14de Infanteriedivisie

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 14de Infanteriedivisie | 14ID
14ème Division d’Infanterie | 14DI
Ontdubbeld van n.v.t.  
Onderdeel van Cavaleriekorps  
Bevelhebber Luitenant-generaal Armand Massart
Stafchef Majoor SBH Albert Patris
Commandant Artillerie Majoor Fernand Fremault
Intendant 1ste Kapitein Louis Janssens
Commandant Transportkorps Kapitein-commandant Jules Carette
Standplaats Dekkingsstelling Albertkanaal
Sector Beringen-Stokrooie
Commandopost te Herk-de-Stad
Samenstelling Hoofdkwartier  
  35ste Linieregiment
  36ste Linieregiment
  38ste Linieregiment
  22ste Regiment Artillerie
  13de Bataljon Genie
  14de Compagnie Transmissietroepen
  (Wielrijdersgroep 14ID) -> Afgedeeld bij de Groepering Ninitte
  Lichte Ambulance 14ID (Geneesheer Luitenant G. Schmit)
  Compagnie Intendance 14ID (Luitenant R. Devos)
  Transportkorps 14ID Staf (Lt E. Dardenne)
    Autopeloton voor Artilleriemunitie (Lt J. Pluym)
    Autopeloton voor Ravitaillering (Lt C. Dessain)
    Autopeloton voor Materieel (Lt A. Schobbens)
    Atelier voor Herstelling van het Wagenpark (Lt G. Lebedoff)
  Provoost 14ID (Luitenant Julien Wagner)
Tijdelijke Eenheden Iste Groep, 1ste Regiment Artillerie
  Compagnie Getrokken C47 1ste Infanteriedivisie

Tijdens de mobilisatie

Staf/14Div
De 14de Infanteriedivisie (14Div) wordt bij de afkondiging van de eerste stap van Fase D van het mobilisatieplan, op 11 september 1939, samen met zijn regimenten en eenheden gemobiliseerd als divisie van Tweede Reserve. De Tweede Reserve was in hoofdzaak samengesteld uit miliciens van de oudere klassen 28, 29, 30 en 31. De divisies van tweede reserve beschikken, in tegenstelling tot de actieve divisies en divisies van eerste reserve, niet over een organieke Cie C47mm op T13 noch over de compagnie getrokken C47mm. Daarenboven ontbreekt in de infanterieregimenten van de Tweede Reserve het vierde bataljon met de zware mitrailleurs en de anti-tankkanonnen C47mm. Hierdoor kan gerust gesteld worden dat de anti-tank capaciteit van de 14Div zeer beperkt is. Om het tekort aan anti-tankmiddelen op te vangen krijgt de 14Div de Cie Getrokken C47mm van de 1Div in versterking. Als divisie van Tweede Reserve kan de 14Div echter wel rekenen op een organieke wielrijdersgroep als verkenningseenheid. De divisie wordt ook gesteun door het 13de Bataljon Genie (13Gn), het organiek geniebataljon van de 14Div en door de 14de Compagnie Transmissietroepen (14Cie TTr).

Drie dagen na zijn mobilisatie wordt de 14Div samen met zijn eenheden overgebracht naar het Kamp van Beverlo voor een tiendaagse training. Na de trainingsperiode wordt de divisie overgeplaatst naar de Versterkte Positie Antwerpen (VPA) waar de divisie tot januari opgesteld wordt op de noordrand van de VPA. In januari wordt het 22ste Regiment Artillerie (22A) opgericht en aangeduid als organiek artillerieregiment van de 14Div. Op 26 januari wordt de divisie in Antwerpen afgelost door de 17de Infanteriedivisie (17Div).

Tussen 26 januari en 1 maart wordt de divisie in reserve gehouden aan de Belgische kust (TBC). Op 1 maart krijgt de 14Div het bevel om zich naar het Albertkanaal te begeven en er de Sector Beringen – Stokrooie van de 13Div over te nemen. De 14Div komt nu onder het bevel van het Cavaleriekorps (CK) te staan. De divisie heeft dan een effectief van ongeveer 10,000 militairen die een zone van 13,3 km moeten bewaken, met daarin de bruggen van Tervant, Beringen, Genenbos, Viversel en Stokrooie.

Aan de vooravond van de oorlog staat de 14Div nog steeds onder bevel van het CK en bezet nog steeds het Albertkanaal tussen Beringen (inclusief) en Stokrooie. Rechts van de 14Div bevindt zich de 1ste Infanteriedivisie (1Div) eveneens behorende tot het CK. De 1Div bezet de sector Hasselt tussen Stokrooie en Dorpsheide. Links van de 14Div staat de 6de Infanteriedivisie (6Div) van het IIde Legerkorps (II/LK) opgesteld. De drie infanterieregimenten van de 14Div staan in lijn opgesteld achter het kanaal. Het 35ste Linieregiment (35Li) bezet de linkerondersector en sluit aan op de stellingen van de 6Div, het 38ste Linieregiment (38Li) bezet de middenondersector terwijl het 36ste Linieregiment (36Li) op de rechterflank staat opgesteld en de junctie maakt met de 1Div. Het HK van de divisie is geïnstalleerd in Herk-de-Stad. Aangezien 22A slechts beschikt over twee groepen wordt het 22A van bij zijn aankomst in de zone van het CK tijdelijk versterkt met de Iste Groep van het 1ste Regiment Artillerie (1A).

De Wielrijdersgroep van de 14Div (GpCy 14Div) staat niet meer onder bevel van de divisie maar is sinds 2 maart afgedeeld bij de Groepering Ninitte. Deze ad hoc samengestelde formatie bestaat hoofdzakelijk uit eenheden van de 2de Cavaleriedivisie (2CD) aangevuld met andere eenheden van het CK. De Groepering Ninitte is verantwoordelijk voor het beveiligen van het gebied tussen de Belgisch-Nederlandse grens en het Albertkanaal. De GpCy 14Div bezet enkele alarmposten ter hoogte van Kinrooi en Maasmechelen. Door het vertrek van de GpCy 14Div kan de divisie niet meer rekenen op zijn organieke verkenningseenheid en dient zij beroep te doen op de pelotons verkenner van de infanterieregimenten om verkennings- en beveiligingsopdrachten uit te voeren ten noorden van het Albertkanaal.

Provoostdienst/14Div
Voor de handhaving van de orde en tucht binnen de eenheden van het Belgisch leger wordt aan elke divisie een Provoostdienst toegevoegd die de taken uitvoert van algemene militaire politie. De Provoostdienst wordt samengesteld uit Rijkswachters die naast verkeersregeling de bevoegdheid hebben misdrijven te onderzoeken en militairen die de militaire strafwet overtreden aan te houden en op te sluiten. Ze worden aangestuurd door militaire auditeurs en treden op bij onder meer desertie, muiterij, insubordinatie, vechtpartijen en diefstallen. De provoostdienst zal pas gemobiliseerd worden bij de start van de vijandelijkheden na afkondiging van Fase E van het mobilisatieplan (oftewel de algemene mobilisatie) en zal vanaf dan geleid worden door Luitenant Julien Wagner, commandant van het District Hoboken van de Territoriale Rijkswacht.

Staf/14Div
Iets na middernacht ontvangt de Staf/14Div het algemeen alarm dat prompt wordt doorgegeven aan de regimenten in lijn. De manschappen worden onmiddellijk uit hun bed gelicht en om 05u00 is de volledige stelling langs het kanaal bemand. De divisie verwittigd het 35Li en het 38Li dat een gedeelte van de 11de Infanteriedivisie (11Div) zal binnenlopen in hun ondersectoren via de bruggen van Tervant en Beringen. De 11Div bevindt zich in het Kamp van Beverlo en moet zich door en onmiddellijke verhuis in veiligheid stellen achter het Albertkanaal. Hierna verplaatst het hoofdkwartier van de 14Div zich naar zijn gevechtspositie te Zwarte Ring, een gehucht op het kruispunt van de steenwegen Beringen-Diest (Grote Baan) en Lummen-Tessenderlo (Blanklaartstraat-Meldertsebaan).

Bij dageraad worden de eerste overvliegende vijandelijke vliegtuigen gemeld waardoor het duidelijk wordt dat de oorlog is uitgebroken. Dit wordt om 06u00 bevestigd door de afkondiging van de algemene mobilisatie (oftewel Fase E van het mobilisatieplan) waarna opdracht gegeven wordt aan de eenheden in lijn om de schootsvelden aan de overkant van het Albertkanaal te ruimen.

Rond 11u00 passeren de laatste colonnes van de 11Div over de kanaalbruggen van Tervant en Beringen. Enkele logisitieke detachementen van de Groepering Ninitte alsook eenheden die de Alarmstelling bemanden trekken zich terug via deze bruggen. De Groepering Ninitte is rond de middag over de ganse lengte van de Vooruitgeschoven Stelling in contact met de vijand en moet deze minimaal 24 uur vertragen.

GnK/14Div
De medische hulpplaats van de 14Div staat opgesteld te Rummen.

Staf/14Div
De laatste troepen van de Vooruitgeschoven stelling trekken zich terug over het Albertkanaal en maken daarbij nog steeds gebruik van de brug van Beringen. De brug wordt vervolgens rond 04u00 door de genie vernietigd. Even voordien is ook de brug van Stokrooie opgeblazen. Een uur later wordt gemeld dat ook de brug te Viversel opgeblazen werd, maar dat dit kunstwerk slechts gedeeltelijk in het water ligt. Dit is trouwens ook het geval met de brug van Beringen, waarvoor een tweede vernielingspoging bevolen wordt door het Voorwaarts Inlichtingencentrum te Hasselt. Deze poging zal tegen het middaguur gerealiseerd worden door het 13Gn.

Op het Groot Hoofdkwartier (GHK) is het intussen duidelijk geworden dat de vijand, na de intacte verovering van de bruggen van Veldwezelt en Vroenhoven in de sector van de 7de Infanteriedivisie op 10 mei, het Belgische front aan het Albertkanaal heeft weten te breken. Vijandelijke tankformaties rukken op richting Tongeren en dreigen Luik te omsingelen. De algehele terugtocht van het oostelijke deel van het Albertkanaal wordt bevolen en het veldleger zal post vatten achter de K.W. Stelling tussen Antwerpen en Leuven.

Ook de rechterflank van het CK is bedreigd waarop de commandant van het CK eenheden van de inmiddels binnengelopen Groepering Ninitte en van de 1Div een dwarsstelling laat innemen van Diepenbeek tot Borgloon (ook gekend als bretel van Kortessem). Deze eenheden moeten de stelling gedurende 24 uur verdedigen teneinde de rest van de 1Div toe te laten het Albertkanaal in goede orde te verlaten en zich achter de K.W. Stelling terug te trekken. De rest van het CK zal de Demer/Gete stelling bemannen. Deze dwarsstelling loopt nog voor een stuk langs het Albertkanaal van Beringen tot Lummen, vervolgens langs de Mangelbeek van Genebos over Lummen, Diest en Geetbets tot Tienen [1]. Alle beschikbare cavalerie-eenheden zullen zo snel mogelijk naar die linie gebracht worden om er de Duitse opmars af te remmen tijdens de terugtocht van het veldleger naar de K.W. Stelling. De 14Div die nog steeds achter het Albertkanaal staat moet het 35Li in stelling aan de kanaaloever houden terwijl 38Li en 36Li moeten pivoteren om zich achter de Mangelbeek op te stellen op de dwarsstelling van Lummen. Deze verplaatsing moet in de nacht van 11 op 12 mei uitgevoerd worden. De dwarsstelling van Lummen moet een verlenging realiseren van de Demer/Gete-stelling tot aan het Albertkanaal door een stellingname tussen Genebos in het noorden en Linkhout in het zuiden. Het front van deze dwarsstelling wordt gevormd door de Mangelbeek. Om een vijandelijke opmars te bemoeilijken, is tussen de Herk en de Demer het Schulensbroek en het Poterijbroek onder water gezet. Ten westen van Schalkbroek is ook het waterpeil op de Goerebeek verhoogd om de bedding van deze waterloop tussen de Mangelbeek en de Zwartebeek ontoegankelijk te maken.

De meldingen van de aankomende vijand worden na de middag steeds talrijker. Even voor 14u00 verneemt de divisiestaf dat de Duitsers te Helchteren en Zonhoven zouden zijn. Omstreeks 16u00 meldt het 38Li een vijandelijke patrouille nabij de kerk van Eversel. Tegen de avond worden de eerste vijandelijke contacten gemeld bij het 35Li wanneer aan de noordelijke kanaaloever kleine groepjes Duitse verkenners voor hun stellingen opduiken. Het ten noorden van 35Li gelegen 1ste Regiment Grenadiers (1Gr) meldt even na 22u00 dat de vijand met rubberbootjes tracht over te steken naar bunker A31. De oversteek blijft beperkt, maar er wordt toch de ganse nacht over een weer geschoten. Het 38Li en 36Li kunnen tijdens de nacht van 11 op 12 mei op een geordende manier terugplooien op de Demer/Gete-stelling.

Staf/14Div
Op 12 mei krijgt het Cavaleriekorps het bevel over de Demer/Gete-stelling. Van noord naar zuid staan nu opgesteld: de 14Div, de 2CD en de 1CD. Ten westen van de sector van de 14Div gaat het echter goed fout. Door een misverstand in de communicatie verlaat het een belangrijk deel van het IIde Legerkorps (II/LK) zijn stellingen aan het Albertkanaal. De 6Div laat enkel drie pelotons mitrailleurs (één peloton per regiment) en zijn wielrijderseskadron (EskCy 6Div) achter om het kanaal te beveiligen. Wanneer de commandant van het Cavaleriekorps hiervan op de hoogte wordt gesteld stuurt hij de Groepering Ninitte naar de sector Kwaadmechelen om de toestand recht te trekken. De Groepering Ninitte kan voor deze opdracht beschikken over het 2de Regiment Gidsen (2G), het 1ste Regiment Karabiniers-Wielrijders en het 1ste Regiment Karabiniers (1C) van de 6Div. Het 1C bevindt zich echter al te Westerlo samen met de rest van de 6Div. Het 1C wordt door het IIde Legerkorps (II/LK) teruggestuurd naar het Albertkanaal om onder bevel van de Groepering Ninitte de volledige voormalige sector van de 6Div (van Eindhout tot Hulst) te bezetten. Het 2G dat zich bij het aanbreken van de dag nog te Bekkevoort bevindt moet zich zo snel als mogelijk naar het Albertkanaal begeven om er het EskCy 6Div onder bevel te nemen in afwachting van de aankomst van 1C. Tijdens de nacht van 12 op 13 mei verplaatsen de bataljons van 1C zich opnieuw naar het kanaal. Intussen richt 2G een steunpunt in ter hoogte van de brug van Kwaadmechelen.

Het 38Li meldt om 09u05 dat Duitse infanteristen het Albertkanaal proberen over te steken via de ingezakte brug van Viversel. Aan de kanaaloever wordt over-en-weer geschoten. Ook de Belgische artillerie is in actie gekomen en beschiet regelmatig doelen op de noordelijke oever. Tegen het middaguur melden zowel het 38Li en het 36Li dat hun eenheden geïnstalleerd zijn op de dwarsstelling van Lummen. Kort nadien maakt het 36Li contact met de Duitse troepen die op de zuidelijke oever van het Albertkanaal in westelijke richting oprukken. Bij dit regiment ontwikkelt zich relatief snel een doorbraak rond Lummen, op de grens van het Iste en IIde Bataljon. Ook bij het 38Li stoten de Duitse troepen door de Belgische linies na een oversteek bij de brug van Viversel. Om 17u30 meldt Luitenant-generaal Massart een eerste keer aan de staf van het Cavaleriekorps dat de situatie in zijn divisiesector kritiek wordt en vraagt om nieuwe instructies. Die komen er niet, zodat dit bericht met steeds meer aandrang herhaald wordt om 18u40 en 19u20. Om 19u50 antwoord de staf van het Cavaleriekorps dat de 14Div ter plekke moet blijven en er geen vijandelijke troepen in de sector aanwezig zijn.

Om 21u35 stuurt Massart een bericht aan het Cavaleriekorps waarin hij bevestigt dat zijn divisie overrompeld dreigt te worden en elke verdere weerstand nutteloos is. De generaal laat weten dat hij zijn sector laat ontruimen en zijn commandopost zal overplaatsen naar Aarschot. Hierop besluit het Groot Hoofdkwartier om onderstafchef Generaal-majoor Jules Derousseaux uit te sturen naar de commandopost van de divisie. Ook wordt Kapitein SBH Guilmot, verbindindsofficier tussen het GHK en het II/LK, teruggestuurd naar het hoofdkwartier van dit korps te Aarschot.

Kort hierop vertrekt Luitenant-generaal de Neve de Roden, bevelhebber van het Cavaleriekorps, op onderzoek naar de sector van de 14Div en stelt er de algehele chaos vast. Hij keert terug via de commandopost van de Groepering Ninitte te Okselaar. Zowel de Neve de Roden als ook Ninitte weten op dat ogenblik niet dat Massart en zijn staf onderweg zijn naar Aarschot. De Groepering Ninitte krijgt de opdracht om het 1Cy in plaats te stellen tussen de stad Diest in het zuiden en de Winterbeek in het noorden om een Duitse doorbraak te helpen blokkeren. De ontplooiing van het 1Cy zal in de tweede helft van de nacht van 12 op 13 mei plaats vinden.

Provoostdienst/14Div
De bevelhebber van de provoostdienst, Luitenant Wagner, komt aan bij de divisie. De Rijkswachtofficier van het District Hoboken had twee dagen nodig om zijn nieuwe standplaats te vervoegen.

Staf/14Div
Na de gevechten aan het Albertkanaal hebben de restanten van het 35Li zich teruggetrokken naar Langdorp en bevindt het gros van het 36Li zich te Rillaar. Het hoofdkwartier van de 14Div is te Betekom. Het 38Li en het II/36Li zullen in de voormiddag van 13 mei een poging wagen om aan de vijandelijke opmars te ontkomen maar het III/38Li en het bataljon van het 36Li zullen in handen van de vijand vallen.

Om 13u00 verspreidt de divisiestaf een nieuwe lijst van kantonnementen onder de eenheden waarbij opgedragen wordt om zo snel mogelijk door te trekken naar het gebied ten noordwesten van Aarschot:

  • Het 22A en 38Li moeten zich naar Betekom begeven.
  • Het 35Li krijgt Begijnendijk als bestemming.
  • Het 36Li moet naar Baal.
  • Het 13Gn en de 14 Cie TTr moeten naar de gehuchten Kwadenplas en Pijpelheide op de Liersesteenweg.
  • De Intendance en het Autopeloton voor Ravitaillering moeten doortrekken naar Zellik.
  • De rest van het transportkorps wordt naar Zemst, Eppegem, Weerde en Elewijt gestuurd, met uitzondering van het ARCA dat naar Vilvoorde gezonden wordt.
  • De Lichte Ambulance krijgt Brussel als bestemming.
  • De 6Cie van het 2de Regiment Hulptroepen wordt ook nog aangestuurd door de 14Div en moet zich naar Schriek begeven. Deze eenheid is afgezonderd geraakt van de divisiestaf en zal rond 16u20 te Holsbeek gespot worden.

In de loop van de namiddag ontvangt de 14Div nieuwe instructies voor een verdere aftocht doorheen de K.W. Stelling tot op de westelijke oever van het Kanaal van Willebroek. Hierbij moeten het 35Li, 36Li en de I/22A een noordelijke marsroute volgen via Schriek, Peulis, Mechelen, Battel en Tisselt naar Breendonk, en het 38Li, 13Gn, 14TTr en overige divisietroepen een zuidelijke marsoute via Keerbergen, Bonheiden, Muizen, Hombeek en Kapelle-op-den-Bos naar Ramsdonk. Heel wat losse detachementen zullen echter op eigen houtje van de Demer/Gete-stelling wegvluchten. De II/22A wordt tijdelijk aangehecht aan de 2de Cavaleriedivisie.

Intendance/14Div, Transportkorps/14Div
De Compagnie Intendance en de eenheden van het transportkorps worden ingekwartierd op de paardenrenbaan van Zellik.

Staf/14Div
De eenheden van de 14Div krijgen de volgende kantonnementen toegewezen op de westelijke oever van het Kanaal van Willebroek:

  • Sint-Jozef: hoofdkwartier 14Div
  • Breendonk, noordrand: 36Li
  • Breendonk, zuidrand: 35Li en 13Gn
  • Malderen: 22A, Lichte Ambulance, Transportkorps
  • Ramsdonk: 14TTr

Aanvankelijk wordt bevestigd dat de 14Div overgegaan is naar de algemene legerreserve en rechtstreeks aangestuurd wordt door het Groot Hoofdkwartier. Het oppercommando bepaalt vervolgens dat het IIIde Legerkorps de verdediging van het Kanaal van Willebroek dient te organiseren met de divisies die in de diepte opgesteld zijn achter de K.W. Stelling. In eerste instantie worden de 1Div, 4Div en 14Div toegewezen aan deze opdracht. Het Groot Hoofdkwartier is zich echter onvoldoende bewust van de situatie bij de 4Div en 14Div en realiseert zich dan nog niet dat deze beide formaties niet strijdvaardig meer zijn.

Het Iste Bataljon van het 35Li wordt ter beschikking gesteld van het Groot Hoofdkwartier dat het nabije Fort van Breendonk bezet.

In de namiddag van 14 mei worden de drie divisiecommandanten ontboden op de commandopost van het III/LK te Vilvoorde. De bevelhebbers van de 4Div en de 14Div zullen echter niet komen opdagen aangezien de staf van het III/LK op dag ogenblik niet precies weet waar deze beide staven zich bevinden.

Transportkorps/14Div
De staf van de 14Div stuurt om 18u30 een opdracht naar het ARCA om de noordelijke oever van de Schelde te vervoegen en zich te Grembergen te gaan installeren. De verplaatsing moet na valavond starten.

Staf/14Div
De 14de Infanteriedivisie is gehergroepeerd te Londerzeel, Breendonk, Ramsdonk en Malderen. De divisie is niet langer strijdvaardig. Het GHK wil de 14Div zo snel mogelijk weg uit het achtergebied van de K.W. Stelling. Kort na het middaguur laat het GHK weten dat de 4Div en de 14Div weggehaald worden het commando van het IIIde Legerkorps. Dit bericht bereikt het hoofdkwartier van de 14Div via verbindingsofficier Kapitein-commandant SBH Dungelhoeff. Om 13u50 geeft de divisiestaf de opdracht aan zijn eenheden om tegen 16u00 marsklaar te zijn. Alle bagagevrachtwagens moeten onmiddellijk geladen worden en zullen te Malderen verzamelen. De divisie zal zich naar Dendermonde verplaatsen. Daarbij dient het hoofdkwartier van de 14Div zich te Oudegem op te stellen.

Intendance/14Div, Transportkorps/14Div
Om 09u00 vernemen de Cie Intendance en het PARa dat het station van Lebbeke is aangeduid als nieuwe bevoorradingsplaats voor de 14Div. De beide eenheden moeten zich vanaf het middaguur verplaatsen naar de nieuwe locatie.

Staf/14Div
De 14Div stelt zijn hoofdkwartier op in een fabrieksgebouw in de gemeente Oudegem ten westen van Dendermonde. De staf is hier operationeel vanaf 04u00. De eenheden hebben de volgende locaties gekregen als nieuwe kantonnementsplaatsen:

  • Appels: 35Li
  • Oudegem: 36Li, Lichte Ambulance
  • Mespelare: 38Li
  • Schoonaarde: 22A, 14 Cie TTr, Transportkorps, Intendance
  • Wetteren (linkeroever van de Schelde): ARCA

Het Iste Bataljon van het 35Li wordt omstreeks 19u00 ontlast van zijn bewakingsopdracht bij het Groot Hoofdkwartier en zal op 17 mei het 35Li vervoegen te Appels.

Geneeskundig Korps/14Div
De Lichte Ambulance is ingekwartierd aan de Hofstraat te Oudegem. De troep verblijft in de school van de Zusters van Onze-Lieve-Vrouw-Presentatie. De mess officieren is geïnstalleerd in Café Debruyn aan de Hofstraat 28. Telefonische permanentie wordt verzekerd in de woning van de familie De Baetselier aan de Hofstraat 41.

Staf/14Div
Om 11u00 beveelt het GHK dat de divisie in de namiddag van 17 mei naar het zuidoosten van Gent moet verder trekken om halt te houden in Melle en omliggende gemeentes. De precieze bestemmingen zullen nog bevestigd worden. Enkele uren later, om 14u15, bevestigt het oppercommando dat de 14Div per spoor zal overgebracht worden naar Diksmuide om in de Westhoek ten gronde gereorganiseerd te worden en ook bewakingsopdrachten uit te voeren. De Directie van het Vervoer bij het Leger zal de modaliteiten voor de verplaatsingen per trein bevestigen. Aanvankelijk wordt het volgende transportplan gecommuniceerd:

  • 35Li: opstapplaats Dendermonde, uitstapplaats Diksmuide
  • 36Li: opstapplaats Oudegem, uitstapplaats Veurne
  • 38Li: opstapplaats Schoonaarde, uitstapplaats Zarren
  • 22A: opstapplaatsen te Schellebelle en Lede, uitstapplaatsen Veurne en Zarren
  • Overige eenheden: opstapplaats Schoonaarde, uitstapplaats Diksmuide

De motorvoertuigen zullen voorop rijden via Schoonaarde, Wetteren, Gent, Deinze, Tielt en Lichtervelde tot Zarren.

Staf/14Div
Om 05u45 laat de divisiestaf aan het 36Li weten dat het regiment nu zal moeten opstappen in het station van Wichelen in plaats van het station van Oudegem. De andere laadplaatsen blijven wel behouden. Het 35Li vertrekt vanuit Dendermonde aan boord van twee treinstellen die afreizen om 03u30 en om 08u00. De trein met het 38Li verlaat het station van Schoonaarde om 08u00. Het 36Li kan niet vanuit Wichelen vertrekken en moet doormarcheren naar Schellebelle en Wetteren. Hier vertrekt telkens een treinstel om 11u30 en om 13u30. De troepen van de divisie-eenheden verlaten het station van Lede om 14u05.

De staf van de 14Div installeert zich in de Staatsmiddenschool te Diksmuide.

Staf/14Div
De eerste treinstellen met de troepen van de 14Div bereiken hun bestemmingen in de vroege ochtend van 19 mei. Het eerste treinstel van het 35Li komt aan om 06u30. Het 38Li stijgt uit om 08u00. Na inspectie door de 3de Afdeling van het Groot Hoofdkwartier wordt bevestigd dat de toestand bij de 14Div als volgt is:

  • 35Li: 45 officieren, 1.900 manschappen, 1.000 geweren, 39 lichte machinegeweren en 10 mitrailleurs
  • 36Li: 50 officieren, 1.700 manschappen, 800 geweren, 22 lichte machinegeweren en 5 mitrailleurs
  • 38Li: 27 officieren, 750 manschappen, 250 geweren, 1 lichte machinegeweer en geen mitrailleurs
  • 22A: voltallig, met uitzondering van een caisson
  • overige eenheden: geen verliezen van betekenis

Intendance/14Div, Transportkorps/14Div
De Directie van de Diensten bij het Leger meldt dat een treinstel met bevoorrading voor de 14Div onderweg is naar het station van Diksmuide. Het PARa mag ondertussen brood ophalen bij de logistieke diensten te Brugge.

Het ARCA wordt opgesteld te De Panne.

Geneeskundig Korps/14Div
De Lichte Ambulance meldt nog te kunnen beschikken over 4 officieren, 9 onderofficieren en 79 manschappen wat ongeveer nog het normale aantal is.

Staf/14Div
De Duitse troepen bereiken Abbeville aan de Atlantische kust en snijden de geallieerde legers in Vlaanderen en Noord-Frankrijk volledig af. Luitenant-kolonel Lesir krijgt de bevestiging dat de 14Div nu deel uitmaakt van het IIIde Legerkorps. Luitenant-generaal Massart wordt uit zijn functie ontheven en niet vervangen door een opperofficier. Vanaf nu zullen alle orders ondertekend worden door Majoor Patris in opdracht van de oudste kolonel van de divisie, Kolonel Hatry van 35Li.

De 14Div krijgt de opdracht om de reorganisatie van hun eenheden verder te zetten, en om hierbij de beschikbare kaderleden te herverdelen over de infanterieregimenten in functie van de noodwendigheden. De manschappen moeten in de kantonnementsplaatsen blijven.

De infanterieregimenten moeten ook dringend herbewapend worden met Mauser M1889 wapens. Die worden in hoofdzaak ontnomen aan de eenheden van de hulptroepen die eveneens in de regio aangekomen zijn. Het 4de Regiment Hulptroepen staat zo 600 wapens af, het IIde Bataljon en het IIIde Bataljon van het 2HuT elk 100 wapens en de 2de Groepering Hulptroepen van het Leger nog eens 600 wapens.

Intendance/14Div, Transportkorps/14Div
Bij de verplaatsing naar West-Vlaanderen heeft een treinstel van het 36Li grote vertraging opgelopen.  Zo komt de trein bij het einde van de rit nog lange tijd vast te zitten tussen Esen en Diksmuide, waar de troepen brood en kaas ontvangen van het PARa.  De militairen zullen uiteindelijk te Oostkerke kunnen uitstijgen.

Staf/14Div
De eenheden van de 14Div blijven op de volgende locaties ingekwartierd:

  • Hoofdkwartier 14Div: Kiekenstraat 6 te Diksmuide
  • 35Li: Beerst
  • 36Li: Pervijze
  • 38Li: Esen
  • 13Gn: Oostkerke
  • 14 Cie TTr: Kaaskerke
  • Lichte Ambulance: Veurne
  • Intendance: Kaaskerke
  • Transportkorps (minus PARa en ARCA): Avekapelle
  • Autopeloton voor Ravitaillering: Diksmuide
  • Atelier voor Herstelling van het Wagenpark: De Panne
  • Provoost: Schoolplaats 2 te Diksmuide

Staf/14Div
Na de Duitse doorstoot tot Abbeville aan de Atlantische kust zijn de geallieerde legers in Noord-Frankrijk en Vlaanderen geheel omsingeld. Het geallieerde oppercommando heeft op 21 mei tijdens de Conferentie van Ieper besloten om de Schelde-linie op te geven. Hierop bepaalt de Belgische legerleiding tijdens de ochtend van 22 mei dat onze strijdkrachten niet zoals afgesproken zullen terugtrekken naar de Ijzer, maar stand zullen houden langsheen de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie. Het Groot Hoofdkwartier laat deze terugtocht in twee fases uitvoeren en bepaalt dat de troepen opgesteld tussen het Bruggenhoofd Gent en Oudenaarde zich tijdens de nacht van 22 op 23 mei moet terugtrekken naar de Leie. In deze eerste fase zullen tevens een aantal troepen teruggetrokken worden uit het Bruggenhoofd Gent, de stad Gent en het Kanaal Gent-Terneuzen. Deze zones zullen dan definitief ontruimd worden tijdens de nacht van 23 op 24 mei. Om de Britten toe te laten meer troepen vrij te maken voor de geplande tegenaanval rond Arras, geeft onze legerleiding zijn akkoord om de 44th Infantry Division aan de Schelde af te lossen en de Belgische linies aan de Leie tot aan de rand van Menen te verlengen. De aflossing aan de Schelde wordt afgelast door de snelle ontwikkeling van de Duitse opmars.

Voor het III/LK betekent deze terugtocht dat de Ijzer en het Kanaal Ieper-IJzer niet naar het oosten, maar naar het westen zullen verdedigd worden om een eventuele Duitse doorstoot naar de Belgische legerzone langsheen de Kanaalkust te blokkeren. Vanaf Nieuwpoort tot en met Kilometerpaal 15 van de IJzer zal de 15de Infanteriedivisie (15Div) onder bevel van de Maritieme Basis post vatten. Vanaf Kilometerpaal 15 tot Kilometerpaal 25, het Kanaal Ieper-Ijzer tot en met Ieper zal het IIIde Legerkorps verantwoordelijk zijn voor de verdediging. LtGen de Krahe krijgt hiervoor de beschikking over:

  • De 14de Infanteriedivisie,
  • Het 2de Licht Regiment,
  • Het Bataljon Motorwielrijders Ardeense Jagers,
  • De formaties van de Hulptroepen (HuTL) en de Wachters der Verkeerswegen en Inrichtingen (GVCE) die in deze zone onder bevel van de 2de Groepering Hulptroepen van het Leger (2HuTL) werkzaam zijn,
  • De gevechtsklare elementen van de in Vlaanderen achtergebleven Versterkings- en Opleidingstroepen onder bevel van Kolonel Bruyère.

De divisie ontvangt nog meer nieuwe wapens. Om 13u30 ontvangt het hoofdkwartier een instructie om op het gemeentehuis van Tielt een reeks wapens op te halen van het XIIde Bataljon Wachters der Verkeerswegen en Inrichtingen. Het gaat om 64 Chauchat FM15/27 lichte machinegeweren met 1.500 bijhorende laders en 53.000 patronen, 16 Viven-Bessières tromblons met 1.024 granaten en 3.800 afvuurpatronen en tenslotte 600 offensieve granaten.

De eerste taak voor de 14Div bestaat in het bezetten van de stad Diksmuide en deze in te richten tot anti-tankcentrum. Hierbij drukt de staf van het IIIde Legerkorps erop dat alle invalswegen moeten gedekt worden met anti-tankgeschut. Omdat er onvoldoende C47 vuurmonden beschikbaar zijn, zal de divisie steun krijgen van C75 kanonnen van de Groepering Versterking van het 32A.

Staf/14Div
Omstreeks 11u30 bezoekt Generaal-majoor Albert Jadot, adjunct-bevelhebber van het IIIde Legerkorps Het hoofdkwartier van de 14Div om een eerste reeks instructies mee te delen over de geplande verdediging van de zone tussen Nieuwpoort en Ieper. De nieuwe opdracht betekent dat de huidige kantonnementen niet langer geschikt zijn. De eenheden van de divisie zullen verplaatst worden naar de volgende locaties:

  • Hoofdkwartier 14Div: Zarren
  • 35Li: Beerst
  • 36Li: Woumen
  • 38Li: Diksmuide
  • 13Gn: Esen
  • 14 Cie TTr, Provoost: Zarren
  • Lichte Ambulance: Zarrenlinde
  • Intendance: Kronevoordestraat te Handzame
  • Transportkorps (minus PARa en ARCA): Bescheewege
  • Autopeloton voor Ravitaillering: Edewalle
  • Atelier voor Herstelling van het Wagenpark: Edewalle

De bevelhebber van het III/LK, Luitenant-generaal De Krahe, bezoekt omstreeks 14u30 zelf het hoofdkwartier van de 14Div de ontplooiing van de 14Div te communiceren:

  • Het 35Li krijgt de taak om de oever van de Ijzer te bewaken tussen de noordrand van Diksmuide en Kilometerpaal 15 van de rivier. Dit is ter hoogte van het gehucht Oud-Stuivenskerke.
  • Het 36Li dient het dorp Pervijze in te richten tot anti-tankcentrum
  • Het 38Li zal de stad Diksmuide verdedigen als anti-tankcentrum en moet ook de Ijzer bewaken tussen de zuidrand van Diksmuide en Kilometerpaal 25, ter hoogte van Fort Knokke.

De Krahe meldt eveneens dat de bruggen over de Ijzer, het Lokanaal en het Kanaal Ieper-Ijzer ondermijnd zullen worden door het 32Gn van het Legergenieregiment.

Omstreeks 15u00 meldt de Franse militaire plaatscommandant te Veurne dat een Duitse pantsercolonne zou gesignaleerd zijn te Hondschote in Noord-Frankrijk die onderweg zou zijn richting noordoosten.

De 14Div krijgt bijkomende artillerieversterking van het Groot Hoofdkwartier. Om 22u40 verneemt de divisiestaf dat de Groepering Doyen van het 31A de divisie zal vervoegen. Deze groepering omvat de 2/II/31, 3/II/31A en 4/II/31A en bevindt zich nog te Bergues in Noord-Frankrijk. De 14Div moet een verbindingsofficier uitsturen naar Roesbrugge om de formatie op te vangen bij hun terugkeer naar ons land.

Staf/14Div
Om 08u00 meldt de divisiestaf aan het IIIde Legerkorps dat het nieuwe hoofdkwartier operationeel is in een woning tegenover de Sint-Dionysiuskerk te Zarren.

De Groepering Doyen die daags voordien werd toegekend aan de 14Div blijkt nu in overtal te zijn bij de divisie en zal verder trekken naar de ondersector van het 2de Licht Regiment. De artilleriemiddelen toegekend aan de 14Div blijven hiermee beperkt tot een batterij van het 31A en twee batterijen van het 32A. Hiervan zullen een batterij en een sectie toegewezen worden aan het 38Li voor de verdediging van Diksmuide, een batterij aan het 36Li voor de verdediging van de bruggen te Fort Knokke, Pollinkhove en Fortem en een batterij (minus een sectie) aan het 35Li voor de verdedigingsopdracht aan de Ijzer.

Het IIIde Legerkorps beveelt aan de 14de Infanteriedivisie om een fuselierscompagnie uit te sturen naar het Lokanaal om er tussen Fortem in het noorden en Pollinkhove in het zuiden de overgangspunten te gaan bewaken. Deze opdracht wordt in eerste instantie toebedeeld aan de 1Cie van het 36Li. De compagnie zal te Pollinkhove en Fortem versterking krijgen van de hierboven vermelde kanonnen van het 32A. Ten noorden van Fortem zal een detachement van de 15de Infanteriedivisie deze opdracht overnemen.

Voor de verdediging van de oever van de Ijzer zal de 14Div versterking krijgen van zes batterijen van het 15A die zonder geschut zitten en als infanteristen ingezet kunnen worden. Hiervan wordt een batterij toegekend aan het 35Li, drie batterijen aan het 38Li en twee batterijen aan het 36Li.

In de avond van 25 mei zal het 36Li een nieuwe opdracht krijgen en toegewezen worden aan de verdediging van Ieper. Hierbij zal het 36Li de opdracht van het 2de Licht Regiment overnemen. Dit laatste regiment komt onder het bevel te staan van het IVde Legerkorps en moet omstreeks 18u00 vertrekken naar het gebied tussen Roeselare en Menen. Tegen 03u30 in de nacht van 25 op 26 mei moeten het 35Li en 36Li de volgende aanpassingen realiseren:

  • Op het Kanaal Ieper-Ijzer zal de zone tussen Fort Knokke en Driegrachten verdedigd worden door de 1Cie van 36Li. Ten noorden van Fort Knokke en langsheen de loop van de Ijzer moet het I/35Li de posities van het I/36Li overnemen.
  • I/35Li moet de verantwoordelijkheid opnemen voor de oostelijke oever van de Ijzer tussen kilometerpaal 18 en 25 met drie van de vier compagnies en maakt front richting Frankrijk.
  • de derde compagnie van het I/35Li zal dichter bij de Franse grens opgesteld worden aan het Kanaal van Veurne naar Lo te Pollinkhove, Lo-Reninge en Fortem. De compagnie moet onder meer gebruik maken van de ruines van het oude Fort Knokke op het grondgebied van Merkem om een steunpunt te installeren. Ook hier zal richting Frankrijk front gemaakt worden.
  • III/35Li moet de linies aan de Ijzer vervolgen van kilometerpaal 18 (bij de spoorbrug van Diksmuide) tot aan de baan van Woumen naar Zarren.
  • II/35Li moet de zone tussen Diksmuide en Klerken bezetten en zal Esen verdedigen.
  • Op het Lokanaal moeten de bruggen te Labbietehoek en Fintele bezet worden door de 1Cie van 36Li. De bruggen te Fortem, Lo en Pollinkhove zullen dan overgenomen worden door de 3Cie van het 35Li.
  • Vervolgens zullen langsheen dezelfde waterloop en van west naar oost de bruggen te Driegrachten, Steentrate en Boezinge en de sluis te “Het Sas” bezet worden door het Iste Bataljon (minus 1Cie) van 36Li. Tussen deze bruggen zullen patrouilles georganiseerd worden.
  • Te Ieper wordt het anti-tankcentrum dat verdedigd werd door het 2LR overgenomen door het IIde Bataljon van 36Li.
  • Het IIIde Bataljon van 36Li bijft op de transversale Boesinge-Pilkem-Langemark.
  • Het 36Li moet drie Officiersverkenningen uitsturen naar Roesbrugge, Poperinge en Loker.
  • De commandopost van het 36Li wordt overgebracht naar een hoeve op het gehucht Veldhoek op de baan van Langemark naar Staden.

 Langsheen de Ijzer en het Kanaal Ieper-Ijzer is een vreemde situatie ontstaan. Het Belgische leger verdedigt de beide waterlopen richting westen om een Duitse doorbraak uit Noord-Frankrijk te kunnen blokkeren, terwijl de Fransen en Britten op de linkeroever post gevat hebben met front naar het oosten, precies om een vijandelijke opmars naar de perimeter van Duinkerke af te dekken.

Tijdens de nacht van 25 op 26 mei zullen ook de SchoolCie/1VOC, de Cie Instr C47/1VOC en de Cie Instr Mor/1VOC (“Groepering Leper”) ter beschikking gesteld van het IIIde Legerkorps (III/LK) die deze formatie zal toewijzen aan de 14Div. De Cie Insrt Mor beschikt niet over mortieren, en heeft slechts personeel dat bewapend is met karabijnen. De Cie Instr C47 beschikt over twee C47 anti-tankkanonnen zonder munitie. Het volledige detachement moet van Esen naar Poelkapelle en Westrozebeke via Klerken, Zwartegat en Koekuit. De opdracht van het de drie compagnies zal erin bestaan om tussen deze beide locaties een naar het zuidoosten gerichte defensieve linie in te richten, onder leiding van de staf van de 14Div. 

Staf/14Div
Het 35Li meldt om 05u30 dat hun aandeel in de positiewissel ten zuiden van Diksmuide voltooid is. Het 13Gn krijgt om 08u45 de toestemming om zijn kantonnement te verleggen naar Werken. Het bataljon meldt dat de 1Cie de bruggen over het Kanaal van Roeselare naar de Leie ondermijnd heeft tussen Ingelmunster en de Leie, samen met de draaibrug en de loopbrug te Izegem. De manschappen van de compagnie hebben het bevel gekregen om terug te keren naar het bataljon, maar op een tiental militairen na is dit nog niet gelukt. De 2Cie heeft de bruggen ondermijnd over de Handzamevaart.

De Groepering Leper met de elementen van het 1VOC wordt alweer weggehaald bij de 14Div. Deze eenheden worden per vrachtwagen overgebracht naar de 3Div te Oostkamp. Dit vertrekt zal plaatsvinden omstreeks 17u30.

Ten oosten van de operatiezone van het IIIde Legerkorps ligt de zone van het Iste Legerkorps waar in de voormiddag 26 mei de 2de Cavaleriedivisie zich teruggetrokken heeft van de lijn Dadizele-Geluwe naar de spoorlijn Ieper-Roeselare. Deze terugtocht betekent dat de dreiging uit het oosten nu groter wordt en dat een volledig naar het westen gericht dispositief tussen Diksmuide en Ieper geen zin meer heeft. Het Kanaal Ieper-Ijzer wordt op dat ogenblik trouwens tussen Boezinge en Ieper al in die richting verdedigd door de 2e Division Légère Mécanique van het Franse leger.

Bij Fort Knokke meldt een officier van het Britse leger dat de Duitse troepen Kortrijk al lang voorbij zijn en dat Menen, Geluwe en Wervik in handen van de vijand gevallen zijn. Britse troepen zouden zich proberen in te graven langsheen het Kanaal Ieper-Komen. De spanning tussen de Britse en Franse troepen enerzijds en de Belgische troepen anderzijds blijft toenemen. De Britten en Fransen staan erop om de bruggen over de waterlopen waar mogelijk te vernielen, wat niet past in de Belgische plannen. Het Groot Hoofdkwartier komt tussenbeide en stipuleert dat de gedelegeerde bevoegdheid voor de vernielingen van de bruggen in de zone van de 14Div ingetrokken is en alleen het GHK de uitvoering mag bevelen. Aan alle eenheden nabij de bruggen wordt gevraagd om ook steunpunten te verkennen op de westelijke oever zodat zo mogelijk ook front naar het oosten kan gemaakt worden, samen met de Britten en Fransen. Tot nader order moet wel front blijven gemaakt worden naar het westen.

De staf van de 14Div opent tegen 20u00 een nieuw hoofdkwartier te Esen.

Geneeskundig Korps/14Div
De Lichte Ambulance krijgt de opdracht om te Vladslo een nieuw kantonnement te verkennen. De verplaatsing naar Vladslo moet uitgevoerd worden in de nacht van 26 op 27 mei.  De eenheid zal een onderkomen vinden in Kasteel Ter Heyde (ook: Kasteel Crombrugge).

Provoost/14Div
De provoostddienst ontvangt om 11u00 een instructie om een barragelijn voor gevluchte Belgische militairen in te richten tussen Diksmuide, Zarren en Lichtervelde.

Staf/14Div
Het IIIde Legerkorps beveelt in de tweede helft van de nacht van 26 op 27 mei een positiewissel tussen Boezinge (inclusief) en Ieper (inclusief).  Het detachement van II/36Li dat de bruggen te Boezinge bezet, moet oversteken naar de westelijke oever van het Kanaal Ieper-Ijzer en moet front maken naar het oosten.  Op de dwarsstelling tussen Boezinge en Langemark moet de rest van het II/36Li front blijven maken naar het zuidoosten.  De staf Ieper blijft bezet door het III/36Li als anti-tankcentrum, maar de meest onmiddellijke dreiging moet nu verwacht worden uit het noordoosten.  Tussen Boezinge en Ieper blijft de Franse 2e Division Légère Mécanique de kanaaloever verdedigen.  Ten noorden van Boezinge moet de rest van het 36Li nieuwe posities voorbereiden richting oosten, maar blijft de stellingname richting westen alsnog behouden.

De Duitse luchtmacht voert omstreeks 07u00 een bombardement uit op de stad Diksmuide, waarbij het 38Li 3 dodelijke slachtoffers, 10 gewonden en 5 paarden verliest.  De commandopost van het 38Li is geraakt en moet verplaatst worden, wat maakt dat er gedurende enkele uren geen telefoonverbinding is met het hoofdkwartier van de 14Div.

Om 18u30 beveelt het IIIde Legerkorps een nieuwe wijziging aan de opstelling van de 14Div.  Vanaf zonsondergang moet de Ijzer nu verdedigd worden vanop de linkeroever met front naar het oosten tussen Sint-Joris nabij Nieuwpoort in het noorden en Fort Knokke in het zuiden.  Deze opdracht zal toebedeeld worden aan het 38Li dat zich over deze hele brede ondersector zal moeten uitdunnen. In de Diksmuide moet het 38Li zijn dispositief eveneens aanpassen om de verdediging van de zuidrand van de stad te verstevigen. Dit maakt dat alle divisietroepen naar de zone ten westen van de Ijzer moeten overgebracht worden en dat ook het hoofdkwartier zich opnieuw zal verplaatsen. De nieuwe standplaats zal Oostkerke worden.

Geneeskundig Korps/14Div
De Lichte Ambulance blijft te Vladslo.

Intendance/14Div, Transportkorps/14Div
Even voor middernacht worden nieuwe standplaatsen bepaald. Het PARa en de Compagnie Intendance moeten naar Wulpen. De rest van het Transportkorps naar Avekapelle.

Na de capitulatie

Slachtoffers

EenheidNaamVoornaamFotoGraadStandKlas° op° te+ op+ teNota
PAMA/TptKBUYLEAlfred, PetrusSdt07.04.1900Waregem24.05.1940RuiseledeOverleden in hospitaal.
TptKCARETTEJules, AugusteCdtAct31.05.1891Laken01.07.1940GentOverleden aan verwondingen in hospitaal.
ARCA/TptKDEDECKERFernandSdtMil2927.09.1909Brussel18.05.1940Gent

Bibliografie en Bronnen

  1. De Demer/Gete-stelling was een geplande dwarsstelling. Van zodra geweten was dat het geallieerde oppercommando de vijand zou proberen te stoppen op de lijn Antwerpen-Leuven-Namen (waarvan de Belgen het stuk van Antwerpen tot Leuven voor hun rekening nemen) moest de mogelijkheid voorzien worden om de Belgische troepen opgesteld langs de Dekkingsstelling op een veilige manier te laten terugtrekken tot achter de K.W. Stelling. Hiertoe werd de Demer/Gete-stelling ingericht. Deze stelling zou worden verdedigd door het CK dat hiervoor de 2CD al had gepositioneerd achter de Gete van bij de aanvang van het conflict.
  2. Dossier 185-14-55 Orders van Belgische Hoofdkwartieren, Moskou-archief, Documentatiecentrum Koninklijk Legermuseum, War Heritage Institute.
  3. Archief Staf 14de Infanteriedivisie, Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.