1ste Regiment Jagers te Paard

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 1ste Regiment Jagers te Paard | 1JP
1er Régiment de Chasseurs à Cheval | 1ChCh
Type Cavalerieregiment van het actieve leger
Ontdubbeld van n.v.t.
Onderdeel van Groepering Ninitte
Bevelhebber Kolonel burggraaf Etienne de Jonghe d’Ardoye
Standplaats Vooruitgeschoven Stelling
Zuid-Willemsvaart
Ondersector Neeroeteren – Eisden
Commandopost te As
Samenstelling I Groep (Majoor Léon Gysels) 1ste Eskadron Fuseliers (Lt Stephane Druart)
2de Eskadron Fuseliers (Cdt Louis Rousseaux)
3de Eskadron Klein Geschut (Cdt ridder Jean Linard de Guertechin)
  II Groep (Majoor Gérard de Biolley) 4de Eskadron Fuseliers (Cdt Robert Pauwels)
5de Eskadron Fuseliers (Cdt Emile Bodart)
6de Eskadron Klein Geschut (Lt Delporte)
  Eskadron Pantserwagens (Kapitein-Commandant Jules Defossez)
Stafeskadron (Kapitein-Commandant Charles Belpaire-Woeste)

Tijdens de mobilisatie

Staf/1JP
Als cavalerieregiment van het actieve leger wordt het 1ste Regiment Jagers te Paard (1JP) op 26 augustus 1939, bij de afkondiging van Fase A van het mobilisatieplan, op oorlogsvoet gebracht in zijn kazerne te Beverlo. Het regiment is vanaf 15 maart 1938 volledig gemotoriseerd en telt een 500-tal voertuigen. De fuseliers verplaatsen zich met motorfietsen, de anti-tankkanonnen worden getrokken door gepantserde Marmon-Herrington vrachtwagens en het Eskadron Pantserwagens beschikt over een aantal T13 tankjagers en T15 lichte tanks. Na aanvulling met de pas afgezwaaide en heropgeroepen dienstplichtigen van de klas 38 bedraagt de getalsterkte van 1JP een 1.460-tal militairen. Onmiddellijk na de mobilisatie begeeft het regiment zich naar het noorden om stelling te nemen achter het Kanaal Bocholt-Herentals tussen De Maat nabij Mol en Grote-Barreel. Intussen worden op 1 september 1939 de oudere reservisten van 1JP opgeroepen om de Eskadrons Wielrijders van de 4de en 11de Infanteriedivisie te vormen en versterkingen te leveren bij de oprichting van het 2de Regiment Vervoerde Cavaleristen (het latere 4de Regiment Lansiers).

Op 10 september 1939 vertrekt het regiment naar de Frans-Belgische grens om stelling te nemen tussen Antoing en Péruwelz en een anti-tankcentrum in te richten te Ath. Midden september wordt ook de Wielrijdersgroep van de 13de Infanteriedivisie (GpCy 13Div) gemobiliseerd door het 1JP. Eind september verplaatst het regiment zich opnieuw naar Limburg om er zijn stellingen achter het Kanaal Bocholt-Herentals terug over te nemen van het 4de Regiment Karabiniers-Wielrijiders (4Cy) en waar ze zullen blijven tot half januari. Op 15 januari 1940 krijgen ze een nieuwe opdracht als mobiele reserve van het leger en wordt het regiment gekantonneerd te Overijse van waaruit ze in februari deelnemen aan enkele grote manoeuvres.

Opstelling van 1JP aan de vooravond van de oorlog (projectie op recente kaart)

Opstelling van 1JP aan de vooravond van de oorlog (projectie op recente kaart)

Op 13 maart wordt het 1JP opnieuw naar Limburg gestuurd. Het regiment staat nu onder bevel van de Groepering Ninitte [1] en ontplooit op de Vooruitgeschoven Stelling achter de Zuid-Willemsvaart [2] van Neeroeteren tot aan de brug van Vucht ten noorden van Maasmechelen. De commandopost regiment wordt opgesteld te As dat tevens is ingericht als anti-tankcentrum.

Aan de vooravond van de oorlog bevindt zich ten zuiden van de positie van 1JP de Wielrijdersgroep van de 17de Infanteriedivisie (GpCy 17Div), versterkt met de 5de en 6de Compagnie van het Bataljon Grenswielrijders Limburg (Bn CyF Lim). De GpCy 17Div behoort tot het Iste Legerkorps (I/LK) en staat sinds 28 april opgesteld achter de Zuid-Willemsvaart van Vucht (inclusief) tot Smeermaas op de grens met Nederland. Ten noorden van 1JP verlengt het 2de Regiment Gidsen (2G), eveneens onder bevel van de Groepering Ninitte, de stellingen achter de Zuid-Willemsvaart van Neeroeteren (inclusief) tot Kaulille. Op de westelijke oever van de Zuid-Willemsvaart werden op regelmatige intervallen mitrailleursbunkers gebouwd van waaruit het wateroppervlak met gekruist mitrailleurvuur bestreken kon worden. Bij elke brug over het kanaal werd eveneens een bunker gebouwd waar de post belast met de vernieling van de brug is in ondergebracht. De verschillende bunkers zijn verbonden met de commandopost (CP) van het regiment via ondergrondse telefoonlijnen.

Het 1JP wordt ondersteund door de Iste Groep van het 19de Regiment Artillerie (I/19A) die drie batterijen op enkele kilometer achter de Zuid-Willemsvaart heeft opgesteld. De 1ste en de 3de Batterij bevinden zich te Opoeteren, de 2de Batterij bevindt zich nabij het kasteel Litzberg ten westen van Lanklaar. Wanneer op 9 mei om 22u15 het algemeen alarm ontvangen wordt begeven de manschappen zich naar hun stellingen aan de Maas en aan het kanaal. De commandopost van het regiment en het Eskadron Pantserwagens (Esk PsW/1JP) bevinden zich nog steeds te As, samen met het Wielrijderseskadron van de 1ste Infanteriedivisie (EskCy 1Div).

Operatiegebied van het peloton van Adjt KROLt de Moffarts rond bunker A24 (originele schets))

Operatiegebied van het peloton van Adjt KROLt de Moffarts rond bunker A24 (originele schets)

Alarmposten/1JP
De taak van het regiment bestaat enerzijds in het bezetten van een aantal Alarmposten (Postes d’Alerte oftewel PA) van de Alarmstelling langsheen de Belgisch-Nederlandse grens en het uitsturen van zogenaamde Officiersverkenningen (Reconnaissances d’officiers oftewel RO) tussen de alarmposten [3]. De alarmposten moeten de oostelijke Maasoever in het oog houden en het Vooruitgeschoven Inlichtingencentrum (oftewel Centre de Renseignement Avancé – CRA) van Hasselt alarmeren bij een Duitse inval. Het Vooruitgeschoven Inlichtingencentrum van Hasselt maakt deel uit van een gans netwerk van inlichtingencentra langs onze grenzen opgezet door de “Dienst der Bewaking en Inlichtingen aan de Grenzen” (Service de Surveillance et de Renseignements aux Frontières) [15] van het Groot Hoofdkwartier (GHK). Zowel het CP van 1JP als de verschillende alarmposten en de bunkers aan de bruggen staan in verbinding met het Vooruitgeschoven Inlichtingencentrum van Hasselt via de telefooncentrale van Rotem. Deze belangrijke centrale wordt bemand en beveiligd door een detachement onder leiding van OLt Van Damme, één van de pelotonscommandanten van het 1Esk.

Op de westelijke Maasoever tegenover de Nederlandse gemeenten Berg-aan-de-Maas en Grevenbicht zijn twee betonnen schuilplaatsen (de grensbunkers A24 en A23) gebouwd die kunnen worden uitgerust met anti-tank geschut en automatische wapens. Bunker A24 werd in zijn flank beschermd door defensieve posten te Meeswijk en Mazenhoven. Bunker A23 werd ondersteund door weerstandsnesten te Elen, Op-Damiaan en Boyen. Het 1JP heeft de bezetting van de alarmposten aan de Maas overgenomen van het Detachement Maaseik (3de en 4de Compagnie) van het Bn CyF Lim nadat de grenswielrijders naar het Kamp van Beverlo gestuurd werden om er een ver doorgedreven training uit te voeren. Het 2de Peloton van 1/I/1JP (het peloton OLt Claessens) staat opgesteld te Meeswijk rondom bunker A24 tegenover Berg-aan-de-Maas en één peloton van II/1JP (het Peloton OLt Dupont) bevindt zich te Rotem rondom bunker A23 tegenover Grevenbicht. Richting Maaseik neemt de Wielrijdersgroep van de 14de Infanteriedivisie (GpCy 14Div) de bewaking van de grens over.

Op 9 mei neemt Adjt KROLt baron Armand de Moffarts, pelotonsadjunct van het 2de Peloton van het 1Esk, het commando over van OLt Claessens die op verlof vertrekt [25]. Bunker A24 is enkel uitgerust met een Hotchkiss mitrailleur, het C47mm anti-tankkanon ontbreekt. Het groot schietgat voor het kanon werd haastig met enkele bakstenen toegemaakt.

Vooruitgeschoven Stelling/1JP
Anderzijds staat het regiment in voor de vernietiging van de bruggen over de Zuid-Willemsvaart in zijn Ondersector en voor de tijdelijke verdediging van een gedeelte van de Vooruitgeschoven Stelling. Vanaf 13 maart wordt het anti-tankcentrum te As verder uitgebouwd. Al het beschikbare personeel van het Stafeskadron, van het Eskadron Pantserwagens en van de artillerie worden ingezet om anti- tankhindernissen op te werpen te As en te Opglabbeek. Achter de Zuid-Willemsvaart staan de troepen op 9 mei als volgt opgesteld:

  • De IIde Groep (II/1JP) bezet het noordelijke kwartier van Neeroeteren (exclusief) tot Dilsen. Majoor de Biolley heeft hiervoor zijn CP opgesteld te Dorne. In het noorden van het kwartier van II/1JP staat het 5Esk opgesteld tussen Neeroeteren en Rotem. Het 5Esk maakt de verbinding met het 2G. Meer naar het zuiden, tussen Rotem en Dilsen bevindt zich het 4Esk. De middelen van het 6Esk worden verdeeld over beide eskadrons in lijn. In het kwartier van II/1JP ligt de wegbrug van Dilsen evenals de wegbrug en de spoorwegbrug van Rotem.
  • De Iste Groep (I/1JP) bezet het zuidelijk kwartier en vervolledigt hiermee de linies tot Eisden en Vucht (exclusief). Majoor Gysels heeft zijn CP geïnstalleerd in een villa nabij het station van Eisden-Mijn. Het 2Esk van Cdt Rousseaux staat opgesteld tussen Dilsen en Lanklaar en staat in voor de bewaking van de brug van Lanklaar, het 1Esk van Lt Druart staat opgesteld tussen Lanklaar en Eisden waar de verbinding gemaakt wordt met de stellingen van de GpCy 17Div. Het 1Esk is verantwoordelijk voor de bewaking van de brug van Eisden. Het eskadron wordt tijdelijk bevolen door OLt Rabeau gezien Lt Druart op 9 mei nog in verlof is. De middelen van het 3Esk worden verdeeld over beide eskadrons in lijn.
  • Het Esk PsW en het EskCy 1Div bemannen het anti-tankcentrum van As klaar om tussenbeide te komen als reservemacht.

Staf/1JP
Tijdens de nacht nemen de manschappen van 1JP alle beschikbare burgervrachtwagens in beslag te Maasmechelen en As. Te As wordt de commandopost van het regiment als voorzorgsmaatregel verplaatst naar een huis op de baan As-Opglabbeek op een 300-tal meter van Opglabbeek.  De vorige opstelplaats was gecompromitteerd omdat teveel niet-militairen er om allerlei redenen langs geweest zijn. Omstreeks 04u30 bij het aanbreken van de dag  rapporteren de eskadrons dat Duitse vliegtuigen het Belgisch luchtruim overvliegen. Eveneens om 04u30 meldt de 4de Compagnie van het Bn CyF Lim zich aan bij de CP van 1JP. De 4Cie/Bn CyF Lim, die na de afkondiging van het algemeen alarm vanuit Beverlo naar As werd gestuurd, wordt door de Staf/1JP kort naar voor geschoven om de brug van Lanklaar mee te beveiligen. De brug te Lanklaar zal gebruikt worden als binnenlooppunt voor de pelotons van 1JP die de alarmposten aan de grens en de centrale van Rotem bemannen. De brug moet zo lang mogelijk open gehouden worden en zal pas als laatste brug in de ondersector vernield worden.

Vijandelijke opmars in de ondersector van 1JP tijdens de voormiddag van 10 mei

Vijandelijke opmars in de ondersector van 1JP tijdens de voormiddag van 10 mei

Om 05u15 passeren enkele vliegtuigen op lage hoogte over het kwartier van I/1JP en bombarderen het steunpunt aan de brug te Eisden en de commandopost van I/1JP. Kort na het bombardement van de stellingen van I/1JP melden de voorposten om 05u35 dat de Duitsers de Maas hebben overgestoken. Het wordt onmiddellijk duidelijk voor de Staf/1JP dat de oorlog is uitgebroken, nog voordat hij officieel werd aangekondigd. Zodra de schending van de grens bevestigd werd, beveelt de commandant van het Cavaleriekorps via het Vooruitgeschoven Inlichtingencentrum van Hasselt, de vernietiging van de bruggen over de Zuid-Willemsvaart in de ondersector van 1JP. De brug van Dilsen wordt vernield om 05u45 uur, de twee bruggen te Rotem springen enkele minuten later en om 05u50 uur ontploft de brug te Eisden. Met uitzondering van de brug van Lanklaar zijn alle bruggen over de Zuid-Willemsvaart in de ondersector van 1JP voor 06u00 opgeblazen door de Belgische genie. Ook alle aangemeerde binnenvaartschepen worden tot zinken gebracht. OLt D’Harvant, stafofficier materieel van 1JP, wordt door Kolonel de Jonghe d’Ardoye op officiersverkenning naar de Maas gestuurd. Hij komt om 06u15 ter plaatse en bevestigd dat de alarmpost in bunker A24 tegenover Berg omsingeld is maar riposteert. Hierop laat de regimentscommandant een artillerievuur ontketenen op de Nederlandse Maasoever en op de omgeving van de bunker [4]. Om 07u30 krijgen de alarmposten bevel terug te trekken.

Rond 07u30 springt ook de brug van Vucht die bewaakt wordt door de 6Cie/Bn CyF Lim. Kort na 08u30 duiken Duitse verkenners, behorende tot eenheden van de Duitse 7de Infanteriedivision [7(DEU)ID], op aan het kanaal en worden de steunpunten en bunkers sporadisch onder vuur genomen [16]. Hierop wordt het bevel gegeven om de brug van Lanklaar tot ontploffing te brengen nog voor alle troepen die zich aan de Maas bevonden binnengelopen zijn. Zij zullen al zwemmend moeten terugkeren naar de eigen linies. Na de vernieling van de brug van Lanklaar wordt de 4Cie/Bn CyF Lim teruggeroepen naar As om er het anti-tankcentrum te versterken.

I/1JP is vanaf 09u45 verwikkeld in aanhoudende vuurgevechten. Vanaf 11u00 heeft ook II/1JP contact met de vijand. Het 1JP moet verschillende slachtoffers betreuren. Rond het middaguur wordt de 4Cie/Bn CyF Lim naar Tongeren gestuurd om er onder bevel van het Iste Legerkorps (I/LK) te komen.

I/19A die tot hiertoe zonder ophouden de verdediging van het kanaal gesteund heeft dreigt zonder munitie te vallen. Om 10u00 had de groep al 686 obussen verbruikt. De regimentscommandant van het 1JP vraagt aan Kolonel Baron Snoy, commandant van 19A, om I/19A te bevoorraden met munitie. Deze reageert hierop positief en stuurt de nodige munitie naar voor door deze weg te nemen uit stocks van de batterijen opgesteld achter het Albertkanaal. I/19A voert nog enkele vuuropdrachten uit om de vijand van de oostelijke oever van de Zuid-Willemsvaart weg te houden, maar wordt omstreeks 14u00 teruggetrokken achter het Albertkanaal. Door de aanhoudende druk op de stellingen van 1JP wordt het regiment om 16u00 nog versterkt met de GpCy 14Div die zich eerder op de dag heeft teruggetrokken uit Maaseik.  De groep stelt zich onder het bevel van Kolonel de Jonghe d’Ardoye, die beslist om één eskadron van deze groep aan de bosranden ten oosten van As op te stellen ter vervanging van de pelotons die ter versterking naar Eisden vertrokken waren. Het andere eskadron kreeg bevel de verbindingsweg tussen As en Genk te bewaken. Omstreeks 19u00 wordt de GpCy 14Div teruggetrokken achter het Albertkanaal. De Duitse troepen hebben inmiddels Vucht, Eisden en Maasmechelen in handen. Kolonel de Jonghe d’Ardoye krijgt van de commandant van het Cavaleriekorps de toelating om het gevecht op de Vooruitgeschoven Stelling af te breken om middernacht. De vijand, die zich nu op beide zijden van het kanaal bevindt, begint zich in te graven van zodra het donker wordt. Ze lijken een tegenaanval te verwachten en zijn vastbesloten het bezette gebied in handen te houden.

Het 1JP verneemt via een verbindingsofficier van de 1Div dat die nacht de brug over het Albertkanaal te Diepenbeek, bewaakt door het 15de Linieregiment (15Li), zal worden vernietigd. De staf stuurt de Adjudant Majoor (toenmalige benaming voor de officier operaties) Kapitein baron van Zuylen van Nyevelt ter plekke om er voor te zorgen dat dit niet gebeurt voor de laatste elementen van de Jagers te Paard veilig en wel het kanaal hebben overgestoken. Het regiment beveelt rond 21u30 de terugtocht aan de wielrijders van het EskCy 1Div. De Iste Groep trekt om 23u30 door As, II/1JP volgt om 00u30 terwijl de achterhoede tot 00u45 ter plaatse blijft.

Operatiegebied van het peloton van OLt Dupont rond bunker A23 (originele schets)

Operatiegebied van het peloton van OLt Dupont rond bunker A23 (originele schets)

Alarmposten/1JP
Rond middernacht wordt Adjt KROLt de Moffarts door een ordonnans gewekt en begeeft hij zich naar de commandopost van zijn peloton in bunker A24. Om 02u00 horen waarnemers in bunker A24 vuurgevechten aan de Nederlandse kant van de Maas ter hoogte van het Julianakanaal. Een groep Duitse militairen in uniformen van de Nederlandse Marechaussée slagen erin de brug over het Julianakanaal te Berg intact te veroveren. [17].  Ze zijn onmiddellijk gealarmeerd en beseffen dat de oorlog uitgebroken is. Om 04u30 steekt een vrachtwagen met militairen via de veerpont van Berg de Maas over. Bunker A24 die zich op 300 meter van het veer bevindt opent het vuur van zodra de veerpont het midden van de Maas bereikt. Er volgt geen reactie van de andere kant waarop Adjt KROLt de Moffarts een tweemans patrouille uitstuurt om na te gaan of het om terugtrekkende Nederlands militairen of om Duitse militairen gaat. De patrouille stelt vast dat het om Duitsers gaat die zich installeren in het douanekantoor en het café vlak bij de veerpont. De patrouille lanceert enkele handgranaten naar de Duitsers maar valt onmiddellijk onder vijandelijk vuur waarbij één patrouillelid ernstig gewond raakt. Ze geraken nog tot bij de bunker waarna de gewonde militair wordt afgevoerd. Rond 05u00, bij dageraad, zien ze tientallen vliegtuigen de grens overvliegen. Een drietal vliegtuigen maakt zich los en valt de bunker aan. Van dan af ligt de bunker ononderbroken onder vuur van C37mm anti-tankkanonnen en zware mitrailleurs. De kleine post te Meeswijk wordt ook door de Duitsers aangevallen en moet zich terugtrekken waarop de Duitsers een voetbrug over de Maas aanleggen ter hoogte van Meeswijk. OLt D’Harvant van de Staf/1JP, die vanuit de CP op verkenning werd gestuurd naar de Maas, komt om 06u15 ter plaatse en geeft een nauwkeurige beschrijving van de toestand. Hierop openen de batterijen van I/19A het vuur op de Nederlandse oever. 

Ook bij bunker A23 tegenover Grevenbicht breken de gevechten uit. Om 05u00 komen enkele Nederlandse militairen de Maas overgezwommen die de post verwittigen dat de Duitsers op komst zijn. Wanneer de Duitsers uiteindelijk pogen de Maas over te steken worden ze onmiddellijk onder vuur genomen. Er breken vuurgevechten uit en de kleine post van Elen wordt overmeesterd.

Om 07u30 krijgen de alarmposten bevel terug te trekken. Bij bunker A24 raken 10 van de 11 verdedigers gewond. Negen gewonden worden in de bunker achtergelaten terwijl Adjt KROLt de Moffarts samen met een licht gewonde militair van zijn peloton erin slaagt te voet weg te komen. Wanneer de gewonden in gevangenschap afgevoerd worden zien ze de lichamen van tien gesneuvelde Duitsers liggen die gevallen zijn tijdens de gevechten eerder op de dag [14]. De brug te Lanklaar moet gebruikt worden door de manschappen van de Alarmposten om binnen te lopen in de eigen linies en wordt zo lang mogelijk open gehouden. De overgebleven manschappen van het peloton van Adjt de Moffarts overschrijden de brug van Lanklaar om 08u00. Om 08u30, ruim drie uur na het springen van de andere bruggen over de Zuid-Willemsvaart, gaat ook dit kunstwerk de lucht in. Het peloton van OLt Dupont heeft meer moeite om te ontsnappen en komt te Lanklaar aan om 09u45 ongeveer een uur nadat de brug gesprongen is. De manschappen van OLt Dupont stellen hun moto’s buiten werking en laten ze achter op de oostelijke oever waarna ze de Zuid-Willemsvaart overzwemmen. Hierbij verdrinkt de Soldaat Alexander Caerts ondanks de inspanningen van Onderluitenant Rolin-Jacquemyns en van Soldaat Apthekers, die in het water doken om hem te redden [7].

Vooruitgeschoven Stelling/1JP

  • I/1JP
    Omstreeks 04u30 wordt I/1JP overvlogen door Duitse vliegtuigen. Er zijn echter geen luchtafweerkanonnen ontplooid ten noorden van het Albertkanaal en er rest de groep niets anders dan de vijandelijke luchtactiviteit te rapporteren. Om 05u15 passeren enkele toestellen op lage hoogte en bombarderen het steunpunt aan de brug te Eisden en de commandopost van I/1JP. Bij het bombardement komen één militair en twee burgers om het leven. Om 05u50 wordt de brug te Eisden tot ontploffing gebracht. Wanneer om 07u20 een konvooi aken onder de brug van Vucht doorvaren richting Eisden worden de schippers aangemaand aan te meren. Aangezien de doorgang te Eisden op dat ogenblik al versperd is door de vernielde brug wilde de Iste Groep vermijden dat de schepen zouden blijven liggen voor de brug en alsnog gebruikt worden door de vijand om de vaart over te steken. Onderluitenant Osy de Zegwaart en Wachtmeester Janssens brengen springstoffen aan in de schepen die korte tijd daarna de lucht invliegen. Om 08u30 uur komen de eerste Duitse verkenners opduiken nabij de bruggen van Vucht en Eisden. Uit de eerste contacten met de vijand kon de commandant van 1JP afleiden dat de hoofdkrachtinspanning van de Duitse aanval zich tegenover het steunpunt van het 1Esk te Eisden bevindt. Hij beslist om 08u50 het peloton van OLt Degroux van het EskCy 1Div en het peloton pantserwagens van Adjt KAO baron de Biber als versterking naar I/1JP te sturen. Tegen 09u45 heeft I/1JP contact met vijand over de ganse lengte van zijn dispositief van Eisden tot Lanklaar. Bij de vernielde brug van Eisden wordt hevig gevochten. De brug wordt beschermd door een weerstandsnest van één C47mm en een zware mitrailleur die de oostelijke toegangswegen naar de brug onder schot houden en de kanaalbunkers 45, 46 en 47 op de westelijke kanaaloever.  OLt Degroux moet zijn peloton wielrijders ten noorden van bunker 45 opstellen maar ondervindt moeilijkheden om de kanaaloever te bereiken omdat de vijand zich reeds in huizen op de oostelijke kanaaloever heeft geïnstalleerd. De pantserwagens van Adjt de Biber ruimen de vijandelijke weerstandsnesten op waarna het peloton wielrijders stelling kan nemen en de rust tijdelijk terugkeert

    Situatie in de ondersector van 1JP de 10e mei rond 16u00

    Situatie in de ondersector van 1JP de 10e mei rond 16u00

    in dit frontgedeelte. Om 12u00 raakt OLt Van Damme, die net het bevel over het 1Esk had overgenomen van OLt Rabeau, zwaar gewond. Iets later vervoegt Lt Druart, die uit verlof terugkeerde, zijn eskadron dat in volle gevecht verwikkeld was. Majoor Gysels stuurt Adjt de Biber rond de middag met een pantserwagen op weg om de volledige frontlijn van de Iste Groep te inspecteren. Overal wordt stand gehouden maar er wordt over de ganse lengte van het front over en weer gevuurd. Om 13u00 vraagt Majoor Gysels versterking aan het regiment om het 1Esk dat onder zware vijandelijke druk staat te ontlasten. De regimentscommandant van 1JP stuurt het peloton pantserwagens van OLt Rolin en het 1ste Pl van het EskCy 1Div onder bevel van OLt Bachau naar de Iste Groep. Ze worden samen met het Pl Delrue van het 2Esk in reserve gehouden om offensief te reageren indien de vijand erin zou slagen de vaart over te steken. Voor het front van het 2Esk van Kapitein-commandant Rousseaux, heeft de vijand er zich tot 12u00 toe beperkt het contact te onderhouden. Het 47mm kanon achter de brug van Lanklaar slaagt erin verscheidene vijandelijke wapens te vernietigen. Artillerievuur op het kruispunt van Lanklaar voor de bruggen, onderdrukt verschillende vijandelijke pogingen om het kanaal over te steken. Wanneer om 14u30 bij het 1Esk niets meer gehoord wordt van bunker 47 en van de verbindingspost op de limiet met de GpCy 17Div wordt het Pl Rolin en het Pl Delrue er naartoe gestuurd om poolshoogte te nemen. De kleine colonne wordt onder vuur genomen vanaf de overliggende kanaaloever en moet zich tijdelijk terugtrekken. De vijand is erin geslaagd om op de limiet van 1JP en de GpCy 17Div een bruggenhoofd te slaan tussen Eisden en Vucht. Het meest noordelijk peloton van de GpCy 17Div wordt teruggetrokken van het kanaal om een korte dwarsstelling op te richten langsheen de baan Maasmechelen-As om omsingeling te vermijden. Het peloton krijgt daarbij de steun van twee T13 tankjagers van het Bataljon Grenswielrijders Limburg. I/1JP slaagt erin om samen met de GpCy 17Div het bruggenhoofd in bedwang te houden tot de GpCy 17Div om 17u30 bevel krijgt van het I/LK om zich terug te trekken achter het Albertkanaal. Om 20u10 breekt het peloton van de GpCy 17Div die de dwarsstelling bezet op de limiet met I/1JP het gevecht af. De Duitsers ondernemen echter geen pogingen meer om het bruggenhoofd uit te breiden.

  • II/1JP
    Ook II/1JP meldt om 04u30, bij het ochtendgloren, dat grote aantallen Duitse vliegtuigen het kwartier van de groep op grote hoogte overvliegen. Het blijft rustig in het kwartier van II/1JP tot het Vooruitgeschoven Inlichtingencentrum van Hasselt rond 05u40 de vernietiging beveelt van de bruggen te Rotem en de brug te Dilsen. De genie had de kompassementen degelijk voorbereid en het personeel van het regiment had ze goed onderhouden. De bruggen worden tot ontploffing gebracht tussen 05u45 en 05u50. Alles verloopt vlot maar toch is de spoorbrug van Rotem slechts gedeeltelijk beschadigd; het blijft nog mogelijk om het kanaal te voet over te steken via de ingezakte brug. Na hiervan op de hoogte gebracht te zijn, beveelt Majoor de Biolley aan Onderluitenant Cuvelier en Onderluitenant Loos de brug verder te vernielen en stelt hen hiervoor 100 Kg springstof ter beschikking. Ook de tweede poging mislukt en de brug blijft bruikbaar voor infanterie te voet. De vijand maakt rond 11u00 contact met II/1JP tussen Rotem en Dilsen. Op het front van het 5Esk tussen Rotem en Neeroeteren komt de vijand pas in de namiddag opduiken. Tegenover de stelling van het 4Esk proberen rond 13u30 geïsoleerde elementen ondersteund door artillerie en 37mm kanonnen via de niet volledig vernielde brug van Rotem het kanaal over te steken. De aanval wordt afgeslagen maar Bunker 42 wordt door een vijandelijke 37mm onder vuur genomen waarbij het schietgat van de bunker getroffen wordt. Hierbij wordt Soldaat Vandenbroeck, schutter van de mitrailleur, gedood. Tegen 19u00 kunnen vijf of zes Duitse soldaten langs de vernielde spoorwegbrug van Rotem het kanaal oversteken, maar worden in bedwang gehouden door het peloton van OLt Cuvelier. Wanneer de CP van het 4Esk onder zwaar artillerievuur komt te liggen besluit Cdt Pauwels de CP te herontplooien op de terugtochtweg richting As.

Staf/1JP
Kapitein-commandant Linard de Guertechin, eskadronscommandant van het 3Esk van I/1JP die de achterhoede beveelt, raakt zwaar gewond bij een verkeersongeval tijdens de terugtocht naar het Albertkanaal. Rond 02u30 meldt Kapitein van Zuylen van Nyevelt aan de regimentscommandant dat alle eenheden van het 1JP het Albertkanaal overgestoken zijn. 1JP  hergroepeert  zich tijdens de nacht van 10 op 11 mei in de streek van Wimmertingen-Wellen. De staf van het Regiment wordt voorlopig in enkele huizen aan de rand van Kortessem ondergebracht in afwachting van nieuwe orders. De brug over het Albertkanaal te Diepenbeek wordt pas om 05u30 tot ontploffing gebracht. Het gebied tussen de Zuid-Willemsvaart en het Albertkanaal wordt niet langer verdedigd waardoor de Duitsers in de vroege ochtend ongestoord de vaart kunnen oversteken en oprukken naar het Albertkanaal.

De uitgeputte manschappen wordt de kans geboden wat te rusten terwijl op het HK van de Groepering Ninitte te Hasselt de regimentsstaf op de hoogte wordt gebracht van de toestand bij het I/LK. In de sector van de 7de Infanteriedivisie (7Div) steken Duitse pantsertroepen het Albertkanaal over gebruik makend van de door parachutisten intact veroverde bruggen van Vroenhoven en Veldwezelt.  ‘s Morgens  zijn de linies van de 7Div nagenoeg over de ganse lijn doorbroken en de vijand begeeft zich op weg naar Tongeren om de stad in te nemen.  Dit stelt een probleem voor het Cavaleriekorps dat nog altijd achter het Albertkanaal staat opgesteld en dat in de flank bedreigt wordt. De beveiliging van de flank dringt zich op en er wordt gedacht om deze opdracht toe te vertrouwen aan de Groepering Ninitte en andere eenheden die zonet teruggekeerd zijn van de Vooruitgeschoven Stelling.

Verzamelzone van 1JP na te zijn binnengelopen achter het Albertkanaal tijdens de nacht van 10 op 11 mei

Verzamelzone van 1JP na te zijn binnengelopen achter het Albertkanaal tijdens de nacht van 10 op 11 mei

Tegen 07u30 uur neemt de Staf/1JP zijn intrek in het kasteel de Fauconval (TBC) in het centrum van Kortessem [12] terwijl de eenheidscommandanten
nieuwe ploegen vormen met de overblijfselen van de zwaarst getroffen pelotons. Om 08u30 moet Kolonel de Jonghe d’Ardoye zich te Wimmertingen aanmelden op de commandopost van Generaal-majoor De Droog, Commandant Infanterie van de 1ste Infanteriedivisie (1Div). Deze generaal kreeg de leiding over de flankhoede die de flank zal beveiligen van de 1Div. De 1Div  staat opgesteld op de rechterflank van het Cavaleriekorps op de limiet met het I/LK, en zou als eerste in moeilijkheden komen in geval van een Duitse opmars naar het westen. Om deze flank te beschermen zal een dwarsstelling worden ingenomen haaks op het Albertkanaal. Deze defensieve lijn, die de naam Bretel van Kortessem, meekrijgt loopt grosso modo van Kerniel tot Gors en vervolgens langs de Mombeek van Guigoven via Wintershoven en Vliermaalroot tot Krijt en Diepenbeek. De defensieve waarde van de Mombeek wordt op de meeste plaatsen nog versterkt door overstromingen en door een netwerk van prikkeldraad. De stelling zal verdedigd worden door 1JP, 2G en de GpCy 14Div van de Groepering Ninitte aangevuld met het Iste Bataljon van het 4de Linieregiment (I/4Li), de Compagnie C47mm op T13 van de 1Div (Cie C47/T13 1Div) en het EskCy 1Div.

Kasteel de Fauconval waar de Staf van 1JP zich installeerde op 11 mei 1940

Het 1ste Regiment Jagers te Paard moet zich opstellen in eerste echelon van Kerniel over Gors-Opleeuw,  Guigoven en Wintershoven tot Vliermaalroot. Links van 1JP verlengt het EskCy 1Div de stelling vanaf Vliermaalroot. De kruispunten van Kortessem en van Wellen moeten in tweede echelon verdedigd worden door 2G en de GpCy 14Div. Al de toegangen die vanuit oostelijke richting naar deze twee centra leidden moeten worden afgesloten door de pelotons van het 1JP. Het 1JP kan voor de verdediging van de dwarsstelling rekenen op de vuren van 3/I/19A en 9/III/19A die voor de gelegenheid zijn samengebracht in de Groepering Zuid onder bevel van Majoor Maindiaux. 3/I/19A staat opgesteld te Kortessem, 9/III/19A staat opgesteld te Wimmertingen.

Eerste contact met de vijand op de Bretel van Kortessem de 11e mei rond 13u30

Eerste contact met de vijand op de Bretel van Kortessem de 11e mei rond 13u30

Het 1JP wordt vooruit gestuurd naar Guigoven en Gors-op-Leeuw om post te vatten achter de Mombeek links en rechts van de Tongersesteenweg (oftewel N20). De Iste Groep moet zich opstellen ten westen van de baan, de IIde Groep ten oosten. Vooraleer stelling te nemen hergroepeert I/JP zich te Kortessem.  II/1JP bevindt zich op dat ogenblik nog steeds te Wellen waar ze op de hoogte gebracht worden van de nieuwe opdracht. Rond 11u30 staat het I/1JP op zijn plaats en even later trekt een lange colonne uit Tongeren gevluchte Belgische militairen, hoofdzakelijk afkomstig van eenheden van de 7Div, door hun stellingen. Kolonel de Jonghe voert rond de middag nog een inspectieronde uit naar de stellingen van de Iste Groep. Wanneer hij bij het 3Esk toekomt wordt zijn voertuig beschoten waarop hij terugkeert naar zijn CP in Kortessem en het peloton T13 van OLt ridder Rolin van het Esk PsW in versterking stuurt naar het 3Esk. Om 13u00 maken vijandelijke pantserwagens, behorende tot de flankhoede van de 4de Duitse Panzerdivision [4(DEU)PzDiv], contact met het I/1JP.

Intussen is de IIde Groep nog onderweg naar Wintershoven en botst tijdens de verplaatsing naar zijn gevechtsstelling op de Duitse flankhoede. Er breekt enige paniek uit bij II/1JP waarna, op de staf van het 5Esk en het Pl Henon na, de groep terugtrekt richting Sint-Truiden. Hierdoor wordt het 1ste Echelon van de Bretel van Kortessem niet bezet tussen Vliermaalroot en Guigoven. De bres in de verdediging wordt enkel gedicht door het 2G dat vanaf 13u00 stelling neemt in het centrum van Kortessem. De Staf/1JP probeert te achterhalen of de vijandelijke activiteit deel uitmaakt van de voorhoede van een westwaarts oprukkende grote formatie of dat het gaat om de flankhoede van een zuidwaarts gerichte hoofdkrachtinspanning. Om 14u00 meldt een verkenningseenheid van het 1 (FRA) Leger, bestaande uit zeven pantservoertuigen en enkele motorrijwielen,  zich aan op de CP van 1JP [10]. Kolonel de Jonghe wil het Franse verkenningspeloton onmiddellijk ter versterking naar het 3Esk sturen maar botst op een veto van de Franse pelotonscommandant. Wanneer het bericht binnenkomt dat de Duitsers Wellen bereikt hebben toont de Franse Luitenant zich inschikkelijker en is hij bereid een verkenning uit te voeren naar Wellen en Kerniel. Rond 16u00 komt de Franse patrouille terug en rapporteert dat er geen Duitsers meer in Wellen te bespeuren zijn. De Franse officier vermeldt ook dat hij het ontwapend peloton van OLt Claessens gevonden heeft in een naburig bos en geeft de locatie van het peloton door aan de Staf/1JP. De Duitsers die erin slaagden te infiltreren tussen het 1ste Echelon bezet door I/1JP en het 2de Echelon zijn via Wellen naar het zuiden vertrokken [11] waarna het weer rustig wordt in de ondersector van 1JP.

Nakende omsingeling van I/1JP de 11e mei rond 15u00

Nakende omsingeling van I/1JP de 11e mei rond 15u00

Vanaf 16u30 dringt de vijand niet meer aan en beperkt er zich toe het contact met de voorste stellingen van 1JP te bewaren. De dag loopt langzaam op zijn einde. De regimentscommandant beslist om van de relatieve rust gebruik te maken om I/1JP naar Kortessem terug te trekken om zo de agglomeratie beter te kunnen verdedigen tijdens de nacht. Deze bewegingen worden zonder moeilijkheden uitgevoerd. Omstreeks 17u00 komt Generaal-majoor Brabant, Commandant Infanterie van de 4de Infanteriedivisie (4Div) en bevelhebber van het Achterwaarts HK van deze divisie, op de CP van het 1JP aan. De restanten van de 4Div zouden zich tijdens de nacht van 11 op 12 mei terugtrekken van hun posities tussen Eigenbilzen en Hoeselt. Een colonne zou terugplooien via de as Kortessem-Alken waardoor het kruispunt bezet moet blijven.  Vanaf valavond beginnen de regimenten van de 4Div voorbij te trekken [13].

Om 21u00, nadat ze door de 1Div werden teruggestuurd naar Kortessem, komt de Staf van het 5Esk onder leiding van Cdt Bodart met het Peloton Henon toe op de CP van 1JP.  Dit is het eerste nieuws dat de staf krijgt over de IIde Groep waarvan men dacht dat ze door de vijand waren ingesloten en krijgsgevangen genomen. De staf heeft geen contact met de rest van II/1JP en weet niet waar zij zich bevinden.  Iets na 21u00 ontvangt de Staf/1JP de orders die de terugtocht van de dwarsstelling regelen. De ondersector Kortessem – Wellen van de dwarsstelling wordt tot middernacht verdedigd door II/2G, 7Esk/2G, GpCy 14Div, I/1JP, 5/II/1JP (-) en het Esk PsW/1JP. De GpCy 14Div krijgt om 22u30 als eerste het bevel om vanaf 24u00 terug te trekken richting Bekkevoort.  

Situatie bij I/1JP in de namiddag van 11 mei 1940

Gevechten op en rond de stelling van I/1JP tijdens de namiddag van 11 mei 1940 (projectie op recente kaart).

I/1JP
Het I/1JP hergroepeert te Wimmertingen na te zijn binnengelopen achter het Albertkanaal en wacht er op nieuwe orders. Aangezien de Iste Groep zich in de buurt van de CP van Generaal-majoor De Droog bevindt wordt de groep als eerste op de hoogte gebracht van de nieuwe opdracht en kan zich zonder tijdsverlies naar de dwarsstelling begeven. Het 1Esk krijgt opdracht stelling te nemen te Kerniel op de rechterflank van de groep terwijl het 2Esk stelling moet nemen te Gors-Opleeuw in het centrum. Het 3Esk moet een steunpunt inrichten op de linkerflank, dwars op de Tongersesteenweg en wordt hiervoor versterkt met het peloton de Biber van het Esk PsW. 

  • Net op het ogenblik dat de pelotons van het 2Esk willen vertrekken, worden ze vanuit de lucht aangevallen. Cdt Rousseaux beslist daarom zijn pelotons te voet naar de gevechtsstellingen te sturen, de vrachtwagens zullen later één per keer de stelling vervoegen. Om 11u30 staat het 2Esk volledig op zijn plaats. Gedurende de ganse dag houdt het 2Esk goed stand en kan de dorpen Gors en Opleeuw aan de vijand ontzeggen.
  • Het 1Esk dat een langere weg af te leggen heeft, is verplicht de verplaatsing met de voertuigen uit te voeren. Wanneer de colonne Kortessem passeert wordt ze onder vuur genomen door de vijandelijke luchtmacht. De motorrijders Van Gerven en Verdonck schuilen met hun motoren onder het poortgebouw van de hoeve Claesen. Door de luchtdruk van een ontploffing wordt de zware poort uit zijn hengsels gelicht en komt boven op beide soldaten terecht. Ze overleven het ongeval niet [8]. Het 1Esk neemt uiteindelijk stelling om 11u45. Het peloton van OLt Claessens heeft een steunpunt ingericht op de weg van Borgloon naar Kerniel op de uiterste rechterzijde van het dispositief van 1JP. In de namiddag wordt het peloton aangevallen door een vijandelijke pantserpatrouille. Omdat het peloton noch over een 47mm kanon, noch over een T13 beschikte, kon het zich onmogelijk behoorlijk verdedigen en wordt het gedwongen de wapens neer te leggen.  OLt Claessens wordt van zijn peloton gescheiden en als krijgsgevangene afgevoerd. De manschappen van het peloton krijgen van de Duitsers het bevel om zich naar Tongeren te begeven maar gezien de Duitsers ze niet konden begeleiden slaan ze na een schijnmanoeuvre een andere richting in en verschuilen zich in de bossen rond Gors-Opleeuw waar ze door een Franse patrouille ontdekt worden. Even later worden enkele vrachtwagens uitgestuurd om het peloton uit zijn benarde positie te ontzetten en over te brengen naar de eigen linies.
  • Bij het 3Esk trekt rond de middag een lange colonne vluchtende militairen van de 7Div komende uit Tongeren door het steunpunt van het peloton van OLt Rolin-Jacquemyns.  Dit peloton staat opgesteld dwars op de baan Tongeren – Kortessem (N20). Drie T13 tankjagers (vermoedelijk van het Esk C47mm op T13 van de 4Div) rijden door de stellingen van 3/I/1JP. Een ketting van een van de voertuigen breekt en Adjudant de Biber zet de T13 prompt in stelling in zijn eigen linies. Net na 13u00 duiken enkele Duitse verkenningstanks op vanuit het zuiden. De anti-tankkanonnen van de Jagers versterkt met de T13 van de 4Div, drijven de vijand terug die genoodzaakt wordt een omtrekkende beweging te maken. Net op dat ogenblik komt het peloton T13 van OLt Rolin toe bij het 3Esk. Door het feit dat II/1JP er niet in geslaagd is stelling te nemen links van het 3Esk slagen de vijandelijke pantservoertuigen erin het 3Esk te overvleugelen en tussen het 1ste en het 2de echelon van de dwarsstelling te infiltreren.
  • Het peloton maintenance van I/1JP, onder bevel van OLt Laurent, heeft zich geïnstalleerd in Wellen. Om 15u00 bereiken de vijandelijke pantservoertuigen de rand van Wellen en ontstaat er een schermutseling met de GpCy 14Div die er staat opgesteld. Gezien de wielrijdersgroep niet beschikt over anti-tankwapens moeten ze Wellen ontruimen om post te vatten in Alken. Het Peloton Laurent slaagt erin om aan krijgsgevangenschap te ontsnappen door zich gedeisd te houden in de huizen van Wellen tijdens de doortocht van de Duitse pantservoertuigen.

De pantsers blijven tot ongeveer 17u00 de stellingen van I/1JP aftasten. Vijandelijke vliegtuigen beheersen het luchtruim en vallen de groep regelmatig aan. De staf van de groep die een egelstelling had ingenomen achter de eskadronssteunpunten observeert de bewegingen van vijandelijke pantservoertuigen tussen Wellen en Gors-Opleeuw, in de rug van I/1JP. Wanneer na 17u00 de vijandelijke activiteit wat afneemt geeft Majoor Gysels opdracht aan OLt Osy om tussen twee vijandelijke pantserritten door, weg te glippen naar de CP van het regiment om de regimentscommandant op de hoogte te brengen van de toestand. Na geïnformeerd te zijn over de precaire toestand van I/1JP geeft de Kolonel de Jonghe d’Ardoye bevel aan I/1JP om op een gunstiger positie nabij Kortessem terug te plooien. De terugtocht wordt zonder moeilijkheden uitgevoerd. Ook de GpCy 14Div wordt terug naar voor gestuurd om zijn oude stellingen in Wellen te bezetten. Vanaf 18u30 wordt de lijn Wellen – Kortessem – Krijt – Diepenbeek de nieuwe frontlijn.

II/1JP
Rond 04u00 komt de IIde Groep, die As pas verlaten had om 00u30, toe te Wellen om er kantonnementen innemen. Het 5Esk van Cdt Bodart installeert zich in het Wellense gehucht Blijde Hoek en moet dringend reorganiseren na de geleden verliezen tijdens het gevecht achter de Zuid-Willemsvaart. Majoor de Biolley brieft zijn eskadrons pas om 11u30 over de nieuwe opdracht van de groep. De groep moet de Bretel van Kortessem bemannen tussen Vliermaalroot en Guigoven. Het 5Esk zal worden opgesteld in het noorden vanaf Vliermaalroot (exclusief) tot Wintershoven, het 4Esk zal worden opgesteld vanaf Wintershoven tot de Tongersesteenweg in Guigoven. Rechts van het 4Esk, ten westen van de Tongersesteenweg, zal I/1JP stelling nemen. Links van het 5Esk zal het EskCy 1Div opgesteld worden [9]. Omdat Kortessem voortdurend bestookt werd door de vijandelijke luchtmacht beslist Cdt Bodart, die de marsweg voor de rest van de groep moet openen, om zijn colonne in drie stukken op te splitsen die elk met enkele minuten tussentijd naar Wintershoven vertrekken. Om 13u30 vertrekt Cdt Bodart op kop samen met het peloton van OLt Henon. Nauwelijks buiten Wellen wordt de colonne al vertraagd door grote groepen terugtrekkende militairen van de 7Div. Op ongeveer één kilometer voorbij Kortessem wordt de kop van de colonne beschoten door een Duitse pantserwagen waarna de Jagers van het 5Esk terugkeren naar Kortessem om er dekking te zoeken in de huizen. Hier vernemen ze van de bemanning van een achtergelaten stafvoertuig dat de Staf van II/1JP samen met het 4Esk, het 6Esk en de resterende pelotons van het 5Esk rechtsomkeer maakte en richting Sint-Truiden terugtrok. Wanneer het 2G om 14u00 toekomt te Kortessem en er stelling neemt vertrekt Cdt Bodart naar Alken om de rest van de groep te vervoegen. In Alken wordt hij staande gehouden door de Commandant van de 1Div die hem opdracht geeft de CP van de divisie te beveiligen. Om 19u30 wordt hij van die opdracht ontheven en wordt hij teruggestuurd naar Kortessem waar hij om 21u00 op de CP van 1JP toekomt. De regimentscommandant geeft Cdt Bodart de opdracht om in Wimmertingen een eskadronssteunpunt in te richten teneinde in een latere fase de eenheden opgesteld langs de dwarsstelling op te vangen.

Wanneer de rest van het II/1JP te Sint-Truiden toekomt neemt Majoor de Biolley contact op met het HK van het Cavaleriekorps. Hij krijgt van de staf van het Cavaleriekorps opdracht op stelling te nemen ten noorden van Sint-Truiden.

Esk PsW/1JP
Het peloton van OLt Rolin maakt bij het aanbreken van de dag nog steeds deel uit van de ArW/1JP onder bevel van Cdt Linard de Guertechin. De ArW bezet nog enkele defensieve stellingen achter barricades langs de weg van As naar Genk. OLt Rolin wordt teruggestuurd over het Albertkanaal en alleen de T15 van Wm Van de Goor blijft achter bij Cdt Linard. Omstreeks 02u00 komt de T15 van Wm Van de Goor in aanrijding met het voertuig van Cdt Linard waarbij de commandant van de ArW gewond raakt. De wachtmeester laat de gewonde officier overbrengen naar het ziekenhuis in Hasselt waarna hij het dossier met de orders van Cdt Linard overneemt en de laatste vernielingen op de terugtochtweg uitvoert. Door het oponthoud bij de afhandeling van het ongeval met Cdt Linard, komt Wm Van de Goor te laat aan bij de inmiddels vernielde brug van Diepenbeek. Zijn T15 wordt ten noorden van het Albertkanaal achtergelaten na te zijn ontwapend en buiten werking gesteld.

Voertuigkenteken voor de pantserwagens van het 1JP.

Staf/1JP
Van de overblijvende troepen opgesteld langs de dwarsstelling blaast II/2G de aftocht om 01u30, gevolgd door het gros van 1JP. Een achterhoede versterkt met het 7Esk/2G blijft nog op post tot 03u00. De gemotoriseerde colonnes van het 1JP trekken door Alken waar even halt gehouden wordt. De vijand bevindt zich op dat ogenblik op slechts 3 Km afstand. De jagers hergroeperen zich te Alken en plaatsen het peloton C47mm van Onderluitenant Rolin-Jacquemyns bij de ingang van het dorp. De mannen van Rolin-Jacquemyns moeten de weg blokkeren tot 06u00 om de rest van het regiment de kans te geven de afstand tussen de eigen troepen en de vijand te vergroten. Na het vertrek uit Alken rijdt Kolonel de Jonghe naar het hoofdkwartier van het Cavaleriekorps in Lubbeek om er nieuwe bevelen van Generaal de Neve de Rode in ontvangst te nemen. Hier verneemt de regimentscommandant dat het Cavaleriekorps met onmiddellijke ingang het bevel over de Demer/Gete-stelling krijgt. Deze vooraf geplande dwarsstelling loopt van Tienen over  Linter, Budingen en Geetbets tot Diest achter de Gete en van Diest tot Lummen achter de Demer. Vervolgens wordt de stelling verlengd achter de Winterbeek tot Beringen aan het Albertkanaal waar ze aansluit op de sector Eindhout-Beringen bezet door de 6de Infanteriedivisie (6Div). Alle beschikbare cavalerie-eenheden zullen zo snel mogelijk naar deze defensieve lijn gebracht worden om er de Duitse opmars af te remmen tijdens de terugtocht van het veldleger naar de K.W. Stelling. Het 1JP zal voor deze opdracht onder het bevel geplaatst worden van de 2de Cavaleriedivisie (2CD) bevolen door Generaal-majoor Beernaert. Het HK van de 2CD staat opgesteld in in het Kasteel Hogemeyer te Kersbeek-Miskom.

Intussen verplaatst het regiment zich naar Waanrode waar ze kantonnementen voorbereiden,  de pantserwagens en anti-tankkanonnen worden aan de rand van het dorp opgesteld. Nog voor de kantonnementen compleet ingenomen zijn wordt het regiment naar Kersbeek-Miskom gestuurd waar het de nacht van 12 op 13 mei zal doorbrengen. Na aankomst in Kersbeek-Miskom worden plannen gemaakt om het regiment te herschikken teneinde zich aan te passen aan de geleden verliezen. Alle overblijvende fuselierseskadrons (1Esk, 2Esk en 5Esk) zullen worden samengebracht in één groep onder bevel van Majoor Gysels gezien de IIde Groep van 1JP op 12 mei nog geen aansluiting met het regiment heeft gevonden.

Staf/1JP
Het 1JP krijgt door de Staf/2CD de ondersector Halen (exclusief) – Aarschot (inclusief) toegewezen en wordt hiermee ingezet op de linkerflank van de 2CD. Het regiment zal voor deze opdracht versterkt worden met de GpCy 14Div slechts bestaande uit één eskadron, het EskCy 1Div en het Eskadron pantservoertuigen van het 2de Regiment Lansiers (7Esk/2L) die zich reeds in de ondersector bevinden en een waakscherm bezetten tussen Halen en Diest. Rechts van 1JP staat het 2de Regiment Karabiniers-Wielrijders (2Cy), eveneens onder bevel van de 2CD, vanaf Halen achter de Gete opgesteld. Links verlengt de 14de Infanteriedivisie (14Div) de Demer/Gete-stelling tot aan het Albertkanaal. De Staf/1JP maakt snel een beoordeling en de eenheden onder bevel van 1JP worden als volgt opgesteld:

  • de GpCy 14Div, het EskCy 1Div en het 7Esk/2L worden opgesteld tussen Halen (exclusief) en Diest (exclusief) achter een brede overstroomde zone tussen de Velpe en de Demer.
  • het 5Esk, versterkt met anti-tankkanonnen en enkele pantserwagens van het Esk PsW/1JP, neemt stelling in Diest
  • I/1JP stelt zich op ten noordwesten van Diest tussen Zichem en Testelt
  • Cdt Defossez houdt zich met de rest van het Esk PsW/1JP op in Aarschot
  • de commandopost van het regiment wordt ontplooid te Assent

Om 09u00 staat iedereen op stelling; 1JP is klaar om voor de derde maal de confrontatie met de vijand aan te gaan. Gedurende de dag wordt het dispositief enkele keren aangepast. Het 1Esk wordt uitgestuurd om zich achter de Demer op te stellen tussen Zelem en Diest. Om 15u00 wordt de Staf/1JP op de hoogte gebracht dat de terugtocht voor de nacht van 13 op 14 mei is voorzien en dat, indien de verdediging tot 20u00 stand kan houden, de opdracht als vervuld wordt beschouwd. Wanneer in de late namiddag plots de rest van II/1JP komt opduiken wordt de stelling van het 5Esk door II/1JP overgenomen en wordt het 5Esk in het nieuwe dispositief geïntegreerd. Naar de avond toe, wanneer de vijand verschijnt voor Diest, kunnen enkele aanvalspogingen om de stad in te nemen worden afgeslagen.

Vanaf 20u00 worden de bevelen tot de terugtocht uitgedeeld, het Cavaleriekorps heeft zijn dekkingsopdracht volbracht. De commandant van het 1JP legt de volgorde van de terug te trekken eenheden vast. De GpCy 14Div kan als eerste vertrekken gevolgd door het EskCy 1Div. Het 7Esk/2L onder bevel van Cdt Robin, zal tijdelijk het gedeelte van het front tussen Diest en Halen overnemen. Vervolgens zal I/1JP zich terugtrekken terwijl de eenheden opgesteld te Diest als laatste het contact met de vijand zullen verbreken. Het gros verzamelt rond Scherpenheuvel en zet zich in beweging richting Aarschot. Het ganse Cavaleriekorps zal zich in de ruime streek rondom de Zenne ten noorden van Brussel reorganiseren. Het 1JP moet zich in veiligheid brengen achter het Kanaal van Willebroek en een kantonnement opzoeken in de omgeving van Tisselt.

I/1JP
Majoor Gysels installeert zijn CP in Scherpenheuvel waar de meeste bewoners hun huizen verlaten hebben. Overal zijn de sporen van recente bombardementen nog aanwezig. De indrukwekkende koepel van de basiliek van Scherpenheuvel overheerste statig de levenloze stad. Omstreeks 14 uur wordt het sterk uitgedunde 1Esk van Lt Druart belast met de verdediging van de belangrijke tussenruimte tussen het steunpunt van het 5Esk te Diest en dit van Zelem bezet door het 36ste Linieregiment (36Li) van de 14Div.

II/1JP
Initieel wordt Diest gehouden door het 5Esk(-) versterkt met één peloton van het Esk PsW/1JP. Niettegenstaande het geringe aantal effectieven kon er te Diest een tamelijk sterk steunpunt opgericht worden, dankzij de hindernis gevormd door de Demer en de defensieve waarde van de wallen. OLt Henon bezet de wallen van de Schaffense Poort en houdt de uitwegen naar Schaffen in noordoostelijke richting onder vuur. OLt Chambon van het EskPsW bezet de omgeving van de Turnhoutse Poort (oftewel Antwerpse Poort – TBC), waar de wegbrug eveneens vernietigd is. OLt Rolin controleert van op zijn T13 de Scheense Poort (oftewel Zichemse Poort-TBC). Een C47mm anti-tankkanon stond aan de zuidelijke uitgang van de Grote Markt opgesteld. Zes pantserwagens bezetten bij de uitgang van de stad het kruispunt van de wegen naar Scherpenheuvel en Leuven

Tegen 17u00 sluit II/1JP weer aan bij het regiment met zijn staf, het 4de, 6de en delen van het 5de Eskadron. Majoor de Biolley ontvangt het bevel de verdediging van Diest over te nemen van Cdt Bodart en het 5Esk(-) in zijn dispositief op te nemen. Zijn CP wordt opgericht in de Rijkswachtkazerne. Kort daarop openen de jagers vanop de wallen het vuur op vijandelijke verkenners die door hun donkere uitrusting duidelijk afsteken tegen de achtergrond. De Duitsers vallen aan ten noorden van de Schaffense Poort en eens de schutterskuilen van 1JP op de wallen gedetecteerd ontketenen de aanvallers een intens mitrailleurvuur in de richting van het talud van de omwalling. Er ontstaat een wanordelijke schietpartij op en rond de wallen. Wanneer de vijand een pantservoertuig in stelling brengt slagen nieuwe groepen aanvallers onder dekking van de tank door te dringen in een bosje ten oosten van de weg naar Schaffen. OLt Rolin merkt het vijandelijk voertuig op en installeert zijn T13 bovenop de wal om het vijandelijk voertuig en de oprukkende infanteristen te bestoken. Tijdens de avond krijgt de vijand versterking. De noordelijke en oostelijke hellingen van de stadswallen worden onder een hels vuur genomen. De Duitse 37mm kanonnen vuren overvloedig lichtgevende projectielen af, terwijl ook de artillerie en de “Minenwerfers” in actie treden. Het kruispunt ten zuiden van Diest wordt gebombardeerd. De vijand bereikt de gracht van de wallen waarna enkele soldaten doordringen in de oude kazematten. OLt Devroye daalt de helling aan de vijandelijke kant af om granaten in de kazematten te gooien en raakt hierbij gewond evenals WM Vandenbosch van het 5Esk die een kogel door zijn been krijgt. De Duitsers trachtten gebruik makend van de invallende duisternis alsnog de Demer met rubberboten over te steken maar worden gestopt door het vuur van automatische wapens.

ArW/1JP
Om 20u00 wordt een achterwacht (ArW/1JP) opgericht om de stelling bij nacht te kunnen ontruimen zonder aangeklampt te worden door de vijand. Elke groep moet een detachement ter sterkte van een peloton op stelling laten. Bij I/1JP wordt het Peloton De Lantsheer van het 2Esk voor deze opdracht aangeduid. Het Peloton Goreux van het 4Esk maakt samen met een aantal pantserwagens de achterwacht uit van II/1JP in Diest. De achterwacht van het regiment (ArW/1JP) heeft ook als opdracht de nodige bevelen te geven aan de genie om de voorbereide vernielingen op de weg Scherpenheuvel-Rillaar-Aarschot-Keerbergen uit te voeren. 

Motorrijders van het 1JP te Oostkamp in 1938.

Staf/1JP
De eerste elementen van het Regiment komen tijdens de nacht te Aarschot aan. De stad is in een diepe duisternis gehuld en langs de toegangswegen naar de stad staan Britse pantservoertuigen van het “C-Squadron” van het “12th Lancers Regiment” [19] opgesteld. De Engelsen verkeren in de waan dat het 1JP op de hielen gevolgd wordt door de vijand en slaan onmiddellijk alarm, klaar om op ieder ogenblik een vijandelijke aanval af te slaan.

De troepen trekken met veel moeite door Aarschot gehinderd door de enorme bomtrechters waarmee de vorderingsas bezaaid was. Door de bomkraters moet een gedeelte van de vrachtwagens van 1JP omgeleid worden langs de weg naar Lier. Via Keerbergen, Bonheiden en Mechelen bereikt het regiment omstreeks 09u00 het Kanaal van Willebroek en houdt halt te Tisselt. De gevechten, bombardementen en nachtelijke verplaatsingen hebben de effectieven sterk verminderd en zowel de bewapening als de voertuigen hebben veel geleden. Behalve de wachtposten wordt iedereen voor de rest van de dag rust gegund.

ArW/1JP
Volgens een strikt uurrooster verlaten vanaf 02u30 de laatste detachementen van de achterhoede de Demer/Gete-stelling. Het verzamelpunt (oftewel RV – Rendez-Vous) voor de verschillende detachementen is de oostrand van Scherpenheuvel, van waaruit ze langs de N10 naar Aarschot doorgestuurd worden.  Aan de westelijke uitgang van Scherpenheuvel heeft de genie een grachtduiker onder de N10 ter hoogte van het kruispunt met de Peggerstraat ondermijnd. Het tot ontploffing brengen van de grachtduiker mag slechts gebeuren op bevel van OLt Goreux. Met de wachtdetachementen van de genie bij de voorbereide vernielingen worden signalen afgesproken zodat ze de terugtrekkende eenheden als vriend kunnen herkennen.

Wanneer OLt Goreux de voorbereide vernieling te Scherpenheuvel passeert neemt hij contact op met de onderofficier van de genie die de ontploffing moet uitvoeren en vraagt hem de vernieling nog wat uit te stellen. Hierop verdwijnt de luitenant om zijn peloton dat net gepasseerd is te hergroeperen. De gegradueerde van de genie, ervan overtuigd dat het volledige 1JP al voorbij gekomen is, meent dat er geen reden meer is om de vernieling uit te stellen en voert zijn opdracht uit. Het peloton van OLt De Lantsheer was helaas nog niet op het RV aangekomen en overschrijdt de brug juist op het ogenblik van de ontploffing. De kop van de pelotonscolonne was de brug al gepasseerd maar drie moto’s met zijspan bevinden zich op het brugdek wanneer de ontploffing plaatsvindt. Door de duisternis zijn OLt Goreux en de onderofficier van de genie zich niet bewust van de omvang van de ramp. Pas wanneer ze het regiment opnieuw vervoegen te Tisselt, vernemen zij de noodlottige wending. De Wachtmeesters Caluwe en Sterckx, de Brigadier Deswarte en de Soldaten Sels, Put, Elsen en Damarsin komen om bij dit incident. Brig Giesbers overlijdt later op de dag in het ziekenhuis van Herent ten gevolge van zijn verwondingen. Er vallen ook acht min of meer zwaargewonden te betreuren. De achterhoede, de bevoorradingswagens en de keuken van het Pl De Landsheer komen nog net tot stilstand voor de plaats van ontploffing. De Onderluitenanten De Lantsheer en Delrue, die slechts op het nippertje aan de dood ontsnapt waren, denken dat de vijand hen op de hielen zit en doen al het mogelijke om zoveel mogelijk lichtgewonde als ongedeerde soldaten terug naar de eigen linies te brengen. Enkelen van hen die over geen vervoer beschikten, moeten een behoorlijk eindje marcheren voor ze terug opgepikt kunnen worden. Het detachement bevoorradingswagens van het Peloton De Lantsheer, dat geblokkeerd werd door de vernieling, negeert het bevel van de pelotonscommandant om te voet aan te sluiten en brengt eerst de zwaargewonden naar het hospitaal van Scherpenheuvel waarna ze het niet beschadigde materiaal op de plaats van de ontploffing recupereren [18]. Zij slagen er nog in de K.W. Stelling te doorkruisen en verder te trekken naar het Kanaal van Willebroek waar ze de rest van het 1JP vervoegen. 

Een Marmon-Herrington gepantserde vrachtwagen achtergelaten bij de terugtocht van het Albertkanaal.

Staf/1JP
Het ganse CK verblijft nu in het gebied rondom de Zenne ten noorden van Brussel. Het is overduidelijk dat de cavalerie-eenheden aan een dringende reorganisatie toe zijn door de verliezen geleden tijdens de eerste vijf oorlogsdagen. Luitenant-generaal de Neve de Roden, bevelhebber van het CK, beslist dat met uitzondering van het 1ste Regiment Gidsen (1G) alle cavalerieregimenten herleid zullen worden tot één enkele groep, aangevuld met elementen uit de overige eskadrons. Alle manschappen die na deze herschikking overblijven zullen onder leiding van Generaal-majoor Ninitte naar Zuid-Frankrijk gestuurd worden om er het Versterkings- en Opleidingscentrum Lichte Troepen (VOC/LT) te vervoegen. 

Conform de orders van LtGen de Neve de Roden beslist de Korpscommandant van 1JP om het het regiment tot één enkele groep te herleiden die volledig zal worden uitgerust met de overblijvende bewapening. Gedurende de ganse dag wordt op alle echelons de orde in de eenheden hersteld. Een inventaris wordt opgemaakt van het resterende personeel, bewapening en voertuigen. Er was vooral een tekort aan 47mm anti-tankkanonnen, mitrailleurs en machinegeweren. Tevens mankeren er enkele sidecars en drie tanks, waarvan twee door de vijand buiten gevecht werden gesteld. De Jagers hadden weliswaar één en ander kunnen recupereren van haastig terugtrekkende eenheden die materieel achterlieten, maar dat volstond niet om de verliezen bij de gevechten van Eisden en Kortessem goed te maken. 

Door het verlies van een aantal C47mm anti-tankkanonnen komen acht Marmon-Herrington gepantserde vrachtwagens vrij die deze kanonnen moesten trekken. Met enige ondernemingsgeest worden de vrachtwagens uitgerust met Maxim mitrailleurs, die door II/1JP op 10 mei waren meegenomen uit de kanaalbunkers langs de Zuid-Willemsvaart. Hierdoor beschikt het regiment plots over acht unieke pantservoertuigen met op het dak een Maxim mitrailleur geïnstalleerd. Het regiment krijgt de toestemming om te Brussel het nodige materiaal op te eisen om de verliezen van de voorbije dagen weer goed te maken. Bovendien mag het regiment twee T15 ophalen in het Regionaal Park te Brussel (TBC – kan bij een compagnie van het Reservewielvoertuigenpark zijn). In de buurt van Tisselt worden ook nog eens een aantal vrachtwagens in beslag genomen om de verloren gegane voertuigen te vervangen. Even voor de middag krijgt de 2CD een waarschuwingsorder dat de divisie zich tijdens de nacht van 15 op 16 mei naar de linker Schelde-oever moet verplaatsen. Er volgen echter geen nieuwe orders en de nacht van 15 op 16 mei wordt te Tisselt doorgebracht. 

Groep Gysels/1JP
Alle resterende materieel en voertuigen worden vervolgens ondergebracht in één groep. Majoor Gysels wordt door Kolonel de Jonghe als bevelhebber van deze groep aangesteld [20]. De slagorde officieren van de Groep Gysels ziet er als volgt uit:

  • 1ste Eskadron fuseliers (Kapitein-commandant Bodart)
    • 1ste Peloton (Onderluitenant Laurent)
    • 2de Peloton (Onderluitenant Henon)
    • 3de Peloton (Onderluitenant Dupont)
    • 4de Peloton (Onderluitenant Heiremans – TBC)
  • 2de Eskadron fuseliers (Kapitein-commandant Rousseaux)
    • 1ste Peloton (Onderluitenant De Landsheer)
    • 2de Peloton (Onderluitenant Cuvelier)
    • 3de Peloton (Onderluitenant De Vos)
    • 4de Peloton (Onderluitenant Goreux)
  • 3de Eskadron steunwapens (Luitenant Delporte – TBC)
    • 1ste Peloton (Onderluitenant Rolin-Jaquemyns)
    • 2de Peloton (Onderluitenant Osy de Zegwaart )
    • 3de Peloton (Onderluitenant Loos)
    • 4de Peloton (Onderluitenant Deudon)

Groep de Brabandère/2JP onder bevel van 1JP
Ook het 2de Regiment Jagers te Paard (2JP) wordt tot één volledige groep omgevormd die onder bevel van Majoor ridder de Brabandère komt te staan. De Groep de Brabandère wordt vervolgens onder het bevel geplaatst van Kolonel de Jonghe d’Ardoye. De Groep de Brabandère die zich te Hofstade bevindt krijgt eveneens bevel om naar Dendermonde te vertrekken maar dit bevel wordt al snel weer ingetrokken en de groep zal te Hofstade overnachten.

Groep de Biolley/1JP
De niet gevechtsklare restanten van 1JP worden onder bevel van Majoor de Biolley afgedeeld bij de Groepering Ninitte. Met hem Cdt Belpaire-Woeste, Cdt Pauwels, Aalmoezenier Dehoux, (Lt Delporte – TBC), Lt Pleuger, Lt Verschuren, (OLt Heiremans – TBC), OLt Honoré, OLt Rens, OLt Rabeau, OLt Delrue, OLt Adm Verdickt, OLt Med Collignon, OLt Leburton en OLt Debrulle. 

Staf/1JP
Op 16 mei deelt de Staf/2CD de onverwachte beslissing van het geallieerd opperbevel mee om naar het westen terug te trekken. Zonder dat de K.W. Stelling ten volle verdedigd werd moet de stelling op bevel van de Franse Generaal Bilotte worden prijsgegeven. In het zuiden wist het Duitse leger immers een doorbraak te forceren over de Maas in de streek van Sedan en in het noorden heeft Nederland zich overgegeven. Het veldleger, dat riskeert langs beide flanken overvleugeld te worden, zal aan het eind van de dag de K.W. Stelling ontruimen en terugtrekken naar de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde onder dekking van het Cavaleriekorps. Het Belgische plan voorziet dat deze terugtocht in twee nachtelijke etappes zal verlopen die beschermd worden door tijdelijke verdedigingslinies. Tijdens de eerste nachtelijke etappe moeten alle eenheden het Kanaal van Willebroek overschreden hebben. De tijdelijke verdediging van het Kanaal van Willebroek zal op 16 en 17 mei uitgevoerd worden door de 1ste Infanteriedivisie, de beide Regimenten Grenswielrijders (1CyF en 2CyF) en eenheden van de Lichte Regimenten van de Rijkswacht (1LR en 2LR). Tijdens een tweede nachtelijke etappe moeten de eenheden van het veldleger de Dender overschreden hebben. De 1ste Divisie Ardeense Jagers (1DivChA) zal instaan voor de tijdelijke verdediging van de Dender op 17 en 18 mei. De Versterkte Positie Antwerpen moet standhouden tot de nacht van 17 op 18 mei.

Operatiegebied 1JP op 17 mei 1940 (recente kaart)

Operatiegebied 1JP op 17 mei 1940 (recente kaart)

Het CK beveiligt de flank van de terugtocht door de cavaleriedivisies stelling te laten nemen op de westelijke Schelde-oever en in het Waasland. De 2CD moet de Scheldeovergangen bewaken tussen Hoboken in de zuidrand van de Versterkte Positie Antwerpen en Dendermonde. De 1CD moet zich klaar houden te Wetteren en Beervelde om op bevel de Moervaart van Mendonk tot Lokeren te bezetten. Indien nodig moeten de cavaleristen het Waasland binnentrekken om er de vijand tegen te houden. 1JP zal in verspreide slagorde de opdracht van de 2CD ondersteunen; de Groep de Brabandère zal een verkenningsopdracht in het Waasland uitvoeren terwijl de rest van het regiment de overgangen over de Schelde nabij Dendermonde zal beveiligen. In de loop van de dag wordt de CP van 1JP verplaatst van Tisselt naar het kasteel van Grembergen op de linker Schelde-oever. Hier werkt de Staf/1JP in de late avond het plan uit voor de beveiliging van Dendermonde dat in de vroege ochtend van 17 mei moet uitgevoerd worden:

  • een eskadron van de Groep de Brabandère ontvangt na te zijn teruggestuurd van De Klinge naar Grembergen een aantal mitrailleurs en C47mm anti-tankkanonnen om de twee bruggen over de Schelde te Dendermonde te beveiligen,
  • een eskadron van de groep de Gysels wordt ontplooid op de oostrand van Grembergen
  • een eskadron van de groep Gysels gaat naar het gebied ten noorden van Grembergen tegenover de Durme
  • de Staf/1JP, de rest van de Groep Gysels en het Esk PsW worden ontplooid te Grembergen

Groep de Brabandère/2JP onder bevel van 1JP
Rond 09u00 vertrekt de Groep de Brabandère uit Hofstade naar De Klinge op de Belgisch-Nederlandse grens ten zuiden van Hulst in Zeeland. De colonne begeeft zich naar De Klinge via Mechelen en Sint-Niklaas. De groep moet er een Voorwaarts Inlichtingencentrum (oftewel Centre de Renseignement Avancé – CRA) inrichten die de linker Schelde-oever moet verkennen van Walsoorden (NDL) tot Baasrode. Er wordt immers gevreesd voor een Duitse oversteek van de Westerschelde in de rug van de Versterkte Positie Antwerpen nu Nederland capituleerde. De groep moet zich ook informeren over de intenties van de Franse eenheden [behorende tot de 60ste Franse Infanteriedivisie – 60(FRA)DI] die momenteel de zuidelijke oever van de Westerschelde bewaken. Een peloton van de groep wordt naar Sint-Niklaas gestuurd. Vanuit De Klinge en Sint-Niklaas worden op 16 mei vier officiersverkenningen (RO) uitgevoerd. 

  • een eerste RO naar Kallo, Kieldrecht en Doel,
  • een tweede RO over Grauw tot Paal (NDL),
  • een derde RO van Sint-Niklaas via Kruibeke tot Baasrode
  • en een laatste RO naar Hulst en Walsoorden.

De vier officiersverkenningen resulteren samen in de volledige verkenning van westelijke oever van de Schelde tussen Walsoorden en Baasrode. Er wordt niets verdachts gevonden. De groep brengt de nacht van 16 op 17 mei door te De Klinge en Sint-Niklaas.

Groep Gysels/1JP
Rond 12u00 vertrekt de Groep Gysels samen met de Staf/1JP vanuit Tisselt naar Dendermonde. De verplaatsing wordt op klaarlichte dag uitgevoerd maar wordt niet verontrust door de vijandelijke luchtmacht. Uit de enorme bomkraters in de omgeving van de Scheldebruggen te Dendermonde [22] blijkt echter dat de vijandelijke luchtmacht eerder reeds getracht heeft de Scheldeovergangen te vernietigen. De groep steekt de Schelde over en kantonneert in Grembergen. Eén eskadron wordt ten oosten van Grembergen  langs de Schelde ontplooid, een tweede eskadron in het noorden tegenover de Durme tussen Lokeren en de Schelde. De Staf/Groep Gysels en de resterende troepen worden opgesteld in het centrum van Grembergen.

Staf/1JP
Het regiment vangt aan met de uitvoering van het plan dat op 16 mei werd uitgewerkt. Er worden de ganse dag patrouilles uitgevoerd. De linkeroever van de Schelde wordt van Dendermonde tot de monding van de Durme verkend. Te Baasrode lanceert de 3de Compagnie van het Bataljon Pontonniers rond het middaguur een Algrain-brug ter hoogte van het veer over de Schelde om de capaciteit van de defensieve rivierovergang te vergroten. Het verkeer naar de bruggen over de Schelde is bijzonder druk. Belgische eenheden en vluchtende burgers willen allen richting Gent. De volledige 6de Infanteriedivisie (6Div) steekt te Dendermonde en Baasrode de Schelde over richting Lokeren en Zelzate terwijl de 11de Infanteriedivisie (11Div) ten zuiden van Dendermonde de Dender oversteekt om vervolgens via de Scheldebrug van Schoonaarde naar Kluizen achter het Kanaal Gent-Terneuzen te trekken.

Groep de Brabandère/2JP onder bevel van 1JP
Kort na middernacht krijgt de groep nieuwe bevelen. Majoor de Brabandère moet het 1Esk van Kapitein-commandant Gosse samen met het 3Pl Pantserwagens van OLt Laloux achterlaten in De Klinge en Sint-Niklaas. Het 1Esk moet opnieuw vier officiersverkenningen uitvoeren:

  • OLt Wagner wordt op RO naar Kallo gestuurd,
  • OLt Joorissen vertrekt op RO naar Kieldrecht en Doel,
  • OLt Cousin verkent  Paal, 
  • OLt Lurquin voert een RO uit naar Hulst en Walsoorden;

De rest van de groep vertrekt in de vroege ochtend van 17 mei naar Dendermonde waar de majoor zich om 03u00 aanmeldt op de CP van Kolonel de Jonghe d’Ardoye in het kasteel van Grembergen. Hier ontvangt hij het bevel om met zijn 2Esk, versterkt met enkele mitrailleurs en C47mm anti-tankkanonnen, een bruggenhoofd op de zuidelijke Scheldeoever nabij de Scheldebruggen in Dendermonde te bezetten. Om 20u00 komt de 1Cie van het Iste Bataljon van het 1ste Regiment Ardeense Jagers (I/1ChA) in Dendermonde. Hierop wordt de Groep de Brabandère (-) teruggetrokken achter de Schelde. Het 2Esk van de Groep de Brabandère (-) krijgt de opdracht om zich op te stellen tussen Berlare en de Scheldebruggen te Grembergen om de Scheldebrug van Schoonaarde te beveiligen. Terwijl het 3Esk de twee bruggen over de Schelde te Dendermonde blijft bewaken worden de drie pelotons van het 2Esk uitgestuurd naar de Hogeweg te Berlare om de inplaatsstelling voor te breiden. Nog voor ze stelling kunnen  nemen volgt er een tegenbevel; de helft van het 2Esk moet verplaatst worden naar Kastel om de geniebrug te Baasrode te beveiligen in afwachting van de doortocht van de laatste troepen. Om 21u30 is de Groep de Brabandère opgesteld op de westelijke Scheldeoever ten noorden van Dendermonde, klaar om de Scheldebruggen te Berlare, Dendermonde en Baasrode te beveiligen. Tijdens de nacht van 17 op 18 mei komt ook de 10Cie, een onafhankelijke compagnie motorrijders, van 1ChA (10/1ChA) in Dendermonde toe. 

Groep Gysels/1JP
De Groep Gysels stelt zijn 2Esk op achter de Durme van Lokeren tot de monding van de Durme in de Schelde. Het 1Esk patrouilleert op de linker Scheldeoever vanaf de monding van de Durme tot Kastel terwijl het Esk PsW/1JP in reserve gehouden wordt te Grembergen klaar om op te treden ingeval van incidenten.

Door de Belgische genie op 18 mei vernielde Veerbrug over de Schelde in de ondersector van 1JP ter hoogte van Dendermonde

Door de Belgische genie op 18 mei vernielde Veerbrug over de Schelde in de ondersector van 1JP ter hoogte van Dendermonde

Staf/1JP
In de vroege ochtenduren ontvangt het regiment nieuwe orders en moet dan ook zijn plan aanpassen. Nu dient het regiment de Schelde te bewaken vanaf de monding van de Durme tot aan Berlare tegenover Schoonaarde en de vroegere wallen van Dendermonde te bezetten vanaf de weg naar Baasrode (Mechelsesteenweg) tot aan de weg naar Sint-Gillis-bij-Dendermonde (Sint-Gillislaan) waar de verbinding met de I/1ChA verzekerd moet worden. Het regiment werkt tijdens de nacht aan het plan om zijn nieuwe ondersector op de linker Schelde-oever vanaf Berlare ten westen van Grembergen tot aan de samenvloeiing van de Schelde en de Durme te bezetten.

Kolonel de Jonghe geeft volgende orders: Groep Gysels moet de Schelde bewaken in het oosten vanaf de monding van de Durme tot Kastel (inclusief) terwijl de Groep de Brabandère in eerste echelon de oude vestingwallen van Dendermonde moet bemannen vanaf de baan naar Baasrode tot aan de weg naar Sint-Gillis-bij-Dendermonde en in tweede echelon de Schelde bewaken vanaf Kastel (exclusief) tot Berlare tegenover Schoonaarde.

 In de loop van de voormiddag wordt het onafhankelijk Eskadron Brumagne [21] dat onder direct bevel stond van de 2CD, door de Staf/2CD in versterking van 1JP gestuurd. De IIde Groep van het 18de Regiment Artillerie (II/18A), onder bevel van Majoor Barthélémy, wordt rond het middaguur in directe vuursteun gegeven aan het regiment. De drie batterijen van II/18A stellen zich op ten oosten van Zogge. Omstreeks 12u00 wordt zowel de doortocht van de laatste Belgische troepen alsook de aankomst van de eerste vijandelijke verkenners gemeld. Tijdens de namiddag bezoeken Prins Karel en Generaal de Neve de Rode de commandopost van de Jagers te Paard. 

Groep Gysels/1JP
Na ontvangst van de nieuwe orders ontplooit de Groep Gysels zijn eskadrons tussen de monding van de Durme en Kastel (inbegrepen). Het front van deze groep is echter zo breed, het terrein zo bebost en de loop van de Schelde zo kronkelend dat de verdediging zich moet beperken tot het inrichten van een aantal weerstandsnesten uitgerust met één of twee automatische wapens. Tussen de weerstandsnesten circuleren patrouilles. Een steunpunt wordt ingericht op de dijk van Kastel, die de grote Scheldebocht van Baasrode volgt. Deze opstelling wordt in de diepte gesteund door de acht Marmon-Herringtons uitgerust met de Maxim mitrailleurs, die het achtergebied en de tussenruimten van dit langgerekt front bewaakten. Het peloton van OLt Henon is nauwelijks geïnstalleerd te Kastel of de vijandelijke voorhoede tracht zich meester te maken van de Algrainbrug te Baasrode. De boten die het brugdek ondersteunen worden om 09u30 tijdig met explosieven tot zinken gebracht. 

Hierop krijgt de Groep Gysels opdracht van de Staf/1JP om zijn stelling in te korten. Het Eskadron Brumagne, dat door de 2CD in versterking wordt gegeven van 1JP, zal zich opstellen tussen de samenvloeiing van de Durme en de Schelde tot de Scheldeoever tegenover Branst. De Groep Gysels moet na aankomst van het Esk Brumagne zijn troepen herontplooien langsheen de Schelde tussen Branst en Kastel (inclusief). 

Opstelling van de Groep de Brabandère op de Scheldebruggen op 18 mei.

Opstelling van de Groep de Brabandère op de Scheldebruggen op 18 mei. Links de Duitse noodbrug van 1916, rechts de pas voltooide Veerbrug (originele schets van mei 1940 uit dossier 2JP).

Groep de Brabandère/2JP onder bevel van 1JP
Het 1Esk van de Groep de Brabandère wordt vanuit De Klinge teruggeroepen naar Dendermonde ter verdediging van de stad.

Om 05u30 zijn de stellingen van de 1Cie van I/1ChA achter de Dender verdedigd. In de vroege ochtend stuurt de Groep de Brabandère twee pelotons van het 2Esk versterkt met enkele C47mm en mitrailleurs de stad in om stelling te nemen op de wallen. Op dat ogenblik trekken enkele geïsoleerde detachementen van het 14Li, het 20Li en het 29Li door de stad. De stellingen op de wallen te Dendermonde zijn ingenomen en verdedigd om 06u30. Op elk van de toegangswegen naar Dendermonde die door het 2Esk beveiligd worden, installeren de motorrijders van de 10Cie van 1ChA voorposten. Om 10u00 maakt een patrouille motorrijders van 10/1ChA contact met Duitse verkenners te Baasrode. Hierop worden de pelotons van het 2Esk van hun opdracht ontheven en lopen ze binnen over de Schelde om stelling te nemen op de Scheldeoever tegenover Baasrode teneinde de Mechelsesteenweg van Baasrode naar Dendermonde vanachter de Schelde onder schot te houden. Iets na 10u00 worden de bruggen over de Dender te Dendermonde door wachtdetachementen van het 32ste Bataljon Genie (32Gn) op bevel van het 1ChA tot ontploffing gebracht op één brug na. Op dat ogenblik komt het 1Esk in Dendermonde toe. Cdt Gosse wil bij zijn aankomst onmiddellijk de Dender oversteken maar de commandant van de 1Cie van I/1ChA, die de laatste brug in de stad nog bewaakt, raadt dit af omdat vijandelijke verkenners voor Dendermonde gesignaleerd zijn. Cdt Gosse beslist dan maar het 1Esk achter de Dender te ontplooien vanaf de samenvloeiing van de Schelde en de Dender tot de stellingen van de Ardeense Jagers. Om 11u45 wordt uiteindelijk de laatste brug over de Dender in Dendermonde opgeblazen door de 1Cie  van 1ChA. Om 11u55 maken de voorposten van de 10Cie/1ChA contact met de vijand. Wanneer het Peloton Thiran van het 1Esk rond de middag het vlakke terrein nabij de Dendermonding probeert te bezetten worden ze onder vuur genomen door vijandelijk mitrailleurvuur. Pas wanneer een C47mm van het 2Esk vanaf de overkant van de Schelde de Duitse mitrailleurposten onder vuur neemt kan het peloton van Lt Thiran stelling nemen. Hierbij wordt ook artilleriesteun van II/18A aangevraagd. Het noordelijk stadsgedeelte van Dendermonde wordt zo lang mogelijk bezet door het 1Esk  van de Groep de Brabandère om de vijand te beletten de rivier over te steken. Om 13u30 vraagt de groep artilleriesteun van II/18A aan om een aantal motorvoertuigen die zich in de richting van de oostrand van de Dendermondse agglomeratie begeven onder vuur te nemen. De vijand trekt zich terug mits achterlaten van zijn voertuigen [23]. WM Devillez steekt met een patrouille de Dender over via de niet volledig vernielde brug op de Mechelsesteenweg om de voertuigen te inspecteren. Om 18u00 wordt op de brug over de Dender naar Baasrode een tweede lading springstof aangebracht om ze volledig te vernielen.

Nadat het 1Esk is binnengelopen worden de bruggen over de Schelde te Dendermonde om 20u30 vernield. De nieuwe ijzeren brug werd gewoon in twee gesneden en de oude houten Duitse brug vliegt in brand. De groep bezet nu enkel de linkeroever tussen Klein Zand (inclusief) en Groot Zand (inclusief). Om 21u30 tenslotte moet de Brabandère zijn echelons naar Zele doorsturen. De overige troepen worden op de noordelijke oever van de Schelde tegenover Dendermonde opgesteld. De houten brug brandde nog de ganse nacht door en kon uiteindelijk nog door enkelingen overgestoken worden. 

Esk PsW/1JP
In de loop van de middag wordt het Peloton Rolin naar de Schelde-oever gestuurd ter ondersteuning van het 2Esk van de Groep de Brabandère. Het peloton houdt de baan Baasrode – Dendermonde onder schot. De rest van het Esk PsW blijft in reserve te Grembergen, klaar om bij te springen indien de vijand een bruggenhoofd zou slaan over de Schelde ter hoogte van Dendermonde.

Opstelling van 1JP achter de Schelde op 19 mei 40 (originele schets uit dossier 2CD)

Opstelling van 1JP achter de Schelde op 19 mei 40 (originele schets uit dossier 2CD)

Staf/1JP
Te Antwerpen steken de Duitsers de Schelde over en trekken zo het Waasland in. Rond de middag verlaten de Ardeense Jagers de Dender en begeven zich richting Gent. De brug van Schoonaarde, die door het 25ste Bataljon Genie (25Gn) werd ondermijnd, wordt om 14u00 door de ploeg van Luitenant Hoornaert van 1ChA tot ontploffing gebracht als laatste Scheldebrug in de ondersector van 1JP. Na het vertrek van 1ChA wordt de rechterflank van 1JP niet langer beveiligd. Enkele Marmont-mitrailleurvoertuigen en twee T15’s krijgen bijgevolg de opdracht om langs de westelijke Scheldeoever te patrouilleren tussen Berlare en Dendermonde. Specifieke consignes worden gegeven om te vuren op om het even welke boot die zou trachten de stroom over te steken.

Na het vertrek van de Ardeense Jagers trachten de Duitsers naar Dendermonde op te rukken, maar worden voortdurend onder vuur genomen door de artillerie en de C47mm kanonnen. Uiteindelijk laten ze de stad dan maar met rust om een oversteekpoging te Denderbelle op touw te zetten. II/18A bewees gedurende de laatste twee dagen goede diensten aan de verdediging van de Schelde in de ondersector van 1JP. De nauwkeurigheid van de vuren en de snelheid waarmee gevolg werd gegeven aan de vuuraanvragen van de voorwaartse waarnemers leverden de Jagers te Paard een niet onaanzienlijk voordeel op. Het munitieverbruik van de groep tijdens de afgelopen twee dagen bedroeg ongeveer achthonderd schoten. Uiteindelijk wordt het regiment na het invallen van de duisternis van achter de Schelde teruggetrokken. Tijdens de gevechten te Dendermonde, tevens het vierde contact met de vijand  van 1JP, valt slechts één gesneuvelde te betreuren, namelijk Soldaat Henaut van de Groep de Brabandère.

Groep de Brabandère/2JP onder bevel van 1JP
De nacht van 18 op 19 mei verloopt rustig. De groep blijft de ganse dag achter de Schelde opgesteld van Klein Zand (inclusief) tot Groot Zand (inclusief) en onderhoud contact met de vijand. In de voormiddag opent II/18A het vuur op een Duitse artilleriecolonne die zich op weg naar Baasrode begeeft. Adjudant KROLt Pierlot steekt met een patrouille de Schelde over om een aantal door artillerievuur vernietigde Duitse voertuigen te inspecteren op zoek naar inlichtingen. Enkele binnenschepen op de Schelde worden door C47mm kanonnen tot zinken gebracht. Om 13u00 verlaat de 1Cie van I/1ChA zijn stellingen achter de Dender om zich terug te trekken richting Gent. De Groep de Brabandère ontvangt tijdens de vroege avond het bevel om zijn stellingen ten noorden van Dendermonde te verlaten. De eskadrons breken het contact af en verlaten hun stellingen tussen 21u00 en 21u30 bij het invallen van de Duisternis. 

Groep Gysels/1JP
Vanaf 18u00 bezet de Groep Gysels met één eskadron een onderkwartier van Groot Zand (exclusief) tot de Oude Briel (inclusief) aan de Schelde. Aan de overzijde is het rustig. De groep moet het ander eskadron fuseliers afstaan aan de mobiele reserve onder bevel van het regiment. Deze mobiele reserve bestaat voorst nog uit het 7Esk/Groep de Branbandère (voormalig Esk PsW/2JP) en het Esk PsW/1JP, en staat opgesteld in een afwachtingszone te noorden van Grembergen.

Eskadron Brumagne/2CD in Rft van 1JP
Het onderkwartier van het eskadron langs de Schelde-oever wordt uitgebreid tot de Oude Briel (exclusief).

De 2de cavaleriedivisie moet zijn eenheden langsheen het Moervaartkanaal opstellen om de Duitse opmars door het Waasland tot aan het Kanaal Gent-Terneuzen af te remmen. Tijdens de nacht trekt de staf van het regiment naar de oude molen in Wachtebeke. De Iste Groep wordt te Wachtebeke ontplooid en de IIde Groep te Moerbeke.

Het hoofdkwartier van het cavaleriekorps is intussen naar Stekene verhuisd en deelt de orders uit voor de komende dag: de 1ste cavaleriedivisie moet zich opstellen vanaf de sector van de 17de infanteriedivisie aan het Kanaal Gent-Terneuzen over Terneuzen zelf tot in Braakman; de 2de cavaleriedivisie zal achter de 1ste komen te liggen.

Bij het ochtendgloren moet het regiment van positie veranderen. Om 05u00 verplaatsen de Jagers te Paard zich naar Sas van Gent op het Kanaal Gent-Terneuzen zelf. De Jagers te Paard en het 2Cy moeten vervolgens naar Breskens om er de Franse 68ste divisie af te lossen. Ten zuiden van Breskens zoeken de eenheden van het 1JP nieuwe kantonnementen op in boerderijen. De groep van Majoor Gysels installeert zijn commandopost te Waterlandkerke.

De korpscommandant stuurt omstreeks 13u00 drie sterke eskadronsverkenningen naar de Moervaart te Moerbeke, Wachtebeke en Sint-Kruiswinkel met als opdracht contact te maken met de vijand en deze te vertragen.

Tijdens de avond ontvangt het cavaleriekorps het bevel zijn hoofdkwartier naar Sint-Laureins te verplaatsen en alle beschikbare eskadrons pantserwagens te Zwevezele te hergroeperen om er aan de reserve van het Groot Hoofdkwartier te worden toegevoegd.

Alle verkenningsdetachementen komen ’s morgens terug van hun opdracht ten oosten van het Kanaal Gent-Terneuzen. De Duitsers bezetten die dag Vlissingen aan de overkant van de rivier. Die ochtend wordt ook het 1L toegevoegd aan het commando van Kolonel de Jonghe d’Ardoye.

De groep van Majoor De Brabandère neemt de ondersector vanaf Breskens tot halverwege Hoofdplaat over van de Fransen. Op links wordt Breskens zelf bewaakt door het 3de Lansiers. De groep Gysels vervolgt op de rechterflank de linie langs de Schelde tot in Breskens. De Lansiers van het 1L gaan naar Hoofdplaat. De II/18A gaat in stelling in het gehucht Molentje.

De laatste Fransen verlaten Zeeland. Alvorens te vertrekken ontketent de Franse artillerie nog een artillerieduel over de Schelde waarbij Breskens, Hoofdplaat en Schoondijke zwaar beschadigd worden. De II/18A neemt deel aan het duel.

Omdat het Groot Hoofdkwartier een Duitse landing over te rivier vreest, wordt de cavaleristen een meer compacte opstelling bevolen. Het 1JP neemt een kleinere ondersector in tussen Nummer Een en Hoofdplaat.

Een door de Belgen achtergelaten T15 pantserwagen.

Majoor Gysels blijft met zijn 1JP de ganse dag op post langsheen de Scheldeoever. De ondersector wordt regelmatig gebombardeerd door de Luftwaffe en door de Duitse artillerie vanuit Walcheren.

De eerste groep van Majoor Gysels begeeft zich naar Maagd van Gent, om er de verdediging van de Golf van Boekhoute te verzekeren. Gysels neemt twee batterijen van de II/18A mee en stelt zich onder het bevel van de 1ste cavaleriedivisie. Gysels verkrijgt ook het Eskadron Brumagne, een Peloton luchtafweergeschut en het Eskadron Pantserwagens van het 3L.

De staf van het 1JP en het eskadron pantserwagens blijven achter aan de Scheldeoever. Het gecombineerde regiment 1JP/2JP wordt versterkt door de staf van een groep van het 1L onder leiding van Majoor Godefroid. Dit detachement neemt samen met een deel van het 2JP de oude opdracht van Majoor Gysels aan de Scheldeoever over.

Het detachement Gysels komt voor de ochtend aan te Maagd van Gent en moet zich ontplooien tussen het zuidelijke uiteinde van de Braakman en grenspaal 10 op het Leopoldkanaal. Op de rechterflank van het detachement sluit het 4Cy aan. Op de linkerflank moet het 1G zich opstellen. Die dag stuurt het regiment drie gevechtspatrouilles uit naar Terneuzen, Sluiskil en Assenede om de Duitsers een speldenprik toe te dienen. Een patrouille stelt vast dat de vijand reeds Bassevelde ten westen van Assenede heeft bezet. Het bericht wordt onmiddellijk aan het commando overgemaakt en even later bestookt de Belgische artillerie het dorp.

Rondom 17u00 ontvangt het 1JP/2JP nieuwe bevelen. Door de ernstige verliezen wordt de cavalerie nog maar eens herschikt. De aan de Schelde overgebleven detachementen van het 2JP worden samengevoegd met het 1L en komen onder het bevel van Kolonel Morel de Westgaver. Ook de staf van het 1JP en het enig overgebleven eskadron pantserwagens worden aan deze nieuwe formatie toegevoegd. Majoor Gysels blijft met de rest van de troepen van het 1JP ter plekke.

De detachementen van het 2JP en het 1L krijgen het bevel naar het front aan de Leie te trekken en verlaten Groede nabij Breskens rond 22u00. Het 1JP blijft in Zeeland en zo opereren de beide regimenten Jagers te Paard weer afzonderlijk van elkaar.

Het hoofdkwartier van het Cavaleriekorps is tijdens de nacht verhuisd van Sint-Laureins naar Dudzele. De 1ste Cavaleriedivisie is samen met de Franse 60ste Infanteriedivisie onder het bevel van Luitenant-generaal Keyaerts geplaatst en zet zijn opdracht in Zeeland verder.

Het 1JP heeft zijn commandopost nog steeds te Maagd van Gent achter het Leopoldkanaal. De Iste Groep bewaakt Philippine. De IIde Groep ligt te Boekhoute. Het 4Cy ligt op de rechterflank van het 1JP. Op de linkerflank ligt het 1G langsheen de oever van de Westerschelde.

Het regiment raakt betrokken bij zware gevechten wanneer de Duitsers het Leopoldkanaal aanvallen. Ondersteund door onze artillerie, slagen de Jagers te Paard er in de Duitsers een tijd af te remmen. De vijand blijft aandringen en infiltreert tussen het 1JP en het 4Cy. Majoor Gysels ontvangt versterking in de vorm van een eskadron van het 1G. Tijdens de avond moeten de Belgen toch hun posities op het Leopoldkanaal prijs geven.

Het 1JP en 4Cy gaan er onder dekking van het 1G van door na het vallen van de nacht. Het 1JP bemant nog even een dwarsstelling om ook het 1Cy en 3Cy toe te laten zich terug te trekken zonder omsingeld te worden.

De 1ste Cavaleriedivisie wordt tijdens de nacht van 25 op 26 mei verplaatst naar de lijn Retranchement-Sluis-Middelburg. De troepen van de divisie worden als volgt opgesteld:

  • Ondersector Retrachement: 1G met het Eskadron Motorwielrijders van 2G, ondersteund door III/19A te Hazegras.
  • Ondersector Sluis: 4Cy, aangevuld met 2G en I/1JP, ondersteund door I/19A en twee batterijen C120 M31 van 13A.
  • Ondersector Heille: 1Cy, ondersteund door I/17A.
  • Ondersector Middelburg: 3Cy, met steun van IV/19A.
  • Algemeen steunelement: IV/13A te Westkapelle.

Naast de IV/13A te Westkapelle beschikt de divisie nog over het 25ste bataljon Genie te Lissewege, het 22ste bataljon TTr te Oostkerke en het Transportkorps te Scheepsdale. Ten zuiden van Middelburg vervolgt de 17de infanteriedivisie de Belgische linies langsheen het Afleidingskanaal van de Leie. De divisiestaf verlaat Sint-Margriete en verhuist naar Oostkerke.

Tijdens ochtend wordt aan de staf van het 1JP en het eskadron pantserwagens gevraagd om te defileren voor Generaal Keyaerts, commandant van het cavaleriekorps, op de markt van Sint-Anna-ter-Muiden. Alle elementen van het 1JP worden vervolgens opnieuw samengevoegd tot een enkele eenheid.

De belangrijkste Duitse aanvallen op het noordelijke deel van de Belgische legerzone vinden plaats te Balgerhoeke en Ronse op het Afleidingskanaal van de Leie. De vijand steekt rond 16u00 de waterweg over op deze twee punten. Rond 19u30 stort het front in bij het 23ste Linieregiment rond Ronse. Ook het 7de Jagers te Voet nabij Balgerhoeke wordt aan het kanaal verdreven. Het Groot Hoofdkwartier heeft geen andere optie dan terug te trekken van het Afleidingskanaal en opnieuw te proberen een verdedigingslijn te organiseren op de as Strobrugge-Maldegem-Oostwinkel. Er wordt een reservemacht samengesteld onder bevel van Kolonel Morel de Westgaver. Deze formatie krijgt de benaming Groepering Morel en bestaat uit:

  • het 1Cy, nog steeds aangevuld met de Compagnie C47mm op T13 van de 3de Infanteriedivisie.
  • het 4Cy
  • de Iste groep van 1JP, waarvan nog twee pelotons motorwielrijders en een klein eskadron met drie T13’s en één T15 overblijven
  • de Iste groep van 19A, met drie batterijen, elk met vier kanonnen C75GP (grote dracht van 11 km).

De groepering zal in reserve worden gehouden te Maria-Aalter om zo tussenbeide te kunnen komen in de sector van de 18de infanteriedivisie of van de 12de infanteriedivisie. De rest van de 1ste Cavaleriedivisie wordt teruggetrokken achter het laatste stukje Afleidingkanaal ten zuidoosten van Zeebrugge.

Tijdens de nacht verplaatsen alle elementen van het 1JP naar het verzamelpunt van de Groepering Morel in Maria-Aalter.

De Duitsers breken door te Zomergem en rukken op naar Ursel. De Groepering Morel wordt uitgestuurd naar de lijn Eentveld-Knesselare-Kanaal Gent-Brugge.

Het 4Cy zal zich ontplooien tussen Eentveld en Knesselare, en het 1Cy tussen Knesselare en het kanaal. Het 1JP dient de actie te ondersteunen. Het eskadron pantserwagens houdt halt in de bossen ten westen van Knesselare en wacht af terwijl het 4Cy en 1Cy hun posities innemen. De vijand onderneemt een poging om Knesselare te bezetten en er breken straatgevechten uit tussen het II/4Cy en het 338 (DEU) Infanterieregiment.

Kolonel Morel stuurt de pantserwagens naar voren om de opmars van het 4Cy te ondersteunen. Even na 15u00 vallen de T13’s en de T15 aan. De pantserwagens stuiven door het centrum van het dorp en bereiken de baan naar Ursel. De Duitsers infiltreren het dorp vanuit oostelijke richting en brengen enkele 37mm PAK anti-tankkanonnen in stelling. Door hun optreden kunnen de Jagers te Paard de Cyclisten de vijand de toegang tot het dorp ontzeggen. De groep Morel kan zo de Duitse opmars afremmen en maakt bij tegenaanval zo’n 150 Duitsers gevangen.

De vijand geeft echter niet op en begint aan een omsingeling van Knesselare omstreeks 18u00. Ze gaan veel voorzichtiger te werk en slagen er in enkele pantserwagens van de cyclisten uit te schakelen zonder zich bloot te stellen aan Belgisch tegenvuur. De Belgen moeten terrein prijsgeven waarbij talrijke waardevolle fietsen en motorfietsen moeten worden achtergelaten.

De groep Morel wordt na het vallen van de nacht teruggetrokken. De Belgen beseffen dat er ondanks hun succes eerder die dag niet meer in zit dan een klein tactisch voordeel en het eind van de veldtocht in zicht in. Op het kruispunt te Beernem worden de terugtrekkende Jagers het voorwerp van een zware artilleriebeschieting.

Het regiment trekt tijdens de nacht van 27 op 28 mei naar Oostkamp en legt hier tijdens de ochtend de wapens neer.

Tijdens de veldtocht van 1940 sneuvelden drie officieren, vier onderofficieren, zes brigadiers en vijfendertig soldaten.

Vanaf 29 mei worden manschappen en materiaal van de ganse 1ste cavaleriedivisie verzameld in de zone tussen het Afleidingskanaal van de Leie, het Lieve-kanaal en het Kanaal Gent-Terneuzen. Op 1 juni worden alle eenheden afgevoerd naar de krijgsgevangenschap. De colonnes verzamelen te Dudzele. Begeleid door een Duits peloton motorwielrijders rijdt de ganse divisie naar Berchem waar alle voertuigen en kanonnen in een openluchtdepot geplaatst worden.

De manschappen trekken vervolgens te voet door Antwerpen en worden opgesloten in het Kamp van Brasschaat. Via het station Sint-Mariaburg worden de militairen naar Duitsland weggevoerd. De Vlaamse miliciens zullen al snel weer vrijkomen.

Na de capitulatie

Cdt Linard de Guertechin werd na een verkeersongeval in het gehucht ‘De Bascule’ op de baan van As naar Genk gewond afgevoerd naar de Ambulance van het regiment te Diepenbeek, vervolgens via de Ambulance van het CK te Sint-Truiden naar het Militair Hospitaal van Antwerpen. Bij het ontruimen van het MH Antwerpen werd hij eerst overgebracht naar het Brugmann ziekenhuis te Jette en vervolgens naar het militair aanvullingshospitaal van Ieper. Van hier uit werd hij overgebracht naar het Belgisch militair ziekenhuis van Berck-Plage in Noord-Frankrijk waar hij op 2 juni werd krijgsgevangen genomen.

Cdt Jean Linard de Guertechin, bevelhebber van het 3de Eskadron, zou zijn carrière midden vijftiger jaren beëindigen als kolonel bij de pantsertroepen.

Cdt Jean Linard de Guertechin, bevelhebber van het 3de Eskadron.

Slachtoffers

EenheidNaamVoornaamFotoGraadStandKlas° op° te+ op+ teNota
StafBELPAIRE-WOESTECharles, A.J.Cdt10/06/1895Liège25.08.1940BruggeComd Staf Eskadron Overleden in hospitaal
Minnewater
OnbekendBRIEGeorges, R.SdtMil29.05.1912Anderlues19.05.1940Zwijndrecht
5/IIBRULEZAlbertBrigMil3016.11.1910La Bouverie27.05.1940Sint-AndriesOverleden hospitaal Abdij Zevenkerken
5/IICAERTSAlexander, JosephSdtWDieN31.03.1913Oostham10.05.1940LanklaarVerdronken bij overzwemmen Zuid-Willemsvaart
2/ICALUWEFrançois, H.C.WmBOO20.10.1917Havré14.05.1940ScherpenheuvelGedood bij voortijdige ontploffing vernielingsdispositief van de genie
StafCHAMBONRolandOLtRes3514.04.1915Momignies26.05.1940Maria-AalterVaandrig
4/IIDAMARSINThéophileSdtMil02.12.1920Etterbeek14.05.1940ScherpenheuvelGedood bij voortijdige ontploffing vernielingsdispositief van de genie
Esk PsWDE BIBERPhilippe, Albert LéopoldAdjtKAO20.07.1915Liège26.05.1940Sint-AndriesPelotonscommandant peloton T13.
Verwond door geweervuur op 25.05 te Maagd-van-Gent.
Overleden in hospitaal Abdij Zevenkerken
6/IIDEHAESAndré, J.SdtMil3919.05.1920Spa13.05.1940BorgloonVerwond 10.05 te Bilzen
2/IDESWARTEHendrikBrigWDieN3531.03.1915Koersel14.05.1940ScherpenheuvelGedood bij voortijdige ontploffing vernielingsdispositief van de genie
3/IDEVLEMINCKRobert, A.G.SdtMil02.01.1915Zaventem10.05.1940EisdenGedood aan wachtpost bij brug van Eisden
2/IELSENPetrus, J.SdtMil23.04.1919Heusden14.05.1940ScherpenheuvelGedood bij voortijdige ontploffing vernielingsdispositief van de genie
5/IFASTRENicolas, Jules MaximilienBrigMil3709.04.1919Villers-l'Évêque25.05.1940WatervlietPloegoverste FM30. Gedood bij inslag artilleriebom.
2/IGIESBERSHendrik, J.J.BrigBV10.06.1920Overpelt14.05.1940Herent
1/IJAMERSJoannes, J.SdtMil3919.02.1920Hechtel10.05.1940EisdenGedood aan wachtpost bij brug van Eisden
3/IJANSSENSJoseph, Albert HenriSdtMil3523.05.1915Beringen11.05.1940Halle-BooienhovenGedood in luchtaanval op steenweg van Sint-Truiden naar Tienen.
1/ILENAERTSJan, H.SdtBV21.11.1919Maaseik10.05.1940Lanklaar
4/IIMARCHALJoseph, A.SdtMil30.05.1914Hasselt30.05.1940Oostende
3/IMEEUSAlbert, PierreWmMil3708.08.1917Antwerpen24.05.1940Philippine (NL)Voertuigcommandant Marmon-Herrington
5/IIMEEUWSAndré, M.WmMil3728.01.1918Vinkem25.05.1940WatervlietGedood bij inslag obus
3/IMOORSPieter, L.SdtMil25.01.1919Opglabbeek10.05.1940As
4/IIPIETTERené, A.SdtMil20.12.1916Lovenjoel10.05.1940Kessel-Lo
3/IPUTJan, LéonardSdtWDieN3807.01.1918Hasselt11.05.1940TienenOverleden aan verwondingen in hospitaal.
OnbekendPUTEdouard, A.SdtMil3913.06.1919Paal14.05.1940ScherpenheuvelGedood bij voortijdige ontploffing vernielingsdispositief van de genie
3/IRAYMAEKERSMaurice, M.A.SdtMil18.09.1918Leopoldsburg25.05.1940Maagd van Gent (Sint-Laureins)
2/ISELSAlbertSdtMil30.05.1915Geel14.05.1940ScherpenheuvelGedood bij voortijdige ontploffing vernielingsdispositief van de genie
6/IISNOECKAlbert, A.M.SdtMil25.08.1916Meerhout31.05.1940Oostduinkerke
2/ISTERCKXJoseph, T.R.WmWDieN3513.02.1915Geel14.05.1940ScherpenheuvelGedood bij voortijdige ontploffing vernielingsdispositief van de genie
OnbekendVAN GEELAlfonsSdtMil03.04.1920Beringen25.05.1940Watervliet
1/IVAN GERVENKarel, LéonBrigMil3910.10.1910Overpelt11.05.1940KortessemGedood tijdens luchtbombardement.
1/IVAN HERCKJacquesBrigMil3923.08.1919Peer25.05.1940Sint-AndriesOverleden in hospitaal Abdij Zevenkerken.
OnbekendVAN WETSWINKELGustaaf, L.SdtMil25.02.1908Tessenderlo15.05.1940Aachen (D)
5/IIVANDENBROECKLucien, GeorgesSdtMil3809.09.1919Sint-Maria-Lierde10.05.1940RotemGedood door geweervuur tijdens evacuatie bunker A23 Grevenbicht.
1/IVERDONCKHenri, F.L.SdtMil19.11.1907Kwaadmechelen11.05.1940KortessemGedood tijdens luchtbombardement.
3/IVERMEULENEduardSdtMil3715.04.1918Hoegaarden10.05.1940TienenVerwond in luchtaanval en overleden in hospitaal.
OnbekendVOLDERSIsidoorSdtMil18.08.1911Balen12.05.1940Gors-Opleeuw

Bibliografie en Bronnen

  1. De Groepering Ninitte, een ad hoc samengestelde formatie bestaande uit elementen van het Cavaleriekorps (CK), werd ontplooid  op de Vooruitgeschoven Stelling achter de Zuid-Willemsvaart en het Kanaal Bocholt-Herentals tussen Maasmechelen en De Maat nabij Mol. De formatie moest een dekkingsopdracht uitvoeren ten noorden van de stellingen die het Cavaleriekorps had ingenomen achter het Albertkanaal. De Groepering Ninitte werd genoemd naar zijn bevelhebber Generaal-majoor Ninitte, commandant van de cavalerie van de 2de Cavalerie Divisie en tevens oud-regimentscommandant van 1JP. Andere eenheden van de Groepering Ninitte voor de dekkingsopdracht in de kempen: 2G, GpCy 14Div, EskCy 1Div, 1Cy, Det Kaulille en Det Maaseik van het Bn CyF Lim, I/19A en III/19A.
  2. De Zuid-Willemsvaart (ook wel Verbindingskanaal Maas-Schelde of Grenskanaal genoemd) is één van de zeven Kempische kanalen die de Maas met de Schelde verbinden. [On line beschikbaar]: https://binnenvaartinbeeld.com/nl/zuid_willemsvaart/zuid_willemsvaart [Laatst geraadpleegd 25 oktober 2018].
  3. Bij de uitvoering van officiersverkenningen worden pelotonscommandanten, vergezeld van vier tot zes motorrijders, uitgestuurd om inlichtingen in te winnen. De rest van het peloton dat opgesteld blijft achter de Zuid-Willemsvaart wordt dan verder bevolen door de pelotonsadjunct. 
  4. Opvallend hierbij is dat noch Kapitein-commandant Van Nerom noch Kolonel de Jonghe d’Ardoye op de hoogte waren van het order dat op 14 april 1940 door het Groot Hoofdkwartier (GHK) werd overgemaakt aan de Legerkorpscommandanten en dat verbood beschietingen op Nederlands grondgebied uit te voeren zonder toelating van het GHK. “L’entrée de troupes étrangères en Hollande n’entrainerait pas Ipso Facto pour nos troupes, l’autorisation de pénétrer en territoire hollandais, de la survoler, ou d’y agir par les feux, même si cette invasion menaçait directement nos frontières, et même si notre intervention était demandée par les hollandais. De telles actions sont subordonnées à l’autorisation préalable du Commandant en Chef”.  Het verbod om op Nederlands grondgebied tussenbeide te komen kon in de vroege ochtend van 10 mei niet onmiddellijk worden opgegeven omdat op dat ogenblik het GHK aan het verhuizen was van Brussel naar het fort van Breendonk. Pas in de namiddag wordt het verbod om artilleriebeschietingen op Nederlands grondgebied uit te voeren opgeheven.
  5. Archieven Abdij van Zevenkerken. Adjudant KAO baron Philippe de Biber, Brigadiers Albert Brulez en Jacques Van Herck overlijden aan eerder opgelopen verwondingen in het Militair Reserve Hospitaal Nr 33 dat zich in de Abdij van Zevenkerken te Sint-Andries (nabij Brugge) bevond. Kapitein-commandant baron Charles Belpaire Woeste werd initieel ook in het HMR 33 gehospitaliseerd maar wordt nadien overgebracht naar het Minnewaterhospitaal  in Brugge (vermoedelijk wanneer HMR 33 zijn activiteiten stopt – TBC) waar hij komt te overlijden op 25 augustus 1940. Cdt Belpaire-Woeste, Adjt KAO de Biber en Brig Van Herck liggen nog steeds begraven op het militair ereperk vlakbij de Abdij.
  6. Historiek van het 1ste Regiment Jagers te Paard opgesteld door de verbroedering 1JP [On Line beschikbaar]: https://sites.google.com/view/verbroedering1jp/gesneuvelden-wo-2/wo-2-extras en https://drive.google.com/file/d/1y1ZUV1qLeO44CUfqLDS8CpAIE_Hva6iH/view [Laatst geraadpleegd 26 augustus 2020].
  7. Monument in herinnering van Sdt Caerts te Lanklaar [On Line beschikbaar]: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:20140726_WWII_Monument_in_memory_of_private_Alexander_Caerts_in_Lanklaar_on_eastern_bank_of_Zuidwillemsvaart_2.jpg [Laatst geraadpleegd 24 november 2018].
  8. Eindelijk Vrede, Kortessem een klein dorp tijdens de oorlog 1940 – 1945, Heemkundige kring Kortessem, 20 augustus 1994.
  9. Opvallend bij de stellingname van 1JP op de Bretel van Kortessem is dat de eskadrons van de IIde Groep pas gebriefd worden over hun nieuwe opdracht om 11u30, op het ogenblik dat de Iste Groep reeds stelling genomen heeft op zijn nieuwe positie. Ook het 2G dat in 2de echelon stelling moet nemen te Kortessem vertrekt pas om 11u00 te voet uit Zepperen en zal Kortessem pas bereiken om 14u00. Dan moeten ze nog hun stellingen inrichten. I/1JP zal gedurende meerdere uren alleen het hoofd moeten bieden aan de vijandelijke flankhoede die aftast waar de Belgische verdedigingslinie zich bevindt.
  10. Het gaat hier vermoedelijk om voertuigen van het Recce detachement van Capitaine Renoult van het Franse 12ème Régiment de Cuirassiers dat eerder op de dag was opgerukt tot de brug van Zutendaal in de Ondersector van het 7de Linieregiment (7Li) om van daar af de vijandelijke vorderingen te jalloneren. Het 12 (FRA) Regt Cuirassiers was belast met een dekkingsopdracht tijdens de inplaatstelling van het 1 (FRA) Leger. [On Line beschikbaar]: https://www.chars-francais.net/2015/index.php/journaux-de-marche/liste-des-journaux?task=view&id=586 [Laatst geraadpleegd 24 september 2018].
  11. De Duitsers maken geen aanstalten om de Belgische eenheden die zich nog in het noorden achter het Albertkanaal bevinden op te rollen omdat ze naar het zuidwesten willen oprukken teneinde zo snel mogelijk contact te maken met het 1 (FRA) Leger.
  12. Achtergrondinformatie betreffende het kasteel de Fauconval in Kortessem. Agentschap Onroerend Erfgoed 2017. [On line beschikbaar]: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/32393 [Laatst geraadpleegd op .
  13. De onfortuinlijke regimenten van de 4Div kregen tijdens de nacht van 10 op 11 mei opdracht om een inderhaast opgeworpen dwarsstelling van het I/LK te bezetten in een poging de Duitse doorbraak in te dammen. De eenheden nemen tegen 11u00 hun posities in maar worden niet verwittigd dat het I/LK om 12u00 de algemene terugtocht beveelt. Dit kwam doordat de staf van de 4Div zeer gehaast was om zich meer naar het westen op te stellen zonder contact te onderhouden met zijn regimenten. Aangezien de Duitsers zich niet bekommerden om de voorbijgestoken eenheden die nog opgesteld stonden achter het Albertkanaal blijven de regimenten van de 4Div tot 19u00 op hun stelling tussen Eigenbilzen en Hoeselt. Uiteindelijk passeren ze de Bretel van Kortessem pas tijdens de nacht van 11 op 12 mei.
  14. Volgens getuigenissen van de soldaten Vandeurzen en Stylman, beiden gewond in bunker A24 en later op de dag als krijgsgevangenen afgevoerd. Op de Belgische Maasoever worden ook vijf lichamen gevonden van Nederlandse militairen die na de Maas te zijn overgestoken verstrikt raakten in de vuurgevechten tussen de Belgen en de Duitsers. Een monument markeert de plaats waar de lichamen werden gevonden. [On line beschikbaar]: http://www.maaslinie-mei1940.nl/index.php?page=bogers-a-c-m  en  https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/1277 [Laatst geraadpleegd 03 januari 2019].
  15. “Le Service de Surveillance et de Renseignements aux Frontières (SSRF) de l’entre-deux-guerres à la campagne des 18 jours”, Pascal Pirot, mémoire de fin d’études défendu en janvier 2010 à l’Université de Liège en vue de l’obtention du grade de Master en Histoire. “En effet, un projet théorique de remise sur pied du S.S.R.F. reprend vigueur dans les années 1930. Relativement mieux préparé et organisé dès le temps de paix (retrait des douaniers du service, meilleure coordination avec le réseau de surveillance de l’armée), il fonctionne plusieurs mois à partir de la mobilisation de l’armée belge en septembre 1939. Dans le contexte de la « neutralité choisie », le périmètre sur lequel le S.S.R.F. est effectivement en place est considérablement étendu : frontière française, allemande, luxembourgeoise, moins rigoureusement la frontière des Pays-Bas, sont concernées.
  16. De 7de Duitse Infanteriedivisie behoorde tot het IVde Duitse Legerkorps van het 6de Leger van de Heeresgruppe B. Deze divisie had begin mei volgende objectieven: bruggenhoofden veroveren op het Julianakanaal, de Maas, de Zuid-Willemsvaart en het Albertkanaal. Voor de stellingen van het 1JP opereerden Duitse eenheden behorende tot de 18(DEU)ID en de 7(DEU)ID beiden onderdeel van het IVde Legerkorps.
  17. De Wilde Maurice, 1985, uitgeverij Peckmans, Kapellen. “België in de Tweede Wereldoorlog, Deel V: De collaboratie p.37. [On line beschikbaar]: http://www.dbnl.org/tekst/wild022belg02_01/wild022belg02_01_0003.php [Laatst geraadpleegd op 22 oktober 2018]. De modus operandus van de Duitsers bij de brug over het Julianakanaal te Berg doet vermoeden dat dit het werk is van het Baulehr Bataljon zur besonderen Verwendung 800 (oftewel zbV 800 “Brandenburg”). Naar Duitsland gedeserteerde Nederlandse en Belgische militairen met nazi-sympathieën werden praktisch allen ingedeeld in het Brandenburger Bataljon en kregen te Spandau samen met vrijwilligers uit Sudetenland en Opper-Silezië een speciale genie-opleiding met de allermodernste wapens. Daar werd hun kennis van de Belgische en Nederlandse verdedigingsstellingen door het Duitse leger ten nutte gemaakt. Een gelijkaardige tactiek werd toegepast bij de overigens mislukte aanval op de Maasbruggen te Maastricht en te Maaseik, op de rijkswachtkazerne van Sankt-Vith en op de alarmposten aan de spoorwegviaducten van Butgenbach en  Weywertz, beiden bemand door elementen van het 4de Regiment Karabiniers-Wielrijders (4Cy). Bij de drie laatstgenoemde raids droegen de Duitsers burgerkledij boven hun uniform.
  18. Getuigenis Soldaat Victor Lemmens opgetekend in het driemaandelijks tijdschrift “Nieuws flash” van ANPCV Vriendenkring Para-Commando Regionale Limburg Sectie Noord Limburg Nr 1 van 2002, Blz 13. [On Line beschikbaar]: http://anpcv-leopoldsburg.be/flash2016/flash50.pdf [Laatst geraadpleegd 25 augustus 2020].
  19. 12th Lancers was een verkenningsregiment dat rechtstreeks onder bevel stond van Generaal Gort, commandant van de BEF. 12th Lancers rukt op tot voorbij de Demer-Gete Stelling om van daar af de vordering van de vijand richting Leuven te jalonneren. 12th Lancers steekt op 10 mei als eerste element van de BEF de Frans-Belgische grens over om 13u00 en heeft als opdracht de marsroute voor de BEF te openen. Om 18u00 komt het regiment toe in Leuven en verzekert de bewaking van de bruggen over de Dijle tussen Leuven en Waver. Wanneer de verkenningseenheden van de Britse divisies toekomen in Leuven op 11 mei rukt 12th Lancers verder op naar de Gete. Het C-Squadron heeft als opdracht te vorderen tot Aarschot.
  20. Na de reorganisatie van 1JP bestaat de Groep Gysels uit het 1Esk Fuseliers, het 2Esk Fuseliers en het 3Esk Mitrailleurs. Het Esk PsW blijft onder bevel van de regimentsstaf. De Staf/II/1JP, het 4Esk, het 5Esk en het 6Esk worden ontbonden. Kolonel de Jonghe d’Ardoye heeft zich bij zijn beslissing tot herverdeling van de commando’s blijkbaar laten leiden door de gebeurtenissen op de bretel van Kortessem.
  21. Wanneer de Brigade Vervoerde Cavaleristen op 15 mei werd opgeheven ging het 4L over naar de 2de Cavaleriedivisie.  Ook het Eskadron Brumagne wordt toegevoegd aan de 2CD en komt onder direct bevel van de divisiestaf te staan.  Dit eskadron was voorzien op de slagorde van de Brigade Vervoerde Cavaleristen als anti-tankeskadron uitgerust met T13 pantserwagens maar werd door een gebrek aan voertuigen ingezet als een onafhankelijke eskadron fuseliers.  De eenheid beschikte over een beperkte collectieve bewapening van slechts tien FM30 lichte machinegeweren en werd op vrachtwagens vervoerd.
  22. In 1933 werd begonnen met de werkzaamheden aan de nieuwe Veerbrug met op de achtergrond de oude Duitse noodbrug en de toren van het Belfort van Dendermonde. Foto genomen vanaf linker Schelde-oever stroomopwaarts.

    In 1943 werd begonnen met de werkzaamheden aan de nieuwe Veerbrug met op de achtergrond de oude Duitse noodbrug en de toren van het Belfort van Dendermonde. Foto genomen vanaf linker Schelde-oever richting stroomopwaarts.

    In 1940 bevinden zich te Dendermonde twee bruggen over de Schelde net stroomopwaarts van de samenvloeiing van de Dender en de Schelde. De eerste brug was een houten noodbrug die in 1916 door de Duitsers was aangelegd nadat de stalen Veerbrug (tussen de Veerstraat en de Steenweg van Grembergen) door het Belgische leger in 1914 was opgeblazen. In 1933 werd aangevangen met de bouw van een nieuwe Veerbrug, een honderdtal meter stroomafwaarts van de Duitse noodbrug. Deze brug wordt voltooid in mei 1940. Zowel de Duitse noodbrug als de nieuwe Veerbrug waren dubbele bruggen met op het brugdek een rijweg en een spoor. De oorlog brak uit voor de Duitse noodbrug kon worden afgebroken. Beide bruggen werden op 18 mei door de Belgische genie vernield maar alleen de Duitse noodbrug van 1916 werd na de oorlog heropgebouwd en bleef dienst doen tot 1950.

  23. In het Duits propagandaboek “Uber Schlachtfelder vorwärts! Mit dem siegreichen Heer durch Frankreich 1940” van Oberstleutnant Kurt Hesse, uitgegeven door uitgeverij Limpert in 1940 te Berlijn, wordt in het hoofdstuk “Sturm und Sieg an der Dendre” (Blz 50), opgesteld door Leutnant Heysing, een passage gewijd aan de gevechten te Dendermonde. Volgend fragment uit het boek werd vertaald uit het Duits: “De stad Dendermonde vormde de hoeksteen van (nvdrvoor de Duitsers althans) de rechter flank  van de Denderstelling. Deze plaats was goed versterkt en door haar ligging temidden van kanalen en waterlopen moeilijk aan te vallen zonder artillerievoorbereiding. De vijand (nvdr – de Belgen) had redenen te over om zo lang mogelijk deze stad bezet te houden. Voor hen stonden de zaken immers als volgt: langs Dendermonde moesten een Belgische Infanteriedivisie (14de, 20ste en 29ste Linie) en een artillerieregiment (nvdr – 16A) zich in de richting Gent-Kortrijk terugtrekken. Dendermonde moest eveneens de terugtocht van de Belgische troepen van Antwerpen naar Sint Niklaas dekken. Onze Duitse infanterie werd bij het naderen van Dendermonde zeer zwaar onder vuur genomen. Bijgevolg werd er Duitse artillerie opgesteld om deze stad door haar geschut te neutraliseren. Wat later zag men er van af Dendermonde aan te vallen en besliste men de Dender ter hoogte van Denderbelle over te steken.” [On line beschikbaar]: https://digital.slub-dresden.de/werkansicht/dlf/199295/54/0/ [Laatst geraadpleegd 9 september 2020].
  24. Getypt verslag opgesteld in 1979 door de toenmalige burgemeester van Schulen, baron Armand de Moffarts, gewezen Adjt KROLt en pelotonsadjunct van OLt Claessens in 1940. Adjt KROLt de Moffarts verving op 10 mei 1940 zijn pelotonscommandant en leidde de gevechten van het peloton vanaf de bunker A24. Uit de epiloog van het verslag kan afgeleid worden dat aan Adjudanten KROLt niet gevraagd werd om hun ervaringen na de oorlog op papier te zetten, straffer nog, het werd hen verboden ook maar enige informatie schriftelijk te delen en te ondertekenen met hun naam. Het relaas van voormalig Adjt KROLt de Moffarts is dan ook ondertekend met het pseudoniem A. M. Schulen.