36ste Linieregiment

Situatie op 10 mei 1940

Type Infanterieregiment van de tweede reserve  
Ontdubbeld van 6de Linieregiment  
Taalstelsel Nederlandstalig  
Onderdeel van 14de Infanteriedivisie  
Bevelhebber Luitenant-kolonel Jean Lesir  
Adjudant-majoor Kapitein-commandant Hubert Van Der Vorst  
Standplaats Dekkingsstelling Albertkanaal
Ondersector Rekhoven – Stokrooie
Commandopost te Kermt
 
Samenstelling I Bataljon (Majoor Jérôme De Vijlder) 1ste Compagnie Fuseliers (Cdt Jean Capellen)
2de Compagnie Fuseliers (Lt P. De Clerck)
3de Compagnie Fuseliers (Kapt Edgard Grégoire)
4de Compagnie Mitrailleurs (Cdt Marcel Jacquemin)
  II Bataljon (Majoor Amand Jacquemin) 5de Compagnie Fuseliers (Lt N. Noels)
6de Compagnie Fuseliers (Lt G. Snoeck)
7de Compagnie Fuseliers (Kapt N. Renders)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Kapt Frans Fontaine)
  III Bataljon (Kapitein-commandant Octave Aubert) 9de Compagnie Fuseliers (Cdt Paul Deseck)
10de Compagnie Fuseliers (Lt Marcel Louette)
11de Compagnie Fuseliers (Lt M. Eggermont)
12de Compagnie Mitrailleurs (Lt R. Delden)
  Stafcompagnie (Luitenant J.P. Wynants)
  Geneeskundige Compagnie (Geneesheer 1ste Kapitein Léon Hermans)
  Peloton Verkenners (Onderluitenant Georges Charlier)

Tijdens de mobilisatie

De Sint-Bernardkazerne waar het 36Li gemobiliseerd werd

De Sint-Bernardkazerne waar het 36Li gemobiliseerd werd

Staf/36Li
Het 36ste Linieregiment (36Li) wordt op 10 september 1939 in de abdij van Sint-Bernardus te Hemiksem gemobiliseerd als ontdubbelingsregiment van het 6de Linieregiment (6Li). In de oude abdij, die ook bekend stond als de Sint-Bernardkazerne [1] van Antwerpen, worden de opgeroepen reservisten uitgerust met meestal verouderd materieel dat lag opgeslagen in de magazijnen van het 2de Legerdepot (2LD). Sommige uitrustingsstukken dateren nog van tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Het 36Li wordt toegevoegd aan de 14de Infanteriedivisie (14Div), een divisie van Tweede Reserve. De Tweede Reserve was in hoofdzaak samengesteld uit miliciens van de oudere klassen ’28, ’29, ’30 en ’31. In de infanterieregimenten van de Tweede Reserve ontbreekt het vierde bataljon met de zware mitrailleurs en de anti-tankkanonnen C47mm. De fuseliers kregen in hoofdzaak oude Belgische Mauser geweren uit 1889 en Franse Chauchat FM15/27 lichte mitrailleurs die in 1915 aangekocht werden [5]. Bovendien ontbrak het aan DBT granaatwerpers en moesten de mannen het stellen met Vivien Bessières tromblons die op de loop van een Lebel geweer gevezen kunnen worden en een dracht van nauwelijks 150m hadden. De twee andere infanterieregimenten van de 14Div zijn het 35ste Linieregiment (35Li) en het 38ste Linieregiment (38Li).

Drie dagen na zijn mobilisatie werd het regiment per trein overgebracht naar Leopoldsburg voor een kampperiode van tien dagen te Beverlo. Vervolgens verbleef het regiment tussen eind september 1939 en eind januari 1940 te Kapellen als onderdeel van de verdediging van de Versterkte Positie Antwerpen. Op 28 januari 1940 worden ze in Antwerpen afgelost door het 7de Regiment Jagers te voet (7J) waarna de eenheid via tussenstops te Koolskamp en Diksmuide verhuist naar de westkust waar het regiment te Oostduinkerke ondergebracht werd. Op 1 maart 1940 kwam het 36Li aan te Kermt aan het Albertkanaal.

Aan de vooravond van de oorlog bezet de 14Div de sector Beringen – Stokrooie van de Dekkingsstelling achter het Albertkanaal. Het 36Li bezet de ondersector op de rechterflank van de 14Div. Deze ondersector loopt vanaf de duiker onder het Albertkanaal van de Jantenbeek nabij Rekhoven (exclusief) tot Stokrooie (inclusief). Links van het regiment bevindt zich het 38Li en rechts liggen de posities van het 24ste Linieregiment (24Li) van de 1ste Infanteriedivisie (1Div). In de ondersector van 36Li bevindt zich de brug van Stokrooie.

Het 36Li heeft een klassieke opstelling met twee bataljons in eerste echelon en één bataljon in tweede echelon over de ganse breedte van de ondersector. Het 36Li kan rekenen op de vuursteun van de Iste Groep van het 22ste Regiment Artillerie (I/22A) die zijn batterijen heeft ontplooid nabij Kermt en Spalbeek. 36Li wordt versterkt met één peloton C47 anti-tankkanonnen van de Compagnie Getrokken C47mm van de 1ste Infanteriedivisie, en met een peloton van vier luchtafweermitrailleurs van gelijknamige eskadron van het Cavaleriekorps. De commandopost van het 36Li is opgesteld te Kermt

II/36Li
Het IIde Bataljon (II/36Li), bevolen door Majoor Jacquemin, bezet het linker kwartier van het eerste echelon.

III/36Li
Het IIIde Bataljon (III/36Li) van Kapitein-commandant Aubert, neemt het rechter kwartier van het eerste echelon voor zijn rekening. Aan de oostrand van dit kwartier maakt III/36Li de junctie met het IIde Bataljon van het 24ste Linieregiment (II/24Li)

I/36Li
Het Iste Bataljon (I/36Li), onder bevel van Majoor De Vijlder, bevindt zich in tweede linie op enige afstand van het kanaal. I/36Li houdt zich klaar om de twee bataljons in eerste echelon te ondersteunen ingeval van een vijandelijke overschrijding van het Albertkanaal. Dit tweede echelon strekt zich uit over een lengte van ongeveer 6Km waarbij elk van de fuselierscompagnies een derde van deze afstand voor hun rekening nemen. Op de linkerflank heeft de 1Cie twaalf steunpunten voor elk van zijn gevechtsgroepen ingericht om haar deel van 2Km te dekken. Vervolgens sluiten de 2Cie en de 3Cie aan met een gelijkaardig dispositief. Tussen de 1Cie en de 2Cie bevindt zich een onbezette terreinstrook van de vallei van de Demer die tussen de aankomst van het 36Li in maart en de vooravond van de Duitse aanval behoorlijk opgedroogd is en dan ook heel wat minder dekking biedt dan eerst gepland.

Pl Vknr/36Li
Het Peloton Verkenners (Pl Vknr/36Li), bevolen door Onderluitenant Charlier, heeft voorposten ingenomen op de noordelijke oever van het Albertkanaal.

Staf/36Li
Het regiment wordt om 01u50 gealarmeerd en start met de inplaatsstelling van zijn troepen. Om 04u40 kan Luitenant-kolonel Lesir melden dat iedereen op post is. De stellingen worden dan reeds overvlogen door toestellen van de Luftwaffe. Een groepje Stuka duikbommenwerpers valt een trein aan in de buurt commandopost van het regiment zonder echter grote schade aan te richten. Het wordt duidelijk dat het alarm deze keer wel menens is en dat de oorlog is uitgebroken. Dit wordt rond 06u00 bevestigd door de afkondiging van de algemene mobilisatie (of Fase E van het mobilisatieplan) waarna opdracht gegeven wordt aan de eenheden in lijn om de schootsvelden aan de overkant van het Albertkanaal te ruimen.

Gedurende de dag volgen er nog enkele aanvallen van mitraillerende Stuka’s op de linies van het regiment. Het 36Li beschikt slechts over de helft van zijn mitrailleurmunitie, want een groot deel ervan voldeed niet en was afgevoerd zonder dat er nieuwe munitie voor in de plaats was gekomen [6].

II/36Li
In het kwartier van het IIde Bataljon wordt ter hoogte van de stellingen van de 7Cie in de namiddag van 10 mei een loopbrug over het Albertkanaal gebouwd door het 13Gn. Deze loopbrug ligt even ten westen van de oude baan van Zolder naar Kermt die door de bouw van het kanaal onderbroken werd. Het doel van deze loopbrug is om het binnenlopen van het peloton verkenners mogelijk te maken.

I/36Li
De 1Cie verlaat na de alarmmelding zijn kantonnement te Berbroek en steekt de Demer over via de brug van het Kasteel van Loye dat tussen de dorpjes Schalbroek en Tiewinkel gelegen is. Dit kasteel is ook de locatie van de commandopost van Kapitein-commandant Jean Capellen. De 1Cie wordt versterkt door het 1ste peloton mitrailleurs van Luitenant Henri Antoin van de 4Cie. In samenspraak met de compagniecommandant worden de vier Colt mitrailleurs aanvankelijk opgesteld in luchtafweerpositie. Bij valavond worden de wapens opnieuw in hun gewone schootspositie geplaatst. De 2Cie neemt posities in tussen Dieperbroek en Kermt. De 3Cie begeeft zich naar zijn stellingen op de oostflank van het tweede echelon. Deze compagnie wordt tijdelijk geleid door pelotonscommandant Luitenant August Huysmans. Kapitein Grégoire is afwezig door ziekte en zal pas later op de dag aankomen bij het regiment. Ook de twee andere pelotonscommandanten Luitenant Van Damme en Luitenant Van Aken zullen pas ettelijke uren later toekomen. Van de 3Cie bezet een peloton het park van de Abdij van Herkenrode. Een tweede peloton bevindt zich tussen de abdij en Kuringen. Het laatste peloton van de 3Cie neemt posities in rond de splitsing van de abdijdreef en de baan van Kuringen naar Stokrooie en heeft onder meer een steunpunt bij de hoeve Draakwinning. De 3Cie heeft zijn commandopost in de hovenierswoning van de abdij.

Het 3de peloton van de 4Cie heeft zijn gevechtsposities niet op het tweede echelon, maar in de oeverbunkers van het Albertkanaal op het eerste echelon. Dee twee Colt mitrailleurs van sectiechef Sergeant Carpentier zijn op die manier toebedeeld aan de 10Cie. De twee andere wapens onder leiding van Sergeant Vets zijn opgesteld in de bunkers in het onderkwartier van de 9Cie.

Staf/36Li
In de eerste helft van de nacht van 10 op 11 mei passeren over de brug van Stokrooie grote groepen vluchtelingen evenals de motorvoertuigen van de cavaleristen die de voorposten bemanden langs het Verbindingskanaal Maas-Schelde en zich nu aan het terugtrekken zijn. Ook aan de loopbrug heerst de grootste drukte en staan honderden vluchtelingen aan te schuiven. De brug te Stokrooie wordt om 03u52 opgeblazen door het 13Gn.

Het 36Li blijft verder werken aan het verstevigen van zijn posities langs het Albertkanaal, onwetend van het drama dat zich afspeelt op hun rechterflank rond Eben-Emael.

II/36Li
Omstreeks 11u00 krijgt een detachement van de 6de Compagnie de opdracht om het kanaal over te steken en het struikgewas op de Bolderberg te gaan afbranden om het schootsveld vrij te maken. Hiervoor wordt de loopbrug gebruikt die daags voordien werd aangelegd. Luitenant Schuthete laat beslag leggen op 200l benzine te Tiewinkel en stuurt om 13u00 de ploeg naar de overzijde.

III/36Li
Omstreeks 15u00 meldt de 9Cie de aanwezigheid van een Duitse patrouille op de noordelijke oever. De regimentsstaf laat een patrouille uitsturen, opnieuw via de loopbrug. Deze patrouille vuurt op enkele verdachte bewegingen, maar kan geen Duitse troepen ontdekken en keert onverrichter zake terug.

Staf/36Li
Op het Groot Hoofdkwartier is het intussen duidelijk geworden dat de vijand na de overval op de 7de Infanteriedivisie op 10 mei het Belgische front aan het Albertkanaal heeft weten te breken en oprukt in zuidwestelijke richting tussen Hasselt en Luik. De algehele terugtocht van het oostelijke deel van het Albertkanaal werd bevolen en het veldleger zal post vatten achter de K.W. Stelling tussen Antwerpen en Leuven. Het Cavaleriekorps zal hierbij een dwarsstelling bezetten langs de Demer en de Gete. Om de aftocht in goede orde te laten verlopen, krijgt de 14de Infanteriedivisie het bevel om de dwarsstelling van Lummen in te nemen en zich zo ten dele naar het oosten te draaien.

Op de commandopost van Luitenant-kolonel Lesir loopt dan ook omstreeks 19u00 het bevel binnen om het Albertkanaal te verlaten en om het regiment nieuwe defensieve posities te laten innemen op de dwarsstelling van Lummen, tussen Rekhoven in het noorden en Linkhout in het zuiden. Te Rekhoven zal het 36Li in verbinding blijven met het 38Li dat de rechterflank van zijn dispositief enigszins zal aanpassen. Ten zuiden van Linkhout weet de 14Div, en dus ook het 36Li, nog niet welke bevriende troepen verwacht mogen worden. De dwarsstelling van Lummen werd tijdens de mobilisatie reeds verkend tot Schalkbroek, maar slechts ten dele voorbereid door het aanleggen van schootsstellingen voor een aantal mitrailleurs. De linie bevindt zich net ten westen van de Demer en van de Mangelbeek. Om een vijandelijke opmars te bemoeilijken, is tussen de Herk en de Demer het Schulensbroek en het Poterijbroek onder water gezet. Ten westen van Schalkbroek is ook het waterpeil op de Goerebeek verhoogd om de bedding van deze waterloop tussen de Mangelbeek en de Zwartebeek ontoegankelijk te maken.

De troepen moeten de verplaatsing uitvoeren tijdens de nacht. Als eerste zal de 1ste Compagnie vertrekken om de installatie rond Lummen voor te breiden. Vervolgens zullen een tweede detachement van het Iste Bataljon en de fuselierscompagnies van het IIde en het IIIde Bataljon zich verplaatsen. Als laatste zullen de mitrailleurscompagnies vertrekken. Een achterwacht van één peloton per compagnie zal als allerlaatste het kanaal verlaten.

De regimentsstaf bepaalt dat bij aankomst het volgende dispositief zal aangenomen worden:

  • De drie bataljons zullen op een enkele lijn opgesteld worden met van noord naar zuid het IIde, Iste en IIIde Bataljon.
  • Het IIde Bataljon zal zijn drie fuselierscompagnies opstellen op het eerste echelon tussen de zuidwestpunt van Rekhoven en Lummen (exclusief), maar moet een peloton van elke compagnie afstaan en onder bevel van de 4Cie op het tweede echelon plaatsen. Van noord naar zuid zullen zo de 6Cie, 5Cie en 7Cie plaats nemen. Dit bataljon zal een C47 anti-tankkanon in steun krijgen.
  • Het Iste Bataljon zal een klassieke opstelling aannemen ter hoogte van Lummen met de 1Cie en 2Cie van noord naar zuid op het eerste echelon en de 3Cie op het tweede echelon. Het bataljon krijgt twee C47 vuurmonden waarmee de beide bruggen de Lummen moeten verdedigd worden.
  • Het IIde Bataljon zal vijf pelotons opstellen op het eerste echelon tussen Lummen (exclusief) en Linkhout, met de rest van de troepen op het tweede echelon. Het grootse deel van deze opstelling zal achter de inundatie tussen de Demer en de Herk komen te liggen. Het vierde beschikbare C47 kanon zal bij dit bataljon komen te staan.
  • Het regiment blijft vuursteun behouden van de I/22A en zal nog steeds een peloton luchtafweermitrailleurs van het Cavaleriekorps in versterking hebben.
  • De medische hulppost van het regiment zal verplaatst worden naar een woning halverwege de baan van Lummen naar Meldert. De kerk van Meldert wordt het verzamelpunt voor de gekwetsten.
  • De gevechtsechelons zullen samengebracht worden nabij het station van Zelem. De bagagetros is al op weg gezet naar Hoeleden en zal daar blijven.
  • De commandopost van 36Li tenslotte zal naar Mellaar overgebracht worden.

Het gros van het Iste Bataljon bereikt zijn posities rondom Lummen vanaf 00u30 en ontplooit zijn mitrailleurs en zijn beide C47 anti-tankkanonnen. Deze laatste worden gebruikt om de beide bruggen over de Mangelbeek ten oosten van de dorpskern te dekken. Wanneer omstreeks 02u00 ook het eerste detachement van het IIde Bataljon de Mangelbeek oversteekt te Lummen, blijken de fuseliers van het Iste Bataljon nog niet gestart te zijn met de uit te voeren veldwerken. Tussen 02u15 en 04u00 verlaat de achterwacht van het 36Li het Albertkanaal. Zo bereikt het gros van het IIde Bataljon het gehucht Molem om 03u55. Ook hier wordt de manschappen enkele uren rust gerust en wordt geen onmiddellijke start gemaakt met de installatie. Pas rond 05u30 starten de verkenningen voor het uitzoeken van de juiste posities. De 7Cie zal uiteindelijk pas om 08u45 starten met zijn ontplooiing. Inmiddels is ook de hoofdmacht van het IIIde Bataljon aangekomen in de zone tussen Lummen en Linkhout vanaf 05u00. In de voormiddag ondermijnt het 13Gn de brug over de Mangelbeek van de spoorlijn Leuven-Hasselt. De brug zal in de namiddag vernield worden.

Op links van het II/36Li ligt het I/38Li tussen Genebos en Rekhoven. Aan de rechterflank zullen het 2de Regiment Karabiniers-Wielrijders en het 24ste Linieregiment aankomen om de stad Halen te verdedigen en de Demer/Gete-Stelling naar het zuiden toe te verlengen.

Een eerste treffen met de vijand komt er rond 09u30 bij het Iste Bataljon in het centrale kwartier van de dwarsstelling van Lummen wanneer het peloton van Luitenant Calberson een Duitse Wielrijdersgroep onder vuur neemt die aankomt op de Thiewinkelstraat van uit Kermt. De vijandelijke verkenners worden verdreven, maar de posities van de Belgen zijn nu bekend en een tegenactie laat niet op zich wachten. De bataljonscommandant verplaatst zich naar het kruispunt van de wegen Beringen-Kermt en Heusden-Halen even ten noorden van de dorpskern van Lummen van waar de Mangelbeekvallei kan geobserveerd worden en zal van hieruit de verdere gebeurtenissen leiden. De oprukkende Duitsers slagen er al snel in om enkele mortieren en PAK36 anti-tankkanonnen in stelling te brengen. Tegen de middag zullen de schermutselingen hier afnemen.

Ook omstreeks 09u30 wordt contact gemaakt in het kwartier van het IIde Bataljon wanneer er hier Duitsers opduiken die te Viversel het Albertkanaal zijn overgestoken en via de Kraaiberg het dorpje Rekhoven binnendringen. Majoor Jacquemin verschuift zijn commandopost naar de kapel te Molem op de baan Heusden-Halen. Dit is een relatief makkelijke operatie omdat op dat ogenblik het veldtelefoonnet tussen de bataljonsstaf en de compagnies nog niet aangelegd is. Aangekomen op de nieuwe locatie, verneemt Jacquemin dat bij de 7Cie de Colt mitrailleurs nog niet in stelling zijn. Niemand kan de mitrailleurploegen lokaliseren. De Duitsers zijn aanvankelijk terughoudend in hun opmars maar vanaf 12u50 breken schermutselingen uit langs zowat het ganse front van het IIde Bataljon. De gevechtsgroep van Sergeant Rijpens vlucht weg uit zijn steunpunt en wordt prompt teruggedreven door de staf van Majoor Jacquemin.

Op de scheidingslijn van het IIde en het Iste Bataljon slagen de Duitsers er in om rond 13u00 een beperkte opening te creëren tussen de 7Cie en de 1Cie. Een tweetal uur later omstreeks 15u00 wordt de 6Cie uit de meeste van zijn steunpunten verdreven. Majoor Jacquemin slaagt erin om het peloton van Luitenant Verhoeven tegen te houden. Het peloton van Adjudant KROLt Roleyns vlucht weg, maar hier kunnen alsnog twee gevechtsgroepen teruggestuurd worden. De volgende fase van de Duitse aanval zal zich concentreren op het kwartier van het IIde Bataljon. Vooreerst voeren de Duitsers de druk op in de zone tussen de 7Cie en 1Cie waar het relatief makkelijk is om troepen naar voren te leiden via de parklanden van het Kasteel van Loye. Het peloton van Luitenant Dricot van de 7Cie krijgt het bijzonder lastig. Tegen 15u15 slaagt de aanvaller er in om de 5Cie weg te drukken uit het eerste echelon. Het C47 anti-tankkanon nabij het bruggetje over de Mangelbeek tussen Molen en Rekhoven wordt vernield. Luitenant Noels kan met een deel van zijn 5Cie een nieuwe stellingname realiseren aan de westelijke kant van de baan Heusden-Lummen. Een eerste definitieve doorbraak komt er omstreeks 15u45 bij de 7Cie wanneer de vijand de posities kan overschrijden en alzo twee fuselierpelotons, een mitrailleursectie en de compagniecommandant Kapitein Renders gevangen maakt. De rest van de 7Cie vlucht weg in zuidelijke richting naar Lummen en laat het onderkwartier leeg achter. De 6Cie in het meest noordelijke onderkwartier houdt voorlopig nog stand. Tussen het gehucht Lindekensveld net ten noorden van Lummen en Molem slaagt de bataljonsstaf erin om een beperkte tussenstelling te organiseren met het personeel van de bataljonsstaf en het peloton van Luitenant Roleyns.

Luitenant-kolonel Lesir duidt even na 16u00 de 11Cie aan om een tegenaanval te lanceren naar het onderkwartier van de 7Cie. Hij vraagt aan compagniecommandant Luitenant Eggermont om zich aan te bieden op de CP van het regiment. Eggermont verlaat zijn compagnie maar zal niet aankomen te Meldert. Om 17u00 weet Luitenant-kolonel Lesir nog steeds niet waar zijn 11Cie zich bevindt. Luitenant Eggermont zal later verklaren dat hij ter hoogte van de spoorlijn Leuven-Hasselt beschoten werd vanuit de bossen ten noorden van Linkhout en niet verder meer kon.

Na de verovering van het onderkwartier van de 7Cie breidt de Duitse aanval zich uit naar het onderkwartier van de 1Cie. Majoor De Vijlder verliest de verbinding met de commandopost van deze eenheid. De steunpunten van de 1Cie wordt in zuidwestelijke richting een na een ingenomen door de aanvallers. Luitenant Dricot slaagt er in om nog een deel van zijn peloton te hergroeperen in de huizen langs de baan Heusden-Lummen maar wordt al snel omsingeld en krijgsgevangen gemaakt. Kapitein-commandant Capellen tracht een nieuw steunpunt te organiseren van bij de kerk van Lummen naar het peloton van Luitenant Coppens met een deel van het gevluchte personeel van de 7Cie, maar deze poging resulteert eveneens in een gevangenname. De Duitse infanteristen gebruiken hierop Kapitein-commandant Capellen als levend schild om de mitrailleurssectie op de baan naar Beringen aan te zetten de strijd te staken.

Op de regimentsstaf gooit Luitenant-kolonel Lesir in het Peloton Verkenners in de strijd om de tegenaanval naar het onderkwartier van de 7Cie uit te voeren in plaats van de zoek geraakte 11Cie. De commandopost verliest hiermee zijn verdedigingsmiddelen, met uitzondering van het enkele C47 kanon van het Iste Bataljon dat nog steeds de baan van Mellaar naar Lummen verdedigt. Kort hierop komt een groep vluchtende soldaten aan van het 3de Peloton van de 2Cie onder leiding van Luitenant Rommens. Deze officier krijgt het bevel om ter plekke stelling te nemen, maar laat niets meer van zich horen. De adjudant-majoor, Kapitein-commandant Hubert Van Der Vorst, slaagt er alsnog in om enkele militairen staande te houden en op te stellen rond de commandopost.

Tussen 17u00 en 18u00 bereiken de oprukkende Duitsers de dennenbossen van het Lindekensveld nabij Kilometerpaal 6 op de baan van Beringen naar Lummen, even ten noorden van de dorpskern van Lummen. De luchtafweermitrailleurs van het het toegevoegde peloton van het Cavaleriekorps worden opgesteld om deze opmars af te remmen, wat lukt tot wanneer de munitie uitgeput raakt omstreeks 18u30. Tegen dat tijdstip zijn ook de 2Cie en het Peloton Verkenners verdreven door de vijandelijke infanterie die inmiddels ook de baan van Lummen naar Linkhout overschreden heeft. Het tweede echelon van het Iste Bataljon wordt vervolgens aangevallen. Kapitein-commandant Jacquemin van de 4Cie wordt hierbij dodelijk getroffen. De Duitsers nemen de heuvels ten noorden van de dorpskern in en lijken dan hun aanvalstempo te vertragen. Het Iste Bataljon heeft echter alle contact met de regimentsstaf verloren. Tegen 19u00 zal ook de bataljonsstaf in handen van de vijand vallen.

Wanneer ook de twee oostelijke pelotons van de 9Cie onder vuur vallen, verlaat ook deze eenheid zijn posities. Bij de aftocht slaagt Luitenant Simons van de 9Cie erin om zijn peloton op te stellen ten zuiden van de spoorlijn Leuven-Hasselt met front richting Lummen. Kapitein-commandant Aubert vreest voor een snelle doorbraak en laat twee mitrailleurs opstellen aan de rand van Linkhout. Hij zelf vertrekt daarop per motorfiets naar Zelem, gevolgd door de compagniecommandant van de 12Cie die per fiets wegvlucht.

Luitenant-kolonel Lesir besluit eveneens omstreeks 19u00 om de commandopost van het regiment 150m westwaarts te verplaatsen na een vijandelijk artilleriebombardement. De kolonel verlaat Mellaar en installeert zich net achter de brug over de Zwarte Beek op de baan van Mellaar naar Meldert. Van hieruit keert Lesir omstreeks 20u30 terug naar zijn oude commandopost in de hoop er de toestand van zijn regiment te kunnen bepalen. Hij besluit dat het dorp Lummen in vijandelijke handen moet zijn en staat op het punt om terug te keren wanneer een Duitse motorwielrijder aankomt die hem staande houdt met zijn pistool en vraagt naar de toestand van zijn regiment. De kolonel antwoord dat hij van niets weet, waarop de Duitse verkenner rechtsomkeer maakt. Lesir rent over de brug over de Zwarte Beek en laat de reeds aangebrachte springlading aanzetten. Luitenant-kolonel Lesir en Kapitein-commandant Van Der Vorst trekken vervolgens naar de Vlootbrug over de Demer nabij Linkhout. Hier zijn ze opgelucht dat de twee secties mitrailleurs van de 12Cie, het peloton van de 9Cie en het C47 anti-tankkanon toegewezen aan het IIIde Bataljon nog aanwezig zijn. Dit detachement wordt geleid door Luitenant Simon die de opdracht krijgt om bij het bevel tot de aftocht terug te trekken via Zelem en Zelk naar Assent.

De brug over de Zwarte Beek op de baan van Zelem naar Meldert wordt om 21u10 vernield door een ploeg van Majoor Jadoul van het 13Gn. Hiermee is niet alleen Luitenant-kolonel Lesir afgesneden van zijn nieuwe commandopost, maar meteen ook een route voor de aftocht van het regiment geblokkeerd. Lesir beseft nu dat hij geen georganiseerd front meer heeft en wil koste wat kost de divisiestaf contacteren. Hij besluit naar de Lichte Ambulance van de 14Div te trekken te Assent om hier gebruik te kunnen maken van hun telefoonverbinding met de divisiestaf.

Luitenant-kolonel Lesir zal hier in de eerste helft van de nacht van 12 op 13 mei aankomen. Op weg naar Assent wordt de personenauto van de kolonel door bevriende troepen beschoten. Hierbij raken de chauffeur van het voertuig en de inlichtingenofficier Luitenant Schilling gewond. Beiden worden verzorgd door de bataljonsarts van het 13Gn.

Op dat ogenblik is nog alleen het IIde Bataljon in zijn oorspronkelijke bataljonsvak aanwezig. Dit bataljon ontvangt nog nieuwe munitie rondom 22u30 en zal dan de nacht doorbrengen zonder verder contact met de staf van het 36Li.

Staf/36Li
Luitenant-kolonel Lesir ontdekt dat de Lichte Ambulance van de 14Div geen telefoonverbinding heeft met de divisiestaf en besluit om verder te rijden. Op de baan van Diest naar Rillaar krijgt hij omstreeks 03u00 alsnog contact met de staf van de 14Div en verneemt dat het Cavaleriekorps de evacuatie van dwarsstelling van Lummen bevolen heeft en dat het 36Li naar Breendonk moet teruggetrokken worden. Lesir verspreid dit bericht onder de elementen van het 36Li waarmee hij nog in contact staat en die tijdelijk samengebracht werden te Rillaar. De marsroute van het 36Li moet lopen via Baal, Schriek, Peulis, Mechelen, Battel en Tisselt. Deze route zal ook gevolgd worden door het 35Li en de I/22A.

Van een goed georganiseerd geheel is echter geen sprake meer. Heel wat manschappen trekken in kleine groepjes richting K.W. Stelling via onder meer Diest en Aarschot.

Detachement Kapitein-commandant Capellen
Kapitein-commandant Capellen heeft de nacht doorgebracht in een bioscoopzaal te Houthalen met ongeveer 200 andere militairen waarvan het merendeel behoort tot de 1Cie en de 7Cie. Om 04u30 komen drie Duitse vrachtwagens aan die de officieren en de meeste manschappen van de 1Cie richting Duitsland zullen brengen. De overigen zullen de tocht te voet moeten afleggen. De kleine colonne zal de Maas oversteken te Roermond om aan het eind van de dag halt te houden te Brüggen om hier in een oude tegelfabriek opgesloten te worden waar op dat ogenblik al talrijke Nederlandse militairen gevangen zitten.

Detachement Luitenant Antoin
Luitenant Henri Antoin, die daags voordien bij de aanval op de 1Cie gekwetst werd door een Duitse granaat, wordt samen met een aantal andere Belgische gewonden in snel tempo overgebracht naar Duitsland. Reeds op 13 mei zal hij opgenomen worden in een hospitaal te Erkenlenz om op 14 mei verplaatst te worden naar een kliniek te Neuss.

II/36Li
Bij het IIde Bataljon hervatten de Duitsers hun offensieve acties rondom 05u00. Majoor Jacquemin heeft twijfels over de toestand van het 36Li en stuurt Luitenant Ackaert van de 6Cie op verkenning met een gevechtsgroep. Dit detachement zal niet terugkeren. Wanneer rondom 08u30 de vijand opduikt voor de steunpunten van de 6Cie, stuurt Jacquemin een estafetteloper naar de commandopost van het regiment om artillerievuur aan te vragen. Wanneer om 09u50 alsnog een artilleriesalvo neerkomt op de Duitse posities, besluit de majoor verkeerdelijk dat de CP van het 36Li nog functioneert. Omstreeks het middaguur worden de posities van de 6Cie opnieuw aangevallen. Enkele steunpunten worden tijdelijk verlaten en de Duitse infanteristen kunnen doordringen tot in de omgeving van de commandopost van Majoor Jacquemin. Het komt niet tot een inname van de CP, maar de bataljonscommandant besluit om 12u45 wel om zijn eerste echelon op te geven omdat enerzijds de vijand te veel druk blijft uit te oefenen en anderzijds ook duidelijk is geworden dat het naburige IIIde Bataljon van het 38Li zijn posities verlaten heeft. Onmiddellijk daarop wordt aan alle eenheden die nog in contact staan met de bataljonsstaf het bevel gegeven om te verzamelen op de baan Beringen-Lummen.

Het II/36Li vertrekt vermoedelijk rond 13u10. Kort na de start van de mars wordt een colonne opgemerkt op de baan van Geneiken naar Mellaar. Het blijkt om het 38Li te gaan dat eveneens de aftocht heeft aangevat. De 6Cie wordt tegen de wil van Majoor Jacquemin opgenomen in deze colonne nabij Geneiken. Het II/36Li wordt op die manier vermengd in de marscolonne van het 38Li met voorop de bataljonsstaf, gevolgd door een deel van de 6Cie, Majoor Jacquemin, twee pelotons van de de 6Cie, twee pelotons van de 5Cie en een peloton van de 8Cie. De ganse marscolonne wijzigt hierop koers naar de vallei van de Zwarte Beek nadat de troepen onder vuur gevallen zijn van de vijandelijke infanterie rond Lummen. Rond 15u00 wordt de noordelijke oever van de beek bereikt, maar hier worden de Belgische militairen beschoten vanuit de richting van het dorp Paal.

Majoor Jacquemin besluit om de baan naar Schuilenbroek en Geeneinde te volgen en laat zijn nog aanwezige troepen in defensief gaan aan de rand van het dorpje Meldert. Hier steken de troepen van 38Li het bataljon voorbij. Kort daarop duiken enkele Duitse soldaten op die de restanten van het IIde Bataljon krijgsgevangen maken. Enkel de bataljonsstaf en een groepje militairen ter grootte van een peloton kunnen ontkomen. De krijgsgevangenen worden aanvankelijk naar Paal afgeleid en steken vervolgens te Beringen het Albertkanaal over. Van hieruit worden de officieren doorgestuurd naar de Rijkswachtkazerne van Bree om uiteindelijk in Oflag VIIB te Eichstätt opgesloten te worden.

De Duitsers staan in de sector van de 14de Infanteriedivisie nu stevig over het Albertkanaal en rukken verder op. In alle haast werpen de Belgen een nieuwe verdedigingslinie op tussen het Albertkanaal en Diest aan de Winterbeek, waar het 1ste Regiment Karabiniers-Wielrijders en het 2de Regiment Gidsen ingezet worden.

Het Groot Hoofdkwartier wijst Londerzeel aan als nieuwe bestemming voor de staf van 14de infanteriedivisie. Het IIIde Legerkorps krijgt het bevel over de 1ste, 4de en 14de infanteriedivisies die allen worden teruggetrokken achter het Kanaal van Willebroek. De divisiestaf zal er trachten om alle gevluchte militairen op te vangen en de eenheden zo goed mogelijk te reorganiseren.

Staf/36Li
Het 36ste Linie bereikt de noordrand van het dorp Breendonk tegen het middaguur. Bij dit detachement krijgt Luitenant Cogen het bevel over de 4de compagnie, en Luitenant Van Den Broeck over de 7de compagnie.

Detachement Kapitein-commandant Capellen
Te Brüggen worden Kapitein-commandant Capellen en de andere Belgische en Nederlandse officieren per trein overgebracht naar Geilenkirchen waar in een klooster net buiten de stad reeds een honderdtal Belgische officieren samengebracht werden. De meeste van hen blijken te behoren tot de 7Div. Van hieruit zal hij daags nadien naar Badhorn vertrekken.

Detachement Kapitein Grégoire
Kapitein Grégoire kan tegen de avond van 14 mei met de overgebleven manschappen van het tweede echelon van het Iste bataljon de hoofdstad bereiken en wordt ondergebracht in de Grenadierskazerne. Grégoire krijgt de opdracht om zich ’s anderendaags naar Wemmel te begeven en van hieruit met vrachtwagentransport bij het regiment aan te sluiten.

Detachement Luitenant Simon
Luitenant Simon die daags voordien de instructie had gekregen om bij de aftocht van het regiment te Assent te verzamelen, is met zijn detachement aangekomen in dit dorp maar vindt er niemand terug. Hij laat verder marcheren via Leuven naar Kampenhout en zal uiteindelijk aankomen te Zaventem waar ook Luitenant Charlier, het Peloton Verkenners en nog enkele andere militairen van het 36Li teruggevonden worden.

De 14de Infanteriedivisie is gehergroepeerd te Londerzeel, Breendonk, Ramsdonk en Malderen. De divisie is niet langer strijdvaardig. Het GHK wil de 14Div zo snel mogelijk weg uit het achtergebied van de K.W. Stelling. Om 13u50 geeft de divisiestaf de opdracht aan zijn eenheden om tegen 16u00 marsklaar te zijn. Alle bagegevrachtwagens moeten onmiddellijk geladen worden en zullen te Malderen verzamelen. De divisie zal zich naar Dendermonde verplaatsen. Daarbij wordt het 36Li doorgestuurd naar Sint-Gillis-bij-Dendermonde.

Detachement Kapitein Grégoire
Kapitein Grégoire en zijn manschappen gaan per tram naar Wemmel maar kan hier geen transport vinden om hen naar het detachement te brengen. Hij laat een pistool opeisen op het gemeentehuis voor de niet-bewapende Luitenant Auguste Huysmans en stuurt zijn detachement vervolgens terug naar de Grenadierskazerne in Brussel.

Detachement Luitenant Simon/Luitenant Charlier
Het nu samengevoegde detachement verneemt dat de 14Div zich te Breendonk bevindt. Vanuit dit dorp bereiken de militairen opnieuw het 36Li in hun kantonnement te Malderen.

Staf/36Li
Aan het eind van de dag vertrekt het 36Li te voet 

Staf/36Li
Het 36Li is nog voor aankomst te Sint-Gillis-bij-Dendermonde doorgestuurd naar het dorpje Oudegem. Deze locatie maakt dat het regiment alvast ten westen van de Dender is.

Detachement Kapitein Grégoire
Het plaatscommando van de hoofdstad stuurt Kapitein Grégoire en zijn militairen per tram naar Aalst waar de nacht doorgebracht wordt bij een niet nader bepaald detachement van de Hulptroepen.

Staf/36Li
Nog tijdens de eerste helft van de nacht verneemt Luitenant-kolonel Lesir dat het GHK de volledige 14Div zal overbrengen naar de Westhoek om zich hier ten gronde te reorganiseren en om bewakingsopdrachten uit te voeren aan wat wel eens een toekomstig nieuw front aan de Ijzer zou kunnen worden. Hiervoor zullen de paardenwagens en de troepen te voet per trein overgebracht worden. Het 36Li krijgt het station van Oudegem aangewezen als opstapplaats en moet alvast zijn paardengerij samenbrengen op het stationsterrein. De geplante uitstapplaats wordt het station van Veurne.

De motorvoertuigen zijn nog steeds bij de colonnes van de divisie en zullen apart doorreizen vanuit Schoonaarde via Wetteren, Gent, Deinze, Tielt en Lichtervelde.

Om 11u00 besluit het GHK echter dat alle opstapplaatsen naar het westen moeten verlegd worden om de aftocht van de troepen van de K.W. Stelling niet te belemmeren. Aanvankelijk wordt “Melle en omgeving” aangeduid als nieuwe opstaplocaties. Het tijdstip van instijgen wordt “valavond”. Dit schema zal niet gerealiseerd worden.

Detachement Kapitein Grégoire
De militairen onder leiding van Kapitein Grégoire worden bij gebrek aan transportmiddelen te voet op weg gezet. Na een tocht over Lede komt het detachement aan te Balegem.

Staf/36Li
Om 05u45 past de divisiestaf de opstapplaats voor het 36Li aan: het regiment zal niet langer te Oudegem maar te Wichelen opgepikt worden. Uiteindelijk zullen de treinstellen van het 36Li vertrekken vanuit het station van Schellebelle om 11u30 en het station van Wetteren om 13u30. Luitenant-kolonel Lesir rapporteert dat het 36Li ongeveer 2.000 militairen telt, waarvan het merendeel niet langer over een wapen beschikt. Er zijn nog twee intacte Colt mitrailleurs aanwezig.

Detachement Kapitein Grégoire
Het detachement van Kapitein Grégoire bereikt Zeveren.

Staf/36Li
Het grootste deel van het 36Li zal aankomen te Veurne in de voormiddag van 19 mei en wordt ingekwartierd tussen Veurne en Diksmuide. Een van de twee treinstellen heeft echter grote vertraging opgelopen en zal pas aankomen op 20 mei. De commandopost van Luitenant-kolonel Lesir wordt opgesteld in Hoeve De Haanebrug aan de huidige s’ Heerwillems 15 op het grondgebied van Pervijze. 

Detachement Kapitein Grégoire
Het detachement van Kapitein Grégoire bereikt na een nieuwe lange voetmars het dorp Koolskamp.

Staf/36Li
De Duitse troepen bereiken Abbeville aan de Atlantische kust en snijden de geallieerde legers in Vlaanderen en Noord-Frankrijk volledig af. Luitenant-kolonel Lesir krijgt de bevestiging dat de 14Div nu deel uitmaakt van het IIIde Legerkorps. Luitenant-generaak Massart wordt uit zijn functie ontheven en niet vervangen door een opperofficier. Vanaf nu zullen alle orders ondertekend worden door Majoor Patris in opdracht van de oudste kolonel van de divisie, Kolonel Hatry van 35Li.

Bij de verplaatsing naar West-Vlaanderen heeft het tweede treinstel van het 36Li grote vertraging opgelopen.  Zo komt de trein bij het einde van de rit nog lange tijd vast te zitten tussen Esen en Diksmuide, waar de troepen brood en kaas ontvangen van het PARa.  De militairen zullen uiteindelijk omstreeks 14u15 te Oostkerke kunnen uitstijgen.

Na inspectie door de 3de Afdeling van het Groot Hoofdkwartier wordt bevestigd dat het 36Li bestaat uit 50 officieren, 1.700 manschappen, 800 geweren, 22 lichte machinegeweren en 5 mitrailleurs. Het 36Li wordt ten dele herbewapend en mag om 10u00 aan het gemeentehuis van Zuidschote 400 geweren en 300 karabijnen afhalen.

Detachement Kapitein Grégoire
Uiteindelijk stuit het detachement van Kapitein Grégoire te Esen op enkele officieren van het 38Li die kunnen bevestigen dat de divisiestaf zich te Diksmuide bevind. De troepen marcheren verder en worden uiteindelijk vanuit Diksmuide per vrachtwagen overgebracht naar Pervijze. Na aankomst wordt Luitenant August Huysmans aangesteld als compagniecommandant van de 1Cie.

Staf/36Li
Het 36Li bevindt zich samen met de andere eenheden aan het Ijzerfront. Het regiment blijft ingekwartierd tussen Veurne en Diksmuide. De reorganisatie van het regiment loopt verder. Net zoals het 35Li en het 38Li beschikt nu ook het 36Li over een enkel peloton mitrailleurs met vier Colt M1895 wapens. Ieder fuselierspeloton heeft nu twee Chauchat FM15/27 lichte mitrailleurs. Iedere militair die voordien een geweer had heeft nu opnieuw een geweer of karabijn.

1/I/36Li
De 1Cie wordt opnieuw samengesteld uit twee fuselierspelotons die elk door een sergeant geleid worden. Luitenant August Huysmans wordt geheel uitgeput opgenomen in het Hulphospitaal 28 van het Rode Kruis in het Patronage La Germaine. Hier zal hij verblijven tot 24 mei wanneer hij doorgestuurd wordt naar het hospitaal in Hotel Osborne te De Panne. Op 25 mei zal hij opgenomen worden in het MCC Mariakerke.

Staf/36Li
Terwijl het regiment nog steeds in reserve is, wordt het duidelijk dat de Duitsers nu ook de zuidelijke flank van ons leger bedreigen vanuit Frans-Vlaanderen. Het Belgische oppercommando zoekt dringend naar een oplossing om die zuidflank te dekken en zal de nodige troepen opstellen in de Westhoek. Hierbij zal gebruik gemaakt worden van de waterlopen tussen de Belgisch-Franse grens en van de Ijzer om alzo een verdedigingslinie te organiseren waarvan het hoofdweerstandslinie loopt van Nieuwpoort over Diksmuide tot in Ieper.

Staf/36Li
Het 36Li ontvangt tijdens de namiddag nieuwe marsbevelen en maakt zich klaar voor zijn nieuwe defensieve opdracht in de Westhoek. In een eerste fase moet het dorp Pervijze ingericht worden als anti-tankcentrum en moeten nieuwe kantonnementen uitgezocht worden te Woumen. Deze verplaatsing zal afgerond zijn tegen 21u00 wanneer de regimentsstaf bevestigt aan het hoofdkwartier van de 14Div dat de troepen op de nieuwe locatie ingekwartierd zijn.

Bij deze verplaatsing is het Peloton Verkenners op bevel van de 14Div achtergelaten te Pervijze om de verdere verdediging van dit dorp te verzekeren.

Staf/36Li
De opdracht van het 36Li wordt uitgebreid in de nacht van 23 op 24 mei:

  • De 1Cie versterkt met twee C75TR vuurmonden van de veldartillerie wordt belast met het bezetten van de overgangsplaatsen over het Lokanaal te Fortem, Lo en Pollinkhove. Deze kanonnen worden opgesteld bij de bruggen van Fortem en Pollinkhove. De commandopost van de 1Cie moet te Lo opgesteld worden.
  • Een detachement van het gedeelte van het 15A dat geen artilleriestukken meer heeft, wordt toegewezen om patrouilles te lopen tussen deze locaties.
  • De rest van het Iste Bataljon en het IIde Bataljon zullen opgesteld worden langs de Ijzer tussen Kilometerpaal 22 en 25 van de rivier. Dit is van de monding van de Houtensluisvaart in het noorden tot het Fort Knokke in het zuiden.
  • Het IIIde Bataljon heeft zich te Kippe ter beschikking gesteld van het 2de Licht Regiment om de dwarsstelling van Boesinge over Pilkem tot Langemark te bezetten. Hierbij is de 10Cie in stelling gegaan te Langemark, de 9Cie te Pilkem en de 11Cie tussen deze beide dorpen.
  • Het 36Li krijgt twee batterijen van het 15A toegewezen die als fuseliers kunnen ingezet worden. Dit gaat om ongeveer 90 manschappen.

Aan het eind van de dag keert ook het Peloton Verkenners terug naar Woumen. Dit peloton werd te Pervijze afgelost door een detachement van het 38Li.

Staf/36Li
Het 36Li zet de opdracht verder die daags voordien opgestart werd. In de avond van 25 mei zal het regiment een nieuwe opdracht krijgen en toegewezen worden aan de verdediging van Ieper. Hierbij zal het 36Li de opdracht van het 2de Licht Regiment overnemen. Tegen 03u30 in de nacht van 25 op 26 mei moet het regiment de volgende opstelling aannemen:

  • Op het Kanaal Ieper-Ijzer zal de zone tussen Fort Knokke en Driegrachten verdedigd worden door de 1Cie van 36Li. Ten noorden van Fort Knokke en langs de loop van de Ijzer moet het I/35Li de posities van het I/36Li overnemen.
  • I/35Li moet de verantwoordelijkheid opnemen voor de oostelijke oever van de Ijzer tussen kilometerpaal 18 en 25 met drie van de vier compagnies en maakt front richting Frankrijk.
  • de derde compagnie van het I/35Li zal dichter bij de Franse grens opgesteld worden aan het Kanaal van Veurne naar Lo te Pollinkhove, Lo-Reninge en Fortem. De compagnie moet onder meer gebruik maken van de ruines van het oude Fort Knokke op het grondgebied van Merkem om een steunpunt te installeren. Ook hier zal richting Frankrijk front gemaakt worden.
  • III/35Li moet de linies aan de Ijzer vervolgen van kilometerpaal 18 (bij de spoorbrug van Diksmuide) tot aan de baan van Woumen naar Zarren.
  • II/35Li moet de zone tussen Diksmuide en Klerken bezetten en zal Esen verdedigen.
  • Op het Lokanaal moeten de bruggen te Labbietehoek en Fintele bezet worden door de 1Cie van 36Li. De bruggen te Fortem, Lo en Pollinkhove zullen dan overgenomen worden door de 3Cie van het 35Li.
  • Vervolgens zullen langs dezelfde waterloop en van west naar oost de bruggen te Driegrachten, Steentrate en Boezinge en de sluis te “Het Sas” bezet worden door het Iste Bataljon (minus 1Cie) van 36Li. Tussen deze bruggen zullen patrouilles georganiseerd worden.
  • Te Ieper wordt het anti-tankcentrum dat verdedigd werd door het 2LR overgenomen door het IIde Bataljon van 36Li.
  • Het IIIde Bataljon van 36Li bijft op de transversale Boesinge-Pilkem-Langemark.
  • Het 36Li moet drie Officiersverkenningen uitsturen naar Roesbrugge, Poperinge en Loker.
  • De commandopost van het 36Li wordt overgebracht naar een hoeve op het gehucht Veldhoek op de baan van Langemark naar Staden.

Staf/36Li
Het 36Li heeft de op 25 mei toegewezen posities ingenomen en heeft daarmee de aflossing van het 2de Licht Regiment verzekerd. De overname werd uitgevoerd zoals bevolen, met uitzondering van de bezetting van de stad Ieper door het IIde Bataljon. Het bataljon is uiteengeslagen door een luchtaanval en zal pas rond 06u00 aankomen op zijn bestemming.

Het IIde Bataljon krijgt de opdracht om een aantal bruggen in het voorgebied te gaan bezetten, Er wordt telkens een gevechtsgroep uitgestuurd naar de brug over de Vleterbeek te Poperinge en de brug over de Kemmelbeek te Elverdinge, en een peloton naar de brug van de Dikkebusbeek nabij de gelijknamige gemeente. Om de gevaarlijke opening in de Belgische linies tussen Ieper en Zonnebeke enigszins te beveiligen worden twee pelotons uitgestuurd naar de spoorlijn Ieper-Roeselare waarvan een detachement een verbinding dient te realiseren met de troepen van het 31Li te Zonnebeke.

Aan de brug van Driegrachten is een een detachement aangekomen van het Franse 8e Régiment de Cuirassiers. De pantserwagens zijn even voordien te Boezinge geweest. De cavaleristen melden dat de Duitse opmars in westelijke richting verloopt en dat ze dan ook de taak gekregen hebben om op de linkeroever van de het Kanaal Ieper-Ijzer in stelling te gaan en front te maken naar het oosten. Dit leidt tot de enigszins bizarre situatie waarbij Franse en Belgische militairen de tegenover elkaar liggende oevers bezetten.

Ten oosten van de operatiezone van het IIIde Legerkorps ligt de zone van het Iste Legerkorps waar in de voormiddag 26 mei de 2de Cavaleriedivisie zich teruggetrokken heeft van de lijn Dadizele-Geluwe naar de spoorlijn Ieper-Roeselare. Deze terugtocht betekent dat de dreiging uit het oosten nu groter wordt en dat een volledig naar het westen gericht dispositief tussen Diksmuide en Ieper geen zin meer heeft. Het Kanaal Ieper-Ijzer wordt op dat ogenblik trouwens tussen Boezinge en Ieper al in die richting verdedigd door de pas aangekomen 2e Division Légère Mécanique van het Franse leger.

Nu de meest onmiddellijke dreiging uit het oosten komt, beveelt de 14Div een positiewissel naar het oosten tussen Boezinge (inclusief) en Ieper (inclusief).

In het noorden blijven de posities van het gros van het Iste Bataljon tussen Fort Knokke en Driegrachten tijdens de nacht van 26 op 27 mei ongewijzigd en wordt nog steeds front naar het westen gemaakt. Het bataljon moet wel een stelling in spiegelbeeld op de andere oever verkennen en voorbereiden die indien nodig zo snel mogelijk moet bezet worden. Tegen de ochtend van 27 mei zullen de steunpunten verplaatst worden naar de westelijke oever.

In het centrum behoudt het III/36Li de dwarsstelling op het Kanaal Ieper-Ijzer tussen Boezinge en Langemark met front naar het zuidoosten. Vier stuks geschut van de 2/II/31A en 3/II/31A blijven toegewezen aan de verdediging van Pilkem en Langemark. De kanonnen van de 4/II/31A kunnen van op hun stellingen te Mangelare de toegangswegen naar deze linie onder indirect vuur nemen. Even voor 04u00 wordt bevolen om de bruggen te Boezinge met front naar het oosten te bezetten. Deze bruggen wil het Franse leger trouwens zo snel mogelijk vernielen, maar de staf van het IIIde Legerkorps houdt dit aanvankelijk tegen. Wanneer vanaf het middaguur schermutselingen met de eerste vijandelijke elementen uitbreken nabij Pilkem gaat de Franse genie toch over tot het opblazen van de beide bruggen te Boezinge. Even na 12u00 wordt de spoorbrug vernield, gevolgd door de wegbrug omstreeks 15u35. Dit gebeurd onder protest van het Belgische IIIde Legerkorps.

Bij het IIde Bataljon in het zuiden blijft Ieper verdedigd als anti-tankcentrum waarbij alle invalswegen gedekt worden, maar wordt nu ook eerder een aanval vanuit het noordoosten verwacht. Aan het eind van de dag wordt de verdediging van de stad Ieper overgelaten aan de Britten en vervoegt het bataljon de posities van het IIIde Bataljon.

De vijand maakt rond 08u00 contact met het 36Li tussen Boesinge en Langemark. Tot gevechten komt het omwille van de capitulatie niet meer, maar de 3/II/31A vuurt toch nog kort op een Duitse colonne. Het 36Li legt de wapens neer wanneer het nieuws van de overgave na 08u30 binnensijpelt.

Het Iste Bataljon verzamelt aanvankelijk te Reninge en marcheert van hieruit naar Diksmuide om vervolgens de troepen in te kwartieren in Alveringem. De rest van het regiment zal te Pervijze verzameld worden.

Het Iste Bataljon kantonneert in de zone tussen Oostkerke en Avekapelle wanneer op 29 mei de eerste Duitse troepen aankomen die te Tervate de Ijzer zijn overgestoken. Uiteindelijk worden de militairen van het bataljon opgenomen in een colonne met Franse krijgsgevangenen.

De rest van het regiment bevindt zich ten westen van het dorp Pervijze dat bezet wordt door de Duitsers op 30 mei. De vijand wil de Belgische troepen weg uit hun opmarsgebied en sturen het 36Li naar de oostelijke oever van de Ijzer via de brug te Tervant. Van hieruit gaat de tocht verder over Keiem naar een bos nabij Beerst.

Na de capitulatie

Op 31 mei bereikt het gros van het 36Li het dorp Koekelare. Van hieruit wordt op 1 juni verder getrokken naar Deerlijk. Op 4 juni zal het regiment de stad Ronse bereiken waar de troepen ingekwartierd worden in de “Sporting Club Renaisien”. De demobilisatie van de dienstplichtigen vangt aan op 10 juni.

De compagniecommandant van de 10de Compagnie, de Antwerpse onderwijzer Marcel Louette, zal tijdens de oorlog een van de spilfiguren van het plaatselijke gewapend verzet worden.

Slachtoffers

EenheidNaamVoornaamFotoGraadStandKlas° op° te+ op+ teNota
OnbekendAERTSPeter, J.SdtMil3124.06.1911Olen30.05.1940Veurne
1/IBEULLENSPieter, A.SdtMil2903.06.1909Leest12.05.1940Lummen
2/IBOLSFransSdtMil2920.10.1909Mechelen12.05.1940Lummen
2/IBRUYNINCKXArmand, J.P.SgtMil3002.04.1910Antwerpen12.05.1940Lummen
OnbekendD'HAENENSMauriceSdtMil06.04.1909Beveren-Waas24.03.1940NieuwpoortOmgekomen in ongeval
5/IIDE GROOFPetrus, J.SdtMil12.10.1908Herenthout12.05.1940Lummen
2/IDE PAEPERegnielSdtMil10.10.1910Stekene12.05.1940Lummen
7/IIDE SEFFERMarcel, G.SgtMil3513.01.1919Nantes (F)12.05.1940Lummen
OnbekendDE SPIEGELAEREGerardSdtMil30.01.1910Knesselare20.05.1940Frévent (F)
3/IDE WINTERAlbertSdtMil27.10.1909Temse12.05.1940Lummen
OnbekendDERWEDUWEKamielSdtMil26.09.1907Oostakker01.02.1940OostendeOverleden in militair hospitaal
9/IIIDESECKPaul, H.S.CdtRes20.07.1896Aalst12.05.1940Lummen
9/IIIDEVOSRoger, L.F.LtRes08.11.1906Antwerpen12.05.1940Lummen
8/IIFONTAINEFrans, AndréKaptAct20.05.1899Drogenbos12.05.1940Lummen
2/IHEYMANJan, H.L.Kpl25.11.1910Antwerpen12.05.1940Lummen
9/IIIHEYMANSJoseph, F.W.LtRes23.02.1904Brasschaat12.05.1940Lummen
4/IJACQUEMINMarcel, A.J.CdtAct24.07.1897Herseaux12.05.1940Lummen
OnbekendJANSSENSGustaaf, A.SdtMil14.05.1911Schilde12.05.1940Lummen
2/IMERTENSCorneel, J.SdtMil20.09.1911Antwerpen12.05.1940Lummen
OnbekendRAYMONDEmiel(Onbekend)10.02.1908Antwerpen12.08.1940Elsterhorst (D)Krijgsgevangene
1/IREGEMORTELAdriaanSdtMil29.05.1909Ekeren12.05.1940Lummen
OnbekendSELSHubert, LouisSdtMil08.04.1907Oosterlo22.01.1941Isenbüttel (D)Omgekomen in treinramp
1/ISTANSJean, M.KplMil2919.04.1904Lommel13.05.1940Lummen
5/IIVAN DAELEEugène, K.KplMil3128.07.1911Antwerpen12.05.1940Lummen
4/IVAN DER WEEPetrus, J.F.SgtMil2715.11.1907Borgerhout21.05.1940Genk
OnbekendVAN HANDENHOVEEugèneKplMil3016.06.1916Antwerpen22.01.1941Isenbüttel (D)Omgekomen in treinramp
1/IVAN HOYEAugust, C.P.SdtMil01.08.1909Waasmunster12.05.1940Lummen
4/IVAN LAERFrans, J.M.SgtMil2920.10.1907Borgerhout12.05.1940Lummen
1/IVAN LOOYFransSdtMil12.08.1908Nijlen12.05.1940Lummen
12/IIIVOORSPOELSTheofiel, L.SdtMil23.01.1911Nijlen12.05.1940Linkhout

Bibliografie en Bronnen

  1. Achtergrondinformatie bij de Sint-Bernardkazerne [On Line Beschikbaar]: https://belgiummilitary.wordpress.com/ [Laatst geraardpleegd 25 november 2019].
  2. Cammaert, M. (1994) De geschiedenis van het 6 linieregiment, [n.p]: vzw 6 Linie.
  3. Meulenijzer, V. (1941) Gevangen! Vier dagen oorlog aan t’ Albertkanaal. Vier maanden in het Stalag, Brussel: Ignis
  4. Michiels, O. (1947) 18 Jours de guerre en Belgique, Parijs: Berger-Levrault.
  5. De lichte mitrailleurs van de het type Chauchat FM15/27, die in 1915 in allerijl in Frankrijk aangekocht werden om een nijpend tekort aan mitrailleurs op te vangen, leverden tijdens de Eerste Wereldoorlog al problemen op. De mitrailleurs blokkeerden te vaak op cruciale momenten. Dit euvel was uiteraard nog niet opgelost tijdens WOII. Het wapen wordt vaak bestempeld als “the worst machine gun ever made”. Achtergrondinformatie [On Line beschikbaar]: https://en.wikipedia.org/wiki/Chauchat [Laatst geraadpleegd 5 april 2021].
  6. Het 35Li vermeldt op 11 mei in zijn velddagboek dat ze kort na middernacht nieuwe mitrailleurmunitie moeten afhalen in het station van Zoutleeuw. Vermoedelijk was dit om de nog tijdens de mobilisatie afgevoerde munitie te vervangen. De levering van 11 mei moest dit euvel verhelpen maar bij overdracht van de munitie bleek het om FM30 munitie te gaan terwijl de infanterieregimenten van de Tweede Reserve over Chauchat FM15/27 mitrailleurs beschikken.
  7. Archief 36ste Linieregiment, Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.