5de Regiment Karabiniers-Wielrijders

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 5de Regiment Karabiniers-Wielrijders | 5ème Régiment de Carabiniers-Cyclistes | 5Cy
Type Versterkings- en Opleidingsregiment
Ontdubbeld van 1ste Regiment Karabiniers-Wielrijders
2de Regiment Karabiniers-Wielrijders
Onderdeel van Versterkings- en Opleidingscentrum Lichte Troepen
Bevelhebber Luitenant-kolonel F. Genonceaux
Standplaats Kazerne Hertog van Brabant, Kruidtuinlaan, Brussel
Kazerne Michotte, Parkstraat (toenmalig) Nr 166, te Leuven
Samenstelling I Bataljon Instructie
(Kapitein-commandant E. Garnir)
1ste Compagnie Fuseliers (Lt A. Godenne)
2de Compagnie Fuseliers (Lt J. Christoph)
3de Compagnie Mitrailleurs (Kapt G. Pirot)
  II Bataljon Instructie
(Kapitein-commandant N. Hutois)
4de Compagnie Fuseliers (Lt H. Schmitz)
5de Compagnie Fuseliers (Lt F. Bonmariage)
6de Compagnie Mitrailleurs (Lt V. Colette)
  III Bataljon Versterking
(Kapitein-commandant L. Demonceau)
7de Compagnie Fuseliers (Cdt A. Bruyer)
8ste Compagnie Fuseliers (Cdt F. Cammaerts)
9de Compagnie Mitrailleurs (Lt R. Poncelet)
  Compagnie Versterking- en Instructie C47 anti-tankkanonnen (Lt A. Van Acker)
  Schoolcompagnie (Cdt Louis Dubuisson)
  Compagnie Diensten (Cdt C. Bauters)

Tijdens de mobilisatie

Staf/5Cy
In vredestijd stonden de verschillende regimenten van het actieve leger zelf in voor de opleiding van hun nieuwe dienstplichtigen (oftewel miliciens). Omdat na de afkondiging van Fase A van het mobilisatieplan op 26 augustus 1939 de gemobiliseerde regimenten van het actief leger hun vredesvoet kazerne onmiddellijk moeten verlaten om hun gevechtsstellingen in te nemen, kunnen zij deze opleidingstaak niet langer op zich nemen. Om deze reden worden de dienstplichtigen die behoren tot de eerste helft van de klas ’40  (oftewel geboren voor 30 juni 1920) samengebracht in Versterkings- en Opleidingscentra (VOC’s). Het 5de Regiment Karabiniers-Wielrijders (5Cy) wordt bijgevolg op 10 februari 1940 in de Kazerne Hertog van Brabant [1] aan de Kruidtuinlaan te Brussel opgericht als een van de twee Versterkings- en Opleidingsregimenten van het Versterkings- en Opleidingscentrum Lichte Troepen (VOC/LT). Het andere opleidingsregiment van het VOC/LT is het 7de Gemotoriseerd Regiment (7Mo). 

Het 5Cy staat in voor de opvang en opleiding van niet-getrainde rekruten en van mobilisatie vrijgestelde reservisten van de verschillende regimenten Karabiniers-Wielrijders (1Cy, 2Cy, en hun ontdubbelingsregimenten 3Cy en 4Cy). Het regiment beschikt op 09 mei over een Staf, twee bataljons instructie met de rekruten van de klas 40, een Schoolcompagnie en een Compagnie Diensten. Het regiment wordt bevolen door Luitenant-kolonel Genonceaux. Het kaderpersoneel is een samenraapsel van oudere beroeps- en dienstplichtige officieren en onderofficieren van de actieve regimenten. 

Op de achtergrond het "Hôpital Saint-Jean" aan de Kruidtuinlaan te Brussel dat in 1935 werd omgevormd tot Kazerne Hertog van Brabant

Op de achtergrond het “Hôpital Saint-Jean” aan de Kruidtuinlaan te Brussel dat in 1935 werd omgevormd tot Kazerne Hertog van Brabant

I/5Cy en II/5Cy
De twee bataljons instructie (I/5Cy en II/5Cy) worden op 10 februari meteen opgericht. De rekruten van de klas 40 die op dat ogenblik al in dienst zijn worden uit hun reguliere regimenten gehaald en ondergebracht bij deze bataljons samen met de pas opgeroepen dienstplichtigen die vanaf maart de bataljons instructie vervoegen. Het 5Cy heeft slechts een beperkte uitrusting. Zo beschikt het regiment maar over 800 fietsen, net genoeg om de helft van de manschappen van een fiets te voorzien.

III/5Cy
Het IIIde Bataljon Versterking (III/5Cy), dat moest instaan voor de opvang van oudere reservisten en vrijgestelden, bestond enkel uit kader en zou pas aangevuld worden met manschappen na de afkondiging van de algemene mobilisatie (Fase E van het mobilisatieplan) naar aanleiding van de start van de vijandelijkheden. In afwachting van de algemene mobilisatie worden de compagnies versterking op non-actief geplaatst. De kern van het IIIde Bataljon Versterking verblijft niet in de Kazerne Hertog van Brabant te Brussel maar heeft zijn standplaats in de gebouwen van de voormalige Krijgsbakkerij aan de Parkstraat 166 te Leuven [2]. Aan de vooravond van de Duitse inval bevonden volgende militairen zich in de eenheid:

  • Kapitein-commandant Demonceau, bevelhebber
  • Adjudant Carlier, boekhouder
  • Sergeant Joris, hulpboekhouder
  • Eerste Sergeant Heinemann, chef van het mobilisatiebureel
  • Sergeant Boussy, chef magazijnier
  • 14 korporaals, waaronder een brievenbesteller en Korporaal Lombaerts, chef kazernering
  • 15 manschappen, allen magazijniers

SchoolCie/5Cy
De Schoolcompagnie (SchoolCie/5Cy) wordt samengesteld uit de Schoolcompagnies van 1Cy en 2Cy en staat in voor de opleiding van kandidaat reserveofficieren en kandidaat reserveonderofficieren van de lichting ’40. De SchoolCie/5Cy wordt bevolen door Kapitein-commandant Louis Dubuisson.

Naoorlogse foto van de Krijgsbakkerij (alias Kazerne Lt Michotte) aan de Parkstraat waar III/5Cy mobiliseerde.

Staf/5Cy
Het gros van het regiment verblijft tot 10 mei in de kazerne Hertog van Brabant te Brussel. Het 5Cy wordt er rond 01u00 gealarmeerd en ontvangt het bevel om bij eerste klaarte vooraf verkende alarmkantonnementen in te nemen te Dilbeek en Sint-Agatha-Berchem. Men vreest immers dat de reguliere kazernes van ons leger gebombardeerd zullen worden door de Duitse luchtmacht en bijgevolg moeten de Versterkings- en Opleidingsregimenten van het VOC/LT zich door een onmiddellijke verhuis in veiligheid stellen. De 1ste Compagnie van I/5Cy wordt onder meer ingekwartierd te Sint-Agatha-Berchem.

Om 06u00 wordt naar aanleiding van de Duitse inval de algemene mobilisatie afgekondigd. Eveneens om 06u00 wordt het bevel gegeven om zoals voorzien in het mobilisatieplan, uit te wijken naar de oorlogskantonnementen die zich in diverse kleinere dorpen en steden van Oost- en West-Vlaanderen bevinden. Het mobilisatieplan voorzag dat elke eenheid van de VOC’s bij een vijandelijke inval zou uitwijken naar een oorlogskantonnement, ver verwijderd van de vijandelijkheden, om de opleiding in relatieve rust te kunnen voortzetten. Het voorziene oorlogskantonnement voor het 5Cy is de streek van Waasmunster. Gedurende de rest van de dag maakt het regiment zich dan ook klaar voor de verplaatsing naar zijn oorlogskantonnement in Oost-Vlaanderen.

III/5Cy
Kapitein-commandant Demonceau wordt om 02u30 door de Provinciecommandant van de Provincie Brabant gealarmeerd en start met de mobilisatie van de staf van zijn bataljon. Om 06u00, na afkondiging van de algemene mobilisatie, worden de oudere reservisten en vrijgestelden opgeroepen om het regiment te vervoegen. Het gaat hier om militairen die omwille van een vrijstelling in de loop van de tweede helft van 1939 terug naar huis gestuurd werden, of nog niet onder de wapens waren geroepen. Het IIIde Bataljon Versterking wordt dan ook geactiveerd en de eerste vrijgestelde reservisten beginnen toe te komen. Iets na 06u00 vertrekt een detachement naar het station van Leuven om de hier toekomende reservisten op te vangen. Demonceau vraagt aan de stationschef van Leuven om drie gesloten goederenwagons klaar te houden voor het transport van zijn overtollig materieel naar Waasmunster. Hij stuurt tevens 1Sgt Heinemann naar de kazerne van de Rijkswacht aan de Dagobertstraat om assistentie te verkrijgen voor de opeising van de drie voorziene vrachtwagens. Heinemann vertrekt met een Rijkswachter naar de drie adressen te Leuven waar de vrachtwagens opgehaald moeten worden, maar de woningen blijken telkens leeg te staan. De bewoners zijn reeds vertrokken en de vrachtwagens zijn nergens te bespeuren.

Tegen het midden van de voormiddag zijn slechts 26 reservisten aangekomen in het station. De Duitse luchtaanval op de Tiensesteenweg en de Tiensepoort heeft het treinverkeer onderbroken. De reeds aangekomen reservisten worden dan maar opgevangen in de gebouwen aan de Parkstraat en niet doorgestuurd naar het alarmkantonnement te Dilbeek. Ook het plan om het overtollige materieel per spoor te evacueren, wordt opgeheven. Luitenant Cornet komt als eerste reserveofficier toe.

SchoolCie/5Cy
De SchoolCie/5Cy wordt nog aangevuld met de leerlingen van de cadettenschool van Saffraanberg die bij de afkondiging van de algemene mobilisatie ontbonden wordt.

Oorlogskantonnementen van het VOC/LT nabij Hamme.

Staf/5Cy
Het 5Cy (-) vertrekt naar zijn voorziene standplaats te Waasmunster. Alle motorvoertuigen worden de baan op gestuurd, samen met de manschappen die over een fiets beschikken. De ongeveer vijfhonderd manschappen die zich te voet dienen te verplaatsen worden in de vroege ochtend naar het Josaphatstation te Schaarbeek [3] gestuurd. Hier worden ze aan boord van een goederentrein geladen en vertrekken om 01u16 per trein naar Waasmunster.

III/5Cy
Aan het begin van de tweede oorlogsdag beschikt het bataljon over een honderdtal militairen. 1ste Sergeant Heinemann wordt opnieuw uitgestuurd naar de Rijkswacht die hem in zijn zoektocht naar de nodige vrachtwagens naar het stadhuis verwijst. Het stadsbestuur stuurt hem terug naar de Dagobertstraat waar de Rijkswachters hem vertellen dat het bataljon maar voorbijrijdende vrachtwagens dient tegen te houden voor opeising. Leuven is dan echter reeds grotendeels verlaten en er wordt vruchteloos gezocht naar vervoersmiddelen.

De Rijkswachters verlaten hun brigade aan de Dagobertstraat in de loop van de voormiddag. De plaatscommandant van Leuven laat weten dat de Duitsers op het punt staan om de stad binnen de vallen en vraagt om het bataljon onmiddellijk te laten afreizen. Dit bericht is erg voorbarig want op dat ogenblik zijn de gevechten op de Dekkingsstelling langs het Albertkanaal nog volop aan de gang.  Luitenant Cornet vertrekt met de aanwezige reservisten te voet naar de Brusselsesteenweg met als opdracht een station uit te kiezen op de spoorlijn Leuven-Brussel om zo per trein Waasmunster te vervoegen. Aan de Parkstraat passeert dan toch een vrachtwagen die prompt in militaire dienst geplaatst wordt door Cdt Demonceau. Het gaat om de Chevrolet vrachtwagen van Georges Goffart uit te Bogaardenstraat. Hij laat de bagage van de overgebleven manschappen opladen, als ook het zilverwerk van de mess officieren van het 2de Regiment Karabiniers-Wielrijders (2Cy). De rest van de uitrusting blijft achter onder bewaking van Sergeant Boussy en een handvol manschappen. Cdt Demonceau belooft een vrachtwagen terug te sturen naar Leuven bij zijn aankomst te Waasmunster.

Staf/5Cy
Het regiment maakt plannen om de opleiding van zijn militairen te hervatten. De staf krijgt in tegenstelling tot de andere Versterkings-en Opleidingsregimenten een waarschuwingsorder dat ze naar Frankrijk zullen moeten vertrekken. Het vroegtijdig lekken van het plan om naar Frankrijk te verhuizen ligt waarschijnlijk bij het feit dat de Staf van het VOC/LT zich in buurt bevond van de Generale Staf der Versterkings- en Opleidingstroepen (oftewel Etat-Major des Troupes de Renfort et d’Instruction – EM/TRI). Het 5Cy zal van deze voorkennis gebruik maken om de reis naar Frankrijk tijdig voor te bereiden.

III/5Cy
Bij dageraad bereikt de vrachtwagen van Cdt Demonceau het kantonnement van het regiment te Waasmunster. Het voertuig wordt uitgeladen en Cdt Demonceau rijdt zoals eerder beloofd met twee vrachtwagens terug naar Leuven. De tocht verloopt vlot en tijdens de namiddag kan al een deel van het in Leuven achtergelaten materieel ingeladen worden. Niet alles kan worden meegenomen en er blijft nog een hele hoop uitrusting achter te Leuven. Sergeant Boussy, de korporaals Lombaerts, Gerard en Cloes en Soldaat Badet blijven bij het materieel te Leuven. Bij aankomst van de twee vrachtwagens te Waasmunster wordt één van de vrachtwagens voor de tweede keer teruggestuurd naar de Krijgsbakkerij om de rest op te halen. 

Staf/5Cy
Het Groot Hoofdkwartier (GHK) bevestigd nu officieel dat rekruten van de klas ’40 naar Frankrijk zullen worden doorgestuurd om daar hun opleiding te vervolledigen. Door de snelle opmars van de Duitsers was het voor het GHK snel duidelijk dat de verdere opleiding enkel in Frankrijk, ver achter de linies, kon gebeuren. Alle eenheden van de VOC’s die niet ingezet werden voor de beveiliging van Brussel ontvangen op 13 mei om 14u00 het schriftelijk bevel van hun VOC om zich klaar te maken voor de verplaatsing naar Frankrijk. Dit naar analogie van wat er tijdens de Eerste Wereldoorlog gebeurde. Het overbrengen van de versterkingsbataljons naar Frankrijk was echter een minder goed idee want eens de bataljons naar Frankrijk geëvacueerd, konden ze niet meer instaan om de verliezen geleden door de regimenten tijdens de Achttiendaagse veldtocht terug aan te vullen.

De verplaatsing naar Frankrijk was totaal niet voorbereid. Er was geen voorafgaandelijke regeling met de Franse militaire noch burgerlijke overheid, er waren geen voorafgaandelijke verkenningen van kantonnementen, er was slechts proviand voor twee dagen en er bestond geen logistieke organisatie voor herbevoorrading in Frankrijk. Daarenboven moesten de commandanten van de respectievelijke VOC’s zelf vervoer per spoor regelen door de treinen te gebruiken die het 7de Franse Leger [7(FRA)Leger] van generaal Giraud naar Zeeland hadden gebracht [4]. Het bevel om de Versterkings- en Opleidingsregimenten naar Frankrijk te evacueren kwam echter geen dag te vroeg want op 13de mei steken de Duitsers rond 16u00 de Maas over te Sedan en beginnen hun opmars naar de Atlantische kust met als inzet zoveel mogelijk geallieerde troepen te omsingelen. Het 5Cy gaat op zoek naar de nodige transportmiddelen voor de evacuatie van het regiment uit het Waasmunster.

De stationschef van Waasmunster duidt een treinstel aan dat op dat ogenblik nog munitie voor het 7(FRA)Leger bevat. Twee van de wagons zijn al uitgeladen, maar de Franse militairen hebben een pauze ingelast om de manschappen te laten uitrusten. Kaptein-commandant Garnir van het Iste Bataljon Instructie wordt aangeduid als treincommandant en wil zijn manschappen laten helpen bij het verder uitladen van de trein. De Fransen weigeren echter alle hulp zodat Garnir alleen de reeds lege wagons kan laten vullen.

III/5Cy
Luitenant Cornet en zijn detachement zijn helemaal te voet van Leuven naar Jette gemarcheerd om een trein te kunnen vinden die hen naar het oorlogskantonnement van het 5Cy kan brengen. Het detachement Cornet bereikt nu ook Waasmunster. Er wordt ook op 13 mei nog twee keer over-en-weer gereden naar Leuven, maar dan worden de pogingen om het materieel uit Leuven te recupereren opgeheven. Korporaal Lombaerts sluit de deuren van het depot, maar kan zowel op het stadhuis als op het militaire plaatscommando niemand meer vinden voor de overgave van de sleutels van het kwartier. Cdt Demonceau kan te Waasmunster eindelijk overgaan tot de samenstelling van zijn bataljon. Luitenant Cornet wordt de adjunct van de bataljonscommandant. Adjudant Carlier wordt tweede adjunct. De 7de, 8ste en 9de Compagnie komen onder het bevel te staan van respectievelijk Kapitein-commandant Bruyer, Kapitein-commandant Cammaerts en Luitenant Poncelet.

Staf/5Cy
Het regiment bevindt zich nog te Waasmunster en is nog steeds in de weer met het laden van hun materieel in de Franse munitietrein. Aangezien de trein die zich in Waasmunster bevindt niet groot genoeg is om het volledige regiment mee te vervoeren neemt Luitenant-kolonel Genonceaux de beslissing het regiment in drie detachementen op te delen:

  • Een eerste detachement “wielrijders te voet” bestaande uit III/5Cy en de militairen zonder fiets van I/5Cy en II/5Cy zal in Waasmunster op de trein stappen van zodra die klaar is. Dit detachement komt onder bevel van Cdt Garnir te staan die wordt bijgestaan door Cdt Bruyer.
  • Het tweede detachement “wielrijders per fiets”, onder bevel van Cdt Hutoit, omvat de militairen van I/5Cy en II/5Cy die over een fiets beschikken, de Schoolcompagnie en de Compagnie Diensten met zijn rijtuigen. Dit detachement zal wachten in Waasmunster tot er een tweede trein beschikbaar is. Cdt Hutoit wordt bijgestaan door Cdt Dubuisson.
  • Een derde detachement omvat alle motorrijtuigen van de staf die Frankrijk zullen vervoegen langs de baan.

Detachement wielrijders te voet/5Cy
De manschappen van het Detachement wielrijders te voet/5Cy vertrekken die dag nog om 18u00 van uit het station van Waasmunster. Het treinstel zet aanvankelijk via Belsele koers naar Sint-Niklaas [5]. 

Staf/5Cy
De Staf/ 5Cy wordt op de hoogte gebracht dat de bestemming van het regiment in Frankrijk het stadje Lunel nabij Montpellier is. Vanuit Adinkerke ontvangt de Staf/5Cy ’s avonds te Waasmunster een bericht van de Staf VOC/LT dat het detachement wielrijders per fiets de volgende ochtend een trein kan nemen in het naburige Zele.

Detachement wielrijders per fiets/5Cy
De achterblijvers krijgen te horen dat er geen tweede trein meer naar Waasmunster gestuurd zal worden maar dat ze kunnen instijgen op een trein in het nabijgelegen station van Zele.  Diezelfde nacht nog verplaatst het Detachement wielrijders per fiets/5Cy, ook wel de ‘Groupe Vélo’ genoemd, zich naar Zele.

Detachement wielrijders te voet/5Cy
Via Sint-Niklaas bereikt het treinstel van het Detachement wielrijders te voet/5Cy Gent tijdens de tweede helft van de nacht. De manschappen die over een persoonlijk wapen beschikken – ongeveer de helft van het detachement – krijgen hier een kleine dotatie munitie. Vervolgens rijdt de trein verder via Brugge, Torhout, Lichtervelde, Roeselare en Kortrijk naar Tourcoing waar ze op 17 mei toekomen.

 

Staf/5Cy
Nadat het Detachement wielrijders per fiets/5Cy in de vroege ochtend per trein uit Zele vertrokken is, verlaat de colonne motorvoertuigen van de staf Waasmunster en zet koers naar Adinkerke waar ze hopen contact op te nemen met de tweede trein. De voertuigen komen rond 18u00 aan in Adinkerke maar worden door de Staf VOC/LT onmiddellijk doorgestuurd naar Duinkerke om er op een trein geladen te worden. Ze kunnen geen contact meer maken met het Detachement wielrijders per fiets dat vanaf nu op zichzelf is aangewezen.

Detachement wielrijders per fiets/5Cy
De wielrijders worden tijdens de nacht van 15 op 16 mei te Zele aan boord van een trein geladen. Via Lokeren en Gent wordt doorgereden naar de eerste bestemming van de trein, de grensgemeente Adinkerke [6].

Staf/5Cy in Frankrijk
Eens aangekomen in Duinkerke blijkt er geen enkele trein meer beschikbaar te zijn om de voertuigen van de staf mee te nemen naar het zuiden. LtKol Genonceaux krijgt van de Franse militaire autoriteiten opdracht om met zijn personeel te kantonneren in Bourbourg een 18 tal kilometer ten zuidwesten van Duinkerke. De motorvoertuigen van de staf rijden van Duinkerke naar Bourbourg en nemen er een kantonnement in.

Detachement wielrijders te voet/5Cy
De trein is de Franse grens kunnen oversteken en wacht de ganse dag te Tourcoing op een treinpad naar het zuiden. Uiteindelijk wordt via Saint-Omer doorgereden naar Calais.

Detachement wielrijders per fiets/5Cy
De trein komt toe te Adinkerke en wordt na de nacht van 17 op 18 mei doorgebracht te hebben in het station van Adinkerke  doorgestuurd naar Duinkerke.

Het station Dunkerque-Maritime waar het Detachement Wielrijders per fiets vast kwam te zitten.

Detachement wielrijders per fiets/5Cy in Frankrijk
De trein met het Detachement wielrijders per fiets/5Cy komt om 10u00 toe in de Gare Maritime van Duinkerke waar het detachement door de Franse autoriteiten wordt tegengehouden. Onmiddellijk na de aankomst van de trein moet de trein ontladen worden en terug ter beschikking gesteld worden van het Franse leger. In hetzelfde station stranden ook de drie onafhankelijke compagnies van het 5de Versterkings- en Opleidingscentrum (5VOC). Cdt Hutoit geeft de nodige bevelen om de trein te ontladen waarna hij beslist om per fiets verder te reizen naar Bourbourg waar zich de staf bevindt. De wielrijders vervoegen tegen de avond de motorcolonne te Bourbourg. De colonne motorvoertuigen zal vanaf nu samen verder reizen met het Detachement wielrijders per fiets/5Cy.

Detachement wielrijders te voet/5Cy
De trein trekt door Frankrijk aan een tergend traag tempo. De bevoorrading is amper voldoende en de manschappen ondergaan de verschrikkelijke treinreis. Na een oponthoud van enkele uren te Calais rijdt de trein door naar Caffiers. Hier wordt overnacht.

Staf en Detachement wielrijders per fiets/5Cy
De regimentscommandant krijgt de opdracht van de Fransen om Bourbourg zo snel mogelijk te evacueren en zich naar Abbeville op de Somme te begeven. Wanneer ze om 19u00 in deze stad toekomen worden ze door de Fransen onmiddellijk doorgestuurd met de opdracht ten zuiden van de Somme een nieuwe kantonnementsplaats te zoeken. De motorvoertuigen en wielrijders verplaatsen zich naar het gehucht Huppy op een 15-tal kilometer ten zuidwesten van Abbeville en slagen er zo in om uit de greep van de Duitsers te blijven. De wielrijders die zich per fiets verplaatsten hebben die dag 150 kilometer afgelegd tussen Bourbourg ten zuiden van Duinkerke en Huppy ten zuiden van de Somme. De nacht van 19 op 20 mei wordt in een kantonnement te Huppy doorgebracht.

Detachement wielrijders te voet/5Cy
Na overnachting te Caffiers bereikt de trein het station van Boulogne. Hier moet weer lang gewacht worden alvorens verder te kunnen rijden. Uiteindelijk dirigeren de Franse spoorwegen het treinstel naar Noyelles-sur-Mer.

Enige uitweg per spoor vanuit Abbeville op 20 mei is de lijn richting Le Tréport via Cahon (projectie op recente kaart).

Staf en Detachement wielrijders per fiets/5Cy in Frankrijk
De motorvoertuigen en wielrijders rijden opnieuw een 80-tal kilometer naar het zuiden en bereiken via Rouen het dorpje Criqueboeuf-sur-Seine op de zuidelijke Seine-oever waar de nacht van 20 op 21 mei wordt doorgebracht.

Detachement wielrijders te voet/5Cy in Frankrijk
Na vijf dagen vastgezeten te hebben op het Noord-Franse spoornetwerk is dit detachement er nog niet in geslaagd Abbeville te bereiken. Tijdens de ochtend van 20 mei komt het Detachement wielrijders te voet/5Cy met grote moeite en veel oponthoud aan te Noyelles-sur-Mer. Hier staan op dat ogenblik nog vier andere Belgische treinstellen, waaronder één treinstel met burgervluchtelingen en het Iste Bataljon Instructie van het 53ste Linieregiment (I/53Li) te wachten. De Fransen houden de Belgische treinen tegen onder het voorwendsel dat de sporen door bombardementen vernield zijn. Terwijl de Belgische treinen tegengehouden worden, rijden twee stellen met Frans geniematerieel voorbij in de richting van Abbeville. Dit zet Cdt Garnir er toe aan een verkenning per moto uit te voeren. Hij vergewist er zich van dat de sporen nog intact zijn waarop de Belgische treinen toelating krijgen verder te rijden richting Abbeville. Het 5Cy volgt het treinstel met de burgervluchtelingen en het I/53Li richting Abbeville.

Het station van Abbeville en het rangeerterrein van "la gare anglaise" op de zuidelijke oever van de Somme waar het 5Cy contact maakte met de vijandelijke voorhoede.

Het station van Abbeville en het rangeerterrein van “la gare anglaise” op de zuidelijke oever van de Somme waar het 5Cy contact maakte met de vijandelijke voorhoede (recente kaart).

Ter hoogte van de spoorwegovergang van Grand-Laviers, op 3 kilometer van Abbeville, moet de trein halt houden om een colonne Franse militairen door te laten. Uiteindelijk wordt Abbeville bereikt om 19u00. Maar ook de voorhoede van de vijand is al in Abbeville toegekomen en wanneer de trein de brug over de Somme passeert en nog slechts 300 meter van het station van Abbeville (het station van Abbeville ligt op de zuidelijke oever van de Somme) verwijderd is, vallen de Belgen onder Duits mitrailleurvuur. Cdt Garnir laat zijn manschappen uitstijgen en dekking zoeken achter de spoorwegbedding. Wanneer de Duitsers de trein proberen te naderen wordt het vuur geopend waardoor de vijand dekking dient te zoeken in een nabijgelegen huizenrij. Tijdens het vuurgevecht sneuvelen de Korporaal Pettens en de Soldaat Macquet. Er vallen ook nog enkele gewonden te betreuren. Gebruik makend van de verwarring probeert Cdt Garnir te ontkomen door de trein rechtsomkeer te laten maken richting Le Tréport (havenstad ten zuiden van Abbeville) [7]. Helaas is de seinwachter die de wissel moet verzetten omgekomen tijdens het vuurgevecht. Aangezien de wissel niet verzet kan worden, zit er niets anders op dan terug te sporen naar Noyelles-sur-Mer. De gesneuvelde militairen en de gewonden worden meegenomen.

In de nacht van 20 op 21 mei komt de trein kort voor 23u00 opnieuw aan in het station van Noyelles-sur-Mer waar het treinstel komt vast te zitten. Cdt Garnir beslist dat er in de trein gekantonneerd zal worden en dat de manschappen hun uitrusting en hun bewapening moeten bij de hand hebben. Aan het station worden drie beveiligingspelotons uitgezet die de toegangen naar het station beveiligen. Het peloton van OLt Ledent van de 1Cie beveiligt de weg naar Abbeville, het peloton van de OLt Beckers van de 7Cie beveiligt de verbindingsweg tussen de weg naar Abbeville en de weg naar Nouvions, Lt Nihan van de 6Cie beveiligt de weg naar Nouvions. De pelotons krijgen de opdracht geïsoleerde elementen tegen te houden en de rest van het regiment te verwittigen wanneer tanks de stad naderen. De wielrijders graven zich snel in, leggen chicanes aan en wachten af.

Duitse opmars tussen 16 en 20 mei. In de nacht van 20 op 21 mei wordt de Franse kust bereikt.

Duitse opmars tussen 16 en 20 mei. In de nacht van 20 op 21 mei wordt de Franse kust bereikt.

Staf/5Cy in Frankrijk
In de nacht van 20 op 21 mei bereiken de Duitsers Noyelles-sur-Mer aan de monding van de Somme. Hierdoor raken heel wat Belgische en geallieerde eenheden ingesloten door de Duitsers. Door vertragingen onderweg naar het zuiden van Frankrijk wordt uiteindelijk hun terugtocht afgesneden. De colonne motorvoertuigen en het detachement wielrijders per fiets blijven die dag te Criqueboeuf-sur-Seine waar ze buiten bereik zijn van de Duitsers. De Duitse divisies zullen zich in eerste prioriteit bekommeren om de ingesloten troepen te neutraliseren vooraleer verder zuidwaarts te trekken.

Detachement wielrijders per fiets/5Cy in Frankrijk
Vanuit Criqueboeuf-sur-Seine wordt verder gereisd naar het zuiden waarbij dagelijks tussen 60 en 80 kilometer worden afgelegd. Er wordt achtereenvolgens gekantonneerd te Sainte-Marie d’Attez en Bretoncelles. 

Noyelle-sur-Mer aan de monding van de Somme waar het Detachement Wielrijders te voet kwam vast te zitten.

Noyelles-sur-Mer aan de monding van de Somme waar het Detachement wielrijders te voet kwam vast te zitten (projectie op recente kaart).

Detachement wielrijders te voet/5Cy in Frankrijk
Omstreeks 02u00 duiken Duitse infanteristen op nabij het station van Noyelles. De manschappen van het peloton Ledent openen het vuur en beletten de vijand de doorgang. Bij het vuurgevecht sneuvelt Soldaat Derreumaux evenals een Duitse militair en wordt de Soldaat Dobbeleer ernstig verwond. Hij wordt door de Duitsers afgevoerd naar het hospitaal van Saint-Riquier waar hij de dag nadien overlijdt aan zijn verwondingen. Het peloton van OLt Ledent, volledig samengesteld uit rekruten van de lichting ’40, wordt gevangen genomen.

Het peloton Beckers dat werd ondersteund door enkele Fransen slaagt erin de Duitse infiltratie te stoppen zonder verliezen te lijden. Een estafette wordt uitgestuurd naar het station van Noyelles om Cdt Garnir, die er zijn CP had opgesteld, te verwittigen van de komst van de Duitsers. Het peloton Beckers kan het gevecht afbreken en het gros van 5Cy vervoegen. Gealarmeerd door de schoten bij de andere beveiligingsposten nemen de manschappen van het peloton Nihan hun stellingen in. Bij contact met de Duitse voorhoede sneuvelt de Korporaal Leruth achter zijn MG. Het peloton raakt ingesloten en wordt op één man na krijgsgevangen genomen.

Even later naderen enkele vijandelijke pantservoertuigen het station en nemen de trein onder vuur. Bij de gevechten in Noyelles sneuvelt ook nog de Sergeant Reuter. Door het kordaat optreden van de uitgezette schildwachten kon de trein op tijd geëvacueerd worden. Cdt Garnir stuurt zijn manschappen langs de oevers van de Somme richting Saint-Valéry-sur Somme. Om te kunnen ontsnappen aan de alomtegenwoordige Duitsers wordt besloten het detachement op te splitsen en in kleine groepjes die elk afzonderlijk zullen proberen de Somme over te steken en het verzamelpunt Le Tréport te bereiken.

Deze wanhoopsmissie zal slechts ten dele slagen. Een honderdtal man van het detachement wielrijders te voet wordt gevangen genomen. Daar waar het grootste gedeelte van het detachement erin slaagt de brug over de Somme in Noyelles te gebruiken vooraleer de Duitsers de brug bezetten, raken enkele detachementen afgesneden van het gros van 5Cy. Ter illustratie het wedervaren van Cdt Bruyer en de 7Cie. Wanneer de 7Cie bij de brug van Noyelles toekomt is deze reeds bezet door de vijand. Cdt Bruyer trekt verder langs het estuarium van de Somme in de hoop per boot overgezet te kunnen worden, helaas zijn alle boten reeds in beslag genomen door terugtrekkende Franse militairen. Aangezien het reeds laag tij was besluit hij met zijn drie pelotons het estuarium te voet over te steken, hierbij geholpen door een lokale gids. Na een tocht van zes kilometer door het wad bereikt de 7Cie de zuidelijk oever en kunnen zij hun tocht naar het zuiden verderzetten.

Cdt Garnir komt zelf aan op het stationsplein te Tréport in de vroege namiddag en dirigeert van hier uit zijn militairen naar Dieppe in de hoop daar een trein naar Rouen te kunnen vinden. Het personeel dat tijdig Dieppe bereikt wordt om 19u01 aan boord van een reguliere trein naar Rouen geplaatst, alhoewel Garnir er op staat dat wie nog over een fiets beschikt zelf zijn weg naar het zuiden moet voortzetten.

Kazerne Talladier, verzamelpunt voor naar Frankrijk gevluchte Belgische militairen.

Staf en Detachement wielrijders per fiets/5Cy in Frankrijk
De motorvoertuigen en het detachement wielrijders rijden verder naar Bretoncelles waar de nacht van 22 op 23 mei wordt doorgebracht.

Detachement wielrijders te voet/5Cy in Frankrijk
Bij het overschrijden van de Somme in Saint-Valery komt de Soldaat Ninin om het leven. De Franse stad Rouen wordt aangeduid als eerste doorgangspunt op de tocht naar het zuiden voor de Belgische militairen die aan de omsingeling konden ontsnappen. Deze militairen zullen zo goed als mogelijk gehergroepeerd worden in de Tallendierkazerne [8] in Petit-Quevilly nabij Rouen. Vanuit deze kazerne vertrekken regelmatig treinen naar Montpellier met jongeren van de rekruteringsreserve. Gedurende de komende tien dagen worden kleine groepjes ontsnapte Karabiniers-Wielrijders doorgestuurd naar Lunel.

Staf en Detachement wielrijders per fiets/5Cy in Frankrijk
Er wordt van Bretoncelles naar Saint-Calais gefietst waar opnieuw voor de nacht gekantonneerd wordt.

Staf en Detachement wielrijders per fiets/5Cy in Frankrijk
Op 24 mei wordt de manschappen een dag rust gegund in het kantonnement te Saint-Calais. 

Staf en Detachement wielrijders per fiets/5Cy in Frankrijk
Op 25 mei wordt gefietst van Saint-Calais naar Tours, de volgende halteplaats.

Staf en Detachement wielrijders per fiets/5Cy in Frankrijk
De motorvoertuigen en het detachement wielrijders per fiets bereiken Sainte-Maure-de-Touraine.

Detachement wielrijders te voet/5Cy in Frankrijk
Te Lunel zijn genoeg ontvluchte militairen uit Noyelles toegekomen om met een reorganisatie van dit detachement te starten.

Staf en Detachement wielrijders per fiets/5Cy in Frankrijk
Het veldleger in Vlaanderen capituleert. De Belgische regering in ballingschap in Frankrijk beslist dat de Belgische eenheden, die zich niet in de zone van ons veldleger in Vlaanderen bevonden op 28 mei, buiten het capitulatieakkoord blijven. Ze zullen onder bevel van de Minister van Landsverdediging, Luitenant-generaal Denis, de strijd voortzetten aan de zijde van de geallieerden.

De motorvoertuigen en de wielrijders zullen de rest van de reis per trein afleggen. De autocolonne wordt te Poitiers aan boord van een trein geladen. De manschappen stijgen nemen de trein in een station gelegen tussen Sainte-Maure-de-Touraine en  Noyant-de-Touraine.

Staf/5Cy in Frankrijk
De treinstellen komen aan te Montpellier hun eindbestemming. De motorvoertuigen en manschappen worden uitgeladen en trekken over de baan verder tot Lunel. Eind mei heeft het 5Cy weer voldoende manschappen om de opleiding opnieuw aan te vatten. Er wordt een Bataljon Rekruten en een Compagnie Reservisten samengesteld die elk aan een opleidingscyclus zullen beginnen.

4 juni 1940

Staf/5Cy in Frankrijk
De Generale Staf van de Versterkings- en Opleidingstroepen (EM/TRI) onder bevel van Luitenant-generaal Wibier, is ingegaan op een Frans verzoek om 10.000 militairen te leveren voor het uitvoeren van veldwerken ten voordele van de Franse divisies opgesteld in tweede echelon langs de Seine, in Parijs en langs de Marne. In eerste instantie worden de Bataljons Versterking aangeduid voor deze opdracht teneinde de opleiding van de jonge rekruten niet te onderbreken. Op 4 juni wordt aan het VOC/LT initieel gevraagd om een werkbataljon samen te stellen bestaande uit een bataljonsstaf en vier compagnies van 250 militairen, alles te samen 1.100 manschappen. Het 7de Gemotoriseerd Regiment (7Mo) zal uiteindelijk de opdracht krijgen om het werkbataljon te leiden en samen te stellen. Dit bataljon wordt versterkt door een compagnie van het 5Cy.

5 juni 1940

III/5Cy in Frankrijk
Het IIIde Bataljon Versterking van 5Cy moet een compagnie van een 250 tal manschappen samenstellen om het V/7Mo te versterken. De 7Cie van het III/5Cy, onder bevel van Kapitein-commandant Bruyer, wordt door Cdt Dumonceau aangeduid voor deze opdracht. De 7Cie van III/5Cy vervoegt Saint-Just waar het V/7Mo is ingekwartierd en zal samen met de drie eskadrons (13Esk, 14Esck en 15Esk) van V/7Mo een werkbataljon vormen onder bevel van Kapitein-commandant Halloy.  De initiële bestemming van het werkbataljon van V/7Mo is Vitry-le-François.

6 juni 1940.

Staf/5Cy in Frankrijk
Op 6 juni vragen de Fransen nog eens 20.000 militairen extra om veldwerken uit te voeren. 16.000 hiervan dienen aangeduid te worden door het EM/TRI. Het EM/TRI ziet zich nu genoodzaakt om ook de Bataljons Instructie met deze opdracht te gelasten. Drie bataljons instructie van VOC/LT worden nu opgevorderd. De Staf/5Cy krijgt nu de opdracht om één werkbataljon van 840 man samen te stellen.

7 juni 1940

I/5Cy en II/5Cy in Frankrijk
Beide bataljons instructie van 5Cy leveren rekruten voor de samenstelling van het werkbataljon van 5Cy dat zal worden bevolen door Cdt Garnir. De 1Cie en de 2Cie worden aangevuld met manschappen van de 3Cie en het Pl TTr, zij zullen de 1Cie en 2Cie van het werkbataljon vormen. De 4Cie en 5Cie worden aangevuld met manschappen van de 6Cie  en de Cie C47mm, zij vormen de 3Cie en de 4Cie van het werkbataljon. De initiële bestemming van het werkbataljon van Cdt Garnir is Meaux. De uiteindelijke slagorde van het werkbataljon samengesteld door beide instructiebataljons ziet er als volgt uit:

  • Staf Bn: Cdt Garnir (bataljonscommandant), Adjt Adm Danel, Sgt Med Godon;
  • 1Cie: Lt Res Godenne (compagniecommandant), Lt Lammans (pelotonscommandant 1ste Peloton), Sgt Sonck (pelotonscommandant 2de Peloton) en Sgt Goetgebeur (pelotonscommandant 3de Peloton);
  • 2Cie: Lt Res de Briey (compagniecommandant), Lt Res Piessens (pelotonscommandant 1ste Peloton), Sgt Vanderlinden (pelotonscommandant 2de Peloton) en Sgt Francart (pelotonscommandant 3de Peloton)
  • 3Cie: Lt Res Schmidt (compagniecommandant) en OLt  Tillière (pelotonscommandant 1ste Peloton een bewapend peloton),
  • 4Cie: Lt Res Bonmariage (compagniecommandant). 

7/III/5Cy in Rft van V/7Mo in Frankrijk
Het werkbataljon van V/7Mo marcheert gedurende de voormiddag van Saint-Just naar Lunel en stapt in het station van Lunel aan boord van een klaarstaande trein. Het werkbataljon van Cdt Halloy vertrekt om 12u00 naar zijn bestemming Vitry-le-François.

8 juni 1940

Werkbataljon Garnir/5Cy in Frankrijk
Op 8 juni verlaat het werkbataljon Lunel om zich richting Meaux te begeven, een stad aan de oevers van de Marne ten noordoosten van Parijs in het departement Seine-et-Marne. 

7/III/5Cy in Rft van V/7Mo in Frankrijk
Na een treinreis zonder problemen komt het werkbataljon van V/7Mo in de loop van de avond aan in het station van Vitry-le-François. Hier wordt de trein door een verkeersregelingscommissaris van het Franse leger doorgestuurd naar het 60 kilometer meer noordwaarts gelegen Suippes. De manschappen stijgen uit te Suippes om 19u00 en stellen vast dat Suippes reeds gebombardeerd werd door de Duitse luchtmacht; de frontlijn is niet meer veraf. Cdt Halloy meldt zich aan bij de Franse Plaatscommandant van Suippes maar deze is niet op de hoogte van de komst van de Belgen en heeft geen opdracht voor het bataljon. Het werkbataljon krijgt een bos nabij Suippes aangewezen als kantonnementsplaats. De manschappen installeren zich in het bos rond middernacht.

9 juni 1940

Werkbataljon Garnir/5Cy in Frankrijk
Om 22u00 komt het werkbataljon toe te Meaux. Het bataljon dat over geen enkele richtlijnen beschikt maakt zich klaar om uit te stijgen maar wanneer Cdt Garnir contact opneemt met de Franse troepen ter plaatse blijkt dat het werkbataljon zich aan het front bevindt, amper 4 kilometer achter de voorste Franse linies en een tiental kilometer verwijderd van de vijand. De trein wordt langs de Marne richting Parijs gestuurd hetgeen Cdt Garnir toelaat het Plaatscommando van Parijs te contacteren. Hij verneemt dat zijn bataljon zich ver voor de in te richten hoofdverdedigingsstelling bevindt waarna hij meteen nieuwe orders krijgt om zich via Parijs naar het zuidoosten richting Troyes te begeven.

7/III/5Cy in Rft van V/7Mo in Frankrijk
De compagnie van Cdt Bruyer brengt samen met werkbataljon van V/7Mo de nacht van 8 op 9 juni door in een bos nabij Suippes. Bij het aanbreken van de dag worden de manschappen gewekt door een gewelddadig bombardement op Suippes, het dorp is opnieuw het doelwit van de Duitse luchtmacht. Cdt Halloy krijgt het bevel om na het invallen van de duisternis te voet naar Châlons-sur-Marne [9] te vertrekken. De bataljonscolonne is klaar om af te marcheren en vertrekt om 21u00 richting Châlons-sur-Marne. Onderweg volgt echter een tegenbevel die het bataljon op zijn stappen doet terugkeren naar zijn kantonnement in het bos nabij Suippes.

Werkbataljon Garnir/5Cy in Frankrijk
De trein verlaat Parijs (vermoedelijk vanuit het station Paris Est – TBC) om via Nogent-sur-Marne richting Romilly-sur-Seine ten noordwesten van Troyes Aube te sporen. Romilly-sur-Seine wordt rond 20u00 bereikt. Het bataljon krijgt geen toelating om uit te stappen en gedurende de nacht vertrekt de trein opnieuw ditmaal naar Anglure ten noorden van Romilly-sur-Seine. 

7/III/5Cy in Rft van V/7Mo in Frankrijk
Het bataljon van Cdt Halloy bereikt zijn kantonnement in het bos nabij Suippes om 04u00 en wacht er de volgende nacht af om opnieuw naar het zuiden af te marcheren. Suippes wordt gedurende de dag opnieuw hevig gebombardeerd door de Duitse luchtmacht. Het kantonnement van V/7Mo in de bossen van Suippes wordt opgemerkt en deelt ook in de klappen. Er vallen echter geen gewonden te betreuren.

Werkbataljon Garnir/5Cy in Frankrijk
Het werkbataljon bereikt Anglure aan de oevers van de Aube om 04u00. Onmiddellijk nadat de manschappen zijn uitgestegen worden ze ingezet voor het opwerpen van anti-tank hindernissen op de weg Anglure – Sézanne en langs beide oevers van de Aube. Deze werken worden op 12 juni verdergezet.

7/III/5Cy in Rft van V/7Mo in Frankrijk
Het werkbataljon van Cdt Halloy verlaat Suippes en zet zijn terugtocht naar het zuiden in om 08u00. De colonne wordt regelmatig overvlogen door vijandelijke vliegtuigen maar niet aangevallen. Rond 15u00 bereikt het bataljon Coutisols waar ten zuiden van het dorp wordt halt gehouden in een bos om uit te rusten en de volgende nacht af te wachten. Om 20u00 trekt de colonne zich terug op gang richting Togny-aux-Boeufs een 35-tal kilometer meer naar het zuiden op de westelijke Marneoever. De 7Cie van Cdt Bruyer marcheert op kop om de marsroute te openen.

12 juni 1940

7/III/5Cy in Rft van V/7Mo in Frankrijk
Na een mars van 35 kilometer komt het werkbataljon van V/7Mo om 02u30 aan in Togny-aux-BoeufsIn de dorpskern van Togny-aux-Boeufs wordt gerust tot 07u00 waarna een kantonnement wordt opgezocht in een bos ten zuiden van het dorp. Onderweg naar dit kantonnement wordt de colonne gemitrailleerd door een vijandelijk vliegtuig.  Om 16u15 wordt terug vertrokken en doorgemarcheerd richting Sommesous. Wanneer ze om 23u30 aankomen in Sommesous kunnen ze onmiddellijk opstappen op een trein die hen tijdens de nacht van 12 op 13 juni naar Troyes brengt.

13 juni 1940

Werkbataljon Garnir/5Cy in Frankrijk
Op 13 juni worden de manschappen om 02u45 uit hun bed gelicht door een alarmbericht; de Duitsers hebben de Marne overschreden en naderen in snel tempo Anglure. Cdt Garnir neemt de beslissing om de bewapende pelotons (slecht één peloton per compagnie was bewapend) op te stellen op de zuidelijke oever van de Aube, de andere pelotons zochten dekking in de bossen rond Saint-Just-Sauvage dat zich een paar kilometer meer naar het zuiden bevond. Op dat ogenblik komt in het station van Saint-Just-Sauvage een trein toe met de werkbataljons van het 32ste Regiment Artillerie (II/32A) en het 33ste Regiment Artillerie (II/33A). Rond het middaguur ondergaat Saint-Just een zwaar luchtbombardement waarbij meerdere militairen van 5Cy omkomen. Onder de gesneuvelden Korporaal De Permentier en de Soldaten Cornelis, Simon, Steensels en Vieillevoye. Onder leiding van Sergeant Geneesheer Godon helpen de wielrijders de Franse brancardiers met het bergen en verzorgen van de talrijke burgerslachtoffers in Saint-Just-Sauvage. De zwaargewonden worden overgebracht naar Troyes, onder hen, Luitenant Godenne, compagniecommandant van de 1Cie. Hij wordt overgebracht naar het Hôpital Complémentaire de l’Armée (HCA) van Saint-André-les-Vergers, een buitenwijk van Troyes, waar hij overlijdt aan zijn verwondingen. De pelotons die stelling genomen hebben langs de Aude, waaronder het peloton van OLt Tillière trekken zich terug en vervoegen de rest van het bataljon in Saint-Just-Sauvage. Om 18u00 geeft Cdt Garnir het bevel tot de terugtocht, het werkbataljon zal terugplooien via Nogent-sur-Seine, Sens, Auxerre naar Nevers waar RV gegeven wordt voor eventuele achterblijvers. 

7/III/5Cy in Rft van V/7Mo in Frankrijk
De trein met V/7Mo aan boord verlaat Sommesous om 01u00 en komt om 15u00 aan te Troyes. Hier slaagt Cdt Halloy erin om contact op te nemen met de staf van het 4de Franse Leger die het bataljon doorstuurt naar Bouranton, 9 Km oost van Troyes. Dit dorp wordt bereikt om 21u00 waarna onmiddellijk kantonnementen worden ingenomen.

Werkbataljon Garnir/5Cy in Frankrijk
De terugtocht verloopt moeizaam en vele detachementen worden ingehaald door de vijand. Zo wordt de 4Cie onder bevel van Lt Bonmariage op 16 juni gevangen genomen te Suraçon, 80 kilometer achter de voorste linies van de Duitsers. Het illustreert dat het onmogelijk was om te voet de snel oprukkende gemotoriseerde eenheden van de Duitsers bij te houden, het toont ook aan dat op 16 juni de Franse weerstand al tot nul was herleid.

7/III/5Cy in Rft van V/7Mo in Frankrijk
Om 06u00 verlaat het werkbataljon van Cdt Halloy, dat tot nu toe intact is gebleven, zijn kantonnement in Bouranton om via Troyes, Auxon en Saint-Florentin richting Auxerre te marcheren. De compagnie van Cdt Bruyer vertrekt ditmaal als laatste element van de marscolonne. Om 07u45 wordt de compagnie van Cdt Bruyer staande gehouden door de Franse Commandant Lacroix van de staf van het 4(FRA)Leger. Hij stuurt de compagnie een andere richting uit, Cdt Bruyer dient zich met zijn eenheid richting Tonnerre te begeven waar een groot aantal Belgische detachementen die op terugtocht zijn verzameld zullen worden in de dorpjes Coussegrey en Mélisey. Hij raakt afgezonderd van de rest van V/7Mo die op weg zijn naar Saint-Florentin en bereikt met een 150 tal manschappen  Chaource om 20u00. Te Chaource ondergaat de compagnie een luchtbombardement waarbij drie gewonden vallen. De nacht van 14 op 15 juni wordt te Chaource doorgebracht. De rest van V/7Mo brengt de nacht door te Saint-Florentin.

Detachement Cdt Bruyer/5cy in Frankrijk
Het detachement van Cdt Bruyer marcheert van Choaurce naar Tonnerre waar enkele uren gerust wordt. Vervolgens wordt doorgemarcheerd naar Avallon waar ze om 15u00 toekomen. Het Plaatscommando van Avallon kan hem geen informatie geven over de aanwezigheid van andere Belgische detachementen. Er zijn meerdere meldingen dat de Duitse voorhoede zich in de buurt bevindt waarop Cdt Bruyer beslist om door het woeste landschap van de Morvan naar Auchun te trekken. Hij verlaat Avallon om 20u00.

Detachement Cdt Bruyer/5cy in Frankrijk
Cdt Bruyer komt om 17u00 toe te Autun met een flink uitgedund detachement. De terugtocht wordt voortgezet richting Clermont-Ferrand.

17 juni 1940

Staf/5Cy in Frankrijk
Het uitsturen van de werkbataljons was slecht voorbereid en de uitvoering van de opdracht liep volledig in het honderd. Het Franse leger was niet in staat de Duitse stormloop te stuiten en al snel moesten de werkbataljons teruggestuurd worden. Daarenboven werd op 17 juni de Franse capitulatie aangekondigd. De terugkeer van de werkbataljons van het VOC/LT verliep niet van een leien dakje. Een gedeelte van de manschappen werd gevangen genomen en de rest keerde in kleine groepjes terug. Van het werkbataljon van Cdt Garnir komt ongeveer 350 man, waaronder OLt Tillière, terug van de in totaal 840 uitgestuurde manschappen.

Detachement Cdt Bruyer/5cy in Frankrijk
Rond 11u00 komt het detachement toe in Clermont-Ferrand. Hier wordt uitgekeken om rechtstreeks treintransport te bekomen tot Lunel.

Detachement Cdt Bruyer/5cy in Frankrijk
’s Nachts stapt het detachement in het station van Clermont-Ferrand aan boord van een trein die het detachement naar Lunel zal brengen. Uiteindelijk komt van de compagnie van Cdt Bruyer slechts 120 man terug van de 250 uitgezonden militairen. 

22 juni 1940

Staf/5Cy in Frankrijk
Op 22 juni capituleren de Fransen en ondertekenen ze een wapenstilstandsverdrag met de Duitsers in Compiègne. Het Vichy regime is niet langer gemachtigd om de Belgische oorlogsinspanningen te steunen want in het verdrag dat Frankrijk op 22 juni te Compiègne met de Duitsers ondertekent staat onder meer vermeld dat Frankrijk er zich toe verbindt de aanwezige Belgische militairen ten zuiden van de demarcatielijn te ontwapenen en aan Duitsland uit te leveren. Duitsland wil kost wat kost voorkomen dat de ongeveer 150.000 Belgische militairen die zich nog in Zuid-Frankrijk bevinden naar Engeland of Congo zouden worden overgebracht om daar de strijd aan de zijde van de geallieerden voort te zetten. De praktische modaliteiten voor een de uitlevering van de Belgische militairen zullen nog een tijdje op zich laten wachten. Nog anderhalve maand blijven de gedemotiveerde Belgische eenheden doelloos rondhangen in Frankrijk vooraleer ze naar België gerepatrieerd worden.

11 juli 1940

Affiche met afbeelding van de fabriek Gempp-Pernod in Lunel waar de 5Cie werd in ondergebracht in juli 1940.

Affiche met afbeelding van de fabriek Gempp-Pernod in Lunel waar de 3Cie werd in ondergebracht in juli 1940.

Staf/5Cy in Frankrijk
Naar aanleiding van de geleden verliezen bij de inzet van de verschillende werkbataljons wordt het regiment herschikt. Het IIde Bataljon Instructie wordt opgedoekt, de restanten van de 4Cie, de 5Cie en de 6Cie gaan respectievelijk over naar de 1Cie, de 2Cie en de 3Cie van het Iste Bataljon Instructie. Het Peloton TTr en de Cie C47mm worden opgedoekt waarna de manschappen respectievelijk toegewezen worden aan de 2Cie en de 3Cie. Het IIIde Bataljon Versterking wordt omgedoopt tot het IIde Bataljon Versterking de 7Cie, de 8Cie en de 9Cie worden hernummerd tot de 4Cie, de 5Cie en de 6Cie. De organisatietabel van het regiment ziet er na de reorganisatie als volgt uit:

  • Regimentsstaf gevestigd in Lunel,
  • Iste Bataljon Instructie bestaande uit drie compagnies; de 1Cie en de 2Cie worden gekantonneerd te Marsillargues en de 3Cie wordt gekantonneerd in de usine Gempp-Pernod te Lunel,
  • IIde Bataljon Versterking eveneens bestaande uit drie compagnies; de 4Cie en de 5Cie worden gekantonneerd te Saturargues, de 6Cie te Saint-Génies
  • Schoolcompagnie gekantonneerd te Lunel,
  • Compagnie Algemene Diensten gekantonneerd te Lunel.

16 juli 1940

Staf/5Cy in Frankrijk
De Minister van Landsverdediging, Luitenant-generaal Denis, gaf op 3 juli de EM/TRI de toelating om te starten met de repatriëring van dienstplichtigen jonger dan 32 jaar. De maatregel gaat van kracht op 15 juli.

11 augustus 1940

Staf/5Cy in Frankrijk
Vanaf 10 augustus worden demobilisatiebewijzen verleend aan alle manschappen van de jongste vijf klassen die over transport beschikken om naar België terug te keren. Sommigen maken gebruik van door het Belgisch leger in beslag genomen voertuigen die gebruikt werden om de tocht naar Frankrijk mee uit te voeren. Anderen worden opgehaald door bussen en vrachtwagens uitgestuurd door de burgemeesters van hun gemeente van herkomst. Via het Rode Kruis wordt het mogelijk om terug contact op te nemen met familie in België, dit voor de eerste keer sinds de manschappen van 5Cy België verlieten.

21 augustus 1940

Staf/5Cy in Frankrijk
Alle overblijvend personeel wordt op 18 augustus op een trein richting België gezet. De trein dient zich eerst naar Limoux te begeven er om personeel van het Versterkings- en Opleidingscentrumm Artillerie (VOC/Aie) op te halen. Op 19 augustus wordt de trein tegengehouden te Carcassonne en teruggestuurd naar Quillan waar de manschappen tot 29 augustus zullen blijven kantonneren. 

Staf/5Cy in Frankrijk
De Duitse troepen langsheen de demarcatielijn die het vrije zuiden van Frankrijk scheidt van het bezette noorden krijgen instructies om vanaf nu alle Belgische militairen die zich aanbieden onmiddellijk krijgsgevangen te maken. Tot 31 augustus wordt deze maatregel niet consequent toegepast. De achterblijvers van 5Cy zijn echter nog niet vertrokken en bevinden zich op het ogenblik dat deze maatregel van kracht wordt nog in de omgeving van Quillan. Pas op 29 augustus verlaat de trein Quillan richting Limoux. Hier wordt het regiment ontbonden en stappen de militairen op 31 augustus over op een trein met bestemming Brussel. De trein verlaat Limoux en rijdt via Sète en Lunel naar Châlon-sur-Saône op de demarcatielijn waar ze op 3 september rond 15u00 toekomen. Het personeel op de trein wordt bij de overgang van de demarcatielijn krijgsgevangen genomen en naar een Duits krijgsgevangenkamp overgebracht. Het doek valt over het regiment dat tijdens de campagne 19 doden en ettelijke gewonden te betreuren heeft.

Slachtoffers

EenheidNaamVoornaamFotoGraadStandKlas° op° te+ op+ teNota
OnbekendBALANDHubert, P.F.SdtMil12.10.1920Seraing19.05.1940Guéret (F)
2/ICORNELISRobert, C.SdtMil4021.12.1916Anderlecht13.05.1940Saint-Just-Sauvage (F)Gedood tijdens luchtbombardement Saint-Just-Sauvage
OnbekendDE PERMENTIERRaoul, J.A.Kpl02.11.1920Vorst13.06.1940Anglure (F)Gedood tijdens luchtbombardement Saint-Just-Sauvage
1/IDERREUMAUXRené, P.L.SdtMil4007.03.1921Frasnes-Lez-Buissenal21.05.1940Noyelles-sur-Mer (F)Gedood door geweervuur bij beveiligingspost 1Cie
1/IDOBBELEERAlphonse, J.SdtMil4024.07.1920Schaarbeek22.05.1940Saint-Riquier (F)Verwond bij vuurgevecht op 21 mei bij beveiligingspost 1Cie
1/IGODENNEAugusteLtRes06.03.1911Hornu13.06.1940Saint-André-les-Vergers (F)Comd 1Cie, gewond in Saint-Just, overleden in Frans militair hospitaal
6/IILERUTHJoseph, E.G.Kpl14.03.1915Jupille21.05.1940Noyelles-sur-Mer (F)Gedood tijdens vuurgevecht bij beveiligingspost 6Cie
OnbekendMACQUETCyrille, C.J.SdtMil2707.08.1907La Gleize21.05.1940Noyelles-sur-Mer (F)Gedood tijdens vuurgevecht in station van Abbeville
2/INININJean, A.SdtMil3331.08.1912Neufchâteau22.05.1940Saint-Valery-sur-Somme (F)Gedood tijdens poging de Somme over te steken
OnbekendPETTENSJean, V.KplMil3604.09.1916Sint-Jans-Molenbeek21.05.1940Noyelles-sur-Mer (F)Gedood tijdens vuurgevecht in station van Abbeville
OnbekendREUTERMartinSgt09.11.1914Retinne21.05.1940Noyelles-sur-Mer (F)
5/IISIMONGilbert, E.SdtMil4006.03.1921Bras13.06.1940Anglure (F)Gedood tijdens luchtbombardement Saint-Just-Sauvage
2/ISTEENSELSMichel, H.SdtMil4004.11.1920Brussel13.06.1940Anglure (F)Gedood tijdens luchtbombardement Saint-Just-Sauvage
5/IIVIEILLEVOYEMathieu, J.M.SdtMil4031.03.1919Dison13.06.1940Anglure (F)Gedood tijdens luchtbombardement Saint-Just-Sauvage

Bibliografie en Bronnen

  1. Achtergrondinformatie bij het oud hospitaal Saint-Jean dat als Kazerne Hertog van Brabant in gebruik wordt genomen vanaf 1935  [On Line beschikbaar]: https://belgiummilitary.wordpress.com/vastgoed-geklasseerd-per-gemeente/brussel-bruxelles/brussel-hertog-van-brabant-kazerne/ [Laatst geraadpleegd 25 december 2021]. 
  2. Achtergrondinformatie bij de Krijgsbakkerij On Line beschikbaar]: https://belgiummilitary.wordpress.com/vastgoed-geklasseerd-per-gemeente/leuven-louvain/leuven-michotte/ [Laatst geraadpleegd 25 december 2021]. 
  3. Achtergrondinformatie bij het station Schaarbeek-Josaphat [On Line beschikbaar]: https://nl.wikipedia.org/wiki/Station_Schaarbeek-Josaphat [Laatst geraadpleegd 21 december 2021].
  4. Ten noorden van de Belgisch-Nederlandse grens was er geen aansluiting met het Nederlands verdedigingsdispositief. De Nederlanders hadden zich opgesteld ten noorden van de Rijn waardoor er een gapende opening ontstond tussen de Belgische en Nederlandse verdedigingslinies. Dit werd reeds in november opgemerkt door de Franse Generaal Gamelin die een plan liet uitwerken om het 7(FRA)Leger in te zetten tussen de stellingen van de Belgen en de Nederlanders. In zijn order N° 5 van 20 maart 1940 bevestigt Generaal Giraud, commandant van het 7(FRA)Leger, dat zijn eenheid in staat moet zijn om “tout en conservant ses anciennes missions, qui passent à l’arrière plan, a reçu une mission nouvelle d’une importance capitale qui consiste à assurer la liaison entre les armées belge et hollandaise dans la région Nord-Est d’Anvers“. Generaal Giraud beschikt hiervoor over twee legerkorpsen en een “Division Légère Mécanique“, alles tesamen het equivalent van 8 divisies. “L’Armée Giraud en Hollande (1939-1940)”, door Lerecouvreux, Nouveaux Editions Latines, Paris, 1956. [Partieel On Line beschikbaar][Laatst geraadpleegd 22 juli 2019]. Zowel de manschappen als de voertuigen van de Franse eenheden werden per spoor gebracht tot Oost-Vlaanderen. Van hieruit zetten ze hun opmars naar Breda langs de weg verder. De lege treinen van de Société Nationale des Chemins de fer Français (SNCF) bleven achter in de stations van Oost-Vlaanderen en moesten hoe dan ook terugkeren naar Frankrijk. Van die treinen maakten de eenheden van de Versterkings- en Opleidingstroepen gebruik om zich naar Zuid-Frankrijk te verplaatsen.
  5. Achtergrondinformatie bij de voormalige spoorlijn 56 van Dendermonde naar Sint-Niklaas die te Waasmunster passeert [On Line beschikbaar]: https://nl.wikipedia.org/wiki/Spoorlijn_56 [Laatst geraadpleegd 27 december2021].
  6. De wagons met aan boord het Detachement Wielrijders per fiets wordt met grote waarschijnlijkheid aangehecht aan de trein met de onafhankelijke compagnies van het 5VOC die op het zelfde ogenblik uit Beveren vertrok en die eveneens in de Gare Maritime van Duinkerke strandde. Verder onderzoek moet dit vermoeden bevestigen of ontkennen.
  7. Het station van Abbeville bevindt zich ten zuiden van de Somme en beschikt over een groot rangeerterrein (la Gare anglaise). Vanuit het station van Abbeville vertrekken twee sporen; één die de Somme stroomopwaarts volgt naar het zuidoosten richting Amiens en een tweede die initieel de Somme stroomafwaarts volgt naar het noordwesten om vervolgens ter hoogte van Cahon af te buigen naar het zuidwesten richting Eu en Le Tréport.
  8. De Tallandierkazerne was een voormalige katoenspinnerij, in 1938 opgekocht door het Franse leger om er l’Etablissement Régional de Matériel (ERM) van de Service de matériel de l’Armée de Terre” in onder te brengen. De Tallandierkazerne bestaat nog maar werd gerenoveerd en geïntegreerd in een wooncomplex in de Avenue Jean Jaurès Nr 76 in Petit-Quevilly nabij Rouen. [On line beschikbaar]  https://www.petit-quevilly.fr/decouvrir-la-ville/patrimoine-et-histoire/histoire/filature-la-foudre en https://www.google.be/maps/@49.4273702,1.0653597,3a,75y,344.33h,83.88t/data=!3m6!1e1!3m4!1suX3grspRJpHXGHzLMhTvgg!2e0!7i13312!8i6656 [Laatst geraadpleegd 26 oktober 2021].
  9. De huidige benaming voor Châlons-sur-Marne is Châlons-en-Champagne.
  10. Dagboek Kapitein-commandant Demonceau, Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  11. Verslag betreffende 5Cy in het hoofdstuk VOC/LT van het Synthesedossier TRI bij de Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
  12. “L’armée belge de France en 1940”, door Jean Jamart Colonel BEM Hre, 1994, uitgeverij Schmitz, Bastogne.