6de Regiment Ardense Jagers

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 6de Regiment Ardense Jagers | 6ème Régiment de Chasseurs Ardennais | 6ChA
Type Regiment lichte infanterie van het actieve leger
Ontdubbeld van 3de Regiment Ardense Jagers
Taalstelsel Franstalig
Onderdeel van 2de Divisie Ardense Jagers
Bevelhebber Luitenant-kolonel Jean Desmedt
Adjudant-majoor Kapitein-commandant Georges Leclere
Standplaats Dekkingsstelling Maas
Ondersector Tihange – Wanze
Samenstelling I Bataljon (Kapitein-commandant Robert Mathieu) 1ste Compagnie Wielrijders (Lt Marcel Tacheny)
2de Compagnie Wielrijders (Cdt Joseph Lemercinier)
3de Compagnie Wielrijders (Lt Marcel Rassart)
  II Bataljon (Majoor Clément Pelzer) 4de Compagnie Fuseliers (Lt E. Bourlard)
5de Compagnie Fuseliers (Cdt Joseph Kretels)
6de Compagnie Fuseliers (Cdt Jean Nicolas)
  III Bataljon (Majoor François Le Roi) 7de Compagnie Fuseliers (Cdt Louis Snoeck)
8de Compagnie Fuseliers (Lt A. Dujardin)
9de Compagnie Fuseliers (Cdt Pierre Lacroix)
  10de Compagnie Tuigen (Mortieren M76 en Anti-tankkannonnen C47) (Cdt Marie Stevens)
Stafcompagnie (Luitenant P. Bounameaux)
Geneeskundige Compagnie (Geneesheer Luitenant F. Casters)

Tijdens de mobilisatie

6ChAStaf/6ChA
Het 6de Regiment Ardense Jagers (6ChA) werd op 26 augustus gemobiliseerd te Erezée (Iste Bataljon) en Anheit (overige eenheden). Het regiment ontvangt zijn vaandel op 31 augustus tijdens een plechtigheid te Hoei. Gedurende de mobilisatieperiode blijft het 6ChA langs de Maas gestationeerd.

Bij het uitbreken van de vijandelijkheden staat het gros van de 2de Divisie Ardense Jagers nog steeds opgesteld langs de westelijke oever van de Maas, vanaf de samenloop met de Hoyoux te Hoei in het noorden tot nabij Andenne in het zuiden. Van elk regiment liggen het eerste en tweede bataljon aan de Maas, met het 6ChA op links, het 5ChA in het centrum en het 4ChA op de rechterflank van de divisie. Het hoofdkwartier van de divisie stond tot voor kort opgesteld in Fumal, maar is verhuisd naar Heron op ongeveer 5 Km achter de Maas.

Wielrijders van de Ardense Jagers schuiven aan voor de maaltijd.

Het 6ChA bezet de ondersector Tihange-Wanze met inbegrip van de bewaking van de bruggen over de Maas tussen Engis en Anheit.

I/6ChA
Het Iste Bataljon (I/6ChA) staat met zijn wielrijders in voor de bewaking van de linkeroever van de Maas tussen de zuidrand van de Versterkte Positie Luik en de monding van de bijrivier Mehaigne, met de 1ste Compagnie te Vinalmont, de 2de Compagnie aan de bruggen van Neuville, Amay en Hermalle en de 3de Compagnie aan de militaire bootbrug te Ampsin.

II/6ChA (- 6Cie)
Het IIde Bataljon (II/6ChA) bevindt zich op de linkeroever van de Maas te Hoei en bezet een bataljonsvak rondom het station.

6de Compagnie/6ChA
De 6de Compagnie (6Cie) staat niet onder bevel van zijn bataljon maar verzekert de bewaking van de Citadel van Hoei, waar tijdens de mobilisatieperiode geïnterneerde Duitse militairen beneden de rang van officier worden vastgehouden. Deze militairen werden geïnterneerd omdat ze het grondgebied van het neutrale België zijn binnengedrongen. Het betreft vooral bemanningen van Duitse vliegtuigen die een noodlanding maakten in BelgIë.

III/6ChA
Het IIIde Bataljon (III/6ChA) sluit aan rond Statte en Wanze.

Het 6ChA wordt om 04u45 in staat van alarm gebracht door de staf van de 2de Divisie Ardense Jagers. om 21u00 is er een eerste keer contact op de commandopost van het regiment met de troepen van de 2ème Division Légère Mécanique die langs de Méhaigne-rivier een dekkingsstelling zal innemen. Luitenant-kolonel Desmedt verneemt dat het Franse 8ème Régiment de Cuirassiers de nacht zal doorbrengen te Moxhe en Huccorgne om daags nadien aan zijn ontplooiing te beginnen.

I/6ChA
Bij het Iste Bataljon blijft de 1Cie te Vinalmont terwijl de 2de en 3de Compagnie de bruggen over de Maas te Neuville, Amay, Hermalle en Ampsin bewaken. De commandopost van het bataljon wordt geopend te Moha. Wanneer de militaire bootbrug te Ampsin in de loop van de dag zal afgebroken worden, vervoegt 3de Compagnie ook het dorpje Moha. Het Iste Bataljon levert eveneens een wachtdetachement voor de bewaking van Belgische Joden te Marneffe. Deze opgesloten burgers zullen op 11 mei overgegeven worden aan het Franse leger.

II/6ChA
De hoofdopdracht van het IIde Batajon is de verdediging van de bocht in de Maas te Hoei. De zeven oeverbunkers die deze opdracht mogelijk moeten maken (Hu1bis, Hu1ter, Hu2bis, Hu2ter, Hu3, Hu3bis en Hu4) zijn nog maar enkele weken klaar en worden tegen 04u00 bezet door de troepen van het bataljon.

6de Compagnie/6ChA
Vanaf het begin van de vijandelijkheden (na afkondiging van Fase E van het mobilisatieplan) worden de geïnterneerde Duitse militairen als krijgsgevangenen beschouwd. Om 06u00 wordt bevolen om de gevangen over te brengen naar de kazerne te Alne. Van hieruit zullen ze door de provoostdienst van de 2DivChA overgebracht worden naar de Rijkswachtkazerne te Etterbeek om vervolgens doorgestuurd te worden naar het Krijgsgevangenenkamp van Lombardsijde. De 6de Compagnie vervoegt het regiment.

De officieren van de staf van het 6ChA te Anheit in 1939.

Staf/6ChA
Het Groot Hoofdkwartier beslist om de Versterkte Positie Luik niet langer te verdedigen. De Duitse pantserdivisies die bij Maastricht het Albertkanaal overstaken, hebben intussen Tongeren al ingenomen en stromen naar het zuidwesten, zodat Namen de enige logische bestemming voor de Belgische aftocht wordt. De 3de Infanteriedivisie wordt dan ook van Luik naar Namen gestuurd via de linkeroever van de Maas. 

De 2de Divisie Ardense Jagers zal in de nacht van 11 mei op 12 mei dan ook naar Namen verplaatst worden om er nieuwe stellingen in te nemen aan de noordoost rand van de Versterkte Positie Namen. De regimenten moeten positie gaan in te nemen in de sector Cognelée-Gelbressée.

I/6ChA (-2de Compagnie)
Omstreeks 10u00 beveelt de divisiestaf aan het 6ChA om het Iste Bataljon, met uitzondering van de 2de Compagnie, door te sturen naar Héron.  De eenheid bereikt deze locatie rond het middaguur en wacht hier verdere bevelen af. In de eerste helft van de nacht van 11 op 12 mei wordt het bataljon teruggeroepen naar Champion binnen de Versterkte Positie Namen.

2de Compagnie/6ChA
De compagnie blijft verantwoordelijk voor de verdediging van de bruggen te Neuville, Amay en Hermalle. Het stafpeloton wordt gebruikt voor het uitvoeren van patrouilles.

II/6ChA en III/6ChA
Aan het eind van de tweede oorlogsdag worden het II/6ChA en III/6ChA doorgestuurd naar Namen. De beide bataljons moeten zich hierbij op Cognelée richten.

Het IIde Bataljon ontvangt het bevel tot de terugtocht om 20u00 en krijgt hierbij de toestemming om de C47-kanonnen van bunkers M15 en M16 te Hoei mee te nemen. De troepen moeten tegen 23u00 passeren aan het vertrekpunt van de mars nabij de brug van Wanze. Een peloton van de 6Cie zal samen met een geniedetachement de achterwacht vormen en ter plekke blijven tot de laatste brug van Hoei vernield is.

Het IIIde Bataljon krijgt kort na 20u00 het bevel om terug te trekken en moet zijn detachementen verzamelen aan de steenbakkerij van Wanze. De posities langsheen de oever van de Maas worden overgegeven aan het Franse leger. De overgave-overname vindt plaats in café Belle-Vue te Champia.

Luitenant-kolonel J.E. Desmedt.

Staf/6ChA
Het 6ChA bevindt zich nu op zijn nieuwe posities te Namen. Het gros van het regiment wordt ontplooid in de sector Marchovelette-Cognelée van de Versterkte Positie Namen.

I/6ChA (- 2de Compagnie)
het I/6ChA maakt deel uit van de algemene reserve van het VIIde legerkorps en houdt zich op in het Grand Bois de Grande Salle. Kapitein-commandant Mathieu heeft zijn commandopost in het fort van Cognelée.

2de Compagnie/6ChA
De compagnie krijgt om 01u00 de opdracht om de bruggen van Neuville, Amay en Hermalle te vernielen. Omdat er op dat ogenblik nog steeds troepen van de 1ste Divisie Ardense Jagers in doortocht zijn, wordt de vernieling uitgesteld tot 02u50. Onmiddellijk hierop vervoegt de compagnie het dorpje Héron in de hoop hier te kunnen aansluiten bij het bataljon dat echter reeds lang voordien naar Namen vertrokken is. Uiteindelijk kan de 2Cie het Iste Bataljon terugvinden in het Grand Bois de Grande Salle.

II/6ChA
Het II/6ChA is onder het bevel van het 5ChA komen te staan en heeft de buurt van Warisoulx nabij de Leuvense Steenweg ingenomen.

III/6ChA
Het III/6ChA is aangehecht bij het 4ChA en neemt stellingen in rond Petit-Sart.

Staf/6ChA
Terwijl de Duitse pantserdivisies doorheen Haspengouw oprukken naar de Franse sector van de Dyle-Stelling tussen Waver en Namen, blijft het 6ChA deel uitmaken van de verdedigingsgordel rond Namen.
Ten zuiden van de stad bereiken de eerste Duitse troepen de Maas en dringen te Houx door tot op de linkeroever om in de zone tussen Yvoir en Givet al snel een bruggenhoofd uit te bouwen. Ook te Sedan in Frankrijk wordt de rivier overgestoken. De Ardense Jagers zullen voorlopig nog te Namen blijven en de stellingen van de divisie worden verlengd tot de ganse zone tussen Cognelée en de Maas om de gehele noordoost flank te dekken. Het 6ChA, met uitzondering van het Iste bataljon, zal het tweede echelon van deze sector bemannen en verplaatst zich bij het vallen van de duisternis opnieuw oostwaarts via Waret-la-Chaussée en Cognelée naar het Woud van Champion waar de nacht doorgebracht wordt onder de blote hemel.

I/6ChA
Het Iste Bataljon blijft de algemene reserve vormen van het VIIde legerkorps.

Staf/6ChA
Op 14 mei besluit het Groot Hoofdkwartier om de Versterkte Positie Namen op te geven. Alle Belgische eenheden zullen naar de stad terugtrekken, om van daar doorgestuurd te worden naar de streek van Charleroi. Hoe dat moet gebeuren is niet duidelijk, want de reisweg naar Charleroi doorkruist de zone van het Franse 1ste Leger en daar zitten alle wegen dicht. De terugtocht zal dan ook met de grootste moeite verlopen. Met uitzondering van het Iste Bataljon is het 6ChA inmiddels ontplooid op het tweede echelon van de sector Cognelée-Gelbressé. De eerste Duitse colonnes bereiken die dag de fortengordel rond de stad en diverse eenheden van de 2de Divisie Ardense Jagers raakt betrokken in beperkte vuurgevechten. De forten rond Namen openen het vuur en raken betrokken in hevige duels met de Duitsers die intussen hun zwaar geschut in stelling gebracht hebben. De vijand heeft echter andere prioriteiten en zal te Namen niet aandringen. Tijdens de vooravond wordt het weer rustig voor de stellingen van divisie.

Detachement Lemercier/6ChA
Kapitein-commandant Lemercier, compagniecommandant van 2/I/6ChA die een beveiligingsopdracht uitvoert langs de baan Namen-Nijvel krijgt het bevel zijn opdracht te beëindigen en zich naar Saint-Martin te begeven waar het I/6ChA zich zal hergroeperen. Ter hoogte van Jemeppe-sur-Sambre wordt hij door de Fransen echter tegengehouden en doorgestuurd naar Courcelles ten noorden van Charleroi, waar hij met zijn compagnie de nacht van 14 op 15 mei zal doorbrengen.

Staf/6ChA, III/6ChA en 10Cie/6ChA
De 2de Divisie Ardense Jagers verlaat de Versterkte Positie Namen om zich westwaarts terug te trekken. Het eerste doel van de verplaatsing wordt het oversteken van de Orneau, een bijrivier van de Samber nabij Grand-Leez en Gembloux. Het III/6ChA, de 10de Compagnie Tuigen en de regimentsstaf zetten zich die ochtend omstreeks 10u00 op weg via Namèche en Temploux. Het regiment legt die dag nog zo’n 15 Km af en overnacht te Balâtre en Saint-Martin.

II/6ChA
Het II/6ChA zal de achterhoede van de divisie vormen en moet om 11u00 als laatste eenheid aansluiten. Kort na het vertrek rijdt een V.C.L. Utility (Vickers Carden-Lloyd Utility) trekker met een C47 anti-tankkanon over een Franse landmijn. Sergeant Lejeune en de Soldaten Verday, Leveque en Delmal komen om. Het kanon wordt achtergelaten.

Detachement Lemercier/6ChA
Bij gebrek aan nieuwe orders besluit Cdt Lemercier om zich naar Bergen te begeven via Binche. Onderweg komt hij Lt Med Rucquoy, eenheidsgeneesheer van I/6ChA, tegen hem laat weten dat het regiment volgens de orders van Generaal-majoor Ley moet hergroeperen in Le Quesnoy (F). Dit bericht wordt later nog bevestigd door Sgt Botte, transmissieonderofficier van I/6ChA, die eraan toevoegt dat hij door de bataljonscommandant werd voorop gestuurd om een kantonnement te verkennen. Meer had Cdt Lemercier niet nodig om zich met zijn compagnie via Bavay naar Le Quesnoy te begeven.

Staf/6ChA
Het 6ChA trekt zich samen met de andere eenheden van de divisie terug naar het westen. Het regiment bereikt het Kanaal Brussel-Charleroi. Ook het Franse leger kruist dit kanaal en wil op de westelijke oever een tijdelijke stelling innemen om de Duitse achtervolging tegen te houden. De Franse genie heeft alle bruggen ondermijnd en is bijzonder woedend te moeten wachten op de Ardense Jagers. De Fransen blazen er te brug op zodra de laatste Ardense Jagers bereiken. Het vervolg van de tocht naar Vlaanderen zal maar liefst drie dagen in beslag nemen. De marsroute van het 6ChA loopt via Nijvel, ’s Gravenbrakel, Edingen (waar de eerste Britse troepen ontmoet worden) en vervolgens Geraardsbergen, Oudenaarde en Deinze.

Detachement Lemercier/6ChA in Frankrijk
In de loop van de dag komt de 2Cie toe in Le Quesnoy waar Cdt Lemercier contact opneemt met de Franse Plaatscommandant. Hij krijgt een kantonnement toegewezen waar hij tevergeefs wacht op de aankomst van de rest van zijn bataljon. Tegen de avond wordt hij door de Fransen op de hoogte gebracht dat de Franse linies te Sedan werden doorbroken en dat de vijand Le Quesnoy nadert. Hals over kop wordt de compagnie opgetrommeld en naar het westen gestuurd, opgejaagd door de oprukkende Duitsers.

De 2de divisie sukkelt verder naar het westen. De jagers hebben inmiddels zo’n 175 Km te voet achter de rug, waarvan 110 Km in nachtelijke etappes.

Staf/6ChA
De divisie bereikt de Leie nabij Deinze. Het gros van het regiment houdt halt te Petegem.

I/6ChA
Het I/6ChA wordt aangeduid om de beveiliging van het Groot Hoofdkwartier te verzekeren en zet zijn tocht verder. De Belgische legerleiding zal zich te Sint Andries nabij Brugge installeren en de wielrijders van het Iste Bataljon fietsen de staf achterna via Vinkt, Aarsele, Tielt, Pittem, Muiselaar, Egem, Schuiferskapelle, Wingene en Maria Aalter.

De divisie wordt in reserve geplaatst bij het Groot Hoofdkwartier. Terwijl het I/6ChA te Sint Andries aan zijn bewakingsopdracht begint, rust de rest van het regiment uit te Petegem.

Staf/6ChA
De 2de Divisie Ardense Jagers krijgt het bevel om langs de westelijke Leieoever de zone tussen Astene en Olsene te gaan verkennen met het oog op een mogelijke stellingname. Aan het eind van de dag vertrekken de colonnes van het 6ChA uit Petegem om de ondersector Grammene-Machelen in de nemen. De korte tocht duurt een paar uur.

Detachement Lemercier/6ChA in Frankrijk
De 2Cie komt toe in Abbeville net voor de Duitsers de stad bereiken. Cdt Lemercier wil nog terugkeren naar het noorden in een poging zijn bataljon in België te vervoegen maar wordt door de Fransen doorgestuurd naar de Tallendier kazerne in Petit-Quevilly nabij Rouen, het verzamelpunt voor alle Belgische eenheden in Frankrijk. Aangekomen in Rouen meldt Cdt Lemercier zich aan bij Luitenant-generaal Vinçotte, commandant van de Opleidingscentra voor Onderluitenanten. Hij krijgt er te horen dat zijn compagnie op 26 mei kan inschepen aan boord van een trein die ze naar Pont-saint-Esprit zal brengen waar het Versterkings- en Opleidingscentrum Ardense Jagers (VOC ChA) zich bevindt. De 2Cie van 6ChA wordt opgenomen in de getalsterkte van het VOC ChA.

Staf/6ChA
Na de Duitse doorbraak te Abbeville en de omsingeling van de geallieerde legers, besluit het oppercommando om de Schelde-linie op te geven. Tegen 23 mei moet het veldleger tussen Gent en Oudenaarde zich terugtrekken naar de Leie. Nu de volle verdediging van de rivier een feit is en andere formaties weldra zullen arriveren, krijgt de divisie dan ook een meer gepaste sector toegewezen. Het front wordt verkort tussen Deinze en Ponthoek. Op de noordflank komt het 5ChA te liggen rond Deinze aan de splitsing van het Afleidingskanaal van de Leie en de Leie. In het centrum vat het 6ChA plaats rond Grammene, Machelen en Gottem. Het 4ChA bezet de zuidflank tenslotte, tussen De Knok en Ponthoek. Het I/4ChA wordt aanvankelijk behouden als reservebataljon voor de divisie.

Generaal-majoor Ley brengt de namiddag door bij het 6ChA dat de centrale ondersector ingenomen heeft. Hij aanschouwt hoe de spoorbrug van Grammene in staat van verdediging wordt gebracht door het II/6ChA. Te Gottem inspecteert hij de stellingen van het III/6ChA in de voor de verdedigers gevaarlijke bocht in de Leie tegenover Machelen. Ley noteert dat de rivierbocht te Gottem bijzonder gevoelig lijkt voor een aanval.

De commandopost van Luitenant-kolonel Desmedt wordt opgesteld in een villa te Dentergem.

Het 6ChA werkt aan zijn nieuwe stellingen. Intussen trekken de laatste Belgische eenheden de Leie over.

De Belgische posities langs de Leie hebben hun definitieve vorm aangenomen. In het noorden verdedigt het VIIde legerkorps de oever van de rivier tussen Deinze en Wielsbeke. Dit legerkorps bestaat uit de 2de Divisie Ardense Jagers die met het 4ChA, 5ChA, 6ChA en 17Li de sector Deinze-Oeselgem bezet. De sector Oeselgem-Wielsbeke wordt beveiligd door de 8ste Infanteriedivisie. Vanaf Wielsbeke wordt de verdediging overgenomen door het IVde legerkorps dat met de 3de Infanteriedivisie bestaande uit het 1Li, 12Li en 25Li de sector Wielsbeke – Kuurne inneemt. Het 3Li, 4Li en 24Li van de 1ste Infanteriedivisie bemannen de laatste sector tussen Kortrijk en Menen. Ten zuiden van Menen liggen de Britse linies. De 1ste Divisie Ardense Jagers en de 10de Infanteriedivisie van de Jagers te Voet leveren de reservestrijdkrachten.

De vijand bereikt op 23 mei de rivier in de sector van de meer naar het zuiden gelegen 8ste Infanteriedivisie. Bij de Ardense Jagers wordt hard verder gewerkt aan het verbeteren van de stellingen. Het 6ChA krijgt versterking van twee bataljons en een hoeveelheid collectieve vuurmiddelen van het 17Li en zal zijn ondersector als volgt zal organiseren:

  • Het IIIde bataljon van 17Li neemt stelling op de linkerflank van de ondersector, vanaf de splitsing van het Afleidingskanaal van de Leie en de Leie in het noorden (exclusief) tot aan de spoorwegbrug van lijn 73 Deinze – De Panne (exclusief).
    • De 10Cie en 11Cie zullen het eerste echelon van deze positie innemen en krijgen posities langs de Leie toegewezen, met de 10Cie in het op de linkerflank en de 11Cie op de rechterflank.
    • De 9Cie zal het tweede echelon bezetten dat ten dele langs de Tieltsesteenweg zal lopen.
    • De commandopost van het bataljon zal geïnstalleerd worden op de hoeve Deurwaerder, op zo’n 300m ten zuiden van het kruispunt van de Tieltsesteenweg en de Dentergemstraat.
  • Het IIde bataljon van 6ChA krijgt het centrale kwartier toegewezen vanaf de spoorbrug van lijn 73 in het noorden (inclusief) tot aan de monding van de Vondelbeek (exclusief). Het zwaartepunt van dit kwartier wordt de verdediging van Grammene.
  • Het IIIde bataljon van 6ChA wordt ontplooid aan de rivierbocht te Gottem, vanaf de monding van de Vondelbeek (inclusief) tot aan Kilometerpaal 4 te De Knock van de baan van Grammene naar Oeselgem
    • De 9Cie bezet het dorp en graaft zich in rondom de kerk. Deze compagnie wordt aangevuld met het peloton mitrailleurs van Onderluitenant Claes van de 13Cie van het 17Li.
    • Een peloton wordt opgesteld in een voorpost te Machelen.
  • Het tweede echelon wordt gevormd door het IIde bataljon van 17Li in het noorden (tussen de gehuchten Dries en Terdonck) en het I/6ChA in het zuiden (zuid van Terdonck).
    • De 5Cie van 17Li zal aan de zuidflank van dit echelon komen te liggen rondom de hoeve Groot Terdonck nabij het kruispunt van de Dentergemstraat en de Terdonkstraat.
  • Het 6ChA ontvangt tevens versterking van één peloton anti-tankkanonnen en één peloton mortieren van het 17Li. Ook de compagniestaven van de 13Cie en 15Cie van dit regiment worden toegevoegd aan het 6ChA.
  • Het direct vuursteunelement is de IIde groep van 4A die de waakrichting van zijn geschut op de as van het centrale kwartier richt. Daarnaast kan 6ChA ook rekenen op het gezamenlijk steunelement van de divisie dat de IV/4A en VI/14A omvat.
  • De commandopost van Luitenant-kolonel Desmedt tenslotte zal opgesteld worden op de hoeve aan het kruispunt van van de steenweg van Deinze naar Tielt met de Dosweg. Deze locatie ligt even ten westen van het kruispunt met de Dentergemstraat.

Achtereenvolgende posities van de 2DivChA tussen 23 en 26 mei 1940.

De Duitsers ondernemen een eerste poging om de Leie over te steken in de sector van de 2de Divisie Ardense Jagers. Omstreeks 07u50 dagen de eerste vijandelijke verkenners op per fiets. Deze worden een goed uur later gevolgd door groepjes infanteristen. Gebruik makende van de beschutting die Machelen hen biedt, vallen de vijandelijke infanteristen het vooruitgeschoven peloton van het 6ChA aan in de in de Leiebocht van Gottem. Vanaf 09u15 wordt de vijandelijke aanval versterkt met mortiervuur en PAK35 licht geschut. Al vrij snel worden drie van de vier FM30 machinegeweerploegen uitgeschakeld en krijgt het vooruitgeschoven peloton het bijzonder moeilijk wanneer de Duitsers aan de noordrand van de Leiebocht tegenover hoeve Goed ter Wallen de rivier oversteken. Het peloton van 24 militairen verliest 4 dodelijke slachtoffers (waaronder pelotonscommandant Adjudant Guillaume) en 6 gewonden, en zal zich tussen 10u30 en 11u00 overgeven.

De vijand slaagt er vervolgens in om tegenover Machelen een grotere troepenmacht te laten oversteken en de voorste linies van het III/6ChA te Gottem aan te klampen. De Duitsers vallen te Gottem echter onder artillerievuur van de II/4A en kunnen het succes niet uitbuiten.

Om 17u00 trekt het gros van de aanvallers zich terug naar de oostelijke oever. De vijand installeert wel enkele observatieposten in de boerderijen gelegen op de linkeroever van de Leiebocht. Het III/6ChA stuurt enkele patrouilles uit naar dit terrein maar heeft verder geen plannen om de rivierbocht opnieuw te bezetten. Gottem wordt de ganse dag door zwaar onder vuur genomen door de Duitse artillerie. De commandopost van de 9Cie nabij de kerk incasseert hierbij enkele treffers en er vallen nog verschillende slachtoffers onder de verdedigers.

Tegenover het III/17Li volgt rond 17u00 een nieuwe Duitse oversteekpoging die op een 300-tal meter van de oever van de Leie tot staan gebracht wordt.

De aanvallers dringen hier niet verder aan, maar lanceren een nieuwe poging vanuit het gehucht Leihoek naar het landhoofd van de brug van de spoorlijn Deinze-Tielt. Ook hier wordt de aanval gestuit. 

Aan de Ponthoek te Olsene steken de Duitsers de Leie over in de ondersector van het 4ChA, maar dankzij tegenaanvallen van de Ardense Jagers is tegen 21u00 de situatie ook daar hersteld.

 

De eenheden van het Duitse 6de leger vallen opnieuw aan en proberen de rivier over te steken bij elk van de drie regimenten van de 2de Divisie Ardense Jagers. Te Ponthoek zal een Duitse aanval vastlopen op het 4ChA. Ook het 5ChA zal aanvankelijk de Duitsers kunnen afhouden nabij Deinze. Bij het 6ChA start een nieuwe aanvalspoging met een hevige beschieting van het kwartier van het III/6ChA en de zuidelijke helft van het kwartier van het II/6ChA tussen 06u40 en 07u20. De 7Cie, 8Cie en 9Cie ondergaan meerdere aanvalspogingen, maar de vijand slaagt er alsnog niet in om de rivier opnieuw over te steken. De meeste slachtoffers vallen bij de 9Cie.

Door Generaal-majoor Ley gemaakte schets van de gevechten op 25 mei 1940 (bron: CHD, Evere).

Tijdens de namiddag keert het I/6ChA terug van Sint-Andries waar het bataljon ontlast werd van zijn verdedigingsopdracht bij het Groot Hoofdkwartier. Het bataljon wordt toegevoegd aan het tweede echelon van de positie van 6ChA. Dit echelon wordt hiermee in twee delen gesplitst: het I/6ChA bezet het zuidelijke deel vanaf het gehucht Dries tot de noordrand van Dentergem, terwijl het II/17Li de gehuchten Dries en Terdonck verbindt. De Vondelbeek vormt de grens tussen de beide zones. De 5Cie en één peloton van de 6Cie van het 17Li komen onder het bevel van I/6ChA te staan.

Omstreeks 17u00 verneemt de regimentsstaf dat de vijand in de ondersector van 5ChA nu wel een succesvolle oversteek heeft gerealiseerd. Dit betekent dat de noordflank van 6ChA. waar het III/17Li opgesteld staat, bedreigd wordt. Luitenant-kolonel Desmet geeft aan de 4Cie een bevel om een bij de spoorbrug van Grammene een deel van zijn dispositief te herschikken richting noordoost en laat de 6Cie verplaatsen naar het gehucht Verlorenhoek. Deze compagnie dient in eerste instantie een opmars richting zuidwest te verhinderen. Daaropvolgend laat Desmet het II/17Li weghalen van het tweede echelon om dwars op de steenweg Deinze-Tielt naar het oosten post te vatten, ter hoogte van kilometerpaal 5 die net ten noorden van Verlorenhoek gesitueerd is. Ook wordt de 1Cie uitgestuurd naar de bosrand aan de Maanbeek even ten zuiden van het gehucht Kamvenhoek. Aan de 2Cie tenslotte wordt een peloton gevraagd om de verdediging van de commandopost van het regiment te verzekeren.

Terwijl deze verplaatsingen van start gaan, komt het III/17Li echter in moeilijkheden. Ondanks de oversteek bij het 5ChA blijft dit bataljon zijn front naar de Leie behouden, wat maakt maakt dat hier al snel een omsingeling dreigt. Een peloton van de 10Cie van 17Li wordt gevangen gemaakt door de oprukkende vijand. Bij de 11Cie breekt paniek uit en worden de meeste steunpunten verlaten. Het III17Li geeft zijn kwartier op, wat maakt dat het front van de noordflank van het 6ChA nu bestaat uit de elementen die Luitenant-kolonel Desmet heeft laten aanrukken. Van noord naar zuid zijn dit de 1Cie/6ChA te Kamvenhoek, 7Cie/17Li tussen Kamvenhoek en Verlorenhoek, 6Cie/6ChA te Verlorenhoek en het peloton van de 4Cie ten noorden van het landhoofd van de brug van Grammene. Gelukkig lijkt de doorbraak bij het 5ChA zich te stabiliseren zodat in de loop van de nacht de 1Cie/6ChA teruggeroepen zal worden naar Wontergem.

De Duitsers zetten tijdens de avond echter ook verdere druk op de zuidelijke flank van de ondersector van 6ChA. Vijandelijke elementen steken tegenover Gottem de rivier over en slagen er in een bruggenhoofdje uit te bouwen dat langzaam maar zeker vergroot wordt. Tussen Viersczijn en Gottem wordt al snel van huis tot huis gevochten. In eerste instantie komt Luitenant-kolonel Desmet tot een besluit het III/6ChA af te lossen door het II/17Li. Dit laatste bataljon echter staat op het punt te vertrekken naar de noordflank van het 6ChA wanneer dit bevel aankomt. Majoor Temmerman van het II/17Li vertrekt naar de commandopost van Majoor Le Roi van het III/6ChA om de nodige afspraken te maken voor de aflossing. De inzet van zijn bataljon wordt echter al even snel weer afgelast. Het III/6ChA zal Gottem blijven verdedigen.

Aan het eind van de dag moet ook het 5ChA terugtrekken van de kanaaloever om een nieuwe defensieve stelling in te nemen op enige afstand van het kanaal. Hierbij moet het 5ChA de verbinding te maken tussen het Afleidingskanaal en de 1ste Divisie Ardense Jagers die in de strijd geworpen wordt op de lijn Lotenhulle-Vinkt om de vijandelijke doorbraak te blokkeren. De 2de Divisie Ardense Jagers vraagt om nieuwe versterking. Die komt er in de vorm van het Iste Bataljon van het 17de Linieregiment dat ten zuiden van Tielt in reserve gehouden werd.

Het Iste Bataljon van het 17de Linieregiment bereikt Dentergem omstreeks 01u00 en wordt onmiddellijk ontplooid op het tweede echelon van het 6ChA. Het regiment zal echter een paar uur later doorgestuurd worden naar het 5ChA.

Ook tijdens de nacht van 25 op 26 mei moet de 9Cie van het III/6ChA een stuk terrein prijsgeven en omstreeks 01u30 wordt de frontlinie hier verschoven naar de omgeving van de kerk van Gottem. De commandopost van Majoor Le Roi bevindt zich nog steeds op zo’n 400m west van de kerktoren. Het peloton van Onderluitenant Forthomme van de 10Cie wordt in versterking gegeven van de 9Cie. Om 04u00 wordt ook de volledige 1Cie doorgestuurd van Wontergem naar het III/6ChA. Majoor Le Roi moet samen met de 1Cie en 9Cie een poging ondernemen om het verloren gegane terrein te heroveren op de Duitsers. De tegenaanval is nog niet vertrokken wanneer de Duitsers vanaf 06u30 alweer aanvallen. Vijandelijke vliegtuigen en artillerie bestoken de Belgische stellingen langs de baan Deinze-Aalter. Ook de stellingen van 6ChA te Gottem en omgeving worden hevig beschoten. Vanaf 07u15 verlegt het Duitse geschut het vuur naar achter en dringt de vijandelijke infanterie binnen in het bataljonsvak van III/6ChA. Ten noorden en ten zuiden van de dorpskern houden de 8Cie en de 7Cie relatief goed stand, maar in de dorpskern moet de 9Cie definitief prijs geven. De dorpskern gaat verloren, maar de weg naar de commandopost van het bataljon wordt voor de vijand geblokkeerd door de 1Cie. Vervolgens kan ook de 7Cie zijn onderkwartier niet langer behouden en om 08u15 beveelt Majoor Le Roi de aftocht in de richting van hoeve Groot Terdonck.

Het III/6ChA kan rond hoeve Groot Terdonck stand houden tot ongeveer 15u00 slaagt een infiltratiepoging in de richting van de hoeve Groot Terdonck maar dreigt dan overvleugeld te worden door de vijandelijke opmars in de richting van Dentergem. Door de inname van het gehucht Molenhoek kunnen de Duitsers ook vanuit noordelijke richting binnendringen in het naburige onderkwartier van het 4ChA.

Om een verdere doorbraak in noordelijke richting trachten tegen te houden, laat Luitenant-kolonel Desmedt een naar het zuiden gerichte dwarsstelling organiseren vanaf het kruispunt van de Dentergemstraat en de Groeneweg, over de hoeves Klein Terdonck en Groot Terdonk, via de benedenloop van de Mandelbeek tot aan de samenvloeiing van deze laatste met de Leie. Deze linie komt onder het bevel te staan van het II/6ChA dat ook de teruggetrokken elementen van het III/6ChA opvangt en behoudt voor de verdediging van de beide herenhoeves in het centrale deel van dit nieuwe bataljonsvak. Verdere vijandelijke infiltraties dwingen Desmedt er echter toe om het front aan te passen tot een tweede linie van Dentergemstraat en de Groeneweg via Wontergem naar het gehucht Panne. De Duisters bezetten de hoeves Petuelle, Klein Terdonck en Groot Terdonk en houden van hieruit de druk op de Belgische reorganisatiepoging erg hoog.

Het regiment ontvangt rond 17u00 het bevel om tot de aftocht over te gaan. De eenheden zullen verzameld worden tussen kilometerpaal 10 en 12,5 op de Deinsesteenweg tussen Aarsele en Tielt. Van hier uit worden de eenheden doorgestuurd naar het gehucht Flesse ten noordoosten van Tielt. Rondom middernacht wordt het nog overgebleven II/17Li ontlast van zijn taak bij het 6ChA, en vervolgens teruggetrokken naar de verzamelplaats van het 17Li te Schuiferskapelle.

De manschappen van het 6ChA overnachten in de woningen en boederijen te Flesse.

In de operatiezone van het VIIde Legerkorps blijft de druk op de frontlinie bijzonder groot. Ten oosten van Tielt heeft de 2de Divisie Ardense Jagers versterking ontvangen van de staf/44Li, I/44Li en II/44Li om een nieuwe verdedigingslinie uit te bouwen tussen Tielt (exclusief) en Aarsele (exclusief). Deze linie zal in hoofdzaak langs de spoorlijn Deinze-Tielt open, en buigt nabij Aarsele af naar het noordoosten. Achter deze nieuwe frontlinie zullen de overgebleven eenheden van het 6ChA en het 5ChA opnieuw ontplooid worden.

De bataljons van het 6ChA hebben de nacht doorgebracht te Flesse en worden bij dageraad op nieuwe defensieve posities uitgezet :

  • Ten westen van de nieuwe posities van het 6ChA zal het III/21Li aankomen om post te vatten tussen Flesse en Tielt.
  • Het I/6ChA bezet het rechter kwartier van de nieuwe ondersector van 6ChA tussen het gehucht Flesse en de Deinsesteenweg. De steunpunten van het bataljon liggen langs beide zijden van de Kerkebosstraat, op zo’n 200 meter ten noorden van de steenweg.
  • In het linker kwartier wordt het II/6ChA ontplooid vanaf de Hullebeek tot aan de velden ten oosten van de Processietraat.
  • Het zwaar gehavende IIIde Bataljon stelt zijn overgebleven gevechtsgroepen op langs de beide oevers van de Hullebeek om de nieuwe posities toch maar enige dekking in de diepte te geven.
  • Ten oosten van het II/6ChA worden de bataljons van het 5ChA opgesteld in de richting van de langs de bovenloop van de Neringbeek ten zuidoosten van Kanegem.

Het 6ChA en het 5ChA liggen nu in tweede linie achter het I/44Li en het II/44Li. Dit regiment valt vanaf de ochtend onder artillerievuur en krijgt tegen de middag te maken met een eerste vijandelijke infiltratie via de as Deinze-Tielt. Het II/44Li wordt als eerste overrompeld en zo komt het 6ChA opnieuw in het eerste echelon te liggen tussen 13u30 en 14u00.

Het II/6ChA valt onder zowel vijandelijk als ook bevriend artillerievuur, maar er volgt geen grondaanval. De hoofdas van de Duitse opmars loopt in de richting van Tielt en de vijand heeft niet direct de intentie om in de richting van Kanegem op te rukken. Ten westen van het I/6ChA wordt het III/21Li in de loop van de namiddag weggedrukt van zijn posities zodat het Iste Bataljon bedreigd worden. Luitenant-kolonel Desmedt stuurt de restanten van het IIIde Bataljon naar zijn rechter flank. De Beide partijen duelleren met mitrailleurvuur, maar het komt niet tot een Duitse grondaanval.

De Ardense Jagers blijven tot ongeveer 17u00 op post en moeten vervolgens verder wegtrekken naar het noorden. De ganse divisie wordt teruggetrokken naar de Kapellebeek die achter de heuvelrug ten noorden van Schuiferskapelle loopt. Het 6ChA verbreekt enigszins moeizaam het contact met de vijand, maar komt toch zonder kleerscheuren weg.

Het 6ChA heeft zich tijdens de nacht teruggetrokken naar het dorpje Turfhouwe nabij Zedelgem. Enkele achtergebleven detachementen vernemen het nieuws van de Belgische overgave op hun stellingen rond Flesse.

Na de capitulatie

Slachtoffers

EenheidNaamVoornaamFotoGraadStandKlas° op° te+ op+ teNota
9/IIIAMELAlbert Hector Marie FlorianSdt08.07.1917Hoei26.05.1940Gottem
1/IASEGLIOHubert Sylvain Gaston JosephSdt04.10.1919Flémalle26.05.1940Gottem
9/IIIBALLOTFiacre AristideSdt15.03.1911Membre25.05.1940Gottem
6/IIBAYOTSimon Joseph GhislainSdt24.04.1915Louette-Saint-Denis14.05.1940Tihange
StafBEAUPAINGerard FrançoisSdt12.05.1917Bovigny25.05.1940TieltVerbrand op hoeve D'Huyvettere
4/IIBECHETAlbert Henri CharlesSgt27.07.1915La Roche24.05.1940Tielt
7/IIIBERNARDJules Jean Baptiste AlbertSgt29.04.1915Les Fossés05.07.1940Assenois
9/IIIBETRAINSLouis JosephSdt26.11.1912Tienen25.05.1940Tielt (De Flesse)
7/IIIBORREMANSPierreSdt18.10.1909Anderlecht26.05.1940Gottem
4/IICAPIAUPierreKpl22.09.1908Ukkel23.05.1940Grammene
9/IIICOULONEugène Ovide ThéophileSdt12.03.1909Gros-Fays03.07.1940Brugge
StafDASSENOYAlphonse P.V.Sgt15.07.1918Longvilly25.05.1940Gottem
StafDEBOUTTEPierre J.L.P.A.Sdt28.04.1909Deurne (Brabant)25.05.1940Tielt
10DELMALLucien V.G.Sdt28.07.1917Warzee15.05.1940EminesGedood door Franse landmijn
7/IIIENGLEBERTLambert A.Sdt18.09.1905Magnee12.05.1940Temploux
3/IGATELLIERElie B.J.Sdt01.06.1906Ramagne27.05.1940Tielt
10GILLOTErnest J.A.Kpl02.10.1916Anheit26.05.1940Gottem
9/IIIGILQUINJules LouisSdt05.06.1913Noirefontaine26.05.1940Gottem
7/IIIGUILLAUMEHubert C.J.A.Adjt22.08.1916Bovigny26.05.1940Gottem
7/IIIHOSTEJacques H.M.Sdt25.10.1908Laken26.05.1940Gottem
7/IIILAHAUTPaulKpl06.03.1918Marche-en-Famenne26.05.1940Gottem
3/ILEBRUNAlbert J.B.D.Sdt24.02.1914Marcinelle27.05.1940Tielt (De Flesse)
10LEJEUNEFernand Louis JosephSgt13.05.1916Cherain15.05.1940EminesGedood door Franse landmijn
8/IIILEONARDValentin V.L.Sdt01.04.1911Flemalle26.05.1940Gottem
10LEVEQUEHenri D.G.Sdt14.06.1916Calais (F)15.05.1940EminesGedood door Franse landmijn
10LOZETJean JosephSdt14.02.1916Arville21.05.1940Noyelles (F)
7/IIIMAESWalter D.Sdt30.07.1910Schaarbeek26.05.1940Gottem
5/IIMETRALPierre A.L.Sdt30.10.1908Elsene12.05.1940Cognelee
10NINANEAugustin G.Kpl12.03.1916Tohogne25.05.1940Ardooie
9/IIINOISETAntoine V.Sdt20.02.1912Namen25.05.1940Gottem
3/IOTOULFrancois A.A.Sdt07.09.1915Ougree27.05.1940Tielt (De Flesse)
9/IIIPETREAlexis J.Sdt16.06.1905Liège26.05.1940Lichtervelde
7/IIIPIERARDJoseph E.G.Sgt24.09.1914Nassogne25.05.1940Tielt
8/IIIPIRECharles A.Sgt29.09.1915Ben-Ahin26.05.1940Gottem
StafPOLLETLeopold C.Sgt29.12.1914Ploegsteert25.05.1940Tielt
9/IIIROCOURJosephSdt14.09.1913Vivegnis26.05.1940Gottem
6/IIROSMANCelestin J.Sdt28.10.1912Battincourt12.05.1940Hoei
1/ISTASLeon E.Sgt21.02.1916Bressoux01.06.1940Brugge
10TETTELINPhilippe J.Sdt14.09.1918Sint-Jans-Molenbeek26.05.1940Gottem
7/IIITHOMASMarcel M.H.Kpl15.08.1909Luik26.05.1940Gottem
9/IIITOUSSAINTDesire E.Sdt11.07.1909Saint-Paer26.05.1940Gottem
3/IVALENCOURSylvainSdt10.05.1913Naninne27.05.1940Tielt (De Flesse)
10VERDAYNorbert J.R.G.Sdt06.06.1918Harre15.05.1940EminesGedood door Franse landmijn
8/IIIVERTOMMENJulesKpl22.11.1908Kraainem13.05.1940FleurusVerwond 12/05 te Namen. Overleden in hospitaal.
6/IIWILLEMEAlbert J.Sgt22.03.1906Mouzaive25.05.1940Tielt
9/IIIWINANDPierre N.Kpl26.03.1912Cherain26.05.1940Gottem
9/IIIYANSENNEEugene Jean BaptisteSdt00.01.1900Beyne-Heussay27.05.1940Tielt (De Flesse)

Bibliografie en Bronnen

  1. Martens, M. (2004) Mei 1940: De Regio Tielt in de Vuurlinie, Tielt: De Roede van Tielt.
  2. Desmedt, J. (1967) ‘Le 6e Chasseurs Ardennais sur la Lys’, Le Chasseur Ardennais, 71, pp 6-7.
  3. Desmedt, J. (1967) ‘Le 6e Chasseurs Ardennais sur la Lys’, Le Chasseur Ardennais, 72, pp 10-11.
  4. Dossier 2DivChA, Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  5. Persoonlijk archief Luitenant-generaal Ley, Fonds Ley, Archief Koninklijk Legermuseum, War Heritage Institute.
  6. Vernier, F. (2026) Les fortifications de la Meuse, Verviers: Editions du Patrimoine Militaire.