Versterkings- en Opleidingscentrum Genie

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming Versterkings- en Opleidingscentrum Genie | VOC Gn
Centre de Renforcement et d’Instruction du Génie | CRI Gn
Type Versterkings- en Opleidingseenheid
Ontdubbeld van 2de Regiment Genie
3de Regiment Genie
4de Regiment Genie
Onderdeel van Recruterings- en Opleidingscentra
Bevelhebber Kolonel F. Gregoire
Standplaats 40ste Regiment Genie: Berchem
IVde Bataljon Spoorwegtroepen: Hoogboom en Borgerhout
40ste Bataljon Transmissietroepen: Vilvoorde
5de Compagnie Pontonniers en Binnenschippers: Burcht
Samenstelling Staf    
  40ste Regiment Genie I Bataljon (Cdt Ferdinand Van Loo) Staf
  (Majoor L. Van Gool)   1ste Compagnie (Kapt J. Corstiens)
      2de Compagnie (Lt M. Van De Velde)
      3de Compagnie (Lt J. Daelemans)
    II Bataljon (Cdt F. Paque) Staf
      1ste Compagnie (Lt F. Francisse)
      2de Compagnie (Lt G. Vos)
      3de Compagnie (Lt J. Paquet)
    III Bataljon (Cdt A. Hoyois) Staf
      1ste Compagnie (Lt E. Delecourt)
      2de Compagnie (Lt F. Lamsin)
      3de Compagnie (Kapt H. Bosten)
    IV Bataljon Versterking (Cdt Robert Leclaire) 1ste Compagnie
      2de Compagnie
      3de Compagnie
    Schoolcompagnie (Cdt F. Huyberechts)
    Compagnie Depot en Park (Cdt Maréchal)
  IVde Bataljon Spoorwegtroepen Staf
  (Majoor P. Celis) 1ste Compagnie Instructie
    2de Compagnie Instructie 
    3de Compagnie Versterking (Cdt R. Hubertus)
    Schoolcompagnie
    Compagnie Depot en Algemene Diensten (Cdt M. Blyckaert)
  5de Compagnie Pontonniers en Binnenschippers (Luitenant J. Van Craenenbroeck)
  40ste Bataljon Transmissietroepen Staf
  (Majoor Raoul Housiau) 1ste Compagnie Versterking
    2de Compagnie Instructie Telegrafisten
    3de Compagnie Instructie Telegrafisten
    4de Compagnie Instructie Radiotelegrafisten
    5de Compagnie Instructie Radiotelegrafisten
    6de Compagnie Instructie Specialisten
    Transmissieschool
    Compagnie Depot en Park (Cdt Van Santbergen)

Tijdens de mobilisatie

Staf DRI/Gn
Voor de aanvang van de mobilisatie besliste de legerleiding dat er voor de genie en de artillerie, in tegenstelling tot de andere wapens van het leger, geen eigen versterkings- en opleidingsstructuur opgericht zal worden. Er bestond ook geen specifiek versterkings- en opleidingsregiment om de rekruten van de klas ’40 bestemd voor de genie op te leiden of om de nog op te roepen reservisten op te vangen. Dit diende te gebeuren door de Schoolcompagnies van elk genieregiment afzonderlijk. Deze Schoolcompagnies zouden achterblijven in hun kazerne eens de op vredesvoet bestaande genieregimenten gemobiliseerd en ontdubbeld worden. Bij afkondiging van Fase A van het mobilisatieplan op 26 augustus 1939 krijgt de genie dan toch een specifieke versterkings- en opleidingsstructuur, namelijk het Aanvullings en Opleidings Depot van de Genie (AOD/Gn oftewel in het Frans: Dépôt de Renfort et d’Instruction du Genie – DRI/Gn). Aanvankelijk worden binnen dit depot drie Instructiebataljons opgericht om de vorming van nieuwe genisten over te nemen van de drie genieregimenten, temeer omdat die midden september ’39 van de slagorde verdwijnen. Elk instructiebataljon zal de nieuwe rekruten en de aanvullingen bestemd voor de ontdubbelingsbataljons van een specifiek vooroorlogs genieregiment opleiden. Zo zal het Iste Bataljon de nieuwe rekruten voor de ontdubbelingsbataljons van het 2de Regiment Genie opleiden, het IIde Bataljon de rekruten bestemd voor de ontdubbelingsbataljons van het 3de Regiment Genie en het IIIde Bataljon de rekruten voor de ontdubbelingsbataljons van het 4de Regiment Genie. Deze structuur blijft bestaan tot de afkondiging van Fase E van het mobilisatieplan dat samenvalt met de algemene mobilisatie na de start van de vijandelijkheden. Het DRI/Gn wordt bevolen door Kolonel Gregoire.

Kazerne 8-9 te Berchem waar het 40Gn verbleef tot 10 mei 1940.

40Gn
De drie instructiebataljons van de genie worden vanaf maart 1940 samengebracht in het 40ste Regiment Genie (40Gn) en aangevuld met de nog niet opgeleide jonge rekruten van de klas ’40 bestemd voor de genie. Het 40Gn beschikt ook over een IVde Bataljon Versterking dat moet instaan voor het opvangen van de oudere reservisten die pas zullen worden opgeroepen vanaf de afkondiging van de algemene mobilisatie. Het ging hier om militairen die omwille van een vrijstelling in de loop van de tweede helft van 1939 terug naar huis gestuurd werden, of nog niet onder de wapens geroepen oudere reservisten. De eerste miliciens van de lichting ’40 worden vanaf februari 1940 onder de wapens geroepen en vervoegen in maart de drie instructiebataljons van het 40Gn. Het IVde Bataljon Versterking  bestaat op dat ogenblik enkel uit kaderleden. Het 40Gn beschikt ook over een Schoolcompagnie voor de opleiding van dienstplichtige officieren en onderofficieren van de genie. Het regiment wordt bevolen door Majoor Van Gool en heeft de geniekazerne van Berchem als thuisbasis, tevens de vredesvoet kazerne van het 2de Regiment Genie. Hier wordt aan de opleiding van de jonge miliciens gewerkt die kunnen oefenen op de oude Geniepolygoon van het fort met achtergebleven materieel van het 2de Regiment Genie

Kazerne van Vilvoorde waar het 40TTr gemobiliseerd wordt

40TTr
Het 40ste Bataljon Transmissietroepen (40TTr) wordt in februari 1940 opgericht en staat vanaf begin april onder bevel van Majoor Res Housiau [4]. Het bataljon bevindt zich tijdens de mobilisatie in de Kazerne van het Seintroepenkorps te Vilvoorde waar de dienstplichtigen van de klas ’40 vanaf half maart hun opleiding krijgen in één van de instructiecompagnies.

Kazerne Lt Calberg te Burcht waar de 5Cie Pont verbleef tijdens de mobilisatie.

Kazerne Lt Calberg te Burcht waar de 5Cie Pont verbleef tijdens de mobilisatie.

IV SpT
Het IVde Bataljon Spoorwegtroepen (IV SpT) wordt opgericht als opleidingsbataljon voor de dienstplichtigen van de lichting ’40 bestemd voor het Regiment Spoorwegtroepen. IV SpT heeft detachementen in de Kapitein-commandant Bauwin Kazerne te Hoogboom en in de Kazerne 5 – 6 te Borgerhout.

5Cie Pont
De 5de Cie Pontonniers en Binnenschippers (5Cie Pont) wordt als onafhankelijke compagnie geactiveerd op 15 maart 1940 en ontvangt de rekruten van de lichting ’40 die sinds de start van het jaar opgeroepen waren voor het Bataljon Pontonniers (Bn Pont). Deze rekruten worden opgeleid om later doorgestuurd te worden naar het Bataljon Pontonniers als versterkingen. De 5Cie Pont is gekazerneerd in de vredesvoetkazerne van het Bataljon Pontonniers te Burcht waar het trainingsprogramma tot aan de vooravond van de Duitse aanval gewoon wordt afgewerkt.

Hotel The Checquers te Oostende waar de Staf van 40Gn zijn intrek nam.

Staf DRI/Gn wordt Staf VOC/Gn
Het DRI/Gn ontvangt kort na middernacht het algemeen alarm en maakt zich klaar om bij eerste klaarte vooraf verkende alarmkantonnementen in te nemen in de agglomeraties van de garnizoenssteden. Men vreest immers dat de reguliere kazernes van ons leger gebombardeerd zullen worden door de Duitse luchtmacht en bijgevolg moeten de eenheden van het DRI/Gn zich door een onmiddellijke verhuis in veiligheid stellen.

De Staf DRI/Gn wordt in zijn commandopost om 06u00 verwittigd van de afkondiging van de algemene mobilisatie (Fase E van het mobilisatieplan) naar aanleiding van de Duitse inval. Hierbij wordt het DRI/Gn omgevormd tot het Versterkings- en Opleidingscentrum van de Genie (VOC/Gn) en onder het bevel geplaatst van de Generale Staf der Versterkings- en Opleidingstroepen ( HK/TRI oftewel HK/Troupes de Renforts et d’Instruction) dat zich bij het uitbreken van de oorlog in de Etterbeekse kazerne de Witte de Haelen bevindt. Het Versterkings- en Opleidingscentrum van de Genie krijgt niet alleen het bevel over het 40ste Regiment Genie maar ook over het VIde Bataljon Spoorwegtroepen, het 40ste Bataljon Transmissietroepen en de 5de Compagnie Pontonniers.

Eveneens om 06u00 wordt het bevel gegeven om, zoals voorzien in het mobilisatieplan, uit te wijken naar oorlogskantonnenmenten die zich in diverse kleinere dorpen en steden van Oost- en West-Vlaanderen bevinden. Het mobilisatieplan voorzag dat elke eenheid van het VOC/Gn bij een vijandelijke inval zou uitwijken naar een oorlogskantonnement, ver verwijderd van de vijandelijkheden, om de opleiding van de nieuwe rekruten in relatieve rust te kunnen voortzetten. Het voorziene oorlogskantonnement voor het 40Gn en 40TTr is Oostende terwijl het IVde Bataljon Spoorwegtroepen (IV SpT) zich naar Nieuwpoort, Veurne en Diksmuide dient te begeven.

40Gn
Het 40ste Regiment Genie bevindt zich op 10 mei nog steeds in de Kazerne 8 – 9 te Berchem. Om 06u00 krijgt het 40Gn opdracht om zich klaar te maken voor de evacuatie naar zijn voorziene oorlogskantonnementen te Oostende. Deze verplaatsing zal nog overdag gebeuren. Het regiment wordt in twee treinstellen van Berchem naar Oostende overgebracht. De trein met aan boord het IIde en het IIIde Bataljon wordt in het station van Denderleeuw aangevallen door Duitse vliegtuigen. Korporaal Rosenbaum komt hierbij om het leven en er vallen eveneens drie gewonden. De tweede trein met de regimentsstaf en het Iste Bataljon kan de kust zonder veel problemen bereiken.

Door de afkondiging van de algemene mobilisatie worden de oudste reservisten en vrijgestelden opgeroepen om het IVde Bataljon Versterking (IV/40Gn) te vervoegen. Het gaat hier om militairen die omwille van een vrijstelling in de loop van de tweede helft van 1939 terug naar huis gestuurd werden, of nog niet onder de wapens waren geroepen. Het IV/40Gn wordt geactiveerd te Berchem en zal hier achterblijven tot er voldoende reservisten aangekomen zijn. Het IV/40Gn staat onder bevel van Kapitein-commandant Leclaire, een infanterieofficier.

40TTr
De manschappen van het 40TTr worden om 04u00 ’s morgens gewekt en moeten voor eerste klaarte de kazerne verlaten. De instructiecompagnies moeten zich in veiligheid stellen door het innemen van een alarmkantonnement te Grimbergen. Na de afkondiging van de algemene mobilisatie maakt het bataljon zich klaar voor de evacuatie naar Oostende om er zijn oorlogskantonnement in te nemen. Een aantal vrachtwagens wordt naar de kazerne gestuurd om materieel op te laden en naar het station te brengen waar een trein wordt klaargemaakt om het bataljon te evacueren naar de kust. In de loop van de dag verlaat het transmissiebataljon  zijn alarmkantonnement te Grimbergen en keert op zijn stappen terug naar Vilvoorde waar ze rond middernacht de trein nemen naar Oostende. De trein staat onder het bevel van Majoor Housiau. De 1ste Compagnie Versterking en Compagnie Depot en Park blijven voorlopig nog te Vilvoorde om de reservisten op te vangen en uit te rusten. Een delegatie van twee onderofficieren en vier korporaals van het 8ste Bataljon Transmissietroepen (8TTr) komt versterkingen ophalen om het bataljon op oorlogsvoet te brengen. Twee onderofficieren, (de Sergeanten Meert en Wilmotte) evenals twee korporaals (Kpl Berthlet en Kpl Achtergael) worden achtergehouden en zullen de 1Cie Versterking van 40TTr vervoegen, de twee andere korporaals worden naar Namen teruggestuurd met 11 versterkingen.

IV SpT
De twee compagnies instructie van het IVde Bataljon Spoorwegtroepen (IV SpT) zullen op de eerste oorlogsdag vanuit Hoogboom naar een alarmkantonnement te Grembergen afreizen.

Uiterst rechts toegangspoort tot het preventorium waar de Staf VOC/Gn zijn intrek had genomen

Uiterst rechts toegangspoort tot het preventorium waar de Staf VOC/Gn zijn intrek had genomen

Staf VOC/Gn
De staf van het VOC/Gn vindt onderdak in het preventorium “Colonie Catholique Sint-Joseph” ook gekend als voormalig “Wezenhuis Vincentius Ferrerius” aan de Nieuwpoortsesteenweg nr 57 te Oostende. Het VOC/Gn stuurt een aanzienlijke groep officieren in versterking naar de Generale Staf der Legergenie (GS/LGn). Op 12 mei vertrekken Lt Falisse, Lt Res Jonas, Lt Res De Gunst en Lt Res Drechsel.

40Gn
Het 40Gn zoekt de volgende kantonnementen op te Oostende:

  • Staf: Hotel “The Chequers” op de Zeedijk nr 4
  • Iste Bataljon: Witte Nonnenstraat
  • IIde Bataljon: Hendrik Serruyslaan
  • IIIde Bataljon: Sas-Slijkens (gehucht van Bredene)
  • Schoolcompagnie en Compagnie Depot en Park: Ieperstraat

40TTr
De voorwacht met het installatiepersoneel, de administratie en het materieel worden per vrachtwagen naar de kust vervoerd. De colonne voertuigen vertrekt bij het invallen van de duisternis naar Oostende. De verplaatsing langs de weg tijdens de nacht van 10 op 11 mei duurt dermate lang dat wanneer in de ochtend van 11 mei de voorwacht in Oostende toekomt de trein met de manschappen reeds in het station van Oostende staat te wachten.  De Compagnie Depot en Park blijft voorlopig nog te Vilvoorde.

IV SpT
De instructiecompagnies van het bataljon verlaten Grembergen per trein kort na middernacht. De voertuigcolonne rijdt naar de kust via de weg. Het bataljon spoorwegtroepen neemt kantonnementen in te Nieuwpoort, Diksmuide en Veurne.

40Gn
Ook het IVde Bataljon Versterking reist nu af naar de kust en wordt per trein van Berchem naar Oostende overgeplaatst.

Staf VOC/Gn
Door de snelle opmars van de Duitsers wordt het voor het GHK snel duidelijk dat de verdere opleiding van de nieuwe rekruten enkel in Frankrijk, ver achter de linies, kon gebeuren. Alle VOC’s ontvangen op 13 mei om 14u00 het schriftelijk bevel van de Generale Staf van de Versterkings- en Opleidingstroepen (HK/TRI) om zich klaar te maken voor de verplaatsing naar Frankrijk. Dit naar analogie van wat er tijdens de Eerste wereldoorlog gebeurde. Het VOC/Gn begint zich klaar te maken voor de evacuatie naar Frankrijk. De verplaatsing naar Frankrijk is echter totaal niet voorbereid. Er is geen voorafgaandelijke regeling met de Franse militaire noch burgerlijke overheid, er zijn geen voorafgaandelijke verkenningen van kantonnementen, er is slechts proviand voor twee dagen en er bestaat geen logistieke organisatie voor herbevoorrading in Frankrijk. Daarenboven moet de commandant van het VOC/Gn zelf vervoer per spoor regelen door de treinen te gebruiken die het Franse 7de Leger van generaal Giraud naar Zeeland hadden gebracht.

Vanuit Maldegem meldt het 33ste Regiment Artillerie (33A) dat zo’n 1.600 spoorwegarbeiders uit de streek van Luik en Verviers zich al sinds 11 mei in de stad bevinden en ondergebracht zijn bij burgers [1]. Deze personeelsleden van de NMBS werden op 10 mei gemobiliseerd als onderdeel van het Speciaal Korps der Spoorwegen, Telegraaf en Telefoon. Het 33A krijgt het bevel om de manschappen door te sturen naar het VOC/Gn te Oostende. Lt Ghenet en Lt Willems worden op hun beurt doorgestuurd naar de GS/LGn.

40TTr
De Compagnie Depot en Park vervoegt de rest van het bataljon te Oostende.

IV SpT
De laatste trein van het IVde Bataljon Spoorwegtroepen met aan boord de 3Cie Versterking verlaat Hoogboom omstreeks 23u30.

40TTr
De transmissietroepen bereiden zich eveneens voor om naar Frankrijk te vertrekken, met uitzondering van de Compagnie Depot en Park die pas de dag voordien in Oostende toegekomen is. Het vertrek is voorzien tijdens de nacht van 14 op 15 mei.

IV SpT
De laatste trein van het bataljon komt enkele uren vast te zitten in de omgeving van de Schijnpoort te Antwerpen. Het spoor is er bij een luchtaanval onderbroken. De trein kan om 08u50 zijn weg vervolgen en naar Veurne doorrijden.

Staf VOC/Gn in Frankrijk
De staf van het VOC/Gn reist in de vroege morgen van de 15de mei vanuit Oostende met de wagen af naar Frankrijk. Zij begeven zich naar Angers dat werd aangeduid als kantonnement voor het VOC/Gn.

40Gn in Frankrijk
Tijdens de nacht van 14 op 15 mei verlaat het 40Gn ons land om zich per trein naar Frankrijk te begeven. De eerste bestemming wordt Saint-Omer. Majoor Van Gool vergezelt de staf van het VOC/Gn die per auto naar Frankrijk afreist. Bij de doortocht van Saint-Omer vernemen de treinstellen van het 40Gn dat ze niet naar Angers maar naar Saumur (Maine-et-Loire) zullen verder rijden.

40TTr in Frankrijk
Het bataljon bereikt Saint-Omer omstreeks 18u00.

IV SpT
IV SpT vertrekt per spoor naar Frankrijk

40Gn in Frankrijk
Majoor Van Gool die verneemt dat de bestemming van de trein werd gewijzigd rijdt per auto vanuit Angers langs de Loire naar het iets meer stroomopwaarts gelegen Saumur om hier de aankomst van zijn regiment voor te bereiden. Hij meldt zich aan bij de grootste kazerne in Saumur namelijk de cavalerieschool van het Franse leger. De commandant van de Franse cavalerieschool is niet opgezet met de onaangekondigde aankomst van de Belgen in zijn garnizoen. Hij belt onmiddellijk met de Franse inspectie der genie en even later wordt het 40Gn doorgestuurd naar de kazerne van het Franse 6de Regiment Genie te Angers. Ook hier kunnen ze niet in de kazerne verblijven en krijgen een kantonnement toegewezen langs de Loire in La Possonnière op zo’n 20 kilometer ten zuidwesten van Angers. Van 16 tot 18 mei zal het 40Gn kantonneren in La Possonnière.

40TTr in Frankrijk
De transmissietroepen hebben Wimmereux bereikt.

Staf VOC/Gn in Frankrijk
Het VOC/Gn verneemt dat Angers niet de eindbestemming is en dat ze moeten doorreizen naar Narbonne aan de Middellandse Zee. De staf vertrekt om de kantonnementen voor te bereiden.

40Gn in Frankrijk
Het regiment verlaat La Possonnière en wordt per trein doorgestuurd naar Argelès-sur-Mer, een gemeente ten zuiden van Perpignan langs de Spaans-Franse grens.

Houten barakken van het kamp van St-Cyprien aan de Middellandse Zee.

40Gn in Frankrijk
Het 40Gn komt aan te Argelès-sur-Mer. Majoor Van Gool die per auto als eerste toekomt in Argelès-sur-Mère verneemt dat zijn manschappen zullen ingekwartierd worden in een oud kamp voor vluchtelingen van de Spaanse burgeroorlog en voert een korte inspectieronde uit in het kamp [2]. Maj Van Gool vindt de levensomstandigheden in het kamp onaanvaardbaar en laat zijn manschappen op het strand nabij het kamp slapen. Hij komt hierbij in aanvaring met de Franse plaatscommandant maar geeft niet toe en bekomt de toelating om voor 24 uur op het strand te kantonneren. Tegen de avond verneemt Maj Van Gool dat zijn regiment de volgende ochtend naar Montpellier zal worden overgebracht.

IV SpT in Frankrijk
Het bataljon bereikt het kamp van Saint-Cyprien waar zich ook het 56ste Linieregiment (56Li) bevindt. Dit kamp van houten barakken en tenten werd in februari 1939 gebouwd door de Franse overheid voor het opvangen van gevluchte republikeinse troepen van de Spaanse burgeroorlog. De levensomstandigheden in het kamp van Saint-Cyprien waren dermate slecht dat uitgekeken wordt naar een nieuw kantonnement. Tot 24 mei zal het bataljon zich in het kamp van St-Cyprien bevinden waar de militairen gebeten worden door allerlei ongedierte. Ze zijn ver verwijderd van de opleiding die ze zouden krijgen om de oorlogsinspanning verder te zetten. Op 24 mei zal het IV SpT het kamp verlaten en doorreizen naar Ganges.

Staf VOC/Gn in Frankrijk
De regionale staf van het Franse leger stuurt het VOC/Gn naar Montpellier.

40Gn in Frankrijk
Het 40Gn wordt doorgestuurd naar Montpellier en Majoor Van Gool vertrekt voorop om de nieuwe kantonnementen te gaan verkennen. De kantonnementen liggen ver uiteen gecentreerd rond de Franse stad Ganges. Bij de verkenning valt reeds op dat het klimaat in de regio van Ganges niet geschikt is voor opleidingsactiviteiten. Er zal enkel getraind kunnen worden in de vroege ochtend of tegen het vallen van de duisternis. Het gros van het regiment komt een dag later per trein op zijn bestemming aan.

40TTr in Frankrijk
Ook de transmissietroepen bereiken Montpellier.

Kantonnementen van 40Gn in Zuid-Frankrijk.

Staf VOC/Gn in Frankrijk
Vanuit Montpellier wordt de staf van het VOC/Gn doorgestuurd naar Castries waar zij zich definitief zal vestigen.

40Gn in Frankrijk
De materieeltrein van het 40Gn komt aan in het station van Ganges. Het regiment zoekt zijn nieuwe kwartieren op:

  • de staf vindt onderdak in Château de Rodes te Saint-Bauzille-de-Putois
  • het ganse Iste Bataljon wordt ondergebracht te Causse de la Selle
  • de staf van het IIde Bataljon verblijft bij de heer Baljon te Saint-Martin-de-Londres, hun 1ste en 2de Compagnie worden ingekwartierd in het Château de Marrou in het zelfde dorp en de 3de Compagnie in Château de Bernir te Notre-Dame-de-Londres
  • de staf van het IIIde Bataljon bezet het gemeentehuis van Les Matelles met de 1ste en 3de Compagnies in het dorp en de 2de Compagnie te Saint-Gely du Fesc
  • de staf en 2de Compagnie van het IVde Bataljon Versterking wordt gehuisvest te Saint-Drézéry, de 1ste Compagnie te Galargues en de 3de Compagnie te Beaulieu
  • de Schoolcompagnie en Compagnie Depot en Algemene Diensten verblijven in Saint-Bauzille-de-Putois

40TTr in Frankrijk
De transmissietroepen bezetten hun definitieve kantonnementen. De staf en het bataljon vinden onderdak te Castries, met uitzondering van de 2de Compagnie telegrafisten die te Fontmagne zullen verblijven.

5Cie Pont in Frankrijk
De 5Cie Pont wordt ondergebracht in Boisseron op zo’n 16 km van Castries.

Station van Ganges (Hérault) waar het 40Gn op 21 mei uitstijgt.

40Gn in Frankrijk
Het 40Gn installeert zich in zijn nieuwe kantonnementen. Het IIde Bataljon krijgt diverse gebouwen in de dorpjes Saint-Martin-de-Londres en Notre-Dame-de-Londres toegewezen.

IV SpT in Frankrijk
Het IV SpT vertrekt uit het kamp van Saint-Cyprien en wordt per trein overgeplaatst naar Ganges, een stadje ten noorden van Montpellier. De slagorde van het bataljon omvat nu zeven compagnies die in volgende steden en dorpen worden ondergebracht:

  • Staf bataljon en Compagnie Depot en Algemene Diensten te Ganges
  • 1ste, 2de en 3de Compagnie eveneens te Ganges
  • 4de Compagnie te Cazilhac
  • 5de Compagnie te Laroque
  • 6de Compagnie te Brissac

Het IV SpT wordt gekantonneerd in Ganges en enkele kleinere gehuchten ten zuiden van deze stad.

Staf VOC/Gn in Frankrijk
Op de dag van de Belgische capitulatie komt een colonne voertuigen van de Compagnie Namen van het Speciaal Korps der Spoorwegen, Telegraaf en Telefoon toe in Ganges. Deze compagnie wordt aangehecht aan het IV SpT.

Staf VOC/Gn in Frankrijk
Op 1 juni komt een colonne bestaande uit manschappen van de 4de Directie van de Genie en Versterkingen (4DirGnV) en van de Dienst Militaire Bouwwerken toe in Castries. Deze colonne met aan het hoofd Kolonel SBH Siron, Kolonel Res Loché en Kapitein-commandant SBH Bernard vertrok op 18 mei uit België en kwam via Lodève (Hérault) en Montpellier terecht bij het VOC/Gn.  Na integratie in het VOC/Gn wordt de 4DGnV opgegeven en het personeel wordt verdeeld over de verschillende eenheden van het VOC/Gn. Cdt SBH Bernard blijft niet bij het VOC/Gn maar wordt overgeplaatst naar het Kabinet van de Minister van Landsverdediging te Poitiers.

40Gn in Frankrijk
Eveneens op 1 juni 1940 wordt het 40Gn gereorganiseerd. Het IVde Bataljon Versterking van het 40Gn (IV/40Gn) wordt naar aanleiding van talrijk toegekomen versterkingen in Frankrijk, omgevormd tot het 1ste Regiment Versterking van de Genie (1RftGn). Dit nieuw regiment komt rechtstreeks onder bevel te staan van het VOC/Gn en zal bevolen worden door Kolonel Wilfried Coppens die recent toekwam in het VOC/Gn. Cdt Van Loo wordt als bataljonscommandant van het I/40Gn vervangen door Cdt Marèchal en muteert vervolgens naar het 1RftGn om er het bevel over te nemen van een versterkingsbataljon. Na de hervorming bestaat het 40Gn nog uit drie bataljons en een schoolcompagnie, het 1RftGn uit drie bataljons en en een Compagnie Algemene Diensten

4 juni 1940

Brief verstuurd door de staf van het VOC/Gn van uit Montpellier.

Staf VOC/Gn in Frankrijk
Het Commando van de Versterkings- en Opleidingscentra (HK/TRI) onder bevel van Luitenant-generaal Wibier, is ingegaan op een Frans verzoek om 10.000 militairen te leveren voor het uitvoeren van veldwerken ten voordele van de Franse divisies opgesteld in tweede echelon langs de Seine, in Parijs en langs de Marne. In eerste instantie worden de Bataljons Versterking aangeduid voor deze opdracht teneinde de opleiding van de jonge rekruten niet te onderbreken. Het VOC/Gn dient vier bataljons te leveren van elk vier compagnies van ongeveer 250 militairen.

1RftGn in Frankrijk
In eerste instantie krijgt het Regiment Versterking van de Genie de opdracht om de twee bataljons samen te stellen en ze per trein over te brengen naar Châlons-sur-Marne [6]. Deze bestemming wordt later gewijzigd en de bataljons dienen zich naar Mourmelon te begeven. Het eerste bataljon, I/1RftGn zal worden bevolen door Majoor Bertrand en bevat drie compagnies van het 1RftGn versterkt met de 3Cie Versterking van het IV SpT. Deze compagnie, 3/VI SpT,  wordt bevolen door Lt Museur. Het tweede bataljon, II/1RftGn wordt bevolen door Kapitein-commandant Van Loo en bevat slechts drie compagnies van II/1RftGn maar wordt versterkt met een detachement van IV SpT onder bevel van Lt Van Melckebeke. Elke compagnie zal omkaderd worden door twee officieren en twee onderofficieren. Telkens één peloton per compagnie zal zijn persoonlijke bewapening meenemen, met een dotatie van 60 patronen per militair.

40TTr in Frankrijk
Het 40TTr moet een werkbataljon leveren van 1.040 man. Dit bataljon, het I/40TTr,  zal bevolen worden door Kapitein-commandant Van Santbergen en dient zich initieel naar Châlons-sur-Marne te begeven.

IV SpT  in Frankrijk
Het IV SpT moet één werkbataljon samenstellen van 800 man en een compagnie leveren ter versterking van het I/1RftGn. Het werkbataljon wordt onder bevel geplaatst van Kapitein-commandant Prud’homme terwijl de compagnie van Lt Museur (3/IV SpT) toegevoegd wordt aan het I/1RftGn van Majoor Bertrand en de compagnie van Lt Van Melckebeke toegevoegd aan II/1RftGn van Cdt Van Loo.

6 juni 1940.

1RftGn in Frankrijk
De twee werkbataljons van 1RftGn, I/1RftGn onder bevel van Majoor Bertrand, en II/1RftGn, onder bevel van Cdt Van Loo, vertrekken op 6 juni per trein naar Mourmelon-le-Grand in het departement van de Marne.

IV SpT in Frankrijk
De compagnie van Lt Museur vertrekt op 6 juni samen met I/1RftGn van Maj Bertrand naar Mourmelon.

8 juni 1940

De werkbataljons samengesteld door 1RftGn worden naar Mourmelon-le-Grand gestuurd.

Staf VOC/Gn in Frankrijk
De Fransen vragen nog meer versterkingen aan het HK/TRI dat zich nu ook genoodzaakt ziet werkbataljons samen te stellen met de jonge rekruten van de instructie bataljons. Het VOC/Gn duidt het 40Gn aan om twee werkbataljons samen te stellen waardoor het totaal aantal geleverde werkbataljons door het VOC/Gn op zes komt te staan.

40Gn in Frankrijk
Het 40Gn moet nu ook twee werkbataljons samenstellen, I/40Gn bestaande uit drie compagnies onder bevel van Kapitein-commandant Marechal en het II/40Gn, eveneens bestaande uit drie compagnies, bevolen door Kapitein-commandant Paque.

  • I/40Gn in Frankrijk
    Het I/40Gn van Cdt Marechal wordt nog versterkt met de compagnie van Lt Helman van het IV SpT en vertrekt om 08u30 vanuit het station van Ganges naar Vitry-le-François. Veel van de manschappen van dit bataljon beschikten nog niet over een uniform en vertrokken in burgerkledij met een minimum aan uitrusting. Na aankomst in Vitry-le-François wordt de trein doorgestuurd naar Verdun.
  • II/40Gn in Frankrijk
    Het II/40Gn van Cdt Paque wordt versterkt met de compagnie van Lt Reniers van het 1ste Regiment Versterking Gn. Ook het peloton van Luitenant Gobbe dat behoorde tot I/40Gn maar die door plaatsgebrek op de overvolle trein naar Verdun te Ganges achterbleef, vertrekt samen met II/40Gn op 9 juni naar Vitry-le-François.

1RftGn in Frankrijk
Op 8 juni wordt door het 1ste Regiment Versterking van de Genie nog een compagnie paraat gesteld om het II/40Gn te gaan versterken voor een opdracht in steun van het Franse leger. Deze compagnie zal geleid worden door Lt Reniers.

  • I/1RftGn en II/1Rft Gn in Frankrijk
    Ondertussen ontschepen I/1RftGn en II/1RftGn om 02u15 in het station van Mourmelon-le-Grand dat op dat ogenblik in volledige duisternis is gehuld vanwege het risico op luchtbombardementen. Beide bataljons worden ter beschikking gesteld van de Commandant van de Artillerie van het XXIII (FRA) Legerkorps die hen doorstuurt naar het kamp van Mourmelon waar ze op zes kilometer ten noordoosten van Mourmelon-le-Grand moeten bivakkeren in een bos. Aangezien de bataljons niet zelf over vervoer beschikken zijn ze afhankelijk voor hun bevoorrading van de Franse militairen die in het kamp van Mourmelon verblijven. De bevoorrading loopt mank en er wordt slechts met mondjesmaat eten aangevoerd, water moeten ze putten uit een nabijgelegen rivier. De manschappen worden op 8 juni al aan het werk gezet en moeten artilleriegranaten uit het munitiedepot van het kamp van Mourmelon overbrengen naar het munitiepark van het XXIII (FRA) CA achter de frontlinie. Het XXIII (FRA) CA stond opgesteld achter de Aisne tussen Guignicourt en Rethel. De gebeurtenissen bij het I/1RftGn kunnen als voorbeeld dienen voor wat met de andere bataljons gebeurde.

IV SpT in Frankrijk
Het werkbataljon bevolen door Cdt Prud’homme (Bataljon Prud’homme) vertrekt samen met I/40Gn van Cdt Marechal op 8 juni om 08u30 naar Vitry-le-François.

9 juni 1940

40Gn in Frankrijk

  • II/40Gn in Frankrijk
    II/40 vertrekt om 08u30 samen met I/40TTr van Cdt Van Santbergen vanuit het station van Ganges. Ook het peloton van Luitenant Gobbe dat behoorde tot I/40Gn, maar die door plaatsgebrek op de overvolle trein naar Verdun te Ganges achterbleef, vertrekt samen met II/40Gn op 9 juni naar Vitry-le-François.

1Rft Gn in Frankrijk

  • Frontlijn in Frankrijk op 09 en 10 juni, I/RftGn opereerde in het achtergebied van de 235 (FRA) Div.

    I/1RftGn in Frankrijk
    Op 9 juni gaat het werk bij de munitiedepots door. De compagnie van Lt Museur wordt om 17u30 in twee groepen van honderd man opgesplitst en krijgt opdracht om de nacht door te werken. De eerste groep onder bevel van Lt Museur wordt naar het station van Sillery ten zuidoosten van Reims gestuurd om er vanaf 23u00 een munitietrein over te laden op munitiecamions. De tweede groep van 100 man onder bevel van Luitenant Oger moet de camions lossen nabij “la ferme de Milan” te Beine-Nauroy waar een velddepot moet worden aangelegd. De opdracht wordt echter gewijzigd doordat de vijand reeds te dicht genaderd is. Het detachement van Lt Oger wordt door de Fransen in volle duisternis naar een bos gebracht waar ze uiteindelijk 200 ton artilleriemunitie lossen. De ploeg van Lt Museur versleept op 9 juni eveneens 160 ton munitie.

40TTr in Frankrijk

  • I/40TTr in Frankrijk
    Het bataljon van Cdt Van Santbergen wordt samengesteld en is uiteindelijk pas op 9 juni klaar om te vertrekken. Door de opgelopen vertraging wordt de bestemming gewijzigd van  Châlons-sur-Marne naar Vitry-le-François, zijn uiteindelijke bestemming. I/40TTr vertrekt samen met het II/40Gn van Cdt Paque uit het station van Ganges.

IV SpT in Frankrijk

  • Het Bataljon Prud’homme komt om 13u20 aan in het station van Vitry-le-François. De lokale Franse autoriteiten zijn niet op de hoogte van de komst van het bataljon en weten niet wat met de werkkrachten aan te vatten. Om 16u30 geven de Fransen uiteindelijk orders aan het bataljon. De trein van het Bataljon Prud’homme wordt doorgestuurd naar Verdun. Het bataljon kantonneert te Belrupt-en-Verdunois, op 6 kilometer van Verdun. Hier wordt de nacht van 9 op 10 juni doorgebracht.

1Rft Gn in Frankrijk

  • I/1Rft Gn in Frankrijk
    De ochtend van 10 juni worden de werkzaamheden voortgezet onder constante dreiging van de Duitse luchtmacht, het front komt steeds dichterbij. Om 12u00 zit het werk erop en de manschappen worden met camions teruggebracht naar hun bivak in het bos. Tegen de avond vernemen de manschappen dat de Fransen zich klaarmaken om Mourmelon te ontruimen. Hierop stuurt Majoor Bertrand zijn motorestafette naar de commandopost van de Fransen maar die zijn reeds vertrokken. Maatregelen worden genomen om de terugtocht te organiseren. Een karweiploeg wordt uitgestuurd naar Mourmelon om alles wat wat wielen heeft op te eisen maar helaas worden geen gemotoriseerde voertuigen noch paarden meer gevonden. De bagage en de resterende levensmiddelen worden dan maar op handkarren en kruiwagens geladen en de colonne vertrekt tegen 23u30. De drie gewapende pelotons worden gegroepeerd en onder bevel van Kapitein-commandant Swine geplaatst om de achterhoede te beveiligen. Via secundaire wegen wordt naar het zuiden gemarcheerd, de primaire wegen zijn voorbehouden voor het Franse leger. Majoor Bertrand probeert in contact te te treden met het commando van de Fransen maar slaagt hier niet in.

IV SpT in Frankrijk

  • Cdt Prud’homme ontvangt zijn orders van de Franse generaal die instaat voor de verdediging van Verdun. Het bataljon wordt in steun gegeven van een Franse genie-eenheid voor het uitvoeren van veldwerken. De werken moeten worden aangevat op 11 mei. De nacht van 10 op 11 mei wordt opnieuw doorgebracht te Belrupt-en-Verdunois.

1Rft Gn in Frankrijk

  • I/1Rft Gn in Frankrijk
    De 11 juni komt rond 01u00 een konvooi Franse vrachtwagens 200 man ophalen voor het leegmaken van een munitiedepot. Na deze opdracht zullen de mannen naar de linker Marne-oever gebracht worden. De rest van het bataljon bereikt bij het aanbreken van de dag het bos van Les Grandes-Loges halfweg Mourmelon-le-Grand en Châlons-sur-Marne waar de colonne door Duitse vliegtuigen wordt gemitrailleerd. Majoor Bertrand besluit halt te houden om de mannen te laten rusten. Om 16u00 worden nog eens 200 manschappen, behorende tot de Cie van Lt Museur, weggehaald om te werken gedurende de komende nacht. De rest hervat zijn terugtocht om 19u00 om via Juvigny en Vraux, Condé-sur-Marne te bereiken waar het Aisne-Marne kanaal wordt overgestoken. Het duurt tot 23u00 vooraleer het bataljon de waterloop heeft overgestoken. Te Vraux sterft Soldaat Bussels.

12 juni 1940

1Rft Gn in Frankrijk

  • I/1Rft Gn in Frankrijk
    De 12de juni wordt doorgemarcheerd tot Cherville en Athis waar de majoor bij de plaatscommandant probeert enkele leegstaande vrachtwagens te bekomen. Zijn verzoek wordt afgewimpeld en de colonne te voet trekt zich opnieuw op gang tot Les-Istres-et-Bury waar tot 13u00 gerust wordt. Uiteindelijk wordt de reeds zwaar gebombardeerde stad Vertus bereikt waar het bataljon kan instijgen in een trein bestaande uit drie goederenwagons.

IV SpT in Frankrijk

  • De verschillende compagnies van het Bataljon Prud’homme verlaten Belrupt-en-Verdunois om 06u00 voor het uitvoeren van hun opdrachten.  Het I/40Gn van Cdt Marechal neemt het kantonnement te Belrupt over. Zo wordt de compagnie van Lt Bouchat naar de citadel van Verdun gestuurd waar hij wordt toegevoegd aan de 4de Compagnie van het Franse “64ème Régiment Régionale” bevolen door de Franse Colonel Maire. 

13 juni 1940

1Rft Gn in Frankrijk

  • I/1Rft Gn in Frankrijk
    De trein gaat amper sneller dan de colonne te voet. Tegen 12u00 wordt via Fère-Champenoise de stad Sézanne bereikt, amper 40 km verder. Omstreeks 19u15 loopt de trein vast in het station van Romilly-sur-Seine, er is geen doorkomen meer aan, de sporen zijn volledig geblokkeerd door achtergelaten treinwagons. Tegen 21u00 wordt Romilly omsingeld door Duitse tanks en het volledige I/1RftGn dat tot dan toe zijn cohesie heeft kunnen behouden wordt gevangen genomen. De enigen die aan gevangenschap zijn kunnen ontsnappen zijn Lt Museur (TBC) en 75 van de 200 manschappen die op 11 juni om 16u00 werden aangeduid voor een munitieopdracht en zich niet meer bij de rest van I/1Rft Gn bevonden. Bij een niet nader gedocumenteerd incident sneuvelen de Soldaten Bouvy en Nicol. Soldaat Levis wordt zwaar gewond en overlijdt op 25 Juni aan zijn verwondingen. Soldaat Tramasure van 3/IV SpT zou eveneens tijdens dit incident gewond geraken en op 26 juli te Albi overlijden [7].
  • II/1RftGn in Frankrijk
    Het andere bataljon legt een gelijkaardig parcours af maar ondergaat op 13 juni een luchtbombardement in Anglure ten noordoosten van Romilly. Bij het bombardement komt de bataljonscommandant Cdt Van Loo evenals de Korporaal Michiels om het leven.

40TTr in Frankrijk

  • I/40TTr in Frankrijk
    Het werkbataljon van 40TTr dat in Vitry-le-François [8] werd afgezet heeft de terugtocht meer naar het oosten aangevat. De route kan alleen getraceerd worden door de plaats en tijd van overlijden van de gesneuvelden van 40TTr. Eén daarvan staat bij de lijst met gesneuvelden van zijn originele transmissie-eenheid zijnde het 4de Bataljon Transmissietroepen (4TTr)  (tenzij het gaat om een registratiefout: 4TTr – 40TTr. TBC in zijn persoonlijk dossier). Zo sneuvelde Soldaat Puit van 4(0)TTr op 15 juni te Grancey-le-Château-Neuvelle tussen Langres en Dijon.

IV SpT in Frankrijk

  • De opdracht  van de compagnie van Lt Bouchat wordt beëindigd en de compagnie keert terug naar zijn bataljon. Het Bataljon Prud’homme zal samen met de Franse 67ème Division terugtrekken naar het zuiden. Tot 19 juni verloopt de terugtocht min of meer gecoördineerd maar op 19 juni wordt de verbinding met de 67(FRA)Div verbroken en is het bataljon op zichzelf aangewezen.

1Rft Gn in Frankrijk

  • I/1Rft Gn in Frankrijk
    De krijgsgevangenen van het bataljon worden samen met duizenden gevangenen van het Franse leger afgevoerd naar het militaire kamp te Mailly-le-Camp.  Van hier uit zullen de meeste Belgen eind juni opnieuw naar ons land gestuurd worden.

17 juni 1940

Staf VOC/Gn in Frankrijk
Het uitsturen van de werkbataljons was slecht voorbereid en de uitvoering van de opdracht liep volledig in het honderd. Het Franse leger was niet in staat de Duitse stormloop te stuiten en op 17 juni werd de Franse capitulatie aangekondigd. De terugkeer van bataljons naar hun respectievelijke hergroeperingszone verliep niet van een leien dakje. Een groot gedeelte van de manschappen werd gevangen genomen en de rest keerde in kleine groepjes terug. Bij dit avontuur vallen ook enkele dodelijke slachtoffers. Honderden militairen worden door de Duitsers gevangen genomen of vluchten de Zwitserse grens over en worden geïnterneerd. Een groot percentage van de effectieven gaat verloren wat blijkt uit volgend overzicht van de naar het zuiden van Frankrijk teruggekeerde militairen van het VOC/Gn:

  • Werkbataljon I/1RftGn onder bevel van Maj Bertrand, inclusief de Cie van IV/SpT; 76 van de 1020 uitgestuurde militairen,
  • Werkbataljon II/1RftGn onder bevel van Cdt Van Loo; 537 van de 813 uitgestuurde militairen,
  • Werkbataljon van 40TTr onder bevel van Cdt Van Santbergen; 362 van de 1052 uitgestuurde militairen,
  • Werkbataljon van IV/SpT onder bevel van Cdt Prud’homme; 400 van de 800 uitgestuurde militairen,
  • Werkbataljon I/40Gn onder bevel van Cdt Marechal, inclusief de Cie van IV/SpT; 52 van de 660 uitgestuurde militairen,
  • Werkbataljon II/40Gn onder bevel van Cdt Paque, inclusief de Cie van 1RftGn: 103 van de 860 uitgestuurde militairen.

40Gn in Frankrijk
Van het uitgestuurde werkbataljon van Cdt Paque komen alleen de Luitenant Paquet, Luitenant Bricteux en de 1Sgt Rousseau met een honderdtal manschappen terug. Ze melden bij terugkeer dat het merendeel van de manschappen van beide werkbataljons zijn krijgsgevangen genomen. Een aantal slaagde erin de Zwitsers grens te bereiken en werd er geïnterneerd. Onder de krijgsgevangen officieren vermelden we Cdt Paque, de reserve Luitenanten Gobbe, Micheaux, Franchisse, Vandevelde, Rappez, Collin en Delecourt, de reserve Onderluitenanten De Moor, Regniez en Minne evenals Luitenant van de administratie Van Reempst en de Aalmoezenier Nuytemans. Cdt Marechal die eveneens nabij Verdun werd gevangen genomen wist zich aan de Duitse waakzaamheid te onttrekken en kon ontsnappen waarna hij naar België terugkeerde.

IV SpT in Frankrijk

  • Lt Bouchat steekt met wat overblijft van zijn compagnie de Frans-Zwitserse Grens over te Roche d’Or en wordt onmiddellijk door de Zwitsers geînterneerd. Op 20 juni steekt de rest van het Bataljon Prud’homme om 20u00, samen met de Franse eenheid bij wie het bataljon gedetacheerd was, de Zwiterse grens over. Volgende officieren worden geïnterneerd in Zwitserland: Cdt Prud’homme, Lt Bouchat, Lt Belot, Lt Fosset, Lt Med Languy, Lt Benoit, Lt Piette en Lt Jeunehomme. Ook de manschappen die zich nog bij het bataljon bevonden ondergingen hetzelfde lot [11].

Staf VOC/Gn in Frankrijk
Naar aanleiding van de geleden verliezen bij het uitsturen van de verschillende werkbataljons dringt een reorganisatie van het VOC/Gn zich op. Na de reorganisatie ziet de slagorde er als volgt uit:

  • Staf VOC/Gn nog steeds gelegerd te Castries
  • 40Gn wordt gereduceerd tot één bataljon (I/40Gn), een Schoolcompagnie en een Compagnie Algemene Diensten.
  • 40TTr behoudt zijn bataljonsstructuur, een Schoolcompagnie en een Compagnie Algemene Diensten,
  • IV SpT behoudt zijn bataljonsstructuur maar met slechts één compagnie en een Compagnie Algemene Diensten,
  • 1RftGn wordt gereduceerd tot één bataljon en een Compagnie Algemene Diensten.

3 juli 1940

Staf VOC/Gn in Frankrijk
Na de Franse overgave blijven de Belgen doelloos achter in het land. De ravitaillering laat te wensen over en vele manschappen willen nu naar huis. Het 40Gn wordt ontbonden op 3 juli en omgevormd tot één bataljon bestaande uit zes compagnies. Op 09 juli komt een detachement genisten onder bevel van Cdt Vanuxem toe in Castries. Het detachement, bestaande uit 12 officieren en een 500 tal manschappen, is een samenraapsel van naar Frankrijk gevluchte militairen van 32Gn en 10Gn. Ze werden op 17 juni vanuit Angers doorgestuurd naar het VOC/Gn maar wanneer ze Toulouse passeren worden ze om nog ongekende redenen tegengehouden en gekantonneerd in Fonsorbes een 20 tal kilometer ten zuidwesten van Toulouse. Het detachement werd tijdelijk aangehecht aan het 3VOC. Het is pas op 9 juli dat ze naar het VOC/Gn in Castries (Hérault) doorgestuurd worden. Het detachement Vanuxem moet onmiddellijk na zijn aankomst zijn voertuigen afstaan aan het Territoriaal Transportkorps van Toulouse.

16 juli 1940

40Gn in Frankrijk
Op 16 juli wordt het 40Gn omgevormd tot het Iste Bataljon Instructie van het 1RftGn. De drie bestaande compagnies instructie behouden hun nummering, de Schoolcompagnie wordt hernummerd tot de 4Cie en het personeel van de Cie Algemene Diensten van 40Gn wordt verdeeld over de vier andere compagnies. Majoor Van Gool behoudt zijn commando en wordt nu de commandant van het nieuwe instructiebataljon. Het 40ste Regiment Genie houdt op te bestaan.

1RftGn wordt 1RGn in Frankrijk
 Na de integratie van het 40Gn in het 1ste Regiment Versterking Genie wordt deze eenheid op zijn beurt omgedoopt tot 1ste Regiment Genie (1RGn). Het nieuwe regiment bestaat vanaf nu uit:

  • Staf/1RGn,
  • Iste Bataljon Instructie (I/1RGn) bestaande uit 4 compagnies instructie,
  • IIde Bataljon Versterking (II/1RGn) bestaande uit 4 compagnies versterking,
  • IIIde Bataljon Versterking (III/1RGn) bestaande uit 4 compagnies versterking,
  • Cie Algemene Diensten.

6 augustus 1940

Staf VOC/Gn in Frankrijk
Op 2 augustus worden de geniesoldaten ontwapend en vanaf 10 augustus worden de eerste soldaten gedemobiliseerd. Wanneer op 25 augustus een trein van het VOC/Gn naar ons land terugkeert en tegengehouden wordt aan de Franse demarcatielijn worden Kolonel Coppens en de Kapitein-commandanten Leclaire en Verhoestraten als krijgsgevangenen naar Duitsland afgeleid. De rest van het personeel mag zijn reis naar België verderzetten.

1RGn in Frankrijk
Majoor Van Gool, commandant van het Iste Bataljon Instructie wordt door een Medische Commissie  ongeschikt voor verdere velddienst verklaard en duikt, conform de richtlijnen van het HK/TRI, onder als Belgische vluchteling in Frankrijk.

Na de capitulatie

Slachtoffers

EenheidNaamVoornaamFotoGraadStandKlas° op° te+ op+ teNota
Staf/III/40GnBOUVYJoseph, J.SdtMil1622.05.1896Ottignies12.06.1940Fère-Champenoise (F)
2/I/40GnBUSSELSHubert, G.J.SdtMil2501.05.1905Neeroeteren12.06.1940Vraux (F)
5/40GnCHASTELCamille, GhislainSdtMil4020.10.1920Sivry-sur-Meuse (F)10.07.1940BruggeOverleden in hospitaal
3/I/40GnDE LANGEAlfons, L.SdtMil2512.11.1905Woubrechtegem27.05.1940Saint-Geniès-des-Mourgues (F)
II/40GnDE RIDDERAloïs, J.SdtMil15.03.1908Haasdonk31.07.1940Montpellier (F)Overleden aan verwondingen in hospitaal
40GnDE SMETGeorges, J.SdtMil3115.12.1911Morlanwelz16.06.1940Lapalisse (F)
2/III/40GnDIONRobertKplMil3829.09.1918Rouvreux18.06.1940Vézelise (F)Instructeur
40TTrDUFOURJean, G.SdtMil4027.10.1920Villers-Saint-Amand20.07.1940Montpellier (F)Overleden in hospitaal
3/I/40TTrGOOVAERTSHenri, J.SdtMil3929.02.1920Leuven19.05.1940Berck (F)
2/III/40GnGUIBERTJean-AlcideSdtMil4023.05.1920Couvin18.06.1940Vézelise (F)
Staf/III/40GnLEVISVictor, G.A.SdtMil2101.04.1901Limal25.06.1940Fère-Champenoise (F)
1/I/40GnMICHIELSRené, L.C.KplMil2520.03.1905Sint-Niklaas13.06.1940Anglure (F)Gedood bij luchtbombardement
1/I/40GnNICOLAdolphe, G.SdtMil1813.11.1898Lasne-Chapelle-Saint-Lambert(Onbekend)Fère-Champenoise (F)
Staf/40GnPITTOORSPetrus, G.SdtMil1414.10.1894Wommelgem10.05.1940Antwerpen
II/40GnROSENBAUMLouis, L.V.KplMil2520.06.1905Tilleur11.05.1940DenderleeuwGedood bij luchtbombardement
40GnSIMONJoseph, E.SdtMil3116.04.1911Farciennes24.05.1940Gravelines (F)
3/IV/SptTRAMASUREGustaveSdtMil2613.08.1906Tubize26.07.1940Albi (F)Verwond 13/06 te Frère-Champenoise (F)
40GnVAN LOOFerdinand, V.CdtAct02.03.1889Berchem13.06.1940Anglure (F)Gedood bij luchtbombardement
40GnVERREYDTKarel, B.SdtMil31.07.1905Geel15.07.1940Vittel (F)Overleden in Frans aanvullingshospitaal Hotel Continental
5/40GnVERSLEGERSHubert, Adrien JacobSgtMil4017.10.1920Antwerpen22.01.1941Isenbüttel (D)Omgekomen in treinramp

Bibliografie en Bronnen

  1. Dit wordt bevestigd in het oorlogsdagboek van de 15 jarige Leona Savat gepubliceerd in het Jaarboek 1999 van de heemkundige kring Het Ambacht van Maldegem [On Line beschikbaar als PDF]. Zij vermeldt de aankomst van 1.060 personeelsleden van de NMBS uit de provincie Luik in Maldegem op 11 mei 1940.
  2. Kampen van Saint-Cyprien en Argèles-sur-mer [On Line beschikbaar]: https://europeanmemories.net/memorial-heritage/argeles-sur-mer/ [Laatst bezocht 08 oktober 2020]
  3. L’armée belge de France en 1940″, door Jean Jamart Colonel BEM Hre, 1994, uitgeverij Schmitz, Bastogne
  4. Biografie Majoor Raoul Housiau. Na de oorlog wordt de kazerne van Peutie naar hem vernoemd.
  5. Getuigenis Soldaat Claesen Frans. Hij behoorde tot het III/40Gn en vertrok op 14 mei uit Bredene en werd gedemobiliseerd in Montpellier en keerde op individuele basis terug uit Frankrijk naar Munsterbilzen samen met Soldaat Vandecaetsbeek.
  6. Châlons-en-Champagne heette tot 1997 Châlons-sur-Marne.
  7. De soldaten Levis, Bouvy en Nicol behoorden allicht tot I/1RftGn. Alhoewel zij officieel nog geregistreerd stonden bij hun respectievelijke bataljons van 40Gn werden zij, gezien hun leeftijd, vermoedelijk bij de oprichting van 1RftGn naar dit regiment overgeplaatst. Het feit dat Sdt Tramasure van 3/IV SpT eveneens bij het incident zou zijn betrokken (TBC) lijkt dit alleen maar te bevestigen. Volgens de Belgian War Dead Register zijn slechts drie militairen omgekomen in Fère-Champenoise en is niet geweten waar ze begraven zijn. Achtergrondinformatie van gesneuvelden [On Line beschikbaar]: https://www.wardeadregister.be/nl?conflict=Tweede%20Wereldoorlog%20Belgisch%20Leger&surname=&firstname=&datedeath=&placedeath=F%C3%A8re-Champenoise&cemetery=&birthloc=&placeresid=&repatriated=&peterschap=&page=0 [Laatst geraadpleegd 19 juli 2020]. Opvallend toeval is dat op de militaire begraafplaats van Normée, een deelgemeente van Fère-Champenoise, drie graven van Belgische militairen liggen die sneuvelden op 14 juni te Fère-Champenoise. Twee graven zijn naamloos, het derde graf is van Nicolas Pinchard. Op de militaire begraafplaats liggen vooral Franse militairen begraven die sneuvelden tijdens WOI. Na WOII werden militairen die her en der in de streek een veldgraf kregen overgebracht naar Normée. Het is niet uitgesloten dat het hier om de Soldaten Bouvy en Nicol gaat. Nicolas Pinchard daarentegen is niet opgenomen in het Belgian War Dead Register. Soldaat Gustave Tramasure trouwens ook niet. Soldaat Levis die later aan zijn verwondingen stierf is vermoedelijk elders begraven. Achtergrondinformatie bij de begraafplaats van Normée [On Line beschikbaar]:https://bel-memorial.org/cities/abroad/france/fere-champenoise/fere-champenoise_necropole.htm [Laatst geraadpleegd 19 juli 2020]. Verder onderzoek zal moeten uitmaken wie Nicolas Pinchard en Gustave Tramasure zijn en wat de aard van het incident in Fère-Champenoise was dat fataal werd voor vier (of vijf) Belgische militairen.
  8. Op 11 juni komt ook de trein van het Iste werkbataljon van het 32ste Regiment Artillerie (I/32A) te Vitry-le-François toe. Aangezien er geen nuttige taak voor het werkbataljon kan gevonden worden vertrekt het bataljon om 21u00 uur uit Vitry richting Troyes. Slechts één compagnie van 32A zal erin slagen terug te keren naar Zuid-Frankrijk door op 15 juni in Avallon een stoptrein te nemen richting Clermont-Ferrand via Roanne en Vichy. Deze trein passeert Lapalisse op 18 juni. Het is de enige gekende Belgische eenheid die langs deze omweg in Zuid-Frankrijk geraakt. Er zijn bijgevolg redenen om aan te nemen dat Sdt De Smet George zich op die trein bevond en overleed wanneer het treinstel de stad Lapalisse passeerde. Verder onderzoek moet meer aan het licht brengen over hoe Sdt De Smet kwam te overlijden.
  9. Gedetailleerde beschrijving van de veldtocht van het II/40Gn opgenomen in de brochure “Fastes 1939-1940-1944 du 3e Régiment de Génie” (met dank aan het Geniemuseum te Jambes dat helaas in 2018 de deuren moest sluiten).
  10. Renseignements Autobiographique” van Cdt Gaston Patoux, compagniecommandant van de Compagnie Mechanische Uitgravingen van het Bn Pont.
  11. De volledige lijst van de in Zwitserland geïnterneerde Belgische militairen (van IV SpT) bevindt zich in de kaft “Belges en Grande-Bretagne” van het archief van de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie. 
  12. Hoofdstuk VOC/Gn van het Synthesedocument betreffende de eenheden van het HK/TRI in het archief van de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  13. Getuigenis van Gerard Klerckx, soldaat milicien bij het IVde Bataljon versterking van het 40Gn, gepubliceerde in het Driemaandelijks Heemkundig tijdschrift van de Geschied- en Heemkundige Kring Kinrooi Jaargang 14 nr. 2 van 15 juni 1995. [On Line beschikbaar]: https://www.heemkringkinrooi.net/publicaties/tijdschriften/Uit%20de%20oude%20doos/1995/juni%201995.pdf  [Laatst geraadpleegd 24 december 2020]