6de Versterkings- en Opleidingscentrum

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 6de Versterkings- en Opleidingscentrum | 6VOC
6ème Centre de Renforcement et d’Instruction | 6CRI
Type Versterkings- en Opleidingsdivisie
Ontdubbeld van 9de Linieregiment
1ste Regiment Karabiniers
1ste Regiment Grenadiers
Onderdeel van Versterkings- en Opleidingstroepen
Bevelhebber Generaal-majoor Julien Coquenet
Standplaats Schaarbeek
Samenstelling Staf
  59ste Linieregiment
  4de Regiment Karabiniers
  4de Regiment Grenadiers
  Compagnie Instructie C47 Anti-tankkanonnen (Luitenant M. Leroy)
  Compagnie Instructie M81 Stokes-Brandt Mortieren (Luitenant Georges Sayoen)
  Schoolcompagnie (Kapitein-commandant Pierre Moens)
  6de Legerdepot (Kapitein-commandant Vanderkeilen)

Tijdens de mobilisatie

Staf/6VOC
In vredestijd stonden de verschillende regimenten van het actieve leger zelf in voor de opleiding van hun nieuwe dienstplichtigen (oftewel miliciens) en bestond er geen gecentraliseerde opleidingsstructuur. Elke lichting (oftewel klas) dienstplichtigen werd in twee gedeeld; diegenen geboren in de eerste helft van het jaar ontvingen hun oproepingsbrief (oftewel oproepingsbevel) in februari en moesten in maart hun eenheid vervoegen om er de zes maand durende opleiding aan te vangen. Diegenen geboren in de tweede helft van het jaar werden in augustus opgeroepen om in september hun opleiding te starten. Omdat na de afkondiging van Fase A van het mobilisatieplan op 26 augustus 1939 de gemobiliseerde regimenten van het actief leger hun vredesvoet kazerne onmiddellijk moeten verlaten om hun gevechtsstellingen in te nemen, kunnen zij deze opleidingstaak niet langer op zich nemen.

Prins Boudewijnkazerne te Schaarbeek waar de Staf/6VOC, 59Li en 4C zich bevonden tijdens de mobilisatie.

De in februari 1939 opgeroepen dienstplichtigen kan de klas ’39 zijn praktische volledig opgeleid op het ogenblik dat de mobilisatie wordt afgekondigd en vertrekken samen met hun regiment naar de gevechtsstellingen. Voor de dienstplichtigen die behoren tot de tweede helft van de klas ’39 moest snel een oplossing worden gevonden. Er werd overgegaan tot de oprichting van een Aanvullings- en Opleidingsdepot (oftewel AOD) per actieve divisieElk actief infanterieregiment van de 6de Infanteriedivisie (6Div) moest vervolgens kaderleden leveren voor de oprichting een opleidingsregiment waar de dienstplichtigen behorende tot de tweede helft van de klas ’39 zullen worden in samengebracht. Deze opleidingsregimenten vormen samen het AOD/6ID. Gezien de mobilisatie bleef duren moest een meer gestructureerde oplossing gevonden worden voor de opleiding van de eerste helft van de dienstplichtigen van de lichting ’40 die in februari 1940 zullen worden opgeroepen.

In maart 1940, vlak voor de aankomst van deze dienstplichtigen worden de AOD’s omgevormd tot Versterkings- en Opleidingscentra (VOC’s) en krijgen de opleidingsregimenten een eigen nummer. Zo wordt het 6de Versterkings- en Opleidingscentrum (6VOC), voorheen gekend als AOD/6ID, in maart 1940 opgericht in de Prins Boudewijnkazerne te Schaarbeek [1] als een eenheid van niveau divisie die het bevel voert over drie versterkings- en opleidingsregimenten. Eens op volle sterkte zal het 6VOC bestaan uit 9.750 manschappen waaronder 3.650 rekruten. Het 6VOC, onder bevel van Generaal-majoor Coquenet, omvat het:

Het 6VOC kan beschouwd worden als het Versterkings- en Opleidingscentrum van de vooroorlogse 6Div waartoe 9Li, 1C en 1Gr behoorden voor de mobilisatie. Het 6VOC omvat naast drie Versterkings- en Opleidingsregimenten van de infanterie ook enkele onafhankelijke compagnies waaronder een Compagnie Instructie C47mm anti-tankkanonnen, een Compagnie Instructie M76 mortieren en een Schoolcompagnie. Bij de afkondiging van Fase E van het mobilisatieplan is het eveneens voorzien dat het 6de Legerdepot (6LD) onder bevel geplaatst wordt van het 6VOC.

Alle VOC’s stonden onder het bevel van de Generale Staf van de Versterkings- en Opleidingstroepen (oftewel Etat-major des Troupes de Renforts et d’Instruction – EM/TRI) die zich tot aan het uitbreken van de oorlog in de Etterbeekse kazerne de Witte de Haelen bevond. De Versterkings- en Opleidingsregimenten van de infanterie beschikten op het ogenblik van de oprichting van het 6VOC elk over een Staf en een Bataljon Instructie met hierin de pas opgeroepen rekruten van de klas 40. Het Bataljon Versterking bestaat op dat ogenblik enkel uit kaderleden en zullen pas geactiveerd worden vanaf de afkondiging van de algemene mobilisatie. De Versterkings- en Opleidingsregimenten van het 6VOC bevonden zich tijdens de mobilisatie in volgende kantonnementen:

  • Staf/6VOC te Schaarbeek (Kwartier Prins Boudewijn),
  • 59Li te Schaarbeek (Kwartier Prins Boudewijn),
  • 4C te Schaarbeek (Kwartier Prins Boudewijn),
  • 4Gr te Dendermonde (Gewelfde Kazerne) en Brussel (Kwartier Prins Albert),
  • 6LD in de citadel van Diest, Fort van Walem en Mechelen.

SchoolCie/6VOC
De Schoolcompagnie (SchoolCie/6VOC) werd samengesteld uit de Schoolcompagnies van 9Li, 1C en 1Gr en stond in voor de opleiding van kandidaat reserveofficieren en kandidaat reserveonderofficieren van de lichting ’40.

Staf/6VOC
Omstreeks 00u45 krijgt de Staf van het 6VOC, die zich nog steeds te Schaarbeek bevindt, van de EM/TRI het bevel om vanaf dageraad de vredesvoet kazernes te ontruimen en zich naar de alarmkantonnementen te begeven uit voorzorg tegen mogelijke Duitse luchtaanvallen op de reguliere kwartieren. Het algemeen alarm wordt doorgegeven aan  de Versterkings- en Opleidingsregimenten van het 6VOC die zich door een onmiddellijke verhuis naar hun alarmkantonnementen in veiligheid stellen. Deze vooraf verkende alarmkantonnementen bevinden zich aan de rand van de garnizoenssteden. De Staf/59Li en I/59Li verplaatsen zich langs de Leuvense Steenweg naar de wijk Tornooiveld in Evere, de Staf/4C en I/4C wijken uit naar een alarmkantonnement ter hoogte van Roodebeek in Sint-Lambrechts-Woluwe terwijl de Staf/4Gr en I/4Gr, die zich in Dendermonde bevinden, uitwijken naar Grembergen aan de overkant van de Schelde. Wanneer om 05u10 de Duitse luchtmacht het vliegveld van Evere aanvalt wordt ook het alarmkantonnement van 59Li gebombardeerd. Bij het 59Li vallen er twee dodelijke slachtoffers en meerdere gewonden te betreuren, hetgeen de Staf/6VOC doet vermoeden dat de oorlog is uitgebroken. 

Om 06u00 wordt de Staf/6VOC op de hoogte gebracht van de afkondiging van de algemene mobilisatie (Fase E van het mobilisatieplan) na de Duitse inval in België waardoor eerdere vermoedens bevestigd worden. De EM/TRI geeft ook het bevel de alarmkantonnementen te ontruimen en de oorlogskantonnementen in Oost- en West-Vlaanderen in te nemen. Het mobilisatieplan voorzag dat elk Versterkings- en Opleidingsregiment bij een vijandelijke inval zou uitwijken naar een oorlogskantonnement, ver verwijderd van de vijandelijkheden, om de opleiding in relatieve rust te kunnen voortzetten. Voor het 6VOC is het voorziene oorlogskantonnement de stad Brugge. Onmiddellijk wordt begonnen met de voorbereiding van de evacuatie van de regimenten naar de oorlogskantonnementen in Brugge. Om 06u00 worden ook de verschillende Bataljons Versterking van 59Li, 4C en 4Gr geactiveerd om de tot dan toe vrijgestelde reservisten op te vangen. De Bataljons Versterking kunnen nog niet naar de oorlogskantonnementen worden doorgestuurd en blijven achter op de alarmkantonnementen om de binnenkomende reservisten op te vangen. Zij zullen de Versterkings- en Opleidingsregimenten later vervoegen. II/59Li zal niet in Evere opgevangen worden maar in Sint-Jans-Molenbeek gezien het risico bestaat dat het vliegveld van Evere opnieuw gebombardeerd zal worden. II/4Gr wordt in de Brusselse Prins Albertkazerne geactiveerd.

Staf/6VOC
De staf van het 6VOC regelt de verplaatsing van de verschillende eenheden van hun alarmkantonnement naar hun oorlogskantonnement in Brugge. De regimentsstaven en de bataljons instructie kunnen onmiddellijk verplaatst worden, de bataljons versterking blijven achter op de respectievelijke alarmkantonnementen om de binnenkomende reservisten op te vangen. Volgende verplaatsingen worden op 11 mei uitgevoerd:

  • 59Li: De regimentsstaf en het I/ 59Li verlaten Brussel via het station Schaarbeek-Josapha en installeren zich nog dezelfde dag in de Brugse binnenstad, II/59Li blijft in Sint-Jans-Molenbeek.
  • 4C : De regimentsstaf en het I/4C worden per trein overgebracht naar hun oorlogskantonnementen te Brugge, II/4C blijft in Sint-Lambrechts-Woluwe.
  • 4Gr : De regimentsstaf en het I/4Gr verhuizen naar het oorlogskantonnement van het 4Gr te Brugge, II/4Gr blijft te Brussel in de Prins Albertkazerne
  • 6LD : Het 6de Legerdepot dat zijn standplaats had in de citadel van Diest krijgt het bevel de citadel te ontruimen en wordt te voet naar Begijnendijk geëvacueerd waar ze de nacht van 11 op 12 mei doorbrengen.

Staf/6VOC
De regimentscommandanten worden te Brugge op de Staf/6VOC geconvoceerd en worden er ingelicht over de plannen om het 6VOC naar Frankrijk te evacueren. Voorlopig blijven details uit, het betreft enkel een waarschuwingsorder. De resterende eenheden van 6VOC worden naar Brugge gestuurd. II/4Gr vertrekt kort na de middag vanuit het station van Etterbeek en bereikt Brugge om 18u20, II/59Li vertrekt omstreeks 22u00 vanuit het goederenstation van Tour en Taxis in Sint-Jans-Molenbeek naar Brugge waar ze in de loop van de nacht toekomen. Alleen het 6LD heeft Brugge nog niet bereikt, de troepen van het 6LD worden te voet van Begijnendijk doorgestuurd naar Duffel waar ze de nacht van 12 op 13 mei doorbrengen.

Staf/6VOC
De rekruten van de klas ’40 die nog moeten worden opgeleid zullen naar Frankrijk worden doorgestuurd om daar hun opleiding te vervolledigen. Door de snelle opmars van de Duitsers wordt het voor het Groot Hoofdkwartier (GHK) snel duidelijk dat de verdere opleiding enkel in Frankrijk, ver achter de linies, kan gebeuren. Alle eenheden van de VOC’s die niet ingezet werden voor de beveiliging van Brussel ontvangen om 14u00 het schriftelijk bevel van de EM/TRI om naar Frankrijk te vertrekken. Dit naar analogie van wat er tijdens de Eerste wereldoorlog gebeurde. Het overbrengen van de versterkingsbataljons naar Frankrijk was echter een minder goed idee want eens de bataljons op spoor gezet en naar Frankrijk geëvacueerd, kunnen ze niet meer instaan om de verliezen geleden door de regimenten tijdens de achttiendaagse veldtocht terug aan te vullen. De verplaatsing naar Frankrijk is echter totaal niet voorbereid. Er is geen voorafgaandelijke regeling met de Franse militaire noch burgerlijke overheid, er zijn geen voorafgaandelijke verkenningen van kantonnementen uitgevoerd, er is slechts proviand voor twee dagen en er bestaat geen logistieke organisatie voor herbevoorrading in Frankrijk. Daarenboven moeten de commandanten van de respectievelijke VOC’s zelf vervoer per spoor regelen door de treinen te gebruiken die het 7de Franse Leger van generaal Giraud [2] naar Zeeland hadden gebracht. Het bevel om de VOC’s naar Frankrijk te evacueren komt echter geen dag te vroeg want dezelfde dag nog steken de Duitsers om 16u00 de Maas over te Sedan en begint hun opmars naar de Atlantische kust met als opzet zoveel mogelijk geallieerde troepen te omsingelen.

De manschappen van het 6LD kunnen in de late avond te Duffel de trein naar Brugge nemen waar ze de volgende dag zullen toekomen.

Het station van Brugge van waaruit het 6VOC naar Frankrijk vertrok op 14 en 15 mei.

Het station van Brugge van waaruit het 6VOC naar Frankrijk vertrok op 14 en 15 mei.

Staf/6VOC
Het 6VOC ontvangt acht treinstellen van de SNCF voor het transport naar Frankrijk, elk van de drie regimenten zal in twee treinstellen vervoerd worden. De twee treinen van het 4C vertrekken als eerste en verlaten het station van Brugge om 20u20. 

Staf/6VOC
Het 59Li vertrekt als tweede eenheid van het 6VOC en verlaat Brugge om 00u30 gevolgd door het 4Gr. Het 6LD, de drie onafhankelijke Compagnies en de Staf/6VOC verlaten al laatste het station van Brugge met de twee overblijvende treinen. 

Het interneringskamp van Barcarès waar de eenheden van het 6VOC tijdelijk werden in ondergebracht.

Staf/6VOC
Wanneer de Staf/6VOC exact vertrokken is naar Frankrijk is niet geweten, enkel dat na het vertrek van zijn eenheden per trein de Staf de verplaatsing naar Frankrijk per auto maakte en op 18 mei in Rivesaltes (Pyrénées Orientales) opduikt. Op dat ogenblik komen ook de eerste eenheden toe in Rivesaltes van waaruit zij naar het kamp van Le Barcarès gestuurd worden. Dit kamp van houten barakken en tenten werd in februari 1939 gebouwd door de Franse overheid voor het opvangen van gevluchte republikeinse troepen van de Spaanse burgeroorlog [3]. De installaties bevinden zich aan de kust ten noordwesten van Perpignan. In het kamp bevinden zich naast nog enkele Spaanse bannelingen ook Franse troepen uit Senegal en Marokko en het 4de Regiment van het Vreemdelingenlegioen.

Aankomstvolgorde van de eenheden van 6VOC:

  • 18 mei: het volledige 4C, I/59Li en de onafhankelijke compagnies van het 6VOC
  • 19 mei: I/4Gr en II/59Li
  • 21 mei: II/4Gr en het 6LD

Na de aankomst van II/4Gr en het 6LD bedraagt het totaal aantal militairen van 6VOC ondergebracht in het kamp van Le Barcarès tegen de 9.000 man.

Staf/6VOC
De levensomstandigheden in het kamp van Le Barcarès zijn ronduit rampzalig. Het kamp zit vol vlooien en muggen en de Belgen zitten met de handen in het zijn wanneer grote groepen militairen zich ziek melden. Het 6VOC tracht nieuwe kantonnementen te bekomen via de Belgische en Franse militaire overheden.

Staf/6VOC
Generaal-majoor Coquenet, bevelhebber van het 6VOC, bezoekt het kamp en stelt met eigen ogen vast hoe erg de Belgen er aan toe zijn. GenMaj Coquenet vertrekt echter zonder een oplossing aan de reiken en vraagt aan Kolonel Borgerhoff regimentscommandant van het 59Li om tijdelijk het commando over de regimenten van het 6VOC op zich te nemen tot er een oplossing voor het probleem gevonden is. De Belgische militairen zijn bijzonder misnoegd niet in het minst bij het 4C dat het bijzonder zwaar te verduren heeft en dat na nog geen twee dagen in het kamp reeds zo’n 50 zieken per compagnie telt. Wanneer bij het 4C een militair aan ziekte overlijdt wordt de schuld onmiddellijk op het vlooienprobleem gestoken [4]. Op verschillende plaatsen in het kamp steken Belgische soldaten barakken in brand. De wacht moet tussenbeide komen en er wordt een schildwacht bij de deur van elke barak geplaatst.

Staf/6VOC
Kolonel Borgerhoff voert de druk op de Franse militaire overheid op en dreigt er mee om met zijn mannen desnoods manu militari uit te breken als er geen nieuwe kantonnementen gevonden worden. De situatie dreigt uit de hand te lopen wanneer de Fransen de militairen van het Vreemdelingenlegioen willen inzetten om de orde in het kamp te herstellen. De Belgische en Franse militaire overheden bereiken een overeenkomst om het 6VOC naar de streek van Roussillon te verplaatsen. Het vertrek van het 6VOC zal over drie dagen verdeeld worden door een gebrek aan treinstellen bij de SNCF. De eenheden van het 6VOC verlaten op volgende dagen het kamp van Le Barcarès. Het 4C, dat het ergst onder de slechte levensomstandigheden had geleden mag gelukkig als eerste vertrekken. Om 13u30 worden ze met vrachtwagens opgehaald te Le Barcarès en naar het station van Rivesaltes gebracht. Daar kunnen ze om 16u30 aan boord van een trein stappen die hen aan het eind van de dag nog naar het station van Moux brengt.

Staf/6VOC
Het 59Li verlaat het ellendige interneringskamp om 02u00 ’s ochtends en wordt met vrachtwagens naar het station van Rivesaltes gebracht. Ze stijgen in op een klaarstaande trein en reizen zo’n 90Km noordwaarts tot het station van Moux, in het departement van de Aude, waar het regiment de trein verlaat. Er rest het regiment nog een voetmars van 18 kilometer tussen de wijngaarden naar Rieux-Minervois en Peyriac-Minervois waar ze rond 16u00 toekomen.

Staf/6VOC
Het 4Gr verlaat samen met het 6LD als laatste het kamp van Le Barcarès en wordt te Rivesalte op de trein gezet naar Marseillette. De trein komt nog de zelfde dag aan. De overbrenging van het 6VOC naar het zuiden van Frankrijk is succesvol afgerond.

Sector van 6VOC ten oosten van Carcassonne.

Sector van 6VOC ten oosten van Carcassonne (projectie op recente kaart).

Staf/6VOC
Het volledige 6VOC heeft nu kantonnementen ingenomen in het departement van de Aude ten oosten van Carcassonne en bevindt zich in volgende locaties:

  • Staf/6VOC: La Redorte,
  • Staf/59Li en I/59Li te Rieux-Minervois, II/59Li te Peyriac-Minervois,
  • Staf/4C en I/4C te Moux, II/4C te Puychéric,
  • Staf/4Gr en I/4Gr te Laure-Minervois, II/4Gr te Caunes-Minervois,
  • SchoolCie/6VOC te La Redorte,
  • Cie Instr C47mm en Cie Instr Mor te Azille
  • 6LD te Marseillette.

Staf/6VOC
Nadat de verplaatsing van de VOC’s naar Zuid-Frankrijk uiteindelijk is beëindigt en alle eenheden een onderkomen hebben gevonden in de verschillende steden en dorpen van de midi voert de EM/TRI een administratieve vereenvoudiging in door het 6VOC samen met het Versterkings- en Opleidingscentrum van de Artillerie (VOC/Aie) onder bevel van GenMaj Coquenet te plaatsen. Het VOC/Aie heeft kantonnementen ingenomen gecentreerd rond het stadje Limoux ten zuiden van Carcassonne. Het 6VOC hervat eindelijk de opleiding van zijn militairen. Er is voldoende voedsel te bekomen via de Intendance en het moreel van de Belgen is dan ook al snel hersteld.

Staf/6VOC in Frankrijk
Het Belgische leger capituleert in Vlaanderen. De Belgische regering in ballingschap in Frankrijk beslist dat de Belgische eenheden, die zich niet in de zone van ons veldleger in Vlaanderen bevonden op 28 mei, buiten het capitulatieakkoord blijven. Ze zullen onder bevel van de Minister van Landsverdediging, Luitenant-generaal Denis, de strijd voortzetten aan de zijde van de geallieerden. 

Staf/6VOC in Frankrijk
Onder druk van de Fransen stemt de Belgische regering in ballingschap op 29 mei in om de 7de Infanteriedivisie (7Div), die zich na de gevechten aan het Albertkanaal teruggetrokken heeft in Bretagne, terug operationeel te maken met de bedoeling deze grote eenheid zo snel mogelijk in te zetten aan de zijde van het Franse leger. De Belgische regering denkt er aan een nieuw veldleger van zes infanteriedivisies en een tankdivisie samen te stellen waarbij de 7Div als eerste paraat zal gesteld worden. 

Op 29 mei komt het 5de Territoriaal Bataljon (5TerBon) aan in de sector van het 6VOC om er onder bevel van de Staf/6VOC geplaatst te worden. Het 5TerBon wordt doorgestuurd naar Villeneuve-Minervois. 

Staf/6VOC in Frankrijk
De 7Div heeft tijdens de gevechten aan het Albertkanaal echter zware verliezen geleden en is dringend aan versterking toe en de Minister van Landsverdediging denkt in eerste instantie aan de eenheden die onder bevel staan van de EM/TRI om de effectieven van deze divisie aan te vullen. De EM/TRI ontvangt dan ook op 30 mei al het bevel om zo’n 140 officieren en 4.500 manschappen aan te duiden om de rangen van de 7Div opnieuw aan te vullen. Luitenant-generaal Wibier, commandant van de TRI, beslist om in eerste instantie de versterkingsbataljons aan te duiden voor het leveren van de nodige versterkingen. Hij wil de opleiding van de jonge rekruten in de instructiebataljons niet onderbreken. Het merendeel van de versterkingen, 45 officieren en 1.650 manschappen, dient te komen van het 6VOC die niet alleen de versterkingen voor het 9Li, 1C en 1Gr, maar ook voor de ontdubbelingsregimenten 18Li, 2C en 2Gr in zijn rangen groepeert. De te leveren manschappen moeten in eerste instantie worden gezocht onder de naar Frankrijk gevluchte van hun eenheid geïsoleerde militairen en onder de ervaren reservisten van de versterkingsbataljons. De detachementen moeten vervolgens aangevuld worden met miliciens van de klas 40 met met minimum vier maanden dienst. De Staf/6VOC geeft de nodige orders aan de regimenten om het versterkingsdetachement samen te stellen. Majoor Currinckx, bataljonscommandant van II/4Gr wordt aangeduid als commandant van het versterkingsdetachement van 6VOC. .

2 juni

Detachement Currincks/6VOC in Frankrijk
Vanuit het station van Capendu vertrekt om 23u00 een trein richting Bretagne met aan boord het detachement van Majoor Currinckx bestaande uit de versterkingen van het 59Li (13 officieren en 550 man), de versterkingen van het 4C (16 officieren en 1.000 man) en de versterkingen van 4Gr (14 officieren en 561 man).  De versterkingen zijn respectievelijk bestemd voor het 18Li, het 2C en het 2Gr.

Staf/6VOC in Frankrijk
Na het vertrek van het detachement van Majoor Currinckx wordt het dispositief van het 6VOC aangepast. Het volledige 59Li (Staf, I/59Li en II/59Li(-)) installeert zich in Rieux-Minervois, het volledige 4C (Staf, I/4C en II/4C(-)) installeert zich in Moux en het volledige 4Gr (Staf, I/4Gr en II/4Gr(-)) installeert zich in Laure-Minervois. De SchoolCie wordt opgesplitst in een Nederlandstalige en een Franstalige compagnie die samen in La Redorte ondergebracht worden, de Cie Instr C47mm en de Cie Instr Mor blijven in Azille. Het 5TerBon, een 500-tal man sterk, en het 6LD  behouden hun kantonnementen  in respectievelijk  Villeneuve-Minervois en marseillette.

4 juni 1940

Staf/6VOC in Frankrijk
De Generale Staf van de Versterkings- en Opleidingstroepen (EM/TRI)  is deels ingegaan op een Frans verzoek om 20.000 militairen te leveren voor het uitvoeren van veldwerken ten voordele van de Franse divisies opgesteld in tweede echelon langs de Seine, in Parijs en langs de Marne. In eerste instantie worden de Bataljons Versterking aangeduid voor deze opdracht teneinde de opleiding van de jonge rekruten niet te onderbreken. Gezien de Bataljons Versterking van het 6VOC reeds zijn ingezet om de 7Div te versterken dient het 6VOC voor deze opdracht geen eenheden aan te duiden.

6 juni 1940.

Staf/6VOC in Frankrijk
Op 6 juni bevestigen de Fransen hun vraag om nog eens 20.000 militairen extra te leveren om veldwerken uit te voeren. De EM/TRI dient 16.000 manschappen te leveren en ziet zich nu genoodzaakt om ook de Bataljons Instructie met deze opdracht te gelasten. Het 6VOC krijgt opdracht van de EM/TRI om twee werkbataljons met rekruten samen te stellen. De Staf/6VOC duidt op zijn beurt het 59Li en het 4C aan om hun instructiebataljon om te vormen tot een werkbataljon bestaande uit 11 officieren en 760 manschappen verdeeld over drie compagnies van 180 man. Elke compagnie moet bestaan uit drie pelotons waarvan slechts één peloton uitgerust mag worden met individuele bewapening en een dotatie van 60 patronen de man. In I/4Gr wordt niet met deze opdracht belast en blijft achter in zijn kantonnement.

8 juni 1940

Werkbataljons/6VOC in Frankrijk
Beide werkbataljons begeven zich vanuit hun respectievelijk kantonnement te voet naar het station van Capendu waar ze om 11u15 per trein vertrekken naar Creil aan de Oise ten noorden van Parijs. De nacht van 8 op 9 juni wordt in de trein doorgebracht.

9 juni 1940

Werkbataljons/6VOC in Frankrijk
De twee werkbataljons komen laat in de avond toe in Creil en worden van hieruit per trein doorgestuurd naar Senlis waar ze de volgende ochtend om 05u00 ’s morgens toekomen. In Senlis is niemand in staat om een opdracht te geven aan de bataljons die dan maar beslissen te voet naar het zuiden te trekken. Gedeeltelijk te voet, gedeeltelijk gebruik makende van camions van het Franse leger bereiken beide bataljons Malesherbes van waaruit ze per spoor kunnen verder reizen tot juist voor Orleans. Hier moeten ze te voet de Loire zien te passeren om vervolgens ergens te zuiden van de Loire opnieuw treintransport te vinden. De bataljonscolonnes vallen uiteen en de manschappen keren in kleine groepjes, al dan niet omkaderd, terug naar hun kantonnementen in de Aude.

13 juni 1940

Detachement Currinckx/6VOC in Frankrijk
De integratie van de versterkingen in de 7Div verloopt moeizaam en het blijkt niet mogelijk te zijn om de drie regimenten van de 7Div behoorlijk te reorganiseren. De Fransen hadden ook al laten verstaan dat zij niet in staat waren om meer dan twee infanterieregimenten uit te rusten. Daarenboven had Generaal-majoor Van Daele, commandant van de 7Div, zijn twijfels over de motivatie van de oudere militairen van de Versterkingsbataljons die door het 6VOC naar Bretagne werden gestuurd. Op 13 juni wordt het Dagelijks Order Nr 14 van de 7Div uitgevaardigd waarmee GenMaj Van Daele kenbaar maakt dat het 2Gr niet meer zal heropgericht worden en dat de divisie zal reorganiseren naar het model van de Franse lichte divisies. De volgende reorganisatie vindt plaats:

  • De 7Div zal slechts twee infanterieregimenten meer bevatten het 18Li en het 2C;
  • De militairen die behoorden tot het oorspronkelijke 2Gr en die vanuit België met de divisie mee naar Frankrijk zijn getrokken worden gegroepeerd in één bataljon en aangehecht aan het 2C maar mogen hun kentekens behouden en zullen in 2C verder blijven bestaan als het Bataljon Grenadiers (II/2C);
  • Het Wielrijderseskadron van de 7Div gaat over naar het 18Li.

Door het inéénschuiven van regimenten zijn de gedesavoueerde versterkingen van het 6VOC niet langer nodig om de 7Div op peil te brengen.

Detachement Currinckx/6VOC in Frankrijk
Gezien het gebrek aan vertrouwen in de versterkingsbataljons van 6VOC moeten ze de 7Div alweer verlaten. Omdat er nog steeds werkbataljons te weinig zijn volgens de beloften gemaakt aan van de Fransen wordt het II/59Li samen met twee compagnies van II/56Li omgevormd tot een werkbataljon. Een gedeelte van de manschappen van II/59Li (4 officieren en 409 manschappen) onder leiding van Lt Leroy wordt tezamen met een detachement van II/56Li (4 officieren en 420 manschappen) onder leiding van Cdt Joris naar het station gebracht van Le Roc-Saint-André. Het detachement van Lt Leroy stapt uit te Auray (Morbihan) en het detachement van Cdt Joris spoort door tot Saint-Nazaire (Loire-Inférieure). De twee compagnies van II/59Li worden ter beschikking gesteld van de SNCF om allerlei taken uit te voeren. De resterende manschappen van het 6VOC (561 man van II/4Gr, 1.000 man van II/4C en 50 man van 59Li) samen met een handvol zieke en ongeschikte militairen van het 7ChA worden onder bevel van Majoor Currinckx op de trein gezet en teruggestuurd naar Toulouse. De trein doet er vijf dagen over om Toulouse te bereiken en wordt maar eenmaal bevoorraadt onderweg, namelijk op 20 juni in Bordeaux. Bij aankomst van de trein in het station van Toulouse wordt het detachement van Maj Currinckx door de verkeersregelingscommissaris onderschept en  doorgestuurd naar Grenade waar ze opgevangen worden door het 3de Versterkings- en Opleidingscentrum (3VOC). Pas op 6 juli kunnen de resterende manschappen van het Detachement Currinckx hun weg verderzetten en terugkeren naar hun respectievelijke regimenten.

17 juni 1940

Staf/6VOC in Frankrijk
Het uitsturen van de werkbataljons was slecht voorbereid en de uitvoering van de opdracht liep volledig in het honderd. Het Franse leger was niet in staat de Duitse stormloop te stuiten en al snel moesten de werkbataljons teruggestuurd worden. De terugkeer van de werkbataljons van het 6VOC verliep niet van een leien dakje. Een gedeelte van de manschappen werd gevangen genomen en de rest keerde in kleine groepjes terug. Daarenboven kondigt Maréchal Pétain op 17 juni om 13u30 in een radiotoespraak aan de Franse bevolking de nakende capitulatie van Frankrijk aan. Vanaf dan beginnen de Fransen te onderhandelen met de Duitsers. Een wapenstilstand is niet meer ver af. 

22 juni 1940

Staf/6VOC in Frankrijk
Op 22 juni capituleren de Fransen en ondertekenen ze een wapenstilstandsverdrag met de Duitsers in Compiègne. Het Vichy regime is niet langer gemachtigd om de Belgische oorlogsinspanningen te steunen want in het verdrag dat Frankrijk op 22 juni te Compiègne met de Duitsers ondertekent verbindt Frankrijk er zich toe de aanwezige Belgische militairen ten zuiden van de demarcatielijn te ontwapenen en aan Duitsland uit te leveren. Duitsland wil kost wat kost voorkomen dat de ongeveer 150.000 Belgische militairen die zich nog in Zuid-Frankrijk bevinden naar Engeland of Congo zouden worden overgebracht om daar de strijd aan de zijde van de geallieerden voort te zetten. De praktische modaliteiten voor een de uitlevering van de Belgische militairen zullen nog een tijdje op zich laten wachten. 

Door de geleden verliezen moet gereorganiseerd worden. Het 6LD en het 5TerBn worden ontbonden. Het personeel van beide eenheden wordt overgeplaatst naar het 18de Bataljon Hulptroepen (18HuT) dat nieuw wordt opgericht en dat onder bevel van 6VOC komt te staan.

augustus 1940

Staf/6VOC in Frankrijk
Vanaf begin augustus worden demobilisatiebewijzen verleend aan al diegenen die over transport beschikken om naar België terug te keren. Sommigen maken gebruik van door het Belgisch leger in beslag genomen voertuigen die gebruikt werden om de tocht naar Frankrijk mee uit te voeren. Anderen worden opgehaald door bussen en vrachtwagens uitgestuurd door de burgemeesters van hun gemeente van herkomst. Via het Rode Kruis wordt het mogelijk om terug contact op te nemen met familie in België, dit voor de eerste keer sinds de manschappen België verlieten op 14 mei. De meeste militairen van het 6VOC verlaten op 23 augustus hun kantonnementen in de Aude om per trein vanuit Moux naar ons land te worden teruggebracht. Voor zij de treinreis naar België aanvatten worden zij nog in Frankrijk gedemobiliseerd en met onbepaald verlof gestuurd.

Slachtoffers

[table “94” not found /]

 

Bibliografie en Bronnen

  1. Achtergrondinformatie bij de kazerne Prins Boudewijn [On Line Beschikbaar]: https://belgiummilitary.wordpress.com/vastgoed-geklasseerd-per-gemeente/schaarbeek-2/schaarbeek-kazerne-kwartier-prins-boudewijn/  [Laatst geraadpleegd 20 februari 2022].
  2. Ten noorden van de Belgisch-Nederlandse grens was er geen aansluiting met het Nederlands verdedigingsdispositief. De Nederlanders hadden zich opgesteld ten noorden van de Rijn waardoor er een gapende opening bestond tussen de Belgische en Nederlandse verdedigingslinies. Dit werd reeds in november opgemerkt door de Franse Generaal Gamelin die een plan liet uitwerken om het 7(FRA)Leger in te zetten tussen de stellingen van de Belgen en de Nederlanders. In zijn order N° 5 van 20 maart 1940 bevestigt Generaal Giraud, commandant van het 7(FRA)Leger , dat zijn eenheid in staat moet zijn om “tout en conservant ses anciennes missions, qui passent à l’arrière plan, a reçu une mission nouvelle d’une importance capitale qui consiste à assurer la liaison entre les armées belge et hollandaise dans la région Nord-Est d’Anvers“. Generaal Giraud beschikt hiervoor over twee legerkorpsen en een “Division Légère Mécanique“, alles tesamen het equivalent van 8 divisies. “L’Armée Giraud en Hollande (1939-1940)”, door Lerecouvreux, Nouveaux Editions Latines, Paris, 1956. [Partieel On Line beschikbaar][Laatst geraadpleegd 22 juli 2019]. Zowel de manschappen als de voertuigen van de Franse eenheden werden per spoor gebracht tot Oost-Vlaanderen. Van hieruit zetten ze hun opmars naar Breda langs de weg verder. De lege treinen van de SNCF bleven achter in de stations van Oost-Vlaanderen en moesten hoe dan ook terugkeren naar Frankrijk. Van die treinen maakten de eenheden van de Versterkings- en Opleidingstroepen gebruik om zich naar Zuid-Frankrijk te verplaatsen.
  3. Achtergrondinformatie bij het kamp van Le Barcarès [On Line beschikbaar]: https://europeanmemories.net/memorial-heritage/camp-dinternement-du-barcares/ en http://memorialdesnomadesdefrance.fr/camp-du-barcares-p-o-1939-1942/ [Laatst geraadpleegd 20 februari 2022]. Door de onaangekondigde aankomst van meerdere VOC’s in het zuiden van Frankrijk vindt de Franse militaire overheid geen andere oplossing dan de Belgische eenheden onder te brengen in de kampen die eerder gediend hebben om Spaanse vluchtelingen op te vangen. Ondertussen is in Parijs de EM/TRI onderhandelingen aan het voeren met de Franse legerstaf om een betere oplossing af te dingen. In afwachting moeten de Belgische militairen in de smerige kampen blijven kantonneren.
  4. Hoofdstuk 6VOC van het dossier Synthese TRI bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  5. Dossier Legerdepots, Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie
  6. L’armée belge de France en 1940, door Jean Jamart Col BEM Hre, uitgeverij Schmitz, Bastogne, 1994