2de Cavaleriedivisie

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 2de Cavaleriedivisie | 2CD
2ème Division de Cavalerie | 2DC
Type Cavaleriedivisie
Ontdubbeld van n.v.t.
Onderdeel van Cavaleriekorps
Bevelhebber Generaal-majoor Joseph Beernaert
Commandant Cavalerie Generaal-majoor Robert Ninitte
Stafchef Luitenant-kolonel SBH Léon Lambert
Commandant Transportkorps Majoor Georges Cordier
Intendant Luitenant Intendant François Motte
Standplaats Demer/Gete-Stelling
Commandopost Bondgenotenlaan 74 te Leuven
Organieke Eenheden Hoofdkwartier
(1ste Regiment Lansiers) -> Afgedeeld bij IIIde Legerkorps
(1ste Regiment Jagers-te-Paard) -> Afgedeeld bij Groepering Ninitte
2de Regiment Karabiniers-Wielrijders
(4de Regiment Karabiniers-Wielrijders) -> Afgedeeld bij IIIde Legerkorps
Bataljon T13 2CD
18de Regiment Artillerie
26ste Bataljon Genie
29ste Bataljon Transmissietroepen
Geneeskundig Korps 2CD Staf (Med 1Kapt A. Stouffs)
Geneeskundige Versterkingcompagnie (Med Kapt J. Monfils)
Ambulance Cavaleriedivisie (Med Kapt O. Maniette)
Compagnie Intendance 2CD
Transportkorps 2CD Staf (Cdt Z. Evrard)
Autopeloton voor Infanteriemunitie (Lt P. Lechat)
Autopeloton voor Artilleriemunitie (Lt P. Joiris)
Autopeloton voor Ravitaillering (Cdt L. Dumont de Chasart)
Autopeloton voor Materieel (Lt J. Laurette)
Atelier voor Herstelling van het Wagenpark (Lt A. Delwarte)
Eskadron Luchtafweermitrailleurs (Kapitein-commandant A. Garcia)
Provoost
Tijdelijke Eenheden Staf, Brigade Vervoerde Cavaleristen
4de Regiment Lansiers
2de Compagnie, 30ste Bataljon Transmissietroepen

Tijdens de mobilisatie

De 2de Cavaleriedivisie (2CD) wordt op oorlogsvoet gebracht op 26 augustus 1939, bij afkondiging van Fase A van het nationale mobilisatieplan. In een eerste stadium worden het 1ste Regiment Lansiers (1L), het 1ste Regiment Jagers te Paard (1JP), het 2de Regiment Jagers te Paard (2JP), het 2de Regiment Karabiniers-Wielrijders (2Cy) en het 18de Regiment Artillerie (18A) op volle sterkte gebracht. Op 1 september bij de afkondiging van Fase C van het mobilisatieplan volgen ook de overige eenheden van de divisie. De eerste bevelhebber van de 2CD is Luitenant-generaal Jules Bricquet. De divisie wordt vrijwel onmiddellijk opgesplitst. Het 1L en 2Cy werden aangehecht bij het IIIde Legerkorps (III/LK) en ontplooid tussen Luik en de Belgisch-Duitse grens. Het 2JP verlaat de divisie definitief en wordt aanvankelijk op de Samber opgesteld met front naar de Franse grens.

De rest van de divisie komt op 27 augustus 1939 aan te Hasselt om initieel stelling te nemen op de Vooruitgeschoven Stelling. Het 1JP vertrekt onmiddellijk na zijn mobilisatie vanuit zijn vredesvoet garnizoen te Beverlo naar het Kanaal Bocholt-Herentals om er stelling te nemen. Voor deze opdracht krijgt de divisie ook het bevel over het Bataljon Grenswielrijders Limburg (Bn CyF Lim) en een bataljon van het 11de Linieregiment (11Li). Op 7 september krijgt de 2CD al een nieuwe opdracht en moet zich naar Ronse begeven om de Frans-Belgische grens te bewaken. De verdediging van de Vooruitgeschoven Stelling wordt overgenomen door een ad hoc samengestelde groepering bestaande uit elementen van de 2CD en het Cavaleriekorps (CK). Deze formatie zal vanaf nu worden bevolen door Generaal-majoor Ninitte, de commandant van de cavalerie van de 2CD. De Groepering Ninitte blijft achter in Limburg om de Vooruitgeschoven Stelling te bemannen. Het 4de Regiment Karabiniers-Wielrijders (4Cy) lost het 1JP af achter het Kanaal Bocholt – Herentals waarna het 1JP eveneens naar de Frans-Belgische grens vertrekt. In Zuidwest-Vlaanderen en Henegouwen kreeg de divisie het 1JP, 3L en 3J ter beschikking.

Generaal-majoor Beernaert, bevelhebber van de 2CD vanaf 26 december 1939.

De zieke Luitenant-generaal Jules Bricquet wordt op 17 december ad interim vervangen door Generaal-majoor Werner Goffinet. Op tweede kerstdag neemt Generaal-majoor Joseph Beernaert het bevel over. De 2CD wordt begin januari te Brussel in reserve van het leger geplaatst van waaruit ze in februari deelnemen aan enkele grote manoeuvres.

De slagorde werd met de regelmaat van de klok gewijzigd en de gevechtseenheden worden geroteerd tussen opdrachten in Limburg, de lijn Halle-Ninove en Henegouwen. Op 31 januari 1940 wordt te Brussel het Eskadron T13 Tankjagers van de 2CD opgericht maar bij gebrek aan voertuigen op 11 april alweer ontbonden. Ter compensatie wordt de divisie wel versterkt met een ad-hoc  samengestelde formatie bestaande uit de Compagnie T13 van de 8ste Infanteriedivisie, de Compagnie T13 van de Versterkte Positie Namen en het Eskadron Pantserwagens van het Cavaleriekorps. Deze drie eenheden worden samengevoegd tot het Bataljon T13 van de 2de Cavaleriedivisie (Bn T13 2CD).  Het Bn T13 2CD, dat in Brussel is gestationeerd, zal nooit als dusdanig aan de strijd deelnemen en al even snel weer uit elkaar gerukt worden door het Groot Hoofdkwartier (GHK). 

De 2CD die heel wat eenheden heeft moeten afstaan aan de Groepering Ninitte en het III/LK wordt in april 1940 toegewezen aan de verdediging van de Demer-Gete Stelling met het 4L, 4Cy en 18A. Het hoofdkwartier wordt voor deze opdracht te Leuven opgesteld. Deze defensieve stelling staat dwars op het Albertkanaal en moet de eenheden die opgesteld staan achter het Albertkanaal ten oosten van Kwaadmechelen toelaten het gevecht af te breken en terug te plooien achter de K.W. Stelling. Het was immers de niet de bedoeling het beslissend gevecht te voeren op de Dekkingsstelling maar wel op de K.W. Stelling samen met de Britten en de Fransen. Het CK heeft de opdracht gekregen de terugtocht van de Dekkingsstelling naar de K.W. Stelling te beveiligen en zou dit doen door het innemen van de Demer-Gete Stelling. Hiertoe zal de 2CD deze defensieve stelling voorbereiden door er het 4L en 4Cy te prepositioneren. Na een laatste grote rotatie tussen het 4Cy en het 2Cy neemt de divisie de slagorde aan zoals deze op de vooravond van de Duitse inval in voege was.

HK 2CD
Het eerste echelon van het divisiehoofdkwartier wordt naar voren verschoven en is om 08u00 operationeel te Kersbeek-Miskom. Het tweede echelon blijft verder werken aan de Bondgenotenlaan 74 te Leuven. De divisie krijgt om 17u30 het bevel over het 3de Regiment Lansiers dat in de omgeving Waver zou moeten aankomen. De eenheden van dit regiment bereiken de Demer/Gete-Stelling pas op 11 mei.

De staf van de Brigade Vervoerde Cavaleristen blijft verantwoordelijk voor de organisatie van de verdediging van Tienen en verplaatst zich naar zijn operationele commandopost nabij Kilometerpaal 41,5 op de steenweg van Tienen naar Leuven. De 2de compagnie van het 30TTr verzorgt de communicatie.

Transportkorps, Intendance en Geneeskundig Korps
De logistieke en medische elementen van de divisie bevinden zich te Leuven.

Geneeskundig Korps
Bij een Duitse luchtaanval op spoorwegknooppunt nabij het station van Grimde raakt Apotheker Kapitein Romedenne zwaar gewond.

HK 2CD
De staf van Generaal-majoor Beernaert bevindt zich nog steeds te Kersbeek-Miskom.

HK 2CD
Na de terugtocht van de Demer/Gete-Stelling komt de divisie aan in zijn kantonnementszone ten westen van Mechelen. De troepen worden als volgt ingekwartierd:

  • Divisiestaf, 2de Regiment Jagers te Paard, 29ste Bataljon Transmissietroepen, één peloton van het Eskadron Luchtafweermitrailleurs, Provoostdienst: Hofstade
  • 1ste Regiment Lansiers: Muizen.
  • 4de Regiment Karabiniers-Cyclisten: Weerde.
  • Regimentsstaf, I/2Cy, Cie C47/2Cy: Leest.
  • II/2Cy, 26ste Geniebataljon, twee pelotons van het Eskadron Luchtafweermitrailleurs: Hombeek.
  • 18de Regiment Artillerie: Willebroek en Blaasveld.
  • Transportkorps, Eskadron Luchtafweermitrailleurs (minus 3 pelotons): Zemst.
  • 1ste Regiment Jagers te Paard: Tisselt en Heffen.
  • Intendance: Zellik, waar het militaire postkantoor en de bevooraadingsplaats voor de 2de Cavaleriedivisie in het spoorwegstation geplaatst worden.
  • Geneeskundig Korps: de medische hulpplaats voor de divisie wordt geïnstalleerd in het Relegemasiel aan de Hoogstraat 69 te Zemst.

Op 15 mei heeft Luitenant-generaal de Neve de Roden, bevelhebber van het Cavaleriekorps, zijn hoofdkwartier geïnstalleerd in het kasteel van Eppegem. Het volledige CavCorps verblijft nu rondom de Zenne ten noorden van Brussel. Het is overduidelijk dat de eenheden aan een dringende reorganisatie toe zijn door de talrijke verliezen tijdens de eerste vijf oorlogsdagen. Met uitzondering van het 1G worden alle cavalerieregimenten herleid tot één enkele groep, aangevuld met elementen uit de overige eskadrons. Alle manschappen die na deze herschikking overblijven zullen onder leiding van Generaal-majoor Ninitte naar Frankrijk gestuurd worden voor verdere reorganisatie en versterking. De Brigade Vervoerde Cavaleristen wordt opgeheven, het 2G gaat over naar de 2CavDiv.

Geneeskundig Korps
Geneesheer Adjudant Perbal wordt gedetacheerd naar het 2de Cyclisten en zal de divisie niet meer vervoegen voor het eind van de veldtocht.

2de Cavaleriedivisie op 19 mei 1940 rond 18u30

Situatie van de 2de Cavaleriedivisie op 19 mei 1940 rond 18u30.

De staf van de 2de Cavaleriedivisie bevindt zich te Ijzendijke.

Na de Duitse doorstoot tot Abbeville aan de Atlantische kust zijn de geallieerde legers in Noord-Frankrijk en Vlaanderen geheel omsingeld. Het geallieerde oppercommando heeft op 21 mei tijdens de Conferentie van Ieper besloten om de Schelde-linie op te geven. Hierop bepaalt de Belgische legerleiding tijdens de ochtend van 22 mei dat onze strijdkrachten niet zoals afgesproken zullen terugtrekken naar de Ijzer, maar stand zullen houden langsheen de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie. Het Groot Hoofdkwartier laat deze terugtocht in twee fases uitvoeren en bepaalt dat de troepen opgesteld tussen het Bruggenhoofd Gent en Oudenaarde zich tijdens de nacht van 22 op 23 mei moet terugtrekken naar de Leie. In deze eerste fase zullen tevens een aantal troepen teruggetrokken worden uit het Bruggenhoofd Gent, de stad Gent en het Kanaal Gent-Terneuzen. Deze zones zullen dan definitief ontruimd worden tijdens de nacht van 23 op 24 mei. Om de Britten toe te laten meer troepen vrij te maken voor de geplande tegenaanval rond Arras, geeft onze legerleiding zijn akkoord om de 44th Infantry Division aan de Schelde af te lossen en de Belgische linies aan de Leie tot aan de rand van Menen te verlengen. De aflossing aan de Schelde wordt afgelast door de snelle ontwikkeling van de Duitse opmars.

De staf van de 2de Cavaleriedivisie bevindt zich te Ijzendijke.

De divisie krijgt het bevel om zijn gemotoriseerde gevechtseenheden tijdens de nacht van 24 op 25 mei naar het zuiden te verplaatsen om bijstand te leveren bij het keren van vijandelijke opmars na de Duitse doorbraak aan de Leie nabij Kortrijk ten koste van de 3de Infanteriedivisie. Het front dreigt hier te breken en het Groot Hoofdkwartier wil met een snelle verplaatsing van de 2de Cavaleriedivisie een doorbraak richting Ieper blokkeren. De divisie dient rondom Torhout te overnachten en Kolonel SBH Serlez dient hier verdere bevelen in ontvangst te nemen. De commandopost moet naar Lichtervelde overgebracht worden.

De staf van de 2de Cavaleriedivisie bereikt Lichtervelde tussen 24u00 en 01u00. Kolonel SBH Serlez, commandant a.i. van deze divisie, begeeft zich intussen naar Sint-Andries om zijn bevelen in ontvangst te nemen en vervoegt zijn hoofdkwartier rond 04u00. De verdediging van de sector Dadizele – Geluwe – Wervik wordt toevertrouwd aan de Cavaleriecommandant van de divisie, Kolonel SBH Libbrecht, die de hem toegewezen eenheden verdeeld over twee ondersectoren:

  • De Ondersector Noord tussen Dadizele en Panemolen (inclusief) zal bezet worden door 2L en 2JP op het eerste echelon, II/2Cy op het tweede echelon en zal vuursteun ontvangen van I/18A. Deze groepering komt onder bevel van commandant 2L, Kolonel d’Orjo.
  • De Ondersector Zuid tussen Panemolen (inclusief) en Geluwe zal bezet worden door I/3L, II/1L op het eerste echelon, I/2Cy op het tweede echelon en wordt gesteund door de artillerie van II/18A. Deze groepering komt onder bevel van commandant 3L, Luitenant-kolonel Dugardin.
  • Kolonel Libbrecht bevestigt dat bij een aftocht de divisie zal terugplooien op de spoorlijn Ieper-Roeselare waar het leger gestart is met het aanleggen van een anti-tankbarrière die uit goederenwagons zal bestaan.

De commandopost van de divisie wordt tegen 09u30 vooruitgeschoven naar Moorslede. Een half uur later treedt Serlez in verbinding het IVde Legerkorps te Roeselare. Het 4L vervoegt de divisie omstreeks 11u30 en zal opgesteld worden langsheen de spoorlijn Ieper-Roeselare.  In de vroege namiddag gaat de 2de Cavaleriedivisie over naar het Iste Legerkorps.

De divisie maakt contact met de vijand vanaf 15u00. Het zwaartepunt van de aanval ontwikkelt zich in de richting van Geluwe.

Na de capitulatie

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen