4de Regiment Jagers te Voet

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 4de Regiment Jagers te Voet | 4J
4ème Régiment de Chasseurs à Pied | 4Ch
Type Infanterieregiment van de Eerste Reserve
Ontdubbeld van 1ste Regiment Jagers te Voet
Taalstelsel Franstalig (5Cie Nederlandstalig)
Onderdeel van 5de Infanteriedivisie
Bevelhebber Kolonel SBH Louis Dengis
Adjudant-Majoor Kapitein-commandant J. Swennen
Standplaats Ronse, Doornik, Antoing
Samenstelling I Bataljon (Majoor Robert Lonay) 1ste Compagnie Fuseliers (Cdt O. Deridder)
2de Compagnie Fuseliers (Lt R. Mengeot)
3de Compagnie Fuseliers (Cdt A. Draux)
4de Compagnie Mitrailleurs (Kapt G. L’Heureux)
  II Bataljon (Majoor A. Lebrun) 5de Compagnie Fuseliers (Lt N. Neirinck)
6de Compagnie Fuseliers (Lt H. Gosse)
7de Compagnie Fuseliers (Cdt F. Lecouturier)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Cdt M. Lecomte)
  III Bataljon (Majoor M. Tillier) 9de Compagnie Fuseliers (Cdt P. Magnien)
10de Compagnie Fuseliers (Lt V. Ackaert)
11de Compagnie Fuseliers (Lt E. Laurent)
12de Compagnie Mitrailleurs (Lt Fernand Carpin)
  IV Bataljon (Majoor J. Woussen) 13de Compagnie Mitrailleurs (Cdt R. Van Ackere)
14de Compagnie Anti-Tankkanonnen C47 (Lt A. Depotte)
15de Compagnie Mortieren M76 (Cdt L. Lisfranc)
  Stafcompagnie (Kapitein-commandant R. Van Ackere)
Geneeskundige Compagnie (Geneesheer Kapitein H. Staudt)
Peloton Verkenners (Onderluitenant L. Petit)

Tijdens de mobilisatie

Staf/4J
Het 4de Regiment Jagers te Voet (4J) wordt na afkondiging van Fase C van het mobilisatieplan gemobiliseerd op 1 september 1939 in het Kamp van Maisières-Casteau nabij Bergen.  Het 4J is .

Het 4J is een ontdubbelingsregiment van het 1ste Regiment Jagers te Voet (1J) van Eerste Reserve samengesteld uit reservisten van de militieklassen ’32, ’33, ’34 en ’35.  De 5de Compagnie is Nederlandstalig en en bestaat uit militairen hun legerdienst deden het 1J voor de invoering van de regionale rekrutering.  Alle overige reservisten komen uit de Borinage en het zuiden van de provincie Henegouwen.

De eenheden worden ondergebracht in de buurt van het kamp.  De staf en het IIIde Bataljon verblijven te Maisières.  Het Iste Bataljon te Bruyères, het IIde Bataljon te Cobourg en het IVde Bataljon te Nimy.

Na te zijn vervolledigd vervangt het regiment het 3de Regiment Jagers te Voet (3J) bij de 5de Infanteriedivisie (5Div), een actieve infanteriedivisie. 3J gaat over naar de 10de Infanteriedivisie (10Div).  Vier dagen na de start van de mobilisatie vertrekt het 4J naar ook naar het Canal du Centre in Henegouwen om de bewaking van de ondersector van Courcelles-Motte tot Seneffe te verzekeren.  De commandopost van het regiment komt dan te Buzet te staan.  Eind september wordt deze positie verlaten en worden de militaire installaties overgedragen aan de plaatselijke gemeentebesturen.

Op 08 november 39 wordt het 4J naar de provincie Antwerpen gestuurd om stelling te nemen langs het Albertkanaal tussen de Grote Nete en Veedijk. Van 29 november 39 tot 6 januari 40 bevindt het 4J zich in het Kamp van Beverlo om er doorgedreven te oefenen en uit te rusten.  Na deze trainingsperiode in Leopoldsburg wordt het 4J naar Zuidoost-Limburg gestuurd waar het 11de Linieregiment (11Li) vervangen in de ondersector Veldwezelt aan het oostelijk uiteinde van het Albertkanaal .

Op 30 april 1940, amper 10 dagen voor het uitbreken van de oorlog, wordt het 4J aan het Albertkanaal afgelost door een infanterieregiment van de 7de Infanteriedivisie (7Div).  4J keert samen met de rest van de 5Div terug naar het centrum van het land. Het gros van de 5Div bevindt zich aan de vooravond van de oorlog ten zuidwesten van Brussel als algemene reserve van het leger. Het 4J wordt in meerdere fracties gesplitst; het IIIde en het IVde Bataljon worden toegevoegd aan de reserve op niveau leger om te Brussel een reeks bewakingsopdrachten uit te voeren, de staf van het regiment installeerde zich te Ronse, het Iste Bataljon bevindt zich te Doornik en het IIde Bataljon te Antoing.

Jagers te Voet doen tijdens de mobilisatie ‘ergens te velde’ de was.

Staf/4J
De Staf/4J wordt omstreeks 02u00 in zijn commandopost (CP) te Ronse door de staf van de 5Div op de hoogte gebracht van de afkondiging van het algemeen alarm. Het alarm wordt direct doorgebeld naar het detachement te Lombardsijde. De staf blijft de ganse dag op post te Ronse en verwerkt de talrijke berichten van de Rijkswachtbrigades in het grensgebied over de doortocht van detachementen van zowel het Franse als het Britse leger.

In de namiddag krijgt de 5Div van het VIde Legerkorps (VI/LK) opdracht om de K.W.-Stelling van Rijmenam tot Wespelaar te bezetten. De eenheden van de 5Div moeten zich onmiddellijk naar de regio noord van Leuven verplaatsen. De Staf/4J coördineert vanuit Ronse de verplaatsingen van de verschillende bataljons die verspreid zijn tussen Brussel en Doornik. De verplaatsingen beginnen op 10 mei na de middag en worden deels met de trein en deels te voet uitgevoerd. Om 22u00 gaat de staf aan boord van een treinstel in het station van Ronse voor het vertrek naar de K.W. Stelling.

I/4J
Het I/4J is ingekwartierd te Antoing en gaat vanaf 13u00 in het plaatselijke station aan boord van een trein, onder bescherming van een peloton Mi AA. Het treinstel vertrekt om 18u20 met bestemming Boortmeerbeek en de manschappen brengen hun eerste oorlogsnacht door in de trein.

II/4J
Het II/4J stapt op de trein in het station van Doornik. De trein verlaat het station omstreeks 17u45 en wordt opgehouden ter hoogte van Soignies door een bombardement van het station. Uiteindelijk bereikt dit bataljon Haacht op 11 mei omstreeks 03u00.

III/4J en IV/4J
Het III/4J en IV/4J zullen voorlopig in Brussel achterblijven om het koninklijk paleis, het Nationaal Instituut voor de Radio-omroep (NIR) en het nationale vliegveld van Evere te beveiligen. De bewaking van de installaties van het NIR aan het Flageyplein te Elsene zou die zelfde dag nog ten einde lopen nadat de nationale zender naar Bosvoorde werd geëvacueerd.

Pl Vknr/4J
Het Peloton Verkenners van 4J (Pl Vknr/4J), bevolen door Onderluitenant Petit bevindt zich op 10 mei te Ronse waar het instaat voor de beveiliging van de CP van 4J.

Detachement Lombardsijde
Bij de afkondiging van het alarm bevinden enkele ondereenheden van 4J zich in het Kamp van Lombardsijde voor schietoefeningen tegen vliegtuigen. Deze troepen worden verwittigd om 02u45. Het gaat om het commando van III/4J, het commando van de 12de Compagnie, de secties Mi AA van de 12de en 13de Compagnie en een gedeelte van de secties Mi AA van de 4de en 8ste Compagnie. De eenheden vertrekken in het station van Nieuwpoort rond 11u45 om zich naar hun respectievelijke bataljons te begeven.

Staf/4J
De eenheden die zich per trein verplaatsen (Staf/4J I/4J en II/4J) komen toe tijdens de tweede helft van de nacht van 10 op 11 mei in de stations van Wespelaar, Haacht en Boortmeerbeek. Aanvankelijk wordt deze fractie van het regiment toegewezen aan de verdediging van de ondersector Wespelaar op de zuidflank van de 5Div.  Hierbij wordt gepland om het IIde Bataljon in eerste echelon te plaatsen ten westen van de anti-tankmuur en het Iste Bataljon toe te wijzen aan de verdediging van het anti-tankcentrum Wespelaar.  Dit centrum omvat bunkers We1 tot We6, de dorpskern van Wespelaar en het park van het kasteel van Guillaume de Spoelberch.

Tijdens de uitvoering van de eerste terreinverkenningen wordt Kolonel SBH Dengis omstreeks 11u00 teruggeroepen naar de staf van de divisie.  De Staf/5Div laat weten dat de divisiesector wordt gewijzigd en dat nu stelling genomen zal worden tussen Haacht en Wijgmaal. 4J moet zijn dispositief aanpassen en opschuiven naar het zuiden waar het onmiddellijk de ondersector  van het 3J (10Div), tussen Wespelaar (exclusief) en de zuidelijke rand van Wijgmaal langs het Kanaal Leuven – Dijle (oftewel Leuvense Vaart) [1] moet overnemen. In het nieuwe plan van de divisie neemt het 2J stelling tussen Haacht (exclusief) en Wespelaar (inclusief) op de noordelijke flank van de divisiesector terwijl het 1J wordt opgesteld in tweede echelon. Het HK van de divisie verplaatst zich naar Relst ten oosten van Kampenhout.

De Staf/4J installeert zich te Doren. III/4J en IV/4J voeren nog steeds bewakingsopdrachten uit te Brussel. Hierdoor wordt het 4J versterkt met het IIIde Bataljon,  de 13Cie mitrailleurs en een peloton M76 mortieren van het 1J.  III/1J bezet het steunpunt Tildonk (bunkers Th1 tot Th4 en tussenliggende stellingen), en het steunpunt Doren (bunkers Do1 tot Do4 en tussenliggende stellingen).  Deze beide steunpunten worden gedekt door drie pelotons die respectievelijk opgesteld worden ten westen van de brug van Tildonk, langsheen de Mortelstraat en langsheen de Karrestraat.  Dit vormt het tweede echelon van de ondersector van 4J. Het III/1J moet tevens drie pelotons mitrailleurs detacheren om de luchtverdediging van de kanaalbrug van Tildonk te realiseren.

I/4J
Het Iste Bataljon dat in de vroege avond vertrok uit het station van Antoing komt rond 04u00 toe in het station van Boortmeerbeek waar het bataljon de trein verlaat. Aanvankelijk wordt het bataljon ingekwartierd te Wespelaar in afwachting van de voltooiing van de terreinverkenning.

De 1Cie van I/4J bezet een bruggenhoofd op de oostelijke kanaaloever rond de Remy fabriek ten zuiden van Wijgmaal.

Om 12u00 begeeft het bataljon zich naar het gehucht Doren, waar ze een bataljon van het 3J aflossen. De 1ste Compagnie steekt het kanaal over om op de oostelijke kanaaloever een bruggenhoofd rond de Remy-fabrieken te bezetten.  De hoge toren met het logo van de fabriek wordt door de Belgen gebruikt als observatiepost. De 2de en 3de Compagnie bezetten het eerste echelon op de westelijke oever van het Kanaal Leuven-Dijle.  De 3de Compagnie die zich op de limiet van de 5Div bevindt stelt zich in verbinding het 6de Regiment Jagers te Voet (6J) van de 10Div die ten zuiden van het 4J staat opgesteld.  Het bataljon wordt versterkt met een peloton C47 anti-tankkanonnen van de divisietroepen.

II/4J
Het IIde Bataljon arriveert rond 03u00 in het station van Haacht maar de manschappen moeten in de trein blijven wachten op orders. Pas om 08u00 verlaat een deel van het bataljon de trein om het terrein te Wespelaar te verkennen. Het tegenbevel stuurt het bataljon echter naar Tildonk, waar het rond 16u00 zijn stellingen inneemt in kwartier noord van het eerste echelon.  Ook het IIde Bataljon wordt versterkt met een peloton C47 anti-tankkanonnen van de divisietroepen.

III/4J
Het IIIde Bataljon bevindt zich op 11 mei nog steeds te Brussel. Na de middag maakt III/4J zich klaar om tijdens de avond de hoofdstad te verlaten. Het III/4J vertrekt op 11 mei om 21u30 uit Brussel en voert de verplaatsing naar Leuven te voet uit. Ze komen op 12 mei rond 04u00 toe in het gehucht aan de Balkstraat te Kampenhout.

IV/4J
Het IV/4J vertrekt de 11 mei om 19u00 uit Brussel en maakt eveneens de verplaatsing naar Leuven te voet en komt pas op 12 mei om 05u00 toe in de buurt van Veltem.

De K.W. Stelling omvatte een anti-tankhindernis bestaande uit onder andere deze zware metalen Cointet hekkens.

Staf/4J
De ontplooiing van de Belgische troepen op de K.W.-Stelling is nu min of meer compleet. De 5Div heeft zich opgesteld tussen de 2Div in het noorden en de 10Div in het zuiden. Het 2J (noordelijke ondersector) en 4J (zuidelijke ondersector) zijn in eerste lijn opgesteld, terwijl het 1J ontplooid is in tweede echelon over de ganse breedte van de divisiesector.

De British Expeditionary Force bevond zich vanaf september 1939 in Frankrijk klaar om bij de start van de Duitse aanval de KW linie te bezetten vanaf Leuven (exclusief) verder zuidwaarts tot Wavre. Zowel tijdens de laatste maanden van de mobilisatie als tijdens de eerste oorlogsdagen bestaat enige onenigheid binnen het geallieerde oppercommando over waar precies de scheidingslijn tussen de Belgische en Britse legerzone dient te lopen. Het Britse leger is op 12 mei bij het aanbreken van de dag volledig ontplooid aan de K.W.-Stelling ten zuiden van Leuven zoals overeengekomen maar de Sector Leuven blijft een punt van onenigheid. De 12 mei in de namiddag komt dan toch de Britse 3rd Infantry Division, bevolen door Generaal-majoor Montgommery, toe in de divisiesector van de 10Div. De Britse bataljons beginnen zich te installeren in de bataljonsvakken van 5J en 6J. Aanvankelijk is er bitter weinig overleg tussen de beide divisies over de consequenties van de superpositie van de beide formaties. Op het terrein starten de Britten met de installatie van hun eigen eenheden, zonder zich al te veel te bekommeren over de verbinding en communicatie met de Belgen. Stafofficier Kapitein SBH Masson wordt aangeduid als verbindingsofficier voor het hoofdkwartier van Montgommery, dat zich eveneens te Everberg gevestigd heeft. De onduidelijkheid over de limiet tussen het Belgische en het Britse leger heeft tot gevolg dat ook de zuidelijke grens van het bataljonsvak van 4J niet gecoördineerd is met de Britten.

I/4J
Het I/4J, aan de Remy-fabrieken, besteedt speciale aandacht aan de verbinding met de Britten. Enkele Britse tanks en soldaten met Boys antitankgeweren komen het I/4J versterken. De secties van de 4de Compagnie Mitrailleurs installeren zich met hun machinegeweren in de bunkers. Eén sectie vat post in de nabijheid van de commandopost van het III/4J. Die middag installeert de 2de Compagnie van het 5Gn een voetbrug over het Kanaal Leuven-Mechelen ter hoogte van de Remy fabrieken nabij Wijgmaal om een eventuele evacuatie van het bruggenhoofd sneller te laten verlopen.

II/4J
Het II/4J bevindt zich nog te Tildonk waar de compagnies zich opstellen achter het Kanaal Leuven-Mechelen.

III/4J onder bevel van 1J
Het III/4J dat pas in de vroege ochtend toekwam op de KW linie wordt vanuit Kampenhout doorgestuurd naar het Kastanjebos, een bos ten noordoosten van Veltem. III/4J wordt onder bevel geplaatst van
van Kolonel Dagois commandant van 1J. Het Kastanjebos maakt deel uit van het derde echelon van de KW linie. Ten noorden van het III/4J sluit het II/1J aan, ten zuiden het I/3J. III/4J heeft zijn stellingen bij het Kastanjebos te Veltem bezet en ingericht tegen de avond.

IV/4J onder bevel van 1J
Wanneer het bataljon toekomt in het noordoosten van het Kastanjebos (Veltem) wordt het eveneens ter beschikking gesteld van 1J. De compagnies mitrailleurs, C47 en mortieren van het IV/4J worden verdeeld over de verschillende bataljons van het 1J. Majoor Woussen, commandant van het IV/4J, die zijn eenheden en materieel ter beschikking heeft gesteld van de twee andere bataljons van het 1J langs de KW-linie krijgt het bevel over het gedeelte van het tweede echelon dat zich achter de ondersector van het 4J ligt nabij Doren.

Pl Vknr/4J
Het Peloton Verkenners van het 4J zal de genie beschermen bij zijn vernielingswerken aan de brug bij De Molen te Rotselaar tot 14 mei rond 22u30 waarna zij zich moeten terugtrekken om aan omsingeling te ontsnappen.

De brug van Tildonk in het onderkwartier van 4J.

De brug van Tildonk in het onderkwartier van 4J.

Staf/4J
De alarmfase geldt vanaf 04u00 voor de troepen. Uiteindelijk beslist het geallieerd commando dat de Britten Leuven zullen verdedigen en dat de ganse stad evenals de zone ten zuiden van de Brusselsesteenweg wordt toegewezen aan de British Expeditionary Force (BEF). Gedurende de dag wordt de aflossing van de 10Div door de 3rd UK Infantry Division voorbereid en uitgevoerd. Het uur waarop de aflossing moet uitgevoerd zijn wordt door de Britten bepaald op 14 mei om 03u00.

I/4J
Er trekken voortdurend geïsoleerde militairen door de stellingen van het I/4J. Op de commandopost van het regiment moet de nodige munitie afgehaald worden. Om 16u30 zal II/4J er nog 300 mills granaten moeten afhalen.

III/4J onder bevel van 1J
Om 19u45 worden de 12/III/4J (minus één sectie), één peloton van het 10/III/4J en één peloton van het 11/III/4J naar Doren gestuurd om er terug onder bevel te staan van Kolonel SBH Dengis van het 4J.  Om 21u30 komen ze toe.  Een peloton C47 van de 14/IV/4J komt hen nog versterken. Deze versterkte compagnie zal het gedeelte van 6J vervangen dat zich nog te Doren bevond en wordt bevolen door Luitenant Carpin, de commandant van 12/III/4J.

Staf/4J
Tijdens de nacht van 13 op 14 mei trekken ook in de ondersector van het 4J diverse detachementen van het Cavaleriekorps voorbij.  De troepen hebben de Demer/Gete-Stelling verlaten en zullen zich ten westen van de Zenne hergroeperen.

In de voormiddag gaat het 5Gn over tot de vernieling van de bruggen over de Dijle die in de  ondersector van het 4J zo’n anderhalve kilometer ten oosten van de anti-tankmuur loopt.  Vanaf 07u55 worden de verkenningen aan de overzijde van de anti-tankmuur hervat.

In de ondersector van het 6J loopt de aflossing door de Britten vertraging op. Hierdoor kan het regiment niet voor dageraad wegkomen. Na de luchtaanvallen op Leuven van de afgelopen dagen wordt het risico op een verplaatsing overdag onaanvaardbaar geacht. Het 6J krijgt dan ook het bevel om de nacht van 14 op 15 mei af te wachten om zich naar achter te verplaatsen.

Rond 22u50 wordt een groep Britse Universal Carrier pantserwagens ter beschikking gesteld van het 4J om parachutisten te helpen opsporen. De Britse officier die het detachement leidt, trekt de wacht op nabij de commandopost van het 4J te Doren. De drie andere pantsers worden gestuurd naar de brug te Tildonk, naar de sluis van Tildonk-sas en naar de vernielde brug te Tildonk.

I/4J
Omstreeks 13u00 ontdekken de waarnemers op het dak van de toren van de Remy fabrieken een vijandelijke colonne op de Aarschotsesteenweg.  De voertuigen worden onder vuur genomen door de Belgische artillerie.

De Duitse troepen maken hun eerste contact met de stelling tegen 20u30 wanneer twee Duitse granaten inslaan rond de Remy fabrieken.  Kort daarop start de vijandelijke infanterie met het aftasten van de anti-tankversperring, en wordt een doorbraak geprobeerd in het bruggenhoofd van de 1ste Compagnie rondom de toren van de fabrieken.  Door de precieze beschietingen van onze artillerie mislukken alle pogingen.  Er worden Duitse militairen opgemerkt in een klein park ten noordoosten van het fabrieksterrein, waarna die onder vuur genomen worden door Belgische mortierengranaten.  Ook bij het 4J vindt een ongeval plaats met een mortiergranaat met schokbuis die te snel ontploft, waardoor één jager gedood wordt en twee gewond raken. De beschieting wordt voortgezet met tijdschokbuizen. Om 21u00 vraagt de 1/I/4J een spervuur ten oosten van de fabrieken waar de vijand tracht te infiltreren. Dit vuur zal er komen rond 20u20, om 22u38 gevolgd door een tweede spervuur. Om 23u00 worden opnieuw Duitsers opgemerkt in het park van de Remy fabrieken en de omliggende huizen. Daarna wordt het rustiger.

II/4J
Tijdens de nacht haalt het II/4J 300 lichtkogels en 400 DBT-granaten af aan de commandopost van het 4J.

III/4J
In de vroege ochtend heeft de versterkte compagnie van het III/4J onder bevel van Lt Carpin het 6J nabij Doren afgelost en de stellingen georganiseerd.  Nabij het bataljon heeft een Belgisch vliegtuig een noodlanding gemaakt. Een Duits vliegtuig gooit er brandbommen om het toestel te vernielen. Hierdoor brandt een kleine boerderij uit. In de namiddag en de avond worden de stellingen verscheidene malen beschoten door vijandige toestellen, zonder evenwel slachtoffers te maken.

Staf/4J

I/4J
Rond 12u00 signaleert men bij het I/4J drie Duitse gepantserde voertuigen bij kilometerpaal 5 op de baan Leuven – Aarschot. Andere gepantserde voertuigen houden zich schuil langs de baan. De artillerie neemt vervolgens het baanvak tussen kilometerpaal 5 en 6 onder vuur. Bovendien krijgt majoor Lonay (I/4J) van kolonel Dengis (4J) het akkoord om de voorraden van de Remy-fabrieken (toen geraamd op 28 miljoen frank) in brand te steken indien zijn bataljon het bruggenhoofd moest prijsgeven. Hij zal hiertoe echter niet de opdracht geven. Integendeel, Luitenant Mingeot krijgt het bevel de ontstekers uit de springladingen te verwijderen

II/4J
De 1ste Compagnie van het 5Gn bataljon werkt tijdens de nacht van 15 op 16 mei aan het verder vrijmaken van het schootsveld in het kwartier van II/4J. Een detachement wordt uitgezonden om een woning die het zicht belemmert en die zich aan de overzijde van de vaart tegenover het Keulenhof bevindt, op te blazen. De missie kan niet uitgevoerd worden wanneer duidelijk wordt dat het huis door de Duitsers is bezet. Om 09u30 dient de commandant van 5/II/4J een vuuraanvraag in om het huis dat gebruikt werd als Duitse observatiepost door de artillerie te vernietigen. De vuren worden echter niet uitgevoerd omdat het gebruik van de artillerie te riskant is. De artilleriegranaten zouden de dijk van het kanaal immers kunnen beschadigen waardoor het waterpeil zou dalen. Tijdens de namiddag wordt een nieuwe poging ondernomen door 1/5Gn maar ook die moet worden afgebroken.

Rond de middag vraagt majoor Lebrun (II/4J) de ontplooiing van een gevechtsgroep nabij een kruispunt op een kilometer ten zuidoosten van de kerk van Tildonk te bestuderen. Hij vreest immers dat het I/4J niet zou kunnen terugplooien in geval de Britten zich eenzijdig zouden terugtrekken. Op die manier kan hij de verdediging van de Lipsestraat (baan Tildonk – Doren) garanderen. Ook het III/4J wordt betrokken bij deze verdediging.

Staf/4J
Vanaf 09u00 raken de bataljons van 4J slaags met de vijand, eerst nabij de 1Cie van I/4J ontplooid in het bruggenhoofd rond de Remy fabrieken, later ook langs het Kanaal Leuven-Mechelen. Met de steun van de artillerie slaagt 4J de vijand af te houden. In het heetst van de strijd komt op 16 mei nogal onverwachts het bevel van het geallieerd opperbevel (Franse generaal Bilotte) om verder westwaarts te trekken. Zonder dat men de K.W. Stelling ten volle verdedigd heeft moet de stelling worden prijsgegeven. Het Duitse leger wist immers een doorbraak te forceren in de streek van Sedan en in het noorden heeft Nederland zich overgegeven. Op de K.W. Stelling begint ook het 4J met de voorbereidingen tot de aftocht teneinde aan het eind van de dag de K.W. Stelling te ontruimen en zich terugplooien op de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde.

I/4J
Om 9u25 signaleert het I/4J een vijandelijke patrouille ten oosten van de Remy-fabrieken gevolgd door meerdere eenheden om 11u45. Om 12u25 signaleert men tevens meerdere gepantserde voertuigen. Om 14u35 beschiet de Duitse artillerie de Remy-fabrieken. Deze beschietingen worden intenser vanaf 15u00. Vanaf 15u00 beginnen de Duitsers de Remy-fabrieken aan te vallen. Door de Britten opgemerkte pogingen om rubberboten klaar te maken op de vijandelijke oever, worden beantwoord met Belgisch artillerievuur. Iets na 17u20 wordt nog een bos beschoten ten noordoosten van Wijgmaal, aangezien een Britse officier er gepantserde voertuigen, voertuigen met brugonderdelen en infanterie opgemerkt had. Duitse aanvallen om 17u15 , 19u00, 20u00 en 21u00 worden telkens afgeslagen door de 2/I/4J hierbij gesteund door spervuur van de artillerie.

Om 18u00 kreeg de tweede compagnie te horen dat zij moesten standhouden tot de volgende nacht. De 2/I/4J betreurt één dode en twee gewonden, terwijl er zo’n 50 à 60 Duitsers sneuvelen rond de Remy-fabrieken en 150 gewond raken (op een geschatte inzet van 500 à 600 man)

’s Avonds stelt men bij vele batterijen van 11A (o.m. de 6e, 8e en 9e batterij) problemen vast met de kanonnen door het veelvuldig vuren. Het aantal Duitse slachtoffers te Wijgmaal, door de Belgische artillerie gemaakt, zou mogelijk nog groter zijn.

II/4J
De Duitse observatiepost aan de overzijde van het kanaal blijft zorgen baren. Rond 17u00 begint men bij het II/4J met de zorgvuldige planning van een raid. Enkele kleine detachementen met ieder een nauwkeurig omschreven taak zullen de vaart oversteken nabij het Keulenhof om het huis nabij de dijk te doorzoeken en te vernielen. De uitvoering van de raid wordt voorzien bij dageraad op 17 mei.

Majoor Lebrun (II/4J) vraagt om 18u00 dat de genie tijdens de nacht een mijnenveld zou leggen voor bres in de Cointetversperring over de spoorlijn. Om 20u30 meldt de 5/II/4J dat de Duitsers handgranaten werpen naar de bunkers op de dijk, tegenover het Keulenhof.Om 20u30 beveelt majoor Lonay (4J), op zijn persoonlijke verantwoordelijkheid, een huis op 30 meter ten westen van de fabriek te laten beschieten met mortiervuur. Twee gevechtsgroepen van I/4J moeten beletten dat de vijand langs de kanaaloever optrekt naar de ingang van de fabriek en naar de loopbrug. Rond 21u30 trekt de 2/I/4J zich, zonder verliezen, over de loopbrug terug, bijna onmiddellijk gevolgd door de vijand. De Duitsers proberen met opblaasbare rubberboten het kanaal over te steken, maar dit mislukt. Minstens één boot wordt tot zinken gebracht. Tegenover de Remy-fabrieken bevond zich een mitrailleurspost in de vroegere tegelfabriek Les Usines Céramiques de la Dyle. Van de ontruiming van de Remy-fabrieken rond 22u35 was deze post niet op de hoogte. De sectie onder leiding van de behendige FM-schutter korporaal Noé Dehon, had het bevel gekregen stand te houden tot nader order. Door het precieze vuur van de sectie begonnen de Duitsers te riposteren teneinde te proberen de post uit te schakelen. Daarbij werd soldaat Emile Dirique gedood. De andere sectieleden liepen oppervlakkige verwondingen op. Tegen de avond werd het geleidelijk aan weer kalmer.

Het Belgisch leger zal zich terugtrekken op de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde. De aftocht zal in drie nachtelijke etappes afgelegd worden waarbij men aan het Kanaal van Willebroek en aan de Dender en de Schelde telkens een vertragingsmaneuver uitvoeren zodat de terugtocht kan plaatsvinden op een veilige manier.

De 5/II/4J, de 6/II/4J en de 7/II/4J zullen de achterhoede vormen in de sector van het 4J, onder leiding van Majoor Woussen (IV/4J). De achterhoede wordt aangevuld met het Pl Vknr/4J en op het Esk Cy/5ID, uitgezonderd één peloton dat ter beschikking staat van de mobiele achterhoede van het 2J. De commandanten van deze compagnies van het II/4J moeten ervoor zorgen dat de manschappen die zich aan de overzijde van het kanaal bevinden (achter de cointetversperring), veilig de overzijde bereiken. Bij de terugtocht van de 12/III/4J ontbreekt één peloton. Dit peloton werd omsingeld op 15 mei nadat het bevel tot terugtocht hen niet tijdig kon bereiken. Tot 21u00 zal de achterhoede nog gesteund worden door drie batterijen artillerie, nadien, tot 01u00 nog door één batterij. Van de door de Britse legerleiding beloofde zware en vier lichte tanks ter ondersteuning, blijkt de zware tank om 22u00 gekanteld (in de buurt van de commandopost van Majoor Woussen) en verlaten. Aangezien de Britten zich niet houden aan het eerder afgesproken tijdschema, stelt Majoor Woussen op zijn rechterflank een compagnie en een peloton mitrailleurs op op de Mechelsesteenweg, een compagnie langs de vaart en een compagnie met een peloton langs de steenweg tot bij Kampenhout-sas.

Wanneer er opnieuw een vuurgevecht losbarst aan de Remy-fabrieken, denken Korporaal Dehon en zijn mannen dat het gevecht van de dag voordien gewoon hernomen werd. Het ging hier echter om een vuurgevecht tussen een groep van het 4J, de achterhoedepost van sergeant Frébutte (die dacht afgelost te worden door de naderende groep) en de Duitsers.

Door het hevig vuurgevecht werden de jagers verplicht zich op Herent terug te trekken. Hierop poogden de Duitsers met pneumatische vlotten de vaart over te steken. Dehon en zijn sectie openden het vuur op de Duitsers die de Remy-fabrieken naderden, waardoor verschillende Duitsers buiten strijd gesteld werden. Toen hij Duitse soldaten links van hem en in de Remy-fabrieken bemerkte, realiseerde Dehon zich dat hij omsingeld was. Dehon beval de terugtocht. Soldaat Verboven dekte de aftocht met zijn FM30. Eens de aftocht gedekt, spoedde soldaat Josephus Verboven zich naar de plaats waar de anderen zich bevonden, een 30 à 40-tal meter verwijderd van de fabrieksuitgang. Op zijn vlucht werd hij echter dodelijk getroffen door Duits geweervuur.De overgebleven mannen vluchten verder doorheen de graanvelden. Op een tweetal kilometer van de kanaaloever bemerkten ze in de verte een bosje, waar ze zich over hun verdere terugtocht konden beraden. De 200 meter die er hen nog van scheidden, zou te groot blijken, want een Duitse patrouille, die hun vlucht opgemerkt had, stond hen op te wachten. Hoewel Dehon zijn manschappen beval de wapens neer te leggen, werd hijzelf in de maagstreek geraakt door het vuur van een Duitse soldaat die zijn zelfbeheersing verloor, nadat zijn broer sneuvelden aan de Remy-fabrieken, naar alle waarschijnlijkheid onder de kogelregen van Dehon. Dehon werd door Duitse verplegers overgebracht naar een hulppost te Wijgmaal. Van daar ging het naar een Duitse Rode Kruispost voorbij Wijgmaal. Dehon zal later afgevoerd worden naar een legerhospitaal in Polen. Na vijf maanden, zal hij zwaar ziek terugkeren uit krijgsgevangenschap. Op zijn tocht van verbandpost naar verbandpost bemerkte Dehon dat de Duitsers hun gesneuvelden opstapelden in hopen van vijf lagen met tien doden. Naar eigen zeggen, telde hij zo een twaalftal stapels lijken.

De rest van het regiment is intussen al onderweg via de steenweg Leuven-Brussel naar Vilvoorde. Hier wordt het Kanaal van Willebroek overgestoken en vervolgens richten de Jagers te Voet zich op Wolvertem waar het dispersiegebied van de 5de infanteriedivisie is. Hier wordt voor de rest van de dag halt gehouden.

Na het vallen van de duisternis zet het 4J de tocht verder. Het doel van de tweede nachtelijke etappe wordt het overschrijden van de Dender.

Staf/4J
Het 4J steekt nog tijdens de nacht de Dender over. Vervolgens houdt de ganse 5de infanteriedivisie halt in zijn nieuwe kantonnementsgebied rondom het dorp Erpe.

Initiële opstelling voor de verdediging van de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde.

Staf/4J
De aftocht van het veldleger van de K.W. Stelling naar de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde, die tijdens de nacht van 16 op 17 mei gestart is, moet op 19 mei voltooid worden. De 5Div heeft het bevel gekregen over de Sector Semmerzake – Munte van het Bruggenhoofd Gent. Tijdens de derde en laatste nachtelijke etappe van de terugtocht K.W. Stelling komt de 5de infanteriedivisie aan op zijn nieuwe posities langsheen de zuidrand van het Bruggenhoofd Gent. Van Erpe wordt via Burst en Eke het bruggenhoofd binnengemarcheerd in de richting van Vurste. De terugtocht wordt gedekt door de achterhoede van het eskadron cyclisten van de divisie die zich voor die opdracht te Impe gehergroepeerd hebben.

De drie regimenten van de Div nemen de stelling van het 7Li over en worden als volgt ontplooid:

  • het 4de Jagers te Voet krijgt de linker ondersector Munte en leunt aan bij het 7Li van de 4Div
  • het 1ste Jagers te Voet krijgt de ondersector Vurste in het centrum achter de regimenten in lijn;
  • het 2de Jagers te Voet krijgt de rechter ondersector Semmerzake en maakt de verbinding met het 8Li van de 9Div.
  • Het divisiehoofdkwartier verhuist naar De Pinte.

Het Bruggenhoofd Gent (in 1940 beter bekend onder zijn Franse naam TPG – Tête de Pont Gand) wordt gevormd door een bunkerlinie ten zuiden van Gent. De verdedigingslinie bestaat uit 228 betonnen bunkers die in het algemeen een portaal hebben en één tot drie ruimten afgesloten door een gepantserde deur. Vier bunkers hebben nog een verdieping en 35 zijn uitgerust met een stalen waarnemingskoepel. Van de te verdedigen stelling is voor de oorlog een volledig dossier met de opstelling en bezetting opgemaakt. Dit dossier evenals de sleutels van de abri’s zijn evenwel verloren gegaan en de eenheden van de 5Div moeten zelf uitzoeken waar de bunkers zich bevinden. De Cointet en Tetraëder anti-tank hindernissen zijn nooit geplaatst en ook de draadhindernissen zijn op vele plaatsen opgeruimd door de boeren die hun vee naar de weiden moesten brengen. De eenheden van de 5Div die de stelling zullen bemannen moeten de bunkers zelf inrichten en ook de verbindingsloopgraven terug in orde brengen.

In de ondersector van het 4J bevindt zich het weerstandsnest Muntekouter één van de twee weerstandsnesten in de bunkergordel. In het weerstandsnest staan de bunkers vrij kort tegen elkaar en men vindt er ook alle types bunkers. Van de lichte éénkamerbunkers tot de zwaardere bunkers voor C47mm. De verdediging verloopt hier in de vier windstreken. De bunkers hadden hier praktisch dezelfde functie als een fort en het geheel moest volledig op zichzelf kunnen standhouden.

Het 4J blijft op zijn nieuwe stellingen in aan de zuidrand van het Bruggenhoofd Gent. De bunkers in de ondersector zijn nu overgenomen en alle zware wapens werden op hun voorziene posities geïnstalleerd. Het regiment ontvangt versterking van een peloton fuseliers en een sectie mitrailleurs van het eskadron wielrijders van de divisietroepen. Omdat dit detachement over fietsen beschikt en meer mobiel is, wordt het gebruikt om de voorposten te bezetten.

Het blijft rustig in de sector van het 4J en zullen geen noemenswaardige gevechten uitbreken. Het zwaartepunt van de Duitse opmars door Vlaanderen ligt de komende dagen in de richting van het Kanaal Gent-Terneuzen en Gent en de sectoren aan de Bovenschelde net ten zuiden van de stad worden voorlopig ontzien.

De 22 mei ’s morgens, tijdens de Conferentie van Ieper tussen de Belgen, Fransen en Britten wordt beslist dat het front achteruit moet omdat in de Britse sector de Schelde door Duitse troepen is overgestoken nabij Oudenaarde. De Duitsers zijn er daar in geslaagd een bruggenhoofd over de Schelde te slaan en de Belgische eenheden in het Bruggenhoofd Gent lopen het risico omsingeld te worden. De staf van het Belgische leger plant een manoeuvre in twee fasen om terug te plooien achter de Leie. In een eerste fase, tijdens de nacht van 22 op 23 mei zullen de 16e en de 18e Div herontplooien om de stad Gent te verdedigen, de 1e Div zal de stad verlaten en naar de streek van Kortrijk verhuizen, de 2e en de 4e Div zullen het bruggenhoofd Gent verlaten, terwijl ten zuiden van de stad de 1e Div Ardeense Jagers en de 5e Div nog achter de Schelde opgesteld blijven teneinde de terugtocht van de 2e en de 4e Div te ondersteunen. In een tweede fase, tijdens de nacht van 23 op 24 mei zullen zij zich vervolgens achter de Leie terugplooien

De regimenten van de 5de infanteriedivisie herschikken die dag hun posities: de voorposten worden opgegeven en alle eenheden worden tot binnen de veilige zone van de bunkerlinie rond Gent gebracht. Het divisiehoofdkwartier verhuisd naar Lotenhulle.

Tijdens de nacht van 22 op 23 mei steekt de 5de infanteriedivisie de Schelde over en neemt nieuwe posities in tussen de Schelde en de Leie, ten oosten van Deinze. De regimenten bemannen een dwarsstelling tussen Astene en Eke om de terugtocht van de andere troepen uit het Bruggenhoofd Gent te helpen beveiligen.

Tijdens de nacht van 23 op 24 mei ontvangt de 5de Infanteriedivisie het bevel zich naar zijn nieuwe verdedigingslinies aan het Afleidingskanaal van de Leie nabij Nevele. Het 2J zet zich op weg. Het regiment volgt de Leieoever, steekt bij de de brug van Deurle over en zet koers naar de sector tussen Nevele en Deinze. De divisie moet aansluiting maken met de 4de infanteriedivisie richting Nevele en de 2de infanteriedivisie naar het noorden toe. De vijand is nu niet veraf meer en onderneemt die dag nog de eerste pogingen om verder naar het zuiden de Leie over te steken.

Het VIde legerkorps heeft nu zijn 4de, 5de en 2de infanteriedivisies ontplooid achter het Afleidingskanaal van de Leie. Het 2de echelon wordt bemand door de 1ste Divisie Ardeense Jagers nabij Vinkt. De 16de infanteriedivisie vormt de reservemacht en kantonneert rondom Wingene.

Een eerste belangrijke doorbraak over het Afleidingskanaal komt er ten koste van de 4de Infanteriedivisie.  In de ondersector van het 15Li kunnen de Duitser met minimale tegenstand het kanaal oversteken, en door de snelheid van de aanval worden ook het 7Li en 11Li al snel teruggedrongen.  Er ontstaat een vijandelijk bruggenhoofd dat niet kan worden teruggedrongen.

Om de noordrand van dit bruggenhoofd in te dijken, krijgt de 5de infanteriedivisie het bevel om een dwarsstelling uit op het Afleidingskanaal te organiseren. Het I/4J en het II/3ChA ontplooien langsheen de Poekebeek tussen Nevele, Poesele en Lotenhulle elk een bataljon in de richting van Meigem, en worden ondersteund door het Wielrijderseskadron van de 5de Infanteriedivisie.  Ook de laatste drie T13 tankjagers van de divisietroepen komen deze stelling versterken. Het I/4J dekt hiermee de rechterflank van de rest van het 4J dat vanaf Nevele nog steeds langs de kanaaloever ligt.

Iste Bataljon
Tijdens de nacht van 25 op 26 mei wordt het Iste Bataljon weggehaald van de Poekebeek en op bevel van het VIde Legerkorps doorgestuurd naar Aarsele om er zich onder het bevel te plaatsen van de 1ste Divisie Ardeense Jagers.  Van uit de richting van Vinkt dreigt een belangrijke vijandelijke doorstoot in de richting van Tielt, en de Belgische verdedigingslinie moet hier dringend versterkt worden.

Het bataljon start om 05u00 met de verkenning van nieuwe posities rondom Aarsele, met de nadruk op het blokkeren van een mogelijke opmars via de Vinktstraat.  De drie compagnies worden opgesteld net ten oosten van het dorp met front in de richting van het Afleidingskanaal.  Hierbij bezetten de 3Cie en de 2Cie respectievelijk het linker en rechter kwartier van het eerste echelon, en vormt de 1Cie het tweede echelon.  De commandopost van Majoor Lonay wordt op de Vinktstraat opgesteld.

Door de hardnekkige verdediging door de 1ste Divisie Ardeense Jagers van het dorp Vinkt blijft de dreiging vanuit die richting echter uit.  In de loop van de avond wordt de vijandelijke druk echter groter vanuit het zuidoosten.  De 2de Divisie Ardeense Jagers wordt van de Leie weggedrukt en is in aftocht naar Tielt.  Langsheen de spoorlijnen Deinze-Tielt en Tielt-Ingelmunster zal door het VIIde Legerkorps een nieuwe defensieve stelling georganiseerd worden.

Staf, IIde, IIIde en IVde Bataljon
Rondom Vinkt wordt de ganse dag door zwaar gevochten tussen de Ardeense Jagers en de Duitsers. Te Nevele komt het tot een nieuwe oversteekpoging van de vijand. De Duitsers dringen echter niet aan en besluiten hun zwaartepunt te behouden rond Meigem en Vinkt. Bij het 4J blijft het dan ook eerder kalm tijdens de voormiddag.

Iste Bataljon
Tijdens de eerste helft van de nacht krijgt het bataljon bevestiging van de aankomst van het 44Li dat met twee bataljons het eerste echelon van de nieuwe sector van de 2de Divisie Ardeense Jagers zal verdedigen tussen Tielt (exclusief) en Aarsele (exclusief).  Rondom 02u00 krijgt het bataljon verbinding met de 7Cie van het 44Li, de meest oostelijk opgestelde eenheid van dit regiment.

Ook tijdens de nacht van 26 op 27 mei wordt het bataljon naar het zuidoosten gepivoteerd om bij de linies te kunnen aansluiten.  Hierbij wordt de 1Cie weggehaald uit het eerste echelon en opgesteld aan de Aarselestraat net ten zuiden van het dorp. De compagnie wordt versterkt door een peloton mitrailleurs en twee C47 anti-tankkanonnen om de belangrijke weg Deize-Tielt te dekken.

Zo ontstaat een nieuw, continu front.  Het I/4J is nu een onderdeel van het eerste echelon van de 1ste Divisie Ardeense Jagers.  Het bataljon vormt het meest westelijke element van de ondersector west.  Deze ondersector loopt vanaf de zuidrand van Aarsele tot aan de samenloop van de Westkoutersbosbeek en de Maanbeek en staat onder het bevel van Majoor Lecocq van het 1ChA.  Naast het I/4J wordt de ondersector verdedigd door het II/3ChA.

De Duitse infanterie maakt contact met de nieuwe linies tussen 09u30 en 10u00.  De 1Cie van het 4J komt al snel onder ernstige druk te staan wanneer de beide C47 anti-tankkanonnen uitgeschakeld worden.  Bij de aanval vallen verschikkende slachtoffers waaronder ook pelotonscommandant Onderluitenant Vilain en zijn adjunct Sergeant Hecquet.  De compagnie moet enige tijd later de strijd staken, waardoor de posities van de 2Cie en de 3Cie langs achter aangevallen kunnen worden.  Majoor Lonay krijgt omstreeks 15u30 het bevel om het bataljon uit de frontlinie weg te halen en naar Wingene terug te trekken.  Alleen een deel van de bataljonsstaf en een peloton van de 2Cie ontsnappen aan de gevangenname.

Staf, IIde, IIIde en IVde Bataljon
De 5de Infanteriedivisie verdedigt het front tussen langsheen de Poekebeek tussen Beekkant en Nevele, en langsheen de oever van het Afleidingskanaal tussen Nevele en de spoorlijn Brussel-Oostende.

Om 14u00 ontvangen het 1J, 2J en 4J het bevel zich klaar te maken voor de aftocht van het ganse VIde legerkorps naar een nieuwe linie tussen Knesselare, Sint-Joris, Maria-Aalter, Ruiselede en Tielt. De Jagers te Voet moeten zich hierbij op de ondersector van Ruiselede-Tielt richten. De divisie trekt zich terug van de Poekebeek en het Afleidingskanaal vanaf 15u30. Het I/1J, III/1J en het eskadron wielrijders zullen onder het bevel van Kolonel Dengis va het 4J de achterhoede vormen en worden daarbij ondersteund door een detachement van het 11A. De achterhoede moet zich terugtrekken aan de beide kanten van de baan Poesele-Lotenhulle nadat de andere troepen veilig weggekomen zijn.

Iste Bataljon
De restanten van het Iste Bataljon bereiken Ruddervoorde omstreeks 03u00 en trekken enige tijd nadien verder in de richting van Beernem.

Staf, IIde, IIIde en IVde Bataljon
Rond 04u00 komen de laatste troepen aan op hun nieuwe posities. De 5de Infanteriedivisie heeft zijn commandopost verplaatst naar de Plattebeursstraat aan de oostrand van Egem. Hier wordt even na 07u30 het nieuws van de capitulatie vernomen.

Na de capitulatie

Slachtoffers

EenheidNaamVoornaamFotoGraadStandKlas° op° te+ op+ teNota
OnbekendABRASSARTAugusteSdtMil24.04.1915Anderlues26.05.1940Gent
6/IIBAUDOUXLéopoldSdtMil06.02.1914Binche27.05.1940Lotenhulle
2/IBOUCHEZJoseph, T.SdtMil18.06.1914Trivières16.05.1940Wijgmaal
15/IVBOUDRENGHIENRaoul, E.G.SdtMil08.02.1920Hacquegnies15.05.1940Herent
8/IICOLMANTNorbertSdtMil04.10.1914Boussu21.05.1940Tildonk
3/ICOLPINLéonSgtMil3303.09.1913Erquelinnes31.05.1940Gent
3/ICUISINIERPaul, A.KplMil2725.02.1905Hornu29.05.1940Gent
OnbekendDAUBRESSEFernand, N.SdtMil31.08.1913Dampremy29.05.1940Malo-les-Bains (F)
OnbekendDE MEULEMEESTERArthur, H.SdtMil1/05/1895Fontaine-l'Evêque21.05.1940Diéval
1/IDEBRULLEEloi, L.F.SdtMil27.02.1912Wandre26.05.1940Aarsele
4/IDELANNOYLéon, A.SdtMil16.04.1915Morlanwelz27.05.1940Aarsele
2/IDIRIQUEEmile, L.SdtMil19.12.1914Fontaine-l'Evêque14.05.1940HerentOverleden tussen 14.05 en 16.05
6/IIDUEZSimon, F.SdtMil27.03.1913Warquignies27.05.1940Lotenhulle
OnbekendFIERAINMariusSdtMil03.11.1914Braine-le-Comte07.06.1940Aalter
OnbekendHECQUETRaymond, G.A.SgtMil3520.06.1915Strépy-Bracquegnies27.05.1940Aarsele
1/IHERREGODSArthurSdtMil06.07.1907Erbisoeul26.05.1940Aarsele
OnbekendLELIEVREGeorges, C.M.SdtMil28.06.1914Strépy-Bracquegnies09.06.1940Willemstad (NL)KG op Rhenus 127 op 30/5
10/IIILEVECQFernand, P.J.SdtMil06.04.1915Wihéries14.05.1940Herent
4/IMASSARTUlysse, V.A.SdtMil10.07.1915Cul-des-Sarts28.05.1940Gent
3/IMATHIEUMartialSdtMil25.03.1910Cuesmes23.05.1940Deurle
15/IVMEYSKENSLéon, J.SdtMil20.02.1914Deux-Acren16.05.1940AalstOverleden in Stedelijk Ziekenhuis Sint-Elizabeth.
OnbekendPAQUESFerdinand, G.G.SdtMil31.01.1914Naast27.05.1940Vinkt
OnbekendPINGOTHenri, R.SdtMil04.03.1913Saint-Symphorien22.05.1940Munte
6/IIPINSONLucien, R.A.SdtMil10.06.1910Callenelle16.05.1940Tildonk
7/IIPLATIAUJean, F.SdtMil02.08.1913Ghlin26.05.1940Landegem
OnbekendRENAUDRichard, E.KplMil3319.02.1913La Louvière01.06.1940Gent
2/IROUSSEAUEmileSdtMil06.05.1914Frameries26.05.1940Aarsele
OnbekendVAN DE WIELEAlbert, A.SdtMil3904.01.1920Petegem15.05.1940BrusselOverleden aan verwondingen in hospitaal
2/IVERBOVENJoseph, C.H.SdtMil03.02.1914Paal17.05.1940Wijgmaal
1/IVILAINJean, J.OLtAct28.02.1914Gosselies26.05.1940Aarsele
OnbekendWATTEAULucien, J.J.SgtMil3322.10.1914Nivelles27.05.1940Vinkt
OnbekendWILLIEMEFernand, E.SdtMil26.07.1913Jemappes16.05.1940AalstOverleden in Stedelijk Ziekenhuis Sint-Elizabeth.

Bibliografie en Bronnen

  1. Het Kanaal Leuven – Dijle fungeert als lateraal kanaal van de Dijle. Het kanaal vertrekt aan de Vaartkom in Leuven en eindigt in de samenvloeiing Zenne-Dijle (bij het Zennegat). Tijdens de achttiendaagse veldtocht werd deze waterweg Leuvense Vaart genoemd. Achtergrondinformatie bij het Kanaal Leuven-Dijle [On Line beschikbaar]: https://nl.wikipedia.org/wiki/Kanaal_Leuven-Dijle [Laatst geraadpleegd 5 juli 2020].
  2. Dossier 4J, Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie