1ste Versterkings- en Opleidingscentrum

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 1ste Versterkings- en Opleidingscentrum | 1VOC
1er Centre de Renforcement et d’Instruction | 1CRI
Type Versterkings- en Opleidingsdivisie
Ontdubbeld van 2de Linieregiment
3de Linieregiment
4de Linieregiment
Onderdeel van Versterkings- en Opleidingstroepen
Bevelhebber Kolonel C. Bruyère
Standplaats Gent
Samenstelling Staf
  52ste Linieregiment
  53ste Linieregiment
  54ste Linieregiment
  Compagnie Instructie C47 Anti-tankkanonnen (Luitenant baron H. Braun)
  Compagnie Instructie M76 Mortieren (Luitenant S. Saverys)
  Schoolcompagnie (Kapitein-commandant M. Leper)
  3de Legerdepot (Kapitein-commandant Charles)

Tijdens de mobilisatie

Staf/1VOC
In vredestijd stonden de verschillende regimenten van het actieve leger zelf in voor de opleiding van hun nieuwe dienstplichtigen (oftewel miliciens). Elke lichting (oftewel klas) dienstplichtigen werd in twee gedeeld; diegenen geboren in de eerste helft van het jaar werden opgeroepen in februari en moesten in maart hun eenheid vervoegen om er hun opleiding aan te vangen, diegenen die geboren waren in de tweede helft van het jaar werden in augustus opgeroepen om in september hun opleiding te starten. Omdat na de afkondiging van Fase A van het mobilisatieplan op 26 augustus 1939 de gemobiliseerde regimenten van het actief leger hun vredesvoet kazerne onmiddellijk moeten verlaten om hun gevechtsstellingen in te nemen, kunnen zij deze opleidingstaak niet langer op zich nemen. De in februari opgeroepen dienstplichtigen kan de klas ’39 zijn praktische volledig opgeleid en vertrekken samen met hun regiment naar de gevechtsstellingen. Voor de dienstplichtigen die behoren tot de tweede helft van de klas ’39 moest snel een oplossing worden gevonden. Er werd overgegaan tot de oprichting van een Aanvullings- en Opleidingsdepot (oftewel AOD) per actieve divisie. Elk actief infanterieregiment van de divisie moest vervolgens kaderleden leveren voor de oprichting een opleidingsregiment waar de dienstplichtigen behorende tot de tweede helft van de klas ’39 bestemd voor dit regiment zullen worden in samengebracht. Gezien de mobilisatie bleef duren moest al gauw ook een meer gestructureerde oplossing gevonden worden voor de opleiding van de dienstplichtigen van de lichting ’40 die in februari 40 zullen worden opgeroepen. In maart 1940, vlak voor de aankomst van de dienstplichtigen behorende tot de  eerste helft van de klas ’40, worden de AOD’s omgevormd tot Versterkings- en Opleidingscentra (VOC’s) en krijgen de opleidingsregimenten een eigen nummer [1]. Zo wordt het 1ste Versterkings- en Opleidingscentrum (1VOC), voorheen gekend als AOD/1ID, in maart 1940 opgericht als een eenheid van niveau divisie die het bevel voert over drie versterkings- en opleidingsregimenten. Het 1VOC, onder bevel van Kolonel Bruyère, omvat het: 

  • 52ste Linieregiment (52Li) die de dienstplichtigen en reservisten groepeert die zullen dienen als aanvullingen voor het 2de Linieregiment (2Li) en zijn twee ontdubbelingsregimenten het 22ste Linieregiment (22Li) en het 32ste Linieregiment (32Li),
  • 53ste Linieregiment (53Li) die de dienstplichtigen en reservisten groepeert voor het 3de Linieregiment (3Li) en zijn twee ontdubbelingsregimenten het 23ste Linieregiment (23Li) en het 33ste Linieregiment (33Li),
  • 54ste Linieregiment (54Li) die de dienstplichtigen en reservisten groepeert voor het 4de Linieregiment (4Li) en zijn twee ontdubbelingsregimenten het 24ste Linieregiment (24Li) en het 34ste Linieregiment (34Li).

Het 1VOC kan beschouwd worden als het Versterkings- en Opleidingscentrum van de vooroorlogse 1ste Infanteriedivisie (1Div) waartoe 2Li, 3Li en 4Li behoorden voor de aanvang van de mobilisatie. Naast de drie Versterkings- en Opleidingsregimenten van de infanterie omvat het 1VOC ook enkele onafhankelijke compagnies waaronder een Compagnie Instructie C47 anti-tankkanonnen, een Compagnie Instructie M76 mortieren en een Schoolcompagnie. Deze compagnies bevinden zich tijdens de mobilisatie te Gent. De Schoolcompagnie werd samengesteld uit de Schoolcompagnies van 2Li, 3Li en 4Li en stond in voor de opleiding van kandidaat reserveofficieren en kandidaat reserveonderofficieren van de lichting ’40. 

Het 1VOC staat onder het bevel van de Generale Staf van de Versterkings- en Opleidingstroepen (oftewel Etat-major des Troupes de Renforts et d’Instruction – EM/TRI) die zich tot aan het uitbreken van de oorlog in de Etterbeekse kazerne de Witte de Haelen bevond. De verschillende  Versterkings- en Opleidingsregimenten van het 1VOC beschikken elk over een Staf, een Bataljon Instructie dat instaat voor de opleiding van nieuwe rekruten en een Bataljon Versterking dat instaat voor het opvangen en bijscholen van oudere reservisten. De eerste helft van de klas 40 wordt in februari 1940 onder de wapens geroepen en vervoegt in maart de Bataljons Instructie van hun respectievelijke Versterkings- en Opleidingsregimenten. De Bataljons Versterking bestaan op dat ogenblik enkel uit kaderleden. Pas bij afkondiging van de “algemene mobilisatie” (Fase E van het mobilisatieplan) op het ogenblik van de start van de vijandelijkheden zullen de nog niet gemobiliseerde reservisten opgenomen worden in de getalsterkte van de Bataljons Versterking. Het gaat hier om militairen die omwille van een vrijstelling in de loop van de tweede helft van 1939 terug naar huis gestuurd werden, of nog niet onder de wapens geroepen oudere reservisten. Bij de afkondiging van Fase E van het mobilisatieplan is het eveneens voorzien dat het 3de Legerdepot (3LD) onder bevel geplaatst wordt van het 1VOC.

De Versterkings- en Opleidingsregimenten van het 1VOC bevinden zich tijdens de mobilisatie in volgende kantonnementen:

  • Staf 1VOC te Gent
  • 52Li Leopoldkazerne te Gent
  • 53Li te Gent
  • 54Li te Brugge
  • 3LD te Gembloux

Staf/1VOC
Omstreeks 00u55 wordt de Staf/1VOC, die zich nog steeds te Gent bevindt, op de hoogte gebracht van de afkondiging van het algemeen alarm. De EM/TRI geeft het bevel om vanaf dageraad de vredesvoet kazernes te ontruimen en zich naar vooraf verkende alarmkantonnementen te begeven uit voorzorg tegen mogelijke Duitse luchtaanvallen op de reguliere kwartieren. Deze  alarmkantonnementen bevinden zich in de rand van de agglomeraties van de grote garnizoenssteden of in kleinere steden rond de bestaande kazerne.

Om 06u00 wordt de algemene mobilisatie afgekondigd naar aanleiding van de Duitse inval in België. Door de afkondiging van de algemene mobilisatie worden de oudere reservisten en vrijgestelden opgeroepen om de Bataljons Versterking te vervoegen. Eveneens om 06u00 geeft de EM/TRI het bevel om, zoals voorzien in het mobilisatieplan, uit te wijken naar de oorlogskantonnementen die zich in diverse kleinere dorpen en steden van Oost- en West-Vlaanderen bevinden. Het mobilisatieplan voorzag dat elke eenheid van het 1VOC bij een vijandelijke inval zou uitwijken naar een oorlogskantonnement, ver verwijderd van de vijandelijkheden, om de opleiding in relatieve rust te kunnen voortzetten.

Onmiddellijk wordt begonnen met de evacuatie van de Regimentsstaven en de Bataljons Instructie naar de oorlogskantonnementen. De Bataljons Versterking moeten echter achterblijven op de alarmkantonnementen om de binnenkomende reservisten op te vangen. Zij zullen de Versterkings- en Opleidingsregimenten later vervoegen. Wanneer de tot dan toe vrijgestelde reservisten zich aanmelden bij het 52Li, 53Li en 54Li worden de Bataljons Versterking geactiveerd. De eenheden van het 1VOC worden naar volgende oorlogskantonnementen doorgestuurd:

  • Staf 1VOC: Oostakker
  • 52Li: Zaffelare
  • 53Li: Lochristi en Oostakker
  • 54Li: Oostakker
  • 3LD: Destelbergen

SchoolCie/1VOC
De Schoolcompagnie (SchoolCie/1VOC) wordt aangevuld met leerlingen van de cadettenschool van Saffraanberg wanneer deze op 10 mei 1940 wordt ontbonden. De SchoolCie verplaatst zich samen met de andere onafhankelijke compagnies naar zijn oorlogskantonnement te Oostakker.

Staf/1VOC
Gedurende de ganse dag wordt de verplaatsing van de regimenten naar hun oorlogskantonnementen doorgevoerd. De verplaatsing verloopt vlot behalve voor het 3LD dat slechts met moeite middelen vindt om de verplaatsing van Gembloux naar Destelbergen uit te voeren. Een gedeelte van de verplaatsing wordt langs de baan uitgevoerd, een gedeelte per spoor maar helaas zullen bepaalde detachementen de verplaatsing te voet moeten uitvoeren. Uiteindelijk bereiken alle detachementen van het 3LD Destelbergen op 14 mei. Omstreeks 22u00 neemt het Groot Hoofdkwartier (GHK) de beslissing dat vijf Bataljons Instructie vanuit oorlogskantonnementen in het Gentse zich naar Brussel moeten verplaatsen voor een contra-parachutisten opdracht. Opgeschrikt door de Duitse luchtlandingen nabij het Nederlandse regeringscentrum Den Haag [2] en de 7de Infanteriedivisie (7Div) aan het Albertkanaal slaat de paniek voor luchtlandingsoperaties overal in het land toe. Een haastige verdediging van de hoofdstad tegen mogelijke Duitse luchtlandingsoperaties wordt opgezet onder leiding van Luitenant-generaal ridder Van Strydonck de Burkel, commandant van de 1ste Militaire Circonscriptie (1MilCir). In eerste instantie werden de verschillende Groepen van het 31ste Artillerieregiment (31A), een Versterkings-en opleidingsregiment van de artillerie rond de vliegvelden van de hoofdstad ontplooid. Vervolgens worden de Bataljons Instructie van 1VOC en 2VOC aangeduid voor deze opdracht. I/52Li, I/53Li, I/54Li, I/56Li en I/58Li worden tijdens de nacht van 11 op 12 mei vanuit Gent per spoor naar Brussel gebracht.

Opstelling Bataljons Instructie van 1VOC en 2VOC rond de hoofdstad (projectie op Duitse stafkaart van 1941)

Opstelling Bataljons Instructie van 1VOC en 2VOC rond de hoofdstad op 12 mei (projectie op Duitse stafkaart van 1941)

Staf/1VOC
De 12de mei worden de verschillende Bataljons Instructie opgesteld rond Brussel waarbij steunpunten worden ingericht om de toegangen tot de Brusselse agglomeratie te ontzeggen aan parachutisten in de eventualiteit van een Duitse luchtlandingsoperatie in de buurt van onze hoofdstad. De Brusselse agglomeratie wordt in zes sectoren verdeeld die bezet worden door, vanaf Laken in het noorden en in wijzerzin, I/58Li, I/54Li, I/55Li, I/56Li, I/53Li en I/52Li. De Bataljons Instructie van het 1VOC zijn verantwoordelijk voor het afgrendelen van volgende gemeenten:

  • I/52Li: Wemmel, Rollegem, Zellik en Groot-Bijgaarden
  • I/53Li: Dilbeek en Anderlecht
  • I/54Li: Oudergem, Sint-Pieters-Woluwe en Sint-Lambrechts-Woluwe

De Staf/1VOC is nu geconfronteerd met de situatie waarbij de 1MilCir de instructiebataljons van 1VOC beveelt en controleert en de Staf /1VOC de rest zijnde drie regimentsstaven met hun respectievelijke versterkingsbataljons.

Staf/1VOC
Door de snelle opmars van de Duitsers was het voor het GHK snel duidelijk dat de verdere opleiding van rekruten van de klas ’40 enkel in Frankrijk, ver achter de linies, kon gebeuren. Alle eenheden van de VOC’s die niet ingezet werden voor de beveiliging van Brussel ontvangen op 13 mei om 14u00 het schriftelijk bevel van het EM/TRI om zich klaar te maken voor de verplaatsing naar Frankrijk om daar hun opleiding te vervolledigen. Dit naar analogie van wat er tijdens de Eerste wereldoorlog gebeurde. Het overbrengen van de versterkingsbataljons naar Frankrijk was echter een minder goed idee want eens de bataljons op spoor gezet en naar Frankrijk geëvacueerd, konden ze niet meer instaan om de verliezen geleden tijdens de achttiendaagse veldtocht aan te vullen.

De verplaatsing naar Frankrijk was echter totaal niet voorbereid. Er was geen voorafgaandelijke regeling met de Franse militaire noch burgerlijke overheid, er waren geen voorafgaandelijke verkenningen van kantonnementen, er was slechts proviand voor twee dagen en er bestond geen logistieke organisatie voor herbevoorrading in Frankrijk. Daarenboven moesten de commandanten van de respectievelijke VOC’s zelf vervoer per spoor regelen door de treinen te gebruiken die het 7 Franse Leger van generaal Giraud [3] naar Zeeland hadden gebracht. Het bevel om de VOC’s naar Frankrijk te evacueren kwam echter geen dag te vroeg want de 13de mei om 16u00 steken de Duitsers de Maas over te Sedan en begint hun opmars naar de Atlantische kust met als opzet zoveel mogelijk geallieerde troepen te omsingelen.

Voor de Bataljons Instructie van het 1VOC, die zich nog in Brussel bevinden, gaan de orders om onmiddellijk naar Frankrijk te vertrekken niet door. Eerst moest de opdracht voor de beveiliging van Brussel tot een goed einde gebracht te worden. De Staf/1VOC staat voor een dilemma; zelf naar Frankrijk vertrekken en de verhuis van de instructiebataljons naar Frankrijk overlaten aan de 1MilCir of wachten tot de opdracht van de instructiebataljons in Brussel is afgelopen om dan samen met de instructiebataljons naar Frankrijk te vertrekken.

Staf/1VOC
De drie instructiebataljons van het 1VOC bevinden zich nog steeds in de Brusselse rand en voeren er patrouilles uit op zoek naar Duitse valschermspringers. Er wordt evenwel niets gevonden. Intussen beslist het Groot Hoofdkwartier om Brussel niet militair te verdedigen. De 1ste Militaire Circonscriptie en het Ministerie van Landsverdediging starten met het ontruimen van hun hoofdkwartier in Brussel. De hoofdstad zal worden opgegeven en als open stad aan de vijand overgelaten in de hoop dat deze laatste de hoofdstad ongeschonden zal laten. De Bataljons Instructie blijven voorlopig nog ter plekke, ze worden belast met allerlei bewakingsopdrachten en met het uitvoeren van anti-parachutistenpatrouilles. Intussen worden de Brusselse vliegvelden door de Belgische genie ondermijnd waardoor een vijandelijke luchtlandingsoperatie op de vliegvelden onwaarschijnlijk wordt.

Staf/1VOC
De Staf/1VOC beslist om niet langer op de instructiebataljons te wachten en beslist afzonderlijk met de rest van het 1VOC naar Frankrijk te vertrekken. Uiteindelijk zullen drie treinen met eenheden van 1VOC Oostakker verlaten. Een eerste trein met aan boord het 3LD verlaat het station van Oostakker om 09u00. Een tweede trein neemt de Staf/54Li en II/54Li aan boord en verlaat het station van Oostakker om 21u15. De Staf van het 1VOC, de Schoolcompagnie, de Compagnie Instructie C47 en de Compagnie Instructie M76 nemen de derde trein en verlaten als laatste detachement van het 1VOC Oostakker op 15 mei.

1VOC
Na het vertrek van de Staf/1VOC samen met de regimentsstaven naar Frankrijk zijn de commandanten van de instructiebataljons op zichzelf aangewezen om de verplaatsing naar het zuiden te organiseren. Volgende regelingen werden getroffen:

  • Kapitein-commandant De Raedt, commandant van I/52Li slaagt erin om op 16 mei een treinstel vast te krijgen in het station van Jette. De manschappen stijgen om 15u00 in en rond 19u45 vertrekt de goederentrein volgepropt met soldaten vanuit het station van Jette naar Gent om van daar uit de reis naar het zuiden voort te zetten.
  • Kapitein-commandant Neyt van het I/53Li treft de nodige schikkingen en verlaat Brussel per trein vanuit het station van Vorst-Zuid richting Bergen.
  • I/54Li, onder bevel van Majoor Vanderghinste vertrok op 15 mei om 22u30 nog te voet naar Kobbegem even ten noorden van Jette. Op 16 mei worden de manschappen vanuit Kobbegem doorgestuurd naar het station van Asse waar ze om 20u20 vertrekken richting Duinkerke.

Stations in en rond Duinkerke waar een 15-tal Belgische treinen vastliepen.

Staf/1VOC in Frankrijk
Door vertragingen onderweg bereikt de Staf/1VOC Duinkerke pas op 18 mei en er komt vast te zitten in het rangeerstation van Duinkerque-Dunes, waar nog een tiental andere Belgische treinen gestrand zijn. De spoorlijnen naar het zuiden zitten overvol en er is geen doorkomen aan. Op bevel van het GHK moeten ze rechtsomkeer maken en per trein terugkeren naar ons land.

De vastgelopen treinen met Belgische militairen bevinden zich in drie verschillende stations in en rond de stad: Gare-VilleGare-Maritime in de haven en het rangeerterrein Dunkerque-Dunes nabij Saint-Pol-sur-Mer. Het betreft treinen met:

  • de Staf, de Schoolcompagnie, de Compagnie Instructie C47 en de Compagnie Instructie M76 van het 1VOC;
  • het I/55Li, het I/56Li en het I/58Li;
  • het materieel en de bagage van 55Li en 10J;
  • het 1LD, 2LD en de Cie Dst/10J;
  • de Batterijen Versterking van 33A;
  • twee Batterijen Versterking en de Bij Dst van 6LA;
  • gewonden aan boord van de Medische Evacuatietrein (T.E.M.) van OLt Med Penning;
  • het personeel van de Werkplaatsen voor Fabricatie van Munitie (Inrichtingen voor Militaire Fabricaten) met hun familie (vrouwen en kinderen);
  • machines van Militaire Kledijfabriek (1ste Uitrustingsdienst);
  • materieel van Inrichtingen Anti-Gas Beschermingsdienst (Inrichtingen voor Militaire Fabricaten)
  • de historische archieven van de Sectie C van de Generale Staf van het Leger;
  • jonge rekruten van de Rekruteringsreserve.

Staf/1VOC in Frankrijk
Kol Bruyère en zijn detachement hebben nog steeds geen uitweg gevonden. Enkele officieren van de Staf/1VOC worden de duinen ingestuurd en verkennen ook Petite-Synthe (oftewel Kleine Sinten) net ten zuiden van Saint-Pol-sur -Mer om op zoek te gaan naar veiliger kantonnementen. De verschillende stations worden immers voortdurend gebombardeerd door de Luftwaffe. Tijdens de avond verlaat iedereen de stad om naar de dokken in de haven te trekken. Alle wijken van Duinkerke, de duinen en de haven beginnen nu vol te stromen met ingesloten Britse en Franse militairen.

Duitse opmars tussen 16 en 20 mei. In de nacht van 20 op 21 mei wordt de Franse kust bereikt.

Duitse opmars tussen 16 en 20 mei. In de nacht van 20 op 21 mei wordt de Franse kust bereikt.

Staf/1VOC in Frankrijk
In de nacht van 20 op 21 mei bereiken de Duitsers Noyelle-sur-Mer aan de monding van de Somme. Hierdoor raken heel wat eenheden van de Versterkings- en Opleidingstroepen ingesloten door de Duitsers. Door vertragingen onderweg naar het zuiden van Frankrijk wordt uiteindelijk hun terugtochtweg afgesneden. De treinen die de troepen naar het zuiden brachten zitten vast in verschillende Noord-Franse stations zoals Boulogne, Calais en Duinkerke. Sommige van de eenheden zullen ingezet worden voor de verdediging van de havens in Noord-Frankrijk, anderen zullen naar België terugkeren. 

Tijdens de avond komen de bevelhebbers van de Belgische bataljons samen om de toestand te bespreken waarna Kol Bruyère beslist alle eenheden te verplaatsen van de haven naar de duinen omdat de luchtaanvallen op de stad steeds talrijker worden.

Staf/1VOC in Frankrijk
Kolonel Bruyère stuurt nog maar eens een reeks patrouilles op pad om een uitweg uit Duinkerke te zoeken. In de loop van de ochtend vragen de Franse militaire autoriteiten de assistentie van twee Belgische bataljons om Duinkerke te helpen verdedigen. Kolonel Bruyère laat de aanwezige bataljonscommandanten elk een strootje trekken om te bepalen welke bataljons deze opdracht zullen uitvoeren. Op die manier worden het I/55Li en het I/58Li aangeduid voor deze opdracht. Het I/55Li en het I/58Li stelen zich onder het bevel van het Franse plaatscommando van Duinkerke waar zich ook de Belgische Kolonel SBH Blancgarin [4] bevindt. De bataljons moeten enkele bruggen, onder meer de Pont Emmery, over het Canal de Moëres ten oosten van de stad beveiligen. Twee Franse gidsen begeleiden de bataljons naar hun nieuwe stellingen.

Staf/VOC in België
Kolonel Bruyère en zijn staf worden uiteindelijk pas op 22 mei vanuit Duinkerke teruggestuurd naar België. De Belgische Plaatscommandant van Duinkerke was erin geslaagd meerdere rijpaden vrij te maken voor de terugkeer van enkele treinen met Belgische militairen naar België. Tezamen met de Schoolcompagnie (SchoolCie/1VOC), de Compagnie Instructie C47 (Cie Instr C47/1VOC) en de Compagnie Instructie M76/81 (Cie Instr Mor/1VOC) komen ze toe in het station van Veurne. Het stafdetachement wordt naar Bulskamp in de buurt van Veurne gestuurd waar ze zullen kantonneren. Kolonel Bruyère wordt er de bevelhebber van het “VOC in België”, een geïmproviseerde formatie samengesteld uit alle troepen van de VOC’s die de evacuatie naar Zuid-Frankrijk niet hebben gehaald en die naar België worden teruggestuurd. Het is de bedoeling deze eenheden vooralsnog in te zetten in steun van het veldleger. Kort na de aankomst van de staf komen ook de eerste eenheden, die vast kwamen te zitten in Noord-Frankrijk, terug toe in België:

  • Het 1ste Legerdepot (1LD/3VOC), dat op 18 mei vastliep in Duinkerke, bekomt een vrij spoor om naar België terug te keren. Het 1LD/3VOC verlaat Duinkerke nog dezelfde dag en komt op 22 mei rond 14u00 toe in Veurne waar de eenheid onder bevel geplaatst wordt van het VOC in België. Het 1LD/3VOC wordt doorgestuurd naar het kamp van Koksijde waar ze inkwartieren.
  • De trein met aan boord de Compagnie Diensten van het 12J (CieDst/12J) en het 2de Legerdepot (2LD/5VOC), die eveneens sinds 18 mei vastzaten in Duinkerke, worden op 22 mei naar België teruggestuurd. De trein houdt halt in Adinkerke waar de troepen uitstijgen. Ze marcheren te voet naar Koksijde en worden onder bevel geplaatst van het VOC in België.

Staf/VOC in België

  • De CieDst/12J wordt van Koksijde, waar ze sinds 22 mei kantonneren, doorgestuurd naar Leffinge ten Zuiden van Oostende.
  • De manschappen van het 2LD/5VOC verplaatsen zich te voet van Koksijde naar Oostduinkerke-Bad en worden hier zoveel mogelijk in de houten barakken van het Duinenpark ondergebracht. Door een tekort aan accommodatie zullen echter een hele hoop manschappen gewoon in de duinen overnachten.
  • De SchoolCie/1VOC, de Cie Instr C47/1VOC en de Cie Instr Mor/1VOC worden doorgestuurd vanuit Bulskamp naar Essen.

Staf/VOC in België

  • De SchoolCie/1VOC, de Cie Instr C47/1VOC en de Cie Instr Mor/1VOC worden tijdens de nacht van 25 op 26 mei ter beschikking gesteld van het IIIde Legerkorps (III/LK). Het III/LK stelt de compagnies op langs de IJzer ten noorden van Diksmuide.

Staf/VOC in België

  • Het Iste Bataljon Instructie van het 55Li dat er niet in slaagde het zuiden van Frankrijk te bereiken en vastliep in Duinkerke wordt teruggestuurd naar Bulskamp en vervoegt op 26 mei het VOC in België.
  • Het Iste Bataljon Instructie van het 11J (I/11J), dat zich vastreed in Boulogne en dat te voet terugkeerde naar België, kan te Bulskamp het VOC in België vervoegen en wordt eveneens onder bevel geplaatst van Kolonel Bruyère.

Staf/VOC in België

  • De SchoolCie/1VOC, de Cie Instr C47/1VOC en de Cie Instr Mor/1VOC worden op 27 mei naar de 3de Infanteriedivisie gestuurd waar ze worden aangehecht bij het 1Li ter versterking van het Iste Bataljon van Majoor Maka. Dit in der haast samengestelde bataljon wordt opgesteld tussen Veldhoek en Oud-Munke langsheen de rand van het Lakebos op zo’n 15Km ten zuiden van Brugge om er de baan Brugge-Kortrijk af te grendelen. De Cie Instr C47 bevindt zich te Ruddervoorde en de SchoolCie bevindt zich langs de baan Brugge-Kortrijk ter hoogte van de Meerlaanhoek (kilometerpaal 13). De manschappen van de Schoolcompagnie zijn rond 22u30 aan de Meerlaanhoek getuige van de terugkeer binnen de Belgische linies van de Belgische Onderstafchef Generaal-majoor Derousseaux, zijn secretaris Kapitein-commandant Liagre en een Belgische onderofficier vaandeldrager. Zij zijn vergezeld van enkele Duitse onderhandelaars van het Duitse 6de Leger. Generaal-majoor Derousseaux had net een ontmoeting gehad met de Duitse generaal von Reichenau op diens hoofdkwartier in het kasteel van Graaf Launnoy te Anvaing, om de nakende Belgische overgave te bespreken. Op het ogenblik dat de het stafvoertuig de Belgische linies bereikt wordt het voertuig beschoten en raakt de Belgische onderofficier hierbij gewond aan de hand. Na afscheid genomen te hebben van de Belgische onderhandelaars worden de Duitsers door Luitenant Cornelis, een instructeur van de SchoolCie, geëscorteerd tot voorbij de Belgische linies om te beletten dat ze opnieuw beschoten worden.

Staf/VOC in België
Kolonel Bruyère vaardigt op 28 mei richtlijnen uit voor alle eenheden van de VOC’s die zich nog in het niet bezet gedeelte van België bevinden op het moment van de capitulatie [5]. De genomen maatregelen zijn bedoeld om conflicten tussen Belgische militairen en de geallieerden troepen die de strijd verderzetten te verhinderen. De soldaten moeten worden ontwapend en zijn geconsigneerd in hun kantonnementen. De officieren moeten zowel overdag als ’s nachts de manschappen encadreren en de discipline moet worden gehandhaafd. De soldaten wordt gewezen op de gevaren om er alleen op uit te trekken in het niemandsland tussen de strijdende partijen. De situatie van het VOC in België bij de capitulatie is als volgt:

  • Staf/VOC in België (1VOC) capituleert te Bulskamp,
  • De Schoolcompagnie en de Compagnies Instructie C47 en Instructie M76 van het 1VOC capituleren tezamen met I/1Li in Veldhoek nabij Brugge,
  • Bij de capitulatie bevindt het 1LD/3VOC zich te Koksijde en het 2LD/5VOC te Oostduinkerke. Beide kustgemeenten waren op dat ogenblik nog in geallieerde handen waardoor het voor het 1LD en 2LD onmogelijk was om zich over te geven aan de Duitsers. Noodgedwongen blijft de oorlog voor het 2LD voortduren tot de frontlijn voorbij is gepasseerd.
  • I/11J capituleert samen met de rest van het VOC in België op 28 mei te Bulskamp

1VOC in Frankrijk
Tijdens de evacuatie van het 1VOC naar Frankrijk worden heel wat eenheden van het 1VOC omsingeld en gevangen genomen na de Duitse doorbraak tot op de Atlantische kust. Bij het vertrek uit ons land telde het 1VOC zo’n 8.700 manschappen waaronder 3.550 rekruten van de klas 40′, op 28 mei telt het VOC nog een 5.000-tal militairen. De toestand van het 1VOC bij capitulatie op 28 mei is als volgt:

  • Staf 52Li, I/52 en II/52 kantonneren te Clermont-l’Hérault in de buurt van Montpellier,
  • Staf 53Li capituleerde in Boulogne op 25 mei, I/53Li kantonneert in Montpaon, II/53Li capituleerde in Boulogne op 25 mei,
  • Staf 54Li capituleerde in Fortel-en-Artois op 20 mei, I/54 kantonneert in Montpaon en Cornus, II/54Li capituleerde in Fortel-en-Artois op 20 mei,
  • 3LD kantonneert in Saint-Rome-de-Cernon.

Het 1VOC is op het eind van de achttiendaagse veldtocht gereduceerd tot één volledig Versterkings- en opleidingsregiment (52Li), twee Bataljons Instructie (I/53 en I/54) en een legerdepot (3LD). Het geheel komt onder bevel te staan van Majoor Marlier die tevens ook het commando over 52Li behoudt.

1VOC Frankrijk
Op 30 mei wordt het 1VOC versterkt door de IIIde Groep van het 3de Regiment Artilleriepark (III/3AP) die wordt overgeplaatst van Vénejan (Gard), waar de groep onder bevel stond van het Versterkings- en Opleidingscentrum van de Ardeense Jagers, naar Rouquefort-Soulzon (Hérault).

Staf/VOC in België

  • Op 31 mei komt Oostduinkerke midden in de vuurlinie van de Frans-Britse perimeter rond Duinkerke te liggen. Het 2LD bevindt zich nu tussen de twee strijdende partijen. Bij een Brits-Duits artillerieduel langs de kuststrook sneuvelen de Soldaten Pierre Coppens, Joseph Pynenborg en Max Smal in het niemandsland tussen de stellingen van de geallieerden en de Duitsers. Luitenant De Borrekens rapporteert zelfs vijftien gewonden en zeven doden. De manschappen kunnen slechts op 1 juni hun kantonnement verlaten wanneer de Duitsers de Britse perimeter doorbreken. Op 1 juni wordt het 2de Legerdepot krijgsgevangen genomen te Oostduinkerke en enkele dagen later te Eeklo gedemobiliseerd door de bezetter.

2 juni

1VOC in Frankrijk
De 7de Infanteriedivisie (7Div) die na de gevechten aan het Albertkanaal ernstige verliezen leed, werd doorgestuurd naar Frankrijk om te reorganiseren. In verschillende etappes heeft de 7Div zich teruggeplooid tot in Bretagne. Onder druk van de Fransen stemt de Belgische regering in ballingschap in om de 7Div terug operationeel te maken met de bedoeling deze grote eenheid zo snel mogelijk in te zetten aan de zijde van het Franse leger. De Belgische regering denkt er aan een nieuw veldleger van zes infanteriedivisies en een tankdivisie samen te stellen. Het opzet is dat een Franse divisie op de Maginotlinie zal afgelost worden door de 7de Infanteriedivisie. Twee bataljons instructie van 1VOC, het I/53Li en het I/54Li worden naar Bretagne gestuurd om de 7Div te versterken.

1VOC in Frankrijk
Op 3 juni vertrekken vanuit Montpaon (Aveyron) het I/54Li (1VOC) met 20 officieren en 961 manschappen onder bevel van Majoor Vanderghinste en het I/53Li (1VOC) bestaande uit drie compagnies en bestaande uit 10 officieren en 800 manschappen. Bij hun aankomst in Bretagne op 5 juni wordt het I/54Li aangehecht aan het 18Li om er het IIIde Bataljon te vormen (III/18Li), het I/53Li wordt aangehecht aan het 2C. I/53Li en I/54Li houden op te bestaan, de rekruten van deze instructiebataljons zullen de oorlog verderzetten met de eenheden van de 7Div. Enkel het 52Li en het 3LD blijven nog over als laatste eenheden van het 1VOC in Frankrijk.

4 juni 1940

1VOC in Frankrijk
De Generale Staf van de Versterkings- en Opleidingscentra (EM/TRI) onder bevel van Luitenant-generaal Wibier, is ingegaan op een Frans verzoek om 10.000 militairen te leveren voor het uitvoeren van veldwerken ten voordele van de Franse divisies opgesteld in tweede echelon langs de Seine, in Parijs en langs de Marne. In eerste instantie worden de Bataljons Versterking aangeduid voor deze opdracht teneinde de opleiding van de jonge rekruten niet te onderbreken. Op 4 juni wordt aan het 1ste en het 2de VOC initieel gevraagd om gezamenlijk een werkbataljon paraat te stellen bestaande uit een bataljonsstaf en vier compagnies van 250 militairen, alles te samen 1.100 manschappen. Het 52Li zal uiteindelijk de opdracht krijgen om het werkbataljon operationeel te maken en te leiden.

8 juni 1940

1VOC in Frankrijk
De regimentscommandant van 52Li duidt het II/52Li, onder bevel van Cdt Langie, aan voor deze opdracht. II/52Li levert twee compagnies van 250 man en wordt nog eens versterkt met één compagnie van II/55Li en één compagnie van II/56Li. Op 11 juni stijgt het II/52Li uit in het station van Bièvres en bivakkeert in het park van het kasteel van Mathurins. II/52Li wordt ter beschikking gesteld van het Xde Franse Legerkorps. Op 13 juni naderen de Duitsers de Parijse noordrand waarop Cdt Langie besluit om naar het zuiden terug te keren. Om 09u30 wordt het bevel gegeven het bivak op te breken en te voet naar het zuiden terug te keren. Dit is het begin van een pijnlijke terugtocht.

17 juni 1940

Staf/1VOC in Frankrijk
Op 17 juni wordt de Franse capitulatie door Maréchal Pétain aangekondigd in een toespraak tot het Franse volk. Hierdoor valt de steun aan de Belgische werkbataljons die zich naar het zuiden begeven volledig weg.

18 juni 1940

1VOC in Frankrijk
De terugkeer van het werkbataljon van het II/52Li naar Clermont-l’Hérault verliep niet van een leien dakje. Een groot gedeelte van de manschappen werd gevangen genomen, de rest keerde in kleine groepjes terug. Van de 500 uitgestuurde militairen van het II/52Li komen er slechts een 300 tal terug naar het 1VOC in Clermont-l’Hérault, van de compagnies van 55Li en 56Li komt niemand terug. Het 1VOC beschikt nog slecht over één regiment, het 52Li. Het 1VOC dat nu onder bevel staat van LtKol Mardulier is op 18 juni als volgt samengesteld:

  • Het 52Li bestaande uit één Bataljon Instructie versterkt met de rekruten van 55Li en 56Li van het 2VOC en één Bataljon Versterking bestaande uit 350 man van het oorspronkelijke II/52Li die zijn teruggekeerd van hun opdracht ten voordele van de Fransen, versterkt met 100 man van 53Li en 60 man van 54Li.
  • Een Bataljon Hulptroepen (oftewel Bataillon TA) samengesteld met 330 man komende van het 3LD en 300 man komende van III/3AP
  • Een Compagnie Algemene Diensten.

Het 1VOC wordt gehergroepeerd in Clermont-l’Herault en Lodève.

1VOC in Frankrijk
Op 21 juni wordt het sterk uitgedunde 1VOC in Frankrijk ontbonden. Het 52Li komt onder het bevel van het 2VOC maar blijft gestationeerd in Clermont-l’Hérault. 

22 juni 1940

Staf/1VOC in Frankrijk
Op 22 juni capituleren de Fransen en ondertekenen ze een verdrag met de Duitsers in Compiègne. Het Vichy regime is niet langer gemachtigd om de Belgische oorlogsinspanningen te steunen want in het verdrag dat Frankrijk op 22 juni te Compiègne met de Duitsers ondertekent staat onder meer vermeld dat Frankrijk er zich toe verbindt de aanwezige Belgische militairen ten zuiden van de demarcatielijn te ontwapenen en aan Duitsland uit te leveren. Duitsland wil kost wat kost voorkomen dat de ongeveer 150.000 Belgische militairen die zich nog in Zuid-Frankrijk bevinden naar Engeland of Congo zouden worden overgebracht om daar de strijd aan de zijde van de geallieerden voort te zetten. De praktische modaliteiten voor een de uitlevering van de Belgische militairen zullen nog een tijdje op zich laten wachten.  1VOC houdt op te bestaan en gaat volledig over naar het 2VOC.

Slachtoffers

Geen gesneuvelden bekend.

Bibliografie en Bronnen

  1. Van 1 september 1939 tot 9 maart 1940 werden de opleidingsregimenten van een bepaald AOD doorlopend genummerd van 1 tot 3. Zo bestond het AOD/1ID uit het 1ste, 2de en 3de Opleidingsregiment (oftewel Régiment d’instruction – RI). Na 9 maart 1940 komt de nummering van de Versterkings- en Opleidingsregimenten overeen met het nummer van het actieve regiment waarvoor de rekruten en aanvullingen bestemd zijn, plus 50. Zo is bijvoorbeeld meteen duidelijk dat het 52Li het Versterkings- en Opleidingsregiment is van 2Li.
  2. Achtergrondinformatie bij de slag om Den Haag [On Line beschikbaar]: https://nl.wikipedia.org/wiki/Slag_om_Den_Haag [Laatst geraadpleegd 01 oktober 2021].
  3. Ten noorden van de Belgisch-Nederlandse grens was er geen aansluiting met het Nederlands verdedigingsdispositief. De Nederlanders hadden zich opgesteld ten noorden van de Rijn waardoor er een gapende opening bestond tussen de Belgische en Nederlandse verdedigingslinies. Dit werd reeds in november opgemerkt door de Franse Generaal Gamelin die een plan liet uitwerken om het 7(FRA)Leger in te zetten tussen de stellingen van de Belgen en de Nederlanders. In zijn order N° 5 van 20 maart 1940 bevestigt Generaal Giraud, commandant van het 7(FRA)Leger , dat zijn eenheid in staat moet zijn om “tout en conservant ses anciennes missions, qui passent à l’arrière plan, a reçu une mission nouvelle d’une importance capitale qui consiste à assurer la liaison entre les armées belge et hollandaise dans la région Nord-Est d’Anvers“. Generaal Giraud beschikt hiervoor over twee legerkorpsen en een “Division Légère Mécanique“, alles tesamen het equivalent van 8 divisies. “L’Armée Giraud en Hollande (1939-1940)”, door Lerecouvreux, Nouveaux Editions Latines, Paris, 1956. [Partieel On Line beschikbaar][Laatst geraadpleegd 22 juli 2019]. Zowel de manschappen als de voertuigen van de Franse eenheden werden per spoor gebracht tot Oost-Vlaanderen. Van hieruit zetten ze hun opmars naar Breda langs de weg verder. De lege treinen van de SNCF bleven achter in de stations van Oost-Vlaanderen en moesten hoe dan ook terugkeren naar Frankrijk. Van die treinen maakten de eenheden van de Versterkings- en Opleidingstroepen gebruik om zich naar Zuid-Frankrijk te verplaatsen.
  4. Kolonel SBH Blancgarin, voormalig Stafchef van de 1ste Militaire Circonsriptie maar toegevoegd aan de staf van Luitenant-generaal Janssens, commandant van de Rekruteringsreserve, reist af naar Duinkerke om alle jongeren van de rekruteringsreserve die vastzitten in het noorden van Frankrijk terug naar België te sturen. Hij komt aan in Duinkerke op het moment dat in de stad de “état de défense” wordt afgekondigd. Kol SBH Blancgarin wordt ter plaatse aangesteld tot “Commandant de Place Belge et du Centre de Regroupement” en neemt zijn intrek in de Jean Bart kazerne met een beperkte staf van vier luitenanten.
  5. Order Nr 4, uitgevaardigd op 28 mei 1940 door Kol Bruyère, met daarin de richtlijnen voor de troepen die zich in niet bezet België bevinden in afwachting van krijgsgevangenschap. De richtlijnen hebben tot doel de militaire operaties van de geallieerden niet te hinderen. Het Order Nr 4 bevindt zich in het dossier van het 1ste Legerdepot bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV), Ministerie van Defensie.
  6. Hoofdstuk 1VOC in het Synthesedossier TRI bij de Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
  7. L’armée belge de France en 1940, door Jean Jamart Col BEM Hre, uitgeverij Schmitz, Bastogne, 1994