Groepering Keyaerts

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming Groepering Keyaerts | Grg K
Groupement Keyaerts | Grt K
Type Battlegroup op niveau legerkorps
Bevelhebber Luitenant-generaal Maurice Keyaerts
Stafchef
Standplaats Vooruitgeschoven Stelling Ardennen
Zone Coo-Aarlen
Commandopost te Saint-Hubert
Tijdelijke Eenheden Hoofdkwartier
1ste Divisie Ardeense Jagers (minus III/1ChA, I/2ChA, 10/2ChA en 3ChA)
1ste Cavaleriedivisie (minus 2L en 7/2JP)
IIIde Bataljon (minus 7Cie) en 10de Compagnie 1ste Regiment Ardeense Jagers
Iste Bataljon en 10de Compagnie, 2de Regiment Ardeense Jagers
3de Regiment Ardeense Jagers
1ste Compagnie 4de Regiment Ardeense Jagers
Bataljon Motorwielrijders Ardeense Jagers
7de Eskadron, 2de Regiment Jagers te Paard
I/17de Regiment Artillerie
IVde Groep 19de Regiment Artillerie
25ste Bataljon Genie
33ste Bataljon Genie
IIde Bataljon 3de Regiment Hulptroepen
10de Batterij IV/1DTCA
4de Batterij C40/1DTCA

Tijdens de mobilisatie

Maurice Keyaerts in de eerste helft van de jaren 30, toen nog als kolonel van de lansiers.

Op 17 september 1939 worden de toen nog enkele Divisie Ardeense Jagers en 1ste Cavaleriedivisie samengebracht in een tijdelijke formatie die de zuidelijke Ardennen dient te verdedigen bij een vijandelijke inval. Deze formatie krijgt de naam Groepering K, naar de naam van de bevelhebber. Aanvankelijk worden de Ardeense Jagers ontplooid tegen een mogelijke inval uit het oosten, terwijl de cavaleristen de Belgisch-Franse grens dienen te dekken tegen een aanval door onze zuiderburen. Naarmate het duidelijk wordt dat de ware dreiging uit Duitsland komt, wordt aan de opstelling gesleuteld en worden diverse eenheden aan de groepering onttrokken, andere toegevoegd en vele verplaatst om de grens met Duitsland te beveiligen.

De definitieve missie van de Groepering Keyaerts wordt vastgelegd op 12 februari 1940 met de geheime, persoonlijke nota 41/34 van het Groot Hoofdkwartier aan Maurice Keyaerts.  De generaal krijgt hierin de volgende taken opgelegd:

  • De 1ste Divisie Ardeense Jagers blijft de oostelijke landsgrens bewaken tussen Vielsalm in het noorden en Messancy in het zuiden, moet bij een vijandelijke inval door Duitsland een vertragend gevecht leveren in de richting van de Hoyoux-Ourthe Stelling tussen La Roche in het noorden en Erezee in het zuiden.
  • Bij aankomst op de Hoyoux-Ourthe Stelling zal de volledige groepering verwantwoordelijk worden voor de verdediging tussen Comblain-au-Pont in het noorden en Durbuy in het zuiden.
  • Vervolgens zal de ganse formatie de Maas oversteken om op de linkeroever de verbinding te verzekeren tussen het IIIde Legerkorps te Luik en het VIIde Legerkorps te Namen.  Hierbij zal de rivier verdedigd worden tussen Seraing in het noorden en Hoei in het zuiden.  De groepering zal hierbij post vatten tussen Engis in het noorden (exclusief) en Hoei in het zuiden (exclusief).
  • De verdediging van de Maas mag slechts opgegeven worden op het bevel van het Groot Hoofdkwartier.  Vervolgens zal de Groepering Keyaerts zich terugtrekken in de richting van Gembloers en Waver.

Aan de vooravond van de Duitse invasie staan het III/1ChA, I/2ChA, 10/2ChA en het 3ChA onder het commando van de Groepering Keyaerts.  De overige eenheden van de divisie zijn ontplooid tussen Houffalize in het noorden en langsheen de lijn Bastenaken-Aarlen tot in het dorp Messancy in het zuiden.

De eenheden van de 1ste Cavaleriedivisie zijn in twee groeperingen gesplitst. Het gros vormt een bijzonder grote ontvangststelling in een grote boog van Hoei tot aan de Ourthe en dan noordwaarts tot in Comblain-au-Pont. Andere eenheden zijn gedetacheerd bij de Ardeense Jagers en bewaken tevens het uiterste zuiden van het land.

De Groepering staat klaar om bij een vijandelijke inval het geplande vertragend gevecht aan te gaan. De contramobiliteit dient hierbij verzekerd te worden door:

  • een 200-tal vernielingen tussen de stellingen van de 1ste Divisie Ardeense Jagers en de grens met Duitsland en Luxemburg
  • een 100-tal vernielingen op de terugtochtswegen naar de Hoyoux/Ourthe-Stelling
  • een 30-tal vernielingen langsheen de Ourthe
  • enkele honderden grachten, barricades en boomvellingen

Deze geniewerken zijn reeds voorbereid door de Ardeense Jagers, de 1ste en de 3de Compagnie van het 33ste Bataljon Genie en het 25ste Bataljon Genie.  De vernielingen zijn in zes categorieën ingedeeld:

  • Categorie 1A: vernielingsreeksen gelegen voor de alarmstelling langsheen de Belgisch-Luxemburgse grens in de ondersector van de 1ste Divisie Ardeense Jagers (reeksen Sankt-Vith, Gouvy, Houffalize, Bertogne, Bastogne, Strainchamps, Sûre, Martelange, Nothomb en Arlon)
  • Categorie 1B: vernielingsreeksen net voor de alarmstelling van de 1ste Divisie Ardeense Jagers (reeksen Stoumont, Trois-Ponts, Grand-Halleux, Vielsalm, Rencheux, Salmchateau, Cierreux, Willogne, Achouffe, Warempage, Rulles en Habay-la-Neuve)
  • Categorie 1C; vernielingen tussen de Semois en de benedenloop van de Lesse (reeksen Wavreilles, Anseremme, Houyet, Laforet, Poupehan, Bouillon, Cugnon, Lacuisine, Jamoigne en Titigny)
  • Categorie 2: vernielingen tussen de alarmstelling van de 1ste Divisie Ardeense Jagers en de Hoyoux/Ourthe-Stelling, met uitzondering van de marsroutes voor de terugtocht naar deze stelling (reeksen Grandhan, Durbuy, Hotton, Marcourt, Laroche, Rahier, Basse-Bodeux, Villettes, Lierneux, Ottre, Champlon, Amberloup, Ortheuville, Bonnerue, Mirwart, Saint-Hubert, Libramont en Neufchateau)
  • Categorie 3: vernielingen op de marsroutes naar de Hoyoux/Ourthe-Stelling (zelfde reeksen)
  • Categorie 4: vernielingen ter bescherming van de steunpunten van de Hoyoux/Ourthe-Stelling (reeks L, K, R, E, C, B en A)

Bij het algemeen alarm van 9 april 1940 ten gevolge van de Duitse inval in Noorwegen en Denemarken, werd de Groepering Keyaerts in staat van alarm geplaatst met front naar het zuiden.  Hierbij werd het 1ste Regiment Gidsen langsheen de Lesse ontplooid, en het 2de Regiment Lansiers langsheen de Semois.  Op 13 april werd het alarm afgeblazen en opnieuw een naar het oosten gerichte opstelling aangenomen.  Hierbij werd de Groepering Goffinet opgericht om de verdediging van de Ardennen te verlengen tot Messancy in het uiterste zuiden van het land.  Deze groepering onder leiding van de Cavaleriecommandant van de 1ste Cavaleriedivisie omvat het volledige 1G, de IIde Groep van het 2L, en het “Detachement Arlon” rond de 1Cie en 9Cie van het 1ChA.  De groepering krijgt de uitdrukkelijke opdracht om zich bij een grote vijandelijke aanval doorheen het Groot-Hertogdom Luxemburg terug te trekken zonder strijd te leveren, en is slechts verantwoordelijk voor het uitvoeren van het vernielingsplan.

Twee dagen later, op 15 april 1940, vervoegen Generaal-majoor Goffinet en zijn staf opnieuw het hoofdkwartier van de 1ste Cavaleriedivisie te Saint-Hubert.  De troepen van de groepering blijven op hun nieuwe posities.

Ten gevolge van het legerarlarm van 9 april 1940 werden ook de 1Cie van het 4ChA en het Bataljon Motorwielrijders Ardeense Jagers onder het directe bevel van de Groepering Keyaerts geplaatst.

Op 6 mei 1940 ontvangt Luitenant-generaal Keyaerts bezoek van Koning Leopold III en Generaal-majoor Van Overstraeten.  De vorst en zijn militair adviseur brengen hem op de hoogte van de Franse plannen om bij een inval uit Duitsland vijf lichte divisies te laten oprukken over de Maas en doorheen de Ardennen, en vragen hem om 48 uur stand te houden ten oosten van de Maas.  Keyaerts antwoord dat hij het mogelijk acht om een dag te houden aan het noordelijke deel van de alarmstelling, en dag op de Hoyoux/Ourthe-Stelling.

De Groepering Keyaerts werd in de namiddag van 7 mei in staat van vooralarm geplaatst.  Vanaf 16u00 werden alle wegbarricades gesloten, werd het wagenpark van de eenheden getankt en geladen, en werden de mobiele vernielingsdetachementen het terrein opgestuurd.  Tijdens de nacht van 7 op 8 mei werd ook het 1ste Regiment Gidsen onttrokken aan de Groepering Goffinet en naar de Hoyoux/Ourthe-Stelling teruggeroepen.

De staf van de Groepering Keyaerts staat opgesteld te Saint-Hubert en beschikt over een bijzonder groot bewakingsdetachement. De luchtverdediging wordt verzekerd door het Eskadron Luchtafweermitrailleurs van de 1ste Cavaleriedivisie met zijn 6 pelotons van telkens 4 mitrailleurs. De grondverdediging is voor rekening van het 7de Eskadron pantserwagens van het 1ste Regiment Gidsen.

Even voor 05u30 wordt de staf van de groepering op de hoogte gebracht van een luchtlanding de streek van Léglise.  Het gaat hier om de eerste tros Fieseler Storch vliegtuigjes met infanteristen van het Infanterieregiment Grossdeutschland van het XIX(DE) Korps, een onderdeel van de Panzergruppe von Kleist.  Ongeveer 400 militairen van dit regiment worden met lichte vliegtuigen neergezet bij Léglise, Witry en Nives om de opmars van hun legerkorps te beveiligen.  De operatie draagt de naam Operation Niwi.

Luitenant-generaal Keyaerts neemt de volgende beslissingen:

  • Om 05u15 vraagt hij aan de staf van de 1DivChA om de 10de Compagnie van het 1ChA naar de vijandelijke landingen te Léglise en Rancimont uit te sturen.
  • Om 06u10 krijgt de staf van het 2L het bevel om het peloton van het 1ste Eskadron te Lacuisine naar Rancimont te laten vertrekken.  Het peloton moet de gelande troepen observeren en tussenbeide komen in het geval van een vijandelijke aanvalspoging in de richting van Neufchâteau.
  • Vervolgens wordt om 07u35 aan de 1DivChA bevolen om na de terugtocht van het Detachement Arlon de 1Cie te Neufchâteau te behouden om hier samen met de 7Cie de stad te verdedigen.  De 1Cie van het 2ChA krijgt dezelfde opdracht met betrekking tot Libramont en Recogne.  De 10Cie van het 2ChA moet zich eveneens klaar houden om mobiele acties te ondernemen.
  • Ook laat Luitenant-generaal Keyaerts de verdediging van zijn hoofdkwartier om 06u00 versterken door een peloton pantserwagens van het 2de Regiment Jagers-te-Paard, en een peloton van de 2de Compagnie van het Bataljon Motorwielrijders van de Ardeense Jagers.
  • Tenslotte wordt het transportkorps van de Groepering K opgesteld in de bossen te Neuville-en-Condroz, om hier in de vroege ochtend vervoegd worden door het bagage-echelon van het 7de Eskadron van het 2de Regiment Lansiers.

Op het Groot Hoofdkwartier blijft intussen twijfel bestaan over de juiste inzet van de Groepering Keyaerts.  Het 9(FRA) Leger lijkt de plannen na te komen om zijn lichte troepen in de Ardennen te ontplooien, en de Belgische legerleiding overweegt om de Groepering K langer te laten standhouden op de alarmstelling.  De twijfel leidt ertoe dat de verbindingofficier van het Groot Hoofdkwartier met de Groepering K, Kapitein-commandant Montjoie, pas om 14u00 mag vertrekken van Breendonk naar Saint-Hubert.  Montjoie is dan in het bezit van een order dat bevestigt dat de opdracht van de Groepering K ongewijzigd blijft.  Dit order loopt na de feiten aan, omdat Luitenant-generaal Keyaerts dan al gestart is met de terugtrekking van zijn meest zuidelijke troepen.

Om 13u15 verstuurt de staf opnieuw enkele instructies in een reactie op de Operation Niwi.  Deze keer worden de marsroutes van de terugtrekkende eenheden aangepast om de Duitse landingszones te vermijden.  Zo moeten de 4Cie en de 5Cie van het 1ChA Neufchâteau vervoegen via Strainchamps en Juseret om Witry en Traimont te vermijden.  De 6Cie van het 1ChA moet via Marbehan omrijden om Rancimont te mijden.  De 2Cie en de 3Cie tenslotte moeten via Assenois en Sibret terugtrekken om niet langsheen Nives en Remichampagne te moeten passeren.

Aan het eind van de dag verlaat het hoofdkwartier het dorp Saint-Hubert om zich in het Vooruitgeschoven Inlichtingencentrum (Centre de Renseignements Avancé oftewel CRA) van Mache-en-Famenne te gaan installeren.

De staf van de Groepering K verlaat Marche-en-Famenne en stelt zich op te Soheit-Tinlot. Het nieuwe hoofdkwartier wordt ondergebracht in het kasteel van de markies Jean Impériali.

Dit hoofdkwartier wordt gesloten tijdens de vooravond. Luitenant-generaal Keyaerts, Generaal-majoor Goffinet en de kern van de staf steken omstreeks 21u15 de Maas over via de wegbrug te Hoei, onder dekking van twee pantserwagens van het 1ste Regiment Gidsen.

De nieuwe standplaats voor het hoofdkwartier zou het dorp Oteppe worden, maar dit plan wordt gewijzigd wanneer Keyaerts het gerucht opvangt dat er parachutisten in de omgeving zouden geland zijn. De generaal stuurt zijn staf richting Namen en duidt Saint-Gérard ten zuidwesten van Namen aan als nieuwe locatie.

Luitenant-generaal Keyaerts wijzigt zijn plannen. De nieuwe standplaats voor het hoofdkwartier wordt Malonne waar de staf wordt ondergebracht in het Institut Saint-Berthuin, een grote school voor secundair onderwijs.

Luitenant-generaal Keyaerts en zijn staf betrekken het kasteel van Corroy-le-Château.

Aan het eind van de dag vervoegt de staf het kasteel van Ways-Ruart te Glabais, ten noordoosten van Genappe. Om 21u30 verlaat de staf Corroy-le-Chateau. Samen met het het peloton pantserwagens van het 1ste Gidsen en het Eskadron Luchtafweermitrailleurs van de 1CD wordt in een enkele colonne naar Glabais gereden. De marsroute loopt over Villers-la-Ville en Genappe.

Het hoofdkwartier brengt de dag door te Glabais. Bij valavond wordt een nieuwe verplaatsing bevolen, dit keer naar Kasteel-Brakel.

De staf van Luitenant-generaal Keyaerts brengt de dag door op het kasteel te Kasteel-Brakel.

Het hoofdkwartier van de Groepering Keyaerts wordt naar Herzele gestuurd, maar besluit om zich even verderop te Oosterzele te installeren. Herzele blijkt immers in de Britse operatiezone te liggen.

De Groepering Keyaerts wordt formeel ontbonden. Luitenant-generaal Keyaerts krijgt het bevel over het Cavaleriekorps.

Slachtoffers

Bibliografie en Bronnen