Bataljon Grenswielrijders Limburg

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming Bataljon Grenswielrijders Limburg | Bataillon de Cyclistes-Frontière du Limbourg | Bn CyF Lim
Type Bataljon wielrijders van het actieve leger
Ontdubbeld van n.v.t.  
Taalstelsel Nederlandstalig  
Onderdeel van Cavaleriekorps  
Bevelhebber Luitenant-kolonel Marcel Geniesse  
Adjudant-Majoor Luitenant Felix Deckers  
Standplaats Vooruitgeschoven Stelling Limburg
Kazerne de Caritat de Peruzzis, Lanaken
Kamp van Beverlo, Leopoldburg
Commandopost te Gruitrode
 
Samenstelling Detachement Kaulille  
  1ste Compagnie Wielrijders
(Luitenant George Fraeys)
1ste Peloton (OLt Charles De Jonghe)
2de Peloton (OLt Raphael D’Hooghe)
3de Peloton (Adjt KROLt Louis Bonneux)
  2de Compagnie Wielrijders
(Kapitein-commandant Albert Leroy)
1ste Peloton (Lt Hubert Van Ruyskensvelde)
2de Peloton (OLt Jacques Lemmens)
3de Peloton (Adjt KROLt Gustave Behiels)
  Detachement Maaseik  
  3de Compagnie Wielrijders
(Luitenant Xavier Haenen)
1ste Peloton (OLt Aschhoop)
2de Peloton (OLt Huybrechts)
3de Peloton (Adjt Louis Peeters)
  4de Compagnie Wielrijders
(Luitenant Camille Lebon)
1ste Peloton (Lt Xavier De Fraipont)
2de Peloton (OLt Albert Dans)
3de Peloton (OLt Herbots)
  Detachement Lanaken  
  5de Compagnie Wielrijders
(Kapitein-commandant Henri Giddelo)
1ste Peloton (Lt Hubert Boyen)
2de Peloton (Lt Oscar Romedenne)
3de Peloton (Lt graaf Roger de Lichtervelde)
  6de Compagnie Wielrijders
(Luitenant Viktor Leeuwerck)
1ste Peloton (Lt Richard Manteleers)
2de Peloton (Lt Frans Busseniers)
3de Peloton (Adjt Robert Gillebeert)

 Tijdens de mobilisatie

Staf/Bn CyF Lim
Het Bataljon Grenswielrijders Limburg (Bn CyF Lim) werd in volle vredestijd gevormd rond een kern van beroepsvrijwilligers aangevuld met miliciens. Dit moest er voor zorgen dat de eenheid permanent gevechtsklaar is en niet onderhevig was aan de opleidingscycli van de jaarlijkse contingenten dienstplichtigen. De eerste campagne voor het rekruteren van grenswielrijders werd gestart in 1934. Initieel bestond het bataljon uit drie compagnies die de Belgisch-Nederlandse grens moesten bewaken van Lommel tot Vroenhoven. Door de uitgestrektheid van het operatiegebied van het bataljon werden de drie compagnies ondergebracht in drie verschillende kazernes. Een compagnie bevond zich in de kazerne van Lanaken (Kwartier de Caritat de Peruzzis), een tweede compagnie in de kazerne van Maaseik (Kwartier Korporaal Theodoor Kubben) en een derde compagnie in de kazerne van Kaulille langs de Steenweg op Kleine-Brogel. Van bij hun oprichting moesten de grenswielrijders de grens bewaken door elk in hun regio patrouilles te voet of per fiets uit te voeren. Hierdoor verwierven de grenswielrijders een terdege terreinkennis van het grensgebied.

Als eenheid van het actief leger wordt het bataljon bij afkondiging van Fase A van het mobilisatieplan op 26 augustus 1939 gemobiliseerd en bewaakt sinds die datum onze noordoostgrens tegen een mogelijke vijandelijke inval. Tijdens de mobilisatiemaanden krijgt het bataljon een dubbele taak. Enerzijds worden de grenswielrijders ingezet op de Alarmstelling waar ze een reeks alarmposten (postes d’alerte oftewel PA) langsheen de Belgisch-Nederlandse grens bemannen. De alarmposten, al dan niet ondergebracht in kleine bunkers, moeten de grens in het oog houden en het Vooruitgeschoven Inlichtingencentrum (oftewel Centre de Renseignements Avancé – CRA) van Hasselt alarmeren bij een Duitse inval. Het Vooruitgeschoven Inlichtingencentrum van Hasselt maakt deel uit van een gans netwerk van inlichtingencentra langs onze grenzen opgezet door de “Dienst der Bewaking en Inlichtingen aan de Grenzen” (Service de Surveillance et de Renseignements aux Frontières) [1]. De alarmposten zijn ook verantwoordelijk voor de bewaking van een aantal voorbereide vernielingen. Onder meer de springladingen onder de bruggen te Maaseik, Briegden, Veldwezelt en Vroenhoven worden bewaakt door het bataljon. Anderzijds bemannen de grenswielrijders meerdere kanaalbunkers langs de Vooruitgeschoven Stelling die in Limburg samenvalt met het Kanaal  Briegden – Neerharen [2], vanaf Neerharen de Zuid-Willemsvaart [3] tot Bocholt en het Kanaal Bocholt-Herentals [4] tot De Maat nabij Mol. Tussen de bunkers langs de Vooruitgeschoven Stelling richten andere eenheden van het veldleger steunpunten in. Daar waar tijdens de mobilisatie de eenheden van het veldleger die de Vooruitgeschoven Stelling moesten verdedigen regelmatig werden afgelost bleven de compagnies van het Bn CyF Lim de enige constante.

Foto van het wrak van de Messerschmidt 108 genomen door Lt Van Hecke, inlichtingenofficier van het 3de Regiment Lansiers.

Foto van het wrak van de Messerschmitt Bf 108 genomen op 10 januari 40 door Lt Van Hecke, inlichtingenofficier (S2) van het 3de Regiment Lansiers.

De grenswielrijders maken melding van elk interessant feit of gerucht dat opgevangen wordt en rapporteren dit per telefoon aan de bataljonsstaf die de inlichtingen doorgeeft aan het Vooruitgeschoven Inlichtingencentrum  (Ter illustratie een integrale transcriptie van alle meldingen tussen augustus en november 1939: Turen over de grens). Op 10 januari 1940 maakt een Duits verbindingsvliegtuig van het type Messerschmitt Bf 108 een noodlanding aan de Zuid-Willemsvaart te Maasmechelen. Aan boord bevinden zich twee Duitse majoors, Reinberger en Hönmanns. Korporaal bevoorrader Gerard Rubens, die zich tijdens een bevoorradingsronde op de wachtpost van Sergeant Frans Habets onder de brug van Vucht bevindt, ziet het vliegtuig landen en fietst direct naar de landingsplaats. Hij komt als eerste toe en kan de Duitsers ontwapenen en gevangen nemen, net op het ogenblik dat zij enkele documenten trachten te verbranden. Sergeant Habets en de rest van de sectie komen kortelings hierna aangesneld en nemen de gevangenen over van Korporaal Rubens om ze voor ondervraging naar de CP van Lt Busseniers te brengen.  Later blijkt dat de in beslag genomen documenten een klein maar niet onbelangrijk gedeelte van de Duitse aanvalsplannen op het Westen (oftewel Fall Gelb) bevatten. Ten gevolge van dit incident wordt het Duitse plan voor de invasie van het westen aangepast [5].

Het Bn CyF Lim wordt tijdens de mobilisatie ook hervormd en voorbereid op een mogelijke omvorming tot regiment. In een eerste fase wordt het bataljon op 16 maart uitgebreid van drie naar zes compagnies. Een aantal T13 tankjagers wordt aan de eenheid toegevoegd. Een verdere uitbreiding van het bataljon zal er evenwel nooit komen. De laatste versterking van het bataljon dateert van 1 mei 1940 wanneer 570 dienstplichtigen van de klas 40 overgeplaatst worden van het 1ste Versterkings- en Opleidingscentrum (1VOC) en het 2de Versterkings- en Opleidingscentrum (2VOC) naar de grenswielrijders en het bataljon moeten vervoegen in het Kamp van Beverlo. Het betreft dienstplichtigen die pas in maart 1940 werden ingelijfd en nog in volle opleiding waren.

Aan de vooravond van de Duitse inval is het bataljon in twee gesplitst; de bataljonsstaf samen met de eerste vier compagnies bevinden zich in het Kamp van Beverlo voor een trainingsperiode samen met de nieuwe miliciens. De compagnies te Beverlo beschikken niet over hun volledige dotatie aan voertuigen, fietsen en verbindingsmaterieel. Ook hun bewapening is niet compleet. De alarmposten en kanaalbunkers die door deze compagnies gedurende de ganse mobilisatie bemand werden worden voor de duur van de trainingsperiode overgedragen aan eenheden van de Groepering Ninitte [6]. De 5de en 6de Compagnie blijven op hun stellingen en staan onder het bevel van de Wielrijdersgroep van de 17de Infanteriedivisie (GpCy 17Div) die op zijn beurt aangehecht is bij het Iste Legerkorps (I/LK) [7].

Opstelling van de 5de en de 6de Cie in steun van de Gp Cy 17Div ten zuiden van Maasmechelen (projectie op recente kaart).

Opstelling van de 5de en de 6de Cie in steun van de GpCy 17Div ten zuiden van Maasmechelen (projectie op recente kaart).

5Cie/Bn CyF Lim
De 5de Compagnie van het Bn CyF Lim (5Cie/Bn CyF Lim) versterkt het 2de Eskadron (2Esk) van de GpCy 17Div. Het 2Esk, bevolen door Luitenant De Halleux, heeft stelling genomen in het zuidelijk onderkwartier van de GpCy 17Div van  Briegden (exclusief) tot Oud-Rekem (exclusief). In het onderkwartier van het 2Esk bevinden zich twee sluizen (Lanaken en Neerharen), een spoorwegbrug (spoorlijn Lanaken – Maastricht) en drie wegbruggen (Lanaken, Tournebride en Neerharen). Bij de aanleg van het kanaal in de jaren dertig werden op de westelijke oever van het kanaal elf bunkers gebouwd om de bruggen en sluizen te beveiligen. De bunkers werden genummerd van BN1 tot BN11. Twee van deze bunkers werden ingebouwd in de noordwestelijke sluiswand van de sluizen te Lanaken en Neerharen (BN3 en BN10), vijf van deze bunkers werden ingericht als anti-tank bunker, vier als mitrailleurbunker [11]. De bunkers worden bemand door de grenswielrijders, de intervallen tussen de bunkers zijn bezet door de pelotons van het 2Esk. De sluizen in het onderkwartier van de 5Cie vormen een dubbel veiligheidsprobleem. Enerzijds is het kanaal het smalst ter hoogte van de sluis en makkelijker over te steken door infanterie. Daarom worden de sluizen niet alleen beveiligd door bunkers maar zijn ze ook voorzien van de nodige versperringen om een infanterieaanval tegen te gaan. Anderzijds is het Albertkanaal hoger gelegen en kan een gedeelte van het kanaal leeglopen wanneer de vijand de sluisdeuren zou vernielen. Om dit te voorkomen is er bij de  sluis van Lanaken de mogelijkheid voorzien om een afdamming (oftewel barrage) ter hoogte van de sluisdeuren te installeren. De houten en stalen schotbalken bestemd voor deze afdamming blijven tijdens de mobilisatie op de oever van de sluis liggen om de scheepvaart nog doorvaart te verlenen. Tot slot worden bij de junctie van het Albertkanaal en het Kanaal Briegden-Neerharen (ook gekend als het bassin van Briegden) obstakels gemonteerd en klaargelegd om de toegang tot beide kanalen voor de scheepvaart te blokkeren. Hiervoor werd door de genie aan de ingang van het Kanaal Briegden-Neerharen een vernauwing aangelegd.

De grenswielrijders van de 5Cie leveren daarnaast ook de wachtdetachementen bij de bruggen over het Albertkanaal te Briegden, Veldwezelt en Vroenhoven [12]. De ploegen bij de laatste twee bruggen rapporteren aan Luitenant de Lichtervelde. De grenswacht is verantwoordelijk voor het bewaken van de springinrichting die door het 21ste Bataljon Genie (21Gn) onder de bruggen werd aangebracht, terwijl de nabije verdediging verzekerd wordt door manschappen van het 2de Regiment Karabiniers (2C) en het 18de Linieregiment (18Li). Beide infanterieregimenten behorende tot de 7de Infanteriedivisie (7Div) hebben postgevat achter het Albertkanaal.

De commandopost van Kapitein-commandant Giddelo, commandant van de 5Cie, bevindt zich in de kazerne te Lanaken vlakbij de brug van Briegden. Via de telefooncentrale van deze commandopost, die met ondergrondse telefoonlijnen verbonden was met de bunkers bezet door de 5Cie, kan het Vooruitgeschoven Inlichtingencentrum Hasselt het bevel geven om de bruggen te laten springen. Kapitein-commandant Giddelo, een ervaren bevelhebber die zich onderscheiden had tijdens de Eerste Wereldoorlog, heeft bovendien delegatie om de vernieling van de bruggen van Vroenhoven, Veldwezelt en Briegden te bevelen bij een vijandelijke overschrijding van de Belgisch-Nederlandse grens. De compagnie bemant ook de alarmpost bij de brug over de Zuid-Willemsvaart te Smeermaas. De pelotons van de 5Cie worden als volgt ingezet:

  • Het peloton Boyen (1Pl) wordt in reserve gehouden in de kazerne van Lanaken,
  • Het peloton Romedenne (2Pl) bewaakt de brug van Tournebride en de net ten noorden gelegen sluis van Neerharen,
  • Het peloton de Lichtervelde (3Pl) levert de bewakingsdetachementen voor de sluis, de spoorwegbrug en de wegbrug van Lanaken evenals de bewakingsdetachementen bij de bruggen van Veldwezelt en Vroenhoven.

6Cie/Bn CyF Lim
De 6de Compagnie (6Cie) versterkt het 1ste Eskadron (1Esk) van de GpCy 17Div bevolen door Kapitein-commandant de la Court. De 6Cie bezet de kanaalbunkers in het onderkwartier van het 1Esk die de linies van het 2Esk naar het noorden toe verlengt langs de Zuid-Willemsvaart vanaf de bunker net ten zuiden van de brug van Rekem tot aan de brug van Vucht. In dit onderkwartier, dat zich over 6 kilometer uitstrekt, bevinden zich vier bruggen; de brug van Rekem, de brug van Boorsem, de brug van Maasmechelen en de brug van Vucht. Op de westelijke oever van de Zuid-Willemsvaart werden op regelmatige intervallen kanaalbunkers gebouwd van waaruit het wateroppervlak met gekruist mitrailleurvuur bestreken kon worden. Bij elke brug over het kanaal werd eveneens een bunker gebouwd waar de post belast met de vernieling van de brug is in ondergebracht. De verschillende bunkers zijn verbonden met de telefooncentrale van de kazerne van Lanaken via ondergrondse telefoonlijnen. De commandopost van Luitenant Leeuwerck bevindt zich te Maasmechelen. De compagnie bemant ook de alarmpost van Kotem en beschikt over twee T13 pantserwagens.
De pelotons zijn als volgt ingezet:

    • Het peloton Gillebeert (3Pl) bezet de twee noordelijke bruggen te Vucht en Maasmechelen en de kanaalbunkers 48, 49 en 50. Het 3Pl bestaat voor het merendeel uit dienstplichtigen en werd pas onlangs gevormd.
    • Het peloton Busseniers (2Pl) is verdeeld over de bruggen van Boorsem en Rekem
    • Het peloton Manteleers (1Pl) vormt het tweede echelon.

Opstelling eenheden langs de Alarmstelling en Vooruitgeschoven Stelling op 10 mei 1940.

Opstelling eenheden langs de Alarmstelling en Vooruitgeschoven Stelling op 10 mei 1940 in Limburg (projectie op recente kaart).

Staf/Bn CyF Lim 
Tijdens de avond van 9 mei is een gedeelte van het Bn CyF Lim vanuit het kamp van Beverlo vertrokken op nachtoefening in de omgeving van Kaulille en Meeuwen. Kort na middernacht ontvangt het bataljon het alarm en de compagnies die op dat ogenblik nog op nachtoefening zijn krijgen de opdracht terug te keren naar Beverlo. Zij vertrekken omstreeks 03u00 naar het kamp maar de colonne wordt onderweg onderschept door een stafofficier van het Cavaleriekorps (CK) die hen laat weten dat ze zullen ontplooid worden als reserve bij de eenheden op de Vooruitgeschoven Stelling.

De manschappen die niet deelnamen aan de oefening en nog in Beverlo aanwezig zijn, worden gewekt rond 01u00. Om 03u30 wordt de colonne gevormd om de rest van het bataljon te vervoegen. Van de 3de en 4de Compagnie blijven een onderofficier en dertien manschappen als achterwacht in het Kamp van Beverlo om de uitrusting te bewaken die niet onmiddellijk kan meegenomen worden. De achterwacht ondergaat een zwaar luchtbombardement wanneer vijandelijke Stuka duikbommenwerpers het Kamp van Beverlo tussen 07u30 en 08u00 aanvallen. Hierbij wordt heel wat schade aangericht en er vallen ook enkele tientallen militaire en burgerlijke slachtoffers. Niemand raakt echter gewond bij de achterwacht van het Bn CyF Lim.

De zes compagnies worden in de ochtend van 10 mei als volgt ontplooid:

  • de 1ste en 3de Compagnie worden naar Gruitrode gestuurd om bij het 2de Regiment Gidsen (2G) aangehecht te worden; de 1Cie beschikt ook over drie T13 tankjagers,
  • de 2de Compagnie trekt naar Hechtel en wordt onder bevel van het 1ste Regiment Karabiniers-Wielrijders (1Cy) geplaatst,
  • de 4de Compagnie wordt doorgestuurd naar As om het 1ste Regiment Jagers te Paard (1JP) te versterken,
  • de 5de Compagnie staat opgesteld langs het verbindingskanaal Briegden – Neerharen te Lanaken onder bevel van GpCy 17Div,
  • de 6de Compagnie verlengt dit dispositief langs de Zuid-Willemsvaart van Rekem [8] tot Vucht eveneens onder bevel van GpCy 17Div; de 6Cie beschikt over twee T13 tankjagers,
  • Luitenant-kolonel Geniesse installeert zijn commandopost te Gruitrode nabij de commandopost van 2G.

De bataljonsstaf blijft tijdens de voormiddag op post te Gruitrode. Vier compagnies staan die ochtend onder het bevel van verschillende eenheden behorende tot de Groepering Ninitte, twee compagnies staan onder bevel van de GpCy 17Div behorende tot het Iste Legerkorps (I/LK) en de staf heeft slechts een adviserende rol. Aan het eind van de voormiddag krijgt Luitenant-kolonel Geniesse te horen dat zijn volledig bataljon nu onder bevel komt van het I/LK om de zwaar belaagde 4de Infanteriedivisie (4Div) en 7de Infanteriedivisie (7Div) te versterken. De bataljonsstaf wordt naar Tongeren gestuurd, waar het HK van het I/LK zich bevindt, en krijgt de opdracht om de rest van de eenheid te hergroeperen in de streek van Piringen nabij Tongeren.

Opstelling 2G op 10 mei 1940

Opstelling van de 1Cie en 3Cie in de ondersector van 2G op 10 mei 1940 (projectie op recente kaart).

1Cie/Bn CyF Lim
De 1ste Compagnie (1Cie) wordt even na 06u00 door 2G van Gruitrode naar Opitter gezonden. Nog geen twee uur later, na de vernieling van de bruggen over de Zuid-Willemsvaart, worden de manschappen teruggeroepen naar Gruitrode om de verdediging van dit dorp, dat door 2G als anti-tankcentrum is ingericht, te verzekeren. Omstreeks 09u00 wordt één peloton en één T13 naar de brug van Voorshoven over de Zuid-Willemsvaart gedetacheerd om de tweede vernielingspoging van de slechts gedeeltelijk gesprongen brug te beveiligen.

Aan het eind van de ochtend krijgt de compagnie het bevel om zich naar Tongeren te begeven waar ze samen met de 4de Cie onder bevel komt van het 1ste Legerkorps (I/LK). Omstreeks 16u00 worden de 1ste en 4de Compagnie doorgestuurd naar het HK van de 7Div te Genoelselderen in het kader van de voorbereiding van een tegenaanval om de bruggen van Veldwezelt en Vroenhoven te heroveren. De tegenaanval gaat uiteindelijk niet door en de compagnies zullen gebruikt worden om een dwarsstelling in te richten.

2Cie/Bn CyF Lim
De 2de Compagnie krijgt net voor 08u00 de opdracht van het 1Cy om op te rukken van Hechtel naar Brug 11 te Lommel die nog niet vernield werd. De compagnie moet de toegang tot de brug beveiligen. Een motorrijder wordt omstreeks 13u00 naar de brug uitgestuurd om de manschappen eveneens naar Tongeren terug te halen. De compagnie komt rond 23u00 aan te Rutten nabij Tongeren en gaat in reserve. De eenheid heeft de grootste moeite gehad om het Albertkanaal over te steken.

[supsystic-gallery id=’2′]

3Cie/Bn CyF Lim Lim
De 3de Compagnie wordt kortstondig ontplooid door het 2G te Gruitrode en Neerglabbeek. Net voor 07u00 beveelt het Cavaleriekorps de manschappen naar Sint-Truiden te verhuizen. Het detachement wordt de ganse dag ingezet bij de uitbouw van de verdediging van de stad en wordt dan doorgestuurd naar Tongeren waar ze in de loop van de avond toekomen. De compagnie gaat eveneens in reserve te Rutten.

Een aantal grenswielrijders blijft achter om de kanaalbunkers langsheen het Kempisch Kanaal te bemannen. Ter hoogte van de bunker van Neeroeteren bereikt een patrouille van een veertigtal Duitse verkenners per fiets om 16u00 het kanaal. De Gidsen van het 5Esk van 2G openen het vuur waarna de Duitse verkenners zich terugtrekken. Sdt Mil Remory die deel uitmaakt van de bemanning van de kanaalbunker te Neeroeteren, klimt op het dak van zijn bunker om de vijand beter onder vuur te kunnen nemen. Hij raakt hierbij gewond en overlijdt later aan zijn verwondingen.

Situatie in de ondersector van 1JP tijdens de voormiddag van 10 mei.

Situatie in de ondersector van 1JP tijdens de voormiddag van 10 mei (projectie op recente kaart).

4Cie/Bn CyF Lim
De 4de Compagnie (4Cie) ten slotte wordt door het 1JP vanuit As, waar de commandopost van 1JP zich bevindt, kort naar voor geschoven om de brug van Lanklaar te beveiligen. De brug te Lanklaar wordt gebruikt als rendez-vous punt voor de manschappen van 1JP die de alarmposten aan de grens bemannen en wordt zo lang mogelijk open gehouden. Om 08u30 wordt de brug opgeblazen waarna de 4Cie snel naar As terugkeert. Het detachement wordt verder niet ingezet en dient zich tegen het middaguur naar Tongeren te begeven waar ze onder bevel komen van het I/LK. De compagnie wordt na 16u00 samen met de 1ste Compagnie uitgestuurd naar het HK van de 7Div te Genoelselderen.

5Cie/Bn CyF Lim
De 5de en 6de Compagnie bevinden zicht tijdens de nacht van 9 op 10 mei nog steeds op hun stellingen. In de kazerne te Lanaken bevinden zich op dat ogenblik de staf van Kapitein-commandant Giddelo, het peloton Boyen en de 1Cie van het 21ste Bataljon Genie (21Gn). Om 00u17 wordt de 5Cie gealarmeerd door de CP van de GpCy 17Div waarna de Cie zijn gevechtsposities nabij de overgangen over het Kanaal Briegden-Neerharen in verhoogde staat van paraatheid brengt. Het 3de Peloton van 1/21Gn, onder leiding van Adjt KROLt Brasseur, dat in de kazerne van Lanaken ondergebracht was verlaat onmiddellijk na de afkondiging van het alarm de kazerne,  om zich naar de sluis van Lanaken te begeven waar het peloton de barrages voor de sluisdeuren dient te installeren. De manschappen van de genie worden aan de sluis bij het eerste daglicht gemitrailleerd door enkele vijandelijke vliegtuigen waardoor de werkzaamheden worden opgeschort tot de vijandelijke luchtactiviteit afneemt.

 

Om 04u30, simultaan met de aanval op de bruggen van Veldwezelt en Vroenhoven wordt ook de kazerne van de grenswielrijders te Lanaken gebombardeerd. Kapitein-commandant Henri Giddelo, de Korporaal Bernard Pierar en de Soldaten Remi Van Welden, Jean Custers en Leopold Benaets komen om in het bombardement. Soldaat Marcel Amerlinck wordt zwaar gewond afgevoerd naar het veldhospitaal van het Iste Legerkorps te Borgloon waar hij later aan zijn verwondingen sterft. Bovendien wordt de telefooncentrale van de kazerne vernield waardoor niet alleen de rechtstreekse verbinding met het Groot Hoofdkwartier (via het Vooruitgeschoven Inlichtingencentrum van Hasselt) verbroken wordt maar ook de lokale verbinding tussen de CP van de Cie en de vernielingsdetachementen aan de bruggen gaat verloren [13]. Er ontstaat grote verwarring aan de kanaalbruggen over wat er nu dient te gebeuren. Majoor van Derton, commandant van de GpCy 17Div neemt het heft in handen en geeft op eigen initiatief de alarmpost van de 5Cie bij brug over de Zuid-Willemsvaart te Smeermaas het bevel om de brug op te blazen.

Bij het bombardement op de kazerne de Caritat de Peruzzis werd ook de autobus van het Peloton Henreaux van het 21Gn getroffen [9]. Zij kwamen toevallig voorbij de kazerne onderweg naar het bassin van Briegden waar ze een barrage moesten aanleggen. Zes geniesoldaten verloren hierbij het leven en de opdracht om het Kanaal Briegden-Neerharen af te dammen wordt niet uitgevoerd.

De sluis te Lanaken (foto van 1935) met op de achtergrond de spoorweg die over het sluizencomplex liep.

Ten noorden van de stellingen van de 5de en de 6de Cie steken de Duitsers in de ondersector van 1JP de Maas over om 05u30. Zodra de schending van de grens bevestigd wordt, beveelt het GHK  om 05u40 via het Vooruitgeschoven Inlichtingencentrum van Hasselt, de vernietiging van de bruggen over de Zuid-Willemvaart en het Kanaal Briegden – Neerharen. Gezien de telefooncentrale van de kazerne van Lanaken buiten werking is gesteld, wordt dit bevel via het HK van het I/LK naar de GpCy 17Div doorgestuurd. Het vernietigingsbevel bereikt de eenheid pas om 07u30 waarna prompt de bruggen te Vucht, Maasmechelen, Boorsem, Oud-Rekem, Neerharen, Tournebride en Lanaken opblazen worden. Rond 07u30 wordt de spoorwegbrug te Lanaken, die boven het sluizencomplex lag,  door het bewakingsdetachement van de 5Cie opgeblazen. De genie die de springlading heeft voorbereid had echter zoveel explosieven gebruikt dat een deel van het materiaal bestemd voor de barrage van de sluis onherroepelijk beschadigd raakt. Het detachement van Adjt KROLt Brasseur, dat zich nog steeds in de nabijheid van de sluis bevindt, moet zich onverrichter zake terugtrekken. Tegen 08u00 vliegt de brug van Oud-Rekem als laatste de lucht in. De brug van Neerharen valt slechts gedeeltelijk in het water en wordt door de genie definitief vernield om 10u30. De vernieling van de bruggen kwam niets te vroeg want vanaf 09u00 bereikt de vijand de Zuid-Willemsvaart, eerst nabij Vucht vervolgens tussen Boorsem en Oud-Rekem.

Luitenant Manteleers, pelotonscommandant bij de 6Cie is rond 05u30 op bevel van zijn compagniecommandant met zijn peloton naar Lanaken vertrokken. Manteleers zal als oudste beroepsofficier het bevel over de 5Cie overnemen en Giddelo’s plaats innemen. Hij tracht de manschappen in de kazerne te hergroeperen en behoudt voorlopig zijn detachementen aan de bruggen en sluizen rond Lanaken. Tijdens de late namiddag verbreekt de 5Cie het contact met de kanaaloever te Lanaken en trekt zijn vier pelotons via de brug van Briegden terug naar Tongeren, twee pelotons bereiken Rutten, twee overige pelotons blijven aan de noordoostrand van de stad.

Na het mislukken van zijn opdracht bij de sluis van Lanaken stuurt Adjt KROLt Brasseur zijn peloton dan maar naar de barrage aan het bassin van Briegden om de opdracht van het Peloton Henreaux over te nemen. De manschappen van Adjt KROLt Braseur slagen erin om een dubbele rij stalen schotten in de vernauwing van het Kanaal Briegden-Neerharen te plaatsen. De doorvaart voor schepen is hiermee onmogelijk geworden en het leeglopen van het Albertkanaal, bij de eventuele vernietiging van de sluizen op het kanaal Briegden-Neerharen, verhinderd.

6Cie/Bn CyF Lim
Luitenant Leeuwerck ontvangt rond 07u30 het bevel van Majoor van Derton dat hij onmiddellijk moet overgaan tot het opblazen van de bruggen in het onderkwartier van zijn compagnie. Tegen 08u00 vliegt de brug van Rekem als laatste de lucht in. Terzelfder tijd maken de eerste Duitse verkenners contact met de grenswacht te Vucht. Een uur later wordt ook te Boorsem en Rekem geschoten. Alleen te Maasmechelen blijft het rustig: de oostelijke kanaaloever biedt immers geen dekking aan een oprukkende vijand. Aanvankelijk wordt tot ongeveer 10u00 over een weer geschoten. De Duitsers hebben ook mortieren en een 37mm anti-tankkanon aangevoerd. De Belgische T13’s vuren terug maar moeten zich onder druk van de vijandelijke anti-tankkanonnen terugtrekken. Te Vucht dringt de invaller niet aan. De meeste slachtoffers onder de Belgen vallen bij het 2de Peloton te Boorsem en te Rekem (Soldaten Jean Segers en Albert Rowies). Korporaal Maurice Habets was ploegoverste van een ploeg MG (Machinegeweer) en bemande met zijn ploeg een schutterskuil tussen de bruggen van Boorsem en Rekem. Wanneer zijn ploeg dreigde ingesloten te worden en probeerde te ontkomen wordt hij verwond. Hij wordt als krijgsgevangene afgevoerd naar het hospitaal van Geilenkirchen waar hij aan zijn verwondingen overlijdt.

Tijdens de namiddag van 10 mei slaagt de vijand erin te Vucht, op de limiet tussen 1JP en Gp Cy 17Div, een bruggenhoofd te slaan.

Tijdens de namiddag van 10 mei slaagt de vijand erin te Vucht, op de limiet tussen 1JP en Gp Cy 17Div, een bruggenhoofd te slaan (projectie op recente kaart).

De 7de Duitse Infanteriedivisie [7(DEU)ID] [10] kan in de loop van de namiddag de Zuid-Willemsvaart overschrijden tussen Eisden en Vucht en lukt er in om de grenswielrijders en de Gp Cy 17Div  terug te dringen. Terwijl de Gp Cy 17Div en het 1JP het bruggenhoofd kunnen indijken verlaat de 6Cie vanaf 15u00 de kanaaloever om zich naar Tongeren te begeven. Het peloton Busseniers vertrekt als eerste, gevolgd door het peloton Gillebeert rond 17u00. Luitenant Leeuwerck verliest daarbij voor enige tijd het contact met zijn manschappen omdat hij zich bij de aanvang van hun terugtocht op de CP van Majoor van Derton bevindt. Bij de aftocht raken ook de beide T13 voertuigen defect. Deze worden prompt achtergelaten door de bemanningen [14]. De 6Cie moet terugplooien op Tongeren om de rest van het bataljon te vervoegen. Busseniers zal later getuigen dat zijn manschappen op een vlot het Albertkanaal overstaken rond 19u00. De twee overblijvende pelotons van de 6Cie (het Peloton Manteleers is teruggetrokken met de 5Cie) worden naar Piringen gestuurd.

Opstelling 2C op 10 mei 40 rond de brug van Briegden (projectie op naoorlogse kaart – bron CHD Evere).

Wachtdetachement bij de brug van Veldwezelt (5Cie/Bn CyF Lim)
Het wachtdetachement van de grenswielrijders  verantwoordelijk voor het brug van Veldwezelt wordt bevolen door Korporaal Milicien William Cornée aangezien de bunkeroverste, Sergeant Georges Verelst, zich in Beverlo bevond voor de opleiding van nieuwe rekruten. Het wachtdetachement telt 13 man en bemant de bunker N die zich net naast de brug, ten zuiden van de baan bevindt.

De bunker C die zich onder de westelijke brugpijler bevond evenals de bunker D iets ten noorden van de brug wordt bemand door secties van 2C, de bunker B1 ten zuiden van de brug wordt bemand door een sectie van 18Li.

Om 00u30 wordt Kpl Cornée door Cdt Giddelo op de hoogte gebracht van het alarm. Na ontvangst van het alarm start hij onmiddellijk met de het klaarmaken van het ontstekingsmechanisme in de springkast die zich in de hal van de bunker bevindt. Om 01u35 is hij hiermee klaar. Zijn sectie staat opgesteld buiten de bunker. Ook de burgemeester van Veldwezelt is op de hoogte van het alarm en laat zoals gebruikelijk bij een alarm de huizen in de onmiddellijke omgeving van de brug ontruimen. Om 03u25 horen ze de alarmschoten afgevuurd door het Fort van Eben Emael waarop Majoor Van Driessche, commandant van II/2C en tevens brugcommandant aan zijn Regimentscommandant vraagt om de brug te laten springen maar ook hij krijgt de toelating niet.

Kpl Cornée ziet om 04u15 vliegtuigen zonder kentekens overvliegen en meldt dit aan Luitenant Boyen in de kazerne van Lanaken. Hij mag de brug nog niet laten springen.  Pas wanneer de Duitse zweefvliegtuigen hun duikvlucht naar hun landingsplaats aanvatten geeft Kapitein Jammaer commandant van 6/II/2C het bevel op de vliegtuigen te schieten.

Bunker N aan de brug van Veldwezelt na de gevechten van 10 mei.

De sectie van Kpl Cornée duikt de bunker in en begint met het aansteken van de springstoffen wat enkele minuten vergt. Het zweefvliegtuig van Oberjäger Ellersiek (Trupp 2) maakt een harde landing op 50 meter van de bunker. Wie niet gewond raakt bij de landing springt uit het vliegtuig en in één beweging wordt het café naast de brug, van waaruit de Trupp beschoten wordt, opgeblazen. De Duitse parachutisten stormen naar de onbeschermde achterkant van bunker en blazen de inkomhal op. De springinrichting die zich tussen de buitendeur en de gepantserde binnendeur bevond wordt vernietigd. Vervolgens wordt de gepantserde binnendeur geforceerd en springstoffen worden naar binnen gegooid. Maar liefst 12 van de 13 grenswielrijders komen om. De aanval was noodlottig voor de Korporaals Cornée, Vanhoof en Geerinckx evenals voor de Soldaten Velghe, Vanhees, Van Brabant, Thomassen, Salembier, Mertens, Vermeulen, Minnebier en Bovoy. Alleen Soldaat Willem Vrancken overleeft. De brug valt intact in Duitse handen. Luitenant Boyen probeert de bunker N nog te telefoneren maar slaagt er enkel in de bunker C, onder de westelijke brugpijler, te bereiken. In deze bunker bezet door 2C was reeds paniek uitgebroken. Wanneer hij uiteindelijk in verbinding komt met Luitenant Cusseniers van de 5Cie van II/18Li wordt de lijn onderbroken. De kazerne van Lanaken is intussen tot puin herleidt.

Wachtdetachement bij de brug van Vroenhoven (5Cie/Bn CyF Lim)
Bij de brug van Vroenhoven speelt zich een gelijkaardig scenario af. Hier wordt de bunker M bemand door een sectie van de grenswielrijders bevolen door Sergeant Crauwels. Omstreeks 04u30 landen zeven zweefvliegtuigen in het vak van de 1Cie van I/18Li en drie aan de overkant van het kanaal. Wachtmeester Ignoul van de Territoriale Rijkswachtbrigade Tongeren loopt als eerste op de gelande zweefvliegtuigen af maar raakt hierbij dodelijk gewond. Op het ogenblik dat Sergeant Crauwels beslist de brug te laten springen valt de vijand de bunker aan.

Bunker M aan de brug van Vroenhoven bemand door de sectie van Sgt Crauwels.

Korporaal Jan Neys, de fuselier-mitrailleur (FM), wordt neergeschoten wanneer hij de achterkant van de bunker probeert te verdedigen. De inkomdeur wordt met een holle lading verwoest en de springinrichting met granaten vernietigd. Hierbij sneuvelen Sergeant Crauwels, Korporaal De Spiegelaere en een soldaat van het 18Li die dekking had gezocht in de bunker. De rest van de sectie was zoals voorzien naar de beneden verdieping van de bunker gegaan om zich in veiligheid te brengen bij de explosie van de brug. Allen raakten ze ernstig verbrand door de brandbommen die in de bunker werden gegooid. Het uiteindelijk gevolg is dat ook hier de brug intact in de handen van de vijand valt.

Wachtdetachement bij de brug van Briegden (5Cie/Bn CyF Lim)
Kapitein Louis, commandant van de 5Cie van II/2C , wil de brug van Briegden zo snel mogelijk laten springen na het nieuws van de luchtlanding op de brug van Veldwezelt vernomen te hebben. Het wachtdetachement van het Bn CyF Lim gaat echter niet in op zijn vraag omdat de 5Cie en 6Cie van het Bn CyF Lim evenals de Groep Cy 17Div nog over de brug moeten passeren. Kapitein Louis besluit het bevel te negeren en poogt zelf de brug te laten springen. Dit lukt niet en uiteindelijk gaat de vernieling van de brug niet meer door de 10 mei 40. De brug wordt door een venielingsdetachement van het 6de Bataljon Genie (6Gn) vernietigd op 11 mei om 09u00.

Tijdens de nacht van 10 op 11 mei wordt de oprichting van een dwarsstelling gepland door de de staf van het I/LK

Tijdens de nacht van 10 op 11 mei wordt de oprichting van een dwarsstelling gepland door de de staf van het I/LK (projectie op recente kaart).

Staf/Bn CyF Lim
Gezien op 10 mei de geplande tegenaanval van de 7Div tegen de Duitse bruggenhoofden niet is doorgegaan wordt nu door het I/LK het plan opgevat om een dwarsstelling (bretel) op te richten op de as Eigenbilzen – Mopertingen – Kleine Spouwen – Rijkhoven en die vervolgens langs de Demer te verlengen tot in Tongeren. De 4Div moet de stelling voorbereiden van Eigenbilzen tot aan Kleine Spouwen, de 7Div is verantwoordelijk vanaf Kleine Spouwen (inclusief) tot Tongeren. De 7Div brengt volgende eenheden in lijn; het Bataljon Grenswielrijders Limburg die Kleine Spouwen voor hun rekening moeten nemen, het Wielrijderseskadron en de Compagnie C47/T13 van de 7Div, de Wielrijdersgroep van de 17Div, het 2de Eskadron van de Iste Groep van het 1ste Regiment Lansiers (2/I/1L) en het 2de Regiment Lansiers (2L) die het zuidelijk gedeelte van de stelling moeten bemannen.

Het Bn CyF Lim ontplooit in de vroege ochtend vier compagnies in lijn tussen Kleine Spouwen en Rijkhoven. Het is weinig waarschijnlijk dat de verschillende eenheden die werden aangeduid om de dwarsstelling te bezetten nog in staat zullen zijn om in de morgen van 11 mei stelling te nemen en deze in te richten. De grenswielrijders die als eersten op de dwarsstelling toekomen en er ietwat geïsoleerd staan opgesteld maken contact met de vijand rond 09u00. Het Bn CyF Lim krijgt omstreeks 11u00 de toelating van het I/LK om de stelling te verlaten om te beletten dat ze worden ingesloten. Bij de 4de Infanteriedivisie (4Div) duurt de verplaatsing naar de dwarsstelling lang aangezien eerst alle bewapening uit de bunkers langs het Albertkanaal moet gehaald worden. Uiteindelijk neemt het 11de Linieregiment (11Li) van deze divisie stelling om 11u00 en dan nog op een defensieve lijn enkele kilometers meer naar het westen. Op dat ogenblik zijn de grenswielrijders al vertrokken. De dwarsstelling van het I/LK stort in nog voor ze goed en wel aangelegd is.

Het bataljon zet koers naar Borgworm waar alle compagnies dienen te hergroeperen. De staf van het bataljon komt hier rond 15u00 als eerste aan, kort gevolgd door de manschappen van de 1ste Compagnie. Er ontbreken echter honderden manschappen op het appel en het ganse bataljon zit verspreid in het gebied tussen Tienen en Borgworm. Luitenant-kolonel Geniesse vertrekt op zoek naar nieuwe orders en kan enkele uren later meedelen dat het bataljon naar Landen verder moet.

De manschappen verlaten Borgworm en zetten koers naar Landen. Onderweg worden de manschappen tegengehouden en teruggestuurd naar Borgworm. De colonnes houden halt rond Gingelom voor overleg. Uiteindelijk brengen de restanten van de detachementen van Kaulille en Maaseik de nacht door in de buurt. De manschappen worden niet bevoorraad, maar ontvangen gelukkig koffie en brood van de plaatselijke bevolking.

1ste, 2de, 3de en 4de Compagnie/Bn CyF Lim
Om 03u50 worden de 2de en 3de Cie die nog te Tongeren verbleven eveneens onder het bevel van de 7Div geplaatst en vervoegen de 1ste en 4de Cie te Genoelselderen. Van noord naar zuid zullen tussen Kleine Spouwen en Rijkhoven de 4de, 1ste, 2de en 3de Cie ontplooid worden. Het is echter reeds vijf na twaalf voor de Belgen en het plan blijkt al snel onuitvoerbaar. De 1ste en 2de Compagnie maken contact met de vijand rondom Kleine-Spouwen. De compagnies worden ook aangevallen door Duitse vliegtuigen die er alles aan doen om elke Belgische tegenactie af te grendelen. Onderluitenant Aschhoop en een handvol manschappen wordt gevangen genomen. Korporaal Albert Jans sneuvelt.

De Grenswielrijders trekken zich terug wanneer duidelijk wordt dat de ganse 7de Infanteriedivisie weggedrukt wordt door de invaller. Onder dekking van de drie T13 voertuigen ontkomen de grenswielrijders van de 2de en 3de Cie in een eerste fase tot in Genoelselderen. Vervolgens wordt koers gezet naar Tongeren. Kolonel Geniesse en zijn staf verlaten Genoelselderen wanneer reeds de eerste Duitse pantserwagens op de Tongersesteenweg opgedoken zijn. De 1ste en 4de Compagnie gaan er van door via de baan van Kleine-Spouwen naar Tongeren.

5de en 6de Compagnie/Bn CyF Lim
De twee laatste compagnies die pas laat te Tongeren zijn toegekomen en die aanzienlijke verliezen geleden hebben de dag voordien zullen niet ontplooid worden op de dwarsstelling en worden in reserve gehouden rond Tongeren.

Bn CyF Lim
De adjunct van Kolonel Geniesse vertrekt op verkenning en ontdekt dat Franse troepen postgevat hebben langsheen de Kleine Gete en front maken naar het Zuidwesten. Om 05u00 is het nog steeds niet duidelijk wat het bataljon nu moet ondernemen. Het bataljon nog steeds onder bevel van de 7Div krijgt geen nieuwe orders waardoor de aftocht op eerder chaotische wijze verder gezet wordt.

Het grootse detachement van het bataljon, waaronder de bataljonsstaf en de bevelhebbers en de restanten van de detachementen van Kaulille en Maaseik, vertrekt rond 09u00 op bevel van Kolonel Geniesse richting Walshoutem, Lincent, Jauche en Geldenaken. Onderweg wordt vernomen dat het Franse leger dat zich op het zuidelijke deel van de K.W. Stelling de stalen Cointet anti-tankhekkens reeds vergrendeld heeft en er geen vrije doorgang naar het westen meer is.

Vervolgens wordt naar Bierges nabij Waver gereden waar het detachement rond 13u00 aankomt en door de Britten bevoorraad wordt. De compagnies zijn uit elkaar geslagen en trekken in vaak kleinere, afzonderlijke detachementen op eigen houtje verder. De 1ste Compagnie heeft nog slechts een operationele T13 en het effectief van de eenheid is herleid tot nauwelijks een peloton.

Kapitein-commandant Leroy heeft inmiddels een schriftelijk bevel van de staf van het Cavalariekorps ontvangen. Om 15u15 schrijft Kolonel Geniesse dan ook in zijn velddagboek dat alle detachementen van de lichte troepen die niet op de Demer/Gete-Stelling tussen Halen en Tienen ontplooid worden naar de zone tussen Boutersem en kilometerpaal 36 van de baan Leuven-Tienen. Het bataljon is nu terug onder bevel van het Cavaleriekorps.

Een half uur later stuurt Geniesse zijn troepen dan ook naar het kruispunt op de baan Leuven-Tienen te Boutsersem. Zijn manschappen zullen ontplooid worden in twee kleine groeperingen. Het detachement van Kaulille neemt het kruispunt in de dorpskom in. Het detachement van Maaseik wordt langsheen het station van Vertrijk ontplooid. De commandopost van het bataljon blijft te Boutersem opgesteld staan. De verkenning van deze stellingen gebeurt vanaf 18u00. Uiteindelijk zijn de manschappen pas tegen middernacht op post.

Bn CyF Lim
De grenswielrijders wachten af op hun nieuwe stellingen. De ganse dag wordt gerust. Intussen kunnen groepjes grenswielrijders die van het bataljon afgezonderd raakten opnieuw aansluiting vinden bij hun eenheid. Rondom 18u00 weerklinkt het alarm en worden alle gevechtsposities bemand. Er gebeurt niets en enige tijd later laat Kapitein-commandant Leroy weten dat het bataljon naar het westen zal verder trekken.

Bn CyF Lim
Het bataljon verlaat Boutersem om 04u00 en fietst richting Lubbeek. Vervolgens wordt via Holsbeek, Wijgmaal, Herent, Buken, Kampenhout, Elewijt en Eppegem het Kanaal van Willebroek bereikt. De manschappen bereiken de westelijke oever via overgang te Verbrande Brug en houden vervolgens vanaf 08u00 halt te Beigem. Rondom 11u00 zijn de overgebleven troepen van het bataljon weer compleet.

Het bataljon wordt na de middag enigszins naar het oosten verplaatst. De colonnes steken opnieuw het kanaal over en houden halt te Zemst en Laar. Kolonel Geniesse krijgt te horen dat in een nabijgelegen park zich een dertigtal wielrijders van het 1ste en 2de Regiment Grenswielrijders schuil houden. De gevluchte militairen worden bij het Limburgse bataljon gevoegd.

De commandopost van het bataljon wordt in de gemeentelijke jongensschool van Zemst-Laar ondergebracht.

[supsystic-gallery id=’3′]

Bn CyF Lim
De dag wordt de Zemst en Laar doorgebracht. Er valt niets bijzonders te signaleren. Die avond krijgen de manschappen te horen dat de K.W. Stelling de volgende ochtend zal verlaten worden. Kolonel Geniesse verneemt tijdens de vooravond dat een honderdtal manschappen van zijn bataljon nabij Aalst samengebracht werden. Er wordt een plan gemaakt om het bataljon opnieuw te hergroeperen en orde op zaken te stellen na de lange en verwarde aftocht uit Limburg.

Bn CyF Lim
Het bataljon vertrekt naar Moorsel voor een definitieve hergroepering. De marsroute loopt van Laar over Humbeek, Wolvertem, Merchtem en Mazenzeel. Te Moorsel wordt rond het middaguur het de detachement dat daags voordien ontdekt was, teruggevonden. Deze eerder verdwaalde militairen omvatten vooral manschappen van de 1ste en 2de Compagnie, een T13 die te Tongeren verloren gewaand werd en een deel van de te Landen achtergelaten bagagetros. Het opnieuw operationele bataljon wordt nu onder bevel van het Iste Legerkorps geplaatst.

Bn CyF Lim
De verplaatsing gaat verder. De tocht naar Gent verloopt in twee groepen en start omstreeks 04u30:

  • de manschappen zonder fiets marcheren af onder leiding van Luitenant de Fraipoint en worden op een achttal kilometer van Moorsel opgepikt door vrachtwagens
  • de fietsers rijden over Aalst richting Gent

Het bataljon komt aan in het Citadelpark van Gent vanaf 07u50. Om 09u00 krijgen de eerste manschappen hun kantonnementen toegewezen. Er komt eindelijk bevoorrading via de intendance. De rest van de dag wordt gebruikt om de pelotons en compagnies te reorganiseren en om het terkort aan fietsen aan te vullen met opgeëiste tweewielers.

Om 14u00 loopt het nieuws binnen dat het bataljon naar het Kanaal Gent-Terneuzen zal gestuurd worden.

Om 18u00 worden de compagnies de baan op gestuurd:

  • de 1ste, 2de en 3de Compagnie vertrekken naar het zuidelijke uiteinde van het Kanaal Gent-Terneuzen
  • de 4de, 5de en 6de Compagnies blijven voorlopig te Gent
  • de commandopost van het bataljon installeert zich te Drongen

Het bataljon krijgt echter al snel nieuwe bevelen: de eenheid zal ontplooid worden in het Bruggenhoofd Gent in de zone toegewezen aan de 4de Infanteriedivisie. Deze divisie wordt in een eerste fase opgesteld in het ganse gebied tussen de gemeente Semmerzake, stroomopwaarts van Gent, tot de gemeente Gijzegem, stroomafwaarts van Gent. Het bataljon wordt opgesplitst in drie detachementen die de infanterie van deze divisie moeten aanvullen en versterken in afwachting van de voltooiing van de terugtocht van de K.W. Stelling van de rest van het veldleger.

De compagniecommandanten worden om 23u00 allen op het hoofdkwartier van de 4de Infanteriedivisie in het Kasteel van Zwijnaarde ontboden.

Bn CyF Lim
Rond 01u30 komen de compagniecommandanten aan te Zwijnaarde. Het bataljon zal in drie detachementen verdeeld worden die elk aan een infanterieregiment van de 4de Infanteriedivisie toegewezen worden:

  • de 1ste en de 2de compagnie worden aangehecht bij het 7Li
  • de 3de en de 4de compagnie worden in steun geplaatst van het 11Li
  • de 5de en de 6de compagnie tenslotte worden toegewezen aan het 15Li

De compagniecommandanten worden vervolgens tot op de regimentsstaven gebracht om de ontplooiing van hun eenheden te bespreken.

De 3de en 4de compagnie worden ontplooid tussen het III/11Li en de posities van het 15Li.  De 5de compagnie en de 6de compagnie worden toegewezen aan het IVde Bataljon van het 15Li dat de tweede lijn van de ondersector van dit regiment bezet rond Potaardewijk.

Om 08u30 echter worden de grenswachters verplaatst naar de linkerflank van de 4de Infanteriedivisie rond Gijzenzele. De nieuwe installatie zal voltooid worden tegen het middaguur.

Het bataljon verneemt intussen omstreeks 08u15 dat het 1ste Eskadron van de Wielrijdersgroep van de 17de Infanteriedivisie het nabijgelegen vliegveld van Sint-Denijs-Westem zal vernielen.

De Belgische troepen die tijdens de nacht van 16 op 17 mei de K.W. Stelling verlieten, beginnen in grote aantallen aan te komen in het Bruggenhoofd Gent en de definitieve opstelling neemt zijn vorm aan. De 4de infanteriedivisie wordt samengebracht in de centrale sector van het Bruggenhoofd Gent bij de aankomst van de 2de en de 5de infanteriedivisies. Het bruggenhoofd wordt nu door deze drie formaties bemand. Het bataljon Grenswielrijders blijft aangehecht bij de 4Div.

Staf/Bn CyF Lim
Het bataljon verlaat de sector van de 4de Infanteriedivisie vanaf 04u00. De eenheden van het bataljon komen aan te Sint-Denijs-Westrem. Na een korte stellingname worden de compagnies toegewezen aan kantonnementen in Sint-Denijs-Westrem. Tijdens de vooravond worden de manschappen verdeeld over diverse gebouwen in de gemeente.

4Cie/Bn CyF Lim
De 4de Compagnie vindt onderdak in de meisjesschool en een leegstaande villa. De compagnie telt die dag nog 85 manschappen.

5de en 6de Cie/Bn CyF Lim
De 5Cie en de 6Cie worden toegevoegd aan de 18de Infanteriedivisie (18Div) als reservemacht. Twee pelotons van de 5Cie worden aangehecht bij het 3C. De rest van de 5Cie, aangevuld met een peloton van de 6Cie, wordt ontplooid op de Dendermondsesteenweg te Destelbergen. De rest van de 6Cie wordt opgesteld tussen Oostakker en de Antwerpsesteenweg om de verbinding met de Gentse havenzone te verbeteren.

Bn CyF Lim
Het bataljon overnacht te Sint-Denijs-Westrem en krijgen een dag rust. Omstreeks 20u00 worden de compagniecommandanten naar het kasteel van Hutsepot gezonden voor een vergadering met een stafofficier van de 16de Infanteriedivisie.

Bn CyF Lim
Op bevel van Luitenant-kolonel De Loucker, korpscommandant van het 44Li, worden de grenswielrijders naar de brug van Zwijnaarde verplaatst. Aanvankelijk zullen de grenswielrijders de opdracht krijgen om er de westelijke oever van de Schelde te verdedigen, maar er volgt al snel een tegenbevel om de rivier over te steken en meer naar het oosten posities in te nemen. Het bataljon moet samen met de Wielrijdersgroep van de 16de Infanteriedivisie assisteren bij de uitbouw van een defensieve stelling die tussen Melle en Zwijnaarde de bocht in de Schelde dient af te snijden en de toegang naar Gent uit het zuidoosten moet afgrendelen.

De wielrijders van de 16de divisie zullen het oostelijke uiteinde van deze stelling bezetten. De grenswielrijders bezetten het westelijke eind doorheen Merelbeke. De stelling komt onder het operationele bevel van het 44Li te staan.

Bij een vijandelijk bombardement even voor 08u00 komen Sergeant Conard en Grenswielijders Broux en Claeys om. Grenswielrijder Van Cuyck en drie anderen raken gewond. Omstreeks 14u30 ondergaat de commandopost van Kolonel Geniesse een luchtaanval. Er vallen geen slachtoffer. De Belgische artillerie vat tijdens de namiddag de beschieting van de Duitse linies aan.

Bn CyF Lim
Het Bn Grenswielrijders Limburg worden door De Loucker naar de zuidwest rand van Drongen gestuurd om er nieuwe orders in ontvangst te nemen. De manschappen vertrekken rond 10u30. Het bataljon wordt opnieuw onder bevel van het Iste Legerkorps geplaatst.

De grenswielrijders moeten steun leveren aan de 16de en 18de infanteriedivisies die na de Conferentie van Ieper de dag voordien toegewezen zijn aan de verdediging van de stad Gent. In een eerste fase worden twee pelotons van de vijfde compagnie als mobiel steunelement aangehecht bij het 3C. De rest van het bataljon zal onder het II/3Gr komen te staan. De Grenswielrijders gaan met telkens drie compagnie in reserve te Drongen en Baarle/Afsnee.

Bn CyF Lim
De detachementen van de Grenswielrijders blijven de ganse dag door te Drongen en te Baarle/Afsnee en hebben de opdracht gekregen om de mobile reserve te vormen van de 16de Infanteriedivisie voor tussenkomst bij een eventuele luchtlanding. Het bataljon komt dan ook niet in actie.

De grenswielrijders worden tegen de avond op de hoogte gebracht van de nakende ontruiming van het Bruggenhoofd Gent. Het bataljon wordt net na 15u10 opgetrommeld.

Tegen 17u30 zijn de wielrijders in de stad. De 6de compagnie helpt bij de verdediging van de Coupure en versterkt de sector van het II/3C. De 4de compagnie moet bij elk van de drie bruggen over de Verbindingsvaart telkens een klein bruggenhoofd bemannen, maar komen hier pas om 20u00 aan omdat ze een omweg via Mariakerke moeten maken.

De overige eenheden gaan in stelling langsheen de Leie ten zuiden van het centrum en langsheen de spoorweg Oostende-Brussel ten westen van het Sint-Pietersstation.

Het bataljon moet vervolgens samen met de wielrijdersgroepen van de 16de en de 18de infanteriedivisies de achterhoede vormen wanneer de infanterie zich wegtrekt van de stad. De laatste bruggen in de stad worden opgeblazen zodra de infanteristen er vandoor getrokken zijn.

De Begijnhofhoeve te Heule.

Bn CyF Lim
Om 03u30 trekken de grenswielrijders weg uit Gent. Er wacht hen een lange nachtelijke verplaatsing, want de mobiele troepen maken deel uit van de achterhoede van het Iste legerkorps bij zijn terugtocht naar de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie. Het bataljon is de laatste eenheid die uit Gent wegtrekt. De stad wordt de volgende ochtend helemaal ingenomen.

Rond 15u00 bereiken de eenheden hun nieuwe kantonnementen. De staf en de derde en vierde compagnies houden halt te Ruiselede. De eerste en tweede compagnie verblijven te Vinkt. De vijfde en zesde compagnies zoeken een onderkomen in Poesele.

Om 10u30 beveeelt het GHK om een battlegroup samen te brengen onder het bevel van Generaal-majoor Joseph Leroy, commandant infanterie van de 10Div.  Deze Groepering Leroy krijgt als missie om de lijn Ieper-Komen te bezetten en alzo een mogelijke Duitse aanval in de zuidflank van de Belgische legerzone te verijdelen.  De groepering blijft onder het bevel van het IV/LK, en zal bestaan uit het Bataljon Grenswielrijders Limburg, de Wielrijdersgroep der 13Div, de Wielrijdersgroep der 16Div, de Compagnie T13 van de 10Div, en het Eskadron Pantserwagens van het Cavaleriekorps.  De groepering moet Ieper met Komen verbinden door stelling te nemen vanaf de vijver van Zillebeke langsheen de spoorlijn tot in Hollebeke.  Vanaf Hollebeke zal de positie de loop volgen van het oude Kanaal Ieper-Komen.  De commandopost mag ofwel te Beselare of te Geluveld geplaatst worden.

Kolonel Geniesse verneemt deze nieuwe opdracht op de staf van het Iste Legerkorps. De korpsstaf dringt aan op een onmiddellijk vertrek, maar Geniesse vraagt de nodige tijd om zijn manschappen op de hoogte te brengen, zijn eenheden klaar te maken voor het vertrek en iedereen eerst nog de tijd te gunnen voor een maaltijd.

De originele missie zal door de snelle ontwikkelingen aan de Leie echter nooit uitgevoerd worden.  Het Duitse leger is immers gestart met de aanval op de Leie en slaagt er in om rond Kortrijk een belangrijke doorbraak te forceren tussen de 1ste en de 3de Infanteriedivisie. Het IVde Legerkorps geeft een bevel aan de Groepering Leroy om de bres in de Belgische linies te dichten.  Met de eenheden wordt in allerijl een eerste verdedigingslinie opgesteld achter het front van de beide divisies.

De grenswielrijders vertrekken pas rond 21u00 naar hun nieuwe bestemming. De nachtelijke tocht zal over Roeselare lopen.

De bataljonscommandant geeft zijn compagnies drie uur de tijd voor de initiële verplaatsing en duidt de wijk Aardappelhoek aan als rendez-vous punt. De kolonel begeeft zich daarop naar de commandopost van Generaal Leroy voor verdere orders.

Bn CyF Lim
De Groepering Leroy kan slechts met de grootse moeite zijn nieuwe eenheden verzamelen en ontplooien. Bovendien moet het oorspronkelijke opstellingsplan gewijzigd worden door de snelheid van de Duitse opmars na de doorbraak over de Leie te Kortrijk op 24 mei.

Tijdens de nacht van 24 op 25 mei lukt het uiteindelijk toch om enige cohesie te verkrijgen en worden de verschillende detachementen opgesteld langsheen de lijn Menen-Moorsele-Gullegem-Kathoek. Ook het Bataljon Motorwielrijders Ardeense Jagers is inmiddels toegevoegd aan de Groepering Leroy.

De grenswielrijders hebben uiteindelijk nog langer gedaan over de verplaatsing en de compagniecommandanten krijgen pas om 01u25 hun orders voor de komende ontplooiing.

Het bataljon grenswielrijders wordt opgesteld tussen Heule en Kathoek en de compagnies worden als volgt verdeeld:

  • Kwartier west: 5de en 6de Compagnies onder bevel van Luitenant Leeuwerck. Deze compagnies sluiten rond Heule aan bij de naburige Wielrijdersgroep van de 16de divisie
  • Kwartier centrum: 1ste en 2de compagnies onder Kapitein-commandant Leroy. Deze compagnie bezetten stellingen aan weerszijde van de Izegemstraat.
    • Bij de 1ste compagnie vormen de pelotons van Onderluitenant D’hooghe en Adjudant Bonneux het eerste echelon ten westen van de Izegemstraat. De commandopost van Luitenant Fraeys en het peloton van 1ste Sergeant Majoor Listers worden rond de historische hoeve Begijnhof gehouden.
  • Kwartier oost: 3de en 4de Compagnies onder Luitenant Lebon. Deze compagnies vervolledigen de stellingen tot aan de Kathoek en sluiten in deze omgeving aan op het 12Li

Binnen elk kwartier worden drie pelotons in de eerste vuurlinie geplaatst en het vierde peloton in steun gehouden. Er dienen ook patrouilles uitgevoerd te worden om de stellingen te dekken. Alle verbindingen met de bataljonsstaf zullen per koerier verlopen aangezien het telefoonmaterieel uitgeput is.

De opmars verloopt van Roeselare over Sint-Eloois-Winkel en Sint-Katharina-Kapelle. Bij de doortocht van Lendelede vallen de manschappen ten prooi aan artilleriebeschietingen, wat heel wat chaos veroorzaakt binnen de gelederen. De eerste troepen komen aan omstreeks 03u30. Rond 05u00 is de meerderheid van de manschappen min of meer op post.

De kwartieren west en oost zijn bezet kunnen worden zonder contact met de vijand en de opstelling is daar dan ook relatief vlot verlopen. De troepen bestemd voor het kwartier centrum vallen reeds bij aankomst onder geweervuur en kunnen dan ook slechts met de grootste moeite hun stellingen uitkiezen en innemen.

Het bataljon grenswielrijders wordt al snel op twee verschillende locaties aangevallen.

Vooreerst volgt een aanval op het front van kwartier oost. Het peloton op de Kathoek heeft af te rekenen met twee defecte lichte mitrailleurs en ziet zich al snel genoodzaakt om enigszins naar het noorden te wijken. De overige pelotons worden naar het westen weggedrukt en trachten de spoorlijn te bereiken. Her en der worden groepjes grenswachters gevangen gemaakt.

Daarnaast moet het bataljon een tweede klap incasseren op de scheidingslijn tussen de kwartieren west en centrum. De grenswielrijders moeten hun flank wegtrekken uit Heule en hun troepen naar de hoeve Begijnghof. De weerstand van de Belgen wordt al snel gebroken en rond 09u00 is het bataljon verslagen.

Rond Heule worden heel wat krijgsgevangenen gemaakt onder de grenswielrijders. Alle compagnies delen in de klappen en maar liefst tien officieren worden gevangen genomen. Commandant Leroy, bevelhebber van de 2de compagnie, sneuvelt te Lendelede. De compagniecommandanten van de 3de, 4de en 5de compagnies bevinden zich onder de gevangenen.

Het bataljon tracht een nieuw steunpunt te installeren nabij de spoorwegovergang en het station te Sint-Katarina. Onderluitenant Dejonghe krijgt het bevel over dit steunpunt en moet trachten om de troepen die uit het 1ste echelon weggevlucht zijn te herorganiseren. De T13 pantserwagens van het bataljon proberen tussenbeide te komen maar moeten zich al snel terugtrekken omwille van een gebrek aan munitie.

De Duitsers zijn echter onstuitbaar en nemen al snel Lendelede in waardoor de posities van de groepering Leroy verder bedreigd worden. De wielrijderseenheden van de groepering worden naar de lijn Sint-Elois-Winkel- Izegem teruggetrokken.

Na de middag plaatst de Groepering Leroy zich ter hoogte van Izegem om zich achter de linies van de 10de infanteriedivisie in veiligheid te stellen. Deze formatie tracht nu de frontlijn van Sint-Eloois-Winkel tot Izegem op te lappen. Deze divisie heeft steun gekregen van het pas aangekomen 9Li dat tussen Bosmolens en Izegem postgevat heeft.

Het wagenpark van het bataljon verplaatst zich op 25 mei van Hulste naar Kachtem. De rit van de colonne motorvoertuigen loopt over Lendelede, Sint-Eloois-Winkel, Rumbeke en Roeselare.

Bn CyF Lim
De Groepering Leroy wordt ontbonden. De restanten van de Limburgse grenswielrijders dienen zich terug te trekken tot op de noordelijke oever van het Kanaal van Roeselare naar de Leie en melden rond 15u00 aangekomen te zijn in te Kachtem. De manschappen houden halt in het gehucht Hoge. Luitenant-kolonel Geniesse meldt dat hij slechts een bijzonder klein detachement heeft kunnen hergroeperen en zijn bataljon herleid is tot een handvol manschappen:

  • Vijf officieren, 3 onderofficieren, 7 soldaten, een arts en drie brancardiers vormen de stafgroep. De staf beschikt alleen over de ambulance en de vrachtwagen van het medisch peloton.
  • Twee onderofficieren, twee korporaals en achttien soldaten is al wat overblijft van de gevechtscompagnies. Van hun bewapening schieten nog 17 geweren, 1 FM30 lichte mitrailleur en 4 GP pistolen over.

Geniesse staat nu in verbinding met de staf van de 10de Infanteriedivisie. Intussen stuurt hij ook een nota naar Luitenant-kolonel Tilot van de Brigade Grenswielrijders met de vraag om alle militairen die tot het Limburgse bataljon behoren terug te sturen naar hun eenheid.

Uiteindelijk komen die dag toch nog ongeveer tweehonderd Limburgse grenswielrijders aan te Kachtem.

Het bataljon verplaatst zich aan het eind van de dag naar Gits.

Bn CyF Lim
Op bevel van de 10de Infanteriedivisie verplaatst Kolonel Geniesse zijn bataljon naar het even verderop gelegen Sint-Jozef-Geite. De manschappen vinden onderdak in de boerderij van Livinus Cool aan de Hillebosstraat 1 op het grondgebied van de gemeente Kortemark.

Bn CyF Lim
De rond Kolonel Geniesse verzamelde manschappen vernemen het nieuws van de overgave te Sint-Jozef. Het bataljon kantonneert in dit dorp, samen met de staf en het Wielrijderseskadron van de 10de Infanteriedivisie.

Bn CyF Lim
Het wagenpark en de manschappen die nog over een fiets beschikken rijden op 29 mei via Gits naar Roeselare, Ardooie en Dentergem. Hier brengen de manschappen de nacht door. Op 30 mei wordt doorgereden naar Olsene. Hier worden de motorvoertuigen gescheiden van de cyclisten door de bezetter. De wielrijders worden naar Oudenaarde gestuurd waar de fietsen moeten ingeleverd worden.

Na de capitulatie

Slachtoffers

EenheidNaamVoornaamFotoGraadStandKlas° op° te+ op+ teNota
5AMERLINCKMarcel, O.SdtMil3729.03.1918Wevelgem24.05.1940BorgloonVerwond te Lanaken op 10/5
OnbekendAVONTSLeonardSdtMil3329.04.1913Antwerpen25.05.1940Torhout
5BENATSLeopold, JozefSdtMil3315.01.1910Groot-Gelmen10.05.1940LanakenGedood bij luchtbombardement
OnbekendBOKKENPierre, J.L.SdtMil3224.02.1912Tongeren24.05.1940Kuurne
5BOVOYJosephSdtMil3708.07.1917Boechout10.05.1940VeldwezeltGedood in Bunker N (brug)
5BRABANTDaniël, H.SdtMil3808.01.1919Kortrijk10.05.1940Veldwezelt
5BROUXMichel, J.SdtMil3012.03.1910Lanaken21.05.1940MerelbekeGedood omstreeks 07u45 in bombardement
OnbekendCLAEYSArthur, A.SdtMil2925.06.1909Moeskroen21.05.1940MerelbekeGedood omstreeks 07u45 in bombardement
OnbekendCOLLIGNONJan, L.SdtMil4005.01.1921Antwerpen24.05.1940Kuurne
2CONARDJoseph, E.SgtMil3115.09.1911Attenhoven21.05.1940MerelbekeGedood omstreeks 07u45 in bombardement
OnbekendCOOMANSLeopold, L.SdtMil3806.07.1919Meerhout24.05.1940Heule
5CORNEEWilliam, J.B.SdtMil3002.09.1910Gent10.05.1940VeldwezeltGedood in Bunker N (brug)
OnbekendCORNELISSENPierre, A.SdtMil3506.09.1915Maaseik10.05.1940Rosmeer
5CRAUWELSPieter, J.E.SgtMil3018.01.1910Vroenhoven10.05.1940VroenhovenGedood nabij Bunker M (brug)
5CUSTERSJean, P.SdtMil2916.09.1909Bellaire10.05.1940LanakenGedood bij luchtbombardement
5DE SPIEGELAERELeon, LouisKplMil2915.12.1909Heist10.05.1940VroenhovenGedood in Bunker M (brug)
3DELANGHEAndries, J.SdtMil4012.08.1920Zottegem10.05.1940Tienen
OnbekendGEERINCKXPetrus, J.KplMil3118.03.1911Heist-op-den-10.05.1940VeldwezeltGedood in Bunker N (brug)
1GEUENSMaria, V.SdtMil3201.07.1912Balen21.05.1940Brugge
5GIDDELOHenri, Elise AlbertCdtAct23.05.1894Hasselt10.05.1940LanakenGedood bij luchtbombardement
6HABETSMauriceKplBV3712.01.1919Maaseik14.05.1940Geilenkirchen (D)Verwond te Rekkem op 10/5
OnbekendHERMANSAlbert, T.L.SdtMil3514.10.1915Ophoven24.05.1940Kuurne
1HUSKENSSebastienSdtMil3308.03.1913Grote-Brogel11.05.1940Kuttekoven
3HUYBRECHTSAlbert, H.J.OLt19.01.1917Oostende26.05.1940RonseVerwond te Heule op 24/5
OnbekendJANSAlbertKplMil3526.06.1915Alken10.05.1940Kleine-Spouwen
OnbekendKEMPENAIREPierre, J.SdtMil3921.02.1920Awans26.05.1940Bavikhove
2LEROYAlbert, P.J.Cdt2.08.1893Zuidschote25.05.1940Lendelede
OnbekendLIZINJean, H.J.KplMil3821.03.1918Havelange11.05.1940Villers-Saint-Siméon
5LOXLucien, J.SdtMil3422.05.1913Tongeren10.05.1940Riemst
OnbekendMARTINGLéonKplMil3305.10.1913Lanaken22.01.1941Isenbüttel (D)Omgekomen in treinramp
5MERTENSHerman, E.SdtMil3717.04.1917Sint-Amandsberg10.05.1940VeldwezeltGedood in Bunker N (brug)
OnbekendMINNEBIERJean, H.SdtMil2929.11.1909Sint-Jans-Molenbeek10.05.1940Veldwezelt
3NEYSJan, G.KplMil3128.04.1911Meerhout10.05.1940VroenhovenGedood in Bunker M (brug)
OnbekendPIERARBernard, J.KplMil3216.08.1912Sint-Andries10.05.1940LanakenMilitaire postbode.
OnbekendREMORYAchiel, C.SdtMil3430.06.1914Oudenburg13.05.1940Neeroeteren
6ROWIESAlbert, J.V.SdtMil3615.11.1915Hoeilaart10.05.1940Rekem
5SALEMBIER(Onbekend)Sdt(Onbekend)(Onbekend)10.05.1940VeldwezeltGedood in Bunker N (brug)
6SEGERSJean, L.SdtMil2919.09.1909Sint-Gillis10.05.1940Rekem
5THOMASSENJean, JosephSdtMil3816.02.1919Liège10.05.1940VeldwezeltGedood in Bunker N (brug)
OnbekendTIMMERMANSJan, Michel AlbertSdtMil3607.01.1917Neerpelt11.05.1940Rosmeer
5VAN BRABANTDaniëlSdt(Onbekend)(Onbekend)10.05.1940VeldwezeltGedood in Bunker N (brug)
OnbekendVAN OPDENBOSCHJean, J.G.SdtMil3326.10.1913Roselies27.05.1940Torhout
2VAN WELDENRemiSdtMil3606.06.1916Gent10.05.1940LanakenGedood bij luchtbombardement
OnbekendVANDEBROECKHenriSdtWDieN2918.04.1909Scherpenheuvel12.05.1940ElseneOverleden in militair hospitaal.
5VANHEESPieter, E.SdtMil3024.12.1909Kleine-Spouwen10.05.1940VeldwezeltGedood in Bunker N (brug)
1VANHOOFGommer, A.KplMil3531.03.1915Lier28.05.1940Oudenaarde
5VANHOOFHenri, J.SdtMil3025.12.1910Puurs10.05.1940VeldwezeltGedood in Bunker N (brug)
OnbekendVANHULLEEmielSdtMil2715.07.1907Sint-Laureins21.05.1940Ransart
5VELGHEOctaaf, R.SdtMil2903.05.1909Nokere10.05.1940VeldwezeltGedood in Bunker N (brug)
5VERMEULENJoannes, M.KplMil3716.02.1919Baal10.05.1940Veldwezelt
OnbekendWILSArthur, KarelSdtMil3121.11.1911Balen21.05.1940Merelbeke

Bibliografie en Bronnen

  1. “Le Service de Surveillance et de Renseignements aux Frontières (SSRF) de l’entre-deux-guerres à la campagne des 18 jours”, Pascal Pirot, mémoire de fin d’études défendu en janvier 2010 à l’Université de Liège en vue de l’obtention du grade de Master en Histoire. “En effet, un projet théorique de remise sur pied du S.S.R.F. reprend vigueur dans les années 1930. Relativement mieux préparé et organisé dès le temps de paix (retrait des douaniers du service, meilleure coordination avec le réseau de surveillance de l’armée), il fonctionne plusieurs mois à partir de la mobilisation de l’armée belge en septembre 1939. Dans le contexte de la « neutralité choisie », le périmètre sur lequel le S.S.R.F. est effectivement en place est considérablement étendu : frontière française, allemande, luxembourgeoise, moins rigoureusement la frontière des Pays-Bas, sont concernées. Met de Dienst der Bewaking en Inlichtingen aan de Grenzen beschikt België over een zeer performant inlichtingennetwerk dat in staat is om zeer snel te reageren ingeval van schending van de grenzen. Het laat het GHK ook toe om zeer snel de beslissing te communiceren om bepaalde bruggen te laten springen. In drie stappen (GHK, Vooruitgeschoven Inlichtingencentrum en de commandopost van de grenswachtcompagnie) kan het bewakingsdetachement aan de bruggen bereikt worden. Het zal de tegenstrever dwingen om de bruggen over de Maas en het Albertkanaal op onorthodoxe wijze (met luchtlandingsoperaties en inzet van het Baulehr Bataljon zur besonderen Verwendung 800) in handen te krijgen.
  2. De sluis van Lanaken net voor WOII. In de sluismuren bevindt zich tevens bunker BN3 die het wateroppervlak met mitrailleurvuur kon bestrijken.

    Het Kanaal Briegden-Neerharen verbindt het Albertkanaal bij Briegden met de Zuid-Willemsvaart bij Neerharen. Het kanaal werd aangelegd tussen 1930 en 1934, samen met de aanleg van het Albertkanaal en is 4,8 km lang. Het hoogteverschil tussen het Albertkanaal en de Zuid-Willemsvaart bedraagt 20 meter en wordt opgevangen door twee sluizen. De eerste bevindt zich ter hoogte van Lanaken en Smeermaas. De spoorweg Hasselt-Maastricht, die in 1856 werd aangelegd, steekt hier het kanaal over. De tweede sluis bevindt zich ter hoogte van Neerharen.  [On line beschikbaar]: https://binnenvaartinbeeld.com/nl/kanaal_briegden_neerharen/kanaal_briegden_neerharen  [Laatst geraadpleegd 08 april 2020] en https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/216486 [Laatst geraadpleegd 08 april 2020]

  3. De Zuid-Willemsvaart (ook wel Verbindingskanaal Maas-Schelde of Grenskanaal genoemd) is één van de zeven Kempische kanalen die de Maas met de Schelde verbinden. [On line beschikbaar]: https://binnenvaartinbeeld.com/nl/zuid_willemsvaart/zuid_willemsvaart [Laatst geraadpleegd 08 april 2020].
  4. Het Kanaal Bocholt – Herentals is een van de zeven Kempische kanalen (ook wel Maas-Schelde kanalen genoemd)  die de Maas met de Schelde verbinden. [On line beschikbaar]: https://binnenvaartinbeeld.com/nl/kanaal_bocholt_herentals/kanaal_bocholt_herentals [Laatst geraadpleegd 08 april 2020]
  5. Bij nader onderzoek bleken de documenten de Duitse bevelen voor de Luftflotte 2, de plannen voor de 7(DEU)Flieger-Division voor het overvallen van de bruggen over de Maas ten zuiden van Namen en een informatieblad met gegevens over de Belgische troepen, vernielingen en versperringen te bevatten. Achtergrondinformatie bij de noodlanding van een Duits vliegtuig te Vucht op 10 januari 1940 [On Line beschikbaar]: https://www.tracesofwar.nl/articles/5562/Incident-bij-de-plaats-Vucht-10-januari-1940.htm [laatst geraadpleegd 11 mei 2020] en in de publicatie “eerste Duitse adelaar viel te Vucht” door Flor Vanloffeld, uitgegeven door de heemkundige kringen Vochte-Vucht en Eisden in 1986. [On Line beschikbaar]: https://burgelijkongehoorzaam.files.wordpress.com/2015/07/de-eerste-duitse-adelaar-viel-te-vucht-beveiligde-versie-1.pdf [laatst geraadpleegd 11 mei 2020].
  6. De ironie van de zaak is dat op het ogenblik dat de oorlog begint, vier van de zes compagnies van het Bn CyF Lim zich te Beverlo bevonden en dat de opdracht waar ze zich zo op hadden voorbereid uitgevoerd moet worden door eenheden die pas midden maart in het grensgebied toekwamen.
  7. De legerkorpsen opgesteld langs de Dekkingsstelling achter het Albertkanaal zijn ook verantwoordelijk voor het beveiligen van het gebied tussen de Belgische grens en de Dekkingsstelling. Voor het Cavaleriekorps (CK) dat heeft postgevat achter het Albertkanaal van Beringen tot Diepenbeek betekent dit dat ze de Vooruitgeschoven Stelling moeten bezetten vanaf De Maat nabij Mol achter het Kanaal Bocholt-Herentals tot Vucht nabij Maasmechelen achter de Zuid-Willemsvaart. Voor het Iste Legerkorps (I/LK) dat staat opgesteld van Diepenbeek tot Lixhe betekent dit dat ze de Vooruitgeschoven stelling moeten bemannen van Vucht tot Briegden. Vanaf Briegden tot Lixhe valt de Vooruitgeschoven Stelling samen met de Dekkingstelling en de Belgisch-Nederlandse grens. Hierdoor bevinden de alarmposten nabij de bruggen van Veldwezelt en Vroenhoven zich op de voorste linies van de regimenten opgesteld op de Dekkingstelling achter het Albertkanaal.
  8. In 1940 was de naam van het huidige Oud-Rekem gewoon Rekem en lag de brug over de Zuid-Willemsvaart aan de rand van het huidige Oud-Rekem. Na de oorlog met de aanleg van een nieuwe brug meer naar het zuiden ontstond een nieuwe woonkern ten westen van het huidige Oud-Rekem. De nieuwe, grotere woonkern kreeg de naam Rekem mee en het voormalige Rekem werd na de oorlog omgedoopt tot Oud-Rekem. In de velddagboeken van de GpCy 17Div en het Bn CyF Lim wordt er uiteraard enkel gesproken over Rekem maar deze benaming verwijst in feite naar het huidige Oud-Rekem.
  9. Het 1ste Peloton van 2/21Gn, bevolen door Adjudant KROLt Henreaux maakt zich na ontvangst van het alarm klaar voor de tocht naar de voorbereide barrage aan de vernauwing van het Kanaal Briegden-neerharen ter hoogte van het Bassin van Briegden. De autocar die het detachement vervoert verlaat hun kantonnement te Piringen en passeert rond 04u30 aan de Kazerne de Caritat de Peruzzis. Het ongeluk wil dat net op dat moment het Duitse luchtbombardement op de kazerne start en dat ook de autobus van 1/2/21Gn getroffen wordt. De Korporaal Croisseau en de Soldaten Lamblot en Vlasselaer komen om bij het bombardement. Adjudant KROLt Henreaux evenals de Soldaten Collard en Hans raken zwaargewond en bezwijken later aan hun verwondingen. Het detachement is buiten strijd waardoor de barrage aan het Bassin van Briegden niet gebouwd wordt.
  10. Duitse schets van de opmarsroute doorheen het vak van de Wielrijdersgroepering der 17de Infanteriedivisie.

    Duitse schets van de opmarsroute van de 18(DEU)ID doorheen het onderkwartier van de 6Cie/Bn CyF Lim en het 1Esk/GpCy 17Div. De 7(DEU)ID opereerde ten noorden van de 18(DEU)ID, de 35(DEU)ID ten zuiden.

    Voor de stellingen van de  6Cie en het 1Esk/GpCy 17Div opereerden Duitse eenheden behorende tot de 7de Infanteriedivisie 7(DEU)ID [7(DEU)ID] en de 18(DEU)ID. Deze Duitse divisies hadden begin mei volgende objectieven: bruggenhoofden veroveren op het Julianakanaal, de Maas, de Zuid-Willemsvaart en het Albertkanaal. Voor de stellingen van de 5Cie en het 2Esk/GpCy 17Div werd de 35(DEU)ID ingezet die bruggenhoofden moest veroveren over het Julianakanaal, de Maas, het Kanaal Briegden-Neerharen en het Albertkanaal. De 7(DEU)ID, de 18(DEU)ID en de 35(DEU)ID behoorden tesamen met de 4(DEU)PzDiv tot het IV(DEU)Legerkorps. Na de overschrijding van de Zuid-Willemsvaart en het Kanaal Briegden-Neerharen buigen de drie Duitse infanteriedivisies af naar het zuiden. Zelfs indien de luchtlandingsoperatie op de bruggen van Veldwezelt, Vroenhoven en Kanne mislukt was dan had de 4de Belgische Infanteriedivisie achter het Albertkanaal tussen Genk en Eigenbilzen het hoofd moeten bieden aan een aanval van drie Duitse divisies gesteund door de Luftwaffe. De 4(DEU)PzDiv had hoe dan ook de opdracht te exploiteren richting Tongeren eens bruggenhoofden veroverd werden over het Albertkanaal, door de drie Duitse infanteriedivisies of door de luchtlandingstroepen. Uiteindelijk is het dit laatste gebleken. Door de manier waarop het Duitse plan was opgevat kon het Iste Legerkorps (met de 4Div en de 7Div) haast niet aan een verpletterende nederlaag ontsnappen.

  11. Beschrijving van de bunkers langs het Kanaal Briegden-Neerharen.  [On Line beschikbaar]: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/aanduidingsobjecten/15136 [Laatst geraadpleegd 12 mei 2020].
  12. Het onderkwartier van de 5Cie/Bn CyF Lim valt niet samen met dat van het 2Esk/GpCy 17Div maar is uitgestrekter en gaat van Rekem (exclusief) tot Vroenhoven (inclusief). Dit komt door het feit dat bij de aanvang van de mobilisatie het Bn CyF Lim slechts over drie compagnies beschikte; de Compagnie Lanaken onder bevel van Cdt Giddelo (met een onderkwartier van Vroenhoven tot Vucht), de Compagnie Maaseik (met een onderkwartier van Vucht tot Bocholt) en de Compagnie Kaulille (met een onderkwartier van Bocholt tot Lommel). De compagnies grenswielrijders bezetten deze onderkwartieren al van voor er enige andere eenheden langs de grens ontplooid werden. Bij de ontdubbeling van de compagnies van het Bn CyF Lim in maart 1940 wordt elk bestaand onderkwartier in twee gesplitst. De compagnies worden ook per twee gegroepeerd in één kazerne en zo wordt de Compagnie Lanaken omgevormd tot het Detachement Lanaken zonder dat er een formele detachementsstaf opgericht wordt. In de praktijk lijkt het erop dat Cdt Giddelo als commandant van de 5Cie wel de touwtjes in handen had van beide compagnies en dat die aangestuurd werden vanuit de kazerne in Lanaken van waaruit de ondergrondse telefoonlijnen naar de verschillende bunkers vertrokken.
  13. Het loont de moeite om even stil te staan bij dit bombardement. Als je er van uitgaat dat in militaire operaties (meestal) niets zonder reden gebeurt en gezien de schaarste van de Duitse luchtmiddelen op een cruciaal moment als 10 mei (zeer veel doelen dienden aangevallen te worden in weinig tijd) is het moeilijk aan te nemen dat de kazerne van Lanaken enkel werd gebombardeerd in de hoop zoveel mogelijk grenswielrijders in hun vredevoet garnizoen uit te schakelen. De enige logische reden om de kazerne helemaal bovenaan de doelenlijst te zetten en onmiddellijk uit te schakelen van bij de start van de operaties is de aanwezigheid van de commandopost van de 5Cie en meer nog de telefooncentrale langs waar het bevel moest komen om de bruggen over het Albertkanaal en het kanaal Briegden – Neerharen op te blazen. Wanneer men weet dat naast de vroege uitschakeling van de kazerne van Lanaken, om 08u00 tegelijkertijd de CP van het 4Gn (organiek geniebataljon van de 4Div) te Bilzen en de CP van het 6Gn (organiek geniebataljon van de 7Div) te Herderen werd gebombardeerd, komt een bepaald patroon naar boven. Al deze eenheden hadden een directe rol te spelen bij de vernieling van de bruggen over het Albertkanaal (Kanne, Vroenhoven, Veldwezelt, Briegden, Gellik, Eigenbilzen, Zutendaal, Genk-Zuid en Diepenbeek) evenals de bruggen over de Zuid-Willemsvaart (Vucht, Maasmechelen, Boorsem en Oud-Rekem) en over het kanaal Briegden-Neerharen (Neerharen, Tournebride, Lanaken – weg en spoorweg). Het intact in handen krijgen van deze bruggen was belangrijk voor een snelle opmars door België zeker indien de luchtlandingsoperatie op Veldwezelt, Vroenhoven en Kanne mislukt zou zijn. Daar waar de vijand in Veldwezelt en Vroenhoven volledig in zijn opzet is geslaagd, was het bijna ook gelukt in de ondersector van de GpCy 17Div waar amper 30 minuten voor de aankomst van de Duitse voorhoede op Vooruitgeschoven Stelling de bruggen tot ontploffing werden gebracht. Om bevestiging te krijgen over het causaal verband tussen de verschillende bombardementen zou het interessant zijn de doelenlijst (oftewel High Priority Target List – HPTL) van de Luftwaffe te kunnen raadplegen en enig inzicht te verwerven in het targetingproces dat door de Duitsers werd gevoerd. Vooral dan door welke inlichtingen (intel) dit targetingproces werd gevoed. Dergelijke doelenlijst is allicht niet meer beschikbaar (anders was die al opgedoken) en zeker de bronnen die de inlichtingen verschaften werden vermoedelijk tijdens de oorlog reeds beschermd door de vernietiging van bepaalde inlichtingenrapporten na afloop van de operaties in België. De vijand was blijkbaar goed geïnformeerd over het mechanisme dat in werking moest treden om de vernieling van de bruggen te bevelen.
  14. Een van de twee door de 6Cie/Bn CyF Lim achtergelaten T13 (nummer 1139) bevindt zich in het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis te Brussel. Het is trouwens het enige overblijvend exemplaar van dit type voertuig. [On Line beschikbaar]: https://www.facebook.com/vriendenkringOGL/photos/a.342001935918306/342002059251627/?type=3&theater [Laatst geraadpleegd 23 april 2020].
  15. Dossier Bataljon Grenswielrijders Limburg, Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  16. Getuigenis Marcel Cuyvers, Detachement Lanaken.
  17. Nalatenschap Korporaal Maurits Reyniers, Detachement Kaulille (met dank aan Omer Reyniers).