Cavaleriekorps

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming Cavaleriekorps | CK
Corps de Cavalerie | CC
Type Cavaleriekorps
Bevelhebber Luitenant-generaal ridder Maximilien de Neve de Roden
Stafchef Kolonel SBH Jules Bastin
Commandant Artillerie n.v.t.
Commandant Genie Majoor Pierre Lempereur
Commandant Transmissietroepen Majoor J. Boland
Commandant Transportkorps Majoor W. Harnould
Commandant Gezondheidsdienst Geneesheer Kolonel O. Tondreau
Standplaats Dekkingstelling Albertkanaal
Zone Beringen – Diepenbeek
Commandopost in Kasteel Mellaerts te Sint-Truiden
Organieke Eenheden Hoofdkwartier
  1ste Infanteriedivisie
  14de Infanteriedivisie
  2de Cavaleriedivisie
  Groepering Ninitte
  20ste Bataljon Genie
  30ste Bataljon Transmissietroepen
  19de Regiment Artillerie
  (Eskadron Pantserwagens-> Afgedeeld bij 2de Cavaleriedivisie
  3de Geneeskundig Korps, 2de Lichte Heelkundige Ambulance (Med Lt F. Dupont)
  3de Geneeskundig Korps, 2de Geneeskundige Ambulance (Med 1Kapt J. Stas)
  Compagnie Intendance CK (Maj Int Gielen)
  Transportkorps CK Staf (Cdt baron J. de Wijkersloot de Rooyesteyn)
    1ste Transportcompagnie CK
    2de Transportcompagnie CK
    1ste Autopeloton voor Artilleriemunitie (Lt P. Vin)
    2de Autopeloton voor Artilleriemunitie (Lt A. Bernier)
    3de Autopeloton voor Artilleriemunitie (Lt L. Contzen)
    Autopeloton voor Ravitaillering (Lt A. Bellemans)
    Autopeloton voor Materieel
    Atelier voor Herstelling van het Wagenpark (Lt H. Cuysmans)
    Atelier voor Herstelling van het Materieel
  Eskadron Luchtafweermitrailleurs CK (Kapt E. Delelienne)
  Provoost CK (Kapitein H. Charlier)
Tijdelijke Eenheden 2de Regiment Gidsen
  Bataljon Grenswielrijders Limburg
  2de Lichte Heelkundige Ambulance, 3de Geneeskundig Korps (Med Lt F. Dupont)
  2de Geneeskundige Ambulance, 3de Geneeskundig Korps (Med 1Kapt J. Stas)
  Vde Groep 1ste Luchtvaartregiment

Tijdens de mobilisatie

Luitenant-generaal ridder Maximilien de Neve de Roden.

HK CK
De eerste maand van de mobilisatie brengt het Cavaleriekorps (CK) door te Libramont in de Ardennen. Op 28 september verlaat het CK Libramont om zich naar Sint-Truiden te begeven waar het korps de Dekkingsstelling van Beringen tot Diepenbeek achter het Albertkanaal dient te verdedigen. De legerkorpsen opgesteld achter het Albertkanaal zijn ook verantwoordelijk voor het beveiligen van het gebied tussen de Belgisch-Nederlandse grens en de Dekkingsstelling. Hiervoor dienen ze enkele alarmposten langs de grens en een gedeelte van de Vooruitgeschoven Stelling te bemannen. Voor het CK betekent dit dat ze de Vooruitgeschoven Stelling moet bezetten vanaf De Maat nabij Mol achter het Kanaal Bocholt-Herentals tot Eisden nabij Maasmechelen achter de Zuid-Willemsvaart. Het CK is ook verantwoordelijk voor het voorbereiden van de Demer/Gete-Stelling. Deze vooraf geplande defensieve stelling staat dwars op het Albertkanaal en moet de eenheden die opgesteld staan achter dit kanaal ten oosten van Kwaadmechelen toelaten het gevecht af te breken en terug te plooien achter de K.W. Stelling eens de Dekkingsstelling wordt opgeheven. Het was immers niet de bedoeling het beslissend gevecht te voeren op de Dekkingsstelling maar wel op de K.W. Stelling, samen met de Britten en de Fransen.

Aan de vooravond van de Duitse inval bezet het CK enerzijds een deel van de Dekkingsstelling met twee divisies in lijn en anderzijds een gedeelte van de Vooruitgeschoven Stelling met een ad hoc samengestelde groepering ter sterkte van een cavaleriedivisie. Het hoofdkwartier van het Cavaleriekorps bevindt zich in kasteel Mellaerts langs de Tiensesteenweg 108 te Sint-Truiden [1].

Kasteel Mellaerts waar het HK/CK was ingekwartierd tijdens de mobilisatie.

Kasteel Mellaerts waar het HK/CK was ingekwartierd tijdens de mobilisatie.

Samenstelling van de staf van het CK op 9 mei 1940:

  • Bevelhebber CK: Luitenant-generaal ridder Maximilien de Neve de Roden [2];
  • Officier Adjunct: ZKH Kolonel prins Karel van België, Graaf van Vlaanderen;
  • StafChef: Kolonel SBH Jules Bastin;
  • Onderstafchef: Maj SBH ridder Dessain;
  • 1ste Bureau: Cdt SBH jonkheer Jooris, Kapt SBH Impens, Kapt SBH Melchior;
  • 2de Bureau: Lt SBH Quinet, Lt Vereecke;
  • 3de Bureau: TBD;
  • 4de Bureau: Cdt SBH Fontigny

1Div en 14Div/CK
De verdediging van de Dekkingsstelling achter het Albertkanaal is toegewezen aan de 1ste en de 14de Infanteriedivisie. De 14de Infanteriedivisie (14Div) neemt de westelijke sector voor zijn rekening, de 1ste Infanteriedivisie (1Div) de oostelijke. Rechts van het CK staat het Iste Legerkorps (I/LK) opgesteld van Diepenbeek tot Lixhe, links van het CK staat het IIde Legerkorps (II/LK) opgesteld van Beringen tot Herentals. De 1Div krijgt als bijkomende opdracht een dwarsstelling (oftewel bretel) voor te bereiden op de limiet van het CK met het I/LK Deze opdracht wordt toevertrouwd aan Generaal-majoor De Droog, Commandant Infanterie van de 1Div (CI/1Div). Stellingen moeten worden verkend en de defensieve waarde van de Mombeek moet verhoogd worden door in de vallei van de Mombeek geniewerken uit te voeren

Gedeelte van de korpszone van het CK ten noorden van het Albertkanaal.

Gedeelte van de korpszone van het CK ten noorden van het Albertkanaal.

Gpg Ninitte/CK
De Groepering Ninitte (Gpg Ninitte) is een ad hoc samengestelde formatie die hoofdzakelijk bestaat uit eenheden van de 2de Cavaleriedivisie (2CD) aangevuld met andere elementen van het CavaleriekorpsDeze groepering werd genoemd naar zijn bevelhebber Generaal-majoor Ninitte, Commandant Cavalerie van de 2CD (CC/2CD). De Groepering Ninitte moet de vijand gedurende minstens 24 uur vertragen op de Vooruitgeschoven Stelling zodat de eenheden achter het Albertkanaal de tijd krijgen hun stellingen in te nemen en te organiseren. Tijdens de mobilisatie wordt onder leiding van de Commandant Genie  van het CK (CGn/CK), Majoor Lempereur, haastig gewerkt aan de voorbereiding van vernielingen in de sector van de Gpg Ninitte.

2CD/CK
De 2de Cavaleriedivisie (2CD), die heel wat eenheden heeft moeten afstaan aan de Groepering Ninitte, wordt niet in lijn opgesteld maar wordt geprepositioneerd achter de Demer-Gete Stelling.  Het CK heeft tijdens de mobilisatie al de opdracht gekregen om de terugtocht van de Dekkingsstelling naar de K.W. Stelling te beveiligen en moet dit doen door het innemen van de Demer-Gete Stelling. Volgens het Belgische verdedigingsplan is het de bedoeling dat de Dekkingsstelling wordt opgeheven nadat de Britten en de Fransen hebben postgevat in het verlengde van de K.W. Stelling, van Waver over Gembloers tot Namen. Na een laatste grote rotatie tussen het 4Cy en het 2Cy op 1 mei bevindt de 2CD zich aan de vooravond van de oorlog in reserve achter de Demer/Gete-Stelling met 4L, 2Cy, 18A en 26Gn(-).

In de zone van het CK starten de vijandelijkheden om 05u00 in het bataljonsvak van de GpCy 14Div en de ondersector van 1JP

In de zone van het CK starten de vijandelijkheden op 10 mei om 05u00 in het bataljonsvak van de GpCy 14Div en de ondersector van 1JP

HK CK
Na ontvangst van het alarm om 00u05 brengt de officier met permanentie van de Staf/CK, Luitenant SBH Quinet van het 2de Bureau, de verschillende ondereenheden van het CK en het Voorwaarts Inlichtingencentrum (oftewel Centre de Renseignements Avancé – CRA) te Hasselt [3] op de hoogte van de afkondiging van het algemeen alarm. Vervolgens wordt het hoofdkwartier op bevel van de Stafchef opgesplitst, het voorwaarts echelon van het HK/CK (oftewel voorwaarts HK) vertrekt om 01u30 naar Hasselt. Het achterste echelon van het HK/CK (oftewel achterwaarts HK) wordt verplaatst naar het kasteel Menten de Horne op de baan van Sint-Truiden naar Herk-de-Stad [4]. Omstreeks 05u00 worden de eerste schendingen van de Belgische grens gemeld door de Wielrijdersgroep van de 14Div (GpCy 14Div) en het 1ste Regiment Jagers te Paard (1JP). Duitse eenheden proberen de Maas over te steken nabij Maaseik bij de GpCy14Div en in de ondersector van 1JP. Kolonel SBH Bastin beseft dat de oorlog is uitgebroken nog voor het CK hiervan officieel op de hoogte is gesteld. Vanaf 05u30 wordt het HK/CK geregeld door het CRA Hasselt op de hoogte gehouden van de vernieling van de bruggen over de Zuid-Willemsvaart en het Kanaal Bocholt-Herentals.  Cdt SBH Fontigny van het 4de Bureau meldt dat het achterwaarts HK is overgeplaatst van kasteel Mellaerts naar kasteel Menten de Horne. Om 08u00 wordt een eerste Duitse krijgsgevangene, behorende tot de Aufklärungs-Abteilung 31 van de 31ste Duitse Infanteriedivisie, voorgeleid op het HK/CK. De gevangene, die werd opgepakt te Maaseik, wordt ondervraagd door Lt Vereecke van het 2de Bureau. Eveneens om 08u00 komt een bericht binnen van 1JP dat de vijand om 07u15 Eisden aan de Zuid-Willemsvaart bereikt heeft. Een half uur later meldt de gewonde Majoor de Posch, commandant van de 14GpCy, zich aan op het voorwaarts HK te Hasselt om verslag uit te brengen over de gevechten rond de brug van Maaseik. Hij werd na zijn verwonding als groepscommandant afgelost door Kapitein-commandant Urbain en is onderweg naar het veldhospitaal van het CK te Sint-Truiden. De brug van Lanklaar wordt als laatste brug over de Zuid-Willemsvaart tot ontploffing gebracht om 08u30. Tijdens de rest van de dag wordt gevochten langs de oevers van de Zuid-Willemsvaart en het Kanaal Bocholt-Herentals. De vijand kan enkele kleine bruggenhoofden veroveren maar breekt nergens echt door.

Naar de avond toe is de vijand erin geslaagd een bruggenhoofd te slaan op de limiet tussen het CK en het I/LK ter hoogte van Vucht.

Naar de avond toe is de vijand erin geslaagd een bruggenhoofd te slaan op de limiet tussen het CK en het I/LK ter hoogte van Vucht.

Rond 17u30 komt een Britse kapitein van de British Expiditionary Force (BEF) per side-car toe in het HK/CK te Hasselt om de liaison met de Belgen te verzekeren. Even later komt ook een liaisonofficier van het Franse Cavaleriekorps [(FRA)CC] toe in het HK/CK te Hasselt [6]. Om 18u00 ontvangt het HK/CK de toelating van het Groot Hoofdkwartier (GHK) om de Groepering Ninitte vanaf 22u00 te laten binnenlopen achter het Albertkanaal. Om 22u00 laat de Franse verbindingsofficier weten dat het (FRA)CC is aangekomen op de lijn Tienen – Hanuit – Hoei en dat de verkenningseenheden van het (FRA)CC zullen oprukken tot aan het Albertkanaal om de vijand te jalonneren vanaf het kanaal tot aan de defensieve stelling Tienen – Hanuit – Hoei. 

Voor een gedetailleerd overzicht van de gebeurtenissen in de korpszone van het CK op 10 mei, zie de verslagen van de 1Div, 2CD, 14Div en de Gpg Ninitte.

HK CK
De Groepering Ninitte heeft zich tijdens de nacht van 10 op 11 mei kunnen loshaken en loopt in de vroege ochtend volgens plan binnen achter het Albertkanaal. De eenheden van de Groepering Ninitte hergroeperen ten noordoosten van Sint-Truiden in afwachting van nieuwe orders. De bruggen over het Albertkanaal die werden opengelaten voor de terugtocht van de dekkingstroepen, worden één voor één vernield. De staf maakt zich zorgen over een mogelijke luchtlandingsaanval op het achterwaarts HK in het kasteel Menten de Horne en vraagt de versterking van een beschermingspeloton aan het 1ste Regiment Karabiniers-Wielrijders (1Cy). 1Cy stuurt het 3de Peloton van de 5de Compagnie, aangevuld met één T13 tankjager. Dit peloton, bevolen door Onderluitenant De Praetere, verlaat onmiddellijk de Hechtelse Heide ten noorden van het Albertkanaal en zoekt een kantonnement op te Donk tussen Herk-de-Stad en Halen.

Door het I/LK en het CK geplande dwarsstellingen om het hoofd te bieden aan de dreiging op de flanken.

Door het I/LK en het CK geplande dwarsstellingen om het hoofd te bieden aan de dreiging op de flanken.

In de ochtend brengt de verbindingsofficier van het I/LK, Cdt Gentner, meer details over het verloop van de eerste oorlogsdag bij het I/LK. De toestand is verre van geruststellend, de bruggen van Veldwezelt en Vroenhoven zijn intact in de handen van de vijand gevallen en het fort van Eben-Emael is volledig uitgeschakeld door parachutisten die met zweefvliegtuigen op het dak van het fort geland zijn. LtGen de Neve de Roden beslist om 02u00 om zich niet naar het kasteel Menten de Horne te verplaatsen maar verkiest met het voorwaarts HK in te trekken in het kasteel Spinveld aan de Metsterenweg, net ten noorden van te Sint-Truiden [7]. Het voorwaarts HK verlaat Hasselt vanaf 03u00 en verplaatst zich naar kasteel Spinveld dat als wisselhoofdkwartier was ingericht. Een kleine permanentie wordt achtergelaten te Hasselt in afwachting dat het nieuwe HK operationeel is. Net voor zijn vertrek geeft LtGen de Neve de Roden het bevel aan GenMaj De Droog om orders te verspreiden voor de bezetting van de Bretel van Kortessem teneinde de oostflank van het CK te beschermen. Hij krijgt opdracht om de terugtrekkende eenheden van het I/LK op te vangen en weerstand te bieden op de dwarsstelling tot de rest van het CK is geïnstalleerd op de Demer/Gete Stelling. De Bretel van Kortessem staat haaks op het Albertkanaal en loopt grosso modo van Kerniel tot Gors en vervolgens langs de Mombeek van Guigoven via Wintershoven en Vliermaalroot tot Krijt en Diepenbeek. De stelling zal verdedigd worden door 1JP, 2G en de GpCy 14Div van de Groepering Ninitte aangevuld met het Iste Bataljon van het 4de Linieregiment (I/4Li), de Compagnie C47 op T13 van de 1Div (Cie C47/T13 1Div) en het Wielrijderseskadron van de 1Div (EskCy 1Div). I/4Li en het EskCy 1Div komen al toe op hun stellingen langs de Bretel van Kortessem om 04u00, de eenheden van de Gpg Ninitte dienen zich eerst nog te reorganiseren na de geleverde gevechten op de Vooruitgeschoven Stelling.

Rond 13u30 bereikt de Duitse flankhoede de Bretel van Kortessem en tast er het dispositief van 1JP af.

Rond 13u30 bereikt de Duitse flankhoede de Bretel van Kortessem en tast er het dispositief van 1JP af.

Het achterwaarts HK verlaat kasteel Menten de Horne en vervoegt om 05u00 het kasteel Spinveld. Het commando van het 19A blijft achter in het kasteel Menten de Horne. Tegen 06u00 meldt Kapt Housiaux, die op verkenning werd gestuurd langs het Albertkanaal, dat alle bruggen in de zone van het CK vernield zijn en dat alle stellingen gevechtsklaar zijn. Wanneer om 09u00 het nieuws van de Duitse doorbraak richting Tongeren vernomen wordt beslist de commandant van het CK om niet langer te talmen en de Bretel van Kortessem onmiddellijk te laten bezetten, ook door de eenheden van de Groepering Ninitte die nog in volle reorganisatie zijn. De CI/1Div heeft 1JP, 2G en de GpCy 14Div opdracht om zo snel mogelijk stelling te nemen op de dwarsstelling. Lt BEM Quinet wordt als liaisonofficier naar het HK van het I/LK gestuurd om de situatie op de rechterflank van het CK van dichtbij op te volgen. Om 09u00 wordt ook het 1Cy aangeduid om Sint-Truiden in te richten als anti-tankcentrum. De ganse voormiddag leidt de Staf/CK de gevechten achter het Albertkanaal vanaf zijn HK in het kasteel Spinveld te Sint-Truiden. Lt BEM Quinet keert om 13u00 terug van zijn verbindingsopdracht bij het I/LK. Hij weet te melden dat de op 10 mei geplande tegenaanvallen om de bruggen van Veldwezelt en Vroenhoven te heroveren geen succes hebben opgeleverd. Ook de missie van het 5de Smalddeel van het 3de Luchtvaartregiment (3Lu) om de bruggen op 11 mei te bombarderen is op een mislukking is uitgedraaid waarbij het zeven van de negen uitgestuurde vliegtuigen verloren zijn gegaan. Wel werd de brug van Briegden alsnog door de genie vernield. Het fort van Eben-Emael heeft zich om 12u00 overgegeven nadat de dag voordien nagenoeg alle kanonnen vernield werden. De geplande dwarsstelling van het I/LK werd om 12u00 al opgeheven en het I/LK gaf zijn divisies het bevel om zich terug te trekken achter de K.W. Stelling.

De divisies van het CK  die in lijn staan opgesteld achter het Albertkanaal houden goed stand. De regimenten van de 4de Infanteriedivisie (4Div) werden niet op de hoogte gebracht van het terugtrekkingsbevel van het I/LK en blijven nog de rest van de dag op hun stelling.  Hierdoor wordt het noordelijk gedeelte van de Bretel van Kortessem niet bedreigd maar om 13u30 maakt de Duitse voorhoede contact met de eenheden van het CK die opgesteld staan ter hoogte van Guigoven op de oostflank van het korps. Enkele vijandelijke verkenningsdetachementen infiltreren en bereiken Zepperen op drie kilometer van Sint-Truiden maar zetten niet door en verdwijnen richting zuiden [8]. De Comd/CK beslist om zijn HK in de loop van de namiddag te verplaatsen. Initieel werd gedacht aan Herk-de-Stad maar uiteindelijk wordt gekozen voor Blanklaar tussen Paal en Diest in de Sector van de 14Div. Omstreeks 16u00 verlaat de Staf/CK het kasteel Spinveld te Sint-Truiden en vertrekt naar een nieuwe locatie te Blanklaar nabij Diest. Het bewakingsdetachement van OLt De Praetere wordt van zijn opdracht ontlast en keert terug naar het 1Cy. Tegen 17u00 zijn de flankaanvallen afgeweerd en wordt de flankstelling hersteld. Om 18u00 komt het bevel van het GHK binnen dat het CK zich vanaf 22u00 dient terug te plooien op de Demer-Gete Stelling. De 1Div kan zich zonder problemen loshaken onder bescherming van de eenheden opgesteld op de Bretel van Kortessem. 

HK CK
Om 02u00 krijgen de eenheden die nog standhouden op de Bretel van Kortessem opdracht om binnen te lopen nadat de 1Div en de 14Div de Demer/Gete Stelling veilig bereikt hebben. Het 1Cy verlaat als laatste beveiligingselement Sint-Truiden om 03u00. Op 12 mei krijgt het Cavaleriekorps het bevel over de Demer/Gete-stelling die loopt langs het Albertkanaal van Beringen tot Lummen, vervolgens langs de Winterbeek van Lummen over Diest en Geetbets tot Tienen. Alle beschikbare cavalerie-eenheden zullen zo snel mogelijk naar deze linie gebracht worden om er de Duitse opmars af te remmen tijdens de terugtocht van het veldleger naar de K.W. Stelling. Van noord naar zuid staan nu opgesteld op de Demer/Gete-stelling; de 14Div, de 2CD en de 1CD. De 14Div die reeds achter het Albertkanaal stond opgesteld behoudt het 35Li in stelling achter het kanaal terwijl het 36 en 38Li pivoteren om zich achter de Winterbeek op te stellen. Het hoofdkwartier van het CK wordt te Lubbeek gevestigd.

HK CK
Om 20u00 verlaat het hoofdkwartier het dorp Lubbeek. Het Cavaleriekorps zal zich na afloop van de actie aan de Demer/Gete-Stelling terugtrekken naar het gebied rondom de Zenne ten noorden van Brussel. De korpsstaf zal onderdak vinden te Eppegem.

HK CK
De staf bereikt Eppegem rond 02u00 en start met de installatie van het hoofdkwartier op de baan van Eppegem naar Verbrande Brug.

De reorganisatie van het CK werd geleid vanuit het Kasteel Impel (Kasteel De Motte) te Eppegem.

HK CK
Op 15 mei is Luitenant-generaal de Neve de Roden nog steeds geïnstalleerd in het kasteel van Eppegem. Het volledige korps verblijft nu rondom de Zenne ten noorden van Brussel.

Als direct gevolg van de zware verliezen geleden tijdens de eerste vijf oorlogsdagen voert het Cavaleriekorps een grondige reorganisatie door. Deze reorganisatie berust op vier pijlers.

  • Ten eerste verdwijnt de Brigade Vervoerde Cavaleristen van de slagorde. De staf wordt ontbonden en de eenheden gaan over naar de divisies. Zo wordt het 2de Regiment Gidsen een onderdeel van de 1ste Cavaleriedivisie, en het 4de Regiment Lansiers een onderdeel van de 2de Cavaleriedivisie.
  • De meeste eenheden van de cavalerie worden een stuk kleiner. Het 1G behoudt zijn beide groepen, maar het 1L, 2L, 3L, 1JP en 2JP worden elk omgevormd tot een regiment bestaande uit één enkele groep cavaleristen van drie eskadrons fuseliers en een eskadron pantserwagens.
  • De overtollige militairen die geen plaats meer hebben binnen de kleinere slagorde worden doorgestuurd naar Vlaanderen en gegroepeerd in een nieuwe formatie onder Generaal-majoor Ninitte voor verdere reorganisatie.
  • De commando’s worden grondig door elkaar geschut:
    • Luitenant-generaal de Neve de Roden verlaat het Cavaleriekorps en neemt het commando van het Iste Legerkorps over.
    • Luitenant-generaal Keyaerts op zijn beurt wordt de nieuwe commandant van het Cavaleriekorps.
    • Generaal-majoor Beernaert gaat van de 2de Cavaleriedivisie naar de 1ste Cavaleriedivisie en krijgt Kolonel Kolonel SBH Morel de Westgaver als nieuwe adjunct.
    • Kolonel SBH Serlez neemt het bevel van de 2de Cavaleriedivisie over, met als adjunct Kolonel Libbrecht.
    • Het 1ste Regiment Gidsen wordt nu bevolen door Kolonel SBH Deleuze en het 3de Regiment Lansiers door Luitenant-kolonel Dugardin.
    • De staven van het Cavaleriekorps en de 1ste Cavaleriedivisie permuteren zodat Luitenant-generaal Keyaerts zijn medewerkers kan behouden.
    • De staf van de Brigade Vervoerde Cavaleristen gaat over naar de 2de Cavaleriedivisie, met uitzondering van Luitenant SBH Piret die het Cavaleriekorps vervoegt.

HK CK
Tijdens de nacht van 15 op 16 mei wordt het hoofdkwartier doorgestuurd naar Lokeren. Via een tocht over Aalst en de Scheldebrug te Schoonaarde, komt de staf van het Cavaleriekorps aan in de stad rondom 02u00.

Kolonel SBH Jules Bastin, stafchef van het Cavaleriekorps.

Kolonel SBH Jules Bastin, stafchef van het Cavaleriekorps.

Op 16 mei komt onverwachts het bevel van het geallieerd opperbevel (Franse generaal Bilotte) om verder westwaarts te trekken. Zonder dat men de K.W. Stelling ten volle verdedigd heeft, moet deze worden prijsgegeven. Het Duitse leger wist immers in het zuiden een doorbraak te forceren in de streek van Sedan, terwijl in het noorden Nederland zich heeft overgegeven. Het veldleger zal aan het eind van de dag de K.W. Stelling ontruimen en zich terugplooien op de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde. De aftocht zal in drie nachtelijke etappes afgelegd worden waarbij men aan het Kanaal van Willebroek en aan de Dender en de Schelde telkens een vertragingsmanoeuvre zal uitvoeren zodat de terugtocht kan plaatsvinden op een zo veilig mogelijke manier.

Het hoofdkwartier verandert in de loop van de avond opnieuw van standplaats en installeert zich vanaf 19u00 in kasteel Crabbegracht te Destelbergen. Dit landgoed is eigendom van de familie de Hemptinne. Het Cavaleriekorps zal van 17 tot en met 19 mei de aftocht dekken van het veldleger doorheen het Waasland en het Scheldeland en dient daarbij te voorkomen dat het marsgebied geinfiltreerd zou worden van uit de Zeeuwse eilanden, Antwerpen en Dendermonde. Naast de Belgische troepen zal ook de Franse 21ème Division d’Infanterie aan deze opdracht deelnemen. Deze divisie krijgt de bewaking van de sector Kallo-Paal toegewezen. De 2de Cavaleriedivisie moet de overgangen op de Boven Zeeschelde tussen Dendermonde en Hoboken bewaken. De 1ste Cavaleriedivisie moet zich klaar houden rond Wetteren en Beervelde om de Moervaart en Lokeren te dekken. Indien nodig moeten de cavaleristen het Waasland binnentrekken om er de vijand tegen te houden.

HK CK
De Franse 21ème Division d’Infanterie zal de Belgische legerzone verlaten om de aftocht van het 7ème Armée te vervoegen. Tijdens de avond van 17 op 18 mei zal de sector Kallo-Paal overgenomen worden door eenheden van het Cavaleriekorps, aangevuld met het Bataljon Motorwielrijders Ardeense Jagers. De Franse divisie wordt gehergroepeerd te Humbeek-Sas-van-Gent en Kaprijke en vertrekt van hier uit naar Beauvais.

HK CK
Het veldleger heeft zich nu teruggetrokken op de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde. Daarmee is ook de dekkingstaak van het Cavaleriekorps in het Scheldeland en het Waasland afgelopen. Het korps krijgt de opdracht om het Kanaal Gent-Terneuzen over te steken en de noordelijke flank van de Belgische legerzone te beveiligen door het westen van Zeeuws-Vlaanderen te bezetten.

Nog voor het ochtend wordt is het hoofdkwartier van het Cavaleriekorps ontplooid in het Nederlandse Axel. Van hier uit worden de laatste instructies verspreid voor de evacuatie van de troepen en vervolgens verhuist de staf naar de steenbakkerij de Hemptinne aan de Bormtestraat te Stekene.

HK CK
Ook het verblijf te Stekene duurt niet lang. Tijdens de vroege ochtend van 20 mei vertrekt het hoofdkwartier van het Cavaleriekorps naar kasteel Reesinghe op de baan van Maldegem naar Brugge. Dit landgoed was eigendom van de familie Rotsart de Hertaing. De ondersteunende diensten en de het bagage-echelon van de staf waren hier reeds op 18 mei aangekomen. Luitenant-generaal Keyaerts besluit om zijn hoofdkwartier te ontplooien in het Instituut Zusters Maricolen aan de oostrand van het dorp Maldegem.

HK CK
Het hoofdkwartier blijft te Maldegem.

HK CK
Na de Duitse doorstoot tot Abbeville aan de Atlantische kust zijn de geallieerde legers in Noord-Frankrijk en Vlaanderen geheel omsingeld. Het geallieerde oppercommando heeft op 21 mei tijdens de Conferentie van Ieper besloten om de Schelde-linie op te geven. Hierop bepaalt de Belgische legerleiding tijdens de ochtend van 22 mei dat onze strijdkrachten niet zoals afgesproken zullen terugtrekken naar de Ijzer, maar stand zullen houden langsheen de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie. Het Groot Hoofdkwartier laat deze terugtocht in twee fases uitvoeren en bepaalt dat de troepen opgesteld tussen het Bruggenhoofd Gent en Oudenaarde zich tijdens de nacht van 22 op 23 mei moet terugtrekken naar de Leie. In deze eerste fase zullen tevens een aantal troepen teruggetrokken worden uit het Bruggenhoofd Gent, de stad Gent en het Kanaal Gent-Terneuzen. Deze zones zullen dan definitief ontruimd worden tijdens de nacht van 23 op 24 mei. Om de Britten toe te laten meer troepen vrij te maken voor de geplande tegenaanval rond Arras, geeft onze legerleiding zijn akkoord om de 44th Infantry Division aan de Schelde af te lossen en de Belgische linies aan de Leie tot aan de rand van Menen te verlengen. De aflossing aan de Schelde wordt afgelast door de snelle ontwikkeling van de Duitse opmars.

De staf van het Cavaleriekorps opereert nu van uit het Zeeuwse dorpje Bentille. De administratie en de boekhouding van het korps worden ondergebracht in bouwerij Mathielen nabij het gemeentehuis van Lekens in Zeeland.

Transportkorps
Het Atelier voor Herstelling van het Wagenpark bevindt zich te Vijvekapelle nabij Damme.

HK CK
Het hoofdkwartier blijft te Bentille. Koning Leopold III en zijn militair raadgever Generaal-majoor Van Overstraeten bezoeken het hoofdkwartier. Luitenant-generaal Keyaerts maakt van de gelegenheid gebruik om zijn onrust uit te drukken over het feit dat het Franse XVIde Legerkorps zijn zware artillerie weggehaald heeft van de verdediging van de Westerschelde. Van Overstraeten belooft ter compensatie een groep C120 geschut te laten sturen.

HK CK
De staven van het Cavaleriekorps en het 19A installeren zich nu in Sint-Anna-ter-Muiden, een dorpje op de Belgisch-Nederlandse grens net ten westen van Sluis.

HK CK
Het hoofdkwartier blijft te Sint-Anna-ter-Muiden.

HK CK
Tijdens de nacht van 25 op 26 mei verhuist het hoofdkwartier van het Cavaleriekorps naar Koolkerke bij Brugge.

Transportkorps CK
Het Atelier voor Herstelling van het Wagenpark is gedeeltelijk ontplooid te Nieuwmunster.

Provoost CK
De provoostdienst bewaakt onder meer het Verzamelpunt voor Krijgsgevangenen te Sint-Anna-ter-Muiden.

HK CK
Het hoofdkwartier is tijdens de nacht van 26 op 27 mei aangekomen te Meetkerke. Bij valavond wordt de staf alweer verplaatst. Het hoofdkwartier rijdt naar de kust en zoekt een nieuwe standplaats aan de westrand van Klemskerke.

HK CK
Het hoofdkwartier is reeds tijdens de nacht van 27 op 28 mei op de hoogte van de nakende capitulatie. Het officiële bericht wordt rondom 04u30 onder de eenheden verspreid. Tijdens de ochtend verplaatst het hoofdkwartier zich een laatste keer. De staven van het Cavaleriekorps en het 19A zoeken onderdak in het militair Reservehospitaal 54 in het Zeepreventorium te De Haan. Het commando hoopt op die manier aan het luchtgevaar te ontsnappen. De eerste Duitse troepen bereiken De Haan in de loop van de vooravond.

Kolonel SBH Bastin, stafchef van het cavaleriekorps, en enkele andere officieren van het HK CK zijn echter niet van plan zich over te geven en begeven zich naar De Panne. De Panne is op dat ogenblik nog steeds in Britse handen en hun hoofdkwartier is er opgesteld. Hij ontmoet er LtKol Res Rongé en Cdt Res Dessargues van het Groot Hoofdkwartier (GHK) die verwoede pogingen ondernemen om naar Engeland te kunnen ontkomen. Beide officieren behoorden tot het Belgisch liaisondetachement bij het 1ste Franse Leger en hebben zo toegang tot het Brits HQ van waaruit ze in verbinding staan met de Belgische ambassade in Londen. Om 20u00 krijgen ze via de Britten te horen dat de Belgische Militaire Attaché in Engeland, LtKol Wouters, twee schepen naar De Panne zou sturen om een driehonderdtal Belgen en geallieerden op te pikken [9]. Het eerste schip, een gecharterd koopvaardijschip, de “Diamant” zou op 30 mei om 04u00 ’s morgens toekomen in De Panne. Het schip was erin geslaagd om in de vroege ochtend van 28 mei nog uit Oostende weg te varen met een aantal Belgische militairen aan boord. Het tweede schip, de A4 van het Belgisch Marinekorps kreeg om 10u00 van de ambassade de opdracht om naar de Panne te varen. De A4 vertrekt om middernacht uit Dartmouth en zou op 30 mei tegen de middag in De Panne moeten zijn.

Het koopvaardijschip Diamant van John Cockerill Line waar tevergeefs op gewacht werd.

In allerijl worden de verschillende kantonnementen in De Panne waar zich nog Belgen bevinden op de hoogte gebracht van de mogelijkheid om naar Engeland te ontsnappen. Een 200-tal militairen geeft gehoor aan de oproep en begeven zich om 04u00 naar het strand van De Panne om de “Diamant” op te wachten. De “Diamant” komt echter niet opdagen en om 07u00 wordt opnieuw contact opgenomen met de ambassade in Londen. Hier wordt bevestigd dat er enige vertraging is opgelopen (suite à une rébellion) maar dat een Belgisch marineschip (de A4) rond middernacht is uitgevaren en tegen de middag de Belgen komt oppikken.

De Britten hadden alle naar Engeland gevluchte Belgische vissersboten en koopvaardijschepen opgevorderd om ingezet te worden voor Operatie Dynamo. Dit werd niet in dank afgenomen door de bemanningen die initieel weigerden om orders te aanvaarden van de Britse autoriteiten. Pas na bemiddeling door de Belgische ambassade en het vastleggen van de voorwaarden om ingezet te worden zijn de vissers bereid gevonden om Britse soldaten te gaan ophalen in Duinkerke. Eén van de voorwaarden was dat deelname enkel kon gebeuren op vrijwillige basis. Deze discussies hebben geleid tot de vertraging die ervoor zorgde dat de 200 Belgische militairen in De Panne niet werden opgehaald.

De groep is intussen al geslonken tot 150 man maar wanneer er rond de middag nog steeds geen schip te zien is nemen Kol SBH Bastin en LtKol Rongé opnieuw contact op met Londen. De A4 werd onderweg naar De Panne ter hoogte van Folkestone onderschept door een Britse torpedojager die het schip terug naar Darmouth stuurde. Na heel wat heen en weer getelefoneer tussen De Panne enerzijds en de Ambassade en het War Office anderzijds wordt bekomen dat twee groepen van 20 man zal toegelaten worden op Britse schepen, dit zeer tegen de zin van de Britten. Eén groep zal aan boord gaan in De Panne, de tweede groep in Bray Dune (Frankrijk). Uit de nog 60 overblijvende kandidaten voor de overtocht wordt 40 man geselecteerd.

Na de capitulatie

Cdt Jottrand neemt de leiding over de 20 man die zullen inschepen in Bray Dune en vertrekt naar de ontschepingsplaats. Slechts enkelingen zullen erin slagen aan boord te raken van een Brits schip, op eerder brutale wijze wordt de overtocht ontzegd aan de rest. De situatie in De Panne was niet anders. Een eerste sloep met zes man waaronder Kol SBH Bastin, LtKol Res Rongé en Cdt Res Dessargues geëscorteerd door een Britse kapitein raken nog aan boord van de HMS Worcester (D96), de andere 14 man blijven achter op het strand van De Panne. Kol SBH Bastin, LtKol Res Rongé en Cdt Res Dessargues worden doorgestuurd naar Tenby in Wales waar alle Belgische militairen die de overgang naar Engeland waagden worden verzameld. In Tenby wordt een detachement samengesteld met 400 militairen die de strijd wilden verderzetten in Frankrijk. Het detachement verlaat in de morgen van 03 juni Tenby en stapt in Milford-Haven aan boord van het Nederlands schip de Hr.Ms. Batavier II die hen op 04 juni afzet in de haven van Brest in Bretagne. Van daar uit wordt het detachement doorgestuurd naar Morbihan waar de 7Div reorganiseert. Kolonel SBH Bastin keert later terug naar België om commandant van het “Belgisch Legioen”, voorloper van het “Geheim Leger”, te worden.

Slachtoffers

EenheidNaamVoornaamFotoGraadStandKlas° op° te+ op+ teNota
PARA/TptKDE PAUWLodewijk, J.SdtMil2622.03.1906Antwerpen25.05.1940Sint-AndriesOverleden hospitaal Abdij Zevenkerken
StafMAESPeter, LambertSdtBV1530.07.1895Oostham18.06.1940Caussade (F)

Bibliografie en Bronnen

  1. Achtergrondinformatie bij Kasteel Mellaerts langs de Tiensesteenweg te Sint-Truiden [On Line Beschikbaar]: http://testavzw.be/de-suikerfabriek-van-de-familie-mellaerts-hield-stand-tot-1959/ [Laatst geraadpleegd op 8 februari 2021].
  2. Achtergrondinformatie betreffende Luitenant-generaal de Neve de Roden [On Line beschikbaar]: http://www.ars-moriendi.be/DE_NEVE_DE_RODEN.HTM [Laatst geraadpleegd 9 februari 2021].
  3. Het Vooruitgeschoven Inlichtingencentrum van Hasselt (CRA Hasselt) maakt deel uit van een gans netwerk van inlichtingencentra langs onze grenzen opgezet door de “Dienst der Bewaking en Inlichtingen aan de Grenzen” (Service de Surveillance et de Renseignements aux Frontières) van het Groot Hoofdkwartier (GHK). Het CRA Hasselt staat in verbinding met de alarmposten opgesteld langs de Belgisch-Nederlandse grens alsook met de vernielingsposten bij de bruggen over de Kempische kanalen in Noord-Limburg. “Le Service de Surveillance et de Renseignements aux Frontières (SSRF) de l’entre-deux-guerres à la campagne des 18 jours”, Pascal Pirot, mémoire de fin d’études défendu en janvier 2010 à l’Université de Liège en vue de l’obtention du grade de Master en Histoire. “En effet, un projet théorique de remise sur pied du S.S.R.F. reprend vigueur dans les années 1930. Relativement mieux préparé et organisé dès le temps de paix (retrait des douaniers du service, meilleure coordination avec le réseau de surveillance de l’armée), il fonctionne plusieurs mois à partir de la mobilisation de l’armée belge en septembre 1939. Dans le contexte de la « neutralité choisie », le périmètre sur lequel le S.S.R.F. est effectivement en place est considérablement étendu : frontière française, allemande, luxembourgeoise, moins rigoureusement la frontière des Pays-Bas, sont concernées.
  4. Achtergrondinformatie bij Kasteel de Menten de Horne langs de baan van Sint-Truiden naar Herk-de-Stad [On Line Beschikbaar]: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/23008 [Laatst geraadpleegd op 8 februari 2021].
  5. De British Expeditionary Force bevond zich vanaf september 1939 in Frankrijk en stond klaar om bij een Duitse aanval op het westen de K.W. Stelling te bezetten vanaf Leuven tot Waver. 
  6. Het Franse Cavaleriekorps beschikt over twee gemotoriseerde divisies ( 2DLM en 3DLM) en heeft als opdracht de inplaatstelling van het 1ste Franse Leger op de lijn Waver – Namen te dekken. Hiertoe zal het Franse Cavaleriekorps zijn eenheden ontplooien op de lijn Tienen – Hanuit – Hoei. 
  7. Achtergrondinformatie bij Kasteel Spinveld langs de Metserenweg [On Line Beschikbaar]: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/300705 [Laatst geraadpleegd op 8 februari 2021].
  8. De Duitsers maken geen aanstalten om de Belgische eenheden die zich nog in het noorden achter het Albertkanaal bevinden op te rollen omdat ze naar het zuidwesten willen oprukken teneinde zo snel mogelijk contact te maken met het 1 (FRA) Leger.
  9. Verslag van LtKol Rongé betreffende de mislukte evacuatie van Belgische militairen uit De Panne, gericht aan LtKol Wouters militair attaché in Londen. [On Line beschikbaar]:https://www.39-45.org/viewtopic.php?f=122&t=42218, [Laatst geraadpleegd op 8 februari 2021]. Wat niet zo direct uit het verslag van LtKol Rongé blijkt is dat de Belgische ambassade twee initiatieven had genomen om de Belgen in De Panne op te halen. Enerzijds werd de “Diamant” gecharterd, anderzijds werd de A4 van het Marinekorps aangeduid voor deze opdracht.
  10. Uitgebreid verslag opgesteld in het Frans in 1959 door toenmalig Kapitein SBH Impens, stafofficier van het CK. Het verslag werd opgesteld aan de hand van in krijgsgevangenschap verzamelde getuigenissen van officieren behorende tot de Staf/CK. Het verslag bevindt zich in het dossier van het CK bij Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  11. Velddagboek Kapitein-commandant Marchal, Adjudant-majoor 19A, Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  12. “L’armée belge de France en 1940”, door Jean Jamart Colonel BEM Hre, 1994, uitgeverij Schmitz, Bastogne, p 937 en p 939.
  13. Soldaat Lodewijk De Pauw overleed op 25 mei aan eerder opgelopen verwondingen in het Militair Reserve Hospitaal Nr 33 dat zich in de Abdij van Zevenkerken te Sint-Andries (nabij Brugge) bevond. Hij ligt nog steeds begraven op het militair ereperk vlakbij de Abdij.