26ste Regiment Artillerie

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 26ste Regiment Artillerie | 26ème Régiment d’Artillerie | 26A
Type Regiment veldartillerie van de tweede reserve
Ontdubbeld van 6de Regiment Artillerie
8ste Regiment Artillerie
Onderdeel van 13de Infanteriedivisie
Bevelhebber Luitenant-kolonel E. Laffineur
Adjudant-Majoor Kapitein-commandant J-M. Stinglhamber
Standplaats Dekkingsstelling – Versterkte Positie Antwerpen
Samenstelling I Groep (Majoor graaf George de Meeûs d’Argenteuil) 1ste Batterij van 4 x C75GP kanonnen (Lt P. Abs)
2de Batterij van 4 x C75GP kanonnen (Lt M. Peters)
3de Batterij van 4 x C75GP kanonnen (Cdt M. Begon)
II Groep (Kapitein-commandant A. Verbist) 4de Batterij van 4 x C75GP kanonnen (Cdt P. Dubois)
5de Batterij van 4 x C75GP kanonnen (Cdt C. Lemercier)
6de Batterij van 4 x C75GP kanonnen (Lt G. Van Den Bergen)
Stafbatterij (Luitenant E. Lamy)

Tijdens de mobilisatie

Staf/26A
Het 26ste Regiment Artillerie (26A) werd eind januari 1940 opgericht als artillerieregiment van tweede reserve bij een reorganisatie van de artillerie. 26A wordt samengesteld uit de Vde Groep van het 6de Regiment Artillerie (6A) en de Vde Groep van het 8ste Regiment Artillerie (8A). Met deze reorganisatie wil de legerleiding de infanteriedivisies van tweede reserve van een organiek artillerieregiment voorzien. Zo zullen de 13de, 14de en 15de Batterij van het 6A de kern vormen van respectievelijk de 1ste , 2de en 3de Batterij van 26A. De toenmalige bevelhebber van de 14Bij, Kapitein-commandant Stinglhamber, wordt in januari 1940 aangesteld als adjudant-majoor van 26A.

Traditionele groepsfoto van de Klas 38 van de 14de Batterij van V/6A. (foto: Honoré d'Haese).

Traditionele groepsfoto van de Klas 38 van de 14de Batterij van V/6A die in januari 1940 naar 26A werd overgeplaatst. (foto: Honoré d’Haese).

Het 26A wordt aangeduid als divisieartillerie van de 18de Infanteriedivisie (18Div), een divisie van tweede reserve. Het regiment beschikt over 24 kanonnen 75mm die door paardengespannen getrokken worden. Omdat de 18Div vanaf 24 februari 1940 op de Vooruitgeschoven stelling langs het Kanaal Dessel-Turnout-Schoten opgesteld staat en bij deze opstelling beter gediend is door snel verplaatsbaar geschut, wordt het 26A op de slagorde van de 18Div vervangen door de volledig gemotoriseerde Iste Groep van het 17de Regiment Artillerie (I/17A).

Het 26A wordt niet in reserve gehouden maar tijdelijk aangehecht bij de 13de Infanteriedivisie (13Div) binnen de Versterkte Positie Antwerpen (VPA). De 13Div staat opgesteld ten noordoosten van de stad. De drie infanterieregimenten van de 13Div zijn het 32ste Linieregiment (32Li), het 33ste Linieregiment (33Li) en het 34ste Linieregiment (34Li) die aan de vooravond van de oorlog binnen de sector van de 13Div respectievelijk opgesteld staan van noord naar zuid achter de anti-tankgracht [1] van de VPA.

Binnen de 13Div worden de vuren van de verschillende groepen waarover de divisie beschikt verdeeld door het 21ste Regiment Artillerie (21A), het divisieartillerieregiment van de 13Div. Kolonel Terlin, regimentscommandant van 21A en tevens CADI (oftewel Commandant d’Artillerie de la Division) van de 13Div, heeft de vuursteun als volgt verdeeld:

  • I/21A in directe steun van 32Li
  • II/12A in directe steun van 33Li
  • II/21A in directe steun van 34Li
  • I/26A en II/26A in algemene steun van de 13Div.
  • VI/4LA eveneens in algemene steun van de 13Div
  • 10/IV/3LA detacheert telkens één sectie (benaming voor een peloton bij de artillerie) van vier MVD naar elk infanterieregiment.
Opstelling 26A op 10 mei 1940 (projectie op recente kaart)

Opstelling 26A op 10 mei 1940 (projectie op recente kaart)

Het commando van het 26A staat samen met het commando van het 21A opgesteld in het Reigershof (benaming opstelplaats TBC) te Merksem nabij de staf van de 13Div. De groepen bevinden zich op enige kilometers achter de anti-tankgracht, het eerste verdedigingsechelon rond Antwerpen, en staan opgesteld aan beide kanten van de Bredabaan en de nu verdwenen tramlijn 63 naar Maria-ter-Heide. Het 26A levert algemene vuursteun aan de 13Div. Om deze opdracht naar behoren uit te voeren laat Luitenant-kolonel Laffineur, regimentscommandant van 26A, voorwaartse stellingen innemen. I/26A moet twee batterijen opstellen nabij de Schans van Drijhoek op de limiet van 33Li en 34Li, terwijl II/26A twee batterijen opstelt nabij Hoge Kaart op de limiet van 32Li en 33Li [2].

Voor de eenheden opgesteld in de VPA gelden specifieke alarmmaatregelen die gaan van alarmstadium I tot V, de hoogste graad van alarm.

De Schans van Drijhoek. In de nabijheid van dit bolwerk bevond zich tevens de voorwaartse stelling van I/26A.

De Schans van Drijhoek. In de nabijheid van dit bolwerk bevond zich tevens de voorwaartse stelling van I/26A.

Staf/26A
Iets na middernacht wordt de Staf/26A op de hoogte gebracht van het algemeen alarm. Om 02u00 gaat de VPA over naar alarmstadium II. Alle troepen binnen de VPA dienen vanaf nu hun mobilisatiekantonnementen te verlaten en moeten zich op, of in de onmiddellijke omgeving van, hun gevechtsposities klaar houden. Om 06u00 volgt de afkondiging van de algemene mobilisatie naar aanleiding van de Duitse inval. Tijdens de voormiddag beveelt de 13Div om over te gaan naar alarmstadium III. Dit houdt onder meer in dat de wegen die de anti-tankgracht kruisen richting Nederland en Kempen nog wel open blijven, maar dat alle verkeer voortaan gecontroleerd wordt. Het schoots- en waarnemingsveld oost van de anti-tankgracht wordt vrijgemaakt door onder meer het kappen van struiken en maaien van gewassen. Voor 26A betekent alarmstadium III dat de batterijen ontplooid op voorwaartse stellingen klaar tot vuren moeten zijn binnen het uur, alle overige batterijen worden op pre-advies drie uur gebracht. Ook wordt de burgerbevolking geëvacueerd uit het doelgebied van de artillerie

I/26A
De Iste Groep (I/26A) is ontplooid op de uitgestrekte terreinen van Kasteel Vordenstein [3] tussen het kruispunt Kleine Bareel en Schoten. De commandopost van de groep is ondergebracht in het kasteel zelf.

  • 2/I/26A
    De 2de Batterij staat opgesteld net achter het beekje dat door het kasteelpark loopt, in de buurt van het koetshuis. De telefooncentrale van de batterij is geïnstalleerd op de eerste verdieping van het koetshuis en wordt uitgebaat door een wachtploeg van drie militairen, waaronder ook Soldaat Honoré D’Haese. De batterij heeft van hier uit directe verbindingen naar de commandopost van de groep, de staf van het regiment, een waarnemingspost aan de anti-tankgracht en tenslotte met de paardengespannen en de voortreinen van de stukken die eveneens op het domein Vordenstein staan.
  • Voorwaartse stellingen I/26A
    Naast de stelling te Vordenstein heeft Iste Groep de 1ste en de 3de Batterij ontplooid op voorwaartse stellingen nabij de schans van Drijhoek. Dit bolwerk, een tussenfort van de oude fortengordel van Antwerpen kijkt uit over de belangrijke baan van Antwerpen naar Breda en bevindt zich een 700-tal meter achter de anti-tankgracht. Lang heeft I/26A niet moeten zoeken naar stellingen want nabij de schans van Drijhoek had het schietveld van het Kamp van Brasschaat buitenstellingen (oftewel batterijstellingen gelegen buiten het kamp om op grotere dracht artillerievuren te kunnen uitvoeren)
Kasteel Voshol te Brasschaat waar de Staf van II/26A zijn intrek had genomen

Kasteel Voshol aan de Voshollei te Brasschaat waar de Staf van II/26A tijdens de mobilisatie zijn intrek had genomen

II/26A
De hoofdstelling van de IIde Groep (II/26A) bevindt zich op een kilometer ten noorden van de Kleine Bareel, rondom het Sint-Michielscollege tussen de Kapelsesteenweg en de Voshollei te Brasschaat. Ook de IIde Groep heeft twee batterijen ontplooid op voorwaartse stellingen. De staf van II/26A, tijdens de mobilisatie ondergebracht in het Kasteel Voshol aan de Voshollei, verplaatst zich naar het Brasschaatse gehucht Hoge Kaart nabij de voorwaartse stelling van de groep. Het ravitailleringsechelon staat bij het Kasteel van Laar. De groep heeft onder meer een observatiepost in de watertoren te Brasschaat. II/26A wordt bevolen door Kapitein-commandant Verbist, een actief officier tevens aangesteld majoor (oftewel commissionné major).

  • 6/II/26A
    De 6de Batterij (6/II/26A) staat opgesteld in het kasteelpark van het Kasteel Vries(en)donk gelegen aan de Donksesteenweg 162 te Brasschaat.
  • Voorwaartse stellingen II/26A
    De 4de en de 5de Batterij bevinden zich op een voorwaartse batterijstelling nabij Hoge Kaart. Na ontvangst van het algemeen alarm verbeteren de batterijen de camouflage van hun stellingen en bereiden ook hun hoofdstellingen voor (in de bronnen ook nog “position de repli” of “position définitive” genoemd) in de driehoek gevormd door Vriesdonk – Donk – Kleine Bareel ter hoogte van het Sint-Michielscollege. Ook dienen er contra-parachutisten patrouilles gelopen te worden.

Staf/26A
Rond 14u00 valt in de verte het geluid van explosies te horen. De artilleristen weten dan nog niet dat er een zware luchtaanval op het Kamp van Brasschaat aan de gang is.  Een formatie van 32 Stuka duikbommenwerpers bestookt het Polygoon in een reeks aanvalsgolven die tot ongeveer 17u00 aanhouden. Onder meer het Remontedepot van het Leger, de Artillerieschool, de Cavalerieschool (oftewel Ruiterijschool) en het Fort van Brasschaat worden geraakt. Om 14u30 inspecteert Generaal-majoor Cheville,  commandant van de artillerie van het Vde Legerkorps (CA V/LK), de stellingen van 26A.

I/26A

  • 1/I/26A
    De 1Bij komt nog niet in actie en in afwachting van de komst van de vijand wordt de batterij aangeduid voor het uitvoeren van patrouilles om vijandelijke parachutisten op te sporen.
  • 3/I/26A
    Boven de stelling van de 3de Batterij vindt een luchtgevecht plaats tussen zes Franse en zes Duitse jachtvliegtuigen. Een Frans toestel wordt neergehaald en de piloot tracht zich per parachute te redden. De man wordt echter tijdens het afdalen gewond door het geweervuur van enkele nerveuze militairen van de batterij. Hij kan uiteindelijk landen in het gemeentepark van Brasschaat (oftewel Hof van Born) [11].

II/26A
Er heerst een verhoogde waakzaamheid op en rond de stellingen. Een vermeende spion wordt door militairen van II/26A aangehouden en aan de Provoostdienst van de 13Div uitgeleverd.

Staf/26A
Om 13u00 wordt overgegaan naar alarmstadium IV waarbij de meeste overgangen over de anti-tankgracht gesloten worden. Per infanterieregiment wordt nog één doorgang opengehouden en bewaakt. De afbakeningen en markeringen rond de aangelegde mijnenvelden blijven voorlopig nog staan, maar zullen verwijderd worden zodra duidelijk wordt dat de vijand dichterbij komt. Alle batterijen van 26A moeten vanaf nu klaar tot vuren zijn.

I/26A

  • 3/I/26A
    De spionnenkoorts zet zich verder.  Op de stelling van de 3de Batterij vindt tijdens de nacht van 12 op 13 mei een droevig incident plaats; Wachtmeester De Dobbelaere schiet Soldaat Desmet in de duisternis neer wanneer deze laatste geen gehoor geeft aan de schildwacht. Soldaat Desmet wordt om 08u00 opgehaald met een ambulance en overlijdt op 14 mei in het militair hospitaal van Antwerpen.

Staf/26A
De Duitsers worden te Zundert (NDL), halfweg Breda en Wuustwezel, gesignaleerd en de wegvernielingen te Wuustwezel-Grens zijn uitgevoerd. Om 09u30 wordt overgegaan naar alarmstadium V, de hoogste staat van paraatheid van de VPA.

II/26A
Het ravitailleringsechelon meldt om 11u40 het neerhalen van een Duits vliegtuig door één van hun mitrailleurploegen (TBC). Het vliegtuig zou zijn neergestort in een veld nabij het Peerdsbos. Voorts wordt gewerkt aan de verbetering van de vuurplanning.

Staf/26A
De voorposten van het 33Li melden dat de Duitse voorhoede te Wuustwezel aangekomen is. Uit de bossen rond de Kleinenberg vorderen diverse detachementen van de vijand. Het dorp Brecht is voorlopig nog in Franse handen. Het 476ste Duitse Infanterieregiment [476(DEU)IR] vordert duidelijk langsheen de Bredabaan en even voor middernacht wordt bevestigd dat nu ook Gooreind bezet is. Meerdere vuren worden voorbereid maar niet uitgevoerd op bevel van de CADI 13Div. Het 26A wordt momenteel nog niet ingezet.

Staf/26A
Omstreeks 16u10 bereiken de eerste Duitse troepen de meest veraf gelegen Belgische mijnenvelden voor de VPA. Een door 33Li naar de noordrand van het Kamp van Brasschaat uitgestuurde patrouille kan melden dat de vijand hier nog niet is aangekomen. De Belgen wachten verder af. Rond 23u00 opent 26A voor de eerste keer sinds het begin van de oorlog het vuur.

I/26A

  • 1/I/26A
    De 1Bij komt in actie voor middernacht en bestookt doelen ter hoogte van Wuustwezel en langs de Bredabaan.
  • 3/I/26A
    Om 23u00 wordt beroep gedaan op de 3Bij om enkele storingsvuren te ontketenen. Om middernacht wordt de batterij telefonisch op de hoogte gebracht dat de volgende ochtend teruggekeerd wordt naar de hoofdstelling. De 3Bij zal nog tot 02u30 vuuraanvragen binnen krijgen.

II/26A
Om 23u00 krijgt de ook de IIde Groep zijn eerste vuuraanvragen binnen. Het betreft voornamelijk storingsvuren.

  • 4/II/26A
    De 4de Batterij van Kapitein-commandant Dubois, met Lt Res Decal en Lt Res Bassompierre als sectiecommandanten wacht in de late avond de eerste vuurbevelen af. Voor middernacht wordt de batterij niet ingezet.
  • 5/II/26A
    De 5de Batterij, bevolen door Kapitein-commandant Lemercier, opent vanop de voorwaartse stelling Hoge Kaart het vuur om 23u00 en zal tot 02u30 in de ochtend van 16 mei vuuraanvragen beantwoorden.

Staf/26A
Tijdens de tweede helft van de nacht van 15 op 16 mei keren de laatste batterijen terug naar hun hoofdstellingen en tegen de ochtend zijn de voorwaartse stellingen verlaten. Elke groep is nu opnieuw volledig. De batterijen komen in de loop van de dag opnieuw in actie en er worden diverse vuuropdrachten uitgevoerd. Omstreeks 14u30 worden Duitse verkenners gesignaleerd voor het eerste echelon van 33Li. Twee uur later, om 16u30, worden vijandelijke troepen gemeld op het vliegveld van Brasschaat. De vijand komt steeds dichterbij en even voor 18u00 installeren vijandelijke mitrailleurnesten zich op ongeveer 100m voor de eigen linies. De Duitsers verkennen de Belgische stellingen en houden zich gedeisd in afwachting van de aanval

Op 16 mei komt onverwachts het bevel van het geallieerd opperbevel (via de Franse generaal Bilotte) om naar het westen terug te trekken. Zonder dat de K.W. Stelling en de VPA ten volle verdedigd werd moeten de stellingen worden prijsgegeven. In het zuiden wist het Duitse leger immers een doorbraak te forceren over de Maas in de streek van Sedan en in het noorden heeft Nederland zich overgegeven. Deze beslissing zal ook gevolgen hebben voor de verdedigers van de VPA. De Belgische legerleiding besluit om het veldleger terug te trekken op een nieuwe defensieve lijn langs de as Terneuzen-Gent-Oudenaarde. Voorlopig moeten de eenheden van de VPA nog ter plaatse blijven, de Versterkte Positie Antwerpen zal pas opgegeven worden tijdens de nacht van 17 op 18 mei.

I/26A
De groep krijgt van de Staf/26A om 03u00 bevel om de twee batterijen ontplooid op de voorwaartse stelling terug te trekken naar zijn hoofdstelling.

  • 1/I/26A
    In de vroege ochtend verlaat de 1Bij de voorwaartse stelling en begeeft zich naar zijn hoofdstelling in het park van het Kasteel De List, eigendom van de familie van Havre. Vanaf deze stelling worden meerdere artillerievuren uitgevoerd.
  • 3/I/26A
    De 3de Batterij start om 03u00 met de verplaatsing naar zijn hoofdstelling te Schoten. De kanonnen worden onmiddellijk na aankomst ontplooid en de batterij werkt de ganse dag aan het behoorlijk inrichten van zijn nieuwe posities. De caissons worden bevoorraad. Er worden eveneens schuilplaatsen gegraven om de kanonniers te beschermen tegen vijandelijk tegenbatterijvuur. De ganse dag wordt gevuurd vanaf de nieuwe positie. Om 16u00 komt OLt Waucquem van de Staf I/26A op de CP van de batterij aan met de boodschap dat de toestand er niet goed uit ziet en dat een algemene terugtocht naar de linker Scheldeoever er zit aan te komen.

II/26A
Om 02u30 beveelt de Staf/26A om de 4de en de 5de Bij terug te plooien op hun hoofdstellingen. Van zodra alle batterijen klaar tot vuren zijn op de hoofdstelling worden meerdere groepsvuren (door de drie batterijen tegelijkertijd op hetzelfde objectief) en enkele batterijvuren ontketend. Het betreft vooral concentratievuren.

  • 4/II/26A
    De Batterij krijgt in de vroege ochtend van 16 mei een eerste vuuraanvraag binnen. De batterij levert een storingsvuur af op de zone voor de anti-tankgracht. De  vuuropdrachten duren voort tot ongeveer 02u00 waarna de batterij bevel krijgt zich te verplaatsen naar zijn hoofdstelling in het gehucht Donk langs de Kapelsesteenweg. Om 02u30 verlaat de 4Bij de voorwaartse stelling. Gedurende de rest van de dag worden vuuraanvragen afgewerkt.
  • 5/II/26A
    Onmiddellijk na het beëindigen van de laatste vuuropdracht vanaf de stelling nabij Hoge Kaart begint de 5de Batterij om 02u30 met de verplaatsing naar zijn hoofdstelling nabij het Sint-Michielscollege. Eens geïnstalleerd op de nieuwe stelling komen nieuwe vuuropdrachten binnen.

Staf/26A
Tijdens de nacht van 16 op 17 mei wordt de watertoren van Brasschaat door Duitse artillerie beschoten. De Duitse artillerie gebruikt de watertoren om zijn kanonnen in te schieten en voert een paar regelingsvuren uit [4]. De watertoren zelf wordt niet geraakt maar de waarnemingspost wordt wel ontruimd. Ook op talrijke andere locaties binnen de sector van de 13de Infanteriedivisie komen vijandelijke obussen neer en de telefooncommunicatie wordt op diverse plaatsen verstoord. Om 19u50 beveelt de staf van het Vde Legerkorps dat het 26A de terugtocht uit te Versterkte Positie Antwerpen dient aan te vatten. Het regiment krijgt een marsorder met bestemming Sint-Gillis-Waas en start met het opbreken van de stellingen. De paardengespannen en motorvoertuigen van het regiment begeven zich naar de autotunnel onder de Schelde.  Bij de ingang tot de tunnel staat een detachement van de Rijkswacht opgesteld dat het drukke militaire verkeer regelt om een vlotte doorstroom van de eenheden te verzekeren. Wie zich niet bij zijn eenheid bevindt, wordt tegengehouden. Ook bij de doortocht van 26A worden verloren gelopen militairen uit de colonne gepikt en opzij gezet tot na de doortocht van de artilleristen. Een deel der manschappen die over een fiets beschikken, zoals het verbindings- en observatiepersoneel, steekt de Schelde over via de veerboot naar Sint-Anneke. Dit detachement wielrijders, onder bevel van Lt Leloux, wordt bij het uitstijgen op de linkeroever kort beschoten door Duitse artillerie die de kade van het veer maar al te goed wist liggen. Er vallen gelukkig geen slachtoffers. LtKol Laffineur, die heeft postgevat bij de uitgang van de tunnel, ziet rond 24u00 de 3de Bij als laatste element van 26A de tunnel passeren.

I/26A
Gedurende de ganse dag worden vuuraanvragen beantwoord tot de groep om 19u50 bevel krijgt de stellingen te ontruimen en de verplaatsing naar Sint-Gillis-Waas in te zetten.

  • 3/I/26A
    De ganse dag voert de 3Bij beschietingen uit. Wanneer Cdt Begon om 19u50 bevel krijgt de stelling op te breken beslist hij de rest van de munitie op te schieten waardoor zijn batterij een 15-tal minuten later dan de twee andere batterijen van zijn groep de stelling verlaat. Hij zal de rest van de groep inhalen bij de ingang van de Waaslandtunnel. De batterij passeert de tunnel uiteindelijk om 24u00.

II/26A
Ook II/26A voert met regelmaat van klok vuuropdrachten ten voordele van de 13Div uit. Om 19u50 ontvangt de groep het bevel van de regimentscommandant om de stelling op te breken en een verplaatsing naar Sint-Gillis-Waas uit te voeren. De verplaatsing vindt plaats bij het invallen van de duisternis om het risico op Duitse luchtaanvallen te beperken.

  • 5/II/26A
    Om 19u50 breekt de 5Bij zijn stelling nabij het Sint-Michielscollege op en begeeft zich naar Sint-Gillis-Waas waar de batterij op 18 mei rond 02u30 toekomt.
  • 6/II/26A
    Onderweg raakt Soldaat Degrijse van de 6Bij zwaar gewond wanneer hij na een ongelukkige val wordt aangereden door een voertuig. Hij wordt verzorgd door de dokter van de IIde Groep en afgevoerd via de medische keten.

Staf/26A
De voorhoede van 26A komt aan te Sint-Gillis-Waas om 02u30.  Het regiment krijgt enkele uren rust.  26A is niet langer in versterking van de 13Div maar wordt vanaf 18 mei in vuurversterking gegeven van de 17de Infanteriedivisie (17Div). De opdrachten van 26A zullen vanaf nu tot het einde van de veldtocht vastgelegd worden door Luitenant-kolonel Philippron, commandant van het 25ste Regiment Artillerie (25A) en tevens CADI van de 17Div. De 17Div, eveneens een divisie van tweede reserve,  stond initieel opgesteld in de Versterkte Positie Antwerpen. Deze divisie werd net zoals de 13Div gedurende de nacht van 17 op 18 mei teruggeplooid op de linkeroever en bevindt zich op 18 mei in een verzamelzone ter hoogte van Sint-Niklaas. Voor de beveiliging van de terugtocht van het Vde Legerkorps (V/LK) door het Waasland wordt door de 17Div een groepering opgericht bestaande uit de pelotons verkenner van zijn infanterieregimenten. Deze groepering wordt later nog versterkt met de Wielrijdersgroep van de 15de Infanteriedivisie (Gp Cy 15Div). Het geheel staat rechtstreeks onder het bevel van de divisiestaf. De groepering wordt naar het “Vlaams Hoofd” (oftewel Tête de Flandrebocht in de Schelde ter hoogte van de Antwerpse wijk Sint-Anneke) gestuurd en zal ontplooien ten oosten van de forten van Kruibeke en Kallo. Rond 11u00 stuurt de divisiestaf zijn drie infanterieregimenten vanuit Sint-Niklaas terug richting Schelde. Het 7de Regiment Jagers te Voet (7J) en het 8ste Regiment Jagers te Voet (8J) nemen stelling achter de dijk die Kruibeke en Kallo verbindt. Het 9de Regiment Jagers te Voet (9J) zal in reserve geplaatst worden achter de beide andere regimenten. In de late namiddag wordt beroep gedaan op één groep van 26A om de eenheden van de 17Div van de nodige vuursteun te voorzien. II/26A wordt hiervoor door de regimentsstaf aangeduid.

De 2de Cavaleriedivisie (2CD) zal de dekkingsopdracht van de 17Div in het Waasland overnemen tijdens de nacht van 18 op 19 mei. In de late avond krijgt de Staf/26A het marsorder om zich tijdens de nacht van 18 mei en de daaropvolgende dag te verplaatsen naar Assenede via Stekene, Koewacht (NDL), Zuiddorpe (NDL) en Sas-van-Gent (NDL).  Om middernacht loopt de opdracht van II/26A, om de ontplooide troepen van de  17Div te steunen in het Vlaams Hoofd, dan ook af en de ontplooide batterijen kunnen nu de rest van het regiment vervoegen.

I/26A
De Iste Groep wordt niet ingezet ten voordele van de 17Div maar zal één batterij ontplooien om de aftocht van het regiment naar Zuiddorpe te dekken.

  • 1/I/26A
    De 1Bij wordt niet ingezet en blijft in zijn kantonnement te Sint-Gillis-Waas tot de vroege ochtend van 19 mei.
  • 3/I/26A
    De 3Bij komt om 04u00 toe te Sint-Gillis-Waas en wordt voor de rest niet ingezet. Wanneer in de late avond het bevel wordt gegeven om naar Zuiddorpe te vertrekken krijgt de 3Bij de opdracht om de aftocht van het regiment te dekken door stelling te nemen aan de oostrand van Sint-Gillis-Waas met front richting Schelde (vermoedelijk voor het leveren van direct vuur) [5]. De 3Bij blijft op stelling tussen 22u00 en 24u00 en vervoegt de aftocht naar Zuiddorpe bij einde opdracht.

II/26A
De IIde Groep komt eveneens aan te Sint-Gillis-Waes om 02u30. Aangezien er zich geen eenheden bevinden tussen de Schelde en de nieuwe opstelplaats beveelt Cdt Verbist om op elke toegangsweg naar de dorpskern één artilleriestuk en twee machinegeweren op te stellen als onmiddellijke beveiliging. Elke batterij krijgt één toegangsweg aangewezen. Dit dispositief wordt gedurende enkele uren aangehouden tot de 17Div een waakscherm opricht langs de linkeroever ter hoogte van Antwerpen. De rest van de groep geniet van een korte rustperiode in Sint-Gillis-Waas. In de namiddag krijgt II/26A van LtKoL Laffineur opdracht om stelling te nemen  in de omgeving van Beveren-Waas om er de eenheden van de 17Div, die een defensieve stelling in het Vlaams Hoofd bezetten, met artillerievuur te ondersteunen. Cdt Verbist voert een verkenning uit waarna de batterijen worden opgesteld. De stellingname is afgerond tegen 20u40, maar nog geen half uur later krijgt de groep het bevel om alle materieel klaar te maken voor een onmiddellijke verplaatsing naar Zuiddorpe in Zeeuws-Vlaanderen. De aangeduide marsroute loopt over Stekene en Koewacht. Het duurt nog tot middernacht vooraleer alle batterijen op de hoogte gesteld zijn van de nieuwe orders en klaar zijn om de verplaatsing aan te vatten.

  • 5/II/26A
    Onmiddellijk na de aankomst van de 5Bij in Sint-Gillis-Waas wordt een artilleriestuk en twee machinegeweren van de 5Bij aan de oostelijke toegang tot het dorp opgesteld om eventueel met direct vuur tussenbeide te komen in geval van een voortijdige Duitse doorbraak over de Schelde. De rest van de batterij wordt niet ingezet tot 17u30 wanneer de batterij opdracht krijgt om stelling te nemen te Nieuwkerken-Waas ten westen van Beveren-Waas. De stelling wordt ingericht en de camouflage aangebracht. De batterij blijft op stelling tot middernacht.

Opstelling van legerkorpsen en divisies te noorden van Gent op 20 mei 1940.

Opstelling van legerkorpsen en divisies te noorden van Gent op 20 mei 1940.

Staf/26A
Het Belgische verdedigingsplan voor het Kanaal Gent-Terneuzen neemt zijn definitieve vorm aan. In het noorden bewaakt de 1ste Cavaleriedivisie de sector rond Terneuzen. In het centrum ligt het Vde Legerkorps met de 17de Infanteriedivisie tussen Sluiskil en Sas-van-Gent en 6de Infanteriedivisie tussen Sas van Gent en Zelzate. De 17Div en dus ook 26A moeten zich zo snel mogelijk naar het Kanaal Gent-Terneuzen begeven om er stelling te nemen tussen Sluiskil en Sas-van-Gent. De verplaatsing naar het Kanaal Gent-Terneuzen zal in twee etappes gebeuren met een halte in Zuiddorpe.

De colonnes van het regiment steken de Nederlandse grens over en bereiken Zuiddorpe rondom 07u00. De achtertrein van de commandocaisson van Kapitein-commandant Stinglhamber is onderweg beschadigd geraakt. Het regiment beschikte over dergelijke caissons voor het transport van de verschillende schootsburelen. Het materieel werd overgeladen en de caisson wordt vernield. Tijdens de dag ondergaat 26A in Zuiddorpe een Duitse luchtaanval echter zonder schade op te lopen. Na een rustpauze van enkele uren krijgt het regiment om 14u00 het bevel om zich naar Assenede te verplaatsen. De kop van de colonne verlaat Zuidddorpe om 16u30 en zal het Kanaal Gent-Terneuzen oversteken via de brug te Humbeek-Sas-van-Gent. De kanonniers komen te Assenede aan in de loop van de vooravond.

Het regiment krijgt onmiddellijk nieuwe posities te Boekhoute toegewezen en start met de verplaatsing.  Tijdens de verplaatsing blijkt dat alleen de Staf/26A in Boekhoute verwacht werd om er stelling te nemen in de nabijheid van de Staf/25A [7]. I/26A die de verplaatsing naar Boekhoute reeds had ingezet krijgt nieuwe stellingen toegewezen ten westen van Sas-van-Gent. II/26A die als laatste de verplaatsing moest aanvatten wordt rechtstreeks naar zijn nieuwe stelling in de Mariapolder ten noorden van Assenede gestuurd.

I/26A
Na middernacht vertrekt I/26A via Stekene en Koewacht naar Zuiddorpe. Te Zuiddorpe volgt een korte reorganisatie waarna doorgereisd wordt naar Assenede via Sas-van Gent. Na aankomst in Assenede wordt  I/26A initieel naar Boekhoute gestuurd. Onderweg komt het tegenbevel om onmiddellijk terug te keren en in stelling te gaan ten noordwesten van Sas-van-Gent. I/26A keert op zijn stappen terug en neemt stelling tijdens de nacht van 19 op 20 mei. De nieuwe stellingen worden ingericht en het regiment is klaar voor de actie aan het Kanaal Gent-Terneuzen.

  • 1/I/26A
    De 1Bij bereikt zonder problemen Zuiddorpe en trekt na enkele uren rust in Zuiddorpe door naar Assenede. Van Assenede gaat het naar Boekhoute om uiteindelijk teruggestuurd te worden richting kanaal Gent-Terneuzen. De batterij komt uiteindelijk terecht op een stelling west van Sas-van-Gent waar de batterij kort voor middernacht stelling neemt en zijn eerste vuuropdrachten uitvoert.
  • 2/I/26A
    Tijdens de verplaatsing naar Zuiddorpe is bij de 2de Batterij een vuurmond vast komen te zitten in een gracht naast de weg. Het kanon kon niet geborgen worden en werd opgeblazen waardoor de batterij vanaf nu nog slechts over drie kanonnen beschikt. Ook de 2Bij trekt samen met de rest van zijn groep van Zuiddorpe naar Assenede en wordt uiteindelijk richting Boekhoute gestuurd. Na een tegenbevel wordt de batterij terug naar het westen gestuurd en neemt midden de nacht stelling.
  • 3/I/26A
    De 3de Batterij rijdt omstreeks 08u00 als laatste batterij van 26A Zuiddorpe binnen. Van daar uit wordt na een korte rustpauze verder gereisd richting Assenede.

II/26A
Na het beëindigen van de verplaatsing van Zuiddorpe naar Assenede wordt II/26A niet richting Boekhoute gestuurd maar naar de Mariapolder ten noordoosten van Assenede. De eerste elementen komen hier toe rond 21u00 en de stelling is volledig bezet tegen middernacht. II/26A zal rechtstreekse vuursteun leveren aan het 8J.

  • 5/II/26A
    De 5Bij verlaat de stelling te Nieuwkerken-Waas om 01u15 en begeeft zich via Stekene en Koewacht naar Zuiddorpe waar de batterij om 08u00 toekomt. In het kantonnement van Zuiddorpe wordt de manschappen wat rust en een warme maaltijd gegund. Om 18u00 verlaat de batterij Zuiddorpe met bestemming Assenede. Via Sas-van-Gent wordt Assenede bereikt om middernacht.

I/26A
De Iste Groep is klaar tot vuren op de stelling west van Sas-van-Gent vanaf 02u00. Wanneer bij het aanbreken van de dag blijkt dat de inderhaast ingenomen stelling van I/26A weinig dekking biedt beslist de groepscommandant van I/26A om in de loop van de dag op stelling te blijven en de nodige vuuraanvragen te beantwoorden. Majoor graaf de Meeûs beslist de groep te verplaatsten tijdens de nacht van 20 op 21 mei naar een verkende stelling oost van Philippine.

  • 1/I/26A
    De tijdens de nacht  van 19 op 20 mei ingenomen stelling van de 1Bij biedt onvoldoende terreindekking. De batterij moet overdag ter plekke blijven en zijn vuuraanvragen afwerken. Tegen het vallen van de avond verhuist de batterij naar een nieuwe, overdag verkende, stelling dichter bij Philippine.
  • 2/I/26A
    In de vroege ochtend van 20 mei komt ook de 2Bij toe op een overdag niet verkende stelling in de buurt van een hoge berm. Er komen gedurende het tweede deel van de nacht geen vuuraanvragen binnen en de manschappen proberen dan maar wat te rusten of slapen. Bij het aanbreken van de dag wordt appel gehouden en kan de stelling overzien worden. De kanonnen van de 2Bij staan opgesteld in de tuin van een huisje beneden de berm zonder enige dekking. De kanonniers proberen de kanonnen nog te camoufleren met takken. De ganse dag wordt op stelling gebleven en in de namiddag worden de kanonnen bevoorraad met munitie. Tijdens de nacht van 20 op 21 mei wordt dan uitgeweken naar een nieuwe stelling ten oosten van Philippine.
  • 3/I/26A
    Kapitein-commandant Begon verlaat de 3de Batterij van 26A om het 3de Regiment Legerartillerie (3LA) te vervoegen. De 3de Batterij wordt overgenomen door Luitenant Lamy tot dan batterijcommandant van de Stafbatterij.

II/26A

  • 5/II/26A
    Om 00u01 neemt de batterij stelling in de Mariapolder ten noordoosten van Assenede. De rest van de ochtend wordt gebruikt om de stelling in te richten en de camouflage te verbeteren. In de loop van de dag komen de eerste vuuraanvragen van 8J binnen.
  • 6/II/26A
    In de loop van de dag ondergaat de 6Bij een tegenbatterijvuur. Een half dozijn artilleriegranaten slaat in op de stelling van de batterij. Er vallen geen slachtoffers te betreuren. Twee paarden komen om in het bombardement waardoor de paardengespannen van de batterij herschikt moeten worden.


Staf/26A
Na de Duitse doorstoot tot Abbeville aan de Atlantische kust zijn de geallieerde legers in Noord-Frankrijk en Vlaanderen geheel omsingeld. Het geallieerde oppercommando heeft op 21 mei tijdens de Conferentie van Ieper besloten om de Schelde-linie op te geven.

Staf/26A
De Belgische legerleiding beslist tijdens de ochtend van 22 mei dat onze strijdkrachten niet zoals afgesproken zullen terugtrekken naar de IJzer, maar stand zullen houden langsheen de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie. Het Groot Hoofdkwartier laat deze terugtocht in twee fases uitvoeren en bepaalt dat de troepen opgesteld tussen het Bruggenhoofd Gent en Oudenaarde zich tijdens de nacht van 22 op 23 mei moeten terugtrekken naar de Leie. In die eerste fase zal ook de 17Div, als divisie van tweede reserve, worden teruggetrokken van het Kanaal Gent-Terneuzen.

Aan het eind van de dag wordt de 17Div aan het kanaal Gent-Terneuzen afgelost door elementen van de 2CD en richting Maldegem gestuurd om stelling te nemen achter het Afleidingskanaal van de Leie. De opdracht  van 26A aan het kanaal Gent-Terneuzen zal tot de avond van 22 mei duren. Beide groepen hebben, tussen 21 en 22 mei,  elk in totaal een 20-tal vuuropdrachten uitgevoerd. Tijdens de nacht van 22 op 23 mei vervoegt het 26A de aftocht van de 17Div van het Kanaal Gent-Terneuzen naar Maldegem.

II/26A

  • 5/II/26A
    Om 21u15 maakt de 5Bij zich klaar voor de verplaatsing naar Maldegem.

Staf/26A
Tijdens de nacht van 22 op 23 mei marcheert de 17Div naar zijn nieuwe stellingen aan het Afleidingskanaal van de Leie. De colonnes komen aan bij dageraad. De divisie behoort nog steeds tot het V/LK. Het V/LK zal front vormen langsheen het Afleidingskanaal van de Leie in de zone van Strobrugge tot Stoktevijver en beschikt hiervoor over de 6de Infanteriedivisie (6Div) en de 17Div. Hierbij zal de 17Div de noordelijke sector innemen tussen Strobrugge en Balgerhoeke.

Te Maldegem wordt het 26A versterkt met de VIde Groep van het 4de Regiment Legerartillerie (VI/4LA). Deze groep beschikt over twaalf Ob6″ M17 Vickers houwitsers en wordt bevolen door Kapitein-commandant Letellier. De gevormde artilleriegroepering (oftewel groupement d’ensemble) is in algemene steun van de 17Div voor de verdediging van het Afleidingskanaal van de Leie. VI/4LA krijgt opdracht stelling te nemen te Donk in de buurt van I/26A.

I/26A
De drie batterijen van de Iste Groep nemen stelling te Donk, een gehucht ten westen van Maldegem.

II/26A
De IIde Groep bereikt Maldegem rond 06u30 en wordt doorgestuurd naar het gehucht Vossenhol eveneens west van Maldegem. De batterijen gaan onmiddellijk in stelling. Deze opdracht zal behouden blijven tot het vertrek uit Vossenhol op 27 mei.

Staf/26A
De eenheden van de 17Div bevinden zich op 24 mei nog steeds op volgende locaties:

  • 7J te Maldegem om er de rechter ondersector in te nemen tot Balgerhoeke
  • 8J te Maldegem om er de linker ondersector in te nemen
  • 9J te Maldegem om er in tweede lijn van de 17Div te worden opgesteld

De drie groepen van de groupement d’ensemble onder bevel van 26A bevinden zich nog steeds op dezelfde posities; I/26A en VI/4LA bevinden zich te Donk, II/26A bevindt zich te Vossenhol.

Staf/26A
Aan het Afleidingskanaal van de Leie voeren de Belgen een omvangrijke positiewissel uit. De staf van de 6Div wordt samen met het 9de Linieregiment (9Li) en het 1ste Regiment Grenadiers (1Gr) naar het zuidelijk front aan de Leie gestuurd om er de Duitse doorbraak rond Kortrijk trachten te keren. De 6Div zal afgelost worden door de uit Gent aangekomen 18de Infanteriedivisie (18Div). Het 7J behoudt zijn stellingen maar wordt overgeheveld van de 17Div naar de 18Div. De 17Div ontvangt in ruil de regimentsstaf, IIde en IIIde Bataljon van het 39ste Linieregiment (39Li) in versterking.  Het IIde en het IIIde Bataljon van het 39Li worden opgesteld achter de linies van het 8J en het 9J. Het IIde Bataljon bezet daarbij Maldegem. Het IIIde Bataljon bevindt zich ten westen van deze gemeente, nabij Butswerve langs de baan van Maldegem naar Knokke. Het V/LK staat nu met twee divisies in lijn achter het Afleidingskanaal van de Leie, de 17Div(-) in het noorden, de 18Div(+) in het zuiden.

Staf/26A
De Duitse aanvallen maken dat het regiment nu zijn vuur naar achter verlegd heeft en de kanaaloever zelf beschiet.

II/26A
Tijdens de avond van 26 mei worden de stellingen van de IIde Groep te Vossenhol ontdekt door de vijand en beschoten door de Duitse artillerie. De groep maakt gebruik van de nacht van 26 op 27 mei om een nieuwe parallelle stelling in te nemen van waaruit ze hun opdracht kunnen verderzetten.

Staf/26A
Het regiment is nog steeds in actie bij de gevechten aan het Afleidingskanaal van de Leie. In de sector van de 17Div stoten de Duitse troepen door naar Maldegem.  Om 07u00 en om 09u30 wordt telkens een aanval op de gemeente gelanceerd, maar deze kunnen nog min of meer afgeblokt worden.  Nieuwe Duitse acties volgen in de loop van de namiddag maar vanaf 19u30 slagen de Belgen er niet langer in om de aanvaller uit Maldegem te houden.  In de straten van de gemeente wordt verbeten gevochten tot middernacht.

De ganse dag blijft 26A vuren vanaf zijn stellingen west  van Maldegem. LtKol Lafffineur geeft om 12u15 het bevel aan VI/4LA om als eerste groep van de groupement d’ensemble zijn stellingen bij Donk op te geven en naar Zwaan, een gehucht ten noorden van Sijsele, te trekken om daar een nieuwe schootsstelling in te nemen. De rest van de groupement d’ensemble wordt om 20u00 teruggetrokken naar Sijsele.  I/26A wordt onmiddellijk na aankomst te Sijsele doorgestuurd naar Sint-Michiels, een buurgemeente van Brugge, II/26A neemt zijn verkende stellingen te Sijsele in.

I/26A
Bij aankomst in Sijsele worden de colonnes van I/26A direct doorgestuurd naar Sint-Michiels nabij Brugge.

  • 1/I/26A
    Om 20u00 start de batterij met het opbreken van de stelling te Donk nabij Maldegem om de  verplaatsing naar Sijsele te kunnen uitvoeren. Tijdens het  verlaten van de stelling wordt de batterij aangevallen door de Luftwaffe echter zonder verliezen te lijden. De batterij komt rond middernacht te Sijsele toe. De batterij wordt onmiddellijk doorgestuurd naar Sint-Michiels.
  • 2/I/26A
    Ook de 2Bij batterij verlaat de stelling tegen 20u00. Terwijl de batterijcolonne staat te wachten om de verplaatsing aan te vatten wordt de batterij overvlogen door drie Duitse jachtvliegtuigen die tot driemaal toe de eenheid overvliegen en alles mitrailleren wat beweegt. De 2Bij lijdt zelf geen verliezen aangezien ze nog verdekt opgesteld staan in laag struikgewas. De Iste Groep van 25A die net voor I/26A vertrok en zich reeds op de grote baan bevond krijgt de volle laag. I/25A heeft een twintigtal gewonden te betreuren en heel wat gewonde paarden moeten worden afgemaakt. I/26A passeert de onfortuinlijke groep van 25A die eerst nog moet reorganiseren voor ze verder kunnen. De batterij zet zijn verplaatsing naar Sijsele verder via kleine veldwegen beschermd door de duisternis. Vanuit Sijsele wordt onmiddellijk verder getrokken richting Sint-Michiels.

II/26A
De IIde Groep is klaar tot vuren op zijn wisselstelling west van Maldegem rond 02u30. Vanaf deze stelling worden talrijke vuren ontketend. In de loop van de dag valt een waarnemingspost van II/26A, die zich bij de infanterie in eerste lijn bevond, onder vuur. De Wachtmeesters Desenblaux en Demeulemans raken hierbij gewond op hun observatiepost (OP). Kort na dit incident wordt Cdt Verbist op weg gestuurd naar Sijsele om nieuwe stellingen te verkennen van waaruit de opvangstelling van de 17Div met artillerievuur ondersteund kan worden. Hij dient zijn stellingname te coördineren met Cdt Leloup, commandant van het 17de Bataljon Genie van de 17Div. Om 20u00 verlaten de batterijen hun stelling west van Maldegem om tegen middernacht stelling te nemen te Sijsele. De batterijen worden ten westen van Sijsele opgesteld, één kanon neemt een anti-tankstelling in bij de oostelijke ingang van het dorp.

  • 5/II/26A
    De batterij verlaat om 20u00 zijn stelling nabij Maldegem en is om 24u00 klaar tot vuren op zijn stelling te Sijsele. De manschappen van de batterij zijn nog gemotiveerd om de strijd voort te zetten.

Staf/26A
De eerste elementen van de colonne van 26A komen aan te Sint-Michiels. LtKol Laffineur convoceert om 02u30 zijn groepscommandanten naar een RV langs de baan Brugge Torhout. Om 06u30 vernemen de groepscommandanten het nieuws van de capitulatie.

I/26A

  • 1/I/26A
    Tijdens de verplaatsing van Sijsele naar Sint-Michiels valt de colonne te Oedelem onder Duits artillerievuur. Opnieuw worden geen verliezen geleden. Te Sint-Michiels verneemt de batterij in de vroege ochtend de capitulatie.
  • 2/I/26A
    Tijdens de tweede helft van de nacht van 27 op 28 mei houdt de batterij halt in een bosdreef die naar een hoeve leidt nabij een kasteel (vermoedelijk het kasteel van Tillegem, TBC). De officieren zoeken logement in de woning van de boerderij terwijl de manschappen een onderkomen zoeken in de bijgebouwen van de hoeve om tijdens wat nog rest van de nacht wat slaap in te halen. De manschappen worden in de loop van de voormiddag gewekt en door Luitenant Van Cauberg op de hoogte gebracht van de capitulatie. Op dat ogenblik had de vijand de in de dreef geparkeerde kanonnen reeds overgenomen en weggebracht.

II/26A
De groep heeft geen vuren meer uitgevoerd vanaf zijn stellingen te Sijsele. Om 02u30 moet Cdt Verbist zich naar een RV begeven langs de baan Brugge – Torhout. Op het RV verneemt hij om 06u30 van de Regimentscommandant het nieuws van de Belgische capitulatie.

  • 5/II/26A
    De 5Bij staat van middernacht tot 02u30 op zijn stelling te Sijsele. Om 02u30 wordt de Groepscommandant gesommeerd om zich naar een RV met de Regimentscommandant begeven. Voor zijn vertrek laat hij de stellingen opbreken en de 5Bij wordt naar Sint-Andries nabij Brugge gestuurd waar ze om 11u00 toekomen. Bij hun aankomst in Sint-Andries wordt de batterij op de hoogte gebracht van de capitulatie.
Het koopvaardijschip Diamant van John Cockerill Line waarmee enkele officieren van 26A naar Engeland ontsnapten.

Het koopvaardijschip Diamant van John Cockerill Line waarmee enkele officieren van 26A naar Engeland ontsnapten.

Detachement Cdt Dubois
Enkele officieren van 26A zijn echter niet bereid de strijd te staken na de capitulatie. Cdt Dubois, Lt Nicos, Lt Leloux, Lt Administrateur Jamotte en OLt George Danloy weten aan krijgsgevangenschap te ontsnappen en trekken op 28 mei verder door naar Oostende. Hier botsen ze op een groepje andere officieren die eveneens naar Engeland willen ontkomen. Samen met Lt Res Bogaerts en een Adjt KROLt van het 14de Regiment Artillerie (14A), met Lt de Lancker, 1Kapt Ganshof en Cdt BEM Stiers van de Staf Directie voor aan- en afvoer bij het Leger (DREA) en de Lt Terlinden van het 2de Regiment Lansiers (2L) schepen ze in op het koopvaardijschip “Diamant” van de John Cockerill Line. Het schip van kapitein ter lange omvaart De La Rue verlaat de haven van Oostende rond 07u45 en vaart nog onder Belgische vlag. ’s Avonds tegen 21u00 bereiken ze de monding van de Theems waar ze voor anker gaan. De Britten komen aan boord en de ontsnapte militairen worden ontwapend.

Woensdag 29 mei 1940

Milton Barracks in Gravesend (vooroorlogse foto).

Staf/26A
Kapitein-commandant Stinglhamber (volgens getuigenis van Sdt D’Haese afkomstig uit de Oostkantons) wordt nog tijdens de nacht van 29 op 30 mei door de Duitsers afgezonderd van het regiment en in krijgsgevangenschap afgevoerd.

Bij II/26A wordt Kapitein-commandant Verbist samen met de twee andere actieve officieren van zijn groep, Lt Van den Bergen en Lt Dille, van de rest van de groep afgescheiden en naar Duitsland afgevoerd.

Detachement Cdt Dubois
Uiteindelijk mogen de officieren die de oversteek naar Engeland maakten de 29ste mei aan land te Gravesend waar ze opgevangen worden in de officiersmess van de Milton Barracks. Op 31 mei worden ze doorgestuurd naar Tenby in Wales waar alle Belgische militairen die de overgang naar Engeland waagden werden verzameld. In Tenby wordt een detachement samengesteld met 400 militairen die de strijd wilden verderzetten in Frankrijk. De vier artillerieofficieren van 26A verlaten tesamen met dit detachement in de morgen van 03 juni Tenby en stappen in de haven van Milford-Haven aan boord het Nederlands schip de Hr.Ms. Batavier II die hen op 04 juni afzet in de haven van Brest in Bretagne. Van daar uit worden ze doorgestuurd naar Morbihan waar de 7Div reorganiseert. Cdt Dubois wordt aangehecht aan het 20ste Regiment Artillerie (20A) dat zich eveneens in Morbihan bevond, OLt Dandoy wordt op 10 juni overgeplaatst naar het het 34ste Regiment Artillerie (34A) van het Versterkings- en Opleidingscentrum Artillerie (VOC/Aie) in Limoux terwijl Lt Jamotte en Lt Leloux het 6de Versterkings- en Opleidingscentrum (6VOC) vervoegen [8].

6 juni 1940.

Verlofpas van 11 juni 1940 waarmee telefonist-seingever (TS) Honoré d'Haese naar zijn woonplaats mocht terugkeren na het einde van de veldtocht.

Verlofpas van 11 juni 1940 waarmee telefonist-seingever (TS) Honoré d’Haese naar zijn woonplaats mocht terugkeren na het einde van de veldtocht.

Staf/26A
De krijgsgevangenen van 26A worden na de capitulatie vanuit Sint-Michiels te voet naar IJzendijke in Zeeuws-Vlaanderen gestuurd. De manschappen worden samengedreven in een boomgaard waarna deze door de Duitsers met prikkeldraad wordt afgezet. Ter bewaking wordt een mitrailleur opgesteld op elke hoek van de boomgaard.

Op 6 juni krijgt het 26A een vermelding op het dagorder van het Vde Legerkorps [9]. Luitenant-generaal Van den Bergen staat erop dat elke betrokkene die vermeld wordt op het dagorder van het V/LK een persoonlijk exemplaar krijgt. Een kopie van de tekst wordt bijgevolg onder de manschappen van 26A verdeeld. De tekst luidt als volgt: “Dit regiment, na op een schitterende wijze deelgenomen te hebben aan de verdediging van Antwerpen, heeft zich op een onberispelijke manier teruggetrokken niettegenstaande de vijandelijke beschieting; heeft zich onderscheiden op de stelling van het kanaal van Terneuzen en heeft  vervolgens deelgenomen aan de slag op het Afleidingskanaal van de Leie, na twee dagen strijd zijn geheel strijdvermogen en samenwerking behoudende, niettegenstaande het onderworpen werd aan de beschieting vanwege de vijandelijke artillerie en vliegwezen niettegenstaande vermoeienissen en ondergane verliezen, alzo het goede voorbeeld gevend van wilskracht, uithoudingsvermogen en tucht, aan al de eenheden van het Vde Legerkorps.” 

Op 7 juni wordt het volledige archief van het regiment overgemaakt aan het plaatselijke gemeentebestuur. De bezetter besluit om, met uitzondering van het beroepspersoneel, het regiment niet in krijgsgevangenschap naar Duitsland af te voeren. Op 11 juni 1940 worden alle dienstplichtigen met Duitse toestemming naar huis gestuurd.

Na de capitulatie
OLt George Danloy slaagt erin om na de Franse capitulatie vanuit Zuid-Frankrijk (Sète) via Gibraltar op 17 juni naar Engeland terug te keren en de pas opgerichte Belgische Commando-eenheid te vervoegen. In 1951 werd hij de eerste bevelhebber van het Regiment Para-Commando en eindigde zijn militaire carrière al Generaal-Majoor.

Slachtoffers

EenheidNaamVoornaamFotoGraadStandKlas° op° te+ op+ teNota
3/IDESMETGeorges, AlphonseSdtMil3902.05.1920Herne14.05.1940AntwerpenDodelijk verwond in friendly fire incident op 12/05 te Brasschaat
OnbekendSCHOLJacquesSdtMil3522.08.1915Leuven25.05.1940Sint-AndriesOverleden Hospitaal Abdij Zevenkerken

Bibliografie en Bronnen

  1. Achtergrondinformatie bij de anti-tankgracht van de Versterkte Positie Antwerpen op de website “Het kamp van Brasschaat – De anti-tankgracht” [On line beschikbaar]: http://www.het-kamp-van-brasschaat.be/MilSit_AtkGracht.html# [Laatst geraadpleegd 17 januari 2020].
  2. De opdracht van 26A om algemene vuursteun aan de 13Div te leveren noodzaakte een aangepaste opstelling. Voor de opdracht “algemene vuursteun aan een infanteriedivisie” beschikt elk actief divisieartillerieregiment of divisieartillerieregiment van eerste reserve over een IVde Groep uitgerust met 105mm kanonnen. De grotere dracht van deze kanonnen liet toe dat de IVde Groep centraal in de divisiesector en iets verder van de voorste linies ontplooid kan worden. 26A beschikt slechts over 75mm kanonnen en moet bijgevolg voorwaartse stellingen innemen. De voorwaartse stelling van I/26A bevindt zich tussen het 1ste en het 2de echelon van de infanterieregimenten in lijn (dus redelijk dicht bij de voorste linies) terwijl de voorwaartse stelling van II/26A zich achter het 2de echelon van de infanterieregimenten bevindt. Deze getrapte opstelling laat 26A toe zijn opdracht van algemene vuursteun continu uit te voeren ook in diepte want naarmate de vijand dichterbij komt wordt eerst  de voorwaartse stelling van I/26A ontruimd, daarna de voorwaartse stelling van II/26A zonder dat de artilleriesteun onderbroken wordt.
  3. Achtergrondinformatie bij het kasteel Vordenstein waar I/26A stond opgesteld [On Line beschikbaar]:  https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/14315 [Laatst geraadpleegd 9 januari 2020].
  4. Een regelingsvuur is een technisch vuur waarbij een vast punt in het terrein met gekende coördinaten (in casu de watertoren van Brasschaat) beschoten wordt. Door observatie van de afwijking van de invalspunten ten overstaan het gekende punt kan de invloed van de actuele weersomstandigheden (windrichting, windsnelheid, atmosferische druk en temperatuur) berekend worden. Met deze afwijking wordt dan rekening gehouden bij de vuuraanvragen of bij het opstellen van een vuurplan. Niet zelden was het een teken van een nakende vuurvoorbereiding voor een aanval. Nogal doorzichtig maar wel gebruikelijk bij gebrek aan andere middelen om de weersomstandigheden te meten.
  5. Artilleriestukken kunnen ook ingezet worden voor “direct vuur” m.a.w. voor het bevuren van gronddoelen op korte afstand met gestrekte vuurbaan in tegenstelling tot het krombaanvuur dat normaal door de artillerie wordt afgeleverd.
  6. Getuigenis Honoré D’Haese, oudstrijder van de 2de Batterij van het 26A.
  7. Ergens moet er een communicatiefout zijn opgetreden tussen Luitenant-kolonel Philippron, de CADI van de 17Div, en de Staf/26A. Boekhoute lag te ver naar het westen om de 75mm kanonnen van I/26A toe te laten het gebied oost van het kanaal Gent-Terneuzen te bestrijken. Op 19 mei werd namelijk ook de VIde Groep van 4LA naar Boekhoute gestuurd. Deze groep uitgerust met 6″ geschut kon makkelijk vanaf Boekhoute de eenheden in lijn ondersteunen.
  8. Jamart, J. 1994, L’armée belge de France en 1940, p146, Bastenaken, uitgeverij Schmitz; verwijzend naar een verslag opgesteld op 9 juni 1940 te Poitiers door Lt Res de Lancker, een artillerieofficier behorende tot de Staf/DREA.
  9. Exemplaar van Soldaat D'Haese van het dagelijks order van het V/LK met de vermelding van het 26A

    Exemplaar van Soldaat D’Haese van het dagelijks order van het V/LK met de vermelding van het 26A

    Nota Nr 10697/C.21d. van het 3de Bureel van het HK van het V/LK opgesteld in het Nederlands. Het betreft de vermelding van het 26A op de dagorder van het legerkorps, ondertekend door LtGen Van den Bergen, commandant  van het V/LK. Het document werd verspreid onder de gevangen genomen militairen vooraleer ze door de bezetter werden naar huis gestuurd.

  10. Soldaat Jacques Schol overleed op 25 mei aan eerder opgelopen verwondingen tijdens zijn verzorging in het Militair Reserve Hospitaal Nr 33 dat zich in de Abdij van Zevenkerken te Sint-Andries (nabij Brugge) bevond. Hij is begraven op het militair ereperk vlakbij de Abdij.
  11. Het Gemeentepark van Brasschaat bevindt zich aan de zuidkant van de Miksebaan en Elshoutbaan en de hoofdinging bevindt zich aan de St Antoniuskerk te Brasschaat-Centrum. Andere getuigenis over het neerschieten van het Franse jachtvliegtuig “De parochiale oorlogsverslagen van Brasschaat”, p. 2 [On Line beschikbaar]: http://users.telenet.be/wardvanosta/oorlogsverslagen.pdf [Laatst geraadpleegd 11 mei 2020]. Het betreft vermoedelijk het vliegtuig van de Franse piloot Sous-Lieutenant Pierre Verry. Zijn Curtiss H-75 N°116 werd op 11 mei om 16u45 neergeschoten. Verry weet zijn N°116 te verlaten. Belgische troepen menen een Duitse parachutist te zien en schieten hun laders leeg op de weerloze Fransman. Hij landt te Brasschaat en wordt gewond naar een Antwerps hospitaal afgevoerd. Daar zal hij bij de inname van de stad door de Duitsers gevangen genomen worden. [On Line beschikbaar]: https://luchtvaartgeschiedenis.be/content/curtiss-h-75-bij-brasschaat en https://www.passionair1940.fr/Armee%20de%20l%27Air/Appareils/Chasse/Curtiss-H75/EN-Historiques-2.htm [Laatst geraadpleegd 11 mei 2020].
  12. Jamart, J. 1994, L’armée belge de France en 1940, p553, Bastenaken, uitgeverij Schmitz.
  13. Uitgetypt verslag daterend van juni 1945 opgesteld door Cdt Dubois, Batterijcommandant van de 4Bij van II/26A, in het dossier 26A van het CHD te Evere. (Na vergelijking met de verslagen van andere officieren van 26A blijkt Cdt Dubois zich meermaals vergist te hebben in de timing en de locatie van de gebeurtenissen).
  14. Handgeschreven summier maar volledig relaas van de achttiendaagse veldtocht van Luitenant Dille F. ,sectiecommandant van de 5Bij van II/26A, in het dossier 26A van het CHD te Evere.
  15. Handgeschreven uitgebreid relaas van de achttiendaagse veldtocht van Kapitein-commandant Verbist, groepscommandant van II/26A, in het dossier 26A van het CHD te Evere.
  16. Uitgetypt relaas van de  achttiendaagse veldtocht van Kapitein-commandant Begon, batterijcommandant van de 3Bij van I/26A, in het dossier 26A van het CHD te Evere.
  17. Handgeschreven uiterst summier relaas van de achttiendaagse veldtocht van LtKol Laffineur, regimentscommandant 26A, in het dossier 26A van het CHD te Evere.
  18. Uitgetypt summier relaas van een niet nader genoemde sectiecommandant van de 1Bij van I/26A in het dossier van 26A.
  19. Uitgetypt uitvoerig en gedetailleerd relaas van Cdt SBH Leloup, bataljonscommandant van 17Gn, opgesteld te Blankenberge op 30 maart 1946. Beschikbaar in het archief van het Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie (CHD) te Evere.
  20. Dossier 26A, Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie van Defensie te Evere. Het dossier is voldoende gestoffeerd om het verloop van de veldtocht van de meeste batterijen van 26A te reconstrueren.