42ste Linieregiment

Situatie op 10 mei 1940

Type Infanterieregiment van de tweede reserve  
Ontdubbeld van 12de Linieregiment  
Taalstelsel Franstalig  
Onderdeel van 15de Infanteriedivisie  
Bevelhebber Kolonel R.E.L. Collard  
Standplaats Dekkingsstelling Albertkanaal
Ondersector Herentals
Commandopost te Bouwel
 
Samenstelling I Bataljon (Majoor R. Debeur) 1ste Compagnie Fuseliers (Lt E. Proth)
2de Compagnie Fuseliers (Kapt L. Delhaye)
3de Compagnie Fuseliers (Cdt G. Cantillon)
4de Compagnie Mitrailleurs (Cdt C. Michiels)
  II Bataljon (Majoor F. Losseau) 5de Compagnie Fuseliers (Cdt C. Mees)
6de Compagnie Fuseliers (Cdt F. Lintermans)
7de Compagnie Fuseliers (Cdt R. Devoghelaere)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Cdt W. Brosius)
  III Bataljon (Kapitein-commandant G. Renier) 9de Compagnie Fuseliers (Cdt R. Dedouaire)
10de Compagnie Fuseliers (Kapt O. Fraselle)
11de Compagnie Fuseliers (Lt Aimé Kennof)
12de Compagnie Mitrailleurs (Lt M. Materne)
  Stafcompagnie (Luitenant P. Mineur)
  Geneeskundige Compagnie (Geneesheer Luitenant R. Fanuel)
  Peloton Verkenners (Onderluitenant J. Depuydt)

Tijdens de mobilisatie

Staf/42Li
Het 42ste Linieregiment (42Li) wordt op vrijdag 22 september 1939 gemobiliseerd te Grand-Leez als ontdubbelingsregiment van het 12Li. De eenheden werden op volle sterkte gebracht met reservisten van het 13Li. Het regiment wordt toegevoegd aan de 15de Infanteriedivisie (15Div), een divisie van tweede reserve. De tweede reserve was in hoofdzaak samengesteld uit miliciens van de oudere klassen ’28, ’29, ’30 en ’31. In de infanterieregimenten van de tweede reserve ontbreekt het vierde bataljon met de zware mitrailleurs, mortieren en de anti-tankkanonnen C47mm. De fuseliers kregen in hoofdzaak oude Belgische Mauser geweren uit 1889 en Franse Chauchat lichte mitrailleurs die in 1915 aangekocht werden. Bovendien ontbrak het aan DBT granaatwerpers, en moesten de compagnies het stellen met Vivien Bessières tromblons die op de loop van hun geweer gevezen kunnen worden en een dracht van nauwelijks 150m hadden.

De twee andere infanterieregimenten van de 15Div waren 31Li en 43Li. Onmiddellijk na de mobilisatie trok het regiment in oktober 39 naar het Kamp van Beverlo voor een korte trainingsperiode samen met de rest van de 15Div.

Na een periode in het Bruggenhoofd Gent en aan de linie Halle-Ninove werd het regiment op 27 november 1939 naar het Albertkanaal ten oosten van Antwerpen verplaatst. Daar zullen de eenheden verblijven tot het uitbreken van de oorlog.

Aan de vooravond van de oorlog neemt het 42Li de oostelijke ondersector van de 15Div voor zijn rekening en staat opgesteld ten westen van Herentals tussen Kilometerpaal 13 en 17,1 van de steenweg Lier-Herentals. Het I/42Li en III/42Li liggen in eerste lijn, terwijl het II/42Li de tweede linie bemant. De commandopost van het regiment bevindt zich te Bouwel. Het 42Li heeft enkele C47 anti-tankkanonnen toegewezen gekregen en ontvangt vuursteun van de I/13A, en een batterij van de II/23A.

Staf/42Li
Om 01u44 rinkelt de telefoon op de commandopost van het regiment.  De staf van de 15Div deelt mee dat alle eenheden onmiddellijk in staat van alarm geplaatst worden. De bataljons worden onmiddellijk verwittigd en maken zich klaar om hun posities in aan de zuidoever van het Albertkanaal in te nemen. Bunkers en loopgrachten op het eerste echelon worden vanaf 04u00 bemand, en om 04u35 wordt het bruggenhoofd rondom het noordelijke uiteinde van de brug van Grobbenbonk bezet.  De opstelling van het 42Li is dan als volgt

  • Het Iste bataljon bezet het linker kwartier van het eerste echelon.
  • Het IIde bataljon wordt toegewezen aan het tweede echelon van de ondersector.  Dit echelon wordt echter voorlopig nog niet bezet.
  • Het IIIde bataljon is ontplooid op het rechter kwartier van het eerste echelon.  Dit kwartier heeft een front van 2.100 meter en ligt tussen Kilometerpaal 15 en 17.1 van de baan van Lier naar Herentals.  De drie compagnies worden in lijn opgesteld, met van west naar oost de 11de, 10de en 9de Compagnie.  Het bataljon wordt verstrekt door een peloton C47 anti-tankkanonnen.  De commandopost staat opgesteld in Kasteel ’t Goorhof.

Het gevechtsechelon wordt om 06u41 doorgestuurd naar Herenthout.  Enige tijd later vraagt de staf van de 15Div om alle binnenvaartuigen die zich nog op het Albertkanaal bevinden onmiddellijk naar Antwerpen te laten afvaren.  De bagagewagens worden om 07u50 op weg gezet naar Reet.  Het levensmiddelenechelon wordt opgesteld te Gestel.

Het tweede echelon van de ondersector is tegen 09u45 bezet.  Het 42Li is nu volledig klaar voor het gevecht.

Aan het eind van de dag passeren de eerste gemotoriseerde colonnes van het Franse 7de Leger.  Deze troepen trekken de Kempen binnen om ten noorden van Antwerpen de verbinding te maken tussen de Belgische en Nederlandse legers.

II/42Li
In afwachting van de bezetting van het tweede echelon, moet het bataljon de 7de Compagnie en een sectie mitrailleurs klaar houden om tussenbeide te komen bij eventuele luchtlandingen.  Deze opdracht wordt afgelast wanneer omstreeks 08u25 het bevel gegeven wordt om tot de inplaatsstelling op het tweede echelon over te gaan.  Het bataljon meldt om 09u45 klaar te zijn met de ontplooiing.

III/42Li
Rond 20.00 wordt de commandopost en de medische hulppost van het IIIde Bataljon even gemitrailleerd door de Luftwaffe, maar er valt geen schade te melden.

Peloton Verkenners/42Li
Het peloton zal tussen 10 en 14 mei ingezet worden voor het uitvoeren van patrouilles op de noordelijke oever van het Albertkanaal.  Tevens levert het peloton een detachement van vier militairen die de observatiepost van de artillerie te Vosselaar beveiligen.

Wanneer rond 20u20 een Duits vliegtuig neerstort op het grondgebied van Vosselaar, wordt een detachement van het peloton ingezet om de omgeving van het wrak te bewaken.

Staf/42Li
Een colonne van het Franse leger wordt omstreeks 06u00 aangevallen door de Luftwaffe bij doortocht op de Herenthousesteenweg richting Albertkanaal.  Er vallen meerdere gewonden die binnengebracht worden op het hulppost van het regiment.

In de voormiddag wordt Luitenant Michaux, inlichtingenofficier, uitgestuurd naar het Duitse wrak te Vosselare om de boorddocumenten te recupereren en over te maken aan de divisiestaf.

Het Groot Hoofdkwartier besluit op 11 mei om de oostelijke helft van het Albertkanaal op te geven en het dit deel van het veldleger terug te trekken tot aan de K.W. Stelling. De 15Div blijft  op post. De troepen bevinden zich immers aan de uiterste westflank van het Albertkanaal en zijn hier voorlopig nog veilig. In de ondersector van het 42Li blijft het verkeer over de bruggen bijzonder druk.

Het civiele verkeer over de beide bruggen te Grobbendonk wordt bij nacht verboden.  De burgerbevolking mag ook geen gebruik meer maken van de dienstweg op de noorderlijke oever van het Albertkanaal.

II/42Li
De regimentsstaf beveelt om alle mitrailleurs van het tweede echelon uit stelling te halen en in te zetten voor de luchtbeveiliging van de ondersector.

Kort na middernacht beveelt de divisiestaf om de eenheden van de hulptroepen die zich nog in de divisiesector bevinden door de sturen naar Berlaar.

De tanks van het Franse 7de leger zijn nu per trein in ons land toegekomen en zullen onder meer via de route Herenthout, Bouwel, Herentals naar de Kempen oprukken.  Bij dageraad komen de eerste pantsers aan bij de brug over de Kleine Nete te Grobbendonk.  De Fransen vragen om de springlading onder het kunstwerk te demonteren om een ongeplande ontploffing te vermijden.  De Belgische genie gaat na enig overleg aan het werk.  Ondertussen wordt een deel van de Fransen omgeleid via Massenhoven.  Het 42Li verzekert de vlotte doorgang en houdt zo veel mogelijk vluchtelingen van de baan. Onder de vluchtelingen bevinden zich ook heel wat Nederlandse militairen.

Ook nog tijdens de nacht van 11 op 12 mei heeft het ten oosten gelegen 16Li zijn tweede echelon ontruimd om een dwarsstelling op het Albertkanaal in te nemen langsheen de Grote Nete rondom Zammel, Westerlo en Zoerle-Parwijs.  Het 42Li ontdekt tijdens de ochtend dat er op het tweede echelon geen verbinding meer is met het 16Li.

Kort na 06u00 rijdt een boerenkar over een landmijn op de noordelijke dienstweg van het Albertkanaal, even ten oosten van de brug van Grobbendonk.  Een gewonde burger wordt door het 42Li verzorgd.

Overdag valt er weinig te melden bij het regiment.  De vluchtelingenstroom wordt steeds groter, en er worden regelmatig Duitse vliegtuigen gespot boven de ondersector.

In de vooravond start de genie met de vernieling van een reeks kleinere bruggen op het oude Kanaal Viersel-Herentals.

I/42Li
De 2de Compagnie meldt om 01u20 een incident bij de brug over de Nete te Grobbendonk.  Een ploeglid van de technische wacht van de genie heeft herbergier Gomaar Janssens neergeschoten.  De herbergier zou geen gevolg gegeven hebben aan de bevelen van de wacht.

Kapitein-commandant Cantillon is ziek en wordt afgevoerd naar de medische hulpplaats van de divisie.

Omstreeks 08u30 verneemt de regimentsstaf dat de Franse 1re Division Légère Mécanique zijn commandopost te Bouwel opgesteld heeft.  De troepen van deze divisie zijn bij gevechten betrokken in de Noorderkempen.

De vijand kan nu verwacht worden in de sector van de divisie.  Om de brug van Grobbendonk zo goed mogelijk af te schermen, wordt een peloton van de 6de Compagnie opgesteld in het dorp, onder leiding van de compagniecommandant Kapitein-commandant Devoghelaere.  De officier krijgt volmacht om de brug op eigen initiatief op te blazen.  Devoghelaere installeert zich in een woning op zo’n 400m noord van de brug.

Om 18u00 worden Kolonel Collard en zijn adjudant-majoor ontboden op de divisiestaf op Kasteel de Bist te Kessel.  De divisie krijgt het bevel om het Albertkanaal ten oosten van de monding van de Nete te verlaten.  Het 31Li en het 42Li dienen zich achter de Nete terug te trekken om de verbinding te maken tussen de Versterkte Positie Antwerpen en de K.W. Stelling. Het 43Li zal op post blijven in de ondersector Oelegem-Viersel.  De verplaatsing moet tijdens de nacht van 13 op 14 mei uitgevoerd worden.  De regimentsstaf verwittigt de bataljons tegen 19u00.

Kapitein-commandant Devoghelaere leidt de vaste achterhoede van het regiment die zal bestaan uit het peloton van de 2de Compagnie dat reeds bij de brug van Grobbendonk is opgesteld, en nog steeds aangevuld wordt met het peloton mitrailleurs van Luitenant Paulus.

Het vertrekt van het 42Li vangt aan vanaf 22u30 en het regiment moet om middernacht Bouwel gepasseerd zijn.  De eenheden krijgen twee marsroutes toegewezen: een noordelijke route ten westen van Bouwel via Nijlen, het fort van Kessel en Lisp en een zuidelijke route van de steenweg Lier-Herentals via Herenthout en Bevel naar Lier. De achterwacht wordt geleverd door detachementen van de 2de, 6de en 7de compagnies, een C47 antitankkanon en een vernielingsdetachement van de genie dat de brug van Grobbendonk moet opblazen. De verplaatsing naar Lier is zo’n 20 Km lang.

De brug op de Kleine Nete te Grobbendonk wordt omstreeks middernacht met explosieven vernield.

Tijdens de ochtend komt het regiment aan op zijn nieuwe ondersector te Lier, nog steeds aan de rechterflank van de divisie.  Ver achter de divisie wordt om 07u00 de brug over het Albertkanaal te Grobbendonk opgeblazen door de Belgische genie.

De 15de divisie bezet nu de sector achter de Nete tussen het Albertkanaal en Lier en heeft zijn hoofdkwartier opgesteld in Fort 3 te Borsbeek. Ten noorden van de 15Div starten de linies van de Versterkte Positie Antwerpen, terwijl ten zuiden van de nieuwe stellingen de 6Div aansluit. Het regiment wordt als volgt ontplooid:

  • De 5de compagnie bezet de voorposten rond het fort van Kessel.
  • Het Iste bataljon neemt de linkerflank in van het eerste echelon tussen Lisp en de spoorwegbrug over de Kleine Nete.
    • De 2de en de 1ste Compagnie bezetten respectievelijk het linker en rechter onderkwartier, en worden gedekt door de 3de Compagnie.
    • De oostelijke oever van de Kleine Nete is onder water gezet over maximale breedte van zo’n 1000m vanaf het noordelijke uiteinde van de spoorwegbrug tot even voorbij Lisp.
  • Het IIIde bataljon bezet de rechterflank van het eerste echelon in de stad Lier.
    • Van noord naar zuid worden de 9de, 10de en 11de Compagnies in een enkele lijn langsheen de Nete geïnstalleerd.  De 11de Compagnie plaatst een peloton op de rechteroever van de rivier, en twee pelotons op de linkeroever.  Deze beide pelotons moeten de verbinding maken met het noordelijke uiteinde van de K.W. Stelling die ten zuiden van het Fort van Lier te Koningshooikt start.
    • De commandopost van het bataljon komt op het Stationsplein te staan.
  • Het IIde bataljon krijgt het tweede echelon toegewezen.
  • De commandopost van het regiment wordt opgesteld nabij Kilometerpaal 7,3 op de Antwerpsesteenweg.
  • De VI/13A levert de artillleriesteun aan het regiment vanop stellingen te Dries.
  • Het bagage-echelon wordt de Reet ondergebracht.
Leuvensebrug te Lier

De Leuvensebrug te Lier was een belangrijke positie in het kwartier van het IIIde Bataljon van 42Li.

De inplaatsstelling van het IIIde bataljon verloopt moeizaam.  In de stad Lier is ook het 9de Linieregiment aangekomen en worden het  II/9Li en III/9Li opgesteld in de zone tussen de stad tot het Fort van Lier.  Er is enige verwarring tussen de beide formaties.  De staf van het IVde Legerkorps moet tussenbeide komen om de knoop te ontwarren, en tegen 17u00 zijn de bataljons correct opgesteld.

Omstreeks 05u00 worden twee C47 anti-tankkanonnen toegevoegd aan het 42Li.  Het regiment kan het geschut broodnodig gebruiken.

De staf van het IVde Legerkorps verspreid rond 08u00 de melding dat een vijandelijke colonne gesignaleerd is op de Aarschotsesteenweg.  De grootste waakzaamheid wordt gevraagd.  De infanteristen werken verder aan het verbeteren van hun stellingen, maar de vijand komt voorlopig nog niet dichterbij.

Omstreeks 09u30 wordt het Fairey Fox toestel O8 het 1ste Luchtvaartregiment neergehaald voorbij Lier. De bemanning van het toestel, OLt de Theurx de Montjardin en Lt Dierickx, zijn lichtgewond en worden op de hulppost van het IIIde Bataljon binnengebracht voor verzorging.  Met behulp van enkele opgeëiste fietsen kunnen de vliegeniers de K.W. Stelling bereiken en van daar doorreizen naar Hingene.

De spoorwegbruggen over de Kleine Nete wordt rond 10u30 vernield door de genie. De brug over het kanaal stort slechts gedeeltelijk in en kan nog door voetgangers gebruikt worden.  Terzelfder tijd meldt de 9Div dat hun verkenners te Itegem en Koningshooikt onder vijandelijk vuur gevallen zijn.

III/42Li
Na een inspectieronde door de staf van het IVde Legerkorps krijgt het 42Li het bevel om zijn posities te Lier aan te passen.  De korpsstaf wil een verdediging in de diepte van de stad, en wil de belangrijke Leuvensebrug beter gedekt zien.  De nieuwe opstelling van het bataljon is als volgt:

  • De 11de Compagnie bezet nu als eerste de frontlinie, en behoudt een peloton op de linkeroever.  De twee overige pelotons worden op de beide flanken van de Leuvensebrug opgesteld.
  • De 10de Compagnie bemant een tweede linie langsheen de Mosdijk, Vismarkt en Zimmertoren.
  • De 9de Compagnie wordt op een derde verdedigingslinie opgesteld die grosso modo vanaf het stadhuis langsheen de Lisperstraat loopt.  Het meest noordelijke peloton komt te Nazeret te liggen.

Het bataljon krijgt de steun van een detachement van het 16Gn dat een reeks woningen langsheen de oever van de Nete zal helpen inrichten als steunpunten voor de infanterie.  Tevens wordt in de binnenstad het tweede echelon met veldwerken versterkt.  Tenslotte wordt ook de Leuvensebrug permanent in open positie behouden.

42Li te Lier

Definitieve opstelling van het IIIde Bataljon van 42Li te Lier.

Om 23u00 worden de voorposten van de 5de Compagnie rondom het Fort van Kessel teruggeroepen binnen de linies.  De militairen van de compagnie raken enigszins in paniek, en de verplaatsing wordt al snel een chaotische vlucht naar Lier.  Sergeant Antoni wordt teruggestuurd met een vrachtwagen terug Kessel om een hoeveelheid achtergelaten materieel te gaan ophalen, maar wordt bij deze actie gedood door vijandelijk geweervuur.

De 5de Compagnie steekt om 23u45 de Kleine Nete over via de brug van de Kesselsesteenweg.  Dit kunstwerk wordt een kwartier later door de genie opgeblazen.

Peloton Verkenners/42Li
Na de terugtocht van het Albertkanaal, wordt het peloton van 15 tot 17 mei ingezet ter bewaking van de commandopost van het regiment, en voor het uitvoeren van patrouilles.  Slechts één patrouille zal uitgestuurd worden naar de oostelijke oever van het Nete.

De Belgische troepen rond Lier maken zich klaar voor de komst van de Duitse troepen. De genie vernielt rond 02u00 de Maasfortbrug op de Grote Nete. Een uur later wordt het fort van Kessel opgeblazen. Ook de brug naar Leuven en de spoorwegbrug op de lijn Lier-Aarschot gaan er aan.

De voorposten worden teruggeroepen binnen de hoofdweerstandslinie.  Als eerste komen even voor 03u00 de zes T13 tankjagers van de 2Div aan, gevolgd door de troepen te voet om 04u15.

Even voor de middag komen enkele granaten van een Duits PAK36 kanon neer op de stellingen van de 11de Compagnie.  Hierbij vallen twee lichtgewonden in een steunpunt op zo’n 100m noord van de Leuvensebrug.  De vijand is nu niet ver af meer. Even na 13u15 is er ook visueel contact nabij de Maasfortbrug.   Het IIIde bataljon stuurt een patrouille naar de vijandelijke oever die de juiste positie van de Duitse troepen kan bepalen.  De patrouille maakt zich echter uit de voeten wanneer een pantserwagen gespot wordt.  De VI/13A verjaagt de Duitsers met een kort artilleriebombardement.

Majoor Losseau, bevelhebber van het IIde Bataljon, wordt om 15u00 op de divisiestaf ontboden.  De staf deelt mee dat de vijand te Lisp tussen de Kleine Nete heeft overgestoken en de stad van uit het noordoosten bedreigt.  Het bataljon moet zich klaar houden om tussenbeide te komen, maar de opdracht wordt afgelast wanneer het Iste Bataljon meldt dat er geen infiltratie geweest is.

Op 16 mei besluit het Groot Hoofdkwartier besluit in samenspraak met de geallieerden om de K.W. Stelling op te geven en terug te trekken naar de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde. Tijdens de nacht van 16 op 17 mei moeten alle troepen ten zuiden van de Nete de aftocht aanvatten. De troepen ten noorden van de Nete zullen een dag langer ter plaatse blijven. De Nete vormt nog steeds de zuidelijke grens van de sector van de 15de divisie. Aan de overkant van de rivier ligt de sector van de 6de divisie en begint de eigenlijke K.W. Stelling. De 6de divisie verlaat dus volgens plan zijn sector tijdens de avond van 16 op 17 mei, terwijl de 15de divisie tot 17 mei op post zal blijven.

Om er na de eerste fase van de aftocht naar het westen voor te zorgen dat de zuidflank van de divisie niet bloot komt te liggen, zullen de troepen van de 15Div tijdens de nacht van 16 op 17 mei herschikt worden om het ganse gebied tussen het Albertkanaal, Lier en Boom te bezetten en alzo een naar het zuiden gerichte dwarsstelling in te richten.  De IV/13A verlaat de sector om de tocht naar het westen aan te vatten, en wordt vervangen door de I/17A.  Ook zal het II/42Li verplaatst worden naar een nieuw kwartier tussen Lier en Duffel.  Te Duffel moet de brug over de Beneden-Nete bewaakt worden om een vijandelijke doorstoot van uit het zuiden te beletten.

Ook bij het III/42Li leidt de aftocht van de K.W. Stelling tot enkele positiewijzigingen:

  • Het peloton van de 11de Compagnie dat zich nog op de vijandelijke oever bevindt, wordt teruggetrokken naar de zuidrand van de stad en versterkt de posities nabij de Molbrug.
  • Voorts wordt een wachtpost geplaatst op zo’n 300m oost van de Leuvensebrug om de bewegingen van de vijand in het oog te houden.
  • Ook wordt een mitrailleursectie van de 12de Compagnie verplaatst om de Waversesteenweg richting Itterbeek onder schot te houden.
  • Tenslotte worden twee gevechtsgroepen van de 9de Compagnie naar de oever van de Nete geschoven op ten westen van de Molbug post te vatten.

Na het vallen van de nacht laat de regimentscommandant weten aan Kapitein-commandant Renier dat zijn IIIde Bataljon versterkt zal worden met de 2de Compagnie en met een peloton mitrailleurs van de 4de Compagnie.

I/42Li
Tegenover het I/42Li blijft het rustig.  De onderwaterzetting van het voorterrein maakt dat de Duitsers die gebied vermijden.  De regimentsstaf besluit om het bataljon uit te dunnen en verschillende detachementen naar de stad te sturen ter versterking van het III/42Li.

Aan het eind van de dag wordt het bataljon ingezet om de vaste achterhoede van het 42Li te vormen bij de aftocht naar het westen.

II/42Li, Detachement Majoor Losseau
Omstreeks 03u00 tijdens de nacht van 16 op 17 mei wordt de opdracht van het IIde Bataljon gewijzigd.  Het bataljon wordt nu in twee detachementen gesplitst.

De verdediging van de brug te Duffel en de westelijke helft van deze gemeente wordt toevertrouwd aan Majoor Losseau die beschikt over de volledige 7de Compagnie, aangevuld met het peloton van Luitenant Pacquay van de 5de Compagnie, een peloton mitrailleurs en twee T13 tankjagers.  De zone tussen de noordrand van Duffel en de zuidrand van Lier zal slechts bewaakt worden door patrouilles.

Het detachement bereikt Duffel kort voor de vernieling van de brug over de Nete door de genie.  Zodra de laatste brokstukken neergekomen zijn, start Majoor Losseau met de installatie van zijn troepen.

De Duitsers naderen al snel uit de richting van Koningshooikt en kort na de middag wordt een eerste poging ondernomen om te Duffel de Nete over te steken.  Het Wielrijderseskadron der 12de Infanteriedivisie wordt om 17u00 uitgestuurd om de westelijke oever te versterken.

II/42Li, Detachement Kapitein-commandant Mees
Ten gevolge van de beslissing om het bataljon op te splitsen, blijft het gros van het IIde Bataljon op het tweede echelon van de oorspronkelijke ondersector tussen Lisp en Lier.  Deze fractie wordt bevolen door Kapitein-commandant Mees.

III/42Li
Omstreeks 06u00 arriveert de de 2de Compagnie samen met een peloton mitrailleurs van de 4de Compagnie ter versterking van het bataljon.  Dit detachement neemt de verdediging over van de Molbrug en van de oever van de Nete vanaf deze brug tot aan de samenloop met de Oude Nete.

Even na 11u00 stuurt de 11de Compagnie een patrouille naar de vijandelijke oever.  De ploeg wordt geleid door Sergeant Scheepers.

Vanaf 13u45 wordt bij het III/42Li een eerste keer contact gemaakt met de vijand.  Van uit de richting van Berlaar naderen enkele motorwielrijders de Leuvensebrug en worden prompt onder vuur genomen.  De Duitsers maken onmiddellijk rechtsomkeer.  Binnen het kwartier duikt een pantserwagen op die voor de Cointet anti-tankhekkens over de Berlaarsesteenweg halt houdt en even later ook verdwijnt.

Omstreeks 14u30 vallen de Belgen onder vuur van uit de huizen tegenover dezelfde brug. Een hevig vuurgevecht breekt uit tussen de troepen van de beide legers.   De Duitse infanteristen brengen een PAK36 anti-tankkanon in stelling.  Het kanon moet echter al snel teruggetrokken worden onder tegenvuur van de 11de Compagnie.  Vanaf 16u00 voert de aanvaller de druk op en worden de Belgen ook onder mortiervuur genomen.  Via Berlaarsesteenweg en Aarschotsesteenweg komen steeds meer Duitse troepen toe.  Het IIIde Bataljon laat de I/17A tussenbeide komen.

De Duitsers verleggen hierop het zwaartepunt van hun actie naar de Molbrug in de hoop aldaar de stad te kunnen binnendringen.  Omstreeks 17u30 laat Kapitein-commandant Renier het geschut van I/17A alhier tussenbeide komen om de vijand te verjagen.  De bataljonscommandant stuurt eveneens twee gevechtsgroepen van de 2de Compagnie naar de brug.  De aanvallers dringen er niet langer aan, en hun aandacht verschuift opnieuw naar de Leuvensebrug.  Hier zullen de beschietingen tot ongeveer 20u30 aanhouden.  De Duitsers zetten nu ook hun artillerie in.  Verschillende woningen te Lier worden in brand geschoten.  Rondom 21u00 wordt het stil.  De aanvallers besluiten om de komende ochtend af te wachten en de rust keert terug voor de posities van het bataljon.

Kolonel Collard komt aan omstreeks 21u45 om het bataljon te feliciteren en om de orders voor de komende aftocht naar het westen mee te delen.  Het ganse regiment moet om 00u30 verzamelen bij het begin van de Mechelsesteenweg en moet te Temse de Schelde oversteken.

Het bataljon wordt aan het eind van de dag nog versterkt met de 6de Compagnie en een peloton mitrailleurs van het 31Li.  Kapitein-commandant Renier besluit om deze troepen te gebruiken om zijn 11de Compagnie af te lossen.

42Li (minus Detachement Majoor Losseau en Detachement Kapitein-commandant Linterman)
Het 42Li verlaat zijn ondersector en marcheert van Lier via Lint en Kontich naar Boom waar de Rupel overgestoken wordt tussen 07u00 en 09u00.  Wanneer de allerlaatste Belgische troepen aan de overkant zijn, wordt omstreeks 11u00 de brug over de rivier met explosieven vernield.  Het 42Li marcheert ondertussen via Puurs en Bornem naar Temse.  De tocht verloopt erg traag en de gemiddelde snelheid van de colonnes ligt om en bij de 3 Km/u.  De eerste troepen zullen Temse bereiken omstreeks 10u00 maar het zal tot 14u00 duren eer het ganse regiment de westelijke oever van de Schelde bereikt heeft.

II/42Li, Detachement Majoor Losseau
Het detachement van Majoor Losseau bereikt het gehucht Hogenakker nabij Temse omstreeks 06u00.

II/42Li, Detachement Kapitein-commandant Lintermans
Kapitein-commandant Mees krijgt tijdens de vroege ochtend het bevel om een detachement uit te sturen naar de brug van Boom om dit kunstwerk te beveiligen tot na de doortocht van de divisie.  De opdracht wordt toegewezen aan de 6de Compagnie, aangevuld met een peloton van de 5de Compagnie en een peloton mitrailleurs.  Kapitein-commandant Lintermans leidt deze groep.  Dit detachement verlaat Boom omstreeks 10u00 en marcheert dan eveneens naar Temse.

42Li
Het regiment wordt weer samengevoegd tot een enkele formatie en verneemt om 13u00 dat het samen met de rest van de divisie uit het Waasland geëvacueerd zal worden naar de kust.  De eenheden van het 42Li vertrekken vanuit het station Sint-Niklaas en bereiken na een lange treinreis de stad Oostende in de loop van de avond.

De treinen uit Sint-Niklaas komen vanaf 04u30 toe te Oostende.  De manschappen worden ondergebracht in enkele schoolgebouwen en kunnen enkele uren uitrusten.  De 15Div is nu overgegaan naar het commando van de Maritieme Basis.

Om 07u00 verneemt Kolonel Collard dat zijn bataljon naar de oostkust moet vertrekken.  De eenheden worden rondom 09u00 met de kusttram naar Blankenberge gebracht en ingekwartierd:

  • De staf en het IIIde bataljon vinden onderdak in de hotels aan de oostrand van Blankenberge.
  • Het Iste bataljon kantonneert te Nieuwmunster.
  • Het IIde bataljon wordt te Zuienkerke ondergebracht.

Tijdens de namiddag komt ook het sinds Lier vermiste peloton van Luitenant Minsart opnieuw aan bij het IIIde bataljon. Minsart en zijn manschappen hadden de aftocht van de Nete gemist door een gebrek aan communicatie en waren op eigen houtje via secundaire wegen naar de brug van Boom getrokken. Tijdens de avond van 18 mei was het peloton aangekomen te Temse en konden de manschappen een plaatsje vinden op de laatste trein van de divisie naar de kust.

Het regiment is weer min of meer compleet. De slagorde van het Iste bataljon bestaat uit 22 officieren (22 voorzien), 767 onderofficieren en korporaals (916 voorzien), 12 Colt mitrailleurs (12 voorzien), 27 Chauchat lichte mitrailleurs (36 voorzien). De overige bataljons hebben een gelijkaardige getalsterkte. Tijdens de komende dagen zullen nog kleine groepjes achterblijvers toekomen zodat het regiment bij het vertrek van de oostkust op 24 mei nog slechts 175 militairen zal missen.

Tijdens de ochtend ontvangt het regiment bezoek van LtGen baron de Henin, divisiecommandant.

Omstreeks 12u00 wordt de 9de Compagnie samen met een peloton van de 12de Compagnie naar Zeebrugge gestuurd om er de haven te helpen beveiligen. Het detachement neemt ongeveer twee uur laten een naar Zeeland gerichte positie in met op de linkerflank enkele Franse troepen die de havenpier bezetten en op de rechterflank het IIIde bataljon van het 3Gr.

De rest van het bataljon blijft aan de oostrand van Blankenberge.

Het regiment beëindigd zijn rustperiode en wordt ontplooid aan de oostkust tussen Oostende en De Haan. Elk bataljon krijgt een strook van de kustlijn toegewezen met van west naar oost:

  • IIde bataljon: van het kanaal te Oostende tot aan kilometerpaal 34 van de kustweg, met commandopost te Bredene
  • IIIde bataljon: tussen kilometerpaal 34 en 36 van de kustweg, met commandopost eveneens te Bredene
  • Iste bataljon: tussen kilometerpaal 36 en 40 van de kustweg, met commandopost te De Haan

Vanaf 09u00 verlaten de bataljons hun kantonnementen op weg naar deze nieuwe posities. Net na de middag zijn alle eenheden ontplooid. Er komt echter vrijwel onmiddellijk een tegenbevel om de oostkust te verlaten en de ondersector ten westen van Oostende te gaan innemen zodat rondom 19u00 het ganse regiment zich op weg zet naar Oostende om daar de tram te gaan nemen. Na een korte tramrit komen de eenheden aan op hun gewijzigde posities:

  • staf, IIde en IIIde bataljon: Middelkerke
  • Iste bataljon: Wilskerke

Rond 23u00 is iedereen ingekwartierd.

De 15de infanteriedivisie ontvangt het bevel om zich klaar te maken voor een mogelijke verplaatsing naar de Ijzer om de Belgische zuidflank te helpen deken nu de Duitse tanks de Franse kust hebben bereikt. Tijdens de namiddag worden de nodige instructies verdeeld onder de regimenten van de divisie. Het 42Li zal de laatste 5 Km van de loop van de Ijzer gaan bezetten, vanaf de monding te Nieuwpoort tot aan kilometerpaal 5. Het 1ste en 2de bataljon zullen in eerste lijn gaan. Het 3de bataljon zal de reserve uitmaken.

Samen met de overige eenheden van de 15de Infanteriedivisie bezet het 42Li de streek rond Nieuwpoort:

  • het Iste bataljon gaat op op de linkerflank naar het binnenland toe met commandopost te Mannekensvere
  • het IIde bataljon bezet de rechterflank aan de Ijzermonding en heeft zijn commandopost in de steenbakkerij van Nieuwpoort
  • het IIIde bataljon neemt het centrum van Nieuwpoort in en stelt zijn staf op nabij het monument voor koning Albert I
  • de regimentsstaf opent zijn commandopost in de hoeve Koude Schuur nabij Nieuwendamme
  • de vuursteun wordt geleverd door de II/23A
  • het sluizencomplex te Nieuwpoort wordt verdedigd door het 30ste Bataljon van de Wachters voor Verkeerswegen en Inrichtingen

Het 3de bataljon heeft twee T13 tankjagers, vier C47 antitankkanonnen en vijf C75 TR artilleriestukken in steun ontvangen om Nieuwpoort tot een antitankcentrum uit te bouwen.

Tijdens de ontplooiing wordt het I/42Li kortstondig aangevallen door de Luftwaffe, zonder verdere gevolgen. De rest van de dag verloopt zonder incidenten.

De Luftwaffe voert rond de middag een zware aanval uit op Nieuwpoort waarbij bij het III/42Li een dode valt.

Die dag wordt ook de 15de infanteriedivisie grondig herschikt. Om 09u30 wordt het 31Li uit de slagorde gehaald, gevolgd om 21u00 door het 43Li. De beide regimenten worden naar het binnenland gestuurd na de Duitse doorbraak aan de Leie. Net voor middernacht wordt het 42Li dan ook herschikt en krijgt het nieuwe posities toegewezen:

  • de 7de compagnie wordt samen met de 9de compagnie van het 3Gr naar het Lokanaal gestuurd om een een voorpost te bemannen
  • het 1ste bataljon wordt verschoven naar de buurt van Schoorbakke en Leke
  • het 2de bataljon verlengt zijn front tot aan kilometerpaal 5 van de Ijzer en neemt nu ook de oude stellingen van het 1ste bataljon over
  • het 2de bataljon blijft in de stad Nieuwpoort

Rond 07u00 meldt het regiment dat het volledig ontplooid is op zijn nieuwe stellingen. Alles is nu klaar voor de verdediging van de oever van de Ijzer bij een mogelijke Duitse opmars vanuit Frankrijk. Die opmars komt er echter niet en wanneer tijdens de voormiddag de Belgische linies ten westen van de Leie onder druk komen te staan, gaat het Groot Hoofdkwartier onmiddellijk op zoek naar alle overgebleven troepen om de bressen te helpen dichten en het front zo goed mogelijk intact te houden.

Om 12u30 ontvangt Kolonel Collard dan ook het bevel zijn regiment onmiddellijk klaar te maken voor een verplaatsing in autobussen en vrachtwagens van de Legerautogroepering naar de streek rond Tielt en Ardooie. De stellingen worden verlaten en de eenheden verzamelen voor het vertrek langsheen de baan van Nieuwpoort naar Pervijze. Elk bataljon krijgt een instappunt toegewezen vanaf Ramskapelle tot Pervijze en vanaf 15u00 worden de manschappen stapsgewijs ingeladen. Deze operatie verloopt bijzonder moeizaam en tot overmaat van ramp ontdekken Duitse vliegtuigen rondom 18u20 de colonnes van het 42Li. Tijdens de daaropvolgende luchtaanval moeten het Iste en IIde Bataljon een vijfenzeventigtal gewonden en bijna twintig doden incasseren. Twee pelotons autobussen worden volledig vernield. De manschappen vluchten weg in alle richtingen en verschuilen zich zo goed mogelijk in de velden. Na de luchtaanval wordt iedereen terug op de baan verzameld en worden de soldaten toegewezen aan de overgebleven voertuigen. Met een grote vertraging stijgt het regiment uiteindelijk in wanneer het reeds donker begint te worden. Na een korte rit komt iedereen aan in Koolskamp, halverwege Lichtervelde en Tielt. Het regiment stelt zich onder het bevel van het VIIde Legerkorps.

Tijdens de nacht komt het regiment druppelsgewijs aan te Koolskamp. De luchtaanval heeft bovendien het moreel van de manschappen een stevige deuk gegeven en het 42Li kan zich slechts met grote moeite klaarmaken voor de komende actie. Naar mate de eenheden toekomen in Koolskamp worden ad-hoc gevechtsgroepen samengesteld en onmiddellijk naar de frontlinie gestuurd. Het gros van het regiment vertrekt zo naar de 8ste infanteriedivisie en zet koers naar de spoorlijn Ingelmunster-Tielt ten noorden van Ingelmunster. Het 1ste bataljon wordt aangehecht bij de 16de infanteriedivisie die zich rond Tielt tracht te hergroeperen.

De 8ste infanteriedivisie vormt een nieuw front langsheen de spoorlijn Ingelmunster-Tielt met een samenraapsel van verschillende eenheden. In eerste linie bevinden zich het III/44Li en een formatie rond het III/16Li en twee compagnies van het 8Li. De staf en het IIste en IIIde bataljon van het 42Li moeten er de tweede linie vormen ten oosten en ten zuiden van het park en het bos van Ardooie. Kolonel Collard zal hiervoor zijn commandopost opstellen nabij Het Veld nabij kilometerpaal 8 op de baan van Ingelmunster naar Brugge. De ganse stelling wordt ondersteund door vier groepen van de artillerie.

Het II/42Li en III/42Li worden even in stand-by gehouden en ontplooien vervolgens op de voorziene posities langsheen de zuidrand en oostrand van het bos van Ardooie. De posities liggen echter pal in de Duitse opmarsroute en worden dan ook al snel onhoudbaar onder druk van de oprukkende vijand. Reeds tijdens de voormiddag wordt het duidelijk dat de beide bataljons het bijzonder lastig zullen krijgen. De troepen van het eerste echelon van de Belgische linies stromen tot ongeveer 13u00 doorheen de posities van het 42Li waarna het regiment op zijn beurt contact maakt met de vijand. Het IIde bataljon moet zich rond 14u00 terugtrekken en een uur later wordt ook het IIIde bataljon zwaar aangevallen door Duitse eenheden.

De 8ste infanteriedivisie heeft intussen reeds een bevel tot een algemene aftocht naar de spoorlijn Tielt-Lichtervelde uitgevaardigd. Deze instructie kan door de chaos in de linies echter niet op effectieve wijze verspreid worden waardoor de Belgen ter plekke blijven en overrompeld worden. Het III/42Li ontvangt het bevel slechts om 17u30 wanneer het al veel te laat is voor een georganiseerde terugtocht. De weinige restanten van het bataljon strompelen over de spoorlijn rondom 19u00 en vervoegen de algehele aftocht.

Het I/42Li is diezelfde ochtend door de bevelhebber van de 16de infanteriedivisie toegevoegd aan het 41Li om de bezetting te vervolledigen van de ondersector tussen kilometerpaal 10 en 13 van de spoorlijn Tielt-Lichtervelde. De 16de infanteriedivisie heeft op dat ogenblik rond Tielt twee gevechtsgroepen ter beschikking: een eerste groep op de linkerflank omvat het I/41Li en de 1ste en 3de compagnie van het 18de bataljon Genie, terwijl de rechterflank ingenomen wordt door een formatie rond het II/21Li, I/3Gr en de 2/18Gn.

Majoor Debeur meldt zich tussen 07u00 en 08u00 aan op de commandopost van het 41Li nabij de kerk van Tielt. Het I/42Li vervoegt vervolgens de rechterflank en gaat in stelling ten noorden van Huffeslee. De compagnies van Majoor Debeur worden tijdens te ontplooiing voortdurend gemitrailleerd door de Luftwaffe en stuiten bovendien al snel op weerstand op de grond zodat de manschappen slechts met moeite vooruit komen. Er vallen ettelijke slachtoffers en de manschappen bereiken slechts rond 13u00 de voorziene posities.

Wanneer echter even na 16u00 het I/3Gr onder aanhoudende Duitse druk moet terugplooien op de rechterflank en even later ook de commandopost van het 41Li te Tielt ingenomen wordt, komt het I/42Li in nauwe schoenen te staan. Het bataljon wordt nu ook in de rug aangevallen. Het bataljon wordt afgesneden door de Duitse infanteristen en kan nog stand houden tot 20u00. Majoor Debeur besluit de strijd te staken wanneer het duidelijk geworden is dat zijn manschappen geen enkele kans meer hebben.

Het 42Li is buiten strijd. De enkelingen die de avond voordien nog wisten te ontsnappen van de totale ondergang rondom Tielt en Ardooie vinden mekaar terug in het Belgische achtergebied en vernemen er de capitulatie.

Na de capitulatie

Slachtoffers

Bibliografie en Bronnen

  1. Historique du 12e Régiment de Ligne Tome III, Colonel BEM e.r. A. Massart.
  2. Dossier 42Li, Centrum voor Historische Documentatie van Defensie, Evere.