22ste Bataljon Transmissietroepen

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 22ste Bataljon Transmissietroepen | 22ème Bataillon de Troupes de Transmissions | 22TTr
Type Transmissietroepen
Ontdubbeld van Regiment Transmissietroepen
Onderdeel van IIde Legerkorps
Bevelhebber Majoor J. Kestens
Standplaats Betekom
Samenstelling 1ste Compagnie Telegrafisten (Lt J. Pierrard)
  2de Compagnie Radiotelegrafisten (Kapt H. Van Droogenbroeck)
  3de Compagnie Hulptroepen (Lt L. De Kesel)
  Peloton Reisduiven (Lt L. Brusselmans)

Tijdens de mobilisatie

Het 22TTr werd op 1 september 1939 te Antwerpen onder de wapens geroepen en ontstond rond een bijzonder kleine kern van twee actieve officieren, een handvol onderofficieren en een twaalftal manschappen van de klas 39 die nog onder de wapens waren.

De uitrusting van de manschappen en het transmissiematerieel werden geleverd uit het depot in Fort 4 te Oude God.

Het 22TTr verhuisde op 12 september naar Kampenhout om vervolgens op 1 oktober aan te komen te Betekom.

Gedurende de mobilisatieperiode is het bataljon actief bij de uitbouw van het telefoonnet op de K.W. Stelling.

Elk transmissiebataljon op niveau legerkorps had ook een peloton reisduiven. Deze mobiele duiventil werd begin jaren ’30 gefotografeerd.

Het bataljon heeft op 10 mei 1940 zijn hoofdkwartier te Beketom, maar is actief doorheen de ganse zone van het IIde legerkorps. De opdrachten zijn toegespitst op het uitbaten van het radionetwerk van het korps en het verzorgen van telefoonverbindingen door middel van zowel het burgernet als veldtelefoons. Tot slot wordt ook het militaire telegraafverkeer verzorgd. Zo wordt op de eerste oorlogsdag de telegraafcentrale te Aarschot gesloten voor alle civiele berichten en worden de installaties gebruikt voor het versturen van een hele reeks geplande mobilisatiebevelen.

Diverse luchtaanvallen verstoren de vlotte communicatie tussen de verschillende staven van het IIde legerkorps. In de nacht van 11 op 12 mei dienen telefoonlijnen hersteld te worden na een luchtaanval op een kruispunt ten noorden van Aarschot.

Het station van Aarschot na de luchtaanval van 12 mei.

Aarschot wordt opnieuw gebombardeerd en er valt veel schade aan de stationsomgeving waardoor opnieuw talrijke telefoon- en telegraaf lijnen worden onderbroken.

Het gebouw met de stedelijke telefooncentrale die door het 22TTr uitgebaat wordt, is gedeeltelijk vernield. Alleen de verbinding naar Lier is nog intact. Tot ieders grote verbazing vallen er geen gewonden onder het militaire personeel.

De communicatie wordt gedeeltelijk hersteld door het opzetten van een tijdelijke centrale op de commandopost van het bataljon te Betekom, die dan weer aangesloten wordt op de burgercentrale te Haacht met behulp van de naast de commandopost langs lopende telefoonkabels.

Majoor Kestens ontvangt het bevel om samen met enkele andere officieren van de staf van het IIde Legerkorps richting Keerbergen te vertrekken om een nieuwe standplaats voor de korpsstaf te verkennen. De taak wordt relatief snel volbracht, maar blijkt nutteloos wanneer een tegenbevel van het Groot Hoofdkwartier aankomt. Het IIde Legerkorps krijgt een nieuwe zone aan het noordelijke uiteinde van de K.W. Stelling toegewezen.

Nu de troepen van het IIde legerkorps zich op de K.W. Stelling installeren, wordt de korpsstaf naar het westen verschoven. De staf installeert zich in het fort van Walem. Het bataljon vertrekt na de middag naar Kapelle-op-den-Bos. De colonne wordt even beschoten door nerveuze Belgen bij het kruisen van de anti-tankversperring.

Het 22TTr blijft te Kapelle-op-den-Bos. Er wordt gewerkt ten bate van het IIde Legerkorps dat de noordelijke zone van de K.W. Stelling in handen heeft, en de 6de, 9de en 11de Infanteriedivisies beveelt.

Het bataljon verhuist naar Leest. De ploeg op het fort van Walem voltooit de laatste werken voor het aansluiten van de korpsstaf op het telefoonnetwerk van de K.W. Stelling.

Op 16 mei komt onverwachts het bevel van het geallieerd opperbevel (Franse generaal Bilotte) om verder westwaarts te trekken. Zonder dat de K.W. Stelling ten volle verdedigd werd moet de stelling worden prijsgegeven. Het Duitse leger wist immers een doorbraak te forceren in de streek van Sedan en rukt op naar de Atlantische kust. In het noorden heeft Nederland zich overgegeven, en het geallieerd dispositief moet worden aangepast. Tijdens de namiddag verspreidt de Belgische legerleiding de nodige bevelen voor de ontruiming van de K.W. Stelling tijdens de nacht van 16 op 17 mei.

Het 22TTr vertrekt naar Baasrode en laat de K.W. Stelling definitief achter zich.

Bij de aftocht van de K.W. Stelling verlaat het 16de Regiment Artillerie het commando van het IIde Legerkorps.  De radioploegen van het 22TTr blijven echter behouden bij het 16A, zodat het bataljon een deel van zijn personeel en materieel verliest.  De ploegen zullen slechts op 24 mei terugkeren naar het 22TTr.

Bij de aftocht wordt een detachement naar Beveren-Waas gestuurd om bij het Park van de Genie van het Leger een nieuwe dotatie telefoonkabel op te halen.

Na de eerste etappe van de aftocht van de K.W, Stelling bevindt de staf van het IIde Legerkorps zich te Buggenhout.  De 6de Infanteriedivisie heeft zijn hoofdkwartier te Lippelo, de 9de Infanteriedivisie te Dendermonde en de 11de Infanteriedivisie te Londerzeel.

Het bataljon wordt verplaatst naar Eeklo, terwijl de legerkorpsstaf naar Waarschoot onderweg is.  Het IIde Legerkorps is nu verantwoordelijk voor de verdediging van de zuidelijke zone van het Kanaal Gent-Terneuzen en heeft hiervoor de 11de Infanteriedivisie en de 13de Infanteriedivisie ter beschikking.

Het bataljon vervoegt de legerkorpsstaf te Waarschoot.  De stad Eeklo wordt gebombardeerd door de Luftwaffe waardoor enkele pas aangelegde telefoonverbindingen uitgeschakeld worden.

Na de Duitse doorstoot tot Abbeville aan de Atlantische kust zijn de geallieerde legers in Noord-Frankrijk en Vlaanderen geheel omsingeld. Het geallieerde oppercommando heeft op 21 mei tijdens de Conferentie van Ieper besloten om de Schelde-linie op te geven. Hierop bepaalt de Belgische legerleiding tijdens de ochtend van 22 mei dat onze strijdkrachten niet zoals afgesproken zullen terugtrekken naar de Ijzer, maar stand zullen houden langsheen de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie.  Deze terugtocht zal in twee fases gebeuren.

Het Kanaal Gent-Terneuzen zal bezet blijven tot de nacht van 23 op 24 mei, in hoofdzaak om het belangrijke legerdepot van Eeklo te kunnen evacueren.

Het IIde Legerkorps behoudt dus zijn 13Div en 11Div aan het Kanaal Gent-Terneuzen tot de nacht van 23 mei.  Na de terugtocht zal het legerkorps verantwoordelijk worden voor de verdediging van de centrale zone langsheen het Afleidingskanaal van de Leie.  Deze zone loopt vanaf het Kanaal Gent-Brugge in het zuiden tot Oostwinkel in het noorden.  Het korps krijgt hiervoor alvast het bevel over de 12Div die zich reeds achter het kanaal bevindt.

Tijdens de nacht van 23 op 24 mei wordt het bataljon teruggetrokken naar Sint-Joris,

De legerkorpsstaf is operationeel te Lange Donk.  Het civiele elektriciteitsnet is uitgevallen, zodat de commandopost van stroom voorzien wordt door de elektrogeengroep van het 22TTr.

De bataljonsstaf is nog steeds ingekwartierd te Sint-Joris.  Bij een Duitse luchtaanval op de brug over het Kanaal Gent-Brugge worden heel wat vrachtwagens van het bataljon beschadigd.  Er vallen ook slachtoffers onder de burgers en militairen, maar gelukkig blijft het personeel van het 22TTr gespaard.

Langsheen de zuidelijke oever van het kanaal loopt de ondergrondse internationale telefoonkabel van Aken naar Oostende.  Majoor Kestens laat de kabel doorsnijden om een aansluiting met het achtergebied van het legerkorps te kunnen realiseren.

Ook te Knesselare is een ploeg van het bataljon aanwezig in de civiele telefooncentrale.  Dit dorp wordt eveneens aangevallen door de Duitse luchtmacht, maar gelukkig vallen er opnieuw geen slachtoffers.

Te Sint-Joris wordt een bakkerij opgeëist om brood te bakken voor de manschappen.  Het bataljon ontvangt immers geen bevoorrading meer via de militaire keten.

Te Knesselare wordt een ploeg lijnleggers van het bataljon getroffen door een artilleriebom.  De soldaten Dewaele en Thyssen worden ter plekke gedood. De soldaten Magnon en Waldmann zullen respectievelijk in het veldhospitaal te Zarren en te Sint-Andries overlijden.

Aan het eind van de dag vertrekt het bataljon naar Zedelgem.

Het bataljon bereikt Zedelgem rondom 04u00 en krijgt de wacht toevertrouwd over ongeveer 200 Duitse militairen die bij de tegenaanval van de Karabiniers-Wielrijders te Knesselare krijgsgevangen gemaakt werden.  De rollen worden echter al snel omgekeerd wanneer het nieuws van de Belgische overgave binnenloopt.

Het bataljon levert zijn wagenpark en materieel in bij de bezetter, en wordt vervolgens doorgestuurd naar Sint-Joris.  In dit dorp wordt in de bakkerij opnieuw een hoeveelheid brood geproduceerd.

Na de capitulatie

Op 1 juni vertrekt het bataljon naar het gehucht Oosthoek te Oosteeklo, waar alle eenheden op niveau legerkorps van het II/LK verzameld worden.  Hier worden de reservisten tegen 11 juni allen gedemobiliseerd.  Het beroepspersoneel vertrekt op 13 juni naar Eeklo.  De officieren worden van hier uit doorgestuurd naar Brasschaat, terwijl de beroepsvrijwilligers en onderofficieren te Eeklo achterblijven.

Slachtoffers

EenheidNaamVoornaamFotoGraadStandKlas° op° te+ op+ teNota
1DEWAELEDaniël, J.C.SdtMil3023.06.1910Wulveringem27.05.1940Knesselare
OnbekendMANGONEmile, O.F.SdtMil2806.05.1908Ransart27.05.1940Zarren
OnbekendTHYSSENNiklaas, M.SdtMil3304.02.1913Wemmel27.05.1940Knesselare
1WALDMANNEdouard, P.SdtMil3710.07.1917Brussel28.05.1940Sint-AndriesOverleden hospitaal

Bibliografie en Bronnen

  1. Dossier 22TTr, Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie