Cavaleriekorps

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming Cavaleriekorps | CK
Corps de Cavalerie | CC
Type Cavaleriekorps
Bevelhebber Luitenant-generaal ridder Maximilien de Neve de Roden
Stafchef Kolonel SBH Jules Bastin
Verbindingsofficier Groot Hoofdkwartier Majoor SBH R. Gillard
Commandant Artillerie Kolonel baron Raymond Snoy
Commandant Genie Majoor Pierre Lempereur
Commandant Transmissietroepen Majoor J. Boland
Commandant Transportkorps Majoor W. Harnould
Commandant Gezondheidsdienst Geneesheer Kolonel Oger Tondreau
Standplaats Dekkingstelling Albertkanaal
Zone Beringen – Diepenbeek
Commandopost in Kasteel Mellaerts te Sint-Truiden
Organieke Eenheden Hoofdkwartier
  1ste Infanteriedivisie
  14de Infanteriedivisie
  2de Cavaleriedivisie
  Groepering Ninitte
  20ste Bataljon Genie
  30ste Bataljon Transmissietroepen
  19de Regiment Artillerie
  (Eskadron Pantserwagens-> Afgedeeld bij 2de Cavaleriedivisie
  3de Geneeskundig Korps, 2de Lichte Heelkundige Ambulance (Med Lt F. Dupont)
  3de Geneeskundig Korps, 2de Geneeskundige Ambulance (Med 1Kapt J. Stas)
  Compagnie Intendance CK (Maj Int Gielen)
  Transportkorps CK Staf (Cdt baron Jean de Wijkersloot de Rooyesteyn)
    1ste Transportcompagnie CK
    2de Transportcompagnie CK
    1ste Autopeloton voor Artilleriemunitie (Lt P. Vin)
    2de Autopeloton voor Artilleriemunitie (Lt A. Bernier)
    3de Autopeloton voor Artilleriemunitie (Lt L. Contzen)
    Autopeloton voor Ravitaillering (Lt A. Bellemans)
    Autopeloton voor Materieel
    Atelier voor Herstelling van het Wagenpark (Lt H. Cuysmans)
    Atelier voor Herstelling van het Materieel
  Eskadron Luchtafweermitrailleurs CK (Kapt E. Delelienne)
  Stafeskadron CK (Cdt V. Coenaes)
  Provoost CK (Kapitein Henri Charlier)
Tijdelijke Eenheden 2de Regiment Gidsen
  Bataljon Grenswielrijders Limburg
  2de Lichte Heelkundige Ambulance, 3de Geneeskundig Korps (Med Lt F. Dupont)
  2de Geneeskundige Ambulance, 3de Geneeskundig Korps (Med 1Kapt J. Stas)
  Vde Groep 1ste Luchtvaartregiment

Tijdens de mobilisatie

Luitenant-generaal ridder Maximilien de Neve de Roden.

HK CK
De eerste maand van de mobilisatie brengt het Cavaleriekorps (CK) door te Libramont in de Ardennen. Op 28 september verlaat het CK Libramont om zich naar Sint-Truiden te begeven waar het korps de Dekkingsstelling van Beringen tot Diepenbeek achter het Albertkanaal dient te verdedigen. De legerkorpsen opgesteld achter het Albertkanaal zijn ook verantwoordelijk voor het beveiligen van het gebied tussen de Belgisch-Nederlandse grens en de Dekkingsstelling. Hiervoor dienen ze enkele alarmposten langs de grens en een gedeelte van de Vooruitgeschoven Stelling te bemannen. Voor het CK betekent dit dat ze de Vooruitgeschoven Stelling moet bezetten vanaf De Maat nabij Mol achter het Kanaal Bocholt-Herentals tot Eisden nabij Maasmechelen achter de Zuid-Willemsvaart. Het CK is ook verantwoordelijk voor het voorbereiden van de Demer/Gete-Stelling. Deze vooraf geplande defensieve stelling staat dwars op het Albertkanaal en moet de eenheden die opgesteld staan achter dit kanaal ten oosten van Kwaadmechelen toelaten het gevecht af te breken en terug te plooien achter de K.W. Stelling eens de Dekkingsstelling wordt opgeheven. Het was immers niet de bedoeling het beslissend gevecht te voeren op de Dekkingsstelling maar wel op de K.W. Stelling, samen met de Britten en de Fransen.

Aan de vooravond van de Duitse inval bezet het CK enerzijds een deel van de Dekkingsstelling met twee divisies in lijn en anderzijds een gedeelte van de Vooruitgeschoven Stelling met een ad hoc samengestelde groepering ter sterkte van een cavaleriedivisie. Het hoofdkwartier van het Cavaleriekorps bevindt zich in kasteel Mellaerts langs de Tiensesteenweg 108 te Sint-Truiden [1].

Samenstelling van de staf van het CK op 9 mei 1940:

  • Bevelhebber CK: Luitenant-generaal ridder Maximilien de Neve de Roden [2];
  • Officier Adjunct: ZKH Kolonel prins Karel van België, Graaf van Vlaanderen;
  • StafChef: Kolonel SBH Jules Bastin;
  • Onderstafchef: Maj SBH ridder Dessain;
  • 1ste Bureau: Cdt SBH jonkheer Jooris, Kapt SBH Impens, Kapt SBH Melchior;
  • 2de Bureau: Lt SBH Quinet, Lt Vereecke;
  • 3de Bureau: TBD;
  • 4de Bureau: Cdt SBH Fontigny
Kasteel Mellaerts waar het HK/CK was ingekwartierd tijdens de mobilisatie.

Kasteel Mellaerts waar het HK/CK was ingekwartierd tijdens de mobilisatie.

1Div en 14Div/CK
De verdediging van de Dekkingsstelling achter het Albertkanaal is toegewezen aan de 1ste en de 14de Infanteriedivisie. De 14de Infanteriedivisie (14Div) neemt de westelijke sector voor zijn rekening, de 1ste Infanteriedivisie (1Div) de oostelijke. Rechts van het CK staat het Iste Legerkorps (I/LK) opgesteld van Diepenbeek tot Lixhe, links van het CK staat het IIde Legerkorps (II/LK) opgesteld van Beringen tot Herentals. De 1Div krijgt als bijkomende opdracht een dwarsstelling (oftewel bretel) voor te bereiden op de limiet van het CK met het I/LK . Deze opdracht wordt toevertrouwd aan Generaal-majoor De Droog, Commandant Infanterie van de 1Div (CI/1Div). Stellingen moeten worden verkend en de defensieve waarde van de Mombeek moet verhoogd worden door in de vallei van de Mombeek geniewerken uit te voeren. 

Gedeelte van de korpszone van het CK ten noorden van het Albertkanaal.

Gedeelte van de korpszone van het CK ten noorden van het Albertkanaal.

Gpg Ninitte/CK
De Groepering Ninitte (Gpg Ninitte) is een ad hoc samengestelde formatie die hoofdzakelijk bestaat uit eenheden van de 2de Cavaleriedivisie (2CD) aangevuld met andere elementen van het Cavaleriekorps. Deze groepering werd genoemd naar zijn bevelhebber Generaal-majoor Ninitte, Commandant Cavalerie van de 2CD (CC/2CD). De Groepering Ninitte moet de vijand gedurende minstens 24 uur vertragen op de Vooruitgeschoven Stelling zodat de eenheden achter het Albertkanaal de tijd krijgen hun stellingen in te nemen en te organiseren. Tijdens de mobilisatie wordt onder leiding van de Commandant Genie van het CK (CGn/CK), Majoor Lempereur, haastig gewerkt aan de voorbereiding van vernielingen in de sector van de Gpg Ninitte.

2CD/CK
De 2de Cavaleriedivisie (2CD), die heel wat eenheden heeft moeten afstaan aan de Groepering Ninitte, wordt niet in lijn opgesteld maar wordt geprepositioneerd achter de Demer-Gete Stelling.  Het CK heeft tijdens de mobilisatie al de opdracht gekregen om de terugtocht van de Dekkingsstelling naar de K.W. Stelling te beveiligen en moet dit doen door het innemen van de Demer-Gete Stelling. Volgens het Belgische verdedigingsplan is het de bedoeling dat de Dekkingsstelling wordt opgeheven nadat de Britten en de Fransen hebben postgevat in het verlengde van de K.W. Stelling, van Waver over Gembloers tot Namen. Na een laatste grote rotatie tussen het 4Cy en het 2Cy op 1 mei bevindt de 2CD zich aan de vooravond van de oorlog in reserve achter de Demer/Gete-Stelling met 4L, 2Cy, 18A en 26Gn(-).

In de zone van het CK starten de vijandelijkheden om 05u00 in het bataljonsvak van de GpCy 14Div en de ondersector van 1JP

In de zone van het CK starten de vijandelijkheden op 10 mei om 05u00 in het bataljonsvak van de GpCy 14Div en de ondersector van 1JP

HK CK
Na ontvangst van het alarm om 00u05 brengt de officier met permanentie van de Staf/CK, Luitenant SBH Quinet van het 2de Bureau, de verschillende ondereenheden van het CK en het Voorwaarts Inlichtingencentrum (oftewel Centre de Renseignements Avancé – CRA) te Hasselt [3] op de hoogte van de afkondiging van het algemeen alarm. Vervolgens wordt het hoofdkwartier op bevel van de Stafchef opgesplitst, het voorwaarts echelon van het HK/CK (oftewel voorwaarts HK) vertrekt om 01u30 naar Hasselt. Het achterste echelon van het HK/CK (oftewel achterwaarts HK) wordt verplaatst naar het kasteel Menten de Horne op de baan van Sint-Truiden naar Herk-de-Stad [4]. Omstreeks 05u00 worden de eerste schendingen van de Belgische grens gemeld door de Wielrijdersgroep van de 14Div (GpCy 14Div) en het 1ste Regiment Jagers te Paard (1JP). Duitse eenheden proberen de Maas over te steken nabij Maaseik bij de GpCy14Div en in de ondersector van 1JP. Kolonel SBH Bastin beseft dat de oorlog is uitgebroken nog voor het CK hiervan officieel op de hoogte is gesteld. Vanaf 05u30 wordt het HK/CK geregeld door het CRA Hasselt op de hoogte gehouden van de vernieling van de bruggen over de Zuid-Willemsvaart en het Kanaal Bocholt-Herentals.  Cdt SBH Fontigny van het 4de Bureau meldt dat het achterwaarts HK is overgeplaatst van kasteel Mellaerts naar kasteel Menten de Horne. Om 08u00 wordt een eerste Duitse krijgsgevangene, behorende tot de Aufklärungs-Abteilung 31 van de 31ste Duitse Infanteriedivisie, voorgeleid op het HK/CK. De gevangene, die werd opgepakt te Maaseik, wordt ondervraagd door Lt Vereecke van het 2de Bureau. Eveneens om 08u00 komt een bericht binnen van 1JP dat de vijand om 07u15 Eisden aan de Zuid-Willemsvaart bereikt heeft. Een half uur later meldt de gewonde Majoor de Posch, commandant van de 14GpCy, zich aan op het voorwaarts HK te Hasselt om verslag uit te brengen over de gevechten rond de brug van Maaseik. Hij werd na zijn verwonding als groepscommandant afgelost door Kapitein-commandant Urbain en is onderweg naar het veldhospitaal van het CK te Sint-Truiden. De brug van Lanklaar wordt als laatste brug over de Zuid-Willemsvaart tot ontploffing gebracht om 08u30. Tijdens de rest van de dag wordt gevochten langs de oevers van de Zuid-Willemsvaart en het Kanaal Bocholt-Herentals. De vijand kan enkele kleine bruggenhoofden veroveren maar breekt nergens echt door.

Naar de avond toe is de vijand erin geslaagd een bruggenhoofd te slaan op de limiet tussen het CK en het I/LK ter hoogte van Vucht.

Naar de avond toe is de vijand erin geslaagd een bruggenhoofd te slaan op de limiet tussen het CK en het I/LK ter hoogte van Vucht.

Rond 17u30 komt de Britse Captain John Collings van de 5th Royal Inniskilling Dragoon Guards per side-car toe in het HK/CK te Hasselt om de liaison met de Belgen te verzekeren.  Deze officier maakt deel uit van de zogenaamde Hopkinson Mission die geleid wordt door Luitenant-kolonel Frederick Hopkinson en op zijn beurt een onderdeel is van Number 3 British Air Mission.  Deze laatste formatie trok tijdens de vroege ochtend over de Franse grens om zich naar het Groot Hoofdkwartier te Breendonk te begeven en van hieruit de Hopkinson Mission diep in het land in te sturen om eigenhandig inlichtingen in te winnen over de Duitse opmars.  De Hopkinson Mission had zich rond 15u00 te Mielen-boven-Aalst geïnstalleerd en zou diverse verkenningen in de zones van het Cavaleriekorps en het Iste Legerkorps uitvoeren.  Luitenant-generaal de Neve de Roden vraagt aan de Britse officier om een eskadron pantserwagens in versterking te geven van het 1JP.  Aan dit verzoek zal geen gevolg gegeven worden aangezien de Britten niet de intentie hebben om naar het Albertkanaal op te rukken.

Kort nadien komen ook twee pantserwagens met een liaisonofficier van het Franse Cavaleriekorps [(FRA)CC] toe in het HK/CK te Hasselt [6].   Tijdens het overleg wordt het duidelijk dat de Fransen ook niet de intentie hebben om de posities op het Albertkanaal te komen versterken, maar alleen de 3e Division Légère Mécanique [3(FRA)DLM] willen ontplooien in een gebied dat een gedeelte van de zones van het Cavaleriekorps en het Iste Legerkorps omvat.  De officier wordt doorgestuurd naar de staf van het Iste Legerkorps.

Om 18u00 ontvangt het HK/CK de toelating van het Groot Hoofdkwartier (GHK) om de Groepering Ninitte vanaf 22u00 te laten binnenlopen achter het Albertkanaal.

Eveens om 22u00 laat de Franse verbindingsofficier weten dat het (FRA)CC is aangekomen op de lijn Tienen – Hanuit – Hoei en dat de verkenningseenheden van het (FRA)CC zullen oprukken tot aan het Albertkanaal om de vijand te jalonneren vanaf het kanaal tot aan de defensieve stelling Tienen – Hanuit – Hoei. 

Voor een gedetailleerd overzicht van de gebeurtenissen in de korpszone van het CK op 10 mei, zie de verslagen van de 1Div, 2CD, 14Div en de Gpg Ninitte.

Geneeskundig Korps CK
De 2de Geneeskundige Ambulance en de 2de Lichte Heelkundige Ambulance werden op 13 maart 1940 gedetacheerd van het 3de Geneeskundig Korps van het GUSSA om het Medisch-Chirurgisch Centrum van Cavaleriekorps te vormen, en hebben zich ontplooid in de Technische School van de Aalmoezeniers van de Arbeid te Sint-Truiden.

HK CK
De Groepering Ninitte heeft zich tijdens de nacht van 10 op 11 mei kunnen loshaken en loopt in de vroege ochtend volgens plan binnen achter het Albertkanaal. De bruggen van Beringen, Stokrooie, Hasselt en Diepenbeek worden volgens plan vernield.

De eenheden van de Groepering Ninitte hergroeperen ten noordoosten van Sint-Truiden in afwachting van nieuwe orders. De bruggen over het Albertkanaal die werden opengelaten voor de terugtocht van de dekkingstroepen, worden één voor één vernield. De staf maakt zich zorgen over een mogelijke luchtlandingsaanval op het achterwaarts HK in het kasteel Menten de Horne en vraagt de versterking van een beschermingspeloton aan het 1ste Regiment Karabiniers-Wielrijders (1Cy). 1Cy stuurt het 3de Peloton van de 5de Compagnie, aangevuld met één T13 tankjager. Dit peloton, bevolen door Onderluitenant De Praetere, verlaat onmiddellijk de Hechtelse Heide ten noorden van het Albertkanaal en zoekt een kantonnement op te Donk tussen Herk-de-Stad en Halen.

Door het I/LK en het CK geplande dwarsstellingen om het hoofd te bieden aan de dreiging op de flanken.

Door het I/LK en het CK geplande dwarsstellingen om het hoofd te bieden aan de dreiging op de flanken.

In de ochtend brengt de verbindingsofficier van het I/LK, Cdt Gentner, meer details over het verloop van de eerste oorlogsdag bij het I/LK. De toestand is verre van geruststellend, de bruggen van Veldwezelt en Vroenhoven zijn intact in de handen van de vijand gevallen en het fort van Eben-Emael is volledig uitgeschakeld door parachutisten die met zweefvliegtuigen op het dak van het fort geland zijn.

LtGen de Neve de Roden beslist om 02u00 om zich niet naar het kasteel Menten de Horne te verplaatsen maar verkiest met het voorwaarts HK in te trekken in het kasteel Spinveld aan de Metsterenweg, net ten noorden van te Sint-Truiden [7]. Het voorwaarts HK verlaat Hasselt vanaf 03u00 en verplaatst zich naar kasteel Spinveld dat als wisselhoofdkwartier was ingericht. Een kleine permanentie wordt achtergelaten te Hasselt in afwachting dat het nieuwe HK operationeel is. Net voor zijn vertrek geeft LtGen de Neve de Roden het bevel aan GenMaj De Droog om orders te verspreiden voor de bezetting van de Bretel van Kortessem teneinde de oostflank van het CK te beschermen. Hij krijgt opdracht om de terugtrekkende eenheden van het I/LK op te vangen en weerstand te bieden op de dwarsstelling tot de rest van het CK is geïnstalleerd op de Demer/Gete Stelling. De Bretel van Kortessem staat haaks op het Albertkanaal en loopt grosso modo van Kerniel tot Gors en vervolgens langs de Mombeek van Guigoven via Wintershoven en Vliermaalroot tot Krijt en Diepenbeek. De stelling zal verdedigd worden door 1JP, 2G en de GpCy 14Div van de Groepering Ninitte aangevuld met het Iste Bataljon van het 4de Linieregiment (I/4Li), de Compagnie C47 op T13 van de 1Div (Cie C47/T13 1Div) en het Wielrijderseskadron van de 1Div (EskCy 1Div). I/4Li en het EskCy 1Div komen al toe op hun stellingen langs de Bretel van Kortessem om 04u00, de eenheden van de Gpg Ninitte dienen zich eerst nog te reorganiseren na de geleverde gevechten op de Vooruitgeschoven Stelling.

Opstelling van de Gpg De Droog op de oostflank van het CK om 11u30.

Opstelling van de Gpg De Droog op de oostflank van het CK om 11u30.

Het achterwaarts HK verlaat kasteel Menten de Horne en vervoegt om 05u00 het kasteel Spinveld. Het commando van het 19A blijft achter in het kasteel Menten de Horne. Tegen 06u00 meldt Kapt Housiaux, die op verkenning werd gestuurd langs het Albertkanaal, dat alle bruggen in de zone van het CK vernield zijn en dat alle stellingen gevechtsklaar zijn. Wanneer om 09u00 het nieuws van de Duitse doorbraak richting Tongeren vernomen wordt beslist de commandant van het CK om niet langer te talmen en de Bretel van Kortessem onmiddellijk te laten bezetten, ook door de eenheden van de Groepering Ninitte die nog in volle reorganisatie zijn. De CI/1Div heeft 1JP, 2G en de GpCy 14Div opdracht om zo snel mogelijk stelling te nemen op de dwarsstelling. Lt BEM Quinet wordt als liaisonofficier naar het HK van het I/LK gestuurd om de situatie op de rechterflank van het CK van dichtbij op te volgen. Om 09u00 wordt ook het 1Cy aangeduid om Sint-Truiden in te richten als anti-tankcentrum. De ganse voormiddag leidt de Staf/CK de gevechten achter het Albertkanaal vanaf zijn HK in het kasteel Spinveld te Sint-Truiden. Lt BEM Quinet keert om 13u00 terug van zijn verbindingsopdracht bij het I/LK. Hij weet te melden dat de op 10 mei geplande tegenaanvallen om de bruggen van Veldwezelt en Vroenhoven te heroveren geen succes hebben opgeleverd. Ook de missie van het 5de Smalddeel van het 3de Luchtvaartregiment (3Lu) om de bruggen op 11 mei te bombarderen is op een mislukking is uitgedraaid waarbij het zeven van de negen uitgestuurde vliegtuigen verloren zijn gegaan. Wel werd de brug van Briegden alsnog door de genie vernield. Het fort van Eben-Emael heeft zich om 12u00 overgegeven nadat de dag voordien nagenoeg alle kanonnen vernield werden. De geplande dwarsstelling van het I/LK werd om 12u00 al opgeheven en het I/LK gaf zijn divisies het bevel om zich terug te trekken achter de K.W. Stelling.

Situatie op de oostflank van het CK om 13u30. De Duitse voorhoede tast het dispositief van 1JP af en slaagt erin te infiltreren tussen het 1ste en 2de Ech van de dwarsstelling (projectie op recente kaart).

De divisies van het CK  die in lijn staan opgesteld achter het Albertkanaal houden goed stand. De regimenten van de 4de Infanteriedivisie (4Div) werden niet op de hoogte gebracht van het terugtrekkingsbevel van het I/LK en blijven nog de rest van de dag op hun stelling.  Hierdoor wordt het noordelijk gedeelte van de Bretel van Kortessem niet bedreigd maar om 13u30 maakt de Duitse voorhoede contact met de eenheden van het CK die opgesteld staan ter hoogte van Guigoven op de oostflank van het korps. Enkele vijandelijke verkenningsdetachementen infiltreren en bereiken Zepperen op drie kilometer van Sint-Truiden maar zetten niet door en verdwijnen richting zuiden [8]. De Comd/CK beslist om zijn HK in de loop van de namiddag te verplaatsen. Initieel werd gedacht aan Herk-de-Stad maar uiteindelijk wordt gekozen voor Blanklaar tussen Paal en Diest in de Sector van de 14Div. Omstreeks 16u00 verlaat de Staf/CK het kasteel Spinveld te Sint-Truiden en vertrekt naar een nieuwe locatie te Blanklaar nabij Diest. Het bewakingsdetachement van OLt De Praetere wordt van zijn opdracht ontlast en keert terug naar het 1Cy. Tegen 17u00 zijn de flankaanvallen afgeweerd en wordt de flankstelling hersteld. Om 18u00 komt het bevel van het GHK binnen dat het CK zich vanaf 22u00 dient terug te plooien op de Demer-Gete Stelling. De 1Div kan zich zonder problemen loshaken onder bescherming van de eenheden opgesteld op de Bretel van Kortessem. 

Geneeskundig Korps CK
De instroom aan patiënten stopt in de loop van de avond wanneer Sint-Truiden binnen het bereik van de vijand komt te liggen.  Omdat niet alle gewonden geëvacueerd zijn, wordt besloten om een chirurgische ploeg achter te laten.  De 2de Geneeskundige Ambulance en de 2de Lichte Heelkundige Ambulance verlaten het MCC en trekken zich terug naar Sint-Joris-Winge.

Situatie op de Bretel van Kortessem bij het aanbreken van de dag op 12 mei (projectie op recente kaart).

HK CK
Om 02u00 krijgen de eenheden die nog standhouden op de Bretel van Kortessem opdracht om binnen te lopen nadat de 1Div en de 14Div de Demer/Gete Stelling veilig bereikt hebben. Het 1Cy verlaat als laatste beveiligingselement Sint-Truiden om 03u00. Op 12 mei krijgt het Cavaleriekorps het bevel over de Demer/Gete-stelling die loopt langs het Albertkanaal van Beringen tot Lummen, vervolgens langs de Winterbeek van Lummen over Diest en Geetbets tot Tienen. Alle beschikbare cavalerie-eenheden zullen zo snel mogelijk naar deze linie gebracht worden om er de Duitse opmars af te remmen tijdens de terugtocht van het veldleger naar de K.W. Stelling. Van noord naar zuid staan nu opgesteld op de Demer/Gete-stelling; de 14Div, de 2CD en de 1CD. De 14Div die reeds achter het Albertkanaal stond opgesteld, behoudt het 35Li in stelling achter het kanaal terwijl een deel van het 38Li en het volledige 36Li pivoteren om zich achter de Winterbeek op te stellen. Het hoofdkwartier van het CK wordt te Lubbeek gevestigd.

Omstreeks 11u00 ontvangt Generaal-majoor Ninitte, Commandant Cavalerie van de 2CD, de opdracht om met het 1Cy, het 2G en een groep artillerie de Demer over te steken om de 14Div te dekken.  De genie van het CK moet drie bruggen over de Demer die op eerder aangeven van het Britse leger vernield werden, opnieuw herstellen.  Hierdoor zal de inzet van het 1Cy en het 2G pas aan het eind van de dag kunnen starten en moeten ook een aantal middelen van deze formaties omrijden via Aarschot.

De toenemende dreiging op de sector van de 14Div maakt dat Ninitte in de late middag de opdracht ontvangt om het 1Cy langsheen de Winterbeek te ontplooien tussen Deurne en Meldert en het onder water gezette gebied ten noordoosten van Diest.  Het 2G moet ten noorden van het 1Cy aansluiten om de verbinding te maken met de 14Div.  Het 1JP wordt ontplooid te Diest om alzo de aansluiting te maken met de Demer/Gete-Stelling.

Rond 16u00 wordt duidelijk dat de vijand de 14Div gedeeltelijk wegdrukt van zijn posities.  Het centrale bataljonsvak van het 36Li houdt geen stand en de eenheden trekken zich terug in de richting van Meldert.  Tegen 18u00 is het Belgische front hier definitief doorbroken.  Ook op de westflank van de 14Div loopt het mis.  Het 35Li trekt zich in de vooravond terug, nadat onder meer duidelijk geworden was dat het naburige 1C zijn sector had verlaten.  Deze beide incidenten zullen als eindresultaat hebben dat het 38Li als enige infanterieregiment van de 14Div zaln achterblijven te Lummen en daar verslagen zal worden.

Ook elders langsheen de Demer/Gete-Stelling worden steeds meet contacten met de vijand.  De Wielrijdersgroep der 14Div wordt naar de zone tussen Diest en Halen gestuurd om het hier aanwezige Wielrijderseskadron der 1Div te gaan versterken.  Nog meer naar het zuiden toe hebben de Duitsers te Drieslinter een aanval uitgevoerd in een poging om de stad Tienen te veroveren.  De aanval werd afgeslagen door het 3L en door de 2de Compagnie van het 2Cy.

Om 21u00 geeft het GHK aan de staf van het CK het bevel om de 14Div weg te halen van het Albertkanaal.  De troepen zullen zich terugtrekken naar de zone tussen Diest en Aarschot.  De 11de Compagnie van het 35Li en het volledige 38Li zullen echter achterblijven en verloren gaan in de gevechten rond Lummen.  Ten gevolge hiervan wordt aan Generaal-majoor Ninitte gevraagd om zijn opdracht aan te passen.  Ninitte moet zijn commandopost overbrengen naar de verlaten commandopost van de 6Div ten noorden van Diest en moet contact opnemen met de staf van het IIde Legerkorps.  Het 2G moet de door de 6Div verlaten posities aan het Albertkanaal ten dele innemen, terwijl de 6Div zelf een bataljon van het 1C en zijn Wielrijderseskadron terugstuurt naar deze sector.  Het 1Cy wordt teruggetrokken naar de Grote Beek.  Luitenant-generaal de Neve de Roden trekt tijdens de nacht zelf tot op de commandopost van Ninitte om deze acties te coördineren en is duidelijk erg ongerust over de toestand op de linkerflank van het Cavaleriekorps.

Ook vraagt de Neve de Roden aan het GHK om de 1ste Infanteriedivisie uit zijn operatiegebied weg te halen, met uitzondering van het 3de Linieregiment en het 1ste Regiment Artillerie.  Het 4Li, het 24Li en de overige troepen van de divisie zijn na de vermoeiende aftocht van het Albertkanaal voorlopig niet inzetbaar en moeten dan ook volgens de bevelhebber van het Cavaleriekorps ten westen van de K.W. Stelling gebracht worden.  

Geneeskundig Korps CK
De 2de Geneeskundige Ambulance en de 2de Lichte Heelkundige Ambulance ontplooien ten dele in Sint-Joris-Winge met het oog op de komende slag aan de Demer/Gete-Stelling.  De verwachting dat de gevechten op deze linie van korte duur zullen zijn, wordt de installatie dezelfde dag nog afgebroken.  Het MCC wordt via Leuven en Brussel teruggetrokken naar Brussegem.

HK CK
Tijdens de nacht van 12 op 13 mei wordt druk doorgewerkt aan de organisatie van de Demer/Gete-Stelling.  In het zuiden hebben de Belgen de verbinding gemaakt met de 3(FRA)DLM ten zuiden van Tienen.  In het noorden blijft het 1JP de stad Diest bezetten om daarnaast nu ook de overgangspunten over de Demer tussen Diest en Aarschot te bewaken.  Het Wielrijderseskadron der 1Div verzekert de verbinding tussen het 1JP en het 2Cy dat vanaf Zelf de linies vervolgt.  Ten noorden van de Demer blijft het relatief rustig bij het 2G en het I/1Cy.  Te Lummen houden de laatste elementen van het 38Li nog steeds stand.  Het regiment zal nog een ontsnappingspoging wagen, maar zal meer dan 2/3 van zijn troepen verliezen.  Een aantal elementen van het 38Li zal Diest bereiken via de vallei van de Winterbeek in de namiddag van 13 mei. De restanten van de 14Div worden doorgestuurd naar de omgeving van Breendonk.

In de vroege voormiddag wordt het 1G rond Halen ontplooid om het 2Cy te ontlasten.  De beide formaties zullen een aantal beperkte aanvalspogingen van de Duitsers afslagen.

Het 2JP wordt in versterking gegeven van de Brigade Vervoerde Cavaleristen die nog steeds Tienen verdedigt.  Hier blijft de vijand aandringen.  Nabij Bost en Goetsenhoven tracht het 2JP de Duitse troepen terug te dringen, maar dit lukt niet.  In de vroege namiddag neemt de druk toe op de omgeving van het station van Grimde en langsheen de oostrand van de stad.  Het 1L en het 2L worden opgesteld langsheen de spoorlijn Leuven-Tienen om de zuidflank van het Cavaleriekorps te dekken tegen een mogelijke doorbraak.  Deze kans is immers reëel geworden na de terugtocht van de Franse cavalerie over de Gete

Luitenant-generaal de Neve de Roden pleegt overleg met het GHK en krijgt de toestemming om aan het VIde Legerkorps om versterkingen te vragen.  Het Cavaleriekorps zal alzo de steun verkrijgen van het Wielrijderseskadron en de Compagnie C47 op T13 van de 10de Infanteriedivisie.  Deze beide formaties komen aan in de loop van de namiddag en maken het mogelijk om de zone tussen Tienen en Hoegaarden beter te controleren om alzo opnieuw een goede verbinding met het Franse leger tot stand te brengen.  Lang zal dit herwonnen voordeel echter niet aanhouden, want rond 16u00 vertrekken de Fransen richting Beauvechain.  Om Tienen in de diepte te dekken, wordt het 3Li achter de posities van het 4L ontplooid.

Ook in het noorden wordt de toestand steeds zorgwekkender.  De Duitse voorhoeden willen vanuit Herk-de-Stad en Geetbets doorstoten naar Halen.  Het 2Cy krijgt het moeilijk.  Te Drieslinter wordt dan weer druk uitgeoefend op de posities van het 3L.  Tegen het eind van de dag wordt langs zowat de hele lengte van het front tussen Diest en Tienen gevochten.

Om 20u00 geeft het GHK het bevel om de verdediging van de Demer/Gete-Stelling op te geven en naar de K.W. Stelling terug te trekken. Het Cavaleriekorps zal zich na afloop van de actie herconditioneren in het gebied rondom de Zenne ten noorden van Brussel. De korpsstaf zal onderdak vinden te Eppegem.

Kapitein-commandant Demets en Luitenant De Vleeschouwer worden uitgestuurd om de marsroutes te verkennen.  Door de vernieling van de bruggen over de Dijle te Rotselaar en het Kanaal Leuven-Mechelen te Wijgmaal worden er drie zuidelijke routes over Leuven bepaald, en een noordelijke route via Haacht en Boortmeerbeek.  Het 3Li zal opgehaald worden door een detachement van de Legerautogroepering, maar deze missie zal slechts gedeeltelijk succesvol zijn.  De rest van het korps trekt met de eigen middelen terug.  De aftocht zal al om 21u00 starten.  Tegen 01u00 moeten de vaste achterhoedes vertrekken, gevolgd door de mobiele achterhoedes om 03u00.

Op de meeste locaties lukt het om zonder ernstige problemen het contact met de vijand te verbreken.  Alleen te Tienen is dit lastiger en wordt een detachement van het Wielrijderseskadron der 10Div toegevoegd aan de aanwezige troepen van het 4L om de vijand af te houden.  In het kielzog van de Belgische troepen worden nog een reeks wegvernielingen uitgevoerd door de genie van het Cavaleriekorps.

Geneeskundig Korps CK
De 2de Geneeskundige Ambulance en de 2de Lichte Heelkundige Ambulance bevinden zich te Brussegem.  Hier wordt het MCC ontplooid.

HK CK
De staf verlaat Lubbeek en bereikt Eppegem rond 02u00. Hier wordt gestart met de installatie van het hoofdkwartier in de bijgebouwen van het Kasteeldomein Impel op de baan van Eppegem naar Verbrande Brug (ook: Kasteel Destrée).

Het vertrek van de troepen van de Demer/Gete-Stelling verloopt volgens planning. Majoor de Maere d’Aertrijcke wordt uitgestuurd naar de staf van de Britse 3rd Infantry Division om de doortocht van de Belgische troepen te Leuven te coördineren. Desondanks zullen toch een aantal incidenten plaatsvinden bij het kruisen van de Britse linies. Zo vallen enkele Belgische voertuigen onder artillerievuur en wordt een van de eskadrons van het 2L kortstondig beschoten door Britse mitrailleurschutters. Het meest ernstige incident gebeurt bij de passage van de colonnes van het 19A te Kessel-Lo. Hier sneuvelen zeven Belgische militairen wanneer een voertuig op een Britse landmijn rijdt.

Het Cavaleriekorps komt echter achterop te liggen op de planning en heel wat colonnes bevinden zich nog op de baan wanneer het reeds dag geworden is. Luitenant-generaal de Neve de Roden vraagt om luchtsteun aan het GHK, maar die komt er niet. Tegen de middag is het merendeel van de troepen aangekomen. Het GHK bepaalt dat het Cavaleriekorps voorlopig niet ingezet zal worden. Het 3Li en het 1A keren terug naar de 1ste Infanteriedivisie. De 14de Infanteriedivisie gaat over naar het IIIde Legerkorps.

Geneeskundig Korps CK
Aan het eind van de dag verlaten de 2de Geneeskundige Ambulance en de 2de Lichte Heelkundige Ambulance de gemeente Brussegem.  De nieuwe locatie voor het MCC van het Cavaleriekorps wordt het Sint-Elizabethziekenhuis te Zottegem.

De reorganisatie van het CK werd geleid vanuit het Kasteel Impel (Kasteel De Motte) te Eppegem.

HK CK
Op 15 mei is Luitenant-generaal de Neve de Roden nog steeds geïnstalleerd in het Kasteeldomein Impel van Eppegem. Het volledige korps verblijft nu rondom de Zenne ten noorden van Brussel.

Als direct gevolg van de zware verliezen geleden tijdens de eerste vijf oorlogsdagen voert het Cavaleriekorps een grondige reorganisatie door. Deze reorganisatie berust op vier pijlers.

  • Ten eerste verdwijnt de Brigade Vervoerde Cavaleristen van de slagorde. De staf wordt ontbonden en de eenheden gaan over naar de divisies. Zo wordt het 2de Regiment Gidsen een onderdeel van de 1ste Cavaleriedivisie, en het 4de Regiment Lansiers een onderdeel van de 2de Cavaleriedivisie.
  • De meeste eenheden van de cavalerie worden een stuk kleiner. Het 1G behoudt zijn beide groepen, maar het 1L, 2L, 3L, 1JP en 2JP worden elk omgevormd tot een regiment bestaande uit één enkele groep cavaleristen van drie eskadrons fuseliers en een eskadron pantserwagens.
  • De overtollige militairen die geen plaats meer hebben binnen de kleinere slagorde worden doorgestuurd naar Vlaanderen en gegroepeerd in een nieuwe formatie onder Generaal-majoor Ninitte voor verdere reorganisatie.
  • De commando’s worden grondig door elkaar geschut:
    • Luitenant-generaal de Neve de Roden verlaat het Cavaleriekorps en neemt het commando van het Iste Legerkorps over.
    • Luitenant-generaal Keyaerts op zijn beurt wordt de nieuwe commandant van het Cavaleriekorps.
    • Generaal-majoor Beernaert gaat van de 2de Cavaleriedivisie naar de 1ste Cavaleriedivisie en krijgt Kolonel Kolonel SBH Morel de Westgaver als nieuwe adjunct.
    • Kolonel SBH Serlez neemt het bevel van de 2de Cavaleriedivisie over, met als adjunct Kolonel Libbrecht.
    • Het 1ste Regiment Gidsen wordt nu bevolen door Kolonel SBH Deleuze en het 3de Regiment Lansiers door Luitenant-kolonel Dugardin.
    • De staven van het Cavaleriekorps en de 1ste Cavaleriedivisie permuteren zodat Luitenant-generaal Keyaerts zijn medewerkers kan behouden.
    • De staf van de Brigade Vervoerde Cavaleristen gaat over naar de 2de Cavaleriedivisie, met uitzondering van Luitenant SBH Piret die het Cavaleriekorps vervoegt.

Aan het eind van de dag beveelt het GHK dat het Cavaleriekorps de Schelde moet oversteken om de overgangspunten over deze rivier te gaan bewaken vanaf Wetteren in het westen tot Hoboken in het oosten.  Alle bruggen moeten op beide oevers bezet worden om eventuele sabotageacties te voorkomen.  Het hoofdkwartier van het Cavaleriekorps moet vanaf 07u00 operationeel zijn te Lokeren.

Voor de verplaatsing moet het korps wachten tot 23u00 alvorens zijn eerste eenheden over het Kanaal van Willebroek te sturen.  Luitenant-generaal Keyaerts krijgt twee marsroutes toegewezen: een eerste route van Hofstade naar Mechelen, Willebroek, Dendermonde, Puurs, Temse en Lokeren, en een tweede route van Vilvoorde naar Merchtem en Aalst.  Deze route wordt voorbehouden voor de niet-gevechtsklare elementen die onder leiding van Generaal-majoor Ninitte naar Tielt trekken.

Geneeskundig Korps CK
Het MCC van het Cavaleriekorps bevindt zich in het Sint-Elizabethziekenhuis te Zottegem.

HK CK
Tijdens de nacht van 15 op 16 mei wordt het hoofdkwartier doorgestuurd naar Lokeren. Via een tocht over Aalst en de Scheldebrug te Schoonaarde, komt de staf van het Cavaleriekorps aan in de stad rondom 02u00.

Kolonel SBH Jules Bastin, stafchef van het Cavaleriekorps.

Kolonel SBH Jules Bastin, stafchef van het Cavaleriekorps.

Op 16 mei komt onverwachts het bevel van het geallieerd opperbevel (Franse generaal Bilotte) om verder westwaarts te trekken. Zonder dat men de K.W. Stelling ten volle verdedigd heeft, moet deze worden prijsgegeven. Het Duitse leger wist immers in het zuiden een doorbraak te forceren in de streek van Sedan, terwijl in het noorden Nederland zich heeft overgegeven. Het veldleger zal aan het eind van de dag de K.W. Stelling ontruimen en zich terugplooien op de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde. De aftocht zal in drie nachtelijke etappes afgelegd worden waarbij men aan het Kanaal van Willebroek en aan de Dender en de Schelde telkens een vertragingsmanoeuvre zal uitvoeren zodat de terugtocht kan plaatsvinden op een zo veilig mogelijke manier.

Het hoofdkwartier verandert in de loop van de avond opnieuw van standplaats en installeert zich vanaf 19u00 in kasteel Crabbegracht te Destelbergen. Dit landgoed is eigendom van de familie de Hemptinne. Het Cavaleriekorps zal van 17 tot en met 19 mei de aftocht dekken van het veldleger doorheen het Waasland en het Scheldeland en dient daarbij te voorkomen dat het marsgebied geïnfiltreerd zou worden van uit de Zeeuwse eilanden, Antwerpen en Dendermonde. Naast de Belgische troepen zal ook de Franse 21ème Division d’Infanterie aan deze opdracht deelnemen. Deze divisie krijgt de bewaking van de sector Kallo-Paal toegewezen. De 2de Cavaleriedivisie moet de overgangen op de Boven Zeeschelde tussen Dendermonde en Hoboken bewaken. De 1ste Cavaleriedivisie moet zich klaar houden rond Wetteren en Beervelde om de Moervaart en Lokeren te dekken. Indien nodig moeten de cavaleristen het Waasland binnentrekken om er de vijand tegen te houden.

Geneeskundig Korps CK
Het MCC trekt tijdens de nacht van 16 op 17 mei terug naar Brugge.  Hiermee verlaten de eenheden het commando van het Cavaleriekorps.

HK CK
De Franse 21ème Division d’Infanterie zal de Belgische legerzone verlaten om de aftocht van het 7ème Armée te vervoegen. De Franse divisie wordt gehergroepeerd te Humbeek-Sas-van-Gent en Kaprijke en vertrekt van hier uit naar Beauvais.  Tijdens de avond van 17 op 18 mei zal de sector Kallo-Paal overgenomen worden door eenheden van het Cavaleriekorps, aangevuld met het Bataljon Motorwielrijders Ardeense Jagers.   Na deze herschikking zal de 1ste Cavaleriedivisie de Scheldeoever tussen Terneuzen en Doel bewaken, terwijl de 2de Cavaleriedivisie de oever tussen Doel en Dendermonde dekt.

Om 20u00 laat het GHK weten dat te Waarde op Zuid-Beveland een vijandelijke stormlanding over de Schelde in voorbereiding zou zijn.  Het Cavaleriekorps moet onmiddellijk de 1ste Cavaleriedivisie versterken door het 2de Regiment Karabiniers-Wielrijders en het Bataljon Motorwielrijders Ardeense Jagers door te sturen naar Hulst.  Tot een Duitse aanval over de Schelde zou het evenwel nooit komen.

HK CK
Het Cavaleriekorps blijft verantwoordelijk voor de dekking van de oever van de Schelde vanaf Terneuzen tot in Dendermonde.  De taak van het Cavaleriekorps is het dekken van de aftocht van het Vde Legerkorps met de 13de en de 17de Infanteriedivisie en het IVde Legerkorps met de 12de en de 15de Infanteriedivisie:

  • Het hoofdkwartier van het Legerkorps zal opnieuw te Lokeren opgesteld worden in de Etablissementen Stanislas Cock in de wijk Heerbrug.
  • De 1ste Cavaleriedivisie is verantwoordelijk voor de verdediging vanaf Terneuzen (inclusief) tot het Fort Sint-Marie te Kallo (inclusief)
    • De commandoposten van de divisie staat te Hulst.
    • Van west naar oost worden het 1G, 3L, 1Cy en 3Cy opgesteld.  Het Eskadron Pantserwagens 1G zal terugkeren van de 17Div naar het eigen regiment.
    • Het 2G bezet met telkens een groep de gemeentes Hulst en Axel.
    • De divisie blijft versterkt met het Bataljon Motorwielrijders Ardeense Jagers dat als opdracht krijgt om het kwartier tussen Doel en Fort Sint-Marie te bezetten.  Tevens moet het bataljon het eerste deeltje van de Militaire Dijk ten zuiden van het fort bewaken.
  • De 2de Cavaleriedivisie surveilleert de sector van het Fort Sint-Marie (exclusief) tot Dendermonde (inclusief).
    • De commandopost van de 2de Cavaleriedivisie is opgesteld te Sint-Niklaas.
    • Het 4L bezet de ondersector tussen het Fort Sint-Marie (exclusief) en het Fort van Kruibeke (inclusief).  Deze ondersector start in het noorden met de Militaire Dijk die ophoudt te Smoutpot.  Vervolgens loop de sector via de Militaire Baan naar het Fort van Kruibeke.  Het 4L lost hier de troepen van de 17de Infanteriedivisie af, en krijgt vuurtsteun van twee artilleriegroepen.
    • Het 2Cy vervolgt de linies langsheen de oever van de Schelde tussen het Fort van Kruibere (exclusief) en de monding van de Durme te Tielrode (exclusief).  Rupelmonde en Temse vormen de zwaartepunten van deze ondersector.  Het 2Cy heeft een artilleriegroep als versterking.
    • Het 1JP bewaakt de Scheldeoever vanaf Tielrode (inclusief) tot Dendermonde (inclusief).  Hier wordt bijzondere aandacht besteed aan de bocht te Kastel.  In de stad Dendermonde start de sector van de 1ste Divisie Ardeense Jagers die de Demer bezet tot en met de stad Aalst.
    • De divisie behoudt als reserve het 2L te De Ster en het 1L te Zogge.
    • De divisie wordt versterkt met de I/19A (minus een batterij), de IV/19A en de Wielrijdersgroep der 15Div.
  • Het 25Gn wordt te Zuiddorpe ingekwartierd, en het 30TTr te Assenede.
  • Het Eskadron Luchtafweermitrailleurs plaatst telkens drie pelotons te Terneuzen en te Sluiskil ter bewaking van de bruggen over het Kanaal Gent-Terneuzen.
  • De Iste Groep van het 1ste Regiment DTCA bewaakt de bruggen van Zelzate en Sas-van-Gent.

Ten westen van Terneuzen beveiligt het Franse XVIème Corps d’Armée de Zeeschelde.  De staf van dit legerkorps werkt vanuit Beernem.  Tussen Terneuzen en Breskens bevindt zich de 68ème Division d’Infanterie met hoofdkwartier te Maldegen.

HK CK
Het veldleger zal op 19 mei zijn terugtocht voltooien op de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde.  Het Cavaleriekorps heeft de opdracht om tot 20u00 zijn dekkingsopdracht in het Scheldeland en het Waasland verder te zetten. Het korps zal vervolgens het Kanaal Gent-Terneuzen oversteken en zich opstellen aan de noordelijke flank van de Belgische legerzone.

De staf verhuist naar de steenbakkerij de Hemptinne aan de Bormtestraat te Stekene.

Bij de 2de Cavaleriedivisie meldt het 4L omstreeks 05u45 dat de vijand onder dekking van een rookgordijn aanstalten maakt om te Antwerpen te Schelde over te steken.  Het dorp Zwijndrecht valt vanaf 08u15 onder artillerievuur.  De Duitsers maken contact met de Wielrijdersgroep der 15de Infanteriedivisie en tussen 10u30 en 10u50 meldt het 4L dat deze groep onder toenemende vijandelijke druk komt te staan en er hier en daar weg vluchtende militairen gezien worden.  Het Cavaleriekorps beveelt dat het 4L dient op te rukken in oostelijke richting om de vijand terug te dringen tot op de rechter oever van de Schelde.  Omstreeks 11u25 geeft het 4L het bevel tot de opmars.  De korpsstaf laat weten dat het regiment in alle geval moet oprukken tot aan de posities van de Wielrijdersgroep der 15de Infanteriedivisie op de transversale tussen het nu verdwenen gehucht Pijptabak en Burcht.  De groep plooit zich echter terug in de richting van Zwijndrecht.

Het 4L raakt al snel slaags met de vijand die zo snel mogelijk richting Waasland wil doorstoten. Het 1ste eskadron van het 4L moet samen met het eskadron pantserwagens van het 2L een tegenaanval naar Zwijndrecht ondernemen, maar de Belgen worden flink afgestraft bij het uitvoeren van hun poging.  Het 1L wordt vervolgens uitgestuurd om Zwijndrecht te omtrekken via de noordrand van het dorp, maar ook deze actie wordt geblokkeerd. De Duitsers voeren een tegenaanval uit en kunnen het Fort van Zwijndrecht innemen.

De actie van het 4L en het 2L kan de situatie niet keren. Ook een interventie door het peloton van Luitenant Gailly van het Eskadron Pantserwagens van het Cavaleriekorps kan niet baten. Omstreeks 18u20 wordt de algemene aftocht naar de Moervaart bevolen.  Het 4L zal als eerste terugtrekken vanaf 18u30, gevolgd door de Wielrijdersgroep van de 15de Infanteriedivisie om 19u30 en het 2L om 20u30.

Het Cavaleriekorps heeft immers de toestemming gekregen om zijn dekkingsopdracht voortijdig af te breken en zich terug te trekken op een tussenlinie van Kampen, over Ossenisse, Walsoorden over Hulst, Kappelebrug, de Gentse Vaart, Stekene, de Stekense Vaart en de Moervaart.  Ook op deze linie zal de 1ste Cavaleriedivisie de linker sector innemen, en de 2de Cavaleriedivisie de rechter sector:

  • De legerkorpsstaf verplaatst zich naar Zwartenhoek nabij Axel
  • De 1ste Cavaleriedivisie verplaatst zijn commandopost naar Axel.
    • De cyclisten van het 1Cy blijven in stelling langsheen de zuidelijke oever van de Zeeschelde van Kampen over Ossenisse tot Kluitaart.
    • Het Bataljon Motorwielrijders Ardeense Jagers vervolgt te linies tot Hulst (exclusief).
    • Het 1G bezet de ondersector tussen Hulst (inclusief) en Tromp (inclusief).
    • Het 2G vervolgt de linies vanaf Tromp (exclusief) over Stekene tot aan de samenloop van de Stekense Vaart en de Moerbeek nabij het gehucht Bosdorp.
    • Het 3Cy behoudt zijn stellingen te Terneuzen.
  • De 2de Cavaleriedivisie plaatst zijn commandopost te Zuiddorpe.
    • Het 2Cy neemt de ondersector in tussen Bosdorp en Caudenborm.
    • Het 1JP bezet de ondersector van Caudenborm tot Kalve.
    • Het 4Cy tenslotte sluit aan tussen Kalve en het Kanaal Gent-Terneuzen.
  • Het 3L vormt de reservenmacht op niveau legerkorps te Koewacht.

Deze tussenstelling zal opgeheven worden na de doortocht van het 1L, 2L en 4L.  Het Cavaleriekorps heeft inmiddels ook zijn orders verdeeld voor de inzet van de beide divisies na de oversteek van het Kanaal Gent-Terneuzen.  Deze opdrachten zien er als volgt uit:

  • De 1ste Cavaleriedivisie trekt zich terug via de marsroutes Grauw-Hengstdijk-Terneuzen en Meerdonk-Hulst-Axel-Sluiskil om vervolgens post te vatten aan het Kanaal Gent-Terneuzen vanaf de Braakmankreek over Terneuzen tot aan de brug van Sluiskil (exclusief).  In eerste instantie moeten het 1G (minus een eskadron), 3L, 1Cy en 3Cy het eerste echelon van deze sector bezetten, terwijl het van het 1G afgedeelde eskadron aan de Axelse Sassing moet halt houden om Stekene, Hulst, Hengstdijk en Ossenisse onder observatie te houden.  Het 2G moet een reeks voorposten inrichten langsheen de Otheensche Kreek en de Spuikreek die het binnenlopen van de rest van de divisie moeten dekken.  Het 2G moet deze voorposten vervolgens ontruimen om het tweede echelon van de divisiesector in te nemen.  De I/19A, III/19A en IV/19A zullen artilleriesteun leveren aan de 1CavDiv.
  • De 2de Cavaleriedivisie krijgt als hoofdtaak om elke stormaanval over de Zeeschelde ten westen van Terneuzen af te slaan.  Hiervoor moet de divisie het gros van zijn troepen als mobiele reserve behouden en detachementen uitsturen naar Breskens, Nummer Een en Hoofdplaat. De divisie moet het Kanaal Gent-Terneuzen oversteken via de bruggen te Sas-van-Gent en te Sluiskil.  De bevelhebber van de 2CavDiv moet bij de aftocht uit het Waasland er ook voor zorgen dat de bruggen over de Moervaart vernield worden.

HK CK
Tijdens de vroege ochtend van 20 mei vertrekt het hoofdkwartier van het Cavaleriekorps naar kasteel Reesinghe op de baan van Maldegem naar Brugge. Dit landgoed was eigendom van de familie Rotsart de Hertaing. De ondersteunende diensten en de het bagage-echelon van de staf waren hier reeds op 18 mei aangekomen. Luitenant-generaal Keyaerts besluit om zijn hoofdkwartier te ontplooien in het Instituut Zusters Maricolen aan de oostrand van het dorp Maldegem.

De 1ste Cavaleriedivisie heeft zijn commandopost verplaatst naar Haven, en de 2de Cavaleriedivisie naar Watervliet.

De 1CavDiv behoudt een reeks voorposten op de lijn Terneuzen – Axelse Sassing en krijgt eveneens de opdracht om een detachement te plaatsen in het Zeeuwse gehucht Hazelarenhoek nabij Bontekoe om van hieruit verkenningen uit te sturen naar Hulst en naar Stekene.  Dit detachement bestaat uit een eskadron motorwielrijders, aangevuld voor een peloton mitrailleurs en een peloton pantserwagens.

De 2CavDiv moet detachementen van een gelijkwaardige omvang positioneren te Moerbeke, Wachtebeke en Sint-Kruis-Winkel.  De beide divisies krijgen eveneens de opdracht om deze voorposten pas terug te roepen bij contactname met de vijand.  De staf van het Cavaleriekorps plaatst een beperkt Vooruitgeschoven Inlichtingencentrum te Westdorpe dat de verbinding moet vormen tussen de voorposten en het hoofdkwartier.  Bij de terugtocht moeten alle troepen binnenlopen via de brug van Sluiskil die als allerlaatste zal vernield worden.

Op 15 mei stuurt het Cavaleriekorps ook nog de Wielrijdersgroep der 15Div terug naar zijn eigen divisie.  De groep werd hiervoor naar Assenede bevolen.

HK CK
Het hoofdkwartier brengt de nacht van 20 op 21 mei door te Maldegem.  Het Cavaleriekorps krijgt het bevel om de verdediging van de oever van de Schelde tussen Breskens en de sluis van Terneuzen over te nemen van de Franse 68ème Division d’Infanterie.  De 2de Cavaleriedivisie wordt verantwoordelijk voor deze opdracht.  Deze divisie moet daarnaast ook de bewaking van de kuststrook tussen Het Zwin en Breskens verzekeren.  Het Cavaleriekorps moet tevens het Bataljon Motorwielrijders Ardeense Jagers laten vertrekken naar het VIIde Legerkorps.  Het dispositief van het Cavaleriekorps ziet er nu als volgt uit:

  • De 1ste Cavaleriedivisie is verantwoordelijk voor de sector die loopt vanaf de oostrand van de Braakmankreek, over Terneuzen, tot in Sluiskil (exclusief).
    • Van west naar oost heeft deze divisie het 3Cy, 1Cy en 1G ontplooid.
    • Het 2G bewaakt het tweede echelon van deze sector, samen met het 4Cy dat overgekomen is van de 2de Cavaleriedivisie.
    • De I/17A, III/19A en IV/19A leveren vuursteun.  De divisie mag ook steun vragen aan de korpsartillerie van het naburige Vde Legerkorps.
    • De staf van de divisie staat opgesteld te Haven.
  • De 2de Cavaleriedivisie bezet de oever van de Schelde tussen Breskens in het westen en de Braakmankreek in het Oosten.  Daarnaast wordt ook de oever van de Braakmankreek en de kuststrook tussen Het Zwin en Breskens door patrouilles onder observatie gehouden.
    • Het Eskadron Motorwielrijders van het 4L bewaakt de kust tussen Het Zwin en de Groese Polder ten westen van Breskens.
    • Vanaf de Groese Polder tot en met Breskens is het 3L ontplooid.
    • Ten oosten van Breskens (exclusief) vervolgt het 1JP tot Hoofdplaat (inclusief).  Dit regiment heeft de groepen van het 1JP, 2JP en 1L onder zijn bevel.
    • Vanaf Hoofdplaat (exclusief) tot de Braakmankreek vervolgt het 4L de linies.
    • Het 2Cy vormt de reservemacht met een bataljon te Biervliet en een bataljon te Schoondijk.
    • Het 18A en de I/19A leveren artilleriesteun.
    • De divisiestaf bevindt zich te IJzendijke.
  • Het Cavaleriekorps behoudt als reservemiddelen het 2L te Sint-Laureins en het 2G te Waterland-Oudeman.
  • De korpsstaf tenslotte installeert zich eveneens in Sint-Laureins.

HK CK
Na de Duitse doorstoot tot Abbeville aan de Atlantische kust zijn de geallieerde legers in Noord-Frankrijk en Vlaanderen geheel omsingeld. Het geallieerde oppercommando heeft op 21 mei tijdens de Conferentie van Ieper besloten om de Schelde-linie op te geven. Hierop bepaalt de Belgische legerleiding tijdens de ochtend van 22 mei dat onze strijdkrachten niet zoals afgesproken zullen terugtrekken naar de Ijzer, maar stand zullen houden langsheen de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie. Het Groot Hoofdkwartier laat deze terugtocht in twee fases uitvoeren en bepaalt dat de troepen opgesteld tussen het Bruggenhoofd Gent en Oudenaarde zich tijdens de nacht van 22 op 23 mei moet terugtrekken naar de Leie. In deze eerste fase zullen tevens een aantal troepen teruggetrokken worden uit het Bruggenhoofd Gent, de stad Gent en het Kanaal Gent-Terneuzen. Deze zones zullen dan definitief ontruimd worden tijdens de nacht van 23 op 24 mei. Om de Britten toe te laten meer troepen vrij te maken voor de geplande tegenaanval rond Arras, geeft onze legerleiding zijn akkoord om de 44th Infantry Division aan de Schelde af te lossen en de Belgische linies aan de Leie tot aan de rand van Menen te verlengen. De aflossing aan de Schelde wordt afgelast door de snelle ontwikkeling van de Duitse opmars.

De staf van het Cavaleriekorps belt om 07u50 naar het GHK om te bevestigen dat het hoofdkwartier operationeel is in het Zeeuwse dorpje Bentille. De administratie en de boekhouding van het korps worden ondergebracht in bouwerij Mathielen nabij het gemeentehuis van Lekens in Zeeland.

Even voor 08u30 beveelt het GHK om drie groepen veldgeschut door te sturen naar Sint-Eloois-Winkel aan het zuidelijke uiteinde van de Belgische legerzone ter ondersteunen van de 1ste Infanteriedivisie. De infanterie van deze divisie wordt met behulp van de Legerautogroepering overgebracht vanuit Gent en heeft artilleriemiddelen nodig in afwachting van de komst van het eigen 1ste Regiment Artillerie over de baan.  De I/19A, III/19A en IV/19A zullen vertrekken om aan het eind van 23 mei terug te keren naar de operatiezone van het Cavaleriekorps.

Ter voorbereiding van de aftocht van het veldleger van het Kanaal Gent-Terneuzen moet het Cavaleriekorps te oostgrens van zijn operatiegebied verleggen van Terneuzen naar Zelzate.  Dit moet toelaten aan het Vde Legerkorps om de starten met de terugtocht naar het Afleidingskanaal van de Leie.  Deze aanpassing moet uitgevoerd worden tegen 20u00.  Hierdoor wordt de sector die toegewezen is aan de 1ste Cavaleriedivisie wel erg breed.  Generaal-majoor Beernaert krijgt dan ook de toestemming om zijn operatiezone in twee commando’s te verdelen.  Zijn Commandant Cavalerie, Kolonel SBH Morel de Westgaver wordt verantwoordelijk voor de verdediging van de Zeeschelde vanaf de oostrand van de Braakmankreek tot aan Terneuzen en vervolgens van het Kanaal Gent-Terneuzen tot de Papeschoorpolder ten noordoosten van Sas-van-Gent.  De generaal zal de troepen langsheen het Kanaal Gent-Terneuzen tot aan Zelzate bevelen.

Tevens krijgt het korps de opdracht om een nieuwe positie te verkennen die loopt vanaf de westrand van de Braakmankreek in het noorden, over Bassevelde, Lembeke en Boskant tot in Stoktevijver.  Deze positie zou gebruikt kunnen worden na de aftocht van het kanaal.

Transportkorps
Het Atelier voor Herstelling van het Wagenpark bevindt zich te Vijvekapelle nabij Damme.

HK CK
Het hoofdkwartier blijft te Bentille. Koning Leopold III en zijn militair raadgever Generaal-majoor Van Overstraeten bezoeken het hoofdkwartier. Luitenant-generaal Keyaerts maakt van de gelegenheid gebruik om zijn onrust uit te drukken over het feit dat het Franse XVIde Legerkorps zijn zware artillerie weggehaald heeft van de verdediging van de Westerschelde en ook de eigen artilleriemiddelen nog niet terug zijn van de opdracht bij de 1ste Infanteriedivisie. Van Overstraeten belooft ter compensatie een groep C120 geschut te laten sturen.  Ondertussen heeft stafchef Luitenant-generaal Michiels al wel per telefoon laten weten dat de drie groepen van het 19A aan het eind van de dag zullen terugkeren naar het operatiegebied van het 19A.

In Terneuzen, Sluiskil, Sas-van-Gent en Zelzate worden de contacten met de vijand steeds regelmatiger.  Met de nodige lucht- en artilleriesteun gaan de Duitsers op zoek naar de zwakke plekken in de Belgische linies om op deze locaties een stormaanval over het kanaal op te zetten.  De oversteekpogingen worden voorlopig alle afgehouden.  In de vroege namiddag komt het ten zuiden van Zelzate dan toch tot een succesvolle aanval.  Het 2G ziet zijn rechterflank bedreigd en moet onder toenemende Duitse druk een deel van zijn posities opgeven.

Aan het eind van de dag bevestigt het GHK dat de laatste eenheden die zich ten oosten van het Afleidingskanaal van de Leie bevinden de opdracht krijgen om zich achter deze waterloop terug te trekken.  Het Cavaleriekorps moet deze aftocht dekken.  Na afloop moet op 24 mei de 1ste Cavaleriedivisie gehergroepeerd worden in de regio Sas-van-Gent – Terneuzen en de 2de Cavaleriedivisie in de regio Breskens.  Vervolgens moet het Cavaleriekorps zich terugtrekken op een nieuwe verdedigingslinie van Het Zwin in het westen tot Aardenburg in het oosten.  Ten zuiden van Aardenburg zal op het Leopoldkanaal aangesloten moeten worden. 

HK CK
De staven van het Cavaleriekorps en het 19A installeren zich nu in Sint-Anna-ter-Muiden, een dorpje op de Belgisch-Nederlandse grens net ten westen van Sluis.  Van op zijn nieuwe posities moet het korps zo mogelijk offensieve acties kunnen ondernemen op de flank van de vijandelijke troepen die op de as Zelzate-Eeklo oprukken.

Een officiersverkenning op verzoek van de korpsstaf naar Sas-van-Gent bevestigt dat de Duitsers hier reeds het Kanaal Gent-Terneuzen overgestoken zijn en de spoorlijn Gent-Terneuzen bereikt hebben.  Tevens werden op de baan naar Assenede vijandelijke verkenners opgemerkt.  Een nieuwe verkenning richting Bassevelde maakt duidelijk dat ook in dit dorp reeds de eerste Duitse troepen gepasseerd zijn.

Het Cavaleriekorps laat het GHK rond 16u00 weten dat het vastgesteld heeft dat de dorpen Philipinne, Posthoorn, Boekhoute, Bassevelde en Kaprijke bezet zijn.  De artillerie van de 1ste Cavaleriedivisie legt storingsvuur neer op de belangrijkste kruispunten van deze locaties.

Even voor 18u00 wordt de 2de Cavaleriedivisie weggehaald bij het Cavaleriekorps.  De divisie krijgt het bevel om zijn gemotoriseerde gevechtseenheden tijdens de nacht van 24 op 25 mei naar het zuiden te verplaatsen om bijstand te leveren na de Duitse doorbraak aan de Leie nabij Kortrijk ten koste van de 3de Infanteriedivisie. Het front dreigt hier te breken en het Groot Hoofdkwartier wil met een snelle verplaatsing van de 2de Cavaleriedivisie een vijandelijke opmars richting Ieper blokkeren. De divisie dient rondom Torhout te overnachten en Kolonel SBH Serlez zal hier verdere bevelen ontvangen. De commandopost moet naar Lichtervelde overgebracht worden.  De divisie zal tijdens de verplaatsing onder het directe bevel van het Groot Hoofdkwartier staan.

Met deze beslissing wordt dan ook de verdere opdracht van het Cavaleriekorps aan de noordflank van de Belgische legerzone tot een defensieve opdracht herleid.  Aanvallende operaties in de flank van de oprukkende Duitse troepen zitten er niet meer in.

Transportkorps CK
Het Atelier voor Herstelling van het Wagenpark wordt gedeeltelijk ontplooid te Nieuwmunster.

Provoostdienst CK
De Provoostdienst richt een verzamelplaats voor krijgsgevangenen in te Sint-Anna-ter-Muiden.

HK CK
Het hoofdkwartier wordt verplaatst naar Dudzele.

In de voormiddag brengt de staf opnieuw verslag uit bij het GHK over de vijandelijke opmars.  Het 1JP meldt dat de Duitse hoofdinspanning bij de bezetting van Zeeuws-Vlaanderen via de as van Boekhoute naar Maagd-van-Gent verloopt.  De vijandelijke artillerie beschiet de boerderijen in de polders ten westen van Sint-Jan-in-Eremo.

Aan het eind van de dag besluit het GHK om het Cavaleriekorps terug te trekken naar een nieuwe zone die loopt vanaf Het Zwin in het westen, over Sluis tot het Belgische dorpje Middelburg en de splitsing van het Leopoldkanaal en het Afleidingskanaal van de Leie te Stoktevijver.

HK CK
Het Cavaleriekorps start om 01u00 met de eerder bevolen terugtocht. De 1ste Cavaleriedivisie neemt tegen de ochtend een opvangstelling in die over Retranchement, Sluis en Middelburg loopt. De troepen van de divisie worden er als volgt opgesteld:

  • Ondersector Retrachement: het 1G met het eskadron motorwielrijders van het 2G, ondersteund door de III/19A te Hazegras
  • Ondersector Sluis: 4Cy met 1JP, met vuursteun van de I/19A en twee kanonnen 120mm van het 13A
  • Ondersector Heille: 1Cy, ondersteund door de I/17A
  • Ondersector Middelburg: 3Cy, met steun van de IV/19A

Het hoofdkwartier wordt tijdens de tweede helft van de nacht van 25 op 26 mei verplaatst naar Koolkerke.

Om 13u50 laat het GHK weten dat het Cavaleriekorps zich tijdens de nacht van 26 op 27 mei zal terugtrekken achter de dubbele waterlinie van het Leopoldkanaal en het Afleidingskanaal van de Leie.  Bij deze stellingname zal de Franse 60ème Division d’Infanterie onder bevel van het Cavaleriekorps geplaatst worden.

Het Cavaleriekorps verspreidt rond 16u30 de orders voor de verplaatsingen voor de komen de nacht en bevestigt dat de nieuwe operatiezone van het korps in twee sectoren verdeeld zal worden:

  • De Franse 60ème Division d’Infanterie zal de linker sector bevelen vanaf de sluizen van Heist waar het Afleidingskanaal van de Leie en het Leopoldkanaal in de zee uitmonden, tot aan de duiker van de Damse Vaart onder het Afleidingskanaal.  Deze divisie heeft zijn hoofdkwartier nabij het station van Dudzele.
    • Ondersector west van deze sector zal lopen vanaf de sluizen van Heist tot aan de Zelzatebrug (exclusief) en wordt bevolen door het Franse 270ème Regiment d’Infanterie.
      • Het 2G zal Sluis verlaten en zal over Westkapelle naar Heist terugtrekken, waar het regiment de sluizen van Heist en laatste 1.500m van het Afleidingskanaal dient te bezetten.
      • Deze ondersector wordt verdedigd door twee van de drie bataljons van het 270ème Regiment d’Infanterie.
    • Ondersector oost zal lopen vanaf de Zelzatebrug (inclusief) tot aan de duiker van de Damse Vaart onder het Afleidingskanaal (inclusief) en zal bevolen worden door het 4Cy.
      • Dit regiment zal versterkt worden met het derde bataljon van het 270ème Regiment d’Infanterie.
  • De 1ste Cavaleriedivisie zal de rechter sector bevelen vanaf de duiker van de Damse Vaart onder het Afleidingskanaal (exclusief) tot Strobrugge (exclusief).
    • Ondersector west zal bevolen worden door het Franse 271ème Regiment d’Infanterie dat nog een bataljon in positie heeft tussen de duiker en de bruggen van de Oude Sluissedijk.
    • Het 1Cy zal de ondersector centrum bezetten vanaf de bovenvermelde bruggen tot Moerkerke.  Het regiment voert ook het bevel over het hier aanwezige Franse 241ème Regiment d’Infanterie.
    • Het 3Cy moet langs het Afleidingskanaal post vatten tussen Moerkerke in het westen en de brug van de steenweg van Knokke naar Maldegem in het oosten. De rechterflank van het regiment dient aan te sluiten bij de 17de Infanteriedivisie.
  • Het 1G wordt teruggetrokken van Retranchement over Het Zoute, Knokke, Heist en Zeebrugge tot in Lissewege. Het regiment zal dan in reserve geplaatst worden rond Dudzele en dient twee eskadrons toe te wijzen aan de bruggenhoofden op het Afleidingskanaal aan de Dudzelestraat en de Oostakkerstraat.
  • Het 1JP dient zich verplaatsen via Westkapelle naar Damme en zal daags nadien Damme, Vivenkapelle en Male bezetten.

Dit plan moet echter aangepast worden wanneer het GHK beslist om nog meer eenheden weg te halen bij het Cavaleriekorps ter versterking van andere formaties.  Het Duitse leger heeft nu ook een doorbraak gerealiseerd in het noordelijke deel van de Belgische legerzone te Balgerhoeke en Ronse aan het Afleidingskanaal van de Leie. De vijand is rond 16u00 de waterweg overgestoken op deze twee punten. Rond 19u30 stort het front in bij het 23ste Linieregiment rond Ronse. Ook het 7de Jagers te Voet nabij Balgerhoeke wordt van het kanaal verdreven.  Om een verdere opmars naar Brugge te kunnen blokkeren bepaalt het GHK om een reservemacht op legerniveau samen te stellen en stand-by te houden te Maria-Aalter.  Deze formatie komt onder het bevel te staan van Kolonel Morel de Westgaver, Cavaleriecommandant van de 1ste Caveleriedivisie.  De Groepering Morel wordt alsvolgt samengesteld:

  • het 1Cy, nog steeds aangevuld met de Compagnie C47 op T13 van de 3de Infanteriedivisie.
  • het 4Cy
  • de Iste groep van 1JP, waarvan nog twee pelotons motorwielrijders en een klein eskadron met drie T13’s en één T15 overblijven
  • de Iste groep van 19A, met drie batterijen, elk met vier kanonnen C75GP (grote dracht van 11 km).

Deze groepering moet bij een verdere vijandelijke doorbraak tussenbeide komen in de sector van de 18de Infanteriedivisie of van de 12de Infanteriedivisie.  Het vertrek van de formatie wordt bepaald te Vivenkapelle om 02u00 tijdens de nacht van 26 op 27 mei.

Transportkorps CK
Het Atelier voor Herstelling van het Wagenpark is gedeeltelijk ontplooid te Nieuwmunster.

Provoost CK
De provoostdienst bewaakt onder meer het Verzamelpunt voor Krijgsgevangenen te Sint-Anna-ter-Muiden.

HK CK
Het hoofdkwartier van het Cavaleriekorps komt rond 04u30 aan te Sint-Kruis maar zal slechts enkele uren verblijven op deze locatie.  Tegen 08u00 wordt het hoofdkwartier opgesteld te Meetkerke, in een hoeve op zo’n 500m oost van de dorpskern.  Na het vertrek van de Groepering Morel zijn de resterende troepen van het Cavaleriekorps naar de volgende posities bevolen:

  • De opdracht van het 2G werd niet gewijzigd en het regiment  bezet de sluizen van Heist en laatste 1.500m van het Afleidingskanaal, nog steeds onder het bevel van de Franse 60ème Division d’Infanterie.  De commandopost van het 2G staat te Zeebrugge.
  • Het 1G heeft zich teruggetrokken over Knokke, Heist, Zeebrugge en Lissewege en bezet de west-, noord- en oostrand van Dudzele.  De commandopost staat in het dorp.
  • Het 3Cy is ontplooid langsheen het Afleidingskanaal van de Leie tussen kilometerpaal 12,5 en 16.  Dit is vanaf het gehucht Waterhoek nabij Molentje tot Schewege.  Te Middelburg en Lapscheure werden telkens een peloton geplaatst als mobiele achterhoede.
  • Het 1JP heeft een peloton geplaatst bij de westrand van Sluis als achterhoede en heeft zich teruggetrokken via Westkapelle en Oostkerke naar Damme.  Ook het 3L bevindt zich te Damme.
  • Het Eskadron Motorwielrijders van het 2G heeft eveneens een peloton achtergelaten als achterhoede te Retranchement en is te Zeebrugge aangekomen.  Ook het Eskadron Motorwielrijders van het 4L bevindt zich te Zeebrugge.
  • De staf van de 60ème Division d’Infanterie staat nog steeds opgesteld bij het station van Dudzele.
  • De staf van de 1ste Cavaleriedivisie werd vanop een landgoed aan de noordrand van het militaire oefenterrein van Sint-Kruis.

Binnen de operatiezone van het Cavaleriekorps krijgt Luitenant-generaal Keyaerts om 12u40 de gedelegeerde bevoegdheid om te beslissen over het tijdstip van vernieling van de bruggen over het Leopoldkanaal, het Afleidingskanaal van de Leie, het Kanaal Brugge-Zeebrugge en het Kanaal Brugge-Gent.  In de ondersector van het 3Cy werden de vernielingen op het Leopoldkanaal en het Afleidingskanaal reeds uitgevoerd.  De bevelhebber van de de 60ème Division d’Infanterie krijgt onmiddellijk het bevel om de brug van Ramskapelle en de Zelzatebrug te vernielen.  Het 25Gn voert de vernielingen uit aan het wegdek over de sluizen van Heist.

Om 14u00 laat de verbindingsofficier van het Franse leger weten dat de troepen van de 60ème Division d’Infanterie aan het eind van de dag de Belgische legerzone zullen verlaten om naar Duinkerke teruggetrokken te worden.  Ook de 68ème Division d’Infanterie zal het Belgische operatiegebied verlaten.

Bij valavond wordt de staf alweer verplaatst. Het hoofdkwartier rijdt naar de kust en zoekt een nieuwe standplaats aan de westrand van Klemskerke.

HK CK
Het hoofdkwartier is reeds tijdens de nacht van 27 op 28 mei op de hoogte van de nakende capitulatie. Het officiële bericht wordt rondom 04u30 onder de eenheden verspreid. Tijdens de ochtend verplaatst het hoofdkwartier zich een laatste keer. De staven van het Cavaleriekorps en het 19A zoeken onderdak in het militair Reservehospitaal 54 in het Zeepreventorium te De Haan. Het commando hoopt op die manier aan het luchtgevaar te ontsnappen. De eerste Duitse troepen bereiken De Haan in de loop van de vooravond.

Kolonel SBH Bastin, stafchef van het cavaleriekorps, en enkele andere officieren van het HK CK zijn echter niet van plan zich over te geven en begeven zich naar De Panne. De Panne is op dat ogenblik nog steeds in Britse handen en hun hoofdkwartier is er opgesteld. Hij ontmoet er LtKol Res Rongé en Cdt Res Dessargues van het Groot Hoofdkwartier (GHK) die verwoede pogingen ondernemen om naar Engeland te kunnen ontkomen. Beide officieren behoorden tot het Belgisch liaisondetachement bij het 1ste Franse Leger en hebben zo toegang tot het Brits HQ van waaruit ze in verbinding staan met de Belgische ambassade in Londen. Om 20u00 krijgen ze via de Britten te horen dat de Belgische Militaire Attaché in Engeland, LtKol Wouters, twee schepen naar De Panne zou sturen om een driehonderdtal Belgen en geallieerden op te pikken [9]. Het eerste schip, een gecharterd koopvaardijschip, de “Diamant” zou op 30 mei om 04u00 ‘s morgens toekomen in De Panne. Het schip was erin geslaagd om in de vroege ochtend van 28 mei nog uit Oostende weg te varen met een aantal Belgische militairen aan boord. Het tweede schip, de A4 van het Belgisch Marinekorps kreeg om 10u00 van de ambassade de opdracht om naar de Panne te varen. De A4 vertrekt om middernacht uit Dartmouth en zou op 30 mei tegen de middag in De Panne moeten zijn.

Het koopvaardijschip Diamant van John Cockerill Line waar tevergeefs op gewacht werd.

In allerijl worden de verschillende kantonnementen in De Panne waar zich nog Belgen bevinden op de hoogte gebracht van de mogelijkheid om naar Engeland te ontsnappen. Een 200-tal militairen geeft gehoor aan de oproep en begeven zich om 04u00 naar het strand van De Panne om de “Diamant” op te wachten. De “Diamant” komt echter niet opdagen en om 07u00 wordt opnieuw contact opgenomen met de ambassade in Londen. Hier wordt bevestigd dat er enige vertraging is opgelopen (suite à une rébellion) maar dat een Belgisch marineschip (de A4) rond middernacht is uitgevaren en tegen de middag de Belgen komt oppikken.

De Britten hadden alle naar Engeland gevluchte Belgische vissersboten en koopvaardijschepen opgevorderd om ingezet te worden voor Operatie Dynamo. Dit werd niet in dank afgenomen door de bemanningen die initieel weigerden om orders te aanvaarden van de Britse autoriteiten. Pas na bemiddeling door de Belgische ambassade en het vastleggen van de voorwaarden om ingezet te worden zijn de vissers bereid gevonden om Britse soldaten te gaan ophalen in Duinkerke. Eén van de voorwaarden was dat deelname enkel kon gebeuren op vrijwillige basis. Deze discussies hebben geleid tot de vertraging die ervoor zorgde dat de 200 Belgische militairen in De Panne niet werden opgehaald.

De groep is intussen al geslonken tot 150 man maar wanneer er rond de middag nog steeds geen schip te zien is nemen Kol SBH Bastin en LtKol Rongé opnieuw contact op met Londen. De A4 werd onderweg naar De Panne ter hoogte van Folkestone onderschept door een Britse torpedojager die het schip terug naar Darmouth stuurde. Na heel wat heen en weer getelefoneer tussen De Panne enerzijds en de Ambassade en het War Office anderzijds wordt bekomen dat twee groepen van 20 man zal toegelaten worden op Britse schepen, dit zeer tegen de zin van de Britten. Eén groep zal aan boord gaan in De Panne, de tweede groep in Bray-Dunes (Frankrijk). Uit de nog 60 overblijvende kandidaten voor de overtocht wordt 40 man geselecteerd.

Na de capitulatie

Cdt Jottrand neemt de leiding over de 20 man die zullen inschepen in Bray-Dunes en vertrekt naar de ontschepingsplaats. Slechts enkelingen zullen erin slagen aan boord te raken van een Brits schip, op eerder brutale wijze wordt de overtocht ontzegd aan de rest. De situatie in De Panne was niet anders. Een eerste sloep met zes man waaronder Kol SBH Bastin, LtKol Res Rongé en Cdt Res Dessargues geëscorteerd door een Britse kapitein raken nog aan boord van de HMS Worcester (D96), de andere 14 man blijven achter op het strand van De Panne. Kol SBH Bastin, LtKol Res Rongé en Cdt Res Dessargues worden doorgestuurd naar Tenby in Wales waar alle Belgische militairen die de overgang naar Engeland waagden worden verzameld. In Tenby wordt een detachement samengesteld met 400 militairen die de strijd wilden verderzetten in Frankrijk. Het detachement verlaat in de morgen van 03 juni Tenby en stapt in Milford-Haven aan boord van het Nederlands schip de Hr.Ms. Batavier II die hen op 04 juni afzet in de haven van Brest in Bretagne. Van daar uit wordt het detachement doorgestuurd naar Morbihan waar de 7Div reorganiseert. Kolonel SBH Bastin keert later terug naar België om commandant van het “Belgisch Legioen”, voorloper van het “Geheim Leger”, te worden.

Slachtoffers

EenheidNaamVoornaamFotoGraadStandKlas° op° te+ op+ teNota
PARA/TptKDE PAUWLodewijk, J.SdtMil2622.03.1906Antwerpen25.05.1940Sint-AndriesOverleden hospitaal Abdij Zevenkerken
StafMAESPeter, LambertSdtBV1530.07.1895Oostham18.06.1940Caussade (F)

Bibliografie en Bronnen

  1. Achtergrondinformatie bij Kasteel Mellaerts langs de Tiensesteenweg te Sint-Truiden [On Line Beschikbaar]: http://testavzw.be/de-suikerfabriek-van-de-familie-mellaerts-hield-stand-tot-1959/ [Laatst geraadpleegd op 8 februari 2021].
  2. Achtergrondinformatie betreffende Luitenant-generaal de Neve de Roden [On Line beschikbaar]: http://www.ars-moriendi.be/DE_NEVE_DE_RODEN.HTM [Laatst geraadpleegd 9 februari 2021].
  3. Het Vooruitgeschoven Inlichtingencentrum van Hasselt (CRA Hasselt) maakt deel uit van een gans netwerk van inlichtingencentra langs onze grenzen opgezet door de “Dienst der Bewaking en Inlichtingen aan de Grenzen” (Service de Surveillance et de Renseignements aux Frontières) van het Groot Hoofdkwartier (GHK). Het CRA Hasselt staat in verbinding met de alarmposten opgesteld langs de Belgisch-Nederlandse grens alsook met de vernielingsposten bij de bruggen over de Kempische kanalen in Noord-Limburg. “Le Service de Surveillance et de Renseignements aux Frontières (SSRF) de l’entre-deux-guerres à la campagne des 18 jours”, Pascal Pirot, mémoire de fin d’études défendu en janvier 2010 à l’Université de Liège en vue de l’obtention du grade de Master en Histoire. “En effet, un projet théorique de remise sur pied du S.S.R.F. reprend vigueur dans les années 1930. Relativement mieux préparé et organisé dès le temps de paix (retrait des douaniers du service, meilleure coordination avec le réseau de surveillance de l’armée), il fonctionne plusieurs mois à partir de la mobilisation de l’armée belge en septembre 1939. Dans le contexte de la « neutralité choisie », le périmètre sur lequel le S.S.R.F. est effectivement en place est considérablement étendu : frontière française, allemande, luxembourgeoise, moins rigoureusement la frontière des Pays-Bas, sont concernées.
  4. Achtergrondinformatie bij Kasteel de Menten de Horne langs de baan van Sint-Truiden naar Herk-de-Stad [On Line Beschikbaar]: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/23008 [Laatst geraadpleegd op 8 februari 2021].
  5. De British Expeditionary Force bevond zich vanaf september 1939 in Frankrijk en stond klaar om bij een Duitse aanval op het westen de K.W. Stelling te bezetten vanaf Leuven tot Waver. 
  6. Het Franse Cavaleriekorps beschikt over twee gemotoriseerde divisies (2DLM en 3DLM) en heeft als opdracht de inplaatstelling van het 1ste Franse Leger op de lijn Waver – Namen te dekken. Hiertoe zal het Franse Cavaleriekorps zijn eenheden ontplooien op de lijn Tienen – Hanuit – Hoei. 
  7. Achtergrondinformatie bij Kasteel Spinveld langs de Metserenweg [On Line Beschikbaar]: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/300705 [Laatst geraadpleegd op 8 februari 2021].
  8. De Duitsers maken geen aanstalten om de Belgische eenheden die zich nog in het noorden achter het Albertkanaal bevinden op te rollen omdat ze naar het zuidwesten willen oprukken teneinde zo snel mogelijk contact te maken met het 1 (FRA) Leger.
  9. Verslag van LtKol Rongé betreffende de mislukte evacuatie van Belgische militairen uit De Panne, gericht aan LtKol Wouters militair attaché in Londen. [On Line beschikbaar]:https://www.39-45.org/viewtopic.php?f=122&t=42218, [Laatst geraadpleegd op 8 februari 2021]. Wat niet zo direct uit het verslag van LtKol Rongé blijkt is dat de Belgische ambassade twee initiatieven had genomen om de Belgen in De Panne op te halen. Enerzijds werd de “Diamant” gecharterd, anderzijds werd de A4 van het Marinekorps aangeduid voor deze opdracht.
  10. Uitgebreid verslag opgesteld in het Frans in 1959 door toenmalig Kapitein SBH Impens, stafofficier van het CK. Het verslag werd opgesteld aan de hand van in krijgsgevangenschap verzamelde getuigenissen van officieren behorende tot de Staf/CK. Het verslag bevindt zich in het dossier van het CK bij Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  11. Velddagboek Kapitein-commandant Marchal, Adjudant-majoor 19A, Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  12. “L’armée belge de France en 1940”, door Jean Jamart Colonel BEM Hre, 1994, uitgeverij Schmitz, Bastogne, p 937 en p 939.
  13. Soldaat Lodewijk De Pauw overleed op 25 mei aan eerder opgelopen verwondingen in het Militair Reserve Hospitaal Nr 33 dat zich in de Abdij van Zevenkerken te Sint-Andries (nabij Brugge) bevond. Hij ligt nog steeds begraven op het militair ereperk vlakbij de Abdij.
  14. Dossier Cavaleriekorps, Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid, Ministerie van Defensie.