15de Linieregiment

Situatie op 10 mei 1940

Type Infanterieregiment van de eerste reserve
Ontdubbeld van 7de Linieregiment
Taalstelsel Nederlandstalig
Onderdeel van 4de Infanteriedivisie
Bevelhebber Kolonel E. Warmoes
Standplaats Dekkingsstelling
Albertkanaal
Sector Diepenbeek – Eigenbilzen
Commandopost te Kaatsbeek
Samenstelling I Bataljon (Majoor A. Steens) 1ste Compagnie Fuseliers (Lt A. Van Buggenhout)
2de Compagnie Fuseliers (Lt J. Dury)
3de Compagnie Fuseliers (Lt E. De Keulenaer)
4de Compagnie Mitrailleurs (Lt J. Goeseels)
  II Bataljon (Kapitein-commandant J. De Maerschalck) 5de Compagnie Fuseliers (Lt F. Van Den Berghe)
6de Compagnie Fuseliers (Lt J. Vanderstegen)
7de Compagnie Fuseliers (Cdt D. Lochs)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Lt L. Danze)
  III Bataljon (Kapitein-commandant H. Haerden) 9de Compagnie Fuseliers (Cdt R. Naets)
10de Compagnie Fuseliers (Lt J. Vermeulen)
11de Compagnie Fuseliers (Lt G. Van Thielen)
12de Compagnie Mitrailleurs (Lt G. Serrien)
  IV Bataljon (Majoor J. Lemmens) 13de Compagnie Mitrailleurs (Cdt L. Baert)
14de Compagnie Anti-Tankkanonnen C47 (Cdt A. Baudot)
15de Compagnie Mortieren M76 (Lt M. Lauwers)
  Stafcompagnie (Luitenant Camille Sergooris)
Geneeskundige Compagnie (Geneesheer Luitenant A. Withofs)
Peloton Verkenners (Onderluitenant W. Volkaerts)

Tijdens de mobilisatie

Staf/15Li
Het 15de Linieregiment (15Li), een infanterieregiment van Eerste Reserve, is een ontdubbelingsregiment van het 7de Linieregiment (7Li). Het 15Li wordt op 1 september 1939 gemobiliseerd in de Dossinkazerne te Mechelen bij afkondiging van Fase C van het mobilisatieplan. Van zodra het 15Li voltallig is wordt het regiment doorgestuurd naar de 4de Infanteriedivisie (4Div).  De 4Div is een actieve divisie die in vredestijd zijn hoofdkwartier in Hasselt had. Voor de mobilisatie had de 4Div het commando over het 7Li dat gestationeerd was in de Dossinkazerne te Mechelen, het 11de Linieregiment (11Li) dat zich in de Dusartkazerne van Hasselt bevond en vanaf 01 augustus 1939 ook over het 14de Linieregiment (14Li) dat in Luik gestationeerd was. Op het ogenblik dat het 15Li wordt opgericht bezet de 4Div het meest oostelijke deel van het Albertkanaal waar ze, onder bevel van het IIIde Legerkorps, een waakscherm opgericht hebben tussen Lixhe en Eigenbilzen. Bij aankomst in Zuidoost-Limburg neemt het 15Li de stellingen over van het  14Li dat na vervanging aan het Albertkanaal overgaat naar de 11de Infanteriedivisie .

Het 15Li zal in het najaar van 1939 verschillende stellingen in Limburg innemen en oefeningen uitvoeren te Beverlo. In die periode doen zich een aantal tuchtincidenten voor bij het 15Li. Zo weigeren op 19 januari 1940 de manschappen van III/15Li op te staan om te verzamelen. Er worden pamfletten verspreid met de boodschap “Wij willen niet naar Luik om Wallonië te verdedigen”. Om hun antipathie jegens hun toenmalige Franstalige majoor te uiten, hangen ze een stropop in majoorsuniform op in het openbaar en steken de pop nadien in brand. Een kapitein wordt in het gezicht geslagen en een aantal soldaten deserteert.

Bij Fase C van de mobilisatie wordt het 15Li als ontdubbelingsregiment van het 7Li opgericht in de Dossinkazerne te Mechelen.

Vanaf 30 maart 40 wordt het 15Li samen met de 4Div onder bevel geplaatst van het Iste Legerkorps (I/LK) waar ze de stellingen van de 6de Infanteriedivisie (6Div), tussen Eigenbilzen en Diepenbeek, overnemen. Het 15Li wordt op de linkerflank van de divisiesector geplaatst, in het midden bevindt zich het 7Li en het 11Li bezet de rechterflank van de divisiesector. Links van het 15Li bevindt zich het 4de Linierieregiment (4Li) van de 1ste Infanteriedivisie (1Div), rechts het 7Li.

Opstelling 15Li op 10 mei 1940 (projectie op recente kaart)

De stellingen van het 15Li lopen van Dorpsheide in het westen tot Genk in het oosten.  De frontlinie wordt gevormd door het Albertkanaal, vanaf 800m west van de brug van Diepenbeek tot ongeveer 1.500m oost van Sluis Nr 1 te Genk.  Rondom Sluis Nr 1 wordt een bruggenhoofd op het kanaal bezet, dat gedekt wordt door 5 bunkers (G1 tot G5) en enkele anti-tankversperringen [1]. De flank van het bruggenhoofd wordt gedekt door de Kolenhaven van Genk [2].  Het tweede echelon van de stelling wordt grosso modo gevormd door de Kaatsbeek tussen de dorpen Diepenbeek en Beverst. Het bevoorradingsechelon van het regiment staat opgesteld te Krijt nabij Diepenbeek. De commandopost van het regiment bevindt zich te Lutselus. Het regiment heeft de IIde Groep van het 8ste Regiment Artillerie (II/8A) als rechtstreeks vuursteunelement. De batterijen van II/8A staan opgesteld in het gehucht Appelveld ten noordwesten van Beverst.

III/15Li
Het Kwartier West wordt bezet door het IIIde Bataljon, aangevuld met een peloton van de 8ste Compagnie, een peloton van de 13de Compagnie, een peloton van de 14de Compagnie en met de 15de Compagnie (minus een peloton).  Het bataljon heeft tevens een Compagnie T13 van de divisietroepen in steun (TBC – het is zeker niet de Cie T13 van de 4Div).

I/15Li
Het Kwartier Oost is ingenomen door het Iste Bataljon, aangevuld met de 13de Compagnie (minus een peloton), een peloton van de 14de Compagnie, een peloton van de 15de Compagnie en een batterij MVD58 loopgraafmortieren (minus een peloton) [4].  Deze laatste batterij steunt het bruggenhoofd bij Sluis Nr 1.

II/15Li
Het tweede echelon wordt bezet door het IIde Bataljon (minus een peloton van de 8ste Compagnie) en de 14de Compagnie (minus twee pelotons). II/15Li dient als reserve om tussen te komen indien de vijand erin slaagt de eerste linie te doorbreken.

IV/15Li
De middelen van het IVde Bataljon worden zoals gebruikelijk verdeeld over de bataljons opgesteld in eerste en tweede echelon.

  • Een peloton van de 13de Compagnie Mitrailleurs, een peloton van de 14de Compagnie getrokken C47mm en de 15de Compagnie Mortieren M76 (minus een peloton) worden in steun gegeven van III/15Li in eerste echelon.
  • De 13de Compagnie Mitrailleurs (minus een peloton), een peloton van de 14de Compagnie getrokken C47mm, een peloton van de 15de Compagnie Mortieren wordt in steun gegeven van I/15Li, eveneens in eerste echelon
  • De 14de Compagnie C47mm (Staf Cie en één peloton) wordt in steun gegeven van het II/15Li, opgesteld in tweede echelon.

PlVknr/15Li
Het Peloton Verkenner (PlVknr/15Li), onder bevel van Onderluitenant Volkaerts, bevindt zich te Genk.

Bunker G3 op de noordelijk oever van het Albertkanaal. Deze bunker maakt deel uit van het bruggenhoofd dat zich in het Kwartier Oost van het Iste Bataljon bevond

Staf/15Li
Net na middernacht wordt het 15Li door het HK van de 4Div gealarmeerd.  De commandopost heeft tot 01u20 nodig om alle eenheden van het regiment op de hoogte te brengen.  De manschappen verlaten hun kantonnementen om de loopgraven en bunkers aan de oevers van het Albertkanaal te gaan bemannen. Slechts een gedeelte van de manschappen trok de wacht op langs het kanaal. De rest bevond zich in houten barakken in de buurt van de stelling of was ingekwartierd bij burgers in Diepenbeek. Om 04u40 geeft de Staf/4Div de toestemming om de ontstekingsmechanismen aan te brengen in de wegvernielingen op de toegangswegen tot het kanaal en om de spoorlijn Genk-Bilzen af te sluiten.

Om 06u00 wordt het regiment op de hoogte gebracht van de afkondiging van de algemene mobilisatie naar aanleiding van de Duitse inval. Kort daarna verneemt het commando dat er in Nederland gevochten wordt. Het regiment ontvangt tegen de ochtend eveneens het nieuws van de aanval op de 7de Infanteriedivisie (7Div) en het rampzalige verlies van de bruggen te Veldwezelt en Vroenhoven. Ten oosten van de 4Div wordt overgegaan tot het opblazen van de bruggen over de waterlopen. Op het Albertkanaal vliegt de brug van Gellik de lucht in, op de Zuid-Willemsvaart ondergaan de bruggen van Vucht, Maasmechelen hetzelfde lot gevolgd door de bruggen te Tournebride en Lanaken op het Kanaal Briegden-Neerharen.  Het schriftelijke bevel tot vernieling van de spoorwegbrug van Genk komt aan even na 06u00, het kunstwerk wordt rond 08u00 opgeblazen.

De Luftwaffe daagt bij het ochtendgloren op langsheen zowat het ganse Albertkanaal en ook het 15Li stelt vast dat hun stellingen regelmatig overvlogen worden. Daarbij komt het af en toe ook tot beschietingen vanuit de lucht.  Tijdens de voormiddag komen heel wat verlofgangers opnieuw aan bij het regiment.  Onder hen ook Kapitein-commandant Raymond Peeters, bevelhebber van het bevoorradingsechelon, die per taxi van uit zijn woonplaats te Brussel terugkeert.

Rondom het middaguur ontvangt de staf een eerste update van de Vooruitgeschoven Stelling, een defensieve lijn ten noorden van het Albertkanaal. De Wielrijdersgroep van de 17Div, die er een waakscherm opricht, signaleert dat de vijand te Vucht de Zuid-Willemsvaart is overgestoken. Om 13u40 wordt het bevel gegeven om de brug van Zutendaal in de ondersector van het 7Li op te blazen. Het opblazen van de brug gebeurt uiteindelijk om 14u35 door het vernielingsdetachement van het 4de Bataljon Genie (4Gn). Om 17u00 wordt  de springlading onder de wegbrug van de mijn van Winterslag (TBC om welk brug het gaat [3]) tot ontploffing gebracht . Even voor 20u00 wordt gemeld dat de vijand te Zutendaal gesignaleerd is.

II/15Li
Omstreeks 12u35 beveelt de divisiestaf om het gros van het IIde Bataljon klaar te maken voor een verplaatsing naar Rosmeer in de sector van de zwaar belaagde 7de Infanteriedivisie.  Het tweede echelon moet uitgedund worden tot een enkele fuselierscompagnie, terwijl de rest van de troepen aangeduid wordt voor deze opdracht.  Deze inzet van het tweede echelon ten voordele van de 7Div zal echter niet uitgevoerd worden.

III/15Li
Om 04u40 geeft de Staf/15Li de toestemming om de spoorlijn Genk-Bilzen af te sluiten. De commandant van III/15Li wordt met deze taak belast en moet tevens de stationschef te Genk verwittigen om geen treinstellen meer door te laten richting zuiden. Het schriftelijke bevel tot vernieling van de spoorwegbrug van Genk komt aan even na 06u00.  Het kunstwerk ligt in het onderkwartier van de 1ste Compagnie, die het stadsbestuur van Genk op de hoogte brengt alvorens rond 08u00 over te gaan tot het opblazen van de brug. Tussen 14u10 en 14u30 worden de wegbruggen rond Sluis Nr 1 in het bataljonsvak van III/15Li door vernielingsploegen van het 4Gn opgeblazen. Het betreft de wegbrug over de Kolenhaven en de wegbrug over de sluis. Alleen de meest westelijke wegbrug tussen Genk en Diepenbeek wordt nog open gehouden.

Het 1ste Regiment Jagers te Paard (1JP), dat de Vooruitgeschoven Stelling verdedigde tussen Neeroeteren en Vucht moet binnenlopen via de brug van Diepenbeek. Nadat het regiment verneemt de dat de brug over het Albertkanaal te Diepenbeek zal worden vernietigd tijdens de nacht van 10 op 11 mei stuurt de Staf/1JP Kapitein Baron van Zuylen van Nyevelt ter plekke om er voor te zorgen dat dit niet gebeurt voor alle Jagers te Paard veilig en wel het kanaal overgetrokken zijn. Tegen 23u00 passeren de laatste grote formaties van de dekkingstroepen over de brug van Diepenbeek.  De bevelhebber van het IIIde Bataljon krijgt de toestemming om de brug te laten vernielen na de doortocht van de allerlaatste troepen van de noordelijke oever.

Pl Vknr/15Li
Het Pl Vknr/15L wordt rond 03u00 uitgestuurd naar de oostrand van Genk, zo’n 3 tot 4 Km ten noorden van het kanaal. Om 13u30 belt de divisiestaf de nodige orders door naar het 7Li en het 15Li om over te gaan tot de vernieling van de bruggen van Zutendaal, Eigenbilzen en de brug over het Kolendok. Alleen de meest westelijke wegbrug te Diepenbeek wordt intact gehouden om de aftocht van de dekkingstroepen mogelijk te maken. Het Pl Vknr dient de noordelijke oever van deze brug te beveiligen en alle bewegingen richting kanaal te observeren. Om 16u00 signaleert het Pl Vknr dat de dekkingstroepen van de Vooruitgeschoven Positie nu met grote regelmaat passeren over de brug van Diepenbeek. De doortocht van diverse elementen van het Cavaleriekorps (CK) wordt eveneens gemeld. Het Pl Vknr/15Li wordt uit Genk teruggetrokken rond 19u30 nadat de lokale telefooncentrale vernield werd.

Geplande dwarsstelling van het I/LK om de Duitse doorbraak in te dijken. Ook het Cavaleriekorps werpt een dwarsstelling op iets meer naar het westen.

Staf/15Li
Tijdens de nacht van 10 op 11 mei wordt in de sector van de 7Div verbeten gevochten om de laatste stellingen. De rechterflank van de 4Div wordt bedreigd. Na het mislukken van de door de 7Div geplande dubbele tegenaanval om de Duitse bruggenhoofden te neutraliseren wordt het I/LK door het Groot Hoofdkwartier opgelegd om een dwarsstelling (bretel) op te richten op de as Eigenbilzen – Mopertingen – Kleine Spouwen – Rijkhoven en die vervolgens langs de Demer te vervolledigen tot in Tongeren. Gezien het I/LK over geen reserve beschikt, dient deze dwarsstelling door eenheden van de divisies in lijn ingenomen te worden. De 4Div moet de stelling voorbereiden van Eigenbilzen tot aan Kleine Spouwen.  De 7Div is verantwoordelijk vanaf Kleine Spouwen (inclusief) tot Tongeren.

Rokade van de 4Div voor het innemen van de dwarsstelling van het I/LK op 11 mei (origineel oleaat  – CHD Evere)

Omstreeks 03u50 ontvangt de 4Div zijn orders van het I/LK. Luitenant-generaal de Graeve beslist dat het 15Li en II/7Li hun stellingen langs het Albertkanaal blijven bezetten.  Het III/7Li en I/7Li moeten pivoteren om uiteindelijk een stelling te bezetten tussen Munsterbilzen en Bilzen.  Het II/11Li en III/11Li zullen hun stellingen aan het kanaal moeten verlaten om zich achter de spoorweg Tongeren – Bilzen op te stellen van Bilzen tot Kleine Spauwen. Het plan wordt tijdens de nacht uitgewerkt en de orders worden pas om 10u00 door het Achterwaarts HK van de divisie doorgegeven aan de Regimenten. Tussen 10u00 en 11u00 verlaat het 11Li het Albertkanaal om de dwarsstelling te bezetten.

Ten zuiden van de 4Div wordt op 11 mei de dwarsstelling doorbroken rond 12u00. De 4Div kan standhouden (projectie op recente kaart).

Het plan tot de verdediging van de dwarsstelling wordt door het I/LK reeds om 11u00 opgeheven omdat meer naar het zuiden de 7Div de lijn niet kan houden. Het is dan ook weinig waarschijnlijk dat de eenheden van de 4Div in staat waren om de dwarsstelling in te nemen voor deze in het zuiden al doorbroken werd. Uit het verslag van Onderluitenant Volkaerts, commandant van het Pl Vknr van 15Li die rond het middaguur een verkenning langs de dwarsstelling uitvoert, blijkt dat het 15Li zich nog steeds op zijn posities langs het Albertkanaal bevindt, dat de linkervleugel van het 7Li (II/7Li) ook nog langs het kanaal staat opgesteld en dat de rest van het 7Li zich achter de spoorlijn Genk – Bilzen bevindt. De verbindingen tussen het 15Li en 7Li evenals de verbindingen tussen het 7Li en het 11Li zijn nog intact. De dwarsstelling die moest ingenomen worden om de Duitse aanval te vertragen is om 12u00 in elk geval nog intact bij de 4Div.

Om 12u50 beveelt het I/LK de algehele aftocht naar Leuven.  De eenheden van de 4Div krijgen het bevel tot terugtrekken echter niet door en blijven op de dwarsstelling tot 19u00. De 4Div zal gelukkig niet overvleugeld worden omdat de vijand na het doorbreken van de dwarsstelling bij de 7Div naar het zuidwesten richting Tongeren en Hannuit zal oprukken.

De reden voor het niet doorgeven van de orders naar de regimenten ligt bij het feit dat het HK van de divisie om 09u30 wordt gesplitst in een hoofdmoot (Voorwaarts HK onder bevel van LtGen de Graeve) die verplaatst wordt naar Ulbeek en een kleinere stafeenheid (Achterwaarts HK onder bevel van GenMaj Brabant ondersteund door Cdt Nannan en Lt Lousse) die achterblijft te Hoeselt om de terugtocht van de 4Div te bevelen. Dit Achterwaarts HK krijgt om 10u30 bezoek van Kapitein SBH Fievez, Chef bureau operaties van de Staf I/LK, die meldt dat het HQ van het I/LK naar Marlines wordt overgebracht. Hierop verlaat het Achterwaarts HK Hoeselt om 10u35 en plooit geleidelijk terug via Schalkhoven (11u25) en Vliermaal (12u00) waar via de CP van het Esk Cy 4Div voor de laatste keer contact gemaakt wordt met het Voorwaarts HK in Ulbeek. Het Achterwaarts HK bereikt Kortessem om 13u00 en vervoegt uiteindelijk Ulbeek tegen 17u30. Het Voorwaarts HK verliet intussen Ulbeek al om 15u00 en begaf zich richting Kosen (noord van Sint-Truiden) waar het om 17u00 toekomt en van waaruit verder doorgetrokken wordt naar Bevekom om 21u00.

Rond 15u00 doorbreekt de vijand ook het eerste echelon van de dwarsstelling van het CC. De 4Div moet terrein prijsgeven en trekt terug naar het westen.

Het velddagboek van Kolonel Warmoes bevestigt trouwens het communicatieprobleem met een notitie gemaakt te 11u00 over het uitvallen van de verbinding met zowel de divisiestaf als ook het algemeen vuursteunelement van het IV/8A.  Even na 14u00 wordt in dit zelfde velddagboek genoteerd dat de divisiestaf te bereiken zou zijn op abonneenummer 37 van de civiele telefooncentrale van Borgloon, maar dat er op dit nummer niemand aangesloten is en de precieze locatie van de divisiestaf onbekend blijft.

Omstreeks 16u00 meldt het Iste Bataljon dat de troepen van het 7Li die op de dwarsstelling postgevat hebben zich lijken terug te trekken van deze positie.  Bovendien meldt Kapitein-commandant Haerden dat zijn eigen bataljon onder vijandelijk artillerievuur ligt.   Anderhalf uur later, rondom 17u30, wordt ook het IIIde Bataljon beschoten door krombaanvuur en lijkt de vijand eveneens de baan van Diepenbeek naar Genk te beschieten.

Bij het Iste Bataljon worden vervolgens enkele vijandelijke infiltraties gemeld van uit het zuidoosten tot in de zone tussen het Albertkanaal en de spoorlijn Genk-Bilzen.  Het IIIde Bataljon maakt omstreeks 19u00 contact met vijandelijke verkenners nabij de brug van Diepenbeek. Kort nadien meldt Onderluitenant Volkaerts van het Peloton Verkenners dat de commandopost van het 7Li geëvalueerd werd en dit regiment de dwarsstelling verlaten heeft.  Kolonel Warmoes besluit dat hij geen andere keuze heeft dan zelf tot de aftocht over te gaan.

De kolonel besluit om zijn regiment door de sturen via Kortessem in de algemene richting van Beauvechain.  Het tweede echelon moet als eerste verlaten worden, gevolgd door Kwartier Oost en dan Kwartier West.  De afmars kan starten om 20u30.  Meer precieze informatie bevat het marsbevel niet.  De staf van het 15Li verspreid de orders tot de aftocht tussen 19u30 en 20u00.

De stafcompagnie krijgt om 20u00 het bevel om binnen het half uur Diepenbeek te verlaten en de aftocht naar Kortessem aan te vatten.  Wanneer Kolonel Warmoes echter meent ontdekt te hebben dat Kortessem door de vijand zou ingenomen zijn, besluit hij de marsroute van zijn troepen aan te passen en laat hij de rest terugtrekken via Diepenbeek, Sint-Lambrechts-Herk en Stevoort in de richting van Kortenaken.  Het resultaat wordt een chaotische vlucht van het Albertkanaal.

De verschillende eenheden van het 15Li verlaten hun posities met grote haast en geven talrijke anti-tankkanonnen, mortieren en mitrailleurs op.  In een vlaag van paniek bij het levensmiddelenechelon wordt de volledige administratie van het regiment verbrand alvorens te vertrekken.  De officier-vaandeldrager meent het noodzakelijk om het regimentsvaandel onder zijn hemd te verbergen.

Voor wat slachtoffers betreft, komt het 15Li komt relatief ongehavend uit het gevecht aan het Albertkanaal, op één incident na te Genk waarbij negen slachtoffers vallen.

Wanneer bij valavond de troepen van het IIde Bataljon voorbij marcheren aan de commandopost van het regiment te Lutselus, besluit ook Kolonel Warmoes te vertrekken.  De stafgroep zal halt houden in het gehucht Zavel ten zuiden van Diepenbeek tot het gros van de troepen op weg is.

Warmoes stuur Onderluitenant Volkaers en de sectie motorwielrijders van het Peloton Verkenners uit naar het zuidwesten met als opdracht om tussen Ulbeek en Sint-Truiden op zoek te gaan naar de locatie van de divisiestaf.  De staf wordt hier niet teruggevonden.

III/15Li
Rond 02u30 meldt Kapitein van Zuylen van Nyevelt aan Kapitein-commandant Haerden dat alle eenheden van het 1JP het Albertkanaal overgestoken zijn. De brug wordt om 03u25 opgeblazen op bevel van de Bataljonscommandant van het IIIde Bataljon. Toch komt nog een pantservoertuig van het 1JP aan bij de inmiddels vernielde brug van Diepenbeek. De T15 wordt ten noorden van het Albertkanaal achtergelaten na te zijn ontwapend en buiten werking gesteld.

Pl Vknr/15Li
Onderluitenant Volkaerts voert in de late voormiddag een verkenning langs de regimentsstelling uit en brengt om 12u00 verslag uit bij Lt Van Leuven, de inlichtingenofficier van 15Li. Hieruit blijkt dat op 11 mei om 12u00 het 15Li zich nog steeds op zijn posities langs het Albertkanaal bevindt, dat de linker vleugel van het 7Li (II/7Li) ook nog langs het kanaal staat opgesteld, dat de rest van het 7Li zich achter de spoorlijn Genk – Bilzen bevindt en dat verbindingen tussen het 15Li en 7Li evenals de verbindingen tussen het 7Li en het 11Li intact zijn. De dwarsstelling die diende ingenomen te worden om de Duitse aanval te vertragen is in elk geval nog intact bij de 4Div.

Staf/15Li
De 4de Infanteriedivisie trekt tijdens de nacht van 11 op 12 mei terug naar het westen.  De eerste troepen van het 15Li passeren vanaf 07u00 te Kortenaken, maar het regiment is geheel uit elkaar gevallen en het zal tot 13u0o duren vooraleer de laatste nog georganiseerde elementen dit dorp bereiken.

Inmiddels is ook de divisiestaf van de 4Div aangekomen naar Kortenaken.  De eenheden van de divisie moeten de Gete oversteken en worden naar kantonnementen bevolen tussen Halen en Waanrode.  Het 15Li krijgt het dorp Waanrode aangeduid.  Het 7Li zal in het nabijgelegen Loksbergen kantonneren.  Omwille van het Duitse luchtoverwicht wordt overdag halt gehouden en wordt de manschappen bevolen zo veel mogelijk uit het zicht te blijven.

De eenheden slagen erin om de orde min of meer te herstellen, maar tot overmaat van ramp is de Belgische genie bijzonder vroeg overgegaan tot het vernielen van de bruggen over de Herk en de Gete zodat onderweg alweer een belangrijk aantal voertuigen en zware wapens moet achtergelaten worden.  Ook het 15Li bezit nog slechts bijzonder weinig zwaar materiaal na de overtocht van de beide rivieren.

Enige tijd na aankomst te Waanrode, verneemt Kolonel Warmoes dat het 7Li uit Loksbergen zal vertrekken om zich naar Sint-Joris-Winge te verplaatsen.  Warmoes besluit om het 15Li eveneens op weg te zetten naar deze gemeente.  Het regiment zal hier in de loop van de avond toekomen.

Het divisiehoofdkwartier is intussen naar Beauvechain verder gereden en heeft zich daar ontplooid om nieuwe orders op te maken voor de regimenten.  Er wordt besloten om de divisie in te kwartieren te Linden, Kessel-Lo, Herent en Veltem-Beisem.

Staf/15Li
Het 15Li bereikt zijn nieuwe kantonnementen te Linden en Kessel-Lo tijdens de nacht van 12 op 13 mei.

De 4Div ontvangt de opdracht om alle eenheden achter de K.W. Stelling in te kwartieren.  Tijdens de ochtend van 13 mei wordt het 15Li dan ook naar Doren verplaatst.  Deze deelgemeente van Herent is echter het kantonnement van zowel het 4de Regiment Jagers te Voet als ook van troepen van de British Expeditionary Force.  Er is dan ook onvoldoende plaats voor het 15Li zodat het regiment doorgestuurd wordt naar Kampenhout,  De eenheden komen hier aan rondom 17u00.  Kolonel Warmoes verneemt dat enkele elementen van zijn regiment zich te Eppegem bevinden.

Nog maar net aangekomen te Kampenhout, laat de 4Div weten dat de divisie zich naar het Kanaal van Willebroek zal verplaatsen.  Het 15Li moet nu nieuwe kantonnementen uitzoeken te Drie Fonteinen ten zuiden van Vilvoorde.  De colonnes zetten zich opnieuw de baan op en marcheren verder naar het westen.

Staf/15Li
Het uitgeputte 15Li bereikt Drie Fonteinen tegen 03u00 in de nacht van 13 op 14 mei.  De aftocht van het Albertkanaal heeft een zware tol geëist:

  • Het Iste Bataljon is tot ongeveer de helft van zijn effectieven herleid.  Luitenant Dury van de 2Cie is gewond afgevoerd naar een veldhospitaal.  Luitenant Van Regenmortel van de 4Cie is gesneuveld in een van de bunkers van Sluis Nr 1 en de ganse bunkerbemanning is gevangen genomen.  Ook zijn heel wat manschappen achtergebleven in de oeverbunkers die onder de vijandelijke beschietingen niet ontruimd werden.  Van de achterhoede zijn drie pelotons verloren gegaan.
  • Alle mitrailleurs in de oeverbunkers zijn ter plekke gebleven, als ook de C47 anti-tankkanonnen van het eerste echelon.  De M76 mortieren en de MVD58 loopgraafmortieren werden in de paniek ter plekke vernield.  Ook de veldtelefoonlijnen werden achtergelaten.  Kolonel Warmoes argumenteert dat de druk van de vijand te groot was om het materieel te recupereren.
  • Bij de oversteek van de Gete en de Demer en de voortijdige vernieling van de bruggen door de Genie is een deel van het wagenpark achtergebleven op de noordelijke oever,
  • Het regiment moet het nog steeds zonder een tiental veldkeukens stellen die op de eerste oorlogsdag in herstelling waren te Antwerpen.

Even na 12u00 laat de divisiestaf weten dat te Zaventem een grote luchtlanding zou gestart zijn.  Het 15Li krijgt het bevel om de bruggen tussen Buda en Vilvoorde te bezetten met telkens een peloton fuseliers, een C47 anti-tankkanon en een T13 pantserwagen.  Het IIIde Bataljon moet het dorp Koningslo innemen en richting zuid bewaken.  Het peloton verkenners moet de westelijke oever van het Kanaal van Willebroek tussen Buda en Borcht onder observatie houden.

De rest van het regiment rust uit en reorganiseert zich.

Miliciens van de klas 36 van het 7Li worden in augustus ’39 bij het 15Li gemobiliseerd.

Staf 15/Li
Gedurende de dag verneemt de regimentscommandant dat het 15Li tezamen met de rest van de 4Div naar het Bruggenhoofd Gent gestuurd wordt. Het Bruggenhoofd Gent (TPG – Tête de Pont Gand) wordt gevormd door een bunkergordel ten zuiden van Gent. De bunkergordel bestond uit 228 betonnen bunkers die in het algemeen een portaal hadden en één tot drie ruimten afgesloten door een gepantserde deur. Vier bunkers hadden nog een verdieping en 35 waren uitgerust met een stalen waarnemingskoepel. De 4Div komt als eerste grote eenheid toe in het Bruggenhoofd Gent en moet de bunkergordel beveiligen. Hierdoor zullen de infanterieregimenten van 4Div opgesteld worden in brede ondersectoren van Semmerzake tot Kwatrecht. De regimenten zullen na hun aankomst in het Bruggenhoofd Gent volgende ondersectoren bezetten:

  • 11Li – de sector Kwatrecht tot en met Betsberg.
  • 15Li – de sector Moortsele tot voor Munte.
  • 7Li – Muntekouter tot en met Semmerzake.

Het 15Li moet tegen 16u00 klaar zijn voor de verplaatsing.  De motorvoertuigen moeten om 20u00 vertrekken van op de baan van Wolvertem naar Merchtem en zullen naar Bottelare rijden.  De paardenvoertuigen moeten op hetzelfde tijdstip de mars aanvatten van op de baan van Grimbergen naar Wolvertem en zullen zich in en eerste etappe naar Ottergem begeven.

Het voetvolk tenslotte moet om 20u15 eveneens rendez-vous maken tussen Grimbergen en Wolvertem en zal zich vervolgens naar de snelweg Brussel-Antwerpen begeven om vanaf 22u00 in vrachtwagens geladen te worden.  De staf en het Iste en IVde Bataljon zullen te Bottelare afgezet worden.  Het IIde Bataljon te Landskouter en het IIIde Bataljon te Moortsele.

Het divisiehoofdkwartier verplaatst zich naar Sint-Denijs-Westrem.

De eerste elementen van 15Li arriveren al om 02u00 te Bottelare.  Het gedeelte van 15Li dat in Melle toekwam wordt om 06u30 bij aankomst van het 11Li via Lemberge doorgestuurd naar Bottelare en Moortsele. Hier nemen de bataljons rustkantonnementen in om te herconditioneren na de lange mars.

De troepen te voet bereiken hun bestemming met grote vertraging.  Na de ganse nacht gewacht te hebben op de autobaan Brussel-Antwerpen, arriveren de autobussen van de Legerautogroepering slechts om 06u00.  De laatste troepen vertrekken om 08u30.  De laadplaats wordt ontdekt door de Luftwaffe en in een korte luchtaanval vallen enkele gewonden bij de 8ste Compagnie.  De laatste infanteristen zullen pas om 13u30 op hun bestemming aankomen.

Kort na de middag worden Kolonel Warmoes en zijn Adjudant-Majoor ontboden op de divisiestaf te Sint-Denijs-Westrem.  Het regiment zal opgesteld worden tussen Munte (exclusief) en Betsbergebos (exclusief).  Vanaf Munte zal het 7Li komen te liggen en vanaf Betsbergebos het 11Li.  De verkenningen voor de stellingname zullen uitgevoerd worden tijdens de ochtend van 17 mei.

Later op de dag verneemt de staf van 15Li dat het geallieerde opperbevel (via de Franse generaal Bilotte) onverwacht het bevel heeft gegeven om de K.W. Stelling prijs te geven zonder dat die ten volle verdedigd werd. In het zuiden wist het Duitse leger immers een doorbraak te forceren over de Maas in de streek van Sedan en in het noorden heeft Nederland zich overgegeven. Het veldleger zal aan het eind van de dag de K.W. Stelling ontruimen en terugtrekken naar de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde. Het Bruggenhoofd Gent wordt een scharnierpunt in deze nieuwe defensieve lijn en meerdere divisies worden vanaf de K.W. Stelling naar het Bruggenhoofd Gent gestuurd. Deze verplaatsing zal volgens plan twee dagen duren, de eerste eenheden van deze divisies zullen pas in de nacht van 18 op 19 mei in het bruggenhoofd toekomen. De staf realiseert zich dat de ondersector Munte-Betsbergebos slechts een korte tijd ingenomen zal worden.

Staf/15Li
Tijdens de ochtend gaan de bataljons- en compagniecommandanten het terrein op om de nieuwe posities te bepalen.  Geleidelijk aan nemen de bataljons van het 15Li, die zullen moeten instaan voor de verdediging van het Bruggenhoofd Gent, stellingen in tussen Munte en Betsbergebos. De ganse dag door werkt het 15Li verder om al zijn stellingen in orde te krijgen.

In de late voormiddag wordt de opdracht van het regiment enigszins gewijzigd.  Het 15Li krijgt de taak om de steenweg op Geraardsbergen af te grendelen met een bataljon ter hoogte van de oostrand van het Bruggenhoofd Gent op het grondgebied van Oosterzele.  De opdracht wordt toegewezen aan het IIde Bataljon.  De stellingname geraakt uiteindelijk pas ’s avonds op punt.

I/15Li
Op de Asselkouter nabij Munte stellen soldaten van het sterk uitgedunde I/15Li hun overgebleven zware wapens op in de bunkers.  De restant van het bataljon heeft heel wat kaderleden in overtal die doorgestuurd worden naar het IIde en IIIde Bataljon.

II/15Li
Te Oosterzele stelt het II/15Li drie compagnies op aan het kruispunt van de Wettersesteenweg met de Geraardsbergsesteenweg, versterkt door twee C47 anti-tankkanonnen van de Compagnie C47 van de divisietroepen.

III/15Li
Te Landskouter gaat het III/15Li in stelling op de zuidelijke rand van Landskouter en Gijzenzele, versterkt met drie overgebleven C47 kanonnen van de eigen 14de Compagnie.

IV/15Li
Het IV/15Li bemant de 2de lijn ter hoogte van de Potaardewijk, echter zonder mortieren en zonder anti-tankgeschut.

Op zaterdag 18 mei begint de plaatselijke bevolking, voor zover ze nog niet vertrokken waren, massaal hun woningen te verlaten. Vrij kort nadien doen zich jammer genoeg reeds de eerste plunderingen voor van de verlaten woningen.

Om 08u45 krijgt het IIde Bataljon het bevel om een compagnie door te sturen ter versterking van het steunpunt van het Betsbergebos.

Even voor het middaguur wordt de 5de Compagnie en de 6de Compagnie van het Bataljon Grenswielrijders Limburg in versterking gegeven van het 15Li.

Om 18u40 laat de divisiestaf weten dat tussen 19u00 en 04u00 de bezetting van de stellingen mag uitgedund worden en alleen de bunkers van het eerste echelon dienen bemand te blijven.  Deze beperkte bezetting laat een behoorlijke nachtrust toe aan zoveel mogelijk militairen van het regiment.

Initiële opstelling voor de verdediging van de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde.

De aftocht van het veldleger van de K.W. Stelling naar de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde die tijdens de nacht van 16 op 17 mei gestart is, moet op 19 mei voltooid worden. Het VIde Legerkorps heeft het bevel gekregen over de volledige zuidoostelijke zone van het Bruggenhoofd Gent op de boog tussen Semmerzake in het westen en Kwatrecht in het oosten.  Het legerkorps kan hiervoor beschikken over de 2de, 4de en 5de Infanteriedivisies.  De 2de en de 5de divisies moeten ingepast worden op de perimeter van het Bruggenhoofd. Volgende reorganisatie wordt dan ook doorgevoerd:

  • de 5Div neemt de sector Semmerzake-Munte over van het 7Li
  • de 4Div wordt gecentraliseerd in de sector Munte-Betsberg
  • de 2Div sluit de linies af door de sector Betsberg-Kwatrecht van het 11Li over te nemen.

De 4Div reorganiseert zijn sector tussen Betsberg en Munte. Het 15de Linie zal zich opstellen in Ondersector Oost ten zuiden van de Betsberg (exclusief) en zal een gedeelte van de bunkers in Moortsele bezetten. Het 7de Linie bezet dan Ondersector West vanaf de westkant van Moortsele tot Munte. Het 11de Linie bemant het tweede echelon achter het 15de en 7de Linie maar zal wel pelotons leveren voor het bezetten van de verschillende grote wachten of voorposten.  Deze ontplooiing betekent dat de regimenten van de 4Div dichter bij elkaar zullen opgesteld worden. De nodige bevelen voor deze nieuwe verplaatsingen worden nog tijdens de late nacht van 18 op 19 mei verspreid.

Kolonel Warmoes ontvangt zijn nieuwe orders:

  • Ondersector West wordt in het westen begrensd door de lijn Rattepas-Scheldewindeke en in het oosten door het Betsbergebos.  Ten westen van het 15Li komt het 7Li te liggen, en ten oosten het 6Li.
  • Het eerste echelon wordt bezet door het IIde Bataljon in Kwartier West en het IIIde Bataljon in Kwartier Oost.  De beide bataljon behouden de vijf C47 anti-tankkanonnen (de drie overgebleven stukken van de 14de Compagnie en de twee stukken van de divisietroepen).  De beide bataljons bezetten eveneens de schuilplaatsen in eerste linie van de nevenvallei van de Molenbeek te Moortsele bij het Grootbos (bunker A31 aan boerderij Hoek Ter Hulst en A32 aan toenmalige tramlijnovergang met dezelfde straat).
  • Het tweede echelon wordt bezet door het IVde Bataljon.
  • Het Iste Bataljon is nu verdwenen van de slagorde.  De overgebleven elementen worden verdeeld onder de overige bataljons.
  • Het Peloton Verkenners staat in voor patrouilles tegen luchtlandingen doorheen de ganse vallei van de Molenbeek.
  • De medische hulppost van het regiment wordt even ten noorden van het Kasteel van Bottelare (Kasteel Stas de Richelle) opgesteld.
  • Dit zelfde Kasteel van Bottelare wordt de commandopost van Kolonel Warmoes en zijn stafgroep.
  • De III/8A wordt het rechtstreekse vuursteunelement van het regiment.

Veiligheidshalve worden er drie Voorposten opgesteld voor de sector van de 4Div. Eén te Scheldewindeke dorp, één te Scheldewindeke aan het kruispunt Pelgrim en één te Oosterzele dorp. Deze voorposten zullen telkens bemand worden door een pelotons fuseliers van het 11Li en een T13 tankjager van de Cie C47/T13 4Div. In afwachting van de aankomst van deze pelotons wordt deze opdracht uitgevoerd door het Peloton Verkenners van het 15Li.

Om 15u35 deelt de divisiestaf mee dat de genietroepen zullen starten met het aanleggen van mijnstoppen op de toegangswegen naar het eerste echelon.  Het Peloton Verkenners moet zijn personeel laten assisteren bij deze taak.

Anderhalf uur later verneemt Kolonel Warmoes dat de troepen van de 1ste Divisie Ardeense Jagers die in het gebied tussen de Dender en het Bruggenhoofd Gent hun afstoppingsactie uitvoeren tegen 22u00 zullen aankomen binnen de bevriende linies.

De divisiestaf laat eveneens weten dat hun commandopost naar het Kasteel van Hutsepot nabij Zwijnaarde verplaatst wordt.

Vervolgens wordt het al snel duidelijk dat de vijand in aantocht is.  Het Peloton Verkenners meldt om 19u00 dat de laatste Britse troepen uit het voorgebied naar het zuiden weggetrokken zijn.  Een patrouille van twee pantserwagens van de 2de Cavaleriedivisie komt aan omstreeks 20u20 en laat weten dat de vijand zich te Burst bevindt.  De eerste troepen van het 3de Regiment Ardeense Jagers komen aan om 23u00.  De doortocht van dit regiment zal tot 02u20 duren.

De tucht bij het 15Li laat veel te wensen over. Het regiment heeft een vrij grote aanhang van zowel Vlaams-nationalisten als socialisten die elk om verschillende redenen tegen de oorlog gekant zijn. Er lopen geruchten in het regiment dat een aantal manschappen witte vlaggen bij hebben om zich bij de eerste gelegenheid aan de bezetter te kunnen overgeven.

Om 08u25 worden de eerste vijandelijke verkenners gemeld langsheen de Peperstraat in de richting van Scheldewindeke.  Het gaat om enkele wielrijders die snel weer uit het zicht verdwijnen.  De voorpost van kruispunt Pelgrim wordt om 09u00 teruggetrokken.  De voorpost te Scheldewindeke zelf wordt om 09u40 gesloten, gevolgd door de voorpost te Oosterzele.  De divisiestaf is helemaal niet te spreken over de evacuatie van de voorposten en beveelt aan het Peloton Verkenners van het 15Li om de drie steunpunten opnieuw te bezetten, in afwachting van de terugkeer van de drie pelotons van het 11Li.

Het blijft rustig bij het 15Li tot wanneer om 12u25 drie Duitse vliegtuigen de posities van het IIIde Bataljon mitrailleren.

Terwijl de vijand de in het noordoosten gelegen 2de Infanteriedivisie aanvalt en er te Kwatrecht hevig wordt gevochten, stellen de Duitsers zich tegenover de 4de Infanteriedivisie tevreden met enkele artilleriebeschietingen. De eerste projectielen vallen op het Betsbergebos omstreeks 16u00.  De commandopost van het regiment en ook van de divisie vallen eveneens onder vuur. De Belgische artillerie riposteert en neemt Balegem en Scheldewindeke onder vuur.

De drie voorposten worden vanaf 18u30 definitief geëvacueerd door de verkenners van het 15Li. Deze keer verliest het Peloton Verkenners van het 15Li te Scheldewindeke een twintigtal krijgsgevangenen en een T13 tankjager die in steun gegeven werd.

Tijdens de eerste helft van de nacht start de III/8A ook met het uitvoeren van storingsvuren op Oosterzele en doorheen het voorgebied van de ondersector van het regiment.

In de sector van de 4de Infanteriedivisie wordt sporadisch contact gemaakt met de vijand.  Om 08u00 meldt het naburige 7Li dat enkele vijandelijke elementen de Patattenhoek even ten noorden van de dorpskern van Scheldewindeke ingenomen hebben,  Het IIde Bataljon van het 15Li krijgt de opdracht om een peloton fuseliers uit te sturen naar dit dorp.  Dit peloton stuit omstreeks 10u00 op een achttal vijandelijke cavaleristen.  Deze verkenners trekken zich onmiddellijk terug en korte tijd nadien trachten enkele Duitse motorwielrijders het peloton te omsingelen.  De Belgische troepen nemen stelling in rondom de Heilige Machariuskapel.  Na een kort vuurgevecht keren de militairen van het 15Li terug naar de eigen linies.

Inmiddels heeft de Belgische artillerie de beschieting van Oosterzele hervat.  Ook de Keiberg wordt bestookt.  In het dorp Oosterzele wordt een Duitse pantserwagen en twee motorwielrijders gespot en onder artillerievuur genomen.  Ook hier dringen de vijandelijke verkenners niet aan.  De Duitse artillerie riposteert vanaf het middaguur.

Op de Conferentie van Ieper tussen de Belgen, Fransen en Britten is beslist dat het front achteruit moet. Het Belgische leger zal de aftocht naar de Leie aanvatten en rondom Gent worden de Belgische posities herschikt en wordt het Bruggenhoofd Gent opgegeven. De 16de en de 18de infanteriedivisies zullen de stad verdedigen. De 1ste infanteriedivisie zal de komende nacht stad verlaten en naar de streek van Kortrijk verhuizen. De 2de en de 4de infanteriedivisie zullen die nacht het Bruggenhoofd Gent opgeven en over het Afleidingskanaal van de Leie trekken. Ten zuiden van de stad zullen de 1ste Divisie Ardeense Jagers en de 5de infanteriedivisie nog achter de Schelde moeten blijven tot de nacht van 23 op 24 mei en zich vervolgens ook achter de Leie moeten terugtrekken.

Vanaf 15u00 wordt Kwartier Oost beschoten door vijandelijke mortieren.  Het Betsbergebos vormt het voornaamste doelwit.  Hier en daar trachten Duitse infanteristen de Belgische linies in kleine groepjes te infiltreren.  Het komt echter niet tot een massale aanval in de sector van de 4de Infanteriedivisie.  Het zwaartepunt van de Duitse doorstoot naar Gent ligt bij de 2de Infanteriedivisie rond Gijzenzele en Kwatrecht.

Tijdens de tweede helft van de nacht legt de genie bijkomende mijnenvelden aan in het voorgebied van Kwartier Oost.  Het 15Li levert de nodige manschappen ter bewaking van de werken.  Er valt een gewonde.

Tijdens de voormiddag vinden opnieuw beperkte vuurgevechten plaats in de sector van de 4de Infanteriedivisie.  De vijand heeft nu ook zware mitrailleurs in stelling gebracht.  Op sommige plaatsen naderen de Duitsers tot op zo’n 300m van de voorste linies.  Op het gehucht Spiegel te Scheldewindeke bevinden zich enkele mortieren.  Bij het IIIde Bataljon landen enkele granaten op de commandopost.

De 4de Infanteriedivisie ontvangt zijn marsorders voor de verplaatsing naar het westen in de loop van de late namiddag. De Schelde moet overgestoken worden via de bruggen van Zwijnaarde en Schelderode en de divisie zal vervolgens achter de Leie in reserve geplaatst worden bij het VIde legerkorps.

Deze orders bereiken Kolonel Warmoes om 19u15.  Het 15Li mag zijn ondersector vanaf 22u00 verlaten en dient een achterhoede ter plekke te laten tot 03u00 tijdens de nacht van 22 op 23 mei.  Per infanteriebataljon moet deze achterhoede bestaan uit vier pelotons fuseliers.  Een batterij van III/8A zal vuursteun leveren tot middernacht.  Kolonel Warmoes beschikt eveneens over een mobiele achterhoede van twee C47 anti-tankkanonnen.  De marsroute naar het Afleidingskanaal van de Leie loopt via Bottelare naar Schelderode om vervolgens de Schelde over te steken op een geniebrug.  Via Zevergem, De Pinte, Deurle en Nevele moet vervolgens naar Meigem gemarcheerd worden.  Het Peloton Verkenners wordt aangeduid om de signalisatie te verzorgen.

Het gros van het 15Li vertrekt om 23u00 onder het bevel van Majoor Lemmens.

De aftocht uit het Bruggenhoofd Gent tijdens de nacht van 22 op 23 verloopt zonder noemenswaardige incidenten.  Na het vertrek van de hoofdmacht, installeert de mobiele achterhoede zich dwars over de Poelstraat tussen Moortsele en Bottelare om hier de komst van de vaste achterhoede af te wachten.  De vier pelotons van dit detachement verlaten de linies volgens het marsschema om  03u30.  Na passage aan de Poelstraat blijft de mobiele achterhoede nog 30 minuten ter plekke.

De eerste elementen van het 15Li steken om 01u00 de Schelde over.  De mobiele achterhoede doet dit als laatste om 05u30.  Tussen de Schelde en de Leie is de vooruitgang bijzonder traag door het drukke militaire verkeer.  De rest van de tocht verloopt eveneens zonder incidenten en de 4de Infanteriedivisie komt tijdens de voormiddag aan tussen Deinze en Nevele.

De voorhoede van het 15Li komt aan te Meigem om 08u00.  De laatste elementen zullen pas na de middag hun bestemming bereiken.  De troepen zijn uitgeput en kunnen enige uren uitrusten.  De staf gaat het terrein op om de nieuwe posities te plannen.  Het regiment bezet de centrale ondersector van de 4de Infanteriedivisie rondom Meigem, tussen Kilometerpaal 3.300 en 5.500 van de kanaaloever.

  • Het IIde Bataljon bezet Kwartier Noord van het eerste echelon, met de drie compagnies op een enkele lijn.  Elke compagnie plaatst een peloton op de kanaaloever en twee pelotons in steun. Kwartier Noord omvat eveneens het dorp Meigem.
  • Het IIIde Bataljon neemt Kwartier Zuid in, vanaf de zuidrand van Meigem tot de grens van de ondersector.
  • De compagnies van het IVde Bataljon vormen het tweede echelon tussen Vinkt en Meigem.  Het tweede echelon staat onder het bevel van Majoor Steens en de staf van het oude Iste Bataljon.  De 13de, 14de en 15de compagnies zijn elk herleid tot het equivalent van een groot peloton en beschikken niet meer over collectieve bewapening.  De manschappen hebben elk nog slechts hun persoonlijk wapen.
  • De commandopost van het regiment wordt ondergebracht op enige afstand van Kruiswege, waar een telefoonverbinding wordt gemaakt met de nabijgelegen staf van de II/8A die het regiment zal ondersteunen.
  • De medische hulppost wordt opgesteld aan de Heerdweg, even ten oosten van Vinkt.

De commandopost van de 4Div bevindt zich nu te Vinkt.

Het terrein is bijzonder ongunstig.  De oostelijke oever van het Afleidingskanaal van de Leie ligt hoger dan de oever bezet door de Belgen, wat maakt dat er een dode hoek van zo’n 200 to 400m is waarin de vijand ongezien kan naderen.  De waterstand op het kanaal is bijzonder laag en zo kan het wateroppervlak bij een vijandelijke stormaanval niet onder vuur genomen worden zonder de eigen dekking op te geven.  Er zijn ook geen loopbruggen beschikbaar en het regiment kan dan ook geen voorposten uitzetten op de vijandelijke oever.  Op de westelijke oever zorgt de dichte bebouwing en de hoge gewassen er voor dat het uitzicht over het voorterrein slecht is.

Het 15Li beschikt nog slechts over een minimum aan veldtelefoondraad zodat de compagnies niet verbonden kunnen worden met hun bataljonsstaf.  Er is slechts voldoende materieel voor twee telefoonlijnen van de commandopost van het regiment naar de beide bataljons van het eerste echelon.

De 4de Infanteriedivisie heeft zijn drie regimenten opgesteld tussen Deinze in het zuiden en Nevele in het noorden, op de westelijke oever van het Schipdonkkanaal. Het 7Li bezet de noordelijke ondersector, het 15Li de centrale ondersector en het 11Li de zuidelijke ondersector. De divisie heeft een problematische veldtocht achter de rug. Er zijn nog slechts 5.300 infanteristen in plaats van de normale 11.000 en de zware bewapening is herleid tot een overschotje. Er is nog maar een derde van de lichte mitrailleurs en C47 anti-tankkanonnen. Zware mitrailleurs zijn er bijna niet meer, en alle mortieren zijn verloren gegaan.

Om 22u05 laat de divisiestaf weten dat tijdens de nacht van 23 op 24 mei zowel de 5de Infanteriedivisie als ook de 1ste Divisie Ardeense Jagers het Afleidingskanaal zullen oversteken.  Het 15Li moet een officier uitsturen naar de brug van Nevele om het marsschema van deze beide formaties trachten te weten te komen.

Aan de brug van Nevele verneemt het 15Li via een verbindingsofficier van de 5de Infanteriedivisie dat het gros van de troepen tussen 03u00 en 04u00 het Afleidingskanaal zullen oversteken.    De beide bataljons van het eerste echelon worden in staat van alarm geplaatst en moeten de linies continu bemannen.  Het tweede echelon wordt tegen 07u00 gevechtsklaar gemaakt.

Om 09u00 deelt de divisiestaf mee dat hun commandopost naar de stokerij van Kanegem verplaatst wordt.

De ganse dag wordt gewerkt aan de voorbereidselen tot het komende gevecht. De Duitsers werpen pamfletten uit de lucht over de stellingen van het 15Li die de manschappen verder aanmanen om de oorlog te staken en de wapens neer te leggen. De toestand bij het regiment bereikt een kritiek punt wanneer een aantal manschappen verklaart niet te zullen vuren bij een Duitse aanval en zich zo snel mogelijk wil overgeven.

In de loop van de namiddag kan het regiment in het geniedepot van Jabbeke nog een hoeveelheid prikkeldraad en piketten bekomen om het eerste echelon te versterken.

Omstreeks 18u30 wordt de regimentsstaf verplaatst naar een boerderij op het gehucht Kerrebroek, op zo’n 600m van het dorp Kruiswege.

Kort voor 21u00 vertrekken Kapitein-commandant Lochs en Onderluitenant Volkaerts op verkenning naar de oostelijke oever.  Het tweetal steekt het kanaal over via de brug van Nevele en zal terugkeren met een achtergelaten roeiboot.  De verkenning leidt niet verder dan het uiteinde van de Meirstraat.

De nacht van 24 op mei 25 mei verloopt rustig.  Om 06u30 melden zowel het IIde als het IIIde Bataljon lichte artilleriebeschietingen.

Het Duitse 6de Leger heeft van de nacht gebruik gemaakt om op verschillende locaties stormaanvallen op het kanaal te plannen.  Ook ten noorden van Deinze zal de vijand pogingen ondernemen om over het water te geraken. In de ondersector van het 15Li is deze opdracht toevertrouwd aan het Duitse 192ste infanterieregiment.

Wanneer de vijand even ten zuiden van Meigem in rubberbootjes het water oversteekt, blijft de reactie van het IIIde Bataljon uit.  Zonder tegenstand infiltreren Duitse infanteristen in de stellingen van de 11de Compagnie.  De compagnie legt omstreeks 07u20 als eerste de wapens neer en wordt snel gevolgd door de andere eenheden.  De divisiestaf wordt reeds om 07u25 op de hoogte gebracht van de massale overgave via de staf van het naburige 7de Linieregiment.  Kolonel Warmoes vraagt Kapitein-commandant Haerden om een stand-van-zaken en de bataljonscommandant meldt wanhopig dat hij de controle over zijn compagnies verloren heeft.  Er wordt onmiddellijk vuursteun gevraagd bij de II/8A, maar het zal twintig minuten duren vooraleer de groep de eerste vuren laat vertrekken.

Ondertussen zien de officieren machteloos toe hoe de manschappen de wapens wegwerpen. Kapitein-commandant Locks wil met zijn 7de Compagnie nog de tegenaanval inzetten, maar wordt samen met een van zijn pelotonscommandanten, Luitenant Gaston Mutsaers, in verdachte omstandigheden neergeschoten. Er wordt vermoed dat de beide officieren door Belgische soldaten met opzet gedood werden.

De overrompeling verloopt razendsnel.  Kort voor 08u00 staakt het IIIde Bataljon de strijd.  Het 7de en het 11de Linieregiment worden door de divisiestaf verwittigd van het drama bij het 15Li.  De divisiecommandant belooft nog een tegenaanval aan Kolonel Warmoes, maar die komt er niet.  Tot overmaat van ramp valt dan ook de telefoonverbinding tussen de divisie en het regiment uit.  Ook het Kwartier Noord wordt geïnfiltreerd en tegen 08u30 is er geen verbinding meer tussen de staf van het IIde Bataljon en het regiment.

De Duitsers dringen dieper door en veroveren de stellingen van IIde Groep van 8A rondom 09u00.  Kolonel Warmoes stuurt een motorwielrijder naar de levensmiddelenechelons van zijn regiment te Vinkt om deze onmiddellijk naar Wingene te laten vluchten.  Enkele wielrijders van het Peloton Verkenners worden uitgestuurd om na te kijken of de steunpunten van het tweede echelon nog bezet zijn.  De patrouilles kunnen geen kant op en stuiten overal op Duitse troepen.  Om 09u40 gaat de commandopost van het regiment ervan door en worden alle troepen achtergelaten.

Het dorp Nevele valt kort nadien. De vijand zwenkt dan noordwaarts naar het 7Li en zuidwaarts naar het 11Li. Het I/7Li en II/7Li worden relatief snel overrompeld, maar de 10de en 11de Compagnie van dit regiment slagen er in de Duitse infanterie tijdelijk tegen te houden.

Het III/11Li wordt eveneens omsingeld en ook het II/11Li geeft zich spontaan over. Het I/11Li tracht nog een tegenaanval uit te voeren, maar houdt halt wanneer de manschappen merken dat de Duitsers Belgische krijgsgevangenen gebruiken als levend schild. Om 10u35 zijn de Duitsers nog amper één kilometer van Vinkt verwijderd.

Tegen de avond ondernemen de Duitsers een eerste poging om Vinkt binnen te trekken. Daarbij plaatsen ze ongeveer 25 manschappen van de Medische Compagnie van het 15Li voor zich uit. De Belgische artillerie houdt echter niet op met vuren en een apotheker en sergeant worden gedood. De Duitsers gaan in dekking en de meeste andere Belgische gevangenen van het 15Li maken zich snel uit de voeten.

Die dag verliezen het 7Li, 11Li, 15Li en 8A samen zo’n 5.000 krijgsgevangenen. De 4de Infanteriedivisie bestaat niet meer.

De staf kan zich uit het actiegebied terugtrekken en bereikt Ruiselede. Vervolgens worden de overgeblevenen te Ruddervoorde en Hertsberge zo goed mogelijk verzameld.

De veldtocht zit er zo goed als op voor de mannen van het 15Li. Zij die bij de nederlaag aan het Schipdonkkanaal ontsnapt zijn, of reeds van lang tevoren van hun eenheid verdwaalden, lopen doelloos rond in het Belgische achtergebied en worden samen met de rest van het leger ontwapend op 28 mei.

Staf/15Li
Het regiment wordt na de middag naar Stene bevolen, maar veel militairen zullen nooit dit bevel ontvangen.

Pl Vknr/15Li
Onderluitenant Volkaerts, chef van het peloton verkenners, is kunnen ontkomen en wordt op pad gestuurd om uit te vissen waar zijn peloton zich zou kunnen bevinden. Volkaerts meldt dat ondermeer te Kanegem, Schuiferskapelle, Waardamme en Veldekens gezocht werd en in dit laatste dorp nog enkele verkenners gevonden werden.

Staf/15Li
De weinige nog min of meer georganiseerde restanten van het 15Li die nog bij mekaar gebleven zijn, bevinden zich rond Stene nabij Oostende wanneer het nieuws van de capitulatie vernomen wordt.

Reisweg van de Rhenus 127 op 30 mei 1940 van Walsoorden tot Willemstad.

Krijgsgevangenen/15Li
Na de Belgische capitulatie is de bezetter geconfronteerd met een grote massa Belgische en Franse krijgsgevangenen die op één of andere manier naar Duitsland moeten worden overgebracht. Om de evacuatie snel te laten verlopen wordt geopteerd voor het vervoer per rijnaak. Vanuit het Gentse worden de gevangen militairen via Axel en Zaamslag naar Walsoorden in Zeeuws-Vlaanderen gebracht. Hier wordt ingescheept om via het “Kanaal door Zuid-Beveland”, het Hollands Diep, de Waal en de Rijn richting Duitsland te varen.

Krijgsgevangenen/15Li

Transport van Belgische krijgsgevangenen per Rijnaak naar Duitsland.

Op donderdag 30 mei vertrekt rond 09u00 een konvooi van vier schepen richting Duitsland. Het schip de “Rhenus 127”, met aan boord uitsluitend Belgische krijgsgevangenen, vaart als tweede in het konvooi. Rond 19u30 wordt het Hollands Diep bereikt ter hoogte van Willemstad. Hier loopt het schip op een magnetische mijn die door de Duitse luchtmacht werd gedropt aan het begin van de oorlog. Aangezien er geen inschepingslijsten werden opgesteld is niet geweten hoeveel Belgische militairen aan boord waren. Er wordt aangenomen dat er ongeveer 1.200 man werd ingescheept, onder hen een groot aantal van het 15Li. In totaal worden 167 lichamen geborgen, vermoedelijk ligt het aantal slachtoffers nog hoger. Het 15Li telt 31 geïdentificeerde slachtoffers.

Na de capitulatie

Slachtoffers

Bibliografie en Bronnen

  1. Beschrijving van de bunkers in het bruggenhoofd van sluis Nr 1 te Genk [On Line Beschikbaar]: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/306827 [Laatst geraadpleegd 29 april 2019].
  2. Op 21 oktober 1936 werd de haven uitgegraven als Port Charbonnier de Genck, vrijwel uitsluitend ten behoeve van de uitvoer van steenkool uit de steenkoolmijnen van Genk (Zwartberg,  Waterschei en Winterslag) aan Wallonië. De locatie van de haven werd dan ook zodanig gekozen dat er tussen Genk en Luik geen enkele sluis hoefde gepasseerd te worden.
  3. Het 4Gn heeft de installaties van de koolmijnen in Genk ondermijnd. De infrastructuur van de mijnen van Waterschei en Winterslag werden van springstoffen voorzien om te beletten dat de Duitsers de mijnen zouden exploiteren tijdens de bezetting. Het zou kunnen dat bij de aangebracht springladingen in het mijncomplex van Winterslag ook een brug behoorde. Deze brug werd 10 mei om 17u00 tot ontploffing wordt gebracht.
  4. Het is voorlopig nog onduidelijk over welke batterij MVD58 het hier gaat. De organieke mortieren van het 15Li zijn gegroepeerd in de 15Cie van IV/15Li. Deze compagnie is uitgerust met mortieren M76 en heeft een peloton gedecentraliseerd naar elk bataljon fuseliers. De benaming batterij MVD verwijst naar een artillerie-eenheid alhoewel enkel de IVde Groep van het 3de Regiment Legerartillerie (3LA) met MVD58 is uitgerust. Geen enkele batterij van 3LA is gedetacheerd naar de 4Div. Ook het Vestingregiment Luik beschikt over onafhankelijke batterijen MVD maar deze zijn uitgerust MVD70. De inzet van deze batterijen is echter niet gekend. Een laatste optie kan zijn dat het één van de vier onafhankelijke batterijen MVD58 van het Vestingregiment Namen betreft. De inzet van de 1ste en de 4de Batterij MVD58 van dit regiment zijn niet gekend.