5de Infanteriedivisie

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 5de Infanteriedivisie | 5ID
5ème Division d’Infanterie | 5DI
Type Infanteriedivisie
Ontdubbeld van n.v.t.
Onderdeel van VIde Legerkorps
Bevelhebber Luitenant-generaal Maurice Spinette
Commandant Infanterie Generaal-majoor Lambert Chardome
Stafchef Luitenant-kolonel SBH Jean Daubechies
Commandant Artillerie Kolonel SBH Edouard Ceressia
Commandant Gezondheidsdienst Geneesheer Majoor Maurice Butaye
Intendant Luitenant O. Lesage
Commandant Transportkorps Majoor Raoul Delville
Standplaats Dwarsstelling Bierges-Ninove
Sector Halle-Ninove
Commandopost in Kasteel Inkendaal (Richir) te Vlezenbeek (Sint-Pieters Leeuw)
Samenstelling Hoofdkwartier  
  1ste Regiment Jagers te Voet  
  2de Regiment Jagers te Voet  
  4de Regiment Jagers te Voet  
  11de Regiment Artillerie  
  5de Bataljon Genie  
  5de Bataljon Transmissietroepen  
  Wielrijderseskadron 5ID  
  1ste Compagnie Getrokken C47 5ID (Luitenant J. Hardenne)
  (2de Compagnie Getrokken C47 5ID (Luitenant E. Patris)) -> Afgedeeld bij 13de Infanteriedivisie
  Geneeskundig Korps 5ID Staf (Med Lt L. Devos)
    Geneeskundige Versterkingcompagnie (Med Kapt Jean Mage)
    Lichte Ambulance (Med Kapt P. Wautier)
    Ambulance Infanteriedivisie (Med Kapt C. Minne)
    Sanitair Treinpeloton (Lt L. Dewerpe)
    Autopeloton der Sanitaire Vervoersformaties (Lt G. Navez)
  Compagnie Intendance 5ID (Luitenant J. De Rey)
  Transportkorps 5ID Staf (Cdt Edouard Verbeek)
    Peloton voor Infanteriemunitie (Lt S. Quinet)
    1ste Autopeloton voor Infanteriemunitie (Lt Decourtil)
    2de Autopeloton voor Infanteriemunitie (Lt L. Dubois)
    1ste Autopeloton voor Artilleriemunitie (Lt Ch. Polet)
    2de Autopeloton voor Artilleriemunitie (Lt C. De Broux)
    Autopeloton voor Ravitaillering (Lt H. Pourbaix)
    Autopeloton voor Materieel (Lt A. Buchet)
    Atelier voor Herstelling van het Wagenpark (Lt R. Van Binst)
  Compagnie Luchtafweermitrailleurs (Luitenant F. Roels)
  Provoost (Onderluitenant René Gilles)

Tijdens de mobilisatie

Staf/5Div
De 5de Infanteriedivisie (5Div) is een actieve divisie die in vredestijd zijn hoofdkwartier (HK) in Bergen had en die toentertijd samen met de 6de Infanteriedivisie (6Div) behoorde tot het Iste Legerkorps (I/LK). Voor de mobilisatie voerde de Staf/5Div het bevel over het 1ste Regiment Jagers te Voet (1J) eveneens gestationeerd in Bergen, het 2de Regiment Jagers te Voet (2J) gestationeerd in Charleroi en het 3de Regiment Jagers te Voet (3J) gestationeerd in Doornik. Het 11de Regiment Artillerie (11A) was de organieke artillerie-eenheid van de 5Div. Op 26 augustus 1939 wordt Fase A van de mobilisatie afgekondigd waarbij de militieklassen  ‘36, ’37 en ‘38 opgeroepen werden om de onder de wapens zijnde klas ’39 te versterken. Gezien de 5Div een op vredesvoet bestaande eenheid is, wordt de divisie tijdens deze fase van de mobilisatie op oorlogsvoet gebracht. De Staf/5Div geeft op 28 augustus al het bevel aan zijn ondereenheden om hun vooraf verkende alarmkantonnementen in te nemen in de agglomeratie van hun garnizoenssteden. Men vreest immers dat de reguliere kazernes van ons leger gebombardeerd zullen worden door de Duitse luchtmacht en bijgevolg moeten de regimenten van de 5Div zich door een onmiddellijke verhuis in veiligheid stellen.

Kasteel Inkendaal (ook gekend als kasteel Richir) waar het HK van de 5Div zich bevond op 10 mei 1940

Kasteel Inkendael (ook gekend als kasteel Richir) waar het HK van de 5Div zich bevond op 10 mei 1940

Op 1 september bij afkondiging van Fase C van de mobilisatie wordt het 4de Regiment Jagers te Voet (4J) opgericht als ontdubbelingsregiment van het 1J. Na de paraatstelling van 4J wordt dit regiment toegevoegd aan de 5Div die in ruil 3J moet afstaan aan de pas opgerichte  10de Infanteriedivisie (10Div). Tegelijkertijd worden ook het Wielrijderseskadron van de 5Div (EskCy 5Div), het 5de Bataljon Transmissietroepen (5TTr), het Transportkorps en het Geneeskundig Korps als organieke eenheden aan de 5Div toegevoegd. Enkele dagen later, bij de afkondiging van Fase D van de mobilisatie, wordt ook nog eens het 5de Bataljon Genie (5Gn) gemobiliseerd. In de maand september nemen de drie infanterieregimenten van de 5Div ondersectoren in langs het Kanaal Brussel-Charleroi [1]. De stellingen werden al in vredestijd verkend en bevinden zich op de oostelijke kanaaloever met front richting Frankrijk [2].

Op 01 oktober 39 wordt de 5Div naar de provincie Antwerpen gestuurd om stelling te nemen langs het Albertkanaal tegenover Geel. De verschillende ondereenheden van de divisie verplaatsen zich tussen 01 en 08 oktober naar de nieuwe divisiesector. Een maand na zijn aankomst te Geel moet de divisie deelnemen aan de eerste van een ganse reeks alarmen. Dit gebeurde naar aanleiding van het verslag van 6 november 1939 waarmee de Belgische militair attaché in Berlijn meldde dat een Duitse aanval gepland was voor de nacht van 11 op 12 november 1939. De Britten bevestigden dit en tijdens de nacht van 10 op 11 november 1939 wordt alarm geblazen langsheen het Belgische front. Op 11 november bezoekt koning Leopold III de commandanten van de meest bedreigde Legerkorpsen. Alles blijft echter rustig. Hitler had de aanval uitgesteld wegens het slechte weer en moeilijkheden met het spoor. Op 15 november eindigt de alarmtoestand. Het gemobiliseerde leger begint zich te organiseren voor het lange wachten. Karweien en wacht kloppen, veldwerken graven en oefeningen lossen elkaar af. Bij de start van de winter verblijft de 5Div nog steeds in de streek van Geel maar wordt eind november, na te zijn afgelost aan het Albertkanaal door de 10Div, naar het Kamp van Beverlo gestuurd om er doorgedreven te oefenen. Gedurende de kampperiode, die duurde van 29 november 39 tot 6 januari 1940, werden niet alleen schietoefeningen met de persoonlijke bewapening uitgevoerd maar ook manoeuvres op niveau bataljon. Er werd vooral getraind op het uitvoeren van tegenaanvallen in samenwerking met gepantserde voertuigen. Hiervoor krijgt de 5Div ondersteuning van de Cie C47 op T13 van de Versterkte Positie Namen alsook van het Eskadron Pantserwagens van het Cavaleriekorps.

Na de trainingsperiode in Beverlo wordt de 5Div begin januari naar Zuidoost-Limburg gestuurd waar ze terug onder bevel komen van het I/LK. De 5Div neemt stelling in achter het Albertkanaal van Lixhe tot Eigenbilzen (exclusief) waar ze de 4de Infanteriedivisie (4Div) aflossen. Op 30 april 1940, amper 10 dagen voor het uitbreken van de oorlog, wordt de 7de Infanteriedivisie (7Div) naar het Albertkanaal gestuurd om de stelling Eigenbilzen – Lixhe over te nemen van de 5Div. De 5Div neemt de Sector Halle – Ninove van de dwarsstelling Bierges – Ninove over van de 7Div waar ze ingezet worden als algemene reserve van het leger [3]. De 5Div staat nu onder bevel van het VIde Legerkorps (VI/LK) en zijn hoofdkwartier staat opgesteld nabij het kasteel Inkendael (soms ook kasteel Richir genoemd) te Vlezenbeek [4]. Het 3de Peloton van het EskCy 5Div staat in voor de nabije beveiliging van het HK.

Generaal-majoor Lambert Chardome, Commandant Infanterie(oftewel CIDI) van de 5Div.

Generaal-majoor Lambert Chardome, Commandant Infanterie (oftewel CIDI) van de 5Div.

Aan de vooravond van de oorlog bevindt het 1J zich in de omgeving van Bergen en het 2J tussen Halle en Ninove. Het 4J werd in twee fracties gesplitst. Een fractie bevindt zich onder leiding van de Staf/4J te Doornik, een tweede fractie bevindt zich te Brussel. Op 1 mei nam 4J(-) de grensbewakingsopdracht van het 6de Regiment Jagers te Voet (6J) over. Een groepering gevormd met I/4J, II/4J, het Pl Vknr/4J en de IIde Groep van het 2de Licht Regiment van de Rijkswacht (II/2LR) richt een waakscherm in langs de Belgisch-Franse grens van Doornik, via Antoing en Péruwelz tot Blaton. Voor deze opdracht staat het 4J(-) rechtstreeks onder bevel van het VI/LK. De twee andere bataljons van 4J worden onder bevel van de 1ste Militaire Circonscriptie (1MilCir) ingezet om een reeks bewakingsopdrachten te Brussel uit te voeren. 

1Cie Getrokken C47mm/5Div
Elke infanteriedivisie beschikt normaal gezien organiek over twee anti-tankcompagnies, één compagnie met getrokken C47mm anti-tankkanonnen en één compagnie met C47mm anti-tankkanonnen gemonteerd op T13 rupsvoertuigen. De 5Div beschikt echter niet over een compagnie op T13 maar heeft twee anti-tankcompagnies met getrokken C47mm kanonnen. Om deze reden werden de anti-tankcompagnies van de 5Div genummerd. De 1Cie Getrokken C47mm/5Div wordt bevolen door Luitenant Hardenne.

2Cie Getrokken C47mm/5Div
Omdat de divisies van tweede reserve, in tegenstelling tot de actieve divisies en divisies van eerste reserve, niet beschikken over een organieke Cie C47mm op T13 noch over de compagnie getrokken C47mm wordt de 2Cie Getrokken C47mm, bevolen door Luitenant Patris, nog tijdens de mobilisatie doorgestuurd naar de 13de Infanteriedivisie (13Div) een infanteriedivisie van tweede reserve die in Antwerpen staat opgesteld.

GnK/5Div
Het Geneeskundig Korps van de 5de Infanteriedivisie (GnK/5Div) wordt gemobiliseerd te Zennik (oftewel Soignies) op 1 september 39. Onder de gemobiliseerden bevindt zich Soldaat Vanryckeghem [5]. Het Geneeskundig Korps is verantwoordelijk voor de medische steun op echelon divisie. De verschillende eenheden van het GnK/5Div vormen samen een medische hulpplaats (oftewel triagestation) dat vier tot acht kilometer achter de frontlijn ontplooid wordt. De taak van deze medische hulpplaats bestaat er in om de gewonden te triëren en af te voeren naar het meest geschikte behandelingsechelon. In de hulpplaats zijn acht geneesheren, twee apothekers, een officier van de administratie, twee aalmoezeniers en veertig soldaten tewerkgesteld. De regimenten van de divisie beschikken over een regimentshulppost die op een tweetal kilometer van de eerste linies wordt ontplooid. Deze regimentshulpposten staan in voor de directe medische steun en de evacuatie van zieken en gewonden naar de medische hulpplaats van het Geneeskundig Korps. Het GnK beschikt over een wagenpark met een reeks ambulances, vrachtwagens en autobussen. Lang blijft het GnK/5Div niet in Zennik want nadat de eenheid volledig gemobiliseerd is vertrekt het GnK op 4 september naar het vlakbij gelegen Kamp van Maisières-Casteau waar het Transportkorps van de 5Div zich bevindt. Het GnK/5Div wordt achtereenvolgens ontplooid te Sart-Dames-Avelines (6 september) en Villers-la-Ville (9 september) waar ze blijven tot begin oktober ter ondersteuning van de regimenten die langs het kanaal Brussel-Charleroi staan opgesteld. Op 2 oktober 39 verhuist het Geneeskundig Korps mee met de rest van de 5Div naar de Provincie Antwerpen en wordt er eerst opgesteld te Herselt (2 oktober) daarna te Westmeerbeek (5 oktober). Bij de start van de winter wordt het GnK/5Div op 27 november samen met de rest van de divisie naar het Kamp van Beverlo gestuurd om er doorgedreven te oefenen. Na de trainingsperiode in Beverlo vertrekt het GnK/5Div naar Zuidoost-Limburg waar de medische hulpplaats van de divisie op 5 januari 1940 wordt opgesteld te Berg, een gehucht van Tongeren. Hier blijven ze tot 30 april 40, wanneer de 5Div aan het Albertkanaal wordt afgelost door de 7Div. Het GnK installeert zich na te zijn afgelost te Itterbeek waar ze zich nog bevinden aan de vooravond van de oorlog. Het GnK/5Div wordt bevolen door Geneesheer Majoor Maurice Butaye.

Ferme Gérard in de Rue Gérard 2 te Thieusie - Sirieu waar de Cie Int gemobiliseerd werd.

Ferme Gérard in de Rue Gérard 2 te Thieusies – Sirieu waar de Cie Int/5Div gemobiliseerd werd.

Cie Int/5Div
De Compagnie Intendance (Cie Int/5Div) wordt gemobiliseerd in de “Ferme Gérard” te Thieusies- Sirieu (Rue Gérard 2) op 1 september 39 en heeft als opdracht de levering van levensmiddelen en brandstoffen voor de ondereenheden en versterkingen van de 5Div te organiseren. In het achtergebied van de divisiesector wordt telkens een bevoorradingsplaats gekozen nabij een station waar de Dagelijkse Ravitailleringstrein (DRT) voor de divisie zal aankomen. De manschappen van de Compagnie Intendance (Cie Int/5Div) zijn verantwoordelijk voor het lossen van de bevoorradingstreinen en het opslaan van de aangevoerde levensmiddelen en materieel in magazijnen. In functie van de getalsterkte van de verschillende ondereenheden worden vrachten klaargemaakt die het Autopeloton bevoorrading (oftewel Peloton Automobile Ravitaillement – PARa) van het Transportkorps van de divisie naar de ondereenheden brengt. Het PARa zal zich dan ook steeds in de nabijheid van de Cie Int bevinden. Na zijn mobilisatie begin september wordt de Cie Int/5Div ontplooid te Sint-Jans-Molenbeek (Rue Delaunoy 64). Vervolgens wordt stelling genomen te Ransel, Rotselaar en Beverlo om zich uiteindelijk op 6 januari 1940 te installeren in de pas opgeleverde kazerne van Tongeren. De bevoorradingsplaats van de 5Div is dan het station van Tongeren.  Na de aflossing van de 5Div door de 7Div aan het Albertkanaal begeeft de Cie Int zich naar de Provincie Brabant.  De Cie Int word bevolen door Lt Adm Lesage, tevens intendant van de divisie. Hij wordt bijgestaan door Lt Adm De Rey, Lt Adm t’Sas (beheerder vleeswaren) en Lt Adm Gobeaux (bevoorrading). 

Ten noorden van de baan Bergen - Soignies bevond zich het Kamp Maisières-Casteau waar de gemobiliseerde militairen in houten barakken werden ondergebracht.

Ten noorden van de baan Bergen – Soignies bevond zich het Kamp Maisières-Casteau waar de gemobiliseerde militairen in houten barakken werden ondergebracht.

TptK/5Div
Het Transportkorps van de 5de Infanteriedivisie (TptK/5Div) wordt op 1 september gemobiliseerd in het Kamp van Maisières-Casteau nabij Bergen. Het TptK/5Div wordt bevolen door Majoor Delville en beschikt over een staf, enkele pelotons die moeten instaan voor de bevoorrading munitie van de divisie, een peloton bevoorrading levensmiddelen en een peloton bevoorrading materieel. Naast de bevoorradingspelotons beschikt het korps ook over een atelier voor de herstelling van het voertuigenpark van de divisie. Op 4 september verhuist de eenheid naar Baisy-Ty om begin oktober stelling te nemen te Westmeerbeek. Na de kamperiode te Beverlo wordt het TptK/5Div begin januari ontplooid te Koninksem nabij Tongeren. Eind april verhuist het TptK naar de Provincie Brabant.

  • PMI/TptK
    Het Peloton voor Infanteriemunitie (PMI/TptK) wordt bevolen door Luitenant Quinet. Het PMI bestond uit een 60-tal manschappen en was uitgerust met paard en kar. De karren waren voorzien van munitiecaissons. Het peloton diende de infanterieregimenten van de 5Div te bevoorraden met munitie en beschikte in totaal over 100 trekpaarden. 
  • 1PAMA/TptK en 2PAMA/TptK
    Beide Autopelotons voor Artilleriemunitie (oftewel Peloton Auto Munitions Artillerie – PAMA) zijn verantwoordelijk voor de bevoorrading in artilleriemunitie van de artillerie-eenheden van de 5Div, zowel voor het organieke artilleriebataljon (11A) als voor eenheden in vuurversterking. De pelotons halen de nodige munitie op in het station waar de munitietrein van het Groot Legerpark de divisie komt bevoorraden en stockeren de munitie op hun vrachtwagens. Wanneer de 5Div in januari de sector Lixhe – Eigenbilzen aan het Albertkanaal van de 4Div overneemt worden de vrachtwagens van de twee PAMA’s geparkeerd in de garages van de in aanbouw zijnde kazerne van Tongeren (de latere Ambiorixkazerne). Het verblijf in de in aanbouw zijnde kazerne was verre van aangenaam; er was geen sanitair, geen aansluiting op de waterleiding en men kon er niet beschikken over elektriciteit. Het gebouwencomplex werd gedeeld met het Eskadron Cyclisten van de 5Div. Het 1PAMA wordt bevolen door Lt Res Polet, het 2PAMA door Lt Res De Broux.

Provoostdienst/5Div
Voor de handhaving van de orde en tucht binnen de eenheden van het Belgisch leger wordt aan elke divisie een Provoostdienst toegevoegd die de taken uitvoert van algemene militaire politie. De Provoostdienst wordt samengesteld uit Rijkswachters die de bevoegdheid hebben misdrijven te onderzoeken en militairen die de militaire strafwet overtreden aan te houden en op te sluiten. Ze worden aangestuurd door militaire auditeurs en treden op bij onder meer desertie, muiterij, insubordinatie, vechtpartijen en diefstallen. De provoostdienst zal pas gemobiliseerd worden bij de start van de vijandelijkheden na afkondiging van Fase E van het mobilisatieplan (oftewel de algemene mobilisatie) en zal vanaf dan geleid worden door Onderluitenant Gilles, commandant van het District Soignies van de Territoriale Rijkswacht.

Staf/5Div
Het gros van de 5Div bevindt zich bij het aanbreken van de dag nog steeds als reserve van het leger ten zuidwesten van Brussel. Om 01u30 belt de staf van het VI/LK naar Vlezenbeek om de divisie in staat van alarm te brengen. Het alarm wordt om 01u50 door de divisiestaf doorgegeven aan 1J , 2J en de andere ondereenheden van de divisie met de boodschap dat de verloven worden ingetrokken en dat de regimenten zich moeten klaarhouden om op bevel te vertrekken. Het 4J(-) wordt rechtstreeks door de staf van het VI/LK op de hoogte gebracht van het alarm. Kort na ontvangst van het alarm, wordt een groepering gevormd bestaande uit IV/2J, het EskCy 5Div en III/11A voor de beveiliging van het achtergebied van de 5Div. Deze groepering onder bevel van Luitenant-kolonel Capel, commandant van IV/2J, staat klaar om tussenbeide te komen in geval van een vijandelijke luchtlandingsoperatie in de streek van Wolvertem en Merchtem. 

De K.W. Stelling omvatte een anti-tankhindernis bestaande uit onder andere deze zware metalen Cointet hekkens.

In de namiddag krijgt de divisie het bevel om zich onmiddellijk naar de K.W. Stelling (ook Weerstandsstelling genoemd) te verplaatsen. Deze verdedigingslinie strekt zich uit van Koningshooikt tot Waver en bestond uit één of twee rijen gevechtsbunkers. Belangrijke wegenknooppunten en verplichte doorgangen in het achtergebied van de stelling werden met bijkomende gevechtsbunkers beschermd en uitgebouwd tot anti-tankcentra. Een honderdtal meter voor de bunkers werden talrijke hindernissen zoals prikkeldraadversperringen, anti-tankgrachten en Cointet-elementen aangebracht [6]. De 5Div krijgt de sector Rijmenam – Wespelaar, ten noorden van de stellingen van de 10Div, toegewezen. Het 1J moet binnen deze divisiesector de ondersector Rijmenam innemen. Rechts van 1J zal het 2J opgesteld worden tussen Haacht en Wespelaar terwijl 4J(-) stelling moet nemen van Wespelaar tot het Kanaal Leuven – Dijle (oftewel Leuvense Vaart[7]. Links van 1J worden voorlopig nog geen eenheden ontplooid langs de K.W. Stelling. De 5Div en de 10Div worden als enige twee divisies preventief opgesteld langs de K.W. Stelling om de oostelijke toegangswegen (de nationale banen N2 en N3) naar de hoofdstad te beveiligen. 4J(-) komt rond 16u30 terug onder bevel van de 5Div te staan. Kolonel SBH Dengis, regimentscommandant van 4J, wordt verzocht om de orders voor de bezetting van een ondersector ter hoogte van Wespelaar in ontvangst te nemen op het HK van de divisie. De Groepering van LtKol Capel, die vanaf 14u30 stond opgesteld te Brussegem, wordt rond 17u00 terug ontbonden waarna de detachementen van de groepering terugkeren naar hun respectievelijke eenheden.

De verplaatsing van de regimenten van de divisie wordt in het HK voorbereid en uitgevoerd tegen de avond. Voor het transport van 1J en 2J kan de divisie rekenen op de autobussen en vrachtwagens van het Iste Bataljon van de Legerautogroepering (I/LAuGpg), het 4J zal zich gedeeltelijk te voet en gedeeltelijk per spoor verplaatsen. De regimenten worden tegen 18u00 opgepikt en in de loop van de nacht van 10 op 11 mei afgezet in de omgeving van Bonheiden (1J), Haacht (2J) en Boortmeerbeek (4J) waar kantonnementen voor de nacht worden opgezocht.

GnK/5Div
Het GnK/5Div is nog steeds ingekwartierd te Itterbeek wanneer omstreeks 02u00 het algemeen alarm wordt afgekondigd. De manschappen worden om 02u30 uit hun bed gelicht maar ondanks het feit dat de officieren erop drukken dat het ditmaal om een werkelijk alarm gaat, wordt zonder veel commotie overgegaan tot de normale routine. Er was immers een alarmoefening aangekondigd voor vrijdag 10 mei en de avond voordien waren voor het eerst sinds lang verloven toegestaan. Tegen 04u00 zijn de manschappen klaar en begeven zich naar het voertuigenpark om de voertuigen na te zien, het medisch materieel te controleren en de nodige telefoonverbindingen uit te testen. De manschappen horen het nieuws van de Duitse inval eerst via de radio, de NIR brengt verslag uit over de gebeurtenissen in het oosten van het land. Later op de dag zien ze ook verschillende formaties oorlogsvliegtuigen overvliegen. Wanneer de 5Div in de namiddag de opdracht krijgt om ten noorden van Leuven de Sector Rijmenam – Wespelaar van de K.W. Stelling in te nemen wordt het  plan opgemaakt om de medische hulpplaats te Perk op te stellen. Het GnK maakt zich klaar om tegen het vallen van de duisternis de verplaatsing naar de nieuwe divisiesector uit te voeren. Om 20u00 wordt uiteindelijk het bevel gegeven om te vertrekken. De colonne van het Geneeskundig Korps komt midden in de nacht toe te Perk waarna de manschappen op zoek gaan naar een slaapplaats. 

Opstelling van 10Div op 11 mei 1940 na aflossing van 3J door de 5Div (bron: CDH).

Staf/5Div
Vanaf eerste klaarte  wordt gestart met de verkenning van de stelling tussen Rijmenam en Wespelaar. Nog tijdens de uitvoering van de eerste terreinverkenningen worden de regimentscommandanten omstreeks 11u00 geconvoceerd op de staf van de divisie voor de ontvangst van nieuwe orders. Wanneer duidelijk wordt dat de Versterkte Positie Luik ontruimd moet worden naar aanleiding van de vijandelijke doorbraak ten noorden van Luik, beslist het Groot Hoofdkwartier (GHK) dat de 2de Infanteriedivisie (2Div), die opgesteld stond ten oosten van de Maas, zich terug moet plooien op de K.W. Stelling om zich ten noorden van de 5Div op te stellen. De 2Div die vanuit Luik met autobussen en vrachtwagens van de LAuGpg naar de K.W. Stelling wordt gebracht, komt eveneens onder bevel van het VIde Legerkorps te staan en krijgt een sector toegewezen tussen Rijmenam en Haacht (exclusief). Hierdoor moet de 5Div opschuiven naar het zuiden en een gedeelte van de sector van de 10Div overnemen. De oorspronkelijke divisiesector Rijmenam – Wespelaar wordt nu de sector Haacht – Wijgmaal.  De brug van Wijgmaal en het complex van de Remy-fabriek vallen nu binnen de divisiesector. De nieuwe sector heeft een breedte van zo’n 9Km.  Ten noorden van het Kanaal Leuven-Dijle wordt het front van de divisiesector gevormd door een anti-tankgracht versterkt met een IJzeren Muur van Cointet-hekkens, gelegen op een kilometer ten oosten van Haacht en Wespelaar. Deze muur van Cointet-hekkens, weliswaar zonder anti-tankgracht, loopt vanaf Wespelaar verder tot het station van Hambos. Ter hoogte van het station van Hambos kruist de K.W. Stelling het Kanaal Leuven-Dijle om vervolgens de zuidelijke kanaaloever te volgen tot aan de Remy fabriek te Wijgmaal. In de zone van het VI/LK zal de 5Div nu opgesteld worden tussen de 2Div en de 10Div. De divisiesector wordt als volgt georganiseerd:

  • Het 2J zal stelling nemen tussen Haacht en Wespelaar op de noordelijke flank van de sector.
  • Op de zuidelijke flank zal het 4J(-) de ondersector van het 3J van de 10Div overnemen tussen Tildonk-Sas en Wijgmaal langs het Kanaal Leuven – Dijle. Omdat III/4J en IV/4J nog steeds bewakingsopdrachten uitvoeren te Brussel wordt het 4J(-) versterkt met het III/1J, de 13Cie Mitrailleurs van IV/1J en een peloton M76 mortieren van de 15Cie van IV/1J. Om het tekort aan anti-tankmiddelen te compenseren wordt 4J(-) ook nog eens versterkt met twee pelotons getrokken C47mm anti-tankkanonnen van de organieke anti-tankcompagnie van de 5Div.
  • Het 1J zal opgesteld worden in tweede echelon.  
    • Het Iste Bataljon moet te Over-de-Vaart ontplooien.
    • Het IIde Bataljon zal in het Kareelbos nabij Balkestraat ten zuidwesten van Buken geplaatst worden.
    • Het IIIde Bataljon zal onder bevel van 4J opgesteld worden in het Kastanjebos tussen Buken en Veltem.
  • Het HK van de divisie verplaatst zich naar Relst ten oosten van Kampenhout. Het peloton mitrailleurs (4Pl) van het EskCy 5Div verzekert nu de beveiliging van het HK van de 5Div te Relst.
  • Het algemeen vuursteunelement voor de divisie zal gevormd worden door het I/11A en II/11A. III/11A wordt in directe steun gegeven van 2J. De IVde Groep van 11A, die beschikt over geschut met het zwaarst kaliber, wordt in directe vuursteun gegeven van 4J omdat alleen de dracht van de 105mm kanonnen van IV/11A voldoende groot was om de toegangswegen naar het bruggenhoofd van Wijgmaal onder vuur te nemen. 
  • Voor het uitvoeren van anti-parachutistenpatrouilles wordt het 1J verantwoordelijk voor de zone tussen de Mechelsesteenweg en de Molenbeek die tussen Relst en Veltem-Beisem loopt.  Het Wielrijderseskadron moet het gebied bewaken tussen de Molenbeek en de baan Nossegem-Perk.
  • Het 5Gn krijgt diverse opdrachten om defensieve overgangen over het Kanaal Leuven – Dijle aan te leggen. De draaibrug van Wijgmaal die op 10 mei door een Duits luchtbombardement beschadigd werd moet hersteld worden. Voorts moeten loopbruggen voor de infanterie gebouwd worden te Over-de-Vaart, Tildonk en bij de Remy fabriek van Wijgmaal.  Ook moet een brug voor infanteriegerij geslagen worden op de Wespelaarse Hoek.

Na ontvangst van de divisieorders voor de nieuwe opdracht voeren de regimenten de nodige verkenningen uit om de opgelegde stellingen te kunnen innemen. In de loop van de middag verplaatsen de regimenten zich te voet, in marscolonnes per compagnie, naar hun nieuwe opstelplaatsen. De Staf/5Div geeft het 5Gn in de voormiddag het bevel om te Wijgmaal, ten westen van de Remy-fabriek, de draaibrug over het Kanaal Leuven-Dijle, te herstellen zodat verkeer tot 2,5 ton gebruik kan maken van de gerepareerde brug. Tegen 12u00 start het 5Gn met de noodreparaties. De werkzaamheden worden echter gestaakt wanneer om 17u00 de Staf/5Div meldt dat er nog een aantal binnenvaartschepen vanuit Leuven moeten passeren. Deze schepen kwamen door het bombardement van de brug vast te zitten op het Kanaal Leuven – Dijle tussen Wijgmaal en Leuven en belemmeren het zicht en de schootsectoren van de eenheden van de 10Div die langs het kanaal staan opgesteld. De pas gebouwde noodbrug wordt met explosieven vernietigd. De twee bataljons van 4J die zich nog te Brussel bevinden worden van hun opdracht ontheven rond 19u00 en begeven zich zo snel als mogelijk naar de nieuwe divisiesector om hun regiment te vervoegen. Alleen de 9Cie van III/4J, die belast was met de bewaking van het koninklijk paleis te Brussel, blijft in de hoofdstad achter.

Noordwestelijk gedeelte van de divisiesector waar 2J werd ontplooid

Noordwestelijk gedeelte van de divisiesector waar 2J werd ontplooid

1Cie Getrokken C47mm/5Div
Omdat het IVde Bataljon van het 4J nog steeds te Brussel wordt ingezet beschikt 4J niet over zijn organieke anti-tankkanonnen van de 14Cie. Om 4J te voorzien van anti-tankmiddelen wordt telkens een peloton van de 1Cie Getrokken C47mm/5Div afgedeeld naar I/4J en II/4J die stelling hebben genomen achter het Kanaal Leuven – Dijle.

GnK/5Div
De manschappen van het GnK/5Div ontwaken in het dorp Perk maar kunnen niet meteen aan de slag. De installatie van de medische hulpplaats wordt uitgesteld. Door de gewijzigde divisiesector moet ook het medisch steunplan aangepast worden waardoor de medische hulpplaats van de 5Div niet langer in Perk dient te worden opgesteld. Er wordt gezocht naar een meer geschikte locatie om de nieuwe sector van de divisie te ondersteunen. Die wordt gevonden te Steenokkerzeel, op een achttal kilometer van de nieuwe voorste linies, centraal in de nieuwe divisiesector. Om 21u00 wordt de verplaatsing van Perk naar Steenokkerzeel uitgevoerd. Na aankomst wordt onmiddellijk aangevangen met de opbouw van de medische hulpplaats in de school van Steenokkerzeel en tegen 23u00 is de klus geklaard. Te Berg nabij Kampenhout wordt een verzamelplaats voor lichtgewonden ingericht. Het 2J en het 4J ontvangen elk één peloton van de Geneeskundige Versterkingscompagnie en één ambulancevoertuig. De zieken en gewonden zullen afgevoerd worden van Steenokkerzeel naar het Militair Hospitaal van Brussel. De manschappen van het GnK worden voor de nacht van 11 op 12 mei ondergebracht in een theaterzaal.

Staf/5Div
De ontplooiing van de 5Div op de K.W. Stelling is nu min of meer compleet. In eerste echelon bezet het 2J de noordelijke ondersector tussen Haacht en Wespelaar en het  4J(-), versterkt met III/1J en elementen van IV/1J, de zuidelijke ondersector tussen Tildonk-Sas en Wijgmaal. Het 1J(-) is ontplooid in tweede echelon van de divisie over de ganse breedte van de divisiesector. Rechts van de 5Div staat de 10Div opgesteld, links de 2Div. Toch is de opstelling nog niet volledig geconsolideerd. Om 01u00 ontbiedt Luitenant-generaal Spinette de bevelhebbers van zijn eenheden voor een stafbriefing om de situatie te bespreken. De British Expeditionary Force (BEF), die zich  vanaf september 1939 in Frankrijk bevond, is bij de start van de Duitse aanval België ingetrokken om de K.W. Stelling te bezetten vanaf Leuven (exclusief) tot Waver. Zowel tijdens de laatste maanden van de mobilisatie als tijdens de eerste oorlogsdagen bestaat enige onduidelijkheid binnen het geallieerde oppercommando over waar precies de scheidingslijn tussen de Belgische en Britse legerzone dient te lopen. Het Britse leger is op 12 mei bij het aanbreken van de dag volledig ontplooid langs de K.W.-Stelling ten zuiden van Leuven zoals overeengekomen maar de Sector Leuven blijft een punt van onenigheid.  LtGen Spinette verklaart dat de zaak zo snel mogelijk zal uitgeklaard worden. Voorts geeft de divisiecommandant richtlijnen voor het verdedigen van de frontlijn en het verhogen van de paraatheid binnen de divisiesector. In de bunkers langs de voorste linies moeten alle automatische wapens permanent bemand worden.  Doorheen de divisiesector moeten alle C47mm anti-tankkanonnen in hun veldversterkingen worden geplaatst. De niet ingezette detachementen van de regimenten moeten paraat blijven in hun rustkantonnementen en binnen het half uur de linies volledig kunnen bemannen.  Ook wordt bepaald dat de 5Div zijn echelons zal overbrengen naar de linkeroever van het Kanaal Leuven-Dijle.  De bagagewagens moeten te Zaventem ondergebracht worden.  De levensmiddelenechelons zullen te Berg nabij Kampenhout gestationeerd worden. Tenslotte wordt nog meegegeven dat de vijand zich ten oosten van Hasselt bevindt. Tussen de vijand en de stellingen van de 5Div heeft het Cavaleriekorps (CK) de Demer/Gete-stelling (lijn Kwaadmechelen – Diest – Tienen) defensief ingericht met het oog op het vertragen van de vijand tot de K.W. Stelling volledig bezet en ingericht is.

Opstelling van de 3(UK)Div in de divisiesectoren van 5Div en 10Div

Opstelling van de 3(UK)Div in de divisiesectoren van 5Div en 10Div. Bron: dossier 5th (Royal) Inniskilling Dragoon Guards, The National Archives, Kew (Londen).

Na een nachtelijke voetmars komen de twee bataljons van 4J, die de avond voordien van hun bewakingsopdracht te Brussel ontlast werden, tussen 04u00 en 05u00 aan in de divisiesector. Na een korte rustperiode worden ze bij dageraad doorgestuurd naar 1J(-). De 5Div is nu volledig, met uitzondering van de 9Cie van het III/4J die nog steeds te Brussel is, de 2de Cie Getrokken C47mm die naar het V/LK werd doorgestuurd en de Provoostdienst die door de laattijdige aankomst van de aangeduide Rijkswachters nog niet operationeel is.

In de namiddag arriveert het gros van de Britse 3rd Infantry Division [3(UK)Div], bevolen door Generaal-majoor Montgommery, in de divisiesector van de 10Div. De Britse bataljons beginnen zich te installeren in de ondersectoren van 5J en 6J. Aanvankelijk is er bitter weinig overleg tussen de beide divisies over de consequenties van de superpositie van de beide formaties. Op het terrein starten de Britten met de installatie van hun eigen eenheden, zonder zich al te veel te bekommeren over de verbinding en communicatie met de Belgen. De onduidelijkheid over de grens tussen het Belgische en het Britse leger heeft tot gevolg dat de zuidelijke limiet van de divisiesector van 5Div niet vastligt en niet gecoördineerd is met de Britten. Ook in de sector van de 5Div komt een Britse eenheid aan. Het betreft het 5th (Royal) Inniskilling Dragoon Guards [5(UK)RIDG], een verkenningseenheid van de BEF die tijdelijk onder bevel van de 3(UK)Div werd geplaatst. Het 5(UK)RIDG heeft als opdracht de noordflank van de 3(UK)Div te beveiligen en neemt hiervoor stelling in de sector van de 5Div. Het B Squadron van het 5(UK)RIDG laat enkele pelotons stelling nemen bij de bruggen en sluizen op het Kanaal Leuven-Dijle. De twee andere eskadrons van 5(UK)RIDG, A Squadron en C Squadron, worden in diepte opgesteld in de divisiesector.

Na de middag bouwt 5Gn een voetbrug (oftewel passerelle) over het Kanaal Leuven-Dijle ter hoogte van de Remy-fabriek om de compagnie die zich heeft opgesteld in het bruggenhoofd aan de overkant van het kanaal terug te verbinden met de rest van de divisie nadat de herstelling van de draaibrug van Wijgmaal definitief was stilgelegd. Op het kanaal worden alle binnenschepen ten noorden van Over-de-Vaart richting Mechelen gestuurd. De divisie heeft nog af te rekenen met een ander probleem; alle ondereenheden van de 1ste Infanteriedivisie (1Div) die niet nodig waren  bij de verdediging van de Demer/Gete-Stelling werden doorgestuurd naar hergroeperingskantonnementen te Buken, Tildonk en Wespelaar. Hiermee komen vanaf het invallen van de duisternis grote groepen militairen van de 1Div toe in de ondersectoren van de regimenten in lijn van de 5Div. Te Wespelaar bevinden deze militairen zich zelfs op amper enkele kilometers van de voorste linies achter de K.W. Stelling. 

Zuidwestelijk gedeelte van de divisiesector waar 4J werd opgesteld

Zuidwestelijk gedeelte van de divisiesector waar 4J werd opgesteld

GnK/5Div
De medische hulpplaats staat nu opgesteld te Steenokkerzeel, klaar om de eerste gewonden op te vangen. Er wordt in de sector van de 5Div op 12 mei echter nog geen strijd geleverd, de divisie wacht de komst van de vijandelijke grondtroepen af. De stellingen worden enkel sporadisch aangevallen door de vijandelijke luchtmacht. Er wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om de soldaten van het GnK onder te brengen bij burgers waardoor de meesten de nacht kunnen doorbrengen in een bed.

Staf/5Div
In de sector van de 5Div worden de regimenten vanaf 04u00 in verhoogde staat van paraatheid gebracht nadat vernomen wordt dat de vijand contact heeft gemaakt met de troepen van het Cavaleriekorps (CK) die staan opgesteld langs de Demer/Gete-stelling. In de loop van de dag wordt door het geallieerd oppercommando beslist dat de Britten de Sector Leuven van de 10Div zullen overnemen. De ganse stad evenals de zone ten zuiden van de Brusselsesteenweg wordt toegewezen aan de BEF, de 10Div moet zijn stellingen rond Leuven verlaten en zich in reserve opstellen achter de 2Div en de 5Div. De aflossing van de 10Div door de 3(UK)Div wordt gepland tijdens de nacht van 13 op 14 mei en dient, gebruik makend van de duisternis, voltooid te zijn tegen 14 mei 03u00. De 5Div bevindt zich vanaf nu op de zuidflank van het Belgische dispositief op de K.W. Stelling en moet de verbinding verzekeren met de BEF. De nieuwe limiet van de 5Div met de 3(UK)Div komt niet overeen met de limiet die was gecoördineerd met de 10Div en ligt meer naar het zuiden waardoor er een bres in de verdediging ontstaat. De Staf/5Div geeft om 19u45 de opdracht aan 1J om een versterkte compagnie weg te nemen van het tweede echelon van de divisie en deze als flankhoede naar voor te sturen.  Deze versterkte compagnie komt om 21u30 aan ten zuiden van Doren en neemt er enkele stellingen van 6J over op de rechterflank van de divisie waardoor het eerste echelon van 4J nu aansluit met de Britse linies. 

220mm kanon waarmee IV/2LA was uitgerust

220mm kanon waarmee IV/2LA was uitgerust

Omdat het geen zin heeft artillerie in reserve te houden komt met de beslissing om de 10Div van het front weg te halen het 10de Regiment Artillerie (10A), organiek artillerieregiment van de 10Div, ter beschikking.  De groepen van 10A worden in vuurversterking gegeven van de artillerie van de 5Div. Als extra vuursteun krijgt de divisie ook nog de IVde Groep van het 2de Regiment Legerartillerie (IV/2LA) met zijn zware 220mm kanonnen toegewezen. De 5Div kan nu beschikken over meer dan 100 vuurmonden. Kolonel SBH Ceressia, bevelhebber van 11A en tevens Commandant Artillerie van de divisie (oftewel CADI) beslist naar aanleiding van de komst van 10A om de verdeling van de vuren in de sector van de 5Div als volgt te herschikken:

  • I/10A, II/10A en III/11A zullen samen een groepering vormen die directe vuursteun zal leveren aan 2J;
  • II/11A, IV/11A en III/10A zullen een groepering vormen in directe steun van het 4J;
  • I/11A, IV/10A en IV/2LA zullen een groepering vormen voor het leveren van algemene vuursteun aan de 5Div.

De herverdeling van de middelen en de samenstelling van de groeperingen verloopt zo goed als naadloos gezien 10A een ontdubbelingsregiment is van 11A en nagenoeg alle kaderleden, actief en reserve, hun dienst deden bij 11A. De herschikking van de artillerie dient voltooid te zijn tegen eerste klaarte van 14 mei. 

Te Werchter ondermijnde het 5Gn drie bruggen.

De bruggen te Werchter op de belangrijke terugtochtweg van het CK zijn ondermijnd door het 5Gn en worden bewaakt door het Pl Vknr van 2J.

In het voorgebied van de 5Div richten de pelotons verkenners van 2J en 4J een voorpostenlijn in langs de Dijle. Er worden voorposten uitgezet bij de bruggen over de Dijle te Werchter, Rotselaar en Wijgmaal.  De voorposten hebben als opdracht de vernielingsploegen van de genie die springdispositieven aanbrengen onder de bruggen te beschermen, het binnenlopen van bevriende eenheden over de bruggen te beveiligen en alarm te slaan in geval van een vroegtijdige aankomst van de vijand voor de stellingen van de 5Div. GenMaj Chardome beslist om de opstelling van de voorposten te gaan inspecteren. Omstreeks 11u15 arriveert hij bij de bruggen te Werchter. De generaal vindt dat de posities slecht gekozen zijn en laat de wachtposten verplaatsen naar de westelijke oever van de beide rivieren.  Hij inspecteert tevens de manschappen en tracht hen moed in te spreken met een vaderlandslievende preek. De bruggen nabij Werchter zijn belangrijk voor het binnenlopen van de troepen van het CK die zich voor de K.W. Stelling bevinden.

Het gros van de 1Div wordt in de vroege ochtend van 13 mei afgelost op de Demer-Gete Stelling en te voet doorgestuurd naar een verzamelzone nabij Kampenhout, Elewijt en Berg net ten zuidwesten van het bataljonsvak van I/1J. Eerst trekken de eenheden van het 4Li voorbij die de nacht van 12 op 13 mei hebben doorgebracht te Buken en Tildonk. Naar de avond toe passeren I/24Li en II/24Li vanuit Leuven via Tildonk op doortocht naar Kampenhout. Als laatste komt III/24Li vanuit Haacht aangemarcheerd en steekt het kanaal te Kampenhout-Sas over. Er ontstaat een grote verkeerschaos ter hoogte van de brug over het kanaal. ‘s Avonds komt het bericht binnen dat de Demer/Gete-Stelling zal worden opgegeven de 14de mei om 04u00. Een groot deel van het CK zal nog tijdens de nacht van 13 op 14 mei terugtrekken. Het front komt hiermee erg dichtbij. Het 5Gn krijgt tijdens de avond het bevel om de eerste bruggen over de Dijle op te blazen. De brug bij de watermolen te Rotselaar wordt om 21u45 vernield, gevolgd door de brug over de Dijle te Wijgmaal om 22u00. Hierdoor is de brug te Werchter de enige intacte brug in het voorgebied van de 5Div waarlangs troepen nog kunnen binnenlopen.

GnK/5Div
Het Geneeskundig Korps kent een kalme dag, wachtend op de gevechten die zullen komen. De manschappen zijn getuige van de aankomst van de Britten in Leuven.

Oleaat van 5Gn die een overzicht geeft van de divisiesector van de 5Div op 11 mei 1940 (originele schets uit dossier 5Gn)

Oleaat van 5Gn die een overzicht geeft van de uitgevoerde vernielingen in de sector van de 5Div (originele schets uit dossier 5Gn).

Staf/5Div
De organisatie van de sector van de 5Div heeft zijn definitieve vorm gekregen en de stellingen zijn nu volledig bemand. Toch zijn nog niet alle problemen van de baan. De aflossing van de 10Div door de troepen van Generaal-majoor Montgommery verloopt niet zonder problemen. Het 3J en het 5J kunnen hun ondersector naar behoren overdragen en hun stellingen voor 03u00 verlaten, maar in de ondersector van het 6J loopt de aflossing vertraging op. De overname van de stellingen van 6J door de Britse 7th Guards Brigade [7(UK)Bde] is pas voltooid tegen 03u30 waardoor 6J zijn stellingen niet meer voor eerste klaarte kan ontruimen. De luchtaanvallen op Leuven van de afgelopen dagen maken duidelijk dat een verplaatsing overdag een onaanvaardbaar groot risico betekent. Het 6J krijgt dan ook het bevel de volgende nacht af te wachten om zich naar achter te verplaatsen.  Hierdoor wordt de situatie op de zuidflank van de 5Div er niet duidelijker op. Het terreingedeelte ten zuiden van de 5Div wordt nu gehouden door een Belgisch regiment en een Britse brigade.

De Pelotons Verkenner van 2J en 4J bevinden zich nog steeds langs de Dijle te Werchter, Rotselaar en Wijgmaal op ongeveer een kilometer voor de verdedigingslinie. Om 02u00 steekt het Britse tankpeloton van Lieutenant Monckton, behorende tot het A Squadron van 5(UK)RIDG, de brug nog over in tegenovergestelde richting om het gebied tussen Werchter en Aarschot ten noordoosten van de Dijle te verkennen. Er moet gewacht worden op de terugkeer van de Britse verkenners vooraleer het springdispositief van de brug kan worden aangezet. GenMaj Chardome begeeft zich opnieuw naar Werchter om er toe te zien op de tijdige vernieling van de strategisch belangrijke bruggen over de Dijle. Temeer omdat de bruggen verder stroomopwaarts in de loop van de nacht van 13 op 14 mei al tot springen werden gebracht. Om 09u00 rijden de laatste troepen van het CK over de bruggen langs de Haachtsesteenweg en de Provinciebaan. GenMaj  Chardome beveelt omstreeks 11u30 de voorbereiding van de vernieling van deze bruggen. Op dat ogenblik meldt een Britse verbindingsofficier van het 12th Royal Lancers [12(UK)RL] zich aan bij de bruggen [8]. Hij neemt contact op met GenMaj Chardome en vraagt de vernieling van de brug langs de Haachtsesteenweg uit te stellen tot zijn regiment volledig binnengelopen is. Tegen 12u00 neemt het verkeer over de brug af hetgeen wijst op de nakende komst van de vijand. Om 13u15 start het 5Gn met de aanbreng van extra explosieven bij de brug over de Dijle langs de Provinciebaan naar Rotselaar (oftewel N229). Om 13u30 wordt deze brug tot ontploffing gebracht en rond 14u00 wordt de zagerij op de samenvloeiing van de Demer met de Dijle in brand gestoken. Tegen 15u15 lopen de Britse CS9 Morris pantserwagens van het 12(UK)RL binnen via de dorpskom van Werchter, even later gevolgd door het peloton Monckton van 5(UK)RIDG [9]. Na het binnenlopen van de laatste Britse verkenners wordt de brug ten zuiden van Werchter op bevel van GenMaj Chardome door OLt Roucoux van 5Gn tot springen gebracht [10].

De 1Cie van I/4J bezet een bruggenhoofd rond de Remy fabriek te Wijgmaal.

Na de middag begeeft Luitenant-kolonel SBH Daubechies zich naar het HK van de 3(UK)Div te Everberg voor overleg.  Hij heeft als opdracht de opstelling van de 5Div te verduidelijken bij de staf van de 3(UK)Div.  Bij zijn verplaatsing naar Everberg stelt hij vast dat de Britse artillerie volop in actie is.  De stafchef leidt eruit af dat de Duitse voorhoede Leuven heeft bereikt. LtKol Daubechies merkt ook op dat de Britse stafofficieren erg wantrouwig staan tegenover hem, en helemaal niet geneigd zijn om hun precieze opstelling te bevestigen. Het vermoeden van LtKol Daubechies blijkt correct te zijn, omstreeks 13u00 ontdekten de waarnemers op het dak van de toren van de Remy-fabriek een vijandelijke colonne op de Aarschotsesteenweg. De voertuigen werden prompt onder vuur genomen door de Belgische artillerie waarbij de vuren gejusteerd worden door twee voorwaartse waarnemers die zich in de toren van het fabriekscomplex hebben geïnstalleerd. Er wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om de artilleriestukken te laten inschieten op elke formatie die het bruggenhoofd nadert zodat de schootselementen (inclinatie, azimut en lading) van de verschillende doelen vermeld op het vuurplan bepaald kunnen worden. Het eerste vijandelijke contact met het bruggenhoofd wordt gemaakt rond 19u00 wanneer Duitse verkenners behorende tot het IIde Bataljon van het Duitse 74ste Infanterieregiment [II/74(DEU)IR] de sterkte van de Belgische linies aftasten. De Duitse voorhoede probeert tussen 19u30 en 23u00 met een aanval uit de opmars de posities van het 4J in het bruggenhoofd te doorbreken maar de aanvallen worden afgeslagen met behulp van artillerievuur. De hoofdkrachtinspanning van de Duitse aanval uit de opmars ligt wel ten zuiden van de sector van de 5Div, daar waar 6J en de 7(UK)Bde staan opgesteld. Vanaf middernacht wordt het rustiger, de vijand moet zich na het mislukken van de aanval uit de opmars reorganiseren voor een methodische aanval [11]. De andere eenheden van de 5Div worden voorlopig nog met rust gelaten.

GnK/5Div
Vanaf 04u00 worden de ambulanciers van het GnK/5Div gealarmeerd. De verschillende posten van de medische hulpplaats worden volledig bezet. Terugtrekkende troepen passeren onophoudelijk Steenokkerzeel. In de loop van de dag haalt de Engelse luchtafweer, die staat opgesteld in de buurt van de medische hulpplaats, een Duits vliegtuig neer. De Duitse troepen maken hun eerste contact met de stelling van de 5Div tegen 20u30 nabij de Remy fabriek van Wijgmaal. Het Geneeskundig Korps krijgt opdracht om de helft van alle materieel op te laden met het oog op een nakende verplaatsing naar het westen.

Staf/5Div
Gedurende de nacht van 14 op 15 mei slaagt het 6J erin het gevecht af te breken en de sector van de 3(UK)Div met een dag vertraging te verlaten. De Staf/5Div geeft om 06u42 het bevel om de rangen uit te dunnen teneinde de manschappen rust te gunnen in onmiddellijke nabijheid van de gevechtsposities. Om 09u00 wordt het bevel nog aangevuld met de richtlijn dat de compagnie die staat opgesteld in het bruggenhoofd van de Remy-fabriek om de twee dagen afgelost moet worden. In de sector van de 5Div wordt steeds vaker contact gemaakt met de Duitse voorhoede. De vijand tast de posities van 2J en 4J op meerdere plaatsen langsheen de K.W. Stelling af, maar slaagt er niet in om in de sector van de 5Div de linies te doorbreken. Vooral in de omgeving van de Remy fabriek, voor de linies van het I/4J, wordt heel wat vijandelijke activiteit opgemerkt.  De artillerie beschiet diverse concentraties van pantserwagens ten zuidoosten van Wijgmaal. Rond 11u50 brengt de Staf/4J de divisiestaf op de hoogte dat een Britse verbindingsofficier gemeld heeft dat de 7(UK)Bde werd aangevallen door twee bataljons van het 74(DEU)IR. Het Britse front werd langsheen de spoorlijn tussen Wijgmaal en Leuven gedeeltelijk teruggedrongen waardoor de vijand de oostelijke kanaaloever wist te bereiken.

Twee Duitse compagnies slagen erin een bruggenhoofd te veroveren op de westelijke kanaaloever en proberen te infiltreren tussen Wilsele en Leuven. De Britten blijven hevig weerstand bieden en plannen een tegenaanval waarvoor ze ondersteuning door de Belgische artillerie vragen. Als reactie op het nieuws beveelt LtGen Spinette aan het 4J om op de limiet met de 7(UK)Bde een beperkte dwarsstelling met front richting Leuven te organiseren.  Aan het 1J wordt opgelegd om de verdediging van het Kastanjebos te laten aansluiten op de geplande dwarsstelling en deze verder uit te bouwen naar het zuiden toe.  LtGn Spinette brengt de staf van het VI/LK op de hoogte. De legerkorpsstaf laat weten dat de BEF de opdracht gekregen heeft om Leuven te blijven verdedigen en zo nodig tot de tegenaanval over te gaan. Om 14u00 meldt de Staf van het VI/LK dat de Britse tegenaanval de vijand heeft teruggedrongen en dat de oorspronkelijke stelling tussen de Dijle en de spoorweg Mechelen – Leuven opnieuw is ingenomen. De ontplooiing van 1J op de zuidflank van de 5Div wordt dan ook afgelast. 

Intussen onderneemt de vijand een aanvalspoging tussen het station van Hambos en het Kanaal Leuven – Dijle waar II/4J twee steunpunten bezet ten noorden van het kanaal achter de muur van cointet-elementen. De vijandelijke hoofdkrachtinspanning lijkt te liggen langs de spoorlijn Leuven – Mechelen op de grens tussen 2J en 4J. Om 14u55 beschieten enkele Pak 36 anti-tankkanonnen de steunpunten en slagen erin een bres te slaan in de anti-tankmuur. Om 15u20 worden de Pak 36 anti-tankkanonnen geneutraliseerd door een artilleriesalvo van 24 schoten. Duitse infanteristen proberen om 17u45 een doorbraak te forceren via de gemaakte opening in de anti-tankmuur waarop  II/4J artillerievuur aanvraagt op de waargenomen vijand. Het Pl Vknr/4J wordt om 18u52 in versterking gestuurd naar de bedreigde steunpunten om na de uitvoering van de artilleriebeschieting een tegenaanval in te zetten. Het Pl Vknr/4J treft geen vijand meer aan voor de stellingen waarna de bres in de cointet-muur door 5Gn met gelegenheidsmiddelen gedicht wordt. Om 19u35 wordt de Staf/5Div op de hoogte gebracht dat de toestand op de limiet van 2J en 4J terug onder controle is. Voor de stellingen van 2J zelf is het relatief rustig gebleven op enkele vijandelijke artillerievuren na, maar direct contact met vijandelijke infanterie is er niet geweest. De divisiestaf beveelt aan de eenheden om het niet noodzakelijke wagenpark over te brengen naar een hergroeperingszone ten westen van Vilvoorde, voorbij het Kanaal van Willebroek. De door de 5Div opgelegde aflossing van de 1Cie van I/4J in het bruggenhoofd van de Remy-fabriek wordt ingezet vanaf het invallen van de duisternis.

GnK/5Div
Ook het Geneeskundig Korps maakt zich klaar voor het gevecht. Er wordt gestart met het graven van loopgrachten en wachtposten voor de beveiliging van de medische hulpplaats worden uitgezet. De eerste gewonden komen toe in de hulpplaats, sommigen zijn er erg aan toe.

TptK/5Div
Het 2J meldt aan de divisiestaf dat er in de conservenfabriek ‘La Corbeille’ te Wespelaar nog een grote hoeveelheid ingeblikte sardines liggen.  De divisiestaf vraagt aan het PARa om de conserven op te halen.

Staf/5Div
Het eerste operatieorder van de divisie voor 16 mei schrijft voor dat de K.W. Stelling ‘ten allen prijze’ moet verdedigd worden. Er worden specifieke maatregelen opgelegd voor het geval dat het Kanaal Leuven-Dijle te Tildonk of te Wijgmaal zou overschreden worden. Rond 12u00 geeft de commandant van de 5Div de toelating aan de regimenten opgesteld in lijn (2J en 4J) om tijdens de nacht van 16 op 17 mei één van de twee bataljons ontplooid in eerste echelon te laten vervangen door het bataljon opgesteld in tweede echelon. De aflossing moet compagnie per compagnie gebeuren en de verkenningen voor de aflossing dienen onmiddellijk na de middag aan te vangen. Vanaf het middaguur meldt het 4J de eerste Duitse troepen in de straten van Wijgmaal. Om 15u00 ontwikkelt zich een eerste aanval op het bruggenhoofd van de Remy fabriek.  Nog geen uur later melden de waarnemers op de fabriekstoren dat de vijand bezig is met de bouw van vlotten onder bescherming van de bebouwde kom.  De Belgische artillerie verstoort de voorbereidingen.  Tot viermaal toe (17u15, 19u00, 20u00 en 21u20) volgen nieuwe aanvallen op de Remy fabriek.  De 2/I/4J houdt echter stand.

Ondertussen komt onverwachts het bevel van het geallieerd opperbevel (Franse Général d’Armée Billotte) om verder westwaarts te trekken [12]. LtGen Spinette krijgt iets voor 20u00 het bevel tot de evacuatie van de K.W. Stelling zonder dat die ten volle verdedigd werd. Het Duitse leger wist immers een doorbraak te forceren in de streek van Sedan en in het noorden heeft Nederland zich overgegeven. Het veldleger zal aan het eind van de dag de K.W. Stelling ontruimen en zich terugplooien op de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde. De aftocht zal in drie nachtelijke etappes afgelegd worden waarbij men aan het Kanaal van Willebroek en aan de Dender telkens een vertragingsmanoeuvre zal uitvoeren zodat de terugtocht op een veilige manier kan plaatsvinden. Aan het Kanaal van Willebroek zal de tijdelijke verdediging uitgevoerd worden door de 1Div die de noordelijke sector, vanaf de samenloop van de Schelde en Rupel tot in Willebroek voor zijn rekening zal nemen terwijl het kanaal tussen Willebroek en Vilvoorde door de beide Regimenten Grenswielrijders (1CyF en 2CyF) en eenheden van de Lichte Regimenten van de Rijkswacht (1LR en 2LR) beveiligd zal worden. Er is echter geen divisiestaf die de actie van deze vier regimenten coördineert. Ten zuiden van Vilvoorde neemt het Britse leger over. Langs de Dender zal de 1ste Divisie Ardeense Jagers (1DivChA) instaan voor de beveiliging.

In navolging van de nieuwe orders zal de divisie zich tijdens de nacht van 16 op 17 mei verplaatsen naar de regio Vilvoorde-Merchtem.  Als enige overgangspunt over het Kanaal van Willebroek zal de brug van Vilvoorde gebruikt worden.  Alle motorvoertuigen moeten de sector van de 5Div om 20u00 verlaten.  De artillerie, het paardengerij van het Geneeskundig Korps en het Peloton voor Infanteriemunitie zullen om 21u00 volgen. Het gros van de divisie zal dan de K.W. Stelling verlaten vanaf 22u00.  De divisiestaf verneemt via 4J dat de naburige Britse troepen eveneens het bevel gekregen hebben om vanaf 21u00 terug te trekken.  Hun infanterie zal per vrachtwagen vervoerd worden.

Achterhoede/5Div
Generaal-majoor Chardome leidt de achterhoede van de 5Div en coördineert de terugtocht van de regimenten in eerste lijn van de divisie.  De aftocht van 2J en 4J zal gedekt worden door een mobiele achterhoede bestaande uit de drie pelotons verkenners van de infanterieregimenten, het EskCy 5Div en een sectie met twee T13 van het 2de Regiment Lansiers (2L). Deze mobiele achterhoede zal in een eerste fase om 21u00 de bataljons in eerste lijn aflossen door op de contactlijn enkele achterhoedeposten te bemannen. Vanaf 22u00 verlaten de bataljons in lijn hun stellingen onder dekking van de achterhoedeposten en worden opgevangen door de bataljons opgesteld in tweede echelon regiment. In de ondersector van 2J is dit I/2J en in de ondersector van 4J is dit IV/4J versterkt met elementen van III/1J. De achterhoede en de elementen die nog in contact zijn met de vijand zullen artilleriesteun krijgen van 11A dat vier batterijen aanduidt voor de artillerieondersteuning van de achterhoede. Deze vier batterijen moeten tot de volgende ochtend op post blijven. Nadat de bataljons die stonden opgesteld in eerste lijn zijn binnengelopen bij de bataljons in tweede echelon kunnen ook zij hun stellingen verlaten gedekt door de mobiele achterhoede. Deze mobiele achterhoede moet stand houden achter het Kanaal Leuven – Dijle tot 03u00 op 17 mei waarna zij geleidelijk aan kunnen terugtrekken richting Vilvoorde. Het 5Gn wordt belast met het vernielen van de bruggen over het Kanaal Leuven-Dijle en laat hiervoor technische wachten achter bij de ondermijnde bruggen. Majoor Hannesse, de bataljonscommandant van 5Gn, beslist rond 22u00 om persoonlijk nog een laatste inspectieronde uit te voeren langs de voorbereide vernielingen die bemand worden door een technische wacht. Ter hoogte van de brug van Tildonk wordt de auto van de majoor door een Britse pantserwagen van 5(UK)RIGD gemitrailleerd. Zijn chauffeur komt hierbij om, Maj Hannesse raakt zwaargewond.

GnK/5Div
De medische hulpplaats is sinds 11 mei operationeel in de school van Steenokkerzeel en kent hier een erg drukke bedrijvigheid. Tussen 11 mei en 16 mei zullen ongeveer 600 gewonde militairen opgenomen worden. Het Militair Hospitaal te Brussel kan het aantal doorgestuurde zieken en gewonden niet bijhouden. Het Medisch-Chirurgisch Centrum van Aalst is dan ook ingeschakeld als alternatieve bestemming voor de opgenomen militairen. De ambulancevoertuigen van de divisie zullen in die zelfde periode niet minder dan 1.350 patiënten transporteren. De hulpplaats wordt in de late namiddag gesloten en het materieel wordt op de voertuigen geladen. Wanneer de colonne om 19u45 klaar staat om te vertrekken wordt ze door een aantal Duitse vliegtuigen gemitrailleerd zonder dat hierbij schade wordt geleden. De medische eenheden verlaten Steenokkerzeel om 20u00 en verplaatsen zich naar Erpe. De colonne steekt tijdens de verplaatsing heel wat terugtrekkende soldaten te voet voorbij.

Achterhoede/5Div
GenMaj Chardome coördineert de ontruiming van de twee ondersectoren in eerste lijn en staat hiervoor in contact met Kapitein-commandant Maurice Nicolas, bataljonscommandant van I/2J die de achterwacht van 2J beveelt en met Majoor Woussen, bataljonscommandant IV/4J die de achterwacht van 4J beveelt. Voor I/2J staan nog steeds de achterhoedeposten opgesteld achter de anti-tankmuur. Deze posten worden bemand door het Pl Vknr 2J en een peloton van het EskCy 5Div versterkt met de twee T13 van 2L.

  • Achterhoede/2J
    In de ondersector van 2J bevindt het I/2J van Cdt Nicolas zich bij het aanbreken van de dag nog steeds op zijn stellingen in tweede echelon regiment.  Om 00u30 wordt de brug over de Lipsebeek tussen de stellingen van I/2J en de anti-tankmuur voortijdig opgeblazen door de vernielingsploeg van 5Gn.  Hiermee is de binnenlooproute van een van de achterhoedeposten afgesneden. Deze post die op dat ogenblik al onder vijandelijk vuur ligt wordt onmiddellijk geëvacueerd.  De T13 pantserwagen die zich bij de post bevindt rijdt om via de Wijgmaalsesteenweg en Haacht. De mobiele achterhoede neemt na het ontruimen van de voorste linies stelling op de voorlimiet van I/2J om het I/2J de mogelijkheid te geven zijn terugtocht aan te vatten. Het I/2J passeert de brug over het Kanaal Leuven-Dijle te Kampenhout omstreeks 04u00, onder dekking van de aanwezige detachementen van de mobiele achterhoede.  De Duitse voorhoede blijkt tijdens de nacht niet voorbij de anti-tankmuur te zijn opgerukt waardoor de terugtocht van het I/2J en de mobiele achterhoede vlot verloopt [13].  De brug van Kampenhout wordt om 05u30 vernield door 5Gn. Na het vernielen van de brug trekt de mobiele achterhoede zich terug via de Haachtsesteenweg en de Perksesteenweg.  De motorwielrijders van het Pl Vknr/2J blijven als allerlaatste achter en houden zich op aan de Perksesteenweg tot ongeveer 08u00 in de ochtend waarna ze zich verplaatsen naar de oostrand van Peutie waar ze opgewacht worden door de twee T13 van 2L.  Een uur later vervoegt dit detachement de oostrand van Vilvoorde om vervolgens als laatste Belgische troepen de brug van Vilvoorde over te steken waar ze opgewacht worden door GenMaj Chardome die om 10u12 het bevel geeft de brug te vernielen.
  • Achterhoede/4J
    Maj Woussen beschikt om middernacht over een achterhoede bestaande uit drie compagnies afkomstig van IV/4J en III/1J, het EskCy 5Div(-) en het Pl Vknr/4J. Een compagnie van IV/4J staat opgesteld langs het Kanaal Leuven – Dijle van Wijgmaal tot Tildonk versterkt met enkele achterhoedeposten van de mobiele reserve geleverd door het EskCy 5Div en het Pl Vknr/4J. Een compagnie van III/1J bevindt zich te Tildonk om er de genie te beschermen die de brug moet vernietigen. Een compagnie versterkt met een peloton mitrailleurs staat dwars op de Mechelsesteenweg met front richting Herent opgesteld om de rechterflank van de 5Div te beveiligen. De Britse eenheden die volledig gemotoriseerd zijn hebben zich namelijk sneller uit hun divisiesector kunnen terugtrekken dan de 5Div die te voet afmarcheerde. Het bruggenhoofd in de Remy-fabriek werd pas ontruimd tegen middernacht waarna de houten loopbrug tot ontploffing wordt gebracht. Na de vernieling van de passerelle proberen de Duitsers het kanaal met rubberboten over te steken, maar dit mislukt door gericht vuur van de achterhoedeposten.  Een mitrailleurploeg in de gebouwen van de Remy-fabriek, die niet op de hoogte werd gebracht van de ontruiming van het bruggenhoofd, blijft gericht vuur afgeven waardoor de Duitsers de fabrieksgebouwen omzichtig benaderen. Om 02u00 wordt de brug van Tildonk vernietigd waarna de resterende elementen het III/1J de K.W. Stelling verlaat . De achterhoede van 4J marcheert via Kampenhout, Perk en Peutie naar Vilvoorde waar ze de brug passeren tussen 09u00 en 10u00.  

Staf/5Div
Luitenant-generaal Spinette bereikt de brug van Vilvoorde in de tweede helft van de nacht van 16 op 17 mei en houdt hier enkele uren halt om het voorbijtrekken van zijn colonnes na te gaan.  De brug is ondermijnd door de Britse genie die de generaal laat weten dat het kunstwerk weldra zal opgeblazen worden.  Spinette bekomt dat de vernieling uitgesteld zal worden tot na de doortocht van de laatste Belgische troepen [14]. De eenheden hergroeperen ten westen van het kanaal van Willebroek waardoor de eerste fase van de terugtocht van de 5Div naar de lijn Terneuzen – Gent – Oudenaarde gerealiseerd is. De ondereenheden van de 5Div worden in volgende etappeplaatsen ondergebracht:

  • Hoofdkwartier 5Div en 10A: Merchtem
  • 11A: Breestraten
  • 1J, 5Gn, 5TTr: Wolvertem
  • 2J en versterkingen: Beigem
  • 4J en versterkingen: Grimbergen en Sint-Brixius-Rode, ten noorden van de baan Vilvoorde-Merchtem
  • Geneeskundig Korps: Meuzegem
  • Peloton voor Infanteriemunitie: wijk Den Dries te Wolvertem

In deze kantonnementen kunnen de eenheden zich reorganiseren en uitrusten voor de tweede fase van de terugtocht. Een nieuwe nachtmars moet de eenheden ten westen van de Dender brengen. In de late namiddag loopt het fout wanneer de Duitsers rond 14u00 bij verrassing het kanaal oversteken nabij Humbeek-Sas. Het 2J dat in Beigem gekantonneerd is had uit voorzorg zijn Pl Vknr naar de brug gestuurd. Net op het ogenblik dat het peloton bij de brug toekomt zijn ze getuige van de Duitse aanval waarna onmiddellijk de Staf/2J en de Staf/5Div op de hoogte gebracht worden van de situatie. De divisie geeft het 2J, die te Beigem het dichts bij het kanaal gekantonneerd zijn, de opdracht om defensieve stellingen innemen ten oosten van Beigem. Rond 15u00 wordt het kantonnement van het 5de Linieregiment (5Li) te Humbeek aangevallen. Het 5Li, dat zich tussen het kantonnement van 2J en het Kanaal van Willebroek bevindt reageert onmiddellijk door zijn IIde Bataljon defensief op te stellen ten oosten van Humbeek dwars op de weg van Het Sas en Humbeek. Elementen van VI/2J versterkt met het Pl Vknr/2J worden naar de brug over het Kanaal van Willebroek te Het Sas gestuurd om er het II/5Li en het 1ste Regiment Grenswielrijders (1CyF) te versterken. Het II/2J en II/5Li slagen er na hevige gevechten in de infiltratie in de buurt van Humbeek te stoppen. Bij de gevechten te Humbeek en in Het Sas sneuvelen 12 Jagers en 22 Lignards. Tijdens de nacht van 17 op 18 mei wordt marcheert het gros van de 5Div naar het Bruggenhoofd Gent, afgeschermd door II/5Li en II/2J die ter plaatse blijven om het Duitse bruggenhoofd op de westelijke oever van het Kanaal van Willebroek in te dijken.

1Cie Getrokken C47mm/5Div
De 1Cie C47mm/5Div wordt samen met het gros van 4J ingekwartierd te Grimbergen. Tot de namiddag verloopt alles rustig in het kantonnement van het 4J.  Wanneer na de middag echter een detachement motorwielrijders van de IIde Groep van het 1ste Licht Regiment (II/1LR) in alle paniek doorheen Grimbergen stuift, laat Kolonel SBH Dengis het II/4J aan de oostrand van Grimbergen ontplooien, onder dekking van het Peloton Verkenners. Wanneer de Staf/4J verneemt dat te Humbeek een aanval op de kantonnementen van 5Li plaatsvindt, laat Dengis de volledige 1Cie Getrokken C47mm/5Div ontplooien langs de noordrand van Grimbergen.

GnK/5Div
De colonne van het GnK is de ganse nacht van 16 op 17 mei onderweg en komt rond 05u00 aan te Erpe, net ten westen van Aalst. Bij het passeren van Aalst staan meerdere huizen nog in brand ten gevolge van het luchtbombardement dat de dag voordien op de stad werd uitgevoerd. Bij aankomst in Erpe worden de voertuigen niet uitgeladen. Ze worden verdekt opgesteld en klaar gemaakt voor een volgende nachtelijke verplaatsing. Te Erpe worden kantonnementen opgezocht om gedurende de rest van de dag uit te rusten voor de volgende verplaatsing die zal plaatsvinden tijdens de nacht van 17 op 18 mei. Er wordt vanaf nu vooral ’s nachts gereden om geen doelwit te vormen voor de Duitse luchtmacht. De ganse dag passeren burgers op de vlucht de dorpskern van Erpe. Om middernacht verlaat de colonne van het Geneeskundig Korps Erpe om zich naar Oosterzele te begeven.

Staf/5Div
De 5de Infanteriedivisie houdt halt in zijn nieuwe kantonnementsgebied rondom het dorp Erpe.  De divisie zal worden ingeschakeld voor de verdediging van het Bruggenhoofd Gent en zal onder het bevel van het VI/LK een sector innemen tussen Semmerzake en Munte.

GnK/5Div
De colonne van het GnK, die om middernacht uit Erpe vertrok, komt omstreeks 05u00 toe te Oosterzele waar rustkantonnementen worden ingenomen. De manschappen krijgen de raad om zo veel mogelijk binnen te blijven en de voertuigen aan het zicht van de vijandelijke vliegeniers te onttrekken door ze in schuren en loodsen te parkeren. Om 18u00, na het invallen van de duisternis verlaat de colonne het Geneeskundig Korps Oosterzele om zich naar Wakken te begeven. De colonne komt toe te Wakken rond 22u00 waarna de soldaten worden ondergebracht in een theaterzaal om de nacht door te brengen.

Initiële opstelling voor de verdediging van de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde.

Staf/5Div
De aftocht van het veldleger van de K.W. Stelling naar de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde die tijdens de nacht van 16 op 17 mei gestart is, moet op 19 mei voltooid worden. Het VIde Legerkorps heeft het bevel overgenomen over de volledige zuidoostelijke zone van het Bruggenhoofd Gent op de boog tussen Semmerzake en Kwatrecht. Er worden vier divisies ontplooid in deze zone. De Zone van het VILK is als volgt georganiseerd:

  • de 5de infanteriedivisie krijgt de sector Semmerzake-Munte toegewezen
  • de 4de infanteriedivisie wordt gecentraliseerd in de sector Munte-Betsberg
  • de 2de infanteriedivisie sluit de linies af door inname van de sector Betsberg-Kwatrecht
  • de 1DivChA zal opgesteld worden in diepte achter de Schelde

Tijdens de derde en laatste nachtelijke etappe van de terugtocht K.W. Stelling komt de 5de Infanteriedivisie aan op zijn nieuwe posities langsheen de zuidrand van het Bruggenhoofd Gent. Van Erpe wordt via Burst en Eke het bruggenhoofd binnen gemarcheerd in de richting van Vurste. De terugtocht wordt gedekt door de achterhoede van het Wielrijderseskadron van de 5de Infanteriedivisie die zich voor deze opdracht te Impe gehergroepeerd hebben. Bij aankomst in het Bruggenhoofd Gent neemt de 5Div de ondersector van het 7Li over. Het 7Li van de 4Div bezette tijdelijk de Sector Semmerzake-Munte tot de aankomst van de 5Div.

Het Bruggenhoofd Gent (in 1940 beter bekend onder zijn Franse naam TPG – Tête de Pont Gand) werd gevormd door een bunkerlinie ten zuiden van Gent. De verdedigingslinie bestond uit 228 betonnen bunkers die in het algemeen een portaal hadden en één tot drie ruimten afgesloten door een gepantserde deur. Vier bunkers hadden nog een verdieping en 35 waren uitgerust met een stalen waarnemingskoepel.

In de divisiesector van de 5Div bevindt zich het weerstandsnest Muntekouter, één van de twee weerstandsnesten in de bunkergordel.  In dit weerstandsnest staan de bunkers vrij kort tegen elkaar en men vindt er ook alle bunkertypes terug: van de lichte éénkamerbunkers tot de zwaardere bunkers voor C47mm. De verdediging verloopt hier in de vier windstreken. De bunkers hadden hier praktisch dezelfde functie als een fort en het geheel moest volledig op zichzelf kunnen standhouden.

Van de te verdedigen stelling is voor de oorlog een volledig dossier met de opstelling en bezetting opgemaakt. Dit dossier evenals de sleutels van de abri’s zijn evenwel verloren gegaan en de eenheden van de 5Div moeten zelf uitzoeken waar zich de bunkers bevinden. De Cointet en Tetraëder anti-tank hindernissen zijn nooit geplaatst en ook de draadhindernissen zijn op vele plaatsen opgeruimd door de boeren die hun vee naar de weiden moesten brengen. De eenheden van de 5Div die de stelling zullen bemannen moeten de bunkers zelf inrichten en ook de verbindingsloopgraven terug in orde brengen.

De drie regimenten van de 5Div nemen de stelling van het 7Li over en zullen als volgt ontplooid worden:

  • Het 4de Jagers te Voet krijgt de linker ondersector Munte en leunt aan bij het 7Li van de 4Div
    • Op het eerste echelon wordt het IIIde Bataljon opgesteld in kwartier west, en het IIde Bataljon in kwartier oost.  Het IIIde Bataljon wordt hiermee verantwoordelijk voor het weerstandsnest Muntekouter.  Het IIde Bataljon verdedigt het dorp Munte.
    • Het Iste Bataljon zal het tweede echelon van de regimentspositie bezetten.
    • De frontlinie wordt gedekt door twee voorposten.  Een eerste voorpost zal ingericht worden bij herberg Het Hert te Baaigem, en de tweede voorpost op het gehucht Het Heet.
  • Het 1ste Jagers te Voet krijgt de ondersector Vurste in het centrum toegewezen;
  • Het 2de Jagers te Voet krijgt de rechter ondersector Semmerzake en maakt de verbinding met het 8Li van de 9Div.
    • Het regiment beschikt nog slechts over twee van de drie fuseliersbataljons.  Hiermee worden twee echelons ingericht.  De restanten van het IIde Bataljon die het regiment bijgebeend hebben, worden voorlopig bij het IVde Bataljon gevoegd.
  • Het divisiehoofdkwartier is opgesteld in Klosse nabij De Pinte.
  • De Medische Hulpplaats van de divisie wordt ingericht in de gebouwen van de Sint-Maartenskring te Petegem-aan-de-Leie.

GnK/5Div
De manschappen ontwaken in Wakken waar alles nog kalm is. De voertuigen worden niet ontladen want het is niet in Wakken dat de medische hulpplaats zal worden opgesteld. De soldaten krijgen de kans om naar de zondagsmis gaan hetgeen door enkelen wordt aangegrepen om er vandoor te gaan. Rond het middaguur wordt Wakken verlaten en wordt een verplaatsing uitgevoerd naar Petegem-aan-de-Leie dat tegen 15u00 bereikt wordt. Hier wordt de medische hulpplaats van de divisie ingericht in de gebouwen en de ommuurde binnenkoer van de Sint-Maartenskring, een toneelgezelschap van Petegem. De gebouwen liggen aan de Kortrijksesteenweg 84 tegenover het klooster [15].  Van hier uit moeten slachtoffers overgebracht worden naar het Medisch-Chirurgisch Centrum op niveau leger te Torhout.  De hele dringende gevallen mogen per uitzondering naar het Militair Hospitaal te Gent vervoerd worden.

TptK/5Div
Het PARa wordt gestationeerd op het Kasteel van Wielsbeke.  Het Atelier voor Herstelling van het Wagenpark wordt geopend te Oostrozebeke.

Staf/5Div
Van Munte tot Semmerzake staan de drie regimenten als volgt opgesteld: het 4J bezet de linkerflank, het 2J bezet de rechter ondersector en het 1J wordt in tweede echelon opgesteld achter 4J en 2J. Het HK bevindt zich nog steeds in Klosse.

GnK/5Div
In de medische hulpplaats te Petegem wordt alles in gereedheid gebracht voor de komst van de eerste gewonden, het materieel wordt opgesteld en er wordt grondig gepoetst. Tegen de avond komen enkele gewonden binnen.

Staf/5Div
De 5de infanteriedivisie blijft op post aan het Bruggenhoofd Gent. Het blijft rustig in hun sector en zullen geen noemenswaardige gevechten uitbreken. Het zwaartepunt van de Duitse opmars door Vlaanderen ligt de komende dagen in de richting van het Kanaal Gent-Terneuzen en Gent en de sectoren aan de Bovenschelde net ten zuiden van de stad worden voorlopig ontzien.
Het HK bevindt zich nog steeds in Klosse.

GnK/5Div
Alles blijft rustig bij het Geneeskundig Korps dat zich een twintigtal kilometer achter de voorste linies bevindt. In de loop van de dag bereikt de Duitse voorhoede de voorste linies van de 5Div en de eerste schermutselingen vinden plaats. Er vallen enkele gewonden bij het 4de Regiment Jagers te Voet die naar de medische hulpplaats van Petegem worden afgevoerd. Onder hen een gevangen genomen Duitse militair.

Staf/5Div
Na de Duitse doorstoot tot Abbeville aan de Atlantische kust zijn de geallieerde legers in Noord-Frankrijk en Vlaanderen geheel omsingeld. Het geallieerde oppercommando heeft op 21 mei tijdens de Conferentie van Ieper besloten om de Schelde-linie op te geven. Hierop bepaalt de Belgische legerleiding tijdens de ochtend van 22 mei dat onze strijdkrachten niet zoals afgesproken zullen terugtrekken naar de Ijzer, maar stand zullen houden langsheen de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie. Het Groot Hoofdkwartier laat deze terugtocht in twee fases uitvoeren en bepaalt dat de troepen opgesteld tussen het Bruggenhoofd Gent en Oudenaarde zich tijdens de nacht van 22 op 23 mei moet terugtrekken naar de Leie. In deze eerste fase zullen tevens een aantal troepen teruggetrokken worden uit het Bruggenhoofd Gent, de stad Gent en het Kanaal Gent-Terneuzen. Deze zones zullen dan definitief ontruimd worden tijdens de nacht van 23 op 24 mei. 

In de eerste fase, tijdens de nacht van 22 op 23 mei zullen de 16Div en de 18Div herontplooien om de stad Gent te verdedigen; de 1Div zal de stad verlaten en naar de streek van Kortrijk verhuizen, de 2Div en de 4Div zullen het bruggenhoofd Gent verlaten, terwijl ten zuiden van de stad de 1Div Ardeense Jagers en de 5Div nog achter de Schelde opgesteld blijven teneinde de terugtocht van de 2Div en de 4Div te ondersteunen. In de tweede fase, tijdens de nacht van 23 op 24 mei zullen de 1Div Ardeense Jagers en de 5Div zich vervolgens achter de Leie terugplooien.

Bij de infanterieregimenten van de 5Div zal het 1J de Schelde oversteken via de wegbrug en de militaire loopbrug te Eke.  Het 4J zal gebruik maken van de militaire EAP brug over de Schelde te Teirlinck (oftewel Teirlinckput – TBC).  Het 2J tenslotte zal zijn colonnes verdelen over de beide bruggen.  Generaal-majoor Chardome wordt verantwoordelijk voor de achterhoede die voor elk van de infanterieregimenten zal bestaan uit twee pelotons per bataljonsvak van het eerste echelon.  Deze vaste elementen zullen gedekt worden door een mobiele achterhoede bestaande uit de Pelotons Verkenners en het Wielrijderseskadron.

GnK/5Div
De medische hulppost blijft de ganse dag actief te Petegem, verschillende gewonden worden er verzorgd. In de verte horen de brancardiers het schieten van de artillerie. Om 20u00 wordt het bevel geven om de medische hulpplaats op te laden. Er moet een verplaatsing gemaakt worden naar Lotenhulle.

TptK/5Div

  • PAMI/TptK
    Vanaf 18u30 start het Autopeloton voor Infanteriemunitie van de divisie met het ophalen van alle munitie in overtal uit de bunkers van het bruggenhoofd.  Alleen de organieke dotatie zal behouden worden binnen de eenheden.

Staf/5Div
Tijdens de nacht van 22 op 23 mei steekt de 5de infanteriedivisie de Schelde over en neemt nieuwe posities in tussen de Schelde en de Leie, ten oosten van Deinze. De regimenten bemannen een dwarsstelling tussen Astene en Eke om de terugtocht van de andere troepen uit het Bruggenhoofd Gent te helpen beveiligen.  Deze sector is verdeeld in drie ondersectoren:

  • Ondersector Astene: 2J
  • Ondersector Nazareth: 4J
  • Ondersector Eke: 1J

Het 2J stelt zijn IIIde Bataljon op in deze ondersector.  Het Iste Bataljon vormt samen met het Wielrijderseskadron de reservemacht van de divisiestaf.  Deze eenheden worden samen met de divisiestaf te De Pinte ondergebracht.

De 5de divisie zal zich tijdens de nacht van 23 mei via Deurle terugtrekken uit het gebied tussen de Leie en de Schelde en het EskCy 5Div keert die avond terug naar de Leiebrug om er de achterhoede te vormen. Generaal-majoor Chardome, bevelhebber infanterie van de 5de divisie, blijft de ganse nacht op post bij de brug van Deurle om de divisie te zien voorbij marcheren.

GnK/5Div
Het Geneeskundig Korps bereikt kort na middernacht Lotenhulle. Onmiddellijk wordt gestart met de installatie van de medische hulpplaats. Gedurende de dag komen er veel gewonden toe in de medische hulpplaats, zowel militairen als burgers. De ambulances worden ingezet om gewonden af te voeren naar het Sint-Andriesziekenhuis aan de Krommewalstraat te Tielt. Korporaal Hilaire Pollet, één van de gewonde militairen die wordt binnengebracht, sterft aan van zijn verwondingen in het lazaret en wordt door de brancardiers van het GnK begraven op het kerkhof van Lotenhulle [15].

Staf/5Div
Tijdens de nacht van 23 op 24 mei neemt de 5de Infanteriedivisie zijn nieuwe verdedigingslinies in aan het Afleidingskanaal van de Leie.  De nieuwe ondersector wordt in het noorden begrensd door een lijn tussen de noordelijke hoek van het Kranepoelmeer nabij Bellem en de brug van de spoorlijn Brussel-Oostende over het Afleidingskanaal.  Deze brug wordt verdedigd door de 5Div.  Vanaf hier vervolgt de 2Div het front.  In het zuiden wordt de grens van de sector gevormd door de baan van Nevele naar Lotenhulle.  Het dorp Nevele is voor rekening van de naburige 4Div.

Initiële opstelling van de 5Div aan het Afleidingskanaal van de Leie op 24 mei 1940.

Initiële opstelling van de 5Div aan het Afleidingskanaal van de Leie op 24 mei 1940.

De divisie wordt als volgt in lijn opgesteld:

  • De divisiestaf is ondergebracht te te Lotenhulle.
  • Het 1ste echelon loopt langs de westelijke oever van het kanaal.  Het 2de echelon volgt de loop van de Kozijnbeek, en leidt dan naar de gehuchten Bosstraat en Borrewal.  Het 3de echelon verbindt het gehucht Reibroek met de kapel van Braamdonk.
  • Van noord naar zuid zullen het 4J, 2J en 1J opgesteld worden.  Het 4J en 1J plaatsen telkens één bataljon op elk van de echelons.  Het 2J beschikt nog slechts over twee fuseliersbataljons en laat zijn derde echelon dan ook onbezet.
  • Het 11A blijft artilleriesteun leveren, met de Iste Groep ten voordele van het 4J, de IIde Groep bij het 2J en de Iste Groep bij het 1J.  De houwitsers van de IVde Groep vormen het algemeen vuursteunelement voor de divisie.
  • De divisie beschikt ook nog over de Compagnie T13 van de 8Div.  Deze wordt te Lotenhulle behouden, samen met het Wielrijderseskadron.

De inplaatsstelling wordt voltooid tegen 11u00.

Om 18u30 beveelt de divisiestaf aan het IIIde Bataljon van het 1J  om zich te verplaatsen naar het gehucht Prostdij, ongeveer halverwege tussen Lissewege en Poesele.  Het VIde Legerkorps wil hiermee een mogelijke doorbraak blokkeren in de sector van de 4Div.  Bij deze divisie ontbreekt immers een relatief groot deel van de collectieve bewapening, en de formatie wordt beschouwd als een zwakke schakel in het front.

Ten gevolge van het vertrekt van het III/1J moet het derde echelon gereorganiseerd worden.  Het Iste Bataljon van het 4J moet zich verspreiden tussen Reibroek en Braamdonk om de drie regimenten te dekken met telkens een compagnie.

GnK/5Div
De medische hulpplaats van de 5Div staat bij het begin van de dag nog steeds opgesteld te Lotenhulle. Tijdens de ochtend wordt al een gedeelte van de infirmerie overgeplaatst naar Wingene. Een tweede detachement moet nog in Lotenhulle blijven. ’s Middag krijgen ook de achterblijvers bevel om naar Wingene te vertrekken. Het materieel wordt opgeladen waarna de colonne tegen 15u00 vertrekt. Het laatste deel van het GnK komt om 16u00 aan te Wingene. De verplaatsing is zonder incidenten verlopen. Vanuit Wingene is het kanongebulder van aan de frontlinie nog duidelijk te horen en de eenheid wordt voortduren overvlogen door vijandelijke vliegtuigen.

Staf/5Div
Bij de 4Div ten zuiden van de 5Div leidt een vijandelijke aanval in de ondersector van het 15Li tot een totale ineenstorting van het front.  Het 15Li desintegreert en ook het 7Li en 11Li worden al snel teruggedrongen.  De gebeurtenissen bij de 5Div zullen op 25 mei dan ook voor het allerbelangrijkste deel bepaald worden door wat zich bij de 4Div voordoet.

In een eerste reactie laat Luitenant-generaal Spinette het dorp Lotenhulle en zijn divisiehoofdkwartier veilig stellen door het ontplooien van het Wielrijderseskadron en de drie T13 pantserwagens ten zuiden van dit dorp.

Wanneer rond 10u30 het dorp Nevele in handen van de vijand valt, laat de divisiecommandant het Wielrijderseskadron opschuiven in de richting van het gehucht Bollestraat.  Ook wordt het Iste Bataljon van het 4J weggehaald van het derde echelon on zich op te stellen tussen Braamdonk en Veldeken.

Een goed half uur later wordt besloten om een volwaardige dwarsstelling uit te bouwen met front naar de sector van de 4Div.  Tegen het middaguur worden de volgende bevelen verspreid:

  • Tussen Lotenhulle en het eerste echelon van ondersector zuid zal een dwarsstelling bezet worden over Bollestraat, Braamdonk en Veldeken, bestaande uit van west naar oost het Wielrijderseskadron van de 5Div, het Iste Bataljon van het 4J, het IIIde Bataljon van het 2J en het Iste Bataljon van het 1J.
  • De troepen moeten het vuur openen op elke vijand, verrader of burger die zich voor deze linie aandient.
  • Er moet zo snel mogelijk contact gemaakt worden met de bevriende troepen te Poesele.  Hiervoor zal het Iste Bataljon van het 1J zuidwaarts geschoven worden.
  • Zodra de situatie bij de 4Div duidelijker geworden is, moeten de troepen per peloton naar het Afleidingskanaal vorderen in de hoop het verloren gegane terrein te heroveren.
Aanpassingen doorgevoerd op 25 mei. De posities in stippellijn werden bevolen om 11u00, na de vijandelijke doorbraak bij de naburige 4Div. De posities aangeduid met de letters CA betreffen de tegenaanval naar de Poekebeek bevolen om 21u00 door het VIde Legerkorps.

Aanpassingen doorgevoerd op 25 mei. De posities in stippellijn werden bevolen om 11u00, na de vijandelijke doorbraak bij de naburige 4Div. De posities aangeduid met de letters CA betreffen de tegenaanval naar de Poekebeek bevolen om 21u00 door het VIde Legerkorps.

Na de middag is het even niet duidelijk meer of de Duitsers nog steeds in Nevele zijn.  Om 13u30 krijgt het 1J het bevel om patrouilles uit te sturen naar Nevele, en in het dorp een peloton te ontplooien indien de vijand vertrokken zou zijn. 

Om 15u15 beveelt de divisiestaf aan Kolonel Dagois van het 1J om een tegenaanval uit te voeren naar Meigem met zijn IIde Bataljon en met het IIIde Bataljon van het 2J dat zich ten westen van deze eerste eenheid bevindt.  De beide bataljons krijgen de steun van een paar T13 tankjagers.  De tegenaanval moet door infiltratie met kleine detachementen gebeuren.

Tegen 18u00 is het gros van het IIde Bataljon te Nevele.  De vijandelijke aanwezigheid maakt echter dat het bataljon niet ken overgaan tot de bezetting van het dorp.  Het II/1J en III/2J trekken zich terug achter de Poekebeek en graven zich hier in.  Hierbij wordt te Poesele de aansluiting gemaakt met het III/1J.  Tegen 21u00 ontstaat zo een min of meer continu front langsheen de beek, dat vanaf de noordrand van Nevele tot aan Beekkant bezet wordt door de 5Div.

Om 20u00 gaat het I/4J over naar de 4de Infanteriedivisie.  Het bataljon zal tijdens de nacht van 25 op 26 mei doorgestuurd worden naar Aarsele om in dit dorp front te maken naar het oosten.  Hiermee moet een mogelijke verdere doorbraak van de Duitse troepen rond Vinkt geblokkeerd worden.  Het I/4J zal hierbij echter niet aangehecht worden bij de 4de Infanteriedivisie, maar wel bij de 1ste Divisie Ardeense Jagers.

GnK/5Div
De medische hulpplaats wordt niet aangevallen en kan ongestoord zijn opdracht vervullen. Tegen de avond komen weer veel gewonden toe. Het is een drukke dag geweest voor het personeel van de medische hulpplaats.

Staf/5Div
Ten gevolge van het wegvallen van de 4de Infanteriedivisie, is de sector toegewezen aan de 5de Infanteriedivisie veel te breed geworden.  De divisiestaf heeft de controle over het front aan het Afleidingskanaal van de Leie tussen Landegem en Nevele, en langsheen de dwarsstelling langsheen de Poekebeek.  Samen bedraagt dit zo’n 10Km.

In de avond van 26 mei besluit Luitenant-generaal Spinette om zijn sector te reorganiseren:

  • De divisiestaf zal tijdens de eerste helft van de nacht van 26 op 27 mei verhuizen naar een nieuwe locatie in het gehucht Sterrewijk ten westen van Aalter.
  • Ondersector West wordt toegewezen aan Kolonel SBH Dengis die de verdediging van het westelijke uiteinde van de dwarsstelling van de Poekebeek overneemt.  De kolonel krijgt zo het bevel over het IIde Bataljon van het 4J en het IIIde Bataljon van het 1J.  Hij neemt de commandopost over van de 5Div te Lotenhulle.  Ten westen van de ondersector van Dengis start de sector van de 1ste Divisie Ardeense Jagers en liggen de posities van het IIIde Bataljon van het 2ChA.  De artilleriesteun van deze ondersector wordt geleverd door de III/11A.
  • Ondersector Centrum staat onder het bevel van Kolonel Dagois van het 1J en omvat het oostelijke deel van de dwarsstelling van de Poekebeek.  Dagois beschikt hiervoor over het II/1J langsheen de kanaaloever bij Nevele, het III/2J langsheen de Poekebeek net ten westen van Nevele, en over het I/1J op het tweede echelon.  De artilleriesteun wordt geleverd door de II/11A.
  • De positie langsheen het kanaal wordt Ondersector Oost onder het bevel van Kolonel SBH Lescornez van het 2J.  Hij beschikt over het I/2J en het III/4J.  Deze ondersector wordt gesteund door de I/11A.

GnK/5Div
De toestand aan de frontlinie wordt hachelijk. Dit merken ze ook in de medische hulpplaats waar standvastig gewonden van alle rangen toekomen; officieren, onderofficieren en soldaten. Ook twee gevangen genomen Duitsers krijgen verzorging. Sommige gewonden overleven hun verwondingen niet en sterven tijdens de behandeling.

Staf/5Div
Ook nog tijdens de eerste helft van de nacht van 26 op 27 mei laat de divisiestaf drie routes voor een mogelijke evacuatie verkennen en afbakenen door het 5Gn.  De 5Div wil hiermee verzekeren dat bij een terugtocht van het Afleidingskanaal zoveel mogelijk materieel kan gerecupereerd worden.  De staf is vanaf 01u30 operationeel in het gehucht Sterrewijk.

Voor het front van de 5Div opereert nog steeds de Duitse 225. Infanteriedivision.  Bij deze divisie worden het 376ste en het 377ste regiment in westelijk richting gestuurd.  Het 333ste regiment krijgt echter Poesele als objectief en zal hiermee de grootste bedreiging vormen voor de 5Div in Ondersector West en Ondersector Centrum.

Omstreeks 14u00 laat het VIde legerkorps weten dat in de nacht van 27 op 28 mei alle formaties teruggetrokken zullen worden naar een volgende verdedigingslinie tussen Knesselare, Sint-Joris, Maria-Aalter, Ruiselede en Tielt. 

Luitenant-generaal Spinette laat de voorbereidingen starten voor deze nieuwe terugtocht.  De divisie moet zich in de komende nacht terugtrekken naar de steenweg Aalter-Tielt.  Hierbij wordt bepaald dat Kolonel SBH Dengis van 4J verantwoordelijk zal worden voor de vaste achterhoede die opgesteld zal worden tussen de gehuchten Markette en Bollewegel ten noordoosten van Lotenhulle.  De achterhoede zal bestaan uit het IIde Bataljon van het 4J, het Wielrijderseskadron, het Peloton Verkenners van het 4J, en twee T13 tankjagers.  Deze formatie zal gesteund worden door de Iste en IIde Groep van het 11A.  Het Wielrijderseskadron zal achter het II/4J ontplooid worden.  De inplaatsstelling van deze vaste achterhoede start vanaf 19u30, en verloopt zonder grote problemen.

Vervolgens wordt de ganse sector van de 5Div ontruimd.  De eenheden verlaten hun stellingen vanaf 20u15 en trekken tussen 20u30 en 23u30 doorheen de achterhoedepositie van Kolonel SBH Dengis.

Om middernacht tijdens de nacht van 27 op 28 mei krijgt Kolonel SBH Dengis volmacht om het einde van de achterhoedeopdracht zelf te bepalen.  De kolonel beveelt dat de lijn Markette-Bollewegel om 01u15 zal opgeheven worden.   

GnK/5Div
Het blijft druk in het lazaret, alleen al in de voormiddag worden honderd gewonde militairen binnengebracht. Ondertussen neemt de luchtdreiging niet af, talrijke vliegtuigen blijven overvliegen. Om 10u00 wordt Wingene gebombardeerd. Enkele bommen vallen in de onmiddellijke omgeving van de medische hulpplaats. Bij het bombardement valt er één dode en meerdere gewonden. De ruiten van het gebouw waar de hulpplaats is geïnstalleerd breken. Er ontstaat paniek maar toch moet er doorgewerkt worden want de gewonden blijven toestromen. Het verplegend personeel raakt uitgeput door het vele werk en de angst voor nieuwe bombardementen.

Staf/5Div
De staf van 5de Infanteriedivisie verplaatst zich tijdens de eerste helft van de nacht van 27 op 28 mei naar het gehucht Plattebeurze, even ten noorden van Hekke.  Deze locatie is echter niet veilig omwille van de snelle Duitse opmars.  Het hoofdkwartier trekt verder naar Ruddervoorde en installeert zich hier op het Kasteel Pecsteen even ten noorden van de dorpskern.  Hier wordt even na 07u30 het nieuws van de capitulatie vernomen.

GnK/5Div
De medische hulpplaats staat nog steeds te Wingene. Wanneer de manschappen ’s morgens opstaan, zien ze verschillende troepen voorbijtrekken. Soldaten bezatten zich in de kroegen van het dorp. Het gerucht doet de ronde dat de oorlog afgelopen is, er worden echter geen nieuwe orders gegeven.

GnK/5Div
Er zijn nog steeds geen nieuwe orders, er wordt wat gegeten en gewacht. Om 16u30 wordt bevel gegeven om de hulpplaats op te laden en in colonne naar Ruddervoorde te rijden waar de rest van de divisie zich bevindt. De voertuigen moeten naar het Kasteel Lakebossen gebracht worden. Daar moeten de manschappen bij de voertuigen blijven wachten. Enkelen vinden dat het genoeg geweest is en vertrekken naar huis.

Na de capitulatie

Generaal-majoor Chardome

GnK/5div
Na de capitulatie blijven de soldaten van het Geneeskundig Korps zonder orders achter bij de voertuigen die geparkeerd staan in het park van het Kasteel Lakebossen. Veel eten is er niet, het blijft beperkt tot enkele droge beschuiten. Op 30 mei komen de eerste Duitsers aan op Kasteel Lakebossen en worden de manschappen ontwapend. Ze moeten van de Duitsers blijven wachten bij de voertuigen op verdere orders. Ondertussen wordt ook de soldij uitbetaald. Vanaf 6 juni krijgen ze eten van de Duitsers. Het Duits brood wordt allesbehalve op prijs gesteld. Op 7 juni komt uiteindelijk het bevel om te vertrekken. Om 10u00 wordt een colonne te voet samengesteld en er wordt afgemarcheerd via Wingene en Poeke naar Nevele. Hier worden ze per vrachtwagen naar Vinderhoute gebracht waar ze om 20u00 toekomen en de nacht doorbrengen. De manschappen verblijven nog tot maandag 10 juni te Vinderhoute. Op 11 juni wordt via Drongen en Gent naar Destelbergen gemarcheerd. Hier bekomen ze hun “Entlassungsschein” en mogen de dienstplichtigen naar huis terugkeren.

Generaal-majoor Lambert Chardome
Na vier jaar krijgsgevangenschap zou Generaal-majoor Lambert Chardome in 1944 door bemiddeling van Rex-leider Léon Degrelle terugkeren naar ons land met de intentie om het bevel op te nemen van de tot divisie verheven Waalse afdeling van de Waffen-SS.  De intenties van Chardome werden in de media afgekondigd.  Onder druk van zijn familie zag de generaal af van het plan, dat hem evenwel een gevangenisstraf van 15 jaar zou kosten.

Slachtoffers

EenheidNaamVoornaamFotoGraadStandKlas° op° te+ op+ teNota
Cie IntAERTSPaul, A.KplMil2124.09.1901Brussel23.05.1940Sleidinge
ARCA/TptKBOURDONFernand, C.SdtMil1926/12/1893Paris (F)10.05.1940Heers
C47DELARGELéon, C.A.AdjtMil3713.06.1914Liège27.05.1940Aarsele
PARA/TptDELAUWMaurice, E.SdtMil3517.10.1915La Louvière20.05.1940Gavere
Staf/5IDFONTAINEGuy, A. J.WmWDieN3114.04.1911Sint-Gillis29.05.1940KoksijdeGemobiliseerd uit 1G
C47/T13HUBEAUAndré, J.G.KplMil3723.04.1918Wanfercée-Baulet23.05.1940Brasschaat
PARA/TptMOTTOULLECharles, J.SdtMil2112.03.1901Jauche27.05.1940Oostende
C47QUINETEdgard, R.G.KplMil3620.04.1916Wangenies26.05.1940Aarsele
TptKVAN VLASSELAERPaul, L.G.WMMil3018.02.1910Court-Saint-Etienne20.05.1940Gavere

Bibliografie en Bronnen

  1. Achtergrondinformatie bij het Kanaal Brussel – Charleroi [On Line beschikbaar]: https://binnenvaartinbeeld.com/nl/kanaal_brussel_charleroi/kanaal_brussel_charleroi   [Laatst geraadpleegd 5 maart 2023].
  2. In het kader van de Belgische neutraliteitspolitiek wordt een beperkt gedeelte van de strijdkrachten opgesteld met front naar het zuiden, richting Frankrijk. Deze opstelling is eerder symbolisch vergeleken met de troepenaantallen die naar het oosten, richting Duitsland, staan opgesteld.
  3. Opstelling van de reserve van het leger rond Brussel aan de vooravond van 10 mei 1940. (Projectie op kaart uit het Rijksarchief).Doorheen de ganse mobilisatie heeft het Groot Hoofdkwartier (GHK) op roterende basis drie divisies als algemene reserve van het leger behouden. Eén divisie bevond zich steevast in het Kamp van Beverlo om een ver doorgedreven training uit te voeren. De twee andere werden ingezet om de Sector Leuven van de K.W. Stelling preventief te bemannen en om de Sector Halle – Ninove te beveiligen. Op 9 mei bevond de 11Div zich zo te Beverlo, de 10Div bezet de Sector Leuven en de 5Div bezet de Sector Halle – Ninove. De sector Halle – Ninove was gericht naar het zuidwesten (richting Frankrijk) en maakte deel uit van de Dwarsstelling (oftewel bretel) Bierges – Ninove die te Bierges aansloot op de K.W. Stelling. Een dwarsstelling wordt normaal opgericht wanneer de vijand de linies doorbreekt en dient om de eenheden in lijn die niet opgesteld staan daar waar de doorbraak gebeurde de tijd geven om het contact af te breken. Het GHK hield blijkbaar een slag achter de hand om, in het geval dat de Britten en de Fransen zich niet zouden ontplooien in België, een achterwaarts manoeuvre uit te voeren via de K.W. Stelling naar de Schelde en deze defensieve lijn (met de bruggenhoofden Gent en Antwerpen) te verlengen tot de Frans-Belgische grens. In dit scenario zou de 11Div zich dan opstellen tussen de 10Div en de 5Div om zo de flank van het Belgisch leger te beveiligen. (Deze analyse gebeurde op basis van een kaart van 1956 met de reconstructie van de opstelling van de Belgische troepen op 10 mei 1940 die zich in het Rijksarchief bevindt. Deze kaart is [On Line Beschikbaar]: https://search.arch.be/imageserver/topview.php?FIF=510/510_1531_000/510_1531_000_00862_000/510_1531_000_00862_000_0_0001.jp2 [Laatst geraadpleegd 6 oktober 2021]. Het bestaan van dit ‘contingency plan‘ moet nog door geschreven documenten bevestigd worden).
  4. Achtergrondinformatie bij kasteel Inkendael [On Line Beschikbaar]: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/40677 [Laatst geraadpleegd 13 juni 2020].
  5. Handgeschreven dagboekje opgesteld in het Nederlands door Soldaat Odiel Vanryckeghem. Sdt Vanryckeghem werd op 1 semptember 1939 opgeroepen als brancardier-verpleger bij het Geneeskundig Korps van de 5Div. In zijn dagboek beschrijft hij de periode van 1 september 39, het ogenblik van zijn mobilisatie tot 11 juni 40, het ogenblik waarop hij door de Duitsers zijn Entlassungsschein ontvangt en naar huis gestuurd wordt.
  6. Achtergrondinformatie bij de K.W. Stelling [On Line beschikbaar]:  http://www.kwlinie.be/ [Laatst geraadpleegd 6 oktober 2023].
  7. Het Kanaal Leuven – Dijle fungeert als lateraal kanaal van de Dijle. Het kanaal vertrekt aan de Vaartkom in Leuven en eindigt in de samenvloeiing Zenne-Dijle (bij het Zennegat). Tijdens de achttiendaagse veldtocht werd deze waterweg Leuvense Vaart genoemd. Achtergrondinformatie bij het Kanaal Leuven-Dijle [On Line beschikbaar]: https://nl.wikipedia.org/wiki/Kanaal_Leuven-Dijle [Laatst geraadpleegd 5 juli 2020].
  8. Het 12(UK)RL is een organieke verkenningseenheid van de British Expeditionary Force onder rechtstreeks bevel van het HQ BEF. Het 12(UK)RL heeft als opdracht de vijand te Jalonneren ten zuiden van Tienen, tussen Tienen en Diest en tussen Diest en Aarschot. Het 12(UK)RL had zich voor deze opdracht verspreid over de ganse zone van het Cavaleriekorps (CK). Het C Squadron van 12(UK)RL bevond zich op de linker flank van het regiment en moest binnenlopen bij de 5Div.
  9. In het  velddagboek van de 12th Royal Lancers, bewaard in The National Archives, Kew (Londen), wordt de ontmoeting met GenMaj Chardome als volgt beschreven: “As soon as it became obvious that the withdrawal west of the river DYLE would be inevitable, officers were sent off to ensure that the bridges over this river, which were in most cases being prepared for demolition and guarded by the Belgian Army, should NOT be blown until the Regt had crossed over safely. This proved to be a very necessary precaution, as the retired General (nvdr GenMaj Chardome) who was responsible for the demolitions North of LOUVAIN was somewhat overkeen to see his bridges safely demolished, but when he had been assured that the Germans were still some distance away, and that he would be given ample time to complete his demolitions after the Regt had safely crossed, he co-operated most helpfully.” Het valt op te merken dat de Britten GenMaj Chardome beschrijven als een ‘retired general’ gezien zijn leeftijd. De leeftijd van GenMaj Chardome, een officier van het actief leger, was echter voor een Belgische generaal niet uitzonderlijk hoog.
  10. In het velddagboek van de 5th (Royal) Inniskilling Dragoon Guards, bewaard in The National Archives, Kew (Londen), wordt deze patrouille als volgt beschreven: “During the afthernoon (of 13th May), rumours of a German break through near Hasselt and Diest, led our divisional commander to order us to send a tankpatrol N.E. to Aarschot. A-Squadron provided one troop (Lieut. H. F. H. Phillips). The patrol returned after dark with negative results. Early on the morning of Tues 14th May Lieut. G.W.R. Monckton repeated this reconaissance with simular results”. 
  11. Infanterie und Panzer-Grenadier Regiment 74, Erinnerungen an den Weg des Regiments durch Polen, Holland, Belgien, Frankreich und Rußland 1939-1945”, van Adalbert Wasner, uitgegeven door Hrsg. Kameradschaft 74, Hannover 1970. Tegenover 4J en de 7(UK)Bde stond op 14, 15, 16 en 17 mei het 74(DEU)IR behorende tot de 19(DEU)ID. In het hoofdstuk “Tagebuchaufzeignungen – 12.5.1940: Die erste Feindberührung im Westfeldzug der 3.I.R.74” (Blz 56), wordt een passage gewijd aan de Belgische artilleriebeschietingen van 14 mei. Volgend fragment uit het boek werd vertaald uit het Duits: “14 mei: …Een nieuw bevel wordt gegeven. De Dijlestelling zou volgens luchtverkenningen niet bezet zijn. Het IIde Bataljon van het 74(DEU)IR  moet zo snel mogelijk via Aarschot en Leuven naar Brussel oprukken. In de namiddag wordt de opmars ingezet. De voorhoede en alles wat in de divisie gemotoriseerd is wordt onder leiding van het 74(DEU)IR naar voor gestuurd. De marsroute verloopt van Aarschot via Wezemaal en Putkapel naar Leuven. Het laatste deel van de marsroute passeert langs de Dijlestelling. De stelling blijkt toch bezet te zijn. De voorhoede valt onder hevig vuur, vooral artillerievuur. De 5Cie en de 6Cie vallen aan uit de opmars. Zeer snel beseffen we dat we Leuven noch de Dijlestelling op een drafje zullen kunnen innemen. De aanval hier zal zwaar uitvallen, moet gepland worden en gesteund worden door de nodige artillerievoorbereidingen. In Putkapel heeft het IIde Bataljon ernstige verliezen geleden, ook de commandopost van het regiment werd getroffen. Het is noodzakelijk dat II/74(DEU)IR de komst van de andere bataljons van het regiment afwacht “. Deze getuigenis bevestigd dat de Duitse aanval uit de opmars slecht voorbereid was en steunde op foute inlichtingen. 
  12. Générale d’Armée Gaston Billotte was de bevelhebber van de 1ste Franse Legergroep die vanaf 12 mei de oorlog in België leidde. Het betreft de coördinatie van de operaties van het 1ste Franse Leger, het 7de Franse Leger, de British Expeditionary Force (BEF) en het Belgische Leger. Op 16 mei werd duidelijk dat deze Legergroep dreigde omsingeld te worden na de Duitse opmars van Sedan richting Franse kust. Achtergrondinformatie bij Generaal Billotte [On Line beschikbaar]: https://en.wikipedia.org/wiki/Gaston_Billotte [Laatst geraadpleegd 13 maart 2023].
  13. De reden waarom de Duitsers niet aandrongen in de sector van de 5Div is dat gedurende de nacht van 16 op 17 mei de 19(DEU)Div een methodische aanval aan het voorbereiden was tegen de Britse stellingen ten zuiden van de 5Div. Er werd vooral gewacht op de aankomst van de Duitse artillerie die niet in staat was geweest de snelle opmars van de voorafgaande dagen te volgen. De aanval van 17 mei wordt beschreven in het boek “Infanterie und Panzer-Grenadier Regiment 74”, Op. cit. Blz 59. In de vroege ochtend van 17 mei maakt het 74(DEU)IR van de 19(DEU)ID zich klaar voor de aanval.  Volgend fragment uit het hoofdstuk “Tagebuchaufzeignungen – Bericht über die Kämpfe am Dyle-Kanal 15 – 17.5.1940″ werd vertaald uit het Duits: “Om 06u30 begint een moorddadige vuurboorbereiding. De Britse stellingen worden door onze artillerie volledig bestreken en wanneer de kanonnen rond 08u00 zwijgen, maken 13 jachtbommenwerpers het werk af. Het bataljon zet zijn aanval in. Binnen de kortste keren is het kanaal op meerdere plaatsen overschreden en de van vijand gezuiverde gebieden door ons bezet. … Het Iste en het IIIde Bataljon slagen erin het kanaal te overschrijden. Op de top van de Roeselberg wordt onze regimentscommandant door de divisiecommandant gefeliciteerd met zijn overwinning”. Dat een grootscheepse aanval werd ingezet tegen verlaten stellingen wordt wijselijk niet vermeld. Tijdens de voorbereiding van hun offensief was het blijkbaar niet opgevallen dat zowel 3(UK)Div als 5Div hun stellingen in alle stilte verlaten hadden. 
  14. Op het ogenblik dat de Britse genie de brug in Vilvoorde wil laten springen moet nog een groot gedeelte van de 5Div het Kanaal van Willebroek passeren. Het is min of meer een aanduiding dat de 3(UK)Div de K.W. Stelling eerder verliet dan de 5Div hoewel in de velddagboeken van deze divisie en ook van de ondereenheden van 3(UK)Div benadrukt wordt dat de Belgen als eerste de stellingen hebben verlaten. Dit wordt duidelijk weerlegd in de memoires van Lieutenant Colonel George Davy hoofd van de Needham missie nabij het Belgische GHK. Hij schrijft hierover: “The BEF said that on te withdrawal from the Dyle the Belgians had gone first, leaving the flank of the left British  division (nvdr 3(UK)Div) exposed. In my first conversations with the Belgian staff I checked the movement of the right hand division (nvdr 5Div) on the date in question and found it had withdrawn a day later than the British division on its right; the apparant lack of troops on the British left had been due to the simple fact that the Belgians were 15 miles nearer the enemy! The void on the British left was not a “no-mans land” but the void of the Belgian rear area.”  Het dagboek van LtKol Davy, chef van de Needham Mission,  bevindt zich in de archieven van het Imperial War Museum.
  15. Op die locatie bevindt het theater zich nog steeds, nu onder de benaming “De gemaskerde hand” [On Line beschikbaar]: https://www.google.com/maps/@50.9753978,3.5246775,3a,87.5y,133.49h,101.6t/data=!3m6!1e1!3m4!1sFSqiOkOlTWWXaseZfk11GQ!2e0!7i16384!8i8192 [Laatst geraadpleegd 7 maart 2023] . Achtergrondinformatie bij de Sint-Maartenskring [On Line beschikbaar]: https://docplayer.nl/20013266-Bijdragen-tot-de-geschiedenis-van-deinze-en-de-leiestreek-lxxii.html  [Laatst geraadpleegd 7 maart 2023].
  16. Volgens het Belgian War Dead Register zijn er op 23 mei drie militairen overleden in Lotenhulle. Alle drie werden ze op het kerkhof van Lotenhulle begraven. Eén van hen,  Kpl Pollet behorende tot de 2Cie van Bn Moto ChA,  was 21 jaar oud. Zijn overlijden in het veldlazaret van het GnK/5Div wordt bevestigd door Sdt Vanryckeghem.
  17. Slagorde officieren van de Staf van de 5Div, van de Cie C47mm Tr, van de Cie C47 op T13 en van het EskCy 5Div. De slagorde bevindt zich bevindt zich bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  18. Velddagboek Hoofdkwartier 3rd Infantry Division, The National Archives, Kew (Londen), UK.
  19. Velddagboek 7th (Guard) Brigade, The National Archives, Kew (Londen), UK .
  20. Velddagboek 5th (Royal) Inniskilling Dragoon Guards, The National Archives, Kew (Londen), UK.
  21. Velddagboek 1st Coldstream Guard Battalion, The National Archives, Kew (Londen), UK.