4de Regiment Jagers te Voet

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 4de Regiment Jagers te Voet | 4J
4ème Régiment de Chasseurs à Pied | 4Ch
Type Infanterieregiment van de Eerste Reserve
Ontdubbeld van 1ste Regiment Jagers te Voet
Taalstelsel Franstalig (5Cie Nederlandstalig)
Onderdeel van 5de Infanteriedivisie
Bevelhebber Kolonel SBH Louis Dengis
Adjudant-majoor Kapitein-commandant J. Swennen
Standplaats Ronse, Doornik, Antoing, Brussel, Lombardsijde
Samenstelling I Bataljon (Majoor Robert Lonay) 1ste Compagnie Fuseliers (Cdt Oscar Deridder)
2de Compagnie Fuseliers (Lt R. Mengeot)
3de Compagnie Fuseliers (Cdt Albert Draux)
4de Compagnie Mitrailleurs (Kapt G. L’Heureux)
  II Bataljon (Majoor Alfred Lebrun) 5de Compagnie Fuseliers (Lt Norbert Neirinck)
6de Compagnie Fuseliers (Lt H. Gosse)
7de Compagnie Fuseliers (Cdt Firmin Lecouturier)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Cdt Marc Lecomte)
  III Bataljon (Majoor Maurice Tillier) 9de Compagnie Fuseliers (Cdt Prosper Magnien)
10de Compagnie Fuseliers (Lt V. Ackaert)
11de Compagnie Fuseliers (Lt E. Laurent)
12de Compagnie Mitrailleurs (Lt Fernand Carpin)
  IV Bataljon (Majoor Joseph Woussen) 13de Compagnie Mitrailleurs (Cdt Raymond Van Ackere)
14de Compagnie Anti-Tankkanonnen C47 (Lt A. Depotte)
15de Compagnie Mortieren M76 (Cdt L. Lisfranc)
  Stafcompagnie (TBC)
Geneeskundige Compagnie (Geneesheer Kapitein H. Staudt)
Peloton Verkenners (Onderluitenant Léonce Petit)

Tijdens de mobilisatie

Houten barakken van het Kamp van Maisière-Casteau (vooroorlogse foto van 1924).

Houten barakken van het Kamp van Maisières-Casteau.

Staf/4J
Het 4de Regiment Jagers te Voet (4J) wordt op 1 september 1939, na afkondiging van Fase C van het mobilisatieplan, gemobiliseerd  in het Kamp van Maisières-Casteau [1] nabij Bergen als  ontdubbelingsregiment van het 1ste Regiment Jagers te Voet (1J). Het 4J is een infanterieregiment van Eerste Reserve samengesteld uit reservisten van 1J behorende tot de militieklassen ’32, ’33, ’34 en ’35. De regimenten van Eerste Reserve hebben dezelfde organisatie en bewapening als de actieve regimenten, alleen de leeftijd en het ervaringsniveau van de manschappen verschilt gezien er meer tijd tussen hun diensttijd en de mobilisatie zit. De 5de Compagnie is Nederlandstalig en bestaat uit militairen die hun legerdienst nog deden bij het 1J voor de invoering van de regionale rekrutering.  Alle overige reservisten komen uit de Borinage en het zuiden van de provincie Henegouwen. De gemobiliseerde bataljons van 4J worden ondergebracht in de buurt van het kamp.  De staf en het IIIde Bataljon verblijven te Maisières.  Het Iste Bataljon te Bruyères, het IIde Bataljon te Obourg en het IVde Bataljon te Nimy. Van zodra de mobilisatie van het 4J voltooid is, komt het regiment onder bevel te staan van de 5de Infanteriedivisie (5Div), ter vervanging van het 3de Regiment Jagers te Voet (3J). Het 3J gaat over naar de pas opgerichte 10de Infanteriedivisie (10Div). Wanneer de mobilisatie van de 5Div is afgerond beschikt de divisie over twee actieve infanterieregimenten (1J en 2J), een infanterieregiment van Eerste Reserve (4J), een actief artillerieregiment (11de Regiment Artillerie ), een organiek geniebataljon (5de Bataljon Genie), een organiek transmissiebataljon (5de Bataljon Tansmissietroepen) en een organiek eskadron wielrijders (Eskadron Wielrijders der 5Div). Vier dagen na zijn oprichting vertrekt het 4J naar het Kanaal Brussel – Charleroi [2] in Henegouwen om de bewaking van de ondersector (militaire term voor het gebied bezet door een regiment) Courcelles-Motte – Seneffe te verzekeren. De stellingen werden in vredestijd al verkend door 1J en bevinden zich op de oostelijke kanaaloever met front richting Frankrijk [3]. Na het beëindigen van de verplaatsing naar het Kanaal Brussel – Charleroi bevindt het I/4J zich te Thiméon en Viesville, het II/4J te Obaix en Buzet, het III/4J te Liberchies en het IV/4J te Rèves. De commandopost (CP) van het regiment wordt opgesteld te Buzet. Gedurende de maand september worden veldversterkingen aangelegd in de ondersector die hen werd toegewezen.

Jagers te Voet doen tijdens de mobilisatie ‘ergens te velde’ de was.

Op 01 oktober ’39 wordt het 4J, samen met de rest van de 5Div, naar de provincie Antwerpen gestuurd om stelling te nemen langs het Albertkanaal tussen de Grote Nete en Veedijk. De bataljons worden per spoor verplaatst en komen in de loop van de dag aan in het station van Testelt. De CP van het regiment wordt opgesteld te Eindhout nabij Laakdal. In de ondersector wordt gestart met de bouw van zeven logementsbarakken, het aanleggen van veldversterkingen, het ruimen van schootsvelden en de verbetering van de wegeninfrastructuur van Eindhout die vooral uit niet verharde veldwegen bestond. Op 28 november wordt 4J aan het Albertkanaal afgelost door het 5de Regiment Jagers te Voet (5J) van de 10Div en naar het Kamp van Beverlo gestuurd om er een trainingsperiode uit te voeren. Om de marsdiscipline in te oefenen marcheert het 4J naar het Kamp van Beverlo via Zittaart, Klein Vorst, Kwaadmechelen, Oostham, Heppen en Leopoldsburg. Gedurende de kampperiode, die duurde van 29 november 39 tot 6 januari 1940, werden niet alleen schietoefeningen met de persoonlijke bewapening uitgevoerd maar ook manoeuvres op niveau bataljon. Er werd vooral getraind op het uitvoeren van tegenaanvallen in samenwerking met gepantserde voertuigen. Hiervoor kreeg 4J de ondersteuning van de Cie C47 op T13 van de Versterkte Positie Namen alsook van het Eskadron Pantserwagens van het Cavaleriekorps. Na de trainingsperiode in Leopoldsburg wordt het 4J per spoor naar Zuidoost-Limburg gebracht om er het 11de Linieregiment (11Li) te vervangen in de ondersector Veldwezelt aan het oostelijk uiteinde van het Albertkanaal. De Staf, I/4J en IV/4J ontschepen in het station van Lanaken, II/4J en III/4J ontschepen in Eigenbilzen.

Op 30 april 1940, amper 10 dagen voor het uitbreken van de oorlog, wordt het 4J aan het Albertkanaal afgelost door het 2de Regiment Karabiniers (2C) van de 7de Infanteriedivisie (7Div).  4J keert samen met de rest van de 5Div terug naar het centrum van het land. Het gros van de 5Div bevindt zich aan de vooravond van de oorlog ten zuidwesten van Brussel als algemene reserve van het leger. Het 4J wordt in twee fracties gesplitst; een fractie begeeft zich onder leiding van de Staf/4J naar Doornik, een tweede fractie blijft in Brussel. De staf van het regiment installeert zich te Ronse waar ze op 1 mei de grensbewakingsopdracht van het 6de Regiment Jagers te Voet (6J) overnemen. Een groepering gevormd met I/4J, II/4J, het Pl Vknr/4J en de IIde Groep van het 2de Licht Regiment van de Rijkswacht (II/2LR) richt, onder bevel van de Staf/4J, een waakscherm in langs de Belgisch-Franse grens van Doornik, via Antoing en Péruwelz tot Blaton. De eenheden onder bevel van de Staf/4J bezetten volgens een beurtrol alarmposten in de nabijheid van de grens. De alarmposten maken deel uit van een gans netwerk van waarnemingsposten langs onze grenzen opgezet door de “Dienst der Bewaking en Inlichtingen aan de Grenzen” (oftewel Service de Surveillance et de Renseignements aux Frontières) [4] van het Groot Hoofdkwartier (GHK). Voor deze opdracht staat het 4J rechtstreeks onder bevel van het VIde Legerkorps (VI/LK). Het Iste Bataljon installeert zich te Doornik en het IIde Bataljon te Antoing. De twee andere bataljons van 4J worden onder bevel van de 1ste Militaire Circonscriptie (1MilCir) ingezet om een reeks bewakingsopdrachten te Brussel uit te voeren. 

III/4J onder bevel van 1MilCir
Het IIIde Bataljon bevindt zich aan de vooravond van de oorlog in een kantonnement gelegen op de terreinen van de Victoria-chocoladefabriek in de De Neckstraat te Koekelberg [5].

Pl Vknr/4J
Het Peloton Verkenners van 4J (Pl Vknr/4J) wordt bevolen door Onderluitenant Petit. Het peloton bestaat uit drie secties elk bevolen door een sergeant. Twee secties zijn uitgerust met fietsen en één sectie is uitgerust met motorfietsen. De pelotonscommandant beschikt over een moto met zijspan. Alles samen bedraagt het peloton 49 manschappen die beschikken over 1 lichte vrachtwagen, 1 moto met zijspan, 9 moto’s en 34 fietsen.

Detachement Tillier/4J te Lombardsijde
Aan de vooravond van de oorlog bevinden enkele ondereenheden van de 5Div zich in het Kamp van Lombardsijde voor schietoefeningen tegen vliegtuigen. Het gaat om het commando van III/4J, het commando en de secties luchtafweermitrailleurs (oftewel Mitrailleurs Contre Avions – MiCA) van de 12de Compagnie Mitrailleurs (12/III/4J),  de secties MiCA van 13de Compagnie Mitrailleurs (13/IV/4J) en een gedeelte van de secties MiCA van de 4de en 8ste Compagnie Mitrailleurs (4/I/4J en 8/II/4J). Ook enkele mitrailleurploegen van 2J die onder bevel staan van Kapitein-commandant Lefevre, nemen deel aan de oefening. Het detachement van de 5Div staat onder bevel van Maj Tillier, bataljonscommandant van III/4J.

Staf/4J
De Staf/4J wordt omstreeks 02u00 in zijn commandopost (CP) te Ronse door de staf van het VI/LK op de hoogte gebracht van de afkondiging van het algemeen alarm. Het alarm wordt direct doorgebeld naar het detachement te Lombardsijde. Om 06u00, bij afkondiging van de algemene mobilisatie naar aanleiding van de Duitse inval, laat het VI/LK weten dat Franse en Britse troepen de toelating hebben verkregen om de Frans-Belgische grens over te steken [6]. Het Provinciecommando van West-Vlaanderen brengt de Staf/4J om 07u30 op de hoogte dat het Detachement Tillier naar het station van Nieuwpoort werd gestuurd om er op transport gezet te worden naar het binnenland. De staf blijft de ganse dag op post te Ronse en verwerkt de talrijke berichten van de Rijkswachtbrigades in het grensgebied die de doortocht van detachementen van zowel het Franse als het Britse leger monitoren. Om 11u30 ontvangt de Staf/4J van het VI/LK een waarschuwingsorder dat het I/4J en II/4J een verplaatsing per spoor zullen moeten uitvoeren, de bestemming blijft voorlopig ongekend. Een half uur later laat de Staf VI/LK weten dat beide bataljons zich per trein naar het station van Boortmeerbeek moeten begeven. Om 16u15 maakt de Territoriale Rijkswacht van het District Doornik melding van een luchtgevecht tussen Britse en Duitse vliegtuigen boven Doornik. Hierbij wordt een Duits vliegtuig neergehaald dat een noodlanding maakt te Péronnes-Lez-Antoing. De Brigade van Antoing begeeft zich ter plaatse en arresteert twee bemanningsleden. In het wrak bevinden zich nog een gewonde en een gesneuvelde Duitse militair. De gewonde wordt verzorgd door het Rode Kruis en nadien overgeleverd aan de Rijkswacht [7]. Het District van Doornik krijgt van de Staf/4J het bevel om de (drie – TBC) gevangengenomen bemanningsleden onmiddellijk onder bewaking over te brengen naar het HK van het VI/LK in de Lyceumstraat te Sint-Gillis. 

Ondertussen kreeg de 5Div van het VI/LK opdracht om de K.W. Stelling (ook Weerstandsstelling genoemd) van Rijmenam tot Wespelaar te bezetten. De eenheden van de 5Div moeten zich onmiddellijk naar de regio noord van Leuven verplaatsen. 4J(-) komt rond 16u30 terug onder bevel van de 5Div te staan, waarna de regimentscommandant verzocht wordt om de orders voor de bezetting van een ondersector ter hoogte van Wespelaar in ontvangst te nemen op het HK van de divisie. De Staf/4J coördineert vanuit Ronse de verplaatsingen van de bataljons die verspreid zijn tussen Doornik en Antoing. De verplaatsingen per spoor van de bataljons starten in de late namiddag en worden deels met de trein en deels te voet uitgevoerd. Om 22u00 gaat de staf aan boord van een treinstel in het station van Ronse om zich naar de K.W. Stelling te begeven. Deze verdedigingslinie strekt zich uit van Koningshooikt tot Waver en bestond uit één of twee rijen gevechtsbunkers. Belangrijke wegenknooppunten en verplichte doorgangen in het achtergebied van de stelling werden met bijkomende gevechtsbunkers beschermd en uitgebouwd tot anti-tankcentra. Een honderdtal meter voor de bunkers werden talrijke hindernissen zoals prikkeldraadversperringen, anti-tankgrachten en Cointet-elementen aangebracht. De bouwwerken op de K.W. Stelling werden nog tijdens de mobilisatie uitgevoerd [8].

I/4J
Het I/4J bezet bij de afkondiging van het algemeen alarm nog steeds een bataljonsvak achter het Kanaal Pommeroeul-Blaton-Antoing [9] te Antoing. I/4J verlaat vanaf 13u00 zijn stellingen en begeeft zich naar het plaatselijke station onder bescherming van een peloton MiCA. Er wordt ingestegen in een klaarstaande trein maar het treinstel vertrekt pas uit Antoing om 18u20 met bestemming Boortmeerbeek. De manschappen brengen hun eerste oorlogsnacht door in de trein.

II/4J
Het II/4J staat in de ochtend van 10 mei opgesteld langs de oostelijke oever van de Schelde ter hoogte van Doornik. Om 13u50 verplaatst de CP van II/4J zich naar het station van Doornik om de verplaatsing van het bataljon naar Boortmeerbeek te regelen. Om 17u30 is de inscheping van II/4J in het station van Doornik voltooid, de eenheid is klaar om te vertrekken. De trein verlaat het station omstreeks 18u45 en wordt opgehouden ter hoogte van Soignies door een bombardement van het station. Uiteindelijk zal dit bataljon doorgestuurd worden naar het station van Haacht dat de volgende ochtend bereikt wordt. 

Gebouw van het Nationaal Instituut voor Radio-omroep (NIR) aan het Flageyplein te Brussel.

Gebouw van het Nationaal Instituut voor Radio-omroep (NIR) aan het Flageyplein te Elsene.

III/4J en IV/4J onder bevel van 1MilCir
Het III/4J en IV/4J zullen voorlopig in Brussel achterblijven om het koninklijk paleis, de neutrale zone, het Nationaal Instituut voor de Radio-omroep (NIR) en het nationale vliegveld van Evere te beveiligen. De bewaking van de installaties van het NIR aan het Flageyplein te Elsene loopt diezelfde dag nog ten einde nadat om 15u00 de nationale zender naar een villa aan de Tumulidreef te Watermaal-Bosvoorde werd geëvacueerd. Dit omdat enkele vliegtuigbommen insloegen nabij het radiogebouw aan het Flageyplein en de indruk ontstond dat de Duitse luchtmacht het gebouw viseerde [10]. 

Pl Vknr/4J
Het Peloton Verkenners van 4J bevindt zich op 10 mei te Ronse waar ze instaan voor de beveiliging van de CP van 4J. 

Detachement Tillier/4J te Lombardsijde
De troepen van 2J en 4J in het Kamp van Lombardsijde worden door de Staf/4J om 02u45 op de hoogte gebracht van de afkondiging van het alarm. Zij maken zich onmiddellijk klaar om hun respectievelijke regimenten te vervoegen. De eenheden marcheren van het Kamp van Lombardsijde naar het station van Nieuwpoort waar ze rond 11u45 per spoor vertrekken richting Mechelen om zich daarna naar de nieuwe divisiesector ten noorden van Leuven te begeven. Het treinstel met de mitrailleursecties van de 5Div wordt tegen 13u30 te Mechelen verwacht waar ze zullen worden opgevangen door OLt Declercq van 2J die ze moet doorsturen naar hun respectievelijke kantonnementen. De trein loopt echter heel wat vertraging op en zal Mechelen pas binnenrijden rond 16u00. Na aankomst van de trein te Mechelen wordt in overleg met Majoor Tillier van III/4J en met Cdt Lefebvre van de 8/II/2J, beslist om de trein door te sturen naar het station van Wespelaar. Uiteindelijk komen de mitrailleursecties omstreeks 17u30 aan te Wespelaar. Vanuit Wespelaar worden de mitrailleursecties van 12/III/4J en 13/IV/4J onder leiding van Maj Tillier per spoor doorgestuurd naar het Brusselse station Tour et Taxis, de andere ploegen blijven achter te Wespelaar in afwachting van de aankomst van hun respectievelijke bataljons.

Oleaat van 5Gn die een overzicht geeft van de divisiesector van de 5Div op 11 mei 1940 (originele schets uit dossier 5Gn)

Oleaat van 5Gn die een overzicht geeft van de divisiesector van de 5Div op 11 mei 1940 (originele schets uit dossier 5Gn)

Staf/4J
De eenheden van 4J die nog onder bevel staan van de staf (I/4J, II/4J en het Pl Vknr/4J) komen tijdens de tweede helft van de nacht van 10 op 11 mei toe in de stations van Wespelaar, Haacht en Boortmeerbeek gelegen langs de spoorlijn 53 Leuven – Mechelen. Gezien 4J slechts over twee bataljons beschikt krijgt het regiment de eerder smalle ondersector Wespelaar op de zuidflank van de 5Div toegewezen. Links van 4J moet het 2J de centrale ondersector van de 5Div innemen tussen Wespelaar en Haacht, het terwijl 1J stelling moet nemen in de noordelijke ondersector te Rijmenam. De stellingen van 4J moeten aansluiten op die van de 10Div die zich tussen Tildonk-Sas en Leuven (inclusief) heeft opgesteld. 

De regimentscommandant beslist om het IIde Bataljon in eerste echelon van het regiment op te stellen en het Iste Bataljon toe te wijzen aan de verdediging van het anti-tankcentrum Wespelaar in tweede echelon van het regiment. De verkenningen door de bataljons voor de inname van de ondersector starten vanaf eerste klaarte. Nog tijdens de uitvoering van de eerste terreinverkenningen wordt Kolonel SBH Dengis omstreeks 11u00 teruggeroepen naar de staf van de divisie.  De Staf/5Div laat weten dat de divisiesector wordt gewijzigd en dat nu stelling genomen zal worden tussen Haacht en Wijgmaal [11] in plaats van de eerder voorziene sector van Rijmenam tot Wespelaar. In de nieuwe divisiesector wordt het front ten noorden van het Kanaal Leuven-Dijle (oftewel Leuvense Vaart) [12] gevormd door een anti-tankgracht versterkt met een IJzeren Muur van Cointet-elementen, gelegen op een kilometer ten oosten van Haacht en Wespelaar. Deze muur van Cointet-elementen, weliswaar zonder anti-tankgracht, loopt vanaf Wespelaar verder tot het station van Hambos. Ter hoogte van het station van Hambos kruist de K.W. Stelling het Kanaal Leuven-Dijle om vervolgens vanaf Tildonk-Sas de zuidelijke kanaaloever te volgen tot aan de Remy-fabriek te Wijgmaal. 2J en 4J zullen een ondersector in eerste lijn van de divisie innemen, 2J ten noorden van het kanaal, 4J ten zuiden van het kanaal. 1J wordt nu opgesteld in tweede echelon van de divisie, achter de twee regimenten in lijn.

Het 4J moet zijn dispositief bijgevolg aanpassen en opschuiven naar het zuiden waar het zo snel mogelijk de ondersector van het 3J achter het Kanaal Leuven – Dijle moet overnemen. De nieuwe ondersector van 4J ligt tussen Tildonk-Sas en de zuidelijke rand van Wijgmaal. Een order wordt verspreid naar de bataljons die onmiddellijk hun verkenningen opschorten en starten met de voorbereiding van de verplaatsing naar de nieuwe ondersector. De CP van 4J wordt opgesteld te Doren. Omdat III/4J en IV/4J nog steeds bewakingsopdrachten uitvoeren te Brussel wordt het 4J(-) versterkt met het III/1J, de 13Cie Mitrailleurs van IV/1J en een peloton M76 mortieren van de 15Cie van IV/1J. Om het tekort aan anti-tankmiddelen te compenseren wordt 4J ook nog eens versterkt met twee pelotons getrokken C47mm anti-tankkanonnen van de organieke anti-tankcompagnie van de 5Div. De compagniecommandanten worden voorop gestuurd om de overgave-overname van de compagniesteunpunten te regelen met 3J. De compagnies zelf zullen in afzonderlijke compagniecolonnes de verplaatsing naar de nieuwe stelling te voet uitvoeren onder bevel van de oudste officier aanwezig in de compagnie.

De imposante toren van de Remy-fabriek te Wijgmaal vormde het centrum van het bruggenhoofd ingericht door I/4J op de tegenoverliggende kanaaloever.

I/4J
Het Iste Bataljon dat op 10 mei vertrok uit het station van Antoing komt rond 04u00 toe in het station van Boortmeerbeek waar het bataljon de trein verlaat. Het bataljon verplaatst zich te voet van Boortmeerbeek naar Wespelaar waar de manschappen voorlopig worden ingekwartierd in afwachting van de voltooiing van de terreinverkenning door de bataljonscommandant en de compagniecommandanten. Het I/4J zal volgens het initieel plan opgesteld worden in 2de Echelon van de ondersector van 4J en krijgt als opdracht het anti-tankcentrum Wespelaar te verdedigen. Dit centrum omvat de bunkers We1 tot We6, de dorpskern van Wespelaar en het park van het kasteel van Guillaume de Spoelberch. De verkenningen voor de inplaatsstelling van het bataljon worden aangevat vanaf eerste klaarte. Kort voor de middag ontvangt het bataljon van de Staf/4J een tegenbevel om de verkenningen te staken en zich klaar te maken voor een verplaatsing naar het zuiden. Na de ontvangst van nieuwe orders naar aanleiding van de gewijzigde ondersector, begeeft het bataljon zich om 12u00 naar het gehucht Doren, waar ze een bataljon van het 3J aflossen. De 1ste Compagnie steekt ter hoogte van Wijgmaal het kanaal over om op de oostelijke kanaaloever een bruggenhoofd te bezetten rond de terreinen van de Remy-fabriek.  De hoge toren met het logo van de fabriek wordt door de Belgen gebruikt als observatiepost [13]. De 2de en 3de Compagnie bezetten het eerste echelon op de westelijke oever van het Kanaal Leuven-Dijle. De 3de Compagnie die zich op de limiet van de 5Div met de 10Div bevindt stelt zich in verbinding het 6de Regiment Jagers te Voet (6J) dat rechts van het 4J staat opgesteld. Omdat de 14de Compagnie C47mm anti-tankkanonnen van 4J zich nog samen met de rest van IV/4J te Brussel bevindt wordt het I/4J versterkt met een peloton van de 1Cie Getrokken C47mm/5Div. Ondertussen voert het Peloton Roucoux van het 5de Bataljon Genie (3/2/5Gn) noodreparaties uit aan de brug van Wijgmaal die op 10 mei door een luchtbombardement vernield werd. De brug is echter dermate beschadigd dat ze enkel hersteld kan worden door het bouwen van een vast wegdek met houten balken waardoor de draaibrug niet meer geopend kan worden. OLt Roucoux moet de werkzaamheden echter staken wanneer hij om 17u00 van de Staf/5Div te horen krijgt dat er nog een aantal binnenvaartschepen vanuit Leuven moeten passeren. Deze schepen kwamen door het bombardement van de brug vast te zitten op het Kanaal Leuven – Dijle tussen Wijgmaal en Leuven en belemmeren het zicht en de schootsectoren van de eenheden van de 10Div die langs het kanaal staan opgesteld. De tijdelijke constructie, die door het geniepeloton gedurende de dag gebouwd werd, zal tijdens de nacht van 11 op 12 mei met explosieven vernield worden om de doorgang terug vrij te maken. Hierdoor is het bruggenhoofd van de 1Cie van I/4J dat zich aan de overkant van het kanaal bevindt tijdelijk afgesloten van de rest van het bataljon.

De K.W. Stelling omvatte een anti-tankhindernis bestaande uit onder andere deze zware metalen Cointet hekkens.

II/4J
Het IIde Bataljon arriveert rond 03u00 in het station van Haacht waar de manschappen in de trein moeten blijven wachten op orders. Pas om 08u00 verlaat een deel van het bataljon de trein om de in te nemen stellingen ten oosten van Wespelaar te verkennen. Het II/4J zal worden opgesteld in 1ste Echelon van de ondersector van 4J achter een muur van anti-tankhekkens. II/4J ontvangt tegen de middag een tegenbevel om stelling te nemen achter het Kanaal Leuven – Dijle ter hoogte van Tildonk. Het bataljon moet tevens drie pelotons met elk vier luchtafweermitrailleurs naar de brug van Tildonk sturen tot ze zullen worden afgelost door drie pelotons van III/1J. Deze brug is belangerijk voor de herontplooiing van 4J ten zuiden van het kanaal. Rond 16u00 starten de compagnies met hun stellingname in het noordelijk voorkwartier van het eerste echelon van het regiment.  Ook II/4J wordt versterkt met een peloton van de 1Cie Getrokken C47mm/5Div. Het bataljon laat de 6Cie twee steunpunten (gekend als PA1 en PA2) inrichten achter de anti-tankmuur ten zuiden van het station van Hambos aan de overkant van het kanaal om de verbinding te verzekeren met 2J (verder onderzoek moet de exacte ligging van de twee steunpunten achterhalen). 

III/1J onder bevel van 4J
III/1J dat initieel ten noorden van de baan Keerbergen – Mechelen een stelling innam wordt onder bevel geplaatst van 4J. Het III/1J neemt stelling in het weerstandscentrum Tildonk (bunkers Th1 tot Th4 en tussenliggende stellingen) en het weerstandscentrum Doren (bunkers Do1 tot Do4 en tussenliggende stellingen). Deze stelling vormt het tweede echelon van de ondersector van 4J. De toegangswegen tot de beide weerstandscentra in tweede echelon worden gedekt door drie pelotons die respectievelijk steunpunten inrichten ten noorden van de brug van Tildonk, langsheen de Mortelstraat en dwars op de Karrestraat. Deze pelotonssteunpunten bevinden zich tussen het 1ste en het 2de Echelon van 4J. Zodra het III/1J is geïnstalleerd moet het bataljon drie pelotons mitrailleurs detacheren naar de kanaalbrug van Tildonk om er het luchtverdedigingsdispositief over te nemen van de drie pelotons van II/4J die er zich bevinden.

III/4J onder bevel van 1MilCir
Het III/4J bevindt zich nog steeds te Brussel. Na de middag maakt III/4J zich klaar om tijdens de avond de hoofdstad te verlaten echter zonder de 9Cie die ter beschikking blijft van het Plaatscommando van Brussel voor de bewaking van het koninklijk paleis. Het III/4J(-) vertrekt om 21u30 uit Brussel en voert de verplaatsing naar Kampenhout, ten noorden van Leuven, te voet uit. De verplaatsing zal de ganse nacht van 11 op 12 mei in beslag nemen.

IV/4J onder bevel van 1MilCir
Het IV/4J vertrekt op 11 mei om 19u00 uit Brussel en verplaatst zich eveneens te voet naar Leuven. Het bataljon zal pas de volgende dag toekomen in de buurt van Veltem. Alleen de 14Cie moet zich zo snel mogelijke naar Buken begeven. De C47mm kanonnen worden door hun tractoren langs de baan verplaatst; de rest van de compagnie moet volgen, gebruik makend van alle mogelijke middelen.

Staf/4J
De ontplooiing van de 5Div op de K.W. Stelling is nu min of meer compleet. Het 2J bezet de noordelijke ondersector tussen Haacht en Wespelaar, het  4J(-) versterkt met III/1J bezet de zuidelijke ondersector tussen Tildonk-Sas en Wijgmaal. Het 1J(-) is ontplooid in tweede echelon van de divisie over de ganse breedte van de divisiesector en zal versterkt worden met III/4J en IV/4J van zodra beide bataljons toekomen in de divisiesector na het beëindigen van hun beveiligingsopdracht in de hoofdstad. Rechts van 4J staat het 6J van de 10Div opgesteld. Binnen de ondersector van 4J bezet het II/4J het linkervoorvak (van Tildonk-Sas tot Keulenhof)  en het I/4J het rechtervoorvak (van Keulenhof tot Wijgmaal). In tweede echelon van het regiment staat het in steun gekregen III/1J opgesteld over de ganse breedte van de ondersector.

Ondersector van 4J achter het Kanaal Leuven-Dijle (vooroorlogse kaart)

Ondersector van 4J achter het Kanaal Leuven-Dijle (vooroorlogse kaart) [14]

Toch is de opstelling nog niet volledig geconsolideerd. Om 01u00 wordt Kolonel SBH Dengis samen met zijn Adjudant-majoor voor een stafbriefing ontboden op het HK van de divisie.  Vooreerst wordt de situatie te Leuven besproken. De British Expeditionary Force heeft zich bij de start van de Duitse aanval naar Leuven verplaatst om zoals overeengekomen de K.W. Stelling te bezetten vanaf Leuven (exclusief) tot Waver. Er bestaat echter onenigheid binnen het geallieerde oppercommando over waar precies de scheidingslijn tussen de Belgische en Britse legerzone dient te lopen; ten noorden of ten zuiden van Leuven. De zaak zal eerstdaags uitgeklaard worden. Tijdens de ordergroep van de 5Div geeft de divisiecommandant eveneens richtlijnen voor het verhogen van de paraatheid binnen de divisiesector. In de bunkers langs de voorste linies moeten alle automatische wapens permanent bemand worden.  Doorheen de divisiesector moeten alle C47mm anti-tankkanonnen in hun veldversterkingen worden geplaatst. De rest van het regiment moet paraat blijven in zijn rustkantonnementen en binnen het half uur de linies volledig kunnen bemannen. Tenslotte wordt nog meegegeven dat de vijand zich ten oosten van Hasselt bevindt. Tussen de vijand en de stellingen van 4J heeft het Cavaleriekorps (CK) de Demer/Gete-stelling (lijn Kwaadmechelen – Diest – Tienen) defensief ingericht met het oog op het vertragen van de vijand tot de K.W. Stelling volledig bezet en ingericht is. In de namiddag komt de Britse 3rd Infantry Division [3(UK)Div], bevolen door Generaal-majoor Montgommery, toe in de divisiesector van de 10Div. De Britse bataljons beginnen zich te installeren in de bataljonsvakken van 5J en 6J, zonder zich al te veel aan te trekken van de Belgen. De communicatie tussen beide divisies is nagenoeg onbestaande. De onduidelijkheid over de limiet tussen het Belgische en het Britse leger heeft tot gevolg dat ook de zuidelijke grens van de ondersector van 4J niet gecoördineerd is met de Britten en bijgevolg nog niet vastligt.

Universal Carrier (oftewel Bren Gun Carrier) van het type zoals ontplooid bij 4J op 12 mei. 

Universal Carrier (oftewel Bren Gun Carrier) van het type zoals ontplooid bij 4J op 12 mei. 

Gedurende het tweede deel van de nacht van 11 op 12 mei komen in de sector van de 5Div enkele pelotons van het B Squadron van het 5th (Royal) Inniskilling Dragoon Guards [5(UK)RIDG] toe om stelling te nemen bij de bruggen en sluizen op het Kanaal Leuven-Dijle.  Het 5(UK)RIDG is een verkenningseenheid van de British Expeditionary Force die tijdelijk onder bevel van de 3(UK)Div werd geplaatst. Het 5(UK)RIDG heeft als opdracht de noordflank van de 3(UK)Div te beveiligen. Rond 22u50 komt het stafpeloton van het B Sqn/5(UK)RIDG met enkele Universal Carrier pantserwagens toe te Doren. De Britse Major Scott, Squadron Commander van B Squadron, installeert zijn CP nabij de CP van het 4J. Major Scott staat in radiocontact met de CP van de Britse 7th Guards Brigade [7(UK)Bde] die zich ten zuiden van 4J op de linkerflank van de 3(UK)Div heeft opgesteld. Het B Sqn heeft nu vier pelotons infanteristen op Universal Carrier pantserwagens en twee tankpelotons ontplooid in de sector van de 5Div. Eén peloton bevindt zich in het bataljonsvak van I/4J bij de vernielde brug van Wijgmaal, een tweede peloton bevindt zich in het bataljonsvak van II/4J bij de sluis van Tildonk-Sas, een derde peloton bevindt zich in het bataljonsvak van III/1J bij de brug van Tildonk en het laatste peloton bevindt zich in het bataljonsvak van I/1J bij de brug van Kampenhout-Sas nabij Over-de-Vaart.  De twee tankpelotons van B Squadron (de pelotons van Lt Crockett en SgtMaj Holt) worden in reserve gehouden nabij Doren.

Opstellingschets van het 3de Peloton van het B Eskadron van de 5th Royal Inniskilling Dragoon Guards nabij de fabriek van Wijgmaal.

Opstellingschets van het 3de Peloton van het B Eskadron van de 5th Royal Inniskilling Dragoon Guards nabij de fabriek van Wijgmaal (bron: Britse archieven).

I/4J
De secties van de 4Cie Mitrailleurs installeren zich met hun machinegeweren in de bunkers langs het kanaal [15]. Na de middag bouwt 2/5Gn een voetbrug (oftewel passerelle) over het Kanaal Leuven-Dijle ter hoogte van de Remy-fabriek om de 1Cie terug te verbinden met de rest van het bataljon. Nadat de brug gebouwd is wordt een technisch vernielingsdetachement (een sergeant en vier soldaten) bij de brug achtergelaten. De springstoffen voor het vernielingsdispositief zijn echter nog niet bij de brug geleverd waardoor de voorbereiding van de vernieling nog niet kan plaatsvinden. Enkele Britse Universal Carriers en soldaten met Boys antitankgeweren komen het I/4J versterken. Het 3de Peloton van het B Squadron van 5(UK)RIDG, bevolen door 2Lt Turner, neemt stellingen in tegenover het bruggenhoofd van de Remy-fabriek nabij de vernielde brug van Wijgmaal [16]. 

Het Iste Bataljon krijgt later op de dag ook versterking van het 2de Peloton van de 11Cie van III/4J, aangevuld met een sectie mitrailleurs van de 12Cie. Dit peloton wordt geleid door Onderluitenant Lauwers die de opdracht krijgt om op de zuidflank van het Iste Bataljon de verbinding met het 6J te versterken.  Voor deze opdracht wordt het peloton Lauwers in twee gedeeld.  Onderluitenant Martin van de 12de Compagnie steekt het kanaal over met twee van de vier gevechtsgroepen en neemt een steunpunt (gekend als point d’appui 20 – PA 20) in ten zuiden van de posities van de 1ste Compagnie in de hoek gevormd tussen de Dijle, het kanaal en de Remy-fabriek.  De twee andere gevechtsgroepen blijven onder het bevel van OLt Lauwers op de bevriende oever en installeren zich in dwarsstelling om de zuidflank van het eerste echelon te bewaken.

II/4J
De compagnies van II/4J stellen zich op achter het Kanaal Leuven-Dijle tussen Tildonk-Sas en het Keulenhof. In het bataljonsvak van II/4J komt eveneens een Brits peloton Universal Carriers behorende tot B Squadron van 5(UK)RIDG aan. Het betreft het peloton van Lt Gibson dat wordt opgesteld nabij de de sluis van Tildonk-Sas.  Een peloton van 5Gn komt bij PA1 en PA2 nabij het station van Hambos de opening in de anti-tankmuur afsluiten die tijdens de mobilisatie vrijgelaten werd om nog treinverkeer op de lijn Leuven – Mechelen toe te laten.

III/1J onder bevel van 4J
III/1J is verantwoordelijke voor de beveiliging van de brug over het Kanaal Leuven-Dijle te Tildonk. Hiervoor heeft III/1J ten noorden van de brug een pelotonssteunpunt laten inrichten.  De luchtverdediging van de brug wordt verzekerd door drie pelotons MiCA van III/1J en in de loop van de dag komt nog een Brits peloton Universal Carriers van het B Squadron 5(UK)RIDG onder bevel van SgtMaj Bevington, het dispositief versterken.  ‘s Avonds komt een peloton van het 5Gn toe bij de brug van Tildonk. Het peloton, bevolen door Lt Adam, heeft de opdracht gekregen om de vernieling van de brug voor te bereiden. Nadat de springstoffen onder de brug zijn aangebracht blijft een technisch vernielingsdetachement bestaande uit een sergeant en vier soldaten de wacht houden bij het vernielingsdispositief van de brug. 

III/4J(-) onder bevel van 1J
Het III/4J, zonder de 9Cie, komt na een nachtelijke voetmars rond 04u00 toe te Kampenhout en neemt langs de woonkernen van de Balkestraat een rustkantonnement in. Bij het aanbreken van de dag wordt III/4J vanuit zijn kantonnement in de Balkestraat doorgestuurd naar het Kastanjebos, een bos ten noordoosten van Veltem. Het bataljon wordt onder bevel geplaatst van Kolonel Dagois, regimentscommandant van 1J.  Het Kastanjebos maakt deel uit van het derde echelon van de 5Div achter de K.W. Stelling. Links van het III/4J bevindt zich het II/1J,  rechts het I/3J, dat na de reorganisatie van de divisiesectoren nu staat opgesteld op het derde echelon van de 10Div. Het III/4J heeft zijn stellingen bij het Kastanjebos te Veltem bezet en ingericht tegen de avond.  Het 2de Peloton onder bevel van OLt Lauwers van de 11Cie, aangevuld met een sectie mitrailleurs van de 12Cie, wordt gedetacheerd naar het I/4J ter verdediging van de zuidelijke flank van het eerste echelon.

IV/4J onder bevel van 1J
Wanneer het bataljon om 05u00 toekomt ten noordoosten van Veltem (in het Kastanjebos) wordt het eveneens ter beschikking gesteld van 1J. De middelen van de Compagnie Mitrailleurs, de Compagnie C47mm en de Compagnie Mortieren van het IV/4J worden verdeeld over de verschillende bataljons van het 1J. Eens alle collectieve bewapening verdeeld blijft de Staf/IV/4J werkloos achter. Om die reden krijgt Majoor Woussen, commandant van het IV/4J, het bevel over het gedeelte van de troepen van III/1J die opgesteld staan nabij Doren op het tweede echelon van het regiment achter I/4J.

Pl Vknr/4J
Het Pl Vknr/4J wordt uitgestuurd om voorposten te bemannen bij twee bruggen over de Dijle ten oosten van de stelling van het 4J in het voorgebied van de divisie. Het peloton krijgt ondermeer als opdracht de vernielingsdetachementen van 5Gn te beschermen tijdens de voorbereiding van de vernielingswerken aan de brug over de Dijle te Wijgmaal en de brug over de Dijle bij de watermolen van Rotselaar in het gehucht Molen. 

Opstelling van de 10Div van 11 tot 13 mei 1940 na aflossing van 3J door de 5Div (bron: ADIV).

Staf/4J
In de ondersector van 4J  worden de bataljons vanaf 04u00 in staat van alarm geplaatst nadat vernomen wordt dat de vijand contact heeft gemaakt met de troepen van het Cavaleriekorps die staan opgesteld langs de Demer/Gete-stelling. De beslissing omtrent de limiet tussen de Belgische en de Britse operatiezone is ondertussen genomen; de Britten zullen de sector van de 10Div overnemen en opgesteld worden ten zuiden van 4J. De 10Div moet zijn stellingen rond Leuven verlaten en zich in reserve opstellen achter de 2Div en de 5Div. De aflossing van de 10Div door de 3(UK)Div wordt gepland tijdens de nacht van 13 op 14 mei en dient, gebruik makend van de duisternis, voltooid te zijn tegen 14 mei 03u00. Het 4J zal zich vanaf dan op de zuidflank van het Belgische leger op de K.W. Stelling bevinden en zal de verbinding moeten verzekeren met de Britten. Luitenant Res Everard, verbindingsofficier behorende tot de Staf/4J, wordt om die reden uitgestuurd naar de CP van het Britse 1st Battalion Coldstream Guards [1(UK)CG Btl] dat zich ten zuiden van 4J opstelt [17]. 

De rest van de dag verloopt zonder incidenten en wordt besteed met het verder voorbereiden van de stellingen. Kort voor middernacht verwittigd de regimentsstaf de bataljons dat de Demer/Gete-Stelling de 14de mei om 04u00 zal worden opgegeven. De bataljons mogen er zich aan verwachten dat Dekkingstroepen van het Cavaleriekorps zullen beginnen binnenlopen achter de K.W. Stelling vanaf het tweede gedeelte van de nacht. Het besef groeit dat er zich geen defensieve stellingen meer bevinden tussen de vijand en 4J, de komst van de vijand wordt vol spanning afgewacht.

I/4J
De veldwerken die werden aangevat op 12 mei worden verdergezet.  De ganse dag lopen troepen binnen die tijdens de eerste dagen van de veldtocht stonden opgesteld achter het Albertkanaal. Bij de vernielde brug van Wijgmaal doet zich rond de middag een incident voor. Een burger per fiets probeert de brug te naderen en wordt weggejaagd door de Britten van het peloton Turner die enkele waarschuwingsschoten lossen in zijn richting. De man zet echter door en komt tot tweemaal toe terug naar de brug. Opnieuw worden waarschuwingsschoten gelost ook door de Belgische militairen. Bij zijn derde poging om de vernielde brug te bereiken wordt de man gedood. Bij controle van het lichaam wordt een brief in het Duits en Pools geld gevonden (het incident wordt enkel beschreven door 2Lt Turner in zijn uitvoeringsverslag, TBC door andere bronnen).  

II/4J
Bij het IIde Bataljon vallen geen bijzonderheden te melden.  De bevoorrading met munitie verloopt volgens plan.  Het bataljon ontvangt een dotatie van 300 defensieve granaten. In de loop van de ochtend komen de twee tankpelotons van het B Squadron 5(UK)RIDG aan ter hoogte van het station van Hambos bij de kruising van de spoorweg met de muur van Cointet-hekkens. De Britten nemen contact op met de verdedigers van de steunpunten PA1 en PA2 en stellen vast dat het moreel van de aanwezige troepen onberispelijk is (of zoals ze in hun velddagboek vermelden: “the morale of these troops was above reproach“) waarop de twee tankpelotons bij het vallen van de avond terug vertrekken.

III/4J(-) onder bevel van 1J
III/4J krijgt om 19u45 de opdracht een flankhoede te leveren om de detachementen van het 6J te vervangen die zich nog te Doren bevinden. Hiertoe wordt de 12Cie (minus de sectie die reeds werd meegestuurd met het peloton van OLt Lauwers) van Luitenant Carpin, versterkt met een peloton van het 10/III/4J, een peloton van het 11/III/4J en een peloton C47mm van de 14/IV/4J naar Doren gestuurd. Deze versterkte compagnie komt te Doren toe om 21u30 en neemt stelling op de rechterflank van 4J.  Luitenant Carpin staat voor deze opdracht onder het bevel van Maj Woussen die verantwoordelijk is voor rechter gedeelte van het tweede echelon in de ondersector van het 4J. Uiteindelijk blijven noch slechts de bataljonsstaf, de 10Cie (min een peloton) en de 11Cie (min een peloton) ter beschikking van 1J voor de organsatie van de stellingen in het Kastanjebos. 

Watermolen van Rotselaar aan de Dijle waar het Pl Vknr/4J een voorpost bemande.

Watermolen van Rotselaar aan de Dijle waar het Pl Vknr/4J een voorpost bemande.

Pl Vknr/4J
Het Pl Vknr/4J bezet nog steeds een voorpostenlijn langs de Dijle tussen de brug van Wijgmaal en de brug van Rotselaar in afwachting van de aankomst van de vernielingsdetachementen van 5Gn. Deze vernielingsdetachementen, geleverd door het peloton van OLt Roucoux van 2/5Gn, verplaatsen zich om 20u00 naar de Dijlebruggen. Eén detachement begeeft zich naar de brug over de Dijle te Wijgmaal, een tweede detachement begeeft zich naar de twee bruggen over de Dijle te Molen (een gehucht nabij Rotselaar waar zich een watermolen langs een zijarm van de Dijle bevindt). Om 21u45 voert het detachement bij de Dijlebrug te Molen met 20 kg springstof de vernietiging van de brug uit en om 22u00 wordt de Dijlebrug te Wijgmaal met 48kg springstof tot ontploffing gebracht [18]. Het Pl Vknr/4J blijft ter plaatse na het springen van de bruggen om de aankomst van de vijand aan de Dijle af te wachten.

Staf/4J
Vanaf de ochtend van 14 mei trekken in de ondersector van het 4J diverse detachementen van het Cavaleriekorps voorbij. Deze troepen hebben de Demer/Gete-Stelling verlaten en zullen zich ten westen van de Zenne hergroeperen. Met de terugtrekking van de 10Div komt ook het 10de Regiment Artillerie (10A) ter beschikking. Omdat het geen zin geeft om artillerie in reserve te houden worden de groepen van 10A in vuurversterking gegeven van de artillerie van de 5Div. Door de aankomst van het 10A in de sector van de 5Div worden de artillerievuren herverdeeld. Zo kan 4J vanaf eerste klaarte rekenen op de vuursteun van III/10A en II/11A naast de vuursteun geleverd door IV/11A. Deze drie groepen zullen worden bevolen door Majoor Francisse, groepscommandant van IV/11A. In de ondersector van het 6J loopt de aflossing door de Britten vertraging op. De overname van de stellingen is niet voltooid voor 04u00 waardoor het 6J zijn stellingen niet kan verlaten voor eerste klaarte. Het risico van een aflossing overdag in het zicht van de vijand wordt onaanvaardbaar geacht waardoor het 6J het bevel krijgt om ter plaatse te blijven en de nacht van 14 op 15 mei af te wachten om zich naar achter te verplaatsen. Vanaf 07u55 worden de verkenningen tussen de voorste limiet van de ondersector en de Dijle hervat. Als voorbode voor de nakende aankomst van de vijand duiken rond 09u45 een vijftal bommenwerpers op boven de ondersector van 4J. Om 10u00 worden enkele brandbommen gedropt waarbij een kleine boerderij naast de CP van 4J in vlammen opgaat. Na het bombardement met brandstichtende bommen volgt een bombardement met brisante munitie op de splitsing van de spoorlijnen Leuven-Brussel en Leuven-Mechelen in de ondersector van 6J en de 7(UK)Bde. Rond de middag worden de eerste vijandelijke troepen gesignaleerd die vanuit Aarschot richting Leuven oprukken. Tegen 15u00 lopen de laatste troepen, een Britse verkenningseenheid, binnen langs de brug over de Dijle nabij Werchter in de ondersector van 2J. Om 15u15 gaat het 5Gn over tot de vernieling van de drie resterende bruggen over de Dijle in het voorgebied van de divisie. 

Pas tegen de avond wordt contact gemaakt met de vijandelijke voorhoede in het bruggenhoofd van Wijgmaal. Het bruggenhoofd houdt goed stand en kan de vijand gedurende de rest van de dag afhouden mede door gericht artillerievuur. Er wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om de artilleriestukken te laten inschieten op elke formatie die het bruggenhoofd nadert zodat de schootselementen (inclinatie, azimut en lading) van de verschillende doelen vermeld op het vuurplan bepaald kunnen worden. Voor het inschieten wordt op 14 mei een duizendtal granaten gebruikt die worden afgevuurd door de verschillende batterijen van IV/11A, de groep die instaat voor de directe vuursteun aan 4J. Dit zal de precisie en snelheid van later uit te voeren vuren ten goede komen eens de Duitsers met meer troepen een methodische aanval tegen het bruggenhoofd inzetten. Voorts beslist Kolonel SBH Dengis om in tegenstelling tot de normale procedures de groepscommandant van IV/11A, Majoor Francisse, niet permanent op de CP van 4J te houden maar hem door een bekwame liaisonofficier te laten vertegenwoordigen. De aanwezigheid van de groepscommandant bij de batterijen van zijn groep, die bevolen worden door reserveofficeren met beperkte ervaring, werd noodzakelijker geacht. Naar de avond toe wordt het 5Gn gevraagd om ten westen van de Remy-fabriek een huis op te blazen teneinde het gebruik ervan aan de vijand te ontzeggen. Het huis bevindt zich op de vijandelijke kanaaloever en domineert de defensieve stellingen van 4J ter hoogte van het kasteel Keulenhof (in de Zijpstraat te Herent) [19]. Uiteindelijk wordt deze opdracht niet uitgevoerd na een discussie tussen Majoor Hanesse, bataljonscommandant van 5Gn en de regimentscommandant van 4J omdat de route naar het huis vanuit het bruggenhoofd al bezet zou zijn door de vijand.

I/4J
Omstreeks 13u00 ontdekken de waarnemers op het dak van de toren van de Remy-fabriek een vijandelijke colonne op de Aarschotsesteenweg. Het betreft de voorhoede van de 19de Duitse Infanteriedivisie [19(DEU)ID]. De voertuigen worden prompt onder vuur genomen door de Belgische artillerie [20]. De vuren worden gejusteerd door twee voorwaartse waarnemers die zich in de toren van het fabriekscomplex hebben geïnstalleerd. Het eerste contact in het bruggenhoofd wordt gemaakt rond 19u00 wanneer vijandelijke verkenners behorende tot het IIde Bataljon van het Duitse 74ste Infanterieregiment [II/74(DEU)IR] de sterkte van de Belgische linies aftasten. De Duitse verkenners proberen met een aanval uit de opmars de posities van het 4J te doorbreken in het bruggenhoofd van de 1Cie. De aanvallen worden afgeslagen met behulp van artillerievuur. De levering van de springstof voor het vernielingsdispositief van de voetbrug nabij de Remy-fabriek werd door 2/5Gn over het hoofd gezien. De onderofficier verantwoordelijk voor de vernielingsploeg krijgt van 2Lt Turner een Britse vrachtwagen ter beschikking om de springstof te gaan ophalen bij zijn compagnie. Net op het ogenblik dat de vijand contact maakt met het bruggenhoofd komt de postcommandant van de vernielingsploeg met de springstof toe bij de brug. Het vernielingsdetachement start onmiddellijk met de ondermijning van de voetbrug hierbij geholpen door een sectie genie van de Royal Monmouthshire Royal Engineers onder leiding van de Britse Lieutenant Smith en door enkele militairen van het 3Pl van het B Squadron van 5(UK)RIDG [21].

Meer vijandelijke troepen komen aan in Wijgmaal en om 21u00 worden twee anti-tank granaten afgevuurd op de grote toren van de Remy-fabriek (vermoedelijk door een Pak 36 anti-tankkanon). Om 21u10 duiken gemotoriseerde voertuigen op in het park ten noordoosten van de Remy-fabriek. De 1Cie vraagt het geplande afsluitingsvuur aan dat 10 minuten later geleverd wordt.  Tegen 22u00 duikt ook vijand op ten westen van het bruggenhoofd, de perimeter van het bruggenhoofd is nu volledig bereikt door de vijand. Om 22u30 worden drie afsluitingsvuren (de vuren A1, A2 en A9 van het vuurplan) aangevraagd rond het bruggenhoofd om de infiltrerende vijand tot staan te brengen. Om 22u38 worden de drie vuren afgeleverd. Om 23u00 worden opnieuw Duitsers opgemerkt in het park van de Remy-fabriek en de omliggende huizen. Deze troepen worden ditmaal onder vuur genomen door  mortieren M76 van de 15Cie.  Bij deze beschieting vindt een ongeval plaats met een mortiergranaat. De schokbuis van een granaat ontploft voortijdig in de loop van de mortier waardoor het stuk uiteenspat. Hierbij wordt één jager gedood en raken er twee gewond. De beschieting wordt voortgezet met tijdsbuizen. Na middernacht wordt het rustiger, de vijand moet zich reorganiseren voor een methodische aanval. 

II/4J
In tegenstelling tot I/4J beleeft het II/4J een relatief rustige dag, de vijandelijke voorhoede komt pas na het vallen van de duisternis aan op de tegenoverliggende kanaaloever en kan geen verkenningen meer uitvoeren. Tijdens de nacht haalt het II/4J 300 lichtkogels en 400 DBT-granaten af bij de commandopost van het 4J.

12/III/4J
In de vroege ochtend heeft de versterkte compagnie van het III/4J onder bevel van Lt Carpin het 6J nabij Doren afgelost en de stellingen georganiseerd.  In de namiddag en de avond worden de stellingen verscheidene malen beschoten door vijandelijke vliegtuigen zonder evenwel slachtoffers te maken.

Pl Vknr/4J
De Staf/5Div laat om 20u00 weten dat de verkenners van 4J, die nog steeds voorposten bemannen langs de Dijle, niet langer nodig zijn na het invallen van de duisternis. Zij mogen zich terugtrekken binnen de linies en moeten zich de volgende ochtend een half uur voor eerste klaarte opnieuw in het voorgebied begeven maar niet verder dan 1 km van de voorste linies. Om 22u20 loopt het Pl Vknr/4J binnen in de bevriende linies. Zij weten te melden dat op het ogenblik dat zij einde opdracht kregen achter de Dijle, Duitse verkenners in kleine groepjes de rivier al hadden overgestoken. 

Staf/4J
Gedurende de nacht van 14 op 15 mei slaagt het 6J erin het gevecht af te breken en de sector van de 3(UK)Div met een dag vertraging te verlaten. De 5Div geeft om 06u42 het bevel om de rangen uit te dunnen teneinde de manschappen rust te gunnen in onmiddellijke nabijheid van de gevechtsposities. Om 09u00 wordt het bevel nog aangevuld met de richtlijn dat de compagnie die staat opgesteld in het bruggenhoofd van de Remy-fabriek om de twee dagen geroteerd moet worden met een andere compagnie van I/4J. Om 10u35 rapporteert I/4J dat de Britten zich schijnen terug te trekken van de oevers van de Dijle en de spoorwegbedding op de oostelijke kanaaloever. Rond 11u50 meldt een Britse verbindingsofficier zich aan op de CP van 4J om het regiment op de hoogte te brengen van de situatie bij de 3(UK)Div. De 7(UK)Bde werd aangevallen door twee bataljons van het 74(DEU)IR. Het Britse front werd teruggedrongen waardoor de vijand de oostelijke kanaaloever wist te bereiken. Twee Duitse compagnies slagen erin een bruggenhoofd te veroveren op de westelijke kanaaloever. De Britten blijven hevig weerstand bieden en plannen een tegenaanval waarvoor ze ondersteuning door de Belgische artillerie vragen. De coördinatie van de vuren zou gebeuren door de Britse voorwaartse waarnemer, een officier van het 2nd Medium Royal Artillery Regiment, die zich naast de Belgische voorwaartse waarnemers in de toren van de Remy-fabriek bevond [22].

De informatie verstrekt door de Britse verbindingsofficier bevestigt de eerdere waarnemingen van I/4J en wordt doorgegeven aan de Staf/5Div. Rond de middag komt het bruggenhoofd onder hevige vijandelijke druk te staan waarop Maj Lonay, bataljonscommandant van I/4J, de toelating vraagt om het bruggenhoofd en PA 20 terug te plooien op de bevriende kanaaloever. De terugtrekking mag worden voorbereid maar nog niet uitgevoerd. Bovendien krijgt Majoor Lonay van Kolonel Dengis de toelating om de voorraden in de silo’s van de Remy-fabriek te vernielen en de fabriek in brand te steken indien zijn bataljon het bruggenhoofd moet prijsgeven. Uit voorzorg geeft de commandant van de 5Div de opdracht aan 1J om op de flank met de Britten een dwarsstelling (oftewel bretelle) in te richten. Ook moeten de C47mm kanonnen opgesteld in het anti-tankcentrum Doren naar het zuidoosten gericht worden. Om 12u57 komt nieuws binnen over de toestand bij de Britse eenheid opgesteld ten zuiden van 4J. Zij hebben hun stellingen aan de overzijde van het kanaal weliswaar opgegeven maar kregen de opdracht om stand te houden op de zuidelijke kanaaloever totdat een tegenaanval de vijandelijke elementen, die zich tussen de spoorweg Mechelen – Leuven en het kanaal bevinden, heeft geneutraliseerd. Hierop beslist de commandant van 4J om het bruggenhoofd niet op te geven en PA 20 opnieuw te laten bezetten. Om 14u00 weet de Staf/5Div te melden dat de Britse tegenaanval de vijand heeft teruggedrongen en dat de oorspronkelijke stelling tussen de Dijle en de spoorweg Mechelen – Leuven terug is ingenomen. De ontplooiing van 1J op de zuidflank van de 5Div wordt dan ook afgelast. De stellingen van II/4J achter het kanaal worden niet aangevallen maar de vijandelijke hoofdkrachtinspanning lijkt te liggen langs de spoorlijn Leuven – Mechelen waar PA1 en PA2 zich bevinden. II/4J mengt zich in de strijd door artillerievuur aan te vragen tegen Duitse eenheden die zich voor de hindernis concentreren. 

In de loop van de avond worden de geplande aflossingen uitgevoerd in het bruggenhoofd van Wijgmaal. Ook de Britten voeren een rotatie uit van de eenheden in lijn. Het B Squadron van Major Scott wordt in de Sector van de 5Div vervangen door het A Squadron van Major Harding.

1/I/4J wordt in het bruggenhoofd rond de Remy-fabriek te Wijgmaal afgelost door 2/I/4J tijdens de nacht van 15 op 16 mei.

I/4J
De 3Cie laat om 03u40 weten dat alle contact is verbroken met PA 20 bezet door twee gevechtsgroepen van het Peloton Lauwers. Kapitein L’Heureux, compagniecommandant van de 4Cie die zich op de CP van I/4J bevindt, wordt erop uit gestuurd om poolshoogte te nemen. Hij treft de gevechtsgroepen van PA 20 aan op de bevriende kanaaloever en brengt ze terug naar het steunpunt aan de overkant. Hierbij maakt hij van de gelegenheid gebruik om de manschappen munitie te laten overbrengen naar de 1Cie in het bruggenhoofd. De herbevoorrading van munitie blijft een permanente zorg voor de 1Cie die alleen via de passerelle nieuwe bevoorrading kan laten aanvoeren. Om 10u25 meldt Lt Nenquin van de 3Cie dat de Britten de bunkers van PA 19 en PA 18 tussen de Dijle en de spoorweg ontruimd hebben waardoor de vijand nu de passerelle onder vuur kan nemen. Nadat de manschappen die PA 20 bemannen zien dat de Britten terugtrekken keren ook zij terug naar het het gebouwencomplex van de Remy-fabriek. Ze worden prompt teruggestuurd naar hun steunpunt. De druk op de oostelijke flank van het bruggenhoofd neemt toe. Om 10u30 bemerkt OLt Vilain, pelotonscommandant bij de 1Cie, dat vijandelijke soldaten de huizen nabij de spoorwegovergang ten oosten van het station van Wijgmaal hebben ingenomen en er schootstellingen hebben ingericht. Ze kunnen niet door de artillerie onder vuur genomen worden omdat de bevriende troepen zich op minder dan 150 meter bevinden. De westelijke kant van het bruggenhoofd wordt daarentegen niet aangevallen. Er worden vijandelijke pantservoertuigen waargenomen op het jaagpad van het kanaal ten oosten van de Remy-fabriek. Majoor Lonay vraagt de toelating om PA 20 en het steunpunt in de Remy-fabriek te mogen ontruimen. Ondertussen signaleren waarnemers in de toren van de Remy-fabriek rond 12u00 drie gepantserde Duitse voertuigen bij kilometerpaal 5 op de Aarschotsesteenweg. Er zijn nog meer gepantserde voertuigen in aantocht, maar deze houden zich schuil langs de rand baan. De artillerie neemt vervolgens het ganse baanvak tussen kilometerpaal 5 en 6 onder vuur. Rond 14u00 wordt het bericht doorgegeven dat de Britten een geslaagde tegenaanval hebben uitgevoerd en dat zowel het vijandelijk bruggenhoofd op de westelijke oever als het gebied tussen de Dijle en het Kanaal Leuven-Dijle volledig op de vijand heroverd is. Dit wordt om 14u15 bevestigd  wanneer een patrouille Britse pantserwagens van het C Squadron 5(UK)RIDG vanuit Leuven tot aan het bruggenhoofd is kunnen rijden zonder vijand tegen te komen. Tegen 17u00 is het  dispositief van de 1Cie terug volledig hersteld, PA 20 zal tegen 18u00 terug bemand worden. Om 17u30 ondergaat de 1Cie een artilleriebeschieting gedurende een half uur. De door de 5Div opgelegde aflossing van de 1Cie in het bruggenhoofd van de Remy-fabriek wordt ingezet vanaf het invallen van de duisternis. De 1Cie van Cdt De Ridder wordt tussen 20u00 en 22u00 afgelost door de 2Cie van Lt Res Mengeot.

II/4J
Om 02u00 vindt een eerste schermutseling plaats aan de voorlimiet van het bataljonsvak van II/4J. Een Belgische observatiepost geïnstalleerd op de kanaaloever wordt onder vuur genomen nadat die het vuur had geopend op Duitse verkenners die probeerden het kanaal over te zwemmen. De 1Cie van het 5Gn (1/5Gn) werkt tijdens de nacht van 15 op 16 mei aan het verder vrijmaken van het schootsveld in het kwartier van II/4J. Het huis aan de overkant van het kanaal ter hoogte van het Keulenhof blijft parten spelen. Om 09u30 wordt door 4J een vuuraanvraag ingediend om het huis dat gebruikt wordt als Duitse observatiepost door de artillerie te vernietigen. De vuren worden echter niet uitgevoerd omdat het gebruik van de artillerie te riskant is. De artilleriegranaten zouden een bres in de dijk van het kanaal kunnen doen ontstaan waardoor het lager gelegen gebied achter de dijk zou overstromen en het waterpeil in het kanaal zou dalen.

Rond de middag vraagt majoor Lebrun (II/4J) de ontplooiing van een gevechtsgroep nabij een kruispunt op een kilometer ten zuidoosten van de kerk van Tildonk te bestuderen. Hij vreest immers dat het I/4J niet zou kunnen terugplooien in geval de Britten zich eenzijdig zouden terugtrekken. Op die manier kan hij de verdediging van de Lipsestraat (baan Tildonk – Doren) garanderen. Ook het III/4J wordt betrokken bij deze verdediging. Om 14u55 vraagt II/4J een artillerievuur aan op de stelling van enkele Pak 36 anti-tankkanonnen die de steunpunten PA1 en PA2 achter de muur van cointet-elementen ter hoogte van het station van Hambos beschieten. II/4J heeft ook een observatiepost opgesteld bij het station van Hambos. Bij de beschieting van deze observatiepost door de Pak 36  sneuvelt één waarnemer van II/4J. Een artilleriesalvo van 24 schoten wordt om 15u20 afgevuurd op de Pak 36 anti-tankkanonnen. De Duitse infanterie probeert vervolgens een doorbraak te forceren ter hoogte van het station van Hambos. Een veertigtal Duitsers wordt er om 17u45 opgemerkt door de observatiepost van II/4J die zich ter hoogte van de sluis Nr1 van Tildonk-Sas bevindt. II/4J vraagt artillerievuur aan op de waargenomen vijand. Enkele gevechtsgroepen van PA2 en OLt Nicaise, pelotonscommandant van de 6Cie die het bevel heeft over PA1, wachten de artillerievuren niet af en trekken zich tijdelijk terug naar de bevriende kanaaloever. De rest van de opgestelde troepen in PA1 en PA2 blijven standhouden. Het Pl Vknr/4J wordt om 18u52 in versterking naar PA1 gestuurd om na de uitvoering van de artilleriebeschieting een tegenaanval in te zetten. Majoor Lebrun begeeft zich om 19u02 naar sluis Nr 1 om poolshoogte te nemen. Hij vindt er OLt Nicaise met enkele manschappen. De majoor steekt samen met OLt Nicaise het kanaal over en begeeft zich naar de steunpunten PA1 en PA2. Er wordt geen vijand meer aangetroffen voor de stelling waarop Maj Lebrun het bevel geeft aan OLt Nicaise om een klein bosje tussen de spoorweg en het kanaal, waarlangs de Duitse infanterie was geïnfiltreerd, te zuiveren. De genie krijgt de opdracht het bos plat te branden om te beletten dat er opnieuw een aanval kan worden opgezet vanuit het bosje. Om 19u35 wordt de Staf/2J op de hoogte gebracht dat de toestand op de zuidflank van 2J terug genormaliseerd en onder controle is.

De Staf/5Div geeft opdracht om het huis tegenover het Keulenhof te vernielen. De bataljonscommandant van II/4J dient een kleine actie op te zetten om een detachement de vaart over te sturen en het huis op te blazen. Uiteindelijk wordt een gemengd detachement genie – infanterie onder leiding van OLt Roucoux van 2/5Gn belast met deze opdracht. Enkele kleine gevechtsgroepen met ieder een nauwkeurig omschreven taak zullen de vaart oversteken nabij het Keulenhof om het huis nabij de dijk te doorzoeken en in brand te steken. Om 22u00 maakt de patrouille van OLt Roucoux zich klaar om de woning op te blazen. De missie wordt afgelast wanneer duidelijk wordt dat de omgeving van het huis volledig door de Duitsers is bezet.

De brug van Tildonk in het onderkwartier van 4J.

De brug van Tildonk in het kwartier van III/1J.

III/1J in versterking van 4J
Naar aanleiding van de Duitse doorbraak in de sector van 3(UK)Div vraagt Majoor SBH Sondervorst, bataljonscommandant van III/1J, aan de Staf/4J de toelating om de ontstekers aan te brengen in de springladingen onder de brug van Tildonk, een werk dat een dertigtal minuten duurt. Dit uit voorzorg om bij een eventuele ontruiming van het bruggenhoofd te Wijgmaal ook de brug over het kanaal te Tildonk te laten springen zonder extra voorbereidingswerk. Zijn vraag wordt overgemaakt aan de CGn van de 5Div die het Peloton Adam van 2/5Gn de opdracht geeft om het springdispositief springklaar te maken. Nadat het gevaar van een doorbraak door de Britten werd afgeweerd worden de ontstekers later op de dag terug uit de springladingen gehaald.

Pl Vknr/4J
Het Pl Vknr/4J wordt om 18u52  naar II/4J gestuurd om twee steunpunten te versterken ten zuiden van het station van Hambos aan de overkant van het Kanaal Leuven-Dijle. De steunpunten kwamen in de loop van de namiddag onder verhoogde vijandelijke druk te liggen. Nadat de vijandelijke aanvalspogingen door de artillerie werden geneutraliseerd voert het Pl Vknr een verkenningsopdracht uit voor de linies om na te gaan of er nog vijandelijke elementen zijn achtergebleven. Dit blijkt niet het geval te zijn, de omgeving wordt veilig verklaard. Het peloton moet echter ter plaatse blijven voor de bescherming van twee pelotons genie die tijdens de nacht van 15 op 16 mei zullen worden ingezet om een bos en dekkingen plat te branden waarlangs de vijand eerder die dag infiltreerde.

Staf/4J
Na de geslaagde Britse tegenaanval van 15 mei heeft de vijand enige tijd nodig om te reorganiseren waardoor de nacht van 15 op 16 mei rustig verloopt [23]. Vanaf 06u00 raken de bataljons van 4J opnieuw slaags met de vijand, eerst het II/4J langs het Kanaal Leuven-Dijle en vanaf 09u00 ook de 2Cie van I/4J, nu ontplooid in het bruggenhoofd rond de Remy-fabriek. Om 11u30 wordt het 4J door de Franse Lieutenant Popoff, verbindingsofficier bij de 7(UK)Bde, op de hoogte gebracht van een Duitse troepenconcentratie op de limiet van 4J en het 1(UK)CG Btl dat zich rechts van 4J bevindt [24]. Een nieuwe Duitse aanval wordt kortelings verwacht. Hierop vraagt Kolonel SBH Dengis rond de middag aan de 5Div om 1J opnieuw de opdracht te geven stelling te nemen op de flank van de divisie tussen Doren en het Kastanjebos. De regimentscommandant laat in elk geval de C47mm anti-tankkanonnen van het anti-tankcentrum Doren terug schootssectoren innemen richting zuidoosten zoals dit op 15 mei als eens gebeurde. Om 12u00 geeft de commandant van de 5Div de toelating om tijdens de nacht van 16 op 17 mei één van de twee bataljons ontplooid in eerste echelon te laten vervangen door het bataljon opgesteld in tweede echelon (in het geval van 4J is dit III/1J). De aflossing moet compagnie per compagnie gebeuren en de verkenningen voor de aflossing dienen onmiddellijk na de middag aan te vangen. Om 12u55 laat Lt Popoff opnieuw van zich horen. De Britten vragen om op de limiet tussen 4J en de 7(UK)Bde een internationale post (oftewel vuurverbindingspunt) te installeren bestaande uit een Belgische en een Britse onderofficier, elk met zes manschappen waarvan één motorwielrijder. 

Met de steun van de artillerie slaagt 4J erin meerdere vijandelijke aanvallen af te slaan zowel voor de stellingen van I/4J als II/4J. ’s Avonds stelt men wel bij meerdere batterijen van 11A problemen vast met de kanonnen door het veelvuldig vuren. De gevechten zullen aan dit tempo niet langer door de divisieartillerie ondersteund kunnen worden. De Staf/5Div laat weten dat de 9Cie van III/4J, die te Brussel achterbleef voor de bewaking van het Koninklijk Paleis, van zijn opdracht werd ontheven en doorgestuurd werd naar Steenhuffel waar de compagnie onder bevel van het IIIde Legerkorps (III/LK) is komen te staan. In het heetst van de strijd valt op 16 mei nogal onverwachts de beslissing van het geallieerd opperbevel (Franse Général d’Armée Billotte) om verder westwaarts te trekken [25]. Zonder dat men de K.W. Stelling ten volle verdedigd heeft moet de stelling worden prijsgegeven. Het Duitse leger wist immers een doorbraak te forceren in de streek van Sedan en in het noorden heeft Nederland zich overgegeven. De Staf/4J wordt om 20u00 voor het eerst van deze beslissing op de hoogte gebracht door Lt Popoff die laat weten dat de 7(UK)Bde opdracht heeft gekregen om vanaf 21u00 het gevecht af te breken en de K.W. Stelling te verlaten. Kol SBH Dengis vraagt de Staf/5Div om bevestiging waarop de Staf/5Div meldt dat ze net hetzelfde order ontvangen hebben. Meteen wordt erbij gevoegd dat de Adjudant-majoor, Kapitein-commandant Swennen, zich onmiddellijk naar het HK van de 5Div dient te begeven om nieuwe orders in ontvangst te nemen.

Na ontvangst van de orders begint het 4J met de voorbereiding tot de aftocht teneinde tijdens de nacht van 16 op 17 mei de K.W. Stelling te ontruimen en zich terugplooien op de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde. De aftocht zal in drie nachtelijke etappes afgelegd worden waarbij langs het Kanaal van Willebroek en langs de Dender een defensieve stelling wordt georganiseerd door ad hoc aangeduide eenheden zodat de terugtocht op een veilige manier kan plaatsvinden. De regimentscommandant duidt Maj Woussen aan als hoofd van de achterhoede van 4J die wordt gevormd door eenheden van III/1J en IV/4J die in tweede echelon regiment staan opgesteld. Het Pl Vknr/4J en het EskCy 5Div(-) nemen stelling langs het kanaal en moeten de terugtrekking van I/4J en II/4J beveiligen. De achterhoede van 4J komt onder bevel te staan van Generaal-majoor Chardome, Commandant Infanterie (oftewel CIDI) van de 5Div, die het terugtochtmanoeuvre van 2J en 4J coördineert.

I/4J
De aflossing van de 1Cie door de 2Cie in het bruggenhoofd van de Remy-fabriek is probleemloos verlopen waarna de 2Cie de komst van de vijand  afwacht. De waarnemers van het I/4J melden om 09u25 een vijandelijke patrouille op de kanaaldijk ten zuidoosten van de Remy-fabriek, gevolgd door nieuwe en grotere vijandelijke formaties om 11u45. De Britse compagnies opgesteld rechts van het bruggenhoofd ondergaan hevig mitrailleurvuur, het voorteken van een nieuwe Duitse aanval. Terwijl de vijand voorbereidingen treft voor een nieuwe aanval op het bruggenhoofd wordt door de artilleriewaarnemers in de Remy-toren om 12u37 een vijandelijke tankcolonne opgemerkt op de Aarschotsesteenweg te Putkapel. Lang laat de aanval niet op zich wachten, want vanaf 14u35 beschiet de Duitse artillerie, bij wijze van vuurvoorbereiding, de terreinen van Remy-fabriek. Deze beschietingen nemen toe in intensiteit vanaf 15u00 wanneer ook de Duitse infanterie aanstalten lijkt te maken om de Remy-fabriek aan te vallen. De Britse troepen in de nabijheid ontdekken dat de aanvaller op de vijandelijke oever rubberboten klaarmaakt om een stormlanding uit te voeren en melden dit onmiddellijk aan het I/4J.  De vijandelijke voorbereidingen worden beantwoord met Belgisch artillerievuur.  Iets na 17u20 wordt een bos beschoten ten noordoosten van Wijgmaal, nadat de Britse voorwaartse waarnemer er gepantserde voertuigen, voertuigen met brugonderdelen en infanterie opgemerkt had. Zes artilleriegroepen voeren een concentratievuur uit op de vijandelijke formatie waarna de waarnemers in de toren melden dat er alleen een massa verwrongen staal overbleef (of zoals vermeld in het velddagboek: “un amas de matériel ennemi bouleversé”). Gedurende de ganse avond worden opeenvolgende Duitse aanvallen met succes afgeslagen door de 2Cie hierbij gesteund door de artillerie. Vooral de juistheid van de artillerievuren draagt bij tot het succes. Tijdens de finale gevechten rond het bruggenhoofd wordt maximaal geprofiteerd van het feit dat de batterijen van 11A op 14 mei hebben kunnen inschieten op de doelen van het vuurplan. De verliezen bij de 2Cie blijven tijdens de gevechten beperkt tot één gesneuvelde en twee gewonden.

Omstreeks 20u00 krijgt I/4J te horen dat het bruggenhoofd in de loop van de nacht zal ontruimd worden. Om de orders tot de aftocht van de K.W. Stelling te communiceren, besluit Maj Lonay (I/4J) om zijn vier compagniecommandanten naar de commandopost van het bataljon te roepen, het peloton van OLt Lauwers wordt hierbij over het hoofd gezien. Om 20u30 beveelt majoor Lonay (4J), op zijn persoonlijke verantwoordelijkheid, een huis op 30 meter ten westen van de fabriek te laten beschieten met mortiervuur. Twee gevechtsgroepen van I/4J moeten beletten dat de vijand langs de kanaaloever oprukt naar de ingang van de fabriek en naar de loopbrug. Ten zuiden van de posities van het 4J start het Britse leger vanaf 21u00 met de terugtocht. De fabrieksgebouwen worden ontruimd waarbij de vijand, die op een twintigtal meter volgt, op afstand wordt gehouden met handgranaten. Rond 21u30 trekt de 2/I/4J zich terug over de loopbrug, bijna onmiddellijk gevolgd door de vijand ondanks hevige dekkingsvuren vanaf de bevriende oever. Na doortocht van de laatste man van de 2Cie wordt de voetbrug door het wachtdetachement van 2/5Gn tot ontploffen gebracht. 

Na de vernieling van de passerelle proberen de Duitsers het kanaal met rubberboten over te steken, maar dit mislukt. Minstens één boot wordt tot zinken gebracht. Tegenover de Remy-fabriek bevindt zich een mitrailleurspost van de 2Cie in de gebouwen van de tegelfabriek Les Usines Céramiques de la Dyle. Deze post wordt niet verwittigd van het feit dat de 2Cie zijn de stellingen rond 22u35 zal verlaten. De sectie, onder leiding van de behendige FM-schutter Korporaal Noé Dehon, had eerder het bevel gekregen stand te houden tot nader order. Door het precieze vuur van de sectie beginnen de Duitsers te riposteren teneinde de post uit te schakelen. Daarbij wordt Soldaat Emile Dirique gedood. De andere sectieleden lopen oppervlakkige verwondingen op. Tegen middernacht wordt het geleidelijk aan weer kalmer. 

III/4J
Het detachement van III/4J onder leiding van Onderluitenant Lauwers wordt niet geconvoceerd voor de ordergroep van Maj Lonay waar de terugtocht van I/4J wordt besproken. Hierdoor wordt het detachement niet op de hoogte gesteld van het tijdstip waarop het bataljonskwartier verlaten zal worden.  Maj Lonay is er zich van bewust dat de twee gevechtsgroepen van PA 20 niet op tijd verwittigd werden om via de loopbrug terug te keren. Hij roept de steun in van de Staf/4J om het steunpunt via de Britse ondersector te laten evacueren. Lt Everard van de staf wordt naar de laatst gekend opstelplaats van het HK van de 7(UK)Bde gestuurd om de zaak met de Britten te bespreken. Wanneer Lt Everard er toekomt is het HK reeds verplaatst. OLt Lauwers die zich op de bevriende oever van het kanaal bevindt kan tijdig ontdekken wat er te gebeuren staat, maar slaagt er niet meer in om de gevechtsgroepen opgesteld in PA 20 te verwittigen.  OLt Lauwers en zijn twee gevechtsgroepen ontkomen via een loopgracht, maar vallen even later onder artillerievuur.  De manschappen vluchten weg en Lauwers blijft achter met een sergeant, een korporaal en een soldaat.  Dit viertal zal op 20 mei aankomen in een verzamelcentrum voor geïsoleerde militairen te Veurne. Het lot van de beide gevechtsgroepen onder bevel van OLt Martin in PA 20 is bezegeld, zij zullen tijdens de nacht van 16 op 17 mei krijgsgevangen gemaakt worden.

II/4J
Vanaf 05u00 hernemen de vijandelijkheden voor de stellingen van II/4J.  Ter hoogte van de sluis van Tildonk-Sas worden handgranaten met granaatwerpers over het kanaal geschoten en een Pak 36 wordt opgesteld. Er worden mortiervuren aangevraagd op de gelokaliseerde vijandelijke posities. Tijdens de uitvoering van één van deze mortiervuren op 270 meter voor het steunpunt PA2, komt een mortierbom in het steunpunt terecht. Hierbij raken Lt Gosse, compagniecommandant van de 6Cie, en zijn ordonnans gewond. Kapitein-commandant Lecomte, compagniecommandant van de 8Cie, wordt naar voor gestuurd om Lt Gosse te vervangen. Cdt Lecomte wordt bij de 8Cie tijdelijk vervangen door Lt Warnant van de 13Cie. Om 06u18 wordt voor PA1, ter hoogte van de spoorlijn, een cointetelement door een Pak 36 vernield waardoor een bres ontstaat in de anti-tankmuur. Maj Lebrun vraagt via de Staf/4J geniesteun om tijdens de nacht een mijnenveld aan leggen voor bres in de Cointetversperring over de spoorlijn. Vanaf 09u00 begint de vijand met het graven van veldwerken op een 600-tal meter voor de steunpunten PA1en PA2. Gedurende de rest van de dag kunnen de steunpunten van II/4J de vijand afhouden. Wanneer het bevel tot de terugtocht wordt gegeven krijgen de commandanten van de 5Cie, de 6Cie en de 7Cie van het II/4J de opdracht ervoor te zorgen dat de manschappen die zich aan de overzijde van het kanaal bevinden (achter de Cointet versperring), veilig de overzijde bereiken.

IV/4J wordt Achterhoede/4J
Maj Woussen wordt aangeduid om de achterhoede van 4J te bevelen. Voor deze opdracht staat hij onder bevel van GenMaj Chardome die de terugtocht van de 5Div coördineert. De achterhoede bestaande uit elementen van III/1J en IV/4J wordt aangevuld met het Pl Vknr/4J en met het Esk Cy van de 5Div, uitgezonderd één peloton dat ter beschikking staat van de mobiele achterhoede van het 2J. Bij de terugtocht van de 12/III/4J ontbreekt alleen het peloton Martin dat werd omsingeld op 16 mei nadat het bevel tot terugtocht hen niet tijdig kon bereiken. Tot 21u00 zal de achterhoede nog gesteund worden door drie batterijen artillerie, nadien, tot 01u00 nog door één batterij. Van de door de Britse legerleiding beloofde zware en vier lichte tanks ter ondersteuning, blijkt de zware tank om 22u00 te zijn gekanteld (in de buurt van de commandopost van Maj Woussen) en verlaten. Aangezien de Britten zich niet houden aan het eerder afgesproken tijdschema, stelt Maj Woussen op zijn rechterflank een compagnie en een peloton mitrailleurs op langs de Mechelsesteenweg, een compagnie langs de vaart en een compagnie met een peloton langs de steenweg tot bij Kampenhout-Sas.

Pl Vknr/4J
Het Pl Vknr wordt om 21u00 toegevoegd aan de achterhoede van 4J en moet zich opstellen ter hoogte van sluis Nr 1 in TIldonk-Sas zodoende dat II/4J het gevecht zou kunnen afbreken. Tijdens de nacht verhinderen  ze nog dat de vijand een loopbrug aanlegt ter hoogte van de sluis.

Staf/4J
Het regiment verlaat de ondersector gedurende de tweede helft van de nacht van 16 op 17 mei langs veldwegen ten noorden van de steenweg Leuven-Brussel die gejallonneerd werden door het EskCy 5Div. De terugtocht verloopt moeizaam en in de duisternis kan het opgelegde marsschema niet gevolgd worden. Het regiment dient het Kanaal van Willebroek via de brug van Vilvoorde (oftewel de Verbrande Brug) over te steken. Luitenant-generaal Spinette, divisiecommandant van de 5Div, komt in de vroege ochtend aan bij de brug en houdt er halt om er de troepen van de divisie te zien passeren. De brug is ondermijnd door de Britse genie die de generaal laat weten dat het kunstwerk om 11u00 zal opgeblazen worden.  LtGen Spinette bekomt dat de vernieling uitgesteld zal worden tot na de doortocht van de laatste Belgische troepen waaronder 4J. Het regiment bereikt de brug pas tegen de middag. 

Het gros van het regiment wordt samen met de Compagnie C47 van de 5de Infanteriedivisie ingekwartierd te Grimbergen. Tot de namiddag verloopt alles rustig in het kantonnement van het 4J.  Wanneer na de middag echter een detachement motorwielrijders van de IIde Groep van het 1ste Licht Regiment (II/1LR) in alle paniek doorheen Grimbergen stuift, laat Kolonel SBH Dengis het II/4J aan de oostrand van het dorp ontplooien, onder dekking van het Peloton Verkenners. Wanneer de commandopost van het regiment verneemt dat te Humbeek een aanval op de Belgische posities plaatsvindt en er in de rangen van het aldaar gekantonneerde 5de Linieregiment (5Li) eveneens paniek is uitgebroken, laat Dengis de volledige Compagnie C47 van de divisietroepen ontplooien langs de noordrand van Grimbergen.

De regimentsstaf ontvangt rond 22u00 een bevel van de 5Div om te middernacht de mars naar het westen te hervatten.  Onderluitenant Cornez, de inlichtingenofficier van het 4J, moet zich naar het HK van de divisie begeven om de gedetailleerde marsorders in ontvangst te nemen. Om de zuidelijke flank van de colonnes van het regiment te dekken, besluit Kolonel SBH Dengis om een mobiele flankwacht te vormen met een aantal fuseliers per fiets en enkele C47mm anti-tankkanonnen van de 14de Compagnie.  Dit detachement wordt bevolen door Majoor Tillier van het IIIde Bataljon.  De vaste achterhoede voor de afmars zal samengesteld worden door het IIde Bataljon.  Na het vertrek van dit bataljon zal het Peloton Verkenners de mobiele achterhoede leveren.

III/4J
Het IIIde Bataljon houdt na de brug van Vilvoorde te zijn gepasseerd halt te Sint-Brixius-Rode.  Hier vervoegt de 9Cie (vanuit Steenhuffel) het bataljon, als ook het detachement Carpin, bestaande uit  de 12Cie (-), een peloton van de 10Cie en een sectie van de 13Cie. Het bataljon wordt in de namiddag in staat van alarm geplaatst wanneer te Sint-Brixius-Rode aan hoog tempo diverse detachementen terugtrekken die dichter bij het Kanaal van Willebroek gekantonneerd waren en beweren dat de vijand in aantocht is.  Het betreft hier onder meer elementen van het 5Li, en van het wagenpark van 2J.  De bataljonscommandant laat enkele steunpunten inrichten aan de oostrand van het dorp en laat de rest van zijn troepen in marscolonne opstellen ter hoogte van de snelweg Brussel-Antwerpen.  Het alarm wordt tegen 17u00 afgeblazen en de manschappen worden teruggestuurd naar hun kantonnementen in het dorp.

Detachement Kpl Dehon/I/4J
Wanneer in de tweede helft van de nacht van 16 op 17 mei opnieuw een vuurgevecht losbarst aan de Remy-fabriek, denken Korporaal Dehon en zijn mannen dat het gevecht van de dag voordien gewoon hernomen wordt. Het gaat echter om een vuurgevecht tussen de groep van Sergeant Frébutte van de Achterhoede/4J  en de Duitsers. Kpl Dehon en zijn sectie openen het vuur op de Duitsers die de Remy-fabriek naderden, waardoor verschillende Duitsers buiten strijd gesteld worden. Wanneer hij Duitse soldaten links van hem en in de Remy-fabriek bemerkt, realiseert Dehon zich dat hij omsingeld is. Dehon beveelt de terugtocht. Soldaat Verboven dekt de aftocht met zijn FM30. Eens de aftocht gedekt, haast Soldaat Josephus Verboven zich naar de plaats waar de anderen zich bevinden, een 30 à 40-tal meter verwijderd van de fabrieksuitgang. Op zijn vlucht wordt hij echter dodelijk getroffen door Duits geweervuur.  De overgebleven mannen vluchten verder doorheen de graanvelden.

Op een tweetal kilometer van de kanaaloever bemerken ze in de verte een bosje, waar ze zich over hun verdere terugtocht kunnen beraden. De laatste 200 meter die hen nog van het bosje scheiden kunnen ze niet meer overbruggen want een Duitse patrouille, die hun vlucht opgemerkt heeft, staat hen op te wachten. Dehon beveelt zijn manschappen de wapens neer te leggen wat niet belet dat hij wordt neergeschoten door een Duitse soldaat die zijn zelfbeheersing verliest. Dehon wordt door Duitse verplegers overgebracht naar een Duitse hulppost te Wijgmaal [26]. 

Staf/4J
Door de grote drukte op de marsroutes naar het westen kan Onderluitenant Cornez pas om 00u15 terugkeren bij de staf van het 4J met de definitieve marsorders voor de nachtelijke etappe naar het westen.  Daaruit blijkt dat het regiment reeds om middernacht had moeten vertrekken.  Kolonel SBH Dengis laat zijn colonnes dan ook onmiddellijk vertrekken.

Het 4J moet via Wolvertem, Merchtem en Baardegem naar Aalst.  In de marsorders is echter geen precies eindpunt aangeduid.  Het 4J vertrekt dan ook in de hoop om dit onderweg te kunnen vernemen van de divisiestaf.  Het regiment zou de laatste grote eenheid van de 5Div moeten zijn bij de terugtocht van het Kanaal van Willebroek, maar dit blijkt onderweg anders te zijn wanneer duidelijk wordt dat het 2J vertraging opgelopen heeft omwille van het incident met het II/2J te Beigem.  De colonnes van het 2J volgen het 4J.  De opdracht van Majoor Tillier wordt hierdoor overbodig en de mobiele flankwacht wordt teruggeroepen naar de marscolonnes van het regiment.

Het 4J bereikt de Dender te Aalst met een behoorlijke vertraging, maar zonder grote incidenten.  Bij het 2J zal dit anders verlopen wanneer de vijand contact maakt met het II/2J en dit bataljon tot de overgave zal dwingen, samen met enkele detachementen van het 1ste Licht Regiment en een van de pelotons van het Wielrijderseskadron der 5de Infanteriedivisie.

Bij de doortocht van Aalst wordt het geplande contact met de staf van de 5Div gemist.  Kolonel SBH Dengis weet dan ook niet waar hij zijn troepen moet laten halt houden.  Hij besluit om de vier bataljons in te kwartieren ten westen van Aalst, in het gebied tussen de Gentsesteenweg en de Molenbeek.  Hij stuurt de motorwielrijders van het Peloton Verkenners op zoektocht naar de divisiestaf.  Kort na de middag lukt het om contact te maken, en verneemt de kolonel dat het 4J ingekwartierd is in het nieuwe operatiegebied van de 1ste Divisie Ardeense Jagers langsheen het front van de Dender.  De bataljons bevinden zich tussen de posities van het 3de Regiment Ardeense Jagers en de artillerie die dit regiment ondersteunt.  De divisiecommandant vraagt om het regiment over te brengen naar Lede.

De colonnes worden gevormd en het 4J zet zich op weg.  Tijdens de mars naar Lede loopt het bevel binnen om naar het Bruggenhoofd Gent door te marcheren.  De 5Div is toegewezen aan de sector Semmerzake-Munte waar van west naar oost het 2J, 1J en 4J op een enkel echelon opgesteld zullen worden.  Het 4j zal verantwoordelijk worden voor de ondersector Munte. 

Initiële opstelling voor de verdediging van de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde.

Staf/4J
De aftocht van het veldleger van de K.W. Stelling naar de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde, die tijdens de nacht van 16 op 17 mei gestart is, moet op 19 mei voltooid worden. De 5Div heeft het bevel gekregen over de Sector Semmerzake – Munte van het Bruggenhoofd Gent. Tijdens de derde en laatste nachtelijke etappe van de terugtocht K.W. Stelling komt de 5de infanteriedivisie aan op zijn nieuwe posities langsheen de zuidrand van het Bruggenhoofd Gent.  Het Bruggenhoofd Gent (in 1940 beter bekend onder zijn Franse naam TPG – Tête de Pont Gand) wordt gevormd door een bunkerlinie ten zuiden van Gent. De verdedigingslinie bestaat uit 228 betonnen bunkers die in het algemeen een portaal hebben en één tot drie ruimten afgesloten door een gepantserde deur. Vier bunkers hebben nog een verdieping en 35 zijn uitgerust met een stalen waarnemingskoepel. 

De drie regimenten van de 5Div nemen de stelling van het 7Li over en zullen als volgt ontplooid worden:

  • Het 4de Jagers te Voet krijgt de linker ondersector Munte en leunt aan bij het 7Li van de 4Div
    • Op het eerste echelon wordt het IIIde Bataljon opgesteld in kwartier west, en het IIde Bataljon in kwartier oost.  Het IIIde Bataljon wordt hiermee verantwoordelijk voor het weerstandsnest Muntekouter.  Het IIde Bataljon verdedigt het dorp Munte.
    • Het Iste Bataljon zal het tweede echelon van de regimentspositie bezetten.
    • De frontlinie wordt gedekt door twee voorposten.  Een eerste voorpost zal ingericht worden bij herberg Het Hert te Baaigem, en de tweede voorpost op het gehucht Het Heet.  Deze laatste voorpost zal geleverd worden door Luitenant Cherron van de 6Cie, met twee gevechtsgroepen.
  • Het 1ste Jagers te Voet krijgt de ondersector Vurste in het centrum toegewezen;
  • Het 2de Jagers te Voet krijgt de rechter ondersector Semmerzake en maakt de verbinding met het 8Li van de 9Div.
  • Het divisiehoofdkwartier is opgesteld te De Pinte.

In de ondersector van het 4J bevindt zich het weerstandsnest Muntekouter; één van de twee weerstandsnesten in de bunkergordel. In dit weerstandsnest staan 14 bunkers van alle binnen het TPG gebruikte types vrij kort tegen elkaar. Van de lichte éénkamerbunkers tot de zwaardere bunkers voor een C47 anti-tankkanon.  De verdediging verloopt hier in de vier windstreken.  De bunkers hadden hier praktisch dezelfde functie als een fort en het geheel moest volledig op zichzelf kunnen standhouden.  De bezetting van de bunkers van het weerstandsnest Muntekouter wordt verdeeld onder het 4J en het 1J.  Dit laatste regiment bezet ongeveer een derde van de bunkers langsheen de westrand van het weerstandsnest.

Wanneer de colonnes van het 4J nog onderweg zijn, haast Kolonel SBH Dengis zich met de kern van zijn staf naar de commandopost van het 7Li om de overgave-overname van de ondersector uit te voeren.  Van de bunkerstelling is voor de oorlog een volledig dossier met de opstelling en bezetting opgemaakt. Dit dossier evenals de sleutels van de abri’s zijn evenwel verloren gegaan en de eenheden van de 5Div moeten zelf uitzoeken waar de bunkers zich bevinden. De Cointet en Tetraëder anti-tank hindernissen zijn nooit geplaatst en ook de draadhindernissen zijn op vele plaatsen opgeruimd door de boeren die hun vee naar de weiden moesten brengen.  De eenheden van de 5Div die de stelling zullen bemannen moeten de bunkers zelf inrichten en ook de verbindingsloopgraven terug in orde brengen.

De eerste troepen van het 4J komen aan in de ondersector tussen 08u00 en 09u00.  Gelukkig hebben zowel Kolonel SBH Dengis als ook Majoor Tellier nog voor de mobilisatie meegewerkt aan de planning van het Bruggenhoofd Gent zodat de ontplooiing van de troepen vlotter verloopt dan eerst gevreesd werd.  Tegen 11u00 is de overname van de ondersector een feit.

Om 18u00 verwittigt de kolonel zijn bataljonscommandanten dat de vijand tegen de ochtend van 20 mei kan verwacht worden.  Tijdens de nacht moet een derde van het personeel op de stellingen blijven.  Net voor dageraad moet de positie volledig bemand worden.

Tijdens de nacht van 19 op 20 mei ontvangt het 4J de versterking van twee T13 tankjagers van de Compagnie T13 van de 8ste Infanteriedivisie.  De eigen 5Div beschikte op 10 mei immers nog niet over zijn organieke compagnie T13.  De voertuigen worden verdeeld over de beide voorposten te Baaigem en Het Heet.

Het 4J blijft op zijn nieuwe stellingen in aan de zuidrand van het Bruggenhoofd Gent. De bunkers in de ondersector zijn nu overgenomen en alle zware wapens werden op hun voorziene posities geïnstalleerd. Het regiment ontvangt versterking van een peloton fuseliers en een sectie mitrailleurs van het Wielrijderseskadron van de divisietroepen. Omdat dit detachement over fietsen beschikt en meer mobiel is, wordt het gebruikt om de voorposten te bezetten.

Het Peloton Verkenners wordt uitgestuurd om de opmars van de vijand na te gaan en zal diverse patrouilles voor de voorposten uitvoeren.  In de late voormiddag bereikt een vijandelijke verkenningsploeg de voorpost te Baaigem.  De Duitse militairen worden verrast en gaan er met grote vaart vandoor.  De voorpost kan een machinegeweer, een machinepistool en enkele granaten buit maken. 

Eveneens tijdens de voormiddag meldt Majoor Lebrun van het IIde Bataljon dat de voorpost van het 7Li te Scheldewindeke zich teruggetrokken heeft, en zijn eigen voorpost te Het Hert hierdoor niet langer gedekt is op de oostelijke flank.  Deze voorpost wordt bemand door een detachement van het 15Li.  Er wordt besloten om een detachement van de 4Cie uit te sturen om post te vatten langsheen de Roosbroekstraat, tussen de voorpost en de hoofdweerstandslinie van het IIde Bataljon.  Het 7Li zal zijn voorpost in de namiddag opnieuw bezetten, zodat dit detachement kan teruggeroepen worden.

Bunker Mu5 op de Muntekouter was ingericht voor een mitrailleur en een C47 anti-tankkanon.

Bunker Mu5 op de Muntekouter was ingericht voor een mitrailleur en een C47 anti-tankkanon.

Tijdens de nacht van 20 op 21 mei legt een detachement van het 5de Bataljon Genie twee mijnenvelden aan ten zuiden van de beide voorposten van het regiment.  Dit gebeurt onder dekking van het Peloton Verkenners. 

Omstreeks 02u15 vindt een incident plaats op de voorpost te Het Heet.  De wagenoverste van de T13 van de 8Div beweert dat zijn positie gebombardeerd wordt en wil zich terugtrekken.  De pantserwagen gaat er ondanks groot protest van de bevelhebber van de voorpost vandoor.  Tot overmaat van ramp besluit gevechtsgroep van Sergeant Watteau van het 4J om eveneens zijn steunpunt te verlaten.  De T13 rijdt even verder vast in de berm van de weg.  Zonder op berging te wachten, laat de wagenoverste zijn voertuig in brand steken.  De bemanning vlucht.

Sergeant Watteau en zijn manschappen komen aan op de commandopost van het IIde Bataljon om het vermeende bombardement te melden.  De militairen worden met een flinke uitbrander teruggestuurd naar de voorpost van Luitenant Cherron.  De bevelhebber van de 6Cie, Luitenant Boulet, begeleid de gevluchte soldaten naar hun steunpunt en vraagt Luitenant Cherron om een rapport over het incident.  Intussen is ook de divisiestaf op de hoogte gebracht.  Een nieuwe pantserwagen van de Compagnie T13 van de 8Div wordt uitgestuurd naar Het Heet.  Dit voertuig staat onder het bevel van Sergeant Hastir.

Even na 05u00 duikt een vijandelijke pantserauto op bij de voorpost van herberg Het Hert.  De vijand rijdt over een Belgische mijn.  De bemanning vlucht, en neemt het radiotoestel van het voertuig mee.

Omstreeks 08u30 wordt de voorpost van het 7Li te Scheldewindeke dan toch definitief ontruimd.  Dit leidt ertoe dat de vijand de voorpost te Het Heet ongehinderd kan benaderen uit oostelijke richting.  Dit gebeurt tegen 14u00.  Een vijandelijk detachement bestaande uit een pantserwagen en enkele verkenners neemt de post van Luitenant Cherron onder vuur.  Er vallen twee gewonden onder de Belgen.  Sergeant Hastir verjaagt de vijand met zijn T13.  De voorpost wordt ontruimd en het detachement van Luitenant Cherron wordt teruggetrokken tot zo’n 500m voor de hoofdweerstandsstelling.  Deze terugtocht is voltooid tegen 16u00.

Het blijft voorts rustig in de sector van het 4J en zullen geen noemenswaardige gevechten uitbreken. Het zwaartepunt van de Duitse opmars door Vlaanderen ligt de komende dagen in de richting van het Kanaal Gent-Terneuzen en Gent en de sectoren aan de Bovenschelde net ten zuiden van de stad worden voorlopig ontzien.

Om 20u45 verneemt Kolonel SBH Dengis dat de voorpost van het 1J te Groothulle aangevallen is.  De vijandelijke troepen werden met ernstige verliezen afgeslagen en een patrouille van de voorpost ontdekte 11 dodelijke slachtoffers.  Er werd ook een Duitse militair gevangen gemaakt.

Op de Conferentie van Ieper tussen de Belgen, Fransen en Britten wordt tijdens de ochtend van 22 mei beslist dat het geallieerde front verder achteruit moet omdat in de Britse sector de Schelde is overgestoken nabij Oudenaarde door de Duitse troepen. De aanvallers zijn er in geslaagd een bruggenhoofd over de Schelde te slaan, en de Belgische eenheden in het Bruggenhoofd Gent lopen het risico omsingeld te worden.

De staf van het Belgische leger plant een manoeuvre om terug te plooien achter de Leie in twee fases. In een eerste fase, tijdens de nacht van 22 op 23 mei zullen de 16Div en de 18Div herontplooien om de stad Gent te verdedigen.  De 1Div zal de stad verlaten en naar de streek van Kortrijk verhuizen. De 2Div en de 4Div zullen het bruggenhoofd Gent ontruimen, terwijl ten zuiden van de stad de 1ste Div Ardeense Jagers en de 5Div nog achter de Schelde opgesteld blijven teneinde de terugtocht van de 2Div en de 4Div te ondersteunen. In een tweede fase, tijdens de nacht van 23 op 24 mei, zullen ook deze divisies achter de Leie terugtrekken.

Het divisiehoofdkwartier verhuist reeds overdag naar Lotenhulle.  Van hier uit wordt de verplaatsing gepland van de rest van de troepen naar een dwarsstelling tussen de Leie en de Schelde vanaf Astene tot Eke.  Deze dwarsstelling zal van west naar oost bezet worden door het 1J, 4J en 2J in respectievelijk ondersector Astene, ondersector Nazareth en ondersector Eke.

Aanvankelijk blijft de 5Div op post.  De bevelen tot de terugtocht over de Schelde zullen pas in de late namiddag verspreid worden onder de eenheden.  Het wagenpark van het 4J moet als eerste vertrekken naar de linkeroever van de Schelde, en moet de rivier oversteken via de militaire brug te Teirlink.

Om 19u00 ontvangen ook de bataljons hun marsbevelen.  Het Iste Bataljon zal vertrekken om 20u30, gevolgd door de bataljons van het eerste echelon om 21u30.  De marsroute loopt via Huisdonk, Boterhoek en Melsen naar de EAP brug van Teirlink, om vervolgens verder te leiden via Landuit tot in Zwartegat.  De afmars zal gedekt worden door een vaste achterhoede op het oude eerste echelon die zal bestaan uit telkens een peloton per compagnie.  Er zal ook artilleriesteun zijn die geleverd wordt door een batterij van de IVde Groep van het 13A.  De voorposten worden bij valavond opgegeven en alle detachementen worden tot binnen de veilige zone van de hoofdweerstandslinie gebracht.

Het vertrekt van het regiment verloopt volgens schema.

Tijdens de eerste helft van de nacht van 22 op 23 mei steekt de 5de infanteriedivisie de Schelde over en neemt nieuwe posities in tussen de Schelde en de Leie.  De regimenten bemannen een dwarsstelling tussen Astene en Eke om de terugtocht van de andere troepen uit het Bruggenhoofd Gent te helpen beveiligen.  Het 4J bezet hierbij de centrale ondersector Nazareth:

  • Op het eerste echelon bezet het IIIde Bataljon het kwartier west rondom het gehucht Muizenhol.
  • Het IIde Bataljon verdedigt het kwartier oost van het eerste echelon ten noorden van Nazareth.  Het bataljon stelt eveneens een voorpost op in het dorp Nazareth.
  • Het tweede echelon wordt bemand door het Iste Bataljon.

Tijdens de voormiddag is het rustig in de nieuwe ondersector.  De Luftwaffe voert enkele raids uit op troepen in de wijde omgeving, maar laat het 4J begaan.  Vanaf de namiddag start de Duitse artillerie echter met enkele beschietingen op het tweede echelon van het regiment.  Bij de 3Cie sneuvelt Soldaat Mathieu en vallen ook enkele gewonden.

Om 22u30 ontvangt Kolonel SBH Dengis de marsorders voor de tweede fase van de terugtocht naar het Afleidingskanaal van de Leie.  Het gehucht Klapstraat wordt vertrekpunt voor de mars.  Vervolgens moet het regiment via Deurle, Sint-Martens-Laarne en Vosselare terugtrekken om via de brug van Nevele het Afleidingskanaal van de Leie over te steken.  Vervolgens moet het IIIde Bataljon via Osse naar Herenthoek.  De rest van het regiment zal naar het gehucht Ro marcheren.

Tijdens de nacht van 23 op 24 mei neemt de 5de Infanteriedivisie zijn nieuwe verdedigingslinies in aan het Afleidingskanaal van de Leie.  De verplaatsing naar het kanaal wordt te Vosselare en Nevele verstoord door vijandelijke bombardementen.  De nieuwe ondersector wordt in het noorden begrensd door een lijn tussen de noordelijke hoek van het Kranepoelmeer nabij Bellem en de brug van de spoorlijn Brussel-Oostende over het Afleidingskanaal.  Deze brug wordt verdedigd door de 5Div.  Vanaf hier vervolgt de 2Div het front.  In het zuiden wordt de grens van de sector gevormd door de baan van Nevele naar Lotenhulle.  Het dorp Nevele is voor rekening van de naburige 4Div.

De divisie wordt als volgt in lijn opgesteld:

  • De divisiestaf is ondergebracht te te Lotenhulle.
  • Het 1ste echelon loopt langs de westelijke oever van het kanaal.  Het 2de echelon volgt de loop van de Kozijnbeek, en leidt dan naar de gehuchten Bosstraat en Borrewal.  Het 3de echelon verbindt het gehucht Reibroek met de kapel van Braamdonk.
  • Van noord naar zuid zullen het 4J, 2J en 1J opgesteld worden.  Het 4J en 1J plaatsen telkens één bataljon op elk van de echelons.  Het 2J beschikt nog slechts over twee fuseliersbataljons en laat zijn derde echelon dan ook onbezet.
  • Het 11A blijft artilleriesteun leveren, met de Iste Groep ten voordele van het 4J, de IIde Groep bij het 2J en de Iste Groep bij het 1J.  De houwitsers van de IVde Groep vormen het algemeen vuursteunelement voor de divisie.
  • De divisie beschikt ook nog over de Compagnie T13 van de 8Div.  Deze wordt te Lotenhulle behouden, samen met het Wielrijderseskadron.
Initiële opstelling van de 5Div aan het Afleidingskanaal van de Leie op 24 mei 1940.

Initiële opstelling van de 5Div aan het Afleidingskanaal van de Leie op 24 mei 1940.

Het 4J krijgt de volgende posities:

  • Het IIIde Bataljon bezet vanaf 03u10 het eerste echelon langsheen de kanaaloever, en lost de bewakingsdetachementen van het III/28Li af bij de wegbrug van Landegem en bij de spoorbrug van de lijn Brussel-Oostende.  Ten noorden van deze spoorlijn start de sector van de 2Div en ligt het kwartiervan het IIde Bataljon van het 28Li.  Het zuidelijke uiteinde van het bataljonsvak wordt gevormd door de werf van de in aanbouw zijnde snelweg Gent-Brugge.  Aan de zuidkant van het talud van de nieuwe snelweg start het onderkwartier van de 3Cie van het 2J.
    • De 10Cie neemt plaats in onderkwartier noord, gevolgd door de 11Cie in onderkwartier zuid.  De beide compagnies worden gedekt door de 9Cie.
    • Het bataljon wordt versterkt door twee pelotons C47 van de 14Cie, een peloton mitrailleurs van de 13Cie en de zes overgebleven mortieren van de 15Cie.
  • De Kozijnbeek even ten oosten van Zande en Ro vormt het tweede echelon van de ondersector.  Hier wordt het IIde Bataljon opgesteld.
    • De 6Cie bezet onderkwartier noord, en de 7Cie onderkwartier zuid.  De 5Cie dekt deze compagnies.
    • Het bataljon wordt versterkt door een peloton mitrailleurs van de 13Cie en een peloton C47 van de 14Cie.
  • Tussen de spoorlijn Brussel-Oostende even ten oosten van Hansbeke en het dorp Ro loopt het derde echelon.  Deze positie wordt verdedigd door het Iste Bataljon.
    • Dit bataljon krijgt een sectie mitrailleurs van de 13Cie in steun, samen met een peloton anti-tankkanonnen van 1ste Compagnie C47 van de divisietroepen.
  • De commandopost van het 4J wordt de Ro ingericht.
  • Het regiment ontvangt vuursteun van een van de groepen van het 11A.

De stellingname van het IIIde Bataljon wordt voltooid omstreeks 07u00.  De rest van de dag wordt besteed aan de terreininrichting.  De westelijke oever van het Afleidingskanaal is niet voorbereid voor militaire operaties.  Buiten enkele schuttersputjes gegraven door de detachementen van het III/28Li moet het 4J helemaal van niets beginnen.

Van de brug van Landegem wordt inmiddels druk gebruik gemaakt door de talrijke eenheden van het veldleger die eveneens onderweg zijn naar het nieuwe front.  In de namiddag vernielt een detachement van het 5de Bataljon Genie de kerktoren van Landegem om te beletten dat deze door de vijand zou gebruikt worden als observatiepost.

Om 18u30 moet het Iste Bataljon de ondersector verlaten om zich uit te spreiden over het volledige derde echelon van de sector van de 5Div.  Het tweede bataljon dat zich op dit echelon bevond, het III/1J, is aangeduid voor een opdracht bij de 4Div en zal zich verplaatsen naar het gebied ten zuiden van Prostdij.

De wegbrug van Landegem wordt eveneens vernield door het 5Gn.  Dit gebeurt omstreeks 20u30, na de doortocht van de allerlaatste bevriende troepen.  De spoorbrug wordt ook opgeblazen.  De beide kunstwerken storten slechts gedeeltelijk in en zouden nog gebruikt kunnen worden door vijandelijke infanteristen.  Het 4J vraagt aan de divisiestaf om het 5Gn terug te sturen om de bruggen grondiger te vernielen.

Op verzoek van het 4J stuurt het 5Gn twee detachementen terug naar de bruggen van Landegem.  De beide vernielingen worden grondig uitgevoerd.  Het regiment heeft geen vaste voorposten op de oostelijke oever, en tracht de komst van de vijand na te gaan door het uitsturen van patrouilles.  Deze worden uitgevoerd door telkens één officier en zes manschappen van de drie compagnies van het IIIde Bataljon.  Er worden twee vlotten gebruikt ten noorden en ten zuiden van de vernielde wegbrug van Landegem voor het overzetten van de ploegen.  De dichte behuizing van het dorp Landegem biedt de vijand een uitstekende gelegenheid om de oever ongezien te naderen.  Dit baart Kolonel SBH Dengis grote zorgen.

In het voorgebied van het 4J blijft het de ganse dag rustig.  Een patrouille van het IIIde Bataljon stuit rond 17u00 een eerste keer op vijandelijke elementen aan de spoogwegoverweg te Wilde.  Een dertigtal Duitse wielrijders worden onder vuur genomen door de patrouille en gaan in dekking.  De ploeg van het 4J trekt zich terug.  Een nieuwe patrouille rond 19u00 kan geen vijandelijke elementen waarnemen in het dorp Landegem en in het gebied tussen het dorp en het station.  Er wordt deze keer echter niet verder naar het oosten gevorderd.

I/4J
Het Iste Bataljon installeert zich zoals voorzien op het derde echelon van de nieuwe ondersector.  Het bataljon zal echter weggeroepen worden van deze positie.  Ten koste van de  naburige 4de Infanteriedivisie is tijdens de voormiddag immers een belangrijke doorbraak binnen de Belgische linies gestart.  In de ondersector van het 15Li kunnen de Duitser met minimale tegenstand het kanaal oversteken, en door de snelheid van de aanval worden ook het 7Li en 11Li al snel teruggedrongen.  Er ontstaat een vijandelijk bruggenhoofd dat snel uitbreidt.

Om de noordrand van dit bruggenhoofd in te dijken, krijgt de 5de infanteriedivisie het bevel  om tussen Lotenhulle en het eerste echelon van ondersector zuid een dwarsstelling te organiseren.  Deze linie zal lopen over Bollestraat, Braamdonk en Veldeken, en zal van west naar oost bestaan uit het Wielrijderseskadron van de 5Div, het Iste Bataljon van het 4J, het IIIde Bataljon van het 2J en het Iste Bataljon van het 1J.

Om 20u00 gaat het I/4J over naar de 4de Infanteriedivisie.  Het bataljon zal tijdens de nacht van 25 op 26 mei doorgestuurd worden naar Aarsele om in dit dorp front te maken naar het oosten.  Hiermee moet een mogelijke verdere doorbraak van de Duitse troepen rond Vinkt geblokkeerd worden.  Het I/4J zal hierbij echter niet aangehecht worden bij de 4de Infanteriedivisie, maar wel bij de 1ste Divisie Ardeense Jagers.

II/4J
In de vooravond gaat ook het naburige IIIde Bataljon van het 1J over naar de 4Div.  Omdat de zuidflank van het tweede echelon van de ondersector van het 4J hiermee ongedekt komt te liggen, wordt om 21u30 bevolen aan de 7Cie om door middel van patrouilles in het voormalige bataljonsvak van het III/1J toch nog een minimale dekking te verzekeren van het tweede echelon van het 2J.

I/4J
Tijdens de nacht van 25 op 26 mei wordt het Iste Bataljon weggehaald van de dwarsstelling op het Afleidingskanaal en op bevel van het VIde Legerkorps doorgestuurd naar Aarsele om er zich onder het bevel te plaatsen van de 1ste Divisie Ardeense Jagers.  Van uit de richting van Vinkt dreigt een belangrijke vijandelijke doorstoot in de richting van Tielt, en de Belgische verdedigingslinie moet hier dringend versterkt worden.

Het bataljon start om 05u00 met de verkenning van nieuwe posities rondom Aarsele, met de nadruk op het blokkeren van een mogelijke opmars via de Vinktstraat.  De drie compagnies worden opgesteld net ten oosten van het dorp met front in de richting van het Afleidingskanaal.  Hierbij bezetten de 3Cie en de 2Cie respectievelijk het linker en rechter kwartier van het eerste echelon, en vormt de 1Cie het tweede echelon.  De commandopost van Majoor Lonay wordt op de Vinktstraat opgesteld.

Door de hardnekkige verdediging door de 1ste Divisie Ardeense Jagers van het dorp Vinkt blijft de dreiging vanuit die richting echter uit.  In de loop van de avond wordt de vijandelijke druk echter groter vanuit het zuidoosten.  De 2de Divisie Ardeense Jagers wordt van de Leie weggedrukt en is in aftocht naar Tielt.  Langsheen de spoorlijnen Deinze-Tielt en Tielt-Ingelmunster zal door het VIIde Legerkorps een nieuwe defensieve stelling georganiseerd worden.

Staf/4J, III/4J
Tijdens de voormiddag stuurt het IIIde Bataljon opnieuw een patrouille naar Landegem.  Er worden Duitse verkenners ontdekt.  Deze trekken zich terug wanneer de Belgische patrouille hen onder vuur neemt.

Tegen de middag wordt de aanvaller opnieuw gespot op de oostelijke oever.  De Duitse troepen vorderen echter ten noorden van de spoorlijn Brussel-Oostende, in het kwartier van het III/28Li.  Er vertrekt opnieuw een patrouille, ditmaal onder leiding van Onderluitenant Bontemps van het 1ste Peloton van de 9Cie.  Het detachement bestaat naast Bontemps uit een onderofficier, twee korporaals en zeven manschappen.  Ter hoogte van het kasteel van Landegem stuiten de troepen op een veel grotere vijandelijke groep.  De patrouille trekt zich onmiddellijk terug op de bevriende oever, maar valt onder mitrailleurvuur.  Soldaat Platiau wordt bij de oversteek gedood.  Pelotonsadjunct Adjudant Pairoux slaagt er echter in om met het vuur van zijn machinegeweren en DBT granaatwerpers de aanvallers tijdelijk te verdrijven.

Omstreeks 16u30 ontdekt de 9Cie dat de vijand enkele artilleriestukken in stelling brengt in het park van het kasteel van Landegem. Deze locatie bevindt zich op zo’n 600m van de Belgische posities.  De DBT granaatwerpers worden opnieuw ingezet om de Duitse troepen tot de terugtocht te dwingen.

Om 22u00 gaat het IIIde Bataljon over naar het 2J.  Een half uur later heeft het bataljon ook contact met de commandant van het IIde Bataljon van het 6Li dan ten noorden van de spoorlijn Brussel-Oostende het IIIde Bataljon van het 28Li aflost.

II/4J
Door het vertrek van het IIIde Bataljon van het 1J is het tweede echelon van de ondersector van het 2J zonder troepen komen te zitten.  De 7Cie van het 4J moet dit echelon dekken door middel van patrouilles.  Er worden ook twee steunpunten ingericht die als alarmposten moeten dienen bij een mogelijke vijandelijke opmars uit het zuiden of het zuidoosten.   Deze opdracht loopt tot de vooravond wanneer Kolonel SBH Dengis omstreeks 18u30 een bevel ontvangt om ook zijn IIde Bataljon te laten vertrekken naar het zuiden.  De compagnies worden onmiddellijk verzameld te Ro en vertrekken om 21u00 naar het zuidoosten van Lotenhulle om de verdediging van de dwarsstelling te versterken.

Hier wordt het bataljon wordt ontplooid op een nieuwe positie tussen het gehucht Prostdij in het westen en de hoeve ‘t Goed te Varezele in het oosten.  Het II/4J komt nu samen met het III/1J onder het bevel te staan van Kolonel SBH Dengis.

Staf/4J
Ten gevolge van het wegvallen van de 4de Infanteriedivisie, is de sector toegewezen aan de 5de Infanteriedivisie veel te breed geworden.  De divisiestaf heeft de controle over het front aan het Afleidingskanaal van de Leie tussen Landegem en Nevele, en langsheen de dwarsstelling langsheen de Poekebeek.  Samen bedraagt dit zo’n 10Km.  Luitenant-generaal Spinette besluit in de avond van 26 mei om zijn sector te reorganiseren:

  • Ondersector West wordt toegewezen aan Kolonel SBH Dengis die de verdediging van het westelijke uiteinde van de dwarsstelling van de Poekebeek overneemt.  De kolonel krijgt zo het bevel over het IIde Bataljon van het 4J en het IIIde Bataljon van het 1J.  Hij neemt de commandopost over van de 5Div te Lotenhulle.  De divisiestaf verhuist naar een nieuwe locatie ten westen van Aalter.  Ten westen van de ondersector van Dengis start de sector van de 1ste Divisie Ardeense Jagers en liggen de posities van het 2ChA.
  • Ondersector Centrum staat onder het bevel van Kolonel Dagois van het 1J en omvat het oostelijke deel van de dwarsstelling van de Poekebeek.  Dagois beschikt hiervoor over het II/1J, het III/2J en het I/1J op het tweede echelon.
  • De positie langsheen het kanaal wordt Ondersector Oost onder het bevel van Kolonel SBH Lescornez van het 2J.  Hij beschikt over het II/2J en het III/4J.
  • De artilleriesteun blijft de verantwoordelijkheid van het 11A.

I/4J
Tijdens de eerste helft van de nacht krijgt het bataljon bericht van de aankomst van het 44Li dat met twee bataljons het eerste echelon van de nieuwe sector van de 2de Divisie Ardeense Jagers zal verdedigen tussen Tielt (exclusief) en Aarsele (exclusief).  Rondom 02u00 krijgt het bataljon verbinding met de 7Cie van het 44Li, de meest oostelijk opgestelde eenheid van dit regiment.

Ook tijdens de nacht van 26 op 27 mei wordt het bataljon naar het zuidoosten gepivoteerd om bij de linies te kunnen aansluiten.  Hierbij wordt de 1Cie weggehaald uit het eerste echelon en opgesteld aan de Aarselestraat net ten zuiden van het dorp. De compagnie wordt versterkt door een peloton mitrailleurs en twee C47 anti-tankkanonnen om de belangrijke weg Deize-Tielt te dekken.

Zo ontstaat een nieuw, continu front.  Het I/4J is nu een onderdeel van het eerste echelon van de 1ste Divisie Ardeense Jagers.  Het bataljon vormt het meest westelijke element van de ondersector west.  Deze ondersector loopt vanaf de zuidrand van Aarsele tot aan de samenloop van de Westkoutersbosbeek en de Maanbeek en staat onder het bevel van Majoor Lecocq van het 1ChA.  Naast het I/4J wordt de ondersector verdedigd door het II/3ChA.

De Duitse infanterie maakt contact met de nieuwe linies tussen 09u30 en 10u00.  De 1Cie van het 4J komt al snel onder ernstige druk te staan wanneer de beide C47 anti-tankkanonnen uitgeschakeld worden.  Bij de aanval vallen verschikkende slachtoffers waaronder ook pelotonscommandant Onderluitenant Vilain en zijn adjunct Sergeant Hecquet.  De compagnie moet enige tijd later de strijd staken, waardoor de posities van de 2Cie en de 3Cie langs achter aangevallen kunnen worden.  Majoor Lonay krijgt omstreeks 15u30 het bevel om het bataljon uit de frontlinie weg te halen en naar Wingene terug te trekken.  Alleen een deel van de bataljonsstaf en een peloton van de 2Cie ontsnappen aan de gevangenname.

Staf/4J, II/4J, III/4J
De 5de Infanteriedivisie verdedigt nog steeds het front langsheen de Poekebeek tussen Beekkant en Nevele, en langsheen de oever van het Afleidingskanaal tussen Nevele en de spoorlijn Brussel-Oostende nabij Landegem.

II/4J
Het bataljon komt aan te Lotenhulle om 00u30 en wordt hier doorgestuurd naar zijn nieuwe posities.  De 5Cie, 7Cie en 6Cie worden opgesteld in een boog tussen de Heirstraat in het westen en de Nevelestraat in het oosten, via het gehucht Prostdij.  De 5Cie en de 6Cie worden versterkt door telkens twee C47 anti-tankkanonnen om de beide verkeerswegen te kunnen dekken.  Elk van de compagnies ontvangt eveneens een peloton mitrailleurs in steun.  De commandopost van het bataljon wordt opgesteld in een woning op zo’n 600m zuidoost van de dorpskern van Lotenhulle.  Majoor Lebrun begeeft zich om 00u45 naar de commandopost van de 5de Infanteriedivisie te Lotenhulle die zonet overgenomen werd door Kolonel SBH Dengis.

Omsreeks 02u00 wordt het bataljon naar het zuiden gestuurd om eveneens post te vatten langsheen de Poekebeek.  Het II/4J moet de verbinding maken tussen het III/2ChA nabij de Heirstraat, en het III/1J nabij Beekkant.  

De 5Cie moet richting zuid vorderen om de Heirstraat te verlaten nabij het gehucht Sijshoek en vervolgens achter de beek plaats te nemen.  De 6Cie zal in dezelfde richting oprukken, maar dient te Kleitestraat te volgen.  De 7Cie zal op enige afstand volgen om achter deze beide compagnies een reservemacht te vormen.  De verplaatsing moet aanvatten om 03u30.

De 5Cie en 6Cie melden kort na 05u00 dat hun eenheden ontplooid zijn langsheen de Poekebeek.  Er worden twee voorposten uitgezet op de zuidelijke oever van de waterloop: een eerste voorpost komt op de Hoeve Ter Hulsbeke en een tweede op de Rossemhoeve.  Deze beide boerderijen worden dan nog bezet door detachementen van het 2ChA.  Deze elementen worden afgelost.  Om 07u40 laat de staf van de 5Div weten dat er niet verder naar het zuiden mag opgerukt worden en het bataljon zich moet ingraven langsheen de Poekebeek.

Hoeve Ter Hulsbeke op het grondgebied van Lotenhulle.

Hoeve Ter Hulsbeke op het grondgebied van Lotenhulle. Hier bevond zich een voorpost van het II/4J onder bevel van Luitenant Fourneaux van de 8Cie.

De as van de Duitse opmars loopt evenwijdig met de Poekebeek in de richting van Vinkt.  In dit dorp zal een zware strijd uitbreken met de elementen van de 1ste Divisie Ardeense Jagers die een verdere doorbraak in westelijke richting zullen trachten te blokkeren.  Het gevecht om Vinkt zal echter ook de Duitse aandacht wijzen op de ontplooiing van het II/4J langsheen de Poekebeek.  Vanaf 09u30 melden de voorste compagnies het contact met de vijand.  Kort na 11u00 meldt de 6Cie twee dodelijke slachtoffers.  Het betreft hier de Soldaten Baudoux en Duez.

Tegen 14u00 brengt de vijand een Pak 36 anti-tankkanon in stelling tegenover de brug van de Heirstraat over de Poekebeek.  Het kanon bestookt het peloton van de 5Cie dat net ten oosten van de brug opgesteld staat.  Luitenant Neirinck vraagt om vrijwilligers om de vuurmond uit te schakelen.  Sergeant Vigneron en de Soldaten Dendal en Pontanus voeren de raid uit en slagen er in om het kanon terug te brengen binnen de eigen linies.

De vijand bereikt de beide voorposten in het daarop volgende uur.  De voorpost van de Rossemhoeve wordt al snel verlaten door de Belgen, maar het detachement van de voorpost op de Hoeve Ter Hulsbeke blijft op post tot wanneer enkele van de gebouwen in lichterlaaie staan.  Tussen 19u30 en 20u00 wordt ook deze voorpost geëvacueerd, onder dekking van drie vuren van de artillerie.

Inmiddels zijn de posities van het ten oosten gelegen IIIde Bataljon van het 1J onder zware druk te komen staan.  De 9Cie die net ten oosten van de Kleitestraat ligt, heeft het erg moeilijk om zijn posities te behouden.  De 7Cie van het 4J laat zijn mitrailleurs tussenbeide komen.  Kort na 20u00 wordt in alle haasten bevolen om de 7Cie op te stellen tussen de gehuchten Sijshoek en Prostdij om een eventuele terugtocht van het III/1J op te vangen.  Bij dit bataljon zou de commandopost in handen van de vijand gevallen zijn, en er wordt ook gemeld dat de 10Cie en de 11Cie zich teruggetrokken hebben van de Poekebeek.  De restanten van de 10Cie van het 1J sluiten zich aan bij het IIde Bataljon van 4J.  Met de 11Cie van het 1J is geen verbinding meer.

III/4J
Het IIIde Bataljon bewaakt nog steeds het eerste echelon tegenover Landegem.  In de voormiddag worden enkele patrouilles uitgestuurd naar de oostelijke oever.  De patrouille die rond het middaguur vertrekt, kan bevestigen dat Landegem niet bezet is door de vijand.  Het blijft dan ook relatief rustig in dit deel van het front.  Om 14u00 worden op bevel van commandant 2J de V.C.L. Utility (Vickers Carden-Lloyd Utility) trekkers en de caissons van de C47 anti-tankkanonnen naar achteren geëvacueerd met het oog op een onmiddellijke aftocht.  Die komt er echter niet.

Het bataljon meldt om 17u30 dat ten noorden van de spoorlijn Brussel-Oostende het II/6Li gestart is met de evacuatie van het Afleidingskanaal.  Er is ook in deze ondersector geen contact met de vijand.  Het 2J laat kort nadien weten dat het III/4J en het I/2J zullen teruggetrokken worden naar een nieuwe positie tussen de gehuchten Sterrewijk in het noorden en Kattewegel in het zuiden, nabij Aalter.  Dit zal gebeuren onder dekking van de vaste achterhoede geleid door Kolonel SBH Dengis.

Het wagenpark vertrekt om 20u15, gevolgd door het gros van de troepen.  De achterhoede verlaat het kanaal tegen 21u30 en bereikt de lijn Markette-Bollewegel tegen 22u30.

Staf/4J
Tijdens de nacht van 26 op 27 mei heeft de divisiestaf drie routes voor een mogelijke evacuatie laten verkennen en afbakenen door het 5Gn.  De 5Div wil hiermee bekomen dat bij een terugtocht van het Aflidingskanaal zoveel mogelijk materieel kan gerecupereerd worden.  In de namiddag van 27 bepaalt de divisie dat Kolonel SBH Dengis verantwoordelijk zal worden voor de vaste achterhoede die opgesteld zal worden tussen de gehuchten Markette en Bollewegel ten noordoosten van Lotenhulle.  De achterhoede zal bestaan uit het IIde Bataljon van het 4J, het Wielrijderseskadron, het Peloton Verkenners van het 4J, en twee T13 tankjagers.  Deze formatie zal gesteund worden door de Iste en IIde Groep van het 11A.  Het Wielrijderseskadron zal achter het II/4J ontplooid worden.  De inplaatsstelling van deze vaste achterhoede start vanaf 19u30, en verloopt zonder grote problemen.  Vervolgens wordt de ganse sector van de 5Div ontruimd

Om middernacht tijdens de nacht van 27 op 28 mei krijgt Kolonel SBH Dengis volmacht om het einde van de achterhoedeopdracht zelf te bepalen.  De kolonel beveelt dat de lijn Markette-Bollewegel om 01u15 zal opgeheven worden.   Intussen is het VIde legerkorps in verplaatsing naar een nieuwe linie tussen Knesselare, Sint-Joris, Maria-Aalter, Ruiselede en Tielt. 

Kolonel SBH Dengis verplaatst zich naar Klaphulle.

I/4J
De restanten van het Iste Bataljon bereiken Ruddervoorde omstreeks 03u00 en vernemen hier het nieuws van de capitulatie.

Staf/4J, II/4J, IV/4J, Pon Vknr/4J
Het II/4J doorkruist Ruiselede omstreeks 03u45 onder een intens vijandelijk bombardement en komt aan te Klaphulle, samen met de staf van Kolonel SBH Dengis.  Het II/4J wordt ingekwartierd op het gehucht Strokot.  De kolonel begeeft zich vervolgens naar de commandopost van de 5Div in het gehucht Plattebeurze, even ten noorden van Hekke.  Hij ontdekt echter dat deze locatie op het punt staat om ingenomen te worden door de vijand, en er van de divisiestaf geen enkel spoor meer is.  Dengis keert dan maar terug naar Strokot.  Hier ontvangt hij van een estafette van de divisiestaf een bevel om verder terug te trekken naar Wingene.  Omdat in die richting het geluid van oorlogsgeweld weerklinkt, besluit hij het Peloton Verkenners en de beide T13 pantserwagens op verkenning te sturen.  Het detachement stuit aan de oostrand van Wingene op vijandelijke elementen.  In een kort vuurgevecht worden 13 Duitse krijgsgevangenen gemaakt.

De kolonel besluit wijselijk om de marsroute naar het noorden te verleggen en leidt zijn troepen naar Doomkerke en Blauwhuis.  Hij stelt ook het Peloton Verkenners op met front naar Wingene, en laat het volledige IIde Bataljon ontplooien dwars op de Ruiseledesteenweg, aangevuld met enkele C47 anti-tankkanonnen.  Wanneer de rest van de troepen de mars aangevat hebben, wordt het IIde Bataljon teruggeroepen en aan de staart van de colonne toegevoegd.  Het is dan al 07u30 en Kolonel SBH Dengis is nog niet op de hoogte van de Belgische capitulatie.  Dit bericht wordt hem kort na het vertrek bezorgd door een officier van het 11A.  Het regiment houdt halt te Beernem.

III/4J
Het IIIde Bataljon beëindigt de veldtocht in het gehucht Bruwaan nabij het dorp Kruiskerke.  Het bataljon staat nog steeds onder het tactisch bevel van het 2J.

De diverse elementen van het regiment behouden hun kantonnementen:

  • Staf/4J, II/4J, IV/4J, Pon Vknr/4J: Beernem
  • I/4J: Ruddervoorde
  • III/4J: Bruwaan

De diverse elementen van het regiment behouden hun kantonnementen.  Het VIde Legerkorps beveelt om het wagenpark van alle eenheden in zijn kantonnementsgebied te verzamelen op enkele centrale locaties.  Te Ruddervoorde wordt een depot ingericht onder bevel van Majoor Lonay van het I/4J.  Dit depot wordt bewaakt door telkens een compagnie van het 1J en het 2J.  Ook te Beernem wordt een depot georganiseerd, onder leiding van Kolonel SBH Dengis.  Er worden ook diverse detachementen uitgestuurd om in de langsheen de wegen achtergelaten bewapening, munitie en uitrusting te verzamelen.

Na de capitulatie

Op 31 mei wordt het ganse 4J samengebracht de Doomkerke.  Het VIde Legerkorps start met de verspreiding van de marsbevelen voor de verplaatsing naar het binnenland.

Op 1 juni zal het 4J om 08u30 oostwaarts vertrekken vanaf de kerk van Ruiselede.  In een eerste etappe verplaatst het regiment zich via Kanegem, Aarsele, Vinkt, Meigem, Sint-Martens-Laarne en Drongen naar Mariakerke.

Daags nadien, op 2 juni, steekt het regiment om 08u00 de Brugse vaart over via de Duitse noodbrug om vervolgens via Wondelgem en Oostakker naar Beervelde te marcheren.

Hier zal het 4J kantonneren tot op 6 juni.  Via een korte verplaatsing verhuist de eenheid vervolgens naar Kalken.  Hier worden de Walen van de Vlamingen gescheiden.  Deze laatsten worden samengebracht in een enkele detachement voor de ganse 5Div.  Dit met het oog op een snelle mobilisatie van de dienstplichtige militairen van het noordelijke landsgedeelte.  Daarnaast wordt ook een naamlijst van de beroepsmilitairen opgemaakt.

Twee dagen later, op 8 juni, volgt dan ook de daadwerkelijke demobilisatie van de Nederlandstalige dienstplichtigen van de 5Div.  De bezetter heeft ondertussen ook bevestigd dat bij de Franstaligen er veertien beroepscategorieën vrijgelaten zullen worden om een snelle wederopbouw van de economie in ons land mogelijk te maken.  Het 4J zet zich aan het werk om zoveel mogelijk dienstplichtigen van het regiment toe te wijzen aan een van deze categorieën. 

De Franstalige miliciens van het regiment verlaten Kalken op 9 juni en zullen in drie colonnes van de 5Div naar Doornik, Bergen en Charleroi geleid worden door de reserveofficieren.  De beroepskaders blijven achter en zullen op 10 juni naar Lokeren overgebracht worden.  Hier bepaalt de Duitse overheid dat alleen de actieve officieren moeten ter plekke blijven, zodat het 4J er nog in extremis in slaagt om zijn beroepsonderofficieren, beroepsvrijwilligers en de regimentsarts naar huis te sturen.

De actieve officieren komen aan te Brasschaat en krijgen van het GHK te toestemming om zelf hun logement uit te kiezen in de leegstaande villa’s van Sint-Mariaburg.  Deze kantonnementen worden niet bewaakt door de Duitse troepen.  Vrijwel alle Belgische officieren die in de buurt verblijven, hebben vrij kwartier en blijven op hun woord van eer ter plekke.

Op 12 juni vertrekken de officieren per trein naar Dortmund.  Hier wordt een vijftal nachten in tenten doorgebracht.  Tenslotte belanden de militairen in Oflag IXB te Weilburg am Lahn.  In oktober 1940 worden ze overgeplaatst naar Oflag IIIB te Tibor om uiteindelijk in februari 1941 naar Oflag IIA te Prenzlau gevangen gezet te worden.  Hier blijven de actieve officieren tot het eind van WO2.  De overlevenden komen in juni 1945 aan in het opvangcentrum voor vrijgelaten krijgsgevangenen te Herentals

Slachtoffers

EenheidNaamVoornaamFotoGraadStandKlas° op° te+ op+ teNota
OnbekendABRASSARTAugusteSdtMil24.04.1915Anderlues26.05.1940Gent
6/IIBAUDOUXLéopoldSdtMil06.02.1914Binche27.05.1940Lotenhulle
2/IBOUCHEZJoseph, T.SdtMil18.06.1914Trivières16.05.1940Wijgmaal
15/IVBOUDRENGHIENRaoul, E.G.SdtMil08.02.1920Hacquegnies15.05.1940Herent
8/IICOLMANTNorbertSdtMil04.10.1914Boussu21.05.1940Tildonk
3/ICOLPINLéonSgtMil3303.09.1913Erquelinnes31.05.1940Gent
3/ICUISINIERPaul, A.KplMil2725.02.1905Hornu29.05.1940Gent
OnbekendDAUBRESSEFernand, N.SdtMil31.08.1913Dampremy29.05.1940Malo-les-Bains (F)
OnbekendDE MEULEMEESTERArthur, H.SdtMil1/05/1895Fontaine-l'Evêque21.05.1940Diéval
1/IDEBRULLEEloi, L.F.SdtMil27.02.1912Wandre26.05.1940Aarsele
4/IDELANNOYLéon, A.SdtMil16.04.1915Morlanwelz27.05.1940Aarsele
2/IDIRIQUEEmile, L.SdtMil19.12.1914Fontaine-l'Evêque14.05.1940HerentOverleden tussen 14.05 en 16.05
6/IIDUEZSimon, F.SdtMil27.03.1913Warquignies27.05.1940Lotenhulle
OnbekendFIERAINMariusSdtMil03.11.1914Braine-le-Comte07.06.1940Aalter
OnbekendHECQUETRaymond, G.A.SgtMil3520.06.1915Strépy-Bracquegnies27.05.1940Aarsele
1/IHERREGODSArthurSdtMil06.07.1907Erbisoeul26.05.1940Aarsele
OnbekendLELIEVREGeorges, C.M.SdtMil28.06.1914Strépy-Bracquegnies09.06.1940Willemstad (NL)Krijgsgevangene op Rhenus 127 op 30.05
10/IIILEVECQFernand, P.J.SdtMil06.04.1915Wihéries14.05.1940Herent
4/IMASSARTUlysse, V.A.SdtMil10.07.1915Cul-des-Sarts28.05.1940Gent
3/IMATHIEUMartialSdtMil25.03.1910Cuesmes23.05.1940Deurle
15/IVMEYSKENSLéon, J.SdtMil20.02.1914Deux-Acren16.05.1940AalstOverleden in Stedelijk Ziekenhuis Sint-Elizabeth.
OnbekendPAQUESFerdinand, G.G.SdtMil31.01.1914Naast27.05.1940Vinkt
OnbekendPINGOTHenri, R.SdtMil04.03.1913Saint-Symphorien22.05.1940Munte
6/IIPINSONLucien, R.A.SdtMil10.06.1910Callenelle16.05.1940Tildonk
7/IIPLATIAUJean, F.SdtMil02.08.1913Ghlin26.05.1940Landegem
OnbekendRENAUDRichard, E.KplMil3319.02.1913La Louvière01.06.1940Gent
2/IROUSSEAUEmileSdtMil06.05.1914Frameries26.05.1940Aarsele
OnbekendVAN DE WIELEAlbert, A.SdtMil3904.01.1920Petegem15.05.1940BrusselOverleden aan verwondingen in hospitaal
2/IVERBOVENJoseph, C.H.SdtMil03.02.1914Paal17.05.1940Wijgmaal
1/IVILAINJean, J.OLtAct28.02.1914Gosselies26.05.1940Aarsele
OnbekendWATTEAULucien, J.J.SgtMil3322.10.1914Nivelles27.05.1940Vinkt
OnbekendWILLIEMEFernand, E.SdtMil26.07.1913Jemappes16.05.1940AalstOverleden in Stedelijk Ziekenhuis Sint-Elizabeth.

Bibliografie en Bronnen

  1. Kasteel "Villa Les Pommiers" op het militair terrein van Maisières-Casteau.

    Kasteel “Villa Les Pommiers” op het voormalig militair terrein van Maisières-Casteau.

    Het Kamp van Maisières-Casteau bevond zich ten noorden van de baan Bergen – Soignies en was voorheen een burgervliegveld. Op het terrein van het kamp bevonden zich houten barakken en een kasteel (Villa Les Pommiers). In het Kamp van Maisières-Casteau werden heel wat ondereenheden van de 5Div gemobiliseerd; niet alleen 4J maar ook het Tranportkorps en het Geneeskundig Korps van de 5Div. De site is vandaag ingenomen door het NAVO hoofdkwartier SHAPE (Supreme Headquarters Allied Power Europe).

  2. Achtergrondinformatie bij het Kanaal Brussel – Charleroi [On Line beschikbaar]: https://binnenvaartinbeeld.com/nl/kanaal_brussel_charleroi/kanaal_brussel_charleroi   [Laatst geraadpleegd 5 maart 2023].
  3. In het kader van de Belgische neutraliteitspolitiek wordt een beperkt gedeelte van de strijdkrachten opgesteld met front naar het zuiden, richting Frankrijk. Deze opstelling is eerder symbolisch vergeleken met de troepenaantallen die naar het oosten, richting Duitsland, staan opgesteld.
  4. Deze alarmposten maken deel uit van de Alarmstelling en hebben een permanentie van ten minste vier militairen die vanuit een versterkte schuilplaats de grens waarnemen en melden wanneer buitenlandse militairen de grens oversteken. De alarmposten aan de Frans-Belgische grens zijn eerder pro forma en kaderen in de context van de Belgische neutraliteit. Dergelijke alarmposten staan ook opgesteld langs de Belgisch-Nederlandse grens. “Le Service de Surveillance et de Renseignements aux Frontières (SSRF) de l’entre-deux-guerres à la campagne des 18 jours”, Pascal Pirot, mémoire de fin d’études défendu en janvier 2010 à l’Université de Liège en vue de l’obtention du grade de Master en Histoire. “En effet, un projet théorique de remise sur pied du S.S.R.F. reprend vigueur dans les années 1930. Relativement mieux préparé et organisé dès le temps de paix (retrait des douaniers du service, meilleure coordination avec le réseau de surveillance de l’armée), il fonctionne plusieurs mois à partir de la mobilisation de l’armée belge en septembre 1939. Dans le contexte de la « neutralité choisie », le périmètre sur lequel le S.S.R.F. est effectivement en place est considérablement étendu : frontière française, allemande, luxembourgeoise, moins rigoureusement la frontière des Pays-Bas, sont concernées.
  5. Achtergrondinformatie bij het kantonnement van III/4J in de De Neckstraat 24 te Koekelberg [On Line beschikbaar]: https://monument.heritage.brussels/fr/buildings/35446  en  https://www.google.com/maps/@50.8647646,4.3303797,3a,90y,340.79h,110.82t/data=!3m6!1e1!3m4!1sFRfM91_2DoCgxj9oCv5TAA!2e0!7i16384!8i8192  [Laatst geraadpleegd 14 april 2023].
  6. De British Expeditionary Force (BEF) bevond zich vanaf september 1939 in Noord-Frankrijk en stond klaar om bij een Duitse aanval op het westen de K.W. Stelling te bezetten vanaf Leuven tot Waver. Vanaf het ogenblik dat duidelijkheid ontstaat omtrent de Duitse intenties starten de Britten met hun inplaatsstelling richting Leuven en passeren de grens tussen Doornik en Bergen.
  7. Het gaat vermoedelijk over de bemanning van een Heinkel H111-H van de Iste Gruppe/Lehrgeschwader 1 (I/LG1) die een noodlanding maakte bij Péronnes. Hans Hermann Thiessen was de piloot die samen met onderofficier Johan Meyer krijgesgevangen werd genomen. Onderofficier telegrafist Heinrich Funke was vermoedelijk de gewonde militair die later aan zijn verwondingen overleed te Brussel en herbegraven werd te Lommel (graf 255 rij 27). Over de gesneuvelde militair bestaat nog enige onduidelijkheid, het zou gaan om Hans Schneider. Het vliegtuig had als opdracht de Franse en Britse troepenverplaatsingen tussen Lille en de Belgische grens te bombarderen. Het toestel werd door Britse jachtvliegtuigen neergehaald. “Einsatz gegen Truppenbewegungen in Belgien, Luftkampf Brit. Jäger Raum Lille, Notlandung bei Peronnes-les-Antoing” Achtergrondinformatie [On Line beschikbaar]: http://forum.12oclockhigh.net/archive/index.php?t-4905.html [Laatst geraadpleegd 16 april 2023]. Enige verwarring ontstaat uit het feit dat er vermoedelijk te Antoing nog een tweede He-111 neergestort is. Het zou gaan om een vliegtuig van 3/KG27. In de velddagboeken van 4J wordt over deze crash niets vermeld, vermoedelijk omdat de drie bemanningsleden omkwamen bij de noodlanding. Het betreft Uffz Werner Stramm (23 j.) Uffz Emil Leonhardt en een zekere Uffz Schönherr. Alle drie de bemanningsleden werden initieel begraven te Antoing, Schönherr werd herbegraven te Lommel (graf 416 rij 27). Verder onderzoek moet uitsluitsel geven over beide vliegtuigcrashes. [On Line beschikbaar]: Heinkel He 111 te Péronnes-lez-Antoing | Luchtvaartgeschiedenis.be | Historie Vliegtuigen, piloten, incidenten, locaties | Vliegtuig geschiedenis [Laatst geraadpleegd 8 oktober 2023].
  8. Achtergrondinformatie bij de K.W. Stelling [On Line beschikbaar]:  http://www.kwlinie.be/ [Laatst geraadpleegd 14 april 2023].
  9. Achtergrondinformatie bij het Kanaal Pommeroeul-Blaton-Antoing [On Line beschikbaar]: https://binnenvaartinbeeld.com/nl/canal_pommeroeul_blaton_antoing/canal_pommeroeul-blaton-antoing [Laatst geraadpleegd 14 april 2023].
  10. Achtergrondinformatie bij de verhuis van de NIR van het Flageyplein naar een geheime uitzendlocatie in de Tumulidreef te Watermaal-Bosvoorde [On line beschikbaar]:  https://vrijeradio.be/wereldoorlog-twee.php#TOP  [Laatst geraadpleegd 5 augustus 2023].
  11. De 2de Infanteriedivisie (2Div), die niet langer nodig is voor de verdediging van de Versterkte Positie Luik, moet terugplooien op de K.W. Stelling. De 2Div komt onder bevel van het VIde Legerkorps te staan en krijgt een sector toegewezen tussen Rijmenam en Haacht (exclusief) ten noorden van de 5Div. Hierdoor moet de 5Div opschuiven naar het zuiden en een gedeelte van de sector van de 10Div overnemen. De oorspronkelijke divisiesector Rijmenam – Wespelaar wordt nu de sector Haacht – Wijgmaal.
  12. Het Kanaal Leuven – Dijle fungeert als lateraal kanaal van de Dijle. Het kanaal vertrekt aan de Vaartkom in Leuven en eindigt in de samenvloeiing Zenne-Dijle (bij het Zennegat). Tijdens de achttiendaagse veldtocht werd deze waterweg Leuvense Vaart genoemd. Achtergrondinformatie bij het Kanaal Leuven-Dijle [On Line beschikbaar]: https://nl.wikipedia.org/wiki/Kanaal_Leuven-Dijle  [Laatst geraadpleegd 5 maart 2023].
  13. Achtergrondinformatie bij de Remy-fabriek [On Line beschikbaar]: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/200222  en https://www.google.com/maps/@50.920734,4.7014696,3a,75y,328.79h,96.2t/data=!3m6!1e1!3m4!1sLfEghHoIz_jqexY4NfKLsw!2e0!7i16384!8i8192  [Laatst geraadpleegd 13 maart 2023].
  14. Om het verloop van de gebeurtenissen bij een bepaald regiment beter te kunnen  inschatten is het noodzakelijk om ze te situeren op een kaart die uit dezelfde periode stamt. Ter ondersteuning van de tekst  werd ingezoomd op de Ondersector van 4J gekopieerd van een digitale versie van een stafkaart van het Duitse leger uit 1941. [On Line beschikbaar]: https://search.arch.be/imageserver/topview.php?FIF=511/511_0635_000/511_0635_000_00633_000/511_0635_000_00633_000_0_0006.jp2   [Laatst geraadpleegd 13 maart 2023].
  15. Een van de bunkers ten zuidoosten van de vernielde brug van Wijgmaal bezet door de 4Cie van I/4J bevindt zich nog steeds op de kanaaldijk [On Line beschikbaar]: https://beeldbank.onroerenderfgoed.be/images/274261 en https://www.google.com/maps/@50.9229489,4.6956638,3a,49.3y,207.28h,84.66t/data=!3m6!1e1!3m4!1s0SWn1sxgYwLMBu23ikYuDg!2e0!7i16384!8i8192 [Laatst geraadpleegd 5 maart 2023].
  16. After Action Report van de 5th (Royal) Inniskilling Dragoon Guards, The National Archives, Kew (Londen), UK. Appendix II van het verslag bevat een gedetailleerde beschrijving van de acties van het 3de Peloton van het B Squadron in het bataljonsvak van I/4J van 12 tot 15 mei. Het document werd opgesteld door 2Lt W. R. I. Turner, pelotonscommandant van het 3de Peloton. 2Lt Turner beschrijft dat hij vanaf 12 mei dagelijks de voetbrug nabij de Remy-fabriek is gaan inspecteren om te zien of het vernielingsdispositief werd aangebracht. De vernielingsploeg van 5Gn was aanwezig maar de nodige springstoffen waren nog niet bij de brug afgezet. Toen dit nog steeds niet het geval was in de namiddag van 14 mei gaat hij op zoek naar een voertuig om de springstof op te halen. Hij leent de op de zuidelijke kanaaloever achtergelaten vrachtwagen (cwt8 truck) van de Britse voorwaartse waarnemer (oftewel FOO) die zich in de toren van de Remy-fabriek heeft opgesteld en rijdt samen met de postcommandant van het vernielingsdispositief naar de CP van 2/5Gn om er de nodige springstof (in dit geval schietkatoen) en ontstekers af te halen. Ze komen net aan bij de brug op het ogenblik dat vijandelijke verkenners contact maken met de 1Cie van I/4J. Hijzelf met enkele manschappen van zijn peloton, een sectie Britse genie en de vernielingsploeg van 5Gn brengen uiteindelijk de springstoffen aan.
  17. Het 1st Battalion Coldstream Guards [1(UK)CG Btl] was een van de drie infanteriebataljons van de 7(UK)Bde behorende tot de 3(UK)Div. Uit het velddagboek van het 1(UK)CG Btl valt af te leiden dat zij stonden opgesteld in een bataljonsvak ter hoogte van Herent met als voorlimiet de Dijle en de spoorwegberm ten westen van de Dijle. Het verloop van het gevecht beschreven in het velddagboek van 1(UK)CG Btl komt overeen (zowel timing, locatie en gebeurtenissen) met wat in het verslag van Kol SBH Dengis van 4J beschreven wordt. Alleen verwijst Kol SBH Dengis in zijn verslag steeds naar “Bataillon N° 15” om de eenheid aan te duiden op zijn zuidflank. De enige eenheid behorende tot de British Expeditionary Force met het nummer 15 in zijn naam is het 15/19th (The King’s) Royal Hussars Battalion, een verkenningsbataljon uitgerust met pantservoertuigen. Dit bataljon behoorde organiek evenals het 5th (Royal) Inniskilling Dragoon Guards tot de 2nd Light Armoured Reconnaissance Brigade onder rechtstreeks bevel van Lord Gort, commandant van de BEF. Van de 5th Royal Inniskilling Dragoon Guards is geweten dat zij manifest aanwezig waren in de ondersector van 4J, het bruggenhoofd van Wijgmaal inbegrepen. Het 15/19  Royal Hussars voerde ten noorden van de 3(UK)Div een verkenningsopdracht uit en moest de vijand opvangen en jalloneren tot aan de bevriende linies. Velddagboek van de 1st Battalion Coldstream Guards, The National Archives, Kew (Londen), UK. Achtergrondinformatie bij de slagorde van de BEF [On Line beschikbaar]:  https://en.wikipedia.org/wiki/British_Expeditionary_Force_order_of_battle_(1940) [Laatst geraadpleegd 30 april 2023]  
  18. Watermolen in het gehucht Molen te Rotselaar met brug over de Dijle zoals zichtbaar met google streetview [On Line beschikbaar]: https://www.google.com/maps/@50.9477848,4.7030551,3a,75y,208.57h,86.55t/data=!3m6!1e1!3m4!1sokqRwylAmnzSwhiOQz-XiQ!2e0!7i16384!8i8192 en de brug over de Dijle te Wijgmaal https://www.google.com/maps/@50.9253258,4.7061809,3a,75y,140.63h,82.65t/data=!3m6!1e1!3m4!1sQqsTViX2et38QCoZizubZA!2e0!7i13312!8i6656 [Laatst geraadpleegd 5 maart 2023].
  19. Het huis gelegen tegenover het witgeverfde kasteel Keulenhof langs het kanaal aan de T-splising van de Hambosstraat en de Vaartdijk staat er nog steeds. [On Line beschikbaar]: https://www.google.com/maps/@50.9309691,4.6791306,3a,75y,298.6h,89.11t/data=!3m6!1e1!3m4!1spFJ4dfbO56NT8mAAqdOrVQ!2e0!7i16384!8i8192  [Laatst geraadpleegd 21 maart 2023].
  20. Infanterie und Panzer-Grenadier Regiment 74, Erinnerungen an den Weg des Regiments durch Polen, Holland, Belgien, Frankreich und Rußland 1939-1945”, van Adalbert Wasner, uitgegeven door Hrsg. Kameradschaft 74, Hannover 1970. Tegenover 4J en de 7(UK)Bde stond op 14, 15, 16 en 17 mei het 74(DEU)IR behorende tot de 19(DEU)ID. In het hoofdstuk “Tagebuchaufzeignungen – 12.5.1940: Die erste Feindberührung im Westfeldzug der 3.I.R.74” (Blz 56), wordt een passage gewijd aan de Belgische artilleriebeschietingen van 14 mei. Volgend fragment uit het boek werd vertaald uit het Duits: “14 mei: …Een nieuw bevel wordt gegeven. De Dijlestelling zou volgens luchtverkenningen niet bezet zijn. Het IIde Bataljon van het 74(DEU)IR  moet zo snel mogelijk via Aarschot en Leuven naar Brussel oprukken. In de namiddag wordt de opmars ingezet. De voorhoede en alles wat in de divisie gemotoriseerd is wordt onder leiding van het 74(DEU)IR naar voor gestuurd. De marsroute verloopt van Aarschot via Wezemaal en Putkapel naar Leuven. Het laatste deel van de marsroute passeert langs de Dijlestelling. De stelling blijkt toch bezet te zijn. De voorhoede valt onder hevig vuur, vooral artillerievuur. De 5Cie en de 6Cie vallen aan uit de opmars. Zeer snel beseffen we dat we Leuven noch de Dijlestelling op een drafje zullen kunnen innemen. De aanval hier zal zwaar uitvallen, moet gepland worden en gesteund worden door de nodige artillerievoorbereidingen. In Putkapel heeft het IIde Bataljon ernstige verliezen geleden, ook de commandopost van het regiment werd getroffen. Het is noodzakelijk dat II/74(DEU)IR de komst van de andere bataljons van het regiment afwacht “. Deze getuigenis bevestigd dat de Duitse aanval uit de opmars slecht voorbereid was en steunde op foute inlichtingen. 
  21. Het velddagboek van het Britse 12th Royal Lancers Regiment [12(UK)RL], beschikbaar in The National Archives, Kew (Londen), vermeldt de ondermijning van de voetbrug nabij Wijgmaal. Er was namelijk een sectie genie van de Monmouthshire Royal Engineers onder leiding van de Britse Lieutenant Smith afgedeeld bij het 12(UK)RL. Deze sectie had als opdracht de voorbereide vernielingen van het Belgisch leger in de zones gecontroleerd door het 12(UK)RL na te zien en waar nodig te verbeteren. Eerder op de dag had deze sectie de restanten van de gebombardeerde brug van Wijgmaal verder vernietigd om zich vervolgens met de niet gemijnde voetbrug naar het bruggenhoofd van I/4J bezig te houden. Op datum van 14 mei wordt het volgende vermeld in het velddagboek van 12(UK)RL: “The services of Lt Smith and his sappers were again required to complete the destruction of two bridges which were not totally destroyed on the first attempt, and also to destroy a wooden bridge which had been overlooked“. Het fragment uit het velddagboek van de 12(UK)RL sluit aan bij wat 2Lt Turner van 5(UK)RIDG in zijn verslag neerschreef.
  22. Velddagboek 2nd Medium Royal Artillery Regiment, The National Archives, Kew (Londen). Normaal gezien komt de Belgische artillerie niet tussenbeide tijdens gevechten in de divisiesector van de 3(UK)Div, tenzij op expliciete vraag van de Britten. In de paragraaf “Allotment of OP Area’s” van het operatieorder uitgegeven door het 2nd Medium Royal Artillery Regiment op 12 mei wordt de 8/12 Battery opgelegd om een voorwaartse waarnemer te installeren in de toren van de Remy fabriek (het was de Britten ook niet ontgaan dat de toren een unieke waarnemingssector bood). Dit wordt bevestigd door het verslag van 2Lt Turner waaruit blijkt dat er zich een Britse voorwaartse waarnemer (oftewel Forward Observation Officer – FOO) in de Remy-toren bevond. Het voertuig van de Britse voorwaartse waarnemer van 8/12Bty, een cwt8 truck, stond namelijk in de buurt van de CP van 2Lt Turner geparkeerd. De Belgische en Britse artilleriewaarnemers werkten vermoedelijk vanaf dezelfde waarnemingspost op het dak van de toren. Dit heeft het mogelijk gemaakt dat vuuraanvragen van Britse eenheden via de Britse voorwaartse waarnemers werden doorgegeven aan de Belgische artilleriewaarnemers die dan op hun beurt de vuren justeren van de Belgische artillerie op de door de Britten aangevraagd doelen in hun sector. Dit voorbeeld van interoperabiliteit heeft blijkbaar gewerkt. Het valt ook op te merken dat bij de Britten de voorwaartse waarnemers officieren waren hetgeen bij de Belgische artillerie niet het geval was. 
  23. Das Hannoversche Regiment 73, Geschichte des Panzer-Grenadier Regiment 73“, Albert Krull, Regimentskameradschaft 73, 1967. Na de geslaagde Britse tegenaanval van 15 mei blijkt heel wat meer tijd nodig te zijn om een nieuwe methodische aanval op de K.W. Stelling voor te bereiden. Het grootste probleem lijkt hierbij het in stelling brengen van 36 batterijen artillerie nodig voor de vuurvoorbereiding. De meeste zware kanonnen konden de infanterie niet volgen door het grote aantal vernielde bruggen tussen het Albertkanaal en de Dijle. De genie moest eerst zijn werk doen om de bruggen te herstellen zodat de artilleriestukken dichterbij konden komen. Er was ook een tekort aan overschrijdingsmiddelen, niet in het minst omdat die systematisch door de artillerie werden geviseerd. Uit de regimentsgeschiedenis van het Duitse 73 Infanterieregiment [73(DEU)IR] blijkt dat de methodische aanval pas zou starten op 17 mei om 04u30. Op dat ogenblik hadden de meeste geallieerde troepen de K.W. Stelling al verlaten. Het 73(DEU)IR was een van de drie infanterieregimenten van de 19(DEU)ID.
  24. De Staf/4J werd (vermoedelijke via B Sqn/5RIDG) tussen 13 en 16 mei regelmatig geïnformeerd over de toestand bij de 7(UK)Bde. In het HK van deze Britse brigade, dat stond opgesteld te Winksele, bevond zich een Franse verbindingsofficier, Lieutenant Popoff (TBC).  Lt Popoff stond vermoedelijke rechtstreeks in verbinding met 4J (TBC) en speelde op regelmatige basis informatie door over wat gaande was bij de 7(UK)Bde. De naam van Lt Popoff duikt op in de nota’s van Kol SBH Dengis.
  25. Générale d’Armée Gaston Billotte was de bevelhebber van de 1ste Franse Legergroep die vanaf 12 mei de oorlog in België leidde. Het betreft de coördinatie van de operaties van het 1ste Franse Leger, het 7de Franse Leger, de British Expeditionary Force (BEF) en het Belgische Leger. Op 16 mei werd duidelijk dat deze Legergroep dreigde omsingeld te worden na de Duitse opmars van Sedan richting Franse kust. Achtergrondinformatie bij Generaal Billotte [On Line beschikbaar]: https://en.wikipedia.org/wiki/Gaston_Billotte [Laatst geraadpleegd 13 maart 2023].
  26. Korporaal Dehon zal later afgevoerd worden naar een legerhospitaal in Polen. Na vijf maanden, zal hij zwaar ziek terugkeren uit krijgsgevangenschap. Op zijn tocht van medische hulpppost naar medische hulppost bemerkte Kpl Dehon dat de Duitsers hun gesneuvelden aan het bergen waren. Hij telde aanzienlijke hoeveelheden gesneuvelde Duitse militairen. Deze verklaring wordt min of meer bevestigd door de lijsten met aantallen gesneuvelden van de regimenten die deelnamen aan de gevechten tussen Wijgmaal en Leuven.  Deze documenten bleven fragmentarisch bewaard in het Russisch-Duits project voor de digitalisering van Duitse documenten in de archieven van de Russische Federatie te Moskou. Zo sneuvelden bij het 74(DEU)IR alleen al 4 officieren (onder hen Lt Eibl, Lt Kramm en Lt Heinrichs) en 31 manschappen. De slagorde officieren van het 74(DEU)IR met vermelding van de geleden verliezen (nominatief) tot 6 juni 1940 bleef bewaard in de archieven van de Russische Federatie. Deze slagorde is
    [On Line Beschikbaar]: https://wwii.germandocsinrussia.org/de/nodes/7564-akte-179-unterlagen-der-ia-abteilung-der-19-infanteriedivision-kriegsranglisten-der-infanterieregimenter-59-73-74-des-artillerieregiments-19-sowie-anderen-einheiten-der-division-verlustlisten-der-truppen-des-verbandes-u-a#page/11/mode/inspect/zoom/4 [Laatst geraadpleegd 13 juni 2023] en bevestigt de geleden verliezen vermeld in het boek van Adalbert Wasner.
  27. Gedetailleerd getypt verslag opgesteld in het Frans op 30 maart 1946 door Kolonel SBH Dengis, regimentscommandant van 4J. Het verslag beschrijft de periode van 1 september 1939 tot 29 mei 1940. Van 1 september 1939 tot 16 mei 1940 is het verslag gebaseerd op de velddagboeken van 4J die na de oorlog gerecupereerd zijn. De velddagboeken vanaf 16 mei zijn verloren gegaan. Het verslag is voor de periode na 16 mei gebaseerd op de herinneringen van bataljonscommandanten en betrokken stafofficieren. Het verslag bevindt zich in het dossier van 4J bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV), Ministerie van Defensie.
  28. Gedetailleerd getypt verslag opgesteld in het Frans door Majoor Lonay, bataljonscommandant van I/4J, betreffende de gevechten geleverd door I/4J op 16 mei. Het verslag werd geïncorporeerd in het verslag van Kolonel SBH Dengis. 
  29. Slagorde officieren 4J in het archief van de Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
  30. Velddagboek Hoofdkwartier 3rd Infantry Division, The National Archives, Kew (Londen), UK.
  31. Velddagboek 7th (Guard) Brigade, The National Archives, Kew (Londen), UK .
  32. Velddagboek 1st Coldstream Guard Battalion, The National Archives, Kew (Londen), UK.
  33. Fonds Georges Hautecler, Archief Personalia, Documentatiecentrum Koninklijk Legermuseum, War Heritage Institute.