8ste Regiment Jagers te Voet

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 8ste Regiment Jagers te Voet | 8J
8ème Régiment de Chasseurs à Pied | 8Ch
Type Infanterieregiment van de tweede reserve  
Ontdubbeld van 2de Regiment Jagers te Voet  
Taalstelsel Franstalig  
Onderdeel van 17de Infanteriedivisie  
Bevelhebber Luitenant-kolonel Hector Couvreur  
Standplaats Versterkte Positie Antwerpen
Commandopost te Kapellen
 
Samenstelling I Bataljon (Majoor R. Brohez) 1ste Compagnie Fuseliers (Cdt R. Crockaert)
2de Compagnie Fuseliers (Cdt M. Lutzeler)
3de Compagnie Fuseliers (Cdt René Ploumen)
4de Compagnie Mitrailleurs (Cdt O. Dubuison)
  II Bataljon (Kapitein-commandant L. Dermine) 5de Compagnie Fuseliers (Cdt A. Haubursin)
6de Compagnie Fuseliers (Lt R. Couvreur)
7de Compagnie Fuseliers (Lt Henri Claessens)
8ste Compagnie Mitrailleurs (Cdt F. Gossiaux)
  III Bataljon (Kapitein-commandant SBH G. Xhaet) 9de Compagnie Fuseliers (Cdt M. Leonard)
10de Compagnie Fuseliers (Lt G. Bal)
11de Compagnie Fuseliers (Lt P. Petit)
12de Compagnie Mitrailleurs (Cdt F. Verrey)
  Stafcompagnie (Kapitein-commandant H. Minne)
Geneeskundige Compagnie (Geneesheer Onderluitenant F. Labrique)
Peloton Verkenners (Onderluitenant Georges Reichling)

Tijdens de mobilisatie

Staf/8J
Het 8ste Regiment Jagers te Voet (8J) wordt op 10 november 1939 gemobiliseerd als ontdubbelingsregiment van het 2de Regiment Jagers te Voet (2J). Het 8J wordt toegevoegd aan de 17de Infanteriedivisie (17Div), een divisie van tweede reserve. De tweede reserve was in hoofdzaak samengesteld uit miliciens van de oudere klassen ’28, ’29, ’30 en ’31. In de infanterieregimenten van de tweede reserve ontbreekt het vierde bataljon met de zware mitrailleurs en de anti-tankkanonnen C47mm. De fuseliers kregen in hoofdzaak oude Belgische Mauser geweren uit 1889 en Franse Chauchat lichte mitrailleurs die in 1915 aangekocht werden. Bovendien ontbrak het aan DBT granaatwerpers en moesten de mannen het stellen met Vivien Bessières tromblons die op de loop van het geweer gevezen kunnen worden en een dracht van nauwelijks 150m hadden.

De twee andere infanterieregimenten van de 17Div zijn het 7de Regiment Jagers te Voet (7J) en het 9de Regiment Jagers te Voet (9J). Het regiment verhuist op 26 januari 1940 te samen met de rest van de 17Div naar de Versterkte Positie Antwerpen (VPA).

Aan de vooravond van de oorlog staat de 17de Infanteriedivisie opgesteld in de Versterkte Positie Antwerpen en beveiligt er de noordelijke sector tussen Lillo aan de Schelde en de spoorlijn Essen-Kapellen.

De drie infanterieregimenten van de 17Div staan opgesteld in lijn achter de tijdens het interbellum aangelegde anti-tankgracht. Het 9J bezet de linker ondersector tussen de Schelde en Berendrecht, het 7J neemt de centrale ondersector ten noorden van Stabroek voor zijn rekening en het 8J bemant stellingen op de rechterflank vanaf het fort van Ertbrand tot aan de spoorlijn Essen-Kapellen. Het 8J neemt dus de rechter ondersector ten noorden van Kapellen voor zijn rekening. Rechts van 8J bevindt zich het 32ste Linieregiment (32Li) behorende tot de 13de Infanteriedivisie (13Div).

In tegenstelling tot Luik en Namen werden de oude forten te Antwerpen niet herbewapend, maar ingericht als infanteriesteunpunten. Vanaf het midden van de jaren ’30 wordt in elk fort een aantal stellingen voor mitrailleurs en klein antitankgeschut gebouwd. Aan elk fort is een compagnie van het 1ste Regiment Speciale Vestingseenheden (1/SVE) toegewezen. Deze compagnieën bestaan uit een honderdtal militairen en zijn uitgerust met een dozijn zware en lichte mitrailleurs. De oude forten en schansen zijn verbonden door een nieuw aangelegde anti-tankgracht. Vanuit de forten en de schansen kan scherend vuur afgegeven worden over de anti-tankgracht. Geïntegreerd in de stelling van het 8J bevinden zich twee van die verouderde forten van de VPA, het betreft de Schans van Smoutakker en het Fort van Ertbrand.

Het 8ste Regiment Jagers te Voet kan rekenen op de vuursteun van de IIde Groep van het 25ste Artillerieregiment (II/25A) die zijn geschut vanaf 26 januari 1940 te Kapellen ontplooit en in directe steun geplaatst is van 8J.

Forten van Antwerpen waarvan een gedeelte opnieuw gebruikt werd voor de verdediging van VPA.

Staf/8J
Kort na middernacht alarmeert de Staf van de 17Div alle eenheden, en ook bij het 8J wordt tegen de ochtend iedereen op de gevechtsstellingen geplaatst. Onmiddellijk na de verspreiding van het algemeen alarm wordt alarmstadium II voor de VPA afgekondigd. Voor de eenheden opgesteld in de VPA gelden immers specifieke alarmmaatregelen die gaan van alarmstadium I tot V, de hoogste graad van alarm. De Staf/8J wordt in zijn commandopost om 06u00 verwittigd van de afkondiging van de algemene mobilisatie naar aanleiding van de Duitse inval.

Tijdens de voormiddag beveelt de 17Div om over te gaan naar alarmstadium III. Dit betekent dat de wegen die de anti-tankgracht kruisen richting Nederland en Kempen nog wel open blijven, maar dat alle verkeer voortaan gecontroleerd wordt. Het schootsveld voor de anti-tankgracht (het eerste echelon) wordt vrijgemaakt door ondermeer het kappen van struiken en maaien van gewassen. De verschillende regimenten werken hard om hun stellingen te verbeteren. Alleen op de voorste linie worden struiken en gewassen uit de weg geruimd om de militairen een goed uitzicht te geven. Overvliegende vijandelijke vliegtuigen zorgen ervoor dat de werken meermaals dienen gestaakt te worden.

Het Iste en IIde Bataljon liggen in eerste lijn. Het III/8J is het reservebataljon en staat opgesteld op het tweede echelon. Onderluitenant Pauwels beveelt een vernielingsploeg die te Wildert en Essen een aantal voorbereidde weg- en spoorvernielingen bewaakt.

Pl Vknr/8J
Het peloton verkenners bewaakt aanvankelijk de commandopost van het regiment te Kapellen. Tijdens de voormiddag worden de verkenners uitgestuurd naar Zwartenheuvel nabij het station van Kalmthout, om er de observatiepost van hun collega’s van het 7J over te nemen. Het Pl Vknr/7J was reeds eerder voor de linies uitgestuurd en heeft er de observatiepost ingericht. Het Pl Vknr/8J krijgt niet alleen de opdracht om elke vijandelijk beweging waar te nemen, maar wordt eveneens betrokken bij het voorbereiden en uitvoeren van een reeks geplande vernielingen. Het peloton dient ter plekke te blijven tot de eventuele komst van de vijand en krijgt een marsroute via Dorp, Kalmthout, Heide en Kapellenbos toegewezen voor hun latere terugtocht.

Staf/8J
De posities van het 8J blijven ongewijzigd.

Staf/8J
Om 13u00 wordt overgegaan naar alarmstadium IV waarbij de meeste overgangen over de anti-tankgracht gesloten worden. Per regiment wordt nog één doorgang opengehouden en bewaakt. De markeringen rond de aangelegde mijnenvelden blijven voorlopig nog staan, maar zullen verwijderd worden zodra duidelijk wordt dat de vijand dichterbij komt.

Staf/8J
Om 09u30 wordt overgegaan naar alarmstadium V, de hoogste staat van paraatheid van de VPA.

Pl OLt Pauwels/8J
OLt Pauwels wordt te Wildert-Essen samen met een aantal manschappen van zijn vernielingsploeg gevangen genomen wanneer de Duitsers te Belgisch-Nederlandse grens oversteken.

Staf/8J
De posities van het 8J blijven ongewijzigd.

Pl Vknr/8J
Het peloton verkenners keert binnen de linies van de Versterkte Positie Antwerpen terug.

Staf/8J
Op 16 mei komt onverwachts het bericht van de 17Div dat het veldleger naar het westen zal terugtrekken. Zonder dat de K.W. Stelling en de VPA ten volle verdedigd werden moeten de stellingen worden prijsgegeven. Ten zuiden van België wist het Duitse leger immers een doorbraak te forceren over de Maas in de streek van Sedan en in het noorden heeft Nederland zich overgegeven. Deze gebeurtenissen zullen ook gevolgen hebben voor de verdedigers van de VPA. De Belgische legerleiding geeft het veldleger opdracht om een nieuwe defensieve lijn langs de as Terneuzen-Gent-Oudenaarde te bezetten. De regimenten opgesteld in de VPA moeten voorlopig ter plaatse blijven om de terugtocht van het veldleger te dekken. De aftocht van de eenheden opgesteld langs de K.W. Stelling zal in drie opeenvolgende nachtelijke etappes uitgevoerd worden. De 17de Infanteriedivisie zal tijdens de nacht van 17 op 18 mei de terugtocht aanvatten.

Staf/8J
De drie regimenten van de 17Div beginnen tijdens de avond aan de aftocht naar het westen. De regimenten marcheren door de stad en bereiken de linkeroever van de Schelde via de autotunnel en de voetgangerstunnel. Vervolgens begeeft de divisie zich naar zijn kantonnementsgebied rond Sint-Niklaas.

Staf/8J
Het 8J houdt halt te Nieuwkerken-Waas. Het 7J, 8J en 9J staan hun pelotons verkenners af aan de divisiestaf die een nieuwe gevechtsgroepering vormt voor de bewaking van het Hoofd van Vlaanderen tijdens de terugtocht van de Belgen door het Waasland. Aan deze groepering worden ook de compagnie T13 tankjagers van de divisie toegevoegd, samen met de Wielrijdersgroep van de 15de Infanteriedivisie (GpCy 15Div). De groepering wordt ontplooid ten oosten de forten van Kruibeke en Kallo en moet patrouilles uitvoeren in de richting van Zwijndrecht.

Rond 11u00 stuurt de divisiestaf het 7J en 8J eveneens in oostelijke richting om stelling te nemen achter de dijk die Kruibeke en Kallo verbindt. Het 9J zal in reserve geplaatst worden achter de beide regimenten.

Die avond krijgen het 2de Regiment Lansiers (2L) en het 4de Regiment Lansiers (4L) de opdracht de 17Div af te lossen op de dijk. De overname vindt plaats na het vallen van de duisternis en de Jagers te Voet zetten zich opnieuw op weg naar het Kanaal Gent-Terneuzen. Het regiment marcheert naar het station van Sint-Niklaas. De laatste etappe naar het kanaal wordt per spoor afgelegd en brengt de manschappen tot in Bassevelde.

Initiële opstelling voor de verdediging van de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde.

Staf/8J
De Belgische verdedigingslinie aan het Kanaal Gent-Terneuzen neemt zijn definitieve vorm aan. In het noorden bewaakt de 1ste Cavaleriedivisie de sector rond Terneuzen. In het centrum ligt het Vde Legerkorps met de 17de Infanteriedivisie tussen Sluiskil en Sas van Gent en 6de Infanteriedivisie tussen Sas van Gent en Zelzate. Het zuidelijke deel van het kanaal is voor rekening van het IIde Legerkorps met de 13de Infanteriedivisie van Zelzate tot Terdonk en tenslotte 11de Infanteriedivisie tussen Terdonk en Oostakker.

Aan het Kanaal Gent-Terneuzen lost de 17Div de reeds aanwezige Franse troepen af die vervolgens tijdelijk het tweede echelon bezetten tot dat de Belgische ontplooiing voltooid is.

Het regiment verplaatst zich naar de kanaaloever van uit Assenede en neemt de ondersector te Humbeek-Sas-van-Gent in. Het Iste Bataljon bezet de rechterflank van het eerste echelon. Het IIIde Bataljon doet het zelfde op de linkerflank. Het IIde Bataljon bemant het tweede echelon.

Het 8J is aangekomen aan het Kanaal Gent-Terneuzen in de ondersector Sas-van-Gent. De manschappen maken zo snel mogelijk werk van de consolidatie van hun nieuwe posities. De commandopost van het regiment wordt ingericht te Sint-Albertus-Molen.

De geallieerden moeten die dag toekijken hoe de Duitsers te Abbeville de Atlantische kust bereikt hebben en beseffen alle legers in het noorden nu afgesneden zijn. Op de conferentie van Ieper wordt onder meer besloten dat het Belgische leger zich zal terugtrekken naar de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie. Het Kanaal Gent-Terneuzen zal bezet blijven tot de nacht van 22 op 23 mei om de Belgische intendance nog de kans te geven het groot depot van Eeklo te ontruimen.

Tijdens de namiddag duiken de eerste Duitse troepen op aan de oostelijke oever van het Kanaal Gent-Terneuzen.

Het Groot Hoofdkwartier maar plannen voor de evacuatie van het Kanaal Gent-Terneuzen. De infanterie zal aan de kanaaloever afgelost worden door meer mobiele cavalerie-eenheden en in een tweede fase zal vervolgens de kanaalstelling verlaten worden.

De sector van de 17de divisie tussen Sluiskil en Sas van Gent wordt overgenomen door het 1Cy en het 4Cy. Om 23u00 wordt gemeld dat de aflossing is voltooid. Het 8J kan op weg kan naar zijn nieuwe bestemming. Het regiment verlaat de kanaalzone en richt zich op Maldegem.

De eenheden van de 17de infanteriedivisie komt aan te Maldegem. De divisie behoort nog steeds tot het Vde legerkorps van Luitenant-generaal Vandenbergen. Vandenbergen voert daarnaast ook het bevel over de 6de infanteriedivisie en zal front vormen langsheen het Afleidingskanaal van de Leie in de zone van Maldegem-Strobruggen tot Veldekens. Hierbij zal de 17de divisies de noordelijke sector innemen.

Het 8J ontplooit zijn commandopost in de wijk ‘Kleine Warme’ in de gemeente Maldegem en zet zich aan het werk om stellingen langsheen de kanaaloever in te nemen.  De ondersector van het regiment loops van Strobrugge in het westen tot Balgerhoeke in het oosten.  Links van het 8J, ten westen van Strobrugge, liggen de posities van het 9J.  Rechts van het regiment, vanaf Balgerhoeke, start de ondersector van het 7J.  Het regiment is als volgt opgesteld:

  • Het IIde Bataljon bezet kwartier west van het eerste echelon, met van west naar oost de 5Cie, 6Cie en 7Cie.  De brug van Celie vormt de oostgrens van het bataljonsvak.
  • Het IIIde Bataljon neemt kwartier oost in, met van west naar oost de 11Cie, 10Cie en 9Cie.
  • Het tweede echelon loopt in boogvorm tussen de baan Maldegem-Strobrugge en het gehucht Moerwege, en wordt bezet door het Iste Bataljon, met van west naar oost de 3Cie, 2Cie en 1Cie.
  • Het regiment wordt ondersteund door de Iste Groep van het 25A onder leiding van Kapitein-commandant Doutrepont.
  • In de toren van de Sint-Barbarakerk te Maldegem, en op het dak van het gemeentehuis, komen twee observatieposten te staan.

Tijdens de voormiddag worden de regimentscommandanten ontboden bij bij de brug over het kanaal te Strobrugge voor overleg met de divisiecommandant, Generaal-majoor Raoul Daufresne.

Het 8J blijft in stelling aan het nieuwe front langsheen het Afleidingskanaal van de Leie.

Tijdens de voormiddag arriveert een detachement van vier Rijkswachters voor de ordehandhaving bij de brug van Celie.  Luitenant-kolonel Couvreur vraagt aan de gendarmen om de woningen op de oostelijke oever van het kanaal te laten ontruimen.  Tevens moeten enkele boeren opgevorderd worden om de gewassen plat te rollen en zo de troepen in de voorste linies van een vrij schootsveld te verzekeren.

De Wielrijdersgroep der 15Div van Majoor de Ryckman bevindt zich nog steeds op de vijandelijke oever.  Vroeg op de ochtend signaleert het 1Esk de komst van de eerste Duitse verkenners ten oosten van Boterhoek.  De brug van Celie wordt enige tijd later opgeblazen, gevolgd door de brug van Strobrugge later op de ochtend.

Opstelling van het 8J aan het Afleidingskanaal van de Leie tussen 23 en 26 mei 1940.

Opstelling van het 8J aan het Afleidingskanaal van de Leie tussen 24 en 26 mei 1940.

Het 8J blijft in stelling aan het nieuwe front langsheen het Afleidingskanaal van de Leie.  In de loop van de avond komt het geschut van de I/25A een eerste keer in actie.  Er worden diverse doelen beschoten voor de posities van de 9Cie.

Vanaf 11u00 vallen de eerste vijandelijke artilleriebommen neer in de ondersector van het 8J.  De Duitse artillerie beschiet de zone tussen het onderkwartier van de 10Cie en de 9Cie.  Er wordt dan ook een eerste aanval in deze omgeving verwacht.

Even voor 12u00 arriveren de Luitenanten Champy en de Gruben van de 4Cie van het 1ste Regiment Speciale Vestingseenheden op de commandopost van het regiment.  De mitrailleurs van deze compagnie die afkomstig zijn van het Fort Ertbrandt worden in steun gegeven van het 8J.

Rond het middaguur slaagt de vijand er in het Afleidingskanaal over te steken in de ondersector van het 7J, nabij Raverschoot net ten zuiden van Balgerhoeke. Het 7J komt onder zware druk te staan. Deze aanval wordt slechts door één enkel bataljon van het Duitse 481ste Infanterieregiment uitgevoerd nadat een misverstand is ontstaan over het tijdstip van de algemene aanval op de Belgische linies. Terwijl de overige eenheden van de vijandelijke 256ste Infanteriedivisie het voorziene aanvalsuur van 16u00 afwachten, kan het I/481 toch een beperkt bruggenhoofd behouden.

Het nieuws van deze actie bereikt Luitenant-kolonel Couvreur tegen 14u00.  De bataljonscommandanten worden onmiddellijk verwittigd.  De 9Cie en de 1Cie moeten hun meest oostelijke gevechtsgroepen in de dreigingsrichting opstellen.

Vuurplan van het 25A voor 26 mei 1940.

Vuurplan van het 25A voor 26 mei 1940.

Ter voorbereiding van de stormaanval van 16u00 vuurt de Duitse artillerie vanaf 15u00 een hevig bombardement uit aan de noordkant van Balgerhoeke. De 9Cie komt onder zwaar vuur te liggen.  De vijand slaagt er ook hier in het kanaal over te komen, en bij deze gevechten gaat evenwel het onderkwartier van de 9Cie verloren.  Door een combinatie van artillerievuur en de inzet van de 10Cie wordt een verdere doorbraak vermeden.

Het vijandelijk artillerievuur blijft aanhouden en tegen 17u00 zijn de meeste veldtelefoonlijnen van de commandopost van het regiment beschadigt.  Couvreur besluit uit te wijken naar zijn alternatieve commandopost die vlakbij de PC van de 3Cie gesitueerd is.

Het 7J wordt weggedreven van de kanaaloever en Balgerhoeke valt in de loop van de avond.  De posities van het 8J dreigen alzo overvleugeld te worden van op de zuidflank.

De Duitsers rukken op naar het punt ten oosten van Maldegem waar de spoorlijn van Eeklo naar Maldegem de Staatsbaan kruist. Terwijl de linkerflank van het 8J nog stand houdt aan het kanaal, wordt deze rechterflank ten dele teruggetrokken van de oever richting Maldegem. De staf van het Vde legerkorps is bijzonder bezorgd om Maldegem omdat op deze gemeente het enige overblijvende spoorwegstation binnen de zone van het korps ligt.  Deze gedeeltelijke terugtocht laat toe om te 18u05 de vuuropdracht E34 te bevelen aan de I/25A.

Om 19u15 wordt de val van Adegem bevestigd.

Terwijl het II/39Li en het III/39Li dringend uitgestuurd worden naar de oostrand van Maldegem blijft het 8J slachtoffers incasseren. De ganse avond lang blijven de gevechten aanhouden. De Belgen hopen nog op een tegenaanval, maar die kan niet uitgevoerd worden.

Omstreeks 21u00 krijgen alle eenheden van de 18Div het bevel om tijdens de nacht terug te trekken achter de lijn Stroburgge-Maldegem-Kleit. Ook het 8J gaat er van door.  De regimentscommandant duidt om 23u00 de volgende posities aan:

  • Het IIde Bataljon wordt teruggetrokken naar de baan Maldegem-Kleit, en moet zijn linkerflank ongeveer 1Km zuid van de dorpskern plaatsen.
  • Het IIIde Bataljon wordt verplaatst naar de baan Maldegem-Brugge, met zijn rechterflank ter hoogte van Kasteel Reesinghe
  • Het Iste Bataljon wordt verschoven naar de zuidwest rand van Maldegem en opgesteld tussen Vossenhol en Bogaarde.
  • De commandopost van het regiment zal naar Vossenhol verplaatst worden.
Duitse posities in de avond van 26 mei 1940.

Duitse posities in de avond van 26 mei 1940.

Tijdens de nacht van 26 op 27 mei verplaatst het 8J zich naar Maldegem om er positie in te nemen op de nieuwe, onvoorbereide verdedigingslinie. Rondom 03u00 zijn te meeste detachementen ter plekke. De restanten van het 8J en 9J worden er samengevoegd met de enkele overgebleven detachementen van het 39Li en het 3Gr die nog niet zijn weggevlucht naar Oedelem.  De opstelling verloopt enigszins verward.

Het Iste en het IIIde bataljon bevinden zich langsheen de westrand gemeente. Het IIde bataljon is ten zuidwesten van Maldegem in stelling. Er is geen kabel meer in voorraad voor de veldtelefoons en de bataljons moeten zich dan ook met estafetten behelpen om de verbinding met de hogere echelons te verzekeren.

In de vroege ochtend wordt Luitenant-kolonel Couvreur ontboden op de staf van de 17Div om een tegenaanval te bespreken.  Couvreur pleegt overleg met zijn bataljonscommandanten alvorens te vertrekken, en krijgt te horen dat zijn troepen uitgeput zijn.  Vervolgens vertrekt hij samen met Majoor Brohez naar de divisiestaf.  Hier wordt bevestigd dat het dispositief enigszins aangepast wordt.  Het centrum van de gemeente zal verdedigd worden door een detachement van het 9J, terwijl de elementen van het 39Li en het 3Gr opnieuw zullen terugkeren naar de 18Div.  De staf van de 17Div zal zich naar Vliegende Paard verplaatsen, terwijl de commandopost van het regiment verschoven wordt naar Kilometerpaal 86.900 op de Brugse Steenweg ten westen van Maldegem. 

De Duitsers verliezen geen tijd en achtervolgen de Belgische troepen zodra het weer dag wordt. De luchtaanvallen en artilleriebeschietingen blijven aanhouden en de vijandelijke infanterie maakt al snel contact met de Belgen rond Maldegem. Het dorp Kleit valt rond de middag en het IIde bataljon wordt bedreigd. De medische hulppost van bataljonsarts Dokter Roey wordt gevangen genomen omstreeks 14u00.

Toestand bij het 8J net voor de aftocht van het Afleidingskanaal naar Assebroek.

Toestand bij het 8J net voor de aftocht van het Afleidingskanaal naar Assebroek.

De divisie laat meedelen dat de stellingen tot bij valavond bezet moeten worden en er vervolgens opnieuw zal worden teruggetrokken.

Rondom 20u00 volgt het bevel tot de aftocht naar Assebroek. Het Iste bataljon zal de achterhoede vormen. Rondom 23u00 komen de restanten van het 8J aan te Assebroek waar de commandopost ontplooit wordt nabij de kerk. Het Iste en het IIde bataljon zullen het eerste echelon vormen rondom Beversveld. Het IIIde bataljon zal in tweede linie gaan.

Het 8J is nog maar net ontplooid op zijn laatste stellingen te Assebroek wanneer het bericht van de Belgische capitulatie vernomen wordt.

Op dat ogenblik bevinden het Iste en IIde bataljon zich op het eerste echelon rond Beversveld. Het IIIde bataljon, zonder de op 26 mei verloren gegane 9de compagnie, bezet het tweede echelon.


Krijgsgevangenen/8J

Na de Belgische capitulatie is de bezetter geconfronteerd met een grote massa Belgische en Franse krijgsgevangenen die op één of andere manier naar Duitsland moeten worden overgebracht. Om de evacuatie snel te laten verlopen wordt geopteerd voor het vervoer per rijnaak. Vanuit het Gentse wordt een aantal krijgsgevangen militairen van 8J via Axel en Zaamslag naar Walsoorden in Zeeuws-Vlaanderen gebracht. Hier wordt ingescheept om via het “Kanaal door Zuid-Beveland”, het Hollands Diep, de Waal en de Rijn richting Duitsland te varen.


Krijgsgevangenen/8J
Op donderdag 30 mei vertrekt rond 09u00 een konvooi van vier schepen richting Duitsland. Het schip de “Rhenus 127”, met aan boord uitsluitend Belgische krijgsgevangenen, vaart als tweede in het konvooi. Rond 19u30 wordt het Hollands Diep bereikt ter hoogte van Willemstad. Hier loopt het schip op een magnetische mijn die door de Duitse luchtmacht werd gedropt aan het begin van de oorlog. Aangezien er geen inschepingslijsten werden opgesteld is niet geweten hoeveel Belgische militairen aan boord waren. Er wordt aangenomen dat er ongeveer 1.200 man werd ingescheept, onder hen een aantal van het 8J. In totaal worden 167 lichamen geborgen, vermoedelijk ligt het aantal slachtoffers nog hoger. Het 8J telt 5 geïdentificeerde slachtoffers. Onder hen de Soldaten Clement, Dewez, Folmer, Gos en Stevens.

Na de capitulatie

Slachtoffers

EenheidNaamVoornaamFotoGraadStandKlas° op° te+ op+ teNota
8/IIBAUFAYTJoseph, G.A.SdtMil2912.03.1909Gougnies27.05.1940MaldegemGedood door artillerievuur
9/IIIBERNARDAlbert, C.G.KplMil3114.06.1911Chimay26.05.1940Adegem
1/IBILTIAUGaston, E.F.KplMil2804.02.1908Brugge27.05.1940Sint-AndriesOverleden Hospitaal Abdij Zevenkerken
8/IICAMBIERLucien, J.G.KplMil3125.06.1911Carnières27.05.1940Sint-AndriesOverleden Hospitaal Abdij Zevenkerken
9/IIICHANTRAINELéon, A.A.SdtMil3027.05.1910Châtelet24.05.1940Antwerpen
5/IICLEMENTRaoul, O.N.SdtMil24.12.1908Mont-sur-Marchienne09.06.1940Willemstad (NL)KG op Rhenus 127 op 30/5
5/IICROQUETCamille, G.G.KplMil2827.01.1908Rebecq-Rognon18.05.1940Ekeren
2/IDEDISTEFernand, R.G.SdtMil3624.01.1916Buzet26.05.1940BruggeVerwond op 26.05
1/IDEGANDEugène(Onbekend)(Onbekend)Courcelles26.05.1940AdegemKlaroenblazer
2/IDELATTRECyrille, J.G.SdtMil3120.01.1911Monceau-sur-Sambre26.05.1940Maldegem
9/IIIDELVILAlphonse, A.SdtMil3120.10.1911Ransart26.05.1940Adegem
9/IIIDELWARTMarcel, G.L.SdtMil2907.03.1909Marchienne-au-Pont26.05.1940Adegem
8/IIDEPOITREOmer, J.SdtMil3111.03.1911Lessines04.06.1940Sint-AndriesOverleden Hospitaal Abdij Zevenkerken
OnbekendDEWEZFélix, M.SdtMil15.12.1908Monceau-sur-Sambre06.06.1940Willemstad (NL)KG op Rhenus 127 op 30/5
OnbekendFOLMERRenéSdtMil13.09.1908Marchienne-au-Pont04.06.1940Willemstad (NL)KG op Rhenus 127 op 30/5
OnbekendGOSJoseph, MauriceSdtMil2827.06.1908Châtelineau10.06.1940Ooltgensplaat (NL)KG op Rhenus 127 op 30.05
OnbekendHUARTFernandSdt18.01.1910Seloignes05.08.1940Bamberg (D)
8/IIHAVEZPhilibertSdtMil3029.07.1910Angre27.05.1940Maldegem
10/IIIINGEBOUDTRobert, J.E.OLtAct15.03.1914Houdeng-Aimeries17.05.1940Merksem
1/ILEBLOISGustaveSdtMil2722.07.1907Florennes25.05.1940Adegem
OnbekendLISMONTAndréSdtMil2813.12.1908Sint-Pieters-Woluwe14.05.1940Essen
5/IINYSMaurice, A.SdtMil3114.03.1911Ransart27.05.1940Maldegem
2/IIRISBANMaurice, N.G.LtRes13.04.1910Montignies-Marche02.06.1940Sint-AmandsbergVerwond op 27.05 omstreeks 23u00 te Maldegem
1/ISAUVAGEAlfred, L.SdtMil2905.01.1909Roux25.05.1940Adegem
Pl VknrSEVERINJean, B.SdtMil2801.01.1908Sint-Gillis27.05.1940Maldegem
OnbekendSTEVENSFlorentSdtMil14.04.1909Gilly05.06.1940Willemstad (NL)KG op Rhenus 127 op 30/5
9/IIITHEWISEmile, J.SdtMil3026.10.1910Chimay26.05.1940Adegem
9/IIITHIBAUTEmile, J.G.SdtMil2614.07.1906Mont-sur-Marchienne26.05.1940Adegem
OnbekendTOUSSAINTGermain, E.KplMil3111.08.1909Dampremy17.05.1940Kapellen
1/IVAN LIERDEJulien, R.SdtMil3629.12.1916Overboelare25.05.1940Adegem
2/IVASSARTArthur, E.H.AdjtKROLt3711.12.1914Charleroi17.06.1940BrusselVerwond op 26.05 te Adegem
OnbekendWALRAVENSTheofielSdtMil17.12.1918Ninove27.05.1940Maldegem
8/IIWERYFernand, D.SdtMil3002.02.1910Forchies-la-10.06.1940Sint-Amandsberg

Bibliografie en Bronnen

  1. De restanten van de loopgrachten gegraven door het 8J (eerste en tweede echelon) zijn nu nog zichtbaar in het Ertbrandbos. Ze werden ik kaart gebracht. [On Line beschikbaar]: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/301948 [Laatst geraadpleegd 05 februari 2019].
  2. Couvreur, H., 1985. Souvenirs de la Campagne de 1940. Le Cor de Chasse, (49), pp.4-11.
  3. Couvreur, H., 1985. Souvenirs de la Campagne de 1940. Le Cor de Chasse, (51), pp.2-7.
  4. Couvreur, H., 1985. Souvenirs de la Campagne de 1940. Le Cor de Chasse, (52), pp.5-12.