22ste Linieregiment

Situatie op 10 mei 1940

Type Infanterieregiment van de eerste reserve
Ontdubbeld van 2de Linieregiment
Taalstelsel Nederlandstalig
Onderdeel van 12de Infanteriedivisie
Bevelhebber Kolonel A. Pletinckx
Standplaats Versterkte Positie Antwerpen
Sector Kanaal van Turnhout-Massenhoven
Commandopost te ‘s-Gravenwezel
Samenstelling I Bataljon (Majoor ridder Robert Feyerick) 1ste Compagnie Fuseliers (Cdt M. Baeten)
2de Compagnie Fuseliers (Lt W. Bruynseraede)
3de Compagnie Fuseliers (Cdt L. Van Driessche)
4de Compagnie Mitrailleurs (Lt F. De Vuyst)
II Bataljon (Majoor E. Louis) 5de Compagnie Fuseliers (Cdt M. Lootjens)
6de Compagnie Fuseliers (Lt G. Rossel)
7de Compagnie Fuseliers (Lt J. Seynaeve)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Cdt A. Van De Putte)
III Bataljon (Majoor Odille Belleter) 9de Compagnie Fuseliers (Lt H. Vanden Bulcke)
10de Compagnie Fuseliers (Cdt R. Verbist)
11de Compagnie Fuseliers (Lt H. Bauwens)
12de Compagnie Mitrailleurs (Cdt M. Maertens)
IV Bataljon (Majoor H. Kesterman) 13de Compagnie Mitrailleurs (Lt A. De Bondt)
14de Compagnie Anti-Tankkanonnen C47 (Lt W. Cottenie)
15de Compagnie Mortieren M76 (Cdt E. Christiaens)
Stafcompagnie (Luitenant J.P. Eeckman)
Geneeskundige Compagnie (Geneesheer Kapitein F. Simar)
Peloton Verkenners (Onderluitenant W. Willems)

Tijdens de mobilisatie

Staf/22Li
Het 22ste Linieregiment (22Li), een infanterieregiment van Eerste Reserve, is een ontdubbelingsregiment van het in vredestijd te Gent gekazerneerde 2de Linieregiment (2Li). Het 22Li wordt op 1 september 1939 gemobiliseerd bij afkondiging van Fase C van het mobilisatieplan en wordt samen met het 2de Linieregiment en het 23ste Linieregiment (23Li) onder bevel geplaatst van de 12de Infanteriedivisie (12Div). Het regiment wordt bevolen door Kolonel Pletinckx. Na een korte periode in het Bruggenhoofd Gent verhuist de eenheid op 4 oktober samen met de rest van de 12Div naar de sector Massenhoven – Herentals aan het Albertkanaal. Eind november wordt de 12Div naar Bergen gestuurd. Op 4 januari 1940 verlaat de divisie Bergen om te verhuizen naar de rand van de Versterkte Positie Antwerpen (VPA). In januari 1940 neemt de 12Div stelling achter de anti-tankgracht [1] van de Versterkte Positie Antwerpen (VPA) tussen het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten [2] en het Albertkanaal.

Opstelling van de 12de Infanteriedivisie op 9 mei 1940

De 12Div stelt de drie infanterieregimenten op in lijn, het 22Li neemt de noordelijke ondersector van de divisie voor zijn rekening en bemant posities tussen het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten in het noorden en het Fort van ’s Gravenwezel in het zuiden. Links van 22Li, ten noorden van het kanaal, staat het 34ste Linieregiment (34Li) van de 13de Infanteriedivisie (13Div) opgesteld terwijl rechts het 2Li heeft stelling genomen. Ten oosten van de anti-tankgracht houdt de 18de Infanteriedivisie (18Div) zich klaar om een vertragend manoeuvre uit te voeren tussen het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten (Vooruitgeschoven Stelling) en het Albertkanaal (Dekkingsstelling). Voor de stellingen van de infanterieregimenten van de 12Div voert het Eskadron Wielrijders van de 12Div (EskCy 12Div) verkenningen uit. In de ondersector van 22Li bevindt zich de Schans van Oudaan  [3]. De Schans van Oudaan is één van de oude vestingen van WOI die tijdens het interbellum werd ingericht tot infanteriesteunpunt. Dit kleiner bolwerk is een tussenfort tussen de forten van ’s Gravenwezel en Schoten en ligt ongeveer 800m achter de anti-tankgracht. De schans wordt bemand door manschappen van de 9Cie van het 1ste Regiment Vestingseenheden (1SVE).

Het 22Li kan rekenen op de vuursteun van de IIIde Groep van het 7de Regiment Artillerie (7A). III/7A heeft  stelling genomen in het gehucht Schoten-Bos.

I/22Li
Op 3 april 1940 neemt OLt Degroote van de 4Cie Mitrailleurs van I/22Li de bunker Y14 over van de 2de Directie van de Genie en de Versterkingen (2DGnV). Het betreft een bunker van de 2de Lijn die de dode hoeken opvult van de Interval- en flankeringbunkers van de anti-tankgracht [4].

II/22Li
In april 1940 neemt Lt De Bruyn van de 8Cie Mitrailleurs van II/22Li de bunkers Y18 tot Y23 over van Lt  SBH Hiernaux van de 2DGnV.

IV/22Li
Op 3 april 1940 neemt OLt Gerard Verhé, van de 13Cie Mitrailleurs van IV/22Li, de bunkers Y13, Y15 en Y16 over van de 2DGnV.

Staf/22Li
Het divisiehoofdkwartier staat opgesteld in het oude Fort 2 te Wommelgem. Kort na middernacht alarmeert de divisiestaf alle eenheden. Ook bij het 22Li wordt tegen de ochtend iedereen op de gevechtsstellingen geplaatst. Het eskadron wielrijders van de divisie vertrekt naar haar alarmstellingen op de noordelijke oever van het Albertkanaal te Schilde en Oedelem.

Kolonel A. Pletinckx

I/22Li
Het Iste Bataljon, bevolen door Majoor ridder Feyerick, bezet het rechter voorvak. I/22Li maakt de junctie met het 2Li ter hoogte van het Fort van ’s Gravenwezel.

II/22Li
Het IIde Bataljon (II/22Li), onder bevel van Majoor Louis, bezet het linker voorvak en maakt de junctie met het 34Li dat ten noorden van het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten staat opgesteld.

III/22Li
Het IIIde Bataljon (III/22Li), onder bevel van  Majoor Belleter, bezet na ontvangst van het alarm de tweede linie. Het III/22Li krijgt het tactische bevel over de 9de Compagnie van het 1SVE. Deze compagnie, bevolen door Luitenant  Janssens, bemant de schans van Oudaan en richt er een infanteriesteunpunt in met een achttal mitrailleurstellingen.

IV/23Li
De mitrailleurs, anti-tankkanonnen en mortieren van het IVde Bataljon (IV/22Li) worden zoals gebruikelijk in versterking gegeven aan de bataljons in eerste lijn. IV/22Li wordt bevolen door Majoor Kesterman.

Staf/22Li
Vanaf de ochtend stromen Franse colonnes door de sector van de 12de infanteriedivisie. De eenheden behoren tot het Franse 7de leger en zijn onderweg naar Nederland om er zoals afgesproken onze noorderburen bij te staan.

Soldaat Linus Verbrugghe en zijn kameraden van de medische dienst van het 22Li (foto Guy Verbrugghe).

Staf/22Li
Het IVde legerkorps meldt aan de 12de infanteriedivisie dat de eerste troepen van de 18de divisie zich door hun sector zullen terugtrekken na afloop van hun opdracht aan het Verbindingskanaal Maas-Schelde.

Lt Van Severen (links), Cdt Van de Putte (midden) en de 7de compagnie te ’s Gravenwezel (foto AMSAB).

Staf/22Li
Het Franse 7de leger beslist om Nederland opnieuw te verlaten en de eerste hun troepen trekken opnieuw door de sector van de 12de divisie, maar dan wel in zuidelijke richting. Rond het middaguur wordt gemeld dat de Duitse voorhoeden te Sint-Lenaarts het Verbindingskanaal Maas-Schelde bereikt hebben.

Het gros van de 18de Infanteriedivisie trekt nu door de Versterkte Positie Antwerpen en begeeft zich richting Deurne.

De Duitse opmars nadert langzaam maar zeker de vesting Antwerpen. De Belgische genie vernielt de bruggen op het eerste gedeelte van Verbindingskanaal Maas-Schelde en voert wegvernielingen uit op de invalswegen uit Turnhout. Als een der laatste geallieerde eenheden sukkelen de Franse 4de Dragons over de vernielde kruispunten na hun terugtocht uit Oostmalle.

Staf/22Li
Het Groot Hoofdkwartier besluit tot het verlaten van Antwerpen en de K.W. Stelling. Het veldleger moet in drie nachtelijke etappes naar een nieuwe linie tussen Terneuzen, Gent en Oudenaarde. De 12de infanteriedivisie zal zich tijdens de tweede nacht terugtrekken.

Er wordt die middag een luchtlanding gevreesd en het regiment krijgt het 1ste peloton van het eskadron wielrijders van de divisie in versterking voor het uitvoeren van anti-parachutistenacties.

Soldaat Linus Verbrugghe en zijn kameraden tijdens de mobilisatie (foto Guy Verbrugghe).

Staf/22Li
Op het middaguur maken de troepen van het nabije 23Li contact met de vijand. Er breken vuurgevechten uit maar de vijand dringt niet aan om tot het Albertkanaal door te stoten, wetende dat een oversteek over de Nete zal plaatsvinden.

Tijdens de namiddag geeft Kolonel Pletinckx ook de nodige orders aan de 9de compagnie van de Speciale Vestingseenheden: de lichte Maxim mitrailleurs zullen bij de aftocht toegevoegd worden aan de 12de compagnie van het 22Li, terwijl de zware mitrailleurs de 15de compagnie van het 22Li zullen versterken.

In de avond van 17 mei trekt het 22 Li zich terug uit de buurt van Antwerpen om te Wommelgem het Albertkanaal over te steken. De aftocht gaat vervolgens verder via Wommelgem, Borsbeek en Edegem. Het regiment zal via de de militaire noodbrug van Hemiksem de Schelde oversteken voor de verdere terugtocht richting Vlaanderen .

Staf/22Li
De regimenten van de divisie komen aan in hun kantonnementszone op de linkeroever tussen Kruibeke en de samenvloeiing van de Durme en de Schelde. Het 22Li bereikt via Hemiksem en Bazel het gehucht Steendorp ten oosten van Temse, waar gekantonneerd wordt. Om aan de aandacht van de Luftwaffe te ontsnappen wordt getracht om overdag zoveel mogelijk manschappen binnenshuis te laten blijven.

De 12de infanteriedivisie krijgt nieuwe bevelen en zal nu in reserve geplaatst worden achter het Afleidingskanaal van de Leie. Het gros van de infanterie moet per trein in één ruk tot achter het kanaal gebracht worden. De overige eenheden moeten zich te voet verplaatsen. De divisie zal er de sector Zomergem gaan bezetten. De verschillende regimenten moeten er kantonneren het gebied Zomergem-Hansbeke-Bellem-Ursel.

Het 22Li trekt die avond nog via Hogenakker, Elverzele en Waasmunster richting Lokeren. Daar zijn de manschappen getuige van het bombardement op de stationsomgeving. De buurt is er zo erg aan toe dat de geplande afreis per trein niet door kan gaan. Het 22Li laat dan maar naar Zeveneken marcheren.

Initiële opstelling voor de verdediging van de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde.

Op weg naar Gent, slaagt een detachement van het IIIde bataljon van het 22Li er in om de Beervelde de trein te nemen. De rit brengt hen via Gent, Deinze, Waregem en Harelbeke naar Kortrijk.

Intussen is de rest van het regiment te voet onderweg.

Na een oponthoud te Kortrijk kan de trein met de troepen van het IIIde bataljon over Tielt, Torhout en Brugge naar Hansbeke rijden.

Inmiddels bereikt het gros van het 22Li na een tweede etappe te voet eveneens het dorp Hansbeke rond 23u00. Van daar uit wordt direct doorgemarcheerd naar Zomergem waar de manschappen ingekwartierd worden.

Tijdens de conferentie van Ieper besluiten de geallieerden dat de Belgen zich zullen terugtrekken van de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde. Er zal een nieuwe linie uitgebouwd worden over het Leopoldkanaal, het Afleidingskanaal van de Leie en de Leie zelf. Deze linie zal op 23 mei volledig moeten zijn. Het IIde legerkorps wordt met de 11de en 12de infanteriedivisies toegewezen aan het Afleidingskanaal van de Leie.

Het 22Li verblijft in zijn nieuwe kantonnementen en vangt de laatkomers op. Er ontbreken nog heel wat militairen op het appel.

Een twintigtal manschappen en onderofficieren en twee officieren van de 9de compagnie van de Speciale Vestingseenheden worden bij de 9de compagnie van het 22Li gevoegd.

Het regiment is nog steeds te Zomergem. Het ontbreekt hen nog steeds aan munitie en collectieve bewapening.

De medische ploeg van de 12de compagnie van het 22Li (foto Ben De Staercke).

Het regiment bevindt zich nog steeds binnen de zone van het IIde Legerkorps dat verantwoordelijk wordt voor de verdediging van het gedeelte van het Afleidingskanaal van de Leie dat zich uitstrekt van de omgeving van Langestraat in het noorden tot het Kanaal Gent-Brugge in het zuiden. Deze zone is verdeeld in twee sectoren: de 12de Infanteriedivisie verdedigt de noordelijke sector en de 11de Infanteriedivisie de zuidelijke sector.
De regimenten van de 12de divisie worden van uit hun kantonnementen op hun gevechtsposities ontplooid. Het divisiehoofdkwartier wordt verplaatst naar Ursel, gevolgd door het eskadron wielrijders van de divisie. Aan het kanaal zal het eerste echelon bemand worden door het 23Li op de linkerflank en het 2Li op de rechterflank. Het 22Li zal het tweede echelon innemen. Alle eenheden zetten zich tussen 05u00 en 06u00 op weg.

De eerste bestemming voor de manschappen wordt het dorp Raverschootbrug aan de kanaaloever. Hier worden de ganse dag veldversterkingen aangelegd. Tijdens de late namiddag marcheert het regiment naar Bellem waar opnieuw schuttersputjes en loopgrachten moeten worden gegraven. Het rijpende graan in de velden wordt er gemaaid om het schootsveld vrij te maken.

Het 22Li neemt ten slotte positie in achter het 2Li en het 23Li ten oosten van Drongengoed Bos en Ursel met van noord naar zuid het IIde, Iste en IIIde bataljon in lijn. De overgebleven zware wapens van het IVde bataljon worden verdeeld opgesteld.

De 12de Infanteriedivisie van Luitenant-generaal De Wulf bevindt zich nu aan het Afleidingskanaal tussen Veldekens en Ronsele. Het 2Li ligt op rechts, het 23Li op links. Van elk bataljon bevinden zich twee bataljons in de voorste vuurlinie. Het 22Li bezet het tweede echelon. De manschappen hebben zich de voorbije 36 uur op verschillende stellingen moeten ingraven en zijn bijzonder vermoeid.

Het 22Li wacht van op het tweede echelon de Duitse aanval op het Afwateringskanaal af. Die namiddag slagen de Duitsers er in om bij het I/2Li het kanaal over te steken op de scheidingslijn tussen het 2Li en het 23Li. De beide bataljons zetten verschillende eenheden in om de aanval in te dijken en worden hierbij gesteund door het eskadron wielrijders van de 12de divisie. Het 22Li is voorlopig niet betrokken bij de gevechten en wacht af terwijl de Belgische tegenaanval zich ontwikkeld.

Omstreeks 04u15 wordt ook het I/22Li bij de aanval gevoegd. Het bataljon valt aan over een front van zo’n 650 m met de 2de compagnie op links, de 3de in het midden en de 1ste compagnie en het eskadron cyclisten van de divisie op rechts.

De 2de compagnie moet al snel zijn bevelhebber Luitenant Bruyseraede gewond achterlaten en komt slechts traag vooruit.

Ook de 3de compagnie heeft moeite om de aanval verder te zetten. Majoor Feyerick spoort de manschappen aan om toch maar blijven op te rukken. De 1ste compagnie komt het snelst vooruit en zuivert de huizen langsheen de baan naar Ronsele. Hun chef, Kapitein-commandant Baeten, moet echter eveneens gewond afgevoerd worden.

Pas tegen de morgen slagen de Belgen erin de kanaaloever te bereiken. De T13 van het eskadron wielrijders neutraliseert verschillende Duitse mitrailleursnesten en vernietigt de voetbrug met zijn 47mm-kanon. De Duitsers zitten gevangen. 235 man, waaronder 5 officieren geven zich over en worden door de Belgen afgevoerd. De overwinningsroes verdwijnt snel wanneer de Duitsers later op de dag voldoende troepen aangevoerd hebben om een brede aanval langsheen het ganse kanaal te lanceren.

Staf/22Li
Na de succesvolle tegenaanval is de westelijke oever van het Afleidingskanaal van de Leie volledig gezuiverd van vijandelijke elementen en opnieuw in Belgische handen. De invaller wil echter al snel een tweede poging wagen en lanceert vanaf 10u30 een reeks intense luchtaanvallen op de Belgische linies. De Duitse artillerie begint een nieuw voorbereidend bombardement rondom 13u00. De intensiteit van het bombardement neemt om 16u30 sterk toe en drie kwartier later volgt een nieuwe infanterieaanval.

Met een dubbele oversteekpoging in de ondersectoren van het 23Li en het 2Li kan de Duitse infanterie al snel twee kleine bruggenhoofden uitbouwen. Daarbij worden enerzijds het II/23Li en de staf van het 23Li al snel met overrompeling bedreigd. Te Stoktevijver maakt de vijand dan weer contact met het II/2Li en het III/2Li en ook hier worden de Belgische linies ingedeukt.

Het II/22Li krijgt het bevel een tegenaanval te ondernemen naar de stellingen van het 23Li via de as Most-Leischoot. Het III/22Li moet het 2Li gaan ontzetten met een tegenactie richting Ronsele en Stoktevijver.

De troepen van het II/22Li zetten zich als eerste in beweging. Met drie compagnies in lijn wordt gevorderd naar de ondersector van het 23Li. De tegenaanval bloedt dood nog voor de eerste eenheden Oostwinkel kunnen bereiken. Rond 20u00 is de situatie bij het 23Li bijzonder verward.

Later op de avond wordt het duidelijk dat het 23Li niet langer stand kan houden en zich van de kanaalzone terugtrekt. De tegenaanval van het II/22Li is nu volledig mislukt. Het I/29Li en het III/29Li van de naburige 11de infanteriedivisie worden ter versterking naar de ondersector van het 22Li gestuurd.

Rond Stoktevijver is ook het I/2Li is onder zware druk komen te staan. Het zuidelijke bataljon 2Li is daarentegen nog steeds meester van de meeste delen van de kanaaloever. Het 2Li bezet eveneens een tweede echelon aan de rand van een bos zo’n kilometer ten oosten van Ronsele. De tegenaanval van het III/22Li heeft meer ietwat succes en het bataljon slaagt er in op te rukken van zijn linies tussen Rijvers en de Urselse bossen naar de infiltratiezone rond Stoktevijver. De Belgen komen echter slechts bijzonder traag vooruit waardoor de vijand het overwicht kan behouden. Het bataljon blijft nog enige tijd oprukken richting Leischoot en splitst een deel van zijn manschappen af voor een bijkomende vorderingspoging naar Ronsele.

De beide detachementen slagen er toch in om tijdens de nacht de kanaaloever in het vizier te krijgen en de verlaten loopgraven gedurende enige tijd opnieuw te bezetten. Het III/22Li kan contact maken met de detachementen van het 2Li.

Krijgsgevangenen/22Li
Te Stoktevijver worden heel wat manschappen van de 1Cie van I/22Li krijgsgevangen genomen. Terwijl de colonne krijgsgevangen van de frontlijn wordt weggevoerd vallen ze onder Belgisch artillerievuur. Bij de beschieting komen de Sergeanten Auwerx en Ostijns, de Korporaal Mastelinck en de Soldaten Daeleman, De Cock, De Saele, Heytens, Ronsse, Teerlinck en Verplaetse om het leven. De Soldaten Van De Velde en Van Hyfte overleven de artilleriebeschieting en worden samen met de rest naar het Gentse afgevoerd.

De bevelhebber van het 29Li maakt contact met de staf van het 22Li in een bosrand ten noorden van Ursel. De stafofficieren van het 22Li zijn op nog post, maar de manschappen van de stafcompagnie hebben het hazenpad gekozen. De troepen van het Iste en IIIde bataljon van het 22Li arriveren eveneens te Ursel en verspreiden zich over het bos en de omliggende velden. De ganse buurt is echter verzadigd met Duitse eenheden en de Belgen die het 22Li ter hulp moeten schieten, vallen zelf onder hevig vuur van automatische wapens.

Het 22Li kan nog een dwarsstelling bezetten met elementen van het III/22Li vanaf het gehucht Ronselestraat tot aan de kanaaloever. Veel meer dan één compagnie blijft er niet over van dit bataljon. De Duitsers blijven aandringen en zullen die dag Kruipuit, Oostwinkel en Leischoot bezetten. De restanten van het 22Li vluchten verder weg.

Rond 10u00 vaardigt het IIde legerkorps nieuwe bevelen uit voor de terugtocht. De 12de divisie zal naar het gebied rond Den Hoorn ten westen van Knesselare gestuurd worden. De divisie zal voorlopig nier meer ingezet worden.

Het III/22Li bereikt als enige georganiseerde eenheid van het regiment de gemeente Straden rond 17u00, samen met het gros van het 2Li. Talrijke eenheden van de 12de divisie zijn echter volledig uiteengeslagen zijn uiteengeslagen en vluchten weg in kleine groepjes. Enkele detachementen komen terecht in de sector van de 11de Infanteriedivisie waar ook al allerlei eenheden door elkaar lopen. Tijdens de avond en nacht slagen het Iste, IIde en IVde bataljon er alsnog in om zo’n 500 ronddwalende militairen te verzamelen te Oostkamp.

In de nacht van 27 op 28 mei wordt het vaandel van het 22Li in de abdij te St-Andries bij Brugge verborgen.

Duitse militairen aanschouwen een Vickers Utility B trekker bij de capitulatie.

Staf/22Li
Het 22Li is niet langer strijdvaardig. Het samenraapsel dat te Oostkamp verzamelde wordt tijdens de nacht van 27 op 28 mei doorgestuurd naar Oudenburg. Pas als ze hier aankomen wordt de regimentscommandant ingelicht over de nederlaag. De eerste Duitse troepen komen te Oudenburg aan rond 10u30.

III/22Li
Het III/22Li bereikt tijdens de nacht van 27 op 28 mei de westrand van de baan van Ruddervoorde naar Torhout. De troepen houden hier halt en worden tijdens de ochtend op de hoogte gebracht van de Belgische overgave.


Krijgsgevangenen/22Li
Te Oudenburg worden alle wapens en uitrusting in een aantal toegewezen velden gedeponeerd worden. De manschappen blijven te Oudenburg enkele dagen doelloos afwachten. Na de Belgische capitulatie is de bezetter geconfronteerd met een grote massa Belgische en Franse krijgsgevangenen die op één of andere manier naar Duitsland moeten worden overgebracht. Pas op 1 juni krijgen ze orders van de Duitsers om te vertrekken.

Reisweg van de Rhenus 127 op 30 mei 1940 van Walsoorden tot Willemstad.


Krijgsgevangenen/22Li
Om de evacuatie van de krijgsgevangen naar Duitsland snel te laten verlopen wordt geopteerd voor het vervoer per rijnaak. Vanuit het Gentse worden de gevangen militairen via Axel en Zaamslag naar Walsoorden in Zeeuws-Vlaanderen gebracht. Hier wordt ingescheept om via het “Kanaal door Zuid-Beveland”, het Hollands Diep, de Waal en de Rijn richting Duitsland te varen. Op donderdag 30 mei vertrekt rond 09u00 een konvooi van vier schepen richting Duitsland. Het schip de “Rhenus 127”, met aan boord uitsluitend Belgische krijgsgevangenen, vaart als tweede in het konvooi. Rond 19u30 wordt het Hollands Diep bereikt ter hoogte van Willemstad. Hier loopt het schip op een magnetische mijn die door de Duitse luchtmacht werd gedropt aan het begin van de oorlog. Aangezien er geen inschepingslijsten werden opgesteld is niet geweten hoeveel Belgische militairen aan boord waren. Er wordt aangenomen dat er ongeveer 1.200 man werd ingescheept, onder hen een aantal van het 22Li. In totaal worden 167 lichamen geborgen, vermoedelijk ligt het aantal slachtoffers nog hoger. Het 22Li telt 2 geïdentificeerde slachtoffers, de Soldaten René Van De Velde en Ghislain Van Hyfte [6].

Transport van krijgsgevangen per overbevolkte Rijnaken naar Duitsland

Na de capitulatie
Krijgsgevangenen/22Li
Op 1 juni zal het regiment samen met de rest van de divisie naar Kaprijke en Bassevelde marcheren. De troepen zullen hier een tiental dagen verblijven alvorens in krijgsgevangenschap te vertrekken. De manschappen mogen er vrij rondlopen en enkelen maken er van de gelegenheid gebruik om de plaat te poetsen en naar huis terug te keren. Op 11 juni tenslotte worden de reservekaders en de miliciens gedemobiliseerd en vrij gelaten.

Slachtoffers

Bibliografie en Bronnen

  1. De oude forten en schansen van de VPA zijn verbonden door een nieuw aangelegde anti-tankgracht. De graafwerken voor de anti-tankgracht werden gestart in 1939 en de gracht werd pas voltooid in mei 1940. Vanuit de forten en de schansen kan scherend vuur afgegeven worden over de anti-tankgracht. Tussen de forten en schansen werden nieuwe bunkers gebouwd. De hoofdwegen die de anti-tankgracht kruisen konden worden afgesloten met Cointet-elementen, de secundaire wegen waren voorzien van wegneembare militaire bruggen. Gedetailleerde beschrijving van de bunkers langs de anti-tankgracht te noorden en oosten van de VPA [On line beschikbaar]: http://www.antitankgracht.be/index.php/de-bunkers [Laatst geraadpleegd 24 maart 2019]
  2. Het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten is één van de zeven Kempische kanalen die de Maas met de Schelde verbinden. [On line beschikbaar]: https://binnenvaartinbeeld.com/nl/kanaal_dessel_turnhout_schoten/kanaal_dessel_turnhout_schoten [Laatst geraadpleegd 09 februari 2019].
  3. Achtergrondinformatie bij en foto’s van de Schans van Oudaan [On Line beschikbaar]: http://www.fortengordels.be/forten/schans-oudaan [Laatst geraadpleegd 07 februari 2019]
  4. Niettegenstaande het 22Li al sinds januari 1940 stelling heeft genomen achter de anti-tankgracht zijn nog niet alle voorziene bunkers klaar voor gebruik. Zo wordt de aanbesteding voor de 2de lijn bunkers pas toegekend op 16 oktober 1939. Informatie met betrekking tot de bouw van de anti-tankgracht en de timing van de werken [On line beschikbaar], http://www.antitankgracht.be/index.php/de-bunkers/2de-lijn-bunkers [Laatst geraadpleegd op .
  5. Sergeant Aloïs Lemaire, Korporaal Jules Vael en Soldaat Renaat De Clercq overlijden aan eerder opgelopen verwondingen in het Militair Reserve Hospitaal Nr 33 dat zich in de Abdij van Zevenkerken te Sint-Andries (nabij Brugge) bevond. Sgt Lemaire en Sdt De Clercq  zijn begraven op het militair ereperk vlakbij de Abdij.
  6. De Soldaten Van De Velde en Van Hyfte die omkwamen bij de ramp met de Rhenus te Willemstad (NDL) zijn niet krijgsgevangen genomen op het einde van de veldtocht aangezien deze krijgsgevangenen tot 1 juni in Oudenburg verbleven. Daar zij behoren tot de 1Cie van I/22Li zijn ze allicht gevangen genomen op 26 mei en hebben ze de artilleriebeschieting op de colonne krijgsgevangen van 1/I/22Li allicht overleefd.