Autobruggentrein en Autotrein voor Zware Bruggen

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming Autobruggentrein | Au Bn Tn | Equipage automobile de Ponts | EAP
Autotrein voor Zware Bruggen | Au Tn Zw Bn | Equipage automobile de Ponts Lourds | EAPL
Type Genie
Ontdubbeld van n.v.t.
Onderdeel van Legergenie
Bevelhebber n.v.t.
Standplaats diverse
Samenstelling Autobruggentrein (Luitenant Res J. De Wyngaert) 1ste Peloton (Lt Res baron L. Empain)
2de Peloton (OLt Res  J. Queriat)
3de Peloton (Lt Res M. Loriaux)
4de Peloton (Lt Res C. de Bidlot Thorn)
  Autotrein voor Zware Bruggen (Luitenant Res W. Eeckels) 1ste Peloton (Lt Res A. de Walque)
2de Peloton (Lt Res J. Hertoghe)
3de Peloton (Lt Res J. Marijnissen)
4de Peloton (Lt Res G. Delatte)

Tijdens de mobilisatie

EAP
De Autobruggentrein (oftewel Equipages Automobiles de Pont – EAP) beheert een wagenpark van ongeveer 150 vrachtwagens en 130 aanhangwagens die metalen pontons en houten bouwelementen voor drijvende bootbruggen vervoeren en is verdeeld in zes pelotons. De autobruggentrein zal uitsluitend als onafhankelijke pelotons ingezet ten voordele van de overige formaties van de genie.  Elk peloton beschikt over 23 aanhangwagens: 17 aanhangwagens met elk één ponton, 4 aanhangwagens met houten schragen en 2 aanhangers met bouwmaterialen voor landhoofden. Het peloton is in staat om met zijn materieel de volgende overbruggingscapaciteit aan te bieden:

  • Indien alle pontons en constructiehout aangewend worden, kan een een vlottende brug met een uiteinde op pijlers aangelegd worden die een maximale span van 129 meter en een draagcapaciteit van 4 ton heeft
  • Door alleen de pontons te gebruiken wordt de maximale lengte van de brug beperkt tot 109 meter met een zelfde draagvermogen.
  • De pontons kunnen tevens parallel aangelegd worden zodat een brug met draagvermogen tussen 7 ton en 9 ton ontstaat, naar gelang de sterkte van de stroming.
  • Tenslotte kan het materieel ook gebruikt worden voor de constructie van veerponten en gierbruggen die uit 1 tot 6 pontons kunnen bestaan.

EAPL 
De Autotrein voor Zware bruggen (oftewel Equipages Automobiles de Pont Lourd – EAPL) heeft een gelijkaardige opdracht voor zwaarder brugslagmaterieel met een 50-tal vrachtwagens en ongeveer evenveel opleggers, verdeeld in vier pelotons.

Geniesoldaten oefenen met EAP pontons van de Autobruggentrein op het oefenterrein van de pontonniers te Hemiksem.

Bij de EAP en EAPL hebben elk van de pelotons slechts een klein geniedetachement van respectievelijk 16 en 11 militairen.  De idee is dat de genietroepen van de divisies en legerkorpsen aan wie het brugslagmateriaal toegekend wordt bijkomende manschappen leveren voor de constructie.  Daarnaast moeten de EAP en EAPL bruggen in principe binnen een zo kort mogelijke tijd vervangen worden door meer permanente noodbruggen zodat het materiaal van de EAP en EAPL opnieuw inzetbaar wordt.  Dit zal door de mobiele aard van de oorlogsvoering slechts zelden gerealiseerd worden vanaf 10 mei 1940.

Van deze eenheden is geen eigen documentatie bewaard gebleven. Het brugslagmaterieel wordt vaak vermeld in documenten van de overige geniebataljons en wordt dan aangeduid als “EAP brug” (oftewel pont EAP) naar de Franstalige benaming van deze eenheid.  Aan de hand van deze vermeldingen kan een summier beeld geschetst worden van de activiteiten van de EAP en de EAPL.

Te Wilsele nabij Leuven bestaat een EAP brug over de Vaart Leuven-Dijle die aangelegd is door het 8Gn.

Diverse eenheden van de Groepering Keyaerts bevestigen het bestaan van een EAP brug over de Maas te Ampsin.  Deze brug zal gebruikt worden op 11 mei en 12 mei bij de terugtocht uit de Ardennen.

De Duitse luchtmacht vernielt de brug over de Vaart Leuven-Dijle te Wijgmaal.  Het 8Gn wordt belast met het slaan van een EAP brug.

4/EAPL
Lt Delatte bevindt zich nog steeds te Antwerpen waar hij bevel krijgt om zich via Buggenhout en Deurle naar Westrozebeke te begeven.

Het 4de peloton vrachtwagens van de 3/II van de Legerautogroepering krijgt de taak om te Berchem een aantal aanhangwagens van de Autobruggentrein op te pikken.  De GMC 3T vrachtwagens blijken te licht te zijn voor het slepen van deze lasten zodat deze missie afgeblazen wordt.

De 3de Compagnie van het 21ste Bataljon Genie (21Gn) krijgt de opdracht om te Kapelle-op-den-Bos een EAP brug met draagvermogen van 4T aan te leggen over het Kanaal van Willebroek.

Ter voorbereiding van de aftocht van de K.W. Stelling wordt het 11Gn belast met de afbraak van een EAP brug over de Dijle te Muizen.  Te Denderbelle start de 2de Compagnie van het 21Gn dan weer met de aanleg van een EAP brug over de Dender.

Ter ondersteuning van de ontplooiing van de 4Div op het Bruggenhoofd Gent start het 4Gn start met de bouw van een EAP brug over de Schelde te Zwijnaarde/Hondele en een EAP brug over de Leie te Afsnee.

Te Schelderode wordt een EAP brug geslagen door het 5Gn ter vervanging van een eerder geplaatste loopbrug.

Het 9Gn vermeldt een EAP brug over de Leie te Machelen.

Ook te Teirlink, een gehucht aan de Schelde even ten noorden van Vurste, wordt een loopbrug vervangen door een EAP brug.  Deze werken wordt uitgevoerd door de 1ste Compagnie van het 5Gn.

De EAP brug te Teirlink wordt na de doortocht van de laatste troepen gerecupereerd.

4/EAPL
Lt Delatte begeeft zich met zijn volledig peloton naar Baarle (Oost-Vlaanderen) waar hij een brug moet slaan over de Leie. Na de doorgang van de laatste troepen wordt het nog bruikbare materieel gerecupereerd waarna het peloton zich naar Koekelare begeeft.

4/EAPL
Tijdens de nacht van 27 op 28 mei verplaatst het 4Pl zich naar Oostduinkerke waar ze tot 21 juni krijgsgevangen gehouden worden.

Na de capitulatie

Slachtoffers

Geen gesneuvelden bekend.

Bibliografie en Bronnen