17de Bataljon Genie

Situatie op 10 mei 1940

Type Geniebataljon
Ontdubbeld van 3de Regiment Genie
Onderdeel van 17de Infanteriedivisie
Bevelhebber Kapitein-commandant SBH M. A. J. Leloup (aangesteld majoor)
Standplaats Hoboken
Samenstelling 1ste Compagnie (Luitenant Res M. Fouassin)
2de Compagnie (Kapitein Res J. Neuville)

Tijdens de mobilisatie

Staf/17Gn
Het 17de Bataljon Genie (17Gn) werd op 10 november 1939, bij afkondiging van de derde stap van Fase D van het mobilisatieplan, gemobiliseerd als ontdubbelingsbataljon van het 3de Regiment Genie en vervoegt de 17de Infanteriedivisie (17Div) als het organieke bataljon genie van deze divisie. De 17Div, een infanteriedivisie van tweede reserve, is de laatste divisie die onder de wapens wordt geroepen en maakt aan de vooravond van de oorlog deel uit van het Vde Legerkorps (V/LK). Dit Legerkorps is verantwoordelijk voor de verdediging van de Versterkte Positie Antwerpen (VPA) tussen de Schelde en het Kanaal Dessel-Turnhout-Schoten. De 17Div staat opgesteld aan de noordrand van de Versterkte Positie Antwerpen tussen enerzijds de Schelde en de spoorlijn Essen-Kapellen anderzijds. De drie infanterieregimenten van de 17Div staan op 9 mei in lijn opgesteld achter de anti-tankgracht van de VPA [1]. Het 8ste Regiment Jagers te Voet (8J) bemant de rechter ondersector, het 7de Regiment Jagers te Voet (7J) bemant de centrale ondersector van de stelling van 17Div terwijl het 9de Regiment Jagers te Voet (9J) de linkerflank van de divisiesector voor zijn rekening neemt.

De Belgisch-Nederlandse grenspost te Putte (vooroorlogse foto genomen richting Nederland) waar het 17Gn een trechtervernieling voorbereidde.

Het 17Gn levert geniesteun aan de regimenten in lijn en aan de andere eenheden van de divisie waar nodig. Het bataljon telt ongeveer 450 militairen verdeeld over twee compagnies genie. De opdrachten die het bataljon uitvoerde tijdens de laatste weken van de mobilisatie zijn als volgt te catalogeren:

  • Vernielingswerken: voorbereiding van wegvernielingen op het wegennetwerk tussen Antwerpen en de Belgisch-Nederlandse grens ten noorden van de anti-tankgracht. Voorbereiding van de vernietiging van observatieposten die door de vijand zouden kunnen gebruikt worden. Het betreft onder meer de kerktorens van Zandvliet, Berendrecht en Putte, ten noorden van de stelling van de 17Div, maar ook die van Kapellen en Stabroek achter de anti-tankgracht. Voorbereiding van de vernieling van bruggen over de anti-tankgracht op de voorlimiet van de stellingen van de infanterieregimenten van de 17Div. De technische dossiers van de voorbereide vernielingswerken worden opgesteld door Luitenant van de reserve Lamoureux van de Staf/17Gn.
  • Constructiewerken: de constructie van schuilplaatsen en schootsstellingen voor mitrailleurposten in de sector van de 17Div.
  • Communicatiewerken: het bouwen van loopbruggen voor de infanterie over het Schijn in het achtergebied van de divisie.
  • Speciale verdedigingswerken: de voorbereiding tot het inunderen van de streek rond Lillo met zeewater uit de Schelde. Het opwerpen van anti-tankhindernissen te Berendrecht en Kapellen. Verbetering van schootstellingen voor anti-tankkanonnen en mitrailleurs in het fort van Ertbrandt.

Voor de eenheden opgesteld in de VPA gelden specifieke alarmmaatregelen die gaan van alarmstadium I tot V, de hoogste graad van alarm.

1Cie/17Gn
De 1ste Compagnie (1Cie/17Gn) wordt bevolen door Luitenant Res Fouassin die beschikt over drie pelotons respectievelijk bevolen door Lt Res Hubin, Lt Res Parlongue en OLt Res Chantraine.

2Cie/17Gn
De 2de Compagnie (2Cie/17Gn) staat onder bevel van Kapitein Neuville die beschikt over vier pelotons die bevolen worden door Lt Res Sampaix, Lt Res Lambilotte, OLt Res Dufrasne en OLt Boutefeu.

Staf/17Gn
De commandopost (CP) van het 17Gn en de twee compagnies bevinden zich te Hoevenen wanneer om 01u30 het algemeen alarm ontvangen wordt. Om 02u00 wordt alarmstadium II voor de VPA afgekondigd. Alle troepen binnen de VPA dienen vanaf nu hun mobilisatiekantonnementen te verlaten en moeten zich op, of in de onmiddellijke omgeving van, hun gevechtsposities klaar houden. De vernielingsploegen worden uitgestuurd om de voorbereide vernielingsposten te bemannen.

De Staf/17Gn wordt in zijn CP om 06u00 verwittigd van de afkondiging van de algemene mobilisatie naar aanleiding van de Duitse inval. Tijdens de voormiddag beveelt de 17Div om over te gaan naar alarmstadium III. Dit houdt onder meer in dat de wegen die de anti-tankgracht kruisen richting Nederland en Kempen nog wel open blijven, maar dat alle verkeer voortaan gecontroleerd wordt. Het schoots- en waarnemingsveld oost van de anti-tankgracht wordt vrijgemaakt door onder meer het kappen van struiken en maaien van gewassen. Voor 17Gn betekent alarmstadium III dat de vaste loopbruggen over de anti-tankgracht vervangen moeten worden door drijvende loopbruggen. Bij afkondiging van alarmstadium III wordt te Stabroek een groot stuk land onder water gezet tussen de anti-tankgracht en de Nederlandse grens.

Voorlopig mogen de vernielingen op de Belgisch-Nederlandse grens nog niet uitgevoerd worden omdat het 7de Franse Leger [7(FRA)Leger] van Generaal Giraud nog moet passeren richting Nederland. Rondom 18u00 worden de eerste troepen van het 7(FRA)Leger gesignaleerd te Putte. Het betreft verkenners van de Groepering Lestoquoi die de marsroutes openen voor de 25e Franse Division d’infanterie Motorisée [25 (FRA) DIM] [2].

Staf/17Gn
In de sector van de 17Div krijgen de eenheden in lijn te maken met de eerste Nederlandse militairen die over de grens weggevlucht zijn voor het oorlogsgeweld en zich aanmelden bij de posities van de 17Div om zich binnen de VPA in relatieve veiligheid te stellen. De Nederlanders worden ontwapend en overgebracht naar verschillende verzamelpunten in de VPA.

Intussen krijgt het 17Gn bijkomende opdrachten van de Commandant van de Genie van het V/LK (CGn V/LK). Zo moeten bijkomende wegvernielingen voorbereid worden en moet een observatiepost gebouwd worden langs de spoorweg Kapellen – Essen.

Staf/17Gn
In het gebied voor stellingen van het 9J wordt gestart met het onder water zetten van stukken lager gelegen grond rond Lillo. Om 13u00 wordt overgegaan naar alarmstadium IV waarbij de meeste overgangen over de anti-tankgracht gesloten worden. Per regiment wordt nog één doorgang opengehouden en bewaakt. De andere bruggen over de anti-tankgracht in de sector van de 17Div worden door het 17Gn opgeblazen. De markeringen rond de aangelegde mijnenvelden blijven voorlopig nog staan, maar zullen verwijderd worden zodra duidelijk wordt dat de vijand dichterbij komt.

Staf/17Gn
De 25 (FRA) DIM die te Breda de vijand even wist tegen te houden, besluit de terugtocht uit Nederland aan te vatten en trekt daarbij opnieuw door de streek rond Stabroek, maar nu in zuidelijke richting.  17Gn krijgt van het V/LK opdracht om een aantal voorbereidde vernielingen tussen de Belgisch-Nederlandse grens en de anti-tankgracht tot ontploffing te brengen. Het betreft voorbereide wegvernielingen in de overstroomde gebieden ten noorden van Kruisweg. Dit om te verhinderen dat ze door waterinsijpeling onbruikbaar worden. Ook de kerktorens van Zandvliet en Berendrecht moeten eraan geloven. Beide kerken worden met benzine en stro in brand gestoken.

Staf/17Gn
De Fransen laten nog een beperkte troepenmacht achter ten noorden van Antwerpen om de vijand de toegang toe Walcheren te ontzeggen. Een Groepering onder bevel van Kolonel Beauchesne neemt een nieuwe defensieve stelling in langs de lijn Berg-Op-Zoom, Kortleven en Huijbergen. Wanneer ook elementen van de Groep Beauchesne zich richting VPA terugtrekken laten ze bij hun doortocht In het Nederlands gedeelte van Putte het dorp ontruimen. Ze sturen de bewoners via Antwerpen richting Frankrijk. Vooraleer ze het dorp verlaten steken de Fransen de katholieke kerk in brand en laten ze de kerktoren springen om te beletten dat de Duitsers hier een observatiepost zouden installeren. Om 17u00 verplaatst de Staf/17Gn zich eveneens naar Oorderen. Daar ontvangt het bataljon de opdracht van de Staf/17Div om enkele vrachtwagen en personenwagen af te halen op de fabrieksterreinen van General Motors. Dit om recent afgewerkte voertuigen niet in de handen van de vijand te laten.

1Cie/17Gn
De 1ste Compagnie voert een ganse reeks vernielingen uit in de omgeving van Kalmthout. Anti-tankhindernissen worden opgeworpen op de baan Kalmthout – Essen.

2Cie/17Gn
In de vroege namiddag wordt de 2de Compagnie naar Oorderen gestuurd om bijkomende vernielingen voor te bereiden. Het betreft onder meer een brug in gewapend beton over het Schijn. De 2Cie installeert ook laadbakken op de vrachtwagens die werden opgehaald bij General Motors.

Grensovergang te Putte met zicht op Nederland. In het wegdek op de grensovergang werd door het 17Gn een krater geslagen. Eerder had de Franse Gn de kerktoren van het Nederlandse Puttte al opgeblazen.

Staf/17Gn en 2Cie/17Gn
De staf en de 2Cie bevinden zich nog steeds te Oorderen.

1Cie/17Gn
De 1Cie brengt de voorbereide vernielingen op de Belgisch-Nederlandse grens te Putte tot ontploffing waarna het Peloton Verkenners van 7J terugkeert binnen de linies van de VPA. De ontploffing slaat een diepe put in het wegdek en alle omliggende woningen worden dermate beschadigd dat ze gesloopt moeten worden. Iets later wordt ook de kerktoren van de Sint-Dionysiuskerk te Putte-Kapellen (ook wel Putte-Ertbrand genoemd), het Belgisch gedeelte van het grensdorp Putte, door het 17Gn tot ontploffing gebracht.

De op 15 mei door het 17Gn vernielde St-Dionysiuskerk te Putte.

De op 15 mei door het 17Gn vernielde St-Dionysiuskerk te Putte.

Staf/17Gn
Op 16 mei komt onverwachts het bevel van het geallieerd opperbevel (via de Franse generaal Bilotte) om naar het westen terug te trekken. Zonder dat de K.W. Stelling en de VPA ten volle verdedigd werd moeten de stellingen worden prijsgegeven. In het zuiden wist het Duitse leger immers een doorbraak te forceren over de Maas in de streek van Sedan en in het noorden heeft Nederland zich overgegeven. Deze beslissing zal ook gevolgen hebben voor de verdedigers van de VPA. De Belgische legerleiding besluit om het veldleger terug te trekken op een nieuwe defensieve lijn langs de as Terneuzen-Gent-Oudenaarde. Voorlopig moeten de eenheden van de VPA nog ter plaatse blijven, de Versterkte Positie Antwerpen zal pas opgegeven worden tijdens de nacht van 17 op 18 mei.

Staf/17Gn
De Duitsers bezetten het Nederlandse Ossendrecht en Hogerheide en maken duidelijk aanstalten om de linies van de 17Div te naderen. Het bataljon ontvangt een waarschuwingsorder van de Staf/17Div. Vooreerst moet de eenheid de terugtocht voorbereiden naar de linkeroever en zich reorganiseren te Beveren-Waes. Ook moet de eenheid de vernielingsploegen van de Franse Genie aflossen bij de Waaslandtunnel en de Voetgangerstunnel onder de Schelde. De Fransen hebben de beide tunnels ondermijnd. Als laatste moet het 17Gn de nodige voorbereidingen treffen om de achterhoede van de 17Div met veerboten en sleepboten over de Schelde te brengen ter hoogte van Fort Sint-Filips in geval de achterhoede geen gebruik kan maken van de tunnels. Net na de middag voert Cdt Leloup samen met de CGn van het V/LK, Kolonel Mascart, de nodige verkenningen uit en verdeelt de opdrachten over de compagnies.

In de late namiddag vertrekt Cdt Leloup naar het Fort Sint-Filips om de start van de overzet van de staf van de 17Div bij te wonen [3]. Even loopt het fout wanneer Franse troepen, opgesteld langs de linkeroever, het vuur openen op de overzetboten. Cdt Leloup stuurt 1ste Sergeant Burton, secretaris van 17Gn, per boot naar de overkant om het misverstand te doen ophouden. Behoudens de pelotons die nog een opdracht hadden op of aan de Schelde verplaatst de rest van het bataljon zich naar Beveren-Waas waar ze een kantonnement innemen.

1Cie/17Gn

  • Het peloton van Lt Hubin moet de springinstallatie bij de Waaslandtunnel overnemen van de Franse genie. De Fransen hebben een springlading van 25 ton meliniet (oftewel de cargo van zes vrachtwagens) voorzien om de tunnel te vernietigen. In de late avond van 17 mei wordt de ingang en de uitgang van de Waaslandtunnel door de vijandelijke artillerie beschoten. Hierbij sneuvelt Soldaat Marechal en wordt Korporaal Cosse dodelijk gewond.  De beide militairen behorende tot het peloton Hubin worden tijdelijk begraven nabij de Gloriantlaan op de linkeroever. Tijdens de artilleriebeschieting behoudt Sgt Baily zijn koelbloedigheid en springt in één van de Franse vrachtwagens vol munitie om die uit de impactzone weg te rijden en in veiligheid te brengen.

2Cie/17Gn

  • Het peloton van Lt Sampaix moet de overtocht van de Schelde met veerboten en sleepboten organiseren voor de Staf en de achterhoede van de 17Div. Daartoe worden te Lillo enkele schepen met hun burgerbemanning in beslag genomen en naar het Fort Sint-Filips op de rechteroever gebracht. Kolonel Lentz, stafchef van de 17de Infanteriedivisie, vraagt ook aan de Groepering Verdediging Nederschelde (Gpg VNS) om een sleepboot naar Lillo te sturen.  Lt Sampaix mag een van de vijf Antwerpse stadssleepboten ophalen die het 3de Smaldeel/Gpg VNS in beslag genomen heeft en die aangemeerd liggen nabij Hangar 15 aan de Cokerillkaai. Hij kwijt zich persoonlijk van die taak. Vanaf de late namiddag begint het peloton Sampaix met het overzetten van de Staf/17Div.
  • Het peloton van OLt Boutefeu wordt aangeduid om het Frans vernielingsdetachement aan de voetgangerstunnel af te lossen. Na verkenning van het vernielingsdispositief krijgt OLt Boutefeu opdracht om 1 ton springstof (van het type meliniet) op te halen bij de Waaslandtunnel en die extra toe te voegen aan de lading van de voetgangerstunnel. OLt Boutefeu moet ook het ontstekingsmechanisme ontdubbelen met een elektrische ontsteking.

Staf/17Gn
De vernieling van de Scheldetunnels is voorzien om 04u00. Cdt Leloup passeert om 02u00 nog een laatste keer de Waaslandtunnel om de springladingen in het pomphuis te inspecteren.  Op dat ogenblik valt de verlichting en de verluchting in de tunnel uit door een stroompanne. De tunnel wordt onmiddellijk gehuld in een dikke rook afkomstig van de uitlaatgassen van de voertuigen die de tunnel passeren. Er breekt paniek uit onder de manschappen die te voet door de tunnel passeren waarbij de lichten van de voertuigen worden kapotgeslagen met geweerkolven. Cdt Leloup begeeft zich vervolgens naar de aanlegkade van de veerdienst Flandria te Sint-Anneke waar hij OLt Chantraine ontmoet die er de verzamelde veerboten tot zinken brengt. Vanaf 04u00 wacht de bataljonscommandant te Zwijdrecht op het Rendez-Vous (RV) dat hij heeft gegeven aan Lt Hubin en OLt Boutefeu om er gebriefd te worden over het resultaat van de vernielingswerken. Nadat hij om 06u00 door Lt Hubin op de hoogte werd gebracht van het verloop van de vernieling van de Waaslandtunnel blijft hij niet wachten op OLt Boutefeu en vertrekt hij naar Beveren-Waas waar zich de rest van het bataljon bevindt. Gedurende de rest van de voormiddag reorganiseert het 17Gn in zijn kantonnement te Beveren-Waas en wordt de manschappen wat rust gegund.

Tegen de middag ontvangt de Staf/17Gn een bericht van de CGn van het Groot Hoofdkwartier (GHK) met het bevel om de nodige manschappen ter beschikking te stellen voor de ontruiming van het Park van de Genie van het Leger (PGnA) dat zich te Beveren-Waas bevindt. Gedurende de rest van de dag laden de manschappen van de twee compagnies een 35-tal treinwagons met geniematerieel. ’s Avonds vertrekt de trein richting Houthulst, een ander depot van het PGnA. Bij het vallen van de duisternis krijgt het bataljon opdracht om een nachtelijke verplaatsing naar het Zeeuws dorpje Koewacht uit te voeren. De verplaatsing wordt nog voor middernacht ingezet.

1Cie/17Gn

  • Uiteindelijk wordt de brug niet om 04u00 tot ontploffing gebracht maar enkel gesloten voor voertuigen. De vernieling van de tunnel wordt uitgesteld om de manschappen te voet die zich nog in de tunnel bevinden de kans te geven veilig aan de overkant te geraken. Om 05u25 krijgt Lt Hubin via Luitenant Deplus, verbindingsofficier van de Staf van het V/LK, het bevel om de tunnel tot ontploffing te brengen. Met een luide explosie vliegt de tunnel de lucht in. De ongeveer 25 ton meliniet veroorzaakt een gigantische drukgolf waarbij brokstukken en puin over een afstand van enkele honderden meters uit de tunnelmonden geprojecteerd wordt.  Van het pomphuis en de verluchtingskoker op de westelijke oever blijft alleen een enorme krater over. Na de uitvoering van de ontploffing brengt Lt Hubin rond 06u00 te Zwijndrecht verslag uitbrengt bij zijn bataljonscommandant over het resultaat van zijn opdracht [7].
  • Het peloton van OLt Chantraine krijgt de opdracht om de (Flandria) veerboten die de afgelopen dagen Franse en Belgische troepen hadden overgezet en die afgemeerd lagen te Sint-Anneke tussen de twee tunnels, met springladingen te vernietigen.

2Cie/17Gn

  • Bij het peloton van OLt Boutefeu verloopt de vernieling van de voetgangerstunnel minder vlot. Hier geeft Luitenant Deplus om 04u03 een schriftelijk bevel aan OLt Boutefeu om de tunnel om 04u23 te laten ontploffen.  De lont wordt aangestoken, maar om 04u40 heeft er nog steeds geen ontploffing plaatsgevonden. OLt Boutefeu slaagt er niet in om de ontploffing uit te voeren en begeeft zich dan maar naar het afgesproken RV in Zwijndrecht. Om 06u10 meldt hij zich te Zwijndrecht aan bij Lt Hubin met de boodschap dat er problemen zijn en dat hij er niet in geslaagd is de voetgangerstunnel te vernietigen. Hij wordt door Lt Hubin teruggestuurd om zijn werk af te maken maar negeert dit bevel en vertrekt richting Beveren-Waas. De Franse genie die zich nog nabij de voetgangerstunnel bevond komt tussen beide en stelt vast dat er tussen de lont en de hoofdlading geen ontsteker geplaatst werd.  De Fransen activeren de springlading met een elektrische ontsteker en tegen 07u00 gaat ook de voetgangerstunnel de lucht in. De tunnel is slechts gedeeltelijk vernield en de vijand zal later via deze doorgang zowel infanteristen als ook anti-tankgeschut naar de linkeroever zal brengen. Het peloton van OLt Boutefeu passeert nog het kantonnement van bataljon te Beveren-Waas maar is er niet gebleven. Het peloton is later samen met de bagagetrein van 17Gn opgedoken in Zuid-Frankrijk [4].

Staf/17Gn
Tegen het aanbreken van de dag komt het bataljon aan te Koewacht (NDL). Er wordt tijdelijk een kantonnement ingenomen maar rond de middag wordt het bevel ontvangen om verder te trekken en een nieuw kantonnement op te zoeken in Bentille, ten westen van het Kanaal Gent-Terneuzen.

Opstelling van legerkorpsen en divisies te noorden van Gent op 20 mei 1940.

Opstelling van legerkorpsen en divisies te noorden van Gent op 20 mei 1940.

Staf/17Gn
Het Belgische verdedigingsplan voor het Kanaal Gent-Terneuzen neemt zijn definitieve vorm aan. In het noorden bewaakt de 1ste Cavaleriedivisie de sector rond Terneuzen. In het centrum ligt het Vde Legerkorps met de 17de Infanteriedivisie tussen Sluiskil en Sas van Gent en 6de Infanteriedivisie tussen Sas-van-Gent en Zelzate. 

In Bentille krijgt de Staf/17Gn al gauw nieuwe opdrachten binnen om de verdediging van het Kanaal Gent-Terneuzen met geniewerken te ondersteunen. De taken worden verdeeld over de verschillende compagnies en uitgevoerd gedurende de komende dagen.

1Cie/17Gn
De 1Cie wordt belast met het laten springen van de bruggen over het kanaal nabij Sas-van-Gent (NDL). De voorbereiding van deze vernielingen gebeurde door een andere genie-eenheid, de uitvoering van de vernieling door het 17Gn. De compagnie moet vervolgens enkele mijnenvelden aanleggen in en rond Philippine (NDL).

2Cie/17Gn
De 2Cie moet de vernieling van de wegbrug (oftewel Lelybrug) en de spoorwegbrug van Sluiskil voorbereiden en uitvoeren. Het peloton Sampaix wordt hiermee belast. De rest van de compagnie moet mijnenvelden aanleggen op de bevriende oever van het Kanaal Gent-Terneuzen in de sector van de 17Div.

Bruggencomplex te Sluiskil (vooroorlogse foto)

Bruggencomplex te Sluiskil (vooroorlogse foto) op 21 mei tot ontploffing gebracht door het 17Gn


Staf/17Gn
Na de Duitse doorstoot tot Abbeville aan de Atlantische kust zijn de geallieerde legers in Noord-Frankrijk en Vlaanderen geheel omsingeld. Het geallieerde oppercommando komt op 21 mei tijdens de Conferentie van Ieper tot het besluit om de Schelde-linie op te geven. Tijdens de namiddag duiken voor de sector van 17Div de eerste Duitse troepen op aan de oostelijke oever van het Kanaal Gent-Terneuzen. Het 17Gn voert intussen de door de 17Div gevraagde geniewerken uit.

2Cie/17Gn
Het peloton Sampaix brengt op 21 mei beide bruggen van Sluiskil tot ontploffing [5].


Staf/17Gn
De Belgische legerleiding beslist tijdens de ochtend van 22 mei dat onze strijdkrachten zich niet zoals eerder afgesproken zullen terugtrekken naar de IJzer, maar stand zullen houden langsheen de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie. Het Groot Hoofdkwartier laat deze terugtocht in twee fases uitvoeren en bepaalt dat de troepen opgesteld tussen het Bruggenhoofd Gent en Oudenaarde zich tijdens de nacht van 22 op 23 mei moeten terugtrekken naar de Leie. In die eerste fase zal ook de 17Div, als divisie van tweede reserve, worden teruggetrokken van het Kanaal Gent-Terneuzen. Aan het eind van de dag wordt de 17Div aan het kanaal Gent-Terneuzen afgelost door elementen van de 2de Cavaleriedivisie en richting Maldegem gestuurd om als eerste grote eenheid stelling te nemen achter het Afleidingskanaal van de Leie.


Staf/17Gn
Tijdens de nacht van 22 op 23 mei marcheert de 17Div naar zijn nieuwe stellingen aan het Afleidingskanaal van de Leie. De colonnes komen aan bij dageraad. De divisie behoort nog steeds tot het V/LK. Het V/LK zal front vormen langsheen het Afleidingskanaal van de Leie in de zone van Strobrugge tot Stoktevijver en beschikt hiervoor over de 6de Infanteriedivisie (6Div) en de 17Div. Hierbij zal de 17Div de noordelijke sector innemen tussen Strobrugge en Balgerhoeke.

Ook het 17Gn krijgt opdracht om zich te verplaatsen achter het Afleidingskanaal van de Leie en zal in het Maldegemse gehucht Donk een nieuw kantonnement inrichten.


Staf/17Gn
De eenheden van de 17Div bevinden zich op 24 mei op volgende locaties:

  • 7J te Maldegem om er de rechter ondersector in te nemen tot Balgerhoeke
  • 8J te Maldegem om er de linker ondersector in te nemen
  • 9J te Maldegem om er in tweede lijn van de 17Div te worden opgesteld

Door het grote aantal eenheden dat een onderkomen heeft gevonden in Donk (onder meer twee groepen artillerie) krijgt de Staf/17Gn alsook de 2Cie opdracht om te verhuizen naar het meer westelijke gelegen gehucht Vliegende Paard.


Staf/17Gn
Aan het Afleidingskanaal van de Leie voeren de Belgen een omvangrijke positiewissel uit. De staf van de 6Div wordt samen met het 9de Linieregiment (9Li) en het 1ste Regiment Grenadiers (1Gr) naar het zuidelijk front aan de Leie gestuurd om er de Duitse doorbraak rond Kortrijk trachten te keren. De 6Div zal afgelost worden door de uit Gent aangekomen 18de Infanteriedivisie (18Div). Het 7J behoudt zijn stellingen maar wordt overgeheveld van de 17Div naar de 18Div. De 17Div ontvangt in ruil de regimentsstaf, IIde en IIIde Bataljon van het 39ste Linieregiment (39Li) in versterking.  Het IIde en het IIIde Bataljon van het 39Li worden opgesteld achter de linies van het 8J en het 9J. Het IIde Bataljon bezet daarbij Maldegem. Het IIIde Bataljon bevindt zich ten westen van deze gemeente, nabij Butswerve langs de baan van Maldegem naar Knokke. Het V/LK staat nu met twee divisies in lijn achter het Afleidingskanaal van de Leie, de 17Div(-) in het noorden, de 18Div(+) in het zuiden.

Het 17Gn krijgt de opdracht om de bruggen over het Afleidingskanaal van de Leie in de sector van de 17Div te ondermijnen en op bevel te laten springen. Vernielingsploegen worden uitgestuurd naar de verschillende bruggen.

2Cie/17Gn
De 2Cie brengt op vraag van de infanterie de kerktoren van Eede (NDL), aan de overkant van het Afleidingskanaal van de Leie, tot ontploffing. Dit om te beletten dat het bouwwerk gebruikt zou worden door Duitse artilleriewaarnemers. Doordat een grote hoeveelheid dynamiet is gebruikt, wordt niet alleen de toren, maar ook de hele kerk verwoest. Tevens wordt in de omgeving van de kerk veel schade aangericht.


Staf/17Gn
In de omgeving van Maldegem worden geniewerken uitgevoerd om de stellingen van het 7J te verbeteren.


Staf/17Gn
In de namiddag krijgt Cdt Leloup opdracht van de 17Div om stelling te nemen in de oostrand van Sijsele. Voor het eerst in de veldtocht wordt het bataljon ingezet als infanterie. Het bataljon moet een compagnie opstellen langs beide kanten van de baan Brugge – Sijsele – Maldegem. Het bataljon moet de terugtocht van de 17Div dekken wanneer de stellingen rond Maldegem verlaten worden. Hij kan hierbij rekenen op de vuursteun van de IIde Groep van het 26ste Regiment Artillerie (26A) bevolen door Cdt Verbist. De artilleriestukken worden ontplooid ten westen van Sijsele behalve één kanon dat een anti-tankstelling inneemt bij de ingang van het dorp. Iets voor middernacht krijgt het bataljon opdracht om zijn standaard in te leveren op het HK van het V/LK. Deze opdracht wordt toevertrouwd aan de vaandrig Lt Clement [6]. De naam van OLt Boutefeu van het 17Gn verschijnt op een opsporingsbericht van de Grootprovoostdienst. De luitenant wordt gezocht voor postverlating.


Staf/17Gn
Om 02u30 verlaat II/26A zijn stellingen in de buurt van Sijsele en het 17Gn moet het vanaf nu stellen zonder vuursteun. Om 03u00 komt het I/9J van Majoor Pierart als laatste infanteriebataljon van de 17Div door de stellingen van 17Gn. Hierop mag het 17Gn zijn stellingen verlaten en doorrijden naar de oostrand van Brugge. Hier verneemt het bataljon de Belgische capitulatie.

Op de dagorder van het V/LK met nr 10548/C21d worden Cdt Leloup, Lt Sampaix, Lt Hubin en Sgt Bailly geciteerd voor hun houding tijdens de veldtocht. Luitenant-generaal Van den Bergen staat erop dat elk van de geciteerden in het bezit gesteld wordt van een persoonlijk exemplaar.

Na de capitulatie

Slachtoffers

Bibliografie en Bronnen

  1. Achtergrondinformatie bij de anti-tankgracht van de Versterkte Positie Antwerpen op de website “Het kamp van Brasschaat – De anti-tankgracht” [On line beschikbaar]: http://www.het-kamp-van-brasschaat.be/MilSit_AtkGracht.html# [Laatst geraadpleegd 17 januari 2020].
  2. De Fransen rukken op richting Noord-Brabant (Nederland) waar ze ter hoogte van Breda de zuidflank van de Nederlanders zullen verlengen tot aan de Belgische linies. Het 7de Franse Leger dient stelling te nemen op de lijn Geertruidenberg – Breda, Meer en Sint-Lenaarts. De verkeersstroom naar het noorden blijft de ganse avond aanhouden.
  3. De organisatie van de overzet te Fort Sint-Filips was een noodplan (oftewel contingency plan) voor het geval dat de Scheldetunnels vroegtijdig onbruikbaar of vernield zouden raken. Uiteindelijk is dit niet gebeurd en heeft de Staf/17Div dan maar gebruik gemaakt van de overzetdienst georganiseerd door het 17Gn om de linkeroever te bereiken. Hierdoor moest de divisiestaf niet aanschuiven in de file voor de Waaslandtunnel.
  4. Hoe het peloton Boutefeu in Zuid-Frankrijk is terechtgekomen moet nog verder uitgezocht worden. Vermoedelijk werd hij er aangehecht bij het Versterkings- en Opleidingscentrum van de Genie.
  5. Achtergrondinformatie bij de vernieling van de bruggen door Lt Sampaix op 21 mei te Sluiskil [On Line Beschikbaar]: http://k5e.nl/bruggen-1940/ [Laatst geraadpleegd 31 januari 2020].
  6. Om te beletten dat de standaarden van de Belgische eenheden in handen vallen van de vijand worden ze verzameld en naar de Abdij van Zevenkerken te Loppem gebracht. Hier worden ze ingemetseld in de crypte van de abdij waar ze tot het einde van de oorlog zullen verblijven.
  7. Desondanks de kracht van de explosie zal tijdens de bezetting blijken dat de eigenlijke tunnelkoker nog steeds intact is, en alleen de binnenbekleding vernield werd. Na de oorlog wordt beweerd (door Lt Deplus enige andere hoofdrolspeler op dat ogenblik of  door Franse bronnen – Lerecouvreux? TBC) dat de vernieling niet uitgevoerd werd door Lt Hubin maar door de Franse Genie. Er wordt verklaard: “Bij de autotunnel is het Belgische vernielingsdetachement echter nergens te bespeuren.  Gelukkig is de Franse genie nog wel ter plekke.  Na doortocht van de laatste infanteristen, wordt het bevel tot vernieling van de beide tunnels gegeven.  Zes Franse vrachtwagens vol explosieven worden de konijnenpijp ingereden en om 05u25 gaat de tunnel met een enorme knal de lucht in.” Dit is weinig waarschijnlijk gezien Cdt Leloup verklaart de ladingen in de tunnel en het pomphuis nog geïnspecteerd te hebben de 18de mei tussen 02u00 en 03u00 vlak voor het voorziene uur van de vernieling. Lt Hubin werd trouwens op 28 mei geciteerd op het dagorder van het V/LK voor zijn houding tijdens de veldtocht. Lt Deplus heeft op dat ogenblik alvast geen bedenkingen geuit.
  8. Uitvoerig en gedetailleerd relaas van Cdt SBH Leloup, bataljonscommandant van 17Gn, opgesteld te Blankenberge op 30 maart 1946. Beschikbaar in het archief van het Centrum voor Historische Documentatie (CHD) te Evere.