20ste Bataljon Genie

Situatie op 10 mei 1940

Type Geniebataljon  
Ontdubbeld van Bataljon Genie Wielrijders  
Onderdeel van Cavaleriekorps  
Bevelhebber Kapitein-commandant M. Siplet  
Standplaats Hasselt  
Samenstelling 1ste Compagnie (Luitenant M. Roeland) Leopoldsburg
  2de Compagnie (Kapitein A. Bureau) Hasselt
  Peloton Park Sint-Truiden (Voertuigenpark te Landen)

Tijdens de mobilisatie

De Leeuwenkazerne te Tervuren, vredestijdgarnizoen van het Bataljon Genie Cyclisten.

De Leeuwenkazerne te Tervuren, vredestijdgarnizoen van het Bataljon Genie Wielrijders.

Staf/20Gn
Het 20ste Bataljon Genie (20Gn) wordt opgericht op 01 september 1939, bij afkondiging van Fase C van het Mobilisatieplan, door opsplitsing van het Bataljon Genie Wielrijders. Het Bataljon Genie Wielrijders wordt in de Leeuwenkazerne te Tervuren [1] ontdubbeld tot drie nieuwe onafhankelijke bataljons, namelijk het 26ste Bataljon Genie (26Gn), het 25ste Bataljon Genie (25Gn) en het 20Gn. Het Bataljon Genie Wielrijders verdwijnt op 11 september 1939 van de slagorde. Het 20Gn wordt aangehecht bij het Cavaleriekorps (CK) als organiek Bataljon Genie van dit Korps. Het 20Gn is volledig gemotoriseerd en beschikt over vrachtwagens, bestelwagens en motorfietsen voor het vervoer van manschappen en materieel. 

Gedurende de laatste maanden van de mobilisatie werkt het 20Gn ten voordele van de Groepering Ninitte (Gpg Ninitte) die staat opgesteld langs de Vooruitgeschoven Stelling in een sector  tussen het Albertkanaal, de Zuid-Willemsvaart en het kanaal Bocholt-Herentals. Het bataljon bereidt de vernielingen van bruggen over de verschillende Kempische kanalen voor, legt mijnenvelden aan en werpt hindernissen op langs de voornaamste invalswegen. De Staf/20Gn bevindt zich te Hasselt nabij het HK van de Gpg Ninitte. Het 26Gn neemt tot eind april 1940 de opdrachten voor algemene geniesteun van het CK over van het 20Gn. 26Gn zal vooral werken voor de divisies opgesteld achter het Albertkanaal. Op 26 april wordt het 26Gn(-) teruggestuurd naar de 2de Cavaleriedivisie (2CD) achter de Demer/Gete-Stelling. De 2de Compagnie van 26Gn blijft achter te Hasselt en komt onder bevel te staan van 20Gn.

Sector van de Groepering Ninitte ten noorden van het Albertkanaal

Sector van de Groepering Ninitte ten noorden van het Albertkanaal

1Cie/20Gn
De 1ste Compagnie kantonneert in het Kamp van Beverlo nabij Leopoldsburg en voert vanuit Beverlo opdrachten uit langs de Zuid-Willemsvaart tussen Vucht en Bocholt en langs het Kanaal Bocholt-Hertentals tussen Bocholt en De Maat. Het is behoorlijk druk in het Kamp van Beverlo omdat er zich steeds een volledige divisie bevindt die onderworpen wordt aan een intensieve trainingsperiode van ongeveer een maand. Aan de vooravond van de oorlog kantonneert de nagenoeg voltallige 11de Infanteriedivisie (11Div) in Beverlo om er een kampperiode af te werken. Deze kampperiode zal worden afgesloten met een meerdaagse syntheseoefening die op 10 mei 1940 zou moeten aanvangen in aanwezigheid van de koning. 

2Cie/20Gn
De 2de Compagnie bevindt zich in Hasselt

Pl Park/20Gn
Het 20Gn en het 26Gn hebben hun beide pelotons park samengevoegd tot een enkel zonedepot met geniematerieel voor het Cavaleriekorps en staan opgesteld in Sint-Truiden. Een deel van de voertuigen bevindt zich te Landen.

Staf/20Gn
Zodra het bericht van de Duitse aanval bevestigd wordt, krijgt het bataljon op 10 mei de opdracht om alle vernielingen uit te voeren aan de bruggen en wegen die niet gebruikt zullen worden voor de terugtocht van de dekkingstroepen van de Vooruitgeschoven Stelling naar het Albertkanaal. Bij de overgebleven bruggen worden vernielingsdetachementen achtergelaten om de kunstwerken te vernielen zodra de aftocht volbracht is. Aan het eind van de dag verzamelt het bataljon te Nieuwerkerken nabij Sint-Truiden, met uitzondering van het peloton park en enkele achtergebleven vernielingsdetachementen.

1Cie/20Gn
Tussen 07u30 en 08u00 vallen vijandelijke Stuka duikbommenwerpers het Kamp van Beverlo aan met de bedoeling de 11Div uit te schakelen. De 11Div heeft het kamp echter onmiddellijk verlaten na de afkondiging van het algemeen alarm om 00u15. Toch wordt bij het bombardement heel wat schade aangericht en worden enkele tientallen burgerlijke en militaire en slachtoffers gemaakt bij de achterwacht van de 11Div. De 1ste Compagnie die op 10 mei nog steeds in het Kamp van Beverlo verblijft ondergaat het luchtbombardement maar heeft geen slachtoffers te betreuren.

 Pl Park/20Gn
Het peloton park bevindt zich nog steeds te Sint-Truiden.

2Cie/26Gn in versterking van 20Gn
De 2Cie/26Gn is nog steeds in versterking van het 20Gn te Hasselt. De 2Cie/26Gn is initieel belast met de uitvoering van een aantal vernielingen op de toegangswegen naar het Albertkanaal op ongeveer 1 km ten noorden van het kanaal tussen Beringen en Genk. In het totaal worden een tiental vernielingen uitgevoerd door de 2Cie/26Gn op 10 mei. 

Het Belgisch leger was bijzonder afhankelijk van opgeëiste burgervoertuigen.

Staf/20Gn
De achtergebleven detachementen vervoegen het bataljon in Nieuwerkerken in de loop van de nacht van 10 op 11 mei. Het bataljon blijft de ganse dag ter plekke. Majoor Lempereur, Commandant Genie (CGn) van het Cavaleriekorps, bezoekt de eenheid rond 17u00 en deelt hen de plannen mee voor de komende tijdelijke verdediging op de Demer/Gete-Stelling. Deze stelling staat dwars op het Albertkanaal en moet de eenheden die opgesteld staan achter dit kanaal ten oosten van Kwaadmechelen, toelaten het gevecht af te breken en terug te plooien achter de K.W. Stelling. De Demer/Gete-Stelling loopt van Tienen over Linter, Budingen, Geetbets en Halen tot Diest achter de Gete en van Diest tot Lummen achter de Demer. Vervolgens wordt de stelling verlengd achter de Winterbeek tot Beringen aan het Albertkanaal waar ze aansluit op de sector Eindhout-Beringen bezet door de 6de Infanteriedivisie (6Div).

Drie pelotons zullen achterblijven voor werkzaamheden aan de Gete, terwijl de rest van het bataljon naar Deurne bij Diest vertrekt. De manschappen brengen hier de nacht door.

Pl Park/20Gn
Het peloton park is nog steeds te Sint-Truiden. Bij een luchtaanval op de stelling van het Pl Park worden de Soldaten Briemant  en Delhez van het Peloton Park en de Soldaat Cuvelier van de 2de Compagnie gedood.

2Cie/26Gn in versterking van 20Gn
Aan het einde van de dag hergroepeert de 2Cie/26Gn te Kozen en vertrekt tegen het vallen van de duisternis naar Waanrode waar het zijn eigen bataljon vervoegt.

Staf/20Gn
Het Cavaleriekorps krijgt met onmiddellijke ingang het bevel over de Demer/Gete-Stelling.  Alle beschikbare cavalerie-eenheden zullen zo snel mogelijk naar deze defensieve lijn gebracht worden om er de Duitse opmars af te remmen tijdens de terugtocht van het veldleger naar de K.W. Stelling. 

Om 04u00 wordt het bataljon uit zijn kantonnementen te Deurne bij Diest gelicht en naar Bekkevoort verplaatst. Dit dorp blijkt echter reeds bezet te zijn door troepen van het 2G en de mannen kunnen er geen onderdak vinden. Het bataljon krijgt kantonnementen toegewezen in het gehucht Sint-Martens van Tielt-Winge. Tijdens de namiddag worden twee bruggen met een draagvermogen van 4 ton aangelegd over de Demer: een eerste in Diest en een tweede ten noordoosten van deze stad. Deze bruggen moeten een versnelde doortocht van de troepen komende van het Albertkanaal mogelijk maken. De werken te Diest vorderen echter bijzonder langzaam door het grote hoogteverschil tussen het wegdek en de bedding van de Demer Bovendien moeten de manschappen regelmatig dekking zoeken bij de talrijke overvluchten door de Luftwaffe. Enkele pantserwagens van de Britse cavalerie zijn doorgestoten tot Diest en hebben op de oostelijke oever plaats gevat. De voertuigen gaan er tijdens de avond in razende vaart van door bij de aankomst van de eerste Duitse verkenners.

Het bataljon blijft nog de ganse dag actief op de Demer/Gete-Stelling en wordt ’s avonds teruggetrokken naar Grimbergen.

De manschappen van het 20Gn reizen tijdens de nacht naar het westen, kruisen de K.W. Stelling en komen tijdens de ochtend aan te Grimbergen. Het bataljon zal te Merchtem kantonneren. Het peloton park is direct naar deze locatie gereden.

Het bataljon verblijft de ganse dag te Merchtem. Het cavaleriekorps is verspreid over Klein-Brabant en voert een reorganisatie uit. Talrijke eenheden zijn heel wat materieel en manschappen verloren tijdens de eerste vijf oorlogsdagen. Aan het eind van de dag wordt peloton park Overmeire gestuurd. De rest van het bataljon moet zich naar Lokeren verplaatsen. Het cavaleriekorps wordt het Waasland ingestuurd om de aftocht van het veldleger van de K.W. Stelling naar de nieuwe linie van Terneuzen-Gent-Oudenaarde te beveiligen. Deze terugtocht zal tussen 16 en 19 mei plaatsvinden.

Op bevel van het cavaleriekorps worden detachementen van de 2de compagnie uitgestuurd naar de noodbruggen over de Schelde tussen Hoboken en Temse om er onderhouds- en herstellingswerkzaamheden uit te voeren. De 2de cavaleriedivisie vraagt aan het bataljon om eveneens enkele detachementen aan de duiden voor de vernieling van de bruggen op de Durme. Ook deze opdracht wordt toegewezen aan de 2de compagnie.

Bij aankomst op de Schelde wordt vastgesteld dat het Bataljon Pontonniers nog steeds de nodige manschappen bij de bruggen ter beschikking heeft en hulp van het 20Gn niet noodzakelijk is. De detachementen worden dan maar toegevoegd aan de opdracht op de Durme.

Na de middag wordt de 1ste compagnie onder bevel geplaatst van de 5de Directie van de Genie en de Versterkingen te Gent voor het voorbereiden van vernielingen op de Leie. De rest van het bataljon wordt aangehecht bij de 1ste cavaleriedivisie en de bataljonsstaf begeeft zich naar de divisiestaf te Beervelde.

Op tegenbevel van het cavaleriekorps gaat de verhuis naar Beervelde niet door. De 2de compagnie blijft verder werken op de Durme.

Het 20Gn wordt nu onder direct bevel van het Groot Hoofdkwartier geplaatst. De staf verhuist naar Aartrijke, gevolgd door de rest van het bataljon. Het peloton park kantonneert te Drongen. De 1ste compagnie bevindt zich nog steeds in het Gentse.

Commandant Siplet bezoekt even zijn 1ste compagnie en krijgt dan orders van het cavaleriekorps om de op de Durme en Moervaart geplaatste vernielingen uit te voeren tijdens de terugtocht van de cavaleristen die rond Zwijndrecht in gevechten verwikkeld zijn om de Duitse opmars door het Waasland te blokkeren.

Het bataljon zal na het uitvoeren van deze missie naar Ijzendijke in Zeeland verplaatst worden.

Het bataljon wordt bij aankomst te Ijzendijke in nieuwe kantonnementen ondergebracht. De 1ste compagnie is nog steeds werkzaam bij de 5de Directie van de Genie en de Versterkingen en het peloton park is aangekomen in de omgeving van Maldegem. Het bataljon moet een vernielingsplan opstellen voor de wegen en bruggen rond Ijzendijke en de haven van Breskens. De nodige verkenningsploegen worden het terrein opgestuurd.

Na de middag wordt het bataljon naar nieuwe kantonnementen te Aardenburg gestuurd.

Het 20Gn kantonneert nu te Westkapelle. Er wordt gewerkt aan het plaatsen van springladingen op de bruggen en sluizen van het Leopoldkanaal en het noordelijke gedeelte van het Afleidingskanaal van de Leie.

Het bataljon wordt verplaatst naar Zuienkerke.

De manschappen van het 20Gn worden ter beschikking gesteld van de Franse troepen die zich in Zeeland bevonden en langsheen onze kust richting Duinkerke terugtrekken. Aan het eind van de dag trekt het bataljon naar Sint-Kruis nabij Brugge. Het laatste peloton dat werkzaam was bij de 5de Directie van de Genie en de Versterkingen keert terug naar het 20Gn zodat het bataljon voor de eerste keer sinds 16 mei weer over twee volledige compagnies beschikt.

Het 20Gn krijgt Nieuwmunster toegewezen als nieuwe standplaats.

Het cavaleriekorps geeft het 20Gn de opdracht om zijn vaandel in te leveren op de korpsstaf om ter vermijden dat dit in Duitse handen zou vallen. Tijdens de avond wordt het bataljon naar Snaaskerke gestuurd.

Het bataljon blijft te Snaaskerke.

De manschappen bevinden zich nog steeds te Snaaskerke wanneer de overgave bevestigd wordt. De korpsstaf vraagt om alle beschikbare plannen van de door het 20Gn aangelegde mijnenvelden in te dienen. Op 29 mei vertrekken de verslagen genisten via Brugge naar Jabbeke. Vervolgens wordt iedereen te Kaprijke samengebracht. De manschappen komen op 31 mei aan te Zele en vertrekken de volgende dag naar Antwerpen. De officieren worden van de troep gescheiden een naar het Sint-Michielscollege gebracht.

Na de capitulatie

Slachtoffers

EenheidNaamVoornaamFotoGraadStandKlas° op° te+ op+ teNota
Pon ParkBRIEMANTMaurice, P.SdtMil2425.02.1904Rouvroy (F)11.05.1940Sint-Truiden
OnbekendCOLEBRANTSJean, B.SdtMil(Onbekend)(Onbekend)(Onbekend)(Onbekend)
2CUVELIERVictorSdtMil2422.01.1904Basècles11.05.1940Sint-Truiden
Pon ParkDELHEZAchille, E.G.SdtMil3009.08.1910Hogne11.05.1940Sint-Truiden

Bibliografie en Bronnen

  1. De kazerne werd na 1949 vernoemd naar Piere Lempereur, voormalig commandant van het Bataljon Genie Wielrijders en CGn van het Cavaleriekorps tijdens de achttiendaagse veldtocht. Achtergrondinformatie bij de Leeuwenkazerne van Tervuren [On Line Beschikbaar]: https://belgiummilitary.wordpress.com/vastgoed-geklasseerd-per-gemeente/tervuren/tervuren-lempereur/ [Laatst geraadpleegd 23 september 2020].
  2. Verslag Kapitein-commandant Siplet, Dossier 20Gn, bij de Sectie Classified Archives, Afdeling Veiligheid en Inlichtingen, Ministerie van Defensie.