33ste Linieregiment

Situatie op 10 mei 1940

Type Infanterieregiment van de tweede reserve
Ontdubbeld van 3de Linieregiment
Taalstelsel Nederlandstalig
Onderdeel van 13de Infanteriedivisie
Bevelhebber Kolonel Léon De Waele
Adjudant-Majoor Kapitein-commandant G. Devos
Standplaats Versterkte Positie Antwerpen
Commandopost te Brasschaat
Samenstelling I Bataljon (Majoor D. De Coen) 1ste Compagnie Fuseliers (Lt C. De Ketelaere)
2de Compagnie Fuseliers (Lt V. Dubois)
3de Compagnie Fuseliers (Lt F. Verhasselt)
4de Compagnie Mitrailleurs (Cdt S. Warnier)
II Bataljon (Kapitein-commandant F. Leonard) 5de Compagnie Fuseliers (Cdt C. Mesure)
6de Compagnie Fuseliers (Lt W. Lambin)
7de Compagnie Fuseliers (Cdt A. Creyf)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Lt R. Canva)
III Bataljon (Kapitein-commandant A. Lacroix) 9de Compagnie Fuseliers (Lt D. Boon)
10de Compagnie Fuseliers (Cdt J. Knaepen)
11de Compagnie Fuseliers (Lt P. Adriaenssens)
12de Compagnie Mitrailleurs (Cdt F. Genotte)
Stafcompagnie (Kapitein-commandant F. Van De Weyer)
Geneeskundige Compagnie (Geneesheer Luitenant R. De Bruycker)
Peloton Verkenners (Onderluitenant G. Petit)

Tijdens de mobilisatie

Staf/33Li
Het 33ste Linieregiment (33Li) wordt in oktober 1939 gemobiliseerd als ontdubbelingsregiment van het 3de Linieregiment (3Li). Het 33Li wordt toegevoegd aan de 13de Infanteriedivisie (13Div), een divisie van tweede reserve. De tweede reserve was in hoofdzaak samengesteld uit miliciens van de oudere klassen 28, 29, 30 en 31. In de infanterieregimenten van de tweede reserve ontbreekt, in tegenstelling tot de actieve infanterieregimenten, het vierde bataljon met de zware mitrailleurs, de zware mortieren en de anti-tankkanonnen C47mm. De fuseliers kregen in hoofdzaak oude Belgische Mauser geweren uit 1889 en Franse Chauchat lichte mitrailleurs die in 1915 aangekocht werden. Bovendien ontbrak het aan DBT granaatwerpers en moesten de mannen het stellen met Vivien Bessières tromblons die op de loop van een Lebel geweer gevezen kunnen worden en een dracht van nauwelijks 150m hadden.

Forten van Antwerpen waarvan een gedeelte opnieuw gebruikt werd voor de verdediging van VPA.

De twee andere infanterieregimenten van de 13Div zijn het 32ste Linieregiment (32Li) en het 34ste Linieregiment (34Li). Het 33Li wordt bevolen door Kolonel De Waele die wordt bijgestaan door Kapitein-commandant Devos als Adjudant-majoor. Aansluitend op de mobilisatie vertrekt het 33Li, tezamen met de rest van de 13Div, per spoor naar het Kamp van Beverlo. Te Beverlo wordt een doorgedreven training uitgevoerd van 24 oktober tot 9 november. Op 9 november wordt het regiment per vrachtwagen naar Lummen gebracht om er een ondersector achter het Albertkanaal in te nemen. Op 3 maart 1940 wordt het 33Li aan het Albertkanaal afgelost om stelling te nemen in het Bruggenhoofd Gent. Te Gent worden bataljonsmanoeuvres afgewisseld met alarmoefeningen. Op 1 april krijgt het regiment de opdracht om zich tijdens de nacht van 4 op 5 april naar de Versterkte Positie Antwerpen (VPA) te begeven. De commandopost van het regiment wordt opgesteld te Brasschaat. De Versterkte Positie Antwerpen was niet zonder belang voor de verdediging van het land. De VPA vormt het scharnierpunt voor de Alarmstelling langs de Belgisch Nederlandse grens, de Vooruitgeschoven Stelling achter het kanaal Dessel-Turnhout-Schoten, de Dekkingsstelling achter het Albertkanaal, de Weerstandsstelling langs de lijn Koningshooikt – Waver en het Nationaal Bolwerk (oftewel Reduit National) langs de Schelde.

De divisiestaf geeft op 5 mei aan zijn infanterieregimenten opdracht om in de schoot van elke compagnie een verkenningspatrouille bestaande uit een korporaal en zes fuseliers samen te stellen en op te leiden. Deze patrouilles moeten in staat zijn om inlichtingen te verzamelen voor de eigen linies. Dit om het ontbreken van de Wielrijdersgroep van de 13Div (GpCy 13Div) te compenseren. Initieel werd beroep gedaan op de pelotons verkenners van de regimenten om inlichtingen in te winnen maar het beschikbaar aantal pelotons is onvoldoende om aan de vraag naar inlichtingen te voldoen. De verkenningscapaciteit van 33Li wordt door de maatregel verveelvoudigd.

Aan de vooravond van de oorlog staat de 13Div nog steeds opgesteld in de Versterkte Positie Antwerpen en beveiligt er de noordoostelijke sector tussen Kapellen en het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten [1]. In tegenstelling tot Luik en Namen werden de oude forten te Antwerpen niet herbewapend, maar ingericht als infanteriesteunpunten. Vanaf het midden van de jaren ’30 wordt in elk fort een aantal stellingen voor mitrailleurs en klein antitankgeschut gebouwd. Aan elk fort is een compagnie van het 1ste Regiment Speciale Vestingseenheden  toegewezen. Deze compagnieën bestaan uit een honderdtal militairen en zijn uitgerust met een dozijn zware en lichte mitrailleurs. De oude forten en schansen zijn verbonden door een nieuw aangelegde anti-tankgracht [2]. Vanuit de forten en de schansen kan scherend vuur afgegeven worden over de anti-tankgracht. Geïntegreerd in de stelling van het 33Li bevindt zich de Schans Drijhoek.

Opstelling van het 33Li langs de anti-tankgracht op 10 mei 1940 (projectie op recente kaart).

Opstelling van het 33Li langs de anti-tankgracht op 10 mei 1940 (projectie op recente kaart).

De drie infanterieregimenten van de 13Div staan opgesteld in lijn achter de anti-tankgracht. Het 33Li bevindt zich op de hoofdkrachtinspanning  van de 13Div en bezet de midden ondersector rond Brasschaat. De middenondersector is smaller dan de twee andere ondersectoren en met telkens één bataljon in eerste en tweede lijn redelijk dicht bezet. Het 32Li richt de linkerflank in ten noorden van Kapellen en het 34Li bemant stellingen op de rechterflank tot aan het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten. Het regiment zal rechtstreekse artilleriesteun ontvangen van de IIde Groep van het 21ste Regiment Artillerie (II/21A) en de 1ste Sectie van de 10de Batterij van de IVde Groep van het 3de Regiment Legerartillerie (10/IV/3LA) uitgerust met vier loopgraafmortieren van het type Mortier Van Deuren 58L (MVD 58L).

I/33Li
Het Iste Bataljon staat opgesteld rondom de Voshollei ten zuiden van Brasschaat als het reservebataljon van de 13de Infanteriedivisie. De divisiereserve bevindt zich op de hoofdkrachtinspanning van de divisie. Het I/33Li moet ook een detachement van 125 man leveren om de voorbereide vernielingen in het voorgebied van de 13Div te bewaken. De voorbereide vernieling op de Bredabaan, ter hoogte van de Schans van Drijhoek in het bataljonsvak van III/33Li, wordt ook bewaakt door een peloton van I/33Li. De vernieling bestaat uit een chicane die de toegangsweg tot de VPA gedeeltelijk afsloot. Onder de chicane is een springlading van 750 Kg aangebracht om de de Bredabaan af te grendelen in geval van een Duitse nadering richting Antwerpen.

II/33Li
Het IIde Bataljon, onder bevel van Kapitein-commandant Leonard, vormt de tweede linie. De bataljonsstellingen lopen ongeveer 1 Km ten noorden van het dorp Brasschaat. Het regiment heeft uitkijkposten op de watertoren van Brasschaat en tussen de linies van het IIIde en het IIde Bataljon.

 III/33Li
Het IIIde Bataljon staat opgesteld in eerste lijn en bemant de loopgrachten achter de anti-tankgracht. Het bataljon heeft postgevat tussen het II/32Li en het II/34Li en stelt van west naar oost de 9de, 10de en 11de Compagnie op één enkele lijn op. III/33Li wordt versterkt met een peloton C47 anti-tankkanonnen (vier stuks geschut) en de mitrailleurs van de Schans van Drijhoek. III/33Li moet twee overgangen over de anti-tankgracht afgrendelen. In eerste prioriteit de Bredabaan die een belangrijke invalsweg is naar Antwerpen, in tweede prioriteit een overgang ter hoogte van het gehucht Bethanië in het noorden van het bataljonsvak.

Detachement Hautecler/33Li
Luitenant Hautecler van I/33Li, is afgedeeld met een vernielingsdetachement van ongeveer 125 manschappen van zijn bataljon om vijf voorbereidde vernielingen tussen de Belgisch-Nederlandse grens en de VPA te bewaken. Het detachement staat rechtstreeks onder bevel van het Vde Legerkorps (V/LK) en heeft een directe telefoonverbinding met het HK van het V/LK dat zich in de Kazerne 7/8 te Berchem bevindt. De commandopost van Lt Hautecler bevindt zich op 9 mei in het gehucht Wuustwezel-Grens. Twee ploegen bevinden zich op de Bredabaan, twee op de baan naar Loenhout en één op de baan naar Brecht. Tussen de douane-post van Wuustwezel-grens en de Belgisch-Nederlandse grens heeft de genie op de Bredabaan zes schachten geboord die elk gevuld zijn met een springlading van 300 kg en door manschappen van het detachement bewaakt worden.

Forten van Antwerpen waarvan een gedeelte opnieuw gebruikt werd voor de verdediging van VPA.

Staf/33Li
Om 01u30 ontvangt het regiment van de divisiestaf de afkondiging van het algemeen alarm en worden alle verlofgangers teruggeroepen.  Onmiddellijk na de afkondiging van het algemeen alarm wordt 33Li om 02u35 door de Staf/13Div op de hoogte gebracht dat alarmstadium II van kracht wordt voor de VPA. Het regiment moet voor 05u00 zijn stellingen innemen. Voor de eenheden opgesteld in de VPA gelden immers specifieke alarmmaatregelen die gaan van alarmstadium I tot V, de hoogste graad van alarm. De Staf/33Li wordt in zijn commandopost te Brasschaat iets na 06u00 verwittigd van de afkondiging van de algemene mobilisatie naar aanleiding van de Duitse inval. Tegelijkertijd beveelt de 13Div om over te gaan naar alarmstadium III. Dit betekent dat de wegen die de anti-tankgracht kruisen richting Nederland en Kempen nog wel open blijven, maar dat alle verkeer voortaan gecontroleerd wordt. De schoots- en waarnemingsvelden oost van de anti-tankgracht worden vrijgemaakt door ondermeer het kappen van struiken en maaien van gewassen. Het regiment werkt hard om zijn stellingen te verbeteren, maar mag de schootsvelden nog niet vrijmaken voor het 2de Echelon en op de geplande dwarsstellingen. Kolonel De Waele inspecteert de uitvoering van de werken en stelt vast dat nog heel wat burgers geen gehoor hebben gegeven aan het evacuatiebevel om de zone voor de anti-tankstelling te ontruimen. In samenwerking met de lokale politie worden patrouilles uitgestuurd om het evacuatie bevel te overhandigen aan de achterblijvers [5]. Overvliegende vijandelijke vliegtuigen zorgen ervoor dat de werken meermaals dienen gestaakt te worden. Het Franse 121e Régiment d’Infanterie Motorisé [8] komt vanaf de late namiddag aan te Brasschaat als onderdeel van de opmars van het Franse 7de Leger [7(FRA)Leger] naar Breda en Noord-Brabant [3].

III/33Li
Net zoals elders binnen de Versterkte Positie Antwerpen, krijgen de bataljonscommandanten ook het tactische bevel over de forten en schansen die binnen hun kwartieren liggen. Zo beveelt Kapitein-commandant Lacroix nu naast zijn eigen troepen ook de Schans van Drijhoek waar de 7de Compagnie van het 1SVE een aantal mitrailleursnesten bemant. Lacroix installeert zijn commandopost in een Duitse bunker uit WOI op een honderdtal meter ten westen van de Bredabaan.

Schans van Drijhoek in het bataljonsvak van III/33Li

Schans van Drijhoek in het bataljonsvak van III/33Li

Detachement Hautecler/33Li wordt detachement Wijffels/33Li
In de vroege ochtend wordt het detachement opgeschrikt door een aantal explosies ten noorden van de grens. De Nederlanders zijn blijkbaar gestart met het tot ontploffing brengen van de voorbereide vernielingen op de naderingswegen naar België. Rond 18u00 wordt Lt Hautecler op de hoogte gebracht dat hij wordt afgelost door OLt Wijffels en dat hij zich de volgende dag tegen 11u00 moet melden op de staf van 13Div als verbindingsofficier van 33Li. Tegen 19u00 komen de eerste Franse motorwielrijders en pantserwagens toe in Loenhout en begeven zich naar de grens.

Om 21u30 nadert een colonne voertuigen, met op kop de Franse Luitenant-kolonel Lestoquoi, de grenspost van Wuustwezel. LtKol Lestoquoi beveelt een verkenningsgroepering die belast is met het openen van de marsroutes voor de 25 (FRA) Division d’Infanterie motorisée [25 (FRA) DIM] van het 7(FRA)Leger die zich naar Breda in Noord-Brabant (Nederland) begeeft. Het 7(FRA)Leger heeft opdracht gekregen om stelling te nemen op de lijn Geertruidenberg – Tilburg – Turnhout [3]. Hij vraagt Lt Hautecler om een Nederlandstalige officier in versterking te krijgen teneinde de kontactname met het Nederlandse leger te vereenvoudigen. Lt Hautecler die zelf geen opdracht meer had tot 11 mei 11u00 meldt zich vrijwillig aan voor deze opdracht. Hij vergezelt de Franse Luitenant-kolonel tot aan de grens van Wuustwezel waar de Fransen om 22u00 opgewacht worden door enthousiaste Nederlandse militairen.

Pl Vknr/33Li
Het Peloton Verkenners (Pl Vknr/33Li) onder leiding van Onderluitenant Petit wordt per fiets en motorfiets uitgestuurd naar de omgeving van Wuustwezel en de Nederlandse grens.

Staf/33Li
Het regiment werkt druk verder aan het verbeteren van zijn stellingen. Kolonel De Waele inspecteert de werken. De regimentscommandant stelt zich ook in verbinding met de Franse infanteristen en verneemt dat het Franse 121e Régiment d’Infanterie Motorisé naar Breda zal oprukken en daarbij zijn bevoorradingsechelon en veldhospitaal wil opstellen te Brasschaat. De Belgische kolonel is verontrust door de aanwezigheid van zoveel militaire motorvoertuigen rond zijn commandopost en vreest een Duitse luchtaanval. Reeds op de tweede oorlogsdag komen honderden Belgische en Nederlandse vluchtelingen aan op de posities van het 33Li om zich binnen de VPA in relatieve veiligheid trachten te stellen.

Rond 14u00 vindt een bijzonder hevige luchtaanval plaats op de militaire installaties van het kamp van Brasschaat. Een formatie van 32 Stuka duikbommenwerpers bestookt het Polygoon in een reeks aanvalsgolven die tot ongeveer 17u00 aanhoudt. Onder meer het Remontedepot van het Leger, de Artillerieschool, de Cavalerieschool (oftewel Ruiterijschool) en het Fort van Brasschaat worden geraakt. Naast de kazernes van het Polygoon worden ook de Franse troepen die zich richting Breda begeven bestookt.

Lt Hautecler/33Li
In de vroege ochtend zet Lt Hautecler zijn liaisonopdracht verder in Nederland. De colonne wordt steeds opgehouden door de verschillende vernielingen en wegversperring die het Nederlandse leger heeft opgeworpen tussen de Belgisch-Nederlandse grens en Breda. Uiteindelijk rijden LtKol Lestoquoi en Lt Hautecler met twee voertuigen alleen verder tot Breda waar ze zich aanmelden op het stadhuis. Hier bevindt zich de burgemeester van Breda die erin slaagt de staf van de Nederlandse Kolonel Schmidt, Territoriaal Bevelhebber Brabant (oftewel TBB) te contacteren. Kolonel Schmidt had het commando over de Nederlandse territoriale eenheden die in Noord-Brabant stonden opgesteld tussen de Vesting Holland en de Belgische grens. Kolonel Schmidt begeeft zich onmiddellijk naar Breda om de Fransen op te vangen. In het stadhuis van Breda is Lt Hautecler getuige van de ontmoeting tussen de LtKol Lestoquoi en de Nederlandse Kolonel Schmidt. Gedurende de ochtend keert Lt Hautecler terug naar zijn eenheid van waaruit hij zich naar het HK van het Vde Legerkorps begeeft om relaas uit te brengen van de gebeurtenissen die plaatsvonden tijdens de nacht van 10 op 11 mei.

Douanepost van het gehucht Wuustwezel-Grens.

Staf/33Li
De Nederlandse kapitein Haberhorn komt om 07u45 aan in de linies van het regiment. Hij meldt dat zich er zich te Wuustwezel een Nederlands detachement van zo’n 150 manschappen en een 20-tal voertuigen bevindt. De Nederlanders behoren tot de 4de Compagnie van het Korps Motordienst en vormen de bevoorradingscolonne van de Peeldivisie. De troepen werden naar Zeeland gestuurd, maar kunnen door de hevige luchtaanvallen in Noord-Brabant de geplande reisweg van Breda naar Rosendaal niet meer volgen. De vrachtauto’s willen zich per se in veiligheid stellen binnen de VPA. De Belgen ontwapenen hun bondgenoten en sturen ze vervolgens door naar Antwerpen. Het detachement vind uiteindelijk onderdak in de Luchtbalkazerne en zal later doorrijden naar Terneuzen.

Intussen assisteert het medisch personeel van het 33Li bij het verzorgen van de talrijke gewonden van het Franse leger die toekomen in een door onze zuiderburen ingericht veldhospitaal te Brasschaat. Even voor 10u00 wordt het duidelijk dat de Franse troepen die twee dagen eerder met veel bravoure richting Nederland oprukten, zich zullen terugtrekken naar het zuiden. De eerste Franse detachementen die terugkeren van de Nederlandse grens kruisen de Belgische linies.

Rond het middaguur worden de wegvernielingen te Wuustwezel uitgevoerd. Om 13u00 wordt overgegaan naar alarmfase IV waarbij de meeste overgangen over de anti-tankgracht gesloten worden. Per regiment wordt nog één doorgang opengehouden en bewaakt. De afbakeningen rond de aangelegde mijnenvelden blijven voorlopig ook nog staan, maar zullen verwijderd worden zodra duidelijk wordt dat de vijand dichterbij komt.

De spionnenkoorts zet zich verder. Wachtposten van het 33Li houden drie Duitse burgers aan die met valiezen geladen richting Nederland willen. Ook de Duitse arts Dr Bussens wordt te Brasschaat gearresteerd. Na het vallen van de nacht wordt nog op vermeende parachutisten gejaagd op het fort van Merksem.

Detachement Wijffels/33Li
Op het middaguur worden de wegvernielingen te Wuustwezel uitgevoerd door het detachement onder leiding van OLt Wijffels. Onder meer het wegdek aan de grensovergangen wordt door de bewakingselementen van het vernielingsdetachement tot ontploffing gebracht.

Staf/33Li
Tijdens de nacht komen de eerste eenheden van het Franse leger terug van het mislukte offensief in Noord-Brabant. Een eerste colonne Franse voertuigen komt aan rond 04u30 en rijdt door naar Kapellen. Overige Franse detachementen melden dan weer dat het Franse leger Breda nog steeds bezet houdt en daar stand zal houden. Dit bericht wordt rond 09u30 weer tegengesproken wanneer het gerucht loopt dat Breda gevallen is. Nederlandse en Franse troepen blijven toekomen aan de anti-tankgracht en de oorlog komt nu wel heel dichtbij voor de mannen van het 33Li. Te Brasschaat ontstaat een verkeersfile, als gevolg van de talrijke vluchtende voertuigen, die de stafofficieren van het 33Li slechts met veel moeite kunnen ontknopen. Het regiment laat alle burgers ontruimen uit de zone van het eerste echelon. De Duitsers worden te Zundert (NL) gesignaleerd en OLt Wijffels meldt dat de wegvernieling te Wuustwezel-Grens uitgevoerd is. Een Franse legerarts bevestigt tijdens de avond dat Breda inderdaad ingenomen is en dat het Franse leger in volle terugtocht is.

Staf/33Li
Steeds meer detachementen van het Franse leger trekken zich terug door de Belgische linies, daarbij niet alleen gebruik makend van de Bredabaan maar ook van de loopbruggen die tijdelijk over de anti-tankgracht rond de VPA aangelegd zijn. Het Franse 121e Régiment d’Infanterie Motorisé laat een hele reeks wegvernielingen uitvoeren in het voorgebied van de VPA en dekt voorlopig nog de stellingen van de Belgen.

Pl Vknr/33Li
Het peloton verkenners meldt dat er Duitse troepen te Wuustwezel gesignaleerd zijn. Uit de bossen rond de Kleinenberg vorderen diverse detachementen van de vijand. Het dorp Brecht is voorlopig nog in Franse handen. Het 476ste Duitse Infanterieregiment [476(DEU)IR] vordert duidelijk langsheen de Bredabaan en even voor middernacht wordt bevestigd dat nu ook Gooreind bezet is.

Staf/33Li
De Duitsers rukken verder op naar Antwerpen in zuidwestelijke richting, ongeveer parallel met de Bredabaan. De Franse troepen trekken zich terug richting Brecht en zo ontstaat een no-mans-land tussen de VPA en de Duitse posities rond Gooreind. De laatste wegvernielingen worden uitgevoerd. OLt Wijffels laat nog in extremis wegvernieling 34 te Maria-ter-Heide aanzetten en meldt dat hij hier beschoten is door de vijand. Omstreeks 16u10 bereiken de eerste Duitse troepen de meest veraf gelegen Belgische mijnenvelden voor de VPA. Onderluitenant Hendrickx wordt uitgestuurd met een patrouille naar de noordrand van het Kamp van Brasschaat en kan melden dat de vijand hier nog niet is aangekomen. De Belgen wachten verder af. Rond 23u00 opent de Duitse artillerie voor de eerste keer het vuur.

Staf/33Li
Op 16 mei komt onverwachts het bevel van het geallieerd opperbevel (via de Franse generaal Bilotte) om naar het westen terug te trekken. Zonder dat men de K.W. Stelling en de VPA ten volle verdedigd heeft moeten deze stellingen worden prijsgegeven. In het zuiden wist het Duitse leger immers een doorbraak te forceren over de Maas in de streek van Sedan en in het noorden heeft Nederland zich overgegeven. Deze beslissing zal ook gevolgen hebben voor de verdedigers van de VPA. De Belgische legerleiding besluit om het veldleger terug te trekken op een nieuwe defensieve lijn langs de as Terneuzen-Gent-Oudenaarde. Voorlopig moeten de eenheden van de VPA nog ter plaatse blijven, de Versterkte Positie Antwerpen zal opgegeven worden tijdens de nacht van 17 op 18 mei.

III/33Li
Omstreeks 14u30 worden twee Duitse verkenners gesignaleerd voor het eerste echelon ter hoogte van bunker 13 en 13bis. De Duitsers laten enkele reisduiven op om berichten terug te sturen naar de eigen linies. Twee uur later, om 16u30, wordt gemeld dat er vijandelijke troepen per vrachtwagen aangevoerd worden tot op het vliegveld van Brasschaat. De vijand komt steeds dichterbij en even voor 18u00 ontdekken de Belgen een vijandelijk mitrailleurnest in het huis van notaris Lombaerts, op ongeveer 100m voor de eigen linies. De Duitsers verkennen de Belgische stellingen en houden zich gedeisd in afwachting van de aanval.

Pl Vknr/33Li
Onderluitenant Petit van het peloton verkenners meldt even voor 09u00 dat hij machinegeweervuur gehoord heeft in de omgeving van het kamp. De vijand rukt op naar het Kamp van Brasschaat.

Frontlijn voor de 13Div op 17 mei omstreeks 21u30 (projectie op recente kaart).

Staf/33Li
Omstreeks middernacht tijdens de nacht van 16 op 17 mei vallen de Duitse troepen de VPA aan. De Bredabaan vormt nog steeds de belangrijkste as voor deze opmars en het 33Li ligt dan ook direct in het vizier van de vijandelijke troepen. Het regiment ligt tot ongeveer 02u25 onder vijandelijk vuur. Vervolgens wordt het weer rustig. Het 33Li wordt vanaf het middaguur alweer beschoten. Het Kamp van Brasschaat wordt door de Duitsers bezet en de schermutselingen aan de VPA houden de ganse dag aan. Het regiment ontvangt rond 16u30 de nodige bevelen voor de evacuatie uit Antwerpen.

I/33Li
Het I/33Li wordt aangeduid om de achterhoede van de divisie te vormen. Het bataljon zal hiervoor zes T13 tankjagers van de Compagnie C47 op T13 van de Versterkte Positie Namen ontvangen. De pelotons verkenner van 32Li, 33Li en 34Li worden gedetacheerd bij de achterhoede. Het bataljon moet om 20u30 op post zijn om de laatste bruggenhoofden te verdediging tot alle troepen van de divisie kunnen afmarcheren. Het regiment krijgt het bevel om te 21u10 het Albertkanaal over te steken om de mars naar het westen aan te vatten. De terugtocht zal verlopen via de Schijnbrug, Onderwijsstraat en Handelsstraat tot aan de Singel. Vervolgens zal via de Brederodestraat naar Hoboken verder getrokken worden om hier via de militaire bootbrug de Schelde over te steken.

II/33Li en III/33Li
Vanaf 19u00 start de Duitse artillerie echter met een nieuwe beschieting van de Belgische linies die een uur zal duren. De artilleriebeschieting stuurt de plannen voor een geordende aftocht danig in de war Na het beëindigen van de vuurvoorbereiding beukt het 476(DEU)IR om 20u00 in op de compagnies van het III/33Li die zich reeds klaargemaakt hebben voor de aftocht. Kolonel De Waele besluit de aftocht te onderbreken en laat de loopgrachten op het tweede echelon te Vosseslag bezetten door het nog voltallige IIde Bataljon. In de chaos worden een aantal manschappen op het eerste echelon gevangen genomen, maar het regiment kan zich zonder kritieke schade terugtrekken van zijn stellingen. Vervolgens trekt het regiment door de nacht richting Sint-Niklaas, waar kantonnementen opgezocht worden tussen Haasdonk en de stad. De 13Div zal zich moeten terugtrekken naar de westelijke Scheldeoever via een noodbrug op heipalen die door onze genie te Hoboken werd aangelegd.

Staf/33Li
De brug in Hoboken wordt nog opengehouden tijdens de voormiddag om de laatste achterblijvers en vluchtelingen toe te laten de Schelde over te steken. Daarna vliegt de brug de lucht in. Het regiment neemt kantonnementen in te Sint-Niklaas, met uitzondering van de achterhoede van het I/33Li dat de Kruibeke ingekwartierd wordt.

I/33Li
Het I/33Li krijgt de opdracht om te westelijke oever van de rivier te bezetten tot de laatste Belgen weggetrokken zijn.

Initiële opstelling voor de verdediging van de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde.

Staf/33Li
De 13de Infanteriedivisie trekt tijdens de nacht van 18 op 19 mei verder door het Waasland. Het 33Li bereikt het dorp Hulleken en wordt hier ingekwartierd. De paardenwagens worden te Zaffelare ondergebracht.
Het Belgische verdedigingsplan voor het Kanaal Gent-Terneuzen neemt zijn definitieve vorm aan. In het noorden bewaakt de 1ste Cavaleriedivisie de sector rond Terneuzen. In het centrum zal worden bemand door het Vde Legerkorps met de 17de en 6de infanteriedivisies. Het zuidelijke deel van het kanaal is voor rekening van het IIde Legerkorps met de 13de en 11de Infanteriedivisies.

De 13Div wordt nu onder bevel gesteld van het IIde Legerkorps om de sector Zelzate-Terdonk in te nemen en te verdedigen. De 11Div zal stelling nemen ten zuiden van 13Div.

Staf/33Li
De 13Div wordt doorgestuurd naar de hen toegewezen posities aan het Kanaal Gent-Terneuzen en zal de sector tussen Zelzate en Terdonk innemen. De divisiecommandant, Generaal Duthoy, verdeelt de eenheden in zijn sector. De divisiestaf installeert zich aan de Singel te Evergem. Aanvankelijk worden op het eerste en het tweede echelon langsheen de kanaaloever de noordelijke ondersector bezet door het 33Li en de zuidelijke ondersector door het 32Li. Het II/34Li wordt ter beschikking geplaatst van de ten zuiden gelegen 11de Infanteriedivisie (11Div). Op het derde echelon van de divisie worden de resterende twee bataljons van het 34Li opgesteld op de as langsheen de Rostenbeek, Wachtebeek, Avrijevaart en Burggravenstroom.

De posities worden later op de dag herschikt. Het 34Li dat stond opgesteld op het derde echelon wordt naar voor gestuurd en moet stelling nemen langs het kanaal. In één beweging wordt het 33Li en het 34Li samengevoegd tot één enkel (nieuw) regiment dat vanaf nu het 33/34Li zal genoemd worden:

  • het I/33Li en I/34Li fusioneren tot het nieuwe Iste Bataljon van 33/34Li onder bevel van Majoor De Coene
  • het II/33Li en het III/33Li worden samengevoegd tot het nieuwe IIde Bataljon van 33/34Li onder bevel van Commandant Léonard
  • het III/34Li blijft integraal bestaan als het IIIde Bataljon van het 33/34Li en wordt verder bevolen door Commandant Eerdekens

Het 32Li en het nu samengevoegde 33/34Li plaatsen telkens twee van hun drie bataljons op het eerste echelon, met het 33/34Li in de noordelijke ondersector en het 32Li in de zuidelijke ondersector. De 13Div krijgt nu het IVde Bataljon zware wapens van het 14Li in steun. De middelen van IV/14Li worden in versterking gestuurd van de regimenten in lijn waardoor de bataljons van 33/34Li nu een aantal C47 anti-tankkanonnen ontvangen. De bataljons worden ook nog eens versterkt met T13 tankjagers van overige formaties.

Het 33/34Li wordt als volgt opgesteld:

  • het IIIde Bataljon van 33/34Li neemt het noordelijk kwartier in langsheen de kanaaloever, vanaf een afgesproken punt 200m ten zuiden van de brug van Zelzate tot een punt 200m ten zuiden van Rieme; dit bataljon bezet daarbij de uitgestrekte installaties van de Kuhlmann fabriek
  • het IIde Bataljon van 33/34Li bezet het zuidelijk kwartier
  • het Iste Bataljon van 33/34Li wordt toegewezen aan het tweede echelon en wordt opgesteld langsheen de spoorlijn tussen Rieme en Zelzate
  • de commandopost 33/34Li wordt opgesteld ten westen van het stationnetje van Rieme

De officieren van het IIde Bataljon van het 33Li op 18 januari 1940 te Beringen.

Staf 33/34Li
Tijdens de tweede helft van de nacht van 20 op 21 mei ondergaat het 33/34Li sporadische artilleriebeschietingen tijdens zijn ontplooiing langsheen het kanaal. De detachementen zijn rond 05u00 op post. Het artillerievuur neemt toe tijdens de voormiddag en maakt het de manschappen moeilijk om zich in te graven. Vanaf de namiddag worden vijandelijke verkenners gesignaleerd op de baan van Wachtebeke naar Zelzate. De Belgen vallen al snel onder mitrailleurvuur van uit de dorpskern van Zelazate. De Duitsers ondernemen enkele beperkte pogingen om met rubberbootjes het kanaal te Zelzate over te steken. Het 33/34Li houdt aanvankelijk goed stand en beantwoord elke oversteekpoging met een dicht geweervuur. De Belgische artillerie beschiet voortdurend de vijandelijke oever.

De 11Div krijgt het bevel om het I/14Li naar Ertvelde te verplaatsen en stand-by te houden voor een eventuele tussenkomst. Intussen gaat het legercommando ook op zoek naar een permanente versterking voor de 13Div en wordt het 37Li van zijn bewakingsopdracht aan de kust teruggeroepen. De bombardementen blijven verder duren en her en der breekt brand uit. De Duitsers ondernemen een oversteekpoging bij de 11Div te Terdonk. Hoewel het binnen de eigen linies niet tot een directe aanval komt, gaan toch bepaalde groepjes militairen van het 33/34Li er van door.

Het 33/34Li zal afgelost worden door het 37Li van zodra dit regiment aangekomen is van de kust.

III 33/34Li
Het IIIde Bataljon installeert een observatiepost in de schoorsteen van de Kuhlmann fabriek. Omstreeks 17u00 ontketenen de Duitsers een bijzonder hevig artilleriebombardement op het kwartier van het IIIde Bataljon en de installaties van Kuhlmann. Even later duikt ook de Luftwaffe op. Het 33/34Li komt onder zware druk te staan en de manschappen van het regiment dreigen hier en daar te wijken onder de aanhoudende beschietingen. Verscheidene groepjes militairen vluchten te voet of per fiets van de kanaalzone weg.

Staf 33/34Li
Het 33/34Li wordt op het derde echelon geplaatst na de aankomst van het 37Li tijdens de nacht van 21 op 22 mei. Het 37Li bemant samen met het 32Li de frontlijn. Het 33/34LI verplaatst zich:

  • het Iste bataljon bezet het dorp Ertvelde en wordt versterkt door een peloton C47 anti-tankgeschut
  • het IIde bataljon verdedigt de zone van de zuidelijke dorpsrand van Ertvelde tot Kluizen
  • het IIIde bataljon wordt opgesteld rond Stoepe
  • de commandopost van Kolonel De Waele verhuist naar de westrand van Ertvelde

Diezelfde nacht heeft het Groot Hoofdkwartier beslist de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde te verlaten om het veldleger terug te trekken achter het Leopoldkanaal, het Afwateringskanaal van de Leie en de Leie zelf. De aftocht zal tijdens de twee volgende nachten plaatsvinden. Het Kanaal Gent-Terneuzen zal verlaten worden tijdens de tweede nacht, van 23 op 24 mei, om eerst nog het depot de Eeklo te kunnen leegmaken. Langs de ganse lengte van het Kanaal Gent-Terneuzen is er slechts sporadisch contact met de Duitsers en het 33/34Li beleeft een rustige nacht.

Het 33/34Li werkt verder aan zijn nieuwe posities op het derde echelon van de 13de Infanteriedivisie.

Om 10u30 opent de Duitse artillerie opnieuw het vuur lansgheen de ganse kanaalzone. Net na het middaguur volgen nieuwe infanterieaanvallen met rubberbootjes op diverse locaties. De Kuhlmann fabrieken en brandstofdepots rond Rieme staan in lichterlaaie. Zowel het 37Li als het 32Li komen onder zeer zware druk te staan en diverse detachementen vluchten weg uit de frontlinie.

Vanaf 16u00 stromen grote groepen vluchtende militairen doorheen het derde echelon. Kolonel De Waele en een aantal officieren van de regimentsstaf trachten zoveel mogelijk vluchtelingen tegen te houden om ze terug te sturen naar het front. Vijandelijke patrouilles duiken echter op voor de linies van het IIIde bataljon te Stoepe en het wordt duidelijk dat de kanaaloever verloren is. Het derde echelon kan echter nog steeds stand houden.

De genie blaast de kerktoren van Ertvelde op om deze na ontruiming van het dorp te kunnen ontzeggen aan Duitse waarnemers.

Tijdens de nacht verlaat het 33/34Li samen met de rest van de 13de infanteriedivisie het kanaal en begeeft zich over het Afleidingskanaal van de Leie.

De 13de Infanteriedivisie gaat in reserve en wordt in de streek van Beernem naar nieuwe kantonnementen overgebracht. De artillerie van de divisie wordt doorgestuurd naar eenheden aan het front. De gevechtswaarde van de divisie is zodanig afgebrokkeld dat de eenheden niet meer aan het front zullen ingezet worden.

Na een mars via Lembeke, Eeklo, Oostwinkel en Ursel komt het 33/34Li rond 07u00 aan te Knesselare. De rest van de dag wordt gerust.

Een nieuwe reorganisatie dringt zich op. Het IIIde bataljon wordt ontbonden en bij het II/33Li gevoegd.

De vijand nadert intussen het Afleidingskanaal van de Leie en de manschappen merken een Duitse observatieballon op in de richting van Zomergem. Het wordt duidelijk dat het regiment allicht niet heel veel langer ter plekke zal kunnen blijven.

Het regiment wordt verder gereorganiseerd en opnieuw klaargemaakt voor een mogelijke inzet. Kapitein-commandant Lacroix wordt aangeduid om het nieuwe IVde bataljon te bevelen. Dit bataljon zal alleen een 13de compagnie mitrailleurs krijgen onder leiding van Kapitein Flamand en wordt niet verder uitgebouwd.

Even na 17u00 volgt dan het bevel voor een nieuwe aftocht. Het regiment zet zich een uur later in beweging en marcheert via Sint-Joris en Hertsberge naar Waardamme. Omstreeks 21u00 komen de colonnes aan.

Het 33/34Li kantonneert te Waardamme. Omstreeks 18u00 wordt het regiment verder van het front weggestuurd naar Westkerke.

De overblijvende eenheden bevinden zich tijdens de ochtend rondom Westkerke ten oosten van Gistel en vernemen daar het nieuws van de capitulatie.

Na de capitulatie

Slachtoffers

Bibliografie en Bronnen

  1. Het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten is één van de zeven Kempische kanalen die de Maas met de Schelde verbinden. [On line beschikbaar]: https://binnenvaartinbeeld.com/nl/kanaal_dessel_turnhout_schoten/kanaal_dessel_turnhout_schoten [Laatst geraadpleegd 09 februari 2019].
  2. Het graven van de anti-tankgracht werd gestart in 1939 en voltooid in mei 1940. Achtergrondinformatie bij de anti-tankgracht op de website “Het kamp van Brasschaat – De anti-tankgracht” [On line beschikbaar]: http://www.het-kamp-van-brasschaat.be/MilSit_AtkGracht.html# [Laatst geraadpleegd 4 februari 2019].
  3. Ten noorden van de Belgisch-Nederlandse grens was er geen aansluiting met het Nederlands verdedigingsdispositief. De Nederlanders hadden zich opgesteld ten noorden van de Rijn waardoor er een gapende opening bestond tussen de Belgische en Nederlandse verdedigingslinies. Dit werd reeds in november opgemerkt door de Franse Generaal Gamelin die een plan liet uitwerken om het 7de Franse Leger [7(FRA)Leger] in te zetten tussen de stellingen van de Belgen en de Nederlanders. In zijn order N° 5 van 20 maart 1940 bevestigt Generaal Giraud, commandant van het 7(FRA)Leger , dat zijn eenheid in staat moet zijn om “tout en conservant ses anciennes missions, qui passent à l’arrière plan, a reçu une mission nouvelle d’une importance capitale qui consiste à assurer la liaison entre les armées belge et hollandaise dans la région Nord-Est d’Anvers“. Generaal Giraud beschikt hiervoor over twee legerkorpsen en een “Division Légère Mécanique“, alles tesamen het equivalent van 8 divisies. “L’Armée Giraud en Hollande (1939-1940)”, door Lerecouvreux, Nouveaux Editions Latines, Paris, 1956. [Partieel On Line beschikbaar][Laatst geraadpleegd 22 juli 2016].
  4. Dagboek Lt Hautecler over de nacht van 10 op 11 mei 1940 in dossier V/LK van het CHD te Evere.
  5. Handgeschreven verslag van Kolonel Léon De Waele, commandant van het 33ste Linieregiment, betreffende de veldtocht van mei 1940. Dit verslag maakt deel uit van het dossier 33Li in de archieven van het Centrum voor Historische Documentatie (CHD) van het leger te Evere. Het verslag werd na de oorlog overgetypt door het CHD, deze versie bevindt zich eveneens in het dossier van 33Li.
  6. Uitgetypt verslag van Kapitein-commandant Devos, Adjudant-majoor van het 33ste Linieregiment, betreffende de veldtocht van mei 1940. Dit verslag maakt deel uit van het dossier 33Li in de archieven van het Centrum voor Historische Documentatie van het leger te Evere.
  7. Uitgetypt verslag van Luitenant Noë, Officier inlichtingen van het 33ste Linieregiment, betreffende de veldtocht van mei 1940. Dit verslag maakt deel uit van het dossier 33Li in de archieven van het Centrum voor Historische Documentatie van het leger te Evere.
  8. Het 121ste Franse Régiment d’Infanterie Motorisée 121(FRA)RIM] maakt samen met het 92(FRA)RIM deel uit van de voorhoede van de  25ste Franse Division d’Infanterie Motorisée [25(FRA)DIM]. Het 121(FRA)RIM trok op 10 mei België binnen na het starten van de Duitse invasie. Via Antwerpen begaf het regiment zich richting Breda om er de inplaatstelling van de rest van het 7de Franse Leger onder bevel van Generaal Giraud te beveiligen.