3de Regiment Jagers te Voet

Situatie op 10 mei 1940

Type Infanterieregiment van het actieve leger
Ontdubbeld van n.v.t.
Taalstelsel Franstalig
Onderdeel van 10de Infanteriedivisie
Bevelhebber Kolonel A. Sthouse
Adjudant-Majoor Kapitein-commandant J.L. Barbaix
Standplaats K.W. Stelling
Sector Leuven
Commandopost te Buken
Samenstelling I Bataljon (Majoor L. Lefebvre) 1ste Compagnie Fuseliers (Lt M. Claus)
2de Compagnie Fuseliers (Cdt P. Leduc)
3de Compagnie Fuseliers (OLt P. Bouquelle)
4de Compagnie Mitrailleurs (Cdt L. Sevrin)
II Bataljon (Kapitein-Commandant P. Verreth) 5de Compagnie Fuseliers (Lt P. Wielemans)
6de Compagnie Fuseliers (Lt P. Arnould)
7de Compagnie Fuseliers (Cdt G. Deplace)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Lt H. Verhaegen)
III Bataljon (Majoor J. Colin) 9de Compagnie Fuseliers (Kapt SBH Pierre Pauly)
10de Compagnie Fuseliers (OLt E. Moraine)
11de Compagnie Fuseliers (OLt C. Pierard)
12de Compagnie Mitrailleurs (Cdt A. Pollet)
IV Bataljon (Majoor J. Daulie) 13de Compagnie Mitrailleurs (Lt H. Carbonelle)
14de Compagnie Anti-Tankkanonnen C47 (Cdt E. Delvigne)
15de Compagnie Mortieren M76 (Cdt F. Dufour)
Stafcompagnie (Kapitein-commandant M. Laurent)
Geneeskundige Compagnie (Geneesheer Kapitein R. Fievez)
Peloton Verkenners (Luitenant Eugène Dujardin)

Tijdens de mobilisatie

Staf/3J
In volle vredestijd was het 3de Regiment Jagers te Voet (3J) een actief infanterieregiment van de 5de Infanteriedivisie (5Div) en was gestationeerd in de Kazerne Generaal baron Ruquoy te Doornik. Op 25 augustus 1939 wordt fase A van de mobilisatie afgekondigd waarbij de militieklassen ‘34, ‘35, ‘36,’37 en ‘38 opgeroepen werden. Gezien het 3J een op vredesvoet bestaande eenheid is, wordt het regiment tijdens deze fase van de mobilisatie al op oorlogsvoet gebracht. Later tijdens de mobilisatie gaat het regiment over naar de 10de Infanteriedivisie (10Div), een divisie van Eerste Reserve.

De 10de Infanteriedivisie bewaakt als enige Belgische divisie permanent een gedeelte van de K.W. Stelling. Op 09 mei bevindt het divisiehoofdkwartier zich te Kortenberg, de drie infanterieregimenten 3J, 5J en 6J staan opgesteld in lijn van Tildonk tot Leuven (inclusief). De rest van de K.W. Stelling is op 10 mei niet bemand.

Militairen van de 5de Compagnie van het 3J in 1938 in de Kazerne Generaal baron Ruquoy te Doornik.

Staf/3J
Na ontvangst van het alarm even na middernacht worden de stellingen onmiddellijk bemand. De bunkers en steunpunten worden ingenomen en de manschappen blijven de ganse dag op post. Het Peloton Verkenners wordt gebruikt voor anti-parachutistenpatrouilles in het achtergebied van de divisie. Het 3J bezet de noordflank van de divisiesector en is ontplooid ten noorden van Leuven langs het Kanaal Leuven-Mechelen vanaf de zuidelijke rand van Wijgmaal tot aan Tildonk. Het IIde Bataljon van 3J ligt in eerste echelon op de noordelijke flank van de ondersector. Het IIIde Bataljon bezet de zuidelijke flank van het eerste echelon. Het Iste Bataljon bemant het tweede echelon.

Op het middaguur worden de Remy fabrieken te Wijgmaal een eerste keer aangevallen door de Luftwaffe. De toren van de fabriek wordt geviseerd als vermoedelijke waarnemingspost voor de Belgische artillerie. Tussen 19u00 en 19u30 wordt de streek tussen Herent en Leuven gebombardeerd waarbij de brug van Wijgmaal beschadigd wordt. Hierdoor kunnen een aantal binnenvaartschepen die op het kanaal Leuven-Mechelen het zicht en de schootsectoren belemmeren niet meer geëvacueerd worden.

Pl Vknr/3J
Het Peloton Verkenners van Lt Dujardin is afgedeeld bij de divisiestaf en vormt er samen met het Wielrijderseskadron en de Compagnie T13 tankjagers van de divisietroepen een mobiele reserve om mogelijke valschermlandingen te onderscheppen.

De imposante toren van de Remy fabriek te Wijgmaal vormde het doelwit van Duitse vliegtuigbommen.

Staf/3J
Lang blijft het regiment niet op deze stelling want tijdens de nacht van 10 op 11 mei worden ze afgelost door de 5Div die uit de omgeving van Brussel toegekomen is. De 5de Infanteriedivisie die zich ten noorden van Leuven installeert neemt onder meer de ondersector van het 3J over waardoor het front van de 10de Infanteriedivisie ingekort wordt.

Het 3de Regiment Jagers te Voet wordt nu naar het zuiden verplaatst om in reserve te gaan achter het 5J en 6J. De Jagers blijven op hun stellingen rond Leuven. Gedurende de ganse dag trekken vluchtende burgers voorbij, op weg naar het veilige westen. Ook de eerste Belgische troepen die terugkeren van het Alberkanaal komen aan te Leuven.

De aflossing door de 5Div wordt om 19u00 voltooid. Het 3J staat nu opgesteld tussen het gehucht Doren in het noorden, de noordoostrand van Herent in het centrum en kilometerpaal 20,2 op de Brusselsesteenweg in het zuiden. Het Iste bataljon bezet het noordelijke kwartier en het IIIde bataljon het zuidelijke kwartier. De commandopost van Kolonel Sthouse wordt te Veltem ondergebracht.

II/3J
Omstreeks 16u00 ontvangt de staf van de 10de Infanteriedivisie een verzoek om een infanteriebataljon naar het militaire vliegveld van Evere te sturen om er de installaties te gaan bewaken. De legerleiding vreest immers nog steeds een luchtlanding op onze hoofdstad en vermoed dat Evere het voorwerp zou worden van een aanval. De divisiecommandant geeft het bevel door aan Kolonel Sthouse die op zijn beurt het IIde bataljon aanduid voor de opdracht. Het bataljon vertrekt om 18u45 en stelt zich bij aankomst onder het bevel van de 1ste Militaire Circonscriptie.

Pl Vknr/3J
Het Peloton Verkenners is nog steeds op anti-parachutistenopdracht in het achtergebied.

Opstelling van 10Div op 11 mei 1940 na aflossing van 3J door de 5Div (bron: CDH).

Staf/3J
De 10de Div bemant bij het aanbreken van de dag op 12 mei nog steeds de Sector Leuven aan de K.W.-Stelling. Het 3J werkt verder aan de installatie van zijn troepen op hun nieuwe posities.

De British Expeditionary Force bevond zich vanaf september 1939 in Frankrijk klaar om bij de start van de Duitse aanval de K.W. Stelling te bezetten vanaf Leuven (exclusief) verder zuidwaarts tot Waver. Het Britse leger is op 12 mei bij het aanbreken van de dag volledig ontplooid op de K.W. Stelling ten zuiden van Leuven zoals overeengekomen, maar de Sector Leuven blijft een twistpunt. De 12 mei in de namiddag komt dan toch de 3rd (UK) Infantry Division, bevolen door Generaal-majoor Montgommery, toe in de divisiesector van de 10Div.

Bij de 3rd (UK) Infantry Division worden de 7th Guards Brigade en 9th Infantry Brigade op het eerste echelon van de Sector Leuven ontplooid in de ondersectoren van het 5J en het 6J. De 8th Infantry Brigade bezet het tweede echelon in de sondersector van 3J. Aanvankelijk is er bitter weinig overleg tussen de beide divisies over de consequenties van de superpositie van de beide formaties. Op het terrein starten de Britten met de installatie van hun eigen eenheden, zonder zich al te veel te bekommeren over de verbinding en communicatie met de Belgen.De onduidelijkheid over de limiet tussen het Belgische en het Britse leger leidt uiteindelijk tot het feit dat twee divisies, één Belgische en één Britse zich klaar maken om de Sector Leuven te verdedigen.

II/3J
Het IIde Bataljon bereikt Evere omstreeks 02u30 en wordt verspreid over het militaire vliegveld. Het bataljon ontvangt de steun van maar liefst acht C47 anti-tankkanonnen, geleverd door de divisie, en zeven batterijen veldgeschut geleverd door 31A een regiment van het Versterkings- en opleidingscentrum Artillerie.

Het bataljon zal tot de avond van 15 mei te Evere blijven.

Staf/3J
In de Belgisch-Britse kwestie over de verdediging van de Sector Leuven is de kogel door de kerk: de Britten zullen Leuven verdedigen en de ganse stad evenals de zone ten zuiden van de Brusselsesteenweg wordt toegewezen aan de British Expeditionary Force. Tijdens de avond van 13 mei ontvangt ook het 3J het bevel Leuven te verlaten en de sector over te dragen aan de Britten. De aftocht verloopt vlot en de Jagers verlaten het kanaal. De Belgen blijven wel opgesteld tot aan de Remi-fabrieken te Wijgmaal, waar de Britten aansluiten richting Leuven. De 10de divisie moet zich op de omgeving van Peutie richten en zal in reserve gaan bij het VIde legerkorps. Het 3J krijgt de opdracht om naar Hofstade en Weerde te marcheren en hier een nieuw kantonnement op te zoeken.

Pl Vknr/3J
Tijdens de ochtend worden het eskadron wielrijders en de compagnie T13 van de divisietroepen vooruit gestuurd aar de Demer/Gete-stelling om er versterking te leveren aan het cavaleriekorps. Het peloton verkenners blijft alleen achter om de bewaking van het achtergebied van het regiment te verzekeren.

Staf/3J
Het 3J marcheert door de nacht naar Zaventem en buigt hier af naar het noorden. De tocht verloopt relatief snel en de troepen bereiken hun nieuwe kantonnement te Weerde en Hofstade nog voor het goed dag wordt. Het 3J maakt nu deel uit van de reserve en rust die dag uit.

Het hoofdkwartier van de 10de infanteriedivisie blijft op post te Kortenberg zolang het 6J zich nog te Leuven bevindt. De divisiestaf verkent een mogelijke dwarsstelling tussen het Silsombos, Winksele-Delle en de ondersector van het 4J aan de Leuvense vaart. Deze positie zou ingenomen moeten worden door het 3J en 5J bij een eventuele aftocht van de Britten, maar er komt geen bevel tot een stellingname.

Staf/3J
De 10de infanteriedivisie vormt de reserve van het VIde legerkorps. Terwijl het 5J alsnog gedeeltelijk ontplooid wordt op de bovenvermelde dwarsstelling, en het 6J op weg is van de Sector Leuven naar het kantonnementsgebied van de divisie, blijft het 3J in zijn nieuw kantonnement te Weerde en Hofstade. Het VIde Legerkorps krijgt de opdracht om de divisie over te brengen naar de linkeroever van het Kanaal van Willebroek. Het 3J dient zich naar Elewijt te begeven, met uitzondering van een peloton C47 anti-tankkanonnen dat teruggestuurd wordt naar het Kanaal Leuven-Mechelen om de beveiliging van de sluis van Boortmeerbeek te versterken.

II/3J
Het IIde Bataljon wordt om 19u00 door de 1ste Militaire Circonscriptie van zijn bewakingsopdracht nabij het vliegveld van Evere ontlast. Vooraleer II/3J naar zijn regiment kan terugkeren krijgen ze nog een andere opdracht.

Het Groot Hoofdkwartier (GHK) werkt tijdens de nacht van 15 op 16 mei aan de definitieve plannen voor de aftocht van het leger van de Versterkte Positie Antwerpen en de K.W. Stelling naar de nieuwe lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde. De terugtocht zal in drie etappes gebeuren. In eerste etappe moeten de legerkorpsen van de K.W. Stelling de Rupel en het Kanaal van Willebroek oversteken. De noordelijke sector van deze tussenlinie zal vanaf de samenloop van de Schelde en Rupel tot in Willebroek worden bewaakt door de 1ste Infanteriedivisie. Tussen Willebroek en Vilvoorde moet een samenraapsel van de brigade Grenswielrijders en eenheden van de Lichte Regimenten van de Rijkswacht de kanaaloever bewaken. Ten zuiden van Vilvoorde neemt het Britse leger over. In afwachting van de aankomst van de grenswielrijders, wordt II/3J naar Grimbergen gestuurd om bij de Verbrande Brug een bruggenhoofd in te nemen op de oostelijke kanaaloever.

Manschappen van de Schoolcompagnie van het 3J eind jaren ’30.

Staf/3J
In samenspraak met het geallieerde opperbevel besluit het Belgisch leger om tijdens de nacht van 16 op 17 mei de K.W. Stelling te verlaten. Het veldleger zal zich, conform het plan dat tijdens de nacht werd uitgewerkt, in drie nachtelijke etappes terugtrekken tot op de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde. Ten zuiden van Oudenaarde zal het Britse leger nieuwe posities bemannen. De nieuwe bestemming van de 10de Infanteriedivisie wordt de Bovenschelde waar de troepen de sector aan de zuidrand van de Belgische legerzone moeten innemen. De motorvoertuigen en het paardengerij zullen de tocht afzonderlijk ondernemen, terwijl het voetvolk van de infanterieregimenten met vrachtwagens en autobussen van de Legerautogroepering zal vervoerd worden. De instappunten voor dit transport zullen op de autosnelweg van Brussel naar Antwerpen komen te liggen. Het 3J krijgt het bevel om aan het eind van de dag het dorp Elewijt te verlaten en via Weerde naar ’t Sas in Vilvoorde te marcheren waar ze om 21u00 het Kanaal van Willebroek oversteken. Het regiment moet zich dan naar Nieuwenrode en Londerzeel begeven, waar rendez-vous moet gemaakt worden met de Legerautogroepering.

II/3J
Het IIde Bataljon komt de 16 mei om 01u00 toe bij de Verbrande Brug en neemt stelling in op de oostelijke kanaaloever waarbij de compagnies worden uitgezet om de aanlooproute naar het belangrijke overgangspunt te beveiligen. De rest van de dag blijven ze op stelling nabij de Verbrande Brug.

Staf/3J
Het transport naar de Bovenschelde loopt vertraging op. Enerzijds komt door diverse luchtaanvallen de colonne van de Legerautogroepering niet op het afgesproken uur aan op de instappunten. Anderzijds is de drukte op de wegen naar de bruggen te Vilvoorde, Verbrande Brug en ’t Sas zo groot dat alle detachementen van de 10de Infanteriedivisie eveneens vertraging oplopen. Zo kan het 3J pas om 06u30 Londerzeel binnen marcheren. De bataljons worden opgepikt en rijden bij klaarlichte dag via Opwijk, Aalst, Melle, Deinze naar Eine en Heurne. De troepen kunnen hier vanaf 16u00 uitstijgen.

II/3J
Het bataljon wordt om 04u00 afgelost door het 2de Regiment Grenswielrijders (2GrWi) in het bruggenhoofd bij de Verbrande Brug. De compagnies begeven zich naar kilometerpaal 2 op de baan van Vilvoorde naar Merchtem en worden hier opnieuw ontplooid om de instappunten van de divisie op de autosnelweg van Brussel naar Antwerpen af te schermen tot dat de laatste eenheden vertrokken zijn. Commandant SBH Buisseret van de divisiestaf laat om 11u00 weten dat het bataljon zijn regiment kan vervoegen. Het slechte nieuws is echter dat er geen voertuigen van de Legerautogroepering meer beschikbaar zijn. Het bataljon moet dan maar te voet richting Bovenschelde. Luitenant Verhaeghe van de 8ste Compagnie verzamelt het wagenpark en vormt een afzonderlijke colonne die zo snel mogelijk naar Eine vertrekt. De manschappen te voet worden op weg gezet naar de linkeroever van de Dender. Deze colonne bereikt Erpe tijdens de vooravond. Hier kunnen de manschappen als nog opgepikt worden door de voertuigen van het regiment die af-en-aan zullen rijden tussen Eine en het bataljon. De laatste detachementen van het bataljon zullen het regiment opnieuw vervoegen tijdens de nacht van 17 op 18 mei.

Staf/3J
Het 3J gaat met de rest van zijn divisie in stelling aan het zuidelijke eind van de Belgische legerzone. De divisie wordt opgesteld tussen Asper en de noordrand van Oudenaarde, met het 3J op de linkerflank, het 5J op rechts en het 6J op het tweede echelon. Ten noorden is de 9de Infanteriedivisie post komen vatten, terwijl in het zuiden de Britse 44th Infantry Division komt aansluiten. De divisiestaf merkt terecht op dat de bocht in de Schelde ter hoogte van Zingem een zwak punt in de Belgische linie vormt. Het 3J krijgt de opdracht om een peloton fuseliers en een C47 anti-tankkanon op de oostelijke oever van de brug van Zingem te plaatsen tot wanneer het kunstwerk zal vernield worden. Het terrein van de rivierbocht dient verdedigd te worden door tien vooruitgeschoven steunpunten die met Maxim mitrailleurs en FM30 lichte-machinegeweren dienen versterkt te worden.

De hoofdweerstandslinie zal de rivierbocht afsnijden. Hier worden van noord naar zuid het Iste en het IIIde bataljon opgesteld. De stelling wordt in de diepte gedekt door het IIde bataljon die het tweede echelon vormt. De commandopost van het regiment wordt opgesteld in een woonhuis aan de Lange Aststraat tussen Huise en Beke. Het 3J zal directe vuursteun ontvangen van de III/10A en twee groepen van het 5A die onder Majoor De Schaepdrijver van III/10A zullen opereren.

II/3J
Het IIde Bataljon is tegen het middaguur weer zo goed als compleet in het dorp Mullem. Er ontbreken 144 militairen op het appel. De meesten hiervan zullen in de loop van de dag nog aankomen.

Initiële opstelling voor de verdediging van de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde.

Staf/3J
Het nieuwe Belgische front over het Kanaal van Terneuzen, het Bruggenhoofd van Gent en de Bovenschelde tot Oudenaarde is nu min of meer compleet. Ook de Britten zijn nu aangekomen en klaar voor de actie. De 10de infanteriedivisie wordt aangehecht bij het VIIde legerkorps. Het regiment krijgt na de middag van de divisiestaf te horen dat de Duitse aanval voor de ochtend van 20 mei verwacht wordt. De voorpost van Zingem wordt hierop teruggetrokken binnen de linies.

Staf/3J
Omstreeks 09u00 ontdekt een Belgische patrouille de eerste Duitse eenheden op de andere oever van de Schelde. Het is de voorhoede van de 30. Infanteriedivision die tegen de avond wil aanvallen. De vijand wil met ten noorden van Oudenaarde met het 6. Infanterieregiment de rivier oversteken en ten zuiden met het 46. Infanterieregiment, om alzo twee bruggenhoofden te vormen voor het vervolg van de opmars.

Rond 17u00 breekt een hevig bombardement los op de posities van het I/3J en het III/3J, waarbij grote verliezen geleden worden. Het peleton van Onderluitenant Burton aan de brug van Zingem wordt uitgeschakeld. Dan volgt een aanval van 2 bataljons van het Duitse 6. Infanterieregiment onder de dekking van een rookgordijn. Het III/3J gaat in de tegenaanval waarbij hun bevelhebber Majoor Collin omkomt.

Tegen 21u45 zijn de verliezen bij de 2de compagnie van Commandant Leduc zo groot dat zijn eenheid het lijkt te begeven. De Belgische artillerie opent een geconcentreerd vuur binnen de veiligheidsperimeter van de eigen troepen. Majoor Lefebvre van het Iste bataljon stuurt een peloton van de 1ste naar de 2de compagnie en slaagt er in de Duitse opmars te stuiten. Omdat het nu reeds donker is, dringen de Duitsers niet verder aan. De Jagers kunnen het contact verbreken en trekken zich terug tot op veilige posities.

De Belgische artillerie start rond 03u00 een nieuw bombardement op de Duitse troepen die in de buurt van Oudenaarde reeds de Schelde zijn overgestoken. De 6de compagnie van het 6J zuivert hierop de reeds door de vijand veroverde rivierbocht te Zingem. De Duitse troepen nemen opnieuw defensieve stellingen in aan de oostkant van de Schelde. De invaller beslist daarop zijn 26ste infanterieregiment naar het zuiden van Oudenaarde waar door het 46stee infanterieregiment reeds een beperkt bruggenhoofd is geslagen te Petegem.

De divisie blijft voorlopig ter plekke, maar bouwt wel in alle haasten een dwarsstelling uit ter hoogte van Heurne om een omsingeling te vermijden. Het eskadron wielrijders van de divisie neemt Wannegem-Lede in om de wegen rondom Kruishoutem veilig te stellen.

De dag verloopt rustig, al is dat laatste wel relatief. De 10de infanteriedivisie is nog steeds betrokken bij schermustelingen om de Duitsers, die nu ten zuiden van Oudenaarde aan de Belgische oever van de Bovenschelde staan, te beletten naar het noorden door te dringen.

Rond 19u00 volgt het bevel tot de aftocht naar Roeselare. Vanaf 21u00 verlaten de Belgen de Schelde.

Het 3J marcheert door de nacht naar Roeselare.

De 10de infanteriedivisie gaat rond Roeselare in reserve, maar moet drie van de vier bataljons van het 6J afstaan aan de 8ste Infanteriedivisie om aldaar hethet 21Li te versterken. Het divisiehoofdkwartier wordt geopend te Pittem. De divisie gaat over naar het IVde legerkorps. De Jagers te Voet vernemen ook dat hun 10de infanteriedivisie verantwoordelijk wordt voor de verdediging van de Mandelbeek tussen Roeselare en Izegem.

Tijdens de voormiddag blijft het 3J op zijn nieuwe stellingen rond Roeselare. De stad moet ingericht worden als anti-tankcentrum.

Het IVde legerkorps heeft de 1ste en 3de infanteriedivisie opgesteld langsheen de oevers van de Leie rond Kortijk. Deze divisies worden de ganse dag gebombardeed met het oog op een nakende aanval over de rivier. De Duitsers steken die namiddag reeds ten zuiden van Kortrijk de Leie over en willen onmiddellijk een doorbraak forceren te Bissegem en doorstoten tot aan het vliegveld van Wevel­gem. Er wordt een be bres geslagen in het Belgische Leiefront van zo’n 4 Km breed en 3 Km diep.

Het Belgische opperbevel stuurt daarom de 10de Infanteriedivisie zo snel mogelijk naar de meest bedreigde sector rond Sint-Katharina en Heule. De verplaatsing gebeurt met vrachtwagens van het Groot Hoofdkwartier. De divisie gaat direct in stelling langs de lijn Lendelede, Rollegem-Kapelle en Ledegem. De Belgen willen er op die manier de opening tussen de 1ste en de 3de infanteriedivisies dichten.

Het 3J gaat in stelling van Sint-Eloois-Winkel tot Lendelede. Nog voor middernacht bevindt het regiment zich op zijn nieuwe stellingen.

Tijdens de voormiddag blijft het relatief rustig, maar vanaf 15u00 maken de eerste vijandelijke troepen contact met de nieuwe Belgische linies. Zowel bij het 3J als bij het 5J komt het tot gevechten.

Beide regimenten raken slaags met de oprukkende vijand op de lijn Izegem – Sint-Eloois-Winkel – Ledegem. De Jagers te Voet trachten zo lang mogelijk stand te houden op elke nieuwe positie om de Duitse opmars naar Roeselare te blokkeren. De rechterflank van de divisie wordt gedekt door het Bataljon Motorwielrijders Ardeense Jagers. Op links wordt dekking geleverd door het I/6J en het eskadron wielrijders van de divisie, aangevuld met de restanten van de compagnie T13 van de divisie en de manschappen van het 8ste geniebataljon.

Aan het eind van de middag wordt Lendelede opgegeven en trekt het 3J zich volledig terug achter de baan van Sint-Eloois-Winkel naar Izegem.

De 10de infanteriedivisie voeren nog steeds verwoede achterhoedegevechten om de terugtocht van de Leie af te remmen.

Het 5J is nog steeds in contact met de Duitsers in de buurt van Ledegem, met alle bataljons in lijn van net ten zuiden van Sint-Eloois-Winkel tot over de spoorlijn Roeselare-Menen nabij Dadizele. Het 5J wordt gedekt door het I/6J.

Aan de linkerflank van het 5J trekt het 3J terug. Het 1Gr komt aan ten zuiden van Roeselare en werkt er aan een opvangstelling voor de Jagers. Rond 15u00 dreigt Dadizele te vallen. Nog geen uur later worden bij het 5J verschillendd infiltraties gemeld op de steunpunten tussen Sint-Eloois-Winkel en Ledegem. Het wordt duidelijk dat de Jagers terrein zullen moeten prijsgeven. Rond 20u00 geeft de divisiestaf het bevel tot de terugtocht naar Roeselare.

Rond 01u00 zijn de Jagers te Voet in volle aftocht naar Roeselare.

De Grenadiers bezetten bij de terugkeer van de 3J, 5J en 6J reeds een stelling langsheen de zuidrand van Roeselare. Na de aankomst van de Jagers te Voet worden de linies ten zuiden van Roeselare enigszins herschikt. De Grenadiers graven zich in nabij het Kasteel van Rumbeke en het Sterrebos, met hun Iste en IIIde bataljon in eerste lijn. Op hun linkerflank bevindt zich het gros van het 3J, terwijl het 5J rechts aansluit langsheen de spoorlijn Roeselare-Ieper. Het II/3J is doorgestuurd naar het 5J om hier samen met het I/6J het tweede echelon van dit regiment te vormen.

Hevige gevechten breken uit aan het Kasteel van Rumbeke. De 1ste Grenadiers en 3de Jagers verdedigen zich hardnekkig en slagen er in om de opmars van de troepen van de Duitse 19de infanteriedivisie tegen te houden. Buiten artilleriebeschietingen, blijft het 5J gespaard van deze actie.

Die avond krijgt het ganse IVde legerkorps de toestemming zich indien nodig terug te trekken op de lijn Roeselare-Aardooie-Koolskamp. Het 5J blijft voorlopig op post.

Het 3J staakt de strijd aan de zuidoostrand van Roeselare. Net zoals bij de overige Franstalige eenheden, zal ook een relatief groot deel van het personeel van het 3J voor langere tijd in Duitse krijgsgevangenkampen belanden.

Kapitein SBH Pierre Pauly zal in augustus 1940 uit de krijgsgevangenschap terugkeren en stapt in de collaboratie. In december 1941 wordt hij de tweede bevelhebber van het Rexistische Waals Legioen.

Na de capitulatie

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen