Iste Groep (Eben-Emael)

Situatie op 10 mei 1940

Type Fortenartillerie
Ontdubbeld van n.v.t.
Taalstelsel Franstalig
Onderdeel van Vestingsregiment van Luik
Bevelhebber Majoor Jean Jottrand
Standplaats Eben-Emael
Samenstelling 1ste Batterij (Kapitein Georges Vamecq) Koepel 120 met 2 x C120 kanonnen (Wachtmeester Renier Cremer)
Koepel Noord met 2 x C75 kanonnen (Wachtmeester Fernand Joiris)
Koepel Zuid met 2 x C75 kanonnen (Wachtmeester Jules Couclet)
Kazemat Visé 1 met 3 x C75 kanonnen (Wachtmeester Louis Rensonnet)
Kazemat Visé 2 met 3 x C75 kanonnen (Wachtmeester Henri Lamine)
Kazemat Maastricht 1 met 3 x C75 kanonnen (Eerste Wachtmeester Julien Debarsy)
Kazemat Maastricht 2 met 3 x C75 kanonnen (Wachtmeester Jean Poncelet)
Detachement Transmissietroepen
Detachement Genie
Detachement Gezondheidsdienst
Detachement Wapenmakers
Detachement Elektriciens en Mecaniciens
  2de Batterij (Kapitein Alfred Hotermans) Blok I met 2 x C60 kanonnen (1ste Wachtmeester Barcy) 
Blok II met 2 x C60 kanonnen (Wachtmeester Marcel Zone)
Blok IV met 2 x C60 kanonnen (Wachtmeester Plomteux)
Blok V met 1 x C60 kanon (Brigadier Omer Paque)
Blok VI met 2 x C60 kanonnen (Wachtmeester René Degrange)
Bunker Mi Noord (Wachtmeester Henri Henrotay)
Bunker Mi Zuid
Bunker Kanaal Noord (Wachtmeester Emile Wauters)
Bunker Kanaal Zuid (Wachtmeester Olivier Pomme)
Blok 01 met 1 x C60 kanon (Wachtmeester Julien Hemmer)
Bunker O te Kanne met met 1 x C47 anti-tankkanon (Wachtmeester Armand Sauveur)
Bunker PL19 te Hallembaye (Adjudant Koentjes)
Detachement Voorwaartse Waarnemers

Tijdens de mobilisatie

Staf/Iste Groep
De Iste Groep van het Vestingsregiment van Luik (oftewel Régiment de Forteresse de Liège – RFL) levert de bemanning voor het Fort van Eben-Emael.  Dit fort werd gebouwd tussen 1932 en 1935 als één van de vier nieuwe forten ter verdediging van de stad Luik.  De keuze van de plaats van het nieuwe fort was geen toeval.  Enerzijds werd de locatie uitgekozen door de lessen getrokken uit de Eerste Wereldoorlog.  In augustus 1914 kon de Duitse agressor de Maas ongehinderd oversteken ter hoogte van Lixhe en vervolgens de fortengordel van Luik in de rug aanvallen.  De bouw van het fort moest een herhaling van dit scenario onmogelijk maken door nu zowel de westelijke uitgangen van Maastricht als de Maasvallei ter hoogte van Visé onder schot te houden.  Anderzijds werd de locatie uitgekozen om gebruik te kunnen maken van de steile wanden van de doorgraving van het nieuwe Albertkanaal in het plateau van Caestert.  Het kanaal lag hier in een diepe sleuf van maar liefst 65m die alvast de oostelijke zijde van het fort uitstekend kon beschermen tegen een grondaanval.

Foto van het dak van het fort van Eben-Emael kort na de Duitse aanval.(foto: Patrick Leenders).

Het fort werd volledig uitgegraven in de mergelgrond  en werd gebouwd over drie niveau’s.  De start van de werken aan het fort van Eben-Emael wekte de interesse van de Duitse inlichtingendiensten. In oktober 1939 beschikte het Oberkommando des Heeres reeds over gedetailleerde plannen van de hindernissen in de kanaalzone en in Nederlands Limburg. De informatie werd gedeeltelijk bekomen door het uitvoeren van talrijke verkenningsvluchten boven België.

Op het hoogste niveau, bovenop het plateau van Caestert, liggen de  kazematten en geschutskoepels, de mitrailleurbunkers die het dak van het fort dekken, alsook de luchtafweermitrailleurs.

De middenetage ligt zo’n 25 meter onder de oppervlakte en verbindt al deze gevechtsposities met een onderaards gangenstelsel van ongeveer 5,5Km lengte.  Op dit niveau bevindt zich ook de commandopost met drie vuurleidingsbureaus (één voor de koepels, één voor de kazematten en één voor de verdedigingsbunkers), de telefooncentrale, de radiokamer en het hoofdkwartier van de bevelhebber van het fort.  Op dit niveau is ook een filterkamer gebouwd om het fort te beschermen tegen een mogelijke gasaanval.  Tenslotte is er nog een opslagruimte voor munitie onder elk van de kazematten en koepels.  De totale hoeveelheid artilleriemunitie in het fort bij de aanvang van de oorlog bedroeg 2.000 granaten 120mm en 19.200 granaten 75mm.

Ongeveer vijftig meter onder het plateau bevindt zich het laagste niveau met de ondergrondse kazerne.  Deze kazerne bevat de accommodatie, de keuken, de sanitaire voorzieningen, opslagplaatsen en de dieselgeneratoren.  Op dit niveau steken opnieuw een aantal bunkers boven de grond uit.  Dit zijn de caponnières die de perimeter van het fort verdedigen en samen beschikken over 12 anti-tankkanonnen, 25 mitrailleurs en schijnwerpers.  Het anti-tankgeschut heeft een kaliber van 60mm en een gezamenlijke munitievoorraad van 6.000 granaten.  De perimeter van het fort is eveneens verdedigd met een dicht prikkeldraadnet en met stalen tetraëders.  Langs de zuidflank van het fort loopt een droge anti-tankgracht met een betonnen muur van 4m hoogte.  Op de noordwestflank wordt het fort deels gedekt door een natte anti-tankgracht die gevoed wordt vanuit de Jeker.  De oevers van dit riviertje konden door een afdamming ook onder water gezet worden.  Aan de noordoostflank van het driehoekige fort loopt dan de steile wand van het Albertkanaal.

Het fort werd sinds juni 1939 bevolen door Majoor Jean Jottrand, een beroepsofficier die het grootste deel van zijn carrière bij het 6de Regiment Artillerie te Elsene.  Jean Jottrand was dan 44 jaar oud.  Uit zijn personeelsdossier blijkt dat hij een officier was die enerzijds consistent uitstekende beoordelingen kreeg, maar anderzijds bijzonder ontevreden was over zijn overplaatsing van de veldartillerie naar de fortenartillerie.  Hij werd reeds bij zijn bevordering tot de graad van Kapitein in 1929 een eerste keer overgeplaatst van 6A naar het pas heropgerichte RFL, maar bekwam na heel wat getouwtrek en voorspraak een terugkeer naar Brussel in 1932.

In september 1939 werd overgegaan tot de mobilisatie van een garnizoen van ongeveer 700 militairen.  Dit garnizoen telde enerzijds een ploeg van een 200-tal technische en administratieve ondersteuners en anderzijds een ploeg van een 500-tal bemanningsleden voor de bunkers.  Deze ploeg verbleef permanent in het fort tot in januari 1940 de dienstplichtigen van de lichting 40 opgeroepen werden. De nieuwe rekruten kregen een spoedopleiding om vanaf het voorjaar 1940 over te kunnen gaan naar twee ploegen voor de bunkerbemanningen die elkaar wekelijks aflossen.

Er werd nagenoeg niet getraind met de kanonnen en er werd zeker geen tijd besteed aan infanterietraining [2].  De bemanning zou het gevecht voeren vanuit het fort en niet erbuiten. De gemobiliseerde artilleristen worden tijdens de mobilisatie hoofdzakelijk gebruikt voor werkzaamheden ter versteviging van de buitenperimeter.  Zij worden hierbij geholpen door een klein detachement van het 3de Bataljon Genie bestaande uit een onderofficier en een tiental manschappen die verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren van diverse geniewerken in de onmiddellijke omgeving van het fort. Vanaf 1 mei 1940 wordt deze opdracht beëindigd en keert het detachement terug naar zijn bataljon.

Ligging van het Fort van Eben-Emael ten overstaan van de andere forten van het RFL.

Op de vooravond van de oorlog bevinden de eenheden van de 7de Infanteriedivisie (7Div) zich in de onmiddellijke omgeving van het fort. Ten noorden van het fort heeft het 2de Regiment Karabiniers (2C) postgevat bij de bruggen van Gellik, Briegden en Veldwezelt terwijl het 18de Linieregiment (18Li) de brug van Vroenhoven beveiligt. Het fort zelf ligt midden in het dispositief van het 2de Regiment Grenadiers (2Gr) dat het Albertkanaal ten noorden en ten zuiden van het fort bewaakt, inclusief de brug van Kanne.

Majoor Jottrand heeft delegatie gekregen om de bruggen van Kanne, Ternaaien en Klein-Ternaaien te laten springen. Net zoals bij de bruggen van Veldwezelt en Vroenhoven, waar het bevel tot het vernielen van de bruggen moest komen van het Bataljon Grenswielrijders Limburg, zijn het hier niet de troepen van de 7de Infanteriedivisie die het initiatief kunnen nemen om de bruggen te laten springen.  Het fort heeft bij elke brug een wachtdetachement geplaatst.  De brug van Klein-Ternaaien kan telefonisch niet bereikt worden vanuit het fort en moet door het wachtdetachement van Ternaaien per estafette verwittigd worden. De posten van Ternaaien en Kanne daarentegen staan permanent in contact met de commandopost van Majoor Jottrand via het veldtelefoonnet.

1Bij/Iste Groep
De 1ste Batterij (1Bij) bemant de artilleriestukken en is dan ook belast met de hoofdopdracht van het fort.  De grootste troef van het fort is de vaste Koepel 120 uitgerust met twee kanonnen 120mm die een reikwijdte hebben van 17,5 kilometer en die net niet tot in Duitsland kunnen vuren. De koepel is draaibaar en kan een volledige cirkelomtrek beslaan. Vervolgens bezet de batterij vier identieke kazematten die elk uitgerust zijn met drie parallel opgestelde C75GP kanonnen die tot 11 kilometer ver kunnen vuren. Twee kazematten (Ma1 en Ma2) zijn naar Maastricht in het noorden gericht, de twee andere kazematten (Vi1 en Vi2) naar Visé in het zuiden. De batterij levert ook nog de bemanning voor Koepel Noord en Koepel Zuid, twee kleinere koepels telkens uitgerust met twee C75TR snelvuurkanonnen die tot 10 kilometer ver schieten. Deze beide geschutskoepels kunnen niet alleen 360° draaien maar kunnen ook verticaal bewegen en worden enkel uitgeschoven indien gevuurd moet worden.

Daarnaast omvat de 1Bij ook nog het personeel van de transmissietroepen, de genie, de gezondheidsdienst, de wapenmakers en de elektriciens en mecaniciens van het fort.  Alles samen telt de batterij 9 officieren, 28 onderofficieren en 434 brigadiers en soldaten.  De 1Bij wordt bevolen door Kapitein Georges Vamecq, een beroepsmilitair die tot voor zijn aankomst op het Fort Eben-Emael als transmissieofficier bij het 15de Artillerieregiment diende.

Elementaire schets van de verschillende kazematten en blokken van het fort.

2Bij/Iste Groep
De 2de Batterij (2Bij) bestaat uit het personeel dat verantwoordelijk is voor de nabije verdediging van het fort, de luchtafweer en de voorwaartse waarneming.  Voor de nabije verdediging van het fort bemant de 2Bij 7 bunkers (blokken of caponnières) op de perimeter, 2 bunkers op het dak, een luchtafweerpost in een open stelling en drie afzonderlijke bunkers buiten het fort.

De blokken op de perimeter zijn uitgerust met één of twee C60mm anti-tank kanonnen, mitrailleurs, schijnwerpers en een kleine stalen observatiekoepel. De ingang van het fort wordt beschermd door Blok I. De rest van de blokken zijn in wijzerzin genummerd. Blok II bevindt zich in het midden van de westrand van het fort en kan scherend vuur afgeven op de watergracht die zich ten noorden van de bunker bevindt. De Blokken Kanaal Noord en Kanaal Zuid bevinden zich langs het Albertkanaal en hebben als waakrichting respectievelijk Kanne en Ternaaien. Blokken IV en V hebben als waakrichting de zuidelijke, droge anti-tank gracht. Blok V bevindt zich onder Koepel Zuid. De laatste bunker, Blok VI bevindt zich op het einde van de zuidelijke anti-tank gracht op een 100 tal meter rechts van de ingang.  Blok III was gepland op de noordelijke punt van het fort, maar kon door problemen met de ondergrond niet gebouwd worden.  Als alternatief verdedigingsmiddel werd dan de natte anti-tankgracht gegraven.  De vlakte tussen de Jeker en deze watergracht kon onder water gezet worden.

De superstructuur van het fort wordt beveiligd door de Blokken Mi Noord en Mi Zuid van waaruit mitrailleurs het volledige dak van het fort kunnen bestrijken.

De 2de Batterij heeft ook vier luchtafweermitrailleurs (Mitrailleurs Contre-avions oftewel MiCA) op het dak van het fort geïnstalleerd in een open stelling.  Deze sectie wordt bevolen door Adjudant KROLt Dieudonné Longdoz.

Buiten het fort worden ook nog drie bunkers bezet: Blok 0 die in het verlengde van de brug van Kanne ligt, Blok 01 ten zuiden van de droge anti-tank gracht en Blok PL19 die in de helling van de Hallembaye is ingewerkt. Blok 01 beschikt over één 60mm anti-tank kanon, drie mitrailleurs, drie schijnwerpers en domineert het sluizencomplex van Ternaaien. Op het dak van de blok bevindt zich de observatiekoepel Eben 1 die kan waarnemen tot aan de Duitse grens. De bemanning van dit blok omvat drie onderofficieren, achttien soldaten en drie artilleriewaarnemers.

Het fort beschikt over tien observatieposten voor het leiden van artillerievuur op het fort:

  • drie gepantserde observatiekoepels op het fort
    • Observatiepost OP274 in koepel Eben 1 op Blok 01 met zicht op Visé
    • Observatiepost OP334 in koepel Eben 2 op Bunker Mi Noord met zicht op Kanne en Maastricht
    • Observatiepost OP335 in koepel Eben 3 op Kazemat Maastricht 2
  • twee bunkers buiten het fort
    • Observatiepost OP271 opgesteld in bunker PL19 te Hallembaye. Deze bunker is uitgerust met drie mitrailleurs die de vallei van de Maas bestrijken en een stalen observatiekoepel. De bemanning is samengesteld uit ploegen van Fort Eben-Emael en Fort Pontisse en bestaat uit vier onderofficieren en veertien soldaten.
    • Observatiepost OP275 in bunker O te Opkanne. Bunker O was uitgerust met een C47mm anti-tank kanon, een mitrailleur en een schijnwerper.  De bunker bevolen door WM Pirenne is bemand door nog twee andere onderofficieren en negen soldaten.
  • vijf ‘buitenobservatieposten’ in de omgeving van het fort
    • Observatiepost OP272 op de heuvelrug van het gehucht Loën
    • Observatiepost OP336 op het uitzichtspunt van Caestert boven de sluis van Ternaaien
    • Observatiepost OP273 op het Kasteel Caestert
    • Observatiepost OP276 te Vroenhoven
    • Observatiepost OP277 te Briegden

Net zoals de andere observatieposten van de Versterkte Positie Luik, zijn ook de posten van Eben-Emael aangesloten op het ondergrondse militaire telefoonnet rond Luik.  Iedere post heeft een uniek codenummer dat toelaat om samen te werken met andere forten, de veldartillerie en de infanterie. Dit codenummer start met de letters OP voor waarnemingsposten binnen de limieten van de positie (Observatoire de la Position) en met de letter O voor posten die buiten de positie waarnemen (Observatoire).

Opstelling van het 2de Regiment Grenadiers rond het fort van Eben-Emael.

 

Vlak voor het uitbreken van van de oorlog was een honderdtal man van de 2Bij in verlof gestuurd.

Het fort levert vuursteun aan de troepen die rond het fort en langs het Albertkanaal opgesteld staan. De verdeling van de vuren van het fort is duidelijk afgelijnd en de commandant van het fort is dan ook afhankelijk van vuuraanvragen die werden overgemaakt door de gesteunde eenheden via hun organieke artillerieregimenten. De vuren zijn als volgt verdeeld:

  • de Koepel 120 wordt in vuurversterking gegeven van het 14de Regiment Artillerie (14A), de korpsartillerie van het Iste Legerkorps (I/LK) waartoe de 7Div behoort;
  • de kazematten Maastricht 1 en Maastricht 2 vormen samen met I/20A de Ondergroepering Centrum in directe steun van het 18Li. Het 20ste Regiment Artillerie (20A) is de divisieartillerie van de 7Div;
  • de kazemat Visé 1 vormen samen met de Koepels Noord en Zuid en IV/20A de Ondergroepering Zuid in directe steun van het 2Gr;
  • de kazemat Visé 2 vormt samen met de Iste Groep van het 3de Regiment Artillerie, de 8ste Batterij van het 15de Regiment Artillerie (15A) en een Ob75 van het fort van Pontisse een artillerieformatie in steun van de Groepering Gits van het IIIde Legerkorps (III/LK) die de sector Meuse-Aval (Maas Stroomafwaarts) verdedigt.

Reservegarnizoen/Iste Groep
In tegenstelling tot de eenheden van het veldleger werden de rekruten van de lichting ’40 bestemd voor het Fort van Eben-Emael niet ondergebracht in een Versterkings- en Opleidingsregiment, maar rechtstreeks doorgestuurd naar het fort. De jonge rekruten voor het Fort van Eben-Emael kwamen begin februari toe te Wonck waar ze gedurende zes weken een basisopleiding (oftewel école à pied) kregen [3]. Met de nieuw opgeleide militairen krijgt het fort een voldoende groot garnizoen om een tweede bunkerbemanning te vormen zodat er telkens één ploeg in het fort aanwezig is terwijl de tweede ploeg (ook wel reservegarnizoen genoemd) uitrust in het kantonnement van Wonck, een dorp in de Jekervallei op zeven kilometer van het fort.

Van de ploeg die van dienst is in het fort logeren de meeste militairen in de ondergrondse kazerne.  Alleen enkele kaderleden verblijven in de houten barakken van het leger nabij de ingang van het fort.  De bemanningen van de bunkers Mi Nord en Mi Sud hebben hun slaapvertrekken in de Sint-Ceciliazaal in het dorp Emael. 

Op 9 mei bevindt de tweede ploeg zich in het fort.  De eerste ploeg met een groter aandeel meer ervaren kanonniers was van rust.  De wekelijkse aflossing zou zoals gebruikelijk op vrijdagnamiddag uitgevoerd worden.

Duitse soldaten aan de ingang van het fort van Eben-Emael voor de woning van 1WM Lecron.

Staf/Iste Groep
Om 00u30 alarmeert het Voorwaarts Inlichtingencentrum (oftewel Centre de Renseignements Avancé – CRA) te Hasselt de officier van wacht op het fort, Onderluitenant Delrez [4].  Delrez verblijft op dat ogenblik zoals voorzien in de commandopost op de middenetage.

Hij brengt de staf op de hoogte die Initieel maar lauw reageert op de zoveelste alarmmelding.  Kapitein-commandant Van Der Auwera, tweede commandant van het fort en kapitein-van-dag, gelooft eerst dat het gaat om een vals alarm.  Om 00u50 weerklinkt de claxon in de gangen van het fort om de slapende bemanning te wekken.  Vervolgens worden de alarmmaatregelen langzaam in gang gezet.  Majoor Jottrand komt aan in het fort om 01u00, gevolgd door Kapitein Hotermans om 01u20 en Kapitein Vamecq om 01u50.  Tegen 02u30 zijn alle beschikbare officieren aanwezig.  Luitenant Quitin is met verlof en zal pas om 08u15 aankomen.  Luitenant Gigot is op zending in het Kamp van Helchteren en zal het fort tegen het middaguur kunnen bereiken.  De Luitenanten Sovet en Callut zullen het garnizoen niet kunnen vervoegen.

Ook Luitenant Maes van de 3Cie van 2Gr verneemt om 00u30 het alarmbericht van het CRA te Hasselt.  Maes is afgedeeld bij het fort als leidinggevende over de voorbereide vernielingen in de omgeving waarvoor Majoor Jottrand verantwoordelijk is.

Het fort moet twintig alarmschoten afvuren om de omliggende dorpen te verwittigen, maar dit bevel wordt pas om 02u30 doorgegeven aan Koepel Noord, de artilleriekoepel die van piket is tijdens de nacht van 9 op 10 mei.  Het gros van de bemanning van Koepel Noord is echter ongeveer een uur eerder op bevel van Kapitein Hotermans vertrokken uit de koepel om samen met tientallen andere militairen te assisteren bij het leegmaken van de drie barakken bij Blok I.  De opdracht om de alarmschoten af te vuren wordt dan maar doorgeschoven naar Koepel Zuid.  Door een technisch probleem met de slagpinnen van de kanonnen van deze koepel worden de voorziene twintig waarschuwingsschoten pas rond 03u25 afgevuurd.  Het salvo wordt bovendien onderbroken wanneer het camouflagenet over de koepel vuur vat.  Dit veroorzaakt enige verwarring omtrent de aard van de alarmmelding.

Rond 04u12 (Belgische tijd [5]) scheren negen van de elf voorziene Duitse zweefvliegtuigen voor de eerste maal op 300 meter hoogte over het fort. De zweefvliegtuigen passeren het fort, maken een omschrijvende bocht die hen toelaat het eerste daglicht af te wachten om dan vanuit het westen op de superstructuur neer te strijken. Enkele minuten na de eerste doortocht, terwijl de zweefvliegtuigen hun bocht nemen, komt een massa vliegtuigen (Stuka’s en zwaardere bommenwerpers) in dichte formaties de grens over om de barakken en de dorpen Eben-Emael en Wonck te bombarderen.  De Duitse luchtmacht beschikt over nauwkeurige gegevens over de ligging van de verschillende doelen die moeten uitgeschakeld worden om de operatie te doen slagen.  Na het bombardement landen de zweefvliegtuigen tussen 04u26 en 04u45 van zodra de piloten hun objectieven kunnen identificeren.

Twee zweefvliegtuigen, waaronder dat van de bevelhebber van de aanvalsgroep, Oberleutnant Rudolf Witzig, hebben het fort niet bereikt.  Het bevel wordt overgenomen door Oberfeldwebel Helmut Wenzel.  Witzig is nabij de vertrekplaats te Keulen voortijdig moeten landen en zal de aanval op het fort pas na 07u30 kunnen vervoegen.

Majoor Jottrand, die onmiddellijk de ernst van de toestand inziet, geeft de vernielingsdetachementen van het Fort van Eben-Emael om 04u15 de opdracht om de bruggen van Kanne, Ternaaien en Klein Ternaaien te laten springen. Wachtmeester Pirenne van het fort kan de brug van Kanne dan ook vernielen vooraleer de Duitsers de ze brug kunnen overnemen.

De gebrekkige verdediging van het dak van het fort leidt tot een snelle inname van de bovengrondse structuur waarbij het merendeel van de kanonnen in de kazematten en geschutskoepels met explosieven wordt vernield.  Binnen het half uur slagen de Duitse parachutisten in hun hoofdopdracht om de naar het noorden gerichte artillerie en observatiekoepels van het fort te neutraliseren.

Om 05u10 vraagt Majoor Jottrand aan het Fort van Pontisse, het Fort van Barchon en de 7Div om de superstructuur van het fort onder vuur te nemen teneinde de parachutisten te verjagen. De 105mm koepel van het Fort van Pontisse wordt aangeduid voor deze opdracht en een eerste salvo van 100 schoten vertrekt. Deze vuuropdracht zal enkele keren herhaald worden doorheen de loop van de dag. Bij de 7Div wordt de IV/20A aangeduid voor deze opdracht.  De groep vuurt vanaf 05u30 tweehonderd schoten af op het fort. Deze opdracht wordt vanaf 06u00 overgenomen door de V/14A van het I/LK. Om 08u00 komt de vernielingsploeg van de brug van Ternaaien toe aan het fort tot grote verbazing van de militairen in Blok I. De ploeg was immers reeds opgegeven.

Majoor Jottrand krijgt opdracht van Kolonel Modart, commandant RFL, om het dak van het fort te heroveren op de Duitse parachutisten. Er worden maar weinig vrijwilligers gevonden voor deze opdracht. Een eerste poging wordt vroegtijdig afgebroken omdat het onmogelijk is het dak van het fort te naderen door de intensiteit van het bevriende artillerievuur. Een tweede poging wordt gestaakt wanneer de bevelvoerende officier een groep militairen het fort ziet naderen. Hij vreest ingesloten te worden en keert op zijn stappen terug. Het is echter niet de vijand die dichterbij komt, maar een peloton van het 2de Regiment Grenadiers.

Op de achtergrond de tijdens het luchtbombardement beschadigde administratie barakken.

Om 08u30 geeft de 7Div opdracht aan het Iste Bataljon van 2Gr (I/2Gr) om een tegenaanval uit te voeren teneinde het fort van Eben-Emael te ontzetten. Voor de tegenaanval zou het I/2Gr versterking krijgen van de 1Cie van het  Iste Bataljon van het 11de Linieregiment (I/11Li), één compagnie van de Limburgse Grenswielrijders, het 2de Peloton van het Wielrijderseskadron van de 7Div (EskCy 7Div) en vuursteun van 20A. Deze eenheden worden allen geconvoceerd bij kilometerpaal 14 van de weg van Riemst naar Eben, tevens de T-splitsing met de baan van de brug van Kanne naar Eben. Majoor Noterman, bataljonscommandant van I/2Gr, kan niet verhinderen dat het peloton van Luitenant Frans Wagemans, behorende tot zijn 1Cie maar in versterking gestuurd naar IV/2Gr, vertrekt voordat de beloofde versterkingen toekomen. De Luitenant Moreau van 20A wordt naar kilometerpaal 14 gestuurd om de vuursteun voor de tegenaanval te coördineren. De verwachtte versterkingen voor de tegenaanval komen maar met mondjesmaat toe door de hevige activiteit van de Duitse luchtmacht die elke verplaatsing van troepen haast onmogelijk maakt. Een eerste peloton (ongeveer 30 man) van 1/I/11Li bereikt het RV om 13u15, een half peloton (ongeveer 15 man) om 13u45, het 2Pl/EskCy 7Div om 14u15. Er wordt tevergeefs gewacht op de 1Cie Limburgse Grenswielrijders die pas om 16u00 de opdracht zal krijgen om zich naar de 7Div te begeven en zich op dat ogenblik nog in Tongeren zal bevinden.

Rond 16u45 krijgt het 2Gr het volgende bericht van het Divisiehoofdkwartier: “Daar het Iste Bataljon van het 2de Regiment Grenadiers het fort Eben-Emael heringenomen heeft, wordt de tegenaanval geannuleerd.” Dit veroorzaakt verwarring in de commandopost van 2Gr: het kon enkel betekenen dat Lt Wagemans met de steun van het garnizoen van het fort er in geslaagd is de Duitsers van het dak van het fort te verjagen. De 7Div had een bericht komende van Majoor Jottrand verkeerd begrepen en ging ervan uit dat het peloton Wagemans de superstructuur van het fort reeds gezuiverd had. Door dit misverstand in de communicaties tussen het fort en 7Div blijven verdere tegenaanvallen uit en wordt het Peloton van Luitenant Wagemans niet meer versterkt. In werkelijkheid was het Pl Wagemans vastgelopen tijdens zijn eerste aanvalspoging en moest het zich noodgedwongen ingraven op de westflank van het fort tussen Blok I en Blok II.

Effect van een holle lading op een waarnemingskoepel.

Het fort kan wel nog kort tussenbeide komen met Koepel Zuid en Kazemat Visé 2.  Deze laatste was immers niet gericht naar de bruggen van Veldwezelt, Vroenhoven en Kanne en was dan ook geen doel voor de aanvallers.  Om 13u25 ondernemen de Duitsers een nieuwe poging om de Maas te overschrijden, ditmaal ten zuiden van Ternaaien.  Comd 20A geeft de opdracht aan IV/20A en V/14A om deze pontonbrug over de Maas onder vuur te nemen.  Beide groepen openen het vuur op de brug vanaf 13u35.  De forten van Pontisse, Barchon en de kazemat Visé 2 van het fort van Eben-Emael mengen zich in de strijd. De Duitsers schorten vanaf 14u00 de oversteek van de Maas op onder druk van de artilleriebeschieting.  Voor de tweede maal mislukt de overschrijding van de Maas maar de pontonbrug blijft voorlopig intact. De beschieting wordt op vraag van de 7Div hernomen vanaf 16u10 tot de pontonbrug wordt vernietigd om 18u12.

Ondanks de vuursteun die nog geleverd wordt door de kazemat Visé 2 is het fort zo goed als geneutraliseerd aan het eind van de eerste oorlogsdag. De woning van Eerste Wachtmeester Lecron nabij de ingang van het fort (zie foto) werd reeds bij de eerste luchtaanval gebombardeerd. Hierbij kwamen zijn vrouw Alice en kinderen Paul en Nicole om het leven.

1Bij/Iste Groep
Bij de afkondiging van een werkelijk alarm moest Koepel Noord, die van piket was, twintig alarmschoten (enkel de lading zonder projectiel) afvuren om de omliggende troepen en het reservegarnizoen  te alarmeren. Koepel Noord meld zich om 00u55 klaar tot vuren maar krijgt het bevel om te wachten met de alarmschoten. Wanneer Majoor Jottrand beseft dat de waarschuwingsschoten nog niet zijn uitgevoerd geeft hij Koepel Noord om 02u35 opdracht om de alarmschoten alsnog af te vuren. Op dat ogenblik beschikt Koepel Noord niet meer over zijn volledige bemanning; ze werden weggestuurd om deel te nemen aan de verhuis van de inboedel van de barakken naar het fort. De opdracht wordt overgenomen door Koepel Zuid. De bemanning van Koepel Zuid stelt echter vast dat de juiste slagpinnen voor de kanonnen ontbreken (de kanonnen waren nog uitgerust met oefenslagpinnen) en er moest beroep gedaan worden op de wapenmaker om de slagpinnen te veranderen. Hierdoor worden de schoten uiteindelijk pas om 03u25 afgevuurd; rijkelijk laat maar nog voor het begin van de Duitse aanval. Wanneer om 04u30 de landende zweefvliegtuigen worden waargenomen door Koepel Noord wordt deze ingetrokken om de kanonnen met kartetsgranaten te laden. Op het zelfde ogenblik wordt de uitgang van de bunker door de Duitse parachutisten tot ontploffing gebracht waarbij Brigadier Biesmans sneuvelt. Door de ontploffing blokkeert de munitielift en moeten de projectielen met schroot te voet naar boven gedragen worden. De koepel wordt initieel niet aangevallen omdat het zweefvliegtuig van Lt Witzig met aan boord ook de bemanning die deze koepel moest aanpakken te vroeg gelost werd en nog in Duitsland een noodlanding moest maken. Wanneer de kanonnen in de Koepel Noord uiteindelijk rond 05u45 geladen zijn, wordt de koepel vernield door een holle lading.

Koepel Zuid wordt initieel ook niet aangevallen.  Pas om 05u35 wordt een holle lading op de ingetrokken koepel geplaatst, zonder echter veel schade aan te richten. De Duitsers laten de Koepel Zuid verder met rust. De schade aan het kanon kan hersteld worden en vanaf 10u00 neemt Koepel Zuid een Duitse pontonbrug onder vuur die wordt aangelegd tussen het Nederlandse Eijsden en Ternaaien. De vuren worden waargenomen en verbeterd vanaf de observatiekoepel Eben 1 bovenop Blok 01 die zich een vijftigtal meter buiten de perimeter van het fort bevindt. Koepel Zuid vuurt de rest van de dag nog een 2.000 tal granaten af.

De Koepel 120, bemand door WM Cremer en zijn ploeg, wordt ook niet aangevallen op het moment dat de zweefvliegtuigen landen. Om 05u30 krijgt de koepel een eerste vuuropdracht binnen maar deze wordt niet uitgevoerd. Gealarmeerd door de beweging van de koepel steken de Duitsers springladingen in de loop van de kanonnen. Het linker kanon wordt vernietigd maar het andere kanon kan hersteld worden en is tegen 08u00 geladen en klaar tot vuren.  Er komt echter geen vuuraanvraag binnen en wanneer de koepelcommandant om 09u30 beslist het kanon te ontladen wordt de loop van het kanon vernietigd door een nieuwe springlading.  De bemanning daalt af naar de middenverdieping en blokkeert de gepantserde deuren om de koepel van het fort te isoleren.  Exit Koepel 120 zonder een schot gelost te hebben.

De kazemat Maastricht 1 wordt onmiddellijk buiten gevecht gesteld door een springlading in de lopen van de kanonnen. De Duitsers slaan een bres in het gewapend beton en dringen de bunker binnen om te schuilen.  Ook hier vlucht de bemanning naar de middenverdieping en worden de toegangsdeuren vergrendeld.   Maastricht 2 ondergaat een gelijkaardig lot maar hier wordt ook de observatiekoepel Eben 3 vernietigd door een holle lading.  Beide artilleriewaarnemers, de Wachtmeesters David en Marchoul, komen om.  De Duitsers dringen deze bunker niet binnen.  Tijdens de ontploffing van de kanonnen wordt een kanon naar achter geslingerd waarbij het de deur blokkeert van het lokaaltje waarin zich twee telefonisten bevinden. De onfortuinlijke Sdt Noel en Sdt Petit worden pas na de overgave van het fort door de Duitsers uit hun benarde situatie verlost.  Ook deze bunker wordt opgegeven.

Wanneer de Duitsers de kazemat Visé 1 aanvallen, wordt aanvankelijk slechts één kanon vernield. De bemanning vlucht initieel naar de middenverdieping en komt later terug om de schade op te meten.  Er wordt nog gevuurd met de twee andere kanonnen richting Visé tot wanneer de vuren onderbroken worden om de tegenaanval opgezet door 2Gr niet in gevaar te brengen.  Na het mislukken van de tegenaanval vernielen de Duitsers rond 13u00 de twee andere kanonnen.  Vervolgens worden de toegangsdeuren onderaan de schacht van de bunker definitief gebarricadeerd.  Kazemat Visé 2 wordt helemaal niet aangevallen en kan de volledige dag nog vuren op de pontonbrug die de Duitsers aan het installeren zijn over de Maas tussen Eijsden en Ternaaien.

2Bij/Iste Groep
De manschappen van de 2Bij beginnen onmiddellijk na de afkondiging van het alarm met het leeghalen van de administratieve barakken aan de ingang van het fort zoals dit voorzien is in de alarmprocedures.  Hierbij worden ze ook geholpen door personeel van de 1Bij.  Ze zijn nog met deze opdracht bezig op het moment waarop de Duitse aanval wordt ingezet.  Hierdoor is een aantal verdedigingsbunkers slechts gedeeltelijk bemand.

De uitschakeling van de vier luchtafweermitrailleurs van de Sectie MiCA op het dak van het fort is één van de eerste prioriteiten van de luchtlandingstroepen. Bij de nadering van de zweefvliegtuigen vraagt Adjt KROLt Longdoz toelating aan Kapitein Hotermans om het vuur te openen.  De verouderde Maxim-mitrailleurs nemen na een korte aarzeling de vliegtuigen onder vuur maar al snel raakten twee mitrailleurs defect. De twee andere worden rond 04u25 letterlijk omver gevlogen door het zweefvliegtuig van Feldwebel Erwin Haug.  Er volgt een kleine schermutseling waarbij de Adjt Longdoz en Soldaat Heine zwaar gewond raken [6] en de Soldaat Remy sneuvelt.  De rest van het peloton wordt gevangen genomen en dwars over het plein afgevoerd naar de Blok Mi Noord.

Duitse schildwacht bij de ingang van het fort met op de achtergrond Blok VI.

In Blok Mi Noord zijn slechts één brigadier en vier soldaten aanwezig (van de voorziene  bezetting van 14 manschappen) en de schietgaten voor de mitrailleurs zijn nog niet opengemaakt.  Het zweefvliegtuig van Oberfeldwebel Helmut Wenzel landt op 100 meter van Blok Mi Noord en de Duitse bemanning valt de bunker onmiddellijk aan.  De observatiekoepel Eben 2 op het dak van Blok Mi Noord wordt met een holle landing van 50 kg uitgeschakeld.  Hierbij komen de Wachtmeesters Bataille en Vossen, die wel op post zijn, om het leven.  De linker mitrailleur wordt met een holle landing van 12,5 kg de bunker ingeblazen waarop het geslagen gat met een holle lading van 50 kg groter gemaakt wordt. Door het groter gemaakte gat kunnen de Duitse parachutisten de bunker binnendringen en er hun CP in opstellen. Ze zijn meteen ook beschermd tegen de vele artilleriebeschietingen die de Belgische artillerie ontketende op het dak van het fort.  Blok Mi Noord wordt opgegeven en vergrendeld door de verdedigers.

De Blok Mi Zuid ondergaat een gelijkaardig lot bij de aanval door de sectie van Oberjaeger Ewald Neuhaus.  Deze bunker is niet bezet en nog voor de Belgische bemanning de blok kan bereiken, is er reeds met een holle lading een gat in de bunker gemaakt en bevinden de Duitse pioniers zich in het bolwerk. De Belgische bemanning keert op zijn stappen terug en sluit de traphal naar de Blok af met de dubbele gepantserde deur.

Bij de initiële aanval wordt ook de observatiekoepel van Blok IV uitgeschakeld waarbij Soldaat Furnelle, die zijn waarnemingspost reeds had ingenomen, het leven laat.

Blok II langs de watergracht wordt pas in een latere fase aangevallen door enkele parachutisten die zich van het plateau laten afzakken tot op het dak van Blok II. Ze beperken zich tot het vernietigen van de observatiekoepel met een holle lading.   De rest van de bunker vormt immers geen bedreiging.  Deze aanval kost het leven aan Soldaat Decourty. Blok II wordt wel hevig gebombardeerd door de Duitse Luchtmacht.  Blok II zal enige tijd na de capitulatie van het Belgische leger verder beschadigd worden bij een reenactment van de Duitse aanval voor het bioscoopjournaal.

De bemanning van Blok VI, bevolen door Wachtmeester Degrange, bereikt zonder problemen hun gevechtspost. De schijnwerper die bij het begin van de aanval wordt ingeschakeld, wordt onmiddellijk door de vijand vernield. Al snel blokkeert de mitrailleur van het bolwerk. Tijdens de reparatie van de mitrailleur raakt Sdt Smet gewond aan zijn handen wanneer de Duitsers door de waarnemingssleuf naar binnen schieten. Ook de granaten die zich in de blok bevinden kunnen niet gebruikt worden bij gebrek aan ontstekers. Vanuit de waarnemingskoepel van Blok VI worden enkele mitrailleursnesten van de vijand opgemerkt nabij de watermolen die zich tegenover de ingang van het fort bevindt. De locatie van de automatische wapens wordt onmiddellijk door de C60 kanonnen onder vuur genomen tot ook deze wapens blokkeren.

Bunker O bij de brug van Kanne biedt weerstand tot het middaguur. Wanneer ze zonder munitie vallen, geven zij zich over door met een witte vlag naar buiten komen.

Reservegarnizoen/Iste Groep
Het reservegarnizoen, dat in het dorpje Wonck is ondergebracht, wordt initieel niet op de hoogte gebracht van het algemeen alarm. Het is pas wanneer Luitenant Levaque om 03u00 in Wonck passeert (tijdens het uitvoeren van de opdracht om een deel van de administratie van het fort te evacueren) dat het reservegarnizoen gealarmeerd wordt. Na ontvangst van het alarm wordt het gros van het reservegarnizoen niet doorgestuurd naar het fort.  Hooguit enkele versterkingen worden aangeduid om verlofgangers te vervangen bij het garnizoen. Het reservegarnizoen wordt dan ook opgeschrikt wanneer Wonck rond 04u30 gebombardeerd wordt. Bij het bombardement komt de Soldaat Gemis om het leven. Verschrikt zoeken de ongeveer 500 manschappen dekking voor de onophoudelijke luchtbombardementen in de mergelgrotten rond Wonck en wachten de rest van de dag op verdere orders.  Een 230-tal manschappen (aantal TBC) waagt een poging om het fort alsnog te bereiken en meldt zich omstreeks 15u00 aan bij Blok I.  Kapitein Hotermans, OLt Quintin en OLt Levaque proberen de mannen te verzamelen in Blok I en hen te overtuigen de aanval van Lt Wagemans te ondersteunen.  Uiteindelijk verlaat OLt Levaque Blok I om 17u45 met een ad hoc samengesteld detachement bewapend met geweren en handgranaten. Hij klautert met zijn detachement de flank van het fort omhoog tussen Blok I en Blok II tot bij het peloton van de grenadiers.  Wanneer ze proberen richting kazemat Maastricht 1 te vorderen worden ze op hevig mitrailleurvuur onthaald. Het detachement Levaque breekt zijn aanval af en keert terug naar het fort waar ze om 18u30 via Blok I binnen gelaten worden.

De bemanning van het fort van Eben-Emael werd op 11 mei al naar Stalag XIB (Fallingbostel) overgebracht.

Staf/Iste Groep
Tijdens de nacht en de ochtend slaagt de Belgische artillerie er nog in om sporadisch artillerievuur te laten neerkomen op de bovenstructuur van het fort, maar dat kan de Duitse parachutisten niet echt bedreigen. Majoor Jottrand ziet in dat zijn garnizoen gevangen zit en rondom 12u00 geven de ongeveer 1.000 manschappen zich over. De Iste Groep houdt op te bestaan.

1Bij/Iste Groep
De Duitse aanvalsploeg onder leiding van Oberjaeger Peter Arendt hebben de nacht doorgebracht nabij kazemat Ma1.  In de ochtend van 11 mei daalt Arendt de trap langs de munitieliften af tot op de middenverdieping en botst op de dubbele gepantserde deur die de toegang tot het fort hermetisch afsluit.  De onderofficier keert terug met twee van zijn militairen om een holle lading van 50kg te halen en plaatsen deze tegen de spijl tussen de twee gepantserde deuren. De lading wordt aangestoken met een trage lont en het drietal haast zich terug naar boven om dekking te zoeken voor de nakende ontploffing. De ontploffing richt omstreeks 08u30 een enorme ravage aan onder bunker Ma1. Niet alleen de deur wordt opgelicht en weggeblazen maar ook de trap en de lift worden herleid tot een hoop verwrongen staal waardoor de Duitsers niet meer naar beneden kunnen.  De Soldaten Corombelle, Dujardin, Gillet en Massotte die de wacht optrekken aan de andere kant van de toegangsdeur komen om in de explosie. De schokgolf van de ontploffing is voelbaar doorheen het ganse fort en de verlichting valt deels uit.  Er ontstaat paniek die nog versterkt wordt door de sterkte chloorgeur die zich door het verluchtingssysteem verspreid.  Deze is afkomstig van de vernielde vaatjes met chloorkalk bestemd voor het droogtoilet van Ma1.

Majoor Jottrand is bevreesd om een Duitse inval en besluit om de commandopost op de middenverdieping op te geven.  Vanaf dan beveelt hij het fort vanuit zijn kantoor op de benedenverdieping.  Op die etage komen trouwens steeds meer manschappen aan die hun gevechtsposten niet meer willen innemen.  Het hospitaaltje van het fort is overrompeld met de 80-tal gewonden die sinds het begin van de aanval gevallen zijn.  Het fort beschikt niet langer over de middelen om tussenbeide te komen, maar zit er ook fysiek en moreel onder door.

Omstreeks 09u00 neemt Jottrand contact op met de staf van het IIIde Legerkorps om de overgave van het fort te vragen.  Luitenant-generaal de Krahe en Generaal-majoor Jadot antwoorden dat hij zich maar moet richten tot zijn tactische bevelvoerder, het Iste Legerkorps.  Hier krijgt Jottrand te horen dat het lot van het fort geen prioriteit is voor de staf.  In een nieuw gesprek met het IIIde Legerkorps wordt aan de majoor bevestigt dat hij zich maar naar het reglement op de fortenverdediging moet schikken en zelf moet beslissen of aan de reglementaire voorwaarden tot overgave voldaan is.  Jottrand wint het advies in van het groepje officieren dat de defensieraad van het fort uitmaakt en stelt vast dat deze unaniem zijn in de wil om de strijd te staken.  De majoor maakt bekend dat het fort zich zal overgeven en geeft opdracht het nog functionerend materieel te saboteren. Voor de overgave van het fort wordt de Koepel Zuid nog onklaar gemaakt door twee granaten af te vuren met ingetrokken koepel waardoor deze granaten in de lopen ontploffen.

2Bij/Iste Groep
Behalve de ingenomen blokken Mi Zuid en Mi Noord zijn de blokken op de perimeter, ondanks de uitschakeling van enkele observatiekoepels, nog gevechtsklaar. De artilleriestukken op het dak zijn wel uitgeschakeld maar het fort kan zich nog verdedigen. Rond 06u00 komt de voorhoede van het Duitse Pionierbataljon 51, die op 10 mei om 04u30 met de eerste grondtroepen de Duits-Nederlandse grens zijn overgestoken, toe bij het fort. Ze vallen de Blok II aan en steken er de watergracht over. Ze slagen er in de junctie te maken met de parachutisten op het dak.  Blokken VI en I worden ook nog aangevallen maar blijven weerstand bieden tot aan de overgave. Wanneer de bemanning van Blok VI zonder munitie komt te zitten verlaten ze de bunker en sluiten de metalen toegangsdeur naar het gangenstelsel van het fort, gebruik makend van de stalen balken en zandzakken.

Blok 01 die buiten de perimeter van het fort ligt is met het fort verbonden door een ondergrondse tunnel. Deze gang is voorzien van springkamers om in geval van nood de tunnel te doen instorten. Majoor Jottrand geeft vlak voor de overgave van het fort de opdracht om te tunnels naar Blok 01 maar ook naar de Blok Kanaal-Noord te laten springen. Bij deze actie komen de Soldaten Ancia en Tummers om, de laatste twee gesneuvelden van het fort.

Reservegarnizoen/Iste Groep
In de vroege ochtend komt het bevel dat alle reservegarnizoenen van het Vestingregiment Luik zich naar het oude fort van Liers moeten begeven waar zich de Batterij Depot en Bevoorrading bevindt. Het gedeelte van de reservebemanning van het Fort van Eben-Emael dat niet naar het fort terugkeerde wordt aangehecht aan het detachement van de reservegarnizoenen van Luik en onder bevel geplaatst van Luitenant-kolonel Scohy. Ze zullen naar het westen geëvacueerd worden. Via Mechelen, Moerkerke (nabij Brugge), Woumen en Beerst worden ze doorgestuurd naar Zuid-Frankrijk waar ze uiteindelijk nog tot augustus 1940 zullen verblijven. Wanneer ze in het station van Liers instappen in de trein om naar Mechelen te vertrekken wordt het station gebombardeerd door de Luftwaffe. Hierbij komt de Soldaat Thelen om het leven terwijl de Soldaat Knapen ernstig gewond wordt. Hij overlijdt later aan zijn verwondingen in het hospitaal van Embourg. Voor een gedetailleerd verslag over het wedervaren van het reservegarnizoen zie: Vestingsregiment van Luik.

Krijgsgevangenen/Iste Groep
De gevangenen worden afgeleid naar Maastricht en vervolgens naar Sittard. Vanuit Sittard gaan ze de 12 mei te voet naar Heinsberg van waaruit zij onmiddellijk per trein naar Dortmund worden overgebracht. In Dortmund worden ze tot 4 juli in volstrekte afzondering gehouden, dit als voorzorgsmaatregel om te beletten dat details over de manier waarop het fort overmeesterd werd zouden uitlekken. Uiteindelijk worden ze naar Stalag XIB (Fallingbostel) gestuurd waar ze de volle vijf jaar van de oorlog als krijgsgevangen zullen doorbrengen.

De site van het uitgeschakelde fort wordt na de overgave streng bewaakt, Duitse schildwachten beletten de toegang tot het vernielde fort om informatielekken te vermijden. De gesneuvelde Belgen krijgen een veldgraf nabij de ingang van het fort enkel in aanwezigheid van de aalmoezenier van het garnizoen. Vermoedelijk worden ook de zwaar gewonden van het fort in afzondering verzorgd door de Duitsers – TBC [8]. De impactgaten van de holle ladingen in de stalen koepels worden dicht gecementeerd om de uitwerking van het wapen te verbergen.

Slachtoffers

EENHEIDNAAMVOORNAAMFOTOGRAADSTANDKLAS° OP° TE+ OP+ TENOTA
Eben-EmaelANCIAFerdinand, J.C.SdtMil3811.07.1918Liège11.05.1940Eben-EmaelGedood bij explosie tunnel naar Blok 01
Eben-EmaelBATAILLEAlbert, L.L.WMMil3915.10.1915Herstal10.05.1940Eben-EmaelGedood bij explosie observatiepost Eben-2
Eben-EmaelBIESMANSChrétienBrig12.02.1914Eben-Emael10.05.1940Eben-EmaelGedood bij explosie koepel Noord
Eben-EmaelBORMANSLambertSdtMil3104.08.1911Flémalle-Grande10.05.1940Eben-EmaelGedood bij explosie kazemat Maastricht 1
Eben-EmaelCASPERSJoseph, E.SdtMil3830.07.1918Niel-bij-Sint-Truiden20.05.1940Buigny-Saint-Maclou(F)Reservegarnizoen, 7Bij van Detachement Delveaux
Eben-EmaelCOROMBELLEAlbert, J.SdtMil3512.02.1915Liège11.05.1940Eben-EmaelGedood bij explosie kazemat Maastricht 1
Eben-EmaelCORTENLaurent, Albert JosephSdtMil3509.09.1915Villers Saint Siméon05.03.1941Calbe (D)Krijgsgevangene
Eben-EmaelDAVIDMartin, J.A.WmMil3924.01.1916Grandville10.05.1940Eben-EmaelGedood bij explosie observatiepost Eben-3
Eben-EmaelDECOURTYMarcel, N.J.SdtMil2913.01.1909Grâce-Berleur10.05.1940Eben-EmaelGedood bij explosie kazemat Blok 2
Eben-EmaelDUJARDINJoseph, A.J.SdtMil4008.06.1920Liège11.05.1940Eben-EmaelGedood bij explosie kazemat Maastricht 1
Eben-EmaelEVRARDRené, G.A.Wm3425.02.1913Verviers10.05.1940Op-KanneGesneuveld te Op-Kanne
Eben-EmaelFERRIREGeorges, M.SdtMil3113.04.1911Bressoux10.05.1940Eben-EmaelGedood bij explosie kazemat Maastricht 2
Eben-EmaelFURNELLEHenri, H.E.SdtMil4030.07.1920Houtain-Saint-Siméon10.05.1940Eben-EmaelGedood bij explosie observatiekoepel Blok 4
Eben-EmaelGEMISAlfred, E.L.SdtMil3912.05.1920Herstal10.05.1940WonckReservegarnizoen
Eben-EmaelGILLETEmile, G.J.SdtMil2922.06.1909Spa11.05.1940Eben-EmaelGedood bij explosie kazemat Maastricht 1
Eben-EmaelHAMANDEFrançois, L.SdtMil3729.12.1917Ans10.05.1940KanneGedood bij aanval op brug van Kanne
Eben-EmaelHEINEAdrien, G.L.SdtMil3606.08.1916Liège25.05.1940MaastrichtGewond bij aanval op luchtafweerpost op 10 mei 1940
Eben-EmaelKNAPENAlexander, A.SdtMil3501.02.1915Sluizen27.05.1940EmbourgVerwond bij luchtaanval op station van Liers 11/5
Eben-EmaelMARCHOULRené, E.J.WmMil3920.10.1919Waremme10.05.1940Eben-EmaelGedood bij explosie observatiepost Eben-3
Eben-EmaelMASSOTTEWilly, M.A.SdtMil4003.02.1920Liège11.05.1940Eben-EmaelGedood bij explosie Maastricht 1
Eben-EmaelMICHIELSMichel, L.SdtMil3615.12.1916Liège24.05.1940PoperingeReservegarnizoen
Eben-EmaelMULLEJANSGeorges, M.L.WmMil3722.11.1913Liège11.05.1940Berg (Tongeren)Reservegarnizoen
Eben-EmaelPHILIPPEPaul, L.SdtMil3728.04.1918Ans10.05.1940Eben-EmaelGedood bij explosie kazemat Maastricht 2
Eben-EmaelREMYAlbert, J.SdtMil3601.05.1916Liège10.05.1940Eben-EmaelGedood bij aanval op luchtafweerpost
Eben-EmaelTHELENJean, N.SdtMil2920.11.1909Romsée11.05.1940LiersReservegarnizoen
Eben-EmaelTUMMERSAlbertSdtMil3514.03.1915Heerlen (NL)11.05.1940Eben-EmaelGedood bij explosie, tunnel naar bunker Kanaal-Noord
Eben-EmaelVERBOISJean, G.A.BrigMil3129.10.1911Corswarem10.05.1940Eben-EmaelGedood bij explosie kazemat Maastricht 2
Eben-EmaelVOSSENAlphonse, J.WmMil2912.10.1907Montegnée10.05.1940Eben-EmaelGedood bij explosie observatiepost Eben-2
Eben-EmaelXHARDEJean, E.SdtMil3330.05.1913Lanaye21.05.1940Argoules (F)Reservegarnizoen

Bibliografie en Bronnen

  1. Kaart van 1935 met de vorderingen van de aanleg van het Albertkanaal. In 1935 werd bij wijze van test enkel een klein stukje van het huidig tracé ten westen van Briegden aangelegd.

    Kaart van 1935 met de vorderingen van de aanleg van het Albertkanaal. In 1935 werd bij wijze van test enkel een klein stukje van het huidig tracé ten westen van Briegden aangelegd.

    Het traject Luik – Briegden – Neerharen, dwars door het plateau van Caestert werd uitgegraven tijdens de eerste fase van de bouw van het Albertkanaal tussen 1930 en 1935. Het was de bedoeling om in eerste prioriteit Luik te verbinden met Antwerpen door een kanaal te graven op Belgisch grondgebied dat Luik verbond met de Zuid-Willemsvaart. Dit was ingegeven door het feit dat de Nederlanders weigerden de tonnenmaat van de Zuid-Willemsvaart in Maastricht te verhogen waardoor het industriegebied van Luik min of meer verplicht werd Rotterdam als doorvoerhaven te gebruiken. Omdat de doorsteek van het Kempisch plateau risico’s inhield vanwege de onstabiele bodemstructuur werd tijdens die eerste fase ook een proeftraject gerealiseerd ter hoogte van Eigenbilzen. Pas nadat dit proeftraject een succes bleek te zijn werd de rest van het Albertkanaal volgens zijn huidig tracé voltooid tussen 1935 en 1939. Achtergrondinformatie [On Line beschikbaar]: https://search.arch.be/imageserver/topview.php?FIF=510/510_1531_000/510_1531_000_00705_000/510_1531_000_00705_000_0_0001.jp2 en http://www.eigenbilzen.nu/Kanaal.html [Laatst geraadpleegd 28 juli 2023].

  2. De artillerietraining gebeurde in Helchteren waar de manschappen de manipulatie van de stukken konden trainen op veldgeschut dat in zich in het kamp bevond. Om de zes weken werd een detachement van 60 man naar de schietstand van de Citadel van Luik gestuurd om het schieten met de karabijnen in te oefenen.
  3. Dagboek Sdt Henri Delincé die in januari 1940 werd opgeroepen voor het reservegarnizoen van het fort van Eben-Emael. Hij werd afgedeeld bij de 2Bij van de Iste Groep en behoorde tot de bemanning van Blok VI. [On Line Beschikbaar]: http://www.maisondusouvenir.be/henri_delince.php [Laatst geraadpleegd 4 september 2023].
  4. Het Vooruitgeschoven Inlichtingencentrum van Hasselt maakt deel uit van een gans netwerk van inlichtingencentra langs onze grenzen opgezet door de “Dienst der Bewaking en Inlichtingen aan de Grenzen” (Service de Surveillance et de Renseignements aux Frontières) van het Groot Hoofdkwartier (GHK).
  5. Soms ontstaat verwarring met betrekking tot het tijdstip van de landing. Belgische bronnen vermelden 04u15 voor de eerste passage, Duitse bronnen vermelden 05u15. Dit komt doordat de Duitsers toentertijd met een andere tijdzone werkten (GMT + 2) terwijl de Belgen GMT +1 gebruikten.
  6. Relaas over het overlijden van Sdt Adrien Germain Louis Heine. Sdt Heine raakte zwaar gewond op 10 mei 1940. Initieel hadden de Duitsers hem voor dood achtergelaten op het dak van het fort. Vermoedelijk werd vastgesteld dat hij nog leefde bij het weghalen van de Belgische gesneuvelden om ze te begraven bij de ingang van het fort. Niemand anders mocht immers het fort betreden omdat de Duitsers de uitwerking van de holle lading wilden geheimhouden. Heine werd pas op 19 mei door de Duitsers naar het Haupt-Kriegsgefangenlazarett in het Jezuïetenklooster aan de Tongersestraat overgebracht. Heine overleed aan zijn verwondingen op 25 mei 1940 in het Jezuïetenklooster. In eerste instantie werd hij begraven op de begraafplaats van Maastricht aan de Tongerseweg, maar werd op aanvraag van zijn familie verplaatst naar de begraafplaats in Robermont bij Luik op 1 augustus 1950. Achtergrondinformatie bij het overlijden van Sdt Heine [On Line Beschikbaar]: https://www.freebelgians.be/articles/print.php?id=112 [Laatst geraadpleegd 4 september 2023], ook http://www.maastrichtsegevelstenen.nl [Laatst geraadpleegd 4 september 2023] en wordt bevestigd door zijn fiche bij de dienst oorlogsgraven https://www.wardeadregister.be/nl/dead-person?idPersonne=57527 [Laatst geraadpleegd 4 september 2023].
  7. “Mei 1940. De 18-daagse veldtocht in woord en beeld”, Peter Tahon, Lannoo, Gent, 2010.
  8. “Fort Eben-Emael”, René Vliegen, Visé, 1988.
  9. “Fort Eben-Emael: The key to Hitler’s victory in the west”, Simon Dunstan, Osprey Publishing, 2005
  10. “België in de Tweede Wereldoorlog”, Prof Dr Luc De Vos [on line] http://www.dbnl.org/tekst/vos_066belg01_01/vos_066belg01_01_0005.php.
  11. Amicale des Anciens Combattants du fort d’Eben-Emael, 1992. “Ceux du fort d’Eben-Emael”.
  12. Persoonlijk dossier Majoor Jottrand, archief Koninklijk Legermuseum (KLM). Majoor Jottrand is een artillerieofficier van het actief leger die tijdens de Eerste Wereldoorlog binnen het 6de Regiment Artillerie (6A) opklom van de rang van soldaat tot onderluitenant en die tijdens deze oorlog ook gewond raakte. Naar aanleiding van zijn bevordering tot majoor werd hij van het te Brussel gestationeerde 6A, gemuteerd naar het RFL om er het bevel van de Iste Groep over te nemen. Een poging om, via de Minister van Binnenlandse Zaken Albert Devèze, de geplande mutatie naar Eben-Emael ongedaan te maken werd in juni 1939 door Luitenant-Generaal Denis, Minister van Landsverdediging afgewimpeld.
  13. Verslag Fortencommissie, Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.