32ste Linieregiment

Situatie op 10 mei 1940

Type Infanterieregiment van de tweede reserve
Ontdubbeld van 2de Linieregiment
Taalstelsel Nederlandstalig
Onderdeel van 13de Infanteriedivisie
Bevelhebber Luitenant-kolonel M. Desmet
Standplaats Versterkte Positie Antwerpen
Commandopost te Sint-Mariaburg, Brasschaat
Samenstelling I Bataljon (Majoor Res Frédéric Gerling) 1ste Compagnie Fuseliers (Cdt M. Vermeire)
2de Compagnie Fuseliers (Lt R. De Leeuw)
3de Compagnie Fuseliers (Cdt H. Gauthier)
4de Compagnie Mitrailleurs (Cdt A. Caluwe)
II Bataljon (Majoor G. Van Besien) 5de Compagnie Fuseliers (Kapt X. Verbrugghen)
6de Compagnie Fuseliers (Kapt S. Aercke)
7de Compagnie Fuseliers (Lt R. Vande Wiele)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Lt G. Latoir)
III Bataljon (Majoor E. Van Den Plas) 9de Compagnie Fuseliers (Lt T. Dervaux)
10de Compagnie Fuseliers (Lt Jaques Van De Velde)
11de Compagnie Fuseliers (Cdt A. Beuselinck)
12de Compagnie Mitrailleurs (Lt N. Urbain)
Stafcompagnie (Kapitein-commandant A. Goeyers)
Geneeskundige Compagnie (Geneesheer 1ste Kapitein J. Van Passen)
Peloton Verkenners (Onderluitenant Jozef Rogiers)

Tijdens de mobilisatie

Staf/32Li
Het 32ste Linieregiment (32Li) wordt op 21 oktober 1939 gemobiliseerd te Berlare bij Dendermonde als ontdubbelingsregiment van het 2de Linieregiment (2Li). Het 1ste Legerdepot (1LD) gekazerneerd in Dendermonde staat in voor het leveren van alle uitrusting en materieel. De uitrusting wordt met vrachtwagens van 32Li bij het 1LD opgehaald en te Berlare verdeeld onder de bataljons. Het 32Li wordt toegevoegd aan de 13de Infanteriedivisie (13Div), een divisie van tweede reserve. De tweede reserve was in hoofdzaak samengesteld uit miliciens van de oudere klassen ’28, ’29, ’30 en ’31. De meeste van de manschappen waren reeds getrouwd en eens onder de wapens was hun grootste zorg dan ook het onderhoud van hun gezin en voor sommigen het voortbestaan van hun handelszaak [10]. In de infanterieregimenten van de tweede reserve ontbreekt, in tegenstelling tot de actieve infanterieregimenten, het vierde bataljon met de zware mitrailleurs, de zware mortieren en de anti-tankkanonnen C47mm. De fuseliers kregen in hoofdzaak oude Belgische Mauser geweren uit 1889 en Franse Chauchat lichte mitrailleurs die in 1915 aangekocht werden. Bovendien ontbrak het aan DBT granaatwerpers en moesten de mannen het stellen met Vivien Bessières tromblons die op de loop van een Lebel geweer gevezen kunnen worden en een dracht van nauwelijks 150m hadden.

De twee andere infanterieregimenten van de 13Div zijn het 33ste Linieregiment (33Li) en het 34ste Linieregiment (34Li). Het 32Li wordt bevolen door Luitenant-kolonel Desmet [10] die wordt bijgestaan door Kapitein-commandant Res Decoene als Adjudant-majoor.

Forten van Antwerpen waarvan een gedeelte opnieuw gebruikt werd voor de verdediging van VPA.

Forten van Antwerpen waarvan een gedeelte opnieuw gebruikt werd voor de verdediging van VPA.

Aansluitend op de mobilisatie vertrekt het 32Li, tezamen met de rest van de 13Div, per spoor naar het Kamp van Beverlo. Te Beverlo wordt een doorgedreven training uitgevoerd van 24 oktober tot 9 november. Op 9 november wordt het regiment per vrachtwagen naar Lummen gebracht om er een ondersector achter het Albertkanaal in te nemen. Op 3 maart 1940 wordt het 32Li aan het Albertkanaal afgelost door het 38ste Linieregiment (38Li) om stelling te nemen in het Bruggenhoofd Gent. Te Gent worden bataljonsmanoeuvres afgewisseld met alarmoefeningen. Van 17 tot 23 maart worden alle ploegen zware mitrailleurs van het regiment verzameld en op schietkamp naar Lombardsijde gestuurd waar ze kunnen oefenen in het onderscheppen van luchtdoelen.

Op 1 april krijgt het regiment de opdracht om zich tijdens de nacht van 4 op 5 april naar de Versterkte Positie Antwerpen (VPA) te begeven. Het installatiepersoneel en een gedeelte van de staf vertrekt al op 3 april om de nieuwe stelling te verkennen en voor te bereiden. De staf van het regiment stelt zich op in de wijk Sint-Mariaburg ten westen van Brasschaat. Het eerste bataljon verlaat Gent op 4 april om 21u51 en het laatste bataljon komt toe te Brasschaat de 5de april om 06u00. Vanaf 5 april worden de stellingen van het 44ste Linieregiment (44Li) overgenomen. De Versterkte Positie Antwerpen was niet zonder belang voor de verdediging van het land. De VPA vormt het scharnierpunt voor de Alarmstelling langs de Belgisch Nederlandse grens, de Vooruitgeschoven Stelling achter het kanaal Dessel-Turnhout-Schoten, de Dekkingsstelling achter het Albertkanaal, de Weerstandsstelling langs de lijn Koningshooikt – Waver en het Nationaal Bolwerk (oftewel Reduit National) langs de Schelde.

Mauser Mod 36 waarmee 32Li werd uitgerust in april 1940

Mauser Mod 36 waarmee 32Li werd uitgerust in april 1940

Op 19 april worden de oude Mauser Mod 1889 geweren van het 32Li vervangen door nieuwe Mauser Mod 1936 geweren. Gezien het regiment reeds zijn grote kampperiode te Beverlo achter de rug heeft kan het merendeel van de manschappen geen schietoefening meer uitvoeren met het nieuwe geweer voor het uitbreken van de oorlog [21]. Op 22 april inspecteert Luitenant-generaal Van den Bergen, commandant van het Vde Legerkorps (V/LK), één van de compagniesteunpunten van 32Li. Eind april worden schootstellingen verkend voor de vier mortieren MVD58L die het regiment in steun krijgt van het 3de Regiment Legerartillerie.

De divisiestaf geeft op 5 mei aan zijn infanterieregimenten opdracht om in de schoot van elke compagnie een verkenningspatrouille bestaande uit een korporaal en zes fuseliers samen te stellen en op te leiden. Deze patrouilles moeten in staat zijn om inlichtingen te verzamelen voor de eigen linies. Dit om het ontbreken van de Wielrijdersgroep van de 13Div (GpCy 13Div) te compenseren. Initieel werd beroep gedaan op de pelotons verkenners van de regimenten om inlichtingen in te winnen maar het beschikbaar aantal pelotons is onvoldoende om aan de vraag naar inlichtingen te voldoen. De verkenningscapaciteit van 32Li wordt door de maatregel verveelvoudigd.

Opstelling van de 13Div langs de anti-tankgracht op 10 mei 1940 (projectie op recente kaart).

Opstelling van de 13Div langs de anti-tankgracht op 10 mei 1940 (projectie op recente kaart).

Aan de vooravond van de oorlog staat de 13de Infanteriedivisie nog steeds opgesteld in de Versterkte Positie Antwerpen en beveiligt er de noordoostelijke sector tussen de spoorweg Kapellen – Essen en het Kanaal Dessel – Turnhout – Schoten (oftewel Kanaal van Turnhout) [1]. In tegenstelling tot Luik en Namen werden de oude forten te Antwerpen niet herbewapend, maar ingericht als infanteriesteunpunten. Vanaf het midden van de jaren ’30 wordt in elk fort een aantal stellingen voor mitrailleurs en klein antitankgeschut gebouwd. Aan elk fort is een compagnie van het 1ste Regiment Speciale Vestingseenheden (1SVE) toegewezen. Deze compagnieën bestaan uit een honderdtal militairen en zijn uitgerust met een dozijn zware en lichte mitrailleurs. De oude forten en schansen zijn verbonden door een tijdens het interbellum aangelegde anti-tankgracht [2]. Vanuit de forten en de schansen kan scherend vuur afgegeven worden over de anti-tankgracht. Geïntegreerd in de stelling van het 32Li bevinden zich de Schans van Kapellen en het Fort van Brasschaat.

De drie infanterieregimenten van de 13Div staan opgesteld in lijn achter de anti-tankgracht. Het 32Li neemt de linker ondersector ten noorden van Kapellen voor zijn rekening. Het 33Li ligt in het centrum van de divisie rond Brasschaat en het 34Li bemant stellingen op de rechterflank tot aan het westelijk uiteinde van het Kanaal Dessel – Turnhout – Schoten. Het regiment kan rekenen op artilleriesteun van de Iste Groep van het 21ste Regiment Artillerie (I/21A) en de 2de Sectie (sectie is de benaming voor een peloton bij de artillerie) loopgraafmortieren van de 10de Batterij van IVde groep van het 3de Regiment Legerartillerie (10/IV/3LA). De 2de Sectie beschikt over 4 X MVD58L. I/21A heeft zijn kanonnen ontplooid nabij Sint-Mariaburg.

Opstelling 32Li achter de anti-tankgracht op 9 mei 1940.

Opstelling 32Li achter de anti-tankgracht op 9 mei 1940.

I/32Li
Het Iste Bataljon (I/32Li), bevolen door Majoor Gerling, neemt de linkerflank in en staat opgesteld in 1ste Echelon langsheen de anti-tankgracht ten noorden van Kapellen. De 1ste Compagnie ligt op links, de 3de Compagnie op rechts en de 2de Compagnie in tweede lijn van I/32Li in de buurt van Kasteel Wolvenbos. De spoorlijn Essen – Kalmthout – Kapellen vormt de limiet met de 17Div.

II/32Li
Het IIde Bataljon (II/32Li), onder leiding van Majoor Van Besien [9], staat eveneens opgesteld in 1ste Echelon achter de anti-tankgracht en bezet het rechter voorkwartier dat een frontbreedte heeft van ongeveer 2.500 m. Het Fort van Brasschaat, bemand door de 6Cie van II/1SVE bevindt zich in het midden van het bataljonsvak van II/32Li en staat onder bevel van II/32Li. De 6de Compagnie van II/32Li bevindt zich links van het fort, de 5de Compagnie heeft rechts van het fort postgevat en de 7de Compagnie bezet de tweede lijn van II/32Li.

III/32Li
Op 5 april lost het IIIde Bataljon (III/32Li) het III/44Li af in de VPA.  III/32Li, bevolen door Majoor Van Den Plas, bemant het 2de Echelon van 32Li vanaf de Schans van Kapellen, over Hoogboom tot aan het gehucht Hoge Kaart aan de rand van Brasschaat. De Schans van Kapellen wordt bemand door de 5Cie van II/1SVE en staat onder bevel van III/32Li.

Pl Vknr/32Li
Het Peloton Verkenners van 32Li (Pl Vknr/32Li), onder bevel van OLt Rogiers [6], wordt pas opgericht op 13 december 1939. Het Peloton bestaat uit twee groepen elk bevolen door een sergeant. Elke groep bestaat uit twee ploegen van 8 man. Het peloton is uitgerust met Mauser geweren en beschikt enkel over fietsen om zich te verplaatsen. De opdrachten van het Pl Vknr zijn: het uitvoeren van verbindingsopdrachten voor de Staf/32Li (leveren  van estafettes indien telefoonlijnen onderbroken zijn), verkenningsopdrachten, beveiligingspatrouilles en de verdediging van de CP regiment. Zoals elk Pl Vknr zijn zij de onmiddellijk inzetbare reserve van de regimentscommandant indien er zich ergens een dringend probleem voordoet.

Staf/32Li
Om 01u30 ontvangt het regiment van de divisiestaf de afkondiging van het algemeen alarm en worden alle verlofgangers teruggeroepen. Onmiddellijk na de afkondiging van het algemeen alarm wordt 32Li om 02u35 door de Staf/13Div op de hoogte gebracht dat alarmstadium II van kracht wordt voor de VPA. Het regiment moet voor 05u00 zijn stellingen innemen. Voor de eenheden opgesteld in de VPA gelden immers specifieke alarmmaatregelen die gaan van alarmstadium I tot V, de hoogste graad van alarm. De Staf/32Li wordt iets na 06u00 in zijn commandopost verwittigd van de afkondiging van de algemene mobilisatie naar aanleiding van de Duitse inval. Tegelijkertijd beveelt de 13Div om over te gaan naar alarmstadium III. Dit betekent dat de wegen die de anti-tankgracht kruisen richting Nederland en Kempen nog wel open blijven, maar dat alle verkeer voortaan gecontroleerd wordt. De schoots- en waarnemingsvelden oost van de anti-tankgracht worden vrijgemaakt door ondermeer het kappen van struiken en maaien van gewassen. Het regiment werkt hard om zijn stellingen te verbeteren, maar mag de schootsvelden nog niet vrijmaken voor het 2de Echelon en op de geplande dwarsstellingen. Overvliegende vijandelijke vliegtuigen zorgen ervoor dat de werken meermaals dienen gestaakt te worden. Om 07u40 meld het Pl Vknr dat ze zijn aangekomen te Achterbroek waar ze een alarmpost installeren. De Staf/13Div geeft om 08u30 richtlijnen uit met betrekking tot Nederlandse militairen die worden aangetroffen op ons grondgebied. Zij dienen beschouwd te worden als geallieerden en moeten worden doorgestuurd naar een verzamelpunt nabij de CP regiment. Van daar uit worden ze naar de Cdt Bauwin Kazerne van het Regiment Spoorwegtroepen te Hoogboom gebracht. Een eerste loos parachutistenalarm komende van de Staf/13Div meldt om 16u45 de landing van 12 parachutisten te Stappersven 3 km west van kasteel Boterberg. De vrees voor sabotageacties door vijandelijke parachutisten is manifest aanwezig in de geesten van menig bevelhebbers en manschappen.

II/32Li
Het IIde Bataljon neemt onmiddellijk na ontvangst van het alarm zijn stellingen in. De bataljonsstaf bemant zijn commandopost (CP) in het park van het Kasteel Mishagen. De CP bevindt zich een 200-tal meter ten noorden van het kasteel in het midden van het bataljonsvak enkele honderden meters achter het Fort van Brasschaat. Gedurende de ganse dag wordt op de stelling gewerkt aan het verbeteren van de veldwerken en het ruimen van de schootstellingen. Het werk wordt nu en dan onderbroken wanneer vijandelijke vliegtuigen over de stelling vliegen.

III/32Li
Het IIIde Bataljon ontvangt het alarm om 02u40. Op dat ogenblik is Majoor Van Den Plas met verlof. De staf en de compagnies vertrekken naar hun gevechtsstellingen en nemen ze in tegen 04u00. Vanaf 05u00 worden de stellingen overvlogen door vijandelijke gevechtsvliegtuigen die door de Belgische luchtafweer onder vuur genomen worden. Links wordt de liaison verzekerd met het 2de Echelon van het 8ste Regiment Jagers te Voet, rechts met het 2de Echelon van 33Li.

Achterbroek waar het Pl Vknr/32Li een alarmpost installeert

Achterbroek waar het Pl Vknr/32Li een alarmpost installeert (projectie op recente kaart)

Pl Vknr/32Li
Het Pl Vknr/32Li vertrekt rond 07u00 naar het gehucht Achterbroek ten noorden van de anti-tankgracht tussen Kalmthout en Wuustwezel om er een alarmpost (oftewel poste d’alerte – PA) van de Alarmstelling te bezetten. De verkenners op de alarmpost moeten de grens in het oog houden en het Vooruitgeschoven Inlichtingencentrum van Antwerpen alarmeren bij een Duitse inval. Het Vooruitgeschoven Inlichtingencentrum (Centre de Renseignements Avancé oftewel CRA)  van Antwerpen bevindt zich bij de staf van het V/LK en maakt deel uit van een gans netwerk van inlichtingencentra langs onze grenzen. Het Pl Vknr/32Li beschikt bijgevolg over een directe telefoonverbinding met het HK van het V/LK. Links van het Pl Vknr/32Li voert het Pl Vknr/8J te Zwartenheuvel nabij het station van Kalmthout een gelijkaardige opdracht uit. Rechts bevindt zich zowel het Pl Vknr/33Li als een detachement ter sterkte van 125 man van I/33Li tussen Wuustwezel en Wuustwezel-Grens.

Achterbroek, kruispunt steenweg naar Brasschaat en baan Kalmthout-Wuustwezel.

Staf/32Li
Zelfde toestand als de dag voordien. Burgers en militairen signaleren parachutisten in de streek. Om de geruchten de kop in te drukken legt de Staf/13Div om 11u00 aan zijn regimenten op om een ‘vliegend peloton‘ ter beschikking te houden om te reageren op elke melding. De op 11 mei uitgestuurde patrouilles vinden niks. De Belgische artillerie kondigt aan dat een regelingsvuur zal uitgevoerd worden voor de stellingen van het I/32 en II/32. De rest van de dag verloopt rustig behoudens een aanhoudend luchtbombardement voor de stellingen van 32Li. Het Franse “121e Régiment d’Infanterie Motorisée” [121(FRA)RIM], voorhoede van het Franse 7de Leger in opmars naar Breda in Noord-Brabant (Nederland), doorschrijdt als eerste Franse eenheid de linies van het 32Li rond 16u00 [17]. De verkeersstroom naar het noordoosten blijft de ganse avond aanhouden.

II/32Li
Het IIde Bataljon bevestigd de uitvoering van een regelingsvuur door I/21A om 13u30.

III/32Li
Om 05u45 wordt de CP van III/32Li aangevallen door Duitse vliegtuigen echter zonder verliezen te lijden. Wel raken enkele huizen in de onmiddellijke omgeving van de CP ernstig beschadigd.

Pl Vknr/32Li
Rond 14u00 vindt een bijzonder hevige luchtaanval plaats op de militaire installaties van het kamp van Brasschaat. Een formatie van 32 Stuka duikbommenwerpers bestookt het Polygoon in een reeks aanvalsgolven die tot ongeveer 17u00 aanhoudt. Onder meer het Remontedepot van het Leger, de Artillerieschool, de Cavalerieschool (oftewel Ruiterijschool) en het Fort van Brasschaat worden geraakt. Naast de kazernes van het Polygoon worden ook de Franse troepen die zich richting Breda begeven bestookt. Het Pl Vknr/32Li is te Achterbroek getuige van een luchtaanval op een colonne Franse gemotoriseerde artillerie. OLt Rogiers meldt per estafette aan zijn regiment: “Bombardement van het kruispunt van Achterbroek. Een tiental Franse auto’s en kanonnen werden vernield, huizen staan in brand, telefoonlijnen zijn verbroken. Mijn commandopost is vernield met verlies van de duiven, het telefoonapparaat en vier fietsen. Geen gekwetsten bij ons, doden en gekwetsten bij de Fransen.”

Staf/32Li
Om 13u00 wordt overgegaan naar alarmstadium IV waarbij de meeste doorgangen over de anti-tankgracht gesloten worden. Per regiment wordt nog één doorgang opengehouden en bewaakt. De markeringen rond de aangelegde mijnenvelden blijven voorlopig nog staan, maar zullen verwijderd worden zodra duidelijk wordt dat de vijand dichterbij komt.

III/32Li
Majoor Van Den Plas laat zijn commandopost verplaatsen omdat die te dicht bij een kruispunt van drie hoofdwegen lag en te gemakkelijk te detecteren was vanuit de lucht. Een eerste parachutistenalarm wordt gegeven, patrouilles worden uitgestuurd om de omgeving van Oude Gracht uit te kammen maar kunnen niets vinden.

Pl Vknr/32Li
Een Frans tankdetachement houdt halt in Achterbroek en neemt er stelling. Zij zullen er de ganse dag verblijven. Een Nederlandse militair wordt door de Fransen aangehouden en aanzien als spion maar na ondervraging door OLt Rogiers wordt de onfortuinlijke militair vrijgelaten en doorgestuurd naar de CP van 32Li. Het Pl Vknr/32Li wordt door de CP regiment op de hoogte gebracht dat het I/21A opnieuw een regelingsvuur [3] zal uitvoeren op doelen in het Klein en het Groot Schietveld van Brasschaat.

Staf/32Li
Om 09u30 wordt overgegaan naar alarmstadium V, de hoogste staat van paraatheid van de VPA.

III/32Li
Om 05u25 worden een 20-tal parachutisten gemeld te Brasschaat, opnieuw kunnen de uitgestuurde patrouilles niets vinden. Het III/32Li moet geen patrouilles uitsturen voorbij de anti-tankgracht maar moet daarentegen wel reageren om elke melding van gelande parachutisten. Geen enkele keer wordt iets verdachts waargenomen en telkens gaat het om een vals alarm. Tegen de middag passeren Franse troepen Sint-Mariaburg richting Nederland.

Pl Vknr/32Li
De Franse tanks te Achterbroek worden afgelost door een Franse compagnie gemotoriseerde infanterie. Heel wat Franse eenheden komen terug uit Nederland, gevolgd door gevluchte Nederlandse militairen en burgers.

Staf/32Li
De verdedigingswerken op de stellingen worden versneld verdergezet. Om 14u55 komt het bericht dat het kruispunt Achterbroek bezet is door de Duitsers. Het peloton verkenners heeft het gehucht veilig kunnen verlaten en vervoegt opnieuw het regiment.

Pl Vknr/32Li
Rond 09u00 wordt het kruispunt van Achterbroek voor de eerste keer beschoten door de vijandelijk artillerie. Er valt een gewonde bij het peloton. Kort na het bombardement breken de eerste vuurgevechten uit tussen de Duitse voorhoede enerzijds en de Franse infanterie en het Pl Vknr anderzijds. Gedurende de gevechten houdt het Pl Vknr de CP van het regiment op de hoogte door het sturen van estafettes per fiets. Deze estafettes vallen regelmatig onder vijandelijk artillerievuur of komen terecht in bombardementen van de vijandelijke luchtmacht echter zonder verliezen te lijden. Om 11u00 beveelt de Franse compagniecommandant de terugtocht in twee fasen. Het Pl Vknr/32Li begeleidt de Fransen tijdens hun terugtocht. Het gemotoriseerde detachement dat te Achterbroek achterbleef om de terugtocht te dekken verlaat het gehucht om 14u55. Het duurt nog tot middernacht vooraleer het laatste Franse detachement de anti-tankgracht passeert. Tezamen met het laatste Franse detachement loopt ook de achterhoede van het Pl Vknr/32Li binnen. OLt Rogiers meldt zich bij einde opdracht aan bij de CP van 32Li.

Staf/32Li
Om 09u00 vraagt de divisiestaf om een verkenningspatrouille uit te sturen van Kapellen naar het Klein Schietveld van Brasschaat. Het Pl Vknr/32Li wordt met deze opdracht belast en vertrekt om 10u45. Het regiment krijgt eveneens om 09u00 te horen dat in de loop van de middag drie C47mm anti-tankkanonnen en vier T13 tankjagers (vermoedelijk van de Versterkte Positie Namen – TBC) in versterking worden gegeven. De T13 worden initieel onder bevel geplaatst van de Cie C47mm 5Div die zich als anti-tank reserve van de 13Div in de buurt van het Kasteel Calisberg bevond. De Cie C47mm 5Div coördineert de inplaatsstelling van de T13 en de C47mm met de Staf/32Li. Voor de T13 moeten stellingen aangeduid worden ter hoogte van het 2de Echelon van 32Li.

In de namiddag worden op vraag van de divisie verschillende patrouilles uitgestuurd ditmaal door de bataljons in lijn. De patrouilles dienen zich te begeven in de richting van de gehuchten  Kapellenbos en Heide. De leden van de patrouilles mogen geen bezwarende documenten bij zich dragen en hebben strikte instructies om geen inlichtingen te geven aan de vijand wanneer ze zouden worden gevangen genomen. Een eerste patrouille wordt geleverd door I/32Li en vertrekt tegen 16u30. Om 16u30 stuurt het regiment een situatierapport met de getalsterkte door naar de divisie. Na de volledige telling van de effectieven beschikt het 32Li op 15 mei nog over 1 luitenant-kolonel, 3 majoors, 9 kapitein-commandanten en kapiteins (waarvan 1 geneesheer), 63 luitenanten en onderluitenanten (waarvan 4 geneesheren & 3 aalmoezeniers), 243 onderofficieren en 2.573 korporaals en soldaten. De beloofde T13 komen om 16u40 toe op de stelling van III/32Li. Rond 19u20 neemt het Fort van Brasschaat de eerste contacten waar tussen Duitse verkenningstroepen die het dispositief van het 33Li aftasten en patrouilles van 33Li. De ganse dag door wordt het 32Li sporadisch overvlogen en onder vuur genomen door de Luftwaffe.

I/32Li 
Om 13u50 krijgt I/32Li opdracht om een verkenningspatrouille, bestaande uit één officier, één onderofficier en acht soldaten, uit te sturen naar het Kapellenbos op ongeveer één kilometer voor de anti-tankgracht. De patrouille moet het voorgebied verkennen tot de Franselei, een straat die ten noorden van het golfterrein [19] loopt, evenwijdig met de voorste linies van I/32Li. Om 16u00 is de patrouille klaar om te vertrekken maar er moet eerst nog gecoördineerd worden met het 8J dat tegelijkertijd patrouilles uitstuurt ten westen van de spoorweg Kapellen – Essen. Deze coördinatie werd opgelegd na een eerder schietincident tussen militairen van 8J en een patrouille van het Pl Vknr/32Li. Uiteindelijk kan de patrouille om 16u30 vertrekken. De patrouille keert terug binnen de bevriende linies om 17u50 zonder contact gemaakt te hebben met de Duitse voorhoede. Om 23u45 komt het bevel om een 19-koppige patrouille (één officier, één onderofficier, twee korporaals en 15 soldaten) uit te sturen langs dezelfde route als voorheen.

Recente foto ingang Fort van Brasschaat

Recente foto ingang Fort van Brasschaat

II/32Li
Ook II/32Li krijgt om 16u40 opdracht om het voorgebied tot op 1 km voor zijn stellingen te verkennen. De patrouille, met identieke samenstelling als die van I/32Li, moet vertrekken na aankomst van de patrouille van I/32Li. Om 18u10 gaat het Fort van Brasschaat in tactisch alarm omdat ze mitrailleurvuur en licht geschut (tank of anti-tank kanonnen) horen ter hoogte van de Bredabaan voor de stellingen van 33Li. Het vertrek van de patrouille wordt uitgesteld. Om 19u20 meldt het 33Li dat hun patrouilles contact hebben gemaakt met de Duitse voorhoede. Voor de linies van II/32Li blijft het rustig en uiteindelijk vertrekt de patrouille om 20u15. Om 23u45 komt ook bij het IIde Bataljon het bevel toe om een 19-koppige patrouille  uit te sturen langs dezelfde route als voorheen. Eén van de redenen voor het uitsturen van patrouilles was het ontbreken van reguliere voorposten. Door het bosrijk gebied aan de overkant van de anti-tankgracht hadden voorposten weinig zin. Hierdoor heerste er wel ongerustheid bij de soldaten omdat ze vreesden niet verwittigd te worden ingeval van Duitse infiltraties voor de linies. Dit leidde tot slapeloosheid bij de manschappen (iedereen blijft permanent op de been) en tal van valse alarmen en foute waarnemingen. De patrouilles moeten niet alleen inlichtingen inwinnen maar ook rust brengen in de gelederen.

III/32Li
Tegen de middag komt een bataljon van het Franse 92e Régiment d’Infanterie Motorisée [92(FRA)RIM] toe te Hoogboom. Een delegatie Franse officieren meldt zich aan op de CP om de installatie van het bataljon te coördineren met de Staf/III/32Li. Dit Franse bataljon moet de terugtocht van de rest van het regiment uit Nederland beveiligen [16] en richt een bataljonssteunpunt in midden in de stelling van III/32Li. Uit gesprekken met de Franse officieren blijkt dat de Fransen zware verliezen hebben geleden tijdens de gevechten in Nederland.

Pl Vknr/32Li
Het peloton verkenners voert tijdens de nacht van 14 op 15 mei enkele anti-parachutistenpatrouilles uit binnen de bevriende linies. Er worden geen vijandelijke parachutisten aangetroffen. De rest van het peloton voert veldwerken uit in de buurt van de CP van het regiment. Om 10u45 stuurt het Pl Vknr een patrouille uit naar het niemandsland tussen de vijand en de voorste linies. De patrouille moet de weg van Kapellen naar het Klein Schietveld verkennen. Bij het verlaten van de bevriende linies wordt de patrouille beschoten vanaf de stellingen van het 8J echter zonder verliezen te lijden. Om 12u10 bereikt de patrouille het Klein Schietveld maar treft er geen vijand aan. Tegen 12u55 doorschrijdt de patrouille de bevriende linies opnieuw.

Staf/32Li
Op 16 mei komt onverwachts het bevel van het geallieerd opperbevel (via de Franse generaal Bilotte) om naar het westen terug te trekken. Zonder dat men de K.W. Stelling en de VPA ten volle verdedigd heeft moeten beide stellingen worden prijsgegeven. Ten zuiden van de Frans-Belgische grens wist het Duitse leger immers een doorbraak te forceren over de Maas in de streek van Sedan en in het noorden heeft Nederland zich overgegeven. Deze beslissing zal ook gevolgen hebben voor de verdedigers van de VPA. De Belgische legerleiding besluit om het veldleger terug te trekken op een nieuwe defensieve lijn langs de as Terneuzen-Gent-Oudenaarde. Voorlopig moeten de eenheden van de VPA nog ter plaatse blijven om de terugtocht van de rest van het veldleger te dekken.

’s Ochtends rapporteren zowel I/32Li als II/32Li de (nood)landing van een vliegtuig op het vliegveld van Brasschaat. I/32Li krijgt opdracht om het incident te onderzoeken en verder af te handelen. Om 12u15 vraagt de Staf/32Li aan de divisie om de schoorstenen van de bakkerij van het kamp te laten vernietigen omdat die door de vijand gebruikt kunnen worden als observatiepost. De vijand is echter al te dicht genaderd om de genie deze opdracht nog te laten uitvoeren. De ganse dag is er vijandelijke beweging op zo’n kilometer voor de stelling van 32Li. Na de middag heeft de vijand het kazernecomplex van Maria-ter-Heide (oftewel de Polygoon van Brasschaat) bereikt en ingenomen. Om 18u00 beveelt de divisie dat alle overtallige infanteriemunitie dringend geëvacueerd moet worden. Een munitietrein met een 30-tal wagons staat klaar in het station van Wilrijk om de overtallige munitie van de 13Div te evacueren.

In de late avond neemt de Duitse artillerie  stellingen in op de Polygoon en komt vanaf 22u45 in actie. Verschillende steunpunten van 32Li vallen onder vijandelijk artillerievuur.

I/32Li 
In de vroege ochtend van 16 mei stuurt I/32Li een patrouille uit voorbij de anti-tankgracht. Om 03u17 loopt de patrouille terug binnen zonder iets te hebben waargenomen. Rond 06u10 meldt I/32Li dat een niet nader geïdentificeerd vliegtuig een noodlanding maakt op het vliegveld van Brasschaat. De regimentsstaf wil zekerheid omtrent de nationaliteit van het vliegtuig en legt om 07u10 het I/32Li op om een patrouille naar het vliegveld van Brasschaat te sturen. De patrouille stelt om 08u00 vast dat het om een Duits vliegtuig gaat. Het wrak ligt op zo’n 1.200 meter voor het fort van Brasschaat en een vuuraanvraag wordt ingediend bij de Belgische artillerie om het te vernietigen. Het eerste schot vertrekt om 08u20 en pas een uur later, met het negentiende schot, wordt het wrak ten volle geraakt en vernietigd. Om 12u15 wordt opnieuw een samenscholing van Duitse militairen rond het wrak van het vernielde vliegtuig opgemerkt door waarnemers van I/32A. Om 14u50 wordt een vuuraanvraag gelanceerde en om 14u59 wordt het aangevraagde artillerievuur met grote precisie op het zuidwestelijk gedeelte van het vliegveld van Brasschaat ontketend. Tot het vallen van de duisternis blijft het rustig voor de linies van I/32A.

Recente foto van de bunkers A12bis en A12 (achtergrond) achter de anti-tankgracht. Beide bunkers werden bezet door II/32Li

Recente foto van de bunkers A12bis en A12 (achtergrond) achter de anti-tankgracht. Beide bunkers werden bezet door 6/II/32Li (Foto Jean Rijlant [20]).

II/32Li
Om 01u15 wordt het uitvoeringsbevel gegeven voor de eerder bevolen patrouille. De patrouille verlaat om  02u15 via het bataljonsvak van I/32Li de bevriende linies en waagt zich een 600-tal meter voorbij de anti-tankgracht. Om 06u00 keert de patrouille terug zonder contact gemaakt te hebben met de vijand. Ook de waarnemingspost van 6/II/32Li meldt iets na 06u00 de landing van een vliegtuig op het vliegveld van Brasschaat. De waarnemer identificeert het vliegtuig als een Duitse Fieseler “Storch”. Rond de middag laat de commandant van de 5Cie een soldaat de anti-tankgracht te voet oversteken omdat hij zijn twijfels had over het waterpeil van de gracht. De soldaat kan de overkant bereiken en het feit wordt gemeld aan de Staf/32Li. Om 14u00 verliest II/32Li verbinding met het Fort van Brasschaat. Intussen vorderen de Duitsers naar het schietveld van het Kamp van Brasschaat ten noordoosten van de anti-tankgracht. Een 20-tal Duitsers bewegen zich van de stallen van het Remontedepot naar de bakkerij van het kamp van Brasschaat en bezetten deze gebouwen een half uur later. Om 23u15 is de verbinding met het Fort van Brasschaat terug hersteld en het fort meldt meteen dat de vijandelijke artillerie onze linies onder vuur neemt vanaf posities in de Polygoon van Brasschaat. Het Fort van Brasschaat gaat even voor middernacht voor een tweede keer in tactisch alarm. Waarnemers van het fort melden troepenbewegingen langs de spoorweg en langs de hangars van de Polygoon. De 7Cie en de schuilplaatsen A12 en A12bis, bemand door de 6Cie op de limiet tussen I/32Li en II/32Li, komen net voor middernacht onder artillerievuur te liggen. De zenuwen van de manschappen zijn extreem gespannen en de vermoeidheid is zichtbaar, temeer daar de aanvallen van de Luftwaffe blijven verder duren.

III/32Li
De eerste Franse troepen vertrekken om 09u30 en tegen de middag heeft het 92(FRA)RIM Hoogboom verlaten. Tijdens hun aftocht plunderen Franse soldaten de leegstaande huizen in Hoogboom. Majoor Van De Plas stuurt patrouilles uit om de plunderingen tegen te gaan en de toestand te regulariseren. III/32Li meldt om 18u00 dat een laag overvliegend vijandelijk vliegtuig fosforbommen dropt op het fort van Kapellen om de positie van het fort aan te duiden voor de vijandelijke artillerie. De doelsaanduiding bleek effectief te zijn want de Duitse kanonnen die zich hebben opgesteld op de Polygoon van Brasschaat komen na het vallen van de duisternis in actie en beschieten omstreeks 22u45 de Redoute van Kapellen. Drie obussen van 105mm treffen het fort. Vanaf 23u15 worden ook de andere bataljons van het 32Li beschoten.

Pl Vknr/32Li
Na tijdens de nacht van 15 op 16 mei ingezet te zijn geweest voor anti-parachutisten opdrachten dient het Pl Vknr nu ook een patrouille voor de linies uit te voeren. Het Pl Vknr moet zich opnieuw naar de Franselei begeven met als opdracht contact te maken en te houden met de voorste elementen van de vijand. Het peloton vertrekt om 10u20 en botst iets later op een vijandelijke patrouille ter hoogte van de Polygoon van Brasschaat. Het peloton blijft de vijand jalonneren (oftewel visueel contact houden) tot ze bevel krijgen terug te keren en lopen om 16u10 binnen in de eigen linies.

Frontlijn voor de 13Div op 17 mei omstreeks 21u30 (projectie op recente kaart).

Staf/32Li
In de namiddag van 17 mei besluit de Belgische legerleiding om Antwerpen niet langer te verdedigen en de troepen te laten terugtrekken tot de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde. Om 11u15 krijgen de in steun gekregen T13 en MVD als eersten de opdracht om hun stellingen op te breken en te vertrekken. De Staf/13Div vraagt 32Li om de nodige voertuigen te leveren om de mortieren MVD te transporteren. Dit levert een zure reactie op van de Staf/32Li die de mortieren waardeloos (encombrement inconvéniant) noemt [12]. Om 17u00 roept Kolonel Desmet dan ook de bataljonscommandanten bijeen op de commandopost van het regiment. Ze ontvangen er een terugtrekkingsorder. Volgens plan moet het 2de Echelon als eerste vertrekken om 21u00, het gros van het 1ste Echelon om 23u00 en de achterhoede om 24u00.

Om 19u00, nog voordat de troepen kunnen vertrekken, ontketent de vijand artillerievuur op de stellingen van het 1ste Echelon. Het artillerievuur wordt met luchtbombardementen verlengd in de diepte. Verschillende dennenbossen vatten vuur. Na de vuurvoorbereiding die ongeveer een uur duurde volgt er rond 20u00 een infanterieaanval.

Om 20u15 begint III/32Li met het opbreken van zijn stellingen om te kunnen vertrekken tegen 21u00. Tegelijkertijd worden ook alle telefoonlijnen in de ondersector van 32Li opgerold en verlaat de 10Bij loopgraafmortieren van IV/3LA zijn stellingen. Net op dat ogenblik is de infanterieaanval van de vijand op gang getrokken.

Rondom 22u00 wordt de situatie snel ernstiger. In de middenondersector van 33Li wordt het gehucht Driehoek bezet door de Duitsers. Alle telefoonlijnen gebruikt door het 32Li zijn echter al opgerold. Hierdoor ontstaat een zeer verwarde situatie door een gebrek aan inlichtingen, ondanks het sturen van lopers en estafetten. Om 23u00 begint zoals gepland de terugtocht van het 1ste Echelon onder dekking van de achterwacht die op post blijft tot 24u00. De mars zal verlopen van Sint-Mariaburg via Donk, Kleine Bareel, Merksem, de brug over het Albertkanaal nabij het sportpaleis, de Schijn(poort)brug, Onderwijsstraat en Handelsstraat tot aan de Frankrijklei. Vervolgens zal via de Brederodestraat naar Hoboken verder getrokken worden om hier via de militaire bootbrug de Schelde over te steken.

Er volgt een lange en pijnlijke mars naar Haasdonk. Verschillende mannen kunnen niet meer volgen door oververmoeidheid na de lange en zware eerste oorlogsweek. Er zijn ondertussen reeds verschillende bruggen opgeblazen. De vijand wordt door de achterhoede in bedwang gehouden en de achterwacht kan zonder grote moeilijkheden afhaken. De vijand opent het vuur en lanceert ook vuurpijlen, maar achtervolgt niet. Ze stellen zich tevreden met artillerievuur op de kruispunten.

I/32Li
I/32Li krijgt om 11u30 opdracht voertuigen te leveren om de mortieren MVD naar de Westelijke Scheldeoever te transporteren. Om 21u38 wordt gemeld dat de 1ste Compagnie aangevallen wordt langs de spoorweg, maar weerstaat. Het bos tussen de spoorweg en Siberia vat vuur. Ook het bos achter de 2de Compagnie schiet in brand door het gebruik van brandbommen. Wanneer I/32Li om 23u00 zijn stellingen verlaat blijven er twee gevechtsgroepen per compagnie in lijn achter om de vijand op afstand te houden. De achterwacht van de 1Cie, ter sterkte van één peloton, wordt bevolen door Lt Christiaens. Ook de 2Cie laat een versterkte gevechtsgroep achter.

II/32Li
Tijdens de nacht van 16 op 17 mei wordt vanaf 03u30 het Fort van Brasschaat nu ook beschoten met obussen van groot kaliber. Om 09u30 installeren Duitse mitrailleurposten zich voor het Fort van Brasschaat en verschansen zich in de omliggende huizen.

Na op de CP regiment de orders ontvangen te hebben voor de terugtocht begint II/32Li met de voorbereiding van de afmars. Om 17u30 worden materieel, munitie, gevechtswagens en bepaalde zware wapens (ook die van het Fort van Brasschaat) naar achter teruggetrokken. Om 19u30 worden de compagniecommandanten op de CP bataljon gebriefd over hoe het bataljon de stelling zal ontruimen. Kapitein Aercke, compagniecommandant van de 6Cie, wordt aangeduid als commandant van de achterhoede van het regiment. Elke compagnie in eerste lijn zal twee gevechtsgroepen (samen het equivalent van een peloton infanterie) achterlaten om de terugtocht van de rest van het regiment te dekken. Deze acht gevechtsgroepen alsook het Pl Vknr/32Li zullen onder bevel komen van de Staf/6Cie vanaf 23u00. Kapitein Aercke zal door Lt Poelvoorde vervangen worden als commandant van de 6Cie voor de duur van zijn opdracht als commandant van de achterhoede 32Li.

Tijdens de briefing aan de compagniecommandanten vallen de compagnies in lijn onder artillerievuur dat in diepte verlengd wordt door de vijandelijke luchtmacht. Door de bosbranden die ontstaan na de artilleriebeschieting, met onder meer brandstichtende munitie, moeten de pelotons hun dispositief aanpassen. Na de vuurvoorbereiding zet de vijand rond 20u00 de aanval in tegen de compagnies opgesteld achter de anti-tankgracht. Wanneer Kapt Aercke terugkomt op zijn CP verneemt hij dat een vijftiental Duitsers erin geslaagd zijn voet te zetten op de westelijke oever van de anti-tankgracht ter hoogte van de rechterflank van de 6Cie. De Duitsers worden er in bedwang gehouden en het kleine bruggenhoofd kan niet worden uitgebreid. Het achterste peloton van de 5de Compagnie wordt in de flank aangevallen door Duitsers die door de linies van het 33Li zijn geïnfiltreerd en naar het noorden ombuigen. Om 23u00 verlaat II/32Li, zoals voorzien in de orders, zijn stellingen onder dekking van de achterhoede. Een versnelde mars richting Hoboken wordt ingezet.

III/32Li
Het bataljon krijgt om 20u15 opdracht om zijn stellingen te verlaten. Tegen 21u00 verlaat het III/32Li zoals bevolen zijn stellingen in 2de Echelon en verplaatst zich te voet via Merksem, het centrum van Antwerpen en Kiel naar de militaire bootbrug te Hoboken om er de Schelde over te steken. De 5de Compagnie van II/SVE die de Schans van Kapellen bemand vertrekt samen met het IIIde Bataljon. III/32Li vertrekt als eerste ondereenheid van 32Li en kan nog voor middernacht de zuidrand van Antwerpen bereiken.

"Grand Hotel La Chapelle" verzamelpunt voor de achterwacht van 32Li op 17 mei om 24u00

“Grand Hotel La Chapelle” verzamelpunt voor de achterwacht van 32Li op 17 mei om 24u00

Achterhoede/32Li
Kapitein Aercke begeeft zich om 23u00 naar het verzamelpunt voor de regimentsachterhoede bij het “Grand Hotel de La Chapelle” in Sint-Mariaburg van waaruit hij de achterhoede zal bevelen. Om 24u00 geeft hij bevel aan de achtergebleven gevechtsgroepen om te verzamelen bij het “Grand Hotel de La Chapelle”. Niet alle gevechtsgroepen kunnen het hotel vinden in de duisternis en keren op eigen initiatief terug. De vijand achtervolgt de achterhoede niet en laat zijn artillerie onderdrukkingsvuren uitvoeren op de voornaamste kruispunten van de invalswegen naar Antwerpen. Vanaf het hotel “La Chapelle” aan de Boskapellei liep de terugtochtweg via het centrum van Sint-Mariaburg, Donk, Kleine Bareel, Merksem, brug 41 over het Albertkanaal, het sportpaleis, de lanen (TBC) en de Boomse Poort (Kiel) naar de militaire brug van Hoboken. Brug 41 over het Albertkanaal werd bewaakt door enkele T13 en werd opgeblazen na de doortocht van de achterhoede van 32Li.

Pl Vknr/32Li
Om 17u00 worden op de CP regiment te Sint-Mariaburg de orders gegeven aan de bataljonscommandanten en het Pl Vknr voor het ontruimen van de stelling. Het Pl Vknr wordt onder bevel geplaatst van de 6Cie en zal er deel uitmaken van de achterhoede van het regiment. Uiteindelijk verlaat het Pl Vknr samen met de rest van de achterhoede de stelling om 24u00 en begeeft zich richting Hoboken om daar de Schelde over te steken.

Staf/32Li
Naast Haasdonk betrekt het regiment diverse kantonnementen rond de gehuchten Luiseek, Ster, Krekel en Vossekot. De ganse dag wordt gerust in de verschillende kantonnementen tot het regiment van de 13Div het bevel ontvangt om zich naar Kluizen te begeven. Het marsorder wordt uitgewerkt en meegedeeld aan de ondereenheden om 22u00.

Originele schets van ligging van de militaire Algrainbrug te Hoboken waar het 32Li de Schelde overstak.

Originele schets van ligging van de militaire Algrainbrug te Hoboken waar het 32Li de Schelde overstak.

I/32Li
Na een mars te voet die de ganse nacht en de volledige morgen duurde komt I/32Li via de militaire brug van Hoboken rond 14u00 toe in het gehucht Ster ten noordoosten van Sint-Niklaas en zoekt er een kantonnement op. Om 23u00 wordt het  bataljon ingescheept op autobussen van de Legerautogroepering (LAuGpg) en via Zelzate naar Wippelgem gebracht.

II/32Li
Het bataljon komt tegen de middag toe in Haasdonk en neemt er onmiddellijk een kantonnement in. Na het invallen van de nacht wordt het bataljon gewekt en moet er worden ingestapt in een colonne autobussen die het bataljon gedurende de rest van de nacht naar Wippelgem zal brengen.

III/32Li
Na een geforceerde voetmars bereikt III/32Li de Algrainbrug te Hoboken waar ze lang moeten aanschuiven om tot bij de brug te komen. Uiteindelijk kunnen ze om 04u30 de Schelde oversteken om vervolgens te Kruibeke voor de eerste keer halt te houden sinds ze hun stelling verlaten hebben. Na de rustpauze wordt verder gemarcheerd via Haasdonk en Sterreken (vermoedelijk oude naam het gehucht langs de huidige straat Ster) naar Sint-Niklaas-Raap (buitenwijk van Sint-Niklaas) waar ze rond 10u00 toekomen om er te kantonneren. In het kantonnement krijgen de manschappen de kans om te recupereren van de nachtelijke voetmars. Om 22u45 vertrekt het bataljon te voet naar Ster waar de manschappen kunnen instijgen in vrachtwagens van de LAuGpg die het bataljon naar Wippelgem brengt. Luitenant Struye, van de 12Cie, brengt de colonne voertuigen en paardengestellen naar Wachtebeke.

Achterhoede/32Li
De versterkte gevechtsgroep van de 2Cie van I/32Li, achtergelaten als achterhoede, slaagt er niet in het gevecht af te breken en de Achterhoede/32Li te vervoegen. De gevechtsgroep wordt in de loop van de nacht door de vijand ingehaald en gevangen genomen. Ook de achterhoede van de 1Cie van I/32Li, onder bevel van Lt Christiaens, mist het verzamelpunt nabij het Grand Hotel de la Chapelle en keert op eigen initiatief terug. Wanneer ze bij de Brug 41 over het Albertkanaal toekomen is deze reeds gesprongen. Het peloton van Lt Christiaens slaagt erin het kanaal over te steken met een inderhaast gemaakt vlot en kan uiteindelijk de rest van de achterhoede vervoegen. Tussen 07u00 en 08u00 bereikt de Achterhoede/32Li de brug te Hoboken. De achterhoede is ondertussen aangedikt door meegetrokken achterblijvers. Na hun overtocht wordt de militaire brug van Hoboken opgeblazen. De achterhoede bereikt eveneens Haasdonk waarna ze hun respectievelijke compagnies vervoegen.

Pl Vknr/32Li
Het peloton verkenner kan zich per fiets sneller verplaatsen dan de rest van de achterhoede en bereikt om 04u00 al de brug van Hoboken. Tegen 05u30 komen ze aan in de wijk Sint-Niklaas-Raap nabij de Raapstraat in Sint-Niklaas waar appel wordt gehouden. Vijf militairen ontbreken en hebben de terugtocht over de Schelde niet gehaald. De rest van de dag wordt gerust in het kantonnement tot om 24u00 het bevel komt dat het regiment zich dient te verplaatsen naar Kluizen.

Staf/32Li
De 13de Infanteriedivisie trekt tijdens de nacht van 18 op 19 mei verder door het Waasland. Het gros van 32Li bereikt in de ochtend het dorp Wippelgem waar ingekwartierd wordt. De colonne voertuigen met de paardengespannen houdt na een nachtelijke verplaatsing halt te Wachtebeke om er een kantonnement op te zoeken en de paarden te laten rusten. Het Belgische verdedigingsplan voor het Kanaal Gent-Terneuzen neemt zijn definitieve vorm aan. In het noorden bewaakt de 1ste Cavaleriedivisie (1CD) de sector rond Terneuzen. Het centrum zal worden bemand door het Vde Legerkorps (V/LK) met de 17de en 6de Infanteriedivisie. Het zuidelijke deel van het kanaal is voor rekening van het IIde Legerkorps (II/LK) met de 13de en 11de Infanteriedivisie.

I/32Li
Tegen dageraad komt het bataljon toe te Wippelgem en zoekt in de buurt een kantonnement op. In de namiddag wordt naar het gehucht Pachtgoederen nabij Kluizen gemarcheerd. Terwijl de manschappen uitrusten te Pachtgoederen verkennen de officieren de stellingen die moeten ingenomen worden achter het Kanaal Gent-Terneuzen. De in te nemen stellingen bevinden zich ongeveer 2 kilometer ten noorden van de  brug van Terdonk.

II/32Li
Het bataljon komt in de loop van de ochtend toe in Wippelgem en kantonneert in de onmiddellijke omgeving van het dorp. Terwijl de manschappen recupereren voert Majoor Van Besien samen met zijn compagniecommandant verkenningen uit voor stellingen in 2de Echelon van het regiment. De CP van het bataljon wordt opgesteld in de hoeve Zandeken.

III/32Li
In de vroege ochtend vertrekken de vrachtwagens vanuit Ster naar Wippelgem via Beveren, Vrasene, Nieuwkerke-Waas, Sint-Gillis-Waas, Stekene, Moerbeke, Wachtebeke, Zelzate, Ertvelde en Kluizen. Om 07u30 komt het bataljon toe te Wippelgem waar onmiddellijk een kantonnement wordt ingenomen. De rest van de dag wordt gerust.

Pl Vknr/32Li
Terwijl de infanterie te voet met autobussen en vrachtwagens wordt getransporteerd moet het Pl Vknr de verplaatsing per fiets uitvoeren. Ze verlaten als laatste Sint-Niklaas om 04u00 en komen om 08u00 aan te Wachtebeke waar de colonne voertuigen al kantonneert. Na een rustperiode te Wachtebeke wordt doorgefietst naar Wippelgem waar ze om 17u30 toekomen om er te kantonneren.

Initiële opstelling voor de verdediging van de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde.

Staf/32Li
De 13de Infanteriedivisie wordt doorgestuurd naar de hen toegewezen posities aan het Kanaal Gent-Terneuzen en zal de sector tussen Zelzate (exclusief) en Terdonk (exclusief) innemen. De divisiecommandant, Generaal Duthoy, verdeelt de eenheden in zijn sector. Langsheen de kanaaloever wordt de noordelijke ondersector bezet door het 33Li die er het 1ste en het 2de Echelon van de divisie bemannen. De zuidelijke ondersector is voor rekening van het 32Li. Op het 3de Echelon van de divisie worden initieel twee bataljons van het 34Li opgesteld op de as langsheen de Rostenbeek, Wachtebeek, Avrijevaart en de Burggravenstroom. Omdat de 13Div niet beschikt over enige anti-tankcapaciteit wordt II/34Li overgeheveld naar de 11de Infanteriedivisie (11Div) in ruil voor het IVde Bataljon zware wapens van het 14de Linieregiment (IV/14Li). Dit bataljon beschikt over een compagnie zware mitrailleurs, een compagnie getrokken C47mm anti-tankkanonnen en een compagnie zware mortieren.  De divisiestaf installeert zich aan de Singel te Evergem.

De posities worden later op de dag herschikt omdat de resterende troepen van 33Li niet volstaan om de eerste linie van de hen toegewezen ondersector te bemannen. Het 34Li dat stond opgesteld op het derde echelon wordt naar voor gestuurd en moet stelling nemen langs het kanaal. In één beweging wordt het 33Li en het 34Li samengevoegd tot één enkel (nieuw) regiment dat vanaf nu het 33/34Li zal genoemd worden en dat na de reorganisatie beschikt over drie volwaardige bataljons. Aan het eind van de dag bezet het 33/34Li de noordelijke ondersector en het 32Li de zuidelijke ondersector van 13Div.

Het 32Li plaatst twee bataljons op het 1ste Echelon, het resterende bataljon wordt opgesteld in 2de Echelon over de ganse breedte van de ondersector van het regiment. Het regiment ontvangt een aantal C47mm anti-tankkanonnen van IV/14Li alsook enkele T13 tankjagers van andere divisies in steun. Gedurende de ganse dag worden de stellingen achter het Kanaal Gent-Terneuzen voorbereid zonder hierbij gestoord te worden door de vijand.

I/32Li
I/32Li bezet tegen 04u00 het noordelijk bataljonsvak van 32Li. De manschappen beginnen onmiddellijk met het graven van loopgrachten in de zanderige dijk van het kanaal. Majoor Gerling zet zijn drie compagnies in lijn met van noord naar zuid de 2Cie, de 3Cie en de 1Cie. De zware bewapening van de 4Cie wordt verdeeld over de drie compagnies in lijn. Om wat diepte te creëren in zijn dispositief laat hij één peloton per compagnie, het zogenaamde steunpeloton,  stelling nemen op een 150-tal meter achter de pelotons in lijn. Deze steunpelotons zijn de kern van de terugvalpositie van de compagnies in lijn ingeval de eerste lijn doorbroken wordt. De CP van I/32Li bevindt zich achter de 1Cie. Ten noorden van I/32Li bevindt zich het IIde Bataljon van 33/34Li, een fusiebataljon samengesteld uit het voormalige II/33Li en III/33Li.

  • 1Cie/I/32Li
    Cdt Vermeire, commandant van de 1Cie stelt het 2de Peloton van OLt Gyselinck en het 3de Peloton van Lt Agneesens op langs het kanaal. Het 1ste Peloton wordt als steunpeloton zo’n 150 m achter de kanaaloever opgesteld. De compagnie krijgt een zware mitrailleur in steun van IV/14Li.

De brug van Terdonk over het kanaal Gent-Terneuzen bevindt zich in het bataljonsvak van I/29Li, net ten zuiden van de limiet met III/32Li.

III/32Li
Om 06u00 worden de manschappen gewekt en begeven zich naar de kanaaloever tegenover Terdonk. III/32Li bezet het zuidelijk bataljonsvak van 32Li. Majoor Van Den Plas neemt hetzelfde dispositief in als I/32Li en stelt van noord naar zuid de 11Cie, de 10Cie en de 9Cie op. Ook hier wordt een steunpeloton opgesteld op 150 meter achter het kanaal. De CP van III/32Li wordt geïnstalleerd in een oude Duitse bunker van WOI (overblijfsel van de Hollandstellung) die zich bevindt achter de 9Cie. Ten zuiden van III/32Li bevindt zich het Iste Bataljon van het 29ste Linieregiment (I/29Li). I/29Li is het meest noordelijke bataljon van de 11Div en de limiet tussen III/32Li en I/29Li is tevens de limiet tussen de 13Div en de 11Div. De brug van Terdonk wordt omstreeks 08u00 opgeblazen door het wachtdetachement van het 11de Bataljon Genie (11Gn). Voor de 9Cie van III/32Li duiken rond 12u45 enkele Duitse verkenners op die prompt door de 9Cie onder vuur worden genomen. De Duitse verkenners wachten op de aankomst van de voorhoede van hun troepenmacht en zijn niet bereid om op 20 mei nog een aanvalspoging te wagen. Buiten dit incident blijft het dan ook rustig.

II/32Li
Het II/32Li wordt opgesteld in 2de Echelon over de ganse breedte van de ondersector van het regiment. Van noord naar zuid staan de 7Cie, de 6Cie en de 5Cie opgesteld terwijl de zware wapens van de 8Cie zoals gebruikelijk verdeeld worden over de drie andere compagnies. Links van II/32Li bevindt zich het Iste Bataljon van 33/34Li, een fusiebataljon samengesteld uit het voormalige I/33Li en I/34Li. Dit bataljon bezet het 2de Echelon over de ganse breedte van de ondersector van 33/34Li. Rechts van II/32Li bevindt zich II/29Li opgesteld in 2de Echelon van 29Li.

Opstelling van 32Li op 21 mei tussen Terdonk in het zuiden en Rieme in het noorden. I/32Li en III/32Li staan opgesteld in eerste lijn, II/32Li staat opgesteld in 2de Echelon. (Bron velddagboek 13Div, schets ontvangen van 32Li op 26 mei 1940).

Opstelling van 32Li op 21 mei tussen Terdonk in het zuiden en Rieme in het noorden. I/32Li en III/32Li staan opgesteld in eerste lijn, II/32Li staat opgesteld in 2de Echelon. (Projectie op originele schets uit velddagboek 13Div van 26 mei 1940).

Staf/32Li
Tot de late middag blijft alles rustig aan het kanaal. Andere Belgische eenheden voeren patrouilles uit aan de oostelijke oever van het kanaal, maar het 32Li werkt zo snel mogelijk verder aan zijn stellingen.

III/32Li slaagt erin om een Duitse aanval uit de opmars te verhinderen. Ondanks het Belgische succes, breekt er toch paniek uit in de rangen van 33/34Li. Tijdens de gevechten met de Duitse voorhoede ter hoogte van Terdonk gaan heel wat soldaten van het 33/34Li er van door, alhoewel er voor hun eigen loopgrachten niks gebeurt is en er geen vijand te zien was. ’s Avonds krijgt de 13Div te horen dat ze het 37ste Linieregiment (37Li) in versterking zullen krijgen. 37Li bevindt zich echter nog aan onze kust en zal pas tijdens de nacht van 21 op 22 mei arriveren. Na de aankomst van het 37Li worden de linies opnieuw bemand en zal de eerste lijn van de divisiesector verdeeld worden onder het 32Li en het 37Li, terwijl de restanten van het 33/34Li veiligheidshalve in reserve geplaatst worden.

I/32Li
De ganse dag wordt doorgewerkt aan de voorbereiding van de stelling. Tegen het vallen van de duisternis zijn de loopgrachten klaar voor gebruik. Tijdens de nacht komen de Duitsers toe op de oostelijke kanaaloever en bestoken de linies van I/32Li met mitrailleur- en mortiervuur zonder gevolg.

III/32Li
Om 00u20 komt de vijandelijke voorhoede toe en bezet de oostelijke oever van het Kanaal Gent-Terneuzen tegenover de stellingen van III/32Li. Tegelijk start de vijandelijke artillerie met het inschieten van zijn kanonnen. Regelmatig valt een artilleriegranaat neer binnen de Belgische linies. Omstreeks 05u30 zijn de eerste Duitse mortierinslagen te horen. De ganse dag wordt over en weer geschoten voor de stelling van III/32Li. Met infanterievuur en artillerievuur van I/21A worden Duitse waarnemingsposten, verzamelzones, colonnes voertuigen en infanteriestellingen op de oostelijke kanaaloever onder vuur genomen. Hierdoor wordt de voorbereiding voor een aanval uit de opmars verstoord waarna de vijand besluit om op versterking te wachten teneinde later een methodische aanval uit te voeren. Tegen de avond staat Terdonk in brand door het aanhoudend Belgisch artillerievuur. Een nieuwe aanval moet niet onmiddellijk verwacht worden. Naar de avond toe verhoogd de intensiteit van de Duitse artillerievuren.

II/32Li
Het bataljon bereidt zijn stellingen in 2de Echelon voor.

Staf/32Li
Na de Duitse doorstoot tot Abbeville aan de Atlantische kust zijn de geallieerde legers in Noord-Frankrijk en Vlaanderen geheel omsingeld. Het geallieerde oppercommando heeft op 21 mei tijdens de Conferentie van Ieper besloten om de Schelde-linie op te geven. Hierop bepaalt de Belgische legerleiding tijdens de ochtend van 22 mei dat onze strijdkrachten niet zoals afgesproken zullen terugtrekken naar de IJzer, maar stand zullen houden langsheen de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie.

Langs de ganse lengte van het Kanaal Gent-Terneuzen is er slechts sporadisch contact met de Duitsers. In de noordelijke sector hebben Belgische patrouilles vijandelijke troepen gespot in de regio van Axel. In de zuidelijke sector bereikt een verkenningspatrouille van het 29Li het dorp Desteldonk. Het 32Li werkt zo snel mogelijk aan het verstevigen van de stellingen.

I/32Li
De ganse dag wordt over en weer geschoten en pas tegen de avond komt de vijandelijke artillerie in actie en worden de stellingen van I/32Li sporadisch beschoten. Het bataljon heeft enkele gewonden te betreuren.

III/32Li
Het Duitse artillerievuur neemt tegen de ochtend af, maar de Luftwaffe blijft de ganse dag door actief boven de stellingen van het 32Li. Rechts van III/32Li, in de ondersector van 29Li staan de petroleumtanks van Purfina in brand en waardoor een dikke rookwolk boven de stellingen van 29Li opstijgt. Met uitzondering van de omgeving van de brug van Terdonk, lijkt de vijand de oostelijke kanaaloever te hebben verlaten. Dit wordt bevestig door een patrouille die het Pl Vknr/29Li uitvoert op de oostelijke oever. De patrouille kan ongeveer 1 km diep in het Duitse dispositief binnendringen zonder contact te maken. De methodische aanval wordt verder weg van de kanaaloever voorbereid. Vanaf de observatiepost van de 11Cie worden artillerievuren gejusteerd op de stellingen van de vijand rond Terdonk.

II/32Li
Het bataljon kan in alle rust verder werken aan zijn stellingen.

Toestand 32Li op 23 mei om 20u00 (Projectie op originele schets van mei 1940)

Toestand 32Li op 23 mei om 20u00 (Projectie op originele schets van mei 1940)

Staf/32Li
Om 10u30 begint de Duitse artillerie in te schieten en vrijwel onmiddellijk beginnen de Belgen slachtoffers te incasseren. Om 12u30 wordt de methodische aanval ingezet met een luchtbombardement gevolgd door een hevige artilleriebeschieting die de voorste linies van de compagnies opgesteld achter het kanaal volledig ontwrichten. Onder dekking van een rookgordijn wordt het kanaal overgestoken en wordt er zowel bij bij I/32Li als bij III/32Li een bruggenhoofd geslagen. Het I/32Li krijgt het héél moeilijk, de 1ste en de 3de Compagnie worden opgerold. De CP van I/32Li wordt omsingeld en Majoor Gerling wordt gedood bij de verdediging van zijn CP.  De 2de Compagnie kan stand houden maar raakt eveneens omsingeld omdat ten noorden van hun stelling de vijand erin slaagt om de posities van het 37Li binnen te dringen en dit regiment zonder al te veel moeite onder zware druk te zetten. Bij III/32Li slaagt de vijand erin de westelijke kanaaloever te bezetten maar kan het bruggenhoofd niet uitbreiden. Door een hevige bevriende artilleriebarrage wordt de vijand teruggedrongen maar worden er ook verliezen geleden door de Belgische infanterie. De artilleriebeschieting wordt gevolgd door een tegenaanval van II/14Li die erin slaagt de vijand terug over het kanaal te jagen en de geïsoleerde weerstandsnesten van I/32Li uit hun benarde positie te bevrijden. Rond middernacht krijgt het regiment opdracht om zich terug te trekken richting Sint-Joris.

I/32Li

  • Staf/I/32Li
    In de voormiddag voert de vijandelijke artillerie een regelingsvuur uit op de stellingen van I/32Li hetgeen meestal de voorbode is voor een nakende aanval. Hoewel het de rest van de voormiddag rustig blijft kunnen de waarnemingsposten van I/32Li aan de overkant van het kanaal bewegingen observeren die wijzen op de voorbereiding van een methodische aanval. Er wordt artilleriesteun gevraagd om de voorbereiding te storen maar die komt er niet. Om 13u00 start de methodische aanval op de stellingen van I/32Li met een bijzonder hevige artillerievoorbereiding. De eerste lijn van de 1Cie wordt weggeveegd enkel het steunpeloton houdt stand. Wanneer Cdt Vermeire, compagniecommandant van de 1Cie op de CP bataljon toekomt om verslag uit te brengen over de toestand van zijn compagnie wordt de CP aangevallen. Bij deze aanval wordt Majoor Gerling getroffen in het hoofd en raakt in coma. Wanneer de ambulance die de gewonde bataljonscommandant afvoert getroffen wordt door een artilleriegranaat komt de majoor om het leven. Cdt Vermeire die zich nog steeds op de CP bataljon bevindt brengt de regimentsstaf telefonisch op de hoogte van de gebeurtenissen en krijgt het bevel van I/32Li opgelegd door de Staf/32Li. De commandopost raakt meer en meer omsingeld tot op het ogenblik dat de bevriende artillerie een barragevuur afgeeft vanaf de spoorweg tot het kanaal en er voorbij. Het artillerievuur treft ook de CP van I/32Li en het steunpeloton van de 1Cie maar is vooral dodelijk voor de aanvaller. Gebruik makend van de chaos na de artilleriebeschieting trekt Cdt Vermeire samen met Cdt De Caluwé van de 4Cie en de manschappen van de CP terug naar een positie west van de spoorweg. Hier worden ze voorbijgestoken door elementen van het II/14Li die de tegenaanval hebben ingezet en die de vijand terug over het kanaal jagen.
  • 1Cie/I/32Li
    Om 13u00 valt de 1Cie onder hevig artillerievuur dat ongeveer een 20-tal minuten aanhoudt. Ook de vijandelijke luchtmacht neemt de pelotons achter het kanaal onder vuur. De uitwerking is compleet, de zware mitrailleur van IV/14Li wordt buiten gevecht gesteld en de manschappen in de loopgrachten achter het kanaal raken bedolven onder het zand. OLt Gyselinck raakt gewond van bij de start van de vuurvoorbereiding en moet worden afgevoerd. Er vallen meerdere doden en gewonden. Gebruik makend van de artilleriebeschieting steekt de Duitse infanterie het kanaal over met rubberboten en verovert een bruggenhoofd  ter hoogte van de 1Cie. Cdt Vermeire wordt krijgsgevangen genomen en moet voor de Duitsers uitlopen richting steunpeloton. Hij krijgt opdracht om het 1ste Peloton (1Pl)  het bevel te geven zich over te geven. Wanneer hij de kans schoon ziet maakt hij van een oneffenheid in het terrein gebruik om zich aan de waarneming van de vijand te onttrekken en het steunpeloton te verwittigen van de aanwezigheid van de vijand. Hij zet het gevecht verder vanaf de stellingen van zijn 1Pl. Nadat het 1Pl zijn stellingen geconsolideerd heeft vertrekt Cdt Vermeire naar de CP van I/32Li die zich net achter het steunpeloton bevindt om ze te verwittigen van de vijandelijke infiltratie. Het 1Pl houdt stand en ondergaat een bevriend artillerievuur dat zich verlegt vanaf de spoorweg tot het kanaal. Hierop volgt een tegenaanval geleid door het II/14Li. Het 1Pl van de 1Cie wordt uiteindelijk tijdens de nacht van 23 op 24 mei door het II/14Li ontzet en vervoegt zijn compagniecommandant. Aan het eind van de dag telt de compagnie 16 gesneuvelden, 70 militairen werden krijgsgevangen genomen. Onder hen de Luitenant Agneessens die apart gehouden wordt. De Duitsers brengen hem naar Wachtebeke voor ondervraging en zijn geïnteresseerd in de Belgische opstelling en de sterkte van de artillerie. Er is zichtbare wrevel omdat geen vooruitgang werd geboekt [7].
  • 2Cie/I/32Li
    De 2Cie bezet een steunpunt op de grens met het 37Li ten zuiden van de Avrijevaart. Rechts van de 2Cie heeft de 3Cie een steunpunt ingericht. Het 2de Peloton (2Pl) van OLt Bamelis staat opgesteld langs het kanaal en grenst aan de stellingen van de 3Cie, het 1ste Peloton (1Pl) van Lt Debruycker wordt op 150 meter achter het kanaal opgesteld als steunpeloton, het 3de Peloton (3Pl) van Lt Roosen bevindt zich op de linkerflank bij de junctie van de Avrijevaart met het kanaal. De vijand zet zijn methodische aanval in kort na de middag. Bij de voorbereidende artilleriebeschieting krijgt het 1Pl het hard te verduren, Lt Debruycker wordt zwaar gewond, talrijke van zijn manschappen sneuvelen.  De 2Cie wordt al snel na de start van de aanval omsingeld, zowel langs het noorden waar de vijand erin slaagde een bruggenhoofd te slaan bij het 37Li als in het zuiden waar de 1ste en de 3de Compagnie overrompeld werden. De 2Cie blijft weerstand bieden en leidt aanzienlijke verliezen. Het 2Pl van OLt Bamelis en het 3Pl van Lt Roosen houden goed stand. Het 2Pl, dat de rubberboten voor de 1ste en de 3Cie zag oversteken moest machteloos toekijken toen bleek dat geen enkele van de Chauchat mitrailleurs nog functioneerde. Cdt Gauthier, compagniecommandant van de 3Cie kon samen met Lt Braeckeveldt en enkele manschappen van de 3Cie nog ontkomen en dekking zoeken in de loopgrachten van het 2Pl. Het barragevuur van de bevriende artillerie die de tegenaanval van het 14Li moest inleiden passeert ook over de loopgrachten van de 2Cie. Pas in de nacht van 23 op 24 mei wordt de 2Cie door de tegenaanval van II/14Li uit zijn benarde positie verlost. De compagnie krijgt opdracht het kanaal te verlaten en zich via Waarschoot, Ursel en Knesselare naar Sint-Joris-ten-Distel te begeven [8 en 11].

II/32Li
II/32Li wordt niet verontrust en moet op 23 mei geen strijd leveren. Op vraag van de bataljonscommandant van III/32Li wordt het dispositief van II/32Li aangepast om de linkerflank van III/32Li te verzekeren nadat de vijand diep is door gedrongen in het bataljonsvak van I/32Li. Het komt echter niet tot een treffen met de vijand. Tegen het vallen van de duisternis beveiligt II/32Li de vertreklijn voor de aanval van II/14Li. Om 23u00 krijgt het bataljon het bevel tot terugtrekking naar Sint-Joris-ten-Distel.

III/32Li
Om 12u10 worden de stellingen van III/32Li aangevallen door 21 vliegtuigen (9 bommenwerpers en 12 Messerschmidt’s). Bij het bombardement van de stelling wordt gebruik gemaakt van bommen met een vertragende ontsteking die pas ontploffen nadat ze zich in de zanderige bodem geboord hebben. Hierdoor worden de loopgrachten bedolven met los zand hetgeen heel wat Chauchat machinegeweren doet blokkeren. Het bombardement heeft ook een psychologisch effect daar het opspuitende zand lijkt op de impact van machinepistoolvuur waardoor de indruk gewekt wordt bij de verdedigers dat ze omsingeld zijn. Het bombardement wordt om 12u15 overgenomen door de artillerie die met grote precisie de pelotons in eerste lijn bestookt met verschillende kalibers [15].

Om 14u30 wordt de methodische aanval ingezet onder dekking van een rookgordijn. Een aantal rubberbootjes bemand met drie à vier man steekt met intervallen van vier meter het kanaal over. Deze bootjes worden gevolgd door grotere boten waarin een 40-tal man plaatsgenomen heeft. De boten komen vanuit de Moervaart waar de Duitse infanteristen in alle rust zijn kunnen inschepen. Een van de grotere ontschepingsboten wordt tot zinken gebracht door de C47mm van IV/14Li die zich in het steunpunt van de 10Cie bevond. De bootjes worden hoofdzakelijk bestookt door geweervuur, het merendeel van de zware en lichte machinegeweren zijn geblokkeerd of uitgeschakeld door het voorbereidende artillerievuur. Ook driekwart van de Vivien-Bessières granaten ontploffen niet.

Majoor Van Den Plas begeeft zich onmiddellijk na de start van de artilleriebeschieting naar de waarnemingspost bataljon om zich te vergewissen van de toestand. Samen met Lt Urbain, compagniecommandant van de 12Cie vordert hij naar de oever van het kanaal. Wanneer ze de lijn van de steunpelotons voorbij zijn botsen ze al op Duitse patrouilles. Gezien alle telefoonlijnen vernield werden door de voorbereidende artielleriebeschieting keert hij op zijn stappen terug naar het steunpeloton van de 10Cie van waaruit de andere steunpelotons en de regimentscommandant per estafette verwittigd worden van het feit dat de vijand voet aan grond gekregen heeft op de westelijke kanaaloever. Om 14u50 laat hij een artillerievuur aanvragen op de westelijke dijk van het kanaal. Intussen voert Cdt Beuselinck, commandant van de 11Cie samen met Lt Lercangée, pelotonscommandant van de 12Cie, en enkele manschappen een tegenaanval uit op de indringers voor de 10Cie, echter zonder succes. Ook OLt Boêl, pelotonscommandant van het steunpeloton van de 10Cie, samen met Lt Struye van de 12Cie wagen een poging om de vijand terug te dringen. OLt Boël geraakt hierbij gewond. Tot slot probeert ook Lt Van De Velde langs de dijk op te rukken met enkele manschappen van zijn compagniestaf maar wordt bij die poging krijgsgevangen genomen. Hij kan later van een onoplettendheid van zijn bewakers profiteren om te ontsnappen en de CP bataljon vervoegen.

Om 15u30 wordt de gevraagde artilleriesteun ontketend. Het bevriende artillerievuur slaat niet alleen in op de dijk maar komt ook terecht op het steunpeloton van de 10Cie waar het aanzienlijke verliezen veroorzaakt. Majoor Van De Plas vraagt om het artillerievuur met 200m te verleggen richting kanaaloever en vraagt aan de CP regiment de steun van twee compagnies versterkt met mitrailleurs om een tegenaanval op te zetten. Hij oordeelt dat de vijand voldoende gedesoriënteerd is om de tegenaanval met succes te kunnen opzetten. Op dat ogenblik houdt III/32Li een lijn op een tiental meter achter de spoorlijn ter hoogte van de steunpelotons.

Om 16u30 vuurt de bevriende artillerie opnieuw binnen de eigen linies waarna de vijand versterkingen kan aanvoeren en vaste voet krijgt tussen de westelijke oever en de spoorweg. Duitse patrouilles proberen om 18u15 te infiltreren tussen de steunpelotons van de 10Cie en 11Cie. Majoor Van De Plas krijgt om 19u30 te horen dat een tegenaanval zal uitgevoerd worden door II/14Li in het bataljonskwartier van I/32Li en dat III/32Li zijn posities moet behouden tot het einde van de tegenaanval. Rond 21u10, wanneer II/14Li zijn tegenaanval inzet, heeft de vijand in het bataljonsvak van III/32Li de spoorweg stevig in handen. Om 22u20 krijgt het IIIde Bataljon te horen dat ze zich om 23u30 moeten terugtrekken naar Sint-Joris-ten-Distel. Uiteindelijk kan III/32Li het gevecht afbreken om 00u30.

Staf/32Li
Tijdens de nacht van 23 op 24 mei verlaat het 32Li samen met de rest van de 13Div zijn stellingen langs het kanaal Gent-Terneuzen en begeeft zich naar een hergroeperingszone nabij Sint-Joris-ten-Distel achter het Afleidingskanaal van de Leie, de nieuwe verdedigingslinie van het Belgische leger. II/32Li verlaat Kluizen als eerste om 00u30 gevolgd door III/32Li om 00u50. De Staf/32Li vertrekt om 01u00 en installeert zich om 07u00 in het gemeentehuis van Sint-Joris. De rest van het regiment komt in de nieuwe kantonnementszone toe tussen 10u00 en 12u30. 32Li gaat in reserve gezien de gevechtswaarde van het regiment dermate afgebrokkeld is dat de eenheid niet meer aan het front kan ingezet worden zonder grondige reorganisatie. Alleen al tijdens de gevechten van 23 mei sneuvelden 55 militairen van 32Li. De rest van de dag wordt besteed aan inkwartiering en herschikking van de compagnies.

Staf/32Li
De compagnies en de bataljons worden in de kantonnementszone van Sint-Joris-ten-Distel gereorganiseerd en opnieuw van materieel voorzien om de tijdens de gevechten aan het Kanaal Gent-Terneuzen geleden verliezen te compenseren.

Staf/32Li
’s Ochtends bevindt het regiment zich nog steeds te Sint-Joris. De vijand nadert het Afleidingskanaal van de Leie waardoor het 32Li genoodzaakt is verder naar het westen te trekken. Rondom 14u00 ontvangt de Staf/32Li op zijn CP in het gemeentehuis van Sint-Joris het waarschuwingsorder zich klaar te houden voor een nieuwe verplaatsing. Om 17u00 wordt het uitvoeringsbevel gegeven voor een verplaatsing naar Veldegem. I/32Li verlaat als eerste Sint-Joris om 18u50 gevolgd door III/32Li die om 19u05 zijn kantonnement verlaat. Amper 10 minuten na vertrek wordt de colonne voertuigen van III/32Li door de Duitse luchtmacht gebombardeerd. Er vallen enkele slachtoffers. II/32Li kan rond 19u45 als laatste zonder problemen vertrekken uit Sint-Joris.

Staf/32Li
De eerste elementen van 32Li komen te Veldegem aan om 00u30. De laatste detachementen komen twee uur later toe. De rest van de dag wordt gerust en ook de nacht  van 27 op 28 mei wordt te Veldegem doorgebracht.

Staf/32Li
Om 01u35 wordt het 32Li doorgestuurd naar Westkerke. Het regiment zet zich in beweging rond 04u00 en marcheert van Veldegem via Aartrijke en Eernegem naar Westkerke. Wanneer 32Li omstreeks 06u00 Aartrijke passeert worden ze op de hoogte gebracht van de capitulatie van het Belgisch leger. De ingezette mars wordt voortgezet en er wordt gekantonneerd te Westkerke tijdens de nacht van 28 op 29 mei.

Krijgsgevangenen/32Li
Vroeg in de ochtend worden de manschappen gewekt en om 00u30 vertrekt het regiment naar Eernegem waar het regiment ontwapend wordt. Te Eernegem krijgen ze om 09u00 bevel om door te marcheren naar Ruddervoorde waar een kantonnement voor de nacht wordt gezocht.

Krijgsgevangenen/32Li
De ganse dag verblijft het 32Li te Ruddervoorde in afwachting van verdere orders. Uiteindelijk geeft de Staf/13Div de 1ste juni om 04u00 ’s morgens opdracht om tegen 07u00 naar Waarschoot te vertrekken. De gemotoriseerde colonne vertrekt om 07u00, de manschappen te voet vatten de mars aan om 08u00 teneinde via Sijsele, Maldegem en Eeklo tegen 21u45 Waarschoot te bereiken [11].

Na de capitulatie
Krijgsgevangenen/32Li
Op 11 juni wordt het regiment te Waarschoot door de Duitsers gedemobiliseerd, de dienstplichtigen en het reserve kader mochten naar huis terugkeren, de actieve kaderleden werden via Moerbeke en Lokeren als krijgsgevangenen afgevoerd naar het Kamp van Brasschaat waar ze geïnterneerd worden. Drie reserveofficieren van de staf van het 32Li treden in oktober 1940 toe tot de afdeling Gent van het Geheim Leger. Het betreft Cdt Res Decoene, de Adjudant-majoor van het regiment, Luitenant Res Speeckaert, officier materieel van de Staf/32Li en Lt Res Piqué, vaandrig van het regiment. Cdt Decoene en Lt Speeckaert overleven de oorlog niet en komen om in een concentratiekamp [10].

Slachtoffers

Bibliografie en Bronnen

  1. Het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten is één van de zeven Kempische kanalen die de Maas met de Schelde verbinden. [On line beschikbaar]: https://binnenvaartinbeeld.com/nl/kanaal_dessel_turnhout_schoten/kanaal_dessel_turnhout_schoten [Laatst geraadpleegd 09 februari 2020].
  2. Achtergrondinformatie bij de anti-tankgracht rond Antwerpen; website “Het kamp van Brasschaat – De anti-tankgracht” [On line beschikbaar]: http://www.het-kamp-van-brasschaat.be/MilSit_AtkGracht.html# [Laatst geraadpleegd 10 februari 2020].
  3. Een regelingsvuur is een technisch vuur waarbij een vast punt in het terrein met gekende coördinaten beschoten wordt. Door observatie van de afwijking van de invalspunten ten overstaan het gekende punt kan de invloed van de actuele weersomstandigheden (windrichting, windsnelheid, atmosferische druk en temperatuur) berekend worden. Met deze afwijking wordt dan rekening gehouden bij de vuuraanvragen of bij het opstellen van een vuurplan.
  4. Achtergrondinformatie betreffende Soldaat Guillaume Maes verwond op 23 mei en later overleden aan zijn verwondingen. [On Line beschikbaar]: https://denbelgischepiot.jimdo.com/een-eerbetoon/ [Laatst geraadpleegd 11 februari 2020]
  5. En 1940 le 121e régiment d’infanterie fait partie de la 25e Division d’infanterie motorisée est rattachée au 1er Corps d’Armée qui est intégré à la VIIe armée du général Giraud. Région Militaire, Centre Mobilisateur d’infanterie, CMI 133 Montluçon.
  6. Getypt gedetailleerd verslag in het Nederlands van de veldtocht van OLt Rogiers, commandant van het Pl Vknr/32Li. Het verslag maakt deel uit van het dossier “32Li” bewaard in het Centrum voor Historische Documentatie van Defensie te Evere.
  7. Getypt gedetailleerd verslag opgesteld in het Frans van de veldtocht van Cdt Vermeire, commandant van de 1Cie van I/32Li. Het verslag maakt deel uit van het dossier “32Li” bewaard in het Centrum voor Historische Documentatie van Defensie te Evere. Cdt Vermeire voegt nog een opmerking toe aan zijn verslag waarin hij vermeld dat de soldaten problemen hadden met de nieuwe Mauser Mod 36 geweren waarmee ze op 19 april werden uitgerust. Ze waren onvoldoende vertrouwd met de manipulatie van het wapen en de meesten hadden er voor het uitbreken van de oorlog nog niet mee geschoten. Ook uit hij zijn ontevredenheid over de FM15/27 Chauchat lichte mitrailleurs die in 1915 aangekocht werden en van eerder bedenkelijke kwaliteit bleken te zijn.
  8. Handgeschreven verslag in het Frans van de veldtocht van Lt De Leeuw, commandant van de 2Cie van I/32Li. Het verslag opgesteld op 10 juni 1947 maakt deel uit van het dossier “32Li” bewaard in het Centrum voor Historische Documentatie van Defensie te Evere.
  9. Gedetailleerd verslag van de veldtocht van Majoor Van Besien, commandant van het IIde Bataljon van 32Li. Het verslag opgesteld op 21 juni 1945 maakt deel uit van het dossier “32Li” bewaard in het Centrum voor Historische Documentatie van Defensie te Evere.
  10. Gedetailleerd verslag van de veldtocht van Luitenant-kolonel Desmet, regimentscommandant van het 32Li, opgesteld op 23 december 1945. Het verslag maakt deel uit van het dossier “32Li” bewaard in het Centrum voor Historische Documentatie van Defensie te Evere.
  11. Handgeschreven verslag in het Nederlands van OLt Bamelis, commandant van het 2de Peloton van 2/I/32Li opgesteld op 15 februari 1945. Het verslag maakt deel uit van het dossier “32Li” bewaard in het Centrum voor Historische Documentatie van Defensie te Evere.
  12. Kopie van het velddagboek van 32Li gaande over de periode van 23 maart 1940 tot 1 juni 1940. De kopie bevindt zich in het dossier “32Li” bewaard in het Centrum voor Historische Documentatie van Defensie te Evere. Het betreft een document dat naar alle waarschijnlijkheid na het beëindigen van de oorlog op last van LtKol Desmet werd overgetypt van het handgeschreven origineel. Hier en daar werden handgeschreven correcties aangebracht hetgeen laat vermoeden dat de transcriptie werd nagelezen en gescreend. Het velddagboek in kwestie is allicht een waarheidsgetrouw chronologisch relaas der feiten zoals ze werden opgetekend op het moment dat ze zich voordeden. Om redenen van geheimhouding werden toentertijd de verschillende correspondenten met wie de CP van 32Li in contact stond versleuteld met een trigram tevens oproepnaam (callsign) van de eenheid in kwestie. Om de berichtenstroom te kunnen volgen dient men te weten welk trigram overeenkomt met welke eenheid. Zo blijkt uit de context dat tijdens de verdediging van de anti-tankgracht in de VPA volgende trigrammen te linken zijn met volgende eenheden: ZNA – Staf/13Div, ZQA – CP I/32A, ZQE – CP II/32A, ZQM – CP III/32A, ZUC – CP Fort van Brasschaat, ZQV – Pl Vknr, FUC – HK V/LK, ZDB – CP 8J, ZQR en EQP – Observatieposten van de artillerie. Bij de verdediging van het kanaal Gent-Terneuzen werden andere trigrammen gebruikt.
  13. Getypt verslag in het Frans van de veldtocht van Majoor Van Den Plas, commandant van III/32Li, opgesteld na de oorlog. Een kopie van het verslag dat door Majoor Van Den Plas op 25 mei 40 werd opgesteld na de gevechten van 23 mei is geïntegreerd in dit verslag. Dit verslag bevindt zich in het dossier van het dossier “32Li” bewaard in het Centrum voor Historische Documentatie van Defensie te Evere.
  14. Getypt gedetailleerd verslag in het Frans van de gevechten die het 32Li voerde op 23 mei nabij Terdonk opgesteld door LtKol Desmet op 27 mei 1940 en overgemaakt aan de Staf/13Div. Het verslag steekt in het velddagboek van de 13Div bewaard in het Centrum voor Historische Documentatie van Defensie te Evere. .
  15. Originele kopie van het getypt gedetailleerd verslag van de gevechten die III/32Li voerde op 23 mei te Terdonk, opgesteld door Majoor Van Den Plas op 25 mei 1940 en overgemaakt aan de regimentscommandant van 32Li. Deze kopie bevindt zich in het dossier van het dossier “32Li” bewaard in het Centrum voor Historische Documentatie van Defensie te Evere. In het verslag maakt Majoor Van De Plas gewag van het sneuvelen van Lt Lavers één van de pelotonscommandanten van de 10Cie. Lt Lavers staat echter niet bij de lijst der gesneuvelden van 32Li en is ook niet te vinden in het War Dead Register. Het lijkt nochtans weinig waarschijnlijk dat de bataljonscommandant twee dagen na de gevechten zich zou vergissen bij het feit dat één van zijn officieren sneuvelde. Verder onderzoek moet het lot van Lt Lavers duidelijk maken.
  16. Het 92(FRA)RIM wordt bevolen door de Franse Colonel Damidaux, en maakt samen met het 121ste Franse Régiment d’infanterie motorisée 121(FRA)RIM] deel uit van de voorhoede van de  25ste Franse Division d’infanterie motorisée [25(FRA)DIM]. Het 92(FRA)RIM trok op 10 mei België binnen na het starten van de Duitse invasie. Via Antwerpen begaf het regiment zich richting Breda om er de inplaatstelling van de rest van het 7de Franse Leger onder bevel van Generaal Giraud te beveiligen.  Te Breda komt het tot een ontmoetingsslag met de voorhoede van de Duitsers die via Nederland richting Antwerpen oprukken. De gevechten zijn hevig en de Franse leiden substantiële verliezen niet in het minst door de acties van de Luftwaffe.
  17. Ten noorden van de Belgisch-Nederlandse grens was er geen aansluiting met het Nederlands verdedigingsdispositief. De Nederlanders hadden zich opgesteld ten noorden van de Rijn waardoor er een gapende opening bestond tussen de Belgische en Nederlandse verdedigingslinies. Dit werd reeds in november opgemerkt door de Franse Generaal Gamelin die een plan liet uitwerken om het 7(FRA)Leger in te zetten tussen de stellingen van de Belgen en de Nederlanders. In zijn order N° 5 van 20 maart 1940 bevestigt Generaal Giraud, commandant van het 7(FRA)Leger , dat zijn eenheid in staat moet zijn om “tout en conservant ses anciennes missions, qui passent à l’arrière plan, a reçu une mission nouvelle d’une importance capitale qui consiste à assurer la liaison entre les armées belge et hollandaise dans la région Nord-Est d’Anvers“. Generaal Giraud beschikt hiervoor over twee legerkorpsen en een “Division Légère Mécanique“, alles tesamen het equivalent van 8 divisies. “L’Armée Giraud en Hollande (1939-1940)”, door Lerecouvreux, Nouveaux Editions Latines, Paris, 1956. [Partieel On Line beschikbaar][Laatst geraadpleegd 22 juli 2019].
  18. Getypt gedetailleerd verslag in het Nederlands van de veldtocht van Kapitein Aercke, commandant van de 6Cie van II/32Li, opgesteld op 20 juli 1945. Het verslag maakt deel uit van het dossier “32Li” bewaard in het Centrum voor Historische Documentatie van Defensie te Evere.
  19. Het betreft het golfterrein van de Royal Antwerp Golf Club die in 1912 in het Kapellenbos werd aangelegd.
  20. Gedetailleerde beschrijving van de bunkers A12 en A12bis langs de anti-tankgracht [On line beschikbaar]: http://www.antitankgracht.be/index.php/de-bunkers/antitankgracht [Laatst geraadpleegd 10 maart 2020].
  21. De Mauser Mod 1889, een Belgisch ontwerp van FN gebaseerd op een Duits Mauser geweer, werd in 1936 door de Staatswapenfabriek (oftewel Manufacture d’Armes de l’Etat -MAE) gemoderniseerd tot de Mauser Mod 1936 (soms ook de Mauser 89/36 genoemd). In het totaal werden vanaf 1936 tot het uitbreken van de oorlog een 100.000-tal Mauser Mod 1889 gemoderniseerd. Hoewel het slechts een upgrade van het bestaande model betreft maken sommige officieren in hun naoorlogs verslag toch gewag van het feit dat de mannen niet vertrouwd waren met de werking van het nieuw wapen. [On line beschikbaar]: http://www.littlegun.be/arme%20belge/fusils%20reglementaires/1%201936%20mauser%20fr.htm [Laatst geraadpleegd 23 maart 2020].