26ste Bataljon Genie

Situatie op 10 mei 1940

Type Geniebataljon  
Ontdubbeld van Bataljon Genie Wielrijders  
Onderdeel van 2de Cavaleriedivisie  
Bevelhebber Kapitein-commandant Alberic Mermuys  
Standplaats Leuven  
Samenstelling 1ste Compagnie (Kapitein-commandant Raymond Aerts) Waanrode
  2de Compagnie (Kapitein René Decamps) Hasselt
  Peloton Park (Luitenant Joseph Mathys)  

Tijdens de mobilisatie

De Leeuwenkazerne te Tervuren, vredestijdgarnizoen van het Bataljon Genie Cyclisten.

De Leeuwenkazerne te Tervuren, vredestijdgarnizoen van het Bataljon Genie Wielrijders.

Staf/26Gn
Het 26ste Bataljon Genie (26Gn) wordt opgericht op 01 september 1939, bij afkondiging van Fase C van het Mobilisatieplan, door opsplitsing van het Bataljon Genie Wielrijders. Het Bataljon Genie Wielrijders wordt in de Leeuwenkazerne te Tervuren [1] ontdubbeld tot drie nieuwe onafhankelijke bataljons, namelijk het 20ste Bataljon Genie (20Gn), het 25ste Bataljon Genie (25Gn) en het 26Gn. Op 11 september 1939 verdwijnt het Bataljon Genie Wielrijders van de slagorde. Het 26Gn is volledig gemotoriseerd en beschikt over vrachtwagens, bestelwagens, fietsen en motorfietsen voor het vervoer van manschappen en materieel. Elke compagnie beschikt over één peloton dat is uitgerust met motorfietsen. Het bataljon wordt bevolen door Kapitein-commandant Mermuys. Hij wordt op zijn staf bijgestaan door twee adjuncten; Luitenant Caprasse en Luitenant Derclaye. 

Het 26Gn wordt aangehecht bij de 2de Cavaleriedivisie (2CD) als organiek bataljon genie van deze divisie. De 2CD is een actieve cavaleriedivisie die in vredestijd bestond uit een staf (Staf/2CD) gevestigd te Namen, het 1ste Regiment Lansiers (1L) gekazerneerd in Spa, het 1ste Regiment Jagers te Paard (1JP) gelegerd te Leopoldsburg, het 2de Regiment Jagers te Paard (2JP) gekazerneerd te Namen en het 2de Regiment Karabiniers-Wielrijders (2Cy).

Korpszone van het Cavaverleriekorps op 9 mei 40 met de sector van de Groepering Ninitte ten noorden van het Albertkanaal.

Korpszone van het Cavaleriekorps op 9 mei 40 met de sector van de Groepering Ninitte ten noorden van het Albertkanaal.

De divisie wordt vrijwel onmiddellijk opgesplitst. Het 1L en 2Cy worden aangehecht bij het IIIde Legerkorps (III/LK) en ontplooid tussen Luik en de Belgisch-Duitse grens. Het 2JP verlaat de divisie definitief en wordt aanvankelijk op de Samber opgesteld met front naar de Franse grens. Op 7 september moet de 2CD zich naar Ronse begeven om de Frans-Belgische grens te bewaken. Het 26Gn volgt de divisie echter niet maar wordt doorgestuurd naar Hasselt waar het bataljon in algemene steun van het Cavaleriekorps (CK) wordt geplaatst om het 20Gn te vervangen. Het 20Gn werd ingezet ten voordele van de Groepering Ninitte die een dekkingsopdracht uitvoert langs de Vooruitgeschoven Stelling in Noord-Limburg.

Wat overblijft van de 2CD wordt in april 1940 ontplooid op de Demer/Gete-Stelling. Deze vooraf geplande stelling staat dwars op het Albertkanaal en moet de eenheden die opgesteld staan achter dit kanaal ten oosten van Kwaadmechelen, toelaten het gevecht af te breken en terug te plooien achter de K.W. Stelling eens de Dekkingsstelling langs het Albertkanaal wordt opgeheven. De Demer/Gete-Stelling loopt van Tienen over Linter, Budingen, Geetbets en Halen tot Diest achter de Gete en van Diest tot Lummen achter de Demer. Vervolgens wordt de stelling verlengd achter de Winterbeek tot Beringen aan het Albertkanaal waar ze aansluit op de sector Eindhout-Beringen bezet door de 6de Infanteriedivisie (6Div).

De 2CD(-) zal, als eerste eenheid van het CK, deze defensieve stelling voorbereiden door er het 4L, 4Cy en 18A preventief stelling te laten nemen. Eind april verlaat het 26Gn Hasselt, mits achterlaten van de 2Cie, om de 2CD(-) te vervoegen. Na een laatste grote rotatie tussen het 4Cy en het 2Cy op 1 mei bevindt de divisie zich aan de vooravond van de oorlog in reserve achter de Demer/Gete-Stelling met 4L, 2Cy, 18A en 26Gn(-). De Staf/26Gn bevindt zich bij het HK van de 2CD in Leuven. Op 8 mei wordt de Staf/26Gn gecontacteerd door het Groot Hoofdkwartier (GHK) en krijgt de opdracht om de vernielingsdossiers van de geplande vernielingen nrs 26 tot 35 [2] af te halen alsook een kaart 1/10.000 met alle voorziene hindernissen (tetraeders) op de toegangswegen naar de bruggen over de Gete. Het bataljon krijgt tevens de opdracht om de in de dossiers beschreven vernielingen te verkennen evenals de reisweg naar het depot van Meerdaal. Lt Derclaye wordt op 9 mei naar Brussel gestuurd om de dossiers op te halen. Voor de vernielingen 18 tot 25bis moeten de dossiers nog door het 26Gn opgemaakt worden.

De Witte Nonnenkazerne te Hasselt waar de CP van de 2Cie zich bevond aan de vooravond van de oorlog

De Witte Nonnenkazerne te Hasselt waar de CP van de 2Cie zich bevond aan de vooravond van de oorlog

1Cie/26Gn
Kapitein-commandant Aerts, een actief officier overgekomen van de Force Publique in Kongo, neemt op 1 februari het commando over van de 1ste Compagnie (1Cie/26Gn). Op 26 april 1940 verlaat de 1Cie Hasselt om zich naar Waanrode ten zuiden van Diest te begeven. De compagnie wordt in Hasselt afgelost door de 4de Compagnie van het 31ste Geniebataljon. 1Cie/26Gn beschikt over twee pelotons vervoerde genie (het peloton van Lt Rousse en het peloton van Lt Dechevez) waar de troepen en het materieel met vrachtwagens vervoerd worden, en één peloton motorwielrijders (het peloton van OLt Sicx). Het peloton motorwielrijders wordt meestal in reserve gehouden in de buurt van de CP compagnie en ingezet om snelle interventies uit te voeren.

2Cie/26Gn
De 2de Compagnie (2Cie/26Gn) wordt bevolen door Kapitein van de reserve Decamps. Aan de vooravond van de oorlog kantonneert de 2Cie/26Gn, die achterbleef in Limburg, nog steeds in Kozen ten zuidwesten van Hasselt. Vanaf deze kantonnementsplaats voert de 2Cie geniewerken uit in algemene steun van het CK. De commandopost van de compagnie is opgesteld in de Witte Nonnenkazerne (oftewelcaserne des Dames Blanches”) gelegen in de Witte Nonnenstraat 6 – 11 [18]. Ook de 2Cie beschikt over twee pelotons vervoerde genie (peloton van Lt Sellier (TBC) en het peloton van OLt Rathé) en één peloton motorwielrijders (peloton van Lt Evrard).

Pl Park/26Gn
Het 20Gn en het 26Gn hebben tijdens de maanden voorafgaand aan de oorlog hun beide pelotons park samengevoegd tot een enkel zonedepot met geniematerieel voor het Cavaleriekorps en staan opgesteld in Sint-Truiden. Een deel van de voertuigen bevindt zich te Landen. Eind april vertrekt Luitenant Res Mathys met zijn Peloton Park (Pl Park/26Gn) naar de Demer/Gete-Stelling en installeert zijn commandopost te Grimde in een verlaten huis langs de N3 van Sint-Truiden naar Tienen. De voertuigen bevinden zich in een hangar van de fabriek Citrique Belge [3] vlakbij het station van Grimde.

Staf/26Gn
De Staf/26Gn ontvangt in zijn commandopost (CP) te Leuven om 02u30 het algemeen alarm van de Staf/2CD. Het order wordt om 04u00 doorgegeven aan de 1Cie te Waanrode en om 04u30 aan het Pl Park te Grimde, tegelijkertijd worden alle verloven ingetrokken. Te Leuven vernemen ze om 06u45 via de NIR (Nationaal Instituut voor Radio-omroep – de toenmalige nationale radio) dat Duitsland België is binnengevallen. Om 07u10 laat de StafChef van de 2CD weten dat de Staf/2CD zal verhuizen naar Kersbeek-Miskom en dat de CP van 26Gn eveneens naar Kersbeek-Miskom dient verplaatst te worden. Het 1ste echelon van de Staf/26Gn (Cdt Mermuys, Lt Caprasse, Sgt Tits en Sdt Deguise) verlaat Leuven om 07u45 en installeert zich om 08u45 in de pastorie van Kersbeek. Het administratief gedeelte blijft voorlopig nog te Leuven onder bevel van Lt Derclaye.

Om 09u20 moeten op bevel van de Staf/2CD de geplande vernielingen met nummers 18 tot en met 35 voorzien worden van explosieve ladingen. Aangezien het 26Gn langs de Demer/Gete-Stelling slechts over één compagnie beschikt kan het bataljon enkel de technische wachten leveren voor de vernielingen 26 tot 35. Het gaat hier om bruggen over de Gete tussen Tienen en Jodoigne. Kolonel Lambert, StafChef van de 2CD, maakt zich zorgen over wie de ladingen zal plaatsen voor de geplande vernielingen 18 tot en met 25bis. Dit zijn de bruggen over de Gete tussen Halen en Tienen. Hij komt te weten dat de 4Cie van het Bataljon Pontonniers (4Cie/Bn Pont [4]) in opdracht van de Generale Staf van de Legergenie (GS/LGn) inundaties uitvoert in de Demer- en Getevallei. Deze compagnie staat echter niet in verbinding met de Staf/2CD en kan bijgevolg geen orders ontvangen van de divisie. Het 26Gn wordt belast met het realiseren van telefoonverbindingen tussen 4Cie/Bn Pont en het telefoonnetwerk van de 2CD. Wanneer uiteindelijk telefonisch contact kan worden opgenomen met de CP van de 4Cie/Bn Pont te Zoutleeuw vraagt Cdt Mermuys of de 4Cie kan starten met de voorbereiding van de vernielingen 18 tot 25bis. Kapitein-commandant Pallemaerts, compagniecommandant van de 4Cie/Bn Pont antwoordt dat zijn compagnie reeds belast is met het onderwater zetten van de overstromingsgebieden van de Gete en de Demer en dat hij deze extra opdracht niet kan uitvoeren. Hij wijst erop dat de 3Cie/31Gn, die onder bevel staat van het CK en zich te Halen bevindt, wel aangeduid kan worden voor de uitvoering van deze opdracht. Hierop wordt Kapitein-commandant Harms, commandant van 3Cie/31Gn,  geconvoceerd op de CP van 26Gn om de voorbereiding van de vernieling van de bruggen 18 tot 25bis te coördineren met 26Gn en de vernielingsdossiers in ontvangst te nemen.

Om 17u00 bezoekt Cdt Mermuys de CP van 1Cie/26Gn te Waanrode. Na zich te hebben geïnformeerd over de toestand bij de 1Cie rijdt hij verder via Drieslinter naar de CP van de 4Cie/Bn Pont te Zoutleeuw waar hij om 17u25 toekomt. Wanneer hij de brug over de Gete te Drieslinter passeert ziet hij dat daar nog geen vernielingsdetachement aan het werk is. Eens terug op zijn CP bataljon interpelleert hij Cdt Harms van de 3Cie/31Gn en krijgt als excuus te horen dat het vernielingsdetachement onderweg is maar dat hij nog geen explosieven heeft bekomen om te starten met de ondermijning. De munitie zou in de loop van de nacht toekomen. Om 22u00 wordt, met goedkeuring van GenMaj Beernaert, de 3Cie/31Gn onder bevel geplaatst van het 26Gn aangezien deze compagnie gedurende de dag geen enkel order kreeg van het CK bij wie ze initieel in steun werden gegeven. 

1Cie/26Gn
De 1Cie/26Gn wordt om 09u30 belast met het laden van de voorbereide vernielingen met nummers 26 tot en met 35 en kan hiervoor beschikken over 14 vrachtwagens van het Autopeloton voor Materieel van het Transportkorps van de 2CD (PAMat/2CD) die de compagnie moet ophalen in Meensel-Kiezegem. Om 12u00 komt de colonne van 14 vrachtwagens toe bij de 1Cie en om 12u10 verlaten de vernielingsdetachementen van de pelotons Rousse en Dechevez Waanrode en begeven zich naar hun opdracht. Het peloton moto van OLt Sicx wordt in reserve gehouden te Waanrode. Cdt Mermuys bezoekt om 17u00 de CP van Cdt Aerts te Waanrode om de consignes inzake de vernieling van de bruggen mee te geven. Hij beklemtoont dat de vernielingsdetachementen moeten doorwerken tot de bruggen ondermijnd zijn. Voorts moet de getalsterkte van de vernielingsdetachementen op 15 man behouden worden (hetgeen overeenkomt met een technische wacht) zolang er geen gevechtstroepen in de buurt van de vernielingen ontplooid zijn, hetgeen het geval is ten zuiden van Tienen. Na aankomst van de gevechtseenheden op de stelling mogen de vernielingsdetachementen uitdunnen tot 1 onderofficier en 2 soldaten (hetgeen overeenkomt met een tactische wacht). Om 17u10 melden de ingezette pelotons dat alle vernielingsdetachementen zijn toegekomen op hun bestemming. Het Peloton Rousse heeft zich opgesteld ter hoogte van kilometerpaal 6 langs de baan Tienen – Gembloux (N29) en is verantwoordelijk voor de vernielingen 26 tot 30, het Peloton Dechevez heeft zijn PC opgesteld in de rijkswachtkazerne van Jodoigne en is verantwoordelijk voor de vernielingen 31 tot 36. Ondertussen is het Peloton Sicx naar Meerdaal gestuurd om extra springstof op te halen.

2Cie/26Gn
De 2de Compagnie is nog steeds afgedeeld bij het CK te Hasselt. De 2Cie is initieel belast met de uitvoering van een aantal vernielingen op de toegangswegen naar het Albertkanaal op ongeveer 1 km ten noorden van het kanaal tussen Beringen en Genk. In het totaal worden een tiental vernielingen uitgevoerd door de 2Cie op 10 mei. Eén van de pelotonscommandanten van de 2Cie, Luitenant Evrard, wordt afgedeeld bij het Vooruitgeschoven Inlichtingencentrum Hasselt (oftewel Centre de Renseignements Avancé – CRA) [5] als technisch raadgever. Hij houdt de toestand bij van de vernielde bruggen over de Zuid-Willemsvaart, het kanaal Bocholt – Herentals en het Albertkanaal in de zone van het CK.

Een sectie van de 2Cie wordt naar het vliegveld van Goetsenhoven gestuurd om er de startbaan en de vliegveldinfrastructuur te vernielen nadat het 1ste Luchtvaartregiment (1Lu) het vliegveld verlaten heeft. De Sectie komt omstreeks 04u50 terecht in een hevig luchtbombardement echter zonder verliezen te lijden. 

Pl Park/26Gn
Het Pl Park/26Gn bevindt zich nog steeds te Grimde nabij Tienen wanneer ze om 04u30 het algemeen alarm ontvangen. Wanneer het vlakbij gelegen vliegveld van Goetsenhoven om 04u50 zwaar gebombardeerd wordt beseffen de manschappen dat de oorlog is uitgebroken. Lt Mathys geeft zijn adjunct, Adjudant Coucke, bevel alle voertuigen van het Pl Park te laten nazien naar werking, brandstofniveau en lading. Er wordt specifiek aandacht besteed aan de op de voertuigen opgeslagen explosieven.

Staf/26Gn
Ten gevolge van de plotse doorbraak in de sector van de 7de Infanteriedivisie (7Div), waar Duitse pantsertroepen het Albertkanaal overstaken gebruik makend van de door parachutisten intact veroverde bruggen van Vroenhoven en Veldwezelt, moet de Dekkingsstelling vroeger opgeheven worden dan verwacht. Het Iste Legerkorps (I/LK) verlaat zijn stellingen om 12u00 en ook het Cavaleriekorps maakt zich klaar om de Dekkingsstelling achter het Albertkanaal te ontruimen. De 2CD werkt hard door aan het organiseren van de Demer/Gete-Stelling in de wetenschap dat de stelling snel zal worden ingenomen.

Om 07u40 komt Cdt Pallemaerts verslag uitbrengen bij de Staf/26Gn betreffende de staat van de werken. Hij meldt dat met het heroriënteren van de 3Cie/31Gn hij een groter terreingedeelte voor zijn rekening moet nemen maar dat hij de 8Cie van het 9de Regiment Hulptroepen van het Leger (8/II/9/2Gpg TAA) in steun heeft gekregen. Met deze steun is hij erin geslaagd om de dijken in het overstromingsgebied van de Gete te verhogen, de weg Geetbets-Rummen te herstellen en de werken te starten op de weg Drieslinter – Zoutleeuw. Cdt Aerts meldt om 08u45 dat alle voorziene vernielingen die zijn compagnie moest uitvoeren klaar zijn en vanaf nu op elk ogenblik kunnen aangestoken worden. Om 09u05 neemt ook Cdt Harms contact op met de Staf/26Gn. Hij weet te zeggen dat de springstoffen om de vernielingen te laden pas om 05u00 zijn toegekomen en dat heel veel ontstekingsmateriaal (lonten allerhande) en springstof ontbreekt. Hij vraagt dringend om vier vrachtwagens in steun te krijgen om springstoffen af te halen bij het Park van de Genie van het Leger (PGnA) in Beveren-Waas en om zijn manschappen te vervoeren. 

De StafChef/2CD geeft het 26Gn om 09u40 opdracht om de weg van Sint-Truiden naar Tienen ter hoogte van Grimde te herstellen na de hevige bombardementen op Tienen. Lt Caprasse wordt onmiddellijk uitgestuurd om de schade op te meten en het Pl Park/26Gn opdracht te geven de schade te herstellen. Bij zijn terugkeer op de Staf/26Gn meldt Lt Caprasse dat de kantonnementen van het Pl Park hevig gebombardeerd worden en dat de pelotonscommandant op zoek gaat naar een nieuwe opstelplaats.

Om 12u55 meldt Cdt Harms zich opnieuw om te bevestigen dat de vier vrachtwagens van de PAMat/2CD bij hem zijn toegekomen en dat twee ervan onmiddellijk naar het PGnA in Beveren gestuurd worden om de ontbrekende explosieven af te halen. Cdt Mermuys maakt van de gelegenheid gebruik om zijn prioriteiten door te geven van wat met de beschikbare munitie dient uitgevoerd te worden. Hij wenst dat bij elke brug in eerste instantie het bruggenhoofd op de vijandelijke oever ondermijnd wordt. Hierop drukt Cdt Harms zijn twijfels uit of dit wel haalbaar is en vraagt om zijn compagnie te mogen verhuizen van Halen naar Kortenaken. Lt Mathys stuurt om 14u40 een estafette naar de Staf/26Gn met de nieuwe opstelplaats van zijn CP in Oplinter. 

Om 16u00 geeft de Staf/2CD de toelating om de 3Cie/31Gn naar Kortenaken te verhuizen en krijgt het 26Gn opdracht om enkele bruggen op de Kleine Gete en de Vloedgracht te Zoutleeuw op de toegangswegen naar Budingen en Linter springklaar te maken. Ook de brug over de Kleine Gete op de baan Zoutleeuw – Melkwezer dient voorbereid te worden en in een latere fase de bruggen te Gussenhoven en Orsmaal. Cdt Mermuys antwoordt dat hij niet over voldoende springstoffen beschikt en dat hij hiervoor moet navragen of er nog springstof voorradig is in Meerdaal en Beveren. Hij slaagt er echter niet in beide depots te bereiken gezien de vernieling van enkele belangrijke telefooncentrales door de Duitse luchtmacht. De 1Cie krijgt de taak zich om de bruggen over de Kleine Gete te bekommeren.

Cdt Mermuys wordt om 20u00 geconvoceerd op het HK van de 2CD en verneemt er de orders voor de verdediging van de Gete in de sector van de 2CD. Bij zijn terugkeer om 21u30 brieft hij de Cdt Aerts en Cdt Harms. Deze laatste laat weten dat hij erin geslaagd is voor alle geplande vernielingen de bruggenhoofden op de vijandelijke oever te ondermijnen. De ondermijning van de bruggenhoofden op de bevriende oever zal gebeuren van zodra de vrachtwagens met munitie terugkeren.

In het totaal worden op 10 en 11 mei negentien voorbereide vernielingen van springstof voorzien door 1Cie/26Gn en 3Cie/31Gn.

1Cie/26Gn
De 1Cie heeft de ganse nacht doorgewerkt en tegen 07u00 zijn nagenoeg alle bruggen met nrs 26 tot 35 ondermijnd. Alleen het compassement van brug 27 moet nog worden aangelegd en het vernielingsdetachement bij brug 34 heeft zich nog niet gemeld. Om 09u00 geeft Cdt Aerts de nieuwe standplaatsen van de CP van zijn pelotons door. Het Peloton Dechevez heeft de rijkswachtkazerne verlaten en zich geïnstalleerd in de garage Leclerc in de Rue de Bosquet nr 6 te Jodoigne. Ook het Peloton Rousse heeft zijn CP verplaatst naar de opstelplaats van de CP van I/18A aan de Slicksteenvest nr 67 te Tienen. Om 17u00 krijgt het Peloton Sicx opdracht om de bruggen op de Kleine Gete tussen Orsmaal en Zoutleeuw te ondermijnen. OLt Sicx zal de verkenning van de te ondermijnen bruggen uitvoeren vanaf eerste klaarte de 12de mei en haalt intussen in Meerdaal de nodige explosieven af. Deze opdracht wordt om 20u00 herroepen door de Staf/2CD. 

2Cie/26Gn
In de loop van de dag hergroepeert de 2Cie zich in zijn kantonnement te Kozen. Lt Evrard vervoegt zijn compagnie om 17u00 te Kozen en neemt er terug het bevel over van het peloton motorwielrijders. De 2Cie verlaat Kozen in de nacht van 11 op 12 mei en keert  gegroepeerd per peloton terug naar de rest van het bataljon. De 2Cie dient zich na zijn terugtocht te installeren in Molenbeek-Wersbeek. 

Station van Grimde waar het Pl Park/26Gn stond opgesteld tot 11 mei 1940

Station van Grimde waar het Pl Park/26Gn vlakbij stond opgesteld op 11 mei 1940

Pl Park/26Gn
Om 09u00 worden de fabrieksterreinen van de Citrique Belge gebombardeerd. Enkele bommen vallen op een veertigtal meter van de voertuigen met explosieven. Ook de telefoonverbinding met het CP bataljon wordt verbroken. Intussen brengt Luitenant Caprasse, Officier Adjunct van 26Gn, het bevel over van de bataljonscommandant dat het Peloton Park herstellingswerken dient uit te voeren aan de door bombardementen beschadigde N3 tussen Tienen en Sint-Truiden. In het wegdek zijn enkele putten met een diameter van 2,5 meter en een diepte van een tachtigtal centimeter, al bij al een beperkte beschadiging. Na uitvoering van deze opdracht beslist Lt Mathys om het Pl Park/26Gn over te brengen naar Oplinter, temeer omdat de omgeving van het station van Grimde zich in de voorste linies van het 4de Regiment Lansiers (4L) bevindt. Om 12u00 vertrekt het Pl Park mits achterlaten van een achterwacht onder bevel van Korporaal D’Haese die het depot met afgeladen geniematerieel dient te bewaken. Om 13u00 wordt de citroenzuurfabriek en het station van Grimde opnieuw gebombardeerd, niet in het minst omdat net voorbij de overweg op de N3 twee treinen spoorwegartillerie van het 5de Regiment Legerartillerie (5LA) geblokkeerd staan. De loods waar voorheen nog de voertuigen van het Pl Park stonden wordt meermaals getroffen. Om 14u30 is het Pl Park geïnstalleerd in Oplinter. Het peloton is gekantonneerd in het Klein Hof ter Meren van de brouwerij Verheyden langs de Neerlintersesteenweg 167. Ondertussen blijven de bombardementen op het station van Grimde de ganse dag voortduren. Bij het invallen van de duisternis wordt de achterwacht van het Pl Park/Gn bij het geniedepot te Grimde teruggetrokken

Staf/26Gn
Het Cavaleriekorps krijgt met onmiddellijke ingang het bevel over de Demer/Gete-Stelling.  Alle beschikbare cavalerie-eenheden zullen zo snel mogelijk naar deze defensieve lijn gebracht worden om er de Duitse opmars af te remmen tijdens de terugtocht van het veldleger naar de K.W. Stelling. De 2CD zal de Demer/Gete-Stelling verdedigen tussen Diest en Tienen met het 1JP, opgesteld tussen Diest (inclusief) en Halen (exclusief), het 2Cy tussen Halen (inclusief) en Drieslinter (exclusief), het 3de Regiment Lansiers (3L) tussen Drieslinter (inclusief) en Tienen (exclusief) en het 4de Regiment Lansiers vanaf de molen van Oplinter tot aan de oost- en zuidrand van de stad Tienen. De CGn van het CK, Majoor Lempereur, bezoekt om 09u00 het HK van de 2CD en laat van daar uit het 26Gn weten dat de 2Cie terug onder bevel van 26Gn komt en zich naar Molenbeek-Wersbeek begeeft. De compagnie moet onmiddellijk na aankomst twee pelotons van het 20Gn aflossen.

De door de 3Cie/31Gn vernielde brug nr 20 over de Velpe te Halen (Duitse foto genomen enkele dagen na de explosie).

Om 09u45 geeft de Comd 2CD het bevel om alle bruggen over de Gete tussen Halen en Tienen die zich niet op een binnenlooproute bevinden te vernielen. De bruggen ten zuiden van Tienen moeten intact blijven. Hierop stuurt Cdt Mermuys een moto-estafette naar de CP van de 3Cie/31Gn met de opdracht om de bruggen 19, 22, 23, 25 en 25bis te laten springen. Na de uitvoering van de vernielingen mag het gros van de compagnie Lubbeek vervoegen om terug onder bevel van de CGn/CK te komen. De compagnie moet wel een vernielingsdetachement achterlaten bij de bruggen 18, 20, 21 en 24. Om 10u15 wordt dit order echter herroepen door de Staf/2CD omdat er nog teveel troepen langs secondaire wegen aan het binnenlopen zijn. Comd 26Gn stuurt Lt Derclaye onmiddellijk per moto naar het CP van de 3Cie/31Gn in Kortenaken om de eerder gegeven orders te herroepen. Lt Derclaye komt net op tijd toe om de moto-estafetten, die klaar stonden om de vernielingsopdrachten door te geven, tegen te houden. De 3Cie/31Gn blijft voorlopig nog ter plaatse. Lt Derclaye is nog niet terug of de Staf/2CD geeft het bevel om de bruggen 18 en 19 over de Demer te laten springen. Om 10u55 wordt dit order per moto-estafette doorgegeven aan de 3Cie/31Gn.

De schade in de onmiddellijke omgeving van de brug over de Velpe te Halen veroorzaakt door het tot ontploffing brengen van de brug is enorm groot

Om 11u25 brengt Lt Dechentinne van 3Cie/31Gn de CP van het 26Gn op de hoogte dat op bevel van Kolonel Franckx, regimentscommandant van het 24ste Linieregiment (24Li), de brug nr 20 op de N2 tussen Herk-de-Stad en Diest om 10u15 (TBC) tot ontploffing werd gebracht nadat de vijand gesignaleerd was nabij Herk-de-stad.  Hierdoor wordt de N2, samen met de N3 de voornaamste binnenloopweg in de sector van de 2CD, afgesneden. De vernieling van de brug leidt tot controverse omdat de brug zich bevindt in de ondersector van het 2Cy en de vernieling werd bevolen door het zich terugtrekkende 24Li. Bovendien was de evacuatiezone rond de vernieling veel te klein waardoor er onder de Belgische militairen een dode en verschillende gewonden vallen.  De verwarring bij de 3Cie/31Gn is compleet [6].

Om 11u50 krijgt het 26Gn een nieuwe opdracht van de StafChef/2CD. Kolonel Lambert signaleert dat in het station van Drieslinter de aanwezigheid gemeld wordt van een vijftal munitiewagons en een wagon met een kanon op een spoorwegaffuit, achtergelaten door de IIde Groep van het 5de Regiment Legerartillerie (II/5LA). Cdt Mermuys krijgt de opdracht het treinstel op te blazen. Het bevel wordt doorgegeven aan de 1Cie [7].

Na een reeks orders en tegenorders wordt uiteindelijk om 12u35 het bevel gegeven door Kapt Stuyvers van de Staf/2CD om alle bruggen over de Gete tot en met Tienen te laten springen. Ten zuiden van Tienen mag nog niets tot ontploffing gebracht worden omdat deze bruggen in de sector van de Fransen liggen en er momenteel nog niet geweten is wie bevoegd is om het bevel tot springen te geven. Cdt Mermuys stuurt meteen motor-estafettes uit om de bevelen mondeling door te geven. Cdt Harms krijgt tevens per telegram schriftelijke bevestiging. Omdat Comd 26Gn zekerheid wil dat de 3Cie/31Gn de vernielingen uitvoert vraagt hij Cdt Aerts om 13u00 de orders persoonlijk over te maken aan vernielingsdetachementen van de 3Cie/31Gn bij de bruggen 21, 22, 23, 24, 25 en 25bis.

Station van Drieslinter waar twee spoorwegkanonnen kwamen vast te zitten.

Station van Drieslinter waar twee spoorwegkanonnen kwamen vast te zitten.

Vanaf 14u00 maken de eerste vijandelijke verkenningstroepen contact met de eenheden die opgesteld staan langs de Demer/Gete-Stelling. Er is uiteindelijk slechts weinig tijd tussen het moment dat de vernielingsdetachementen bevel krijgen de bruggen te laten springen en de aankomst van de vijand aan de Grote Gete. Sommige bruggen springen slechts luttele minuten voor de gevechten op de Demer/Gete-stelling uitbreken. Hierdoor ontstaat enige vertraging in het rapporteren van de uitvoering van de vernielingen. Zo kan de Staf/26Gn pas kort na 20u00 aan de divisiestaf bevestigen dat de alle bruggen over de Grote Gete te Drieslinter met succes vernield werden.

Om 21u35 brengt Cdt Mermuys de Staf/2CD op de hoogte van de toestand in zijn bataljon: 
De 3Cie/31Gn is in de loop van de avond vertrokken naar Lubbeek en komt terug onder bevel van de CGn/CK.  Alle bruggen nrs 18 tot 25bis zijn door toedoen van de 3Cie/31Gn voor 15u00 tot ontploffing gebracht. De CP  van de 1Cie en het peloton motorwielrijders bevinden zich te Kerkom, de twee andere pelotons ten zuiden van Tienen bij de bruggen 26 tot 35. De 2Cie is pas tegen de middag toegekomen in de sector en heeft de 3Cie/31Gn geholpen met het aanbrengen van de laattijdig toegekomen complementaire springstoffen. Lt Evrard heeft de brug bij de watermolen en de wegbrug te Drieslinter tot ontploffing gebracht, OLt Rathé heeft de spoorwegbrug van Drieslinter volledig vernield in de loop van de avond. Het Pl/Park bevindt zich te Kerkom.”

1Cie/26Gn
Cdt Aerts krijgt om 10u25 een waarschuwingsorder om Waanrode te verlaten en zijn PC te verplaatsen naar Kerkom nabij Boutersem. Het peloton motorwielrijders moet zich eveneens naar Kerkom verplaatsen en er in reserve gehouden worden. Cdt Aerts stuurt om 12u00 een sectie van het Peloton Six naar het station van Drieslinter om de daar gesignaleerde spoorwegkanonnen op te blazen. De sectie kan de gesignaleerde kanonnen echter niet vinden, het treinstel heeft Drieslinter reeds verlaten. Een sectie motorwielrijders van het peloton van OLt Sicx slaagt erin om rond 13u45 de spoorwegbrug over de Grote Gete ter hoogte van Oplinter nog net voor de aankomst van de vijand tot ontploffing te brengen.

Om 14u15 krijgt Cdt Aerts opdracht om zich met zijn CP en het Pl Sicx naar Kerkom te begeven. Hij dient er contact te zoeken met de Franse Division Legère Mecanisée (DLM) die zich ten zuiden van Tienen zal opstellen en uit te vinden wie het bevel zal geven voor het tot ontploffing brengen van de bruggen 27 tot 35. De 1Cie/26Gn is uiteindelijk volledig geïnstalleerd in Kerkom rond 17u55. Cdt Aerts dient zich aan te melden op het CP van de Brigade Vervoerde Cavaleristen omdat die in verbinding staat met de Fransen die zich ten zuiden van Tienen bevinden.

Drie bruggen van Drieslinter in het vak van II/3L die door 2Cie/26Gn op 12 mei vernield werden [6]

Drie bruggen van Drieslinter in het vak van II/3L die door 2Cie/26Gn op 12 mei vernield werden [8]

2Cie/26Gn
In zijn CP te Molenbeek-Wersbeek ontvangt de Comd 2Cie/26Gn om 10u25 zijn nieuwe orders. Hij dient zich met zijn CP en zijn peloton moto onmiddellijk naar Waanrode te begeven. Vervolgens moet hij een vervoerd peloton naar Halen en een vervoerd peloton naar Geetbets sturen om er de pelotons van 20Gn af te lossen. Na aflossing moeten de pelotons van 20Gn doorgestuurd worden naar Tielt-Sint-Martinus. De 2Cie/26Gn krijgt een bijkomende opdracht om in geval de bruggen te Halen en Geetbets te vroeg tot ontploffing zouden gebracht worden er bruggen met gelegenheidsmateriaal over de Gete geworpen moeten worden om de laatste troepen toe te laten de rivier te overschrijden. 

De brug nabij de watermolen van Drieslinter wordt door het Pl Evrard tot ontploffing gebracht.

De brug nabij de watermolen van Drieslinter wordt door het Pl Evrard tot ontploffing gebracht.

Om 13u00 wordt het Peloton Evrard uitgestuurd om de brug nabij de watermolen van Drieslinter [8] te ondermijnen en tot ontploffing te brengen. Intussen krijgt het vernielingsdetachement bij de webrug van Drieslinter om 12u50 het bevel om de wegbrug over de Grote Gete  in het bataljonsvak van de IIde Groep van 3L te laten springen. Omdat een eerder uitgestuurde verkenningspatrouille van 3L nog niet is teruggekeerd wordt de vernieling van de brug uitgesteld. Rond 13u00 loopt de patrouille uiteindelijk binnen en kort daarop wordt het bevel gegeven om de brug over de Grote Gete te laten springen en om een bres in de dijk aan de overzijde van de rivier te maken zodat het lager gelegen land met ruim één meter diepte kan overstromen. De manschappen van 3L trekken zich een driehonderdtal meter terug om van zodra de vernielingen zijn uitgevoerd terug stelling te nemen. De dijk springt, de brug niet. Een vernielingsdetachement van het Peloton Evrard neemt de opdracht over en brengt de brug om 14u22 bij een hernieuwde poging tot ontploffing. Dit net voordat een peloton Duitse wielrijders, gevolgd door een aantal voertuigen verschijnt voor de vernielde brug [9].

Om 20u55 komt OLt Rathé toe op de CP van de Brigade Vervoerde Cavaleristen waar Kolonel Serlez hem vraagt de spoorwegbrug over de Grote Gete te Drieslinter met een nieuwe springlading volledig te vernietigen. Een vernielingsdetachement van het peloton van OLt Rathé wordt naar de brug gestuurd en slaagt erin om de spoorwegbrug te Drieslinter, die intussen al in duisternis gehuld is, volledig te laten springen.

Pl Park/26Gn
Het Pl Park krijgt om 05u00 opdracht om zich in de vroege ochtend van Oplinter naar Kerkom nabij Boutersem te verplaatsen om er nieuwe kantonnementen op te zoeken. Het peloton komt er om 07u30 toe en is tegen 08u00 geïnstalleerd in de hoeve Van Kale te Kerkom. Het Pl/Park dient de geniedepots van Grimde en Geetbets te verhuizen naar de achterlimiet van de divisie.

Staf/26Gn
Cdt Mermuys wordt om 03u15 geconvoceerd op het HK van de 2CD en krijgt er te horen dat hij in opdracht van de CGn/CK vernielingen tussen Diest en Aarschot, op de limiet met de naburige sector, dient te verkennen. Comd 26Gn neemt vanuit het HK/2CD contact op met het HK/CK in Lubbeek met het verzoek om meer informatie te krijgen betreffende de uit te voeren verkenningsopdracht. De CGn/CK vraagt om een verbindingsofficier te sturen waarop Lt Derclaye naar Lubbeek wordt uitgezonden. Om 05u45 krijgt het bataljon een vraag tot steun van het 2Cy; de gedeeltelijk vernielde metalen trambrug in Halen dient volledig onbruikbaar gemaakt te worden. Het peloton moto van Lt Evrard krijgt deze opdracht toegewezen. Het bataljon meldt aan de divisiestaf dat met de vernieling van de trambrug te Halen alle bruggen over de Gete binnen de sector van de divisie vernield zijn.

Lt Derclaye laat vanuit Lubbeek weten dat de vernielingen tussen Diest en Aarschot werden uitgevoerd door het 7de Bataljon Genie (7Gn) van de 6de Infanteriedivisie (6Div). Hij meldt ook dat de bruggen over de Demer te Testelt en Zichem vroegtijdig vernield zijn en dat er loopbruggen worden aangelegd om troepen ten noorden van de Demer toe te laten de rivier over te steken. Om 07u00 keert Lt Derclaye terug uit Lubbeek met een kaart waarop alle uitgevoerde vernielingen tussen Diest en Aarschot vermeld staan. De informatie wordt doorgegeven aan de Staf/2CD. Cdt Aerts meldt om 07u30 dat hij erin geslaagd is contact op te nemen met de Fransen en dat hij op de hoogte werd gebracht dat de vernielingen ten zuiden van Tienen zullen uitgevoerd worden op bevel van de commandant van het Franse 12eme Régiment de Cuirassiers [17]. De StafChef/2CD vraagt om 08u55 over te gaan tot de vernieling van de spoorbrug over de Gete te Oplinter. De opdracht wordt om 10u00 doorgegeven aan de 1Cie. Iets later duikt Sgt Diels van de staf van de 4Cie/Bn Pont op in de CP van het 26Gn met de boodschap dat de 4Cie/Bn Pont de nacht van 12 op 13 mei te Herent doorbracht en zich nu te Waanrode bevindt op doortocht naar Vroente. De sergeant vraag of er geen nieuwe orders zijn voor zijn compagnie. Om 10u30 komt Cdt Pallemaerts zelf poolshoogte nemen op de CP van 26Gn maar op dat ogenblik bevindt Cdt Mermuys zich op de Staf/2CD. Cdt Mermuys neemt vanuit het HK/2CD om 11u55 contact op met de Staf/26Gn om een nieuwe opdracht door te geven. De 2Cie moet onmiddellijk een vernielingsdetachement naar Diest uitsturen om er de brug bij de samenvloeiing van de Demer en de Zwarte Beek te laten springen. 

Om 14u30 wordt Cdt Mermuys dringend ontboden bij de CGn/CK. Het CK is bezig met de planning voor het afbreken van het gevecht op de Demer/Gete-Stelling en er moet een hindernissenplan opgesteld worden om de terugtocht te beveiligen. Om 15u35 geeft Cdt Mermuys vanuit het HK/CK een waarschuwingsorder door naar de CP van zijn bataljon. De 2Cie en het Pl Moto/1Cie moeten zich klaar houden om een reeks vernielingen te verkennen en voor te bereiden op de Velpe tussen Halen en Hoeleden. Voorts zullen de doorgangen over de Velpe tussen Hoeleden en Boutersem vernield worden door de 2Cie van 20Gn. Om 17u10 krijgt de 4/Bn Pont opdracht om zich naar Vilvoorde te begeven. De Demer/Gete-Stelling moet tot het aanbreken van de avond verdedigd worden. Vanaf 20u00 worden de bevelen voor de terugtocht uitgedeeld; het Cavaleriekorps heeft zijn dekkingsopdracht volbracht. Om de terugtocht van de 2CD te dekken bereiden de drie pelotons van de 2Cie versterkt met het Peloton Sicx van de 1Cie zeer snel 16 vernielingen over de Velpe voor. De vernielingen worden uitgevoerd volgens een bepaald uurschema of op bevel van de commandanten van de achterwacht van de respectievelijke eenheden van de 2CD. Bij elk van de voorbereidde vernielingen blijft een vernielingsdetachement achter tot het laatste voertuig van de 2CD de hindernis is gepasseerd waarna de vernieling wordt uitgevoerd. 

Brug te Oplinter over de Gete, anno 2020, langs de oude spoorwegberm. De betonnen bruggenhoofden van de oude spoorwegbrug die door het Pl Sicx werd opgeblazen zijn nog zichtbaar.

Brug te Oplinter over de Gete, anno 2020, langs de oude spoorwegbedding. De betonnen bruggenhoofden van de oude spoorwegbrug die door het Pl Sicx werd opgeblazen zijn nog zichtbaar [20].

1Cie/26Gn
Na contactname met de bevelhebber van het Franse 12de Régiment Cuirassé geeft Cdt Aerts opdracht aan de commandanten van de vernielingsploegen bij de bruggen over de Gete ten zuiden van Tienen om een moto-estafette naar de CP van het 12de Cuirassé te sturen zodat de orders tot vernieling kunnen worden overgemaakt. De 1Cie verplaatst om 08u05 zijn CP naar het Hof van Kerkom [16] rechtover de Sint-Martinuskerk in de Kerkstraat. Cdt Aerts geeft iets na 10u00 OLt Sicx de opdracht om de spoorbrug over de Gete te Oplinter te vernielen. OLt Sicx verlaat onmiddellijk met het peloton moto Kerkom en begint aan zijn opdracht te Oplinter waar om 13u32 de brug de lucht ingaat. Om 14u15 worden de vernielingen 29, 31 en 31bis uitgevoerd op bevel van de  Comd 12eme Régiment de Cuirassiers. Lt Dechevez staat in contact met de Franse autoriteit die delegatie heeft om de laatste vernielingen te bevelen. Het peloton van OLt Sicx krijgt om 15u40 opdracht om zich van Kerkom naar de CP van het 26Gn te Kersbeek te begeven. OLt Sicx moet 500kg TNT meebrengen en ontstekers om vijf vernielingen aan te brengen. Het Peloton Sicx moet tussen Vroente en Hoeleden, vlakbij de CP van 26Gn, vijf hindernissen van het nieuwe hindernissenplan (de reeks “l, m, n, o en p“)  verkennen en voorbereiden. Hij komt om 17u30 toe bij de CP van 26Gn en begint onmiddellijk aan zijn verkenning. Om 21u55 meldt hij dat de vernielingen “n, l, o en p” voorbereid zijn maar dat hij bij  hindernis “m” geen doorgang kan vinden die zou moeten vernield worden. De uitvoering van de vier vernielingen is vastgelegd om 03u00 de volgende ochtend. Aan het einde van de dag wordt de rest van de 1Cie verplaatst naar Hombeek.

2Cie/26Gn
Een ploeg van het peloton van Lt Evrard, gespecialiseerd in het vernielen van stalen profielen, wordt om 05u50 uitgestuurd naar Halen om de metalen trambrug, die gisteren tot ontploffing werd gebracht maar die niet volledig vernield werd, met een nieuwe springlading onbruikbaar te maken. De 2Cie/26Gn krijgt rond 12u00 de opdracht om onmiddellijk een vernielingsdetachement naar Diest uit te sturen om er de brug bij de samenvloeiing van de Demer en de Zwarte Beek te laten springen. De vernielingsploeg dient zich eerst aan te melden bij Kolonel de Jonghe d’Ardoye op de CP van het 1JP om te zien of er nog vernielingen moeten worden uitgevoerd in de ondersector van 1JP. Lt Sellier (TBC) komt om 15u45 terug van (de verkenning van) de brug bij de samenvloeiing van de Demer en de Zwarte Beek. Eveneens om 15u45 krijgt Comd 2Cie/26Gn een waarschuwingsorder voor een nieuwe opdracht op de Velpe tussen Halen en Vroente. Hij dient zijn drie pelotons te voorzien van voldoende springstoffen en ze klaar te houden voor de uitvoering van de verkenning en ondermijning van 12 hindernissen tussen Halen en Vroente. Kapt Decamps moet zich naar de CP van 26Gn te Kersbeek begeven. Volgens de planning zullen de bruggen in de loop van de ochtend opgeblazen worden om de aftocht van de achterwacht van de 2CD te dekken.

Pl Park/26Gn
Overdag levert het peloton steun aan troepen die zich terugtrekken richting de K.W. Stelling tot het bevel komt om zich tijdens de nacht van 13 op 14 mei naar Hombeek te begeven. De opgelegde marsroute loopt van Kerkom over Lubbeek, Kortrijk-Dutsel richting Rotselaar en zo verder naar het noorden. 

Staf/26Gn
De colonne van de Staf/26Gn verlaat Kersbeek om 00u30. De rest van het bataljon verplaatst zich eveneens gedurende de nacht van 13 op 14 mei vanuit hun respectievelijke kantonnementen naar Hombeek. Terwijl het bataljon zich naar Hombeek verplaatst voeren de wachtdetachementen die achterbleven op de Velpe, zestien vernielingen uit. De colonne van de Staf/26Gn komt zonder noemenswaardige incidenten toe in Hombeek om 05u45. De colonnes van de ondereenheden volgen één voor één en komen toe tussen 06u00 en 10u00.  Er worden kantonnementen opgezocht in Hombeek (de Staf/26Gn, het Pl Park en de 1Cie installeren zich in het centrum van Hombeek, de 2Cie installeert zich in de gehuchten “Het Heike” en “Het Swaentje”). De Staf/26Gn neemt om 10u00 zijn intrek in de pastorie van Hombeek en start met het organiseren van een appel om zich een idee te kunnen vormen van de geleden verliezen tijdens de verplaatsing. Om 10u00 ontbreekt nog 40% van het effectief voornamelijk manschappen behorende tot de achtergebleven vernielingsdetachementen. De rest van de dag wordt besteed aan het organiseren van de kantonnementen. Om 17u00 is ongeveer iedereen geïnstalleerd in zijn kantonnement en informeert de bataljonscommandant de Staf/2CD over de exacte opstelplaats van de commandoposten van zijn ondereenheden. 

1Cie/26Gn
Het Peloton Sicx vernielt om 03u00 twee duikers en twee loopbruggen (hindernissen “l, n, o en p“) over de Velpe tussen Vroente en Hoeleden. De rest van de 1Cie verplaatst zich naar Hombeek en de Staf van de 1Cie installeert zich in de Dorpstraat nr 66 [10].

2Cie/26Gn
De wachtdetachementen van de 2Cie vernielen om 03u00 de hindernissen “a, b, c, d, e, g, g’ en i”; om 04u00 de hindernissen “j en h” en op bevel van de achterwacht van het 1ste Regiment Gidsen (1G) de hindernissen “f en k”. Al deze vernielingen bevinden zich tussen Halen en Vroente. De 2Cie verplaatst zich ondertussen naar Hombeek, de staf installeert zich in het gehucht Het Swaentje in de Boomkensstraat terwijl de rest van de compagnie zich installeert in Het Heike.

Pl Park/26Gn
Tijdens de verplaatsing naar Hombeek komt de colonne van het Pl Park in de vroege ochtend volledig vast te zitten in gigantische verkeersopstoppingen nabij Kortrijk-Dutsel. Lt Mathys beslist dan maar van de marsroute af te wijken en via Leuven de grote baan naar Mechelen te nemen. Ter hoogte van Kessel-Lo valt de colonne onder artillerievuur [19] waarbij Sdt Teugels gewond raakt in het aangezicht. Drie vrachtwagens gaan verloren onder meer de vrachtwagen met de bagage van de manschappen, een vrachtwagen met levensmiddelen en een vrachtwagen geladen met loopbrugmaterieel van het type Hubert. Het peloton komt in de ochtend toe te Hombeek en zoekt onmiddellijk kantonnementen op in de Kloosterstraat Nr 113 waar de rest van de dag gerust wordt.

Pl Park/26Gn
De pelotonscommandant vraagt en krijgt de toelating van Cdt Mermuys om op zoek te gaan naar de ontbrekende bagagecamion in Kessel-Lo. De poging moet worden afgebroken omdat op het ogenblik dat de zoektocht wordt aangevat Kessel-Lo reeds bezet is door de vijand en dat elke nadering van de contactlijn door vijandelijk interdictievuur onmogelijk wordt gemaakt.

Staf/26Gn
Op 16 mei komt de Generaal-majoor Beernaerts, voormalige commandant van de 2CD, op bezoek bij de Staf/26Gn te Hombeek om het bataljon te feliciteren en uitdrukkelijk te bedanken voor de steun die het bataljon leverde bij het afhaken van de achterwacht van de 2CD ter hoogte van de Velpe. Het bataljon wordt vervolgens onder bevel van Kolonel SBH Oudenne geplaatst. Kolonel Oudenne is met een beperkte staf overgekomen van de 5de Directie van de Genie en de Versterkingen (5DGnV) en leidt in opdracht van het Commando van de Genie van het Groot Hoofdkwartier meerdere bataljons genie om de bruggen over de Schelde ten zuiden van Gent, het Kanaal Gent-Terneuzen, de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie te ondermijnen.  Kol SBH Oudenne krijgt voor deze opdracht het bevel over het 18Gn, 22Gn, 26Gn en 32Gn.

1Cie/26Gn
De 1Cie krijgt de voorbereiding voor de vernieling van de bruggen over het Kanaal Gent-Terneuzen tussen Sas-van-Gent en Terneuzen als opdracht toegewezen. 

2Cie/26Gn
De 2Cie moet de vernieling van de bruggen over het Kanaal Gent-Terneuzen tussen Meulenstede (Gent) en Zelzate (inclusief) voorbereiden.

  • Het Peloton Evrard werkt de ganse dag aan de voorbereiding van de vernieling van de bruggen te Langerbrugge.

Park/26Gn
Het peloton krijgt het bevel om zich naar Mariakerke, ten noordwesten van Gent, te begeven. Een kantonnement op de grens met Drongen wordt ingenomen.

1Cie/26Gn
Omdat het duidelijk wordt dat de Fransen zich onverwijld zullen terugtrekken uit Zeeland en dat de Belgen de Franse sector zullen moeten overnemen, wordt door 3L een officiersverkenning uitgestuurd naar Terneuzen. De patrouille vertrekt op 16 mei en wordt geleid door OLt Poncelet, pelotonscommandant van het 2de Eskadron van 3L. Bij de contactname met de Fransen op een Frans-Belgische verdedigingspost loopt het fout wanneer een Franse kapitein zijn zelfbeheersing verliest, zijn revolver trekt en iedereen onder vuur neemt die in zijn buurt komt. Tijdens dit incident krijgt Korporaal Mazza van 1Cie/26Gn twee kogels in het hoofd en sterft ter plaatse. Ook OLt Poncelet van 3L en nog enkele Franse militairen komen om bij deze schietpartij [11]. Korporaal Mazza is de eerste gesneuvelde van 26Gn.

Park/26Gn
Het peloton verblijft in  Mariakerke waar het een depot genie uitbaat. 

Pl Park/26Gn
Tijdens de vroege ochtend van 18 mei komt een artilleriebatterij tot in het kantonnement van het Pl Park en neemt er stelling. Het Pl Park wordt verzocht om zijn kantonnement onmiddellijk op te breken. Lt Mathys brengt Kol SBH Oudenne op de hoogte die hem opdracht geeft om het depot naar Wingene te verplaatsen. De pelotonscommandant stuurt een onderofficier motorestafette naar de bataljonsstaf om hen op de hoogte te brengen van de stellingswissel en vertrekt om 14u00 naar Wingene. Te Wingene aankomen wordt een kantonnement ingenomen. Er blijken echter drie camions te ontbreken. De pelotonscommandant beslist om 17u00 om op zoek te gaan naar de mankerende vrachtwagens maar geeft eerst orders aan Sergeant Reygaert om de voertuigen te verspreiden. Dit order wordt fout begrepen en de sergeant verplaatst het Pl Park naar Egem een 5-tal kilometer zuidwaarts van Wingene. Bij zijn terugkeer kan de pelotonscommandant zijn peloton niet meer vinden. De zoektocht naar zijn eenheid zal een volle 36 uur duren tot grote wrevel van de bataljonscommandant die om een schriftelijke verklaring vraagt [12].

Staf/26Gn
Het 26Gn wordt terug onder bevel van de 2CD geplaatst mits het achterlaten van vernielingsdetachementen bij de bruggen over het Kanaal Gent-Terneuzen. Later op de dag worden de havens van Breskens en Hoofdplaat door elementen van beide compagnies vernield. Voorts worden 45 vernielingen voorbereid langs de Westerschelde, de kust en over de Passageule [13]

Pl Park/26Gn
Lt Mathys vervoegt zijn peloton opnieuw te Egem om 05u00 in de morgen. Het Pl Park krijgt in de loop van de dag opdracht zich te verplaatsen van Egem naar Sint-Margeriete vlakbij de Belgisch-Nederlandse grens ten noorden van Eeklo. Het peloton dient hier een depot op te richten met smidse en schrijnwerkerij.

2Cie/26Gn
Tegen de avond neemt de 2Cie enkele door de genie van de Franse 60ste Infanteriedivisie voorbereide vernielingen over de Passageule tussen Oostburg en Hoofdplaat in Zeeland (NDL) over.

Pl Park/26Gn
Het Pl Park bevindt zich in Damme. Lt Mathys maakt melding van het feit dat het waterpeil in het kanaal met zo’n anderhalve meter gezakt is.

Staf/26Gn
Cdt Mermuys wordt om 14u00 geconvoceerd op het HK van het CK in Sint-Anna-ter-Muiden (NDL) bij Majoor L’Empereur, de CGn/CK. Hier krijgt hij te horen dat het 26Gn terug onder bevel geplaatst wordt van de 2CD. Het volledige bataljon bevindt zich op dat ogenblik nog steeds in de wijde omgeving van Damme. Om 16u00 wordt het installatiepersoneel uitgestuurd naar het gehucht Berg-op-Zoom nabij Torhout om er een kantonnement voor het bataljon voor te bereiden. Even later vertrekt het bataljon in één langgerekte colonne met ruime tussenafstanden. Om 17u30 gaat Cdt Mermuys met zijn chauffeur Sdt Mil Deguide en Sgt Tits op zoek naar het HK van de 2CD te Moorslede om nieuwe orders te ontvangen. Cdt Aerts krijgt het bevel over het bataljon te Torhout tijdens de afwezigheid van de bataljonscommandant.

Om 19u00 bereikt Cdt Mermuys het HK van de 2CD te Moorslede om er zijn taak als raadgever genie uit te voeren. Hij wordt er opgevangen door Kolonel Serlez, commandant ad interim van de divisie en krijgt er te horen dat het 26Gn voorlopig nog in reserve gehouden wordt te Torhout. De rest van de 2CD is opgesteld langs een defensieve lijn ten westen van de Leie. Tijdens zijn verblijf op het HK van de 2CD wordt het HK hevig gebombardeerd. De chaos is er algemeen temeer omdat één van de pelotons PAMA (Peloton Auto Munition Artillerie) van het Transportkorps getroffen wordt met als gevolg dat meer dan een uur lang artilleriemunitie in de lucht vliegt op nauwelijks 100 meter van het HK.

1Cie/26Gn
De 1Cie verlaat Heist aan de kust en begeeft zich naar Torhout waar ze een kantonnement opzoeken in het Torhoutse gehucht Berg-op-Zoom.

Pl Park/26Gn
Het Pl Park kantonneert in Damme tot 16u00. Dan volgt een verplaatsing naar Torhout dat de rest van dag gebombardeerd wordt door de vijandelijke luchtmacht. Hierbij vliegt de kerktoren in brand. Vooral de spoorweg wordt geviseerd. De vrachtwagens van het Pl Park staan verdoken opgesteld in een klein bosje op een vierhonderdtal meter van de spoorweg en dreigen in de klappen te delen.

Staf/26Gn
De Staf/2CD verhuist om 07u40 naar Kaphoek (Oostnieuwkerke) gevolgd door de Comd  26Gn.  Om 12u00 vertrekt het HK van de 2CD richting Hooglede om zich te installeren op 2 Km ten noordoosten van Staden. Lt Caprasse komt om 17u00 op de Staf/2CD te Staden toe met een verbindingsopdracht vanuit het bataljon te Torhout. Hij meld dat de omgeving rond het kantonnement hevig gebombardeerd wordt en dat hierbij een dodelijk slachtoffer is gevallen. Cdt Mermuys laat aan Cdt Aerts de boodschap overbrengen dat het bataljon zich moet heruitrusten en wijden aan onderhoud tijdens de periode van relatieve rust als reserve van de 2CD in Torhout.

1Cie/26Gn
Rond 09u00 wordt de camion levensmiddelen van de 1Cie door een vliegtuigbom getroffen bij de spoorwegovergang op de Pottebezemstraat. De chauffeur, Soldaat Milicien Charles Heukem, komt hierbij om het leven, Korporaal Janssens wordt zwaar gewond afgevoerd [14].

Staf/26Gn
In de loop van de morgen is het duidelijk dat de vijand de verdedigingslinie van de 2CD west van de Leie doorbroken heeft. Alle reserves van de 2CD zijn ingezet. De toestand wordt steeds ernstiger en Cdt Mermuys stelt om 17u00 voor om het 26Gn in te zetten als infanterie. De Commandant van de 2CD gaat in op het voorstel waarna het 26Gn opdracht krijgt om zich om te vormen tot een infanteriebataljon en twee steunpunten in te nemen, één te Vijfwegen nabij Staden en een tweede op Stadenberg. Om 17u40 vertrekt Cdt Mermuys naar Stadenberg en Vijfwegen om er een snelle verkenning van de in te nemen steunpunten uit te voeren. Hij plaatst zijn CP op te Stadenberg vlakbij de toekomstige opstelplaats van de CP van de 2Cie/26Gn. Het bataljon haalt nog een extra dotatie infanteriemunitie af bij het Peloton Munitie Infanterie (PMI) van het TptK/2CD en verplaatst zich in de late avond naar Staden. De Staf/26Gn komt samen met de 1Cie om 22u00 in Stadenberg aan. Om 23u30 wordt de bataljonscommandant verzocht zich dringend naar de Staf/2CD te begeven. Hij krijgt een nieuwe opdracht om zich met 26Gn onmiddellijk naar Woumen te begeven teneinde morgenvroeg te starten met geniewerken langs de IJzer. Het Peloton Park moet uit Torhout weggehaald worden en doorgestuurd worden naar de streek van Esen nabij Diksmuide.

1Cie/26Gn
Vanaf het invallen van de duisternis wordt de verplaatsing van Torhout naar Vijfwegen uitgevoerd waar de compagnie tegen 22u30 toekomt. De 1Cie werd vertraagd door verkeersopstoppingen.

2Cie/26Gn
In zijn kantonnement te Berg-op-Zoom nabij Torhout krijgt 2Cie/26Gn tegen valavond opdracht om zich naar Stadenberg te begeven. De compagnie komt om 22u00 in Stadenberg aan. Kapt Decamps ontvangt de stellingschets van het in te nemen steunpunt en begint de inplaatsstelling.

Pl Park/26Gn
Na het vertrek van de twee compagnies blijft het Pl Park op uitdrukkelijk bevel van Cdt Mermuys achter te Torhout. Het peloton moet echter klaar zijn om onmiddellijk te kunnen vertrekken.

Staf/26Gn
Om 01u00 worden de orders gegeven om naar Woumen te vertrekken. De ingenomen steunpunten worden ontruimd en het bataljon vertrekt in alle vroegte naar Woumen. De bataljonscommandant verneemt om 09u30 de Belgische capitulatie op de Staf/2CD.  De Staf/2CD legt ook op dat de compagnies tesamen moeten blijven en onder bevel van het bataljon blijven staan tot ze krijgsgevangen genomen worden. Ook mag geen materieel noch bewapening vernield worden. Tussen 14u00 en 16u00 brengt de bataljonscommandant een bezoek aan de kantonnementen van de compagnies te Woumen. Iets later, rond 17u30 komt een Duitse artillerie-eenheid toe te Woumen om er stelling te nemen en het 26Gn wordt door de Duitse artilleriecommandant gesommeerd om onmiddellijk te vertrekken. Om 20u00 wordt het bataljon doorgestuurd naar Handzame en Gits om zich van de Duits-Britse frontlinie te verwijderen. Onderweg naar Handzame, namelijk te Zarren (meer specifiek te Ruiterhoek), wordt het bataljon door de vijand ontwapend [15]. De nacht van 28 op 29 mei wordt te Handzame en Gits in de voertuigen doorgebracht. De bataljonsstaf verspreidt de nodige orders om de volgende morgen in één colonne naar de Leeuwenkazerne te Tervuren te rijden zoals opgelegd door de Staf/2CD.

1Cie/26Gn
Onmiddellijk na aankomst in Staden wordt de 2Cie doorgestuurd naar Woumen. Tegen de avond wordt het kantonnement te Woumen geëvacueerd en worden nieuwe kantonnementen opgezocht in Gits.

2Cie/26Gn
De compagnie is nog maar net te Staden toegekomen wanneer ze om 01u00 het bevel krijgen om zich naar Woumen ten zuiden van Diksmuide te verplaatsen. Te Woumen wordt een kantonnement ingenomen. In de namiddag verzamelt de compagniecommandant alle manschappen om hen het nieuws over de Belgische capitulatie mee te delen.  

Pl Park/26Gn
Het Pl Park/26Gn bevind zich nog steeds te Torhout wanneer Lt Mathys kort na middernacht van het bataljon bevel krijgt om zich naar het gehucht Kortewilde ten oosten van Vladslo te begeven. Te Kortewilde kantonneert het personeel in het centrum van het gehucht, de voertuigen worden verstopt in een schuur op anderhalve kilometer van het kantonnement. Kort nadat ze geïnstalleerd zijn vernemen ze het nieuws van de capitulatie via een motorestafette die vanuit de Staf/26Gn gestuurd werd en die onmiddellijk na het overbrengen van het bericht terug verdwijnt. Aangezien er geen verbinding is met de bataljonsstaf stuurt Lt Mathys enkele camions uit om eten te gaan zoeken. Bij hun terugkeer melden de manschappen dat ze door de Duitsers aangemaand werden om naar huis terug te keren wat heel wat nervositeit veroorzaakt binnen de rangen. Vanaf 14u00 is er druk Duits colonneverkeer op de baan van Torhout naar Diksmuide.  Hierop ontladen de manschappen rond 15u00 het geniematerieel dat zich nog op de vrachtwagens bevond, stappen in en vertrekken. De pelotonscommandant met zijn chauffeur samen met twee adjudanten blijven achter in Kortewilde. Rond 18u00 na het invallen van de duisternis beslist het achtergebleven viertal om zich via Doornik naar Brussel te begeven. Om 22u00 slagen ze erin om de Leie in Kortrijk over te steken.

Weverij Delacroix te Ronse (naoorlogse foto)

Weverij Delacroix te Ronse (naoorlogse foto)

Staf/26Gn
Het 26Gn verlaat bij het aanbreken van de dag Gits in één lange gemotoriseerde bataljonscolonne en wordt onder begeleiding van de Duitsers richting Lichtervelde gestuurd. Op de baan van Lichtervelde naar Tielt valt de colonne in verschillende stukken uiteen. De staf vervolgt zijn weg via Tielt tot Deinze waar ze ’s nachts toekomen en moeten aanschuiven om over de Leie te geraken.

1Cie/26Gn
De 1Cie verlaat samen met de rest van het bataljon Gits om zich naar Tervuren te begeven. De compagnie bereikt Gent tegen middernacht.

2Cie/26Gn
Het peloton van Lt Evrard sluit de bataljonscolonne af met een tiental moto’s met zijspan en verlaat als laatste Gits. Het peloton verliest aansluiting met de rest van de colonne en wordt ter hoogte van Pittem door een eenheid van de Duitse Feldgendarmerie tegengehouden. Het peloton moet zijn motoren op en weide parkeren en overdragen aan de vijand. Nu ze zonder transport gevallen zijn krijgen de manschappen de toelating om met eigen middelen terug te keren naar hun woonplaats. Lt Evrard herhaalt nog het bevel van de compagniecommandant dat ze zich later naar de kazerne in Tervuren moeten begeven om zich af te melden. Op minder dan een uur zijn alle manschappen vertrokken, gebruik makend van voorbijrijdende burgervoertuigen. Lt Evrard begeeft zich te voet naar Aarsele waar hij opgepikt wordt door Lt Dechevez van de 1Cie. Beide officieren zetten hun tocht verder naar Brussel.

Pl Park/26Gn
Het pelotonscommando wordt in de vroege ochtend van 29 mei door de Duitsers tegengehouden tussen Oudenaarde en Ronse en prompt opgesloten in de verlaten weverij “Tissage mécanique S.A. des établissements Adolphe Delacroix, Teinturerie, Retorderie” te Ronse. Lt Mathys moet de sleutels van zijn voertuig afgeven waarop het voertuig door het Duitse leger in beslag genomen wordt. Om 04u00 ’s morgens worden ze gewekt en moeten zich te voet naar Duitsland begeven. Lt Mathys weet kort na het vertrek van de colonne krijgsgevangenen te ontsnappen en Brussel te vervoegen.

Staf/26Gn
Om 10u00 kan de colonne van de Staf de brug over de Leie in Deinze oversteken. Van daar uit gaat het verder naar Aalst om uiteindelijk tegen de avond in Vilvoorde toe te komen.

1Cie/26Gn
Ter hoogte van Gent wordt de colonne van de 1Cie door de Duitsers tegengehouden en moeten de voertuigen worden afgestaan. De volledige compagnie wordt krijgsgevangen genomen en moet van dan af zijn weg te voet verderzetten.

Na de capitulatie

Krijgsgevangenen/26Gn
De luitenants Evrard en Dechevez bereiken Aalst in de vroege morgen van 31 mei. Daar wordt bij een wegversperring het voertuig staande gehouden en geconfisqueerd. Tegen de middag wordt een colonne gevormd en de krijgsgevangenen worden vervoerd naar Merchtem waar de nacht van 31 mei op 1 juni wordt doorgebracht. De volgende dag worden ze naar de kazerne van Vilvoorde gebracht waar de officieren gescheiden worden van de rest. Vanuit Vilvoorde worden de officieren met autobussen tot Aarschot gebracht van waar uit ze verder moeten marcheren tot Scherpenheuvel. Hier brengen ze de nacht van 1 op 2 juni door in etablissementen langs het marktplein. Van Scherpenheuvel gaat het te voet verder tot Diest waar ze opgesloten worden in de kazematten van de citadel. Op 3 juni wordt een colonne te voet gevormd en wordt er tot Hasselt gemarcheerd waar de nacht wordt doorgebracht. Beide luitenants die de stad nog kennen van toen ze er logeerden tijdens de mobilisatie slagen erin te ontsnappen en de nacht door te brengen bij kennissen in de Demerstraat. De 4de juni keert Luitenant Evrard terug naar Brussel en passeert langs de Leeuwenkazerne waar geen spoor meer te vinden is van de rest van het bataljon. Later verneemt hij dat het merendeel van zijn peloton ongehinderd naar zijn woonplaats is kunnen terugkeren.

Kapitein-commandant Aerts wordt gescheiden van zijn compagnie en vanuit Gent doorgestuurd naar Moerbeke, Merksem, Brasschaat en Sint-Mariaburg. Hier weet hij op 12 juni te ontsnappen en kan hij naar zijn woonplaats in Brussel terugkeren.

Slachtoffers

EENHEIDNAAMVOORNAAMFOTOGRAADSTANDKLAS° OP° TE+ OP+ TENOTA
1CieHEUKEMCharles, LouisSdtMil3328.05.1913Etterbeek26.05.1940TorhoutOmgekomen bij luchtbombardement
1CieMAZZARichard, JeanKplMil3506.09.1915Godarville17.05.1940Terneuzen (NDL)Omgekomen tijdens schietincident met Franse officier.

Bibliografie en Bronnen

  1.  De kazerne werd na 1949 vernoemd naar Piere Lempereur, voormalig commandant van het Bataljon Genie Wielrijders en CGn van het Cavaleriekorps tijdens de achttiendaagse veldtocht. Achtergrondinformatie bij de Leeuwenkazerne van Tervuren. [On Line Beschikbaar]: https://belgiummilitary.wordpress.com/vastgoed-geklasseerd-per-gemeente/tervuren/tervuren-lempereur/ [Laatst geraadpleegd 23 september 2020].
  2. De genie maakt gebruik van een hindernissenplan (oftewel plan d’obstacles) waarop elke geplande vernieling of aan te leggen hindernis met een nummer aangeduid wordt en waarvoor een dossier wordt opgemaakt over hoe de vernieling of constructie dient te gebeuren.
  3. Achtergrondinformatie bij de fabriek Citrique Belge [On Line Beschikbaar]:  https://nl.wikipedia.org/wiki/Citrique_Belge [Laatst geraadpleegd 02 oktober 2020].
  4. In het velddagboek van 26Gn wordt de compagnie van Cdt Pallemaerts de 4de Compagnie Pontonniers (4CieP) genoemd. Verder onderzoek moet uitwijzen waarom de 4Cie/BnPont niet op de slagorde staat van het Bataljon Pontonniers. 
  5. Het Vooruitgeschoven Inlichtingencentrum van Hasselt (CRA Hasselt) maakt deel uit van een gans netwerk van inlichtingencentra langs onze grenzen opgezet door de “Dienst der Bewaking en Inlichtingen aan de Grenzen” (Service de Surveillance et de Renseignements aux Frontières) van het Groot Hoofdkwartier (GHK). Het CRA Hasselt staat in verbinding met de alarmposten opgesteld langs de Belgisch-Nederlandse grens alsook met de vernielingsposten bij de bruggen over de Kempische kanalen in Noord-Limburg. “Le Service de Surveillance et de Renseignements aux Frontières (SSRF) de l’entre-deux-guerres à la campagne des 18 jours”, Pascal Pirot, mémoire de fin d’études défendu en janvier 2010 à l’Université de Liège en vue de l’obtention du grade de Master en Histoire. “En effet, un projet théorique de remise sur pied du S.S.R.F. reprend vigueur dans les années 1930. Relativement mieux préparé et organisé dès le temps de paix (retrait des douaniers du service, meilleure coordination avec le réseau de surveillance de l’armée), il fonctionne plusieurs mois à partir de la mobilisation de l’armée belge en septembre 1939. Dans le contexte de la « neutralité choisie », le périmètre sur lequel le S.S.R.F. est effectivement en place est considérablement étendu : frontière française, allemande, luxembourgeoise, moins rigoureusement la frontière des Pays-Bas, sont concernées.
  6. Het tot ontploffing brengen van de brug langs de N2 over de Gete in Halen is in de grootste verwarring gebeurd. Het vernielingsdetachement van 3Cie/31Gn kreeg het bevel om de brug te laten springen van Kolonel Franckx,  commandant van het 24Li. Het infanterieregiment had zich net over de Gete teruggetrokken en moest zich opstellen in tweede echelon achter het 2Cy. Het 24Li waande zich achtervolgd door de vijand hetgeen leidde tot een paniekstemming waarbij uiteindelijk de commandant van 24Li het bevel gaf de brug op te blazen tegen alle gangbare orders in. Volgens de van kracht zijnde consignes mocht de brug enkel tot ontploffing gebracht worden op bevel van de commandant van de 2CD of indien de brug werd aangevallen door de vijand. Dit was hier niet het geval. Met het opblazen van de brug werd één van de voornaamste terugtochtwegen, de N2, afgesneden. Toentertijd was het wegennet niet zo breed uitgebouwd en enkel de nationale wegen lieten zwaar vrachtverkeer toe. Deze verkeersassen werden tijdens de veldtocht voornamelijk gebruikt door de artillerie die met hun zware stukken moeilijk konden uitwijken naar bruggen met een lagere draagkracht. Daarenboven is er teveel springstof gebruikt om de brug op te blazen. Lt Dechentinne die verantwoordelijk was voor de technische wacht bij de brug rapporteert aan het 26Gn dat de munitie die werd aangeleverd door het PGnA om de brug te laten springen niet conform de standaardnorm was. De explosie was veel krachtiger dan berekend (foute berekening of foute vermelding van de kracht van de springstof (TBC).
  7. Op het ogenblik dat het 26Gn de opdracht krijgt om het spoorwegkanon op te blazen bevindt het zich niet meer in het station van Drieslinter. Het gaat in feite om twee spoorwegkanonnen (twee batterijen van II/5LA) die werden samengevoegd tot één treinstel en doorgestuurd naar Grimde. Voorbij het station van Grimde kwamen ze vast te zitten omdat voor hen het spoor geblokkeerd werd door een ontspoorde goederentrein. Er zat enige vertraging op de communicatie vanuit 3L via de 2CD tot bij het 26Gn.
  8. Achtergrondinformatie bij de “Geensmolen” de watermolen op de Gete nabij Drieslinter [On Line Beschikbaar]: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/200176 [Laatst geraadpleegd 2 november 2020].
  9. Dagboek Frans De Clercq, Brigadier MG schutter bij 4/II/3L, gepubliceerd in het halfjaarlijks tijdschrift van de Koninklijke verbroedering van het 3de Regiment Lansiers.
  10. Getypte nota van14 mei opgesteld door de Staf/26Gn gericht aan de Staf/2CD met de locatie waar de ondereenheden van 26Gn zich bevinden (de toenmalige straatnamen zijn echter gewijzigd bij de fusie van Hombeek met Mechelen). Het document is bewaard in het dossier van 26Gn bij de Sectie Classified Archives, Afdeling Veiligheid en Inlichtingen, Ministerie van Defensie.
  11. Verder onderzoek zal moeten uitwijzen tot welke eenheid de Franse kapitein behoorde, wat aanleiding tot de schietpartij gaf, in welke hoedanigheid Kpl Mazza aanwezig was op de post waar het incident plaatsvond en waarom de verkenningspatrouille van 3L net daar toekwam op het fatale ogenblik.
  12. Informatieverslag ‘Vertrouwelijk Officier’ van 19 mei opgesteld door Cdt Mermuys gericht aan Lt Mathys met de vraag tekst en uitleg te geven voor de periode dat hij afwezig was bij zijn peloton. Het document is bewaard in het dossier van 26Gn bij de Sectie Classified Archives, Afdeling Veiligheid en Inlichtingen, Ministerie van Defensie.
  13. De Passageule begint als een kreekrestant een drietal km ten zuiden van Biervliet, gaat in vrijwel rechte lijn naar het westen, waar hij 1 km ten zuiden van IJzendijke passeert. Dit is het kanaal dat in 1738 werd uitgegraven. Vervolgens loopt hij langs natuurgebied De Plate ten zuiden van Oostburg, waar hij in verbinding staat met de Sint-Kruiskreek. Van daar af heet hij Uitwateringskanaal en loopt ten noordoosten van Sluis en ten westen van Retranchement vrijwel langs de Nederlands-Belgische grens naar het noorden. Via uitwateringssluizen te Cadzand-Bad komt hij in zee uit. Dit Uitwateringskanaal is gegraven in 1870. Meer achtergrondinformatie [On Line beschikbaar]: https://nl.wikipedia.org/wiki/Passageule [Laatst geraadpleegd 12 oktober 2020]
  14. Verwijzing naar Soldaat Milicien Charles Heukem [On Line beschikbaar]: https://www.wardeadregister.be/nl/dead-person?idPersonne=57599 [Laatst geraadpleegd 05 oktober 2020]
  15. Het 26Gn wordt op 28 mei in het gehucht Ruiterhoek van Zarren door de 14Cie van het 471ste Duitse Infanterieregiment ontwapend. Het materieel en de bewapening worden overgemaakt aan Oberleutnant Thoemmes de compagniecommandant van de 14Cie.
  16. Achtergrondinformatie bij het Hof van Kerkom [On Line beschikbaar]: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/216477 [Laatst geraadpleegd 07 november 2020].
  17. Het 12eme Régiment Cuirassiers is opgesteld ten zuiden van de baan Tienen – Sint-Truiden en dekt de Franse linker flank. Achtergrond informatie bij het Franse 12eme Régiment de Cuirassiers [On line beschikbaar] https://fr.wikipedia.org/wiki/12e_r%C3%A9giment_de_cuirassiers#1940  en https://www.chars-francais.net/2015/index.php/journaux-de-marche/liste-des-journaux?task=view&id=586 [Laatst geraadpleegd 8 november 2020].
  18. In de Witte Nonnenstraat te Hasselt bevond zich een oude kazerne in het voormalig klooster van de Witte Nonnen. De kazerne werd voor de oorlog gebruikt als wapendepot van het 11de Linieregiment (11Li) dat zelf in de Dusartkazerne te Hasselt gestationeerd was. Achtergrondinformatie bij de Witte Nonnenkazerne [On Line Beschikbaar]: https://belgiummilitary.wordpress.com/vastgoed-geklasseerd-per-gemeente/hasselt/hasselt-kazerne-der-witte-nonnen/  [Laatst geraadpleegd 8 november 2020].
  19. Het artillerievuur dat het Pl Park te Kessel-Lo moest ondergaan is meer dan vermoedelijke afkomstig van een bevriende (Belgische of Britse) artillerie-eenheid. Lt Mathys oppert dat het ging om 150mm brandstichtende schokgranaten afgevuurd vanuit Tienen of Sint-Truiden. Op het ogenblik dat het peloton onder vuur viel hadden de voorste elementen van de vijand de Velpe nog niet overgestoken. Hun artillerie had ten hoogste de oostrand van Tienen bereikt en had zeker geen waarnemers ontplooid die zicht hadden op Kessel-Lo. Het zou dus hooguit kunnen gaan om storingsvuren die blind werden afgegeven op de toegangswegen naar Leuven. Een snelle berekening leert ons dat Kessel-Lo op 17km vogelvlucht van Tienen ligt (en op 33 km vogelvlucht van Sint-Truiden). Dit zijn afstanden die op de limiet of zelfs voorbij de maximum dracht van 150mm kanonnen liggen. Lt Mathys die eenzijdig zijn marsroute heeft veranderd en onaangekondigd richting Leuven trok waar men zenuwachtig de komst van de Duitsers afwachtte is met grote waarschijnlijkheid onder vuur genomen door kanonnen die een zevental kilometer meer naar het westen stonden opgesteld, achter de K.W. Stelling dus. Vanaf de voorste linies of de  voorposten van de K.W.Stelling waren de koplampen van de voertuigen of zelfs het geluid van de motoren waarneembaar (TBC).
  20. De foto is genomen vanaf de bevriende oever richting Tienen (zuidwest) en laat duidelijk zien dat de Gete een makkelijk te nemen hindernis is. Dit werd in 1940 wel fel bemoeilijkt door het onder water zetten van de lager gelegen gebieden aan de vijandelijke kant van de rivier.
  21. Handgeschreven velddagboek bijgehouden door de permanentie van de CP van 26Gn tijdens de veldtocht. Het velddagboek bevindt zich in het dossier van 26Gn bij de Sectie Classified Archives, Afdeling Veiligheid en Inlichtingen, Ministerie van Defensie.
  22. Summier getypt verslag opgesteld in het Frans door Kapitein-commandant Raymond Aerts, actief officier en compagniecommandant van de 1Cie/26Gn, bewaard in het dossier van 26Gn bij de Sectie Classified Archives, Afdeling Veiligheid en Inlichtingen, Ministerie van Defensie.
  23. Uitvoerig getypt verslag opgesteld in het Frans door Luitenant Joseph Mathys, pelotonscommandant van het Pl Park/26Gn, bewaard in het dossier van 26Gn bij de Sectie Classified Archives, Afdeling Veiligheid en Inlichtingen, Ministerie van Defensie.
  24. Gedetailleerd handgeschreven verslag in het Frans van Luitenant Paul Evrard, actief officier en pelotonscommandant van de 2Cie/26Gn, bewaard in het dossier van 26Gn bij de Sectie Classified Archives, Afdeling Veiligheid en Inlichtingen, Ministerie van Defensie.
  25. Summier handgeschreven verslag in het Frans van Onderluitenant Sicx, reserveofficier en pelotonscommandant van de 1Cie/26Gn, bewaard in het dossier van 26Gn bij de Sectie Classified Archives, Afdeling Veiligheid en Inlichtingen, Ministerie van Defensie.
  26. Uitgebreid getypt verslag opgesteld in het Frans op 10 oktober 1941 door Cdt Mermuys, bataljonscommandant van het 26Gn, bewaard in het dossier van 26Gn bij de Sectie Classified Archives, Afdeling Veiligheid en Inlichtingen, Ministerie van Defensie.
  27. Gedetailleerd getypt verslag opgesteld in het Frans door Cdt Mermuys betreffende de periode van 25 mei tot 30 mei. Het beschrijft onder meer de periode die Cdt Mermuys als raadgever genie (CGn) van de 2CD meemaakte op de Staf/2CD. Het document is bewaard in het dossier van 26Gn bij de Sectie Classified Archives, Afdeling Veiligheid en Inlichtingen, Ministerie van Defensie.
  28. Summier getypt verslag opgesteld in het Frans door Kapt Réné Decamps, reserveofficier en commandant van de 2Cie, bewaard in het dossier van 26Gn bij de Sectie Classified Archives, Afdeling Veiligheid en Inlichtingen, Ministerie van Defensie