4de Regiment Karabiniers

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 4de Regiment Karabiniers | 4ème Régiment de Carabiniers | 4C
Type Versterkings- en Opleidingsregiment
Ontdubbeld van 1ste Regiment Karabiniers
Onderdeel van 6de Versterkings- en Opleidingscentrum
Bevelhebber Kolonel J. Jans
Standplaats Kwartier Prins Boudewijn
Daillyplein te Schaarbeek
Samenstelling I Bataljon Instructie (Kapitein-commandant G. Van Buggenhout) 1ste Compagnie Fuseliers (Cdt Hillaire Gilis)
2de Compagnie Fuseliers (Lt André De Winde)
3de Compagnie Fuseliers (Lt jonkheer Edouard de Callataÿ)
4de Compagnie Mitrailleurs (Lt G. Thiébaud)
  II Bataljon Versterking
(Kapitein-commandant L. Dubuisson)
5de Compagnie Fuseliers (Cdt J. Dasnoy)
6de Compagnie Fuseliers (Cdt Yves Nys)
7de Compagnie Fuseliers (Cdt L. Scoumanne)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Cdt R. Stiennon)
9de Compagnie Klein Geschut (Lt Georges Sayoen)
  Compagnie Diensten (Lt L. Hiers)  

Tijdens de mobilisatie

Staf/4C
In normale omstandigheden stonden de verschillende regimenten en korpsen van het actieve leger zelf in voor de opleiding van hun nieuwe miliciens. Omdat dit moeilijk lag voor de reeds gemobiliseerde regimenten, die zich zoals het 1ste Regiment Karabiniers (1C) al op hun gevechtsstellingen bevonden, werd de laatst opgeroepen lichting dienstplichtigen samengebracht in Versterkings- en Opleidingscentra (VOC’s). De eerste miliciens van de klas 40 werden vanaf februari 1940 onder de wapens geroepen en vervoegden de Bataljons Instructie van hun respectievelijke Versterkings- en Opleidingsregimenten in maart. Het 4de Regiment Karabiniers (4C) wordt opgericht op 1 maart 1940 en mobiliseert tezamen met het 59ste Linieregiment (59Li) in de Prins Boudewijnkazerne (ook gekend als Karabinierskazerne) aan het Daillyplein te Schaarbeek [1]. 4C is één van de drie Versterkings- en Opleidingsregimenten van het 6de Versterkings- en Opleidingscentrum (6VOC), de andere twee zijn het 4de Regiment Grenadiers (4Gr) en het 59Li. Het 4C staat in voor de opvang en opleiding van niet-getrainde rekruten en van mobilisatie vrijgestelde reservisten van het 1C en zijn ontdubbelingsregimenten het 2de Regiment Karabiniers (2C) en en het 3de Regiment Karabiniers (3C). Net zoals de andere infanterieregimenten van het 6VOC beschikt het 4C op 09 mei over een Staf, een Bataljon Instructie met de rekruten van de klas 40 en een Compagnie Diensten. Het kaderpersoneel is een samenraapsel van oudere beroeps- en dienstplichtige officieren en onderofficieren van de actieve regimenten.

I/4C
Het Iste Bataljon Instructie (I/4C), onder bevel van Kapitein-commandant Van Buggenhout, wordt geactiveerd bij oprichting van het regiment op 1 maart en ontvangt vanaf begin maart 1940 de nieuwe rekruten van de klas ’40. Het is de bedoeling dat deze rekruten bij het 4C hun basisopleiding zullen ontvangen om na het beëindigen van hun opleiding doorgestuurd te worden naar het 1C, 2C en 3C als versterkingen. Op 9 mei is de opleiding van het eerste contingent nieuwe dienstplichtigen nog volop bezig.

II/4C
Het Bataljon Versterking (II/4C), onder bevel van Kapitein-commandant Dubuisson, dat moet instaan voor de opvang van oudere reservisten en vrijgestelden bestaat enkel uit kader. II/4C zal pas aangevuld worden met manschappen na de afkondiging van algemene mobilisatie (oftewel Fase E van het mobilisatieplan) naar aanleiding van de start van de vijandelijkheden. In afwachting van afkondiging van de algemene mobilisatie  wordt het IIde Bataljon Versterking op non-actief geplaatst.

Prins Boudewijnkazerne te Schaarbeek.

Staf/4C
Het 4C ontvangt rond 01u00 het algemeen alarm. Zoals voorzien bij elk algemeen alarm ontvangt het 4C ook nu het bevel zich klaar te maken om vanaf eerste klaarte een vooraf verkend alarmkantonnement in te nemen te Sint-Lambrechts-Woluwe aan de rand van Brussel. Men vreest immers dat de reguliere kazernes van ons leger gebombardeerd zullen worden door de Duitse luchtmacht en bijgevolg moeten de Versterkings- en Opleidingsregimenten van het 6VOC zich door een onmiddellijke verhuis in veiligheid stellen. De manschappen in de Prins Boudewijn kazerne worden uit hun bed gelicht vertrekken via de Leuvensesteenweg en de Roodebeeklaan richting Roodebeek in de Brusselse gemeente Sint-Lambrechts-Woluwe. Kolonel Jans en zijn staf installeren zich voorlopig in een woning op het kruispunt van de Vervloesemstraat en de Roodebeeksteenweg. Om 05u10 zijn ze vanaf hun stelling getuige van de Duitse luchtaanval op het vliegveld van Evere.

De Staf/4C wordt in zijn geïmproviseerde commandopost om 06u00 verwittigd van de afkondiging van de algemene mobilisatie naar aanleiding van de Duitse inval. Hierdoor worden de oudere reservisten en vrijgestelden opgeroepen om het Bataljon Versterking te vervoegen. Het gaat hier om militairen die omwille van een vrijstelling in de loop van de tweede helft van 1939 terug naar huis gestuurd werden, of nog niet onder de wapens waren geroepen. Eveneens om 06u00 wordt het bevel gegeven om, zoals voorzien in het mobilisatieplan, uit te wijken naar de oorlogskantonnenmenten. Het mobilisatieplan voorzag dat elke eenheid van de VOC’s bij een vijandelijke inval zou uitwijken naar een alternatieve locatie, ver verwijderd van de vijandelijkheden, om de opleiding in relatieve rust te kunnen voortzetten. Het voorziene kantonnement voor het 4C is Sint-Andries nabij Brugge. Gedurende de rest van de dag maakt het regiment zich dan ook klaar voor de verplaatsing naar zijn oorlogskantonnement in West-Vlaanderen. Om 15u00 ontvangt het regiment de orders voor de verplaatsing naar Brugge. De Staf en I/4C moeten om 20u30 de trein nemen in het goederenstation Schaarbeek-Josaphat.

I/4C
Nauwelijks aangekomen op het alarmkantonnement te Roodebeek wordt het I/4C om 05u10 overvlogen door Duitse vliegtuigen die het vliegveld van Evere als doel hebben. Luitenant Thiébaud, commandant van de 4Cie Mitrailleurs, reageert onmiddellijk en laat zijn compagnie stelling nemen in de Brusselse agglomeratie. Pas om 06u00 wordt het vuur geopend omdat de munitie nog in de banden van de mitrailleurs moest worden gestoken. De jonge rekruten vallen ook onder vuur, enkele bommen vallen op 100 meter van de mitrailleurposten. Ze blijven moedig op post terwijl ze de overvliegende Duitse formaties verder onder vuur houden. Het bataljon ontvangt zijn orders voor de verplaatsing naar Brugge en vertrekt om 20u30 te voet naar het goederenstation Schaarbeek-Josaphat. Tussen 22u00 en 24u00 wordt ingescheept in de klaarstaande trein maar het vertrek wordt uitgesteld. De manschappen overnachten in de trein. 

II/4C
Inmiddels is ook het IIde Bataljon geactiveerd. Dit bataljon moet de oudste en de vrijgestelde reservisten van het 1C opvangen en hun militaire vaardigheden opfrissingen. Terwijl de rest van het regiment zich reeds in zijn alarmkantonnement bevond, komen de eerste militairen bestemd voor het IIde Bataljon in de Prins Boudewijnkazerne aan. De achterwacht van het regiment stuurt ze door naar het alarmkantonnement en zal Schaarbeek pas de volgende dag verlaten.

Staf/4C
De staf en het Iste Bataljon Instructie worden per trein overgebracht naar hun oorlogskantonnementen te Brugge. Het treinstel verlaat het station Schaarbeek-Josaphat kort na 03u00 en komt aan te Brugge omstreeks 08u45.

Staf/4C
De korpscommandant wordt samen met de korpscommandanten van 59Li en 4Gr gesommeerd op de Staf/6VOC. Hier worden ze ingelicht over de plannen om het 6VOC naar Frankrijk te evacueren. Voorlopig blijven details uit, het betreft enkel een waarschuwingsorder.

Studioportret van een milicien van het 4C.

Staf/4C
De rekruten van de klas ’40 die nog moeten worden opgeleid zullen naar Frankrijk worden doorgestuurd om daar hun opleiding te vervolledigen. Door de snelle opmars van de Duitsers was het voor het GHK snel duidelijk dat de verdere opleiding enkel in Frankrijk, ver achter de linies, kon gebeuren. Alle eenheden van het 6VOC ontvangen de 13 mei om 14u00 het schriftelijk bevel om zich klaar te maken voor de verplaatsing naar Frankrijk. Dit naar analogie van wat er tijdens de Eerste wereldoorlog gebeurde. Het overbrengen van de versterkingsbataljons naar Frankrijk was echter een minder goed idee want eens de bataljons op spoor gezet en naar Frankrijk geëvacueerd, konden ze niet meer instaan om de verliezen geleden door de regimenten tijdens de veldtocht terug aan te vullen.

De verplaatsing naar Frankrijk was echter totaal niet voorbereid. Er was geen voorafgaandelijke regeling met de Franse militaire noch burgerlijke overheid, er waren geen voorafgaandelijke verkenningen van kantonnementen, er was slechts proviand voor twee dagen en er bestond geen logistieke organisatie voor herbevoorrading in Frankrijk. Daarenboven moest de commandant van het 6VOC zelf vervoer per spoor regelen door de treinen te gebruiken die het 7 Franse leger van generaal Giraud [2] naar Zeeland hadden gebracht. Het bevel om 4C naar Frankrijk te evacueren kwam echter geen dag te vroeg want de 13de mei om 16u00 steken de Duitsers de Maas over te Sedan en begint hun opmars naar de Atlantische kust met als opzet zoveel mogelijk geallieerde troepen te omsingelen.

I/4C
Het bataljon ontvangt om 08u00 al de orders voor de verplaatsing naar Frankrijk. Materieel en manschappen zullen op 14 mei ingescheept worden in het station van Brugge.

Het station van Brugge van waaruit 4C op 14 mei naar Frankrijk vertrok

Het station van Brugge van waaruit 4C op 14 mei naar Frankrijk vertrok

Staf/4C
Het 6VOC ontvangt acht treinstellen voor het transport naar Frankrijk, elk van de drie regimenten zal in twee treinstellen vervoerd worden. De twee treinstellen voor het 4C vertrekken nog op 14de mei. Het 59ste Linieregiment (59Li), het 4de Regiment Grenadiers (4Gr), het 6de Legerdepot (6LD), de drie compagnies en de Staf van het 6VOC worden de 15de mei op de andere zes treinen gezet.

I/4C
Het bataljon stapt als eerste eenheid van 6VOC op de trein in de vroege avond. Het station van Brugge wordt om 20u20 verlaten. 

Staf/4C
De treinreis verloopt vlot, om 05u00 wordt Tourcoing in Frankrijk gepasseerd, om 10u00 Haezebroeck en om 18u00 steken ze te Abbeville de Somme over.

Staf/4C in Frankrijk
Om 01u00 wordt Dieppe bereikt, om 06u00 Rouen, om 11u00 Lisieux, om 15u00 Argentan en om 18u00 passeren ze Le Mans.

Staf/4C in Frankrijk
De Staf en het Iste Bataljon bereiken Tours om 03u00 en het gaat verder via Poitiers (09u00) en Angoulème waar ze om 11u45 halt houden. Hier worden ze voor de eerste keer bevoorraadt door de Franse intendance. Bordeaux wordt gepasseerd om 16u15, Agen om 20u45 en tegen 22u54 passeert de trein Montauban.  

Het kamp van Le Barcarès bevond zich ten noordoosten van Perpignan (recente kaart).

Staf/4C in Frankrijk
Na een probleemloze treinreis door Frankrijk komt het 4C uiteindelijk via Toulouse en Narbonne als eerste eenheid van het 6VOC om 07u30 aan te Rivesaltes ten noorden van Perpignan. De eenheid krijgt het kamp van Le Barcarès als nieuwe kantonnementsplaats toegewezen. Dit kamp van houten barakken en tenten werd in februari 1939 gebouwd door de Franse overheid voor het opvangen van gevluchte republikeinse troepen van de Spaanse burgeroorlog. De installaties bevinden zich aan de kust ten noordoosten van Perpignan. Tegen de middag komt ook de eerste trein van het 59Li met aan boord de staf en I/59Li te Rivesaltes toe.

I/4C in Frankrijk
Het 4C wordt aan boord van Franse vrachtwagens met Spaanse chauffeurs, voormalige leden van het Spaanse “Frente Popular”, van Rivesaltes naar het kamp vervoerd. In het kamp bevinden zich naast nog enkele Spaanse bannelingen ook Franse troepen uit Senegal en Marokko en het 4de Franse Regiment van het Vreemdelingenlegioen.

Staf/4C in Frankrijk
De levensomstandigheden in het kamp van Le Barcarès zijn ronduit rampzalig. Het kamp zit vol vlooien en muggen en de Belgen zitten met de handen in het zijn wanneer grote groepen militairen zich ziek melden. Kolonel Jans is de grote pleitbezorger van de Belgen ter plekke en stapt in naam van alle korpscommandanten naar het Franse kampcommando om de slechte levensomstandigheden aan te kaarten, echter zonder gevolg. Het 4C heeft het bijzonder zwaar te verduren en telt na nog geen twee dagen in het kamp reeds zo’n 50 zieken per compagnie. Het 6VOC tracht nieuwe kantonnementen te bekomen via de Belgische en Franse militaire overheden. Nu komen ook I/4Gr en II/59Li in het kamp toe. De oudere manschappen van II/59Li weigeren ronduit om zich te installeren in de barakken en blijven buiten staan. Ze zullen uiteindelijk gedurende meerdere dagen slapen in open lucht langs de toegangsweg naar het kamp.

Staf/4C in Frankrijk
Naast de vele afwezigen om medische redenen in de rangen van I/4C wordt op 20 mei het volledige I/4Gr ziek gemeld.

Het interneringskamp van Barcarès in 1939.

Staf/4C in Frankrijk
Die dag bezoekt Generaal-Majoor Coquenet, bevelhebber van het 6VOC, het kamp en stelt met eigen ogen vast hoe erg de Belgen er aan toe zijn. Coquenet vertrekt echter zonder een oplossing aan te reiken en vraagt aan Kolonel Borgerhoff, regimentscommandant van 59Li, om tijdelijk het commando over de regimenten van het 6VOC op zich te nemen tot er een oplossing voor het probleem gevonden is. De Belgische militairen zijn bijzonder misnoegd. Wanneer het gerucht verspreidt wordt dat een militair van 4C aan ziekte overlijdt, wordt de schuld onmiddellijk op het vlooienprobleem gestoken [3]. Op verschillende plaatsen in het kamp steken woedende Belgische soldaten barakken in brand. De wacht moet tussenbeide komen en er wordt een schildwacht bij de deur van elke barak geplaatst. Ook II/4Gr komt toe in Rivesaltes. Na de aankomst van II/4Gr en het 6de Legerdepot (6LD) op 21 mei is het 6VOC nu volledig herenigd in het kamp van Le Barcarès. 

Staf/4C in Frankrijk 
Kolonel Borgerhoff voert de druk op de Franse militaire overheid op en dreigt er mee om met zijn mannen desnoods manu militari uit te breken als er geen nieuwe kantonnementen gevonden worden. De situatie dreigt uit de hand te lopen wanneer de Fransen de militairen van het Vreemdelingenlegioen willen inzetten om de orde in het kamp te herstellen. De Belgen en Fransen beslissen daarop om het 6VOC naar de Roussillon te verplaatsen. Het vertrek van het 6VOC zal over drie dagen verdeeld worden door een gebrek aan treinstellen bij de SNCF. Het 4C, dat het ergst onder de slechte levensomstandigheden had geleden mag gelukkig als eerste vertrekken. Om 13u30 worden ze vrachtwagens opgehaald te Le Barcarès en naar het station van Rivesaltes gebracht. Daar kunnen ze om 16u30 aan boord van een trein stappen die hen aan het eind van de dag nog naar het station van Moux brengt. 

Staf/4C in Frankrijk 
Het 4C installeert zich in zijn nieuwe kantonnementen. MouX en Puichéric worden de nieuw kantonnementsplaatsen voor I/4C en II/4C.

Staf/4C in Frankrijk
Ook het 59Li en het 4Gr komen aan in de buurt en bereiken nieuwe kantonnementen.

Staf/4C in Frankrijk
Het 4C hervat eindelijk de opleiding van zijn militairen.

Staf/4C in Frankrijk
Het 4C verneemt het nieuws van de overgave in ons land. De Belgische regering in ballingschap in Frankrijk beslist dat de Belgische eenheden, die zich niet in de zone van ons veldleger in Vlaanderen bevonden op 28 mei, buiten het capitulatieakkoord blijven. Ze zullen onder bevel van de Minister van Landsverdediging, Luitenant-generaal Denis, de strijd voortzetten aan de zijde van de geallieerden. De stemming in Moux slaat al snel om wanneer de plaatselijke bewoners de Belgen als verraders van de geallieerde zaak bestempelen.

Staf/4C in Frankrijk
Het Groot Hoofdkwartier heeft de aan het Albertkanaal verslagen 7de Infanteriedivisie (7Div) na heel wat omwegen naar de Bretoense zuidkust geëvacueerd. De divisie heeft zwaar geleden en is dringend aan versterking toe. De verschillende Versterkings-en Opleidingscentra in het zuiden van Frankrijk ontvangen het bevel om zo’n 140 officieren en 4.500 manschappen aan te duiden om de rangen van de 7Div opnieuw aan te vullen. Deze manschappen moeten in eerste instantie worden gezocht onder de naar Frankrijk gevluchte van hun eenheid geïsoleerde militairen en onder de ervaren reservisten. De detachementen moeten vervolgens aangevuld worden met miliciens van de klas 40. De commandant van 4C duidt het II/4C aan om een detachement samen te stellen.

II/4C in Frankrijk
Nadat het II/4C werd aangeduid om een detachement te vormen voor deze opdracht worden in allerijl 16 officieren en 1.000 manschappen opgetrommeld bestemd voor het 2de Regiment Karabiniers (2C). Alle militairen worden uitgerust met de weinige persoonlijke bewapening nog aanwezig in het 4C.

2 juni

II/4C in Frankrijk
Vanuit het station van Capendu vertrekt om 23u00 een trein richting Bretagne met aan boord de manschappen van het II/4C bestemd voor de 7Div. Zij maken deel uit van een groter detachement bestaande uit de versterkingen van het II/59Li (13 officieren en 550 manschappen) en de versterkingen van het II/4Gr (14 officieren en 561 man). Majoor Currinckx, commandant van II/4Gr, wordt aangeduid als detachementscommandant.

4 juni 1940

Staf/4C in Frankrijk
De Generale Staf der Versterkings- en Opleidingstroepen (HK/TRI) onder bevel van Luitenant-generaal Wibier is deels ingegaan op een Frans verzoek om 20.000 militairen te leveren voor het uitvoeren van veldwerken ten voordele van de Franse divisies opgesteld in tweede echelon langs de Seine, in Parijs en langs de Marne. In eerste instantie worden de Bataljons Versterking aangeduid voor deze opdracht teneinde de opleiding van de jonge rekruten niet te onderbreken. Orders worden verspreid om 10 werkbataljons samen te stellen. Aangezien het 4C de 7Div moet versterken is het 4C vrijgesteld om een werkbataljon samen te stellen. Kolonel Jans wil zijn instructieopdracht verder zetten en dient intussen een aanvraag in om zijn overgebleven Iste Bataljon opnieuw van wapens en munitie te voorzien. De rekruten van de klas 40 hebben immers heel wat van hun uitrusting moeten afgeven aan de mannen van het IIde Bataljon Versterking. Jans wil zo’n 330 geweren met 30.000 patronen bekomen.

5 juni 1940

Staf/4C in Frankrijk
Nu het II/4C vertrokken is als versterking voor de 7Div probeert de Staf/4C een nieuw versterkingsbataljon samen te stellen.

6 juni 1940.

Staf/4C in Frankrijk
Op 6 juni bevestigen de Fransen hun vraag om nog eens 20.000 militairen extra te leveren om veldwerken uit te voeren, 16.000 aan te duiden door het HK/TRI. Het HK/TRI ziet zich nu genoodzaakt om ook de Bataljons Instructie met deze opdracht te gelasten. Het 4C is nu niet langer vrijgesteld voor het leveren van een werkbataljon. Terwijl het Bataljon Versterking onderweg is naar Bretagne wordt in ijltempo een werkbataljon samengesteld door het Bataljon Instructie.

I/4C in Frankrijk
Kapitein-commandant Dubuisson krijgt het bevel een werkbataljon samen te stellen bestaande uit 11 officieren en 760 manschappen van I/4C. Elke compagnie van I/4C moet een compagnie van 180 man leveren bestaande uit drie pelotons. De 3Cie zal worden bevolen door Lt Vens en worden bijgestaan door OLt Clesse en twee onderofficieren als pelotonscommandanten. De 4Cie komt onder bevel te staan van Lt Coolen met OLt Hermans als pelotonscommandant. Het bevel van het werkbataljon wordt in onderling overleg tussen de compagniecommandanten toevertrouwd aan Lt Hiers, voorheen commandant van de Cie Diensten/4C [4].

II/4C in Frankrijk
Het detachement van het II/4C komt aan in het station van Ploermel en wordt aangehecht bij het 2C om er het I/2C aan te vullen.

7 juni 1940

I/4C in Frankrijk
Het werkbataljon van I/4C verlaat Moux om 03u00 en begeeft zich te voet naar Capendu een 15-tal kilometer verderop. In het station stappen de manschappen op de trein die om 11u15 vertrekt. Het werkbataljon van I/4C neemt plaats aan boord van dezelfde trein als het werkbataljon van I/59Li bevolen door Kapitein-commandant Dubourg. Er wordt de officieren meegedeeld dat de bestemming van de treinreis Creil is, een stadje langs de Oise op 60 km ten noorden van Parijs. De treinreis gaat initieel naar Toulouse en vervolgens naar Limoge en Brive-la-Gaillarde. De nacht van 7 op 8 juni wordt in de trein doorgebracht.

9 juni 1940

I/4C in Frankrijk
De treinreis duurt nu al twee dagen en Orléans wordt bereikt. Tegen de avond passeert de trein Parijs en bij het invallen van de nacht komt de trein aan in het station van Creil. Gedurende de ganse nacht worden de manschappen van I/4C getransporteerd van Creil naar Senlis.

Station van Senlis waar I/4C arriveerde tijdens de nacht van 9 op 10 juni 1940.

Station van Senlis waar I/4C arriveerde tijdens de nacht van 9 op 10 juni 1940.

I/4C in Frankrijk
Om 05u00 ’s morgens stijgen de troepen uit te Senlis. Niemand staat de Belgen op te wachten. De stad is net gebombardeerd door de Duitsers en op het stationsplein liggen de lichamen nog van burgers die omkwamen tijdens het bombardement, hetgeen een diepe indruk nalaat bij de rekruten. De bagage wordt uitgeladen en de troepen verspreiden zich gebruik makend van de weinige dekkingen in de buurt van het station. Cdt Dubourg van I/59Li probeert in het station van Senlis telefonisch contact op te nemen met om het eender welk Frans hoofdkwartier maar zijn pogingen mislukken. Cdt Dubourg beslist Senlis te verlaten en zich te installeren in een naburig bos. Lt Hiers volgt iets later zijn voorbeeld en laat I/4C eveneens een kantonnement opzoeken in een bos nabij Senlis. Cdt Dubourg, die op zoek gegaan is naar een nabijgelegen veldcommandopost van het Franse leger om zijn orders te ontvangen, keert terug met de melding dat beide werkbataljon zich moeten terugplooien op Melun tegen de 11de mei s’avonds. Lt Hiers deelt hierop zijn orders uit voor een onmiddellijk vertrek uit Senlis. Er wordt gemarcheerd van Senlis naar Pontarmé, La Chapelle-en-Serval en Survilliers waar ze om 11u00 toekomen. Hier wordt een lange rustpauze gehouden in het park van een kasteel. Survilliers wordt om 13u00 al terug verlaten en de mars wordt te voet verder gezet richting Vémars. Het 4C dat enkele uren vroeger uit Senlis vertrok dan het 59Li wordt in Vémars al opgepikt door vrachtwagens van het Franse leger en tot Melun vervoerd waar ze om 18u30 toekomen. Een eerste groep manschappen wordt ondergebracht in de Franse “Caserne Pajol”, een tweede groep in het kamp “Pré Chamblain”.

De Franse kazerne "Quartier Pajol" waar een deel van het 4C de nacht van 10 op 11 juni doorbracht.

De Franse cavaleriekazerne “Quartier Pajol” in het centrum van Melun waar een deel van het 4C de nacht van 10 op 11 juni doorbracht.

I/4C in Frankrijk
Het 4C krijgt in de ochtend bezoek van de militaire commandant van het Département Seine et Marne. Vanuit het hoofdkwartier van de militaire commandant van het Département Seine et Marne in het Château de Vaux-le-Penil te Melun, deelt de Franse generaal Blum,  “Directeur des Etappes” aan Lt Hiers mee dat er kantonnementen voorbehouden zijn voor 4C te Fleury-en-Bière en dat het werkbataljon er in de loop van de middag naartoe zal getransporteerd worden met Franse vrachtwagens. Om 16u00 kunnen de manschappen met hun bagage instappen in de vrachtwagens en via Damarie-lès-Lys, Perthes en Cély komen ze om 21u00 te Fleury-en-Bière toe waar ze onmiddellijk een maaltijd krijgen voorgeschoteld. Er wordt tijdens de nacht van 11 op 12 juni gekantonneerd te Fleury-en-Bière ten zuiden van Melun.

12 juni 1940

I/4C in Frankrijk
Lt Hiers krijgt opdracht om de ganse dag te Fleury-en-Bière te blijven kantonneren en te wachten op nieuwe orders. Intussen komt ook het I/59Li toe in de streek van Fleury-en-Bière. Ze werden opgehaald door de Franse vrachtwagens en te Cély en Saint-Germain-sur-Ecole ondergebracht. Beide werkbataljons van het 6VOC bevinden zich nu in kantonnementen ten zuiden van Melun.

13 juni 1940

I/4C in Frankrijk
Wanneer in de voormiddag de kantonnementen overvlogen worden door de Duitse luchtmacht beslissen de Fransen de troepen die kantonneren ten zuiden van Melun te verspreiden. Het 4C krijgt La Chapelle-la-Reine, zo’n 20 kilometer meer naar het zuiden, als nieuw kantonnement aangewezen en 59Li moet zich naar Videlles begeven.  Vanaf 17u00 worden de soldaten van 4C in kleine groepjes per vrachtwagen van Fleury naar Chapelle-en-Reine gebracht. De verplaatsing is afgerond tegen 22u00. De nacht van 13 op 14 juni wordt in Chapelle-en-Reine doorgebracht.

II/4C in Frankrijk
De integratie van de versterkingen in de 7Div verloopt moeizaam en het blijkt niet mogelijk te zijn om de drie regimenten van de 7Div behoorlijk te reorganiseren. De Fransen hadden ook al laten verstaan dat zij niet in staat waren om meer dan twee infanterieregimenten uit te rusten. Daarenboven had Generaal-majoor Van Daele, commandant van de 7Div, zijn twijfels over de motivatie van de oudere militairen van de Versterkingsbataljons. Op 13 juni wordt het Dagelijks Order Nr 14 van de 7Div uitgevaardigd waarmee GenMaj Van Daele kenbaar maakt dat het 2Gr niet meer zal heropgericht worden en dat de divisie zal reorganiseren naar het model van de Franse lichte divisies. De volgende reorganisatie vindt plaats:

  • De 7Div zal slechts twee infanterieregimenten meer bevatten het 18Li en het 2C;
  • De militairen die behoorden tot het oorspronkelijke 2Gr en die vanuit België met de divisie mee naar Frankrijk zijn getrokken worden gegroepeerd in één bataljon en aangehecht aan het 2C maar mogen hun kentekens behouden en zullen in 2C verder blijven bestaan als het Bataljon Grenadiers (II/2C);
  • Het Wielrijderseskadron van de 7Div gaat over naar het 18Li.

Door het inéénschuiven van regimenten zijn de gedesavoueerde versterkingen van II/4C niet langer nodig om de 7Div op peil te brengen.

I/4C in Frankrijk
Wanneer de Franse radio aankondigt dat de Duitsers Romilly en Saint-Dizier bereikt hebben slaat de paniek toe in het kantonnement van I/4C. Het bataljon wordt vanaf 08u00 in kleine groepjes per vrachtwagen naar Orléans gebracht. Ondertussen probeert Lt Hiers vruchteloos in contact te treden met de Belgische autoriteiten. Tegen 15u00 komen de eerste voertuigen toe te Orléans en de manschappen worden bevoorraadt in een kazernedepot nabij het station. De troepen zoeken een slaapplaats in een park van Orléans. Tegen de avond komt Cdt Van Buggenhout toe in Orléans en neemt het bevel over I/4C van Lt Hiers over. 

I/4C in Frankrijk
Om 04u40 wordt Orléans gebombardeerd en het bataljon dat onder de blote hemel slaapt is meteen wakker. Cdt Van Buggenhout die er zich van bewust is dat de bruggen over de Loire elk ogenblik kunnen springen wil zo snel mogelijk de zuidelijke oever van de rivier bereiken. Het bataljon wordt voor de brug opgehouden en moet voorrang verlenen aan Franse troepen. Om 16u00 kunnen ze de brug passeren net op het ogenblik dat de stad opnieuw gebombardeerd wordt. Tegen de avond bereikt het bataljon het station van St-Cyr-en-Val  waar een trein vertrekkensklaar staat te wachten. Ze stijgen in en tijdens de nacht van 15 op 16 juni wordt het detachement tot Bordeaux gebracht. 

I/4C in Frankrijk
Op 16 juni komt Soldaat Fastres, die contact met de rest van het bataljon had verloren, om het leven tijdens een bombardement op de Franse stad Cerdon (Loiret).

II/4C in Frankrijk
Gezien het gebrek aan vertrouwen in de Versterkingsbataljons moet het II/4C de 7Div alweer verlaten. Onder bevel van Majoor Currinckx wordt een groot detachement bestaande uit II/4Gr (561 man), II/4C (1.000 man), II/59Li (50 man) en een handvol zieke en ongeschikte militairen van het 7ChA op de trein gezet en teruggestuurd naar Toulouse. De trein doet er vijf dagen over om Toulouse te bereiken en wordt maar éénmaal bevoorraadt onderweg, namelijk op 20 juni in Bordeaux. Bij aankomst in Toulouse worden de mannen doorgestuurd naar Grenade waar ze opgevangen worden door het 3VOC. Van hieruit worden ze teruggestuurd naar hun respectievelijke regimenten.

17 juni 1940

I/4C in Frankrijk
Op 17 juni om 13u30 kondigt Maréchal Pétain in een radiotoespraak aan de Franse bevolking de nakende capitulatie van Frankrijk aan. Vanaf dan beginnen de Fransen te onderhandelen met de Duitsers. Een wapenstilstand is niet ver af. Er is ook geen sprake meer van om de jonge rekruten nog naar de 7Div te sturen, de Fransen zijn niet meer geneigd om de 7Div nog uit te rusten met Frans materieel en zullen dan ook de Belgische inspanningen om de strijd verder te zetten niet meer steunen, in tegendeel. 

18 juni 1940

I/4C in Frankrijk
Het uitsturen van de werkbataljons was slecht voorbereid en de uitvoering van de opdracht liep volledig in het honderd. De terugkeer van het werkbataljon van het I/4C naar Moux verliep niet van een leien dakje. Een groot gedeelte van de manschappen werd gevangen genomen. Cdt Van Buggenhout komt als eerste terug met een groep van ongeveer 200 militairen. Na 18 juni komen nog eens een 100-tal militairen in kleine groepjes terug. Van de 770 uitgestuurde militairen van het I/4C komen in totaal slechts een vierhonderdtal terug.

augustus 1940

Staf/4C in Frankrijk
Vanaf begin augustus worden demobilisatiebewijzen verleend aan al diegenen die over transport beschikken om naar België terug te keren. Sommigen maken gebruik van door het Belgisch leger in beslag genomen voertuigen die gebruikt werden om de tocht naar Frankrijk mee uit te voeren. Anderen worden opgehaald door bussen en vrachtwagens uitgestuurd door de burgemeesters van hun gemeente van herkomst. Via het Rode Kruis wordt het mogelijk om terug contact op te nemen met familie in België, dit voor de eerste keer sinds de manschappen van 4C België verlieten op 14 mei. De meeste militairen van het 4C verlaten op 19 augustus Frankrijk en worden per trein vanuit Moux naar ons land teruggebracht waar ze op 25 augustus toekomen. 

Na de capitulatie

Slachtoffers

EenheidNaamVoornaamFotoGraadStandKlas° op° te+ op+ teNota
Cie DstDERWEDUWENFlorentSgt27.02.1897Zingem20.07.1940Moux (F)
4/IFASTRESJoseph, H.R.SdtMil30.01.1919Celles16.06.1940Cerdon (F)Omgekomen in luchtbombardement
OnbekendVAN DEN EYNDEJanKpl28.04.1912Antwerpen21.05.1940Neuville-sous-Montreuil (F)

Bibliografie en Bronnen

  1. Achtergrondinformatie bij de Prins Boudewijnkazerne [On line beschikbaar]: https://belgiummilitary.wordpress.com/vastgoed-geklasseerd-per-gemeente/schaarbeek-2/schaarbeek-kazerne-kwartier-prins-boudewijn/ [Laatst geraadpleegd 13 december 2020].
  2. De enige militair van 4C die overlijdt op 21 mei is Korporaal Van Den Eynde maar zijn officiële plaats van overlijden Neuville-sous-Montreuil komt niet overeen met de feiten gemeld in het kamp van Le Barcarès. Anderzijds was niemand van 4C nog ter hoogte van Neuville-sous-Montreuil op 21 mei 1940. Er blijven dus twee hypothese open, ofwel is de plaats van overlijden van Jan Van Den Eynde fout en is hij bezweken in het kamp van Barcarès ofwel raakte hij ziek tijdens de treinreis naar het zuiden van Frankrijk en werd hij te Neuville-sous-Montreuil achtergelaten. Voorlopig ontbreken ons meer gegevens. Nieuwe bronnen zouden kunnen een licht doen schijnen op de omstandigheden van het overlijden van Korporaal Van Den Eynde. Bij het Belgian War Dead register ontbreekt de fiche van betrokken militair en zijn de gekende gegevens eerder beknopt.
  3. Ten noorden van de Belgisch-Nederlandse grens was er geen aansluiting met het Nederlands verdedigingsdispositief. De Nederlanders hadden zich opgesteld ten noorden van de Rijn waardoor er een gapende opening ontstond tussen de Belgische en Nederlandse verdedigingslinies. Dit werd reeds in november opgemerkt door de Franse Generaal Gamelin die een plan liet uitwerken om het 7(FRA)Leger in te zetten tussen de stellingen van de Belgen en de Nederlanders. In zijn order N° 5 van 20 maart 1940 bevestigt Generaal Giraud, commandant van het 7(FRA)Leger, dat zijn eenheid in staat moet zijn om “tout en conservant ses anciennes missions, qui passent à l’arrière plan, a reçu une mission nouvelle d’une importance capitale qui consiste à assurer la liaison entre les armées belge et hollandaise dans la région Nord-Est d’Anvers“. Generaal Giraud beschikt hiervoor over twee legerkorpsen en een “Division Légère Mécanique“, alles tesamen het equivalent van 8 divisies. “L’Armée Giraud en Hollande (1939-1940)”, door Lerecouvreux, Nouveaux Editions Latines, Paris, 1956. [Partieel On Line beschikbaar][Laatst geraadpleegd 22 juli 2019]. Zowel de manschappen als de voertuigen van de Franse eenheden werden per spoor gebracht tot Oost-Vlaanderen. Van hieruit zetten ze hun opmars naar Breda langs de weg verder. De lege treinen van de Société Nationale des Chemins de fer Français (SNCF) bleven achter in de stations van Oost-Vlaanderen en moesten hoe dan ook terugkeren naar Frankrijk. Van die treinen maakten de eenheden van de Versterkings- en Opleidingstroepen gebruik om zich naar Zuid-Frankrijk te verplaatsen.
  4. De reden waarom Cdt Van Buggenhout niet de leiding neemt over het werkbataljon is voorlopig nog niet gekend. Het is eerder ongewoon dat een bataljonscommando (normaal toevertrouwd aan een LtKol, Maj of Cdt) in handen gegeven wordt van een Luitenant. Verder onderzoek moet uitmaken wat hiervan de oorzaak is.
  5. Zakelijk getypt verslag, opgesteld in het Frans, betreffende de gebeurtenissen bij het 4C Het verslag bevindt zich in het dossier Synthese TRI van Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  6. Jamart, J. 1994, L’armée belge de France en 1940. Bastenaken, uitgeverij Schmitz.