Rekruteringsreserve

Het is onmogelijk om het volledige verhaal van de rekruteringsreserve te reconstrueren. Meer dan 100.000 jonge mannen tussen 16 en 35 jaar oud werden verzocht de rekruteringsreserve te vervoegen en op een of andere manier, in groepjes van drie à vier of in detachementen van 1.000 man, naar Frankrijk overgebracht. Velen van hen hebben de tocht niet overleefd. Er bestaat ook geen eenduidige lijst met slachtoffers. Aan de hand van enkele voorbeelden wordt het lot beschreven van groepen jongeren die al dan niet succesvol naar het zuiden trokken. Deze voorbeelden moeten een idee geven van wat de jongeren van de Rekruteringsreserve hebben meegemaakt.

Situatie op 10 mei 1940

Op 10 mei heeft de rekruteringsreserve nog geen slagorde.

Tijdens de mobilisatie

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Ministerie van Volksgezondheid
De notie Rekruteringsreserve van het Belgisch Leger is ontstaan ten gevolge van ervaringen opgedaan tijdens de Eerste Wereldoorlog waarbij een groot aantal jongeren die de leeftijd hadden om onder de wapens geroepen te worden achterbleven in bezet België. Zij werden uiteindelijk gedeporteerd naar Duitsland om er ingezet te worden als dwangarbeider. Om een herhaling van dit gebeuren te vermijden werd de rekruteringsreserve ingeschreven in de militiewet van 1923. Het betreft alle weerbare jongeren en mannen tussen 16 en 35 jaar die nog niet werden opgeroepen voor legerdienst, inclusief de 15 jarigen die in de loop van het jaar van afkondiging 16 zullen worden. Het is de Minister van Binnenlandse Zaken die de beslissing moet nemen om over te gaan tot het oproepen van de Rekruteringsreserve, terwijl de Minister van Defensie de oproeping moet organiseren. De oproeping zou gebeuren aan de hand van radio-uitzendingen door de NIR, annonces in de dagbladen en aanplakbiljetten aan te brengen door de Rijkswachtbrigades. De opgeroepen mannen en jongeren behoren echter niet tot de strijdkrachten; zij beschikken niet over een stamboeknummer, hebben geen uniform en vallen niet onder de militaire wetten. Zij blijven onder de hoede van het Ministerie van Binnenlandse Zaken die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de militiewetten.

Tijdens de mobilisatie al worden twee opvangcentra door het Ministerie van Volksgezondheid voorbereid, één te Eeklo en één te Binche, om in geval van verplichte ontruiming van het oostelijk deel van het Belgisch grondgebied de vluchtelingen te kunnen opvangen. Wanneer de regering beslist om van de verplichte ontruiming van de burgerbevolking af te stappen, wordt tussen het Ministerie van Landsverdediging en het Ministerie van Volksgezondheid overeengekomen om de twee opvangcentra te gebruiken voor de opvang van de Rekruteringsreserve (vanaf dan spreekt men van de Centres de Recueil de la Réserve de Recrutement – CRRR). Het opvangcentrum van Eeklo is bestemd voor de opvang van jongeren uit de gemeentes ten noorden van het Albertkanaal, het opvangcentrum van Binche is bestemd voor de opvang van jongeren uit de gemeentes ten oosten van de Maas.

Ministerie van Volksgezondheid
Op 10 mei 1940 wordt de Rekruteringsreserve gemobiliseerd door Luitenant-generaal Denis, Minister van Landsverdediging.  Denis hield zich hierbij niet aan de afspraak om het initiatief toe te laten aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken, maar geniet wel de impliciete steun van de ganse regering bij zijn handelswijze.

De jonge mannen die tot dan toe nog niet bij het leger hadden gediend, zullen worden samengebracht in verschillende opvangcentra voor de reserve. De organisatie van deze opvangcentra ligt bij het Ministerie van Volksgezondheid en de verschillende gemeentelijke overheden. Het Ministerie van Defensie moet instaan in voor de logistieke steun.  Dezelfde dag nog wordt een oproep gelanceerd in Luik, Namen, Luxemburg en Limburg aan alle jonge mannen van 16-35 jaar om één van de opvangcentra te vervoegen. Onder meer te Binche, Erquelines, Quiévrain, Eeklo en Ertvelde worden de eerste jongelui verzameld. Met een capaciteit van 35.000 rekruten is Eeklo het grootse centrum, gevolgd door Binche dat zo’n 20.000 personen kan opvangen.

Tijdens de namiddag van 10 mei vertrekken Marcel-Henri Jaspar, Minister van Volksgezondheid, en Antoinne Delfosse, Minister van Verkeerswegen, op verkenning naar Luik.  De beide politici moeten er de volledige chaos vaststellen.  De bevolking is op de vlucht geslagen, en van een georganiseerde verzameling van de rekruteringsreserve is helemaal geen sprake.  Jaspar laat zijn kabinetsmedewerker Charles Fonck starten met een initiatief om in de hoofdstad een bijkomend centrum te openen voor de opvang van jongeren die geschikt zijn voor de militaire dienst.  Deze poging wordt al snel door de feiten achterhaald en zal op niets uitdraaien.

Detachement seminaristen College Verviers
Gehoor gevend aan de oproep van de regering [6] besluiten 25 seminaristen van het internaat van het Collège Saint-François-Xavier te Verviers om samen met vijf leerkrachten te vertrekken naar het opvangcentrum van Binche. De jongste uit de groep is pas 11, de oudste 21 en onder hen bevinden zich enkele staatsburgers van het Groot-Hertogdom Luxemburg en ook één staatsburger van China. Te Robermont op de oostelijke Maasoever van Luik kunnen ze aan boord klimmen van een vrachtwagen maar die valt al in panne tegen dat ze de Maas bereiken. Te voet marcheren ze naar het station van Luik waar ze instappen op een trein richting Namen. Ter hoogte van Fexhe-le-Haut-Clocher wordt de trein gebombardeerd en moeten ze opnieuw hun tocht te voet verderzetten. Uiteindelijk belandt de groep in de regio van Bergen (TBC of ze in Binche of een andere voorstad van Bergen terechtkomen).

Ministerie van Volksgezondheid
De oproep wordt al snel uitgebreid naar het ganse grondgebied. Via de pers worden voortdurend oproepingsbevelen verspreid en de reeds geopende opvangcentra lopen vol. Nieuwe opvangcentra worden door het Ministerie van Volksgezondheid geopend in Ieper en Roeselare.

Opvangcentra van de Rekruteringsreserve (CRRR)
Op 12 mei 1940 beveelt het Ministerie van Binnenlandse Zaken aan de jongeren om naar Vlaanderen trekken.  Vanuit gans België vervoegen nu duizenden jonge mannen de Rekruteringsreserve. De meesten reizen per fiets of te voet; individueel of in kleine groepjes.  Bovendien zijn dan al naar schatting zo’n 40.000 jongeren de grens met Frankrijk overgestoken.  De situatie in de opvangcentra loopt zodanig uit de hand dat Minister van Volksgezondheid Macel-Henri Jaspar zich tijdens de avond van 12 mei richt tot de Minister van Landsverdediging om orde op zaken te stellen.  Jaspar moet toegeven dat hij het vluchtelingenprobleem niet meer onder controle heeft.

Luitenant-generaal Gaston Pouleur, commandant van 2de Militaire Circonscriptie, wordt door de Minister van Landsverdediging belast met de inrichting van opvangcentra en met de bevoorrading van de jongeren. De opdracht wordt verder gedelegeerd naar het Provinciecommando van West-Vlaanderen waar prompt wordt gereageerd. Op bevel van Generaal-majoor Etienne Glorie, Provinciecommandant van West-Vlaanderen, worden vier nieuwe verzamelcentra ingericht om de rekruten tijdelijk te hergroeperen. Het 3de Territoriaal Intendancekorps van Luik wordt naar Roeselare gestuurd om de logistieke steun te verlenen. In volgende steden zullen de respectievelijke Plaatscommandanten opvangcentra oprichten:

  • Iste Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve – Ieper, Luitenant-kolonel Pinte
  • IIde Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve – Kortrijk-Menen, Kolonel Res Emile Burck
  • IIIde Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve – Poperinge, Kolonel Vanhaubergh
  • IVde Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve – Roeselare, Luitenant-kolonel André van Derton

Het idee wordt geopperd om de jonge mannen naar Frankrijk te evacueren van zodra de situatie het toelaat. Ze zouden eerst tewerkgesteld worden in afwachting van hun rekrutering. Concrete plannen voor de uitvoering van deze exodus worden niet gemaakt.

De “Ecole Moyenne de Quiévrain” diende als CRRR tot 14 mei.

Ministerie van Landsverdediging
Op 13 mei 1940 wordt besloten om een ganse reeks eenheden en organismen van het Ministerie van Landsverdediging (vooral territoriale troepen en opleidingscentra) naar Frankrijk te laten vertrekken. Onder diegenen die naar Frankrijk gestuurd worden, zijn een groot aantal nog niet opgeleide rekruten van de Versterkings- en Opleidingscentra. Deze jongeren zijn, in tegenstelling tot de jongeren van de Rekruteringsreserve, al in de rangen opgenomen als militair en vallen onder de bevoegdheid van het Ministerie van Landsverdediging.

Opvangcentra van de Rekruteringsreserve (CRRR)
De op 12 mei genomen maatregelen blijken onvoldoende om de stroom jongeren op te vangen.  De lokale overheden die zich over de opvangcentra moeten ontfermen, kunnen de situatie niet meer aan.  Steeds meer wordt de oplossing naar voor geschoven om de overvolle opvangcentra te ontlasten door ook de rekruteringsreserve door te sturen naar Frankrijk.

Opvangcentrum Quiévrain
In Quiévrain, een gemeente op de Frans-Belgische grens in de provincie Henegouwen, worden de jongeren opgevangen in het meisjespensionaat dat voor de gelegenheid werd opgeëist. De toestromende jongeren krijgen er een slaapplaats toegewezen in één van de vele slaapzalen. Er is van enige organisatie geen spoor. De jonge mannen zijn vrij om het pensionaat te verlaten naar eigen goeddunken, hun aanwezigheid wordt niet gecontroleerd en er worden geen appels gehouden. Velen verlaten dan ook het gebouw om een onderkomen te vinden bij een gastgezin. Eenmaal per dag wordt een karige maaltijd geserveerd (waterige bonensoep of een half brood of wat rijst). De leiding berust blijkbaar bij de directrice van de meisjesschool.

Staf/Opvangcentra van de Rekruteringsreserve

Om 11u15, tijdens de laatste ministerraad in Brussel voor de hoofdstad wordt ontruimd, beslist de regering om ook de jongeren behorende tot de Rekruteringsreserve naar Frankrijk te evacueren. De minister van Volksgezondheid dient de exodus te organiseren. De verschillende centra starten onmiddellijk met de nodige voorbereidingen voor de evacuatie. Door het gebrek aan uitrusting en omkadering verloopt de aftocht bijzonder chaotisch. Er wordt getracht om de jongeren voor 48 uur van voedsel en drank te voorzien, maar dit lukt slechts in zeer beperkte mate. Bovendien is er geen uitrusting of uniform voorzien voor de jongeren en wordt buiten het kaderpersoneel, geleverd door het leger, bewust niemand als militair erkend.

In de nacht van 14 op 15 mei laat de kabinetschef van MLV, de Kolonel SBH Gilbert, aan zijn ambtsgenoot van het kabinet van volksgezondheid, Dhr Pierre Thélismar, weten dat alle mannen tussen 16 en 35, die deel uitmaken van de Rekruteringsreserve en die zich in de regio Ieper – Roeselare bevinden, de kans krijgen om met militair transport naar het zuiden van Frankrijk gebracht te worden om er onderdak en werk te vinden. Op dat ogenblik was echter nog niets geregeld, niet in het minst met Frankrijk. De volledige volksverhuizing berust dan ook op improvisatie. De Franse stad Rouen wordt aangeduid als eerste doorgangspunt op de tocht naar het zuiden. De jongeren van de Rekruteringsreserve zullen zo goed als mogelijk gehergroepeerd worden in de Tallandier kazerne van Petit-Quevilly nabij Rouen. Vervolgens zal getracht worden om iedereen die in Rouen toekomt per spoor door te sturen naar Toulouse. Het Ministerie van Volksgezondheid heeft echter geen vervoersmiddelen en de meeste jongeren vertrekken per trein, fiets of zelfs te voet. Wie geluk heeft, kan een plaatsje bemachtigen op één van de goederentreinen die vanaf 14 mei uit ons land vertrekken.

Detachement Orban van het Iste Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve (Ieper)
Tegen de avond komt een groep van ongeveer 40 militairen van de Dienst Militaire Graven van het Provinciecommando van Luik in Ieper toe. Zij zullen worden ingeschakeld om de colonnes te voet richting Normandië te begeleiden. Deze groep staat onder bevel van Cdt Orban [12].

Detachement van het IIde Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve (Kortrijk – Menen)
Een 1.200 tal jongeren van het IIde Opvangcentrum wordt in Kortrijk op een trein gezet die dezelfde dag nog doorreist naar Ligne ten westen van Ath, waar de trein komt vast te zitten. Te Ligne wordt de nacht van 14 op 15 mei in de trein doorgebracht. Om 15u00 stijgt de IIIde Groep van het 3de Artilleriepark (III/3AP) in op de trein die hen in eerste instantie naar Moeskroen zal brengen. Er wordt besloten om de de jongeren vanuit Moeskroen naar Frankrijk te evacueren. De trein wordt in Moeskroen op een zijspoor gezet en de jongeren brengen de nacht van 15 op 16 mei opnieuw in de trein door. Uiteindelijk wordt op 16 mei een tweede trein met elementen van het 4de Legerdepot (4LD) aangekoppeld waarna het treinkonvooi om 18u00 de treinreis naar Frankrijk inzet. De reis door Frankrijk verloopt zonder hindernissen via Boulogne, Abbeville, Dieppe, Rouen, Nantes, Bordeaux, Narbonne, Toulouse, Montpelier en Nîmes tot ze op 22 mei Pont-Saint-Esprit (Gars) bereiken. De jongeren van de rekruteringsreserve worden afgezet in Toulouse, Montpelier en Nîmes.

Evacuatie naar Frankrijk van Brusselse scouts opgeroepen voor de Rekruteringsreserve.

Detachement Brusselse scouts
Ook enkele jeugdorganisaties werken mee aan het samenstellen van de rekruteringsreserve. Zo besloot bijvoorbeeld de BPBBS (Baden-Powell Belgian Boy-Scouts, de Belgische katholieke scoutsfederatie) om alle scouts naar Frankrijk te evacueren. De oproep bereikte echter vooral Franstalige groepen. Slechts een 40-tal Vlaamse scouts van het VVKS (Vlaams Verbond van Katholieke Scouts) gaan mee. Op 14 mei vertrekt vanuit Schaarbeek een trein met 46 gesloten goederenwagons die ongeveer 1.300 Belgische scouts in 4 dagen naar Montpellier in Frankrijk zal brengen. Daar worden ze onderverdeeld in kleinere groepen en toegewezen aan kantonnementen.

Detachement opvangcentrum Binche
Vanuit Binche vertrekt een groep jongeren te voet richting Frankrijk. Na 150 kilometer te hebben afgelegd bereiken ze Saint-Quentin (Aisne) via Valencienne en Cambrai. In Saint-Quentin krijgen ze van de Franse gendarmerie oude fietsen waarna per fiets een etappe van 250 km wordt afgelegd tot Rouen waar de groep op 21 mei toekomt. Van hieruit wordt per trein verder gereisd tot Nîmes waar ze op 24 mei toekomen.

Detachement opvangcentrum Quiévrain
Om 17u00 geeft de rijkswacht de jongeren het bevel om zich naar Ieper te begeven. De jonge mannen verzamelen aan het station in afwachting van de komst van hun trein. Om 19u30 wordt het station van Quiévrain, waar een trein klaar staat voor het transport van een groep jongeren naar Ieper, hevig gebombardeerd door de Duitse luchtmacht. Bij het bombardement komen 32 jongens van de rekruteringsreserve om het leven. Onder hen vermoedelijk vijf oudere dienstplichtige soldaten van het Wervingsbureau Namen. Het betreft de Soldaten Dabe, Jamart, Lombet, Smal en Tallier. De overlevenden maken dan maar de tocht van Quiévrain naar Ieper per fiets of te voet.

Staf/Opvangcentra van de Rekruteringsreserve
Het MLV schiet in gang en vaardigt de eerste orders uit om de chaotische uittocht van de rekruteringsreserve onder controle te krijgen.  In de vier Centres de Receuil de la Réserve de Recrutement te Ieper, Kortrijk, Poperinge en Roeselare worden de jonge mannen verzameld. De toestromende jongeren worden onderverdeeld in marscolonnes die worden opgedeeld in groepen en ondergroepen die elk onder leiding staan van oudere reservisten. Dit kaderpersoneel is afkomstig van de provinciestaven van Luxemburg, Luik, Namen en Limburg die naar West-Vlaanderen werden doorgestuurd na de Duitse inval.

Detachement Gilson van het Iste Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve (Ieper)
Ongeveer 12.000 jongeren uit het Iste Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve in Ieper worden opgedeeld in vijf colonnes en te voet richting Rouen gestuurd. De jongeren worden begeleid door militairen van territoriale diensten die uit het zuiden van het land naar de kust zijn teruggetrokken. LtKol Gilson, een om gezondheidsredenen gepensioneerde officier, komt terug in dienst op 15 mei en wordt toegevoegd aan het CRRR. Hij zal de leiding nemen over de verplaatsing te voet van het Iste Opvangcentrum naar Rouen. Het detachement dat LtKol Gilson naar Frankrijk dient te begeleiden heeft de omvang van een anderhalf infanterieregiment. Een eerste etappe brengt de jongeren van Ieper naar Steevoorde net voorbij de Frans-Belgische grens.

Detachement van het IVde Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve (Roeselare)
Ondertussen verlaat een trein met aan boord 3.000 jongeren Roeselare.  Deze zal Toulouse bereiken na een bewogen treinreis.

Kazerne Tallandier, verzamelpunt voor naar Frankrijk gevluchte Belgische militairen.

Staf/Opvangcentra van de Rekruteringsreserve (CRRR)
Luitenant-generaal Emile Janssens, voormalig commandant van de 6de Infanteriedivisie, wordt omstreeks 11u00 door de Minister van Landsverdediging aangeduid als opperbevelhebber van de CRRR. Generaal Janssens krijgt zijn consignes van minister Jaspar in aanwezigheid van Kolonel SBH Gilbert. In Frankrijk moeten de jongeren getrieerd worden per beroepscategorie en vervolgens toegewezen worden aan arbeidsbureaus die de jongeren zullen doorsturen naar een arbeidsplaats in functie van de Franse behoeftes. In de namiddag reist hij af naar Brugge waar hij rond 18u30 toekomt. Kolonel SBH Blancgarin, voormalig stafchef van de 1ste Militaire Circonscriptie, wordt aan de staf van generaal Janssens toegevoegd.

Staf/Recruteringscentra van het Belgisch Leger (CRAB)
Generaal Janssens neemt contact op met Generaal-majoor Glorie en met Luitenant-generaal ridder Carlos de Selliers de Moranville die daags voordien werd aangeduid om een reeks Centres de la Réserve de Recrutement (CRAB) op te richten in Frankrijk.  Generaal Sellier de Moranville staat hiervoor onder het bevel van Luitenant-Generaal Wibier, bevelhebber van de Versterkings- en Opleidingstroepen.  Het doel van de nieuwe CRAB wordt het opvangen van de jongeren uit de CRRR met het oog op een latere incorporatie in de strijdkrachten.  Deze flinke zestiger vertrekt die zelfde dag nog naar Frankrijk met zijn beperkte staf die geleid wordt door Luitenant-kolonel Nollet.  Joseph Nollet is een reserveofficier die een lange carrière bij de douane achter de rug heeft.  De eerste etappe brengt het groepje officieren naar Rouen.

Rond 23u00 komt generaal Janssens toe op zijn staf in Ieper waar de commandanten van de hergroeperingscentra hem op de hoogte brengen dat meerdere detachementen reeds per spoor naar Frankrijk werden doorgestuurd. Een veel toegepaste praktijk was dat de jongeren van de rekruteringsreserve in goederenwagons gestopt werden, die dan werden aangehaakt aan voorbijkomende treinen met militairen van de Versterkings -en Opleidingscentra of van de Territoriale eenheden.

Detachement Gilson van het Iste Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve (Ieper)/CRRR in Frankrijk
LtKol Gilson rijdt naar Kassel met zijn stafvoertuig om er logement te regelen voor zijn groep. Tijdens de nacht van 16 op 17 mei marcheren de jongeren van Steevoorde naar Kassel en Hazebrouck. Iets na middernacht komen ze toe in Kassel en Hazebrouck. Cdt Orban wordt naar Saint-Omer gestuurd om er bij de Franse intendance 10.000 broden en 2.500 kg vlees op te halen. Het eten wordt verdeeld in de kantonnementen en aan de detachementen onderweg. Vanaf hier zal het detachement twee marsroutes volgen, één van Kassel over Saint-Omer naar Royon, een tweede van Hazebrouck over Aire-sur-la-Lys naar Hesdin.

Detachement Rossion Doornik
Op 16 mei vertrekt in Doornik een trein met vluchtelingen maar ook met een aantal rekruten van de Rekruteringsreserve aan boord. De meesten waren leerlingen van de “Ecole des Frères” van Doornik met enkele broeders als begeleider. Onder hen broeder Maxime André Rossion. Via Lille bereikt de trein Calais op 17 mei.

Emile Demart, bevelhebber van de XVIIde CRAB (foto uit interbellum).

Staf/Opvangcentra van de Rekruteringsreserve (CRRR)
Op 17 mei wordt de Belgisch-Franse grens afgesloten voor alle spoorverkeer. Slechts de spoorlijn langs de kust blijft open. Generaal Janssens begeeft zich naar Brugge waar zich het commando vervoer van het 7de Franse Leger (générale Blins, directeur des Etapes) bevindt maar zijn onderhandelingspogingen om nog meer jongeren per spoor naar Frankrijk te sturen mislukt. Er wordt dan maar besloten zoveel mogelijk jongeren per fiets en zelfs te voet naar het zuiden van Frankrijk te sturen. Terug in Ieper wordt de exodus per fiets georganiseerd. Er worden groepen van een 200 tal fietsers samengesteld die in zes etappes van 40 kilometer volgens vastgelegde reisroutes naar Rouen zullen fietsen.

Detachement I/3DTCA/CRRR in Frankrijk
Wanneer de trein van de Iste Groep Instructie van het 3DTCA, die ‘s morgens uit Brugge vertrok en als één van de laatste treinen op 17 mei nog de Belgisch-Franse grens kan passeren, worden enkele treinwagons met jongeren van de rekruteringsreserve aangehecht. Wanneer het treinkonvooi op 22 mei Toulouse (Haute-Garonne) passeert worden de wagons van de rekruteringsreserve losgekoppeld.

Detachement Gilson van het Iste Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve (Ieper)/CRRR in Frankrijk
Op 17 mei wordt de groep rust gegund terwijl LtKol Gilson probeert om een treinstel te bemachtigen. Hij verneemt dat dit niet mogelijk is noord van Abbeville. De kolonel bekomt echter voldoende fietsen en één detachement wordt nog op 17 mei doorgestuurd naar Rouen, de rest zal de tocht te voet verderzetten gedurende de nacht van 17 op 18 mei.

Detachement Cobbaut van het IIde Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve (Kortrijk – Menen)
Om 03u00 vertrek een nieuwe trein met jongeren uit Kortrijk onder bevel van Lt Cobbaut richting zuiden. De trein gaat langzaam eerst naar Moeskroen, vervolgens naar Doornik om dan naar Moeskroen terug te keren. Uiteindelijk passeren ze de Frans-Belgische grens om zich via Tourcoin, Lille, Armentière, Haezebrouck en Saint-Omer richting Calais te begeven.

Staf/Recruteringscentra van het Belgisch Leger (CRAB)
Generaal de Selliers de Moranville begeeft zich naar Parijs voor overleg op de staf van het Franse Ministerie van Landsverdediging.  De Fransen bepalen dat Selliers zich naar Toulouse moet begeven.  Binnen de territoriale organisatie van het Franse leger is de stad Toulouse de hoofdplaats van de 17de militaire regio.  Deze regio zal in eerste instantie gebruikt worden om onderdak te bieden aan de CRAB.

Staf/Opvangcentra van de Rekruteringsreserve
Generaal Janssens rijdt naar Lille om er met de Fransen reisroutes en rustpunten af te spreken om colonnes wielrijders naar het zuiden te loodsen. Intussen vertrekken nog steeds nieuwe detachementen uit Poperinge en Ieper deels per fiets, deels per trein. Waar de fietsers de grens nog kunnen overschrijden, komen de treinen vast te zitten tussen Ieper, Roeselare, Poperinge en de grens.

Detachement Gilson van het Iste Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve (Ieper)/CRRR in Frankrijk
Op 18 mei wordt enerzijds gemarcheerd richting Saint-Omer (Pas-de-Calais) waar ze tegen de avond toekomen en uitrusten voor de volgende etappe richting Royon (Pas-de-Calais). De tweede groep jongeren bereikt op 18 mei Aire-sur-la-Lys om er uit te rusten voor de etappe naar Hesdin.

Detachement Rossion Doornik in Frankrijk
‘s Morgens bereikt de trein nog Boulogne en kan later doorrijden tot Abbeville waar ze ‘s avonds worden gerangeerd op een vrij spoor van de “Gare anglaise”. Hier moet gewacht worden op een rijpad om de reis verder te zetten naar het zuiden. De “Gare anglaise” [9] is gelegen tussen het spoor naar Amiens en het riviertje Doigt. De uitgehongerde passagiers van de vluchtelingentrein worden in barakken van het Franse leger (gekend als Centre de permissionaires) ondergebracht in afwachting van de voortzetting van hun treinreis. Op 19 mei worden ze pas voor de eerste keer door de Fransen bevoorraadt. De trein met de vluchtelingen moet de 19de mei de ganse dag wachten omdat voorrang gegeven wordt aan militaire treintransporten.

Detachement Gilson van het Iste Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve (Ieper)/CRRR in Frankrijk
Het detachement Gilson brengt de nacht van 18 op 19 door te Saint-Omer en Aire-sur-la-Lys. Ze komen tegen de avond toe in Royon en Hesdin. Hier wordt de nacht van 19 op 20 doorgebracht.

Detachement Opvangcentrum Binche
Daar waar de kop van de groep Saint-Quentain reeds gepasseerd is en zijn tocht per fiets kan voortzetten, kunnen de achterblijvers amper uit de handen van de Duitsers blijven. De groep seminaristen uit Verviers is in tussentijd Le Quesnoy voorbij maar is dermate uitgeput dat Franse militairen hen uit medelijden laten instijgen in een militaire vrachtwagen waarvan de laadruimte met een dekzeil is afgeschermd. In de vroege ochtend van 19 mei zet de colonne Franse voertuigen zich in beweging maar wanneer het voertuig met de seminaristen Escaudoeuvre (ten noordoosten van Cambrai) passeert wordt het voertuig door de vijand ingehaald en van dichtbij onder mitrailleurvuur genomen. Er vallen tijdens het incident 16 doden; de Franse chauffeur, twee begeleidende leerkrachten en 13 seminaristen. Naast de 16 dodelijke slachtoffers vallen er nog 14 gewonden en slechts zes jongeren blijven ongedeerd.

Staf/Opvangcentra van de Rekruteringsreserve (CRRR)
Om 04u00 krijgt de Staf/CRRR te horen dat er geen doorkomen meer aan is en dat de 15 treinen met jongeren van de verschillende rekruteringscentra niet meer zullen vertrekken. Generaal Janssens laat weten dat het geen zin meer heeft te blijven proberen en ziet af van de verdere verplaatsing van jongeren naar Frankrijk. De treinen worden leeggemaakt en de Jongelui vertrekken te voet naar Veurne en De Panne. Op het einde van de dag geeft het MLV opdracht om alle jongeren te verzamelen in Oostende en Middelkerke in een poging om per schip Engeland te bereiken. Luitenant-generaal Donnay de Casteau, voormalig Provinciecommandant van Henegouwen en huidig adjunct van generaal Janssens, reist af naar Calais om alle jongeren die vastzitten in het noorden van Frankrijk terug naar België te krijgen. Kolonel SBH Blancgarin wordt met een gelijkaardige opdracht naar Duinkerke gestuurd. Hij komt aan in Duinkerke op het moment dat in de stad de “état de défense” wordt afgekondigd. Kol SBH Blancgarin wordt ter plaatse aangesteld tot “Commandant de Place Belge et du Centre de Regroupement” en neemt zijn intrek in de Jean Bart kazerne met een beperkte staf van vier luitenanten, onder hen de Luitenant Res Sulzberger van het 2de Legerdepot (2LD).

Detachement Gilson van het Iste Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve (Ieper)/CRRR in Frankrijk
Vanuit Royon wordt verder gemarcheerd tot Dompierre op zo’n 25 kilometer van Abbeville. Ondertussen blijft LtKol Gilson contact houden met de verschillende marscolonnes en regelt hij ravitaillering en logement op elke etappeplaats. Om 18u00 roept hij zijn officieren bijeen te Dompierre om de situatie te bespreken. Kapitein-commandant Breuls de Tiecken ontbreekt op het appel. Zich baserende op informatie over de nakende komst van de vijand heeft hij het initiatief genomen om niet te stoppen in Dompierre. Hij laat zijn detachement doormarcheren tot Saint-Valéry om er alsnog de Somme over te steken. Zich bewust zijnde van de ernst van de situatie beslist LtKol Gilson om de twee resterende marsdetachementen op te delen in kleine groepjes en de jongeren op eigen initiatief de Somme te laten oversteken. Om 22u00 wordt de beweging ingezet. Velen lukt het nog over de Somme te geraken maar een aantal raakt geblokkeerd en dient noodgedwongen op zijn stappen terug te keren.

Detachement Cobbaut van het IIde Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve (Kortrijk – Menen)/CRRR in Frankrijk
In de ochtend komt de trein van Lt Cobbaut tot stilstand in het station van Calais. Ze blijven er de ganse dag staan en ook de nacht van 20 op 21 mei wordt in de trein doorgebracht.

Detachement Rossion Doornik in Frankrijk
Om 09u00 bevinden de rekruten zich nog steeds in het ‘Centre de permissionaires’ langs het spoor. Naast hun trein staat een Belgische munitietrein geparkeerd die op 13 mei uit Ath vertrok (kan een trein van het AFM zijn – TBC). Op dat ogenblik start het Duits bombardement van Abbeville. Om 11u30 is het station aan de beurt en hoewel veel vluchtelingen een onderkomen hebben gevonden, in één van de vele schuilplaatsen van het barakkenkamp, komen een 90-tal Belgen om tijdens het zwaar bombardement van de ‘Gare anglaise‘, onder hen een groot aantal jongeren van de Rekruteringsreserve. De gewonden worden geëvacueerd door brancardiers van het Britse leger die toevallig in de buurt aanwezig zijn. De Belgische slachtoffers van het bombardement worden langs het rangeerterrein begraven in een massagraf [11].

Staf/Recruteringscentra van het Belgisch Leger (CRAB)
Generaal de Selliers de Moranville en zijn staf zijn aangekomen te Toulouse en installeren hun hoofdkwartier in het Grand Hôtel aan de Rue de Metz.  Hier wordt bepaald om drie Recruteringscentra van het Belgisch Leger in te richten rondom de steden Nîmes (XV CRAB), Béziers (XVI CRAB) en Toulouse (XVII CRAB).  De CRAB krijgen het nummer van de Franse militaire regio waarin ze zich zullen bevinden.  In de wijde gebieden rondom deze drie steden wordt onmiddellijk op zoek gegaan naar de nodige kantonnementen voor de grote stroom jongeren die onderweg is.  Op aangeven van LtKol Nollet wordt besloten om de jongeren onder te verdelen in twee categorieën:

  • Jongelui tussen 16 en 20 jaar zonder beroep zullen gegroepeerd worden in zogenaamde compagnies jeugd die voorbestemd worden voor lichte arbeid in de land- en bosbouw.
  • Jongeren tussen 16 en 20 jaar met een beroep en oudere rekruten zullen in compagnies arbeiders samengevoegd worden om ingezet te worden ten voordele van de Franse en de Belgische oorlogsindustrie.  Er zal nagestreefd worden om deze compagnies uit telkens 250 mannen te laten bestaan, waarvan 70% geschoolde werkkrachten, 25% ongeschoolde werkkrachten en 5% hogeropgeleiden.

Duitse opmars tussen 16 en 20 mei. In de nacht van 20 op 21 mei wordt de Franse kust bereikt.

Duitse opmars tussen 16 en 20 mei. In de nacht van 20 op 21 mei wordt de Franse kust bereikt.

Staf/Opvangcentra van de Rekruteringsreserve (CRRR)
In de nacht van 20 op 21 mei bereiken de Duitsers Noyelle-sur-Mer aan de monding van de Somme. Hierdoor raken alle detachementen van de rekruteringsreserve, die nog onderweg zijn naar het zuiden maar die de Somme nog niet bereikt hebben, ingesloten door de Duitsers. De opvangcentra van Kortrijk en Poperinge krijgen opdracht om de verzamelde jonge mannen door te sturen naar Oostende.

Detachement Beveren/CRRR in Frankrijk
Op 14 mei vertrok een groep van 34 jongeren tussen 16 en 28 jaar per fiets uit Beveren om het opvangcentrum van Ieper te vervoegen. In Ieper kregen ze te horen dat ze zich op eigen initiatief naar Rouen moesten begeven. Na verschillende mislukte pogingen om de Belgisch-Franse grens over te steken bereiken ze uiteindelijk op 20 mei Noord-Frankrijk via Ieper, Poperinge en Abele. Door de omzwervingen onderweg zijn ze te laat om de Somme nog over te steken voor de Duitse omsingeling. Van terugkerende vluchtelingen die vergeefs geprobeerd hadden de Somme te passeren, vernemen ze dat er geen doorkomen meer aan is. Wanneer ze horen dat te Fauquembergues bevoorrading zal worden uitgedeeld keren ze op hun stappen terug richting noorden. Aangekomen in Fauquembergues is geen spoor te bespeuren van de beloofde bevoorrading wel troepen er honderden vluchtelingen samen op het kerkplein. Omstreeks 18u00 wordt het dorp door de Duitse luchtmacht gebombardeerd. Er vallen 21 dodelijke slachtoffers en tientallen gewonden onder de Duitse bommenregen. Onder hen ook acht jongeren van de Recruteringsreserve uit Beveren. Vier stierven ter plaatse, vier andere overleden in Franse ziekenhuizen [14].

Detachement Gilson/CRRR in Frankrijk
Uiteindelijk slagen een 7.000 tal jongeren van het detachement Gilson erin om het zuiden van Frankrijk te bereiken. LtKol Gilson zelf keert met een klein groepje jongeren terug naar België en komt in Ieper aan op 22 mei.

Detachement Cobbaut van het IIde Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve (Kortrijk – Menen)/CRRR in Frankrijk
Wanneer Lt Cobbaut zich realiseert dat de doorgang naar het zuiden afgesloten is beslist hij met de jongeren van de Rekruteringsreserve te voet terug te keren naar België. De colonne wordt snel gevormd en tegen de middag wordt Grevelingen bereikt. Aan de poorten van de stad worden ze tegengehouden door de Fransen. De militairen mogen Grevelingen passeren, de burgers moeten een omtrekkende beweging maken rond Grevelingen en Duinkerke. De colonne wordt in twee gesplitst, Lt Cobbaut trekt de stad in met de militairen, de jongeren van de Rekruteringsreserve worden door Lt Peeters, een reserveofficier uit het Antwerpse die zich nog in burgerkledij bevond, op sleeptouw genomen richting België.

Staf/Opvangcentra van de Rekruteringsreserve (CRRR)
Generaal Janssens verplaatst zijn commandopost van Ieper naar Middelkerke. Hij geeft ook bevel om de opvangcentra van Roeselare en Poperinge naar Middelkerke te evacueren. Er blijven nu nog twee centra over waar de jongeren opgevangen worden: Middelkerke en Oostende.

Staf/Recruteringscentra van het Belgisch Leger (CRAB)
De CRAB kennen aanvankelijk bijzonder ernstige problemen met de voedselvoorziening en sanitaire voorzieningen. Er wordt de eerste dagen vaak gewoon onder de blote hemel geslapen.   Alleen bij de XVII CRAB slaagt men er in om de inkwartiering van de jongeren toch enigszins te organiseren door deze bij aankomst tijdelijk te logeren in triage-kantonnementen om alzo compagnies jeugd en compagnies arbeiders van de juiste aard en grootte samen te stellen.  Zo worden te Toulouse de compagnies jeugd samengesteld in het Palais Municipal des Sports aan de Rue Pierre Laplace.

De burgerlijke autoriteiten doorheen de zones van de XV, XVI en XVII CRAB stellen ondertussen de nodige gebouwen ter beschikking van de Belgen.  Meestal betreft het hier leegstaande woningen en gebouwen die vaak dringende herstellingen nodige hebben.  Bovendien liggen deze locaties vaak ver van elkaar zodat de idee om de jongeren te organiseren in goed georganiseerde compagnies van de zelfde grootte al snel onder druk komt te staan.  Soms wordt ook gebruik gemaakt van grote kampplaatsen die door de Franse overheid in de tweede helft van de jaren dertig ingericht werden als interneringskampen voor vluchtelingen van de Spaanse burgeroorlog. Het kamp met allicht de meest beruchte reputatie bevindt zich te Agde waar zo’n 4.000 jonge mannen zullen ondergebracht worden.  Ook het kamp te Noé ten zuiden van Toulouse zal een bijzonder groot contingent jongeren huisvesten.

 

De Hendrik Conscienceschool gelegen in de Stuiverstraat 81 te Oostende werd gebombardeerd op 27 mei 1940.

Staf/Opvangcentra van de Rekruteringsreserve (CRRR)
Duizenden jonge mannen van de Rekruteringsreserve wiens pas werd afgesneden door de in Frankrijk doorgedrongen Duitse troepen werden teruggestuurd naar het nog onbezette deel van België. Uiteindelijk worden ze gehergroepeerd in Middelkerke en Oostende. Naar schatting bevinden er zich op 27 mei 10.000 jonge mannen in de scholen en hotels van Oostende. Tijdens de ochtend van 27 mei wordt Oostende opnieuw zwaar gebombardeerd door Duitse duikbommenwerpers die onder meer de stedelijke basisschool Hendrik Conscience treffen waar een honderdtal jongeren van de Rekruteringsreserve zijn in ondergebracht. Dit bombardement, dat gepaard gaat met mitrailleurvuur, doodde en verwondde tientallen jongeren. Van de 31 doden kunnen slechts 24 lichamen kunnen geïdentificeerd worden.

Dinsdag 28 mei 1940

 

Staf/Recruteringscentra van het Belgisch Leger (CRAB)
Buiten de materiële ontberingen wordt het gedwongen verblijf voor de meeste jonge mannen in relatieve rust doorgebracht.  Toch zijn er grote verschillen qua levensomstandigheden tussen de verschillende detachementen van de CRAB.  Wie ondergebracht is bij burgers of in openbare gebouwen, kan vaak op de solidariteit van de Fransen rekenen en kent dan ook meestal een relatief goed bestaan.  De duizenden jongeren in opvangkampen zien hun vrijheid erg beperkt en zullen vaak moeten leven in omstandigheden waar voeding en logement vaak te wensen overlaten.

De staf van de CRAB schat dat er tussen de 80.000 en 100.000 jongeren opgevangen zijn door de drie regio’s heen.  Veel meer dan een schatting kan er op dag ogenblik niet gemaakt worden.  Er is al wel sinds een week een initiatief aan de gang om van elke opgevangen jongere een steekkaart op te maken en deze te Toulouse te centraliseren, maar dit gebeurt meestal slechts op het ogenblik dat een compagnie ingezet wordt ten voordele van de Franse landbouw of industrie.

 

Enkele Belgische jongeren van de CRAB bij een fontein in Toulouse.

Staf/Recruteringscentra van het Belgisch Leger (CRAB)
In een telegram aan het Ministerie van Landsverdediging bevestigt Luitenant-generaal de Selliers de voorlopige getalsterkte van de CRAB.  De XV CRAB met hoofdkwartier te Nîmes wordt geschat op 43.000 jongeren, de XVI CRAB met hoofdkwartier te Béziers op 15.300, en de XVII CRAB met hoofdkwartier te Toulouse op 30.200.

In samenspraak met de Franse militaire overheden wordt begin juni besloten om de compagnies op een andere manier te gaan organiseren:

  • Alle jongeren ouder dan 19 jaar met een beroepsbezigheid zullen samengebracht worden in compagnies arbeiders zonder onderscheid van vakkennis.  Deze compagnies zullen ter beschikking gesteld worden van de Franse Generale Staf en zullen ingezet worden als civiele werkkrachten achter de frontlinie.  Deze inzet zal er voor velen ook daadwerkelijk komen.
  • Alle jongeren tussen 16 en 19 jaar oud en alle oudere studenten zullen georganiseerd worden in compagnies jeugd.  Deze compagnies zullen verzameld worden op een kleiner aantal locaties van waaruit de jongeren die medisch geschikt zijn, zullen ingezet worden bij het aanleggen van militaire vliegvelden in het zuiden van het land.  Dit deel van het plan wordt echter nooit uitgevoerd.

De staf van de CRAB zal in de eerste helft van juni ook een stroom van verzoeken ontvangen van individuele leden van de rekruteringsreserve die hun diensten wensen aan te bieden aan het Belgisch leger, van gepensioneerde militairen die als burger naar Frankrijk gevlucht zijn en terug in uniform willen, en van Franse ondernemers die op zoek zijn naar arbeidskrachten.  De jongeren die in dienst willen, worden voorlopig afgehouden.  Luitenant-generaal de Selliers geeft geen mandaat om tot inlijving over te gaan.  Een aantal gepensioneerde militairen wordt voor de duur van de algemene mobilisatie aangeworven, meestal met een tijdelijke aanstelling in hun laatste graad, en worden toegevoegd aan de omkadering van de CRAB.  Franse ondernemers die naar Belgische arbeidskrachten op zoek gaan, komen met zekere regelmaat en met het juiste lobbywerk soms wel met tot een akkoord met de Belgische legerleiding.

Tenslotte blijft het Ministerie van Landsverdediging op zoek naar het nodige kader voor de CRAB.  Dit wordt in grote mate geput uit het personeel van de Wervingsburelen.

Staf/Recruteringscentra van het Belgisch Leger (CRAB)
Op 3 juni 1940 komt Kolonel Emile Burck, voormalig commandant van het IIde Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve te Kortrijk-Menen, om het leven te Béziers na een ongeval met zijn persoonlijk wapen.  De kolonel zou zich het leven ontnomen hebben.

4 juni 1940

Staf/Recruteringscentra van het Belgisch Leger (CRAB)
Sommige jongeren worden naar het front gestuurd. Op 4 juni 1940 vertrekken de eerste compagnies arbeiders naar de regio rond Verdun, het frontgebied aan de Seine en later aan de Loire. Talrijke jongeren worden er gevangen genomen. Sommigen, minderjarigen incluis, zullen tot 1941 geïnterneerd blijven.

Bataljon Kapitein-commandant Lambert / XVII CRAB
Kapitein-commandant Emile Lambert wordt aan het hoofd geplaatst van een bataljon arbeiders dat in steun gegeven wordt van het Franse 10e Armée.  Dit bataljon bestaat uit de 39ste Compagnie Arbeiders (Onderluitenant Livens), de 61ste Compagnie Arbeiders (Adjudant Vandewalle), de 62ste Compagnie Arbeiders (Onderluitenant De San), de 88ste Compagnie Arbeiders (Luitenant Lombard) en de 89ste Compagnie Arbeiders (Onderluitenant Maison).  Het bataljon heeft geen uitrusting, materiaal of transportmiddelen en is natuurlijk niet bewapend.  De rekruten krijgen levensmiddelen voor 4 dagen mee en zullen op 5 juni per trein vertrekken van Toulouse naar het front in Noord-Frankrijk.  

5 juni 1940

Detachement Luitenant Derochette / XV CRAB
Luitenant Derochette staat aan het hoofd van de 5de Compagnie Arbeiders te Montaren-et-Saint-Médiers, een dorpje ongeveer 25Km noord van Nîmes.  Op 5 juni vertrekt deze eenheid samen met de 2de Compagnie Arbeiders van Luitenant Dessain van uit het station van Uzès richting La-Neuville-aux-Bois in de Argonne-streek.  De 5Cie telt op dat ogenblik 267 rekruten en zal samen met de 2Cie ingezet worden ten voordele van het Franse leger.

Bataljon Kapitein-commandant Lambert / XVII CRAB
De trein met het bataljon Lambert vertrekt noordwaarts en zal via Brive-la-Gaillarde, Châteauroux, Bretigny en Pontoise naar Mantes-la-Ville gedirigeerd worden.  Dit stadje ligt op de linkeroever van de Seine ten noordwesten van Parijs.  Na de oversteek van de Duitse legers van de Somme wil het Franse opperbevel een nieuwe verdedigingslinie organiseren langsheen de Seine. Hierbij is het 10e Armée aangeduid om deel uit te maken van de strijdmacht die langsheen de Seine zal post vatten.   De reis van Kapitein-commandant Lambert zal twee dagen duren.

6 juni 1940.

Detachement Luitenant Derochette / XV CRAB
De trein met de rekruten van 2de en de 5de Compagnie Arbeiders bereikt La-Neuville-aux-Bois waar de jongeren ten dienste gesteld worden van de Franse 8e Compagnie de Ponts Lourds, een brugslagcompagnie.

Detachement Onderluitenant Olaers / XVI CRAB
Te Bédarieux kantonneert de 5de Compagnie Arbeiders van de XVI CRAB onder leiding van Onderluitenant Olaers.  Ook deze compagnie zal deelnemen aan de inzet in Noord-Frankrijk.  Op 6 juni vertrekt de compagnie per trein naar Vézelise, een locatie ongeveer 20Km zuid van Nancy.  De reis zal drie dagen duren.

7 juni 1940

Detachement Luitenant Derochette / XV CRAB
De compagnies krijgen naast de Belgische kaderleden nu ook enkele Franse militairen toegewezen.  Er wordt met de nodige wrijving afgesproken dat alle orders aan de Belgische rekruten ook door de Belgische kaderleden zullen gegeven worden.  De compagnie is echter niet inzetbaar.  Het ontbreekt heel wat jongeren aan het juiste schoeisel.  Velen dragen espadrilles die bij aankomst in Zuid-Frankrijk uitgedeeld werden.  Luitenant Derochette koopt ook wat keukenmateriaal aan in de hoop om zelf in warme maaltijden te kunnen voorzien.

Bataljon Kapitein-commandant Lambert / XVII CRAB
Het bataljon van Kapitein-commandant Lambert rijdt Mantes-la-Ville voorbij en bereikt het stadje Gisors omstreeks 20u00.  Deze stad ligt een 40-tal Km verder noordwaarts, op de rechteroever van de Seine.  De trein rijdt nog een klein eindje verder tot in Charleval waar de rekruten even na 22u00 aankomen.  Wat Lambert op dat ogenblik niet weet is dat het 10e Armée op 8 juni uit de Franse slagorde zal verdwijnen na de vijandelijke omsingeling van het 9(FR) Legerkorps en de overheveling van het 10(FR) en 25(FR) Legerkorps naar het nieuwe Armée de Paris dat de hoofdstad moet verdedigen.  Te Charleval is dan ook geen enkele Franse militaire overheid te bespeuren die Lambert kan vertellen wat hem te doen staat.  Lambert besluit om zijn rekruten onder te brengen in de bossen ten zuiden van Charleval.

Kapitein-commandant Lambert is er zich nu van bewust dat hij wel erg dicht bij de frontlinie is aanbeland en wil dan ook zo snel mogelijk weg.  Terwijl het bataljon in kleine groepjes op zoek gaat naar voedsel en om 15u00 opnieuw in het station van Charleval moet verzamelen, vraagt Lambert aan de stationchef van Charleval om tegen 17u00 een treinstel te voorzien dat zijn rekruten naar Gaillon kan overbrengen.  Hij besluit ook om een compagnie achter te laten te Charleval en duidt hiervoor de 62ste Compagnie Arbeiders van Onderluitenant Van San aan.  Om 16u00 krijgt hij uiteindelijk ook contact met de diensten van het achtergebied van het Franse 10de Leger die hem 8 onderofficieren en 8 korporaals beloven.  Lambert krijgt ook het bevel om zijn bataljon over te brengen naar Les Andelys.

8 juni 1940

Staf/Recruteringscentra van het Belgisch Leger (CRAB)
Het eveneens naar Frankrijk geëvacueerde Opleidingscentrum van de Gezondheidsdienst is dringend op zoek naar nieuwe vrijwilligers voor het leger.  Aan de drie CRAB wordt verzocht om binnen hun eenheden op zoek te gaan naar studenten geneeskunde, farmaceutische wetenschappen, tandheelkunde en dierengeneeskunde die eventueel interesse zouden hebben om ingelijfd te worden.

Bataljon Kapitein-commandant Lambert / XVII CRAB
Tijdens de nacht van 7 op 8 juni verplaatst de 62ste Compagnie Arbeiders zich naar Les Andelys, terwijl de rest van het bataljon alsnog per trein overgebracht wordt naar Gaillon.  Hier stijgen de rekruten uit rond 03u00.  Lambert belt naar de staf van het Franse 10de Leger maar krijgt geen instructies.  Hij besluit dan maar om de 62Cie ook naar Gaillon te roepen.  Vervolgens verneemt hij dat er in het nabijgelegen Champenard een verzamelcentrum voor verdwaalde en gevluchte militairen van het 10de Leger.  Van zodra de 62Cie aangekomen is te Gaillon, zet de ganse colonne zich op weg naar Champenard.  Hier ontvangen de Belgen een rantsoen brood en vlees-in-blik van het Franse leger.  Onderweg is evenwel de 61ste Compagnie Arbeiders verloren gelopen en de baan naar Evereux ingeslagen.

9 juni 1940

Officieren en onderofficieren van de CRAB in Zuid-Frankrijk.

Staf/Recruteringscentra van het Belgisch Leger (CRAB)
In een nota aan het Opleidingscentrum voor Onderluitenanten van de Militaire Luchtvaart wijst Luitenant-generaal de Selliers er op dat een aantal jongeren van de CRAB in het bezit blijken te zijn van een civiel vliegbevret.  De generaal suggereert dat wil wel eens een gunstige rekruteringspool zou zijn, maar onderneemt zelf geen enkel initiatief.

Detachement Luitenant Derochette / XV CRAB
De 8e Compagnie de Ponts Lourds heeft het bevel gekregen om tussen Le Vieil-Dampierre in het noorden en Givry in het zuiden een anti-tankhindernis aan te leggen langsheen de loop van de rivier Ante.  De compagnies zullen op 10 juni aan de slag gaan.

Detachement Onderluitenant Olaers / XVI CRAB
De 5de Compagnie Arbeiders bereikt Vézelise na een treinreis van drie dagen en wordt hier onder het bevel geplaatst van de Franse Capitaine Fleurence van het Commandement d’Etappes.  De rekruten zullen gedurende 5 dagen ingezet worden bij het aanleggen van veldversterkingen ten zuiden van Nancy.

Bataljon Kapitein-commandant Lambert / XVII CRAB
Kapitein-commandant Lambert wil zijn verdwaalde compagnie terughalen uit Evereux, maar de Franse militairen raden hem aan om zich uit de voeten te maken en het bataljon eveneens naar Evereux te sturen.  Deze keer verloopt alles zoals gepland en tegen 16u00 is het ganse bataljon weer samen en bovendien opnieuw bevoorraad door het Franse leger.  Het bataljon trekt verder in de richting van Dreux en houdt even buiten de stad halt.  Terwijl Lambert opnieuw contact opneemt met de Franse intendance te Evereux, worden de rekruten aangevallen door Duitse vliegtuigen.  Er vallen een 30-tal slachtoffers onder de Belgen waaronder ook Onderluitenant Van San.  De rekruten stuiven uit elkaar.  De meesten vluchten de stad in en worden hier min of meer gehergroepeerd door de kaderleden.  Na een tweede luchtaanval op de stationsbuurt van Evereux rondom 20u00 schat Lambert dat hij nog zo’n 350 rekruten onder zijn gezag heeft.  De Franse intendance is inmiddels uit de stad vertrokken zodat er van een nieuwe bevoorrading geen sprake kan zijn.  Wel zijn er nog Britse troepen aanwezig van een van de drie Base Depots van de British Expeditionary Force die langs de Seine liggen.  De Britten ontzeggen het bataljon Lambert het verdere verblijf in de stad.  Kapitein-commandant Lambert vertrekt naar Nonancourt.

Staf/Recruteringscentra van het Belgisch Leger (CRAB)
De Directie Recruteringen van het Ministerie van Landsverdediging bevestigt dat er aan de lokale besturen van de Belgische legerzone in Zuid-Frankrijk gevraagd is om een census te ondernemen van alle landgenoten tussen de 19 en 35 jaar die geen verblijfsvergunning in Frankrijk hebben.  De legerleiding wil alzo de juiste grootte van de pool potentiële rekruten bepalen om in een latere fase ook daadwerkelijk nieuwe militairen onder de wapens te kunnen roepen.  Het ministerie drukt er op dat de jongeren van de CRAB voorlopig als gevluchte burgers beschouwd blijven, en zeker niet als militairen aanzien mogen worden.  Om de spontane rekrutering mogelijk te maken, richt het ministerie twee rekruteringsbureau’s in.

Detachement Luitenant Derochette / XV CRAB
De 2de en de 5de Compagnie Arbeiders werken vanaf 03u00 ‘s morgens tot 20u00 ‘s avonds in ploegen van 8 uur.  De rekruten graven de hele dag in de modderige oever van de rivier.  Het werk is helemaal voor niks, want om 20u00 krijgt de Franse brugslagcompagnie het bevel om terug te trekken naar Chalons.  Er wordt beloofd dat een Frans geniebataljon voor de compagnies zal zorgen, maar hier valt niets van te merken.  Het gemeentebestuur van La-Neuville-aux-Bois wil geen assistentie bieden.  

Bataljon Kapitein-commandant Lambert / XVII CRAB
De terugtocht naar Nonancourt verloopt in de grootste chaos en Kapitein-commandant Lambert verliest steeds meer rekruten.  Bovendien blijft de Luftwaffe op zoek naar doelen.  Bij de passage van Thomer-la-Sôgne worden nog maar eens 3 jongeren gedood in een nieuwe luchtaanval.  Wanneer de colonne Nonancourt bereikt, blijkt deze gemeente propvol vluchtelingen te zitten.  Bovendien zijn alle winkels gesloten.  Het bataljon trekt verder richting Verneuil-sur-Avre.

Staf/Recruteringscentra van het Belgisch Leger (CRAB)
De XVII wordt niet langer verantwoordelijk voor de compagnies jeugd die zich in het departement Gers bevinden.  Deze compagnies worden samengevoegd tot een enkele groepering onder het bevel van Kolonel Heenen, met het oog op een mogelijke vervroegde terugkeer naar ons land.

Met dit treinbiljet werden de restanten van het bataljon arbeiders van Kapitein-commandant Lambert teruggebracht naar Toulouse.

Met dit treinbiljet werden de restanten van het bataljon arbeiders van Kapitein-commandant Lambert teruggebracht naar Toulouse.

Detachement Luitenant Derochette / XV CRAB
De 2de en de 5de Compagnie Arbeiders worden aangehecht bij de Franse 398/11 Compagnie Auxiliaire d’Exploitation Forestière.   Deze bosbouweenheid zal de Belgen verder inzetten bij de veldwerken langsheen de Ante.

Bataljon Kapitein-commandant Lambert / XVII CRAB
Wanneer Kapitein-commandant Lambert de gemeente Verneuil-sur-Avre bereikt, is zijn eenheid uitgedund tot een 60-tal rekruten.  Lambert besluit dat hij zo snel mogelijk moet verder trekken van de naderende frontlijn en laat verder marcheren naar L’Aigle.   Hier kan de colonne eindelijk uitrusten en opnieuw van voedsel en drank voorzien worden.  Tot ieders geluk kan Kapitein-commandant Lambert een treinbiljet naar Toulouse bekomen voor zijn groep.

12 juni 1940

Detachement Luitenant Derochette / XV CRAB
Nog steeds te La-Neuville-aux-Bois werken de rekruten aan de verdediging van de Ante.  Er worden hindernissen gebouwd en greppels gegraven.  Het regent de ganse dag.  Om 20u00 krijgen de compagnies een bevel om terug te trekken naar de departementale weg D14 tussen Villers-le-Sec en Heiltz-le-Marupt.  De rekruten zullen de ganse nacht lang marcheren.

13 juni 1940

Detachement Luitenant Derochette / XV CRAB
De totaal uitgeputte jongeren bereiken de D14 tussen Villers-le-Sec en Heiltz-le-Marupt omstreeks 08u30.  In de buurt van de rustplaats staat een Franse artillerie-eenheid die er om 10u30 plotsklaps vandoor gaat en de Belgen aanmaant om door de bossen te vluchten.  De Belgen proberen samen met de Franse bosbouwcompagnie te ontkomen naar het zuiden, maar raken vast wanneer de brug van Pargny over het Marne-Rijnkanaal opgeblazen wordt.  Tot overmaat van ramp duiken in de verte enkele Duitse pantserwagens op.   De compagnies kunnen alsnog ontglippen naar Érize-Saint-Dizier en verschuilen zich hier in een bos.  Lang duurt de rust echter niet want omstreeks 21u30 wordt ook deze locatie veroverd door het Duitse leger.  De Franse bosbouwers besluiten zich over te geven, maar Luitenant Derochette wil hier niet van weten en besluiten doorheen de nacht in de richting van Bar-le-Duc verder te marcheren.  Niet alle jongeren willen of kunnen mee, zodat uiteindelijk nog een 175-tal rekruten de mars hervatten.

Staf/Recruteringscentra van het Belgisch Leger (CRAB)
Luitenant-generaal Wibier, bevelhebber van de Versterkings- en Opleidingstroepen in Frankrijk, laat weten aan de staf van de CRAB dat er te Montpellier nu twee rekruteringsbureau’s van het Belgische leger actief zijn en dat alle burgers van de CRAB die wensen versneld ingelijfd te worden als militair zich hier kunnen aanbieden.

Detachement Luitenant Derochette / XV CRAB
De restanten van de compagnies houden halt omstreeks 01u00 en vernemen dat de bruggen te Bar-le-Duc zouden in handen hebben.  Luitenant Derochette besluit om de Marne te volgen en te Joinville een nieuwe oversteekpoging te wagen.  Onderweg vallen de compagnies uit elkaar wanneer heel wat jongeren meegenomen worden door een colonne van het Franse leger of een lift krijgen van een of ander burgervoertuig.  Tegen 19u00 ontdekt Luitenant Derochette bovendien dat ook Joinville gevallen is.  Derochette wordt op dat ogenblik vergezeld door slechts 4 jongeren die onderweg net zoals hem een fiets hebben weten te bemachtigen.   Het vijftal zal uiteindelijk op 16 juni de stad Besançon bereiken en kan van hier uit per spoor doorreizen via Lyons naar Nîmes. 

Detachement Onderluitenant Olaers / XVI CRAB
Het Franse leger evacueert de stad Nancy en dat betekent ook dat Vézelise ontruimt wordt.  Onderluitenant Olaers wordt van zijn opdracht ontlast en besluit om per trein trachten terug te keren naar de XVI CRAB.

Detachement Onderluitenant Olaers / XVI CRAB
Onderluitenant Olaers en zijn compagnie staan te Vézelise  klaar om de trein van 07u20 te nemen, maar dit vertrekt kan niet langer doorgaan na een treinongeval ten noorden van Mirecourt.  De compagnie trekt over de baan naar Tantonville en kan hier omstreeks 16u00 instijgen aan boord van een andere trein.

Detachement Onderluitenant Olaers / XVI CRAB
Het treinstel houdt omstreeks 08u30 bruusk halt nabij Passavant-la-Rochère.  Op het nabijgelegen spoor komt een tweede treinstel aan dat vol Franse militairen zit.  De stationchef van Passavant bevestigt dat de Duitsers een 15-tal Km meer zuidwaarts de spoorlijn bereikt hebben en raadt aan om uit te stijgen en naar Epinal te vluchten.  Wanneer de beide treinstellen van hun honderden passagiers ontdaan worden, duikt 13 Duitse bommenwerpers op die het weerloze doel onmiddellijk bestoken.  De ongelukkigen vluchten in alle richtingen weg.  Enkele uren later is de rust weergekeerd en heeft Onderluitenant Olaers 62 jongeren kunnen terugvinden.  De rest van de compagnie is verdwenen.  Olaers besluit om met deze groep naar Selles te marcheren om hier het Vogezenkanaal over te steken.  Te Selles stuit hij op een eenheid van het Poolse leger in ballingschap.  Een Poolse officier gaat ermee akkoord om voldoende vrachtwagens van vluchtende burgers staande te houden om alle jongeren over te brengen naar Pontarlier.  Aan Onderluitenant Olaers vraagt hij om een vrachtwagen met Poolse gewonden te begeleiden tot in dezelfde stad.

17 juni 1940

Staf/Recruteringscentra van het Belgisch Leger (CRAB)
Luitenant-generaal de Selliers de Moranville laat weten aan de bevelhebbers van de drie CRAB dat de recruteringscentra uit het commando van de Versterkings- en Opleidingstroepen gehaald zijn en nu aangestuurd worden door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Werk.  De militaire omkadering blijft evenwel verder lopen.

Detachement Onderluitenant Olaers / XVI CRAB
Zonder enig weet te hebben over het lot van zijn manschappen, bereikt Olaers te stad Pontarlier in de vroege ochtend van 17 juni.  Hier wacht hij tevergeefs op zijn compagnie.  Omstreeks 19u00 rijden de eerste Duitse pantserwagens Pontarlier binnen.  De bezetters vragen aan Onderluitenant Olaers hoe hij hier verzeild is geraakt en laten hem gewoon lopen.  Op 21 juni zal hij Béziers bereiken.

18 juni 1940

Detachement Onderluitenant Maison / XVII CRAB
Na de vlucht uit La-Neuville-aux-Bois is Onderluitenant Maison van de 89ste Compagnie Arbeiders afgezonderd geraakt van het bataljon Lambert met nog een 25-tal jongeren.  Deze groep bereikt Poitiers op 18 juni en stuurt van hier uit een telegram met een vraag om verdere instructies naar Toulouse.  Over het lot van Maison zijn geen verdere gegevens.

 

20 juni 1940

De Franse militaire overheid vreest dat de stad Toulouse door de Duitsers gebombardeerd zal worden en vraagt aan de CRAB om de compagnies jeugd die in en om de stad verblijven te verhuizen naar het departement van de Gers.

23 juni 1940

Na de capitulatie van het Franse leger op 22 juni en de opdeling van Frankrijk in een bezet en een niet-bezet deel, worden de eenheden van het Franse leger die zich in het zuiden van het land bevinden in de grote steden ingekwartierd.  De Fransen vragen dan ook dat de CRAB de kantonnementen te Toulouse overdraagt aan hun leger.

Eind juni 1940 zie de slagorde van de CRAB er vermoedelijk als volgt uit:

Bevelhebber Luitenant-generaal ridder Charles (“Carlos”) de Selliers de Moranville
Samenstelling Staf (LtKol Joseph Nollet) 1ste Bureau (Cdt J. Laroche)
2de Bureau (Lt H. Goossens)
3de Bureau (Cdt G. Delacroix)
4de Bureau (Cdt R. Dessargues)
  Intendancedienst (Maj E. Vandebunerie)
  Gezondheidsdienst (Med GenMaj Walthère Defalle)
  Transportkorps (Cdt J. Roberti de Winghe)
  Stafcompagnie (Cdt A. Van Elder)
  XV CRAB (Kol baron Gaston de Trannoy) -Nîmes Sector 1 (Kol E. Sieben)  
    Sector 2 (Kol E. Lecorbisier)  
    Sector 3 (Kol P. Van Welsenaers)  
    Sector 4 (Maj A. Schrauben)  
    Sector 5 (LtKol A. Thonet)  
  XVI CRAB (LtGen Jules Briquet) – Béziers Sector A Kantonnement Maraussan
Kantonnement Lignan
Kantonnement Lieurnan
Kantonnement Bassan
Kantonnement Boujan
Kantonnement Colombiers
    Sector B Kantonnement Florensac
Kantonnement Pinet
Kantonnement Pomerols
Kantonnement Marseillan
    Sector C Kantonnement Serignan
Kantonnement Sauvian
Kantonnement La Galiberte
    Sector D Kantonnement Villeneuve
Kantonnement Cers
Kantonnement Portiragne
    Sector E Kantonnement Murviel
Kantonnement Saint Chignan
Kantonnement Cessenon
Kantonnement Thezan
Kantonnement Cazouls
    Sector F Kantonnement Magalas
Kantonnement Siant Genies
Kantonnement Autignac
Kantonnement Lamalon
Kantonnement Neffies
Kantonnement Herepian
Kantonnement Poujols
Kantonnement Bedarieux
  XVII CRAB (GenMaj Emile Demart) – Toulouse   5de Compagnie Arbeiders (Kapt Boute) – Auch
6de Compagnie Arbeiders – Mirande
7de Compagnie Arbeiders (OLt Janne)
10de Compagnie Arbeiders (Lt Gilbert) – Agen
11de Compagnie Arbeiders – Lectoure
12de Compagnie Arbeiders (Kapt Houbion) – Condom
13de Compagnie Arbeiders (Lt Mattheessens) – Lombez
15de Compagnie Arbeiders – Saurat
16de Compagnie Arbeiders – Lourdes
18de Compagnie Arbeirders (Lt Gilbert)- Agen
19de Compagnie Arbeiders – Cahors
20ste Compagnie Arbeiders (Adjt Soeten) – Figeac
21ste Compagnie Arbeiders – Gourdon
22ste Compagnie Arbeiders (Lt Govaerts) – Mazères
22ste Compagnie Arbeiders (Lt Abbeloos) – Lannemezan
29ste Compagnie Arbeiders (Cdt De Smet) – Caylus
32ste Compagnie Arbeiders – Sarrat de Gaye
45ste Compagnie Arbeiders – Mazères
81ste Compagnie Houtvesters (Cdt Plisnier) – Léguevin
83ste Compagnie Arbeiders (Lt Stassin) – Lannemezan
86ste Compagnie Arbeiders (Lt Gordenne) – Chapelies
87ste Compagnie Arbeiders (Lt Gordenne) – Chapelies
91ste Compagnie Arbeiders (Dhr Kinfur) – Chateauroux
510de Compagnie Jeugd – Naravat
523ste Compagnie Jeugd – Touget
530ste Compagnie Jeugd – Aubiet
531ste Compagnie Jeugd – Aubiet
532ste Compagnie Jeugd – Lusson
533ste Compagnie Jeugd (1Kapt Castiaux) – L’Isle-Arné
534ste Compagnie Jeugd – Maisan
537ste Compagnie Jeugd – Saramon
540ste Compagnie Jeugd – Faget-Abbatial
541ste Compagnie Jeugd – Lamaguère
543ste Compagnie Jeugd (Lt Celis) – Tachoires/Montcorneil
   
   

3 juli 1940

Staf/Recruteringscentra van het Belgisch Leger (CRAB)
Luitenant-kolonel Joseph Nollet wordt weggeroepen bij het Ministerie van Landsverdediging en overgeplaatst naar het Ministerie van Financiën.  De nieuwe stafchef van de CRAB wordt Luiteant-kolonel Legat, een cavalerie-officier.

Na de capitulatie

Staf/Recruteringscentra van het Belgisch Leger (CRAB)
Begin augustus wordt besloten om de CRAB terug te brengen naar ons land.  Het eerste treinstel met aan boord jongeren van de XVde CRAB vertrekt op 10 augustus 1940 onder leiding van Kapitein-commandant Mosselman, die voorheen bij de Dienst Ontvangsten van het Ministerie van Landsverdediging werkte.

Pas eind augustus zullen de zowat 100.000 jongeren van de CRAB terugkeren naar België. Het avontuur van de CRAB zal helaas aan ongeveer 400 jonge Belgen het leven kosten.

Zonder immatriculatie als militair ontvangen de leden van de CRAB geen soldij voor hun verblijf bij het Belgisch leger en zullen ze na de oorlog niet het statuut van oud-strijder kunnen aanvragen. Daartegenover staat dat hun burgerstatuut hen in augustus 1940 van de krijgsgevangenschap heeft gespaard en de jonge mannen allen direct naar huis mochten terugkeren.

Pas in 1990 stelt de Belgische regering een herinneringsmedaille in voor wie deelnam aan de exodus van de CRAB. In 1998 krijgen de overlevenden in extremis een eigen statuut vergelijkbaar met dat van de oud-strijders.

Ontslagbewijs afgeleverd aan een lid van de CRAB te Brive in augustus 1940

Ontslagbewijs afgeleverd aan een lid van de CRAB te Brive in augustus 1940

Slachtoffers

De jongeren van de CRAB hebben nooit het statuut van militair verkregen en de namen van de ongeveer 400 slachtoffers werden niet opgenomen in het bestand aangelegd door Defensie. Sporadisch verzamelde informatie werd hieronder gegroepeerd.

De jongeren worden opgedeeld in de categorie DPRE (Displaced Persons and Refugees) indien zij jonger waren dan 15, de minimum leeftijd voor de Rekruteringsreserve, in de categorie CRRR (Centre de Regroupement du Réserve de Recrutement) indien zij omkwamen in België of onderweg naar Frankrijk, of in de categorie CRAB (Centre de Recrutement de l’Armée belge) indien zij omkwamen tijdens hun verblijf in Frankrijk.

EenheidNaamVoornaamFotoGraadStandKlas° op° te+ op+ teNota
CRRRANTHEUNISFernand, Kamiel JozefCiv29.01.1921Geraardsbergen27.05.1940OostendeGedood tijdens bombardement Hendrik Conscience school
CRRRARTSLudovicusCiv192427.05.1940OostendeGedood tijdens bombardement Hendrik Conscience school
CRRRBAUDHUINJeanCiv192220.05.1940Villers-sur-Marne (F)Verwond op 15.05 te Maubeuge
CRRRBENOYJaakCiv03.11.1920Antwerpen27.05.1940OostendeGedood tijdens bombardement Hendrik Conscience school
CRRRBINAMEAlbertCiv192427.05.1940OostendeGedood tijdens bombardement Hendrik Conscience school
CRRRBINARDJacquesCiv30.12.1922Sint-Lambrechts-Woluwe28.05.1940(Onbekend)Vermist in Frankrijk
DPREBRESERSAloysCiv29.06.1925Niederanven (L)19.05.1940Escaudoeuvres (F)Seminarist van het College Saint-François-Xavier van Verviers, onderweg naar Zuid-Frankrijk gemitrailleerd
CRABBURCKEmile, HenriKolRes03.03.1877Philippeville03.06.1940Béziers (F)Zelfmoord
CRRRCHARNEUXAlphonseCiv17.12.1921Hompré27.05.1940OostendeGedood tijdens bombardement Hendrik Conscience school
CRRRCOPPENSJozefCiv29.06.1923Iddergem31.05.1940KoksijdeGedood tijdens bombardement
CRRRCUYPERSCalixtus, RenéCiv23.05.1923Waarloos22.05.1940Abbeville (F)Gedood tijdens luchtbombardement
CRRRD'HONDTPaulCiv1924Leuven19.05.1940Escaudoeuvres (F)Seminarist van het College Saint-François-Xavier van Verviers, onderweg naar Zuid-Frankrijk gemitrailleerd
CRRRDABEConstant, JMil27.06.1904Bras14.05.1940QuiévrainSdt Mil doorgestuurd door Wervingsbureel Aarlen. Gedood tijdens bombardement van Quiévrain
CRRRDE LEEUWRenéCiv05.04.1922Kontich24.05.1940Boulogne (F)
CRRRDE POORTERLouisCiv01.09.1920Antwerpen24.05.1940Gravelin (F)
CRRRDE SMEDTJosephCiv31.03.1924Schaarbeek27.05.1940OostendeGedood tijdens bombardement Hendrik Conscience school
CRRRDELPLACELéonceCiv16.06.1922Moustier27.05.1940Orchies (F)
CRRRDENISTYNoëlCiv12.02.1911Chatelineau27.05.1940OostendeGedood tijdens bombardement Hendrik Conscience school
CRRRDEPESTERMarcelCiv31.12.1919La Louvière27.05.1940OostendeGedood tijdens bombardement Hendrik Conscience school
CRRRDESCOTTERaymondCiv1924Pont-à-Celles19.05.1940Escaudoeuvres (F)Seminarist van het College Saint-François-Xavier van Verviers, onderweg naar Zuid-Frankrijk gemitrailleerd
CRRRDUQUESNEGérardCiv16.04.1924Rebaix27.05.1940OostendeGedood tijdens bombardement Hendrik Conscience school
CRRRFNAUSKINAndréCiv192427.05.1940OostendeGedood tijdens bombardement Hendrik Conscience school
DPREGABRIELAlfredCiv1928Ligneuville19.05.1940Escaudoeuvres (F)Seminarist van het College Saint-François-Xavier van Verviers, onderweg naar Zuid-Frankrijk gemitrailleerd
CRRRGHYSSELSGustaveCiv29.08.2023Aubigny-au-Bac (F)27.05.1940OostendeGedood tijdens bombardement Hendrik Conscience school
CRRRGORISChristianCiv15.06.1924Schaarbeek27.05.1940OostendeGedood tijdens bombardement Hendrik Conscience school
CRRRGRETRYAndré, Hubert JosephCiv17.11.1923Richelle18.05.1940Noyelles (F)
CRRRHOUARDJulesCiv07.02.1922Bomal17.05.1940Le CateauGedood tijdens bombardement
CRRRJAMARTDésiré, L.J.Mil08.09.1893Sclayn14.05.1940QuiévrainSdt Mil doorgestuurd door Wervingsbureel Namen. Gedood tijdens bombardement van Quiévrain
CRRRJASPARTGastonCiv1923Wanze-les-Huy20.05.1940Abbeville (F)Gedood tijdens het bombardement op het rangeerstation (la gare anglaise) van Abbeville
CRRRKAISERMathiasCiv1925Bettembourg (L)19.05.1940Escaudoeuvres (F)Seminarist van het College Saint-François-Xavier van Verviers, onderweg naar Zuid-Frankrijk gemitrailleerd
CRRRLIAOMichelCiv1919Shanshan (China)19.05.1940Escaudoeuvres (F)Seminarist van het College Saint-François-Xavier van Verviers, onderweg naar Zuid-Frankrijk gemitrailleerd
CRRRLIEVENSAugustCiv07.02.1924Lede27.05.1940OostendeGedood tijdens bombardement Hendrik Conscience school
CRRRLOMBETMarcelMil14.06.1895Sclayn14.05.1940QuiévrainSdt Mil doorgestuurd door Wervingsbureel Namen. Gedood tijdens bombardement van Quiévrain
CRRRLOUISJeanCiv30.01.2005Brussel27.05.1940OostendeGedood tijdens bombardement Hendrik Conscience school
CRABMATTLETFélixCiv18.07.1919Huy29.06.1940Tarnac-Domme (F)
CRRROPDENACKERRenéCiv27.08.1922Antwerpen27.05.1940OostendeGedood tijdens bombardement Hendrik Conscience school
CRRRPEREMANSViktorCiv26.12.1922Hombeek23.07.1940Abbeville (F)Overleden in bombardement
CRRRPIRARTJeanCiv1924Brussel19.05.1940Escaudoeuvres (F)Seminarist van het College Saint-François-Xavier van Verviers, onderweg naar Zuid-Frankrijk gemitrailleerd
DPREPIRARTAndréCiv1929Brussel19.05.1940Escaudoeuvres (F)Seminarist van het College Saint-François-Xavier van Verviers, onderweg naar Zuid-Frankrijk gemitrailleerd
XVI CRABPOLAINJeanCiv06.05.1923Fontaine-l'-Eveque05.06.1940Murviel-lez-Béziers (F)
CRRRPOSSOZPierreCiv23.13.1922Halle27.06.1940Capbreton (F)Overleden door ongeval
CRRRRAVECHEValèreCiv22.05.1905Fayt-le-Manage27.05.1940OostendeGedood tijdens bombardement Hendrik Conscience school
CRRRROLANDJosephCiv14.06.1917Achêne27.05.1940OostendeGedood tijdens bombardement Hendrik Conscience school
DPRESCHMITRogerCiv1927Kleinbettingen (L)19.05.1940Escaudoeuvres (F)Seminarist van het College Saint-François-Xavier van Verviers, onderweg naar Zuid-Frankrijk gemitrailleerd
CRRRSCHOOVAERTSOmerCiv21.10.1921Chatelineau27.05.1940OostendeGedood tijdens bombardement Hendrik Conscience school
CRABSCHROETERPaulCiv07.11.1916Mechelen21.07.1940Montpellier (F)Leider van de compagnie Scouts te Teyran (F)
CRRRSEGHERSLodewijkCiv25.03.1922Boom27.05.1940OostendeGedood tijdens bombardement Hendrik Conscience school
DPRESIMONJean-MarieCiv1926Rochefort19.05.1940Escaudoeuvres (F)Seminarist van het College Saint-François-Xavier van Verviers, onderweg naar Zuid-Frankrijk gemitrailleerd
CRRRSMALRaymondMil24.01.1900Sclayn14.05.1940QuiévrainSdt Mil doorgestuurd door Wervingsbureel Namen. Gedood tijdens bombardement van Quiévrain
CRRRSMETFransCiv192327.05.1940OostendeGedood tijdens bombardement Hendrik Conscience school
CRRRTAILLERJulesMil17.07.1901Ochamps14.05.1940QuiévrainSdt Mil doorgestuurd door Wervingsbureel Namen. Gedood tijdens bombardement van Quiévrain
CRRRTHEINJosephCiv1925Beckerich (L)19.05.1940Escaudoeuvres (F)Seminarist van het College Saint-François-Xavier van Verviers, onderweg naar Zuid-Frankrijk gemitrailleerd
CRRRTHIJSJoseph, Walter Henri MariaCiv05.12.1900Turnhout24.05.1940Gravelines (F)
CRRRVAN DAMGustaafCiv02.04.1923Beveren-Waas21.05.1940Fauquemburgues (F)
CRRRVAN DAMMEAugustusCiv25.10.1922Sint-Gillis27.05.1940OostendeGedood tijdens bombardement Hendrik Conscience school
CRRRVAN OBBERGHENGeorgesCiv13.06.1923Evere28.08.1940IeperGedood tijdens bombardement
CRRRVAN WONTERGEMFernandCiv17.07.1924Ieper20.05.1940Airaines (F)
CRRRVANAERTPieterCiv1923027.05.1940OostendeGedood tijdens bombardement Hendrik Conscience school
CRRRVANDEN EYNDELouis, AlfonsCiv01.01.1922Paal25.05.1940BellemDodelijk verwond tijdens artilleriebeschieting op 11/IV/9A
Datum en locatie onbevestigd
CRRRVANOIRBEEKJosephCiv22.12.1921Genk27.05.1940OostendeGedood tijdens bombardement Hendrik Conscience school
CRRRVEKEMANSJohannesCiv01.10.1923Lommel27.05.1940OostendeGedood tijdens bombardement Hendrik Conscience school
CRRRVERBEECKIvoCiv24.01.1922Hasselt28.05.1940Middelkerke
CRRRVERSCHAFFELValèreCiv1924Brussel19.05.1940Escaudoeuvres (F)Seminarist van het College Saint-François-Xavier van Verviers, onderweg naar Zuid-Frankrijk gemitrailleerd
CRRRWARMOESFransCiv13.10.1923Ganshoren27.05.1940OostendeGedood tijdens bombardement Hendrik Conscience school
CRRRWILLEMSAlfonsCiv06.12.1923Weelde27.05.1940OostendeGedood tijdens bombardement
CRRRWINKINTheoCiv1925Wiltz (L)19.05.1940Escaudoeuvres (F)Seminarist van het College Saint-François-Xavier van Verviers, onderweg naar Zuid-Frankrijk gemitrailleerd

Bibliografie en Bronnen

  1. Foto uit de beeldbank van Mechelen: Belgische scouts uit Brussel en omgeving ergens in Frankrijk tijdens de evacuatie van de CRAB van Schaarbeek
  2. “L’armée belge de France en 1940”, door Jean Jamart Col BEM Hre, uitgeverij Schmitz, Bastogne, 1994
  3. Algemene informatie [On Line beschikbaar]: https://nl.wikipedia.org/wiki/CRAB’s [Laatst geraadpleegd op 19 november 2016]
  4. Van onze jongens geen nieuws, Pieter Serrien [Synthese On Line Beschikbaar]: https://pieterserrien.be/boeken/van-onze-jongens-geen-nieuws/wie-zijn-de-crabs/ [Laatst geraadpleegd op 19 november 2016]
  5. Getuigenis van LtKol Res Warland, commandant van het Wervingsbureau te Verviers: “…l’ évacuation de la réserve de recrutement devait s’effectuer automatiquement dès le franchissement de la frontière par l’armée allemande”.
  6. Lijst slachtoffers bombardement Hendrik Conscienceschool in Oostende [Niet langer On Line beschikbaar]: https://www.oostende.be/nieuwsdetail.aspx?id=559 [Laatst beschikbaar 04 oktober 2017]. De informatie van deze website werd overgenomen in de tabel met slachtoffers.
  7. De Tallandierkazerne was een voormalige katoenspinnerij, in 1938 opgekocht door het Franse leger om er l’Etablissement Régional de Matériel (ERM) van de Service de matériel de l’Armée de Terre” in onder te brengen. De Tallandierkazerne bestaat nog maar werd gerenoveerd en geïntegreerd in een wooncomplex in de Avenue Jean Jaurès Nr 76 in Petit-Quevilly nabij Rouen. [On line beschikbaar] https://www.google.be/maps/@49.4273702,1.0653597,3a,75y,344.33h,83.88t/data=!3m6!1e1!3m4!1suX3grspRJpHXGHzLMhTvgg!2e0!7i13312!8i6656 [Laatst geraadpleegd 21 oktober 2017].
  8. “Abbeville et ses environs, mai 1940” door Raymond Petit, Imprimerie Lafosse, Abbeville, 1972. Hoofdstuk “Le bombardement de la gare anglaise”. La gare anglaise was de naam van een tijdens WOI door de Britten gebouwd rangeerstation vlakbij het station van Abbeville. Tijdens de Franse mobilisatie van WOII werd het station vooral gebruikt door in het noorden van Frankrijk gestationeerde Franse militairen die in verlof gingen. Om de verlofgangers op doortocht onderdak te bieden in afwachting van hun treintransport werden langs het rangeerstation barakken gebouwd door het Franse leger.
  9. du Ry, J.P., 1995, Allons enfants de la Belgique: Les 16-35 ans en mai-août 1940, Editions Racines. [Gedeeltelijk On Line beschikbaar]: http://www.maisondusouvenir.be/scouts_verviers.php [Laatst geraadpleegd 2 oktober 2017].
  10. Een namenlijst van de 90 Belgische slachtoffers begraven in het massagraf langs de spoorlijn te Abbeville zou beschikbaar zijn bij de gemeentelijke administratie van deze Franse stad (TBC).
  11. Verslag van 13 april 1945, neergeschreven door Kapitein-commandant E. H. J. Orban. Dit handgeschreven verslag bevindt zich momenteel in het dossier van 33A in het Centrum Historische Documentatie (CHD) te Evere. Cdt Orban vervoegde op 10 mei het Provinciecommando van Luik waar hij werd aangeduid om de leiding te nemen van de Dienst Militaire Graven. Hij kreeg het bevel over drie officieren en een 40 tal manschappen. Dit detachement werd op 14 mei aangehecht aan het Iste Opvangcentrum van de Rekruteringsreserve. Op 15 mei werden zij ingeschakeld om de colonne te voet vanuit Ieper naar Rouen te encadreren.
  12. Tintin et Toulouse: une histoire oubliée: http://www.boudulemag.com/2017/02/tintin-et-toulouse-une-histoire-oubliee/ [Laatst geraadpleegd 3 april 2018].
  13. Getuigenis van Roger Van Wynsberghe uit Beveren, opgetekend in het boek “En toen was het oorlog – verhalen van de kleine man in de Tweede Wereldoorlog” van Julien Van Remoortele, uitgeverij Lannoo, Tielt, 2014. Bevestigd door informatie op website Bel- Memorial [On Line beschikbaar]: http://bel-memorial.org/cities/abroad/france/fauquembergues_pas-de-calais/fauquembergues_tombes_belges.htm [Laatst geraadpleegd 06 oktober 2018].
  14. Fonds Joseph Nollet, Archief Personalia, Documentatiecentrum Koninklijk Legermuseum, War Heritage Institute.