregiment (5Li) en zijn ontdubbelingsregimenten; het 17de Linieregiment (17Li) en het 35ste Linieregiment (35Li) [2]. Net zoals de andere infanterieregimenten van het 2VOC beschikt het 55Li aan de vooravond van de oorlog over een Staf, een Bataljon Instructie met de rekruten van de klas ’40 en een Compagnie Depot en Diensten. Het kaderpersoneel is een samenraapsel van oudere beroeps- en dienstplichtige officieren en onderofficieren van de actieve regimenten.

De Sint-Joriskazerne aan de Begijnenvest 35 te Antwerpen, vredesvoet garnizoen van het 5Li en kazerne waar het 55Li gemobiliseerd werd.

De Sint-Joriskazerne aan de Begijnenvest te Antwerpen, vredesvoet garnizoen van het 5Li en kazerne waar het 55Li gemobiliseerd werd.

I/55Li
Het Iste Bataljon Instructie (I/55Li) wordt geactiveerd bij oprichting van het regiment en ontvangt vanaf maart 1940 de nieuwe rekruten van de klas ’40. Deze rekruten zullen bij het J/55Li hun basisopleiding ontvangen om na het beëindigen van hun opleiding doorgestuurd te worden naar het 5Li, het 17Li en het 35Li als versterkingen.

II/55Li
Het IIde Bataljon Versterking (II/55Li) dat moet instaan voor de opvang van oudere reservisten en vrijgestelden bestond enkel uit kader en zal pas aangevuld worden met manschappen na de afkondiging van algemene mobilisatie (Fase E van het mobilisatieplan) bij de start van de vijandelijkheden. In afwachting van de algemene mobilisatie wordt het IIde Bataljon Versterking op non-actief geplaatst.

Staf/55Li
De Staf van het 55Li ontvangt rond 01u00 het algemeen alarm van het 2VOC en het bevel om vanaf eerste klaarte vooraf verkende alarmkantonnementen in te nemen in de Antwerpse agglomeratie. Men vreest immers dat de reguliere kazernes van ons leger gebombardeerd zullen worden door de Duitse luchtmacht en bijgevolg moeten de Versterkings- en Opleidingsregimenten van het 2VOC zich door een onmiddellijke verhuis in veiligheid stellen. De Staf/55Li wordt in zijn commandopost om 06u00 verwittigd van de afkondiging van de algemene mobilisatie naar aanleiding van de Duitse inval. Door de afkondiging van de algemene mobilisatie worden de oudere reservisten en vrijgestelden opgeroepen om het Bataljon Versterking te vervoegen. Eveneens om 06u00 wordt het bevel gegeven om, zoals voorzien in het mobilisatieplan, uit te wijken naar oorlogskantonnementen die zich in diverse kleinere dorpen en steden van Oost- Vlaanderen bevinden. Het mobilisatieplan voorzag dat elke eenheid van het 2VOC bij een vijandelijke inval zou uitwijken naar een oorlogskantonnement, ver verwijderd van de vijandelijkheden, om daar de opleiding in relatieve rust voort te zetten. De voorziene bestemming voor het 55Li is Waarschoot ten noordwesten van Gent. De rest van de dag wordt de verhuis naar Waarschoot voorbereid.

Sdt Alfons Heylen tijdens zijn dienst bij de 11de Compagnie van III/5Li in 1938 (foto: Remi Heylen).

I/55Li
Terwijl het regiment zich klaarmaakt voor de verplaatsing naar Waarschoot, loopt het bevel binnen dat het Iste Bataljon Instructie, onder bevel van Kapitein-commandant Galasse, tijdelijk zal aangehecht worden aan het commando van de 2de Militaire Circonscriptie (2MilCir) om deel te nemen aan de territoriale verdediging van Antwerpen. Het bataljon zal worden ontplooid in een zone in het noorden begrenst door het Albertkanaal, ten oosten door de lijn Wijnegem – Wommelgem – Vremde, in het zuiden door de lijn Mortsel – Wilrijk verlengd tot de Schelde. De hoofdopdracht zal bestaan in het tussenbeide komen bij een eventuele luchtlanding. Het I/55Li zet zich te voet op weg naar zijn nieuwe opdracht. De commandopost van het bataljon wordt ingericht in Kazerne 10-11 (ook Sint-Laureinskazerne genoemd) van de oude Brialmontvesting. Deze kazerne is eveneens aangeduid als oorlogsstandplaats van de staven van de 2de Militaire Circonscriptie en van het Provinciecommando van Antwerpen die zich nog in hun gebouwen aan de nabijgelegen Meistraat bevinden.

II/55Li
Bij de afkondiging van de algemene mobilisatie krijgen de oudere reservisten en vrijgestelden van het 5Li via het Nationaal Instituut voor de Radio-Omroep (oftewel NIR, de openbare radiozender) te horen dat ze het II/55Li moeten vervoegen. De militairen die op 10 mei worden opgenomen in de rangen van II/55Li zijn de vrijgestelde beroepen (landbouwers, mijnwerkers,  overheidspersoneel,…) en reservisten van voorheen nog niet gemobiliseerde oudere militieklassen. Deze militairen, die hun legerdienst al lang achter de rug hebben, zijn niet onmiddellijk inzetbaar en moeten eerst nog een heropfrissing krijgen van hun militaire basiskennis. De opgeroepen reservisten worden niet in de Sint-Joriskazerne opgevangen maar direct doorgestuurd naar Waarschoot waar het II/55Li de opleiding begint met de uitdeling van kledij en korpsuitrusting aan de reservisten. Eén van de militairen vrijgesteld van mobilisatie is Soldaat Alfons Heylen. Alfons is mijnwerker en behoorde tot de klas ’38 van het 5Li. Hij werd een eerste keer opgeroepen eind augustus 1939 maar werd tijdens de mobilisatie met een vrijstelling naar huis gestuurd om terug te gaan werken in de mijn. Hij wordt op 10 mei 1940 opnieuw opgeroepen bij afkondiging van de algemene mobilisatie en bij het II/55Li ingelijfd.

Oorlogskantonnement van het 55Li te Waarschoot ten noordwesten van Gent (projectie op recente kaart).

Oorlogskantonnement van het 55Li te Waarschoot ten noordwesten van Gent (projectie op recente kaart).

Staf/55Li
Omstreeks 22u00 verneemt de Staf/55Li in zijn commandopost te Waarschoot dat  het Groot Hoofdkwartier (GHK) de beslissing heeft genomen om vijf instructiebataljons vanuit verschillende oorlogskantonnementen in het Gentse, naar Brussel over te plaatsen voor een contra-parachutisten opdracht. Opgeschrikt door de Duitse luchtlandingen nabij het Nederlandse regeringscentrum Den Haag [3] en bij de 7de Infanteriedivisie (7Div) aan het Albertkanaal slaat de paniek voor luchtlandingsoperaties overal in het land toe. Een haastige verdediging van de hoofdstad tegen mogelijke Duitse luchtlandingsoperaties wordt opgezet onder leiding van Luitenant-generaal ridder Van Strydonck de Burkel, bevelhebber van de 1ste Militaire Circonscriptie (1MilCir). In eerste instantie worden de verschillende Groepen (naam voor een bataljon bij de artillerie) van het 31ste Regiment Artillerie (31A), een Versterkings-en Opleidingsregiment van de artillerie, rond de vliegvelden van de hoofdstad ontplooid. Het 31A houdt zich klaar om, ingeval van een luchtlandingsoperatie op één van de vliegvelden, de gelande troepen met artillerievuur te neutraliseren. Vervolgens worden de Bataljons Instructie van het 1ste Versterkings- en Opleidingscentrum (1VOC) en het 2de Versterkings- en Opleidingscentrum aangeduid voor de territoriale verdediging van de hoofdstad. De Bataljons Instructie van het 52ste Linieregiment (I/52Li), het 53ste Linieregiment (I/53Li), het 54ste Linieregiment (I/54Li), het 56ste Linieregiment (I/56Li) en het 58ste Linieregiment (I/58Li) worden tijdens de nacht van 11 op 12 mei vanuit Gent per spoor naar Brussel gebracht. I/55Li dat nooit naar Gent afreisde en reeds een opdracht uitvoerde in het Antwerpse moet eerst worden afgelost vooraleer ze naar de hoofdstad kunnen vertrekken.

I/55Li
Het Iste Bataljon Instructie blijft te Antwerpen onder het bevel van de 2de Militaire Circonscriptie tot omstreeks 22u00 het bevel binnenkomt dat ze zich naar Brussel moeten verplaatsen. Kort na middernacht wordt het I/55Li te Antwerpen afgelost door het 4de Eskadron van het 1ste Licht Regiment (1LR). 

II/55Li
Het IIde Bataljon Versterking wordt verder uitgebouwd te Waarschoot naar mate de nodige reservisten toekomen in het oorlogskantonnement.

Opstelling Bataljons Instructie van 1VOC en 2VOC rond de hoofdstad op 12 mei (projectie op Duitse stafkaart van 1941)

Opstelling Bataljons Instructie van 1VOC en 2VOC rond de hoofdstad op 12 mei (projectie op Duitse stafkaart van 1941)

Staf en II/55Li
De Staf/55Li en II/55Li kantonneren nog steeds te Waarschoot

I/55Li
De manschappen worden tijdens de vroege ochtend van 12 mei per trein naar Brussel gebracht waar het bataljon tegen de middag toekomt. De verschillende opgevorderde bataljons moeten steunpunten inrichten langs de invalswegen naar de Brusselse agglomeratie teneinde de toegang tot Brussel te ontzeggen aan vijandelijke parachutisten in het geval van een Duitse luchtlandingsoperatie in de buurt van de hoofdstad. Het I/55Li krijgt een zone toegewezen tussen de steenweg op Namen en de steenweg op Waterloo en dekt het grondgebied van Elsene en Watermaal-Bosvoorde. 

Een (voorlopig niet nadere geïdentificeerde) luitenant van het 55Li

Een (voorlopig niet nadere geïdentificeerde) luitenant van het 55Li

Staf en II/55Li
Het GHK beslist dat de rekruten van de klas ’40 die nog moeten worden opgeleid naar Frankrijk zullen doorgestuurd worden om daar hun opleiding te vervolledigen. Door de snelle opmars van de Duitsers werd het voor het GHK al snel duidelijk dat de verdere opleiding enkel in Frankrijk, ver achter de linies, kon gebeuren. Alle eenheden van de VOC’s die niet ingezet werden voor de beveiliging van Brussel ontvangen dan ook het bevel om zich klaar te maken voor de verplaatsing naar Frankrijk. Dit naar analogie van wat er tijdens de Eerste wereldoorlog gebeurde. Het bevel om 55Li naar Frankrijk te evacueren kwam niets te vroeg want de 13de mei om 16u00 hadden de Duitsers de Maas te Sedan al overgestoken en hun opmars naar de Atlantische kust ingezet met als objectief zoveel mogelijk geallieerde troepen te omsingelen.

I/55Li
De stellingen worden ingericht en patrouilles worden gelopen in Elsene en Watermaal-Bosvoorde. De 1Cie neemt een steunpunt in nabij de wijk Groene Jager (oftewel Chasseur Vert) in Ukkel, de 2Cie te Bosvoorde terwijl de 3Cie en de 4Cie opgesteld worden nabij het centrum van Brussel.

I/55Li
Het GHK beslist om Brussel niet te verdedigen waarop de 1MilCir en het Ministerie van Landsverdediging starten met het ontruimen van hun hoofdkwartier.  De hoofdstad zal worden opgegeven en als open stad aan de vijand overgelaten in de hoop dat deze laatste de hoofdstad ongeschonden zal laten. I/55Li blijft voorlopig nog ter plekke, ze worden belast met allerlei bewakingsopdrachten en met het uitvoeren van anti-parachutistenpatrouilles. Intussen worden de Brusselse vliegvelden door de Belgische genie ondermijnd waardoor een vijandelijke luchtlandingsoperatie op de vliegvelden onmogelijk wordt.

Sdt Vandemenschbrugge en zijn makkers van de klas ’40 van 55Li (foto: Luc Vandemenschbrugge).

Staf/55Li
Net zoals de meeste andere eenheden van de VOC’s wordt ook het 55Li, met uitzondering van zijn instructiebataljon, naar Frankrijk gestuurd. De verplaatsing naar Frankrijk was echter totaal niet voorbereid. Er was geen voorafgaandelijke regeling met de Franse militaire noch burgerlijke overheid, er waren geen voorafgaandelijke verkenningen van kantonnementen, er was slechts proviand voor twee dagen en er bestond geen logistieke organisatie voor herbevoorrading in Frankrijk. Daarenboven moest de commandant van het 2VOC zelf vervoer per spoor regelen door de treinen te gebruiken die het 7de Franse leger van generaal Giraud [4] naar Zeeland hadden gebracht.

I/55Li
Het bataljon bevindt zich nog steeds aan de zuidrand van Brussel waar het rond 17u00 het evacuatiebevel naar Frankrijk ontvangt. Ze krijgen opdracht om de volgende dag in drie etappes naar Gent te marcheren. Het bataljon brengt de nacht van 15 op 16 mei nog te Brussel door terwijl de bataljonsstaf vergeefs naar de nodige transportmiddelen zoekt.

II/55Li
Het II/55Li wacht  in Waarschoot nog steeds op beschikbare treinen om zich naar Frankrijk te begeven.

I/55Li
Het I/55Li wordt van Elsene naar Bekkerzeel, een klein gehucht ten westen van Sint-Agatha-Berchem, gestuurd met het oog op de komende aftocht naar Frankrijk.

Staf/55Li
De beide bataljons van het 55Li vertrekken naar Frankrijk weliswaar vanuit twee verschillende stations. De Staf/55Li heeft geen controle meer over de verplaatsing van zijn Iste Bataljon Instructie. In de vroege ochtend stapt LtKol Grandjean samen met zijn staf en het II/55Li op een trein in Eeklo. De trein vertrekt nog dezelfde dag en rijdt in één ruk door tot Saint-Omer waar ze in de vroege ochtend toekomen.

I/55Li
Het Iste Bataljon Instructie verplaatst zich van Bekkerzeel naar het station van Groot-Bijgaarden waar ze tussen  21u00 en 22u00 kunnen instijgen op twee treinen die het bataljon naar Frankrijk zullen brengen. I/55Li werd een pijnlijke voetmars naar Gent bespaard.

II/55Li
Het II/55Li verplaatst zich te voet van Waarschoot naar het station van Eeklo waar ze een plaatsje op een trein naar Frankrijk kunnen vinden.

Staf/55Li en II/55Li in Frankrijk
De trein wordt opgehouden in Saint-Omer, de Staf en II/55Li zijn genoodzaakt de nacht van 18 op 19 mei in de trein door te brengen.

Stations in en rond Duinkerke waar een 15-tal Belgische treinen vastliepen.

Staf/55Li en II/55Li in Frankrijk
De treinreis wordt voortgezet vanuit St-Omer via Boulogne naar Abbeville.

I/55Li in Frankrijk
De twee treinen van het I/55Li komen vast te zitten in Duinkerke waar zich al een aantal andere treinen bevinden met Belgische eenheden aan boord. Er kan geen voortgang richting zuiden meer gemaakt worden gezien de Franse genie grote delen van de spoorlijn richting zuiden tot ontploffing heeft gebracht. De vastgelopen treinen met Belgische militairen bevinden zich in drie verschillende stations in en rond de stad: Gare-VilleGare-Maritime in de haven en het rangeerterrein Dunkerque-Dunes nabij Saint-Pol-sur-Mer. Kolonel Bruyère, bevelhebber van het 1ste Versterkings- en Opleidingscentrum die samen met zijn staf per trein naar Duinkerke vertrok, zit eveneens vast in Duinkerke. Hij neemt het bevel op van alle Belgische eenheden die in Duinkerke gestrand zijn. Het betreft het I/51Li, het I/52Li en het I/53Li van het 1VOC en het I/55Li, I/56Li en I/58Li van het 2VOC samen met enkele instructie-eenheden van de Jagers te Voet en de Artillerie. De aanwezige Belgen trachten zich zo goed mogelijk te installeren rondom de stations in geïmproviseerde kantonnementen terwijl Kol Bruyère met zijn staf naar een oplossing zoekt om zo snel mogelijk uit Duinkerke weg te raken. Enkele officieren van de Staf/1VOC worden de duinen ingestuurd en verkennen ook Petite Synthe ten zuiden van Saint-Pol-sur-Mer om op zoek te gaan naar veiliger kantonnementen. De verschillende stations worden immers voortdurend gebombardeerd door de Luftwaffe. Tijdens de avond verlaat het I/55Li het station Gare-Ville om naar de dokken in de haven te trekken. Alle wijken van Duinkerke, de duinen en de haven beginnen nu vol te stromen met ingesloten Britse en Franse militairen.

Staf/55Li en II/55Li in Frankrijk
De Duitsers starten met het bombarderen van Abbeville rond 09u00 ’s morgens en het bombardement zal aanhouden tot 17u00 wanneer de Duitse voorhoede de stad bereiken. Ook het treinstel van het II/55Li wordt bij de doortocht van Abbeville gebombardeerd zonder schade te lijden.

I/55Li in Frankrijk
I/55Li zit nog steeds vast in de haven van Duinkerke. Enkele ploegen van het I/55Li worden vanuit de haven naar de stad gestuurd om voedsel en water te zoeken. Talrijke huizen staan in brand en er zijn ettelijke slachtoffers onder de burgerbevolking. Tijdens de avond komen de bevelhebbers van de Belgische bataljons samen om de toestand te bespreken waarna Kol Bruyère beslist de eenheden te verplaatsen van de haven naar de duinen omdat de luchtaanvallen op de stad steeds talrijker worden.

Duitse opmars tussen 16 en 20 mei. In de nacht van 20 op 21 mei wordt de Franse kust bereikt.

Duitse opmars tussen 16 en 20 mei. In de nacht van 20 op 21 mei wordt de Franse kust bereikt.

Staf/55Li en II/55Li in Frankrijk
Het bataljon is letterlijk door het oog van de naald gekropen en ontsnapt ternauwernood aan omsingeling door de Duitsers. De trein komt echter vast te zitten te Eu op de spoorlijn van Abbeville naar Le Tréport, een havenstadje aan de monding van de Bresle. Er is geen doorkomen meer aan en de nacht van 21 op 22 mei wordt opnieuw in de trein doorgebracht.

I/55Li in Frankrijk
In de nacht van 20 op 21 mei bereiken de Duitsers Noyelle-sur-Mer aan de monding van de Somme. Hierdoor raakt het I/55Li definitief ingesloten door de Duitsers. Doordat het bataljon pas laat de toelating kreeg om zijn opdracht te Brussel te beëindigen en naar het zuiden van Frankrijk te vertrekken is hun terugtochtweg nu afgesneden. Intussen stuurt Kolonel Bruyère er nog maar eens een reeks patrouilles op uit om een uitweg uit Duinkerke te zoeken. In de loop van de ochtend vragen de Franse militaire autoriteiten de assistentie van twee Belgische bataljons om Duinkerke te helpen verdedigen. Kolonel Bruyère laat de aanwezige bataljonscommandanten elk een strootje trekken om te bepalen welke bataljons de opdracht zullen uitvoeren. Op die manier worden het I/55Li en het I/58Li aangeduid voor deze opdracht. Het I/55Li en het I/58Li stellen zich onder het bevel van het Franse plaatscommando van Duinkerke waar zich ook de Belgische Kolonel SBH Blancgarin [5] bevindt. Het I/55Li krijgt de verdediging van het kwartier rond de Pont Emmery over het Canal de Moëres ten oosten van de stad toegewezen. Twee Franse gidsen begeleiden het bataljon naar zijn nieuwe stellingen.

Staf/55Li en II/55Li in Frankrijk
Het IIde Bataljon Versterking laat om 04u30, na een nieuwe luchtaanval, zijn trein achter te Eu. De manschappen marcheren verder naar het zuiden via de havenstad Le Tréport en volgen de kust tot ze uiteindelijk om 16u30 in Dieppe aankomen. In Dieppe wordt eventjes uitgerust maar lang kunnen ze niet van de rust genieten want tegen de avond wordt Dieppe zwaar gebombardeerd. Uiteindelijk kunnen ze instappen op een trein die hen naar Rouen brengt. Luitenant (Res) Kamen [6] van de 5Cie/II/55Li, die niet met de trein meereisde maar met de fiets van Dieppe naar Rouen trok, verongelukt te Malaunay. In Rouen wordt II/55Li opgevangen in de Tallandier-kazerne het verzamelpunt alle Belgen op doortocht naar het zuiden.

I/55Li in  Frankrijk
Bij aankomst aan het kanaal ten oosten van de stad graaft het bataljon zich in, waarna een derde van de manschappen de stelling bezet terwijl de anderen uitrusten. Regelmatig wordt alarm gegeven en moet iedereen de schutterskuilen induiken. Het I/55Li maakt verbinding met het I/58Li. Kolonel Bruyère en zijn staf vertrekken op 22 mei vanuit Duinkerke naar België. Beide bataljons die achterblijven te Duinkerke komen nu onder het bevel van Kolonel SBH Blancgarin te staan die wordt bijgestaan door de Franse Kolonel Le Mi(nis)tre (TBC).

II/55Li in Frankrijk
Per spoor wordt de tocht verdergezet vanuit Rouen via Lisieux naar Caen in Normandië. Hier wordt de nacht van 23 op 24 mei doorgebracht.

Hergroeperingszones Conches en L’Aigle van de 7Div ten zuiden van de Seine.

II/55Li in Frankrijk
Met autobussen wordt het bataljon van Caen naar Conche-en-Ouche (Departement van de Eure) gebracht. Hier worden ze opgevangen door de 7de Infanteriedivisie die verantwoordelijk is voor alle eenheden van het veldleger ten zuiden van de Seine.

I/55Li in Frankrijk
Het I/55Li en I/58Li zitten nu al twee dagen zonder bevoorrading. De compagniecommandanten beslissen om enkele manschappen in de nabijgelegen huizen te laten zoeken naar voedsel en kookgerei.

I/55Li in Frankrijk
De Belgen te Duinkerke worden bij dageraad zwaar gebombardeerd en even later krijgen het I/55Li en I/58Li het bevel Frankrijk te verlaten en opnieuw Vlaanderen in te trekken. Bij het I/55Li vertrekken de 1ste en 2de Compagnie te voet naar Adinkerke en vervolgens naar Bulskamp. De andere compagnies blijven achter om op hun Franse aflossing te wachten. Die komt er niet aan waarop de Franse Kolonel Le Ministre uiteindelijk beslist de Belgen te laten vertrekken. De zware mitrailleurs en bagage worden op enkele vrachtwagens geladen die achtergelaten zijn door Belgische vluchtelingen.

II/55Li in Frankrijk
Het bataljon krijgt een dag rust in Conche en maakt zich klaar om de volgende dag zijn tocht naar het zuiden voort te zetten.

I/55Li
Het I/55Li bereikt Bulskamp en vervoegt het “VOC in België”, een geïmproviseerde formatie samengesteld uit alle troepen van de VOC’s die de evacuatie naar Zuid-Frankrijk niet hebben gehaald en die naar België werden teruggestuurd. Het “VOC in België” wordt bevolen door de Staf van het 1VOC dat eveneens op 18 mei in Duinkerke kwam vast te zitten en dat moest rechtsomkeer maken naar Bulskamp. Kolonel Bruyère, commandant van het 1VOC wordt de bevelhebber van het “VOC in België”. I/55Li staat nu terug onder zijn bevel.

II/55Li in Frankrijk
Het bataljon verlaat Conche per trein richting Montpellier.

II/55Li in Frankrijk
Het IIde Bataljon Versterking komt toe in Montpellier waar de nacht van 28 op 29 mei gekantonneerd wordt. Hier vernemen ze de capitulatie van het Belgische leger in Vlaanderen. De Belgische regering in ballingschap in Frankrijk beslist dat de Belgische eenheden, die zich niet in de zone van ons veldleger in Vlaanderen bevonden op 28 mei, buiten het capitulatieakkoord blijven. Ze zullen onder bevel van de Minister van Landsverdediging, Luitenant-generaal Denis, de strijd voortzetten aan de zijde van de geallieerden.

II/55Li in Frankrijk
Het II/55Li marcheert de 33 km te voet tot Aniane in het Franse departement van de Hérault waar ze hergroeperen en kantonnementen voor een langere periode opzoeken.

4 juni 1940

II/55Li in Frankrijk
De Generale Staf van de Versterkings- en Opleidingscentra (oftewel Etat-major des Troupes de Renforts et d’Instruction – EM/TRI), onder bevel van Luitenant-generaal Wibier, is deels ingegaan op een Frans verzoek om 20.000 militairen te leveren voor het uitvoeren van veldwerken ten voordele van de Franse divisies opgesteld in tweede echelon langs de Seine, in Parijs en langs de Marne. In eerste instantie worden de Bataljons Versterking aangeduid voor deze opdracht teneinde de opleiding van de jonge rekruten niet te onderbreken. Orders worden verspreid om 10 werkbataljons samen te stellen. Aan het 1VOC en het 2VOC wordt initieel gevraagd om een Versterkingsbataljon aan te duiden dat een werkbataljon zal samenstellen bestaande uit een bataljonsstaf en vier compagnies van 250 militairen, alles te samen 1.100 manschappen. Het II/52Li van het 1VOC zal uiteindelijk de opdracht krijgen om dit werkbataljon samen te stellen.

8 juni 1940

Bièvres waar de compagnie van Lt Brouwers samen met II/52Li ontscheepte.

II/55Li in Frankrijk
Het II/55Li wordt aangeduid om één compagnie van 250 man in versterking te sturen van het II/52Li. II/52Li, onder bevel van Cdt Langie, levert de bataljonsstaf en twee compagnies van 250 man. II/52Li wordt versterkt met één compagnie van II/55Li onder bevel van Luitenant Brouwers en één compagnie van II/56Li onder bevel van Onderluitenant Goossens. Initieel was het de bedoeling het werkbataljon naar Châlons-sur-Marne te sturen maar uiteindelijk vertrekt het 1.100 man sterke bataljon op 09 juni naar Bièvres (Seine-et-Oise) ten zuiden van Parijs.

Château des Mathurins waar gekantonneerd wordt van 11 tot 13 juni.

II/55Li in Frankrijk
Op 11 juni stijgt de compagnie van Lt Brouwers te samen met de rest van II/52Li uit in het station van Bièvres en bivakkeert in het park van het kasteel van Mathurins. II/52Li wordt ter beschikking gesteld van het Xde Franse Legerkorps. Cdt Langie probeert te weten te komen welke opdracht hij moet uitvoeren maar het bataljon wordt de eerste twee dagen niet ingezet. Intussen komen ook I/61Li, I/64Li en II/7ChA toe in Bièvres. Op 13 juni naderen de Duitsers de Parijse noordrand waarop Cdt Langie in overleg met de commandanten van andere werkbataljons besluit om naar het zuiden terug te keren. Het werkbataljon trekt terug via Etampes en Angerville naar Orléans. De bataljonscolonne wordt opgeslokt door een stroom vluchtelingen die zich naar het zuiden verplaatst. Wanneer het bataljon de volgende ochtend min of meer compleet Arpajon bereikt houden ze er halt om zich te herbevoorraden. Ze krijgen eten van het gemeentebestuur maar de rantsoenen zijn ontoereikend om de ganse groep militairen te voeden. Enkele koeien worden neergeschoten en geslacht om de manschappen te bevoorraden. De 14de juni wordt de terugtocht voortgezet vanaf 13u30. Cdt Langie beslist het bataljon op te delen in kleine groepjes die langs twee marsroutes (de N20 en een parallelle weg) verder naar het zuiden zullen trekken. Cdt Langie probeert in verbinding te blijven met de detachementen door met fiets tussen beiden marsroutes te pendelen. De 15de juni ’s avonds krijgen ze te horen dat de Duitsers snel oprukken richting Orléans waarop beslist wordt de manschappen met alle mogelijke voertuigen te vervoeren richting Loire. De stad Olivet, op een tiental km ten zuiden van Orlèans, wordt als rendez-vous punt aangeduid. Slecht een derde van de manschappen slaagt erin de Loire over te steken de rest, waaronder Cdt Langie, wordt door de Duitsers gevangen genomen wanneer die op 16 juni de oevers van de Loire bereiken.

17 juni 1940

II/55Li in Frankrijk
Het uitsturen van de werkbataljons was slecht voorbereid en de uitvoering van de opdracht liep volledig in het honderd. Het Franse leger was niet in staat de Duitse stormloop te stuiten. De terugkeer van het II/52Li naar zijn respectievelijke hergroeperingszone verliep niet van een leien dakje. Een groot gedeelte van de manschappen werd gevangen genomen en de rest keerde in kleine groepjes terug. Van de 500 uitgestuurde militairen van het II/52Li komen er slechts een 300 tal terug, van de compagnie van Lt Brouwers komt niemand terug. Tot overmaat van ramp kondigt Maréchal Pétin op 17 juni om 13u30, in een radiotoespraak gericht aan de Franse bevolking, de nakende capitulatie van Frankrijk aan. Vanaf dan beginnen de Fransen te onderhandelen met de Duitsers. Een wapenstilstand is niet meer ver af. De Fransen zijn niet meer geneigd om de Belgische inspanningen om de strijd verder te zetten nog te steunen.

22 juni 1940

II/55Li in Frankrijk
Frankrijk ondertekent de onvoorwaardelijke wapenstilstand met Duitsland in Compiègne en komt met de Duitsers overeen om de nog aanwezige Belgen in het niet bezette deel van Frankrijk te ontwapenen en aan de Duitsers uit te leveren. Nog anderhalve maand blijven de gedemotiveerde Belgische eenheden doelloos rondhangen in Frankrijk.

Slachtoffers

EenheidNaamVoornaamFotoGraadStandKlas° op° te+ op+ teNota
5/IIKAMENMarcelLtRes07.07.1911Antwerpen22.05.1940Malaunay (F)
OnbekendULINLouis, EdmondSdtMil4005.01.1921Meerbeke22.01.1941Isenbüttel (D)Omgekomen in treinramp

Bibliografie en Bronnen

  1. Achtergrondinformatie bij de Sint-Joriskazerne te Antwerpen [On Line beschikbaar]: https://belgiummilitary.wordpress.com/vastgoed-geklasseerd-per-gemeente/antwerpen/antwerpen-drubbel/ [Laatst geraadpleegd 12 oktober 2021].
  2. De nummering van de Versterkings- en Opleidingsregimenten komt overeen met het nummer van het actieve regiment waarvoor de rekruten en aanvullingen bestemd zijn, plus 50. Zo is bijvoorbeeld meteen duidelijk dat het 55Li het Versterkings- en Opleidingsregiment is van 5Li.
  3. Achtergrond informatie bij de slag om Den Haag [On Line beschikbaar]: https://nl.wikipedia.org/wiki/Slag_om_Den_Haag [Laatst geraadpleegd 05 juni 2020].
  4. Ten noorden van de Belgisch-Nederlandse grens was er geen aansluiting met het Nederlands verdedigingsdispositief. De Nederlanders hadden zich opgesteld ten noorden van de Rijn waardoor er een gapende opening ontstond tussen de Belgische en Nederlandse verdedigingslinies. Dit werd reeds in november opgemerkt door de Franse Generaal Gamelin die een plan liet uitwerken om het 7(FRA)Leger in te zetten tussen de stellingen van de Belgen en de Nederlanders. In zijn order N° 5 van 20 maart 1940 bevestigt Generaal Giraud, commandant van het 7(FRA)Leger, dat zijn eenheid in staat moet zijn om “tout en conservant ses anciennes missions, qui passent à l’arrière plan, a reçu une mission nouvelle d’une importance capitale qui consiste à assurer la liaison entre les armées belge et hollandaise dans la région Nord-Est d’Anvers“. Generaal Giraud beschikt hiervoor over twee legerkorpsen en een “Division Légère Mécanique“, alles tesamen het equivalent van 8 divisies. “L’Armée Giraud en Hollande (1939-1940)”, door Lerecouvreux, Nouveaux Editions Latines, Paris, 1956. [Partieel On Line beschikbaar][Laatst geraadpleegd 22 juli 2019]. Zowel de manschappen als de voertuigen van de Franse eenheden werden per spoor gebracht tot Oost-Vlaanderen. Van hieruit zetten ze hun opmars naar Breda langs de weg verder. De lege treinen van de Société Nationale des Chemins de fer Français (SNCF) bleven achter in de stations van Oost-Vlaanderen en moesten hoe dan ook terugkeren naar Frankrijk. Van die treinen maakten de eenheden van de Versterkings- en Opleidingstroepen gebruik om zich naar Zuid-Frankrijk te verplaatsen.
  5. Kolonel SBH Blancgarin, voormalig Stafchef van de 1ste Militaire Circonsriptie maar toegevoegd aan de staf van Luitenant-generaal Janssens, commandant van de Rekruteringsreserve, reist af naar Duinkerke om alle jongeren van de rekruteringsreserve die vastzitten in het noorden van Frankrijk terug naar België te sturen. Hij komt aan in Duinkerke op het moment dat in de stad de “état de défense” wordt afgekondigd. Kol SBH Blancgarin wordt ter plaatse aangesteld tot “Commandant de Place Belge et du Centre de Regroupement” en neemt zijn intrek in de Jean Bart kazerne met een beperkte staf van vier luitenanten.
  6. Op 22 mei komt Lt (Res) Marcel Kamen, zoon van een Antwerpse diamantair, om het leven bij een verkeersongeluk. Hij verplaatste zich per fiets en hield zich vast aan een vrachtwagen om sneller vooruit te gaan. Wanneer de vrachtwagen bruusk stopt voor het gemeentehuis van Malaunay wijkt Lt Kamen uit naar het tegenliggende baanvak waar hij frontaal in botsing komt met een bestelwagen. Achtergrondinformatie bij dit ongeval [On Line beschikbaar]: https://bel-memorial.org/photos_abroad/malaunay/KAMEN_Marcel_70547.htm   en https://www.wardeadregister.be/nl/dead-person?idPersonne=63758 [Laatst geraadpleegd 05 juni 2020].
  7. Jamart, J. 1994, L’armée belge de France en 1940, Bastenaken: Schmitz