IIIde Legerkorps

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming IIIde Legerkorps | IIILK
IIIème Corps d’Armée | IIICA
Type Infanteriekorps  
Bevelhebber Luitenant-generaal Joseph de Krahe
Stafchef Majoor SBH F. Colsoulle
Commandant Artillerie Generaal-majoor Albert Jadot
Commandant Genie LK Kolonel Iwan Beaupain
Commandant Genie VPL Kolonel SBH M. Oudenne
Commandant Luchtvaart Majoor Vlieger A. Damblon
Commandant Transportkorps Kolonel E. Lefebvre
Commandant Gezondheidsdienst Geneesheer Kolonel J. Disclez
Commandant Paardenartsenijdienst Dierengeneesheer Luitenant-kolonel Tihange
Standplaats Versterkte Positie Luik
Commandopost in de Citadel te Luik
 
Organieke Eenheden Hoofdkwartier
  Compagnie Administratie (Luitenant Constant Leburton)
  2de Infanteriedivisie
  3de Infanteriedivisie
  23ste Bataljon Genie
  23ste Bataljon Transmissietroepen
  15de Regiment Artillerie
  Geneeskundig Korps III LK Staf (Med LtKol E. Claes)
    Geneeskundige Versterkingscompagnie (Med 1Kapt G. Oury)
    1ste Legerkorpsambulance (Med Lt J. Daenen)
    2de Legerkorpsambulance (Med 1Kapt J. Biquet)
    Geneeskundige Ambulance (Med Maj Robert Schuermans)
    Lichte Heelkundige Ambulance (Med 1Kapt G. Cambresier)
    Hygiënetrein (Med 1Kapt G. Pirson)
  Intendancekorps III LK Staf
    Compagnie Intendance
  Transportkorps III LK Staf (Cdt C. Kosmant)
    1ste Autopeloton voor Artilleriemunitie (1PAMA) (Lt F. Mathot)
    2de Autopeloton voor Artilleriemunitie (2PAMA) (Lt G. Bodeux)
    Autopeloton voor Ravitaillering (PARa) (Kapt G. Gourlez de la Motte)
    1ste Autopeloton der Sanitaire Vervoersformaties
    2de Autopeloton der Sanitaire Vervoersformaties
    Autopeloton voor Materieel (PAMat) (Lt L. Barbier)
    Atelier voor Herstelling van het Wagenpark (ARCA) (Lt R. Collin)
    Atelier voor Herstelling van het Materieel (ARM) (Lt N. Van Dantzig)
    Ontsmettingscompagnie (Lt P. Bonjean)
  Compagnie Luchtafweermitrailleurs III LK (Lt E. Renette)
  Provoost (Majoor F. Van Coppenolle)
Tijdelijke Eenheden Regiment Vestingsartillerie Luik
  1ste Regiment Lansiers
  1ste Regiment Grenswielrijders
  2de Regiment Grenswielrijders
  4de Regiment Karabiniers-Wielrijders
  VIIde Bataljon Speciale Vestingstroepen
  Wielrijderseskadron 11de Infanteriedivisie
  IIIde Groep 1ste Luchtvaartregiment

Tijdens de mobilisatie

HK III/LK

Het hoofdkwartier van het IIIde Legerkorps stond opgesteld in de citadel van Luik.

De staf van het IIIde Legerkorps (III/LK), een legerkorps van het actief leger, wordt op 26 augustus 1939 gemobiliseerd in de Kazerne Ruiter Fonck te Luik en wordt enkele dagen later geïnstalleerd in de Citadel van Luik. LtGen de Krahe is niet alleen bevelhebber van het III/LK maar in cumul ook de commandant van de Versterkte Positie Luik (Position Fortifiée de Liège oftewel PFL) en commandant van de 3de Militaire Circonscriptie.  Het III/LK speelt een sleutelrol in de verdediging van de provincie Luik bij een mogelijke aanval van Duitsland. Deze opdracht omvat drie taken:

A. Bezetten van de Alarm Positie langs de Belgische oostgrens tussen Lixhe via Teuven en Gemmenich tot Losheimergraben. Deze taak wordt uitgevoerd door een beperkt aantal detachementen:

  • Doorheen de zone van het III/LK liggen 32 alarmposten (PA: Poste d’Alerte) met een ploeg bestaande uit telkens één korporaal en drie soldaten.  Elk van deze posten is ingericht in een versterkte schuilplaats en beschikt over een telefoonaansluiting, en een noodzender met vier langspeelplaten met vooraf opgenomen alarmmeldingen.
  • Deze alarmposten worden aangevuld door 6 officiersverkenningen (RO: Reconnaissance Officier) bestaande uit één officier en een twaalftal manschappen.  Deze ploegen hebben een mobiele bewakingstaak langsheen vooraf bepaalde verkeersaders.
  • De Rijkswacht patrouilleert eveneens langsheen de grens van uit een tiental vaste posten (PF: Poste Fixe) en onderzoeksposten (PE: Poste d’Examen).  Vaste posten laten geen grensverkeer toe, terwijl dit bij onderzoeksposten wel mogelijk is.
  • Vervolgens zijn er talrijke vernielingsploegen actief bij de ondermijnde spoorwegen, verkeersknooppunten, bruggen en viaducten.
  • Ook bevinden zich in de militaire en gemilitariseerde burgerlijke telefooncentrales detachementen van de transmissietroepen.
  • De lokale brigades van de Territoriale Rijkswacht zijn eveneens aanwezig in het grensgebied.  De Rijkswacht van het kanton Gemmenich staat bovendien in verbinding met de Nederlandse grenstroepen die Zuid-Limburg bewaken zodat het IIIde Legerkorps tot op zekere hoogte een beeld heeft van de grensactiviteit bij onze noorderburen.

De coördinatie van deze surveillance activiteiten verloopt via 2 Vooruitgeschoven Inlichtingen Centra (CRA: Centre de Renseignements Avancé): het CRA Trois-Ponts en het CRA Fléron.  Deze centra worden geleid door een stafofficier van het 2de Bureau (Inlichtingen) van het III/LK.

B. Bezetten van een Voortuitgeschoven Positie vanaf de Voerstreek in het noorden tot aan Stavelot in het zuiden om de vijand te vertragen en te kanaliseren. Deze positie loopt over Buesdael, Hombourg, Henri-Chapelle, Limbourg, Jalhay, Hockai, Francorchamps en Meiz. In het noorden wordt ze bezet door het 1ste Regiment Grenswielrijders (1CyF) en in het zuiden door het 1ste Regiment Lansiers (1L).

C. Verdediging van de Versterkte Positie Luik (Position Fortifiée de Liège oftewel PFL). De laterale grenzen van deze verdedigingsgordel rondom Luik worden gevormd door Lixhe in het noorden en Comblain-au-Pont en Engis in het zuiden. De Versterkte Positie Luik bestaat uit vier linies:

  • Het verst buiten de stad ligt de PFLI linie over een lengte van ongeveer 50Km tussen Visé en Comblain-au-Pont met de drie nieuwe forten van Aubin-Neufchateau, Battice en Tancrémont, aangevuld met 179 betonnen bunkers. Tussen de forten van de PFLI linie worden geen gevechtseenheden opgesteld.
  • De PFLII linie is ongeveer 28Km lang en loopt van Barchon tot Boncelles. Op deze linie zullen bij een vijandelijke inval de 2de Infanteriedivisie (2Div) en de 3de Infanteriedivisie (3Div) post vatten. De linie omvat de vernieuwde forten van Barchon, Evegnée, Fléron, Chaudfontaine, Embourg en Boncelles aangevuld met 61 betonnen bunkers in twee echelons.
  • De PFLIII linie bestaat uit drie steunpunten op de rechteroever van de Maas te Visé, Argenteau en Jupille-Renory. Te Visé zijn 19 bunkers gebouwd, waarvan 4 met een C47 anti-tankkanon. Het steunpunt te Argenteau bestaat uit 10 bunkers, waarvan 2 met een C47, en het steunpunt te Jupille telt 13 bunkers, waarvan 8 over een C47 beschikken.
  • De Maas wordt gedekt door de PFLIV linie die op de forten van Flémalle en Pontisse kan rekenen en bestaat uit 31 bunkers aan de oever van de Maas tussen Flémalle en Lixhe, 9 bunkers aan het Albertkanaal tussen Coronmeuse en Ternaaien en 10 bunkers tussen het fort van Pontisse en Ternaaien.

Voor deze uitgebreide taak kan het III/LK beschikken over heel wat tijdelijke eenheden. Hierdoor beschikt het korps op 09 mei voor de verdediging van de Provincie Luik over het equivalent van 29 gevechtseenheden (infanterie, wielrijders en cavalerie) ter grootte van een bataljon. In totaal bevinden 20 bataljons zich ten oosten van de Maas en 9 bataljons ten westen van de stroom. De organisatie voor het gevecht is als volgt:

  • Vooruitgeschoven Positie: 5 bataljons
    • Ondersector Noord
      • 1ste Regiment Grenswielrijders
      • Wielrijderseskadron van de 3Div
      • pelotons verkenners van het 1ste, 12de en 25ste Linieregiment
    • Ondersector Zuid
      • 1ste Regiment Lansiers, minus het 2de Eskadron
      • Wielrijderseskadron van de 2Div
      • pelotons verkenners van het 5de, 6de en 28ste Linieregiment
  • Hoofdweerstandsstelling langs de PFLII linie: 14 bataljons
    • Sector Maas-Stroomafwaarts (Meuse-Aval) Lixhe-Pontisse: 4 bataljons samengebracht in de Groepering Gits
      • 2de Regiment Grenswielrijders, minus het Iste Bataljon dat als reserve van het legerkorps dient
      • VIIde Bataljon Speciale Vestingseenheden
      • Iste Bataljon van het 6de Linieregiment
      • 2de Compagnie van het 23ste Bataljon Genie
      • Iste Groep van het 3de Regiment Artillerie, de 8ste Batterij van het 15de Regiment Artillerie, een Ob75 van het fort van Pontisse en de kazemat Visé 2 van het fort van Eben-Emael
    • Sector Chertal-Chaudfontaine: 3de Infanteriedivisie
      • 1ste Linieregiment, minus Peloton Verkenners
      • 12de Linieregiment, minus 1ste Compagnie en Peloton Verkenners
      • 25ste Linieregiment, minus Peloton Verkenners
    • Sector Chaudfontaine-Engis: 2de Infanteriedivisie
      • 5de Linieregiment, minus Iste Bataljon en peloton verkenners
      • 6de Linieregiment, minus Iste Bataljon en peloton verkenners
      • 28ste Linieregiment, minus peloton verkenners
    • Sector Maas-Stroomopwaarts (Meuse-Amont): 3 bataljons
      • Iste Bataljon van het 5de Linieregiment
    • Sector Ourthe tussen Tilff en Comblain-au-Pont: 2 bataljons
      • 4de Regiment Carabiniers-Wielrijders
  • Reserve van het Legerkorps: 1 bataljon
    • Iste Bataljon, 2de Regiment Grenswielrijders (I/2CyF)

Geneeskundig Korps III/LK
Op niveau korps is sinds oktober 1939 een Medisch-Chirurgisch Centrum (MCC) ingericht te Juprelle. Dit centrum gebruikt het Militair Hospitaal van Luik als evacuatiebestemming.

HK III/LK
Tijdens de vooravond van 9 mei verwittigt Kapitein SBH Lallemand, chef van het 2de Bureau (inlichtingen) om 18u30 een eerste keer de stafchef Majoor SBh Colsoulle dat verschillende detachementen langsheen de oostgrens verontrustende troepenbewegingen op Duits grondgebied melden.  Colsoulle bespreekt dit met Luitenant-generaal de Krahe, die besluit dat het nog te vroeg is om maatregelen te nemen.  Ook wanneer de alarmposten van Gemmenich en Losheimergraben rond 20u00 verdachte motorgeluiden melden, wordt alleen het Groot Hoofdkwartier (GHK) op de hoogte gebracht.  De berichten blijven echter aanhouden, zodat de legerleiding om 22u45 beveelt dat het IIIde Legerkorps de staven van al zijn eenheden het vooralarm dient te geven.  Een goed half uur later bevestigt Generaal-majoor Derousseaux van het GKH dat alle eenheden van het III/LK tegen de ochtend van 10 mei op hun gevechtsposities moeten geplaatst worden

Vervolgend wordt de staf van het IIIde Legerkorps om 23u20 als één der eerste grote eenheden van het veldleger in staat van alarm gebracht.  Alle eenheden moeten nu onmiddellijk ontplooid worden, en moeten starten met het uitvoeren met de prioritaire vernielingen op het vernielingsplan.  De forten van het Regiment Vestingsartillerie Luik dienen hun geschutskoepels en kazematten te bemannen.  De 3de Directie van de Genie en de Versterkingen moet het waterpeil op het oostelijke deel van het Albertkanaal op volle hoogte brengen.

Talrijke alarmposten langsheen de grens maken dan reeds gewag van verontrustende geluid- en lichtwaarnemingen op het Duitse grondgebied.  Om 03u00 bevestigt het GHK dat het Duitse leger het Groot-Hertogdom Luxemburg binnengevallen is.  Tegen 04u15 verneemt het III/LK dat ook het Belgisch territorium aangevallen is nabij Gemmenich.   In het hierop volgende kwartier loopt ook het nieuws binnen dat er een luchtlanding aan de gang is op het Fort van Eben-Emael.  Dit wordt gevolgd door meldingen van luchtlandingen nabij Kanne, Vroenhoven en Veldwezelt.

De vijand valt intussen op meerdere locaties het land binnen.  De alarmposten voeren de voorgeschreven vernielingen uit en trekken zich terug naar de Vooruitgeschoven Positie waar het 1CyF en het 1L postgevat hebben.   Wanneer alle grensdetachementen binnengelopen zijn, zal de Vooruitgeschoven Positie verlaten worden. Het 1CyF dient zich vervolgens te Liers te hergroeperen, terwijl 1L te Grâce-Berleur zal samengebracht worden.

Ondertussen wordt het hoofdkwartier van het III/LK in twee echelons gesplitst:

  • Het eerste echelon omvat LtGen de Krahe en zijn stafchef, het 1ste Bureau (Operaties), 2de Bureau (Inlichtingen), het Commando van de artillerie, het Commando van de luchtvaart en het Peloton Verdediging.  Deze groepering werkt in de commandobunker op de Citadel.
  • Het tweede echelon bestaat uit het 3de Bureau (Personeel), 4de Bureau (Bevoorrading), en het Commando van de gezondheidsdienst.  Deze groepering verhuist naar Awans-Bierset.
  • Het Commando van de genie blijft op de kazerne Fort de la Chartreuse.
  • LtGen de Krahe is in cumul ook bevelhebber van de 3de Militraire Circonscriptie het gebied Luik en Limburg omvat.  Het Militair Auditoraat verhuist naar het Chateau de Waroux tussen Alleur en Xhendermael.

Tijdens de ochtend komt er onheilspellend nieuws vanuit de zone van het Iste legerkorps (I/LK) dat opgesteld staat achter het Albertkanaal ten noorden van het III/LK.  Na de luchtlandingen te bij de 7Div te Kanne, Vroenhoven en Veldwezelt zijn de Duitsers erin geslaagd om op de twee laatste locaties de bruggen over het Albertkanaal te veroveren.  Ook het fort van Eben-Emael meldt dat verschillende geschutskoepels door parachutisten uitgeschakeld zijn. Tegen de avond zullen de bruggen te Vroenhoven en Veldwezelt overschreden zijn, en zal de vijand de 7Div aangeklampt hebben over de ganse breedte van de divisiesector.  De weg naar Tongeren zal openliggen.

Omdat de Versterkte Positie Luik vanuit het noordwesten dreigt omsingeld te worden besluit het Groot Hoofdkwartier al tijdens de late namiddag van 10 mei dat de posities van de PFLII linie ten oosten van de stad niet kunnen behouden worden door het III/LK.

Het oppercommando wil het risico van een omsingeling niet nemen en geeft om 20u00 het bevel om de oostelijke oever van de Maas versneld te ontruimen, met uitzondering van de forten. Om 21u30 worden de divisiecommandanten door het HK het IIIde Legerkorps gebriefd over de nieuwe opstelling die tijdens de nacht van 10 op 11 mei zal worden ingenomen. De 3Div zal verplaatst worden om een nieuwe defensieve positie in te nemen op de linkeroever van de Maas vanaf Lixhe, over de stad Luik heen om vervolgens op de rechter Maasoever aan te sluiten bij de posities van de Groepering Keyaerts langs de Ourthe. Omdat de frontlinie hierdoor dermate ingekort wordt is de 2Div niet langer nodig voor de verdediging van Luik. De 2Div krijgt dan ook opdracht om de PFLII linie zo snel mogelijk te ontruimen en zich naar de K.W. Stelling te begeven. De geplande nieuwe opstelling is als volgt:

  • De Groepering Gits blijft toegewezen aan de sector “Meuse-Aval” met een ongewijzigde samenstelling.  Het hoofdkwartier van de groepering blijft te Heure le Romain.
  • De 3de Infanteriedivisie zal zich op twee echelons installeren op de linkeroever van de Maas, tussen de sector Meuse-Aval en de monding van de Ourthe.  De divisiestaf zal zich in het Fort van Lantin opstellen.  De 3Div zal de I/3A bij de Groepering Gits laten, maar zal bijkomende vuursteun ontvangen van:
    • de Ob155 houwitsers van de Iste Groep en IIde Groep van het 15de Regiment Artillerie.
    • een batterij MVD58 loopgraafmortieren
  • Een groepering onder bevel van Generaal-majoor Robert Paret, Commandant Infanterie van de 2Div, wordt opgericht voor de verdediging van de sector Ourthe.  Deze nieuwe sector loopt langsheen deze rivier vanaf de monding tot Comblain-au-Pont.  Paret zal zijn commandopost installeren in het Fort van Boncelles en zal over de volgende eenheden beschikken:
    • 4de Regiment Carabiniers-Wielrijders
    • 1ste Regiment Lansiers minus het 1ste en het 2de Eskadron
    • IIde Bataljon van het 28ste Linieregiment
    • zes pelotons van de Iste Groep van het 2de Regiment Grenswielrijders voor de bewaking van de bruggen over de Maas tussen Frangnée (exclusief) en Engis (inclusief)
    • 11de Bataljon Genie
    • het geschut van de forten van Boncelles en Flémalle
  • Het hoofdkwartier van het III/LK behoudt de volgende eenheden als reservemacht voor het korps:
    • 1ste Regiment Grenswielrijders
    • Iste Bataljon van het 2de Regiment Grenswielrijders
    • 1ste Eskadron van het 1ste Regiment Lansiers
  • De legerkorpsartillerie blijft onder het bevel van commandant 15A
    • VI/15A zal vuursteun geven aan sector Meuse-Aval
    • IV/15A zal sector Meuse steunen
    • III/15A en V/15A zullen aangehecht worden aan sector Ourthe
  • Met uitzondering van de forten van Eben-Emael, Pontisse, Boncelles en Flémalle zullen de overige bolwerken onder het bevel blijven van het Vestingsregiment van Luik.
  • De luchtverdediging zal verzekert worden door de IIde Groep van het 1DTCA dat vanop stellingen te Hermée, Vottem en Grace-Berleur zal vuren.  De Territoriale Wacht voor Luchtafweer moet zijn vier secties inzetten voor de beveiliging van de nog intacte bruggen over de Maas.

De 2de Infanteriedivisie wordt doorgestuurd naar de K.W. Stelling, met uitzondering van het I/6Li dat op de sector Maas-Stroomafwaarts blijft, en II/28Li dat aan de nieuwe Groepering Paret wordt toegevoegd.  Ook het 11de Bataljon Genie, afgedeeld van de 11de Infanteriedivisie, blijft voorlopig nog te Luik.

Geneeskundig Korps III/LK
Op 10 mei meldt Geneesheer Luitenant-kolonel Claes om 04u30 dat zijn MCC volledig operationeel is. Rond het middaguur wordt met personeel in overtal een tweede, geïmproviseerde Medische Versterkingscompagnie samengesteld die in zijn geheel gedetacheerd wordt naar het 4de Regiment Carabiniers-Wielrijders in een poging om alle gevechtseenheden van een min of meer gelijkwaardige medische steun te voorzien. De compagnie bereikt de staf van het 4Cy om 17u00.

Intendancekorps III/LK
De intendance is ondergebracht aan de Rue du Moulin te Bressoux.

Transportkorps III/LK
Het PARa kantonneert in de Ferme des Boues aan de Rue de Jupille te Bressoux (huidige Rue Winston Churchill).

Provoost III/LK
Majoor Van Coppenolle is commandant van de Territoriale Groep Hasselt van de Rijkswacht en wordt pas bij de afkondiging van Fase E van het mobilisatieplan gemobiliseerd als provoost van het III/LK.  Hij wordt per telegram verwittigd omstreeks 05u30 en vertrekt naar Luik tijdens de vroege ochtend van 10 mei.  Hij bereikt het hoofdkwartier op de Citadel tegen 10u55 en vervoegt vervolgens zijn commandopost in de woning van de heer Dethier aan de Rue du Glacis 7.  Hier lost hij Kapitein Leveaux af die tot dan het kleine detachement Rijkswachters bij het III/LK beval.

Net zoals bij de andere provoostdiensten op niveau legerkorps zal ook Majoor Van Coppenolle kunnen beschikken over een detachement van 3 lagere officieren, 21 ruiters en 71 rijkswachters te voet.  De ruiterij en ongeveer de helft van het voetvolk zijn afkomstig van de Compagnie Luik.  De overige gendarmen moeten van de Compagnies Brugge, Gent, Hasselt en Brugge toekomen.  Van Coppenolle is dan ook niet verbaast dat een deel van zijn effectieven ontbreekt.

De provoostdienst ontvangt 3 opgeëiste vrachtwagens en een bestelwagen.  De rest van de dag wordt besteed aan het op punt stellen van de slagorde naarmate de opgeroepen Rijkswachters arriveren.

HK III/LK
Vroeg in de ochtend worden drie bruggen over de Maas vernield.  Om 06u07 vliegt de brug van Ivoz-Ramet de lucht in, gevolgd om 06u25 door de spoorbrug te Val-Saint-Lambert en om 06u40 door de spoorbrug te Renory.  De overige bruggen tussen Argenteau in het noorden en Seraing in het zuiden blijven voorlopig nog intact, om aan de vijand de indruk te laten dat de rechteroever van de Maas nog steeds verdedigd wordt.  Om 09u00 besluit de korpsstaf echter om de helft van alle bruggen te laten vernielen.  De bevelhebber van de 3Div krijgt volmacht om de overige kunstwerken naar eigen inzicht te laten opblazen.  Dit zal tijdens de late voormiddag gebeuren.

Op 11 mei moet het III/LK tot driemaal toe zijn dispositief wijzigen om hoofd te bieden aan de vijandelijke acties. Tijdens de dag worden volgende fases doorlopen:

A. Reorganisatie west van de Maas
Tijdens de nacht van 10 op 11 mei ontruimen de eenheden van het IIIde Legerkorps de PFLII linie. Na de reorganisatie is de situatie als volgt:

  • De 2Div verlaat in de vroege ochtend, gedekt door de duisternis van de nacht, zijn stelling op de fortenlijn en trekt terug over de bruggen van Wandre en Herstal naar de westelijke oever. Deze bruggen worden omstreeks 11u00 opgeblazen door de technische wachten van het 23ste Geniebataljon. De ganse 2Div, op twee infanteriebataljons na (I/6Li en II/28Li), zal na dit manoeuvre naar de K.W. Stelling geëvacueerd worden. De manschappen zullen met autobussen en vrachtwagensvan de Legerautogroepering vervoerd worden. De paardengespannen worden op de trein geplaatst.  De artillerie van de divisie zal in vier etappes langs de baan naar het westen reizen.
  • Met uitzondering van het Fort van Boncelles en het Fort van Flémalle, krijgen de forten de opdracht om de strijd verder te zetten zonder steun van de gevechtseenheden.  Boncelles en Flémalle staan onder het bevel van de 3Div.  Eben-Emael en Pontisse worden niet langer bevolen door de staf van het Vestingsregiment van Luik.
  • De Groepering Gits bezet nog steeds de sector “Meuse-Aval”.
  • De 3Div neemt een nieuwe defensieve stelling in op de linkeroever van de Maas, tussen de sector Meuse-Aval en de monding van de Ourthe. De divisie installeert zich op twee echelons; het eerste echelon loopt van Chertal tot aan de Ourthe, het tweede echelon loopt ten westen van deze linie op het plateau dat over de Maas uitkijkt, tussen Grâce-Berleur en Liers. Het tweede echelon komt onder het bevel van Kolonel SBH Barthélemy, commandant van 1Li te staan. Het 1Li stelt zijn commandopost op te Alleur. De divisiestaf is ondergebracht in het oude Fort van Lantin.
  • De Groepering Paret verlengt de stelling van de 3Div langs de Ourthe tot Comblain-au-pont waar de verbinding wordt gemaakt met de stellingen van de Groepering Keyaerts. Langs de westelijke oever van de Ourthe worden van noord naar zuid het 1L(-), het II/28Li en het 4Cy opgesteld. Het 1ste Regiment Lansiers, dat zich nog op de westelijke Maasoever te Grâce-Berleur bevond zet zich om 02u30 in beweging richting Ourthe. Het regiment bereikt tegen 08u00 zijn nieuwe stelling bij de Groepering Paret.  De Iste Groep van het 2CyF levert zes pelotons ter verdediging van de bruggen over de rivier.
  • De mobiele reserve van het III/LK bestaat uit 1CyF dat zich te Liers bevindt, het I/2CyF in Alleur en het 1/I/1L dat zich klaar houdt te Grâce-Berleur.

B. Versterking van de noordwest flank
Het III/LK ziet terecht dat zijn noordelijke flank steeds meer bedreigd wordt. Om de flankdekking te verzekeren, stuurt het IIIde Legerkorps om 10u00 drie bataljons naar het noordwesten om post te vatten langsheen de Jeker, tussen het dorp Glons en het gehucht Pierreux ten oosten van Bassenge. Hiervoor worden het Iste en IIIde Bataljon van 1Li uit het tweede echelon gehaald om samen met III/1CyF van de korpsreserve over te gaan naar de Goepering Gits:

  • het Iste Bataljon van het 1ste Linieregiment wordt doorgestuurd naar Glons.
  • het IIIde Bataljon van het 1ste Linieregiment wordt naar Boirs bevolen.
  • het IIIde bataljon van het 1ste Regiment Grenswielrijders dient te Bassenge en Pierreux langsheen de spoorlijn stelling te nemen.
  • de formatie zal versterkt worden door de Compagnie Getrokken C47 van de 3de Infanteriedivisie die aan elk bataljon één van zijn drie pelotons zal toewijzen.
  • Kolonel SBH L. Barthélemy, commandant van het 1Li, zal deze formatie bevelen vanop de commandopost van de Groepering Gits te Heure-le–Romain.

De Groepering onder bevel van Kolonel SBH Barthélemy wordt rond het middaguur aangevuld met twee bataljons die westflank moeten verlengen en stelling nemen op de lijn Glons-Sluizen-Vreren. Het betreft twee bataljons uit de korpsreserve namelijk het:

  • Iste Bataljon van het 1ste Regiment Grenswielrijders
  • IIde Bataljon van het 1ste Regiment Grenswielrijders

Dit leidt tot een wijziging in de samenstelling van de korpsreserve die zal nu bestaan uit:

  • 1ste Eskadron van het 1ste Regiment Lansiers te Voroux-les-Liers
  • IIde Bataljon van het 12de Linieregiment te Voroux-les-Liers
  • 4de Compagnie van het 32ste Bataljon Genie te Fexhe-les-Slins

Omwille van de toenemende onrust over een mogelijke doorbraak uit het noordwesten wordt de fractie van het 1ste Regiment Lansiers dat onderdeel uitmaakt van de Groepering Paret om 13u00 teruggeroepen naar Juprelle om de linie langsheen de Jeker aan te vullen. Het 1L passeert voor de derde maal de Maas en begeeft zich naar Juprelle waar ze in reserve van het korps gehouden worden. Onderweg wordt de colonne van 1L zwaar gebombardeerd door de Luftwaffe en er worden zware verliezen geleden. De ontplooiing langsheen de Jeker draait uit op een fiasco. Het Duitse leger neemt geen risico’s en beschermt de flank van de 4de Panzerdivision (4(DEU)PzDiv) met alle mogelijke luchtmiddelen. Verscheidene Belgische formaties krijgen rake klappen door de Luftwaffe. Het directe effect van de luchtaanvallen is een mislukking van de in plaatsstelling van de flankbeveiliging. In plaats van langsheen de Jeker te ontplooien stellen de bataljons zich noodgedwongen op achter de Rue de Tongre tussen Hallembaye, Hautain-Romain en Hautain-Saint-Simeon om vervolgens vanaf Hautain-Saint-Siméon naar het zuiden af te buigen via Fexhe-les-Slins tot Juprelle. Elke poging om deze lijn te overschrijden wordt genadeloos afgestraft door de Duitse luchtmacht. Te Juprelle verliezen de lansiers en grenswielrijders heel wat manschappen en materieel. Ook elders worden verliezen geleden. Met de Duitse grondtroepen wordt enkel kortstondig contact gemaakt te Vreren door het I/1CyF. De Duitse hoofdkrachtinspaning ging vanuit Tongeren richting Hannuit en Gembloers. Naar het oosten toe werd enkel een flankbeveiliging opgesteld langs de Jeker tot Sluizen en vervolgens richting Vreren. Beide flankwachten zijn uit elkaars vaarwater gebleven.

C. Evacuatie van Luik
In de late namiddag beveelt het Groot Hoofdkwartier dat Luik dient verlaten te worden.  Er is dan geen telefoonverbinding meer tussen Breendonk en Luik, zodat de orders persoonlijk overgebracht worden door een stafofficier van het GHK, Kapitein-commandant SBH Buisseret.  Het IIIde legerkorps moet zijn overgebleven troepen over de rivier de Méhaigne sturen om ze aldaar onder dekking van de Franse troepen te brengen. De formaties die toegewezen waren aan de missie langsheen de Jeker worden samengevoegd tot de nieuwe groepering Flankwacht Noord en krijgen de taak om de aftocht uit Luik te dekken.

Tussen 18u00 en 19u00 verspreid de staf van het legerkorps de praktische instructies voor de evacuatie van Luik. Er worden vier marsroutes toegewezen die moeten toelaten om zo snel mogelijk de nodige afstand te scheppen tussen de Belgische en Duitse legers:

  • Flankwacht Noord
    • samenstelling: 1ste Regiment Grenswielrijders, 1ste Regiment Lansiers en 4de compagnie 32ste Bataljon Genie
    • bevelhebber: Kolonel SBH Jacques, 1CyF
    • marsbevel: vertrek vanaf 02u00 op 12 mei via Juprelle tot Braives
  • Groepering Gits (sector Meuse-Aval)
    • samenstelling: Iste en IIIde bataljon 1ste Linieregiment, 2de Regiment Grenswielrijders, Iste bataljon 6de Linieregiment, VIde bataljon Speciale Vestingstroepen
    • bevelhebber: Generaal-majoor Gits, infanteriecommandant 3de Infanteriedivisie
    • marsbevel: vertrek vanaf 22u45 via Liers tot Ville-en-Hesbaye
  • 3de Infanteriedivisie
    • samenstelling: de vijf bataljons van de Maasoever (II/1Li, I/12Li, III/12Li, I/25Li en III/25Li) en de twee resterende bataljons van het tweede echelon op het plateau (II/12Li en II/25Li)
    • bevelhebber: Luitenant-generaal Lozet, commandant 3de Infanteriedivisie
    • marsbevel: vertrek vanaf 20u00 via Oupeye tot Outeppe en Hannêche
  • Groepering Paret (sector Ourthe)
    • samenstelling: IIde bataljon 28ste Linieregiment, 4de Regiment Carabiniers-Wielrijders
    • bevelhebber: Generaal-majoor Paret, infanteriecommandant 2de Infanteriedivisie
    • marsbevel: vertrek vanaf 23u00 via de linkeroever van de Maas tot Hoei

Artsen en steunpersoneel van de Lichte Heelkundige Ambulance van het IIIde Legerkorps.

Luitenant-generaal de Krahe beveelt dat de eerste verplaatsingen slechts bij valavond mogen starten. Met uitzondering van de VI/15A zullen de negen overgebleven batterijen van de artillerie één enkele colonne vormen die aan de marsroute van de 3de Infanteriedivisie toegevoegd wordt. Ook de drie nog aanwezige geniebataljons (3Gn, 23Gn en 32Gn) krijgen deze route toegewezen.

Door de situatie op het terrein, de gebrekkige communicatie, de paniek op de staf van het legerkorps zelf, en de verspreiding van tegenstrijdige orders over het al dan niet gebruiken van de route naar Hannuit, zal de afmars uit Luik in complete chaos verlopen. Colonnes worden slecht georganiseerd, tijdschema’s lopen door elkaar en eenheden wijken af van hun marsroute.  Een belangrijk aantal detachementen zet koers richting Hannuit en zal zo de Duitse 4(DEU)PzDiv en 269(DEU)ID tegemoet lopen.

De colonnevorming bij Flankwacht Noord loopt volledig in het honderd door de vlucht van Kolonel SBH Jacques van 1CyF. Jacques neemt zijn orders in ontvangst op de Citadel van Luik en keert om 17u35 terug naar zijn commandopost te Voroux-les-Liers. Onderweg verneemt hij het valse gerucht dat de Duitsers genaderd zijn en besluit hij om nieuwe orders te gaan vragen op de Citadel. Als hier blijkt dat de staf van het IIIde Legerkorps op het punt staat te vertrekken, springt ook de kolonel zonder aarzelen in zijn voertuig en rijdt naar het westen. Alleen het 1ste Lansiers zal de correcte orders voor de afmars ontvangen, door de toevallige aanwezigheid van hun verbindingsofficier Luitenant Poswick. Alle overige eenheden worden aan hun lot overgelaten en hebben geen contact meer met hun bevelhebber.

De korpschef van het 12de Linieregiment interpreteert zijn instructies op foutieve wijze en stuurt zijn regiment om 18u30 de baan op. Tot overmaat van ramp duidt hij Hannuit aan als eindpunt van de etappe. Bij het vertrekpunt aan de brug van Coronmeuse kan een deel van de colonnes tegengehouden worden, maar de regimentsstaf, de stafcompagnie, een deel van het IVde bataljon en het IIde bataljon van het 1ste Linieregiment zijn dan al vertrokken naar Hannuit. Ook het Wielrijderseskadron van de 3de Infanteriedivisie is onderweg naar deze incorrecte bestemming.

Intussen is ook de Compagnie Radiotelegrafisten van het 23ste Bataljon Genie uit Luik vertrokken. Het radionet tussen de diverse staven werd reeds omstreeks 15u00 gesloten en de compagnie is om 19u00 te Viemme. Van op de Citadel is dan ook geen telefoonverbinding met het Groot Hoofdkwartier meer, zodat Luitenant-generaal de Krahe geheel is afgesneden van zijn hiërarchische meerderen. De hoofdcentrale van het civiel telefoonnet wordt in de namiddag vernield. Het ondergrondse telefoonnet van de Versterkte Positie Luik valt uit omstreeks 19u30. Het ganse korps is vanaf dan aangewezen op estafetten.

Het tweede echelon van het hoofdkwartier dat te Awans-Bierset kantonneert, stuurt om 18u00 een verbindingsofficier naar de Citadel met de melding dat de vijand op het punt staat om Awans binnen te vallen. De 4(DEU)PzDiv is op dat ogenblik echter ten minste nog 2Km verwijderd van het kantonnement. Dit leidt tot het voortijdige vertrekt uit de Citadel van de 12de Compagnie van het 12de Linieregiment die het hoofdkwartier moet beveiligen. Wanneer een motorwielrijder van het 1ste Lansiers aankomt op de provoostdienst met het valse bericht dat de vijand te Rocourt is, slaat het hek helemaal van de dam. Paniek breekt uit bij de korpsstaf en iedereen wil zo snel mogelijk weg.

De staf vlucht weg uit de Citadel van Luik omstreeks 21u30 en vertrekt richting Hannêche. De motorvoertuigen komen eveneens vast te zitten in onnoemelijke verkeersopstoppingen te Flémalle (omstreeks 22u00) en Mallieue (omstreeks 23u00).

Geneeskundig Korps III/LK
De medische eenheden ontvangen het evacuatiebevel om 11u30. Het MCC te Juprelle wordt gesloten. De onvervoerbare gewonden worden aan het Rode Kruis overgedragen en achtergelaten. De colonnes zetten zich op weg naar Borgworm en lopen hiermee recht op de vijandelijke marsrichting af. Het duurt dan ook niet lang eer de eerste incidenten plaats vinden. De Hygiënetrein wordt kort na het vertrek door een luchtaanval gegrepen nabij het kruispunt van de baan naar Xhendremael en de steenweg op Tongeren. Van de 13 vrachtwagens die de eenheid bezit, worden er 10 vernield in het bombardement.

De overige eenheden bereiken Borgworm en kunnen enkele uren voor de komst van de vijand doorheen Hannuit trekken. Vervolgens wordt via Geldenaken koers gezet naar Waver.

Provoost III/LK
Kapitein-commandant Frayman komt toe uit Tongeren en neemt zijn taak op als adjunct van Majoor Van Coppenolle.  De beide luitenanten zijn nog niet toegekomen,  Ook de boekhouder ontbreekt nog.  Tegen de vroege namiddag is het lagere kader min of meer compleet.

Na bevestiging van de evacuatie van het III/LK start de provoostdienst om 21u00 met het laden van de bestelwagen met de persoonlijke bagage van de Rijkswachters te voet.  Tijdens het uitvoeren van de taak komt in paniek een motorwielrijder van het 1Li aangereden die roept dat de Duitsers op nog geen 500m volgen.  De gendarmen die de bestelwagen aan het inladen zijn, gaan er onmiddellijk vandoor.  Van Coppenolle slaagt er niet in om zijn manschappen tegen te houden, en blijft alleen achter met de Wachtmeesters Godart en Dambly.  Kort hierop ziet hij het 1ste echelon van de legerkorpsstaf vertrekken uit de Citadel.  Majoor SBH Colsoulle beveelt de provoostdienst naar Hnanêche.  Majoor Van Coppenolle besluit dat er geen tijd meer is om zijn detachementen op het terrein te verwittigen, en vertrekt samen met Kapitein-commandant Frayman in zijn Citroën personenauto, gevolgd door de bestelwagen met Wachmeester Warsée als chauffeur en Godart en Dambly as passagiers.  Bij doortocht aan het stadhuis van Luik op de Place du Marchée wordt nog wel een sectie van het Peloton Cavalerie snel op de hoogte gebracht van het eindpunt van de verplaatsing.

Ook de aftocht van de Rijkswachters komt vast te zitten in de onnoemelijke  chaos ten zuidwesten van Luik.  Rond 23u00 raakt de kleine colonne vast te zitten te Awirs.  Van Coppenolle en Frayman stijgen uit en blijven een goed uur ter plekke om het verkeer te regelen.

HK III/LK, Eerste Echelon
Luitenant-generaal de Krahe en het eerste echelon van het hoofdkwartier bereiken Hannêche rondom 04u00.  Hij besluit om zijn hoofdkwartier onder te brengen in het plaatselijke schooltje.  Ook de overige staven zijn weggeraakt uit Luik:

  • Kolonel SBH Jacques is op eigen houtje richting westen gevlucht en heeft de formatie Flankwacht Noord aan zijn lot overgelaten. Jacques rijdt rond 02u30 door Hannuit.
  • De staf van de Groepering Gits (sector Meuse-Aval) heeft Heure-le-Romain verlaten om 22u45 op 11 mei en komt aan te Ville-en-Hesbaye om 05u30 en te Ciplet om 06u30.
  • Het hoofdkwartier van de 3de Infanteriedivisie is uit het fort van Lantin vertrokken en bereikt om 05u00 het dorpje Lavoir.
  • De staf van de Groepering Paret (sector Ourthe) passeert te Engis omstreeks 04u45 en komt enige tijd later aan te Landenne.

Door het niet functioneren van de Flankwacht Noord, dienen zowel het 1CyF als het 1L hun eigen route uit te stippelen. De troepencolonnes van de Groepering Gits en van de 3de Infanteriedivisie zullen dan ook zonder effectieve dekking op hun noordflank dienen te vorderen. De vijandige verkenningstroepen van de 4. Aufklärungsabteilung zullen op een aantal locaties contact maken en slagen er in om het gevoel van paniek onder de Belgen continu aan te wakkeren.

Tijdens de loop van de dag bereiken de eenheden van de Groepering Gits en de 3de Infanteriedivisie de Méhaigne. Wapens en materieel worden in belangrijke hoeveelheden achtergelaten. De 8ste batterij van het 15de Regiment Artillerie bereikt de rivier met één enkele van zijn vier vuurmonden. Bij de 16de batterij van dit regiment gaan de voerders er met de paarden van door en blijven alle stukken achter. De Compagnie Getrokken C47 van de 3de Infanteriedivisie laat tien van zijn twaalf anti-tankkanonnen achter. De 5de compagnie van het 2de Regiment Grenswielrijders geeft zijn fietsen op na een botsing met de vijand te Bierset. De meest onwaarschijnlijke hoeveelheid persoonlijke uitrusting wordt weggeworpen om toch maar sneller vooruit te komen.

De Groepering Paret (sector Ourthe) zou in principe zonder problemen moeten weg kunnen komen. De Duitse troepen hebben de zuidoost rand van de Versterkte Positie Luik immers nog niet bereikt, en als de overige drie formaties van het IIIde Legerkorps zich aan hun marsroutes houden, is ook de weg naar Namen vrij. Helaas verloopt het zo niet. De motorvoertuigen van het IIde bataljon van het 28Li rijden op eigen houtje richting Hannuit en vallen in handen van de vijand. Het voetvolk en de wielrijders van het 4Cy komen wel goed weg, maar lopen door de chaos op de wegen uren vertraging op en zullen pas in de loop van de namiddag de zuidelijke oever van de Méhaigne bereiken.

Duitse documenten maken gewag van ongeveer 3,500 krijgsgevangenen te Luik, waarvan allicht ook een deel afkomstig is van het Iste Legerkorps en het 2de Regiment Jagers te Paard.

Met de zware bewapening van het korps is het bijzonder erg gesteld. Het 3de Regiment Artillerie telt nog 23 vuurmonden op een totaal van 48. Bij het 15de Regiment Artillerie blijven nog 20 van de 64 stukken over. De batterij MVD-70 loopgraafmortieren die bij de 3de Infanteriedivisie was aangehecht, is in zijn geheel te Luik blijven staan. Van de 48 C47 anti-tankkanonnen op de slagorde worden er op 12 mei nog 20 geteld. En van de 30 T13 pantserwagens hebben er slechts 4 voertuigen de zuidelijke oever van de Méhaigne kunnen bereiken.

Vanuit de school te Hannèche heeft de legerkorpsstaf geen rechtstreekse verbinding met het Groot Hoofdkwartier.  De Compagnie Radiotelegrafisten van het 23TTr is spoorloos verdwenen en de staf heeft geen zender-ontvanger ter beschikking.  Een ploeg telegrafisten van het 23TTr kan wel een telefoonlijn tot stand brengen met een observatiepost van de Versterkte Positie Namen, zodat Luitenant-generaal de Krahe in gesprek kan treden met de staf van het VIIde Legerkorps in deze stad.  Rondom 10u00 stuurt het hoofdkwartier de stafofficier Kapitein-commandant Palmaers naar Breendonk.  Zo kan de Krahe uiteindelijk laat op de middag vernemen dat het GHK de 3Div in de richting van Flawinne nabij Namen bevolen heeft, en de rest van het III/LK de Belgische legerzone dient te vervoegen via een grote omtrekkende beweging doorheen Waals-Brabant en ten westen van Brussel.  In een poging om enige orde te scheppen, verspreid de korpsstaf de volgende orders voor de verplaatsingen tijdens de nacht van 12 op 13 mei:

Het IIIde Legerkorps krijgt het exclusieve gebruik over twee marsroutes naar Waals-Brabant.

  • Route noord leidt van Burdinne naar Wasseige, Noville-sur-Méhaigne, Waver, Overijse en Eigenbrakel naar Halle.  Deze route wordt toegewezen aan het 1CyF, 2CyF, VII SVE, 23Gn, 32Gn, 3HuT en alle lichte eenheden van het legerkorps.
  • Route zuid loopt van Héron naar Forville, Eghezée, Beuzet-St-Denis, Mazy, Sombreffe, Nijven en Haut-Ittre naar Virginal-Samme.  Dit wordt de route voor alle overige eenheden.

De eenheden moeten de volgende bestemmingen bereiken tegen de ochtend van 13 mei:

  • Hoofdkwartier en Commando Artillerie: Trou-du-Bois tussen Promelles en Lillois-Witterzée
  • Commando Genie en 23Gn: Genval
  • Cie TTr VPL: Neuve-Cour nabij Lillois-Witterzée
  • 23TTr: Loncée
  • II/1DTCA: Glabais
  • 1CyF en 2CyF: Céroux-Mousty
  • 4Cy: Sart Dame Aveline
  • 1L: Baisy-Thy
  • VII SVE: Lasne-Chapelle-Saint-Lambert
  • 32Gn: Ohain
  • Batterij MVD58: Bourgeois
  • 3HuT: Hannonsart
  • Transportkorps III/LK: Plancenoit

De eigenlijke verplaatsingen van de eenheden zullen in de praktijk echter meestal anders verlopen.  Zo zal II/1DTCA na een luchtaanval op de colonne verder trekken naar Flawinne bij Namen.  De belangrijkste fractie van het 1CyF zal te Gembloers aankomen.  Het 2CyF raakt verspreid over Namen en Charleroi.  Ook het 4Cy zal richting Namen vorderen.  De legerkorpsstaf heeft slechts in zeer beperkte mate vat op de situatie bij zijn eenheden.

HK III/LK, Tweede Echelon
Het tweede echelon is tijdens de avond van 11 op 12 mei vertrokken naar Hannèche en bereikt dit dorp kort na middernacht op 12 mei.  Het eerste echelon valt nergens te bespeuren.  Na enig zoekwerk verneemt het tweede echelon het verkeerdelijk bericht dat het hoofdkwartier zich naar Gembloers dient te begeven.  Het detachement begeeft zich naar deze locatie en stuurt rondom 0800 Kapitein-commandant SBH Adam, chef van het 3de Bureau, terug naar Hannèche.  Luitenant-generaal de Krahe bepaalt dat het zinloos is om het tweede echelon in zijn geheel terug te brengen, en laat dit deel van zijn hoofdkwartier te Gembloers.

Groepering Paret
De staf van de Groepering Paret staat niet langer in verbinding met de legerkorpsstaf, en ontvangt dan ook niet de marsorders voor de verplaatsingen tijdens de nacht van 13 op 14 mei.  Tijdens de voormiddag van 12 mei verneemt Paret via een stafofficier van het Franse leger dat de Duitsers te Moha en Bas-Oha de Méhaigne zouden overgestoken hebben.  Wanneer de Belgische generaal hierop besluit om zijn groepering onmiddellijk op weg te zetten, bereikt hem ook een bevel van het VIIde Legerkorps aan alle eenheden ten zuiden de Méhaigne om de Versterkte Positie Namen te vervoegen.  Paret twijfelt of zijn groepering nu naar Waals-Brabant of Namen moet terugtrekken, en besluit navraag te doen bij Luitenant-generaal de Krahe te Hannêche.  Het dorp is dan reeds geheel verlaten, zodat de beslissing valt om koers te zetten naar Namen.  Van hier uit zal het voetvolk doorgestuurd worden naar Franière, en alle overige troepen naar Sart-Saint-Laurent.  Vanaf dat punt ontvangt de groepering zijn verdere orders van het GHK.

Geneeskundig Korps III/LK
De staf van het geneeskundig korps bereikt Waver rondom 03u00 en wacht de komst van zijn eenheden af. Na een pauze van enkele uren wordt besloten om verder te trekken. Omstreeks 08u00 wordt te Genappe halt gehouden.

Provoost III/LK

HK III/LK
Het hoofdkwartier van het III/LK komt aan te Trou-du-Bois tussen Promelles en Lillois-Witterzée omstreeks 05u00.  Tijdens de voormiddag heeft Luitenant-generaal de Krahe een onderhoud met de Franse Luitenant-generaal Benoît-Léon de Fornel de la Laurencie, bevelhebber van het 3ème Corps d’Armée.  Het gesprek verloopt stroef.  De Franse generaal is ervan overtuigd dat hij volmacht heeft om alle Belgische troepen in zijn operatiegebied onder zijn bevel te plaatsen.  Op het terrein heeft dit zich reeds vertaald in allerlei directieven voor diverse detachementen van het III/LK die tegenstrijdig zijn met de opdracht van het GHK om in Waals-Brabant te hergroeperen.  Bovendien is het 23ste Bataljon Genie aan het werk gezet door de Fransen om op de bovenloop van de Dijle de bruggen te ondermijnen.

Rondom het middaguur valt het doek over het IIIde Legerkorps in zijn huidige gedaante.  Het GHK stuurt de kern van de legerkorpsstaf naar Vilvoorde met als opdracht de opvang en reorganisatie van de duizenden militairen die in de eerste vier oorlogsdagen op de dool geraakt zijn.

Luitenant-generaal de Krahe en zijn staf verliezen hiermee het bevel over al hun eenheden.  De gevechtsformaties worden alle overgeheveld naar andere commando’s.  De legerkorpstroepen worden onder het bevel geplaatst van Generaal-majoor Albert Jadot, Commandant Artillerie.  Hij moet de verdere aftocht van deze formaties organiseren.  LtGen de Krahe, zijn onderstafchef Maj SBH Dejardin en een handvol stafofficieren vertrekken om 13u00 richting stadhuis te Vilvoorde.

Geneeskundig Korps III/LK
Het korps bereikt Nijvel omstreeks 08u30 en zal hier de ganse dag uitrusten. Te 19u30 wordt de mars hervat. De medische eenheden worden doorgezonden naar het achtergebied en zullen in de komende dagen te Aalter en Waardamme gehergroepeerd worden.

HK III/LK
In de namiddag wordt stafchef Majoor SBH Colsoul uitgestuurd naar het het Groot Hoofdkwartier te Breendonk om nieuwe orders in ontvangst te nemen.  De majoor keert terug naar Vilvoorde omstreeks 16u00 en deelt mee dat de legerleiding besloten heeft om de opstelling van het veldleger langsheen de K.W. Stelling te dekken met een strategische reserve van drie divisies, onder het bevel van het IIIde Legerkorps.  Hiervoor dient een defensieve linie langsheen de westelijke oever van het Kanaal van Willebroek uitgewerkt te worden.  In afwachting van hun ontplooiing zullen deze drie divisies als volgt ingekwartierd blijven:

Van deze drie formaties is de 1ste Infanteriedivisie er relatief het best aan toe. De 4de Infanteriedivisie is na de vlucht van het Albertkanaal geheel uitgeput. De 14de Infanteriedivisie is niet strijdvaardig.  Om 17u00 vertrekken Luitenant-generaal de Krahe en Kolonel Beaupain het terrein op om de kanaalzone te verkennen.

Tegelijkertijd werkt de rest van de staf aan de opvangregeling voor militairen die bij de aftocht naar de K.W. Stelling van hun eenheid afgezonderd zijn.  De korpsstaf duidt de volgende locaties aan voor de verzameling van deze militairen:

  • 1ste Infanteriedivisie: Nieuwenrode
  • 2de Infanteriedivisie: Weerde
  • 3de Infanteriedivisie: Groot-Bijgaarden
  • 4de Infanteriedivisie: Vilvoorde en Grimbergen
  • 6de Infanteriedivisie: Wolvertem
  • 7de Infanteriedivisie: Vilvoorde en Grimbergen
  • Grenswielrijders: Wemmel
  • 1ste Regiment Karabiniers-Wielrijders, 2de Regiment Gidsen, 1ste Regiment Jagers-te-Paard: Meisse
  • 3de Regiment Karabiniers-Wielrijders, 1ste Regiment Gidsen, 2de Regiment Jagers-te-Paard, 2de Regiment Lansiers: Brussegem
  • Korpstroepen Iste Legerkorps: Strombeek-Bever
  • Korpstroepen IIIde Legerkorps: Relegem
  • Alle elementen van het transportkorps: Merchtem

De korpsstaf duidt een kantonnementscommandant aan voor elk van deze locaties.  Dezen kunnen elk beschikken over een secretaris, een aantal estafetten per fiets of motorfiets, en een ordedetachement bestaande uit een keuronderofficier van de Rijkswacht, zes Rijkswachters per fiets en een minimum van veertien gewapende militairen.  Taak van deze opvancentra bestaat er in om verdwaalde militairen op te vangen, en dezen na een maaltijd en verzorging onder begeleiding in groepjes terug te sturen naar hun grote eenheid.  Het 4de Territoriaal Intendancekorps wordt verantwoordelijk voor de levering aan voeding en materieel.  In alle kantonnementen moeten de cafés gesloten blijven met uitzondering van een korte periode tussen 18u00 en 21u30.  De provoostdienst van het III/LK zal de algemene ordehandhaving verzekeren.

HK III/LK
De legerkorpsstaf verblijft nog steeds te Vilvoorde.

Tijdens de vroege voormiddag vertrekken Luitenant-generaal de Krahe en Kapitein-commandant SBH Palmaers naar het Groot Hoofdkwartier om verslag uit te brengen over de opvang van de verdwaalde militairen.  Het GHK is tevreden met de vooruitgang en geeft deze taak door aan Generaal-majoor Clément, bevelhebber van de 16de Infanteriedivisie die het Bruggenhoofd Gent bewaakt.  Clément zal hiervoor de staffofficieren van de 3de Militaire Circonscriptie in steun ontvangen en bezoekt Vilvoorde later op de dag om de opdracht over te nemen.

Het III/LK dient zich nu ten volle toe te leggen op de verdediging van het Kanaal van Willebroek.  De bevelhebbers van de 1Div, 4Div en 14Div worden dan ook nog voor de middag ontboden op het stadhuis om de komende opstelling langsheen het Kanaal van Willebroek te bespreken.  Ondertussen wordt Kapitein-commandant SBH Adam op zending gestuurd naar Lippelo om een nieuwe locatie voor het hoofdkwartier uit te zoeken.  Adam meldt dat het dorp niet geschikt is.

Het GHK besluit echter kort na de middag om de nieuwe slagorde van het III/LK grondig te wijzigen. Omwille van hun gebrek aan inzetbaarheid, zullen zowel de 4de Infanteriedivisie als de 14de Infanteriedivisie doorgestuurd naar het achtergebied. De 4de Infanteriedivisie zal het Bruggenhoofd Gent bezetten tussen Kwatrecht en Semmerzake. De 14de Infanteriedivisie zal  naar Dendermonde marcheren en zal hier op de trein gezet worden om aan de kust te reorganiseren.

Ter bevestiging ontvangt de Krahe om 18u00 het order 136/37 van het GHK.  Dit order legt zijn operatiezone vast vanaf de monding van de Rupel in het noorden tot Buda (exclusief) in het zuiden.  Het document bepaalt  eveneens dat het III/LK de steun zal ontvangen van het IIde Bataljon van het 3de Regiment Jagers te Voet en van de 9de Compagnie van het 4de Regiment Jagers te Voet.  De generaal is bijzonder verbaasd om te vernemen dat er geen artillerie op niveau korps toegewezen wordt, en alleen de 1ste Infanteriedivisie over artilleriesteun zal beschikken (in de vorm van zijn 1ste Regiment Artillerie).  Een telefoongesprek met het GHK brengt geen soelaas.

Aan het zuidelijke uiteinde van het Kanaal van Willebroek moet de Krahe tegen 06u00 op 16 mei de detachementen van het Britse leger aflossen die postgevat hebben bij de bruggen van Vilvoorde en Verbrande Brug.  Deze opdracht wordt toegewezen aan het II/3J dat Vilvoorde zal bezetten, en de 9/III/4J die Verbrande Brug zal overnemen.

Tot slot stipuleert 136/37 dat alle eenheden op niveau korps overgebracht moeten worden ten westen van de lijn Dendermonde-Aalst.  De staf pleegt overleg met zowel het Iste Legerkorps als ook het 16de (FR) Legerkorps, en duidt vervolgens nieuwe kantonnementen aan voor zijn korpstroepen.

Geneeskundig Korps III/LK
Het geneeskundig korps vestigt zich te Waardamme en blijft er tot 18 mei.

HK III/LK
Om 06u00 meldt Luitenant-generaal de Krahe dat de overname van de Britse posities zijn operatiezone voltooid is.  De Britten behouden nog wel hun vernielingsdetachementen bij de bruggen van Vilvoorde en Verbrande Brug.  De zone van de 4th Infantry Division start vanaf de brug van Buda.  Het III/LK ontvangt hierop het bevel om zijn hoofdkwartier naar Steenhuffel over te brengen.

Generaal de Krahe bezoekt de troepen in het bruggenhoofd Vilvoorde tussen 08u00 en 09u00, en houdt vervolgens vergadering met de bevelhebbers van de 1ste Infanteriedivisie en de Brigade Grenswielrijders op het gemeentehuis te Londerzeel.

Ondertussen wordt het hoofdkwartier overgebracht naar het gemeentehuis te Steenhuffel.  Het gebouw is echter veel te klein voor de staf, zodat uitgeweken wordt naar enkele hoeves in de buurt.  De nieuwe commandopost is operationeel vanaf 09u30.  Door het tekort aan materieel zijn de communicatiemiddelen van de korpsstaf uiterst beperkt.  Er zijn slechts een enkele telefoonlijn en een enkele zender-ontvanger.  Bovendien is Kapitein SBH Ghysen, verbindingsofficier van het III/LK voor het GHK, al sinds de doortocht te Namêche vermist.

Het korps blijft achter het Kanaal van Willebroek, maar zijn opdracht wordt drastisch gewijzigd wanneer het geallieerde oppercommando tijdens de voormiddag van 16 mei beslist om de lijn Antwerpen-Waver-Namen op te geven. Voor het Belgische leger betekent dit dat de K.W. Stelling tijdens de nacht van 16 op 17 mei zal verlaten worden. De troepen van deze stelling zullen zich in een eerste nachtelijke etappe ten westen van het Kanaal van Willebroek moeten begeven en zullen tot en met de nacht van 17 op 18 mei gedekt worden door een verdedigingslinie langsheen het kanaal die onder bevel van het IIIde Legerkorps zal staan. De opstelling langsheen het kanaal wordt als volgt bepaald:

  • De 1ste Infanteriedivisie blijft toegewezen aan sector noord, van de de monding van de Rupel in het noorden tot en met Willebroek (inclusief) in het zuiden.
    • Het 4de Linieregiment bezet ondersector noord van de monding van de Rupel tot Ruisbroek.
    • Het 24ste Linieregiment krijgt ondersector centrum tussen Ruisbroek en Klein-Willebroek toegewezen.
    • Het 3de Linieregiment zal ondersector zuid van de brug van Klein-Willebroek tot Willebroek verdedigen.
    • De commandopost van de divisie is te Puurs.
  • Het beide regimenten van de grenswielrijders verdedigen sector zuid, van Tisselt in het noorden tot Vilvoorde in het zuiden.  Sector zuid zal geleid worden door Kolonel SBH Paul Jacques, bevelhebber van het 1ste Regiment Grenswielrijders, die zijn commandopost onderbrengt in het gemeentehuis van Londerzeel.
    • Luitenant-kolonel De Clerck van het VIIde Bataljon Speciale Vestingseenheden wordt verantwoordelijk voor ondersector noord die loopt van Tisselt (inclusief) tot Humbeek-Sas (inclusief).  Hij heeft zijn commandopost op het kasteel van Ramsdonk.  Deze ondersector zal verdedigd worden door zijn eigen bataljon, aangevuld met drie compagnies van het 1ste Regiment Grenswielrijders.
    • Luitenant-kolonel Tilot wordt bevelhebber van ondersector zuid tussen Verbrande Brug  (inclusief) en Vilvoorde (inclusief), met commandopost te Grimbergen.  Voor deze ondersector zal het 2de Regiment Grenswielrijders drie compagnies aanwijzen.
      • Kapitein-commandant Demal van het Iste Bataljon van het 2de Regiment Grenswielrijders wordt verantwoordelijk voor de verdediging van Verbrande Brug en de kanaaloever tot Borcht.
      • Majoor L’Hoir van het IIIde Bataljon zal het bevel overnemen over het bruggenhoofd te Vilvoorde.
  • De rest van het 1ste en 2de Regiment Grenswielrijders zal gereorganiseerd worden tot een reeks detachementen die het achtergebied van sector zuid zullen beveiligen tegen luchtlandingen.
  • Het 4de Regiment Karabiniers-Wielrijders zal de reservemacht van het IIIde Legerkorps vormen en is onderweg van Binche naar de operatiezone van het legerkorps.  De aankomst van dit regiment wordt verwacht in de ochtend van 17 mei.
  • Het 1ste Licht Regiment, de IIde Groep van het 2de Licht Regiment en het Eskadron Pantserwagens van het Cavaleriekorps worden om 14u30 eveneens toegewezen aan het IIIde Legerkorps.  Luitenant-generaal de Krahe duidt het 1ste Licht Regiment en een gedeelte van het Eskadron Pantserwagens aan om de bezetting van sector zuid te versterken, en voegt de IIde Groep van het 2de Licht Regiment toe aan zijn reservemacht.
  • Vanaf Buda (exclusief) ten zuiden van Vilvoorde start de Britse legerzone.

Omstreeks 15u00 geeft de Krahe een briefing aan zijn ondergeschikten voor de bezetting van de kanaalzone.  De inplaatsstelling moet zo snel mogelijk starten.  De beide sectoren moeten bezet blijven tot 23u00 op 17 mei.  Hierbij is voor sector noord de doortocht van de 15Div als laatste grote eenheid van belang.  Voor sector zuid wordt bevestigd dat de 5Div als laatste zal passeren.

De staf van de Krahe heeft omstreeks 20u00 contact met het commando van het 4Cy bij de doortocht van dit regiment te Edingen.  Het 4Cy plant de aankomst in de zone van het III/LK voor 03u00 tijdens de nacht van 16 op 17 mei.

Om 21u10 komt order 137/17 aan van het Groot Hoofdkwartier.  Het IIIde Legerkorps moet de de detachementen van het 3J en het 4J terugsturen naar hun regimenten en aan de kanaaloever vervangen door het II/2RL.  De aflossing moet plaatsvinden tijdens de ochtend van 17 mei.

De ganse nacht lang is er druk verkeer op alle wegen naar het westen.  De troepen van het IIde en VIde Legerkorps voeren de eerste etappe uit van de terugtocht naar de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde.

HK III/LK
Het hoofdkwartier blijft te Steenhuffel. Tijdens de voormiddag vertrekt Majoor SBH Dejardin naar het Groot Hoofdkwartier om duidelijk te maken dat het IIIde Legerkorps erg bezorgd is over de manier waarop de 2Div, 5Div en 11Div ingekwartierd zijn.  In afwachting van de hervatting van de aftocht tijdens de nacht van 17 op 18 mei, brengen de eenheden van deze divisies de dag door in kantonnementen die op veel te kleine afstand van het Kanaal van Willebroek liggen.  Het III/LK vreest dat bij een vijandelijke contactname deze divisies niet snel genoeg zullen kunnen vertrekken.

Rond de middag bezoekt Generaal-majoor Paret de korpsstaf.  Paret voert nog steeds de eenheden aan van de groepering die hem op 11 mei toegewezen werd, en vraagt om nieuwe instructies.  Het III/LK deelt mee dat het 4Cy zal overgaan naar het legerkorps, het II/28Li doorgestuurd zal worden naar zijn regiment en de 1ste Compagnie van het 2CyF moet terugkeren naar zijn eenheid aan het kanaal.

De situatie bij het legerkorps is dan als volgt:

  • De bezetting van Sector Noord tussen Wintam en Willebroek (inclusief) door de 1ste Infanteriedivisie blijft ongewijzigd.
  • De noordelijke ondersector van Sector Zuid wordt nog steeds geleid door Luitenant-kolonel De Clerck.  De brug van Tistelt wordt bewaakt door de 4Cie van 1CyF aangevuld met een C47 anti-tankkanon.  De brug van Kapelle-op-den-Bos is gedekt door de 5/1CyF die over twee ACG1 tanks van het Eskadron Pantserwagens van het Cavaleriekorps beschikt.  De 2/1CyF aangevuld met een ACG1 voertuig tenslotte verdedigt de brug van Humbeek-Sas.  Het VIIde Bataljon Speciale Vestingstroepen vult het dispositief aan door vier sterk uitgedunde compagnies op te stellen tussen het gehucht Oksdonk en de brug van Humbeek-Sas.
  • De zuidelijke ondersector blijft onder het bevel van Luitenant-kolonel Tilot.  De 2Cie en 6Cie van 2CyF verdedigen de zone tussen Verbrande Brug en Borcht.  De 5Cie van het 2CyF en het 5Esk van het 1RL staan opgesteld bij de brug van Vilvoorde.
  • De reservemacht van Sector Zuid omvat de I/1RL ten zuiden van Nieuwenrode, de II/2RL in Nieuwenrode en ten noorden van dit dorp, en de rest van het Eskadron Pantserwagens van het Cavaleriekorps.

Tussen 10u00 en 17u00 worden alle bruggen in de zone van het IIIde Legerkorps vernield:

  • 10u12 – Wegbrug van Vilvoorde
  • 11u23 – Wegbrug van Humbeek-Sas
  • 12u10 – Geniebrug op boten te Oksdonk tussen Kapelle-op-den-Bos en Humbeek-Sas
  • 12u23 – Wegbrug en Spoorbrug te Kapelle-op-den-Bos
  • 12u50 – Wegbrug te Verbrande Brug 
  • 14u00 – Spoorbrug van Willebroek
  • 14u00 – Wegbrug te Tisselt
  • 14u40 – Spoorbrug van Willebroek
  • 16u30 tot 17u00 – Bruggen over de Rupel, met uitzondering van de snelweg Brussel-Antwerpen

Op het Groot Hoofdkwartier wordt tussen 17u00 en 20u00 het order 138/5 opgesteld om het tijdstip van de aftocht uit Sector Zuid te verschuiven van 23u00 op 17 mei tot ten vroegste 08u00 op 18 mei.  Dit bevel wordt opgesteld door Majoor Defraiteur van het GHK en overhandigd aan Majoor Dejardin, onderstafchef van het III/LK.  Dejardin vetrekt onmiddellijk naar Steenhuffel en is niet op de hoogte van het vertrek van de korpsstaf aldaar.  Het order zal Luitenant-generaal de Krahe slechts bereiken op 18 mei.  Ten gevolge van dit incident start Kolonel SBH Jacques met de evacuatie van zijn sector rond het voorziene tijdstip van 23u00.  De laatste troepen zullen de kanaalzone verlaten omstreeks 01u00 op 18 mei.  Hiermee komt de linkerflank van de Britse 4th Infantry Division volledig open te liggen.

Het voortijdige vertrek zal het voor de Duitsers mogelijk maken om tijdens de ochtend van 18 mei bijzonder snel door te stoten in de richting van Asse waar het Britse lichte tankbataljon 15/19 King’s Hussars ingehaald wordt.

HK III/LK
Het hoofdkwartier verlaat Steenhuffel en verplaatst zich naar Naastveld nabij Lokeren.

De 1ste Infanteriedivisie dient op post te blijven langsheen het Kanaal van Willebroek tot de aftocht van de 15de Infanteriedivisie uit de zuidelijke zone van de Versterkte Positie Antwerpen voltooid is. De zuidelijke sector is tijdens de nacht van 17 op 18 mei ontruimd en de grenswielrijders en de Rijkswacht trekken zich terug en verlaten het commando van het IIIde Legerkorps.

Van uit diverse hoeken komt kritiek op de verdediging van het Kanaal van Willebroek. Luitenant-generaal Verstraete, bevelhebber van het VIde Legerkorps, laat zich bijzonder negatief uit over het gebrek aan standvastigheid bij het 1ste Licht Regiment. Het Groot Hoofdkwartier is niet te spreken over de nervositeit die heerst op het hoofdkwartier van Luitenant-generaal de Krahe. Na de aftocht van het Kanaal van Willebroek zal de Krahe een tweederangsrol toegespeeld krijgen. De staf van het IIIde Legerkorps zal pas op 22 mei een nieuwe opdracht krijgen in het achtergebied.

Geneeskundig Korps III/LK
De medische eenheden van het III/LK verplaatsen zich naar Passendale.

HK III/LK
De legerkorpsstaf komt aan te Roeselare en installeert zich nabij de Koortskapel op de Oostnieuwkerkesteenweg.

HK III/LK
De legerkorpsstaf blijft te Roeselare, nabij de Koortskapel op de Oostnieuwkerkesteenweg.

HK III/LK
De legerkorpsstaf blijft te Roeselare, nabij de Koortskapel op de Oostnieuwkerkesteenweg.

HK III/LK
De legerkorpsstaf blijft te Roeselare, nabij de Koortskapel op de Oostnieuwkerkesteenweg.

Na de Duitse doorstoot tot Abbeville aan de Atlantische kust zijn de geallieerde legers in Noord-Frankrijk en Vlaanderen geheel omsingeld. Het geallieerde oppercommando heeft op 21 mei tijdens de Conferentie van Ieper besloten om de Schelde-linie op te geven. Hierop bepaalt de Belgische legerleiding tijdens de ochtend van 22 mei dat onze strijdkrachten niet zoals afgesproken zullen terugtrekken naar de Ijzer, maar stand zullen houden langsheen de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie. Het Groot Hoofdkwartier laat deze terugtocht in twee fases uitvoeren en bepaalt dat de troepen opgesteld tussen het Bruggenhoofd Gent en Oudenaarde zich tijdens de nacht van 22 op 23 mei moet terugtrekken naar de Leie. In deze eerste fase zullen tevens een aantal troepen teruggetrokken worden uit het Bruggenhoofd Gent, de stad Gent en het Kanaal Gent-Terneuzen. Deze zones zullen dan definitief ontruimd worden tijdens de nacht van 23 op 24 mei. Om de Britten toe te laten meer troepen vrij te maken voor de geplande tegenaanval rond Arras, geeft onze legerleiding zijn akkoord om de 44th Infantry Division aan de Schelde af te lossen en de Belgische linies aan de Leie tot aan de rand van Menen te verlengen. De aflossing aan de Schelde wordt afgelast door de snelle ontwikkeling van de Duitse opmars.

Voor het IIIde Legerkorps betekent deze terugtocht dat de Ijzer en het Kanaal Ieper-Ijzer niet naar het oosten, maar naar het westen zullen verdedigd worden om een eventuele Duitse doorstoot naar de Belgische legerzone langsheen de Kanaalkust te blokkeren. Vanaf Nieuwpoort tot en met Kilometerpaal 15 van de Ijzer zal de 15de Infanteriedivisie onder bevel van de Maritieme Basis post vatten. Vanaf Kilometerpaal 15 tot Kilometerpaal 25, het Kanaal Ieper-Ijzer tot en met Ieper zal het IIIde Legerkorps verantwoordelijk zijn voor de verdediging. Luitenant-generaal de Krahe krijgt hiervoor de beschikking over:

  • De 14de Infanteriedivisie
  • Het 2de Licht Regiment
  • Het Bataljon Motorwielrijders Ardeense Jagers
  • De formaties van de Hulptroepen en de Wachters der Verkeerswegen en Inrichtingen die in deze zone kantonneren
  • De gevechtsklare elementen van de in Vlaanderen achtergebleven Versterkings- en Opleidingstroepen

Het initiële plan bestaat er in om de 14de Infanteriedivisie op de Ijzer te ontplooien, gevolgd door het 2de Licht Regiment langsheen het Kanaal Ieper-Ijzer en het Bataljon Motorwielrijders Ardeense Jagers rondom Ieper.

De legerkorpsstaf verhuist naar Veurne en kiest een nieuwe locatie uit aan de Bulskampstraat.

Transportports III/LK
Het ARCA en het ARM worden opgesteld te Rumbeke en zullen tevens moeten werken voor het IVde Legerkorps en het VIIIde Legerkorps die samen het Leie-front zullen verdedigen.

HK III/LK
Kort na aankomst van het Bataljon Motorwielrijders Ardeense Jagers wordt deze eenheid teruggeroepen naar de zuidelijke flank van het Leie-front. De verdediging van Ieper wordt hiermee een onduidelijke zaak, temeer daar ook het 2de Licht Regiment nog niet op zijn bestemming is. Deze laatste formatie komt aan op het Kanaal Ieper-Ijzer vanaf 19u00 en start de ontplooiing.

De legerkorpsstaf vertrekt naar Luikhoek nabij Staden.

Geneeskundig Korps III/LK
De medische eenheden van het III/LK verhuizen naar Gits.

HK III/LK
De legerkorpsstaf werkt vanuit Luikhoek nabij Staden.

HK III/LK
De legerkorpsstaf werkt vanuit Luikhoek nabij Staden.

Ook het 2de Licht Regiment verlaat het IIIde Legerkorps. De Rijkswachters vertrekken naar het gebied tussen Roeselare en Menen om de Duitse doorbraak aan het zuidelijke Leie-front te helpen keren. De verdediging van het Kanaal Ieper-Ijzer wordt doorgeschoven naar het 36ste Linieregiment. De 14de Infanteriedivisie wordt op die manier uitgespreid over een bijzonder grote sector. De weinige artilleriesteun wordt geleverd door de in Vlaanderen gebleven elementen van het 31ste Regiment Artillerie. De Britse 5th Infantry Division moet post vatten tussen Ieper en Komen om een opening in de frontlinie te voorkomen.

Op zijn linkerflank is zo een zone van een 10-tal Kilometer ontstaan die niet bezet is door troepen. Langsheen de Ijzer en het Kanaal Ieper-Ijzer is een vreemde situatie ontstaan. Het Belgische leger verdedigt de beide waterlopen richting westen om een Duitse doorbraak uit Noord-Frankrijk te kunnen blokkeren, terwijl de Fransen en Britten op de linkeroever post gevat hebben met front naar het oosten, precies om een vijandelijke opmars naar de perimeter van Duinkerke af te dekken. Alleen bij de spoorbrug te Boezinge hebben de Belgen samen met de Fransen post gevat richting oosten.

HK III/LK
De legerkorpsstaf werkt vanuit Luikhoek nabij Staden.  Luitenant-generaal de Krahe meldt dat de bezetting van Ieper niet gerealiseerd is en ook de verbinding met de 5th Infantry Division niet tot stand is gekomen.

Het zijn de Britten die het initiatief nemen om alle kunstwerken op het Kanaal Ieper-Ijzer te vernielen, met uitzondering van de beide bruggen te Boezinge en de brug te Steenstrate.

Het legerkorps beschikt over de volgende troepen:

  • De 14de Infanteriedivisie
  • De 2de Groepering Hulptroepen van het Leger
  • Het equivalent van zes batterijen van het 15de Regiment Artillerie die als fuseliers ingezet worden
  • De nog aanwezige eenheden van de Versterkings- en Opleidingscentra in België
  • Artilleriesteun van 26 vuurmonden afkomstig van het 22ste Regiment Artillerie en het 31ste Regiment Artillerie

Met deze elementen worden de volgende zones verdedigd:

  • Tussen Kilometerpaal 15 en 25 van de Ijzer en langsheen het Kanaal Ieper-Ijzer wordt de oostelijke oever verdedigd tegen een aanval uit het westen.
  • Tussen Kilometerpaal 19 van de Ijzer en Kilometerpaal 18 van de baan van Diksmuide naar Woumen en de zuidrand van Klerken wordt front gemaakt naar het zuiden.
  • De bruggen over het Lo-kanaal worden verdedigd als afzonderlijke steunpunten.
  • De 2de Groepering Hulptroepen van het Leger wordt ingezet om de Belgisch-Franse grens onder surveillance te houden.

HK III/LK
De Franse en Britse troepen langsheen het Kanaal Ieper-Ijzer maken geen aanstalten om naar het noorden te vorderen en wachten de vijand af.

Rond Ieper wordt de continuïteit van de frontlinie zo goed en zo kwaad mogelijk verzekerd door detachementen van het Franse leger, en het Bataljon Motorwielrijders Ardeense Jagers dat samen met het Wielrijderseskadron van de 1ste Infanteriedivisie het gat tussen Langemark en Zonnebeke tracht te dekken.

Wanneer het Groot Hoofdkwartier zich neergelegd heeft bij het nakende einde van de strijd, krijgt het IIIde Legerkorps om 15u15 het bevel om tot het tijdstip van de Belgische overgave een bijdrage te leveren aan de verdediging van Duinkerke. Tussen Steenstrate en de Belgische Kust moet nu front gemaakt worden naar het oosten langsheen het Kanaal Ieper-Ijzer en de Ijzer. Klerken moet bezet worden met één bataljon dat front naar het zuidwesten dient in te nemen. De 14de Infanteriedivisie brengt zijn steunelementen over naar de linkeroever en start met het verplaatsen van zijn troepen. Een compagnie van het 35ste Linieregiment wordt toegewezen aan de verdediging van Lo. Een compagnie van het 38ste Linieregiment wordt verdeeld over de brug van Schoorbakke en de brug van Sint-Joris. De overige troepen die nog te Veurne zijn, worden doorgestuurd naar het sluizencomplex van Nieuwpoort.

Het hoofdkwartier wordt verplaatst naar Vladslo.

Luitenant-generaal de Krahe laat om 18u35 weten dat de vijand contact gemaakt heeft met zijn troepen te Pilkem. Het gaat slechts om schermutselingen en de Duitsers lijken niet uit te zijn op een belangrijke aanval. De generaal zit veel meer verveeld met de Franse troepen die in hun ongeduld de bruggen van Boezinge en Steenstrate opgeblazen hebben en hiermee het IIIde Legerkorps van zijn laatste overgangspunten over het Kanaal Ieper-Ijzer ontdaan hebben.

HK III/LK
Het hoofdkwartier beëindigt de veldtocht te Vladslo.

Na de capitulatie

Slachtoffers

Bibliografie en Bronnen

  1. Dossier III/LK, Centrum voor Historische Documentatie, Evere.