![]()
| Reglementaire benaming | Iste Legerkorps | I/LK Ier Corps d’Armée | I/CA |
|
| Type | Legerkorps van het actief leger | |
| Ontdubbeld van | n.v.t. | |
| Bevelhebber | Luitenant-generaal Alexis Van der Veeken | |
| Stafchef | Kolonel SBH Jules Frankignoul | |
| Onderstafchef | Majoor SBH Edouard Bedoret | |
| Verbindingsofficier Groot Hoofdkwartier | Kapitein SBH Jean Stacquet | |
| Commandant Artillerie (CA) | Generaal-majoor Jules Renard | |
| Commandant Genie (CGn) | Kolonel Albert Vandezande | |
| Commandant Transmissietroepen | Majoor Marcel Renaut | |
| Commandant Transportkorps | Luitenant-kolonel Fernand Frans | |
| Commandant Gezondheidsdienst | Geneesheer Generaal-majoor Victor Keersmaekers | |
| Commandant Paardenartsenijdienst | Dierengeneesheer Luitenant-kolonel Paul Meugens | |
| Intendant | 1ste Kapitein Intendant Marcel Lambert | |
| Standplaats | Dekkingstelling Albertkanaal Zone Diepenbeek-Lixhe Hoofdkwartier te Tongeren |
|
| Organieke Eenheden | Hoofdkwartier | 1ste Bureau – Operaties (Kapt SBH H. Fievez) |
| 2de Bureau – Inlichtingen (Cdt SBH Charles Ruscart) | ||
| 3de Bureau – Personeel en Materieel (Kapt SBH Edgard Dumont) | ||
| 4de Bureau – Ravitaillering en Evacuatie (Kapt SBH Robert Darimont) | ||
| 4de Infanteriedivisie | ||
| 7de Infanteriedivisie | ||
| 21ste Bataljon Genie | ||
| 21ste Bataljon Transmissietroepen | ||
| 14de Regiment Artillerie | ||
| Geneeskundig Korps I/LK | Staf (Med LtKol Edgard Lombard) | |
| Geneeskundige Versterkingscompagnie (Kapt Marcel De Groote) | ||
| 1ste Legerkorpsambulance (Med 1Kapt Maurice Godin) | ||
| 2de Legerkorpsambulance (Med Lt A. Bodson) | ||
| Geneeskundige Ambulance (Med 1Kapt Désiré Gahylle) | ||
| Lichte Heelkundige Ambulance (Med 1Kapt Max Cheval) | ||
| Hygiënetrein (Med 1Kapt Paul Walravens) | ||
| Intendancekorps I/LK | Staf | |
| Compagnie Intendance | ||
| Transportkorps I/LK | Staf | |
| 1ste Autopeloton voor Artilleriemunitie (Lt J. Van Ysendyck) | ||
| 2de Autopeloton voor Artilleriemunitie (Lt René Michils) | ||
| Autopeloton voor Ravitaillering (Lt F. Declercq) | ||
| Autopeloton voor Materieel (Lt P. Hecq) | ||
| Atelier voor Herstelling van het Wagenpark (Cdt Célestin Slangen) | ||
| Atelier voor Herstelling van het Materieel (Lt E. Lobet) | ||
| Ontsmettingscompagnie (Lt F. Cattoir) | ||
| Compagnie Luchtafweermitrailleurs I/LK (Kapitein-commandant Marcel Corvillain) | ||
| Provoost I/LK (Kapitein-commandant Georges Vanderkam) | ||
| Tijdelijke Eenheden | 5de en 6de Compagnie Bataljon Grenswielrijders Limburg | |
| Wielrijdersgroep der 17de Infanteriedivisie | ||
| 2de Eskadron, 1ste Regiment Lansiers | ||
| 1ste Batterij Artillerie Meetdienst | ||
| IVde Groep 1ste Regiment Grondverdediging tegen Luchtdoelen (-) | ||
| VIde Groep 1ste Luchtvaartregiment | ||

Luitenant-generaal Alexis Van der Veeken (vooroorlogse foto).
Iste Legerkorps
In volle vredestijd is het Iste Legerkorps (I/LK) een actief legerkorps samengesteld uit de 5de Infanteriedivisie (5Div) van Bergen en de 6de Infanteriedivisie (6Div) van Brussel. Het Hoofdkwartier (HK) van het I/LK is eveneens in Brussel gevestigd. Bij de afkondiging van Fase A van het mobilisatieplan op 25 augustus 1939, installeert de staf van het legerkorps zich in een mobilisatiekantonnement te Sint-Lambrechts-Woluwe. Een week later verhuist het hoofdkwartier naar Ternat om eind september overgeplaatst te worden naar Schaarbeek. Hier verblijft de staf gedurende ongeveer een maand. De 5Div wordt begin oktober doorgestuurd naar de Provincie Antwerpen om er een sector te bezetten ter hoogte van Geel. De rest van het I/LK vertrekt op 9 november 1939 naar Zuidoost Limburg waar het legerkorps een zone krijgt toegewezen van Lixhe tot Diepenbeek. De staf installeert zich in de gebouwen van het gerechtshof te Tongeren van waaruit de eenheden die onder bevel komen te staan van het I/LK worden bevolen. De 4de Infanteriedivisie (4Div), een actieve divisie die al stond opgesteld van Lixhe tot Briegden, gaat over van het IIIde Legerkorps (III/LK) naar het I/LK, de 6Div neemt een divisiesector in van Eigenbilzen tot Diepenbeek.
Maak gebruik van onderstaande menubalk om de veldtocht van het hoofdkwartier en de verschillende organieke eenheden van het legerkorps te raadplegen.
![]()

Operatiegebied van het Iste Legerkorps.
HK I/LK
Op 5 januari 1940 wordt de 4Div aan het Albertkanaal afgelost door de 5Div die de sector Lixhe – Briegden overneemt. Vanaf nu voert het I/LK het bevel over de 5Div en de 6Div, zijn twee organieke divisies. De rotatie van divisies blijft echter duren want begin maart wordt de 4Div terug onder bevel van het I/LK geplaatst ditmaal om de stellingen van de 6Div tussen Eigenbilzen en Diepenbeek over te nemen. De 6Div wordt op zijn beurt afgedeeld bij het IIde Legerkorps (II/LK). Het is niet abnormaal dat de 4Div de sector Diepenbeek overneemt aangezien deze divisie reeds in vredestijd zijn HK in Hasselt had en vertrouwd is met het terrein. Een laatste rotatie vindt plaats op 30 april 40 wanneer de 5Div afgelost wordt door de 7de Infanteriedivisie (7Div), een divisie van eerste reserve, die de stellingen van de 5Div overneemt. Aan de vooravond van de oorlog bevindt de staf van het I/LK zich nog steeds te Tongeren. Het hoofdkwartier is ingericht in de kelders van het gerechtshof. De Compagnie Administratie is ingekwartierd in de huizen aan de Sint-Truiderstraat.
Het legerkorps beveelt nu de de 4Div, opgesteld van Diepenbeek tot Eigenbilzen, en de 7Div, opgesteld van Eigenbilzen via Briegden tot Lixhe . Links van het I/LK staat het Cavaleriekorps (CK) opgesteld achter het Albertkanaal en rechts worden de stellingen van het I/LK verlengd door het IIIde Legerkorps (III/LK) dat de Versterkte Positie Luik verdedigt.
Vermeldenswaard is dat op 10 mei 1940 de artilleriesteun aan het Iste Legerkorps eerder beperkt is. Twee van de zes groepen van het 14de Regiment Artillerie (14A), de legerkorpsartillerie van het I/LK, waren in maart 40 al overgeheveld naar het II/LK en enkel de 11Bij van de IVde Groep van het 1ste Regiment Grondverdediging tegen Luchtdoelen (11/IV/1DTCA) was beschikbaar voor de luchtverdediging van zowel 4Div als 7Div.
De legerkorpsen opgesteld langs het Albertkanaal zijn ook verantwoordelijk voor het beveiligen van het gebied tussen de grens en de Dekkingsstelling. Hiervoor dienen ze enkele alarmposten en een gedeelte van de Vooruitgeschoven Stelling te bemannen. Aangezien in de korpszone van het I/LK de Dekkingsstelling grotendeels samenvalt met de Alarmstelling en de Vooruitgeschoven stelling moet slechts een beperkt gedeelte van de Vooruitgeschoven Stelling bezet worden door het I/LK. Voor deze opdracht beschikt het I/LK over de Wielrijdersgroep van de 17Div (GpCy 17Div) die versterkt is met de 5de en de 6de Cie van het Bataljon Grenswielrijders Limburg (Bn CyF Lim). De GpCy 17Div bezet een Ondersector op de Vooruitgeschoven Stelling van Vucht (inclusief) tot Briegden. De eskadrons en compagnies staan opgesteld langs de Zuid-Willemsvaart en het Verbindingskanaal Briegden – Neerharen. Een aantal alarmposten worden bemand langs de Zuid-Willemsvaart tussen Smeermaas en Neerharen.

Het HK van het I/LK werd ingericht in de kelders van het gerechtshof te Tongeren vlakbij de basiliek.
Wanneer men de opstelling van het I/LK bekijkt kan men enkel vaststellen dat er geen eenheden in reserve geplaatst zijn, alle eenheden zijn lineair opgesteld en elke diepte in het verdedigingsdispositief ontbreekt. De twee divisies staan in lijn maar ook elke divisie heeft zijn drie regimenten in lijn opgesteld. Enkel op het niveau van de regimenten wordt een bataljon in tweede lijn geplaatst maar dan zeer dicht achter de bataljons in eerste linie. Dit betekent dat wanneer de initiële verdedigingslijn doorbroken wordt er op niveau divisie noch op niveau legerkorps enige tegenactie gevoerd kan worden tenzij door eenheden in lijn te heroriënteren. Om toch nog over iet of wat reserve te beschikken wordt het Iste Bataljon van het 11de Linieregiment (I/11Li) aangeduid als reserve van de 4Div weliswaar klaar om tussen te komen volgens de prioriteiten van de commandant van het Iste Legerkorps (I/LK) (of “réserve divisionaire à la disposition du I/C.A.” zoals het in de orders beschreven wordt). In afwachting van ingezet te worden als divisiereserve staat het I/11Li in tweede echelon van het 11Li opgesteld. Het I/LK maakt al tijdens de mobilisatie gebruik van deze reserve door de 3de Compagnie van het I/11Li in te zetten voor de beveiliging van het zonedepot met geniematerieel van het I/LK uitgebaat door de Compagnie Park van het 21ste Bataljon Genie (21Gn), en de civiele telefooncentrale in het station van Tongeren. Het zonedepot van 21Gn ligt vlakbij het station waardoor de 3Cie onrechtstreeks de noordelijke toegang tot Tongeren (via de Maastrichtersteenweg) beveiligt.
Commando Genie I/LK
Het 4de Regiment Genie (4RGn), dat bij het begin van de mobilisatie instond voor de oprichting van negen nieuwe onafhankelijke bataljons, verdwijnt na de paraatstelling van deze bataljons op 11 september 1939 van de slagorde. De staf van het 4RGn gaat over naar het I/LK en Kolonel Vandezande, voormalige bevelhebber van 4RGn, wordt aangesteld als Commandant Genie (CGn) van het I/LK. Hij wordt bijgestaan door Kapitein-commandant Mouwet. Het geniecommando is verantwoordelijk voor de organisatie van de geniesteun aan de eenheden en voor het vernielingsplan in de zone van het I/LK:
- Bruggen over het Albertkanaal, Kanaal Briegden-Neerharen en Verbindingskanaal Maas-Schelde:
- Groep EE: Ternaaien, Klein-Ternaaien, Kanne (geniedetachement Fort Eben-Emael)
- Groep Lan: Vroenhoven, Veldwezelt, Briegden, Lanaken (spoorbrug en wegbrug), Tournebride, Neerharen (sluis en wegbrug), Rekem, Boorsem, Maasmechelen en Vucht (Bataljon Grenswielrijders Limburg)
- Groep Ge: Gellik (spoorbrug en wegbrug) (4de Bataljon Genie)
- Groep Eg: Eigenbilzen (4de Bataljon Genie)
- Groep Su: Zutendaal (4de Bataljon Genie)
- Groep Di: Diepenbeek (spoorbrug en wegbruggen), Kolenhaven Genk (4de Bataljon Genie)
- Wegvernielingen 1 tot en met 11 voor de frontline (waarvan 4 tot en met 10 te Kanne) (21ste Geniebataljon)
- Wegvernielingen en hindernissen binnen de zone van het I/LK, waaronder de Groep Bi met de bruggen over de Demer in de streek van Bilzen
- Spoorvernielingen (Regiment Spoorwegtroepen)
- Telefoon- en telegraafcentrales (21ste Bataljon Transmissietroepen)
- Torens die gebruikt kunnen worden als waarnemingsposten
- Schepen op de kanalen
- Bescherming van de sluizen van Ternaaien, Briegden en Lanaken tegen het ongewenst leegstromen van de waterlopen (21ste Geniebataljon)
![]()
HK I/LK
Het hoofdkwartier van het I/LK wordt om 00u10 op de hoogte gebracht van het algemeen alarm. Deze melding wordt onmiddellijk per telefoon doorgegeven aan alle ondereenheden. Tegelijkertijd vertrekken vijf motorwielrijders met de nodige schriftelijke orders. Tegen 00u45 zijn alle berichten onderweg.
Vervolgens beveelt de legerkorpsstaf om 01u20 om de springinrichtingen aan te brengen bij alle bruggen. Het Groot Hoofdkwartier vraagt om 02u45 om alle binnenschepen te evacueren van het Verbindingskanaal Maas-Schelde tussen Schoten en Briegden en van het Albertkanaal tussen Genk en Luik. Wat het GHK evenwel nog niet toestaat, is dat de wegvernielingen binnen de zone van het I/LK geladen worden met springstof en dat de sluizen van Ternaaien, Briegden en Lanaken geblokkeerd en beschermd worden tegen leegstromen.
Vanaf 04u00 duiken de eerste Duitse vliegtuigen op. Die hebben het vooral gemunt op de Belgische commando- en communicatiecentra. Te Tongeren wordt onder meer de spoorbrug over de Maastrichtersteenweg vernield, maar ook de civiele telefooncentrale. Te Lanaken vernielt de Luftwaffe de commandopost van Kapitein-commandant Giddelo van het Bataljon Grenswielrijders Limburg. Giddelo wordt hierbij gedood wat ernstige gevolgen zal hebben voor de realisatie van de vernielingsgroep Lan waartoe ook de bruggen van Veldwezelt en Vroenhoven behoren. Stafchef Kolonel SBH Frankignoul wordt hierop uitgestuurd naar het voorgebied om de uitvoering van de vernielingen zo kort mogelijk op te volgen. Frankignoul zal zijn missie starten in het bataljonsvak van de Wielrijdersgroep der 17Div aan het Verbindingskanaal Maas-Schelde en het Kanaal Briegden-Neerharen en zal vervolgens ook de sector van de 7Div bezoeken. Daarnaast krijgen de vernielingsdetachementen van de bruggen langs het Albertkanaal (vernielingsgroepen Ge, Eg, Su en Di) de toestemming om de springinrichtingen op eigen initiatief aan te zetten.
Het hoofdkwartier van het I/LK ontvangt reeds om 04u50 een eerste bericht over de luchtlandingsoperaties te Veldwezelt, Vroenhoven, Kanne en Eben-Emael, maar deze worden aanvankelijk foutief gerapporteerd als parachutages tussen Vroenhoven en Kesselt. Pas om 06u00 zal het Fort van Eben-Emael bevestigen dat ook zij het doelwit zijn van de aanval en dat twee verdedigingsbunkers, een pantserkoepel en de kazematten Maastricht 1 en Maastricht 2 vernield zijn.
Om 08u35 stopt een estafetterijder aan het hoofdkwartier met een bericht van Luitenant Manteleers van het Bataljon Grenswielrijders Limburg dat de gebeurtenissen in de kazerne van Lanaken bevestigt. Er wordt een bevel meegegeven om onmiddellijk alle bruggen over de grenskanalen in de zone van het I/LK te vernielen en om de 5Cie en 6Cie van het BonCyFLim onder bevel te plaatsen van de Wielrijdersgroep der 17Div. Kort daarop worden enkele krijgsgevangen Duitse parachutisten binnengebracht op de staf. De Duitse militairen willen geen informatie prijsgeven.
De acties van de Luftwaffe zorgen voor heel wat chaos in het operatiegebied van het I/LK. Goed gerichte luchtaanvallen leiden tot ernstige verstoringen in de communicatie tussen de eenheden en zorgen ervoor dat verplaatsingen bijzonder gevaarlijk worden. In het achtergebied van de 4Div en 7Div worden verschillende droppings met parachutistenpoppen uitgevoerd om de Belgen bijkomend in de war te brengen.
Omstreeks 08u50 vraagt het Groot Hoofdkwartier om te bevestigen of de vernielingsgroep Lan uitgevoerd werd. Luitenant-generaal Van der Veeken antwoordt dat om 08u00 nog niet alle bruggen vernield waren. Wanneer hij even na 10u00 bevestigt dat Maastricht gevallen is maar het hoofdkwartier nog steeds in de onzekerheid vertoeft over de bruggen te Veldwezelt en Vroenhoven, wordt Luitenant-generaal Prudent Nuyten uitgestuurd naar het hoofdkwartier van het Iste Legerkorps om een correcte stand-van-zaken te bepalen, Nuyten bezoek kort de staf van het I/LK zal vervolgens nog de hoofdkwartieren van de 7Div en het III/LK aandoen. Luitenant-generaal Van der Veeken wil zelf zekerheid en stuurt zijn onderstafchef Majoor SBH Bedoret naar de 7Div.
Stafchef Kolonel SBH Frankignoul arriveert uit verlof omstreeks 10u00.
Een eerste bevestiging van de verovering van de bruggen van Veldwezelt en Vroenhoven door Duitse luchtlandingstroepen komt aan omstreeks 12u00 via een bericht van Kapitein-commandant SBH Staquet, verbindingsofficier van het GHK bij het I/LK. Staquet zorgt er hierop voor dat de 1Cie, 2Cie, 3Cie en 4Cie van het Bataljon Grenswielrijders Limburg in steun gegeven worden van het I/LK. Zijn melding over de toestand bij de bruggen zal in de vroege namiddag bevestigd worden door een verkenningsvlucht van het 11de Smaldeel van het 1Ae. Ook de terugkeer van Kolonel SBH Frankignoul omstreeks 15u00 zal voor bijkomende bevestiging zorgen.
Kort na de middag komt een officier van de verbindingstroepen van het Franse leger aan. Hij behoort tot de 3ème Division Légère Mécanique en heeft de opdracht om een telefoonverbinding te realiseren tussen Sint-Truiden en Tongeren. De Belgische stafofficieren wijzen erop dat de civiele telefooncentrale van Tongeren al vernield is, waarop de man vertrekt.
Wanneer de divisiecommandant van de 7Div ziet dat het goed fout gaat probeert hij een mobiele reserve op te bouwen door steun te vragen aan I/LK. Op bevel van Luitenant-generaal Van der Veeken moet de staf van de 7Div een plan uitwerken om een dubbele tegenaanval richting vijandelijke bruggenhoofden uit te voeren. De commandant van de 7Div krijgt hiervoor van het I/LK de steun van twee compagnies van I/11Li (1Cie en 4Cie) en twee compagnies van het Bataljon Grenswielrijders Limburg (1Cie en 4Cie). Ook het Wielrijderseskadron 7Div (Esk Cy 7Div) en de compagnie C47 op T13 van de 7Div (Cie C47/T13 7Div) worden voor deze tegenaanval geoormerkt. De actie gaat slechts gedeeltelijk door omdat zowel het 11Li alsook de Grenswielrijders door vijandelijke luchtbombardementen vertraagd worden. Het 2Esk/I/1L aangehecht aan het I/LK voert een gebiedsbeveiligingsopdracht uit in de streek van Overrepen en stuurt zijn derde peloton in versterking van de 7Div.
Luitenant-generaal Van der Veeken is optimistisch en meent dat de bruggen op de vijand veroverd zullen worden zodra het Duitse luchtoverwicht is teruggedrongen. Om 15u55 laat hij weten aan het GHK dat de toestand bij de 7Div aan de beterhand is. Te Veldwezelt en Vroenhoven zouden telkens slechts een honderdtal Duitse parachutisten geland zijn en het 18Li en 2C zouden erin geslaagd zijn om de veroverde terreinstroken in de dijken.
Omstreeks 16u00 arriveert Luitenant-kolonel Geniesse van het Bataljon Grenswielrijders Limburg te Tongeren. Geniesse krijgt de opdracht om zijn 1Cie en 4Cie naar de 7Div te sturen en zijn 2Cie en 3Cie te Piringen ter beschikking te houden van het I/LK. In het daarop volgende uur bevestigt het GHK dat aan de Groepering Keyaerts gevraagd werd om een cavalerieregiment naar de zone van het I/LK te sturen. Het GHK zal om 18u45 laten weten dat het om het 2L gaat.
In de vooravond besluit Luitenant-generaal Van der Veeken om de de 5Cie en 6Cie van het BnCyFLim en de GpCy 17Div weg te halen uit de ondersector Vucht-Briegden van de Vooruitgeschoven Positie. Om 17u00 verlaat Luitenant Gevers per motorfiets het hoofdkwartier met het nodige bevel aan Majoor van Derton van de GpCy 17Div die deze ondersector beveelt. Gevers zal naar Zutendaal rijden maar kan hier het Albertkanaal niet oversteken. Hij besluit om rond te rijden via de brug van Diependaal in de zone van het Cavaleriekorps wat maakt dat dit bevel laattijdig zal aankomen. Majoor van Derton zal de aftocht al op eigen initiatief gestart zijn wanneer Luitenant Gevers rond 20u00 eindelijk een officier van de staf van de Wielrijdersgroep terugvindt.
Luitenant-generaal Van der Veeken blijft in het duister tasten over de uitvoering van de verhoopte tegenacties in de sector van de 7Div. Pas omstreeks 18u00 zal onderstafchef Majoor SBH Berodet bevestigen dat er geen resultaten van betekenis geboekt werden. Hij brengt het hoofdkwartier ook op de hoogte van de precaire munitievoorraad van de 7Div, Het I/LK antwoordt dat er tegen 11u00 op 11 mei een munitietrein verwacht wordt in de bevoorradingsplaats van de divisie te Piringen.
Het hoofdkwartier van het I/LK wordt om 19u00 bezocht door de Franse Capitaine Montardy bevelhebber van een Frans verkenningseskadron (of Détachement de Découverte – DD) bestaande uit twee patrouilles ter sterkte van een peloton. Het Détachement de Découverte maakt deel uit van het 12ème Régiment de Cuirassiers [12(FRA)RC]. Deze eenheid vormt de voorhoede van de Franse 3ème Division Légère Mécanique [3(FRA)DLM] die op zijn beurt een van de twee divisies van het Franse cavaleriekorps is [1]. Capt Montardy kwam om 18u00 met zijn eskadron aan in Tongeren via de Sint-Truidersteenweg en hield halt bij het Onze-Lieve-Vrouwecollege om proviand in te slaan en op orders te wachten van zijn hoger echelon. Het eskadron kreeg de opdracht om op te rukken tot de bruggen van Vroenhoven en Veldwezelt. De eskadronscommandant stuurde zijn twee pelotons uit naar de bruggen en begaf zich vervolgens naar het HK van het I/LK. Wanneer Montardy op het HK verneemt dat de bruggen intact veroverd zijn is hij bereid om zijn twee patrouilles te laten oprukken tot aan het vijandelijk bruggenhoofd nabij de brug van Vroenhoven om een poging te wagen de brug te heroveren. Ondertussen rijdt de patrouille van Sous-Lieutenant Chat richting Vroenhoven en verliest hierbij een van zijn twee AMD Panhard pantserwagens. De patrouille van Sous-Lieutenant de Vasselot wordt om 19u00 nabij Berg door Duitse vliegtuigen aangevallen en raakt niet meer voorbij Riemst. Tegen 22u00 installeert Capt Montardy een kleine commandopost te Berg. Beide patrouilles hergroeperen zich na middernacht te Berg waar de staf van het eskadron zich al bevindt. Het Franse leger heeft nog een tweede Détachement de Découverte naar de zone van het Iste Legerkorps gestuurd. Dit detachement wordt geleid door Capitaine Renoult en bestaat uit de patrouilles van de Onderluitenanten Prot, Sabatier, du Chazeau en Erny. Dit Frans verkenningseskadron heeft als opdracht de zuidelijke oever van het Albertkanaal tussen Hasselt en Lanaken te verkennen. De patrouilles Prot en Sabatier worden in de vooravond gesignaleerd in de sector van de 1Div. De patrouilles du Chazeau en Erny zijn actief in de zone van het I/LK waar ze in sector van de 4Div oprukken tot bij de brug van Diepenbeek gehouden door het 15Li en de brug van Zutendaal verdedigd door het 7Li. Renoult zal zijn CP opstellen te Prinshagen terwijl zijn vier patrouilles respectievelijk te Hasselt, Wolske, Diepenbeek en Munsterbilzen halt houden voor de nacht. De beide DD zullen zich op 11 mei en 12 terugtrekken tot de Gete nabij Hoegaarden waar de rest van hun regiment in stelling zal gaan. De eerste Duitse vliegtuigen worden rond 05u00 onder vuur genomen. De pelotons komen overdag regelmatig in actie, maar kunnen geen treffers scoren.
Het eerdere slechte nieuws van Majoor SBH Berodet wordt omstreeks 21u00 in twijfel getrokken wanneer Generaal-majoor Van Trooyen met de nodige trots aangeeft dat de tegenaanvallen op Eben-Emael ervoor gezorgd hebben dat de Duitse parachutisten in de vernielde bunkers gevlucht zijn en de zaak daar onder controle is. Aan de bruggen van Veldwezelt en Vroenhoven zouden de twee kleine Duitse bruggenhoofden geen enkele reden tot zorgen zijn. De genie van de 7Div zal zich om de beide kunstwerken bekommeren na de vernieling van de brug van Briegden. Van Trooyen verwacht om uiterlijk in de ochtend van 11 mei de Belgische oever te kunnen zuiveren. Dit rapport staat haaks op de realiteit.
Op het Groot Hoofdkwartier neemt de onrust echter toe. Om 23u40 meldt Breendonk dat aan het Cavaleriekorps gevraagd is om de dwarsstelling van Diepenbeek in te nemen en dat het IIIde Legerkorps de opdracht heeft gegeven om de bruggen over de Jeker te vernielen en ook hier de geplande dwarsstelling te bezetten. Luitenant-generaal Van der Veeken krijgt de uitdrukkelijke opdracht om zijn operatiegebied te verdedigen tot de avond van 11 mei.
Commando Genie I/LK
Cdt Mouwet, adjunct van de CGn van het I/LK, wordt in de namiddag naar het HK van de 7Div in Genoelselderen gestuurd om zich te informeren over de toestand van de bruggen over het Albertkanaal. Hij is toevallig aanwezig wanneer Majoor Tilot, commandant van het 6de Bataljon Genie (6Gn), van Generaal Van Trooyen de opdracht krijgt om de brug van Briegden in de ondersector van het 2e Regiment Karabiniers (2C) te vernielen. Cdt Mouwet die over een voertuig beschikt, biedt aan om samen met Maj Tilot de brug te gaan verkennen. Wanneer ze ter hoogte van Mopertingen komen worden ze gestopt door vijandelijke luchtbombardementen. Uit informatie die ze bekomen in Mopertingen kunnen ze afleiden dat een aanzienlijk vernielingsdetachement, beschermd door gevechtstroepen, nodig is om tot bij de brug te komen. Cdt Mouwet belooft een Pl van het 21Gn ter beschikking te stellen om het 6Gn te versterken. 21Gn krijgt de opdracht van het I/LK en bereidt een peloton voor. Uiteindelijk komt dit peloton toe bij het 6Gn in Herderen om 24u00, ruim vier uur nadat Maj Tilot vertrokken is naar de brug van Briegden.
![]()

Door het I/LK en CK geplande dwarsstellingen om de oostflank van de divisies in lijn achter het Albertkanaal te beveiligen
HK I/LK
Na het mislukken van de door de 7Div geplande dubbele tegenaanval om de Duitse bruggenhoofden te neutraliseren en de bruggen terug in te nemen wordt nu door het I/LK het plan opgevat om een dwarsstelling (bretel) op te richten op de as Eigenbilzen – Mopertingen – Kleine Spouwen – Rijkhoven en die vervolgens langs de Demer te vervolledigen tot in Tongeren. De 4Div moet de stelling voorbereiden van Eigenbilzen tot aan Kleine Spouwen, de 7Div is verantwoordelijk vanaf Kleine Spouwen (inclusief) tot Tongeren.
Omdat de 4Div niet beschikt over reserve-eenheden om te ontplooien op de dwarsstelling moet de divisie gebruik maken van zijn regimenten in lijn om deze opdracht uit te voeren. De commandant van de 4Div kan niet het Albertkanaal blijven bezetten tot Eigenbilzen en dan ook nog eens de dwarsstelling bemannen. Daarom beslist hij de helft van de bataljons opgesteld achter het kanaal te laten pivoteren en stelling te nemen op de lijn Munsterbilzen-Bilzen-Hoeselt. Deze defensieve stelling ligt enkele kilometer meer westwaarts dan de opgelegde dwarsstelling van het I/LK. Bovendien ontvangen de eenheden die dit manoeuvre moeten uitvoeren (I/7Li, III/7Li, II/11Li en III/11Li) pas om 10u00 het bevel van de Staf/4Div om zich te verplaatsen naar deze nieuwe defensieve stelling.
De 7Div, wiens infanterieregimenten aangeklampt worden door de vijand, dient beroep te doen op ad hoc naar de divisie gestuurde versterkingen om de dwarsstelling te bezetten. Vanaf Kleine-Spouwen bezet de 7Div de dwarsstelling met het Bataljon Grenswielrijders Limburg (-) , het Wielrijderseskadron en de Compagnie C47/T13 van de 7Div, de Wielrijdersgroep van de 17Div (GpCy 17Div), het 2/I/1L en het 2L die het zuidelijk gedeelte van de stelling moet bemannen. Omstreeks 03u50 ontvangen de betrokken eenheden hun orders. Het is weinig waarschijnlijk dat dit samenraapsel van eenheden in staat zal zijn om in de vroege morgen van 11 mei nog stelling te nemen en deze in te richten [2].
Dit vermoeden wordt bevestigd wanneer Kapitein-commandant SBH Duysens omstreeks 08u00 uitgestuurd wordt naar de commandopost van de 7Div te Genoelselderen. Bij aankomst stuit Duysens op een vertrekkensklare personenwagen met aan boord de Generaal-majoors Van Trooyen en Daumerie samen met twee van hun stafofficieren Kapitein-commandant SBH Thonnard en Kapitein SBH Harteon. Een bijzonder aangedane Van Trooyen meldt dat zijn divisie de strijd verloren heeft. Het 2C en het 18Li zijn uit elkaar geslagen en er is ook geen contact meer met het 2Gr. Ook de divisieartillerie en de groepering oost van de legerkorpsartillerie zouden gevallen zijn. De voertuigen van Van Trooyen en Duysens rijden hierop terug naar het hoofdkwartier van het Iste Legerkorps waar de chef van de 7Div omstreeks 09u00 zijn relaas herhaalt. Generaal-majoor Van Trooyen neemt hierop zijn nieuw hoofdkwartier in te Piringen. Kort nadien verneemt Luitenant-generaal Van der Veeken in een telefoongesprek met Generaal-majoor Jadot, commandant artillerie van het III/LK, dat het Fort van Eben-Emael plant om zich over te geven.
Hierop besluit Luitenant-generaal Van der Veeken om het hoofdkwartier van het I/LK naar Mechelen-Bovelingen (Marlinne) te verplaatsen. Deze locatie ligt op een vooraf bepaalde marsroute en is gunstig omdat hier de doorgang van ten minste een deel van de eenheden van het I/LK verwacht mag worden. Om contact te houden met het front wordt een vooruitgeschoven stafgroep te plaatsen op de nieuwe commandopost van de 7Div te Piringen. Deze stafgroep bestaat uit onderstafchef Majoor SBH Berodet, Kapitein SBH Duysens, Kapitein-commandant Centner, Kapitein SBH Darimont en Kapitein-commandant Nobele. Dit detachement houdt slechts kortstondig halt te Piringen en zal uit vrees om ingehaald te worden door de oprukkende Duitsers alsnog Mechelen-Bovelingen vervoegen. Hierbij wordt een pitstop ingelast te Sint-Truiden om het hoofdkwartier van het Cavaleriekorps te verwittigen en om aan het GHK melden dat de brug van Veldwezelt in de ondersector van 2C alsnog vernield werd, maar dat te Vroenhoven de linies van het 18Li definitief doorbroken zijn. Berodet vermeldt ook de intenties van het I/LK om op de lijn Eigenbilzen, Mopertingen, Rijkhoven, Tongeren en Glons een dwarsstelling uit te bouwen.
Secretaris Majoor Constant Couvreur blijft met een klein stafelement als laatste achter in de gebouwen van het gerechtshof te Tongeren om de terugtocht van het I/LK te coördineren. Om 11u00 verlaat hij Tongeren via de Sint-Truidersteenweg en houdt halt bij het OLV-College om de laatste daar achtergebleven militairen vooruit te sturen. Om 12u00 verneemt hij dat de vijand is aangekomen bij het station van Tongeren aan de westkant van de stad. Hierop beslist hij om zijn terugtocht verder aan te vatten. Rond 14u30 bereikt de Duitse voorhoede de andere kant van de stad en begeeft zich oostwaarts langs de Sint-Truidersteenweg. Een uur later komt het gros voorbij.
Intussen is de rest van het hoofdkwartier vanaf 13u00 actief te Mechelen-Bovelingen. Hier is er een ontmoeting tussen Luitenant-generaal Van der Veken en Generaal-majoor Goffinet van de 1ste Cavaleriedivisie, die aan het hoofd is geplaatst van een tijdelijke groepering bestaande uit het 1G en 2JP met als opdracht om Zuid-Limburg te helpen verdedigen. Goffinet krijgt de nodige orders om met zijn troepen de verbinding te maken tussen de 4Div en de 7Div op de nieuwe dwarsstelling, maar zal dit bevel nooit kunnen uitvoeren omdat hij tijdens de verplaatsing alle contact met zijn eenheden is verloren.
Omstreeks 15u00 komt ook de stafgroep van Majoor SBH Berodet aan op het hoofdkwartier te Mechelen-Bovelingen. Kort hierop meldt een onderofficier van de artillerie dat de Duitsers in de buurt zouden zijn. Ook Majoor de Brabandère van het 2JP passeert om te melden dat zijn regiment nog ten zuiden van Borgworm (Waremme) is. Dit is het sein voor Luitenant-generaal Van der Veeken om een onmiddellijk vertrek te bevelen. Het hoofdkwartier verlaat Mechelen-Bovelingen en wordt in eerste instantie doorgestuurd naar Borgworm waar het omstreeks 16u00 aankomt waar ook het 2L naartoe gestuurd werd. Ook hier gonst het van geruchten over de nakende vijand. Van der Veeken neemt het zekere voor het onzekere en laat het hoofdkwartier samen met het 2L doorrijden naar Hannuit, terwijl hij besluit om zelf op zoek te gaan naar de Groepering Goffinet. Luitenant-generaal Van der Veeken neemt hierbij het besluit om zijn voorziene passagiers stafchef Kolonel SBH Frankigoul, onderstafchef Majoor SBH Berodet en secretaris Majoor Couvreur mee te nemen zodat het hoofdkwartier vanaf dat ogenblik van zijn voornaamste besluitmakers ontdaan is.
Detachement Luitenant-generaal Van der Veeken
Het voertuig met de legerkorpscommandant verlaat Borgworm en stuit aan de zuidrand van de stad op de troepen van het 2JP die zich aan het ontplooien zijn. Hij ontdekt eveneens enkele voertuigen van het Franse 6e Regiment de Cuirassiers. De ganse streek wordt uitgekamd op zoek naar Generaal-majoor Goffinet maar deze wordt niet teruggevonden. Uiteindelijk hebben de beide generaals omstreeks 23u00 een korte ontmoeting. Goffinet kan alleen bevestigen dat zijn opdracht opgeheven is en dat hij niet langer verantwoording verschuldigd is aan het Iste Legerkorps. Generaal-majoor Goffinet nog steeds geen contact met zijn troepen. Goffinet zal in de ochtend van 12 mei aankomen aan het station van Leuven zonder te weten waar het 1G en het 2JP zich dan bevinden. Deze fout zal Generaal-majoor Goffinet zijn commandofunctie kosten bij de reorganisatie van het Cavaleriekorps op 15 mei.
Luitenant-generaal Van der Veeken besluit hierop terug te rijden naar Hannuit in de hoop om daar zijn staf terug te vinden. Het hoofdkwartier is echter reeds vertrokken. Op aangeven van een ambtenaar van het stadsbestuur, besluit Van der Veeken tegen middernacht door te rijden naar Tienen.
Detachement Generaal-majoor Renard
Zonder hun aanvoerder en stafchefs, wacht de rest van het hoofdkwartier af te Hannuit onder leiding van de commandant artillerie, Generaal-majoor Renard. Om 20u00 daagt Kapitein-commandant SBH Calberg van het GHK op met een kopie van het bevel voor de algehele terugtocht van het Cavaleriekorps en het Iste Legerkorps (bevel 132/28). Het Cavaleriekorps wordt teruggeroepen naar de Demer/Gete-Stelling terwijl het Iste Legerkorps de taak krijgt om ‘in zo goed mogelijke omstandigheden’ zoveel mogelijk eenheden terug te trekken via Tienen en Leuven richting Vilvoorde. Renard en de rest van het hoofdkwartier verlaten het stadje Hannuit omstreeks 21u00 om naar Mélin (Malen) nabij Geldenaken te rijden voor een lange rustpauze. Van hieruit wordt Vilvoorde bereikt.
![]()
Detachement Luitenant-generaal Van der Veeken
De personenwagen van Luitenant-generaal Van der Veeken bereikt Tienen in de tweede helft van de nacht van 11 op 12 mei. Ook hier valt de staf van het Iste Legerkorps nergens te bespeuren. De generaal geeft aan dat hij dringend slaap nodig heeft en laat verder rijden naar de Benedictijnenabij op de Keizersberg te Leuven waar de vier officieren de rest van de nacht zullen doorbrengen. In de ochtend van 12 mei wordt Majoor SBH Berodet naar Breendonk gestuurd om uit te vissen waar het hoofdkwartier van het Iste Legerkorps zich zou bevinden. Op het GHK moet men het antwoord schuldig blijven. Wel wordt Berodet teruggestuurd met het bevel om de 7Div en de legerkorpstroepen te hergroeperen op de Heizel te Brussel. Berodet komt aan op de Keizersberg rond het middaguur. Om 13u30 belt het GHK met het bericht dat het hoofdkwartier van het legerkorps te Vilvoorde is.

Het HK van I/LK hield zich op in het stadhuis van Vilvoorde.
HK I/LK
Het HK van het 1ste Legerkorps installeert zich in het stadhuis van Vilvoorde van waaruit de reorganisatie van de 7Div en de 4Div wordt georganiseerd. De verschillende eenheden van het I/LK krijgen reorganisatieplaatsen toegewezen ten noorden van Brussel en ten oosten van het kanaal van Willebroek. De eenheden krijgen na de chaotische terugtocht uit Oost-Limburg volgende geïmproviseerde kantonnementen toegewezen:
- 7Div: Diegem
- 4Div: Eppegem
- 14A: Grimbergen
- 21Gn: Grimbergen
- 21TTR: Grimbergen
- Gp Cy 17Div: Tervuren
- Bn GrWi Lim: Kobbegem en Hamme
- Geneeskundig Korps (GnK I/LK): Asse
- Transportkorps (TptK I/LK) zonder ateliers: Merchtem en Mollem
- Ateliers: Asse samen met de ateliers van de 4Div en de 7Div
- 2L met 2/I/1L: Houtem en Sint-Stevens-Woluwe
- IV/1DTCA: Strombeek-Bever en Brussegem (één Bij)
![]()
HK I/LK
Na de haastige terugtocht uit Limburg moet begonnen worden met de reorganisatie van de eenheden. Het HK I/LK verplaatst zich om 18u00 naar Strombeek-Bever van waaruit het vanaf de 14 mei om 10u00 het commando zal waarnemen. Het hoofdkwartier wordt geïnstalleerd in de De Villegas de Clercampstraat 178. De mess voor de stafofficieren wordt ingericht in café Les Glycines in dezelfde straat. De Compagnie Administratie wordt ingekwartierd aan de Mechelsesteenweg. De eenheden worden meer uitgespreid en gehergroepeerd ten westen van het Kanaal van Willebroek. Een bewakingsopdracht teneinde de overgangen van het Kanaal van Willebroek te beveiligen wordt georganiseerd. Een nieuw kantonneringsplan wordt opgemaakt en de eenheden installeren zich op een meer geordende manier in volgende reorganisatiekantonnementen:
- 7Div: Heizel, Laken, Jette, Wemmel
- 4Div: Grimbergen, Wolvertem, Humbeek en Beigem
- 14A: Meise
- 21Gn: Brussegem
- 21TTR: Strombeek-Bever
- Gp Cy 17Div: Relegem
- Bn GrWi Lim: Kobbegem en Hamme
- Geneeskundig Korps: Asse
- Transportkorps (TptK I/LK) zonder ateliers: Merchtem en Mollem
- Ateliers (ARCA): Asse samen met de ateliers van de 4Div en de 7Div
![]()
HK I/LK
Vanaf 10u00 is het HK van het I/LK operationeel in Strombeek-Bever. Het hoofdkwartier bevindt zich in de De Villegas de Clercampstraat 178.
![]()
HK I/LK
Het hoofdkwartier verlaat Strombeek-Bever omstreeks 14u00 en verplaatst zich naar Lebbeke bij Dendermonde.
![]()

Luitenant-generaal ridder Maximilien de Neve de Roden.
HK I/LK
Luitenant-generaal Van der Veeken wordt op 16 mei 1940 afgelost door Luitenant-generaal de Neve de Roden die tot dan toe bevelhebber was van het Cavaleriekorps. Het I/LK krijgt opnieuw het bevel over het Bataljon Grenswielrijders Limburg dat zich in Moorsel bevindt voor reorganisatie.
Op 16 mei komt onverwachts het bevel van het geallieerd opperbevel (Franse generaal Bilotte) om verder westwaarts te trekken. Zonder dat men de K.W. Stelling ten volle verdedigd heeft, moet deze worden prijsgegeven. Het Duitse leger wist immers in het zuiden een doorbraak te forceren in de streek van Sedan, terwijl in het noorden Nederland zich heeft overgegeven. Het veldleger zal aan het eind van de dag de K.W. Stelling ontruimen en zich terugplooien op de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde. De aftocht zal in drie nachtelijke etappes afgelegd worden waarbij men aan het Kanaal van Willebroek en aan de Dender en de Schelde telkens een vertragingsmanoeuvre zal uitvoeren zodat de terugtocht kan plaatsvinden op een zo veilig mogelijke manier.
![]()
HK I/LK
Luitenant-generaal de Neve de Roden verneemt dat het Iste Legerkorps verantwoordelijk zal worden voor de verdediging van het Bruggenhoofd Gent tussen Langerbrugge in het noorden en Melle in het zuiden. Daarnaast moet het legerkorps ook de verdediging van de stad Gent opnemen. Om dit te realiseren zal het I/LK kunnen beschikken over de 1Div, 16Div en 18Div. Deze drie formaties zijn nog onderweg. De 4Div zal overgaan naar het VI/LK.
![]()
HK I/LK
Het hoofdkwartier van Iste Legerkorps verplaatst zich naar Destelbergen. Luitenant-generaal de Neve de Roden en zij staf werken het verdedigingsplan voor de zone tussen Langerbrugge en Melle uit. Er wordt besloten om de 18Div en de 16Div op het eerste echelon te plaatsen en de verdediging van Gent toe te wijzen aan de 1Div. Ten noorden van het I/LK wordt het II/LK opgesteld en ten zuiden zal het VI/LK aansluiten.
De 18de Infanteriedivisie die zich nog in Lokeren bevindt, zal zich tijdens de nacht van 18 op 19 mei verplaatsen naar het Bruggenhoofd Gent en zal opgesteld worden in de noordoostelijke sector van het I/LK tussen het Grootdok en Destelbergen.
De 16de Infanteriedivisie die al van bij de start van de veldtocht aanwezig was in het Bruggenhoofd Gent zal tegen de ochtend van 19 mei verplaatsen naar een aangepaste sector van Heusden tot Melle.
De 1ste Infanteriedivisie tenslotte zal in de tweede helft van de nacht van 18 op 19 mei terugtrekken van zijn kantonnementsgebied te Temse, Tielrode en Waasmunster naar de Gentse binnenstad.
![]()

Initiële opstelling voor de verdediging van de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde.
HK I/LK
Het gros van de troepenmacht van het Iste Legerkorps bereiken het Bruggenhoofd Gent . Het I/LK staat opgesteld vanaf het Grootdok te Langerbrugge aan het kanaal Gent-Terneuzen in het noorden tot even voorbij Melle langs de Schelde in het zuiden. Het korps bezet tevens een tweede echelon doorheen de Gentse binnenstad..
Ten noordoosten van Gent heeft de 18Div postgevat met het III/3Gr, 3C en het 39Li vanaf het Grootdok te Langerbrugge tot Destelbergen. Vervolgens bezet de 16Div met het 41Li en het 44Li de rechteroever van Schelde vanaf de zuidrand van Destelbergen nabij Heusden tot even voor Kwatrecht nabij Melle. De 1Div bezet in de Gentse binnenstad.
Het 16A, versterkt met II/14A, III/14A en VI/14A, levert de vuursteun aan het I/LK als korpsartillerie.
De legerkorpsstaf verplaatst het hoofdkwartier naar Landegem ten westen van Gent.
![]()
HK I/LK
De legerkorpsstaf meldt dat de nacht van 19 op 20 mei rustig verlopen is. In de ochtend van 20 mei worden verschillende aanvalsgolven van Duitse vliegtuigen gemeld. Onder meer de stations van Landegem en Gentbrugge worden aangevallen. Ook te Eksaarde, Oostakker, Drongen en Melle slaan de vliegtuigbommen in. De vijandelijke artillerie opent ook het vuur op de posities van de 16Div in de omgeving van Melle. Om 10u00 worden vijandelijke elementen gemeld te Wetteren, gevolgd door een melding vanuit Lokeren om 11u00. Tegen 12u30 worden Duitse verkenners gespot te Laarne en Melle. Luitenant-generaal Van der Veeken bevestigt in de loop van de avond dat het I/LK klaar is tot de strijd.
![]()
HK I/LK
Luitenant-generaal de Neve de Roden bezoekt enkele afgevaardigden van het Gentse stadsbestuur nadat de legerkorpsstaf vernomen heeft dat het de militairen in de binnenstad zou aangemoedigd hebben om de verdediging op te geven.
![]()
HK I/LK
Na de Duitse doorstoot tot Abbeville aan de Atlantische kust zijn de geallieerde legers in Noord-Frankrijk en Vlaanderen geheel omsingeld. Het geallieerde oppercommando heeft op 21 mei tijdens de Conferentie van Ieper besloten om de Schelde-linie op te geven. Hierop bepaalt de Belgische legerleiding tijdens de ochtend van 22 mei dat onze strijdkrachten niet zoals afgesproken zullen terugtrekken naar de IJzer, maar stand zullen houden langs de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie. Het Groot Hoofdkwartier laat deze terugtocht in twee fases uitvoeren en bepaalt dat de troepen opgesteld tussen het Bruggenhoofd Gent en Oudenaarde zich tijdens de nacht van 22 op 23 mei moet terugtrekken naar de Leie. In deze eerste fase zullen tevens een aantal troepen teruggetrokken worden uit het Bruggenhoofd Gent, de stad Gent en het Kanaal Gent-Terneuzen. Deze zones zullen dan definitief ontruimd worden tijdens de nacht van 23 op 24 mei. Om de Britten toe te laten meer troepen vrij te maken voor de geplande tegenaanval rond Arras, geeft onze legerleiding zijn akkoord om de 44th Infantry Division aan de Schelde af te lossen en de Belgische linies aan de Leie tot aan de rand van Menen te verlengen. De aflossing aan de Schelde wordt afgelast door de snelle ontwikkeling van de Duitse opmars. De overname van het front aan de Leie tussen Kortrijk en Menen gaat wel door, en hiervoor zal de 1ste Infanteriedivisie aangeduid worden. Deze divisie moet dan ook overgaan van het Iste Legerkorps naar het IVde Legerkorps.
In de zone Langerbrugge-Melle blijft het bij de 16Div vooralsnog rustig. Bij de 18Div hebben de Duitse voorhoeden contact gemaakt langsheen de Antwerpsesteenweg en de Dendermondsesteenweg.
De nieuwe opdracht voor de 1ste Infanteriedivisie maakt dat het Groot Hoofdkwartier aan het Iste Legerkorps beveelt om de 18de Infanteriedivisie en 16de Infanteriedivisie terugtrekken naar de Gentse binnenstad. Hierbij zal de 18Div op de linkerflank blijven om de noordelijke helft van Gent te verdedigen en om daarbij aan te sluiten op de troepen van de 11Div langsheen het Kanaal Gent-Terneuzen. De 16Div zal op de rechterflank blijven en wordt verantwoordelijk voor de zuidelijke stadshelft. Ter hoogte van Zwijnaarde moet aangesloten worden op de sector van de 1DivChA. De frontlinie zal gevormd worden door de Visserijvaart en de Schelde.
![]()
HK I/LK
Tijdens de ochtend ontdekken de Duitsers dat het Bruggenhoofd Gent verlaten is en rukken ze meteen door naar de Scheldeoever aan de rand van binnenstand. De Duitse Luitenant Schönenberger van de Aufklärungsabteilung 25 wordt hierbij voorop gestuurd naar de stellingen van het 3C van de 18Div aan de Keizerpoort om de Belgen met bluf tot een overgave proberen te dwingen. Wanneer Schönenberger aankomt met een witte vlag en onder dreiging van een groot bombardement de overgave van de stad eist, durft het 3C geen initiatief te nemen. De Duitse officier wordt doorverwezen naar het divisiecommando. Ook daar weet men geen raad en wordt Schönenberger per auto overgebracht naar Luitenant-generaal de Neve de Roden die op zijn beurt de overgave van Gent durft niet bevelen. Zo zal Luitenant Schönenberger naar het Groot Hoofdkwartier gevoerd worden om daar zijn verhaal te gaan herhalen.
Terwijl Schönenberger onderweg is naar Sint-Andries, verlaten de militairen van het 3C en het naburige 41Li hun steunpunten in de woningen aan de Keizerpoort. Al snel geven honderden militairen zich zonder slag of stoot over. Het nieuws van de overgave verspreidt zich bijzonder snel en aan het eind van de dag hebben de Duitsers zo’n 6.000 krijgsgevangenen gemaakt zonder strijd te moeten leveren.
De geplande evacuatie van Gent wordt uitgevoerd in de nacht van 23 op 24 mei. Het Groot Hoofdkwartier plaatst het volledige Iste Legerkorps in algemene reserve. Zowel de 16Div als de 18Div hebben belangrijke troepenaantallen verloren, en bovendien hebben de gebeurtenissen te Gent bij de legertop een erg negatieve indruk nagelaten over de bevelvoering van Luitenant-generaal de Neve de Roden.
Het hoofdkwartier van het legerkorps wordt verplaatst naar Ruddervoorde. De 16Div zal achter het front aan de Leie ingekwartierd worden met als voornaamste locaties Wingene en Zwevezele. De 18Div krijgt kantonnementen toegewezen ten westen van het Afleidingskanaal van de Leie. Deze liggen onder meer te Oostkamp, Hertsberge en Erkegem.
![]()
HK I/LK
De staf van het Iste Legerkorps is te Ruddervoorde en wordt in reserve gehouden door het Groot Hoofdkwartier.
De Duitsers bereiken de Belgische linies langsheen de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie. Ter hoogte van Wevelgem, net ten zuiden van Kortrijk, wordt een doorbraak is geforceerd ten koste van de 3de Infanteriedivisie die geen geen stand lijkt te kunnen houden. Het Groot Hoofdkwartier besluit om op de assen Dadizele-Geluwe-Wervik en Roeselare-Ieper twee nieuwe defensieve linies te organiseren. Hiervoor wordt onder meer de 2de Cavaleriedivisie overgebracht vanuit Zeeland. Het bevel over deze nieuwe linies wordt toevertrouwd aan de staf van het Iste Legerkorps. Het hoofdkwartier moet nu te Westrozebeke opgesteld worden.
![]()

Schets van Luitenant-generaal de Neve de Roden van de aanval op de 2de Cavaleriedivisie op 25 mnei 1940.
HK I/LK
Het Iste Legerkorps heeft nu het bevel in handen over het zuidelijke uiteinde van de Belgische legerzone. Voor deze opdracht beschikt Luitenant-generaal de Neve de Roden aanvankelijk over de restanten van de 1ste Infanteriedivisie en over de 2de Cavaleriedivisie. De 1Div heeft het bevel gekregen om op de lijn Ledegem-Dadizele stand te houden, terwijl de 2de Cavaleriedivisie zal toegewezen worden aan de lijn Dadizele-Geluwe.
Het I/LK zal drie eenheden van de 15Div in steun krijgen. Om 09u30 wordt het 31Li aangeduid om het IJzerfront te verlaten en het legerkorps te vervoegen. Aan het eind van de dag worden ook het 43Li en het 23A overgeheveld. Dit gebeurt respectievelijk om 21u00 en 23u00. Het 31Li zal per trein overgebracht worden van Diksmuide naar Poelkapelle en zal arriveren tegen de ochtend van 26 mei. Het 43Li wordt per vrachtwagen naar Gits getransporteerd en zal ten gevolge van een luchtaanval slechts op 26 mei omstreeks 11u30 toekomen. Het 26A zal zich over de baan verplaatsen naar de zone van het Iste Legerkorps. De regimenten zullen aangehecht worden bij de 1ste Infanteriedivisie. Daarnaast zal het I/LK ook het bevel krijgen over het 4de Regiment Lansiers dat alvast opgesteld wordt langsheen de spoorlijn Roeselare-Ieper.
In de namiddag bevestigt het Groot Hoofdkwartier de zone waarin het Iste Legerkorps zal opereren vanaf de avond van 25 mei tot en met 26 mei. De noordelijke grens wordt afgebakend door de lijn van Zilverberg tot Ledegem (exclusief). Ten noorden van deze zone zal het IVde Legerkorps actief zijn. De zuidelijke grens loopt van Zonnebeke in het westen tot Geluwe in het oosten. Deze as vormt meteen ook de zuidgrens van de Belgische legerzone. Het Iste Legerkorps krijgt de volgende taken toebedeeld:
- De 2de Cavaleriedivisie, aangevuld met de Wielrijdersgroep der 17de Infanteriedivisie, het Wielrijderseskadron der 1ste Infanteriedivisie en de Iste Groep van het 1A, moet het front tussen Dadizele en Geluwe verdedigen.
- De staf van de 1ste Infanteriedivisie krijgt het bevel over het 31ste Linieregiment en het 4de Regiment Lansiers en moet de lijn van Zilverberg tot Zonnebeke bezetten langs het traject van de spoorlijn Roeselare-Ieper. Het station van Passendale/Moorslede wordt toegewezen aan het 31ste Linieregiment en zal de grens vormen tussen het 31Li en het 4L.
- Het Bataljon Motorwielrijders Ardense Jagers vormt de reservemacht van het legerkorps en blijft stand-by te Staden.
De Duitsers maken in de namiddag echter contact op de lijn Dadizele-Geluwe en leggen het zwaartepunt van hun aanval te Geluwe. Om de zone tussen Geluwe en Wervik ook te kunnen dekken met Belgische troepen, krijgt het I/LK de Wielrijdersgroep der 17Div toegewezen. Zolang de installatie van de troepen op de lijn Roeselare-Ieper nog aan de gang is, wil het Groot Hoofdkwartier dat de 2de Cavaleriedivisie stand houdt.
![]()
HK I/LK
Omstreeks 06u00 hernieuwen de Duitsers hun aanval op de lijn Dadizele-Geluwe. Een goed half uur later besluit Luitenant-generaal de Neve de Roden dat de 2de Cavaleriedivisie teruggetrokken moet worden naar de lijn Roeselare-Ieper. De 2CavDiv zal in rust geplaatst worden te Westrozebeke en Oostnieuwkerke, met uitzondering van het 3L, het 2Cy en het 18A die onmiddellijk ingezet zullen worden op de nieuwe linie.
In de vroege ochtend laat het Groot Hoofdkwartier weten dat ook de rest van de 15Div, minus het 42Li en het 16Gn, overkomt naar het Iste Legerkorps. Dit bevel wordt overgemaakt aan de 15Div om 09u30 en een goed uur later komen divisiecommandant Luitenant-generaal baron de Henin en stafchef Kolonel SBH Kieffez aan op de commandopost van het legerkorps in de school te Westrozebeke. Van hieruit vertrekken de beide officieren naar het hoofdkwartier van de 1Div op Hoeve Gemeenhof nabij Oostnieuwkerke. Op de staf van de 1Div heerst de grootste nervositeit en verwarring. Er is geen duidelijk beeld over de precieze toestand van de eenheden van de divisie. Baron de Henin is bijzonder gefrustreerd over het gebrek aan leiderschap en maakt per telefoon zijn beklag bij Luitenant-generaal de Nève de Roden van het Iste Legerkorps. Hij dringt aan om de taken van de 1Div over te nemen, wat hem uiteindelijk ook omstreeks 22u00 zal toegezegd worden.
Eveneens omstreeks 09u30 beveelt de Neve de Roden aan de 2CavDiv om de reservemacht van het legerkorps te leiden zie zal bestaan uit het Bataljon Motorwielrijders Ardense Jagers, de Wielrijdersgroep der 17Div, het Wielrijderseskadron der 1Div, het 2Cy, het 2JP en het 2L.
Het hoofdkwartier van het legerkorps is ondertussen verplaatst van Ruddervoorde naar Kortemark. De zone die verdedigd wordt door het I/LK loopt van het bruggetje van de spoorlijn Roeselare-Ieper over de Veldebeek nabij Zilverberg in het noorden tot Zonnebeke in het zuiden. Tegen de avond van 26 mei ziet de opstelling er van noord naar zuid als volgt uit:
- De 15Div beveelt de troepen langs de spoorlijn Roeselare-Ieper:
- De spoorlijn wordt bezet door 4L opgesteld op de linkerflank en het 31Li op de rechterflank
- Achter deze beide regimenten bezet het 43Li het tweede echelon.
- De 2CavDiv is verantwoordelijk voor de verdediging op de as Oostnieuwkerke-Westrozebeke-Poelkapelle
- Het 2Cy wordt ingezet om de linies van het 4L te verlengen in de richting van Roeselare, in afwachting van de komst van het 5J van de 10Div.
- Het 3L surveilleert de opening tussen de Belgische en Britse legerzone tussen Zonnebeke en Ieper.
- Het BonMoChA en het EskCy 1Div bewaken een dwarsstelling op de zuidflank van het 31Li tussen Zonnebeke, Sint-Juliaan en Langemark.
Het Groot Hoofdkwartier laat weten dat het Britse 12th Royal Lancers en een Frans tankregiment het gebied tussen Zonnebeke en Ieper zullen komen versterken, maar dit blijkt valse hoop.
![]()
HK I/LK
De aanvaller bereikt de Belgische linie langs de spoorlijn Roeselare-Ieper. Nabij Zonnebeke in het zuiden en Moorslede in het noorden worden de eerste contacten met de Duitse voorhoedes gesignaleerd. Op de staf van de 15Div komt een Britse verbindingsofficier toe met een verzoek om de opening tussen de Belgische en Britse legers te dichten door het verlengen van de Belgische posities tot in Ieper. Er wordt overlegd met de staf van het Iste Legerkorps die het verzoek afwijst door het gebrek aan troepen.
Wanneer zich te Zonnebeke een stevige aanval ontwikkelt op de posities van het 3L en het 31Li, worden een eskadron van het 2JP en de nog beschikbare pantserwagens uitgestuurd. Omstreeks 10u00 besluit de Neve de Roden om ook de Wielrijdersgroep der 17Div in te zetten op de dwarsstelling van Zonnebeke. Het commando over de dwarsstelling wordt in handen gegeven van Kolonel d’Orjo van 2L.
In de namiddag vallen de Duitsers aan over de ganse lengte van het front van het 4L en 31Li. Te Passendale kunnen de aanvallers doorbreken en ook het II/43Li wegdrukken. Als tegenreactie vormt het 4L een dwarsstelling op de spoorlijn en worden de nog beschikbare troepen van de I/2L en het 2JP samen met het 2Cy ingezet om de doorbraak proberen in te dijken.
Aan het eind van de dag beveelt het GHK de verplaatsing van het hoofdkwartier van het I/LK naar Esen bij Diksmuide. Het hoofdkwartier moet hier vanaf 22u00 bereikbaar zijn.
![]()
HK I/LK
Het hoofdkwartier van het I/LK ontvangt het bevel om de wapens neer te leggen omstreeks 04u30.
![]()
![]()
![]()
![]()
- Achtergrondinformatie bij het Détachement de Découverte van Capt Montardy [On Line beschikbaar]: https://www.chars-francais.net/index.php/documentation/journaux-de-marche [Laatst geraadpleegd 28 juni 2023]. Het spoor van het 12(FRA)RC door België werd gereconstrueerd door A. Bikar in zijn naslagwerk “Les détachements de découverte du 12e cuirassiers français de la 3e Division Légère Mécanique en Belgique, les 10, 11 et 12 mai 1940”. In een naslagwerk bundelde hij vermeldingen van de aanwezigheid van de Franse verkenningsdetachementen in de verschillende documenten van Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie. De aankomst van het DD van Capt Montardy in Tongeren wordt ook beschreven in het dagboek van EH Kestert, directeur van het OLV-College van Tongeren. Hij noteert in zijn dagboek: “rond 6 uur treedt een Fransche officier binnen: ”Le capitaine, commandant du détachement pour la défense du canal Albert”. Zijne vijf tanks stonden op straat te wachten op bevelen die hun overgeseind moesten worden. Hij kwam om proviand. Na een uur oponthoud trokken zij verder. Zij zouden helaas! het Albert-kanaal niet meer bereiken; ’s anderendaags rond 11 uur keren er drie terug. Twee waren vernietigd; daaronder de wagen van den kapitein “L’ardente” die te Vroenhoven vóór de brug getroffen werd. De kapitein – zoo vertelde men – had in een der andere wagens kunnen ontkomen.” Dit handgeschreven dagboek bevindt zich in de archieven van het college.
- Zo steekt de GpCy 17Div na het beëindigen van hun dekkingsopdracht op de Vooruitgeschoven Stelling het Albertkanaal pas over de 11 mei om 02u30. De GrCy 17Div hergroepeert in Sint-Truiden waar ze (vermoedelijk tegen de ochtend) via de Staf van het Cavaleriekorps de orders ontvangen om de dwarstelling van het I/LK te bezetten. De eenheid begeeft zich vervolgens per fiets van Sint-Truiden naar Tongeren er om doorverwezen te worden naar ’s Herenelderen waar ze een gedeelte van de dwarsstelling van het I/LK moeten bezetten en inrichten. Een schier onmogelijke opdracht.
![]()

Pensionaat Sint-Jozef te Borgloon, standplaats van het Medisch-Chirurgisch Centrum van het I/LK.
GnK I/LK
Het Geneeskundig Korps van het Iste Legerkorps (GnK I/LK) wordt gemobiliseerd in de Grenadierkazerne te Brussel en zal daar verblijven tot 8 november 1939. Op 8 november wordt de medische eenheid verplaatst naar Tongeren om zich twee dagen later op te stellen te Borgloon. Het GnK I/LK is verantwoordelijk voor de medische steun op echelon legerkorps. De verschillende eenheden van het Geneeskundig Korps vormen nu samen een Medisch-Chirurgisch Centrum (MCC) dat op ongeveer vijfentwintig tot dertig kilometer van de voorste linies is gelegen. De taak van het MCC bestaat erin de gewonden te stabiliseren en klaar te maken voor evacuatie per spoor naar een militair hospitaal. De divisies van het legerkorps beschikken over een Medische Hulpplaats (of triagestation) dat vier tot acht kilometer achter de frontlijn ontplooid wordt. De taak van de Medische Hulpplaats bestaat er in om de gewonden te triëren en af te voeren naar het meest geschikte behandelingsechelon.
Aan de vooravond van de oorlog bevindt de commandopost (of CP) van het GnK I/LK zich in het Sint-Jozefspensionaat te Borgloon, van waaruit de geneeskundige eenheden van het I/LK worden aangestuurd. In het pensionaat is eveneens het Medisch-Chirurgisch Centrum (MCC) van het Geneeskundig Korps ingericht. Het station van Borgloon zal dienst doen als medisch evacuatiestation waar Medische Evacuatietreinen de gewonden van het MCC zullen komen ophalen. Dit station wordt ook gebruikt als bevoorradingsstation van de 4de Infanteriedivisie (4Div) waar het Tranportkorps van de 4Div (TptK 4Div) een logistiek centrum uitbaat.
Volgens de normale slagorde in oorlogstijd heeft dit centrum een ligcapaciteit van 200 bedden. Een eerste groep van 100 bedden wordt geleverd door de 2de Legerkorpsambulance. De Geneeskundige Ambulance (of Ambulance Médicale) voorziet 50 bedden voor niet-vervoerbare zwaar zieke patienten en gasslachtoffers, die gespecialiseerde zorgen nodig hebben. De Lichte Heelkundige Ambulance (of Ambulance Chirurgicale Légere) levert nog eens 50 bedden voor niet-vervoerbare zwaargewonden en is verantwoordelijk voor de behandeling van patienten die een chirurgische ingreep nodig hebben. De 1ste Legerkorpsambulance baat te Hoepertingen een bijkomende hulpplaats uit voor zieken en gewonden waarvan verwacht wordt dat ze naar hun eenheden kunnen terugkeren. Deze hulpplaats kan 100 liggende patiënten opnemen. De vier pelotons van de Geneeskundige Versterkingscompagnie zijn verspreid onder deze twee installaties en hebben tevens verschillende detachementen uitgestuurd naar de medische hulpplaats van de 4de Infanteriedivisie te Hoeselt en van de 7de Infanteriedivisie te Berg.
![]()

Het station van Borgloon langs spoorlijn 23 dat dienst moet doen als medisch evacuatiestation voor het MCC van het I/LK.
GnK I/LK
De activiteit in en rond het station van Borgloon ontsnapt niet aan de aandacht van de vijand. De stationsbuurt van Borgloon wordt omstreeks 08u00 aangevallen door de Luftwaffe, waardoor het station van Borgloon niet meer bruikbaar is als evacuatiestation voor het MCC. Er moet worden uitgekeken naar een ander evacuatiestation in de buurt. De Staf van het Geneeskundig korps van het I/LK vraagt de steun aan van de Geneeskundige Dienst van de Directie der Ravitailleringen en Evacuaties van het Leger (Staf/SSDREA) om de gewonden die zich in het MCC bevinden, af te voeren naar de niet-mobiele hospitalen van de Troepen en Etablissementen der Binnenlandse Gezondheidsdienst (TESSI) in het achtergebied. Rond het middaguur ontvangt Geneesheer 1ste Kapitein Bech van de Geneeskundige Evacuatiedienst van de Staf/SSDREA het bevel om twee lichte treinstellen samen te stellen en naar Borgloon te sturen om er gewonden op te halen. 1Kapt Med Bech is echter niet op de hoogte van de tactische toestand in de operatiezone van het I/LK en weet niet dat het station van Borgloon in de loop van de ochtend vernield werd. Twee treinstellen vertrekken vanuit Muizen nabij Mechelen naar Borgloon om de gewonden van het MCC te evacueren maar tot overmaat van ramp loopt het tansport per spoor naar Borgloon volledig fout. De eerste trein wordt richting Namen gerangeerd en het tweede stel vertrekt vooraleer het verplegend personeel de kans krijgt om in te stijgen. De zwaar gewonde patienten van het MCC kunnen niet meer afgevoerd worden naar het achtergebied en moeten noodgedwongen verder verzorgd worden in de Lichte Heelkundige Ambulance van het I/LK dat geconfronteerd wordt met een overaantal zwaar gewonden.
![]()
GnK I/LK
Een klein drama speelt zich af in het MCC aan de Tongerse Steenweg te Borgloon. In de vroege voormiddag wordt het duidelijk dat de Duitsers met rasse schreden naderen. Enkele elementen van het hospitaal gaan er vandoor, waaronder de meeste vrachtwagens van de hygiënetrein. Gelukkig worden wel de aanhangwagens met de broodnodige apparatuur achtergelaten. Luitenant-kolonel Lombard heeft geen contact meer met de staf van het I/LK en is aanvankelijk van mening dat hij niet op eigen houtje mag overgaan tot de evacuatie van het hospitaal. Even na 10u00 verandert hij echter van mening en beveelt iedereen om te vertrekken. Luitenant-kolonel Lombard duidt twee artsen aan die dienen te blijven bij de gewonden die achtergelaten zullen worden. De rest van het personeel wil zo snel mogelijk weg richting Asse.
Om 13u45 verschijnen de eerste vijandelijke tanks en valt de installatie volledig in handen van de vijand. Een 300-tal leden van het verzorgende en administratieve personeel blijken nog ter plekke te zijn, waaronder ook de kolonel. De Duitsers laten het Geneeskundig Korps verder werken en bekommeren zich niet over de aanwezige zieken en gewonden. Na het passeren van deze eerste colonne vijandelijke pantserwagens zal het trouwens tot ’s anderendaags duren vooraleer de volgende Duitsers aankomen. De Belgen hebben ondertussen een grote witte vlag gehesen boven de hoofdingang van het pensionaat.
![]()
GnK I/LK
Bij de overrompeling van het MCC te Borgloon op 11 mei is het gros van de medische middelen van het legerkorps verloren gegaan. Ook Med LtKol Lombard en heel wat personeel zijn in handen van de vijand gevallen. Wat nog overblijft van het Geneeskundig Korps komt onder bevel te staan van 1ste Kapitein Geneesheer Godin, die in cumul aanvoerder van de 1ste Legerkorpsambulance blijft. Zijn adjunct wordt Luitenant Geneesheer De Vos van de Hygiënetrein. De restanten van de Geneeskundige Versterkingscompagnie worden aangevoerd door Onderluitenant Geneesheer Anciaux. Ook een deel van de Geneeskundige Ambulance is kunnen ontkomen. Deze fractie wordt geleid door Luitenant Apotheker Burniat.
![]()
GnK I/LK
Het Geneeskundig Korps krijgt een reorganisatiekantonnement toegewezen te Asse.
![]()
![]()
GnK I/LK te Borgloon
Het personeel dat nog werkzaam is in de ziekenzalen van het Sint-Jozefpenionaat zal pas op 15 mei krijgsgevangen genomen worden. De gewonde militairen worden op 15 mei als gewonde krijgsgevangenen overgebracht naar het Haupt-Kriegsgefangenenlazarett in het Jezuïetenklooster aan de Tongersestraat te Maastricht [1].
Tussen 10 en 15 mei zullen een 400-tal operaties uitgevoerd worden door de Lichte Heelkundige Ambulance en een 800-tal niet-operatieve ingrepen door de Geneeskundige Ambulance. De patiënten kunnen gedurende die periode niet afgevoerd worden naar een hospitaal en het MCC te Borgloon wordt ook niet herbevoorraad met medisch materieel. De lijst van militairen die overlijden aan de gevolgen van hun verwondingen in het veldlazaret van Borgloon is bijgevolg lang (minsten 27 militairen, TBC door de overlijdensakten opgesteld in Borgloon).
![]()
GnK I/LK te Borgloon
Het Belgische MCC te Borgloon is nu formeel gesloten, maar een deel van het personeel blijft toch aan het werk. Het veldlazaret is overgenomen door het Duitse leger en zal nu zieke en gewonde Duitse soldaten verzorgen. Onder meer 1Kapt Cheval is nog steeds werkzaam in het operatiekwartier van het pensionaat, Onder toezicht van een Duitse arts, zal de chirurg blijven operaties uitvoeren. De Belgische militairen hebben drie keer per dag appel, maar mogen verder vrij beschikken. Ze krijgen dezelfde rantsoenen als hun Duitse meesters.
![]()
![]()
![]()

Initiële opstelling voor de verdediging van de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde.
GnK I/LK
Het geneeskundig korps richt het medisch-chirurgisch centrum van het legerkorps in het kasteel van de familie de Bousies-Borluut te Hansebeke.
GnK I/LK te Borgloon
Onder leiding van 1Kapt Cheval is een deel van het personeel nog steeds werkzaam voor het Duitse leger. Op 19 mei lijken de Duitsers te starten met de afbouw van de Belgische inbreng. Zo vertrekken de grote mobiele autoclaaf als ook de mobiele operatiekwartieren met onbekende bestemming naar het front.
![]()
GnK I/LK te Borgloon
Het Belgische personeel wordt verzameld en afgevoerd naar Maastricht. Hier worden de militairen gefouilleerd en mogen ze alleen hun persoonlijke bezittingen behouden. Op 21 mei vertrekt iedereen naar Duitsland. De niet-vervoerbare gewonden worden opgenomen in het krijgsgevangenenziekenhuis in het Jezuïetenklooster te Maastricht.
![]()
GnK I/LK
Het medisch-chirurgisch centrum van het Iste Legerkorps is vanaf 06u00 operationeel in het klooster van de Zusters van Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Weeën aan de Bruggestraat te Ruiselede. De hulppost voor zieke en gewonde paarden is vanaf het middaguur geopend te Lotenhulle.
![]()
![]()
![]()
![]()
GnK I/LK
Het medisch-chirurgisch centrum van het Iste Legerkorps bevindt zich te Kortemark.
![]()
GnK I/LK
Het medisch-chirurgisch centrum van het Iste Legerkorps bevindt zich te Kortemark.
![]()
GnK I/LK
Het medisch-chirurgisch centrum van het Iste Legerkorps bevindt zich nog steeds te Kortemark.
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
- Na afloop van de gevechten op 10 mei worden de Duitsers geconfronteerd met de verzorging van een groot aantal gewonde geallieerde krijgsgevangenen waaronder veel Belgen. Initieel werden die naar hospitalen in Maastricht gebracht maar die raakten algauw overrompeld. Om aan de situatie het hoofd te kunnen bieden richten de Duitsers een Haupt-Kriegsgefangenlazarett op in het Jezuïtenklooster aan de Tongersestraat te Maastricht. Achtergrondinformatie betreffende het Haupt-Kriegsgefangenenlazarett [On Line Beschikbaar] https://www.bevrijdingsalbum.nl/item/belgisch-kriegsgefangenenlazarett/ [Laatst geraadpleegd 12 juni 2019].
- Dagboek Soldaat Delferiere, priester-brancardier, Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij, Algemeen Rijksarchief.
- Slagorde officieren van het GnK I/LK. In de preambule van de slagorde is kort beschreven waar het GnK zich bevond tijdens de mobilisatie. De slagorde officieren GnK I/LK bevindt zich in een schrift met de slagordes van alle medische eenheden van het leger. Dit schrift is te vinden in de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie, Evere.
- Dossier Hoofdkwartier Iste Legerkorps, Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie, Evere.
![]()

Kasteel De Klee waar de Cie MiCA I/LK zijn CP had opgesteld.
IntK I/LK
Het Intendancekorps van het Iste Legerkorps (IntK I/LK) is een eenheid ter grootte van een compagnie die de voorraadmagazijnen van het I/LK beheert. In de onmiddellijke omgeving van de magazijnen bevindt zich ook het bevoorradingsstation (of Gare de Ravitaillement – GRa) van het I/LK waar de Dagelijkse Bevoorradingstreinen met levensmiddelen bestemd voor de legerkorpstroepen (of Eléments Non Endivisionés – ENE) van het I/LK toekomen. Dit zijn de organieke legerkorpseenheden van het I/LK (zoals 14A, 21Gn en 21TTr), het HK met zijn logistieke eenheden (TptK, Cie MiCA, Geneeskundig Korps) en de versterkingen die op niveau legerkorps aan het I/LK werden toegevoegd. Uitsluitend deze eenheden worden geravitailleerd in levensmiddelen, munitie en materieel door het IntK I/LK en de verschillende Autopelotons van het Transportkorps I/LK die de bevoorrading vanuit de magazijnen van het IntK naar de eenheden brengt. De bevoorrading van de organieke eenheden van de divisies dient te gebeuren door de Compagnie Intendance en het Transportkorps van hun divisie.
TptK I/LK
Het Transportkorps van het I/LK (TptK I/LK) wordt bevolen door Luitenant-kolonel Frans en beschikt over een staf, enkele pelotons (1PAMA en 2PAMA) die moeten instaan voor de bevoorrading van artilleriemunitie van het legerkorps, een autopeloton bevoorrading levensmiddelen (PARa) en een autopeloton bevoorrading materieel (PAMat). Naast de bevoorradingspelotons beschikt het korps ook over een atelier voor de herstelling van het voertuigenpark (ARCA), een atelier voor de herstelling van het materieel (ARM) en een Ontsmettingscompagnie (OntCie). De meeste elementen van het transportkorps zijn ondergebracht tussen Borgloon en Oreye. De beide ateliers bevinden zich te Borgworm.
Cie MiCA I/LK
De Compagnie Luchtafweermitrailleurs (Cie MiCA) van het Iste Legerkorps werd samengesteld uit reservisten van het 1ste Regiment Karabiniers. De zes pelotons beschikken samen over 24 lichte Maxim mitrailleurs, waarvan er 18 op vrachtwagens kunnen geïnstalleerd worden om de mobiele luchtverdediging van het HK en de korpstroepen te verzekeren. Tot 27 maart 1940 was de Cie MiCA een onderdeel van het Transportkorps, na 27 maart werd de eenheid een onafhankelijke compagnie. Op de vooravond van de Duitse inval bevinden de pelotons zich in het gebied tussen Tongeren en Borgworm, waar de kantonnementen van het Transportkorps, het Intendancekorps en het Geneeskundige Korps gevestigd zijn. Zo staan de compagniestaf en het het 5de Peloton van Onderluitenant André opgesteld nabij het kasteel De Klee in de Kleestraat 20 te Kuttekove.
![]()
Cie MiCA I/LK
De pelotons worden omstreeks 02u45 in staat van alarm gebracht. Kapitein-commandant Corvillain doet zijn beklag dat de compagnie, net zoals de overige luchtafweercompagnies op niveau korps en divisie, geen lichtspoormunitie kan bekomen [1]. De eerste Duitse vliegtuigen worden rond 05u00 onder vuur genomen. De pelotons komen overdag regelmatig in actie, maar kunnen geen treffers scoren.
![]()
Cie MiCA I/LK
Op het eind van de voormiddag krijgen de eenheden van het Transportkorps het bevel om de aftocht naar het westen te starten. Voor de compagnie betekent dit dat de statische posities opgegeven worden en de nodige mitrailleurs op de vrachtwagens worden geplaatst om luchtdekking te bieden tijdens de verplaatsing. Kapitein-commandant Corvillain verlaat Borgloon een goed half uur voor de komst van de Duitsers.
![]()
TptK I/LK
Het HK van het 1ste Legerkorps installeert zich in het stadhuis van Vilvoorde van waaruit de reorganisatie van de 7Div en de 4Div wordt georganiseerd. De verschillende eenheden van het I/LK krijgen reorganisatieplaatsen toegewezen ten noorden van Brussel en ten oosten van het kanaal van Willebroek. Het TptK krijgt na de chaotische terugtocht uit Oost-Limburg Merchtem en Mollem als kantonnement toegewezen. Het ARCA/TptK installeert zich te Asse, samen met het ARCA van de 4Div en de 7Div.
![]()
TptK I/LK
Na de haastige terugtocht uit Limburg moet begonnen worden met de reorganisatie van de eenheden. Het HK I/LK verplaatst zich om 18u00 naar Strombeek-Bever van waaruit het vanaf de 14 mei om 10u00 het commando zal waarnemen. De eenheden worden meer uitgespreid en gehergroepeerd ten westen van het Kanaal van Willebroek. Een bewakingsopdracht teneinde de overgangen van het Kanaal van Willebroek te beveiligen wordt georganiseerd. Een nieuw kantonneringsplan wordt opgemaakt en de eenheden installeren zich op een meer geordende manier. Voor het TptK wijzigt er niets.
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
- Lichtspoormunitie is absoluut noodzakelijk om de vuren van luchtdoelmitrailleurs te justeren. Spoorkogels (of tracers) laten de mitrailleurploeg toe waar te nemen of de juiste voorloophoek werd gekozen om het vliegtuig te bestoken. Door waarneming van de kogelbanen kunnen de vuren tijdens de onderschepping bijgestuurd worden. Zonder lichtspoormunitie wordt als het ware blind geschoten waardoor het rendement van de onderschepping nagenoeg nihil is.
- Persoonlijk dossier Soldaat Gaston Oger, stamnummer 112/85872. Soldaat Oger was hersteller voertuigen bij het ARCA van het transportkorps van het I/LK. Hij werd op 12 mei te Hoei aangereden door een vrachtwagen en overleed ten gevolge van zijn verwondingen op 13 mei 1940 te Maubeuge waar hij begraven werd. Zijn rechtstreekse chef Lt Res Pittevil, adjunct van het ARCA I/LK, kan niet verklaren waarom Sdt Oger zich op 12 mei in Hoei bevond. Op dat ogenblik bevond de rest van het ARCA zich in een hergroeperingszone te Asse nabij Brussel. Vermoedelijk raakte hij zijn eenheid kwijt. Het overlijden van Sdt Oger werd vastgesteld door Yvan Bosc, een officier (intendant 1er classe) van het Franse leger.
![]()
Provoostdienst I/LK
Voor de handhaving van de orde en tucht binnen de eenheden van het Belgisch leger wordt aan elk legerkorps een Provoostdienst toegevoegd die de taken uitvoert van algemene militaire politie. De Provoostdienst wordt samengesteld uit Rijkswachters die naast verkeersregeling de bevoegdheid hebben misdrijven te onderzoeken en militairen die de militaire strafwet overtreden aan te houden en op te sluiten. Ze worden aangestuurd door militaire auditeurs en treden op bij onder meer desertie, muiterij, insubordinatie, vechtpartijen en diefstallen. De provoostdienst zal pas gemobiliseerd worden bij de start van de vijandelijkheden na afkondiging van Fase E van het mobilisatieplan (of de algemene mobilisatie) en zal vanaf dan geleid worden door Kapitein-commandant Georges Vanderkam, bevelhebber van de Groep Brugge van de Territoriale Rijkswacht. Na mobilisatie zal de Provoostdienst van het I/LK bestaan uit een detachement van 3 lagere officieren, 21 ruiters en 71 rijkswachters te voet.
![]()
Provoostdienst I/LK
In het kasteel van Widooie wordt door de Provoostdienst I/LK een verzamelpunt ingericht voor Duitse krijgsgevangenen. De door de eenheden van het I/LK gevangen genomen Duitse militairen worden eerst samengebracht in verzamelpunten die georaniseerd worden door de provoostdiensten van de divisies om nadien onder rijkswachtescorte van deze provoostdiensten overgedragen te worden aan de provoostdienst I/LK. De krijgsgevangenen worden vervolgens onder begeleiding van personeel van de Provoostdienst I/LK doorgestuurd naar de rijkswachtkazerne in de Troonstraat te Brussel. In de loop van de dag worden vermoedelijk (TBC) twee gevangen genomen gewonde Duitse piloten, wiens vliegtuig door de luchtafweer werd neergeschoten boven de ondersector van het 11Li, door de Provoostdienst/4Div overgedragen aan de Provoostdienst I/LK [1].
![]()
![]()
![]()
Provoostdienst I/LK
Na de haastige terugtocht uit Limburg moet begonnen worden met de reorganisatie van de eenheden. Het HK I/LK verplaatst zich om 18u00 naar Strombeek-Bever van waaruit het vanaf de 14 mei om 10u00 het commando zal waarnemen. De eenheden worden meer uitgespreid en gehergroepeerd ten westen van het Kanaal van Willebroek. Een bewakingsopdracht teneinde de overgangen van het Kanaal van Willebroek te beveiligen wordt georganiseerd. Een nieuw kantonneringsplan wordt opgemaakt en de eenheden installeren zich op een meer geordende manier in volgende reorganisatiekantonnementen:
- 7Div: Heizel, Laken, Jette, Wemmel
- 4Div: Grimbergen, Wolvertem, Humbeek en Beigem
- 14A: Meise
- 21Gn: Brussegem
- 21TTR: Strombeek-Bever
- Gp Cy 17Div: Relegem
- Bn GrWi Lim: Kobbegem en Hamme
- Geneeskundig Korps: Asse
- Transportkorps (C.T. I/LK) zonder ateliers: Merchtem en Mollem
- Ateliers: Asse samen met de ateliers van de 4Div en de 7Div
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
Provoost I/LK
De provoostdienst krijgt de opdracht om een stoplijn voor gevluchte militairen in te richten langsheen het Afleidingskanaal van de Leie en het Kanaal Brugge-Gent. Voor de 16Div komt er een verzamelcentrum te Landegem-dorp en voor de 1Div en 18Div nabij de brug van Landegem.
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
- Verder onderzoek moet uitwijzen wat er met de twee piloten gebeurde. Vermoedelijk werden ze overgebracht naar de Troonstraat in Brussel maar de mogelijkheid bestaat dat ze terug werden bevrijd wanneer de Duitse voorhoede op 11 mei te Widooie aankwam.
![]()
| Eenheid | Naam | Voornaam | Foto | Graad | Stand | Klas | ° op | ° te | + op | + te | Nota |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Cie Int | HOFMAN | André, J.N. | Sgt | Mil | 36 | 24.11.1916 | Kortrijk | 23.05.1940 | Aalter | ||
| ARCA TptK | OGER | Gaston | Sdt | WDstN | 35 | 01.01.1915 | Genk | 12.05.1940 | Hoei | Verkeersongeval |
