2de Regiment Artillerie

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 2de Regiment Artillerie | 2ème Régiment d’Artillerie | 2A
Type Artillerieregiment van het actieve leger
Ontdubbeld van n.v.t.
Taalstelsel Nederlandstalig
Onderdeel van 2de Infanteriedivisie
Bevelhebber Kolonel SBH baron Jacques Terlinden
Adjudant-Majoor Luitenant F. Lacroix
Standplaats Dekkingsstelling – Versterkte Positie Luik (PFLII Lijn)
Sector Chaudfontaine-Engis
Commandopost te Luik
Samenstelling Staf
I Groep (Majoor A. Thienpondt) 1ste Batterij van 4 x C75GP kanonnen (Cdt Dombret)
2de Batterij van 4 x C75GP kanonnen (Cdt Brabant)
3de Batterij van 4 x C75GP kanonnen (Lt De Heyder)
II Groep (Majoor L. Cardon de Lichtbuer) 4de Batterij van 4 x C75TR kanonnen (Lt Micha)
5de Batterij van 4 x C75TR kanonnen (Cdt Van Craen)
6de Batterij van 4 x C75TR kanonnen (Lt Haelvoet)
III Groep (Majoor T. Valentin) 7de Batterij van 4 x C75TR kanonnen (Kapt Marchal)
8se Batterij van 4 x C75TR kanonnen (Lt Pierart)
9de Batterij van 4 x C75TR kanonnen (Lt Verniory)
IV Groep (Kapitein-commandant P. Dethy) 10de Batterij van 4 x Ob105GP howitzers (Kapt Josselet)
11de Batterij van 4 x Ob105GP howitzers (Cdt Cambier)
12de Batterij van 4 x Ob105GP howitzers (Lt Truyens)
Stafbatterij

Tijdens de mobilisatie

Staf/2A
Als artillerieregiment van het actieve leger mobiliseerde het 2de Artillerieregiment (2A) op 25 augustus 1939 bij de afkondiging van Fase A van het mobilisatieplan. De Staf, I, IV en Vde Groep hebben hun standplaats in de Dungelhoeff kazerne te Lier, de II en IIIde Groep hebben hun standplaats te Brasschaat. Twee dagen later is het regiment klaar om te vertrekken naar zijn mobilisatiekantonnement. Aanvankelijk wordt de het 2A als onderdeel van de 2de Infanteriedivisie (2Div) ontplooid op de lijn Ninove-Halle ten zuiden van Brussel. Het kasteel van Argenteuil fungeert als hoofdkwartier van het regiment. In oktober 1939 volgt de overplaatsing naar het Albertkanaal.

Na een korte affectatie bij de 9de Infanteriedivisie in maart 1940, belandt het 2A opnieuw bij de 2de Infanteriedivisie. Samen met de 2Div wordt 2A naar de Versterkte Positie Luik (Position Fortifiée de Liège oftewel PFL) gestuurd om er de 11Div af te lossen. De Versterkte Positie Luik bestaat uit vier linies waarvan de tweede linie PFLII ongeveer 28Km lang is en loopt van Barchon tot Boncelles. Op deze linie zullen bij een vijandelijke inval de 2de en de 3de Infanteriedivisie post vatten. Deze linie omvat de vernieuwde forten van Barchon, Evegnée, Fléron, Chaudfontaine, Embourg en Boncelles aangevuld met 61 betonnen bunkers in twee echelons. De 2Div krijgt de opdracht om de PFLII te bezetten tussen Chaudfontaine en Engis ten zuiden van Luik.

Het 2A verplaatst zich naar Saint-Nicolas nabij Luik waar ze op 24 april de stellingen van het 9A, divisieartillerie van de 11Div, overnemen. Op 09 mei 1940 zijn de stellingen als volgt:

  • Iste Groep (1ste en 2de Batterij) in Saint-Nicolas in algemene steun van de 2Div
  • 3/I/2A is afgedeeld te Strivay-Hout-Siplout als steun van het 4de Regiment Karabiniers-Wielrijders (4Cy) dat ontplooid is op de Ourthe-Hoyoux ontvangststelling van de Groepering Keyaerts. Deze batterij heeft ook een wisselstelling voorbereid te Saint-Nicolas.
  • IIde Groep in Chokier (Les Cahottes) in directe steun van het 5de Linieregiment (5Li) in de Ondersector Zuid,
  • IIIde Groep in Pfaive in directe steun van het 6de Linieregiment (6Li) in de Ondersector Centrum,
  • IVde Groep in Sclessin in directe steun aan het 28ste Linieregiment (28Li) in de Ondersector Noord

De PFLII linie is ongeveer 28Km lang is en loopt van Barchon tot Boncelles.

Kolonel Terlinden is naast korpscommandant ook artilleriecommandant van de 2de Infanteriedivisie (CADI 2Div) en heeft ook een groep van het 15A onder zijn bevel, samen met de 75mm kanonnen van de forten van Flemalle, Boncelles en Embourg. Zijn commandopost staat opgesteld in een huis aan de Avenue Blonden te Luik. De officieren van het regiment dienen ook deel te nemen aan de wachtdiensten te Stavelot. Zo is Luitenant Veniory tijdens de nacht van 9 op 10 mei officier van wacht van het detachement in deze stad. Buiten de stellingen van de II/2A, liggen alle vuurposities in de agglomeratie Luik waar de kanonnen opgesteld staan op de weinige open ruimtes tussen de dichte bebouwing. Het 2A vreest voor de veiligheid van deze stellingen maar kan niets veranderen aan haar opstelling. Wel wordt bijzonder hard gewerkt aan het op punt stellen van de vuurplannen en het inrichten van bijkomende posities voor de voorwaartse waarnemers.

V/2A wordt I/21A
Het regiment telt gedurende de beginfase van de mobilisatie vijf groepen, maar in januari 1940 wordt de Vde Groep van 2A samen met de Vde Groep van 4A gebruikt om het 21ste Regiment Artillerie (21A) op te richten. Met deze reorganisatie wil de legerleiding de infanteriedivisies van tweede reserve van een eigen artillerieregiment voorzien. Het 21A wordt toegevoegd aan de 13de Infanteriedivisie. De Vde Groep verdwijnt van de slagorde van 2A.

Staf/2A
Op 10 mei 1940 ontvangt Kolonel Terlinden omstreeks 01u30 in zijn kantonnement te Luik het algemeen alarm. Onmiddellijk begeeft hij zich naar de commandopost van de 2de Infanteriedivisie, maar hij kan er geen bijkomende inlichtingen krijgen over de ernst van het alarm. Het stafpersoneel is al wel koortsachtig bezig met het inpakken van dossiers en documenten om de oorlogscommandopost te gaan bezetten. De nieuwe commandopost van 2A wordt geopend in het klooster van de Zusters van het Heilig Hart.

De Nederlandse radio meldt dat talrijke vliegtuigen zich onophoudelijk naar het westen begeven. De aanwezige stafofficieren denken aan een grootscheepse aanval op Groot-Brittannië, maar niemand beseft dat deze luchtoperatie gericht is tegen België en Nederland.

De vliegtuigen overvliegen ook de stad Luik en worden door de Belgen onder vuur genomen, maar de inspanningen van de luchtdoelmitrailleurs van 2A blijven zonder gunstig resultaat. Er is een gebrek aan spoormunitie waardoor men niet precies kan richten. De echelons van III/2A worden gedeeltelijk getroffen bij het bombardement op het vliegveld van Bierset. Er vallen slechts enkele lichtgewonden.

De ganse dag wacht het 2A de verdere gebeurtenissen af.

Ten gevolge van de Duitse aanval op het Albertkanaal te Vroenhoven en Veldwezelt in de sector van de 7de Infanteriedivisie, besluit de legerleiding reeds tijdens de avond van 10 mei dat de infanterieposities van het IIIde Legerkorps (III/LK) tussen de forten van de fortengordel ten oosten van de stad langs de PFLII niet kunnen behouden worden. Het legerkorps maakt bijgevolg plannen om zijn intervaltroepen terug te trekken uit de PFLII-linie en een nieuwe stelling in te nemen op de westelijke Maasoever van Lixhe, over de stad Luik heen, tot de posities van de Groepering K aan de Ourthe. De volledige 2Div zal na dit manoeuvre naar de K.W. Stelling geëvacueerd worden. De infanteristen zullen met autobussen en vrachtwagens vervoerd worden. Hun paardengespannen zullen op de trein geplaatst worden. De artillerie van de divisie zal in vier etappes langs de baan naar het westen reizen.

De groepscommandanten worden op de staf ontboden en omstreeks 21u15 deelt de Kolonel Terlinden hen de marsorders mee. Het 2A zal in een zuidwestelijke richting wegtrekken. Het regiment moet zich voor zonsopgang begeven naar de streek van Oteppe, aan de zuidelijke oever van de Mehaigne rivier. Het 2A vreest dat het de verplaatsing niet voor dageraad zal kunnen volbrengen. De stellingen worden zo snel mogelijk opgebroken en alle colonnes gaan onmiddellijk de baan op.

Detachement Luitenant De Heyder (3/I/2A)
De 3de Batterij is afgedeeld te Strivay-Hout-Siplout als steun van het 4Cy dat ontplooid is op de Ourthe-Hoyoux ontvangststelling van de Groepering Keyaerts. Deze batterij heeft ook een wisselstelling voorbereid te Saint-Nicolas. Het detachement blijft de ganse dag op de hoofdstelling.

Staf/2A
In de nacht van 10 op 11 mei 1940 verlaat het 2A zijn stellingen te Luik. Onderweg wordt vernomen dat het regiment naar Court-Saint-Etienne moet. De colonnes komen in de loop van de ochtend aan en ontsnappen gelukkig aan de Luftwaffe die reeds bijzonder actief is boven het ganse gebied. Na de overtocht van de Mehaigne ontmoeten de artilleristen de eerste Franse troepen die ons land ter hulp gekomen zijn en zich aan de oever van de rivier moeten ontplooien.

De rest van de 2de Infanteriedivisie heeft de aftocht naar het westen reeds aangevat en begeeft zich op dat ogenblik naar de streek van Boortmeerbeek. Het 2A is dan ook afgezonderd van zijn divisie, maar het Groot Hoofdkwartier werkt aan een plan om de artillerie ook naar de K.W. Stelling te sturen.

De commandopost van 2A wordt opgezet in het kasteel van graaf Philippe D’Oultremont te Oteppe. De groepen reizen langs secundaire wegen en nemen de volgende kantonnementen in:

  • Staf/2A en III/2A zijn in Oteppe
  • I/2A is in Ville-en-Hesbaye
  • II/2A is in Huccorgne en de omliggende dorpjes
  • IV/2A bevindt zich in Villers-le-Bouillet

Die avond ontvangt Kolonel Terlinden het bevel om door te trekken naar de buurt van Perwez. Het vertrek zal gebeuren zodra de nacht valt.

Detachement Luitenant De Heyder (3/I/2A)
De batterij gaat samen met 1L, 4Cy en II/28Li op in de Groepering Paret die als taak krijgt om de Versterkte Positie Luik naar het zuidoosten af te dekken door een stellingname tussen de samenloop van de Ourthe en de Maas in het noorden en Comblain-au-Pont in het zuiden. Het 1L verlaat deze groepering tijdens de voormiddag. De posities van de batterij blijven behouden.

Aan het eind van de dag verlaat het 4Cy de Ourthe stelling met bestemming Namen. De 3de Batterij sluit aan bij de marscolonne van dit regiment.

Staf/2A
Onder dekking van de duisternis trekt het regiment Waals-Brabant binnen. Het 2A komt in de vroege ochtend aan op zijn nieuw kantonnement:

  • Staf/2A in Peruwelz
  • I/2A in Grand-Rosiere
  • II/2A in Boneffe
  • III/2A in Grand-Leez
  • IV/2A in Leuze

Het kost 2A heel wat moeite om een telefoonverbinding te maken met de staf van de 2Div. Het regiment verneemt dat de divisie zich op dat ogenblik reeds op de K.W. Stelling bevindt in de sector Boortmeerbeek-Rijmenam. Het 2A moet zo snel mogelijk de infanterie vervoegen. In Perwez krioelt het van de Franse soldaten van diverse gemotoriseerde eenheden. Vijandelijke vliegtuigen bombarderen alles wat beweegt en Perwez davert op zijn grondvesten. Ook de grote wegen en de omgeving van Perwez worden regelmatig gebombardeerd. De groepen van 2A staan gelukkig zorgvuldig verspreid en zijn goed gecamoufleerd waardoor ze slechts weinig te lijden hebben van deze luchtaanvallen. Enkel de 3de Batterij van I/2A wordt ontdekt en ondergaat een hevig bombardement. De Soldaten De Man en Mortelmans komen hierbij om. Er vallen ook een tiental gekwetsten waarvan er twee later overlijden aan hun verwondingen. Het betreft Wm Van Campenhout en Sdt Cappelle.

Achternagezeten door de Luftwaffe begint voor het regiment de moeizame terugtocht over Perwez, Grez-Doiceau, Heverlee en Veltem naar Boortmeerbeek. De beschietingen uit de lucht zullen slechts afnemen wanneer de vijandelijke vliegtuigen door gebrek aan daglicht hun operaties moeten staken.

Miliciens van de klas 37 van het 2A op kamp te Beverlo (prentkaart uit 1937).

Staf/2A
Van de nacht wordt opnieuw gebruik gemaakt om verder te trekken en tijdens de ochtend komt 2A aan ten zuiden van Leuven:

  • Staf/2A in Heverlee
  • I/2A in Nethen
  • II/2A in Mollendaal
  • III/2A in Sint-Agatha-Rode
  • IV/2A in Gottechain

Vanaf 04u45 hervat de Luftwaffe haar dodelijke werk. De Duitsers hebben het totale luchtoverwicht; er zijn nauwelijks geallieerde vliegtuigen te bekennen. De regimentscommandant beseft intussen dat ook de vijandelijke tanks hem op de hielen zitten. Kolonel Terlinden wil zijn regiment zo snel mogelijk op de westelijke oever van de Dijle in veiligheid brengen. Maar door de grote vermoeidheid van personeel en paarden maken de colonnes slechts weinig vooruitgang. Behalve de III/2A dat die dag Sint-Agatha-Rode bereikt, raakt geen enkele groep over de Brabantse rivier.

Kolonel Terlinden neemt contact op met de Britse troepen in de sector. Hij wil er namelijk zeker van zijn dat de bruggen over de Dijle niet worden opgeblazen voordat zijn volledig regiment veilig op de linkeroever staat. Het is een dag van grote ongerustheid. De regimentscommandant vreest een doorbraak van de Duitse pantsers voor de avond valt. Ongeduldig wacht hij op het invallen van de duisternis om zijn groepen in beweging te zetten. Gelukkig stopt de vijand ’s nachts zijn activiteiten en kan het 2A zich in relatieve veiligheid verder westwaarts verplaatsen.

De kolonel trekt intussen verder naar de aan de 2Div toegewezen sector rond Boortmeerbeek, neemt contact op met de divisiestaf en installeert zijn hoofdkwartier in het kasteel van Schiplaken dat toen eigendom van de Terlindens was. De ganse nacht door werken de stafofficieren aan de plannen voor de opstelling van de groepen van het regiment.

Detachement Luitenant De Heyder (3/I/2A)
Samen met het 4Cy bereikt de 3de Batterij het dorp Marchovelette net binnen de Versterkte Positie Namen (VPN). Het regiment krijgt het dorp Sart-Saint-Laurent aangewezen als volgend bestemming en dient hierbij nog steeds de batterij van Luitenant De Heyder mee te nemen. De officier protesteert en wijst er op dat de paarden de mars niet aankunnen en volledig uitgeput zijn. Hij argumenteert dat hij een duidelijke richtlijn van Kolonel SBH Terlinden op zak heeft om in dit geval het geschut te saboteren en achter te laten. Kolonel SBH Jadot, regimentscommandant van het 4Cy, is het hier hoegenaamd niet mee eens en er ontstaat er forse woordenwisseling waarbij ook Generaal-majoor Paret betrokken raakt. De generaal drukt zijn wil door en eist van De Heyder om de aftocht verder te zetten. In de zomer van 1940 zal Kolonel SBH Jadot nog meerdere pogingen ondernemen om een tuchtprocedure te starten tegen de batterijcommandant.

Militairen van de IVde Groep bij twee Ob105GP vuurmonden (prentkaart eind jaren ’30).

Staf/2A
Tijdens de vroege ochtend slagen de laatste artilleristen er in over de Dijle te trekken. De Duitse voorhoedes bevinden zich die ochtend op nauwelijks 3 Km van de K.W. Stelling. Het 2A vervoegt via Veltem opnieuw haar divisie en ontvangt van kolonel Terlinden de orders voor de ontplooiing op de K.W. Stelling:

  • I/2A en IV/2A gaan in stelling te Schiplaken
  • II/2A bezet een stelling in Laar tussen Boortmeerkbeek en Haacht en wordt toegewezen aan het 6Li
  • III/2A tenslotte bezet een bos ten noorden van het station Heverbietstraat op de spoorlijn Leuven-Mechelen en moet vuursteun leveren aan het 5Li

’s Namiddags worden enkele regelingsschoten afgevuurd. Het 6Li meldt onmiddellijk dat er projectielen binnen hun stellingen vallen, maar het is niet duidelijk of deze van 2A komen.

Detachement Luitenant De Heyder (3/I/2A)
Tijdens de nacht van 14 op 15 mei zal de 3de Batterij bij de etappe naar Binche de colonne van het 4Cy verlaten om uiteindelijk naar het 2A terug te keren.

Staf/2A
2A blijft in stelling en wacht samen met de infanterie de vijand af. Het wordt gespannen dag van wachten, zonder actie.

Soldaat Achiel Ceuppens van de klas 39 van het 2A (foto: Gerre Ceuppens).

Staf/2A
Nabij Namen hebben de Duitse troepen een bres geslagen in de Franse linies en ook langsheen de de K.W. Stelling daagt de vijand op. De Belgen zullen de K.W. Stelling verlaten en zich terugplooien naar Gent en het Kanaal Terneuzen-Gent. De 2de Infanteriedivisie zal naar het Bruggenhoofd Gent doorgestuurd worden.

Het 2A maakt zich klaar voor de verplaatsing. Alle munitie die niet langer kan vervoerd worden, wordt rond 12u45 blindelings afgeschoten op een bos in Keerbergen. Enkele schoten vallen te kort en slaan in op de stelling van III/5Li. Er vallen gelukkig geen doden of gekwetsten. Het regiment begint de terugtocht via Wolvertem, Aalst en Lede naar Gent.

II/2A
De IIde Groep van Majoor Cardon vormt samen met een detachement van 6Li de achterhoede en blijven vuren om de vijand de indruk te geven dat de K.W. Stelling nog steeds bemand is.

Miliciens van de klas 37 van het 2A te Beverlo (prentkaart uit 1937).

Staf/2A
Om 03u00 verlaat de achterhoede de K.W. Stelling richting Impde waar ook de III/2A zich bevindt. I/2A en IV/2A trekken door Wolvertem. De baan Vilvoorde-Aalst zit volledig vast met vluchtende burgers en militairen en Kolonel Terlinden moet zijn stafvoertuig achterlaten en te voet verder trekken. Hij tracht tevergeefs een naar het westen voorbij denderende colonne van het 10A te stoppen. De colonnes van 2A worden sporadisch onder vuur genomen door de Duitse artillerie, maar er vallen geen noemenswaardige verliezen te melden.

De batterijen van 2A hervatten hun mars. Die dag kantonneert:

  • I/2A in Gijzegem
  • II/2A en IV/2A in Lede
  • III/2A in Neerpoten

De Staf/2A bevindt zich bij het HK/Divisie in het klooster van Gijzegem. De eenheden zijn hier nog dicht achter de Dender; zij ondergaan wat artillerievuur in hun kantonnementen, maar dat blijft zonder veel erg. Zoals elke dag doet de regimentscommandant een ronde bij zijn groepen. Hij vindt ze allen in orde, behalve bij IV/2A in Lede. Enkel de 11de Batterij van Cdt Cambier is nog ter plaatse. De groepscommandant, Cdt Dethy, is hals over kop met de rest van de groep over de Schelde is getrokken, zogezegd op bevel van enkele stafofficieren van de divisie.

In de namiddag worden de stellingen verkend voor de verdediging van het Bruggenhoofd Gent. De 5de Batterij van II/2A wordt ter beschikking gesteld van het 1ste Regiment Ardeense Jagers (1ChA) en zal later zijn groep vervoegen in Lemberge.

In de prille ochtend van 19 mei 1940 installeert de 2Div zich in het Bruggenhoofd Gent:

  • III/2A ligt in de sector Noord in rechtstreekse steun van 5Li en bezet een stelling dwars over de spoorlijn Brussel-Gent ten westen van Melle
  • II/2A staat opgesteld in de sector Zuid in rechtstreekse steun van 6Li en bevindt zich in Lemberge
  • I/2A en IV/2A (zonder de achtergebleven batterijen) staan in batterij nabij het psychiatrisch hospitaal.
  • De commandopost van het regiment bevindt zich bij het HK/Div in Merelbeke, op het kasteel van baron Verhaegen.

De posities van de oprukkende vijand zijn niet bekend, en 2A maakt zich zorgen om haar noordelijke flank wanneer het verneemt dat het Cavaleriekorps in een rug van het Waasland tot achter het kanaal Gent-Terneuzen zal terugtrekken. III/2A verplaatst zich daarom volledig naar de zuidkant van de spoorweg Brussel-Gent.

Later die dag worden de twee verloren gereden batterijen van IV/2A teruggevonden te Gavere en naar het regiment teruggezonden.

Soldaat Achiel Ceuppens en zijn kameraden van de klas 39, vermoedelijk in de Dungelhoefkazerne te Lier (foto: Gerre Ceuppens).

Tijdens één van zijn dagelijkse inspectietochten maakt de Kolonel Terlinden bij I/2A en IV/2A een luchtaanval mee. Ondanks het feit dat steeds meer vluchtende soldaten, zonder wapens of uitrusting, door de stellingen van 2A trekken, blijven de manschappen op post. Duitse projectielen vallen in alle richtingen, maar zijn gelukkig van licht kaliber. 2A voert verscheidene vuuropdrachten uit zonder duidelijk idee van de vijandelijke posities. De vijandelijke artillerie beschiet zonder veel gevolgen de stellingen. De 2e en 5e Batterij lopen enkele slachtoffers op.

Nabij Kwatrecht breken de Duitse troepen door de posities van de 2e Infanteriedivisie, waar 2A nogmaals 7 doden en 25 gewonden incasseert.

Het Bruggenhoofd Gent wordt verlaten. Kolonel Terlinden begeeft zich naar de brug van Zwijnaarde om er zijn regiment te zien passeren. Via de zuidoostrand van Gent en Drongen gaat de 2de Infanteriedivisie een sector bezetten langs het afleidingskanaal van de Leie.
2A opent een nieuwe commandopost, samen met het HK/Div, in het kasteel Kerkhove te Bellem. 2A gaat volgende stellingen bezetten:

  • I/2A ten oosten van Bellem
  • II/2A in steun van 5Li nabij het kasteel Bousie
  • III/2A in steun van 28Li in de ondersector Zuid
  • IV/2A ten noorden van Bellem

De verplaatsing naar deze nieuwe posities zal tot 23 mei duren.

Naarmate de groepen in de voormiddag aankomen, nemen zij de aangeduide stellingen in.

Vanaf 24 mei is er contact met de vijand, maar de stellingen van de 2de Infanteriedivisie worden niet echt aangevallen.

Talrijke vuuropdrachten worden uitgevoerd. Zo voert IV/2A een zeer geslaagd vuur uit op een vijandelijke waarnemingspost in de kerktoren van Merendree. II/2A vuurt op de Duitse artillerie die opgesteld staat in het park van Merendree.

De Duitsers droppen pamfletten op de Belgische stellingen om onze soldaten aan te manen zich over te geven.

2A ontvangt berichten dat troepen van het 28Li via de brug van Merendree naar de vijand overlopen om zich over te geven en laat vuren op de brug om het vluchten onmogelijk te maken.

De groepen van 2A dienen zich terug te trekken ten gevolge van een doorbraak in het front links van de eigen sector. II/2A en III/2A moeten onder bevel van de commandant van het III/2A een steuneenheid vormen voor elementen van 6Li dat de achterhoede levert. Na deze opdracht moeten deze groepen zich terugtrekken tot Ruislede en er hun nieuwe stellingen bezetten. I/2A en IV/2A moeten onmiddellijk terugtrekken naar Aalter en er een verdedigingsstelling bezetten in steun van 28Li. Deze groepen zullen later ook de streek van Ruislede vervoegen.

Bij valavond krijgt Kolonel Terlinden orders om een nieuwe verdedigingsstelling te bezetten nog verder naar achter gelegen. Tevens krijgt hij ook het verzoek zijn standaard binnen te leveren op het HK/Div.

Op 28 mei trekken de kanonnen van 2A naar Ruddervoorde en Veldegem. 2A verneemt het nieuws van de capitulatie en ontwapent. 2A is daarbij nagenoeg nog volledig, buiten de enkele tientallen slachtoffers die tijdens de campagne te betreuren vielen en het materiaal dat moest worden achtergelaten door panne of ongeval.

Na de capitulatie

Slachtoffers

 

Bibliografie en Bronnen

  1. Wijants, R., 1982, Geschiedenis van het tweede regiment veldartillerie van 1830 tot heden, Luedenscheid: Belgische Strijdkrachten.
  2. Dossier 4Cy, Getuigenis Kolonel SBH Jadot, Centrum voor Historische Documentatie, Evere.