Dienst der Ravitaillering en Depannage

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming Dienst der Ravitaillering en Depannage|DRD/Lu
Service de Raviltaillement et Dépannage | SRD/Aé
Type Logistieke Steuneenheid
Ontdubbeld van n.v.t.
Onderdeel van Militaire Luchtvaart
Bevelhebber Luitenant-Kolonel vlieger Victor Biver
Adjudant-Majoor Kapitein Vlieger Ingenieur G. Buggenhout
Standplaats Leefdaal
Vossem
Duisburg
Jette
Samenstelling Directie
  1ste Autopeloton voor Munitie (Luitenant Alphonse Bougenies)
  2de Autopeloton voor Munitie
  Autopeloton voor Brandstoffen (Kapitein-commandant Michel Van Overbeke)
  Smaldeel Depannage en Vervangingen (Luitenant Vlieger A. Sohet)
  Herstellingswerkplaats voor Wielvoertuigen

Tijdens de mobilisatie

Staf SRD/Aé
De Dienst der Ravitaillering en Depannage (SRD/Aé) wordt opgericht op 15 januari 1940 te Evere en krijgt twee taken. De eenheid is enerzijds verantwoordelijk voor de bevoorrading met munitie, brandstoffen en smeerstoffen van de operationele eenheden van de militaire luchtvaart. Anderzijds staat de dienst ook in voor het uitvoeren van herstellingen aan vliegtuigen en aan het voertuigenpark van onze luchtstrijdkrachten. In zijn totaliteit bestaat de SRD/Aé aan de vooravond van de oorlog uit 19 officieren, 43 onderofficieren en een vierhonderdtal manschappen. De eenheid wordt bevolen door Luitenant-kolonel Vlieger Biver.

Aan de vooravond van de Duitse aanval is de SRD als volgt opgesteld:

  • De staf, het 2de Autopeloton voor Munitie en het Smaldeel Depannage en Vervangingen bevinden zich in het munitiedepot te Leefdaal.
  • Het 2de Autopeloton voor Munitie is te Vossem.
  • Het Autopeloton voor Brandstoffen is te Duisburg.  In het station van Tervuren staat een strategische voorraad aan vliegtuigbrandstof in tankwagons.
  • De Herstellingswerkplaats voor Wielvoertuigen is ondergebracht te Jette.
  • Daarnaast is er ook een detachement gestationeerd te Lot (oorlogsvliegveld Nr 69) ten zuiden van Brussel. Hier bevindt zich ook de Werkplaats vliegtuigmotoren en een kleiner detachement van de Groep Bevoorrading van de Etablissementen de Militaire Luchtvaart (EtAé). 

Te Leefdaal, Vossem en Duisburg wordt reeds tijdens de mobilisatie werk gemaakt van de zorgvuldige camouflage van het wagenpark.  De vrachtauto’s staan niet in de kwartieren, maar worden opgesteld in de Brabantse bossen en holle wegen.  De slagorde voorziet in een wagenpark van een 150-tal vrachtwagens voor munitie, brand- en smeerstoffen en wisselstukken en 12 trekkers-opleggers voor het transport van vliegtuigen.

Op 9 mei 1940 is er al enkele dagen een ploeg van het Smaldeel Depannage en Vervangingen werkzaam te Breuvanne in de gemeente Tintigny bij de demontage van een Dornier Do17.  Dit toestel maakte op 25 april 1940 een noodlanding waarbij de driekoppige bemanning geïnterneerd werd.

Staf SRD/Aé
Bij de verkondiging van het algemeen legeralarm bestaat de eerste taak van de SRD erin om voor twee dagen brandstof en munitie te verdelen onder de drie luchtvaartregimenten.  Daarnaast houdt de eenheid zich klaar om alle zwaarbeschadigde toestellen van de militaire luchtvaart te recupereren voor herstelling of voor wisselstukken.  Waar de toestellen niet kunnen afgevoerd worden, moeten in alle geval de boordbewapening en de motoren gedemonteerd worden.  Dit materieel wordt vervolgens overgegeven aan de Etablissementen der Militaire Luchtvaart.

De smaldelen van de luchtvaartregimenten zullen zich verplaatsen naar hun oorlogsvliegvelden.  Hierbij moet de SRD ook bijkomende transportcapaciteit leveren om de brandstof en de munitie die niet door de eenheden zelf kan vervoerd worden, over te brengen naar de nieuwe terreinen.

Om 16u45 ontvangt de SRD een opdracht voor de levering van 8000l benzine van 87 octaan en 600l mineraalolie aan de IIIde groep van het 3de Luchtvaartregiment die eerder op de dag met zijn 5de smaldeel neergestreken is te Aalter.

Detachement Breuvanne
De technici te Breuvanne worden teruggeroepen naar Leefdaal.  Het wrak van de Do17 wordt overgedragen aan de Rijkswacht met als opdracht het toestel in brand te steken indien de Duitsers daadwerkelijk ons land zouden aanvallen.

Staf SRD/Aé
De Generale Staf der Militaire Luchtvaart laat om 15u50 weten dat de SRD zich moet klaarmaken voor het verplaatsen van zijn eenheden.  Een uur later wordt de gemeente Moortsele aangeduid als bestemming.  De staf vraagt een transportopdracht aan voor de treinwagons te Tervuren.  Overdag worden nieuwe locaties voor de vrachtwagens verkend.  De verplaatsingen worden uitgevoerd in de nacht van 11 op 12 mei.  De wagons met brandstof zullen halt houden in het station van Etterbeek terwijl zo snel mogelijk gezocht wordt naar een oplossing om de rest van de etappe uit te voeren.

Het Smaldeel Depannage en Vervangingen krijgt de opdracht om prioritair in te zetten op de berging van de wrakken van de Belgische Hawker Hurricanes die achtergebleven zijn op het vliegveld van Schaffen na de luchtaanval op 10 mei.  Bij de niet-herstelbare toestellen moeten de Merlin motoren en de mitrailleurs gerecupereerd worden.  Voorts komen opdrachten toe voor het bergen van een Duitse Dornier Do17 nabij Alsemberg en van diverse Belgische toestellen die tot noodlandingen gedwongen werden.  Het betreft hier onder meer een Fairey Fox nabij het vliegveld van Gembloers, een Gloster Gladiator nabij Olen, een andere Gloster Gladiator nabij Celles en een Fairey Battle nabij Schakkebroek.  Er komt ook een vraag om de 14 Fiat CR42 toestellen die beschadigd werden bij de aanval op Nijvel te gaan bekijken.

De SRD voert ook opdrachten uit voor de geallieerden.  Zo landt op 11 mei een Britse Hurricane met een defect op het vliegveld van Hingene.  Het toestel is niet langer inzetbaar.  Een detachement van het Smaldeel Depannage en Vervangingen wordt uitgestuurd om de Hurricane te demonteren en over te brengen naar Wevelgem.

Staf SRD/Aé
De SRD krijgt om 08u30 het bevel om een nieuwe locatie te gaan verkennen nabij Torhout.  Ook de Etablissementen der Militaire Luchtvaart zouden naar deze stad onderweg zijn.  Luitenant-kolonel vlieger Biver vertrekt zelf op missie om in de bossen rondom Torhout een reeks geschikte locaties aan te duiden.  De verplaatsingen worden in de loop van de dag ondernomen.  Biver contacteert de stationschef van Etterbeek met het verzoek om ook zijn brandstoftrein door te sturen naar Torhout.

Het Autopeloton voor Brandstoffen krijgt een aanvraag voor 3000l brandstof van 87 octaan en 4 vaten ricinusolie voor levering aan het vliegveld van Sint-Niklaas.  Deze ricinusolie wordt gebruikt als smeermiddel voor vliegtuigmotoren.

Het 1ste Autopeloton voor Munitie transporteert 20.000 patronen voor Maxim luchtafweermitrailleurs naar het terrein te Aalter.  Het 2de peloton levert mitrailleurmunitie op het vliegveld van Rillaar.

Staf SRD/Aé
De SRD is aangekomen te Torhout.

Het Smaldeel Depannage en Vervangingen stuurt een bergingsdetachement naar een gestrande Fairey Fox tussen de gemeente Gembloers en het gelijknamige vliegveld 18.  Er komt eveneens een opdracht toe om een Fairey Fox Hispano op te pikken op dit vliegveld en over te brengen naar Wevelgem.

Te Evere zijn nog herstellingspogingen aan de gang.  Er wordt aan het smaldeel gevraagd om een benzinetank, een rolroer voor een linkervleugel en twee Rolls-Royce Merlin Type II of III motoren te leveren voor de herstelling van ten minste een Fairey Battle.

Staf SRD/Aé
De SRD verneemt de evacuatie van de Etablissementen der Militaire Luchtvaart naar Frankrijk en krijgt dan ook het bevel om alle geborgen vliegtuigonderdelen per spoor af te voeren naar het station van Amiens. Of het Smaldeel Depannage en Vervangingen dit ook daadwerkelijk kan realiseren, is niet duidelijk.  Wel krijgt het smaldeel bergingsaanvragen voor een Britse Bristol Blenheim nabij Dendermonde, een Fiat CR42 te Gembloers, een Fairey Battle nabij Asse en een Fairey Fox Hispano te Deurne.  Dit laatste toestel moet getransporteerd worden naar vliegveld 15 te Hingene.

Kapitein-commandant Van Overbeke van het Autopeloton voor Brandstoffen meldt dat er op het Vooruitgeschoven Park voor de Luchtvaart te Zwevezele nog 25.000l brandstof van 87 octaan en 16.000l brandstof van 77 octaan in vaten ligt opgeslagen en vraagt wat hiermee moet gebeuren.  Hij krijgt de taak om aan de Royal Air Force te vragen of ze interesse hebben in het overnemen van de brandstof van 87 octaan.  Voorts krijgt hij ook de instructie om het peloton te herbevoorraden via de raffinaderij van Purfina aan het Kanaal Gent-Terneuzen. 

Aan het eind van de dag wordt aan het Autopeloton voor Brandstoffen en het 2de Autopeloton voor Munitie gevraagd om te Zwevezele een hoeveelheid brand- en smeerstoffen en vliegtuigbommen op te halen.  Het betreft een tankwagen met 1200l brandstof, een reeks vaten met MD109 olie en 66 bommen van 10Kg gefabriceerd door de Société Générale d’Aéronautique.

Staf SRD/Aé
De SRD is te Torhout.

Het Autopeloton voor Brandstoffen levert 5000l brandstof van 77 octaan en 2 vaten smeerolie op het vliegveld van Grimbergen.  Aan het eind van de dag krijgt het peloton de dringende opdracht om 4000l brandstof van 100 octaan te gaan recupereren uit de ondergrondse tanks van het vliegveld van Evere en deze over te brengen naar Aalter.

Aan het Smaldeel Depannage en Vervangingen wordt gevraagd om een doorzeefde Fairey Fox te gaan bergen op het vliegveld van Grimbergen.

Tot slot stuurt de staf een ploeg naar Bergen waar de plaatselijke militaire opeisingscommissie 20 lichte vrachtwagens heeft samengebracht voor de eenheid.

Staf SRD/Aé
De SRD is te Torhout.  In de nacht van 16 op 17 mei zal een Duits vliegtuig enkele bommen afwerpen op de bossen waar het Autopeloton voor Brandstoffen opgesteld staat.  Er is gelukkig geen schade.

Het Smaldeel Depannage en Vervangingen moet een rolroel, een brandstoftank en een richtingsroer voor een Fairey Batlle overbrengen naar Aalter.  Ook loopt een opdracht binnen voor de berging van de Fairey Fox met toestelnummer 96 ten noordoosten van het fort van Walem.  Er wordt ook nog een trekker-oplegger uitgestuurd naar Grimbergen, maar dit voertuig zal nabij Aalst stranden met motorpech.

Het Autopeloton voor Brandstoffen krijgt de taak om alle nog overgebleven brand- en smeerstoffen op het vliegveld van Nijvel te gaan evacueren.  Ook moet er dringend brandstof van 100 octaan opgehaald worden uit goederenwagons in het station van Zandbergen en het station van Denderleeuw voor levering te Aalter.  Er wordt een tankwagen uitgestuurd naar Zandbergen om de brandstof over te pompen, maar die blijkt niet opgeslagen te zijn in tankwagons maar in vaatjes in gesloten goederenwagons.  Intussen meldt de stationschef van Denderleeuw dat op zijn goederenstation 12 gesloten goederenwagons met brandstof in vaten staan, en 1 tankwagon.  De stationschef laat weten dat hij de opdracht gekregen heeft om dit treinstel door te sturen naar Assegem.

Staf SRD/Aé
Luitenant-kolonel Vlieger Biver moet de SRD overbrengen naar Hoogstade.  De verplaatsing gebeurt in de namiddag van 17 mei.  De staf installeert zich op het gehucht Gijverinkhove.

Het Autopeloton voor Brandstoffen moet een ploeg uitsturen naar vliegveld 35 te Moerbeke-Waas om 85 vaten brandstof op te halen.  Wat niet vervoerd kan worden, moet in brand worden gestoken.

Ook moet een opdracht uitgevoerd worden naar vliegveld 37 te Besele-Waas om alle brandstof, granaten, vliegtuigbommen en boordmitrailleurs te gaan weghalen.


Staf SRD/Aé
Om 14u00 krijgt de staf het bevel om de vrachtwagens van het 1ste Autpeloton voor Munitie uit te laden en de munitie op een trein te zetten met bestemming Frankrijk om naar de de Etablissementen der Militaire Luchtvaart overgebracht te worden.

Op 18 mei incasseert de Belgische militaire luchtvaart nog maar eens een zware klap door het Duits bombardement van het vliegveld van Aalter. Hierbij gaan alle resterende vliegtuigen van van het 3de Smaldeel van II/1Lu en van het 5de en 7de Smaldeel van III/3Lu verloren evenals talrijke voertuigen. Wat overblijft van II/1Lu en III/3Lu wordt naar Frankrijk geëvacueerd waardoor in België slechts drie smaldelen van 1Lu met beperkte middelen overblijven. De vereiste logistieke steun om deze drie smaldelen te ondersteunen is eerder beperkt. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Generale Staf der Militaire Luchtvaart (EM/Aé) om 16u45 beslist om de SRD/Aé eveneens naar Frankrijk over te brengen. De SDR/Aé wordt naar Norrent-Fontes gestuurd, het verzamelpunt voor luchtvaarteenheden in Noord-Frankrijk. Hier zal de eenheid nieuwe orders ontvangen voor de verdere terugtocht naar Zuid-Frankrijk.

Luitenant-Kolonel Vlieger Biver krijgt ook de opdracht ieen klein detachement samen dat het resterend deel van het 1Lu verder zal bevoorraden in munitie en brandstof tijdens de rest van de veldtocht in België. Dit detachement bestaat uit drie vrachtwagens voor munitie, twee tankwagens met kerosine van 77 octaan, een tankwagen met kerosine van 87 octaan en een trekker met een oplegger voor het transport van vliegtuigen.  De ploeg bestaat uit 3 onderofficieren en 13 manschappen en wordt geleid door Luitenant Nihon.

Het overige deel van de SRD/Aé, die op dat ogenblik geïnstalleerd is in een kasteelhoeve (Groenhove, TBC) te Gijverinkhove (op 11 kilometer ten zuiden van Veurne), laadt alle materieel op de voertuigen en vertrekt al om 18u00 richting Frankrijk.  Een achterwacht onder leiding van Kapitein Buggenhout zal te Gijverinkhoven blijven tot het vertrek geheel is afgerond.  De eenheid komt iets voor middernacht toe in Norrent-Fontes.


Staf SRD/Aé in Frankrijk
In Norrent-Fontes krijgt Luitenant-kolonel Vlieger Biver te horen dat zijn volgende bestemming het vliegveld van Carpiquet in Caen is. Hij neemt de beslissing om nog tijdens de nacht van 18 op 19 mei door te rijden naar Caen.

Hij duidt Lt Dereine samen met nog een onderofficier aan als achterwacht in Norrent-Fontes om achterblijvers door te sturen naar Caen. De luitenant moet deze opdracht gedurende 48 uur uitvoeren.

Duitse opmars tussen 16 en 20 mei. In de nacht van 20 op 21 mei wordt de Franse kust bereikt.

Duitse opmars tussen 16 en 20 mei, de voorhoede bereikt de monding van de Somme in de nacht van 20 op 21 mei.

Staf SRD/Aé in Frankrijk
De eenheid komt in de vroege ochtend toe te Caen en installeert zich ten zuidoosten van de stad in verschillende kantonnementen. Onderweg zijn ze de colonne van de Herstellingswerkplaats voor Wielvoertuigen (ARCA/Aé) kwijtgespeeld. De SRD/Aé is ternauwernood aan een omsingeling door de Duitsers ontsnapt. De Duitse voorhoede bereikt  Noyelle-sur-Mer aan de monding van de Somme tijdens de nacht van 20 op 21 mei waardoor de terugtocht van heel wat Belgische eenheden wordt afgesneden. Zo ook voor de achterwacht die werd achtergelaten in Norrent-Fontes. Lt Dereine zal er niet meer in slagen de Somme over te steken.

In de loop van de dag laat Generaal-majoor Vlieger Legros, bevelhebber van de Belgische luchtvaarteenheden in Frankrijk, weten dat de SDR/Aé moet doorreizen naar Bordeaux.  Dit wordt de definitieve bestemming in Frankrijk. In Bordeaux bevinden zich reeds de Etablissementen der Militaire Luchtvaart. Gezien de vermoeidheid van de chauffeurs beslist LtKol Biver om zijn eenheid te laten recupereren en op de achterblijvers te wachten vooraleer door te rijden tot Bordeaux.


Staf SRD/Aé in Frankrijk
De colonne van de Herstellingswerkplaats voor Wielvoertuigen komt toe te Caen en vervoegt de rest van de eenheid.


Staf SRD/Aé in Frankrijk
Uiteindelijk vertrekt de colonne van de SDR/Aé naar het zuiden waar ze op 25 mei zullen toekomen.  Op 23 wordt overnacht te Angers.

Staf SRD/Aé in Frankrijk
De SRD overnacht te Niort.

Staf SRD/Aé in Frankrijk
In afwachting van de toekenning van een definitieve kantonneringsplaats door de Fransen, installeert de SDR/Aé zich in Saint-André-de-Cubzac.

Château de Lestonnat in Gradignan waar de Staf van de SRD vanaf 29 mei zijn intrek nam

Staf SRD/Aé in Frankrijk
De eenheid van LtKol Biver wordt aangehecht bij de Etablissementen der Militaire Luchtvaart. De Et/Aé laten de SRD op 29 mei verhuizen naar Gradignan, Pessac en Talence ten zuiden van Bordeaux waar de eenheid betere kantonnementen kan vinden. De staf neemt zijn intrek in het Château de Lestonnat.

Voor het verdere verloop van de veldtocht voor het SRD zie de pagina van de Etablissementen der Militaire Luchtvaart.

Na de capitulatie

Slachtoffers

Geen gesneuvelden bekend.

Bibliografie en Bronnen

  1. Jamart, J. (1994) L’armée belge de France en 1940, Bastenaken: Schmitz.
  2. Dossier SRD, Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie