4de Infanteriedivisie

Situatie op 10 mei 1940

Reglementaire benaming 4de Infanteriedivisie | 4Div
4ème Division d’Infanterie | 4DI
Type Infanteriedivisie
Ontdubbeld van n.v.t.
Onderdeel van Iste Legerkorps
Bevelhebber Luitenant-generaal René Louis Victor Emile De Grave tot 14 mei 40
Generaal-majoor Eugène L.J. Van Trooyen vanaf 15 mei 40
Commandant Infanterie Generaal-majoor Fernand Brabant
Stafchef Majoor SBH Jean Smesmans
Commandant Artillerie Kolonel Ernest Smedts
Commandant Gezondheidsdienst Geneesheer Majoor Clément Hanselin
Intendant 1ste Kapitein Intendant O. Willems
Commandant Transportkorps Majoor Roger Gilkinet
Standplaats Dekkingsstelling Albertkanaal
Sector Diepenbeek-Eigenbilzen
Commandopost te Hoeselt
Samenstelling Hoofdkwartier  
  7de Linieregiment  
  11de Linieregiment  
  15de Linieregiment  
  8ste Regiment Artillerie  
  4de Bataljon Genie  
  4de Bataljon Transmissietroepen  
  Wielrijderseskadron 4Div  
  Compagnie Getrokken C47 4Div (Luitenant H. Raeymaekers)
  Compagnie C47 op T13 4Div (Luitenant Justin Engelen)
  Geneeskundig Korps 4Div Staf (Med Lt R. Marechal)
    Geneeskundige Versterkingscompagnie (Med Lt C. Malmendier)
    Lichte Ambulance (Med 1Kapt Frans Janssens)
    Ambulance Infanteriedivisie (Med Kapt Alexis Dauby)
    Sanitair Treinpeloton (Lt G. Morissens)
    Autopeloton der Sanitaire Vervoersformaties (Lt G. Deone)
  Compagnie Intendance 4Div (TBC)
  Transportkorps 4Div Staf (Cdt Ernest Hintel)
    Peloton voor Infanteriemunitie (Lt E. Steenbruggen)
    1ste Autopeloton voor Infanteriemunitie (Lt Henry Dupont)
    2de Autopeloton voor Infanteriemunitie (Lt H. Herremans)
    1ste Autopeloton voor Artilleriemunitie (Lt M. Graux)
    2de Autopeloton voor Artilleriemunitie (Lt A. Noyen)
    Autopeloton voor Ravitaillering (Lt Arthur Hambursin)
    Autopeloton voor Materieel (Lt L. Delree)
    Atelier voor Herstelling van het Wagenpark (Lt V. Ummels)
  Compagnie Luchtafweermitrailleurs 4Div (Kapitein-commandant Clément Reynders)
  Provoost (Luitenant Florimond Poelmans)
Herkenrodekazerne te Hasselt, HK van de 4Div in vredestijd.

Herkenrodekazerne te Hasselt, HK van de 4Div in vredestijd.

4de Infanteriedivisie
De 4de Infanteriedivisie (4Div) is een actieve divisie, wiens hoofdkwartier (HK) zich in vredestijd in de Herkenrodekazerne te Hasselt bevond, en die toen organiek tot het IIIde Legerkorps (III/LK) behoorde. Het III/LK, een legerkorps van het actief leger, had zijn hoofdkwartier in Luik en is volgens de oorlogsplannen voorbestemd om de leiding te nemen van de verdediging van de Versterkte Positie Luik (oftewel Position Fortifiée de Liege – PFL). Voor de mobilisatie had de 4Div het commando over het 7de Linieregiment (7Li) dat gestationeerd was in de Dossinkazerne te Mechelen, het 11de Linieregiment (11Li) dat zich in de Dusartkazerne te Hasselt bevond en vanaf 01 augustus 1939 ook over het 14de Linieregiment (14Li) dat in Luik gestationeerd was. Het 8ste Regiment Artillerie (8A) gekazerneerd in de Baron Michelkazerne te Mechelen leverde de nodige vuursteun als divisieartillerie. 

Op 26 augustus 1939 wordt Fase A van de mobilisatie afgekondigd waarbij de militieklassen  ‘36, ’37 en ‘38 opgeroepen werden om de onder de wapens zijnde klas ’39 te versterken. Gezien de 4Div een op vredesvoet bestaande eenheid is, wordt de divisie tijdens deze fase van de mobilisatie op oorlogsvoet gebracht.

Maak gebruik van onderstaande menubalk om de veldtocht van het hoofdkwartier en de verschillende organieke eenheden van de divisie te raadplegen.

DivisiestafCie C47 op T13 en Cie C47 TrGeneeskundig KorpsIntendance, Transportkorps, Cie LuchtafweermitrailleursProvoost

Tijdens de mobilisatie

Het kasteel van Genoelselderen waar het HK van de 4Div gevestigd was kort na de start van de mobilisatie.

Het kasteel van Genoelselderen waar het HK van de 4Div gevestigd was kort na de start van de mobilisatie.

Staf/4Div
Drie dagen na zijn mobilisatie wordt de 4Div doorgestuurd naar het meest oostelijke deel van het Albertkanaal waar de divisie, onder bevel van het IIIde Legerkorps, een waakscherm dient op te richten tussen Lixhe en Eigenbilzen als flankbeveiliging van de Versterkte Positie Luik. De staf van de divisie installeert zich in het kasteel van Genoelselderen. Van noord naar zuid staan het 11Li, het 7Li en het 14Li opgesteld. Op 1 september 1939, bij afkondiging van Fase C van de mobilisatie, wordt het 15de Linieregiment (15Li) opgericht als ontdubbelingsregiment van 7Li. Na de paraatstelling van 15Li wordt dit regiment toegevoegd aan de 4Div die in ruil het 14Li moet afstaan aan de pas opgerichte 11de Infanteriedivisie (11Div). Het 15Li neemt de stellingen van het 14Li te Lixhe over waarna het 14Li naar Luik vertrekt. Op 4 september 1939 vervoegt het Wielrijderseskadron van de 4de Infanteriedivisie (EskCy 4Div) de divisie als het organiek verkenningseskadron. Tegelijkertijd worden het Transportkorps en het Geneeskundig Korps als organieke eenheden aan de 4Div toegevoegd. In september wordt de 4Div ook nog versterkt met het 4de Bataljon Genie (4Gn) dat van dan af het organiek bataljon genie van de divisie wordt en het 4de Bataljon Transmissietroepen (4TTr) dat de taak van organiek bataljon transmissie van de divisie opneemt.

Op 10 november 1939 wordt de divisie voor een eerste maal onder het bevel van het Iste Legerkorps (I/LK) geplaatst wanneer dit korps een zone krijgt toegewezen in Zuid-Oost Limburg van Lixhe tot Diepenbeek. Hierbij gaat de sector Lixhe – Eigenbilzen, en bijgevolg ook de 4Div, over van het III/LK naar het I/LK. Naast de 4Div wordt nu de 6de Infanteriedivisie (6Div) ontplooid die de defensieve stellingen van de 4Div verlengt van Eigenbilzen tot Diepenbeek. Op 5 januari 1940 wordt de 4Div aan het Albertkanaal afgelost door de 5de Infanteriedivisie (5Div) waardoor de divisie zich kan vrijmaken voor een ver doorgedreven training in het Kamp van Beverlo nabij Leopoldsburg. Tijdens de kampperiode doen zich een aantal tuchtincidenten voor bij het 15Li. Zo weigeren op 19 januari 1940 de manschappen van III/15Li op te staan om te verzamelen. Er worden pamfletten verspreid met de boodschap “Wij willen niet naar Luik om Wallonië te verdedigen” [1]. Na de tuchtincidenten wordt het trainingskamp opgeschort. De divisie wordt vervolgens als reserve van het leger onder rechtstreeks bevel van het Groot Hoofdkwartier (GHK) geplaatst en neemt gedurende twee weken verschillende stellingen in tussen Diest en Hasselt [2]. Gedurende deze periode bevindt het HK/4Div zich te Waanrode. Vooraleer opnieuw ingezet te worden langs het Albertkanaal wordt de divisie voor een tweede keer naar het Kamp van Beverlo gestuurd om er manoeuvres uit te voeren. De nieuwe kampperiode in Beverlo duurt van 28 januari tot 28 februari.

Opstelling infanterieregimenten 4Div op 10 mei 1940 (projectie op recente kaart)

Opstelling infanterieregimenten 4Div op 10 mei 1940 (projectie op recente kaart)

Vanaf 1 maart 1940 wordt de divisie terug onder bevel geplaatst van het Iste Legerkorps (I/LK) waar ze nu de sector van de 6Div, tussen Eigenbilzen en Diepenbeek, overneemt. Rechts van de 4Div bevindt zich op dat ogenblik de 5Div, eveneens onder bevel van het I/LK. Op 30 april 1940, nauwelijks tien dagen voor het uitbreken van de vijandelijkheden, wordt de 5Div afgelost door de 7de Infanteriedivisie (7Div), een infanteriedivisie van Eerste Reserve. Aan de vooravond van de oorlog bezet de 4Div nog steeds het Albertkanaal tussen Eigenbilzen (inclusief) en Diepenbeek (exclusief). Rechts van de 4Div bevindt zich nu de 7de Infanteriedivisie (7Div). De 7Div bezet stellingen tussen Lixhe en Eigenbilzen (exclusief). Links van de 4Div heeft de 1ste Infanteriedivisie (1Div) van het Cavaleriekorps (CK) stelling genomen. De drie infanterieregimenten van de 4Div worden in lijn opgesteld langs het kanaal. Het 11Li bezet de rechterondersector en sluit aan op de stellingen van de 7Div, het 7Li bezet de middenondersector terwijl het 15Li op de linkerflank staat opgesteld en de junctie maakt met de 1Div. Het HK van de divisie is geïnstalleerd in een kasteel te Hoeselt. Om over een algemene reserve op niveau divisie te beschikken wordt het Iste Bataljon van het 11Li (I/11Li) centraal in de divisiesector opgesteld onder bevel van de 4Div, klaar om tussen te komen indien de vijand erin slaagt het Albertkanaal over te steken. De 4Div kan echter niet vrij beschikken over zijn reserve want die moet ook klaarstaan om tussen te komen volgens de prioriteiten van de commandant van het I/LK (oftewel “réserve divisionaire à la disposition du Corps d’armée” zoals het in de orders beschreven wordt). Het I/LK doet nog tijdens de mobilisatie een eerste maal beroep op de reserve van de 4Div door de 3de Compagnie (3Cie) van I/11Li aan te duiden voor de beveiliging van Tongeren waar het HK van het I/LK staat opgesteld.

Opstelling I/LK op 10 mei 1940 (projectie op recente kaart)

Opstelling I/LK op 10 mei 1940 (projectie op recente kaart)

Staf/4Div
De divisie ontvangt het alarm rond middernacht en tussen 00u20 en 01u30 worden alle eenheden en detachementen onder bevel van 4Div gealarmeerd. De Staf/4Div beslist een compagnie van de divisiereserve in te zetten voor de beveiliging van het achtergebied van de divisie tegen luchtlandingsoperaties. Hiertoe wordt om 02u30 aan de 2Cie van I/11Li de opdracht gegeven om een steunpunt in te nemen dwars op de N2 ter hoogte van de limiet tussen het I/LK en het Cavaleriekorps (CK). De 2Cie krijgt voor deze opdracht versterking van een peloton van de Compagnie Getrokken C47mm anti-tankkanonnen van de 4Div (Cie C47 Tr/4Div). Het gevolg van deze beslissing is dat de divisiereserve nu gereduceerd is tot één compagnie fuseliers en één compagnie mitrailleurs. Om 03u10 vraagt het HK van de 4Div toelating aan het I/LK om de tetraëders te plaatsen en de Cointet-hekkens te sluiten in het bruggenhoofd aan de sluis Nr 1 te Genk-Zuid [3]. Ze krijgen geen toelating zolang het Bataljon Grenswielrijders Limburg (Bn CyF Lim) en de Groep Wielrijders van de 17Div (GpCy 17Div) zich nog ten noorden van het Albertkanaal bevinden [4]. Alleen bij een rechtstreekse aanval mag de overgang over de sluis afgesloten worden. Om 04u05 wordt het Instructiecentrum van de 4Div, dat werd opgericht om reservekaders bij te scholen, ontbonden. De aanwezige militairen worden naar hun respectievelijke eenheden teruggestuurd. Rond 04u40 geeft de korpsstaf de toestemming om de ontstekingsmechanismen aan te brengen in de voorbereide wegvernielingen op de noordelijke toegangswegen naar het Albertkanaal. Het 15Li wordt daarenboven belast met het blokkeren van de spoorlijn Genk-Bilzen en moet tevens de stationschef van Genk verwittigen om geen treinstellen meer door te laten richting zuiden. Ook de Regelingscommissie Groep Hasselt van de Militaire Dienst der Spoorwegen wordt hiervan op de hoogte gebracht. Vanaf 05u00 signaleren de regimenten in lijn de eerste vijandelijke luchtaanvallen op hun stellingen. Hierdoor wordt het voor iedereen duidelijk dat het dit keer menens is, de oorlog is uitgebroken. Dit wordt om 06u00 officieel bevestigd door de afkondiging van de algemene mobilisatie.

De divisie verneemt om 06u20 het nieuws van de aanval op de 7de Infanteriedivisie (7Div) waar parachutisten erin geslaagd zijn de bruggen van Veldwezelt en Vroenhoven intact te veroveren. Luitenant-generaal Van der Veeken, bevelhebber van het Iste Legerkorps, beslist dat de staf van de 7Div een plan moet uitwerken om een dubbele tegenaanval te lanceren naar de vijandelijke bruggenhoofden te Veldwezelt en Vroenhoven. De commandant van het I/LK beslist beroep te doen op de algemene reserve van de 4Div om de dubbele tegenaanval van de 7Div te steunen.  Het I/11Li zal hiervoor per vrachtwagen naar Riemst vervoerd worden. Van dit bataljon zijn slechts de 1ste Compagnie en 4de Compagnie beschikbaar. De 2de Compagnie werd eerder in de ochtend aangeduid voor een anti-parachutistenopdracht en de 3de Compagnie beveiligt de korpsstaf te Tongeren. De vrachtwagens voor het transport zullen geleverd worden door de 7Div.

De verwarring op de legerkorpsstaf en de divisiestaf is op dat ogenblik groot. Niemand weet  wat er precies aan de hand is te Veldwezelt, Vroenhoven en Kanne en de ernst van de toestand kan moeilijk worden ingeschat. Dit blijkt uit een instructie van het I/LK van 07u05 die oplegt om de binnenschepen die nog in de sector van de 4Div aangemeerd liggen te evacueren naar Luik. Pas om 07u50 wordt bevestigd dat de brug te Kanne na vernieling in het kanaal gestort is en het Albertkanaal hier niet langer bevaarbaar is richting Luik [5]. Uiteindelijk worden 28 binnenschepen verzameld in de Kolenhaven van Genk om er door het 4Gn tot zinken gebracht te worden.

De door de 7Div geplande tegenaanval naar de bruggen van Veldwezelt en Vroenhoven komt niet op gang. Enerzijds omdat verschillende eenheden die de actie moeten ondersteunen te laat verwittigd worden en zich niet meer op tijd naar 7Div kunnen begeven. Anderzijds omdat de eenheden die wel op tijd verwittigd werden er niet in slagen om de verzamelzone in Riemst te bereiken door de niet aflatende luchtaanvallen op al wie zich naar het oosten verplaatst. Intussen komen op de divisiestaf de eerste berichten binnen betreffende de acties van de Luftwaffe. De kerktoren van Eigenbilzen wordt geraakt en de observatiepost die zich in de toren bevindt moet worden teruggetrokken. De CP van het 4Gn op de markt van Bilzen wordt net niet platgelegd, maar de aanpalende huizen wel en de telefoonlijn naar het geniedetachement aan de brug van Eigenbilzen raakt onderbroken. Het 4Gn vraagt om de brug te mogen opblazen, maar dit wordt voorlopig geweigerd. De eenheden langsheen het kanaal melden verschillende luchtaanvallen op hun stellingen maar gelukkig wordt er geen noemenswaardige schade geleden. Om 12u30 geeft de commandant van het I/LK het bevel om de wegbrug en de spoorbrug over het Albertkanaal ter hoogte van Gellik alsook de brug van Briegden te vernielen. Het I/LK kan het 2de Regiment Karabiniers (2C) van de 7Div, die de bruggen verdedigt, niet bereiken en vraagt aan de Staf/4Div om het vernielingsbevel door 11Li te laten bezorgen aan de Staf/2C. Tevens worden de regimenten in lijn op de hoogte gebracht van de toestand bij de GpCy 17Div. Daar zou de vijand omstreeks 11u00 erin geslaagd zijn een bruggenhoofd over de Zuid-Willemsvaart te veroveren ter hoogte van Vucht. De GpCy 17Div slaagt erin het bruggenhoofd in te dijken. LtGen De Grave is er niet gerust in en geeft het 7Li opdracht om een officiersverkenning per motorfiets te laten uitvoeren naar de CP van de GpCy 17Div te Neerharen om er een situatierapport te vragen over de toestand langs de Vooruitgeschoven Stelling en om de staat van vernieling van de bruggen over de Zuid-Willemsvaart na te gaan [6]. Het order wordt om 12u35 telefonisch doorgegeven aan Lt Deridder van de Staf/7Li. Eveneens om 12u35 geeft de divisiestaf een waarschuwingsorder aan 15Li om het gros van zijn IIde Bataljon klaar te maken voor een verplaatsing naar Rosmeer in de sector van de zwaar belaagde 7Div maar dit plan zal niet doorgaan. 

De door het 4Gn vernielde brug van Eigenbilzen in het bataljonsvak van III/11Li.

Om 13u20 vraagt het I/LK om een aantal vernielingen uit te voeren. Vooreerst dient de spoorlijn van Hasselt naar Maastricht gesaboteerd te worden in het station van Eigenbilzen, vervolgens moeten de wegbruggen over het Albertkanaal in de sector van de 4Div opgeblazen worden. Vanaf 13u30 belt de divisiestaf de nodige orders door naar het 4Gn, het 7Li, het 11Li en het 15Li om over te gaan tot de vernieling van de bruggen van Zutendaal, Eigenbilzen en van de brug over sluis Nr 1. Ook de brug over de Kolenhaven in Genk-Zuid moet vernield worden. Alleen de meest westelijke wegbrug te Diepenbeek wordt intact gehouden om de aftocht van de dekkingstroepen mogelijk te maken. De aangeduide bruggen vliegen een goed uur later de lucht in.

OLt Musing, pelotonscommandant van het Peloton Verkenner van het 7Li, komt om 14u15 toe in het CP van de GpCy 17Div en meldt om 14u40 aan de divisiestaf dat de bruggen van Vucht, Maasmechelen, Boorsem en Rekem geheel vernield zijn. De wegbrug van Neerharen ligt ten dele in het water. De brug over de sluis van Neerharen is dan weer volledig vernield, net zoals de bruggen van Tournebride en Lanaken.  Tevens rapporteert hij dat de vijand te Vucht de Zuid-Willemsvaart is overgestoken en dat de GpCy 17Div al bijzonder veel munitie verbruikt heeft bij schermutselingen met de vijand. De ingewonnen informatie wordt onmiddellijk doorgestuurd naar het HK van het I/LK.

De divisiestaf meldt om 15u30 aan het hoofdkwartier van het I/LK dat de naburige 1Cie van het 2de Regiment Karabiniers (2C), opgesteld in tweede echelon van de 7Div, zich lijkt terug te trekken. Een verontruste Luitenant-generaal De Grave wil dringend weten waarom dit precies gebeurt. Een half uur later meldt het 15Li dat de troepen van het I/LK die op de Vooruitgeschoven Stelling stonden opgesteld nu met grote regelmaat passeren over de brug van Diepenbeek. Het Peloton Verkenners van dit regiment is op dat ogenblik te Genk en signaleert eveneens de doortocht van diverse elementen van de Groepering Ninitte van het CK. Korte tijd later verliest de divisiestaf zijn telefoonverbinding met het hoofdkwartier van het I/LK te Tongeren nadat de burgercentrale van Tongeren door een luchtbombardement vernield werd.

Om 17u15 ontvangt de Staf/4Div een eerste situatierapport van Kapitein-commandant SBH Cohen betreffende de toestand bij de 7Div. Cdt SBH Cohen, stafofficier bij de Staf/4Div, werd met een liaisonopdracht uitgestuurd naar het HK van de 7Div en keert terug met een overzicht van hoe de Staf/7Div de situatie in zijn sector inschatte rond 15u00. Het rapport schets een eerder rooskleurig beeld van de toestand die om 15u00 al niet helemaal klopte met wat zich in de realiteit bij de regimenten in lijn afspeelde. Twee uur later komt het rapport al helemaal niet meer overeen met wat er in het terrein aan het gebeuren is [7]. Cdt Remy vraagt om 18u40 of 4Gn al mag beginnen met de voorbereiding van de vernielingsdispositieven van de bruggen over de Demer ten zuiden van Bilzen. LtGen De Grave geeft zijn akkoord maar stelt als voorwaarde dat in eerste prioriteit de in de Kolenhaven van Genk verzamelde binnenschepen tot zinken worden gebracht.

Om 19u00 stuurt stafchef Majoor SBH Smesmans een bericht per estafette naar het hoofdkwartier van de 7Div te Genoelselderen om de melden dat de telefoonlijn tussen de beide staven niet meer functioneert. Op hetzelfde ogenblik passeert een Frans verkenningspeloton Hoeselt. Hun doortocht verloopt niet onopgemerkt en wordt door de Staf doorgegeven aan de verschillende ondereenheden van de divisie. Majoor SBH Smesmans brengt ook de 7Div op de hoogte dat er drie Franse pantserwagens [8] te Hoeselt gepasseerd zijn op weg naar het Albertkanaal. Het Peloton Verkenners van 15Li wordt uit Genk teruggetrokken rond 19u30 nadat de lokale telefooncentrale vernield werd. 

Kol SBH Gondry, regimentscommandant van het 7Li, laat de divisiestaf om 20u55 weten dat hij zich zorgen maakt over de gedeeltelijke vernieling van de brug van Zutendaal. Volgens hem is het mogelijk dat infanterie te voet de brug nog kan oversteken. Het 4Gn krijgt de opdracht om de brug volledig te vernielen en stuurt een officier naar de brug om de staat van de vernieling te inspecteren.

Het I/LK vraagt om 21u00 om de westelijke brug van Diepenbeek nog zeker tot de tweede helft van de nacht van 10 op 11 mei open te houden en verwacht dat de laatste elementen van de dekkingstroepen tot middernacht zullen nodig hebben om het voorgebied van het Albertkanaal te ontruimen. De Staf van het I/LK laat eveneens weten dat Franse verkenners te Luik, Tongeren en Hasselt aangekomen zijn en dat er naar elk van deze steden een volledige Division Légère Méchanique onderweg is. Dit is echter een foute inschatting want in werkelijkheid zijn er in de zones van het I/LK en het CK in totaal niet meer dan twee Franse verkenningseskadrons onderweg naar het Albertkanaal. De Fransen hebben enkel de opdracht om de vijand vanaf het kanaal te jalonneren. De regimenten in lijn achter het Albertkanaal hebben op 10 mei nog geen contact gemaakt met vijandelijke grondtroepen.

Staf/4Div
Lt Res Hoebeke, officier met nachtdienst op de CP van 15Li, houdt de Staf/4Div voortdurend op de hoogte over de gang van zaken bij de brug van Diepenbeek, laatste intacte wegbrug over het Albertkanaal in de sector van de 4Div. Omstreeks middernacht passeren de staf en de logistieke eenheden van het 1ste Regiment Jagers te Paard (1JP) de brug over het kanaal. Kapitein van Zuylen van Nyevelt, de Adjudant-majoor van 1JP blijft achter bij de brug om het 15Li te informeren over de terugtocht van zijn regiment. De eerste motorwielrijders van 1JP lopen binnen tegen 01u00 en met uitzondering van het Eskadron Pantserwagens, dat de terugtocht dekt als achterwacht (ArW), passeert de rest van 1JP het kanaal om 01u30. Het Eskadron Pantserwagens bevindt zich nog aan de overkant van het Albertkanaal en is in contact met de vijand langs de baan As – Genk. Om 03u20 passeert het Eskadron Pantserwagens de brug van Diepenbeek waarna de brug om 03u26 tot ontploffing wordt gebracht. 

Tijdens de nacht van 10 op 11 mei geplande dwarsstellingen van zowel het I/LK als het CK om de oostflank van de aan het Albertkanaal opgestelde troepen te beschermen

Tijdens de nacht van 10 op 11 mei geplande dwarsstellingen van zowel het I/LK als het CK om de oostflank van de aan het Albertkanaal opgestelde troepen te beschermen

Ondertussen wordt tijdens de nacht van 10 op 11 mei in de sector van de 7Div verbeten gevochten om de laatste stellingen. Het I/LK laat om 01u45 weten dat de bruggen van Briegden, Veldwezelt en Vroenhoven nog steeds in Duitse handen zijn. De rechter flank van de 4Div komt in gevaar. Om het tij te doen keren legt het Groot Hoofdkwartier (GHK) het  I/LK op om een dwarsstelling (oftewel bretel) in te nemen op de as Eigenbilzen – Mopertingen – Kleine Spouwen – Rijkhoven en die vervolgens langs de Demer te vervolledigen tot in Tongeren [9] . Gezien het I/LK over geen reserve beschikt dient deze dwarsstelling door eenheden van de divisies in lijn ingenomen te worden. De 4Div moet de stelling voorbereiden van Eigenbilzen tot aan Kleine Spouwen (exclusief), wat overeenkomt met de rechter limiet van de divisiesector. De 7Div is verantwoordelijk vanaf Kleine Spouwen (inclusief) tot Tongeren.

Rokade van de 4Div om de dwarsstelling te bezetten op 11 mei 1940.

Rokade van de 4Div om de dwarsstelling te bezetten op 11 mei 1940.

Om 03u50 ontvangt de 4Div zijn orders van het I/LK. Luitenant-generaal De Grave die, sinds het vertrek van I/11Li, niet beschikt over een reserve die kan ontplooid worden op de oostflank van zijn divisie is genoodzaakt het front in te korten. Hij beslist dat het 15Li en II/7Li hun stellingen langs het Albertkanaal blijven bezetten.  Het III/7Li en I/7Li moeten pivoteren om uiteindelijk een stelling te bezetten tussen Munsterbilzen en Bilzen.  Het II/11Li en III/11Li zullen hun stellingen aan het kanaal moeten verlaten om zich achter de spoorweg Bilzen-Tongeren op te stellen van Bilzen tot Hoeselt. Het plan dat tijdens de ochtend van 11 mei door de Staf/4Div uitgewerkt wordt wijkt af van de gekregen orders van het I/LK. De ingenomen stelling is korter en sluit bovendien niet aan op de posities van de 7Div.

In een eerste reactie om vijandelijke infiltraties op de oostflank te stoppen wordt om 08u45 een waarschuwingsorder gegeven aan het 15Li. Het regiment moet zich klaar houden om II/15Li op bevel stelling te laten nemen achter de spoorlijn Bilzen-Tongeren tussen Bilzen en Hoeselt. Dit in afwachting van de verspreiding van de orders voor het bezetten van de dwarsstelling. Er zal echter geen uitvoeringsbevel volgen omdat de werking van de Staf/4Div in deze cruciale fase van het gevecht grondig verstoord wordt. De Staf/4Div ontvangt om 09u20 een rapport van Cdt Cohen, liaisonofficier bij de Staf/7Div, met betrekking tot de toestand bij de 7Div. De vijand heeft zich over de ganse sector van de 7Div verspreid en de rand van Genoelselderen bereikt, waardoor het HK van de divisie zich onmiddellijk moet terugtrekken.  Deze informatie leidt tot de opsplitsing van het HK van de 4Div in een hoofdmoot (Voorwaarts HK) die verplaatst wordt naar Ulbeek en een kleinere stafeenheid (Achterwaarts HK) die achterblijft te Hoeselt om de terugtocht van de 4Div te bevelen. GenMaj Brabant, Commandant van de Infanterie van de 4Div (oftewel CIDI/4Div), krijgt het bevel over het Achterwaarts HK en wordt te Hoeselt ondersteund door Kapitein-commandant SBH Nannan en Luitenant Lousse. Het Voorwaarts HK, onder bevel van LtGen De Grave, verlaat Hoeselt in allerijl waardoor de orders voor de ontplooiing op de dwarsstelling niet onmiddellijk aan de ondereenheden van de divisie worden doorgegeven. Dit gebeurt pas om 10u00 door GenMaj Brabant en dan nog enkel aan de infanterieregimenten. Tussen 10u00 en 11u00 verlaat het 11Li het Albertkanaal om de dwarsstelling te bezetten. Het Achterwaarts HK te Hoeselt krijgt om 10u30 bezoek van Kapitein SBH Fievez, Chef bureau operaties van de Staf I/LK, die meldt dat het HK van het I/LK naar Mechelen-Bovelingen (Marlinnes) wordt overgebracht. Hierop verlaat het Achterwaarts HK Hoeselt om 10u35 en plooit terug op Schalkhoven waar ze om 11u25 stelling nemen in het Kasteel van Schalkhoven. Omdat er vanuit het kasteel geen werkende telefoonverbindingen meer zijn met de rest van de divisie verplaatst het Achterwaarts HK zich al onmiddellijk naar Vliermaal waar de commandopost van het Esk Cy 4Div zich bevindt. Hier komen ze toe om 12u00. Via de CP van het Esk Cy 4Div wordt voor de laatste keer contact gemaakt wordt met het Voorwaarts HK in Ulbeek.

Intussen wordt duidelijk dat de door het Groot Hoofdkwartier naar het I/LK gestuurde versterkingen niet in staat zullen zijn om nog in de morgen van 11 mei stelling te nemen langs de Bretel Bilzen – Tongeren. De verdediging van de dwarsstelling wordt bijgevolg door het I/LK om 11u00 al opgeheven omdat meer naar het zuiden de 7Div de lijn niet kan houden [10]. Uit het verslag van Onderluitenant Volkaerts, commandant van het Pl Vknr van 15Li die rond het middaguur een verkenning langs de dwarsstelling uitvoert, blijkt dat het 15Li zich nog steeds op zijn posities langs het Albertkanaal bevindt, dat de linker vleugel van het 7Li (II/7Li) ook nog langs het kanaal staat opgesteld en dat de rest van het 7Li zich achter de spoorlijn Genk – Bilzen bevindt. De verbindingen tussen het 15Li en 7Li evenals de verbindingen tussen het 7Li en het 11Li zijn nog verzekerd. De dwarsstelling die diende ingenomen te worden om de Duitse aanval te vertragen is om 12u00 in elk geval nog intact bij de 4Div maar nagenoeg onbestaande in de sector van de 7Div. Om 12u50 beveelt het I/LK de algehele aftocht naar Leuven. Het Achterwaarts HK noch de eenheden van de 4Div ontvangen het bevel tot terugtrekken en blijven de dwarsstelling verdedigen.

Situatie op de oostelijke flank van het CK om 13u30

Situatie op de oostelijke flank van het CK om 13u30

Het Achterwaarts HK bereikt Kortessem om 13u00 maar moet hier vaststellen dat de civiele telefooncentrale reeds buiten gebruik gesteld is.  GenMaj Brabant heeft dan ook geen verbinding meer met de rest van de divisiestaf noch met de eenheden. Te Kortessem bevindt zich tevens de CP van het 1ste Regiment Jagers te Paard (1JP). Het 1JP is belast met de verdediging van het zuidelijk gedeelte van de Bretel van Kortessem, een dwarsstelling opgeworpen door het Cavaleriekorps om zijn oostflank te beschermen.  Bij gebrek aan werkende telefoonverbindingen begeeft GenMaj Brabant zich om 13u30 dan maar fysiek naar de dwarsstelling van het I/LK om de daar opgestelde eenheden van de 4Div te contacteren. Rond 14u00 brengt GenMaj Brabant nog een laatste bezoek aan de CP van het 7Li die zich op dat ogenblik in het kasteel van Schoonbeek bevindt. Na op de CP van 7Li gepasseerd te zijn bezoekt hij om 15u00 ook nog de CP van 15Li en de CP van II/8A. Hij kan niet in contact komen met het 11Li en beschikt over geen enkele informatie aangaande de toestand van dit regiment. Dit is het laatste contact tussen een stafelement van de divisie en één van zijn ondereenheden. Terug in Kortessem bezoekt GenMaj Brabant eerst de CP van de IIde Groep van het 2de Regiment Gidsen (2G) en om 17u00 de CP van 1JP met de uitdrukkelijke vraag het kruispunt van Kortessem niet te verlaten vooraleer de restanten van de 4Div gepasseerd zijn. Hierna verlaat hij Kortessem en vervoegt uiteindelijk Ulbeek tegen 17u30 waar hij hoopt het Voorwaarts HK te vinden.

Rond 15u00 is er ook een bres geslagen in de dwarsstelling van het CK. De vijandelijke aanval wordt niet gevoed waardoor het CK er later op de avond in slaagt het front te herstellen op de lijn Kortessem - Wellen.

Rond 15u00 is er ook een bres geslagen in de dwarsstelling van het CK. De vijandelijke aanval wordt niet gevoed waardoor het CK er later op de avond in slaagt het front te herstellen op de lijn Kortessem – Wellen.

Het Voorwaarts HK verliet Ulbeek echter al om 15u00 en begaf zich richting Kozen (noord van Sint-Truiden) waar het om 17u00 toekomt. Later op de dag kan GenMaj Brabant het HK/4Div te Kozen vervoegen. Het is te Kozen dat, na meerdere mislukte pogingen, om 19u10 verbinding gemaakt kan worden met het HK van het I/LK. Voor het eerst verneemt de 4Div het order voor de algemene terugtocht en krijgt de divisie van de Staf I/LK enkele binnenlooproutes opgelegd. Een order voor de terugtocht van de divisie wordt opgesteld door het Voorwaarts HK. Enkele exemplaren van dit order zullen pas na 19u30 verzonden worden en de precieze aankomst bij de eenheden, die zich tot 19u00 nog op de dwarsstelling bevonden, kan niet worden nagegaan.  Het document bevat twee marsroutes voor de aftocht: een Route Noord via Diepenbeek, Kortessem, Wellen, Zepperen, Brustem, Aalst-bij-Sint-Truiden, Velm en Attenhoven naar Landen, en een Route Zuid via Gors-Opleeuw, Gotem, Mielen-boven-Aalst, Buvingen, Borlo, Niel-bij-Sint-Truiden, Wezeren en Walshoutem tot in Orp-le-Grand [11]. 

Het valt op dat de bevelvoering van de 4Div tijdens de verdediging van de dwarsstelling en de terugtocht naar het westen volledig rust op de schouders van GenMaj Brabant en zijn twee adjuncten. De verbindingen tussen het Voorwaarts HK en GenMaj Brabant enerzijds en de verbindingen tussen het Achterwaarts HK en de regimenten anderzijds zijn echter volledig verbroken waardoor de orders tot terugtrekking gegeven door het I/LK niet doorkomen. Het 7Li en het 15Li blijven tot 19u00 weerstand bieden op de dwarsstelling. De 4Div wordt weliswaar niet overvleugeld omdat de vijand na het doorbreken van de dwarsstelling bij de 7Div naar het zuidwesten zal oprukken teneinde zo snel mogelijk contact te maken met het 1 (FRA) Leger.

LtGen De Grave die vanaf 09u30 al niets meer van zijn regimenten heeft gehoord, verlaat om 18u00 het HK van de 4Div te Kozen om zich naar het oosten te begeven in een poging de regimentscommandanten van zijn divisie te contacteren. Het 11Li dat zijn stellingen rond Hoeselt om 14u00 verliet onder vijandelijke druk, is onderweg naar de Dusartkazerne te Hasselt dat als verzamelpunt voor de terugtocht werd opgegeven. Nadat het regiment de terugtocht te voet goed en wel heeft aangevat begeeft Kolonel Horckmans, bevelhebber van 11Li, zich naar de Dusartkazerne om er zijn regiment op te vangen. Hij ontmoet er om 19u00 LtGen De Grave. De ontmoeting verloopt in een grimmige sfeer waarbij Kol Horckmans zelfs het stafvoertuig van 8A, dat was achtergelaten in Hoeselt en door Kol Horckmans in beslag werd  genomen, moet afgeven aan de divisiecommandant. Tot zijn verbazing krijgt hij niet eens nieuwe orders, hij moet het stellen met het bevel om zich op 12 mei om 12u00 aan te melden bij de divisiecommandant op het HK van de 4Div te Bevekom.

Het divisiehoofdkwartier zal Kozen verlaten net voor 21u00 en zet vervolgens koers naar Bevekom.  Deze lange verplaatsing van zo’n 40 Km resulteert in een nieuwe belangrijke onderbreking in de communicatie tussen de staf en zijn eenheden.

Bij de aftocht van de 4Div van het Albertkanaal werd ook heel wat materieel achtergelaten, waaronder dit C47 kanon dat nabij het kolendok van Genk stond (verzameling Philippe Moreau).

Staf/4Div
In de vroege ochtend van 12 mei installeert het HK van de divisie zich in Bevekom van waaruit de verdere terugtocht van de divisie wordt gecoördineerd.  De colonnes te voet van infanterieregimenten bevinden zich op dat ogenblik nog veel meer oostwaarts en steken tijdens de nacht van 11 op 12 mei de Demer en de Gete over. De eenheden slagen er in om de marsorde min of meer te herstellen, maar tot overmaat van ramp is de Belgische genie bijzonder vroeg overgegaan tot het vernielen van de bruggen over de Herk en de Gete zodat onderweg alweer een belangrijk aantal voertuigen en zware wapens moet worden achtergelaten. De infanterieregimenten van de 4Div nemen in de loop van de voormiddag  kantonnementen in ten westen van de Gete tussen Halen en Waanrode. Hier kan overdag in relatieve veiligheid uitgerust worden gezien langs de Demer en Gete een defensieve linie ingericht wordt door het Cavaleriekorps. In de rustkantonnementen worden de infanterieregimenten gereorganiseerd en geconditioneerd om de volgende nacht verder westwaarts te trekken. In de loop van de dag krijgt Luitenant-generaal De Grave de opdracht om de K.W. Stelling zo snel mogelijk te doortrekken en zijn troepen weg te halen uit de divisiesectoren van de Belgische en geallieerde divisies die te Leuven opgesteld staan langs de Weerstandsstelling. De divisie krijgt een nieuwe kantonnementszone toegewezen ten westen van het Kanaal van Willebroek. De infanterieregimenten moeten de verplaatsing naar de nieuwe kantonnementszone tussen Humbeek, Beigem, Grimbergen, Wolvertem en Asse te voet uitvoeren in twee nachtelijke marsetappes. De gemotoriseerde eenheden van de divisie worden onmiddellijk naar de nieuwe hergroeperingszone ten westen van het Kanaal van Willebroek doorgestuurd. Hierbij moeten alle gemotoriseerde formaties die zich ten zuiden van de as Leuven-Tienen bevinden koers zetten naar Leuven om een doortrekking van de Britse posities tussen Leuven en Waver te vermijden. Het HK verlaat Bevekom om 20u00 om zich via Leuven naar Nederokkerzeel te verplaatsen. De troepen te voet zetten zich in beweging tegen het intreden van de duisternis.

Kasteel d'Overschie te Grimbergen

Kasteel d’Overschie te Grimbergen

Staf/4Div
Tijdens de nacht van 12 op 13 mei trekken de eenheden van de 4Div door de K.W. Stelling. De tragere troepen te voet voeren de eerste van de twee nachtelijke voetmarsen uit. Tegen de ochtend van 13 mei worden tijdelijke kantonnementen ingenomen te Linden, Kessel-Lo, Herent en Veltem-Beisem. Omwille van het Duitse luchtoverwicht wordt hier overdag halt gehouden en wordt de manschappen bevolen zo veel mogelijk uit het zicht te blijven. Na het invallen van de duisternis wordt de volgende nachtelijke etappe te voet uitgevoerd, die de manschappen naar het kantonnementsgebied op de westelijke oever van het Kanaal van Willebroek zullen brengen. Het Hoofdkwartier van de divisie verlaat ‘s nachts Nederokkerzeel en verhuist naar Gimbergen waar het HK onderdak vindt in Kasteel d’Overschie (oftewel Kasteel de Vorst). De divisiestaf geeft opdracht om in de rustkantonnementen te reorganiseren en verslag uit te brengen over de geleden verliezen aan personeel en materieel.


Staf/4Div
De colonnes te voet van de divisie die na het vallen van de nacht op 13 mei hun tijdelijke kantonnementen nabij Leuven verlieten, steken gedurende de nacht van 13 op 14 mei het Kanaal van Willebroek over. Ze komen tegen de ochtend toe te Grimbergen, Humbeek, Beigem en Strombeek-Bever waar ze kantonnementen opzoeken. Nadat de laatste troepen in Grimbergen zijn toegekomen is de 4Div als volgt gekantonneerd:

  • Staf: Grimbergen
  • 7Li: Grimbergen en Strombeek-Bever
  • 11Li: Humbeek
  • 15Li: Drie Fonteinen
  • 8A: Humbeek en Grimbergen
  • 4Gn: Beigem
  • 4TTr: Grimbergen
  • Cie getrokken C47: Grimbergen
  • Cie C47 op T13: Grimbergen
  • Esc Cy 4Div: Grimbergen
  • Geneeskundig Korps: Wolvertem
  • Compagnie Intendance: Brussel
  • Transportkorps zonder Ateliers en Autopeloton voor Ravitaillering: Wolvertem
  • Ateliers 4Div: Asse, samen met de ateliers van I/LK en 7Div
  • Autopeloton voor Ravitaillering: Ganshoren
  • Compagnie Luchtafweermitrailleurs: Wolvertem

Rondom 11u30 verneemt de divisiestaf van het I/LK dat te Zaventem een grote luchtlanding zou gestart zijn.  Het 15Li krijgt het bevel om de bruggen tussen Buda en Vilvoorde te bezetten met telkens een peloton fuseliers, een C47 anti-tankkanon en een T13 pantserwagen.  Het IIIde Bataljon van 15Li moet het dorp Koningslo innemen en richting zuid bewaken.  Het peloton verkenners moet de westelijke oever van het Kanaal van Willebroek tussen Buda en Borcht onder observatie houden.  Het 7Li moet een compagnie doorsturen naar de kanaalbrug te Verbrande Brug en zal eveneens een T13 in steun ontvangen. De eenheden van de divisie reorganiseren overdag en de komende nacht in de zone tussen Grimbergen, Humbeek en Beigem. De regimenten moeten tegen 12u00 de toestand van hun eenheid over te maken aan het HK 4Div.

Hergroeperingszone van de 4Div achter het Kanaal van Willebroek (projectie op recente kaart)

Hergroeperingszone van de 4Div achter het Kanaal van Willebroek (projectie op recente kaart)

Het Groot Hoofdkwartier (GHK) beslist in de namiddag dat drie divisies ten westen van het Kanaal van Willebroek zullen ingezet worden. Het is de bedoeling van het GHK om de opstelling van het veldleger langsheen de K.W. Stelling te dekken met een strategische reserve van drie divisies, onder het bevel van het het IIIde Legerkorps (III/LK). De 1ste Infanteriedivisie (1Div) zal zich klaar houden in de zone rond Kapelle-op-den-Bos en Beigem, de 4Div die zich reeds rond Grimbergen bevindt krijgt deze zone toegewezen en de in de gevechten te Lummen zwaar getroffen 14de Infanteriedivisie (14Div) zal post vatten tussen Kapelle-op-den-Bos en Breendonk. Daarnaast wordt te Vilvoorde, in opdracht van het III/LK, nog een Verzamelcentrum voor Afgezonderde Militairen ingericht om zoveel mogelijk ronddolende militairen van de 4Div terug te sturen naar hun juiste eenheden. De formele orders voor deze nieuwe opdracht zullen op 15 mei overgemaakt worden aan de respectievelijke legerkorpsen en divisies.

 

Staf/4Div
Tijdens de nacht van 14 op 15 mei wordt uitgerust in de kantonnementszone achter het Kanaal van Willebroek. LtGen De Grave ontvangt in de vroege ochtend een geschreven order van het GHK dat bevestigd dat de 4Div overgaat van het I/LK naar het III/LK voor de verdediging van het Kanaal van Willebroek. Omstreeks 10u00 krijgt LtGen De Grave, samen met de commandanten van de 1Div en de 14Div, het bevel zich naar het hoofdkwartier van het III/LK in het stadhuis van Vilvoorde te begeven om er de komende opstelling langsheen het kanaal te bespreken. Alvorens terug te keren naar Grimbergen inspecteert de generaal tevens de kanaaloever tussen Buda en Verbrande Brug. Het op het HK van het III/LK gecoördineerde plan zal echter niet lang stand houden want het GHK beslist kort na de middag om de slagorde van het III/LK grondig te wijzigen.  Omwille van hun gebrek aan inzetbaarheid zullen zowel de 4Div als de 14Div doorgestuurd worden naar het achtergebied. De 4Div zal het Bruggenhoofd Gent tijdelijk beveiligen, de 14Div zal  naar de kust gestuurd worden om er te reorganiseren. Niet alleen het plan wordt gewijzigd maar omstreeks 13u00 wordt ook Luitenant-generaal De Grave vervangen als commandant van de 4Div door Generaal-majoor Van Trooyen, voormalig commandant van de 7de Infanteriedivisie. 

Generaal-majoor Eugêne Van Trooyen (vooroorlogse foto).

Generaal-majoor Van Trooyen krijgt opdracht de 4Div naar het Bruggenhoofd Gent te sturen. Het Bruggenhoofd Gent (in 1940 beter bekend onder zijn Franse naam Tête de Pont Gand – oftewel TPG) wordt gevormd door een bunkerlinie ten zuiden van Gent. De verdedigingslinie bestaat uit 228 betonnen bunkers die in het algemeen een portaal hadden en één tot drie ruimten afgesloten door een gepantserde deur. Vier bunkers hebben nog een verdieping en 35 waren uitgerust met een stalen waarnemingskoepel. De 4Div zal als eerste grote eenheid toekomen in het Bruggenhoofd Gent en moet er de volledige perimeter bezetten in afwachting van de komst van andere eenheden. De verdeling van de ondersectoren die door de regimenten van de 4Div moeten worden bezet is als volgt:

  • 11Li – de ondersector noord van Kwatrecht tot en met Betsberg.
  • 15Li – de ondersector centrum van Moortsele tot voor Munte.
  • 7Li – de ondersector zuid van Muntekouter tot en met Semmerzake.

Het Groot Hoofdkwartier heeft aanvankelijk laten weten dat de 4Div op eigen kracht naar Gent dient te marcheren. In de late namiddag wordt dit marsorder aangepast en wordt er meegedeeld dat de niet gemotoriseerde infanterie van de 4Div met autobussen van de Legerautogroepering (LAuGpg) naar Gent getransporteerd zal worden. De divisie krijgt opstapplaatsen toegewezen langsheen de snelweg Brussel-Antwerpen. De 1ste Compagnie van het IIde Bataljon LAuGpg wordt voor deze opdracht aangeduid en vertrekt om 20u00 vanuit Vinderhoute met een 180-tal autobussen naar Wolvertem. De colonne autobussen vordert snel tot Aalst maar wordt vanaf Merchtem langs veldwegen naar Wolvertem gestuurd en zal zijn bestemming niet meer bereiken voor middernacht. De motorvoertuigen van de divisie zullen in een nachtelijke etappe naar het Bruggenhoofd Gent rijden. De paardenwagens krijgen twee dagen om de verplaatsing te maken. De divisie staat niet langer onder bevel van het III/LK.  Bij aankomst op het Bruggenhoofd Gent zal de divisie overgaan naar het I/LK. Het hoofdkwartier vertrekt naar het Bruggenhoofd Gent om 21u30 maar komt al snel vast te zitten in het militaire verkeer tussen Wolvertem en Merchtem.  De colonne maakt rechtsomkeer en rijdt via de snelweg Brussel-Antwerpen over Dendermonde en Wetteren richting Gent.

Mitrailleurpost van het 2de Peloton van de Cie Mi AA opgesteld bij de kazerne van Tongeren tijdens de mobilisatie (foto Sergeant Clement Put).

Mitrailleurpost van het 2de Peloton van de Cie Mi AA opgesteld bij de kazerne van Tongeren tijdens de mobilisatie (foto Sergeant Clement Put).

Staf/4Div
Het hoofdkwartier bereikt zijn nieuwe standplaats te Sint-Denijs-Westrem om 05u30.  Na een nachtelijke mars komen ook de gemotoriseerde eenheden van de 4Div in de vroege morgen van 16 mei aan in het Bruggenhoofd Gent. De autobussen van de LAuGpg komen pas om 04u00 toe te Wolvertem waarna de inscheping van de troepen kan beginnen. De terugweg loopt via Meise, Asse en Aalst tot Melle waar het voetvolk van de 4Div laat in de ochtend wordt afgezet. Generaal-majoor Van Trooyen is erg bezorgd en stuurt verschillende stafofficieren terug naar het Kanaal van Willebroek om na te gaan waar de verschillende eenheden zich bevinden. De paardenwagens zijn nog onderweg en zullen het bruggenhoofd pas bereiken op 17 mei.  De aangekomen eenheden worden als volg gestationeerd:

  • 7Li: Merelbeke, Schelderode, Melsen
  • 11Li: Melle en Kwatrecht
  • 15Li: Bottelare, Landskouter en Moortsele
  • 4TTr en Esk Cy 4Div: Gontrode
  • Cie C47 en Cie C47/T13: Melle
  • 4Gn: Lemberge
  • GnK: Merelbeke
  • PARa: Brussel (dit peloton zal op 16 mei naar het Bruggenhoofd Gent vertrekken)
  • Transportkorps en Cie Luchtafweermitrailleurs: Moldegem en Evergem
  • Peloton voor Infanteriemunitie: Erpe
  • Hoofdkwartier: Sint-Denijs-Westrem

Uit het situatieverslag van 16 mei blijkt dat de 4Div tijdens de terugtocht van het Albertkanaal naar het Bruggenhoofd Gent heel wat zwaar materieel heeft moeten achterlaten. Zo konden er maar vierentwintig van de achtenveertig C47mm anti-tankkanonnen, twintig zware mitrailleurs en 103 lichtere FM30 gerecupereerd worden. De divisie beschikt niet over voldoende zware bewapening om alle voorziene bunkers te kunnen bezetten.  Daarnaast is een groot aantal zender-ontvangers verloren gegaan en is er een tekort aan veldtelefoonmaterieel.  Generaal-majoor Van Trooyen stuurt het volgende overzicht naar de staf van het I/LK:

  • 7Li: 71 officieren, 2.030 manschappen, 8 mitrailleurs, 27 machinegeweren, 6 anti-tankkanonnen
  • 11Li: 60 officieren, 1.600 manschappen, 4 mitrailleurs, 27 machinegeweren, 3 anti-tankkanonnen
  • 15Li: 80 officieren, 2.100 manschappen, 8 mitrailleurs, 59 machinegeweren, 3 anti-tankkanonnen
  • Compagnie C47: 3 officieren, 100 manschappen, 5 anti-tankkanonnen
  • Compagnie C47/T13: 3 officieren, 90 manschappen, 7 T13 pantserwagens
  • Compagnie Luchtafweermitrailleurs: 5 officieren, 109 manschappen, 16 luchtafweermitrailleurs
  • Eskadron Wielrijders: 3 officieren, 60 manschappen, 4 mitrailleurs, 10 machinegeweren

De divisie maakt nu deel uit van het I/LK en wordt zoals voorzien ontplooid tussen Semmerzake en Kwatrecht.  De tweede grote eenheid van het I/LK is de 16de Infanteriedivisie die nog steeds ontplooid is tussen de bovenloop van de Leie en van de Schelde, ten westen van de 4de Infanteriedivisie.

Kort na de middag worden de regimentscommandanten ontboden op de divisiestaf te Sint-Denijs-Westrem om te vernemen dat hun eenheden op een enkele lijn ontplooid zullen worden tussen Semmerzake en Kwatrecht.  Het 7Li zal de ondersector Semmerzake-Munte (inclusief) bezetten. Het 15Li zal opgesteld worden tussen Munte (exclusief) en Betsbergebos (exclusief). Vanaf Betsbergebos tot Kwatrecht zal het 11Li in stelling gaan.  De baan van Gent naar Brussel te Kwatrecht wordt aangeduid als een kritiek punt, net zoals de baan naar Geraardsbergen in de ondersector van 15Li.  Het 11Li zal dan ook 3 van de 5 C47 anti-tankkanonnen van de Cie C47 in steun krijgen.  De twee overige vuurmonden zijn voor het 15Li.  Ook wordt beloofd dat het IIde Bataljon van het 28ste Linieregiment dat onderweg is van uit Binche zal toegevoegd worden aan het 11Li.  De T13 pantserwagens zullen verdeeld worden onder het tweede echelon.  De sleutels van de toegangsdeuren tot de bunkers van het Bruggenhoofd Gent kunnen afgehaald worden bij de Hulptroepen in de Fabelta fabriek te Gent.

De verkenningen voor de stellingname zullen uitgevoerd worden tijdens de ochtend van 17 mei.

Later op de dag komt onverwachts het bevel van het geallieerd opperbevel (via de Franse Général d’Armée Billotte) om de K.W. Stelling prijs te geven zonder dat die ten volle verdedigd werd [12]. In het zuiden wist het Duitse leger immers een doorbraak te forceren over de Maas in de streek van Sedan en in het noorden heeft Nederland zich overgegeven. Het veldleger zal aan het eind van de dag de K.W. Stelling ontruimen en terugtrekken naar de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde. Het Bruggenhoofd Gent wordt een scharnierpunt in deze nieuwe defensieve lijn en meerdere divisies worden vanaf de K.W. Stelling naar het Bruggenhoofd Gent gestuurd. Deze verplaatsing zal volgens plan twee dagen duren, de eerste eenheden van deze divisies zullen pas in de nacht van 18 op 19 mei in het bruggenhoofd toekomen. De commandant van de 4Div beseft dat zijn gehavende divisie weer in de strijd geworpen zal worden.

Staf/4Div
Na een uitvoerig betoog van Generaal-majoor Van Trooyen bij de bevelhebber van het Iste Legerkorps, Luitenant-generaal Van der Veeken, over de slechte toestand van zijn divisie en het lage moreel van zijn manschappen, beseft Van der Veeken dat een uitgestrekte opstelling van de 4de Infanteriedivisie niet gepast is.  Rekening houdend met het feit dat het veldleger onderweg is naar het Bruggenhoofd Gent, past hij het dispositief van de 4de Infanteriedivisie aan.  Elk van de regimenten moet met zijn sterkste bataljon een bepaalde aanlooproute naar Gent verdedigen, terwijl de rest van de troepen gebruikt zullen worden voor secundaire bewakingsopdrachten.  Bovendien moeten het niet noodzakelijke deel van het wagenpark en de niet inzetbare manschappen overgebracht worden naar de westelijke oever van de Leie om in de zone tussen Ruiselede en Schuiferskapelle te gaan kantonneren.  Dit moet toelaten om de regimenten zoveel mogelijk te laten herconditioneren.

Het 7Li moet zijn sterkste bataljon gebruiken om Munte te verdedigen, en zal ondersteund worden door de II/8A.  Het 15Li moet zich concentreren op de baan naar Geraadsbergen te Betsberg met vuursteun van de III/8A, en het 11Li moet de baan naar Brussel blokkeren te Kwatrecht met steun van de I/8A.  De IV/8A zal het algemeen vuursteunelement vormen.  Elke artilleriegroep zal hervormd worden tot twee batterijen van drie stukken.  De rest van het artillerieregiment wordt eveneens doorgestuurd wordt naar de westelijke oever van de Leie te Poesele.

De divisiestaf verlaat Sint-Denijs-Westrem met de intentie om zich te installeren in Kasteel de Varens op het grondgebied van Melle.  Dit kasteel staat op dat ogenblik leeg en het hoofdkwartier moet dan ook wachten vooraleer de transmissietroepen een telefoonlijn kunnen aanleggen. Er wordt besloten om uit te wijken naar het Kasteel van Zwijnaarde langs de Adolphe della Faillelaan.

Geleidelijk aan nemen de infanterieregimenten van de 4Div hun stellingen in op de perimeter van het Bruggenhoofd Gent en tegen de avond zijn alle troepen ter plaatse. Van de te verdedigen stelling is voor de oorlog een volledig dossier met de opstelling en bezetting opgemaakt. Dit dossier evenals de sleutels van de abri’s zijn evenwel verloren gegaan en de eenheden van de 4Div moeten zelf uitzoeken waar zich de bunkers bevinden. De Cointet en Tetraëder anti-tank hindernissen zijn nooit geplaatst en ook de draadhindernissen zijn op vele plaatsen opgeruimd door de boeren die hun vee naar de weiden moesten brengen. De eenheden van de 4Div die de stelling zullen bemannen richten de bunkers zelf in en brengen ook de verbindingsloopgraven terug in orde.

Ondertussen verzamelt het 7Li zijn niet inzetbare fractie te Zwijnaarde om deze door te sturen naar Ruiselede.  Het 15Li, 11Li en het 4Gn doen hetzelfde te Gontrode.  Het detachement van het 15Li vertrekt eveneens naar Ruiselede, terwijl het 11Li en 4Gn hun manschappen doorsturen naar Schuiferskapelle.

De divisiestaf laat weten dat er niet meer gerekend kan worden op de komst van het II/28Li.  Daarentegen zal tijdens de nacht van 17 op 18 mei het Bataljon Grenswielrijders Limburg aankomen.  Dit bataljon zal zijn compagnies verdelen onder de drie infanterieregimenten.   Tevens wordt de Wielrijdersgroep der 16de Infanteriedivisie verwacht voor de namiddag van 18 mei.  Deze groep zal dan te Lindenhoek nabij Melle opgesteld worden.

Staf/4Div
De 4Div komt nu onder bevel van het VI/LK die de leiding zal nemen van de verdediging van het Bruggenhoofd Gent tussen Semmerzake en Kwatrecht. Het VI/LK zal hiervoor kunnen beschikken over de 2Div, de 4Div, de 5Div en de 1DivChA. Enkel de 4Div is reeds ter plaatse, de andere divisies hebben het Bruggenhoofd Gent nog niet bereikt. De 2Div en de 5Div zijn op terugtocht van de K.W. Stelling naar het TPG en bevinden zich nog tussen de Dender en de perimeter van het bruggenhoofd.  De 1DivChA wordt ingezet langsheen de Dender om de aankomende vijand te vertragen.

Generaal-majoor Van Trooyen verneemt dat hij de Wielrijdersgroep der 16de Infanteriedivisie moet terugsturen naar zijn organieke commando.  De 4Div behoudt wel de steun van het Bataljon Wielrijders Limburg en krijgt ook een Peloton T13 van het 2de Licht Regiment in steun.

In de loop van de avond en nacht zullen de 2Div en 5Div de linies van de 4Div oversteken. De 4Div die nog steeds over de ganse perimeter verspreid staat maakt zich klaar om gedeeltes van het bruggenhoofd over te geven aan de pas toegekomen divisie en vervolgens zijn eigen sector tussen Munte en Betsberg in te richten. Hiertoe zal het 11Li de tweede lijn bemannen, terwijl het 15Li zal plaats maken voor het 7Li dat na aflossing door de 5Div in eerste linie naast het 15Li zal plaatsnemen.  Tot alle troepen op post zijn, wordt de divisie ook verantwoordelijk voor de verdediging van de bruggen over de Schelde te Gentbrugge, Heusden en Melle.  Deze bruggen moeten vervolgens overgegeven worden aan de 16Div.

Te Ruiselede en Schuiferskapelle zijn inmiddels zo’n 700 niet-inzetbare militairen behorende tot de 4de Infanteriedivisie verzameld.  Deze militairen worden in administratief onderhoud geplaatst van de beide Autopelotons voor Infanteriemunitie van het transportkorps.

Initiële opstelling voor de verdediging van de lijn Terneuzen-Gent-Oudenaarde.

Staf/4Div
Het VIde Legerkorps is nu ontplooid op het Bruggenhoofd Gent tussen Kwatrecht en Semmerzake.

  • De 2Div neemt met het 5e Linie posities in tussen de Schelde te Kwatrecht en Gijzenzele. Vanaf Gijzenzele tot Betsberg neemt de 6e Linie over. Het 28e Linie wordt in reserve opgesteld achter het 5e en 6e Linie.
  • De 4Div neemt stelling tussen Betsberg exclusief en Munte. Het 15e Linie zal zich opstellen ten zuiden van de Betsberg en zal een gedeelte van de bunkers in Moortsele bezetten. Het 7e Linie bezet dan de westkant van Moortsele tot Munte. Het 11e Linie blijft als reserve achter de stelling van het 15e en 7e Linie maar zal wel pelotons leveren voor het bezetten van de drie grote wachten te Scheldewindeke en Oosterzele. De 4Div hergroepeert zich tussen Betsberg en Munte, rust uit en werkt aan het verstevigen van zijn stellingen in het Bruggenhoofd Gent.
  • De 5Div, bestaande uit het 4e, 1e en 2e Regiment Jagers te Voet, nemen om en rond de bunkers van Munte tot Semmerzake hun stellingen in.
  • De 1Div ChA wordt met drie regimenten in lijn opgesteld ten westen van de Schelde. Er komt bij de lokale bevolking een algemene uittocht omdat wordt rondverteld dat er zich zware gevechten zullen voordoen bij de verdediging van de Schelde.

Generaal-majoor Van Trooyen vermeld in zijn velddagboek dat de Sector Oost tussen Betsberg en Kwatrecht om 09u30 volledig overgegeven is aan de 2Div.  De overgave van Sector Oost tussen Munte en Semmerzake volgt om 14u00 door de vertraging van de 5Div.

Voor de stelling van de 4Div worden drie voorposten (oftewel grote wachten – grand gardes) uitgezet telkens bemand door een peloton van het 11Li. Bij elke voorpost is er telkens versterking van een T13 tankjager van de Cie C47/T13 4Div. De opdracht van de voorposten bestaat erin vijandelijke voorhoedes voor de stelling te melden en verkenningen af te weren. In afwachting van de aankomst van de pelotons van het 11Li worden de drie voorposten bemand door een sectie van het Peloton Verkenners van het 15Li.

De 4Div ontvangt eveneens versterking van een peloton van de Compagnie C47 van de 8Div.  Dit peloton wordt naar Merelbeke gestuurd om zich aan te sluiten bij het 11Li. De divisiestaf wordt om 15u45 op de hoogte gebracht van de toestand bij de 1DivChA.  Deze divisie heeft zich zoals voorzien rond het middaguur teruggetrokken van de Dender en stelling genomen langsheen de Molenbeek tussen Erpe-Mere en de Schelde.  De divisie wordt in de loop van de avond binnen de eigen linies verwacht.

In de late namiddag komt een erg boze nota aan van het Groot Hoofdkwartier, gericht aan Generaal-majoor Van Trooyen en de drie bevelhebbers van de infanterieregimenten.  De legerleiding is bijzonder misnoegd over het grote gebrek aan FM30 machinegeweren bij de divisie en drukt zijn misprijzen uit over het gebrek aan tucht dat tot het verlies van de bewapening heeft geleid.

Staf/4Div
Op 20 mei vallen de Duitsers vanaf 09u00 het Bruggenhoofd Gent aan. Terwijl de vijand de in het noordoosten gelegen 2de Infanteriedivisie aanvalt en er te Kwatrecht hevig wordt gevochten, stellen de Duitsers zich tegenover de 4de Infanteriedivisie tevreden een meer beperkte actie. 

Even voor 09u00 worden voorposten van Scheldewindeke en Oosterzele bedreigd door vijandelijke verkenners.  De beide pelotons van 11Li trekken zich terug, maar goed anderhalf uur later kan het Peloton Verkenners van 15Li de beide steunpunten opnieuw bezetten.  Verder volgt een aantal artilleriebeschietingen. De commandopost van de divisie valt daarbij eveneens onder vuur. De Belgische artillerie riposteert en neemt Balegem en Scheldewindeke onder vuur.

De voorposten worden om 17u00 opnieuw aangevallen.  Deze keer verliest het Peloton Verkenners van het 15Li te Scheldewindeke een twintigtal krijgsgevangenen en een T13 tankjager.

De voorposten worden definitief opgegeven en de divisiestaf laat een aantal mijnenvelden aanleggen voor het eerste echelon van de frontlinie.

Staf/4Div
In de sector van de 4Div wordt die dag slechts sporadisch contact gemaakt met de vijand. Bij de 2Div werd wat terrein prijsgeven en staan de beide regimenten in eerste lijn, 5Li en 6Li, onder druk.  Gezien het uitblijven van een aanval op de 4Div beslist het VI/LK om het 11Li opgesteld in tweede lijn van de 4Div in versterking te sturen van de 2Div. Het I/11Li en II/11Li worden aangeduid om een tegenaanval in de Duitse flank uit te voeren richting Kwatrecht. Uiteindelijk zal enkel het I/11Li kunnen ingezet worden.

Tevens besluit de divisiestaf tot de ontplooiing van het Wielrijderseskadron nabij de Lindenhoek om bij een mogelijke Duitse doorbraak uit de richting van Kwatrecht en Melle de opmarsroute naar de brug van Zwijnaarde te kunnen blokkeren.  Dit bevel wordt om 06u20 opgemaakt.

Generaal-majoor Van Trooyen verspreid een nota onder zijn bevelhebbers waarin gewaarschuwd wordt voor het verspreiden van defaitistische geruchten door bepaalde groepjes militairen.  De generaal drukt er op dat een ieder die zulke geruchten verspreidt, dient gearresteerd te worden door de provoostdienst en voor de krijgsraad te velde zal gebracht worden.

Staf/4Div
Na de Duitse doorstoot tot Abbeville aan de Atlantische kust zijn de geallieerde legers in Noord-Frankrijk en Vlaanderen geheel omsingeld. Het geallieerde oppercommando heeft op 21 mei tijdens de Conferentie van Ieper besloten om de Schelde-linie op te geven. Hierop bepaalt de Belgische legerleiding tijdens de ochtend van 22 mei dat onze strijdkrachten niet zoals afgesproken zullen terugtrekken naar de IJzer, maar stand zullen houden langsheen de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie. Het Groot Hoofdkwartier laat deze terugtocht in twee fases uitvoeren en bepaalt dat de troepen opgesteld tussen het Bruggenhoofd Gent en Oudenaarde zich tijdens de nacht van 22 op 23 mei moet terugtrekken naar de Leie. In deze eerste fase zullen tevens een aantal troepen teruggetrokken worden uit het Bruggenhoofd Gent, de stad Gent en het Kanaal Gent-Terneuzen. Deze zones zullen dan definitief ontruimd worden tijdens de nacht van 23 op 24 mei. Om de Britten toe te laten meer troepen vrij te maken voor de geplande tegenaanval rond Arras, geeft onze legerleiding zijn akkoord om de 44th Infantry Division aan de Schelde af te lossen en de Belgische linies aan de Leie tot aan de rand van Menen te verlengen. De aflossing aan de Schelde wordt afgelast door de snelle ontwikkeling van de Duitse opmars.

In de eerste fase, tijdens de nacht van 22 op 23 mei zullen de 16de en de 18de Infanteriedivisie herontplooien om de stad Gent te verdedigen. De 1ste Infanteriedivisie zal de stad verlaten en naar de streek van Kortrijk verhuizen. De 2de en de 4de Infanteriedivisie zullen het bruggenhoofd Gent verlaten, terwijl ten zuiden van de stad de 1ste Divisie Ardeense Jagers en de 5de Infanteriedivisie nog achter de Schelde opgesteld blijven teneinde de terugtocht van de 2Div en de 4Div te ondersteunen. In de tweede fase, tijdens de nacht van 23 op 24 mei zullen zij zich vervolgens achter de Leie terugplooien.

Er vinden nog steeds beperkte vuurgevechten plaats in de sector van de 4de Infanteriedivisie, maar tot een echte aanval van de Duitsers komt het niet.  De divisie ontvangt zijn marsorders voor de verplaatsing naar het westen.  De divisie moet zich terugtrekken naar het Afleidingskanaal van de Leie onder dekking van de 1DivChA en de 5Div, en moet vervolgens tijdens de ochtend van 23 mei langsheen dit kanaal opnieuw in stelling gaan:

Er worden drie routes voor de terugtocht vrijgegeven:

  • Route 1 loopt via Schelderode, Melsen, Semmerzake tot Eke en vervolgens via de Bosstraat en de Klapstraat naar Deurle.  Via Sint-Martens-Leerne, Vosselare en Nevele leidt de route dan naar Kruiswege.  Op deze route moet het 8A (minus twee batterijen van de achterhoede) vertrekken om 21u30, gevolgd door de motorvoetuigen van het 7Li (01u00), 15Li (01u20) en 11Li (01u40).
  • Route 2 gaat van Botterlare naar het gehucht Boterhoek, Melsen, de geniebrug over de Schelde tussen Melsen en Schelderode, Landuit, De Pinte en Deurle tot Nevele.  De Groenstraat te Bottelare vormt om 22u00 het vertrekpunt voor het 7Li.
  • Route 3 loopt van Bottelare naar Steenberge, Schelderode, de geniebrug over de Schelde te Hondelee en het dorp Zevergem om vervolgens op route 2 aan te sluiten.  Van op de baan van Gent naar Hundergem zal het 11Li vertrekken om 22u30, het 15Li en het 4Gn om 22u30, de twee batterijen van 8A van de achterhoede om 02u00 en de rest van de achterhoede om 03u40.

De levensmiddelenechelons zullen als eerste terugtrekken via Hutsepot, De Pinte en Deurle en moeten om 21u00 te Hutsepot passeren.  De eindpunten van de mars worden als volgt bepaald:

  • Wielrijderseskadron en het 7Li: Nevele
  • IV/8A en 15Li: Meigem
  • III/8A en 11Li: Zeveren
  • Divisiestaf, staf 8A en 4TTr: Vinkt
  • I/8A, 4Gn, Geneeskundig Korps: Lotenhulle
  • Afgezonderde militairen 7Li en 15Li, bagageechelons 7Li en 15Li, Compagnie Luchtafweermitrailleurs, 1PAMI: Ruiselede
  • Staf Transportkorps. PAMat, PMI, paardenwagens Geneeskundig Korps, bagage-echelon divisiestaf: Kanegem
  • Afgezonderde militairen 11Li, bagageechelon 11Li, 2PAMI: Schuifferskapelle

De divisie bepaalt ook de initiële orders voor de bezetting van de nieuwe sector toegewezen aan de 4Div:

  • De sector loopt van Nevele in het noorden (inclusief) tot Deinze in het zuiden (exclusief).
  • Van noord naar zuid moeten het 7Li, 15Li en 11Li opgesteld worden met twee bataljons op het eerste echelon en een bataljon op het derde echelon.  Het 7Li zal ondersteund worden door de I/8A, het 15Li door de II/8A en het 11Li door de III/8A.  De IV/8A zal het algemeen vuursteunlement van de divisie vormen.
  • Nevele en Meigem vormen de zwakke punten in de sector, door de aanwezige bebouwing en de bruggen over het Afleidingskanaal.
  • De stellingname moet starten vanaf 11u00 op 23 mei.
  • Het divisiehoofdkwartier zal te Vinkt opgesteld worden.

Duits vluchtschrift afgeworpen boven de sector van de 4de Infanteriedivisie op 23 mei.

Duits vlugschrift afgeworpen boven de sector van de 4de Infanteriedivisie op 23 mei.

Staf/4Div
De aftocht uit het Bruggenhoofd Gent tijdens de nacht van 22 op 23 is zonder noemenswaardige incidenten verlopen en de divisie komt tijdens de vroege voormiddag aan in zijn nieuwe sector.  De regimenten starten onmiddellijk met het opstellen van hun eenheden op de aangeduide posities.

In de loop van de namiddag verspreidt de divisiestaf de orders voor de komende nacht en voor 24 mei.  De vijand zou de in de vroege voormiddag Zwijnaarde ingenomen hebben en zou inmiddels reeds de Schelde zijn overgestoken.  De eenheden moeten de vijand verwachten van bij het eerste daglicht op 24 mei.

Generaal-majoor Van Trooyen maakt zich zorgen over het terrein waarop het gevecht zal plaatsvinden.  De oostelijke oever van het Afleidingskanaal van de Leie ligt hoger dan de oever bezet door de Belgen, wat maakt dat er een dode hoek van zo’n 200 tot 400m is waarin de vijand ongezien kan naderen.  De waterstand op het kanaal is bijzonder laag en zo kan het wateroppervlak bij een vijandelijke stormaanval niet onder vuur genomen worden zonder de eigen dekking op te geven.  Er zijn ook geen loopbruggen beschikbaar en het regiment kan dan ook geen voorposten uitzetten op de vijandelijke oever.  Op de westelijke oever zorgt de dichte bebouwing en de hoge gewassen er voor dat het uitzicht over het voorterrein slecht is.

De generaal bepaalt dan ook dat bij de compagnies in de voorste linies de klassieke opstelling met twee pelotons vooraan en een peloton in steun omgekeerd dient te worden tot een peloton vooraan en twee pelotons in steun.  Hiermee moet op de bevriende oever een zone gecreëerd worden om een vijandelijke aanval op te vangen en te counteren met een zo dicht mogelijk tegenvuur.

De divisiestaf wordt op de vingers getikt omdat het hoofdkwartier te dicht achter de linies opgesteld staat.  De staf verlaat het dorp Vinkt en stelt zich op in de stokerij de Kanegem.

Staf/4Div
De 4de Infanteriedivisie is ontplooid in zijn sector tussen Nevele in het noorden (inclusief) en Deinze in het zuiden (exclusief).  De divisie heeft een problematische veldtocht achter de rug.  Er zijn nog slechts 5.300 infanteristen in plaats van de normale 11.000 en de zware bewapening is herleid tot een overschotje. Er is nog maar een derde van de lichte mitrailleurs en C47 anti-tankkanonnen. Zware mitrailleurs zijn er bijna niet meer, en alle mortieren zijn verloren gegaan.

Kort na middernacht tijdens de nacht van 23 op 24 mei wordt de divisie op de hoogte gebracht van de succesvolle inname van Gent daags voordien.  De 16Div moet hierdoor sneller dan verwacht terugtrekken achter het Afleidingskanaal en kan nog tijdens de tweede helft van de nacht aankomen om eveneens gebruik te maken van de brug van Nevele.  Ook de 5Div zal zich terugtrekken om ten noorden van de 4Div in stelling te gaan.  Generaal-majoor Van Trooyen vraagt aan de infanterieregimenten om elk een voorpost op de oostelijke oever te plaatsen om de vijand bij een snelle aankomst toch nog enige tijd te kunnen afremmen.  Bij het 7Li zal die voorpost bestaan uit een versterkt fuselierspeloton en een T13 tegenover de brug van Nevele.

Omstreeks 17u00 stuurt het 7Li een patrouille naar de oostelijke oever die bestaat uit een onderofficier, drie manschappen en twee telefonisten-seingevers, met als opdracht het dorp Vosselare en de Damstraat te verkennen.

Van Trooyen geeft het bevel tot het opblazen van de brug van Nevele om 20u30. Even na 21u00 wordt het 4Gn verwittigd dat deze brug niet volledig vernield is.  Het bataljon moet een ploeg uitsturen die geleid zal worden door Majoor Remy en nog twee pogingen nodig zal hebben om het kunstwerk volledig in het water te laten vallen.

De drie infanterieregimenten krijgen de opdracht om uit hun ongewapende manschappen die te Egem ondergebracht werden drie compagnies werkkrachten van elk ongeveer 200 man samen te stellen.  Deze eenheden dienen op 25 mei in de voorste linies veldwerken uit te voeren.  Deze opdracht zal door de vijandelijke aanval van de volgende ochtend nooit uitgevoerd worden.

Doorbraak bij het 15Li en overvleugeling van II/11Li en III/11Li op 25 mei.

Staf/4Div
Op verschillende locaties langsheen het front van de Leie en het Afleidingskanaal van de Leie ondernemen de Duitsers diverse pogingen om over het water te geraken.  Bij de 4de Infanteriedivisie wordt een succesvolle aanvalsactie uitgevoerd die zal leiden tot massale overgaves bij de Belgische troepen.

In de ondersector van het 15Li slaagt het Duitse 192ste infanterieregiment er in het kanaal even ten zuiden van Meigem over te steken. De Duitsers ondervinden bijna geen tegenstand. Het 15Li valt uit elkaar en geeft zich zo goed als volledig over. De vijand vormt zeer snel een bruggenhoofd en zwenkt dan noordwaarts naar het 7Li en zuidwaarts naar het 11Li. Het I/7Li en II/7Li worden onmiddellijk overrompeld, maar de 10de en 11de compagnie slagen er in de Duitse infanterie tijdelijk tegen te houden. Het III/11Li wordt eveneens omsingeld en het II/11Li geeft zich spontaan over. Het I/11Li tracht nog een tegenaanval uit te voeren, maar houdt halt wanneer de manschappen merken dat de Duitsers Belgische krijgsgevangenen gebruiken als levend schild. Om 10u30 zijn de Duitsers nog amper één kilometer van Vinkt verwij­derd.

Ten gevolge van de massale overgaves verliezen 7Li, 11Li, 15Li en 8A op 25 mei samen zo’n 5.000 krijgsgevangenen. De 4de Infanteriedivisie is niet meer strijdvaardig.  Aan het eind van de dag hebben de Duitsers een gat geslagen in de Belgische linies met een diepte van 6 Km en een breedte van 4 Km.

Staf/4Div
Het HK van de 4Div verlaat Kanegem in de loop van de namiddag en verplaatst zich naar Ruiselede. Te Ruiselede wordt het HK gesplitst, een beperkt Achterwaarts HK onder leiding van Generaal-majoor Brabant verplaatst zich naar het gehucht Grietjensgalge waar ze onder bevel van de 1ste Divisie Ardeense Jagers komen te staan tot het eind van de veldtocht. De rest blijft in Ruiselede, klaar om de volgende ochtend verder westwaarts te trekken.

Staf/4Div
Tijdens de ochtend van 27 mei verhuist de divisiestaf van Ruiselede naar Waardamme.  Hier wordt een poging ondernomen om orde te scheppen in de divisie en zoveel mogelijk restanten weer samen te brengen:

  • Van het 7Li dienen alle afgezonderde militairen samengebracht te worden te Wingene, terwijl de nog strijdvaardige elementen aangehecht worden bij de 1ste Divisie Ardeense Jagers.
  • De afgezonderde militairen van het 11Li en het 15Li zullen ingekwartierd worden te Peerstal even ten noorden van Wingene, samen met de restanten van de Compagnie C47 en de Compagnie C47/T13.
  • De restanten van het 8A, een peloton luchtafweermitrailleurs en de divisiestaf zullen te Waardamme verblijven.
  • De rest van de Compagnie Luchtafweermitrailleurs wordt te Hertsberge samengebracht, samen met het transportkorps.  De logistieke eenheid zal ten dienste staan van de 1ste Divisie Ardeense Jagers.
  • Het 4Gn gaat over naar de 1ste Divisie Ardeense Jagers.
  • De Compagnie Intendance wordt te Oostkamp gehergroepeerd.
  • Het Autopeloton voor Ravitaillering zal te Sint-Andries verblijven.

De divisie wordt doorgestuurd naar Oostende en de staf zal hier in de loop van de avond aankomen.  Het hoofdkwartier is vanaf 23u00 operationeel te Stene.

Staf/4Div
De divisiestaf verneemt het nieuws van de overgave te Stene.  De overwinnaar wil alle Belgische eenheden zo snel mogelijk weg uit de kustzone om de verdere operaties tegen de Britse en Franse legers niet te belemmeren.  Rond het middaguur beveelt de divisie aan zijn eenheden om alle wapens en munitie ter plekke achter te laten in geïmproviseerde depots in het gemeentehuis en de school van Stene en vervolgens terug te keren naar de kantonnementen van 27 mei.  Al de paardenwagens moeten ter plekke ondergebracht worden.  De divisiestaf zal terugkeren naar Waardamme.  Deze verplaatsingen zullen starten op 29 mei.

Na de capitulatie

Staf/4Div
In een poging om enige orde te scheppen, laat de divisiestaf zijn provoostdienst patrouilleren in het kantonnementsgebied en een triagestation in voor verdwaalde militairen inrichten op het kruispunt van Kortrijkstraat en Proosdijstraat te Oostkamp.  Van hier uit zullen de verzamelde militairen dagelijks opgehaald worden door hun eenheden. Generaal-majoor Van Trooyen vraagt aan de bevelhebber van het VIde Legerkorps om zijn Commandant Infanterie, Generaal-majoor Brabant, terug te laten komen van zijn opdracht bij de 1ste Divisie Ardeense Jagers.  Van Trooyen argumenteert dat hij zijn adjunct dringend nodig heeft om zijn divisie te helpen reorganiseren. De laatste reserveofficieren van de divisiestaf zullen in ons land gedemobiliseerd worden op 9 juni 1940.  De actieve officieren zullen vervolgens naar Duitsland afgeleid worden.

Bibliografie en Bronnen

  1. “België in de Tweede Wereldoorlog”, Deel 10, p 24. Vermelding van de ongeregeldheden bij het 15Li op 19 januari 1940 die zouden zijn opgezet door gemobiliseerde leden van het VNV en communisten uit Mechelen en Antwerpen. Achtergrondinformatie [On Line Beschikbaar]: https://www.dbnl.org/tekst/vos_066belg01_01/vos_066belg01_01_0004.php  [Laatst geraadpleegd 02 november 2023]. In het dossier van de 4Div bevindt zich eveneens een getypt verslag opgesteld in het Frans naar aanleiding van een naoorlogs interview met Kolonel Tanghe, sectiechef van het 2de Bureau (inlichtingen) van de 4Div. Tijdens het interview beschrijft Kolonel Tanghe de verschillende ongeregeldheden die zich hebben voorgedaan in de 4Div tijdens de mobilisatie en de achttiendaagse veldtocht zelf. Kolonel Tanghe nuanceert de feiten en maakt gewag van opschriften “Wij willen niet naar Luik” op de muren van kantonnementen, de bijzin ” om Wallonië te verdedigen” heeft hij alvast nergens opgemerkt. Hij maakt geen gewag van de bewuste pamfletten maar vertelt weet te hebben van een bezoek van Staf De Clerq aan de kantonnementen van het 15Li.
  2. Verder onderzoek moet uitwijzen of de protesten in Beverlo op 19 januari 1940 ertoe geleid hebben dat de 4Div niet terug onder bevel geplaatst werd van het III/LK waartoe de divisie in vredestijd behoorde. De periode van twee weken tijdens dewelke de divisie onder rechtstreeks bevel van het Groot Hoofdkwartier werd geplaatst, na het tumult in Beverlo, liet enerzijds toe de gemoederen te laten bedaren en anderzijds kon de rebellie van dichtbij gevolgd worden door het GHK.
  3. Beschrijving van het bruggenhoofd aan sluis Nr 1 te Genk [On Line Beschikbaar]: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/306827 [Laatst geraadpleegd 28 november 2023].
  4. Het Bn CyF Lim en de GpCy 17Div staan beiden onder bevel van het I/LK. Deze twee eenheden staan opgesteld achter het Verbindingskanaal Briegden-Neerharen en verder naar het noorden langs de Zuid-Willemsvaart tot Vucht ten zuiden van Maasmechelen. Zij bezetten de Vooruitgeschoven Stelling in de zone van het I/LK. Vanaf Briegden valt de Vooruitgeschoven Stelling samen met de Dekkingsstelling achter het Albertkanaal en dit tot Lixhe.
  5. Op 10 mei om 02u45 beveelt de legerleiding aan de legerkorpsen om alle binnenschepen te evacueren van het ganse Verbindingskanaal Maas-Schelde tussen Briegden en Schoten en van het Albertkanaal tussen Luik en Genk. Dit wordt door de staf van het I/LK in een instructie gegoten die pas om 07u00 toekomt bij de divisies, allicht omdat de gebeurtenissen bij de 7Div alle aandacht opslorpten. Wanneer de instructie om alle schepen naar Luik te evacueren uiteindelijk klaar is blijkt ze niet meer relevant te zijn omdat de brug van Kanne de doorgang naar Luik verspert. Allicht zou het een vreemd effect gegeven hebben indien de binnenschepen onder de bruggen van Veldwezelt en Vroenhoven zouden doorvaren die op dat ogenblik in Duitse handen waren. Dit illustreert hoeveel tijd er verloopt in het doorgeven van orders naar de laagste echelons en hoe groot de verwarring was in de zone van het I/LK.
  6. Handgeschreven order nr 21/4 van 10 mei 1940 dat om 12u30 naar de CP van 7Li gestuurd werd met de opdracht een officiersverkenning naar de CP van de GpCy 17Div te Neerharen te sturen. Het order bevindt zich in het dossier van de 4Div bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV), Ministerie van Defensie.
  7. Het inlichtingenrapport beschrijft de toestand bij de 7Div zoals die was om 15u00. Het rapport schetst niet echt een dramatische toestand. In het velddagboek van de 4Div wordt het volgende genoteerd door Cdt BEM Cohen persoonlijk: ” n’a pu toucher que deux compagnies du bataillon du 11Li en renfort, pas encore de renseignements sur contre-attaques de Veldwezelt et Vroenhoven, les parachutistes qui étaient descendus sur le fort Eben-Emael peuvent être considérés commes nettoyés. Les pont de Veldwezelt et Vroenhoven n’ont pas encore sauté, pour Briegden et Gellik les ordres sont données. Pas de contact avec des éléments terrestres ennemis, seuls des parachutistes ont traversé le canal.”  Op het ogenblik dat de 4Div dit inlichtingenrapport ontvangst zag de situatie bij de 7Div er al een stuk hopelozer uit. Niet gealarmeerd door de ernst van de toestand zal de 4Div zich blijven focussen op het gevecht achter het Albertkanaal zonder zich al te veel zorgen te maken over zijn rechterflank.
  8. Het gaat hier om het peloton van de Franse Sous-Lieutenant Erny behorende tot het verkenningseskadron (oftewel Détachement de Découverte – DD) van Capitaine Renoult van het Franse 12ème Régiment de Cuirassiers. Verder onderzoek zal moeten uitwijzen of SLt Erny gestopt is bij het HK van de 4Div om uitleg te geven bij zijn opdracht of dat het peloton alleen maar opgemerkt werd tijdens zijn doortocht in Hoeselt (TBC). Het 12(FRA)RC waartoe het peloton behoorde was belast met een dekkingsopdracht tijdens de inplaatstelling van het 1(FRA)Leger. Volgens de geallieerde planning zal het 1(FRA)Leger stelling nemen tussen Waver en Namen. De aankomst van de Franse pantserwagens te Hoeselt op 10 mei werd door de 7Div verkeerdelijk geïnterpreteerd als de voorhoede van het 1(FRA)Leger. Het is in principe nooit de bedoeling geweest dat het 1(FRA)Leger verder zou oprukken dan de lijn Wavre – Namen in het verlengde van de K.W. Stelling, hoewel dit op meerdere plaatsen wel is gebeurd. [On Line beschikbaar]: https://www.chars-francais.net/2015/index.php/journaux-de-marche/liste-des-journaux?task=view&id=586 [Laatst geraadpleegd 10 juni 2023]. Het peloton bestond uit enkele pantserwagens (oftewel Auto-Mitrailleuses de Découverte – AMD) Panhard en enkele moto’s met zijspan van het type Gnome-Rhône. Het spoor van het 12(FRA)RC door België werd gereconstrueerd door A. Bikar in zijn naslagwerk “Les détachements de découverte du 12e cuirassiers français de la 3e Division Légère Mécanique en Belgique, les 10, 11 et 12 mai 1940”. In een naslagwerk bundelde hij vermeldingen van de aanwezigheid van de Franse verkenningsdetachementen in de verschillende documenten van Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid, Ministerie van Defensie. Vermoedelijke reisweg afgelegd door het Peloton Erny op 10 mei: Péruwelz (10u00), Wavre (van 12u00 tot 15u00), Chaumont-Gistoux, Incourt, Jodoigne, Opheylissem Landen, Brustem, Borgloon Sint-Huibrechts-Hern (18u45), Hoeselt (19u00), Bilzen (19u30), de brug van Zutendaal te Munsterbilzen en vervolgens Eik waar de nacht van 10 op 11 mei wordt doorgebracht.
  9. Een dwarsstelling wordt normaal opgericht wanneer de vijand de linies doorbreekt en dient om de eenheden in lijn die niet opgesteld staan daar waar de doorbraak gebeurde de tijd geven om het contact af te breken.
  10. De 7Div kreeg voor de uitvoering van de tegenaanvallen naar de bruggen van Veldwezelt en Vroenhoven het Bataljon Grenswielrijders Limburg (Bn CyF Lim) toegewezen. Het Bn CyF Lim beschikt nog over vier van zijn zes compagnies grenswielrijders. De 7Div kon die eenheden op 10 mei niet meer inzetten omdat ze zich ‘s morgens nog achter de Zuid-Willemsvaart bevonden en pas om na 16u00 in de divisiesector toegekomen zijn (nadat de tegenaanval al werd afgelast). De divisie beslist in de vroege ochtend van  11 mei  om het Bn CyF Lim (-) in te zetten op de dwarsstelling tussen Kleine-Spouwen (inclusief) en Rijkhoven. De grenswielrijders, die zich als divisiereserve in een verzamelzone te Genoelselderen bevonden, krijgen op 11 mei om 03u50 het bevel stelling te nemen  en komen al om 04u30 in Kleine-Spouwen en Rijkhoven aan. Zij bezetten de dwarsstelling en wachten op de komst van de eenheden van de 4Div die hun stellingen moeten verlengen richting Mopertingen en Eigenbilzen.  Om 09u00 maken zij al contact met de vijand en om 11u00 krijgen ze bevel om zich terug te trekken. Nog voor het 11Li op zijn nieuwe posities toekomt tussen Bilzen en Hoeselt (en niet tussen Eigenbilzen en Kleine-Spouwen maar enkele kilometers meer naar het westen) zijn de eenheden die door de 7Div naar de dwarsstelling werden gestuurd al overrompeld door de vijand.
  11. Het terugtrekkingsorder dat op 11 mei om 17u00 door het Voorwaarts HK 4Div te Kozen wordt opgesteld is niet gebaseerd op enige kennis betreffende de voorste posities van de vijand. De Marsroute Zuid ligt volledig in gebied dat door de vijand gecontroleerd wordt. Een exemplaar van het order bevindt zich in het dossier van 4Div in het CHD te Evere.
  12. Générale d’Armée Gaston Billotte was de bevelhebber van de 1ste Franse Legergroep die vanaf 12 mei de oorlog in België leidde. Het betreft de coördinatie van de operaties van het 1ste Franse Leger, het 7de Franse Leger, de British Expeditionary Force (BEF) en het Belgische Leger. Op 16 mei werd duidelijk dat deze Legergroep dreigde omsingeld te worden na de Duitse opmars van Sedan richting Franse kust. Achtergrondinformatie bij Generaal Billotte [On Line beschikbaar]: https://en.wikipedia.org/wiki/Gaston_Billotte [Laatst geraadpleegd 13 maart 2023].
  13. Slagorde officieren van de Staf/4Div, Cie C47 Tr/4Div, Cie C47 op T13/4Div, Cie Int/4Div en Cie Mi AA/4Div bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV), Ministerie van Defensie.
  14. Slagorde officieren van het Transportkorps van de 4Div bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV), Ministerie van Defensie.
  15. Slagorde officieren van het Geneeskundig Korps van de 4Div bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV), Ministerie van Defensie.
  16. Gedetailleerd getypt verslag opgesteld in het Frans op 19 december 1945 door Lt Warnon, officier van het actief kader en Adjudant-majoor van het TptK/4Div. Het verslag bevindt zich in het dossier van de 4Div bij de Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
  17. Summier handgeschreven verslag opgesteld in het Frans door Lt Res Jean Guillaume ‘Guy’ Poswick, groeperingscommandant bij het TptK/4Div. Het verslag bevindt zich in het dossier van de 4Div bij de Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
  18. Zeer gedetailleerd, handgeschreven verslag opgesteld in het Frans op 28 oktober 1945 door Cdt Reynders, compagniecommandant van de Cie Mi AA. Het verslag bevindt zich in het dossier van de 4Div bij de Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
  19. Handgeschreven verslag opgesteld in het Nederlands door Lt Res Vandeweert, pelotonscommandant van het 1ste Peloton van de Cie Mi AA/4Div betreffende de gebeurtenissen bij zijn peloton vanaf 28 mei 1940. Het verslag bevindt zich in het dossier van de 4Div bij de Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
  20. Handgeschreven verslag opgesteld in het Frans door OLt Raymond Collin, pelotonsadjunct van het PMI/TptK. Het verslag bevindt zich in het dossier van de 4Div bij de Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
  21. Geneesheer Kapitein SBH W. Broekaert, 1963, De Gezondheidsdienst tijdens de veldtocht der achttien dagen., Acta Belgica de Arte Medicinale et Pharmaceuticae Militari, pp 468-535.
  22. Dossier Staf/4Div bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid, Ministerie van Defensie. In tegenstelling tot andere dossiers van grote eenheden, wiens documenten aan het einde van de veldtocht vernietigd werden, steken in het dossier van de Staf/4Div opvallend veel documenten die zijn opgesteld tijdens de veldtocht. Het betreft allerlei operatieorders opgesteld door de Staf en ondertekend door de divisiecommandant of de stafchef. In het dossier bevinden zich ook enkele velddagboeken bijgehouden door verschillende stafofficieren. Wat de orders betreft kan men gerust stellen dat de operaties niet verlopen zijn zoals gepland in de orders, ten hoogste de begintoestand komt overeen. De velddagboeken daarentegen geven een inkijk in de communicatie tussen de verschillende echelons en wat men toen uit de communicatie afgeleid heeft. Ook hier verliep de werkelijkheid soms anders dan datgene dat gerapporteerd werd. Samen met de naoorlogse verklaringen van officieren over hun wedervaren tijdens de veldtocht kan toch een redelijk goed beeld gevormd worden van wat er zich bij de 4Div  heeft afgespeeld.
  23. Handgeschreven velddagboek bijgehouden door Cdt BEM Nannan betreffende gebeurtenissen die plaatsvonden tijdens de periode van 10 mei tot 11 mei 05u40. 
  24. Handgeschreven velddagboek bijgehouden door Cdt BEM Nannan betreffende gebeurtenissen die plaatsvonden tijdens de periode van 11 mei 05u40 tot 17 mei 10u00.

Tijdens de mobilisatie

Licht pantservoertuig uitgerust met C47mm kanon waarvan er twaalf ingezet werden door de Cie C47mm op T13/4Div

Licht pantservoertuig T13 uitgerust met C47mm anti-tankkanon waarvan er twaalf ingezet werden door de Cie C47mm op T13/4Div

Cie C47 op T13/4Div
De Compagnie C47mm op T13 van de 4de Infanteriedivisie (Cie C47 op T13/4Div) wordt op 30 augustus 39 gemobiliseerd te Kuringen nabij Hasselt en verblijft te Hasselt tot de compagnie op 22 september 39 tijdelijk ontbonden wordt. Op 20 december 1939 wordt de Cie C47 op T13/4Div terug opgericht in de nieuw gebouwde kazerne te Tongeren (de latere Ambiorixkazerne). Het verblijf in de in aanbouw zijnde kazerne was verre van aangenaam; er was geen sanitair, geen aansluiting op de waterleiding en men kon er niet beschikken over elektriciteit. Begin januari begeeft de compagnie zich naar het Kamp van Beverlo om er deel te nemen aan divisiemanoeuvres. Vervolgens kantonneert de compagnie te Waanrode en Lubbeek om eind januari opnieuw aan een kampperiode in Beverlo deel te nemen. Na het beëindigen van de manoeuvres in Beverlo vertrekt de compagnie eind februari samen met de rest van de 4Div naar de sector Eigenbilzen – Diepenbeek om te Kortessem kantonnementen in te nemen. Uiteindelijk wordt de compagnie op 19 april 40 doorgestuurd naar Jesseren waar de compagnie zich nog bevindt aan de vooravond van de oorlog. De compagnie, bevolen door Luitenant Engelen, beschikt over twaalf T13 lichte pantservoertuigen die uitgerust zijn met een C47mm anti-tankkanon. De twaalf C47 op T13 zijn verdeeld over drie pelotons respectievelijk bevolen door de reserve onderluitenanten Marcel Balthazar (1Pl), Edmond Stiers (2Pl) en José Vincent (3Pl). 

Cie C47 Tr/4Div
De Compagnie Getrokken C47mm van de 4Div (Cie C47 Tr/4Div) wordt op 1 september 1939 eveneens in Kuringen gemobiliseerd. Onmiddellijk na zijn mobilisatie, wordt de compagnie doorgestuurd naar Kleine Spouwen om vervolgens in Mopertingen aan te komen op 8 september 39. Hier verblijft de compagnie tot begin januari 40 waarna de compagnie in Lummen gestationeerd wordt. Wanneer de 4Div de divisiesector Eigenbilzen – Diepenbeek inneemt wordt de compagnie op 1 maart 1940 opgesteld te Hoeselt nabij het HK van de 4Div. De compagnie wordt bevolen door Lt Raymaekers die wordt bijgestaan door de onderluitenanten Agneessens en Lenaerts.

.

Cie C47 op T13/4Div

  • Staf, 1 en 3/Cie C47 op T13
    Bij de start van de eerste oorlogsdag beschikt de compagnie nog over 10 operationele T13 tankjagers.  Het 1ste en het 2de Peloton zijn voltallig en kunnen beschikken over vier pantserwagens.  Het 3de Peloton van OLt Vincent heeft een voertuig in herstelling bij het Atelier voor Herstelling van het Wagenpark van het Transportkorps van de 4Div te Oreye.  Een tweede voertuig staat in panne te Jesseren bij de staf van de Cie. Om 01u20 krijgt Luitenant Justin Engelen de opdracht om met de Cie C47 op T13 (-) het 2de Eskadron van het 1ste Regiment Lansiers (2/I/1L) te vervoegen.  De compagnie van Lt Engelen verblijft op dat ogenblik te Jesseren en heeft de beschikking over het Stafpeloton, het 1ste en het 3de Pl.  Het 2/I/1L kantonneert in Overrepen ten noordwesten van Tongeren en staat hier stand-by voor eventuele anti-parachutistenopdrachten doorheen de ganse zone van het I/LK. De compagniecommandant stelt zich in verbinding met het 2/I/1L maar alvorens de beide pelotons tankjagers kunnen vertrekken, volgt een nieuw bevel om het geschut te verdelen onder de infanterieregimenten langsheen het Albertkanaal.  De compagniestaf en het stafpeloton zullen te Jesseren blijven.
  • 2/Cie C47 op T13
    Het 2de Peloton, onder bevel van OLt Stiers, wordt ter beschikking gesteld van het Wielrijderseskadron van de 4DIv (EskCy 4Div) dat zich te Vliermaal bevindt. Het EskCy 4Div heeft als opdracht het achtergebied van de divisie te beveiligen tegen luchtlandingen. De vier stukken staan aanvankelijk opgesteld rondom het dorp in voorlopige stellingen. Om 11u30 loopt het verontrustende bericht binnen dat een vijftigtal parachutisten zouden geland zijn te Kortessem. Het peloton van OLt Stiers vertrekt samen met een peloton fuseliers en een sectie mitrailleurs van het EskCy 4Div op onderzoek. Het blijkt om een Duits afleidingsmaneuver met aangeklede stropoppen te gaan. Het peloton keert omstreeks 13u00 terug naar Vliermaal zonder vijand gezien te hebben.  

Cie C47 Tr/4Div
Om 02u35 krijgt Luitenant Raeymaekers opdracht om één peloton in Hoeselt te houden en een tweede peloton als versterking naar het 11Li te sturen. Dit peloton wordt onder bevel geplaatst van de 2Cie van I/11Li. Deze compagnie werd om 02u35 door de Staf/4Div opgevorderd voor het uitvoeren van een anti-parachutisten opdracht in het gebied langs de N2 tussen Beverst en Diepenbeek. De 2Cie van het I/11Li, bestaande uit twee pelotons fuseliers en een peloton mitrailleurs, neemt een steunpunt in dwars op de Grendelbaan (lokale naam voor dat gedeelte van de N2) ter hoogte van de limiet tussen het I/LK en het Cavaleriekorps (CK). 

Cie C47 op T13/4Div

  • Staf en 3/Cie C47 op T13
    Het 2de Eskadron van het 1ste Regiment Lansiers wordt vanaf 10u20 gehergroepeerd te Overrepen.  De pelotons van dit eskadron maken op enkele locaties contact met de vijand.  De eskadronsstaf onder leiding van Luitenant Warlet verlaat het dorp in alle haasten en passeert rond 11u30 door Jesseren waar zich nog steeds de compagniestaf van de Cie C47 op T13 bevindt.  Warlet meldt dat hij zich terugtrekt naar Kerniel en Borgloon en maant de compagniestaf aan om er eveneens vandoor te gaan.  Lt Engelen besluit om het wagenpark van zijn compagniestaf onmiddellijk te laten vertrekken onder leiding van 1ste Sergeant Van Swygenhoven.  De compagniecommandant beslist om het T13 voertuig dat te Jesseren in herstelling is, achter te laten. Engelen maakt nog een ronde doorheen het kantonnement om na te kijken of al het materieel weldegelijk meegenomen is wanneer de twee T13 voertuigen van het 3de Peloton van OLt Vincent aankomen. Deze beide tankjagers werden enkele uren voorheen uitgestuurd om de baan van Hasselt naar Tongeren te gaan verkennen.  Hierbij werden geen Duitse voertuigen ontdekt, maar werden de pantserwagens wel enkele keren beschoten door vijandelijke verkenners.  Hierbij raakte Soldaat Blancke gewond.  Bij aankomst van het 3Pl te Jesseren trachten Engelen en Vincent nog de defecte T13 op sleeptouw te nemen, maar de evacuatiepoging wordt al snel opgegeven.  Het detachement vlucht naar Kerniel wanneer er in de verte Duitse voertuigen gesignaleerd worden in de richting van Kolmont. Op zo’n 300m buiten Jesseren wordt een achtergelaten vrachtwagen van het stafpeloton ontdekt.  Er is geen tijd meer om dit voertuig te bergen.  Het detachement rijdt door en passeert Borgloon omstreeks 13u15.  Vervolgens wordt koers gezet naar Sint-Truiden en Tienen. Op de Grote Steenweg tussen de beide steden wordt het detachement van Engelen en Vincent tegengehouden door een schildwacht.  Even verderop staat een T13 in brand en er wordt gevreesd dat de munitie op elk ogenblik kan ontploffen.  De beide officieren snellen naar het voertuig, laden de obussen uit en blussen de brand.  Het voertuig is slechts weinig beschadigd en kan opnieuw gestart worden.  De T13 vervoegt de colonne. Het 3de Peloton beschikt opnieuw over drie T13.
  • Dispositief van 1JP op 11 mei tijdens de gevechten te Gors - Opleeuw.

    Dispositief van 1JP op 11 mei tijdens de gevechten te Gors – Opleeuw.

    1/Cie C47op T13
    Het 1ste Peloton van OLt Marcel Balthazar krijgt om 04u00 de opdracht om naar Genoelselderen door te rijden.  De Staf/7Div is in aftocht van het Albertkanaal en het peloton moet de Tongersesteenweg blokkeren tot na de doortocht van de divisiestaf.  Het detachement blijft op post tot ongeveer 10u00 en trekt zich vervolgens terug naar Tongeren.  Bij de doortocht van de stad valt de T13 van Sergeant Engelen in panne.  Sgt Engelen en zijn bemanning blijven achter en worden ingehaald door de Duitsers.  De drie overige stukken rijden naar Overrepen en krijgen de opdracht om de baan van Overrepen naar Neerrepen te dekken en aansluiting te zoeken bij het 2de Eskadron van het 1ste Regiment Lansiers. Het peloton slaagt er niet in om ook maar enig spoor van 2/I/1L te vinden en beslist dan maar verder terug te trekken. Om 12u00 bereiken de drie T13 tankjagers van OLt Balthazar de stellingen van het 3de Eskadron van het 1ste Regiment Jagers te Paard (3/I/1JP). Bij het passeren van de bevriende linies breekt een ketting van een van de voertuigen. Adjudant de Biber van 1JP zet de drie T13 prompt in stelling in zijn eigen linies op ongeveer 3Km ten westen van de kerk van Overrepen ter hoogte van het kruispunt van de baan Gors – Schalkhoven met de N20 Tongeren – Hasselt. De T13 van Sgt Robbeets wordt naar de rechterflank van het 2Esk van I/1JP gestuurd om de weg Borgloon – Gors onder schot te houden. Iets voor 14u00 vorderen twee Duitse verkenningsvoertuigen vanuit Kerniel richting Gors. Er ontstaat een vuurgevecht tussen de Duitse pantserwagens en de T13 van Sgt Robbeets waarbij het voertuig van Sgt Robbeets wordt uitgeschakeld. Sgt Robbeets raakt hierbij zwaar gewond, Soldaat Dodion van zijn bemanning sneuvelt [1]. Enkele anti-tankkanonnen van 1JP worden in versterking gestuurd van de  T13 van Sgt Robbeets en slagen erin om de vijand terug te drijven die rechtsomkeer maakt richting Borgloon. De zwaar gewonde Sergeant Robbeets kan niet meer verplaatst worden waardoor hij later te Gors gevangen wordt genomen.

  • 2/Cie C47 op T13
    Het 2de Peloton wordt omstreeks 11u00 door Generaal-majoor Brabant aangeduid om ten noordoosten van Vliermaal in stelling te gaan om de aftocht van de 4Div te helpen dekken.  Een drietal uur later stelt pelotonscommandant Onderluitenant Edmond Stiers vast dat de sectie van Sergeant Buysse er via de spoorbedding van de tramlijn naar Kortessem van door is gegaan en zijn effectief herleid is tot twee voertuigen.  Om 15u30 worden deze voertuigen teruggetrokken naar het kruispunt van de N20 en de N76 ten westen van Kortessem om in de richting van Borgloon en Tongeren post te vatten.
Bretel van Kortessem ingenomen door de Flankhoede van de Groepering De Droog van de 1ste Infanteriedivisie.

Bretel van Kortessem ingenomen door de Flankhoede van de Groepering De Droog van de 1ste Infanteriedivisie.

Cie C47 Tr/4Div
Eén peloton bevindt zich nog steeds bij de 2Cie van I/11Li voor het uitvoeren van een anti-parachutisten opdracht in het gebied langs de N2 tussen Beverst en Diepenbeek. De 2Cie van het I/11Li verlaat zijn steunpunt rond 10u30 wanneer ze afgelost worden door een compagnie van het Iste Bataljon van het  4de Linieregiment (4Li). Het anti-tankpeloton vat de terugtocht naar het westen aan samen met de 2Cie van I/11Li.

Het tweede peloton bevindt zich in Hoeselt bij het HK 4Div. De pelotonscommandant ziet het Voorwaarts HK van de 4Div vertrekken uit Hoeselt om 09u30. Op dat ogenblik krijgt het peloton opdracht om stelling te nemen bij twee bruggen over de Demer, de brug van Leten ten zuiden van Bilzen en de brug van Hoeselt. Het peloton zal voor deze opdracht onder bevel van het Achterwaarts HK blijven tot de aankomst van het 11Li. De CP van het peloton staat opgesteld bij het HK maar wanneer om 10u35 ook het Achterwaarts HK vertrekt, krijgt de pelotonscommandant het bevel om achter te blijven in Hoeselt tot het 11Li stelling neemt in de Demervallei. Dan zal het peloton onder bevel komen te staan van de Staf/11Li die zich zal installeren in het kasteel waar het HK 4Div zich eerder bevond. Om 11u35 komt het installatiepersoneel van de CP 11Li toe te Hoeselt maar maakt geen aanstalten om zich in het voormalig HK van de 4Div te installeren, ze trekken verder naar het westen richting Kortessem. Pas om 12u00 komt Kolonel Horckmans, bevelhebber van 11Li, toe te Hoeselt en treft er enkel nog de pelotonscommandant van de Cie C47 Tr/4Div aan. De luitenant kan hem alleen maar melden dat zowel het HK/4Div als het installatiepersoneel van 11Li al verder naar het westen zijn vertrokken. 

Cie C47 op T13/4Div

  • Staf en 3/Cie C47 op T13
    Bij dageraad bereiken Luitenant Engelen en het peloton van OLt Vincent het dorp Veltem waar de troepen ingekwartierd worden in de gemeenteschool.  Lt Engelen heeft geen enkele idee waar zijn stafpeloton en twee overige pelotons T13 zijn en gaat tevergeefs op zoek naar zijn manschappen.
  • 2/Cie C47 op T13
    Tezelfdertijd is het 2Pl nog steeds opgesteld ten westen van Kortessem.  OLt Stiers wordt hier verrast door aankomende vijandelijke voertuigen maar kan zich nog tijdig uit te voeten maken en de beide T13 pantsers slagen er in om via de binnenwegen naar het westen te ontkomen.  Bij de passage te Kerniel volgt een korte schermutseling met Duitse motorwielrijders.  Via Diest rijdt het peloton tot bij de divisiestaf te Bevekom.

Cie C47 op T13/4Div

  • Staf en 3/Cie C47 op T13
    Luitenant Engelen gaat opnieuw op zoek naar zijn troepen.  Op de Brusselsesteenweg verneemt hij dat de divisie te Zaventem zou gehergroepeerd worden.  Het detachement verlaat Veltem en overnacht te Zaventem.
  • 2/Cie C47 op T13
    Het 2Pl van OLt Stiers bereikt Kampenhout en verzekert de verdediging van het divisiehoofdkwartier.

Cie C47 op T13/4Div
Luitenant Engelen en het peloton Vincent begeven zich naar Grimbergen.  Tijdens de komende twee dagen zal de ganse compagnie hier opnieuw samengebracht worden, met uitzondering van de op 11 mei geleden verliezen. Sergeant Buysse wordt in de omgeving van Brussel teruggevonden met nog een T13 pantserwagen.  Het tweede voertuig van zijn sectie werd onderweg achtergelaten.

Cie C47 op T13/4Div
De compagnie verblijft te Grimbergen.

Cie C47 op T13/4Div
De Cie C47 op T13 van de 4Div krijgt als opdracht om zijn drie pelotons T13 als volgt op te stellen:

  • Een peloton van twee T13 aan de Brusselsesteenweg te Melle
  • Een peloton van twee T13 te Bottelare
  • Een peloton van drie T13 te Gontrode als mobiele reserve om het Esk Cy 4Div te steunen

Cie C47 op T13/4Div
De compagnie wordt verplaatst naar Merelbeke.  De divisiestaf laat de voertuigen als volgt verdelen:

  • Twee T13’s worden uitgestuurd naar de brug van Zwijnaarde.
  • Drie voertuigen worden toegewezen aan elk van de drie grote wachten ingericht door het IIde Bataljon van het 11de Linieregiment te Scheldewindeke en Oosterzele.
  • De rest van de compagnie blijft in reserve te Merelbeke.

Cie C47 op T13/4Div
De voorposten van III/11Li te Scheldewindeke en Oosterzele melden kort voor 09u00 de eerste Duitse verkenners ten oosten van de beide dorpen.  Er wordt geen contact gemaakt, maar de drie T13 voertuigen trekken zich op eigen initiatief terug en laten hierdoor de infanteriepelotons zonder anti-tankmiddelen achter. Van zodra Luitenant Engelen hiervan op de hoogte gesteld wordt stuurt hij de voertuigen onmiddellijk terug naar hun stellingen bij de voorposten en besluit de deze eigenhandig te begeleiden  Aan de westrand van Oosterzele rijdt de T13 met nummerplaat 3453 van Sergeant Meus over een landmijn.  Sergeant Meus, Korporaal Vanmechelen en Soldaat De Mey worden hierbij op slag gedood.  Luitenant Engelen en zijn chauffeur Soldaat Pancken raken gewond.  Beiden krijgen de eerste zorgen toegediend in het nabijgelegen Klooster Tota Pulchra in het dorp.  Engelen en Pancken worden afgevoerd naar het militaire hospitaal te Tielt en zullen niet meer terugkeren naar hun eenheid.  Lt Engelen zal na een lange revalidatie pas in december 1940 naar huis terugkeren.  De voorpost van Oosterzele heeft nu geen T13 meer.

Onderluitenant Stiers wordt aangesteld als nieuwe compagniecommandant en neemt het bevel over. Tijdens de namiddag wordt een T13 van de reservemacht uitgestuurd naar de commandopost van het 15de Linieregiment.

Cie C47 op T13/4Div
De compagnie stuurt een T13 naar Lemberge ter vesterking van de drie C47 kanonnen die reeds om dit dorp opgesteld staan.

Cie C47 op T13/4Div
De compagnie wordt kort na 19u00 verwittigd dat er tegen 21u00 een bevel voor de aftocht zal aankomen.  De eenheid dient zich naar Nevele te begeven en moet de overgang over het Afleidingskanaal bewaken tot na de doortocht van het gros van de divisie.

Cie C47 op T13/4Div
De compagnie maakt een verliesstaat op voor de divisiestaf.  Onderluitenant Stiers meldt dat hij nog over drie gevechtsklare T13 voertuigen beschikt.  De rest van het wagenpark is herleid tot drie bestelwagens en een motorfiets.  De compagnie beschikt nog over 360 schoten voor de C47 kanonnen van de tankjagers en een kleine hoeveelheid munitie voor de FM30 lichte mitrailleurs en de pistolen van de bemanning.

Na de capitulatie

Bibliografie en Bronnen

  1. Op de baan Gors – Kerniel stond langs de rechterkant van de weg (richting Kerniel) lange tijd een klein monumentje dat de plaats aangeeft waar de Soldaat Dodion sneuvelde en bijgevolg ook waar de T13 van Sgt Robbeets stond opgesteld. Locatie met Google streetview [ On Line beschikbaar]: https://www.google.com/maps/@50.8215574,5.3921445,3a,75y,274.64h,89.29t/data=!3m6!1e1!3m4!1s0xZR-ZWgFFHb0fiI3ckxgA!2e0!7i13312!8i6656?entry=ttu [Laatst geraadpleegd 23 juni 2023]. Er is echter ook een notoir ooggetuige van het gevecht tussen de Duitse verkenningsvoertuigen en de T13 van Sgt Robbeets. Kolonel Duez, regimentscommandant van het 18Li bevond zich om 13u00 op de weg van Gors naar Kerniel en tekent het volgende op in zijn velddagboek: “Tussen Kerniel en Gors-Opleeuw passeert het detachement even voor 14u00 een T13 pantserwagen die in stelling gegaan is en de vijand afwacht.  De voertuigen zijn nog maar net gepasseerd en stuiten op twee Duitse pantserwagens die uit de richting Borgloon aanrijden.  De T13 wordt onder vuur genomen en overmeesterd.  Kolonel Duez en de anderen rennen van hun voertuigen weg en gaan in dekking in een nabijgelegen boomgaard.  Bij het vallen van de duisternis is de vijand verdwenen en rond 23u00 kan de aftocht naar het westen hernomen worden.  Rond middernacht wordt Wellen bereikt.
  2. Slagorde officieren van de Staf/4Div, Cie C47 Tr/4Div, Cie C47 op T13/4Div, Cie Int/4Div en Cie Mi AA/4Div bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV), Ministerie van Defensie.
  3. Getypt verslag opgesteld in het Frans door Lt Engelen, compagniecommandant van de Cie C47 op T13/4Div die de gebeurtenissen van de compagnie beschrijft tot Lt Engelen op 20 mei 1940 te Scheldewindeke gewond raakte. Het verslag bevindt zich in het dossier 4Div bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  4. Aanvullend getypt verslag met het verloop van de veldtocht van de drie pelotons van de Cie C47 op T13/4Div, opgesteld in het Nederlands op 1 september 1945 door Lt Engelen. Het verslag bevindt zich in het dossier 4Div bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  5. Handgeschreven summier verslag opgesteld in het Nederlands door OLt Stiers, pelotonscommandant van de Cie C47 op T13/4Div. OLt Stiers vervangt Lt Engelen na zijn verwonding op 20 mei 1940. Het verslag bevindt zich in het dossier 4Div bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid, Ministerie van Defensie.
  6. Dossier Staf/4Div bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid, Ministerie van Defensie. In tegenstelling tot andere dossiers van grote eenheden, wiens documenten aan het einde van de veldtocht vernietigd werden, steken in het dossier van de Staf/4Div opvallend veel documenten die zijn opgesteld tijdens de veldtocht. Het betreft allerlei operatieorders opgesteld door de Staf en ondertekend door de divisiecommandant of de stafchef. In het dossier bevinden zich ook enkele velddagboeken bijgehouden door verschillende stafofficieren. Wat de orders betreft kan men gerust stellen dat de operaties niet verlopen zijn zoals gepland in de orders, ten hoogste de begintoestand komt overeen. De velddagboeken daarentegen geven een inkijk in de communicatie tussen de verschillende echelons en wat men toen uit de communicatie afgeleid heeft. Ook hier verliep de werkelijkheid soms anders dan datgene dat gerapporteerd werd. Samen met de naoorlogse verklaringen van officieren over hun wedervaren tijdens de veldtocht kan toch een redelijk goed beeld gevormd worden van wat er zich bij de 4Div  heeft afgespeeld..

Tijdens de mobilisatie

GnK/4Div
Het Geneeskundig Korps van de 4de Infanteriedivisie (GnK/4Div) werd gemobiliseerd op 1 september 39 te Kozen nabij Sint-Truiden en verbleef van 4 september tot 31 oktober te Tongeren waar in de OLV-Kliniek langs de Sint-Truidersteenweg een medische hulpplaats wordt opgesteld. De manschappen van het korps worden ingekwartierd aan de overkant van de straat in het OLV-college [1].  Na de oefenperiode van de 4Div in het Kamp van Beverlo in de tweede week van januari 1940 verhuizen de eenheden naar Sint-Joris-Winge.  Tenslotte kwamen de eenheden aan te Hoeselt op 26 april 1940. Op dat ogenblik bezet de 4Div het Albertkanaal tussen Eigenbilzen (inclusief) en Diepenbeek (exclusief). De drie infanterieregimenten van de 4Div worden in lijn opgesteld langs het kanaal.

Het Geneeskundig Korps is verantwoordelijk voor de medische steun op echelon divisie. De verschillende eenheden van het GnK/4Div vormen samen een medische hulpplaats (oftewel triagestation) dat vier tot acht kilometer achter de frontlijn ontplooid wordt. De taak van deze medische hulpplaats bestaat er in om de gewonden te triëren en af te voeren naar het meest geschikte behandelingsechelon. In de hulpplaats zijn acht geneesheren, twee apothekers, een officier van de administratie, twee aalmoezeniers en veertig soldaten tewerkgesteld. De regimenten van de divisie beschikken over een regimentshulppost die op een tweetal kilometer van de eerste linies wordt ontplooid. Deze regimentshulpposten staan in voor de directe medische steun en de evacuatie van zieken en gewonden naar de Medische Hulpplaats van het Geneeskundig Korps. Aan de vooravond van de oorlog bevindt de medische hulpplaats van de 4Div zich te Hoeselt in de onmiddellijke omgeving van het HK van de 4Div. Vanuit de medische hulpplaats van de 4Div worden de gewonden verder afgevoerd naar het Medisch-Chirurgische Centrum (MCC) van het I/LK dat zich in Borgloon bevindt. Het Geneeskundig Korps wordt bevolen door Geneesheer Majoor Clément Hanselin die tevens raadgever medische aangelegenheden (oftewel Conseiller Médicale – CMed) is van de 4Div.

 

GnK/4Div
Het geneeskundig korps opent vanaf 03u30 de Medische Hulpplaats van de 4Div te Hoeselt.  Er wordt eveneens een onthaalpunt voor gewonden opgesteld nabij Kilometerpaal 15 op de baan van Bilzen naar Munsterbilzen. Dit onthaalpunt bestaat uit een sergeant en drie soldaten onder leiding van Onderluitenant Geneesheer Willy Baral. De Geneeskundige Versterkingscompagnie stuurt zijn detachementen uit naar de overige eenheden van de divisie volgens de alarmplanning, maar heeft een tekort van 26 manschappen die op dat ogenblik in het militair hospitaal te Luik aan het werk zijn. Aanvankelijk blijft het rustig, de eenheden achter het kanaal zijn nog niet in contact met de vijand en enkel de vijandelijke luchtmacht veroorzaakt slachtoffers die voor verzorging moeten worden opgehaald. De divisie verneemt om 06u20 het nieuws van de aanval op de naburige 7de Infanteriedivisie (7Div) waar vijandelijke parachutisten erin geslaagd zijn de bruggen van Veldwezelt en Vroenhoven intact te veroveren. Het dorp Hoeselt zal in de loop van de voormiddag aangevallen worden door de Luftwaffe.  Hierbij zullen 13 gewonden vallen en zullen 7 militairen en 24 paarden vermist raken.  Twee lichte vrachtwagens raken onherroepelijk beschadigd.

GnK/4Div
Tijdens de nacht van 10 op 11 mei wordt in de sector van de 7Div verbeten gevochten om de laatste stellingen. De rechter flank van de 4Div wordt bedreigd waardoor de divisiestaf omstreeks 03u50  orders uitwerkt om een dwarstelling te bezetten tussen Eigenbilzen en Hoeselt. De inname van de dwarsstelling betekent wel dat de Medische Hulpplaats pal achter de nieuwe frontlinie komt te liggen. De medische eenheden krijgen in de vroege ochtend dan ook het bevel om Hoeselt tegen 09u00 te verlaten. Het gros van het personeel stijgt in op twee autobussen die samen met een aantal personenvoertuigen Hoeselt in colonne verlaten. Door het verlies van de twee lichte vrachtwagens bij het bombardement van 10 mei en een defecte vrachtwagen in herstelling bij het ARCA van het Transportkorps van de 4Div (TptK/4Div) ontstaat een belangrijk tekort aan voertuigen. Een detachement van vier onderofficieren, twee korporaals en vijf soldaten wordt achtergelaten om het materieel op de resterende voertuigen te laden. Wanneer de laatste elementen van het GnK/4Div rond 13u00 Hoeselt hals over kop verlaten wordt heel wat medisch materieel ter plekke achtergelaten. Als eindbestemming krijgt het GnK/4Div een hergroeperingszone in Wolvertem aangewezen. Med OLt Baral van de Lichte Ambulance, die zijn onthaalpunt voor gewonden had teruggetrokken naar het Medisch-Chirurgisch Centrum van het Iste Legerkorps te Borgloon wordt krijgsgevangen genomen bij de aankomst van de Duitsers in Borgloon.

 

GnK/4Div
De volledige 4Div is onderweg naar het westen om zich te reorganiseren voorbij de K.W. Stelling. Onderweg gaat een personenvoertuig verloren ten gevolge van een ongeval in de duisternis. Ook de twee autobussen moeten worden achtergelaten, één in Zepperen met autopech, een tweede in Tienen omdat de bus zich vastreed in het met kraters bezaaide wegdek van de N3 tussen Tienen – Leuven. Tegen het vallen van de avond bevinden de logistieke eenheden van de 4Div zich in de driehoek Leuven-Diest-Tienen waar rustkantonnementen worden opgezocht. Om middernacht wordt het bevel gegeven om, gebruik makend van de duisternis, verder door te trekken tot Grimbergen. 

GnK/4Div
De nachtelijke verplaatsing van Leuven naar Grimbergen verloopt zeer langzaam omdat het GnK door de Britse legerzone moet terugtrekken. De colonnes van de British Expeditionary Force trekken oostwaarts richting K.W. Stelling en hebben voorrang op de hoofdwegen waardoor de colonne van het GnK genoodzaakt is langs secondaire wegen naar het westen te trekken. De colonne van het GnK bereikt Grimbergen in de vroege ochtend van 13 mei. Majoor Hanselin verneemt op het stadhuis van Grimbergen, waar de CP van het EskCy 4Div zich geïnstalleerd heeft en over een lijst met kantonnementen van de eenheden van de 4Div beschikt, dat het GnK zich naar Wolvertem moet begeven.  Vanuit Grimbergen worden de colonnes van het GnK doorgestuurd naar hun voorziene kantonnementszone te Wolvertem.

GnK/4Div
Het geneeskundig korps maakt te Wolvertem een verliesstaat op. Bij de luchtaanval op de medische hulpplaats te Hoeselt en vooral door de bijzonder snelle aftocht uit dit dorp op 11 mei, zijn heel wat voertuigen en materieel verloren gegaan. Er wordt het verlies gemeld van 4 zware vrachtwagens, 2 lichte vrachtwagens, 1 motorfiets, 2 personenwagens, 2 ambulancevoertuigen en 7 paardenwagens.  De apotheek heeft het gros van zijn middelen verloren.  Van de beide secties apotheekmaterieel blijft nog een klein deel over.  De stocks aan geneesmiddelen zijn achtergebleven, als ook het materieel van de hygiëneploeg.

GnK/4Div
Het Geneeskundig Korps van de divisie krijgt een marsroute via Wolvertem, Merchtem, Moorsel, Aalst, Oordegem en Kwatrecht tot in Merelbeke. De colonne mag de stad Aalst niet doorkruisen, maar moet deze via de zuidrand omtrekken.  De motorvoertuigen moeten in een ruk doorrijden naar Merelbeke.  Ook hier krijgen de paardenvoertuigen twee dagen tijd om de verplaatsing te maken.  Dit detachement moet op 16 mei te Erpe halt houden.  De manschappen te voet zullen samen met het 7Li per autobus vervoerd worden en moeten zich uiterlijk om 20u00 op de laadplaats bevinden.  De paardenartsenijdienst zal de verplaatsing samen afleggen.

GnK/4Div
De medische hulpplaats van de divisie wordt overgebracht naar de woning van Dokter De Wilde te Zwijnaarde.  De infanterieregimenten krijgen telkens een ambulancevoertuig in steun voor het overbrengen van zieken en gewonden.  Het transportkorps stuurt drie gewone vrachtwagens naar Zwijnaarde voor het vervoer van lichtgewonden.  De paardenarts van de divisie installeert zijn hulppost aan de De Pintelaan te Gent.

GnK/4Div
De medische eenheden openen de nieuwe divisionaire hulpplaats te Lotenhulle.  Zieken en gewonden kunnen van hieruit afgevoerd worden naar het medisch-chirurgisch centrum van het VI/LK te Roeselare, en naar het echelon op niveau leger te Klerken. Te Vinkt wordt een verbandplaats voor lichtgewonden opgesteld.  Elk van de infanterieregimenten krijgt een ambulancevoertuig en een personenauto in steun voor het transport van slachtoffers. De verzamelplaats voor gewonde paarden wordt eveneens te Lotenhulle geplaatst. Soldaat Thibaut wordt geraakt in voorlopig nog niet gekende omstandigheden gewond te Vinkt en er zal later aan zijn verwondingen overlijden [2].

GnK/4Div
Een aantal manschappen van het bij het 15Li gedetacheerde deel van de Geneeskundige Versterkingscompagnie wordt bij de Duitse aanval te Meigem krijgsgevangen gemaakt.  Onder hen ook Geneesheer Onderluitenant Michel.

GnK/4Div
De medische eenheden zijn ontsnapt aan de massale gevangenname van de divisie en hebben zich teruggetrokken naar Wingene.  In de loop van de avond worden de eenheden doorgestuurd naar Mariakerke nabij Oostende.

GnK/4Div
De medische eenheden bereiken Mariakerke bij dageraad en vernemen reeds vroeg op de ochtend dat de strijd voorbij is.

Na de capitulatie

GnK/4Div
De Duitsers zullen de eenheden aanvankelijk terugsturen naar Wingene, om ze vervolgens het binnenland in te sturen.  Er zal overnacht worden in de gevangenis van Oudenaarde, de kazerne van Vilvoorde en de middenschool te Aarschot.

Bibliografie en Bronnen

  1. De aankomst op 4 september van het GnK/4div in Tongeren wordt beschreven het handgeschreven dagboek van de directeur van het OLV-College van Tongeren. Het dagboek bevindt zich nog steeds in de archieven van het college.
  2. Achtergrond informatie bij het sneuvelen van Soldaat Thibaut [On Line beschikbaar]: Dead person | Belgian War Dead Register  [Laatst geraadpleegd 5 maart 2024].
  3. Slagorde officieren van het Geneeskundig Korps van de 4Div bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV), Ministerie van Defensie.
  4. Geneesheer Kapitein SBH W. Broekaert, 1963, De Gezondheidsdienst tijdens de veldtocht der achttien dagen., Acta Belgica de Arte Medicinale et Pharmaceuticae Militari, pp 468-535.
  5. Dossier Staf/4Div bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid, Ministerie van Defensie. In tegenstelling tot andere dossiers van grote eenheden, wiens documenten aan het einde van de veldtocht vernietigd werden, steken in het dossier van de Staf/4Div opvallend veel documenten die zijn opgesteld tijdens de veldtocht. Het betreft allerlei operatieorders opgesteld door de Staf en ondertekend door de divisiecommandant of de stafchef. In het dossier bevinden zich ook enkele velddagboeken bijgehouden door verschillende stafofficieren. Wat de orders betreft kan men gerust stellen dat de operaties niet verlopen zijn zoals gepland in de orders, ten hoogste de begintoestand komt overeen. De velddagboeken daarentegen geven een inkijk in de communicatie tussen de verschillende echelons en wat men toen uit de communicatie afgeleid heeft. Ook hier verliep de werkelijkheid soms anders dan datgene dat gerapporteerd werd. Samen met de naoorlogse verklaringen van officieren over hun wedervaren tijdens de veldtocht kan toch een redelijk goed beeld gevormd worden van wat er zich bij de 4Div  heeft afgespeeld.

Tijdens de mobilisatie

Het station van Borgloon langs spoorlijn 23 waar de Dagelijkse Ravitailleringstrein voor de 4Div toekwam en waar de bevoorradingsplaats van de 4Div is ingericht door de Cie Int.

Het station van Borgloon langs spoorlijn 23 waar de Dagelijkse Ravitailleringstrein voor de 4Div toekwam en waar de bevoorradingsplaats van de 4Div is ingericht door de Cie Int.

Cie Int/4Div
De Compagnie Intendance (Cie Int/4Div) wordt gemobiliseerd in het Kamp van Beverlo op 1 september 39 en heeft als opdracht de levering van levensmiddelen en brandstoffen voor de ondereenheden en versterkingen van de 4Div te organiseren. In het achtergebied van de divisiesector wordt telkens een bevoorradingsplaats gekozen nabij een station waar de Dagelijkse Ravitailleringstrein (DRT) voor de divisie zal aankomen. De manschappen van de Compagnie Intendance (Cie Int/4Div) zijn verantwoordelijk voor het lossen van de bevoorradingstreinen en het opslaan van de aangevoerde levensmiddelen en materieel in magazijnen. De compagnie beschikt hierbij ook over een sectie beenhouwerij die het aangevoerde vlees kan verwerken. In functie van de getalsterkte van de verschillende ondereenheden worden vrachten klaargemaakt die het Autopeloton voor Ravitaillering (oftewel Peloton Auto Ravitaillement – PARa) van het Transportkorps van de divisie naar de ondereenheden brengt. Hierbij hanteert het peloton het principe van de Eenheidsvrachtwagen, waarbij telkens één vrachtwagen met een gemengde lading één klant bedient. Het PARa zal zich dan ook steeds in de nabijheid van de Cie Int bevinden. Na zijn mobilisatie begin september wordt de Cie Int/4Div ontplooid te Widooie nabij Tongeren. De bevoorradingsplaats van de 4Div is dan het station van Piringen op de spoorlijn 23 van Drieslinter via Sint-Truiden, Borgloon en Kerniel naar Tongeren [1]. Op 1 november 1939, kort voor de aankomst van de logistieke eenheden van het Iste Legerkorps (die het station van Piringen als distributiepunt voor de munitiebevoorrading van het I/LK overnemen) wordt de Cie Int ondergebracht in de pas opgeleverde kazerne van Tongeren. Het station van Tongeren wordt dan gebruikt als bevoorradingsplaats van de divisie.  Vervolgens begeeft de Cie Int zich naar Beverlo, Zichem, opnieuw Beverlo en  Borgloon. Sinds de aankomst van de divisie begin maart 40 in de sector Eigenbilzen – Diepenbeek is de Cie Int/4Div werkzaam in de buurt van het station van Borgloon, waar de bevoorradingsplaats van de divisie nu is ingericht en de compagnie enkele magazijnen beheert. De Cie Int word bevolen door 1ste Kapitein Intendant Willems, tevens intendant van de divisie. Hij wordt bijgestaan door Lt Adm Salberter (beheerder levensmiddelen), OLt Adm Daems (beheerder vleeswaren), Lt Res Adm Bertho (hoofd bureel comptabiliteit) en OLt Res Vincent (dierenarts, verantwoordelijk voor de bevoorrading veevoeder). 

TptK/4Div

  • Staf/TptK
    Het Transportkorps van de 4Div (TptK/4Div) wordt gemobiliseerd te Zepperen op 1 september 1939.  De eenheid wordt bevolen door Majoor Gilkinet en beschikt over een staf, enkele pelotons die moeten instaan voor de bevoorrading munitie van de divisie, een peloton bevoorrading levensmiddelen en een peloton bevoorrading materieel. Naast de bevoorradingspelotons beschikt het korps ook over een atelier voor de herstelling van het voertuigenpark van de divisie. Tijdens de mobilisatie wordt de staf achtereenvolgens ontplooid te Tongeren, Otrange, Koninksem, Beverlo, Sint-Joris-Wingene, Binkom en opnieuw Beverlo. Uiteindelijk neemt de staf op 28 februari 1940 zijn intrek in de Kasteelhoeve van Printhagen langs de baan Kortessem – Wimmertingen waar ze tijdens de rest van de mobilisatie zullen verblijven. Maj Gilkinet wordt onder meer bijgestaan door Lt Warnon, zijn Adjudant-majoor en twee groeperingscommandanten, Kaptitein-commandant Res Hintel en Luitenant Res Poswick. De groeperingscommandanten kunnen twee of meer pelotons van het TptK onder hun bevel nemen. 
  • Paardenkar Mei 1940

    Het Peloton Munitie Infanterie (PMI) maakte gebruik van paardengespannen voor de bevoorrading van infanteriemunitie.

    PMI/TptK
    Het Peloton voor Infanteriemunitie (oftewel Peloton Munitions Infanterie – PMI) bestaat uit een 60-tal manschappen, voornamelijk afkomstig uit boerengezinnen en is uitgerust met paard en kar. De karren waren voorzien van munitiecaissons. Het peloton diende de infanterieregimenten van de 4Div te bevoorraden met munitie (klein kaliber voor persoonlijke bewapening en handgranaten) en beschikte in totaal over 100 trekpaarden. Gezien de infanterieregimenten zich dikwijls bevonden op afgelegen plaatsen, die moeilijk per vrachtwagen te bereiken waren, is het gebruik van paardenkarren de enige optie om de munitie vooralsnog via onverharde wegen op de stellingen te krijgen. Het peloton wordt initieel bevolen door Luitenant Res Feytens maar wanneer die na een val van zijn paard op 11 april 1940 ernstig gewond raakt wordt het bevel overgenomen door Luitenant Res Steenbruggen. De pelotonscommandant wordt vanaf 21 april 1940 bijgestaan door Onderluitenant Collin, een officier van het actief kader. Aan de vooravond van de oorlog staat het PMI opgesteld te Werm nabij Hoeselt waar de genie van het I/LK paardenstallen heeft gebouwd om er onder andere de paarden van het PMI in onder te brengen.

  • 1PAMI/TptK, 2PAMI/TptK, 1PAMA/TptK en 2PAMA/TptK
    Beide Autopelotons voor Artilleriemunitie (oftewel Peloton Auto Munitions Artillerie – PAMA) zijn verantwoordelijk voor de bevoorrading in artilleriemunitie van de artillerie-eenheden van de 4Div, zowel voor het organieke artilleriebataljon (8A) als voor eenheden in vuurversterking. De pelotons halen de nodige munitie op in het station waar de munitietrein van het Groot Legerpark (GLP) de divisie komt bevoorraden en stockeren de munitie op hun vrachtwagens. De twee Autopelotons voor Infanteriemunitie (oftewel Peloton Auto Munitions Infanterie – PAMI) voeren een gelijkaardige opdracht uit ter bevoorrading van alle eenheden van divisie die infanteriemunitie nodig hebben. In de treinwagons van de munitietrein van het Groot Legerpark is de munitie niet opgeslagen per lot en per soort, maar geladen volgens strakke laadplannen opgesteld in functie van de klanteenheid. Zo ziet een munitietrein voor een actieve infanteriedivisie er standaard als volgt uit; drie wagons met munitie voor karabijnen, machinegeweren en mitrailleurs, één wagon met granaten en ontstekers, één wagon met munitie voor mortieren 76A, één wagon munitie voor mortieren 76FRC en één wagon met munitie voor C47mm anti-tankkanonnen. De vrachtwagens van de PAMI’s staan zo opgesteld dat de munitie rechtstreeks uit de wagons op de vrachtwagens geladen kan worden in een minimum van tijd. De geladen vrachtwagens van de vier Autopelotons voor munitie van de 4Div worden op 14 april 1940 doorgestuurd naar een bewaakt munitiedepot te Ans in afwachting van de start van de vijandelijkheden. De vier pelotons, die samen een groepering vormen onder bevel van Lt Res jonkheer ‘Guy’ Poswick, bevinden zich nog te Ans aan de vooravond van de oorlog. 
  • PARa/TptK
    Het Autopeloton voor Ravitaillering (oftewel Peloton Auto Ravitaillement – PARa) wordt bevolen door Lt Res Hambursin, bijgestaan door Lt Res Bouriez. Onmiddellijk na zijn mobilisatie in september wordt het peloton in eerste instantie samen met de Cie Int ontplooid te Windooie zolang de bevoorradingsplaats van de 4Div het station van Piringen is. Wanneer de bevoorradingsplaats van de 4Div verhuist naar het station van Tongeren neemt het PARa zijn intrek in de zaal Concordia langs de Leopoldwal in het centrum van Tongeren. Na een passage in Beverlo en Kerkom nabij Boutersem wordt het peloton doorgestuurd naar Borgloon. Aan de vooravond van de oorlog is het PARa gekantonneerd in Kerniel. Hier werkt het peloton samen met de Compagnie Intendance van de 4Div op de terreinen van het station van Borgloon. Het PARa vervoert de levensmiddelen van het levensmiddelenmagazijn van de Compagnie Intendance naar de verschillende ondereenheden van de 4Div. Hiervoor wordt het concept van de Eenheidsvrachtwagen gebruikt: één camion van het PARa vervoert alle goederen bestemd voor één eenheid als gemengde cargo (brood, vlees, conserven, suikerwaren). De dagelijkse routine van de bevoorrading in levensmiddelen tijdens de mobilisatie verschilt niet wezenlijk van de opdracht van het PARa in oorlogstijd. Vanaf het begin van de mobilisatie moest de volledige bevoorradingsketen levensmiddelen operationeel zijn. 
  • PAMat/TptK
    Het Autopeloton Materieel (oftewel Peloton Auto Matériel – PAMat) bevindt zich in de buurt van de Staf/TptK te Kortessem op zo’n 200m noordwest van de dorpskern.
  • ARCA/TptK
    Het Atelier voor Herstelling van het Wagenpark (oftewel Atelier Réparation Charroi Automobile – ARCA) is ontplooid te Oreye en voert er routine herstellingen uit. Zo bevinden zich op 9 mei in de werkplaats onder meer twee vrachtwagens van de Cie Mi AA, twee voertuigen van het GnK/4Div en een T13 van de Cie C47 op T13. Het ARCA wordt bevolen door Lt Res Ummels, bijgestaan door Lt Res Mainferme en Lt Res Chevalier.

Cie Mi AA/TptK wordt Cie Mi AA/4Div

  • Herkenrodekazerne in het centrum van Hasselt, vredesvoet garnizoen van de Staf van de 4Div.

    Herkenrodekazerne in het centrum van Hasselt, vredesvoet garnizoen van de Staf van de 4Div.

    Staf/Cie Mi AA
    De Compagnie Luchtafweermitrailleurs  (oftewel Compagnie Mitrailleurs Anti Avions – Cie Mi AA) wordt begin september in de Herkenrodekazerne te Hasselt gemobiliseerd door het 11Li en aangevuld met oudere reservisten die hun legerdienst deden bij de compagnies mitrailleur van dit regiment. Door de grote drukte in de Herkenrodekazerne wijkt de compagnie uit naar verschillende boerderijen gelegen langs de Luikersteenweg tussen Wimmertingen en Hasselt. Hier kunnen de pelotons in alle rust gemobiliseerd worden. De compagnie wordt voorzien van zijn mitrailleurs en voertuigen. Na te zijn gemobiliseerd beschikt de compagnie over een staf, een staf- en dienstenpeloton (oftewel peloton hors rang) en vier pelotons mitrailleurs. Aansluitend wordt de Cie Mi AA onder bevel geplaatst van het Transportkorps van de 4Div. De staf van het TptK/4Div bepaalt de opdrachten van de compagnie, doorgaans ten voordele van de ondereenheden van het TptK/4Div.  Op 27 maart worden, met de verspreiding van de nota GHK – Staf 3de Sectie Nr 12577, alle luchtafweercompagnies weggetrokken uit de transportkorpsen van de divisies en als onafhankelijke compagnies rechtstreeks onder bevel van de divisiestaven geplaatst. Vanaf 27 maart worden de opdrachten van de compagnie bijgevolg bepaald door de Staf/4Div. De Staf/4Div beslist op 1 april 1940 echter dat de, weliswaar onafhankelijke Cie Mi AA/4Div, administratief aangehecht blijft bij het TptK/4Div. De opdrachten voor de compagnie zullen, behoudens enkele uitzonderingen, verder vastgelegd worden door de Staf TptK/4Div, zoals dit voorheen reeds het geval was. De compagnie wordt bevolen door Kapitein-commandant Reynders, officier van het actief kader. Hij wordt bijgestaan door Lt Res Vandeweert (pelotonscommandant 1Pl), OLt Res Meulemans (pelotonscommandant 2Pl), OLt Res Druppel (pelotonscommandant 3Pl) en Lt Res Borloo (pelotonscommandant 4Pl) . 

  • Mitrailleurpost van het 2de Peloton van de Cie Mi AA opgesteld bij de kazerne van Tongeren tijdens de mobilisatie (foto Sergeant Clement Put).

    Mitrailleurpost van het 2de Peloton van de Cie Mi AA opgesteld bij de kazerne van Tongeren tijdens de mobilisatie (foto Sergeant Clement Put).

    2/Cie Mi AA
    Het peloton van OLt Res Meulemans bestaat uit één onderofficier, Sergeant Put, zes korporaals en een dertigtal manschappen, de meesten behorende tot de militieklassen ’26, ’27 en ’28. De mitrailleursecties worden bevolen door korporaals. Het 2de Peloton krijgt na zijn mobilisatie de opdracht om de luchtverdediging van het PARa te verzekeren en zal tijdens de ganse mobilisatie het PARa en de Cie Int volgen. Initieel wordt het peloton bij de Cie Int en het PARa ontplooid te Widooie maar wanneer de bevoorradingsplaats voor de 4Div verhuist naar het station van Tongeren wordt een kantonnement opgezocht in het Koninklijk Atheneum van Tongeren in de Moerenstraat, vlakbij het kantonnement van het PARa. Begin november wordt het 2de Peloton ingezet om de gebouwen van de pas opgeleverde kazerne van Tongeren gebruiksklaar te maken zodat de Cie Int er zijn intrek kan nemen. De Cie Mi AA krijgt in die periode ook nog andere nevenopdrachten zoals het graven van greppels voor de aanleg van telefoonlijnen in de buurt van het fort van Eben-Emael. Wanneer later de Cie Int en de Cie C47 op T13 zich in de kazerne van Tongeren installeren zal het 2Pl zich opstellen rond het gebouwencomplex van de kazerne om het te beschermen tegen luchtaanvallen. Deze opdracht wordt stopgezet wanneer het peloton zich begin januari 40 naar Beverlo begeeft voor een kampperiode. Het peloton zal zich vervolgens te Kerkom nabij Boutersem, Beverlo en Kerniel installeren. Aan de vooravond van de oorlog bevindt het peloton zich in het gehucht Colen van Kerniel.

Cie Int/4Div
De Compagnie Intendance bevindt zich bij de afkondiging van het alarm nog steeds te Borgloon waar het enkele magazijnen beheert in de buurt van het station van Borgloon. De stationsbuurt wordt omstreeks 08u00 aangevallen door de Luftwaffe [2].  Hierbij wordt het levensmiddelenmagazijn van de Compagnie Intendance vernield. Het station van Borgloon is niet meer bruikbaar als bevoorradingsstation voor de 4Div waardoor zowel de Compagnie Intendance als het PARa aan het eind van de dag doorgestuurd worden naar het station van Landen dat het nieuwe bevoorradingsstation van de divisie wordt.

TptK/4Div

  • Staf/TptK en PAMat/TptK
    Bij ontvangst van het werkelijk alarm om 01u50 kantonneren de staf van het TptK/4Div en het PAMat te Kortessem. De eerste taak voor het PAMat bestaat er in om het wagenpark van het Transportkorps opnieuw op volle sterkte te brengen. Tijdens de mobilisatie werd immers maar liefst 2/3 van de opgeëiste vrachtwagens opnieuw teruggeven aan hun burgereigenaars.  Het peloton gaat op zoek naar een dertigtal vrachtwagens, maar zal nooit het op de slagorde voorziene aantal bereiken.
  • PMI/TptK
    Het Peloton voor Infanteriemunitie van Lt Steenbruggen bevindt zich bij de afkondiging van het alarm nog te Werm. De paarden en de voertuigen staan verdekt opgesteld in een park. Het peloton verzorgt overdag de bevoorrading van het 7Li. Behoudens ongerustheid veroorzaakt door overvliegende vijandelijke vliegtuigen kan de bevoorrading zonder problemen uitgevoerd worden. Even wordt het peloton opgeschrikt door een parachutistenalarm maar de rust keert snel terug wanneer een uitgestuurde patrouille terugkeert met twee stropoppen die met parachutes gedropt werden. ‘s Nachts wordt de bevoorrading uitgevoerd van het 11Li en het 15Li. 
  • 1PAMI/TptK, 2PAMI/TptK, 1PAMA/TptK en 2PAMA/TptK
    De groepering autopelotons munitie bevindt zich bij de afkondiging van het alarm in het munitiedepot van Ans.  De twee PAMI’s  worden om 01u50 verwittigd dat ze hun alarmkantonnement te Wellen moeten vervoegen. Ze komen te Wellen aan rond 06u00. Het 1PAMA wordt vanuit Ans doorgestuurd naar Gors-Opleeuw, terwijl het 2PAMA naar Overrepen verplaatst wordt.
  • PARa/TptK
    Het Autopeloton voor Ravitaillering is bij afkondiging van het alarm nog gekantonneerd in Kerniel. Het PARa/TptK stuurt zijn vrachtwagens, zoals elke ochtend, uit naar de magazijnen van de Cie Int te Borgloon om de levensmiddelen en brandstoffen bestemd voor de regimenten en bataljons van de 4Div op te laden.  Tijdens het laden van de vrachtwagens wordt het station van Borgloon en het magazijn levensmiddelen van de Cie Int om 08u00 gebombardeerd door de vijandelijke luchtmacht. Bij het bombardement wordt een vrachtwagen van het PARa vernield. Na de aanval blijken een brigadier en een soldaat onvindbaar [3]. Ondanks het bombardement wordt een bevoorradingsronde levensmiddelen en brandstoffen uitgevoerd. Het PARa wordt aan het eind van de dag doorgestuurd naar het station van Landen.

Cie Mi AA/4Div

  • Staf/Cie Mi AA, 1/Cie Mi AA, 3/Cie Mi AA
    De compagniestaf, het 1ste en het 3de Peloton bevinden zich nog steeds te Kortessem waar ze de luchtverdediging verzekeren van de Staf en het PAMat van het TptK/4Div. De staf ontvangt het werkelijk alarm om 01u00 waarna alle pelotons van de ontketening van het alarm op de hoogte worden gebracht worden. De munitie wordt verdeeld voor de persoonlijke en collectieve bewapening, de moto’s van de pelotons worden naar de commandopost (CP) van de compagnie gestuurd om er dienst te doen als estafette en de persoonlijke bagage moet op de voertuigen geladen worden. De moto van het staf en diensten peloton wordt naar de CP van het TptK/4Div gestuurd als liaison. Vanaf ontvangst van het werkelijk alarm wordt de telefoonverbinding met de Staf/4Div in de CP permanent bezet. Het 1ste Peloton neemt zijn stellingen in rond de Kasteelhoeve van Printhagen [4] op zo’n 1.500 meter ten noordwesten van Kortessem.  Het 3de Peloton gaat in stelling op zo’n 200m noordwest van de dorpskern. De staf krijgt nog voor de eerste klaarte de bevestiging van het  1ste, 2de en 3de Peloton dat de luchtafweermitrailleurs klaar tot vuren zijn. De twee vrachtwagens voor lichte mitrailleurs die zich voor herstelling in het ARCA te Oreye bevonden keren in de loop van de dag terug naar de compagnie. Tegen het middaguur zijn alle verlofgangers teruggekeerd naar de compagnie. Cdt Reynders doet zijn beklag dat de compagnie, net zoals de overige luchtafweercompagnies op niveau legerkorps en divisie, geen lichtspoormunitie kan bekomen [5]. De compagniestaf geeft het bevel dat tijdens de nacht van 10 op 11 mei de mitrailleurposten bemand moeten blijven met een minimale bezetting. De rest van de mitrailleursectie moet een rustkantonnement opzoeken in de onmiddellijke omgeving van de stelling.
  • 2/Cie Mi AA
    Het 2de Peloton (2Pl) verdedigt vanaf eerste klaarte het luchtruim rond het kantonnement van het PARa te Kerniel en is opgesteld op 200m ten oosten van de spoorbrug. Het peloton kan niet verhinderen dat het station van Borgloon om 08u00 wordt aangevallen door vijandelijke vliegtuigen en dat de magazijnen van de Cie Int te Borgloon vernield worden. Het peloton zelf wordt ook aangevallen door de vijandelijke luchtmacht maar lijdt hierbij geen verliezen. Wanneer blijkt dat de Cie Int en het PARa hun bevoorradingsopdracht niet verder kunnen uitvoeren vanaf het station van Borgloon wordt het station van Landen als nieuw bevoorradingsstation van de 4Div gekozen. Het 2de Peloton verhuist aan het eind van de dag mee naar het station van Landen om er de Cie Int en het PARa te beschermen.
  • 4/Cie Mi AA
    Het 4de Peloton (4Pl) bevindt zich bij de afkondiging van het alarm in het munitiedepot van Ans samen met de twee pelotons PAMI en de twee pelotons PAMA van het Transportkorps. In de vroege ochtend van 10 mei, nog voor eerste klaarte, vervoegt het 4Pl samen met de twee Autopelotons voor Infanteriemunitie Wellen. Na aankomst uit Ans verzekert het 4Pl de luchtverdediging van de PAMI te Wellen. De twee PAMA worden respectievelijk ontplooid te Gors-Opleeuw en Overepen.

TptK/4Div

  • Staf/TptK  
    Kapitein-commandant Tonet en Kapitein BEM Vreys van de divisiestaf komen omstreeks 11u00 aan op de Kasteelhoeve van Printhagen te Kortessem en sturen het Transportkorps onmiddellijk naar Attenhoven ten noorden van Landen.  De voertuigen vertrekken binnen het half uur.  Bij de doortocht te Kerniel valt de bestelwagen met de administratie van de staf in panne met een defecte alternator. In het voertuig bevinden zich de persoonlijke dossiers van de officieren, de archieven, reglementen, drukwerken en reserve stafkaarten van het TptK.  Een onderofficier en soldaat worden achtergelaten bij het voertuig met als richtlijn om in Borgloon het wisselstuk te gaan zoeken. De bestelwagen en zijn bemanning worden omstreeks 15u00 door de Duitsers gevangen genomen wanneer de Duitse voorhoede Kerniel bereikt. De Staf trekt via Wellen, Ulbeek, Gippershoven en Zepperen naar Ordingen waar ze getuige zijn van het bombardement op het militaire vliegveld van Brustem. Te Ordingen wordt ongeveer drie kwartier gewacht tot de luchtaanval op het vliegveld voorbij is.  Vervolgens wordt doorgereden via Aalst bij Sint-Truiden, Kerkom en Velm tot Attenhoven waar het detachement rond 15u00 aankomt. Na een oponthoud van uur ontvangt Maj Gilkinet een geschreven order van Majoor SBH Smesmans, Stafchef van de 4Div, om verder naar het westen te trekken. Alle pelotons met uitzondering van het PMI worden van de nieuwe orders op de hoogte gebracht. Maj Gilkinet stuurt twee onderofficieren per moto uit naar Zepperen, de laatst gekende locatie van het PMI, om de nieuwe marsorders over te maken. Bij het kruisen van de baan Sint-Truiden – Luik (N3) botsen de twee moto-estafettes op Duitse motorwielrijders. Ze kunnen de vijand ontwijken en keren op hun passen terug. De staf neemt aan dat het PMI door de vijand werd ingehaald. Tegen 17u15, kort voor het invallen van de duisternis, vertrekt het Transportkorps naar Hamme-Mille en Bierbeek dat om 21u00 bereikt wordt. Het TptK brengt de nacht van 11 op 12 mei door in rustkantonnementen te Hamme-Mille en Bierbeek.
  • PMI/TptK
    Tijdens de ochtend levert het PMI een nieuwe lading munitie aan het 7Li waarna de munitiecaissons nagenoeg leeg zijn. Lt Steenbruggen ontvangt omstreeks 11u30 het bevel om onmiddellijk naar Zepperen terug te trekken. De marsroute loopt over Sint-Huibrechts-Hern, Guigoven, Kortessem, Wellen en Ulbeek. OLt Collin wordt aangeduid om zo snel mogelijk de baan op de gaan met het half dozijn paardenkarren dat vertrekkensklaar is. Luitenant Steenbruggen zal zo snel mogelijk volgen met de rest van het wagenpark.  Een van de secties is nog niet teruggekeerd van de levering aan het 7Li. Lt Steenbruggen wil niet langer wachten dan noodzakelijk want de vijand is al tot op enkele kilometer van Werm genaderd. Hij vraagt aan de burgemeester van Werm om de bestemming door te geven aan deze sectie indien de voertuigen nog door het dorp zouden passeren. De colonne van OLt Collin wordt even voor Kortessem ingehaald door Lt Steenbruggen die zonder zijn manschappen te paard komt aangesneld. De pelotonscommandant heeft zijn colonne achtergelaten nadat de colonne bij het verlaten van Werm door de vijandelijke luchtmacht werd aangevallen. Bij het bombardement werd het voertuig van de hoefsmid en het voertuig met de veldkeuken vernield. De colonne van OLt Collin wordt bij het binnenrijden van Kortessem eveneens gebombardeerd echter zonder verliezen te lijden. Na het bombardement rijdt de colonne gezwind verder naar het dorp Zepperen dat omstreeks 16u00 bereikt wordt.  Terwijl de paardenkarren opgesteld worden in een boomgaard langs de kant van de baan, wordt Sergeant Faes per fiets uitgestuurd om informatie in te winnen betreffende de volgende bestemming.  Ondertussen wordt tevergeefs gewacht op de rest van het peloton dat te Werm werd achtergelaten. Een tweetal uren later, rond 18u00 worden de manschappen ongerust wanneer enkele cavaleristen per moto voorbij rijden en melden dat de Duitsers in aantocht zijn. Het merendeel van de manschappen gaat ervan door zodat de colonne komt vast zitten.  Lt Steenbruggen en OLt Collin beslissen om de paardenkarren achter te laten en er met de overgebleven militairen (een onderofficier en een soldaat) te paard van door te gaan.  Omstreeks 20u00 bereiken ze Brustem waar ze per toeval de colonne paardenkarren terugvinden die te Werm werd achtergelaten.  De restanten van het PMI hebben geen contact meer met de staf van het transportkorps en trekken op eigen initiatief verder naar het westen.
  • 1PAMI/TptK, 2PAMI/TptK, 1PAMA/TptK en 2PAMA/TptK
    De groepering autopelotons munitie worden tegen de middag onder leiding van Lt Poswick samengebracht in een colonne. De colonne wordt initieel naar Attenhoven nabij Landen gestuurd. Om 16u00 ontvangt de groepering het bevel om zich naar Bierbeek nabij Leuven te begeven. De nacht van 11 op 12 mei wordt te Bierbeek doorgebracht. 
  • PARa/TptK
    Het PARa dat zich reeds sinds de ochtend te Landen bevindt verneemt rond 15u00 dat de Staf van het TptK in het nabijgelegen Attenhoven toegekomen is. Lt Limbourg neemt contact op met de staf en ontvangt rond 16u00 nieuwe marsorders. Het peloton dient zich naar Hamme-Mille te begeven. Het PARa en de Compagnie Intendance verlaten het station van Landen om 17u15 en trekken via Neerheylissem en Geldenaken naar Hamme-Mille.
  • PAMat/TptK
    Bij het PAMat worden twee miliciens afkomstig uit de Oostkantons gearresteerd voor een poging tot desertie.  Beide dienstplichtigen worden opgesloten in de laadbak van een vrachtwagen en zullen bij gebrek aan richtlijnen betreffende hun overdracht aan een bevoegde autoriteit gedurende de ganse veldtocht opgesloten blijven in de vrachtwagen. Tegen de middag verplaatst het PAMat zich samen met de Staf/TptK via Attenhoven naar Hamme-Mille waar de nacht wordt doorgebracht.

Cie Mi AA/4Div

  • Staf/Cie Mi AA
    De compagniestaf ontvangt om 06u00 van de Staf/4Div het bevel om het 1ste Peloton te verplaatsen naar Gors-Opleeuw ter bescherming van het 1PAMA. Omstreeks 10u00 voert de Luftwaffe een luchtaanval uit op de baan van Tongeren naar Hasselt waarbij ook het dorp Kortessem gebombardeerd wordt. Tegen 11u15 komt Kapitein-commandant Tonet van de divisiestaf aan op de kasteelhoeve van Printhagen met een mondeling bevel om de terugtocht naar het westen aan te vatten.  De pelotons moeten tijdens de verplaatsing de eenheden van het Transportkorps 4Div beschermen. Het 1ste, 3de en 4de Peloton worden per motorestafette van de nieuwe opdracht verwittigd. De compagniestaf en het Stafpeloton vertrekken om 12u10 uit Kortessem. Rond 15u00 komt de Staf van de Cie Mi AA toe in Attenhoven nabij Landen. Hier wordt hooguit een uur gewacht waarna de compagnie van de Staf TptK het bevel krijgt om verder naar het westen te trekken samen met de pelotons van het TptK. Aan het eind van de dag bevindt de compagniestaf zich samen met het 2de en het 3de Peloton te Hamme-Mille. Het 1ste en het 4de Peloton bevinden zich te Bierbeek.
  • 1/Cie Mi AA
    Om 06u00 verplaatst het 1ste Peloton zich van Printhagen naar het naburige Gors-Opleeuw om het 1PAMA te verdedigen. Het 1PAMA wordt kort na 07u30 beschoten door vijandelijke vliegtuigen, maar er is geen schade. Het 1Pl vertrekt na de middag samen met het 1PAMA via Landen naar Bierbeek waar de nacht wordt doorgebracht.
  • 2/Cie Mi AA
    Het 2de Peloton, dat zich de vorige avond samen met de Cie Int en het PARa naar het station van Landen begaf, staat er sinds eerste klaarte opgesteld om de luchtverdediging te verzekeren van de Cie Int en het PARa. Om 16u00 ontvangt het peloton de opdracht om het PARa te beschermen tijdens de terugtocht naar het westen. Om 17u15 vertrekken beide pelotons via Neerheylissem en Geldenaken naar Hamme-Mille. Het 2de Peloton brengt samen met het PARa de nacht van 11 op 12 mei door te Hamme-Mille.
  • 3/Cie Mi AA
    Het 3de Peloton dat zich nog steeds te Kortessem bij het PAMat bevindt meldt om 09u00 een vijandelijk vliegtuig neergehaald te hebben. Het toestel zou reeds geraakt geweest zijn door de Belgische luchtafweer en kreeg een genadeschot van de mitrailleurs alvorens neer te storten in de richting van Diepenbeek. Na ontvangst van de nieuwe orders volgt het 3Pl de marsroute van het PAMat om deze eenheid tijdens de verplaatsing te beschermen.  Beide eenheden trekken zich terug via Landen en Geldenaken naar Hamme-Mille. Na een oponthoud van een goed uur te Attenhoven nabij Landen bereikt het peloton in de loop van de avond het dorpje Hamme-Mille waar de nacht van 11 op 12 mei wordt doorgebracht.
  • 4/Cie Mi AA
    Het 4de Peloton dat gedurende de voormiddag nog de luchtverdediging verzekerde van beide pelotons PAMI te Wellen vertrekt na de middag samen met deze pelotons naar Bierbeek waar ze overnachten.

TptK/4Div

  • Staf/TptK
    Het transportkorps bevindt zich over een uitgestrekt gebied in de driehoek Leuven-Diest-Tienen.  De Staf, het PARa en het PAMat bevinden zich in Hamme-Mille, de groepering Autopelotons munitie is aangekomen te Bierbeek en van het met paardenkarren uitgeruste PMI is geen enkel spoor. Het Atelier voor Herstelling van het Wagenpark heeft Korbeek-Lo bereikt. Het Transportkorps blijft de ganse dag in deze kantonnementen in afwachting van nieuwe orders. Om 17u30 komt Majoor SBH Bedoret, onderstafchef van het Iste Legerkorps, aan te Hamme-Mille en neemt contact op met de staf van het TptK. Maj SBH Bedoret is zeer verbaasd dat het TptK zich nog niet verder naar het westen verplaatst heeft. Maj Gilkinet neemt op aandringen van Maj SBH Bedoret contact op met de Staf/4Div die in de waan verkeerde dat het TptK al vertrokken was. Het Transportkorps krijgt vervolgens het bevel om zich onmiddellijk naar Grimbergen te begeven. De door de Staf/4Div opgelegde marsroute loopt via Sint-Joris-Weert, Neerijse, Leefdaal, Sterrebeek en Zaventem naar Grimbergen. De Staf/TptK brengt vervolgens de Cie Mi AA/4Div op de hoogte van de nieuwe marsorders. De colonne van het TptK zet zich rond 19u00 in beweging en doet er de ganse nacht over om langs veldwegen Grimbergen te bereiken.  
  • PMI/TptK
    De colonne van Lt Steenbruggen en OLt Collin met de resterende paardenkarren komt tegen 01u00 aan in Avernas-le-Bauduin waar enkele uren halt wordt gehouden om uit te rusten. Wanneer ze rond 08u00 beslissen verder te trekken worden ze door vluchtelingen op de hoogte gebracht dat de Duitsers vlakbij zijn. Avernas-le-Bauduin wordt ijlings verlaten en via veldwegen wordt de terugtocht verdergezet. De colonne vordert echter langzaam waarop Lt Steenbruggen beslist de resterende paardenkarren achter te laten en te paard verder te gaan. Zo ontstaat een peloton van een achttiental militairen te paard die tegen de middag nabij Jodoigne de Franse stellingen bereiken. Te Jodoigne wordt de nacht afgewacht om verder te trekken. Uiteindelijk passeert het PMI Tourinnes-Saint-Lambert en Genappe (13 mei), Nijvel (14 mei), Halle (15 mei), Zuun (16 mei), Brussel, Vilvoorde, Grimbergen en Merchtem (17 mei), Overmere en Evergem (18 mei). Op 19 mei bereiken ze Mariakerke bij Gent waar ze terug opgenomen worden in de getalsterkte van het TptK.
  • 1PAMI/TptK, 2PAMI/TptK, 1PAMA/TptK en 2PAMA/TptK
    Het 1PAMA heeft Bierbeek bereikt tijdens de nacht en meldt geen verliezen. Het 2PAMA is eveneens in dit dorp aangekomen, maar is onderweg enkele vrachtwagens verloren en telt nog 16 voertuigen met artilleriemunitie.
  • PARa/TptK
    Bij controle van personeel en materieel blijkt het PARa nog over 14 vrachtwagens met levensmiddelen te beschikken. In de loop van de dag wordt het PARa door de Cie Int verwittigd dat zij zich moeten verplaatsen naar Ganshoren nabij Brussel. Het PARa vertrekt als eerste eenheid van het TptK uit Hamme-Mille en vormt colonne met de Cie Int en het 2Pl van de Cie Mi AA. 

Cie Mi AA/4Div
De Staf, het 2de Peloton en het 3de Peloton bevinden zich te Hamme-Mille, het 1ste en het 4de Peloton bevinden zich te Bierbeek. Bij eerste klaarte wordt het 3de Peloton ontplooid in de dorpskern van Hamme-Mille, de andere pelotons worden opgesteld nabij de eenheden van het Transportkorps die ze moeten beveiligen. Het 2Pl wordt als eerste weggestuurd uit Hamme-Mille en zal de luchtverdediging verzekeren van het PARa tijdens zijn verplaatsing naar Ganshoren. De Staf/Cie Mi AA krijgt in de loop van de avond het bevel van de Staf/TptK om tegen 19u00 verder te trekken naar de streek van Grimbergen en Wolvertem.  Het 3de Peloton wordt tijdens de etappe aangehecht bij het PAMat, het 1ste en 4de Peloton bij de groepering Autopelotons munitie.  De staf van de compagnie bereikt Wolvertem tegen 01u00 in de nacht van 12 op 13 mei.  De tocht zal zeer langzaam verlopen omdat de compagnie door de Britse legerzone moet terugtrekken. De colonnes van de British Expeditionary Force [6] trekken oostwaarts richting K.W. Stelling en hebben voorrang op de hoofdwegen waardoor de Cie Mi AA genoodzaakt is langs secondaire wegen naar het westen te trekken.

TptK/4Div

  • Staf/TptK
    De Staf van het Transportkorps bereikt samen met het PAMat Grimbergen tegen 00u15 in de vroege ochtend van 13 mei. Majoor Gilkinet verneemt op het stadhuis van Grimbergen, waar de CP van het EskCy 4Div zich geïnstalleerd heeft en over een lijst met kantonnementen van de eenheden van de 4Div beschikt, dat het TptK zich naar Wolvertem moet begeven.  Vanuit Grimbergen worden de colonnes van het TptK doorgestuurd naar hun voorziene kantonnementszone te Wolvertem. De staf van het transportkorps en het PAMat worden ingekwartierd te Rossem op het grondgebied van Wolvertem.
  • 1PAMA en 2PAMA
    De twee Autopelotons voor Artilleriemunitie worden ondergebracht in het gehucht Den Dries. 
  • PARA/TptK
    Het Autopeloton voor Ravitaillering bevindt zich samen met de Cie Int/4Div te Ganshoren, enigszins verwijderd van de rest van het TptK.
  • 1PAMI en 2PAMI
    De twee Autopelotons voor Infanteriemunitie worden ingekwartierd te Leefdaalbos op het grondgebied van Meise.
  • ARCA/TptK
    Het Atelier voor Herstelling van het Wagenpark verlaat Korbeek-lo en trekt terug via Leuven, Herent, Buken, Kampenhout, Perk en Peutie naar Asse waar zich ook de ateliers van de 7Div en het I/LK bevinden.

Cie Mi AA/4Div

  • Staf/Cie Mi AA
    De Staf komt tegen 01u00 aan te Wolvertem en wordt samen met de Staf/TptK  ondergebracht in Rossem, een gehucht van Wolvertem. De pelotons van de compagnie hervatten hun luchtverdedigingsopdracht vanaf eerste klaarte. Te Rossem maakt de compagniestaf de balans op van de eerste drie oorlogsdagen. De Cie Mi AA is behoorlijk ongeschonden door de eerste oorlogsdagen gekomen. De slagorde is compleet, met uitzondering van een een militair die reeds van 4 april 1940 gehospitaliseerd was in het medisch-chirurgisch centrum van het Iste Legerkorps te Borgloon, en van een motor met zijspan die tijdens de rit van Hamme-Mille naar Wolvertem in panne gevallen was [7].
  • 1/Cie Mi AA
    Het 1ste Peloton luchtafweermitrailleurs staat in voor de luchtverdediging van het 1PAMA en het 2PAMA die gekantonneerd zijn in het Wolvertemse gehucht Den Dries.
  • 2/Cie Mi AA
    Het 2de Peloton bevindt zich niet bij de rest van de compagnie. Het vertrok samen met de Cie Int en het PARa naar de Brusselse gemeente Ganshoren.
  • 3/Cie Mi AA
    Het 3de Peloton luchtafweermitrailleurs verzekert de luchtverdediging van zowel de Staf/Cie Mi AA alsook van de Staf/TptK en het PAMat die zich te Rossem bevinden.
  • 4/Cie Mi AA
    Het 4de Peloton staat opgesteld te Leefdaalbos (Meise) waar ze het 1PAMI en het 2PAMI beschermen tegen luchtaanvallen.

TptK/4Div
In afwachting van de aankomst van de troepen te voet reorganiseert het TptK/4Div zich in zijn hergroeperingszone in en rond Wolvertem. De Sectie van het Peloton voor Infanteriemunitie, die na de bevoorrading van het 7Li op 11 mei er niet meer in slaagde terug te keren naar Werm, heeft de terugtocht aangevat met het 7Li en bereikt onder leiding van een wachtmeester Wolvertem. De troepen van de 4Div die zich in de hergroeperingszone ten westen van het Kanaal van Willebroek bevinden moeten bevoorraad worden met levensmiddelen. Het PARa/TptK moet die levensmiddelen (koeken, suiker en koffie) gaan ophalen in het station van Aalst.

Cie Mi AA/4Div
De Cie Mi AA die zich reeds in de definitieve hergroeperingszone van de divisie te Wolvertem bevindt herneemt zijn opdracht. Vanaf eerste klaarte op 14 mei wordt door de pelotons stelling genomen om hun respectievelijke logistieke eenheden te beveiligen. Het 2Pl bevindt zich te Ganshoren waar het instaat voor de luchtverdediging van het PARa.  Het 2de Peloton verplaatst zich samen met het PARa naar het station van Aalst waar de mitrailleurs worden opgesteld. Nadien wordt samen met het PARa teruggekeerd naar Ganshoren waar de luchtverdediging verzekerd wordt van de kantonnementszone van het PARa.

TptK/4Div
Het TptK/4Div krijgt zijn marsorders om 17u00 en moet met uitzondering van het PARa en het ARCA om 18u30 vertrekken naar Evergem ten noorden van Gent. De opgelegde marsroute loopt via Merchtem, Moorsel, Aalst en Gent.  Het PARa verlaat samen met de Cie Int Ganshoren nabij Brussel en begeeft zich naar Mariakerke bij Gent, de Cie Int installeert zich te Drongen. Het Atelier voor Herstelling van het Wagenpark zal te Sleidinge ten noorden van Evergem opgesteld worden.

Cie Mi AA/4Div
Om  17u00 beslist de Staf/4Div dat de luchtafweerpelotons van de Cie Mi AA/4Div opgesteld zullen worden langsheen de marsroute van de 4Div naar Gent. Orders worden door de Staf/Cie Mi AA verspreid om verplichte doorgangen te Merchtem, Moorsel en Aalst te verdedigen.  Het 2de Peloton, dat zich nog te Ganshoren bevindt, begeeft zich na ontvangst van het order zo snel mogelijk naar Aalst waar ze de luchtverdediging verzekeren van de brug over de Dender langs de N9. Het TptK/4Div moet nu noodgedwongen de verplaatsing van Wolvertem naar Evergem zonder luchtafweer uitvoeren. Om 17u45 ontvangt de compagnie echter een tegenbevel; ten minste twee pelotons moeten langs de snelweg Brussel-Antwerpen ter hoogte van Wolvertem de inschepingswerf voor de troepen te voet (oftewel ‘chantiers d’embarquement’) georganiseerd door de LAuGpg beschermen tegen luchtaanvallen. Cdt Reynders beslist zijn ganse compagnie in te zetten voor deze opdracht, maar het 2de Peloton is al vertrokken naar Aalst en kan niet meer bereikt worden. Het 1ste, 3de en 4de Peloton worden wel ontplooid. De opdracht wordt om 22u45 door Kapitein-commandant Verhoeven van de divisiestaf opgeheven niettegenstaande de autobussen van de LAuGpg nog niet zijn aangekomen te Wolvertem. De compagnie vertrekt vervolgens naar Evergem om het TptK te vervoegen. Het 2de Peloton krijgt te Aalst om 22u45 eveneens het bevel om zijn opdracht te beëindigen en zich vervolgens naar Mariakerke bij Gent te begeven, waar het PARa een kantonnement zal innemen.

Cie Int/4Div
De compagnie is op 16 mei nog onderweg naar het Bruggenhoofd Gent en wordt om 13u00 nabij de stad gesignaleerd.

TptK/4Div
Het gros van het transportkorps staat nu opgesteld ten noorden van Gent. De staf, het PAMat en de beide PAMI bevinden zich te Evergem, het PARa te Mariakerke en het ARCA te Sleidinge. De beide PAMA worden opgesteld te Gontrode ten zuiden van Gent. Het met paardenkarren uitgeruste Peloton voor Infanteriemunitie bereikt tegen de avond Mere en wacht hier de volgende avond af om de rest van het TptK te vervoegen.  

Cie Mi AA/4Div
De hoofdmoot van de luchtafweercompagnie bereikt rond 07u00 zijn nieuwe standplaatsen te Gent waar het TptK/4Div zich reeds bevindt. De staf, het stafpeloton, het 3Pl en het 4Pl bevinden zich te Evergem en verzekeren de luchtverdediging van de Staf/TptK, het PAMat en de beide PAMI. Het PARa en het 2Pl staan opgesteld te Mariakerke nabij Gent en hebben een onderkomen gevonden in het Kasteel de Hemptinne (oftewel Kasteel van het Zandeken) [8] gelegen aan de Raymond de Hemptinnelaan 33  op het grondgebied van Mariakerke. Het 1Pl bevindt zich te Gontrode waar ze de beide PAMA beschermen.

Cie Int/4Div
De compagnie heeft zich opgesteld in de Beekstraat te Drongen.  Het PARa bevindt zich drie kilometer meer naar de stad toe in Kasteel de Hemptinne op het grondgebied van Mariakerke.  Het PARa krijgt de instructie om zelf bij de depots van de 3de Provianddienst Gent langs te gaan voor het ophalen van de nodige levensmiddelen bestemd voor de eenheden van de 4Div. Brandstof kan afgehaald worden op het depot van de firma Standaert aan de Industriekaai te Gent.

TptK/4Div
Het transportkorps wordt conform de orders van de divisiecommandant in zijn geheel doorgestuurd naar de linkeroever van de Leie via een marsroute over Vinderhoute, Merendree en Hansbeke. De colonnes vertrekken om 15u00 en komen tegen 18u00 op de nieuwe bestemming toe. De staf, het PAMat, het PMI en de niet hoogstnoodzakelijke paardenwagens van het Geneeskundig Korps en de infanterieregimenten worden gestationeerd te Vinkt.  De beide PAMA’s en de overtollige paarden van het 8A die een groepering vormen onder bevel van Cdt Hinthel worden gegroepeerd te Poesele. Het ARCA, de beide PAMI en de overtollige motorvoertuigen van de infanterie en het 8A worden verzameld te Schuiferskapelle onder bevel van Lt Poswick.

Cie Mi AA/4Div
De Staf/Cie Mi AA, de Staf/TptK, het PAMat en het 3de Peloton worden gestationeerd te Hansbeke. De beide PAMA’s worden gegroepeerd te Poesele waar ze verdedigd worden door het 1ste Peloton. Het 4de Peloton, het Atelier voor Herstelling van het Wagenpark, de beide pelotons PAMI en de overtollige motorvoertuigen van de infanterie worden verzameld te Ruiselede. Aangezien de troepen van de 4Div in het Bruggenhoofd Gent verder met levensmiddelen bevoorraad moeten worden blijft het PARa en dus ook het 2Pl in Mariakerke en opereren afgescheiden van de rest van het Transportkorps en de Cie Mi AA die zich ten westen van de Leie bevinden.

TptK/4Div
Het transportkorps blijft in zijn nieuwe kantonnementen ten westen van de Leie tussen Hansbeke en Ruiselede.  Er wordt een zoektocht gestart naar nieuwe vrachtwagens om de tekorten in de slagorde aan te vullen. Vooral het PAMat heeft dringend nieuwe vrachtwagens nodig omdat alle beschikbare camions van het PAMat werden afgestaan aan de eenheden van de 4Div om hun verliezen terug aan te vullen.  De Groepering PAMI krijgt er nog een opdracht bij, zij moeten instaan voor de administratie van een 700-tal militairen van de 4Div die niet meer geëncadreerd zijn omdat hun eenheid tijdens de terugtocht naar het westen werd ingehaald door de vijand en krijgsgevangen genomen.

Cie Mi AA/4Div
Voor de tweede keer tijdens de veldtocht krijgt de Cie Mi AA/4Div opdrachten rechtstreeks toegewezen van de Staf/4Div. De compagnie moet met onmiddellijke ingang een peloton aanduiden voor de luchtbeveiliging van het HK van de divisie te Zwijnaarde. Daarenboven moet een tweede peloton aangeduid worden voor de luchtbeveiliging van de commandopost van het 11Li dat zich te Lemberge bevindt. De overige twee pelotons moeten onder rechtstreeks bevel van de compagniestaf elk een PAMA te Poesele beveiligen. De staf van de compagnie dient zich ook te verplaatsen van Hansbeke naar Poesele waardoor voor de eerste keer in de veldtocht de Staf/Cie Mi AA en de Staf/TptK niet samen ontplooid zijn. Het 3de Peloton dat zich te Hansbeke bevindt, en onmiddellijk op de hoogte kan worden gesteld van de nieuwe opdracht, wordt aangeduid voor de beveiliging van het HK van de 4Div te Zwijnaarde. De luchtverdediging van het PAMat is geen prioriteit meer. Het 3Pl verplaatst zich nog diezelfde ochtend naar Zwijnaarde en krijgt als opdracht het HK van de divisie te beschermen. Daarenboven moet het peloton zich klaar houden om de wielvoertuigen van het HK te beveiligen tijdens verplaatsingen en om specifieke opdrachten van groot tactisch belang uit te voeren ten voordele van de 4Div, zoals de brug over de Schelde te Zwijnaarde. De andere pelotons blijven voorlopig nog op hun oude stellingen. De Staf/Cie Mi AA voert tijdens de nacht van 18 op 19 mei wel de verplaatsing uit van Hansbeke naar Poesele.

 

Cie Int/4Div
De divisie wordt nu bevoorraad met levensmiddelen van uit een nooddepot te Deinze.  De intendant van de 2Div coördineert de bedeling.  Het PARa opereert nog steeds van uit Mariakerke.  Benzine kan vanaf nu opgehaald worden in het depot van Shell aan de Wondelgemkaai.

TptK/4Div
De staf van het transportkorps was tot nu opgesteld te Hansbeke.  Met het oog op de komende inzet op het Bruggenhoofd Gent worden de eenheden weer naar de divisiesector geroepen.  De staf van het transportkorps vertrekt om 11u00 naar Drongen waar ze zich moeten opstellen. Om 13u00 volgt een tegenbevel waarbij ze doorgestuurd worden naar Mariakerke. Het PAMat krijgt een andere bestemming en moet naar Sint-Martens-Latem verhuizen. Het detachement van Luitenant Steenbruggen en OLt Colling van het Peloton voor Infanteriemunitie bereikt met zestien overblijvende  manschappen en 18 paarden Mariakerke waar ze het TptK opnieuw vervoegen en opgenomen worden in de getalsterkte van het PAMat.

Cie Mi AA/4Div
 Het 4de Peloton, dat zich te Ruiselede bevond bij de twee pelotons PAMI, verzekert vanaf 09u00 de luchtverdediging van de CP van het 11Li te Lemberge.  Het 2de Peloton wordt weggehaald bij het PARa in Mariakerke en moet zich naar Poesele begeven om het 2PAMA te beveiligen terwijl het 1ste Peloton dat zich reeds te Poesele bevond nu het 1PAMA moet beveiligen. De Cie Mi AA staat nu volledig opgesteld conform de orders van de Staf van de 4Div. De twee PAMI’s en het PARa kunnen vanaf nu niet meer rekenen op enige luchtverdediging, de prioriteit wordt gelegd bij het HK van de 4Div en de beide PAMA’s.

TptK/4Div
Het Tpt/K organiseert zich op zijn nieuwe stellingen. De Staf/TptK en het PARa/TptK bevinden zich te Mariakerke, het PAMat te Sint-Maartens-Latem, de beide PAMA ter Poesele, het ARCA en de PAMI te Ruiselede.

Cie Mi AA/4Div
De opdrachten van de Cie Mi AA blijven ongewijzigd. Het 1ste Peloton en het 2de Peloton bevinden zich te Poesele waar ze onder rechtstreeks bevel van de Staf/Cie Mi AA de twee pelotons PAMA beveiligen. Het 3de Peloton staat opgesteld te Zwijnaarde en beveiligt het HK/4Div terwijl het 4de Peloton instaat voor de beveiliging van de CP van het 11Li te Lemberge.

Cie Int/4Div
De Cie Int bevindt zich nog steeds op de terreinen van het Kasteel de Hemptinne te Mariakerke.

TptK/4Div
Het Tpt/K bevindt zich nog steeds op dezelfde stellingen. De Staf/TptK en het PARa/TptK bevinden zich te Mariakerke, het PAMat te Sint-Maartens-Latem, de beide PAMA ter Poesele, het ARCA en de beide PAMI te Ruiselede.

Cie Mi AA/4Div
In de loop van de ochtend komen nieuwe orders binnen op de CP van de Cie Mi AA. Het 2de Peloton dient terug te keren naar Mariakerke om de verplaatsing van het PARa van Mariakerke naar Sint-Andries bij Brugge te beveiligen. Het 4de Peloton zet zijn opdracht bij de CP van het 11Li te Lemberge stop en neemt de opdracht van het 2de Peloton te Poesele over. De nieuwe orders worden in de loop van de namiddag uitgevoerd.

TptK/4Div
Het transportkorps ontvangt het bevel tot de aftocht naar het Afleidingskanaal van de Leie om 17u00.  De Staf/TptK en het PAMat trekken via Mariakerke, Drongen, Deinze en Vinkt naar Kanegem. In de loop van de nacht komt ook wat overblijft van het PMI aan te Kanegem. Het PARa blijft achter bij de Cie Int te Mariakerke. De beide PAMA verlaten ‘s nachts Poesele en gaan eerst op de artilleriestellingen van 8A de overtollige munitie ophalen die niet met de organieke middelen van de artilleriegroepen meegenomen kan worden. Sommige stellingen zijn al door de artillerie verlaten wanneer de PAMA’s toekomen om de munitie op te laden. Na deze opdracht verplaatsen de PAMA zich via Lotenhulle naar Ruiselede waar nieuwe kantonnementen worden ingenomen. te Ruiselede bevinden zich ook nog het ARCA en beide PAMI.

Cie Mi AA/4Div
De Cie Mi AA begint de dag met dezelfde opstelling als de dag ervoor, de Staf/Cie Mi AA, het 1ste Peloton en het 4de Peloton bevinden zich te Poesele bij de PAMA’s. Het 3de Peloton beveiligt het HK van de divisie te Zwijnaarde en het 2de Peloton maakt zich te Mariakerke klaar voor de verplaatsing naar Sint-Andries Brugge. Om 17u00 krijgt de Cie Mi AA orders voor een nieuwe nachtelijke verplaatsing.  De Staf/Cie Mi AA samen met het 1ste en het 4de Peloton verplaatsen zich Poesele naar Ruiselede. Tijdens de verplaatsing die start om 22u20, moeten ze de twee PAMA’s beschermen tegen luchtaanvallen. Het 3de Peloton wordt tijdelijk ontheven van zijn opdracht bij het HK van de 4Div om de brug over de Leie te Nevele te gaan verdedigen.

Kasteel Ter Heide waar de Cie Int/4Div, het PARa/TptK en het 2/Cie Mi AA zich vanaf 23 mei bevinden.

Cie Int/4Div
De divisie zal vanaf nu niet langer bevoorraad worden via een centraal bevoorradingspunt, maar moet net zoals alle andere eenheden van het veldleger zelf de nodige stocks afhalen bij de diverse depots.  Voor levensmiddelen moet de intendance beroep doen op de depots te Oostende.  Benzine moet afgehaald worden te Brugge.  Smeerstoffen kunnen bekomen worden bij drie civiele leveranciers eveneens te Brugge en tegen een opeisingsbevel. De Cie Int staat nu opgesteld in het Kasteel Ter Heide (oftewel Château de la Bruyère) gelegen langs de Torhoutsesteenweg 620 te Sint-Andries bij Brugge.

TptK/4Div
De Staf/TptK en het PAMat bevinden zich te Kanegem, het ARCA, de beide PAMI en de beide PAMA te Ruiselede. Het PARa heeft zich intussen geïnstalleerd te Sint-Andries Brugge nabij de Cie Int. Voor munitie moet de divisie nu rechtstreeks bij de depots aankloppen.  Infanteriemunitie kan afgehaald worden in de munitiedepots van Eeklo en Houthulst, met uitzondering van granaten voor de C47 kanonnen.  Die moeten bij het Depot op binnenvaartuigen te Oudenburg afgehaald worden.  Munitie voor de DBT granaatwerpers kan tijdelijk niet bekomen worden.  De PAMA’s moeten artilleriemunitie afhalen in het depot van Zedelgem. Het Peloton voor Infanteriemunitie wordt opnieuw samengesteld als onafhankelijk peloton, maar zit nog steeds zonder de nodige paardenkarren. Het PAMat gaat verder met het in beslag nemen van vrachtwagen. Deze zijn dit keer bestemd voor het 4Gn en het GnK/4Div. Bij gebrek aan beter worden zelfs open camions zonder dekzeil ter beschikking gesteld van het GnK voor de evacuatie van de gewonden.  OLt Annez de Taboada wordt als liaisonofficier naar de staf van de 4Div gestuurd.

Cie Mi AA/4Div
De verplaatsing van beide PAMA’s, de Staf/Cie Mi AA en de twee luchtafweerpelotons van Poesele naar Ruiselede is uitgevoerd tegen 01u00. Er wordt een korte rustperiode ingelast te Ruiselede maar tegen eerste klaarte staan de mitrailleurs terug op post. Het 3de Peloton dat de ganse nacht bij de brug van Nevele bleef vangt er vanaf eerste klaarte zijn luchtverdedigingsopdracht aan tot 08u00. Na einde opdracht wordt het 3de Peloton terug doorgestuurd naar het HK van de 4Div dat nu opgesteld staat te Vinkt. Het 2de Peloton is ondertussen in Sint-Andries aangekomen waar ze de kantonnementen van het PARa en de Cie Int in het Kasteel Ter Heide beveiligen.

Cie Int/4Div
De intendant van de divisie wijst de eenheden er op dat de broodbevoorrading onder druk staat.  Er dient zo zuinig mogelijk omgesprongen te worden met de nog beschikbare voorraden.  In een poging om het tekort te verhelpen, zal de intendance zal op zoek gaan naar civiele bakkerijen te Lotenhulle, Poesele, Ruiselede, Kanegem en Vinkt.

TptK/4Div

  • Staf/TptK
    Vanaf 24 mei moet het TptK de logistieke ondersteuning verzekeren van een aantal detachementen die in versterking van de 4Div gegeven zijn. Het betreft een artilleriegroepering legerkorpsartillerie VI/LK bestaande uit IV/15A, I/14A en II/16A, de batterij 105mm Abrams, een peloton C40mm luchtafweer van de 5Bij/DTCA, 9/III/15A, de Cie C47 op T13/8Div en de Groepering Pemen van 32A. De staf van het transportkorps verlaat Kanegem om 10u00 en bereikt tegen het middaguur zijn nieuwe standplaats te Egem-Kapelle. Ook de twee PAMI en de twee PAMA worden vanuit Ruiselede doorgestuurd naar Egem-Kapelle.
  • 1PAMI/TptK en 2PAMI/TptK
    Lt Poswick moet OLt Annez de Taboada vervangen als verbindingsofficier bij de 4Div. OLt Annez de Taboada neemt het bevel over van de groepering PAMI van Lt Poswick.
  • 1PAMA/TptK
    Bij het 1PAMA wordt Wachtmeester Wautelet met vier vrachtwagens uitgestuurd naar het station van Eerdegem om hier 2.000 C75TR artilleriegranaten te gaan ophalen.  In het station staat inderdaad een munitietrein, maar die blijkt het juiste type granaten niet aan boord te hebben.

Cie Mi AA/4Div
Om 02u00 verhuizen de Staf/Cie Mi AA, het 1ste en het 4de Peloton mee met de beide PAMA van Ruiselede naar Egem-Kapelle waar ze de Staf/TptK terug vervoegen. Hun luchtafweeropdracht wordt terug uitgevoerd na voltooiing van de verplaatsing. Het 3de Peloton beschermt het HK/4Div tijdens hun verplaatsing van Vinkt naar Kanegem. Het 2de Peloton bevindt zich nog steeds te Sint-Andries bij het PARa.

TptK/4Div
Het gros van het TptK bevindt zich nu te Egem-Kapelle. Het PARa voert zijn bevoorradingsopdrachten uit vanaf Sint-Andries. Het ARCA wordt weggehaald bij de divisie en samengebracht te Torhout met andere equivalente eenheden onder rechtstreeks bevel van het Transportkorps van het IIIde Legerkorps.

Cie Mi AA/4Div
De opdrachten voor de Cie Mi AA/4Div blijven onveranderd. Het 1ste Peloton wordt in de loop van de dag meegestuurd met de pelotons PAMA op bevoorradingsronde naar het 8A dat dringend artilleriemunitie nodig heeft. De colonne wordt tijdens de verplaatsing hevig gebombardeerd door Stuka’s maar lijdt geen verliezen. Het 2de Peloton bevindt zich nog steeds te Sint-Andries bij het PARa, ver van het strijdgewoel.

TptK/4Div
Om 19u00 worden de eenheden van het TptK/4Div vanuit Egem-Kapelle doorgestuurd naar Hertsberge met uitzondering van de beide PAMA’s die overgaan naar de 1ste Divisie Ardeense Jagers.  Het PARa bevindt zich nog steeds te Sint-Andries, de overige elementen verlaten Egem-Kapelle om 20u00 via Zwevezele en Ruddervoorde en komen een tweetal uur later op de nieuwe bestemming aan.  Het PMI zal enkele uren later het dorp Hertsberge bereiken. Het TptK beschikt nu enkel nog over een beperkt PMI, twee PAMI, een PAMat en het PARa, het ARCA en de twee PAMA’s werden overgeheveld naar andere eenheden.

Cie Mi AA/4Div
Om 20u00 verplaatsen de Staf/Cie Mi AA, het 1ste Peloton en het 4de Peloton zich van Egem naar Hertsberge waar ze rond 20u30 toekomen. Het 3de Peloton blijft bij het HK/4Div en verplaatst zich van Kanegem via Schuifferskapelle naar Ruiselede. Het 2de Peloton blijft te Sint-Andries bij het PARa/TptK.

TptK/4Div
De staf, het PAMat en de beide PAMI worden om 14u00 vanuit Hertsberge doorgestuurd naar Snellegem.  De mars loopt via Ruddervoorde en Zedelgem en zal tot 19u00 duren.  Het PMI dient te Hertsberge achter te blijven. Zonder hiervan op de hoogte gesteld te worden, gaat het transportkorps over naar de 1ste Divisie Ardeense Jagers. De elementen die over paardenvoertuigen beschikken, worden vanuit Hertsberge rechtstreeks doorgestuurd naar Stene nabij Oostende.  Deze colonne krijgt een marsroute via Schare, Ruddervoorde, Zuidweg, Aartrijke, Westkerke, Oudenburg en Zandvoorde.

Cie Mi AA/4Div
De Staf/Cie Mi AA samen met het 1ste en het 4de Peloton worden om 18u00 verplaatst van Hertsberge naar Snellegem tussen Brugge en Oostende. Het 3de Peloton verhuist mee met het gedeelte van het HK/4Div dat zich naar Waardamme begeeft. Het 2de Peloton krijgt het bevel om zich samen met het PARa/TptK naar Mariakerke bij Oostende te begeven. De rol van het Belgisch leger is nagenoeg uitgespeeld maar het 2de Peloton krijgt toch nog een laatste opdracht van de Staf van de Maritieme Basis die zich eveneens in Mariakerke bevindt en die al een tijdje op zoek was naar luchtafweermiddelen. In de haven van Oostende liggen drie schepen klaar om kortelings naar Engeland af te varen. Britse militairen, maar ook Britse burgers die in België vast kwamen te zitten, gewonde Belgische militairen, krijgsgevangen Duitse piloten en jongeren van de rekruteringsreserve schepen in. Het betreft de s/s Abukir, de s/s Marquis en de s/s Diamant. Tijdens het inschepen wordt Oostende en vooral de haven hevig gebombardeerd door de Duitse luchtmacht. Het 2de Peloton van de Cie Mi AA krijgt de opdracht om zich op te stellen op het strand van Mariakerke teneinde de aanvliegroute langs de kust naar de haven af te schermen. Het peloton neemt de passerende vliegtuigen onder vuur maar wordt ook gebombardeerd. De manschappen zijn getuige van het neerstorten van een Duits vliegtuig in zee vlak voor de kust van Mariakerke. Enkele Duitse piloten en bemanningsleden overleven de crash en roepen om hulp maar niemand van de aanwezige Belgische militairen kan nog hulp bieden voor de vliegtuigbemanning verdrinkt.

TptK/4Div
De staf verneemt het nieuws van de overgave via de radio in het voertuig van Kapitein-commandant Hinthel.  Er is echter geen contact meer met de divisiestaf tot in de loop van de avond een stafofficier arriveert die meldt dat het hoofdkwartier te Waardamme opgesteld staat.

Na de capitulatie

Krijgsgevangenen Cie Mi AA/4Div
Bij een incident  in het krijgsgevangenenkamp Bredow (XII – 106) nabij Stettin (vroeger Duitsland nu Szczecin in Polen) komt op 1 oktober 1941 Eerste Sergeant Tytgat van 1/Cie Mi AA om het leven samen met de 1ste Sergeanten Huybrechts en Meubus van het 11Li [9]. Ook Soldaat BV Janssens van het 18de Regiment Artillerie (18A) en nog 14 andere Belgische krijgsgevangenen, wiens eenheid (voorlopig) niet achterhaald kan worden (alleen het stamnummer is beschikbaar maar dit is geen uitsluitende indicatie), komen bij hetzelfde incident om het leven. Het betreft de Wachtmeester Mil Peeters, Sergeant Mil Ilsbroeckx (5Li), Kpl BV Pierard (14Li),  de Soldaten BV De Koster, Leonard, Van Camp en Vandereycken  en de Soldaten Mil Bastie (6A), Lambert (TTr), Meulemans (Aie CK), Ruelens (Aie CK), Van De Winckel (13Li), Vermaelen (9Li) en Wittemberg (1JP). Stettin werd gedurende de nacht van 30 september 1941 op 01 oktober 1941 zwaar gebombardeerd door de RAF om de Duitse logistieke steun aan het offensief tegen Leningrad (nu Sint-Petersburg) te verstoren [10]. Hierbij vielen drie vliegtuigbommen op het krijgsgevangenenkamp van Bredow waar 506 Belgische en Franse krijgsgevangenen zijn ondergebracht. In totaal komen 20 Belgen om het leven en raken er 14 gewond.

Bibliografie en Bronnen

  1. Achtergrondinformatie over de spoorlijn 29 [On Line Beschikbaar]: Station Piringen | Inventaris Onroerend Erfgoed  en  Les gares belges d’autrefois. Station Piringen / La gare de Piringen. Guy Demeulder. [Laatst geraadpleegd op 28 november 2023].
  2. Het loont de moeite om even stil te staan bij het bombardement van het station van Borgloon op 10 mei om 08u00. Als je er van uitgaat dat in militaire operaties (meestal) niets zonder reden gebeurt en gezien de schaarste van de Duitse luchtmiddelen op een cruciaal moment als 10 mei (zeer veel doelen dienden uitgeschakeld te worden op korte tijd) is het moeilijk aan te nemen dat het station van Borgloon enkel uit pure vernielzucht werd gebombardeerd. De enige logische reden om het station van Borgloon te bombarderen is de aanwezigheid van de Cie Int/4Div en het feit dat het station van Borgloon sinds begin april als bevoorradinsstation van de 4Div werd gebruikt. Wanneer men weet dat om 05u00 ‘s morgens al de kazerne van de Grenswielrijders Limburg te Lanaken werd gebombardeerd en om 08u00, gelijktijdig met de CP van 4Gn te Bilzen, ook de CP van het 6Gn (organiek geniebataljon van de 7Div) te Herderen komt een bepaald patroon naar boven. Al deze eenheden hadden een directe rol te spelen bij de verdediging van het oostelijk deel van het Albertkanaal. Om het causaal verband tussen de verschillende bombardementen te achterhalen zou het interessant zijn de doelenlijst (oftewel High Priority Target List – HPTL) van de Luftwaffe te kunnen raadplegen en enig inzicht te verwerven in het targetingproces dat door de Duitsers werd gevoerd. Vooral dan door welke inlichtingen (intel) dit targetingproces werd gevoed. Dergelijke doelenlijst is allicht niet meer beschikbaar (anders was die al opgedoken) en zeker de bronnen die de inlichtingen verschaften werden vermoedelijk tijdens de oorlog reeds beschermd door de vernietiging van bepaalde inlichtingenrapporten na afloop van de operaties in België. De verschillende veiligheidsdiensten van het land waren zich weldegelijk bewust van de aanwezigheid van informanten in de zone die door het Belgische leger bezet was. De enige manier om de HPTL te reconstrueren is na te gaan wat en wie gebombardeerd werd op welk moment. Analyse van de plaatsen die gebombardeerd werden waar zich tot voor enkele dagen van de inval nog sleutelelementen bevonden die op het moment van de aanval elders stelling genomen hebben, kan informatie opleveren over de laatste update die aan de lijst werd aangebracht.
  3. Volgens het War Dead Register zijn er op 10 mei geen Belgische militairen gesneuveld te Borgloon. De vermiste militairen zijn niet gesneuveld maar vermoedelijk gedeserteerd. Lt Res Limboursin, pelotonscommandant van het PARa rapporteert trouwens op 11 mei aan Majoor Gilkinet dat enkele militairen afkomstig uit de Oostkantons op 10 mei te  Kerniel de rangen verlaten hebben en te voet naar het oosten vertrokken zijn. Waarschijnlijk gaat het hier om de vermiste/verdwenen brigadier en soldaat.
  4. Achtergrondinformatie bij Kasteelhoeve van Printhagen te Kortessem [On Line beschikbaar]  https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/32440 [Laatst geraadpleegd28 november 2023].
  5. Lichtspoormunitie is absoluut noodzakelijk om de vuren van luchtdoelmitrailleurs te justeren. Spoorkogels (oftewel tracers) laten de mitrailleurploeg toe waar te nemen of de juiste voorloophoek werd gekozen om het vliegtuig te bestoken. Door waarneming van de kogelbanen kunnen de vuren tijdens de onderschepping bijgestuurd worden. Zonder lichtspoormunitie wordt als het ware blind geschoten waardoor het rendement van de onderschepping nagenoeg nihil is.
  6. De British Expeditionary Force (BEF), die zich  vanaf september 1939 in Frankrijk bevond, is bij de start van de Duitse aanval België ingetrokken om de K.W. Stelling te bezetten vanaf Leuven (exclusief) tot Waver.
  7. Situatierapport opgesteld door de staf van de Cie Mi AA/4Div op 15 mei 1940, gericht aan de Staf/4Div, betreffende de toestand personeel en voertuigen van de Cie Mi AA/4Div van 10 tot 12 mei. Het rapport bevindt zich in het dossier van de 4Div bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV), Ministerie van Defensie. Het is het enige originele document van de Cie Mi AA/4Div dat tijdens de veldtocht werd opgesteld dat nog in de archieven terug te vinden is.
  8. Achtergrondinformatie bij het Kasteel de Hemptinne in Mariakerke [ On Line beschikbaar]: Kasteel van het Zandeken | Inventaris Onroerend Erfgoed  [Laatst geraadpleegd 04 december 2023].
  9. De 1ste Sergeant Tytgat staat vermeld op de herdenkingsplaat voor de gesneuvelde onderofficieren van het 11Li tijdens zowel de eerste als de tweede wereldoorlog op de gemeentelijke begraafplaats Kruisveld te Hasselt. De herdenkingsplaat draagt het opschrift: “In Memoriam, Eretabel der Onderofficieren van het 11e Linie gestorven voor het vaderland“. Luitenant Res Vandeweert, pelotonscommandant van 1/Cie Mi AA/4Div vermeldt in zijn naoorlogs verslag het sneuvelen van 1Sgt Tygat, behorende tot zijn peloton, te Stettin op 1 oktober 1941. Het bevestigd dat de Cie Mi AA/4Div gevormd is met reservisten van het 11Li. Ook het feit dat hij gedomicilieerd was in de Fonteinstraat 87 te Hasselt bevestigd dat de compagnie voornamelijk uit Limburgse dienstplichtigen bestond.  [ On Line beschikbaar]: Dead person | Belgian War Dead Register  [Laatst geraadpleegd 06 november 2023]. 
  10. Krantenartikel in een Britse krant van 1 oktober 1941 die het bombardement van Stettin op 30 september verslaat. Er wordt gesproken van een zwaar bombardement gevolgd door een grote brand. [On Line beschikbaar]:  https://trove.nla.gov.au/newspaper/article/17766675 en https://www.ww2today.com/p/an-airmans-first-and-last-operational [Laatst geraadpleegd 28 juli 2023]. De vermoedelijke Belgische slachtoffers van het bombardement liggen met grote waarschijnlijkheid begraven op een militair ereperk van het Centraal kerkhof van Szczecin waar er een monumentje staat ter nagedachtenis van 33 omgekomen Belgische krijgsgevangenen die op het kerkhof van Szczecin begraven zijn. [On Line Beschikbaar] http://cmentarze.szczecin.pl/chapter_11964.asp?soid=B4EA1ADC41E24C86B1B81E127D4735DD [Laatst geraadpleegd 28 juli 2023]. De omstandigheden van het incident worden uitvoerig beschreven in het boek “Dans le ghetto des barbelés” van François Rouard, een ooggetuige. [On line beschikbaar]: https://www.maisondusouvenir.be/francois_rouard.php [Laatst geraadpleegd 28 juli 2023].
  11. Slagorde officieren van de Staf/4Div, Cie C47 Tr/4Div, Cie C47 op T13/4Div, Cie Int/4Div en Cie Mi AA/4Div bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV), Ministerie van Defensie.
  12. Slagorde officieren van het Transportkorps van de 4Div bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (ADIV), Ministerie van Defensie.
  13. Gedetailleerd getypt verslag opgesteld in het Frans op 19 december 1945 door Lt Warnon, officier van het actief kader en Adjudant-majoor van het TptK/4Div. Het verslag bevindt zich in het dossier van de 4Div bij de Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
  14. Summier handgeschreven verslag opgesteld in het Frans door Lt Res Jean Guillaume ‘Guy’ Poswick, groeperingscommandant bij het TptK/4Div. Het verslag bevindt zich in het dossier van de 4Div bij de Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
  15. Zeer gedetailleerd, handgeschreven verslag opgesteld in het Frans op 28 oktober 1945 door Cdt Reynders, compagniecommandant van de Cie Mi AA. Het verslag bevindt zich in het dossier van de 4Div bij de Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
  16. Handgeschreven verslag opgesteld in het Nederlands door Lt Res Vandeweert, pelotonscommandant van het 1ste Peloton van de Cie Mi AA/4Div betreffende de gebeurtenissen bij zijn peloton vanaf 28 mei 1940. Het verslag bevindt zich in het dossier van de 4Div bij de Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
  17. Handgeschreven verslag opgesteld in het Frans door OLt Raymond Collin, pelotonsadjunct van het PMI/TptK. Het verslag bevindt zich in het dossier van de 4Div bij de Sectie Classified Archives, ADIV, Ministerie van Defensie.
  18. Dossier Staf/4Div bij de Sectie Classified Archives, Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid, Ministerie van Defensie. In tegenstelling tot andere dossiers van grote eenheden, wiens documenten aan het einde van de veldtocht vernietigd werden, steken in het dossier van de Staf/4Div opvallend veel documenten die zijn opgesteld tijdens de veldtocht. Het betreft allerlei operatieorders opgesteld door de Staf en ondertekend door de divisiecommandant of de stafchef. In het dossier bevinden zich ook enkele velddagboeken bijgehouden door verschillende stafofficieren. Wat de orders betreft kan men gerust stellen dat de operaties niet verlopen zijn zoals gepland in de orders, ten hoogste de begintoestand komt overeen. De velddagboeken daarentegen geven een inkijk in de communicatie tussen de verschillende echelons en wat men toen uit de communicatie afgeleid heeft. Ook hier verliep de werkelijkheid soms anders dan datgene dat gerapporteerd werd. Samen met de naoorlogse verklaringen van officieren over hun wedervaren tijdens de veldtocht kan toch een redelijk goed beeld gevormd worden van wat er zich bij de 4Div  heeft afgespeeld.
  19. Persoonlijke documenten van Sergeant Clement Put, stamnummer 111/86353, pelotonsadjunct van het 2de Peloton van de Compagnie Luchtafweermitrailleurs/4Div, ter beschikking gesteld door Armand Put. De documenten omvatten enkele foto’s van de mitrailleursecties van het 2Pl, een volledige namenlijst van de militairen van het peloton (met naam, graad, geboortedatum en adres), een originele schets met de locaties (straatnaam en huisnummer) waar de soldaten van het peloton vanaf 1 maart 40 zijn ingekwartierd te Kerniel en een handgeschreven relaas van de mobilisatie en de veldtocht. Dit relaas komt nagenoeg volledig overeen met het verslag opgesteld door Cdt Reynders.

Tijdens de mobilisatie

Provoostdienst/4Div
Voor de handhaving van de orde en tucht binnen de eenheden van het Belgisch leger wordt aan elke grote eenheid, legerkorps of divisie, een Provoostdienst toegevoegd die de taken uitvoert van algemene militaire politie. De Provoostdienst wordt samengesteld uit Rijkswachters die de bevoegdheid hebben misdrijven te onderzoeken en militairen die de militaire strafwet overtreden aan te houden en op te sluiten. Ze treden in opdracht van de militaire auditeurs op bij onder meer desertie, muiterij, insubordinatie, vechtpartijen en diefstallen [1]. De kern van de Provoostdienst/4Div wordt op 1 september 1939 gemobiliseerd in de Rijkswachtbrigade van Alken. Het detachement wordt geleid door Luitenant Florimond Poelmans van het Rijkswachtdistrict Vilvoorde van de Territoriale Rijkswacht.  Net zoals bij de andere grote eenheden zal het volledige effectief pas samengesteld worden bij de afkondiging van Fase E van het mobilisatieplan op 10 mei 1940.

Provoostdienst/4Div
Het Rijkswachtdetachement wordt aangevuld tot een totale sterkte van 1 officier, 10 ruiters en 23 militairen te voet.  De manschappen van de Provoostdienst van de 4Div zijn afkomstig van de Territoriale Groepen van Hasselt en Brussel.

Provoostdienst/4Div
De provoostdienst bewaakt onder meer de medische hulpplaats van de divisie te Zwijnaarde, het Verzamelcentrum voor Afgezonderde Militairen te Astene en de verzamelplaats voor krijgsgevangenen nabij het divisiehoofdkwartier.  Tevens hebben de Rijkswachters vaste en mobiele posten op de Schelde, Leie en het Afleidingskanaal om vluchtende militairen tegen te houden.

Na de capitulatie

Bibliografie en Bronnen

  1. “België in de Tweede Wereldoorlog”, Deel 10, p 24. Vermelding van de ongeregeldheden bij het 15Li op 19 januari 1940 die zouden zijn opgezet door gemobiliseerde leden van het VNV en communisten uit Mechelen en Antwerpen. Achtergrondinformatie [On Line Beschikbaar]: https://www.dbnl.org/tekst/vos_066belg01_01/vos_066belg01_01_0004.php  [Laatst geraadpleegd 02 november 2023]. In het dossier van de 4Div bevindt zich eveneens een getypt verslag opgesteld in het Frans naar aanleiding van een naoorlogs interview met Kolonel Tanghe, sectiechef van het 2de Bureau (inlichtingen) van de 4Div. Tijdens het interview beschrijft Kolonel Tanghe de verschillende ongeregeldheden die zich hebben voorgedaan in de 4Div tijdens de mobilisatie en de achttiendaagse veldtocht zelf. Kolonel Tanghe nuanceert de feiten en maakt gewag van opschriften “Wij willen niet naar Luik” op de muren van kantonnementen, de bijzin ” om Wallonië te verdedigen” heeft hij alvast nergens opgemerkt. Hij maakt geen gewag van de bewuste pamfletten maar vertelt weet te hebben van een bezoek van Staf De Clerq aan de kantonnementen van het 15Li.
  2. Verder onderzoek moet uitwijzen of de protesten in Beverlo op 19 januari 1940 ertoe geleid hebben dat de 4Div niet terug onder bevel geplaatst werd van het III/LK waartoe de divisie in vredestijd behoorde. De periode van twee weken tijdens dewelke de divisie onder rechtstreeks bevel van het Groot Hoofdkwartier werd geplaatst, na het tumult in Beverlo, liet enerzijds toe de gemoederen te laten bedaren en anderzijds kon de rebellie van dichtbij gevolgd worden door het GHK.

Slachtoffers

EenheidNaamVoornaamFotoGraadStandKlas° op° te+ op+ teNota
Cie C47 op T13DE MEYBenedikt, M.SdtMil3712.04.1918Antwerpen20.05.1940ScheldewindekeT13 vernield door mijn
Cie C47 op T13DODIONLeon, L.A.SdtMil3630.12.1915Kortijs11.05.1940Gors-OpleeuwT13 uitgeschakeld door vijandelijke pantservoertuigen
Cie C47 TrMATHIJSJean, JosSdtMil3925.02.1920Sint-Truiden25.05.1940VinktGebruikt als levend schild na krijgsgevangenname en gedood in incident met 7/III/1ChA
Cie C47 op T13MEUSAlfred, S.SgtBV12.05.1909Leopoldsburg20.05.1940ScheldewindekeT13 vernield door mijn
Cie C47 TrPIERARDSRené, F.SdtMil3810.08.1919Zoutleeuw25.05.1940VinktGebruikt als levend schild na krijgsgevangenname en gedood in incident met 7/III/1ChA
Cie C47 TrSCHOOFSJean, JosKplMil3922.10.1919Sint-Truiden25.05.1940VinktGebruikt als levend schild na krijgsgevangenname en gedood in incident met 7/III/1ChA
Cie C47 TrSTEEGMANSJoannes, J.SdtMil3923.01.1920Diepenbeek25.05.1940VinktGebruikt als levend schild na krijgsgevangenname en gedood in incident met 7/III/1ChA
GnKTHIBAUTLucSdtMil3409.08.1914Thuillies28.05.1940VinktOverleden aan eerder opgelopen verwondingen
Cie Mi AATYTGATLouis, Joseph1SgtMil3219.05.1912Hasselt01.10.1941Stettin/Szczecin (PL)Als KG omgekomen bij Brits bombardement van Stettin
Cie C47 TrVAN DEN BOERWilhelm, A.H.SdtMil3719.10.1917Lommel25.05.1940VinktGebruikt als levend schild na krijgsgevangenname en gedood in incident met 7/III/1ChA
Cie C47 op T13VANMECHELENLouis, H.A.KplMil3623.06.1916Herk-de-Stad20.05.1940ScheldewindekeT13 vernield door mijn. Afkomstig van 11Li.
Cie C47 TrVELAERSSylvainSdtMil3924.05.1920Sint-Truiden25.05.1940VinktGebruikt als levend schild na krijgsgevangenname en gedood in incident met 7/III/1ChA
Cie C47 TrVEREECKERaoul, L.C.SdtMil3926.03.1920Beveren-Waas25.05.1940VinktGebruikt als levend schild na krijgsgevangenname en gedood in incident met 7/III/1ChA
Cie C47 TrVERHEYENPierre, A.SdtMil3820.08.1918Elen25.05.1940VinktGebruikt als levend schild na krijgsgevangenname en gedood in incident met 7/III/1ChA