53ste Linieregiment

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 53ste Linieregiment | 53ème Régiment de Ligne | 53Li
Type Versterkings- en Opleidingsregiment  
Ontdubbeld van 3de Linieregiment  
Onderdeel van 1ste Versterkings- en Opleidingscentrum  
Bevelhebber Kolonel A. Coucke  
Ajudant-Majoor Kapitein-commandant T. Van Damme  
Standplaats Gent  
Samenstelling I Bataljon Instructie
(Kapitein-commandant C. Neyt)
1ste Compagnie Fuseliers (Lt A. Dewulf)
2de Compagnie Fuseliers (Lt M. Delanghe)
3de Compagnie Fuseliers (Lt D. Decorte)
4de Compagnie Mitrailleurs (Kapt C. Boland)
  II Bataljon Versterking
(Kapitein-commandant A. Farasyn)
5de Compagnie Fuseliers (Lt F. Delvaux)
6de Compagnie Fuseliers (Cdt L. Bruyr)
7de Compagnie Fuseliers (Lt. C Baude)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Cdt P. Meuleman)
9de Compagnie Klein Geschut (Lt H. D’hoop)
  Compagnie Diensten (Luitenant L. Meyus)  

Tijdens de mobilisatie

Staf/53Li
In vredestijd stonden de verschillende regimenten van het actieve leger zelf in voor de opleiding van hun nieuwe dienstplichtigen (oftewel miliciens). Omdat na de afkondiging van Fase A van het mobilisatieplan op 26 augustus 1939 de gemobiliseerde regimenten van het actief leger hun vredesvoet kazerne onmiddellijk moeten verlaten om hun gevechtsstellingen in te nemen, kunnen zij deze opleidingstaak niet langer op zich nemen. Dit is de reden waarom de dienstplichtigen van de klas ’40, tevens de laatst opgeroepen lichting, worden samengebracht in Versterkings- en Opleidingsregimenten. De eerste miliciens van de klas ’40 worden vanaf februari 1940 onder de wapens geroepen en vervoegen in maart de Bataljons Instructie van hun respectievelijke Versterkings- en Opleidingsregimenten. Op dat ogenblik wordt het 53ste Linieregiment (53Li) opgericht in de Sint-Pieterkazerne te Gent [1] als één van de drie Versterkings- en Opleidingsregimenten van het 1ste Versterkings- en Opleidingscentrum (1VOC). Het regiment moet instaan voor de opvang en opleiding van niet-getrainde rekruten en van mobilisatie vrijgestelde reservisten van het 3de Linieregiment (3Li) en zijn ontdubbelingsregimenten het 23ste Linieregiment (23Li) en het 33ste Linieregiment (33Li) [2]. Net zoals de andere infanterieregimenten van het 1VOC beschikt het 53Li op 09 mei over een Staf, een Bataljon Instructie met de rekruten van de klas 40 en een Compagnie Diensten. Het kaderpersoneel is een samenraapsel van oudere beroeps- en dienstplichtige officieren en onderofficieren van de actieve regimenten. Het 53Li wordt aangevoerd door Kolonel Coucke, een 58-jarige officier die tot voor de mobilisatie korpscommandant van het 2de Regiment Cyclisten (2Cy) was.

Sint-Pieterskazerne te Gent waar het 53Li gemobiliseerd werd (vooroorlogse foto).

I/53Li
Het Iste Bataljon Instructie (I/53Li) wordt geactiveerd bij oprichting van het regiment en ontvangt vanaf maart 1940 de nieuwe rekruten van de klas ’40 die in februari 1940 opgeroepen werden voor het 3Li. Deze rekruten zullen bij het 53Li hun basisopleiding ontvangen om na het beëindigen van hun opleiding als versterkingen doorgestuurd te worden naar het 3Li, 23Li en 33Li.

II/53Li
Het IIde Bataljon Versterking (II/53Li) dat moest instaan voor de opvang van oudere reservisten en vrijgestelden bestond enkel uit kader en zal pas aangevuld worden met manschappen na de afkondiging van algemene mobilisatie. In afwachting van de algemene mobilisatie wordt het IIde Bataljon Versterking op non-actief geplaatst.

Staf/53Li
Iets na middernacht wordt het 53Li op de hoogte gebracht van het algemeen alarm. Rond 01u00 wordt het bevel ontvangen om zoals voorzien in het alarmdossier bij eerste klaarte vooraf verkende alarmkantonnementen te bezetten in de Gentse agglomeratie. Men vreest immers dat bij de start van de vijandelijkheden de reguliere kazernes van ons leger gebombardeerd zullen worden door de Duitse luchtmacht en bijgevolg moeten de Versterkings- en Opleidingsregimenten van het 1VOC zich door een onmiddellijke verhuis in veiligheid stellen. De manschappen worden in de Sint-Pieterskazerne uit hun bed gelicht en vertrekken naar de rand van Gentse agglomeratie waar ze de aangeduide alarmkantonnementen innemen. De Staf/53Li wordt in zijn commandopost om 06u00 verwittigd van de afkondiging van de algemene mobilisatie naar aanleiding van de Duitse inval. Door de afkondiging van de algemene mobilisatie worden de oudere reservisten en vrijgestelden opgeroepen om het Bataljon Versterking te vervoegen. Het gaat hier om militairen die omwille van een vrijstelling in de loop van de tweede helft van 1939 terug naar huis gestuurd werden, of nog niet onder de wapens waren geroepen. Eveneens om 06u00 wordt het bevel gegeven om, zoals voorzien in het mobilisatieplan, uit te wijken naar de oorlogskantonnementen die zich in diverse kleinere dorpen en steden van Oost- Vlaanderen bevinden. Het mobilisatieplan voorzag dat elke eenheid van het 1VOC bij een vijandelijke inval zou uitwijken naar een oorlogskantonnement, ver verwijderd van de vijandelijkheden, om de opleiding in relatieve rust te kunnen voortzetten. De voorziene oorlogskantonnementen voor het 53Li zijn Lochristi en Oostakker ten noordoosten van Gent. Gedurende de rest van de dag maakt het regiment zich dan ook klaar voor de verplaatsing naar zijn oorlogskantonnementen in Oost-Vlaanderen.

I/53Li
De rekruten van de klas ’40, die twee maanden eerder bij het I/53Li begonnen aan hun opleiding, zijn nog niet volledig opgeleid wanneer de oorlog uitbreekt. Het volledige Bataljon Instructie verlaat de zijn vredesvoet kazerne en begeeft zich bij dageraad naar zijn alarmkantonnement. De compagnies van I/53Li worden op verschillende locaties in de stad Gent ondergebracht.

II/53Li
Terwijl de regimentsstaf en het Iste Bataljon Instructie vertrekken naar hun alarmkantonnement in de Gentse binnenstad, wordt het IIde Bataljon Versterking in de Sint-Pieterskazerne geactiveerd. De militairen die op 10 mei worden opgenomen in de rangen van II/53Li zijn de vrijgestelde beroepen (landbouwers, mijnwerkers,  overheidspersoneel,…) en de oudste reservisten van voorheen nog niet gemobiliseerde militieklassen. Deze militairen, die hun legerdienst al lang achter de rug hebben, zijn niet onmiddellijk inzetbaar en moeten eerst nog een heropfrissing krijgen van hun militaire basiskennis.  Het II/53Li, onder bevel van Kapitein-commandant Farasyn, zal in de kazerne blijven tot de slagorde min of meer volledig is.

Staf/53Li
Het 53Li wordt verplaatst naar Lochristi en Oostakker waar het de komende dagen belast wordt met bewakingsopdrachten en met het uitvoeren van anti-parachutistenpatrouilles. Opgeschrikt door de Duitse luchtlandingen nabij het Nederlandse regeringscentrum Den Haag [3] en de gebeurtenissen bij de 7de Infanteriedivisie (7Div) aan het Albertkanaal slaat de paniek voor luchtlandingsoperaties overal in het land toe. Omstreeks 22u00 neemt het Groot Hoofdkwartier (GHK) de beslissing dat vijf Bataljons Instructie zich vanuit oorlogskantonnementen in het Gentse naar Brussel moeten verplaatsen voor een contra-parachutisten opdracht. Een haastige verdediging van de hoofdstad tegen mogelijke Duitse luchtlandingsoperaties wordt opgezet onder leiding van Luitenant-generaal Van Strydonck de Burkel, commandant van de 1ste Militaire Circonscriptie (1MilCir). In eerste instantie worden de verschillende Groepen van het 31ste Regiment Artillerie (31A), een Versterkings-en opleidingsregiment van de artillerie, rond de vliegvelden van de hoofdstad ontplooid. Het 31A houdt zich klaar om, ingeval van een luchtlandingsoperatie op één van de vliegvelden rond de hoofdstad, de gelande troepen met artillerievuur te neutraliseren. Vervolgens worden de Bataljons Instructie van het 1VOC en het 2VOC aangeduid voor deze opdracht. 

I/53Li
Het I/53Li verplaatst zich in de loop van de ochtend te voet naar zijn oorlogskantonnementen te Lochristi om er kantonnementen op te zoeken. Na 22u00 wordt het bataljon door de regimentsstaf op de hoogte gebracht van zijn nieuwe opdracht te Brussel en begint het bataljon met de voorbereiding van de verplaatsing naar de hoofdstad. 

II/53Li
Eens compleet verlaat het II/52Li de Sint-Pieterskazerne in Gent en vertrekt te voet naar Oostakker waar het wordt gekantonneerd.

Staf/53Li en II/53/Li
Het Iste Bataljon Instructie wordt samen met de Bataljons Instructie van het 52ste Linieregiment (I/52Li), het 54ste Linieregiment (I/54Li), het 56ste Linieregiment (I/56Li) en het 58ste Linieregiment (I/58Li) vanuit Gent per spoor naar Brussel gebracht. Het Bataljon Instructie van het 55ste Linieregiment (I/55Li) zal vanuit Antwerpen de hoofdstad vervoegen. Ze worden belast met allerlei bewakingsopdrachten en met het uitvoeren van contra-parachutistenpatrouilles. De regimentsstaf en het IIde Bataljon Versterking blijven achter in Oostakker. 

Opstelling Bataljons Instructie van 1VOC en 2VOC rond de hoofdstad op 12 mei (projectie op Duitse stafkaart van 1941)

Opstelling Bataljons Instructie van 1VOC en 2VOC rond de hoofdstad op 12 mei (projectie op Duitse stafkaart van 1941)

I/53Li
In de vroege ochtend van 12 mei wordt het I/53Li  vanuit Gent per spoor naar Brussel gebracht. Het I/53Li komt in de loop van de voormiddag aan in het station Vorst-Zuid. De verschillende instructiebataljons zullen worden opgesteld rond Brussel waarbij steunpunten worden ingericht om de toegangen tot de Brusselse agglomeratie te ontzeggen aan parachutisten in de eventualiteit van een Duitse luchtlandingsoperatie in de buurt van onze hoofdstad. De Brusselse agglomeratie wordt in zes sectoren verdeeld die bezet worden door de zes aangeduide Bataljons Instructie. I/53Li krijgt een bewakingszone aan de zuidwestrand van de stad toegewezen en moet zich opstellen in de gemeentes Dilbeek, Anderlecht en Sint-Jans-Molenbeek. De eenheid komt er onder het bevel te staan van de 1MilCir. Er worden kantonnementen opgezocht in de sector ten zuidwesten van Brussel en de verkenning van de op te richten steunpunten wordt uitgevoerd. In de kantonnementen wordt de opdracht voorbereid.

Staf/53Li
Door de snelle opmars van de Duitsers was het voor het GHK snel duidelijk dat de verdere opleiding van de nieuwe rekruten enkel in Frankrijk, ver achter de linies, kon gebeuren. Alle eenheden van de VOC’s die niet ingezet werden voor de beveiliging van Brussel ontvangen de 13 mei om 14u00 het schriftelijk bevel van de Generale Staf van de Versterkings- en Opleidingstroepen (oftewel Etat-major des Troupes de Renforts et d’Instruction – EM/TRI) om zich klaar te maken voor de verplaatsing naar Frankrijk. Dit naar analogie van wat er tijdens de Eerste wereldoorlog gebeurde. Voor het 53Li, dat zijn Bataljon Instructie naar Brussel had gestuurd, gingen de orders om onmiddellijk naar Frankrijk te vertrekken echter niet door, eerst moest de opdracht voor de beveiliging van Brussel tot een goed einde gebracht te worden. De staf van het regiment en het IIde Bataljon Versterking bevinden zich te Oostakker. Het Iste Bataljon Instructie blijft te Brussel.

I/53Li
Het bataljon start met het bemannen en inrichten van de aangeduide steunpunten. Overal lopen geruchten van luchtlandingen, maar er wordt geen enkele parachutist waargenomen.

Staf/53Li en II/53/Li
De regimentsstaf en het IIde Bataljon Versterking blijven in Oostakker terwijl het Iste Bataljon Instructie zich nog steeds te Brussel bevindt.

I/53Li
Intussen beslist het GHK om Brussel niet te verdedigen. De hoofdstad zal worden opgegeven en als open stad aan de vijand overgelaten in de hoop dat deze laatste de stad ongeschonden zal laten. Tegelijkertijd starten de 1MilCir en het Ministerie van Landsverdediging met het ontruimen van hun hoofdkwartier in Brussel. I/53Li blijft voorlopig nog ter plekke, ze worden belast met allerlei bewakingsopdrachten en met het uitvoeren van anti-parachutistenpatrouilles. Intussen worden de Brusselse vliegvelden door de Belgische genie ondermijnd waardoor een vijandelijke luchtlandingsoperatie op de vliegvelden onwaarschijnlijk wordt.

Staf/53Li
De regimentsstaf werkt aan de nodige richtlijnen om de verhuis naar Frankrijk mogelijk te maken. De verplaatsing naar Frankrijk is door het EM/TRI echter totaal niet voorbereid. Er is geen voorafgaandelijke regeling met de Franse militaire noch burgerlijke overheid, er zijn geen voorafgaandelijke verkenningen van kantonnementen, er is slechts proviand voor twee dagen en er bestaat geen logistieke organisatie voor herbevoorrading in Frankrijk. Daarenboven moet de commandant van het 1VOC zelf vervoer per spoor regelen door de treinen te gebruiken die het Franse 7de Leger van generaal Giraud naar Zeeland hadden gebracht [4].

I/53Li
Het Iste Bataljon Instructie is nog steeds te Brussel waar de bewakingsopdracht die dag wordt afgeblazen door de 1MilCir. Het bataljon ontvangt om 19u45 het bevel tot de aftocht uit de hoofdstad.

Staf/53Li en II/53Li
De regimentsstaf en het IIde Bataljon Versterking verlaten Oostakker per trein en starten hun odyssee richting Frankrijk.

I/53Li
Om 12u30 deelt de 1MilCir mee dat de in ons land overgebleven bataljons van het 1ste en het 2de Versterkings- en Opleidingscentrum zo snel mogelijk per trein naar Duinkerke moeten worden gebracht. De bataljons moeten zelf hun transport organiseren vanuit het dichtstbijzijnde station en moeten levensmiddelen voor minimum twee dagen meenemen. Het I/53Li treft de nodige schikkingen en verlaat Brussel  per trein om 19u30 vanuit het station van Vorst-Zuid richting Bergen. Het treinstel komt echter tijdens de nacht vast te zitten te ’s Gravenbrakel door een ongeval met een voorop rijdende trein.

Staf/53Li en II/53Li
De trein met aan boord de Staf en het II/53Li heeft na één dag reizen slechts de afstand Oostakker – Gent afgelegd. De nacht van 17 op 18 mei wordt te Gent in de trein doorgebracht.

I/53Li
Na enig wachten besluit men de trein van het Iste Bataljon Instructie achteruit te laten rijden in de hoop zo een vrij spoor te kunnen bereiken. Nabij de overweg van Hennuyères wordt het konvooi echter opnieuw geblokkeerd door drie treinen die eveneens uit de richting van Brussel aangekomen zijn. Het treinverkeer zit helemaal vast en tot overmaat van ramp bevinden de mannen van I/53Li zich in de buurt van een Franse artilleriebatterij die onder Duits tegenbatterijvuur valt. Talrijke granaatinslagen teisteren de omgeving van de overweg.

De bataljonscommandant, Kapitein-commandant Neyt, laat de trein ontruimen om manschappen en materiaal in veiligheid te kunnen stellen. Het bataljon heeft echter een gebrek aan transportmiddelen en kan zijn zwaar materieel wel uitladen, maar niet verder vervoeren. Luitenant Delanghe wordt per fiets naar Bergen doorgestuurd om er een aantal vrachtwagens op te eisen. Cdt Neyt laat zijn eenheid intussen afmarcheren en trekt eveneens naar Bergen. De stad ligt zo’n 30Km verderop en er staat de manschappen een stevige mars te wachten. Bergen is op dat ogenblik reeds ontruimd door de militaire en burgerlijke overheden en Luitenant Delanghe moet van een kale reis terugkeren. Delanghe vindt zijn bataljon terug op 12Km van Bergen. Het bataljon marcheert nu langs de spoorlijn naar Bergen en ontdekt een trein die maar half vol geladen is met vluchtelingen. Cdt Neyt kan de treinbegeleider ervan overtuigen zijn manschappen mee te nemen en het I/53Li spoort zo naar Bergen. Het bataljon komt in Bergen aan rondom 10u45. Om 11u00 vertrekt de trein uit het station van Bergen richting Doornik via Saint-Ghislain en Blaton. De trein komt toe te Doornik om 22u00 waarna de nacht in het station van Doornik doorgebracht wordt.

Staf/53Li en II/53Li
De staf en het versterkingsbataljon rijden van Gent via Diksmuide en Veurne waar de nacht van 18 op 19 mei opnieuw in de trein wordt doorgebracht.

I/53Li in Frankrijk
De treinreis vertrekt bij dageraad verder uit Doornik en passeert de Belgisch-Franse grens te Baisieux om dan verder te sporen via Armentiers naar Boulogne en Etaple waar opnieuw halt wordt gehouden.

Staf/53Li en II/53Li in Frankrijk
Het bataljon overschrijdt de Franse grens en de trein zet koers naar Duinkerke.

Spoorbundel van het station Saint-Léonard ten zuiden van Boulogne.

Staf/53Li in Frankrijk
In de nacht van 20 op 21 mei bereiken de Duitsers Noyelle-sur-Mer aan de monding van de Somme. Hierdoor raken heel wat Belgische eenheden, waaronder de Staf en II/53Li, ingesloten door de Duitsers. Door vertragingen onderweg naar het zuiden van Frankrijk wordt uiteindelijk hun terugtocht afgesneden. In het rangeerstation van Saint-Léonard, vlakbij Outreau één van de zuidelijke buitenwijken van Boulogne-sur-Mer, zijn 11 treinen met Belgische militairen vastgelopen. Het betreft drie regimentsstaven (53Li, 62Li en 63Li), drie Bataljons Instructie (II/62, I/63Li en I/11Ch), drie Bataljons Versterking (II/53Li, II/63Li en III/7ChA) en twee onafhankelijke Compagnies (SchoolCie/3VOC en Cie C47/3VOC).

II/53Li in Frankrijk
De manschappen van het IIde Bataljon Versterking komen vast te zitten te in het rangeerstation van Saint-Léonard ten zuiden van Boulogne. Het spoor naar Abbeville is onderbroken nu de Duitse pantsers nabij deze stad doorgestoten zijn tot de Atlantische kust.

De trein van I/53Li geraakt geblokkeerd in het station van Abbeville waarna de terugtocht te voet wordt voortgezet.

De trein van I/53Li geraakt geblokkeerd in het station van Abbeville waarna de terugtocht te voet wordt voortgezet langs het spoor tot de Franse stad Eu nabij Le Tréport.

I/53Li in Frankrijk
Na drie dagen gereisd te hebben op het Noord-Franse spoornetwerk is de trein met de burgervluchtelingen en I/53Li er nog niet in geslaagd Abbeville te bereiken. Abbeville is een spoorwegenknooppunt waar de Somme per spoor kan worden overgestoken. De trein komt  vast te zitten in Noyelle-sur-Mer als eerste van nog vier andere Belgische treinstellen, waaronder één treinstel met een detachement van het 5de Regiment Cyclisten (5Cy). De Fransen houden de Belgische treinen tegen onder het voorwendsel dat de sporen door bombardementen vernield zijn. Terwijl de Belgische treinen tegengehouden worden, rijden twee stellen met Frans geniematerieel voorbij in de richting van Abbeville. Dit zet Cdt Garnir, de treincommandant van het 5Cy, er toe aan een verkenning per moto uit te voeren langs het spoor. Hij vergewist er zich van dat de sporen nog intact zijn, waarop de Belgische treinen de toelating krijgen om verder te rijden richting Abbeville. Het treinstel met de burgervluchtelingen en het I/53Li, gevolgd door de trein van 5Cy, slaagt er nog in de spoorbrug over de Somme te passeren en als laatste trein het station van Abbeville te bereiken vooraleer de vijand in het station van Abbeville toekomt. Het treinstel raakt echter geblokkeerd in la gare anglaise, het rangeerterrein van het station van Abbeville, omdat de locomotief zonder water komt te zitten. Daarenboven breekt er een vuurgevecht uit rond het station waarbij de seinwachter die de wissel moet bedienen om de trein door te laten tot Tréport om het leven komt. Aangezien de wissel niet verzet kan worden, zit er voor de manschappen van I/53Li niets anders op dan de trein te verlaten en te voet langs de spoorlijn verder te trekken richting Eu [5].

De Tallandierkazerne te Rouen waar het I/53Li hergroepeerde voordat het bataljon naar Zuid-Frankrijk werd gestuurd.

De Tallandierkazerne te Rouen waar het I/53Li hergroepeerde voordat het bataljon naar Zuid-Frankrijk werd gestuurd.

Staf/53Li in Frankrijk
Op 21 mei bevindt het XIX PzKorps van de Duitse generaal Guderian zich op 80 kilometer van Boulogne. Hij geeft de 1PzDiv het bevel op te rukken naar Calais, de 2PzDiv moet de stad Boulogne innemen. In Boulogne bevinden zich op dat ogenblik twee bataljons van het 65(FRA) Infanterieregiment en twee bataljons van het 48(FRA) Infanterieregiment, allen onder bevel van de Franse Brigade-generaal Lanquetot. Ook de 20(UK)Guards Brigade, met ongeveer 4.500 man onder bevel van de Britse generaal Foxpitt, zijn in de stad aangekomen om naar Engeland overgezet te worden. Daarbovenop het equivalent van een Belgisch VOC, alles samen een 8.000-tal manschappen waarvan een groot aantal niet bewapend. Kolonel Coucke, regimentscommandant van het 53Li neemt de leiding van Belgische militairen die in Outreau gestrand zijn. Hij neemt contact op met de Franse plaatscommandant van Boulogne en verneemt dat de doorgang naar het Zuiden definitief geblokkeerd is. De Belgische militairen worden verzocht het station te ontruimen en kantonnementen in te nemen in de wijk Outreau.

II/53Li in Frankrijk
Kapitein-commandant Farasyn laat de manschappen uitstijgen en vertrekt te voet naar Outreau net ten zuiden van Boulogne waar ze kantonneren.

I/53Li in Frankrijk
I/53Li is ternauwernood aan omsingeling door de Duitsers ontsnapt. De colonne te voet bereikt Eu bij dageraad. In het station van Eu worden de manschappen gefragmenteerd op goederentreinen gezet richting Rouen. Te Rouen worden de manschappen van I/53Li opgevangen in de Caserne de Tallandier van Le Petit-Quevilly [6]. Deze kazerne gelegen ten zuiden van Rouen, in een bocht van de Seine, doet dienst als verzamelpunt voor alle geïsoleerde militairen die erin geslaagd zijn de Somme over te steken. Uiteindelijk kan het I/53Li, nadat het bataljon terug volledig is, zijn reis naar het zuiden van Frankrijk verderzetten. I/53Li ontscheept in het Franse departement Aveyron nabij Montpaon, een 100 tal kilometer ten noorden van Béziers.

Het station van Pont-de-Brique in de wijk Saint-Léonard van Boulogne.

Staf/53Li in Frankrijk
In de namiddag krijgt Kolonel Coucke van de Franse plaatscommandant de opdracht om met de beschikbare Belgische bataljons defensieve stellingen in te nemen ten zuiden van de Liane langs de spoorweg tussen het station van Saint-Léonard en het station Pont-de-Briques in Saint-Etienne-au-Mont. Enkel de eenheden die beschikken over wapens worden in lijn opgesteld, de anderen blijven in hun kantonnementen in Outreau. Het II/53Li wordt opgesteld ten zuiden van het station van Saint-Léonard, de stelling wordt vervolgens verlengd door II/62Li, I/63Li en I/11Ch. Rechts van de Belgen bevinden zich de Irish Guards die Outreau verdedigen en stelling nemen van het station van Saint-Léonard tot aan de zee. Nog voor de stelling volledig klaar is bereikt in de avond de voorhoede van de 4PzDiv Pont-de-Brique.

II/53Li in Frankrijk
Het IIde Bataljon Versterking dat uitgerust is met bewapening krijgt bevel stelling te nemen in een bosje ten zuiden van het station van Saint-Léonard. Rechts van II/53Li bevinden zich de Irish Guards van de 20(UK)Brigade, links van II/53Li staat het II/62Li van het 3VOC opgesteld. De stellingname in onbekend terrein zonder kaarten verloopt moeizaam en vergt veel tijd.

De opstellingsplaats van het II/53Li nabij de Pont de Briques.

Staf/53Li in Frankrijk
De rest van de dag kan de stelling bezet door II/53Li goed stand houden en dankzij de tijd die gewonnen wordt slaagt het merendeel van de 20(UK)Brigade in te schepen aan boord van enkele destroyers die de Britten in de haven van Boulogne komen ophalen. Wanneer Kolonel Coucke zich realiseert dat Boulogne omsingeld is geeft hij om 23u00 bevel de stelling te ontruimen en terug te plooien op Boulogne. Hij trekt de stad in en probeert binnen te geraken in het ommuurde stadsdeel en de citadel. De Fransen die de stad verdedigen laten de Belgen niet in de stad waarop Kolonel Coucke beslist de stad te verlaten richting België.

II/53Li in Frankrijk
Het bataljon van Cdt Farasyn brengt de nacht door op de stelling en wordt pas aangevallen bij dageraad. De vijandelijke infanterie rukt op met artilleriesteun en om 07u00 worden de eerste twee pelotons van II/53Li gevangen genomen. II/53Li verlaat de stelling op bevel om 23u00, omtrekt het station van Outreau en ontsnapt via de de spoorwegtunnel van Outreau richting Boulogne. Cdt Farasyn kan met de rest van het bataljon Boulogne bereiken en probeert in samenspraak met de aanwezige Fransen stelling in te nemen in de citadel van de stad. Wanneer dit niet lukt gaat hij verder richting Calais in een poging naar België terug te keren. Onderluitenant van de reserve Meheus en Sdt Willemkens komen om bij deze verplaatsing. Luitenant Capelle raakt gewond. Ook de Irisch Guards worden opgerold in Outreau, de weg naar het centrum ligt nu open voor de Duitse aanvallers.

Staf/53Li in Frankrijk
De Belgische eenheden raken verspreid in de noordelijke buitenwijken van de stad en worden sporadisch bestookt door de Duitse artillerie en de Luftwaffe. De binnenstad wordt gedurende de ganse dag belegerd en de 25ste mei om 08u30 geeft de Franse generaal Lanquetot zich over.

Gare Maritime Boulogne

Welsh Guards in de Gare Maritime van Boulogne wachtend op hun evacuatie naar Engeland.

Staf/53Li in Frankrijk
Pas na de verovering van de citadel concentreren de Duitsers zich op de troepen die overal verspreid zitten in de buitenwijken en de zeehaven. Eén na één worden de Belgische detachementen opgerold. Tot slot kan gezegd worden dat de jonge Belgische rekruten amper opgeleid, onvoldoende bewapend en praktisch zonder munitie nog lang hebben standgehouden, echter niet zonder verliezen. Bij de verdediging van Boulogne sneuvelen 76 Belgen bij de vier regimenten die werden opgesteld. De 3Cie van de Welsh Guards, die niet verwittigd werd van de komst van de Britse destroyers, verdedigde de Gare Maritime in het midden van de haven van Boulogne tot laat in de dag op 25 mei en is de laatste geallieerde eenheid die de wapens neerlegt.

II/53Li in Frankrijk
Het tweede bataljon wordt ten noorden van Boulogne ontwapend en gevangen genomen.

II/53Li in Frankrijk
De krijgsgevangenen worden door de vijand eerst afgevoerd naar Devres, vervolgens naar Hesdin (27 mei), Frévent (28 mei), Pouillon (29 mei) en Charleville-Méziere (30 mei). Een week later zijn de manschappen reeds geïnterneerd in Duitse krijgsgevangenkampen.

I/53Li in Frankrijk
Na de tocht doorheen Frankrijk installeert het Iste Bataljon Instructie zich te Montpaon. In de buurt bevindt zich het I/54Li dat een onderkomen heeft gevonden in Cornus, een buurgemeente van Montpaon. De rest van het 1VOC bevindt zich in Clermont-l’Hérault in de buurt van Montpellier op een behoorlijke afstand van I/53Li en I/54Li.

Station van Montpaon.

Station van Montpaon.

I/53Li in Frankrijk
Het Belgische leger capituleert in Vlaanderen. De Belgische regering in ballingschap in Frankrijk beslist dat de Belgische eenheden, die zich niet in de zone van ons veldleger in Vlaanderen bevonden op 28 mei, buiten het capitulatieakkoord blijven. Ze zullen onder bevel van de Minister van Landsverdediging, Luitenant-generaal Denis, de strijd voortzetten aan de zijde van de geallieerden.

I/53Li in Frankrijk
Het Groot Hoofdkwartier heeft de aan het Albertkanaal teruggeslagen 7de Infanteriedivisie, na heel wat omwegen, naar de Bretoense zuidkust geëvacueerd om er opnieuw samengesteld te worden tot een volwaardige gevechtsformatie. Deze divisie heeft zware verliezen geleden en is dringend aan versterking toe. De Versterkings-en Opleidingscentra in het zuiden van Frankrijk ontvangen het bevel om zo’n 140 officieren en 4.500 manschappen aan te duiden om de rangen van de 7Div opnieuw aan te vullen. Deze manschappen moeten in eerste instantie worden gezocht onder de naar Frankrijk gevluchte van hun eenheid geïsoleerde militairen en onder de ervaren reservisten. De detachementen moeten vervolgens aangevuld worden met miliciens van de klas 40. Ook het I/53Li wordt aangeduid voor deze opdracht en levert 10 officieren en 800 manschappen bestemd voor het 2de Regiment Karabiniers (2C).

2 juni

I/53Li in Frankrijk
Met uitzondering van de 2Cie van Kapitein Boland wordt het volledige I/53Li aangeduid om de 7Div te versterken.

I/53Li in Frankrijk
Tijdens de vroege middag vertrekt het I/53Li samen met I/54Li vanuit het station van Montpaon naar Bretagne om er onze 7de Infanteriedivisie te gaan versterken.

5 juni 1940

I/53Li in Frankrijk
Het detachement van het I/53Li komt aan in het station van Ploermel en wordt aangehecht bij het 2C om er het IVde Bataljon (IV/2C) te vormen. Het vervolg van het verhaal van het I/53Li staat op de pagina van 2C vermeld. Met de overgang van I/53Li naar 2C behoudt het 53Li nog slechts één compagnie, de 2Cie van Kapt Boland, bestaande uit een peloton instructie en een peloton versterking.

7 juni 1940

I/53Li in Frankrijk
De 2Cie wordt overgeheveld naar het 52Li waarna het 53ste Linieregiment formeel ophoudt te bestaan.

Slachtoffers

EenheidNaamVoornaamFotoGraadStandKlas° op° te+ op+ teNota
2/IDESCHUYMEREGustaaf, A.SdtMil07.02.1920Harelbeke04.06.1940Le Mans (F)
1/IMARISSAELRichard, O.Kpl07.12.1916Oostende24.05.1940Saint-Folquin (F)
8/IMEHEUSFernand, R.M.OLtRes30.07.1912Deinze23.05.1940Boulogne-sur-Mer (F)
2/IVANDENBUSSCHEJoseph, A.SdtMil12.04.1919Créteil (F)29.05.1940Westvleteren
4/IWILLEMKENSMaurice, ArthurSdtMil2930.06.1909Ramskapelle23.05.1940Boulogne-sur-Mer (F)

Bibliografie en Bronnen

  1. Het 53Li wordt gemobiliseerd in de Sint-Pieterskazerne te Gent en niet in de Generaal Mahieukazerne te Oostende waar het 3Li gekazerneerd was in vredestijd. De kazerne in Oostende werd na het vertrek van het 3Li bij het begin van de mobilisatie ingenomen door het gemobiliseerde Marinekorps en eenheden die beurtelings werden toegewezen aan de Maritieme Basis voor de verdediging van de Belgische kust. Achtergrondinformatie bij de Sint-Pieterskazerne [On Line Beschikbaar]: https://ojs.ugent.be/GT/article/download/7066/6954 en https://belgiummilitary.wordpress.com/vastgoed-geklasseerd-per-gemeente/gent/gent-sint-pieterskazerne/ [Laatst geraadpleegd 25 oktober 2021].
  2. De nummering van de Versterkings- en Opleidingsregimenten komt overeen met het nummer van het actieve regiment waarvoor de rekruten en aanvullingen bestemd zijn, plus 50. Zo is bijvoorbeeld meteen duidelijk dat het 53Li het Versterkings- en Opleidingsregiment is van het 3Li.
  3. De bewakingsopdracht te Brussel is er gekomen naar aanleiding van de Duitse luchtlandingsoperatie van 10 mei nabij het regeringscentrum van Den Haag waarbij gepoogd werd de Nederlandse regering te neutraliseren. Achtergrond informatie bij de slag om Den Haag [On Line beschikbaar]: https://nl.wikipedia.org/wiki/Slag_om_Den_Haag [Laatst geraadpleegd 13 oktober 2021].
  4. Ten noorden van de Belgisch-Nederlandse grens was er geen aansluiting met het Nederlands verdedigingsdispositief. De Nederlanders hadden zich opgesteld ten noorden van de Rijn waardoor er een gapende opening ontstond tussen de Belgische en Nederlandse verdedigingslinies. Dit werd reeds in november opgemerkt door de Franse Generaal Gamelin die een plan liet uitwerken om het 7(FRA)Leger in te zetten tussen de stellingen van de Belgen en de Nederlanders. In zijn order N° 5 van 20 maart 1940 bevestigt Generaal Giraud, bevelhebber van het 7(FRA)Leger, dat zijn eenheid in staat moet zijn om “tout en conservant ses anciennes missions, qui passent à l’arrière plan, a reçu une mission nouvelle d’une importance capitale qui consiste à assurer la liaison entre les armées belge et hollandaise dans la région Nord-Est d’Anvers“. Generaal Giraud beschikt hiervoor over twee legerkorpsen en een “Division Légère Mécanique“, alles tesamen het equivalent van 8 divisies. “L’Armée Giraud en Hollande (1939-1940)”, door Lerecouvreux, Nouveaux Editions Latines, Paris, 1956. [Partieel On Line beschikbaar][Laatst geraadpleegd 22 juli 2019]. Zowel de manschappen als de voertuigen van de Franse eenheden werden per spoor gebracht tot Oost-Vlaanderen. Van hieruit zetten ze hun opmars naar Breda langs de weg verder. De lege treinen van de Société Nationale des Chemins de Fer Français (SNCF) bleven achter in de stations van Oost-Vlaanderen en moesten hoe dan ook terugkeren naar Frankrijk. Van die treinen maakten de eenheden van de Versterkings- en Opleidingstroepen gebruik om zich naar Zuid-Frankrijk te verplaatsen.
  5. Het station van Abbeville bevindt zich ten zuiden van de Somme en beschikt over een groot rangeerterrein (la Gare anglaise). Vanuit het station van Abbeville vertrekken twee sporen; één die de Somme stroomopwaarts volgt naar het zuidoosten richting Amiens en een tweede die initieel de Somme stroomafwaarts volgt naar het noordwesten om vervolgens ter hoogte van Cahon af te buigen naar het zuidwesten richting Eu en Le Tréport. Doordat de locomotief zonder water komt te zitten en doordat de spoorwissel richting Eu en Tréport niet meer bediend kan worden komt de trein vast te zitten in het station van Abbeville. De trein, met aan boord nog de vluchtelingen en de jongeren van de Rekruteringsreserve, wordt uitgerangeerd op de spoorbundel van ‘la Gare anglaise’ waar zich ook nog een Belgische munitietrein bevindt.
  6. De Tallandierkazerne was een voormalige katoenspinnerij, in 1938 opgekocht door het Franse leger om er l’Etablissement Régional de Matériel (ERM) van de Service de matériel de l’Armée de Terre” in onder te brengen. De Tallandierkazerne bestaat nog maar werd gerenoveerd en geïntegreerd in een wooncomplex in de Avenue Jean Jaurès Nr 76 in Petit-Quevilly nabij Rouen. [On line beschikbaar]  https://www.petit-quevilly.fr/decouvrir-la-ville/patrimoine-et-histoire/histoire/filature-la-foudre en https://www.google.be/maps/@49.4273702,1.0653597,3a,75y,344.33h,83.88t/data=!3m6!1e1!3m4!1suX3grspRJpHXGHzLMhTvgg!2e0!7i13312!8i6656 [Laatst geraadpleegd 26 oktober 2021].
  7. Hoofdstuk 1VOC in het Synthesedossier TRI bij de Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
  8. “L’armée belge de France en 1940”, door Jean Jamart Colonel BEM Hre, 1994, uitgeverij Schmitz, Bastogne.