2de Versterkings- en Opleidingscentrum

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 2de Versterkings- en Opleidingscentrum | 2VOC
2ème Centre de Renforcement et d’Instruction | 2CRI
Type Versterkings- en Opleidingsdivisie
Ontdubbeld van 5de Linieregiment
6de Linieregiment
8ste Linieregiment
Onderdeel van Versterkings- en Opleidingstroepen
Bevelhebber Luitenant-generaal baron Théophile Wahis
Standplaats Mechelen
Samenstelling Staf
  55ste Linieregiment
  56ste Linieregiment
  58ste Linieregiment
  Compagnie Instructie C47 Anti-tankkanonnen (Luitenant R. Theys)
  Compagnie Instructie M76 Mortieren
  Schoolcompagnie (Kapitein-commandant L. Baecke)
  5de Legerdepot (Majoor A. De Man)

Tijdens de mobilisatie

2VOC
In vredestijd stonden de verschillende regimenten van het actieve leger zelf in voor de opleiding van hun nieuwe dienstplichtigen (oftewel miliciens). Elke lichting (oftewel klas) dienstplichtigen werd in twee gedeeld; diegenen geboren in de eerste helft van het jaar werden opgeroepen in februari en moesten in maart hun eenheid vervoegen om er hun opleiding aan te vangen, diegenen die geboren waren in de tweede helft van het jaar werden in augustus opgeroepen om in september hun opleiding te starten. Omdat na de afkondiging van Fase A van het mobilisatieplan op 26 augustus 1939 de gemobiliseerde regimenten van het actief leger hun vredesvoet kazerne onmiddellijk moeten verlaten om hun gevechtsstellingen in te nemen, kunnen zij deze opleidingstaak niet langer op zich nemen. De in februari opgeroepen dienstplichtigen kan de klas 39 vertrekken samen met hun regiment, de dienstplichtigen die behoren tot de tweede helft van de klas 39 worden samengebracht in opleidingsregimenten gegroepeerd per divisie in een Aanvullings- en Opleidingsdepot (oftewel AOD). In maart 1940, vlak voor de aankomst van de eerste helft dienstplichtigen van de lichting 40, worden de AOD’s omgevormd tot Versterkings- en Opleidingscentra (VOC’s) en krijgen de opleidingsregimenten een eigen nummer [1]. Zo wordt het 2de Versterkings- en Opleidingscentrum (2VOC), voorheen gekend als AOD 2ID, in maart 1940 opgericht als een eenheid op niveau Divisie die het bevel voert over drie versterkings- en opleidingsregimenten. Het 2VOC, onder bevel van Luitenant-generaal baron Wahis, omvat het: 

  • 55ste Linieregiment (55Li) die de dienstplichtigen en reservisten groepeert die zullen dienen als aanvullingen voor het 5Li en zijn twee ontdubbelingsregimenten 17Li en 35Li,
  • 56ste Linieregiment (56Li) die de dienstplichtigen en reservisten groepeert voor het 6Li en zijn twee ontdubbelingsregimenten 16Li en 36Li,
  • 58ste Linieregiment (58Li) die de dienstplichtigen en reservisten groepeert voor het 8Li en zijn twee ontdubbelingsregimenten 28Li en 38Li

Naast de drie infanterieregimenten omvat het 2VOC ook enkele onafhankelijke compagnies waaronder een Compagnie Instructie C47 anti-tankkanonnen, een Compagnie Instructie M76 mortieren en een Schoolcompagnie. De Schoolcompagnie werd samengesteld uit de Schoolcompagnies van 5Li, 6Li en 8Li en stond in voor de opleiding van kandidaat reserveofficieren en kandidaat reserveonderofficieren van de lichting ’40. 

Het 2VOC staat onder het bevel van de Generale Staf van de Versterkings- en Opleidingstroepen (oftewel Etat-major des Troupes de Renforts et d’Instruction – EM/TRI) die zich tot aan het uitbreken van de oorlog in de Etterbeekse kazerne de Witte de Haelen bevond. De verschillende  Versterkings- en Opleidingsregimenten van het 2VOC beschikken elk over een Staf, een Bataljon Instructie dat instaat voor de opleiding van nieuwe rekruten en een Bataljon Versterking dat instaat voor het opvangen en bijscholen van oudere reservisten. De eerste miliciens van de klas 40 worden in februari 1940 onder de wapens geroepen en vervoegen in maart de Bataljons Instructie van hun respectievelijke Versterkings- en Opleidingsregimenten. De Bataljons Versterking bestaan op dat ogenblik enkel uit kaderleden. Pas bij afkondiging van de “algemene mobilisatie” (Fase E van het mobilisatieplan) op het ogenblik van de start van de vijandelijkheden zullen de nog niet gemobiliseerde reservisten opgenomen worden in de getalsterkte van de Bataljons Versterking. Het gaat hier om militairen die omwille van een vrijstelling in de loop van de tweede helft van 1939 terug naar huis gestuurd werden, of nog niet onder de wapens geroepen oudere reservisten. Bij de afkondiging van Fase E van het mobilisatieplan is het eveneens voorzien dat het 5de Legerdepot (5LD) onder bevel geplaatst wordt van het 2VOC.

De Versterkings- en Opleidingsregimenten van het 2VOC bevonden zich tijdens de mobilisatie in volgende kantonnementen:

  • Staf 2VOC te Mechelen
  • 55Li te Antwerpen (Generaal Drubbelkazerne ook nog Sint-Joriskazerne genoemd)
  • 56Li te Berchem (OLt Dupontkazerne ook nog Kazerne 7-8 genoemd)
  • 58Li te Antwerpen (Luchtbalkazerne)
  • 5LD te Sint-Niklaas (Weylerkazerne)

Het 2VOC kan beschouwd worden als het Versterkings- en Opleidingscentrum van de 2de Infanteriedivisie (2Div) die voor de aanvang van de mobilisatie het bevel voerde over het 5Li en het 6Li, beiden in Antwerpen gekazerneerd, en het 8Li in Turnhout gekazerneerd.

Oorlogskantonnementen van het 2VOC ten noordwesten van Gent.

2VOC
Omstreeks 00u45 krijgt de Staf van het 2VOC, die zich in Mechelen bevond, van de EM/TRI het bevel om vanaf dageraad de vredesvoet kazernes te ontruimen en zich naar de alarmkantonnementen te begeven uit voorzorg tegen Duitse luchtaanvallen tegen de reguliere kwartieren. Deze vooraf verkende alarmkantonnementen bevonden zich aan de rand van de agglomeraties van de grote garnizoenssteden of in kleineren steden rond de bestaande kazerne. Omstreeks 06u00 geeft de EM/TRI het bevel de oorlogskantonnementen in Oost- en West-Vlaanderen in te nemen. Onmiddellijk wordt begonnen met de evacuatie van de Regimentsstaven en de Bataljons Instructie naar de oorlogskantonnementen. De Bataljons Versterking moeten echter achterblijven op de alarmkantonnementen om de binnenkomende reservisten op te vangen. Zij zullen de Versterkings- en Opleidingsregimenten later vervoegen. De eenheden van het 2VOC zullen naar volgende locaties doorgestuurd worden:

  • Staf 2VOC: Lovendegem
  • 55Li: Waarschoot
  • 56Li: Zomergem
  • 58Li: Lovendegem
  • 5LD: Blijft in zijn kazerne te Sint-Niklaas

Staf/2VOC
Gedurende de ganse dag wordt de verplaatsing van de regimenten naar hun oorlogskantonnementen georganiseerd. De Staf/2VOC verplaatst zich van Mechelen naar Lovendegem. Het 55Li verplaatst zich slechts gedeeltelijk aangezien tijdens de voorbereiding van de verplaatsing naar Waarschoot het Bataljon Instructie de opdracht kreeg deel te nemen aan de verdediging van Antwerpen. Het I/55Li wordt ontplooid in een zone tussen het Albertkanaal, Wommelgem, Mortsel en de Schelde. De hoofdopdracht zal bestaan in het tussenbeide komen bij een eventuele luchtlanding. Aan het eind van de dag is de situatie bij het 2VOC als volgt:

  • de Staf/2VOC en de onafhankelijke compagnies bevinden zich te Lovendegem,
  • de Staf/55Li, II/55Li en de Cie Depot en Dst  bevinden zich te Waarschoot, I/55Li voert een territoriale beveiligingsopdracht uit in Antwerpen,
  • de Staf/56Li en II/56Li bevinden zich in de Dupontkazerne te Berchem, I/56Li en de Cie Depot en Dst/56Li te Zomergem,
  • de Staf/58Li, I/58Li en de Cie Depot en Dst/58Li bevinden zich te Lovendegem, II/58Li bevindt zich in de Luchtbalkazerne te Antwerpen,
  • het 5LD bevindt zich in zijn kazerne te Sint-Niklaas.

Omstreeks 22u00 neemt het Groot Hoofdkwartier (GHK) de beslissing dat vijf Bataljons Instructie vanuit oorlogskantonnementen in het Gentse zich naar Brussel moeten verplaatsen voor een contra-parachutisten opdracht. Opgeschrikt door de Duitse luchtlandingen nabij het Nederlandse regeringscentrum Den Haag [2] en bij de 7de Infanteriedivisie (7Div) aan het Albertkanaal slaat de paniek voor luchtlandingsoperaties overal in het land toe. Een haastige verdediging van de hoofdstad tegen mogelijke Duitse luchtlandingsoperaties wordt opgezet onder leiding van Luitenant-generaal ridder Van Strydonck de Burkel, commandant van de 1ste Militaire Circonscriptie (1MilCir). In eerste instantie werden de verschillende Groepen van het 31ste Regiment Artillerie (31A), een Versterkings-en opleidingsregiment van de artillerie rond de vliegvelden van de hoofdstad ontplooid. Vervolgens worden de Bataljons Instructie van 1VOC en 2VOC aangeduid voor deze opdracht. I/52Li, I/53Li, I/54Li, I/56Li en I/58Li worden tijdens de nacht vanuit Gent per spoor naar Brussel gebracht, I/55Li zal vanuit Antwerpen de hoofdstad vervoegen.

Opstelling Bataljons Instructie van 1VOC en 2VOC rond de hoofdstad op 12 mei (projectie op Duitse stafkaart van 1941)

Opstelling Bataljons Instructie van 1VOC en 2VOC rond de hoofdstad op 12 mei (projectie op Duitse stafkaart van 1941)

2VOC
De 12de mei worden de verschillende bataljons opgesteld rond Brussel waarbij steunpunten worden ingericht om de toegangen tot de Brusselse agglomeratie te ontzeggen aan parachutisten in de eventualiteit van een Duitse luchtlandingsoperatie in de buurt van onze hoofdstad. De Brusselse agglomeratie wordt in zes sectoren verdeeld die bezet worden door, vanaf Laken in het noorden en in wijzerzin, I/58Li, I/54Li, I/55Li, I/56Li, I/53Li en I/52Li. De Bataljons Instructie van het 2VOC zijn verantwoordelijk voor het afgrendelen van volgende gemeenten:

  • I/55Li: Elsene en Watermaal-Bosvoorde
  • I/56Li: Ukkel en Vorst
  • I/58Li: Laken, Evere en Sint-Stevens-Woluwe

De Staf/2VOC is nu geconfronteerd met de situatie waarbij de 1MilCir de instructiebataljons van 2VOC beveelt en controleert en de Staf /2VOC de rest zijnde drie regimentsstaven met hun respectievelijke versterkingsbataljons. 

Wanneer in de namiddag de Staf/56Li en II/56Li in het station Antwerpen-Zuid de trein willen nemen naar hun oorlogskantonnement in Zomergem krijgt het regiment nieuwe orders. Een 2.000-tal “administratief geïnterneerde buitenlanders van vijandige naties” [2] die vanaf 10 mei in de Adjudant Macheleinkazerne (kazerne 9-10) samengebracht werden stappen op 12 mei  op in twee klaar staande treinen stapten in het Centraal station.  De geïnterneerden moeten onmiddellijk naar Zuid-Frankrijk geëvacueerd worden en het 56Li krijgt de opdracht deze “gevangenen” te escorteren. De eerste trein vertrekt om 15u00, de tweede een half uur later. De Staf/56Li zal nooit in hun voorziene oorlogskantonnement toekomen. Naast de drie instructiebataljons die zich Brussel bevinden is de situatie van 2VOC als volgt:

  • Staf/2VOC en de onafhankelijke compagnies van 2VOC bevinden zich te Lovendegem,
  • de Staf/55Li, II/55Li en de Cie Depot en Dst  bevinden zich te Waarschoot,
  • de Staf/56Li en II/56Li zijn per trein onderweg naar Zuid-Frankrijk, de Cie Depot en Dst/56Li bevindt zich als enige in Zomergem,
  • de Staf/58Li en de Cie Depot en Dst/58Li bevinden zich in Lovendegem, II/58Li bevindt zich in de Luchtbalkazerne te Antwerpen,
  • het 5LD bevindt zich in de Weylerkazerne te Sint-Niklaas.

2VOC
Door de snelle opmars van de Duitsers was het voor het GHK snel duidelijk dat de verdere opleiding van rekruten van de klas ’40 enkel in Frankrijk, ver achter de linies, kon gebeuren. Alle eenheden van de VOC’s die niet ingezet werden voor de beveiliging van Brussel ontvangen op 13 mei om 14u00 het schriftelijk bevel van het EM/TRI om zich klaar te maken voor de verplaatsing naar Frankrijk om daar hun opleiding te vervolledigen. Dit naar analogie van wat er tijdens de Eerste wereldoorlog gebeurde. Het overbrengen van de versterkingsbataljons naar Frankrijk was echter een minder goed idee want eens de bataljons op spoor gezet en naar Frankrijk geëvacueerd konden ze niet meer instaan om de verliezen geleden door de regimenten tijdens de achttiendaagse veldtocht terug aan te vullen.

De verplaatsing naar Frankrijk was echter totaal niet voorbereid. Er was geen voorafgaandelijke regeling met de Franse militaire noch burgerlijke overheid, er waren geen voorafgaandelijke verkenningen van kantonnementen, er was slechts proviand voor twee dagen en er bestond geen logistieke organisatie voor herbevoorrading in Frankrijk. Daarenboven moesten de commandanten van de respectievelijke VOC’s zelf vervoer per spoor regelen door de treinen te gebruiken die het 7 Franse leger van generaal Giraud [3] naar Zeeland hadden gebracht. Het bevel om de VOC’s naar Frankrijk te evacueren kwam echter geen dag te vroeg want de 13de mei om 16u00 steken de Duitsers de Maas over te Sedan en begint hun opmars naar de Atlantische kust met als opzet zoveel mogelijk geallieerde troepen te omsingelen.

Voor de Bataljons Instructie van het 2VOC, die zich in Brussel bevonden, gingen de orders om onmiddellijk naar Frankrijk te vertrekken echter niet door. Eerst moest de opdracht voor de beveiliging van Brussel nog tot een goed einde gebracht te worden. De Staf/2VOC staat voor een dilemma; zelf naar Frankrijk vertrekken en de verhuis van de instructiebataljons naar Frankrijk overlaten aan de 1MilCir of wachten tot de opdracht van de instructiebataljons in Brussel is afgelopen om dan samen met de instructiebataljons naar Frankrijk te vertrekken.

2VOC
De Bataljons Instructie van de verschillende regimenten van het 2VOC bevinden zich nog steeds te Brussel en voeren er patrouilles uit op zoek naar Duitse valschermspringers maar er wordt evenwel niets gevonden. Intussen beslist het Groot Hoofdkwartier om Brussel niet militair te verdedigen waarop de 1MilCir en het Ministerie van Landsverdediging starten met het ontruimen van hun hoofdkwartier in Brussel. De hoofdstad zal worden opgegeven en als open stad aan de vijand overgelaten in de hoop dat deze laatste de hoofdstad ongeschonden zal laten. De zes instructiebataljons blijven voorlopig nog ter plekke, ze worden belast met allerlei bewakingsopdrachten en met het uitvoeren van anti-parachutistenpatrouilles. Intussen worden de Brusselse vliegvelden door de Belgische genie ondermijnd waardoor een vijandelijke luchtlandingsoperatie op de vliegvelden onwaarschijnlijk wordt. Nog steeds kan niet worden aangevangen met de evacuatie van de instructiebataljons naar Frankrijk.

Staf/2VOC
Luitenant-generaal baron Wahis, commandant van het 2VOC, vertrekt naar Brussel met zijn Stafchef om te inspecteren hoe de instructiebataljons van het 2VOC ingezet worden bij de verdediging van de hoofdstad. Tijdens zijn inspectieronde komt het bericht binnen dat de instructiebataljons zich naar Frankrijk moeten begeven. LtGen Wahis besluit zijn verblijf in de hoofdstad te verlengen om de uittocht van de instructiebataljons te coördineren. Hij belast Kolonel Servais, commandant van het 58Li, met de opdracht de rest van het 2VOC richting Frankrijk te evacueren uit Gent.

2VOC
LtGen Wahis inspecteert voor het station in Asse het Iste Bataljon Instructie van het 58Li na de uitvoering van contra-parachutisten opdracht in Brussel. Kapitein-commandant Steyaert ontvangt felicitaties voor de wijze waarop de opdracht werd uitgevoerd en voor de “propere” indruk die zijn manschappen maken op de generaal. Na het vertrek van het laatste bataljon instructie van het 2VOC uit Brussel verlaat LtGen Wahis te samen met zijn StafChef, LtKol Mény de hoofdstad om zich met zijn stafauto naar Frankrijk te begeven. 

2VOC
Het 2VOC verlaat op 17 mei zijn oorlogskantonnement te Lovendegem en Zomergem om vanuit het station Gent-Rabot de evacuatie naar Frankrijk aan te vatten. Twee treinen met eenheden van het 2VOC verlaten die dag het station van Gent-Rabot. De Staf/55Li, het II/55Li en de Cie Depot en Dst/55Li verlaten Waarschoot en stappen op de trein in het nabijgelegen Eeklo. De trein van het 55Li vertrekt nog dezelfde dag uit Eeklo en rijdt in één ruk door tot Saint-Omer waar ze in de vroege ochtend toekomen. De toestand bij het 2VOC is aan het einde van de dag als volgt:

  • LtGen Wahis en zijn stafchef LtKol Mény verplaatsen zich langs de baan naar het zuiden van Frankrijk,
  • de Staf/55Li, het II/55Li en de Cie Depot en Dst/55Li vertrekken vanuit het station van Eeklo richting Saint-Omer,
  • de Staf/56Li en het II/56Li komen aan in het station van Elne, iets ten zuiden van Perpignan.
  • de Staf/2VOC, de Staf/58Li, de Cie Instructie C47mm/2VOC (190 man), de Schoolcompagnie/2VOC (200 man) en de Cie Instructie 76mm Mortieren vertrekken met een eerste trein onder bevel van Kol Servais vanuit het station van Gent – Rabot richting Duinkerke, 
  • het II/58Li, de Cie Depot en Dst/58Li, de Cie Depot en Dst/56Li en zo’n 250 tal Hulprijkswachters vertrekt met een tweede trein onder bevel van Cdt Bolly uit het station Gent-Rabot maar geraakt op 17 mei niet verder dan het station Gent-Zeehaven.
  • het 5LD heeft twee dagen eerder Sint-Niklaas al verlaten en is onderweg naar Pont-Saint-Esprit in de Provence.

Na het vertrek van de Staf/2VOC samen met de regimentsstaf van II/58Li naar Frankrijk zijn de commandanten van de instructiebataljons op zichzelf aangewezen om de verplaatsing naar het zuiden te organiseren. Volgende regelingen werden getroffen:

  • Kapitein-commandant Galasse, commandant van I/55Li slaagt erin om op 17 mei twee treinstellen vast te krijgen in het station van Groot-Bijgaarden. De manschappen stijgen om 21u00 in en rond 22u00 vertrekken de goederentreinen volgepropt met soldaten vanuit het station van Groot-Bijgaarden richting Duinkerke.
  • Kapitein-commandant Guérin van het I/56Li treft de nodige schikkingen en verlaat eveneens Brussel per trein.
  • I/58Li, onder bevel van Kapitein-commandant Steyaert, vertrok op 16 mei te voet naar Asse even ten noorden van Ternat om in het station van Asse aan boord te gaan van een klaarstaande goederentrein. De trein vertrekt uiteindelijk op 16 mei niet meer uit Asse en het I/58Li brengt de nacht van 16 op 17 mei door in de overvolle goederenwagons. De volgende ochtend wordt het vertreksignaal dan toch gegeven en gaat het I/58Li richting Duinkerke via Gent, Brugge, Adinkerke en Bray-Dunes.

Het 2VOC is nu verspreid over verschillende treinstellen die elk via een afzonderlijk rijpad richting Zuid-Frankrijk gestuurd worden. LtGen Wahis noch Kol Servais hebben enige controle over het verloop van de verplaatsing.

Staf/2VOC in Frankrijk
De reis naar de Franse grens verloopt moeizaam. De trein van de Staf/2VOC en de onafhankelijke compagnies volgt de trein van het II/58Li tot aan de grens.

Station Tourcoing

Het station van Tourcoing waar heel wat Belgische militaire treinen gedurende lange tijd vast zaten.

Staf/2VOC in Frankrijk
Bij de grensovergang wordt veel tijd verloren, de trein staat nagenoeg een dag geïmmobiliseerd te Tourcoing.

Staf/2VOC in Frankrijk
Vanaf Tourcoing gaat het via Wavrin, Haubourding en Rijsel naar Béthune. De trein komt via Saint-Pol-sur-Ternoise rond de middag (vermoedelijk rond 14u15) toe te Frévent. Aangekomen in het treinstation van Frévent wordt Kolonel Servais door de stationschef op de hoogte gebracht dat de weg naar Abbeville versperd is. In het station bevindt zich reeds een trein met Belgische vluchtelingen en de trein met de bagage en het materieel van het 62e Linieregiment (62Li). De materieeltrein van het 62Li, met aan boord de Luitenanten Leclerq en Dive en een 40 tal manschappen, was ontkoppeld van zijn locomotief. Lt Leclerq weet te melden dat om 14u00 nog een trein, met de Staf/54Li en het II/54Li aan boord, het station van Frévent passeerde richting Fortel-en-Artois en Auxi-le-Château. Rond 16u30 wordt Kol Servais op de hoogte gebracht dat Duitse pantservoertuigen zijn opgemerkt in Auxi-le-Château ten zuidwesten van Frévent. Kol Servais duidt de Schoolcompagnie van het 2VOC aan om een aantal verkenningspatrouilles uit te sturen naar het zuidwesten en het zuidoosten. De trein van het 2VOC wordt gesplitst. De locomotief en enkele wagons verlaten het station en komen tot stilstand enkele honderden meters meer naar het zuiden.

Schoolcompagnie/2VOC in Frankrijk
In Frèvent stijgt de Schoolcompagnie uit en wordt door Kolonel Servais belast met het uitsturen van verkenningspatrouilles richting Auxi-le-Château. De leerlingen worden in twee groepen verdeeld en onder de leiding van hun instructeurs, de Luitenanten Van Eerdenbrugghe, Gheyssen, Van Ranst en de OLt Wolles, vertrekken ze op verkenningspatrouille. Later vertrekt ook Lt Adriaenssen met een patrouille richting Amiens. Om 17u00 komen twee onderofficieren van II/54Li melden dat hun trein in het station van Fortel (op 5 km van Frévent) overvallen werd door Duitse pantserwagens en dat de regimentsstaf en het II/54Li werden gevangen genomen. Intussen komen enkele van de verkenningspatrouilles terug die in contact waren met de vijand en die enkele gewonden in hun rangen tellen. Nu zeker is dat de vijand Frévent nadert wordt Kapitein-commandant Baecke, de commandant van de SchoolCie, aangeduid om de verdediging van de omgeving van het station te organiseren. De manschappen beschikken slechts over beperkte hoeveelheden munitie; 30 patronen per geweer, banden van 200 patronen voor de mitrailleurs en een tiental granaten per C47mm.

Duitse opmars tussen 16 en 20 mei. In de nacht van 20 op 21 mei wordt de Franse kust bereikt.

Duitse opmars tussen 16 en 20 mei. In de nacht van 20 op 21 mei wordt de Franse kust bereikt.

Rond 18u00 verschijnen de eerste Duitse tanks rond het station en een vuurgevecht barst los. Na een 15 tal minuten is de munitie op en het gevecht wordt gestaakt. Twee pantserwagens en een zware mitrailleur zijn buiten gevecht gesteld. Ook aan Belgische kant zijn slachtoffers te betreuren. Onder hen de Hulprijkswachter Van Den Berghe, de Korporaals De Belee, Lambrechts en Toelen en de Soldaten Grare, Lambrechts, Stoffelen en Wouters. Na het staakt het vuren dringen de Duitsers niet verder aan waardoor kleine groepen militairen erin slagen om tussen 20u00 en 23u00 uit het station van Frévent te ontsnappen en te pogen op eigen initiatief de Somme te bereiken. Wanneer de Kol Servais en een zestigtal manschappen als laatste willen wegkomen uit het station wordt hen de pas afgesneden door enkele Duitse infanteristen die het gebouw hebben omsingeld. De groep van Kol Servais geeft zich over.

De Duitsers bereiken in de nacht van 20 op 21 mei Noyelle-sur-Mer aan de monding van de Somme. Hierdoor raken heel wat eenheden van het 2VOC, waaronder I/55Li, I/56Li, /58Li, II/58Li en de Cie Depot&Dst van 58Li en 56Li, ingesloten door de Duitsers. Door vertragingen onderweg naar het zuiden van Frankrijk wordt hun terugtochtweg uiteindelijk afgesneden. De treinen die de troepen naar het zuiden brachten zitten vast in verschillende Noord-Franse stations.

Cie Instructie C47/2VOC in Frankrijk
Nadat het duidelijk werd dat de vijand zich geleidelijk rond Frévent aan het opstellen was, laat Kol Servais de sectie mitrailleurs en de twee C47mm van de Cie Instructie C47/2VOC stelling nemen langs de voornaamste invalswegen naar het station van Frévent. De rest van de manschappen zal samen met de leerlingen van de Schoolcompagnie die nog over een individueel wapen beschikken een steunpunt rond het station organiseren.

2VOC in Frankrijk
De Staf/56Li en het II/56Li verlaten het kamp van Saint-Cyprien en worden op de trein gezet in het station van Elne nabij Perpignan. Na een treinrit tot in Montpellier wordt het regiment per vrachtwagen naar Saint-Georges-d’Orques gebracht waar zij zich installeren. Zij zijn het eerste detachement van 2VOC die in de verzamelzone van het 2VOC toekomen.

Château Bon Celleneuve

Château Bon in Celleneuve waar het HK van de 2VOC onderdak vond (recente foto).

Staf/2VOC in Frankrijk
LtGen Wahis en zijn Stafchef, LtKol Mény komen toe in Zuid-Frankrijk en installeren zich vanaf 26 mei in Chateau Bon in Celleneuve nabij Montpellier. Aangezien zij per auto het traject hebben afgelegd, in afzondering van de Staf en de regimenten, hebben zij geen idee over de toestand van de eenheden van het 2VOC. Voorlopig heeft alleen de Staf/56Li en het II/56Li de verzamelzone nabij Montpellier gehaald.

De toestand van het 2VOC op 26 mei is als volgt:

  • Staf/2VOC, SchoolCie/2VOC, Cie Instr C47/2VOC, Cie Instr 76mm Mor zijn krijgsgevangen genomen te Frévent;
  • Staf/55Li en II/55Li zijn er gedeeltelijk in geslaagd de Somme over te steken en zijn onderweg naar het zuiden. Zij bevinden zich te Conche-en-Ouche bij de 7Div;
  • I/55Li heeft zijn terugtocht naar het zuiden moeten stopzetten en keerde op zijn stappen terug naar België waar ze aansluiten bij het VOC België (voormalig 1VOC) te Bulskamp
  • Staf/56Li en II/56Li zijn geïnstalleerd in hun kantonnement te Saint-George-d’Orques
  • I/56Li(-) keerde terug naar België en is opgenomen in de getalsterkte van het VOC België;
  • Staf/58Li krijgsgevangen genomen te Frévent;
  • I/58Li(-) en II/58Li(-) werden onderschept op hun terugtocht naar het zuiden en keerden naar België terug waar ze zijn opgenomen in de getalsterkte van het VOC België;
  • Het 5LD is aangekomen te Pont-Saint-Esprit waar het wordt gekantonneerd en opgenomen in de getalsterkte van het VOC/ChA.

Kantonnementen van het 2VOC in Zuid-Frankrijk vanaf 29 mei.

2VOC in Frankrijk
Wat overblijft van de Staf/55Li en II/55Li komen na een bewogen tocht door Frankrijk toe te Aniane in het Franse departement van de Hérault waar ze hergroeperen en kantonnementen voor een langere periode opzoeken. Van de 7.350 manschappen die op 10 mei behoorden tot het 2VOC zijn er uiteindelijk 3.000 ondergebracht in de verschillenden kantonnementen rond Montpellier. Onder hen slechts 950 (van de oorspronkelijk 3.800) rekruten van de klas 40. Op 29 mei bevindt het restant van het 2VOC zich in volgende kantonnementen nabij Montpellier:

  • Staf 2VOC te Celleneuve
  • Staf/55Li en II/55Li(-) te Aniane
  • Staf/56Li en II/56Li te Grabels en Saint-George-d’Orques

2VOC in Frankrijk
Een 800-tal manschappen van 3Cie en een stuk van de 2Cie van het Opleidingscentrum van de Gezondheidsdienst (oftewel Centre d’Instruction du Service de Santé – CISS) komt op 30 mei toe in Grabels nabij Montpellier in de Hérault. Ze worden doorgestuurd naar Aniane waar ze worden aangehecht aan het 2VOC. Het CISS werd op 15 februari 1940 opgericht in de kazerne de Hollain te Gent om de rekruten van de lichting 40 op te leiden. Het CISS is een buitenbeentje binnen de structuur van de eenheden die de opleiding van rekruten en reservisten dienen te verzorgen aangezien het CISS niet onder het bevel staat van de EM/TRI. Op 30 mei wordt de 3Cie en een gedeelte van de 2Cie toch aangehecht aan het 2VOC.

2VOC in Frankrijk
Uiteindelijk komt ook een 200-tal manschappen van het 3de Regiment Hulptroepen toe in Montpellier. Het betreft de militairen van het Detachement Franssen van het IIIde Bataljon van 3/1Gpg HuT die treinen met geïnterneerden vanuit Doornik naar Frankrijk hebben begeleid. De Luitenanten Franssen en Demesmaeker met de rest van het detachement worden op 01 juni aangehecht bij het 2VOC. Het 2VOC wordt in totaal nog versterkt met zo’n 1.780 uit ons land gevluchte manschappen van diverse eenheden. Dit brengt het totaal effectief van het 2VOC in Frankrijk op 4.750.

4 juni 1940

2VOC in Frankrijk
De Generale Staf  van de Versterkings- en Opleidingscentra (EM/TRI) onder bevel van Luitenant-Generaal Wibier is ingegaan op een Frans verzoek om maar liefst 31.000 militairen te leveren voor het uitvoeren van veldwerken ten voordele van de Franse divisies opgesteld in tweede echelon langs de Seine, in Parijs en langs de Marne. Aan het 1ste en het 2de VOC wordt initieel gevraagd om een Versterkingsbataljon aan te duiden dat een werkbataljon zal samenstellen bestaande uit een bataljonsstaf en vier compagnies van 250 militairen, alles te samen 1.100 manschappen. Het II/52Li van het 1VOC zal uiteindelijk de opdracht krijgen om dit werkbataljon samen te stellen en te leiden.

17 juni 1940

Staf/2VOC in Frankrijk
Op 17 juni wordt de Franse capitulatie door Maréchal Pétain aangekondigd in een toespraak tot het Franse volk. Hierdoor valt de steun aan de Belgische werkbataljons die zich naar het zuiden begeven volledig weg. Het is op dit ogenblik gissen wat de gevolgen zullen zijn voor de Belgische militairen die zich in Zuid-Frankrijk bevinden 

2VOC in Frankrijk
Door het algemene gebrek aan manschappen wordt het 2VOC op 18 juni grondig herschikt. Enerzijds worden het 55Li en 56Li opgeheven en hun laatste rekruten van de klas 40 zullen bij het 52Li aangehecht worden. Anderzijds wordt een nieuw regiment met nummer 56A opgericht met de volgende samenstelling:

  • Iste Bataljon Versterking, met 200 reservisten van het 55Li en 100 reservisten van het 56Li
  • IIde Bataljon Hulptroepen, met manschappen van de Wachters van Verkeerswegen en Inrichtingen
  • IIIde Bataljon Versterking, zonder manschappen maar met kader van het ontbonden 5de Legerdepot
  • Compagnie Diensten, met manschappen van het 56Li

22 juni 1940

Staf/2VOC in Frankrijk
Op 22 juni capituleren de Fransen en ondertekenen ze een verdrag met de Duitsers in Compiègne. Het Vichy regime is niet langer gemachtigd om de Belgische oorlogsinspanningen te steunen want in het verdrag dat Frankrijk op 22 juni te Compiègne met de Duitsers ondertekent staat onder meer vermeld dat Frankrijk er zich toe verbindt de aanwezige Belgische militairen ten zuiden van de demarcatielijn te ontwapenen en aan Duitsland uit te leveren. Duitsland wil kost wat kost voorkomen dat de ongeveer 150.000 Belgische militairen die zich nog in Zuid-Frankrijk bevinden naar Engeland of Congo zouden worden overgebracht om daar de strijd aan de zijde van de geallieerden voort te zetten. De praktische modaliteiten voor een de uitlevering van de Belgische militairen zullen nog een tijdje op zich laten wachten. De Staf/2VOC moet zijn eenheden zo reorganiseren dat zij nog in de hand kunnen worden gehouden totdat er een regeling getroffen is om naar België terug te keren.

24 juni 1940

Op 24 juni volgt nog een laatste reorganisatiepoging.  Het 2VOC zal nu bestaan uit:

  • Het 52Li, met één Bataljon Instructie en twee Bataljons Versterking.
  • Het 1ste Regiment Hulptroepen onder leiding van Luitenant-kolonel Meny van het 56Li
    • 10de Bataljon Hulptroepen, samengesteld uit militairen afkomstig van het 1VOC. het 3de Legerdepot en het IIIde Bataljon van het 3de Regiment Artilleriepark
    • 11de Bataljon Hulptroepen, samengesteld manschappen van de Wachters van Verkeerswegen en Inrichtingen
    • 12de Bataljon Hulptroepen, samengesteld uit militairen afkomstig de Bataljons Versterking van het 55Li en 56Li, aangevuld met naar Frankrijk gevluchte militairen van het veldleger
  • De voorlopige groepering met benaming 55A met de militairen van enerzijds het Opleidingscentrum van de Gezondheidsdienst en anderzijds de uit het Kamp van Beverlo geëvacueerde Tuchtcompagnie.

Slachtoffers

EenheidNaamVoornaamFotoGraadStandKlas° op° te+ op+ teNota
Cie C47DE BELEELeon, V.M.KplMil4023.03.1921Waasmunster20.05.1940Frévent (F)Verwond/gedood bij gevechten in station 20/5
Cie C47GRAREHerman, J.I.SdtMil4021.04.1920Antwerpen20.05.1940Frévent (F)Verwond/gedood bij gevechten in station 20/5
Cie C47HERTOGSJoannes, F.SdtMil4023.01.1921Brasschaat24.05.1940Frévent (F)Verwond/gedood bij gevechten in station 20/5
Cie C47LAMBRECHTSBernard, D.KplMil4020.05.1921Putte20.05.1940Frévent (F)Verwond/gedood bij gevechten in station 20/5
Cie C47STOFFELENLeonardSdtMil4018.12.1920Brecht22.05.1940Frévent (F)Verwond/gedood bij gevechten in station 20/5
Sch CieTOELENRaymondKpl4005.01.1921Antwerpen22.05.1940Frévent (F)Verwond/gedood bij gevechten in station 20/5
Cie C47WOUTERSGustaaf, A.SdtMil4012.02.1921Hoboken21.05.1940Frévent (F)Verwond/gedood bij gevechten in station 20/5

Bibliografie en Bronnen

  1. De nummering van de Versterkings- en Opleidingsregimenten komt overeen met het nummer van het actieve regiment waarvoor de rekruten en aanvullingen bestemd zijn, plus 50. Zo is bijvoorbeeld meteen duidelijk dat het 55Li het Versterkings- en Opleidingsregiment is van 5Li.
  2. De bewakingsopdracht te Brussel is er gekomen naar aanleiding van de Duitse luchtlandingsoperatie van 10 mei nabij het regeringscentrum van Den Haag waarbij gepoogd werd de Nederlandse regering te neutraliseren. Achtergrond informatie bij de slag om Den Haag [On Line beschikbaar]: https://nl.wikipedia.org/wiki/Slag_om_Den_Haag [Laatst geraadpleegd 6 oktober 2019].
  3. Achtergrondinformatie bij de slag om Den Haag [On Line beschikbaar]: https://nl.wikipedia.org/wiki/Slag_om_Den_Haag [Laatst geraadpleegd 01 oktober 2021].
  4. Ten noorden van de Belgisch-Nederlandse grens was er geen aansluiting met het Nederlands verdedigingsdispositief. De Nederlanders hadden zich opgesteld ten noorden van de Rijn waardoor er een gapende opening bestond tussen de Belgische en Nederlandse verdedigingslinies. Dit werd reeds in november opgemerkt door de Franse Generaal Gamelin die een plan liet uitwerken om het 7(FRA)Leger in te zetten tussen de stellingen van de Belgen en de Nederlanders. In zijn order N° 5 van 20 maart 1940 bevestigt Generaal Giraud, commandant van het 7(FRA)Leger , dat zijn eenheid in staat moet zijn om “tout en conservant ses anciennes missions, qui passent à l’arrière plan, a reçu une mission nouvelle d’une importance capitale qui consiste à assurer la liaison entre les armées belge et hollandaise dans la région Nord-Est d’Anvers“. Generaal Giraud beschikt hiervoor over twee legerkorpsen en een “Division Légère Mécanique“, alles tesamen het equivalent van 8 divisies. “L’Armée Giraud en Hollande (1939-1940)”, door Lerecouvreux, Nouveaux Editions Latines, Paris, 1956. [Partieel On Line beschikbaar][Laatst geraadpleegd 22 juli 2019]. Zowel de manschappen als de voertuigen van de Franse eenheden werden per spoor gebracht tot Oost-Vlaanderen. Van hieruit zetten ze hun opmars naar Breda langs de weg verder. De lege treinen van de SNCF bleven achter in de stations van Oost-Vlaanderen en moesten hoe dan ook terugkeren naar Frankrijk. Van die treinen maakten de eenheden van de Versterkings- en Opleidingstroepen gebruik om zich naar Zuid-Frankrijk te verplaatsen.
  5. Hoofdstuk 2VOC in het Synthesedossier TRI bij de Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
  6. L’armée belge de France en 1940, door Jean Jamart Col BEM Hre, uitgeverij Schmitz, Bastogne, 1994.