31ste Linieregiment

Situatie op 10 mei 1940

Type Infanterieregiment van de tweede reserve  
Ontdubbeld van 1ste Linieregiment  
Taalstelsel Franstalig  
Onderdeel van 15de Infanteriedivisie  
Bevelhebber Luitenant-kolonel M. Deswerdt  
Standplaats Dekkingsstelling Albertkanaal
Ondersector Viersel – Grobbendonk
Commandopost te Nijlen
 
Samenstelling I Bataljon (Majoor P. Daenen) 1ste Compagnie Fuseliers (Cdt O. Thiran)
2de Compagnie Fuseliers (Cdt N. Bodinaux)
3de Compagnie Fuseliers (Lt G. Lechat)
4de Compagnie Mitrailleurs (Kapt M. Messe)
  II Bataljon (Majoor A. Letocart) 5de Compagnie Fuseliers (Lt R. Bensel)
6de Compagnie Fuseliers (Lt J. Perot)
7de Compagnie Fuseliers (OLt R. Lallemand)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Lt J.L. Beeken)
  III Bataljon (Kapitein-commandant R. Ceuterick) 9de Compagnie Fuseliers (Lt M. Dourée)
10de Compagnie Fuseliers (Lt V. Sauvage)
11de Compagnie Fuseliers (Lt A. Fonsny)
12de Compagnie Mitrailleurs (Lt C. Briar)
  Stafcompagnie
  Geneeskundige Compagnie
  Peloton Verkenners (Luitenant A. Peclers)

Tijdens de mobilisatie

Staf/31Li
Het 31ste Linieregiment (31Li) wordt in september 1939 gemobiliseerd als ontdubbelingsregiment van het 1Li. Het 31Li wordt toegevoegd aan de 15de Infanteriedivisie (15Div), een divisie van tweede reserve. De tweede reserve was in hoofdzaak samengesteld uit miliciens van de oudere klassen ’28, ’29, ’30 en ’31. In de infanterieregimenten van de tweede reserve ontbreekt het vierde bataljon met de zware mitrailleurs en de anti-tankkanonnen C47mm. De fuseliers kregen in hoofdzaak oude Belgische Mauser geweren uit 1889 en Franse Chauchat lichte mitrailleurs die in 1915 aangekocht werden. Bovendien ontbrak het aan DBT granaatwerpers en moesten de mannen het stellen met Vivien Bessières (VB) tromblons die op de loop van hun geweer gevezen kunnen worden en een dracht van nauwelijks 150m hadden.

De twee andere infanterieregimenten van de 15Div zijn 42Li en 43Li. Na initieel in oktober 1939 samen met de rest van de 15Div een kampperiode te hebben doorgebracht in Leopoldsburg, wordt de 15Div opgesteld langs het Albertkanaal ten oosten van Antwerpen.

De officieren van het 31Li poseren hier voor een groepsfoto in het Kamp van Beverlo (oktober 1939).

Staf/31Li
De 15de Infanteriedivisie brengt de nacht door in zijn kantonnementen aan het Albertkanaal wanneer kort na middernacht op de staf een alarmmelding binnenloopt. De eenheden worden verwittigd en nemen hun posities in aan de zuidoever van het kanaal. Het 31Li neemt de centrale ondersector van de divisie voor zijn rekening en staat opgesteld vanaf de monding van de Nete in het Albertkanaal bij Viersel tot aan Grobbendonk, ten noorden van Nijlen:

  • Het I/31Li en II/31Li liggen in eerste lijn, met het Iste bataljon in het linker kwartier en het IIde bataljon in het rechter kwartier.
  • Het III/31Li bemant het tweede echelon dat zich uitstrekt tussen het Netekanaal in het westen en Kilometerpaal 13 van de baan van de Liersesteenweg tussen Nijlen en Bouwel.  Het front van het echelon wordt gevormd door het niet-bevaarbare gedeelte van de Nete in de ondersector.  Van links naar rechts worden de 11de, 10de en 9de compagnies opgesteld.  Het bataljon heeft zijn commandopost nabij jeugdherberg ’t Pannenhuis.
  • Het peloton van Onderluitenant Dubois van het IIIde Bataljon is afgedeeld op de voorpost van de brug van Massenhoven.  Dit steunpunt ligt zo’n 800m ten noorden van de brug en moet de aanlooproute tot het kunstwerk beveiligen.
  • De commandopost van het regiment wordt opgesteld te Nijlen.

Bunkers en loopgrachten worden bij dageraad bemand. De ganse dag door komen verlofgangers terug bij hun eenheid.

Na de middag maakt een Duits vliegtuig een noodlanding binnen het onderkwartier van de 5de Compagnie.  De bemanning bestaat uit een officier en drie onderofficieren, waarvan er twee gewond raakten tijdens de harde landing.  De vijandelijke bemanning vertelt dat ze even voordien het militaire vliegveld te Wevelgem aangevallen hebben en tijdens de terugtocht geraakt werden door de Belgische luchtafweer.

Pl Vknr/31Li
Het Peloton Verkenners van 31Li (Pl Vknr/31Li), onder bevel van Lt Peclers, bewaakt de commandopost van het regiment te Nijlen.  Het peloton zal tijdens de voormiddag afgelost worden door het peloton fuseliers van Luitenant Evrard van het IIIde Bataljon.  De verkenners vertrekken hierop naar de noordelijke oever van het Albertkanaal via de brug van Massenhoven.

Staf/31Li
Het Groot Hoofdkwartier besluit op de tweede oorlogsdag dag om de oostelijke helft van het Albertkanaal op te geven en gros van het veldleger van deze positie terug te trekken tot aan de K.W. Stelling. De 15de divisie blijft echter op post. De troepen bevinden zich immers aan de uiterste westflank van het Albertkanaal en zijn hier voorlopig nog veilig.

Staf/31Li
Het 2de Eskadron en het 4de Eskadron van het Franse 4e Régiment de Cuirassiers trekken door de ondersector van het regiment via de Liersebaan en de brug van Massenhoven.   De eskadrons zijn elk uitgerust met 21 lichte Hotchkiss H35 tanks die per trein van uit Frankrijk naar Mechelen getransporteerd waren.  Het 2de Eskadron werd om 04u00 afgeladen te Mechelen, en het 4de Eskadron om 06u00.  De eenheden zijn onderweg naar hun verzamelplaats in de bossen van Zandhoven.

Staf/31Li
De manschappen blijven de ganse dag op post.

De divisie krijgt het bevel om het Albertkanaal ten oosten van de monding van de Nete te verlaten.  Het 31Li en het 42Li dienen zi achter de Nete terug te trekken om de verbinding te maken tussen de Versterkte Positie Antwerpen en de K.W. Stelling. Het 43Li zal op post blijven in de ondersector Oelegem-Viersel.  De verplaatsing moet tijdens de nacht van 13 op 14 mei uitgevoerd worden.

Het 31Li ontvangt zijn marsorders bij valavond.  De verplaatsing zal starten vanaf 23u00.  De brug van Massenhoven wordt rond hetzelfde tijdstip met explosieven vernield.

Eveneens in de loop van de avond keert een colonne met het 1ste Eskadron en het 3de Eskadron van het Franse 4e Régiment de Cuirassiers terug naar de zuidelijke oever van het Albertkanaal.  De Somua S35 tanks rijden naar Ranst.

III/31Li
Het IIIde Bataljon is aangeduid om na de terugtocht een reeks voorposten van de 15de Infanteriedivisie te bezetten tussen Kloosterheide in het westen en Grobbendonk in het oosten.  Het bataljon zal voor deze opdracht versterkt worden met een compagnie van het 42Li, een compagnie van het 43Li en vier C47 anti-tankkanonnen.  Op die manier wil de divisiestaf er voor zorgen dat de troepen van de 18de Infanteriedivisie en van het Franse 7de Leger een vrije doorgang hebben via de brug van Grobbendonk over het Albertkanaal en de brug van Emblem over de Nete.

De drie compagnies van het 31Li zullen tussen Kessel en Nijlen ontplooid worden.   Ten noordoosten van Nijlen zou de compagnie van het 42Li moeten aankomen, maar deze formatie zal samen met de rest van zijn regiment terugtrekken naar de Nete.  Dit onderkwartier zal bezet worden door een gedeelte van de 11de Compagnie van het 31Li.  Tussen Kloosterheide en Kessel wordt op het militaire oefenterrein van Lier de compagnie van het 43Li opgesteld.  Kapitein-commandant Ceuterick plaatst zijn commandopost in het station van Kessel.

Gemobiliseerde reservisten rusten uit in hun kantonnement.

Tijdens de ochtend komt het gros van regiment aan op zijn nieuwe ondersector tussen Emblem en Lisp. De 15de Infanteriedivisie bezet nu de sector achter de Nete tussen het Albertkanaal en Lier. Ten noorden van de 15de Infanteriedivisie starten de linies van de Versterkte Positie Antwerpen, terwijl ten zuiden van de nieuwe stellingen de 6de Infanteriedivisie aansluit.

Het regiment zal zich volgens het klassieke schema ontplooien, met twee bataljons in eerste linie  en een bataljon in tweede linie.  Het IIIde bataljon blijft echter voorlopig nog op post tussen Kessel en Nijlen:

  • Het Iste bataljon bezet het noordelijk kwartier van Emblem tot Hutveld
    • De 2de Compagnie neemt het rechter onderkwartier in.
    • Het peloton van Luitenant Joseph Groven van de 3de Compagnie wordt opgesteld op de oostelijke oever van de Nete, rondom de toegang tot de brug van Emblem.  Tijdens de namiddag zal dit steunpunt versterkt worden met twee Franse pantserwagens.  Deze voertuigen vertrekken echter opnieuw na het vallen van de nacht.
  • Het IIde bataljon wordt opgesteld op het zuidelijk kwartier van Hutveld tot Lisp
    • De 7de Compagnie komt op links te liggen, en de 5de Compagnie op rechts.
    • De beide compagnies worden in de diepte gedekt door de 6de Compagnie. 
    • De commandopost van het bataljon wordt ontplooid op het Alliershof
  • De medische hulppost wordt opgesteld aan de Broechemsesteenweg 8 te Vremde.
  • De commandopost van het regiment komt op de Vremsehoeve in dit dorp te staan.
  • Het regiment heeft de volledige IIde groep van 23A in steun verkregen.

III/31Li
Het bataljon is ontplooid tussen Kessel en Nijlen, met van west naar oost de 11de Compagnie (vanaf het fort van Kessel), 10de Compagnie (rondom het Goorkasteel) en de 9de Compagnie (langsheen de Kapellebaan).  Het peloton van Onderluitenant Dubois dat gedetacheerd is bij de brug van Massenhoven blijft voorlopig nog op deze locatie.

Het 31Li bezet zijn nieuwe ondersector tussen Emblem en Lisp. 

III/31Li
Het bataljon maakt contact met vijandelijke verkenners die per fiets en motorfiets de linies verkennen.  Bij de schermutselingen valt één gewonde.  De Belgische genie vernielt te kerktoren van Nijlen met explosieven, om te vermijden dat na een terugtocht van deze positie de Duitsers het gebouw als observatiepost zouden gebruiken.

Ondertussen trekken verschillende elementen van de 18de Infanteriedivisie en van het Franse 7de Leger naar het zuidwesten via de bruggen van Grobbendonk en Emblem.

[Rondom 07u30 wordt een vijandelijke colonnes gesignaleerd op de baan komende van Aarschot. Een half uur later wordt gemeld dat een groep van ongeveer 30 Duitse wielrijders richting Nijlen vordert. De eerste schermutselingen met de invaller breken uit rond 13u10. Rondom 18u30 breekt een hevig vuurgevecht uit in het onderkwartier van de 11de Compagnie op de baan van Nijlen naar Broechem.]

Staf/31Li
Het Groot Hoofdkwartier besluit in samenspraak met de geallieerden om de K.W. Stelling op te geven en terug te trekken naar de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde. De afmars zal in twee fasen verlopen waarbij tijdens de nacht van 16 op 17 mei alle troepen ten zuiden van de Nete de aftocht aanvatten. De troepen ten noorden van de Nete, waaronder dus ook de 15Div, zullen één dag langer ter plaatse blijven en zullen zich pas tijdens de nacht van 17 op 18 mei terugtrekken.

Om er voor te zorgen dat na de eerste fase van de aftocht naar het westen de nieuwe zuidflank van de 15Div niet bloot komt te liggen, zullen de troepen van de 15Div tijdens de nacht van 16 op 17 mei herschikt worden om het ganse gebied langsheen de Nete, het Netekanaal en de Rupel tussen het Albertkanaal, Lier en Boom te bezetten. Alle bataljons die op het tweede echelon opgesteld staan, worden aan hun regimenten ontnomen en zullen gebruikt worden om flankwachten te plaatsen langsheen deze waterlopen en in het bijzonder de bruggen van Walem, Duffel en Boom te gaan bewaken. Naast het III/31Li zullen ook het II/42Li en het I/43Li en het III/43Li onderdeel uitmaken van deze operatie.

III/31Li
Net na middernacht verlaat de achterhoede van het IIIde Bataljon de stellingen tussen het fort van Kessel en Nijlen. De mars naar de brug van Emblem loopt vertraging op zodat Kapitein-commandant Ceuterick pas om 02u15 kan bevestigen dat zijn detachementen in veiligheid zijn.  Rond 02u30 wordt de brug over de Nete te Emblem opgeblazen door de genie.

Het bataljon trekt door de stellingen van het regiment en rust enkele uren uit in de bossen ten oosten van Broechem.  In de ochtend neemt Kapitein-commandant Ceuterick zijn voorziene posities in op het tweede echelon van de ondersector van het 31Li.  Lang zal het III/31Li niet op deze stelling blijven, want tijdens avond van 16 mei worden de 10de Compagnie, de 11de Compagnie en een peloton mitrailleurs doorgestuurd naar Boom om hier de overgangen over de Rupel en het Kanaal van Willebroek te beveiligen.  Dit detachement wordt door Ceuterick zelf bevolen en vertrekt om 23u00.

Voor de flankwacht van Boom wordt Majoor Nicaise van het 43Li aan het hoofd geplaatst van een tijdelijke groepering die bestaat uit de 9/III/43Li, 6/II/42Li en de 9/III/31Li versterkt met enkele machinegeweren en vier T13 tankjagers. Rondom 18u00 zetten de verschillende compagnies zich op weg. De nieuwe groepering zal even na middernacht te Boom aankomen.

Tijdens de voormiddag blijft het regiment op post tussen Emblem en Lier. Te Lier maakt het 42Li vanaf 13u00 contact met Duitse troepen die vanuit Aarschot naar het noordwesten vorderen. De stad wordt aangevallen en de gevechten houden de ganse middag aan.

Rondom 18u00 verlaten het Iste en het IIde bataljon hun stellingen om via Kontich, Boom, Ruisbroek, Puurs en Temse naar Elverzele te marcheren. Twee compagnies, een peloton mitrailleurs en het peloton verkenners vormen de achterhoede. Het peloton verkenners wordt echter nog geen uur later aan deze opdracht onttrokken en in alle haasten naar Kontich doorgestuurd om hier de Wielrijdersgroep van de 15de divisie te gaan ondersteunen in het afslaan van een Duitse aanval. De invaller wil koste wat kost de brug van Duffel in handen krijgen en oefent er bijzonder grote druk uit op het II/42Li.

Het Iste en IIde bataljon kunnen de afmars in goede orde aanvatten, maar moeten wel de 6de Compagnie en nog een peloton mitrailleurs afstaan om het 42Li te Lier te ondersteunen in het afremmen van de Duitse aanval op de stad.

III/31Li, Detachement Kapitein-commandant Ceuterick
Onderweg naar Boom raakt Onderluitenant Dubois gewond in de onderbuik wanneer hij zijn pistool terug plaatst in zijn holster en per ongeluk een schot lost.  Dubois is pelotonscommandant bij de 11de Compagnie.  Hij wordt afgevoerd naar het hospitaal te Sint-Niklaas.

De 10de Compagnie, 11de Compagnie en het peloton mitrailleurs bereiken de bruggen van Boom.   De dag verloopt zonder verdere incidenten.  De bataljonscommandant stuurt zijn voertuigen voorop naar Temse.

De infanterie van de 15Div wordt vanuit de stations van Temse en Sint-Niklaas per trein naar Oostende verplaatst om de verdediging van de kust te versterken. Het 31Li wordt gehergroepeerd in deze stations wanneer het IIIde Bataljon opnieuw aansluiting vindt na het beëindigen van de opdracht te Boom.  In het kielzog van het IIIde Bataljon worden de bruggen te Boom rondom 10u00 vernield door de genie.

De verdere tocht naar de kust zal via Gent naar het station van Heist verlopen. Enkele officieren worden echter voorop gestuurd en ontdekken dat de installatie van het regiment te Heist niet mogelijk is door de algemene chaos in en om het station. De trein zal omgeleid worden tot Oostende. Het wagenpark wordt over de baan naar Middelkerke gestuurd.

Het regiment komt aan te Oostende en krijgt de opdracht om het Leopoldkanaal tussen Zeebrugge en Damme te gaan bezetten om een mogelijke Duitse aanval van uit Zeeland over de Westerschelde te dekken.

De commandopost van het regiment wordt te Dudzele opgesteld. De bataljons worden uitgestuurd en komen slechts met mondjesmaat toe op hun nieuwe posities. De manschappen zijn totaal uitgeput en het wagenpark heeft bij de lange tocht naar de kust heel wat schade opgelopen. Het Iste en het IIde Bataljon worden opgesteld bij de bruggen over het Leopoldkanaal tot in Damme.

I/31Li
Het Iste Bataljon wordt toegewezen aan de bewaking van de kanaalbrug te Damme en installeert een bruggenhoofd op de noordelijke oever.

I/31Li
Alleen het Iste Bataljon behoudt zijn bewakingsopdracht aan het Leopoldkanaal.

II/31Li
Het IIde Bataljon komt onder tijdelijk bevel van het 1Gr te staan.

III/31Li
Het IIIde Bataljon krijgt het bevel om naar Knokke te marcheren en een nieuwe ondersector tussen Heist en de Nederlandse grens te bezetten.

Pl Vknr/31Li
Het peloton verkenners verplaatst zich naar Westkapelle.

Staf/31Li
Het 31Li behoudt zijn opdracht tot aan het eind van 22 mei. Rond 21u30 verlaat het regiment de oostkust om via een bijzonder lange etappe van 32Km naar Leffinge nabij Middelkerke te marcheren. De troepen worden naar de westkust verplaatst om de zuidflank van de Belgische legerzone te dekken na de Duitse doorbraak tot de Atlantische kust nabij Abbeville en Boulogne. De vijand rukt nu op van uit het zuiden om de geallieerde legers verder in te sluiten.

Het 31Li bereikt Leffinge rond 06u00. De manschappen kunnen hier de ganse dag uitrusten. Intussen werkt het Belgische opperbevel aan een plan om de waterlopen van de Westhoek te gebruiken voor een nieuwe defensieve linie met front naar het westen.

Het 31Li krijgt aanvankelijk een ondersector toegewezen tussen kilometerpaal 9,5 en 15 van de IJzer. De commandopost van het regiment zal te Keiem opgesteld worden. Het Iste en IIde Bataljon zullen het eerste echelon bemannen, ondersteund door het IIIde Bataljon in tweede lijn.

Samen met de overige eenheden van de 15de Infanteriedivisie bezet het het 31Li de oostelijke oever van de Ijzer om de Belgische zuidflank te dekken tegen de Duitse opmars van uit Noord-Frankrijk.

Aan de Leie realiseren de Duitsers die dag een belangrijke doorbraak rond Kortrijk en rukken en snel op richting Roeselare en Ieper. Het front vordert duidelijk in de richting van de 15de divisie. Het 31Li krijgt de opdracht om een nieuwe defensieve positie in te richten in de ondersector Zonnebeke, op zo’n 7Km ten oosten van Ieper. Deze nieuwe ondersector loopt van het station van Zonnebeke tot aan kilometerpaal 1 op de baan naar Menen. De troepen zetten zich onmiddellijk op weg.

De regimentsstaf vindt een nieuw onderkomen te Frezenberg. De drie bataljons worden alle op het eerste echelon ontplooid, met van west naar oost het IIIde, IIde en Iste bataljon.

Bij dageraad steken de Duitsers de baan Geluwe-Wervik over en vallen eveneens aan ten noorden van Geluwe en te Dadizele. De Belgen trekken opnieuw achteruit. Tussen Ieper en Roeselare zal opnieuw getracht worden om stand te houden, ditmaal achter uit een in alle haasten geïmproviseerde hindernis van zo’n 2.000 goederenwagons die op de spoorlijn Ieper-Roeselare geplaatst werden.

Ook de 15de infanteriedivisie wordt nu in de strijd geworpen langsheen deze nieuwe linie en zijn organieke artillerie-regiment, het 23A, zal samengevoegd worden met het 18A. De groepen I/18A en II/23A nemen samen posities in tussen Westrozebeke en Oostnieuwkerke ter ondersteuning van de linkerflank tussen Passendale en Ruiter waar het 4L de eerste linie bezet en gesteund wordt door het 43Li. De II/18A en I/23A worden samen verantwoordelijk voor de rechterflank tussen Passendale en Ieper waar het gros van de troepen geleverd wordt door het 3L en het 31Li.

De posities van het 31Li worden herschikt en de bataljons nemen post tussen Zonnebeke en Passendale.

De anti-tankversperring met spoorwagons op de lijn Ieper-Roeselare heeft geen enkel nut. Er dagen immers geen Duitse tanks op, maar wel infanteristen die makkelijk tussen de wagons door komen. Daarenboven zijn de gewassen in de meeste velden op volle lengte en kunnen de vijandelijk infanteristen op de meeste plaatsen ongezien vorderen. Op de koop toe heeft de gemeente Passendale kort voor de van de veldtocht de sloten laten uitdiepen zodat de Duitsers ook hiervan handig weten te gebruiken om te naderen.

Vanaf 11u00 meldt men langsheen de ganse spoorlijn contact met de vijand. Er wordt een eerste bres geslagen in de spoorlijn dat er van Zonnebeke tot Passendale heeft post gevat. De weg naar Passendale ligt open en het 31Li desintegreert snel. Ook het 4L dat nog steeds aan de linkerflank van het 31Li ligt, moet zich terugplooien. Het 1ste Eskadron werpt in alle haasten een dwarsstelling op om te vermijden dat het regiment zou omsingeld worden.

De restanten van het het 2L, 2JP, 2Cy en een eskadron van het 1L worden in de bres gegooid en slagen er in de Duitse doorbraak af te remmen.

De commandopost heeft zich teruggetrokken langsheen de baan van Zonnebeke naar Langemark wanneer het nieuws van de overgave vernomen wordt. Het regiment legt de wapens neer.

Na de capitulatie

Slachtoffers

Bibliografie en Bronnen