Directie voor aan- en afvoer bij het Leger

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming Directie voor aan- en afvoer bij het Leger | Dir Aanv Afv L
Direction des Ravitaillements et Evacuations à l’Armée | DREA
Type Logistieke Steuneenheden
Ontdubbeld van n.v.t.  
Onderdeel van Directie van de Diensten van het Leger
Bevelhebber Luitenant-generaal Henri Verhavert
Standplaats Diverse  
Samenstelling Directie Staf (Kol SBH Vandersypen)
    Dienst der Munitiedepots (Cdt Fernand Sevrain)
    Depot van het Geniematerieel (Cdt J. D’Have)
    Depot van het Automaterieel (Cdt A. De Spirlet)
    Depots van de Intendance (Maj int R. Hanus)
    Commandant Gezondheidsdienst Dir Aanv Afd L (Med LtKol M. Riga)
    Chef Paardenartsenijdienst Dir Aanv Afd L (Med LtKol F. Capelle)
    Agentschap der Colis (Cdt R. Sergeant)
    Compagnie Administratie (Cdt A. Slagmolen)
    Dienst van het Wagenpark en Brandstoffen (Cdt G. Dohet)
  Magazijnstation
  Groot Legerpark
  Park van de Genie van het Leger
  Magazijn voor Brandstoffen en Smeerstoffen
  Reservewielvoertuigenpark
  Depot van de Gezondheidsdienst van het Leger
  Technische Diensten
  Dienst Posterijen
 

Gezondheidsdienst van de Directie voor Aan- en Afvoer bij het Leger

Compagnie Fonteiniers

Tijdens de mobilisatie

Staf/DREA
In volle vredestijd was de bevoorrading van het Belgisch Leger georganiseerd op territoriale basis onder directe controle van het Ministerie van Landsverdediging.  De legerkorpsen, divisies en overige grote eenheden van het veldleger werden bediend door deze territoriale structuur maar hadden geen functionele bevoegdheid over de territoriale logistieke eenheden. Binnen de Generale Staf van het Leger (EMGA) was de 4de Afdeling de schakel tussen de territoriale logistieke diensten enerzijds en de grote eenheden anderzijds.

Het in vredestijd bestaande distributiesysteem zal vanaf de start van de mobilisatie een transitie ondergaan tot het systeem waarbij het veldleger verantwoordelijkheid moet nemen voor zijn eigen logistieke ondersteuning. Hiervoor wordt de 4de Afdeling van de Generale Staf van het Leger  omgevormd tot de Directie van de Diensten van het Leger (DSA).  Dit gebeurde samen met de oprichting van de Directie voor Aan- en Afvoer bij het Leger (DREA), de Directie van het Vervoer bij het Leger (DTA) en de Territoriale Dienst van de Legerzone (STZA). 

De Directie voor aan- en afvoer bij het Leger (oftewel in het Frans “Direction des Ravitaillements et Evacuations de l’Armée – DREA”) moet instaan voor de bevoorrading van het veldleger in zowel proviand, munitie, materieel en brandstoffen. Enerzijds beheert de directie een reeks centrale magazijnen voor proviand en depots voor munitie, groot materieel, voertuigen en brandstoffen. Anderzijds vinden een aantal eenheden van de gezondheidsdienst die instaan voor de evacuatie van gewonde manschappen en dieren naar het achtergebied van het leger eveneens een plek binnen de structuur van deze directie. Tot slot omvat de directie de militaire postdienst en een eenheid voor waterzuivering. De DREA wordt bevolen door Luitenant-generaal van de Reserve Henri Verhavert [1] die werd bijgestaan door Kolonel SBH Vandersypen. 

Legerkorpsen die een specifieke bevoorradingsbehoefte hebben dienen zich al dan niet via de Directie van de Diensten van het Leger (DSA) te wenden tot de DREA. Deze dienst zal dan de nodige richtlijnen verspreiden om de herbevoorrading te voorzien.

Staf/DREA
Op de eerste oorlogsdag worden alle eenheden van de DREA op volle sterkte gebracht bij de afkondiging van de algemene mobilisatie (oftewel Fase E van het mobilisatieplan) om 06u00. Dit gebeurt zowel door de mobilisatie van het nog ontbrekende personeel als door het opeisen van de in de slagorde voorziene voertuigen. De Directie van de Diensten van het Leger start de veldtocht te Brussel maar verhuist in het kielzog van het Groot Hoofdkwartier naar zijn oorlogsstandplaats in de Schans van Letterheide.  De uitvoerende organen van de directie (Directie voor aan- en afvoer bij het Leger, Directie van het Vervoer bij het Leger en Territoriale Dienst van de Legerzone) blijven vooralsnog te Brussel.

Op 10 mei worden ook de Technische Diensten van de Genie onder bevel van de Staf/DREA geplaatst.  Deze Technische Diensten (oftewel Services Techniques – ST)  vormen de studiecentra voor de verschillende technische troepen (Regiment transmissietroepen, Regiment spoorwegtroepen, Bataljon Pontonniers,…) van de genie en stonden tijdens de mobilisatie nog onder bevel van de Generale Staf der Legergenie (GS/LGn). Elke technische dienst beschikt over een eigen werkplaats (atelier) waar naast een beperkt kader van militairen heel wat burgertechnici werken. De mobilisatie van de technische diensten start eveneens pas bij de afkondiging van de algemene mobilisatie. 

Staf/DREA
Na de aftocht uit Brussel wordt de directie te Brugge geïnstalleerd in de Sint-Jansstraat 47.

Staf/DREA
Alle overige eenheden van de territoriale intendance die zich nog in Vlaanderen en Noord-Frankrijk bevinden zoals d
e Algemene Magazijnen van de Bevoorradingsbasis, gaan over van de Directie voor Aan- en Afvoer van de Achterwaartse Zone (oftewel in het Frans: “Direction des Ravitaillements et Evacuations de l’Intérieur” – DREI) naar de DREA.  De laatste officieren van de Dienst Ravitailleringen en Productie van de Intendance van het Ministerie van Landsverdediging die zich nog in deze zone bevinden, worden geëvacueerd naar Engeland en het niet bezette deel van Frankrijk.  De DREA wordt hiermee verantwoordelijk voor de ganse logistieke keten van het veldleger.

Maandag 27 mei 1940

Staf/DREA
Na een reeks bevelen en tegenbevelen wordt uiteindelijk om 21u00 toch beslist om de Staf/DREA te verplaatsen van Brugge naar Westende. De colonne wordt gevormd en vertrekt om middernacht.

Dinsdag 28 mei 1940

Staf/DREA
Tegen 04u30 komt de colonne van de Staf/DREA toe te Westende en begint er zich te installeren. Om 05u00 komt een estaffette toe van het GHK met de melding dat het Belgische leger is overgegaan tot de capitulatie en dat de Staf/DSA en de Staf/DREA onmiddellijk naar Brugge moeten terugkeren.

Na de capitulatie

Het koopvaardijschip Diamant van John Cockerill Line waarmee een aantal officieren van het DREA naar Engeland konden ontsnappen..

Staf/DREA
Enkele officieren van de Staf/DREA zijn echter niet bereid de strijd te staken na de capitulatie. Lt Robert de Lancker, 1Kapt Ganshof en Cdt BEM Stiers weten aan krijgsgevangenschap te ontsnappen en trekken op 28 mei verder door naar Oostende met een auto ter beschikking gesteld door LtGen Verhavert [2]. Hier botsen ze op een groepje andere officieren die eveneens naar Engeland willen ontkomen. Samen met Lt Res Bogaerts en een Adjt KROLt van 14A, met Cdt Dubois, Lt Leloux, Lt Administrateur Jamotte, OLt George Danloy van 26A, Lt Terlinden van 2L en vier soldaten van de GVCE schepen ze in op het koopvaardijschip “Diamant” van de John Cockerill Line. Het schip van kapitein De La Rue dat niet over een radio beschikt verlaat op 28 mei de haven van Oostende rond 07u45 en vaart onder Belgische vlag.  Een aantal mitrailleurs waarover de  gevluchte militairen nog konden beschikken worden opgesteld.  ’s Avonds tegen 21u00 bereiken ze de monding van de Theems waar ze voor anker gaan. De Britten komen aan boord en de ontsnapte militairen worden ontwapend. Uiteindelijk mogen ze de 29ste mei aan land te Gravesend waar ze opgevangen worden door de Royal Engineers in de officiersmess van de Milton Barracks. Op 31 mei worden ze doorgestuurd naar Tenby in Wales waar alle Belgische militairen die de overgang naar Engeland waagden worden verzameld. De militairen maken gebruik van een tussenstop in Londen om zich aan te melden bij de Militair Attaché van de Belgische ambassade. In Tenby wordt een detachement samengesteld met 400 militairen die de strijd wilden verderzetten in Frankrijk. De officieren van de Staf/DREA verlaten tesamen met dit detachement in de morgen van 03 juni Tenby en stappen in de haven van Milford-Haven aan boord van het Nederlands schip de Hr.Ms. Batavier II die hen op 04 juni afzet in de haven van Brest in Bretagne. Van daar uit worden ze doorgestuurd naar Morbihan waar de 7Div reorganiseert. Lt de Lancker wordt via het MLV in Poitiers doorgestuurd naar het VOC/Aie te Limoux [3].

Slachtoffers

Geen gesneuvelden bekend.

Bibliografie en Bronnen

  1. Jaarboek Belgisch Leger: Luitenant-generaal Res Henri William Joseph Verhavert, Ingenieur-Elektriciteit, geboren te Schaarbeek op 08 september 1874, onderluitenant sinds 22 december 1894 en tot LtGen bevorderd op 26 juni 1931. Op pensioen gesteld in 1936 en als reservist terug opgeroepen om op 66-jarige leeftijd aangesteld te worden aan het hoofd van de DREA. (Voetnoot: maakte deel uit van de Belgische turnploeg die in 1920 op de olympische spelen van Antwerpen een bronzen medaille behaalde).
  2. Getypt verslag opgesteld in het Frans op 9 juni 1940 te Poitiers door Lt Res Robert de Lancker, een artillerieofficier behorende tot de Dienst van het Wagenpark en Brandstoffen van de Staf/DREA. Het verslag bevindt zich in het dossier DREA in het archief van de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV), Ministerie van Defensie
  3. Jamart, J. 1994, L’armée belge de France en 1940, p146, Bastenaken: Schmitz verwijst eveneens naar het verslag van Lt de Lancker.